Skip to main content

MIX 2026-2

Page 1


GROHE VITALIO JOY+ AQUABOOSTER. MAXIMALE BOOST, MINIMAAL VERBRUIK.

114e jaargang, 2026-2

Oude fiets?

Rijden we bij MIX teveel op een oude fiets? Die vraag liet me niet los bij het samenstellen van deze editie — en ik leg je graag uit waarom.

Deze MIX staat vol branchecijfers: van kassabonnen en bouwmarktomzetten tot marktaandelen per keten. Gewild, dat weten we. De reacties zijn er, de views op MIXonline en ons LinkedIn-kanaal ook. Al meer dan honderd jaar nemen branchegenoten die cijfers gretig tot zich. En dat verandert niet.

Maar toch knaagt er iets. Want wat meten we eigenlijk? Omzet. Vestigingsaantallen. Marktaandeel. Dat zijn de maatstaven waarop we de branche al decennia volgen. Alleen: zijn het nog de juiste maatstaven? In een tijd waarin de grote groei wel uit de branche verdwenen is. Waar de markt verzadigd lijkt en groei bij de een bij de ander wegkomt. Waar online spelers aanloopverliezen voor lief nemen in ruil voor marktaandeel. En waar kosten harder stijgen dan omzet.

Het gaat over centen, niet over procenten. Want wat heb je eraan als ondernemer als je onderdeel bent van de grootste club, als die club de meeste omzet maakt, maar amper een gezond rendement haalt? Je leeft uiteindelijk van het resultaat onder aan de streep, niet van de omzet die je desnoods kunt ‘kopen’. Moet het dan niet veel meer gaan over rendement dan over omzet?

Marc Nelissen Hoofdredactie

Vakblad MIX

mn@mixpress.nl

En hoe lang kun je op een groeiend rendement focussen terwijl je omzet — en dus je marktaandeel — de andere kant op beweegt dan die van de markt?

Dat is de vraag die me bezighoudt. De ‘nieuwe fiets’, zo je wilt.

Ik heb het antwoord niet direct. Maar ik word wél getriggerd door de nuances die retailers aanbrengen bij de cijfers die we al zo lang publiceren. Daarom gaan we daar de rest van het jaar extra op focussen. Op omzet én rendement. Wil je daar zelf iets over kwijt, vanuit jouw winkel of keten? Meld je dan bij mij via mn@mixpress.nl. Ik ga graag met je in gesprek.

Voor nu wens ik je goede zaken. En een goede versnelling, op welke fiets je ook rijdt.

Marc Nelissen

Hoofdredactie Vakblad MIX

PS: Ondertussen drukken retailers en leveranciers armpje om de laatste procenten. Lees ‘de slag om de marge’ in deze MIX. Ook zo’n heet hangijzer.

Vakblad MIX

Is een uitgave van MIXpress BV.

Uitgever en hoofdredactie

Marc Nelissen

Aan deze MIX werkten mee

Stephan Bakkum (GfK/conjunctuur)

Effe checken (eindredactie)

Geert Hilferink (algemeen)

Dirk Mulder (column)

Jeroen Rietvelt (algemeen)

Hugo Schrameyer (algemeen)

Edwin Timmers (column + w a/d w)

Fotografie

Marjolein Ansink (fotografie) shutterstock.com

Redactieadres

Postbus 11

5258 ZG Berlicum 073.503.43.47 redactie@mixpress.nl www.mixonline.nl

Advertenties/Close-Up’s

Edgar Molijn

Molijn Sales Support Brugstraat 12, NL­5258 HT Berlicum +31 (0)73.503.35.44 mix@molijnsalessupport.nl

Close Up’s

Advertorials: semi­redactionele artikelen van onze partners

Vormgeving

Inpladi, bureau voor idee en creatie

Abonnementen

Per jaar (+online toegang)

€ 158,05 (excl. btw)

Losse nummers € 27,50 (excl btw/ porto)

Abonnementsvoorwaarden

Check www.mixpress.nl/abo

Abonnementenadministratie

Abonnementenland

Postbus 20, 1910 AA Uitgeest +31(0)251.25.79.24 www.aboland.nl

Stopzetten abonnement

Opzeggingen (uitsluitend schriftelijk) dienen 8 weken voor afloop van de abonnementsperiode in ons bezit te zijn.

Algemene voorwaarden

Alle advertentieopdrachten en plaatsingsvoorkeuren worden schriftelijk vastgelegd, afgesloten en uitgevoerd conform de Regelen voor het Advertentiewezen, gedeponeerd ter griffie van de Arrondissementsrechtbanken en bij de Kamers van Koophandel. Een exemplaar wordt op verzoek toegezonden of zie www. stichtingrota.nl

Copyrights

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd op welke wijze dan ook, worden opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

ISSN nummer: 0165 ­ 3059

Bauhaus werkt aan nummer vijf

Met een symbolische eerste spade in de grond heeft Bauhaus vandaag officieel de bouw gestart van een nieuwe vestiging in Amersfoort. Niet alleen de directie, maar ook gemeente Amersfoort, belangenvereniging Hooglanderveen, lokale verenigingen, buurtbewoners en (bouw)partners staken een schep mee.

Voor één keer hoeven Nederlandse retailers en hun toeleveranciers niet ver te reizen om bij het belangrijkste vakinhoudelijke evenement van het jaar aanwezig te zijn. Van 16 tot en met 18 juni 2026 verwelkomt de RAI in Amsterdam de 12e editie van de Global DIY­Summit, hét internationale netwerkevenement voor de doe­het­zelfsector.

In een tijd waarin omzetten niet meer hard groeien en kosten wel flink stijgen, komt er druk op de marge. En onder die druk zetten retailers zich schrap. Regelmatig vragen bouwmarktketens bijdragen aan leveranciers. Om allerlei redenen en in allerlei vormen. Laatst vroeg Praxis bijvoorbeeld generiek en eenzijdig 2% aan alle leveranciers. Waarom doet Praxis dat? Wat vindt de markt daarvan? Staan de andere ketens ook klaar met zo’n ‘verzoek’? En welke rol spelen Private Labels in deze krachtmeting?

Kan de bouwmarkt meer omzet halen uit het sanitairassortiment?

De sanitairbranche en sanitairverkopende dhz­sector staan midden in een fundamentele transitie. Waar badkamers jarenlang werden samengesteld uit losse producten, verschuift de markt steeds nadrukkelijker naar complete oplossingen. Bouwmarkten kennen hun eigen rol in dat speelveld, waarbij hun kracht ligt in het beschikbaar hebben van een instapassortiment, snelle beschikbaarheid en scherpe prijscommunicatie.

Slag om de marge
THEMA SANITAIR
“Hoe meer mensen om mij heen, hoe leuker ik het vind”

Een jaar lang mocht Karwei Roelofarendsveen zich ‘Bouwmarkt van het Jaar 2024’ noemen, een titel die werd toegekend na de interne verkiezing van Intergamma. Volgens het juryrapport blinkt de vestiging uit in service en deskundigheid, met een sterke focus op klant en winkelbeleving. MIX nam een kijkje en vroeg naar de succesfactoren.

Alle seinen staan op groen voor groei van de categorie Tuin

De Nederlandse tuin verandert zichtbaar van karakter. Waar hij ooit vooral werd gezien als onderhoudsgebied – grasmaaien, snoeien, onkruid wieden – ontwikkelt hij zich steeds nadrukkelijker tot verlengstuk van de woning. Klimaatverandering, urbanisatie en veranderend consumentengedrag versnellen die verschuiving. De tuin is, zeker na de coronaperiode, steeds meer het verlengstuk van de woning geworden.

Landelijke

Transactiewaarde

Huishoudens zonder kinderen drijven

Ook in periode 2 van 2026 nam Hiiper de consumentenbestedingen in doe­het­zelf weer onder de loep. En wat blijkt? Alle gemiddelde bestedingen dalen, behalve die van Gamma en Hubo. En huishoudens zónder kinderen lijken actiever bezig te zijn dan vorig jaar met verbeteringen aan en om het huis.

en raamdecoratie. Dan móét je goede mensen hebben met productkennis en hart voor het vak.

Attitudeverandering Op dat personele vlak ziet Burgwal overigens ook de grootste uitdaging voor de toekomst. “Ik zet in op een attitudeverandering. Ik wil de personeelsbinding vergroten, waardoor personeel beter functioneert, hetgeen ook weer zal resulteren in klantenbinding.” Hij noemt een paar voorbeelden. “Als iemand vakken vult, is dat zijn primaire taak. Maar hij moet tegelijkertijd ook attent zijn op die klant die achter hem langsloopt. Groeten wij die klant niet, dan zal die ons ook niet groeten en anoniem winkelen. En ziet die klant een

De relatie tussen Intergamma en franchisenemer Bourrelier Group schuurt nogal eens. Een duik in het MIX­archief toont hoe en waarom deze Franse groep zijn Nederlandse bouwmarkten (eerst opererend als Wickes, later als Bricorama) aansloot bij Gamma en (vooral) Karwei. Check het interview met Piet Burgwal uit de MIX van december 2004.

Bricorama’s Piet Burgwal: “Emotioneel ligt mijn hart meer bij Karwei, rationeel zou ik altijd voor Gamma kiezen.

Bauhaus Amersfoort: eerste schop in de grond

De bouw van de vijfde Bauhaus in Nederland is officieel begonnen. Vorige week ging symbolisch de eerste schop de grond in.

Met een symbolische eerste spade in de grond heeft Bauhaus vorige week officieel de bouw gestart van een nieuwe vestiging in Amersfoort.

De bouw van de vestiging start direct na deze symbolische aftrap. Als de bouw volgens schema verloopt, verwacht Bauhaus de deuren voor klanten te openen medio maart 2027.

Zie pagina 10 in deze MIX over Bauhaus’ expansie in Nederland

Gamma: dat zeg ik!

Onder het motto ‘Doe het lekker zelf’ lanceert Gamma een nieuwe campagne. Tegelijkertijd keert de pay-off ‘Dat zeg ik. Gamma.’ terug in de communicatie van de bouwmarktketen.

“Nederland zit vol doe-het-zelvers. Mensen die gewoon de handen uit de mouwen steken en het zelf proberen. Dat zit diep in onze cultuur. Met ‘Doe het lekker zelf’ willen we dat gevoel weer aanwakkeren: nuchter, een tikje eigenwijs en midden in de samenleving. Precies waar Gamma voor staat. En met de iconische pay-off brengen we ook een stukje

herkenbaar merkerfgoed terug”, zegt Perijn Hoefsloot, Marketing Director bij Gamma.

Haalbaar, en leuk

Met ‘Doe het lekker zelf’ positioneert Gamma klussen opnieuw als iets wat voor veel mensen haalbaar is. Niet alleen als praktische oplossing, maar ook als iets waar je trots op bent en plezier uit haalt. ‘Doe het lekker zelf’ vormt het overkoepelende thema voor toekomstige campagnes van Gamma. De eerste campagne met als thema ‘tuin’ wordt deze week breed uitgerold via televisie, onlinekanalen, radio en social media.

Bouwmarkten startten 2026 met

+3,4%

Voor de maand januari noteerden de rekenmeesters van GfK een groei van 3,4% voor de Nederlandse bouwmarkten

Zo blijkt uit GfK’s DIY Recap, de benchmark voor bouwmarktomzet. Na een groei van 4,4%. in het gehele jaar 2025 starten de bouwmarkten ook het nieuwe jaar dus tamelijk goed. Vooral Deco en Tuin deden het bijzonder goed met groeipercentages van 7,3% en 9,5%.

Check pagina 18 in deze MIX voor meer detailcijfers uit GfK’s DIY Recap, of check een complete Excel met omzetstatistieken via www.mixonline.nl/marktcijfers.

+2%

De extra korting die Praxis aan al zijn leveranciers vroeg, bedraagt 2%.

Verderop in deze MIX vind je een compleet artikel over de slag om de marge. Met een statement van Praxis en uitspraken van Hornbach, Bauhaus, Hubo, KlusWijs én van ING-sectorbanker Dirk Mulder en citaten van retaildeskundige Robert Rooderkerk.

Consumentenbond: Hornbach is goedkoopste bouwmarkt

In een prijsmeting van de Consumentenbond kwam Hornbach met 16% onder het gemiddelde prijsniveau als goedkoopste bouwmarkt tevoorschijn. Met Bauhaus op de hielen met 15% onder gemiddeld. Opvallend is dat het prijsverschil groter is dan twee jaar geleden. Toen was Hornbach nog 14% goedkoper, vier jaar geleden slechts 11%.

Deze prijsmeting deed de Consumentenbond door 250 artikelen bij landelijke bouwmarkten te onderzoeken.

Conclusie: Hornbach is de goedkoopste, gevolgd door Bauhaus. Het prijsverschil tussen de goedkoopste en duurste bouwmarkt kan oplopen tot meer dan 25%.

Nederlandse bouwmarkten als Gamma, Hubo, Karwei en Praxis liggen allemaal boven het gemiddelde prijsniveau, met

Bouwmarkten Goedkoper of duurder dan gemiddeld

Hornbach

Bauhaus

Gamma

Hubo

Karwei

Praxis

Kluswijs

* Peildatum: 15 januari 2026. Exclusief aanbiedingen en kortingspassen.

Kluswijs als duurste uitkomst met 11% boven gemiddeld.

Laagsteprijsgarantie en huismerken Hornbach en Bauhaus werken amper met aanbiedingen maar hanteren structureel lage basisprijzen, terwijl Nederlandse bouwmarktketens tegenover hun kortingsacties hogere standaardprijzen stellen.

Beide Duitse ketens bieden een laagsteprijsgarantie. Bij Bauhaus is deze garantie

Huub van Hubo typeert servicekarakter

Hubo start een nieuwe campagne met ‘Huub van Hubo’. Huub is de vriendelijke man die de kenmerkende service van de Hubo-ondernemers en hun teams typeert en ‘Helpen’ tot leven brengt.

Hubo helpt, is de slogan van Hubo. Maar wat betekent dat ‘helpen’ dan precies?

Dat geeft Hubo gestalte in een nieuwe commercial van de hand van Jump Retail.

Ernst Jan Smids van Jump: “In gesprekken met ondernemers en de directie van Hubo werd één ding overduidelijk: als het gaat om klantenservice overtreft Hubo alle andere bouwmarkten. Niet door een marketingbelofte, maar door mentaliteit.

Helpen zit bij de ondernemers en medewerkers in het hart.”

volgens de Consumentenbond bruikbaar bij ongeveer een kwart van de producten, bij Hornbach bij ongeveer 1 op de 16 producten. Ook huismerken kunnen flinke besparingen opleveren: gemiddeld zijn ze 19% goedkoper dan A-merken, waarbij Hornbach en Bauhaus ook hier weer voordeliger scoren. De ‘Vast Laag’ prijzen van Nederlandse bouwmarkten blijken bij vergelijking meestal niet goedkoper dan de reguliere prijzen bij Hornbach en Bauhaus.

Het laatste nieuws als eerste

MIX publiceert het laatste nieuws als eerste op

Abonneer je op de nieuwsbrief via www.mixonline.nl/nieuwsbrief

Gamma en

Karwei van het jaar bekend

Intergamma, de organisatie achter de doe-het-zelfformules Gamma en Karwei, heeft de 3 winnaars van de Bouwmarkt van het Jaar-verkiezing 2025 bekendgemaakt, de jaarlijkse erkenning voor bouwmarktteams die uitblinken in service en klanttevredenheid.

De Bouwmarkt van het Jaar-awards worden ieder jaar uitgereikt aan de teams binnen Gamma, Karwei en Gamma België die zich weten te onderscheiden op het gebied van klantgerichtheid. Het afgelopen jaar hebben alle bouwmarkten binnen de formules zich maximaal ingezet om bezoe-

kers de beste service te bieden, met veel aandacht voor persoonlijke benadering, deskundig advies en het bieden van een uitstekende winkelervaring.

De winnaars zijn:

• Gamma Veenendaal (op de foto)

• Karwei Amsterdam-Noord

• Gamma Heist op den Berg (België)

De drie winnende teams ontvingen bloemen en champagne en een bijdrage voor een welverdiend teamuitje. En ook voor de nummers 2 en 3 was er een mooie attentie.

Van Cranenbroek opent megastore in Landgraaf

Ondanks de € 50 mln omzet en het miljoen klanten per jaar die Van Cranenbroek al in Landgraaf realiseerde, opende het bedrijf een nieuwe megastore van circa 20.000 m2 in de Limburgse stad.

Van Cranenbroek is een outsider in de doe-het-zelf-retail. Het familiebedrijf verkoopt al bijna 60 jaar producten voor tuin, dier en doe-het-zelf en doet dat vanuit megastores in Budel en Landgraaf en winkels in Schijndel en Dongen en België (Opglabbeek).

De nieuwe winkel in Landgraaf maakt deel uit van de vernieuwde winkelstrategie waarbij wordt ingezet op sterke productpresentaties, inspirerende afdelingen en een ruimere winkelbeleving.

Maximale boost, minimaal verbruik

Ontdek de GROHE Vitalio Joy+

AquaBooster: de perfecte combinatie van maximaal douchecomfort en minimale kosten. Dankzij de geavanceerde AquaBooster-technologie geniet je van een krachtige, verfrissende straal terwijl je minder water verbruikt.

Het geheim zit in het nieuwe “Booster” straalsoort. Een slim mechanisme in de handdouche laat het water snel pulseren en verdeelt het over minder sproeigaten. Hierdoor wordt de druk verhoogd, waardoor een kleine hoeveelheid water aanvoelt als een volle, krachtige stroom.

De GROHE Vitalio Joy+ 120 handdouche beschikt over een royale douchekop van 120 mm en biedt drie straalsoorten: Rain, Jet en Booster. En is beschikbaar in diverse kleuren uit de GROHE Colors Collection.

Met de GROHE AquaBooster bespaar je water zonder in te leveren op luxe of comfort.

Ervaar de kracht van water als nooit tevoren!

Kijk voor meer informatie op aquabooster.grohe.nl

Grohe Nederland, Zoetermeer, (088)00 30 700

Bauhaus werkt aan nummer vijf

Met een symbolische eerste spade in de grond heeft

Bauhaus vandaag officieel de bouw gestart van een nieuwe vestiging in Amersfoort. Niet alleen de directie, maar ook gemeente Amersfoort, belangenvereniging

Hooglanderveen, lokale verenigingen, buurtbewoners en (bouw)partners staken een schep mee.

Alle aanwezigen ontvingen een Bauhaus-spade en werden uitgenodigd om samen de eerste spade in de grond te zetten. “Bouwen begint niet met plannen, maar met doen”, aldus Markus Pieters, directeur van Bauhaus Nederland. “Daarom vonden we het belangrijk om dit moment samen te markeren. Deze vestiging bouwen we niet alleen, maar met de stad. Een omgeving waar mensen wonen en werken, onderdeel worden van de families van Hooglanderveen en Amersfoort. Bouwen gaat nooit alleen over materialen. Het gaat over de mensen achter de klus. Of je nu je eerste woning koopt,

als professional een grote opdracht aanneemt, of een hoofdstuk afsluit met een verbouwing: wij zijn er om dat mogelijk te maken en te ondersteunen.”

Speciaalzaken onder één dak

Ook deze nieuwste Bauhaus-winkel wordt meer dan alleen een bouwmarkt, zo stelt Bauhaus handig: “Met een vloeroppervlakte van circa 15.000 m2 biedt het pand ruimte aan ‘zestien speciaalzaken onder één dak’. Daaronder een uitgebreide Drive-In voor bouwmaterialen en een gespecialiseerd Stadstuincentrum.” Al met al gaat de winkel meer dan 100.000 producten voor huis, tuin en werkplaats voeren en onder een laagsteprijsgarantie zowel de thuisklussers als professionals bedienen.

Open in maart 2027

Met deze nieuwe winkel op bedrijventerrein Vathorst zet Bauhaus Nederland een belangrijke stap in haar Nederlandse groeistrategie en creëert het bedrijf circa 100 nieuwe arbeidsplaatsen in de regio. De bouw van de vestiging start direct na deze symbolische aftrap en als de bouw volgens schema verloopt, verwacht Bauhaus de deuren voor klanten te openen medio maart 2027. Bauhaus Nederland is onderdeel van de Zwitserse

Bauhaus-groep die in 1960 de eerste vestiging opende in Mannheim, Duitsland. Inmiddels zijn er in negentien Europese landen ruim 290 vestigingen van de bouwmarktketen. Tussen 2015 en 2021 opende Bauhaus in Nederland vestigingen in Groningen, Hengelo, Venlo en Delft. Naast Amersfoort hoopt Bauhaus de komende jaren verder uit te breiden om landelijke dekking te creëren.

Omzetgroei en marktaandeel

Bauhaus-directeur Markus Pieters was eerder in MIX tamelijk cryptisch over de groei in 2025. In een interview claimde hij ‘een paar-keer-paar-keer’ meer groei dan de markt. Ook stelde hij eind 2025: “We doen het op dit moment qua groei zelfs beter dan Hornbach. Als jij weet wat een gemiddelde Hornbach omzet, zit je ook ongeveer op een gemiddelde Bauhaus-omzet. Ik kan niet anders zeggen.”

MIX vermoedt dat Pieters een beetje overdrijft. GfK noteerde een groei van 4,4% over heel 2025. Een ‘paar keer’ (2x?) meer zou dan dus 8,8% groei betekenen? Laat staan ‘een paar-keer-een-paar-keer meer’ (2x2?). Het blijft natuurlijk gissen, maar MIX schat Bauhaus Nederland voorlopig op € 30 mln per winkel = € 120 mln = 2,9% marktaandeel.

Expansieplannen Bauhaus

Voor de echte landelijke dekking heeft Bauhaus nog een duidelijk plan, aldus Pieters eerder in MIX. “Wij ‘redeneren in snelwegen’. Als we Amersfoort geopend hebben, hebben we alleen bij Apeldoorn en Deventer nog een gat op de A1. Ook in de hoek van Arnhem en Nijmegen is er nog een gat. Net als in Zwolle, in Noord-Holland, in Amsterdam, in Rotterdam, in Den Bosch of Breda en in Eindhoven en Maastricht.”

Dat zijn er nog tien na Amersfoort. “Het jaar dat ik met pensioen ga, hebben we misschien landelijke dekking”, lacht Pieters. “Misschien, hè? Nou, ik ga ook niet met mijn 67e met pensioen, hè? Tenzij er natuurlijk iets gebeurt in de markt.”

Intussen wisselde het Bauhaus-concern internationaal van CEO en rapporteert Pieters voortaan aan Johannes Harter die eerder leidinggaf aan de internationale expansie.

Bij de opening van Bauhaus Twente (Hengelo, 2017) zei Harter dat Nederland groot genoeg was voor Bauhaus. “Overal waar je een pijltje op de kaart gooit, tref je een gebied vol koopkracht.” En al die bouwmarktmeters in ons land dan? “Vol? Welnee, voor ons concept is er heel veel ruimte.”

“In de hoek van Arnhem en Nijmegen hebben we nog een gat. Net als in Zwolle, in NoordHolland, in Amsterdam, in Rotterdam, in Den Bosch of Breda en in Eindhoven en Maastricht”

Slag om de marge

In een tijd waarin omzetten niet meer hard groeien en kosten wel flink stijgen, komt er druk op de marge. En onder die druk zetten retailers zich schrap. Regelmatig vragen bouwmarktketens bijdragen aan leveranciers. Om allerlei redenen en in allerlei vormen. Laatst vroeg Praxis bijvoorbeeld generiek en eenzijdig 2% aan alle leveranciers.

Waarom doet Praxis dat? Wat vindt de markt daarvan?

Staan de andere ketens ook klaar met zo’n ‘verzoek’? En welke rol spelen Private Labels in deze krachtmeting?

Omzetten in doehetzelf-retail stijgen nog wel, maar grosso modo blijven volumes en klantaantallen achter. Tegelijkertijd stijgen kosten als salarissen, energie, huisvesting en inkoop. En dat zet de marge van veel retailers onder druk. Dat hoorden we in onze jaarlijks rondvraag langs diverse bouwmarktketens.

We citeren er twee. “De druk op rendement is echt het spel van vandaag,” zei Miriam de Bruin van Hubo.

“Personeelskosten, huisvesting, alles blijft stijgen. Dat zie je stapsgewijs elk jaar terug. Daar moet je als ondernemer keuzes in maken.” Ook Praxis-directeur Corine Duchenne noemt ze de grootste zorg zonder omwegen:

“We kijken waarschijnlijk weer tegen vijf tot zes procent loonkostenstijging aan ten opzichte van vorige jaar als gevolg van de verhogingen van het wettelijk minimumloon. Dat blijft heel uitdagend.”

“Niet elke procent moet bij de leverancier vandaan komen”

“Als afzet niet groeit, moet je kosten drukken” Ook Maarten Post, hoofd Inkoop en Marketing van Hornbach Nederland erkent de druk op de marge door kostenstijgingen. Hij ziet verschillende oplossingen.

“Alleen wanneer je afzet groeit, kun je kostenstijging tegengaan,” zegt hij. “En als dat met afzet niet lukt, dan kun je enkel nog maar kosten drukken. En de kosten worden natuurlijk voor een groot deel bepaald door de inkoopprijs.” Vanuit Hornbach ontkent hij dat de keten

nu ineens ‘extra’ op leveranciers jaagt. “Nee, niet extra. Wij zijn van oorsprong een inkoopgestuurde organisatie. We opereren grootschalig en internationaal met onze inkoopkracht. En daarin sturen we altijd op de scherpste inkoopprijzen.”

Praxis ‘vraagt’ collectief om procenten

Praxis-moeder Maxeda vroeg eind vorig jaar 2% extra korting aan ál haar leveranciers. Tegelijkertijd werd gewaarschuwd geen prijsverhogingen door te voeren in 2026. En dat leidde weer tot reuring onder leveranciers. App-groepen ratelden dat het een lieve lust was en in de wandelgangen van de Praxis Makers Beurs was het onderwerp ‘talk-of-the-town’ onder leveranciers. Akzo Nobel en (dochter) Alabastine hielden voet bij stuk en stopten zelfs met leveren waardoor de schappen in de winkels snel leegliepen. “We hebben genoeg alternatieven”, meldde Praxis laconiek, toen we hen vroegen naar de leverstop van Akzo. In de schappen plaatsten ze bordjes met de tekst: “Praxis zet zich in voor een goede prijs-kwaliteitverhouding, zodat je met vertrouwen jouw klus kan doen. Hierdoor is dit product helaas tijdelijk niet verkrijgbaar. We zijn met de leverancier in gesprek. Onze medewerkers helpen je graag aan een alternatief. Bij de verfmengbalie kunnen wij alle kleuren voor je mengen.”

Stijgingen ‘gewoon’ doorrekenen?

Hoe druk er in de branche ook over de ‘slag om de marge’ gesproken wordt, in de openbaarheid houden leveranciers zich koest. Geen enkele fabrikant of leverancier wil ‘on the record’ in gesprek met MIX over de ‘collectieve vraag’ van Maxeda. Wel opperen ze vaak het idee dat retailers beter marge kunnen verbeteren door ‘gewoon’ hun verkoopprijzen te verhogen dan door aan de inkoopkant te knijpen. Zo simpel is het voor retailers echter niet, verklaarde KlusWijs-directeur Hans Hortensius eerder dit jaar. “Het wordt steeds lastiger om prijsverhogingen door te voeren. Door de transparantie van internet.” Hij ziet vaak een ‘kortetermijnvisie’ bij fabrikanten en stoort zich daaraan. “Internetpartijen met een andere kostenstructuur zetten producten voor een ‘ramsjprijs’ in de markt. Dat doet A-merken geen goed. Wat als zij straks niet meer zichtbaar zijn op de fysieke winkelvloer?”

Bij Hornbach zijn ze heel kortaf over dit onderwerp. Op het moment dat een inkoopgesprek de kant van de verkoopprijzen opgaat, trekken Post en zijn inkopers een harde lijn. “Dat mag niet. Daar staat een verbod op.”

De gevoeligheid is duidelijk: discussies over prijsmechanismen in de markt raken aan mededingingsregels.

Auteur Marc Nelissen

Post houdt het bij het Hornbach-principe: “Wij bepalen onze verkooprijzen en wij voeren een laagsteprijsbelofte. We kunnen niet zomaar prijsveranderingen doorvoeren … en dat doen we ook niet.”

““Ik kan me voorstellen dat je je als leverancier, met je rug tegen de muur gezet voelt”

Kúnnen prijzen wel omhoog?

De prijzen kunnen niet zomaar omhoog, vermoedt ook Dirk Mulder, sectorbanker van ING. “De doehetzelf-markt is extreem competitief. Je zou je kunnen afvragen: wat is het onderscheidend vermogen van formules? En in een markt waar het onderscheid beperkt is, wordt prijs doorslaggevend”, aldus Mulder. Hij geeft een huis-tuinen-keukenvoorbeeld: “Ik moest laatst een sifon hebben. Dan kijk ik bij Gamma en bij Praxis waar hij het goedkoopst is. Het is bijna hetzelfde product. Bij de ene ben ik vijf euro goedkoper uit, dus ga ik daar naartoe. Want hun winkels liggen ook nog eens naast elkaar, dus voor mij maakt het niets uit.”

In recent onderzoek van de Consumentenbond bleek Hornbach 16% goedkoper dan de gemiddelde bouwmarkt. Is die prijsafstand niet te groot? Met andere woorden, kan Hornbach niet meer geld verdienen als ze dat prijsgat zouden verkleinen? En wat zou er gebeuren als de markt collectief de prijzen met een procent zou verlagen of verhogen?

Post wil geen enkele suggestie doen, maar ziet wel wat elasticiteit. “Zou je de prijzen met zijn allen verlagen, gaat de markt floreren. Dat zie je aan ons succes. We bieden de laagste prijzen en bij ons floreert het.”

Tegelijkertijd gelooft hij niet dat een beperkte prijsstijging de markt meteen zou laten instorten. “Onze markt is heel stabiel. Er wordt altijd geklust, er wordt altijd gebouwd. En als er niet gebouwd wordt, dan moet er gerenoveerd en vérbouwd worden. Dus denk ik niet dat de markt ineens zou stoppen als alle prijzen een procentje omhoog zouden gaan.” Maar hij haast zich om te voorkomen dat dit als pleidooi voor prijsstijging wordt gelezen: “Ik zeg niet dat we dat moeten doen. Dat wil ik absoluut voorkomen.”

Minder transparant sinds corona

De markt is dus prijsgevoelig. En dat maakt het voor retailers lastig om kostenstijgingen door te geven, beaamt Mulder. Tegelijkertijd ziet hij de ‘struggle’ aan leverancierszijde: “Het spelletje van leveranciers over alle sectoren heen is: ‘jarenlang was er druk vanuit de retail en daar kunnen we nu misschien onderuit’. Na corona kwamen ineens al die kostprijsstijgingen.” Hoe bedoelt hij dat? “Nou, we zagen grondstoffenprijzen van verschillende producten bijvoorbeeld stijgen en dalen en weer opnieuw stijgen om uiteindelijk opnieuw te dalen. Maar de verkoopprijzen van producten stegen alleen mee, die daalden nooit terug. Het is in die turbulentie allemaal minder transparant geworden.”

Maar een generieke ingreep zoals eenzijdig korting ‘vragen’ zoals Praxis laatst deed, vindt hij riskant. “Als je collectief oplegt: we willen 2% extra korting, is dat wat mij betreft niet de manier. Je zou meer met elkaar in overleg moeten.” En dan scherper: “Doe het niet met een bazooka.”

“Doe het niet met een bazooka”

Transparantie in plaats van spierballen

Hornbach vroeg zelf in 2025 ook een bijdrage van leveranciers als bijdrage aan groeiplannen voor meerdere vestigingen. Misschien daarom wil Hornbach’s Maarten Post zich niet laten verleiden tot het fileren van een concurrent. Toch is hij scherp over het principe van de Praxis-vraag. “Het is niet nieuw,”, zegt hij over het eenzijdig vragen van een prijsverlaging met terugwerkende kracht. “Ik kan me voorstellen dat je je in dit geval als leverancier, met je rug tegen de muur gezet voelt. En dat het niet als een vraag voelt, maar als een voldongen feit waarover je niet in gesprek kunt gaan.” Vragen mag altijd, vindt hij. “En als een retailer iets aan je vraagt, heb je als leverancier altijd de mogelijkheid om daar wel of niet in mee te gaan. Wij voeren inkoopgesprekken altijd onderbouwd: wat doen wereldwijde grondstofprijzen? Hoe is de markt? Wat zijn concurrerende prijzen die worden aangeboden? Wat zijn verkoopprijzen in de markt? En is het voor ons nog rendabel om op deze wijze in te kopen? Dat is een continu spel. Beslist niet iets wat nu acuut op basis van andere redenen speelt.”

Niet generiek, maar specifiek en onderbouwd

Post en zijn Hornbach-inkopers diepen het generieke niveau juist uit tot de details van de categorie. “Sterker nog: wij gaan zelfs tot op artikelniveau. Het kan zijn dat we op het ene product een prijsstijging bij een leverancier accepteren, maar op een ander product van dezelfde leverancier niet.”

Bij Hubo zijn ze ook niet zo van ‘de generieke procenten’. “Natuurlijk hoort onderhandelen met je leveranciers bij het spel, waarbij wij vooral kijken naar schap-rendement in euro’s want procenten zegt niet zo veel. Je leveranciers uitknijpen is een ander ding. Iedereen in de keten moet een goed businessmodel hebben voor een bestendige samenwerking. Maar als wij merken dat andere partijen een beduidend betere inkoopprijs krijgen, dan volgt echt wel een stevig gesprek. In feite kom je met zijn allen in een prijsspiraal naar beneden. We hebben genoeg voorbeelden gezien van toeleveranciers, zoals een THR, die dat uiteindelijk niet hebben overleefd.”

“Onze top 20 leveranciers zijn geen leveranciers, dat zijn partners”

Ook Bauhaus-directeur Markus Pieters heeft er moeite mee om collectief extra korting te vragen aan al zijn leveranciers. “Onze top 20 leveranciers zijn geen leveranciers, dat zijn partners. En als ik die zomaar om een paar procenten extra korting zou vragen, hoe serieus zouden ze Bauhaus dan nog nemen? Wij zijn juist bezig met de volgende stap in onze inkoop, meer richting strategisch category-management. Daarin is inkoop en prijsonderhandeling zeker niet het belangrijkste element.” Neemt niet weg dat Bauhaus scherp is op de inkoop. “Dat moeten we ook zijn. Want onze laagsteprijs-belofte vraagt om grote volumes en scherpe inkoop. En in mijn Vendex-KBB-tijd harmoniseerden we ook alle condities tussen de retailketens en toen dezelfde gordijnenleverancier bij Hema goedkoper was dan bij Praxis en Formido, hebben we dat rechtgetrokken. Maar om nu collectief extra procenten te vragen? Nee, zo werken wij niet.”

Meer openheid in food-retail?

Volgens Mulder vraagt de situatie inderdaad om openheid. “Je zou inkoopgesprekken van situatie tot situatie moeten bekijken. Dan zou je als leverancier wat meer openheid in de boeken moeten geven. Dit is wat wij ervaren, dit is wat wij vragen, echt een reële kostprijs-

verhoging.” Hij wijst op de foodsector, waar onderhandelingen soms hard botsen, maar waar tegelijkertijd meer inzicht wordt gedeeld in kostenopbouw. “Leveranciers geven daar steeds meer openheid over, in waar zij tegenaan lopen. Natuurlijk niet volledig transparant, maar wel meer.”

In doehetzelf ligt dat genuanceerder. “Ik vraag me eerlijk gezegd af of de machtsverhoudingen in de doehetzelfmarkt volledig bij de retail liggen. Dat betwijfel ik. Bij kleinere merken misschien wel. Maar bij grotere merken vraag ik me dat echt af.”

Huismerken als structurele verschuiving

In de branche zien we ook een andere weg naar een betere marge: ineens zetten sommige bouwmarktketens veel sterker in op hun huismerken. Check de campagnes van – opnieuw– Praxis en de recente stappen die Hubo zet met het eigen merk. Hubo lanceerde onlangs ‘Hubo Ready Mix Verf’. “Onze eerste echte Hubo-branded lijn gevolgd door een Hubo-Hogedrukreiniger. Marge-technisch gezien een slimme stap. Het blijft hier niet bij en we zullen het verder gaan uitrollen naar andere categorieën. Maar we gaan altijd eerst met onze vaste leveranciers in gesprek. Zo zal de Hubo-mengverf straks gewoon bij PPG blijven”, zegt De Bruin.

De hang naar private labels en eigen merken is een trend, stelt Mulder. “In alle retail-sectoren zie je het aandeel huismerken en private labels toenemen. Het voordeel ligt voor de hand: meer controle over marge en positionering. En inzage in de productiekosten. Retailers willen minder afhankelijk zijn van de grillen van leveranciers.”

In food is private label inmiddels gemeengoed. “Heel eerlijk gezegd: huismerken zijn daar qua kwaliteit vaak net zo goed, soms zelfs innovatiever dan A-merken.” In doe-het-zelfassortimenten is de perceptie soms nog anders, vermoedt Mulder. “Op dit moment denk ik dat in de perceptie van de consument sommige A-merken nog zeer sterk zijn. Maar dat kan heel snel veranderen.”

Dominante A-merken?

Toch waarschuwt Mulder voor overschatting. “Het nadeel van private label is dat je wel een bepaald volume moet genereren om schaal te halen. Anders kun je het niet tegen een aantrekkelijke prijs wegzetten.”

Post erkent dat het potentieel voor private labels per categorie verschilt. “Je hebt bepaalde categorieën waar merkbewustzijn veel groter is en categorieën waar dat minder belangrijk is en dus het potentieel van eigen merk sterker is. En daar waar eigen merken in categorieën potentieel hebben en de A-merken een dominante positie, is een private label heel interessant. Daar is het een heel goede manier om de A-merkdominantie tegen te gaan.”

Daarmee snijdt Post een strategisch argument voor private labels aan, in plaats van een marge-technische reden. Zijn A-merken werkelijk dominant? En is dat per definitie ‘erg’? “Lang niet in alle gevallen, maar in sommige categorieën wel”, zegt Post. Hij wijst erop dat dominantie ook in leveringsbereidheid kan zitten: “Je weet, er zijn nog steeds leveranciers die een deel van hun assortiment wel aan ons willen leveren, en een ander deel niet.”

De makkelijke marge

Het idee dat A-merken per definitie minder interessant zouden zijn dan private labels, vindt Mulder te simpel. “Op zich zou het zo kunnen zijn dat een lagere marge in procenten op een hoger verkoopprijsproduct toch een hoger bruto winstbedrag oplevert. Met andere woorden: het is geen zwart-witkeuze tussen A-merk of huismerk. Het is een portfolio-afweging.”

Bovendien speelt het verhaal van back-end-condities: bonussen, marketingvergoedingen en jaarafspraken die in geval van de A-merken bovenop de front-endkortingen komen. Die kunnen oplopen tot forse percentages die je bij je eigen merken niet hebt.

Mulder nuanceert: “Dat zijn vaak individuele afspraken, afhankelijk van volumes. Cijfermatig heb ik daar geen inzicht in.”

Ook Hornbach vragen we naar de rekensom van private labels versus A-merken: van hogere – procentuele –marges bij lagere verkoopprijzen versus lagere marges bij hogere verkoopprijzen van A-merken. Nog los van de back-end-condities die veel A-merken geven. In de markt circuleren percentages van 10% of meer. “Ik kan daar weinig over zeggen”, aldus Post.

“Wie alleen aan de inkoopkant draait, laat aan de verkoopkant kansen liggen”

Onderscheidend vermogen als ultieme

toets

Uiteindelijk draait het volgens Mulder om één vraag: wat voeg je toe? “Als je de prijs die een product kost, niet kunt vragen, dan heb je te weinig onderscheidend vermogen. Anders is de consument heus wel bereid die prijs te betalen. Ik begrijp de druk, maar ga het gesprek aan. Zwaai niet meteen met de bazooka om eenzijdig korting mee af te dwingen.”

Naast ‘drukken op inkoop’ ziet Mulder dat retailers in andere sectoren op nieuwe manieren inkomsten gene-

Praxis: “gezamenlijke prioriteit”

We informeerden bij Praxis naar de extra korting die ze aan leveranciers ‘vroegen’. En naar de gevolgen voor de relaties met leveranciers.

Praxis reageerde als volgt: “Net als veel andere retailers krijgen we te maken met aanzienlijke kostenstijgingen en veranderend consumentengedrag. Om onze formules concurrerend te houden en te blijven investeren in assortiment, beschikbaarheid en digitale ontwikkeling, hebben we onze commerciële samenwerking met leveranciers opnieuw beoordeeld.

We hebben leveranciers hierover geïnformeerd, zodat we samen kunnen blijven inspelen op de marktdynamiek en de positie van onze winkels op de lange termijn kunnen versterken. We hechten veel waarde aan onze langdurige samenwerkingen en blijven met leveranciers in gesprek.

Onze gezamenlijke prioriteit is een sterke doehetzelfmarkt met een aantrekkelijk aanbod voor consumenten.

Als retailer maken we voortdurend een zorgvuldige afweging tussen kosten, marktontwikkelingen en de belofte die we aan consumenten doen. We proberen prijsverhogingen waar mogelijk te beperken en nemen alleen commerciële besluiten die verantwoord zijn en passen bij de marktomstandigheden. Daarbij staat het belang van de klant altijd voorop, uiteindelijk is hun belang ook ons belang.”

reren. “De inzet van retailmedia bijvoorbeeld is zo’n nieuw businessmodel. Retailmedia is het adverteren op de eigen kanalen van retailers, zoals websites, apps en winkels. Met gebruik van hun klantdata kunnen retailers merken in staat stellen om shoppers gericht te bereiken, dicht bij het aankoopmoment.”

Ook briefje van andere bouwmarktketens?

Genoeg stof tot nadenken. Maar wat nu als leveranciers de gevraagde extra procenten aan Praxis geven? Komt Hornbach dan ook in actie? Post is duidelijk: “Het is niet zo dat wij automatisch in de pen klimmen en ook zo’n brief sturen aan alle leveranciers om die 2% te zoeken.”

Ook Pieters van Bauhaus is kort: “Nee. Er zullen hier en daar misschien wel gesprekken volgen, maar zeker niets collectiefs.”

Die ruimte neemt Post van Hornbach ook. “Als wij diezelfde argumenten hebben als Praxis, dan is dat reden voor gesprek.” En: “Dan ga ik ervan uit dat onze inkopers dat in hun jaargesprekken op die manier meenemen. Want het is bij ons echt een uitzondering als we tussentijds bij leveranciers aankloppen voor aanscherping van de condities.” En Hubo? Hebben ze daar al een collectief briefje klaarliggen? “Nee joh”, zegt De Bruin. “Volgens mij beginnen we eerst met een goed gesprek. Zo doe je dat in een goede relatie, toch?”

WATERDICHT

AFDICHTEN, BESCHERMEN EN REPAREREN

Bison Waterproof Seal

✓ Voor droge & vochtige ondergronden

✓ Ook te gebruiken als er regen op komst is

Bison Rubber Seal ®

✓ Voor droge ondergronden

✓ 750% blijvend elastisch

Ik werk alleen met Bison.

NIQ GfK januari 2026: +3,4%

MIX presenteert maandelijks de omzetcijfers van de Nederlandse bouwmarkten als benchmark voor de ontwikkelingen in de DHZ-retail. Dat doen we op basis van NIQ GfK’s DIY Recap, het maandoverzicht van de trends in de bouwmarkten zoals die door de Amstelveense marktonderzoekers in Nederland worden gemeten.

We staan nu met de januaricijfers aan het begin van 2026. Met een groei van +3,4% zijn we opnieuw positief van start gegaan en is de eerste € 345 mln omzet van 2026 gerealiseerd. Natuurlijk gaan we kijken hoe dit over de segmenten verdeeld is, maar met alleen januari is het ook goed om nog wat verder terug te kijken naar de afgelopen jaren. In grote lijnen zijn natuurlijk de bekende assortimentsgroepen aanwezig in de bouwmarkt, echter over de jaren heen zien we hier zeker verschuivingen.

Segmenten die in aandeel afnemen, hoeven niet per se omzet te verliezen, aangezien we de afgelopen jaren een gestage groei zagen. Als we teruggaan naar 2020, het eerste covid-jaar, nam de omzet toe van 3,2 miljard euro in 2019 naar net geen € 4 mrd in 2020. Het jaar daarna daalde de omzet fors naar ruim € 3,3 mrd. Pas in 2024 zijn we door de grens van 4 miljard gestoten en afgelopen jaar zaten we bijna op € 4,2 mrd. Daarmee is de omzet tussen 2019 en 2025 met € 1 mrd toegenomen.

Verf is goed voor 8,6% aandeel

De bekende assortimentsgroep verf had vorig jaar een aandeel van 8,6% in de bouwmarkt. Daarmee redelijk stabiel over de laatste 3 jaar. In 2020 piekte het aandeel verf nog boven de 10%, nadat het de jaren daarvoor langzaam jaar voor jaar was teruggelopen. Waar ooit de verfspeciaalzaken een groot aandeel in de verfomzet hadden, hebben we jaren geleden al een verschuiving naar de bouwmarkt gezien. Met de ontwikkelingen van de afgelopen jaren, waar internet een steeds belangrijkere rol in de retail inneemt, kan verf ook online besteld worden. Ook zien we dat discountformules een aanbod van verf en DHZ-artikelen in de winkel heeft staan.

Sanitair gedaald

Ook sanitair is een groep die in 2017 nog bijna 10% aandeel in de bouwmarkt had en eigenlijk vanaf de covidperiode naar een lager niveau is gedaald. In 2020 had het een aandeel van 8,5%, waar het na 2023 onder de 8% uitkwam en het in 2025 een aandeel van 7,3% van de omzet noteerde.

Branchevreemd gegroeid

Groepen die de laatste 10 jaar een groter aandeel hebben verkregen, zijn bijvoorbeeld bouwmaterialen. Dit segment is van 3,4% naar 5,6% gestegen. Ook bouwchemie gaat van een 3,7% aandeel naar 5% van de omzet in de bouwmarkten. Hout- en plaatmateriaal is ook zo’n groep die van 6,5% naar 8,2% in 2025 is gegroeid. Je ziet aan de ene kant dat in de bouwmarkten, over de jaren heen, geregeld ‘branchevreemde’ producten worden verkocht. Van huishoudelijke apparaten tot telecom of tegenwoordig ook frisdrank, maar aan de andere kant groeien ook de meer stereotype bouwmarkt segmenten zoals bouwmaterialen, etc.

Januari-cijfers Verf

Met januari is er nog niet heel veel te zeggen over het nieuwe jaar. De verfomzet begint positief met een groei van een kleine +3% ten opzichte van januari 2025. Met het koude weer in de maand januari is het een mooi moment om het binnen-schilderwerk weer op te pakken. Daarmee is meer dan de helft van de verfomzet in januari gerealiseerd door muurverf en ook qua groei met meer dan +4%, de sterkste groei binnen het verfsegment. Lakken groeide met ruim +1%, waarbij houtbescherming/beitsen het enige grote segment is dat een daling liet zien van –3%.

Sanitair

Waar we eerder besproken dat sanitair over de laatste 10 jaar aandeel verloren heeft, begint januari wel positief met een groei van +2%, waarbij de uitschieter badkamermeubelen +8% meer omzet noteert. Ook kranen doen het goed met +6%. Groot sanitair, badkameraccessoires en doucheproducten blijven achter bij de groei in sanitair.

Elektra

Januari behoort tot de donkere maanden, dat zien we ook terug in de omzet van elektra. Het aandeel van de maand januari is bijna 10% ten opzichte van het hele jaar en een daling van –1% ten opzichte van januari 2025. Hoewel januari voor ledlampen en verlichtingsarmaturen een belangrijke maand zijn, zien we de omzet voor beide categorieën wel teruglopen met respectievelijk –3% en –6%. Elektrische beveiliging schaffen we ook meer aan als het buiten donker is en groeit in januari met +8%.

Raamdecoratie & zonwering

Net als voor elektra, zullen we in de wintermaanden de gordijnen wat vaker dichtdoen. De maand januari heeft ook een groter aandeel in de totale jaaromzet en waar het vorig jaar goed was voor een aandeel van 8,4%, zal het dit jaar dichter bij 9% liggen. De groei voor dit segment kwam uit op +9%, waarbij gordijnstoffen met +24% de uitschieter in deze groep is. Ook gordijnrails en toebe-

Auteur Stephan Bakkum, GfK

DIY Recap nader bekijken?

MIXplus-abonnee’s hebben toegang tot deze GfK-data via www.mixonline.nl/marktcijfers

NIQ GfK’s DIY Recap

Wat moet je weten als je naar deze cijfers kijkt? Op basis van de kassa-aanslag vormt zich een hard cijfer van het totaal aan omzet; NIQ GfK rapporteert consumentenwaarde incl. btw. Het DHZ-universum van de NIQ GfK rapportage omvat de bouwmarkten Bauhaus, Gamma, Hornbach, Hubo, Karwei, Kluswijs en Praxis.

De grote variëteit van producten in de DHZ-retail is op een inzichtelijke manier gegroepeerd in een 7-tal hoofdgroepen en een restgroep.

Over NIQ NielsenIQ (NIQ), leider in consumentenkennis, biedt het meest complete inzicht in het koopgedrag van consumenten en onthult de groeikansen van morgen. NIQ fuseerde in 2023 met GfK, waarbij twee marktleiders met ongeëvenaarde wereldwijde reikwijdte werden samengebracht. Onze wereldwijde reikwijdte beslaat meer dan 90 landen en dekt ongeveer 85% van de wereldbevolking en meer dan $7,2 biljoen aan wereldwijde consumentenuitgaven. Met een holistisch retailoverzicht en de meest uitgebreide consumenteninzichten — geleverd met geavanceerde analyses via state-of-the-art platforms — biedt NIQ

The Full View. Bezoek voor meer informatie www.niq.com

horen (+12%) is stevig gegroeid. Zonwering, ondanks een kleine groei, is een groep die we later in het jaar zullen tegenkomen.

Overige

Kijken we dwars door de segmenten heen, dan kunnen we er in januari nog wat uitschieters uithalen. Badkamermeubelen deed het goed, maar ook de categorie meubelen zelf wordt relatief meer verkocht in januari. De omzet in meubelen is wel met –7% teruggelopen. Ook voor “branchevreemd” was januari een relatief goede maand. Zowel kleine huishoudelijke apparaten, telecom (klein segment), IT-producten en huishoudelijke artikelen deden het zeer goed in januari.

Samengevat

Als we jaar na jaar kijken, lijkt het soms of er tussen de segmenten weinig verschuift, maar als je de tijdlijn wat verder doortrekt, dan zie je wel degelijk dat er verschuivingen plaatsvinden. Zowel de niet-specifieke bouwmarktproducten als ook juist de bij uitstek bouwmarkt categorieën deden het goed. Januari is ook opnieuw goed begonnen, wat hoopgevend is voor de rest van het jaar. Maar aangezien we op het moment van schrijven opnieuw in een onrustige wereld met stijgende energieprijzen zijn terechtgekomen, moeten we afwachten wat de invloed hiervan zal zijn op onze markt.

2026 t.o.v. 2025

Totaal: +3,4%

Houtbescherming: –3%

Lakken: +1%

Muurverf: +4%

Elektra

Ledlampen: –3%

Verlichtings armturen: –6%

Elect. Beveiliging: +8%

Sanitair

Badkamermeubelen: +8%

Kranen: +6%

Groot Sanitair: +1%

Badkameraccessoires: 0%

Raamdecoratie & zonwering

Gordijnstoffen: +24%

Gordijnrails en toebehoren: +12%

DIY Recap

Op basis van haar Total Store Report maakt GfKspeciaal voor Vakblad MIX een DIY Recap met de meest actuele groeicijfers. Hier de cijfers van januari.

YTD Jan 26 MAT Feb 25 - Jan 26

TOTAAL

Bouwchemie & Bouwmaterialen Deco

Deuren, kozijnen, hout&plaat

Electra

Sanitair & tegels

Tuin

IJzerwaren en gereedschap

Overig

KWARTAAL

Nov 25 - Jan 26

MAAND Jan 26

DIY Recap nader bekijken? MIXplus-abonnee’s hebben toegang tot deze GfK-data via www.mixonline.nl/marktcijfers

Grafiek: MIX, Bron: GfK Retail & Technology

Succesfactoren van Karwei Roelofarendsveen

“Hoe meer mensen om mij heen, hoe leuker ik het vind”
Auteur Jeroen Rietvelt Fotografie Marjolein Ansink

Een jaar lang mocht Karwei Roelofarendsveen zich ‘Bouwmarkt van het Jaar 2024’ noemen, een titel die werd toegekend na de interne verkiezing van Intergamma. Volgens het juryrapport blinkt de vestiging uit in service en deskundigheid, met een sterke focus op klant en winkelbeleving. MIX nam een kijkje en vroeg naar de succesfactoren.

Een paar maanden geleden vierde het team de winst van de verkiezing met een gezamenlijk uitje. Medewerkers van het hoofdkantoor van Intergamma namen die dag de werkzaamheden in de bouwmarkt over. “Het was een geslaagde dag. Met de verkiezing wil Intergamma medewerkers belonen en inspireren”, legt bouwmarkt- en operationeel manager Erik van Rijn (54) uit. Voor de verkiezing worden het hele jaar door metingen gedaan, zoals vijf bezoeken van een mystery shopper en twee commerciële audits, waarbij gekeken wordt vanuit het oogpunt van de klant. Hierbij wordt onder andere gekeken naar schappenplannen, beprijzen en of de folder en de acties herkenbaar zijn. Tijdens periodes van twee weken wordt ook nog naar de omzet van specifieke groepen gekeken, zoals de bestelzuil en bijverkoop. Tenslotte vormt de NPS-score een belangrijke graadmeter, hiervoor ontvangen klanten met een Karweikaart regelmatig een enquête.

“De opzet van de verkiezing wordt steeds aangepast, vooral om het voor iedere Karwei interessant te houden – ook als je aan één item niet kunt voldoen. Voor dit jaar is het een verkiezing voor alle Karwei bouwmarkten, waarbij na aan aantal metingen er tien overblijven, waarvan drie de finale mogen spelen. In 2024 was het een iets andere meting. Met ons team hebben we naar de metingen gekeken, zoals bij de bijverkoop. Daar lagen nog kansen en we hebben gekeken bij welke groepen dat kon. En we zeggen bijvoorbeeld altijd ‘goedemorgen’, ook onderling.” Hij zag de gretigheid toenemen: “Hoe hoger we met onze winkel kwamen,

hoe enthousiaster het team werd. Uiteindelijk scoorden we goed op de commerciële audit, mystery shopper en onze NPS-score. Bij de laatste zaten we zelfs heel hoog”, zegt Van Rijn trots.

“Ik hoef niet vooraan te staan, maar ben er wel trots op als we iets bereiken”

Met plezier naar én van je werk

“Bij de uitreiking van de prijs vertelde ik over onze aanpak, die uit drie delen bestaat: doe wat je moet doen, doe wat van je verwacht wordt en ga mee met veranderingen”, zegt Van Rijn. “Pas dat laatste lokaal toe, want jij weet namelijk wat het beste is voor jouw bouwmarkt. Dat is de reden dat we de eerste plaats behaald hebben.” De sleutel om te investeren in deskundigheid en in het teamgevoel is volgens hem om veranderingen bij mensen neer te leggen. “Het is belangrijk dat je met plezier naar je werk gaat, maar ook dat je met

BUITENLAK DIE MOEITELOOS INDRUK MAAKT

Sikkens Rubbol Buitenlak

Moeiteloze verwerking en een spiegelglad resultaat.

*Brand Health onderzoek 2026. Meer info: sikkens.nl/buitenlak.

plezier naar huis gaat. Dat is het ideaalbeeld. Vaak ligt de focus op het eerste, maar je bent hier acht uur per dag. Mijn aanpak is om ze te betrekken bij veranderingen en ze samen nieuwe plannen te laten bedenken. Het resultaat? Iedereen doet een stap extra. Daarbij mag in de dagelijkse praktijk soms even onvrede zijn, dat is heel menselijk. Maar dat mag je niet te lang laten hangen. Zaken spreken we zo dan ook zo snel mogelijk uit. Op deze manier geven we vertrouwen, dat krijg ik zelf ook al dertig jaar.”

De winkel is onderdeel van De Carpentier-Mooren groep, waarbij eigenaar HeinJan Mooren op de achtergrond meekijkt. “Hij weet wat er bij ons speelt, waarbij we veel vertrouwen van hem krijgen. Daarbij geeft hij ons de vrijheid om onze eigen bouwmarkt te maken. Dat heeft zeker in de verkiezing meegespeeld.” Van Rijn herkent het ondernemerschap bij Mooren. “Omdat we onderdeel zijn van een groep kunnen we snel schakelen. Zo kunnen we gebruikmaken van een extra leverancier. Het woord ‘nee’? Dat kennen we niet.”

Confronterend rapport

Om als winnaar uitgeroepen te worden, ging er een heel traject aan vooraf. Al jaren geleden werd een bureau ingeschakeld om kansen en verbeteringen te zien. Zij registreerden twee weken lang alles en namen interviews af. Het resulteerde in een rapport van maar liefst tachtig pagina’s. “Ik heb het drie keer gelezen, waarna ik mijn spullen wilde pakken en alles inleveren”, zegt Van Rijn, die het verslag omschrijft als ‘heel confronterend’. “Met die adviezen hebben we plannen gemaakt en zijn we zaken op gaan pakken waar we niet meer goed naar keken, waarvan we dachten dat het automatisch ging. Dat is een belangrijk onderdeel geweest van hoe we de titel hebben kunnen bemachtigen. Ieder jaar selecteerden we vijf aandachtspunten uit het rapport en werkten we daar gericht naartoe. We hebben een paar jaar nodig gehad om zaken te verbeteren. De klant stond daarbij centraal, waarbij het team steeds enthousiaster werd. Want onze mensen, die zijn het belangrijkste”, benadrukt Van Rijn nogmaals. “We hebben een hechte groep van vaste- en parttime medewerkers, zonder groot verloop. Ook zijn we een leerbedrijf waarbij stagiaires vaak blijven hangen.” Zelf is hij een voorbeeld van loyaliteit:

tijdens zijn schooltijd werkte hij al in de bouwmarkt waar hij ook zijn stage liep. Na een uitstapje keerde hij terug, waarna hij alle functies doorliep.

Liefst met mensen

Hij is niet negatief over het personeelstekort in de branche. “Misschien ligt dat ook aan de dorpse mentaliteit of horen mensen dat het leuk is om hier te werken. Kijk, in een supermarkt kun je vakkenvullen, maar hier ga je een reis aan met de klant. Iedere medewerker neemt een klant mee, we lopen mee met de klus van begin tot eind, als dat nodig is. Daarbij hebben we specialisten in huis. Voor onze kennis maken we veel gebruik van de Karwei Academy. De medewerkers zijn op verschillende plekken in te zetten, zoals kassa in de ochtend en in de middag op de verfafdeling. Zo kun je klanten meenemen in het proces”, zegt Van Rijn, die daarbij zegt dat het een voordeel is van een hecht team. “Vaak wordt er gevraagd naar een specifieke medewerker, dat is een vertrouwd gezicht. Op onze beurt vragen we of het gelukt is, wanneer klanten weer binnenstappen.”

In zijn vrije tijd is Van Rijn actief in verschillenden andere functies. Zo is hij voorzitter van de plaatselijke voetbalvereniging, was hij vijfentwintig jaar actief bij de vrijwillige brandweer en is hij twaalf jaar actief geweest als bestuurslid van de winkeliersvereniging, waarvan de laatste zes jaar als voorzitter. Tenslotte is hij bestuurslid van de VvE voor het industrieterrein. “Ik wil iets voor de gemeenschap doen, waarbij ik onder de mensen ben en kan

De 5 zekerheden voor zorgeloos voorraadbeheer

Bij Stock&Trade zijn we expert in het opkopen van overtollige voorraden. We hebben daarbij een bijzondere liefde voor merkproducten. Vooral in de bouwgroothandel en DHZ-retail kennen we ons vak.

Waarom met ons samenwerken?

We zijn discreet, recht door zee en werken helder en snel. Als vaste partner profiteert u automatisch van onze 5 zekerheden. Hierdoor voorkomt u magazijnruimte met incourante voorraden en zorgen wij dat uw voorraad altijd in topvorm is.

Stock & Trade koopt alle overtollige voorraden op 1

Experts die weten wat uw voorraad waard is 2

Ook profiteren als vaste partner?

Neem dan contact op!

Heldere orderafhandeling en korte routering 4

Wij verkopen uw producten buiten het reguliere kanaal 3 Snelle betaling 5

We take care of your inactive stock

ondernemen. Want hoe meer mensen om mij heen, hoe leuker ik het vind.” Daarbij ziet hij zijn werk wel eens als een roeping. “Geen dag is hetzelfde, je moet schakelen en flexibel kunnen zijn: zowel met personeel als op de winkelvloer met klanten. Het is leuk om samen met een team te werken en zaken te bereiken. Er is altijd ontwikkeling en het staat nooit stil. Iedere dag ga ik met plezier naar mijn werk én kom ik daar weer van terug. En ja, natuurlijk heb je weleens een dag dat het minder is.” Daarbij werkt hij gemiddeld veertig uur in de week. “We hebben een mooi rooster, waarbij je één avond per week, om de zaterdag en op één zondag in vier weken werkt. Omdat we een platte organisatie hebben, betekent het dat ik gewoon meeloop. De zaterdag is de mooiste dag van de week, dan is het lekker druk en kun je even een praatje maken.”

Karwei staat er goed voor

Met de winkel profiteert Van Rijn van de synergie tussen De Carpentier-Mooren groep en de Karwei-formule. “Karwei staat er goed voor,” zegt hij tevreden. “Met de decoratieve groepen zijn ze goed bezig bij Intergamma. Of neem ‘Advies aan huis’, dat is een goed voorbeeld hoe de formule en lokaal ondernemerschap samenkomen.” De organisatie biedt hem structuur en neemt veel werk uit handen, wat volgens hem essentieel is. Daarbij ziet Van Rijn hun winkel als de gereedschapskist van het marktgebied: “Het marktaandeel is heel hoog in ons verzorgingsgebied, maar dat kan ook een valkuil zijn. Onze gemiddelde besteding ligt iets lager dan bij andere Karwei-winkels, waarbij we wel meer herhalingsaankopen hebben. Een klant kan op één dag zelfs vier keer binnenlopen voor dezelfde klus.”

Online ziet hij nog kansen voor Karwei Roelofarendsveen.

“Wij beschikken in de bouwmarkt en online over een totaalassortiment, waar we iedere klant kunnen voorzien in hun behoefte. Online biedt extra kansen voor bestellingen of voor longtail, daarop kun je sturen in een verkoopgesprek.” Hij ziet dat veel zaken centraal geregeld zijn. “En dat is goed, maar we houden daarbij wel de vinger aan de pols. Het spel samen met het hoofdkantoor spelen is leuk. Ze denken mee, uiteraard tot op zekere hoogte. En ja, soms geeft dat weleens wrijving. Maar ik zie dat de samenwerking tussen de bouwmarkt en het hoofdkantoor veel beter is geworden. Zij hebben veel ervaring in huis, dat is waardevol. Daar maken we zeker gebruik van, net zoals die van alle mensen die bij onze winkel betrokken zijn.”

Lichter met dezelfde hoge kwaliteit

Lichtgewicht producten van Weber

Met Weber Lichtgewicht beton wil Weber Beamix de drempel voor consumenten verlagen om zelf

beton toe te passen. Het beton is 30% lichter dan traditioneel beton en laat zich comfortabel tillen, mengen en verwerken. Het biedt wel dezelfde sterkte als normaal beton.

“Een zak lichtgewicht beton van 18 kilo geeft dezelfde opbrengst als een zak traditioneel beton van 25 kilo. Dat betekent minder sjouwen voor dezelfde hoeveelheid beton. Het werken met beton heeft het imago erg zwaar te zijn, maar met Weber Lichtgewicht beton hebben we een licht en eenvoudig te verwerken alternatief”, zegt Udo Snijer, Productmanager Concrete en Civiel.

Hoewel veel consumenten misschien denken minder product te kopen met een zak van 18 kilo in plaats van 25 kilo, benadrukt Snijer dat ze dezelfde hoeveelheid beton kopen. “Wanneer je de mortel aanmaakt tot beton, levert onze lichtgewicht variant bij een laagdikte van 5 centimeter precies dezelfde hoeveelheid op als een traditionele zak van 25 kilo.”

Ergonomische en constructieve voordelen

Daarmee laat Weber Beamix volgens Snijer zien dat innovatie en verduurzaming verder gaan dan het terugdringen van de CO2-uitstoot. “Net zoals dat voor de professionele verwerkers geldt, willen we ook de consumenten in staat willen stellen om onze producten steeds lichter en comfortabeler te verwerken zonder aan kwaliteit in te boeten. Ergonomie speelt een belangrijke rol in onze productontwikkeling.”

Het voordeel van het lichtgewicht beton beperkt zich overigens niet alleen tot de gebruiker. Ook in het eindproduct profiteer je van het lichtere gewicht. Ten opzichte van grindbeton kun je constructies maken die 30% lichter zijn. Dat maakt Weber Lichtgewicht beton bij uitstek geschikt voor bijvoorbeeld verdiepingsvloeren.”

Van fundering tot plat dak

Behalve voor verdiepingsvloeren is Weber Lichtgewicht beton ook geschikt voor het aanbrengen van beton op platte daken en balkons. Daarnaast kan het toegepast worden voor het storten van betonvloeren in combinatie met zwaluwstaartplaten en het opvullen van holle bouwelementen, sandwichpanelen, leidinggoten en sleuven.

Snijer: “Consumenten die zelf bijvoorbeeld een aanbouw of tuinhuis willen realiseren, kunnen Weber Lichtgewicht beton ook gebruiken voor de fundering. Dankzij bepaalde toeslagmaterialen is enerzijds het gewicht omlaag gebracht en de verwerkbaarheid verbeterd en anderzijds de kwaliteit en sterkte nog steeds gegarandeerd.”

Vertrouwen geven

Om consumenten het vertrouwen te geven om zelf met beton aan de slag te gaan, wil Weber Beamix hen zo goed mogelijk ondersteunen. “In onze BouwWijzer hebben we daarom een duidelijk stappenplan opgenomen, waarin we consumenten stap voor stap meenemen in het aanmaken en verwerken van het beton,” zegt Heleen Voskuil, Channelmanager Retail Benelux. Daarnaast zal Weber Beamix in een campagne aandacht besteden aan de voordelen van het werken met lichtgewicht bouwmaterialen. “Naast het lichtgewicht beton dat we nu onder de aandacht brengen, hebben we voor het doe-het-zelfkanaal ook al een lichtgewicht tegellijm, lichtgewicht zandcement én lichtgewicht metselmortel. Hiermee kunnen we voor alle basisklussen een lichtgewicht product aanbieden.”

Van bewustwording naar ervaring

De eerste fase van de lichtgewichtcampagne, richtte zich voornamelijk op de voordelen van het werken met lichtgewicht materialen. “In de tweede fase van de campagne gaan we die

voordelen letterlijk en figuurlijk een gezicht geven. Daarvoor gebruiken we testimonials van consumenten die vertellen hoe de lichtgewicht producten hun geholpen hebben in hun klus”, zegt Voskuil. “Deze ervaringen van consumenten delen we via verschillende kanalen, zoals social media. Dezelfde campagnebeelden zijn ook zichtbaar in de winkels, wat voor herkenbaarheid zorgt bij de consument.”

Lichtgewicht als standaard

Lichtgewicht bouwmaterialen worden volgens Snijer door veel consumenten nog als premium en bijzonder gezien. Een imago dat Weber Beamix wil veranderen. “De introductie van de lichtgewicht alternatieven voor consumenten is een stap naar de nieuwe standaard. Zo hebben we voor de productgroep tegelen al een compleet lichtgewicht assortiment dat we via onze retailpartners op de markt brengen.”

Om consumenten en retailpartners te overtuigen van het gemak van werken met de lichtgewicht materialen biedt Weber Beamix trainingen aan. “Dat kan bij de winkels op locatie voor de medewerkers, maar we beschikken ook over een eigen Training Center waar we deze trainingen kunnen aanbieden”, voegt Snijer toe.

Saint-Gobain Weber Beamix, Eindhoven, 040.259.79.00, helpdesk@weberbeamix.nl, www.nl.weber Scan mij

Hiipers marktcijfers over DHZ, tuincentra en woonwinkels

Huishoudens zonder kinderen drijven groei

Ook in periode 2 van 2026 nam Hiiper de consumentenbestedingen in doe-het-zelf weer onder de loep. En wat blijkt? Alle gemiddelde bestedingen dalen, behalve die van Gamma en Hubo. En huishoudens zónder kinderen lijken actiever bezig te zijn dan vorig jaar met verbeteringen aan en om het huis.

Data zijn essentieel om te winnen. Denk aan bestedingen van klanten bij de concurrent of de ontwikkeling van spelers die buiten de klassieke branches vallen. Als er geen compleet overzicht van de consumentenbestedingen is, hoe kun je dan zien hoe je in de totale markt wint?

Met dagelijks inzicht in meer dan 200.000 Nederlandse huishoudboekjes, biedt Hiiper een feitelijk en compleet beeld van consumentengedrag, binnen elke b2c-branche. Een unieke combinatie van insights om kansen voor groei te identificeren. Om een completer overzicht van consumentenbestedingen in de DHZ-retail en bouwgroothandel te bieden, deelt data & insightsbureau Hiiper in MIX periodiek de consumenten penetratiecijfers van doe-het-zelf, tuincentra en woonwinkels, gemiddelde bestedingen voor de top 5 retailers en deze keer een deepdive op de verdeling van doordeweekse- en weekend uitgaven in elke branche.

Landelijke penetratiecijfers periode 2

Doe-het-zelf*

24% Van de Nederlandse huishoudens heeft minimaal 1 transactie binnen de Doe Het Zelf sector gedaan in periode 2. Net als vorige periode is dit is een daling ten opzichte van de vorige periode. Echter, ten opzichte van dezelfde periode van vorig jaar is dit een stijging van bezoekende huishoudens.

Tuincentra

Tuincentra worden bezocht door 11% van de Nederlandse huishoudens in P2. Ook hier is dit aantal gedaald ten opzichte van vorige periode en ook ten opzichte van vorig jaar zien we een stijging van bezoekende huishoudens in deze periode. Met het voorjaar voor de deur zet deze trend zich hopelijk voort en is deze branche goed van start voor de belangrijkste periode van het jaar.

Top 5 transactiewaarde DHZ-Retailers

Als we naar de gemiddelde bonwaarde kijken, staat Hornbach soeverein bovenaan, gevolgd door Karwei. Beide formules zien, net als de Praxis, wel een daling in de gemiddelde waarde op de bon ten opzichte van vorig jaar. Gamma en Hubo zijn de twee formules die haar gemiddelde transactiewaardes op zien lopen met respectievelijk 2% en 5%.

Penetratie-ontwikkeling per type huishouden

In deze editie van Hiiper-cijfers kijken we onder de motorkap van de penetratie-ontwikkeling per branche.

Voor elk van de branches hebben we gekeken welk type huishoudens het meeste bijdragen aan de penetratieontwikkeling van de hele branche. Hierbij hebben we het onderscheid gemaakt tussen huishoudens met kinderen en huishoudens zonder kinderen.

Vooral bij de doe-het-zelfbranche zien we dat huishoudens zonder kinderen drijver zijn van de groei in bezoekende huishoudens. Ook zien we de penetratie van deze groep harder stijgen in de tuinbranche. Huishoudens zonder kinderen lijken dus actiever bezig te zijn dan vorig jaar met verbeteringen aan en om het huis dan hun tegenhanger. In de woonwinkels zien we bij beide groepen een daling ten opzichte van vorig jaar.

Woonwinkels**

Tot slot zien we een vergelijkbare ontwikkeling binnen woonwinkels. Zowel ten opzichte van vorig jaar en ten opzichte van periode 1 zien we een daling in bezoekende huishoudens. Met 17% penetratie in Periode 2 ligt de aantrekkingskracht van deze branche wel boven die van de tuincentra.

* Hiiper kijkt naar consumentenbestedingen. Bestedingen van zakelijke/ professionele klanten, vallen daar niet onder.

** Meegenomen formules zijn o.a. Kwantum, Leen Bakker, Ikea, Woonexpress.

periode 3 ‘24

Landelijke penetratiecijfers periode 2‘26

Transactiewaarde Top 5 DHZ retailers

De wereld van internationale doehetzelf komt naar Amsterdam:

Mis de Global DIY-Summit niet

Voor één keer hoeven Nederlandse retailers en hun toeleveranciers niet ver te reizen om bij het belangrijkste vakinhoudelijke evenement van het jaar aanwezig te zijn.

Van 16 tot en met 18 juni 2026 verwelkomt de RAI in Amsterdam de 12e editie van de Global DIY-Summit, hét internationale netwerkevenement voor de doe-het-zelfsector.

Wat is de Global DIY-Summit?

De Global DIY-Summit is het toonaangevende jaarlijkse congres voor topmanagers en beslissers uit de internationale doe-het-zelfretail en hun toeleveranciers. De editie van 2026 wordt de twaalfde op rij en trekt meer dan 1.100 deelnemers uit meer dan 50 landen, waaronder ruim 400 retail-directeuren van de grootste ketens ter wereld. Van Home Depot en Kingfisher tot Hornbach, Bauhaus, Bunnings en ADEO.

Het thema van de 2026-editie is veelzeggend: Accelerating in a New Global Reality: Building Collective Awareness for a Fast-Changing World. Dat weerspiegelt exact de uitdagingen waarmee de sector momen-

teel worstelt. Geopolitieke spanningen, veranderend consumentengedrag, de opkomst van kunstmatige intelligentie, verduurzaming van de keten en de groeiende concurrentie van online marktplaatsen: het zijn thema’s die elke retailer en leverancier in Nederland dagelijks voelt.

Programma raakt wat er écht speelt

Het congresprogramma is opgebouwd rond twee pijlers: Collective Awareness en Collective Action. De eerste pijler belicht de macro-economische, geopolitieke en maatschappelijke verschuivingen die het speelveld herdefiniëren, met sessies over nieuwe groei-

motoren zoals AI, retail media en de opkomst van India als markt. De tweede pijler richt zich op concrete strategieën: duurzaamheid en circulaire economie, datagedreven categoriemanagement, cybersecurity en leiderschap in tijden van snelle verandering.

Indrukwekkende sprekerslijst: mét Joost de Beijer

De sprekerslijst voor Amsterdam is al grotendeels bekend en mag er zijn. Een opvallend hoogtepunt voor Nederlandse bezoekers: Joost de Beijer, CEO van Intergamma, het moederbedrijf van Gamma en Karwei verzorgt op 17 juni een van de keynotes van de dag. Hij spreekt vroeg in het ochtendprogramma, direct na de opening en de Global Economic Outlook door Ira Kalish, Chief Global Economist van Deloitte.

De Nederlanden zijn overigens nog breder vertegenwoordigd. Huib Kranendonk, CEO van Royal Lemkes — de grootste groothandel in planten en bloemen van Europa — spreekt op 18 juni over data-gedreven retail.

En Ed Sander, bekend als China Digital Tech Analyst bij Tech Buzz China, duikt op 17 juni in het fenomeen Temu: hoe werkt het Chinese e-commerceplatform, en wat betekent het voor de Europese retailmarkt?

Verder op het podium staan onder anderen Dan Starr (CEO van de gefuseerde Amerikaanse coöperaties Do it Best & True Value), Chris Blatchford (CTO van Kingfisher Group) over cybersecurity, Ken Hughes (consumentengedragsexpert en King of CX) over de generatiekloof in doe-het-zelf, en Jean-Jacques Van Oosten over AI, marktplaatsen en de herontdekte

Meer informatie, het volledige programma en tickets zijn beschikbaar via diysummit.org.

fysieke winkel. Clara Lorinquer en Carlos Malo Cantarino van ADEO spreken over duurzaamheid, terwijl Sacha Stolp namens de gemeente Amsterdam het woord neemt over klimaatadaptieve supply chains. Een rijke mix van retailstrategie, technologie en duurzaamheid, op een zeer internationaal niveau.

Veel meer dan een congres

De DIY Summit is meer dan een reeks sprekerssessies. Op 16 juni opent de expo, een showcase van internationale merken, technologieoplossingen en logistieke innovaties die volledig geïntegreerd is in het congres. Wie tijdig aanwezig is, kan ook deelnemen aan de storetour door Amsterdam: een bezoek aan doe-het-zelf- en tuinwinkels van de stad, met aandacht voor winkelontwerp, digitalisering, duurzaamheid en klantbeleving. De avond van 16 juni staat in het teken van de Get-Together in de expositieruimte, een informele netwerkavond om kennis te maken met internationale collega’s vóór het officiële startschot van het congres. Op 17 juni volgt een Gala Dinner, het prestigieuze slotdiner met fine dining, entertainment en de uitreiking van de Global DIY Lifetime Award. Voor wie nog twijfelt.

Praktisch: tickets en deelname

Tickets kosten € 2.495 exclusief btw voor de algemene categorie en retailers. Leden van EDRA/GHIN (de Europese brancheorganisatie voor doe-het-zelf-retail) en HIMA-leden betalen een gereduceerd tarief van € 2.195.

In de ticketprijs zijn de Get-Together en het Gala Dinner inbegrepen.

Baderie-moeder IGM zet vooral in op ontzorging

“Wij zien bouwmarkten niet als concurrent”

Bij IGM draait het niet in de eerste plaats om de kraan, de douchecabine of het badmeubel. “Wij zeggen altijd: ‘klanten komen bij Baderie voor een Baderie-badkamer. En niet voor een losse kraan’.” In gesprek met MIX en MIXpro schetst CEO Jos Roodhuizen hoe de formules Baderie, Bad in Beeld en InstalCenter zich tot elkaar verhouden, waar hun propositie afwijkt van bouwmarkten en bouwgroothandels en waarom complete ontzorging het onderscheidende vertrekpunt is.

IGM werkt met drie formules. “Dat zijn Instalcenter, Baderie en Bad in Beeld. InstalCenter is echt gericht op de installateur.” Daarnaast is er Bad in Beeld, dat volgens Roodhuizen ‘formeel een franchiseformule’ is, maar zich ‘eigenlijk meer laat typeren als een inkoopsamenwerking’. Over die formule zegt hij nadrukkelijk: “Daar bemoeien we ons ook echt niet met de vormgeving van je winkel.” De derde formule is Baderie. “Dat is echt een franchiseformule met een uniform gezicht. En de Baderie­naam op de gevel.”

Vooral Baderie?

Die landelijke zichtbaarheid van het merk Baderie maakt ook dat buitenstaanders IGM vaak vooral met Baderie associëren. Toch is dat volgens Roodhuizen maar een deel van het verhaal. “Omdat je met Baderie constant marketingdruk in de markt legt, praten we hier op kantoor voor ons gevoel veel over Baderie.” Maar tegelijkertijd benadrukt hij dat er heel veel aandacht uitgaat naar de andere formules die qua omvang zelfs groter zijn dan Baderie. “We hebben nu ongeveer 35 Instalcenters, 62 Bad in Beeld­zaken en 50 Baderieën.”

Sterker nog: in aantallen vestigingen alsook in inkoopvolume zijn Bad in Beeld en Instalcenter samen groter dan Baderie. “Als je kijkt naar bijdragen in inkoopvolume, is Bad in Beeld gewoon wel veel groter dan Baderie.” Daarbij plaatst hij wel meteen een nuance: “Dat zegt alleen niet zoveel.”

Oorsprong in techniek of in retail

Dat verschil hangt samen met het profiel van de ondernemers. Roodhuizen schetst hoe Baderie historisch is ontstaan vanuit installatiebedrijven die een showroom begonnen. “Dat is ook meer een beetje het klassieke Baderie­profiel: een installatiebedrijf met de focus op techniek, dat een showroom is begonnen.” Maar hij ziet de markt veranderen. “De laatste jaren zie je veel meer retailers die een badkamerzaak beginnen. Dus die regelen de installatie ook wel, maar puur omdat het moet. Dit type ondernemers focust zich eigenlijk veel meer op het maken van een mooie badkamer, net zoals andere retailers een keuken of een woonkamer mooi maken.”

Ondernemers zijn eigenaren

In dat speelveld staan de drie IGM­formules anders gepositioneerd. Bad in Beeld is laagdrempeliger en losser georganiseerd. Baderie is juist een formule waar ondernemers zich langdurig aan verbinden. “Baderie word je niet voor vijf jaar, zeg maar.” Dat verklaart ook waarom aandeelhouderschap binnen IGM alleen voor Baderie­ondernemers is weggelegd. “Iedereen die een Baderie exploiteert, mag een aandeel kopen in de vennootschap.” Daardoor is – zegt Roodhuizen – ‘IGM van de ondernemers’.” Hij maakte zich er hard voor dat ondernemers die aandelen ook tussentijds kunnen kopen. Dus ook als ze daar aanvankelijk niet voor kozen. “Dit om iedereen dezelfde kans te geven en ongelijkheid te vermijden.”

consument in zijn wooncarrière ook een ontwikkeling doormaakt. Eerst is er de klant die zelf een kraan vervangt, later de klant die het nog zelf regelt en combineert, en uiteindelijk de consument die geen gedoe, maar vooral zekerheid en totale ontzorging wil. “Eigenlijk groeien consumenten zo langzaamaan uit tot het Baderie­klantprofiel.”

Die Baderie­propositie vat hij kernachtig samen: “Onze ondernemers zitten over het algemeen niet te wachten op de verkoop van een losse kraan of een douchegarnituur. Dat vinden ze alleen maar lastig. Ze zijn er voor de totaalaanpak en zeggen tegen klanten: ‘Ga lekker een aantal weken op vakantie. Wij slopen de oude badkamer eruit, maken de nieuwe erin. En als je terugkomt, is het schoon. En alles weg’.”

Bouwmarkten zó anders

“Buitenstaanders associëren IGM vaak vooral met Baderie”

“Zou je zelf ook voor Baderie kiezen?”

Het feit dat de Baderie­ondernemers ook de aandeelhouders van IGM zijn, benadrukt het karakter van de formule. Baderie is voor IGM geen productlabel, maar een compleet exploitatiemodel. Net zoals Bad in Beeld en InstalCenter, overigens. Wie vandaag een badkamerzaak zou starten, zou er volgens Roodhuizen juist daarom verstandig aan doen, door zich aan te sluiten. “Als ik nu een badkamerzaak moest beginnen, dan zou ik ook voor Baderie of Bad in Beeld kiezen. Anders moet je alles opnieuw opbouwen. Op eigen naam. En je weet hoe complex marketing geworden is.”

Ingroeien tijdens wooncarrière

Dat sluit aan op wat IGM uiteindelijk verkoopt aan de consument. Niet een losse kraan of badkamermeubel, maar een totaaloplossing. Roodhuizen beschrijft hoe de

Precies daar ziet Roodhuizen ook het verschil met bouwmarkten. “Wij zien dat als zulke verschillende sectoren.” Waar een bouwmarkt volgens hem een ‘fijn meubeltje’ of een ‘losse kraan’ kan verkopen, ligt de rol van Baderie veel verder in de keten. “De kracht is: ik regel van A tot Z. Eerst ontwerpen wij die badkamer. Wij slopen hem en maken de nieuwe. We verleggen de leidingen, installeren de verwarming en elektra. Bereiden het geheel voor op latere duurzaamheidswensen. We betegelen hem en doen al het loodgieterswerk. Technisch volgens alle eisen en cosmetisch op de laatste trends. Inclusief vijf jaar garantie.” “Baderie is eigenlijk gewoon een klein aannemersbedrijf, gespecialiseerd in die badkamer.” Juist die brede montageverantwoordelijkheid maakt het verschil met de doe­het­zelfmarkt, maar zorgt tegelijkertijd voor druk op de uitvoering. “Waar haal ik die mensen vandaan om deze propositie waar te maken?”

Kracht én zwakte

Roodhuizen noemt die spanning expliciet de kracht én de zwakte van Baderie. De montage is een troef, maar tegelijkertijd is dat model arbeidsintensief en fout­

COMPLEET AANBOD AAN SCHAKELMATERIAAL!

LED DIMMERS, SCHAKELAARS, AFDEKMATERIAAL, IP55 OPBOUW, NOODVERLICHTING

SCHAKELAARS

Wisselschakelaars

Serieschakelaars

Wipschakelaars

Kruisschakelaars

3-standenschakelaar

AFDEKMATERIAAL

Afdekramen

Wandcontactdozen

Bedieningswippen

Blindplaten

Centraalplaten

Modular jacks

ONZE KWALITEIT VIND JE BIJ MEER DAN 1.000 VERKOOPPUNTEN, O.A. BIJ

gevoelig. Servicebezoeken, montagefouten en herstelkosten kunnen het rendement snel aantasten. “Je moet er bovenop zitten. Je moet echt heel goed weten wat je doet om er echt ook een rendement uit te kunnen halen.” Daarom gaat het binnen IGM niet alleen over marketing of assortiment, maar ook over exploitatiebegeleiding. “Dat is bijna een soort consultancy. We helpen onze ondernemers gewoon een goede tent runnen.”

“Sommige ondernemers regelen de installatie ook wel, maar puur omdat het moet”

Meer aan productkant?

Voor MIXpro is vooral interessant hoe IGM zich verhoudt tot de bouwgroothandel. Roodhuizen ziet daar een duidelijk ander zwaartepunt. “Als je dan naar deze business kijkt, naar de bouwgroothandel, zitten die toch meer aan de productkant, denk ik.” Tegelijkertijd zijn partijen als Bouwmaat en Galvano kernleveranciers van IGM. Terwijl Bouwmaat­ en Galvano­klanten toch écht in een andere klantreis zitten. “Wij houden de bouwgroothandel én de bouwmarkten in ieder geval niet als eerste concurrenten in de gaten.”

Fluïde marktgrenzen

Toch ziet hij dat grenzen in de markt fluïde worden. Technische verkooppunten krijgen meer het karakter van winkels, en tegelijkertijd zoeken bouwmaterialen­

handel en woonretail elkaar op. Hij noemt een Karwei­ondernemer die ook een bouwgroothandel heeft als voorbeeld van een omgeving waarin werelden samenkomen. Zulke combinaties vindt hij interessant, al benadrukt hij dat exploitatie van een Baderie wezenlijk anders is dan de verkoop van bouwmaterialen of woninginrichting. “Zie bijvoorbeeld hoe moeilijk het was voor Stiho om de sanitairformule Qoqon succesvol in de lucht te houden.”

Discount is vlucht naar voren

Dat Baderie niet op het product, maar op de totaaloplossing – op het samenstel – zit, verklaart ook IGM’s terughoudendheid ten opzichte van discount en e­commerce. Roodhuizen verkocht de e­commerceactiviteiten van Badkamerwinkel.nl aan de e­commercepartij van Sanitairwinkel. “We willen eigenlijk geen exploitaties meer hebben.” Over discount is hij helder: “Dat is eigenlijk altijd een permanente vlucht vooruit.”

In de acht jaar dat hij Badkamerwinkel.nl voor IGM runde, zag hij hoe nieuwkomers telkens weer probeerden klanten te winnen ‘met een kwart procent meer korting’. En hoe concurrenten aanloopverliezen accepteerden in ruil voor marktaandeel. Daarom kiest IGM nu bewust voor toegevoegde waarde.

Vooral op rendement

Private label speelt daarin een ondersteunende rol, maar is geen doel op zich. Met het eigen merk Regn (Deens voor regen) wil IGM vooral rendement en onderscheid voor aangesloten ondernemers organiseren. “De missie van IGM luidt: een zo hoog mogelijk rendement voor aangesloten klanten. En daar sluit

• Ecologisch alternatief voor funderingen

• Snel en eenvoudig te plaatsen

• Voor terrassen en lichte tuinconstructies

• Gemakkelijk te hergebruiken

Bekijk de handige instructievideo

www.pgb-europe.com

ons eigen merk precies op aan.” Het merk is exclusief voor de eigen verkooppunten. Tegelijkertijd houdt IGM het bewust compact. “We zeggen: de basisvraag doe je met Regn. Niet verplicht, maar als het eigen merk niet gebruikt, mis je iets.” Zodra de consument iets bijzonders wil, hoort daar volgens Roodhuizen gewoon weer een A­merk bij. “Zodra een klant iets moois wil of iets unieks, dan moet je ook gewoon een A­merk pakken.”

“Nieuwkomers nemen aanloopverliezen voor lief omwille van marktaandeel”

Zonder borstklopperij

Onder de streep komt in het gesprek één lijn steeds terug: IGM opereert in de badkamermarkt niet op productniveau, maar als partij met toegevoegde waarde. Naar de consument toe is de belofte ‘advies, montage en de totaaloplossing’. Naar de ondernemer toe is de propositie breder: ondersteuning, marketing, recruitment, formulemanagement en hulp bij het runnen van de zaak. Roodhuizen wil IGM zelf ook zichtbaarder maken, maar zonder borstklopperij. “Dit is best wel een bedrijf om trots op te zijn. Vanwege de kracht van de drie formules en hun relevantie voor ondernemers die in een steeds complexere markt niet alleen producten nodig hebben, maar ook ondersteuning op allerlei gebied.”

Kan de bouwmarkt meer omzet halen uit het sanitairassortiment?

De sanitairbranche en sanitairverkopende dhz-sector staan midden in een fundamentele transitie. Waar badkamers jarenlang werden samengesteld uit losse producten, verschuift de markt steeds nadrukkelijker naar complete oplossingen. Bouwmarkten kennen hun eigen rol in dat speelveld, waarbij hun kracht ligt in het beschikbaar hebben van een instapassortiment, snelle beschikbaarheid en scherpe prijscommunicatie.

Themaverhalen kwamen voorheen tot stand op basis van een stelling, aangevuld met reacties uit de markt. Nu vliegen we dat anders aan: de introductie is gebaseerd op een interview met een deskundige, ditmaal Albert Top, directeur van NRG: Crossmarks | SVT | Matters Most | Applepie | RST | Nowmads. Hij benadrukt dat een scherpe positionering van spelers in de sector urgenter is dan ooit. NRG werkt onder andere ook voor sanitairformule Baderie.

Albert, zien jullie een veranderende rol voor verkooppunten richting complete badkameroplossingen – en welke rollen hebben specialisten en bouwmarkten daarin?

Albert Top: “Absoluut. De sanitairbranche beweegt van losse productverkoop naar complete badkameroplossingen. Dat betekent dat de winkel niet langer alleen een plek is waar producten worden gepresenteerd, maar een plek waar beleving, advies en projectcoördinatie samenkomen. De traditionele showroom verandert in een experience-hub. Consumenten starten hun oriëntatie in zo’n 70 procent van de gevallen online. Wat ze in de winkel zoeken, is bevestiging, inspiratie en deskundig advies. Denk aan 3D-configuratoren en ARvisualisaties waarmee je een badkamer echt tot leven brengt. De fysieke winkel moet méér bieden dan wat online al zichtbaar is.

Binnen die ontwikkeling is de rolverdeling duidelijk. Specialisten zoals Baderie moeten zich profileren als dé expert in maatwerk en ontzorging. Met circa vijftig vestigingen en een franchiseformule kunnen zij personalisatie en styling centraal stellen. Dat past bij een premium product-marktcombinatie: de ontzorgde badkamerdroom. Bouwmarkten als Gamma, Praxis en Karwei domineren juist in het prijsgedreven doe-het-zelfsegment. Hun kracht zit in instapassortiment, snelle beschikbaarheid en scherpe prijscommunicatie. Maar bij complex maatwerk en intensieve begeleiding is adviesdiepte cruciaal en dat vraagt om een andere positionering.”

Nemen verkooppunten ook een rol in actuele vraagstukken als waterbesparing en duurzaamheid?

“Waterbesparing en duurzaamheid zijn geen niche meer, maar mainstream. Europese regelgeving rondom laagverbruik en

energie-efficiëntie versnelt die ontwikkeling. Consumenten verwachten dat verkooppunten hen daarin actief begeleiden. Voor specialisten ligt hier een duidelijke kans. Wie zich positioneert als adviescentrum kan duurzaamheid vertalen naar concrete oplossingen: waterbesparende douches, efficiënte spoelsystemen, circulaire materialen. Het gaat niet alleen om het product, maar om het totaalplaatje – van installatie tot levensduur en onderhoud.

Bouwmarkten kunnen duurzaamheid toegankelijk maken via duidelijke labeling en scherpe prijsstelling. Maar het diepere gesprek over rendement, comfort en langetermijnbesparing vindt vaker plaats bij de specialist. Zeker nu renovatie de markt domineert, gedreven door verouderde badkamers en langer thuis wonen, worden comfort en duurzaamheid doorslaggevende factoren.

Hebben installatie- en personeelskosten invloed op de aankoopkeuze bij speciaalzaak of bouwmarkt?

“Zeker. Stijgende installatiekosten en schaarste aan vakmensen beïnvloeden het aankoopgedrag. Consumenten kijken kritischer naar hun totale investering en wegen prijs, gemak en zekerheid tegen elkaar af.

In het midden- en hoogsegment zien we dat consumenten bereid zijn 20 tot 30 procent meer te betalen voor service en ontzorging. Specialisten winnen daar terrein en hebben in die segmenten een aanzienlijk marktaandeel. De zekerheid van één aanspreekpunt en professionele installatie geeft vertrouwen.

Voor bouwmarkten ligt de focus op snelheid en betaalbaarheid.

Zij bieden de doe-het-zelver een duidelijke propositie: direct meenemen, zelf installeren en daarmee besparen op arbeidskosten. Dat werkt vooral in het instapsegment.

De essentie is formatspecialisatie. Een formule als Baderie moet zich profileren als inspirerend adviescentrum met focus op design en maatwerk. Bouwmarkten moeten hun rol als express volume-speler in DIY-basisoplossingen helder claimen. Wie zijn rol van betekenis scherp kiest en consequent doorvoert, blijft relevant in een markt die steeds complexer wordt.”

Auteur Hugo Schrameyer

MARKETING ACTIVATION

EUROPE

“Bij GROHE herkennen we de verschuiving die Albert Top beschrijft: de badkamer is niet langer een verzameling losse elementen, maar een integraal onderdeel van een duurzame levensstijl. Als fabrikant verlegt onze focus zich daarom van puur productdesign naar het faciliteren van zowel de ‘ontzorgde droom’ bij de specialist als de ‘snelle oplossing’ in de bouwmarkt. De specialist (zoals Baderie) is voor ons de sleutel tot het premium segment. Hier draait het om beleving, onderscheidend design en advies. Wij ondersteunen deze ‘experience-hubs’ met collecties die specifiek voor de showroom zijn ontwikkeld, zoals onze GROHE SPA-lijn. Hiermee transformeren we de badkamer tot een persoonlijke wellness-ruimte. De consument zoekt hier bevestiging van zijn online oriëntatie door tastbaar contact met exclusieve afwerkingen en Cradle to Cradle Certified producten. Hiermee vertalen we duurzaamheid naar tastbaar high-end design en langdurig rendement.

In het prijsgedreven segment van de bouwmarkt ligt onze uitdaging in standaardisatie en installatiegemak. Bouwmarkten hebben behoefte aan producten die zichzelf verkopen. Met ons QuickFix-concept spelen we hier direct op in: een alles-in-één verpakking die de drempel voor de doe-het-zelver volledig wegneemt. Inclusief de benodigde tools (de QuickTool) en een duidelijke handleiding. Hier maken we duurzaamheid mainstream door technologieën zoals SilkMove ES (koude start) en doorstroombegrenzers de standaard te maken in deze kant-en-klare pakketten, zonder dat dit de complexiteit voor de consument verhoogt.

Loïc Somville

De schaarste aan vakmensen is een realiteit die de hele keten raakt. Onze rol als fabrikant is om de installatietijd te verkorten door middel van innovatieve montagesystemen en universele inbouwboxen. Of het nu gaat om een complexe inbouwdouche bij de specialist of een snelle kraanvervanging via de bouwmarkt: tijd is de nieuwe valuta.

De markt vraagt om scherpe keuzes. Door onze innovatiekracht af te stemmen op de specifieke rol van het verkooppunt, zorgen we dat de ‘badkamerdroom’ voor elke consument haalbaar én duurzaam blijft.”

“Consumenten zoeken niet zozeer naar een losse kraan of een losse wastafel, maar naar een complete oplossing.”

CATEGORY DIRECTOR INSTALLATION, SANITARY & KITCHEN, MAXEDA DIY GROUP

“De sanitairsector ondergaat een duidelijke verandering: klanten zoeken niet langer naar afzonderlijke producten, maar verwachten steeds vaker complete, doordachte en goed ontworpen badkameroplossingen. In dat veranderende landschap vervullen doehetzelfretailers zoals Praxis een eigen, belangrijke rol. Wij richten ons op toegankelijke, praktische en mooi vormgegeven producten waarmee klanten hun projecten op hun eigen tempo en binnen hun eigen budget kunnen realiseren.

Binnen de sanitaircategorie zien we een groeiende vraag naar moderne, trendgevoelige ontwerpen die toch betaalbaar blijven. Klanten willen een eigentijdse badkamer zonder het hoge prijskaartje. Daarom biedt Praxis mooi ontworpen producten aan voor goede prijzen, zodat aantrekkelijke oplossingen voor iedereen bereikbaar blijven. Daarnaast hebben we een basisassortiment beschikbaar voor wie minder te besteden heeft.

De meeste klanten beginnen hun zoektocht online en ronden hun aankoop vervolgens in de winkel af. Ze bekijken stijlen, vergelijken alternatieven en onderzoeken mogelijkheden ruim voordat ze een fysieke winkel bezoeken. Om die reis te ondersteunen, zorgen wij

voor volledige en duidelijke productinformatie, van technische specificaties tot duidelijke uitleg over onze services. Denk aan thuisbezorging voor extra gemak en installaties via betrouwbare partners voor wie professionele hulp zoekt.

De winkelervaring blijft daarbij essentieel. Klanten willen producten zien, voelen en vergelijken voordat ze een keuze maken, en onze winkelteams spelen een belangrijke rol in persoonlijk advies en praktische begeleiding.

Duurzaamheid is inmiddels een vaste verwachting. Praxis heeft zich aangesloten bij het Science Based Targets initiative (SBTi) om onze voetafdruk te verkleinen. Dat betekent dat we ons assortiment uitbreiden met waterbesparende oplossingen, verantwoord geproduceerd materiaal zoals FSC of PEFCgecertificeerd hout en producten die bewust omgaan met grondstoffen. Met deze langetermijninspanningen bouwen we aan een duurzamere toekomst voor onze klanten, onze sector en onze organisatie.

Met deze combinatie van betaalbare kwaliteit, duidelijke informatie en duurzame keuzes blijven we onze klanten ondersteunen bij het creëren van hun droombadkamer.”

SANITAIR SILICONE STOP

Ger Bijenhof

KLUSWIJS MEDEMBLIK

“Je ziet in de sanitairmarkt duidelijk dat er iets aan het verschuiven is. Waar badkamers vroeger vooral bestonden uit losse producten, kiezen steeds meer mensen nu voor een complete oplossing. Dat hele traject – van ontwerp tot installatie – wordt dan in één keer geregeld. Voor een bouwmarkt ligt daar niet automatisch een rol. Wij doen bijvoorbeeld geen complete badkamers. Je kunt zeggen: ‘daardoor loop je een deel van de omzet mis’, maar tegelijkertijd is dat natuurlijk ook een bewuste keuze.

Onze kracht ligt ergens anders. Wij zijn er voor het snelle instappen: een goed assortiment, beschikbaarheid en duidelijke prijscommunicatie. Klanten kunnen bij ons terecht voor onderdelen, accessoires en kleinere klussen. Denk aan het vervangen van een kraan, een douchekop of het ophangen van een badkamermeubel. Dat soort dingen kunnen we prima leveren of met onze klussendienst ondersteunen. Maar een complete badkamer strippen, nieuwe leidingen aanleggen en alles opnieuw opbouwen

De sterke kracht van de bouwmarkt is het ‘snelle instappen’: een goed assortiment, beschikbaarheid en duidelijke prijscommunicatie.

Patrick Zwanenburg

HUBO XL BODEGRAVEN (BAD IN BEELD)

“Wij zien al langere tijd dat klanten niet meer op zoek zijn naar een losse kraan of een wastafel, maar naar een compleet badkamerplaatje. Die ontwikkeling herkennen wij hier in Bodegraven heel sterk. Daarom zijn we daar ook al vroeg op ingesprongen. Zo’n 25 jaar geleden zijn we bewust begonnen met het voeren van A-merken in sanitair, merken die je normaal gesproken eerder in een gespecialiseerde badkamerzaak tegenkomt dan in een bouwmarkt. Het idee was dat als een klant serieus met een badkamer bezig is, hij ook aan ons denkt. Om dat goed neer te zetten, zijn we aangesloten bij Bad in Beeld. Dat helpt ons met marketing, inkoop en het winkelconcept. In de praktijk betekent het dat klanten hier één grote showroom binnenlopen, waar ze zelf de keuze hebben: ga ik voor een basisoplossing of kies ik voor een luxere uitvoering met designkranen, speciale kleuren of inbouwoplossingen? Dat kan variëren van een paar honderd euro tot duizenden euro’s voor een badmeubel of complete opstelling.

– daarvoor heb je een aannemer en een loodgieter nodig. Dat is niet onze rol.

Je moet je als bouwmarkt ook afvragen wat je corebusiness is. Sanitair is bij ons een onderdeel van het totale assortiment. Dan ga je daar niet ineens een compleet installatiebedrijf omheen bouwen. Wij richten ons op wat klanten snel nodig hebben en wat ze vaak ook zelf kunnen doen of met een kleine klus kunnen laten oplossen. Als het gaat om duurzaamheid en waterbesparing zie je dat de interesse er wel is. Mensen vragen naar waterbesparende douchekoppen of kranen en wij proberen dat ook wel onder de aandacht te brengen. Maar in de praktijk blijkt dat comfort voor veel mensen uiteindelijk belangrijker is. Sommige klanten komen na een tijdje terug omdat ze het gevoel hebben dat er te weinig water uit de douche komt. Dan gaan ze weer langer douchen of willen ze toch iets anders. Uiteindelijk willen mensen gewoon lekker kunnen douchen, en daar wordt dan best wat voor opgeofferd.”

Een vervangend exemplaar voor een kapotte kraan koopt de consument bij de bouwmarkt.

Wat we daarnaast duidelijk zien, is dat steeds minder mensen het zelf willen doen. Klanten hebben het druk, hebben een gezin of gewoon andere prioriteiten. Waar een keuken- of badkamermonteur vroeger in twee dagen klaar was en de klant daarna zelf verder ging met schilderen of vloeren leggen, blijft zo’n monteur nu soms een hele week bij een klant omdat alles geregeld moet worden. Mensen willen ontzorgd worden. Daarmee verschuift ook onze rol. Natuurlijk kan iemand hier nog steeds binnenlopen voor een nieuwe douchekop of een kapotte kraan, maar net zo goed voor een compleet badkamerproject. Dat vraagt wel veel aandacht en begeleiding; het zijn langere trajecten en je moet er echt bovenop zitten. Duurzaamheid wordt vaak genoemd, maar uiteindelijk kiezen veel klanten toch voor comfort. Als ze moeten kiezen tussen een waterbesparende douche of een grote regendouche, dan wint die regendouche meestal.”

Nieuwe douchetechnologie geeft maximaal douchecomfort tegen minimale kosten

GROHE introduceert Vitalio Joy+ met quaBooster technologie

Tot voor kort was de combinatie van een comfortabele douchebeleving en duurzaamheid lastig te maken. Sanitairspecialist GROHE herkende de uitdaging en ontwikkelde hiervoor een innovatieve douchetechnologie: AquaBooster. Deze zorgt voor een verkwikkende, krachtige straal, met minder gebruik van water.

Consumenten kijken steeds kritischer naar de producten die zij dagelijks gebruiken. In de badkamer vertaalt zich dat in een groeiende vraag naar oplossingen die water en energie besparen, zonder dat dit ten koste gaat van comfort. “Wij zien dat mensen heel bewust kiezen voor producten die hun ecologische voetaf-

druk verkleinen,” zegt Leader DIY & E-Commerce Annelie Wirds. “Ze willen water en energie besparen in hun dagelijkse routines, maar wel op een manier die past bij hun levensstijl. Daarbij kunnen kleine aanpassingen in huis op de lange termijn een groot verschil maken.”

Die bewustwording betekent echter niet dat consumenten bereid zijn om in te leveren op beleving. De douche is namelijk voor velen een moment van ontspanning en herstel. “Waterbesparing mag nooit voelen als een compromis,” aldus Wirds. “Mensen verwachten bij een comfortabele douche-ervaring een krachtige, verkwikkende straal. Met onze nieuw ontwikkelde GROHE AquaBooster-technologie laten we zien dat comfort en duurzaamheid prima samengaan.”

Zo werkt de AquaBooster-technologie

GROHE AquaBooster is een geavanceerde douchetechnologie die een krachtige straal levert met minder waterverbruik. De gepatenteerde technologie werkt met een oscillerend mechanisme dat het water in de handdouche razendsnel laat fluctueren. Het systeem verdeelt het water slim over twee afzonderlijke kamers, zodat elke druppel optimaal wordt benut en versterkt. Hierdoor wordt de waterstroom merkbaar geïntensiveerd. Het resultaat? Een rijkere, krachtigere straal en een aangename douche-ervaring, zelfs bij een lagere waterdruk. Met de geïntegreerde EcoJoy waterbesparingstechnologie wordt daarbij maar liefst 3,2 liter water per minuut bespaard. Dit levert een voordeel op bij zowel de waterkosten als de kosten voor energie, zonder dat dit ten koste gaat van de douche-ervaring.

Nieuw: GROHE Vitalio Joy+ 120 handdouche

De geavanceerde technologie wordt toegepast in de recent geïntroduceerde GROHE Vitalio Joy+ 120 handdouche. Deze beschikt over een royale douchekop van 120 millimeter en biedt drie straalsoorten: Rain, Jet en Booster. De SmartSwitch aan de achterzijde zorgt voor een makkelijke bediening: de consument hoeft niet te zoeken, maar schakelt op gevoel tussen de drie standen. Op deze manier kan de waterstraal in enkele seconden aangepast worden aan de behoeften. En niet alleen de techniek is

innovatief, ook het design van de handdouche is vooruitstrevend. Deze heeft namelijk een strak silhouet, waardoor deze naadloos past in moderne badkamerconcepten.

Moeiteloos

combineren

De GROHE Vitalio Joy+ 120 handdouche is beschikbaar in diverse kleuren uit de GROHE Colors Collection, waaronder Chroom, Supersteel, Matte Black, Brushed Hard Graphite, Brushed Warm Sunset en Brushed Cool Sunrise. Hierdoor is de handdouche moeiteloos te combineren met bijpassende GROHE-oplossingen, zoals Vitalio Joy+ glijstangsets of wandhouders, aangevuld met Precision Feel thermostaten. Voor een luxere uitstraling bieden GROHE SmartControl inbouwthermostaten een elegante upgrade. En in de kleur Supersteel vormt de GROHE Essence baduitloop samen met SmartControl een bijzonder verfijnd geheel. Zo wordt een harmonieuze, moderne ruimte gecreëerd die, zowel in design als beleving, voelt als een ware wellness-oase.

Uitgebreide ondersteuning voor de retail en e-tail

De nieuwe GROHE Vitalio Joy+ 120 handdouche met bijbehorende glijstang is vanaf april 2026 in alle kleuren beschikbaar in Nederland. De introductie van het volledige douchesysteem, met hoofddouche en set, volgt in september. De online beschikbaarheid bij de retailers zal kort na deze lanceringen volgen, zo verwacht Wirds. De marktintroductie wordt ondersteund door een grootschalige douchecampagne die loopt van 1 mei tot en met 30 oktober 2026. Marketing Activation Manager Jennifer Voesenek legt uit dat deze campagne is opgebouwd uit drie strategische blokken om de relevantie in het schap continu hoog te houden:

• Mei en juni: de focus ligt volledig op het core assortiment. “Hiermee leggen we de basis en versterken we de bekendheid van de hardlopers binnen het GROHE-portfolio.”

• Juli en augustus: tijdens de warme zomermaanden verschuift de aandacht naar waterbesparende innovaties, zoals de nieuwe Vitalio Joy+ met AquaBooster. “Hiermee spelen we direct in op de consumentenvraag naar duurzaamheid zonder comfortverlies.”

• September en oktober: “Na de zomer richten we ons op de complete badkamerbeleving met de focus op douchesystemen en thermostaatkranen, hét moment waarop veel consumenten hun badkamer klaarmaken voor het najaar.”

“We zetten hiervoor een breed palet aan kanalen in,” legt Voesenek uit. “Van televisie en streamingdiensten tot radio en gerichte onlinecampagnes. Onder de noemer ‘een douche die je bij blijft’ creëren we een krachtig bewustwordingsprogramma dat de consument naar de winkel trekt. Dit concept wordt versterkt met content over interieur en lifestyle op media waar mensen inspiratie zoeken. Met gerichte cashback-activaties en inspirerende content op alle relevante platformen sturen we de consument rechtstreeks naar het schap. Retailers krijgen van ons alle tools in handen om dit succes lokaal te verzilveren. Samen zetten we de AquaBooster-innovatie onbetwist op de kaart als dé oplossing voor de moderne, bewuste doucher.”

Grohe Nederland, Zoetermeer, 088.00.30.700, www.grohe.nl/nl_nl/ Scan mij

Aan de overzijde van de parkeerplaats bij Karwei

Utrecht-Vleuterweide is een vestiging van Intratuin.

Deze tuinwinkel is een verleider – vraag het gerust na in je sociale kring. Voor Karwei geldt in toenemende mate hetzelfde sinds een paar jaar. Inge Metsemakers beaamt het, maar daarover zo meer.

Inge stopt haar aankopen in de fietstas van een herenfiets. “Ik heb thuis maar een fiets gepakt, de voorste. Het is ook maar vier minuten fietsen. Maar jullie willen weten wat ik kocht?” Ze haalt een patroon siliconenkit voor badkamers uit haar tas, een knoopcelbatterij en een set van drie fittingen. “Twee dagen geleden kregen we de sleutel van ons huis. De vorige bewoners hebben het leeg opgeleverd, dus er hangen geen lampen, vandaar de fittingen.” Inge en haar partner vertrokken uit het centrum van Utrecht omdat ze iets meer ruimte wilden. “Het is een huis uit 2006, geen klushuis. We zijn niet echt klussers. Verbouwen gaan we ook niet, de keuken en de badkamer zijn nog goed. We gaan voornamelijk inrichten.” Hierop verschijnt er een lach op haar gezicht, en met een hoofdknikje naar de winkel zegt ze: “Ik kom hier voor het eerst. Het is wel inspirerend als je hier binnenloopt. Dat is niet bij elke bouwmarkt zo. En met de Intratuin tegenover … ik zal hier vast nog vaker komen.” Ze haalt een rolmaat van Stanley uit haar jaszak. “O ja, deze nog. De oude is niet alles meer, hoewel, dat valt wel mee. Ik zag deze bij de kassa en kon ‘m gewoon niet laten liggen. Zo gaat dat hè?”

Klusser Inge Metsemakers

Locatie Karwei Utrecht-Vleuterweide

Tijdstip Woensdag tegen enen

Auteur Edwin Timmers Fotograaf Marjolein Ansink
“Ik zal hier vast nog vaker komen”

Gun je klant voordeel!

Alle seinen staan op groen voor groei van de categorie Tuin

De Nederlandse tuin verandert zichtbaar van karakter. Waar hij ooit vooral werd gezien als onderhoudsgebied – grasmaaien, snoeien, onkruid wieden –ontwikkelt hij zich steeds nadrukkelijker tot verlengstuk van de woning. Klimaatverandering, urbanisatie en veranderend consumentengedrag versnellen die verschuiving. De tuin is, zeker na de coronaperiode, steeds meer het verlengstuk van de woning geworden. Tegelijkertijd zie je ook veel belangstelling voor ‘handen in de grond’: moestuinieren bijvoorbeeld kent een flinke populariteit.

Themaverhalen kwamen voorheen tot stand op basis van een stelling, aangevuld met reacties uit de markt. Nu vliegen we dat anders aan: de introductie is gebaseerd op een interview met een deskundige, ditmaal Albert Top, directeur van NRG: Crossmarks | SVT | Matters Most | Applepie | RST | Nowmads. Hij benadrukt dat een scherpe positionering van spelers in de tuinsector urgenter is dan ooit. NRG werkt onder andere ook voor tuinmarktformule Intratuin.

Albert, is de tuin een onderhoudsgebied of een leefruimte?

“De tuin is in rap tempo een leefruimte geworden. Inmiddels ziet ongeveer de helft van de huishoudens de tuin als verlengde van de woonkamer, met duidelijke zit- en eetzones. Het gaat niet langer alleen om onderhoud, maar om beleving, comfort en design. Dat vraagt om een andere rol van retailers. In onze retailvisie draait het om een scherpe rol van betekenis. Tuincentra moeten zich niet positioneren als verkooppunt van planten en potgrond, maar als inspirerende leefexperts. Formules als Intratuin doen dat goed door in te zetten op trends, styling en totaalbeleving. Hun recente trendthema’s, zoals ‘Clear Reflections’, ‘Easy Living’ en ‘Culture Club’, laten zien dat kleur, materiaal en sfeer centraal staan. Dat is lifestyle. Dat is geen puur onderhoudsverhaal meer. Bouwmarkten zoals Gamma en Praxis blijven sterker in het functionele domein: zaaggoed, basisplanten, schuttingen. Zij winnen op prijs en volume in het DIY-segment, maar de echte beleving en inspiratie vinden consumenten eerder bij het tuincentrum. De klantreis onderstreept dat. Online wordt inspiratie opgedaan –via trends, social media en AR-toepassingen – maar 60 procent van de consumenten koopt uiteindelijk lokaal, waar advies en ervaring doorslaggevend zijn.”

Klimaatverandering leidt tot flink hete zomers. Wat betekent dat voor het tuinassortiment?

“Klimaatverandering is geen abstract begrip meer. Met zomers waarin temperaturen boven de 40 graden uitkomen, wordt klimaatbestendigheid een harde eis in het assortiment. Consumenten zoeken oplossingen tegen hitte en droogte. Denk aan schaduwmakers zoals bomen, pergola’s en overkappingen. Ook waterbuffers –vijvers, wadi’s, regentonnen – worden belangrijker. De tuin moet

verkoeling bieden én water kunnen vasthouden.

Daarnaast zien we een sterke vraag naar droogtebestendige en hittebestendige beplanting. Mediterrane kruiden, siergrassen en sterke vaste planten winnen terrein. Het assortiment verschuift van kwetsbaar en onderhoudsintensief naar robuust en klimaatadaptief. Hier kunnen tuincentra zich onderscheiden door complete klimaatoplossingen te bieden. Niet alleen een plant verkopen, maar een totaaladvies over biodiversiteit, wateropvang en materiaalkeuze. Denk aan speciale ‘groene klimaatpleinen’ of workshops over klimaatbestendig tuinieren.

Bouwmarkten spelen hier vooral in op instapoplossingen, zoals eenvoudige irrigatiesystemen of basale schaduwproducten. Dat is logisch vanuit hun positionering, maar het diepere ecosysteem-advies vraagt om specialistische kennis.”

Speelt duurzaamheid en circulariteit een rol in de tuinsector? “Duurzaamheid en circulariteit zijn inmiddels structurele thema’s. Een grote groep consumenten kiest bewust voor een groene tuin, mede door biodiversiteitsdoelstellingen en subsidieregelingen. De tuin wordt gezien als onderdeel van de oplossing voor klimaat- en milieuvraagstukken.

Voor tuincentra betekent dat een verbreding van het assortiment en de dienstverlening. Denk aan inheemse planten, bijenhotels, compostsystemen en herbruikbare potten. Ook educatie speelt een rol: uitleggen waarom een biodiverse tuin waarde toevoegt. Circulariteit vertaalt zich concreet naar hergebruik van grondstoffen. Houtrecycling, gerecyclede materialen voor terrassen, refill-systemen voor meststoffen – het zijn geen experimenten meer, maar serieuze proposities. Europese ambities, zoals vastgelegd in de Green Deal, versnellen dat proces.

Bouwmarkten pakken vooral de instap aan, bijvoorbeeld met gerecyclede tegels of duurzamer hout. Maar specialisten kunnen excelleren in integraal ecosysteem-advies: hoe richt je een tuin in die water opvangt, biodiversiteit stimuleert én comfortabel is?

De kern is opnieuw positionering. Wie helder kiest voor de rol van groene leefexpert, kan waarde toevoegen op design, klimaat en duurzaamheid. De tuin is niet langer een bijzaak, maar een volwaardig onderdeel van hoe mensen willen wonen en leven.”

Auteur Hugo Schrameyer

KLUSWIJS SURHUISTERVEEN:

“Voor veel mensen is de tuin nog steeds een plek waar je vooral bezig bent met onderhoud. Ze vinden het fijn om weer met de handen in de aarde te werken: schoffelen, planten, zaaien. Dat merken wij ook in de winkel. Potgrond, plantjes en zaden verkopen we echt heel veel. Zodra het weer omslaat, schakelen we hier meteen van winterproducten naar tuinspullen. Tegelijkertijd zie je wel dat de tuin langzaam verandert. Mensen willen dat het er niet alleen netjes bij ligt, maar ook mooi uitziet. Ze besteden meer aandacht aan aankleding en zijn bereid daar ook wat meer geld aan uit te geven. Denk aan mooie buitenkleden of decoratie. De tuin wordt stap voor stap steeds meer een plek waar je ook echt wilt zitten en genieten. Ook de coronaperiode heeft daarbij een rol gespeeld. Mensen brachten meer tijd thuis door en ontdekten hun tuin opnieuw. Dat zie je nog steeds terug in de belangstelling voor tuinieren en buitenleven. Voor veel mensen is de tuin inmiddels een plek om te ontspannen na een werkdag.

Daarnaast merken we dat mense n bewuster omgaan met water. Regentonnen verkopen bijvoorbeeld goed. Dat heeft natuurlijk ook te maken met wat gemeenten stimuleren, maar het speelt ook mee dat mensen kijken naar hun waterrekening. Vaak is het dus een combinatie van milieubewustzijn en praktisch nadenken.

Alles bij elkaar zie je dat de tuin belangrijk blijft. Het onderhoud hoort erbij, maar de beleving krijgt steeds meer aandacht.”

Koen Nottebaere

CATEGORY DIRECTOR GARDEN, MAXEDA DIY GROUP

“Ook bij Praxis zien we de afgelopen jaren een verandering in de tuin: van een plek die vooral om onderhoud draaide naar een volwaardige leefruimte. Categorieën zoals planten, gewasbeschermingsmiddelen en kerstdecoratie brengen veel klanten naar onze winkels en dus is het belangrijk dat we ons aanbod aanpassen naar hun behoeftes.

Er is meer en meer focus op duurzaamheid. Consumenten verwachten gerecyclede materialen, FSC-hout, bamboe en biologisch afbreekbare producten. We spelen hier zoveel mogelijk op in en inmiddels is meer dan 98% van ons hout gecertificeerd, iets waar we trots op zijn! Ook zien we een sterke groei in producten die biodiversiteit bevorderen en in natuurlijke materialen. Hergebruik, reparatie en recycling worden de standaard, ondersteund door strengere wetgeving en bewuste consumenten. Daarom investeren we continu in materialsourcing en in het verminderen en verduurzamen van verpakkingen.

Indoor en small space gardening groeit door urbanisatie en de wens om groen in en om het huis te brengen. Modulaire plantenbakken en verticale tuinsystemen bieden creatieve oplossingen voor balkons en kleine tuinen. Esthetiek en functionaliteit komen

samen op deze plekken, vaak versterkt door trends die zich verspreiden via sociale media. Technologische innovaties dringen eveneens door in de tuin en maken het mogelijk slimme tools te combineren met traditionele tuinproducten. Slimme irrigatiesystemen, robotmaaiers en sensoren maken tuinen efficiënter en zorgen voor waterbesparing. Tegelijkertijd wordt de tuin steeds meer een verlengstuk van het huis en een plek voor ontspanning en welzijn. Meditatieruimtes, pergola’s en kleine spahoeken winnen aan populariteit. Consumenten zoeken modulaire en comfortabele tuinmeubelen die rust en luxe uitstralen en ook outdoorkeukens en entertainment worden steeds populairder. Het consumentengedrag verandert razendsnel. Bij Praxis onderscheiden we ons door in te spelen op deze trends en het aanbieden van designproducten met focus op lifestyle, comfort en functionaliteit, voor een betaalbare prijs. Ons eigen merk Central Park speelt hierin een belangrijke rol, met een breed assortiment maken we tuinieren toegankelijk voor iedereen. Daarnaast versterken we ons merk en de relatie met klanten door inspirerende content en storytelling via sociale media en onze eigen kanalen.

Wij kijken uit naar de komende lente en zomer!”

De tuin is voor veel mensen een soort van verlengstuk van hun woonkamer.

“Je ziet dat de tuin voor veel mensen steeds meer een leefruimte wordt. Zodra het een beetje mooi weer is, gaan mensen naar buiten. Dat zegt genoeg. Veel mensen hebben tegenwoordig een overkapping of een plek waar ze beschut kunnen zitten, dus zodra de zon schijnt, zitten ze buiten. Dat is ook iets wat na corona sterker is geworden: mensen zijn graag buiten en maken hun tuin echt onderdeel van hun woonruimte.

Dat zie je ook terug in het assortiment. Het is niet zo dat onderhoud verdwijnt, maar het wordt meer ‘en en’. Tuin is één van de categorieën die nog echt groeit, ook op het gebied van gereedschappen. Tegelijkertijd zie je dat zaaien en kweken weer populair is. Mensen willen toch weer iets doen met de natuur, zelf dingen laten groeien.

Die combinatie van beleven en onderhouden zie je duidelijk terug. Bij ons betekent dat vooral dat we creatief met de ruimte omgaan. Het aantal vierkante meters groeit niet per se, maar we zorgen dat we op hetzelfde oppervlak meer seizoensproducten kwijt kunnen.

In de winter heb je kerst, in het voorjaar en de zomer draait het om tuin. Dan verdwijnen bijvoorbeeld andere artikelen en maken die

plaats voor gieters, slangen en tuinaccessoires. Zo beweeg je mee met het seizoen én met de klant.

Warme zomers spelen natuurlijk ook een rol. Als het lang warm is, verkopen we meer ventilatoren en wordt er ook meer gesproeid in de tuin. Dan gaan slangen, sproeiers en irrigatieproducten harder. Dat is eigenlijk altijd een kwestie van vraag en aanbod. Slimme systemen bestaan wel, maar de gemiddelde klant zoekt vooral praktische oplossingen. Een slang of een slangenbox komt vaak al een heel eind. Wat je wel steeds vaker ziet, zijn regentonnen. Dat heeft te maken met waterbesparing en een stukje bewustzijn over natuur. Mensen vinden het een prettig idee dat ze regenwater kunnen opvangen en daarmee hun tuin kunnen besproeien. Duurzaamheid speelt dus wel een rol, maar prijs blijft voor veel klanten nog steeds belangrijk. De tuin is voor een bouwmarkt ook interessant, omdat je er veel winkelbeleving mee kunt creëren. Mensen worden vrolijk van tuinproducten. Als de zon schijnt, komen ze graag kijken en inspiratie opdoen. Voor ons betekent dat: meegaan met de seizoenen en zorgen dat er altijd iets nieuws te ontdekken is voor huis en tuin.”

Moestuinieren (‘met de handen in de grond’) kent een flinke populariteit.

Klaar voor de toekomst van tuinieren

Met de merken Nature en Ubbink profileert

Outside Living Industries zich al decennialang als betrouwbare partner voor tuin-, DIY- en speciaalzaken. Vijvers en zwembaden en een compleet tuinassortiment: retailers vinden bij één leverancier alles om consumenten te inspireren bij het vergroenen van tuin, terras en balkon. Na gerichte investeringen in onder meer verpakkingen met een vernieuwde huisstijl, eigen mallen voor regen tonnen en een nieuw PIM-platform staat 2026 volledig in het teken van verdere merkonderscheiding en maatwerkconcepten.

Vijvers met historie én toekomst

De voorgevormde vijvers van Ubbink zijn al meer dan 50 jaar een vaste waarde in de tuin- en doe-het-zelfretail. Sinds de introductie van de eerste vijverbak in 1974 is het assortiment uitgegroeid tot een compleet vijverconcept, inclusief techniek en visvoer. “Inmiddels bieden we onder de naam Ubbink alles voor de vijver”, vertelt Michaël Bol, Commercieel Directeur van Outside Living Industries.

Na een periode van terugval ziet hij de laatste jaren weer een duidelijke opleving. Consumenten worden zich bewuster van natuur, biodiversiteit en verkoeling in de tuin. Vijvers spelen daarin een belangrijke rol: als natuurlijke blikvanger, als drinkplek voor dieren én als verkoelend element tijdens warme zomers. Met 32 verschillende vormen en maten – van compacte bakken tot vijverfolie op rol – is er voor vrijwel elke tuin een passende oplossing.

Nature: breed, diep en conceptmatig

Naast Ubbink voert Outside Living Industries het merk Nature, goed voor een assortiment van meer dan 1.200 tuinartikelen. Van kweken en aanleg tot afscherming, decoratie en winterbescherming: Nature sluit naadloos aan op de trend van tuinvergroening. De overname van de Franse producent Netlon in 2024 betekende een forse uitbreiding van het assortiment met onder meer natuur- en kunststofschermen, gaas en decoratieve panelen. In

2026 worden bovendien de eerste producten in de vernieuwde huisstijl uitgeleverd, waarmee de herkenbaarheid op het schap verder wordt versterkt.

Trends: vergroening en watermanagement

Vergroening, biodiversiteit en slim omgaan met water zijn dé thema’s van dit moment. Nature speelt hierop in met een breed aanbod basisartikelen én met oplossingen voor wateropvang. Regentonnen zijn mede dankzij gemeentelijke subsidies uitgegroeid tot een sterke omzetcategorie. Dit jaar introduceert Outside Living Industries twee nieuwe design regentanks (220 en 350 liter) in antraciet, met oog voor design en onderscheidend ten opzichte van de concurrentie. Ook erfafscheidingen en natuurschermen winnen aan populariteit. In Nederland gaat de consument meer voor een natuurlijke uitstraling van riet, heide en wilg. Maar ook hier zie je langzamerhand wel een trendwijziging naar kunstbeplanting. Dit betreft vooral balkons. Privacy en uitstraling gaan hand in hand.

Samen groeien met retailers

Outside Living Industries bedient vanuit Alkmaar klanten in Nederland en ver daarbuiten, met eigen verkoopkantoren in Frankrijk, België en Duitsland en export naar meer dan 30 landen. De kracht zit volgens Bol vooral in samenwerking en maatwerk.

“Afhankelijk van locatie en doelgroep stellen we samen met de retailer passende concepten samen. Voor city-stores en kleinere bouwmarkten zijn dat bijvoorbeeld compacte balkon- en stadstuinconcepten.”

De brede en diepe assortimenten van Ubbink en Nature maken het voor retailers efficiënt om bij één leverancier in te kopen, ondersteund door een hoge leverbetrouwbaarheid.

Klaar voor de toekomst

Ook intern is stevig geïnvesteerd. Zo is Outside Living Industries FSC-gecertificeerd, aangesloten bij platforms als Amfori, werkt het aan gerecyclede materialen (RCS) en is ruim 90% van het assortiment opgenomen in GS1. De koppeling met het nieuwe Syncforce PIM-platform zorgt voor actuele en consistente productdata.

Kansen in de markt

Bol kijkt met vertrouwen vooruit. “We blijven investeren in onze merken om ons te onderscheiden van private labels. Dat vraagt om vroegtijdig overleg en een aanpak op maat, want elke formule is anders.” Zo vergt Maxeda een andere benadering dan Horn-

bach, Bauhaus, Intergamma, Welkoop of Intratuin. Daarnaast ziet Outside Living Industries volop potentieel bij tuincentra, ijzerwarenspeciaalzaken en de Groene Vakwinkels.

De uitnodiging is duidelijk: kom langs in Alkmaar, laat je inspireren in de showrooms en ontdek hoe Outside Living Industries ook in de komende jaren waarde toevoegt in het aanbod voor de consument.

Outside Living Industries Nederland B.V., Alkmaar, (072) 567 16 61, info@outsideliving.com www.outsideliving.com Scan mij

Keulen, Duitsland 22–24 juni 2026

growing forward together

www.spogagafa.com

Beleef het buitenleven van morgen

Op de spoga+gafa 2026 vindt u het grootste, internationale aanbod van de groene branche - op het juiste moment voor duurzame groei in uw handel. ‘growing forward’ staat voor de constante doorontwikkeling van de vakbeurs: nieuwe themawerelden, nog meer outdoor trends en een omvangrijk overzicht van goed verkopend aanbod op gebied van buitenleven en BBQ.

RS Vision Expo BV Excl. Vertegenwoordiging van Koelnmesse in Nederland Panoven 13, 3401 RA IJSSELSTEIN, Tel. + 31 (0) 30 - 3036450, tickets@koelnmesse.nl

De kraan als verdienmodel

We bouwen 900.000 woningen tot 2030. Mooie ambitie. Maar er is een ongemakkelijke bijzin: we hebben straks misschien niet genoeg drinkwater om al die huizen normaal te laten draaien. Dat is geen doemscenario. Vewin waarschuwt al dat in grote delen van Nederland rond 2030 forse tekorten ontstaan. Sommige bedrijven krijgen nu al geen aansluiting. Gebiedsontwikkelingen lopen vertraging op. En volgens het RIVM is er in 2030 zo’n 100 miljoen kuub extra water nodig. Dat is ongeveer 8 procent meer dan nu.

Tegelijkertijd zegt de Europese Commissie: meer water winnen is het laatste redmiddel. Eerst besparen. Daarom kwam het kabinet in 2024 met het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing. De boodschap is helder. Woningen en gebouwen moeten waterbespaarklaar worden. En snel.

Hier ligt een enorme kans voor ondernemers in de doe­het­zelfbranche. Huishoudens gebruiken twee derde van al het drinkwater. Gemiddeld 125 tot 130 liter per persoon per dag. Dat moet naar 100 liter in 2035. De grootste slurpers? De douche met zo’n 46 liter per dag en het toilet met 30 liter. Samen bijna 60 procent van het verbruik. Wie daar slim op inspeelt, pakt impact én omzet.

Verkoop geen kranen. Verkoop besparing. Maak waterbesparing zichtbaar in je winkel. Zet waterbesparende douchekoppen, thermostaatkranen en dual­flush systemen niet ergens onderaan het schap, maar prominent bij binnenkomst. Laat zien hoeveel liter en euro je per jaar bespaart. Maak het concreet. Ondernemers houden van cijfers. Consumenten ook.

Denk breder dan de badkamer. Regenwater is goud waard. Regentonnen, infiltratiekratten, slimme regentanks met pomp voor tuinbesproeiing of toiletspoeling. Dat is geen niche meer. Met warmere zomers groeit de vraag vanzelf. Koppel daar advies aan. Hoe vang je regenwater op? Hoe voorkom je dat je tuin uitdroogt? Maak van je winkel een kenniscentrum.

De nieuwbouwgolf biedt extra kansen. Projectontwikkelaars en installateurs zoeken oplossingen om woningen waterbespaarklaar op te leveren. Speel daarop in met complete pakketten. Niet één product, maar een waterbesparingskit voor de hele woning. Werk samen met installateurs. Denk in systemen in plaats van losse artikelen.

Ook data worden interessant. Slimme watermeters en lekkagedetectie worden relevanter als water schaarser wordt. Een lekkende kraan is straks niet alleen irritant, maar maatschappelijk ongewenst. Ondernemers kunnen hier een rol pakken met slimme sensoren en monitoring. Combineer dat met service en onderhoud. Terugkerende omzet dus.

En vergeet de bestaande bouw niet. Veel woningen zijn nog niet waterbespaarklaar. Daar ligt een retrofitmarkt van miljoenen huizen. Organiseer workshops in je winkel. Laat zien hoe je zelf een waterbesparende douche installeert. Maak het laagdrempelig. Hoe simpeler je het maakt, hoe sneller de klant beslist.

Het dreigende drinkwatertekort is geen sexy onderwerp. Het staat nog niet dagelijks op de voorpagina. Maar geloof me: zodra de eerste wijken echt beperkingen voelen, is het sentiment om. Dan wil iedereen in actie komen. Wie dan al klaarstaat met oplossingen, wint.

De kraan wordt een strategisch product. Niet alleen voor comfort, maar ook voor continuïteit. Voor ondernemers in de doe­het­zelfbranche is dit geen probleem om bang voor te zijn. Het is een uitnodiging om relevant te blijven. Wie water bespaart voor zijn klant, bouwt aan zijn eigen toekomst.

Dirk Mulder, sectorbanker ING

Hoe de Bourrelier-groep

zich aansloot bij Intergamma

[ ’Intergamma was de beste keuze’

Van eigen bouwmarkten onder de naam Wickes en later Bricorama tot franchisenemer van Karwei en Gamma. Het heeft Bricorama geen windeieren gelegd. “Eerst van 18 bouwmarkten naar 10 en nu weer op 18, maar dan wel met 40% meer omzet. En een doelstelling van minstens twee nieuwe bouwmarkten per jaar.” MIX praat bij met Bricorama’s directeur Nederland Piet Burgwal.

Hoe is het toch met Bricorama? De Franse eigenaar van de voormalige Wickes-bouwmarkten waagde in Nederland nog een poging als discount-keten onder de eigen Bricorama-naam, maar besloot in 2001 om zich met zijn 18 Nederlandse bouwmarkten aan te sluiten bij Intergamma. Inmiddels zijn de zaken praktisch anderhalf jaar omgebouwd en is de organisatie alweer volop op expansiepad. Tijd om eens bij te praten met Piet Burgwal, Bricorama’s directeur Nederland.

Burgwal: “Toen ik van Bouwvaria bij Bricorama terechtkwam, was dat wel even wennen. Bouwvaria’s waren decoratief en vrouwvriendelijk, maar de voormalige Wickeszaken waren daarentegen niet met hun tijd meegegaan, hadden een smal assortiment, een hoge omloopsnelheid en richten zich volledig op het grijze en ‘semiprofessionele’ circuit met de <@c>big tickets<@$>.”

Snel en goedkoop

Op dat moment bogen Haegeman en Burgwal zich over de Nederlandse markt en zagen dat die qua positionering al was vergeven. “Praxis was de decoratieve speler en had een kleiner broertje Formido, volledig in franchise. Gamma, de marktleider, was puur constructief en had een decoratiever zusje in Karwei. Toch zagen we nog ruimte in het snelle en goedkope segment. ‘Het hoeft niet mooi of glimmend te zijn, als de klant zijn spullen er maar kan kopen voor een prijs die hij competitief vindt’.” Een formule die misschien niet eens zo gek was, alleen ontbrak het de keten aan naamsbekendheid én schaalgrootte. “Vanwege onze positionering haalden we een ondergemiddelde marge, maar we hadden met onze 18 bouwmarkten te weinig omzet om dat in de inkoop goed te maken.”

Franchisenemer worden Tegelijkertijd aasde Bricorama in België op de overname van de Gamma’s van Polet. Toen kwam Intergamma’s topman Bram Huijbers in het spel en hij rekende voor dat het beter zou zijn als Bricorama haar eigen bouwmarkten ook bij Intergamma aansloot en de eigen formule aan de kant zou zetten. Burgwal: “In eerste instantie moet je dan over je emoties heen stappen. Want je eigen formule zet je niet zo 1,2,3 opzij. Wilden we echter onze naamsbekendheid

vergroten, dan moesten we snel expanderen en meer investeren dan we ooit terug zouden kunnen verdienen. De aansluiting bij Intergamma was rationeel gezien dus de beste keuze.”

Second best

Die aansluiting was echter geenszins gemakkelijk voor de Nederlandse bouwmarkten. Van de 18 Nederlandse Bricorama’s zaten er 8 in de juridische gebieden van Gamma- en Karwei-collega’s als Cementbouw, Rova en Van Neerbos. Die moest Bricorama dus overdoen aan de nieuwe collega’s. En vervolgens werd ook duidelijk dat de resterende 10 zaken geen Gamma zouden worden, maar Karwei. Burgwal: “Vanuit mijn Bouwvaria-ervaring ligt mijn hart veel meer bij Karwei dan bij Gamma. Rationeel zou ik echter altijd kiezen voor Gamma. Gamma’s hebben nu eenmaal een duidelijk hogere opbrengst per meter en een hogere naamsbekendheid.”

Was Karwei dan second best? “Nee hoor, vergeleken met de Bricoramasituatie was het een hele grote stap voorwaarts. Kijk maar naar de cijfers: vergeleken met de 18 bouwmarkten die we eerst hadden, draaien we met onze huidige 18 40% meer omzet.”

Op naar de 20

Dat Bricorama 8 van de 18 vestigingen van de hand deed, wekte de schijn dat de Fransen de zaak wilden optuigen, zich wilden laten uitkopen om zich daarna uit Nederland terug te trekken. Burgwal: “Dat dat geenszins het geval is, hebben we de afgelopen anderhalf jaar wel aangetoond, dacht ik.” Bricorama nam de Karwei’s in Schijndel en Den Bosch over van de gebroeders Van der Zanden. En ook de Megara Karwei in Leerdam. “Met zijn 5.000 m2 een prachtige zaak op een perfecte locatie, vrijwel zonder concurrentie.” Vervolgens openden ze in juli 2003 een nieuwe eigen zaak in Helmond en namen ze ook nog 4 bouwmarkten van Van Braam over. En in de eerste helft van 2005 gaat in Den Bosch een tweede vestiging open, gevolgd door de 20e in Assen.

Goede mensen

”Met de overname van Van Braam kwamen we in bezit van een Gamma. Dat geeft een kijkje in de andere keuken en toont ons precies de verschillen en de synergie”, aldus Burgwal. “En dan zie je dat Karwei het als derde partij in de markt, na Gamma en Praxis prima doet. De laatste twee jaren was Karwei dan ook zeer expansief.” Het belangrijkste verschil ziet hij in de opstelling en uitstraling. Gamma robuuster, meer op bouw gericht. Karwei decoratiever. En in het verlengde daarvan ziet hij het belang van kwalitatief personeel voor Karwei. We profileren ons

[ 22 vakblad MIX - december 2004 ]

[ 22 vakblad MIX december 2004 ]

De relatie tussen Intergamma en franchisenemer Bourrelier Group schuurt nogal eens. Een duik in het MIX-archief toont hoe en waarom deze Franse groep zijn Nederlandse bouwmarkten (eerst opererend als Wickes, later als Bricorama) aansloot bij Gamma en (vooral) Karwei. Check het interview met Piet Burgwal uit de MIX van december 2004.

[ FORMULES ]

met service en hebben servicegevoelige assortimenten, waaronder keukens, vloerbedekking, gordijnen en raamdecoratie. Dan móét je goede mensen hebben met productkennis en hart voor het vak.

Attitudeverandering

Op dat personele vlak ziet Burgwal overigens ook de grootste uitdaging voor de toekomst. “Ik zet in op een attitudeverandering. Ik wil de personeelsbinding vergroten, waardoor personeel beter functioneert, hetgeen ook weer zal resulteren in klantenbinding.” Hij noemt een paar voorbeelden. “Als iemand vakken vult, is dat zijn primaire taak. Maar hij moet tegelijkertijd ook attent zijn op die klant die achter hem langsloopt. Groeten wij die klant niet, dan zal die ons ook niet groeten en anoniem winkelen. En ziet die klant een opengetrokken blister liggen, dan zal hij niet aarzelen om zelf ook verpakkingen open te trekken. Zie je dat, dan draai je je niet om, maar ga je er proactief op af.” Of: “Loop je met een klant naar het magazijn en kom je onderweg een propje tegen, raap dat dan op. Die klant ziet dat ook. Werk je bij de goederenontvangst, dan kun je de spullen eerst vierhoog opstapelen. Maar je kunt het ook meteen netjes op zijn plaats zetten. Een kwestie van attitude die zich terugbetaalt in efficiëntie, meer werkplezier en wellicht in een reductie van ‘lekkage’. Kost niet per se geld, maar wel veel communicatie.”

Prijs niet het enige

De prijsontwikkeling volgt Burgwal met argusogen. Al maakt het hem niet direct ongerust: “Prijsdruk hóórt bij bouwmarkten. Daar zijn ze mee begonnen: veel voor minder dan bij de papa- en mamawinkel.” Prijs is in zijn optiek echter niet het enige wapen. “Het werd allemaal wat heftiger met Marktkauf. En later pakte Hornbach die handdoek op en legden ze het prijswapen heel expliciet op tafel. De prijsafstand mag zeker niet te groot worden. Maar prijs is niet het enige middel in de marketingmix. Wij willen een mooie winkel neerzetten met decoratie en sfeer. We verkopen emotie en het gevoel dat mensen de klus kunnen klaren. En dat hoeft allemaal niet duurder te zijn. Maar je kunt niet alles hebben: én een mooie winkel, én het beste personeel, én de beste A-1 locaties, én de beste prijs, én het beste rendement. En wij verleiden de consument met onze decoratieve uitstraling om naar ónze bouwmarkten te komen”, zegt hij overtuigd. “Want winkelen in een bouwmarkt moet je verheffen tot entertainment, tot theater!”

Door de wol geverfd Piet Burgwal is door de wol geverfd in de dhz-sector. Ooit begonnen bij bouwmaterialenhandel Boudij in Veenendaal runde hij daar eind jaren 70 één van de eerste bouwmarkten van Nederland. “Toen met 1.500 meter echt méga.” Na aansluiting bij Deusters Mixo en later inkooplidmaatschap van Handy en doehetzelf ’83 werd de zaak verkocht aan Bouwvaria. Burgwal ging mee en opereerde daar in alle takken van sport: inkoop, bouwmarkt- en regiomanagement tot aan commerciële directie naast Jan Castricum. Toen Bouwvaria verkocht werd aan Vendex/KBB kon hij mee, maar verkoos hij een overstap naar Wickes dat toen net in Franse handen was. Daar rapporteert hij als directeur Nederland aan Beneluxdirecteur Erik Haegeman, maakte hij de instap als franchisenemer bij Intergamma mee en leidt hij de keten naar 20 vestigingen in Nederland.

Bricorama’s Piet Burgwal: “Emotioneel ligt mijn hart meer bij Karwei, rationeel zou ik altijd voor Gamma kiezen. Maar Karwei was voor ons niettemin de beste optie.”

[ 23 vakblad MIX - december 2004 ] [ 23 vakblad MIX december 2004 ]

Wat elke doe-het-zelfretailer moet weten over opschortende en ontbindende voorwaarden

Bij het openen van een nieuw filiaal, het uitbreiden van een bestaande locatie of het overnemen van een concurrent bestaan reële risico’s waar je als retailer mee te maken kunt krijgen. Precies voor die situaties bestaan opschortende en ontbindende voorwaarden. Mits ze goed zijn geformuleerd. En daar gaat het in de praktijk regelmatig mis.

Je hebt een mooie locatie op het oog. Een voormalig warenhuis, een vrijkomend bouwmarktpand of een nieuwbouwunit in een retailpark. De prijs klopt, de ligging is prima en je wil de deal sluiten, maar niet zonder de nodige zekerheid. Want wat als de financiering toch niet rondkomt? Of als de gemeente de verbouwingsvergunning weigert? Wat als de Raad van Bestuur intern de goedkeuring niet geeft? Dat zijn geen hypothetische scenario’s, maar reële risico’s waar elke retailer mee te maken kan krijgen bij het openen van een nieuw filiaal, het uitbreiden van een bestaande locatie of het overnemen van een concurrent. Welke voorwaarden kun je nu precies stellen om te voorkomen dat het misgaat?

De koop hangt in de lucht of juist niet

Wie een bedrijfspand of winkellocatie koopt, wil zich vaak kunnen terugtrekken als bepaalde zaken niet lukken. Daarvoor bestaan twee juridische instrumenten die in de praktijk regelmatig worden ingezet, maar lang niet altijd goed worden begrepen.

Een opschortende voorwaarde betekent dat de werking van de koopovereenkomst afhankelijk wordt gemaakt van een toekomstige onzekere gebeurtenis. De koop gaat pas definitief door als aan een bepaalde voorwaarde is voldaan. Zolang dat niet het geval is, bestaat er juridisch gezien nog geen definitieve koopverplichting. De deal ligt als het ware op pauze: beide partijen weten wat er moet gebeuren om hem definitief te maken, maar tot die tijd is niemand volledig gebonden. In de retailpraktijk gaat het dan vaak om het verkrijgen van bankfinanciering, het rondkrijgen van een omgevingsvergunning, planologische medewerking van de gemeente of een intern goedkeuringsbesluit van de aandeelhoudersvergadering of het bestuur.

Een ontbindende voorwaarde werkt precies andersom. De koop is al gesloten zodra beide partijen tekenen, maar er is een vangnet ingebouwd: als een bepaalde gebeurtenis zich voordoet – of juist niet voordoet – kan de overeenkomst worden teruggedraaid. Denk aan een definitieve weigering van de verbouwingsvergunning, een tegenvallende uitkomst van een technisch onderzoek of het uitblijven van financiering na een bepaalde termijn.

Voor een retailer zijn beide instrumenten cruciaal. Ze bieden de ruimte om een deal te sluiten en de locatie vast te leggen, zonder jezelf onnodig in de vingers te snijden als de randvoorwaarden niet op orde komen. Maar dat beschermende effect werkt alleen als de voorwaarden goed zijn geformuleerd. En dat is minder vanzelfsprekend dan het lijkt.

Wanneer werkt zo’n voorwaarde juist tegen je?

Het probleem ontstaat zodra een voorwaarde te vaag is geformuleerd. Een voorwaarde mag niet zó onbepaald zijn dat partijen of een rechter achteraf niet goed kunnen vaststellen of zij is vervuld. Het uitgangspunt in het contractenrecht is namelijk dat afspraken voldoende bepaalbaar moeten zijn.

Neem dit voorbeeld: “De koop is aangegaan onder de opschortende voorwaarde dat koper voldoende financiering verkrijgt.” Klinkt logisch, maar wat betekent “voldoende”? Dekt dat 70%, 80% of 100% van de aankoopsom? Telt een lening van de aandeelhouder ook mee, of moet het bankfinanciering zijn? Wat als jij als koper nauwelijks moeite hebt gedaan om financiering te regelen; geldt de voorwaarde dan alsnog? En als de bank een bod doet dat net iets onder je verwachting ligt: is de financiering dan “voldoende” of niet?

Zodra die duidelijkheid ontbreekt, ontstaat er ruimte voor discussie. En discussie over een koopcontract eindigt zelden snel of goedkoop. Een rechter kan een vage bepaling naast zich neerleggen, anders uitleggen dan bedoeld, of zelfs nietig verklaren. In alle gevallen ontstaat er het risico dat de zorgvuldig afgesproken risicoverdeling opeens niet meer geldt.

Diezelfde valkuil geldt voor ontbindende voorwaarden. Formuleer je die als “ontbinding bij onvoldoende verkoopresultaten” of “bij tegenvallende interesse van investeerders”, zonder te definieren wat “onvoldoende” of “tegenvallend” concreet betekent, dan sta je bij een conflict met lege handen. De wederpartij betwist dat

de ontbindende gebeurtenis zich heeft voorgedaan, en jij hebt geen objectief anker om je op te beroepen.

Wanneer is een voorwaarde nietig?

Een voorwaarde kan ook juridisch ongeldig zijn. Dat is het geval als zij in strijd is met dwingend recht, of als sprake is van een zogenoemde zuiver potestatieve voorwaarde: een voorwaarde die volledig afhangt van de wil van één partij, zonder enige objectieve maatstaf. Het klassieke voorbeeld: “De koop gaat alleen door als de koper dat wenst.” Zo’n bepaling biedt geen enkele zekerheid aan de wederpartij en wordt door de rechter niet geaccepteerd.

Wat de situatie extra complex maakt, is dat de kwalificatie die partijen zelf in het contract gebruiken (“opschortend” of “ontbindend”) niet altijd beslissend is. Een rechter kijkt naar de werkelijke strekking van de afspraak en kan die anders kwalificeren dan partijen bedoelden. Het gevolg is dat de zorgvuldig gekozen risicoverdeling door de rechter wordt bijgesteld, op een manier die voor geen van beide partijen prettig is. Zeker niet als je midden in een uitbreidingstraject of overname zit waarbij grote bedragen en strategische keuzes op het spel staan.

Hoe formuleer je een voorwaarde die wél werkt?

Een goed geformuleerde voorwaarde is concreet, objectief toetsbaar en tijdgebonden. In de vastgoed- en projectontwikkelingspraktijk wordt daarom vaak gekozen voor een contractueel ontbindingsrecht in plaats van een voorwaarde die “van rechtswege” werkt. Dat betekent dat ontbinding alleen plaatsvindt als de betreffende partij daar actief, schriftelijk en binnen een afgesproken termijn een beroep op doet. Dat voorkomt discussie over de vraag of de overeenkomst “automatisch” al dan niet is komen te vervallen – een discussie die in de praktijk verrassend vaak ontstaat.

Voor de praktijk zijn enkele vuistregels van belang.

 Maak het object toetsbaar

Koppel de voorwaarde aan meetbare feiten of concrete documenten. Denk aan een ondertekende financieringsovereenkomst van een specifieke bank voor een bepaald bedrag, een onherroepelijke omgevingsvergunning (waarbij je ook vastlegt wat “onherroepelijk” precies inhoudt), een vastgesteld bestemmingsplan of een schriftelijk goedkeuringsbesluit van de aandeelhoudersvergadering. Vermijd termen als “voldoende”, “naar tevredenheid” of “naar inzicht”, tenzij je die direct daarna nader definieert. Het doel is dat een buitenstaander op basis van het contract kan vaststellen of de voorwaarde is vervuld, zonder dat hij daarvoor afhankelijk is van de interpretatie van een van de partijen.

 Stel duidelijke

termijnen

Tot wanneer heb je de tijd om de voorwaarde te laten vervullen?

Wat zijn de gevolgen als die termijn verstrijkt zonder resultaat: vervalt de overeenkomst dan automatisch, of moet er een actieve stap worden gezet? En is er een mogelijkheid om de termijn te verlengen, en zo ja, onder welke voorwaarden en met wiens instemming? Onduidelijkheid over termijnen is een van de meest voorkomende bronnen van geschillen in vastgoedcontracten. Door dit vooraf scherp vast te leggen, verklein je dat risico aanzienlijk.

 Leg inspanningsverplichtingen vast

Moet jij als koper kunnen aantonen dat je actief hebt geprobeerd de vergunning of financiering te regelen? Of is het voldoende dat je één aanvraag hebt ingediend en het daarna hebt laten zitten?

Moet de verkoper meewerken aan een bouwinspectie, documenten aanleveren of toegang tot het pand verlenen zodat onderzoeken kunnen worden uitgevoerd? Dit soort verplichtingen hebben direct invloed op de vraag of een beroep op een voorwaarde geldig is. Spreek dit vooraf expliciet af en leg het vast in het contract.

 Regel hoe en door wie de voorwaarde wordt ingeroepen

Moet dat schriftelijk? Aangetekend? Voor een bepaalde datum? En heeft alleen de koper het recht om een beroep op de voorwaarde te doen, of ook de verkoper? In de praktijk leidt onduidelijkheid hierover tot tijdrovende discussies over de vraag of een beroep tijdig en op de juiste manier is gedaan. Een duidelijke procedurele regeling in het contract voorkomt dat.

Wat betekent dit voor jou als retailer?

Of je nu een nieuw filiaal opent, een bestaande locatie verbouwt of een concurrent overneemt: de kans is groot dat je te maken krijgt met opschortende of ontbindende voorwaarden in een koopcontract. Het is verleidelijk om de standaardtekst van een makelaar of de wederpartij als uitgangspunt te nemen; die ziet er immers professioneel uit en is al vaker gebruikt. Maar het is beter om de voorwaarden te formuleren zodat het goed past op deze specifieke situatie.

Meer weten?

Heb je vragen over voorwaarden in een koopcontract voor een retaillocatie, of wil je weten of jouw huidige contracten juridisch standhouden? Neem contact op met Eline van der Zwaag van Poelmann van den Broek Advocaten via e.vanderzwaag@pvdb.nl.

De rubriek Ondernemersloket stelt kwesties aan de orde die voor ondernemers van belang zijn. Adviseurs en juristen van INretail geven antwoord en advies. Op vragen en problemen van ondernemers over personeelszaken, juridische kwesties en bedrijfsaangelegenheden. Ook biedt INretail een aantal gespecialiseerde vormen van dienstverlening aan ondernemers, de zogeheten tweede lijn.

Huurprijs voor winkelruimte – indexering

Een ondernemer die winkelruimte huurt, wordt jaarlijks geconfronteerd met een indexering van de huurprijs. Het doel van indexering is om ervoor te zorgen dat de huurprijs meeveert met de inflatie. Zodoende blijft de reële waarde van de huurprijs behouden gedurende de looptijd van de huurovereenkomst.

Juridische grondslag en contractuele praktijk

De wettelijke basis voor huurprijsindexering bij winkelruimte is te vinden in het Burgerlijk Wetboek, met name in artikel 7:212 BW (tegenprestatie (huurprijs) voldoen) en artikel 7:303 BW (wijziging van huurprijs). Het is gebruikelijk dat in een huurovereenkomst voor winkelruimte een indexeringsclausule wordt opgenomen in de huurovereenkomst. Het is gebruikelijk dat de huurprijs wordt aangepast aan de Consumenten Prijs Index (CPI) van het CBS. Andere varianten van indexering, zoals een vast percentage, wordt ook nog wel eens afgesproken. Een voorbeeld hiervan is een maximum percentage voor indexering.

Werking van de indexeringsclausule

De geïndexeerde huurprijs is veelal automatisch verschuldigd, zonder dat een expliciete aanzegging door de verhuurder vereist is. Dit wordt een “brengschuld” genoemd. Het percentage is doorgaans gebaseerd op het indexcijfer gelegen vier maanden vóór de maand waarop de indexering plaatsvindt. Als bijvoorbeeld is afgesproken dat de huurprijs jaarlijks per 1 januari wordt geïndexeerd, dan wordt doorgaans gekeken naar het indexcijfer van september van het voorgaande jaar.

Als de verhuurder jarenlang geen aanspraak maakt op indexering, leidt dit er niet zonder meer tot dat verhuurder zijn aanspraken niet meer kan doen gelden. Daarvoor zijn bijzondere omstandigheden vereist, zoals gewekt vertrouwen bij de huurder of een onredelijke benadeling van diens positie.

Verjaring van aanspraken van verhuurder?

Het komt nog weleens voor dat een verhuurder vergeet de indexering toe te passen. Reken jezelf dan nog niet rijk. De vorderingen tot huurbetalingen verjaren namelijk vijf jaar nadat die opeisbaar zijn geworden. Dat betekent dat een verhuurder in maart 2026 met terugwerkende kracht aanspraak kan maken op de gemiste indexeringen tot april 2021. Hou er wel rekening mee dat wanneer een verhuurder bijvoorbeeld vanaf 2018 de indexering niet meer heeft toegepast, bij de berekening van de gemiste indexering van

april 2021 nog wel de indexeringen van voor 2021 alsnog mag doorrekenen. De gedachte is dat toen je de huurovereenkomst sloot, ook toen al wist welke huurprijs zou gelden in de toekomst. Althans dat je als huurder wist op welke wijze de hoogte van de huurprijs voor een bepaalde maand zou worden vastgesteld. Mocht je als huurder van winkelruimte ‘instinctief’ de indexering niet uit eigen beweging betalen wanneer de verhuurder niet zelf een geïndexeerde huurprijs doorgeeft, wees dan zo verstandig om het verschil apart te zetten, voor het geval er alsnog aanspraak op wordt gemaakt. Dat voorkomt een forse teleurstelling.

Stijging brandstofprijzen en inflatie

Als gevolg van de onrust in het Midden-Oosten zijn de brandstofprijzen, vooral diesel en gas, fors gestegen. Dit gebeurde ook na de inval van Rusland in Oekraïne. Dat leidde destijds tot een forse inflatie van meer dan 14% in september en oktober 2022. De prijzen van nieuwe energiecontracten schoten door het dak. Dit had dus ook direct gevolgen voor veel huurcontracten die daarna werden geïndexeerd. Vooral huurders bij wie de huurprijzen die in januari en februari (vier maanden na de torenhoge energieprijzen) werden geïndexeerd, kregen een forse huurverhoging voor de kiezen.

Effect energieprijzen beteugeld

Bij de berekening van de CPI kijkt het CBS naar de ‘boodschappenmand’ van de consument. De energieprijs is een onderdeel van die ‘boodschappenmand’. Destijds ging het CBS voor het onderdeel energieprijs alleen uit van de prijzen van nieuwe energiecontracten. Dit zorgde voor ongekende inflatiecijfers. Er werd toen geen rekening mee gehouden dat veel consumenten ook nog gebruik maakten van bestaande contracten met normale energieprijzen. Nu wordt het onderdeel energie door CBS bekeken aan de hand van alle energiecontracten, dus niet alleen aan de hand van nieuwe contracten. Daarmee zou het effect van hoge energieprijzen op de inflatiecijfers moeten worden gedempt. Desondanks zal de onrust in het Midden-Oosten ongetwijfeld zijn weerslag hebben op inflatiecijfers en huurprijzen voor winkelruimte. Bij huurders wiens huurovereenkomst per 1 juli wordt geïndexeerd, zal dat effect in juli wellicht al voelbaar worden.

Arnhemse Bovenweg 100 3708 AG Zeist 088.973.06.40 info@inretail.nl www.inretail.nl

Een klusser weet altijd raad

Columns schrijven is leuk. Klussen is leuker. Een column is een tekstconstructie en het nieuwe fietsschuurtje in mijn tuin is een houten constructie. Beide constructies kunnen gammel zijn. Een gammele tekst is vooral jammer. Een gammel fietsschuurtje is linke soep. Zowel een column als een klus begint met een idee. En daarna ga ik naar de bouwmarkt. Ik ging naar Praxis voor een lijstenspanner en een tacker, maar dit keer had ik nog geen idee waarover deze column moest gaan. Zal ik er een horrorverhaal van maken?

Tegen zevenen, vroeg donker. Mistflarden spoken boven de brede sloot aan de andere kant van de weg aan de nagenoeg verlaten en schaars verlichte parkeerplaats. Een kille avond. Wietdamp prikkelt mijn neus. Een zestal jongeren in hoodies staat rondom een Seat Cupra te roken. Ik stal mijn fiets. “Heb je geen hangslot?” vraagt een voorbijganger. “Hoezo?” reageer ik. “Nou, da’s verstandiger”, zegt hij en maakt zich uit de voeten.

De winkel baadt in het licht. Ik tel meer personeel dan rondscharrelende klanten. Een vrouw met de looks van een topmodel op haar retour tuit haar lippen afkeurend in mijn richting. Heb ik iets verkeerds aan? Dan besef ik dat het botox is; de vrouw klust aan zichzelf. Een man in een rolstoel vraagt me om een ledlamp uit het schap

boven hem te pakken. Dat doe ik en ik vraag hem of hij het peertje er zelf in gaat draaien. Zijn lach buldert door de gangen. De geluidsinstallatie in de winkel is prima, maar de muziek vind ik waardeloos. Waarom doen ze mij dit aan? Bovendien kan ik de lijstenspanner niet vinden. Een medewerker gaat met me op zoek. Hij wijst naar een lege plek in een schap. “Ik denk dat ze niet in het nieuwe assortiment zitten.” Op hun website zag ik het ding wel staan. Door naar de tackers. Er hangen er zo’n tien. Wat is een goeie tacker? Ik kies er een op intuïtie – dat schijnt altijd goed te zijn, vraag me niet waarom – en doe er een doosje nietjes bij. Mijn weg naar de kassa gaat via de schappen met elektrisch handgereedschap, want dat is een guilty pleasure. Ik reken af en loop, een tikje nerveus, naar buiten. Mijn fiets is als het hondje, dat aan het fietsrek is aangelijnd. Trouw wacht het op zijn baasje. Het hondje piept een beetje en dat doet mijn fiets ook.

“Mooi ding”, zegt mijn zoon bij het zien van de tacker. Hij haalt het ding uit de verpakking en gaat met de nietjes in de weer. Ik loop naar de keuken om koffie te zetten. Even later hoor een ferme ‘tak’ en meteen daarna een paar woorden kermend Bargoens. Ik laat het koffieschepje uit mijn hand vallen en snel naar de huiskamer. Mijn zoon testte de tacker aan de onderkant van de tafel – want daar kon het geen kwaad – en schoot een nietje door de nagel in zijn wijsvinger. Hij pulkt eraan. “Wacht!” roep ik, “dan pak ik een tang.” Een klusser weet altijd raad en een columnist moet het doen met een clou.

Edwin Timmers

STRONGER.

TO LAST LONGER.

Dichten van dakdetails, voegen en lekken Blijvend transparant Ook op vochtige ondergronden UV- en weersbestendig

Beschermcoating voor buitentegels en klinkers

Beschermt tegen vlekken Voorkomt groene aanslag Doet kleuren herleven

Waterafstotende kalei voor buitengevels Dampdoorlatend

Ready-to-mix

Liquide dakbedekking

Zeer elastisch

Extreem gemakkelijk Scheuroverbruggend

Houtvezelisolatie

Vochtregulerend

Geluidsisolatie

Makkelijk te plaatsen Ecologisch

MAXIMALE BOOST. MINIMAAL VERBRUIK.

GROHE VITALIO JOY+

Beschikbaar in diverse kleuren

Bespaar op kosten, niet op comfort. Met GROHE AquaBooster levert elke druppel een krachtige straal terwijl er zo weinig mogelijk water wordt gebruikt. Een verfijnde keuze aan kleuren en afwerkingen – van Chroom en Supersteel tot Matte Black, Geborsteld Hard Graphite, Geborsteld Warm Sunset en Geborsteld Cool Sunrise – brengt prestatie, efficiëntie en design samen in Vitalio Joy+. aquabooster.grohe.nl

GROHE AQUABOOSTER

Krachtigere straal bij een lage waterdruk

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook