Issuu on Google+

GERDA 1

Favoriete natuur van... Vier Bekende Nederlanders laten hun ‘parels’ zien De boeren van 2010

Gerda Help, mijn puber zit altijd binnen! Echt lekker eten; kunnen we het nog?

Minister van Leven, Nuchterheid en Verhalen: met paard en wagen door het dorp


Geniet u ook van ons prachtige landschap? Om dit zo te houden en het landschap nog mooier te maken, worden er het hele jaar door activiteiten georganiseerd. Bijvoorbeeld werkzaamheden als houthakken of grasmaaien. Kijk voor wat u allemaal kunt meemaken op www.mooierlandschap.nl

www.mooierlandschap.nl Het landschap wordt mede mooier gemaakt door de ministeries van LNV en VROM, de provincies en het Landschapsmanifest.


GERDA 3

Editorial Gerda Verburg

I

k meld het u maar vast. Ik ben niet glamoureus. Vooruit, een tikje mis­ schien. Maar niet zoals de land­ bouw, de natuur en ons voedsel dat zijn. Die prikkelen de zintuigen. En doen dat steeds op een andere manier. Dat straalt hopelijk ook op mij af. Daarom is het toch een beetje glamoureus om minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te zijn. Veel vergaderen, daar ontkom je niet aan. Maar ook veel het veld in, ons land in. En wat ik dan alle­ maal zie!

Er is niets glamoureus aan poseren in een zomerjurk in een stal bij 7 graden

Elke keer vind ik het weer een wonder dat we in ons kleine en dichtbevolkte landje zulke prach­ tige landschappen en natuur in stand kunnen houden. Maar liefst 70% is landbouwgrond en 13% natuur. Landschap waar je kunt fietsen, wandelen – of hardlopen, zoals ik doe – en waarin kinderen kunnen rond­ struinen. Hoe glamoureus is dat? Ik wil u die pracht en praal graag een keer door mijn ogen laten zien. Daarom deze Gerda, een eenmalige glossy, waarin ik u meeneem langs boeren waar we trots op kunnen zijn, langs de mooiste natuur­ gebieden, langs de kracht van goed en gezond eten, langs de plekken waar kinderen weer vies mogen worden, langs onze rijke Noordzee en zelfs langs uw eigen achtertuin. Met pijn in mijn hart

laat ik u ook zien dat het wel eens onweert in het paradijs. De Q-koorts heeft veel mensen geraakt de afgelopen maanden. Deze Gerda markeert een belangrijk jubi­ leum: namelijk het 75-jarig bestaan van mijn ministerie. Een departement dat er in de eerste decennia – vlak na de oorlog – was om te zorgen dat wij in Nederland voldoende te eten hadden. Nu is het uitgegroeid tot een ministerie, dat zich bezighoudt met dingen die alle Neder­ landers dagelijks aangaan. Deze Gerda is dan ook een ode aan het groen in ons land. En daar mogen wij best eens wat voor over hebben. Daarom hees ik mij een tijdje geleden op een regenachtige zaterdag­ ochtend met genoegen in stijlvolle kleding en liet ik mij voor één keer stevig onder handen nemen door een visagist. Waarbij ik met dankbaarheid constateerde dat ik minister ben en niet fotomodel, want geloof me, er is niets glamoureus aan poseren in een zomerjurk in een stal bij een temperatuur van 7 graden. Ik hoop dat u net zo geniet van deze Gerda als ik van het maken ervan en ik hoop dat het blad u inspireert om vandaag nog, of in ieder geval dit weekend, al dat moois in ons land met eigen ogen te gaan bekijken. U bent er van harte welkom. Leven van het land. Geven om natuur!


4 INHOUD

28

Duurzame visserij “Deze vis wordt duurder betaald”

33

De natuur in! Bekende Nederlanders over hun favoriete plek

9

De boeren van 2010 “Mijn dames hebben de keus; binnen of buiten”

10

Interview Gerda Verburg “Ik haal mensen om tafel”


GERDA 5

Inhoud Gerda

22 40 43 48

Wat deed Q-koorts met hen? Drie betrokkenen vertellen Een verhaal met een staartje Waar Betty blij van wordt De ontwerper en de bioloog Recept voor een eigentijdse, biodiverse tuin Over biet, biest en brood Funshoppen met Gerda

8 18 Hoe vies durft u te worden? Lang leve het spelen in de natuur 26 Francine Oomen stuurt uw puber naar buiten 38 Mag het een tasje minder? Tijd voor beter keukenmanagement!

Column Pierre Wind “Ik probeer vies te elimineren�


Maatschappelijke stage

6 KORTORT

Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wil in 2011 tienduizend stage­ plekken in het groen voor middelbare scholieren. Bilal Assakali (16) is VMBO leerling op het Huygenscollege in Amsterdam. In het kader van zijn maatschappelijke stage liep hij mee op een boerderij in Utrecht.

T

wee tot drie ‘loodgietertassen’ vol paperassen geven Dennis van der Veer en Denise Overbeek minister Gerda Verburg dagelijks mee naar huis. Ook voor het weekeinde. Beleidsvoorstellen, brieven die ze moet tekenen, vergaderstukken, informatie over werkbezoeken. “Als ik weet dat ze ’s avonds pas om elf uur naar huis kan, stop ik haar tas minder vol”, zegt secretaresse Denise. “Maar ja, dan komt het er de volgende dag bij.” Ze leest alles, weten Dennis en Denise. “En dan ‘s morgens toch goed gemutst binnenkomen. Hoe dóet ze het?”

W

Samen met mijn klasgenoten heb ik de koeien op de boerderij verzorgd. We moesten de stal opruimen en de koeien eten geven. ’s Avonds hielpen we met melken. Het was leuk om te doen, maar ook erg vermoeiend.

Deed je dat melken met de hand?

Zou je zelf boer willen worden? Mijn opa in Marokko heeft een paar schapen en koeien. Ook daar heb ik wel eens meegewerkt. Toch is het niet echt iets voor mij. Als boer heb je erg weinig vrije tijd. Bovendien hou ik van het leven in een drukke stad.

Nee, dat gebeurde met machines, waar de koeien op werden aangesloten. We hebben de

Scholieren doen een stage in het groen

DUTCH DESIGN Water­ container

A

melk wel geproefd tijdens de lunch. Heel lekker vers!

Silo – Leonie Barnier

Van: Dennis en Denise Voor: Gerda

at heb je gedaan op de boerderij?

ls je een jong boompje in je achtertuin plant, dan is de kans groot dat ’ie binnen een jaar dood gaat. Bijvoorbeeld door te weinig water, knagende

insecten of overwoekering van andere planten. Moet je nagaan hoe lastig boompje planten in een extremer klimaat is. Daar maakt de ontwikkeling van de kunststof Waterboxx van AquaPro (ontwikkeld met de steun van LNV) een einde aan. Deze

container die ondergronds om het tere boompje zit, houdt water vast zodat de boom kan groeien. Een uitkomst in droge streken. De box is gemaakt van biologisch afbreekbaar plastic en laat geen schadelijke stoffen achter in het milieu. Nu is de kans op overleven vele malen groter.


GERDA 7

Louis van Baar (15) en zijn broertje Oscar (10) zijn dagelijks aan het werk op hun digitale boerderij bij het spelletje Farmville. “Koeien melken doe ik ook.”

Internetboeren

O

scar: “Als je het spel uit doet, dan groeit het gewas gewoon door. Net of je een echte boer bent. Dat is leuk, want bij ons in Den Haag zijn niet zo heel veel boeren. Als het gewas klaar is, dan kan het één dag liggen voordat het wegrot. Dat heb ik weleens gehad. Je hoeft niet per se elke dag te kijken hoe het gaat, maar dat

doe ik wel. Ik zit op level 25, dat is hoog, want het hoogste van mijn vrienden is 30. Zelf wil ik geen boer worden, want ik word liever voetballer.” Louis: “Ik heb de grootste boerderij die er is. Ik kies zelf welke gewassen ik plant en moet het elke dag oogsten. Met Halloween kocht ik

Nederland op 2 in Ethiopië

Geen restaurant dat zijn gasten zo goed kent als het Restaurant van de Toekomst. “Ober, er ligt een sensor in m’n soep.”

E

en bosje rozen, een kopje koffie of verse boontjes. Daarbij denk je vast niet meteen aan Ethiopië. Maar Nederland staat tweede op de lijst van exportbestemmingen voor producten uit dit Afrikaanse land. Daarom bracht minister Gerda Verburg een werkbezoek aan dit land en nam onder meer een kijkje bij een rozen- en groentenkwekerij. Sinds vorig jaar steekt ons land extra geld in

Capitoolgids, Parels van Staatsbosbeheer. “Terecht bekroond om de prachtige weergave van onze groene cultuur­ historie.”

2

Het laatste kind in het bos. “Schrijver Richard Louv toont aan dat je ontworteld raakt als je als kind bent afgesloten van de natuur.”

H de ontwikkeling van duurzame landbouw in ontwikkelingslanden. Landbouw vormt namelijk de basis voor een stabiele economie en zorgt ervoor dat er voldoende voedsel komt. Nederland heeft heel veel kennis die arme landen goed kunnen gebruiken voor het verbeteren van de landbouw.

Op het nachtkastje

De favoriete boeken

1

pompoenen. Koeien melken doe ik ook. Farmville heeft niet veel met het echte boerenleven te maken; de gewassen groeien veel sneller en het oogsten gaat ook heel makkelijk. Ik denk dat een echte boer er meer tijd aan moet besteden.”

van minister Gerda Verburg

3

De ontdekking van de hemel (Harry Mulisch) “Mooiste boek dat ik ooit gelezen heb.”

4

De kleine geschiedenis van het Groene Hart. “Over de prachtige streek waar ik al mijn hele leven woon.”

5

De groene hemel – kindertuinen. “Onderwijzer Bert Ydema inspireert mensen om de verwaterde band tussen kind en de natuur te herstellen.”

Ga naar www.gerdamagazine.nl om één van de boeken op Gerda’s nachtkastje te winnen.

ebben we lekker gegeten? Dat bepalen we in het Restaurant van de Toekomst in Wageningen maar ten dele zelf. Met high-tech meetapparatuur worden hier onze eetgewoonten en smaakbeleving objectief vastgelegd en geanalyseerd. Dat begint al als we langs het buffet lopen: camera’s zien hoe we onze route bepalen, welke producten we kiezen en op welke kleuren en lichten we reageren. Ook het afrekenen is innovatief: er komt geen caissière aan te pas. Behalve lunchen kunnen bezoekers – vaak medewerkers en studenten van de universiteit – zich opgeven voor experimenten. De data worden gebruikt door de universiteit van Wageningen. Om bijvoorbeeld producten minder zout te maken,

terwijl ze toch hun smaak behouden. Het ministerie van LNV subsidieert dit soort projecten. De commerciële partners van het restaurant vragen zich op hun beurt af of consumenten hun nieuwe product lekker zullen vinden, of hoe ze hun restaurant klantvriende­ lijker kunnen inrichten. Het Restaurant van de Toekomst is alleen toegankelijk als je je laat registreren als proefpersoon.

Eten is meten

Nieuwsgierig geworden? Kijk voor meer informatie op www.restaurantvandetoekomst.nl


8 COLUMN

J

a, ik val maar direct met de deur in huis. Met een mokerslag. Je proeft niet met de tong. En ‘vies’ bestaat niet. De tong is slechts een postbode. Deze mededeling zal je effe doen schrikken, lijkt me. Proeven we niet met onze tong? Nee, want de tong brengt de smaken alleen naar ons brein. Het zijn de hersenen die proeven en ons dus het finale smaakoordeel geven. Daarbij zijn de belangrijkste smaken niet zuur, zout, bitter, zeep, zoet en metaal. De belangrijkste smaak is ‘emotie’. Officieel staat emotie niet in het smaakrijtje, maar ik voeg haar al jaren toe. Wanneer je in scheiding ligt of je hoort dat je de lotto hebt gewonnen: hetzelfde boontje zal anders smaken. Écht. Emotie is het allerbelangrijkste instrument om de gemoedstoestand van het product te kwalificeren. Lekkâh of vies? Zoals ik al eerder aanhaalde: vies bestaat niet, want wat de één lekker vindt, vindt de ander… niet lekker. Je zult misschien denken: ‘Kaal ei op voetjes, waar maak je je zo druk om?’ Maar met de term ‘vies’ draai je elke discussie de nek om. Zeker bij kinderen. Ik probeer ‘vies’ te elimineren, want ik wil graag in discussie komen met de kids van nu. Dit is direct de reden waarom ik pleit voor verplichte smaaklessen op school. Oftewel voedingslessen. Vanaf groep 0. Eten is onze eerste levensbehoefte. In smaaklessen leren de leerlingen waar ons eten vandaan komt, hoe je ervoor kan zorgen dat je geen skippybal op voetjes wordt, dat eten en bewegen de yin en yang van de samenleving zijn. Wat staat er op een etiket? Wat is een emulgator? Wat is een kilocalorie?

Pierre Wind Lekkâh of vies?

Et cetera. Tegelijkertijd kun je ze leren wat duurzaam voedsel is. Daarnaast leg je het hele CO2verhaal uit en wat we eraan zouden moeten doen. Al jaren word ik geconfronteerd met minimale voedselkennis van de hui­ dige basisschoolleerling. Trouwens, volwassenen weten meestal ook niet veel. Logisch, die hebben geen smaaklessen gehad. Wanneer je meer producten in je referentieka­ der hebt, dan zul je ook breder kie­ zen. Lees: gevarieerd consumeren. Dus in het algemeen gezonder eten. Het is toch onbegrijpelijk dat in een klas meer dan de helft niet weet wat een aubergine, rettich of snijboon is. En dat er kinderen zijn die geloven dat er een cho­ colademelkkoe of pizzaboom bestaat. Deze horrorstory’s heb ik persoonlijk kunnen optekenen uit kindermonden. Met minister Veerman was ik al blij, maar met de huidige minister Verburg voluit gelukkig. Deze minister staat pal achter smaaklessen. Top. Helaas nog niet achter verplichte smaaklessen. Maar ik geloof heilig dat vele voedselproble­ men (waaronder overgewicht) teruggedrongen kunnen worden met verplichte smaaklessen. Waarom luisteren de andere ministeries hier niet naar? Komen ze uit een ei? Ik hoop echt vanuit het diepste van mijn hart, dat ik mag mee­ maken dat de politiek wijs zal zijn en verplichte smaaklessen zal invoeren. Lukt dat niet, dan staat er op mijn grafsteen: Missie Mislukt.

Een smaakles of een smaakfestijn op de school van uw kind regelen? Kijk op www.gerdamagazine.nl

Ruben Schipper Werner Fotografen Agentschappen

Kok, foodstylist en schrijver Pierre Wind pleit voor verplichte smaaklessen en wil en passant het woord ‘vies’ afschaffen.


De boeren van 2010 Maak kennis met de moderne boer. Vijf boeren over de aard van hun bedrijf

Zelf de kassen voorzien van warmte Eric Moor Kweker van orchideeën 44 jaar 8 hectare kassen en 75 medewerkers Jaaromzet: 20 miljoen euro per jaar De helft van Eric’s orchideeën gaat naar het buitenland

“W

e zijn behoorlijk hard gegroeid. Ik zat in de snijbloemen, maar dat leverde niet genoeg rendement op. Ik nam daarom een orchideeënteelt over en startte zeventien jaar terug met één hectare kas en drie medewerkers. We groeiden mee met de populariteit van het product. Van een kapstok met bloemen was het ineens een modieuze plant. Dat komt vooral omdat Jan de Bouvrie de plant gebruikte in TV Woon­ magazine en omdat je lang plezier hebt van de plant. De orchidee heeft op de veiling alle potplanten verdrongen in aantal en omzet.

Van de bloeiende planten gaat 90 procent naar het buitenland. Ik heb het gevoel dat ik pas begonnen ben; ik ontmoet ondernemers die nog veel verder zijn dan ik. Ik leer hoe zij te werk gaan waardoor ik zelf ook weer een stap kan maken. In het begin werkte ik alleen met mijn handen, nu ben ik steeds meer een ondernemer die met zijn visie bezig is en vooruitstrevend werkt. Zo heb ik een warmtekrachtkoppeling (gecombineerde opwekking van warmte en electriciteit, red.), waarmee ik zelf mijn kassen voorzie van warmte.”

9


10 INTERVIEW

Ze groeide op op een boerderij, in een gezin met tien kinderen. Problemen werden aan de keukentafel opgelost. Het komt minister Gerda Verburg nog steeds van pas. “Ik haal mensen om tafel� Door Sigrid van Iersel

LN V

Minister van

even, uchterheid en erhalen


11


GERDA 13

Hard werken hoort erbij, maar je moet je ook iedere dag bewust zijn dat het leven het waard is om geleefd te worden

G

erda komt met de fiets aanrijden voor dit interview. Hier, in haar woonplaats Woerden, wordt ze voortdurend door allerlei bekenden aangesproken. Of anders roept ze zelf wel uit de verte luidkeels naar iemand om te informeren hoe het er mee staat. “Als ik hier boodschappen doe op de markt, doe ik er twee keer zo lang over als mijn vriendin Willy”, lacht ze.

Als Tweede Kamerlid was u volledig gespe­ cialiseerd in sociale zekerheid. En toen werd u ineens minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Dacht u toen meteen: dat kan ik ook? “Naast Marga Klompé was oud-minister Jan de Koning een voorbeeld in de politiek. Van hem heb ik geleerd: doen is kunnen, kunnen is doen. Ik ga er volledig voor. En ik sta ook ergens voor: ambitie, nuchtere betrokkenheid en de wil om als Nederland op het gebied van

innovatie en voedselkwaliteit in de voorhoede te staan.” Wat wilt u vrouwen meegeven? “Vrouwen hebben wel eens de neiging zich af te vragen of ze iets wel kunnen. Dat is vaak niet terecht. Durf je dromen ook ���s morgens opnieuw te beleven. Ga er gewoon achteraan. Denk niet dat je ergens te oud voor bent, want je bent nooit ergens te oud voor. Ik droom nu nóg! Stel dat ik geen minister meer ben, dan wil ik weer een studie gaan doen: economie van de duurzaamheid. Daar kan ik op mijn zeventigste nog mee beginnen.”

GLOEIEN VAN TROTS

U bent opgegroeid in een gezin met tien kinderen op de boerderij in het Groene Hart. Was er verschil in benadering tussen jongens en meisjes? “Voor mijn ouders was het cruciaal dat jongens en meisjes zich allemaal zelf konden redden en over dezelfde vaardigheden konden beschikken. De jongens leerden koken, bed-

den opmaken en ramen lappen. De meisjes leerden koeien melken en banden plakken. Op zondag zorgden de kinderen om de beurt voor de maaltijd. Vanaf je tiende jaar draaide je mee in dat systeem. Op zaterdag deed je inkopen in het dorp. Ik vond het bijzonder dat mijn ouders zoveel vertrouwen in ons hadden. Het meest sprekende voorbeeld daarvan was de eindexamenstunt van mijn broer. Omdat ik goed kon mennen, had hij me gevraagd mee te doen. Mijn oma vond het onverantwoord dat ik met paard en wagen en een stel opgeschoten jongens door de stad ging rijden. Ik was twaalf. Daar gaat mijn feestje, dacht ik. Toen zei mijn vader met nadruk: moeder, het is míjn dochter en ik denk dat ze het kan. Ik stond te gloeien van trots.” Dat doen zeker niet veel twaalfjarigen. U zult vast gemerkt hebben dat het niet in ieder gezin zo werkte. “Ja, dat zag ik op school. Als ik zei dat ik thuis even iets ging regelen, keken mijn vriendinnen mij heel vreemd aan. Voor mij was dat


14 INTERVIEW

Ik kan ongelooflijk genieten van een maaltijd waar je tijd voor hebt. Bedenken wat we gaan klaarmaken en welke wijn we schenken juist vanzelfsprekend, want bij ons werden de problemen aan de keukentafel opgelost. Als je een regel wilde veranderen, werd iedereen daarbij betrokken. Die manier van werken staat op mijn harde schijf gegrift.” Hoe komen uw opvoeding en uw jeugd­ ervaringen u nu van pas in uw rol als minister? “Boeren en natuurorganisaties hebben decennia lang met de rug naar elkaar toe gestaan. Nu zijn ze bereid zich naar elkaar toe te draaien. Dat is een megaoperatie. Ik hou ervan mensen om de tafel te halen. Ik zeg: blijf je onderdeel uitmaken van het probleem of wil je deel uitmaken van de oplossing? Sommigen noemen dat polderen. Dat heeft tegenwoordig geen goede naam, maar ik pluk er nog steeds goede vruchten van.” Minister van het Goede Leven, zo noemt u uzelf gekscherend omdat u gaat over de kwaliteit van ons voedsel en ons landschap. Wanneer is voor u het leven goed? “Ik kan ongelooflijk genieten van een maaltijd

waar je tijd voor hebt. Niets is mooier dan te bedenken wie Willy en ik gaan uitnodigen, wat we gaan klaarmaken en welke wijn we daarbij schenken. Daar zijn we soms de hele dag mee bezig. Vooral een mooie presentatie op het bord vind ik belangrijk. Maar ook van het ontbijt kan ik geweldig genieten. Vandaag hadden we vrij en konden we anderhalf uur de tijd nemen voor het ontbijt. Samen opstaan, radio aan, koffie en kranten erbij. Heerlijk.”

WAKKER LIGGEN

Heeft u dat ook van huis uit meegekregen: genieten van goed en lekker eten? “Jazeker. We leefden met wat we produceerden: onze eigen groentetuin, de boomgaard en onze eigen dieren. Er moest wel wat gebeuren om alle monden te voeden. Bovendien waren er altijd wel wat extra monden. De ene keer hadden we een pleegzusje of -broer in huis of er kwam een mevrouw bij ons wonen die ongehuwd zwanger was geworden. Een extra bord was geen enkel probleem. Maar we

leerden wel respectvol om te gaan met voedsel. We hebben genoeg, maar we verspillen het niet.” Wat is uw geheim om het veeleisende ministersleven vol te houden? “Iedere ochtend tussen zes en acht uur loop en ontbijt ik in mijn eigen tempo. Die twee uren zijn voor mij. ’s Winters zie ik niet zo veel door de duisternis, maar je leert je zintuigen te gebruiken. Ieder jaargetijde heeft een andere geur. En als het licht is, zie ik een geweldige variatie aan kleuren. Ik vind ook dat iedere Nederlander binnen tien minuten fietsen in het groen moet kunnen zijn. Zelf woon ik op drie minuten lopen van het stadspark.” Is het lastig om de knop om te zetten als je zo’n druk leven leidt? “Het leven kan zo voorbij zijn, dus je moet zelf aan het stuur staan. Daar hoort hard werken bij, maar je moet je ook iedere dag bewust zijn dat het leven het waard is om geleefd te worden. Een van mijn motto’s is dat je nooit problemen mee naar bed moet nemen. Er zijn


15

Duurzaam en modieus kunnen heel goed samengaan, bewijst de jurk van minister Gerda Verburg. Het is een ontwerp van Berber Soepboer en is gemaakt van gerecyclede materialen. Er zijn in Nederland steeds meer ontwerpers die duurzame mode maken, zoals Rianne de Witte en Natascha Louwe.


16 INTERVIEW

maar twee dingen waar je wakker van mag liggen: verliefdheid en verdriet. Niet van problemen die er de andere dag nog zijn en die je dan ook kunt oplossen.” Een ander motto van u is, dat kinderen van nu ook leren bewust met voedsel om te gaan en de natuur leren kennen. Waarom? “Als mensen bewuster eten, werken ze aan hun welzijn en geluk. Gezond eten is het beste medicijn tegen overgewicht en vormen van diabetes. Mensen staan daar nauwelijks bij stil. Daarom is het cruciaal dat kinderen weten waar hun eten vandaan komt en een verbinding hebben met de natuur en hun omgeving. Ik ben eens met een klas en een boswachter van Staatsbosbeheer het bos in geweest. De kinderen kwamen met veel kabaal binnen. Aan het einde van de middag waren ze hondsmoe, maar zielsgelukkig.”

U bent overal in Nederland geweest. Wat zijn volgens u echte ‘must see’-plekken? “Ik fiets elk jaar de Elfstedentocht in Friesland. Echt prachtig. Als je de Tour de France na wil doen, klauter met je kinderen de Cauberg op in Zuid-Limburg. Het is maar een kilometertje, maar wel flink klimmen. En als je eens lekker tegen de wind in wilt fietsen, moet je in Zeeland zijn. Ondanks zijn beperkte omvang is Nederland zo ontzettend divers, dus ga op avontuur! En dan heb ik nog een tip. Ik ben ook vaak in het buitenland. Dan valt het op dat Nederland eigenlijk het enige land is waar je zoveel koeien buiten ziet lopen. Dus als je terugkomt van een buitenlandse vakantie, geniet dan eens van de koeien in de wei.”<<

ZOVEEL KOEIEN

U bent trots op onze boeren en zou graag zien dat mensen vaker een kijkje nemen op de boerderij en daar producten kopen. Wat hebben de boeren daar aan? “Openheid is belangrijk om te voorkomen dat maatschappelijke organisaties of actiegroepen beelden neerzetten die niet kloppen met de werkelijkheid en het imago van boeren tekort doen. De agrarische sector van Nederland is wereldberoemd, behalve in eigen land. Dat gebrek aan trots heeft veel te maken met de periode dat alles op het boerenbedrijf zich achter gesloten deuren afspeelde. Sommige boeren moeten nu wel leren om hun verhaal te vertellen. Dat zag je bijvoorbeeld bij het televisieprogramma Boer Zoekt Vrouw. De Friese boer Wietse is in zijn stal een geweldige vakman. Maar als hij daarover iets moet vertellen, staat hij te stotteren. Toch is het belangrijk dat boeren hun trots en vakmanschap laten zien.”

Het is belangrijk dat boeren hun trots en vakmanschap laten zien

GERDA VERBURG Geboren: 19 augustus 1957 in Zwammerdam Opleiding: Christelijke Sociale Academie in Kampen (Personeels­ werk en arbeidsverhoudingen) Politiek: was negen jaar Tweede Kamerlid voor het CDA, waarbij ze zich vooral bezighield met sociale zekerheid. Nu minister van Land­ bouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Burgerlijke staat: woont samen met Willy Snelste marathon: 2006, Dwars door Drenthe (3.17.52 minuten). Levensovertuiging: “We zijn opgevoed met het motto ‘je mag er zijn, wees er ook voor anderen’. Iedereen kan verantwoordelijkheid dragen.


De boeren GERDA 17 van 2010

Vormgeven aan je leven PIET VAN IJZENDOORN Eigenaar Zonnehoeve, Flevoland 61 jaar akkerbouw, veeteelt van melken vleeskoeien en het beheer van natuurgebieden, bakkerij, stoete­ rij, pensionstalling, gezinshuizen, Hofwebwinkel en overige (educa­ tieve) activiteiten

“I

k begon 27 jaar geleden met een leeg veld en een duidelijke visie. Een biologisch en dynamische landbouwbedrijf, dat was mijn droom. In de tijd dat ik met de Zonnehoeve begon, was biologisch werken een zeldzaamheid. Men was nog in de veronderstelling dat het wereld voedselvraagstuk alleen op te lossen viel via genetische manipulatie. Onzin! Toen ik in Groningen milieukunde ging studeren richtte ik me vooral op het voedselprobleem en kwam ik erachter dat het anders kon. En dat hebben we met de Zonnehoeve ook wel bewezen. Er is een zelfvoorzienende keten ont-

staan tussen akkerbouw, veeteelt van melken vleeskoeien en het beheer van natuur­ gebieden, vanuit de filosofie dat het vee – via de mest – in dienst staat van de akkerbouw. Een tweede wens van mij en mijn partner was om mensen bewust te maken van de mogelijkheden van de natuur door ze te betrekken in het bedrijf. Sinds tien jaar wonen er dan ook jongeren op de boerderij. Jongeren die in deze maatschappij niet aan een bepaald beeld voldoen en dus ‘behandeld’ moet worden. Hier krijgen ze de kans om met de natuur te werken en zelf vorm te geven aan hun leven.”


18 KINDERUITJES

Zand in je haar, een schrammetje hier, een vlekje daar. Lang leve het spelen in de natuur! Acht uitjes voor avontuurlijke kinderen (en ouders) die niet bang zijn voor kleerscheuren, korsten op de knie谷n of koeienvlaaien. Door Maureen Land

1 BRAAKBALLEN PLUIZEN

Speurtochten in overvloed, in het 3800 hectare grote duingebied van Nationaal Park Zuid Kennemerland. Voor de allerkleinsten is er de sprookjesspeurtocht en de schatkistenroute. Het hele gezin kan op zoek naar dierensporen met een speciaal rugzakje gevuld met sporen足 boekje, grond- en windmeter. Grote kinderen mogen met een GPS in de duinen struinen. Er zijn veel (seizoensgebonden) excursies, zoals braakballen pluizen, wild spotten of een bezoek aan de schaapskudde. En na zonson足 dergang: spannende sterrentochten of vleer足 muisexcursies in het Bloemendaalse Bos. Ook leuk als kinderpartijtje. Duincentrum de Zandwaaier, Overveen www.npzk.nl www.nationaalpark.nl

Vies van de natuur


GERDA 19

2 ‘N AAI VEUR DE FUOTTEN – VERWEN JE VOETEN

Het Blôde Fuottenpaad is een bijzondere wan­ delroute van Staatsbosbeheer. Als het niet meer zo heel koud is, trek dan je schoenen uit en loop het Blote Voetenpad. Aarde, gras, steentjes en water; witte kinderteentjes worden zwart, tijdens de wandeltocht van vier kilometer over “Wiebelholtjes” en het “Brommelloantje” Doezumermieden, Opende (grens Groningen / Friesland) www.blotevoetenpad.nl www.staatsbosbeheer.nl

3 TOUR DE DRENTHE

Eindeloos wandelen, fietsen en mountainbiken in de Drentsche Aa, een van onze twintig Nationale Parken. Er is een speciale spannende fietsroute voor kinderen. Een 17 kilometer lange zoektocht naar de Zilveren Dolk. Neem de pick­ nickmand mee en stop af en toe om te genieten van de natuur en de kleine beentjes rust te geven. Drenthe is trouwens ideaal voor een fietsvakantie met kinderen. www.drentscheaa.nl www.fietsprovincie.nl www.mooierlandschap.nl

4IN DE WILDERNIS STAD

Geen wipkip te vinden in natuurspeeltuin de Speeldernis in Rotterdam. Wel een wilgenbos, beekjes, bronnetjes en heuvels. ‘Net een jungle’, vindt Tibor van 11, die er graag komt. Hij kliedert met water, kijkt naar kikkers en verstopt zich in het struikgewas. En na afloop? Modderig en nat rond het kampvuur, een broodje bakken. Dit stukje stad is een wildernis vol avontuur. www.speeldernis.nl

5 FORT VOL VLEERMUIZEN

Gelegen aan de Linge maakt Fort Vuuren net als Slot Loevestein deel uit van de Hollandse Waterlinie, een reeks verdedigingswerken. ’s Winters logeren er vleermuizen. Maar iedereen kan over­ nachten op Fort Vuuren – op gepaste afstand van de vleermuizen in winterslaap. Zomers kun je zelfs voor een nachtje je tentje opzetten, op het kleine basic natuurkampeerterrein aan de rivier, met uitzicht op de opkomende zon. Verderop in het Lingebos is een zwemplas. En in spelbos de Kleine Waterlinie mag je zolang de zon schijnt tussen de bomen en de kanonnen spelen. www.natuurkampeerterreinen.nl www.wff.nl www.hollandsewaterlinie.nl


20 KINDERUITJES

6 PER SATELLIET DOOR HET RIET

De Wieden in de Kop van Overijssel is een uitgestrekt laag­ veen-moerasgebied. Veel water en veel riet dus. Je kunt er fluisterboten huren. Maar wat ook heel spannend is: kinde­ ren het riet in sturen! Met een GPS, een superkompas dat ze helpt zoeken naar tussen het riet verstopte opdrachten. In twee uur zompen tussen de rietstengels leer je heel veel over het moeras, de turfgravers, de palingvissers en de een­ denkooien. Natuurmonumenten biedt meer speurtochten die ook geschikt zijn als kinderfeestje. De Wieden: www.natuurmonumenten.nl

I

NATUUR: ALTIJD DICHTBIJ

n ons kleine en dichtbevolkte land, is natuur altijd dichtbij en verweven met ons leven. Meer natuur en vitale natuur, dat is de kern van het natuurbeleid. Een mooi landschap om met plezier in te wonen, werken en recreëren. En een goed leefgebied van 40.000 soorten dieren en planten. Het ministerie van LNV zorgt voor de natuur met bescherming door wetgeving, onderhoud en door aanleg van nieuwe natuur. Ook stimuleert LNV op verschillende manieren dat kinderen meer en weer in contact komen met de natuur. Niet alleen voor vandaag, maar ook voor morgen.

8 KO DE BOSWACHTER

De natuur in is een feest, dus waarom niet met een kinderpartijtje het bos in? De boswachter van Oisterwijk neemt de jarige en vriendjes graag mee op avontuur. Bijvoorbeeld om Watermonsters en andere kriebelkruipers te zoeken, in de buurt van een van de veertien ven­ netjes. Of hij drukt je met je neus in het stuifzand, op zoek naar diersporen. Het bos wordt hier in

zijn natuurlijke staat teruggebracht. Is het een­ maal voorjaar, dan roffelen de spechten er op los. Je kunt overigens op meer plekken in met de boswachter op pad. Staatsbosbeheer organiseert tien excursies voor vier personen voor Gerda-lezers. Kijk hoe je mee kunt op www.gerdamagazine.nl www.staatsbosbeheer.nl

7 DE BOER OP

Hoe leer je kinderen hoe wij ons eten verbou­ wen? Zelf je eigen appels telen is een begin. In de appelgaard van de Olmenhorst in Lisserbroek kun een appelboom adopteren. Een boerderij­ bezoek is een feest voor elk kind. Er zijn veel bezoekboerderijen in Nederland. Zoals de ecolo­ gische Genneper Hoeve bij Eindhoven. Voor scholen is er het belevend leren project ‘Met de klas de boer op’. Daar zien kinderen met eigen ogen waar schoolmelk vandaan komt. En met een beetje geluk stappen ze vol in zo’n lekkere koeienvlaai. www.platteland.nu www.metdeklasdeboerop.nl www.boerenlandpad.nl www.nederlandbloeit.nl www.adopteereenappelboom.nl


De boeren 21 van 2010

Comfortabel genieten van het buitenleven Clara van Ravenhorst Melkvee­bedrijf en bedrijfs­recreatie de Boerenstee 46 jaar Melkvee, Bed & Brood, groepsaccommodatie, kook­ cursussen en theeschenkerij www.boerenstee.nl

“I

n de buurt van de Gelderse Vallei staat onze boerderij. Een prachtige omgeving, realiseerden wij ons. Dus toen er een pakhuis op ons melkveebedrijf leeg kwam te staan, was het voor mijn man en ik een logische stap om een bed & breakfast te beginnen. Gasten kunnen hier genieten van het buitenleven en toch het comfort van thuis beleven. Voor kleine gezelschappen zijn er de liniehutten: betonnen huisjes, geïnspireerd op de Grebbelinie. Grote groepen kunnen slapen in de Boerenstee. Maar er is meer te beleven dan

alleen een bijzondere omgeving om in te slapen. We bieden met anderen veel activiteiten aan om de beleving compleet te maken. Denk aan fietsen, kajakken, maar ook koken met streekproducten. Die samenwerking heeft al veel opgeleverd. Zo hebben drie vrouwen in Theeschenkerij de Uitrusting hun eigen bedrijf kunnen starten. Het koken met streekproducten heeft een ontzettend leuk kookboek opgeleverd: ‘Smaak­makers, de Gelderse Vallei in recepten en verhalen.’ Ja, ik heb veel geluk om op zo’n mooie plek te wonen.”


22 Q-KOORTS

De Q-koorts heeft Nederland hard geraakt. Een bisschop, een geitenhouder en een patiënt laten hun gevoelens de vrije loop. “Ik geloof niet dat het voorbij is” Door Galiëne Gerritsen

De radeloosheid van Q-koorts DE FEITEN

D

e Q-koorts is een infectieziekte die van dieren kan overgaan op mensen. In Nederland zijn vooral besmette melkgeiten en melkschapen de bron van de ziekte bij mensen. Als besmette schapen en geiten lammeren, komen miljoenen Q-koortsbacteriën vrij. Hebben de dieren een miskraam, dan is er zelfs een explosie van miljarden bacteriën. De Coxiella burnetii, ofwel de Q-koorts­bacterie, maakt ook mensen

ziek die niet (beroepshalve) betrokken zijn bij geiten of schapen. Toen in 2007 de eerste mensen ziek werden, is onderzoek ingezet om de bron te herleiden. Vervolgens nam de overheid verschillende maatregelen, eerst een bezoekverbod, maatregelen voor het opslaan en uitrijden van mest en vaccinatie van de dieren, later ruimingen en fokverboden. Zowel de ziekte als de maatregelen hebben grote gevolgen.


GERDA 23

Bisschop Hurkmans

T

oen hij zelf in bed kwam te liggen met een hernia onderin de rug merkte, bisschop Hurkmans wat het is om ineens stilgezet te worden. Pijn, verdriet en teleurstelling kunnen overweldigend zijn. Hij las verslagenheid in de ogen van geitenboeren bij wie hij aan de keukentafel zat. Wanhoop bij Q-koortspatiënten. “Waarom ik, waarom kon niemand dit voorkomen? Dat zijn de eerste geluiden die je hoort. Eigenlijk hoeven de mensen geen antwoorden op de vragen zelf, het zijn uitroepen van radeloosheid, verlangen naar zin.” Hij luisterde als pastor en drukte mensen op het hart: probeer te aanvaarden. Vergelijk je tranen niet met die van een ander. En laat je niet afleiden door de schuldvraag. Daarmee kom je onder de stolp van boosheid te zitten, het wordt een welles-nietesspel dat je klem zet. Zoek de gemeenschap, deel. “Als je in een situatie van nood die goede positie kiest, sta je in het Licht. In mijn Oudejaars­mis – waar naast politici en betrokken functionarissen ook patiënten en getroffen boeren aanwezig waren – haalde ik dat nog aan. Om in dat Licht te staan, om Jezus te zien, daarvoor heb je geloof nodig. Gelukkig heb ik dat aan de keukentafels vaak gezien. In mijn persoonlijk gebed heb ik ieder van deze mensen bij God aanbevolen.”

“Vergelijk je tranen niet met die van een ander”


24 Q-KOORTS

Jeannette van de Ven

D

onderdag 17 december, een telefoontje van de Voedsel en Waren Autoriteit: Q-koorts­positief. Toen Jeannette van de Ven thuiskwam en de boodschappentassen voor het aanrecht zette, trof ze haar man Jan en dochter Evy huilend op de bank. “Ik voelde het recht in mijn hart. De sluimerende onrust die ik had overgehouden aan de informatiebijeenkomst met Gerda Verburg en de geitenhouders uit heel Nederland, de dag ervoor, brak aan alle kanten uit.” Meteen daarna informeerde ze buren, dorpsgenoten, familie, personeel en andere bekenden, voor die het via media zouden horen. Een dag later zouden ze hun decemberverjaardagen vieren. “Dat ging door. Zo konden we het tenminste van ons af praten.” Woensdag 6 januari werden 500 drachtige geiten geruimd. “Terwijl de ene geit een slaapmiddel kreeg toegediend, stond de andere toe te kijken. Heel rustig. Ik heb niet gekeken, van ‘collega-varkensboeren’ hoorden we dat je die beelden nooit meer kwijt raakt.” Wat nu? Melken mag, maar besmette bedrijven mogen niet fokken met de bestaande dieren. Nieuwe geiten mogen we voorlopig niet aanvoeren en zijn straks nauwelijks te koop, althans geiten die vrij van belangrijke ziektes zijn. Zelf hebben we nog 350 jonge lammeren die nooit aan de melk zullen komen, en daar staat helemaal niets tegenover. Als dit alles van kracht blijft, droogt ons bedrijf gewoon op. Bij vlagen denk ik: we stoppen. Maar dat kan toch niet? We hoorden bij de top van beste geitenbedrijven in Nederland. We deden alles om verantwoord te boeren. Wat hadden we nog meer kunnen doen? Ik geloof niet dat het voorbij is.”

“Als we niet meer mogen fokken, droogt ons geitenbedrijf gewoon op”


GERDA 25

“Hoofdpijn, gewrichtspijn, hoesten, koorts en moe, moe, moe” Jacqueline van den Bos

“E

lke dag gewrichtspijn. Concentratieproblemen. En moe, moe, moe. Soms weet ik gewoon niet hoe ik de ochtend moet beginnen.” Jacqueline van den Bos was op vakantie in Sevilla, Zuid-Spanje, toen ze van het ene op het andere moment omviel van de koorts. Vijf dagen 40,1. Haar man, huisarts in Helmond, had in zijn praktijk patiënten met dezelfde symptomen. Dus liet ze bloed afnemen in het ziekenhuis. “Toen de uitslag – Q-koorts – kwam, dacht ik nog: even antibiotica en dan ben ik er vanaf.” Tien maanden later weet Jacqueline beter. Ze heeft een kuur voor een jaar, maar daarmee is nooit zeker of de ziekte uit haar lichaam verdwijnt. Ze wás psychodiagnostisch medewerker, huwelijksambtenaar, vrijwilliger in het bestuur van een stichting, cursist Spaans, sportieve wandelaar, shopmoeder van volwassen dochters – noem maar op. Uit dat bruisende leven zijn de bubbels verdwenen. “Alles wordt minder. Ik doe wat ik moet doen, de leuke dingen gaan niet meer.” In november heeft ze met lotgenoten een start gemaakt met de opzet van een patiëntenvereniging. Daarnaast is op internet een sociaal netwerk gestart waar mensen kennis en ervaring kunnen delen. “Er is nog zoveel onbekend. Q-koorts brak in 2007 uit, maar in het begin zijn de gevolgen onderschat. Ook de aandacht voor Mexicaanse griep overschaduwde de ziekte. Pas nu groeit de zorg en aandacht. Dat steekt, in mijn ogen reageert de overheid reactief. Terwijl we in onderzoeken kunnen investeren, kunnen leren van kennis in het buitenland. Ik hoop dat dat nu in een stroomversnelling komt.” Meer weten over de patiëntenvereniging? Ga naar www.zorgbelang-brabant.nl en meld u aan voor de nieuwsbrief. Meedoen in het sociale netwerk? Ga naar www.deeljezorg.nl en deel ervaringen en kennis.


26 PUBERS

Help! Mijn puber zit altijd binnen. Schrijfster en puberspecialist Francine Oomen stuurt ons het bos in. Hup naar buiten! Door Francine Oomen

Hoe overleef ik (zonder) de natuur?

A

ls puber was ik bepaald niet het zonnetje in huis. Net zoals de meeste pubers, was ik onzeker en voelde ik me eenzaam en onbegrepen. Na eerst mijn heil in drank, drugs, rock & roll en niet te vergeten jongens gezocht te hebben, gooide ik het over een andere boeg. Ik vluchtte naar buiten, de natuur in. Met een rugzak, een pen, een schriftje en een stapel boeken. Terwijl mijn leeftijdsgenootjes op school zaten te zwoegen, lag ik op mijn buik in het warme zand, aan de rand van een vennetje in de buurt. Ik schreef, tekende, las, droomde en keek naar de wolken. Ik liep op blote voeten zingend over de paden en kwam uitsluitend eekhoorntjes, konijnen en vogels tegen. Ik voelde me gelukkig. De eenzaamheid en het gevoel van afgescheidenheid, die zo bij de puberteit horen, losten op. Flower power, helemaal in mijn eentje (en ja, ik was kampioen spijbelen).

Ik weet nog precies wanneer het afgelopen was met het ronddwalen in het paradijs. Op een dag, ik was zeventien inmiddels, vroeg mijn vriendje wat ik die

middag gedaan had. ‘Ik was in het bos,’ antwoordde ik waarheidsgetrouw. ‘Met wie?’ ‘Alleen.’ Hij keek mij ongelovig en geschokt aan. ‘Alléén? Was je alleen in het bos? Weet je niet hoe gevaarlijk dat is? Dat er enge mannen rondlopen die je verkrachten/vermoorden/ontvoeren als ze je tegenkomen?’ Aan die mogelijkheden had ik nooit gedacht. En vanaf dat moment was het uit met de pret. Zíjn angst was in mijn hoofd gekropen.

De dag erna dwaalde ik weer over de zandpaadjes. Ik had een fikse huiselijke ruzie achter de kiezen, dus ik moest wel naar buiten. Op een gegeven moment stopte er op het bospad, een auto. De deuren gingen open en er stapten mannen uit. Normaal zou ik gewoon ombekommerd verder gelopen zijn. Maar de waarschuwende stem van mijn vriendje galmde in mijn hoofd. Dit zijn vast moordenaars, verkrachters en/of ontvoerders! Met bonzend hart sprong ik achter een boom om me te verbergen, en belandde bovenop een stuk glas. Mijn één na kleinste teen hing er half af, zo leek het. Nadat de auto vertrokken was, ben ik naar huis gestrompeld, een spoor van bloed en mijn onschuld en vertrouwen voorgoed achter me latend.

Helaas, nooit waren mijn zwerftochten meer hetzelfde daarna. Maar de tijd die ik als puber in de natuur doorgebracht heb, heeft me gered, denk ik nu. Was ik niet met mijn rugzakje erop uit getrokken, wie weet hoe het me dan vergaan zou zijn. Dertig jaar geleden was het normaal dat een kind vanaf een jaar of zes alleen naar school fietste of liep. Nu is die leeftijd


GERDA 27

opgeschoven naar twaalf, dertien jaar. Ook was het heel normaal dat je na school thuis kwam, een koekje en een glas knalrode oploslimonade kreeg en zonder pardon weer de deur uitgebonjourd werd. Hup! Naar buiten. Thuis zijn voor het eten. Wat je uitspookte en met wie, daar bekommerden de ouders van toen zich niet om. Het was heel normaal dat je rondzwierf, fikkie stookte in het plantsoen, een gat in je knie viel, in bomen klom en belletje trok.

Kinderen, en vooral pubers, krijg je met geen stok meer naar buiten. Regelmatig hoor ik ouders zeggen: het is natuurlijk niet goed dat ze de hele dag achter die computer/tv zitten, dat weet ik, maar het is in ieder geval beter dan dat ze buiten rondhangen en god-weet-wat uitspoken of tegenkomen. Binnen kun je tenminste een oogje in het zeil houden. Toch? Vergeet het maar. In de virtuele werkelijkheid gaat het er veel gewelddadiger aan toe dan in het ‘echte leven’. Er zit niets heilzaams in computerspel de Sims, kinderen raken verslaafd aan schietspelletjes en je krijgt hele rare ideeën over mensen en hun relaties als je regelmatig naar Big Brother-achtige programma’s en soaps kijkt. Fantasie en creativiteit worden niet geprikkeld, koophonger, agressie en een negatief zelfbeeld wél. Waarom zitten ze binnen? Ligt het aan hen of aan ons? Is het omdat het verkeer zo toegenomen is? Of omdat er, zoals mijn vriendje destijds zo gezellig suggereerde, overal enge mannen met snode bedoelingen rondlopen? Angst is big business geworden, dat is wat er veranderd is. Enge mannen zijn er heus niet meer dan vroeger. Wel meer dolgedraaide journalisten die hun geld verdienen met sensationele verhalen. Goed voor de verkoopcijfers. We hebben ons allemaal de stuipen op het lijf laten jagen! We willen voor onze kinderen het beste. Natuurlijk zien we liever dat ze in het gras wolkjes liggen te kijken, dan dat ze achter hun computer dingen schreeuwen als: ‘Pas op, Wesley, hij komt van links! Schiet ‘m aan gort! Yes, z’n kop eraf!’

We zien ze liever gezond en stralend, dan met overgewicht, bleek en met vierkante ogen. Maar... hoe krijg je die luie monsters de deur uit? De hamvraag is: kom je zelf nog wel eens buiten? In de natuur bedoel ik? Hoe lang is het geleden dat je zelf een fikse boswandeling heeft gemaakt? Kun jij een specht van een wulp onderscheiden? Weet jij wanneer de bramen rijp zijn…

Survivaltips om kinderen (en jezelf) naar buiten te krijgen 1

Neem een hond (reken er wel op dat je er vervolgens grotendeels zelf voor moet zorgen) Bied je kind een buitensport aan. Hockey, roeien, voetbal, mogelijkhe­ den genoeg. (Mijn oudste zoon, die zo ongeveer vastgeroest zat aan zijn computer,

2

is een buitenkind geworden nadat ik hem op zijn 16e een kitesurfles cadeau had gedaan. Helaas lijd ik nu aan stress als hij zijn halsbrekende toeren uithaalt. Je moet er wat voor over hebben.) Maak jezelf en je kinderen niet onnodig bang.

3

(Ik breng je wel, ik wil niet dat je alleen door het donker rijdt.) No fear! Leer ze (en jezelf) naar hun (je) intuïtie te luisteren, in plaats van naar de kletspraat van ande­ ren. Geef het goede voorbeeld. Hup naar buiten!

4

5


28 DUURZAAM VISSEN

“Deze vis wordt duurder betaald”


GERDA 29

Hard werken kan de Zeeuwse visser Chiel Govers uit Kwadendamme goed. Maar dankzij moderne, duurzame bedrijfsvoering heeft hij ook nog tijd voor zijn pasgeboren dochter Evi. Door Pjotr van Lenteren

C

hiel Govers (25) is een opvallende verschijning. Niet door de tatoeages op zijn armen, die zie je wel vaker. Het is die rosse kop met grote oren waaraan drie gouden vissersbootjes bengelen, die hem er uit doen zien als een piraat op het droge. Als hij niet zo kwajongensachtig keek op zijn vissersklompen, zou je liever even een blokje om gaan als je hem tegenkwam. “Die oorbellen zijn om de begrafenis te betalen als je overboord slaat! Dan hoeven ze niet uit te zoeken waar je vandaan komt, maar kunnen ze je oorbellen verkopen en je van de winst begraven. Vroeger dan, toen dit vak nog écht gevaarlijk was.”

KwADendamme Eigenlijk is hij het tegendeel van de harde, zwijgzame zeebonk: Chiel is ‘een sociale jongen’. Op straat groet hij negen van de tien mensen, want iedereen kent de enige visser in Kwadendamme. Een gehucht, tien kilometer ten zuiden van Goes in het polderlandschap van Zuid-Beveland, dat vorig jaar 946 inwoners telde. Hoewel je de Westerschelde er bijna kunt ruiken, houden de meeste Kwedammers, zoals ze zichzelf noemen, zich bezig met fruitteelt en

bouwvakken. Het dorp bracht één dichter voort (Pieter Boudens), één wielrenner (Cees Bal, Ronde van Vlaanderen 1974), en één visser dus, Chiel. Naast Chiels vader dan, Rinus Govers (54), maar die is er een paar jaar geleden ‘uitgestapt’. Hij werkt sinds een paar jaar ‘op de coöperatie’, een organisatie van vissers zelf, waar je visserijbenodigdheden kunt kopen. Dat is een van de weinige dingen die een ‘gepensioneerde’ visser nog kan doen. Het andere is de Rotterdamse haven. “Vissers zeuren niet”, stelt Chiel vast. “Wij kunnen eigenlijk maar één ding echt goed en dat is heel hard werken.”

Oliebroeken Vandaag is Chiels uitrustdag, vanavond wordt hij opgehaald om te gaan vissen. In donkerblauwe trainingsbroek zit hij met zijn voeten, gestoken in smoezelige witte sokken, op het glazen blad van de salontafel, die gemaakt is van een grote scheepskatrol. Aan de muur hangt een foto van de YE-2, het schip waar hij zijn eerste vakantiebaantje had. Hij laat een vergeelde foto uit 1992 zien. Daarop staat hij als achtjarige, op zijn hoofd een zwarte platte pet, samen met zijn vier jaar oudere broer, beiden

Chiel is aan boord ver­antwoordelijk voor de netten. Aanhet eind van elke visweek kijkt hij alles na op schade linkerpagina: Chiel met een rode poon in handen


30 DUURZAAM VISSEN

in gele oliebroeken. In zijn handen de kop van een kleine haai.Hij ging vanaf zijn achtste al met zijn vader mee, zo vaak hij maar kon. “Ik heb een paar dagen appels getrokken toen ik nog op school zat, maar dat was niets voor mij. Verder heb ik iedere cent verdiend op zee. Een goede cent ook: ik werk een half jaar níet en verdien nog bovengemiddeld ook.”Hij heeft het werkritme overigens vooral te danken aan de bijzondere werkwijze van zijn baas, visserzakenman Anton Dekker. Zijn schip, de energiezuinige Johanna SL 9, april 2008 in Stellendam herdoopt na een grondige verbouwing, heeft twee bemanningen, die elkaar elke woensdagnacht afwisselen. Ze werken zeven volle dagen, slapen maar een paar uur per etmaal in die periode en hebben daarna de hele week vrij.

Zingen Dat is bij ‘gewone’ vissers wel anders: die vertrekken zondagnacht – als ze recht in de leer zijn pas ná middernacht – en komen zaterdagochtend terug. Chiel heeft, net als zijn vader, tot twee jaar gelden ook zo gewerkt. Toen introduceerde baas Dekker een hele andere manier van werken en vissen. Om daar het fijne van uit te leggen is een hoop Engelse terminologie nodig. Wie dacht dat de visserij nog een vak was met oude Nederlandse woorden als ‘boomkor’, ‘kotter’ en ‘hoekwant’ komt bedrogen uit. Chiel en zijn maats varen uit op eerste Nederlandse squidjigger, ook ingericht als flyshooter. De Johanna vaart vooral in het Kanaal, tussen Frankrijk en Zuid-Engeland. De winsten zijn met deze vangsttechniek zo goed dat het schip met twee teams kan werken.De

Uitrustdag voor Chiel: Met partner Melanie en babydochter Evi op de bank.

“Die oorbellen zijn om de begrafenis te betalen als je overboord slaat”

mannen zitten in een maatschap en delen de opbrengst. Hoe harder ze werken, hoe meer ze allemaal verdienen. Spannend is dat altijd: als ze niets vangen, verdienen ze ook niets. “Veel mensen realiseren zich niet dat visquota gewoon betekenen dat wij minder verdienen. Het zijn voor sommige collega’s van me echt moeilijke tijden.” Dan, met een knipoog: “We kunnen niet allemáál een tweede baan als zanger nemen!”

Knuffelen Het goede nieuws: de SL 9 heeft de toekomst. Door de speciale vangsttechniek wordt de zeebodem niet verstoord en zitten de vissen maar heel kort in het net. Dat is in lijn met de Europese wet­geving. Bovendien zien de vissen er prachtig uit. “Wat wij vangen is van heel goede kwaliteit. Deze vis wordt daarom gewoon duurder betaald. En omdat we duurzaam werken, zie ik niet zo gauw een einde komen aan ons bedrijf.” Dat is maar goed, want begin oktober geleden kregen hij en zijn vriendin Melanie Bardolf (32) uit Kamperland dochter Evi, die nu naast haar

vader ligt te smakken in haar maxicosi. “Drie dagen na de bevalling moest ik weer de zee op. Dat was wel even moeilijk.” Als hij later met haar op schoot zit, zegt hij bijna verliefd tegen het wurm met de woeste zwarte haren. “Nee, ik vind het wel best zo.” Uitrustdag is extra bijzonder nu. Dan zitten Chiel en Melanie wat op de bank te knuffelen en met Evi te spelen. En net als altijd schiet hij nog even zijn vissersklompen aan om bij zijn moeder langs te gaan, twee straten verderop in de Kerkeboomgaardstraat, waar hij geboren is. Daar gaat hij zoals dat hoort door de achterdeur, zonder sleutel, “volluk” roepend. In de bijkeuken staan in een bak water de frieten klaar

Niet stilzitten Moeder Riet Govers (53) zit knus op de bank tegen haar jongste aan, naast de speciaal voor de kleinkinderen weer van zolder gehaalde box vol speelgoed. Ze vertelt dat het leven van haar man en haar zoons niet haar keuze was. Chiels vier jaar oudere broer John ging de grote vaart op en was, voordat hij vader werd, maanden van huis. “Het is een zwaar leven. Niet zozeer voor mij, ik ben graag op mezelf. Maar voor de mannen. Ze komen altijd afgepeigerd terug. Zoals Chiel het nu geregeld heeft, is veel beter.” Haar man, kosterszoon Rinus, heeft vanaf zijn veertiende drieëndertig jaar gevaren, tot hij ziek werd en besloot op het land te gaan werken. Thuis ontdekte hij dat zijn vrouw ook nog wat anders kon dan de nasi koken die ze wel eens meegaf voor de mannen aan boord. “Maar verder blijft hij gaan. Rinus kan niet stil-


GERDA 31

Donderdag na het uitslapen naar de pinautomaat, even kijken wat er op je rekening staat


32 DUURZAAM VISSEN

Hoe vist een moderne, duurzame visser?

zitten. Hij heeft het harde werken gewoon nódig. Het ene project na het andere. Ik word er wel eens gek van!” Als stille getuige van zijn werklust, ligt achter het naoorlogse bakstenen huisje de halve tuin vol grindtegels. Chiel is ook altijd bezig, maar dan vooral sociaal. ’s Zomers schuurfeesten, ’s winters carnaval. Tussen het vissen door is hij nar in de Raad van Elf van de carnavalsvereniging van Pispot, zoals het dorp van 14 tot en met 16 februari heet. Daarnaast is hij actief in de boogschietvereniging, waar nog traditioneel op klosjes wordt geschoten.

C

hiel Govers en zijn maten zetten de vis regelmatig aan wal en zien die daarna niet terug. Het is Anton Dekker, de eigenaar van de boot waarop Chiel vaart, die daarna vanuit zijn huis in een nieuwbouwwijk vlak bij de zeehaven van Dordrecht de vis naar je bord coördineert. Een deel gaat naar de Scheveningse visafslag, een deel rechtstreeks naar klanten in heel Europa. Het duurzame karakter van Dekkers vis zit in de selectieve vangstmethode. De SL 9 is de eerste squidjigger in Nederlandse wateren, die inktvis vangt met licht. Verder

Als je Chiel vraagt wat hij het mooiste vindt aan zijn vak, zegt hij: “Donderdag na het uitslapen naar de pinautomaat, even kijken wat er op je rekening staat. Als ik eerlijk ben, aan het eind van de week maakt het me niet uit hoe ik precies vis. Maar dat het móóie vis is die wij leveren, dat de klanten daar echt blij mee zijn, dat doet me wel iets. Maar duurzaam of niet, ik heb niet de luxe om me daar heel druk om te maken. Het is de toekomst, dat zie ik, en daarom ben ik blij dat ik hieraan mee kan doen. Maar verder is het: geen vis, geen vreten.”<<

maakt de boot als flyershooterjacht op onder meer rode poon en makreel. Hierbij wordt een twee kilometer lang touw uitgevaren dat ze vervolgens weer langzaam in een steeds kleinere cirkel terugtrekken. De touwen glijden over de bodem en jagen de vis bijeen. Met het laatste stuk touw wordt ook het net naar binnen getrokken. Deze methode levert, in tegenstelling tot het ouderwetse ‘boomkorren’ nauwelijks schade van de bodem op. www.visserijinnovatieplatform.nl

Gegrilde makreel met mierikswortel, citroen en mosterd Voor 4-6 personen • 2 eetl. Mieriks­ wortelcréme • 2 ½ dl Griekse yoghurt • Zout en versgema­ len zwarte peper • 1 theel. pittige Engelse mosterd (gemaakt van gelijke delen mosterd­ poeder en water) • geraspte schil en sap van 1 citroen • 1 theel. rodewijn­ azijn • 3 takjes platte peter­ selie • 2 makreelfilets van 160-200 g per per­ soon

R

oer de mieriks­wortel en yoghurt in een kom­metje door elkaar. Breng op smaak met zout en peper. Roer de mosterd, citroensap en azijn door elkaar en voeg de geraspte citroenschil toe. Roer dit mengsel door de yoghurt. Snijd de peterselie grof en roer hem door de yoghurtsaus. Proef hem: de mosterd en mierikswortel maken de marinade pittig (hij zal bij het grillen veel van de scherpte kwijtraken), de azijn en citroensap maken hem zuur en hij moet ook nog lichtzout smaken.

Verhit de grill op hoog. Leg de makreelfilets op de velkant op een bakplat en bedek ze met een laagje mierikswortelyoghurt. Gril ze 4-5 minuten tot de bovenkant van de saus gekleurd en de vis gaar is. Geef ze met een gemengde bladsla als voorgerecht. De scherpte en het zuur van de saus vormen een fantastisch tegenwicht tegen de vette smaak van de makreel. Bron: Bart van Olphen & Tom Kime: Het fishes kookboek (2009), Fontaine uitgevers, € 24,95. ISBN:9789059563247


GERDA 33

Het ministerie van LNV zorgt ervoor dat genieten van de natuur ook in de toekomst mogelijk blijft. Door natuurgebieden te ontwikkelen, te beheren en aan elkaar te koppelen. Door de variatie in flora en fauna goed te bewaken. Bekende Nederlanders Wim Petter, Marian Mudder, Menno Bentveld en Manon Uphoff tonen je hún favoriete natuur. “Vroeger wilde ik boswachter worden” Door Mieke van Poll

De natuur in!


34 DE NATUUR IN!

“Natuur houdt niet op waar het boeren­land begint” Wim Petter

“Het natuurgebied De Olde Maten is een prachtig veenlandschap waar ik vooral in de lente en zomer kom. Een ruilverkaveling in dit gebied is zojuist afgesloten en daardoor is het natuurgebied een stuk groter geworden. Om de biodiversiteit in stand te houden, moet er wel onderhoud gepleegd worden. Daarvoor worden ook vaak boeren ingeschakeld. Ik werk daar graag aan mee, mooi werk om zo tussen de weidevogels te zitten. De natuur houdt niet op waar het boerenland begint, hazen en vogels stoppen ook niet zodra ze op het boerenveld komen.” Wim Petter (1955) is boer en deed in 2009 mee aan het tv-programma Boer zoekt vrouw


GERDA 35

“Zo vaak als ik kan zoek ik de Kennermer­­duinen op” Marian Mudder “De eerste keer dat ik er was, wist ik het al: hier ga ik terugkomen. Zo vaak als ik kan zoek de Kennemerduinen op. Hier heb ik als jong meisje de keuze gemaakt om altijd linksaf te gaan; mijn hart te volgen. De keuze die Isabelle in mijn debuutroman ‘Geluksblind’ ook maakt. In de duinen beseft zij: ‘Ik heb mijn hart te weinig gevolgd.’” Marian Mudder is actrice en schrijfster. Ze debuteerde in 2009 met de roman Geluksblind


36 DE NATUUR IN!

“Als ik hier ben dan bevind ik me in een andere wereld” Menno Bentveld “Vroeger wilde ik boswachter worden. Wel een stoere, die zwijnen redde en op stropers joeg. Nu nog kan de natuur mij eindeloos boeien. Ik heb een zomerhuisje dichtbij boswachterij Noordwijk, zo’n huisje waar het zand nog op de vloer ligt. Als ik daar ben, bevind ik me in een andere wereld, en dat maar twintig minuten van huis.” Menno Bentveld (1967) is presentator bij de VARA, onder meer bekend van radio- en tv-programma Vroege Vogels


GERDA 37

“Ik wandel gerust hooggehakt door het bos” Manon Uphoff “Ik ben en blijf een stadse en wandel dan ook gerust hooggehakt door het bos. Met de Nederlandse natuur was ik eigenlijk nooit zo bekend. Pas toen ik de beschikking kreeg over een boshuisje in Beerschoten, ben ik op een andere manier naar het Nederlandse landschap gaan kijken. Ik moest ook wel, de eerste keer dat ik ging wandelen, heb ik vijf uur gedwaald zonder eten, drinken of mobiele telefoon.” Manon Uphoff (1962) is schrijfster, haar meest recente roman De spelers, verscheen in 2009

Meer over deze natuurgebieden op: www.natuurkaart.nl www.nieuwenatuur.nl www.veldscuur.net www.kustgids.nl


38 KEUKENMANAGEMENT


GERDA 39

4+1=4

W

e hebben het misschien niet zo in de gaten, maar van elke vijf tassen met voedsel die we kopen, verdwijnt er één in de vuilnisbak. Waarom? Omdat we te veel hebben ingekocht, omdat we geen tijd hebben om te koken, omdat producten sneller bedierven dan we dachten, omdat we het niet goed bewaren, omdat het in de koelkast een rommeltje is.

Tijd voor een beter keukenmanage­ ment! Om de verspilling van tijd, geld, energie tegen te gaan en het milieu te sparen start LNV dit jaar een campagne tegen voedselverspilling. Kijk op www.voedingscentrum.nl als je wilt weten hoe je minder voedsel hoeft weg te gooien. Hoe voorkom jij voedselverspilling? Deel je ervaringen met Gerda en andere lezers op www.gerdamagazine.nl


40 COMFORT CLASS

Een fijn varkensleven, betaalbaar vlees en boeren met winst. Dat moet samen kunnen gaan, vindt LNV. Het ministerie financierde daarom een initiatief van LTO Nederland dat zorgt voor grotere stallen en meer afleiding. De varkens zijn enthousiast.

Een verhaal met een staartje


GERDA 41

V

arken Betty woont in een riante stal in Raalte. In haar vorige stulpje verveelde ze zich rot. En kon ze haar volslanke kont niet keren. Dan was het weer te warm, dan weer te koud. En het was er vies. Drie jaar geleden verhuisde Betty naar de gewilde ComfortClass-stal in haar buurdorp. Sindsdien knort ze van tevredenheid: het is er luxe, schoon, ruim en gezellig. Betty dankt haar nieuwe onderkomen aan land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland en de Dierenbescherming. Zij besloten te experimenteren met varkensvriendelijkere stallen, grotendeels gefinancierd door het ministerie van LNV. Ze baseerden zich op een ontwerp dat door Wageningen UR was gemaakt. Naast de proefstal in Raalte experimenteerden zes ondernemers de afgelopen vier jaar in hun eigen stallen met onderdelen van het model-ComfortClass.

Leefwensen Onderzoekers van Wageningen UR onderzochten de leefwensen van varkens. Dat waren er tien. De belangrijkste: varkens willen meer ruimte. ComfortClass-stallen bieden varkens twee keer meer ruimte dan een ‘gewone’ stal. Ook is de vloer voor een groot deel dicht, waardoor ze lekker kunnen liggen. Veel wroet­ mogelijkheden en een recreatieruimte zorgen voor de broodnodige afleiding. Tegelijkertijd wilden de initiatiefnemers proberen het nieuwe stalsysteem rendabel te krijgen voor de varkenshouder.

De mooie gekrulde staart van Betty is het ultieme bewijs dat de ComfortClass werkt. In overbevolkte stallen raken varkens zo gestrest dat ze aan elkaars staart gaan knabbelen. Of heeft de boer de staart uit voorzorg maar ingekort. Nu hebben Betty en haar stalgenoten zo veel ruimte dat geen enkel varken belangstelling toont voor haar staart.

Meer betalen De proef in Raalte heeft de wetenschappers geleerd dat het welzijn van de varkens in dit soort stallen inderdaad groter is. Ze willen daarom door op de ingeslagen weg. Toch lijkt het lastig om deze stallen in de praktijk in te voeren. Zonder hogere opbrengsten is deze huisvesting voor veel varkenshouders financieel niet haalbaar. Het ministerie van LNV wil volgend jaar jaarlijks miljoenen extra beschikbaar stellen voor investeringen in duurzame stallen. Maar dat alleen is niet genoeg. Comfortabele stallen beginnen bij vleesetend Nederland. Als Nederlanders bereid zijn meer te betalen voor hun koteletten, spekblokjes en hamlappen, dan kunnen Betty en de andere 12 miljoen varkens in Nederland een beter leven hebben.

H

et ministerie van LNV schrijft in de toekomstvisie op de veehouderij dat naast de mens het dier centraal staat in de veehouderij. Milieuvriendelijk, diervriendelijk én economisch haalbaar zijn daarin de sleutelwoorden. Behalve voor varkens worden daarom ook voor kippen en koeien nieuwe stallen ontwikkeld. Hierbij zoeken de partijen naar een goede combinatie tussen economie, milieu en dierenwelzijn. In het project Kracht van Koeien zijn voorbeelden ontwikkeld, ter inspiratie van de praktijk. Inmiddels zijn er initiatieven om de voorbeelden ook daadwerkelijk uit te voeren. Voor kippen zijn in Houden van Hennen twee ontwerpen gemaakt, beide zijn ook gebouwd. Hier scharrelen de kippen met meer ruimte en keuzevrijheid. Deze stallen zijn een grote inspiratiebron voor andere pluimvee-ondernemers. Meer informatie: Over Kracht van Koeien: www.krachtvankoeien.nl Over Houden van Hennen: www.houdenvanhennen.nl Over ComfortClass: www.comfortclass.nl www.varkansen.nl


42

De boeren van 2010

Vrij grazen in beheerde natuur AD VAN DEN AKKER Biologisch boer met natuurbeheer in Oirschot 52 jaar 240 stuks rundvee die hij onder­ houdt met collega Kees Scheepens, 70 koeien van de eigen kudde 500 hectare grond, eigendom van Brabants Landschap, waar de run­ deren vrij mogen lopen/grazen

“I

k ken elke Oirschotse boom. Zes jaar geleden kocht ik samen met Kees een kudde Anguskoeien. Bedoeld om 500 hectare van de Campina, het Dommeldal en de Mortele te begrazen en daardoor open te houden voor variatie in begroeiing. Natuurbeheer met vee. Intensieve veehouderij is niet toegestaan - dat wilde ik ook niet, maar ik moest wel iets doen om als boer te kunnen bestaan. Mijn vader was de eerste boer die met gebiedsbeheer begon, ik heb dat uitgebouwd. We werken samen met Brabants

Landschap en Natuurmonumenten. Particulieren kopen ons vlees, maar we zijn al ver in de onderhandeling met de branche­ vereniging van biologische slagers om het in winkels te verkopen. Als dat volgend jaar lukt, ben ik trots op onze kudde. Koeien kalveren in de vrije natuur, na een paar dagen zie ik ze samen het bos uitkomen. Ik geniet van een glanzende vacht tussen vaalbruine stammen. Als ik door de bossen loop en de koeien niet zie, is het alsof ik door een dode film wandel. Met dieren leeft dit gebied.”


GERDA 43

Het kan: een tuin waar dieren en planten net zo graag toeven als mensen. Reserveer naast de barbecue ruimte voor nestkastjes en een moeraszone. En geniet samen. Door Marieke van Gils

De ontwerper en de bioloog Het klimaat van Lyon In Nederland hebben we nu het klimaat van Lyon 30 jaar geleden. Het groeiseizoen is ruim een maand langer. De gevolgen voor onze natuur? Soorten schuiven door richting noorden. Over 50 jaar kan de beuk hier waarschijnlijk niet meer aarden. Wat kun je doen? Geef soorten in ieder geval de ruimte om in hun eigen tempo te verhuizen. Een groene achtertuin zorgt bovendien voor koelte; hitte in de stad wordt steeds vaker een issue in Nederland.

E

en egeltje dat gezellig door je tuin ritselt. Druk vogelverkeer bij je drinkbak. Vlinders die je normaal alleen op plaatjes ziet – in jouw achtertuin. Hoe meer dieren en planten, hoe beter, is het principe van biodiversiteit. En dat is nog leuk ook. Het kan in een moderne tuin bovendien. Laten verwilderen hoeft niet, het gaat vooral om variatie aanbrengen. Bioloog Arnold van Vliet van Wageningen Universiteit en tuinontwerpers Arjan Posthumus en Ewald Jamin van Studio Ewald Jamin uit Leiden zitten bij elkaar om te bedenken hoe zo’n eigentijdse biodiverse tuin eruit kan zien.

PissebeddEN Van Vliet is een échte liefhebber. “Met kieren tussen je tegels krijg je mieren. Een licht aflopende vijver trekt kikkers en op rot fruit komen wespen af. Onder losse stenen kruipen pissebedden. En wist je dat er speciale nestkastjes voor vleermuizen bestaan?” En daarbij gaat het Van Vliet niet eens om het nut van de dieren die je binnenhaalt. “De functie van

een mier? Wat is jouw Speciaal voor Gerda functie eigenlijk?��� Hij maakte Studio Ewald Jamin een biodivers vindt de veelheid aan tuinontwerp dat op de soorten mooi, en op volgende pagina’s is te zichzelf de moeite van zien het behouden waard. En die moeite hoeft niet groot te zijn: “Als je in jouw tuin ruimte biedt aan zoveel mogelijk soorten, help je al mee.” Rot fruit en onkruid tussen de tegels is niet wat de meeste opdrachtgevers van Studio Ewald Jamin bestellen. Toch is een dier- en plantvriendelijke inrichting ook in hun belang – naast dat die leuk is. Want als planten op de goede plek staan (zon of juist schaduw), hebben ze minder verzorging nodig. Afgestorven en ingedroogde resten laten staan, scheelt ook onderhoud.>>lees verder op pag 46


44 BIODIVERSE TUIN


GERDA 45

Variatie. Dat is wat de ontwerper èn de bioloog willen Tuinontwerp en tekening: Studio Ewald Jamin, Leiden


46 BIODIVERSE TUIN

Drinkschaal Afwisseling, daar gaat het om. Van Vliet: “Een strak gazon of terras, prima, maar compenseer dan in de borders. Zorg daar in ieder geval voor veel bloeiende planten. Vraag in het tuincentrum naar nectarrijke planten waar vlinders op af komen. Neem in ieder geval geen doorveredelde soorten of zelfs steriele planten die geen zaad maken.” Varieer verder in hoogtes, in droog en nat, in open en beschut. Een vogel wil graag een drinkschaal-met-uitkijk, zodat hij niet wordt verrast door de buurkat. Maar voor zijn nestje wil hij de beschutting van een

heg – géén schutting van de bouwmarkt. Vlinders en insecten willen een zonnige, windstille plek om op te warmen. Kikkers een vijver, mits ze daar zelf uit kunnen kruipen.

Spannender Variatie is ook wat Posthumus en Jamin willen: “Voldoende contrast tussen natuurlijke en strak vormgegeven tuindelen, tussen wintergroene en bladverliezende planten. De kale takken van een heester komen ‘s winters mooi uit tegen een bladhoudende struik. En afwisseling in hoogtes maakt dat je een

tuin niet in één keer kunt overzien. Dat is veel spannender.” Posthumus en Jamin pleiten voor een tuin die niet modegevoelig is. “Een tuin die qua vormgeving bij het huis past, zal niet zo snel vervelen en is dus duurzamer dan een trendy ontwerp.” En zo komen de ontwerpers en de bioloog er samen uit. Van Vliet: “Er bestaan trouwens niet alleen nestkastjes voor vleermuizen, maar ook voor vlinders.” Gelukkig.<<

Wat doet de overheid? De biodiversiteit (verscheidenheid aan soorten) neemt af. Als we zo doorgaan is in 2050 de helft van alle plant- en diersoorten wereldwijd verdwenen. Erg? Wel als (landbouw)gewassen niet meer worden bestoven, plagen de oogsten bedreigen, water en zuurstof niet meer gezuiverd worden, en grondstoffen voor medicijnen verdwijnen. Biodiversiteit is internationaal onderwerp van gesprek. In Nederland wil het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedsel­ kwaliteit dat alle soorten die in 1982 in Nederland voorkwamen in 2020 nog hier bestaan. Bijvoorbeeld door te zorgen dat natuurgebieden zoveel mogelijk op elkaar aansluiten, en niet te veel worden onderbroken door wegen en bebouwing. Deze ‘ecologische hoofdstructuur’ geeft dieren en planten de ruimte om te zoeken naar een goede plek om te (over)leven.

Studio Ewald Jamin heeft een winkel en werkplaats in het centrum van Leiden


De boeren 47 van 2010

Keuzevrijheid voor koeien ANTON STOKMAN melkveehouder in Koudum 52 jaar 180 melkkoeien (met de ambitie 280 koeien te verzorgen) 80 hectare gras, 5 hectare mais Nederland heeft meer dan 20.000 melkveehouders

“M

ijn dames hebben de keus: binnen of buiten. Slapen op een waterbed of grazen in de wei. Badderen in de Ja-Koe-Zie of een borstelmassage. En: gemolken worden wanneer en zo vaak ze maar willen. Sinds februari heb ik een nieuwe stal om mijn koeien het beste van het beste te geven. Met een nieuwe aanpak en de allernieuwste milieutechnieken. Zo kan ik milieuvriendelijk en economisch verantwoord boeren en tegelijk voor weide en natuurlandschap zorgen. Ik geef mijn koeien lichttherapie, bijvoorbeeld, 16 uur licht, acht uur pikkedonker. Daarmee zijn ze ’s winters 20 procent actiever. Zeg: meer tevreden. Een blije koe herken je aan het orenspel. Ze

luistert constant. Wat hoor ik, wat is dat voor geluid, komt er een stier aan? Nederland heeft baat bij tevreden koeien. Als de helft van de ammoniakuitstoot van de melkveehouderij komt, moet je daar iets mee. Ik wil zoveel mogelijk uit de kast halen om duurzame melk te produceren. Wij lopen voorop met innovatieve melkveehouderij, gecombineerd met een maatschappelijke functie. Ik vind die ontwikkelingen leuk, ben nieuwsgierig. Mijn koeien ook, merk ik. Sinds de verbouwing van de stal hebben we achter de schuur een bult grond liggen van vier meter hoog en twintig meter breed. Stonden ze daar opeens op te spelen. Leuk hè, die bult laten we nu mooi liggen!”


48 LEKKER ETEN

Minister Gerda Verburg breekt een lans voor ‘anders’ boodschappen doen.“Weet waar je producten vandaan komen. Als je het verhaal kent, smaakt het anders” Door Sigrid van Iersel

Over biet, biest en brood


GERDA 49

A

ls een zoeklicht scannen haar ogen de biologische groentekraam af en blijven steken bij de schorseneren en de cranberry’s. Totdat ze ineens de gele bieten ziet, die marktkoopman Jeroen van Klaveren heeft open­ gesneden. “Meer een knol dan een biet”, legt Van Klaveren uit. “Een oude boerengroente.” Gerda gaat meteen overstag en koopt enkele exemplaren. “De kans bestaat wel dat ik ze alleen op moet eten”, lacht ze. Als Gerda Verburg op zaterdag in Nederland is, hoort een bezoek aan de streekmarkt in het centrum van haar woonplaats Woerden tot haar vaste rituelen. De groentekraam slaat ze meestal over, omdat zij en haar partner Willy al een weekabonnement hebben op de streek- en seizoensgroentetas. Bij bakker De Leeuw uit Zegveld is ze echter vaste klant. Hier koopt ze wekelijks een grof meergranenbrood in een hoge ronde vorm. “Altijd ongesneden, zodat ik er zelf dikke plakken van kan snijden”, vertelt ze.

Eigen plek De streekmarkt op de Hoogwoerd is zes jaar geleden van start gegaan om kwaliteitsproducten uit de omgeving te verkopen. Het is een initiatief van acteur en achterbuurman Bram van der Vlugt, dat Gerda vanaf het prille begin ondersteund heeft. “Het Groene Hart heeft een eigen plek nodig waar consumenten en producenten elkaar kunnen ontmoeten”, vindt ze. “Op die manier kun je de eigenheid van de streek naar voren laten komen.” Ook in andere streken in Nederland worden veel producten gemaakt die typerend zijn voor een bepaalde streek. Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ondersteunt het ontwikkelen en de instandhouding van deze streekproducten. Het is de bedoeling om deze producten beter herkenbaar te maken voor de consument. Dat scheelt ook in het terugdringen van het aantal ‘voedselkilometers’. Voordat een product op je bord ligt, heeft het vaak al een behoorlijke afstand afgelegd. Het is daarom

beter als een product geteeld of gemaakt is in je eigen regio, streek of eigen land. En als het om groenten gaat, is het ook nog eens van belang om seizoensgroenten te eten. Gerda: “Mijn motto is: als je weet wat je eet, maak je gezondere en bewustere keuzes.”

Biest wellen Gerda wandelt door naar de kraam van boerin Truus Spruit, ook al uit Zegveld. Truus begint honderduit te vertellen over haar prijswinnende koe Beatrix 39, die melk met een uitzonderlijk hoog eiwitgehalte produceert. “Als Truus eenmaal begint te vertellen, ben je nog niet weg”, grinnikt Gerda. Truus gaat nog even door met de omschrijving van het prachtige karakter van Beatrix. “We willen niet te groot worden, want dan kennen we de koeien niet meer uit elkaar. En dan weet je niet meer of het Adrie 53 is of een andere koe, die tochtig is.” Behalve van de wekelijkse verhalen kent Gerda deze koeien ook van haar hardlooprondjes rondom Woerden. “Ze staan er altijd goed bij


50 LEKKER ETEN

en dan weet je dat het vlees ook goed is. Truus verkoopt wel eens biest, de eerste melk als een koe net gekalfd heeft. De extra eiwitten en afweerstoffen zijn ook heel goed voor mensen. Biest is lekker als toetje of in pannenkoeken.”

Wandelende encyclopedie Na het bezoek aan de streekmarkt loopt Gerda naar het nabijgelegen café-restaurant Xo dat met streekproducten werkt. “Kijk maar in de prachtige menukaart”, zegt Gerda. “Het hele verhaal van de streekproducten staat erbij, zodat je de eigenheid, de aandacht en de ambachtelijkheid ziet waarmee alles geproduceerd is. Als je het verhaal kent, smaakt het anders. Het is net als met wijn. Als iemand een toelichting geeft op wat je drinkt, dan proef je veel meer.” Goed eten hoeft niet per se ‘haute cuisine’ te zijn, vindt Gerda. “Gebakken eieren met kruiden en spek op een dikke boterham zijn net zo lekker. Maar ik vind het wel belangrijk dat je er een verhaal bij kunt vertellen. Als ik biest in huis heb van Truus, vertel ik mijn gasten zeker over de manier waarop zij met hun koeien omgaat. In Nederland hebben we daar niet zo’n cultuur in, maar dat vind ik wel iets om aan te werken. Daarom steunt mijn ministerie ook het geven van smaaklessen op scholen door de kok Pierre Wind.” “Ik vind dat iedereen moet weten waar ons voedsel vandaan komt”, zegt Gerda. “Dat is lastiger dan vroeger. Vroeger wist je waar de slager zijn vlees haalde, tegenwoordig wordt veel verwerkt achter dichte deuren. Ik vind dat iedereen moet weten welke dingen gezond zijn om te eten en welke niet. En ik vind ook dat mensen iets moeten willen weten van de wereld achter ons voedsel. Want door wat je in je mond stopt, beïnvloed je een reeks van gebeurtenissen. Niet alleen je eigen gezondheid, maar ook dierenwelzijn, milieu, natuur en wereldhandelproblematiek. Dus moeten we ons voedsel weer een gezicht geven. En dan niet door overal streekmarkten op te zetten, maar juist ook door supermarkten te vragen heldere informatie te geven, zodat de klant weet wat hij koopt. Over dat thema praat ik sinds enige maanden met een aantal supermarkten die voorop lopen, in het Platform Verduurzaming Voedsel.”

“Biest is lekker als toetje of in pannen­ koeken”

Maar wat gaat ze nou doen met die gele bieten van de streekmarkt? “Ach, we hebben zo veel kookboeken thuis. Desnoods bel ik Pierre Wind even, want hij is een wandelende encyclopedie. Waarschijnlijk stuurt hij dan later een SMS-je om te vragen hoe het gesmaakt heeft.”<<


GERDA 51

ALLEEN NOG MAAR DUURZAME PRODUCTEN

A

ls je als consument duurzaam boodschappen wilt doen, moet dat aanbod er ook zijn. Daarom zet het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedsel­ kwaliteit in op het duurzaam maken van de productie en het aanbod. Het woord duurzaam slaat op de benodigde ruimte voor de productie en de teelt van grond­ stoffen, de uitstoot van schadelijke stoffen, water- en energieverbruik. Maar het gaat ook om minder ver­

Gerda is een eenmalige uitgave van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Overname van artikelen uit deze is toegestaan met bronvermelding en na goedkeuring van de redactie. De inhoud van Gerda weerspiegelt niet noodzakelijkerwijs de mening van het ministerie. LNV is niet aansprakelijk voor eventuele onjuistheden in deze uitgave. LNV is niet aansprakelijk voor handelingen van derden welke mogelijkerwijs voortvloeien uit het lezen van deze uitgave.

Hoofdredactie Gerda Verburg, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Projectleiding Directie Communicatie van het ministerie van LNV (Murco Mijnlieff en Christine de Ruiter) Productiebegeleiding: Dienst Bedrijfsvoering Huisstijlmedia Art Direction en Vormgeving Vincent van Baar, Dennis Koot Tekstproductie & eindredactie Maters en Hermsen Journalistiek (Jeroen Maters, Joke van Rooyen) Illustraties Gijs Kast Fotografie Cheers to your Eyes (Jeronimus van Pelt, Ilya van Marle),

Hugo Schuitemaker (Duurzaam vissen), Brenda van Leeuwen (Francine Oomen), Sascha Schalkwijk (Menno Bentveld) Met dank aan Families De WitVerburg en De Wit-Burggraaf, Studio Ewald Jamin uit Leiden, Just Haasnoot, Hotel/Restaurant Van der Valk Den Haag – Nootdorp, Cynthia Schrijver c*styling, Marloes Blaas, Linda Valkeman, Guess watches, Hippodam, Rinascimento, Linda Valkeman, Antoine Peters, Berber Soepboer, Van Markoviec, United Nude, Marqt, Ikea, United Décor, l.i.o.n.e.

spilling van voedsel en om de ver­ betering van het welzijn van mens en dier. Nederland moet over 15 jaar mondiaal koploper zijn in de verduurzaming van voedsel­ productie. Zodat we bij het bood­ schappen doen alleen nog maar de keuze hebben tussen duurzaam, duurzamer of duurzaamst. Om zover te komen, wil LNV consu­ menten verleiden om steeds meer en vaker duurzame producten te kopen. Maar ook kun je als consu­ ment zelf invloed uitoefenen. Hoe meer we vragen naar duur­zame producten, hoe meer de producen­ ten die zullen aanbieden. Handige websites: www. viswijzer.nl www.allesduurzaam.nl www.duurzaamthuis.nl www.voedingscentrum.nl

Drukwerk Roto Smeets Redactie-adres Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Directie Communicatie Postbus 20401 2500 EK Den Haag gerdamagazine@minlnv.nl www.gerdamagazine.nl


52

Nu geopend : Het Kaplaarz enseizoen

Diepe plass en, dikke klo dders modd des te meer er. Geen na plezier. Red tte voeten, e n genoeg om het zonnetje D e K a plaars eens te zetten me in t een eigen door de reg seizoen. Ban en, spring in je r d u s de plassen, ga naar buit en!

Staatsbosbeheer doet meer dan alleen natuurbeheer. buitencentra | informatie en beleving op locatie buite leven | vakantiewoningen en kampeerterreinen buitenbinnen | houten meubels van eigen bodem Vind mooie gebieden en leuke activiteiten op www.staatsbosbeheer.nl


Gerda