Issuu on Google+

SPUI Uva alumni magazine 01 / 2012

36

FERDINAND BOL

droomopdracht van rijke weduwe

andrÉ kuipers FOTOGRAAF VAN DE NACHT

p 16

verdedigers VAN DE ADVOCaTUUR BRITTA BÖHLER EN FLORIS BANNIER

p 04

WETHOUDER WIBAUTS GEËNGAGEERDE NAZATEN

p 18


02 inhoud colofon

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

p 04

Uitgever Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA

p 07

het gesprek Britta Böhler en Floris Bannier nemen het op voor de advocatuur

uva-geschiedenis

Honderd jaar Frans aan de UvA

Redactie Albert Goutbeek (hoofdredacteur), Margreet Korsten, Daan Meijer, Carolyn Wever

p 08

de studie

Redactieraad Frank Aarts, Jim Jansen, Astrid Helstone, Marjolein Lever, Ron Plattel, Aleid Truijens, Ger Wieberdink, Fione Zonneveld

p 16

post

Ontwerp en beeldredactie Mattmo Fotografie/illustraties Amke, Kees Hummel, Monique Kooijmans, Jeroen Oerlemans, Stephan Raaijmakers Druk Habo Da Costa Aan dit nummer werkten verder mee Merijn de Boer, Floor Boon, Han Ceelen, Shirley Haasnoot (eindredactie), Ben Haveman, Jelle Koopmans, Caro Koning, Aart van der Kuijl, André Kuipers, Marion Rhoen, Harry Starren, Ellen Stoop, Elke Veldkamp, Fenneken Veldkamp, Machteld Vos, Robin van Wechem Reacties SPUI, Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA, Postbus 94325, 1090 GH Amsterdam. E-mail: SPUI @uva.nl, ISSN 667-939X De redactie heeft ernaar gestreefd de rechthebbenden van de foto’s te achterhalen. Degenen die desondanks menen rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich wenden tot Alumnirelaties en Universiteitsfonds UvA. SPUI is een magazine voor, door en over alumni en vrienden van de Universiteit van Amsterdam. SPUI verschijnt twee keer per jaar in druk in een oplage van 95.000 exemplaren en wordt toegestuurd aan alle UvA-alumni (van wie het adres bekend is) en aan medewerkers van de UvA. Daarnaast verschijnt zes keer per jaar SPUI digitaal. www.uva-alumni.nl/spui

Harry Starren, voorzitter AUV

p 18

Universiteiten kennen geen grenzen Ik schrijf dit stukje in Riga. De hoofdstad van een land met een vergrijzende en krimpende bevolking. Een arm land. Maar wel met dertig universiteiten op nog geen twee miljoen inwoners. Ze vinden het zelf ook wat veel. Een land met de grootste groei in Europa toen het even goed ging, en de sterkste krimp toen het (even?) mis ging. Een Baltische staat met een rijke geschiedenis. Met de handelsbetrekkingen met dit gebied hebben wij onze gouden eeuw gefinancierd. Amsterdam zou er anders uitzien zonder Riga. Ik overdrijf, maar niet eens zo veel. De Hanze, die je met wat fantasie de rechtsvoorganger van de Europese Unie kunt noemen, toont zich in Letlands hoofdstad in de trotse architectuur. Logementen en een beurs, kerken en kroegen, al met al een aantrekkelijk verblijfplaats. Je weet je aan de rand van Europa. Hier wonen bondgenoten. De Nederlandse toekomst ligt in Europa, dat op haar beurt in de wereld ligt. Universiteiten, en de wetenschap die zij beoefenen, zijn per definitie grenzeloos. Amsterdam ligt er, gedragen door geschiedenis en geografie, uitzonderlijk goed bij. Bekender dan het land waarvan zij de hoofdstad is – je zal zo’n logo hebben – is de universiteit een aantrekkelijke stapelplaats van kennis en een belangrijke doorvoerhaven van talent. In alle rangordeningen telt het internationale karakter van een universiteit steeds sterker. In de onderzoeksprogramma’s, in de samenstelling van de staf en vooral in de samenstelling van de studentenpopulatie. De beste universiteiten zijn niet de grootste, maar die met de meeste betekenisvolle verbindingen. Coalities en allianties dienen de wetenschappelijke voortgang en kennisuitwisseling. Het gaat immers om het maken van nieuwe combinaties. Dat hebben kennisvorming en ondernemen met elkaar gemeen. De universiteit beschikt geleidelijk aan over een wereldwijd netwerk van afgestudeerden, van wetenschappers en verwante instituten. Samen maken die het verschil. De universiteit is in essentie een relatienetwerk met een oneindig aantal toegangspoorten en marktplaatsen. Het is een sfeer en een mentaliteit. Daarom zijn buitenlandse studenten welkom in Amsterdam. Daarom zijn dubbelaanstellingen van hoogleraren aantrekkelijk (KNAW-president Robbert Dijkgraaf gaat naar Princeton maar blijft ook universiteitshoogleraar in Amsterdam), daarom zijn gezamenlijke onderzoeksprojecten belangrijk en daarom tellen studiepunten van andere universiteiten mee. Uit welbegrepen eigenbelang. We worden er beter van. Dat hoef je in een handelsland niet uit te leggen. Dat kent het belang van open grenzen en het aangaan van verbindingen. In Riga lag de haven ooit vol Nederlandse schepen. Nederlanders domineerden die handelsroute. Bestendige relaties hadden baat bij voorspelbaar gedrag. Je kon van ons op aan (zei een Letse collega over ons). Zo ontstond vertrouwen en wederzijds profijt. Wij werden er beiden beter van. In Riga zijn ze dat niet vergeten. Harry Starren (Politicologie / Bestuurskunde 1985) is voorzitter van de Amsterdamse Universiteits-Vereniging.

Omhoog met Tom de Booij en Dorien Lekkerkerk

André Kuipers blogt en fotografeert vanuit het ISS

voetsporen Nageslacht van rode wethouder Wibaut zoekt graag de mazen in de wet op

p 20

kalender

p 23

uva in beweging

p 26

wetenschap

p 28

essay

p 31

PROEFSCHRIFT

p 32

PERSONALIA

p 33

OVERLEDENEN

p 34

IN MEMORIAM

p 35

Louise Gunning-Schepers collegevoorzitter UvA

Kort nieuws

Zinvol bezuinigen in de zorg

De sharia als wapen in de strijd tegen huishoudslavernij

De onverschrokken Tineke Strobos-Büchter redde ruim honderd onderduikers

AMSTERDAMSE UNIVERSITEITSVERENIGING EN KRINGEN Speciale aanbiedingen AUV-pas

p 36 p 38

ALUMNIVARIA JSTOR voor alumni: toegang tot tweeduizend wetenschappelijke tijdschriften

AMSTERDAMS UNIVERSITEITSFONDS Nu ook fonds voor Amerikaanse donateurs

p 39

column Merijn de Boer: toch nog Voskuil


03 P 14

Spui Reacties

loopbaan

Uw reacties op SPUI magazine zijn van harte welkom, per post of via e-mail (adressen: zie colofon). De redactie behoudt zich het recht voor ingezonden reacties ingekort of helemaal niet op te nemen.

Doe het lekker zelf Dat de regering de culturele sector stimuleert tot ondernemerschap, snappen ze best. Zelf zijn ze al jaren goed bezig. Marloes Krijnen maakte fotografiemuseum Foam tot een financieel gezond succes. Joost Westerveld verzekerde het Amsterdam Sinfonietta van particuliere sponsoring. Maar dat bereik je niet van de ene op de andere dag. ‘De overheid stapt er nu wel heel makkelijk uit en zegt: ga het lekker zelf doen.’

DE UVA IN INDIA: ‘Talent is niet aan grenzen gebonden. DE WERELD IS GROTER DAN NEDERLAND.’ – P 10

P 22

Ik heb zojuist met veel interesse het artikel over het rekenonderwijs in Nederland gelezen. Wat me daarbij opvalt is dat de staartdeling die als illustratie gebruikt wordt, verkeerd opgeschreven is. Is de illustrator ook ten prooi gevallen aan het nieuwe rekenen? :-) Veel succes en plezier met het maken van SPUI! Evelyne Bettenhaussen

Met grote belangstelling heb ik het artikel over het rekenonderwijs gelezen. Al dertig jaar vecht ik voor beter onderwijs. Ik heb meer dan veertig jaar aan de groepen 3 tot en met 8 op basisscholen les gegeven. Vele ouders komen bij mij om hulp, want ook zij komen erachter dat het schoolsysteem faalt. Nog teveel leerkrachten volgen braaf de schooladviesdiensten en de methodieken. Vele methodeschrijvers en adviseurs van de schooladviesdiensten hebben nooit of amper voor de klas gestaan en aan hun bureaus methodieken verzonnen en een klein beetje getoetst op scholen. We moeten terug naar het systeem dat alleen leerkrachten met een jarenlange ervaring weer de methodes schrijven en niet de onderwijskundigen en pedagogen. Al in 2008 heb ik het boek geschreven Oplossingen in plaats van Afwijkingen voor lezen taal rekenen. Daarin geef ik praktische tips, wat er in het onderwijs veranderd moet worden. Ik leg duidelijk de spellingsregels uit, die ieder kind zou moeten kennen en een duidelijke aanpak voor grammatica en rekenen, vooral de tafels. Ik heb dit boek geschreven omdat ouders mij dat vroegen. Ze waren bang dat deze kennis anders verloren zou gaan. U kunt het boek vinden op www.riekkerkhof.nl. Riek Kerkhof-Willems

pensioen

Meindert Fennema en de elite

Al enkele jaren ontvangen wij SPUI. De vorige bewoner woont al jaren elders. Ik weet wel zijn huidige adres, zodat hij het blad weer kan ontvangen. Maar ik moet eerlijk bekennen dat het mij een beetje pijn doet wanneer ik SPUI dan niet meer kan ontvangen. Ik lees het ontzettend graag, al ben ik nooit student geweest aan de UvA. Zou ik het blad toch mogen blijven ontvangen, desnoods in digitale vorm?

‘Hij was een jongen van eenvoudige komaf die zich via corps, ASVA en CPN ontwikkelde tot hoogleraar, inwoner van Aerdenhout en essayist voor De Groene Amsterdammer. Niet verwonderlijk dat politicoloog Meindert Fennema gefascineerd is door de elite en een zwak heeft voor mensen die zich tegen de macht verzetten. ‘Ik vind het knap wanneer iemand er veel voor over heeft om zijn eigen ideeën uit te dragen.’

Ron Oortwijn

P 24 Wetenschap

Spectaculair erfgoed van Bol Vijf reusachtige schilderijen van Ferdinand Bol blijken afkomstig uit een Utrechts grachtenpand en gemaakt in opdracht van een welgestelde weduwe. De doeken verschaffen inzicht in de denkbeelden van de opdrachtgever en de historische identiteit van de samenleving, zo ontdekte kunsthistorica Margriet van Eikema Hommes. Achter het ensemble met bijbelse en mythologische motieven zit een duidelijke boodschap.

WIE ONTVANGT SPUI? Iedereen die een erkend diploma aan de UvA heeft behaald (m.u.v. de propedeuse) wordt beschouwd als alumnus en ontvangt SPUI, mits de UvA over de juiste adresgegevens beschikt. Om SPUI te ontvangen, hoeft u geen lid te worden van de AUV, maar dat mag uiteraard wel. Als lid ontvangt u bovendien de AUV-pas, die onder meer recht geeft op allerlei kortingen. Niet-alumni die SPUI graag willen ontvangen, kunnen een verbintenis aangaan door begunstiger te worden van de AUV of donateur van het Amsterdams Universiteitsfonds. Wilt u zich aanmelden? Zijn uw adresgegevens onjuist? Ontvangt u wel de gedrukte SPUI, maar niet de digitale edities? Neem dan contact op via relatiebeheer@uva.nl.


04 het gesprek

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

Verdedigers van de advocatuur Britta Böhler – 1960

Floris Bannier – 1941

• 1  984 Rechten, AlbertLudwigs Universität, Freiburg (Duitsland) • 1985 advocaat in Duitsland • 1991-1994 advocaat Loeff Claeys Verbeke, Amsterdam • 1992 promotie Rechtsfilosofie Albert-Ludwigs Universität cum laude • 1995-heden partner Böhler Advocaten, Amsterdam • 2000 boek De zwerftocht van een leider: Achter de schermen van de zaak Öcalan • 2003 Dekenprijs voor beste Amsterdamse advocaat • 2004 boek Crisis in de rechtsstaat: Spraakmakende zaken, verborgen processen • 2005 Clara Meijer-Wichmann penning • 2007-2011 lid Eerste Kamer voor GroenLinks • 2012 sinds januari bijzonder hoogleraar Advocatuur UvA

• 1  965 Nederlands recht, Universiteit Utrecht • 1966-2006 advocaat vervoersrecht, later ondernemingsrecht, Van Haersolte Kalff en Kappeyne; later opgegaan in Nauta Dutilh • 1978-1995 rechter-plaatsvervanger rechtbank Amsterdam • 1995-2011 raadsheerplaatsvervanger gerechtshof Amsterdam • 1998-2001 deken Amsterdamse Orde van Advocaten • 2004-2011 bijzonder hoogleraar Advocatuur UvA • 2004-2011 adviseur Nauta Dutilh • 2007 boek Beroep advocaat: in de ban van de balie (met Nathalie Fanoy) • 2009 boek Zoals een behoorlijk advocaat betaamt: Advocatengedragsrecht • 2011 Dekenprijs voor beste Amsterdamse advocaat


05 tekst • Fenneken Veldkamp beeld • Kees Hummel

Strafrechtadvocaat Britta Böhler is met ingang van dit jaar benoemd tot bijzonder hoogleraar Advocatuur. Een dubbelgesprek met haar voorganger Floris Bannier over de ethiek van de advocaat, het toezicht op de beroepsgroep en bezuinigingen die zichzelf in de staart bijten. Mevrouw Böhler, u was werkzaam in het strafrecht, meneer Bannier in het civiel recht. Maakt dat de inhoudelijke oriëntatie voor deze functie en het onderwijs voor de studenten anders? Böhler: ‘Het onderwijs ligt redelijk vast. Dat gaat over de kernwaarden van de advocatuur.’ Bannier: ‘Ik denk dat het een leuke nieuwe impuls is voor de leerstoel om na achttien jaar civilisten, nu iemand met een strafrechtelijke invalshoek te krijgen. Ik vind het in ieder geval een verrijking.’ Böhler: ‘Maar ik doe hier geen strafrechtelijk onderzoek. Mijn onderzoeksthema is de onafhankelijkheid van de advocaat, en dat is een kernwaarde die geldt voor alle advocaten.’ Kunt u iets meer zeggen over dat onderzoek? Böhler: ‘Het gaat over de onafhankelijkheid van de advocaat ten opzichte van anderen: de cliënt, de rechter, publiek, media. Daarbij kan ik putten uit wat Floris heeft gedaan, die zich onder meer heeft gericht op de geschiedenis van de advocatuur.’ Bannier: ‘Het is een heel actueel onderwerp. Er wordt wetgeving ontwikkeld waardoor die onafhankelijkheid in het geding komt. Dus alles wat vanuit de wetenschap gedaan kan worden om het belang daarvan te benadrukken, is hoogst noodzakelijk.’ U doelt op het plan om het toezicht op de advocatuur extern te organiseren. Nu houden dekens die zelf advocaat zijn nog toezicht op de lokale advocatenordes. Waarom zou extern toezicht een bedreiging vormen voor de onafhankelijkheid? Böhler: ‘Omdat de overheid een staatstoezichthouder wil benoemen. Maar de overheid heeft ook in veel gevallen op een andere manier te maken met de advocaat: in de gefinancierde rechtshulp als geldverstrekker en in zeventig procent van alle rechtszaken als tegenpartij. Dan kom je dus als advocaat in de positie dat je gecontroleerd wordt door je tegenpartij. Dat is per definitie slecht. En als cliënt zou ik denken: doet mijn advocaat wel alles voor mij? Een advocaat moet alleen het belang van z’n cliënt voor ogen hebben.’ Bannier: ‘Je ziet de gevolgen in landen die minder gewetensvol met de rechtsstaat en rechtswaarden omgaan. Het argument van de regering is vaak: ja, maar wij zijn geen Syrië, ons gaat dat niet gebeuren. Maar bij de rechtsstaat moet je de deur niet op een kier zetten.’ Vindt u dan dat het zelfreinigend vermogen intern groot genoeg is? Bannier: ‘De Orde heeft Arthur Docters van Leeuwen gevraagd om daar onderzoek naar te doen. Hij concludeerde: het toezichtsysteem werkt goed. Maar er is natuurlijk ruimte voor verbetering. Hij heeft voorgesteld om iemand van buitenaf aan te stellen die het toezicht nader onderzoekt. Die is inmiddels aangetrokken (Rein Jan Hoekstra,

voormalig lid van de Raad van State, red.). Ook moet er meer transparantie komen, je moet aan verslaglegging doen. En de positie van de dekens zou verder versterkt moeten worden.’ Böhler: ‘Maar de regering verwerpt het systeem dat Docters van Leeuwen aandraagt, zonder daar een enkel argument voor aan te dragen.’ Leent deze hoogleraarsfunctie zich wat dat betreft voor een activistische rol? Bannier: ‘Nou, ik heb er met staatssecretaris Teeven over gesproken. Dan lijkt hij goed te luisteren.’ Böhler: ‘Maar hij verandert niks, want het plan is goedgekeurd door de regering.’

‘Er wordt wetgeving ontwikkeld waardoor de onafhankelijkheid van advocaten in het geding komt’

Het voorstel moet nog door de Tweede Kamer. Zult u parlementariërs proberen te beïnvloeden, mevrouw Böhler? U bent oud-senator voor GroenLinks. Böhler: ‘Nee, ik ben geen lobbyist en geen activist, ik ben hoogleraar. De Orde is de belangenvereniging van de advocaten, die neemt lobbyisten in de arm. Wetenschappers hebben een andere invalshoek. Zo’n actueel thema kan aanleiding zijn om meer rechtstheoretisch, rechtsstatelijk gefundeerd onderzoek te doen. Het is mooi als je aan het argument dat we het niet wíllen, een wat breder perspectief kunt toevoegen. Wat betekent het voor de rechtsstaat, waarom is onafhankelijkheid belangrijk, wat gebeurt er als die er niet is? Daarmee de discussie verbreden en verdiepen vind ik de taak van de wetenschap.’ Mevrouw Böhler, u bent ‘politiek advocaat’ genoemd vanwege de zaken die u heeft gedaan en de zaken die u juist níet heeft gedaan. Zo heeft u gezegd dat u Pinochet niet zou verdedigen; Öcalan en Volkert van der G. heeft u wel verdedigd. Hoe maakt u een onderscheid? En wat gaat u uw studenten hierover onderwijzen? Böhler: ‘Dat label politiek advocaat is op me geplakt, ik vind dat geen goede omschrijving. Het gaat niet om een politieke overtuiging, links of rechts. Ik zie de advocatuur als een maatschappelijke functie, met een maatschappelijke relevantie. Het onderscheid dat je als advocaat maakt, heeft alles te maken met je onafhankelijkheid, ook ten opzichte van de cliënt. Bij Pinochet ging het erom dat er een verdedigingsstrategie werd gekozen die ik niet goed vond. Je kunt als advocaat niet met goede gemoede iets doen waarvan je zelf vindt dat het niet kan, of mag, of zinvol of kansrijk is. Dat zegt de advocateneed ook. Als je een andere insteek over strategie hebt dan je cliënt, dan moet je een zaak niet doen. Je bent niet het loopjongetje van je cliënt. Dat zal ik mijn studenten ook voorhouden.’ Ging het bij Pinochet dan puur om strategie? U had geen morele bezwaren? Böhler: ‘Ik heb geen moreel oordeel over cliënten. Daar ben ik niet voor, ik ben geen pastoor.’ Bannier: ‘Dat is een wijd verbreid misverstand over de advocaat. De advocaat wordt nogal eens vereenzelvigd met zijn cliënt. Mevrouw Böhler verdedigt Pinochet, dan moet ze ook wel heel slecht zijn!’ Böhler: ‘Als advocaat heb je geen moreel oordeel over je cliënt en ook niet over het handelen van je cliënt.’ Bannier: ‘En als je dat wel krijgt, zeker in negatieve zin, dan moet je zeggen: nee, die zaak doe ik niet.’ Böhler: ‘Je moet als advocaat in beginsel elke zaak wíllen doen, maar er zijn zaken die je niet kúnt doen. Bijvoorbeeld omdat er een tegenstrijdig belang is. Of omdat je merkt dat je een bepaald moreel oordeel velt over een cliënt.’


06 het gesprek Maar een moreel oordeel over Pinochet had u niet. Böhler: ‘Natuurlijk had ik dat, maar niet als advocaat. Ieder mens heeft morele oordelen over van alles en nog wat. Maar als advocaat heb je die niet. Stel, er komt iemand bij me die wordt verdacht van verkrachting. Ik heb absoluut een moreel oordeel over verkrachting, maar als ik dat in een zaak niet opzij kan zetten en niet puur als advocaat kan redeneren, dan moet ik die zaak niet doen.’ Bannier: ‘Dat is vaak de reden waarom advocaten geen strafzaken doen. Die hebben moeite met het onderscheid dat Britta nu maakt. Als het goed is heeft een advocaat een behoorlijk ontwikkeld waardengevoel. Maar een advocaat moet ook zeggen: je hebt recht op rechtsbijstand.’ Böhler: ‘En als je dat niet kunt, bijvoorbeeld omdat je zelf ooit te maken heb gehad met verkrachting, dan kun je dat objectieve niet bieden en dan moet je die zaak niet doen. Maar als je merkt dat je dat bij élke zaak hebt, ben je niet geschikt voor het strafrecht.’ Iets anders: hoe zit het met de bereidheid onder advocaten om toevoegingszaken (door de overheid gefinancierde rechtshulp) te doen? Bannier: ‘Die is groot. Zes- à zevenduizend van de zestienduizend advocaten doen die zaken.’ Böhler: ‘Maar het wordt steeds ingewikkelder. Er wordt nu een proef gedaan met een nieuw systeem, High Trust. Je krijgt dan heel snel een toevoeging van de Raad voor de Rechtsbijstand, maar de toets of die terecht is verstrekt, volgt pas na afloop van de zaak. En als blijkt: nee, de toevoeging is onterecht verstrekt, dan is het financiële risico voor de advocaat. Dat is een heel zorgelijke ontwikkeling.’ Bannier: ‘Er zijn allerlei regeltjes waar een toevoeging aan moet voldoen, die liggen heel subtiel.’ Böhler: ‘In het asiel- en vreemdelingenrecht krijg je bijvoorbeeld alleen een toevoeging als het een ingewikkelde rechtsvraag is. De Raad kan nu achteraf zeggen: mwah, zo ingewikkeld was die vraag niet.’ Bannier: ‘Dit kan er toe leiden dat advocaten zeggen: we doen geen toevoegingswerk meer. We willen dat risico niet lopen. Dan kom je met je gefinancierde rechtshulp in de gevarenzone.’ Böhler: ‘Dit is bedacht als bezuinigingsmaatregel. Náást de andere bezuinigingsmaatregelen binnen de gefinancierde rechtshulp en de verhoging van de eigen bijdrage.’

‘Natuurlijk had ik als mens een moreel oordeel over Pinochet. Maar niet als advocaat’

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

Op de eigen bijdrage kun je korting krijgen als je eerst langs het Juridisch Loket gaat. Daar is nu een run op. Bannier: ‘Een bezuinigingsmaatregel die zichzelf in de staart bijt. Het loket moet eerstelijnsrechtshulp bieden en zo min mogelijk mensen doorsturen naar een advocaat. Dus moet het loket zelf veel meer werk gaan doen dan waar het voor uitgerust is. En dus moet het meer mensen aanstellen, waardoor de hele bezuiniging weer verdwijnt.’ Böhler: ‘En doordat er minder eigen bijdragen binnenkomen, hebben we hier echt te maken met een onzinnige maatregel.’ Meneer Bannier, wat is uw belangrijkste conclusie na uw vervulling van de leerstoel? Bannier: ‘Ik heb me vooral geconcentreerd op de gedragsrechtelijke kanten van de advocaat. De ethische ontwikkeling van een advocaat is heel belangrijk, en daar wordt nog veel te weinig aan gedaan. Gedragsrecht krijgt wel steeds meer aandacht in de beroepsopleiding, ik durf te denken dat ik daar een klein beetje aan bijgedragen heb. Ik hamer bij de Orde nog steeds op - en ik hoop dat Britta dat van mij overneemt - het verplicht stellen van minstens twee uur gedragsrecht in de permanente opleiding; eens in de twee jaar mag van mij. Al was het alleen maar om advocaten eraan te herinneren dat het gedragsrecht bestáát.’ Is het dan zo slecht gesteld met de ethiek van de advocaat? Bannier: ‘Nee, het is niet zo slecht gesteld. Maar het is ook niet goed gesteld. Van de zestienduizend advocaten verleent het overgrote deel behoorlijke rechtshulp. Maar als je kijkt hoeveel klachten er zijn én toegewezen worden, dan is er toch wat aan de hand.’ Waar ligt dat aan? Bannier: ‘Desinteresse. Nooit meer wat gedaan aan je verdere ontwikkeling. Slecht bijhouden. Slechte communicatie met de cliënt. Niet goed begrijpen wat de cliënt wil. Geen argumenten van de cliënt overnemen terwijl het wel goede argumenten zijn. Termijnen vergeten. Vaak zijn het gewoon menselijke fouten, die ik ook heb gemaakt in mijn eigen praktijk.’ U noemde de permanente opleiding. Wat houdt die in? Bannier: ‘Die is zo’n vijftien jaar geleden opgezet omdat er zoveel gekankerd werd op de kwaliteit van de advocaten. Niet geheel onterecht, want er zitten altijd wat zwakke broeders tussen. Ieder jaar moet je twintig studiepunten halen. Daarvan mag je best een cursus time management doen, maar minstens de helft van de punten moet vaktechnisch zijn.’ En is dat genoeg? Bannier: ‘Nee.’ Böhler: ‘En is het goed georganiseerd? Nee! Echt goede controle op de permanente opleiding is er niet, in die zin functioneert het niet goed. Maar het is beter dan niets.’ Bannier: ‘Je ziet wel dat de beroepsgroep steeds meer waarde gaat hechten aan de specialisatieverenigingen. Daarvoor moet je specialistische cursussen doen om ingeschreven te blijven. En je moet vlieguren maken.’ Böhler: ‘Toch is dat slechts nuttig voor een deel van de advocaten. Er zijn nog genoeg advocaten die een algemene praktijk hebben, zeker buiten de Randstad. Het is geen topsysteem.’ Als er zoveel geklaagd wordt, is er dan niet wat meer nodig? Bannier: ‘Het grote probleem is: hoe moet je het anders doen? De permanente opleiding is al steeds verder uitgebreid, van twaalf naar zestien en nu twintig uur.’ Böhler: ‘Het hangt er ook vanaf hoe je ernaar kijkt. In het asiel- en vreemdelingenrecht is het denk ik veel slechter gesteld dan in het strafrecht. En je moet per klacht kijken naar

de zwaarte van de onderliggende zaak. De meeste klachten gaan over communicatie; maar dan kan de kwaliteit van de rechtsbijstand toch nog goed zijn geweest. Ik vind het een gevaarlijk criterium om alleen naar getallen te kijken.’ Bannier: ‘Daar kan ik dit over zeggen: er wordt in twaalfhonderd zaken per jaar geklaagd. Dat is statistisch gezien niks op, zeg, achthonderdduizend zaken per jaar. Maar als je hoort: twaalfhonderd klachten op zestienduizend advocaten, dat is bijna één op de tien advocaten! Dat lijkt verschrikkelijk veel. Maar we zeggen wel eens, met enige overdrijving: negentig procent van de klachten wordt ingediend door tien procent van de cliënten. Er is, kortom, een vast groepje mensen dat klaagt. Bedenk ook dat rond de helft van alle klachten wordt afgewezen. Maar dan nog zijn er meer gegronde klachten dan aanvaardbaar is. Er is dus geen groot probleem, maar wel een probleem. De Orde moet blijven werken aan het bewustzijn van de advocaat met betrekking tot betamelijk gedrag, kwaliteit en goede communicatie.’ Mevrouw Böhler, ik heb begrepen dat u nu tijdelijk niet werkt als advocaat? Böhler: ‘Ik ben nog steeds verbonden aan mijn kantoor (Böhler Advocaten, red.), maar doe geen eigen zaken. Ik werk alleen op adviesbasis in zaken van anderen omdat ik nu niet voldoende tijd heb voor eigen zaken. Deze bijzondere leerstoel is voor twee dagen in de week, maar zeker in het begin vergt het meer.’ Hoe belangrijk is de wisselwerking tussen praktijk en wetenschap voor deze leerstoel? Bannier: ‘Heel belangrijk. Die geeft de leerstoel z’n waarde. Iemand die alleen maar kennis uit boeken heeft opgedaan, kan niks met de vragen van studenten. Je krijgt heel veel studenten die advocaat willen worden, maar niet weten wat voor advocaat precies. Alleen al daarover uit de praktijk kunnen vertellen, is zinvol.’ •


UVA-GESCHIEDENIS

07

tekst • Jelle Koopmans beeld • Eugene Delacroix, Vrijheid leidt het volk

De eerste hoogleraar Frans nam dienst in het Franse leger De opleiding Frans aan de UvA bestaat honderd jaar. Gustave Cohen trad in oktober 1912 aan als eerste hoogleraar. Het Frans, als object van studie, was een eeuw geleden relatief nieuw binnen een universitaire context. De eerste leerstoelen Frans ontstonden in de achttiende eeuw in Amerika, waar ze werden opgericht om de glorieuze ideeën van de Verlichting ingang te doen vinden. Europa volgde pas later. De wetenschappelijke bestudering van het Frans ontwikkelde zich in eerste instantie in Duitsland, wat tot gevolg had dat de grote Romanisten in Frankrijk het vak in Duitsland moesten leren. In Nederland werd de eerste hoogleraar Frans, A.G. van Hamel, in 1884 in Groningen benoemd. Eigenlijk had hij Nederlands gestudeerd, maar nadat hij tevens een MO Frans had behaald, vertrouwde men hem de taak wel toe. Zijn opvolger, professor Salverda de Grave, was de privéleraar Frans van koningin Wilhelmina geweest, waarvoor hij werd bedankt met het afschaffen van het Frans als officiële taal van het Nederlandse hof. Ook hij deed het met een MO Frans. Toen Amsterdam hem polste voor de nieuwe leerstoel, bleef hij om persoonlijke redenen liever in Groningen. Wel noemde Salverda de Grave de naam van de jonge Belgische geleerde Gustave Cohen, die werkte aan een proefschrift over Franse schrijvers in de Nederlanden tijdens de eerste helft van de zeventiende eeuw. Cohen werd benoemd, maar nam

in 1914 dienst in het Franse leger. Aan zijn Amsterdamse studenten, de cercle d’ étudiants, stuurde hij een telegram met de tekst ‘Je pars au front, pensant à vous’. Cohen kwam niet terug aan de UvA, maar richtte in 1933 wel het Maison Descartes op in A msterdam. In 1921 kwam de Groningse hoogleraar Salverda de Grave dan toch naar Amsterdam om Cohen op te volgen. Geleerden als Cohen en Salverda de Grave waren vooral bezig met hun vak, de Middeleeuwse letterkunde, maar combineerden dat met interesse in didactiek, fonetiek en Frans-Nederlandse uitwisselingen. Cohen baseerde al zijn werk op een totaal geïdealiseerd beeld van Frankrijk, en van de absolute waarde van de Franse cultuur. Sindsdien heeft Frans Europa, aan de UvA zich kunnen profiledochter van Zeus ren, en grote geleerden zoals Paul Zumthor hebben van Amsterdam een belangrijk centrum van de bestudering van het Frans gemaakt. Paul Zumthor zou ook een roman schrijven over de watersnoodramp van 1953, les Hautes Eaux. Gustave Cohen heeft nooit het tweede deel van zijn studie over Franse auteurs in de Nederlanden in de zeventiende eeuw het licht doen zien Hij wijdde zijn leven aan het middeleeuws Frans toneel, en juist in 2011 is een nieuwe editie verschenen van een collectie kluchten die hij slechts via een transcriptie kende, bezorgd door een Amsterdams geleerde. Er is veel veranderd, maar fascinatie en nieuwsgierigheid zijn gebleven. •

‘Je pars au front, pensant à vous’

Stand van de Wetenschap: Frans SPUI25, 21 mei

100 jaar Frans aan de UvA 12 oktober

In de AUV-reeks ‘Stand van de Wetenschap’ bespreken Jelle Koopmans, universitair hoofddocent Franse letterkunde, en Katell Lavéant, universitair docent Franse letterkunde, samen de stand van zaken op hun vakgebied, onder meer de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd. Deze twee wetenschappers, die hun vakgebied delen en bijna een generatie schelen, houden ieder een minicollege en gaan vervolgens in gesprek over hun discipline onder leiding van Margot Dijkgraaf. De bijeenkomst vindt plaats in academisch-cultureel centrum SPUI25 op maandag 21 mei, van 20 tot 22 uur. De toegang is gratis. U dient zich van tevoren aan te melden via de website www.spui25.nl.

In oktober 2012 is het honderd jaar geleden dat de Universiteit van Amsterdam startte met de opleiding Franse taal- en letterkunde. Dat wordt gevierd op vrijdag 12 oktober. Om 10 uur opent Jelle Koopmans de dag met een terugblik op honderd jaar geschiedenis van de opleiding Frans. De Canadese Wendy Maxwell geeft een lezing over AIM, een revolutionaire methode voor het leren van Frans, schrijver Fouad Laroui interviewt twee andere schrijvers, er zijn workshops AIM en Vertalen en een Table Ronde met diverse gasten. ‘s Avonds wordt het toneelstuk Phèdre opgevoerd door docenten en (oud-) studenten Frans. De regie is in handen van oud-docent Mieke Taat. Voor meer informatie en aanmelding zie de website www.hum.uva.nl/100jaarfrans


08 de studie tekst • Marion Rhoen beeld • Amke

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

Dromen van de onbestegen top

Tom de Booij – 1924 5star@tiscali.nl • 1951 Geologie • 1954 promotie Geologie • 1955-1970 wetenschappelijk medewerker UvA, vanaf 1958 conservator Geologisch Instituut Amsterdam • 1980 oprichting Baarnse Golf Club. Inspanningen om golf te democratiseren • 1990 golfprofessional A

Tom de Booij

‘Ik overleefde een val van negentig meter’ Omhoog! Bergbeklimmen was lang een sport voor de elite. Kaarten waren er niet, je ging omhoog met gidsen. Mijn grootvader en vader klommen ook, zij hebben me aangestoken. Op mijn twaalfde ging ik voor het eerst naar de bergen, naar het Zwitserse Oberland. Een jaar later beklom ik de Jungfrau, een top van vierduizend meter, met gids. Toen heb ik enorm hoogteziekte gekregen. Maar ik vond het toch wel mooi dat ik er geweest was.

Het echte werk Ik wilde in mijn werk met de aarde bezig zijn en werd geoloog. Klimmen deed ik in de vakanties. Hoogtepunten waren expedities in de Andes en in de Himalaya. Ook in de Alpen heb ik veel geklommen. Vaak met Lionel Terray, een Franse alpinist en berggids. Trainen was natuurlijk nodig. Ik sportte veel: fietsen, schaatsen, duurlopen. Ik ben eens in vijf dagen naar Chamonix gefietst. De Elfstedentocht heb ik zes keer gereden, waarvan de laatste drie keer, in ’85, ’86 en ’97, nadat ik gestopt was met de bergsport.

Primeur De jaren vijftig waren een gouden tijd: onbestegen toppen te over. Een aantal mocht ik op mijn naam schrijven. De Nevado Huantsán bijvoorbeeld, 6395 meter hoog, en de Nevado Pongos, van 5700 meter, beide in Peru. Tijdens de beklimming van die eerste overleefde ik een val van negentig meter. Ik moest als laatste abseilen en zag ineens sterretjes. Even later lag ik met mijn kop in de sneeuw. Toen ik mijn ogen opende, zag ik het Zuiderkruis. Dat was een belangrijk moment. Ik had het gevoel dat ik mócht leven. Sindsdien leef ik in blessuretijd.

Al doende leren De bergen kon je best in zonder een gids te moeten betalen, vond ik. Daarom begon ik in 1953 met ‘invitatiecursussen’. Per keer leidde ik tien mensen op in de Alpen. Cursisten leerden werken met stijgijzers, ijsklimmen, hoe iemand uit een spleet te halen. Zelf had ik mijn opleiding gehad in Zwitserland, aan de klimschool van Arnold Glatthard. De gidswereld vond die democratisering maar niets. Het kostte hen hun werk. Maar het tij was niet te keren. In 1988 was de missie voltooid en werden de cursussen opgedoekt.

Positief/Negatief aan de UvA Positief: De locatie destijds, op het Roeterseiland, was fantastisch. Ik heb er met veel plezier gewerkt. Negatief: Wat me uiteindelijk opbrak aan de universiteit, was het steeds verder specialiseren. Je moet ook de kans hebben elders te kijken, om je te blijven verwonderen. •


09 Ook in het vlakke Nederland verlangen mensen naar het hogere. Tom de Booij (1924, Geologie) beklom toppen in de Andes en maakte de bergsport voor een breed publiek toegankelijk. Dorien Lekkerkerk (1989, Geneeskunde) plukt daar de vruchten van. Zij is voorzitter van de Amsterdamse Studenten Alpen Club (ASAC).

Dorien Lekkerkerk

‘Ik zou de Mont Blanc weleens willen doen’ Omhoog! Met mijn ouders ging ik altijd fietsen, vooral in Nederland, nooit echt de hoogte in. Via een vriendje dat klom, kwamen de bergen in zicht. Het leek me aantrekkelijk: de hele dag bezig zijn, echt weg zijn van alles. Om te testen of het iets voor me was, deed ik een beginnerscursus bij het Universitair Sport Centrum (USC). Het beviel wel. Je bent per stapje bezig, kijkt steeds hoe je dat het beste kunt zetten. En je kunt altijd beter worden, het maakt niet uit op welk niveau je klimt.

Het echte werk In de zomer gaan we met de ASAC altijd een week naar de Alpen. Afgelopen jaar zijn we naar het Zwitserse Innertkirchen geweest, onder Innsbruck. We hebben er over een paar gletsjers gelopen, de Galenstock bijvoorbeeld, en zijn op 2800 meter over een lange rotsgraat geklommen. De route was vrij makkelijk, maar omdat je nooit weet of je zult vallen, ga je toch ‘aan touw’: dan zeker je elkaar. Conditie? Die heb je zeker nodig in de bergen. Je moet door kunnen gaan, ook als je moe bent. Daarom doe ik drie keer per week aan hardlopen, naast het drie keer per week klimmen in de hal.

Primeur In de Alpen is geen piek te vinden waar nog niemand is geweest. Alle routes zijn bekend: er zijn boekjes die beschrijven hoe je moet klimmen. Hier links om deze rots, daar tien meter rechtdoor. Wil je als eerste ergens boven komen, dan moet je verder weg. Vorig jaar is een van onze leden naar Kirgizië geweest en heeft daar een aantal eerste beklimmingen gedaan. Zelf zou ik de Mont Blanc weleens willen doen. Maar eerst wil ik beter leren klimmen.

Al doende leren We hebben klimweekendjes in voor- en najaar, in Duitsland, België en Frankrijk. Daarnaast zijn we te vinden op de klimmuur van het Universitair Sport Centrum. De ASAC zou graag ook een boulderblok hebben voor buiten. Dat is een klimmuur zonder touwen, van zo’n drie meter hoog. Er zijn routes op uit te zetten, met passen voor je voeten en grepen voor je handen. Op een boulderblok kun je je techniek verbeteren voor in de echte bergen. Mooi dat het Amsterdams Universiteitsfonds nu werft voor een boulderblok bij het USC.

Positief/negatief aan de UvA Amsterdam is een mooie stad. Niets mooiers dan fietsen over de grachten. Minpuntje: bij Geneeskunde is het haast onmogelijk co-schappen te lopen in het buitenland. •

Dorien Lekkerkerk – 1989 dorien.lekkerkerk@hotmail.com • 2007-2008 Psychologie • 2008-heden Geneeskunde • 2009 beginnerscursus klimmen Universitair Sport Centrum (USC) • 2010-heden lid Amsterdamse Studenten Alpen Club (ASAC) • 2010 eerste top bedwongen, de Bärenkopf in het Grossglockner-gebied in Oostenrijk • 2011-2012 lid activiteitencommissie ASAC. Geklommen in Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk, België en Duitsland • 2011-heden voorzitter ASAC


10 hoofdzaak

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

‘De wereld is groter dan Nederland’

Zicht op Mumbai


11 tekst • Floor Boon beeld • Corbis

Een recent bezoek aan India leidde tot verdere contacten en samenwerking tussen de UvA en onderwijsinstellingen in Mumbai en Bangalore. Van grotestedenbeleid tot aidsonderzoek: onderzoekers, promovendi en studenten profiteren van de nieuwe banden. Een fact finding mission, zo heette de reis die een vierkoppige delegatie van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en de Hogeschool van Amsterdam (HvA) eind maart naar India maakte. Onder de vleugels van een handelsmissie van de gemeente Amsterdam, reisde een select gezelschap onder leiding van rector magnificus Dymph van den Boom zes dagen naar de steden Mumbai en Bangalore. Voor de UvA een kennismaking met nieuwe onderwijsinstellingen en een gelegenheid om banden aan te halen met bestaande partners. Voor de onderwijsinstellingen in India één van de vele buitenlandse universiteiten die staan te dringen aan de poort, dingend naar de gunsten van een van de grootste economieën ter wereld. De reis werd gemaakt in het kader van ‘internationalisering’, een niet zo nieuw containerbegrip dat gretig wordt aangehaald in visitatierapporten, visiestukken en beleidsdocumenten gerelateerd aan instellingen voor hoger onderwijs in Nederland. Het slaat op alles dat verwant is aan samenwerking met het buitenland. Van studentenuitwisselingen tot het huisvesten van internationale gastonderzoekers, van het werven van buitenlandse talenten tot het subsidiëren van studieverenigingen voor het maken van internationale uitjes. Dat universiteiten daar in toenemende mate aandacht aan besteden, is noodzakelijk, meent Anouk Tso. Tso is sinds anderhalf jaar de eerste en ook enige stafmedewerker internationalisering van de UvA op centraal niveau en daarmee spreekbuis van de universiteit op dit gebied. ‘Ik ben aangesteld om gedachtevorming te ontwikkelen over hoe we ons als universiteit internationaal beter kunnen profileren.’ Ze bereidde deze missie voor en reisde eerder voor de UvA naar India en China. ‘Op faculteitsniveau besteedt men al veel langer aandacht aan internationale contacten, waardoor studenten en docenten in het buitenland kunnen studeren en werken’, vertelt ze. ‘Bij het AMC bijvoorbeeld zijn ze daar goed in. Ondanks een strak programma van co-schappen lukt het veertig procent van de studenten Geneeskunde daar om een deel van hun opleiding of onderzoek in het buitenland te doen.’


12 hoofdzaak ‘Indiërs blinken uit in bètaonderwijs’ SMEEKBEDES Vijftienduizend euro kostte de reis naar India. Naast rector magnificus Van den Boom en stafmedewerker Tso maakten ook hoogleraar Computational Science Peter Sloot en voorzitter van het Domein Media, Creatie & Informatie (DMCI) van de HvA Gelyn Meijer deel uit van de delegatie. Onder de meereizende bedrijven bevonden zich Schiphol, KPMG, IBM en het Holland Financial Center. Aan het hoofd van de missie stond burgemeester Eberhard van der Laan. Drie belangrijke bezoeken stonden voor de UvA op het programma: een bezoek aan de Universiteit van Mumbai, een bezoek aan het Tata Institute of Social Science (TISS) en een ontbijt met Nederlandse alumni in India. Het doel: de Indiase instellingen warm maken voor de geneugten van de UvA en het zoeken van samenwerkingsverbanden in het verlengde van de onderzoekszwaartepunten Urban Studies en Informational Science. Want India is al lang niet meer een land dat naar Europa kijkt om zich te ontwikkelen. Het omslagpunt ligt zo’n tien jaar geleden. Toen stopten de Indiërs met smeekbedes om samenwerking met Europese instellingen. Inmiddels is het precies andersom. Gezien de cijfers is dat niet verwonderlijk. Het land is een van de tien grootste economieën ter wereld en heeft sinds 1997 een economische groei van meer dan zeven procent per jaar. Op dit moment studeert twaalf procent van de Indiërs – op een bevolking van 1,2 miljard. Als de trend doorzet, groeit het percentage studerenden tot dertig procent in 2025. Een opkomende middenklasse en een ambitieuze overheid die investeert in onderwijs, leiden tot hoge verwachtingen voor de toekomst. ‘Vooral als je bedenkt dat het topsegment in India al een stevige natuurlijke selectie heeft doorstaan vanwege het enorme aantal studenten dat de besten achter zich hebben gelaten, dan kun je je iets voorstellen bij de kwaliteit die deze Indiase studenten in huis hebben’, zegt Peter Sloot. Vooral in bètaonderwijs blinken de Indiërs uit, precies waar Nederland veel behoefte aan heeft. Volgens Tso behalen ook Aziaten die aan de UvA promoveren over het algemeen uitstekende resultaten. ‘Ze hebben een hoger rendement en werken sneller dan hun Nederlandse collega’s.’ Tso verwijst naar cijfers uit 2010, waaruit blijkt dat in het afgelopen decennium vooral Chinese promovendi hoog scoorden. Zij behaalden een rendement (een voltooide promotie na zeven jaar) van 84 procent en hadden een gemiddeld promotietraject van 48 maanden. Ter vergelijking: Nederlandse promovendi hebben een rendement van zeventig procent en doen gemiddeld 67 maanden over een promotie. Ook Peter Sloot ziet hoe internationale onderzoekers een steeds belangrijker positie innemen in Nederland. In zijn onderzoeksgroep van 24 mensen zit één Nederlander. ‘Alleen daaraan al zie je dat talent niet aan grenzen gebonden is. De wereld is groter dan Nederland.’

ERASMUSUITWISSELING De UvA is niet de enige Nederlandse universiteit die de horizon naar India verlegt. In 2011 stonden zowel de UvA, als de universiteiten van Rotterdam, Maastricht, Twente, Delft en Wageningen op de stoep. Ook brachten alle hbo-opleidingen informatica gezamenlijk een bezoek. ‘Dat is niet zo gek, de hele wereld richt zich tegenwoordig op universiteiten in Azië’, zegt Hans de Wit, lector Internationalisering voor het Domein Economie en Management van de HvA. ‘Internationalisering is van groot belang voor onderwijsinstellingen.’ De Wit meent dat het de verantwoordelijkheid van universiteiten en hogescholen is om studenten klaar te stomen voor de arbeidsmarkt. ‘Zeker in een internationaal georiënteerde stad als Amsterdam zijn daar bepaalde vaardigheden voor nodig: studenten moeten leren hoe ze zaken kunnen doen met buitenlanders en hoe ze met hen moeten communiceren. Zowel kennis van talen als van verschillende culturen is daarbij van belang.’ Volgens De Wit spelen missies als deze daar zeker een rol in. Daar worden relaties aangegaan met potentiële partners en overeenkomsten gesloten met (in dit geval) Indiase universiteiten om studenten uit te wisselen via een zogenaamd ‘gesloten’ beurzenstelsel, vooral bekend van de Erasmusuitwisselingen. Nederlandse studenten vertrekken naar India maar blijven aan de UvA betalen en andersom. Ook worden onderzoeksgroepen met elkaar in contact gebracht en wordt afgesproken promovendi uit te wisselen. De Wit: ‘Bestuurders moeten er wel voor oppassen dat internationalisering niet blijft hangen in de hogere bestuurslagen, maar ook doordringt tot de klaslokalen zodat individuele studenten en onderzoekers er profijt van hebben.’

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

PIONIEREN Het was niet voor het eerst dat de UvA zich rechtstreeks tot India wendde om contacten te leggen en overeenkomsten te sluiten met onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Al in 2006 ondernam de UvA onder leiding van toenmalig collegevoorzitter Sijbolt Noorda een missie naar India. Vorig jaar pionierde de UvA onder begeleiding van oud-bestuursvoorzitter Karel van der Toorn. ‘Dat was een meer verkennende missie’, zegt Tso. Ze vertelt dat er op dit moment een strategie in de maak is, een beleidsdocument met een langetermijnvisie en doelen. ‘De universiteit richt zich expliciet op Azië, op China en India in het bijzonder. Daar zit veel en hoogopgeleid bètatalent. Wij zijn aan de UvA weer beter in het ontwikkelen van multidisciplinaire en transdisciplinaire gebieden. Zo kunnen we kunde en kennis uitwisselen.’ Om een duurzame relatie op te bouwen waarbij de universiteit op lange termijn baat heeft, is het volgens De Wit van essentieel belang om op regelmatige basis partnerinstellingen en potentiële samenwerkingspartners te bezoeken. ‘Het opbouwen en onderhouden van relaties kost tijd en dus ook geld. Nederlanders zijn over het algemeen geneigd om voor een dubbeltje op de eerste rang te willen zitten, maar daarmee kom je in landen als India en China niet ver. Het zijn complexe landen met andere onderwijs- en financieringssystemen. Daar moet je je in verdiepen.’ Volgens Tso betekent dat: ‘Zo veel mogelijke dezelfde gezichten, goed weten wat je wilt. En kennis hebben van de cultuur daar. Het is niet zoals in Nederland een kwestie van handen schudden. In Azië hechten ze buitengewoon veel waarde aan de informele, vriendschappelijke contacten, vooral op te doen tijdens diners waarin vaak over alles behalve zaken wordt gesproken.’

MILJOENENSTEDEN De twee belangrijkste onderzoeksgebieden waarvoor deze missie samenwerking zocht met instellingen in Mumbai en Bangalore zijn Urban Studies en Informational Sciences. ‘Het zwaartepunt van urbanisatie speelt zich af in Zuidoost-Azië, we zouden wel gek zijn als we daar niet gingen kijken.’ Isa Baud is hoogleraar Internationale ontwikkelingsstudies en verbonden aan het Center for Urban Studies van de UvA. Baud zou meereizen naar India, maar de oratie van een naaste collega kwam er tussen. ‘Ik doe al dertig jaar onderzoek in India, maar tot tien jaar geleden was ik een van de weinigen. Het is niet alleen voor de universiteit van belang, ook voor de overheid is onderzoek naar steden als economisch drijvende kracht essentieel. Buitenlandse Zaken is gek genoeg alleen maar geïnteresseerd in plattelandsontwikkeling. Ik ben blij dat de UvA hierop mikt.’

‘Studenten moeten leren hoe ze zaken kunnen doen met buitenlanders’ Ook Peter Sloot heeft al jaren contacten in India. Grootstedelijke problematiek is een van zijn interesses en daar hebben steden in India, met soms meer dan dertig miljoen inwoners, meer mee te maken dan steden in Nederland. In een van zijn onderzoeken bekijkt hij hoe het hivvirus zich verspreidt via seksuele netwerken. ‘Dat onderzoek gaat over de epidemiologie van een zich verspreidend virus, over de moleculaire processen in een geïnfecteerde cel, de chemische processen van medicatie en sociale processen zoals seksueel contact. In India hebben ze daarover potentieel veel meer data beschikbaar dan wij.’ Volgens Sloot zal het ook niet lang duren voordat de Urban Studies, de stadswetenschappen, een eigen faculteit krijgen in Nederland. ‘De komende twintig jaar verwachten we dat zeventig procent van de wereldbevolking in grootstedelijke gebieden zal wonen, dat telt op tot ruim zes miljard mensen in steden. Daar is stadswetenschappelijk onderzoek voor nodig, dat net als klimaatwetenschappen alle relevante wetenschapsgebieden bundelt.’ In een ander onderzoek waarbij Sloot betrokken is, wordt bekeken hoe de onderliggende sociale netwerken de economische activiteit van een stad bepalen. ‘We hebben ontdekt dat wanneer een stad twee keer zo groot is als een andere stad, de economische activiteit van die eerste stad per inwoner vijftien procent groter is, voor alle denkbare economische activiteiten. Dat is fascinerend. Het betekent dat er in stedelijke groei kennelijk een economische efficiëntieslag zit die we niet hadden verwacht en nog niet goed begrijpen. Om dit soort fenomenen te onderzoeken is samenwerking met echt grote steden simpelweg noodzakelijk.’


13 SNOEPREISJES Dat de UvA zich richt op Urban Studies en Informational Sciences is dan ook niet toevallig. De gemeente Amsterdam is als grote stad gebaat bij meer kennis over grootstedelijke problematiek en daar kon de UvA haar voordeel mee doen. ‘Het is in India een enorme blijk van vertrouwen als je de burgemeester meeneemt’, zegt Tso. Daarbij heeft de gemeente ook eigen belangen op dit gebied. Burgemeester Van der Laan wil graag een dependance van de IT-campus van Infosys Technologies, een van India’s grootste IT-bedrijven, naar Amsterdam halen. Een concreet plan of belofte is er niet van gekomen, maar het bedrijf heeft toegezegd dat áls er een nieuwe dependance in Europa komt, Amsterdam een voor de hand liggende locatie is. Wat zijn de andere resultaten van het werkbezoek? Anouk Tso heeft er een bondig lijstje van gemaakt. Naast voortzetting en uitbreidingen van bestaande samenwerkingen met de universiteit van Mumbai en het Tata Institute of Social Sciences is de UvA erin geslaagd een nieuwe partner binnen te halen, het International Institute of Information Technology (IIIT) Bangalore. ‘Al na één middag was iedereen zo enthousiast dat we direct hebben afgesproken een Memorandum of Understanding te tekenen. Zo kunnen studenten van de hele UvA op uitwisseling naar IIIT Bangalore en wordt het makkelijker om promovendi tijdelijk aan elkaars instelling te laten werken.’ Tot zover klinkt alles rooskleurig. De missie is geslaagd, er zijn mooie samenwerkingsverbanden uit voortgekomen en contacten gelegd die een basis kunnen vormen voor een duurzame relatie. Toch kleeft er vaak een negatief imago aan reizen zoals deze. Het zouden snoepreisjes zijn voor omhooggevallen bestuurders. Onjuist, zegt Tso resoluut. ‘Internationalisering wordt vaak weggezet als een leuke hobby van bestuurders. En ja, als je niets doet komen er ook vast wel wat partners jouw kant op, maar dat zijn zeker niet de besten. Het is naïef om een van de grootste economieën ter wereld te negeren.’ •

DAGBOEK VAN ANOUK TSO MAANDAG 26 MAART Incredible India is het absoluut. Mumbai is zinderend heet en staat bol van de tegenstellingen: het is arm en rijk, snel en langzaam, ontspannen en gestresst tegelijk. Na een voorspoedige reis hebben we onze aankomst gisteravond al met een drankje gevierd, vlak voor sluitingstijd van de bar. Het programma gaat vandaag formeel van start met een briefing door Bob Hiensch, de Nederlandse ambassadeur: nu weten we alles wat er te weten is over India. Daarna vertrekt de UvA-groep naar het Tata Institute of Social Sciences (TISS), een langdurige partner van de UvA waarmee veel wordt samengewerkt op het gebied van Urban Studies. Het bezoek begint wat rommelig, maar eenmaal in een zaaltje vertellen onderzoekers vol passie over hun onderzoek. De Indiërs brengen de stad in kaart aan de hand van satellietbeelden. Die feiten checken ze via kwalitatief onderzoek in de sloppenwijken, het is fascinerend om te horen. ’s Avonds is er een groot welkomstdiner met gasten van de hele delegatie in een bomvolle zaal met honderden mensen. Alle delegatieleden cirkelen rond, handen schuddend en kaartjes uitwisselend. Na afloop van het diner tellen we in de bar af totdat een van de delegatieleden volgens Indiase tijd jarig is. Tijd om te gaan slapen: in alle vroegte mogen we morgen weer aantreden.

DINSDAG 27 MAART Om 6.30 uur staat de delegatie paraat naast het hotel om mee te doen aan het kick-off event van de Amsterdam Marathon 2012. We zouden gaan rennen, maar een intensieve stretchoefening met zestig man volstaat. We ontbijten met Nederlandse alumni van managementopleidingen en spreken over hun ervaringen in India. Een van hen vertelt dat hij in zijn opleiding veel kennis en ervaring heeft opgedaan over het functioneren in een internationale leer- en werkomgeving. Hij is hier zo trots op dat hij zijn Nederlandse diploma zelfs op zijn visitekaartje vermeldt. Daarna worden we samen met burgemeester Van der Laan plezierig ontvangen bij de Universiteit van Mumbai, waar we praten over hoe gezamenlijk onderzoek kan bijdragen aan het oplossen van problemen verwant aan huisvesting, welzijn en verschillen tussen arm en rijk. In de middag zijn we aanwezig bij een workshop van THNK, een nieuwe organisatie in Amsterdam die creatieve leiderschapsprogramma’s aanbiedt. De workshop vindt plaats in de Dutch Design Workspace, een plek vanuit waar Nederlandse ontwerpers en kunstenaars kunnen werken als ze in India aan de slag willen. We eindigen de dag met een etentje in het superhippe café Zoe in een oude katoenfabriek. 

WOENSDAG 28 MAART In alle vroegte vliegen we van Mumbai naar Bangalore, een gigantische stad met overal verkeersopstoppingen, waar we meteen een vol programma hebben: afspraken met bedrijven en onderzoeksinstituten in en om Electronics City, een industrial technology hub in het zuiden van Bangalore waar veel ICT-bedrijven, scholen en hotels zitten. Deze dag levert buitengewoon veel resultaten op: we bezoeken onder meer een onderzoeksgroep bij het International Institute of Information Technology Bangalore (IIIT-B). De conclusie van deze gesprekken is: niet wachten! Op korte termijn gaan UvA en HvA met IIIT-B een gemeenschappelijk onderzoeksprogramma ontwikkelen. ’s Avonds genieten we in ons design hotel van de lekkerste maaltijd van de reis: kipkebab met naanbrood.

VRIJDAG 30 MAART De laatste dag in Bangalore begint met een bezoek aan de Infosys Campus met de voltallige delegatie. Burgemeester Van der Laan mag een boom planten op het terrein. Een hele eer, die alleen is weggelegd voor belangrijke bezoekers: koningin Beatrix plantte in 2007 ook een boom. ’s Avonds is er nog een diner met de hele delegatie. Daarna vertrekken we, met pijn in het hart. Het was een geweldige reis, inspirerend, gevarieerd en leerzaam, en we hebben bovenal veel nieuwe vrienden gemaakt. Redenen genoeg om snel weer terug te keren.


14 loopbaan

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

Cultureel onderne worden aan de

Joost Westerveld – 1977 www.sinfonietta.nl • 2004-2007 medeoprichter en zakelijk leider Amsterdamse Cello Biënnale • 2005 Muziekwetenschap • 2005-2006 producent Het Concertgebouw • 2006-2007 assistent artistieke zaken en lid projectgroep publieksontwikkeling Het Concertgebouw • 2007-heden zakelijk leider Amsterdam Sinfonietta

tekst • Han Ceelen beeld • Amke

Joost Westerveld wilde cellist worden, maar doet nu de zakelijke leiding van het Amsterdam Sinfonietta. ‘Dit orkest opereert op wereldniveau, dan moet het ook wereldwijd te beluisteren zijn.’ Het mooie aan werken binnen een culturele organisatie is dat je elke dag opnieuw wordt geïnspireerd, vindt Joost Westerveld. Ook al draait hij vaak dagen van tien, twaalf, veertien uur, als hij ‘s avonds ‘zijn’ orkest ziet spelen, geeft dat hem steevast energie. Westerveld is zakelijk leider bij het Amsterdam Sinfonietta, een internationaal strijkorkest met 22 musici met als thuisbasis het Muziekgebouw aan ‘t IJ. Het gezelschap staat behalve om zijn uitmuntende kwaliteit, ook bekend om de bijzondere manier van spelen: staand, en zonder dirigent, maar onder leiding van violist en artistiek leider Candida Thompson. Die manier van werken zorgt voor een uniek geluid, én voor speelplezier bij de orkestleden, zegt Westerveld. ‘Internationale topmusici verkiezen ons dan ook vaak boven een symfonieorkest.’ Ook zakelijk gezien doet het orkest het goed. De afgelopen jaren wist Westerveld het aandeel eigen inkomsten te handhaven op 60 procent, een uitzonderlijk hoog percentage. Daarnaast organiseerde hij succesvolle internationale tours door Europa en China. ‘Ik vind: dit orkest opereert op wereldniveau. Dan moet het ook wereldwijd te beluisteren zijn.’ Het is geen toeval dat Westerveld in de muzieksector terechtkwam. Als tiener leek hij af te stevenen op een glansrijke loopbaan als cellist, maar op zijn zeventiende gooide een ongeluk met de fiets roet in het eten. Hij kreeg zoveel last van zijn schouder en bovenrug dat hij stopte met spelen. ‘Dat heeft me twee jaar verschrikkelijk dwarsgezeten, en toen heb ik besloten de knop

om te draaien en iets anders te gaan studeren.’ Het werden Muziekwetenschap en Cultuurbeleid en -management aan de UvA, waarvan hij uiteindelijk alleen de eerste studie afmaakte. Al tijdens zijn studententijd had Westerveld allerlei baantjes bij culturele instellingen. Zo deed hij subsidieaanvragen voor het Ensemble Wendingen en stond hij achter de balie bij het Muziektheater. ‘Deels voor de gezelligheid, maar ook omdat ik iets in de sector wilde gaan doen. Ik hoopte op een kans om ergens binnen te komen.’ Die kans diende zich aan toen Westerveld aan het eind van zijn studie werd gevraagd voor de zakelijke leiding van een nieuw celloconcours in Amsterdam. Toevallig bleek zijn voormalige celloleraar Maarten Mostert verantwoordelijk voor het artistieke gedeelte. Samen zetten ze de Amsterdamse Cello Biënnale op poten, intussen het grootste cellofestival ter wereld. Daarna werkte Westerveld nog tweeënhalf jaar in het Concertgebouw, voor hij vier jaar geleden begon aan zijn huidige functie. Terugkijkend was zijn succes bij de Cello Biënnale de belangrijkste opstap naar zijn loopbaan, zegt Westerveld. ‘Natuurlijk heb ik ook veel aan mijn studies gehad. Vooral van de muziekinhoudelijke kennis profiteer ik nog dagelijks, omdat ik in een kleine organisatie als de onze ook dicht op de artistieke kant zit. Maar als ik eerlijk ben, had ik hier ook met andere studies kunnen zitten.’ Veel belangrijker dan welke opleiding ook, vindt Westerveld het hebben van een ondernemende geest. Zelf is hij altijd dol geweest op ‘organiseren, voeden en

Joost Westerveld

‘Particuliere sponsors mogen mee op reis met het orkest’ enthousiasmeren’, en die eigenschappen noemt hij in zijn functie onontbeerlijk, zowel intern als extern. Zeker sinds de cultuursubsidies onder druk staan, bestaat een groot deel van zijn werk uit het opbouwen en onderhouden van contacten met sponsors en andere gulle gevers. ‘In 2009 vertrok onze hoofdsponsor Randstad, en er diende zich niet meteen een vervanger aan. Daarom hebben we ons gericht op de particuliere markt. We hebben ‘de club van 100’ opgericht, mensen die allemaal duizend euro per jaar schenken via een lijfrente. In ruil daarvoor nodigen wij ze uit voor speciale concerten en mogen ze mee op reis met het orkest.’ Ook het bereiken van een jonger publiek is een taak die Westerveld voortvarend ter hand neemt. Het orkest wordt tegenwoordig hip in de kleren gestoken door couturier Mart Visser, en speelt jaarlijks een concert met een niet-klassieke artiest, zoals Trijntje Oosterhuis. Waar mogelijk probeert Westerveld ook slim gebruik te maken van sociale

media: ‘Tijdens onze tour in China bleef het vliegtuig in Sjanghai twee uur aan de grond staan. Toen heeft het orkest spontaan een concert gegeven aan boord. Daar hebben we een filmpje van gemaakt, en dat is een wereldwijde hit geworden op YouTube.’ Het is deze afwisseling die het werk zo leuk maakt, zegt Westerveld. Inmiddels heeft hij dan ook totaal geen spijt meer dat hij een carrière heeft gemist als cellist: ‘Natuurlijk, muziek maken is iets magisch. Maar het handwerk van elke dag toonladders studeren, het fysieke ongemak en de monomanie passen me niet. Het lot is goed geweest.’ •


www.sinfonietta.nl

www.foam.org

www

www

ondernemer orden de UvA

Marloes Krijnen

‘De overheid zegt nu wel heel makkelijk, ga het lekker zelf doen’ Marloes Krijnen, directeur van Foam, fotografiemuseum Amsterdam, is een cultureel ondernemer pur sang. ‘Maar de kwaliteit van het getoonde werk staat altijd voorop.’ Tussen de bezoekers in de hal van fotografiemuseum Foam kijkt een groepje dertigers vragend om zich heen. ‘U bent van Delta Lloyd?’, informeert de receptioniste. ‘Dan kunt u meteen doorlopen.’ Het gezelschap heeft een bijeenkomst in de boardroom, legt Marloes Krijnen even later uit. Verzekeraar Delta Lloyd is een van de hoofdsponsors van Foam, en als een van de tegenprestaties mogen medewerkers gebruikmaken van de faciliteiten van het pand. ‘Bij sponsoring is wederkerigheid van het grootste belang,’ zegt Krijnen. ‘Je moet niet afwachten tot je geld krijgt, maar bedenken: wat zijn onze belangen en die van de sponsor? Pas als die samenkomen, kun je er samen wat goeds van maken.’ Krijnen heeft recht van spreken: in ruim tien jaar tijd is

Foam onder haar leiding uitgegroeid tot een van de succesvolste en financieel gezondste musea van Nederland. Bij de oprichting wa s de gemeente Amsterdam de enige geldschieter, maar tegenwoordig is Foam nog slechts voor 17 procent afhankelijk van subsidie. De rest komt van sponsors, aandeelhouders, en het publiek, dat in steeds grotere getale richting Keizersgracht komt. Mede dankzij spraakmakende tentoonstellingen van Richard Avedon, Inez van Lamsweerde en Anton Corbijn liepen de bezoekersaantallen op tot een record van 210.000 in het jubileumjaar 2011. Ondernemend, is een woord dat vaak valt in combinatie met Krijnen. En dat zat er al vroeg in, zegt ze zelf. ‘Ik ben altijd nieuwsgierig geweest, heb het altijd leuk gevonden om me in verschillende kringen te bewegen, en mensen bij elkaar te brengen.’ Eigenlijk wilde ze journalist worden, maar omdat schrijven niet haar sterkste punt is, begon ze in 1972 op zeventienjarige leeftijd een

15

Marloes Krijnen – 1955 www.foam.org • 1981 vrije studierichting Massacommunicatie • 1981-1984 beleidsmedewerker internationale zaken ministerie van VROM • 1984-1989 algemeen secretaris Stichting Amsterdam Promotion • 1989-1998 directeur World Press Photo • 1998-2001 directeur/ eigenaar fotoagentschap Transworld • 2001-heden directeur Foam

studie Andragologie aan de UvA. Na haar kandidaats ging ze verder met de vrije studierichting Massacommunicatie. ‘Het waren roerige tijden aan de universiteit,’ herinnert Krijnen zich. ‘Ik kwam terecht in de linkse studentenscène. Dat ik lid was van het Amsterdams Studentencorps, vond men daar hoogst interessant.’ Om zich zo breed mogelijk te oriënteren volgde ze als bijvakken Internationale Betrekkingen, Voorlichtingskunde in Wageningen en PR in Utrecht bij Anne van der Meiden. Nog voor het einde van haar studie kreeg Krijnen – in een tijd dat iedereen werkloos was – een baan als beleidsmedewerker internationale zaken bij het Ministerie van Volkhuisvesting, Ruimtelijk Ordening en Milieubeheer (VROM). Vandaar stapte ze over naar de stichting Amsterdam Promotion, om vijf jaar later directeur te worden van World Press Photo. ‘Dat was op dat moment de leukste baan die ik me kon voorstellen omdat een aantal dingen bij elkaar kwam. Het internationale, massacommunicatie; de invloed van media op mensen.’ Weer tien jaar later werd ze directeur/eigenaar van een fotoagentschap, dat ze verkocht toen haar in 2001 werd gevraagd of ze een plan wilde maken voor een nieuw fotomuseum in Amsterdam. In dat plan stopte Krijnen alles wat ze de jaren daarvoor had geleerd over cultureel ondernemen. PR en marketing bijvoorbeeld stonden bij Foam van meet af aan hoog in het vaandel. Het museum kreeg daarvoor steun van de Van den Ende Foundation. Krijnen: ‘Joop en Janine weten als geen ander dat als je succesvol wilt worden, je bekend moet zijn onder de mensen. Daarom

kregen we een bijdrage waarmee we iemand konden aannemen voor de perscontacten en communicatie, en campagnes konden laten ontwikkelen. Dat heeft ons geen windeieren gelegd.’ Tegenwoordig werkt Foam nauw samen met een groot aantal partners. Naast Delta Lloyd zijn ook advocatenkantoor De Brauw Blackstone Westbroek en de Bankgiroloterij belangrijke sponsors. Particulieren dragen een steentje bij via Club Foam (voor fotografen en andere fotografie-insiders) en aandeelhoudersclub Foam Fund. Hierin kunnen mensen een aandeel kopen voor 1500 tot 2000 euro. In Amsterdam-West runt Foam sinds 2010 samen met woningbouwverenigingen Ymere en Stadgenoot het project West Side Stories, waar mensen meer te weten kunnen komen over fotografie, elkaar en de buurt. Krijnen: ‘Dat is een ontzettend succesvol project. Alweer, denk ik, omdat zowel wij als zij daar belang bij hebben. Wij hechten aan educatie, zij zijn in die buurt gebouwen aan het vernieuwen en ontwikkelen. Het is dus in hun belang dat iedereen met elkaar woont, leeft en werkt.’ Dat de huidige regering cultureel ondernemerschap stimuleert vindt Krijnen begrijpelijk. ‘Andere instellingen zullen ook steeds meer op deze manier moeten gaan werken. Maar ik vind wel dat nu heel makkelijk wordt gezegd: wij als overheid doen het niet meer, dus ga het zelf lekker doen. Je moet enorm investeren in contacten leggen en vertrouwen creëren. Dat gaat niet zomaar overnight.’ •

Andere cultureel ondernemers die aan de UvA studeerden: zie www.uva-alumni.nl/cultureelondernemers.


16 post

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

tekst • André Kuipers beeld • NASA

POST Uit de ruimte — Goud gestikte zwarte deken Astronaut André Kuipers verblijft een halfjaar in de ruimte. Met vijf andere ruimtevaarders woont en werkt hij in een ruimtestation van 574 kubieke meter, op zo’n vierhonderd kilometer hoogte. Elke 91 minuten draait hij een rondje om de aarde. 31-12-2011 Mooi uitzicht Ik ben terug in de ruimte en dit keer hoef ik niet na een week al naar huis. Het is lastig je hier te oriënteren: boven en onder bestaan namelijk niet. Bovendien is het ruimtestation ISS sinds mijn vorige vlucht twee keer groter geworden. Vaak zit ik voor het raam Cupola, dat 360 graden zicht geeft. Daar zie ik de aarde in zijn volle glorie langs trekken. 19-1-2012 De grote schoonmaak Elke zaterdagochtend moeten we eraan geloven. Dan gaan we met z’n allen het hele ISS door op zoek naar afval en viezigheid. Met desinfecterende doekjes heb ik rekken en panelen schoongemaakt. Daarbij kom je van alles tegen. Alles wat je verliest wordt door de luchtstroom meegevoerd. Bij de filters vind ik spullen terug die ik eerder ben kwijtgeraakt. 30-1-2012 Weg met dat afval Afgelopen zaterdag hebben we een Progress-vrachtschip op bezoek gekregen. Toen het schip veilig vast zat, begon het uitpakken van de spullen. Het kost altijd enkele weken voordat we alles hebben uitgepakt. Het vrachtschip stoppen we vol met afval, we koppelen het los en sturen het terug richting de aarde, waarna het verbrandt in de dampkring.

14-2-2012 Later naar huis De capsule waarmee de bemanning van Expeditie 31 half maart omhoog zou komen, heeft de lektest niet doorstaan. Dus moet de volgende Sojoez geprepareerd worden en wordt de lancering uitgesteld. Hierdoor blijft de huidige bemanning langer aan boord. Mijn landing staat nu op 1 juli gepland. Dat betekent dat ik de verjaardagen van mijn kinderen en moeder mis en de diploma-uitreiking van mijn oudste dochter. En dat de vakantie met het gezin in het water valt. Wel krijg ik meer tijd om hier te leven en te werken.

1-2-2012 Sporten in space Astronauten in het ISS moeten dagelijks sporten, anders worden je spieren slapper en je botten minder sterk. We trainen met een loopband waar je met schouderriemen en een heupgordel aan vast zit. Gewichtheffen doen we met cilinders die zich vacuüm zuigen en zo de gewichten nabootsen. Zo’n oplossing heb je nodig, want ook zware gewichten wegen in de ruimte helemaal niets.

2-3-2012 Ruimtewandeling Mijn Russische collega’s hebben een ruimtewandeling gemaakt. Het gebeurt niet vaak dat astronauten naar buiten gaan, want er zijn risico’s aan verbonden. Bovendien is het ruimtestation bijna afgebouwd. Vanwege de veiligheid zaten wij in de Sojoezcapsules. Toen de activiteiten buiten waren afgerond konden ook wij weer terug. Veiligheid is het allerbelangrijkst. Daarover nadenken en de procedures volgen kost tijd. Heel veel tijd.

‘Je ziet bliksemflitsen, vuren van olievelden en noorderlicht’

5-3-2012 Fotograaf van de nacht Eén van de dingen die ik hier graag doe is nachtfotografie. Als het ISS aan de nachtkant van de aarde vliegt ziet onze planeet er prachtig uit. Je ziet bliksemflitsen, vuren van olievelden en noorderlicht. Steden en wegen lichten op in een gouden gloed. Het heeft iets magisch: een met goud gestikte zwarte deken. Vanaf de grond betekent deze lichtvervuiling dat je de sterrenhemel nauwelijks kunt bewonderen door al het licht dat nutteloos omhoog straalt.


Blog André Kuipers www.andrekuipers.nl

www

17

Werken voor de wetenschap

8-3-2012 Duiken op de rommelzolder Een van de grotere klussen is het opruimen van de Permanent Multipurpose Module. Deze module is onze rommelzolder. We inventariseren wat er allemaal ligt. Het is alsof je een huis koopt en op zolder spullen vindt van de vorige eigenaar. Zodra je diep in de module duikt, tussen alle zakken en dozen door, weet je niet meer wat boven en onder is. Op een gegeven moment weet je echt niet meer waar je uithangt. 24-3-2012 Evacueren voor ruimtepuin Vrijdag kregen we te horen dat er een stuk ruimtepuin dicht in de buurt van het ISS zou komen. Het bleek een oude Russische satelliet. Uit voorzorg moesten we naar een veilige plek: de twee Sojoez ruimteschepen die als reddingssloep aan het ISS hangen. Stel dat iets ons raakt en de klap is zwaar, dan zitten we veilig in ons ruimteschip en kunnen we terugkeren naar de aarde. 2-4-2012 Kapotte wc De wc is een klein potje, het is echt behelpen. Maar het went wel. Onlangs was de wc stuk. We moesten met de hand de volle urinetanks verwijderen. Gelukkig zijn we hier echte loodgieters geworden: het toilet is alweer gerepareerd. Ons drinkwatersysteem wordt automatisch gevuld met gezuiverd water dat is gewonnen uit urine, zweet en uitademingsvocht. Dat systeem moesten we dus ook handmatig bijvullen. •

Deze ‘Post uit de ruimte’ is gebaseerd op de blog die André Kuipers vanuit het ruimtestation ISS bijhoudt op zijn website www.andrekuipers.nl.

Mijn dagelijkse werkzaamheden bestaan onder meer uit het doen van experimenten. Bij Vessel Imaging meten we met een echo de veranderingen van de bloedvatwanden. Neurospat onderzoekt mijn hersenactiviteit in de ruimte. Verder vul ik dagelijks vragenlijsten in voor een onderzoek naar hoofdpijn, over wat ik gegeten heb en of mijn gezichtsscherpte is veranderd. Om te kijken hoe alert we zijn, doen we om de vier dagen een reactietest. Soms moet ik een dieet volgen, ik mag dan niet snoepen en moet me strikt houden aan de voorgeschreven voeding. Zo kunnen wetenschappers het menu steeds verder verbeteren. Eén zo’n dieet, SOLO genaamd, draait om zout. Wetenschappers kunnen met de resultaten uitzoeken wat de invloed van zoutinname is op de sterkte van onze botten. Inmiddels is bekend dat zout de zuurgraad in het lichaam verhoogt, wat kan zorgen voor versnelde botontkalking. Dit experiment gaat over de vraag of je met minder zout ook minder last krijgt van botontkalking. Al die onderzoeken zijn soms erg lastig. Denk er maar eens de hele dag bij na wat je mag eten. Bloed afnemen in gewichtloze omstandigheden is ook een uitdaging. De onderzoeken geven inzicht in hoe het menselijk lichaam werkt in gewichtloze omstandigheden. Dat is handig om te weten als we in de toekomst langere ruimtereizen gaan maken. Maar wetenschappers kunnen met deze gegevens ook therapieën en medische instrumenten voor op aarde verbeteren.

andré kuipers – 1958 • 1987 Geneeskunde, deed tijdens co-schappen onderzoeken op evenwichtsafdeling AMC • 1987-1988 onderzoeker naar incidenten als gevolg van ruimtelijke desoriëntatie bij vliegers, Koninklijke Luchtmacht • 1989-1990 onderzoeker en keuringsarts voor jachtvliegers, docent en medische bewaking vliegers tijdens trainingen, Nationaal Luchten Ruimtevaart Geneeskundig Centrum

• 1991-1995 onderzoeker fysiologische experimenten voor Spacelab en Euromir, Europese ruimtevaartorganisatie (ESA) • 1995-1998 onderzoeker spierkrachtmeter en elektrische spierstimulator voor onderzoek bij astronauten, ESA • 1998-heden lid Europees astronautencorps, ESA • 2004 elfdaagse ruimtemissie naar het internationale ruimtestation ISS • 2011-2012 ruimtemissie van ongeveer zes maanden naar het internationale ruimtestation ISS


18 voetsporen

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

tekst • Elke Veldkamp

De eigenzinnige gedrevenheid van de familie Wibaut

1984

Mirte Wibaut 2009 Geneeskunde

De Amsterdamse tak is rood en de Scheveningse tak is rooms. Maar beide kanten van de familie kenmerken zich door maatschappelijke betrokkenheid, sinds wethouder Floor Wibaut ruim een eeuw geleden leefbare woningen voor arbeiders liet bouwen.

1951

1951-2002

Pieter Wibaut 1978 Geneeskunde

‘Ben jij van dat metrostation?’ was een standaardvraag van medestudenten aan Mirte Wibaut (1984) tijdens haar studie Geneeskunde. Ze is inderdaad de achterachterkleindochter van de beroemde wethouder Volkshuisvesting Floor Wibaut, naar wie in Amsterdam een metrostation, een straat én een leerstoel vernoemd zijn. Florentinus Marinus Wibaut (1859) was de zoon van Florentinus (Floor) Wibaut, handelaar in brandstoffen en reder te Vlissingen, en Wilhelmina (Mijntje) Slaat. Floor junior ontwikkelde zich tot een succesvol zakenman in de houthandel en bouwde een aanzienlijk vermogen op. Hij was politiek zeer geëngageerd, net als zijn echtgenote, politica en feministe Mathilde Berdenis van Berlekom. In 1904 vestigde het echtpaar zich in Amsterdam, waar Wibaut als lid van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij de gemeenteraad in ging. In 1914 werd hij de eerste socialistische wethouder Volkshuisvesting in de hoofdstad, een feit dat hij onderstreepte door de krotten en kelderwoningen te laten opruimen waarin de meeste arbeiders onder erbarmelijke omstandigheden leefden. Hij bouwde er nette, aantrekkelijke arbeiderswoningen voor in de plaats die betaalbaar werden door huursubsidie. Niet voor niets luidde de kreet in die tijd: ‘Wie bouwt? Wibaut!’. In 1928 ontving de wethouder een eredoctoraat Handelswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam.

1922-1996

Frank Peter Wibaut 1965 Geneeskunde 1975 promotie

1886-1960

Maria Sofia Frederica Bastert 1887-1974

1890-1978

Floor Wibaut

Vincent Willem van Gogh 1966 Eredoctoraat Letteren

1890-193

Josina Wib

1886-1967

Johan Pieter Wibaut 1912 promotie Scheikunde cum laude

1884-1965

Neeltje L. Isebree Moens

1859-1936

Florentinus Marinus Wibaut

1862-1952

Mathilde Berdenis van Berlekom

Verzet

Wethouder Wibauts tweede zoon Floor (1887), werd oogarts en politicus. Van 1946 tot 1958 bekleedde hij een zetel in de Eerste Kamer voor de PvdA. In de Tweede Wereldoorlog was Floor Wibaut actief in het verzet, net als zijn zoon Frank Wibaut en diens latere echtgenote Tineke. Frank en Tineke werden allebei gepakt en naar kampen gestuurd. Frank naar kamp Amersfoort, waaruit hij wist te ontkomen door te zeggen dat hij een besmettelijke ziekte had; Tineke zat onder meer in Ravensbrück. ‘Opa praatte nooit over de oorlog, maar oma wel’, zegt kleindochter Mirte. ‘Geen gruwelijke details over het kamp, maar vooral verhalen over het verzet. Zoals hoe ze briefjes smokkelden in de zoom van handdoeken. Dat vonden mijn broer en ik reuze spannend.’

1922-1996

Tineke Wibaut - Guilonard

1932 Geneeskunde

Van Gogh

Het echtpaar Wibaut kreeg vier kinderen. Zoon Johan promoveerde in 1912 cum laude in de Scheikunde en werd in 1925 hoogleraar Organische chemie. Dochter Anna Maria trouwde met Willem Witteveen en uit dit huwelijk kwam de latere minister van Financiën en voorzitter van het Internationaal Monetair Fonds Johan Witteveen voort. De andere dochter Josina trouwde met Vincent Willem van Gogh, die in 1966 een eredoctoraat in de letteren ontving. Vincent van Gogh was de erfgenaam van de schilderijencollectie van zijn oom, de beroemde kunstschilder. Het paar kreeg vier kinderen. Dochter Til trouwde met Mars Cramer, voormalig decaan van de economiefaculteit en nog steeds actief als onbezoldigd hoogleraar Wiskundige economie en econometrie. Zoon Theodoor van Gogh werd in 1945 door de Duitsers gefusilleerd vanwege zijn activiteiten in het verzet. Zoon Johan van Gogh studeerde af in de Politicologie, werkte bij de Binnenlandse Veiligheidsdienst en is de vader van Theo van Gogh, de vermoorde cineast en columnist.

Marion Kreyenbroek

1928 Eredoctoraat Handelswetenschappen

1897-1981

Anna Maria Wibaut

1891-1980

Willem Witteveen 1921

Johan Witteveen

1817-1881

Florentinus Wibaut


19 1956

Oscar Wibaut 1984

Franse taal- en letterkunde

1958

Anne Wibaut 1986

Opvoedkunde 1957-2004

Theo van Gogh

Mirte is de dochter van Pieter Wibaut en diens eerste vrouw Marion Kreyenbroek. Marion werkte als maatschappelijk werker samen met haar schoonvader Frank, die ook arts was, net als zijn vader Floor. Ze leerde Pieter kennen toen ze een tijdje bij Frank en Tineke in huis woonde. ‘Frank was een heel eigenzinnige en tegendraadse persoonlijkheid’, vertelt Marion. ‘Hij was een gedreven voorvechter op het gebied van anticonceptie en euthanasie. Eind jaren zestig heeft hij op verzoek van professor Kloosterman in het Wilhelmina Gasthuis van de UvA de eerste polikliniek voor geboorteregeling opgezet. Tot die tijd kregen studenten Geneeskunde niet eens les over anticonceptie! Hij was medeoprichter van abortuskliniek MR’70 en heeft met het ziekenfonds een vergoeding voor abortus kunnen afspreken.’ Zoon Pieter had dezelfde eigenzinnige gedrevenheid als zijn vader, voor dezelfde thema’s. Marion: ‘Ze provoceerden allebei graag een beetje en zochten de mazen van de wet op. Zo heeft Pieter het mede voor elkaar gekregen dat toen de overtijdbehandeling beschikbaar kwam, deze in de wet niet als abortus werd aangemerkt.’ Euthanasie

Belangrijk thema bij Floor, Frank en Pieter Wibaut is euthanasie en het recht op zelfdoding. Floor Wibaut overleed middels euthanasie ‘avant la lettre’. Frank Wibaut en zijn vrouw Tineke zijn samen uit het leven gestapt via officiële euthanasie – ‘met een provocatieve rouwadvertentie’ – en hun zoon Pieter was een van de eerste SCEA-artsen (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Amsterdam). Voelde het voor Mirte, met een vader, grootvader én overgrootvader als medicus, als een familieplicht om Geneeskunde te studeren? ‘Nee hoor, ik heb me er wel even tegen afgezet maar het bleek toch in de genen te zitten, ik had niet echt andere interesses.’ Op de barricades gaan voor thema’s als abortus en euthanasie doet ze echter niet – ‘de noodzaak om te strijden is veel minder tegenwoordig, er is al zo veel bereikt.’ Ze voelt wat dat betreft ook geen druk vanwege haar beroemde achternaam. ‘Vroeger wel, maar tegenwoordig laat ik me daar niet meer door leiden. En eerlijk gezegd: mijn vader en opa hebben maatschappelijk veel bereikt, maar op persoonlijk vlak hadden ze meer hun best kunnen doen. Ze waren allebei geobsedeerd door hun werk, daar heeft het thuisfront best onder geleden. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik zes jaar was en mijn vader overleed vlak na mijn eindexamen. Ik heb met mijn vader nooit over iets anders kunnen praten dan zijn thema’s. En over vogels; alle Wibautmannen waren fervente vogelaars.’

1936

Anneke Vonhoff 1922

Johan van Gogh 1956

Politicologie

De roomse tak

Naast de Amsterdamse kant van de Wibauts – de ‘rode’ tak – is er een Scheveningse kant, de ‘roomse’ tak. ‘Wethouder Floor Wibaut had met het geloof gebroken, tot ontzetting van vooral de dames in de familie, zoals mijn zeer katholieke overgrootmoeder Maria Haffmans’, verklaart Oscar Wibaut (1956) de betiteling rooms. ‘Maar tegenwoordig zijn we niet meer zo rooms hoor.’ Maria was getrouwd met de broer van Floor, Clemens Wibaut (1853). In 2002 organiseerde hun kleinzoon, de vader van Oscar, een grote familiebijeenkomst met zo veel mogelijk Wibauts, ook de Amsterdamse kant. Ter gelegenheid van die bijeenkomst maakte hij een boekje, ‘Floor en Mijntje en hun nazaten’, waarin de hele stamboom is uitgewerkt. ‘Onze tak is minder politiek actief dan de Amsterdamse Wibauts’, zegt Oscar, ‘maar wel maatschappelijk geëngageerd. Mijn moeder is rechter, mijn vader heeft ook Rechten gestudeerd en zat in allerlei besturen van ontwikkelingsprojecten.’ Zus Anne (1958) wil volgens hem nog wel eens op de barricades springen. Ze studeerde Opvoedkunde, werkt in de gehandicaptenzorg en is een voorvechtster van het Persoonsgebonden Budget. Zelf studeerde Oscar Frans aan de UvA, ‘omdat de intellectuele en culturele tradities van Frankrijk mij enorm aanspreken.’ Hij is directeur van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag, de enige schouwburg in Nederland die Franstalige voorstellingen programmeert. Af en toe heeft hij contact met de Amsterdamse tak. ‘Niet heel intensief, maar het grappige is dat ik wel altijd een bepaalde overeenkomst voel met de andere Wibauts. Het is moeilijk precies te benoemen, maar ik herken de eigenzinnigheid en het op een creatieve manier je leven invullen. Dat Frank en Pieter fanatieke vogelaars waren, wist ik nog niet. Grappig, mijn vader is namelijk óók enthousiast vogelaar.’ •

1920-1945

Theodoor van Gogh

1929-2008

Til van Gogh

1928

Mars Cramer 1956 Economie

33

cum laude

baut

1963 promotie

Wibautleerstoel

1853-1926

1861-1939

Clemens Rogier Cornelis Wibaut

1823-1895

Wilhelmina Maria Slaat

Maria Nathalie Dorothea Haffmans

Wethouder Floor Wibaut kreeg in 1991 een leerstoel naar zich vernoemd, de Wibautleerstoel. Deze bijzondere leerstoel aan de UvA is ingesteld door de gemeente Amsterdam voor de studie van de grootstedelijke problematiek, in het bijzonder van Amsterdam. Sinds de oprichting is de leerstoel achtereenvolgens bekleed door Willem Heinemeijer, Annemieke Roobeek, Jan Terlouw, Geert Mak en Paul Scheffer. De huidige bekleder is Zef Hemel, die op de Universiteitsdag van 2 juni een college verzorgt. Aan de Wibautleerstoel is een reeks ‘Amsterdamlezingen’ verbonden die ieder jaar gratis toegankelijk zijn voor geïnteresseerden.

‘Wie bouwt? Wibaut!’


20 kalender Oraties (16.00 uur) en afscheidscolleges (15.00 uur) vinden plaats in de Aula van de UvA, Singel 411, tenzij anders vermeld.

VOOR EEN VOLLEDIG EN ACTUEEL OVERZICHT VAN UVA-GEBEURTENISSEN: www.uva-alumni.nl

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

16 mei

16 sep

2 Mei 17.00

8 Mei

Academische Club Debat Psychoanalyse

Deel 3 in cyclus ‘Psychoanalyse en Wetenschap’, over multiculturaliteit en psychoanalyse, met Wouter Gomperts en Abram de Swaan. Deel 4 op 6 juni, over een psychoanalytische blik op films van David Lynch. www.uva.nl/academischeclub

Paard & Ruiter Van Homerus tot Djenghis Khan Dubbeltentoonstelling Allard Pierson

Museum over de impact van paard en ruiter in de Grieks - Aegeïsche wereld en Centraal Azië, met uitgebreide programmering van lezingen, workshops en middagen voor kinderen. www.allardpiersonmuseum.nl

25

Afscheidscollege

Mei

hoogleraar Muziekwetenschap

31

Andragologie

mei

De auteur van Hoe word ik een rat? over zijn nieuwe boek Maak er wat van! www.uva-alumni.nl/andragologie

31 mei 17.00

Mei

Documentaire Judge. Ook op 15 mei (Warriors of Qiugang) en 22 mei (Game Theory). Vrije toegang voor AUV-leden. www.crea.uva.nl

31

Politicologenetmaal

mei

Landelijk initiatief voor politicologen, dit jaar georganiseerd door en aan de UvA. www.politicologie.nl/etmaal-2012

Openbare slotbijeenkomst andragologische werkplaats over de presentie-benadering. www.uva-alumni.nl/andragologie

mei

Feestelijke avond rond prijs voor romans die vanuit een Europese taal naar het Nederlands werden vertaald. www.SPUI25.nl

1

Afscheidscollege Frans Groen

hoogleraar Specifieke toepassingen van de informatica.

Europese Literatuurprijs

Afscheidscollege Meindert Fennema

hoogleraar Politieke theorie (zie ook Pensioen op pag. 22)

Andragologie Gerard de Zeeuw

19

CREA

mei

Jaarlijkse bijeenkomst voor socialistische politiek, theorie en discussie in Nederland, georganiseerd door de Internationale Socialisten. www.crea.uva.nl

20 mei

11

Academische Club

mei

Vrijdagmiddagborrel met muziek. Ook op 25 mei. www.uva.nl/academischeclub

17.00

24 uur Politicologie

Andries Baart

Bekendmaking shortlist

mei

Maandelijkse debat

Levendig debat met aansluitend mogelijkheid tot dineren. Maak kennis met de AAC als UvA-alumnus of -medewerker. Ook op 5 juli. www.uva.nl/academischeclub

juni

Andragologie

10

11

Academische Club

Documentaires

juni

20.00

Joep Schrijvers

CREA

1 9

Rokus de Groot

Live Muziek

16

Oratie

mei

bijzonder hoogleraar Cognitieve ontwikkelingspsychologie, in het bijzonder het science leren in non-formele situaties, vanwege Stichting Nationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie (NCTW)/science center NEMO

22 Mei

Maartje Raijmakers

Marxisme Festival

juni

Oratie Frank Vandenbroucke

bijzonder hoogleraar Ontwikkelingen in het democratisch-socialisme in relatie tot wetenschap en samenleving (dr. J.M. den Uyl-leerstoel), vanwege de Wiardi Beckman Stichting

Science & Innovation Award

Elevator pitch van finalisten UvA, AMC en HvA voor innovatieve en toepasbare ideeën op het Science Park. www.uva.nl/ bureaukennistransfer

Oratie

Mei

bijzonder hoogleraar Cognitieve gedragstherapie bij kinderen en jeugdigen, vanwege de Mary Cover Jones Stichting

Mei

7

Finale prijsvraag

23

24

Ontwerpende collegereeks ‘Voorhoede in onderzoek’. Ook op 29 juni, 21 september, 2 november, 14 december. www.uva-alumni.nl/andragologie

8 juni

Oratie Otto Marres

hoogleraar Integriteit van de fiscale grondslag

Else de Haan

Sociologie Evelien Tonkens

Lezing van bijzonder hoogleraar Actief burgerschap over gezag in democratische samenlevingen. www.uva-alumni.nl/sociologie

13 juni

Oratie Elly Hol

bijzonder hoogleraar Biologie van glia en neurale stamcellen, vanwege NIN-KWAW


Actuele gebeurtenissen www.uva-alumni.nl /agenda

www

14 juni

Oratie Anne Dijkstra

bijzonder hoogleraar Toezicht en socialisatie, scholen en onderwijsbestel, vanwege de Inspectie van het Onderwijs

2 juli

17

International Test Conference Digitale technologie

Achtste ITC Conference, in Amsterdam www.conference.intestcom.org

aug

9 juli

17 aug

14 juni

Barlaeus Voordracht

juni

Lezing in Academische Club. www.uva.nl/bureaukennistransfer

Oratie Alfred Becking

hoogleraar Diagnostiek en behandeling van stoornissen in de groei en ontwikkeling van mond, kaak en aangezicht

1 aug

3

juni

Oratie Simone Pront-van Bommel

sep

juni

22 juni

27 juni

29 juni

26 CREA

SEP

Oratie Marja Boermeester

hoogleraar Chirurgie van abdominale infecties

Zomercursussen

Intensieve cursussen van een week over theater, muziek, zang, dans, schrijven, audiovisuele en beeldende kunst. Ook zijn er Zomerprojecten van twee weken: veel leren én een afgerond product maken. Korting voor AUV-leden. www.crea.uva.nl

sep

bijzonder hoogleraar Bedrijfsgeschiedenis, inclusief de sociale aspecten, vanwege het Nederlands Economisch-Historisch Archief

IHLIA Conference

28

Oratie

sep

bijzonder hoogleraar Moleculaire celbiologie van celmigratie, vanwege de Stichting Sanquin

3

UvA-HvA Sportsymposium

27

Oratie Joost Jonker

Geschiedenis HLBT

Congres in Amsterdam van het Internationaal homo/lesbisch informatiecentrum en archief. www.ihlia.nl

Peter Hordijk

Oratie Roger Laeven

okt

Sport en technologie

www.uva.nl/uva-hva-sportsymposium

hoogleraar Verzekeringseconomie

hoogleraar Energie en recht

7 21

20.00

John Gray

Opening nieuwe academisch-culturele seizoen door de Britse politiek filosoof John Gray. www.SPUI25.nl

aug

6 20

juni

Zesde SPUI25-Lezing

Richard Ronald

15.00

15

21

21

Oratie Frank Cobelens

bijzonder hoogleraar Epidemiologie en bestrijding van armoede gerelateerde infectieziekten, vanwege het Genootschap ter bevordering van Natuur-, Genees- en Heelkunde

Oratie Leonard Besselink

sep

hoogleraar Constitutioneel recht

12

Oratie

sep

bijzonder hoogleraar Advocatuur, vanwege de Stichting Leerstoel Advocatuur (zie ook het Gesprek op pag. 4)

13

Oratie

sep

bijzonder hoogleraar Grootstedelijke problematiek, in het bijzonder gericht op Amsterdam (Wibautleerstoel), vanwege de Gemeente Amsterdam (zie ook Voetsporen op pag. 18)

Britta Böhler

Afscheidscollege Cees Grimbergen

bijzonder hoogleraar Medische technologie, vanwege het Academisch Ziekenhuis bij de UvA

Oratie

Zef Hemel

14

Afscheidscollege

sep

hoogleraar Communicatiewetenschap, in het bijzonder internationale communicatie

Cees Hamelink

20

Oratie

sep

hoogleraar Theoretische informatica, in het bijzonder algoritmen en complexiteit

Jan Nijman

Yvonne Donders

hoogleraar International Human Rights and Cultural Diversity

OKT

10 OKT

21

Oratie

sep

hoogleraar Consument en energie

Saskia Lavrijssen

Internationaal congres Amsterdam Privacy Conference

Privacy speelt op veel wetenschappelijke en maatschappelijke terreinen. Congres met sprekers uit uiteenlopende richtingen. www.apc2012.org

10

Oratie

okt

hoogleraar Chirurgische oncologie

12

Oratie

okt

bijzonder hoogleraar Hiv en Soa in de eerste lijn, vanwege de Stichting Aids Fonds - Soa Aids Nederland

19

Oratie

okt

bijzonder hoogleraar Bijzondere onderwerpen notarieel recht, vanwege de Stichting tot Bevordering der Notariële Wetenschap

Ronald de Wolf

hoogleraar Urban Studies

Oratie

7

Jean Klinkenbijl

Joannes van Bergen

Steven Perrick


22 PensioEn

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

tekst • Machteld Vos beeld • Stephan Raaijmakers

‘Ik behoor absoluut tot de elite’ Hij heeft een zwak voor mensen die zich tegen de macht verzetten, ook als hij het niet met ze eens is. Meindert Fennema, links activist en kleurrijk hoogleraar, gaat met emeritaat. Veel tijd heeft hij niet. Meindert Fennema, hoogleraar Politieke theorie van etnische verhoudingen, werkt aan zijn afscheidsrede met als titel Help! De elite verdwijnt. Vierentwintig pagina’s heeft hij inmiddels, te veel voor een betoog van slechts veertig minuten. Het liefst sprak hij langer, want het thema elitevorming en in het verlengde daarvan hufterigheid en democratie, zijn onderwerpen die hem zijn hele loopbaan fascineren. ‘De laatste jaren wordt er veel geschreven over de verhuftering van de samenleving, maar er is vrijwel geen onderzoek beschikbaar dat verder teruggaat dan tien jaar. Iedereen die het begrip verhuftering bezigt, suggereert dat het vroeger beter was. In mijn rede geef ik voorbeelden waaruit blijkt dat je daar vraagtekens bij kunt zetten. De toegenomen democratisering, op politiek, sociaal en cultureel vlak, heeft de elite in het nauw gedreven. We zien opeens dingen die we vroeger niet zagen omdat de verschillende werelden toen veel meer gescheiden waren. De elite - museumdirecteuren, Concertgebouwbezoekers, lezers van De Groene Amsterdammer - slaat terug door iedereen die zij niet ziet zitten - PVV-stemmers, mensen die kunstsubsidies willen afschaffen, kijkers van commerciële zenders - hufters te noemen. Het is een term die verwijst naar een duidelijk klassenverschil. Zelf kan Fennema meepraten over die verschillende werelden. Opgegroeid in een eenvoudig milieu, werd hij lid van het Utrechtsch Studenten Corps. In die tijd liet de student Sociologie al van zich horen. Toen vanuit links stemmen opgingen om de ontgroening te verbieden, nadat een student tijdens de ontgroening in een roetkap was gestikt, pleitte Fennema ervoor om de groentijd te behouden. ‘Het is juist een elegante manier om van de elite af te komen die zichzelf overleefd heeft’, schreef hij in een artikel. Twee jaar later, in 1967, vertrok hij naar Amsterdam voor een studie Politicologie aan de UvA. Het was een radicale overgang. ‘Ik kwam terecht in een gistende studentensamenleving waarin de provo’s flink hadden huisgehouden.’ Vrij snel speelde Fennema zelf ook een actieve rol in de studentenbeweging, onder meer als bestuurslid van de ASVA. ‘De docenten waren in onze ogen burgerlijke lieden, eropuit om hun eigen machtspositie te beschermen.’ Hij deed dan ook mee aan de opstand tegen Hans Daudt. De hoogleraar Politicologie verzette zich hevig tegen de activistische studenten die de autoriteit van docenten in twijfel trokken en uit waren op een grote mate van zelfbestuur. Dat maakte hem tot het middelpunt van spot. De getergde hoogleraar staakte daarop zijn hoorcolleges en trok zich terug op zijn werkkamer waar hij alleen nog hem welgezinde studenten ontving. Spijt van de acties heeft Fennema niet. ‘Wij voerden een ideologische strijd. Voor een deel hadden we gelijk, maar achteraf gezien speelden we het soms te veel op de man.’ Hij is, zegt hij zelf, gered door zijn promotor Rob Mokken, emeritus-hoogleraar Politieke wetenschap en methodologie. ‘Mokken stond ter rechterzijde en aan de kant van Daudt, terwijl ik lid was van de CPN. Dat hij mij onder zijn vleugels nam, kwam hem op kritiek te staan. Mokken trok zich daar niks van aan, hij vond dat je politiek en wetenschap moest scheiden.’ De afgelopen jaren hield Fennema zich naast onderzoek naar elitevorming en democratie, bezig met de politieke participatie van etnische groepen in Nederland en verdiepte hij zich in de opkomst van anti-immigratiepartijen. Hij nam het op voor het recht op vrijheid van meningsuiting van politici als Hans Janmaat en Geert Wilders. ‘De meeste mensen zijn solidair met de macht, zelf ben ik daar totaal niet van. Ik heb een zwak voor mensen die zich tegen de macht verzetten, ook als ik het niet met ze eens ben. Ik vind het knap wanneer iemand er veel voor over heeft om zijn eigen ideeën uit te dragen. In 2010 verscheen Geert Wilders. Tovenaarsleerling, een politieke biografie waarvan tienduizend exemplaren werden verkocht. ‘Prettig leesbaar’ en ‘spannend’ werd het boek genoemd, maar er was ook kritiek. Zo beschrijft Fennema gevoelens en

gedachten van Wilders, zonder de politicus ooit te hebben gesproken. ‘Die kritiek kwam voornamelijk van journalisten. Ik denk dat ze boos waren dat ze zelf niet op het idee waren gekomen een biografie te schrijven. Ik heb wel geprobeerd om Wilders te spreken, maar hij wilde niet meewerken. Achteraf gezien beter, daardoor had ik veel meer vrijheid.’ Een vrijheid die hij optimaal wil benutten in zijn volgende boek: een roman die deels autobiografisch zal zijn. Maar eerst verschijnt in mei nog een bundel essays. Een daarvan gaat over hufterigheid en de teloorgang van de elite. Weer die elite. Behoort Fennema als hoogleraar, bewoner van Aerdenhout en essayist voor De Groene Amsterdammer, zelf inmiddels ook niet tot de elite? ‘Absoluut’, zegt Fennema. En nee, hij voelt geen behoefte om zich te verdedigen. ‘Het kenmerk van de elite is nou juist dat zij zich niet hoeft te verdedigen.’ Er volgt een stilte. ‘Maar ik ben wel deel van een elite die het opneemt voor de democratisering van de samenleving. Als je niet ziet dat de Voice of Holland een ongehoord mooi programma is dat het beste uit de Nederlandse natie naar boven haalt omdat je het ordinair vindt, dan ben je gedwongen tot steriliteit. Een elite die de democratie niet gebruikt om zich voortdurend te verfrissen en culturele veranderingen te initiëren, gaat eraan. Is dat erg? Sommigen zien het als de teloorgang van beschaving, maar vanuit een democratiseringsproces is het helemaal niet jammer. Bovendien komen er altijd nieuwe elites voor de oude in de plaats. •

Meindert Fennema – 1946 http://home.medewerker uva.nl/m.fennema • • • • • • •

1965 Sociologie UU 1967 Politicologie 1981 promotie Politicologie 1975-1981 wetenschappelijk medewerker Politicologie 1981-2002 universitair hoofddocent Politicologie 2002-2012 hoogleraar Politieke theorie van etnische verhoudingen Boeken: De Moderne Democratie. Geschiedenis van een Politieke Theorie (1995), Dr. Hans Max Hirschfeld. Man van het Grote Geld (2007), Nieuwe Netwerken. De Elite en de Ondergang van de NV Nederland (2008), Geert Wilders. Tovenaarsleerling (2010), Van Thomas Jefferson tot Pim Fortuyn. Balans van Democratie (2012), Help! De elite verdwijnt (mei 2012) Publicaties: vele wetenschappelijke artikelen op het gebied van anti-immigratie partijen, etnische organisaties en economische elite


uva in beweging

Jarige UvA reikt vier eredoctor aten uit Tijdens de viering van de 380ste Dies Natalis van de UvA op 6 januari zijn vier eredoctoraten uitgereikt. Technologisch innovator Martin van den Brink kreeg het eredoctoraat omdat hij van grote betekenis is geweest voor het enorme succes van de halfgeleiderindustrie; macro-econoom Willem Buiter vanwege belangrijke bijdragen aan onderzoek en beleid op macro-economisch gebied. Filosoof Daniel Dennett, die ook de Diesrede hield, werd geëerd voor de verstrekkende verschuivingen die hij teweegbracht in de manier waarop filosofen naar de hersenen kijken. Theoretisch fysicus Peter Zoller werd onderscheiden voor zijn grensverleggende werk op het gebied van laserlicht en atomen. De Dies vormde de start van de lustrumviering vanwege het 380-jarig bestaan van de UvA. Thema van het lustrum is ‘nieuwsgierigheid’.

UvA-nieuws www.uva-alumni.nl /nieuws

www

23

Fr ank van Vree deca an Geesteswetenschappen

ERC Advanced Gr ant voor Besnier en Aerts

Frank van Vree, hoogleraar Journalistiek en cultuur, is met ingang van 1 januari voor een periode van vijf jaar benoemd tot decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen. De decaan is verantwoordelijk voor de algehele leiding van de faculteit en geeft richting en sturing aan de faculteit op het terrein van onderwijs en onderzoek. Van Vree volgt José van Dijck op, die sinds 2008 decaan was.

Niko Besnier, hoogleraar Culturele antropologie, en Hans Aerts, hoogleraar Medische biologie, ontvangen de ERC Advanced Grant van de Europese Research Council. Besnier gaat etnografisch onderzoek doen naar de dynamiek van de migratie van sporters van niet-westerse naar westerse landen. Aerts krijgt de subsidie samen met chemicus Hermen Overkleeft van de Universiteit Leiden, om onderzoek te doen naar glycosphingolipiden (vetsuikers). De prestigieuze ERC Advanced Grant wordt toegekend aan excellente onderzoekers voor grensverleggend onderzoek en bedraagt maximaal tweeënhalf miljoen, en in sommige gevallen maximaal drieënhalf miljoen euro.

Alex ander Rinnooy K an universiteitshoogler a ar

Louise Gunning-schepers nieuwe voorzitter UvA Louise Gunning-Schepers is sinds 1 april voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam. Zij is een ervaren bestuurder die de UvA goed kent. Eerder was Gunning voorzitter van de Raad van Bestuur van het AMC-UvA en decaan van de Faculteit der Geneeskunde. Sinds 2010 was zij werkzaam als voorzitter van de Gezondheidsraad, daarnaast was zij actief als universiteitshoogleraar Gezondheid en Maatschappij aan de UvA. Louise Gunning volgt Karel van der Toorn op, die vorige zomer zijn functie neerlegde na een verschil van inzicht over koers en tempo van strategische veranderingen binnen de universiteit.

Alexander Rinnooy Kan is per 1 september 2012 benoemd tot universiteitshoogleraar Economie en Bedrijfskunde, met bijzondere aandacht voor veranderingsprocessen op micro- en macroniveau. Rinnooy Kan is nu voorzitter van de SociaalEconomische Raad. Sinds 2007 is hij daarnaast onbezoldigd hoogleraar Policy Analysis in the Private and Public Sectors aan de UvA, waar hij econometrie studeerde en ook promoveerde. Het is de taak van de universiteitshoogleraren om een impuls te geven aan wetenschappelijke ontwikkelingen die de traditionele disciplines overstijgen en om een belangrijke bijdrage te leveren aan de profilering van de universiteit. Rinnooy Kan verzorgt de openingsrede van de Universiteitsdag op 2 juni.

Vici voor De Bruin, Hamoen en Oomens Drie UvA-wetenschappers ontvangen een Vici-subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), de hoogste van de drie Vernieuwingsimpulsen Veni, Vidi en Vici. Bas de Bruin (radicale aanpak van katalyse), Leendert Hamoen (nieuwe antibiotica tegen akelige bacteriën) en Jos Oomens (de geheime reacties van eiwitten) krijgen ieder anderhalf miljoen euro om de komende vijf jaar onderzoek te doen. NWO selecteert de Vici-laureaten op basis van de kwaliteit van de onderzoeker, het innovatief karakter en wetenschappelijke impact van het onderzoeksvoorstel en kennisbenutting. Uit 236 aanvragen zijn in deze ronde 31 onderzoeksvoorstellen gehonoreerd.

Robbert Dijkgr a af na ar Princeton Robbert Dijkgraaf is per 1 juli directeur van het Institute for Advanced Study (IAS) in Princeton (New Jersey, VS). Het IAS is een onafhankelijk onderzoeksinstituut dat voornamelijk gefinancierd wordt uit private middelen. Het richt zich op wiskunde, natuurwetenschappen, historische wetenschappen en sociale wetenschappen. In totaal huisvestte het instituut 27 Nobelprijswinnaars - onder wie Albert Einstein - en 38 winnaars van de Fields-medaille, de hoogste onderscheiding in de wiskunde. Dijkgraaf doet onderzoek op het gebied van snaartheorie, quantumzwaartekracht en het grensgebied van wiskunde en deeltjesfysica. Aan het IAS gaat hij bestuurlijke taken en onderzoekswerk combineren. Daarnaast blijft hij als universiteitshoogleraar verbonden aan de UvA. Hij treedt terug als president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Louise Gunning-Schepers

Nieuw gebouw CREA CREA, het cultureel studentencentrum van de UvA en de HvA, heeft een nieuw gebouw. De voormalige diamantslijperij op het Roeterseiland, die sinds de jaren zestig dienst deed als onderwijsgebouw, is verbouwd en uitgebreid tot zesduizend vierkante meter studioruimte voor muziek, theater, dans, beeldende kunst, film, digitale media, fotografie, literatuur en werkruimte voor ruim 35 studentenorganisaties. Belangrijke onderdelen van CREA zijn een café, een theaterzaal en een muziekzaal. Op 15 maart vond de feestelijke opening van het nieuwe CREA-gebouw plaats door rector magnificus Dymph van den Boom.


24 wetenschap

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

tekst • Floor Boon van der Kuijl tekstbeeld • Aart • xxx beeld • Jonathan Gration

De schilder en de weduwe Haar onderzoek naar schildertechnieken en verkleuring van verfpigmenten leidde kunsthistorica Margriet van Eikema Hommes naar de schilder Ferdinand Bol. In opdracht van een welgestelde weduwe maakte hij vijf enorme schilderingen voor een Utrechts grachtenpand. Het betrekkelijk structuurloze van de opleiding schilderkunst op de Rietveld Academie en de geringe aandacht voor de ambachtelijke kant van het vak vielen haar tegen. Daarom verruilde Margriet van Eikema Hommes deze studie na een paar jaar voor Kunstgeschiedenis. ‘Ik wilde wat leren over schildertechnieken en dat ging niet gebeuren op de Rietveld.’ Op het Kunsthistorisch Instituut van de UvA was ze al snel als een vis in het water. Tijdens een werkgroep hield ze een voordracht over de schildertechniek van de Vlaamse barokschilder Peter Paul Rubens. Er ontstond direct een klik met professor Ernst van de Wetering, de wereldberoemde Rembrandt-kenner en drijvende kracht achter het Rembrandt Research Project. ‘Ook hij heeft een opleiding gevolgd aan een kunstacademie. Het maakt dat je schilders beter begrijpt. Ik beschouw een schilderij als een proces. Wat een schilder heeft gedaan, zie ik meteen in lagen voor me. Ja (lacht), wat je noemt een schildersoog.’ Voor haar afstudeerscriptie bij Van de Wetering onderzocht Van Eikema Hommes wat schilders uit de vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw wisten over verkleuring en veroudering van hun verf. Daarna deed ze promotieonderzoek in een multidisciplinair NWO-project naar veroudering van verf op moleculair niveau. ‘Een belangrijke

vraag daarbij was in hoeverre we nog kunnen terug redeneren hoe een schilderij eruit heeft gezien en hoe de schilder het oorspronkelijk bedoelde. Voordat je iets gaat roepen over de kleuren en de bedoeling die een schilder ermee had, moet je toch eerst zo goed mogelijk onderzoeken hoe het werk er oorspronkelijk uitzag.’ In de Vaticaanse Musea deed ze vervolgens onderzoek naar de Italiaanse renaissanceschilder Raphael. Ze vertelt over de voorstudies in krijt, die van koppen uit zijn schilderijen bekend zijn. ‘Hierin gaf de kunstenaar heel mooi licht, donker en andere nuances weer. Dan is wel heel raar dat je die op het schilderij niet meer terug ziet. Dat werpt een ander licht op die latere, donkere olieverven van hem en de interpretatie van generaties kunsthistorici. Dat heb ik aardig weten te ontkrachten.’ Het boek dat zij over deze en andere casussen schreef, Changing Pictures: discolorisation in 15th-17th century oil paintings, is het eerste in zijn soort. ‘Chemische processen kregen wel aandacht bij restauratoren. Maar dat veel schilderijen eeuwenoude objecten zijn, en dat die veroudering tot een optische verandering leidt, daar was door kunsthistorici nog bar weinig over geschreven.’ De publicatie kreeg een mooie recensie in het gezaghebbende Burlington Magazine, maar werd – alweer – vooral door restauratoren gelezen. Ook wel door kunsthistorici, maar

daar is nog een stap te maken, laat Van Eikema Hommes doorschemeren. Receptenboeken

Een stage aan het Instituut Collectie Nederland – onlangs opgegaan in de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed – zette Van Eikema Hommes op het spoor van verkleuring en veroudering. Ze hield zich daar bezig met historische bronnen over de makelij van schilderijen, zoals de studie van Samuel van Hoogstraten, net als Ferdinand Bol een leerling van Rembrandt. ‘Zijn Inleyding tot de hooge schoole der schilderkonst (1678) is vrij theoretisch. Ik bekeek daarnaast vooral veel receptenboeken en instructies voor schilders.’ Het bleek een onontgonnen gebied. Een van de dingen die haar opvielen in deze handboeken en manuscripten was de enorme aandacht voor preventieve maatregelen om verkleuring van kleurpigmenten langdurig tegen te gaan. ‘Vooral de preparatie van het linnen met een grondering was heel belangrijk. Tal van tips en trucs waren ontwikkeld om kleuren mooi fris te houden. Albrecht Dürer (1473-1528) vertelde zijn opdrachtgever Jakob Heller aan het begin van de zestiende eeuw dat het veelluik dat hij in diens opdracht maakte, mede dankzij een uitgekiende laagsgewijze opbouw en een speciaal vernis wel vijf- tot zeshonderd jaar zou meegaan! Dit altaarstuk is helaas verloren gegaan, maar Dürers bewering was zo gek nog niet. Oudere schilderijen dan die van Dürer verkeren in een redelijke tot goede staat.’ Het recente onderzoek van Van Eikema Hommes leidde dit jaar tot een studie over de vijf reusachtige schilderijen van Ferdinand Bol (1616-1680), afkomstig uit de ontvangstzaal


25

Margriet van eikema hommes – 1969 M.H.vanEikemaHommes@ tudelft.nl • 1988-1991 Gerrit Rietveld Academie Amsterdam • 1995 Kunstgeschiedenis cum laude • 2002 promotie cum laude (Changing Pictures: discoloration in 15th-17th century oil paintings, promotor Ernst van de Wetering) • 2002-2005 postdoc onderzoeker Stichting Restauratie Atelier Limburg • 2005-heden onderzoeker Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) • 2006-2010 postdoc onderzoeker UvA (Bol-onderzoek, met Veni-subsidie NWO) • 2011-heden universitair hoofddocent Technische materiaalwetenschappen TU Delft (onderzoek met Vidisubsidie NWO)

van een pand aan de Nieuwe Gracht in Utrecht. Het boek kreeg de aansprekende titel Art and Allegiance in the Dutch Golden Age. The Ambitions of a Wealthy Widow in a Painted Chamber by Ferdinand Bol. Bol kreeg zijn opdracht van de welgestelde weduwe Jacoba Lampsins. Wandvullende olieverfschilderingen raakten in de loop van de zeventiende eeuw in zwang, vertelt Van Eikema Hommes. We spreken tegenwoordig meestal van behangselschilderingen, al roept die aanduiding eigenlijk een verkeerd beeld op. Enorme schilderijen werden aan het plafond, de schouw of de wanden bevestigd, al dan niet in vakken. Ze vormden een samenhangend geheel met de architectuur, beelden, stuc- en houtsnijwerk. Zo’n ensemble op basis van een totaalconcept, een vroege vorm van Gesammtkunst, werd in de zeventiende eeuw populair bij particulieren en leidde in de achttiende eeuw tot een trend in het Nederlandse interieur. Het was een combinatie van materiaal-, technisch, archief-, stilistisch, iconografisch, cultureel-historisch en cultuursociologisch onderzoek naar dit topensemble, waar de schilderijen van Bol deel van uitmaakten. Historische interieurs als dat van de weduwe Lampsins zijn dan ook een ongekende bron van informatie, vertelt Van Eikema Hommes. ‘Ze verschaffen een belangrijk inzicht in de denkbeelden van de opdrachtgevers en de visuele vertaling daarvan door de kunstenaars. Deze ensembles zijn niet alleen de materiële bron van hun eigen geschiedenis maar ook van de historische identiteit van de samenleving. Dát was de grote verrassing bij de opdracht aan Bol.’ Van Eikema Hommes ontdekte dat achter het ensemble met

bijbelse en mythologische motieven een duidelijke boodschap zat. ‘Enerzijds waren de gekozen scènes verwijzingen naar de schitterende toekomst van haar zoons. Jacoba wenste vurig dat zij – onder meer dankzij hun gelijktijdig behaalde doctorstitel in de rechten – werden opgenomen in de regentenklasse. Anderzijds zijn de monumentale schilderingen vingerwijzingen en zelfs kritiek op de zelfverrijking van een specifieke groep regenten in Utrecht. Oligarchievorming waarin kapitaal werd rondgepompt dat afkomstig was uit geconfisqueerde katholieke bezittingen van voor de Reformatie. Geld dat naar haar mening teveel naar een kleine groep invloedrijke families vloeide, hoewel dit eigenlijk voor “vrome doeleinden” van de gereformeerde kerk was bestemd.’ Het verhaal vraagt bijna om een speelfilm, een mooi kostuumdrama met een sterrencast waarin de ambities van de rijke Utrechtse weduwe Lampsins en de schilderspraktijk van Bol centraal staan. Winkeldochter

Vier van de vijf reusachtige doeken van Ferdinand Bol hangen tegenwoordig in twee verschillende ruimten van het Vredespaleis te Den Haag. In totaal bemeten de schilderijen – ieder vier meter hoog (!) – een oppervlakte van 75 vierkante meter. Het vijfde werk hangt in het Noordbrabants Museum in Den Bosch. Van Eikema Hommes verzucht: ‘Het ensemble van Jacoba Lampsins is nu in goede handen en met zorg gerestaureerd, maar de geschiedenis van de doeken is natuurlijk een tragedie, zo weggerukt uit hun oorspronkelijke locatie en uit elkaar gehaald. En dat is allesbehalve een uitzondering. Met bijna alle

behangselschilderingen is slecht omgesprongen. Eenmaal uit de mode, werden ze vaak versneden tot kleinere schilderijen voor de handel of als lagere kunst opgerold en als winkeldochter in depots weggestopt.’ Ook omdat kunsthistorici nooit een hoge pet van ensembles hebben opgehad, zijn er nog maar weinig over, vertelt Van Eikema Hommes. En door verwaarlozing en onkundige, onder geld- en tijdsdruk uitgevoerde opknapbeurten gaat die teloorgang nog steeds door. ‘Terwijl deze werken nu juist zo enorm veel over onze geschiedenis en cultuurgeschiedenis vertellen.’ De kunsthistorica pleit dan ook voor eerherstel en centrale regie van de conservering van deze onterecht ondergewaardeerde niche in de schilderkunst. De conclusie van het onderzoek van Van Eikema Hommes is schokkend en alarmerend. Het is vijf voor twaalf voor de zeventiende- tot negentiende-eeuwse ensembles. ‘Als er niet snel wordt gehandeld, verliezen we in ijltempo nog meer van dit spectaculaire erfgoed. Van een specifieke tak, de schilderingen in waterverf bijvoorbeeld, is zelfs al vrijwel niets over. De plafondschilderingen van veel ensembles zijn vaak wél bewaard gebleven, een aanwijzing dat in dezelfde ruimte waarschijnlijk ook behangselschilderingen hebben gezeten. Ik wil een lans breken voor professioneel onderzoek en restauratie. Nú handelen, nu de sporen van de maakgeschiedenis nog aanwezig zijn. Dit spectaculair erfgoed staat op punt van verdwijnen.’ •


26 wetenschap Spui —

kort nieuws De wetenschappelijke kennis neemt dagelijks toe. Onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam dragen daaraan bij met proefschriften, papers en andere publicaties waarin zij de vruchten van hun arbeid wereldkundig maken. In SPUI een selectie van recente resultaten.

ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE

Overheid verstoort woningmarkt In een perfecte markt hoeft de overheid niet in te grijpen. De woningmarkt is echter geen perfecte markt. De Nederlandse overheid beïnvloedt de markt voornamelijk via subsidiëring. De omvang van dat ingrijpen is zo groot dat het de woningmarkt verstoort. Frans Schilder (Economie, promotie 2012) onderzocht de invloed van subsidiëring op het functioneren van de woningmarkt in zijn proefschrift Essays on the economics of housing subsidies. Hij bekeek hoe subsidies in zowel de koop- als de huursector invloed hebben op de waarde van het corporatiebezit, het gebruik van woondiensten en de keuze tussen kopen en huren. Schilder concludeert onder meer dat lage huren leiden tot een groot waardeverlies in de huursector.

promotieonderzoek van Frans van Nijnatten (promotie Amerikanistiek 2012). Carter bewoog zich tussen liberalisme en conservatisme. Hij hield zich afzijdig van het ideologische debat en noemde zichzelf een populist.

Hoelang heeft ‘het’ nog? Het lidwoord ‘het’ wordt met uitsterven bedreigd. Dat constateren taalwetenschappers Elma Blom, Daniela Polišenská (Algemene taalwetenschappen cum laude 2003, promotie 2010) en Fred Weerman op basis van een onderzoek naar de taalverwerving van lidwoorden. Zowel bij kinderen als bij volwassenen die Nederlands als tweede taal aanleren blijkt het correct toepassen van het lidwoord ‘het’ lastig. Volgens de onderzoekers komt dat voornamelijk omdat het volstrekt willekeurig is welk lidwoord bij een bepaald woord moet worden gebruikt. Ook wordt ‘het’ in het Nederlands op veel andere manieren gebruikt, bijvoorbeeld in zinnen als ‘Het is mooi weer’. Bovendien krijgen Engelse leenwoorden bijna altijd het lidwoord ‘de’ toebedeeld, ook dat draagt bij aan de stille teloorgang van het lidwoord ‘het’.

MAATSCHAPPIJ- EN GEDRAGSWETENSCHAPPEN

Integratie door andere ogen Succesvolle Marokkaans-Nederlandse jongvolwassenen ervaren het politieke debat over integratie als polariserend, stigmatiserend en onrechtvaardig. Ze missen een tegengeluid en voelen zich slechts in beperkte mate vertegenwoordigd. Dat blijkt uit het onderzoek dat Jurriaan Omlo (Politicologie 2006, promotie 2011) als promovendus verrichtte voor de Stichting Vorming Multicultureel Kader. Omlo interviewde voor zijn proefschrift Integratie én uit de gratie? 27 succesvolle Marokkaans-Nederlandse jongeren tussen de negentien en dertig jaar. De geïnterviewden benadrukten de eigen verantwoordelijkheid van allochtonen om mee te doen in de samenleving. Wel vonden ze dat ze het recht moeten hebben om een deel van de eigen cultuur te behouden.

Boeken verbeteren Cito-score

GEESTESWETENSCHAPPEN

Carters campagne zeer professioneel Dat Jimmy Carter, president van 1977 tot 1981, een idealist was die boven de politiek stond en daar niets mee te maken wilde hebben, is een mythe. Carters campagnearchieven van 1962 tot 1980 tonen aan dat Carter zich geleidelijk ontwikkelde tot een professioneel campagnevoerder en dat hij een onuitwisbare stempel drukte op de ontwikkeling van de candidate-centered campaign. Dat blijkt uit

Kinderen uit groep acht scoren beter op alle onderdelen van de Cito-toets als ze veel boeken lezen. En hoe hoger de leeftijdsindicatie van het boek, hoe beter het Cito-resultaat. Dat blijkt uit een studie onder 515 kinderen en hun ouders, die vragenlijsten invulden. Jonge lezers blijken een betere taalvaardigheid te hebben, waardoor ze ook beter scoren bij wiskunde, studievaardigheden en wereldoriëntatie. Onderzoekers Denise Kortlever (Communicatiewetenschap 2011 cum laude) en Jeroen Lemmens (promotie Communicatiewetenschap 2010) concludeerden verder dat televisie, internet en games een negatieve invloed hebben op de Cito-score.

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

Nederlandse kiezer kieskeurig Iets meer dan de helft van de Nederlanders verandert wel eens van partijvoorkeur. Maar dat betekent niet dat de kiezer wispelturig, emotioneel of irrationeel is. Nederlanders zijn trouw aan hun eigen opvattingen, maar niet langer trouw aan een enkele partij: ze veranderen tussen partijen die links of rechts ideologisch sterk op elkaar lijken. Dit blijkt uit het onderzoek Kieskeurige kiezers van politicologen Tom van der Meer en Wouter van der Brug (Politicologie 1992, promotie 1997). De onderzoekers volgden de partijvoorkeuren van meer dan 70.000 Nederlandse kiezers tussen september 2006 en juni 2010. Zij ontdekten tevens dat vooral de kiezers uit het politieke midden, met een middelbare opleiding en een middeninkomen, het meest veranderlijk zijn in hun stemgedrag.

Psychiatrische stoornis zeer complex Veel psychiatrische stoornissen zijn mogelijk geen geïsoleerde ziektes, maar complexe systemen van symptomen die elkaar beïnvloeden. Dat stellen psycholoog Denny Borsboom (Psychologie 1998, promotie 2003) en zijn collega’s. Ze gaan daarmee in tegen het standaardmodel voor psychiatrische stoornissen, dat aan de basis ligt van veel psychiatrisch en klinisch-psychologisch onderzoek. Het model ziet stoornissen (zoals depressie) als ziektes die een aantal symptomen veroorzaken (slapeloosheid en concentratieproblemen). Borsboom en zijn collega’s beschouwen psychiatrische stoornissen juist als een netwerk van elkaar beïnvloedende klachten.

Temperatuur moeilijk te voorspellen De voorspellingen van de commerciële weersinstituten in Nederland liggen vaak ver van de werkelijk gemeten temperatuur af. Dat blijkt uit onderzoek van planoloog Marco te Brömmelstroet (promotie Planologie 2010). Te Brömmelstroet, verbonden aan het Amsterdam Institute for Social Science Research, vergeleek de voorspellingen met de werkelijk gemeten temperaturen voor KNMI-weerstation De Bilt. Het best scorende instituut is Meteoconsult. Dit instituut voorspelt in 25 procent van de gevallen exact de


Onderzoeksnieuws www.uva-alumni.nl / onderzoek

www

Robot helpt ouderen

juiste temperatuur voor de dag erop. Het percentage treffers binnen de marge van twee graden, bij voorspellingen zes dagen vooruit, komt in geen enkel geval boven de vijftig procent uit. Te Brömmelstroet wil dat de weervoorspellers deze onzekerheid en de standaardafwijkingen transparanter presenteren.

NATUURWETENSCHAPPEN, WISKUNDE EN INFORMATICA

Vastende walvis eet noordse krill MEDISCHE WETENSCHAPPEN

Zwakste schakel tandheelkunde ontmaskerd Leontine Jongsma (promotie Tandheelkunde 2012) onderzocht het klinisch slagen en de overleving van indirecte composietrestauraties. In haar proefschrift Cementation in adhesive dentistry. The weakest link betoogt zij dat een hoge krimpspanning de verbinding tussen dentine en cement zodanig onder spanning zet dat niet alleen de hechtsterkte lager wordt, maar dat ook het falen van deze verbinding zeer waarschijnlijk is. Haar onderzoek biedt een oplossing om de krimpspanning bij het cementeren van een wortelstift te verminderen.

27

De aanname dat baleinwalvissen vasten tijdens hun migratie naar de foerageergebieden in de Arctische Oceaan, is niet juist. Dat blijkt uit onderzoek van Fleur Visser (Biologie 2004 cum laude) en Jef Huisman (promotie Biologie RUG 1997). De wetenschappers onderzochten de aanwezigheid van baleinwalvissen zoals gewone vinvissen, blauwe vinvissen, noordse vinvissen en bultruggen bij de Azoren. Ze vergeleken hun waarnemingen van de walvissen met schattingen van fytoplanktonconcentraties, en concluderen dat de walvissen tijdens hun tocht noordse krill eten. Noordse krill leeft van bloeiende algen en is in het voorjaar na een periode van dertien tot zestien weken genoeg gegroeid om als prooi te dienen voor de walvissen. De opwarming van de aarde kan echter leiden tot een vermindering van bloeiende algen en hierdoor tot minder Noordse krill voor de walvissen.

Ben Kröse, bijzonder hoogleraar Ambient Robotics, werkt mee aan een nieuw Europees onderzoek naar een robot die oudere mensen moet helpen in huis. Tijdens het drie jaar durende project kijken de onderzoekers van verschillende Europese universiteiten naar de behoeften van ouderen en hun acceptatie van een robot. De robots worden onder meer ingezet in zorginstellingen. De resultaten worden gebruikt om de technologie aan te passen en de robot beter af te stemmen op de voorkeuren van de gebruiker.

Hoger rendement zonnepanelen Tom Gregorkiewicz, werkzaam bij het Institute of Physics, heeft met zijn onderzoeksgroep een eerste stap gezet in een rendementsverhoging van zonnecellen. Nu gaat nog een groot deel van de energie van licht verloren aan opwarming van de zonnecel. Metingen van de onderzoekers laten zien dat nanokristallen van silicium daadwerkelijk overtollige energie van licht overdragen aan naburige nanokristallen. Daardoor wordt energieverlies in de vorm van warmte vermeden. Dit opent de weg naar zonnecellen met een aanzienlijk hoger rendement dan de 25 procent die nu in de praktijk wordt gehaald.

Het onwillige lid RECHTSGELEERDHEID

Penisimplantaten zijn een laatste redmiddel voor mannen bij wie de bloedreservoirs in de penis zich niet kunnen vullen, waardoor deze mannen geen erectie kunnen krijgen. Inmiddels lopen er wereldwijd twee miljoen mannen met zo’n prothese rond, en is negentig procent hier een half jaar na de operatie tevreden over. Osama Shaeer (promotie Geneeskunde 2012), androloog en chirurg aan de medische faculteit van de Universiteit van Cairo, heeft de afgelopen jaren juist de problemen onderzocht, die een kleine groep mannen met penisimplantaten ondervindt. Tijdens zijn promotieonderzoek aan de UvA heeft Shaeer zijn technieken gestandaardiseerd en deze beschreven bij tien verschillende patiënten die hij in Cairo heeft geopereerd. De problemen kunnen ontstaan vanwege een ziekte, de (kromme) vorm van de penis of overgewicht.

Zorginstelling mag winst uitkeren Ziekenhuizen en zelfstandige behandelcentra moeten zich steeds meer als ondernemingen gedragen. Om kosten te dekken en investeringen en innovaties mogelijk te maken, hebben zij de komende jaren kapitaal nodig. Bancair krediet is echter moeilijk aan te trekken. Wanneer deze instellingen winst zouden mogen uitkeren aan aandeelhouders, zouden zij gebruik kunnen maken van privaat kapitaal om in hun kapitaalbehoefte te voorzien. Emke Plomp (promotie Rechten 2011) concludeert in haar proefschrift Winst in de zorg dat winstuitkering juridisch gezien toegestaan is, al moeten er wel aanvullende maatregelen genomen worden om de publieke belangen in de zorg te beschermen.

Nuchter blijven met internet De geestelijke gezondheidszorg beschikt over effectieve therapieën voor alcoholverslaving, maar vaak is de drempel naar zorgverlening hoog. Om hulp toegankelijker te maken bestaan er verschillende programma’s die de patiënt via het internet begeleiden. Psycholoog Matthijs Blankers (Psychologie 2006, promotie 2011) onderzocht het effect van twee van dergelijke internetinterventies. Veel deelnemers aan zijn studie blijken de aanpak van deze e-mental health-programma’s prettig te vinden en drinken beduidend minder. Vanwege de effectiviteit en relatief lage kosten zouden zorgverzekeraars deze programma’s moeten stimuleren en op afdoende wijze moeten vergoeden, stelt Blankers.

De hoge noot van Beethoven Dat Beethoven gedurende zijn leven steeds dover werd, was al bekend. Onderzoeker Edoardo Saccenti van het Swammerdam Institute for Life Sciences (SILS) vermoedt dat de componist door zijn steeds erger wordende doofheid anders is gaan componeren. Saccenti voerde een statistische analyse uit op zestien strijkkwartetten die representatief zijn voor de drie stijlen van Beethovens werk. Hieruit bleek dat Beethoven in zijn tweede periode minder hoge noten (noten boven G6, oftewel 1568Hz) in zijn stukken gebruikte dan in zijn eerste periode. In zijn derde periode gebruikte hij ze juist meer. Saccenti neemt aan dat Beethoven in zijn tweede periode minder hoge noten gebruikte omdat hij ze toen minder goed kon horen. In de derde periode hoorde hij ze helemaal niet meer, maar gebruikte hij ze weer doordat hij waarschijnlijk vanuit zijn innerlijke gehoor componeerde.


28 essay

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

De gezondheidszorg is geen markt


29 tekst • Caro Koning beeld • Hollandse Hoogte

Terwijl de economie krimpt, groeit de vraag naar diagnostiek en behandeling in de gezondheidszorg. Om in tijden van vergrijzing een redelijk functionerend systeem te behouden, moeten we de lange termijn goed in de gaten houden. Caro Koning doet bij haar afscheid als hoogleraar Radiotherapie vier aanbevelingen. De eerste patiënt voor wie ik een vorm van verantwoordelijkheid kreeg was een ernstig zieke man met de ziekte van Weil. Zijn leven hing aan een zijden draadje, maar hij herstelde gelukkig. Minder zieke patiënten op de afdeling interne geneeskunde waren regelmatig in kamerjas al vissend in de nabij gelegen vijver terug te vinden. De geneeskunde had toen nog niet zo veel haast. Dat was halverwege 1971. Sindsdien heeft de geneeskunde de nodige stormen gekend. Maatregelen, nieuwe systemen en afspraken kwamen en gingen. Maar het ging toen soms om windkracht vier of vijf, terwijl het nu minimaal acht of negen is. In een krimpende economie groeit de vraag naar diagnostiek en behandeling tegen alle wind in. Door de lang verwachte dubbele vergrijzing wordt de Nederlandse gezondheidszorg belast, waarbij de stijgende vraag zich zeker niet zal beperken tot de oncologie, mijn terrein. Ons land kende in 2011 voor het eerst meer dan 100.000 nieuwe patiënten met een oncologische diagnose; in 2020 zullen het er naar schatting 123.000 zijn. Intussen zitten we in een systematiek van budgetten die stelselmatig overschreden worden, gevolgd door jaarlijkse boetekortingen, afspraken over tweeënhalf procent groei in 2012, die door de invloedrijke verzekeraars op ongeveer nul procent wordt gesteld, begrotingen die door veel te laat bekend gemaakte regelgeving pas gaande het jaar kunnen worden vastgesteld – het wachten is op het krakend in elkaar storten van wat tot voor kort een redelijk functionerend systeem was. We zijn het gesprek over het al dan niet zelf betalen van de rollator ruimschoots gepasseerd. Hoe nu verder? Ik pleit voor vier mogelijkheden waarmee wellicht winst in tijden van verlies te halen valt. TABAKSFABRIKANTENLOBBY Ten eerste moeten we ons massaal verzetten tegen het huidige beleid ten gunste van de tabaksindustrie en ten nadele van de Nederlandse burger. De manier waarop minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport met het antirookbeleid omgaat, moet zo spoedig mogelijk worden teruggebogen. Roken belast de gezondheidszorg in hoge mate. Het gaat niet alleen om jaarlijks meer dan 10.000 patiënten met longkanker, maar ook om de patiënten met tumoren in het hoofd-hals gebied en/of de blaas. De jaarlijkse sterfte door aan roken gerelateerde en dus te vermijden kankersoorten overtreft ruimschoots de som aan sterfte door borst-, dikke darm- en prostaatkanker. Het verminderen van het aantal rokers levert dus aanzienlijke besparingen op en is ook medisch-ethisch oneindig veel belangrijker dan het bloedgeld dat bij het ministerie van Financiën binnenkomt.

Antirookcampagnes, poliklinieken waarin men kan stoppen met roken, programma’s om de jeugd van het roken af te houden verdienen een beter lot dan botweg afgeschaft te worden onder het liberale credo dat iedere mens hierover in vrijheid mag beslissen. Verslaving is geen kwestie van vrije wil, integendeel, dat weet men zelfs op het ministerie van VWS, een ministerie waar de tabaksindustrie met zijn machtige lobby’s kind aan huis is. Tabaksfabrikanten beslissen mee over de koers die de EU volgt op het gebied van de volksgezondheid en weten wetgeving met succes om te buigen in hun voordeel. De Nederlandse overheid, en in het bijzonder onze minister, zou haar verantwoordelijkheid voor gezondheid niet zo contraproductief moeten inzetten. Zij zou daarnaast de vereiste transparantie op alles wat artsen doen ook op zichzelf moeten betrekken waar het gaat om de contacten met en beïnvloeding van de overheid door de tabaksfabrikanten. MARKTDENKEN Ten tweede moeten we het marktdenken in de zorg grotendeels verlaten. De gezondheidszorg is geen vrije markt en de oncologie, waar samenwerking in allerlei vormen al decennia voorop staat, al helemaal niet. Elkaar beconcurreren tast deze onvoorwaardelijke samenwerking aan. De gezondheidszorg wordt momenteel tot marktdenken gedwongen ondanks weinig hoopgevende voorbeelden in de Verenigde Staten. ‘Beter’ en ‘goedkoper’ vormen een gevaarlijk en onrealistisch duo. Tot nu toe worden targets niet gehaald, wat er onder meer toe heeft geleid dat het systeem met een vloedgolf aan corrigerende maatregelen wordt dichtgetimmerd. Het veld wordt belast met een wildgroei aan indicatoren, die de kwaliteit moeten meten maar dat in de praktijk lang niet altijd doen. Inzicht in kwaliteit is prima. Maar naast een niet onaanzienlijke groep ambtenaren die hiermee bezig zijn, belast dit allerlei medewerkers binnen alle afdelingen van de ziekenhuizen. Wat de kosten en baten daarvan zijn, is geheel onduidelijk.

‘Beter’ en ‘goedkoper’ vormen een gevaarlijk en onrealistisch duo De gewenste verandering van sturing van aanbod naar vraag zal zeker niet de gehoopte lastenverlichting brengen, integendeel. Waar het gaat om gezondheid stuwen vraag en aanbod elkaar in wederkerigheid omhoog. Patiënten vragen regelmatig meer dan goed of beter voor hen is. Het marktdenken dreigt nu ook aan de Nederlandse huisartsengeneeskunde te gaan knagen, die van oudsher een stabiele, remmende poortwachtersfunctie vervulde. Nu VWS bepaalde aandoeningen gedeeltelijk van de tweede lijn, de ziekenhuizen, naar de huisartsen, de eerste lijn, heeft overgeheveld, stijgen daar logischerwijs de kosten. Het idee is dat die dan elders harder dalen. Maar als we de kranten volgen, lezen we dat dit nog niet het gewenste effect heeft. De hele overheveling lijkt vooral een mogelijkheid te zijn geworden om bij de huisartsen bezuinigingen drastisch door te voeren, iets waar pessimisten overigens al voor gewaarschuwd hadden. Zo tekent zich een afbraak af van onze op zich redelijk tot goed functionerende systemen. Teloorgang gaat vaak snel terwijl opbouw jaren kan duren.


30 essay

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

Caro Koning – 1946 c.c.koning@amc.uva.nl

Het toegroeien naar de dood is voor de patiënt en diens naasten van groot belang foto: Hans Sibum

De afgelopen weken kwam de minister van VWS met nieuwe plannen: private investeerders kunnen in de toekomst geld steken in ziekenhuizen en na een aantal jaren is winstuitkering mogelijk. Het grote gevaar dreigt dat geld uit ziekenhuizen wordt weggezogen. Terwijl winst juist in het bedrijf, in de gezondheidszorg, zou moeten terugvloeien.

toegroeien naar de dood is voor de patiënt en diens naasten van groot belang. Gesprekken die nog gevoerd moeten worden, maar ook het vervullen van wensen, zoals een parachutesprong die een patiënte een paar dagen voor haar overlijden maakte – het zijn allemaal aspecten waarvan kwaliteit van het sterven ook kwaliteit van het leven betekent.

FABELACHTIG HOGE BEDRAGEN Ten derde moeten op Europees-Amerikaans niveau stappen genomen worden tegen de exorbitante prijzen van nieuwe oncologische geneesmiddelen. Het tempo van vernieuwingen in de diagnostiek en therapie is erg hoog. Op allerlei terreinen komen nieuwe mogelijkheden en worden deze betrekkelijk geruisloos geïntroduceerd in de praktijk van alle dag. Een ziekte in kaart brengen, de uitbreiding van een tumor nauwkeuriger vastleggen met bijbehorende prognose en behandeling – niemand is daar uiteraard op tegen. Maar de vraag moet steeds gesteld worden: hoe veel beter is het en tegen welke prijs?

Als beroepsgroep moeten wij daarom een betere indruk krijgen of wij als oncologen in die laatste fase juist beleid voeren of mogelijk toch te actief zijn met belastende diagnostiek of therapieën, overigens soms onder sterke druk van de patiënt en/of diens familie. Het is van groot belang dat kritisch bekeken wordt in hoeverre bij oncologische patiënten in de laatste fase werkelijk verzachtend, palliatief, wordt gehandeld.

Dit geldt des te sterker de behandeling. De zorg in Nederland voor patiënten met kanker is van hoog niveau, zoals blijkt uit vergelijkende studies, maar het kan altijd beter. Hoe veel of hoe weinig de zorg verbeterd kan worden en ten koste waarvan, die vraag is in tijden van toenemende schaarste aan financiële middelen onontkoombaar. Laten we elkaar niet gek maken met onvolkomen onderzoeken, ranglijsten die geen correctie kennen voor zwaarte van aandoeningen en het oplossen van gecompliceerde medische problematiek. En laten we vooral de risico’s niet vergeten, zoals oplopende wachttijden en het verlies aan expertise. Vorige zomer werd in de RAI het tweejaarlijkse Wereld Longkanker Congres gehouden. Ik geef het maar meteen toe: ik nam koffie bij de stand van een farmaceutische firma, omdat wat daar geschonken werd verreweg het lekkerst was. Staand in de rij werd iedere koffiebehoeftige geconfronteerd met een poster over een nieuw middel van die firma, dat een verbetering van de progressievrije overleving van een paar weken liet zien zonder enig gegeven over de kwaliteit van leven. Het gepropageerde middel hoort tot de groep targeted therapieën die op eiwitniveau of in het afweermechanisme ingrijpen – of soms op beide manieren. In de wandelgangen worden zij ‘mabs’ en ‘mibs’ genoemd en ze zijn extreem kostbaar. Een kuur loopt qua kosten gemakkelijk richting honderdduizend euro. Natuurlijk zijn er kosten gemaakt om dit type middelen te ontwikkelen, overigens gebeurt dit ook in universitair onderzoeksverband. In de toekomst zullen deze middelen steeds meer op het individu worden toegesneden, maar de vraag hoe de gezondheidswinst zich verhoudt tot de astronomische prijs kan opnieuw niet ontlopen worden. In Europees en liefst in Europees-Amerikaans verband moet bezwaar gemaakt worden tegen deze fabelachtig hoge bedragen. KWALITEIT VAN STERVEN Ten slotte het vierde onderwerp, waarbij goede patiëntenzorg voorop staat, gevolgd door een economische invalshoek. De meeste kosten per patiënt blijken te worden gemaakt in de laatste weken van het leven. In die periode, als de eindigheid van het bestaan onontkoombaar blijkt, moeten we met elkaar nagaan wat we nog willen doen en wat we moeten nalaten. De meeste mensen willen graag thuis sterven, waar huisartsen – zo nodig bijgestaan door palliatieve teams – zo creatief mogelijk moeten zoeken naar de voor de patiënt hoogste opbrengst bij een zo laag mogelijke belasting. Het

Gedachten dat er iets moet gebeuren met de gezondheidszorg zijn niet nieuw. En het was natuurlijk al heel lang te voorzien dat de vergrijzing een groter beslag op de gezondheidszorg zou leggen dan ooit tevoren. Nieuw is de economische tegenwind. Zinvolle bezuinigingen zijn mogelijk als we goed nadenken over de lange termijn en de beslissingen nemen die daarbij horen. • Dit essay is een bewerking van het afscheidscollege dat Caro Koning op 18 januari 2012 hield in de Aula van de Universiteit van Amsterdam.

• 1973 Geneeskunde, LEI • 1973-1974 assistent Interne Geneeskunde Rode Kruis Ziekenhuis, Den Haag • 1974-1978 specialisatie radiotherapie, Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, het Nederlands Kanker Instituut (AvL/NKI), Amsterdam • 1978-1995 staflid Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis, Amsterdam • 1991 promotie Geneeskunde VU • 1995-2002 hoofd Centrale Bestralingsafdeling Medisch Centrum Haaglanden, Den Haag; buitengewoon staflid ziekenhuis Bronovo, Den Haag • 2002-2012 hoogleraar en afdelingshoofd Radiotherapie AMC/UvA


proefschrift

31

tekst • Robin van Wechem beeld • Mattmo

Ze promoveerde in een abaja met gympen eronder en riep verhitte reacties op met haar pleidooi voor toepassing van de sharia. Rechtssociologe Antoinette Vlieger sprong op de bres voor dienstmeisjes in het MiddenOosten. ‘De sharia is nog altijd beter dan geen enkel rechtssysteem.’ Er ontstond nogal wat ophef rondom uw promotie in december. Waarom? ‘Ik droeg een abaja, een traditioneel gewaad dat door sommige mensen wordt gezien als een symbool voor vrouwenonderdrukking. Onterecht vind ik, want mensen onderdrukken andere mensen, kleding niet. Het kledingvoorschrift voor een promotie is “formeel doch feestelijk”, daar heb ik me aan gehouden. Bovendien wilde ik mijn familie en vrienden laten zien hoe ik er tijdens mijn onderzoek bij liep. Dat ik vervolgens voor extremistisch lid van het linkse universitaire bolwerk werd uitgemaakt, had ik niet verwacht.’ Hadden deze reacties te maken met uw proefschrift? ‘Ik pleit voor de toepassing van de sharia vanuit de gedachte dat een roestig religieus rechtssysteem nog altijd beter is dan geen enkel rechtssysteem. Mijn onderzoek ging over de positie van dienstmeisjes in SaoediArabië en de Verenigde Arabische Emiraten. Deze meisjes komen vaak van het platteland in Indonesië of de Filippijnen en hebben geen idee waar ze heengaan. Bij aankomst in het gastland neemt hun werkgever hun paspoort in en worden ze opgesloten in huis, waar ze

‘Niet slaan, in naam van Allah!’ gemiddeld zeventien uur per dag moeten werken, zeven dagen per week. Als ze voor hun vertrek al een contract hebben getekend, hangt het van de werkgever af of hij zich eraan houdt. In de sharia staan duidelijke richtlijnen voor de behandeling van werknemers, net zoals er richtlijnen in staan voor rechtvaardigheid en waardigheid, voor wat wij mensenrechten noemen. Op papier wordt de sharia toegepast, maar in de praktijk niet.’’ Maar de sharia onderdrukt toch juist vrouwen? ‘Dat hangt ervan af hoe je hem leest. Zowel mannen als vrouwen in het Midden-Oosten gebruiken de sharia om hun positie te verdedigen of verbeteren, maar de argumenten van vrouwen worden vaak niet gehoord. Het rechtssysteem in Saoedi-Arabië is een allegaartje van wetten en regels maar geen ervan wordt consequent door een onpartijdige rechter toegepast. Rijke mensen met de juiste connecties komen weg met wangedrag.’’ Waarom zou de sharia daar een eind maken? ‘Omdat het respect voor de koran diep geworteld is in de samenleving. Sommige dienstmeisjes die ik heb gesproken, gebruikten de koran als bescherming tegen fysiek geweld. Als hun werkgever op het punt stond ze een flinke aframmeling te geven, hielden ze het boek omhoog en riepen: “Niet slaan, in naam van Allah”. Dat hielp. Een ander meisje vertelde dat ze haar bazin vroeg om diens man op de koran te laten zweren dat hij haar niet had misbruikt. Zijn weigering maakte de vrouw duidelijk dat het dienstmeisje de waarheid sprak.’

Antoinette Vlieger – 1973 A.R.Vlieger@uva.nl • 2  000 Internationaal recht en Nederlands recht • 2000-2001 advocaat-stagiair Van Doorne Advocaten • 2001-2003 beleidsmedewerker ministerie van Economische Zaken • 2005-2012 docent Faculteit der Rechtsgeleerdheid • 2006-2011 promovendus Hugo Sinzheimer Instituut voor arbeidsrelaties, UvA • 2011 promotie Domestic workers in Saudi Arabia and the Emirates, a socio-legal study on conflicts

Werd u door de autoriteiten gehinderd bij uw onderzoek? ‘Ja en nee. Normaal gesproken krijgt een alleenstaande vrouw onder de 45 jaar geen visum. Toen ik mijn onderzoek aan de rol van de sharia verbond, was het kennelijk belangrijk genoeg. Maar omdat ik een vrouw ben, mocht ik allerlei gebouwen zoals het Ministerie van Justitie niet in. Ik moest sluipwegen verzinnen om informatie bij elkaar te krijgen. Ik deed me bijvoorbeeld voor als zwangere vrouw van een expat die op zoek was naar een dienstmeisje en ging langs bij agentschappen die dienstmeisjes uit Indonesië en de Filippijnen halen. Daar kreeg ik te horen dat ik haar zoveel mocht laten werken als ik wilde en dat ik haar mocht slaan als ze niet gehoorzaamde. Feitelijk, zeiden ze tegen me, is ze uw slaaf.’ En toch blijven er dienstmeisjes op het vliegtuig stappen? ‘In het thuisland is geen werk, terwijl ze met het huishoudsalaris hun kinderen kunnen laten studeren.’ Is er een andere oplossing voor de dienstmeisjes, behalve het toepassen van de sharia? ‘De vraag naar dienstmeisjes is een direct gevolg van de olie-industrie. De gemiddelde lapzwans in Saoedi-Arabië verdient 6000 dollar per maand. Voor dienstmeisjes is 200 dollar per maand een normaal bedrag. Als wij hier massaal overstappen op groene energie hebben de overheden daar geen onafhankelijke inkomstenbron meer. Dan moeten ze wel naar de bevolking luisteren en een behoorlijk rechtssysteem opzetten. Als we daarnaast in Nederland voor tijdelijke migranten het minimumloon verlagen, creëren we werkgelegenheid. Dan kunnen Aziatische dames onze huizen schoonmaken en op onze kinderen passen. Een win-winsituatie.’ •


32 personalia

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

Robert Alberdingk Thijm

Sanne Deurloo

Petra Grooteman

Margje de Koning

Nederlands recht 1991, scenarioschrijver, won met de Nederlandse dramaserie A’dam-E.V.A. de prijs voor beste internationale dramaproductie op het Festival de la Fiction TV in het Franse La Rochelle.

Scheikunde 1992, is hoofdredacteur van de populairwetenschappelijke website Kennislink.

Algemene cultuurwetenschappen 2010, Kunstgeschiedenis 2011, won de scriptieprijs van de Vereniging Vrienden Nieuwe Kunst voor haar scriptie over de uitbreiding van het Amsterdamse stadhuis.

Theaterwetenschap 1990, is hoofd RTV en Nieuwe Media bij de IKON.

Lodewijk Asscher

Nederlands recht 1998, promotie 2002, PvdA-wethouder in Amsterdam, kreeg de Oranje Boven prijs van de SGPjongeren voor zijn aanpak van problemen met prostitutie op de Amsterdamse Wallen.

Joppe van Driel

bachelor Natuur- en sterrenkunde 2007, bachelor Wijsbegeerte 2008 cum laude, won de Volkskrant-IISG Scriptieprijs voor zijn scriptie over het onderscheid van de Britse historicus Jonathan Israel tussen de ‘radicale’ en de ‘conservatieve’ Verlichting.

Economie 1993, promotie 2000, bijzonder hoogleraar Toegepast Economisch Onderzoek, is met Aukje Nauta, bijzonder hoogleraar Employability in werkrelaties en Evert Verhulp, Nederlands recht 1988, promotie 1997, hoogleraar Arbeidsrecht, en drie anderen benoemd tot kroonlid van de Sociaal-Economische Raad (SER). Matthijs Baas

Psychologie 2005, promotie 2010, universitair docent Psychologie aan de UvA, won de SESP Dissertation Award voor zijn proefschrift The Psychology of Creativity, over het effect van stemmingen op creativiteit. Hij kwam tot de verrassende conclusie dat blijdschap, boosheid en angst creatiever maken, en dat ontspanning en verdriet geen effect hebben.

Geneeskunde 1978, promotie LEI 1987, promotie Wijsbegeerte Rome 1990, bisschop van Groningen en aartsbisschop van Utrecht, is door paus Benedictus XVI benoemd tot kardinaal.

Els Borst-Eilers

Geneeskunde 1958, promotie 1993, voormalig minister van Volksgezondheid, ontving tijdens een symposium van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde de Paul van Eerde Award, voor een persoon of organisatie die veel voor het oplossen van de dementieproblematiek betekent en/of op dit gebied uitzonderlijke prestaties heeft verricht. Eerder werd bekend dat Borst-Eilers ook de Aletta Jacobsprijs 2012 krijgt.

Anita Elberse

Communicatiewetenschap 1996 cum laude, promotie London Business School 2002, is benoemd tot hoogleraar Business Administration aan Harvard Business School, als eerste Nederlandse en als één van de jongste vrouwen in de geschiedenis van deze universiteit. Lucas Ellerbroek

Natuurkunde 2009 cum laude, promovendus Sterrenkundig Instituut Anton Pannekoek, won de eerste PhD Science Slam, waarbij wetenschappers in wedstrijdverband hun onderzoek presenteren.

Enny Das

Psychologie 1994, communicatiewetenschapper aan de VU en Sanne Schagen, Psychologie 1995, Nederlands Kanker Instituut, ontvingen een subsidie van Pink Ribbon voor onderzoek onder borstkankerpatiënten naar cognitieve problemen die voortkomen uit chemotherapie.

Geschiedenis 1994, is de nieuwe NOScorrespondent voor Israël en de Palestijnse gebieden, met als standplaats Jeruzalem. Irene de Jong

Klassieke taal- en letterkunde 1982, promotie 1987, hoogleraar Oudgrieks, publiceerde als eerste Nederlander een commentaar in de prestigieuze reeks Cambridge Greek and Latin Classics. Zij spreekt over haar commentaar op een boek uit de Ilias van Homerus op de Universiteitsdag van 2 juni.

Politicologie 2006, is benoemd tot correspondent voor de NOS in China, met als standplaats Peking. Ben Feringa

Jacqueline Klooster

hoogleraar Organische chemie aan de RUG, ontving de eerste Van ’t Hoff-medaille van het aan de UvA verbonden Genootschap ter bevordering van Natuur-, Genees- en Heelkunde.

Griekse en Latijnse taal en cultuur 2001, promotie 2009, postdoc-onderzoeker aan de UvA, krijgt de ABG VN Essayprijs voor haar essay ‘Niemand en de eeuwige terugkeer’, over Odysseus en zijn nawerking in de kunsten.

Karen Eshuis

Evelien Gans

Geschiedenis 1989, promotie 1999, NIOD-onderzoeker en bijzonder hoogleraar Hedendaags Jodendom, zijn geschiedenis en cultuur, won de Dr. Henriette Boas Prijs 2011, vanwege het eerste deel van haar dubbelbiografie Vader en zoon, Jaap en Ischa Meijer, Een joodse geschiedenis (2007). Pieter Geelen

Informatica 1988, Harold Goddijn, Bedrijfskunde 1988, Corinne GoddijnVigreux (opleiding onbekend) en Peter-Frans Pauwels, Informatica 1989, oprichters van navigatiebedrijf TomTom, ontvingen de veertiende IJ-prijs, van de gemeente Amsterdam en PwC, die jaarlijks wordt toegekend aan personen die een duidelijke bijdrage hebben geleverd aan de promotie en economische ontwikkeling van de hoofdstad.

System and Network Administration 2006 cum laude, voormalig onderzoeker beveiliging en privacy aan de UvA, ontdekte een lek van vertrouwelijke rapporten bij de Rabobank. Ellen Laan

Psychologie 1988 cum laude, promotie 1994 cum laude, klinisch psychologe-seksuologe aan het AMC, ontving een eredoctoraat van de KU Leuven voor haar onderzoek naar vrouwelijke seksualiteitsbeleving. Martha Luz Machado Caicedo

promotie Maatschappij- en Gedragswetenschappen 2011, won voor haar proefschrift de belangrijkste prijs voor wetenschappers in Colombia, de Premio Alejandro Ángel Escobar. Tim Meijers

Politicologie 2010, won met zijn scriptie over internationale strafhoven de J.C. Baak Prijs, een nieuwe prijs van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen. Marente de Moor

Joris Kila

promotie Geesteswetenschappen 2012, archeoloog, ontvangt samen met Karl von Habsburg de Art Protection and Security Award 2012, voor de bescherming van cultureel erfgoed in conflictgebieden.

Veerle Corstens

Nederlandse taal en cultuur 2007, freelance journalist, is de winnaar van De Studentenluis 2010, de prijs voor het beste door een student gemaakte interview, voor een vraaggesprek met debuterend schrijver Philip Huff.

Godgeleerdheid 1969 cum laude, voormalig adjunct-conservator van de Bibliotheca Rosenthaliana (Bijzondere Collecties), ontving een eredoctoraat van de Protestantse Theologische Universiteit. Monique van Hoogstraten

Joeri Boom 

Geschiedenis 2001, is de nieuwe correspondent India en Zuid-Azië voor NRC Handelsblad en RTL. Voor De Groene Amsterdammer deed hij eerder verslag vanuit conflictgebieden als Irak, Darfur en Afghanistan.

Communicatiewetenschap 1989, is benoemd tot directeur-generaal Cultuur en Media bij het ministerie van OCW. Frits Hoogewoud

Wim Eijk Barbara Baarsma

Marjan Hammersma

Matthijs Koot

A

Slavische taal- en letterkunde 1998, won de AKO Literatuurprijs 2011, voor haar boek De Nederlandse maagd. Zij ontving de prijs uit handen van juryvoorzitter Ernst Hirsch Ballin. De Moor ontving een sculptuur en een bedrag van 50.000 euro. Barbara Mulder

Promotie 1989, hoogleraar Cardiologie UvA/AMC, ontving van de Vereniging van Nederlandse Vrouwelijke Artsen de Corrie Hermann Prijs voor haar baanbrekende werk op het gebied van aangeboren hartafwijkingen bij volwassenen.


33 Jeroen Oerlemans

Herman Tjeenk Willink

Politicologie 1998, fotograaf, won een Zilveren Camera (eerste prijs buitenlands nieuws) voor zijn serie over de machtsstrijd in Libië.

Rechtsgeleerdheid LEI, promotie UvA 2007, ontving de Prof. dr. J.A. van Kemenadeprijs, voor een persoon die zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor het openbaar bestuur. De prijs is ingesteld door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland.

Barbara Oomen

Politicologie 1996, promotie Rechten 2002 cum laude, bijzonder hoogleraar Rechtspluralisme vanwege het Amsterdams Universiteitsfonds, is per 1 april de nieuwe Dean van het University College Roosevelt Academy in Middelburg. Cees Renckens

Geneeskunde, promotie 2004, gynaecoloog, nam afgelopen najaar na 23 jaar afscheid als voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Annette M. van Riemsdijk

Nederlands recht 1988, advocaat, mediator en auteur, is benoemd tot eerste Director Emeritus van het International Mediation Institute. Jan-Paul Rutten

Geneeskunde 1999, stopt als chirurg en tropenarts in Nepal om op termijn de leiding over te nemen van bierbrouwer en familiebedrijf Gulpener. Marietje Schaake

Amerikanistiek 2005, lid van het Europees Parlement voor D66, is benoemd tot vicevoorzitter van de Raad van Toezicht van Free Press Unlimited. Bas Soetenhorst

Nederlands recht 1990, verslaggever bij Het Parool, won De Loep 2011, een prijs voor onderzoeksjournalistiek, voor zijn boek Het Wonder van de Noord/Zuidlijn.

Matthijs van Veelen

econometrist aan de UvA, is een van de nieuwe leden van De Jonge Akademie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW), een platform van jonge topwetenschappers. Van Veelen bestudeert de evolutie van altruïsme en moraliteit. Hij doet onderzoek naar het begrip eerlijkheid en houdt zich bezig met de vraag waarom mensen niet altijd zelfzuchtig zijn, maar ook rekening houden met de belangen van anderen.

Vincent Sterk

Econometrie UT 2005, promotie UvA 2011, kreeg voor zijn proefschrift over de rol van kredietrestricties, hypotheken en financiële innovatie in de macro-economie de KVS-penning van de Koninklijke Vereniging voor de Staathuishoudkunde. Els Swaab

Nederlands recht 1977, is de nieuwe bestuursvoorzitter van theaterfestival Oerol op Terschelling.

Tandheelkunde 1971, promotie Geneeskunde 1981, emeritus hoogleraar Klinische parodontologie, werd rond zijn afscheid afgelopen najaar drie maal gelauwerd: hij werd benoemd tot Officier in de Orde van OranjeNassau en tot ‘Gouden Molaar’ en hij ontving de William J. Gies Award voor zijn inzet en betekenis voor de klinische parodontologie. Laurens Verhagen

Wijsbegeerte 1992, stapte eind 2011 per direct op als hoofdredacteur van NU.nl, de grootste nieuwssite van Nederland, vanwege een verschil van inzicht met uitgever Sanoma Media in het te voeren beleid. Hij was sinds 2006 hoofdredacteur. Menno Wigman

Nederlandse taal- en letterkunde 1992, is de nieuwe Stadsdichter van Amsterdam. Nachoem Wijnberg

Nederlands recht 1983, Economie 1984, promotie EUR 1990, hoogleraar Cultureel ondernemerschap en management en tevens dichter, ontving een FES-subsidie. Annejet van der Zijl

Communicatiewetenschap 1987, promotie Geschiedenis 2010, ontving de Gouden Ganzenveer, een prijs om het geschreven woord in de multimediale samenleving onder de aandacht te brengen.

1926, Economie 1953, Ridder in de Orde van Oranje-Nassau en draagster van de stadsspeld van Den Haag (4 oktober 2011)

Wouter Roest 1941, promotie Economie VU 1973, voormalig bijzonder hoogleraar Macro-economische aspecten van de bouwnijverheid (6 oktober)

Doreen VermeulenCranch 1915, emeritus hoogleraar Anesthesiologie (één van de eerste vrouwelijke hoogleraren in Nederland), Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Commander of the British Empire, Erelid Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (8 november)

Yvonne Wiewel 1959, Vertaalwetenschap 1989, vertaalster en actrice (9 oktober)

Frans Jozef van Beeck

Tips zijn welkom via SPUI@uva.nl

Ruurd van Lieshout 1919, Natuurkunde 1950 cum laude, promotie 1953, emeritus bijzonder hoogleraar Kernfysica en buitengewoon hoogleraar Experimentele natuurkunde, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Akademiepenning KNAW, oud-directeur ZWO (1 januari)

Wim Duk Saskia Poldervaart 1945, Andragogische wetenschappen 1974, promotie 1993, onderzoeker en voormalig universitair docent en coördinator vrouwenstudies UvA (17 november)

John Giling

1930, Engelse taal- en letterkunde 1959 cum laude, voormalig hoogleraar Theologie in Amerika, pater (12 oktober)

1931, Scheikunde en farmacie 1964 cum laude, promotie 1971, emeritus hoogleraar Materiaalkunde RUN (20 november)

Wilhelmina Thoden van Velzen-Van Wetering

Mak Schoorl

1918, Rechtsgeleerdheid RUG 1945, emeritus hoogleraar Bestuursrecht, staatsrecht en algemeen recht (5 januari)

Bob Crone 1918, Geneeskunde 1945, promotie 1952, oud-hoogleraar Oogheelkunde, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (18 januari)

Jan de Kraker

1934, Sociologie 1961, promotie 1973, voormalig gasthoogleraar Culturele antropologie (18 oktober)

Rombout van Riemsdijk 1980, International Development Studies 2007, medeoprichter SIFE Utrecht (20 oktober)

Elisabeth Boender 1953, Wijsbegeerte 1985, docent filosofie en theatergeschiedenis Theaterschool Amsterdam (21 oktober)

Hans Schiphorst 1921, Nederlands recht 1950, oud-voorzitter Verenigde Spaarbank, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (29 oktober)

Victor van den Bersselaar 1948, Wijsbegeerte 1976, promotie UvH 2009, docent filosofie, beleidsmedewerker en onderzoeker HvA (3 november)

Pierre Vinken 1927, Geneeskunde UU 1953, Psychiatrie UvA 1964, voormalig neurochirurg, voormalig voorzitter Reed Elsevier Nederland, voorzitter Raad van Toezicht Elsevier en voorzitter Raad van Commissarissen LUMC (4 november)

Peter Meijer 1946, Politicologie 1980 cum laude (7 november)

Personalia in SPUI digitaal Meer personalia en uitgebreidere informatie over de hier genoemde personen: www.uva-alumni.nl/spui In beeld A Nachoem Wijnberg B Barbara Oomen

Leny Miedema-Polak

Ubele van der Velden

Pieter Steinz

Geschiedenis 1988 cum laude, Engelse taal- en letterkunde 1989, is de nieuwe directeur van het Nederlands Letterenfonds. Hij volgt Henk Pröpper, Nederlandse taal- en letterkunde 1986, op, die directeur/uitgever van De Bezige Bij wordt.

overledenen

Willem Delleman 1923, Geneeskunde 1962, eredoctoraat 1984, emeritus bijzonder hoogleraar Ophtalmogenetica (8 november)

1913, Geneeskunde 1937, kinderchirurg in ruste (26 november)

1944, Geneeskunde UU 1971, promotie 1978, kinderarts Emma Kinderziekenhuis AMC, Officier in de Orde van Oranje-Nassau (19 januari)

Martje Roessingh 1956, Wis- en natuurkunde 1987, onderzoeker Centraal Bureau voor de Statistiek, betrokken bij Nimf, netwerk vrouwen in de exacte wetenschappen (28 november)

Willem Werner 1922, Economie 1950, Officier in de Orde van Oranje-Nassau, Officier de la Légion d’honneur, Officier in de Leopoldsorde, Verzetsherinneringskruis (4 december)

Henk Koolen 1929, Accountancy 1960, brigade-generaal b.d. der Militaire Administratie, oud-lid College van de Algemene Rekenkamer, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Officier in de Orde van Oranje-Nassau met de zwaarden (21 januari)

Henry James Mac Gillavry 1908, emeritus hoogleraar Stratigrafie en Paleontologie (24 januari)

Leo Raemakers 1926, Geneeskunde 1956, oogarts (8 december)

Michiel Meijer

Fons Walder

1945, Biologie 1971 cum laude, promotie, oud-hoofddocent (26 januari)

1922, Geneeskunde 1950, emeritus hoogleraar Neurochirurgie, honorary president of the World Federation of Neurosurgical Societies (9 december)

Doeschka Meijsing 1947, Nederlandse taal- en letterkunde 1975, schrijver (31 januari)

Herman van Brederode 1919, Wis- en natuurkunde 1945, promotie 1946, Wijsbegeerte 1989, Ridder in de Orde van Oranje Nassau (10 december)

Marcel Fresco 1925, Klassieke letteren 1951, promotie 1971, emeritus hoogleraar Wijsgerige antropologie en grondslagen van het humanisme LEI (16 december)

Frederik Kronenberg 1929, Notarieel recht 1960, oud-notaris te Den Haag (21 december)

Pieter Adrianus Heijdenrijk 1932, Geneeskunde 1960, chirurg (1 februari)


34 Michiel Voorma 1960, Internationaal-juridische opleiding, makelaar en taxateur (4 februari)

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

Daan Schoemaker 1972, Culturele antropologie en niet-westerse sociologie 1999, vicevoorzitter Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (25 februari)

tekst • Ben Haveman beeld • Charles Seton

Wim Helle 1926, Biologie 1952, promotie 1962, emeritus hoogleraar Toegepaste entomologie (8 februari)

Ab Oldenhof 1930, kandidaats Economie, doctoraal Economie EUR, lid Raad van Commissarissen Cargill (28 februari)

Jan Jonkergouw 1921, kandidaats Psychologie 1949, klinisch psycholoog en beeldend kunstenaar (9 februari)

Wil Zeegers

Bert Waltman

1952, Gedragsleer 1977 cum laude, promotie 1988, psycholoog, voormalig hoofdredacteur De Psycholoog, voorzitter AUValumnikring Psychologie (1 maart)

1953, ambachtelijk medewerker Zoölogisch Museum Amsterdam (14 februari)

Louise Defoer 1918, Nederlands recht 1941 (1 maart)

Jean Roudil 1930, promotie UU 1962 en Sorbonne (Parijs), voormalig hoogleraar Spaanse taal- en letterkunde (15 februari)

Anil Ramdas 1958, Sociale geografie VU 1987, voormalig toegevoegd onderzoeker Algemene literatuurwetenschap UvA, schrijver, journalist en programmamaker (16 februari)

Dick de Bruijn 1918, Wiskunde VU, promotie VU 1943, voormalig hoogleraar Analyse, algebra en toegepaste wiskunde UvA, TUD en TUE, Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Lid van de KNAW (17 februari)

Paul Hamelynck 1935, Economie 1971 (6 maart)

Ad Overing 1921, Geneeskunde 1952, zenuwarts (6 maart)

Huib Jansen 1944, Econometrie 1971 (8 maart)

Leo Meessen 1929, Geneeskunde 1955, oudhuisarts te Neerbeek (10 maart)

Josephine DuboisBrinkmann 1933, Nederlands recht 1959, advocaat (13 maart)

Frits Staal 1930, Wijsbegeerte, Wiskunde, Natuurkunde, filosoof en voormalig hoogleraar Algemene en vergelijkende filosofie (19 februari)

Coen Bakker 1928, Geneeskunde 1955, huisarts in ruste (20 februari)

Piet Verkruijsse 1943, Nederlandse taal- en letterkunde 1968, promotie 1983, oud-docent Neerlandistiek en oud-hoofddocent Boekwetenschap, oud-conservator a.i. Artis Bibliotheek (21 februari)

TINEKE STROBOS 1920-2012

Aad Mak 1929, Economie 1953, oud-voorzitter AVEBE en Verenigde HVA Mijen N.V., Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, Officier in de Orde van Oranje-Nassau, Drager Star of Ethiopia (14 maart)

Judith van RinsumAllers 1962, Franse taal- en letterkunde 1989, ruim twintig jaar in UvAdienst, de laatste zes jaar bij het Informatiseringscentrum (18 maart)

Rob van Bijsterveld 1931, Franse taal- en letterkunde 1978 (14 maart)

Johannes de Gee 1920, Wis- en natuurkunde 1947 (18 maart)

Henk Mali 1935, kandidaats Sociale geografie 1960 (21 maart)

Hans van den Doel 1937, Economie 1964 (28 maart)

Jan Nederstigt 1931, Economie 1954 (2 april)

Ze was de vrouw die in het laatste oorlogsjaar het kantoor van een hoge nazi in Amsterdam binnenstapte om de vrijlating te bepleiten van de Joodse natuurkundige Abraham Pais, haar toenmalige geliefde. Ze sprak vloeiend Duits en zag er oogverblindend uit. Ze was desnoods bereid om de Duitser ‘aan zijn gerief te helpen’, zei ze later, als ze Pais maar vrij kreeg. De Duitse officier was geïmponeerd. Hij keek haar aan, las haar begeleidende brief waarin de gevangene een veelbelovend wetenschapper werd genoemd (Pais zou later assistent worden van Niels Bohr en in Princeton samenwerken met Albert Einstein) en belde met de gevangenis aan de Weteringschans: ‘Hebben jullie daar de Jood Pais? Laat hem vrij.’ Tineke Strobos-Büchter, op 27 februari op 91-jarige leeftijd in Rye bij New York aan borstkanker overleden, was onverschrokken. Ruim honderd onderduikers dankten hun leven aan het onderdak dat Tineke en haar moeder Marie hen in de Tweede Wereldoorlog boden in hun huis aan Nieuwezijds Voorburgwal 282. Tineke behoorde tot de studenten die geweigerd hadden de loyaliteitsverklaring van de bezetter te tekenen. Ondanks sluiting van de Faculteit der Geneeskunde studeerde ze door met medestudenten. Ze liep clandestien coschappen in het Binnengasthuis en sneed in lijken, al stond er de doodstraf op. Haar onderduikers waren verzetsmensen, intellectuelen en kunstenaars die haar portret schilderden. Vakbondsleider-politicus Henri Polak, voorman van diamantbewerkers, was de eerste. Er werd veel gelezen, naar de BBC geluisterd, soms zelfs koosjer gekookt, en vooral gediscussieerd. Een timmerman van het verzet had een schuilhok gemaakt. Voor onderduikers maakte Tineke voedselbonnen na en zij voorzag hen van vervalste persoonsbewijzen. Originelen haalde ze uit jaszakken van anderen, onder meer tijdens een begrafenis. Op een fiets met houten banden smokkelde ze wapens die door de

ondergrondse van de Duitsers waren gestolen. Hooguit een handjevol mensen kon ze tegelijkertijd verstoppen. Die werden vervolgens naar andere schuiladressen gesluisd. Een alarmbel waarschuwde als huiszoeking dreigde. Dan konden de vluchtelingen zich via een dakluik in veiligheid brengen in een aangrenzend schoolgebouw. Nooit werden onderduikers gepakt, al deed de Gestapo negen keer een inval. Bij een van de ondervragingen werd Tineke zo hard tegen een muur gegooid, dat ze haar bewustzijn verloor. Tineke was de dochter van een Russische Jood die haar moeder Marie tijdens de Eerste Wereldoorlog in Japan had leren kennen, terwijl echtgenoot Fons in Nederland op haar wachtte. Zijn achterdocht over de verwekker bleek terecht. Moeder Marie was aan de Kalverstraat inmiddels een winkel begonnen in Japanse snuisterijen. Na de scheiding bleef ze Tinekes steun en toeverlaat. Vanaf de bevrijding zou Tineke zich op psychiatrie toeleggen bij Anna Freud in Londen. Samen met neuroloog Robert Strobos kreeg ze drie kinderen en vestigde ze zich als kinderpsychiater in North Carolina. Ze nam een nieuwe man en verhuisde naar New York, daar werkte ze tot haar negenentachtigste. Ze had acht kleinkinderen en tot op hoge leeftijd aanbidders. In Amerika en Israël werd ze onderscheiden voor haar heldenmoed, een familieverzoek voor een Nederlands lintje verdween in een la. Op 3 juni herdenken nabestaanden hun heldin in Amsterdam met een gevelplaquette: Tineke Strobos, één op de achttienhonderd Nederlanders die, met gevaar voor eigen leven, anderen voor de dood behoedde.


AUV www.uva-alumni.nl / auv

www

AMSTERDAMSE UNIVERSITEITSVERENIGING EN KRINGEN AANBIEDING HOLLAND FESTIVAL

The Master and Margarita Het Holland Festival biedt AUV-leden 10% korting op de voorstelling ‘The Master and Margarita’ van de Britse meesterregisseur Simon McBurney en zijn gezelschap Complicite. Michail Boelgakovs roman The Master and Margarita, algemeen beschouwd als zijn meesterwerk, is een magisch-realistische fantasie over de duivel die afrekent met de Sovjet-Unie onder Stalin, een vrouw die naar de hel gaat en terug om haar geliefde te redden, en Pontius Pilatus die met Jezus discussieert over de menselijke waardigheid. Het is zowel een spitse satire gericht tegen de verstikkende bureaucratie en de oppervlakkigheid van het moderne bestaan als een gewaagde analyse van goed en kwaad, liefde, seks en spiritualiteit. Een parabel die in handen van McBurney ook in deze tijd zijn doel niet mist. De voorstelling duurt drie uur, inclusief pauze. Taal: Engels, met Nederlandse boventiteling. Donderdag 21, vrijdag 22 (ontmoeting met de regisseur na afloop) en zaterdag 23 juni in de Stadsschouwburg Amsterdam. Prijs voor AUV-leden, op vertoon AUV-pas: 1e rang: € 33,75 (i.p.v. € 37,50); 2e rang: € 24,75 (i.p.v. € 27,50). Telefoon kassa Stadsschouwburg: 020-523 7787. www.hollandfestival.nl

SOCIOLOGIE

Lustrum KAS met Arlie Hochschild In oktober viert de Kring Amsterdamse Sociologen (KAS) het lustrum. Arlie Hochschild, hoogleraar Sociologie aan de University of California in Berkeley (VS), is uitgenodigd om naar aanleiding van haar nieuwe boek The Outsourced Self: intimate life in market times een voordracht te houden en deel te nemen aan een publiek interview of panelbijeenkomst. Hochschild is gespecialiseerd in de sociologie van emoties. Zij houdt zich de laatste jaren vooral bezig met de commercialisering van intieme aspecten van het bestaan en de uitbesteding van emotionele privézaken aan marktpartijen: organisatoren van huwelijken, buddies voor ernstig zieken, coaches voor baby’s. De openbare bijeenkomst vindt plaats op

donderdagavond 18 oktober, de lustrumlezing op vrijdagmiddag 19 oktober. Plaats en tijd zijn nog niet bekend, informatie daarover volgt via www.uva-alumni.nl/sociologie.

AANBIEDING MUSIC &FOAM

Tijdelijk korting op assortiment De nieuwe conceptstore &Foam aan de Vijzelstraat 78 te Amsterdam staat momenteel in het teken van Music&Foam. Tot en met 18 juli krijgen AUV-leden op vertoon van hun AUV-pas 10% korting op alle producten, met uitzondering van de Foam Editions (niet in combinatie met andere kortingen). Het assortiment van &Foam bestaat uit (vintage) boeken, posters, zines, limited editions, muziek, T-shirts en tassen. Rond het thema Music&Foam zijn er bijzondere producten waarin de combinatie van muziek en fotografie centraal staat, met titels als Mick Jagger: The Photobook, Beth Lesser – Dancehall: The story of Jamaican Dancehall Culture, Sup Magazine en diverse boeken van Anton Corbijn. Naast deze tijdelijke actie in conceptstore &Foam geldt voor AUV-leden de permanente korting van 20% op de entreeprijs voor tentoonstellingen in het fotografiemuseum Foam (Keizersgracht 609). www.foam.nl

POLITICOLOGIE

Toekomstvisies als wonderolie Op 23 februari vond het derde politicologendiner plaats, waar onderzoekers van Futureconsult Ruben Polderman en Wybren Meijer (Politicologie 2004 en 2005) spraken over toekomstvisies. Steeds meer Nederlandse gemeenten ontwikkelen een integrale toekomstvisie, waarin de koers van de gemeente voor langere tijd wordt vastgelegd. Middels uitgebreide raadpleging van burger en maatschappelijk middenveld komen gezaghebbende en kleurrijke visiedocumenten tot stand waarin opvallend veel gemeenten een toekomstbeeld schetsen van een ‘bruisende, gezellige en groene’ gemeente. De vraag is hoe effectief deze visies zijn en wat de opbrengsten zijn van de intensieve trajecten die eraan vooraf gaan. Polderman en Meijer deden onderzoek naar insteek, proces en opbrengsten van toekomstvisies in Nederland en presenteerden hun publicatie ‘Toekomstvisie als Wonderolie’. Anita van der Stap (Politicologie 1993) leidde het gesprek met de onderzoekers, waarin toekomstvisies allerminst als heilig werden neergezet: ze halen hun doelen vaker niet dan wel. Toch werkt een visietraject volgens projectleiders en burgemeesters vaak als ‘wonderolie’, waardoor processen veel soepeler lopen. Zo geven verschillende gemeenteen in hun visietraject vorm aan hun regierol door samen met bewoners en maatschappelijk middenveld een visie vast te stellen. De aanwezige alumni stelden kritische vragen over de politieke lading van langetermijnvisies (twintig jaar is de regel). Hoe kan een gemeenteraad haar opvolgers aan zo’n erfenis committeren, en is een langetermijnvisie van de vorige raad nog wel legitiem? Werken toekomstvisies depolitiserend op het gemeentelijk beleid? Polderman en Meijer legden uit dat dit per visie, raad en doelstelling verschilt. Committeert een ‘hands on’ gemeente als Rotterdam zich aan

35

lijvige uitvoeringsprogramma’s die kernambities tot een goed einde kunnen brengen; in het geval van fusiegemeenten is een gedeeld en bindend verhaal de belangrijkste uitkomst van het traject. Het debat focuste daarmee op de vraag wanneer een visietraject geslaagd is: enkel als de vooraf gestelde doelen zijn bereikt, of ook als het nastreven van het doel verbinding en slagkracht tot stand heeft gebracht?

TAALWETENSCHAP

Taalwandeling en symposium

Op zaterdag 9 juni van 13.30 tot 17.30 uur organiseert de Kring Taalwetenschap een wandeling in Amsterdam langs bekende en minder bekende locaties, vanuit het perspectief van taal. Vanaf de Schreierstoren voert de wandeling langs straten waar veel taalwetenschappelijke bijzonderheden te ontdekken zijn. De tocht eindigt in het Karthuizershof in de Jordaan met een ontvangst in het Jordaanmuseum, een borrel en een presentatie over het Jordaans. Verzamelen: 13.30 uur in het VOC-café in de Schreierstoren (Prins Hendrikkade 94) met koffie en thee. Duur wandeling: twee uur. Prijs (inclusief koffie/thee in het VOCcafé en hapjes in het Karthuizershof): € 7,50 voor AUV-leden, € 12,50 voor niet-leden. Aanmelden via kringtaalwetenschapuva@ gmail.com onder vermelding van naam en telefoonnummer. Betaling: bedrag overmaken naar rekening 5848865 ten name van Anne E. Baker onder vermelding van naam en ‘Taalwandeling’. Let op: aanmelding is pas definitief na ontvangst van betaling. Het aantal plaatsen is beperkt, vol is vol! Op dinsdag 2 oktober organiseert de Kring Taalwetenschap het symposium ‘Een leven na taalwetenschap’. Altijd al willen weten wat je nu kunt met die studie waar niemand ooit van heeft gehoord? Vier oud-studenten Taalwetenschap en Gebarentaal vertellen over hun loopbaan sinds zij hun studie voltooiden. Wat voor baan hebben ze nu en hoe hebben ze die gevonden? Ook voor huidige studenten, met tips voor hun carrièreplanning. Locatie: academisch-cultureel centrum SPUI25, tijd: 20.00 tot 22.00 uur (inloop vanaf 19.30 uur). Meer informatie: www.uva-alumni.nl/taalwetenschap.


36

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

VOORDEEL MET DE AUV-PAS ALLARD PIERSON MUSEUM

alumnivaria

Gratis toegang

HOTEL RÉSIDENCE LE COIN UvA-gastentarief

AMSTERDAMSE ACADEMISCHE CLUB Korting op lidmaatschap

BIBLIOTHEEK VAN DE UVA Gratis lenerspas

UNIVERSITAIR SPORT CENTRUM Korting op fitness-jaarkaart en cursussen

UVA TALEN Korting op cursussen en vertaalwerk

ATHENAEUM BOEKHANDEL Incidentele aanbiedingen

AMSTERDAM CITY WALKS Korting op rondleidingen en stadswandelingen

AMSTERDAM UNIVERSITY PRESS Incidentele aanbiedingen

CREA Korting op concerten, voorstellingen, lezingen, cursussen

FOAM Korting op toegang en incidentele aanbiedingen

DE HORTUS Korting op toegang

JSTOR voor alumni

Gratis toegang tot journals De Universiteitsbibliotheek biedt alumni van de Universiteit van Amsterdam een bijzondere service: volledige toegang tot de online database JSTOR. In elk geval tot eind 2012 kunt u beschikken over de full-text artikelen uit meer dan tweeduizend vooraanstaande wetenschappelijke tijdschriften op alle vakgebieden, vanaf de zeventiende eeuw tot heden. Na deze pilotperiode wordt bekeken of de toegang voor alumni wordt verlengd. UvA-alumni hebben via JSTOR online toegang tot 2040 tijdschrifttitels. JSTOR stelt als voorwaarde dat uitsluitend alumni toegang krijgen tot de collectie wetenschappelijke tijdschriften. De link naar JSTOR mag daarom niet zomaar in SPUI worden afgedrukt. U kunt alleen toegang krijgen door eerst in te loggen op de alumniwebsite van de UvA: www. uva-alumni.nl. Via de knop ‘INLOGGEN’ rechts bovenaan kunt u direct inloggen met uw gebruikersnaam, of een inlog aanvragen indien u daar nog niet over beschikt (kies ‘NIEUWE AANMELDING’). De verwerking van een aanvraag voor een inlog duurt één tot enkele werkdagen. Zodra u bent ingelogd, vindt u de toegangslink tot de registratie voor JSTOR. Bent u eenmaal geregistreerd, dan kunt u voortaan rechtstreeks inloggen op JSTOR.

HERMITAGE AMSTERDAM Korting op toegang

HOLLAND FESTIVAL Incidentele aanbiedingen

NEW YORK UNIVERSITY

SPUI25

Eerste lustrum Academisch-cultureel centrum

Van half september tot half oktober viert Academisch-cultureel centrum SPUI25 het eerste lustrum. Deze feestelijke ‘maand van de wetenschap en cultuur’ wordt geopend met de zesde SPUI25-lezing, door de Britse politiek-filosoof John N. Gray. Onder het overkoepelende thema ‘De toekomst’ presenteren de partners van SPUI25, waaronder de Amsterdamse UniversiteitsVereniging, bijzondere programma’s: hoe ziet de toekomst van de geesteswetenschappen eruit, binnen en buiten Nederland? En de toekomst van het literaire en wetenschappelijke boek, van de boekhandel en van de krant? Hoogtepunten zijn ook speciale afleveringen van ‘Zin en onzin’, ‘De wetenschap in debat’ en ‘Stand van de wetenschap’. Op het programma staat daarnaast een serie ‘Inspiratie – over de grens!’, waarin wetenschappers en kunstenaars aan het woord komen die geïnspireerd zijn door het werk van mensen buiten hun eigen vakgebied. Prominente relaties van SPUI25 krijgen bovendien carte blanche voor een avond over een typisch SPUI25-onderwerp. Vrienden van SPUI25 kunnen een uitnodiging voor een speciale vriendenactiviteit tegemoet zien. Meer informatie over de lustrumactiviteiten en het actuele programma: www.SPUI25.nl. Aanmelden digitale nieuwsbrief: spui25@uva.nl.

Gratis toegang tot diverse voorzieningen

Academische Club

OPEN UVA-COLLEGES

AAC in de lift

Verschillende kortingen

NIEUWE KERK AMSTERDAM Korting op toegang

OPPASCENTRALE KRITERION Korting op contributie

HOME ACADEMY Korting op hoorcolleges op audio-cd

UVA SHOP Korting in de online shop

www.uva-alumni.nl/auv-pas

foto: Dirk Gillissen

De Amsterdamse Academische Club (AAC) zit in de lift. Een nieuw bestuur en een nieuwe directeur maken de club tot een bruisende ontmoetingsplaats voor UvAalumni, -medewerkers en andere relaties in en rond de stad Amsterdam. De AAC organiseert maandelijkse debatten die goed worden bezocht. Daarmee wil de Club een brugfunctie vervullen tussen alumni en het academische bedrijf, bijvoorbeeld met programma’s rond kennisvalorisatie. De AAC wil daarnaast ook bijdragen aan het bestendigen van de verbintenis tussen alumni en de UvA door hen te betrekken bij debatten en andere activiteiten van de universiteit. Zo worden in samenwerking met het


AUV-pas www.uva-alumni.nl / auv-pas

www

bureau Alumnirelaties en Universiteitsfonds alumni met een specifieke achtergrond uitgenodigd voor avonden over thema’s die aansluiten bij hun vakgebied. Ook het clubrestaurant wordt steeds beter bezocht. Er is een nieuwe cateraar aangetrokken die een goed en gevarieerd lunch- en dinermenu aanbiedt. Iedere donderdagavond is ledenavond: dan is de club exclusief beschikbaar voor leden en introducees. Op vrijdag is er een wekelijkse borrel met live muziek voor alle UvA-alumni en -medewerkers. Op overige dagen kan de club ook exclusief worden afgehuurd. www.uva.nl/academischeclub

Open UvA-Colleges

Interdisciplinaire colleges

Verdieping en verbreding op tal van terreinen. Zie voor het actuele aanbod www.studeren.uva.nl/open-uva

Het Instituut voor Interdisciplinaire Studies (IIS) aan de UvA verzorgt colleges met wetenschappelijke, maatschappelijke, culturele, filosofische en actuele thema’s, zoals Big History, Sterrenkunde en Islamitische kunst en architectuur. Vragen vanuit verschillende wetenschapsgebieden worden verrassend verkend en creatief gecombineerd. De colleges zijn ook toegankelijk voor niet-reguliere studenten en contractanten. Het volledige aanbod voor de periode september 2012 tot en met januari 2013 vindt u op www.iis.uva.nl/opleidingen/keuzeonderwijs.

Mastercourses Docenten in de schoolbanken! Vindt u het leuk om te horen waarmee wetenschappers zich momenteel bezighouden? Bent u op zoek naar inspiratie voor lesmateriaal? Vergaar nieuwe inzichten en neem deel aan een UvA-mastercourse op uw vakgebied. Meer informatie en aanmelden: www.uva.nl/mastercourses

Bijzondere Collecties Voor alle activiteiten van de Bijzondere Collecties: www.bijzonderecollecties.uva.nl

Illustere School

Publieksbijeenkomsten, colleges en nascholing In september start de Illustere School van de Faculteit der Geesteswetenschappen met een nieuw programma. Er is een uitgebreid aanbod van themabijeenkomsten en rondleidingen, Open UvA-Colleges en nascholingsprogramma’s, en debatten en lezingen in Academisch-cultureel centrum SPUI25. Vanaf eind juni is het publieksprogramma bekend en is inschrijving mogelijk, via www.hum.uva.nl/illustereschool. Om de start van de inschrijving niet te missen, kunnen geïnteresseerden zich aanmelden voor de digitale nieuwsbrief van de Illustere School, via www.hum.uva.nl/ illusterenieuwsbrief

Universiteitskoor

Zingen met alumni Afgelopen jaar is het Universiteitskoor van start gegaan, een initiatief waarin studenten, medewerkers en alumni samen op hoog niveau musiceren. Het koor – met circa 25 deelnemers – richt zich vooral op muzikale bijdragen aan activiteiten van UvA Erfgoed, zoals openingen van tentoonstellingen en symposia. Het repertoire is breed georiënteerd: van polyfone werken van Sweelinck tot eenstemmige patriottische liederen uit de late achttiende eeuw, van muziek voor en door vrouwen tot komische composities over dieren en van middeleeuwse kerkmuziek tot bewerkingen van popsongs uit het recente verleden. Waar mogelijk wordt bij de repertoirekeuze gebruikgemaakt van de historische muziekcollecties van de UvA. Het koor staat onder leiding van Simon Groot, dirigent van o.a. het Hemony Ensemble en conservator van de muziekhistorische collecties. Omdat het Universiteitskoor een bijdrage levert aan belangrijke activiteiten van de UvA, worden er hoge eisen gesteld aan de vocale en muzikale vaardigheden van de deelnemers, die hun geschiktheid in audities moeten demonstreren. Het koor repeteert op woensdagavond in CREA (let op: de nieuwe locatie van CREA is Nieuwe Achtergracht 170). Voor meer informatie en aanmelding kunt u contact opnemen met CREA: 020-525 1435, planning@crea.uva.nl, of direct met de dirigent: s.h.groot@uva.nl.

De Universiteit van Amsterdam bestaat dit jaar 380 jaar. Het 76e lustrum staat in het teken van het thema nieuwsgierig zijn. Nieuwsgierigheid is de bron van alle kennis en een krachtige en aanstekelijke drijfveer voor de wetenschap. Meer informatie: www.uva.nl/lustrum

37


38

spui 36 01 | 2012 www.uva-alumni.nl

amsterdams universiteitsfonds American Friends of the University of Amsterdam Jaarlijks organiseert de Universiteit van Amsterdam in samenwerking met de Amsterdamse Universiteits-Vereniging en het Amsterdams Universiteitsfonds alumnibijeenkomsten in New York. Deze bijeenkomsten bieden alumni en vrienden van de Universiteit van Amsterdam in de Verenigde Staten de gelegenheid elkaar en wetenschappers en andere vertegenwoordigers van de universiteit te ontmoeten. Vorig jaar werd voor het eerst een bijeenkomst gehouden in Boston. Tijdens deze alumnibijeenkomsten blijkt telkens dat de betrokkenheid van in de Verenigde Staten verblijvende alumni en onze Amerikaanse vrienden groot is. Speciaal voor hen heeft het Amsterdams Universiteitsfonds daarom het fonds ‘American Friends of the University of Amsterdam’ in het leven geroepen. Dit fonds maakt deel uit van de King Baudouin Foundation United States (KBFUS) en stelt donateurs in Amerika in de gelegenheid fiscaal voordelig aan de UvA te schenken. Wilt u meer weten over doneren aan de Universiteit van Amsterdam of schenken vanuit de Verenigde Staten? Neem dan contact op met Jochem Miggelbrink (universiteitsfonds@uva. nl, (+31) (0)20-525 2067), bezoek onze website op www.auf.nl, of die van de KBFUS op www.kbfus.org. Via deze laatste website kunt u via de knop ‘Donate now’ rechtstreeks doneren (selecteer ‘University of Amsterdam’ uit de keuzelijst ‘non-profit partners Overseas’).

maak het mogelijk Onderwijs en onderzoek Studie- en reisbeurzen Studentenvoorzieningen Academisch-cultureel erfgoed www.auf.nl/jaarfonds


column

39

tekst • Merijn de Boer beeld • Stephan Raaijmakers

Bij nader inzien

Mijn verwachtingen van het studentenleven in Amsterdam waren gestoeld op de 1200 pagina’s Bij nader inzien van J.J. Voskuil, die ik op mijn zestiende thuis in Heemstede gelezen had. Ware literatuur doet je de werkelijkheid vergeten. Zo was het mij even ontgaan dat er tussen de jaren veertig, waarin de roman zich afspeelt, en begin eenentwintigste eeuw het een en ander was veranderd. Dat een vriendengroep iedere avond bij elkaar zat op zolderkamers verspreid door de stad, om heftige discussies te voeren over literatuur en het leven, lag in 2001 minder voor de hand. En bij de studie Nederlands trof ik tot mijn teleurstelling geen mensen zoals Paul Dehoes en Maarten Koning, de hoofdpersonages in Voskuils roman. Achteraf vraag ik me af hoe goed het voor het welzijn van een puber is om Bij nader inzien te lezen. Mijn eerste jaar bracht ik roeiend en lezend door. Ik werd wedstrijdroeier, lichte wedstrijdroeier, wat betekende dat ik alleen maar rijst met droge kip mocht eten. Voor de wedstrijden moest ik onder de 65 kilo blijven. Iedere ochtend om zeven uur meldde ik me bij de Bosbaan of aan de Amstel. Waarom die trainingen altijd zo godvergeten vroeg moesten plaatsvinden weet ik nog altijd niet. De gedachte van de trainer was mogelijk: dan hebben ze lekker nog de hele dag om andere dingen te doen. Maar de trainingen waren zo vermoeiend dat ik de rest van de dag alleen maar narcoleptisch op mijn bed kon liggen, De tandeloze tijd van A.F.Th. van der Heijden lezend. Ik woonde toen in een souterrain aan het Singel. Toch nog één jaar van mijn leven topsporter geweest. Het jaar daarna meldde ik me aan bij het Corps. Gezien het lidmaatschap van mijn broer en veel vrienden van de middelbare school had het voor de hand gelegen als ik dat een jaar eerder al had gedaan, maar toen wilde ik er nog niks mee te maken hebben. Tot in Carp twee jongens van het dispuut HEBE geportretteerd werden: de een was schilder en maakte allerlei over het paard getilde opmerkingen over kunst, de ander vertelde hoe hij zijn boekenkast volgens bepaalde algoritmen ordende. Bij deze jongens wilde ik wel in het dispuut. Inmiddels zijn het allebei goede vrienden van me. Met de vereniging heb ik nooit veel gehad, met HEBE des te meer. Het dispuutshuis stond en staat aan de Nieuwe Herengracht, naast het huis van de inmiddels overleden historicus Richter Roegholt, met wie we goed contact hadden en van wie we tijdens de groentijd college over de geschiedenis van Amsterdam kregen. We woonden er met z’n zestienen. Mijn leven heeft zich jarenlang nauwelijks buiten de muren van dit huis afgespeeld. Het kwam uiteindelijk toch nog behoorlijk in de buurt van wat Voskuil beschreef. In de studie had ik veel plezier, al was ze de eerste jaren niet altijd even uitdagend. Vooral Rudolf Geel en Tom van Deel waren docenten die me aanspraken. In mijn masterjaar had ik lessen van Nico Laan, die me onder andere op het spoor bracht van dr. P.H. Ritter jr., de corrupte radiocriticus op wie ik bij Laan ben afgestudeerd. Mijn hele studententijd heb ik nauwelijks geschreven, hoewel ik al sinds mijn zestiende bezig was om schrijver te worden. Toen ik uit huis ging, gooide ik op een avond alles wat ik tot dan geschreven had in de open haard. Ik wilde met een schone lei beginnen. Maar die lei bleef voorlopig schoon. Wel hield ik jarenlang een dagboek bij. En ik schreef een verhaal dat in de Penthouse werd gepubliceerd: ´Zeeuwse mossels´. Dat werd mijn ‘literaire’ debuut. Het ging over een jongen die op bezoek gaat bij zijn tante in Zeeland en dan dingen zegt als: ‘Tantetjelief, wat doet u nu.’ Ik zal er maar verder niet uit citeren. In die jaren nam ik me voor om als ik eenmaal afgestudeerd was iets te beginnen met een rijke advocate in wier appartement in Oud-Zuid ik mijn leven van lezen en nietsdoen kon voortzetten. Of anders werd ik visser of houthakker in Scandinavië. Maar toen het eenmaal zover was, koos ik ervoor om de zelfontplooiing toch maar niet overboord te gooien en verder te studeren: Literatuurwetenschap in Brussel. Daarna ging ik een halfjaar naar Parijs, samen met mijn vriendin, de liefde van mijn leven, die ik op een gala van HEBE had leren kennen. Toen we terugkwamen, begon ik bij uitgeverij Van Oorschot, de uitgever van Bij nader inzien. Eerst als ‘pakknecht’, daarna als redacteur. Met schrijven was ik ondertussen in Parijs weer begonnen. In 2009 werd er voor het eerst een verhaal opgenomen in literair tijdschrift De Gids, waarna ik in contact kwam met Bart Kraamer, redacteur van uitgeverij Meulenhoff. Daar verscheen in september van 2011 mijn boek Nestvlieders. •

Merijn de Boer – 1982 • 2006 Nederlandse taal en cultuur cum laude • 2007 Literatuurwetenschap cum laude, interuniversitaire studie in België • 2006-heden schrijver

• 2008-heden redacteur literair tijdschrift Tirade • 2008-heden redacteur uitgeverij Van Oorschot • 2011 Nestvlieders, een bundel van twee korte en twee lange verhalen, bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs 2012


Altijd al een trui gewild met het logo van de Universiteit van Amsterdam? Of een mok om uw koffie uit te drinken? Ons assortiment biedt ook t-shirts, stropdassen, caps, tassen en meer. Kijk op www.uvashop.nl voor een overzicht van al onze artikelen. AUV-leden ontvangen 15% korting op alle artikelen bij bestellingen via de webshop.

Master your Future »Thinking Business«

Bedrijfskunde in deeltijd (MSc) voor professionals ■ Onderwijs op vrijdagen

■ Verkort schakelprogramma voor academici

■ Start in september en februari

■ Kleinschalig en interactief onderwijs

■ Duur van het masterprogramma 1,5 jaar

■ Voor ambitieuze wo en hbo professionals

■ Duur van het schakelprogramma 1 jaar

■ Specialisatie in Marketing, Strategie of HRM

Bezoek een voorlichtingsavond en onze website. Voor meer informatie belt u met Ed van der Lely, programma manager. Plantage Muidergracht 12 | 1018 TV Amsterdam | T (020) 525 5339 | mbs@uva.nl | www.abs.uva.nl/mbs

ei 23 m12 20 ur 0u 19.0


SPUI 36