Page 1


2

4 IJ

12

16 22


BETIZU,

HET WILDE RUN

Tekst: Cis van Vuure Foto 's:johan Timmer

In Nederland zijn we zo lang-

zamerhand gewend geraakt aan halfwilde runderen in natuurgebieden. Schotse Hooglanders in de Imbos, Heekrunderen in de Oost-

Aquarel van een Betizustier uit het boek van: Felius, Morleen. (1995): Rundvee: rassen van de wereld_ Miset, Doetinchem. 799 bladzijden.

vaardersplassen en Galloways langs de grote rivieren zijn daarbij de meest exotische representanten van de runderen die we kunnen tegenkomen. Wat in de jaren zeventig begonnen is als experiment om de kosten van het natuurbeheer te drukken, is momenteel een veel gebruikte beheersmaatregel geworden.

NIEUWE

WILDERNIS

zij gingen, weliswaar met aanpassingsmoeilijkheden, de weg terug van de welvoorziene stal naar de genadeloze natuur, waar ook hun voorouders zich eens ophielden,

Veel van deze dieren stammen af van een dier uit onze natuur dat al sinds de Middeleeuwen is uitgestorven, namelijk de oeros. Het laatste dier stierf in r627 in Polen, na eeuwenlange bejaging en verdringing van deze diersoort. De oeros werd echter al zo'n tienduizend jaar geleden voor het eerst in het Midden-Oosten gedomesticeerd. Momenteel rest ons nog een rijke schakering van honderden runderrassen, allen in afzonderlijke gebieden voor speciale doeleinden (melk, vlees, trekkracht) gefokt. GedweeĂŤ afstammelingen van een dier dat destijds vanwege zijn kracht, moed en schoonheid grote indruk op mensen maakte. Als je die volgzame, goed hanteerbare huiskoeien van tegenwoordig ziet, dan zou je niet zeggen dat ze in staat zijn zich aan te passen aan natuurlijke omstandigheden. Dat ze in staat zouden zijn 'om terug naar de natuur te gaan'. Toch zijn ook onze huis tuin en keuken koeien hiertoe in staat. We hebben het hier in Nederland recentelijk gezien met de Hooglanders en de Heckrunderen. Ook

Z

0

MER

Buiten ons land zijn al veel langer voorbeelden te vinden van tamme runderen die zich onttrokken aan het gezag van boeren en uiteindelijk verwilderden. Op het eiland He d' Amsterdam, in het zuiden van de Indische Oceaan, verwilderde in r870 een groep van vijf runderen. Hun aantal was in de jaren tachtig van deze eeuw uitgegroeid tot ongeveer 2000 stuks, ondanks het ontbreken van bij voedering en veterinaire zorg. Ook in het Spaanse natuurreservaat Coto Doharia leven verwilderde runderen zonder bemoeienis van mensen. Eeuwenlange extensieve veeteelt gaf runderen in deze regio soms de gelegenheid te ontsnappen en zich te verbergen in de wildernis. Zo ontstond geleidelijk een populatie van runderen zonder eigenaar die zich zelfstandig wist te handhaven.

I

9

9

8

I

2


VAN BASI<ENLAND

Pyreneeën Dichter bij huis en onder moeilijker omstandigheden, leeft een populatie runderen in Spaans en Frans Baskenland. Daar, in de ruige Pyreneeën, leven de Betizu's. Hoe lang ze daar al leven is niet meer na te gaan. Geschreven of mondelinge bronnen ontbreken. De Betizu komt echter reeds voor in oude Baskische mythen, die verhalen van de rode stier, diep in de bergen. De benaming 'Betizu' is de meest gebruikte van de vele namen die in Baskenland in omloop zijn. Men bezigt er, al naar gelang de streek en het dialect, in onvervalst Baskisch diverse, zoals 'Betiso (basidi}', 'behi Betizu' en 'Basabehi'. Het woord 'Betizu' (met de klemtoon op de laatste lettergreep en de 'u' uitgesproken als het Nederlandse 'oe') betekent 'wild rund'; een benaming die voor de locale bevolking kennelijk het meest essentiële onderscheid aangeeft met de koeien die door boeren gehouden worden. Eén van de populaties Betizu's houdt zich op in een gebied bij het Franse Biriatou, aan de Spaans-Franse grens. Rond de Col d'Osin, tussen de rivier de Bidassoa en het stuwmeer, hebben we op een zonnige oktoberdag rondgetrokken onder leiding van [ean-Pierre Seiliez, onze gids. Seiliez houdt zich, naast zijn dagelijkse werk als leraar Spaans en Baskisch, bezig met het in stand houden van deze, ongeveer 30 stuks tellende, Betizupopulatie. Hij is sinds 1970 eigenaar van de runderen en heeft zodoende als enige het recht er op te jagen. Het heuvelachtige landschap rond deze Col heeft een open karakter. Grote percelen cultuurbos worden afgewisseld met velden gras, heide en varens en uitgestrekte stukken gaspeldoornstruweel. Aangezien de dieren hier niet in staat zijn het dichtgroeien van het terrein met bomen tegen te gaan, worden de gras-, kruiden- en gaspeldoornvegetaties geregeld afgebrand door herders die het gebied benutten voor schapenteelt.

NIEUWE

WILDERNIS

Eén van de zeldzame Betizurunderen die nog te vinden was op een Franse boerderij - daar waar het ras ooit begon als melkvee. Tegenwoordig leven Beiizurunderen vrijwel alleen nog in halfwilde staat.

enkele keer verliezen ze wel eens hun schuwheid en kunnen dan gevaarlijk worden. Seiliez vertelde van een koe die, toen ze zich ingesloten waande door jagers, één van hen op de horens had genomen.

Het is een aparte ervaring die lichtgebouwde koeien en stieren in deze wildernis te zien. De dieren zijn overigens heel moeilijk te benaderen, hooguit tot op 40 à 50 meter, en vluchten bij de geringste onraad de dekking in. Pogingen van ons om ze alsnog wat beter te kunnen zien, strandden in een wirwar van manshoge, stekelige gaspeldoorns. Koeien dus met de schuwheid van Veluwse herten. Dat de dieren zo schuw zijn heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de eigenaar van de dieren er jaarlijks enkele afschiet. Daarnaast wordt in het gebied ook op andere dieren gejaagd. Een

Z

0

MER

Afschot vindt plaats om te voorkomen dat het aantal runderen te groot wordt, waardoor een te sterke concurrentie om voedsel zou kunnen ontstaan met de schapen, geiten en paarden van de boeren. Hierover zijn in andere gebieden al wel eens problemen gerezen. Vroeger kende dit twee bij vier kilometer grote gebied

I

9

9

8

I

3


dan ook een grotere dichtheid aan Betizu's dan tegenwoordig. Bij de selectie voor het afschot worden in eerste instantie die dieren verwijderd die afwijkend zijn qua kleur of vorm. Zo worden er af en toe roodbonte kalveren geboren, een tekening die normaal niet bij de effen gekleurde Betizu voorkomt. De aanwas van de kudde van Seiliez bedraagt vijf à acht kalveren per jaar.

Voedsel Het voedsel dat door de Betizu wordt gegeten omvat een grote verscheidenheid aan planten. Hoewel het, zoals alle runderen, gras eters zijn, zijn de dieren hier, vanwege de geringe aanwezigheid van grassen in het gebied, gedwongen hun menu uit te breiden. Dus eten ze ook veel scheuten van de gaspeldoorn en verder bladeren van beuk, eik, hulst, klimop en braam. In de winter, als de nood echt aan de man komt en er vaak wekenlang sneeuw ligt, schakelen ze over op een noodrantsoen van bijna alles wat er boven de sneeuwlaag nog aan eetbaars te vinden is, tot dode adelaarsvaren toe. Bijvoedering door mensen is hier niet aan de orde. Volgens Seiliez houden ze zich 's zomers op de noordhellingen en in de laaggelegen, vochtige, beboste delen van het terrein. 's Winters leven ze wat hogerop, op de zuidhellingen. Ook in de bergen van Zarikieta (Spanje) houdt de Betizu er seizoensgebonden standplaatsen op na, zodat een wisselend gebruik gemaakt wordt van verschillende delen van het terrein.

Daarna begon het vee van de makkelijk toegankelijke gebieden, de valleien en de kustgebieden, door selectie en veredeling te veranderen. In moeilijker toegankelijke berggebieden bleef het oorspronkelijke ras echter langer bestaan. In het begin van deze eeuw beginnen de veranderingen door import van buitenlandse rundveerassen nog sneller te verlopen, waardoor zich een veeslag vormt dat steeds verder van het autochtone ras komt af te staan. Halverwege deze eeuw zijn de laatste oorspronkelijke Baskische huisrunderen door veredeling feitelijk verdwenen. Alleen de verwilderde

overheersen meer de bruine tinten, 's zomers de rode. De stieren zijn meestal wat donkerder dan de koeien en hebben soms een aalstreep. Seiliez liet ons, in zijn flat in Bayonne, twee huiden van stieren zien, die een witte tot lichtbeige gekleurde aalstreep vertoonden. De stieren hebben een schofthoogte van ongeveer 130 cm en wegen tussen de 300 en 400 kg. De koeien zijn kleiner, 120 cm, en wegen ook wat minder, tussen de 200 en 300 kg. Ter vergelijking: de schofthoogten van Nederlandse zwartbonte koeien en stieren zijn zo'n

Uiterlijk Dat het inderdaad om verwilderde huisrunderen gaat en niet om een plaatselijke variant van de oeros, is gebleken uit botonderzoek in Spanje. Volgens dit onderzoek is de Betizu een primitieve vorm van het tegenwoordig nog bestaande moderne vleesras Blonde d' Aquitaine. Om aan te tonen dat bepaalde rassen aan elkaar verwant zijn of zelfs tot een en hetzelfde ras behoren, is vergelijkend botonderzoek evenwel niet de geëigende methode. Bij zo'n onderzoek zijn veel kenmerken té variabel om tot een degelijk oordeel te komen. DNA- ofbloedeiwitonderzoek zou hier beter op z'n plaats zijn geweest. De Betizu vertoont namelijk ook nogal wat verwantschap met rassen uit de Pyreneeën, zoals de Béarnaise. Bij sommige veeboeren, waar het vee nog niet zo'n doorgefokt karakter heeft als elders, kan men ook nu nog koeien aantreffen die een duidelijke gelijkenis vertonen met de wilde Betizu. Tot halverwege de vorige eeuw was dit locale Baskische huisrund nog zeer oorspronkelijk en niet beïnvloed door buitenlandse rassen.

NIEUWE

WILDERNIS

Vrijlevende Betizurunderen. De foto is onder moeilijke omstandigehen gemaakt, gedragen zich uiterst schuw.

vorm, de Betizu bestaat dan nog. Het ligt dus voor de hand om ook de mogelijke verwantschap tussen de Betizu en het lokale huis rund aan een nader onderzoek te onderwerpen.

cm groter. Zwartbonte koeien wegen zo'n kg, de stieren ongeveer 1000 kg. De horens zijn niet al te sterk ontwikkeld, gekromd en licht van kleur met een donkere punt. De uier is klein en behaard. 20

600

De zomervacht van de Betizu iskort en glad, de wintervacht langer en ruiger. De kleur omvat verscheidene roodbruine tinten. 's Winters

Z

0

MER

de dieren

I

9

9

8

I

4


Voortplan ting Over de voortplanting en een eventueel verband met het jaargetijde, is Seiliez wat vaag. Volgens hem zijn er bij de Betizu niet in ieder jaar vaste perioden voor bronst en werptijd, maar wisselen die steeds in een cyclus van drie jaar. Spaans onderzoek spreekt van een werptijd in het voorjaar, waarna in de drie maanden daaropvolgend opnieuw gepaard wordt. Dit is in tegenspraak met bevindingen bij andere wilde runderpopulaties op het noordelijk halfrond. De wilde runderen van de Coto Donaria beleven hun bronst voornamelijk in de periode

naast de kudde van Biriatou ook bij Espelette over een groep Betizu's, die een zekere bescherming geniet. Spanje, dat ondertussen ook tot de EU behoort, bezit momenteel, met name in Navarra (een provincie in Spaans Baskenland), reservaten voor Betizu's (en tevens wilde paarden) bij Zarikieta en Goizuetta. Verder komen ze in Navarra voor in de bergen van Leitza, Regata del Bidasoa, Baztan, Artxuba, Etxaido en, mogelijk, Sare.

troon te kunnen spreken. Het laatste zou het geval kunnen zijn. De meeste Spaanse Betizupopulaties leven in half wilde staat. Ze worden in strenge winters bij gevoerd en eenmaal per jaar, aan het eind van de zomer, met honden bijeengedreven. Bij die gelegenheid worden kalveren gemerkt en wordt een aantal dieren 'geoogst'. Ook worden soms enkele dieren gebruikt bij locale stierengevechten ('Sokamuturra'). Mogelijk zijn dergelijke vormen van menselijk ingrijpen van invloed op de voortplantingscyclus.

Dit landschap geeft een indruk van het habitat van de Betizurunderen.

Toekomst

juni-augustus en werpen hoofdzakelijk in maart-mei. De laatste oerossen in Polen hadden hun bronst in augustus/september en wierpen in mei/juni. Dit betekent dat of de waarnemingen van Seiliez niet kloppen of de reproductie van deze populatie door herhaalde inkruising met tamme runderen te zeer is verstoord om van een jaarlijks terugkerend pa-

NIEUWE

Maar de ontwikkelingen rond de Betizu's gaan snel. De toegenomen belangstelling voor de soort heeft de mogelijkheid voor ecotoerisme naar voren doen komen. Ook zou de Betizu een rol kunnen spelen bij natuurontwikkeling. In Spanje wil de overheid de soort ook wel beschermen, maar daar beschouwt men Betizu's toch vooral als halfwilde huisrunderen die ingezet kunnen worden voor extensieve begrazing in marginale berggebieden. Daarvoor zouden ze dan echter wel weer moeten worden geregistreerd en gecontroleerd door een nog op te richten vereniging van fokkers. Dat deze dieren ook een integraal onderdeel van het natuurlijke ecosysteem kunnen vormen, is kennelijk nog niet bij de betrokkenen opgekomen. Wat echter de plannen ten aanzien van de Betizu ook moge zijn, de eigenzinnige bergbewoners moeten het belang en het profijt ervan wel inzien, want van nationale trots alleen kunnen ook deze mensen niet leven.

In totaal bestaat een tiental, tamelijk ge誰soleerd levende, Betizupopulaties in Spaans en Frans Baskenland. Elk van deze populaties telt enkele tientallen exemplaren. Hun totale aantal wordt tussen de 300 en 400 geschat. Dat is uiteraard te weinig voor een gezonde populatie. De belangstelling voor deze dieren begint echter te groeien. In 1973 al heeft de Europese Gemeenschap de Betizu tot 'endangered species' verklaard. Hoewel aan de kracht van deze aanwijzing het nodige valt af te dingen, is het toch een steun in de rug voor de bescherming van de soort. Aangezien de Betizu vaak moeilijk te onderscheiden valt van locale tamme runderen, zal controle op na te leven beschermingsmaatregelen moeilijk zijn. Het zal eveneens niet makkelijk zijn om tot een eenduidige soortbeschrijving te komen. Frankrijk beschikt

WILDERNIS

z

0

MER

11I

I

9

9

8

I

5

Nieuwe Wildernis 14  

cover, inhoud en 1 artikel

Advertisement