Page 1

12 november 2015 39ste Jaargang • nr. 10

‘Acteurs spelen achterstevoren’ Pagina 11

Sigaretten, soep, glossy’s en cartoons: alle plaatjes van profeet Mohammed

Lang leve de jury! Frits Roosendaal fileert de Wetenschapsagenda

Leidse graffitiheld Zedz heeft geen spijt van treinen vol throw-ups

Pagina 3

Pagina 8

Pagina 9

De bèta’s tegen de alfa’s Verstikken de natuurwetenschappen de humaniora, zoals Willem Otterspeer beweert? Is het werkelijk de schuld van de bèta’s dat de alfa’s ten ondergaan, zoals Willem Otterspeer schrijft in zijn pamflet Weg met de wetenschap? Mare ging verhaal halen, en nam voor de zekerheid sterrenkundige Simon Portegies Zwart mee.

hoe gaan we met elkaar om op deze planeet? Dat wordt beanwoord door de geesteswetenschappen. Dat kunnen jullie veel beter uitbuiten dan nu gebeurt.’ Otterspeer: ‘Dat neem ik onszelf ook kwalijk.’ Portegies Zwart: ‘Wij stellen modellen op, toetsen

die en als het fout is, dan gooien we ze overboord en beginnen opnieuw. Dat is niet veel anders dan hoe een historicus werkt. Dat de natuurwetenschappen dominant zijn, is niet onze schuld. Het is ons opgedrongen door de maatschappij, die een enorme drang heeft naar technische kennis die praktisch toepasbaar

DOOR VINCENT BONGERS Het gaat fout met

de geestestwetenschappen, schrijft hoogleraar universiteitsgeschiedenis Willem Otterspeer in zijn vorige week verschenen pamflet Weg met de wetenschap. Daarin roept hij op tot een strijd tegen de dominantie van de natuurwetenschappen. De bèta’s zouden de humaniora wegconcurreren. Op verzoek van Mare waagde hoogleraar sterrenkunde Simon Portegies Zwart zich in het hol van de leeuw, de met stapels paperassen gevulde kamer van Otterspeer in het Academiegebouw, om de eer van de natuurwetenschappen te verdedigen. Het werd geen bloedig gevecht eindigend in een knock-out, maar een partijtje sparren met af en toe een venijnige uppercut.

Ronde 2: Geesteswetenschappen gaan ten onder aan ‘de fetisj van de feitenreeks’ Otterspeer: ‘De humaniora zijn geïnfecteerd door de methoden van de bèta’s. We werken met twijfel en leren dat we in het donker blijven tasten. Een natuurwetenschapper weet zeker dat hij een keer het licht aan kan doen.’ Portegies Zwart: ‘We hebben een methodiek die in millenia is ontwikkeld. De alfa’s hebben liggen slapen en de boel echt laten verslonzen. Jullie dachten: “Zij doen het zo goed, laten we ze naäpen.” Zoek zelf een creatieve oplossing. Bedenk eigen theorieën en modellen.’ Otterspeer: ‘Ik heb drie zorgen: er is een dreiging dat we de humaniora verliezen zodat de universiteit versnippert in allerlei wetenschappelijke instituutjes die geen binding met elkaar hebben. Daarnaast dreigt het intellectuele middenveld, een breed opgeleide bevolking, te verdwijnen. Maak de humaniora een essentieel onderdeel van de bacheloropleiding.’ Portegies Zwart: ‘Ik ben als de dood voor de toekomst van studenten die een generieke opleiding hebben.’ Otterspeer: ‘Het is echt een ramp dat scholieren alleen Engels kunnen. Ik kan studenten geen Duits of Frans artikel meer laten lezen. Die talen moeten een plaats krijgen in een verplicht core curriculum, in een breed vormende bachelor. Ik vind het heel jammer dat alles zo gericht is op specialisatie.’ Portegies Zwart: ‘Dat kan echt niet anders.’

Ronde 1: Natuurwetenschappen zijn belangrijker dan humaniora Portegies Zwart: ‘Dit is een typisch voorbeeld van het Calimero-gedrag. Ik ben sterrenkundige en computerwetenschapper, maar als er ook maar iets onbelangrijk is, is het wel de sterrenkunde.’ Otterspeer: ‘Ik citeer een van jullie belangrijkste zielen, de natuurkundige Ernest Rutherford. Hij zei: “All science is either physics or stamp collecting.”’ Portegies Zwart: ‘Tja. En Kamerlingh Onnes zei: “Door meten tot weten.” Er zijn altijd wetenschappers die hele mooie boude uitspraken doen, zoals Willem Otterspeer: “Weg met de wetenschap.” Individuen zeggen mij niet zoveel. Door de natuurwetenschappen kun je een betere fiets bouwen zodat je minder hard hoeft te trappen. Maar de echte vraag luidt:

Nu in de boekhandel en webshops: Nu Nu in in de de boekhandel boekhandel en en webshops: webshops: (ook als eBook) (ook (ook als als eBook) eBook)

is. Die drang naar valorisatie - het valt me mee dat ik het woord überhaupt uit mijn mond krijg - is de grote vloek van deze eeuw. Het is rampzalig, ook voor ons: dingen ontwikkelen die je kunt gebruiken, is iets heel anders dan wetenschap bedrijven. Bovendien gaat die dominantie voor sterrenkunde ook niet op.’ Otterspeer: ‘Het is wel een dure wetenschap. Ik gun jullie dat geld.’ Portegies Zwart: ‘Daar ben ik het absoluut mee oneens. Wij moeten ook bedelen.’

Illustratie Michiel Walrave

> Verder lezen op pagina 6

LITERAIR TALENT OPGELET! WIN € 250 MET MARE-KERSTVERHALENWEDSTRIJD

We dreigen te stranden op klimaat. We We dreigen dreigen te te stranden stranden op op klimaat. klimaat. Maar zijn verdeeld. Welke aanpak Maar Maar zijn zijn verdeeld. verdeeld. Welke Welke aanpak aanpak brengt onze waarden op één lijn, brengt brengt onze onze waarden waarden op op één één lijn, lijn, en mobiliseert alle krachten? en en mobiliseert mobiliseert alle alle krachten? krachten? www.socdim.info www.socdim.info www.socdim.info

mare-nijssen 151005.indd 1 mare-nijssen mare-nijssen 151005.indd 151005.indd 1 1

Ook dit jaar weer: de Mare-kerstverhalenwedstrijd! Schrijf een verhaal van tussen de 1500 en 2000 woorden en win €250, €75 of €50. Oproep van auteurs en juryleden Christiaan Weijts en Arjen van Veelen: verras ons. Mail uiterlijk 10 december naar: redactie@mare.leidenuniv.nl Deelname alleen voor Leidse studenten.

13-10-15 14:04 13-10-15 13-10-15 14:04 14:04


2  Mare · 12 november 2015 Geen commentaar

Jenga Door Bart Braun Op een dag gaapt er een diepe krater aan het Rapenburg. Plukken haar met huid eraan drijven in de gracht, en de stank van kunstmest en benzine hangt in de lucht. Zijn er overlevenden? Jazeker! Van onder een archiefkast klinkt een vastbesloten stem: ‘Nu pikken we het niet meer. We stellen twee commissies in!’ Het nadeel van grote organisaties is dat ze bestuurlijke logheid met zich meebrengen. Het zijn olietankers, die maar moeilijk van hun koers af te brengen zijn. Je ontkomt daar nooit helemaal aan, maar het lijkt wel alsof in Leiden en Den Haag die logheid ook echt wordt gekoesterd.

Over zoiets onbenulligs als de vraag ‘hoe moeten studieverenigingen omgaan met alcohol en minderjarigen?’ moet al meer dan twee jaar vergaderd worden (zie pagina 4). Niet gek, voor universitaire begrippen. Als er uit een personeelsmonitor komt dat er wordt gepest aan Campus Den Haag, dan zou je als bestuurder de pestkoppen eens bij je kunnen roepen. Of je huurt na lang vergaderen een extern bureau in, dat een rapport schrijft waar je ook weer over kunt vergaderen. Als vervolgens bij de volgende personeelsmonitor, drie jaar later, blijkt dat er geen zak veranderd is, kun je vergaderen over hoe het ooit zover heeft kunnen komen. Maar niet in één keer: dan is Pietje weer afwezig, de volgende vergadering heeft Henkie de stukken niet ontvangen en – yes! – je bent zo weer maanden verder. Wel jammer dat je zo je pestkoppen de hand boven het hoofd houdt. Nog mooier is het om een extern bureau in te huren om de hoge werkdruk bij Geesteswetenschappen te inventariseren (zie pagina 5). Je zou natuurlijk de faculteitsraad kunnen gebruiken om de werkdruk in kaart te brengen, en dan het schaarse belastinggeld dat je is toebedeeld inzetten om die werkdruk te verlagen. Maar dan laat je een uitlezen gelegenheid schieten om te vergaderen over de keuze het bureautje, te vergaderen over hun verslag, te vergaderen over de samen- en doelstelling van de ‘Taskforce verlaging werkdruk’ die je volgens het verslag op zou moeten richten, en uiteindelijk te vergaderen over het rapport van die taskforce. Met een beetje mazzel zijn er in de tussentijd twee of drie bestuurswissels geweest – hoog tijd om eens onder het personeel te inventariseren of de werkdruk al is afgenomen. Afgelopen vrijdag gebeurde er echter iets raars. De geesteswetenschappers liepen boos weg bij de dames van het externe bureau. Daarmee schoffelden ze de hele Jenga-toren van toekomstige vergaderingen, rapportages en vergaderingen over rapportages zomaar onderuit, de party poopers. Alsof ze zowaar iets beters te doen hadden, zoals het wegwerken van de opstapelende werkdruk. Zo word je natuurlijk nooit decaan.

Colofon Redactie-adres Reuvensplaats 3, 2311 BE Leiden

Column

Postbus 9500 2300 RA Leiden Telefoon 071–527 7272 Website mareonline.nl E-mail redactie@mare.leidenuniv.nl

De redactie is op vrijdag gesloten. Oplage circa 15.000 Hoofdredactie

Frank Provoost frank.provoost@mare.leidenuniv.nl Redactie

Vincent Bongers vbongers@mare.leidenuniv.nl Bart Braun bbraun@mare.leidenuniv.nl Petra Meijer p.meijer@mare.leidenuniv.nl Marleen van Wesel h.g.van.wesel@mare.leidenuniv.nl Monica Preller (stagiaire) m.preller@outlook.com Medewerkers

Tim Meijer • Esha Metiary • Marc van Oostendorp • Benjamin Sprecher Fotografie Taco van der Eb • Marc de Haan Illustraties Bas van der Schot • Bandirah • Silas.nl Basisontwerp Roeland Segaar, Zabriski Communicatie Art direction en vormgeving Marcel van den Berg Drukwerk Rodi Rotatiedruk, Broek op Langedijk Advertenties Bureau van Vliet B.V. Postbus 20 2040 AA Zandvoort Telefoon 023 - 571 47 45 Redactieraad

Prof. dr. J.C. de Jong (voorzitter) • Prof. dr. F. Israel (vicevoorzitter) • drs. B. Funnekotter • J. Daemen • S. Grootveld • drs. M. van Hintum • mr. F.E. Jensma • M. Kuipers • prof. dr. N.J. Schrijver • dr. J.P. Vollaard • F. Vermeeren • C. van der Woude Jaarabonnementen

Een jaarabonnement op Mare loopt van september t/m juni. Belangstellenden kunnen Mare thuisgestuurd krijgen door €35 over te maken op IBAN NL68RABO0103257950 ten name van Universiteit Leiden (o.v.v. Mare en SAP-nummer 6200092091) en vervolgens een bevestigingsmail met daarin hun adres te sturen naar redactie@mare.leidenuniv.nl. Studenten betalen €25. Ter controle graag in de bevestigingsmail ook het studentnummer vermelden. Adreswijzigingen

Alleen schriftelijk met postwikkel. Klachten en opmerkingen over de toezending van Mare 071-5277272. Mededelingen voor het op donderdag verschijnende nummer moeten uiterlijk de voorafgaande donderdag 16.00 uur in het bezit van de redactie zijn. ISSN 0166-3690

Erger dan een zelfmoordterrorist Ik bezocht vorige week een conferentie in Brussel van de International Solid Waste Association, de wereldwijde beroepsorganisatie van het afvalwereldje. De voorzitter vertelde in zijn openingsspeech dat de afvallobby enorm veel moeite heeft om goede regelgeving voor een circulaire economie van de grond te krijgen. Ze worden vooral tegengewerkt door de fossielebrandstoffenlobby, die alles wat ook maar enigszins riekt naar vermindering van energiegebruik probeert af te schieten. En vooralsnog met succes. De voorzitter deed een emotionele oproep aan alle aanwezigen, zowel uit het bedrijfsleven als de wetenschap, om zich hier meer bewust van te zijn. Die schaduwachtige lobby’s van cynische multinationals zijn inderdaad een gemeenschappelijke vijand. Maar die vijand heeft ongeveer hetzelfde abstractieniveau als de gemeenschappelijke vijand klimaatverandering. Het zit wel ergens in je achterhoofd, soort van, maar niet echt. India en Pakistan kregen afgelopen zomer de sterkste hittegolf ooit te verduren, waardoor duizenden mensen overleden. In Nederland kreeg je daar niets van mee. Daar treurde men hooguit over het feit dat we waarschijnlijk nooit meer een Elfstedentocht zullen meemaken. Hetzelfde geldt voor nare multinationals. Als je in Brussel op EU-niveau beleid probeert te beïnvloeden zal het vast een bloedige strijd zijn met het fossiele grootkapitaal, maar hier in Nederland merk je daar als wetenschapper nauwelijks iets van. Nee, de grootste bron van vijandelijkheden richting de milieuwetenschappen komt vanuit een totaal onverwachte hoek: milieuactivisten. De meest onschuldige vorm van milieuterrorisme kom je regelmatig op conferenties tegen. Zo ook in Brussel. Na een half uur durende presentatie van een wetenschappelijk rapport greep een ngo-miepje haar kans om op hoge toon een rammelend en onsamenhangend betoog te houden dat een of ander compleet irrelevant onderwerp veel te weinig wetenschappelijke aandacht kreeg. Het was schandalig, en we moesten ons allemaal schamen. Ze sloot dit

af met de klassieker: ‘So I guess my question is, are you aware of this?’ De spreker gaf aan daar nu sowieso van op de hoogte te zijn, en daarmee was de tijd voor vragen afgelopen. Dikke vinger voor iedereen die naar Brussel was gekomen in de hoop een interessant wetenschappelijk debat mee te maken. Soms krijg je ook een directere aanval te verduren. Ik mailde ooit een ngo nadat het een verschrikkelijk slecht onderbouwd rapport over de milieu-impact van zeldzame aardmetalen had gepubliceerd, dat door de VVD was gebruikt om zo mogelijk nog dommere Kamervragen te stellen. Prompt werd ik uitgemaakt voor ‘iemand die erger is dan een Palestijnse zelfmoordterrorist’. Inhoudelijke discussie lijkt sowieso een probleem te zijn voor sommige milieuactivisten. Twee jaar geleden publiceerde het open access-tijdschrift PLoS ONE een paper over een groep bestrijdingsmiddelen (de neonicotinoiden) die gevaarlijk zijn voor bijen. Een van mijn collega’s had daar een rebuttal op gepubliceerd waarin een aantal aspecten van de methode (maar niet de conclusies!) ter discussie werden gesteld. Standaard gang van zaken in de wetenschap zou je zeggen. Maar niet voor een aantal gepassioneerde imkers, die net iets te emotioneel bij het onderwerp betrokken waren. Ze werden boos. Zo boos dat een van hen tijdens een lezing van mijn collega in het publiek ging zitten, om luidruchtig met een bus bestrijdingsmiddelen heen en weer te schudden. Op gegeven moment werd haar mailbox zelfs volgegooid met hakenkruisen en foto’s van dode mensen. In de bijgeleverde verklaring werd uitgelegd dat ze een sluimerende chemische genocide had veroorzaakt. Over een maand publiceert ons instituut weer een controversieel rapport over hetzelfde onderwerp. Ik ben benieuwd. De bijenstichting heeft alvast gemeld een advocatenkantoor te hebben ingeschakeld. Benjamin Sprecher is promovendus bij het Centrum voor

Milieuwetenschappen Leiden


12 november 2015 · Mare 3 Mensen

De profeet met vele gezichten Mohammed: van nobele weldoener tot antichrist Islamist Welmoet Boender geeft een cursus over de verschillende beelden van Mohammed. ‘Er is altijd discussie over geweest.’ Door Marleen van Wesel ‘Ik zal wel afbeeldingen van Mohammed tonen. De collegezaal is bij uitstek een ruimte waarin je dat moet en kan doen, juist zonder politieke en religieuze bedoelingen’, zegt docent Welmoet Boender. Ze geeft de driedelige cursus Beelden van Mohammed bij de Leiden Islam Academie van de Universiteit Leiden. ‘De Leiden Islam Academie wil het enorme kennisreservoir van de universiteit voor iedereen toegankelijk maken. En omgekeerd: we kijken welke vragen er vanuit de maatschappij komen over de islam, bijvoorbeeld van Jeugdzorg of de politie.’ Ook deze cursus sluit daarop aan. ‘Er zijn veel vragen over interreligieuze betrekkingen, door de moord op de redactie van Charlie Hebdo in Parijs, en de aanslagen daarna in Kopenhagen.’ De korte reeks gaat overigens lang niet alleen over afbeeldingen, maar ook om verhalen waarin, met woorden, een beeld van Mohammed wordt geschetst. Afgelopen maand presenteerde hoofdredacteur Brahim Bourzik zijn glossy Mohammed, waarin de profeet trouwens niet wordt afgebeeld. ‘Daarin wordt Mohammed vanuit een hedendaags islamitisch perspectief beschreven. Als een nobel mens, een voorbeeldfiguur. Zaken die uit polemieken naar voren komen, laat de glossy buiten

De Profeet: ingezet om sigaretten, tijdschriften en bouillon te verkopen. beschouwing. Vijandige beelden gaan over zijn houding tegenover joden of dat hij bloeddorstig was.’ Binnen de islamitische traditie bestaan veel verschillende beelden, aldus de onderzoeker. En ook binnen het christendom: ‘De vroegste christelijke noties over de islam draaien al om zijn positie. Hij zou een valse profeet zijn en de islam een vorm van ketterij. Of de islam zou een beproeving zijn van God, vanwege de dwalingen van de christenen. Ook in die notie is Mohammed een valse profeet. Of zelfs, zoals bij Luther, de antichrist. Anderen wijzen er juist op dat de komst van Mohammed al werd voorspeld in het Oude Testa-

ment.’ Boender vat samen: ‘Abraham kreeg met Sara zijn zoon Isaak, maar met Hagar kreeg hij Ismaël. Mohammed komt uit het volk van Ismaël.’ Dat idee wordt tot op de dag van vandaag erkend door christelijke geestelijken, maar ook die andere ideeën leven voort. ‘In de hedendaagse controverse worden elementen van het beeld van die valse profeet herhaald: de vele echtgenotes die hij had, de rol van zijn zwaard en dat hij een epilepticus was die aan wanen zou lijden.’ Maar het is allang niet meer alleen een botsing tussen religieuze tradities. ‘Al vanaf de negentiende eeuw werd het debat in een politieke context geplaatst. Het is een

clash van us and them, een kwestie van othering. De controverse rond cartoons is óók een kwestie van het op scherp zetten van die tegenstelling.’ Over afbeeldingen is altijd discussie geweest, zegt Boender. ‘Er mogen geen beelden verafgood worden, maar: wanneer is er sprake van een afgodsbeeld?’ Ze toont een afbeelding van een reliëf op het gebouw van het Hooggerechtshof in Washington. ‘Daar wordt Mohammed afgebeeld tussen achttien dragers van het recht uit de menselijke geschiedenis. Napoleon, Mozes, Confucius. Daar kwam protest op, maar hoewel er elders in Amerika al in de jaren twintig reliëfs zijn verwijderd, staat

deze sculptuur er nog steeds.’ Die zal ze tijdens het college gerust tonen, maar niet de cartoon van Kurt Westergaard, waarop Mohammed een bom draagt als tulband. ‘Die is zeer beledigend en bovendien wel bekend. Die hoef ik niet te herhalen. Maar verder hebben we eigenlijk meer te maken met copyrightkwesties dan protesten.’ Cursus Beelden van Mohammed 18 en 25 november, 2 december, 19.00 €25 (studenten €10) Aanmelden via http://hum.leiden. edu/lias/lucsor/news/beelden-vanmohammed.html

Frutti di Mare

Rookvlees op sterk water Door Petra Meijer ‘Rook je? Wil je een wijntje?’, vraagt Anneke Knaap (81) – An voor ingewijden – als Mare maandagmiddag langskomt. Het is kenmer-

kend voor de gastvrijheid waarmee ze studenten in haar huisje tegenover Catena verwelkomt. Ze komen vaak aanwaaien voor een potje Scrabble op

het terras, een logeerbed, Irish Coffee of gewoon een sigaretje. Zaterdag was ze veertig jaar lid van Catena en dus werd er een surprise-

Anneke Knaap is al veertig jaar lid van Catena: ‘De jeugd houdt me jong.’ 

Foto Taco van der Eb

party georganiseerd. Met een klaverjastoernooi en wodka-jus op de tap. ‘Ik ben gek op wodka-jus. En op verkleedfeestjes.’ Ze somt haar outfits van de afgelopen jaren op: ‘Zwarte kat, Cruella de Vil, vlinder, engeltje. En Bugs Bunny: zo’n vrouw met van die oortjes.’ ‘Je bedoelt een Playboy Bunny’, vult Cateniaan Sietse van den Berg (25, culturele antropologie) haar aan, en de twee schieten in de lach. ‘Ach ja, de jeugd houdt me jong’, zegt An. ‘Bovendien heb ik rookvlees en sta ik op sterk water.’ Toen An veertig jaar geleden lid werd van Catena, was ze al 38 jaar. ‘Ik was eerst nog keurig getrouwd. We waren lid van de NVSH en die bijeenkomsten waren op Catena. Daar kwam ik Adriaan tegen, die de voorzitter was. Mijn man ging vreemd, en Adriaan en ik werden verliefd. Adriaan was 21 en ik 38. Hij is veel te vroeg overleden, maar de tijd die we samen hadden was heel gelukkig en lollig.’ An werd lid van Catena, waar ze later ook nog in het bestuur zat, voor Sinterklaas speelde en de mensa opzette. ‘Ik wist helemaal niet wat een mensa was, maar Adriaan vond dat ik lekker kon koken.’ In het kleine huisje vol snuisterijen gaat ze op zoek naar een zwartwit foto van haarzelf als Sinterklaas. Dan legt ze wat krantenartikelen op tafel. Eén uit 1984, die An als kampioen klaverjassen toont. En een artikel uit het Leids Dagblad. ‘Kijk, ze schelden me uit voor de coolste oma’, zegt ze trots. Naar

aanleiding van het artikel mocht ze ook langs bij Eva Jinek. Maar haar grootste droom is om bij Matthijs van Nieuwkerk aan tafel te belanden. Die mist ze geen avond. Het was niet nodig om An naar Catena te lokken voor de surpriseparty. Van den Berg: ‘Als je een klaverjastoernooi organiseert, verschijnt An vanzelf.’ Meestal gaat ze echter pas rond kwart voor één ’s nachts richting Catena. ‘Als er niks meer op tv is. Ik kijk graag naar detectives en politieseries. Des te meer moorden, des te beter.’ Bij Catena komt ze om ‘lekker te kwebbelen, te roken, en een plaatje aan te vragen. Ik houd van Boudewijn de Groot, Piano Man, en Gute Nacht, Freunde van Reinhard Mey.’ Ze beginnen samen te zingen. ‘Gute Nacht, Freunde, es wird Zeit für mich zu gehen. Was ich noch zu sagen hätte, dauert eine Zigarette und ein letztes Glas im Stehen.’ De conservatievelingen, de hippies en de metalheads: An zag ze komen en gaan. ‘Maar de sfeer op Catena is hetzelfde gebleven.’ De studenten die een goede band met haar opbouwen blijven op bezoek komen, ook na hun studie. Van den Berg: ‘Aan nieuwe leden maken we meteen duidelijk dat de oude vrouw aan de bar niet zomaar een oude vrouw is. Het is An, en we zijn erg blij met haar. Zo heb ik haar ook leren kennen. “Hoi, ik ben Sietse, mag ik erbij komen zitten?” Toen gingen we Scrabbelen en maakte ze me dik in.’


4  Mare · 12 november 2015 Nieuws

Handschriften gedigitaliseerd Universiteit Leiden en uitgeverij Brill hebben 465 middeleeuwse handschriften gedigitaliseerd en beschikbaar gesteld als online publicatie. De collectie getiteld ‘Codices Vossiani Latini Online’ bevat onder andere Latijnse handschriften uit de verzameling van de 17-eeuwse, humanistische geleerde Isaac Vossius, waartoe de vroegste bronnen van het beroemde leerdicht De rerum natura van de Romeinse dichter Lucretius behoren. Ook het oudst bewaarde geïllustreerde herbarium in het Latijn maakt deel uit van de verzameling. De collectie is te vinden in de online catalogus van de UB.

Van Bergen Fund Award De Van Bergen Fund Award gaat elk jaar naar een project dat Nederlandse en internationale studenten zal verbinden. Dit jaar gaat de prijs naar twee winnaars. Het eerste winnende initiatief wil Chinese en Nederlandse studenten bij elkaar brengen door een sportdag voor alle Leidse studenten te organiseren. Het tweede initiatief kwam van internationaal studentenplatform AIESEC. De studenten willen ‘Global Villages’ organiseren, die zich op een bepaalde regio in de wereld richten. Door middel van sprekers, workshops en internationaal eten wordt het gebied in kwestie onder de aandacht gebracht. Met het prijzengeld kunnen de winnaars hun project realiseren.

Studenten claimen stilteruimte Afgelopen maandag hebben UvA-studenten van de beweging Humanities Rally op eigen initiatief een kamer in het P.C. Hoofthuis ingericht als stilteruimte. In deze ruimte kunnen studenten mediteren, bidden of zich anderszins terugtrekken. Het bestuur van de UvA is niet blij met de actie: volgens hen gaat het in tegen de scheiding tussen kerk en staat die de universiteit handhaaft. De studenten werpen hierop tegen dat de academische gemeenschap behoefte heeft aan een dergelijke plek. Aanstaande maandag zal het bestuur van de UvA beslissen of de stilteruimte blijft.

Onderzoeksbeurs LUMC Dick Oepkes, hoogleraar foetale therapie bij het LUMC, heeft een onderzoeksbeurs gekregen van de technologiestichting STW. Samen met onderzoekers van de TU Delft en het Erasmus MC wil Oepkes een piepklein 3D-printertje bouwen dat het open ruggetje van nog ongeboren baby’s kan dichten. De zogeheten Open Mind-subsidie bedraagt €50.000 en is bedoeld als opstartsteun: na een jaar moet er al een eerste resultaat zijn. STW is een onderafdeling van subsidieverstrekker NWO, en geeft geld voor onderzoek dat dicht tegen een mogelijke toepassing aanzit.

Leiden in duisternis Sommige Leidse straten zijn ‘s avonds gehuld in duisternis. Al enkele weken kampt de straatverlichting namelijk met storingen. De oorzaak was enige tijd onduidelijk, maar is inmiddels achterhaald: het signaal om de verlichting te ontsteken komt niet altijd goed door. De ontvangers zijn verouderd. Energienetbeheerder Liander plaatst daarom de komende weken honderden nieuwe ontvangers die voorzien zijn van een astronomische klok.

Rectificatie In het artikel ‘Eerst schieten, dan kijken’ in Mare 9 wordt het citaat ‘Wij Hollandse jongens in Indië waren geen haar beter dan de door ons zo verguisde Duitsers (Moffen) en Japanners (Jappen) of later de Amerikanen, Russen, Koreanen of noem ze maar op,’ toegeschreven aan kapitein Raymond Westerling. Dat klopt niet. Het zijn de woorden van marinier Bertus van Gils.

Brand in studentenflat Televisie stond waarschijnlijk op standby Dinsdag ontstond er brand in een van de studentenflats aan het Hildebrandpad. De bewoners van de zevende verdieping werden uit voorzorg geëvacueerd. Door Petra Meijer De brand brak rond 22.30 uur uit op een studentenkamer in een van de twee studentenflats die bekend staan als ‘de Zwarte Dozen’. De bewoner was op dat moment niet thuis. ‘De rookmelder in de betreffende kamer was afgegaan en studenten uit de omringende kamers zagen rook onder de deur vandaan komen. Zij hebben de brandweer gealarmeerd’, vertelt woordvoerder Peter Kessels van brandweer Hollands Midden. Zelf was hij ook bij de brand aanwezig. ‘Er was een televisie in brand gevlogen. Het vuur was op zich snel geblust, maar televisies geven een hele smerige rook af. Daarom werd

besloten om iedereen van die verdieping af te halen en te ventileren. Het was nog niet meteen duidelijk of dat snel tot resultaat zou leiden en de bewoners hun kamers voor de nacht weer in konden.’ De kamer van Daphne Ruiter (24, geneeskunde) was slechts twee deuren verderop. ‘Ik was zelf niet thuis maar werd gebeld door een vriendin uit de andere flat. Het was toen nog niet precies duidelijk om welke kamer het ging, dus ik was wel even bezorgd of het mijn kamer zou zijn en of de brand zou overslaan’, zegt ze. ‘Aangekomen bij de flat hing er een enorme stank. Er stonden een paar mensen in hun pyjama buiten, met een jas of een dun vestje eroverheen. In eerste instantie meldde de brandweer dat we niet op de zevende etage konden slapen. Eventuele noodzakelijke spullen zoals medicatie konden zij wel voor je uit je kamer halen. Maar rond 01.00 uur werden de kamers toch vrijgegeven.

Ik heb toch maar in de andere flat geslapen, want ik vertrouwde het nog niet helemaal. Er hing een doffe lucht en er zat roet op sommige muren. De kamer die is uitgebrand was van onder tot boven zwart.’ Kessels: ‘Alleen de bewoners van de twee omliggende kamers konden er niet slapen. Een van hen had zelf al een slaapplaats geregeld, de ander kreeg hulp van stichting Salvage. Er zit natuurlijk veel roet op de plafonds, dus dat moet allemaal schoongemaakt worden. De kamer waar de brand ontstond wordt nog door de politie onderzocht.’ Uit dat onderzoek zal moeten blijken wat er mis was met het televisietoestel. Kessels: ‘Vroeger kwam het vaker voor dat televisies brand veroorzaakten doordat ze op standby stonden. We hebben toen campagne gevoerd en de televisies zijn wellicht ook beter geworden. Het komt nu minder vaak voor. Wat er hier precies gebeurd is, weten we natuurlijk

nog niet, maar televisietoestellen zijn in elk geval geen onbekende.’ Ironisch genoeg had de Leidse Studenten Belangenorganisatie (LSBo) eerder die dag nog een symposium over brandveiligheid voor studenten georganiseerd, waar de brandweer ook aanwezig was. ‘Risicogroepen zijn kinderen, bejaarden en mensen met een beperking. Studenten zijn slim en mobiel, dus wat dat betreft zijn ze geen risicogroep, maar ze vertonen gewoon brandonveilig gedrag’, zegt Peter Stolker van de brandweer. ‘In studentenhuizen gaat het vaak mis met de elektra: je ziet bijvoorbeeld zes keer doorgeluste verlengsnoeren. Ook wordt er niet zo vaak schoongemaakt. De afzuigkap is dan zo vet dat het vuur bij een vlam in de pan meteen doorslaat.’ Een paar dagen eerder was er ook al brand in een studentenkamer aan de Morsweg. Daar was een brandende kaars op een matras gevallen.

Alcoholprotocol? Of gewoon verbod? Een alcoholverbod, dat zou wel eens het antwoord kunnen zijn van de universiteit op de vraag van studieverenigingen om een duidelijk alcoholprotocol. Twee jaar geleden inmiddels, nog voor de wettelijke verhoging van de minimumleeftijd, drongen de studieverenigingen van geesteswetenschappen al aan op een helder alcoholprotocol. ‘We hebben nu eenmaal minderjarige leden’, zegt Linda Meester, secretaris van studievereniging NNP van Nederlands. De kans op een boete bij een informele borrel is klein, maar het bedrag is wel hoog. Enkele assessoren en bestuursgangen later lijkt het er eindelijk van te komen. ‘Op 3 december zou er iets op tafel moeten liggen’, kondigde geesteswetenschappenassessor Aurelie van ’t Slot aan in de faculteitsraadsvergadering vorige week. ‘Het kán betekenen dat er helemaal geen alcohol geschonken mag worden. Maar ik ben blij dat er nu in elk geval aan gewerkt wordt.’ Die stemming werd niet door iedereen gedeeld. ‘Het initiatief voor een alcoholprotocol kwam vanuit de studenten. Misschien is dit wel een oplossing waarin zij zich niet kunnen vinden’, reageerde Bert van Laar, raadslid van studentenpartij BeP. De assessor heeft de verenigingen inmiddels geïnformeerd. ‘Het is lastig om te bedenken hoe

Foto Taco van der Eb

zo’n protocol eruit moet zien, maar helemaal geen alcohol zou jammer zijn’, zegt Meester. ‘Dan zullen we eerder uitwijken naar andere locaties dan universiteitszalen.’ ‘Dan wordt het moeilijker om sociale activiteiten en studie gerelateerde activiteiten te combineren’, denkt

Bart Rodenburg, voorzitter van Albion, van Engels. ‘Maar ik verwacht niet dat het college van bestuur voor deze uitkomst kiest. Dan zouden de HePatho-bar en de FooBAR ook moeten sluiten.’ Dat zijn vaste ruimtes bij Geneeskunde en Wiskunde en Natuurwetenschappen, die ge-

rund worden door studenten die faculteiten. De universiteit heeft overigens al een algemeen alcoholreglement, maar dat gaat alleen over officiële horecalocaties van de dienst UFB, zoals het Literair Café en het Juridisch Café. MVW

Universiteit overweegt aankoop Ehrenfesthuis De Universiteit Leiden zou het voormalige huis van natuurkundige Paul Ehrenfest (1880-1933) kunnen kopen om het te gebruiken voor debatten, kleine congressen en als high-end ontvangstruimte voor tophoogleraren. Dat blijkt uit onderzoek van historicus en erfgoedspecialist Han Meeter, dat hij in opdracht van het Leids Instituut voor Onderzoek in de Natuurkunde (LION) uitvoerde. Het statige pand aan de Witte Rozenstraat werd ontworpen door de Russische vrouw van Ehrenfest: Tatjana Afanasjeva. Vanaf 1914 begon Ehrenfest in de huiskamer een

beroemd colloquium voor collega’s en studenten. Grote namen als Einstein, Bohr, Pauli, Dirac en Fermi bleven er logeren en zetten hun handtekeningen op de muren. ‘Het Ehrenfesthuis was een ontmoetingsplaats voor wetenschappers. Mede dankzij deze plaats kwam de relativiteitstheorie tot stand. Er werden discussies gevoerd, drankjes gedronken en er werd gemusiceerd. Roken mocht dan weer niet in huis. Alleen voor Einstein werd een uitzondering gemaakt’, vertelt Meeter. De huidige bewoner wil het pand van hand doen, en verschillende hoogleraren zouden graag zien dat het cultureel erfgoed bewaard blijft.

Maar wat zou de universiteit met het pand kunnen doen? Met die vraag begon Meeter zijn onderzoek. ‘Het Ehrenfesthuis was een ontmoetingsplaats voor topwetenschappers. In diezelfde sfeer zijn we een bestemming gaan zoeken.’ Uit gesprekken met hoogleraren en instituten bleek er behoefte te zijn aan een plek voor kleine bijeenkomsten en debatten. ‘Het huis zou ook geschikt zijn als kortstondige verblijfplaats voor topwetenschappers. Het is toch veel mooier om hen in een rijke historische omgeving te kunnen ontvangen, in plaats van een hotel voor ze te moeten regelen.’ Volgens Meeter zou

de universiteit ook elke maand twee topwetenschappers in het huis kunnen ontvangen, die vervolgens met elkaar in debat gaan. Deze debatten zouden dan via internet uitgezonden kunnen worden, zodat de hele wereld kan deelnemen. ‘Dat is dan weer goed voor de uitstraling van de universiteit.’ De resultaten van het onderzoek liggen nu bij het college van bestuur. ‘Alle kosten moeten nog worden doorgerekend, maar mijn studie toont aan dat de kans vrij groot is dat exploitatie kostendekkend kan zijn. Voor veel van de voorgestelde activiteiten worden momenteel ten slotte ook kosten gemaakt.’ PM


12 november 2015 · Mare 5 Nieuws

Ziek, overwerkt en boos Geesteswetenschappers willen actie, niet weer een inventarisatie van hoge werkdruk Boos verlieten personeelsleden van Geesteswetenschappen vrijdag een klankbordsessie over werkdruk. ‘Veel mensen waren waarschijnlijk al verhit naar de bijeenkomst gekomen. De bom barstte vrijwel direct’, zegt een anonieme medewerker. Geesteswetenschappen lanceerde afgelopen zomer een plan om de hoge werkdruk op de faculteit aan te pakken. ‘De eerste stap is grondig onderzoeken waar de werkdruk wordt ervaren en op welke manier’, stond in de uitnodiging voor de klankbordsessie. ‘Het zaaltje, bedoeld voor een man of 25, zat stampvol. We werden opgewacht door twee dames van het externe bureau Effectory, Door Marleen van Wesel

voor medewerkersonderzoek. Ze hadden er zin in. Er stond een PowerPoint-presentatie klaar en ze hadden voor ogen om op alle niveaus te inventariseren waar de pijn zit’, vertelt een medewerker van de wetenschappelijke staf. ‘Al snel liep bijna iedereen weg. We hadden allemaal al vaker enquêtes ingevuld en de resultaten van de personeelsmonitor waren duidelijk negatief. We wilden ons helemaal niet opnieuw laten inventariseren, we wilden dat er nú iets zou gebeuren.’ Hij wil liever niet met zijn naam in de krant. Andere aanwezigen verwijzen door naar elkaar of naar het faculteitsbestuur. ‘Er is al veel materiaal’, beaamt Menno Tuurenhout, sinds 1 augustus portefeuillehouder bedrijfsvoering van het faculteitsbestuur. ‘Wie goed is in het naar voren brengen van problemen, die horen we wel. Maar we wilden ook verhalen uit

de luwte horen.’ Behalve de klankbordsessies was er nog een survey gepland, om een ‘foto’ te krijgen van de pijnpunten. Ook bij het ondersteunend personeel is de werkdruk hoog, zegt faculteitsraadsvoorzitter Jan Sleutels, die overigens niet bij de bijeenkomsten was wegens nog een aantal andere werkverplichtingen op hetzelfde tijdstip. ‘Een typisch voorbeeld van werkdruk.’ Wel vroeg hij al meermaals aandacht voor het onderwerp in de raadsvergaderingen, waar het plan afgelopen zomer al kritisch besproken werd. Sleutels: ‘De onderwijsadministratie kampt met onderbezetting en achterstand. Daardoor gaan dingen fout. Cijfers worden bijvoorbeeld niet altijd goed ingevoerd.’ ‘Ook de studiecoördinatoren en – adviseurs hebben een extreem hoge werkdruk. Zo erg, dat er mensen

ziek worden en uitvallen. Daarvoor hoeft geen “foto” gemaakt te worden. Daar moeten nú al maatregelen genomen worden’, zegt Sleutels. Zulke problemen zijn ook slopend voor het wetenschappelijk personeel, zegt de medewerker die de sessie bijwoonde. Een voorbeeld dat ter sprake kwam, nadat de meesten al waren weggelopen: ‘Studenten kwamen er in september zelf mee dat het in uSis niet mogelijk was om je voor een bepaald tentamen in december in te schrijven. Docenten kunnen niet in uSis. De studieadviseur zat al overwerkt thuis. Bleef over: de studentenadministratie. Die zouden eraan werken, maar na meerdere herinneringen kwam er geen reactie meer. Daar houdt de docent een rotgevoel aan over, omdat studenten die iets op tijd melden, niet geholpen kunnen worden.’ ‘Er bleek geen behoefte te zijn aan

een survey, maar juist aan concrete actie’, constateert Tuurenhout. ‘Die survey skippen we.’ Er komen op korte termijn meedenksessies voor medewerkers om met het faculteitsbestuur te spreken over concrete plannen. ‘Het hele probleem is niet binnen een paar maanden opgelost’, waarschuwt Tuurenhout. ‘Maar het bestuur zet wel in op een aantal quick wins.’ Sabbaticals aanbieden met ruimte voor onderzoeksaanvragen of een extra studiecoördinator noemt hij als mogelijkheden. Breid de ondersteuning uit, suggereert Sleutels. ‘De dienst Onderwijs- en Studentzaken heeft de afgelopen twee maanden al een herberekening gemaakt van het benodigde aantal fte’s voor alle taken.’ Sleutels heeft er vertrouwen in dat het bestuur er nu bovenop zit. ‘Maar het is jammer dat het al zolang heeft moeten duren.’

Wie heeft de slechtste slogan? ‘Rendement is een loos begrip’ Om het onderwijsbudget te koppelen aan prestaties, heeft het ministerie van Onderwijs prestatieafspraken gemaakt met hogescholen en universiteiten. Maar die zouden plaats moeten maken voor kwaliteitsafspraken, zegt de Sociaal-Economische Raad (SER) in een advies over het toekomstige onderwijsbeleid van minister Bussemaker. In de huidige prestatieafspraken heeft de universiteit haar ambities tot 2016 vastgelegd. Zo wil de universiteit bijvoorbeeld dat er meer studenten binnen vier jaar afstuderen, en dat er meer studenten deelnemen aan excellentie onderwijs. Een deel van het geld dat de universiteit van het ministerie van OCW krijgt, wordt pas toegekend als de afspraken gehaald zijn. Maar volgens de SER zijn de prestatieafspraken te smal geformu-

leerd, en teveel gebaseerd op kwantiteit. Daarom zouden ze vervangen moeten worden door breed gedefinieerde kwaliteitsopvattingen, waarbij rekening gehouden wordt met het feit dat studenten, docenten, ondersteunend personeel, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties waarschijnlijk verschillende opvattingen hebben over wat ‘kwaliteit’ dan precies is. Ook stelt de raad vragen bij de huidige nadruk op rendement, dat het ‘in wezen een loos begrip’ noemt. ‘De raad pleit ervoor in alle nuchterheid de rendementsvraag onder ogen te zien en daarin te waken voor simplificeringen die averechtse effecten opleveren voor de kwaliteit of de toegankelijkheid.’ De SER vraagt Bussemaker dan ook om in de gaten te blijven houden dat het hoger onderwijs goed toegankelijk blijft. PM

Minister mengt zich niet in sekse-discussie To infinity and beyond is een gevleugelde uitspraak van het personage Buzz Lightyear uit de Toy Story-films. Wellicht heeft de animatie-astronaut de pr-afdeling van de Rijksuniversiteit Groningen geïnspireerd. Want toen het tijd werd voor het bedenken van een nieuwe slogan rolde de kreet Born leaders reach for infinity eruit. Dit even bombastische als absurde motto staat op de lijst Ranking the slogans, de domheidsranglijst 2016 voor universitaire reclameleuzen, die is opgesteld door het Platform Hervorming Nederlandse Universiteiten (H.NU). Het H.NU is in 2013 opgericht door ontevreden wetenschappers van Nederlandse universiteiten. Het platform verzet zich tegen de ‘doorgeslagen economisering, hiërarchisering en bureaucratisering’ van universiteiten. Het platform richt haar pijlen nu

op de ‘dure maar vaak onzinnige reclameleuzen’ waarmee ‘universiteiten zichzelf op de borst kloppen.’ Bezoekers van de platformsite bepalen wat de meest sneue wervende tekst gaat worden. Er kan gestemd worden op dertien slogans. En wie het lijstje leest, wordt duidelijk dat de random slogan generator overuren heeft gedraaid op de communicatieafdelingen. De Universiteit van Amsterdam houdt het erg kort en denkt dat wij allen deel uitmaken van een hive mind : We are U. De Vrije Universiteit is Looking Further dan de concurrentie. De Universiteit Utrecht is dan weer op zoek naar Bright Minds want die zorgen vast voor een Better Future. Aan de Universiteit Leiden kun je Excelleren in Vrijheid. Terwijl de Universiteit Maastricht Leading in Learning is. De Universiteit Wageningen is wat vaagjes, maar toch zeker Contributing to the Quality of Life.

De Radboud Universiteit Nijmegen bekijkt zaken graag van een andere kant met Change Perspective. De mooiste studie is de mens is de niet heel erg verrassende leus van de Universiteit voor Humanistiek. Voor de Universiteit van Tilburg is Understanding Society van het grootste belang. De TU Eindhoven is de plek Where Innovation Starts. De TU Twente vindt dat High Tech voorzien moet zijn van een Human Touch. Terwijl de TU Delft met de technisch onmogelijke slogan Challenging the Future verder kijkt dan het heden. In de tussenstand van 8 november staat de Groningse slogan ruim aan de leiding. De Leidse leus roept echter ook flink wat irritatie op. Voorlopig staat Excelleren in Vrijheid tweede. Stemmen kan nog tot 1 februari 2016. VB http://platform-hnu.nl/h-nu-domheidsranking-2016-voor-universitaire-reclameleuzen/

NWO gaat haar beursbeoordelaars een training tegen sekse-onderscheid geven. Dat antwoordt minister Bussemaker op Kamervragen naar aanleiding van Leids onderzoek. In september kwamen de Leidse psychologen Romy van der Laan en Naomi Ellemers met een artikel over verschillen tussen man en vrouw bij de toekenning van Veni-beurzen, een bepaalde subsidievorm van onderzoeksgeldschieter NWO. Van de aanvragende vrouwen kreeg 14,9 procent een beurs, en van de mannen 17,7 procent. De beoordelende comités vonden de voorstellen van mannen en vrouwen wèl even goed. PvdA-Kamerlid Keklik Yücel, die emancipatie in haar portefeuille heeft, stelde er Kamervragen over. Waren vrouwen hier permanent benadeeld? En wat ging de minister eraan doen? Opmerkelijk genoeg baseerde Yücel die vragen uitsluitend op het Volkskrant-artikel over

het onderzoek, in plaats van op het onderzoek zelf, zodat belangrijke aspecten van de kwestie – vrouwen zijn oververtegenwoordigd in disciplines waar weinig subsidies vallen, bijvoorbeeld – haar ontgingen. Zodra het onderzoek uitkwam, ontstond er wat discussie in wetenschappelijk Nederland of de statistische aanpak in het artikel wel de juiste was. Bussemaker legt in haar antwoorden uit dat ze zich niet wil branden aan de wetenschappelijke discussie over het gewicht van de resultaten. Voorts wees ze erop dat NWO al hard aan de weg timmerde in haar gelijkheidsstreven – juist daarom had de organisatie de Leidenaren om onderzoek gevraagd. Zo gaat de organisatie volgend jaar bij de Veni-aanvragen haar beoordelaars een training geven, die hen bewust moet maken van onbewuste seksediscriminatie, met als doel die te voorkomen. Of dat ook helpt? De psychologen gaan het onderzoeken, aldus de minister. BB


6

Mare · 12 november 2015

Achtergrond

Studenten werken niet hard genoeg > Vervolg van de voorpagina Otterspeer: ‘De universiteit is een pyramide met een heel brede voet. Het moet een eenheid zijn. Je moet vanaf het begin studenten het besef meegeven van filosofische, historische en politieke vragen.’ Portegies Zwart: ‘Er is geen ruimte meer voor zo’n invulling van de bachelor. Dat wordt veel te fragmentarisch.’ Otterspeer: ‘In de VS kan het wel. Het Amerikaanse systeem is heel goed in massaonderwijs. Het leidt studenten op tot participerende burgers.’ Portegies Zwart: ‘Amerikaanse studenten met een bachelor maken geen schijn van een kans om een master in de exacte wetenschappen te halen in Nederland. Ze zijn te breed en te laag opgeleid.’ Otterspeer: ‘Ze kunnen wel de master aan in de VS.’ Portegies Zwart: ‘Die studenten willen we ook niet hebben. Het niveau is aanzienlijk lager dan in Nederland.’ Otterspeer: ‘Maar de Nobelprijzen gaan vaak naar Amerikanen. Die komen uit dat onderwijssysteem.’ Portegies Zwart: ‘Wij putten uit zeventien miljoen mensen. Zij uit driehonderd miljoen.’ Otterspeer: ‘Het hangt ook van discipline en de mentaliteit af. Studenten werken niet hard genoeg. In Amerika werken ze beestachtig hard om zo hoog mogelijk te scoren. Diepgang krijg je alleen maar als er stilte in de klas komt en ijver onder de studenten. Je moet jongeren duidelijk maken dat ze maar één leven hebben. En dat ze het verstieren als ze rommelen, boemelen en op terrassen hangen. Terwijl ze betere dingen met hun hersenen kunnen doen.’

Ronde 3: Een plan om de geesteswetenschappen te redden Portegies Zwart: ‘Je moet niet beginnen met studenten. Breng een groep hoogleraren samen en ga nadenken over hervormingen over de manier waarop je wetenschap bedrijft en hoe je een bolwerk vormt tegen de exacte wetenschappen. Als je eenmaal een plan hebt, dan ga je daar anderen bij betrekken. Otterspeer: ‘We moeten juist naar het onderwijs. De vraag stellen bij elk vak: “Waarom doe je dit?” Dat moet een prominente plek krijgen in het vroege onderwijs van de universiteit. We hebben al een humanities lab opgericht voor de verbreding en verdieping van de bachelor.’ Portegies Zwart: ‘Een humanities lab. Dat klinkt al veel te natuurwetenschappelijk. Dat is uitgerekend een symptoom van de infectie.’ Otterspeer: ‘Ik was ook erg tegen de term laboratorium.We kunnen het beter seminar noemen. Maar dat woord is in onbruik geraakt. En dat kun je niet terugtoveren.’ Portegies Zwart: ‘Je kunt dit soort zaken wel veranderen als hoogleraar. Het wordt een lange strijd maar niets doen schiet ook niet op.’ Otterspeer: ‘Ik ga beginnen met alle laboratoria om te dopen tot seminars. En ik ga flink drammen om te zorgen dat die brede bachelor er komt.’ Ronde 4: De natuurwetenschappen zijn niet de hoofdschuldigen Otterspeer: ‘Eigenlijk is het pamflet geen aanval op de natuurwetenschappen. Maar ik had een stropop nodig. Ik heb een peilloze bewondering voor de inventiviteit van betà’s. Portegies Zwart: ‘Het hele publicatiesysteem is een ramp.’

Otterspeer: ‘Dat ben ik helemaal met je eens. Je wordt afgerekend op kwantiteit en gedwongen om maar artikelen te schrijven. Onze boeken tellen niet mee.’ Portegies Zwart: ‘Daar hebben wij ook last van. Ik zou veel liever boeken schrijven dan die rifrafjes van artikelen die we tegenwoordig schrijven. Dat heeft geen enkele diepgang.’ Otterspeer: ‘Het probleem zijn de bestuurlijke modellen die we opgelegd krijgen. We zijn

Het draait weer alleen om technische toepassingen. Dat is absoluut niet de juiste methode om maatschappelijke problemen op te lossen. Ook de Nationale Wetenschapsagenda van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen vind ik niets: “Bevolking roep maar, dan lossen wij het wel op.” Zo werkt wetenschap niet. Je kunt niet zeggen: ontdek nou eens het Higgsboson.’ Otterspeer: ‘Stop de wetenschapper in een kamertje en die komt er niet uit voordat het gewenste resultaat er is.’ Portegies Zwart: ‘De KNAW schetst een heel fout beeld van wetenschap. Het is een ouwe-jongenskrentenbrood-beroepsvereniging geworden en niet de academische instelling die het zou moeten zijn.’ Otterspeer: ‘Er is blijkbaar veel overlap in problematiek in onze beide velden. Het is allemaal heel verontrustend.’ DOOR VINCENT BONGERS

Willem Otterspeer, Weg met de wetenschap. De Bezige Bij, 64 pgs, € 9,95

Illustratie Michiel Walrave

Wie tegen wie? Naar aanleiding van zijn pamflet zei hoogleraar universiteitsgeschiedenis Willem Otterspeer tegen De Correspondent dat natuurwetenschappers op drie manieren de aandacht trekken: ‘De eerste is het genie die met zijn krijtje het wereldraadsel op het bord oplost. Het andere hobby horse is dat hun onderzoek zo ontzettend nuttig is. Het kan “gevaloriseerd” worden. De derde manier is bijgeloof. Van al die mensen die op een sterrenkijkavond naar foto’s kijken van uitdijende heelallen en ontploffende nova’s, begrijpt nog niet één honderdste wat er aan de hand is. Het zijn net de vrolijke hasjrokende studenten die in de jaren zeventig naar Paradiso gingen om druip-

Academische Agenda Prof. dr. J.M. Raaijmakers zal op vrijdag 13 november een oratie houden bij benoeming tot hoogleraar bij de faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen met als leeropdracht Microbial Interactions and Diversity. Mw. T. Lin hoopt op dinsdag 17 november om 10.00 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Parallel evolution in an invasive plant species: Evolutionary changes in allocation to growth, defense, competitive ability and regrowth of invasive Jacobaea vulgaris’. Promotor is Prof.dr. P.G.L Klinkhamer. Mw. R.M. Abdulrahman Hareedy hoopt op dinsdag 17 november om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Clinical and Molecular studies on Differentiated thyroid carcinoma Management’. Promotor is Prof.dr. J.W.A. Smit. Mw. B.R. Braams hoopt op dinsdag 17 november om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Sociale Wetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Adolescent Risk Taking’. Promotor is Prof.dr. E.A. Crone. Mw. A.C. Kraima hoopt op dinsdag 17 november om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘New insights in pelvic anatomy and implications for radical nerve-sparing pelvic surgery’. Promotoren zijn Prof.dr. M.C. de Ruiter en Prof.dr. C.J.H. van de Velde. Dhr. A.A. Aaldriks hoopt op dinsdag 17 november om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘The role for geriatric assessment prior to chemotherapy in elderly patients with cancer’. Promotor is Prof.dr. J.W.R. Nortier. Dhr. D. Casanova Cruz hoopt op woensdag 18 november om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Entre el Pago y el Mérito: Admisión Estudiantil e Inclusión Social en las Uni-

een materialistische samenleving. Bij de opening van het collegejaar hoor je alle universiteitsbestuurders spreken over het belang van Bildung. Het blijft echter bij pia vota, vrome wensen. Want de bereidheid is er niet om het in het universitaire model in te bouwen.’ Portegies Zwart: ‘Daar komt nog bij dat in het topsectorenbeleid van het kabinet helemaal geen fundamentele wetenschap zit.

versidades Chilenas’. Promotor is Prof.dr. P. Silva. Dhr. S. Kooijman hoopt op woensdag 18 november om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Neural control of lipid metabolism and inflammation; Implications for atherosclerosis’. Promotoren zijn Prof.dr. P.C.N. Rensen en Prof.dr.ir. L.M. Havekes. Dhr. J.W.P. van den Boogert hoopt op woensdag 18 november om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Rethinking Javanese Islam: Towards New Descriptions of Javanese Traditions’. Promotor is Prof.dr. B. Arps. Dhr. B. Karstens hoopt op woensdag 18 november om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geesteswetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Pluralism within Parameters’. Promotor is Prof.dr. E.P. Bos. Dhr. O.A. Diaz Morales hoopt op donderdag 19 november om 11.15 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘Catalysis of the electrochemical water oxidation to oxygen’. Promotor is Prof.dr. M.T.M. Koper. Dhr. T.J. Huqa hoopt op donderdag 19 november om 13.45 uur te promoveren tot doctor in de Wiskunde en Natuurwetenschappen. De titel van het proefschrift is ‘The impact of climate variability on the ecology of a lion’. Promotoren zijn Prof.dr. G.R. de Snoo en Prof.dr. G.A. Persoon. Dhr. C.H. Martini hoopt op donderdag 19 november om 15.00 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Pharmacotherapy for pain’. Promotor is Prof.dr. A. Dahan. Mw. D.J.M. van den Wollenberg hoopt op donderdag 19 november om 16.15 uur te promoveren tot doctor in de Geneeskunde. De titel van het proefschrift is ‘Tweaking reovirus T3D to boost the oncolytic potency’. Promotor is Prof.dr. R.C. Hoeben.

dia’s te bekijken. Maar daar maken natuurwetenschappers meedogenloos gebruik van om hun waar aan de man te brengen.’ Naar aanleiding van dit citaat besloot Mare zo’n sterrenkundige te vragen. Simon Portegies Zwart is hoogleraar computationele astrofysica. Met behulp van computersimulaties probeert hij te begrijpen hoe objecten, zoals zwarte gaten of complete sterrenstelsels, zich in de ruimte gedragen. Een van de machines waarop die simulaties draaien is de Little Green Machine, een supercomputer die hij zelf bouwde met behulp van krachtige videokaarten die normaal door fanatieke gamers worden gebruikt.

Maretjes De prijs voor een Maretje bedraagt €9,– per 30 woorden, opgegeven via redactie@mare.leidenuniv.nl uiterlijk t/m maandag 16.00 uur. Maretjes aangeboden voor commerciele doeleinden worden niet geplaatst, evenmin als Maretjes waarin zaken worden aangeboden die de waarde van 4.500 euro te boven gaan.

in het buitenland? Ben je tussen de 18 en 30 jaar oud? Bezoek dan www.samen.org en meld je aan voor het informatieweekend over vrijwilligerswerk in het buitenland.

Doe meer met je kennis! Vrijwilligers gezocht voor één uur per week bijles en huiswerkbegeleiding op verschillende locaties of bij de leerling thuis. Leiden-Noord, 33 leerlingen, basisonderwijs, groep 4 t/m 8, waarvan 2 met vergoeding van €4 per les. Voortgezet onderwijs: *Duits, 3gymnasium. Economie, 5vwo, €5,- per les. Nederlands, Engels, brugklas vwo. Nederlands, Engels, wiskunde, 2havo. *Duits, 2vmbotl. *Economie, scheikunde, 3vmbo-t. *Wiskunde, 4havo. *Nederlands, Engels, brugklas havo-vwo. *Wiskunde, 4vmbo-t, €7,50 per les. *Geschiedenis, wis- en natuurkunde, 3havo, €5,- per les. *Wiskunde, Nederlands, 2vmbo-kader. *Biologie, geschiedenis, 3mavo. Leiden-Zuid, 16 leerlingen basisonderwijs groep 4 t/m 8. Voortgezet onderwijs: wiskunde, rekenen, 2 brugklassers vmbo. *Wiskunde A, 6vwo. *Engels, brugklas vwo. *Engels, NASK, brugklas havo. *Engels, biologie, 2mavo. *Wiskunde, 3havo. Onderwijswinkel, Driftstraat 77, ma, wo en do 15-17u. Tel. 071-5214256. E-mail: hdekoomen@owwleiden.nl.

Beste kinderdagverblijf Zuid-Holland*

Lezing: ‘Wat is strijd? Mystiek, religieus, maatschappelijk’ Door Stichting I.S.I.S. Toegang gratis. Woensdag 18 november, 20.00 uur. Leiden, Lorentzkade 15a. www.stichtingisis.org Informatieweekend vrijwilligerswerk in het buitenland: Heb jij zin om vrijwilligerswerk te doen met straatkinderen

90013037_Adv. Mare NL.indd 1

15-10-13 17:16


12 november 2015 · Mare

7

Wetenschap

Twee eeuwen te weinig geld Blijkt uit tweehonderd jaar correspondentie van bèta-wetenschappers De Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen werd dit jaar tweehonderd. Sommige dingen zijn niet veranderd, blijkt uit het lustrumboek.

Apenpoep Apen in de dierentuin zijn vaak geïnfecteerd met de parasiet Entamoeba nuttalli, familie van de E. histolytica die bij mensen rode bloedcellen eet. De ziekte blijkt echter niet uniek voor apen, blijkt uit een artikel in Emerging Infectious Diseases. Twee parasitologen van het Leids Universitair Medisch Centrum deden samen met Belgische collega’s onderzoek naar apenpoep uit zes Nederlandse en Belgische dierentuinen. Ze namen ook ontlasting van de dierenverzorgers mee. Bijna één op de drie deelnemende verzorgers had wel een parasiet in de darmen zitten. In een van de dierentuinen waren zowel de apen als hun verzorgers geïnfecteerd met een zweepworm. Eén verzorger had de E. nuttalli-parasiet opgelopen, een infectie die volgens de boekjes alleen bij apen voorkomt. De menselijke drager leek overigens geen klachten te hebben. In elk geval kan het geen kwaad om dierentuinmedewerkers regelmatig te screenen op parasieten, adviseren de wetenschappers.

DOOR BART BRAUN Nadat Napoleon was

verslagen, werd in 1815 uit de restjes van zijn keizerrijk het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden gesmeed. Bij het nieuwe land hoorde ook een nieuwe onderwijswet, en daarin was plaats voor een faculteit van ‘wis- en natuurkundige wetenschappen’. De Leidse bètafaculteit bestaat daardoor nu tweehonderd jaar, net als Nederland zelf in zekere zin. De eerste decaan, Simon Speijert van der Eijk, had weliswaar grote belangstelling voor natuurkunde, maar had rechten gestudeerd en zou vooral als dichter de geschiedenis in gaan. Natuurlijk werd er ook voor 1815 natuurwetenschappelijk onderzoek gedaan en onderwijs gegeven in Leiden. Door botanicus Clusius bijvoorbeeld, en door Simon Stevin, Carolus Linnaeus, Willem Jacob ’s Gravesande, Pieter van Musschenbroek, de bouwer van de Leidse Fles. Opvallend genoeg valt er geen woord over hen in het boek Van kabinet naar Science Park, dat de bètafaculteit liet maken ter ere van haar tweehonderdste verjaardag. In de vroege negentiende eeuw was wetenschap meer dan nu een kwestie van verzamelen, vandaar het kabinet uit de titel. Leiden had al een Hortus, en kreeg een Rijksherbarium, een Museum voor Natuurlijke Historie, een Rijksmuseum voor Geologie en Mineralogie. Over de rol die die musea moesten spelen in het universitair onderwijs bestond altijd getouwtrek; sinds 2012 zitten ze samen in Naturalis Biodiversity Center, onafhankelijk van universiteiten. De opstellers van het boek, onder leiding van bijzonder hoogleraar wetenschapsgeschiedenis Dirk van Delft, kozen ervoor om niet louter een geschiedenis van wetenschappelijke triomfen te schrijven. In plaats daarvan grijpen ze terug op de correspondentie van de wetenschappers. En waar schrijven wetenschappers over? Eén ding is door de eeuwen heen niet veranderd: ze willen meer geld voor hun wetenschap. Vrijwel elke hoogleraar en directeur die aan het woord komt, heeft te weinig geld, te weinig ruimte, de verkeerde ruimte of anderszins een gebrek aan erkenning van hogerhand. Slechts een enkeling, zoals de latere Nobelprijswinnaar Niko Tinbergen, stapte daadwerkelijk op. Wie er wél in slaagde om geld bij elkaar te krijgen, haalde daar ook succes mee. Sterrenkundige Frits Kaiser harkte de eerste universitaire sterrenwacht ter wereld binnen, en fysicus Heike Kamerlingh Onnes bouwde een laboratorium dat meerdere Nobelprijzen zou opleveren. Minder duidelijk is het boek over de dingen die verloren zijn gegaan. De oorspronkelijke kas voor tropische waterplanten in de Hortus was prachtig – maar wat is ermee gebeurd? Leiden had in de jaren dertig de grootste geologie-opleiding van West-Europa, lezen we. Waarom is daar nu slechts één parttimende gasthoogleraar van over? De universiteit moest haar collegezalen sluiten tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen tot grote verbazing van de bezetter bleek dat Leiden zich niet naar het nationaalsocialisme wilde voegen. Veel onderzoek ging echter gewoon door. Het enige

Zuurstof De komeet 67P/Churyumov–Gerasimenko, waar de ESA-sonde Rosetta foto’s van nam, bevat zuurstof. Er zit ook zwavel, waterdamp en methanol, maar dat is voor sterrenkundigen minder verrassend. Zuurstof is wel raar, want het is een behoorlijk agressief chemisch goedje, dat snel reageert met van alles en nog wat. Het zou kunnen dat de zuurstof ontstaat doordat de straling in de ruimte watermoleculen uit elkaar rukt, maar daarvoor is er eigenlijk teveel aanwezig. Blijkbaar zat die zuurstof er al in toen 67P werd gevormd. Dat zou betekenen dat er in ons vroege zonnestelsel meer zuurstof aanwezig was dan sterrenkundigen altijd aannamen. De ontdekking, waaraan de Leidse astronomen Ewine van Dishoeck en Catherine Walsh meeschreven, is gepubliceerd in Nature.

Olijfolie

Een botanisch practicum, datum onbekend. probleem daarbij was dat de Duitsers wel oog hadden voor alle mooie apparatuur. Gretige plunderaars wandelden door het Kamerlingh Onnes-laboratorium, en vinkten aan wat er allemaal mee moest als ‘leenvordering’. Dankzij protesten – ook van Duitse wetenschappers – duurde het drie maanden voordat de buit daadwerkelijk op transport ging. In die drie maanden verstopten universiteitsmedewerkers allerlei meetinstrumenten en werktuigen op allerlei plekken in Leiden. De Duitse wetenschapper Böttcher is overigens de grootste held van het verhaal: hij ontving de kaalgeplukte lab-inhoud, maar deed geen aangifte bij de nazi’s. Na de oorlog kwam de grote groei. Het studentenaantal steeg van enkele tientallen tot zo’n 400. Vanaf 1957 verhuizen de onderdelen van de bèta-faculteit langzaam maar ze-

ker naar het huidige terrein tussen Leiden Centraal en Oegstgeest in. Daaromheen verrees ook het Leiden Bio Science Park, dat inmiddels meer dan 85 bedrijven en instellingen telt. Anno 2015 wordt er nog steeds wel eens geklaagd over geld- en ruimtegebrek, maar straalt de faculteit een hoop zelfvertrouwen uit. Dit collegejaar meldden zich zo’n 900 nieuwe studenten aan bij de gestaag groeiende bètafaculteit, die daarmee Rechten en Sociale Wetenschappen (beide rond de 1050 eerstejaars) op de hielen zit. Nobelprijzen vallen er niet meer, maar FWN heeft de meeste Spinozapremies van alle Nederlandse faculteiten. De facultaire nieuwbouw is het grootste bouwproject uit de geschiedenis van de universiteit, en de eerste fase zou volgend jaar al klaar moeten zijn. Tijd voor een feestje.

Foto uit besproken boek

Dirk van Delft et al, Van kabinet naar Science Park – 200 jaar Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen Universiteit Leiden. Leiden University Press, 208 blz. € 15

Lustrumprogramma 18 November – Lezing over ESAmissie Gaia door Anthony Brown (19:30 Academiegebouw) 11 December – PubQuiz 12 Februari – Bètagala 18 Maart – Lustrumcongres 17 April – Leiden Science Family Festival 1 Juli – Slotfeest Lustrumjaar meer info op www.leidenscience-200.nl

Aan de verschillende stofjes in olijfolie worden allerlei gezondheidseffecten toegedicht, en over de smaak kunnen culi-snobs helemaal los gaan. Olijfolie is dan ook bijna letterlijk vloeibaar goud: de duurdere soorten gaan voor meer dan honderd euro per liter over de toonbank. Dan is het dus zaak dat je het spul een beetje uit elkaar kunt houden. Niet alleen of het wel van echte olijven is, maar of het ook echt olie van die ene zeldzame olijvenvariant is. Alleen al in Spanje kennen ze 250 verschillende olijfrassen, dus het uit elkaar houden is een uitdaging. Metabolomics-onderzoeker Tiziana Pacchiarotta van het Leids Universitair Medisch Centrum doet normaal gesproken onderzoek naar urineweginfecties. Ze werkte echter ook mee aan een artikel in het Journal of Chromatography A, waarin wordt uitgelegd hoe je met een combinatie van scheikundige technieken aan de olie kan zien uit welke olijf hij kwam. Bij 25 oliën van 5 olijfrassen lukte dat al.


8  Mare · 12 november 2015 Opinie

‘Publieksinitiatieven lijken op een kruising van de Voice of Holland en de FIFA: een jury moet ons beschermen tegen een overmaat aan gesundes Volksempfinden.’

Schrijdt de beschaving voort? Tja… De Nationale Wetenschapsagenda is succesvol van alle inhoud ontdaan Eind deze maand is het eindelijk zover: dan verschijnt de Nationale Wetenschapsagenda. Bepalen burgers voortaan wat de wetenschappers gaan onderzoeken, zoals vooraf werd gevreesd? Epidemioloog Frits Rosendaal bladerde door de vragen en maakt zich geen zorgen meer: alles is omgepolderd. Ongeveer een jaar geleden presenteerden de bewindslieden van Onderwijs hun Wetenschapsvisie, met daarin de Nationale Wetenschapsagenda. Deze zou de prioriteiten voor onderzoek moeten vastleggen, bepaald door de burgers. Er ontstond nogal wat opwinding over dit plan. Achteraf gezien was dat niet nodig, omdat het plan inmiddels op handige wijze is omgepolderd tot iets waarin een plekje is voor iedereen. Commissies voorgezeten door wetenschappers zetten de bijna twaalfduizend individuele vragen om in 252 overkoepelende vragen. Zo werd ‘Wanneer worden schietstoelcapsules voor passagiers in vliegtuigen gebouwd?’ ondergebracht in ‘Hoe kunnen we in de toenemende behoefte naar mobiliteit voorzien door een efficiënt, schoon en veilig vliegverkeer?’, en ‘Waarom hoest ik wel in mijn slaap, maar nies ik nooit?’ in ‘Wat is de invloed van slaap op onze gezondheid?’ Hierna is nog enige maanden een brede dialoog gevoerd tussen maatschappelijke organisaties, bedrijven en kennisinstituten. We mogen dus gevoeglijk aannemen dat wat binnenkort aan het kabinet zal worden aangeboden van alle inhoud zal zijn ontdaan. Knap werk, hulde aan de kenniscoalitie. Vorige maand ontstond nog even wat zorg, toen duidelijk werd dat er wel een prijskaartje aan het geheel hangt, nog los van al het commissiewerk en de fraai opgetuigde

website. De universiteiten worden geacht een deel van hun onderzoek te richten op gebieden die op de Agenda staan. Prijskaartje: 87 miljoen. En vanzelfsprekend is dat een sigaar uit eigen doos: het geld gaat af van de zogeheten promotiebonus.

Bezorgde vraag: ‘Wanneer sterft de mensheid uit?’ Deze zorg is onterecht, want het abstractieniveau van de overkoepelende vragen is hoog, zeer hoog. Sommige vragen zijn zelfs geen vraag, zoals de overkoepelende kwestie die uit één woord bestaat: ‘Geesteswetenschappen’. Dat dit wellicht een interessante existentiële vraag betreffende het onderzoeksgebied zelf betreft, wordt gelogenstraft door de prangende 36 onderliggende vragen, zoals ‘Schrijdt de beschaving voort?’ Tja, je vraagt het je wel eens af. Toch valt er nog wel enige sympathie op te brengen voor het project van de Nationale Wetenschapsagenda, en het is interessant om door de vragen te bladeren. Altijd nog leuker dan andere volksdemocratische noviteiten, zoals de Academische Jaarprijs, waarbij de winnaar van de publieksprijs bepaald werd door een stemming. Het gevolg was dat kandidaten hun complete e-mailadresboek, en dat van hun instituut, gebruikten om stemmen te werven. Die prijs is in 2013 gestopt, maar sinds kort is er de Medische Inspiratorprijs van ZonMW, waarbij men via likes op Facebook een stem voor één van drie projecten kan uitbrengen, na het bekijken van drie larmoyante filmpjes. Of het onderzoek enige kans van slagen heeft, een goede opzet kent of wordt uitgevoerd door groepen met enig benul, komt niet aan de

orde. Net zoals bij de Nationale Wetenschapsagenda is er een jury die voorselecteert en een belangrijke stem heeft in de uiteindelijke keuze, om ons te beschermen tegen een overmaat aan gesundes Volksempfinden. Hiermee bevinden deze initiatieven zich qua selectiewijze ergens tussen de Voice of Holland en de FIFA. Nu wordt wetenschap uitgevoerd met gemeenschapsgeld, dus er is alle reden van wetenschapsbeoefenaren te verlangen dat zij zich publiekelijk verantwoorden, en de burger laten zien wat er wordt gedaan en waarom. Dit kan gebeuren door organisaties, zoals de Koninklijke Nederlandse Akademie der Wetenschappen en de Jonge Akademie, of door individueel mee te werken aan berichtgeving in publieke media. Hier wordt ampel gelegenheid toe geboden, zoals de wekelijkse wetenschapsbijdragen van de kranten laten zien, en bijvoorbeeld ook de dappere pogingen van De Wereld Draait Door om theoretisch natuurkundige begrippen op prime time uit te leggen. Er is ook niets tegen dat subsidiegevers en universiteiten in de gaten houden of het geld wel goed wordt besteed - ook al is er discussie over de manier waarop. Een goede beoordeling van de verdeling van gelden en de besteding daarvan door deskundigen is daartoe de weg. Oftewel: het volk moet erop vertrouwen dat het Concertgebouworkest excelleert, en trots kunnen zijn dat een dergelijk instituut bestaat, maar het is niet de bedoeling dat ook het repertoire democratisch wordt bepaald. Dan is het het gehele seizoen Vier Jaargetijden. Gebeurt deze wetenschapsvoorlichting door wetenschapsbeoefenaren optimaal? De vragen van de Nationale Wetenschapsagenda geven een beeld hoe de burger wetenschap ziet. Wanneer men door de vragen bladert, vallen twee zaken op tussen de bezorgde (‘Wanneer verwacht u dat de mensheid uit-

sterft?’), suggestieve (‘Wat kunnen politici leren van bonobo’s?’), persoonlijke (‘Is fibromusculaire dysplasie een oorzaak van mijn SCAD, oftewel spontane dissectie van de kransslagader?’), wetenschapsfilosofische (‘Waarom weten we nog steeds de oorzaak niet van diabetes type I?’), verwijtende (‘Met de huidige wetenschap en techniek kunnen we nog steeds ernstige ziektes en afwijkingen niet aan. Hoe kan dit?’), aandoenlijke (‘Kunnen jullie onderzoeken in hoeverre gedachten ziekte creëren en genezen?’), lieve (‘Hoe kan ik de salamander redden?’), onfrisse (‘Verplichte anticonceptie bij kindermishandeling’) en vanuit de wetenschap zelf ingediende (‘Hoe kunnen predator-prooi interacties tussen beviste soorten worden meegewogen in visserijbeheer?’) vragen. Die twee groepen die een inkijkje geven in hoe de bevolking kijkt naar de wetenschap, zijn vragen waarin kennis wordt verward met wetenschap, hetgeen immers het vergáren van kennis en begrip is. Zo lezen we: ‘Wordt een fietser natter van regen bij wind tegen of wind mee?’ Wat verder opvalt is hoe bijzonder breed sommige vragen zijn: ‘Hoe kunnen we het immuunsysteem beter inzetten tegen

Lieve vraag: ‘Hoe kan ik de salamander redden?’ kanker?’ en ‘Hoe werkt taal?’. De verwarring van kennis met wetenschap wordt in de hand gewerkt door op zich vrolijke initiatieven als de Nationale Wetenschapsquiz, waar slechts weinig van de antwoorden het resultaat zijn van experimenteel onderzoek, of daartoe aanleiding zouden kunnen geven. De te brede onderzoeksvraag is

ook bij beginnende onderzoekers een bekend fenomeen, en hen wordt geleerd, bijvoorbeeld in Umberto Eco’s Hoe schrijf ik een scriptie, een goed afgebakend onderwerp te kiezen. Dus niet: ‘De literatuur van de Renaissance’, maar de receptie van een bepaald hoofdstuk in een bepaald boek van een bepaalde schrijver in een bepaalde kring. We kunnen het publiek niet kwalijk nemen dat zij misvattingen koesteren die deels door wetenschapsbeoefenaren in de hand worden gewerkt, of dat ze fouten begaan die beginnende onderzoekers zelf ook regelmatig maken. In de publieke berichtgeving over wetenschap zou het nuttig zijn deze niet als encyclopedische kennis te presenteren, of mensen het juiste antwoord te laten bedenken op contra-intuïtieve vragen. Beter is het om te laten zien wat wetenschap werkelijk is, namelijk op een creatieve manier antwoorden vinden op vragen die voortbouwen op eerder onderzoek. Hierbij dient de wetenschapsbeoefenaar zichzelf niet te overschreeuwen wat betreft het belang of de zekerheid van zijn vondst. Evenmin dienen journalisten te kiezen voor de makkelijk van koppen te voorziene feitjes als ‘Pinda’s verhogen de kans op verkeersongelukken bij 59 tot 64-jarige vrouwen’, die zelden waar blijken en niet tot diepere inzichten leiden. De agenda van de wetenschap wordt al te veel bepaald door anderen. Hetzij vanwege commerciële belangen, zoals door de farmaceutische industrie gefinancierd onderzoek naar geneesmiddelen. Hetzij door de emotie van de burger, die meer geraakt wordt door kanker bij kinderen dan door gehoorproblemen bij ouderen, of, inderdaad, de predator-prooi interactie bij vissen. Prof.dr. Frits Rosendaal is arts en epidemioloog. Hij is lid van de KNAW en won in 2002 een Spinozapremie voor zijn onderzoek naar risicofactoren voor trombose


12 november 2015 · Mare Achtergrond

Een schetsboek als bio Graffitiheld en beeldend kunstenaar ZEDZ publiceert zijn nalatenschap

Hij groeide van graffiti-artiest uit tot internationaal vermaard kunstenaar. In Blackbook Unveiled kijkt Zedz (Ronald van der Voet, 44) terug op zijn Leidse begintijd. ‘Van treinen vol throw-ups heb ik geen enkele spijt.’ DOOR FRANK PROVOOST ‘De lantaarnpaal voor ons huis. Daar heb ik mijn eerste tag gezet. Wat ik allemaal in schoolschriften en –agenda’s had gekrabbeld, verhuisde toen naar de straat. Ik was een jaar of veertien en kende graffiti uit de videoclip van Rock Steady Crew, maar ook van de metalband Twisted Sister. Het fascineerde me mateloos. ‘De stap van stift naar spuitbus

was zo gemaakt. Vrienden uit de buurt, de Hoge Mors, deden het ook. Dan beland je samen in een stroomversnelling. Je wil jezelf bewijzen. Opschalen in aantal en kwaliteit, resultaten behalen. Voorbeeld doet volgen. Zien en gezien worden. Wie schrijft, die blijft. Ik val nu terug op oubollige spreekwoorden, maar zo werkte het wel. ‘Ik wilde een naam die goed klonk. ZEDZ werkt typografisch goed met horizontale, verticale en diagonale balken. Het is een blok dat je kunt beetpakken. En het heeft een kop en staart, dankzij de dubbele Z. ‘Tot mijn 25e zat ik er heel dik in. “Met mijn pieces schreeuw ik dat ik besta” – zo dramatisch zou ik het nu niet meer zeggen, maar zo voelde het toen echt. Het is de

bevestiging dat je er bent, hier en nu, net als bij een boek schrijven, of een schilderij maken. Alleen: in Leiden was er nauwelijks plek om je werk te laten zien, hoe hard je ook je best deed. Als het telkens niet lukt om de geïnstitutionaliseerde wereld te betreden, krijg je vanzelf het gevoel dat je de straat op wordt geduwd. ‘Tuurlijk, als jongere zet je je af tegen de maatschappij. En als je zelf niets bezit, maakt het ook niet uit of een huis van iemand anders is. En toch is graffiti geen vandalisme. Wettelijk gezien zou het hooguit als ‘klein vergrijp’ moeten zijn, vind ik. We maken niets kapot, maar voegen iets toe. Jouw schoonheid is niet mijn schoonheid, dat is het idee.

‘Het was niet altijd even netjes. Van sommige dingen denk ik nu: dat had ik niet moeten doen. Tegen een paar huizenbezitters zou ik best sorry willen zeggen. Maar van treinen vol throw-ups heb ik geen enkele spijt. Want zodra die zijn schoongepoetst staat er weer een enorme advertentie op van Nationale Nederlanden. Wrijf dat dan ook niet in mijn ogen, denk ik dan. ‘Bij de Holiday Inn stond er vroeger een enorme zuil van Marlboro - die kon je vanuit het ziekenhuis zien. Iedereen wist: daar klopt niets van. Het rijmt niet met welke vorm van ethiek dan ook. Maar zodra het geld in het laatje brengt, kan het opeens allemaal wel. Die zuil is voor mij een belangrijke referentie. ‘Mijn maag keert zich nog steeds om als ik zie hoe de publieke ruimte wordt misbruikt voor commerciële doeleinden. Neem die gigantische banners als er ergens grond te koop staat. Waarom moeten een miljoen mensen dat zien, als er uiteindelijk toch maar één koper is? Doe eens wat leuks met die ruimte! ‘Mijn ouders hadden het eerst niet door dat ik ’s nachts op pad ging. Tot er steeds meer spuitbussen in huis belandden. Of er een agent voor de deur stond. Ik moest wel eens een nachtje op het bureau blijven, boetes betalen of een alternatieve straf doen. ‘Ik kan heel hard rennen. Ik kan ook heel hard rennen en al mijn verf – het bewijsmateriaal – meenemen. Maar je moet zo’n situatie gewoon zien te voorkomen. En als je dan betrapt wordt, gaat het om je houding. Zeg gewoon: ik stond hier gewoon. Verder niets. Als je niets hebt gedaan, kun je ook niets ontkennen. ‘Pffff… Weet je… Iedereen begint altijd over die politieverhalen, jij nu ook weer. ‘Zeker, dat kat-en-muis-spel hoort erbij, maar die tien ontmoetingen staan in geen verhouding tot de duizenden pieces die ik heb gemaakt. In sommige wijken in New York was ik banger voor tegenliggers dan voor de politie. Dat maakt het magisch. Het is niet alleen de spanning, maar ook de sereniteit. Bijvoorbeeld wanneer het ’s nachts dertig graden is, je net klaar bent en kleddernat van het zweet ergens in de middle of nowhere nog kilometers door het hoge gras moet wandelen. Wow, denk je dan, wat is dit toch mooi. Hier had ik anders nooit gelopen. ‘Ik ben niet de intellectueelste, maar toen ik naar de kunstacademie ging, werd mijn scope breder.

Ik wilde mijn interesses mengen, en liep daardoor tegen de beperkingen van de graffiti aan. ‘Het begon met Mondriaan. Hij wilde het beste, schoonste en puurste werk maken, ontdaan van alle franje. Het was het begin van de nieuwe wereld. Kijk om je heen hoe alles is opgebouwd uit verticale en horizontale lijnen. Maar heel vaak hoor je dan mensen zeggen: “Dat kan ik ook.” De verbazing, dat mensen niet snappen dat ze dat juist niet kunnen, dat werd voor mij een nieuw vertrekpunt. ‘Het boek dat ik nu heb gemaakt, Blackbook Unveiled, is een verhaal zonder woorden. De enige tekst staat op de banderol. Verder ziet het er precies zo uit als mijn schetsboek, vol losse tekeningen, ingeplakte foto’s en geniete velletjes. Geen data, geen plaatsen. Dat leidt alleen maar af. ‘Als ik een roman van Douglas Coupland lees, zie ik geen letters, maar beelden. Het is net alsof ik erbij ben. Dat is met mijn boek ook zo: je kijkt mee over mijn schouder en ziet hoe de letters zich ontwikkelen. Zo ontstaat een spannend verhaal over een veertienjarige die graffiti naar zijn hand weet te zetten en een nieuwe, abstracte vormentaal ontwikkelt die zich kan meten met andere beeldende kunstuitingen. Als het boek stopt, verwissel ik de spuitbus voor een zaag. Ik ging mijn 3D-ontwerpen in het echt maken: het werden grote ruimtelijke, geometrische figuren. ‘Ik ben opgegroeid en mijn werk is dat ook. Het stadium van “Ik had nooit gedacht dat ik hier zou komen” ben ik inmiddels al twintig keer voorbij. Van New York tot Tokio maak ik nu werk op locatie. Mijn thuisbasis is Milaan. Daar pak ik mijn koffer uit, soms voor een paar uur, soms voor een paar maanden. Ik geniet van het succes, maar moet er keihard voor werken. Tot eind november ben ik artist-in-residence bij het Amsterdams Grafisch Atelier. Daar werk én woon ik tijdelijk in de zeefdrukkerij; weer een totaal nieuwe discipline. ‘Ik ga nog steeds op pad, zij het minder dan vroeger. Ik dacht altijd dat graffiti leeftijdsgebonden zou zijn, maar dat denkbeeld heb ik overboord gegooid. Ik zie mezelf ook nog dingen maken als ik vijftig ben, Of tachtig. Zo ontzettend gaaf is het nu eenmaal. Want tja, zo’n mooie trein…’ Meer info? Zie www.zedz.org

9


10

Mare · 12 november 2015

English page

“They’re taking advantage of us” Uncertainty about housing allowance for international students Are international students entitled to housing allowance? The question has led to much confusion, tax demands and court cases. “Does it make any sense at all?” BY MARLEEN VAN WESEL “I freaked out!” recalls

Julia Heuritsch; she had found a letter from the Tax Administration on her doormat. “I had to pay back my housing allowance – 1,500 Euros!” She arrived in Leiden from Austria two years ago to do a Master’s in Astronomy. Because she was an international student, she could rent a studio on Hooigracht in the former Elizabeth Hospital, from DUWO, arranged by Leiden University’s SEA Housing. “I read, in a Facebook group for international students, that everyone would tell me that I wouldn’t get a housing allowance, but I should apply for it anyway and not tell anyone about it. So I thought: OK … complicated.” DUWO does not actively mention that option to its tenants. “We have noticed that, actually, it raises discussions”, says Michiel Ensink, DUWO Leiden’s location manager. To apply, a tenant needs a breakdown of the rent and service costs from the landlord but Ensink sees it as “something betweem the tenant and the Tax Administration; it doesn’t involve us.” “Everyone in my block, at least, everyone who had heard of the allowance, got a demand”, says Heuritsch. She sent a letter of objection but the Tax Administration maintained that her flat did not qualify for housing allowance according to her landlord. “Apparently, it’s not an independent dwelling. Our Facebook group, which soon had eighty fellow tenants as members, collected pictures of our kitchens, toilets and front doors to show to the Tax Administration.” The Tax Administration would not budge “on the grounds of information from both the landlord and the Landlords Records at the Allowances Office.” Heuritsch turned to the university and DUWO for help. “They gave me a completely different reason: evidently I wouldn’t receive any housing allowance because I have a short-stay contract. I asked them: ‘Have you ever asked yourselves whether that makes any legal sense at all?’ I might as well argue that you should clean my house every week, but that doesn’t make it a law.” The Housing Allowance Act makes one exception: “Unless the lease or letting contract pertains to the use of a dwelling which is short-term by nature.” “Short-stay contracts are subject to that ‘unless’,” explains Ensink, for DUWO. “It’s written in the legislation and case-law confirms it: you don’t qualify for housing allowance in a temporary living situation, whether it’s a caravan or something else.” But doesn’t that apply to all DUWO campus contracts? After all, they all terminate when the course ends. “No, not those. It really only applies to terms of six months, like international students’ short-stay contracts.” Leiden lawyer Rogier Kamphuis has frequently helped out international students

with housing allowance issues. “But it’s odd that several students from the same block on Hooigracht were confronted with the same problem within a short space of time.” Heuritsch remarks: “I was terrified of every next letter from the Tax Administration. Meanwhile, I was trying to finish my thesis. I could hardly sleep for worry.” Kamphuis was not worried, however. The Dutch courts have frequently ruled that, in these cases, such contracts are normal leases.” But Ensink said precisely the opposite? “Case-law varies quite a bit”, explains Elout Korevaar, a lawyer and the Civil-Law lecturer who teaches “Tenancy Law” at Leiden University. “If I were to move into a friend’s house for three months after a fight at home because I can’t stand to be near my partner for a while – that’s a short-term contract by nature.” “The law hasn’t changed since the seventies”, says Albert de Vries, the Member of the Lower House for PvdA in charge of housing. “It was actually intended for holiday cottages, so that no one could apply for a housing allowance for one.” “’Short-term by nature’ is a flexible description”, agrees Adriaan Ros, the Tax Administration’s press officer. “It’s not assessed in terms of quantity – it’s not an X number of months.” In this case, a court case was narrowly avoided. Heuritsch recalls: “DUWO finally sent me the breakdown I needed the day before it went to court.” “The Tax Administration changed their minds without a proper explanation”, says Kamphuis. He is convinced that the short-stay argument was decisive. “Even once they had decided that most occupants lived in independent dwellings, the Tax Administration raised the short-stay contract as a new reason. Our objection was the only information that had been added to the case in the meantime.” Jantien Delwel, Leiden University’s international student advisor, is familiar with the issue. She has a contact at the Tax Administration with whom she attempts to solve students’ problems. “I have an actual hotline to her”, Delwel says. According to her contact, there is another complication. “The Elizabeth Hospital has had separate units since it was converted into a student-housing complex. But they haven’t been registered as independent dwelling units yet. DUWO has always claimed they’re short-stay and with such conviction that I believed it. I don’t know why they say that, perhaps there’s a difference in tax deductions between short-stay tenants and long-stay tenants.” Kamphuis corrects her: “You can’t claim security of tenure if you have a temporary contract but the landlord will not gain or lose by it.” There’s no financial advantage for us, agrees Ensink. “But I would have thought that allocating housing allowance would be easier for us, as the students would have more money.” Nonetheless, he wonders whether, in this case, the housing allowance was justified. “You could ask the Tax Administration. Perhaps there was an error. But look here: if the lawyer produced a good argument, it worked for him and it

has become a legal precedent, then that’s fantastic.” “My case is the precedent for fellow tenants now”, says Heuritsch. And as for being a real legal precedent: Kamphuis will be in court for another student on 26 November, so maybe that case will produce more certainty on the status of short-stay contracts. Because, as Mr De Vries, M.P., says, “It’s a bit strange that one court should rule in favour of the short-term contract while another disagrees.” Perhaps the line “short term by nature” should be formulated more clearly? Press Officer Ros from the Tax Administration replies: “I’m not trying to shift the blame, but the Ministry of the Interior writes the laws.” Minister Stef Blok is in charge of Housing and has been working on a bill on temporary lease which should protect tenants with temporary contracts. The umbrella organisation for student accommodation Kences, to which DUWO belongs, is not happy with the initial draft. Kences had proposed “a formal record of the present practice” in which leases for international students are defined as “short-term by nature”. “There’s a focus-group meeting with the Minister later this month,” says De Vries. “So I’ll ask him to make it clearer.” “They’re taking advantage of international students”, says Heuritsch, looking back on the episode. “We don’t speak the language, we don’t know how the system works and we haven’t the time to do anything about it.” But still, it worked out for her – or nearly. “The amount on the decision granting reassessment is wrong, but I’m sure that we can sort it.”

Things tend to go wrong The conditions for a housing allowance include a rent (before tax) of no more than 403 Euros (€710 if you’re over 23), an income of no more than €21,950 a year, Dutch nationality or a resident permit and an independent dwelling. Single rooms generally don’t qualify. Things tend to go wrong, especially for international students and so Leiden University now organises housing-allowance sessions. “Julia was by no means the first”, says international student advisor Jantien Delwel. “But since her case, we have listed all the accommodation eligible for housing allowance. There are hundreds of flats.” About eighty international students turned up at the last session to which tenants were invited; many students’ cases involved “impossible exceptions”. “For instance, a student is married in her own country and her partner still lives there. She ticked the box ‘married’ on her application, but at the very end, she had to submit her partner’s DigiD. But as he doesn’t live in the Netherlands, she couldn’t claim an allowance. “Others meet all the conditions but the former occupants of their flat haven’t de-registered from that address – so zilch. And what about non-EU students who have had a resident permit for ages but the Immigration and Naturalisation Service haven’t ticked the “legally in the Netherlands” box yet?”


12 november 2015 · Mare 11 Cultuur

Agenda

Steeds meer het spoor kwijt

FILM

De blurry werkelijkheid van Joran van der Sloot Theaterregisseur Davy Pieters liet zich inspireren door de media­ spektakels rond Joran van der Sloot en Amanda Knox. ‘De acteurs spelen letterlijk achterstevoren.’ ‘Het begint met een lijk, net als bij Baantjer eigenlijk’, vertelt theaterregisseur Davy Pieters (1988). Ze schreef en regisseerde de voorstelling How Did I Die voor Frascati Theater, maandag in Leiden te zien in Theater Ins Blau. Op het toneel ligt een meisje, levenloos. ‘Het is alsof er een videotape wordt teruggespoeld. De acteurs spelen daarbij letterlijk achDoor Marleen van Wesel

terstevoren. Telkens zie je daardoor dezelfde situatie opnieuw ontstaan, in een andere context. Ze blijkt achtervolgd te zijn door een man, in een bos. Daarvan kunnen we ons nog een voorstelling maken, maar langzamerhand wordt de situatie daarvan losgeweekt.’ In 2011 studeerde Pieters af aan de regieopleiding van de Toneelacademie Maastricht. Sindsdien maakte ze onder meer de voorstellingen An Elephant (2012), The Truth About Kate (2014) en How Did I Die voor Frascati. ‘Al die stukken gaan over de veelheid aan beeld- en informatiestromen waaruit we nieuwe waarheden halen. Twintigers en dertigers

zijn echt met die beeldcultuur opgegroeid en daardoor met vragen als: wat is echt en wat niet? Wat is waardevol en wat is waardeloos?’ Ook overeenkomstig aan haar voorstellingen: het geluid van Jimi Zoet. ‘Dat is erg aanwezig. Niet per se met dominante nummers die nu en dan worden aangezet, maar juist met voortdurende filmische soundscapes, die toch heel sturend zijn.’ Voor How Did I Die liet ze zich inspireren door misdaadseries en thrillers, maar ze hield niet vast aan het vaste patroon dat meestal eindigt met een heldere ontknoping. ‘Ik hoop wel dat de voorstelling uitnodigt om actief mee te denken wat

‘Zelfs het meest absurde scenario lijkt uiteindelijk mogelijk.’ 

foto Anna van Kooij

er gebeurd is. Ik wil mensen zo veel mogelijk aanknopingspunten geven om er een kloppend verhaal van te maken. Maar al zoekend raak je het spoor verder kwijt. De verhalen lopen in elkaar over en zelfs het meest absurde scenario lijkt uiteindelijk mogelijk.’ Ter voorbereiding liep Pieters mee met de politie, maar ook sprak ze met mediaspecialisten. Want meer nog dan door misdaadseries, ontstond het idee voor How Did I Die door echte misdaadzaken die uitgroeiden tot mediacircus. ‘Zoals de zaak-Amanda Knox. Zij was niet eens het slachtoffer en toch staat de zaak zo bekend. Dat is veelzeggend. Knox woonde als studente op een Italiaanse campus, toen haar huisgenote werd vermoord. Het werd een heel spektakel, een enorme soap, met Knox als verdachte.’ ‘Of Joran van der Sloot. Om te beginnen was daar echt iets gebeurd. De politie kwam erbij en ook de media. Vervolgens ontstonden er allerlei scenario’s. Die ficties beïnvloedden de realiteit. Er ontstond een soort blurry werkelijkheid. We weten niet wat er is gebeurd, maar misschien is er wel helemaal geen moord gepleegd. Er zou ook iets heel ergs gebeurd kunnen zijn dat eigenlijk iedereen kan gebeuren.’ In de auto bij Patrick van der Eem, die undercover werkte voor Peter R. de Vries, vertelde Van der Sloot dat Natalee Holloway plotseling onwel was geworden, waarna hij haar lichaam liet verdwijnen. ‘Maar daarna is hij wél een crimineel geworden. De soap eromheen heeft zijn persoonlijkheid beïnvloed. De fictie en de feiten lopen in elkaar over.’ How Did I Die Theater Ins Blau Maandag 16 november, 20.30, vanaf €10,-

Een knoop is een knoop Shinkichi Tajiri-expositie in Sieboldhuis De Japans-Amerikaans-Nederlandse kunstenaar Shinkichi Tajiri kon meer dan alleen knopen leggen in hout, marmer en staal. Het Sieboldhuis stelde, samen met Tajiri’s dochters, een tentoonstelling samen. Het zou goed kunnen dat de naam Shinkichi George Tajiri u niet zoveel zegt. Maar u bent vrijwel zeker wel eens langs een werk van hem gelopen. De witte knoop bij een van de meeting points op Schiphol, bijvoorbeeld. Of de geknoopte paal in de mijngangen van het Utrechtse Hoog Catharijne. Of langs zijn kunstwerk De Knoop aan de Rotterdamse Coolsingel. Tajiri, het moge u duidelijk zijn, hield van knopen. ‘Ik wilde een simpel en helder statement maken, iets dat ook mensen die niets van kunst weten direct zouden herkennen’, zei hij er zelf over. ‘Een knoop is een knoop. Met de interpretatie daarvan kan niets misgaan.’ Tajiri werd in 1923 geboren in Los Angeles, als kind van Japanse migranten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot Amerika Japanners op in kampen. Het weerhield hem Door Bart Braun

afkomstig uit samoerai-families - er niet van om een jaar later voor het Amerikaanse leger te gaan vechten in Europa. Daar keerde hij na de oorlog naar terug, en werd hij lid van kunstenaarsclub Cobra. In de jaren vijftig legde Tajiri het aan met de Nederlandse kunstenares Ferdi Jansen, en verhuisde hij naar Nederland. Tot het eind van deze maand toont het Sieboldhuis de expositie Universal Paradoxes over Tajiri’s leven en werk, samengesteld met behulp van zijn dochters. Er is geen ambitie om een totaaloverzicht van zijn werk te geven, in plaats daarvan focust de tentoonstelling op drie thema’s. Behalve knopen maakte hij ook veel beelden van krijgers, soms meters hoog. Ze zijn abstract: ze hebben geen herkenbare gezichten of wapens die tot een cultuur zijn te herleiden. Zelfs de vraag of het nou om zwaarden, speren of penissen gaat is aan de toeschouwer gelaten. Thema nummer drie is ‘De Muur’. Vanaf de jaren zeventig schroeft Tajiri zijn beeldenproductie iets terug, en gaat hij zich toeleggen op fotografie. Hij begint bij het begin: in het Sieboldhuis zijn een paar daguerrotypes te zien; een oervorm van foto-

grafie die mede uit de gratie raakte omdat er giftige dampen vrijkomen bij het lichtgevoelig maken van de platen. Tajiri maakte meer dan vijfhonderd foto’s en daguerro’s van de Berlijnse Muur, waar hij door gefascineerd was vanwege zijn eigen kamp-ervaringen. In 2009 overlijdt hij in zijn kasteel in het Limburgse

Baarlo, een jaar nadat hij het Nederlands staatsburgerschap heeft gekregen. Shinkichi Tajiri, Universal Paradoxes Japanmuseum Sieboldhuis expositie t/m 29 nov, toegang € 8 (studenten € 4,50)

KIJKHUIS He Named Me Malala vr.+ zo. + di. 16.15, do. + za. + ma. + wo. 18.45 Ice And The Sky do. + za. + ma. + wo. 16.15, vr. + zo. + di. 18.45 Youth – La Giovinezza dagelijks 21.15, vr. + zo. + di. 16.30 The End of the Tour dagelijks 19.00 The Lobster dagelijks 21.30 do. + za. + ma.+ wo. 16.30 LIDO Double Bill: The Hunger Games: Mockingjay – Part 1 and 2 di. 19.30 The Intern dagelijks 18.30 Scouts Guide To The Zombie Apocalypse dagelijks 18.45 The Gift ma. di. wo. 21.30 Sleeping With Other People dagelijks 18.45 Regression dagelijks 21.30 TRIANON Spectre dagelijks 18.00 + 21.30 do. + za. zo. ma. di. wo. 14.30 45 Years dagelijks 18.45 do. vr. za. zo. ma. di. 15.30 Son of Saul do. + zo. ma. di. wo. 18.45 vr. za. 21.30 Black Mass vr. za. 18.45 do. + zo. ma. di. wo. 21.30 Le Tout Nouveau Testament dagelijks 21.30 do. vr. za. + ma. di. 15.30 Opera: Carmen zo. 14.30

MUZIEK

AALMARKTZAAL Brentano String Quartet vr 11 november 20.15 v.a. €21 GEBR. DE NOBEL Dope Boy Fresh do 12 november 20.00 €10 Orgaanklap, support: Cheap Thrills vr 13 november 20.00 €10 Ishdarr wo 18 november 20.00 €10 DE TWEE SPIEGHELS Omiros Miltiadous Quartet vr 13 november v.a. 21.00 Ingi Bjarni Skulason Quartet za 14 november v.a. 16.00 Iman Spaargaren trio zo 15 november v.a. 21.00 Jamsessie o.l.v. Ewald Ebing ma 16 november v.a. 21.00 WAALSE KERK Orgelconcert Christoph Lehmann za 14 november 16.30, entree gratis QBUS Qbus Doublejam za 14 november 20.30, entree o.b.v. donatie VRIJPLAATS LEIDEN Yellow Grass + Timber za 14 november 21.00 €5 Unplugged Sessions wo 18 november 20.00, entree gratis BCPLUS Singer-Songwriter Sunday met o.a. Wouter Hamel zo 15 november 13.00, entree gratis

THEATER

LOKHORSTKERK De Bovenkamer wo 18 november 20.00, entree gratis LEIDSE SCHOUWBURG The Pianist vr 13 november 20.15 v.a. €11 Van Waveren Tapes za 14 november 20.15 v.a. €11 Droog Brood di 17 november 20.15 v.a. €11 Oeroeg wo 18 + do 19 november 20.15 v.a. €11

DIVERSEN

Shinkichi Tajiri aan het werk. Driepotige ‘krijger’-standbeelden zijn een terugkerend thema in zijn oevre.

MUSEUM VOLKENKUNDE Ladies Night za 14 november €17,50 LEIDSE STUDENTEN EKKLESIA Lezing ‘Een opgeruimde geest’ di 17 november 20.00, entree gratis aanmelding verplicht


12

Mare · 12 november 2015

Kamervragen

Column

Treinreis

Foto Taco van der Eb

‘Snakie bijt bijna nooit’ Jarko Dubbeldam (22, Statistiek) Huis: Flanorpad 7C Grootte: 11 m2 Kost: € 267 inclusief Hoe ben je aan de kamer gekomen? ‘Ik heb gehospiteerd via Kamernet in april 2013. Er is hier plek voor twintig mensen, maar het was een erg stil huis. Inmiddels is dat een stuk beter geworden. We hebben nu een schoonmaakrooster, televisie en huisbier. Op maandagavond zijn er soms borrels, maar daar kan ik eigenlijk nooit bij zijn, want ik doe veel commissiewerk. We hebben ook een huishamster die Wolfham Amadeus Grey heet.’ Waarom zijn de muren geel? ‘Ze waren eerst wit, maar dat vond ik wat kaal. Ik wou graag meer kleur, maar omdat er niet zoveel zonlicht binnen-

komt wordt lichtblauw of lichtgroen al snel donker. Ik heb mijn kamer verder aangekleed met posters. Die van Legend of Zelda: Majora’s Mask heb ik in Londen gekocht, net als de Game of Throneskaart boven mijn bed.’ Zo te zien ben je een gamer. ‘Klopt. En dan vooral van fantasygames en series. Ik lees ook graag de boeken van Tolkien en ik heb de Song of Ice and Fire-cyclus van George R. Martin. Mijn gamegitaar en –drumstel zijn om nummers voor Rock Band mee te spelen. Ik ben lid van studentenspelvereninging Het Duivelsei waar we ook Rock Band of Guitar Hero spelen. Soms maak ik zelf een nummer, dan is het handig als ik die eerst thuis kan testen voor ik hem meeneem naar de vereniging.’

Bijzonder huisdier heb je ook. ‘Ik heb altijd al een fascinatie voor slangen gehad. Ik kom uit het dorp Pijnacker. Toen daar in 2010 een dierenwinkel opende die slangen verkocht, ben ik gelijk gaan kijken. Ik zag Snakie en wist dat ik hem wilde hebben. Ik sleepte mijn moeder mee naar de dierenwinkel en die vond het ook wel indrukwekkend. Mijn vader overtuigen was iets moeilijker, maar dat is me uiteindelijk ook gelukt. Het gaf wel wat commotie toen mijn tantes op bezoek kwamen. Die schrokken zich een ongeluk. Maar nu woon ik op mezelf, dus heeft niemand er meer last van.’ Is hij niet gevaarlijk? ‘Nee, het is een koningspython. Dat is een heel rustig slangenras. Snakie bijt alleen als hij zich bedreigd voelt. Daar

is niet echt reden voor, hij ligt de hele dag in het terrarium. Soms haal ik hem er wel eens uit om hem vast te houden, maar meestal laat ik hem lekker slapen.’ Ben je nooit gebeten? ‘Eén keer, maar toen was hij aan het vervellen, en dan zijn ze altijd nerveus. Het stelde weinig voor, ik had niet eens een pleister nodig. Bovendien zijn pythons niet giftig.’ Wat eet hij? ‘Ik voer hem dode muizen en ratten, die kun je ingevroren kopen bij de dierenwinkel. Het geeft geen problemen met de huishamster hoor, daar zorgen een paar van mijn huisgenoten voor. Wolfham heeft niks te vrezen.” DOOR MONICA PRELLER

Vrijdag was de laatste dag dat mijn studenten-ov geldig was. Na zeven jaar vond de DUO het mooi geweest. Om de dag goed te benutten stond ik voor dag en dauw op, smeerde wat boterhammen, trok mijn jas aan en stapte op de fiets richting het station. De eerste bestemming was Groningen. In het donker reden we weg. Tegen de tijd dat we uit Almere wegreden was het licht geworden. We reden door Flevoland. Mistige velden waaruit windmolens oprezen en hier en daar een verdwaalde boerderij. Voorbij Zwolle bestelde ik koffie bij een meisje dat een rugzak om had waarin een hele kiosk bleek te zetten. Ik kreeg waterige oploskoffie. In Groningen liep ik snel een rondje door het Groninger Museum, bekeek tijdens het oversteken van de Grote Markt de Martinitoren en stapte de trein weer in. Ik had immers nog een lange reis voor de boeg. Op naar Maastricht. Het laatste stuk ging met de bus, want er werd aan het spoor gewerkt. Toen we de Waal (of Maas, of Rijn, weet ik veel welke rivier het was) overstaken, moest ik aan Marsman denken. Brede rivieren door oneindig laagland. Gelukkig was het niet oneindig, want mijn boterhammen hadden me tot even voor Assen gebracht en ik had honger. In Maastricht kocht ik Vlaamse friet met mayo in een steeg vlakbij het Vrijthof, je bent daar immers al bijna in België. Om de oosterburen tevreden te houden at ik er een braadworst bij. Ik liep terug naar het station en stapte weer in de bus naar Sittard. Vanaf daar ging het weer met de trein, terug naar het westen, naar Middelburg. Brabant was plat, ook hier veel boerderijen en akkers. De mensen spraken luider maar waren toch niet goed te verstaan. In Zeeland was dat niet veel beter. Wel werd het rustiger in de trein. Ik luisterde naar Broeder Dieleman, een Zeeuw die vertelt over Zeeland en over God. Je verstaat er niets van en toch weet hij je te raken. In Vlissingen at ik een pan mosselen in de haven terwijl ik de zon onder zag gaan in de Noordzee. Ik houd niet van mosselen. Omdat iemand me eens verteld had dat vis moet zwemmen dronk ik er veel bier bij. Ik wist niet zeker of mosselen wel als vis tellen, maar nam het zekere voor het onzekere. In het donker reed de trein weer richting huis. Door de felle verlichting binnen zag ik in de ramen alleen de spiegelbeelden van mijn medereizigers. Een man met een aktetas die een halve liter bier voor zich op het tafeltje had staan. Een blond meisje dat druk in de weer was met haar telefoon. Nadat ik was uitgecheckt haalde ik bij een automaat het studentenabonnement van mijn kaart. Het was inderdaad mooi geweest. TIM MEIJER

Bandirah

Mare 10 (39)  

Leids universitair weekblad

Advertisement