Issuu on Google+

HOOFDSTUK 6

DOOR

A. POWELL


Het causale lichaam en het ego

HOOFDSTUK VI DE AANHECHTING VAN DE ATOMEN: I. DE HOGERE TRIADE

De Tweede Uitstorting stroomt niet alleen naar de vijf niveaus en brengt daarmee het elementale en andere rijken tot bestaan, zoals we in het vorige hoofdstuk zagen, maar brengt ook de Monaden tot leven die, gereed om hun evolutie te beginnen, hebben gewacht op het Anupadaka niveau, tot de materie van de werelden voor hen in gereedheid was gebracht. Om te zeggen dat de Monaden “voortgaan” zou niet accuraat zijn. Het is meer dat ze uitstralen door het uitzenden van hun levengevende stralen. Zijzelf verblijven eeuwig aan de “boezem van de Vader”, terwijl hun levensstralen uitstromen in de oceaan van de materie waar ze volledig het materiaal in bezit nemen dat ze nodig hebben voor hun evolutie op de lagere niveaus, zoals we zullen zien. Het uistralen van de Monaden is grafisch beschreven door H. P. Blavatsky als volgt: “De oorspronkelijke triade (d.w.z. de drievoudige Monade van Wil-Wijsheid-Activiteit) keert zodra hij zich heeft weerspiegeld in de “Hemelse Mens” (d.w.z. Atma, Buddhi, Manas), naar de hoogste van de lagere zeven terug en verdwijnt in de Stilte en de Duisternis.” De Monaden zelf verblijven daarom altijd achter het vijfvoudige universum en zijn in die zin toeschouwers. Ze verblijven achter de vijf materiele werelden. Ze zijn het Zelf en blijven Zelfbewust en Zelfbepalend. Ze verblijven in onveranderlijke vrede en leven in eeuwigheid. Maar, zoals we zagen, passen ze de materie aan en eigenen zichzelf atomen toe van de verschillende werelden. Er zijn Monaden van zeven typen of “stralen”, zoals materie uit zeven soorten stralen bestaat. Het proces waardoor de zeven soorten ontstaan is als volgt: De drie aspecten van bewustzijn van de Logos of het Universele Zelf zijn Wil, (Ichchha), Wijsheid (Jnanam) en Activiteit (Kriya). De drie corresponderende kwaliteiten in de materie zijn Inertie (Tamas), Beweging (Rajas) en Ritme (Sattva). Onderling verhouden ze zich als volgt: Het Aspect van de Wil drukt de kwaliteit van Inertie of Tamas af op de materie, de kracht van weerstand, stabiliteit en rust. Het Aspect van Activiteit geeft de materie de reactie op handeling, Bewegelijkheid of Rajas. Het Aspect van Wijsheid verleent de materie Ritme of Sattva, harmonie. Diagram VII toont deze analogieën. Elke Monade heeft deze drie bewustzijnsaspecten, de verhoudingen kunnen in verschillende monaden op zeven manieren verschillen, zoals te zien in het diagram op de volgende bladzijde. De zevende variëteit is die waarin de drie aspecten gelijk zijn.

2


Het causale lichaam en het ego

De zeven soorten materie zijn op dezelfde wijze gevormd, door de afwissselende hoeveelheid van Tamas, Rajas en Sattva. De levensstroom die bekendstaat als de Tweede Uitstorting is in feite uit zeven stromen samengesteld, een van de zeven soorten combinaties van materie wordt in elk van deze zeven stromen gevonden.

Diagram VIII is een poging de zeven typen Monaden te tonen met de zeven corresponderende soorten materie. Een andere manier om dezelfde waarheid uit te drukken, t.w. dat elke Monade tot een van de zeven Stralen behoort, is dat hij oorspronkelijk voortkwam uit een van de Zeven Planetaire Logoi, die als krachtscentra beschouwd kunnen worden binnen de Zonnelogos, kanalen waardoor de kracht van de Zonnelogos wordt uitgestort.

Toch behoort, zoals al is gezegd, elke Monade fundamenteel tot één Straal, terwijl hij ook iets in zich heeft van alle Stralen. Er bestaat in hem geen greintje kracht, geen greintje materie, wat niet een wezenlijk deel is van één van de zeven Planetaire Logoi. Hij is letterlijk verdicht uit Hun diepste wezen, niet uit één, maar uit allen, hoewel er altijd één dominant is. Daarom kan er niet een kleinste beweging plaatsvinden van een van deze grote Sterre-engelen zonder dat tot op zekere hoogte elke Monade beïnvloed wordt, omdat ze been van Hun been zijn, vlees van Hun

3


Het causale lichaam en het ego

vlees, Geest van Hun Geest. Dit feit is natuurlijk de werkelijke basis van de astrologie. Verder zullen de lichamen van de Monaden, die oorspronkelijk voortkwamen uit een bepaalde Planetaire Logos, hun hele evolutie meer deeltjes hebben van die Logos dan van een ander en zo kunnen de mensen worden geclassificeerd als hoofdzakelijk behorend tot één van de zeven Stralen of Logoi. Hoewel het regel is dat een Monade gedurende zijn hele evolutie op dezelfde Straal blijft, zodat hij uiteindelijk terugkeert tot dezelfde Planetaire Engel als waar hij uit voort kwam, zijn er toch enkele zeldzame uitzonderingen. Want het is voor een Monade mogelijk om van Straal te veranderen, zodat hij tot een andere Planetaire Engel zal terugkeren dan waaruit hij voortkwam. Zo’n overstap gebeurt meestal tussen de Eerste en Tweede Stralen want er zijn relatief weinig personen van deze twee stralen op de lagere evolutieniveaus. Voor we kunnen doorgaan met de beschrijving van de manier waarop de atomen aan de Monaden worden gehecht, is er nog een andere factor die we moeten bespreken. De Tweede Uitstorting brengt naast het scheppingswerk van de Elementale en andere Rijken, ook, in verschillende stadia van ontwikkeling verkerende, wezens mee, die de normale en specifieke bewoners vormen van de drie Elementale Rijken. Deze wezens zijn door de Logos meegebracht uit een eerdere evolutie. Zij worden nu uitgezonden om de wereld te bevolken waar hun ontwikkeling geschikt voor is; ze werken samen met het werk van de Logos en later met de mens, in het algemene schema van evolutie. Van hen krijgt de mens zijn vergankelijke lichaam. In sommige religies staan ze bekend als Engelen, bij de Hindoes als Deva’s—wat letterlijk betekent, Schitterende Wezens. Plato spreekt over hen als “Mindere Goden”. De vertaling van het woord “deva” met “Goden” heeft tot veel verkeerd begrip van het Oosterse denken geleid. De “drieëndertig crores (330 miljoen) Goden” zijn geen Goden in de Westerse zin van het woord maar Deva’s of Schitterende Wezens. Hiervan zijn er verschillende graden, inclusief vertegenwoordigers van alle vijf lagere niveaus, d.w.z. die van Atma, Buddhi, Manas, Kama en het etherische deel van de fysieke wereld. Hun lichamen worden gevormd uit de Elementale Essentie van het Natuurrijk waartoe ze behoren en zijn flitsend en veelkleurig, veranderend van vorm, volgens de wil van de entiteit zelf. Ze vormen een grote groep die altijd werkt aan de verbetering van de kwaliteit van de Elementale Essentie en daar hun eigen lichamen van vormt om het dan weer uit te werpen en andere delen tot zich te nemen, om het zo steeds gevoeliger te maken. In het Eerste Elementale Rijk, op het hogere of causale niveau, maken ze materialen voor het opnemen van abstracte gedachten. In het Tweede Elementale Rijk, op het lagere mentale Niveau, maken ze materie die geschikt is voor het omkleden van concrete gedachten. In het Derde Elementale Rijk, op het astrale niveau bereiden ze materie voor voor de bekleding van begeerten. 4


Het causale lichaam en het ego

In het stadium dat we nu bespreken, is het enige werk dat er voor hen is te doen, het verbeteren van de Elementale Essentie. Later zijn ze ook constant bezig met het scheppen van vormen om de menselijke ego’s te helpen op de weg van incarnatie, door hun nieuwe lichamen te vormen, de benodigde materie te leveren, en te helpen bij de samenstelling ervan. Hoe minder ontwikkeld het ego, des te groter het leidende werk van de Deva’s. Bij dieren doen zij bijna alle werk en vrijwel alles bij planten en mineralen. Ze zijn de actieve vertegenwoordigers van de Logos, voeren alle details uit van Zijn wereldplan en helpen de ontelbare evoluerende levens materialen te vinden nodig zijn voor hun lichamen en gebruik. Bij hen horen ook de grote aantallen van het elfenrijk, bekend als natuurgeesten, trollen, gnomen en bij talloze andere namen. In The Astral Body en The Mental Body worden een aantal beschrijvingen gegeven van deze wezens, zodat dat hier verder niet nodig is. Waar we nu eigenlijk mee bezig zijn is hun oorsprong en met het aandeel dat ze leveren bij het helpen van de Monaden hun evolutie te beginnen, in de lagere werelden. De term Deva is, strikt gesproken, niet breed genoeg om alle levende vertegenwoordiging te omvatten die verbonden is met de Monaden en hun lange pelgrimstocht door de lagere werelden. Dit werk wordt uitgevoerd door niet minder dan zeven orden van wezens, algemeen bekend als de Scheppende Hiërarchieën, de Monaden zelf, vreemd genoeg, maken daar één van uit. Voor ons huidige doel, echter, en om de beschrijving niet te gecompliceerd te maken, zullen we al deze vertegenwoordigers met de term Deva’s duiden. In een later en apart hoofdstuk zullen we dit onderwerp meer in detail behandelen en de namen en functies geven van de zeven Scheppende Hiërarchieën, (voor zover die bekend zijn). Zo zien we dat voor er enig bewustzijn kon verschijnen, behalve dat van de Logos en zijn Scheppende Hiërarchie, om ook maar iets te kunnen doen, er een groot voorbereidend werk moest worden gedaan, het voorbereiden van het “veld van evolutie”. We hebben nu drie factoren die nodig zijn om ons in staat te stellen de hechting van de atomen aan de Monaden te bespreken: deze drie zijn: (1) de atomen van de verschillende niveaus; (2) de bereidheid van de Monaden zelf op het Anupadaka niveau; (3) de hulp van de Deva’s zonder wie de Monaden zelf machteloos zouden zijn hun evolutie uit te kunnen voeren. Een Monade, zoals we zagen, heeft drie bewustzijnsaspecten, waarvan elk, als de tijd voor het evolutieproces komt, wat men kan noemen een trillingsgolf in beweging zet, die zorgt dat de atomische materie gaat trillen op de Atma, Buddhi en Manas niveaus, die hem omringen. Deva’s uit een vorig universum, die eerder door een soortgelijke ervaring gingen, leiden de trillingsgolf van het Wilsaspect van de Monade naar een Atma-atoom, wat dan “aangehecht” wordt aan de Monade en wordt zo zijn Atmisch permanent atoom, zo genoemd omdat het door het hele evolutieproces bij de Monade blijft. 5


Het causale lichaam en het ego

Zo wordt ook de trilling van het Wijsheidsaspect van de Monade naar een atoom van Buddhi geleid door de Deva’s, wat het Buddisch permanent atoom wordt. En zo wordt ook het Activiteitsaspect van de Monade geleid door Deva’s en aangehecht aan een Manasatoom en wordt het derde permanente atoom. Zo wordt AtmaBuddhi-Manas gevormd wat vaak de Straal van de Monade wordt genoemd. Diagram IX illustreert het zojuist beschreven proces.

Een grafische beschrijving van het proces luidt als volgt: van de lumineuze oceaan van Atma wordt een kleine lichtdraad gescheiden van de rest door een film van buddhisch materiaal en hieraan hangt een vonk die wordt omsloten door een eivormige behuizing van materie die behoort tot de vormloze niveaus van de mentale wereld. “De vonk hangt aan de vlam, aan de fijnste draad van Fohat”. (The Book of Dzyan, VII, 5.) Zoals gezegd, deze atomen die gehecht zijn aan de Monaden worden “permanente atomen” genoemd; H. P. Blavatsky sprak over hen als “levensatomen” (The Secret Doctrine, II, 709). De rest van de atomen van de diverse niveaus die niet aan een Monade zijn gehecht blijven maken de Monadische Essentie van elk niveau. De term is misschien wat misleidend maar werd in de eerste instantie gegeven omdat (zoals genoemd in hoofdstuk V) de essentie in dit stadium geschikt is om aan de Monade te worden gehecht als permanente atomen, hoewel ze niet allemaal worden aangehecht. Atma-Buddhi-Manas, de Straal van de Monade is ook bekend bij vele andere namen; zoals de Hemelse Mens, De Spirituele Mens, de Spirituele of Hogere Triade, het Hogere Zelf, het gescheiden Zelf, enz. De term Jivatma wordt er soms ook voor gebruikt, hoewel Jivatma, wat letterlijk Levenszelf betekent, natuurlijk ook van toepassing is op de Monade. Het staat ook bekend als de “mannelijkheid” van de Goddelijke Zoon van de Eerste Logos, bezield door de “Godheid”, d.w.z. door de

6


Het causale lichaam en het ego

Monade. Het kan ook gezien worden als een vat, waar de Monade het leven in uitstort, Hier komen we bij het mysterie van de Getuige, de Toeschouwer, het bewegingloze Atma, d.w.z., de Monade die altijd verblijft in zijn opperste natuur op zijn eigen niveau en die in de wereld leeft door zijn Straal (Atma-Buddhi-Manas), welke op zijn beurt zijn “schaduwen” bezielt, de levens of incarnaties van het lagere zelf op aarde. Diagram X toont de Monade en zijn Hogere Triade.

Het is belangrijk om te onthouden dat Atma-Buddhi-Manas, de Hogere Triade, in wezen identiek is met de Monade, in feite de Monade is, hoewel in minder in kracht door de sluiers van materie eromheen. Deze krachtsvermindering moet ons niet blind maken voor de identiteit of de natuur, want men moet altijd in gedachten houden dat het menselijke bewustzijn een unit is, waardoor zijn manifestaties variëren naar gelang de overheersing van het ene of andere aspect. De Monade die zo zichzelf deze drie atomen heeft toegeëigend, is zijn werk begonnen. Door zijn aard kan hij niet verder afdalen dan het Anupadaka niveau; daarom wordt gezegd dat hij in “Stilte en Duisternis” is, d.w.z. niet manifest. Maar hij leeft en werkt in en door middel van de atomen die hij zich heeft toegeëigend. Hoewel de Monade, op zijn eigen niveau, het Anupadaka, voor zover zijn innerlijk leven betreft, sterk bewust is en bekwaam, is hij in de lagere werelden, door hun ruimte en tijdbeperkingen, slechts als een kiem, een embryo, machteloos, gevoelloos en hulpeloos. Hoewel de materie van de lagere niveaus hem in het begin gevangen houdt, zal hij het langzaam maar zeker omvormen voor Zelfexpressie. Hierbij waakt het alles ondersteunende leven van de Tweede Logos over hem en begeleidt hem, tot hij in de lagere werelden even volledig kan leven als daarboven en op zijn beurt een

7


Het causale lichaam en het ego

scheppende Logos wordt en zelf een universum voortbrengt. Want een Logos schept niet vanuit het niets: Hij ontwikkelt alles vanuit Zichzelf. De volledige manifestatie van de drie bewustzijnsaspecten, uitgedrukt door de Monade, vindt plaats in dezelfde volgorde als de manifestatie van de drievoudige Logos in het universum. Het derde aspect, Activiteit dat zich openbaart als de creatieve geest, als de bewaarder van kennis, is de eerste om zijn voertuigen te perfectioneren. Het tweede aspect, Wijsheid, zich openbarend als de Zuiver en Gecompassioneerde Rede, of Intu誰tie, is de tweede die ontwaakt: dit is de Krishna, de Christus, in de mens. Het derde aspect, Wil, de goddelijke Kracht van het Zelf, het Atma is de laatste die zich openbaart.

8


Het causale lichaam en het ego

HOOFDSTUK VII DE AANHECHTING VAN DE ATOMEN II. DE LAGERE TRIADE

Als de spirituele Triade, Atma-Buddhi-Manas is gevormd, doet de warmte van de stroom van Logoïsch leven er trillingen van ontvankelijk leven in ontstaan. Na lange voorbereiding ontstaat uit de Triade een dunne draad, als een worteltje, een goudkleurige levensdraad, gehuld in buddhische materie. Deze draad wordt soms de Sutratma genoemd, letterlijk het Draad-Zelf, Omdat de permanente deeltjes er aan geregen zijn als kralen aan een ketting. De term wordt echter op verschillende manieren gebruikt maar altijd om het idee aan te geven van een draad die verschillende deeltjes verbindt. Zo wordt hij aan het reïncarnerende ego gehecht, als de draad waaraan vele verschillende wezens zijn geregen. Aan de Tweede Logos, als de draad waaraan de wezens in Zijn universum zijn geregen; enz. Zo dient dit dus eerder een functie dan een speciale entiteit of klassen van entiteiten. Uit elke spirituele Triade komt een van deze draden, die eerst zachtjes deinen in de zeven grote levensstromen. Dan wordt elk van hen verankerd, net zoals gebeurde in het geval van de Hogere Triade, door het werk van de Deva’s, aan een mentale molecule, of unit, zoals ze meestal worden genoemd. Dit is een deeltje van het vierde mentale subniveau, d.w.z. het hoogste van het lagere mentale niveau. Rond deze mentale unit worden tijdelijke aggregaten van elementale essentie van het Tweede Elementale Rijk verzameld, die steeds verspreid en weer verzameld worden. De trillingen van de essentie doen langzaam de mentale unit ontwaken tot zwakke reacties, deze trillen weer zacht naar boven, naar het zaad van bewustzijn in de Triade, om zo een vage innerlijke beweging te creëren. Van de mentale unit kan niet gezegd worden altijd een eigen vorm om zich heen te hebben want er kunnen verschillende of vele mentale units gedompeld zijn in een bepaalde aggregatie van essentie, terwijl andere aggregaties van essentie alleen één mentale unit kunnen bevatten of helemaal geen. Zo worden de mentale units met onvoorstelbare traagheid, de eigenaren van bepaalde kwaliteiten: d.w.z. ze krijgen het vermogen te trillen op verschillende manieren, die in verband staan met denken en zullen in een later stadium het denken mogelijk maken. Hierbij worden ze geholpen door de Deva’s van het Tweede Elementale Rijk, die de trillingen tot hen brengen en waarop ze geleidelijk beginnen te reageren, en omringen hen met de elementale essentie, die ze, de Deva’s, van hun lichaam uitwerpen. Verder is elk van de zeven groepen gescheiden van de anderen door een delicate muur van monadische essentie—atomische materie, bezield door het leven van de Tweede Logos—het begin van de omwanding van de latere Groepsziel. Diagram XI-A illustreert het zojuist beschreven proces. Het hele proces wordt dan herhaald op het volgende, lagere niveau (zie diagram XI-B). De levensdraad, gevat in 9


Het causale lichaam en het ego

buddhische materie, aan de mentale unit gehecht, duwt buitenwaarts naar het astrale niveau, waar, op gelijke wijze een astraal permanent atoom wordt aangehecht. Rond dit astrale permanente atoom verzamelen zich tijdelijke aggregaten van elementale essentie van het Derde Elementale Rijk, verspreidend en weer verzamelend als voorheen. Soortgelijke resultaten volgen dan, de astrale atomen die langzaamaan zijn ontwaakt tot een zwak reageren, zijn doorgegeven aan het zaad van bewustzijn, en produceren daarbij weer uiterst vage innerlijke beweging. Zo verkrijgen de astrale atomen het vermogen om op verschillende manieren, die verband houden met gevoel, te trillen en wordt in een later stadium het voelen mogelijk gemaakt. Zoals voorheen wordt het werk begeleid door de handelingen van de Deva’s, van het Derde Elementale Rijk. De scheidende ommuring van ieder van de zeven groepen krijgt nu een tweede laag, gevormd uit astrale monadische essentie, om zo een stadium dichter te komen bij de toekomstige Groepsziel. Dan wordt het proces nog een keer herhaald (zie diagram XI-C), als de grote levensgolf het fysieke niveau heeft bereikt. De levensdraad, omhuld door buddhische materie, met zijn aangehechte mentale unit en astraal permanent atoom, duwt verder en lijft een fysiek permanent atoom in. Rondom dit atoom verzamelt zich etherische materie, zoals daarvoor. De zwaardere fysiek materie, echter, is meer coherent dan de subtielere materie van de hogere niveaus en daarom wordt een veel langere levensspanne waargenomen.

Dan, als de etherische typen van de proto-metalen, en later de proto-metalen, metalen, niet-metalen en mineralen zijn gevormd, dompelen de Deva’s van de etherische subniveaus de fysieke permanente atomen in een van de zeven etherische

10


Het causale lichaam en het ego

typen waartoe ze behoren. Zo is de lange fysieke evolutie van de permanente atomen begonnen. Dan wordt er op het atomische subniveau van het fysieke weer een derde laag aan de scheidende muur toegevoegd, die het omhulsel vormt van de toekomstige Groepsziel. Op deze manier wordt, wat we vaak de Lagere Triade noemen, gevormd, welke een mentale unit bevat, een astraal permanent atoom en een fysiek permanent atoom. Diagram XII laat het stadium zien dat we nu hebben bereikt, de Monade met zijn drie Aspecten, voorzien van een Hogere Triade van Atma-Buddhi-Manas, en de Hogere Triade op zijn beurt met een Lagere Triade van Lager Manas-Kama-Sthula.

Men zal zich herinneren dat de materie van elk niveau tot zeven basis typen behoort, gesorteerd naar de dominantie van de drie grote hoedanigheden van de stof— Tamas, Rajas en Sattva. Daarom worden de permanente atomen gekozen uit één van deze drie grote types. Het lijkt echter dat elke Monade al zijn permanente atomen van hetzelfde type stof kiest. Die keuze wordt gemaakt door de Monade, hoewel zoals we zagen, de eigenlijke aanhechting wordt gedaan door de Deva’s. De Monade zelf behoort, natuurlijk, tot één van de zeven basis types van Monaden en dit is zijn eerste grote bepalende karaktereigenschap, zijn fundamentele “kleur”, “grondtoon” of “temperament”. De Monade kan kiezen om zijn pelgrimstocht te gebruiken voor de versterking en groei van zijn specifieke kenmerk, in welk geval de Deva’s permanente atomen aan zijn Sutratma zullen hechten die tot de groep van materie behoren die overeenkomt met het type van de Monade. Zo’n keuze zou resulteren in een secondaire kleur—die van de permanente atomen—die de eerste zouden benadrukken en versterken; in de latere evolutie zouden de krachten van de zwakheden van dat dubbele temperament transformeren tot een grote kracht. Aan de andere kant kan de Monade kiezen om zijn nieuwe reis te gebruiken om een ander aspect van zijn natuur te ontwikkelen. Dan zullen de Deva’s aan zijn 11


Het causale lichaam en het ego

Sutratma atomen hechten die tot een andere stofgroep behoren, waarin het aspect dat de Monade wil ontwikkelen dominant is. Deze keuze zou resulteren in de secondaire “grondtoon” of “temperament” die de eerste later in de evolutie zou omvormen met overeenkomstige resultaten. Deze laatste keus komt duidelijk vaker voor en lijkt te leiden tot een grotere complexiteit van karakter, vooral in de latere stadia van de menselijke evolutie, als de invloed van de Monade zich sterker laat voelen. Terwijl de permanente atomen van zowel de Hogere als de Lagere Triaden tot hetzelfde type behoren, bepalen de lichamen van de Hogere Triade, als ze eenmaal zijn gevormd, relatief permanent, definitief de grondtoon van hun permanente atomen. Maar bij de lichamen van de Lagere Triade, werken vele andere oorzaken mee in de beslissing van de keuze van de materialen voor deze lichamen. De Monade kan geen rechtstreekse invloed uitoefenen op de permanente atomen: noch kan er een directe beïnvloeding zijn voordat de Hogere Triade een hoge trap van ontwikkeling heeft bereikt. Maar de Monade kan de Hogere Triade beïnvloeden en doet dat ook, en heeft daardoor een indirecte invloed op de permanente atomen. De Hogere Triade krijgt de meeste energie en al zijn richtinggevend vermogen van de Tweede Logos. Maar zijn eigen speciale activiteit houdt zich niet bezig met het vormende en opbouwende werk van de Tweede Logos, omdat die door de evolutie van de atomen zelf gestuurd wordt, in samenhang met de Derde Logos. Deze energie van de Hogere Triade bepaalt zich tot de atomische subniveaus, totdat de Vierde Ronde zich hoofdzakelijk blijkt te wijden aan de permanente atomen. Het doel van de permanente atomen is natuurlijk om in zich de krachten van trillingen te bewaren, de resultaten van alle ervaringen waar ze doorheen zijn gegaan. We kunnen een fysiek permanent atoom nemen om dit proces te illustreren. Een fysieke impact van welke aard dan ook, veroorzaakt in het fysieke lichaam dat getroffen wordt, soortgelijke trillingen opwekken. Deze trillingen worden doorgegeven door een directe schok als ze heftig zijn, en in alle gevallen door het buddhische levensweb aan het fysieke permanente atoom. Zo’n trilling, die van buitenaf op het atoom inwerkt, wordt in het atoom een vibrerende kracht, een neiging om de trilling te herhalen. Zo laat iedere impact, gedurende het hele leven van het fysieke lichaam, zijn indruk achter op het fysieke permanente atoom. Aan het eind van het leven van het fysieke lichaam heeft het fysieke permanente atoom op deze wijze ontelbare trillingsvermogens opgeslagen. Hetzelfde proces vindt plaats bij het permanente atoom of unit in alle lichamen van een mens. De student zal nu bekend zijn met het feit dat het permanent atoom— zoals de benaming aangeeft—altijd bij een menselijk wezen blijft doorheen alle incarnaties, in feite zijn ze de enige deeltjes van zijn verschillende lichamen die overleven en die onveranderlijk bij het ego blijven in het causale lichaam. De vortex, die het atoom is, is het leven van de Derde Logos; de wand van het atoom, die geleidelijk aan de oppervlakte van deze vortex wordt gevormd, wordt gecreëerd door de afdaling van de Derde Logos. Maar de Tweede Logos geeft slechts vaag de buitenlijn aan van de spirallae, als transparante kanaaltjes: Hij bezielt ze niet. Het is het leven van de Monade dat, als het naar beneden stroomt, de eerste 12


Het causale lichaam en het ego

spirillae bezielt door deze een werkend deel van het atoom te maken. Dit gebeurt in de Eerste Ronde. Op gelijke wijze wordt in elke volgende Ronde een andere spirillae gevormd en tot activiteit gebracht. De eerste reeks van spirillae wordt gebruikt door de prana die het vaste fysieke lichaam beïnvloedt; de tweede reeks door de prana het etherisch dubbel; de derde reeks door de prana die het astrale lichaam beïnvloedt, en ontwikkelt zo het vermogen om te voelen; de vierde reeks wordt gebruikt door de prana van kamamanas, die het gebruikt voor het bouwen van de hersenen als instrument voor het denken. Omdat we in de Vierde Ronde zijn, zijn er vier spirallae actief, zowel in de permanente atomen als in de gewone, niet aangehechte atomen. Maar bij een hoog ontwikkeld mens kan het atoom vijf actieve spirillae hebben, of zelfs zes. De vijfde reeks zal, normaal gesproken, ontwikkeld worden in de Vijfde Ronde; maar gevorderde mensen, zoals gezegd, kunnen door bepaalde yogapraktijken zelfs nu zowel de vijfde als zesde reeks spirallae ontwikkelen. Naast de permanente atomen zelf, begint de Monade ook op een zelfde manier te werken aan andere atomen die aangetrokken zijn door het permanente atoom. Zo’n bezieling, echter, is alleen tijdelijk, omdat deze atomen, als het lichaam wordt afgebroken, terugkeren naar de algemene opslag van atomische materie. Ze kunnen dan opgenomen worden en gebruikt door een andere Monade, en nu natuurlijk makkelijker bezield kunnen worden door hun eerdere ervaring. Dit werk vindt plaats met alle permanente atomen van de Monade, zulke atomen evolueren dus sneller dan ze anders zouden doen, vanwege hun verbinding met de Monade.

13


Het causale lichaam en het ego

HOOFDSTUK VIII DE SCHEPPENDE HIËRARCHIEËN

Zoals beloofd in hoofdstuk VI zullen we nu in detail de hiërarchieën van wezens bespreken van verschillende graden van macht en intelligentie, die het universum opbouwen en de Monaden helpen bij hun lange pelgrimstocht door de werelden van de materie. De informatie die momenteel beschikbaar is, is wat fragmentarisch en slecht gedefinieerd; terwijl we dat begrijpen, moeten we het proberen te doen met de weinige feiten die tot onze beschikking staan. We zagen al dat het Ene Leven, het Supreme, van Wie al het gemanifesteerde leven komt, zich uitdrukt op een drievoudige manier, als de Trimurti, de Triade. Dit wordt in praktisch elke religie geduid onder verschillende namen: bv. Brahma, Vishnu, Shiva: Ichchlha, Jnana, Kriya: Cochman, Binah, Kepher: Vader, Zoon en Heilige Geest: Macht, Wijsheid en Liefde en Wil: Wil, Wijsheid, Activiteit, enz., enz. Rond de eerste Triade, die uit Hen voortkomt, vinden we Hen die de Zeven worden genoemd. De Hindoes spreken van de zeven zonen van Aditi: ze zijn ook de Zeven Geesten in de Zon genoemd: in Egypte stonden ze bekend als de zeven Mysterieuze Goden: In het Zoroastrianisme heten ze de zeven Amshaspends: in het Judaïsme zijn ze de zeven Sephiroth: bij Christenen en Mohammedanen zijn het de zeven Aartsengelen, de zeven Geesten voor de Troon. In de Theosofie worden ze meestal de zeven Planetaire Logoi genoemd, elk heersend over zijn eigen afdeling van het zonnestelsel. Ze zijn ooit vereenzelvigd met de zeven heilige planeten, die hun fysieke lichamen zijn. Rond de Zeven, in een wijdere cirkel, komen de Scheppende Hiërarchieën, ook wel de Twaalf Scheppende Orden van het Universum genoemd. Aan het hoofd staan de Twaalf Grote Goden, die in oude verhalen genoemd worden, en die worden gesymboliseerd door de bekende Tekens van de Dierenriem. Want de Dierenriem is een zeer oud symbolisch begrip, waarin het plan van het zonnestelsel staat geschreven. Als men zegt dat een planeet “regeert” of de Heerser is van één van de Tekens van de Dierenriem, betekent dat dat die Planetaire Geest of Logos de heerschappij voert over één van de twaalf Scheppende Hiërarchieën die, onder zijn controle en aanwijzing Zijn Rijk opbouwen en de Monade helpen zich te ontwikkelen. De Twaalf Scheppende Hiërarchieën zijn dus nauw betrokken met het bouwen van het universum. Deze Hiërarchieën van Intelligentie hebben in vorige kalpa’s of universa, hun eigen evolutie voltooid en werden zo medescheppers van de Ene Wil, van Ishvara, bij het scheppen van een nieuw universum of Brahmanda. Ze zijn de Architecten, de Bouwers van zonnestelsels. Ze vullen ons zonnestelsel en via hen verkrijgen wij menselijke wezens onze evolutie, spiritueel, intellectueel en fysiek. Zij zijn het die het bewustzijn van de Monade en zijn Straal doen ontwaken tot het “vage bewustzijn van anderen”, en van “ik”, en met deze sensatie van verlangen naar een 14


Het causale lichaam en het ego

meer duidelijk omschreven betekenis van het “ik” en van “anderen”, welke de “individuele Wil om te leven” is, worden ze in dichtere werelden geleid, waarin alleen zo’n scherpere definitie mogelijk wordt. In het huidige stadium van evolutie, hebben van de twaalf Hiërarchieën, vier bevrijding bereikt, en één staat op de drempel van bevrijding. Dus zijn er vijf verdwenen, zelfs uit het gezichtsveld van de grootse en meest ontwikkelde Wereldleraren. Er blijven daarom maar zeven over, waar we mee te maken hebben. Een deel van het werk dat sommige van hen doen is de aanhechting van de permanente atomen wat is beschreven in de Hoofdstukken VI en VII. Dit wordt nu kort herhaald en voor de volledigheid aangevuld met de weinig beschikbare bijzonderheden. Het gehele werk wordt geclassificeerd in afdelingen waar elk van de overblijvende zeven Hiërarchieën verantwoordelijk voor is. A. DE SCHEPPENDE ARUPA ORDEN

1. De eerste van de Arupa, of Vormloos Scheppende Orden wordt beschreven door woorden die met vuur hebben te maken. Ze staan bekend als de Vormloze Vurige Adem. Heren van het Vuur, Goddelijke Vlammen, Goddelijke Vuren, Vurige Leeuwen, Leeuwen van het Leven. Ze worden ook beschreven als het Leven en Hart van het universum, het Atma, de kosmische Wil. Door hen komt de goddelijke Straal van Paramatma, die Atma in de Monaden doet ontwaken. 2. De Tweede Orde is tweevoudig van aard en staat bekend als de “tweevoudige units”, die Vuur en Ether vertegenwoordigen. Ze staan voor de kosmische Buddhi,de Wijsheid van het systeem, gemanifesteerde rede. Hun functie is om Buddhi in de Monade op te wekken. 3. De Derde Orde is bekend als de “Triaden”, die Vuur, Ether en Water vertegenwoordigen. Ze staan voor Mahat, de kosmische Manas of Activiteit. Hun functie is het opwekken van Manas in de Monaden. B. DE RUPA SCHEPPENDE ORDEN

4. De Vierde Scheppende Hiërarchie bestaat uit de Monaden zelf Op het eerste gezicht kan het vreemd lijken dat de Monaden zelf samen met de andere Orden geclassificeerd worden, maar een beetje nadenken maakt duidelijk dat deze indeling juist is. De Monaden hebben duidelijk en voor een groot deel te maken met hun eigen evolutie. Het is niet zo dat alleen uiterlijke krachten hun involutie en evolutie bepalen. Laten we kort een aantal van de factoren herhalen die door de Monade zelf worden bepaald. 1) Behorend bij de Eerste Logos, is zijn Wil om tot manifestatie ook hun wil: ze zijn zelf-bewegend. 2) Het zijn de Monaden die “uitstralen”, hun leven uitzenden, die de Straal van de Hogere Triade opbouwen en daardoor werken. 15


Het causale lichaam en het ego

3) Het is de Monade die de typen van de permanente atomen kiezen die aan hen worden gehecht. 4) De Derde Uitstorting, uitmondend tot datgene waarvan de causale lichamen worden gevormd, komt door de Monade zelf. 5) De Monaden zelf storten hun leven uit en bezielen de spirillae in de atomen, zowel permanente als andere. 6) De Monaden richten, naarmate hun evolutie voortgaat, meer en meer van hun levens naar beneden en komen steeds nauwer in contact met hun Stralen—de Individualiteit, en ook, via de Individualiteit met de Persoonlijkheid. 5. De Vijfde Scheppende Hiërarchie wordt die van de Makara genoemd en heeft als symbool het pentagon1. Door hen verschijnen de dualistische spirituele en dualistische fysieke aspecten van de natuur, het positieve en het negatieve, in conflict met elkaar. Het zijn de “rebellen” uit vele mythen en legenden. Sommige van hen staan bekend als de Asura’s en waren de vruchten van de Eerste keten. Ze zijn wezens van grote spirituele kennis en macht. Diep in henzelf verbergen ze het zaad van Ahamkara, het ik-makende vermogen dat nodig is voor de menselijke evolutie. De Vijfde Hiërarchie leidt de trillingsgolf van het Atma-aspect van de Monade naar een Atma-atoom, en hecht deze aan als een permanent atoom. 6. De Zesde Scheppende Hiërarchie omvat hen die bekend staan als Agnishvatta’s en ook als de “zesvoudige Dhyanis”. Zij zijn de vruchten van de Tweede Planetaire Keten. Deze Hiërarchie bevat ook grote groepen Deva’s Zij leiden de trillingsgolf van het Wijsheidsaspect van de Monade naar het Buddhische permanente atoom. Verder geven ze de mens alles behalve het Atma en het fysieke lichaam, en worden daarom de “schenkers van de vijf midden beginselen” genoemd. Ze leiden de Monade bij het verkrijgen van de permanente atomen, die met deze beginselen verbonden zijn, d.w.z., Buddhi, Mansas, Lager Manas, Kama, en het Etherisch Dubbel. Ze hebben in het bijzonder te maken met de intellectuele evolutie van de mens. 7. De Zevende Hiërarchie omvat hen die bekend staan als de Maanpitri’s, of Barhishad Pitri’s: zij zijn de vruchten van de Derde Keten. Ze hebben te maken met de fysieke evolutie van de mens. Ook behoren tot de Zevende Hiërarchie grote groepen Deva’s, de lagere Natuurgeesten, die zich bezighouden met de werkelijke opbouw van het menselijke lichaam. Voor het overzicht van de student is er een schema van de Scheppende Hiërarchieën toegevoegd.

1

Vijfhoek.

16


Het causale lichaam en het ego

17


A POWELL-Het Causale Lichaam en Het Ego-hoofdstuk 6-