NC Magazine, najaar 2014

Page 1

NCMagazine

Over herdenken, vieren en herinneren

Nationaal Comité 4 en 5 mei, najaar 2014

70 jaar Bevrijding: Poolse bevrijders mogen niet vergeten worden Internationaal: Reflectie

Concept-visiedocument: ‘We willen dat iedereen zich thuis voelt bij de herdenking op de Dam’

Liberation Route Europe Onderzoek:

Docenten vinden lesgeven over de Tweede Wereldoorlog belangrijk

op een expertmeeting over de holocaust Tweede Generatie:

‘Vader had veel nachtmerries over de oorlog’ HET SUCCES VAN BEVRIJDINGSFESTIVAL DEN HAAG


Hoofdredactioneel

70 JAAR BEVRIJDING

Colofon

Op 12 september 1944 begon in het Limburgse dorpje Mesch de bevrijding van Nederland. Met de opmars van de geallieerden kwam de vrijheid stap voor stap dichterbij. Tijdens Operatie Market Garden, die begon op 17 september 1944, werd een gedeelte van NoordBrabant en Gelderland bevrijd. Maar het was voor de geallieerden en Nederland een enorme teleurstelling dat de brug bij Arnhem niet kon worden ingenomen en het noorden en westen van Nederland bezet bleven. Daarna kreeg het westen van Nederland te maken met de hongerwinter. Door het afsluiten van de transportmogelijkheden naar delen van het land ontstond schaarste aan alles. Daar kwam de extreme kou nog eens bij. Duizenden mensen kwamen hierdoor om.

Jaargang 3, nr. 6, najaar 2014

Aanleiding genoeg voor NC Magazine om aandacht te schenken aan Operatie Market Garden, aan de 195.000 Poolse militairen die betrokken waren bij de bevrijding van Europa en aan Oorlogsmonumenten in beeld, de app die door het Nationaal Comité in september is gelanceerd en die de bevrijding van het Koninkrijk der Nederlanden tot en met 15 augustus 1945 in kaart brengt. Ook wordt over de website van het NC (4en5mei. nl) geschreven, waar een overzicht is geplaatst van de activiteiten die in Nederland ter gelegenheid van 70 jaar bevrijding worden georganiseerd. Allemaal activiteiten die de bevrijding in herinnering brengen - en die interessant zijn om aan deel te nemen.

Hoofredactie: Simon Jacobus Redactie: Renske Krimp, Jan van Kooten, Robin de Munnik, Niels Weitkamp Art direction & vormgeving: Remco Tonino Beeldredactie: Mieke Sobering Eindredactie: Marja Verbraak Redactieadres: Nieuwe Prinsengracht 89 1018 VR Amsterdam Tel: 020 718 3500 Fax: 020 718 3501 Mail: simon.jacobus@4en5mei.nl Aan dit nummer werkten mee: AFS/Cris Toala Olivares, Yvonne Ahrend, Anne Frank Stichting, AP Photo/Scanpix Sweden, AP Photo/Scanpix Sweden, Leif R Jansson, Archivo Nacional Aruba, Beeldbank WO2/NIOD, Peter Boer, Ron Boonstra, Brabants Historisch Informatie Centrum, Butch & Sundance Media, Esther Captain, Cristan van Emden, Franklin D. Roosevelt Presidential Library/Matthew C. Hanson, New York, Joyce van Galen Last, Paul Gofferjé, Kim van Heerde, Herinneringscentrum Kamp Westerbork, Frank Heijster, René Hendriks, Dave van Hout, Chris van Houts, Karen de Jager, Marcel J. de Jong, Jasper Juinen, Kamp Amersfoort/Carla Huisman, Jolanda Keesom, J.L. Klaassen, Rutger van Krieken, Frank Kromer, Kijkdoosmuseum Vledder, Arjan Laging, Suzanne Liem, Sándor Makofka, Daphne Meijer, ministerie van Defensie, New York Times, NIOD/B. van Bohemen, Ilvy Njiokiktjien, Krijn van Noordwijk, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, Nine Nooter, OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam, Leonard Ornstein, Larissa Pans, Alet Pilon, REUTERS/Laszlo Balogh, REUTERS/Italiaanse Marina Militare, Peter Rodrigues, Romaine, Toine Rongen, Roosevelt Stichting, Erik Schumacher, Ton Stanowicki, Anita van Stel, Stichting Liberation Route Europe, Marja Verbraak, Kees Verburg, Claartje Wesselink

Drukkerij: Senefelder Misset, Mercuriusstraat 35, 7006 RK, Doetinchem Copyright 2014 Nationaal Comité 4 en 5 mei. Overname van artikelen en informatie uit dit magazine is toegestaan voor niet-commercieel gebruik met vermelding van de auteur en de bron.

Het NCMagazine najaar 2014 Over herdenken, vieren en herinneren 04 08 10 12 14 44 49

33 52 54

26 28

COVERSTORY Stand van zaken verkenningsbijeenkomsten: ‘Wij trekken het ons aan als mensen zeggen ‘de herdenking is niet van ons’’ Het bestuur: wisseling van de wacht

HERDENKEN Hulp van de Nederlandse Antillen in de oorlog: flanellen shirts en wollen hoeden Oorlogsverzetsmuseum Rotterdam: ‘Het verhaal van toen verteld door kinderen van nu’ Getuigenverhaal van Eva Pilon over het bombardement op Rotterdam, mei 1940 Oorlogsmonumentenprijs in Drenthe: Onderduikershol Valtherbos brengt mensen samen Fotowedstrijd oorlogsmonumenten met Wikipedia Nederland

70 JAAR BEVRIJDING Liberation Route Europe De Poolse bevrijders mogen niet vergeten worden Lancering app vernieuwde oorlogsmonumenten en site tweedewereldoorlog.nl/70 jaar bevrijding

VIEREN Op zoek naar vrijheid: mensensmokkelaars, criminelen of redders in nood? Oud-Ambassadeur van de Vrijheid Typhoon: ‘Vrijheid en onafhankelijkheid zijn thema’s waarmee ik constant speel’

38 15 24 30

36

20 21

19 46

42

Het succesverhaal van het Bevrijdingsfestival Den Haag

HERINNEREN Tweede generatie: Annie Mirosch en Julya Lo’ko: ‘Vader had veel nachtmerries over de oorlog’ Kennisuitwisseling: samen werken, samen verder Onderzoek: Nederlandse docenten geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust

INSPIRATIE De keuze van Han Polman, commissaris van de Koning in Zeeland

SUBSIDIES Geld voor goede zaken Subsidies voor drie projecten: Open Joodse Huizen, een interactieve plattegrond en On the ground reporter

INTERNATIONAAL IHRA: experts staan open voor vragen Expertmeeting in Rotterdam: een internationaal perspectief op de Tweede Wereldoorlog vraagt om internationale samenwerking

ALGEMEEN Stand van zaken


Hoofdredactioneel

70 JAAR BEVRIJDING

Colofon

Op 12 september 1944 begon in het Limburgse dorpje Mesch de bevrijding van Nederland. Met de opmars van de geallieerden kwam de vrijheid stap voor stap dichterbij. Tijdens Operatie Market Garden, die begon op 17 september 1944, werd een gedeelte van NoordBrabant en Gelderland bevrijd. Maar het was voor de geallieerden en Nederland een enorme teleurstelling dat de brug bij Arnhem niet kon worden ingenomen en het noorden en westen van Nederland bezet bleven. Daarna kreeg het westen van Nederland te maken met de hongerwinter. Door het afsluiten van de transportmogelijkheden naar delen van het land ontstond schaarste aan alles. Daar kwam de extreme kou nog eens bij. Duizenden mensen kwamen hierdoor om.

Jaargang 3, nr. 6, najaar 2014

Aanleiding genoeg voor NC Magazine om aandacht te schenken aan Operatie Market Garden, aan de 195.000 Poolse militairen die betrokken waren bij de bevrijding van Europa en aan Oorlogsmonumenten in beeld, de app die door het Nationaal Comité in september is gelanceerd en die de bevrijding van het Koninkrijk der Nederlanden tot en met 15 augustus 1945 in kaart brengt. Ook wordt over de website van het NC (4en5mei. nl) geschreven, waar een overzicht is geplaatst van de activiteiten die in Nederland ter gelegenheid van 70 jaar bevrijding worden georganiseerd. Allemaal activiteiten die de bevrijding in herinnering brengen - en die interessant zijn om aan deel te nemen.

Hoofredactie: Simon Jacobus Redactie: Renske Krimp, Jan van Kooten, Robin de Munnik, Niels Weitkamp Art direction & vormgeving: Remco Tonino Beeldredactie: Mieke Sobering Eindredactie: Marja Verbraak Redactieadres: Nieuwe Prinsengracht 89 1018 VR Amsterdam Tel: 020 718 3500 Fax: 020 718 3501 Mail: simon.jacobus@4en5mei.nl Aan dit nummer werkten mee: AFS/Cris Toala Olivares, Yvonne Ahrend, Anne Frank Stichting, AP Photo/Scanpix Sweden, AP Photo/Scanpix Sweden, Leif R Jansson, Archivo Nacional Aruba, Beeldbank WO2/NIOD, Peter Boer, Ron Boonstra, Brabants Historisch Informatie Centrum, Butch & Sundance Media, Esther Captain, Cristan van Emden, Franklin D. Roosevelt Presidential Library/Matthew C. Hanson, New York, Joyce van Galen Last, Paul Gofferjé, Kim van Heerde, Herinneringscentrum Kamp Westerbork, Frank Heijster, René Hendriks, Dave van Hout, Chris van Houts, Karen de Jager, Marcel J. de Jong, Jasper Juinen, Kamp Amersfoort/Carla Huisman, Jolanda Keesom, J.L. Klaassen, Rutger van Krieken, Frank Kromer, Kijkdoosmuseum Vledder, Arjan Laging, Suzanne Liem, Sándor Makofka, Daphne Meijer, ministerie van Defensie, New York Times, NIOD/B. van Bohemen, Ilvy Njiokiktjien, Krijn van Noordwijk, Uitgeverij Nieuw Amsterdam, Nine Nooter, OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam, Leonard Ornstein, Larissa Pans, Alet Pilon, REUTERS/Laszlo Balogh, REUTERS/Italiaanse Marina Militare, Peter Rodrigues, Romaine, Toine Rongen, Roosevelt Stichting, Erik Schumacher, Ton Stanowicki, Anita van Stel, Stichting Liberation Route Europe, Marja Verbraak, Kees Verburg, Claartje Wesselink

Drukkerij: Senefelder Misset, Mercuriusstraat 35, 7006 RK, Doetinchem Copyright 2014 Nationaal Comité 4 en 5 mei. Overname van artikelen en informatie uit dit magazine is toegestaan voor niet-commercieel gebruik met vermelding van de auteur en de bron.

Het NCMagazine najaar 2014 Over herdenken, vieren en herinneren 04 08 10 12 14 44 49

33 52 54

26 28

COVERSTORY Stand van zaken verkenningsbijeenkomsten: ‘Wij trekken het ons aan als mensen zeggen ‘de herdenking is niet van ons’’ Het bestuur: wisseling van de wacht

HERDENKEN Hulp van de Nederlandse Antillen in de oorlog: flanellen shirts en wollen hoeden Oorlogsverzetsmuseum Rotterdam: ‘Het verhaal van toen verteld door kinderen van nu’ Getuigenverhaal van Eva Pilon over het bombardement op Rotterdam, mei 1940 Oorlogsmonumentenprijs in Drenthe: Onderduikershol Valtherbos brengt mensen samen Fotowedstrijd oorlogsmonumenten met Wikipedia Nederland

70 JAAR BEVRIJDING Liberation Route Europe De Poolse bevrijders mogen niet vergeten worden Lancering app vernieuwde oorlogsmonumenten en site tweedewereldoorlog.nl/70 jaar bevrijding

VIEREN Op zoek naar vrijheid: mensensmokkelaars, criminelen of redders in nood? Oud-Ambassadeur van de Vrijheid Typhoon: ‘Vrijheid en onafhankelijkheid zijn thema’s waarmee ik constant speel’

38 15 24 30

36

20 21

19 46

42

Het succesverhaal van het Bevrijdingsfestival Den Haag

HERINNEREN Tweede generatie: Annie Mirosch en Julya Lo’ko: ‘Vader had veel nachtmerries over de oorlog’ Kennisuitwisseling: samen werken, samen verder Onderzoek: Nederlandse docenten geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust

INSPIRATIE De keuze van Han Polman, commissaris van de Koning in Zeeland

SUBSIDIES Geld voor goede zaken Subsidies voor drie projecten: Open Joodse Huizen, een interactieve plattegrond en On the ground reporter

INTERNATIONAAL IHRA: experts staan open voor vragen Expertmeeting in Rotterdam: een internationaal perspectief op de Tweede Wereldoorlog vraagt om internationale samenwerking

ALGEMEEN Stand van zaken


Coverstory

De Tweede Wereldoorlog dient centraal te staan bij het herdenken op 4 mei, en het vieren van de bevrijding op 5 mei. Vrijheid is wereldwijd ondeelbaar, dat onderstreept de betekenis van actuele vredesmissies.

Lancering conceptvisiedocument van het Nationaal Comité

‘Kom vanavond met verhalen…’

Cruciale gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog worden expliciet benoemd om persoonlijke ervaringen van eerdere generaties voor jongeren in een duidelijke context te plaatsen. Het vieren van de Bevrijding op 5 mei is een maatschappelijk belang en hoort daarom een vrije dag voor iedereen te zijn. Deze keuzes stelt het Nationaal Comité voor in het voorlopige visiedocument Kom vanavond met verhalen... De komende maanden wil het Nationaal Comité ze bespreken met iedereen die zich bij 4 en 5 mei betrokken voelt. De voorzitter van de Werkgroep Herdenken, Jacques Wallage en NC-bestuurslid Hans Laroes, actief in de Werkgroepen Vieren en Communicatie, lichten de belangrijkste keuzes toe. door Jolanda Keesom | foto Ilvy Njiokiktjien


Coverstory

De Tweede Wereldoorlog dient centraal te staan bij het herdenken op 4 mei, en het vieren van de bevrijding op 5 mei. Vrijheid is wereldwijd ondeelbaar, dat onderstreept de betekenis van actuele vredesmissies.

Lancering conceptvisiedocument van het Nationaal Comité

‘Kom vanavond met verhalen…’

Cruciale gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog worden expliciet benoemd om persoonlijke ervaringen van eerdere generaties voor jongeren in een duidelijke context te plaatsen. Het vieren van de Bevrijding op 5 mei is een maatschappelijk belang en hoort daarom een vrije dag voor iedereen te zijn. Deze keuzes stelt het Nationaal Comité voor in het voorlopige visiedocument Kom vanavond met verhalen... De komende maanden wil het Nationaal Comité ze bespreken met iedereen die zich bij 4 en 5 mei betrokken voelt. De voorzitter van de Werkgroep Herdenken, Jacques Wallage en NC-bestuurslid Hans Laroes, actief in de Werkgroepen Vieren en Communicatie, lichten de belangrijkste keuzes toe. door Jolanda Keesom | foto Ilvy Njiokiktjien


Coverstory

Vorige pagina, Genodigden in De Nieuwe Kerk tijdens de Nationale Herdenking 2014, Links: publiek op de Magere Brug tijdens het concert op de Amstel, 5 mei 2014, Rechts: Bevrijdingsfestival Rotterdam, 5 mei 2014

Wie is Jacques Wallage?

Voorbereiding beleid 2016-2020

Jacques Wallage (1946) is sinds 2012 bestuurslid van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, waarvan hij vicevoorzitter is. Hij is ook voorzitter van de Werkgroep Herdenken. Daarnaast is hij onder andere voorzitter van de Raad voor het Openbaar Bestuur en honorair hoogleraar Transities in het Openbaar Bestuur aan de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder was hij actief in de Tweede Kamerfractie van de PvdA, was hij staatssecretaris van onderwijs en burgemeester van Groningen.

Op vier verkenningsbijeenkomsten, voorjaar 2014, gaven mensen uit wetenschap, literatuur, theater en media hun mening over de betekenis van herdenken op 4 mei en vieren op 5 mei. De uitkomsten inspireerden het Nationaal Comité bij het vastleggen van een voorlopige toekomstvisie onder de titel Kom vanavond met verhalen... Dit document vormt dit najaar de basis voor een nieuwe ronde debatten: vijf openbare debatten voor een breed publiek en daarnaast besloten bijeenkomsten voor eigen organisaties van oorlogsgetroffenen, maatschappelijke organisaties, Bevrijdingsfestivals, gemeenten en provincies. De uitkomsten worden verwerkt in een definitieve versie die als uitgangspunt dient voor het NCbeleid in de periode van 2016 tot en met 2020.

Ilvy Njiokiktjien

Hans Laroes (1955) is sinds 1 juni 2013 bestuurslid van het Nationaal Comité 4 en 5 mei en lid van de Werkgroep Vieren en de Werkgroep Communicatie. Na de School voor de Journalistiek werkte hij bij diverse regionale kranten en vanaf 1988 bij het NOS Journaal. Van 2005 tot 2011 was hij hoofdredacteur van NOS Nieuws. Op dit moment werkt hij als zelfstandig gevestigd mediaconsultant en is hij voorzitter van de Raad voor de Journalistiek. Dit voorjaar heeft het NC vier verkenningsbijeenkomsten georganiseerd. Welke invloed is daarvan terug te vinden in het voorlopige visiedocument? Wallage: “De rode draad in de bijdragen aan de verkenningsbijeenkomsten was dat de Tweede Wereldoorlog in het hart van herdenken en vieren moet staan. Herdenken en vieren op 4 en 5 mei zijn doordesemd met persoonlijke verhalen over die oorlog. Wij vinden dat we de essentie daarvan moeten doorgeven door de wezenlijke gebeurtenissen te benoemen, zoals de systematische, bewust beraamde moord op de Joden, Roma en Sinti, en de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. We willen ervoor zorgen dat iedereen zich thuisvoelt bij de herdenking op de Dam, het Nationaal Comité trekt het zich aan als Joden of mensen met een Indische achtergrond zeggen: ‘De Dam is niet voor ons.’ Kort na de oorlog zijn van onderop eigen herdenkingen georganiseerd. Dat is van groot belang, maar op 4 mei hebben we ook een gemeenschappelijk verhaal nodig dat die verschillende invalshoeken overstijgt en onderdeel wordt van het collectieve geheugen. Wat dat concreet betekent voor de vormgeving van de herdenking, komt later aan bod. Eerst willen we het over dit principiële punt hebben.” Tot nu toe werden vervolgde groeperingen niet met name genoemd in het Memorandum voor de herdenking om een hiërarchie van persoonlijk leed te vermijden. Geldt dat argument niet meer? Wallage: “Zeker, we maken geen onderscheid tussen de doden die we herdenken, maar we willen de aard van de verschillende gebeurtenissen uit de oorlog onderscheiden. Onze gemeenschappelijke geschiedenis is meer dan de optelsom van

‘We willen ervoor zorgen dat iedereen zich thuisvoelt bij de herdenking op de Dam’ 6

NCMagazine | najaar 2014

persoonlijke ervaringen. We willen ervoor zorgen dat de moord op de Joden niet alleen als zaak van de Joden wordt beschouwd, en dat het bombardement op Rotterdam ook betekenis krijgt voor migranten die nu in die stad wonen. In onze huidige samenleving bestaat een grote behoefte aan zulke gemeenschappelijke bagage. Daarom zouden ook bewindslieden meer aandacht moeten besteden aan het overdragen in het onderwijs van hetgeen de Tweede Wereldoorlog voor ons allemaal betekent.” De afgelopen jaren is ook gepleit voor een beperking van de herdenking tot de Tweede Wereldoorlog. Daar kiest het NC in dit document niet voor. Waarom niet? Wallage: “Omdat we dat niet verstandig vinden, het is onnodig pijnlijk voor de nabestaanden van mensen die na 1945 zijn omgekomen. We willen de Tweede Wereldoorlog centraal stellen, maar dat staat niet in de weg dat we aandacht besteden aan de mensen die gesneuveld zijn tijdens het handhaven van de vrede in internationaal verband. Dat is geen kwestie van de herdenking verwateren, maar de teloorgang van de vrijheid in de oorlog nadrukkelijk verbinden met het actuele, volkenrechtelijke ideaal.” Welke toekomst ziet het NC voor 5 mei? Laroes: “Een centrale zin uit het visiedocument is dat 4 en 5 mei samen bepalen wie wij als Nederlanders willen zijn. Die dagen zijn onlosmakelijk verbonden. Door de herdenking op 4 mei realiseren we ons op 5 mei dat onze vrijheid veel heeft gekost en niet vanzelfsprekend is. We willen het vieren op 5 mei meer betekenis geven omdat de samenleving daar om vraagt. Het beeld dat het op de Bevrijdingsfestivals alleen om de muziek gaat, klopt niet. Recent onderzoek bevestigt dat veel bezoekers bewust met het thema vrijheid bezig zijn. We vinden wel dat er meer samenhang moet komen tussen het ochtendprogramma met de 5 mei-lezing, de Bevrijdingsfestivals en het concert ‘s avonds op de Amstel. Daarnaast vragen we de sociale partners het maatschappelijke belang van 5 mei te honoreren met een

Dave van Hout

Wie is Hans Laroes?

Waar en wanneer? vrije dag zodat iedereen mee kan doen.” Wallage: “Ik hoop dat de sociale partners nu wel van de noodzaak van een vrije dag zijn te overtuigen. Juist door de spanningen in de samenleving - en de grote verschillen tussen mensen - is het nodig dat we allemaal op één dag in het jaar gemeenschappelijk stilstaan bij het belang van onze vrijheid.” Het NC gaat de komende maanden een nieuwe ronde gesprekken en publieke debatten over deze conceptvisie houden. Is hiermee de werkwijze van het NC wezenlijk veranderd? Laroes: “Het Nationaal Comité kan in deze tijd niet bestaan zonder permanente dialoog met de samenleving. Als de samenleving anders omgaat met herdenken en vieren, moeten we daarop reageren. Dat is geen correctie op het verleden, maar een antwoord op de huidige behoeften. Door het digitale tijdperk hebben mensen meer de neiging om aan actuele discussies deel te nemen waarbij ze zich betrokken voelen. Van een hiërarchische samenleving zijn we gegroeid naar een netwerksamenleving en dat vraagt van het Nationaal Comité een andere vorm van communiceren.” Wallage: “Een top-downbenadering past niet bij het doel van het Nationaal Comité. Het openbare debat over onze visie is cruciaal om mensen te betrekken bij de invulling en uitvoering van herdenken en vieren. We richten ons niet alleen op belangenorganisaties en lokale initiatieven, maar bijvoorbeeld ook op kunstenaars die onze gemeenschappelijke ervaring kunnen vertalen in nieuwe vormen. Aan de definitieve versie van onze visie zal iedereen volgend jaar kunnen zien dat we hun inbreng serieus nemen.” Voor meer informatie: zie www.4en5mei.nl.

‘Het NC kan in deze tijd niet bestaan zonder permanente dialoog met de samenleving’

Het Nationaal Comité organiseert vijf debatten om de concepttoekomstvisie met het publiek te bespreken. Debat 1 Tijd Locatie

27 oktober 19.30-21.30 uur Cuypershuis, Pieter Cuypersstraat 1, 6041 XG Roermond

Debat 2 Tijd Locatie

29 oktober 19.30-21.30 uur Aula Universiteit Wageningen UR, Generaal Foulkesweg 1, Gebouw 362, 6703 BG Wageningen

Debat 3 Tijd Locatie

30 oktober 19.30-21.30 uur Theater Walhalla, Sumatraweg 9-11, 3072 ZP Rotterdam

Debat 4 Tijd Locatie

2 november 14.00-16.00 uur De Balie, Kleine Gartmanplantsoen 10, 1017 RR Amsterdam

Debat 5 Tijd Locatie

5 november 19.30-21.30 uur Groninger Museum, Museumeiland 1, 9711 ME Groningen 7


Coverstory

Vorige pagina, Genodigden in De Nieuwe Kerk tijdens de Nationale Herdenking 2014, Links: publiek op de Magere Brug tijdens het concert op de Amstel, 5 mei 2014, Rechts: Bevrijdingsfestival Rotterdam, 5 mei 2014

Wie is Jacques Wallage?

Voorbereiding beleid 2016-2020

Jacques Wallage (1946) is sinds 2012 bestuurslid van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, waarvan hij vicevoorzitter is. Hij is ook voorzitter van de Werkgroep Herdenken. Daarnaast is hij onder andere voorzitter van de Raad voor het Openbaar Bestuur en honorair hoogleraar Transities in het Openbaar Bestuur aan de Rijksuniversiteit Groningen. Eerder was hij actief in de Tweede Kamerfractie van de PvdA, was hij staatssecretaris van onderwijs en burgemeester van Groningen.

Op vier verkenningsbijeenkomsten, voorjaar 2014, gaven mensen uit wetenschap, literatuur, theater en media hun mening over de betekenis van herdenken op 4 mei en vieren op 5 mei. De uitkomsten inspireerden het Nationaal Comité bij het vastleggen van een voorlopige toekomstvisie onder de titel Kom vanavond met verhalen... Dit document vormt dit najaar de basis voor een nieuwe ronde debatten: vijf openbare debatten voor een breed publiek en daarnaast besloten bijeenkomsten voor eigen organisaties van oorlogsgetroffenen, maatschappelijke organisaties, Bevrijdingsfestivals, gemeenten en provincies. De uitkomsten worden verwerkt in een definitieve versie die als uitgangspunt dient voor het NCbeleid in de periode van 2016 tot en met 2020.

Ilvy Njiokiktjien

Hans Laroes (1955) is sinds 1 juni 2013 bestuurslid van het Nationaal Comité 4 en 5 mei en lid van de Werkgroep Vieren en de Werkgroep Communicatie. Na de School voor de Journalistiek werkte hij bij diverse regionale kranten en vanaf 1988 bij het NOS Journaal. Van 2005 tot 2011 was hij hoofdredacteur van NOS Nieuws. Op dit moment werkt hij als zelfstandig gevestigd mediaconsultant en is hij voorzitter van de Raad voor de Journalistiek. Dit voorjaar heeft het NC vier verkenningsbijeenkomsten georganiseerd. Welke invloed is daarvan terug te vinden in het voorlopige visiedocument? Wallage: “De rode draad in de bijdragen aan de verkenningsbijeenkomsten was dat de Tweede Wereldoorlog in het hart van herdenken en vieren moet staan. Herdenken en vieren op 4 en 5 mei zijn doordesemd met persoonlijke verhalen over die oorlog. Wij vinden dat we de essentie daarvan moeten doorgeven door de wezenlijke gebeurtenissen te benoemen, zoals de systematische, bewust beraamde moord op de Joden, Roma en Sinti, en de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. We willen ervoor zorgen dat iedereen zich thuisvoelt bij de herdenking op de Dam, het Nationaal Comité trekt het zich aan als Joden of mensen met een Indische achtergrond zeggen: ‘De Dam is niet voor ons.’ Kort na de oorlog zijn van onderop eigen herdenkingen georganiseerd. Dat is van groot belang, maar op 4 mei hebben we ook een gemeenschappelijk verhaal nodig dat die verschillende invalshoeken overstijgt en onderdeel wordt van het collectieve geheugen. Wat dat concreet betekent voor de vormgeving van de herdenking, komt later aan bod. Eerst willen we het over dit principiële punt hebben.” Tot nu toe werden vervolgde groeperingen niet met name genoemd in het Memorandum voor de herdenking om een hiërarchie van persoonlijk leed te vermijden. Geldt dat argument niet meer? Wallage: “Zeker, we maken geen onderscheid tussen de doden die we herdenken, maar we willen de aard van de verschillende gebeurtenissen uit de oorlog onderscheiden. Onze gemeenschappelijke geschiedenis is meer dan de optelsom van

‘We willen ervoor zorgen dat iedereen zich thuisvoelt bij de herdenking op de Dam’ 6

NCMagazine | najaar 2014

persoonlijke ervaringen. We willen ervoor zorgen dat de moord op de Joden niet alleen als zaak van de Joden wordt beschouwd, en dat het bombardement op Rotterdam ook betekenis krijgt voor migranten die nu in die stad wonen. In onze huidige samenleving bestaat een grote behoefte aan zulke gemeenschappelijke bagage. Daarom zouden ook bewindslieden meer aandacht moeten besteden aan het overdragen in het onderwijs van hetgeen de Tweede Wereldoorlog voor ons allemaal betekent.” De afgelopen jaren is ook gepleit voor een beperking van de herdenking tot de Tweede Wereldoorlog. Daar kiest het NC in dit document niet voor. Waarom niet? Wallage: “Omdat we dat niet verstandig vinden, het is onnodig pijnlijk voor de nabestaanden van mensen die na 1945 zijn omgekomen. We willen de Tweede Wereldoorlog centraal stellen, maar dat staat niet in de weg dat we aandacht besteden aan de mensen die gesneuveld zijn tijdens het handhaven van de vrede in internationaal verband. Dat is geen kwestie van de herdenking verwateren, maar de teloorgang van de vrijheid in de oorlog nadrukkelijk verbinden met het actuele, volkenrechtelijke ideaal.” Welke toekomst ziet het NC voor 5 mei? Laroes: “Een centrale zin uit het visiedocument is dat 4 en 5 mei samen bepalen wie wij als Nederlanders willen zijn. Die dagen zijn onlosmakelijk verbonden. Door de herdenking op 4 mei realiseren we ons op 5 mei dat onze vrijheid veel heeft gekost en niet vanzelfsprekend is. We willen het vieren op 5 mei meer betekenis geven omdat de samenleving daar om vraagt. Het beeld dat het op de Bevrijdingsfestivals alleen om de muziek gaat, klopt niet. Recent onderzoek bevestigt dat veel bezoekers bewust met het thema vrijheid bezig zijn. We vinden wel dat er meer samenhang moet komen tussen het ochtendprogramma met de 5 mei-lezing, de Bevrijdingsfestivals en het concert ‘s avonds op de Amstel. Daarnaast vragen we de sociale partners het maatschappelijke belang van 5 mei te honoreren met een

Dave van Hout

Wie is Hans Laroes?

Waar en wanneer? vrije dag zodat iedereen mee kan doen.” Wallage: “Ik hoop dat de sociale partners nu wel van de noodzaak van een vrije dag zijn te overtuigen. Juist door de spanningen in de samenleving - en de grote verschillen tussen mensen - is het nodig dat we allemaal op één dag in het jaar gemeenschappelijk stilstaan bij het belang van onze vrijheid.” Het NC gaat de komende maanden een nieuwe ronde gesprekken en publieke debatten over deze conceptvisie houden. Is hiermee de werkwijze van het NC wezenlijk veranderd? Laroes: “Het Nationaal Comité kan in deze tijd niet bestaan zonder permanente dialoog met de samenleving. Als de samenleving anders omgaat met herdenken en vieren, moeten we daarop reageren. Dat is geen correctie op het verleden, maar een antwoord op de huidige behoeften. Door het digitale tijdperk hebben mensen meer de neiging om aan actuele discussies deel te nemen waarbij ze zich betrokken voelen. Van een hiërarchische samenleving zijn we gegroeid naar een netwerksamenleving en dat vraagt van het Nationaal Comité een andere vorm van communiceren.” Wallage: “Een top-downbenadering past niet bij het doel van het Nationaal Comité. Het openbare debat over onze visie is cruciaal om mensen te betrekken bij de invulling en uitvoering van herdenken en vieren. We richten ons niet alleen op belangenorganisaties en lokale initiatieven, maar bijvoorbeeld ook op kunstenaars die onze gemeenschappelijke ervaring kunnen vertalen in nieuwe vormen. Aan de definitieve versie van onze visie zal iedereen volgend jaar kunnen zien dat we hun inbreng serieus nemen.” Voor meer informatie: zie www.4en5mei.nl.

‘Het NC kan in deze tijd niet bestaan zonder permanente dialoog met de samenleving’

Het Nationaal Comité organiseert vijf debatten om de concepttoekomstvisie met het publiek te bespreken. Debat 1 Tijd Locatie

27 oktober 19.30-21.30 uur Cuypershuis, Pieter Cuypersstraat 1, 6041 XG Roermond

Debat 2 Tijd Locatie

29 oktober 19.30-21.30 uur Aula Universiteit Wageningen UR, Generaal Foulkesweg 1, Gebouw 362, 6703 BG Wageningen

Debat 3 Tijd Locatie

30 oktober 19.30-21.30 uur Theater Walhalla, Sumatraweg 9-11, 3072 ZP Rotterdam

Debat 4 Tijd Locatie

2 november 14.00-16.00 uur De Balie, Kleine Gartmanplantsoen 10, 1017 RR Amsterdam

Debat 5 Tijd Locatie

5 november 19.30-21.30 uur Groninger Museum, Museumeiland 1, 9711 ME Groningen 7


Coverstory Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft veertien leden, van wie drie leden qualitate qua: de commissaris van de Koning in Zuid-Holland, de commandant der Strijdkrachten en de secretaris-generaal van VWS. De andere leden worden benoemd voor een periode van zes jaar. Valerie Frissen, directeur van het SIDN Fonds, vertrekt als bestuurslid en blikt terug op haar betrokkenheid bij het Nationaal Comité. Kilian Wawoe, docent Human Resource Management aan de Vrije Universiteit, is haar opvolger. door Jolanda Keesom | foto’s Chris van Houts

Wisseling van de wacht Kilian Wawoe: ‘Beter aansluiten op de beleving van jongeren’

Valerie Frissen: ‘De permanente dialoog is een kans’

Kilian Wawoe (1972) is gepromoveerd in de arbeids- en organisatiepsychologie, heeft zijn eigen bedrijf in organisatieontwikkeling en is deeltijddocent Human Resource Management aan de Vrije Universiteit. In 2013 werd hij uitgeroepen tot VU-docent van het Jaar. In 2010 vertrok hij bij ABN AMRO, waar zijn kritische vragen over de bonuscultuur niet welkom bleken.

Valerie Frissen (1960) was tot 1 september 2014 werkzaam bij TNO als principal scientist en was tot die tijd ook directeur van CLICKNL en hoogleraar ICT en Sociale Verandering aan de Erasmus Universiteit. Tegenwoordig is ze directeur van het SIDN Fonds. In 2008 kwam ze in het bestuur van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, vooral vanwege haar kennis van ICT en sociale media in verband met de nieuwe kennisfunctie van het Nationaal Comité.

Kilian Wawoe groeide op met verhalen over de Tweede Wereldoorlog vanuit twee verschillende perspectieven: “Mijn moeder werd in de zomer van 1944 geboren in het Gelderse Elst dat al snel in de frontlinie kwam te liggen. Tijdens de eerste bombardementen bleef zij alleen achter in de kinderwagen. Door puur geluk heeft ze het overleefd. Het gezin vluchtte naar Eindhoven, waar mijn moeder difterie kreeg en andermaal aan de dood ontsnapte.” Zijn vader werd geboren op Curaçao. “Hij spaarde in de oorlog geld voor de arme mensen in Holland. ’s Avonds was er geen licht op het eiland uit angst voor een aanval op de raffinaderij. Zo heeft iedere Nederlandse familie haar eigen verhalen over de oorlog.” Door zijn werk in Oost-Europa is hij zich gaan realiseren dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. “Daarom wil ik ook dat mijn kinderen, die nu vijf en acht zijn, deze verhalen horen.” Op 4 mei is hij gewend in zijn woonplaats Utrecht naar de herdenking bij de Dom te gaan. Op 5 mei laat hij zich van een andere kant zien tijdens optredens van de Leuk dat je d’r bent Band waarin hij de toetsen bespeelt. Welke bijdrage hoopt hij aan het Nationaal Comité te leveren? “Mijn ervaring op HRM-gebied wil ik graag inzetten om de organisatie te verbeteren waar dat gewenst is. Verder wil ik graag iets doen om 4 en 5 mei beter te laten aansluiten op de beleving van jongeren, vooral die met een migrantenachtergrond.”

8

NCMagazine | najaar 2014

“Het lidmaatschap van het Nationaal Comité was voor mij een eer, maar bracht ook een bijzonder soort verantwoordelijkheid mee. Ik kom uit een gezin waarin de Tweede Wereldoorlog en de oorlog in Nederlands-Indië erg belangrijk waren. Mijn vader was als jongeman lid van de stoottroepen in Nederlands-Indië en kwam later in zijn leven tot de conclusie dat die oorlog verkeerd is geweest. Hij praatte er niet veel over, maar ons huis stond vol boeken over die tijd. Zelf ben ik me daardoor altijd bewust geweest van de consequenties van oorlog.” In het Nationaal Comité heeft Frissen zich vooral beziggehouden met sociale media en 5 mei: “Mijn inbreng bestond onder meer uit adviseren over het inzetten van sociale media. Het Nationaal Comité heeft de ontwikkelingen rond de nieuwe media goed opgepakt. Dat blijkt wel uit de prijzen die het heeft gewonnen voor de website en de Duifkopter-game (deze game werd in 2014 gelanceerd/red.).” In andere opzichten kan het Nationaal Comité de mogelijkheden van sociale media nog beter benutten: “De afgelopen periode, bijvoorbeeld tijdens de verkenningsbijeenkomsten, is gebleken dat de betrokkenheid van de Nederlandse bevolking bij 4 en 5 mei erg groot is en om een permanente en intensieve dialoog vraagt. Daarvoor zijn sociale media heel goed in te zetten. Dat is niet gemakkelijk omdat er zoveel verschillende meningen zijn, maar het is ook een uitgelezen kans om de toch al grote betrokkenheid van velen bij 4 en 5 mei een extra impuls te geven.”

9


Coverstory Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft veertien leden, van wie drie leden qualitate qua: de commissaris van de Koning in Zuid-Holland, de commandant der Strijdkrachten en de secretaris-generaal van VWS. De andere leden worden benoemd voor een periode van zes jaar. Valerie Frissen, directeur van het SIDN Fonds, vertrekt als bestuurslid en blikt terug op haar betrokkenheid bij het Nationaal Comité. Kilian Wawoe, docent Human Resource Management aan de Vrije Universiteit, is haar opvolger. door Jolanda Keesom | foto’s Chris van Houts

Wisseling van de wacht Kilian Wawoe: ‘Beter aansluiten op de beleving van jongeren’

Valerie Frissen: ‘De permanente dialoog is een kans’

Kilian Wawoe (1972) is gepromoveerd in de arbeids- en organisatiepsychologie, heeft zijn eigen bedrijf in organisatieontwikkeling en is deeltijddocent Human Resource Management aan de Vrije Universiteit. In 2013 werd hij uitgeroepen tot VU-docent van het Jaar. In 2010 vertrok hij bij ABN AMRO, waar zijn kritische vragen over de bonuscultuur niet welkom bleken.

Valerie Frissen (1960) was tot 1 september 2014 werkzaam bij TNO als principal scientist en was tot die tijd ook directeur van CLICKNL en hoogleraar ICT en Sociale Verandering aan de Erasmus Universiteit. Tegenwoordig is ze directeur van het SIDN Fonds. In 2008 kwam ze in het bestuur van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, vooral vanwege haar kennis van ICT en sociale media in verband met de nieuwe kennisfunctie van het Nationaal Comité.

Kilian Wawoe groeide op met verhalen over de Tweede Wereldoorlog vanuit twee verschillende perspectieven: “Mijn moeder werd in de zomer van 1944 geboren in het Gelderse Elst dat al snel in de frontlinie kwam te liggen. Tijdens de eerste bombardementen bleef zij alleen achter in de kinderwagen. Door puur geluk heeft ze het overleefd. Het gezin vluchtte naar Eindhoven, waar mijn moeder difterie kreeg en andermaal aan de dood ontsnapte.” Zijn vader werd geboren op Curaçao. “Hij spaarde in de oorlog geld voor de arme mensen in Holland. ’s Avonds was er geen licht op het eiland uit angst voor een aanval op de raffinaderij. Zo heeft iedere Nederlandse familie haar eigen verhalen over de oorlog.” Door zijn werk in Oost-Europa is hij zich gaan realiseren dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. “Daarom wil ik ook dat mijn kinderen, die nu vijf en acht zijn, deze verhalen horen.” Op 4 mei is hij gewend in zijn woonplaats Utrecht naar de herdenking bij de Dom te gaan. Op 5 mei laat hij zich van een andere kant zien tijdens optredens van de Leuk dat je d’r bent Band waarin hij de toetsen bespeelt. Welke bijdrage hoopt hij aan het Nationaal Comité te leveren? “Mijn ervaring op HRM-gebied wil ik graag inzetten om de organisatie te verbeteren waar dat gewenst is. Verder wil ik graag iets doen om 4 en 5 mei beter te laten aansluiten op de beleving van jongeren, vooral die met een migrantenachtergrond.”

8

NCMagazine | najaar 2014

“Het lidmaatschap van het Nationaal Comité was voor mij een eer, maar bracht ook een bijzonder soort verantwoordelijkheid mee. Ik kom uit een gezin waarin de Tweede Wereldoorlog en de oorlog in Nederlands-Indië erg belangrijk waren. Mijn vader was als jongeman lid van de stoottroepen in Nederlands-Indië en kwam later in zijn leven tot de conclusie dat die oorlog verkeerd is geweest. Hij praatte er niet veel over, maar ons huis stond vol boeken over die tijd. Zelf ben ik me daardoor altijd bewust geweest van de consequenties van oorlog.” In het Nationaal Comité heeft Frissen zich vooral beziggehouden met sociale media en 5 mei: “Mijn inbreng bestond onder meer uit adviseren over het inzetten van sociale media. Het Nationaal Comité heeft de ontwikkelingen rond de nieuwe media goed opgepakt. Dat blijkt wel uit de prijzen die het heeft gewonnen voor de website en de Duifkopter-game (deze game werd in 2014 gelanceerd/red.).” In andere opzichten kan het Nationaal Comité de mogelijkheden van sociale media nog beter benutten: “De afgelopen periode, bijvoorbeeld tijdens de verkenningsbijeenkomsten, is gebleken dat de betrokkenheid van de Nederlandse bevolking bij 4 en 5 mei erg groot is en om een permanente en intensieve dialoog vraagt. Daarvoor zijn sociale media heel goed in te zetten. Dat is niet gemakkelijk omdat er zoveel verschillende meningen zijn, maar het is ook een uitgelezen kans om de toch al grote betrokkenheid van velen bij 4 en 5 mei een extra impuls te geven.”

9


Herdenken

Hulp van de Antillen aan Nederlandse oorlogsslachtoffers

Flanellen shirts en wollen hoeden Wie weet nog waarom in Willemstad op Curaçao het gedenkteken Vrouwe des Overvloeds staat? De Nederlandse bevolking gaf dit monument in 1953 cadeau aan de Antillen. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog zamelden Antilliaanse burgers via hulpcomités en steunfondsen namelijk miljoenen guldens in voor de hulpbehoevende Nederlanders die onder de Duitse bezetting leden. door Esther Captain | foto Claartje Wesselink, beeldmateriaal Archivo Nacional Aruba , Oranjestad

T

oen het Duitse leger Nederland begin mei 1940 bezette, werd het intensieve contact tussen Nederland en de Antillen abrupt afgebroken. De eilandbewoners beschouwden zichzelf als een ‘stukje Vrij Nederland’ en zetten vrijwel meteen hulpcomités op voor Nederland: Steun aan Nederlandse Oorlogsslachtoffers Curaçao (SANOC), Steun aan Nederlandse Oorlogsslachtoffers Aruba (SANOA) en Steun aan Nederlandse Oorlogsslachtoffers Sint Maarten (SANOM). SANOA bracht in totaal een bedrag van fl. 290.428,17 op. Omgerekend naar het prijspeil van 2014 zou dit maar liefst ruim anderhalf miljoen euro zijn.

Wollen sokken

Het monument Vrouwe des Overvloeds van beeldhouwer Albert Termote te Willemstad, Curaçao, onthuld in 1953.

10

NCMagazine | najaar 2014

Toen de bevrijding van Zuid-Nederland medio september 1944 een feit was, kwam vanuit de Nederlandse regering in Londen het verzoek om hulpfondsen op te richten en kwam het Aruba Hulpfonds voor Nederland tot stand. In november 1945 verscheepte het Aruba Hulpfonds de eerste zending hulpgoederen met de MS Cadila, bestaande uit 49 kisten met dekens, boven- en onderkleding en schoenen voor vrouwen, mannen en kinderen. De goederen waren voor fl. 50.000 aangekocht bij de American Buying Service in New York. Op de factuur staan flanellen shirts, overhemden, pantalons, overjassen en wollen sokken voor mannen, navy coats, wollen en katoenen ondergoed en broeken voor kinderen, wollen sweaters, ondergoed, gebreide vesten en wollen hoeden voor dames. De verscheping van zes balen flanel volgde met een ander schip. Kerst 1945 stuurde het Aruba Hulpfonds nog eens vijftig kisten met elfduizend stuks onder- en bovenkleding, waaronder 350 mantels, overjassen, japonnen en colbertkostuums. Uit de dankbrieven die het Aruba Hulpfonds van Nederlandse burgers ontving, bleek hoe hoog de nood was. Een inwoner uit Poeldijk schreef in maart 1946 (met spelfouten – EC): “Ik dank hartelijk voor de kleere die ik ontvange heb. ’t Was werkelijk hard nodig. Want al zou er wat te koop zijn, kan ik het nog niet eens betale. F. 40,- in de week met 9 kindere dan komt er voor ete alleen al genoeg kijke.”

Dankbaarheidsmonument Tussen 1947 en 1950 vond er overleg plaats tussen de Nederlandse regering en de Staten van de Nederlandse Antillen omdat Nederland zijn dankbaarheid wilde tonen voor de ontvangen hulp. Men dacht aanvankelijk aan een gebrandschilderd raam, een schilderij of wandschildering, gemaakt door een Nederlandse kunstenaar. Uiteindelijk koos men als cadeau voor een monument in de openbare ruimte. De bekende beeldhouwer Albert Termote kreeg de opdracht en creëerde Vrouwe des overvloeds, een standbeeld in brons op een voetstuk van natuursteen, in totaal bijna vijf meter hoog. Prins Bernhard onthulde het dankbaarheidsmonument in Willemstad in 1953. De beeldhouwer zelf was niet bij deze handeling aanwezig, maar luisterde “met kloppend hart” naar de Nederlandse radio die verslag deed van de plechtigheid. Esther Captain en Guno Jones, Oorlogserfgoed overzee. De erfenis van de Tweede Wereldoorlog in Aruba, Curaçao, Indonesië en Suriname. Amsterdam: Bert Bakker, 2010.

Transport van kisten met hulpgoederen van het Aruba Hulpfonds voor Nederland naar de haven. De kisten zijn rood-wit-blauw geschilderd, december 1945.

11


Herdenken

Hulp van de Antillen aan Nederlandse oorlogsslachtoffers

Flanellen shirts en wollen hoeden Wie weet nog waarom in Willemstad op Curaçao het gedenkteken Vrouwe des Overvloeds staat? De Nederlandse bevolking gaf dit monument in 1953 cadeau aan de Antillen. Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog zamelden Antilliaanse burgers via hulpcomités en steunfondsen namelijk miljoenen guldens in voor de hulpbehoevende Nederlanders die onder de Duitse bezetting leden. door Esther Captain | foto Claartje Wesselink, beeldmateriaal Archivo Nacional Aruba , Oranjestad

T

oen het Duitse leger Nederland begin mei 1940 bezette, werd het intensieve contact tussen Nederland en de Antillen abrupt afgebroken. De eilandbewoners beschouwden zichzelf als een ‘stukje Vrij Nederland’ en zetten vrijwel meteen hulpcomités op voor Nederland: Steun aan Nederlandse Oorlogsslachtoffers Curaçao (SANOC), Steun aan Nederlandse Oorlogsslachtoffers Aruba (SANOA) en Steun aan Nederlandse Oorlogsslachtoffers Sint Maarten (SANOM). SANOA bracht in totaal een bedrag van fl. 290.428,17 op. Omgerekend naar het prijspeil van 2014 zou dit maar liefst ruim anderhalf miljoen euro zijn.

Wollen sokken

Het monument Vrouwe des Overvloeds van beeldhouwer Albert Termote te Willemstad, Curaçao, onthuld in 1953.

10

NCMagazine | najaar 2014

Toen de bevrijding van Zuid-Nederland medio september 1944 een feit was, kwam vanuit de Nederlandse regering in Londen het verzoek om hulpfondsen op te richten en kwam het Aruba Hulpfonds voor Nederland tot stand. In november 1945 verscheepte het Aruba Hulpfonds de eerste zending hulpgoederen met de MS Cadila, bestaande uit 49 kisten met dekens, boven- en onderkleding en schoenen voor vrouwen, mannen en kinderen. De goederen waren voor fl. 50.000 aangekocht bij de American Buying Service in New York. Op de factuur staan flanellen shirts, overhemden, pantalons, overjassen en wollen sokken voor mannen, navy coats, wollen en katoenen ondergoed en broeken voor kinderen, wollen sweaters, ondergoed, gebreide vesten en wollen hoeden voor dames. De verscheping van zes balen flanel volgde met een ander schip. Kerst 1945 stuurde het Aruba Hulpfonds nog eens vijftig kisten met elfduizend stuks onder- en bovenkleding, waaronder 350 mantels, overjassen, japonnen en colbertkostuums. Uit de dankbrieven die het Aruba Hulpfonds van Nederlandse burgers ontving, bleek hoe hoog de nood was. Een inwoner uit Poeldijk schreef in maart 1946 (met spelfouten – EC): “Ik dank hartelijk voor de kleere die ik ontvange heb. ’t Was werkelijk hard nodig. Want al zou er wat te koop zijn, kan ik het nog niet eens betale. F. 40,- in de week met 9 kindere dan komt er voor ete alleen al genoeg kijke.”

Dankbaarheidsmonument Tussen 1947 en 1950 vond er overleg plaats tussen de Nederlandse regering en de Staten van de Nederlandse Antillen omdat Nederland zijn dankbaarheid wilde tonen voor de ontvangen hulp. Men dacht aanvankelijk aan een gebrandschilderd raam, een schilderij of wandschildering, gemaakt door een Nederlandse kunstenaar. Uiteindelijk koos men als cadeau voor een monument in de openbare ruimte. De bekende beeldhouwer Albert Termote kreeg de opdracht en creëerde Vrouwe des overvloeds, een standbeeld in brons op een voetstuk van natuursteen, in totaal bijna vijf meter hoog. Prins Bernhard onthulde het dankbaarheidsmonument in Willemstad in 1953. De beeldhouwer zelf was niet bij deze handeling aanwezig, maar luisterde “met kloppend hart” naar de Nederlandse radio die verslag deed van de plechtigheid. Esther Captain en Guno Jones, Oorlogserfgoed overzee. De erfenis van de Tweede Wereldoorlog in Aruba, Curaçao, Indonesië en Suriname. Amsterdam: Bert Bakker, 2010.

Transport van kisten met hulpgoederen van het Aruba Hulpfonds voor Nederland naar de haven. De kisten zijn rood-wit-blauw geschilderd, december 1945.

11


herdenken

Impressie van het nieuwe OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam Opera Amsterdam - ruimtelijke ontwerp, Studio Louter - educatieve programma, Tinker imagineers - multimedia installatie

Serie oorlogsmusea Nederland is rijk aan oorlogsmusea. In meer dan tachtig musea kan men meer te weten komen over de Tweede Wereldoorlog in Nederland en voormalig Nederlands-Indië. Het OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam en 24 andere oorlogsmusea hebben samengewerkt bij het maken van de tentoonstelling De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen. In ieder nummer van NC Magazine wordt een oorlogsmuseum uitgelicht. Op de website www.tweedewereldoorlog.nl kunt u meer informatie vinden over oorlogsmusea in Nederland.

Museum Rotterdam ’40-’45 Nu

‘Het verhaal van toen, verteld door kinderen van nu’ Begin 2015 gaat het OorlogsVerzetsMuseum in Rotterdam weer open. De geheel nieuwe opstelling is in samenspraak met leraren en leerlingen ontwikkeld. Het museum wordt een combinatie van een experience, een educatieve ruimte en een ‘open depot’. Het krijgt een nieuwe naam: Museum Rotterdam ’40 -’45 Nu. Directeur Johan van der Hoeven vertelt over zijn nieuwe museum. door Niels Weitkamp

12

NCMagazine | najaar 2014

V

an der Hoeven: “Het museum is ontstaan uit de privéverzameling van één man: Arie Mast. Mast had als kind het bombardement op Rotterdam meegemaakt. Hij was zo gegrepen door zijn eigen oorlogservaringen en die van anderen dat hij er alles over wilde weten. Hij tekende niet alleen verhalen op, maar begon ook voorwerpen te verzamelen. Dit hielp hem bij het verwerken van zijn eigen trauma’s en Rotterdam hield er een mooie collectie aan over, die de basis vormde voor het huidige OorlogsVerzetsMuseum”. Het museum ging in 1985 open in een winkel die Mast voor 1 gulden huurde van de gemeente Rotterdam. In 2008 verhuisde het vanuit Katendrecht naar de huidige locatie. In de tussentijd groeide het museum qua personeel, collectie en budget. “Vooral burgemeester Aboutaleb draagt ons een warm hart toe”, aldus Van der Hoeven.

Grote ambities “Na zes jaar op de huidige locatie was het tijd voor een nieuwe opstelling. We willen namelijk groeien: momenteel ontvangen we 4000-5000 leerlingen, in de toekomst hopen we er 20.000-30.000 te verwelkomen. Om dit doel te bereiken zijn we teruggegaan naar onze belangrijkste doelgroep: leerlingen en hun docenten. We hebben hun gevraagd ‘Wat doen we goed en wat doen we fout?’ Een dergelijke vraag stellen is je voorbereiden op veel kritiek. Uit gesprekken met de leerlingen en docenten bleek dat de kinderen onze teksten te lang vonden en dat ze vonden dat er te weinig te doen was in het museum. Geïnspireerd door de feedback zijn we met ontwerpbureaus Tinker, Louter en Opera begonnen met het ontwerpen van een nieuwe opstelling.”

Een vernieuwd museum De nieuwe inrichting bestaat uit drie onderdelen. Bij het eerste onderdeel, een experience, kan de bezoeker het bombardement op Rotterdam beleven in een overweldigende multimediashow. Daarna verandert de ruimte en ziet men het tweede deel van de opstelling: een grote digitale tafel. Aan deze tafel kunnen 32 leerlingen zitten en werken, door de collectie browsen en getuigenverhalen bekijken. “Het is de bedoeling dat de leerlingen zelf op onderzoek uitgaan en daarna een presentatie houden over wat ze gevonden hebben. Zo wordt het verhaal van toen verteld door kinderen van nu”, aldus Van

der Hoeven. Het derde onderdeel van het museum is een groot open depot, een muur van 28 meter waarin veel, heel veel, chronologisch geordende voorwerpen uit de collectie staan opgesteld. Deze opstelling wordt gecompleteerd met een wand waarop informatie staat over de context van de voorwerpen en het verloop van de oorlog in Rotterdam.

Les in het museum Bijzonder aan het vernieuwde museum is dat het naar de kinderen toekomt. “Wij gaan de leerlingen van school ophalen met een oude stadsbus; vervoer naar het museum is immers vaak een probleem. De les begint al in de bus, daar krijgen leerlingen dingen te zien en te horen over Rotterdam voor en tijdens de oorlog. Aangekomen in het museum gaan de leerlingen zelf aan het werk; zelf op speurtocht.” Samen met het Veteraneninstituut en Stichting Vredeseducatie zijn verschillende educatieve programma’s ontwikkeld. Van der Hoeven licht toe: “De programma’s zijn gericht op de jongeren om hen te leren over de actualiteit van oorlog: oorlog is niet iets stoffigs van vroeger. Onze educatie is een mengeling van geschiedenisles en burgerschapsvorming. Vandaar ook de nieuwe naam van ons museum: Museum Rotterdam ’40 -’45 Nu.” Ook de buitenkant van het pand wordt opgeknapt. Het museum krijgt een nieuwe entree en een nieuw café. Een terras komt er misschien in de toekomst ook nog wel. Het museum opent zijn deuren weer in januari 2015. Van der Hoeven: “De officiële en feestelijke opening zal in april 2015 plaatsvinden als ook Museum Rotterdam, waarmee wij samengaan, de tentoonstelling De Aanval, 75 jaar na het bombardement zal openen. Wie de opening komt verrichten, is nog niet bekend.”

Directeur Johan van der Hoeven (1955) werkt sinds 2004 bij OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam en is sinds 2006 directeur. Voordien was hij hoofd algemene zaken bij Museum Rotterdam, waar het oorlogsmuseum straks onder zal vallen.

13


herdenken

Impressie van het nieuwe OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam Opera Amsterdam - ruimtelijke ontwerp, Studio Louter - educatieve programma, Tinker imagineers - multimedia installatie

Serie oorlogsmusea Nederland is rijk aan oorlogsmusea. In meer dan tachtig musea kan men meer te weten komen over de Tweede Wereldoorlog in Nederland en voormalig Nederlands-Indië. Het OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam en 24 andere oorlogsmusea hebben samengewerkt bij het maken van de tentoonstelling De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen. In ieder nummer van NC Magazine wordt een oorlogsmuseum uitgelicht. Op de website www.tweedewereldoorlog.nl kunt u meer informatie vinden over oorlogsmusea in Nederland.

Museum Rotterdam ’40-’45 Nu

‘Het verhaal van toen, verteld door kinderen van nu’ Begin 2015 gaat het OorlogsVerzetsMuseum in Rotterdam weer open. De geheel nieuwe opstelling is in samenspraak met leraren en leerlingen ontwikkeld. Het museum wordt een combinatie van een experience, een educatieve ruimte en een ‘open depot’. Het krijgt een nieuwe naam: Museum Rotterdam ’40 -’45 Nu. Directeur Johan van der Hoeven vertelt over zijn nieuwe museum. door Niels Weitkamp

12

NCMagazine | najaar 2014

V

an der Hoeven: “Het museum is ontstaan uit de privéverzameling van één man: Arie Mast. Mast had als kind het bombardement op Rotterdam meegemaakt. Hij was zo gegrepen door zijn eigen oorlogservaringen en die van anderen dat hij er alles over wilde weten. Hij tekende niet alleen verhalen op, maar begon ook voorwerpen te verzamelen. Dit hielp hem bij het verwerken van zijn eigen trauma’s en Rotterdam hield er een mooie collectie aan over, die de basis vormde voor het huidige OorlogsVerzetsMuseum”. Het museum ging in 1985 open in een winkel die Mast voor 1 gulden huurde van de gemeente Rotterdam. In 2008 verhuisde het vanuit Katendrecht naar de huidige locatie. In de tussentijd groeide het museum qua personeel, collectie en budget. “Vooral burgemeester Aboutaleb draagt ons een warm hart toe”, aldus Van der Hoeven.

Grote ambities “Na zes jaar op de huidige locatie was het tijd voor een nieuwe opstelling. We willen namelijk groeien: momenteel ontvangen we 4000-5000 leerlingen, in de toekomst hopen we er 20.000-30.000 te verwelkomen. Om dit doel te bereiken zijn we teruggegaan naar onze belangrijkste doelgroep: leerlingen en hun docenten. We hebben hun gevraagd ‘Wat doen we goed en wat doen we fout?’ Een dergelijke vraag stellen is je voorbereiden op veel kritiek. Uit gesprekken met de leerlingen en docenten bleek dat de kinderen onze teksten te lang vonden en dat ze vonden dat er te weinig te doen was in het museum. Geïnspireerd door de feedback zijn we met ontwerpbureaus Tinker, Louter en Opera begonnen met het ontwerpen van een nieuwe opstelling.”

Een vernieuwd museum De nieuwe inrichting bestaat uit drie onderdelen. Bij het eerste onderdeel, een experience, kan de bezoeker het bombardement op Rotterdam beleven in een overweldigende multimediashow. Daarna verandert de ruimte en ziet men het tweede deel van de opstelling: een grote digitale tafel. Aan deze tafel kunnen 32 leerlingen zitten en werken, door de collectie browsen en getuigenverhalen bekijken. “Het is de bedoeling dat de leerlingen zelf op onderzoek uitgaan en daarna een presentatie houden over wat ze gevonden hebben. Zo wordt het verhaal van toen verteld door kinderen van nu”, aldus Van

der Hoeven. Het derde onderdeel van het museum is een groot open depot, een muur van 28 meter waarin veel, heel veel, chronologisch geordende voorwerpen uit de collectie staan opgesteld. Deze opstelling wordt gecompleteerd met een wand waarop informatie staat over de context van de voorwerpen en het verloop van de oorlog in Rotterdam.

Les in het museum Bijzonder aan het vernieuwde museum is dat het naar de kinderen toekomt. “Wij gaan de leerlingen van school ophalen met een oude stadsbus; vervoer naar het museum is immers vaak een probleem. De les begint al in de bus, daar krijgen leerlingen dingen te zien en te horen over Rotterdam voor en tijdens de oorlog. Aangekomen in het museum gaan de leerlingen zelf aan het werk; zelf op speurtocht.” Samen met het Veteraneninstituut en Stichting Vredeseducatie zijn verschillende educatieve programma’s ontwikkeld. Van der Hoeven licht toe: “De programma’s zijn gericht op de jongeren om hen te leren over de actualiteit van oorlog: oorlog is niet iets stoffigs van vroeger. Onze educatie is een mengeling van geschiedenisles en burgerschapsvorming. Vandaar ook de nieuwe naam van ons museum: Museum Rotterdam ’40 -’45 Nu.” Ook de buitenkant van het pand wordt opgeknapt. Het museum krijgt een nieuwe entree en een nieuw café. Een terras komt er misschien in de toekomst ook nog wel. Het museum opent zijn deuren weer in januari 2015. Van der Hoeven: “De officiële en feestelijke opening zal in april 2015 plaatsvinden als ook Museum Rotterdam, waarmee wij samengaan, de tentoonstelling De Aanval, 75 jaar na het bombardement zal openen. Wie de opening komt verrichten, is nog niet bekend.”

Directeur Johan van der Hoeven (1955) werkt sinds 2004 bij OorlogsVerzetsMuseum Rotterdam en is sinds 2006 directeur. Voordien was hij hoofd algemene zaken bij Museum Rotterdam, waar het oorlogsmuseum straks onder zal vallen.

13


herdenken

Die doodsangst is ze haar hele leven niet meer kwijtgeraakt Het Nationaal Comité heeft de afgelopen jaren veel verhalen over oorlogsmonumenten verzameld en gepubliceerd op www.4en5mei.nl. NC Magazine schenkt elk nummer aandacht aan een van deze getuigenverhalen. Dit keer het relaas van Eva Pilon, getuige van het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940. door Anita van Stel, bewerking Karen de Jager | foto NIOD/B. van Bohemen

I

n 1936 vertrok Eva Schuyt (later Pilon-Schuyt), op zestienjarige leeftijd, vanuit Friesland naar Rotterdam. Overdag werkte ze als oppas voor de dochter van de directrice van een oudenvandagenhuis aan de Schiekade. ’s Avonds hielp ze bij de ouderen, want ze wilde graag verpleegkundige worden. “Een dubbele baan”, zegt ze nu glimlachend. Ze verdiende twaalf gulden per maand en kon maar eens per vier maanden naar huis. Op 14 mei 1940 bombardeerden de Duitsers Rotterdam en legden het centrum in de as. Met haar oppaskindje Hetty van vijf ontsnapte ze ternauwernood aan de dood, omdat ze in de schuilkelder besloot om toch op een andere plek te gaan zitten. Twee ouderen die op haar oorspronkelijke plaats zaten, op het bed in de schuilkelder, kwamen om.

Ontploffingen Bij elke bominslag bogen de muren naar binnen en weer naar buiten. Ze dacht dat ze bedolven zou worden. Eva probeerde met het oppaskindje te ontsnappen, maar kwam niet verder dan het trappenhuis. Toen het even rustiger werd, renden ze naar een bevriende tandarts en verborgen ze zich in de wc onder de trap. Het bombardement duurde drie kwartier. De ontploffingen gingen de hele dag door. Gasleidingen sprongen en alles stond in brand. Uiteindelijk kwam Eva terecht in Hillegersberg, samen met andere evacués. De volgende dag werd ze met de fiets opgehaald door een vriend uit Wassenaar en verliet ze Rotterdam. De doodsangst die ze tijdens het bombardement voelde, is ze haar hele leven niet meer kwijtgeraakt. De jaarlijkse herdenking bij het beeld De verwoeste stad van Zadkine kan ze nog steeds niet aan. Een filmpje van dit interview is ook te bekijken op www.4en5mei.nl

14

NCMagazine | najaar 2014

De verwoeste stad De verwoeste stad van beeldhouwer Ossip Zadkine staat op Plein 1940, aan de Leuvehaven tussen het Maritiem Museum en de Hogeschool Rotterdam. Onlangs was er sprake van dat het beeld een ‘prominentere’ plaats zou krijgen bij het nieuwe Centraal Station. Hierover ontstond een debat in Rotterdam. Een commissie adviseerde de Rotterdamse wethouder Laan op 15 april 2014 het beeld op de huidige historische locatie te laten staan.

Eva Pilon-Schuyt, getuige van het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940.


herinneren

‘Vader had veel nachtmerries over de oorlog’

Wat betekent het oorlogsverleden van de eerste generatie oorlogsslachtoffers voor hun kinderen en kleinkinderen? Welke functie hebben herdenken en vieren voor de volgende generaties? NC Magazine publiceert elke editie een gesprek met de tweede generatie. Dit keer: Annie Mirosch, een Roma van wie een groot deel van de familie in de Tweede Wereldoorlog werd vermoord, en de Molukse Julya Lo’ko. Haar vader werkte bij de Nederlandse geheime dienst en werd gevangengenomen door de Japanse bezetter in voormalig Nederlands-Indië. door | Leonard Ornstein en Larissa Pans foto’s | Peter Boer, jeugdfoto’s: privébezit geïnterviewden


herinneren

Links: Annie 5 jaar, genomen in het woonwagenkamp in Osdorp, Amsterdam, waar ze toen woonde Rechts: Links Julya en rechts haar broertje, Victor. Hij is ongeveer 3 jaar en zij 4 jaar. De foto is gemaakt bij hen thuis in de tuin in Loosdrecht, rond 1961

H

áár ouders waren analfabeet. Dochter Annie heeft, zoals ze zelf zegt, “een beetje scholing genoten.” Zodra ze kon lezen en schrijven, haalden haar ouders haar van school. “Hun idee was: nu kan ze zich redden.” Het was genoeg om hun dochter te vragen brieven te lezen, of de bordjes in een concentratiekamp. Om te kijken of daar namen van omgekomen familieleden tussen stonden. De Tweede Wereldoorlog sloeg een groot gat in haar familie. Annie Mirosch (1971) is Roma. Tot 2007 woonde ze in een woonwagenkamp, nu woont ze met man, zoon (22) en dochter (20) in een burgerhuis in Drachten. Ze maakt zich hard voor het herdenken van het leed dat Roma en Sinti in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog is aangedaan. Mede door haar inspanningen kreeg Drachten in 2007 een Roma- en Sintimonument, een woonwagen op een sokkel. Mirosch: “De avond vóór de razzia begon, stond mijn opa met zijn broer buiten voor de woonwagen en toen kwam Pieter Blom langsfietsen, een verzetsstrijder uit Drachten. Hij zei: ‘Jullie moeten hier allemaal weg, want er is iets gaande.’ Hij wist niet precies wat, en zij hebben ook niet doorgevraagd. Hadden ze dat maar gedaan. Toen de razzia onze woonwagen bereikte, heeft het broertje van mijn opa zich verstopt tussen het ledikant en de muur en de rest gooide er allemaal dekens overheen. Zo is hij ontsnapt aan arrestatie. Omdat hij niet stond geregistreerd, wist de politie ook niet dat ze verder moesten zoeken. De mannelijke leden uit mijn familie hadden zich bewust niet laten registreren, de vrouwelijke wel. Waarschijnlijk had dat te maken met het feit dat de mannen bang waren om naar werkkampen gestuurd te worden. Opa Albert was al ondergedoken bij boeren in de buurt, zijn andere broer was ook in Friesland ondergedoken.”

16 mei 1944 Het is een razzia die niet in brede kring bekend is, de Porajmos (zigeunervervolging) die op 16 mei 1944 plaatsvond, een nationale razzia op Roma en Sinti in Nederland, veelal uitgevoerd door Nederlandse agenten. Het bevel was: alle mensen met het kenmerk ‘zigeuner’ en met een ‘donker uiterlijk’ oppakken. Mirosch: “’s Ochtends vroeg begon de razzia overal in Nederland. Dezelfde dag werden alle opgepakte Roma en Sinti naar kamp Westerbork gestuurd.” Haar opa Albert (Bebie) Mirosch (89) overleefde samen met zijn drie broers de zigeunerrazzia in Drachten. Maar zijn ouders, zijn drie zussen en het eenjarige dochtertje van een van de zussen was een heel ander lot

Serie Tweede Generatie NC Magazine heeft in de serie over de Tweede Generatie eerder tweegesprekken gepubliceerd tussen Joël Cahen (directeur Joods Historisch Museum) en publicist Theodor Holman, Judith Belinfante (voormalig NC-bestuurslid) en Gerrit Jan Wolffensperger (zoon van de verzetsstrijder Gerrit Jan van der Veen), cabaretier Tijl Beckand (wiens vader het bombardement op Bezuidenhout in Den Haag meemaakte) en onderwijskundige Wilma Knoppersen (wier beide grootvaders werden opgepakt tijdens de razzia in Putten van najaar 1944). Die verhalen kunt u vinden op www.4en5mei.nl.

16

NCMagazine | najaar 2014

De Tweede Wereldoorlog sloeg een groot gat in haar familie

beschoren. Zij werden wel gearresteerd. Mirosch: “Allemaal werden ze naar kamp Westerbork vervoerd en daar bleven ze een paar dagen. Van daaruit zijn ze naar Auschwitz gedeporteerd. Mijn overgrootvader Pierre is van Auschwitz naar Buchenwald gestuurd, en vanaf daar naar Mittelbau Dora. Hij werd tewerkgesteld als dwangarbeider in de oorlogsindustrie en is daar omgekomen, hoe en wanneer weten we niet. In de nacht van 1 op 2 augustus 1944 werd in Auschwitz het Zigeunerlager ontruimd en zijn de vier vrouwen en de baby naar de gaskamers gestuurd. Zij zijn in de vroege ochtend van 2 augustus vergast. Ik heb hun namen, sterfdata en de bijbehorende documenten over hun dood gevonden via het Rode Kruis in Den Haag. Mijn opa wil er tot op de dag van vandaag niet over praten.” Annie Mirosch vertelt beeldend, scherp en tegelijkertijd nuchter. Met zinnen die grammaticaal wonderlijk lopen (“Ze bennen niet door gaan vragen”), omdat ze thuis Bargoens spreekt. Een levenslustige, zelfbewuste vrouw met een meisjesachtige lach. Maar tegelijkertijd iemand die veel heeft meegemaakt, en eentje van het onverzettelijke soort. Ze is vastbesloten haar voorouders en de andere slachtoffers een stem te blijven geven.

Zelfgemaakt zwembrilletje Annie Mirosch brengt gedurende het interview regelmatig naar voren dat ze zich een buitenbeentje voelt in Nederland, en dan knikt haar

gespreks- en interviewpartner Julya Lo’ko (1957) instemmend. Zij kent dat gevoel, van het niet bij ‘de Nederlanders’ horen. De families van Mirosch en Lo’ko komen uit de verste uithoeken van het (ooit zo uitgestrekte) Koninkrijk der Nederlanden: Mirosch’ familie uit het Hoge Noorden, Lo’ko’s familie is Indonesisch. Haar vader, Toranus Lekranty, komt van het kleine eiland Nila (tegenwoordig Gunung Nila), diep in de Bandazee op de Molukken. Haar moeder Christina Lo’ko is afkomstig van Celebes (Sulawesi). Julya is opgevoed met traditionele muziek, verhalen en de Molukse geschiedenis en leidt een leven doordrenkt van zang, want ze werkte veelvuldig als achtergrondzangeres, zong in haar eigen band Cheyenne en heeft als solozangeres veel cd’s uitgebracht. Een tengere vrouw met een expressief gezicht. De oorlogsgeschiedenis van haar familie is verbonden met de zee, met de Nederlandse marine in (toen nog) Nederlands-Indië. “Een stoer mannetje”, noemt Lo’ko haar vader, inmiddels is hij overleden. “Hij had veel lef en kreeg al op jonge leeftijd een leidinggevende functie bij de marine. Zo, hij kon zijn stem verheffen hoor! En die ogen, oeh, een dodelijke blik als hij boos op je was. Molukkers zijn niet bang, gaan voor je door het vuur, daarom namen de Hollanders de Molukkers ook op als strijders. Hij was vijftien en werd min of meer geronseld vanaf het eiland Nila. Hij voerde spionagewerkzaamheden uit voor de NEFIS, the Netherlands Forces Intelligence Services. Japan had Nila nog niet in zijn bezit gekregen. Ik weet niet precies wat hij deed, dat wilde mijn vader niet zeggen. Hij vertelde soms flarden oorlogsverleden. Wat voor hem een heel pijnlijke herinnering was, was het moment dat ze van de boot af moesten springen en iedereen moest zwemmen voor zijn leven. De mannen van Nila, onder wie mijn vader, werden gevangengenomen door de Japanners. En die boot zou getorpedeerd worden door een geallieerd vliegtuig. Mijn vader kon aan de bewegingen van het vliegtuig lezen welke kant van de boot geraakt zou worden en sprong aan de juiste kant in zee. Ik weet dat mijn vader een heel stuk heeft moeten zwemmen, en vrienden, familie en het dorpshoofd moest achterlaten die het in het water niet gered hebben. Dat vond hij heel moeilijk. Vrienden die naar hem riepen: ‘Ik kan niet meer’, en hij zag dat er nog een heel stuk zee te gaan was voor de kust in zicht kwam, maar hij moest doorzwemmen. Hij was een echte eilandbewoner, zwom als jongetje altijd in zee: hij ving vis of dook naar parels. Met alleen een zelfgemaakt zwembrilletje op hè, geen zuurstoffles of andere apparatuur. Die jeugd heeft ervoor gezorgd dat hij toen niet verdronk of het door uitputting moest opgeven.”

Een gemis Noch opa Mirosch van Annie, noch vader Lo’ko kon deze oorlogservaringen delen met familieleden. Julya Lo’ko: “In zijn laatste jaren had mijn vader veel nachtmerries over de oorlog, maar hij wilde het er niet over hebben. Wij weten niet wat hij heeft meegemaakt, maar hij zal ongetwijfeld veel gezien hebben, misschien heeft hij ook wel zelf moeten moorden.” Annie Mirosch voelde als kind al dat er veel pijn verscholen zat achter dat zwijgen. “Als kind ving ik bepaalde dingen op en dan voelde ik een gemis dat ik niet goed kon omschrijven. Ik wist dat onze familie eigenlijk groter was. Mijn opa is na de oorlog opgevangen door de familie van mijn oma. Als hij politieagenten zag, werd hij des duivels. ‘Zij zijn niet te vertrouwen’, zei hij tegen ons, zijn kleinkinderen, in onze jeugd. ‘Daar moet je niet bij in de buurt komen.’ Als kind vond ik mijn opa een chagrijnig persoon, en dat werd nog erger na de dood van mijn grootmoeder. Ik denk dat het bij mijn opa alleen maar pijn doet als hij terugdenkt aan vroeger.” De Lo´ko´s hadden na de Tweede Wereldoorlog een probleem van een andere orde: de Molukkers die bij de Nederlandse marine hadden gediend, hadden niet alleen tegen de Japanse vijand gevochten, maar ook tegen “de inlanders”, de Indonesiërs die een soeverein Indonesië voorstonden. “Mijn vader kon toch na de oorlog niet gewoon in dienst komen bij de Indonesische marine? Zijn rol was in de ogen van Indonesiërs NSB’er-achtig”, stelt Lo’ko. Na de Tweede Wereldoorlog konden de Molukkers kiezen om op de Molukken te blijven of om naar Nederland te emigreren. Een tijdelijke emigratie. Lo’ko: “Mijn ouders vertrokken naar Nederland met alleen een paar zakken rijst, een klamboe en wat sarongs mee, het zou maar voor twee maanden zijn. Tot het weer rustig zou zijn in Indonesië. Ze lieten alles achter en vertrokken op hun 23ste en 19e jaar naar een totaal andere wereld.” En die wereld was: een marinehuis in Loosdrecht, tussen ‘de Hollanders’. Loko’s vader werd bootsman in het leger en bouwde in Nederland een groot gezin op van negen kinderen. Het was een vrolijke jeugd, typeert Lo’ko. Haar vader was een echte feestganger, er werd veel gezongen, gegeten en gedanst. “Hij wilde die oorlog

Ze is vastbesloten haar voorouders en de andere slachtoffers

een stem te blijven geven

17


herinneren

Links: Annie 5 jaar, genomen in het woonwagenkamp in Osdorp, Amsterdam, waar ze toen woonde Rechts: Links Julya en rechts haar broertje, Victor. Hij is ongeveer 3 jaar en zij 4 jaar. De foto is gemaakt bij hen thuis in de tuin in Loosdrecht, rond 1961

H

áár ouders waren analfabeet. Dochter Annie heeft, zoals ze zelf zegt, “een beetje scholing genoten.” Zodra ze kon lezen en schrijven, haalden haar ouders haar van school. “Hun idee was: nu kan ze zich redden.” Het was genoeg om hun dochter te vragen brieven te lezen, of de bordjes in een concentratiekamp. Om te kijken of daar namen van omgekomen familieleden tussen stonden. De Tweede Wereldoorlog sloeg een groot gat in haar familie. Annie Mirosch (1971) is Roma. Tot 2007 woonde ze in een woonwagenkamp, nu woont ze met man, zoon (22) en dochter (20) in een burgerhuis in Drachten. Ze maakt zich hard voor het herdenken van het leed dat Roma en Sinti in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog is aangedaan. Mede door haar inspanningen kreeg Drachten in 2007 een Roma- en Sintimonument, een woonwagen op een sokkel. Mirosch: “De avond vóór de razzia begon, stond mijn opa met zijn broer buiten voor de woonwagen en toen kwam Pieter Blom langsfietsen, een verzetsstrijder uit Drachten. Hij zei: ‘Jullie moeten hier allemaal weg, want er is iets gaande.’ Hij wist niet precies wat, en zij hebben ook niet doorgevraagd. Hadden ze dat maar gedaan. Toen de razzia onze woonwagen bereikte, heeft het broertje van mijn opa zich verstopt tussen het ledikant en de muur en de rest gooide er allemaal dekens overheen. Zo is hij ontsnapt aan arrestatie. Omdat hij niet stond geregistreerd, wist de politie ook niet dat ze verder moesten zoeken. De mannelijke leden uit mijn familie hadden zich bewust niet laten registreren, de vrouwelijke wel. Waarschijnlijk had dat te maken met het feit dat de mannen bang waren om naar werkkampen gestuurd te worden. Opa Albert was al ondergedoken bij boeren in de buurt, zijn andere broer was ook in Friesland ondergedoken.”

16 mei 1944 Het is een razzia die niet in brede kring bekend is, de Porajmos (zigeunervervolging) die op 16 mei 1944 plaatsvond, een nationale razzia op Roma en Sinti in Nederland, veelal uitgevoerd door Nederlandse agenten. Het bevel was: alle mensen met het kenmerk ‘zigeuner’ en met een ‘donker uiterlijk’ oppakken. Mirosch: “’s Ochtends vroeg begon de razzia overal in Nederland. Dezelfde dag werden alle opgepakte Roma en Sinti naar kamp Westerbork gestuurd.” Haar opa Albert (Bebie) Mirosch (89) overleefde samen met zijn drie broers de zigeunerrazzia in Drachten. Maar zijn ouders, zijn drie zussen en het eenjarige dochtertje van een van de zussen was een heel ander lot

Serie Tweede Generatie NC Magazine heeft in de serie over de Tweede Generatie eerder tweegesprekken gepubliceerd tussen Joël Cahen (directeur Joods Historisch Museum) en publicist Theodor Holman, Judith Belinfante (voormalig NC-bestuurslid) en Gerrit Jan Wolffensperger (zoon van de verzetsstrijder Gerrit Jan van der Veen), cabaretier Tijl Beckand (wiens vader het bombardement op Bezuidenhout in Den Haag meemaakte) en onderwijskundige Wilma Knoppersen (wier beide grootvaders werden opgepakt tijdens de razzia in Putten van najaar 1944). Die verhalen kunt u vinden op www.4en5mei.nl.

16

NCMagazine | najaar 2014

De Tweede Wereldoorlog sloeg een groot gat in haar familie

beschoren. Zij werden wel gearresteerd. Mirosch: “Allemaal werden ze naar kamp Westerbork vervoerd en daar bleven ze een paar dagen. Van daaruit zijn ze naar Auschwitz gedeporteerd. Mijn overgrootvader Pierre is van Auschwitz naar Buchenwald gestuurd, en vanaf daar naar Mittelbau Dora. Hij werd tewerkgesteld als dwangarbeider in de oorlogsindustrie en is daar omgekomen, hoe en wanneer weten we niet. In de nacht van 1 op 2 augustus 1944 werd in Auschwitz het Zigeunerlager ontruimd en zijn de vier vrouwen en de baby naar de gaskamers gestuurd. Zij zijn in de vroege ochtend van 2 augustus vergast. Ik heb hun namen, sterfdata en de bijbehorende documenten over hun dood gevonden via het Rode Kruis in Den Haag. Mijn opa wil er tot op de dag van vandaag niet over praten.” Annie Mirosch vertelt beeldend, scherp en tegelijkertijd nuchter. Met zinnen die grammaticaal wonderlijk lopen (“Ze bennen niet door gaan vragen”), omdat ze thuis Bargoens spreekt. Een levenslustige, zelfbewuste vrouw met een meisjesachtige lach. Maar tegelijkertijd iemand die veel heeft meegemaakt, en eentje van het onverzettelijke soort. Ze is vastbesloten haar voorouders en de andere slachtoffers een stem te blijven geven.

Zelfgemaakt zwembrilletje Annie Mirosch brengt gedurende het interview regelmatig naar voren dat ze zich een buitenbeentje voelt in Nederland, en dan knikt haar

gespreks- en interviewpartner Julya Lo’ko (1957) instemmend. Zij kent dat gevoel, van het niet bij ‘de Nederlanders’ horen. De families van Mirosch en Lo’ko komen uit de verste uithoeken van het (ooit zo uitgestrekte) Koninkrijk der Nederlanden: Mirosch’ familie uit het Hoge Noorden, Lo’ko’s familie is Indonesisch. Haar vader, Toranus Lekranty, komt van het kleine eiland Nila (tegenwoordig Gunung Nila), diep in de Bandazee op de Molukken. Haar moeder Christina Lo’ko is afkomstig van Celebes (Sulawesi). Julya is opgevoed met traditionele muziek, verhalen en de Molukse geschiedenis en leidt een leven doordrenkt van zang, want ze werkte veelvuldig als achtergrondzangeres, zong in haar eigen band Cheyenne en heeft als solozangeres veel cd’s uitgebracht. Een tengere vrouw met een expressief gezicht. De oorlogsgeschiedenis van haar familie is verbonden met de zee, met de Nederlandse marine in (toen nog) Nederlands-Indië. “Een stoer mannetje”, noemt Lo’ko haar vader, inmiddels is hij overleden. “Hij had veel lef en kreeg al op jonge leeftijd een leidinggevende functie bij de marine. Zo, hij kon zijn stem verheffen hoor! En die ogen, oeh, een dodelijke blik als hij boos op je was. Molukkers zijn niet bang, gaan voor je door het vuur, daarom namen de Hollanders de Molukkers ook op als strijders. Hij was vijftien en werd min of meer geronseld vanaf het eiland Nila. Hij voerde spionagewerkzaamheden uit voor de NEFIS, the Netherlands Forces Intelligence Services. Japan had Nila nog niet in zijn bezit gekregen. Ik weet niet precies wat hij deed, dat wilde mijn vader niet zeggen. Hij vertelde soms flarden oorlogsverleden. Wat voor hem een heel pijnlijke herinnering was, was het moment dat ze van de boot af moesten springen en iedereen moest zwemmen voor zijn leven. De mannen van Nila, onder wie mijn vader, werden gevangengenomen door de Japanners. En die boot zou getorpedeerd worden door een geallieerd vliegtuig. Mijn vader kon aan de bewegingen van het vliegtuig lezen welke kant van de boot geraakt zou worden en sprong aan de juiste kant in zee. Ik weet dat mijn vader een heel stuk heeft moeten zwemmen, en vrienden, familie en het dorpshoofd moest achterlaten die het in het water niet gered hebben. Dat vond hij heel moeilijk. Vrienden die naar hem riepen: ‘Ik kan niet meer’, en hij zag dat er nog een heel stuk zee te gaan was voor de kust in zicht kwam, maar hij moest doorzwemmen. Hij was een echte eilandbewoner, zwom als jongetje altijd in zee: hij ving vis of dook naar parels. Met alleen een zelfgemaakt zwembrilletje op hè, geen zuurstoffles of andere apparatuur. Die jeugd heeft ervoor gezorgd dat hij toen niet verdronk of het door uitputting moest opgeven.”

Een gemis Noch opa Mirosch van Annie, noch vader Lo’ko kon deze oorlogservaringen delen met familieleden. Julya Lo’ko: “In zijn laatste jaren had mijn vader veel nachtmerries over de oorlog, maar hij wilde het er niet over hebben. Wij weten niet wat hij heeft meegemaakt, maar hij zal ongetwijfeld veel gezien hebben, misschien heeft hij ook wel zelf moeten moorden.” Annie Mirosch voelde als kind al dat er veel pijn verscholen zat achter dat zwijgen. “Als kind ving ik bepaalde dingen op en dan voelde ik een gemis dat ik niet goed kon omschrijven. Ik wist dat onze familie eigenlijk groter was. Mijn opa is na de oorlog opgevangen door de familie van mijn oma. Als hij politieagenten zag, werd hij des duivels. ‘Zij zijn niet te vertrouwen’, zei hij tegen ons, zijn kleinkinderen, in onze jeugd. ‘Daar moet je niet bij in de buurt komen.’ Als kind vond ik mijn opa een chagrijnig persoon, en dat werd nog erger na de dood van mijn grootmoeder. Ik denk dat het bij mijn opa alleen maar pijn doet als hij terugdenkt aan vroeger.” De Lo´ko´s hadden na de Tweede Wereldoorlog een probleem van een andere orde: de Molukkers die bij de Nederlandse marine hadden gediend, hadden niet alleen tegen de Japanse vijand gevochten, maar ook tegen “de inlanders”, de Indonesiërs die een soeverein Indonesië voorstonden. “Mijn vader kon toch na de oorlog niet gewoon in dienst komen bij de Indonesische marine? Zijn rol was in de ogen van Indonesiërs NSB’er-achtig”, stelt Lo’ko. Na de Tweede Wereldoorlog konden de Molukkers kiezen om op de Molukken te blijven of om naar Nederland te emigreren. Een tijdelijke emigratie. Lo’ko: “Mijn ouders vertrokken naar Nederland met alleen een paar zakken rijst, een klamboe en wat sarongs mee, het zou maar voor twee maanden zijn. Tot het weer rustig zou zijn in Indonesië. Ze lieten alles achter en vertrokken op hun 23ste en 19e jaar naar een totaal andere wereld.” En die wereld was: een marinehuis in Loosdrecht, tussen ‘de Hollanders’. Loko’s vader werd bootsman in het leger en bouwde in Nederland een groot gezin op van negen kinderen. Het was een vrolijke jeugd, typeert Lo’ko. Haar vader was een echte feestganger, er werd veel gezongen, gegeten en gedanst. “Hij wilde die oorlog

Ze is vastbesloten haar voorouders en de andere slachtoffers

een stem te blijven geven

17


Wie zijn Annie Mirosch en Julya Lo’ko? Annie Mirosch, links (1971) is getrouwd (“Ik ben informeel getrouwd, als je eenmaal een nacht met elkaar doorbrengt, dan ben je getrouwd”) en heeft een zoon (22) en een dochter (20). Ze stamt af van de Roma. Mirosch heeft één zus en twee broers. Een groot deel van haar familie werd opgepakt tijdens de zigeunerrazzia en overleefde de Tweede Wereldoorlog niet. Mirosch is bezig om gastlessen op te zetten op Friese basis- en middelbare scholen over de Roma- en Sintivervolging in de Tweede Wereldoorlog en ze werkt mee aan een tentoonstelling over dit onderwerp, die gepland staat voor 2015 in Drachten. Julya Lo’ko (1957) is onlangs gescheiden, woont in Loosdrecht en heeft twee zonen van 23 en 16. Ze is naast singer-songwriter ook yogalerares. Ze heeft een veelzijdige zangcarrière en gaf de laatste zestien jaar muziekconcerten in Nederlandse theaters. Lo’ko komt uit een gezin van negen: vier jongens en vijf meisjes. Ze heeft twee keer opgetreden in De Nieuwe Kerk te Amsterdam (2001, 2005) tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei. Haar vader was in dienst bij de Nederlandse geheime dienst NEFIS in Indonesië tijdens de Tweede Wereldoorlog.

vind het heel moeilijk. Zodra de mogelijkheid zich voordoet, wil ik er weg. Ik voel me gevangen tussen die vier muren.” Haar liefste wens? Later weer gaan wonen in een woonwagen, ergens buiten Friesland, wel dichtbij haar kinderen. Opeens zegt Julya helemaal aan het eind van het gesprek tegen Annie: “Ik ken een mooi Spaanstalig lied dat gaat over Roma, luister.” En ze zet in: NACI EN ALAMO = IK BEN GEBOREN UIT LIEFDE Ik heb geen plek / NO TENGO LUGAR Ik heb geen land / NO TENGO PAISAJE Ik heb alleen maar voorouders / AUN MENOS TENGO PATRIA Met mijn vingers maak ik vuur / CON MI DEDOS HAGO FUEGO Met mijn hart zing ik / CON MI CORAZON TE CANTO De aderen van mijn hart huilen / LAS CUERDAS DE MI CORAZON LLORAN (Maar) Ik ben geboren uit liefde / NACI EN ALAMO Ik heb geen plek / NO TENGO LUGAR Ik heb geen land / NO TENGO PAISAJE Ik heb alleen maar voorouders /AUN MENOS TENGO PATRIA Mirosch is ontroerd: “Zó is het precies.” “Het is een Roma-lied, maar ik voel het ook zo”, zegt Lo’ko. “Omdat iedereen zijn landje bewaakt, komt er oorlog. Eigenlijk is alles van iedereen. Het trekkende volk vind ik het mooiste volk.”

achter zich laten. Ik heb geen verdrietige ouders gehad die het altijd maar hadden over de oorlog.”

Hakenkruizen op de motorkap Julya Lo’ko raakte zelf in de jaren zeventig politiek bewust vanwege de Molukse strijd en de treinkaping. Ze herinnert zich de keren dat ze ‘s nachts terugreed van een optreden met haar band Cheyenne waarin hoofdzakelijk Molukse muzikanten zaten- , en dat het busje gecontroleerd werd door politie. “Kwamen ze met getrokken wapens op ons af, werd iedereen gefouilleerd en werd de hele bus doorzocht. Terwijl we gewoon van een optreden kwamen. Ik was meer verwonderd dan boos.” Het gesprek krijgt een grimmig randje als Mirosch vertelt hoeveel hedendaags racisme zij en haar gezin nog altijd over zich heen krijgen. “Wij Roma worden nog steeds niet geaccepteerd en worden regelmatig gediscrimineerd in de burgersamenleving.” Ze voelt zich niet thuis in haar eigen woonwijk. “Ik voel de haat. Dan kom ik ‘s ochtends op onze oprijlaan en zijn de spiegels van de auto afgetrapt en staan er hakenkruizen geverfd op de motorkap. En dat is niet één keer gebeurd, maar veel vaker. Ik doe aangifte bij de politie, niet omdat ik denk dat ik word geholpen, maar voor de verzekering. Want zo’n agent zegt ijskoud in mijn gezicht: ‘Wat heb jij gedaan dat de buurt zo boos is op jou?’ Ik denk dat achter deze discriminatie puur het feit zit dat we bestaan. Ik probeer er boven te staan, maar

18

NCMagazine | najaar 2014

HERDENKEN Mirosch: “Ik herdenk natuurlijk op 4 mei, maar ook op 2 augustus, de dag dat mijn familieleden naar de gaskamers werden gestuurd. Ik ben een keer op die datum naar de herdenking in Auschwitz gegaan. Het is voor mij moeilijk onder woorden te brengen hoe het is om daar te zijn, om te weten dat mijn familieleden daar ook hebben gestaan. Het was die dag dertig graden, maar ik kreeg het koud. Je hoort en voelt het leed dat daar heeft plaatsgevonden. Ik denk aan iedereen die daar zat. En soms aan het dochtertje van mijn oudtante, dat één jaar was en ook de gaskamer in moest.” (Voor meer informatie over Roma en Sinti, ga naar de digitale tentoonstelling De vergeten genocide op www.tweedewereldoorlog.nl.) Lo’ko: “Mijn vader is op 4 mei altijd super emotioneel, en heel stil. Meestal blijft hij thuis en kijkt hij naar de herdenking op tv. Hij is trots dat er mensen in uniform staan. Ik heb twee keer een solo-optreden gedaan in De Nieuwe Kerk in Amsterdam, tijdens de 4 mei-herdenking. Allebei de keren zaten mijn ouders op een mooie plek in de kerk. Mijn vader keurig in pak, janken natuurlijk toen ik de Molukse liederen zong.”


REUTERS/Laszlo Balogh

Internationaal

Herdenking bij het Holocaust Memorial Centrum in Boedapest, Hongarije, 16 april 2013

IHRA-experts staan open voor vragen Deskundigen van de International Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) stellen hun kennis en expertise sinds kort ook ter beschikking aan geïnteresseerden via een nieuw kanaal op hun website. Met deze nieuwe kennisbank draagt de IHRA bij aan haar doel om de herinnering aan de Holocaust levend te houden en een bijdrage te leveren aan het tegengaan van Holocaustontkenning, antisemitisme en discriminatie, door middel van het beschikbaar stellen van kennis. De IHRA is een internationaal samenwerkingsverband waarbij experts uit maar liefst 31 landen, waaronder Nederland, zijn aangesloten. door Renske Krimp

D

e IHRA is het enige internationale orgaan dat speciaal is gewijd aan het stimuleren van onderwijs over de Holocaust, het herdenken van de Holocaust en onderzoek naar de Holocaust. In gelijknamige werkgroepen komen experts uit alle 31 aangesloten landen elk half jaar bij elkaar om de stand van zaken te bespreken en samen aan nieuwe projecten te werken. De Holocaust was immers een misdaad met een wereldwijde impact, die ook een internationale benadering verdient. Sinds de oprichting in 1998 (onder de naam Task Force for International Cooperation on Holocaust Education, Remembrance and Research) is de IHRA uitgegroeid tot een zeer belangrijk internationaal netwerk van experts. Een aantal van deze deskundigen biedt zijn of haar expertise nu ook aan geïnteresseerden buiten de IHRA aan. De online kennisbank is te raadplegen via de website van de IHRA als IHRA’s Directory of Experts. Deze lijst bevat alle namen van degenen die hun expertise ter beschikking willen stellen aan pers, onderzoekers en andere geïnteresseerden. Per persoon is aangegeven welke expertise hij of zij bezit, in welke IHRA-werkgroep hij of zij zitting heeft en in welke talen informatie kan worden gegeven. Ook zijn vertegenwoordigers van de vijf landen met een observatiestatus opgenomen. Dat zijn Bulgarije, Macedonië, Portugal, Turkije en Uruguay. Alle experts kunnen worden benaderd via het secretariaat van de IHRA. Meer informatie is te vinden op de website van de IHRA onder www.holocaustremembrance.com/media-room/directory-experts.

19


Subsidies

Geld voor goede zaken Open Joodse Huizen, een interactieve plattegrond met hotspots voor een voormalig kamp en een serious game over de Slag bij de Javazee. Het ontbreekt de aanvragers van subsidie bepaald niet aan verrassende invalshoeken voor hun projecten op het gebied van educatie en voorlichting over de Tweede Wereldoorlog, grondrechten, vrijheid en democratie. Het Nationaal ComitĂŠ verstrekt sinds 2011 namens de minister van VWS subsidie aan dergelijke projecten op basis van het subsidieprogramma Niet mijn oorlog, wel mijn vrijheid. In elk nummer van NC Magazine laten we u een proeve van de resultaten zien. Door Marja Verbraak

Subsidieaanvragen Het subsidieprogramma Niet mijn oorlog, wel mijn vrijheid heeft drie programmalijnen. In het kort: de eerste lijn is voor projecten die het accent leggen op het wereldwijde karakter van de Tweede Wereldoorlog en de internationale inspanningen daarna om de vrijheid te bewaren; de tweede lijn betreft projecten waarbij bestaand educatief materiaal beter en langduriger wordt gebruikt; en de derde lijn onder-

20 NCMagazine | najaar 2014

steunt projecten die onderbelichte thema’s onder de aandacht brengen. Meer informatie over de subsidievoorwaarden staat op http:// www.4en5mei.nl/subsidies/subsidie_educatie. Als u vragen heeft over de voorwaarden, neem dan contact op met projectadviseur Cristan van Emden. Telefoon 020-7183500, c.vanemden@4en5mei.nl.


Subsidies

Geld voor goede zaken

Toolkit Open Joodse Huizen door Marja Verbraak

et idee is simpel en sloeg meteen aan. Vraag mensen om hun huis open te stellen als daar voor, tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog Joden hebben gewoond. Laat iemand tijdens de meidagen een persoonlijk verhaal vertellen over wat zich in dat huis heeft afgespeeld. Een vrouw vertelt over het buurmeisje dat werd weggehaald, een man over wat het betekende om na de onderduik zijn speelgoed terug te krijgen. Door de verhalen op die specifieke plek te laten horen, in de eigen woonomgeving van de bezoekers, komt de oorlog heel dichtbij. Het project Open Joodse Huizen, een initiatief van Denise Citroen in samenwerking met het Joods Historisch Museum, vond in 2014 voor de derde keer plaats, in acht steden, op 95 locaties. Wat het museum betreft, worden in de komende jaren overal in Nederland, in steden en dorpen die voor de oorlog een Joodse gemeenschap hadden, op eigen initiatief van lokale werkgroepen huizen opengesteld. Met subsidie van het Nationaal Comité is de website www.openjoodsehuizen.nl verrijkt met een toolkit om deze werkgroepen houvast te geven bij de organisatie van een open Joods huis. De kern van de toolkit bestaat uit filmpjes die de bezoeker laten zien hoe anderen verhalen hebben verteld. Zo krijgen de bezoekers inzicht in waar het project om draait: het met elkaar verhalen ervaren om deze zelf dóór te geven. Op de site vinden lokale werkgroepen verder een handleiding voor het zoeken naar geschikte huizen en historische informatie, bijvoorbeeld op www. communityjoodsmonument.nl, met adressen van woningen waar in de oorlog Joden woonden. De toolkit bevat ook allerhande praktische informatie, van een draaiboek tot een voorbeeldbegroting. Om het initiatief internationaal onder de aandacht te brengen, wordt de toolkit vertaald in het Engels.

Paul Gofferjé

H

Het leven centraal

Waarom subsidie? Het Nationaal Comité heeft met een subsidie van 32.653 euro de toolkit op de website mogelijk gemaakt. De subsidie is toegekend op basis van programmalijn 2. Bestaande materialen en de ervaringen die de afgelopen jaren met het project werden opgedaan, komen beschikbaar voor nieuwe doelgroepen. Door de toolkit wordt men in staat gesteld om het project in principe van A tot Z zelfstandig uit te voeren. Voor een breder gebruik op verschillende plaatsen is de toolkit zo opgezet dat deze ook kan worden toegepast op huizen waar verzetsmensen zaten; Amsterdammers hebben al twee keer Huizen van Verzet georganiseerd.

Initiatiefneemster Denise Citroen: “De vraag is altijd: hoe krijg je een huis open? Willen de huidige bewoners wel weten wat er in hun huis is gebeurd, als de mensen die er woonden zijn gedeporteerd en vergast? In eerste instantie denk je dat het gaat om huizen waar de Joodse bewoners met geweld uitgehaald zijn. Bij de eerste keer aanbellen voelen de mensen die de bewoners willen vragen hun huis open te stellen zich soms als gladde verkoper die hun voet tussen de deur zetten. Maar wat je merkt, is dat bewoners nieuwsgierig zijn. Ze doen open. We stellen het geweld dat mogelijk op die plek heeft plaatsgevonden ook niet centraal. Het gaat ons vooral om hoe zo’n gezin in dat huis heeft gewoond en gelééfd. We herdenken hun dood door te verhalen over het leven dat zich op die plek heeft afgespeeld. Door hun namen te noemen houden we de herinnering aan hen in leven, dat is een belangrijke Joodse traditie.” Voor meer informatie: www.openjoodsehuizen.nl

21


Subsidies

Spelenderwijs leren

22 NCMagazine | najaar 2014

V

Butch &Sundance Media

J

e wordt op pad gestuurd door de hoofdredacteur: ga naar Indonesië en doe onderzoek naar de Slag om de Javazee. Deze zeeslag in 1942, waarbij de Japanse vloot de geallieerden overwon, was een keerpunt in de geschiedenis van Nederlands-Indië. Wat gebeurde er precies, waarom weten we er zo weinig van, wat waren de gevolgen? Scholieren die de serious game over de Slag om de Javazee spelen, kruipen in de huid van een onderzoeksjournalist. De game is gebaseerd op 360 graden panoramafoto’s van nu (denk aan Google Streetview maar dan van een betere kwaliteit) die worden gecombineerd met beeld- en geluidsfragmenten van toen. Er wordt gebruik gemaakt van interactieve video waar spelers op eigen tempo doorheen kunnen scrollen. Ze kunnen door tijd en ruimte reizen, van Indonesië naar het vroegere Nederlands-Indië en van Jakarta naar Surabaya. Desgewenst halen ze details dichterbij, kopen ze een krant uit het verleden of interviewen ze mensen op straat. Scholieren leren in de game omgaan met subjectieve bronnen: Nederlanders, Japanners en Indonesiërs hebben immers verschillende visies op de geschiedenis. De game over de Slag om de Javazee is onderdeel van een bestaande serie online educatieve games over de Tweede Wereldoorlog. Butch & Sundance Media wil nog twee andere games over de oorlog uitbrengen. De drie games over dit onderwerp (titel: Unfold the WWII Files) moeten klaar zijn in september 2015, zeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Screenshot game over de Slag om de Javazee

Waarom subsidie? Voor de ontwikkeling van de game over de Slag om de Javazee ontving Butch & Sundance Media een subsidie van het Nationaal Comité van 54.900 euro op basis van programmalijn 1: Oorlog, vrijheid - Wereldwijd. Serious gaming is een vernieuwende manier om scholieren, niet altijd even geïnteresseerd in traditioneel studiemateriaal, kennis bij te brengen over het wereldwijde karakter van de Tweede Wereldoorlog en het grondrecht van persvrijheid. Bij de game, bedoeld voor gebruik in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs, wordt een lespakket ontwikkeld om de scholieren te laten reflecteren op wat ze tijdens het spelen tegenkomen. Projectbureau Butch & Sundance Media, gespecialiseerd in interactieve verhalen en serious games, werkt samen met specialisten op andere terreinen. Het Netwerk Oorlogsbronnen en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid leveren historisch materiaal en historische kennis, de educatieve uitgeverij Deviant levert de expertise op het gebied van onderwijs en zorgt voor de distributie.

Ook gewoon spánnend Klaas van Dijken, een van de oprichters van Butch & Sundance Media: “We zijn zelf journalisten en willen belangrijke maar complexe verhalen dicht bij jongeren brengen. Serious games met hun verschillende levels lenen zich daar goed voor. De werkelijkheid is complexer dan ze op het Journaal zien of in de krant of op internet lezen, door te gamen worden ze spelenderwijs een probleem de baas dat uit heel veel verschillende facetten bestaat. Een game vraagt om bewust en actief omgaan met het verhaal, je moet keuzes maken. Nederlandse journalisten wisten bijvoorbeeld dat de Japanners de zeeslag hadden gewonnen, maar mochten van de censuur niet publiceren omdat het moreel van de geallieerden hooggehouden moest worden. Wat doe jij dan, publiceren of niet? En verder is de game gewoon spánnend.” Voor meer informatie: www.butchandsundance.nl.

an Durchgangslager Amersfoort is niet veel meer over. Een wachttoren, een klok die luidde als het appèl begon. Ze herinneren aan de jaren dat hier ruim 35.000 mensen gevangen zaten: verzetslieden, jongens die waren ondergedoken om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen, Russische krijgsgevangenen die gruwelijk werden mishandeld. Deze schuldige plek leefde vooral voort in de herinnering door de monumenten en reconstructies van na de Tweede Wereldoorlog, door documentaires waarin getuigen aan het woord zijn en in de aangrijpende verhalen die de vrijwillige rondleiders vertellen. Sinds begin dit jaar wordt echter een nieuwe techniek toegepast die nieuw leven in het kamp heeft geblazen en de bezoekers een nog indringender beeld geeft van hoe het geweest moet zijn. Bezoekers kunnen op een iPad of tablet die beschikbaar wordt gesteld in het bezoekerscentrum, of op hun eigen smartphone, het kamp van toen weer oproepen. Denk aan een plattegrond met knoppen erop, zogenaamde hotspots. Onder die knoppen zit heel veel informatie, vaak in 3D, over die specifieke plek, bijvoorbeeld visualisaties van de vroegere gebouwen, oude filmpjes, tekeningen die gevangenen van het kampleven hebben gemaakt, interviews met oud-gevangenen of hun nabestaanden. De interactieve plattegrond van het Layarproject (van layers, lagen) is eenvoudig in het gebruik. Een kwestie van scannen en de bezoeker haalt zelf de verhalen achter de hotspots op. “We hadden al dat materiaal wel”, vertelt educatief medewerker Carla Huisman, “maar nu kunnen we het pas echt goed laten zien. Het zijn telkens itempjes van een minuut of twee. Niemand bekijkt alles, het is zó veel. We kunnen er nog jaren mee vooruit.”

Wachttoren Kamp Amersfoort

Hé, dat ken ik niet!

Kamp Amersfoort / Carla Huisman

Nieuw leven voor een oud kamp

Geld voor goede zaken

Kamp Amersfoort

Geld voor goede zaken

Waarom subsidie? Nationaal Monument Kamp Amersfoort heeft van het Nationaal Comité 26.420 euro subsidie gekregen op grond van programmalijn 2. Met de nieuwe Layartechniek is bestaand historisch materiaal dat niet of nauwelijks werd gebruikt toegankelijk gemaakt voor een groot publiek. Ook wordt door het gebruik van 3D-techniek zichtbaar hoe kamp Amersfoort eruit heeft gezien. Een bezoek aan het kamp wordt daardoor waardevoller en de bezoekers krijgen een beter beeld van wat er in de Tweede Wereldoorlog op deze plek is gebeurd. Het nieuwe product is bovendien goed in te passen in het bestaande educatieve aanbod.

Carla Huisman: “Wat ik zelf verrassend vond? Het filmpje van het appèl, dat te zien is als je de hotspot bij de appèlplaats bekijkt. Als de klok werd geluid, en dat gebeurde een paar keer per dag, moesten de gevangenen op appèl. ’s Avonds, als ze niet hoefden te werken, moesten ze soms uren blijven staan. Maar het gaat hier om een propagandafilmpje, bedoeld om te laten zien dat het niet zo slecht was in het kamp; je leest altijd dat de gevangenen ondervoed waren, maar hier lopen ze in hoog tempo naar de appèlplaats, met opgeheven hoofd, en ze hebben keurige witte broeken aan. Ze vormen een rij en dan doen ze hun muts op en af, op en af, meerdere keren achter elkaar. Commando’s moesten heel nauwkeurig worden uitgevoerd. Ik wist wel van die appèls, maar nu zág ik het voor het eerst. Zo gaat de geschiedenis leven. Tenminste, voor mij werkt het zo en ik denk dat voor veel mensen hetzelfde geldt. Ook onze vrijwilligers die rondleidingen geven, krijgen ineens heel veel extra informatie. Je hoort ze bij de hotspots ook zeggen: ‘Hé! Maar dat heb ik nog nooit gezien!’” Voor meer informatie: www.kampamersfoort.nl

23


Subsidies

Spelenderwijs leren

22 NCMagazine | najaar 2014

V

Butch &Sundance Media

J

e wordt op pad gestuurd door de hoofdredacteur: ga naar Indonesië en doe onderzoek naar de Slag om de Javazee. Deze zeeslag in 1942, waarbij de Japanse vloot de geallieerden overwon, was een keerpunt in de geschiedenis van Nederlands-Indië. Wat gebeurde er precies, waarom weten we er zo weinig van, wat waren de gevolgen? Scholieren die de serious game over de Slag om de Javazee spelen, kruipen in de huid van een onderzoeksjournalist. De game is gebaseerd op 360 graden panoramafoto’s van nu (denk aan Google Streetview maar dan van een betere kwaliteit) die worden gecombineerd met beeld- en geluidsfragmenten van toen. Er wordt gebruik gemaakt van interactieve video waar spelers op eigen tempo doorheen kunnen scrollen. Ze kunnen door tijd en ruimte reizen, van Indonesië naar het vroegere Nederlands-Indië en van Jakarta naar Surabaya. Desgewenst halen ze details dichterbij, kopen ze een krant uit het verleden of interviewen ze mensen op straat. Scholieren leren in de game omgaan met subjectieve bronnen: Nederlanders, Japanners en Indonesiërs hebben immers verschillende visies op de geschiedenis. De game over de Slag om de Javazee is onderdeel van een bestaande serie online educatieve games over de Tweede Wereldoorlog. Butch & Sundance Media wil nog twee andere games over de oorlog uitbrengen. De drie games over dit onderwerp (titel: Unfold the WWII Files) moeten klaar zijn in september 2015, zeventig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Screenshot game over de Slag om de Javazee

Waarom subsidie? Voor de ontwikkeling van de game over de Slag om de Javazee ontving Butch & Sundance Media een subsidie van het Nationaal Comité van 54.900 euro op basis van programmalijn 1: Oorlog, vrijheid - Wereldwijd. Serious gaming is een vernieuwende manier om scholieren, niet altijd even geïnteresseerd in traditioneel studiemateriaal, kennis bij te brengen over het wereldwijde karakter van de Tweede Wereldoorlog en het grondrecht van persvrijheid. Bij de game, bedoeld voor gebruik in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs, wordt een lespakket ontwikkeld om de scholieren te laten reflecteren op wat ze tijdens het spelen tegenkomen. Projectbureau Butch & Sundance Media, gespecialiseerd in interactieve verhalen en serious games, werkt samen met specialisten op andere terreinen. Het Netwerk Oorlogsbronnen en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid leveren historisch materiaal en historische kennis, de educatieve uitgeverij Deviant levert de expertise op het gebied van onderwijs en zorgt voor de distributie.

Ook gewoon spánnend Klaas van Dijken, een van de oprichters van Butch & Sundance Media: “We zijn zelf journalisten en willen belangrijke maar complexe verhalen dicht bij jongeren brengen. Serious games met hun verschillende levels lenen zich daar goed voor. De werkelijkheid is complexer dan ze op het Journaal zien of in de krant of op internet lezen, door te gamen worden ze spelenderwijs een probleem de baas dat uit heel veel verschillende facetten bestaat. Een game vraagt om bewust en actief omgaan met het verhaal, je moet keuzes maken. Nederlandse journalisten wisten bijvoorbeeld dat de Japanners de zeeslag hadden gewonnen, maar mochten van de censuur niet publiceren omdat het moreel van de geallieerden hooggehouden moest worden. Wat doe jij dan, publiceren of niet? En verder is de game gewoon spánnend.” Voor meer informatie: www.butchandsundance.nl.

an Durchgangslager Amersfoort is niet veel meer over. Een wachttoren, een klok die luidde als het appèl begon. Ze herinneren aan de jaren dat hier ruim 35.000 mensen gevangen zaten: verzetslieden, jongens die waren ondergedoken om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen, Russische krijgsgevangenen die gruwelijk werden mishandeld. Deze schuldige plek leefde vooral voort in de herinnering door de monumenten en reconstructies van na de Tweede Wereldoorlog, door documentaires waarin getuigen aan het woord zijn en in de aangrijpende verhalen die de vrijwillige rondleiders vertellen. Sinds begin dit jaar wordt echter een nieuwe techniek toegepast die nieuw leven in het kamp heeft geblazen en de bezoekers een nog indringender beeld geeft van hoe het geweest moet zijn. Bezoekers kunnen op een iPad of tablet die beschikbaar wordt gesteld in het bezoekerscentrum, of op hun eigen smartphone, het kamp van toen weer oproepen. Denk aan een plattegrond met knoppen erop, zogenaamde hotspots. Onder die knoppen zit heel veel informatie, vaak in 3D, over die specifieke plek, bijvoorbeeld visualisaties van de vroegere gebouwen, oude filmpjes, tekeningen die gevangenen van het kampleven hebben gemaakt, interviews met oud-gevangenen of hun nabestaanden. De interactieve plattegrond van het Layarproject (van layers, lagen) is eenvoudig in het gebruik. Een kwestie van scannen en de bezoeker haalt zelf de verhalen achter de hotspots op. “We hadden al dat materiaal wel”, vertelt educatief medewerker Carla Huisman, “maar nu kunnen we het pas echt goed laten zien. Het zijn telkens itempjes van een minuut of twee. Niemand bekijkt alles, het is zó veel. We kunnen er nog jaren mee vooruit.”

Wachttoren Kamp Amersfoort

Hé, dat ken ik niet!

Kamp Amersfoort / Carla Huisman

Nieuw leven voor een oud kamp

Geld voor goede zaken

Kamp Amersfoort

Geld voor goede zaken

Waarom subsidie? Nationaal Monument Kamp Amersfoort heeft van het Nationaal Comité 26.420 euro subsidie gekregen op grond van programmalijn 2. Met de nieuwe Layartechniek is bestaand historisch materiaal dat niet of nauwelijks werd gebruikt toegankelijk gemaakt voor een groot publiek. Ook wordt door het gebruik van 3D-techniek zichtbaar hoe kamp Amersfoort eruit heeft gezien. Een bezoek aan het kamp wordt daardoor waardevoller en de bezoekers krijgen een beter beeld van wat er in de Tweede Wereldoorlog op deze plek is gebeurd. Het nieuwe product is bovendien goed in te passen in het bestaande educatieve aanbod.

Carla Huisman: “Wat ik zelf verrassend vond? Het filmpje van het appèl, dat te zien is als je de hotspot bij de appèlplaats bekijkt. Als de klok werd geluid, en dat gebeurde een paar keer per dag, moesten de gevangenen op appèl. ’s Avonds, als ze niet hoefden te werken, moesten ze soms uren blijven staan. Maar het gaat hier om een propagandafilmpje, bedoeld om te laten zien dat het niet zo slecht was in het kamp; je leest altijd dat de gevangenen ondervoed waren, maar hier lopen ze in hoog tempo naar de appèlplaats, met opgeheven hoofd, en ze hebben keurige witte broeken aan. Ze vormen een rij en dan doen ze hun muts op en af, op en af, meerdere keren achter elkaar. Commando’s moesten heel nauwkeurig worden uitgevoerd. Ik wist wel van die appèls, maar nu zág ik het voor het eerst. Zo gaat de geschiedenis leven. Tenminste, voor mij werkt het zo en ik denk dat voor veel mensen hetzelfde geldt. Ook onze vrijwilligers die rondleidingen geven, krijgen ineens heel veel extra informatie. Je hoort ze bij de hotspots ook zeggen: ‘Hé! Maar dat heb ik nog nooit gezien!’” Voor meer informatie: www.kampamersfoort.nl

23


Herinneren

Samenwerken, samen verder Het was alweer de derde kennisuitwisselingsbijeenkomst voor organisaties die werken met subsidies van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. De bijeenkomst vond 11 april 2014 plaats in het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. Deelnemers kregen de gelegenheid om bij de buurman, de Kunsthal, de tentoonstelling De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen te bekijken die tot 5 mei 2014 duurde. Doel en titel van de bijeenkomst: Samenwerken, samen verder. door Karen de Jager | foto’s Chris van Houts

E

en van de uitgangspunten van de subsidieregeling van het comité Niet mijn oorlog, wel mijn vrijheid is dat samenwerking van verschillende organisaties leidt tot meer kwaliteit en een groter publieksbereik. Daarom startte de middag met een lezing van Max Meijer, secretaris van de Stichting Musea en Herinneringscentra 40-45 (SMH 40-45). Deze stichting was een van de samenwerkingspartners bij de tentoonstelling, waar in totaal 25 musea en herinneringscentra aan meewerkten. De tentoonstelling trok 100.000 bezoekers. Hoe kunnen we van de praktijk en van elkaar leren om een dergelijke synergie tot stand te brengen? Dat was de vraag die de deelnemers deze zonnige vrijdagmiddag in Rotterdam graag wilden beantwoorden. Na de voordracht van Meijer presenteerden verschillende organisaties projecten die tot stand zijn gekomen mede dankzij subsidies uit de regeling Niet mijn oorlog, wel mijn vrijheid.

Meer slagkracht De Stichting Musea en Herinneringscentra 40-45 is een koepel van dertien organisaties die in 2013 de handen ineensloegen, een voorbeeld van synergie. Door zich te organiseren vergroten de musea hun slagkracht en verstevigen ze hun maatschappelijke positie. Met die sterkere positie zijn de diverse musea nog meer in staat als partner te functioneren bij gezamenlijke projecten, zich te richten op de toekomst en hun efficiëntie en effectiviteit te vergroten. De tentoonstelling De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen was hier een mooi voorbeeld van. Samen genereerden de partners meer media-aandacht dan ze elk voor zich hadden kunnen realiseren.

Mede-eigenaar “Een goede samenwerking staat of valt met

24 NCMagazine | najaar 2014

Foto boven: Deelnemers aan de kennisuitwisselingsbijeenkomst in het Natuurhistorisch Museum te Rotterdam. Foto midden: Cristan van Emden (Nationaal Comité 4 en 5 mei) geeft uitleg bij de tentoonstelling De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen. Foto onder: Paul Ariese van Perspekt presenteert het project ‘Grenzeloos conflict’.

goede afspraken”, stelt Paul van der Ham van Iglow. Iglow leerde op dat gebied veel van Vrijheid zonder grenzen, het project waarvoor het bedrijf samenwerkte met partijen uit de culturele sector. Vrijheid zonder grenzen is een internationaal educatief vredesspel voor leerlingen van tien tot vijftien jaar van de basisschool en het vmbo. De leerlingen stellen zelf vredesteams samen en communiceren met leerlingen uit tien landen die allemaal betrokken waren bij de Tweede Wereldoorlog en die verschillende meningen hebben over een aantal wereldproblemen. De opdracht is dat de teams in zeven ronden afspraken maken met de teams van verschillende landen om die problemen op te lossen. Het team dat de meeste landen achter zijn voorstel krijgt, is de winnaar.. Paul van der Ham: “Zorg ervoor dat je vanaf het eerste idee de partners betrekt, zodat ze mede-eigenaar worden van het project, en formuleer een gezamenlijke ambitie. Leg de spelregels van de samenwerking schriftelijk vast. Heb ook aandacht voor het proces zelf. Trek gezamenlijk op. Dan is het project van iedereen en voelt iedereen zich verantwoordelijk.”

Lastig Samenwerking kan ook lastig zijn door de tijdgeest. Dat ondervindt de Stichting Beeldtijd die multimediale producties maakt om de getuigenissen van Brabanders in oorlogstijd vast te leggen. Wil van Iersel, van oorsprong fotograaf, werkt daarvoor nauw samen met journalist Hans van Boxtel. Inmiddels hebben ze vijftien clips met verhalen, bijvoorbeeld van een man van 95 jaar die vertelt over zijn illegale tochten door de Biesbosch. Ze willen graag samenwerken met andere organisaties, zoals kleine musea. Wil van Iersel: “Maar veel organisaties zijn ‘overspannen’. Door de bezuinigingen

moeten steeds minder mensen meer werk en onderzoek doen. Ze hebben geen tijd voor andere projecten. We zouden de clips graag voorleggen aan een testpanel en proberen geschiedenisdocenten hierbij te betrekken. Maar ook zij hebben nauwelijks tijd om iets anders te doen dan het voorgeschreven curriculum. Ze zijn met handen en voeten aan het lesprogramma gebonden.”

Gemeenschappelijk belang Samenwerkingspartners vinden kan ook lastiger zijn dan je in eerste instantie denkt. Dat merkte Klaas van Dijken van Butch & Sundance. Butch & Sundance ontwikkelde On the ground reporter, een game die kinderen in een virtuele wereld op pad stuurt naar probleemgebieden in Darfur, Afghanistan of Uganda met de opdracht een verhaal te maken. Wat is het belang van persvrijheid? Hoe ziet het eruit in Darfur? Wat gebeurt er in andere landen? Via de game komen de studenten als journalist op de plaats van bestemming en kunnen ze de situatie onderzoeken door gebouwen en andere zaken aan te klikken, waarna de bijbehorende informatie tevoorschijn komt. Klaas van Dijken: “Voor de Nederlandse variant over de Tweede Wereldoorlog hebben we samengewerkt met het NIOD dat ons van relevante informatie heeft voorzien. Dat ging goed. Moeilijker was de samenwerking met het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid waar we audio- en videomateriaal van wilden hebben. We voelden ons een kleine speler die de gunst moest winnen van een grote organisatie. Uiteindelijk is het wel gelukt en zijn we tot een overeenkomst gekomen en hebben we duidelijke afspraken kunnen maken. We hebben veel geleerd. De samenwerking met uitgevers was ook wennen. Zij zijn voor ons een goede ingang bij scholen. Maar uitgevers werken op

lange termijn. Het is lastig om een gezamenlijk belang te formuleren. Binnen hun pakket is een game een klein onderdeel.” Toch is een dergelijke samenwerking voor de verspreiding van de game cruciaal.

Co-creatie Het project van Perspekt Studio’s liet die middag in Rotterdam zien waar co-creatie toe kan leiden. Hoe inspirerend en succesvol samenwerking kan zijn en hoe je gezamenlijk een product kunt ontwikkelen, wat je niet voor mogelijk had gehouden. Onder de titel Grenzeloos conflict zochten Paul Ariese en Marièlle Beek zochten naar partners om inzichtelijk te maken dat de Tweede Wereldoorlog een internationaal conflict was. Het project Grenzeloos conflict moest crossmediaal en interdisciplinair zijn. Het NIOD werd betrokken, Kiss the Frog, een multimediaal bedrijf, en SMH 40 - 45, de bovengenoemde koepel van oorlogs- en herinneringscentra. Die samenwerking resulteerde in de opzet om aan de hand van drie personen, die dat internationale karakter in hun persoonlijke geschiedenis meedragen, de brede context en de betrokken landen en partijen zichtbaar te maken op een groot touchscreen met een wereldkaart waar verschillende personen tegelijk informatie op kunnen aanklikken. Marièlle Beek: “Het is een waanzinnig spannend en inspirerend project. Toen we er aan begonnen wisten we niet hoe het zou eindigen, maar de contouren zijn inmiddels duidelijk, de historische informatie is beschikbaar en de techniek lijkt te lukken. Ik kan iedereen deze werkwijze aanraden.” Voor meer informatie over de subsidieregeling en over kennisuitwisseling op het gebied van de Tweede Wereldoorlog: www.4en5mei.nl.


Herinneren

Samenwerken, samen verder Het was alweer de derde kennisuitwisselingsbijeenkomst voor organisaties die werken met subsidies van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. De bijeenkomst vond 11 april 2014 plaats in het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam. Deelnemers kregen de gelegenheid om bij de buurman, de Kunsthal, de tentoonstelling De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen te bekijken die tot 5 mei 2014 duurde. Doel en titel van de bijeenkomst: Samenwerken, samen verder. door Karen de Jager | foto’s Chris van Houts

E

en van de uitgangspunten van de subsidieregeling van het comité Niet mijn oorlog, wel mijn vrijheid is dat samenwerking van verschillende organisaties leidt tot meer kwaliteit en een groter publieksbereik. Daarom startte de middag met een lezing van Max Meijer, secretaris van de Stichting Musea en Herinneringscentra 40-45 (SMH 40-45). Deze stichting was een van de samenwerkingspartners bij de tentoonstelling, waar in totaal 25 musea en herinneringscentra aan meewerkten. De tentoonstelling trok 100.000 bezoekers. Hoe kunnen we van de praktijk en van elkaar leren om een dergelijke synergie tot stand te brengen? Dat was de vraag die de deelnemers deze zonnige vrijdagmiddag in Rotterdam graag wilden beantwoorden. Na de voordracht van Meijer presenteerden verschillende organisaties projecten die tot stand zijn gekomen mede dankzij subsidies uit de regeling Niet mijn oorlog, wel mijn vrijheid.

Meer slagkracht De Stichting Musea en Herinneringscentra 40-45 is een koepel van dertien organisaties die in 2013 de handen ineensloegen, een voorbeeld van synergie. Door zich te organiseren vergroten de musea hun slagkracht en verstevigen ze hun maatschappelijke positie. Met die sterkere positie zijn de diverse musea nog meer in staat als partner te functioneren bij gezamenlijke projecten, zich te richten op de toekomst en hun efficiëntie en effectiviteit te vergroten. De tentoonstelling De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen was hier een mooi voorbeeld van. Samen genereerden de partners meer media-aandacht dan ze elk voor zich hadden kunnen realiseren.

Mede-eigenaar “Een goede samenwerking staat of valt met

24 NCMagazine | najaar 2014

Foto boven: Deelnemers aan de kennisuitwisselingsbijeenkomst in het Natuurhistorisch Museum te Rotterdam. Foto midden: Cristan van Emden (Nationaal Comité 4 en 5 mei) geeft uitleg bij de tentoonstelling De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen. Foto onder: Paul Ariese van Perspekt presenteert het project ‘Grenzeloos conflict’.

goede afspraken”, stelt Paul van der Ham van Iglow. Iglow leerde op dat gebied veel van Vrijheid zonder grenzen, het project waarvoor het bedrijf samenwerkte met partijen uit de culturele sector. Vrijheid zonder grenzen is een internationaal educatief vredesspel voor leerlingen van tien tot vijftien jaar van de basisschool en het vmbo. De leerlingen stellen zelf vredesteams samen en communiceren met leerlingen uit tien landen die allemaal betrokken waren bij de Tweede Wereldoorlog en die verschillende meningen hebben over een aantal wereldproblemen. De opdracht is dat de teams in zeven ronden afspraken maken met de teams van verschillende landen om die problemen op te lossen. Het team dat de meeste landen achter zijn voorstel krijgt, is de winnaar.. Paul van der Ham: “Zorg ervoor dat je vanaf het eerste idee de partners betrekt, zodat ze mede-eigenaar worden van het project, en formuleer een gezamenlijke ambitie. Leg de spelregels van de samenwerking schriftelijk vast. Heb ook aandacht voor het proces zelf. Trek gezamenlijk op. Dan is het project van iedereen en voelt iedereen zich verantwoordelijk.”

Lastig Samenwerking kan ook lastig zijn door de tijdgeest. Dat ondervindt de Stichting Beeldtijd die multimediale producties maakt om de getuigenissen van Brabanders in oorlogstijd vast te leggen. Wil van Iersel, van oorsprong fotograaf, werkt daarvoor nauw samen met journalist Hans van Boxtel. Inmiddels hebben ze vijftien clips met verhalen, bijvoorbeeld van een man van 95 jaar die vertelt over zijn illegale tochten door de Biesbosch. Ze willen graag samenwerken met andere organisaties, zoals kleine musea. Wil van Iersel: “Maar veel organisaties zijn ‘overspannen’. Door de bezuinigingen

moeten steeds minder mensen meer werk en onderzoek doen. Ze hebben geen tijd voor andere projecten. We zouden de clips graag voorleggen aan een testpanel en proberen geschiedenisdocenten hierbij te betrekken. Maar ook zij hebben nauwelijks tijd om iets anders te doen dan het voorgeschreven curriculum. Ze zijn met handen en voeten aan het lesprogramma gebonden.”

Gemeenschappelijk belang Samenwerkingspartners vinden kan ook lastiger zijn dan je in eerste instantie denkt. Dat merkte Klaas van Dijken van Butch & Sundance. Butch & Sundance ontwikkelde On the ground reporter, een game die kinderen in een virtuele wereld op pad stuurt naar probleemgebieden in Darfur, Afghanistan of Uganda met de opdracht een verhaal te maken. Wat is het belang van persvrijheid? Hoe ziet het eruit in Darfur? Wat gebeurt er in andere landen? Via de game komen de studenten als journalist op de plaats van bestemming en kunnen ze de situatie onderzoeken door gebouwen en andere zaken aan te klikken, waarna de bijbehorende informatie tevoorschijn komt. Klaas van Dijken: “Voor de Nederlandse variant over de Tweede Wereldoorlog hebben we samengewerkt met het NIOD dat ons van relevante informatie heeft voorzien. Dat ging goed. Moeilijker was de samenwerking met het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid waar we audio- en videomateriaal van wilden hebben. We voelden ons een kleine speler die de gunst moest winnen van een grote organisatie. Uiteindelijk is het wel gelukt en zijn we tot een overeenkomst gekomen en hebben we duidelijke afspraken kunnen maken. We hebben veel geleerd. De samenwerking met uitgevers was ook wennen. Zij zijn voor ons een goede ingang bij scholen. Maar uitgevers werken op

lange termijn. Het is lastig om een gezamenlijk belang te formuleren. Binnen hun pakket is een game een klein onderdeel.” Toch is een dergelijke samenwerking voor de verspreiding van de game cruciaal.

Co-creatie Het project van Perspekt Studio’s liet die middag in Rotterdam zien waar co-creatie toe kan leiden. Hoe inspirerend en succesvol samenwerking kan zijn en hoe je gezamenlijk een product kunt ontwikkelen, wat je niet voor mogelijk had gehouden. Onder de titel Grenzeloos conflict zochten Paul Ariese en Marièlle Beek zochten naar partners om inzichtelijk te maken dat de Tweede Wereldoorlog een internationaal conflict was. Het project Grenzeloos conflict moest crossmediaal en interdisciplinair zijn. Het NIOD werd betrokken, Kiss the Frog, een multimediaal bedrijf, en SMH 40 - 45, de bovengenoemde koepel van oorlogs- en herinneringscentra. Die samenwerking resulteerde in de opzet om aan de hand van drie personen, die dat internationale karakter in hun persoonlijke geschiedenis meedragen, de brede context en de betrokken landen en partijen zichtbaar te maken op een groot touchscreen met een wereldkaart waar verschillende personen tegelijk informatie op kunnen aanklikken. Marièlle Beek: “Het is een waanzinnig spannend en inspirerend project. Toen we er aan begonnen wisten we niet hoe het zou eindigen, maar de contouren zijn inmiddels duidelijk, de historische informatie is beschikbaar en de techniek lijkt te lukken. Ik kan iedereen deze werkwijze aanraden.” Voor meer informatie over de subsidieregeling en over kennisuitwisseling op het gebied van de Tweede Wereldoorlog: www.4en5mei.nl.


Migranten op een boot tijdens een reddingsoperatie bij Sicilië, foto van de Italiaanse marine, 29 juni 2014

Op zoek naar de vrijheid

Mensensmokkelaars: criminelen of redders in nood?

REUTERS/Marina Militare/Handout via Reuters

Turnhout op eigen gelegenheid verder reizen. Voor de hulp moesten zij driehonderd gulden betalen. Het ging echter mis doordat iemand de Sicherheitspolizei had getipt. Campert belandde uiteindelijk in het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg waar hij op 12 januari 1943 op veertigjarige leeftijd bezweek aan de gevolgen van een longontsteking. Althans zo luidt de officiële verklaring. Aan Camperts goede bedoelingen twijfel ik niet. De reputatie van smokkelaars is echter door de tijd aanzienlijk veranderd. Vroeger waren zij nobele helden, wier illegale daden als legitiem werden beschouwd. Tegenwoordig worden zij als criminelen afgeschilderd. De huidige juridische norm over mensensmokkel zou op Campert van toepassing zijn. Of moet de driehonderd gulden als onkostenvergoeding worden gezien? Hiermee is het dilemma geschetst. Over evidente uitbuiting zijn we het snel eens. Maar welke vergoeding is nog acceptabel? Of mogen smokkelaars hun kosten niet in rekening brengen?

Elke maand vertrekken ongeveer zevenhonderd Eritreërs naar Soedan. Zonder smokkelaar lukt het vrijwel niet het land te verlaten. Eenmaal aangekomen in Nederland wordt, gezien de erbarmelijke omstandigheden in het land van herkomst, vrijwel altijd asiel verleend. Zijn smokkelaars nu goed of slecht? En hoe was dat ten tijde van de Tweede Wereldoorlog? door Peter Rodrigues

26 NCMagazine | najaar 2014

D

oor de inzet van extra controles op de toename van asielzoekers uit Eritrea zijn in mei 2014 acht mensen aangehouden die verdacht worden van mensensmokkel. Het is bekend dat deze asielzoekers vaak met hulp van smokkelaars hun land verlaten. Veelal belanden ze eerst in buurland Soedan, om daarna door de woestijn naar het noorden van Afrika te trekken. Eenmaal daar aanbeland, stappen de vluchtelingen in overvolle bootjes, of als verstekeling op grotere schepen om de Middellandse Zee over te steken. Veel van de mensensmokkelaars buiten de Eritreërs uit. Soms worden ze ook mishandeld. Het is begrijpelijk dat de Eritreërs vluchten: Eritrea is straatarm, er is een dictatuur en de bevolking wordt uitgebuit. Elke maand vertrekken ongeveer zevenhonderd Eritreërs naar Soedan. Zonder smokkelaar lukt het vrijwel niet het land te verlaten. De vluchtelingen hebben de smokkelaars nodig. Eenmaal aangekomen in Nederland wordt, gezien de erbarmelijke omstandigheden in het land van herkomst, vrijwel altijd asiel verleend. Zijn smokkelaars nu goed of slecht? In het internationale recht wordt het smokkelen van migranten

strafbaar gesteld indien de smokkelaar direct of indirect financieel of materieel voordeel trekt van het illegaal binnenlaten van een vreemdeling in een ander land dan het zijne. Dat valt te lezen in het protocol over mensensmokkel bij het Internationaal verdrag tegen transnationaal georganiseerde misdaad. Ook binnen de Europese Unie is een richtlijn van kracht die hulpverlening bij illegale binnenkomst in de Unie strafbaar stelt. Deze richtlijn leidt ertoe dat Italiaanse vissers huiverig zijn om bootvluchtelingen, die op de Middellandse Zee om hulp vragen, te helpen omdat hun verweten kan worden zich schuldig te maken aan mensensmokkel.

Joodse vluchtelingen Hoe moeten we dit in het licht van de geschiedenis bezien? Zo hielp Jan Campert Joden die naar België probeerden te ontkomen. Hij begeleidde samen met een journalist van de Bredasche Courant in de zomer van 1942 Joodse vluchtelingen naar de Belgische grens. Daar werden zij door passeurs over de grens geholpen en voorzien van nieuwe identiteitspapieren. De vluchtelingen moesten vanaf

Perspectief De beoordeling is ook afhankelijk vanuit welk perspectief we kijken. De asielzoeker zal veelal niet uit zijn land wegkunnen zonder hulp van smokkelaars. Deze lieden leveren de noodzakelijke papieren om überhaupt weg te kunnen en regelen het transport. Zonder deze hulp is vluchten naar Europa niet mogelijk. De lidstaten van de Europese Unie willen migratiecontrole kunnen uitvoeren en zijn niet gediend van irreguliere binnenkomst van asielzoekers. Hoewel de Eritreërs recht op asiel hebben, acht staatssecretaris Teeven de toename van binnenkomst van deze immigranten onwenselijk. Ook daar zijn goede argumenten voor: het aantal vreemdelingen dat zich aanmeldt, brengt de grenzen van de opvangcapaciteit in Nederland in zicht. De toename wordt toegeschreven aan het werk van mensensmokkelaars en als antwoord daarop worden de vreemdelingencontroles geïntensiveerd.

Gegronde vrees voor vervolging Het VN Vluchtelingenverdrag uit 1951 is tot stand gekomen naar aanleiding van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Asielzoekers die gegronde vrees voor vervolging hebben, moeten als vluchteling worden opgevangen. De Joodse vluchtelingen die voorafgaande aan 1940 vanuit Duitsland naar Nederland vluchtten, maakten soms ook gebruik van mensensmokkelaars. De ene met uitsluitend goede bedoelingen en de andere met winstoogmerk. Ook toen werd het aantal vluchtelingen als problematisch gezien en zou het ten koste gaan van het draagvlak. Het antisemitisme zou er zelfs door toenemen, aldus de Nederlandse regering. We mogen een asielzoeker niet tegenwerpen dat hij een veilig heenkomen zoekt. Onderzocht dient slechts te worden of aan het criterium ‘vluchteling’ wordt voldaan. En daar doet de eventuele hulp van een mensensmokkelaar niets aan af. Peter Rodrigues is hoogleraar Immigratierecht aan de Universiteit Leiden.

27


Migranten op een boot tijdens een reddingsoperatie bij Sicilië, foto van de Italiaanse marine, 29 juni 2014

Op zoek naar de vrijheid

Mensensmokkelaars: criminelen of redders in nood?

REUTERS/Marina Militare/Handout via Reuters

Turnhout op eigen gelegenheid verder reizen. Voor de hulp moesten zij driehonderd gulden betalen. Het ging echter mis doordat iemand de Sicherheitspolizei had getipt. Campert belandde uiteindelijk in het concentratiekamp Neuengamme bij Hamburg waar hij op 12 januari 1943 op veertigjarige leeftijd bezweek aan de gevolgen van een longontsteking. Althans zo luidt de officiële verklaring. Aan Camperts goede bedoelingen twijfel ik niet. De reputatie van smokkelaars is echter door de tijd aanzienlijk veranderd. Vroeger waren zij nobele helden, wier illegale daden als legitiem werden beschouwd. Tegenwoordig worden zij als criminelen afgeschilderd. De huidige juridische norm over mensensmokkel zou op Campert van toepassing zijn. Of moet de driehonderd gulden als onkostenvergoeding worden gezien? Hiermee is het dilemma geschetst. Over evidente uitbuiting zijn we het snel eens. Maar welke vergoeding is nog acceptabel? Of mogen smokkelaars hun kosten niet in rekening brengen?

Elke maand vertrekken ongeveer zevenhonderd Eritreërs naar Soedan. Zonder smokkelaar lukt het vrijwel niet het land te verlaten. Eenmaal aangekomen in Nederland wordt, gezien de erbarmelijke omstandigheden in het land van herkomst, vrijwel altijd asiel verleend. Zijn smokkelaars nu goed of slecht? En hoe was dat ten tijde van de Tweede Wereldoorlog? door Peter Rodrigues

26 NCMagazine | najaar 2014

D

oor de inzet van extra controles op de toename van asielzoekers uit Eritrea zijn in mei 2014 acht mensen aangehouden die verdacht worden van mensensmokkel. Het is bekend dat deze asielzoekers vaak met hulp van smokkelaars hun land verlaten. Veelal belanden ze eerst in buurland Soedan, om daarna door de woestijn naar het noorden van Afrika te trekken. Eenmaal daar aanbeland, stappen de vluchtelingen in overvolle bootjes, of als verstekeling op grotere schepen om de Middellandse Zee over te steken. Veel van de mensensmokkelaars buiten de Eritreërs uit. Soms worden ze ook mishandeld. Het is begrijpelijk dat de Eritreërs vluchten: Eritrea is straatarm, er is een dictatuur en de bevolking wordt uitgebuit. Elke maand vertrekken ongeveer zevenhonderd Eritreërs naar Soedan. Zonder smokkelaar lukt het vrijwel niet het land te verlaten. De vluchtelingen hebben de smokkelaars nodig. Eenmaal aangekomen in Nederland wordt, gezien de erbarmelijke omstandigheden in het land van herkomst, vrijwel altijd asiel verleend. Zijn smokkelaars nu goed of slecht? In het internationale recht wordt het smokkelen van migranten

strafbaar gesteld indien de smokkelaar direct of indirect financieel of materieel voordeel trekt van het illegaal binnenlaten van een vreemdeling in een ander land dan het zijne. Dat valt te lezen in het protocol over mensensmokkel bij het Internationaal verdrag tegen transnationaal georganiseerde misdaad. Ook binnen de Europese Unie is een richtlijn van kracht die hulpverlening bij illegale binnenkomst in de Unie strafbaar stelt. Deze richtlijn leidt ertoe dat Italiaanse vissers huiverig zijn om bootvluchtelingen, die op de Middellandse Zee om hulp vragen, te helpen omdat hun verweten kan worden zich schuldig te maken aan mensensmokkel.

Joodse vluchtelingen Hoe moeten we dit in het licht van de geschiedenis bezien? Zo hielp Jan Campert Joden die naar België probeerden te ontkomen. Hij begeleidde samen met een journalist van de Bredasche Courant in de zomer van 1942 Joodse vluchtelingen naar de Belgische grens. Daar werden zij door passeurs over de grens geholpen en voorzien van nieuwe identiteitspapieren. De vluchtelingen moesten vanaf

Perspectief De beoordeling is ook afhankelijk vanuit welk perspectief we kijken. De asielzoeker zal veelal niet uit zijn land wegkunnen zonder hulp van smokkelaars. Deze lieden leveren de noodzakelijke papieren om überhaupt weg te kunnen en regelen het transport. Zonder deze hulp is vluchten naar Europa niet mogelijk. De lidstaten van de Europese Unie willen migratiecontrole kunnen uitvoeren en zijn niet gediend van irreguliere binnenkomst van asielzoekers. Hoewel de Eritreërs recht op asiel hebben, acht staatssecretaris Teeven de toename van binnenkomst van deze immigranten onwenselijk. Ook daar zijn goede argumenten voor: het aantal vreemdelingen dat zich aanmeldt, brengt de grenzen van de opvangcapaciteit in Nederland in zicht. De toename wordt toegeschreven aan het werk van mensensmokkelaars en als antwoord daarop worden de vreemdelingencontroles geïntensiveerd.

Gegronde vrees voor vervolging Het VN Vluchtelingenverdrag uit 1951 is tot stand gekomen naar aanleiding van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Asielzoekers die gegronde vrees voor vervolging hebben, moeten als vluchteling worden opgevangen. De Joodse vluchtelingen die voorafgaande aan 1940 vanuit Duitsland naar Nederland vluchtten, maakten soms ook gebruik van mensensmokkelaars. De ene met uitsluitend goede bedoelingen en de andere met winstoogmerk. Ook toen werd het aantal vluchtelingen als problematisch gezien en zou het ten koste gaan van het draagvlak. Het antisemitisme zou er zelfs door toenemen, aldus de Nederlandse regering. We mogen een asielzoeker niet tegenwerpen dat hij een veilig heenkomen zoekt. Onderzocht dient slechts te worden of aan het criterium ‘vluchteling’ wordt voldaan. En daar doet de eventuele hulp van een mensensmokkelaar niets aan af. Peter Rodrigues is hoogleraar Immigratierecht aan de Universiteit Leiden.

27


vieren

Oud-Ambassadeur van de Vrijheid Typhoon:

‘Als je praat over vrijheid, moet je vrijheid ook uitdragen’ Elk najaar laat NC Magazine een (oud-)

Ambassadeur van de Vrijheid aan het woord. Wat is de invloed geweest van het Ambassadeurschap? Hoe is men Ambassadeur van de Vrijheid gebleven? Na Hessel en Marco Borsato, nu een interview met de rapper Typhoon. door Frank Kromer | foto Krijn van Noordwijk

A

mbassadeur van de Vrijheid zijn, is meer dan in een defensiehelikopter rondvliegen en op Bevrijdingsfestivals spelen. Dat besefte rapper Typhoon (Glenn de Randamie) maar al te goed toen hij in 2009 de grote ster was op 5 mei. “Kijk, ik kan wel op het podium gaan staan springen, maar als niemand begrijpt waarom, dan houdt het snel op. Ik sta daar met een serieuze boodschap. Als muzikant moet je een brug zijn tussen het idee en het publiek, anders blijft vrijheid een lege leus”, vertelt Typhoon met een zachtaardige stem. Elke keer als hij praat, hoor je de glimlach in zijn woorden. “De luisteraar moet die vrijheid in zijn lichaam voelen en in zijn hoofd begrijpen.” Het zijn drukke tijden voor de dertigjarige rapper. Hij reist stad en land af om zijn nieuwe – met lovende recensies overladen – album Lobi Da Basi te promoten. Nog steeds kijkt hij met veel plezier terug op die Bevrijdingsdag, vijf jaar geleden. “Ik ben nog steeds ongelooflijk trots en blij dat het Nationaal Comité mij heeft gevraagd om Ambassadeur te zijn. Voor een muzikant is onafhankelijkheid, vrijheid een groot goed.” Juist daarom ziet Typhoon zichzelf nog steeds als Ambassadeur van de Vrijheid. “Ik ben op een leeftijd gekomen dat ik kritischer naar mijzelf kijk. Het gevoel van practise what you preach. Als je praat over vrijheid, moet je dat ook uitdragen. Als begin twintiger ben je daar helemaal niet mee bezig. Ik heb de mazzel dat ik over zo’n muzikaal talent beschik. Daar kan ik zowel persoonlijke als maatschappelijke processen mee blootleggen. Door mijn muziek kan ik mensen laten nadenken, ervoor

28 NCMagazine | najaar 2014

zorgen dat ze vragen gaan stellen over hun eigen leven, over onze samenleving.”Als voorbeeld geeft hij zijn laatste single Van de regen naar de zon, waarmee hij optrad in de Ridderzaal tijdens de viering van 200 jaar Koninkrijk Nederland. “De single gaat over de verschillen in Nederland door de geschiedenis heen, van de mooie dingen tot de gruwelijkheden, van vrijheid tot slavernij.”

De onderdrukkingen Afgelopen 4 en 5 mei nam Typhoon deel aan een muzikaal herdenkings- en bevrijdingsproject van Knalland, het Utrechtse platform voor community art. Speciaal daarvoor nam hij samen met producers The Strangest Freaks (Michiel Bel & Frank Wienk) het nummer Dit nooit meer op. “Vrijheid en onafhankelijkheid zijn thema’s waarmee ik constant speel. De wereld waarin wij leven verandert ongelooflijk snel. Iedereen is in staat om zelf meer richting te geven. En dat zien veel mensen niet. We leven in een democratie, maar één keer stemmen in de vier jaar maakt ons nog niet onafhankelijk. Het gevoel van vrijheid, van zelfvoorzienend zijn, dat zijn we in deze financiële, misschien wel existentiële crisis, een beetje kwijtgeraakt”, zegt Typhoon. “En als je dan terugkijkt naar de geschiedenis, naar de Tweede Wereldoorlog, naar de slavernij, naar de onderdrukkingen, dan zie je dat er een duidelijk verband is. Dat is voor mij nadenken over het begrip vrijheid. Alles heeft daarmee te maken.” www.bevrijdingsfestivals.nl

Bevrijdingsfestivals De 14 Bevrijdingsfestivals die op 5 mei worden gehouden, vormen inmiddels het grootste culturele evenement in Nederland. Op zo’n 40 podia in alle delen van het land treden circa 250 bands op en worden inhoudelijke activiteiten georganiseerd. De drie Ambassadeurs van de Vrijheid zijn belangrijke trekpleisters. Het afgelopen jaar waren dat Gers Pardoel, Kensington en Douwe Bob. De Bevrijdingsfestivals worden mede mogelijk gemaakt door het vfonds en het ministerie van Defensie, dat drie helikopters met bemanning beschikbaar stelt om de Ambassadeurs van festival naar festival te vliegen. Voor meer info: www.bevrijdingsfestivals.nl.


vieren

Oud-Ambassadeur van de Vrijheid Typhoon:

‘Als je praat over vrijheid, moet je vrijheid ook uitdragen’ Elk najaar laat NC Magazine een (oud-)

Ambassadeur van de Vrijheid aan het woord. Wat is de invloed geweest van het Ambassadeurschap? Hoe is men Ambassadeur van de Vrijheid gebleven? Na Hessel en Marco Borsato, nu een interview met de rapper Typhoon. door Frank Kromer | foto Krijn van Noordwijk

A

mbassadeur van de Vrijheid zijn, is meer dan in een defensiehelikopter rondvliegen en op Bevrijdingsfestivals spelen. Dat besefte rapper Typhoon (Glenn de Randamie) maar al te goed toen hij in 2009 de grote ster was op 5 mei. “Kijk, ik kan wel op het podium gaan staan springen, maar als niemand begrijpt waarom, dan houdt het snel op. Ik sta daar met een serieuze boodschap. Als muzikant moet je een brug zijn tussen het idee en het publiek, anders blijft vrijheid een lege leus”, vertelt Typhoon met een zachtaardige stem. Elke keer als hij praat, hoor je de glimlach in zijn woorden. “De luisteraar moet die vrijheid in zijn lichaam voelen en in zijn hoofd begrijpen.” Het zijn drukke tijden voor de dertigjarige rapper. Hij reist stad en land af om zijn nieuwe – met lovende recensies overladen – album Lobi Da Basi te promoten. Nog steeds kijkt hij met veel plezier terug op die Bevrijdingsdag, vijf jaar geleden. “Ik ben nog steeds ongelooflijk trots en blij dat het Nationaal Comité mij heeft gevraagd om Ambassadeur te zijn. Voor een muzikant is onafhankelijkheid, vrijheid een groot goed.” Juist daarom ziet Typhoon zichzelf nog steeds als Ambassadeur van de Vrijheid. “Ik ben op een leeftijd gekomen dat ik kritischer naar mijzelf kijk. Het gevoel van practise what you preach. Als je praat over vrijheid, moet je dat ook uitdragen. Als begin twintiger ben je daar helemaal niet mee bezig. Ik heb de mazzel dat ik over zo’n muzikaal talent beschik. Daar kan ik zowel persoonlijke als maatschappelijke processen mee blootleggen. Door mijn muziek kan ik mensen laten nadenken, ervoor

28 NCMagazine | najaar 2014

zorgen dat ze vragen gaan stellen over hun eigen leven, over onze samenleving.”Als voorbeeld geeft hij zijn laatste single Van de regen naar de zon, waarmee hij optrad in de Ridderzaal tijdens de viering van 200 jaar Koninkrijk Nederland. “De single gaat over de verschillen in Nederland door de geschiedenis heen, van de mooie dingen tot de gruwelijkheden, van vrijheid tot slavernij.”

De onderdrukkingen Afgelopen 4 en 5 mei nam Typhoon deel aan een muzikaal herdenkings- en bevrijdingsproject van Knalland, het Utrechtse platform voor community art. Speciaal daarvoor nam hij samen met producers The Strangest Freaks (Michiel Bel & Frank Wienk) het nummer Dit nooit meer op. “Vrijheid en onafhankelijkheid zijn thema’s waarmee ik constant speel. De wereld waarin wij leven verandert ongelooflijk snel. Iedereen is in staat om zelf meer richting te geven. En dat zien veel mensen niet. We leven in een democratie, maar één keer stemmen in de vier jaar maakt ons nog niet onafhankelijk. Het gevoel van vrijheid, van zelfvoorzienend zijn, dat zijn we in deze financiële, misschien wel existentiële crisis, een beetje kwijtgeraakt”, zegt Typhoon. “En als je dan terugkijkt naar de geschiedenis, naar de Tweede Wereldoorlog, naar de slavernij, naar de onderdrukkingen, dan zie je dat er een duidelijk verband is. Dat is voor mij nadenken over het begrip vrijheid. Alles heeft daarmee te maken.” www.bevrijdingsfestivals.nl

Bevrijdingsfestivals De 14 Bevrijdingsfestivals die op 5 mei worden gehouden, vormen inmiddels het grootste culturele evenement in Nederland. Op zo’n 40 podia in alle delen van het land treden circa 250 bands op en worden inhoudelijke activiteiten georganiseerd. De drie Ambassadeurs van de Vrijheid zijn belangrijke trekpleisters. Het afgelopen jaar waren dat Gers Pardoel, Kensington en Douwe Bob. De Bevrijdingsfestivals worden mede mogelijk gemaakt door het vfonds en het ministerie van Defensie, dat drie helikopters met bemanning beschikbaar stelt om de Ambassadeurs van festival naar festival te vliegen. Voor meer info: www.bevrijdingsfestivals.nl.


Herinneren/Onderzoek

Auschwitz-Birkenau

Docenten geïnteresseerd in Tweede Wereldoorlog In het onderwijs is veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog, zo blijkt uit onderzoek van bureau Veldkamp. Docenten vinden lesgeven over de oorlog belangrijk en besteden hier extra tijd aan. Onlangs is onderzocht welke bronnen docenten in het primair en voortgezet onderwijs gebruiken bij het lesgeven over de Tweede Wereldoorlog en welke oorlogsmusea zij bezoeken. Hieronder volgen de belangrijkste resultaten en komen enkele geschiedenisdocenten aan het woord. door Niels Weitkamp (tekst onderzoek) en Karen de Jager (interviews)

30 NCMagazine | najaar 2014

Nationaal Vrijheidsonderzoek

U

it het onderzoek blijkt dat 91% van de docenten in het primair onderwijs en 83% van de docenten in het voortgezet onderwijs extra tijd besteden aan het lesgeven over de Tweede Wereldoorlog. De meeste docenten verbinden hun les over de oorlog aan de actualiteit. Driekwart van de docenten in het voortgezet onderwijs en meer dan acht op de tien van de docenten uit het primair onderwijs stellen dat ze de meeste aandacht besteden aan de Holocaust. Naast de Holocaust komen ook het leven van gewone mensen en het verzet vaak aan bod. Er is relatief weinig aandacht voor de oorlog in Nederlands-Indië. Hoewel weleens gesteld wordt dat lesgeven over de Holocaust moeilijk is, geeft slechts 2% van de docenten aan het moeilijk te vinden om les te geven over de Jodenvervolging. Lesgeven over dit onderwerp zou lastig zijn omdat het soms emotionele discussies oplevert.

Bronnen Geschiedenisboeken, films en documentaires zijn de belangrijkste informatiebronnen die docenten gebruiken bij het lesgeven over de oorlog. Iets meer dan 40% van de docenten in het primair onderwijs nodigt gastdocenten uit; in het voortgezet onderwijs is dat 36%. Men vraagt voornamelijk mensen die zelf de oorlog hebben meegemaakt. De docenten in het voortgezet onderwijs die een gastdocent inzetten, vinden deze vooral via het Landelijk Steunpunt Gastsprekers WO IIheden. In het primair onderwijs vraagt men vaker kennissen uit de directe omgeving.

Oorlogsmusea In het voortgezet onderwijs heeft 56% van de docenten weleens in klasverband een oorlogsmuseum of -plaats bezocht. In het primair onderwijs is dat 45%. Het Anne Frank Huis is het meest bezochte museum. De docenten die dit museum nog niet hebben bezocht, zouden dat graag een keer doen. Belemmeringen voor een museumbezoek zijn er ook. Gebrek aan budget, lestijd en vervoer worden, zoals verwacht, vaak genoemd. Het bezoek aan een oorlogsmuseum vindt vaak plaats in het kader van een themales over de Tweede Wereldoorlog. Het primair onderwijs bezoekt de musea in het kader van 4 en 5 mei en het voortgezet onderwijs in het kader van een schoolreis in binnen- of buitenland.

Persoonlijke interesse Negen op de tien docenten in het primair onderwijs en acht op de tien docenten in het voortgezet onderwijs hebben veel interesse in de Tweede Wereldoorlog. Zij geven aan in gelijke mate geïnteresseerd te zijn door verhalen van familie, speelfilms en museumbezoek. Vakdocenten in het voortgezet onderwijs zijn ook geïnteresseerd geraakt door (geschiedenis) boeken en hun opleiding. Docenten zijn voornamelijk geïnteresseerd in de Holocaust, het verzet en het leven van gewone mensen en in mindere mate in bijvoorbeeld de Indische oorlogsgeschiedenis. Docenten schatten het aantal oorlogsmusea beter in dan de Nederlandse bevolking in 2011. Zij schatten dat er 43 musea zijn; in werkelijkheid zijn het er meer dan tachtig van diverse grootte.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft een lange onderzoekstraditie. Zo laat het comité jaarlijks het Nationaal Vrijheidsonderzoek uitvoeren door bureau Veldkamp. In het onderzoek staan het draagvlak voor en de betekenisgeving aan 4 en 5 mei centraal. Enkele highlights uit het onderzoek van 2014: - Het draagvlak voor 4 en 5 mei is groot en stabiel: 85% van de Nederlanders vindt 4 mei belangrijk, voor 5 mei is dat 77%. - Men vindt 4 en 5 mei belangrijk door verhalen van vrienden en familie en door nieuws en actualiteiten. Voor 4 mei zijn de verhalen meer bepalend, voor 5 mei de actualiteiten. - 76% van de Nederlanders vindt 4 mei belangrijk voor zichzelf en 68% 5 mei. - De Tweede Wereldoorlog is actueel. Acht op de tien Nederlanders praat over de oorlog. Voornamelijk met familie. - Wanneer gevraagd wordt naar ‘oorlog’ noemt acht op de tien de Tweede Wereldoorlog. - Acht op de tien vindt 4 mei een dag van verbondenheid, voor 5 mei is dat zeven op de tien. - Respect (67%), medeleven (57%) en saamhorigheid (42%) verbindt men met 4 mei. 5 mei associeert men met respectievelijk vreugde (48%), saamhorigheid (48%) en respect (43%).

31


Herinneren/Onderzoek

Auschwitz-Birkenau

Docenten geïnteresseerd in Tweede Wereldoorlog In het onderwijs is veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog, zo blijkt uit onderzoek van bureau Veldkamp. Docenten vinden lesgeven over de oorlog belangrijk en besteden hier extra tijd aan. Onlangs is onderzocht welke bronnen docenten in het primair en voortgezet onderwijs gebruiken bij het lesgeven over de Tweede Wereldoorlog en welke oorlogsmusea zij bezoeken. Hieronder volgen de belangrijkste resultaten en komen enkele geschiedenisdocenten aan het woord. door Niels Weitkamp (tekst onderzoek) en Karen de Jager (interviews)

30 NCMagazine | najaar 2014

Nationaal Vrijheidsonderzoek

U

it het onderzoek blijkt dat 91% van de docenten in het primair onderwijs en 83% van de docenten in het voortgezet onderwijs extra tijd besteden aan het lesgeven over de Tweede Wereldoorlog. De meeste docenten verbinden hun les over de oorlog aan de actualiteit. Driekwart van de docenten in het voortgezet onderwijs en meer dan acht op de tien van de docenten uit het primair onderwijs stellen dat ze de meeste aandacht besteden aan de Holocaust. Naast de Holocaust komen ook het leven van gewone mensen en het verzet vaak aan bod. Er is relatief weinig aandacht voor de oorlog in Nederlands-Indië. Hoewel weleens gesteld wordt dat lesgeven over de Holocaust moeilijk is, geeft slechts 2% van de docenten aan het moeilijk te vinden om les te geven over de Jodenvervolging. Lesgeven over dit onderwerp zou lastig zijn omdat het soms emotionele discussies oplevert.

Bronnen Geschiedenisboeken, films en documentaires zijn de belangrijkste informatiebronnen die docenten gebruiken bij het lesgeven over de oorlog. Iets meer dan 40% van de docenten in het primair onderwijs nodigt gastdocenten uit; in het voortgezet onderwijs is dat 36%. Men vraagt voornamelijk mensen die zelf de oorlog hebben meegemaakt. De docenten in het voortgezet onderwijs die een gastdocent inzetten, vinden deze vooral via het Landelijk Steunpunt Gastsprekers WO IIheden. In het primair onderwijs vraagt men vaker kennissen uit de directe omgeving.

Oorlogsmusea In het voortgezet onderwijs heeft 56% van de docenten weleens in klasverband een oorlogsmuseum of -plaats bezocht. In het primair onderwijs is dat 45%. Het Anne Frank Huis is het meest bezochte museum. De docenten die dit museum nog niet hebben bezocht, zouden dat graag een keer doen. Belemmeringen voor een museumbezoek zijn er ook. Gebrek aan budget, lestijd en vervoer worden, zoals verwacht, vaak genoemd. Het bezoek aan een oorlogsmuseum vindt vaak plaats in het kader van een themales over de Tweede Wereldoorlog. Het primair onderwijs bezoekt de musea in het kader van 4 en 5 mei en het voortgezet onderwijs in het kader van een schoolreis in binnen- of buitenland.

Persoonlijke interesse Negen op de tien docenten in het primair onderwijs en acht op de tien docenten in het voortgezet onderwijs hebben veel interesse in de Tweede Wereldoorlog. Zij geven aan in gelijke mate geïnteresseerd te zijn door verhalen van familie, speelfilms en museumbezoek. Vakdocenten in het voortgezet onderwijs zijn ook geïnteresseerd geraakt door (geschiedenis) boeken en hun opleiding. Docenten zijn voornamelijk geïnteresseerd in de Holocaust, het verzet en het leven van gewone mensen en in mindere mate in bijvoorbeeld de Indische oorlogsgeschiedenis. Docenten schatten het aantal oorlogsmusea beter in dan de Nederlandse bevolking in 2011. Zij schatten dat er 43 musea zijn; in werkelijkheid zijn het er meer dan tachtig van diverse grootte.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft een lange onderzoekstraditie. Zo laat het comité jaarlijks het Nationaal Vrijheidsonderzoek uitvoeren door bureau Veldkamp. In het onderzoek staan het draagvlak voor en de betekenisgeving aan 4 en 5 mei centraal. Enkele highlights uit het onderzoek van 2014: - Het draagvlak voor 4 en 5 mei is groot en stabiel: 85% van de Nederlanders vindt 4 mei belangrijk, voor 5 mei is dat 77%. - Men vindt 4 en 5 mei belangrijk door verhalen van vrienden en familie en door nieuws en actualiteiten. Voor 4 mei zijn de verhalen meer bepalend, voor 5 mei de actualiteiten. - 76% van de Nederlanders vindt 4 mei belangrijk voor zichzelf en 68% 5 mei. - De Tweede Wereldoorlog is actueel. Acht op de tien Nederlanders praat over de oorlog. Voornamelijk met familie. - Wanneer gevraagd wordt naar ‘oorlog’ noemt acht op de tien de Tweede Wereldoorlog. - Acht op de tien vindt 4 mei een dag van verbondenheid, voor 5 mei is dat zeven op de tien. - Respect (67%), medeleven (57%) en saamhorigheid (42%) verbindt men met 4 mei. 5 mei associeert men met respectievelijk vreugde (48%), saamhorigheid (48%) en respect (43%).

31


Herinneren/Onderzoek

AFS/Cris Toala Olivares

Jongeren in het Anne Frank Huis. Onder: kinderen bij de 102.000 stenen in Westerbork

Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Vervolg van eerder onderzoek

Heden naast verleden Jos de Kerk, vakdocent aan de pabo van de Thomas More Hogeschool in Rotterdam, richt zich bewust op het heden, naast het verleden. In dat heden herkennen zijn studenten zich. “Als Wilders vraagt ‘Willen jullie meer of minder Marokkanen’, dan vraag ik mijn studenten wat het verschil is met de vraag: ‘Willen jullie meer of minder Joden’. Ik haak in op de ervaringen van mijn studenten zelf. Hoe is het met hun familie gegaan in de oorlog? In Nederland, in Nederlands-Indië? Ze leren de feiten over de oorlog, en ze horen de verhalen. Elk jaar komt Karel Barns vertellen over lijn 18, de tram die ’s nachts in Amsterdam Joden ophaalde, en over zijn ouders die hielpen Joden te ontsnappen. Dat brengt het verhaal dichterbij.” Het project eindigt met een vredesdag in maart. Dan kijken we naar het heden. Veteranen vertellen over missies, maar ook de Anjer Kinderen komen aan bod, kinderen van veteranen die opgroeien in een getraumatiseerd gezin. Een organisatie als War Child vertelt over de effecten van oorlog op kinderen. Je kunt als docent straks kinderen in de klas hebben die onder tafel kruipen als ze een vliegtuig horen overkomen. We zoeken diverse invalshoeken om de studenten ingangen te bieden om zich met het onderwerp te vereenzelvigen.”

Wat doe je wel en wat doe je niet? Ontwikkelingspsycholoog Gerrit Breeuwsma waarschuwt voor de bijwerking van verhalen: het romantiseren van oorlogen. Hij hamert op het belang van feitenkennis naast verhalen en wijst erop dat het referentiekader van kinderen hun kijk op de historische werkelijkheid kleurt. Een van de belangrijke doelen van geschiedenis en vooral geschiedkundige kennis van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust is inzicht bieden

32

NCMagazine | najaar 2014

Dit kwantitatieve onderzoek, uitgevoerd onder docenten in het primair en voortgezet onderwijs, is een vervolg op een soortgelijk onderzoek van 2011. Dat onderzoek werd uitgevoerd in het kader van de overdracht van taken op het gebied van educatie en voorlichting over de Tweede Wereldoorlog aan het Nationaal Comité door de Rijksoverheid. Toen is onderzocht of Nederlanders geïnteresseerd zijn in de Tweede Wereldoorlog, welke bronnen zij gebruiken om daarover informatie te vergaren en welke oorlogsmusea zij bezoeken. Bij het uitvoeren van het huidige educatieonderzoek is samengewerkt met de Vereniging van Docenten Geschiedenis en Staatsinrichting in Nederland. Voor meer informatie: www.4en5mei.nl. in de effecten van vooroordelen, uitsluiting en racisme en mogelijkheden tot reflectie bieden op het eigen handelen en de eigen verantwoordelijkheden. “Daarvoor moet je jongeren in de gelegenheid stellen die geschiedenis een onderdeel van hun eigen geschiedenis te maken, op hun eigen emotioneel niveau.” Hij noemt het monument van de 102.000 stenen in Kamp Westerbork een goed voorbeeld. “Het nodigt jongeren uit de omvang van de Holocaust te ervaren, door te kijken en er doorheen te lopen, de verschillen in hoogte te voelen en ervaren (de stenen zijn willekeurig in hoogte gestraat om te benadrukken dat 102.000 individuen niet zijn teruggekeerd na hun deportatie via Westerbork, red.).”

Onderzoek en interviews Feiten, verhalen en verwerking staan centraal bij het project in de derde klassen havo en vwo van de Katholieke scholengemeenschap De Breul in Zeist. Albert Jens, docent geschiedenis: “De leerlingen gaan zelf op onderzoek uit in het archief van de gemeente, doen interviews. Veel leerlingen hebben via de ouders een link met de Tweede Wereldoorlog. De resultaten van dat onderzoek presenteren ze op een avond aan de ouders. Tot voor kort hadden we jaarlijks een gastspreker via Herinneringscentrum Kamp Westerbork die zijn persoonlijke verhaal vertelde. Die kan dit nu helaas niet meer doen. Het is te vermoeiend voor hem geworden.” Sinds drie jaar organiseert Paul van Afferen een excursie naar Auschwitz, op vrijwillige basis. “We bezoeken Birkenau (Auschwitz II) waar het huis van de kampcommandant staat, bekend uit de film Schindler’s list, die de leerlingen allemaal gezien hebben. Daarna komen de gesprekken los, en dat is misschien wel het belangrijkste resultaat van dit bezoek. Dan leggen de leerlingen verbanden met hun eigen leven. ”


70 jaar Bevrijding

Liberation Route Europe Op 17 september 1944 begon Operation Market Garden. Geallieerde legers wilden Nederlandse bruggenhoofden in Brabant en Gelderland innemen om door te stoten naar Duitsland. Achter de Duitse linies werden alvast parachutisten gedropt. Het liep anders, tijdens de beruchte Operation Market Garden. De Liberation Route Europe creëert aandacht voor de herdenking hiervan. door Daphne Meijer | foto’s Stichting Liberation Route Europe

De reizende tentoonstelling Routes of Liberation

B

egin juni van dit jaar werd de zeventigste verjaardag van D-Day herdacht. Op 6 juni 1944 begon de bevrijding van Noordwest-Europa. Vanaf de zuidkust van Engeland landden de geallieerden op de stranden van Normandië. Van daar trokken zij verder naar Parijs, België, Nederland en het Ruhrgebied. Zeventig jaar na dato is een goed moment om nogmaals stil te staan bij deze militaire gebeurtenissen die hebben geleid tot de bevrijding van Europa. Allerlei lokale en regionale initiatieven in Groot-Brittannië, Frankrijk, België, Nederland, Duitsland en Polen zijn gebundeld in een internationaal programma om de bevrijding van Europa te vieren. Samen vormen zij de Liberation Route Europe,

een internationale herdenkingsroute die mijlpalen met elkaar verbindt. Deelnemende organisaties als musea en militaire begraafplaatsen voeren het gemeenschappelijke logo van de Stichting Liberation Route Europe. De Liberation Route Europe vindt zijn oorsprong in de regio ArnhemNijmegen. De geallieerde troepen werden hier zeventig jaar geleden in hun opmars gestopt. Niet alleen de Slag om Arnhem wordt grootschalig herdacht. Het gaat om een grootschalige herdenking van Operation Market Garden, zowel in Brabant als in Gelderland. In totaal zijn er inmiddels meer dan 250 evenementen en andere activiteiten aangemeld op www.marketgarden70.nl.

33


Veteraan met kaart van de Liberation Route Europe

70 jaar Bevrijding

70 jaar Bevrijding

In het kader van 70 jaar Bevrijding schenkt NC Magazine aandacht aan verhalen over de bevrijding van Nederland in 1944 en in 1945. Zie voor meer artikelen: pagina 52 en 54

vfonds: ‘de D-Day van Nederland’

Voor meer informatie: De Stichting Liberation Route Europe in Elst organiseert de publiciteit rond Operation Market Garden en de Liberation Route Europe in het algemeen. Directeur Victoria van Krieken vertelt dat Liberation Route Europe de evenementen niet organiseert, dat doen organisaties zelf. “Wij faciliteren zowel de organisatoren als het publiek. Overal waar de geallieerden zeventig jaar geleden vochten, gebeurt nu van alles. Vaak zijn dit lokale en soms ook kleinschalige evenementen. Wij proberen belangstelling te genereren van buiten de regio voor het grote, grensoverschrijdende verhaal van het laatste oorlogsjaar en de bevrijding van Europa. We richten ons op het grote publiek. De Route is in feite een parelsnoer van activiteiten, die met elkaar gemeen hebben dat de bevrijding centraal staat.” De stichting in Elst is verantwoordelijk voor de websites van de Liberation Route en Operation Market Garden 70 jaar. Hiernaast coördineert Van Krieken de logistiek van een reizende tentoonstelling: Routes of Liberation. Lokale musea kunnen deze tijdelijk exposeren. De expositie is dit najaar te zien in Arnhem en Groesbeek en verhuist daarna naar Duitsland.

34 NCMagazine | najaar 2014

www.liberationroute.com ww.routesofliberation.com (site van reizende expositie) www.marketgarden70.nl www.herdenkingskalender.nl (aanmelden van lokale initiatieven) www.wegnaardebevrijding.nl (multimediale journalistieke website van Uitgeverij Wegener en de regionale omroepen over de bevrijding van Zuid-Nederland) www.vfonds.nl

Het vfonds steunt het initiatief om stil te staan bij 70 jaar bevrijding, alsmede Operation Market Garden en financiert het werk van de Liberation Route Europe. Directeur Ton Heerts vertelt: ”Het gaat ons primair om het leggen van de verbinding. Het vfonds geeft jaarlijks subsidie aan een groot aantal initiatieven om herdenkingen te organiseren en de bevrijding te vieren. Wij zagen dat ter gelegenheid van zeventig jaar Operation Market Garden vele lokale activiteiten werden bedacht en wilden die ondersteunen. Wij zijn zelf geen organisator, we geven subsidie. We hebben de samenwerking tussen al die lokale en regionale projecten een boost gegeven en hier een kleine half miljoen euro voor uitgetrokken.” Ton Heerts vervolgt: ”Operation Market Garden zie ik als onze D-Day; Oost-Gelderland is ons Normandië. Er zijn in de omgeving van Arnhem en Nijmegen ook meerdere musea en herdenkingsplekken gevestigd, zoals het museum in Overloon. De Slag om Arnhem heeft in de komende weken zeventig jaar geleden plaatsgevonden; Zuid-Nederland is zeventig jaar geleden bevrijd. Wij moeten hier nú bij stilstaan. We kunnen ervan uitgaan dat het de laatste keer is dat wij dit kunnen vieren met de veteranen die er toen daadwerkelijk bij waren. Over vijf jaar is het 75 jaar geleden en zijn de veteranen er waarschijnlijk niet meer. Dit zorgt voor enige urgentie.” Het vfonds betaalt in het kader van 70 jaar bevrijding ook mee aan de uitgave van de Bevrijdingskalender, die in 2015 wordt uitgedeeld aan de leerlingen van de groepen 7 en 8 van alle basisscholen in Nederland. Ton Heerts: “De kalender geeft informatie over historische gebeurtenissen en activiteiten die volgend jaar worden georganiseerd, toegesneden op de leeftijdsgroep; om verleden, heden en toekomst te verbinden.” Het vfonds fourneert geld voor veteranenzorg en voor projecten om te herdenken en de vrijheid te vieren. Het vfonds steunt het Nationaal Comité 4 en 5 mei bijvoorbeeld ook met de financiële ondersteuning van de veertien Bevrijdingsfestivals. Hiernaast subsidieert het fonds projecten die de vrede, democratie en rechtsstaat ondersteunen. Voor meer informatie: www.vfonds.nl.

35


Veteraan met kaart van de Liberation Route Europe

70 jaar Bevrijding

70 jaar Bevrijding

In het kader van 70 jaar Bevrijding schenkt NC Magazine aandacht aan verhalen over de bevrijding van Nederland in 1944 en in 1945. Zie voor meer artikelen: pagina 52 en 54

vfonds: ‘de D-Day van Nederland’

Voor meer informatie: De Stichting Liberation Route Europe in Elst organiseert de publiciteit rond Operation Market Garden en de Liberation Route Europe in het algemeen. Directeur Victoria van Krieken vertelt dat Liberation Route Europe de evenementen niet organiseert, dat doen organisaties zelf. “Wij faciliteren zowel de organisatoren als het publiek. Overal waar de geallieerden zeventig jaar geleden vochten, gebeurt nu van alles. Vaak zijn dit lokale en soms ook kleinschalige evenementen. Wij proberen belangstelling te genereren van buiten de regio voor het grote, grensoverschrijdende verhaal van het laatste oorlogsjaar en de bevrijding van Europa. We richten ons op het grote publiek. De Route is in feite een parelsnoer van activiteiten, die met elkaar gemeen hebben dat de bevrijding centraal staat.” De stichting in Elst is verantwoordelijk voor de websites van de Liberation Route en Operation Market Garden 70 jaar. Hiernaast coördineert Van Krieken de logistiek van een reizende tentoonstelling: Routes of Liberation. Lokale musea kunnen deze tijdelijk exposeren. De expositie is dit najaar te zien in Arnhem en Groesbeek en verhuist daarna naar Duitsland.

34 NCMagazine | najaar 2014

www.liberationroute.com ww.routesofliberation.com (site van reizende expositie) www.marketgarden70.nl www.herdenkingskalender.nl (aanmelden van lokale initiatieven) www.wegnaardebevrijding.nl (multimediale journalistieke website van Uitgeverij Wegener en de regionale omroepen over de bevrijding van Zuid-Nederland) www.vfonds.nl

Het vfonds steunt het initiatief om stil te staan bij 70 jaar bevrijding, alsmede Operation Market Garden en financiert het werk van de Liberation Route Europe. Directeur Ton Heerts vertelt: ”Het gaat ons primair om het leggen van de verbinding. Het vfonds geeft jaarlijks subsidie aan een groot aantal initiatieven om herdenkingen te organiseren en de bevrijding te vieren. Wij zagen dat ter gelegenheid van zeventig jaar Operation Market Garden vele lokale activiteiten werden bedacht en wilden die ondersteunen. Wij zijn zelf geen organisator, we geven subsidie. We hebben de samenwerking tussen al die lokale en regionale projecten een boost gegeven en hier een kleine half miljoen euro voor uitgetrokken.” Ton Heerts vervolgt: ”Operation Market Garden zie ik als onze D-Day; Oost-Gelderland is ons Normandië. Er zijn in de omgeving van Arnhem en Nijmegen ook meerdere musea en herdenkingsplekken gevestigd, zoals het museum in Overloon. De Slag om Arnhem heeft in de komende weken zeventig jaar geleden plaatsgevonden; Zuid-Nederland is zeventig jaar geleden bevrijd. Wij moeten hier nú bij stilstaan. We kunnen ervan uitgaan dat het de laatste keer is dat wij dit kunnen vieren met de veteranen die er toen daadwerkelijk bij waren. Over vijf jaar is het 75 jaar geleden en zijn de veteranen er waarschijnlijk niet meer. Dit zorgt voor enige urgentie.” Het vfonds betaalt in het kader van 70 jaar bevrijding ook mee aan de uitgave van de Bevrijdingskalender, die in 2015 wordt uitgedeeld aan de leerlingen van de groepen 7 en 8 van alle basisscholen in Nederland. Ton Heerts: “De kalender geeft informatie over historische gebeurtenissen en activiteiten die volgend jaar worden georganiseerd, toegesneden op de leeftijdsgroep; om verleden, heden en toekomst te verbinden.” Het vfonds fourneert geld voor veteranenzorg en voor projecten om te herdenken en de vrijheid te vieren. Het vfonds steunt het Nationaal Comité 4 en 5 mei bijvoorbeeld ook met de financiële ondersteuning van de veertien Bevrijdingsfestivals. Hiernaast subsidieert het fonds projecten die de vrede, democratie en rechtsstaat ondersteunen. Voor meer informatie: www.vfonds.nl.

35


Bron van inspiratie

Iets veranderen

Vier vrijheden “In 1941, toen Amerika nog niet betrokken was bij de Tweede Wereldoorlog, heeft Roosevelt in de State of the Union geduid wat de verantwoordelijkheid van Amerika was. Hij zei: ‘er zijn vier vrijheden waar wij voor moeten staan, overal in de wereld. De vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrijwaring van gebrek en vrijwaring van vrees. Vier primaire menselijke waarden die we móeten waarborgen, waar elk mens recht op heeft. Die vier menselijke waarden zijn later de basis geweest van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens’. Als commissaris ben ik voorzitter van de Roosevelt Stichting in Middelburg, die samen met het Roosevelt Institute in New York de Four Freedoms Awards uitreikt aan mensen die zich voor deze waarden hebben ingezet (voorvaderen van de Roosevelts kwamen uit Zeeland/ red.). De laureaten zijn grote namen, maar de vier vrijheden zijn ankerpunten voor ons eigen dagelijks handelen. Het gaat ook om wat zich in Nederland en soms dichtbij afspeelt: sociale uitsluiting, vrouwenhandel, discriminatie, huiselijk geweld. Wat ik hoop, is dat Zeeland als gastheer op 5 mei een relatie kan leggen met de vrijheden die Roosevelt zo treffend heeft verwoord en die je heel concreet kunt toepassen op hedendaagse vraagstukken.” Zie www.fourfreedoms.nl.

De keuze van:

Han Polman Door wie en door wat worden mensen geïnspireerd? In deze serie ditmaal Han Polman. Hij is commissaris van de Koning in Zeeland, de provincie waar volgend jaar op 5 mei de Nationale Viering van de Bevrijding een aanvang zal nemen. Eerder was Polman achtereenvolgens gemeenteraadslid voor D66 in Den Haag en burgemeester van Noordwijkerhout en Bergen op Zoom. door Marja Verbraak

Zo’n klein meisje “Ik ga nog even door over de Four Freedoms Awards, want voor mij zijn alle laureaten bronnen van inspiratie. Als ik er maar één mag noemen, een bekende: Malala Yousafzai, het Pakistaanse meisje op wie de Taliban een aanslag pleegden omdat ze zich inzette voor het recht op onderwijs voor meisjes. Als twaalfjarige schreef ze al een blog voor de BBC over haar ervaringen. Zo’n klein meisje. Het was nog niet eens zo eenvoudig om haar naar Middelburg te krijgen voor de uitreiking (Malala kreeg de Award voor Vrijwaring van Vrees/ red.), want de hele wereld trekt aan haar en ze wil eerst haar school afmaken. Als je met haar praat, is het een gewoon meisje, nu zeventien, dat graag vriendinnen wil maken en klaagt over haar klierende broertjes. Maar ze heeft wél iets heel moedigs gedaan, een duidelijke keuze gemaakt. Daar gaat het me om: het is heel gemakkelijk om hoogdravend en abstract over vrijheid en menselijke waarden te spreken, maar wat doe je dan concreet, ook in je eigen omgeving?”

Dik van der Meulen, auteur van de biografie Multatuli, winnaar van de AKO-literatuurprijs 2003

Deze Max Havelaar is iets korter dan de oorspronkelijke versie, en vooral: in modern Nederlands geschreven, met respect voor Multatuli’s onnavolgbare compositie en stijl. In de ‘Canon van de Nederlandse geschiedenis’ staan slechts twee boeken: de Bijbel en de Max Havelaar. In 2010 is het 150 jaar geleden dat de Max Havelaar verscheen. Met deze editie kan het belangrijkste werk uit de Nederlandse literatuur aan een tweede leven beginnen. Voor een nieuwe generatie Nederlanders — en voor iedereen die Max Havelaar nog niet heeft gelezen.

36 NCMagazine | najaar 2014

ISBN 978 90 79985 15 9

President Franklin Roosevelt houdt zijn Four Freedoms speech op 6 januari 1941

Ton Stanowicki

Han Polman

New York Times

Lees déze editie! Klassiek én nieuw!

9 789079 985159

multatuli max havelaar

Malala Yousafzai spreekt na de hebben geschreven uitreiking Four ‘Zo zoualsMultatuli hij nu had geleefd.’ Freedoms Award, 2014

“Bij het lezen van Max Havelaar, op de middelbare school, brak bij mij het besef door dat je te maken kunt krijgen met zichtbare maar ook onzichtbare krachten die tegenwerken. Het boek gaat over een Nederlandse overheidsfunctionaris in het toenmalige Nederlands-Indië die misstanden aan de kaak stelt. Hij loopt tegen muren op, het lukt hem niet iets te veranderen; gelijk hebben en gelijk krijgen zijn twee heel verschillende dingen. Je kúnt ook niet altijd alles veranderen omdat je afhankelijk bent van andere individuen, van ingesleten cultuurpatronen. Cultuur kun je niet vastpakken, maar is heel bepalend voor wat je kunt bereiken. Als lezer van Max Havelaar vraag je je wel af: had die man het anders kunnen aanpakken? Dat thema blijft actueel omdat je als verantwoordelijke heel nobele doelen kunt hebben die moeilijk te realiseren zijn omdat de dingen gaan zoals ze gaan, ‘omdat wij dat hier nu eenmaal zo doen’. Hoe houd je rekening met zo’n cultuur zonder je eigen loyaliteit en integriteit te verliezen? Als burgemeester heb ik meegemaakt dat het normaal werd gevonden dat een gemeenteraadslid opkwam voor de club waar hij bestuurslid van was. Maar als raadslid heb je een andere verantwoordelijkheid: je moet het algemeen belang dienen. Dat is soms aan dovemansoren gericht, want de persoon in kwestie wil toch het goede?” Max Havelaar, of de Koffieveilingen der Nederlandse Handelsmaatschappij, Multatuli.

hertaald en bewerkt door Gijsbert van Es

max havelaar

of de koffieveilingen van de nederlandse handelmaatschappij door

multatuli hertaald en bewerkt door

Gijsbert van Es


Ook de honderdduizenden bezoekers van de 14 Bevrijdingsfestivals op 5 mei dragen de fakkel. De Bevrijdingsfestivals en de fakkelcampagne worden mede mogelijk gemaakt door het vfonds

Betrokken bij 4 en 5 mei? Laat het zien! Herdenkt u op 4 mei? Viert u de vrijheid en de bevrijding op 5 mei? Laat uw betrokkenheid zien en draag de fakkel, het symbool van herdenken en vieren. Bedrijven als de NS, HEMA, Google, TMG, Classic FM, RET (openbaar vervoerbedrijf Rotterdam) en Openbare Bibliotheek Amsterdam gingen u voor, net als vele gemeenten. U kunt kiezen voor een duurzaam fakkelspeldje of een display met 300 fakkelstickers voor een herdenking bij u in de buurt of voor uw medewerkers en klanten. De fakkel is verkrijgbaar via de webshop op www.4en5mei.nl.

foto’s Ilvy Njiokiktjien


vieren Gers Pardoel op het Bevrijdingsfestival in Den Haag, 5 mei 2014

Het succesverhaal van het Bevrijdingsfestival Den Haag

De veertien Bevrijdingsfestivals op 5 mei vormen het grootste eendaagse culturele evenement dat jaarlijks in Nederland wordt gehouden. Een Bevrijdingsfestival onderscheidt zich van andere festivals doordat projecten over vrijheid en democratie een belangrijke rol spelen. Hoe wordt een Bevrijdingsfestival opgebouwd? Wie zijn erbij betrokken? NC Magazine brengt elk nummer een artikel over een Bevrijdingsfestival. Dit keer het Bevrijdingsfestival Den Haag, de internationale stad van vrede en recht. door Toine Rongen | foto’s Dave van Hout


vieren Gers Pardoel op het Bevrijdingsfestival in Den Haag, 5 mei 2014

Het succesverhaal van het Bevrijdingsfestival Den Haag

De veertien Bevrijdingsfestivals op 5 mei vormen het grootste eendaagse culturele evenement dat jaarlijks in Nederland wordt gehouden. Een Bevrijdingsfestival onderscheidt zich van andere festivals doordat projecten over vrijheid en democratie een belangrijke rol spelen. Hoe wordt een Bevrijdingsfestival opgebouwd? Wie zijn erbij betrokken? NC Magazine brengt elk nummer een artikel over een Bevrijdingsfestival. Dit keer het Bevrijdingsfestival Den Haag, de internationale stad van vrede en recht. door Toine Rongen | foto’s Dave van Hout


vieren

Links: Gers Pardoel arriveert per helikopter (beschikbaar gesteld door het ministerie van Defensie) op het Bevrijdingsfestival in Den Haag, 5 mei 2014 Onder: bemanning van de helikopter op het podium met Gers Pardoel op het Bevrijdingsfestival in Den Haag, 5 mei 2014. Rechts: een als fakkel verklede vrouw op het Bevrijdingsfestival, Den Haag, 5 mei 2014

O

p een terras kijken de organisatoren van het Bevrijdingsfestival Den Haag over het Malieveld. Gerard van den IJssel (47) en Robert Jan Rueb (55) van de R.G. Ruijs Stichting (organisator Bevrijdingsfestival Den Haag) volgen de opbouw van een paviljoentent. Over enkele dagen vindt daar de Tong Tong Fair plaats die de komende twee weken ruim honderdduizend bezoekers zal trekken. Twee keer zoveel als de 55.000 die het Bevrijdingsfestival Den Haag op 5 mei echter in één dag trok. Deze massahappening, die door de R.G. Ruijs Stichting in samenwerking met de gemeente, vele ideële organisaties en Festivents werd georganiseerd, behoort inmiddels tot een van ’s lands best georganiseerde festivals. Vooral op de laatste editie zijn Gerard en Robert Jan trots. Dit succesverhaal past bij Den Haag, dat dankzij grootheden als Golden Earring, Di-rect en Anouk en met de organisatie van minstens tien populaire festivals per jaar al decennialang geldt als de pophoofdstad van Nederland. Maar het is ook de stad van het Vredespaleis en het Internationale Gerechtshof. Daarom is het zo opmerkelijk dat de gemeente in 2007 de stekker uit het Vrijheidsfestival op het Spuiplein wilde trekken. “Het was een allegaartje”, blikt Rueb terug. “Gelukkig nodigde wethouder Rabin Baldewsingh enkele potentiële partijen uit een plan voor een verbeterde versie te schrijven. Met Gerard ging ik er goed voor zitten. Op 10 februari 2008 kregen we de opdracht en daarin hebben we flink onze tanden gezet. Ons eerste Bevrijdingsfestival op 5 mei 2011 trok 18.000 bezoekers. Toen we in 2012 uitweken naar het Malieveld trokken we direct 45.000 toeschouwers.” In 2014 waren het er dus 55.000. Het festival werd pas in 2011 het veertiende lid van de Nationale Bevrijdingsfestivals. Daarmee week het Nationaal Comité af van het gebruikelijke aantal, bestaande uit de edities in de twaalf provinciale hoofdsteden en in de hoofdstad. Deze keuze was voor alle partijen een schot in de roos. In de internationale stad van vrede en recht zijn immers de kernwaarden die op 4 en 5 mei worden herdacht en gevierd verankerd. Burgemeester Jozias van Aartsen verwoordde het tijdens de opening van het laatste Bevrijdingsfestival: “Vanuit onze stad werken duizenden mensen bij internationale organisaties en

40 NCMagazine | najaar 2014

ngo’s aan een betere, vreedzame, rechtvaardige wereld. Den Haag is dan ook bij uitstek dé plek voor een Bevrijdingsfestival.” Logisch dan ook dat het Bevrijdingsfestival Den Haag veel steun krijgt van de gemeente en van talloze ideële stichtingen die de stad kent.

Haagse Vrijheidsweken “Maar vooral de erkenning door het Nationaal Comité als Nationaal Bevrijdingsfestival biedt ons talloze voordelen”, zegt Van den IJssel. “Nationale promotie en het uitwisselen van kennis bijvoorbeeld. Maar ook kregen we de legitimatie dat we een officieel Bevrijdingsfestival zijn. We hebben daardoor de helikopter act, met optredens van de Ambassadeurs van de Vrijheid. Een enorme trekker.” Ook de weidsheid van het Malieveld gaf het festival bijzondere kansen. Naast de twee hoofdpodia kwam er een aparte tent voor lezingen, podiuminterviews en theater. Dit inhoudelijke onderdeel groeide snel uit tot het meest in het oog springende kenmerk van dit festival: een drie weken durende warming up voor 5 mei met dit jaar vijftig activiteiten verspreid over de stad. Op het terras is inmiddels Anastasia Chiarella (47) aangeschoven. Zij is het organiserende brein achter de Haagse Vrijheidsweken. “Vele instanties hier die zich inzetten voor vrede, recht en democratie werken graag met ons samen”, vertelt ze. “Denk aan het Vredespaleis, het Joegoslavië-tribunaal, Europol. Maar ook organisaties als ProDemos, Humanity House, Bibliotheek Den Haag, Stichting Museum Atlantic Wall, Oranjehotel en het Haags Historisch Museum. Bovendien kent de stad naast het Binnenhof ook de ambassades van tientallen landen. Dat alles bij elkaar bezorgt de inwoners een kritische zelfreflectie met veel discussie. Maar ook is daardoor Den Haag een inspiratiebron voor culturele, artistieke initiatieven.” Chiarella wijst onder meer op het Haags centrum voor beeldende kunst Stroom dat onder de noemer See you in The Hague activiteiten organiseerde. De titel is een veel gescandeerde leuze tijdens

‘In 2014 trokken we 55.000 bezoekers’

demonstraties tegen politieke criminelen, in de hoop dat zij ooit in de boeien naar de gevangenis in Scheveningen worden afgevoerd om later voor het Internationale Gerechtshof te verschijnen. Stroom vertaalde dat in drie programma’s die samen 1265 mensen trokken. Een van die programma’s was The Good Cause: een tentoonstelling over hoe onder meer in Kosovo en Zuid-Afrika wederopbouw een instrument voor duurzame vrede kan zijn.

Doodencel 601 Chiarella was vooral geraakt door de extra openstellingen van Doodencel 601. Honderden geïnteresseerden bezochten deze cel in het voormalige Oranjehotel. Normaal is deze in oorspronkelijke staat gebleven cel in de Scheveningse gevangenis alleen twee uur te bezichtigen op de laatste woensdag van elke maand. Voor de Haagse Vrijheidsweken werkte de Penitentiaire Instellingen Haaglanden en het Rijksvastgoedbedrijf mee aan drie extra openstellingen, waarbij een gids tekst en uitleg gaf. Elke keer was het bezoek met 65 mensen uitverkocht. “In de muur turfde een gevangene al kervend zijn laatste dagen. Ineens houdt dat op. Aangrijpend.” Chiarella vertelt dat ze inspiratie voor vrijheid en gerechtigheid put uit onder meer een familielid dat in het concentratiekamp Bergen-Belsen een deel van zijn jeugd doorbracht en op zijn zeventiende werd bevrijd. “Dat we ontspannen over alles kunnen praten, zoals hier, is helaas niet in elk land en elk tijdbestek normaal”, aldus Robert Jan Rueb die onder meer motivatie haalt uit de geschiedenis van zijn Joodse grootvader die in 1941 werd afgevoerd en nooit terugkeerde. Gerard van den IJssel woonde drie jaar in Israël en verdiepte zich zowel in het IsraëlischPalestijnse conflict als in de anti-apartheidsstrijd in Zuid-Afrika. “Onze vrijheid moet je in tijden van opkomende intolerantie en racisme koesteren en vieren”, vindt hij. Dat heeft uiteindelijk geresulteerd in een festival met een ijzersterk format dat bestaat uit opkomend talent, de band van het jaar, de historische artiest en de grote slotact. Op 5 mei 2014 sloot Di-rect het festival af. Dat concert echoot nog door op het terras. “Het absolute hoogtepunt! Echt, steen- en steengoed! En dan ook nog een band uit Den Haag!”, jubelt de organisatie.

De Bevrijdingsfestivals De veertien Bevrijdingsfestivals zijn de afgelopen 24 jaar uitgegroeid tot het grootste eendaagse culturele evenement in Nederland. Ze worden mede mogelijk gemaakt door het vfonds. Op zo’n veertig podia in alle delen van het land treden elk jaar circa 250 bands op. Op de Bevrijdingsfestivals wordt veel aandacht geschonken aan thema’s als vrijheid, democratie en mensenrechten. Elk jaar treden drie Ambassadeurs van de Vrijheid op. De Ambassadeurs zijn bekende artiesten die het publiek op het belang van het vieren van de vrijheid willen wijzen. Traditiegetrouw stelt het ministerie van Defensie drie helikopters met bemanning beschikbaar om deze artiesten/bands naar de plaats van bestemming te vliegen. Voor meer informatie: www.bevrijdingsfestivals.nl

Vrijwilligers Misja Rueb (29) is coördinator van de 75 vrijwilligers van het Bevrijdingsfestival Den Haag: “Ik begon in 2008 als backstage runner, alles wat snel geregeld moest worden, pakte ik op. In de jaren daarna zag ik het festival alsmaar groeien. We begonnen met 30 vrijwilligers, inmiddels zijn dat er 75. We vormen een multiculturele familie. Een student die stage in Engeland loopt, kwam speciaal terug om op 5 mei vrijwilliger te zijn. Het festival is dankzij de talloze activiteiten echt een experience geworden. Vooral de boodschap geeft het festival een ziel. Mijn opa en oma hebben tijdens de oorlog een Jappenkamp overleefd. Hun traumatische ervaringen kunnen we niet vergeten. We moeten onze vrijheid koesteren, herdenken en vieren.”

41


vieren

Links: Gers Pardoel arriveert per helikopter (beschikbaar gesteld door het ministerie van Defensie) op het Bevrijdingsfestival in Den Haag, 5 mei 2014 Onder: bemanning van de helikopter op het podium met Gers Pardoel op het Bevrijdingsfestival in Den Haag, 5 mei 2014. Rechts: een als fakkel verklede vrouw op het Bevrijdingsfestival, Den Haag, 5 mei 2014

O

p een terras kijken de organisatoren van het Bevrijdingsfestival Den Haag over het Malieveld. Gerard van den IJssel (47) en Robert Jan Rueb (55) van de R.G. Ruijs Stichting (organisator Bevrijdingsfestival Den Haag) volgen de opbouw van een paviljoentent. Over enkele dagen vindt daar de Tong Tong Fair plaats die de komende twee weken ruim honderdduizend bezoekers zal trekken. Twee keer zoveel als de 55.000 die het Bevrijdingsfestival Den Haag op 5 mei echter in één dag trok. Deze massahappening, die door de R.G. Ruijs Stichting in samenwerking met de gemeente, vele ideële organisaties en Festivents werd georganiseerd, behoort inmiddels tot een van ’s lands best georganiseerde festivals. Vooral op de laatste editie zijn Gerard en Robert Jan trots. Dit succesverhaal past bij Den Haag, dat dankzij grootheden als Golden Earring, Di-rect en Anouk en met de organisatie van minstens tien populaire festivals per jaar al decennialang geldt als de pophoofdstad van Nederland. Maar het is ook de stad van het Vredespaleis en het Internationale Gerechtshof. Daarom is het zo opmerkelijk dat de gemeente in 2007 de stekker uit het Vrijheidsfestival op het Spuiplein wilde trekken. “Het was een allegaartje”, blikt Rueb terug. “Gelukkig nodigde wethouder Rabin Baldewsingh enkele potentiële partijen uit een plan voor een verbeterde versie te schrijven. Met Gerard ging ik er goed voor zitten. Op 10 februari 2008 kregen we de opdracht en daarin hebben we flink onze tanden gezet. Ons eerste Bevrijdingsfestival op 5 mei 2011 trok 18.000 bezoekers. Toen we in 2012 uitweken naar het Malieveld trokken we direct 45.000 toeschouwers.” In 2014 waren het er dus 55.000. Het festival werd pas in 2011 het veertiende lid van de Nationale Bevrijdingsfestivals. Daarmee week het Nationaal Comité af van het gebruikelijke aantal, bestaande uit de edities in de twaalf provinciale hoofdsteden en in de hoofdstad. Deze keuze was voor alle partijen een schot in de roos. In de internationale stad van vrede en recht zijn immers de kernwaarden die op 4 en 5 mei worden herdacht en gevierd verankerd. Burgemeester Jozias van Aartsen verwoordde het tijdens de opening van het laatste Bevrijdingsfestival: “Vanuit onze stad werken duizenden mensen bij internationale organisaties en

40 NCMagazine | najaar 2014

ngo’s aan een betere, vreedzame, rechtvaardige wereld. Den Haag is dan ook bij uitstek dé plek voor een Bevrijdingsfestival.” Logisch dan ook dat het Bevrijdingsfestival Den Haag veel steun krijgt van de gemeente en van talloze ideële stichtingen die de stad kent.

Haagse Vrijheidsweken “Maar vooral de erkenning door het Nationaal Comité als Nationaal Bevrijdingsfestival biedt ons talloze voordelen”, zegt Van den IJssel. “Nationale promotie en het uitwisselen van kennis bijvoorbeeld. Maar ook kregen we de legitimatie dat we een officieel Bevrijdingsfestival zijn. We hebben daardoor de helikopter act, met optredens van de Ambassadeurs van de Vrijheid. Een enorme trekker.” Ook de weidsheid van het Malieveld gaf het festival bijzondere kansen. Naast de twee hoofdpodia kwam er een aparte tent voor lezingen, podiuminterviews en theater. Dit inhoudelijke onderdeel groeide snel uit tot het meest in het oog springende kenmerk van dit festival: een drie weken durende warming up voor 5 mei met dit jaar vijftig activiteiten verspreid over de stad. Op het terras is inmiddels Anastasia Chiarella (47) aangeschoven. Zij is het organiserende brein achter de Haagse Vrijheidsweken. “Vele instanties hier die zich inzetten voor vrede, recht en democratie werken graag met ons samen”, vertelt ze. “Denk aan het Vredespaleis, het Joegoslavië-tribunaal, Europol. Maar ook organisaties als ProDemos, Humanity House, Bibliotheek Den Haag, Stichting Museum Atlantic Wall, Oranjehotel en het Haags Historisch Museum. Bovendien kent de stad naast het Binnenhof ook de ambassades van tientallen landen. Dat alles bij elkaar bezorgt de inwoners een kritische zelfreflectie met veel discussie. Maar ook is daardoor Den Haag een inspiratiebron voor culturele, artistieke initiatieven.” Chiarella wijst onder meer op het Haags centrum voor beeldende kunst Stroom dat onder de noemer See you in The Hague activiteiten organiseerde. De titel is een veel gescandeerde leuze tijdens

‘In 2014 trokken we 55.000 bezoekers’

demonstraties tegen politieke criminelen, in de hoop dat zij ooit in de boeien naar de gevangenis in Scheveningen worden afgevoerd om later voor het Internationale Gerechtshof te verschijnen. Stroom vertaalde dat in drie programma’s die samen 1265 mensen trokken. Een van die programma’s was The Good Cause: een tentoonstelling over hoe onder meer in Kosovo en Zuid-Afrika wederopbouw een instrument voor duurzame vrede kan zijn.

Doodencel 601 Chiarella was vooral geraakt door de extra openstellingen van Doodencel 601. Honderden geïnteresseerden bezochten deze cel in het voormalige Oranjehotel. Normaal is deze in oorspronkelijke staat gebleven cel in de Scheveningse gevangenis alleen twee uur te bezichtigen op de laatste woensdag van elke maand. Voor de Haagse Vrijheidsweken werkte de Penitentiaire Instellingen Haaglanden en het Rijksvastgoedbedrijf mee aan drie extra openstellingen, waarbij een gids tekst en uitleg gaf. Elke keer was het bezoek met 65 mensen uitverkocht. “In de muur turfde een gevangene al kervend zijn laatste dagen. Ineens houdt dat op. Aangrijpend.” Chiarella vertelt dat ze inspiratie voor vrijheid en gerechtigheid put uit onder meer een familielid dat in het concentratiekamp Bergen-Belsen een deel van zijn jeugd doorbracht en op zijn zeventiende werd bevrijd. “Dat we ontspannen over alles kunnen praten, zoals hier, is helaas niet in elk land en elk tijdbestek normaal”, aldus Robert Jan Rueb die onder meer motivatie haalt uit de geschiedenis van zijn Joodse grootvader die in 1941 werd afgevoerd en nooit terugkeerde. Gerard van den IJssel woonde drie jaar in Israël en verdiepte zich zowel in het IsraëlischPalestijnse conflict als in de anti-apartheidsstrijd in Zuid-Afrika. “Onze vrijheid moet je in tijden van opkomende intolerantie en racisme koesteren en vieren”, vindt hij. Dat heeft uiteindelijk geresulteerd in een festival met een ijzersterk format dat bestaat uit opkomend talent, de band van het jaar, de historische artiest en de grote slotact. Op 5 mei 2014 sloot Di-rect het festival af. Dat concert echoot nog door op het terras. “Het absolute hoogtepunt! Echt, steen- en steengoed! En dan ook nog een band uit Den Haag!”, jubelt de organisatie.

De Bevrijdingsfestivals De veertien Bevrijdingsfestivals zijn de afgelopen 24 jaar uitgegroeid tot het grootste eendaagse culturele evenement in Nederland. Ze worden mede mogelijk gemaakt door het vfonds. Op zo’n veertig podia in alle delen van het land treden elk jaar circa 250 bands op. Op de Bevrijdingsfestivals wordt veel aandacht geschonken aan thema’s als vrijheid, democratie en mensenrechten. Elk jaar treden drie Ambassadeurs van de Vrijheid op. De Ambassadeurs zijn bekende artiesten die het publiek op het belang van het vieren van de vrijheid willen wijzen. Traditiegetrouw stelt het ministerie van Defensie drie helikopters met bemanning beschikbaar om deze artiesten/bands naar de plaats van bestemming te vliegen. Voor meer informatie: www.bevrijdingsfestivals.nl

Vrijwilligers Misja Rueb (29) is coördinator van de 75 vrijwilligers van het Bevrijdingsfestival Den Haag: “Ik begon in 2008 als backstage runner, alles wat snel geregeld moest worden, pakte ik op. In de jaren daarna zag ik het festival alsmaar groeien. We begonnen met 30 vrijwilligers, inmiddels zijn dat er 75. We vormen een multiculturele familie. Een student die stage in Engeland loopt, kwam speciaal terug om op 5 mei vrijwilliger te zijn. Het festival is dankzij de talloze activiteiten echt een experience geworden. Vooral de boodschap geeft het festival een ziel. Mijn opa en oma hebben tijdens de oorlog een Jappenkamp overleefd. Hun traumatische ervaringen kunnen we niet vergeten. We moeten onze vrijheid koesteren, herdenken en vieren.”

41


Algemeen

Stand van zaken

onder redactie van Robin de Munnik, met medewerking van Esther Captain

ONDERZOEKSVERSLAG: Gijzelaars ont-

VERSCHENEN ONDERZOEK: Na de oorlog. Herdenken en vieren in Europa

sloten. Advies ten behoeve van de permanente implementatie van het thema ‘gijzelaars’

zine wordt ontvangen en gewaardeerd. Daarom voeren wij een kwantitatief onderzoek uit onder onze lezers. In dit nummer vindt u een kaart met daarop een link naar een website waarop u een vragenlijst kunt invullen. Wij stellen het zeer op prijs als u mee zou willen werken aan dit onderzoek. Zo kunnen wij de kwaliteit van NC Magazine verbeteren. Voor meer informatie: www.4en5mei.nl.

Het NC Magazine is bezig aan zijn derde jaargang. In het magazine geeft het Nationaal Comité 4 en 5 mei informatie over thema’s waarbij het betrokken is, zoals de Nationale Herdenking, de Nationale Viering van de Bevrijding, de Bevrijdingsfestivals, educatie over oorlog, vrijheid en vrede, oorlogsmonumenten, subsidieregelingen, veteranen en internationale kennisuitwisseling. Het comité wil graag weten hoe het maga-

René Hendriks

UPDATE MEERJARIG ONDERZOEK ‘VRIJHEID EN ONVRIJHEID DOOR DE GENERATIES’

42 NCMagazine | najaar 2014

Op 6 en 7 juni 2014 vond het symposium Collective Memory, National Identity and Commemorations plaats, ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht (UU). Het symposium was georganiseerd in het kader van het onderzoeksproject Vrijheid en onvrijheid door de generaties heen, een samenwerking tussen het Nationaal Comité 4 en 5 mei en de afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht. Dr. Esther Captain (comité), dr. Sabrina de Regt (UU) en Manja Coopmans MSc (UU) presenteerden enkele tussentijdse resultaten uit hun onderzoeksprojecten. Daarnaast waren er diverse gerenommeerde sprekers uit het buitenland, onder wie dr. Jon Fox (University of Bristol) and dr. Amy Corning (University of Michigan).

Gijzelaars in het kamp te Sint Michelsgestel, 1942

BIJEENKOMST LOKALE ORGANISATOREN Op 18 oktober 2014 organiseert het Nationaal Comité 4 en 5 mei een bijeenkomst voor organisatoren van lokale herdenkingen en vieringen in Zuid-Nederland. Dagvoorzitter is journalist Margriet Vroomans en de locatie is Huis Doorn, in Doorn. Tijdens de bijeenkomst zal bestuurslid van het Nationaal Comité, Hans Laroes, de voorlopige visie op de toekomst van herdenken en vieren presenteren en toelichten. Alle aanwezigen krijgen de gelegenheid om hierover met elkaar van gedachten te wisselen. In het kader van 70 jaar Bevrijding zal Nienke Majoor van het Nationaal Comité een aantal lokale lustrumactiviteiten uitlichten. Tot slot staat een presentatie op het programma van Mieke van Heesewijk, directeur van stichting Netwerk Democratie. Zij zal uiteenzetten hoe lokale organisatoren hun communicatiemiddelen optimaal kunnen benutten. De focus zal hierbij liggen op het gebruik van websites en sociale media.

Mieke van Heesewijk

Ron Boonstra

KWANTITATIEF ONDERZOEK: : NC Magazine

Brabants Historisch Informatie Centrum (nr. 1219-008801)

Renske Krimp, historica en Remco Reiding, schrijver en onderzoeker

Tanja van der Lippe, hoogleraar sociologie aan de Universiteit Utrecht, opent het symposium ‘Collective Memory, National Identity and Commemerations’.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei besteedt aandacht aan onderbelichte onderwerpen op het gebied van herdenken, vieren en herinneren. Een van die onderwerpen betreft de Nederlandse mannen die tijdens de Tweede Wereldoorlog gevangen zaten als gijzelaar van de Duitse bezetter. Zij zaten onder andere gevangen in Sint-Michielsgestel en Haaren. Om het onderwerp gijzelaars breder in beeld brengen, heeft historicus drs. Monique Brinks dit thema onderzocht in opdracht van het comité. Haar bevindingen en adviezen zijn online op de website van het comité terug te vinden in het onderzoeksverslag Gijzelaars ontsloten: http:// www.4en5mei.nl/onderzoek/toegepast_onderzoek/gijzelaars_ontsloten.

Suzanne Liem

Hoe wordt in Europa oorlogsgeweld herdacht en bevrijding gevierd? Het is niet eenvoudig om hierover adequate informatie te verzamelen, omdat er in de meeste landen geen eenduidig loket is (zoals het Nationaal Comité 4 en 5 mei) waar de vraag kan worden voorgelegd. In opdracht van het Nationaal Comité hebben historica Renske Krimp, werkzaam bij het comité, en Remco Reiding, die als journalist acht jaar in Moskou woonde, de huidige herdenkingstradities in Westen Oost-Europa in een kortlopend onderzoek in kaart gebracht. De onderzoeksresultaten gaan vergezeld van een beeldessay van fotograaf Otto Snoek. Na de oorlog. Herdenken en vieren in Europa is online beschikbaar via: http://www.4en5mei.nl/onderzoek/toegepast_onderzoek/herdenken_en_vieren_in_europa.

43


Algemeen

Stand van zaken

onder redactie van Robin de Munnik, met medewerking van Esther Captain

ONDERZOEKSVERSLAG: Gijzelaars ont-

VERSCHENEN ONDERZOEK: Na de oorlog. Herdenken en vieren in Europa

sloten. Advies ten behoeve van de permanente implementatie van het thema ‘gijzelaars’

zine wordt ontvangen en gewaardeerd. Daarom voeren wij een kwantitatief onderzoek uit onder onze lezers. In dit nummer vindt u een kaart met daarop een link naar een website waarop u een vragenlijst kunt invullen. Wij stellen het zeer op prijs als u mee zou willen werken aan dit onderzoek. Zo kunnen wij de kwaliteit van NC Magazine verbeteren. Voor meer informatie: www.4en5mei.nl.

Het NC Magazine is bezig aan zijn derde jaargang. In het magazine geeft het Nationaal Comité 4 en 5 mei informatie over thema’s waarbij het betrokken is, zoals de Nationale Herdenking, de Nationale Viering van de Bevrijding, de Bevrijdingsfestivals, educatie over oorlog, vrijheid en vrede, oorlogsmonumenten, subsidieregelingen, veteranen en internationale kennisuitwisseling. Het comité wil graag weten hoe het maga-

René Hendriks

UPDATE MEERJARIG ONDERZOEK ‘VRIJHEID EN ONVRIJHEID DOOR DE GENERATIES’

42 NCMagazine | najaar 2014

Op 6 en 7 juni 2014 vond het symposium Collective Memory, National Identity and Commemorations plaats, ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de faculteit Sociale Wetenschappen van de Universiteit Utrecht (UU). Het symposium was georganiseerd in het kader van het onderzoeksproject Vrijheid en onvrijheid door de generaties heen, een samenwerking tussen het Nationaal Comité 4 en 5 mei en de afdeling Sociologie van de Universiteit Utrecht. Dr. Esther Captain (comité), dr. Sabrina de Regt (UU) en Manja Coopmans MSc (UU) presenteerden enkele tussentijdse resultaten uit hun onderzoeksprojecten. Daarnaast waren er diverse gerenommeerde sprekers uit het buitenland, onder wie dr. Jon Fox (University of Bristol) and dr. Amy Corning (University of Michigan).

Gijzelaars in het kamp te Sint Michelsgestel, 1942

BIJEENKOMST LOKALE ORGANISATOREN Op 18 oktober 2014 organiseert het Nationaal Comité 4 en 5 mei een bijeenkomst voor organisatoren van lokale herdenkingen en vieringen in Zuid-Nederland. Dagvoorzitter is journalist Margriet Vroomans en de locatie is Huis Doorn, in Doorn. Tijdens de bijeenkomst zal bestuurslid van het Nationaal Comité, Hans Laroes, de voorlopige visie op de toekomst van herdenken en vieren presenteren en toelichten. Alle aanwezigen krijgen de gelegenheid om hierover met elkaar van gedachten te wisselen. In het kader van 70 jaar Bevrijding zal Nienke Majoor van het Nationaal Comité een aantal lokale lustrumactiviteiten uitlichten. Tot slot staat een presentatie op het programma van Mieke van Heesewijk, directeur van stichting Netwerk Democratie. Zij zal uiteenzetten hoe lokale organisatoren hun communicatiemiddelen optimaal kunnen benutten. De focus zal hierbij liggen op het gebruik van websites en sociale media.

Mieke van Heesewijk

Ron Boonstra

KWANTITATIEF ONDERZOEK: : NC Magazine

Brabants Historisch Informatie Centrum (nr. 1219-008801)

Renske Krimp, historica en Remco Reiding, schrijver en onderzoeker

Tanja van der Lippe, hoogleraar sociologie aan de Universiteit Utrecht, opent het symposium ‘Collective Memory, National Identity and Commemerations’.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei besteedt aandacht aan onderbelichte onderwerpen op het gebied van herdenken, vieren en herinneren. Een van die onderwerpen betreft de Nederlandse mannen die tijdens de Tweede Wereldoorlog gevangen zaten als gijzelaar van de Duitse bezetter. Zij zaten onder andere gevangen in Sint-Michielsgestel en Haaren. Om het onderwerp gijzelaars breder in beeld brengen, heeft historicus drs. Monique Brinks dit thema onderzocht in opdracht van het comité. Haar bevindingen en adviezen zijn online op de website van het comité terug te vinden in het onderzoeksverslag Gijzelaars ontsloten: http:// www.4en5mei.nl/onderzoek/toegepast_onderzoek/gijzelaars_ontsloten.

Suzanne Liem

Hoe wordt in Europa oorlogsgeweld herdacht en bevrijding gevierd? Het is niet eenvoudig om hierover adequate informatie te verzamelen, omdat er in de meeste landen geen eenduidig loket is (zoals het Nationaal Comité 4 en 5 mei) waar de vraag kan worden voorgelegd. In opdracht van het Nationaal Comité hebben historica Renske Krimp, werkzaam bij het comité, en Remco Reiding, die als journalist acht jaar in Moskou woonde, de huidige herdenkingstradities in Westen Oost-Europa in een kortlopend onderzoek in kaart gebracht. De onderzoeksresultaten gaan vergezeld van een beeldessay van fotograaf Otto Snoek. Na de oorlog. Herdenken en vieren in Europa is online beschikbaar via: http://www.4en5mei.nl/onderzoek/toegepast_onderzoek/herdenken_en_vieren_in_europa.

43


herdenken

Uitreiking van de Aanmoedigingsprijs Oorlogsmonumenten voor het Onderduikershol Valtherbos. Assen, 17 april 2014.

Prijsuitreiking Anita Mensing-Westerink, voorzitter van het 4 mei-comité Valthe/ Klijndijk was op 17 april, samen met haar medebestuursleden, aanwezig bij de drukbezochte bijeenkomst in De Nieuwe Kolk in Assen waar de winnaar van de Aanmoedigingsprijs bekend werd gemaakt. Uit drie genomineerden werd het Onderduikershol Valtherbos als winnaar gekozen. Mensing-Westerink nam de prijs - een kunstwerk en een cheque ter waarde van 1000 euro - in ontvangst: “Het is een prachtige blijk van waardering voor al onze vrijwilligers die zich jaar in, jaar uit belangeloos inzetten om het monument in goede conditie te houden. Het 4 mei-comité Valthe/Klijndijk en de twee dorpsbelangenverenigingen werken hierbij nauw samen en organiseren diverse activiteiten rond het monument. Vooral in de weken voorafgaand aan 4 mei en op 4 mei zelf zijn we druk bezig. Elk jaar is er een stille tocht naar het monument in het Valtherbos.”

Albertus Zefat, aanvankelijk in de kippenhokken; later, omdat dit veiliger was, groeven ze een schuilplaats in het bos, zoals op meer plaatsen in Drenthe gebeurde. Nadat deze schuilplaats was ontdekt, werd vijfhonderd meter verderop een nieuw hol gegraven. In 2003-2004 zijn de holen zoveel mogelijk in de staat van rond 1945 hersteld. Sinds april 1984 staat op de plaats van de holen een gedenksteen. Bijzonder detail: de twintig Joodse onderduikers die in het hol verbleven, hebben de oorlog overleefd. Verzetsman en -leider Albertus Zefat, die alles regelde, is door de Duitsers opgepakt en gefusilleerd.

Beheer en behoud

Joodse onderduikers

De Aanmoedigingsprijs Oorlogsmonumenten wordt jaarlijks uitgereikt in de provincie waar de 5 mei-lezing plaatsvindt; dit jaar was dat Drenthe. De prijs, ingesteld door het Nationaal Comité, wordt toegekend aan het monument dat het best beheerde en behouden en meest levende monument van de provincie is. Met de prijs wil het comité het belang van goede zorg voor monumenten agenderen en bijzondere voorbeelden van goede zorg in het zonnetje zetten. De prijsuitreiking werd dit jaar georganiseerd door provinciaal historicus Michiel Gerding, samen met de provincie en het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Gedeputeerde van de provincie Drenthe, Rein Munniksma, reikte de Aanmoedigingsprijs uit namens de jury. Munniksma: “Het monument brengt nog steeds mensen samen. Leerlingen van het basisonderwijs en plaatselijke vrijwilligers zorgen met elkaar voor het onderhoud. Maar vooral houden ze het bijzondere verhaal van wat in de oorlogsjaren gebeurd is levend. Ik vind het belangrijk dat we dit overdragen aan jongeren, opdat dit oorlogsgeweld in de toekomst niet meer voorkomt.”

Het Onderduikershol in het Valtherbos is in 1942 uitgegraven door een groep Joodse onderduikers. Zij schuilden bij kippenhouder

Voor meer informatie: www.5meilezing.nl en www.4en5mei.nl

Adoptie De leerlingen van de groepen zeven en acht van de basisscholen uit Klijndijk en Valthe hebben het monument geadopteerd, als onderdeel van het landelijk onderwijsproject Adopteer een Monument. Mensing-Westerink licht toe: “In de week vóór 4 mei vindt altijd de overdracht plaats van de verantwoordelijkheid voor het monument van de leerlingen van groep acht aan die van de volgende groep acht. Er worden dan bloemen gelegd en gedichten voorgedragen. Zo betrekken we onze jeugd erbij. Maar ook door het jaar heen verzorgen we op verzoek rondleidingen waarbij het verhaal wordt verteld en we de holen - het zijn er twee - ook echt ingaan. Bezoekers zijn altijd geroerd. Het verhaal raakt mensen. We zijn nog aan het bekijken waar we de geldprijs voor gaan gebruiken, maar dat komt zeker goed.”

Onderduikershol Diever

Winnaar Aanmoedigingsprijs 2014

Onderduikershol Valtherbos brengt mensen samen

44 NCMagazine | najaar 2014

In het Spaarbankbos in Hoogeveen zijn in de oorlog door de Duitsers vijf Hoogeveners doodgeschoten: drie verzetslieden en twee Joden. Het Herdenkingsmonument, een kunstwerk bestaande uit de silhouetten van vijf levensgrote mensfiguren, is indrukwekkend van vorm en in belevingswaarde. Het monument is gemaakt om het verleden te herdenken, maar gaat ook over het heden en de toekomst.

De voormalige Joodse werkkampen in Vledder en Diever waren voor de nazi’s wachtkamers voor verder transport van Joden, op weg naar hun vernietiging. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 gebeurde dit ook. Er is een gedenksteen en in de laatst overgebleven barak in Vledder is een Kijkdoosmuseum ingericht waar dit onbekende stukje historie wordt belicht.

Interieur Kijkdoosmuseum Vledder

J.L. Klaassen

door Frank Heijster | foto NIOD/B. van Bohemen foto prijsuitreiking Marcel J. de Jong

De andere twee genomineerde monumenten

Kijkdoosmuseum Vledder

Een vast onderdeel van de Nationale Viering van de Bevrijding is de uitreiking van de Aanmoedigingsprijs Oorlogsmonumenten. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan het best beheerde, behouden en meest levende oorlogsmonument. Aangezien de 5 mei-lezing dit jaar in Assen plaatsvond, konden Drentse oorlogsmonumenten meedingen naar de prijs. Uit zestien inzendingen werd het monument bij het Onderduikershol in het Valtherbos verkozen als winnaar.

Herdenkingsmonument Spaarbankbos, Hoogeveen

45


herdenken

Uitreiking van de Aanmoedigingsprijs Oorlogsmonumenten voor het Onderduikershol Valtherbos. Assen, 17 april 2014.

Prijsuitreiking Anita Mensing-Westerink, voorzitter van het 4 mei-comité Valthe/ Klijndijk was op 17 april, samen met haar medebestuursleden, aanwezig bij de drukbezochte bijeenkomst in De Nieuwe Kolk in Assen waar de winnaar van de Aanmoedigingsprijs bekend werd gemaakt. Uit drie genomineerden werd het Onderduikershol Valtherbos als winnaar gekozen. Mensing-Westerink nam de prijs - een kunstwerk en een cheque ter waarde van 1000 euro - in ontvangst: “Het is een prachtige blijk van waardering voor al onze vrijwilligers die zich jaar in, jaar uit belangeloos inzetten om het monument in goede conditie te houden. Het 4 mei-comité Valthe/Klijndijk en de twee dorpsbelangenverenigingen werken hierbij nauw samen en organiseren diverse activiteiten rond het monument. Vooral in de weken voorafgaand aan 4 mei en op 4 mei zelf zijn we druk bezig. Elk jaar is er een stille tocht naar het monument in het Valtherbos.”

Albertus Zefat, aanvankelijk in de kippenhokken; later, omdat dit veiliger was, groeven ze een schuilplaats in het bos, zoals op meer plaatsen in Drenthe gebeurde. Nadat deze schuilplaats was ontdekt, werd vijfhonderd meter verderop een nieuw hol gegraven. In 2003-2004 zijn de holen zoveel mogelijk in de staat van rond 1945 hersteld. Sinds april 1984 staat op de plaats van de holen een gedenksteen. Bijzonder detail: de twintig Joodse onderduikers die in het hol verbleven, hebben de oorlog overleefd. Verzetsman en -leider Albertus Zefat, die alles regelde, is door de Duitsers opgepakt en gefusilleerd.

Beheer en behoud

Joodse onderduikers

De Aanmoedigingsprijs Oorlogsmonumenten wordt jaarlijks uitgereikt in de provincie waar de 5 mei-lezing plaatsvindt; dit jaar was dat Drenthe. De prijs, ingesteld door het Nationaal Comité, wordt toegekend aan het monument dat het best beheerde en behouden en meest levende monument van de provincie is. Met de prijs wil het comité het belang van goede zorg voor monumenten agenderen en bijzondere voorbeelden van goede zorg in het zonnetje zetten. De prijsuitreiking werd dit jaar georganiseerd door provinciaal historicus Michiel Gerding, samen met de provincie en het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Gedeputeerde van de provincie Drenthe, Rein Munniksma, reikte de Aanmoedigingsprijs uit namens de jury. Munniksma: “Het monument brengt nog steeds mensen samen. Leerlingen van het basisonderwijs en plaatselijke vrijwilligers zorgen met elkaar voor het onderhoud. Maar vooral houden ze het bijzondere verhaal van wat in de oorlogsjaren gebeurd is levend. Ik vind het belangrijk dat we dit overdragen aan jongeren, opdat dit oorlogsgeweld in de toekomst niet meer voorkomt.”

Het Onderduikershol in het Valtherbos is in 1942 uitgegraven door een groep Joodse onderduikers. Zij schuilden bij kippenhouder

Voor meer informatie: www.5meilezing.nl en www.4en5mei.nl

Adoptie De leerlingen van de groepen zeven en acht van de basisscholen uit Klijndijk en Valthe hebben het monument geadopteerd, als onderdeel van het landelijk onderwijsproject Adopteer een Monument. Mensing-Westerink licht toe: “In de week vóór 4 mei vindt altijd de overdracht plaats van de verantwoordelijkheid voor het monument van de leerlingen van groep acht aan die van de volgende groep acht. Er worden dan bloemen gelegd en gedichten voorgedragen. Zo betrekken we onze jeugd erbij. Maar ook door het jaar heen verzorgen we op verzoek rondleidingen waarbij het verhaal wordt verteld en we de holen - het zijn er twee - ook echt ingaan. Bezoekers zijn altijd geroerd. Het verhaal raakt mensen. We zijn nog aan het bekijken waar we de geldprijs voor gaan gebruiken, maar dat komt zeker goed.”

Onderduikershol Diever

Winnaar Aanmoedigingsprijs 2014

Onderduikershol Valtherbos brengt mensen samen

44 NCMagazine | najaar 2014

In het Spaarbankbos in Hoogeveen zijn in de oorlog door de Duitsers vijf Hoogeveners doodgeschoten: drie verzetslieden en twee Joden. Het Herdenkingsmonument, een kunstwerk bestaande uit de silhouetten van vijf levensgrote mensfiguren, is indrukwekkend van vorm en in belevingswaarde. Het monument is gemaakt om het verleden te herdenken, maar gaat ook over het heden en de toekomst.

De voormalige Joodse werkkampen in Vledder en Diever waren voor de nazi’s wachtkamers voor verder transport van Joden, op weg naar hun vernietiging. In de nacht van 2 op 3 oktober 1942 gebeurde dit ook. Er is een gedenksteen en in de laatst overgebleven barak in Vledder is een Kijkdoosmuseum ingericht waar dit onbekende stukje historie wordt belicht.

Interieur Kijkdoosmuseum Vledder

J.L. Klaassen

door Frank Heijster | foto NIOD/B. van Bohemen foto prijsuitreiking Marcel J. de Jong

De andere twee genomineerde monumenten

Kijkdoosmuseum Vledder

Een vast onderdeel van de Nationale Viering van de Bevrijding is de uitreiking van de Aanmoedigingsprijs Oorlogsmonumenten. Deze prijs wordt jaarlijks uitgereikt aan het best beheerde, behouden en meest levende oorlogsmonument. Aangezien de 5 mei-lezing dit jaar in Assen plaatsvond, konden Drentse oorlogsmonumenten meedingen naar de prijs. Uit zestien inzendingen werd het monument bij het Onderduikershol in het Valtherbos verkozen als winnaar.

Herdenkingsmonument Spaarbankbos, Hoogeveen

45


Studieprogramma Internationaal

Internationaal

Het Nationaal Comité werkt in toenemende mate op internationaal terrein. Een voorbeeld is de deelname aan de IHRA (International Holocaust Remembrance Alliance) en het organiseren van een studieprogramma voor het Nederlandse werkveld met als doel meer kennis over en contact met instellingen in andere landen. Dit gebeurt in de overtuiging dat meer internationaal samenwerken van het grootste belang is om de geschiedenis relevant te houden in de toekomst. Tot de internationale werkzaamheden behoort ook de hier beschreven internationale expertmeeting.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei organiseerde op 1 en 2 mei 2014 een internationale expertmeeting voor medewerkers van oorlogsmusea. Aanleiding voor de bijeenkomst was de tentoonstelling De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen in de Kunsthal in Rotterdam. Tijdens deze bijeenkomst kwam een bijzondere groep van dertig experts samen. Ondanks grote verschillen in achtergrond, herkomst en expertise werd de groep het eens over een aantal thema’s die belangrijk zijn voor internationaal samenwerken in de toekomst. Samen formuleerden zij een aantal voornemens. door Renske Krimp

46 NCMagazine | najaar 2014

Chris van Houts

Reflectie op een expertmeeting

Tijdens de expertmeeting van het Nationaal Comité in Rotterdam op 1 en 2 mei waren dertig experts uit binnen- en buitenland aanwezig voor anderhalve dag discussie over internationale samenwerking en het toekomstbestendig maken van de boodschap van de Tweede Wereldoorlog.

E

en internationaal perspectief op de Tweede Wereldoorlog vraagt om internationale samenwerking. In ieder land is specifieke kennis en expertise over de oorlog aanwezig. Bovendien wordt deze geschiedenis overal anders ervaren. De vraag is: welke thema’s vinden we belangrijk en welke kunnen we concreet benoemen als het om samenwerken gaat? De eerste uitkomst betrof het waarderen van vrijheid. Daarmee doelden de experts op het belang van aandacht schenken aan de vrijheid van nu en hoe deze tot stand is gekomen na de oorlog. Al werkt het merendeel van de experts in een oorlogsmuseum of een aan oorlog gerelateerde organisatie, iedereen achtte het belangrijk ook aandacht te schenken aan vrijheid, vrede en de verantwoordelijkheid die een bezoeker van een oorlogsmuseum daar (mede) voor draagt. Aandacht voor vrijheid en de actualiteit moet plek en plaats hebben in

een oorlogsmuseum en in educatief materiaal. Een ander belangrijk voornemen van de aanwezigen was het demystificeren van de geschiedenis. Door bijvoorbeeld open kaart te spelen over de (soms pijnlijke) rol die verschillende partijen hadden tijdens de oorlog, het nuanceren van zwart-witbegrippen en het inzoomen op de verschillende kanten van eenzelfde verhaal. Zo kunnen museumbezoekers kennis maken met een meer genuanceerde blik op de oorlog. Het gaat erom deze geschiedenis te presenteren als een onderdeel van het verleden van echte mensen, het is werkelijk gebeurd.

Mening buitenstaander Opmerkelijk en een mooie uitkomst van de internationale expertmeeting was dat deelnemers het erover eens waren dat het tijd is om vaker een blik van buitenaf toe te laten op het eigen verhaal over de oorlog.

Een buitenstaander, die minder bekend is met het geijkte verhaal, durft wellicht nieuwe en andere vragen te stellen, andere thema’s te belichten of een ander perspectief te laten zien. Een buitenstaander heeft waarschijnlijk niet dezelfde blinde vlekken. Dit verruimt de blik op de eigen geschiedenis en kan zodoende nieuwe inzichten opleveren. In het verlengde van dit laatste spraken de experts de wens uit meer internationaal samen te werken door meer gebruik te maken van elkaars expertise, van (voor)werk van partnerinstellingen en van het bestaande netwerk. Een wens is ook nieuwe netwerken ontwikkelen en verduurzamen. Vereende krachten vergemakkelijken het werk. Tijd en middelen hoeven maar één keer te worden ingezet. Bovendien zijn er veel fondsen en subsidies beschikbaar, bijvoorbeeld bij de IHRA, waarbij als voorwaarde gesteld wordt dat partners uit verschillende landen samenwerken. Dit is een goede stimulans. Voor meer informatie: ga naar www.4en5mei.nl.

47


Studieprogramma Internationaal

Internationaal

Het Nationaal Comité werkt in toenemende mate op internationaal terrein. Een voorbeeld is de deelname aan de IHRA (International Holocaust Remembrance Alliance) en het organiseren van een studieprogramma voor het Nederlandse werkveld met als doel meer kennis over en contact met instellingen in andere landen. Dit gebeurt in de overtuiging dat meer internationaal samenwerken van het grootste belang is om de geschiedenis relevant te houden in de toekomst. Tot de internationale werkzaamheden behoort ook de hier beschreven internationale expertmeeting.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei organiseerde op 1 en 2 mei 2014 een internationale expertmeeting voor medewerkers van oorlogsmusea. Aanleiding voor de bijeenkomst was de tentoonstelling De Tweede Wereldoorlog in 100 voorwerpen in de Kunsthal in Rotterdam. Tijdens deze bijeenkomst kwam een bijzondere groep van dertig experts samen. Ondanks grote verschillen in achtergrond, herkomst en expertise werd de groep het eens over een aantal thema’s die belangrijk zijn voor internationaal samenwerken in de toekomst. Samen formuleerden zij een aantal voornemens. door Renske Krimp

46 NCMagazine | najaar 2014

Chris van Houts

Reflectie op een expertmeeting

Tijdens de expertmeeting van het Nationaal Comité in Rotterdam op 1 en 2 mei waren dertig experts uit binnen- en buitenland aanwezig voor anderhalve dag discussie over internationale samenwerking en het toekomstbestendig maken van de boodschap van de Tweede Wereldoorlog.

E

en internationaal perspectief op de Tweede Wereldoorlog vraagt om internationale samenwerking. In ieder land is specifieke kennis en expertise over de oorlog aanwezig. Bovendien wordt deze geschiedenis overal anders ervaren. De vraag is: welke thema’s vinden we belangrijk en welke kunnen we concreet benoemen als het om samenwerken gaat? De eerste uitkomst betrof het waarderen van vrijheid. Daarmee doelden de experts op het belang van aandacht schenken aan de vrijheid van nu en hoe deze tot stand is gekomen na de oorlog. Al werkt het merendeel van de experts in een oorlogsmuseum of een aan oorlog gerelateerde organisatie, iedereen achtte het belangrijk ook aandacht te schenken aan vrijheid, vrede en de verantwoordelijkheid die een bezoeker van een oorlogsmuseum daar (mede) voor draagt. Aandacht voor vrijheid en de actualiteit moet plek en plaats hebben in

een oorlogsmuseum en in educatief materiaal. Een ander belangrijk voornemen van de aanwezigen was het demystificeren van de geschiedenis. Door bijvoorbeeld open kaart te spelen over de (soms pijnlijke) rol die verschillende partijen hadden tijdens de oorlog, het nuanceren van zwart-witbegrippen en het inzoomen op de verschillende kanten van eenzelfde verhaal. Zo kunnen museumbezoekers kennis maken met een meer genuanceerde blik op de oorlog. Het gaat erom deze geschiedenis te presenteren als een onderdeel van het verleden van echte mensen, het is werkelijk gebeurd.

Mening buitenstaander Opmerkelijk en een mooie uitkomst van de internationale expertmeeting was dat deelnemers het erover eens waren dat het tijd is om vaker een blik van buitenaf toe te laten op het eigen verhaal over de oorlog.

Een buitenstaander, die minder bekend is met het geijkte verhaal, durft wellicht nieuwe en andere vragen te stellen, andere thema’s te belichten of een ander perspectief te laten zien. Een buitenstaander heeft waarschijnlijk niet dezelfde blinde vlekken. Dit verruimt de blik op de eigen geschiedenis en kan zodoende nieuwe inzichten opleveren. In het verlengde van dit laatste spraken de experts de wens uit meer internationaal samen te werken door meer gebruik te maken van elkaars expertise, van (voor)werk van partnerinstellingen en van het bestaande netwerk. Een wens is ook nieuwe netwerken ontwikkelen en verduurzamen. Vereende krachten vergemakkelijken het werk. Tijd en middelen hoeven maar één keer te worden ingezet. Bovendien zijn er veel fondsen en subsidies beschikbaar, bijvoorbeeld bij de IHRA, waarbij als voorwaarde gesteld wordt dat partners uit verschillende landen samenwerken. Dit is een goede stimulans. Voor meer informatie: ga naar www.4en5mei.nl.

47


AP Photo/Scanpix Sweden, Leif R Jansson International Holocaust Remembrance Day op het Raoul Wallenberg Plein in Stockholm, Zweden, 27 januari 2013

Holocaust Memorial Day

Elk land heeft zijn eigen oorlog Gezien de wereldwijde schaal en impact van de Tweede Wereldoorlog zou een Europese of zelfs wereldwijde gedenkdag van de Tweede Wereldoorlog niet onlogisch lijken. Samen rouwen, evalueren en samen verder kijken. Het gaat immers om betekenis geven aan het verleden en daar zijn we het in Europa meestal over eens: we willen samen verder. Toch is een Europese herdenking niet aan de orde. In maart 2014 rondde het Nationaal Comité 4 en 5 mei een inventariserende studie af: Na de oorlog. Herdenken en vieren in Europa. In het rapport worden 45 landen kort beschreven aan de hand van hun (nationale) herdenkingsdagen en feestdagen, het hoe, waarom en wanneer. Dit leverde geen eenduidige conclusie op; er zijn nauwelijks gelijkenissen. Elk land heeft zijn ‘eigen’ oorlog, herdenkt met name de ‘eigen’ slachtoffers en viert de eigen successen, bevrijding of andere gebeurtenissen om trots op te zijn. Ook bijna zeventig jaar na dato blijkt de eigen oorlogsbeleving leidend te zijn. In alle landen is aandacht voor de oorlog en worden slachtoffers herdacht. En in een groot deel van de landen bestaat aandacht voor thema’s als vrijheid (of bevrijding), democratie en de rechtsstaat. Maar herdenken en vieren gebeurt nauwelijks gezamenlijk in Europees verband.

48 NCMagazine | najaar 2014

Met het oog op internationaal samenwerken is dit belangrijke informatie. Verschillende perspectieven op de oorlog geven kansen voor verdieping, maar brengen ook het gevaar met zich mee dat begrippen anders worden uitgelegd en men elkaar daardoor niet meer begrijpt. Dat geldt ook voor woordgebruik, terminologie en de selectie van onderwerpen. De uitzondering hierop is Holocaust Memorial Day (HMD): een van de weinige herdenkingen die wel in diverse landen op de kalender staat. Het gaat om de herdenking van de systematische moord op de Europese Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog en de boodschap ‘dit nooit meer’. Een herdenking specifiek voor de slachtoffers van de Shoah. Een duidelijk onderwerp met een duidelijke boodschap. Een herdenking als Holocaust Memorial Day roept wel de vraag op: draagt het vaak vertellen over nooit meer oorlog bij aan een beter begrip van wat oorlog betekent? Daar is meer voor nodig, omdat deze hartenkreet op zichzelf niet bijdraagt aan begrip en kadervorming. Zonder kennis over waarom het dan toch kon gebeuren en waarom er nog steeds conflicten en zelfs genocides plaatshebben in de wereld, mag je er niet van uitgaan dat er enige bezinning of preventieve werking uitgaat van deze herdenking. Daarom hebben we tentoonstellingen en educatieve projecten van herinneringscentra en oorlogsmusea nodig, voor kader en context. Zij staan (deels) voor dezelfde vragen en dezelfde uitdagingen. Laten we daarom zo veel mogelijk samenwerken, ook over de grens.


Nationaal Comité 4 en 5 mei en Wikimedia Nederland:

Een unieke samenwerking In de database Oorlogsmonumenten van het Nationaal Comité 4 en 5 mei zijn meer dan 3600 Nederlandse oorlogsmonumenten opgenomen. Van het merendeel is ook een foto beschikbaar, maar niet alle monumenten zijn op beeld vastgelegd. Daarom heeft het comité de handen ineengeslagen met de vereniging Wikimedia Nederland. door Rutger van Krieken

I

n april van dit jaar verscheen op elke Nederlandse Wikipedia-pagina een oproep waarin bezoekers van Wikipedia werd gevraagd om foto’s te sturen van oorlogsmonumenten en foto’s te plaatsen op Wikimedia Commons (de beeldbank van Wikipedia). Deze actie heeft meer dan 1500 foto’s opgeleverd. Een groot succes dus! Onder de deelnemers van deze fotoactie is een prijzenpakket verloot. Bovendien maakte men kans op een publicatie in het NC Magazine. De huisfotograaf van het comité, Ilvy Njiokiktjien, heeft uit de talloze inzendingen drie beelden gekozen die in dit magazine eervol worden vermeld. De foto’s zijn voorzien van een kort commentaar van Njiokiktjien, die in 2013 de eerste Fotograaf des Vaderlands was.

Commentaar Ilvy Njiokiktjien: Dit was een van de weinige foto’s waar ook mensen op stonden. Het maakt de foto wat echter en daardoor minder een plaatje uit een brochure. De timing is ook goed en het kindje valt extra op omdat hij/zij halverwege het ‘zebrapad’ loopt en daardoor diepte in de foto creëert. De trieste onderlaag die ik erbij voel is dat het beeld de mensen lijkt te roepen, maar zij lijken hem niet te horen.

Foto: Arjan Laging Monument: Vlaardingen, Geuzenmonument

49


Herdenken

Foto: Kees Verburg Monument: Margraten, Amerikaanse begraafplaats

Commentaar Ilvy Njiokiktjien: Dit monument wordt vaker gefotografeerd, maar dan van de andere kant, in het gezicht. Dit standpunt vind ik fijner, want je kijkt in de verte en de wegvliegende vogels geven het nog meer diepte. De tijd van het jaar is goed gekozen, met alle bomen in bloei. Het geeft net wat meer kleur aan alles.

Foto: Romaine Monument: Geulle, Bevrijdingsmonument

50 NCMagazine | najaar 2014

Commentaar Ilvy Njiokiktjien: Deze foto straalt rust uit. Hij is erg symmetrisch en de achtergrond is rustig, niet storend. De kleuren van deze foto zijn op een goede manier wat ‘valer’ waardoor het een ingetogen portret is.

Ilvy Njiokiktjien Sinds enkele jaren is Ilvy Njiokiktjien huisfotograaf van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. In 2008 kreeg zij de Canon Prijs van de Zilveren Camera, de prijs voor jong fotografisch talent, én de National Geographic Fotoprijs in de categorie Mens. In 2011 brak zij internationaal door met de fotoserie Afrikaner Bloed. Hiermee won zij de tweede prijs in de categorie Hedendaagse Kwesties Enkel van World Press Photo 2011 en met Elles van Gelder de eerste prijs van de Multimedia Contest van World Press Photo 2011. Hierna is Ilvy Njiokiktjien toegetreden tot de selecte groep van Canon Explorers, een samenwerkingsverband van internationale topfotografen. Ze werkt nu als freelance fotografe en is actief over de hele wereld. Actuele thema’s zijn haar specialiteit en haar werk wordt geregeld gepubliceerd in internationale bladen zoals Der Spiegel, Telegraph Magazine en The New York Times. Voor een foto die ze gemaakt heeft tijdens de begrafenis van Nelson Mandela in 2013 heeft zij als eerste vrouw de Zilveren Camera gewonnen.

51


Herdenken

Foto: Kees Verburg Monument: Margraten, Amerikaanse begraafplaats

Commentaar Ilvy Njiokiktjien: Dit monument wordt vaker gefotografeerd, maar dan van de andere kant, in het gezicht. Dit standpunt vind ik fijner, want je kijkt in de verte en de wegvliegende vogels geven het nog meer diepte. De tijd van het jaar is goed gekozen, met alle bomen in bloei. Het geeft net wat meer kleur aan alles.

Foto: Romaine Monument: Geulle, Bevrijdingsmonument

50 NCMagazine | najaar 2014

Commentaar Ilvy Njiokiktjien: Deze foto straalt rust uit. Hij is erg symmetrisch en de achtergrond is rustig, niet storend. De kleuren van deze foto zijn op een goede manier wat ‘valer’ waardoor het een ingetogen portret is.

Ilvy Njiokiktjien Sinds enkele jaren is Ilvy Njiokiktjien huisfotograaf van het Nationaal Comité 4 en 5 mei. In 2008 kreeg zij de Canon Prijs van de Zilveren Camera, de prijs voor jong fotografisch talent, én de National Geographic Fotoprijs in de categorie Mens. In 2011 brak zij internationaal door met de fotoserie Afrikaner Bloed. Hiermee won zij de tweede prijs in de categorie Hedendaagse Kwesties Enkel van World Press Photo 2011 en met Elles van Gelder de eerste prijs van de Multimedia Contest van World Press Photo 2011. Hierna is Ilvy Njiokiktjien toegetreden tot de selecte groep van Canon Explorers, een samenwerkingsverband van internationale topfotografen. Ze werkt nu als freelance fotografe en is actief over de hele wereld. Actuele thema’s zijn haar specialiteit en haar werk wordt geregeld gepubliceerd in internationale bladen zoals Der Spiegel, Telegraph Magazine en The New York Times. Voor een foto die ze gemaakt heeft tijdens de begrafenis van Nelson Mandela in 2013 heeft zij als eerste vrouw de Zilveren Camera gewonnen.

51


70 jaar bevrijding

Poolse bevrijder wordt verwelkomd bij de bevrijding van de stad Nijmegen op 29 oktober 1944.

De Poolse inzet in cijfers Het aantal Poolse militairen onder Brits commando telde in maart 1944 195.000. De 1e Poolse Pantserdivisie bestond op het hoogtepunt uit 16.000 soldaten. Bij de bevrijding van Breda vielen geen burgerdoden. 590 Poolse parachutisten sneuvelden tijdens Operatie Market Garden.

zewski. Hij is voorzitter van de Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland. “De Polen zijn destijds een beetje de vergeten groep geworden”, zegt hij. Maczek werkte na de oorlog tot zijn pensioen als barman in Edinburgh. Terug naar zijn vaderland kon hij niet. Het nieuwe communistische regime had hem zijn Poolse nationaliteit afgenomen. Veteranen die wel terugkeerden, kregen vaak lange gevangenisstraffen na showprocessen. Op die manier hoopten de communisten een mogelijke verzetshaard uit te schakelen. Tienduizenden Poolse veteranen bleven in het Westen achter, bijvoorbeeld in de omgeving van Breda. Pas na de val van de Muur in 1989 werden ze in Polen gerehabiliteerd.

‘De Poolse bevrijders mogen niet vergeten worden’ Naast Amerikanen, Britten en Canadezen hielpen ook Poolse militairen zeventig jaar geleden mee om Zuid-Nederland te bevrijden. De laatste jaren is er steeds meer erkenning voor hun bijdrage, die in het verleden nog wel eens werd vergeten.

E

en “historische fout”. Zo noemde koningin Beatrix het feit dat Poolse parachutisten zo lang hadden moeten wachten op erkenning voor hun bijdrage aan de bevrijding van Nederland. Op 31 mei 2006 verleende de koningin de Militaire Willems-Orde aan de Poolse 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade. Bij dezelfde gelegenheid onderscheidde ze generaal-majoor Stanislaw Sosabowski postuum met de Bronzen Leeuw. De Polen hadden die eer al veel eerder moeten krijgen, vindt ook Wim Boeijen. De secretaris van Stichting Vier Vrijheid Schaijk schreef verschillende boeken over de bevrijding van Zuid-Nederland. Bij zijn lezingen in het hele land neemt hij altijd een Pools vlaggetje mee. “Want niet alleen de Britten, de Canadezen en de Amerikanen, maar zeker ook de Poolse bevrijders mogen niet worden vergeten.”

Vergeten groep

door Erik Schumacher | foto Beeldbank WO2/NIOD

52

NCMagazine | najaar 2014

Ze kwamen overal vandaan, de Polen die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aansloten bij de Poolse divisies die in het Britse leger waren ondergebracht. Sommigen waren na de bezetting van hun land in 1939 door de Poolse regering in ballingschap verzameld in Frank-

Nieuwe impuls

Ze kwamen overal vandaan, de Polen die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aansloten bij het Britse leger rijk. Anderen waren overgelopen na gedwongen dienst in het Duitse leger. Weer anderen kwamen als vrijgelaten krijgsgevangenen uit de Sovjet-Unie naar het Westen. Ze hadden één ding gemeen: ze wilden bijdragen aan de bevrijding van Europa. Bij de landing in Normandië op D-Day vochten al Polen mee. De eerste Poolse militairen op Nederlands grondgebied waren parachutisten onder leiding van generaal Sosabowski. Ze vochten mee in Operatie Market Garden, het geallieerde offensief van september 1944. Op 19 en 21 september landden ze bij Wolfheze en Driel, vlakbij Arnhem. Ze kregen onvoldoende dekking en leden zware verliezen. Begin oktober vielen opnieuw Poolse militairen Nederland binnen. De 1e Poolse Pantserdivisie, onder leiding van generaal Stanislaw Maczek, bevrijdde Axel en Terneuzen in Zeeland. Op 29 oktober volgde de bevrijding van Breda. Na de oorlog kregen de Poolse parachutisten van hoge Britse militairen de schuld in de schoenen geschoven voor het mislukken van Operatie Market Garden. Ze werden daardoor overgeslagen bij de onderscheidingen. Maczek en zijn mannen werden wel geëerd. Toch is ook hun inzet snel in de vergetelheid geraakt, zegt Bolek Krzes-

De laatste jaren zijn er in Nederland diverse initiatieven ontplooid om de Poolse bevrijders te herdenken. Krzeszewski en zijn vereniging waren vorig jaar betrokken bij de doop van de Maczek-tulp, die simultaan in Breda en Warschau plaatsvond. Boeijen onthulde op 18 september 2014 een nieuw monument op Vliegveld Keent, mede ter ere van vier Poolse parachutisten die bij een patrouille in de buurt ongelukkig om het leven kwamen. Omdat de bevrijding van ZuidNederland dit najaar zeventig jaar geleden is, wordt er op meer plekken uitgebreid stilgestaan bij het Poolse aandeel in de strijd. Krzeszewski en Boeijen zijn het erover eens: het gaat tegenwoordig veel beter met de waardering voor de Poolse oorlogsinzet in Nederland. Het eerherstel voor Sosabowski en zijn mannen heeft daarbij enorm geholpen, zegt Boeijen. “Dat is toen uitgebreid op de televisie geweest.” Krzeszewski noemt nog een andere impuls: de begrafenis van Maczek, die in 1994 volgens zijn laatste wens tussen zijn mannen kwam te liggen op de Poolse Oorlogsbegraafplaats in Breda. Herdenkingen van de Poolse bevrijders kunnen tegenwoordig bovendien rekenen op een nieuwe groep belangstellenden, vertelt Krzeszewski. “In Breda en omstreken zijn er veel recente Poolse immigranten, die voor werk naar Nederland komen. Zij horen tijdens Poolse kerkdiensten over de herdenkingen. Het is erg mooi om te zien dat ze zich vervolgens aansluiten en bijvoorbeeld meegaan naar de Oorlogsbegraafplaats.”

70 jaar Bevrijding Naar aanleiding van 70 jaar Bevrijding wil NC Magazine bijzondere en vaak vergeten verhalen over de bevrijding onder de aandacht brengen. Zoals de betrokkenheid van Poolse militairen bij de bevrijding van ZuidNederland. Najaar 1944 werd een deel van het zuiden van Nederland bevrijd. Zie ook www.4en5mei.nl en het artikel op pag 54

53


70 jaar bevrijding

Poolse bevrijder wordt verwelkomd bij de bevrijding van de stad Nijmegen op 29 oktober 1944.

De Poolse inzet in cijfers Het aantal Poolse militairen onder Brits commando telde in maart 1944 195.000. De 1e Poolse Pantserdivisie bestond op het hoogtepunt uit 16.000 soldaten. Bij de bevrijding van Breda vielen geen burgerdoden. 590 Poolse parachutisten sneuvelden tijdens Operatie Market Garden.

zewski. Hij is voorzitter van de Vereniging 1e Poolse Pantserdivisie Nederland. “De Polen zijn destijds een beetje de vergeten groep geworden”, zegt hij. Maczek werkte na de oorlog tot zijn pensioen als barman in Edinburgh. Terug naar zijn vaderland kon hij niet. Het nieuwe communistische regime had hem zijn Poolse nationaliteit afgenomen. Veteranen die wel terugkeerden, kregen vaak lange gevangenisstraffen na showprocessen. Op die manier hoopten de communisten een mogelijke verzetshaard uit te schakelen. Tienduizenden Poolse veteranen bleven in het Westen achter, bijvoorbeeld in de omgeving van Breda. Pas na de val van de Muur in 1989 werden ze in Polen gerehabiliteerd.

‘De Poolse bevrijders mogen niet vergeten worden’ Naast Amerikanen, Britten en Canadezen hielpen ook Poolse militairen zeventig jaar geleden mee om Zuid-Nederland te bevrijden. De laatste jaren is er steeds meer erkenning voor hun bijdrage, die in het verleden nog wel eens werd vergeten.

E

en “historische fout”. Zo noemde koningin Beatrix het feit dat Poolse parachutisten zo lang hadden moeten wachten op erkenning voor hun bijdrage aan de bevrijding van Nederland. Op 31 mei 2006 verleende de koningin de Militaire Willems-Orde aan de Poolse 1e Onafhankelijke Parachutistenbrigade. Bij dezelfde gelegenheid onderscheidde ze generaal-majoor Stanislaw Sosabowski postuum met de Bronzen Leeuw. De Polen hadden die eer al veel eerder moeten krijgen, vindt ook Wim Boeijen. De secretaris van Stichting Vier Vrijheid Schaijk schreef verschillende boeken over de bevrijding van Zuid-Nederland. Bij zijn lezingen in het hele land neemt hij altijd een Pools vlaggetje mee. “Want niet alleen de Britten, de Canadezen en de Amerikanen, maar zeker ook de Poolse bevrijders mogen niet worden vergeten.”

Vergeten groep

door Erik Schumacher | foto Beeldbank WO2/NIOD

52

NCMagazine | najaar 2014

Ze kwamen overal vandaan, de Polen die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aansloten bij de Poolse divisies die in het Britse leger waren ondergebracht. Sommigen waren na de bezetting van hun land in 1939 door de Poolse regering in ballingschap verzameld in Frank-

Nieuwe impuls

Ze kwamen overal vandaan, de Polen die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog aansloten bij het Britse leger rijk. Anderen waren overgelopen na gedwongen dienst in het Duitse leger. Weer anderen kwamen als vrijgelaten krijgsgevangenen uit de Sovjet-Unie naar het Westen. Ze hadden één ding gemeen: ze wilden bijdragen aan de bevrijding van Europa. Bij de landing in Normandië op D-Day vochten al Polen mee. De eerste Poolse militairen op Nederlands grondgebied waren parachutisten onder leiding van generaal Sosabowski. Ze vochten mee in Operatie Market Garden, het geallieerde offensief van september 1944. Op 19 en 21 september landden ze bij Wolfheze en Driel, vlakbij Arnhem. Ze kregen onvoldoende dekking en leden zware verliezen. Begin oktober vielen opnieuw Poolse militairen Nederland binnen. De 1e Poolse Pantserdivisie, onder leiding van generaal Stanislaw Maczek, bevrijdde Axel en Terneuzen in Zeeland. Op 29 oktober volgde de bevrijding van Breda. Na de oorlog kregen de Poolse parachutisten van hoge Britse militairen de schuld in de schoenen geschoven voor het mislukken van Operatie Market Garden. Ze werden daardoor overgeslagen bij de onderscheidingen. Maczek en zijn mannen werden wel geëerd. Toch is ook hun inzet snel in de vergetelheid geraakt, zegt Bolek Krzes-

De laatste jaren zijn er in Nederland diverse initiatieven ontplooid om de Poolse bevrijders te herdenken. Krzeszewski en zijn vereniging waren vorig jaar betrokken bij de doop van de Maczek-tulp, die simultaan in Breda en Warschau plaatsvond. Boeijen onthulde op 18 september 2014 een nieuw monument op Vliegveld Keent, mede ter ere van vier Poolse parachutisten die bij een patrouille in de buurt ongelukkig om het leven kwamen. Omdat de bevrijding van ZuidNederland dit najaar zeventig jaar geleden is, wordt er op meer plekken uitgebreid stilgestaan bij het Poolse aandeel in de strijd. Krzeszewski en Boeijen zijn het erover eens: het gaat tegenwoordig veel beter met de waardering voor de Poolse oorlogsinzet in Nederland. Het eerherstel voor Sosabowski en zijn mannen heeft daarbij enorm geholpen, zegt Boeijen. “Dat is toen uitgebreid op de televisie geweest.” Krzeszewski noemt nog een andere impuls: de begrafenis van Maczek, die in 1994 volgens zijn laatste wens tussen zijn mannen kwam te liggen op de Poolse Oorlogsbegraafplaats in Breda. Herdenkingen van de Poolse bevrijders kunnen tegenwoordig bovendien rekenen op een nieuwe groep belangstellenden, vertelt Krzeszewski. “In Breda en omstreken zijn er veel recente Poolse immigranten, die voor werk naar Nederland komen. Zij horen tijdens Poolse kerkdiensten over de herdenkingen. Het is erg mooi om te zien dat ze zich vervolgens aansluiten en bijvoorbeeld meegaan naar de Oorlogsbegraafplaats.”

70 jaar Bevrijding Naar aanleiding van 70 jaar Bevrijding wil NC Magazine bijzondere en vaak vergeten verhalen over de bevrijding onder de aandacht brengen. Zoals de betrokkenheid van Poolse militairen bij de bevrijding van ZuidNederland. Najaar 1944 werd een deel van het zuiden van Nederland bevrijd. Zie ook www.4en5mei.nl en het artikel op pag 54

53


70 jaar Bevrijding

links: www.tweedewereldoorlog.nl/70jaarbevrijding rechts: de app Oorlogsmonumenten in Beeld en Maria Weerts en Piet Spronck bekijken de route van de bevrijding via Oorlogsmonumenten in Beeld

70 jaar Bevrijding in kaart Vanaf september 2014 tot en met 15 augustus 2015 viert Nederland 70 jaar Bevrijding. De bevrijding begon op 12 september 1944 in het Limburgse dorpje Mesch. Het Nationaal Comité besteedt uitgebreid aandacht aan 70 jaar Bevrijding. Zo lanceerde het een vernieuwde oorlogsmonumenten-app waarmee het mogelijk wordt historisch beeldmateriaal opnieuw te beleven en te zien welke activiteiten er nu worden georganiseerd om de bevrijding te vieren. Daarnaast is op tweedewereldoorlog.nl een speciale pagina gelanceerd waarop de bevrijding van Nederland in kaart wordt gebracht.

door Robin de Munnik | foto’s Nationaal Comité 4 en 5 mei, Jasper Juinen

54

NCMagazine | najaar 2014

Een kijkje in heden en verleden De website www.tweedewereldoorlog.nl/70jaarbevrijding is onderdeel van de vaste digitale tentoonstelling van het comité en ontworpen door bureau Black Magic Marker. De site toont een interactieve kaart van Nederland waarop de route van de bevrijding van Nederland te zien is. Zo kunt u per provincie bekijken hoe de bevrijding is verlopen. De kaart biedt ook een overzicht van alle activiteiten die nu worden georganiseerd om de bevrijding te vieren. Inmiddels staan er al meer dan vijfhonderd foto’s en filmpjes online die het verhaal van de bevrijding vertellen. Zo krijgt u een kijkje in heden en verleden. De site heeft ook een agendafunctie waarin alle activiteiten in een handige lijst met zoek- en selecteerfunctie staan en is geschikt voor pc, telefoon en tablet. Op de site wordt aandacht gegeven aan monumenten die ter ere van de bevrijding zijn opgericht (zie ook de app Oorlogsmonumenten in Beeld verderop in dit artikel) en aan de Liberation Route Europe (zie pagina 33). De inhoud van de site is afhankelijk van de informatie die het Nationaal Comité van lokale organisaties, comités en particulieren krijgt aangeboden. Daarom bestaat de mogelijkheid om evenementen aan te melden. Organiseert u een activiteit in het kader van 70 jaar Bevrijding en staat deze nog niet op de website ? Ga dan naar www. tweedewereldoorlog.nl/70jaarbevrijding/agenda.

Vernieuwde oorlogsmonumenten-app Op de site www.tweedewereldoorlog.nl/70jaarbevrijding wordt verwezen naar de mobiele app die het comité ook op 12 september lanceerde: Oorlogsmonumenten in Beeld. Deze app laat de Bevrijdingsroute van Nederland zien aan de hand van monumenten. De route begint in het Limburgse dorpje Mesch, dat op 12 september j.l. 70 jaar geleden bevrijd werd, en eindigt op 15 augustus 2015. Op deze dag in 1945 capituleerde Japan en op 15 augustus 2015 viert het gehele Koninkrijk der Nederlanden dus 70 jaar Bevrijding. De verhalen achter de monumenten worden gepresenteerd aan de hand van historisch filmmateriaal, Polygoonjournaals, foto’s en getuigenverhalen. De app is ontwikkeld door het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in samenwerking met het Nationaal Comité 4 en 5 mei. In 2010 werd de eerste versie gelanceerd en inmiddels heeft de app een flinke update gekregen. De nieuwe versie is beschikbaar voor iOS en Android en is gratis verkrijgbaar in de App Store van Apple en via Google Play. Het archiefmateriaal is afkomstig uit de collecties van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, het Nationaal Archief, EYE Film Instituut Nederland, het Nationaal Comité 4 en 5 mei en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies.

GPS-locaties De app werkt op basis van GPS-locaties en toont de monumenten die het dichtst in de buurt van de gebruiker staan. Door het vertellen van de verhalen achter de monumenten blijven de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog levend en voelbaar voor een groot publiek. Het komende bevrijdingsjaar zal de app tot aan 15 augustus 2015 elke maand worden aangevuld met nieuw materiaal, zodat u de route van de bevrijding ook aan de hand van monumenten kunt volgen. Elke provincie komt aan de beurt, evenals de overzeese voormalige delen van het Koninkrijk der Nederlanden. Het Nationaal Comité streeft ernaar de app in de toekomst te vullen met alle 3500 oorlogsmonumenten van Nederland.

Mesch De app Oorlogsmonumenten in Beeld werd op 12 september 2014 voor het eerst officieel in gebruik genomen door de heer Piet Spronck uit Gronsveld en mevrouw Maria Weerts uit Mesch. Mesch is een dorpje in Zuid-Limburg en de plek waar op 12 september 1944 de bevrijding van Nederland door de geallieerden begon. Tijdens de zware gevechten vlak voor de bevrijding zat Maria als klein meisje wekenlang met haar familie in een kelder van een smederij in Mesch. Ze herinnert zich nog goed dat ze haar vader hoorde zeggen: ‘’Wat ik nou hoor, dat zijn geen Pruisische laarzen! Het zijn de Amerikanen!’’ Piet was twaalf jaar oud in die tijd, voor hem was de bevrijding een avontuur. Hij kreeg chocola en sigaretten en trok van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat op met de Amerikaanse soldaten. Piet Spronck vertelt zijn kleinzoon van negen jaar geregeld over de oorlog. Dat er nu een website en een app zijn om de herinneringen levend te houden, vindt hij belangrijk. Ook Maria Weerts vindt de digitale initiatieven van het comité een goed idee. ‘’Zoiets moet toch niet vergeten worden? Nog jaren en jaren, eeuwen en eeuwen moet dit blijven.’’

55


70 jaar Bevrijding

links: www.tweedewereldoorlog.nl/70jaarbevrijding rechts: de app Oorlogsmonumenten in Beeld en Maria Weerts en Piet Spronck bekijken de route van de bevrijding via Oorlogsmonumenten in Beeld

70 jaar Bevrijding in kaart Vanaf september 2014 tot en met 15 augustus 2015 viert Nederland 70 jaar Bevrijding. De bevrijding begon op 12 september 1944 in het Limburgse dorpje Mesch. Het Nationaal Comité besteedt uitgebreid aandacht aan 70 jaar Bevrijding. Zo lanceerde het een vernieuwde oorlogsmonumenten-app waarmee het mogelijk wordt historisch beeldmateriaal opnieuw te beleven en te zien welke activiteiten er nu worden georganiseerd om de bevrijding te vieren. Daarnaast is op tweedewereldoorlog.nl een speciale pagina gelanceerd waarop de bevrijding van Nederland in kaart wordt gebracht.

door Robin de Munnik | foto’s Nationaal Comité 4 en 5 mei, Jasper Juinen

54

NCMagazine | najaar 2014

Een kijkje in heden en verleden De website www.tweedewereldoorlog.nl/70jaarbevrijding is onderdeel van de vaste digitale tentoonstelling van het comité en ontworpen door bureau Black Magic Marker. De site toont een interactieve kaart van Nederland waarop de route van de bevrijding van Nederland te zien is. Zo kunt u per provincie bekijken hoe de bevrijding is verlopen. De kaart biedt ook een overzicht van alle activiteiten die nu worden georganiseerd om de bevrijding te vieren. Inmiddels staan er al meer dan vijfhonderd foto’s en filmpjes online die het verhaal van de bevrijding vertellen. Zo krijgt u een kijkje in heden en verleden. De site heeft ook een agendafunctie waarin alle activiteiten in een handige lijst met zoek- en selecteerfunctie staan en is geschikt voor pc, telefoon en tablet. Op de site wordt aandacht gegeven aan monumenten die ter ere van de bevrijding zijn opgericht (zie ook de app Oorlogsmonumenten in Beeld verderop in dit artikel) en aan de Liberation Route Europe (zie pagina 33). De inhoud van de site is afhankelijk van de informatie die het Nationaal Comité van lokale organisaties, comités en particulieren krijgt aangeboden. Daarom bestaat de mogelijkheid om evenementen aan te melden. Organiseert u een activiteit in het kader van 70 jaar Bevrijding en staat deze nog niet op de website ? Ga dan naar www. tweedewereldoorlog.nl/70jaarbevrijding/agenda.

Vernieuwde oorlogsmonumenten-app Op de site www.tweedewereldoorlog.nl/70jaarbevrijding wordt verwezen naar de mobiele app die het comité ook op 12 september lanceerde: Oorlogsmonumenten in Beeld. Deze app laat de Bevrijdingsroute van Nederland zien aan de hand van monumenten. De route begint in het Limburgse dorpje Mesch, dat op 12 september j.l. 70 jaar geleden bevrijd werd, en eindigt op 15 augustus 2015. Op deze dag in 1945 capituleerde Japan en op 15 augustus 2015 viert het gehele Koninkrijk der Nederlanden dus 70 jaar Bevrijding. De verhalen achter de monumenten worden gepresenteerd aan de hand van historisch filmmateriaal, Polygoonjournaals, foto’s en getuigenverhalen. De app is ontwikkeld door het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in samenwerking met het Nationaal Comité 4 en 5 mei. In 2010 werd de eerste versie gelanceerd en inmiddels heeft de app een flinke update gekregen. De nieuwe versie is beschikbaar voor iOS en Android en is gratis verkrijgbaar in de App Store van Apple en via Google Play. Het archiefmateriaal is afkomstig uit de collecties van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, het Nationaal Archief, EYE Film Instituut Nederland, het Nationaal Comité 4 en 5 mei en het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies.

GPS-locaties De app werkt op basis van GPS-locaties en toont de monumenten die het dichtst in de buurt van de gebruiker staan. Door het vertellen van de verhalen achter de monumenten blijven de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog levend en voelbaar voor een groot publiek. Het komende bevrijdingsjaar zal de app tot aan 15 augustus 2015 elke maand worden aangevuld met nieuw materiaal, zodat u de route van de bevrijding ook aan de hand van monumenten kunt volgen. Elke provincie komt aan de beurt, evenals de overzeese voormalige delen van het Koninkrijk der Nederlanden. Het Nationaal Comité streeft ernaar de app in de toekomst te vullen met alle 3500 oorlogsmonumenten van Nederland.

Mesch De app Oorlogsmonumenten in Beeld werd op 12 september 2014 voor het eerst officieel in gebruik genomen door de heer Piet Spronck uit Gronsveld en mevrouw Maria Weerts uit Mesch. Mesch is een dorpje in Zuid-Limburg en de plek waar op 12 september 1944 de bevrijding van Nederland door de geallieerden begon. Tijdens de zware gevechten vlak voor de bevrijding zat Maria als klein meisje wekenlang met haar familie in een kelder van een smederij in Mesch. Ze herinnert zich nog goed dat ze haar vader hoorde zeggen: ‘’Wat ik nou hoor, dat zijn geen Pruisische laarzen! Het zijn de Amerikanen!’’ Piet was twaalf jaar oud in die tijd, voor hem was de bevrijding een avontuur. Hij kreeg chocola en sigaretten en trok van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat op met de Amerikaanse soldaten. Piet Spronck vertelt zijn kleinzoon van negen jaar geregeld over de oorlog. Dat er nu een website en een app zijn om de herinneringen levend te houden, vindt hij belangrijk. Ook Maria Weerts vindt de digitale initiatieven van het comité een goed idee. ‘’Zoiets moet toch niet vergeten worden? Nog jaren en jaren, eeuwen en eeuwen moet dit blijven.’’

55


5 november:

Groningen

2 november:

Amsterdam 29 oktober:

30 oktober:

Wageningen

Rotterdam

27 oktober:

PRAAT MEE OVER DE TOEKOMST VAN 4 EN 5 MEI!

Roermond

Meer dan 8o% van de Nederlanders hecht waarde aan herdenken op 4 mei en vieren op 5 mei. Maar wat herdenken we precies? En wat vieren we op 5 mei? De Tweede Wereldoorlog ligt bijna 70 jaar achter ons en wordt steeds meer geschiedenis. Met het oog op de toekomst denkt het Nationaal Comité na over de invulling van 4 en 5 mei. Op basis van gesprekken en bijeenkomsten heeft het comité een conceptvisie geschreven over wat we herdenken en vieren. Het comité is benieuwd naar uw mening!

U bent van harte uitgenodigd voor de debatten die de komende weken plaatsvinden. De opbrengst van de debatten is input voor de definitieve toekomstvisie. Kom ook en praat mee! Ga naar 4en5mei.nl en meld u aan.

Debat 1 | 27 oktober | Roermond 19.30-21.30 uur Cuypershuis, Pieter Cuypersstraat 1, 6041 XG Roermond Debat 2 | 29 oktober | Wageningen 19.30-21.30 uur Aula Universiteit Wageningen UR, Generaal Foulkesweg 1, Gebouw 362, 6703 BG Wageningen Debat 3 | 30 oktober | Rotterdam 19.30-21.30 uur Theater Walhalla, Sumatraweg 9-11, 3072 ZP Rotterdam Debat 4 | 2 november | Amsterdam 14.00-16.00 uur De Balie, Kleine Gartmanplantsoen 10, 1017 RR Amsterdam Debat 5 | 5 november | Groningen 19.30-21.30 uur Groninger Museum, Museumeiland 1, 9711 ME Groningen