Skip to main content

MIXpro 2026-1

Page 1


17e jaargang, 2026-1

Geertrui Klostermann, Stiho

“Zoveel vrijheid als team, was echt geen vanzelfsprekendheid”

Terugblik en vooruitblik Directies over 2025 en 2026

Stand van zaken

per 1 januari 2026

Hoe dan?

We deden een rondje langs de velden en spraken met diverse bouwgroothandels over hun terugblik op 2025 en verwachtingen voor 2026. Conclusie: ‘makkelijk’ bestaat niet meer. Het jaar 2025 was taai, maar niet helemaal zo taai als verwacht. En voor 2026 verwachten de directies wel weer een beetje groei. Maar die is ook hard nodig om de steeds maar stijgende kosten te dekken. En ondertussen is de concurrentie zwaar en de prijsdruk hoog. Dus: er is werk aan de winkel. Maar hoe dan?

Nou, bijvoorbeeld door werkelijke kosten door te rekenen. Zoals de meeste partijen hun franco-waardes al aanpasten aan de aanstaande ‘kilometerheffing’. Of door commerciële prijzen te rekenen die je kúnt vragen, in plaats van steeds met elkaar te concurreren op prijs. Zélfs in categorieën met schaarste.

Of door slimmer te werken, en zo tijd en faalkosten te besparen voor je klanten. In plaats van ‘u vraagt, wij draaien’. Meedenken, voordenken. Niet meer de ‘domme’ urenfabriek zijn, maar de slimme probleemoplosser.

Slimme oplossingen. Ook een van de pijlers van Stiho’s nieuwe propositie ‘Meer tijd voor het echte werk’. ‘Slimme oplossingen’ en ‘persoonlijk’: die twee hangen samen. Want dankzij slimme oplossingen is er meer tijd. Tijd voor het echte werk. Het echte werk voor de klant. En evengoed het echte werk voor de Stiho-medewerker. Om die klant waardevolle – en persoonlijke – aandacht te geven. Want als klanten – kleinste voorbeeldje – de voorraad of de status van hun bestelling – realtime en betrouwbaar – in hun app kunnen zien, hoeven ze die niet steeds na te vragen op de vestiging. En dan hoeven de medewerkers daar zulke antwoorden niet steeds op te zoeken en kunnen ze vaker écht advies geven of samen de diepte ingaan op een klus.

Klopt als een bus. Op papier. Daarom zien we deze claims ook vaker terug in de markt. Niet alleen bij Stiho. Ik ken namelijk geen enkele bouwgroothandel die zich profileert als ‘onpersoonlijk’ of ‘zoek-het-zelf-maar-uit’. En ook zien we her en der slimme oplossingen, nieuwe formats, combinaties van formules, services vanuit de

Marc Nelissen Hoofdredacteur

mn@mixpress.nl

grotere groep doorvertaald en uitvergroot. Dus waar zit dan het échte onderscheid? Dat ziet ‘m in hoe je die belofte in de praktijk brengt. Niet alleen dát je je claim waarmaakt. Maar ook hoe? En met wie?

Want een slim ingerichte drive-in is één, een efficiënte shop twee en een uitgebreid duurzaamheidsconcept drie. Maar pas als je eigen mensen er mee aan de slag gaan, die tools gebruiken, de persoonlijke connectie leggen, komt er veel terecht van die plannen en concepten. Vandaar mijn vraag ‘hoe dan’? Hoe gaan we al die mooie plannen en beloften in de praktijk brengen? En vooral ook wie? Want ‘we’ is makkelijk gezegd. Wie? En hoe?

Begrijp me goed, ik ben niet sceptisch. En enthousiast over de nieuwe concepten die ik zag bij Stiho, eind vorig jaar in de combi van Jongeneel en PontMeyer, of in deze editie bijvoorbeeld ook bij Sakol-lid Carpentier Mooren. Maar het blijven de mensen die het verschil maken. Zoals Goof van Berkel van Carpentier Mooren het zegt: “Het maakt niet uit welke naam erop staat. Als de medewerkers hier dezelfde blijven.”

En dáár gaan wij de komende MIXpro’s eens extra op letten.

Ik wens je goede zaken!

Marc Nelissen Hoofdredactie MIXpro

MIXpro

Vakblad voor de totale bouwgroothandel

Hoofdredactie

Marc Nelissen

Aan MIXpro werken mee

Wim Bak (column)

Steven van der Cruijs (Hibin)

Effe checken (eindredactie)

Geert Hilferink (algemeen)

Dennis Kosten (column VLOK)

Dirk Mulder (column)

Jeroen Rietvelt (algemeen)

Hugo Schrameyer (thema)

Edwin Timmers (column + w-ad-w)

Fotografie

Marjolein Ansink en shutterstock.com

Redactieadres

MIXpress

Postbus 11

5258 ZG Berlicum

T: 073.503.43.47

E: mixpro@mixpress.nl W: www.mixpro.nl

Advertenties/Close-Up’s

Molijn Sales Support

Edgar Molijn

Brugstraat 12, NL-5258 HT Berlicum +31 (0)73.503.35.44 mix@molijnsalessupport.nl

Close Ups

Advertorials

Vormgeving

Inpladi bv, bureau voor idee en creatie

Abonnementen

Los nummer: € 27,50 (excl. btw)

Per jaar (+online toegang) € 87,20 (excl. btw)

Abonnementsvoorwaarden check www.mixpress.nl/abo

Abonnementenadministratie

Abonnementenland

Postbus 20, 1910 AA Uitgeest

Tel.: 0251.25.79.24

Internet: www.aboland.nl

Stopzetten abonnement

Opzeggingen (uitsluitend schriftelijk) dienen 8 weken voor afloop van de abonnementsperiode in ons bezit te zijn.

Algemene voorwaarden

Alle advertentieopdrachten en plaatsingsvoorkeuren worden schriftelijk vastgelegd, afgesloten en uitgevoerd conform de Regelen voor het Advertentiewezen, gedeponeerd ter griffier van de Arrondissementsrechtbanken en bij de Kamers van Koophandel. Een exemplaar wordt op verzoek toegezonden of zie www. stichtingrota.nl

Copyrights

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd op welke wijze dan ook,worden opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

FORMULES

Omzet groeit, kosten lopen door en het verdienmodel kraakt. Directeuren uit de bouwgroothandel spreken over 2025 en de keuzes voor 2026.

FORMULES

In de Stand van Zaken zetten we ieder jaar de aantallen vestigingen van Nederlandse ketens, franchiseorganisaties en inkoopcombinaties in DHZ-retail en Bouwgroothandel op een rijtje. In DHZ bleef het beeld ook het afgelopen jaar vooral dat van lichte krimp, terwijl in de Bouwgroothandel de verschuivingen opnieuw nadrukkelijker zichtbaar zijn – mede door schaalvergroting, herpositionering en verdere rationalisatie van netwerken.

Bij CarpentierMooren maken mensen het verschil

Wie door showroom Select van CarpentierMooren in Roelofarendsveen loopt, begrijpt meteen dat het bedrijf meer wil zijn dan een traditionele bouwmaterialengroothandel. Met honderden vierkante meters showroomruimte, een breed assortiment en specialisten per discipline positioneert het familiebedrijf zich nadrukkelijk als ketenregisseur. “Van de fundering tot de nokvorst, en van de keuken en de badkamer tot aan meubilair kunnen klanten bij ons terecht”, zegt commercieel directeur Goof van Berkel.

Menig bouwprofbusje rijdt het pand van Stiho in. De bestuurders knikken vriendelijk en geven non-verbaal te kennen dat ze haast hebben, dus geen tijd voor een babbeltje, laat staan voor een foto. Eric Adamse stapt net de winkel uit en ach, vooruit, hij heeft wel even. In zijn handen houdt hij twee plastic literflessen.

Bouwen aan weerbaarheidStand van zaken
Stiho Utrecht

CONJUNCTUUR

18 22

Groei in de steigers, maar waar begint de schop?

De vooruitzichten voor de bouw in 2026 laten zich het best omschrijven als hoopvol, maar weerbarstig. Prognoses wijzen omhoog, beleidsambities zijn aangescherpt en de woningbouwproductie lijkt zich eindelijk te herstellen. Tegelijkertijd groeit het besef dat versnelling niet alleen een kwestie is van regels schrappen en processen stroomlijnen.

FORMULES

Doorvertaling van merk-identiteit en nieuwe positionering: ‘meer bouwvermogen’

“Laten we bij de drive-in naar binnen gaan”, zegt Manager Formule & Category Management Geertrui Klostermann, terwijl ze bij de entree in de drive-in begint – precies zoals de meeste klanten het doen. Niet toevallig: deze vestiging is de plek waar Stiho zijn nieuwe propositie voor het eerst volledig tastbaar maakt. Nijmegen is het voorbeeld voor de rest van het netwerk en tegelijkertijd het startpunt van een stapsgewijze uitrol.

Heeft de markt behoefte aan een nieuwe opwaardering voor hangen sluitwerk?

Zonder degelijk hang- en sluitwerk wordt als het ware de rode loper uitgerold voor het inbrekersgilde. Daar valt geen speld tussen te krijgen, maar toch valt ook te zien dat de belangstelling voor inbraakwerende maatregelen onder druk staat. Dat komt voor een belangrijk deel door het teruglopende aantal woninginbraken. Moet die aandacht weer terug op niveau?

Vier pagina’s Hibin-nieuws in MIXpro

• Welkom aan boord in de bouwmaterialenhandel Afspraken CAO Hibin voor komende 2 jaar

• PPWR-wetgeving van invloed op jouw private label

SMART BOTTLE: SNEL, EENVOUDIG & BETROUWBAAR

SPECIALE RONDE BORSTEL INNOVATIEVE WIPER ERGONOMISCHE DOP

Nooit meer verspillen. Altijd de perfecte verbinding.

Maak kennis met de Griffon Smart Bottle. Dankzij de innovatieve wiper in de hals en de geïntegreerde ronde borstel doseer je altijd de juiste hoeveelheid lijm. Geen gemors, geen verspilling, maar wel een razendsnelle, perfecte verlijming. De grote ergonomische dop biedt maximale grip en opent altijd soepel, zodat jij meteen door kunt naar de volgende verbinding. Sneller, schoner, Griffon.

GRIFFON.EU

GRIFFON. DE KEUZE VAN DE PROF.

Bouwmaat zet volgende stap in klantgericht bouwen

Bouwmaat werkt al veertig jaar voor vakmanschap. Wat begon als dé plek voor de zelfstandige vakman, groeide uit tot een keten die steeds breder in de professionele markt opereert. Eind 2025 presenteerde Bouwmaat een vernieuwde strategie die voortbouwt op dat sterke fundament en tegelijkertijd een duidelijke koerswijziging markeert.

Wat die koers precies inhoudt, houdt Bouwmaat nog even voor zich. Wel is duidelijk dat de propositie wordt aangescherpt om beter aan te sluiten bij de groeiende behoefte aan ondersteuning, service en kennis.

Alles voor de vakman

In de nieuwe strategie rekt Bouwmaat de klantfocus op: de zelfstandige vakman blijft de vaste kern, maar de keten verbreedt de blik richting verwante professionele doelgroepen. Eén principe blijft daarbij leidend: bouwen begint bij vakmanschap.

Nieuwe Hibin-cao

Na lange schermutselingen ging ook de FNV akkoord met de cao die Hibin sloot met vakbonden De Unie en CNV.

FNV zette zich als laatste schrap en gebruikte stakingen als wapen in de onderhandelingen voor een nieuwe cao.

De nieuwe strategie raakt zowel het aanbod als de dienstverlening en de manier waarop Bouwmaat relaties opbouwt en ondersteunt. Achter de schermen werkt de organisatie aan verdere professionalisering, een propositie die aansluit bij de diversiteit van de professionele markt en het verder digitaliseren en optimaliseren van de omni­

Toen Hibin nog ietsje toegaf, gingen de vakbonden CNV en De Unie akkoord en was de nieuwe cao een feit. Nog zonder de FNV. Uiteindelijk ging ook die vakbond akkoord.

FNV meldt op de eigen website dat de beslissende ledenstemming spannend was. Net iets meer dan de helft van de stemmende leden was voor. “Vanaf half december konden leden van de FNV stemmen: ben je voor of tegen het eindbod van werkgever Hibin? Na verlenging van de stemmingsperiode heeft nog eens circa 6 % van onze leden een stem uitgebracht. Het resultaat: 52% heeft vóór de herziene versie van het eindbod van de werkgevers gestemd, 48% tegen. Een kleine meerderheid accepteert dus het eindbod van de werkgever. Op basis van deze uitslag zal de FNV de cao Hibin ondertekenen.”

channel­klantreis, zonder de vakman uit het oog te verliezen.

Hoe deze strategische keuzes precies vorm krijgen, wat dit betekent voor verschillende klantgroepen en welke ambities Bouwmaat daarbij heeft, lees je in de MIXpro van mei. Nog even geduld dus.

Zevij-Necomij pakt voorraad aan

Vanaf februari start Zevij-Necomij met de implementatie van nieuwe software om de voorraad-beschikbaarheid te verbeteren, voorraden te optimaliseren en de supplychain toekomstbestendig in te richten.

Dat doet de inkoopcombinatie met de software van Slimstock.

Jan Kraaijeveld van Slimstock kijkt uit naar een mooie samenwerking en het gezamenlijk realiseren van meetbare impact: “Zevij Necomij maakte de keuze voor Slimstock heel zorgvuldig. Daarbij speelde niet alleen onze bewezen technologie een rol, maar ook onze Slimstock Academy: investeren in kennis, adoptie en continue verbetering blijkt keer op keer doorslaggevend voor duurzaam succes.”

Bauhaus start in Amersfoort.

Bauhaus zette de eerste spade in de grond en startte daarmee officieel de bouw van de nieuwe bouwmarkt in Amersfoort. Als alles volgens plan loopt, gaan de deuren in maart 2027 open.

Eindelijk.

Vandaag kondigt Bauhaus officieel de start aan van de bouw van haar nieuwste vestiging in Amersfoort, de vijfde in Nederland. Met de komst van de specialistische bouwmarkt naar bedrijventerrein Vathorst zet Bauhaus een belangrijke stap in haar Nederlandse groeistrategie en creëert het bedrijf circa 100 nieuwe arbeidsplaatsen in de regio.

Meer dan alleen een bouwmarkt

Ook de nieuwste vestiging wordt meer dan alleen een bouwmarkt. Met een vloeroppervlakte van circa 15.000m2 biedt het pand ruimte aan zestien speciaalzaken onder één dak, waaronder een uitgebreide drive­in voor bouwmaterialen en een gespecialiseerd Stadstuincentrum.

Toplocatie

“Amersfoort is voor ons een strategische toplocatie,” aldus Markus Pieters, CEO bij Bauhaus Nederland. “We zijn ontzettend trots om alle thuisklussers en bouwprofessionals uit Amersfoort en omstreken te mogen ondersteunen bij hun volgende klus en daarnaast ook een actieve bijdrage te leveren aan de lokale economie en gemeenschap.”

Planning van de bouw

De bouwwerkzaamheden starten medio maart 2026. Als de bouw volgens schema verloopt, verwacht Bauhaus de deuren voor klanten te openen medio maart 2027.

Zeven nieuwe leden voor Nicovij

Inkoopcombinatie Nicovij begon het nieuwe jaar met een klapper.

Ze konden maar liefst zeven (!) nieuwe leden verwelkomen.

Het betreft:

• Prinsen Veldhoven (Veldhoven)

• Van Rumpt specialisten (Utrecht)

• Van Rossum Zwolle (Zwolle)

• Houthandel Didam (Didam) Cammeraat ijzerwaren (Zoetermeer)

• Boer – Staphorst (Staphorst)

• De Kluszaak Lunteren (Lunteren)

Daarmee kwam het aantal aangesloten winkels en vestigingen van de Deventer inkoopcombinatie op 116, waarvan er 18 onder de vlag van Enorm opereren en 8 onder die van Profnorm.

Stiho opent nieuw formuleconcept in Nijmegen

Eind 2025 opende Stiho officieel de deuren van de nieuwe vestiging in Nijmegen. Deze nieuwe locatie vormt een belangrijke stap in de ontwikkeling van het nieuwe formuleconcept van Stiho.

“Zo ziet ‘Meer Bouwvermogen’ er in de praktijk uit”, zegt vestigingsmanager Pim Raaijmaakers over zijn nieuwe Stiho in Nijmegen. Deze nieuwe Stiho­vestiging is de vertaling van de nieuwe Stiho­positionering zoals John Faas die eerder in MIXpro presenteerde.

Snelheid én advies

Stiho zelf over de vestiging in Nijmegen: “Hij is ingericht om zowel snelheid als deskundig advies te bieden, afhankelijk van wat de klant nodig heeft. In zowel de drive­in als de shop is een balie aanwezig voor advies, maar ook altijd met een kop koffie binnen handbereik. Daarnaast beschikt de locatie over een inspiratieruimte voor advies en materiaalkeuze op het gebied van deuren & kozijnen, stenen, dakpannen en gevelbekleding.”

Zie een compleet artikel met fotoreportage over Stiho Nijmegen verderop in deze MIXpro.

GfK: +4,4% voor bouwmarkten in 2025

GfK sloot de boeken van de DIY Recap voor 2025 en kwam voor alle Nederlandse bouwmarkten samen op een omzetgroei van 4,4%.

De groei van 4,4% begon in het eerste kwartaal nog voorzichtig met +2,5%, maar de drie kwartalen daarna groeide de omzet tussen de 4,5% en 5,4% per kwartaal. Vergeleken met de retail in zijn algemeen – vanuit GfK NIQ’s Retail Recap – dan zien we daar een groei van 2%. Daarmee laten de bouwmarkten dus een sterkere groei zien dan het gemiddelde van de retail.

KOMBI opende in Rosmalen

KOMBI Bouwmaterialen opende op 2 februari een nieuwe vestiging in Rosmalen.

De nieuwe locatie wordt ingericht met een ruime drive­through, waardoor laden en lossen vlot verloopt en klanten direct weer door kunnen naar hun volgende klus.

Warm voorproefje met het team Voorafgaand aan de opening heeft het volledige KOMBI­team de vestiging al in gebruik genomen tijdens een interne bijeenkomst. Dit moment stond niet alleen in het teken van het nieuwe pand, maar vooral van samen vooruitkijken. Het team maakte kennis met de nieuwe werkwijze, test de faciliteiten en wordt klaargestoomd voor de toekomst. Met een

gedeelde ambitie en dezelfde KOMBImentaliteit staat het team straks klaar om klanten vanuit Rosmalen dagelijks snel, persoonlijk en professioneel te ondersteunen.

Nieuwe plek, dezelfde KOMBI-mentaliteit

Met de komst van Rosmalen versterkt KOMBI Bouwmaterialen de positie in de regio tussen ’s­Hertogenbosch, Eindhoven en Nijmegen. “Onze klanten willen vooral dat hun werk doorloopt,” zegt Frank van den Berg, vestigingsleider. “Of je nu vroeg in de ochtend snel materiaal komt halen of advies nodig hebt voor een groter project. Vanuit Rosmalen kunnen we nog sneller schakelen en persoonlijk meedenken.”

Vihamij failliet

Eind 2025 werd installatiegroothandel Vihamij failliet verklaard.

Omdat leveranciers aanspraak maakten op goederen in de voorraad, zag de curator zich genoodzaakt alle 30 vestigingen per direct te sluiten.

Zo lazen we in het AD.

In het faillissement is ook Bouwcenter Vihamij Weert betrokken. Die Bouwcenter­Vihamij­vestiging was al sinds juni 2025 gesloten.

Het is het derde faillissement in het bestaan van Vihamij. Check de historie van Vihamij op de website van de groothandel zelf.

Als eerste het laatste nieuws

MIXpro publiceert het laatste nieuws als eerste op

Abonneer je op de nieuwsbrief via www.mixonline.nl/nieuwsbrief

Bouwen aan weerbaarheid

Omzet groeit, kosten lopen door en het verdienmodel kraakt. Directeuren uit de bouwgroothandel spreken over 2025 en de keuzes voor 2026.

2025 was voor de Nederlandse bouwgroothandel geen jaar van stilstand. Integendeel. Bij vrijwel alle organisaties lag de omzet boven budget of boven verwachting. Tegelijkertijd klinkt in de gesprekken met directeuren van bouwgroothandels, inkoopcombinaties en handelsgroepen een opvallend eensgezind geluid: die groei biedt geen comfort. Kosten stijgen harder dan ooit, marges blijven onder druk staan en het bestaande verdienmodel staat ter discussie.

Gesprekken met Lex Hemels (Veris/Bouwcenter), Jan-Hein de Laat (Sakol), René Kars (Destil), Kees Machielse (4Plus), John Faas (Stiho) en Jan Willem Dockheer (BMN Bouwmaterialen) laten een sector zien die tegelijkertijd bouwt, twijfelt, corrigeert en investeert. Soms voorzichtig, soms uitgesproken. Maar altijd met dezelfde vraag op de achtergrond: hoe houd je de bouwgroothandel toekomstbestendig?

Omzet boven verwachting, maar geen reden tot ontspanning

Op papier was 2025 voor veel organisaties beter dan vooraf gedacht. Bij Veris kijkt Lex Hemels terug op een jaar met duidelijke pluscijfers. “De omzet van Veris is like-for-like met 7% gestegen ten opzichte van vorig jaar. Let op: dat is inkoopomzet, hè?” Ook ten opzichte van de begroting viel het mee. “We hadden 4 à 5% gebudgetteerd, dus we zitten zo’n 2 à 3 procentpunt boven budget. Daar zijn we best content mee.”

Bij Sakol is het beeld vergelijkbaar. Jan-Hein de Laat noemt de omzetontwikkeling positief, maar plaatst er meteen kanttekeningen bij. “Wat omzetontwikkeling betreft hebben we eigenlijk wel

boven onze verwachtingen gepresteerd. Daar zijn we heel tevreden over.” Tegelijkertijd benadrukt hij dat die constatering maar een deel van het verhaal vertelt. “Dat is maar één kant van het verhaal.”

Ook bij Destil is er geen sprake van krimp. René Kars kijkt “tamelijk tevreden” terug op 2025. “Over de hele groep hebben we een mooie plus gezien. Dat zit vooral bij de niet-Destil-bedrijven.

Destil zelf zit ongeveer op het niveau van vorig jaar.” Die stabiliteit maskeert volgens hem wel forse verschuivingen. “We hadden één hele grote collega-klant die in twee jaar tijd vrijwel helemaal is afgeschaald. Dat scheelt substantieel veel omzet. En die hebben we bijna volledig gecompenseerd.”

Bij 4Plus klinkt het optimisme het hardst. Kees Machielse is kort en duidelijk. “Desondanks gaat het ons voor de wind.” De cijfers onderstrepen dat. “De bruto-omzet van 4Plus over 2025 steeg met 12%. Opnieuw een mooie plus na een groei van 13% in 2024.”

De omzet groeide daarmee van € 300 mln naar € 340 mln.

Stiho-manager John Faas herkent de volumegroei, maar wil die niet los zien van de kostencontext. “We hebben echt stappen gezet in volumegroei en daar mogen we trots op zijn. Tegelijkertijd zijn de kosten fors gestegen en neemt de druk op de marges toe.” Voor hem was 2025 “een uitdagend jaar”. “Het hele jaar voelde als een continue afweging: hoeveel nieuwe projecten kun en wil je tegelijk aanpakken?”

Bij BMN kiest Jan Willem Dockheer een andere insteek. Over cijfers wil hij niets zeggen. “We zijn totaal gefocust op het beter maken van ons bedrijf en zijn daar iedere dag mee bezig.” Wat hij wél benoemt, is het tempo van investeren. “Stiekem zijn we dus enorm aan het doorinvesteren.”

Marges: het structurele pijnpunt

Waar omzetgroei breed zichtbaar is, geldt dat niet voor margeverbetering. Integendeel. Margedruk keert in vrijwel elk gesprek terug als structureel probleem.

Lex Hemels – Veris/Bouwcenter “Het is dus helemaal niet meer zo dat hoe meer vestigingen je hebt, hoe beter je bezig bent.”

René

Kars – Destil

“Wij zijn good en fast –dus per definitie niet cheap.”

Jan-Hein de Laat is daar uitgesproken over. “Vorig jaar was iedereen ontevreden over hoe de marge zich ontwikkelde. Dat was echt een speerpunt binnen de groep.” Die trend noemt hij ‘ronduit ongezond’. “Een trend die gebroken moest worden. Maar dat hebben we dit jaar niet kunnen keren.”

Ook bij Veris en Bouwcenter is marge een terugkerend thema. Lex Hemels schetst het spanningsveld. “De salariskosten zijn fors gestegen, huur- en IT-kosten ook. En de marge blijft stabiel of stijgt misschien een heel klein beetje. En om deze te verhogen is niet eenvoudig, want de prijsdruk door concurrentie is groot.” De conclusie is helder. “We hebben wel omzetgroei gerealiseerd en deze was ook geprognosticeerd, maar die is onvoldoende om alle kostenstijgingen te mitigeren.”

René Kars kiest bij Destil voor een expliciete positionering. “Wij zijn goed en fast, dus niet cheap.” Daarmee trekt hij een duidelijke grens. John Faas nuanceert het beeld door te wijzen op de praktijk. “Indexatie doorrekenen aan de markt is theoretisch altijd mogelijk, maar in de praktijk heb je te maken met wat klanten willen en kunnen. En met wat collega’s in de markt doen.” Daarbij speelt volgens hem ook de positie in de keten een rol. “Producenten én grote bouwers verdienen over het algemeen goed geld. Dat mag ook, maar het betekent wel dat de druk in het midden van de keten onevenredig groot wordt.”

Prijsdiscipline en de Pavlov-reflex

Dat marges onder druk staan, is volgens de directeuren niet alleen het gevolg van externe factoren. Ook het gedrag van de sector zelf speelt een rol. Lex Hemels noemt dat onomwonden. “Dan maken we elkaar toch de kop gek als sector; het lijkt een soort Pavlov-reactie om in een dalende markt via de P van Prijs toch de omzet te willen vasthouden.”

Jan-Hein de Laat herkent dat patroon. “Dit is gewoon hoe we er in heel de branche mee omgaan. Maar daarmee missen we wel kansen.” Hij wijst vooral op momenten van schaarste. “Als er schaarste is, dan biedt dat op z’n minst kansen om wél met elkaar te werken aan margeverbetering.” Dat gebeurt volgens hem nauwelijks. “Het gaat in onze branche standaard nog steeds op het scherpst van de snede.”

René Kars trekt daar voor Destil consequenties uit. Hij beschrijft hoe klanten op platforms strategisch shoppen. “Dan hebben ze goed, snel én goedkoop en zitten wij met de kosten.” Zijn conclusie is resoluut. “Aan dát spelletje doen wij niet meer mee.”

Ook Faas wijst op de onderlinge afhankelijkheid. “Je hebt te maken met wat collega’s in de markt doen.” Tegelijkertijd benadrukt hij dat het gesprek over prijs niet los kan worden gezien van processen en planning. “We weten allemaal dat planning in heel veel gevallen de kern van het probleem is.”

Jan Willem Dockheer – BMN Bouwmaterialen “We zijn lekker aan het doorbouwen, op de BMN-manier.”

Kosten lopen onverbiddelijk door

Als er één thema is waarover geen verschil van inzicht bestaat, dan is het de kostenontwikkeling. Over de hele linie stijgen loonkosten, vastgoedkosten, IT-kosten en logistieke lasten. Jan-Hein de Laat somt het nuchter op. “Het is geen geheim dat vastgoed duurder is geworden. Machines duurder. Software duurder. En loonkosten zijn flink gestegen.” Voor 2026 ziet hij daar nog een extra component bij komen. “Er komt een nieuwe heffing op transport voor de tweede helft van het komend jaar.” De impact kan groot zijn. “Er gaan inschattingen rond dat de transportkosten met zo’n 10% stijgen. Gigantisch.”

René Kars wijst op dezelfde realiteit. “Salarissen in de WTG-cao zijn de afgelopen vijf jaar met 35% gestegen. En dan de energiekosten en alles erop en eraan.” Voor hem is duidelijk dat dat gevolgen heeft. “Al die vestigingen openhouden is niet meer vanzelfsprekend.”

John Faas ziet hoe kostenstijgingen leiden tot noodoplossingen. “Al die extra oplossingen kosten serieus geld en worden alleen maar duurder.” Volgens hem is het risico dat organisaties vooral “pleisters aan het plakken” zijn, zonder de kern aan te pakken.

Vestigingen: minder is geen zwakte meer

Opvallend is de eensgezindheid over het vestigingsnetwerk. Het klassieke idee dat meer vestigingen automatisch beter is, staat onder druk.

Bij Bouwcenter daalde het aantal vestigingen van 76 naar 74. “Ik zie wel een trend naar iets minder, maar dan wel grotere, stevigere, robuustere vestigingen,” zegt Hemels. De reden is praktisch. “Heb je drie man op een vestiging, is er één ziek en één vrij, dan heb je meteen een operationeel probleem.”

Bij Destil gingen drie vestigingen dicht en één werd verplaatst. “We zaten als Destil in Nederland gewoon te dicht op elkaar,” aldus Kars. Hij wijst op veranderend klantgedrag. “Grote aannemers komen niet meer op de zaak, die willen alles bezorgd hebben.”

Ook De Laat ziet geen expansiedrift. “De Sakol-leden hebben gemiddeld relatief grote vestigingen en dan werkt dat spelletje van vlaggetjes prikken toch anders.”

Bij 4Plus daalde het aantal aangesloten vestigingen van 86 naar 83, terwijl de omzet fors steeg. En bij BMN wordt juist fors geïnvesteerd in bestaande locaties. “We hebben een compleet nieuwe vestiging in Utrecht geopend en hebben ook flink gewerkt aan vestigingen in Amsterdam Zuidoost en Eindhoven,” zegt Dockheer. “We doen dat op de typische BMN-manier van ‘precies goed’.”

Services en logistiek: gratis bestaat niet meer

Vrijwel alle directeuren benoemen hetzelfde spanningsveld: het serviceniveau is hoog, maar de kosten lopen uit de hand.

Lex Hemels is daar uitgesproken over. “Die kleine ordertjes, tijdleveringen, alles maar gratis doen, dat kán niet meer.”

Volgens hem is het “echt hard nodig” om services te verwaarden. Jan-Hein de Laat maakt het concreet. “Als je kijkt naar de werkelijke kosten, dan is het gewoon onbetaalbaar om voor een doosje schroeven te rijden.” Dat vraagt volgens hem om discipline. “Planning, bundeling en discipline worden belangrijker.”

René Kars waarschuwt voor de gevolgen van franco leveren. “Alles franco leveren kan niet meer. Zeker niet met de kilometerheffing die eraan komt.” Volgens hem snapt de klant dat inmiddels. “Bijna alle concurrenten rekenen al iets door. Dat is gezond.”

John Faas kiest voor een andere insteek. Bij Stiho blijft levering in geld voorlopig gratis, maar niet vrijblijvend. “Gratis blijft gratis in geld, maar we vragen er iets voor terug: samenwerken aan efficiency.” Transparantie is daarbij cruciaal. “Wat zit er in de prijs en wat niet?”

Digitalisering, focus en keuzes

Ook digitalisering en e-commerce komen terug, maar met uiteenlopende conclusies.

Bij Veris wordt een duidelijke streep gezet. “Het hele D365programma bleek steeds meer een ‘mission impossible’,” zegt

Kees

Machielse – 4Plus

“Desondanks gaat het ons voor de wind.”
John Faas – Stiho
“We zijn met elkaar urenmachines. Het echte rendement wordt gemaakt door tijd en door efficiëntie.”

Hemels. De organisatie stopt als ERP-dienstverlener. “Veris gaat zich richten op drie domeinen: inkoop, logistiek en data. En niet meer.”

Bij Destil wordt juist pas op de plaats gemaakt met b2c-e-commerce. Kars noemt de leercurve waardevol, maar trekt nu een conclusie: “De prijsdruk is zó hoog geworden dat het voor veel productgroepen niet meer interessant is. Dus daar maken we een terugtrekkende beweging.”

Faas ziet digitalisering vooral als middel. “We hebben minder gekeken naar hoeveel nieuwe dingen we konden toevoegen, en veel meer naar wat écht tijd oplevert.” Soms is dat technologie, vaak is het “gewoon het echte gesprek met de klant”.

Mensen, cultuur en organisatie

Achter alle cijfers en keuzes zit één constante: mensen. Faas noemt het expliciet. “Mensen zijn onze grootste kostenpost, maar ook onze belangrijkste asset.” Daarom draait volgens hem alles om efficiency. “We zijn met elkaar urenmachines.”

Dockheer kiest een vergelijkbare focus, maar met een andere toon. “We creëren graag powerteams van binnen- en buitendienst.” Investeren in mensen is volgens hem een bewuste keuze. “Ik geloof echt heel erg in het blij maken van medewerkers met een ‘goede tent’.”

Ook Kars benadrukt kennis en ervaring. “Alleen maar doosjes schuiven, dat gaat niet meer.” Destil zet in op kennisbehoud. “We halen gepensioneerde projectbegeleiders terug als mentor.”

Vooruitblik 2026: stabiel, spannend en vol keuzes Voor 2026 verwacht niemand wonderen. De Laat voorziet “wederom een stabiele markt”. Kars zegt: “De markt wordt niet veel beter.” Faas spreekt over “spanning én zin”. En Machielse blijft optimistisch. “We verwachten voor 4Plus een verdere groei.” Wat hen bindt, is het besef dat de sector zichzelf opnieuw moet uitvinden. Soms door nee te zeggen, soms door te investeren, soms door het gesprek aan te gaan. Of, zoals Lex Hemels het samenvat in drie woorden: “Minder. Beter. Focus.”

Jan-Hein de Laat – Sakol

“Als we zelfs bij schaarste geen marge durven pakken, maken we het onszelf structureel te moeilijk.”

Stand van zaken

In de Stand van Zaken zetten we ieder jaar de aantallen vestigingen van Nederlandse ketens, franchiseorganisaties en inkoopcombinaties in DHZ­retail en Bouwgroothandel op een rijtje. In DHZ bleef het beeld ook het afgelopen jaar vooral dat van lichte krimp, terwijl in de Bouwgroothandel de verschuivingen opnieuw nadrukkelijker zichtbaar zijn – mede door schaalvergroting, herpositionering en verdere rationalisatie van netwerken.

Bouwmarkten

In het bouwmarktsegment bleven de mutaties tussen 1 januari 2025 en 1 januari 2026 beperkt. Praxis was een van de weinige formules die per saldo groeide. Daar kwam er één vestiging bij. Gamma en Karwei leverden beide juist één vestiging in. Bij de service-bouwmarkten zagen we iets meer beweging. Hubo telde per saldo vier winkels minder en ook bij Inkoopleden DGN (–3) en KlusWijs (–1) liep de teller terug. Hornbach (inclusief Hornbach Vloeren) en Bauhaus hielden hun netwerken stabiel, net als IBW.

IJzerwaren B2C

Bij de consumenten-ijzerwaren zette het herstel van vorig jaar voorzichtig door. Met zeven nieuwe leden per 1januari 2026 groeide Nicovij per saldo met twee vestigingen. Al geldt voor deze inkoopcombinatie nog steeds de bekende nuance: binnen Nicovij vallen zowel b2c- als b2b-activiteiten. De aantallen van Icono BVK, Lockmasters en SVIJ Randstad bleven stabiel. Enorm leverde één winkel in, terwijl Profnorm er juist één bij kreeg.

IJzerwaren B2B

In het professionele segment bleven de bewegingen vooral het gevolg van herstructurering en schaalvergroting. Zevij-Necomij zag het aantal aangesloten vestigingen dalen met elf. Ferney Group bleef per saldo stabiel, maar binnen de ledengroepen van deze inkoopcombinatie waren wel degelijk verschuivingen zichtbaar. Zo kromp het gezamenlijke netwerk van Grafton Netherlands (met onder andere Isero en Polvo) met vier vestigingen.

Destil sloot drie locaties, terwijl Würth juist twee vestigingen toevoegde. Opvallend was het verdwijnen van Probin uit de ranglijst (–5). De meeste ondernemingen van deze voormalige Transferro-formule zochten vorig jaar al hun heil bij GBI. Die formule staat dit jaar voor het eerst in onze lijst met 26 vestigingen.

Destil (lid van Zevij-Necomij en incl Dexis (6), Wiek de Laat (1) Kroon (12) en BTN/Van Ommeren (8))

Bouwmaterialen­ en houthandel

In de bouwmaterialen- en houthandel zette de schaalvergroting onverminderd door. BMN Bouwmaterialen verstevigde zijn positie verder en telt voortaan de distributiecentra mee, vandaar de groei van elf locaties vestigingen naar 122. Daartegenover stond krimp bij 4Plus (–3) en Bouwcenter (–2).

Bouwmaterialen (onderdeel van BME en lid van Ferney)

(Veris Bouwmaterialen, ook lid van Transferro)

De netwerken van PontMeyer, Jongeneel, Bouwmaat en IGM Molenhoek bleven stabiel. BouwPartner leverde vier vestigingen in, terwijl Stiho en Sakol hun netwerken ongewijzigd hielden.

Eigen

opgaven

De gepresenteerde aantallen betreffen de vestigingen in Nederland. Het zijn eigen opgaven van de organisaties, onze redactie heeft ze slechts ‘globaal getoetst’. Let op: sommige aantallen bevatten doublures. Zo zijn de aantallen van Zevij-Necomij inclusief Destil, GBI, Bouwmaat en voormalig Transferro-leden. Die van Ferney inclusief BMN, BMN IJzerwaren, Polvo, Isero, de TABS-formules PontMeyer en Jongeneel en Toolstation. En die van Nicovij inclusief Enorm, Profnorm en Lockmasters.

Business Update

Bouwgroothandel

Benieuwd naar de dwarsverbanden in de bouwmaterialenhandel, houthandel en ijzerwarenhandel?

Naar de trends, de sleutelfunctionarissen, de kerngegevens, de marktcijfers en achtergrondverhalen?

Check dan de Business Update Bouwgroothandel Zie www.mixpro.nl/update

Het Dunning-Kruger effect: de duurste valkuil in de bouwtoelevering

In de bouwtoelevering circuleren honderden producten, systemen, normen en toepassingseisen. Van BENG tot MKI, van biobased tot digitale transformatie. In een sector met zoveel variabelen zou je verwachten dat expertise altijd leidend is. Toch speelt juist hier een bekend psychologisch mechanisme een opvallende rol: het Dunning­Kruger effect. De grafiek laat perfect het verloop van dit proces zien.

Het effect beschrijft hoe mensen met beperkte kennis over bepaalde zaken hun eigen inzicht overschatten. Niet bewust of uit arrogantie, maar omdat ze nog niet voldoende weten om te herkennen wat ze missen. Juist in complexe omgevingen kan die overschatting ongemerkt ontstaan. In de grafiek is het de eerste piek, ook wel ‘Mount Stupid’ genoemd. Ik zal de eerste zijn om toe te geven dat ik hier zelf ook wel eens tegenaan gelopen ben.

In de praktijk zie je dit bijvoorbeeld terug bij afwegingen rondom duurzaamheid. Thema’s als BENG of MKI worden vaak benoemd, maar niet altijd volledig doorgrond. Na enkele projecten ontstaat al snel het gevoel dat het onderwerp “wel bekend is”, terwijl de precieze impact sterk afhankelijk blijft van ontwerpkeuzes, uitvoering en context. Dat is geen onwil, maar een logisch gevolg van toenemende complexiteit.

Een vergelijkbaar patroon zie je bij digitalisering in de bouw. Tools als BIM-modellen, planningssoftware of digital twins geven het gevoel van overzicht en beheersing. Tegelijkertijd vraagt het effectief gebruik ervan om competentie, duidelijke afspraken, consistente data en gezamenlijke interpretatie. Wanneer die randvoorwaarden niet duidelijk zijn, ontstaat al snel het idee dat men verder is dan in werkelijkheid het geval is.

Wim Bak Marketingdeskundige Merkvast

Ik weet alles Of toch niet...

Hoe ga ik dit ooit doen?

Competen e

Ik begin het iets te snappen Ik weet al veel maar niet alles!

Hoog

In de bouwtoelevering zie ik dit regelmatig gebeuren. Beslissingen worden vaak genomen op basis van aannames, ervaring en tijdsdruk. Als die aannames onvoldoende worden getoetst, kunnen kleine misverstanden zich vertalen naar vertraging, extra afstemming of faalkosten. Zeker nu duurzaamheid en digitalisering steeds belangrijker worden, neemt dat risico toe.

Wat kan de sector hiervan leren? Om te beginnen dat kennisontwikkeling geen eenmalig, maar een continu traject is. Daarnaast vraagt het om tegenspraak. Ketenpartners die elkaar durven corrigeren voordat fouten zich materialiseren. En tot slot om professionele bescheidenheid. De meest waardevolle experts zijn niet degenen met de snelste antwoorden, maar degenen die de juiste vragen stellen (tegenovergestelde van het Dunning-Kruger effect).

Het Dunning-Kruger effect is geen gebrek aan vakmanschap of verwijt, maar vraagt om een bepaalde houding. Dat is alert te blijven op eigen blinde vlekken en om expertise niet te zien als een eindpunt. In een steeds complexere bouwketen wint namelijk niet degene die het hardst roept, maar degene die het meest bereid is om te blijven leren.

Vertrouwen

Vooruitzichten bouw 2026:

Groei in de steigers, maar waar begint de schop?

De vooruitzichten voor de bouw in 2026 laten zich het best omschrijven als hoopvol, maar weerbarstig. Prognoses wijzen omhoog, beleidsambities zijn aangescherpt en de woningbouwproductie lijkt zich eindelijk te herstellen. Tegelijkertijd groeit het besef dat versnelling niet alleen een kwestie is van regels schrappen en processen stroomlijnen.

Volgens de analyse van EIB (Economisch Bureau voor Bouwnijverheid) staat de woningnieuwbouw voor een duidelijke volumegroei. Na een mager jaar met circa 68.000 opgeleverde woningen, loopt dat aantal in 2026 op naar ongeveer 80.000 en in 2027 naar 84.000. Dat is een stijging van bijna 25 procent in twee jaar. Ook het bouwvolume groeit stevig door, terwijl de totale bouwproductie richting 2030 oploopt naar € 118 mrd.

Die cijfers lijken de politieke ambitie te ondersteunen om richting de 100.000 woningen per jaar te bewegen. Maar het EIB plaatst daar zelf al een belangrijke nuance bij: deze groei is grotendeels een inhaalslag. De productie zat al in de pijplijn. In de afgelopen jaren zijn meer en grotere projecten opgestart, maar door langere doorlooptijden schuift de oplevering door. Dat verklaart waarom het bouwvolume eerder aantrok dan het aantal daadwerkelijk opgeleverde woningen.

Appartementen domineren het beeld

Buildsight zoomt in op die langere doorlooptijden en legt een structurele oorzaak bloot: de snelle verschuiving naar appartementenbouw. Inmiddels bestaat ruim de helft van de nieuwbouw uit appartementen, en dat aandeel groeit de komende jaren door richting bijna twee derde. In het westen van het land is het zelfs al meer dan tachtig procent.

Appartementencomplexen bouwen duurt langer dan eengezinswoningen en oplevering is nauwelijks te faseren. Dat betekent dat vergunningen en bouwstarts zich pas later vertalen in zichtbare aantallen woningen. Precies het patroon dat het EIB nu in de cijfers ziet terugkomen. Daarbij verandert ook de bouw zelf.

Minder dakpannen, meer glas, andere gevelsystemen en andere bouwmethoden. Woningen worden kleiner, waardoor er per woning minder materiaal nodig is. Voor producenten en bouwgroothandel betekent dat geen terugval in vraag, maar wel een structurele verschuiving in productgroepen en logistiek.

Beleidsambitie versus uitvoerbaarheid Het coalitieakkoord, zo schetst Hibin in een recent bericht, probeert daar met beleid op aan te haken. Procedures moeten sneller, regels eenvoudiger en

uniformer. Industrieel bouwen, typegoedkeuringen en versnelroutes voor fabriekswoningen moeten helpen om tempo te maken. Ook optoppen en splitsen krijgen meer aandacht, net als het aanwijzen van zowel grootschalige locaties als kleinschalige uitbreidingen.

Toch klinkt vanuit de sector ook scepsis. Taco van Hoek, directeur van het EIB, reageerde op Radio 1 (Sven op 1) kritisch op de nadruk die de coalitie legt op dertig grote nieuwbouwlocaties. “Je bent gewoon tien, vijftien jaar verder voordat je fysiek aan het bouwen bent,” waarschuwde hij. Volgens Van Hoek wordt de complexiteit van gebiedsontwikkeling onderschat: grondeigendom, verplaatsing van bedrijven, sanering, infrastructuur en bezwaarprocedures stapelen zich op voordat er überhaupt gebouwd kan worden.

Ook bij standaardisatie plaatst Van Hoek kanttekeningen. “Het kan nuttig zijn om sommige zaken meer te standaardiseren, maar daar gaat de grote winst niet van komen,” stelde hij. “Woningbouw is projectontwikkeling. Dat is op iedere plek binnen een gemeente anders.”

Begin bij de locaties

Volgens Van Hoek zit het grootste struikelblok niet in regels, maar in locaties. “Als je over regelgeving denkt, begin dan bij het begin. Het begint bij de locaties,” benadrukte hij. Versnellen van bezwaarprocedures kan helpen, maar lost niet op dat veel plannen jarenlang vastzitten in complexe voorbereidingsfases. Slechts een beperkt deel van de bezwaren haalt uiteindelijk de Raad van State; de meeste tijd gaat zitten in het traject daarvoor.

Daarom pleit Van Hoek voor een sterker kleinenkernenbeleid: kleinschalige projecten in en rond dorpen en kleinere kernen. Juist provincies die daarop inzetten, zoals Limburg, Drenthe, Friesland en Zeeland, halen

hun bouwdoelstellingen. “Als je aan het eind van deze kabinetsperiode die 100.000 woningen per jaar wil aantikken, dan moet je het van kleinschalige projecten hebben,” aldus Van Hoek.

“Je bent gewoon tien, vijftien jaar verder voordat je fysiek aan het bouwen bent”

Capaciteit als blijvende rem

Wat alle analyses verbindt, is de rol van capaciteit. Het EIB rekent tot 2030 op een behoefte aan circa 30.000 extra arbeidskrachten. Die zijn er simpelweg niet. De woningbouw concurreert met infrastructuurprojecten, netverzwaring, defensie-investeringen en renovatieopgaven. De bouw kan willen groeien, maar loopt tegen harde grenzen aan.

2026 in perspectief

Daarmee wordt 2026 geen jaar van onbeperkte versnelling, maar van zichtbare groei binnen duidelijke kaders. De productie trekt aan, vooral doordat eerder opgestarte projecten worden opgeleverd. Tegelijkertijd verandert de bouw structureel door de dominantie van appartementen en blijft de uitvoering kwetsbaar door locaties, capaciteit en financiering.

Voor de sector – en zeker voor de bouwgroothandel – is het een jaar waarin volumes toenemen, maar voorspelbaarheid en flexibiliteit minstens zo belangrijk worden. De echte versnelling zit niet alleen in beleid of prognoses, maar in het pragmatisch benutten van plekken waar daadwerkelijk snel gebouwd kan worden.

BUVA kiest voor samen slim bouwen

BUVA is groot geworden als handelsbedrijf, maar kiest nu nadrukkelijk voor een andere rol in de keten. Het bedrijf zoekt de samenwerking met de groothandel en positioneert zich sterker als toeleverancier en innovatiepartner. Daarbij wordt teruggevallen op de eigen R&D en hun productiefaciliteiten in Nederland. Directeur Peter Laros verwoordt het helder. “Onze rol in de keten is veranderd. We willen een partner in innovatie zijn.”

Dit jaar bestaat BUVA tachtig jaar. Het familiebedrijf werd in 1946 in Rotterdam opgericht als ijzerwaren- en gereedschapshandel en groeide in de decennia daarna uit tot ontwikkelaar en producent van bouwgerelateerde systemen voor ramen, deuren en ventilatie. De belangrijkste klanten waren timmerfabrieken en aannemers. In 2001 verhuisde BUVA naar Barendrecht, met daarnaast productielocaties in Middelburg en bij Holonite in Tholen. “BUVA is een sterk merk, ook in de voorschrijvende markt”, zegt Laros. “Naast een breed standaardassortiment bieden we maatwerkoplossingen

die direct inspelen op klantvragen.” Daarmee positioneert BUVA zich nadrukkelijk als toeleverancier met een breed en doordacht aanbod voor de bouwsector.

Terug naar de kern

In de afgelopen decennia groeide BUVA sterk met kozijnen en bijbehorend hang- en sluitwerk. Tegelijkertijd was het bedrijf actief in de installatiebranche, onder meer met ventilatiesystemen en verwarmingsketels. “We waren actief in zowel de bouw- als installatiemarkt met een zeer breed assortiment”, blikt Laros terug. “Daardoor raakte onze focus versnipperd. Het bord was simpelweg te vol.” Een strategische herijking was nodig. “We hebben scherp gekeken waar onze toegevoegde waarde ligt. Waar maken wij écht het verschil? En waar kunnen we kantelen van een toeleverend handelsbedrijf naar een zelfontwikkelende partner met een leidende positie in een productgroep?”

Vijf duidelijke productgroepen

Inmiddels positioneert BUVA zich als toeleverancier met een helder afgebakend assortiment, ook in samenwerking via de groothandel. Daarbij bedient het bedrijf de hele keten, van het ontwerp tot de uitvoering. “We bieden nu vijf productgroepen binnen elk toepassingsgebied: hang- en sluitwerk, onderdorpels,

Logische samenwerking met de groothandel Nieuw is dus dat BUVA voor de vervangingsmarkt nadrukkelijk de samenwerking met de groothandel opzoekt. Daarmee kan het bedrijf verschillende klantgroepen beter bedienen. Volgens Laros is dat een logische stap, omdat hij sterk gelooft in de rol en de meerwaarde van de groothandel. “De bouw- en ijzerwarenhandel heeft een landelijke dekking en vervult een cruciale logistieke functie voor onze producten,” benadrukt hij. “Samen bedienen we aannemers, zzp’ers en zowel middelgrote- als grote bedrijven. Want juist daar speelt de handel een belangrijke rol, met landelijke dekking en afhaalmogelijkheid, snelle levering en bij het ontsluiten van data.”

“Door onze krachten met de groothandel te bundelen, ontstaat meerwaarde voor de hele keten.”

Kennis delen in de keten

BUVA bedient een deel van de vervangingsmarkt via de eigen webshop, vooral als aanvulling. “De markt is veel groter dan één partij kan bedienen”, stelt Laros. ”Kennisdeling speelt hierbij een belangrijke rol. “De handel heeft niet altijd alle specialistische productkennis in huis”, zegt hij. “Maar samen met toeleveranciers staan we allebei sterker. Bovendien beschikt de groothandel over sterke regionale klantrelaties. Door die krachten te bundelen, ontstaat meerwaarde voor de hele keten.”

Samen optrekken

BUVA, Barendrecht, (0180) 697 500, info@buva.nl, www.buva.nl. Scan mij profielen, ventilatieroosters en hardglas”, licht Laros toe. “Hangen sluitwerk vormt de kern van het voorraadassortiment en leent zich goed voor groothandelsdistributie. Andere productgroepen, zoals dorpels en ventilatieroosters, zijn vaker maatwerk en daardoor minder geschikt voor voorraad.” Dankzij de eigen R&D en productielijnen kan BUVA snel inspelen op veranderende eisen van wetgever, verwerker en eindgebruiker. Dat geeft het bedrijf een onderscheidende positie in de markt. Door deze focus zijn de aannemerij en de kozijnen- en deurenindustrie opnieuw de belangrijkste doelgroepen. BUVA, dat onderdeel is van investeringsmaatschappij Pallieter, zet hiermee in op duurzame groei. “Daarbij willen we verder gaan dan het leveren van standaardoplossingen”, zegt Laros. “Gestandaardiseerd maatwerk, productvernieuwing en verduurzaming van product en proces vormen de kern. ‘Samen Slim Bouwen’ is hierbij een passende pay-off.”

In de praktijk blijkt de samenwerking met de groothandel goed te werken. De distributiestrategie is daarbij duidelijk vastgelegd. “Dat is geborgd en uitgesproken”, zegt Laros. “Elke dag is er vanuit de vervangingsmarkt vraag naar BUVA-producten en het is goed te zien dat een aantal groothandelaren deze behoefte

invullen. Inmiddels zijn we alweer een tijdje samen zo onderweg. De handel weet ons goed te vinden.” Tegelijkertijd blijft BUVA voorschrijvende partijen bezoeken. “Daar ligt onze kracht. Oplossingen rond het kozijn. Partners in de keten weten ons te vinden, ook voor ondersteuning. Dat verhoogt de efficiency, zeker nu lonen stijgen en automatisering en digitalisering versnellen. Denk aan data en AI. Wij ondersteunen dat in combinatie met kwalitatieve producten tegen competitieve prijzen.”

Innovatie als vaste pijler

De komende jaren richt BUVA zich nadrukkelijker op de voorschrijvende markt, waar hoge eisen worden gesteld aan gevelproducten. Volgens Laros mag de industrie veel verwachten op het gebied van innovatie, duurzaamheid en service. “Productontwikkeling wordt samen met partners en leveranciers slimmer en efficiënter aangepakt.” Hierbij werkt BUVA met een innovatie-routekaart waarin wensen en ideeën zijn vastgelegd. Duurzame innovaties rond het kozijn hebben daarin structureel een plek. “We willen nog meer meedenken met de concrete behoefte van klanten en zo gezamenlijk innovaties brengen om processen in de woningbouwmarkt duurzaam te verbeteren.”

Auteur Marc Nelissen Fotograaf Marjolein Ansink (en Stiho)

Stiho introduceert nieuw formuleconcept in Nijmegen

Doorvertaling van merk-identiteit en nieuwe positionering meer bouwvermogen

“Laten we bij de drive-in naar binnen gaan”, zegt Manager Formule & Category Management Geertrui Klostermann, terwijl ze bij de entree in de drive-in begint – precies zoals de meeste klanten het doen. Niet toevallig: deze vestiging is de plek waar Stiho zijn nieuwe propositie voor het eerst volledig tastbaar maakt. Nijmegen is het voorbeeld voor de rest

van het netwerk en tegelijkertijd het startpunt van een stapsgewijze uitrol. Klostermann: “Wat we hier gedaan hebben, is echt de eerste doorvertaling van de merkidentiteit en de nieuwe positionering ‘meer bouwvermogen’ in het nieuwe formuleconcept.”

Die doorvertaling rust op twee pijlers waarmee Stiho zich wil onderscheiden. “’Slimme oplossingen’ en ‘persoonlijk en professioneel’.” Nijmegen is volgens Klostermann de eerste vestiging waarin die woorden letterlijk in routing, communicatie, balies, meubels en werkplekken zijn gegoten. En niet als eindstation, benadrukt ze. “Dit is versie 1.0. Met een duidelijke intentie om echt te leren, te experimenteren en door te ontwikkelen.”

“Klant centraal: al 100 jaar in onze genen”

De manier waarop Stiho dit project aanvloog, was voor de organisatie minstens zo nieuw als de zichtbare veranderingen in de vestiging. Klostermann: “Bij elk besluit begonnen we met de klant als uitgangspunt. Wat is nou de optimale klantreis? Wat zijn de pijnpunten? En hoe kunnen we die oplossen? Met als doel om onze bouwers ‘tijd voor het echte werk’ te geven: dat is tenslotte onze belofte waar we ons hard voor maken.”

Dat ‘beginnen bij de klant’ klinkt vanzelfsprekend, maar Klostermann is opvallend eerlijk over de mooie gesprekken die hieruit ontstonden. “De klant centraal stellen zit al bijna 100 jaar in onze genen: we zijn een klantgericht bedrijf. Het vertalen van dit klantperspectief was dan ook leidend in alle besluiten rond het nieuwe formuleconcept. Dat gaf ons mooie nieuwe inzichten over bijvoorbeeld de ideale plek voor de balie. Wat ik daar mooi aan vind, als je met de klant begint, dan kun je het eigenlijk ook nooit oneens zijn. Want dan interesseert het ook niet wat onze vestigingsmanager vindt of wat ik zelf vind. Want de klant, die heeft altijd gelijk.” Die klantbenadering leidde ook tot een fundamentele keuze om anders te denken dan in categorieën. “In plaats daarvan gaat het hier over behoeften en

bouwprojecten. Je moet echt toe naar de vraag, wat zijn nou de behoeftes? Waar komt een klant voor binnen? Met welk bouwproject is hij bezig? Wat is zijn vraag?”

Acht maanden bouwen, met een brede projectgroep: “Just do it”

Het tempo lag hoog. “In maart zijn we gestart, in december is deze vesting hier opengegaan. En dat is echt razendsnel.

Dat tempo was alleen mogelijk door een andere manier van werken. “Wat echt nieuw was, is de manier van werken, leren en experimenteren. Mijn credo is ook echt, just do it. Van joh, ga het doen.” Maar dat ‘doen’ was geen solo-actie. Klostermann trok een brede projectgroep bij elkaar: “Het was een multidisciplinaire projectgroep met collega’s van marketing, e-commerce, category-management, vastgoed, IT, business control, medewerkers & organisatie en uiteraard een regio-manager en twee vestigingsmanagers.”

Wat daarbij volgens Klostermann essentieel was: mandaat. “Het ontwikkelen van een nieuw formule-concept kan alleen maar met vrijheid.” En die vrijheid was er. “Zoveel besluiten als wij konden nemen als team, dat is echt geen vanzelfsprekendheid.”

Voor Pim Raaijmakers – in Nijmegen direct verantwoordelijk voor de vestiging – zat de kracht ook in die samenwerking tussen ‘kantoor’ en ‘vloer’, tekentafel en praktijk “Ik zat heel veel in de operatie met de jongens hier. Wat denk je hiervan? En daarvan? Tijdens het

inrichten hebben we echt letterlijk opnieuw aan sommige details opnieuw gesleuteld.”

Drive-in: “de plek die hij verdient”

De grootste zichtbare verschuiving in Nijmegen: “De drive-in heeft hier de plek gekregen die hij verdient binnen de vestiging. Hij is echt onderdeel geworden van het totale concept.”

Dat begint bij de ontvangst. “Wat echt hier nieuw is, is dat we ook een balie hebben in de drive-in voor een ‘warm en persoonlijk welkom’. Daarin staat de route van de klant centraal. Want voorheen moest de klant eerst naar de shop. Nu ligt de keuze bij de klant: Weet hij precies wat hij wil en wil hij snelheid of heeft hij tijd en wil hij meer advies?”

In de ochtend is snelheid vaak heilig. En Stiho wil dat faciliteren. “Wil de klant snelheid, dan krijgt hij snelheid.”

Tegelijkertijd is er ruimte voor de klant die wél tijd heeft: “Heeft hij meer tijd, dan krijgt hij de ruimte.” Dat zie je letterlijk terug in de opzet: parkeerplekken dichtbij, ruimte om te manoeuvreren en een koffiepunt direct bij de ingang. Klostermann noemt een pijnpunt uit klantonderzoek: “Waar moet die bus staan?” In Nijmegen waren de parkeerplaatsen een essentieel onderdeel van de macro-layout.” Raaijmakers herkent dat uit de praktijk “Eerst een parkeerplaats en dan de rest.”

En dat is niet het enige. De drive-in is ruimer, breder, de logistiek klopt, het laden en lossen voelt minder ‘gedwongen’. “Hier heb je ruimte nodig om te kunnen

laden en lossen en manoeuvreren met je aanhanger. Dat is fijn.” Ook de zichtlijnen zijn bewust ontworpen. “We hebben duidelijk nagedacht over de zichtlijnen zodat de klant makkelijk zijn weg vindt.”

Slimme digitale oplossingen als propositie

Stiho voert als propositie ‘slimme oplossingen’, maar Nijmegen laat zien dat ‘slim’ niet alleen digitaal is. Het zit net zo goed in de fysieke logica. Klostermann: “Omdat snelheid vaak belangrijk is, hebben we de routing anders gemaakt. En daar hoort die verschuiving van productdenken naar projectdenken bij. In plaats van schappen die één productcategorie ademen, wordt het assortiment rond bouwprojecten gegroepeerd. Met duidelijke communicatie en navigatie zoals: “Alles voor je fundering”, “Alles voor je gevel” en ‘Alles voor je dak’.”

Slim zit ook in het voorkomen van vergeten producten.

Klostermann wijst op het bundelen van gerelateerde producten: “Isolatie en folie staat er tussen dak en gevel. Want die heb je voor beide nodig. En klanten zien het nu tussen de spullen waar ze voor komen. Ook als ze het zelf misschien vergeten waren.” Precies dát is de bedoeling: sneller vinden én completer kopen, zonder dat het voelt als harde verkoop. “Het echt helpen van onze bouwers, zodat hij tijd heeft voor het echte werk.”

Een ander concreet voorbeeld: de topartikelen bij de balie in de drive-in. “Dat is nieuw: ons crosssell-meubel. Daar hebben we de top 50-artikelen vanuit de shop neergezet.” Het past bij de klant die haast heeft en zo toch nog even een ‘geheugensteuntje’ krijgt en snel zijn schroeven kan meenemen.

En ja, digitaal speelt een cruciale rol in Stiho’s positionering ‘meer bouwvermogen’. Klostermann noemt het expliciet: “Een voorbeeld van een slimme digitale oplos-

sing is dat we hier gestart zijn met het maken van een bon uit de webshop.” Dat helpt de medewerker én de klant. “Die webshop werkt heel makkelijk: de medewerker en de klant kijken samen op het scherm en bespreken wat de klant nodig heeft. Zo maken we de webshop meteen zichtbaar voor de klant, zodat die misschien denkt: hé die kan ik de volgende keer zelf ook gebruiken.”

Persoonlijk & professioneel:

“Goed dat je er bent” en “Wij denken mee”

De tweede pijler – persoonlijk en professioneel – zit in Nijmegen in talloze details. Het begint bij de toon van de communicatie. “Dus niet alleen maar ‘Stiho’ en ‘’Ingang’,

nee, ‘Goed dat je er bent’.” Alles is zo geformuleerd, dat het de positionering en de merkwaarden onderstreept. “‘Wij denken mee’ weerspiegelt onze daadkracht in plaats van ‘Kan ik u helpen?’. “Nee, wij dénken mee. Graag. Als vanzelfsprekendheid, en dat al bijna 100 jaar.”

Zelfs een functioneel bordje krijgt dan een andere lading. Bij de machinale zaagafdeling bijvoorbeeld: “’Onze medewerkers helpen je graag’. En dan pas de tekst ‘Geen zelfbediening’. Die volgorde is toch veel sympathieker.” Het zijn kleine dingen, maar Stiho stapelt ze. Raaijmakers: “Het gaat erom dat de klant altijd met een glimlach naar buiten gaat. We hebben net als onze concurrenten een breed assortiment van hout,

plaat, isolatie tot bevestigingsmaterialen. Het is uitdagend om daar echt onderscheidend te zijn” Het verschil zit hem in het waarmaken van onze positionering ‘meer bouwvermogen’ en de belofte ‘tijd voor het echte werk’. Alle nieuwe elementen die we hebben toegevoegd zijn te herleiden naar ‘slimme digitale oplossingen’ en ‘persoonlijk en professioneel’.”

Inspiratie en advies: de shop als projectetalage en service-uithangbord

Waar de drive-in draait om snelheid en routing, is in de shop ruimte gemaakt voor adviesmomenten en beleving. “Wij hebben hier bewust nu een inspiratieruimte gemaakt.” Daar komen projecten samen: De deuren en de kozijnen. Inclusief het deurbeslag. En een mooie presentatie van ons assortiment van gevelbekleding, stenen en dakpannen. En daar zit een gedachte achter: klanten laten zien dat Stiho een bouwgroothandel is waar je ‘alles voor de bouw onder één dak’ vindt. We waren tenslotte ook de eerste bouwgroothandel die ijzerwaren ging verkopen met Giebels.

Ook diensten zijn zichtbaarder gemaakt in de inspiratieruimte, door ook te laten zien wat we kunnen maken en leveren. “We hebben in Ermelo bijvoorbeeld een complete timmerfabriek waar kozijnen, deuren en ramen op maat gemaakt kunnen worden, waarvan we de diensten nu ook fysiek tonen. Omdat services die intern bekend zijn, extern niet vanzelfsprekend landen.”

De volgende stap: meten, bijschaven, uitrollen

Nijmegen is de eerste doorvertaling, versie 1.0, maar beslist niet het eindbeeld. “Uiteindelijk draait het dus om die klant. Nu gaan we natuurlijk de feedback van de bouwers ophalen.” Klostermann wil weten of Stihoklanten het concept begrijpen, herkennen en waarderen.

En precies daar zit ook de betekenis van Nijmegen voor de rest van Stiho. Niet alleen als nieuwe vestiging, maar waar we als Stiho-organisatie samen leren. “We hebben dit formule-concept echt samen neergezet.” Raaijmakers vat de menselijke kant samen met een bekende waarheid: “De vent maakt de tent. Want we hadden ingeschat dat de meeste van onze klanten vanuit de oude locatie in Wijchen niet hier terug te zien. Maar ze zijn bijna allemaal meegekomen naar Nijmegen. Op basis van de persoonlijke relatie. En op basis van wat we hier bieden, blijven ze hopelijk ook. Want de routing, navigatie en communicatie, en digitale oplossingen staan allemaal in dienst van hetzelfde doel: ‘meer bouwvermogen’. Of zoals onze merkbelofte op een bord bij de uitgang ook zegt: ‘Tijd voor het echte werk’.”

Hoe de VS-EU Handelsoorlog ook jouw bouwgroothandel raakt

Alsof we in de bouwgroothandel nog niet genoeg hebben om over wakker te liggen, wordt er weer gesproken over de tarievenoorlog. En deze keer seri euzer dan de vorige. De Verenigde Staten hebben de knuppel in het hoenderhok gegooid met nieuwe importheffingen op acht Europese landen, waaronder Nederland. Per 1 februari komt er 10 procent bij. Wordt er geen deal gesloten, dan loopt dat in juni op naar 25 procent. En nee, dit gaat niet alleen over staal of auto’s. De effecten waaieren veel breder uit. En uiteindelijk voel je dat op de werkvloer.

gunstig als je in dollars inkoopt, maar het beeld wisselt bijna wekelijks. Valutaschommelingen maken calculeren aanzienlijk lastiger. Vandaag een sterkere euro, morgen hogere kosten via andere handelsroutes. In de praktijk vertaalt zich dat in duurdere voorraden en wisselende marges.

Wat deze ronde anders maakt, is de inzet. Het draait niet primair om handelsbalansen of sectorbescherming, maar om geopolitiek. Groenland is hier de inzet. De VS gebruikt tarieven als drukmiddel in een strategisch spel. Dat maakt deze situatie minder economisch rationeel en vooral grilliger. Minder voorspelbaar ook. Er bestaat inmiddels zoiets als tarifaire onzekerheid: je kunt plannen wat je wilt, maar morgen kan alles anders zijn.

Voor de gemiddelde ondernemer in de bouwgroothandel klinkt dit misschien ver weg. Maar vergis je niet, de internationale handel is de motor onder onze toeleveringsketens. Als die motor stokt of gaat haperen, merk je dat hier direct. In kosten, in prijzen en in beschikbaarheid van producten.

Hogere tarieven raken niet alleen de export. Ze werken door op importstromen, investeringen en het vertrouwen. Precies dat laatste is funest. Onzekerheid is dodelijk voor ondernemers. En al helemaal in de bouw, waar projecten groot zijn, doorlooptijden lang en marges dun.

De bouwgroothandel zit daar middenin. Jullie kopen veel grondstoffen en halffabricaten in. Soms direct uit het buitenland, soms indirect via markten die aan de dollar zijn gekoppeld. Wordt handel duurder of onzekerder, dan schuift de rekening door. Eerst naar de groothandel, dan naar de aannemer en uiteindelijk naar de klant. Maar die klant zit allerminst te wachten op de volgende prijsverhoging.

Het blijft bovendien niet bij een kostenverhaal. De onzekerheid rond de trans-Atlantische relatie kan bedrijven terughoudender maken met investeren. En dat gebeurt op een gevoelig moment. De industriële stemming in Europa leek net weer wat te verbeteren, en dan komt er opnieuw een dosis twijfel bovenop. Als investeringen worden uitgesteld, krimpt de vraag. En laat de bouwsector daar nu precies middenin zitten. Minder grote projecten betekent direct minder vraag naar jouw assortiment.

Wat betekent dit concreet voor de bouwgroothandel? Verwacht geen instortende markt van de ene op de andere dag. Maar reken wel op meer volatiliteit. Meer prijsschommelingen. Meer druk op voorraden en werkkapitaal. En klanten die elke offerte drie keer omdraaien voordat ze tekenen.

Juist daarom loont het om nu al kritisch naar je inkoopstrategieën te kijken. Meer spreiding in leveranciers kan het risico beperken als één markt onder druk komt te staan. Denk ook goed na over voorraadbeheer. En lokaal inkopen kan soms duurder lijken, maar biedt wel voorspelbaarheid en leveringszekerheid.

De echte uitdaging zit in flexibiliteit. En vooral eerlijk communiceren met klanten over wat er speelt en waarom prijzen bewegen. Houd je ogen open, blijf anticiperen en besef dat dit geen kwestie is van afwachten. De internationale politiek draait door, maar jouw business staat niet stil. Speel het spel slim, blijf dicht bij je klanten en zorg dat je voorbereid bent. Want zodra de tarieven daadwerkelijk worden ingevoerd, wil je niet worden verrast.

Verbonden door vakmanschap en passie

Soudal viert 50 jaar Silirub

De nu 85-jarige Vic Swerts was in de jaren ’70 één van de eersten die de kansen van siliconen zag. Toen niemand nog wist wat silicone waren, ontwikkelde de grondlegger van Soudal al de eerste versie van Silirub; een duurzaam alternatief voor stopverf. Een gedurfde stap die de markt volledig veranderde. Een halve eeuw later viert Soudal de verjaardag van Silirub, inmiddels uitgegroeid tot een wereldwijd vertrouwd merk. “Silirub symboliseert de continue innovatiedrang van Soudal sinds de start van het bedrijf”, zegt countrymanager Gertjan van Dinther.

In een tijd waarin siliconenkitten nog onbekend waren, wees een vertegenwoordiger van Bayer Swerts op het materiaal en de mogelijkheden. De gedreven ondernemer zag meteen kansen en hij ontwikkelde met een eenvoudige machine de eerste generatie van Silirub. Het geloof in het vernieuwende concept was groot dus al snel werd de eerste vacuüm-menger in Turnhout in gebruik genomen. “Met die machine konden 5.000 kokers per jaar worden gemaakt, en met die eerste machine werd de basis gelegd voor een toekomst vol groei en innovatie”, zegt Van Dinther, die toevoegt dat Soudal alleen al in Turnhout inmiddels meer dan honderd machines heeft staan, waarvan er enkele al 50.000 kokers per dag maken. “Dat komt neer op 333 miljoen kokers kit per jaar.”

Meer dan een product

Silirub was vanaf het begin al meer dan gewoon een product. Het was een technologie die de markt stap voor stap overtuigde. Glaszetters zagen als eersten de grote voordelen en kracht van Silirub. Toen zelfs de gevestigde stopverffabrikanten aanklopten

met de vraag om dit innovatieve product als hun eigen merk te verkopen, wist Swerts dat hij aan het begin van iets groots stond. Het succes van Silirub was dan ook de opstelsom van de vernieuwende techniek en de samenwerking waarmee het verschil werd gemaakt. Swerts besteedde veel aandacht aan promotie en wist dat het succes lag in beleving: het zelf voelen hoe deze nieuwe vloeibare siliconenkit uithardde. Soudal investeerde daarom direct vanaf de start veel in demonstraties waarbij demoborden met daarop dotten siliconen werden ingezet. “Het kunnen voelen van de rubberachtige kwaliteit van Silirub was belangrijk voor de mensen die ermee wilden werken”, zegt Van Dinther.

Vliegwiel voor groei en vertrouwen

Die promotiecampagne leidde tot een snel groeiende vraag naar Silirub. De hogere volumes brachten het prijsverschil met de traditionele stopverf naar beneden, waarna de groei explodeerde. Silirub werd daarmee het vliegwiel achter Soudal’s jaarlijkse expansie in het eerste decennium. Het markeert bovendien de bedrijfsfilosofie die Soudal vanaf de start in 1966 kenmerkt. Daarin gaan innovatie en menselijkheid hand in hand. “Onze medewerkers, partners en klanten vormen samen het hart van ons bedrijf. En hun ervaringen maken Silirub tot wat het vandaag is. Silirub is vandaag wereldwijd bekend om zijn kwaliteit, duurzaamheid en gebruiksgemak. Maar de echte kracht zit in het vertrouwen dat onze klanten al 50 jaar in ons stellen”, zegt Dorien van Pol, marketing coördinator Nederland.

Inspelen op lokale behoefte

Dat Soudal zich als partner van de eindgebruikers opstelt, blijkt onder meer uit de verschillende aanpassingen van producten aan lokale of regionale behoeften. Zo werd Silirub P2 ontwikkeld, een overschilderbare variant van Silirub. “Nederlandse schilders overschilderen bij beglazing ook de kitrand mee, in Duitsland en België doen ze dat niet. Zo heeft elke markt zijn behoefte en daarvoor willen wij de juiste producten kunnen bieden”, zegt Van Dinther.

Duurzame Bouwverslimmers

Vanuit die gedachte innoveert en investeert Soudal als ‘de Bouwverslimmers’ in de toekomst. Zo is recent ook de volledig nieuwe technologie HMX Paint Pro ontwikkeld. Van Dinther: “Deze voegkit combineert de hechting en elasticiteit van siliconen met de goede verwerkingseigenschappen en overschilderbaarheid van acrylaat. Schilders die er al mee werken zijn enorm enthousiast.”

Andere nieuwe producten die het bouwen makkelijker, duurzamer en veiliger maken zijn Fix All Flexi biobased met natuurlijke grondstoffen en T-Rex montage lijm, die gemaakt is van 80% gerecyclede grondstoffen en verkrijgbaar is in een nieuwe duurzame kartonnen koker. “Voor de toekomst kijken we naar slimmere producten die makkelijk te verwerken zijn, waarvoor minder materialen nodig zijn en die bovendien minder impact op het milieu hebben.” Zo verduurzaamt Soudal ook in het assortiment schuimen. Een voorbeeld daarvan is Soudafoam PURe. Een isocyanaatarm purschuim dat is vrijgesteld van de PU-opleiding en garant staat voor een duurzame, luchtdichte en veilige oplossing.

De jarige trakteert

Naast de continue innovatie en investering in de toekomst, kijkt Soudal dit jaar op verschillende momenten feestelijk terug op het 50-jarig jubileum van Silirub. Van Dinther: “Wie jarig is, trakteert, dus daar besteden we samen met onze dealers zeker aandacht aan. Daarbij richten we ons op de historie van het product en die koppelen we ook aan acties. In de schappen van hun vestigingen en online. Ook prijkt er in 2026 een speciaal embleem op de belangrijkste Silirub producten. Zo laten we zien hoe trots we zijn op het jubileum en dat gaan we vieren. Silirub is voor Soudal veel meer dan alleen een succesvol product, het vertegenwoordigt ons DNA.”

Soudal BV, Weert, 076.542.49.01, nederland@soudal.com, www.soudal.com

Scan mij

Bij CarpentierMooren maken mensen het verschil

Wie door showroom Select van CarpentierMooren in Roelofarendsveen loopt, begrijpt meteen dat het bedrijf meer wil zijn dan een traditionele bouwmaterialengroothandel. Met honderden vierkante meters showroomruimte, een breed assortiment en specialisten per discipline positioneert het familiebedrijf zich nadrukkelijk als ketenregisseur. “Van de fundering tot de nokvorst, en van de keuken en de badkamer tot aan meubilair kunnen klanten bij ons terecht”, zegt commercieel directeur Goof van Berkel.

CarpentierMooren combineert (tuin)hout, bouwmaterialen, gereedschappen en ijzerwaren met sanitair, keukens, deuren, vloeren en zelfs wonen. Niet als losse onderdelen, maar als één samenhangend aanbod voor aannemers én hun opdrachtgevers.

Aannemer als uitgangspunt

Hoewel particuliere klanten meer dan welkom zijn, is de aannemer duidelijk het vertrekpunt. “De hoofdmotor is eigenlijk wel via de aannemer,” aldus Van Berkel. “Wij richten ons niet specifiek op de particuliere klant. Ze zijn van harte welkom, maar we merken toch wel dat als een particulier een badkamer gaat doen of deuren wil afhangen, ze daar iemand voor hebben.”

De verhouding is volgens hem helder: “Ik denk 30/70. Of zelfs 20/80. De hoofdmoot is echt de aannemerij. Wij beschermen de aannemer te allen tijde met de prijsstelling voor de particulier.”

Die aanpak levert vertrouwen op, stelt Van Berkel. “We hebben grote showrooms en daar helpen we particuliere klanten van onze klanten heel graag. Dat is een belangrijke troef naar de aannemerij toe. Dat je hún klant heel goed helpt.”

Faalkosten als rode draad

Een terugkerend onderwerp in het gesprek met Van Berkel zijn de faalkosten. Of liever, de reductie daarvan. De showrooms spelen daarin een centrale rol. “Daar haal je de faalkosten er echt uit en het scheelt gewoon een hoop tijd voor aannemers,” zegt hij. “Dan is de P van prijs niet heel belangrijk meer. Het advies, de tijdwinst, de lagere faalkosten en die complete showroom zijn veel meer waard dan de prijs.”

Qua faalkosten levert CarpentierMooren bewust een compleet assortiment. “Alles in één keer. Dus van de bakstenen tot aan de dakpannen en van de folies tot en met de mortel en van het scharnier tot en met de deur. Andere handelaren doen dat nog wel eens gesplitst. Dan moet de aannemer alle zendingen controleren en bij elkaar brengen. Bij ons komt er één vrachtwagen. Eentje van onszelf.”

Vooruitdenken in plaats van achteraf herstellen

Opvallend is hoe vroeg CarpentierMooren keuzes helpt vast te leggen. “Als mensen hier komen voor stenen en dakpannen, vragen we meteen al naar de deuren en de badkamer. Want die producten hebben vaak levertijden van drie maanden en die kunnen we dan alvast voor zijn. Een kwestie van vooruitdenken in plaats van achteraf herstellen.”

Bij badkamers gaat het bedrijf nog een stap verder. “Wij tekenen bijvoorbeeld al twee badkamers voor de particulier in voordat ze hier komen. Op basis van de tekening en een paar Pinterest-pla-

tjes, starten we dan alvast met twee indelingen, in dezelfde kleuren en tinten.” Volgens Van Berkel wordt dat zeer gewaardeerd. “Dan ben je al een stap verder.”

Specialisten aan tafel

Al die breedte en diepgang in het aanbod van CarpentierMooren vraagt om specialisatie. Daarom werkt het bedrijf met meerdere accountmanagers, ieder met een eigen expertise. “Wij hebben elf accountmanagers rondlopen. Allemaal specialisten. Eentje is echt een kei in ruwbouwmaterialen, de ander in dakpannen en bakstenen, de ander in gevelbekleding en weer een ander in deuren en deurbeslag, inclusief wet- en regelgeving en brandwerendheid.” Dat betekent dat bij één project meerdere specialisten betrokken kunnen zijn. “Het kan zomaar zijn dat er bij één klant drie accountmanagers komen. Want we gaan graag de diepte in op een project.”

Interne afstemming is daarbij cruciaal. “We hebben iedere vier weken buitendienstoverleg. Daar bespreken we de omzet cijfers, hoe de markt op dat moment is en delen we informatie met elkaar. We bespreken dan ook de projecten van klanten die lopen, zodat we die klant niet drie keer hetzelfde verhaal hoeft te vertellen.”

Familiebedrijf als structuur

Van Berkel ziet een belangrijk verschil met grotere ketens. “CarpentierMooren is echt een familiebedrijf. Je doet zaken met de vestiging zelf, niet met een centraal verkoopkantoor.” Die nabijheid vertaalt zich ook in het medewerkersbeleid. “Dertig procent van de medewerkers werkt hier tien jaar of langer.” En: “Werkplezier staat echt wel voorop. Want dan presteren we samen ook het beste.”

Dat maakt CarpentierMooren aantrekkelijk voor medewerkers die afhaken bij grotere organisaties. “Wat ik veel hoor, is dat sollicitanten zeggen: die grote organisaties worden logger en logger. Ze zijn echt op zoek naar familiebedrijven, korte lijnen.” Ook in mindere tijden kiest het bedrijf bewust voor haar medewerkers. “Tijdens de crisistijd hebben wij geen mensen ontslagen. We hebben juist mensen aangenomen om klaar te zijn voor de volgende stap als de markt weer aantrekt. En dat is goed gelukt”, zegt hij met een grote glimlach.

Sakol helpt op veel fronten

Hout, bouw, gereedschappen en ijzerwaren, dat is de businessunit die Van Berkel leidt. Naast CarpentierMooren Keukens en Wonen, en Carpentier Professional. En op die ijzerwaren maakte

CarpentierMooren een switch van Probin naar de eigen naam “CarpentierMooren”. “Klopt, met het opgaan van Transferro in Zevij-Necomij stopte de Probin-formule en zijn we onder eigen naam verder gegaan. Dat gaat eigenlijk hartstikke goed.”

Naast de ondersteuning vanuit Zevij-Necomij in de ijzerwarenhoek, maakt CarpentierMooren deel uit van inkooporganisatie Sakol. Een samenwerkingsverband van acht zelfstandige bouwgroothandels met samen 25 regionale vestigingen. Van Berkel: “Binnen Sakol werken we nauw samen door te kiezen voor gezamenlijke voorkeursleveranciers, kennis te delen over duurzaamheid en regelgeving en onze logistiek steeds slimmer te organiseren. Door transporten te bundelen en ervaringen uit te wisselen, halen we samen meer rendement uit de samenwerking.”

Groei met regionale wortels

In het tweede kwartaal opent CarpentierMooren een nieuwe, vierde, vestiging in Zwaagdijk. “We zien veel kansen in Noord-Holland. Qua handel. En ook transport-technisch. Vanaf daar gaan we dan in de kop van Noord-Holland leveren.” Lokale verankering van die nieuwe vestiging is daarbij essentieel. “Ik zeg altijd: accountmanagers moeten zich kunnen verkopen in de regio waar ze vandaan komen. Daarom hebben we nu twee accountmanagers die in een straal van vijf kilometer vanaf Zwaagdijk wonen. Die weten precies hoe dat werkt.”

Eén naam, één bedrijf

In de organisatie zelf wordt steeds meer gedacht als één geheel. “Of de omzet nu in Aalsmeer valt of in Wormerveer, dat maakt mij echt niet uit. Het is toch één bedrijf.” Die gedachte krijgt ook qua merk-lading zijn beslag. “We gaan alles CarpentierMooren noemen. Carpentier Professional en ook Carpentier Keukens en Wonen worden CarpentierMooren.”

Een logische gedachte, aldus Van Berkel. Al ziet hij ook dat klanten eerder aan mensen hangen dan aan een naam op de gevel: “In Roelofarendsveen zeggen ze: we gaan naar Mooren toe. In Aalsmeer zeggen ze: we gaan naar Carpentier. Dat is van oudsher zo. Maar ze doen zaken met de medewerkers. Het maakt niet uit welke naam erop staat. Als de medewerkers hier dezelfde blijven.”

Sakol, Almere, 0320.22.05.43, www.sakol.nl, info@sakol.nl Scan mij

SILIRUB 50 JAAR

Dé siliconenkit voor elke professional

De Bouwverslimmer uit de jaren ‘70: een innovatieve afdichting.

Wat begon als een gewaagd idee groeide uit tot een wereldwijd vertrouwd merk dat symbool staat voor kwaliteit, duurzaamheid en vakmanschap.

SINCE 1976

Silirub ®

Watertandend het nieuwe jaar in

Ruim vier jaar geleden volgde ik een cursus ambachtelijk houtbewerken. Na twaalf lessen beitelen en zagen met de hand kwam ik tot het inzicht dat ik nooit een ambachtelijk houtbewerker zou gaan worden. Toch was daarmee mijn liefde, als ik het zo mag noemen, voor het werken met hout niet gedoofd. In de laatste week voor de kerst ontwaakte ik diep in de nacht hardop pratend uit een droom. “Wat is er?” vroeg mijn vrouw. “Ik wil zagen!” antwoordde ik zonder omhaal.

Mijn zoon is kunstenaar, hij probeert zich een bestaan te schilderen. “Hey pap”, zei hij tijdens de nieuwjaarsborrel, “wij zouden samen toch een keer een baklijst maken?” Een baklijst is een (schijnbaar) eenvoudige lijst om een schilderij en heeft in de loop van decennia de sierlijst verdrongen; bezoek een museum voor moderne kunst en je zult het zien. Tegen de verwachtingsvolle blik in de ogen van mijn zoon ben ik niet opgewassen. “Oké”, zei ik, “maar dan moet ik om te beginnen een deugdelijke afkortzaag en dito tafelzaag aanschaffen.” Dat vond hij een goed plan.

Navraag bij timmerprofs verschafte me enig zicht in de kosten van afkort- en tafelzagen. Deugdelijke machines koop je niet

zomaar even, maar zijn een investering. Wil ik die investering terugverdienen, dan dien ik me, ongehinderd door kennis en ervaring, te begeven in een compleet nieuw werkveld. Ik legde dit dilemma voor aan een goede vriend, die zich elke twee jaar vrolijk in een nieuw avontuur stort. “Doen!” adviseerde hij. “Er zal zich een compleet nieuwe wereld voor je openen. Je weet niet wat je meemaakt.” Kennelijk ben ik gevoelig voor dergelijke argumenten. Bovendien wil ik, zoals mijn droom me vertelde, domweg zagen, dat merk ik aan mijn vingers, die sinds die droom onophoudelijk jeuken.

Op maandag 5 januari 2026 liep ik de technische groothandel van Van Beekveld binnen. De datum is belangrijk, want mogelijk een keerpunt in mijn leven. Winkels zoals die van Van Beekveld doen elke bouwprof watertanden. Schappen vol stralend nieuw elektrisch en ander gereedschap. Op de begane grond is zo’n vijftig vierkante meter winkelruimte ingericht voor het populaire merk Milwaukee. Het verraste me daarom dat de jongeman achter de balie me zagen van Makita adviseerde. Maar het was een overtuigend advies. Hij toonde me wat machines op een beeldscherm. “Let niet op de prijzen”, waarschuwde hij, “want daaraan zal ik zeker nog wat doen.” Ik schrok niet van de prijzen, maar besefte eens te meer dat het voor mij, scharrelend zzp’er, wel degelijk een investering is. De jongeman mailde me een offerte, waarnaar ik op dit moment zit te staren. Schitterende machines, mijn vingers jeuken. Ga ik het doen?

Buckbootz combineert bescherming met iconische designs

De succesvolle introductie van de steenkleurige lichtgewicht werkschoenen Blastz en Blitz tonen aan dat de vraag naar comfortabele en lichte

modellen groot is. “Ze zijn nu ruim een half jaar op de markt, maar van beide modellen is elke zending al verkocht voordat het geleverd is. Deze modellen gaan enorm hard”, zegt Bas van den Beukel van Buckler Boots.

Volgens Van den Beukel is de kleur niet de enige reden voor het succes. “Het is echt de combinatie van uitstraling, draagcomfort, het beperkte gewicht, de kwaliteit en tot slot de prijs. De modellen zijn ook in het zwart verkrijgbaar. Die lopen ook hard.”

Beide modellen zijn vooral populair onder zzp’ers en kleine en middelgrote aannemers. “Die doelgroepen zoeken veilige en betaalbare werkschoenen die voldoen aan de eisen van hun werk en waar ze de hele dag goed op kunnen lopen”, zegt Van den Beukel, die verwacht dat de vraag naar deze schoenen ook in 2026 groot zal blijven.

Eigen identiteit

Voor Buckbootz staat dit jaar onder meer in het teken van het verder bouwen aan de eigen identiteit. “Wij hebben van oudsher altijd gewerkt aan onze eigen uitstraling en ontwerp met de gebruiker als uitgangspunt. Zo zorgen we er bijvoorbeeld voor dat enkelbescherming de vereiste veiligheid biedt, zonder dat de drager van de schoen er hinder van ondervindt. Bovendien verwerken we deze beschermende onderdelen zo onopvallend mogelijk in het design van de schoenen en laarzen.”

Die keuzes leiden volgens Van den Beukel tot iconische designs die voldoen aan de laatste trends en vereisten op het gebied van certificeringen en veiligheidsvereisten. “Dat geldt voor ons volledige assortiment, waarbij we steeds uitgaan van een evenwichtige prijs-kwaliteitverhouding.”

Interessante partner

Het maakt Buckbootz volgens Van den Beukel een interessante partner voor de bouwgroothandel. “Wij kunnen een compleet en breed assortiment aanbieden met veiligheidsschoenen en -laarzen voor de bouw en GWW. Een programma met een eigen designtaal, dus echt anders dan de andere merken in de markt. Gekoppeld aan een goede prijs-kwaliteitverhouding en het gegeven dat we een van de laagste retourpercentages in de markt hebben, kunnen we als partner veel waarde toevoegen.”

Nieuwe Wizardz

Het voortborduren op de eigen designtaal doet Buckbootz ook met de nieuwe Wizardz WIZD2OK, een instapper geïnspireerd op de Australische Chelsea boots. “Met een adviesprijs van 69 euro voegen we met dit nieuwe Wizardz-model een interessante werkschoen toe aan ons assortiment in het lagere prijssegment, waar al geruime tijd veel belangstelling voor is.”

De WIZD2OK is het derde model binnen de Wizardz-collectie naast een instapper en een middelhoge veterschoen. Deze lichtgewicht veiligheidsschoenen zijn geschikt zijn voor professionals die werkzaam zijn in onder meer de afbouw, installatie, onderhoud en industrie.

Vernieuwde zool voor Buckshot

De populaire serie Buckshot wordt dit jaar verder doorontwikkeld. “We gaan de zolen van alle modellen in deze serie vernieuwen en aanpassen aan de recente normeringen en veiligheidseisen. Zo wordt elke zool van Buckshot voorzien van laddergrip. Daarbovenop gaan we het gewicht van de modellen met 25 procent terugdringen, zodat de schoenen nog meer draagcomfort krijgen”, zegt Van den Beukel, die toevoegt dat de serie Buckshot ‘megagroot’ is geworden. “Het is binnen ons totale assortiment echt de meestverkochte serie. Met de doorontwikkeling van alle modellen binnen de serie werken we aan de garantie dat dragers ook in de komende jaren op Buckshot kunnen blijven vertrouwen.”

Duurzaam ondernemen

Een onderdeel van de bedrijfsvoering waar Buckbootz veel aandacht aan besteedt, maar minder publieke aandacht voor vraagt, is duurzaamheid. Van den Beukel: “Dat we daarover niet veel naar buiten brengen, betekent niet dat we er weinig belang aan hechten, integendeel. Zo gebruiken we voor onze verpakkingen en verzending al twee jaar geen plastic meer. In plaats daarvan maken we gebruik van FSC-gecertificeerd karton en tape van papier.”

In het containertransport van de productielocaties naar Europa is het reduceren van de CO2-footprint een belangrijke ambitie voor Buckbootz. Daarin voorziet het bedrijf door certificaten in te kopen. “Je kunt als bedrijf kiezen voor twee opties. De eerste zijn certificaten waarmee je de uitstoot van het transport afkoopt. De andere optie zijn certificaten voor het daadwerkelijk inkopen van biobrandstof voor het containertransport. Wij hebben gekozen voor de laatste optie, omdat we daarmee kunnen garanderen dat de CO2-uitstoot van het transport van onze werkschoenen met 80 procent daalt.”

Dat Buckbootz belang hecht aan die reductie blijkt wel uit de investering die de CO2-reductie kost. Voor een certificaat om de CO2-uitstoot af te kopen moet 16 euro per ton CO2 betaald worden, voor het daadwerkelijk inkopen van biobrandstof betaalt Buckler Boots 155 euro per ton CO2. “Gekoppeld aan de compensatie die we betalen voor een CO2-neutrale last mile zetten we zo in op een maximale CO2-reductie.”

Buckler Boots, Tilburg, (013)203 24 34, info@buckbootz.nl , www.buckbootz.nl

Scan mij

Forbo eurocol serveert kennis op maat

Expert blijven in tegellijmen. Vanuit een menukaart kunnen groothandels zelf praktische en theoretische trainingen kiezen om hun vaardigheden bij te spijkeren. Met tastbare voordelen voor zowel verkoopadviseurs als klanten.

MENUKEUZES

VOORGERECHT

EEN SMAAKVOLLE START

• Training aan het schap Praktische uitleg direct bij het verkooppunt.

• Theorie training (PowerPoint) op locatie Inzicht in producten, toepassingen en technische achtergronden.

• Projectbezoek met Technisch Adviseur (selectief) Dagdeel mee naar (eigen) projecten en uitleg bij advisering.

HOOFDGERECHT

DE KERN

VAN DE KENNIS

• Producttraining in Wormerveer (inclusief lunch) Theorie + praktijk Waterdichttegelwerk met certificaat.

Door verloop van personeel en pensionering is steeds minder kennis op de winkelvloer aanwezig. Het verdwijnen van waardevolle kundigheid en bijbehorende adviezen is iets waar veel merken en fabrikanten zich zorgen over maken. Zo ook bij Forbo eurocol. Want bij het maken van een goed en waterdicht tegelsysteem kan veel misgaan. “Tegellijmen an sich is een technisch dingetje, waarbij juist de laatste schakel belangrijk is”, legt accountmanager Ruud Vaessen uit. Om deze kennis op te doen én te waarborgen zijn trainingen volgens hem dan ook hard nodig. Daarbij zijn trainingen die door merken aangeboden worden niet nieuw. Maar de trainingen van eurocol zijn redelijk uniek: zowel inhoudelijk als in hun vorm. “Een gevolg van een nieuwe, frisse wind die door ons moederbedrijf Forbo waait”, legt Vaessen uit. Zelf is hij al ruim twaalf jaar in lijmen en egalisaties werkzaam. “Nog meer dan in het verleden stellen we de klant centraal, waarbij we inmiddels een andere manier van denken hebben.”

Menukaart: eurocol trainingsmenu

NAGERECHT

EEN SMAKELIJKE AFSLUITER

• Demo op locatie Keuze uit bijv.:

• 955 wandostuc

• 750 multicol

• Product naar keuze

• Actie: Gratis zak + tosti’s Een lekkere verrassing bij deelname!

• Ondersteund met Social Media activiteiten Verhoogde zichtbaarheid en engagement.

Ruud Vaessen Accountmanager Architecten en Facility managers en DHZ Nederland T +31 653 697 477 ruud.vaessen@forbo.com www.eurocol.nl

10/25

Om trainingen van eurocol Academy op een laagdrempelige en ludieke manier aan de verkoopadviseur te brengen, bedacht de lijmspecialist een menukaart voor de groothandel. Met drie gangen hebben medewerkers in de bouwgroothandel de keuze uit een smaakvolle start, een hoofdgerecht en een afsluiter. “Het mooie hiervan is dat medewerkers zelf hun menu samen kunnen stellen en dat wij de rekening betalen”, glimlacht Vaessen. “Om kennis bij te spijkeren of om op te frissen: onze trainingen zijn altijd interessant en waardevol.”

Bij het voorgerecht is er keuze uit een training aan het schap, waarbij praktische uitleg wordt gegeven. Voor inzicht in producten, toepassingen en technische achtergronden is de theorietraining op locatie aantrekkelijk. Tenslotte kan bij het voorgerecht ook buiten de deur gegeten worden: samen met een

technisch adviseur kan een project bezocht worden, waarbij uitleg en advies gegeven wordt. Het hoofdgerecht bestaat uit een producttraining van een dag bij eurocol in Wormerveer, waar theorie en praktijk van waterdicht tegelwerk gecombineerd worden. Met na afloop geen rekening, maar wel een certificaat op tafel. “Hoewel groepsbezoeken soms lastig zijn te plannen met het hele team, zijn de producttrainingen leuk en enorm waardevol. Ze worden gegeven door het gezicht op de menukaart, Marco Wouda, al dan niet bijgestaan door zijn collega Joep van de Walle, die Verwerkingstechnicus is. Zij nemen onze gasten mee in dit tegelsysteem.”

Een smakelijke afsluiter is het nagerecht, dat alleen te bestellen is na het verorberen van het hoofdgerecht. “Dat kan bestaan uit een demo op locatie bij een groothandel met daarnaast hulp bij social media voor een betere zichtbaarheid en betrokkenheid”, zegt Vaessen die aangeeft dat het merk vanaf volgend jaar ook zelf hun klanten gaat benaderen met demo’s, waarbij materiaal meegegeven wordt. “Bij onze menukaart kun je voor de losse gangen gaan of voor alle drie de gangen. Het is maar net waar je trek in hebt.”

Vertrouwen met zes heldere stappen

Volgens Forbo Eurocol valt er nog veel winst te behalen bij het advies over het gebruik van hun pasta- en poedertegellijmen. Om helder te krijgen bij welke toepassing je welk product gebruikt, hebben ze hiervoor een overzichtelijk stappenplan ontwikkeld.

Met het doorlopen van de zes stappen krijg je een waterdicht tegelwerksysteem. “Het vormt de rode draad in het verhaal: een kapstok bij zowel de professionele markt als die voor doe-hetzelvers”, aldus Vaessen. Hoewel het stappenplan voor zichzelf spreekt, vormt het advies op de winkelvloer hierop vaak een waardevolle aanvulling. Hiervoor worden de trainingen vanuit de menukaart aangeboden. Tegelijkertijd helpt eurocol met uitleg en content voor de eindgebruikers. “De producten die bij de verschillende stappen nodig zijn, hebben QR-codes op de verpakking. Deze verwijzen naar meer uitleg en informatie die online te vinden is, zoals op de Eurocol-website, YouTube en de Eurocol Tegelklusapp. Ook schapfolders en duidelijk POS-materiaal geven informatie over onze producten”, vult hij aan.

Meerwaarde zonder kosten

“Voor vakkundig tegellijmen is het borgen van het kennisniveau in de groothandel echt nodig. Dat betekent een win-winsituatie”, zegt Vaessen, die aangeeft dat je de trainingen meerdere keren kunt doen. “Misschien heb je vaak en veel honger en wil je zo’n vier keer per jaar uit eten gaan. Dat kan ook. Deze honger kun je stillen met waardevolle kennis, waardoor je makkelijk en met meer vertrouwen je klant kunt adviseren. De trainingen vormen dan ook een meerwaarde voor de groothandel – en dat zonder kosten. Terwijl de opbrengsten aantrekkelijk zijn: je krijgt meer betrokkenheid bij het product en wordt nog meer als een serieuze partner gezien. De trainingen zorgen namelijk voor kennisoverdracht in de keten én intern: door het overbrengen van deze kennis naar collega’s.”

Eerste etentjes staan gereserveerd

WATERDICHT TEGELWERK IN 6 STAPPEN

099 dispersieprimer Voorstrijkmiddel voor vochtabsorberende ondergronden.

051 europrimer quartz Voorstrijkmiddel voor gesloten ondergronden.

063 euroband/685 eurocoat Wapeningsband in combinatie met afdichtpasta voor een waterdichte hoekverbinding.

683 fibrecoat Vezelversterkte afdichtpasta

686 supercol Universele, elastische, vochtbestendige pastategellijm voor alle wanden.

Inmiddels ontvangt Forbo eurocol goede reacties bij het aanbieden van de verschillende elementen van de menukaart. Vaessen: “We merken dat dit concept aanslaat, we hebben de eerste etentjes al gereserveerd.” Hij ziet een andere generatie opkomen en wil als bedrijf hierin meegaan, waarbij zij hun jarenlange kennis en ervaringen graag willen delen. “We denken mee en ondersteunen. Daar gaan we ver in. Zo kunnen klanten altijd bellen voor advies aan hun klanten. Geen vraag is ons te veel en niets is ons te gek. Met deze menukaart doen we een oproep aan de groothandel en de professionele markt om dit aanbod op te pakken en er samen iets moois van te maken. Wij nemen u graag mee uit eten, waarbij de rekening voor ons is. Want hoewel het een tegeltjeswijsheid is, is het wel een heel relevante: kennis is macht, maar kennis delen is kracht.”

705 speciaallijm Universele, waterdichte, flexibele poedertegellijm voor vloer- en wandtegels.

706 speciaalvoeg wd Waterdicht en flexibel voegcement voor wanden vloertegels.

880 euroseal silicone Elastische siliconenkit voor bouw- en sanitairvoegen.

750 multicol Multifunctionele, licht verwerkbare en flexibele, cementgebonden tegellijm.

717 eurofine wd Waterdicht en flexibel voegcement voor wanden vloertegels met een fijnere structuur.

886 euroseal finisher Kant-en-klare afwerkvloeistof voor kitvoegen.

Forbo Eurocol Nederland B.V., Wormerveer, Ruud Vaessen, 06-53697477 of 075 627 16 00, www.eurocol.nl, info.eurocol@forbo.com

Scan mij

De 5 zekerheden voor zorgeloos voorraadbeheer

Bij Stock&Trade zijn we expert in het opkopen van overtollige voorraden. We hebben daarbij een bijzondere liefde voor merkproducten. Vooral in de bouwgroothandel en DHZ-retail kennen we ons vak.

Waarom met ons samenwerken?

We zijn discreet, recht door zee en werken helder en snel. Als vaste partner profiteert u automatisch van onze 5 zekerheden. Hierdoor voorkomt u magazijnruimte met incourante voorraden en zorgen wij dat uw voorraad altijd in topvorm is.

Stock & Trade koopt alle overtollige voorraden op 1

Experts die weten wat uw voorraad waard is 2

Ook profiteren als vaste partner?

Neem dan contact op!

Heldere orderafhandeling en korte routering 4

Wij verkopen uw producten buiten het reguliere kanaal 3 Snelle betaling 5

We take care of your inactive stock

Waar staan de bouwmarkten online?

In de top 10 van de Twinkle-100 prijken naast Intergamma en Hornbach ook de webshops van Elektramat en Veneta.

Intergamma is in de Twinkle-100 ranglijst van grootste webshops (bestel de Twinkle100 hier) de hoogst-genoteerde partij die we bij MIX tot ‘doe-het-zelf’ rekenen. Met een online omzet van € 272 mln neemt het moederbedrijf van Gamma en Karwei de 18e positie in.

Hornbach volgt als tweede bouwmarktketen met € 175 mln op plek 29. Elektramat staat op 30 met € 162 mln en Veneta.com op nummer 42 met €133,9 mln.

Verderop in de lijst komen we Homefashion Group van Kwantum en Leenbakker tegen op 53, Lampenlicht op 56, Fixami (Gereedschapcentrum) op 66 en Maxeda (Praxis) op 67. Ook HBM Machines en Tegeldepot zien we in de top-100.

Fenmax Holding krijgt inzicht met ERP One

“Nu gaan we profiteren van de synergie”

Met vier verschillende bouwmaterialenhandels verspreid over Zuidoost-Nederland is inzicht in actuele data essentieel voor Fenmax Holding. Eigenaren Jan van den Heuvel en Piet van de Wal hebben de afgelopen jaren gewerkt aan de implementatie van ERP One van Klipboard en profiteren nu van de synergie tussen de vier vestigingen. “Het inzicht hebben we nu en daarmee kunnen we in de toekomst nog efficiënter werken”, zegt Van den Heuvel.

In de vestiging van Bouwpartner Holten van de Wal in Deurne kijken de twee ondernemers samen met Arjen Baltje, Sales Director Benelux van Klipboard, terug op de zoektocht naar het juiste ERP-systeem, de keuze voor ERP One en de implementatie.

Voordelen van automatisering

Al in de tijd dat Van den Heuvel een bouw- en afbouwbedrijf runde, zocht hij naar synergievoordelen. “Toen de vader en oom van Piet hun bouwmaterialenhandel Van de Wal aan de Stationsstraat wilden verkopen, zag ik meteen mogelijkheden. Daarmee kon ik immers ook mijn eigen bedrijven beleveren dus ik ontwikkelde een plan om naast het bestaande bedrijf een groothandel te bouwen. Daarvoor kreeg ik helaas geen toestemming omdat er al een andere bestemming op de grond lag.”

Een geschikte nieuwe locatie werd uiteindelijk gevonden na de overname van Houthandel Holten. “Op deze locatie zat ook een vestiging van Multimate. Destijds was daar alles al ver doorgeautomatiseerd, wat overigens grote voordelen had. Toen ik besloot niet als Multimate verder te gaan, moesten we op zoek naar een alternatief, aangezien Van de Wal toen alles nog op papier deed. Destijds hebben we toen gekozen voor Dibis. Achteraf gezien misschien iets te snel, want de implementatie heeft ons bijna de kop gekost. Zo’n implementatie is een intens proces.”

Groei vraagt om integraal systeem

In de jaren daarna werden de bouwmaterialenhandels Sieben Heerlen, Sieben Roermond en De Schutboom in Boekel toegevoegd aan de holding, net als De Schutboom Timmerfabriek. “Drie verschillende groothandels met elk hun eigen werkwijze en ERP-systeem. Dat ging even goed, maar we waren inmiddels zo groot geworden dat we controleplichtig waren. Onze accountant was duidelijk: we moesten op de vier vestigingen met één integraal ERP-systeem gaan werken om in de toekomst te voldoen aan de eisen.”

Toen begon voor Van de Wal en Van den Heuvel de zoektocht naar een ERP-systeem. Daarin nam Van de Wal de lead en na verschillende gesprekken met Baltje en collega’s werd er, in eerste instantie, gekozen voor het Wholesale-pakket van (toen nog)

Unit4. “Deze applicatie miste nog wel enkele voor de handel belangrijke toepassingen, maar deze zouden in de coronatijd alsnog worden toegevoegd”, zegt Van de Wal.

Gefaseerde invoering

Na de overname van Unit4 door Kerridge CS werd er uiteindelijk gekozen voor K8, het ERP-systeem dat inmiddels is omgedoopt in ERP One. Dit kwam omdat ERP One een hele duidelijke focus heeft op bouwmaterialen handelsbedrijven. Alle voor de branche benodigde functies behoren tot de standaard van ERP One en hoefde dus niet meer ontwikkeld te worden in de eerder gekozen oplossing van Unit4.

“Daarmee zijn we eigenlijk helemaal opnieuw begonnen. De start van de implementatie heeft dus wat langer geduurd, waarna we het gefaseerd over de vestigingen uitgerold hebben. Sieben Roermond was in maart 2023 de eerste vestiging en Deurne volgde een maand later. Heerlen en Boekel volgden daarna.” De keuze om niet met alle vestigingen in een keer over te gaan, was bewust gemaakt. “Het implementeren van een ERP-systeem is enorm veel werk en je moet iedereen binnen het bedrijf meekrijgen. Ook de medewerkers die al jaren hun werk op dezelfde manier doen. Het was mooi om te zien dat bij sommige

medewerkers die aanvankelijke weerstand inmiddels is omgeslagen in enthousiasme over het gemak dat het systeem biedt.

Ook in Heerlen, de locatie die het minst geautomatiseerd was voor de implementatie.”

Noodzakelijke stap

Voor de ondernemers biedt ERP One de gewenste inzichten op basis waarvan ook gefundeerde nieuwe plannen gemaakt kunnen worden. Van de Wal: “Zo willen we werken aan een webportaal en het verlagen van onze voorraden, maar het biedt ook praktisch inzicht in de dagelijkse routine binnen onze vestigingen.”

De implementatie van het systeem liet volgens Van den Heuvel ook zien hoe nodig het was. “Ik schrok echt van de enorme diversheid van de voorraden die we verspreid over de vier vestigingen hadden liggen. Daar hebben we inmiddels meer structuur in aangebracht.”

Leren van andere gebruikers

De bouwmaterialenhandels zijn aangesloten bij 4PLUS. “Er werken meer aangesloten bedrijven met ERP One en daar zijn we blij mee. Zo doen we gezamenlijk meer ervaring op en kunnen we van elkaar leren”, zegt Van den Heuvel. Van de Wal is positief over de gebruikersgroep die door Klipboard is geïnitieerd. “Het delen van kennis en ervaringen is erg belangrijk. Als je met andere gebruikers spreekt, kun je heel gericht vragen stellen of kennis delen die je inmiddels zelf hebt opgedaan.”

Baltje benadrukt het belang van die onderlinge contacten. “Wij willen onze footprint binnen de bouwmaterialenhandel vergroten, dus wij moeten zorgen dat ERP One aansluit bij de voorwaarden die ondernemers stellen. Met vragen en opmerkingen uit de markt kunnen wij daaraan blijven werken en zorgen dat onze klanten ambassadeur van het systeem worden.”

Klipboard, voorheen Kerridge Commercial Systems, Gouda, (088) 854 35 43, hallo@klipboard.com, www.kliboard.com/nl-nl Scan mij

2019: CRH verkocht bouwmaterialenhandel

BME werd een feit

Medio 2019 verkocht CRH zijn Distribution-tak aan een dochter van Privateequity-partij Blackstone. Daarmee komen in Nederland BMN Bouwmaterialen, Galvano en Tegelgroep Nederland in handen van een internationale partij die later onder de naam BME (Building Materials Europe) zal gaan opereren. Intussen nam die groep in Nederland ook Saint-Gobains bouwmaterialenhandel Raab Karcher over.

CRH verkoopt BMN-moeder

De koper is een private equity fonds, gemanaged door Blackstone. Zij betalen €1.64 mrd in cash. Fors minder dan de € 2 mrd die CRH in april nog nastreefde. Maar... de sche molen.

Blackstone neemt CRH’s complete divisie General Builders Merchants Europe over, bing business’. Die divisie levert bouwmaterialen aan professionele bouwers, gespecialiseerde aannemers en doehet-

Europa. Volgens Bloomberg versloeg Blackstone andere bieders als Bain Capital en Lone Star Funds. Blackstone is ook de

land deed het goed in CRH’s distribu-

“Alle succes”

CRH-baas Albert Manifold zei: “Deze

uitvoering van CRH’s strategie om meerwaarde te creëren voor onze aandeelhou-

creëren van een eenvoudiger groep met meer focus.” Hij wenst de collega’s van in hun ontwikkeling.

BMN dus in andere handen

In Nederland is BMN Bouwmaterialen de parel in de kroon van CRH’s Building

€ 155 mln winst

De handelsdivisie realiseerde in 2018 een EBITDA van €155 mln op een proforma omzet van € 3.7 mrd. Dat is ook precies de reden waarom CRH van de divisie met bouwmaterialenhandel af wilde. De Ierse van bouwmaterialen en beloofde haar aandeelhouders grotere beurswaarde. Die denkt ze te gaan halen door afstand te nemen van de bouwmaterialenhandel en zo een simpeler business met meer focus te creëren. Aanvankelijk wilde CRH de groeien, maar al snel bleek dat de bouwmaterialenhandel de CRH-resultaten

meraat van bijeengekochte ketens als BBN, BMN, Stoel van Klaveren en Van Neerbos Bouwmaterialen en werd in 2015 geüniformeerd naar BMN. BMN is in Duitsland aangesloten bij Hagebau, in Nederland lid van ijzerwaren-inkoopcom-

met een eigen BMN IJzerwarenconcept. Check hier meer MIXpro-berichten over BMN

Bouwmaat ook part of the deal

CRH Bouwmaten met 19 winkels. Zes daarvan zijn gedeeld eigendom met Ter Steege Handel. CRH Bouwmaten (19) is een van de vier franchisenemers naast Ter Steege Handel (10), Bouwmaat Amsterdam

www.asf-fischer.nl

verkoop@asf-fischer.nl +31 (0)320 28 56 10 www.webshop.asf-fischer.nl

• Innovatief winkelconcept met slimme weegschaal

• Stukverkoop bevestigingsmaterialen

• Geen extra werk voor winkelier

• Duurzamer verkopen

• Minder verspilling

• Bewust materiaalgebruik

Voor pgb-Europe is het ons dagelijks streven onze klanten te voorzien van kwaliteitsproducten en een bijpassende service. Al meer dan 70 jaar zijn wij een gevestigde waarde als leverancier en fabrikant van bevestigingsmaterialen.

In de bouw zijn we gewend om mee te bewegen. Met planningen, met klanten, met leveringen die nét anders lopen dan gedacht. Flexibiliteit hoort bij het vak. Zeker voor de vakmensen die alleen werken en dagelijks bij de consument thuis over de vloer komen. Die kunnen zich geen starre houding veroorloven.

Maar er is een verschil tussen flexibel zijn en alles maar laten gebeuren. Ik spreek veel vakmensen en bouwgroothandels. Wat mij opvalt, is hoe vaak ‘even meebewegen’ de standaardreactie is. Nog een termijn opschuiven. Nog een regeling aanpassen. Nog een uitzondering maken. Vaak vanuit begrip, soms uit ongemak. Want nee zeggen voelt hard. En niemand wil degene zijn die het lastig maakt.

Toch geloof ik steeds meer dat juist dát het probleem is. Nee zeggen is geen teken van onwil. Het is vaak een vorm van zorgvuldigheid. Voor jezelf, voor je bedrijf en uiteindelijk voor de hele keten. Want elke keer dat we zonder goede onderbouwing meebewegen, verschuiven we het probleem. Het verdwijnt niet — het komt later terug. Meestal groter en ingewikkelder.

Voor eenmansbedrijven is dit extra lastig. Ondernemen aan de keukentafel van de consument betekent dat je alles zelf bent: vakman, planner, boekhouder en probleemoplosser. De verleiding om toe te geven is

groot. Je wilt door, je wilt geen gedoe en je wilt je naam goed houden. Dat snap ik.

Maar ondernemen betekent ook grenzen stellen. De bouwgroothandel speelt hierin een belangrijke rol. Niet alleen als leverancier van materialen, maar als partner in continuïteit. Door duidelijk te zijn. Door afspraken serieus te nemen. En soms door te zeggen: dit kan zo niet. Niet om iemand te dwarsbomen, maar om te voorkomen dat een tijdelijke oplossing een structureel probleem wordt.

Wat ik zie, is dat nee zeggen vaak wordt uitgesteld tot het niet meer anders kan. Tot de rek eruit is. Tot het vertrouwen onder druk komt te staan. Terwijl een tijdig en onderbouwd nee juist duidelijkheid geeft. Voor alle partijen.

Nee zeggen vraagt lef. Zeker in een keten die draait op relaties. Maar het is ook professioneel. Het maakt verwachtingen helder en voorkomt dat verantwoordelijkheid steeds verder wordt opgerekt. Want als niemand meer nee zegt, betaalt uiteindelijk iedereen de prijs.

Samenwerken in de bouw betekent niet dat alles altijd moet kunnen. Het betekent dat we eerlijk zijn over wat haalbaar is. En soms begint echte samenwerking juist met het durven uitspreken van één simpel woord: nee.

Niet om stil te staan — maar om gezond vooruit te blijven gaan.

Dennis Kosten, Directeur VLOK

Menig bouwprofbusje rijdt het pand van Stiho in. De bestuurders knikken vriendelijk en geven nonverbaal te kennen dat ze haast hebben, dus geen tijd voor een babbeltje, laat staan voor een foto.

Eric Adamse stapt net de winkel uit en ach, vooruit, hij heeft wel even. In zijn handen houdt hij twee plastic literflessen.

Hij werkt als beleidsmedewerker op assetmanagement bij drinkwaterbedrijf Vitens in een vestiging anderhalve kilometer verderop. “Ik ben de man van de rampen,” zegt hij met een glimlach. “Het is mijn taak onze organisatie goed voor te bereiden op bijvoorbeeld cyberaanvallen, natuurrampen en stroomuitval.” Hij is geen bouwprof, maar zeker wel een klusser en in die hoedanigheid winkelt hij gewoontegetrouw bij Hornbach. Waarom is hij dan hier bij Stiho? “Ik ben hier voor iets dat ik bij geen enkele andere bouwmarkt kan krijgen. Zoutzuur in een 10%-oplossing, ‘professioneel’ staat er op het etiket. Op zoek naar dit product ging ik het web op. Alleen PontMeyer en Stiho zouden het nog hebben.” Vanaf zijn werkplek is Stiho het dichtstbij; Pontmeyer is zo’n 200 meter verder. Het zoutzuur is niet voor zijn werk. Eric: “Nee, daar gebruiken we een 36%-oplossing en daar moet je wel mee oppassen. De 10%-oplossing kun je, met inachtneming van de veiligheidsvoorschriften op het etiket, best gebruiken. Een spatje op de huid prikt weliswaar, maar onze huid kan wel wat hebben hoor.” Eric studeerde chemische technologie. Zijn chemische kennis komt als een aap uit de mouw: “Ik ga de badkamer van kalk ontdoen en daar leent de 10%-oplossing zich goed voor, beter dan Antikal. Antikal werkt goed hoor, maar pakt alleen calciumcarbonaat aan. Het waas van calciumsulfaat en calciumfosfaat is eigenlijk alleen goed te verwijderen met zoutzuur. Gewoon met een sponsje.”

Bouwprof Eric Adamse

Locatie Stiho Utrecht

Tijdstip Woensdagochtend

Auteur Edwin Timmers Fotograaf Marjolein Ansink
‘Dit kan ik bij geen enkele andere bouwmarkt krijgen’

Heeft de markt behoefte aan een nieuwe opwaardering voor hang- en sluitwerk?

Zonder degelijk hang- en sluitwerk wordt als het ware de rode loper uitgerold voor het inbrekersgilde. Daar valt geen speld tussen te krijgen, maar toch valt ook te zien dat de belangstelling voor inbraakwerende maatregelen onder druk staat.

Dat komt voor een belangrijk deel door het teruglopende aantal woninginbraken.

Moet die aandacht weer terug op niveau? De vraag die je ook kunt stellen: valt dat thema vooral toe te wijzen aan specialisten (ijzerwarenspeciaalzaken) of kunnen generalisten (bouwmaterialenhandels) daar ook mee aan de slag?

Themaverhalen kwamen voorheen tot stand op basis van een stelling, aangevuld met reacties uit de markt. Nu vliegen we dat anders aan: de introductie is gebaseerd op een interview met een deskundige. Ditmaal zijn dat Dominique Storimans en Hans Schelvis, die beiden een bestuursrol vervullen bij het Centrum voor Criminaliteitsbestrijding en Veiligheid (CCV).

Het aantal woninginbraken is de afgelopen decennia fors gedaald. Betekent dat dat inbraakpreventie minder belangrijk is geworden?

Dominique Storimans: “Integendeel. De daling is natuurlijk positief, maar het zorgt er wel voor dat de aandacht verslapt. Dat zien we bij consumenten, maar ook bij organisaties. Terwijl woninginbraak nog steeds een high impact crime is. De emotionele schade voor slachtoffers blijft enorm.”

Waar komt die daling dan vandaan?

Hans Schelvis: “Dat is een samenspel van factoren. Inbraakwerendheid is sinds eind jaren negentig opgenomen in het Bouwbesluit, er zijn inmiddels zo’n 750.000 Politiekeurmerk Veilig Wonen­certificaten afgegeven en de politie heeft stevig ingezet op deze vorm van criminaliteit. Daardoor zijn veel woningen simpelweg lastiger geworden om in in te breken.”

Zorgt die positieve ontwikkeling er ook voor dat het thema minder ‘sexy’ wordt?

Schelvis: “Ja, dat zie je wel. Als het probleem kleiner lijkt, verschuift de aandacht naar andere onderwerpen, zoals duurzaamheid of digitalisering. Maar dat betekent niet dat de basis niet meer belangrijk is. Een camera of slimme deurbel kan nuttig zijn, maar voorkomt geen inbraak.”

Consumenten kiezen steeds vaker voor digitale oplossingen. Hoe kijken jullie daartegenaan?

Storimans: “Digitale oplossingen kunnen een aanvulling zijn, maar nooit de kern. Een ringdeurbel of camera geeft hooguit inzicht, geen fysieke weerstand. De meeste inbraken gebeuren nog steeds

via de achterzijde van de woning. Zonder degelijk hang­ en sluitwerk ben je daar kwetsbaar.”

Wat betekent dit voor woningcorporaties?

Schelvis: “Corporaties kijken vooral naar duurzaamheid, onderhoud en levensduur. Dan is kwalitatief goed hang­ en sluitwerk juist logisch. Goedkope sloten die snel slijten zijn uiteindelijk duurder. Veel corporaties investeren daarom bij renovatie of groot onderhoud in kwaliteit, maar tussentijds gebeurt dat minder.”

Dan komen we bij de rol van de ijzerwarenspeciaalzaak en bouwmaterialenhandel. Waar zit hun meerwaarde?

Schelvis: “De echte kennis zit nog steeds vooral bij de ijzerwarenspeciaalzaken. Daar werken vaak mensen met jarenlange ervaring. Zij weten welk product in welke situatie nodig is. Dat gaat verder dan alleen iets verkopen; het gaat om het juiste product op de juiste plek.”

Is die kennis op de winkelvloer altijd voldoende?

Storimans: “Daar liggen zeker kansen. Hang­ en sluitwerk lijkt eenvoudig, maar de toepassing is vaak specialistisch. Een slot dat geschikt is voor een binnendraaiende deur, werkt niet zomaar op een buitendraaiende deur. Als daar verkeerde keuzes worden gemaakt, gaat het ten koste van de veiligheid.”

Wat kunnen verkooppunten concreet doen?

Schelvis: “Voorlichting is cruciaal. Dat kan via goed getraind personeel, duidelijke schappresentaties of verwijzing naar het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Alle richtlijnen zijn openbaar beschikbaar en er zijn opleidingen die ook winkelmedewerkers kunnen volgen.”

Tot slot: wat is de grootste uitdaging voor de komende jaren?

Storimans: “De aandacht vasthouden. Inbraakpreventie moet niet verdwijnen achter nieuwe trends. Goed hang­ en sluitwerk blijft de basis van veiligheid. Daarin hebben vakhandel en speciaalzaak een sleutelrol als adviseur en kennisdrager.”

Auteur Hugo Schrameyer

Aat Booij

MARKETING MANAGER NEDERLAND BIJ

ASSA ABLOY:

“De daling van het aantal woninginbraken is positief, maar mag geen reden zijn om de aandacht voor inbraakpreventie te laten verslappen. Wij herkennen het beeld dat het CCV schetst: fysieke beveiliging blijft de basis. Digitale oplossingen zoals camera’s en slimme deurbellen kunnen afschrikken, maar bieden nooit de daadwerkelijke weerstand die goedgekeurd hang­ en sluitwerk wél levert.

We zien dat de beveiliging van de voordeur de afgelopen jaren sterk is verbeterd. Meerpuntssluitingen en kerntrekbeslag worden steeds vaker toegepast, mede dankzij de bekendheid van het Politiekeurmerk Veilig Wonen. Toch blijft een belangrijk deel van de woning kwetsbaar: achterdeuren en schuurdeuren zijn vaak nog onvoldoende beveiligd, terwijl daar juist veel waardevolle spullen, zoals dure fietsen, e­bikes en gereedschap, worden opgeslagen. Hier ligt een duidelijke kans voor de branche om consumenten beter te informeren.

Daarnaast blijft de gelegenheidsinbreker een reëel risico. Veel inbraken ontstaan doordat ramen openstaan of deuren niet worden afgesloten wanneer bewoners even weg zijn. Bewustwording en voorlichting blijven daarom essentieel.

Zowel ijzerwarenspeciaalzaken als bouwmaterialenhandels kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Door kennis te delen, duidelijke keuzes te helpen maken en het belang van kwalitatief hang­ en sluitwerk te benadrukken, kan veel schade worden voorkomen. De uitdaging voor de komende jaren is om de aandacht voor inbraakpreventie vast te houden en consumenten te blijven wijzen op het belang van duurzame, gecertificeerde oplossingen. Niet alleen aan de voordeur, maar rondom de hele woning.”

Wilbert de Boon

DESTIL GORINCHEM:

“Wat wij hier verkopen, is in de kern het traditionele hang­ en sluitwerk, en daar staan we ook volledig achter. Zodra het gesprek echt gaat over elektronische of digitale oplossingen, zoals slimme sloten of camerasystemen, verwijzen we klanten bewust door naar onze zusteronderneming Wiek de Laat. Dat is een kwestie van specialisme. Wij geloven dat je moet doen waar je goed in bent.

Je ziet bij consumenten dat slimme deurbellen en camera’s enorm populair zijn. Dat is soms bijna een hype: iedereen heeft er eentje en denkt dan meteen dat de woning volledig beveiligd is. Maar daar doen wij niets mee. Onze klanten zijn vooral aannemers en zzp’ers, en die vragen hier nauwelijks naar. Heel af en toe komt een particulier aan de balie met de vraag of we ook elektronische oplossingen leveren, maar dan zeg ik eerlijk: daar begin ik niet aan.

Een camera houdt immers geen koevoet tegen. Bovendien is de kwaliteit van veel consumentencamera’s ronduit matig; de beelden zijn vaak zo slecht dat je er weinig aan hebt. De basis van goede beveiliging begint nog altijd bij degelijk mechanisch hang­ en sluitwerk. Als je het verschil uitlegt tussen SKG­2, SKG­3 en het Politiekeurmerk Veilig Wonen, zie je dat het kwartje snel valt.

Woningbouwverenigingen begrijpen dat al langer. Die kijken naar renovatie en langdurige veiligheid. Consumenten laten zich soms leiden door wat de buurvrouw heeft, maar uiteindelijk blijft de boodschap simpel: begin bij de basis. Voor degelijk advies en kwaliteit kom je naar de ijzerwarenspeciaalzaak. Voor elektronica is er Wiek de Laat die alles doet, van advies tot plaatsing en onderhoud. Zo blijft iedereen bij zijn kracht.”

Henk de Graaf

BI TELDER KAMPEN

“Bij ons draait hang­ en sluitwerk echt om de basis: sloten, scharnieren en deurbeslag. Elektronische oplossingen zoals slimme deurbellen of sloten spelen hier nauwelijks een rol. Onze klanten zijn vooral aannemers die bezig zijn met onderhoud en vervanging van bestaande situaties. Dan kom je automatisch uit bij traditioneel, mechanisch hang­ en sluitwerk. Elektronische toepassingen zie je af en toe in nieuwbouw of als uitbreiding op bestaande cilinders, maar dat is zeker geen hoofdzaak. De meeste mensen willen gewoon degelijk materiaal dat doet wat het moet doen. Daarbij is kwaliteit belangrijker dan trends. SKG­keurmerken, met name SKG***, worden steeds serieuzer genomen, net als kerntrekbeveiliging bij deurbeslag. Ook al is het aantal woninginbraken de laatste jaren afgenomen, de behoefte aan goede beveiliging blijft. Mensen willen hun huis simpelweg goed afsluiten, ongeacht de cijfers. Trends zie ik eerlijk gezegd niet echt: het gaat nog altijd om een solide basis en betrouwbare kwaliteit. Dat is waar wij ons op richten, en dat blijft.”

Camera’s dienen als extra afschrikmiddel, maar zijn natuurlijk nooit in staat om een koevoet tegen te houden.

Elektronische oplossingen –waaronder slimme sloten of slimme deurbellen – kennen aan consumentenzijde een sterk groeiende populariteit, terwijl de bouwmaterialenhandel en ijzerwarenspeciaalzaken zich vooral ook bekommeren om het traditionele materiaal.

Bram Koopman

MASTERMATE, ZWAAGDIJK-OOST

“Je ziet natuurlijk aan consumentenzijde steeds meer aandacht voor digitale oplossingen, zoals camera’s en slimme deurbellen. Dat soort gadgets is duidelijk in opkomst. Maar als je kijkt naar onze klantenkring hier in de regio, dan draait het vooral nog om de basis: degelijk hang­ en sluitwerk. Dat blijft gewoon hartstikke goed lopen. Wij leveren SKG­gekeurde sloten en cilinders, en dat is voor veel klanten nog altijd de logische eerste stap in woningbeveiliging. Onze klanten zijn voor een groot deel bouwbedrijven die woningen realiseren. Die moeten simpelweg zorgen dat een huis goed en betrouwbaar wordt opgeleverd, en dan kom je automatisch uit bij degelijk mechanisch hang­ en sluitwerk. Daarnaast hebben we ook

Folkert Reiche

BOUWMAAT HUIZEN

“Je merkt natuurlijk dat consumenten ‘helemaal losgaan’ op elektronische oplossingen. Slimme deurbellen, camera’s, alles wat met apps en meldingen te maken heeft, is enorm populair. Maar als je kijkt naar onze klanten in de bouwmaterialenhandel, dan zie je een heel ander beeld. Aannemers en vakmensen blijven trouw aan degelijk, traditioneel hang­ en sluitwerk. SKG­gecertificeerde sloten, twee­ en driesterrenoplossingen: dat is waar het om draait.

Wat ik ook zie, is een bredere trend richting ‘terug naar vroeger’.

Klanten bouwen steeds vaker woningen met een klassieke uitstraling: old look stenen, rieten daken, boerderijstijl. Daar past geen modern, elektronisch slot met poespas bij. Het hang­ en sluitwerk moet degelijk zijn, betrouwbaar en liefst ook nog een beetje klassiek ogen. Mechanische driepuntssloten hebben dan duidelijk de voorkeur boven elektrische varianten.

particuliere klanten, bijvoorbeeld vanuit de woningbouw, en die komen hier meestal gewoon voor cilinders. De vraag naar camera’s of andere digitale oplossingen speelt bij ons eigenlijk nauwelijks. Mensen zijn hier vrij nuchter. Ze beseffen dat een camera geen breekijzer tegenhoudt. Een goed slot wel. Dat zie je ook terug in het koopgedrag: men bestelt gewoon de sloten die nodig zijn. Het feit dat het aantal woninginbraken de afgelopen jaren is afgenomen, heeft daar weinig invloed op gehad. De vraag naar hang­ en sluitwerk blijft stabiel. Goede beveiliging begint nog steeds bij een solide mechanische basis, en dat vertrouwen is hier duidelijk nog volop aanwezig.”

Onze klanten zijn best bereid om geld uit te geven aan beveiliging, zolang het maar functioneert en doet wat het moet doen. Een slimme deurbel kan handig zijn voor pakketbezorging of een afschrikkend effect hebben, maar hij houdt geen geweld tegen.

De basis blijft altijd mechanische beveiliging.

De vraag naar elektronische sloten of slimme deuropeners is bij ons minimaal. Voor dat soort producten wijken klanten meestal uit naar gespecialiseerde elektrozaken. Wij zijn een groothandel, maar wel één met veel kennis in huis. In elk filiaal werken specialisten, en als die kennis er lokaal niet is, schakelen we collega’s of de buitendienst in.

We doen qua kennis en assortiment absoluut niet onder voor een ijzerwarenspeciaalzaak. Integendeel: door het grote aantal klanten en het intensieve contact leren we dagelijks bij. Het werkt wederzijds, en dat houdt ons scherp.”

Svedex kiest propositie die bij marktleider past

Meerwaarde achter elke deur

In de Nederlandse bouwmaterialenhandel is Svedex de absolute marktleider in binnendeuren.

Toch ziet de producent dat ze in dit verkoopkanaal niet altijd zo gezien worden. “We zijn te lang te bescheiden geweest over wat we allemaal doen en bieden, dat zit in onze Achterhoekse cultuur”, zegt commercieel directeur Ralf Roozeboom. Reden voor het aanscherpen van onze propositie die duidelijk maakt dat elke type klant maatwerk én service krijgt, want ‘Svedex staat er achter’ voegt

Maike ter Voert – Derksen, Marketing communicatie manager bij Svedex toe.

Op dezelfde plek waar in 1954 de eerste binnendeuren werden gemaakt, werkt Svedex anno 2026 met een team van in totaal ruim 250 medewerkers. “We produceren jaarlijks ruim 600.000 deuren en hebben een omzet van boven de 100 miljoen euro”, zegt Roozeboom, die toevoegt dat momenteel een nieuwe pers wordt geïnstalleerd in een van de productiehallen. “Die kunnen we in 2027 in gebruik nemen. Met die nieuwe pers kan onze productie, die deels

gerobotiseerd is, groeien naar ruim 850.000 deuren per jaar. Daarmee zijn we klaar voor de woningbouw-opgave in Nederland, waarin we al een goede positie hebben.” Svedex leverde en monteerde afgelopen jaar namelijk voor ruim 20.000 nieuwbouwwoningen de binnendeuren en kozijnen. Daarnaast worden ook deuren geleverd aan Duitse, Belgische en Franse handelspartners.

Groei naar expert

Sinds de oprichting van Svedex heeft het familiebedrijf zich weten te onderscheiden in de markt. Zo werd de eigen Svedex Superlak® ontwikkeld waarmee de stijldeuren afgelakt worden en is het de uitvinder van de lijndeur. Ter Voert - Derksen: “Onze Superlak® biedt de eindklanten de garantie dat de uitstraling van de deur jarenlang van hoog niveau blijft. Door de introductie van de eerste lijndeur al meer dan 30 jaar geleden zijn we als producent uitgegroeid tot de expert op het gebied van afgelakte lijndeuren en bieden daarin een ruime keuze.”

De woningnieuwbouwmarkt werd ook al snel ontdekt door de deurenproducent uit Varsseveld. “We zijn projectmatig al lange tijd erg actief, waarbij we ons vanaf het begin ook nadrukkelijk richten op het bieden van service, zoals het monteren van de deuren en kozijnen. Daarnaast hebben we ruim 25 jaar ervaring met koperskeuze trajecten, die we vanaf 2010 volledig gedigitaliseerd hebben in onze innovatieve koperskeuzetool Deurplus.”

Deze diensten worden ook steeds vaker ingezet bij projecten van de klanten van onze handelspartners.

Maatwerk in elke stap

Elke deur die in Varsseveld wordt gemaakt, is besteld. “Dat betekent dat die deuren geheel naar wens van de klant worden gemaakt, maatwerk dus. Alleen voor de hardlopers hebben we een voorraadmagazijn.” Roozeboom benadrukt dat maatwerk niet alleen beperkt blijft tot de deuren die gemaakt worden. “Ook voor de relatie met onze partners in de handel geldt dat we maatwerk kunnen en willen bieden.”

Svedex ondersteunt partners op bedrijfsniveau, maar ook vestigingen en hun verkopers kunnen op advies en service rekenen.

“We gaan samen met vertegenwoordigers van handelspartners naar projecten om te adviseren en te ondersteunen bij het maken van een showroompresentatie in vestigingen. Daarnaast bieden we service die voor ons heel gewoon is, maar voor anderen niet. Werkvoorbereiding en dropshipment bijvoorbeeld, maar ook een optimale bereikbaarheid voor klanten”, zegt Roozeboom.

Best bewaarde geheim

Een ontwikkeling en groei die Svedex lokaal de bijnaam ‘het best bewaarde geheim van Varsseveld’ heeft opgeleverd. “Dat is een mooie omschrijving, maar het betekent ook dat we wel wat meer mogen vertellen wie we zijn en wat we allemaal doen. Daar past een positionering bij die aansluit bij ons marktleiderschap en de achtergrond van die positie. De meerwaarde van Svedex vind je juist achter de deur. Die boodschap gaan we delen met de markt. Svedex staat er achter symboliseert de kwaliteit en de uitgebreide service waarop onze partners in de handel en de eindklanten op kunnen rekenen.”

Samenwerking met handel intensiveren

Om de nieuwe propositie goed te laten landen, intensiveert Svedex de samenwerking met de handelspartners. “Zowel als het gaat om de voorraadcollecties, ons luxe deurenassortiment, als de projecten gaan we de handel nog gerichter informeren over de meerwaarde die we bieden. Daarbij helpt onze online Dealerportal als het gaat om het gemak en de snelheid van informeren. Persoonlijk contact blijft enorm belangrijk, vandaar dat we niet alleen via de Svedex Dealerportal, maar ook op andere manieren goed bereikbaar blijven voor de handelspartners. Samen hebben we de verantwoordelijkheid dat de eindklanten de gewenste binnendeuren krijgen.”

De foutloze levering die Svedex kan garanderen door de productie op bestelling, zorgt volgens Roozeboom voor tevreden klanten.

“Daarvan profiteren onze dealers ook, net als van de zekerheid dat we onze beloftes altijd nakomen. Wat we adviseren kunnen we waarmaken en wat niet kan, kan niet. Daarover zijn we altijd eerlijk.”

Daarnaast zal Svedex meer aanwezig zijn in de vestigingen en online om het merk te blijven laden. “In die communicatie ligt de nadruk op de inhoud van ons partnerschap en de meerwaarde die Svedex biedt”, zegt Roozeboom die toevoegt dat partners ook in Varsseveld welkom zijn. “Tijdens onze eigen Svedex Connectdagen en de Open Bedrijvendagen van de VIV, Varsseveldse Industriële Vereniging, kunnen ze zelf zien hoe we elke deur in eigen huis produceren.”

“Ook voor de relatie met onze partners in de handel geldt dat we maatwerk kunnen en willen bieden.”

Svedex B.V., Varsseveld, 0315.25.99.11, info@svedex.nl, www.svedex.nl

Scan mij
Svedex deur wordt voorzien van een lijnfrezing.
De nu nog lege productiehal waar de nieuwe pers wordt geïnstalleerd.
Het lakgordijn met Svedex Superlak in de lakstraat van Svedex.

CAS groeit uit tot mondiaal grootste multibrand accuplatform

“Investering in accuplatform houdt altijd zijn waarde”

Het in 2018 door Metabo geïnitieerde Cordless Alliance System (CAS) is anno 2026 uitgegroeid tot een accuplatform waarbij officieel 45 verschillende gereedschapsfabrikanten zijn aangesloten. Dat maakt CAS het grootste multibrand accuplatform ter wereld. “En bij die 45 fabrikanten zal het niet blijven. We zijn met verschillende fabrikanten in overleg, dus we gaan in dit jaar richting de 50 partners en verder”, zegt Jan van de Westelaken, sales director van Metabo Nederland.

De meeste gereedschapsproducenten die sinds 2018 zijn aangesloten bij de alliantie richten zich op gespecialiseerde toepassingen bij professionele eindgebruikers. “Ook binnen die gespecialiseerde markten groeit de vraag naar snoerloos gereedschap. Veel fabrikanten hebben vaak niet de middelen, techniek en de kennis in huis om een eigen accuplatform te ontwikkelen. Bovendien zien we een trend dat eindgebruikers zoveel mogelijk naar één accuplatform bewegen. We merken dat we voor deze groep fabrikanten in een grote behoefte voorzien. Zij kunnen zich bij CAS aansluiten in de wetenschap dat ze kiezen voor een betrouwbaar en volledig compatible accuplatform.”

Sinds 2009

De basis van het accusysteem is afkomstig van Metabo. “De interface en aansluiting van de accu’s wordt al sinds 2009 door Metabo gebruikt en is sinds die tijd niet veranderd. En dat gaat ook niet veranderen, dat is juist een belangrijk voordeel van het CASaccuplatform. Iedere accu is uitwisselbaar binnen de accugereedschappen van de CAS-partners zelf, maar ook met accugereedschappen van andere CAS-partners”, zegt Van de Westelaken. Die uitwisselbaarheid betekent voor de eindgebruiker dat hij slechts één type accu nodig heeft en snel kan wisselen van gereedschap. “Bovendien volstaat één acculader, waardoor hij geld en ruimte in de bus bespaart.”

Waardevaste investering

Een andere garantie die gebruikers van gereedschappen van CAS-partners krijgen, is dat de accu’s altijd passen op de gereedschappen van de aangesloten fabrikanten. Van de Westelaken: “Dat geldt voor de huidige partners, maar ook voor de toekomstige nieuwe partners en hun gereedschappen. Een investering in het CAS-systeem loont nu en blijft lonen in de toekomst. Dat maakt het CAS-accusysteem ook meteen duurzaam.”

Die wetenschap, gekoppeld aan het groeiend aantal CAS-partners, maakt het platform steeds interessanter voor de eindgebruikers, maar ook voor de handel. “Met CAS kun je een breed assortiment specialisten aan je gereedschappen toevoegen en daarmee kun je ook de gespecialiseerde eindgebruikers die graag met die merken werken aan je binden.”

CAS in spotlights

Volgens Van de Westelaken zijn veel van die gespecialiseerde gereedschapmerken, net als Metabo, wel bekend, maar het overkoepelende CAS-accusysteem minder. “Daarin willen we dit jaar samen met de CAS-partners verandering brengen. Met campagnes en gerichte acties waarin we samen optrekken en tijdens beurzen en evenementen. Daarbij moet de optelsom van onze gezamenlijke inzet altijd minimaal 1+1=3 zijn. We moeten elkaar versterken, bijvoorbeeld in de folders van onze dealers.” Ook combideals samen met partners via de handel staan op het programma. Een andere manier waarop CAS meer onder de aandacht wordt gebracht, betreft de merkpresentatie op de accu’s en laders. Van de Westelaken: “Daarop wordt nu de merknaam van de CAS-partner groot afgebeeld en het CAS-logo klein. Dat gaan we nu omdraaien, zodat we CAS als merk meer gaan laden.”

Nieuwe partner voegt toe

Gereedschapsfabrikanten die ook willen toetreden tot de CAS-alliantie dienen met hun assortiment aanvullend te zijn op de bestaande partners. “Elke nieuwe partner zou ervoor moeten zorgen dat het assortiment accugereedschappen nog breder of dieper wordt, zodat we als CAS voor de specialisten steeds interessanter worden.”

“In Duitsland zit een team dat zich helemaal richt op CAS en zij regelen de contacten en overeenkomsten met nieuwe partners. Die kunnen zichzelf melden bij ons, maar in de verschillende landen waarin we actief zijn, kan het ook zijn dat wij vanuit Metabo of bestaande partners interessante kandidaten tegenkomen. Die worden doorgegeven aan de Duitse collega’s die vervolgens het contact leggen of overnemen met de potentiële nieuwe partner.”

Meerwaarde voor dealers

In hun eigen communicatie verwijzen de partners ook actief naar de CAS-alliantie. “Zo hebben ze op hun eigen website een directe en opvallende link naar die van CAS met daarop ook alle andere partners en hun websites vermeld. Zo laden het accuplatform en de partners elkaar.”

Van die samenwerking profiteren de dealers ook, benadrukt Van de Westelaken. “Als CAS-alliantie kunnen we aanvullend op de ondersteuning van de merken extra waarde toevoegen, of het nu om online, omnichannel of offline gaat. Wij van Metabo, samen met de CAS partners, helpen dealers graag om het overkoepelende CAS-systeem breder onder de aandacht te brengen en extra omzetverhogende combinatieaanbiedingen of marketinguitingen te verzorgen.

Kan de bouwmaterialenhandel meer omzet halen uit de categorie handgereedschap?

Zonder handgereedschap geen bouwmaterialenhandel of ijzerwarenspeciaalzaak. Toch kun je ook beweren: de benadering van deze categorie is vaak nog opvallend conservatief. De nadruk ligt vooral op beschikbaarheid en prijs, terwijl juist in handgereedschap kansen liggen voor merkbouw, onderscheid en betere koopbeleving in een steeds competitievere b2b-markt.

Themaverhalen kwamen voorheen tot stand op basis van een stelling, aangevuld met reacties uit de markt. Nu vliegen we dat anders aan: de introductie is gebaseerd op een interview met een deskundige, ditmaal Arjan Rattink, b2b Marketing Strateeg van RVS Marketing, een marketing- en salesbureau met ruime ervaring in de bouwwereld. Daaropvolgend reageren partijen in de sector.

Veel bouwmaterialenhandel-vestigingen en ijzerwarenspeciaalzaken hebben historisch gezien een magazijnfunctie gehad. In hoeverre lukt het deze kanalen om zich te ontwikkelen tot echte retailers, zeker als het gaat om categorieën als handgereedschap?

Arjan Rattink: “Er zijn partijen die hier ver in zijn en partijen die achterblijven. Maar alleen dozen schuiven werkt niet meer. Zeker ook in een categorie als handgereedschap, waar producten op elkaar lijken en prijsvergelijking eenvoudig is. Juist daar moet je als handel en als merk toegevoegde waarde creëren, bijvoorbeeld via service, presentatie en merkherkenning.”

De traditionele aanpak – de vakman achter de balie die precies weet wat er op voorraad is – functioneert voor vaste klanten nog steeds goed. Is dat een rem op vernieuwing?

“Voor bestaande klanten werkt dat vaak prima. Maar daar zit de groei niet. Nieuwe klanten oriënteren zich anders. Die vergelijken, zoeken online, letten op merken. Als je producten als handgereedschap verkoopt, gaat het niet alleen om functionaliteit, maar ook om vertrouwen: gaat dit product lang mee, past het bij mijn manier van werken? Dat vertrouwen bouw je niet alleen op met voorraad, maar ook met merk.”

Het koopgedrag in deze b2b-kanalen is sterk taakgericht. Wat betekent dat voor merkbouw van producten als handgereedschap?

“Ook in b2b beslissen mensen deels op gevoel. Een zzp’er of aannemer is geen gevoelloze inkoper. Als hij zich oriënteert, let hij op herkenning: welk merk ken ik, welk merk zie ik vaker, welk merk voelt professioneel? Veel producten in de bouwmaterialenhandel, zoals handgereedschap, lenen zich daar prima voor, omdat die producten tastbaar zijn en intensief worden gebruikt. Merken die daarin investeren, winnen sneller vertrouwen.”

Je pleit vaak voor een balans tussen branding en activatie. Wat betekent dat voor de verkoop van producten als handgereedschap?

“In de bouwmaterialenhandel en ijzerwarenspeciaalzaken worden veel producten verkocht via actie, korting en bulk. Dat is activatie.

Maar als je alleen daarop leunt, word je inwisselbaar. Ook in b2b moet een merk bouwen aan mentale beschikbaarheid: herkenbare kleuren, verpakkingen, displays, verhalen over gebruik en duurzaamheid. Dat vraagt om branding, ook in een groothandelsomgeving.”

Category management is in consumentenretail ver ontwikkeld, maar in b2b blijft het vaak productgericht. Wat betekent dat voor het productaanbod?

Veel producten, ook handgereedschap, worden vaak als losse artikelen gepresenteerd. Terwijl je veel meer kunt denken in toepassingen en oplossingen. Net als bij een maaltijd in de supermarkt. Denk aan ‘afwerken’, ‘monteren’ of ‘renoveren’. Grote bouwmaterialenhandelaren zijn daar steeds bewuster mee bezig, maar kleinere spelers missen soms de middelen of kennis.”

Op de winkelvloer ontbreekt vaak beleving en guidance. Zie je daar kansen voor bouwmerken?

“Absoluut. Ook handgereedschap is bij uitstek geschikt voor duidelijke schapcommunicatie, demonstraties en herkenbare merkpresentaties. Nu leunt men vaak op wat leveranciers aanleveren. Merken die ook actief zijn in consumentenretail laten veelal een doorontwikkeling zien. Zij ‘pakken’ het schap en weten zich duidelijker te manifesteren.”

Hoe zie je de samenwerking tussen fabrikant en handel in dit speelveld?

“Die samenwerking is er wel, maar zit vaak in acties en promoties. Wat je minder ziet, is structureel samenwerken aan categorievisie en schapopbouw. Ook op dit punt geldt: merken die hun retailervaring uit de consumentenmarkt meenemen naar de b2b-bouwhandel, lopen daarin voorop.”

Tot slot: wat is de belangrijkste volgende stap voor merken en kanalen?

“Meer aandacht voor gedragspsychologie. Begrijpen hoe vakmensen kiezen, hoe ze kijken, wat ze vertrouwen. Wat voor handgereedschap geldt: dat is heel persoonlijk, handgereedschap is persoonlijk gereedschap. Merken die dat snappen en vertalen naar presentatie en communicatie in de bouwmaterialenhandel, hebben een duidelijke voorsprong.”

Sem Stam

EIGENAAR RURO GEREEDSCHAPPEN

“Wat betreft de inleiding, ik wil daarbij opmerken dat dit een discussie is die we eigenlijk al langere tijd voeren. Voor mijn gevoel zijn de bouwmaterialenhandel en ijzerwarenspeciaalzaken er al langer mee bezig dan soms wordt geschetst. De rol van merkbeleving in b2b is voor ons geen nieuw onderwerp. Wij werken al jaren samen met bekende merken en zien dat vakmensen daar bewust voor kiezen. Formules als BouwMaat, BMN of TABS Holland bijvoorbeeld hebben wel degelijk een focus op merken en presenteren zichzelf als meer dan alleen een magazijn met dozen.

Tegelijkertijd blijft het een lastige omslag. Veel winkels zijn historisch ingericht vanuit bouwmaterialen: hout, bulk en volume. Dan is het niet vanzelfsprekend om te denken: met gereedschap kan ik net zo goed verdienen als met een vrachtwagen hout. Dat vraagt echt een cultuurverandering op de winkelvloer. Medewerkers moeten anders kijken naar presentatie, advies en marge. Wat ik ook herken, is de discussie over schapinrichting. Moet je

Niels Coenders

DESTIL ARNHEM

“Binnen handgereedschap zie ik dat merkbeleving bij onze klanten een andere rol speelt dan je misschien zou verwachten. Vakmensen zijn bij ons niet per definitie op zoek naar het A-merk. Ze pakken net zo makkelijk ons eigen huismerk Ivana mee als een bekend merk. Dat heeft vooral te maken met vertrouwen in de kwaliteit. Het gereedschap moet gewoon goed zijn voor de prijs die je ervoor betaalt. De afweging die klanten maken, gaat veel meer over prijs versus prestatie dan over merknaam alleen. Een schroevendraaier hoeft niet per se tien jaar mee te gaan; hij moet doen wat hij moet doen op het moment dat je hem nodig hebt. Die nuchtere benadering past bij onze klanten. In tegenstelling tot consumenten in een supermarkt, die gevoelig zijn voor displays, promoties en merkverhalen, merk ik dat de vakman daar minder mee bezig is. Reclamemateriaal of uitgebreide merkcampagnes maken hier weinig verschil. Wij hebben ook relatief weinig displays staan en ik vraag me eerlijk gezegd af of dat echt toegevoegde waarde heeft. We hebben het Ivana-assortiment uitgebreid opgehangen en daar heb ik eigenlijk geen negatieve reacties op gehad. Klanten pakken het net zo makkelijk mee als andere merken, simpelweg omdat het functioneert en scherp geprijsd is. De meeste klanten hebben hun gereedschap al en nemen iets mee als aanvulling of vervanging.”

denken in merken of in toepassingen? Vanuit merken gezien, is een duidelijke merkpresentatie logisch en ook voor ons als leverancier belangrijk. Het is marketing op de winkelvloer. Maar ik snap ook dat er wordt nagedacht over meer klusgericht inrichten, zeker voor de oriënterende klant. Toch moet je ook constateren dat de professional precies weet hoe hij de klus moet aanpakken. Hij weet welk merk gereedschap daarbij hoort. Ook de nieuwkomer weet daar het nodige van. Mede dankzij het internet is ook die prima geïnformeerd.

Wat je daarnaast ziet, is dat de promotieplanning steeds strakker wordt georganiseerd. Geen losse displays meer die halfleeg raken, maar geplande acties, vaak maanden van tevoren. Dat maakt de samenwerking tussen handel en leverancier beter en professioneler. Uiteindelijk draait het om balans: structuur, herkenning en merk, gecombineerd met duidelijke acties. Dat is waar de toekomst ligt voor handgereedschap in de bouwmaterialenhandel.”

Harold Lieberom

MASTERMATE GRONINGEN

“Merkbeleving in handgereedschap is bij ons heel divers en sterk afhankelijk van het type klant. We hebben klanten die heel bewust voor een specifiek merk komen en daar ook expliciet naar vragen. Dat zie je vooral bij zelfstandigen en specialisten: de man met de klusbus die bij klanten over de vloer komt, investeert graag in goed gereedschap en herkenbare merken. Dat is ook een stukje professionaliteit en uitstraling. Hij koopt niet alleen een hamer of rolmaat, maar investeert in zichzelf.

Tegelijkertijd zie je bij grotere bouwbedrijven en organisaties een heel ander gedrag. Daar wordt veel vaker gekozen voor het huismerk. Niet omdat kwaliteit onbelangrijk is, maar omdat prijs en verlies een grotere rol spelen. Op grote werken lopen veel mensen rond en gereedschap raakt simpelweg sneller kwijt. Dan wordt er van hogerhand vaak gezegd: lever gewoon het huismerk, dat is goed genoeg en een stuk voordeliger. In veel gevallen komt dat huismerk ook verrassend dicht in de buurt van een A-merk, zeker voor dagelijks gebruik. Er zijn ook klanten die in de loop der jaren heel bewust hun gereedschap hebben samengesteld, bijvoorbeeld gespecialiseerde bedrijven. Voor hen is merk juist wél essentieel, omdat ze weten wat ze nodig hebben en waarom. Dat contrast maakt de categorie interessant: merkbeleving is er absoluut, maar niet universeel.

Handgereedschap is bij ons bovendien vaak aanvullend. Klanten komen voor een slot of deur en nemen dan een schroevendraaier of rolmaat mee. Juist in die context zie je dat huismerken en A-merken prima naast elkaar kunnen bestaan, elk met hun eigen doelgroep en functie.”

Bouwprofessionals

kiezen liever voor een stuk gereedschap dat langer meegaat dan voor gereedschap dat na korte tijd slijtage vertoont.

Camiel Brouwer

MANAGER VERKOOP & VESTIGING BOUWMAAT

DEN BOSCH

“Als je kijkt naar handgereedschap, dan zie je dat merkbeleving een steeds grotere rol speelt in het aankoopgedrag van onze klanten. Die beleving verschilt wel per vakman: er zijn klanten die snel naar de meest voordelige oplossing grijpen, maar je ziet ook steeds meer echte merkfans ontstaan. Merken die blijven innoveren, ook binnen handgereedschap, groeien duidelijk in populariteit. Dat is geen toeval. Een merk dat zich bewezen heeft op kwaliteit en duurzaamheid wordt een begrip in de bouw, en daar gaan klanten steeds vaker ‘blind’ op af.

Bij Bouwmaat verkopen we uitsluitend A-kwaliteit. We richten ons op de professional en dan is prijs minder doorslaggevend dan betrouwbaarheid. Een vakman kiest liever voor een rolmaat of waterpas die langer meegaat, dan voor een goedkoper alternatief dat na een paar weken al tekenen van slijtage vertoont. Dat vertrouwen in kwaliteit is vergelijkbaar met hoe consumenten in een supermarkt op vaste merken vertrouwen: je weet wat je krijgt, en dat geeft rust.

Vorig jaar hebben we met heel Bouwmaat Nederland het handgereedschapassortiment vernieuwd. Daarbij zijn oudere, minder onderscheidende merken deels verdwenen en hebben we ruimte gemaakt voor merken die echt iets toevoegen door innovatie en kwaliteit. Sinds die ombouw zien we dat de vraag naar bepaalde merken aanzienlijk is toegenomen. Dat bevestigt voor mij dat merkbeleving in handgereedschap niet alleen bestaat, maar ook steeds belangrijker wordt.

Als verkooppunt betekent dit dat je je niet alleen achter de balie kunt opstellen. Je moet communiceren op merkniveau en het gesprek aangaan met de klant. Vakmensen weten vaak al wat ze willen, maar vragen ons wel om uitleg over verschillen tussen producten. Juist daar zit onze rol: begeleiden, informeren en vertrouwen versterken. Uiteindelijk willen we het magazijn zijn waar elke vakman, specialist of generalist, alles kan vinden wat hij nodig heeft – met merken waarop hij kan bouwen.”

René Bruins

SALESMANAGER BAHCO

“Er zijn verschillende typen klanten die een bouwmaterialenhandel of ijzerwarenspeciaalzaak bezoeken. Wij spreken daarbij over eindgebruikers. Voor de traditionele klant die precies weet welk product en welk merk hij zoekt, spelen naamsbekendheid en kwaliteit een belangrijke rol. Ook voor deze groep is naast beschikbaarheid vooral zichtbaarheid van het merk op de winkelvloer essentieel.

Een duidelijke merkpresentatie zorgt ervoor dat de eindgebruiker direct ziet dat Bahco-producten in de winkel aanwezig zijn en krijgt tegelijkertijd inzicht in de breedte van het assortiment en wat er daadwerkelijk beschikbaar is. In combinatie met gerichte promoties rondom het schappenplan leidt dit aantoonbaar tot extra verkoop. Dit concept werkt in de praktijk zeer goed. Wij zien dat klanten die hier consequent op inzetten zich duidelijk onderscheiden in de markt. Het is de kracht van een doordachte combinatie van branding en activatie.

Voor Bahco betekent dit dat producten optimaal gepresenteerd moeten worden in de winkel. Verpakkingen moeten in één oogopslag duidelijk maken om welk product het gaat en voor welke toepassing het geschikt is. Dit realisere n wij met een helder schappenplan dat we afstemmen op regionale vraag en de focus van onze klanten en, waar nodig, continu finetunen. Daarnaast zijn wij voortdurend bezig met het doorontwikkelen van onze verpakkingen. Steeds meer communiceren we via het product zelf waarvoor het bedoeld is en in welke situatie het wordt gebruikt. Dat vergemakkelijkt de keuze, zowel voor de traditionele vakman als voor de oriënterende eindgebruiker. We zien bovendien een duidelijke trend richting een meer klusgerichte presentatie van assortimenten. Dit helpt klanten bij hun keuze en stimuleert koppelverkoop. Tegelijkertijd vraagt dit om een goede balans, omdat het voor de traditionele klant lastiger kan worden om een specifiek product snel te vinden. In onze optiek ligt de sleutel tot succes in een slimme combinatie van sterke branding, een logische klusindeling en gerichte promoties.”

De vakprofessional weet precies hoe hij een klus moet aanpakken en weet ook welk stuk gereedschap daarbij hoort.

Het laatste branchenieuws en álle achtergronden

MIXonline is vernieuwd!

De website is sneller en overzichtelijker geworden. MIXonline biedt nog steeds het laatste DHZ-retailnieuws als eerste. Daarnaast is de website een bron van marktcijfers, branche-gegevens en achtergrond-info.

Met een gratis account abonneer je je op de splinternieuwe nieuwsbrief, krijg je drie maanden toegang tot alle besloten artikelen en kun je reageren.

Neem je een abonnement op MIX, dan krijg je ook het magazine van MIX op je bureau en bovendien onbeperkte toegang tot het hele platform (inclusief GfK’s DIY Recap). Voor jezelf én voor drie collega’s van hetzelfde bedrijf. Ook kun je via MijnMIX je eigen selectie van nieuws en achtergronden beheren.

Het nieuwe platform van MIXonline vormt nu ook één geheel met dat van MIXpro. Zo kun je ook de bouwgroothandel volgen.

MIXonline: hét platform voor iedere dhz-professional.

Gratis accountMIX-abonnement

Laatste nieuws ✔ ✔

Reageren op nieuws en artikelen ✔ ✔

E-mailnieuwsbrief ✔ ✔

Toegang tot Premium-artikelen 3 maandenOnbeperkt MIX-magazine ✔

Toegang tot álle online achtergronden en marktdata ✔

Detailpagina’s bouwmarktketens ✔ MijnMIX ✔

Toegang tot MIXonline (3 collega’s) ✔

Gratis € 158,05 per jaar

Koninklijke Hibin

Column Welkom aan boord in de bouwmaterialenhandel

We horen het tijdens onze bedrijfsbezoeken en we zien het terug in de halfjaarlijkse Hibin-conjunctuurmeting: De krapte op de arbeidsmarkt raakt ook de bouwmaterialenhandel, versterkt door een groot personeelsverloop onder jonge medewerkers. Toverformules bestaan niet, maar de gouden regel ‘bestaande klanten behouden is makkelijker dan nieuwe klanten vinden’ komt ondernemers ongetwijfeld bekend voor. Als je die filosofie toepast op nieuwe collega’s, kom je een heel eind. Dat begint met een goede ‘onboarding’.

Onboarding betekent letterlijk dat iemand aan boord stapt en die stap móet je faciliteren, niet alleen administratief, maar vooral ook mentaal en inhoudelijk. Onboarding gaat dus veel verder dan de standaard rondleiding en het invullen van formulieren. Het is een stappenplan dat nieuwe collega’s helpt om zich welkom, gezien en competent te voelen vanaf dag één. Het gaat om verbinding: tussen medewerker en functie, tussen medewerker en team, maar juist ook tussen medewerker en bedrijfsdoelen. Aandacht, coaching en opleiding zijn daarbij belangrijke factoren. Hier ligt ook een ontwikkelkans voor ervaren medewerkers, die een rol krijgen in de begeleiding. Gedeeld eigenaarschap verhoogt de kans op succes.

Onderzoek wijst uit dat medewerkers die een zorgvuldig onboarding-traject hebben gehad veel eerder hun werk ‘snappen’ en zich sneller thuis voelen, met een positieve impact op motivatie en productiviteit. Door te vertellen over je onboarding-plan tijdens het sollicitatiegesprek help je kandidaten ook in het maken van hun keuze: dit bedrijf neemt me serieus!

Bedrijven die dit snappen en omarmen, onderscheiden zich. Zij worden gezien als werkgevers waar starters niet ‘zomaar een werkplek’ krijgen, maar waar zij kunnen groeien, erbij horen en écht mogen bijdragen aan concreet resultaat. En juist dát is in de huidige arbeidsmarkt een van de meest duurzame investeringen die je kunt doen.

Hibin ondersteunt onboarding, bijvoorbeeld met onze vakopleidingen, gratis e-learnings voor starters en onze model inwerkprogramma’s. Maak er gebruik van en bind en boei de nieuwe generatie professionals in de branche!

Hans Busio Programmamanager Professionaliseren
Volledig aanbod Gratis vouchers Inwerkprogramma

Afspraken CAO Hibin voor komende 2 jaar

Loontabel per 1-1-2026 (+3%)

Tredegroep1groep2groep3groep4groep5groep6groep7groep8groep9

0 2.580,772.580,772.580,772.580,772.649,702.774,633.017,513.370,403.863,52

1

3 2.750,582.782,502.866,853.024,843.289,743.674,704.213,66

4 2.949,963.112,833.385,983.782,854.338,32

5 3.204,493.484,963.893,764.465,72

6 3.587,634.008,334.597,69 7 4.125,664.732,44

8 4.872,68

De vakbonden en Hibin hebben een akkoord bereikt over een cao van 27 maanden. Hieronder staat alles op een rij.

• Structurele loonsverhoging: 6,75% in stappen in 2026 en 2027.

3,0% per 1-1-2026 – 3,0% per 1-1-2027

0,75% per 1-10-2027

• Reiskostenvergoeding binnen de huidige regeling gaat omhoog: van €0,21 naar €0,23 per km per 1 januari 2026.

• Looptijd cao: van 1 oktober 2025 tot en met 31 december 2027.

• Reparatie loontabel: de loontabel is weer in balans gebracht door functiegroepen 1 tot en met 5 te herzien.

Voor deze functiegroepen binnen de loontabel gelden per 1 januari de onderstaande stijgingen.

De reparatie van de loontabel is nodig door de ontwikkelingen van het wettelijk minimumloon (WML) in de afgelopen jaren. Om te voorkomen dat dit opnieuw gebeurt, zal er bij iedere stijging van het WML gekeken worden of groep 1, trede 0 (de laagste trede) hier nog boven blijft. Is dit niet zo, worden alle tredes in alle groepen verhoogd met het nominale verschil tussen groep 1, trede 0 en het WML.

Naast loon zijn er ook nog andere onderwerpen waar afspraken over zijn gemaakt:

• Informatiepunt mantelzorg

Hibin richt een informatiepunt in voor werkgevers en werknemers over mantelzorg. Doel: het onderwerp laagdrempelig bespreekbaar maken en zorgen voor goede, werkbare afspraken.

• Advies over stagevergoedingen

Hibin gaat leden adviseren over stagevergoedingen: wanneer geef je die, wat is een passende hoogte en wat mag je van een stagiair verwachten?

• Functiehandboek actualiseren

We actualiseren en vullen het functiehandboek aan waar nodig. De praktijk verandert; daarom toetsen we periodiek of het handboek nog past bij de bedrijfsvoering, of functies compleet en actueel zijn en of beschrijvingen aansluiten op de werkelijkheid.

• Carrièrewending bespreekbaar maken (zachte landing)

Een carrièrestap naar een lagere functie kan als verlies voelen. Soms is het, voor welzijn en werkplezier, de beste keuze. We willen carrièrewending bespreekbaar maken en een zachte landing bieden: afbouw van salaris naar het nieuwe niveau over 2 jaar waarbij het eerste jaar het salaris op het oude niveau blijft.

• Cao-tekst herschikken voor vindbaarheid

De cao-tekst is helder en eenvoudig geschreven, maar bepaalde onderwerpen worden lastig gevonden. We herschikken de cao-tekst tot een overzichtelijker geheel, in dezelfde duidelijke taal. Dit wordt in de loop van 2026 ingevoerd.

• Leeftijdsgrenzen gelijktrekken

We hebben een aantal regelingen rond duurzame inzetbaarheid. Daarin willen we leeftijden gelijktrekken. We willen de leeftijd waarop je niet verplicht hoeft over te werken gelijktrekken met de leeftijd waarop je bijvoorbeeld extra verlofdagen krijgt, dus naar 56 jaar en 4 maanden. In 2 jaar tijd verhogen we de leeftijdgrens.

• Werkdruk en RI&E (Arbo)

De krappe arbeidsmarkt kan werkdruk verhogen. We geven hier gericht aandacht aan en borgen dit in bestaande instrumenten, zoals de RI&E (Risico Inventarisatie & Evaluatie). We blazen de branche-erkende RI&E nieuw leven in.

Alle betrokken onderstaande partijen verklaren zich akkoord met de gemaakte afspraken zoals hierboven beschreven. Deze zullen voor zover nodig verwerkt in de nieuwe cao-tekst.

KENNISDOSSIER

PPWR-wetgeving van invloed op jouw private label

Heb jij ook een private label? Dan heeft de PPWR-wetgeving mogelijk ook invloed op jouw proces.

Vanaf 12 augustus 2026 geldt de nieuwe Europese Packaging and Packaging Waste Regulation, de PPWR (EU 2025/40), rechtstreeks in alle lidstaten. Dat betekent dat de eisen uit de PPWR niet eerst via nationale wetgeving “landen”, maar meteen gaan gelden voor iedereen die verpakkingen op de EU-markt brengt of ermee werkt. De wetgeving ziet nadrukkelijk op zowel lege als gevulde verpakkingen en brengt nieuwe eisen mee rond onder meer etikettering, loze ruimte, herbruikbaarheid en recyclebaarheid. Ook worden eisen gesteld aan het aandeel gerecycled plastic in kunststofverpakkingen.

Wat is “verpakking” in onze praktijk?

Voor veel bedrijven in de bouwmaterialengroothandel zit het spanningsveld niet in de vraag óf je met verpakkingen te maken hebt, maar in twee praktische vragen: wat valt allemaal

onder “verpakking” en wanneer word jij gezien als “fabrikant” van die verpakking? In een juridisch statement voor de bouwmaterialen- en mineralensector wordt benadrukt dat “verpakking” breed moet worden gelezen. Denk niet alleen aan zakken en dozen, maar ook aan zaken die je vooral als transport- of zekeringsmiddel ziet, zoals pallets, (krimp- en stretch)folie, omsnoeringsbanden, big bags en allerlei laad- en pakmiddelen. Als het een verpakkingsfunctie vervult bij levering, zit je al snel in de scope.

Wanneer ben je “verpakkingsfabrikant” (en wanneer niet)?

De fabrikantrol is belangrijk omdat juist daar de zwaarste verplichtingen landen. De PPWR koppelt die rol in de kern aan wie de verpakking fysiek produceert. “Manufacturing” is de daadwerkelijke fysieke productie van items die als verpakking kwalificeren. Wie kant-en-klare verpakking inkoopt en die gebruikt, wordt daardoor in de regel niet automatisch fabrikant. Ook handelingen die in onze logistiek heel normaal zijn, zoals vullen en sluiten, labelen, en het “los” combineren van

KENNISDOSSIER

verpakkingsonderdelen tot één transporteenheid (pallet plus band plus folie), gelden meestal niet als het produceren van verpakking en meestal ook niet als een wezenlijke wijziging.

Twee valkuilen voor groothandels

Toch zijn er twee plekken waar het mis kan gaan. De eerste is de fabrikantfictie uit artikel 21 PPWR: importeurs en distributeurs kunnen als fabrikant worden gezien als zij verpakking onder hun eigen naam of merk op de markt brengen. Als op de verpakking óók de gegevens van de feitelijke verpakkingsfabrikant staan, leidt jouw naam/merk niet automatisch tot een fabrikantrol. Maar als jij de enige partij bent die op de verpakking herkenbaar is, loop je wél dat risico. Daarom moet vanaf 12 augustus 2026 de fabrikantidentificatie op orde zijn: op de verpakking zelf of via een QR-code/gegevensdrager (naam/ merk en postadres, en waar van toepassing een elektronisch contactpunt). Alleen als dat echt niet kan, mag dit bij uitzondering via begeleidende documenten. Voor kleine items zoals labels kan die uitzondering eerder spelen; voor grotere verpakkingen zoals folie, kratten, pallets en kartons wordt juist verwacht dat vermelding meestal wél kan. De tweede plek is de “wezenlijke wijziging” van verpakking. Als je de aard van de verpakking zó verandert dat de conformiteit met PPWR-eisen kan worden geraakt, kun je alsnog als

fabrikant worden gezien. Als voorbeeld wordt genoemd het aanbrengen van een kunststoflaag op kartonnen verpakking, omdat je daarmee een samengestelde verpakking kunt creëren waarvoor andere eisen gaan spelen, zoals eisen rond gerecycled gehalte. Simpel vullen, sluiten en gebruikelijk combineren geldt normaal gesproken niet als wezenlijke wijziging.

Praktijkpunt: folie op rol

Folie op rol kan in theorie discussie geven over “verpakkingsmateriaal” versus “verpakking”. Het statement noemt goede argumenten dat een filmrol voor transportzekering al als verpakking kan kwalificeren, en dat knippen op maat en wikkelen vooral “gebruik” is en geen productie, omdat je daarmee de PPWR-conformiteit (zoals recyclebaarheid of minimum gerecycled gehalte) niet verandert. Aanbevolen wordt om dit richting leveranciers expliciet te maken en vast te leggen.

Wat betekent dit voor jou?

Kortom: in de meeste gevallen ben je als bouwmaterialengroothandel géén verpakkingsfabrikant, zolang je vooral kanten-klare verpakkingen gebruikt zoals ze bedoeld zijn. Maar je moet voorkomen dat de fabrikantrol ongemerkt bij jou landt doordat jij als enige naam op de verpakking staat, of doordat je verpakkingen functioneel verandert. Daarom is het verstandig om ruim vóór augustus 2026 met verpakkingsleveranciers het gesprek te voeren en afspraken contractueel vast te leggen. Hieronder beschrijven we een helpend stappenplan om met de PPWR aan de slag te gaan. Daarnaast hebben we hieronder een uitputtende lijst van verpakkingen en verpakkingsmaterialen.

Disclaimer

Belangrijk om te weten: dit document is opgesteld als functioneel handvat voor de nieuwe PPWR-wetgeving. Het document kan fouten bevatten. Raadpleeg ook altijd de bron.

Scan de QR-code voor artikel & kennisdossier

• PPWR-wetgeving

• Stappenplan – hoe pak je dit aan?

• Uitputtende lijst verpakkingen en verpakkingsmaterialen

• Handige links Meer informatie

Eenvoudig afdichten? Wij doen het!

Met MB 1K rapid

Meer weten?

Scan de QR-code en lees alles over de nieuwe, kant-en-klare, snelle en eenvoudige afdichting MB 1K rapid!

Kant en klaar

Extreem flexibel

Uitstekende hechting

Geschikt voor schoorsteenkappen, aanluitingen kozijnen, draingoten, tussen pleisterwerk, buisdoorvoeren, kimnaden en afdichting onder tegelvloeren

Since 1979

FASTENERS MET UNIFORME UITSTRALING

Ontdek de kracht van de Blue Lineverpakkingen van Kobout – de oplossing voor een universele uitstraling van uw bevestigingsmaterialen.

Universele uitstraling

De Blue Line dozen zijn ontworpen met een tijdloze, universele blauwe look, compleet met het kenmerkende boutenraster. Deze uniforme uitstraling brengt uw stellingen naar een hoger niveau en biedt een professionele en consistente presentatie van uw assortiment.

Neutraal

Onze Blue Line verpakkingen zijn volledig neutraal, zonder zichtbare Kobout-branding. Dit maakt het eenvoudig om producten direct naar uw klanten te verzenden, zonder de noodzaak voor herverpakking.

Complete stellingen

Voor een nog uniformere uitstraling biedt Kobout ook bijpassende Blue Line stellingen. Deze robuuste stellingen met interne verlichting zijn eenvoudig op te bouwen en aan elkaar te koppelen, waardoor ze perfect aansluiten op uw magazijnbehoeften. De Blue Line dozen zijn perfect afgestemd op de standaard afmetingen van stellingen. Dit betekent dat u altijd dezelfde doos voor elk artikel ontvangt, waardoor uw schappenplan altijd consistent blijft.

Meer weten?

Mail ons via sales@kobout.nl en ontdek hoe de Blue Line verpakkingslijn uw magazijn kan transformeren.

Kobout – Uw partner in bevestigingsmaterialen.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook