Inkijkexemplaar Marie Boe 3 - De geheime spokentocht

Page 1


p a n n e n de “Als je van s je t, dan moet d u o h n e k e bo eker lezen.” Marie Boe z - Jip, 10 jaa

“Juf, dit was e boek het spannendst heeft dat een juf ooit voorgelezen.” - Indy, 8 jaar

r

“Marie Bo e? Dat is gew oon magie, en hoe!”

- Celeste,

7 jaar

“Gaaf boek! Dit MOET je lezen!” - Sarah, 7 jaar


“Ik heb zware dyslexie, maar met Marie Boe ging lezen ineens vanzelf.” - Aurea, 10 jaar

“Marie Boe is een spannend en gaaf boek. Net een tornado... als je er eenmaal in zit, kom je er niet meer uit!” - Yannick, 10 jaar

ie Boe en met “Hoi, ik ben Mar Jasper beleef ik mijn beste vriend maar avonturen. Kijk e st nd ne an sp de n spokenjagers va eens wat andere vinden!” onze avonturen



Marie Boe De geheime spokentocht



De geheime spokentocht

Michael Reefs

Met illustraties van Aleksandar Zolotic


Billy Bones Vliegtuigstraat 6-C 1059 CL Amsterdam Eerste druk, november 2022 Tekst © Michael Reefs Cover en illustraties © Aleksandar Zolotic Omslag belettering © Billy Bones, Amsterdam 2022 Deze uitgave © Billy Bones, Amsterdam 2022 Alle rechten voorbehouden ISBN: 9789030509165 NUR: 282 Welk verhaal kies jij vandaag? www.billybones.nl

2 023 DE LEZERSPRIJS VAN DE KINDERBOEKENWEEK

Vind jij dit ook zo’n tof boek? Stem dan op Marie Boe tijdens de stemweken van de Kinderjury!


AHOOOY LEZER! Wat spannend dat jij Marie Boe –

De geheime spokentocht gaat lezen! Ik ben Billy Bones en ik laat jou graag kennismaken met de spannendste, grappigste en stoerste verhalen. Lezen is namelijk niet alleen heel leuk, maar ook nog eens heel belangrijk. Wist jij dat je je beter leert inleven in anderen door het lezen van verhalen? Hoe cool is dat?! En nog een leuk feitje over het boek dat jij nu vasthoudt: wist je dat de schrijver, Michael Reefs, bekend staat als de schrijver die álle kinderen met plezier laat lezen? Ik ben heel benieuwd wat jij van Marie Boe – De

geheime spokentocht vindt. Wil je me dit laten weten? Dat vind ik hartstikke leuk! Laat me dan ook gelijk weten wat jij het spannendste stukje vond! Je kunt het mailen naar billy@billybones.nl. Heel veel leesplezier! Billy Bones



WAT VOORAF GING Het verhaal begint als Marie Boe op een dag een geheimzinnige koffer vindt op het strand van Zilvermaaneiland. Het is de koffer van Magda Boe, haar pas overleden oma. Samen met haar beste vriend Jasper lost Marie het mysterie van de koffer op. Ze ontdekken dat in de koffer Numori leven, bijzondere spookjes met magische krachten. Zo is er Furio die zijn eigen vuurballen kan maken en Waranja die water kan sturen. Marie ontdekt dat haar oma een tovenares was. Haar oma had een toverstaf waarmee ze tegen Taran – de Geestenkoning – streed. Taran vormde niet alleen een bedreiging voor de bewoners van Zilvermaaneiland; hij wilde alle krachten van de Numori voor zichzelf. Gelukkig stak oma Boe daar samen met de beschermersgilde een stokje voor. Taran werd naar het

7

rie Boe len van Ma e d e e tw erste eleden? Heb je de e e e r e ve n g lw a t e h is n of lees niet geleze we e r o p e n n a d n e g u e eer Fris je geh ben jij zo w n a D . ’s a deze pagin ! pokenjager een echte s


grote Schaduwbos verbannen, waar hij als schim rondzwerft. Maar nu Magda overleden is, wordt haar spreuk steeds zwakker. Bij volle maan kan Taran uit het bos ontsnappen. Tot twee keer toe lukt hem dit, maar gelukkig weten Marie en Jasper hem telkens te verslaan. Als Marie op een dag de toverstaf van haar oma vindt in een oude waterput, blijkt ook zij te kunnen toveren. Ze verbreekt er zelfs een vloek mee die alle dorpsbewoners vasthoudt in Villa Donkerhout. Niemand, behalve de beschermersgilde, mag weten wat Marie en Jasper allemaal doen. En dat is knap lastig, want een klasgenoot van Marie en Jasper, de pestkop Janna Storm, is vreselijk nieuwsgierig. Ze wil alles van Marie en de geheimzinnige koffer weten. Marie vreest dat ze haar geheimen niet lang meer voor Janna verborgen kan houden. En wat gebeurt er dan? En kan de toverstaf helpen Taran voorgoed te verslaan?

8


HET SPEL VAN DE KAARSEN Voorzichtig schoof Marie de poort van de begraafplaats van Zilvermaaneiland open. Het hek had de vorm van een leeuw, die je met onverschrokken ogen aankeek. Felle zonnestralen schenen er recht op, waardoor het net twee fonkelende diamanten leken. ‘Weet je het zeker, Marie?’ vroeg Jasper, die achter haar aan sloop alsof hij op zijn hoede was. Marie zuchtte diep. ‘Het is tijd, Jas. Ik wil het graf van mijn oma zien.’ Ze legde haar hand op de schouder van haar beste vriend. Ze kwam er maar net bij, zo lang was hij. ‘Nu ik haar staf heb gevonden, wil ik haar bedanken. En dat kan ik alleen maar bij haar graf doen.’ Marie wist zeker dat ze met de staf eindelijk Taran kon verslaan. Tenslotte had Marie tijdens de vorige volle maan een vloek van Taran verbroken met de staf. Alle bewoners van Zilvermaaneiland hadden toen vastgezeten in Villa Donkerhout.

9


De begraafplaats was groot en lag op een heuvel. Overal brandden kaarsjes. Bovendien was ieder graf omheind met een laag hek en omringd door bloemen in felle kleuren. Er lagen spullen van de overleden mensen die hen dierbaar waren, zoals vazen, fotolijstjes, theepotten of knuffels. Daardoor was de begraafplaats een van de mooiste plekken op het eiland. Op het terrein stonden een paar kleine huisjes tussen de graven in. Dat waren gedenkplaatsen voor mensen die een belangrijke rol op Zilvermaaneiland hadden gespeeld. Ook voor Maries oma was zo’n huisje gebouwd. Het gekleurde huisje stond helemaal op de top van de heuvel. Het dak sprong meteen in het oog; dat was net de knop van een bloem, die op het punt stond uit te komen. Hand in hand liepen Marie en Jasper tussen alle graven door, tot ze bij het huisje kwamen waar Maries oma begraven lag. De deur zat stevig dicht. Marie rammelde voorzichtig aan de klink, maar hij ging niet open. ‘Dat is balen,’ zei Marie teleurgesteld. Ze wierp een

10



blik naar binnen door het raam, naar de gekleurde tegelvloer. Recht tegenover de deur stond een altaar, met daarop wel honderd kaarsen en fotolijstjes met Maries oma. Ze snikte. Kon ze haar oma nog maar voor een allerlaatste keer spreken. Dan zou ze haar vertellen hoe trots ze op haar was. En dat ze het een eer vond om in haar oma’s plaats het dorp te beschermen tegen de Geestenkoning. Marie zette het lied in dat haar oma altijd zong voor het slapengaan.

Aan de oevers van het Zilvermeer waakt de oude reus over al het zeer. Vergeet je zorgen maar voor even en laat de Geestenkoning wegzweven. Jasper kneep in haar hand. Zwijgzaam staarde hij met haar naar het altaar in het huisje. Voorzichtig ritste Marie haar jas open en haalde de toverstaf eruit. Ze keek vlug om zich heen of er niemand te zien was.

12


Marie richtte de staf op het altaar. ‘Lieve oma,’ fluisterde ze, ‘wilt u mij de kracht geven om Taran voor eens en altijd te verslaan?’ Jasper kneep opnieuw in haar hand. De kaarsjes op het altaar flikkerden en bewogen heftig heen en weer. Het was alsof er een wind was opgestoken. Had Marie dit met de staf gedaan? ‘Huh, deed ik dit?’ vroeg ze. Jasper liet haar hand los en deed een stap naar achteren. ‘Marie, kijk daar eens! De uil is er weer!’ Boven op het dak zat een spierwitte uil. Een uil die Marie en Jasper al vaker hadden gezien. Zodra Marie een blik met het dier wisselde, spreidde het zijn vleugels en vloog ervandoor. ‘Hé, wacht!’ riep Marie de uil achterna. Maar de uil vloog zo snel dat zij al snel uit het zicht verdween. ‘Marie… de staf,’ zei Jasper ineens. Marie keek naar de staf in haar handen. De bloem op de knop van de staf gloeide. Overal om hen heen gingen er kaarsen uit. Het werd

13


steeds donkerder op de begraafplaats. ‘Jas, wat is er aan de hand?’ vroeg Marie. In plaats van iets te zeggen, beet Jasper op zijn nagels. Bij een grafsteen vlak naast het huisje van oma Boe gingen drie kaarsen weer aan. Ze flikkerden. Toen de eerste in de rij uitging, ging er verderop bij een ander graf een kaars aan. En ook de tweede kaars doofde vanzelf, terwijl er verderop weer een kaars aan ging. ‘Het lijkt wel alsof iemand ons iets duidelijk probeert te maken,’ zei Marie, terwijl ze nieuwsgierig naar de brandende kaarsen toe liep. Hoe verder ze liep, hoe meer kaarsen er aan gingen. Toen ze zich omdraaide, ontdekte ze dat de andere kaarsen alweer uit waren gegaan. ‘Jas, kom,’ zei ze en ze wenkte hem. ‘Die kaarsen leiden ons ergens naartoe, ik weet het zeker.’ Jasper knikte, ook al keek hij aarzelend. Samen volgden ze het spoor van de kaarsen. Het leidde hen dwars door de begraafplaats heen, tot aan de rand waar geen graven meer stonden. In dit boomrijke verlaten deel van de begraafplaats was Marie nog niet eerder

14


geweest. Alles zag er donker en grauw uit. Het duurde even voor ze de volgende brandende kaarsen vonden. Ze liepen een heuvel op, totdat ze uiteindelijk bij een groot, vierkant huis kwamen. Het lag verscholen tussen allerlei bomen en struiken. Aan de linkermuur hing een dikke buis, die opengebroken was. De buis liep door naar het dak, waar het uitmondde in een soort torentje. Een raam was gebroken en de deur lag er half uit. Hier en daar waren nog de resten van rode verf te zien. Marie liep naar de deur toe. Ze schrok toen ze met haar schoen per ongeluk op een glasscherf trapte. Behoedzaam wierp ze een blik naar binnen. Daar stond één brandende, witte kaars op de doffe tegelvloer. ‘Hier moeten we zijn, Jas,’ fluisterde Marie.

15


TOVEREN! Marie dwong haar voeten nog een stap verder te zetten. Wat was dit voor huis? Waarom leidden de kaarsen naar deze plek? ‘Ik ben bang, Marie,’ fluisterde Jasper. ‘Ik ook, Jas,’ gaf Marie toe. Ze keek hem vragend aan. ‘Wat doen we?’ ‘Naar… naar binnen gaan?’ vroeg Jasper onzeker. Marie knikte. Natuurlijk moesten ze naar binnen. Ze haalde diep adem en verzamelde zoveel mogelijk moed. Tegelijkertijd stapten Marie en Jasper het huis binnen. Toen ze in het midden van de ruimte stonden, dicht bij de brandende kaars, vloog de witte uil naar binnen. In een soepele beweging vloog zij naar een houten balk aan het plafond. Daar nam de uil plaats en keek zij met een nieuwsgierige blik naar Marie en Jasper. ‘Kun je ons vertellen wat we hier moeten doen?’ vroeg Marie. ‘Jij weet vast en zeker meer over deze plek.’ De uil spreidde haar vleugels, maar verroerde zich

16


niet. In plaats daarvan begon de kaars bij Marie en Jaspers voeten te flikkeren. Heel even ging hij zelfs helemaal uit. Toen hij even later weer brandde, meende Marie een roos in de vlam te zien. ‘Zag je dat, Jas?’ vroeg ze. ‘Een roos!’ Marie bukte om de kaars van dichtbij te bekijken. Toen voelde ze iets prikken bij haar buik. De toverstaf van haar oma! Vlug kwam ze weer overeind. Ze haalde hem uit haar jas en zwaaide ermee. Vanuit haar ooghoeken zag ze dat het vlammetje ervandoor ging. Hij vloog zomaar door de lucht! Totdat Marie de toverstaf stilhield. Toen bevroor het vlammetje weer. ‘Doe ik dit?’ vroeg ze zich hardop af. ‘Zwaai nog eens met de staf,’ moedigde Jasper haar aan. Marie zwaaide opnieuw met de staf. Het vlammetje danste door de lucht. Marie hield de staf wat hoger en de vlam vloog er moeiteloos naartoe. Hij zweefde in de richting van de uil, die omhoogvloog. ‘Kijk uit!’ riep Marie. De uil landde op haar schouder. Jasper deed

17


geschrokken een stap opzij, terwijl Marie glimlachte. De uil voelde na deze maanden vertrouwd. ‘Hoi,’ zei Marie zachtjes tegen de uil. ‘Fijn dat je bij ons blijft.’ Het vlammetje daalde weer iets naar beneden. Marie zwaaide opnieuw met de staf en liet daardoor de vlam door de kamer vliegen. Maar toen bleef de vlam recht tegenover Marie en Jasper, voor de muur, hangen. Ook al probeerde Marie met haar staf hem weer te laten bewegen, hij bleef stil. De uil sprong van Maries schouder af en hupte over de vloer. Langzaam naderde ze de vlam. Marie bleef met haar staf zwaaien, maar het was zinloos. Totdat de uil achter de vlam ging staan en haar bek opende. Het vlammetje kwam weer in beweging en verdween zomaar in de bek van de uil. Hij verdween zelfs helemaal tot in zijn buik! ‘Nee!’ riep Marie. Maar de uil hupte vrolijk door. Marie hield even in, maar bewoog toen heel voorzichtig haar staf. De vlam brandde, maar er leek verder niets te gebeuren. De staf in Maries handen begon te trillen. Uit de

18


bloemknop verscheen een lichtgroene straal. Het leek net een tak, die naar de uil toeschoot. Gelukkig vloog het dier net op tijd terug naar de balk. Door het vlammetje in haar witte buik gaf de uil nu licht. Op de plek waar de tak zich in de muur had geboord, verscheen een gouden vlek. Die breidde zich steeds verder uit. Marie wist niet wat ze zag. In de vlek verschenen fotolijstjes, kaarsjes en een altaar: een houten tafel, waar een tafelkleed netjes overheen werd gelegd. Alle fotolijstjes daalden langzaam neer en werden op het altaar geplaatst, net als de kaarsen. De rest van de kamer vulde zich met kisten, vazen en zelfs een kleine machine die op Zilverklei liep. Er zaten tandwielen aan en er kwam stoom uit een klein pijpje. Het huisje werd helemaal opgeknapt, alsof het gloednieuw was. Ineens verscheen daar het gezicht van een jonge oma Boe, in haar twintiger jaren, op het grootste fotolijstje. Ook op de andere foto’s was Maries oma te zien. Marie keek opzij naar Jasper. ‘En dit gebeurt allemaal dankzij de toverstaf?’ vroeg ze, ook al wist ze het antwoord.

19


20


‘Jij hebt dezelfde krachten als je oma. Ik denk dat de uil je probeert te leren wat je met de staf kunt,’ zei Jasper. Marie vroeg zich af wat deze magische voorstelling nog meer te betekenen had. Was het een begin van een spreuk? Met het zwaaien van haar staf was de groene straal tevoorschijn gekomen. Ze was inderdaad aan het ontdekken wat ze allemaal met de staf kon bereiken. Maar wat er met dit huisje aan de hand was, wist ze niet. Van wie was het geweest? Haar oma? Het leek alsof de uil hen nog iets duidelijk probeerde te maken. Maar wat precies? Jasper liep naar het altaar toe. Hij pakte een fotolijstje op, en liet het vervolgens bijna uit zijn handen vallen. ‘W-wat…’ stotterde hij. ‘Marie, deed jij dit?’ ‘Wat is er?’ vroeg Marie en ze ging naast Jasper staan. ‘Je oma! Ze bewoog! Het leek wel alsof ze naar me lachte.’ Marie begreep meteen wat Jasper bedoelde. Haar oma leek op iedere foto te leven. Ze knipperde met haar ogen, glimlachte en zelfs haar haar wapperde een beetje heen en weer. Maries oog viel op een wat kleinere foto, die half

21


verborgen stond achter een grote, dikke kaars. Ze pakte het fotolijstje erachter vandaan en bekeek het van dichtbij. Op de foto waren een paar mensen te zien die ze goed kende. Mevrouw Sterrenkruid stond erop, maar ook meneer Mori en meneer Van Maan. Het waren de leden van de beschermersgilde. Er begon Marie iets te dagen. Zou dit huisje misschien een geheime plek van de beschermersgilde geweest kunnen zijn? Zou haar oma hier misschien in het geheim met haar toverstaf hebben geoefend? Net zoals zij nu deed? Er bleven maar vragen door Maries hoofd schieten. Zou de uil haar oma ook hebben geholpen met het leren gebruiken van de staf? Ze keek weer naar de staf. ‘Ik krijg het toveren langzaam onder de knie, Jas,’ zei ze zelfverzekerd. ‘Probeer nog eens iets,’ zei Jasper met een glimlach. ‘Ik heb wel zin in nog iets toverachtigs.’ Marie trok een wenkbrauw op. ‘Je denkt toch niet dat ik van alles tevoorschijn kan toveren?’ Toch zwaaide ze haar toverstaf in het rond. Marie zag dat de lach van haar oma op de foto’s steeds groter

22


werd. Ondertussen verschenen aan de muren overal rozen in allerlei kleuren, die razendsnel opengingen. Totdat buiten ineens iemand gilde. Onmiddellijk verwelkten alle rozen aan de muren. De fotolijstjes vervaagden en de spullen verdwenen. Het duurde niet lang voordat het huis weer net zo kaal was als toen Marie en Jasper het betraden. ‘Marie, Jasper!’ riep een bekende meisjesstem.

23