Automation Magazine nr 228 (NL)

Page 1

THE LARGEST PROFESSIONAL COMMUNITY IN INDUSTRIAL AUTOMATION

228 JUNI - JULI - AUGUSTUS 2022

11.000 SUBSCRIBERS

Driemaandelijks tijdschrift van InduMotion vzw – 52e jaargang Juni - Juli - Augustus 2022. Afgiftekantoor Turnhout – P309959

DOSSIER

AUTOMATISERING IN DE GEZONDHEIDSZORG p 22 – CETOP 60 jaar,

interview met voorzitter Stefan König

p 38 – Belgische Seafar

voortrekker in autonome binnenvaart

p 45 – Siemens Industry Academy

slaat brug tussen onderwijs en industrie


UPCOMING EVENTS 2022-2023 D2M - DESIGN TO MANUFACTURING 21 & 22 September 2022 | Kortrijk Xpo The connecting experience for the entire value chain from industrial design to manufacturing www.d2m.be

ABISS

INE

ABISS 6 October 2022 | Kortrijk Xpo Summit / network event for digital, smart & connected industry www.abissummit.eu

INE 2 March 2023 | Brabanthallen Leuven Network event for innovative industrial automation www.ine.networkevent.be

MACHINEERING 29, 30 & 31 March 2023 | Brussels Expo Machines, tools, materials & solutions for advanced manufacturing & engineering www.machineering.eu

www.industrialfairs.com


EDITO DOOR HUGUES MAES / VOORZITTER INDUMOTION

HEALTHTECH KRIJGT DOOR CORONA EEN BOOSTER Met 8.847 bezoekers was de zesde editie van INDUMATION.BE een succes. InduMotion, uitgever van dit vakblad, dankt dan ook de 240 exposanten en de mede-organisatoren Agoria en Industrialfairs voor hun deelname en steun. We kunnen nu starten met de voorbereidingen voor de volgende editie in 2024 en dit event laten uitgroeien tot de grootste beurs inzake industriële automatisering in de Benelux! Ons land kent een opvallende opmars van ondernemingen die nieuwe medische technologie ontwikkelen. Dat grote farmabedrijven zoals Pfizer en Johnson & Johnson (met Janssen Pharmaceutica) al langer een belangrijker uitvalsbasis hebben in België is geen geheim. Maar wel nieuw is dat jonge healthtech-ondernemingen hier innovatieve oplossingen voor gezondheidsproblemen bedenken. Onze levensverwachting stijgt, wat maakt dat een goede gezondheidszorg een van de belangrijkste uitdagingen is van onze samenleving.

In België zijn de medische opleidingen en het zorgsysteem al wereldtop. Onze belangrijke ziekenhuiscampussen, verbonden aan de universiteiten, genereren heel wat sterke medische ideeën, maar het is een grote stap om deze naar de praktijk om te zetten. Vooral als er moet worden opgeschaald, want dan zit je meteen in de industriële automatisering. In dit nieuwe nummer van Automation Magazine presenteren we enkele cases die de (onvermijdelijke) automatisering van onze gezondheidszorg illustreren.

Healthtech zit in de hele wereld in de lift, corona heeft zoals een boosterprik ervoor gezorgd dat investeringen (en subsidies) in alle vormen van gezondheidszorg stijgen. De pandemie heeft de implementatie van nieuwe medische technologieën versneld. In Vlaanderen bestaat er het netwerk flanders.healthTech (nu Medvia) om onder meer nieuwe toepassingen voor gepersonaliseerde en digitale geneeskunde te ondersteunen.

Tot slot willen we een grote proficiat wensen aan CETOP en voorzitter Stefan König, want dit jaar viert onze Europese moederfederatie haar 60-jarig bestaan en is België zelfs het gastland voor de jaarlijkse ledenvergadering. Deze vindt plaats in het nieuwe Botanic Sanctuary Hotel in Antwerpen. CETOP staat voor Comité Européen des Transmissions Oléohydrauliques et Pneumatiques. Achttien landen - en meer dan duizend aangesloten bedrijven, goed voor 70.000 werknemers en een omzet van 13 miljard euro - zijn aangesloten bij deze netwerkorganisatie die fungeert als opleidingscoördinator en pleitbezorger op Europees niveau inzake hydraulica en pneumatica.

‘De pandemie heeft de implementatie van nieuwe medische

www.cetop.org www.medvia.be

technologieën versneld.’ Ook Sirris ontwikkelt sedert enkele jaren almaar meer Healthcare-projecten. Sirris stelt zijn engineering-capaciteiten en -expertise in dienst van de Medtech-bedrijven die het zonder moeten stellen. Doel? Samen de weg afleggen van het idee naar het proof-of-concept, en aansluitend daarop, het industrialiseringsproces aanvatten.

AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 3


w w w . e u c h n e r. b e

Veiligheidstechniek voor de Machinebouw

EKS

Electronic Key System Universeel toepasbaar autorisatiesysteem Optionele uitgangen voor machineveiligheid Identificatie door middel van gepersonaliseerde elektronische RFID-sleutels Compact en robuust design Vele interfaces verkrijgbaar

EUCHNER (BENELUX) BV

I

P O S T B U S 11 9

I

N L- 3 3 5 0 A C P A P E N D R E C H T

I

+31 ( 0 )78 615 47 6 6

I

INFO@EUCHNER.BE

Eenvoudige installatie

Excelon®Plus ½ “ 84 Serie met nieuwe geïntegreerde elektronische druksensor

Robuust

Meer informatie: norgren.com

Grafisch kleurendisplay

Een totaaloplossing voor persluchtverzorging met IO-Link. Excelon® Plus persluchtbehandelingsunits met geïntegreerde elektronische druksensor. Een compacte en gebruiksvriendelijke oplossing, compatibel met IO-link. Eenvoudige parameterinstelling en gegevensfeedback van op afstand. Foutmelding en diagnose ondersteuning optimaliseren de bewaking van uw machine of productieproces. Op te stellen als single unit of modulair binnen de Excelon® Plus series. Tijdswinst door snel onderhoud en gemakkelijke installatie. De perfecte oplossing ontworpen met flexibiliteit en veiligheid als prioriteit. Norgren N.V./S.A. - +32 (0) 2 333 44 11.

4

Geïntegreerde digitale manometer


INHOUD

INDUMOTION InduMotion vzw is de beroepsfederatie voor bedrijven gespecialiseerd in industriële automatisering en aandrijftechnieken (elektrisch, hydraulisch, mechanisch en pneumatisch), die als producent, officiële invoerder of verdeler op de Belgische markt actief zijn. Lid van het Europees comité CETOP. vzw InduMotion Provinciesteenweg 9 – 3150 Haacht BTW BE0431 258 733 Secretariaat: Gerda Van Keer, tel. +32 471 20 96 73 gerda.vankeer@indumotion.be info@indumotion.be RAAD VAN BESTUUR Hugues Maes (SMC Belgium): Voorzitter Bart Vanhaverbeke (Voith Turbo) : Ondervoorzitter Marcel De Winter (Service-Hydro): Secretaris-generaal Guy Mertens (Act in Time): Penningmeester Vincent De Cooman (WITTENSTEIN): Bestuurder Luc Roelandt (Stromag): Bestuurder Jean-Marc Orban (Festo): Bestuurder TOEZICHTHOUDERS Adriaan De Potter (Protec) Maciej Szygowski (Doedijns Fluid Industry)

INDUMATION.BE 2022 @ Kortrijk Xpo

P3 EDITO Healthtech krijgt door corona een booster P5 INHOUD P6 DOSSIER Automatisering in de gezondheidszorg P20 E-Crane en Bosch Rexroth: een partnership van bedrijven met innovatiedrang AUTOMATION MAGAZINE Automation Magazine is een driemaandelijkse uitgave van de beroepsfederatie InduMotion vzw. Het verschijnt in maart, juni, september en december. REDACTIE redactie@automation-magazine.be www.automation-magazine.be ADVERTEREN Jean-Charles Verwaest, tel. +32 475 44 57 91 publiservice@automation-magazine.be VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Hugues Maes vzw InduMotion Provinciesteenweg 9 – 3150 Haacht info@indumotion.be www.indumotion.be REDACTIECOMITE Ludo De Groef, Marcel De Winter, Claudia Liedl, Hugues Maes, Guy Mertens, Patrick Polspoel, Roger Stas, Maxime Vansichen, Filip Vanwynsberghe. SECRETARIAAT Gerda Van Keer, tel. +32 471 20 96 73 gerda.vankeer@indumotion.be info@automation-magazine.be REALISATIE Magenta Uitgeverij Designcenter De Winkelhaak Lange Winkelhaakstraat 26 2060 Antwerpen info@magenta-uitgeverij.be

LAY-OUT Hans Bungeneers www.brontosaurus-graphics.be OPLAGE 8.300 ex. NL + 2.700 ex. FR De advertenties en artikelen in Automation Magazine worden ter goedkeuring voorgelegd aan het redactiecomité. Alle advertenties die betrekking hebben op technieken en producten voor industriële automatisering komen in aanmerking voor publicatie. De artikelen en nieuwsberichten zijn door de redactie geselecteerd. Zij verschijnen gratis en bevatten geen publiciteit. De auteurs zijn verantwoordelijk voor hun teksten. Automation Magazine wordt uitgegeven door InduMotion vzw. Een abonnement op dit vaktijdschrift is gratis en u kan dit aanvragen via het InduMotion secretariaat: gerda.vankeer@indumotion.be. Conform de Europese GDPR-wetgeving stellen wij u in kennis dat Automation Magazine hiervoor uw naam, bedrijf (optioneel) en adres bewaart. Deze informatie wordt nooit met derden gedeeld. U kan uw gegevens altijd via Gerda Van Keer opvragen en laten aanpassen of verwijderen. Automation Magazine paraît aussi en français.

P22 INTERVIEW CETOP 60 jaar, gesprek met voorzitter Stefan König P24 INDUMATION.BE 2022, een geslaagde comeback P28 INTERVIEW: Kataryna Lindström volgde de liefde en is ontwerpingenieur bij Volvo P32 TESTO Efficiënte registratie van metingen met ProCool app P34 SENSOLUS Connected asset management: op het juiste moment, op de juiste plaats P37 AGORIA Barometer technologische industrie veert op in mei P38 Belgische Seafar voortrekker in autonome binnenvaart P45 SIA slaat brug tussen onderwijs en industrie P46 PRODUCTEN P49 TECHTELEX

© InduMotion 2022 Coverfoto © Shutterstock

P50 AFSLUITER AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 5


GEZONDHEIDSZORG ONDER DRUK STEUNT OP AUTOMATISERING

Een ‘perfecte storm’, maar dan eentje die volop in het voordeel van automatisering speelt: zo zouden we de huidige situatie in de wereldwijde gezondheidszorg kunnen omschrijven. Healthtech, Medtech… In ons land hebben de innoverende technologieën voor medische toepassingen de wind in de zeilen. Willen die innoverende projecten echter doorgroeien, dan hebben ze nood aan een essentiële schakel: de juiste dosis engineering en dus automatisering. 6


DOSSIER DOOR SAMMY SOETAERT

Net zoals een perfecte storm in de meteorologie het resultaat is van elkaar versterkende deeloorzaken, is de automatiseringsstorm in de gezondheidszorg terug te brengen tot een kluwen van op elkaar inspelende evoluties. Er is de wereldwijd toegenomen bevolkingsdruk, die een grote impact heeft op de benodigde beddencapaciteit en het aantal gespecialiseerde helpende handen in de zorg. Daar komt nog de stijgende levensstandaard bovenop in vele delen van de niet-Westerse wereld, waardoor ook zij willen genieten van een gezondheidszorg op Westers niveau. Specifiek voor de Westerse gezondheidszorg zien we een enorme vraag naar personeel in combinatie met sterk stijgende arbeidskosten. Samenhangend met de gestegen druk op het personeel wordt ook de vergrijzing van het personeelsbestand stilaan problematisch. Het resultaat van deze evoluties is dat er veel méér moet gedaan worden met minder handen. Tel daarbij de stijgende verwachtingen rond kwaliteit en dan is het logisch dat men in eerste instantie naar automatisering kijkt om een antwoord te bieden op deze perfecte storm.

Deze systemen komen tegemoet aan de toenemende druk en vergrijzing van het personeel in de gezondheidszorg.

Maar wat maakt dan exact dat automatisering - in de breedste zin van het woord - een uitweg biedt op deze uitdagingen? Een eerste antwoord ligt in de diversiteit van automatisering, want het is de passe-partout voor elke mogelijke toepassing in de gezondheidssector. Enkele voorbeelden uit de losse pols: chirurgische robots zijn al lang geen ongewoon zicht meer in operatiekwartieren. Hun ongelooflijke nauwkeurigheid en flexibiliteit lenen zich uitstekend tot precisiechirurgie. We zien verder interessante toepassingen bij mammografiemachines waarbij remmen op basis van permanent magneten toelaten om de positie exact te bewaren om zo het benodigde beeld perfect te kunnen maken. Een volgende vergelijkbare toepassing zien we in Röntgenapparaten. Ook hier moet het beeld uiteraard zeer stabiel blijven en heet het antwoord op deze uitdaging automatisering. Ook pneumatica vinden we overal terug in ziekenhuizen: in bedden, pompen, beademingsmachines en uiteraard in de talrijke toepassingen met perslucht. Ook daar gaan we zo meteen wat dieper op in, maar beginnen doen we met een fijn stukje mechanica. AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 7


foto © Vithas Vigo Een betere samenvatting van een moderne operatiekamer kunnen we niet vinden: perslucht, afstandsbedieningen, visiesystemen en robotarmen.

Het nauwgezette ontwerp van kogelomloopspindels Naast hygiëne is ook nauwkeurigheid een sleutelterm die in quasi elke oplossing terugkomt. Elektromechanische oplossingen komen perfect tegemoet aan die eis. Een mooi staaltje technologie die hier als voorbeeld kan gelden vormen de groep kogelomloopspindels. In toepassingen waar de beheersing van de lineaire beweging aan de orde is, zijn er wel meer opties binnen de groep lineaire 8

oplossingen. Maar voor het garanderen van nauwkeurige, betrouwbare en herhaalbare bewegingen wordt echter steeds meer voor kogelomloopspindels geopteerd. Dat is niet zo vreemd, want deze oplossing is uitermate geschikt om wisselende dynamische belastingen te verwerken. Bovendien veroorzaken ze weinig trillingen en geluid, ze hebben dus weinig impact op de andere medische instrumenten noch op het patiëntengevoel. Dat is ook de reden waarom we ze


DOSSIER vaak terugvinden in toepassingen zoals bloedpompen en geautomatiseerde transportsystemen voor monsters. Als we de technologie even fileren, dan zien we dat een kogelomloopspindel in zijn eenvoudigste vorm bestaat uit een schroef, een moer en een mechanisme waarin kogels circuleren en teruggevoerd worden. De schroef heeft een spiraalvormige groef over de gehele lengte van de as, en de moer heeft een overeenkomstige groef. Deze groeven fungeren als de binnenste en buitenste loopbanen waarlangs metalen precisiekogels circueren om de lineaire beweging van de moer en bijhorende loopwagen te creëren. Deze opbouw maakt ze efficiënt, met een lage wrijvingscoëfficiënt en ze kunnen nauwgezet een koppel overbrengen. Prima eigenschappen voor de gezondheidszorg, met andere woorden. Kogelomloopspindels beschikken dus over een aantal markante voordelen, maar in de engineeringsfase is er toch wat aandacht nodig voor de correcte dimensionering. Zoals bij andere systemen zijn ook kogelomloopspindels in diverse kwaliteiten beschikbaar, met een wisselende nauwkeurigheid en belastingsgedrag. Om u daar wat wegwijs in te maken moeten we eerst een aantal begrippen toelichten. De ‘lead’ van de kogelomloopspindel is de axiale afstand die een kogelomloopspindel aflegt. In theorie moet deze lead gelijk zijn aan het product van de pitch of spoed en het aantal omwentelingen van de schroef, waarbij de pitch staat voor de axiale afstand tussen de schroefdraden. We kunnen de nauwkeurigheid van een kogelomloopspindel dus noteren als het verschil tussen de theoretische lead en de werkelijk afgelegde axiale afstand. Zowel de internationale (ISO) als Duitse normalisatiebureaus (DIN) hebben aan de hand hiervan classificaties vastgelegd voor de nauwkeurigheid van precisiekogellagers voor zowel positionerings- (P) als transport (T) toepassingen. Bijvoorbeeld, de nauwkeurigheid van P5 of T5 ligt binnen ± 23 micron over een slag van 300 millimeter, P7 of T7 is binnen de ±52 micron over 300 millimeter; P10 of T10 is ± 210 micron over 300 millimeter. Een volgende belangrijke factor bij de inzet van precisie kogelomloopspindels voor medische toepassingen is het gedrag van het systeem ten opzichte van belastingen. Dit noemt men de stijfheid en wordt uitgedrukt in N/µm. Een hoge stijfheid zorgt ervoor dat de gekozen positie van de moer op haar plaats blijft en zich niet als een veer gaat gedragen. Om een maximale stijfheid te behalen kan men de moer ook voorspannen, zodat ook de speling volledig wordt opgevangen. De voorspanning kan men verkrijgen door de kogeldiameter aan te passen , vergroten of door twee moeren op één spindel naar elkaar toe op te spannen. De maximale voorspanning die in de industrie toegepast wordt bedraagt 8% van het dynamisch draaggetal. Dat getal is de belasting waaronder 90% van de moeren 1 miljoen omwentelingen maken, dit naar analogie met kogellagers.

Door een gedetailleerd belastingsprofiel voor de kogelomloopspindel per toepassing in een apparaat of systeem op te stellen, kunnen kostbare misstappen vermeden en de juiste kogelomloopspindel ingezet worden. Dit maakt meteen duidelijk dat wie apparatuur voor de medische wereld wil ontwerpen, toch over een zekere expertise dient te beschikken. Perslucht is in medische context incontournable Perslucht neemt een bijzondere plaats in elke medische faciliteit in. Samengeperste medische lucht is op zich eenvoudig samengesteld: het bestaat voornamelijk uit stikstof en zuurstof, is geurloos, niet ontvlambaar en in theorie vrij van deeltjes, olie, vocht en andere sporen van verontreiniging. In ziekenhuizen, tandartspraktijken en andere zorginstellingen wordt perslucht op een vergelijkbare manier als in de industrie geleverd: via een pijpleidingsysteem voor medische gassen, waarbij de compressor wordt gebruikt om de gefilterde lucht te produceren en te distribueren. Waar luchttoevoersystemen via pijpleidingen niet haalbaar of beschikbaar zijn, leveren medische luchtcilinders de perslucht die nodig is voor kritische toepassingen zoals chirurgie, anesthesie en ademhalingsondersteuning. Het hoeft niet gezegd dat de eisen die aan de lucht gesteld worden voor pakweg ademhalingsassistentie op een ander niveau liggen dan wat voor een boorhamer in de industrie gebruikt mag worden. Laten we eens kijken naar enkele voorbeeldtoepassingen van medische perslucht.

Kogelomloopspindels zijn dankzij hun efficiëntie, nauwkeurigheid en lage wrijvingsweerstand graag geziene gasten in medische toepassingen. AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 9


DE VEILIGE PRODUCTIE VAN NEUSWISSERS Aan de toeleveringskant zien we hoe de automatiseringsgolf volop de fabrieken overspoelt. De plotse nood aan meer capaciteit is daar niet vreemd aan, met uiteraard de coronapandemie die alles in een stroomversnelling heeft gebracht. Daar komt de moeilijkheid bovenop dat de vereisten rond toleranties de afgelopen decennia alleen maar strenger geworden zijn. Wat vroeger bijvoorbeeld toelaatbare speling was, is nu niet meer toelaatbaar. Er moest dus plots niet alleen veel sneller, maar tegelijk zeer kwalitatief geproduceerd worden. Automatisering is perfect voor het maximaliseren van de kwaliteit, het elimineren van variabelen die de betrouwbaarheid negatief beïnvloeden, het verlagen van kosten en het versnellen van de time-to-market. Ook herhaalbaarheid en traceerbaarheid zijn belangrijke voordelen van automatisering in de gezondheidszorg. Een goed voorbeeld van deze snelle opschaling van de productie vinden we bij de productie van de ondertussen alom bekende (en verwenste) neuswissers. Deze zogeheten nasofarynxswabs zijn een gespecialiseerde vorm van de eerder conventionele swabs, zoals die

10

doorgaans voor wondverzorging worden gebruikt. Ze zijn niet alleen gemaakt van hoogtechnologisch medisch materiaal ze moeten ook tegelijkertijd lang, dun en gedeeltelijk flexibel zijn om helemaal achteraan de neus te geraken. Net als andere medische middelen moeten ook deze swabs en hun productieprocessen uiteraard in kostbare cleanroom omgevingen plaatsvinden en moeten ze voldoen aan zeer strenge wettelijke eisen. Een extra probleem is dat deze swabs pre-Corona slechts door een beperkt aantal bedrijven vervaardigd werden, en dat de afname bovendien zeer stabiel was. De bijhorende productieprocessen waren dus absoluut niet voorzien op deze enorme toename in de vraag. Eén van de grootste fabrikanten van medische swabs besloot om haar productiefaciliteit in de Verenigde Staten aan te passen en uit te rusten. De afdeling had snel 40 nieuwe machines nodig en slaagde erin om zeer snel te voldoen aan de toegenomen vraag. Eén van de cruciale onderdelen was de Super Clutch/Brake (SCB), een koppeling/remsysteem met een reactietijd van 45 milliseconden. Dat komt prima tegemoet aan de vereiste snelle cyclustijden. Het specifieke geselecteerde SCB-model, Super CB-6, is geschikt voor een maximum bedrijfstoerental van 500 tr/min en een statisch koppel van 56,5 Nm.


DOSSIER 1. Als dragermedium voor anesthesie Perslucht wordt gebruikt als draaggas voor het transport van de in te haleren genees- en verdovingsmiddelen voor en tijdens ingrepen. Door medische lucht te mengen met een verdovingsmiddel kan de toegediende dosis onder controle worden gehouden, terwijl de patiënt comfortabel blijft en tijdens de procedure normaal kan blijven ademen. De inhalatie van verdovingsgas, gemengd met lachgas of andere medische lucht wordt mede dankzij zuivere perslucht beschouwd als een betrouwbaar onderdeel van de algemene anesthesie. Vanwege het lagere zuurstofgehalte kan medische lucht een veiliger anesthesie draaggas zijn dan lachgas, vooral voor patiënten die gevoelig zijn voor zuurstofvergiftiging. Delicate gevallen van ademhalingsstilstand kunnen behandelingen met specifieke concentraties medische lucht vereisen, om de zuurstofniveaus nauwkeurig en gecontroleerd te houden. Voor dergelijke gevallen is perslucht een cruciale hulpbron. 2. Als ademhalingsassistent tijdens chirurgische ingrepen Artsen en chirurgen vertrouwen ook op medische lucht om patiënten in de operatiekamer en in andere kritische zorgruimten comfortabel te laten ademen. Medische perslucht biedt veilige ademlucht voor patiënten onder sedatie, patiënten die moeite hebben om zelfstandig te ademen en patiënten die onder behandeling zijn voor diverse ademhalingsaandoeningen. Een constante toevoer van medische lucht tijdens een operatie of ingreep draagt bij aan een gelijkmatige ademhaling tijdens de gehele operatie. 3. Als schone lucht voor beademingsapparatuur en couveuses Ventilatoren en couveuses moeten een schone, gecontroleerde toevoer van perslucht leveren, om de gezondheid en veiligheid van de patiënt te waarborgen. Pasgeboren baby’s hebben zéker de schoonst mogelijke lucht nodig tijdens de eerste uren dat ze ademen - vooral na eventuele complicaties tijdens de geboorte. Medische ademlucht moet vrij zijn van zelfs maar sporen van virussen of bacteriën. Vandaar dat we perslucht ook in onder meer couveuses terugvinden. Via drukgecompenseerde debietregeling kan de verdeling van medische lucht in ventilatoren, gelaatsmaskers, vernevelaars, endotracheale buizen, hyperbare kamers en neonatale intensive care-afdelingen (NICU) optimaal geregeld worden. Zo kan voldaan worden aan de individuele behoeften van de patiënt. Ook als het inademen van omgevingslucht een gezondheidsrisico voor de patiënt inhoudt, moet medische lucht voorhanden zijn om de ademhalingsfunctie gezond te houden.

4. Als aansturing van chirurgische instrumenten Perslucht kan worden gebruikt als contaminatievrije krachtbron voor luchtaangedreven chirurgische instrumenten in operatiekamers, tandartspraktijken en medische instellingen in de eerstelijnszorg. Perslucht voorziet pneumatische instrumenten van stroom voor onder meer puncties, boren, zagen en andere chirurgische ingrepen die een precieze luchtstroom en gelijkmatige druk vereisen. Chirurgische instrumenten voor mondheelkunde, orthopedische instrumenten, chirurgische zagen en boren, (aandrijven van) medische handgereedschappen, inclusief gereedschappen en systemen voor het reinigen en steriliseren van medische instrumenten. In laboratoria kan perslucht worden gebruikt om de instrumenten aan te drijven die ingezet worden voor bloedanalyse, het genereren van zuurstof en stikstof en andere onderzoeksactiviteiten. Hoe de juiste persluchtkwaliteit bereiken? Al die toepassingen maken het meteen duidelijk: schone perslucht is onmisbaar in een hedendaagse zorginstelling. Maar wat is nu exact ‘schone’ perslucht? En belangrijker nog: hoe wordt dat exact bereikt? Omdat perslucht populair is in de industrie wordt wel eens verwezen naar de bekende ISOklassen, maar eigenlijk is dat niet 100% correct in deze context. Vooreerst moet onderscheid gemaakt worden tussen perslucht voor medicinaal en niet-medicinaal gebruik. Het verschil is relatief eenvoudig uit te leggen: alle perslucht die gebruikt wordt om medische redenen (beademing, aandrijven van apparaten in de operatiekwartieren) is medicinaal, alles wat geen rechtstreekse invloed kan hebben op de gezondheid van de patiënt is niet-medicinaal. Een voorbeeld hiervan is de perslucht die louter binnen de technische dienst ingezet wordt. Beide vormen mogen absoluut niet in contact komen met elkaar. Monografie van de Europese Farmacopee Om medicinale lucht te bereiden moeten de richtlijnen uit de Europese Farmacopee gevolgd worden. Die regels zijn opgesteld om de productiewijze van allerlei geneesmiddelen te standaardiseren. Medicinale lucht wordt met andere woorden beschouwd als een geneesmiddel en de bijhorende productiewijze dient volgens nauw gedefinieerde procedures uitgevoerd te worden.

In de Monografie van de Europese Farmacopee worden de strenge eisen vastgelegd, dit zijn bijvoorbeeld de vereisten die aan medische lucht worden gesteld. AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 11


Sinds een update van de norm ISO 8573-1:2010 is er een klasse 0 toegevoegd aan de classificatie, die toestellen met specifieke eigenschappen op de markt te brengen.

foto © Atlas Copco Via deze luchtbehandelingssystemen kan gecertificeerde lucht gegarandeerd worden.

Een mixer die in een ziekenhuis medicinale lucht produceert uit de twee primaire elementen vloeibare medische zuurstof (22%) en vloeibare medische stikstof (78%), moet bijvoorbeeld exact voldoen aan de eisen rond zuiverheid die gedefinieerd zijn in de Europese Farmacopee. De drie pijlers van ISO-7396-1 De productie van medische lucht is één zaak, het gebruik ervan in de instelling is eveneens gebonden aan de nodige regels. Die kunnen we samenvatten rond drie belangrijke pijlers: redundantie, CO-monitoring en dauwpuntbewaking. Redundantie wordt bereikt door de opgenomen verplichting om altijd minstens 3 bronnen van perslucht te voorzien, waarvan minstens één via een compressor. Zo is er altijd de garantie dat er genoeg perslucht ter beschikking is. Even een operatie uitstellen door werken aan de installatie is hier uit den boze. Bovendien moet de derde bron ook in een andere ruimte geïnstalleerd worde, eveneens uit veiligheidsoverwegingen. CO-monitoring is nodig om te hoge waarden te vermijden. Een continue meeting en alarmering van CO gehalten 12

is verplicht sinds eind 2016 bij nieuwe installaties of vernieuwingen van bestaande installaties. Dauwpuntbewaking tot slot is nodig om te vermijden dat het dauwpunt te hoog wordt, want dan kan er condensaat gevormd worden in de leidingen waardoor perslucht onbruikbaar wordt. De maximale hoeveelheid waterdamp in medicinale perslucht mag 67 ppm bedragen wat overeenkomt met een atmosferisch dauwpunt van beter dan -45°C. Bacteriegroei stopt bij een drukdauwpunt lager dan -26°C.

www.atlascopco.com www.altramotion.com www.geveke.com


DOSSIER

WAAROM DE ISO 8573-1:2010 TOCH BELANGRIJK IS: KLASSE 0 De bekende ISO-norm 8573-1:2010 is onderverdeeld in drie hoofdgroepen van verontreinigingen: Vaste partikels, water (zowel vloeibaar als waterdamp) en olie (zowel aerosolen als oliedamp). Elk van deze categorieën heeft tot tien verschillende zuiverheidsklassen (acht voor partikels, tien voor water en vijf voor olie). Hoe lager het nummer van de categorie, hoe zuiverder de lucht moet zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat lucht van klasse 4 meer onzuiverheden mag bevatten dan lucht van klasse 3. Voor elke klasse van 1 tot en met 10 legt de norm exacte grenzen op aan het aantal partikels per m³, de grootte van de partikels. Voor water zijn de strengere klassen gerangschikt volgens hun drukdauwpunt en op basis van het vloeistofgehalte in de lucht in gram per m³. Concreet betekent dit dat het dauwpunt van lucht van

klasse 1 ten minste -70°C moet zijn, terwijl lucht van klasse 9 tussen 5-10 g/m³ water en/of waterdamp mag bevatten. Tenslotte wordt de ISO-klasse voor olie bepaald door het oliegehalte in mg/m³. Klasse 1 mag niet meer dan 0,01 mg olie bevatten, terwijl klasse 4 lucht 500 keer die hoeveelheid mag bevatten (5 mg/m³). Is klasse 1 dan de strengst mogelijke klasse? Neen, en dat is net waarom deze ISO-norm ook voor medicinale perslucht van belang is. Sinds een update van de norm in 2010 is er nu ook een klasse 0 toegevoegd aan de classificatie. Deze verschilt van de andere klassen omdat er hier geen cijfermatige grenswaarden worden geformuleerd, maar 2 compleet andere voorwaarden: ‘zoals door de OEM of gebruiker opgegeven’ en ‘strenger dan klasse 1’. Hoe een dergelijk systeem eruit kan zien, ziet u hieronder.

Een getrapt systeem met onder meer een waterafscheider met extra filter (1) en (2) verwijdert oliedeeltjes. Een droger (3) reduceert vervolgens het vochtgehalte waardoor elk risico op condensatie, bacterie- en schimmelgroei wordt weggenomen. Een dubbele filtertrap (4) en (5) met actieve kool filtering verwijdert koolwaterstoffen (oliedampen, geuren, enz.). Een katalysator zet vervolgens CO om in CO2 . Een bacteriefilter (6) aan de uitgang verwijdert tot slot bacteriën.

© Atlas Copco

AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 13


Seamless connectivity Componenten naadloos op elkaar aansluiten: Mechanisch, Elektrisch en Intelligent. Profiteer van één van de breedste porfolio’s. Wij bieden u een unieke troef voor een ononderbroken automatisering van machines en systemen. Met onze Festo componenten, of andere merken.

Siemens

Rockwell

Schneider

Beckhoff

Omron

Festo

Festo Automation Suite

Industrial Ethernet

Remote I/O

Electric + Pneumatic + Process Systems

Simplified Motion Series

Electric Actuators/Motors/Servo Drives/Handling Systems

www.festo.be/connectivity

4845832_Q-FESTO_Adv210x140_AM_Seamless-Connectivity_BLG.indd 1

14

03-06-2022 10:55


DOSSIER WEG ONTWIKKELT ANTIVIRALE COATING DIE BESCHERMT TEGEN COVID-19 Motorenspecialist WEG heeft een nieuwe antivirale coating ontwikkeld. De nieuwe coating, die ontwikkeld is voor gebruik op professionele machines en apparatuur in ziekenhuizen, laboratoria en medische omgevingen, maakt 99,9% van coronavirus onschadelijk binnen enkele minuten dat het in contact komt met het oppervlak. De polyurethaancoating W-THANE APA 501 is gedurende de coronavirus pandemie ontwikkeld voor de vele sectoren waarvoor WEG producten en diensten levert en die ernaar streven om de hygiëne en veiligheid te verbeteren. De ontwikkeling van de coating volgt de aanbevelingen van de National Agency of Health Surveillance, de toezichthoudende instantie voor volksgezondheid in Brazilië, en is vervaardigd aan de hand van methodologieën opgesteld volgens de International Standard BS ISO 21702:2019. De coating wordt aanbevolen ter bescherming van industriële apparatuur die in omgevingen met hoog risico wordt gebruikt, zoals ziekenhuizen, medische centra en laboratoria en tevens voor andere machines die binnen deze faciliteiten worden gebruikt. Daarnaast is het echter ook geschikt voor gebruik in diverse marktsectoren, zoals voor bedrijfsinstallaties en apparatuur en in het openbaar vervoer.

stoffen die ervoor zorgen dat coronavirus niet op behandelde oppervlakken kan overleven en is grondig getest voor het coronavirustype MHV-3. ‘Wij sparen kosten noch moeite bij het ontwikkelen van technologieën in de strijd tegen COVID-19’, benadrukte Reinaldo Richter, hoofddirecteur van WEG Coatings. ‘Wij hebben een team hoogopgeleide onderzoekers tot onze beschikking voor dit project en hebben het verwachte resultaat in recordtijd bereikt.’ Net als bij alle andere verfproducten en coatings van WEG is de nieuwe antivirale coating beschikbaar in diverse kleurenschema’s voor elke medische of industriële omgeving. www.weg.net

De nieuwe coating komt voort uit onderzoek en ontwikkeling bij de afdeling Coatings en lakken — een divisie van de mondiale WEG Group. De coating maakt gebruik van antivirale

AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 15


EEN KOSTENEFFECTIEF DOSERINGSALTERNATIEF Drukgestuurde vloeistofverwerkingssystemen zijn een eenvoudige, kosteneffectieve manier om vloeistofvolumes op nanoliter-schaal te doseren, zegt Paul Kendall, manager Industry Sector LifeTech bij Festo NWE. Besmettelijke ziekten vormen een altijd aanwezige bedreiging in onze samenlevering. Dit is wel gebleken tijdens de huidige uitbraak van het coronavirus. De hedendaagse laboratoria zijn in toenemende mate afhankelijk van geautomatiseerde vloeistofverwerkingssystemen en produceren in snel tempo nieuwe vaccins om de bevolking te beschermen. De voordelen van geautomatiseerde vloeistofverwerkingssystemen zijn bekend, maar deze systemen zijn niet goedkoop en betekenen voor een laboratorium een aanzienlijke investering. Bovendien hebben ze een groot aantal functies die voor de vereisten van veel toepassingen overbodig zijn, wat onnodige kosten betekent. Voor deze situaties is een ander, kosteneffectiever alternatief beschikbaar: drukgestuurde vloeistofdoseringssystemen. Deze bieden een eenvoudige en snelle manier om vloeistofvolumes op nauwkeurige, betrouwbare en schaalbare wijze van nanoliter- tot milliliterschaal te doseren. Drukgestuurde vloeistofdoseringssystemen hebben de ontwerpflexibiliteit om grote variaties in vloeistofeigenschappen en samenstelling te ondervangen en zijn geschikt voor substanties die zo dun zijn als alcohol of zo dik als honing. Ze zijn ook bestand tegen agressieve en zure substanties. Deze doseringssystemen zijn mechanisch eenvoudig van opzet en vergen een minimaal aantal onderdelen, wat reinigen gemakkelijk maakt. Een drukregelaar brengt samen met een veiligheidsventiel het reservoir met de vloeistof onder druk.

Vervolgens stuurt deze druk de vloeistof door de buizen en het solenoïde doseerventiel. Tot slot doseert het mondstuk de vloeistof in het vat via een naaldpunt met een gekalibreerde opening (zie afbeelding 1). Het is belangrijk om met de volgende factoren rekening te houden bij het ontwerpen van een op druk gebaseerd systeem, aangezien ze allemaal de kwantiteit en kwaliteit van de doses beïnvloeden: 1. Stroomweerstand De stroomsnelheid van het systeem wordt bepaald door de druk en ook door de algehele weerstand van het vloeistoftraject. Deze weerstand is afhankelijk van binnendiameter, lengte, geometrie van doseerventiel en fittingen. De grootte van de doseerpunt heeft direct invloed op de snelheid van vloeistoffen. In tegenstelling tot druk en tijd, die met software kunnen worden geregeld en aangepast, moet meteen aan het begin de juiste punt worden gekozen. 2. Druk Druk heeft een aanmerkelijk effect op doseringsvolumes en, nog belangrijker, helpt bij het regelen van de snelheid waarmee de vloeistof door de doseringspunt gaat. Druk kan ook worden gebruikt als controle voor vloeistofviscositeit, voor schone, spatvrije doseringen. Ze kan op verschillende manieren worden gegenereerd, bijvoorbeeld met een externe gasbron zoals stikstof, of een compressor om lucht in het gesloten vloeistofreservoir te pompen. De drukbereiken in geautomatiseerde doseringssystemen zijn over het algemeen laag, slechts 100–250 millibar. Toch is het belangrijk om veiligheidsmaatregelen te treffen die bij lekkage of een andere technische storing de druk kunnen ontlasten.

Afbeelding 1: Deze vloeistofverwerkingssystemen zijn mechanisch eenvoudig van opzet en vergen een minimaal aantal onderdelen, wat reinigen gemakkelijk maakt. 16


FESTO 3. Doseertijd De doseringshoeveelheden worden geregeld met magneetventielen, waarbij het gedoseerde vloeistofvolume voornamelijk wordt beïnvloed door de cyclustijd van het ventiel (zie afbeelding 2). Ventielen met een korte, zeer herhaalbare responstijd bieden een veel betere doseerprecisie bij hogere snelheden. Het is belangrijk om te weten dat elektromagneten energie genereren wanneer ze open zijn, en hun prestaties veranderen vaak als ze warmer worden. Een hoger stroomventiel kortere tijd bedienen vermindert deze warmte, maar dit vereist een ventiel met uitstekende herhaalbaarheid, zoals de VTOE van Festo (zie afbeelding 3). Een van de grootste voordelen van op druk gebaseerde systemen is de schaalbaarheid. Afzonderlijke doseerkoppen kunnen eenvoudig worden gecombineerd tot meerkanaals doseerkoppen die verschillende volumes, vloeistoffen en drukken kunnen verwerken. Vloeistoffen van verschillende klasse kunnen zelfs worden gedoseerd door meerkanaals doseerkoppen op een elektrische as te monteren en zo een brugsysteem te creëren. Echter, wanneer het gaat om systemen met meerdere kanalen, kunnen kleine verschillen tussen de inlaten, ventielen en mondstukken ervoor zorgen dat sommige kanalen grotere volumes afgeven dan andere, met een intrinsieke variabiliteit van punt tot punt van ongeveer 4%.

Festo maakt dit gemakkelijk met de VAEM-ventielbesturingsmodule, met gebruikersvriendelijke software om de puntnaar-punt variabiliteit in de meeste gevallen te verkleinen tot minder dan 1%. Verbeteringen in schaal, snelheid en kwaliteit van farmaceutische en biotechnologische processen door geautomatiseerde vloeistofverwerking hebben geholpen om de tijdschema’s te verkorten en snellere resultaten te leveren, en hebben het ontdekken van geneesmiddelen efficiënter gemaakt. Vloeistofdoseringssystemen onder druk kunnen helpen bij het optimaliseren van de doorvoer in automatiseringstaken in laboratoria tegen een fractie van de kosten van complexe robotica.

www.festo.be

Afbeelding 3: De VTOE maakt contactloze dosering van de kleinste hoeveelheden mogelijk.

Bij resoluties van 1 ms of hoger wordt het moeilijk deze kleine variaties te compenseren met de processor die de doseertijd van de solenoïde regelt. Een betere aanpak is de individuele kanalen te kalibreren door de magneetstroom voor intrekkeninhouden te variëren, zodat alle kanalen dezelfde hoeveelheid doseren met dezelfde doseertijden.

Afbeelding 2: Het gedoseerde vloeistofvolume wordt vooral beïnvloed door de cyclustijd van het ventiel.

AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 17


E-CRANE EN BOSCH REXROTH: EEN PARTNERSHIP VAN BEDRIJVEN MET INNOVATIEDRANG 50 jaar Bosch Rexroth Belgium, dat betekent ook: 50 jaar hechte samenwerkingen met partners en klanten, samen zoeken naar de beste oplossing voor hun uitdagingen. Eén voorbeeld van zulke hechte relatie is E-Crane, bouwer en leverancier van kranen voor intensief gebruik ter verwerking van bulk en schroot. ‘Als twee bedrijven met een sterke innovatiedrang samenwerken, levert dit vaak mooie resultaten op.’ E-Crane is een internationaal actieve bouwer van hoogtechnologische kranen, met ruim 550 medewerkers verspreid over vestigingen wereldwijd. De ‘e’ in hun bedrijfsnaam staat voor ‘equilibrium’, en dat is geen toeval. Het is precies in deze onophoudelijke zoektocht naar het best mogelijke evenwicht voor hun kranen dat E-Crane zich onderscheidt van de concurrentie. Met name in hun gebruik van het tegengewicht maakt E-Crane vaak het verschil, merkt Sven De Vriendt op: ‘Wij plaatsen dit niet vast op de kraan, maar beweeglijk op de achterzijde. Zo kan het zich dynamisch aanpassen aan de reikwijdte van de last die moet worden verplaatst. Dat zorgt voor een stevige energiebesparing en kostenefficiëntie.’ 18

Betrouwbare hydraulische systemen zijn een essentieel onderdeel van de kranen. Hiervoor doet E-Crane al ruim 25 jaar een beroep op Bosch Rexroth, al vanaf de oprichting van E-Crane. Eén van de redenen voor de geslaagde samenwerking is de nabijheid van Bosch Rexroth. Dat heeft ervoor gezorgd dat Bosch Rexroth en E-Crane een band hebben die de traditionele klant/leverancier-relatie ver overstijgt. ‘Noem het gerust co-innovatie’, zegt Erik Staes, sales mobile applications bij Bosch Rexroth: ‘We denken samen na over manieren om de kranen nog performanter, efficiënter en zuiniger te maken, en buigen ons samen over ontwerpen om deze oplossingen te realiseren. Dat heeft al mooie resultaten opgeleverd.’ Ventielblok met sommatiesectie Een van die fraaie resultaten is het nieuwe ventielblok dat voor E-Crane werd uitgewerkt, toen het tot dan gebruikte ventielblok in 2014 uit productie werd genomen. ‘Tijdens een gezamenlijk bezoek van E-Crane en Rexroth België aan onze engineeringafdeling in Lohr, Duitsland werd uiteindelijk beslist om een M7-25 ventielblok met een bijkomende ‘sommatiesectie’ te gebruiken’, vertelt Erik Staes, ‘Deze sommatiesectie heeft als voordeel dat ze kan


50 JAAR BOSCH REXROTH

afgesloten worden, waardoor de debieten van beide pompen niet meer continu worden samengevoegd aan de hoogst nodige druk. De pompen werken nu meestal afzonderlijk op verschillende drukken. Hierdoor wordt de beschikbare energie beter verdeeld en de kraan wordt tot een kwart performanter. Enkel wanneer toch het grote debiet nodig is, wordt de sommatiesectie geopend en worden beide pompen samengevoegd zoals bij het originele blok.’ Sven De Vriendt beaamt: ‘Wat in eerste instantie een probleem leek te worden, heeft uiteindelijk geleid tot een belangrijke technische verbetering van de kraan, met aanzienlijk meer opbrengst per uur voor de kraanbediener.’ Maar daar stopte het niet, merkt Sven nog op: ‘Door onze implementatie van hun oplossing (via externe verbindingen) konden nog meer functies over de twee secties verdeeld worden dan aanvankelijk het geval was. Toen Bosch Rexroth bij ons op bezoek kwam, zagen zij deze aanvulling en merkten zij op dat ze deze koppeling ook intern konden verwerken. Zo leidde de innovatiedrang van beide bedrijven tot een nog beter resultaat.’ Innovaties tot stand gekomen door samenwerking en samen denken, typeren de relatie tussen E-Crane en Bosch Rexroth: niet gewoon leverancier-klant, maar hechte partners in het zoeken naar de beste oplossing op elk moment voor de technische en bedrijfsuitdagingen. Zo wordt E-Crane nog efficiënter en productiever.

‘Vroeger waren al onze kranen maatwerk maar nu vertrekken we vaak van een standaardmodel dat we dan aanpassen aan de behoeften van onze klant’, legt Sven de Vriendt uit, ‘en dat loopt parallel met hoe we met Bosch Rexroth werken: wij leggen uit waar we als bedrijf naartoe willen, zij geven aan welke oplossingen in aanmerking kunnen komen, en dan beginnen we samen aan deze oplossingen te sleutelen tot ze onze behoeften helemaal invullen. Helemaal anders dan vroeger toen we de producten van een leverancier standaard in huis moesten nemen, en die het sleutelen helemaal aan ons overliet.’ Op naar het volgende project Het samen bouwen aan betere kranen en een betere organisatie is niet alleen goed voor de bedrijfsvoering, het is ook erg aangenaam werken. ‘Toegegeven, het praat allemaal wat vlotter omdat Bosch Rexroth vanaf het begin technische experts meestuurt. Onder ingenieurs praat het altijd iets makkelijker’, lacht Sven De Vriendt. Beide bedrijven zijn nog lang niet op elkaar uitgekeken. Het volgende grote project staat al in de steigers, al kunnen ze daar vandaag nog niet te veel over kwijt. Wordt dus vervolgd!

www. boschrexroth.com www.e-crane.com AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 19


60 JAAR CETOP: INTERVIEW MET VOORZITTER STEFAN KÖNIG De Europese federatie CETOP – European Fluid Power Committee blaast dit jaar 60 kaarsjes uit. In die 6 decennia heeft fluid power een enorme evolutie doorgemaakt, en de toekomst brengt ongetwijfeld nog meer boeiende ontwikkelingen in deze altijd innoverende en bewegende markt. Redenen genoeg voor een babbel met Stefan König, sinds 2016 de voorzitter van de federatie. De oprichting van CETOP kwam er onder impuls van Franse, Duitse en Britse brancheverenigingen die in 1959 de eerste zaadjes van een overkoepelende organisatie plantten. Dat zou drie jaar later te Stockholm uitmonden in de oprichting van het ‘Comité Européen des Transmissions Oléohydrauliques et Pneumatiques’, kortweg CETOP. Eén van de allereerste taken die de organisatie in de beginjaren op zich nam was de standaardisering van componenten, dat deed ze onder meer voor kleppen en ventielen, waarvan sommigen tot op vandaag nog steeds aangeduid worden als CETOP kleppen of -ventielen. De organisatie was opgericht om de belangen van haar leden te verdedigen, en deed dat met verve. Geleidelijk werden ook andere belangrijke pijlers toegevoegd aan de dienstverlening, met opleiding, marktonderzoek en impact op de wetgeving en normeringen als voornaamste activiteiten. Stefan König staat sinds 2016 aan het roer van de organisatie, waar ook het Belgische InduMotion lid van is. Automation Magazine: Hoe ziet de organisatie van CETOP er anno 2022 uit? Stefan König: ’We mogen gerust stellen dat we een breed gedragen Europese organisatie zijn. Vandaag zijn we de overkoepelende entiteit van 18 nationale federaties, waarvan Indumotion er dus één is. Als we alle bedrijven optellen die lid zijn van de nationale organisaties, dan vertegenwoordigen we meer dan 1.000 bedrijven die actief zijn in fluid power. Die zijn goed voor 70.000 werknemers en een omzet van ongeveer 13 miljard euro. We worden niet enkel zeer breed gedragen in deze sector, we beschikken bovendien over een goede mix van kleine en grotere bedrijven.’ AM: Welke activiteiten voeren jullie uit om het doel te bereiken? ‘Naast de overkoepelende functie voor de nationale organisaties, zijn we ook actief op het internationale toneel. Zo zijn we lid van het International Statistic Committee (ISC), waardoor we onze leden gerichte informatie uit de fluid power sector wereldwijd kunnen meegeven. Een andere belangrijke taak ligt in het opvolgen en evalueren van normen, wetten en directieven voor onze sector. Via onze ‘position papers’ die beschikbaar zijn op onze website, laten we onze mening horen aan de hoogste echelons. Dankzij de technische bagage en ervaring waarover onze comités en 20

Stefan König

leden beschikken, zijn er in directieven en dergelijke soms zaken die ontbreken, onduidelijk zijn of enige nuance vragen. Via die position papers maken we ons standpunt duidelijk en geven we aanbevelingen. Twee voorbeelden zijn onder meer de Machinerichtlijn en de Richtlijn Drukapparatuur. Naast deze standpuntinname, oefenen we ook rechtstreeks invloed uit op politieke beslissingen die van belang kunnen zijn voor onze leden. Daarnaast spelen we ook een rol om de neuzen binnen onze nationale organisaties in dezelfde richting te laten wijzen, zodat we sterker staan op internationaal vlak.’ AM: Qua innovatie zien we dat de focus in de industrie vaak op IT-gerichte evoluties ligt, zoals digitalisering en artificiële intelligentie. Maar wat zijn voor u de voornaamste technologische evoluties op het gebied van fluid power? ‘Laat u niks wijsmaken: te midden van al deze innovaties is en blijft fluid power ‘incontournable’. Het volstaat om enkele sectoren te noemen waar onze systemen letterlijk en figuurlijk de zaken doen draaien: de auto-industrie, bouw- en landbouwmachines, transport, voedingsen verpakkingsmachines, houtbewerking, persen, elektrotechniek, de scheepsbouw, metaalproductie en -verwerking, de lucht- en ruimtevaart, de medische sector, de milieutechnologie,... ik kan gerust nog een halfuurtje


CETOP

‘Levenslang leren is geen hype, het is een noodzaak.’

doorgaan met opsommen, maar u snapt waar ik naar toe wil. Het is dan ook onbegonnen werk om er één of twee innovaties in fluid power uit te pikken, want onze markt is zo divers en boeiend dat ik er wellicht honderden kan opnoemen.’ ‘We bevinden ons in onzekere tijden, dat zal uw lezers wellicht niet ontgaan zijn. Er is een wereldwijd tekort aan energie en grondstoffen, er is de nasleep van de pandemie, er zijn logistieke uitdagingen en nu kwam er recent nog een oorlog aan onze grenzen bij. Die redenen leiden samen tot sterke prijsstijgingen. In de industrie zal de energie-efficiëntie van machines en installaties daarom nog belangrijker worden. Fluid power en andere hoogwaardige technologievormen spelen een zeer belangrijke rol in de voortdurende verbetering van aandrijfoplossingen. Gelukkig is de kentering al ingezet: we krijgen steeds meer oog voor de totale eigendomskosten van een product. De beperking van die kost kunnen we onder meer bereiken door de energieconsumptie te verminderen, en dat kan door te streven naar een hogere energie-efficiëntie. Dat is voor mij toch een zeer belangrijke overkoepelende evolutie in onze sector.’ AM: Welk pad kunnen we daarvoor het best bewandelen? Stefan König: ‘Ik denk dat we moeten werken op meerdere sporen tegelijk. Ik denk bijvoorbeeld aan het verder beperken van wrijvingsverliezen in systemen, het werken met variabele snelheidsregelingen en de creatie van dynamisch geoptimaliseerde systemen. Er zijn ongebreideld veel mogelijkheden voor besparingen. Voor alle verschillende soorten machineaandrijvingen geldt bovendien dat er naast de energie-efficiëntie van de aandrijving, nog andere manieren zijn om verliezen te beperken: bijvoorbeeld het

optimaliseren van de vermogens die worden verbruikt voor het eigenlijke doel van een machine (bijvoorbeeld voor het bewerken van de stukken) en het vermogen dat door de machine zelf wordt verbruikt (bijvoorbeeld voor het opheffen van de traagheid van de motor, voor het bewegen van grijpers,...). Een welkom neveneffect van dit optimalisatieproces is dat het resulterende afgeslankte systeem aanzienlijk dynamischer wordt.’ AM: We vangen her en der wel eens op dat kennis van pneumatica en hydraulica terugloopt. Is dat ook uw aanvoelen? ‘Ik zou op zich niet stellen dat de kennis terugloopt, wel raakt ze minder goed verspreid. Op onze scholen en universiteiten verrichten ze prachtig werk, maar het is voor hen niet evident -zelfs onmogelijk- om hun leerlingen alle aspecten uit elke sector te leren kennen. Er ligt daar een belangrijke taak weggelegd voor onze federaties, die het voortouw moeten nemen om mensen naast de schoolse context op te leiden tot ze over de noodzakelijke competenties beschikken. Levenslang leren is geen hype, het is een noodzaak.’

www.cetop.org

WIE IS STEFAN KÖNIG? Na zijn studies tot ingenieur aan de Hochschule te Bremen, startte König na een eerste jobervaring bij aandrijfspecialist Danfoss. 32 Jaar later is hij nog altijd aan boord van hetzelfde bedrijf, al oefende hij intussen zeer diverse jobs uit. De rode draad in zijn carrière is evenwel het internationaal karakter van zijn jobs. Zo was hij eerder actief in diverse salesfuncties in de Chinese markt en voor de gebieden EMEA en APAC (Azie en Pacific). Vandaag zoekt hij het wat dichter bij huis en is hij verantwoordelijk voor de regio Centraal Europa van Danfoss. Bij CETOP is König lang geen onbekende, want sinds 2013 was hij al vice-voorzitter. In 2016 werd hij aangesteld als voorzitter van de organisatie.

AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 21


We hebben een winnaar! Bij SMC was er een schietkraam met perslucht en deze jongeman won een zachte knuffel omdat hij in de roos schoot.

VEEL PRIMEURNIEUWS OP SUCCESVOL INDUMATION.BE 2022 De zesde editie van INDUMATION.BE in Kortrijk Xpo trok 8.847 bezoekers. De organisatoren Industrialfairs, Agoria en InduMotion zijn tevreden dat na een lange tijd van onzekerheid door corona-restricties, iedereen opnieuw de weg heeft gevonden naar de beursvloer. Opvallend: de goede timing waardoor het vakevent plaatsvond nét voor Hannover Messe, zorgde ervoor dat veel exposanten in primeur voor de Benelux of Europa – en bij NORD zelfs in wereldpremière – nieuwe producten voorstelden. Inderdaad, veel primeurnieuws tijdens INDUMATION.BE. Bij het Gentse HUPICO lanceerde men voor de Benelux zelfs drie nieuwe producten. Zo werden de nieuwe GX serie robots van EPSON geïntroduceerd. De compacte en veelzijdige robots zijn ontwikkeld om met hoge snelheden in krappe ruimtes te werken zonder in te boeten aan nauwkeurigheid. Een bijzonder kenmerk betreft de in de armen ingebouwde gyrosensoren (Epson MEMS-technologie), die door hoge acceleraties of massa’s snelle bewegingen mogelijk maken zonder trillingen. Daarnaast werd ook het unieke Scaraflex systeem gedemonstreerd, waarmee hekloze en veilige SCARA toepassingen kunnen worden gecreëerd en tot slot was er het nieuwe gamma aan Montrac shuttles. Met 22

Montrac koppelt men productieprocessen tussen robots en werkplekken flexibeler dan ooit tevoren. Op de SMC-stand stond een heuse schietkraam waar je via perslucht met een pijltje een kat van een balk moest schieten. In de kijker bij SMC: de nieuwe PF3A8#H-L. Deze modulaire flowsensor is ontworpen om een ​​groot debietmeetbereik te dekken en heeft een duidelijk en gemakkelijk af te lezen display met 4 schermen (3-kleurig), cruciaal bij het bewaken van de toestand van de hoofdleiding, aftakking of specifieke apparatuur. Een bijkomend voordeel van deze sensor ligt in het vermogen om meer gedetailleerde informatie te bieden dankzij de IO-link-compatibiliteit. Dit modulaire ontwerp


INDUMATION

Vlnr: Johan Paul van HUPICO ziet hoe collega Pierre Huyghebaert de speciale ‘safeskin’ van de Scaraflex cobot haalt. Magneten houden deze buitenste laag vol druksensoren op zijn plaats. Raak je de ‘huid’ aan, dan stopt de cobot.

reduceert de benodigde installatieruimte, leidingwerk en bedradingswerk. Alle procesgegevens (debiet, druk, temperatuur) evenals identificatie- en configuratiegegevens voor de PF3A8#H-L worden verzonden met een enkele M12standaardconnector (er is geen speciale IO-link-kabel vereist). Aan de overkant van SMC werd door NORD Drivesystems in (wereld)primeur de DuoDrive voorgesteld. Op de stand stond een bandtransporteur met DuoDrive geïnstalleerd, een nieuw compact aandrijfsysteem dat gebruik maakt van IE5+ hyperefficiënte motoren, eveneens in wash-down uitvoering. Met als voordelen: een universele inbouwpositie, een volledig geïntegreerd aandrijfsysteem met een zeer laag geluidsniveau van max 65 db(A), hoog-efficiënt, korte levertermijnen en voorzien van gangbare mechanische en elektrische aansluitingen voor eenvoudige systeemintegratie, bijvoorbeeld voor interne transportsystemen in de sectoren van de levensmiddelen of farmaceutische industrie.

Vlnr: Peter Van Woensel en General Manager BeLux Nicky Vyvey tonen voor het eerst de nu beschikbare NORD DuoDrive.

Dankzij een korte zuigerslag, kleine verplaatsing hoek en hydrostatische lagers, zijn AX-units in staat om te werken met minder lawaai en lage trillingen, zelfs bij zeer lage toerentallen (onder 1 rpm). Mechanische rendementen tot 99% en totale rendementen tot 95% zijn haalbaar. ‘In combinatie met een snelheidsgeregelde servomotor is dit de perfecte vervanger voor mechanische lineaire aandrijvingen gecombineerd met de voordelen van hydraulische cilinders’, vertelde Filip Vanwynsberghe.

Bij VB Parts Hydraulics lag de klemtoon op Bucher Hydraulics die de AX-serie presenteert, de meest innovatieve geïndustrialiseerde plunjerpompen en motoren. Door een gespiegeld ontwerp op basis van licht roterende onderdelen zijn drukken mogelijk van 500 bar bij zeer lage toerentallen en kleine drukrimpel.

Vlnr: Yves Vande Vyvere en Filip Vanwynsberghe van VB Parts Hydraulics gaven aan klanten een toelichting over de voordelen en het hoge rendement van de AX-serie.

AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 23


Minder lawaai en spektakel tijdens de INDUMATION.BE nocturne op donderdagavond. Beckhoff trakteerde de genodigden op de lekkerste cocktails.

De traditionele nocturne op donderdagavond tijdens INDUMATION.BE had een minder groot ‘Vlaamse Kermis’gehalte dan bij de vorige edities. De exposanten hielden zich aan de geluidsafspraken en de focus lag vooral op lekker eten en drinken voor alle uitgenodigde klanten. Bij Beckhoff serveerde de Wine Blend cocktailbar van sommelier & bartender Hannes Desmedt alvast de lekkerste drankjes! WEG heeft sinds kort een nieuwe Sales Manager Belux: Abdel El Fargani, een man met een jarenlange ervaring in motoren, drives en aandrijvingen. Bij WEG was men tijdens INDUMATION.BE trots op de nieuwe CFW900 serie variabele snelheidsregelingen (VSD), want de CFW900 verbetert de energiezuinigheid en connectiviteit. De compactere CFW900 heeft een vereenvoudigd design, een hogere vermogensdichtheid en is gebruiksvriendelijker, waardoor men snel naar de configuraties en technische gegevens kan gaan. De CFW900 heeft een ingebouwde functie om WEG’s Motion Fleet Management (MFM) eenvoudiger te kunnen toepassen. Dit systeem maakt het mogelijk om een industrieel machinepark online te monitoren en het onderhoud ervan te beheren. Dit nieuwe model heeft tevens een ethernet-poort, zodat het belangrijke besturingsdata naar het MFM-systeem 24

kan sturen, dat daardoor de werking en het onderhoud nog beter kan monitoren. Daarnaast is de CFW900 compatibel met de nieuwe EcoDrive app, waarmee gebruikers hun systemen kunnen monitoren, parameters instellen, programmeren en de systeemefficiëntie kunnen simuleren. Deze VSD kan ook direct gegevens met de cloud uitwisselen en biedt een verbeterde beveiliging voor de data en informatie. Net als eerdere modellen heeft de CFW900 ook ingebouwde veiligheidsvoorzieningen, zoals Safe Torque Off (STO) en Safe Stop 1 (SS1). Technische profielen zijn gegeerd. De arbeidsmarkt is krap, want bij vele INDUMATION.BE exposanten zag je op de stand eveneens bordjes met vacatures. Net zoals bij veiligheidsspecialist EUCHNER, waar men op zoek is naar een Technical Sales Engineer (m/v) en bij NORD Drivesystems, waar men binnendienstmedewerker(s) zoekt om de sterke groei te ondersteunen. Bij Phoenix Mecano lag de nadruk op industriële PC’s en tablets: allemaal volledig uitgewerkte oplossingen met scherm- en industriële PC-integratie. Het hele gamma van ROSE werd voorgesteld. ‘Wij configureren deze schermen en


INDUMATION

Het team van WEG zoekt versterking. Enkel dit jaar zal het team met 10 extra mensen versterkt worden. 7 zijn er reeds aan de slag en momenteel is WEG Benelux nog op zoek naar 3 inside sales engineers. Uiterst rechts op de foto: Werner Lievens, Managing Director WEG Benelux, met naast hem de nieuwe Sales Manager Abdel El Fargani.

Managing Director Paul Ribus toont een exemplaar uit de FANUC cobot CRX-serie, hier het type dat 10 kilo kan heffen.

industriële PC’s volgens de wens van de klant. Onze toestellen kunnen zowel vast (bijvoorbeeld aan een draagarm of op een statief ) als draagbaar worden gebruikt en ze zijn uitgevoerd in aluminium of roestvrij staal. Bij onze totaaloplossing speelt het uniforme design een belangrijke rol’, aldus Account Manager Patrick Troffaes. Automatisatie wordt volgens igus zeer eenvoudig: met de nieuwe ReBel, stelde het bedrijf een plastic cobot voor die slechts 10 kg weegt. Samen met een lage kostprijs, weinig onderhoud en een eenvoudige werking, maakt de ReBel nieuwe innovatieve ideeën op gebied van service robotica mogelijk, ook voor kleine bedrijven en start-ups. igus heeft maar liefst 175 gloednieuwe motion plastics® in het gamma. Naast innovaties voor de cleanroom en kabelrups- en lagertechniek van 100% gerecycled materiaal, toont igus in de online shop de CO2-voetafdruk van de meest gangbare glijlagers. Interessant voor iedereen die zijn uitstoot en milieuimpact wil meten. Bij FANUC toonde Managing Director Paul Ribus de nieuwe cobot modellen die de FANUC CRX serie vervolledigen. Met payloads van 5 kg, 20 kg en 25 kg maken de nieuwe cobot

Het ROSE schermgamma bij Phoenix Mecano.

AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 25


Vlnr: Directeur Bart Kroese en Jip Verbiest: ‘Snel en efficiënt uw uitdagingen realiseren? Dan is Euronorm uw partner!’

modellen de reeds populaire CRX-serie, die bestond uit 10 kilo payload cobots, compleet. De CRX-5iA, CRX-10iA, CRX10iA/L, CRX-20iA en CRX-25iA zijn veilig, gebruiksvriendelijk, betrouwbaar en een veelzijdige oplossing voor een brede waaier van toepassingen, waaronder inspectie, machine load/

unload, verpakken, palletiseren, schuren, lassen,... Het IP67 beschermingsniveau is standaard voor alle vijf CRX-modellen, geschikt voor de meest veeleisende productie-omgevingen. Euronorm Sales Manager Jip Verbiest en directeur Bart Kroese werken aan de naambekendheid van Euronorm, inmiddels vier jaar actief op de Belgische markt. ‘Euronorm Drive Systems levert hoogwaardige motorreductoren uit voorraad aan klanten in de machinebouw en industriële onderhoudssector met een levertijd van 2,5 week, ook nu en dat is in deze tijden een grote troef!’, klonk het bij het duo. Een team van ervaren technici, verkoopafdeling en een engineeringsafdeling voorzien alle klanten van deskundig advies en een vlotte afhandeling. Mechatronische aandrijfsystemen die zelfstandig informatie kunnen verzamelen en communiceren, zijn fundamenteel voor het IIoT. WITTENSTEIN alpha is de eerste fabrikant van componenten die standaard slimme reductiekasten aanbiedt - reductiekasten met cynapse®. ‘De term ‘cynapse®’ refereert naar de neurotransmitters in onze hersenen. Wij voegen intelligentie toe aan ‘domme’ mechanische elementen’, legde Sales Manager Jelle Van Deun uit.

Marketing Coordinator Claudia Liedl toont de WITTENSTEIN cynapse® technologie.

26

De WITTENSTEIN reductiekasten hebben een geïntegreerde sensormodule die industriële 4.0-connectiviteit mogelijk maakt. Met behulp van IO-Link kan cynapse® trillingen, temperatuur, bedrijfsuren, versnelling en nog veel meer meten. Met al die data kan een gebruiker zijn machines ‘bewaken’ om problemen te voorkomen en efficiënter te werken. Voorts zag je op de WITTENSTEIN stand de krachtige, behuizingloze servomotoren van de cyber® kit line en


INDUMATION

Siemens toonde op INDUMATION.BE haar Digital Enterprise-portfolio.

de roestvrij stalen actuator ‘axenia value’ in single-cable technologie voor de verpakkingsindustrie. Siemens toonde op INDUMATION.BE haar Digital Enterpriseportfolio; een reeks oplossingen die industriële bedrijven helpen om systematisch te automatiseren, digitaliseren en de verkregen data optimaal te benutten. ‘Dat is nodig om stand te houden in een wereld waarin de marktomstandigheden de voorbije jaren en maanden drastisch zijn veranderd’, aldus Eddy Nelis, Senior Vice President Digital Industries bij Siemens. ‘Een toenemende kostendruk, korter wordende innovatiecycli, de nood naar meer duurzaamheid, het toenemend belang van informatietechnologie en de war for talent zijn maar enkele van deze uitdagingen waarvoor elektrificatie, automatisering en digitalisering nodig zijn.’

Intralogistiek op maat van e-commerce Ook voor de intralogistieke sector stelde Siemens oplossingen voor. Dat is nodig, want door de impact van e-commerce moet er steeds sneller geleverd worden met kortere opslagperiodes en minder opslagruimte, terwijl er veel kleine bestellingen in grotere hoeveelheden geplaatst worden. Logistieke centra moeten dus uiterst vlot en betrouwbaar werken, liefst zo automatisch mogelijk met een minimaal energieverbruik. Het Dynamic Gapper Model toont hoe Siemens’ flexibele en efficiënte automatiserings- en aandrijfoplossingen voor transportband- en sorteertechnologie mogelijk maakt. www.indumation.be Siemens-topman Eddy Nelis

Hardware en software combineren Siemens helpt bedrijven door de troeven van hardware en software te combineren via het Digital Enterprise-portfolio. Siemens’ digital twins brengen alle gegevens van het product, de productie, het proces en zelfs de performantie bijeen. Op die manier kan elke parameter in de levenscyclus van het product en de productie optimaal gecoördineerd worden. De laatste nieuwigheden op vlak van Totally Integrated Automation, Industrial Edge, Automation Systems, Distributed I/O Systems, Drive Systems, Process Automation, Process Instrumentation & Analytics, Virtualisation en Artificial Intelligence werden voorgesteld. Voorts was er aandacht voor communicatietechnologie zoals industriële 5G routers en IWLAN. AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 27


‘OOK IN ZWEDEN LOPEN WE TEGEN ZELFDE HINDERPALEN AAN’ KATARYNA LINDSTRÖM VOLGDE DE LIEFDE EN IS ONTWERPINGENIEUR BIJ VOLVO Kataryna Lindström: wereldburger met een missie.

Wat doe je, als je als 23-jarige Belgische ingenieur-in-spé de liefde vindt in het verre Zweden? Simpel, je laat ons land voor wat het is en je bouwt een nieuw bestaan op als ontwerpingenieur voor Volvo Equipment. Voor Kataryna Lindström was dit 20 jaar geleden de normaalste zaak van de wereld. 28


INTERVIEW DOOR SAMMY SOETAERT

Dat Kataryna in Zweden ondertussen goed ingeburgerd is, blijkt uit de weinig Belgische naam die ze draagt. Een bewuste keuze, zo blijkt. ‘Ik heb eigenlijk nog weinig met België, al heb ik er wel nog wat verre familie wonen. Je mag gerust zeggen dat ik me 100% Zweeds voel, al ben ik België zeer dankbaar. Ik heb er heel goede herinneringen aan, maar toen mijn man me voorstelde om zijn naam en nationaliteit aan te nemen, was het een logische stap. Ik ben bovendien slechts voor de helft Belgisch, want mijn moeder is een echte Française. Dat ik me nog weinig verbonden voel met België ligt ook wat aan de kosmopolitische sfeer die er bij ons thuis hing. Mijn ouders waren avontuurlijk aangelegd. Zo hebben ze een tijd een hotel uitgebaat in Indonesië, als conciërge gewerkt in een mijn in Zuid-Afrika en zelfs even op een cruiseschip gewerkt. Dan is je binding als kind en later als tiener met een streek toch minder dan in een eerder traditionele benadering.’ Waarom vliegt een vliegtuig? ‘Tijdens die buitenlandse ervaringen is ook mijn liefde voor het ingenieursvak ontstaan. Ik was altijd al een kind dat duizenden vragen stelde, tot mijn ouders er horendol van werden. Vooral vliegtuigen fascineerden me mateloos. Als ik een papieren vliegtuigje maakte van enkele grammen, bleef dat slechts enkele seconden in de lucht. Maar als we een vliegtuig namen richting pakweg Pretoria, dan bleef dat probleemloos in de lucht ondanks de honderden mensen aan boord, de zware bagage, de brandstof, het eigen gewicht, .... Dat gegeven boeide me mateloos, maar mijn ouders waren niet echt technisch aangelegd. Ik bleef dus vaak op mijn honger zitten

wat die vragen betreft en zocht daarom vaak mijn toevlucht in wetenschappelijke boeken.’ ‘Dat ik in België heb gestudeerd, is eigenlijk toevallig. Mijn grootmoeder woonde na het overlijden van mijn grootvader alleen in Menen in West-Vlaanderen, maar ze werd zwaar ziek. Mijn ouders besloten dat het daarom beter zou zijn om even terug in België te gaan wonen. Ik was toen 16 en kwam terecht in de richting Elektromechanica in het TSO. Dat was eerder een pragmatische keuze: mijn ouders vreesden dat de kloof tussen het onderwijs dat ik genoten had en het Belgisch niveau in het ASO te groot zou zijn. Had het aan mij gelegen, dan had ik waarschijnlijk eerder Wiskunde-Wetenschappen gevolgd. Ik was in dat VTI toen het enige meisje in de klas, enkel in de richting textiel zaten er nog wat meisjes.’ Van TSO naar de richting Burgerlijk Ingenieur ‘Na het middelbaar zette ik de enorme stap van het TSO naar de opleiding tot Burgerlijk Ingenieur in Brussel. Mensen verklaarden me gek, het werd me zelfs sterk afgeraden. Ik zou te veel achterstand hebben, niet weten hoe ik moet studeren, niet aarden in de theoretische kant van de richting, ... alle redenen waren goed om me mijn motivering te ontnemen. Maar als er nu één iets is dat je niet moet zeggen tegen een achttienjarige, dan is het wel dat je iets niet kan. Ik weet nog dat we enkele maanden na de start proefexamens kregen van enkele vakken. Ik was voor alles met glans geslaagd. Het was toen snel gedaan met die negativiteit van anderen.’ ‘Dat ik in Zweden belandde, was eigenlijk puur toeval. Toen Een eerste werkervaring volgde bij een bedrijf dat waterjet propulsie systemen ontwikkelt.

AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 29


Bij Volvo werkt Lindström onder meer aan de elektrificering van de vloot.

we spreken over eind jaren ’90 - was het Erasmus programma zeer in trek bij studenten. Je kon destijds op georganiseerde wijze een stuk van je programma in het buitenland afwerken. Dat was zeer populair toen, niet alleen zag je een stuk van de wereld, ik moet ook toegeven dat het voor Erasmus studenten makkelijker was om te slagen. Ik had mijn zinnen gezet op een zuiderse bestemming zoals Athene, maar ik heb me toen domweg overslapen voor het inschrijfmoment. Toen ik eindelijk op het secretariaat raakte, waren de zonnige bestemmingen natuurlijk al weg ... en werd het Uppsala in Zweden.’ (lacht) ‘Ik had nog nooit van die plek gehoord, maar de universiteit bleek er wel top. Mijn overslapen zou uiteindelijk niet alleen leiden tot een andere studeerplek, ik leerde er ook mijn huidige partner kennen. Eigenlijk ben ik vanaf dat moment nooit meer van plan geweest om definitief naar België terug te keren. Mijn ouders waren ondertussen gescheiden. Ik had eigenlijk nooit een sociaal leven opgebouwd in Menen of Brussel, de keuze was eigenlijk logisch te noemen. Ook de taal was geen probleem, want Zweden spreken quasi allemaal vlekkeloos Engels. Het Zweeds heb ik me in de loop der jaren 30

meester gemaakt. Grote verschillen tussen de Zweedse en Belgische opleiding waren er niet meteen, al moet ik er bij vertellen dat ik hier maar enkele maanden studeerde. Ik had wel de indruk dat de focus hier meer op groepswerk lag.’ Meteen een job in het ontwerpen ‘Na mijn afstuderen kon ik meteen aan de slag in het ontwerpbureau Marine Jet Power, waar ik alles leerde over scheepsaandrijvingen. We waren gespecialiseerd in waterjet propulsie, een techniek die vooral ingezet wordt bij snelle schepen. De technologie is knap, maar relatief eenvoudig: het waterjetsysteem bestaat uit een inlaatkanaal, een pomp en een straalbuis. Via de inlaat wordt water van onder de scheepsromp opgezogen. De waterdruk wordt door de pomprotor eerst verhoogd en vervolgens met grote snelheid door de straalbuis naar buiten geperst. Door de versnelling van het water door de jet, ontstaat een tegenreactie waardoor het schip voortgestuwd wordt.’ ‘Als eerste ervaring was dat een perfect bedrijf voor mij: een jong team, veel werk en stevige uitdagingen op de plank. Maar op de duur voelde ik me wat gefrustreerd. Ik had het gevoel dat we nog meer konden bereiken, grotere projecten konden


INTERVIEW

aannemen. Maar de directie predikte altijd voorzichtigheid, in mijn ogen wat te veel. Dat is ook de reden waarom ik er uiteindelijk vertrokken ben.’ ‘Mijn volgende werkgever behoort tot de kroonjuwelen van Zweden: Volvo. Vraag aan een willekeurige persoon ter wereld naar een bekend Zweeds merk, en de kans is groot dat Volvo er bij zit, naast het onvermijdelijke IKEA. Ik werk er sinds 2009 op zelfstandige basis voor de afdeling Equipment, waar ik insta voor de ‘continious improvement‘ over de afdelingen heen. Dat is een zeer diverse job: ik hou mijn ogen en oren open en bekijk welke systemen er voor ons belangrijk zouden kunnen worden.’ ‘In deze sector is het beperken van downtime bijvoorbeeld zeer belangrijk: als één machine stilvalt, kan het hele raderwerk van een werf vastlopen. Daarom ontwikkelden we recent een systeem om in realtime - dus vanop de werf - met technische experts te kunnen spreken. Omdat iedereen dan over dezelfde informatie beschikt, kan men meteen samen op zoek gaan naar een mogelijke oplossing. Veel bedrijven kampen met een gebrek aan technisch personeel, met dit

soort systemen kunnen we ze toch die expertise aanbieden.’ ‘Een ander project waar ik nauw bij betrokken was, heeft met verbruik te maken, dat andere aspect dat zo belangrijk is in deze concurrentiële sector.’ ‘Met onze Fuel Advice kan de machine een tijd van nabij gemonitord worden, waarna een analyse van het werkpatroon tot een betere brandstofefficiëntie leidt. Maar ondertussen vergeten we uiteraard de olifant in de kamer niet: elektromobiliteit is de toekomst, ook voor ons. Stille, emissievrije machines zijn niet alleen beter voor het milieu, ook voor operatoren en omwonenden schelen ze een slok op de borrel. Wij willen daarom tegen 2030 een aanzienlijk deel van ons machinepark elektrisch maken.’ ‘Uiteindelijk is dat de taak van een ingenieur: het leven van anderen beter maken, een betere wereld creëren. En dan maakt het niet uit of je Zweeds of Belgisch bent, vrouw of man.’

www.volvoce.com AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 31


EFFICIËNTE REGISTRATIE VAN METINGEN MET PROCOOL APP Het belang van meten kan in onze maatschappij niet genoeg benadrukt worden. Bedrijven zijn voortdurend op zoek naar oplossingen om cruciale informatie snel en efficiënt te verwerken. Meetspecialist Testo lanceert daarom ProCool, een nieuwe app die het techniekers makkelijker maakt om cruciale metingen digitaal te registreren. Hoe kan je de verwerking van meetdata zo efficiënt mogelijk laten verlopen? Het is een vraag waar menig installatiebedrijf mee worstelt. De situatie waarbij men een hoogtechnologisch meetinstrument louter gebruikt om de verkregen meetwaarde ergens op een papiertje over te schrijven, dat is eigenlijk niet meer van deze tijd. We gingen langs bij Jeroen Van der Kelen, managing director van meetspecialist Testo, voor een gesprek rond deze materie. ‘Een meetwaarde die op een scherm verschijnt is prima, maar anno 2022 gaat het potentieel van data veel breder,’ steek Van der Kelen van wal. ‘We hebben de afgelopen jaren hard gewerkt om een extra laag toe te voegen aan onze meettoestellen zodat bedrijven efficiënter kunnen werken. Efficiënter betekent hier niet enkel sneller en beter, het is ook een absolute noodzaak. Denk bijvoorbeeld aan de installatiesector, waar de roep om technisch geschoold personeel het hardst klinkt. Het schaarse personeel kan je dus maar beter zo goed mogelijk inzetten. Een snelle verwerking en digitaal bijhouden van de meetdata helpt hen om meer klanten per dag af te handelen. Digitalisering kan in onze visie dus veel meer zijn dan een fancy hulpmiddeltje.’

De app laat toe om snel en efficient te werken.

32

Jeroen Van der Kelen: ‘Met de mobiele ProCool-app zijn bedrijven in staat om al hun metingen meteen digitaal te registreren, alle installatiegegevens te beheren, en digitale attesten af te leveren.’

‘Als innovatieve leverancier van hoogwaardige meetoplossingen zijn we al langer een vaste waarde in de markt. Iedereen kent ons van de toestellen die grootheden in deelgebieden als klimaat, verwarming, ventilatie en emissie meten. Onder meer in de sectoren pharma, voeding en industrie zijn we zeer actief en ervaren. Deze diverse gebieden en sectoren lenen zich uitstekend tot een kruisbestuiving van onze oplossingen. Het beste voorbeeld is de ProCool app, die rechtstreeks geënt is op de ProHeat app die in middens van verwarmingsinstallateurs en -techniekers ondanks zijn jonge leeftijd al zeer bekend is. In die sector verplicht de wetgeving de technicus om op basis van zijn meetresultaten verbrandingsattesten afleveren volgens de eisen van de verschillende gewesten. Dat betekent heel wat papierwerk voor de vakman. Dankzij Testo ProHeat maakten we daar komaf mee. De metingen uit de rookgasanalyse en uitgevoerde checks aan de installatie worden digitaal verwerkt, waardoor de vakman zich kan concentreren op zijn job en zich niet hoeft bezig te houden met het tijdrovende opstellen van attesten. Een enorme tijdswinst.’ ‘Bovendien zijn onze apps gekoppeld aan Testo Pro+, een geïntegreerde cloudomgeving die in België ontwikkeld en gelanceerd werd. Al onze toestellen zijn uitgerust met de gangbare communicatieprotocollen om altijd een verbinding voor elkaar te kunnen krijgen. Dat biedt een zee aan mogelijkheden: De klant- en installatiegegevens kunnen vooraf ingeladen worden via de cloud, de technieker kan foto‘s toevoegen met opmerkingen over de installatie, certificaten kunnen meteen aangemaakt, ondertekend en in PDF


TESTO

De app is gekoppeld aan Testo Pro+, een geïntegreerde cloudomgeving die in België ontwikkeld en gelanceerd werd.

verstuurd worden, de certificaten worden bewaard en blijven online beschikbaar,... de functies zijn enorm breed en geven een duidelijke meerwaarde. Bovendien behoort ook integratie met ander softwareprogramma‘s tot de mogelijkheden. Ik kan u nog veel meer vertellen, maar de cijfers zeggen genoeg: slechts een goed jaar na de lancering zijn er al 1.900 bedrijven met een Pro+ licentie.’ Ook voor koelprofessionals ‘De functionaliteit uit de app voor de verwarmingssector wilden we ook aanbieden aan wie met koeling bezig is, zowel in de installatiebranche als in de industriële markt. Ook daar is de nood aan vereenvoudiging hoog. Denk bijvoorbeeld aan de administratie die gepaard gaat met koelmiddelen die in onder meer airco’s, koelruimtes en warmtepompen gebruikt worden. Bij de indienststelling en bij het verplichte onderhoud moeten er talloze metingen uitgevoerd worden, er moet nagekeken worden hoeveel koelgas er nog aanwezig is, noem maar op. De Europese instellingen zijn terecht zeer streng op het bijhouden van de where-abouts van de ingezette koelmiddelen, omdat zij toch een zekere impact hebben op het leefmilieu. Met de mobiele ProCool-app zijn bedrijven in staat om al hun metingen meteen digitaal te registreren, alle installatiegegevens te beheren, en digitale attesten af te leveren.’ ‘Uit de eerste reacties van gebruikers blijken zij vooral de koelmiddelenboekhouding een zeer interessante tool te vinden. Elke wijziging in de inzet van koelmiddel wordt onmiddellijk één op één en foutloos geregistreerd. Bovendien

lanceren we binnenkort een slimme weegschaal die via Bluetooth onmiddellijk het gewicht van een citerne met koelgas communiceert en alles registreert zoals vereist wordt.’ ‘Net als ProHeat is ProCool geen losstaande oplossing, maar een app die deel uitmaakt van Testo Pro+. Ook hier zorgt de connectie met de cloud voor een duidelijke meerwaarde. De meting kan gekoppeld worden aan bestaande CRM systemen -zoals SAP- van installatiebedrijven. Wij kunnen de verbinding maken tussen de klantinformatie in dat systeem en onze cloudservice. Zo hoeft informatie niet manueel overgezet worden en kan er vlugger gewerkt worden.’ Tijdswinst ‘Uiteraard heeft dit systeem een zekere kostprijs, we gaan uit van 15 euro per maand per technieker. Dat is met andere woorden 180 euro per jaar. Dat wordt evenwel zeer snel teruggewonnen dankzij de geboekte tijdswinst. Ik hoef u niet te vertellen hoeveel het uurloon van een technieker anno 2022 bedraagt, elke tijdswinst heeft een grote impact op de uiteindelijke winst. Bovendien woedt de ‘war-on-talent’ volop, bedrijven die jonge mensen aan zich willen binden moeten zich ook profileren als een moderne firma. Dynamische techniekers willen echt niet meer met pen en papier werken als het beter kan met een app. Daarnaast stip ik ook nog aan dat wijzigingen in de wetgeving meteen ook verwerkt worden in de app. Zo zijn techniekers altijd up-to-date.’ www.testo.com

AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 33


CONNECTED ASSET MANAGEMENT: OP HET JUISTE MOMENT, OP DE JUISTE PLAATS De assets zijn de drijvende kracht achter het bedrijf en de data stimuleren zakelijke beslissingen. Vooral in de assetintensieve industrieën zoals de automobiel-, de ruimtevaart-, de machine- en de productiesector moeten bedrijven gegevens gebruiken om het bedrijf te runnen. Gezien het steeds toenemende belang van de assets, bijvoorbeeld verschillende containers die componenten en eindproducten vervoeren tussen meerdere productielocaties, groeit de complexiteit van de toeleveringsketens, wat tevens inefficiënties veroorzaakt. Misschien doen zaken zoals hoge uitgaven voor containeraankopen, onderhoudskosten, te veel stakeholders of een gebrek aan zichtbaarheid en controle een belletje rinkelen? Om beslissingen te verbeteren die inherent zijn aan deze operationele processen en de supply chain waarin assets een belangrijke rol spelen, heeft u data nodig. De belangrijkste vraag is hoe gegevens kunnen verzameld worden om deze problemen aan te pakken en te werken aan een geoptimaliseerde klantenservice, een betere uptime van de assets en een verbeterde voorspeelbaarheid van de prestaties. Connected asset management is het antwoord. Het zorgt ervoor dat u op het juiste moment over de juiste informatie beschikt. Dankzij de Internet of Things (IoT) data is het niet langer nodig om op uw buikgevoel te vertrouwen of gegevens handmatig op papier te verzamelen. Bij asset management draait alles om het proces van het plannen en beheren van de aankopen, de exploitatie, het onderhoud, de vernieuwing en de beschikbaarheid van de organisatorische assets. Asset management biedt duidelijk vier voordelen: kostenreductie, optimalisatiemogelijkheden, het borging van de conformiteit en het mogelijke maken van nieuwe bedrijfsmodellen. Kostenreductie Een tracking-oplossing biedt in de eerste plaats een duidelijk 34

inzicht op uw assets, maar daar houdt het niet op. Connected asset management helpt u knelpunten te identificeren en te neutraliseren en zorgt voor betere prestaties van leveranciers en vervoerders, wat allemaal leidt tot een snellere en meer gecoördineerde levering van producten en diensten in de hele keten. Dit gaat hand in hand met het eerste voordeel: de kostenreductie. Om de waarde van een investering in een trackingsysteem te begrijpen, hebben wij een business case geanalyseerd van een fictieve onderneming dat 1000 trackingeenheden inzet. De resultaten liegen er niet om: we berekenden een gemiddelde jaarlijkse opbrengst van €200.000. Bovendien wordt de daadwerkelijke opbrengst op twee vlakken behaald. Enerzijds worden de kosten voor het beheer van herbruikbare transportverpakkingen (Returnable Transport Packaging of RTP) gereduceerd. Anderzijds ziet het bedrijf financiële voordelen in het optimaliseren van de logistieke activiteiten en de supply chain keten. Naast deze op cijfers gebaseerde ROI zijn er kwalitatieve voordelen te behalen zoals concurrentiedifferentiatie, afvalvermindering,


SENSOLUS een beter merkimago, versterkte ecosysteemrelaties en een focus op duurzaam ondernemerschap.

Optimalisatiemogelijkheden Als u van plan bent om optimalisatieplannen te ontwikkelen, dan heeft u data nodig. Met geconnecteerde assets worden deze data verzameld in een gebruiksvriendelijk en gemakkelijk toegankelijk platform. Dit platform biedt het tweede voordeel van connected asset management: het onderzoeken van optimalisatiemogelijkheden zoals het terugdringen van onderbenutte assets en het bepalen van het optimale aantal assets. Bovendien wordt op gebruik gebaseerd onderhoud mogelijk en kunnen processen geoptimaliseerd worden op basis van de conditie van de assets. Last but not least, de knelpunten in de operationele flow worden gemakkelijker geïdentificeerd wat de mogelijkheid biedt om inefficiënties van tijdrovende handmatige taken op te lossen, zoals handmatig loggen, het zoeken en terugvinden van assets, enz.

Conformiteit De data van de geconnecteerde assets maken niet alleen de weg vrij voor het analyseren van optimalisatiemogelijkheden, ze leveren ook het bewijs van contractuele en wettelijke conformiteit. Dit betekent dat u de conformiteit kan aantonen door middel van digitale logboeken op basis van contractuele overeenkomsten met klanten of regelgeving van de overheid. Even belangrijk is dat u de conformiteit kan verifiëren door de nodige feiten en cijfers bij de hand te hebben om na te gaan of onderaannemers zich aan contractuele overeenkomsten en het correcte gebruik van de asset houden. Bedrijfsmodellen Met geconnecteerde assets die ze zichtbaar maken voor het optimaliseren van processen en het gebruiken van assets tot het zorgen voor conformiteit komen we tot het laatste voordeel: het ontdekken van nieuwe serviceopportuniteiten. Hoewel het connecteren van assets, hun gebruik, de locatie en de prestaties belangrijke parameters zijn voor het beheren en optimaliseren, kan Industrial Internet of Things (IIoT) een nog grotere waarde bieden: het verbeteren van bestaande bedrijfsmodellen en het ontgrendelen van nieuwe modellen. Dit potentieel is op het eerste gezicht niet per se zichtbaar omdat het een meer onconventionele benadering vereist om de gegevens te gebruiken op een manier die nieuwe kansen kan helpen creëren. Op lange termijn is de investering in een asset management systeem zeker de moeite waard. Vraag het maar aan één van onze tevreden klanten zoals Airbus, Vestas of Distrilog, of contacteer één van onze experts voor meer informatie over connected asset management. We berekenen graag de ROI voor uw gebruiksgeval in een diepgaand onderzoek. Plan nu uw demo op: www.sensolus.com.

AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 35


PNEUMATIEK EN MEER

Metal Work België - Belgique metalwork@metalwork.be Metal Work Nederland B.V. metalwork@metalwork.nl

Compleet gamma snelkoppelingen voor mobiele en industriële toepassingen Op zoek naar een optimale én lekvrije oplossing voor uw koppelingsprobleem ? Stucchi biedt u een uniek gamma snelkoppelingen met een brede waaier van toepassingen.

Meer info ?

36


AGORIA

BAROMETER TECHNOLOGISCHE INDUSTRIE VEERT OP IN MEI In mei waren verschillende sectoren positief gestemd over de bestellingen die ze ontvangen en hebben hun verwachtingen inzake het verloop van de vraag op korte termijn opwaarts herzien. Bijgevolg is de NBB-barometer van de technologische industrie met enkele punten gestegen. Na verschillende maanden waarin hij een onregelmatig verloop liet optekenen, heeft de barometer van de technologische industrie zich in mei opnieuw hersteld. Zo kwam hij 7,3 punten hoger uit dan in april. Het gaat bovendien om de tweede verbetering op rij, na de bescheiden opleving in april. De brutocurve van de barometer is opnieuw ruim positief (+5), terwijl het langetermijngemiddelde -8 punten bedraagt. Uit de volgende enquêtes zal blijken of dit een tijdelijke opleving is dan wel dat het vertrouwen van de ondernemingen in onze sectoren zich weer op een hoog peil bevindt na de aarzeling van de afgelopen maanden. NBB-barometer van de technologische industrie Wat de individuele indicatoren betreft, liggen vooral de beoordeling van het voorraadniveau en de vraagvooruitzichten aan de basis van de stijging van de conjunctuurbarometer in mei. Beide zijn aanzienlijk verbeterd en komen in de buurt van hun langetermijngemiddelde. Zij bevinden zich ook op een niveau dat vergelijkbaar is met dat van de eerste maanden van het jaar. Deze ontwikkelingen, in combinatie met de beoordeling van het orderboek, tonen aan dat de bedrijven in onze sectoren nog steeds aankijken tegen een sterke vraag. Vraagvooruitzichten voor de komende drie maanden (Verschil tussen het aantal ondernemingen dat een stijging van de vraag verwacht en het aantal dat een afname verwacht) De indicator van de werkgelegenheidsvooruitzichten bevestigt zijn stabilisatie voor de komende drie maanden en steekt duidelijk boven zijn langetermijngemiddelde uit. Op sectorniveau waren veruit de meeste ontwikkelingen gunstig. De sterkste stijgingen werden opgetekend bij de barometer voor non-ferro en voor elektro. We zien ook een verbetering in de Machinebouw, de ICT-maakactiviteiten, IT-Solutions en de Automobiel. Alleen de curve van Metaalproducten is heel lichtjes gedaald. De curve van Kunststoffen en rubber daarentegen heeft zo’n 20 punten verloren, maar blijft tot dusver op een heel hoog peil. Op basis van de brutocurves kunnen we stellen dat alle barometers, met uitzondering van die van Automobiel, zich op een niveau bevinden dat wijst op een gunstige economische situatie. Voor de sectoren Elektro en ICT-industrie is de opleving echter van recente datum en bevinden de afgevlakte curves zich nog steeds in de ongunstige zone. Digital4Climate: hoe digitale technologie kan bijdragen tot CO2-reductie Agoria en Accenture onderzochten het potentieel van digitale technologieën om CO2 te reduceren in vier Belgische sectoren: maakindustrie, mobiliteit, bouw en energie. Tegen 2030 zullen de onderzochte technologieën in deze sectoren vijf keer meer CO2 reduceren dan de totale digitale voetafdruk. In de industrie, verantwoordelijk voor 29 procent van de Belgische CO2-uitstoot (33,6 megaton), draagt vooral de procesindustrie, met chemie, metaal en cement, het meeste bij. In de industrie zit ook het meeste CO2-reductiepotentieel en kunnen digitale technologieën zoals digital twin, artificiële intelligentie, industrieel Internet of Things en simulatie en analyses, de CO2-emissies reduceren met 3,4 tot 4,2 megaton CO2, of zo’n 10 tot 12,3 procent van de totale uitstoot van de sector. Meer weten? Neem een kijkje op www.agoria.be/nl/digital4climate.

AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 37


Op onze waterlopen varen nu al onbemande en semi-onbemande vaartuigen.

BELGISCHE SEAFAR VOORTREKKER IN AUTONOME BINNENVAART In de industrie denken we weleens dat het tekort aan personeel iets is waar enkel wij mee geconfronteerd worden. Niets is minder waar, want ook de binnenvaart kampt met een schrijnend tekort aan scheepskapiteins en boordpersoneel. Daar komt bovenop dat er net een shift nodig is van weg- naar watertransport, wat het tekort nog nijpender maakt. De oplossing van het Belgische scheepsmanagementbedrijf Seafar inzake autonoom varen gooit nu wereldwijd hoge ogen.

Louis-Robert Cool is de drijvende kracht achter dit innoverende bedrijf. Hij is jurist van opleiding, dus een eerste vraag die zich opdringt is logisch: ‘Hoe komt iemand met zijn achtergrond in de binnenvaart terecht? Louis-Robert Cool: ‘Ik had altijd al een passie voor scheepvaart en technologie. Na mijn studies ging ik aan de slag bij een onderneming die algoritmes bouwt voor offshore navigatie, onder meer voor defensie en geografische toepassingen. Na die eerste ervaring ben ik op onderzoek getrokken in de civiele sector, de kust- en binnenvaart. Ik wilde meer bepaald uitzoeken of autonoom varen iets zou kunnen betekenen in die sectoren. Al snel hoorde ik de verzuchtingen uit de 38

binnenvaart: het is heel moeilijk om mensen te vinden die nog willen varen op deze schepen. Wonen op een schip is al niet evident, maar ook de werkregimes zijn vaak moeilijk door de strakke tijdschema’s.’ ‘Tegelijkertijd gaat een andere evolutie compleet de andere kant uit: onze overheden willen het wegtransport verminderen ten voordele van de binnenvaart. Dat is expliciet zo vermeldt in de Green Deal en zie je ook weerspiegeld in grote infrastructuurprojecten zoals het Seine-Schelde project. Daarbij worden waterwegen bevaarbaar gemaakt voor schepen met tonnages tot 4.500 ton en 3 containerlagen.‘ Gelaagd systeem met drie pijlers ‘In 2018 zag ik kans om tegemoet te komen aan beide evoluties. Ik bracht enkele ingenieurs samen en we ontwikkelden een oplossing om schepen autonoom te laten varen. Er zijn hierbij drie belangrijke luiken.’ ‘De eerste pijler is wat wij de ‘parallel bridge’ noemen, alles wat een kapitein op een schip ziet, hoort en voelt, kunnen wij capteren en visualiseren. De bestaande systemen worden dus dubbel uitgevoerd met dien verstande dat het tweede systeem - het Seafar Control System - zich aan wal bevindt.


SEAFAR We kunnen een schip helemaal overnemen, al zit er wel nog een ‘kill switch’ tussen beide systemen. Je kan de schepen met andere woorden nog perfect als vroeger inzetten, met een kapitein van vlees en bloed. Maar in principe is het mogelijk om vanaf de wal meerdere schepen tegelijk aan te sturen met één operator.’ ‘Dat kan omdat we alle mogelijke data - sensormetingen, alarmen, waarschuwingen - afkomstig vanaf het schip kunnen visualiseren in ons controlecenter. De meeste moderne scheepsmotoren zijn voorzien van de gangbare communicatieprotocollen zoals Canbus. Als het een oudere motor betreft zonder deze communicatiemogelijkheden, dan zoeken we andere oplossingen. Zo kunnen we de motortemperatuur ook in de gaten houden via cameramonitoring. Geluiden uit de machinekamer kunnen we capteren en analyseren. Ook analoge signalen kunnen we probleemloos uitlezen en omzetten.’ ‘Autonoom varen betekent overigens niet dat ze de hele tijd zonder enige menselijke tussenkomst opereren. Er is nog menselijke controle op afstand nodig op bepaalde punten. Het is wél zo dat we minder mankracht nodig hebben om de schepen te laten varen. We richten ons op één operator per drie schepen, al hangt het sterk af van de situatie. Bij vaarwegen met veel verkeer zoals het Albertkanaal zal dat eerder richting één op twee gaan. Hetzelfde geldt voor locaties waar veel pleziervaart is, zoals in de Westhoek. Daar heb je veel meer private aanmeerplaatsen en bovendien varen toerismevaartuigen vaak zonder AIS transponder (zie verder voor de betekenis van de afkortingen). Je kan ze dus moeilijker detecteren.’

de veiligheid. De verbinding tussen centrum en schip mag gewoon nooit wegvallen.’ Voor ombouw én nieuwbouw Louis-Robert Cool: ‘De schepen die momenteel voorzien zijn van onze systemen, zijn bestaande schepen die we ombouwden. Momenteel varen er al meerdere (semi-) autonome schepen op onze waterwegen. In de Westhoek gaat het om 4 zogenaamde Watertrucks, dit zijn schepen van 38 meter lang die een vracht van 300 ton kunnen vervoeren. Deze types varen volledig autonoom. Ook op het Albertkanaal tussen Luik en Antwerpen varen ondertussen 2 schepen. Zij zijn 110 meter lang en beschikken nog over een crew, maar er is ook hier geen kapitein meer aan boord. De typische taken zoals het vastmaken in sluizen gebeurt op deze schepen door de nog aanwezige matrozen. Bij het eerste type schip voert een mobiele matroos deze taken uit voor meerdere schepen, waarbij hij telkens ook enkele onderhoudstaken uitvoert. Ook hier is het dus efficiënter, want één matroos kan meerdere schepen helpen. Daarnaast vaart er nog een schip op het Scheldetraject en eentje op het kanaal Leuven-Dijle. Ondertussen zijn we onder de vleugels van het Riverdrones project ook nieuwbouwschepen aan het bouwen. Het gaat hier om tien schepen van 106 meter lang. Op zich verschilt de propulsie of de algemene opbouw niet van die van een standaardschip.’ ‘Het ontbreken van een kapitein heeft hier het bijkomende voordeel dat er geen accommodatie meer nodig is voor de kapitein en de crew. Die vrijgekomen ruimte kan gebruikt worden om meer goederen aan boord te nemen. Ook daar boeken we een extra efficiëntiewinst dankzij technologie.’

‘Een tweede belangrijke pijler is de navigatie. Om dat in goede banen te leiden zijn er tientallen sensoren geïmplementeerd op en rond het schip: LIDAR, Radar, AIS, IMU, camera, GNSS,... zij zijn de ogen van het schip en geven niet alleen vitale informatie over de positie van het schip, maar ook over de locatie van de schepen of andere objecten in de buurt. Naast Radar doet ook LIDAR bij uw lezers wellicht een belletje rinkelen, want die technologie wordt ook ingezet bij AGV’s in de industrie. Het grote verschil tussen beide applicaties zit hem in de afstanden, die bij ons uiteraard een stuk langer zijn.’ ‘Wij zetten LIDAR ook niet in voor objectdetectie, maar puur voor de afstandsmeting. We scannen de afstand tot oevers en andere vaste objecten en kunnen zo onze exacte locatie bepalen. Die positie vergelijken we met de andere locatiesystemen zoals de GPS positie. Daarnaast zetten we LIDAR ook in voor het zeer fijn manoeuvreren in besloten ruimtes, zoals in sluizen. Voor de objectdetectie doen we beroep op radar en camera.’ ‘Een derde luik in het autonoom varen is de communicatie, waarbij we gebruik maken van 4G en 5G om de verbinding tussen het schip en het controlecentrum op te zetten. Ik hoef u niet te vertellen dat 5G hier van vitaal belang is omwille van

Alle gecapteerde informatie wordt naar het Seafar Control System gestuurd, zo kan men vanaf de wal de schepen besturen. In het ideale geval kan één operator 3 schepen tegelijk monitoren.

De impact van het traject op de werking Is een relatief recht kanaal makkelijker bevaarbaar dan een bochtige rivier? Louis-Robert Cool: ‘De gekozen trajecten en AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 39


ingezette schepen zijn zeer divers. Dat is bewust. We hadden vooraf enkele voorwaarden opgelijst waar we zeker aan wilden voldoen. Een belangrijke vereiste was dat er aan de waterweg zelf geen veranderingen nodig mochten zijn. Ons systeem moest zo gebouwd worden dat het op eender welke waterweg meteen moet kunnen varen. We wilden dus geen geleidingssysteem via zaken die op de wal moet worden aangebracht.’ ‘Het is wel zo dat we momenteel opteren voor vaste trajecten, maar dat is vooral omwille van operationele redenen. Dat maakt het voor ons makkelijker om autonomie te creëren: 50% van de tijd kunnen ze zo autonoom varen, puur op de input vanuit het schip en de verwerking van de data in het controlecentrum. Een typische situatie waarin er menselijke bijstand vereist is, is het doorvaren onder een brug. Het schip nadert en detecteert het obstakel en neemt vervolgens zelf automatisch contact op met de kapitein. Die neemt de besturing even over en na het passeren van de brug geeft hij de besturing terug aan de traffic controller. Die zal vervolgens het schip weer in autonome modus plaatsen.’ Dergelijk systeem opbouwen vanaf nul, zijn er onverwachte hinderpalen opgedoken? Louis-Robert Cool: ‘Dat klopt. Ons prototype lijkt in niks meer op de versies die nu actief zijn. Zo zijn de communicatie en de implementatie van autonomie twee moeilijke punten geweest. In het geval van communicatie was het vooral zaak om ook in afgelegen gebieden de communicatie te garanderen. Ook de prestaties van sensoren hebben we in het begin overschat. Zo dachten we dat het met LIDAR ook mogelijk zijn om de diepgang van een schip te meten. Helaas bleek de combinatie van LIDAR en water geen geslaagd huwelijk op dat vlak, om het nog eufemistisch uit te drukken. Het was dus even zoeken om dat allemaal op te lossen. De keuze om meteen onze oplossing operationeel te testen op het schip De Tuimelaar in het Doeldok, heeft ons zeer waardevolle informatie opgeleverd. Dat was een stevige hulp om de hinderpalen weg te werken.’ www.seafar.eu

GEBRUIKTE AFKORTINGEN LIDAR of Light Detection And Ranging of Laser Imaging Detection And Ranging) is een technologie die de afstand tot een object of oppervlak bepaalt door middel van het gebruik van laserpulsen. Een signaal wordt uitgezonden en zal enige tijd later door reflectie weer worden opgevangen. De afstand tot het object of oppervlak wordt bepaald door de tijd te meten die verstrijkt tussen het uitzenden van een puls en het opvangen van een reflectie van die puls. Het verschil met radar is dat LIDAR gebruikmaakt van laserlicht terwijl radar gebruikmaakt van radiogolven.

AIS of Automatic Identification System is een sinds 2003 actief systeem gebaseerd op transponder-technologie waarmee de veiligheid van scheepvaart op zeeën en het binnenwater verhoogd wordt. De transponder verstuurt informatie naar de wal en andere schepen, die zo exact kunnen reageren op bewegingen van anderen. Op het binnenwater wordt inlandAIS gebruikt en is het een aanvulling op het bestaande verkeersmanagement van verkeersposten.

IMU staat voor Inertia Measurement Unit. Hiermee worden de specifieke kracht, de hoeksnelheid en soms de oriëntatie van een lichaam gemeten, waarbij gebruik gemaakt wordt van een combinatie van versnellingsmeters, gyroscopen en soms magnetometers. IMU’s worden gewoonlijk gebruikt voor het manoeuvreren van vliegtuigen, drones en satellieten.

GNSS (Global Navigation Satellite System) is een vorm van radionavigatie waarbij gebruik wordt gemaakt van satellieten. In de jaren zestig werd het eerste satellietnavigatiesysteem ontwikkeld, Transit, een systeem van de Amerikaans marine, waarmee schepen wereldwijd, onafhankelijk van weersomstandigheden, hun plaats konden bepalen. Tegenwoordig zijn er meer systemen, waaronder het bekende GPS (VS) en diens Europese tegenhanger Galileo (EU).

Louis-Robert Cool, CEO van Seafar. 40


ONDERWIJS BOSCH REXROTH ACADEMY BREIDT TRAININGSAANBOD UIT MET MOBIELE HYDRAULIEK EN CTRLX AUTOMATION Snelle nieuwe en verdere ontwikkelingen van aandrijf- en besturingssystemen en hun componenten vragen om mensen die op de hoogte zijn van de allerlaatste stand van de techniek. De Bosch Rexroth Academy maakt unieke kennis bereikbaar met op maat gemaakte opleidingen en trainingen met praktijkgerichte vakkennis op het gebied van hydrauliek, pneumatiek, elektrische aandrijf- en besturingstechniek, mechatronica en veiligheidstechniek. Er is ook een uitgebreid aanbod van eLearning trainingen. Vanaf dit jaar zijn er drie nieuwe trainingen toegevoegd aan het trainingsaanbod: • Basistraining Mobiele Hydrauliek • ctrlX DRIVE – het compacte aandrijfsysteem • ctrlX CORE – inbedrijfstelling en projectplanning

en elektronica. Tevens komt het lezen van een hydraulisch schema aan bod en gaat de training in op de functie en werking van mobiele hydraulische componenten. De ctrlX DRIVE training geeft inzicht in het meest compacte aandrijfsysteem ter wereld: ctrlX AUTOMATION. De training laat zien hoe dit systeem gebruikt kan worden in bijna onbeperkte combinatiemogelijkheden en hoe de compacte en modulaire servomotoren perfecte teamspelers zijn in het ctrlX portfolio. Aanvullend geeft de ctrlX CORE training waardevolle achtergrondkennis en alles over het in bedrijf stellen en configureren van de ctrlX CORE – het ultra-compacte control systeem voor automation. Bezoek de website voor een volledig overzicht van alle trainingen. https://www.boschrexroth.com/nl/be/academy/training/

De basistraining Mobiele Hydrauliek stapt in de wereld van mobiele hydrauliek met pompen, motoren, ventielen

STEL U KANDIDAAT VOOR DE AUTOMATION MAGAZINE AWARD 2022 Welke persoon, organisatie of bedrijf stapt in de schoenen van wetenschapsjournalist Lieven Scheire, techdesigner Jasna Rokegem en Robotland-ondernemer Luc Van Thillo? Zij wonnen respectievelijk in 2019, 2020 en 2021 de Automation Magazine Award. Heeft u, uw organisatie, uw kennisinstelling of uw bedrijf zich recent verdienstelijk gemaakt op het gebied van hydraulica, pneumatica, aandrijftechnieken en/of industriële automatisering?

Automation Magazine Day, een event uitsluitend toegankelijk voor de leden van InduMotion vzw. Uw kandidatuur stellen voor de Automation Magazine Award kan via gerda.vankeer@indumotion.be en is mogelijk tot 1 augustus 2022. Er zijn geen verdere formaliteiten vereist. www.indumotion.be

De vzw InduMotion is de beroepsfederatie voor bedrijven gespecialiseerd in industriële automatisering en aandrijftechnieken (elektrisch, hydraulisch, mechanisch en pneumatisch), die als producent, officiële invoerder of verdeler op de Belgische markt actief zijn. InduMotion is ook de uitgever van Automation Magazine en organiseert jaarlijks de Automation Magazine Award. Door ons een e-mail te sturen, kan u nu deelnemen aan de editie 2022 van de Automation Magazine Award. Naast een originele robottrofee ontvangt de winnaar een diner voor twee personen in een sterrenrestaurant, inclusief vervoer. Het is de redactieraad van dit vakblad die de winnaar zal selecteren. De prijsuitreiking gaat door op de jaarlijkse

Wetenschapsjournalist Lieven Scheire (foto r.) won de Automation Magazine Award in 2019. AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 41


Ontdek nu de nieuwe FRL reeks van SMC!

Expertise – Passion – Automation

• Hogere flow : door een verbeterd ontwerp van de filters en filterregelaars wordt een lagere drukval bekomen met als gevolg een verbeterde flowkarakteristiek. • Strak en uniform design, eenvoud in onderhoud: Japanse deskundigheid laat toe om de filter eenvoudig, zonder gereedschap te onderhouden. • Modulaire regelaars met gemeenschappelijke persluchtvoeding: regel je druk per aftakpunt, compact en modulair en verlaag je bouwtijd, je druk en je energierekening. • Modulair te integreren flowswitch met IO-link: beheer je energiekost rechtstreeks vanuit je verzorgingseenheid en registreer je nominaal verbruik, geaccumuleerd verbruik, lekdebiet… DIENSTBAARHEID

RESPECT

DESKUNDIGHEID

AANDACHT

CONTINUÏTEIT

EERGEVOEL

www.smc.be

2021-SMC-ad A5 liggend NL nieuwe FRL reeks.indd 1

20/03/2021 14:42

Expand your possibility 21 – 24 June 2022 Hall B5 Booth 314 Munich, Germany

. n w o d t s o C , p u h c Te ied eb g et ph o es ati v o Inn

Visit us!

els ab k en en s p lru be a 1 ss nk cla va SO I

wicss e eo/nn plast b . use moti g i po:@igus.b o r f ee13 60 in m 0 esel. 03-33 e L T ®

#DiscoverYamahaRobotics

Pieter Thomaes fa.yamaha-motor-im.de/yamaha-robotics.de

42

B(NL)-1326-EKS-catcher 2022_90x130_CC.indd 1

26.05.22 09:02


IGUS

DOOR IGLIDUR GLIJLAGERS BEWEEGT DE “SOLARIS” MAKKELIJK OVER HET WATER Smeermiddelvrije igus polymeer lagers ondersteunen het stuursysteem van de ‘solar’ boot en zijn onderhoudsvrij. Een team van Poolse studenten in Wrocław is bezig met het ontwikkelen van het transport van de toekomst. De autonome speedboot genaamd Solaris wordt uitsluitend via zonne-energie aangedreven. Om ervoor te zorgen dat de boot gemakkelijk en onderhoudsvrij over rivieren en meren kan varen, vertrouwen de jonge ingenieurs op igus glijlagers gemaakt van het hoogwaardige polymeer iglidur J in het stuursysteem. De lagers bieden de noodzakelijke stabiliteit, reduceren het gewicht van de boot en waarborgen een smeermiddelvrij gebruik. Er is een grotere vraag dan ooit naar ecologische vervoersmiddelen met lage gebruikskosten en een hoge mate van efficiency. Een team van studenten in de Poolse stad Wrocław, de stad van de honderd bruggen, heeft nu een speedboot ontwikkeld die middels zonne-energie wordt aangedreven. Het Solaris I project wordt geïmplementeerd door het PWR Solar Boat Team onder toezicht van de faculteit Machinebouw en Energietechniek. De jonge ingenieurs vertrouwen op fotovoltaïsche cellen om voor een milieuvriendelijke aandrijving te zorgen.

waren op zoek naar glijlagers voor dit systeem. Deze moesten smeermiddelvrij zijn, bestand tegen zeewater, mechanisch robuust en gemakkelijk te assembleren. De oplossing: iglidur glijlagers van igus. Cruisen over het water zonder smeermiddelen De dubbele flenslagers gemaakt van hoogwaardig iglidur J polymeer worden toegepast in het stuursysteem van het stuurjuk. ‘igus lagers waarborgen een lange levensduur. Ze reduceren het totaalgewicht van het systeem, elimineren smeermiddelen en kunnen gemakkelijk worden geïnstalleerd’, aldus Dominika Dewor van het PWR solar boat team. Het project van het team werd gesponsord door het igus young engineers support (yes) programma. Dit universiteitsinitiatief ondersteunt projecten van scholen en universiteiten met gratis monsters, sponsoring en advies. www.igus.be

Het project omvat de ontwikkeling, bouw en implementatie van de boot. Eén belangrijk deel hiervan is het gecomputeriseerde stuursysteem en verbetering van de beweging van de boot, soortgelijk aan het fly-by-wire systeem dat in de luchtvaart wordt gebruikt. De ontwerpingenieurs AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 43


DIGITAL ENTERPRISE

Infinite opportunities from infinite data Driving the digital transformation and Industry 4.0 with our holistic portfolio to meet the rapidly changing market challenges. Our Digital Enterprise seamlessly integrates automation and software to uniquely combine the real and the digital worlds. The comprehensive Digital Twin approach enables the meaningful use of data for fast and confident decisions. www.siemens.be


SIEMENS SIA SLAAT BRUG TUSSEN ONDERWIJS EN INDUSTRIE daar Universiteit Antwerpen bij. ‘Dit maakt dat volgend academiejaar meer dan 90% van alle Vlaamse studenten in industriële wetenschappen toegang heeft tot de Siemens Industry Academy’, aldus Thierry Van Eeckhout. ‘Voor de toekomst lopen er bovendien gesprekken met andere onderwijsinstellingen, ook over de taalgrens. En we kijken naar de integratie van meer IT-georiënteerde opleidingen.’

vlnr: Ronald Thoelen en Thierry Van Eeckhout

Siemens vierde op INDUMATION.BE 2022 het vierjarige bestaan van de Siemens Industry Academy (SIA) en de toetreding van Universiteit Antwerpen tot het SIA-netwerk. De Siemens Industry Academy is een samenwerking tussen de bedrijfs- en academische wereld die Vlaamse ingenieursstudenten en industriële spelers samenbrengt. Sinds de oprichting van de Siemens Industry Academy in 2019 is het initiatief uitgegroeid tot een gestructureerd ecosysteem dat de industrie en het hoger onderwijs samenbrengt. Het SIAnetwerk telt inmiddels meer dan 50 professionele partners uit alle industriële domeinen zoals onder meer Actemium, Balta, Danone, Puratos, Port of Antwerp, Soudal, Vandemoortele en Volvo Cars. Zij werken via het netwerk samen met academische spelers als de KU Leuven, UGent, UHasselt en nu ook UAntwerpen. Op die manier worden studenten voorbereid op een carrière in de ingenieurswereld door hen praktijkervaring te laten opdoen en professionele competenties te laten ontwikkelen terwijl ze meewerken aan innovatieve projecten van de industriële partners. Thierry Van Eeckhout, Vice President Sales bij Siemens Digital Industries, en professor en inkomend decaan Ronald Thoelen (UHasselt) gaven tijdens INDUMATION.BE een woordje uitleg over SIA. ‘De technologische evolutie raast als een sneltrein verder. Nooit eerder volgen innovaties elkaar zo snel op’, vertelt Thierry Van Eeckhout. ‘Technologie heeft een enorme impact op onze economie en maatschappij, maar biedt tegelijk ook de middelen om productiever en efficiënter te worden en het leven van eenieder leefbaarder te maken. SIA brengt industriële spelers samen met de ingenieurs van de toekomst. Siemens wil met SIA ook een stuk maatschappelijke verantwoordelijkheid opnemen. Er is nood aan instroom van jong talent en zo komen ingenieursstudenten in contact met innovatie en dat is belangrijk voor onze maak- en procesindustrie.’ Het aantal professionele partners van SIA steeg jaar na jaar en in 2020 trad na KU Leuven ook UGent toe tot de samenwerking. In 2021 volgde UHasselt, en nu komt

‘De groei van de Siemens Industry Academy toont aan dat het initiatief met succes inspeelt op de noden van zowel bedrijven als de academische wereld’, reageert Tom Breugelmans, decaan van de Faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen aan UAntwerpen. ‘We zijn blij om toe te treden tot dit partnerschap. Samen met Siemens en tal van andere bedrijven uit de industrie willen we vanuit onze faculteit een brug bouwen tussen de snel evoluerende technologische arbeidsmarkt en de jonge talenten die wij in onze opleidingen vormen tot de ingenieurs van morgen.’ UHasselt-collega professor Ronald Thoelen beaamt: ‘SIA zorgt bij ons voor een zo efficiënt mogelijke interactie met het bedrijfsleven. Een win/win-situatie: de academische wereld krijgt toegang tot innovatieve technologie en de studenten leren bij bedrijven bepaalde projecten en problemen op te lossen. Het is een grote opportuniteit voor hen om op deze manier met het bedrijfsleven in contact te komen. Vanuit onze Campus Diepenbeek kunnen ze in heel Vlaanderen zien wat er allemaal in de industrie op innovatief vlak beweegt. Dat spreekt tot de verbeelding en is een mooi uithangbord voor ons.’ Volgend academiejaar zullen deelnemende studenten meewerken aan zo’n vijftig innovatieprojecten. Om het groeiend aantal studenten goed te kunnen opvangen, werkte Siemens een online supportplatform uit. Thierry Van Eeckhout: ‘Hierop wordt alle nodige informatie over de projecten, partners en technologieën gecentraliseerd. Alle vragen van studenten uit het verleden bundelden we met concrete antwoorden in een overzichtelijke FAQ-pagina. Met duidelijke input helpen we de studenten zo snel mogelijk op weg met hun project en technologie. Faciliteren is de essentie van de Academy.’ Daarnaast werkt Siemens aan een verbreding van de technologieën die onder de koepel van de Siemens Industry Academy behandeld worden. ‘Dit jaar krijgt een student bijvoorbeeld voor het eerst de kans om te werken met en rond een AI-applicatie voor kwaliteitscontrole. Op die manier maken we de studenten klaar voor de markt en zijn ze op de hoogte van nieuwe trends en technologieën. We willen dat ze ambassadeurs worden van innovatie’, besluit Thierry Van Eeckhout. www.siemens.be/sia www.siemens.be/industry AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 45


PRODUCTEN SMC GAAT MET DE STROOM MEE De PF3A8#H-L is de nieuwste toevoeging aan het flowsensor gamma van SMC. Deze modulaire flowsensor is ontworpen om een ​​groot debietmeetbereik te dekken en heeft een duidelijk en gemakkelijk af te lezen display met 4 schermen (3-kleurig) cruciaal bij het bewaken van de toestand van de hoofdleiding, aftakking of specifieke apparatuur. Een bijkomend voordeel van deze sensor ligt in het vermogen om meer gedetailleerde informatie te bieden dankzij de IOlink-compatibiliteit. Dankzij zijn aluminiumlegering is de PF3A8#H ongelooflijk duurzaam. Dit modulaire ontwerp reduceert de benodigde installatieruimte, leidingwerk en bedradingswerk. Alle procesgegevens (debiet, druk, temperatuur) evenals identificatie- en configuratiegegevens voor de PF3A8#H-L worden verzonden met een enkele M12-standaardconnector (er is geen speciale IO-link-kabel vereist). www.smc.be

ACT IN TIME STELT NIEUWE IDEA® GEÏNTEGREERDE SERVOMOTOR VOOR De wereldleider in compacte roterende en lineaire bewegingssystemen AMETEK Haydon Kerk Pittman, in België vertegenwoordigd door Act In Time, lanceert een nieuwe serie IDEA® Motoren met diameter 57 mm. Deze EC057B voegt zich bij de EC042B, de 42 mm versie, die reeds in 2019 werd geïntroduceerd.

De IDEA Motor combineert in één behuizing een borstelloze DC servomotor met hoge precisie en een IDEA Drivecontroller. Voordelen zijn onder meer: • 1.Minder componenten en uitermate compact: een geïntegreerde motor vervangt de complexe setup van borstelloze DC-motor + externe drive + encoder + kabels.

De motoren van de IDEA-serie zijn verkrijgbaar met optionele reductiekasten om optimale prestaties mogelijk te maken voor unieke bewegingstoepassingen die precisie vereisen, waaronder magazijnautomatisering, industrieel printen, verpakken, laboratoriumautomatisering, medische apparaten, lucht- en ruimtevaartsystemen enz…

www.actintime.be • 2.Kortere ontwikkeltijd: Het vooraf geconfigureerde servosysteem met intuïtieve programmeermogelijkheden stelt klanten in staat om complexe en nauwkeurige bewegingssequenties onmiddellijk in te stellen en te debuggen. • 3.Vermindering van de complexiteit van het ontwerp: RS-485- of CANopen-buspoorten zijn geïntegreerd voor het programmeren van autonome bewegingssequenties, het bewaken van de systeemstatus of om beweging tussen meerdere motoren te synchroniseren. 46


PRODUCTEN WEG LANCEERT SMART MONITORING TOOL WEG introduceert het Motion Fleet Management (WMFM), een tool waarmee u de werking en het onderhoud van industriële componenten kunt regelen en monitoren. WMFM is toepasbaar op diverse motoren, aandrijvingen, tandwielkasten en andere installaties. Deze tool zal de ongeplande stilstand verminderen, het onderhoud optimaliseren en grote industriële processen efficiënter maken.

gebruiksvriendelijk dashboard met indicaties, grafieken en historische meetgegevens om begrijpelijke analyses te kunnen maken. www.weg.net

WMFM behoort tot het groeiende portfolio van digitale oplossingen dat WEG te bieden heeft. De tool gebruikt een cloudgebaseerde computertechniek en het Internet of Things (IoT) om de bedrijfstoestand van meerdere industriële machines te monitoren. WMFM verzamelt gegevens en verwerkt ze om waardevolle realtime inzichten te delen met fabrieksmanagers en technici, wat uiteindelijk leidt tot een beter machinebeheer. De dataverwerking van WMFM vindt zowel plaats in de randapparatuur (edge) als in de cloud. Hierdoor kan op machineniveau snel kan worden gereageerd, terwijl bovendien een uitgebreide data-analyse in de cloud mogelijk is. De tool heeft tevens speciale modules met kunstmatige intelligentie (AI), die een geautomatiseerde storingsdiagnose kunnen uitvoeren, gebaseerd op historische rapporten en trends. Deze rapporten geven een holistisch beeld en laten zien hoe het hele machinepark presteert, waardoor fabrieksmanagers meerdere machines en zelfs hele fabrieken in een enkele omgeving kunnen monitoren. Deze data verschijnen op een

SLIMME REDUCTIEKASTEN MET CYNAPSE® EN SMART SERVICES VOOR INDUSTRIËLE 4.0-CONNECTIVITEIT Mechatronische aandrijfsystemen die zelfstandig informatie kunnen verzamelen en communiceren, zijn fundamenteel voor het IIoT. WITTENSTEIN alpha is de eerste fabrikant van componenten die standaard slimme reductiekasten aanbiedt reductiekasten met cynapse. Deze reductiekasten hebben een geïntegreerde sensormodule, die industriële 4.0-connectiviteit mogelijk maakt. Met behulp van IO-Link kan cynapse trillingen, temperatuur, bedrijfsuren, versnelling en nog veel meer meten. Verbind uw reductiekast met de digitale wereld! De smart services van WITTENSTEIN zoals Monitoring, Teach-In, Data Gateway en Anomaly-Check helpen u om uw machine te digitaliseren. Download onze whitepaper op: https://alpha.wittenstein.biz/cynapse/

AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 47


PRODUCTEN ETHERCAT P MET FSOE IS DE NIEUWSTE INTERFACE VOOR HET DEURSLOT MGB2-MODULAR VAN EUCHNER Bus systemen brengen eenvoud in de complexe wereld van machineveiligheid. Dat klinkt vreemd, maar het configureren van veiligheidssystemen is bij bus-systemen juist gemakkelijker dan bij traditionele parallel bedrade systemen. Voor elk platform is er een bus-oplossing: Naast EtherCAT P met FSoE bestaan er al langer andere interfaces: ProfiNet met ProfiSafe en EthernetIP met CIPsafety. Elk bus-platform sluit aan op een eigen wereld van besturingen. Er blijken bepaalde voorkeuren te zijn in Europa, Noord-Amerika en Azië. Voor het deurslot MGB-Modular maakt het niet uit in welke besturingswereld het wordt toegepast.

gezamenlijke input heeft het ontwikkelingsproces geleid tot deze nieuwste innovatie. Het Euchner deurslot MGB2-Modular EtherCAT P met FSoE (Fail Safe over EtherCAT): - 4 deursloten kunnen worden verbonden met één busmodule. - Inclusief de 4 deursloten is plaats voor 36 veilige elementen (knoppen, functies, enz.) - Met elke veiligheidsfunctie bereik je altijd PL e - Cat 4 - SIL3.

www.euchner.nl / www.euchner.be / www.euchner.lu

Door de modulaire samenstelling van dit deurslot zit de bus-interface maar in één module; de zogenaamde ‘busmodule’. Die bepaalt aan welk bus-platform de deursloten worden aangesloten. In de bus-module zit onder andere de chipset voor de desbetreffende bus. Door middel van dipswitches geef je handmatig een adres aan de bus-module. De vraag om deze nieuwe interface kwam uit de wereld van EtherCAT gebruikers, met hun besturingsfabrikant voorop. Met

ONTBIJTVERGADERING INDUMOTION OVER HYBRIDE SALES Een goed verkoopproces is een combinatie tussen een face-to-face contact en het gebruik van digitale middelen, onder meer sociale media. De leden van InduMotion verzamelden in maart voor de jaarlijkse ontbijtvergadering in het Holiday Inn hotel bij de luchthaven in Zaventem. Daar kregen ze van Tom Baeten (Winger Academy) onder de titel ‘De Hybride Sales Organisatie’ een uiteenzetting over de digitale impact op aan- en verkoopprocessen. Klanten zijn tegenwoordig reeds bijzonder goed ingelicht en weten wat ze willen omdat ze via internet reeds veel informatie hebben ingewonnen en vergeleken. Een bedrijf moet hiermee rekening houden. Corona heeft die digitale impact nog versneld en dit zorgt nu voor een nieuwe realiteit. Tom Baeten benadrukte dat iedereen in een bedrijf zich bewust moet zijn van deze nieuwe evolutie. De aanwezigheid op sociale media voor een bedrijf is volgens hem cruciaal. Via content marketing en personal branding (persoonlijk en voor het bedrijfsimago) krijgen potentiële klanten een indruk dat de producten of diensten van een bedrijf succesvol en betrouwbaar zijn. 48

Aan de leden van InduMotion gaf hij tips mee hoe je dit ideale beeld kan bekomen. De informatie die je deelt moet waardevol, relevant en consistent zijn. Ook moet het hele bedrijf - management, HR en Sales - samenwerken om deze marketinginspanningen performant uit te voeren. De InduMotion leden zien elkaar op woensdag 22 juni in het nieuwe Robotland in Essen voor de jaarlijkse statutaire ledenvergadering. Alle leden zijn welkom! www.indumotion.be


TECHTELEX IndustryID geeft een helder overzicht van de competenties en loopbaanontwikkeling van technici. FEDA, de Nederlandse tegenhanger van InduMotion (uitgever van Automation Magazine) heeft een vakpaspoort gelanceerd waarmee gevolgde opleidingen op een eenvoudige manier worden geregistreerd. ‘Met IndustryID willen we een leven lang leren in de techniek een impuls geven. Het leerpad wordt inzichtelijk en transparant, en daarmee ook de competenties en gevolgde opleidingen. Met IndustryID verhogen en verbinden we kwaliteit en veiligheid in het industriële proces’, aldus Arjan Coppens, een van de initiatiefnemers. Door de NFC-chip of QR-code op de IndustryID-pas te laten scannen, kan iemand je online opleidings- en competentieprofiel inzien. Het vormt een industrieel toegangsbewijs, waarmee je aan opdrachtgevers en werkgevers kan aantonen aan welke installaties je mag werken. Privacy wordt gewaarborgd doordat alleen de gebruiker zelf bepaalt wanneer iemand toegang krijgt tot de informatie door de pas te laten scannen. (www.industryid.nl) Kamp C, het provinciaal Centrum voor Duurzaamheid en Innovatie in de Bouw, bouwden met ’t Centrum in Westerlo het eerste volledig circulair kantoorgebouw in Vlaanderen. Het gebouw telt drie bouwlagen en heeft een totale oppervlakte van 2.400 m². Met ’t Centrum worden zowel de gebruikers als de omgeving gestimuleerd om anders om te gaan met grondstoffen. Afvalstromen worden tot een minimum herleid en er is ingezet op een duurzame energievoorziening en waterhuishouding. De levenscyclusanalyse (LCA)-analyse toont dat de milieu-impact van het gebouw zeer laag is. Het bespaart ten opzichte van traditionele gebouwen van gelijkaardige omvang ongeveer 800 ton CO2. (www.kampc.be) De Hydrotug is het eerste schip ter wereld dat wordt aangedreven door dual fuel medium speed motoren, die elk 2 MW leveren. Port of Antwerp-Bruges en CMB.TECH verwelkomen binnenkort de Hydrotug, die twee motoren heeft om op waterstof en traditionele brandstof te kunnen varen. De sleepboot kan 415 kilo gecomprimeerde waterstof opslaan in zes stellages geïnstalleerd op het dek en elimineert de uitstoot gelijk aan 350 auto’s. Het doel is om de Hydrotug eind dit jaar op te leveren en in het eerste kwartaal van 2023 volledig operationeel te hebben in Antwerpen. (www. cmb.tech) Schneider Electric steunt het nieuwe voorstel tot beleidsherziening van de EU inzake broeikasgassen. Het bedrijf is het ermee eens dat het de hoogste tijd is om de overgang naar groene energietechnologieën te versnellen. Schneider Electric steunt voluit de recente aankondiging van de Europese Commissie met betrekking tot het toekomstig gebruik van ‘s werelds sterkste broeikasgas. Eén van de doelstellingen van het nieuwe voorstel tot beleidsherziening van de EU is gericht op SF6. Dit gas werd decennialang op grote schaal gebruikt in elektrische apparatuur vanwege zijn unieke eigenschappen en het gebrek aan concurrerende alternatieven. Schneider Electric bouwde een volledige portfolio van SF6-vrije alternatieven op, en blijft een baanbrekende reeks van milieuvriendelijke en digitale technologieën op de markt brengen. Deze technologieën vermijden het gebruik van het SF6-gas en vervangen het door zuivere lucht. (www.se.com) Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts heeft een omvattend plan klaar om virtuele realiteit uit te rollen in technische en beroepsscholen. Het gaat om een investering van 6,5 miljoen euro in de verschillende aspecten van de transitie naar meer virtual, augmented of mixed reality in de klaslokalen van het arbeidsgericht onderwijs. Ten eerste moeten de BSO- en TSO-scholen toegang hebben tot de nodige hardware zoals VRbrillen. De 5 Regionale Technologische Centra in elke provincie krijgen een budget om dit materiaal aan te kopen en gratis uit te lenen aan scholen. Ten tweede moet er ook voldoende aangepaste software zijn om te kunnen gebruiken in de les. Bestaande software wordt verzameld en er wordt een budget vrijgemaakt om nieuwe software te ontwikkelen, op maat van BSO- en TSOopleidingen. Ten derde moeten de vakleerkrachten ook ondersteund worden om aan te slag te gaan met VR. Daarom wordt er ook geïnvesteerd in begeleiding en professionalisering. Om te vermijden dat elke school deze investering zelf moet doen, zullen de 5 Regionale Technologische Centra (RTC’s) in elke provincie dit materiaal aankopen. De RTC’s zullen dan fungeren als uitleendienst waar BSO- en TSO-scholen kosteloos terechtkunnen. (www.vlaanderen.be) Volvo Trucks Gent opent een nieuwe batterijfabriek. Hier zullen cellen en modules van Samsung SDI worden geassembleerd tot batterijpakketten die op maat zijn gemaakt voor de heavy-duty elektrische serie van Volvo Trucks. De serieproductie hiervan start in het derde kwartaal van dit jaar. Elk batterijpakket zal een capaciteit van 90 kWh hebben en de klant kan ervoor kiezen om maximaal zes batterijpakketten (540 kWh) in een vrachtwagen te plaatsen. Het aantal accu’s is afhankelijk van het specifieke bereik en de laadcapaciteit van elke klant. (www.volvotrucks.be) automatica 2022, de internationale vakbeurs op het gebied van intelligente automatisering (IA) en robotica vindt plaats van 21-24 juni in München. De voorbereidingen voor de beurs zijn in volle gang en automatica is het enige evenement ter wereld dat alle opkomende sleuteltechnologieën op één plek samenbrengt. (www.automatica-munich.com) De eerste pneumatische robot op de markt: de Festo cobot is eenvoudig te bedienen, vereist geen veiligheidshek en zal gunstig geprijsd zijn. De Festo cobot heeft veel van zijn voordelen te danken aan de pneumatiek: zijn gevoeligheid, lage gewicht maar ook zijn prijs/prestatieverhouding. Onder andere de directe aandrijvingen in de gewrichten van de cobot zijn goedkoper en bovendien licht van gewicht. Dit in tegenstelling tot een elektrische uitvoering waar zwaardere aandrijvingen en dure krachtkoppel sensoren nodig zijn. De hele cobot weegt minder dan 20 kilo. Door een unieke en intuïtieve inbedrijfstelling en programmering kunnen medewerkers bovendien snel met de cobot aan de slag, dit zonder de noodzaak van dure opleidingstrajecten. De Festo cobot bestaat uit de hardware zelf, een handmodule en de Robotic Suite; intuïtieve software waarmee de cobot binnen enkele uren in bedrijf is te nemen en te programmeren. Voorkennis op het gebied van robotica is niet nodig. De cobot van Festo komt in 2023 op de markt. (www.festo.be) AUTOMATION MAGAZINE JUNI 2022 / 49


AFSLUITER SPEAKERS’ CORNER VOOR EXPERTS UIT DE TECHNIEK

DRIE DREMPELS MEDISCHE MARKT WEGWERKEN Automatisering in de zorgsector vinden we vandaag terug in duizend-en-één gedaanten. Soms zien we het in overduidelijke systemen, zoals bij de inzet van exoskeletten en (zorg)robots. Maar even vaak duikt het op in minder zichtbare innovaties, zoals het automatiseren van labotests of bij administratieve vereenvoudigingen. Ondanks de vele applicaties zien we dat bedrijven soms wat koudwatervrees hebben om zich op deze markt te richten. Een deel van de verklaring voor deze terughoudendheid wordt gevormd door de unieke eigenschappen van de gezondheidszorg. Er zijn enkele typische elementen eigen aan deze boeiende sector, waardoor enkele drempels er als het ware ingebakken zitten. Een eerste element is niet van technische aard. Een vaak gebruikt synoniem voor de gezondheidszorg is ‘de zachte sector.’ Dat ‘zacht’ slaat op de humane component, die sinds mensenheugenis centraal staat in de geneeskunde. In traditionele industriële middens ligt het accent daarentegen vooral op het verbeteren van processen en machines. De focus ligt in de zorg veel minder op die technologische kant van het verhaal, maar meer op het humane aspect. Veel entiteiten in de zorg zijn bovendien sterk non-profit gedreven. Een paar decennia geleden was de combinatie van zorg en economie in ziekenhuizen zelfs bijna een contradictio in terminis. Vandaag is dat weliswaar veel minder aan de orde, maar die non-profit mindset zit er wel nog altijd wat ingebakken. Bedrijven die voor het eerst deze markt willen betreden, moeten zich bewust zijn van deze eigenheid.

‘De focus ligt in de zorg veel minder op die technologische kant van het verhaal, maar meer op het humane aspect.’ Een tweede drempel is wel van technische aard. In andere industrietakken zie je nog vaak de werkwijze met updates: producten worden gelanceerd en op basis van de ervaring van gebruikers worden vervolgens aanpassingen uitgevoerd, die uitmonden in een volgende versie van het product. In de medische sector gaat die werkwijze uiteraard niet op en is meer omzichtigheid geboden bij de ontwikkeling van een nieuw product of systeem. Dat leidt - vooral voor toepassingen die rechtstreekse invloed hebben op de patiënt - tot een tragere time-to-market voor innovaties. 50

De derde drempel is specifiek voor medische apparatuur van toepassing. Deze apparatuur moet voldoen aan de MDR, de Medical Device Regulation. Die stelt dat je ontwerpproces ook aan vastgelegde criteria moet voldoen voor je een toestel op de markt kan brengen. Het is een probleem dat we wel vaker zien bij bedrijven die voor de eerste keer onze markt willen betreden: ze ontwikkelen een prototype of proof-of-concept, maar komen pas bij het aanvragen van een medisch certificaat tot de vaststelling dat hun ontwerpproces niet conform de regelgeving is. Een typerend voorbeeld zagen we tijdens de eerste Covidgolf, toen een aantal enthousiastelingen in recordtijd mooie prototypes bouwden van beademingsmachines. Pas na het bouwen van hun prototypes kwamen velen onder hen tot de vaststelling dat hun designproces vanaf 0 moest herzien worden, zo niet zouden hun machines nooit effectief ingezet kunnen worden in de zorgcentra. Deze drempels betekenen niet dat de medische markt structureel onbereikbaar is voor nieuwe bedrijven, innovaties of start-ups. Wel is het zo dat bedrijven die hun activiteiten willen uitbreiden naar deze boeiende sector, zeer goed voorbereid moeten zijn. Kennis van de bijzonderheden van deze boeiende sector is een absolute must.

www.medvia.be

Piet Verhoeve is Director Innovation bij Medvia (het vroegere flanders.healthTech) en auteur van boeken als ‘Win-win Innovation’ en ‘Innoveren met kunstenaars’.


ATB Automation Mechanics Motion Control


Snellere en eenvoudigere weg naar een betere machine: met XTS Voordelen van XTS: Circulaire beweging Flexibel modulair systeem Individueel bewegende movers

Gebruikersvoordelen: Geminimaliseerde voetafdruk Software-matig configureerbaar Verbeterde beschikbaarheid Verhoogde productie Kortere doorlooptijd tot afgewerkt product

www.beckhoff.be/xts Overal ter wereld moeten fabrikanten steeds meer geïndividualiseerde producten aanbieden – met machines die de voetafdruk verkleinen en tegelijkertijd de productiviteit verbeteren. Dit wordt mogelijk gemaakt door het XTS eXtended Transport System in combinatie met PC- en EtherCAT-gebaseerde besturingstechnologie. De hoge mate van ontwerpvrijheid maakt nieuwe machineconcepten voor transport, handling en montage mogelijk. In de roestvrijstalen hygiënische versie is de XTS ideaal voor gebruik in de farmaceutische en voedingsmiddelenindustrie. Vrije installatiepositie Compacte constructie Vrij te kiezen geometrie Weinig mechanische onderdelen en systeemcomponenten