Page 1

driemaandelijks tijdschrift over industriële automatisering en aandrijftechniek

SEPTEMBER 2017 NR 209

DOSSIER

Driemaandelijks tijdschrift van InduMotion vzw – 47e jaargang September - oktober - november 2017, Afgiftekantoor Turnhout – P309959

‘Groene energie: windmolens ontleed’

p24 – ‘Factory of the Future’ door slimme ontwikkeling en automatisering p28 – Sophie Vandebroek, Chief Operating Officer van IBM Research p36 – Lineaire aandrijvingen, deel 1


PRODUCTIE OP AFROEP

Technici de mogelijkheid geven om ideeën in realiteit om te zetten

©2017 3D Systems, Inc. All Rights Reserved.

Deskundige, gelokaliseerde ondersteuning en hoogwaardige onderdelen

Met volledige ondersteuning voor technologie en productie tijdens de productielevenscyclus QUICKPARTS®

PROTOTYPING

|

GEAVANCEERDE

PROTOTYPING

|

KLEINSCHALIGE

PRODUCTIE

|

MODELLEN

De tools van moderne productie Ontwerpers en technici hebben op afroep de beschikking over de tools waarmee ideeën in realiteit kunnen worden omgezet. Of het nu om 3D-geprinte prototypes, CNC-bewerking of kleinschalige productie gaat, wij bieden gratis online prijsopgaves, materiaal en technologiekeuze. We zijn de branche-aanvoerder als het om het leveren van ideeën gaat. Voor meer informatie, ga naar 3DSystems.com/odm

3 D A D D I TIVE MANUFACTURIN G SLA

Stereolithografie

SLS

Selective Laser Sintering

+31 852 084 335

CJP DMP

P R EC I S I EG I ET EN ColorJet Printing Direct Metal Printing

G EAVA N C EER D E FA B R I C AG E

QP

Quickcast Modellen

PJW

ProJet® Wasmodellen

CNC

CP

Castform Modellen

IM

®

®

CU

Gegoten urethaan CNC-bewerking

MDC SM

Metaalspuitgieten Plaatmetaal

Spuitgieten

On Demand Manufacturing


EDITO DOOR HUGUES MAES VOORZITTER INDUMOTION

Toekomstgericht onderwijs is cruciaal Met de Tech Hotspot Index van Agoria wordt Vlaanderen vergeleken met twintig andere innovatieve regio’s in Europa. Dat gaat om landen zoals Denemarken, Ierland, Slovenië en Zweden, maar ook om topregio’s van vergelijkbare grootte in Duitsland, Frankrijk, Nederland, Italië, Oostenrijk, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Die regio’s worden aan de hand van 28 parameters gegroepeerd in vier thema’s: economie en levenskwaliteit, onderwijs en levenslang leren, veranderingspotentieel rond digitalisering en industrie 4.0, en maatschappelijke uitdagingen zoals klimaat en mobiliteit. Als al die scores worden opgeteld, staat Vlaanderen op een tiende plaats. Denemarken, Zweden en Finland voeren de lijst aan. Vlaanderen klopt Ierland, maar komt na Duitse, Franse en Nederlandse regio’s. Wallonië sluit de rij op plaats 21.

‘Wij lossen onze problemen nog altijd op rond de kerktoren, en kijken niet verder.’

In het onderzoek scoort Vlaanderen wél het beste voor onderwijs. We halen de gouden medialle, voor Finland en de Parijse regio Île-de-France. Vlaanderen is vooral goed op het gebied van kennisoverdracht. De grote uitdaging echter, is om ons onderwijs aan te passen aan de noden van de toekomst. Talen, multidisciplinariteit, creativiteit en teamwerk zouden veel meer in de onderwijspraktijk moeten zitten. Net zoals het Duitse duaal leren, om jongeren met technische vaardigheden sneller in contact te brengen met de praktijk in onze industrie. Wij lossen onze problemen nog altijd op ‘rond de kerktoren’ en kijken niet verder. Onze horizon moet dus veel breder, in het onderwijs én in de industrie. Het buitenland AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

zal ons allen inspireren. Maar de talenkennis bij onze jonge ingenieurs en technici laat te wensen over. Nu technische scholen, hogescholen en universiteiten opnieuw beginnen draaien, zou er in het lessenpakket meer aandacht moeten zijn voor technische vaktaal in het Frans en in het Engels. Het doet ons dan ook een plezier dat scholen bij InduMotion een gratis pakket van het nieuwste nummer van Automation Magazine (in het Nederlands én het Frans) aanvragen voor hun lessen, zodat hun leerlingen en studenten in beide landstalen technische cases en de specifieke vaktaal leren kennen. Ook wat betreft ‘levenslang leren’ heeft Vlaanderen een slechte score, alleen Ierland en Wallonië doen het nog slechter. Wij rusten hier op onze lauweren. In de Scandinavische landen daarentegen is levenslang leren vanzelfsprekend. Zoals je een update hebt bij software, moeten we ook onze kennis op peil houden. Voor innovatie halen we een achtste plaats. Île-de-France, Baden-Württemberg en Zweden staan hier op het podium. Sophie Vandebroek, de nieuwe COO van IBM Research, zegt in dit nummer van Automation Magazine dat innovatie enkel kan slagen als de CEO en het hele management doordrongen is van die noodzaak. Ook hier rusten nog teveel Belgische bedrijven op hun lauweren. De maakindustrie moet dringend digitaal versnellen, want voor de ‘Slimme Fabriek van de Toekomst’ halen we slechts plaats 17. De topregio’s op dat terrein zijn Duits: Baden-Württemberg, Beieren en Hessen. ‘We zijn in automatisering en robotica te veel volgers in plaats van koplopers. Eerder gebruikers van nieuwe technologie dan makers, en dat moet veranderen’, vindt Agoria-topman Peter Demuynck. Een uitspraak waar wij ons met InduMotion volmondig bij aansluiten. 3


krachtige beweging

Transmissions, hydraulics & winches

Dana Brevini brengt u verder Als totaalleverancier van custom-made transmissiesystemen, ontwerpt en produceert Dana Brevini Benelux een compleet assortiment van zowel mechanische transmissies als hydraulische en elektronische componenten. Door de integratie van de diverse technologieën, zorgen wij voor de krachtige beweging die u verder brengt. Dana Brevini Benelux | +31 172 42 80 80 | benelux@dana.com | www.brevini.nl

SYSTEM INTEGRATION LIFE SCIENCES

Hydraulics System integration Power units Repairs/Overhaul Maintenance contracts Oil management Accumulators Pneumatics

MOBILE OFF ROAD

OIL & GAS

CHEMICALS & PETROCHEMICALS FILTRATION

TRANSPORTATION

Boterhamvaartweg 2 2030 Antwerpen service.hydro@hydro.be T. +32 3 546 40 80 www.hydro.be

Ontdek ons breed gamma producten en systeemoplossingen: 9 technologiëen vanuit één leverancier!

www.parker.com/be

The added value to Hydraulics/Pneumatics INDUSTRIAL

MARITIME RENEWABLE ENERGY

PARKERSTORE DISTRIBUTION


COLOFON

INHOUD

INDUMOTION InduMotion vzw is de beroepsfederatie voor bedrijven gespecialiseerd in industriële automatisering en aandrijftechnieken (elektrisch, hydraulisch, mechanisch en pneumatisch), die als producent, officiële invoerder of verdeler op de Belgische markt actief zijn. Lid van het Europees comité CETOP. vzw InduMotion Villalaan 83 – 1190 Brussel BTW BE0431 258 733 Secretariaat: Gerda Van Keer, tel. +32 471 20 96 73 gerda.vankeer@indumotion.be info@indumotion.be RAAD VAN BESTUUR Hugues Maes (SMC Pneumatics): Voorzitter Bart Vanhaverbeke (Voith Turbo) : Ondervoorzitter Marcel De Winter (Service-Hydro): Secretaris Jeroen Dieusaert (Bosch Rexroth): Penningmeester Geert Heyvaert (MGH): Bestuurder Guy Mertens (Act in Time): Bestuurder Luc Roelandt (Stromag): Bestuurder Jo Verstraeten (Festo): Bestuurder TOEZICHTHOUDERS Adriaan De Potter (Protec) Maciej Szygowski (Doedijns Fluidap) Dieter Van Schoor (Siemens)

P3 EDITO: Toekomstgericht onderwijs is cruciaal P5 INHOUD

LEDEN 2017 ABB (Asea Brown Boveri) – ABFlex Group – Act in Time – Asco – ATB Automation – Atlas Copco Compressors – AVD Belgium – Aventics – AZ Hollink Belgium – Bauer Gear Motor – Bege Aandrijftechniek – Boge Compressors – Bosch Rexroth – Brammer – C.C. Jensen – CET Motoren – Clippard Europe – Compair Geveke – CQS Technologies – Dana Brevini Benelux – Defawes – Doedijns Fluidap – EFC – Eriks – Euregio Hydraulics – Esco Drives – Festo Belgium – Gates Europe – Gearcraft – Habasit – Hupico – Hydac – Hydraulic Assistance – Hydraumec International – Hydrauvision – Hydro Tools – Ingersoll Rand Benelux – IPAR Industrial Partners – K-Flex – KTR Benelux – LM Systems – Manuli Fluiconnecto – MGH – Motoren Francoys – Motrac Hydraulics – Norgren/IMI-Precision – Optibelt – Pall Belgium – Parker Hannifin – Pirtek Benelux – Poclain Hydraulics – Protec – Rem-B – Renold PLC – Rotero Belgium – Service Hydro – SEW-Eurodrive Belux – Siemens – SKF Belgium – SMC Pneumatics – Stäubli – Stromag – Sumitomo (Hansen Industrial Transmissions) – Tas L & Co – Testo – Transmo – Vameco – Van De Calseyde – Van Houcke – Vansichen – VB Parts Hydraulic – Vermeire Motion – Vialec – Voith Turbo – WEG Benelux – Wittenstein – WTS Hydraulics – Yaskawa Europe

P6 DOSSIER WINDMOLENS: ‘The Sky is the Limit in windmolentechnologie’ P8 Windmolentechnologie eindelijk volwassen, maar nog ruimte voor groei P12 Uitstap kernenergie zal windenergie aantrekkelijk maken P16 InduMotion bezoekt slagveld Waterloo P17 NIEUW LID: Wittenstein P19 Wago PCB-klemmen: krachtige modules voor schone energie P20 In 10 stappen voldoen aan de machinerichtlijn P22 Simpele pneumatische oplossingen maken machine veiliger

AUTOMATION MAGAZINE Automation Magazine is een driemaandelijkse uitgave van de beroepsfederatie InduMotion vzw. Het verschijnt in maart, juni, september en december.

REALISATIE Magenta Uitgeverij Designcenter De Winkelhaak Lange Winkelhaakstraat 26 2060 Antwerpen info@magenta-uitgeverij.be

REDACTIE redactie@automation-magazine.be www.automation-magazine.be

LAY-OUT Ruth Vanvelthoven

ADVERTEREN Jean-Charles Verwaest, tel. +32 475 44 57 91 publiservice@automation-magazine.be VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Hugues Maes vzw InduMotion Villalaan 83 – 1190 Brussel info@indumotion.be www.indumotion.be REDACTIECOMITE Ing. René Decleer, Marcel De Winter, Hugues Maes, Guy Mertens, Patrick Polspoel, Ing. Roger Stas, Maxime Vansichen. SECRETARIAAT Gerda Van Keer, tel. +32 471 20 96 73 gerda.vankeer@indumotion.be info@automation-magazine.be

OPLAGE 8.300 ex. NL + 2.700 ex. FR

P24 ‘Factory of the Future’ door slimme ontwikkeling en automatisering P26 AGORIA: NBB-barometer technologische industrie blijft op hoog peil P27 NIEUW LID: C.C. Jensen P28 INTERVIEW: Sophie Vandebroek verantwoordelijk voor IBM Research wereldwijd

De advertenties en artikelen in Automation Magazine worden ter goedkeuring voorgelegd aan het redactiecomité.

P33 CASE STUDY: Grootse cinema met de Festo Motion Terminal

Alle advertenties die betrekking hebben op technieken en producten voor industriële automatisering komen in aanmerking voor publicatie.

P36 Keuze lineaire overbrenging vooral in functie van applicatie

De artikelen en nieuwsberichten zijn door de redactie geselecteerd. Zij verschijnen gratis en bevatten geen publiciteit. De auteurs zijn verantwoordelijk voor hun teksten.

P39 CASE STUDY: AMR en Siemens vernieuwen pompunits bij Viskoteepak

Automation Magazine paraît aussi en français. © InduMotion 2017

AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

P41 PRODUCTEN P45 TECHTELEX P46 AFSLUITER 5


We help move man’s most marvellous machines

Open. Druk. Schoon. Aanpassen. Controle. Aanduiden. Excelon® Plus: de nieuwe generatie luchtconditioneringsapparatuur. Ontwikkeld met veiligheid in gedachte, biedt deze ingebouwde vergrendelingstechniek en een uniek dubbel uitgevoerd veiligheidsslot op het reservoir. Meer robuust, maar toch 35% lichter en 20% kleiner. Dit alles zorgt ervoor dat de Excelon® Plus veiliger, eenvoudiger en makkelijker te onderhouden is waardoor uw machines veilig en efficiënt blijven werken.

Engineering GREAT Solutions

Stelt u zich eens voor wat wij voor u kunnen betekenen… Bezoek ons op: www.mostmarvellousmachines.com/nl

IMI_PE_2931_Automation Magazine_DUTCH_Half Page_v2.indd 1

24/07/2017 11:55

THIS IS INCREASING PRODUCTIVITY Parker Automation Controller Parker Servo Drives

De PSD is zonder twijfel de start van een nieuwe generatie van aandrijvingslijnen. Het PSD assortiment is gericht op markten zoals, voedings- en verpakkingsindustrie, materiaal vormers, textiel-, papier- en kunststof machines. Naast de PSD heeft Parker een nieuwe Automation Controller (PAC) ontworpen voor de wereldwijde machinemarkt. De Parker Automation Controller (PAC) combineert machine logica, geavanceerde real-time motion control en visualisatie in een prestatiegerichte oplossing. parker.nl

0182AutomationMag_PacPSD.indd 1

PLC + HMI motion controller M2M-communicatie Dual LAN netwerken en opties voor Ethernet/IP

11-08-17 11:48


DOSSIER DOOR SAMMY SOETAERT MET MEDEWERKING VAN RENÉ DECLEER EN PATRICK POLSPOEL

THE SKY IS THE LIMIT IN WINDMOLENTECHNOLOGIE De uitdagingen in windenergie zijn even duidelijk als divers. De gewenste grotere vermogens leiden tot grotere windmolens, maar die toename heeft op zijn beurt gevolgen voor de gebruikte materialen en technologie. Tegelijkertijd moet ook worden gewerkt aan het beperken van geluidsoverlast en trillingen om de acceptatie bij de bevolking niet in het gedrang te brengen. In 1891 plaatste de Deense natuurkundige Poul La Cour een van ’s werelds eerste stroomproducerende windmolens in het Deense Vejen. Sindsdien zijn windmolens hoger geworden, met langere bladen. En met een verbeterde technologie kunnen de molens nog meer bewegingsenergie van de wind opvangen en in stroom omzetten. Onder-tussen is Denemarken de ‘numero uno’ geworden in Europa. In België werd het eerste windturbinepark gebouwd in het havengebied van Zeebrugge.

AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

Drieëntwintig windmolens werden besteld door de overheid als proefproject en op 23 juni 1987 werd het windturbinepark officieel in gebruik genomen. ’ Dertig jaar later staan er 421 windmolens in Vlaanderen en 311 in Wallonië. Tel daarbij de 182 offshore molens en dan komt de kaap van 1.000 wel heel erg dichtbij. Samen zijn ze ondertussen goed voor een totaal nominaal vermogen van 2500 MW, en het einde van de groei is verre van in zicht: zowel offshore als in Wallonië en Vlaanderen is er heel veel bedrijvigheid in deze sector.

7


WINDTECHNOLOGIE EINDELIJK VOLWASSEN, MAAR NOG RUIMTE VOOR GROEI Wind doet de wieken draaien. Die draaiende beweging wordt omgezet in elektrische energie. Zo eenvoudig het opzet van een windmolen klinkt, zo moeilijk was het om het in de praktijk te brengen. Daar waar andere groene energievormen zoals waterkracht, biogas en zonne-energie al jaren de volle maturiteit bereikt hebben, komt windenergie pas in het laatste decennium echt aanwaaien. De reden voor die ‘late start’ is niet moeilijk te vinden: de investering in functie van het financiële rendement was te onzeker. De clearance om grote off-shore windparken te mogen plaatsen zorgde evenwel voor een aanzienlijke schaalvergroting bij de productiebedrijven, met een resulterende prijsdaling waardoor windenergie langzaam maar zeker een plaatsje verwierf in onze energiemix. En die plaats wordt geleidelijk aan uitgebreid, door enerzijds de plaatsing van nieuwe windparken en anderzijds het steeds stijgende vermogen en rendement van een molen. Een blik op de werking van een windmolen leert waar de huidige en toekomstige technische uitdagingen liggen. In dit artikel beperken we ons de meest populaire versie van windmolens, namelijk die met horizontale as. Dit is het meest voorkomende type en vinden we overal terug langs onze autostrades, in industriegebieden en langs waterlopen. In het vakjargon worden deze afgekort tot HAWT: Horizontal Axis Wind Turbine, tegenover de verticale VAWT’s. Voortdurende innovaties maken windmolens steeds performanter. Een arbeider aan het werk in de gietvorm van een wiek.

8

Opmerkelijk: er bestaan ook wiekloze windturbines. Het Spaanse bedrijf Vortex Bladeless wil een windturbine zonder wieken op de markt brengen. Deze ‘stok’ schommelt heen en weer door draaikolken die ontstaan in de luchtstroom. Voordelen: geen dode vogels, geen lawaai, minder materiaalgebruik en minder onderhoud (bijvoorbeeld: geen olie nodig). WERKINGSPRINCIPE Het principe van een windmolen is simpel: de wind grijpt de bladen en duwt ze weg waardoor de ‘molen’ gaat draaien Via een tandwielkast wordt de draaiing versneld zodanig dat de generator de juiste snelheid en frequentie (meestal 1500 t/m en 50 Hertz) en dus elektrische stroom ‘krijgt.’ Sommige fabrikanten elimineren de tandwielkast en werken met een direct-drive of gearless windturbine. De horizontale luchtstroming bezit een hoeveelheid kinetische energie, die uitgedrukt wordt met de formule mv2/2. Uit deze formule volgt dan kinetische energie evenredig is met het kwadraat van de luchtsnelheid. Als


DOSSIER

De (vereenvoudigde) werking van een windmolen: de draaibeweging vanuit de rotor (1-2-3) wordt via een reductorcombinatie (4-5-6) omgezet in een bruikbare beweging voor de generator (7). De windrichting en snelheid wordt voortdurend gemeten (8-9-10) en indien nodig wordt de gondel gedraaid (13-14).

we een oppervlakte A beschouwen, dan is de massa lucht die door dit oppervlak vloeit recht evenredig met A en met de snelheid v. Deze luchtmassa is ook evenredig met de dichtheid Þ van deze luchtstroom. Daaruit volgt de uiteindelijke formule voor de kinetische energie van een horizontale luchtstroom: ÞAv³/2.

Wat we vooral onthouden uit deze formule is dat de energie die uit wind gehaald kan worden, evenredig is met de derde macht van de windsnelheid. Een verdubbeling van de windsnelheid betekent dus dat het vermogen met een factor acht vergroot wordt. Vandaar de zoektocht van windparkuitbaters om de meest windrijke

‘Wind is een fluctuerende energiebron wat resulteert in enorme variaties in het geproduceerde vermogen.’

gebieden te vinden. Veel gebieden vallen sowieso uit de boot, omdat ze zich in de buurt van een vliegveld bevinden of op een te grote hoogte liggen waar de lucht te ijl is. Daarnaast is wind helaas ook een zeer fluctuerende energiebron, wat resulteert in enorme variaties in het geproduceerde vermogen. Dit heeft grote gevolgen voor de onderdelen die de wind omzetten in elektrische energie, maar ook voor de grootte van de windmolen. Hoe kleiner de molen, hoe kleiner de oppervlakte A en hoe meer de minimumenergie (zie verder) niet gehaald zal worden. AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

9


OPWEKKEN VAN ENERGIE Het omzetten van de opgewekte draaibeweging naar elektrische energie is een relatief eenvoudig proces, dat te vergelijken is met een omgekeerde ventilator. Waar een ventilator elektriciteit gebruikt om wind te creëren, zal een windmolen net het tegenovergestelde doen. Dat doet hij door de snelheid van de draaiende beweging via een tandwielkast om te vormen en zo de generator aan te drijven. Via een elektronische omvormer wordt de energie met de gepaste spanning en frequentie op het elektrisch net gezet. BETZ LIMIET Het onttrekken van energie aan een fluïdum door middel van een rotor zal nooit resulteren in een 100 % efficiëntie want hier speelt de wet van Betz. Die stelt dat de wind die aankomt vu (upwind), na de rotoren een deel van zijn energie kwijt is, waardoor de eigenlijke snelheid daalt tot vd (downwind). Dat leidt tot een vermogensdaling. De exacte berekening zou ons in de kader van dit artikel wat te ver leiden, maar in de praktijk zegt de wet van Betz dat de hoeveelheid kinetische energie die omgezet kan worden door een windmolen beperkt is tot een rotorefficiëntie van maximaal 59,3%. Vandaag wordt die 59,3% lang niet gehaald, maar wordt er afgeklokt op 45 à 50 %. VOORNAAMSTE VERLIEZEN De voornaamste boosdoeners voor het niet halen van de maximale efficiëntie bevinden zich in de opbouw van de windmolen. De voornaamste oorzaken zijn: • reductorverliezen (1 à 2%) • generatorverliezen (10 %) • Verliezen door de rotorbladen (1 à 2 %)

De inspanningen in de R&D spitsen zich dan ook voornamelijk toe op deze drie facetten en op het goed functioneren van de tussenliggende lagers. KRUIEN De wind moet altijd loodrecht op het rotatievlak van de wieken komen, dus de wieken moeten steeds gedraaid worden naar de windrichting. Die is uiteraard zeer variabel, dus de gondel moet zich steeds kunnen draaien. Dat gebeurt met kruimotoren die de volledige gondel met wieken via een binnen- of buitentandwiel zal roteren ten opzichte van de windmolenbasis. De sturing gebeurt op basis van informatie van de windrichtingdetector, waarbij steeds de heersende windrichting van de recente periode doorgestuurd wordt. Het is dus niet zo dat een plots verschil in windrichting meteen resulteert in het draaien van de gondel. Mocht dit wel zo zijn, dan zou het hele systeem onstabiel worden, met slijtage als gevolg. Als de draaiing evenwel niet snel genoeg de veranderlijke wind opvolgt, dan kan het opgewekte vermogen verminderen. Het is dus steeds proberen om slijtage te vermijden zonder aan het opgewekte vermogen te raken. Het kruien kan gebeuren op basis van elektrisch aangedreven motoren, of via hydraulische aandrijving. SOLIDITY Een ander belangrijk punt bij windenergie is solidity. Dat is het aandeel van de wieken in het rotatievlak. Bij een te kleine solidity zullen de wieken te weinig contact hebben met de wind, zodat het vermogen te laag zal liggen omdat niet optimaal gebruik gemaakt wordt van de windkracht. De solidity mag echter ook niet te hoog zijn want dan krijgen de wieken last van turbulentie opgewekt door de vorige wiek. De windmolens die bij ons geplaatst

Het aandeel van elk onderdeel in het totale kostenplaatje. 10


DOSSIER worden, hebben quasi altijd drie wieken. Dat zorgt voor een optimale combinatie tussen rendement, mechanische voordelen en minimale geluidsoverlast. TIP SPEED RATIO Een wiek produceert turbulentie tijdens elke omwenteling. Als de rotorsnelheid iets te snel gaat, kan de volgende wiek daar negatieve gevolgen van ondervinden in de vorm van een minder goede efficiëntie. Daarom is een optimale rotorsnelheid zeer belangrijk voor het rendement van een windmolen. Ook om het genereren van trillingen en lawaai tegen te gaan is een correct ingestelde snelheid van groot belang. In deze optiek spreekt men over de tip speed ratio. Dat is de verhouding tussen de snelheid van de rotortip ten opzichte van de windsnelheid. Dit is een instelling in de generator en wordt geregeld door een ingebouwde aerodynamische rem. Een te trage tip speed ratio resulteert in te weinig efficiëntie, dus een correcte instelling is absoluut broodnodig. Bij de alomtegenwoordige windmolens met 3 wieken ligt deze ratio tussen 6 en 8. VERMOGENSCURVE In afbeelding 3 ziet u de vermogenscurve van een windmolen. Hieruit valt de modus operandi te detecteren: • Bij een te lage windsnelheid zal de turbine niet draaien en dus geen vermogen halen. Slechts vanaf de zogeheten cut-in snelheid zal de rotor beginnen draaien. Die snelheid is variabel naargelang het type, maar ligt voor een gemiddelde windmolen onder de 3,5 m/s, wat overeenkomt met een matige windsterkte van drie Beaufort. Het vermogensverlies bij te lage windsnelheden is dus relatief beperkt. Bij offshore windparken is dit zelfs uiterst zeldzaam. • Bij een stijgende windsnelheid zal het opgewekte vermogen snel stijgen (zie de formule in de alinea ‘werkingsprincipe’) tot aan het nominaal vermogen van de turbine. Stijgt de windsnelheid nog verder, dan zal het vermogen evenwel niet verder stijgen omwille van de mechanische beperkingen en elektrische beperkingen van de generator. Als de windsnelheid boven een kritiek punt komt, zullen de wieken zelfs uit de wind worden gezet omwille van veiligheidsredenen. Het vermogen valt dan ook meteen terug op nul. Die plotse terugval is één van de grootste uitdagingen voor windenergie (en voor vele andere vormen van groene energie). Steeds moet er een back-up zijn om dergelijke plotse terugvallen op te vangen. NOMINAAL VERMOGEN Bij de publicatie van cijfers van windenergie gebruikt men altijd het nominale vermogen als leidraad. Dat is in het geval van windenergie evenwel geen goede graadmeter. Het enorm fluctuerende karakter van wind zorgt er voor dat het aantal vollasturen beperkt is. Uit cijfers van Elia AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

Afbeelding 3

blijkt dat gemiddeld 25% (bij onshore molens) tot 33% (bij offshore molens) van dat nominale vermogen overblijft als reëel opgewekt vermogen. Bij vergelijkingen met andere energiebronnen is het dus steeds oppassen dat men geen appels met peren vergelijkt. Ruw geschat komt één windmolen van 3 MW qua opbrengst overeen met 10 voetbalvelden aan zonnepanelen. VERWACHTE CAPACITEITSSTIJGING De schaalvergroting in de windmolenproductie drijft ook verdere innovatie aan. Het belang van windenergie stijgt niet alleen in het aantal molens, ook de capaciteit wordt steeds groter. Het rendement verdubbelde in de laatste 20 jaar dankzij innovaties bij rotor, aandrijfelektronica en reductoren. Die innovaties situeren zich op meerdere domeinen: in gebruikte materialen zoals verbeteringen in het fiberglas van de rotoren maar ook op een beter afstemmen van de diverse onderdelen van de aandrijftrein. Die innovaties gaan ook steeds sneller. Daar waar de winst vroeger voornamelijk kwam vanuit externe verbeteringen (betere kennis van aerodynamica vanuit de vliegtuigindustrie, efficiëntere motoren vanuit de industrie), komt de innovatie nu ook van binnenuit. Eén van de zaken die bekeken worden zijn bijvoorbeeld de lagers, één van de achilleshielen van windmolens. Waar eerder een min of meer off-the-shelf lager gebruikt wordt, wordt nu vaak geopteerd om een specifiek voor windenergie ontwikkelde oplossing uit te dokteren, met een aan windenergie aangepaste smering. Die oplossing kan via 3D-simulatie eerst uitgetest worden om de prestaties te verbeteren waar nodig. Ook zaken als onderhoud op afstand worden bij deze specifieke lagers veel intenser toegepast, zodat niet telkens in de toren moet gegaan worden om één en ander aan te passen. Het resultaat is dat de uptime van een windmolen vandaag gelijkloopt aan dat van andere energievormen.

www.vortexbladeless.com 11


UITSTAP KERNENERGIE ZAL WINDENERGIE AANTREKKELIJK MAKEN Vandaag bedraagt het totale geïnstalleerde onshore vermogen in Vlaanderen 1000 MW. In Wallonië rondt de onshore windenergie dit jaar de kaap van 800 MW. Het offshore vermogen in ons deel van de Noordzee bedraagt 720 MW. In totaal geeft dit een 2500 MW nominaal vermogen dat nu geïnstalleerd is. Verwacht wordt dat dit de komende jaren nog sterk zal stijgen, dus komen er ongetwijfeld ook mogelijkheden voor toeleveranciers.

Zicht op het grootste windpark van Wallonië te Estinnes.

Hernieuwbare energie zit al jaren in de lift, maar toch is het aandeel ervan in onze energiemix nog relatief beperkt. In totaal komt 12% van onze opgewekte energie uit hernieuwbare energiebronnen. De helft daarvan mag op het conto van biomassa geschreven worden. De andere helft wordt gelijkmatig verdeeld tussen zon en wind. Nucleaire energie (iets meer dan de helft) en opwekking door fossiele brandstoffen (34%) zorgen voor het leeuwendeel van onze elektriciteitsproductie. De ooit uitgesproken wens om tegen 2020 20% van de energie uit hernieuwbare bronnen te halen, is dus nog een verre droom. Wat windenergie betreft zitten we met het tot nog toe geïnstalleerde vermogen in de middenmoot

Windenergie en zonne-energie maken samen de helft uit van het aandeel hernieuwbare energie.

12

als we onszelf vergelijken met de andere Europese landen, voor offshore windenergie zijn we zelfs bij de betere leerlingen van de klas. Maar in aandeel in onze energiemix blijkt windenergie dus toch nog enigszins beperkt te zijn. POSITIEVE INDICATOREN Al zijn er wel positieve indicatoren. Zo sprak de Vlaamse regering begin dit jaar de wens uit om 280 windmolens te plaatsen tegen 2020. Een ambitieus doel, als u weet dat het Vlaamse windmolenareaal eind 2016 slechts vierhonderd windmolens telde. In Wallonië werden er in 2016 jaar 19 nieuwe windmolens toegevoegd aan het


DOSSIER

Verdeling van de grootschalige windmolens per provincie. Het achterop hinken van Vlaams-Brabant is quasi volledig op het conto van het luchtverkeer te wijten.

groene stroomnet, met een gezamenlijk vermogen van 42 MW. Voor 2017 plant Wallonië een flinke inhaalbeweging, met nieuwe windturbines in opbouw met een gezamenlijk vermogen van 151 MW waarmee het Vlaanderen dit jaar achter zich zal laten. Bovendien is er ook nog eens voor meer dan 100 MW aan projecten goedgekeurd. HINDERPALEN WEGWERKEN De voornaamste hinderpaal voor windenergie blijft het vliegverkeer, meer bepaald de in België gebruikte radarsystemen. Daar waar in bijvoorbeeld Kopenhagen de luchthaven omringt is door windmolenparken, is dit bij ons onmogelijk door een softwarekwestie. In theorie is dit makkelijk op te lossen, maar logge structuren en lange beslissingslijnen zorgen er voor dat dit maar blijft aanslepen. Toch wordt er achter de schermen druk gewerkt om dit opgelost te krijgen. Hierdoor zouden de potentiële windmolenlocaties quasi verdubbelen. Een andere hinderpaal is onze geroemde ruimtelijke ordening die als een historische – vergeef ons het woord – molensteen rond de nek van windenergie blijft hangen. Onze lintbebouwing en gefragmenteerde inplantingen van allerlei infrastructurele entiteiten zorgen ervoor dat het moeilijk is om geschikte locaties te vinden. Voornamelijk de regels rond slagschaduw en geluidsoverlast gooien hier roet in het eten, want telkens is er wel ergens een woning of bedrijf die zich binnen de opgelegde zone bevindt. Nochtans is de acceptatie van windenergie de voorbije jaren alleen maar gegroeid. Verwacht wordt dat dit de komende jaren enkel nog gaat uitgroeien, zeker als buurtbewoners zich ook zullen kunnen inkopen in ‘hun’ molen en financieel meegenieten van de opbrengst. AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

Grootste onshore turbines in ons land De hoogste molens van het land stonden tot voor kort in Estinnes bij Wallonië, waar 11 Enercon E126 met een tiphoogte van 198 meter sinds 2010 voor een impressionant nominaal vermogen zorgen van 81 MW. Pas na vijf jaar werden ze wat hoogte betreft nipt voorbijgestoken door het windmolenpark in Meer langs de E19, waar Storm 3 windturbines met een tiphoogte van 200 meter plaatste. Ook het dit jaar geopende windpark van Arcelor Mittal in de Gentse haven, klokt af op 200 meter. Opvallend bij dit project is dat 248 buurtbewoners een financiële return krijgen via een coöperatieve vennootschap. Het grootste windpark in termen van totaal vermogen komt op de Antwerpse linkeroever, waar momenteel gebouwd wordt aan een park waar op termijn in totaal een 50-tal windmolens zouden moeten komen. De eerste fase werd in 2015 afgerond met de ingebruikname van de eerste 15 molens, twee jaar later dan gepland. Het relaas van die vertraging illustreert perfect zowat alle pijnpunten in onze regelgeving over de inplanting van windmolens. De eerste horde die moest genomen worden was Belgocontrol, dat ons luchtruim controleert. Zij maakten bezwaar omdat het park de radarsystemen boven Antwerpen konden verstoren. Vervolgens gooide de Europese vogelrichtlijn roet in het eten, waardoor de plannen moesten worden aangepast. Pas nadat de Vlaamse regering na lang palaveren de wijzigingen in het gewestelijk uitvoeringsplan voor de Antwerpse haven goedkeurde, kon het project van start gaan. Als klap op de vuurpijl werd aandeelhouder Electrawinds ook nog eens failliet verklaard, waardoor een herschikking zich opdrong.

13


Aan Waalse kant valt het enorme windpark van Estinnes op, met 81 MW is dit voorlopig het grootste windpark in België.

OOK OFFSHORE EVOLUEERT Tot nu toe zijn de verschillende windmolenparken in de Noordzee elk afzonderlijk op het landnet aangesloten. Daar komt binnenkort verandering in door het bouwen van een Modular Offshore Grid (MOG). Centraal in dat grid is een nog te bouwen offshore schakelplatform op 40 kilometer van de kust, waarop alle offshore windparken kunnen worden op aangesloten. Vanuit dat platform

Op Europees niveau bevindt België zich net onder de top 5 als we het vermogen bekijken per km².

14

vertrekt men dan naar het onshore hoogspanningsstation Stevin in Zeebrugge, waar de verbinding met het landnet gemaakt wordt. De bedoeling van dit schakelplatform op zee is tweeërlei: enerzijds het creëren van een zekere redundantie voor de windparken in geval er iets zou mislopen met hun huidige kabelverbinding, maar anderzijds maakt dit ook een verregaande integratie mogelijk met andere entiteiten op het internationale net. Op lange termijn is het de bedoeling om via het platform een gelijkstroomverbinding –gelijkstroom transporteert grotere vermogens efficiënter- te creëren met andere windparken in buurlanden zoals Groot-Brittanië en Nederland, maar ook met andere energievormen zoals hydraulische energie uit Scandinavië. Zo kan men makkelijker inspelen op plotse fluctuaties zoals het plots wegvallen van wind. DE TOEKOMST NA 2020 Ook na 2020 blijft de outlook sterk positief voor windenergie, niet alleen omdat de kernuitstap een veel grotere inspanning zal vragen van hernieuwbare energie maar ook en vooral omdat de technologie zélf veel beter en performanter wordt. Een molen met dezelfde afmetingen anno 2017, presteert nu bijna dubbel zo goed als een molen anno 1997 en het einde van deze efficiëntiestijging is nog niet in zicht. Dat maakt ook het financiële plaatje van windenergie steeds interessanter. Verwacht wordt dus dat samen met de groei de kansen voor toeleveringsbedrijven en onderhoudsbedrijven zullen blijven toenemen. De kansen zijn hierbij zeer divers, gaande van mechanisch maatwerk tot coatings.


DOSSIER

Geen interesse voor ‘particuliere’ windmolen Veel huisgezinnen hebben zonnepanelen op hun dak, maar een ‘particuliere’ windmolen daarentegen is weinig ingeburgerd. Nochtans werd dit vijf jaar geleden een grote toekomst voorspeld. Toch zijn ‘dakturbines’ en ‘privé-windmolens’ geen succes geworden. Waarom? Een windmolen voor particulieren werd zo’n vijf jaar geleden aangeprezen omdat – voor een aankoopprijs van zo’n 5.000 euro – het u jaarlijks tot 30 procent kon besparen op uw energiefactuur. Er wordt hier een onderscheid gemaakt tussen dakturbines (of nokwindturbines) met een vermogen tussen een paar 100W en 1 tot 2 kW, en vrijstaande turbines, zoals in de tuin, gemonteerd op een mast van 10 tot 15 meter hoog die zo’n 6 kW kunnen opwekken. Om een windmolen goed te laten werken geldt er echter één belangrijk principe: hoe hoger, hoe meer wind. Feit is nu dat er in België onder de 18 meter er te weinig wind is. Een particuliere windmolen heeft dan ook weinig zin, want deze halen zelden een hoogte van meer dan 15 meter. In landen met veel wind zoals GrootBrittannië, Denemarken of het noorden van Nederland en Duitsland, zijn particuliere windmolens wel populair, maar in België dus niet. Voor KMO’s en bijvoorbeeld landbouwbedrijven en kwekerijen die een permanent elektriciteitsverbruik nodig hebben tussen 60.000 en 100.000 KWh op jaarbasis, kan een eigen ‘kleine’ windmolen, hoger dan 18 meter, wél financieel interessant zijn en jaarlijks voor een vermindering van de energiekosten tot 35 procent zorgen. Zo’n ‘kleine’ windmolen is geen speelgoed, we spreken immers over een gevaarte van 3 ton, minimaal 18 meter hoog en met een opbrengst van 10 kW (met een prijskaartje van 100.000 euro). Voor windmolens van dat type moet je echter een formele aanvraag voor een bouwvergunning indienen. En opvallend: de Waalse directie voor Ruimtelijke Ordening en Energie is geen voorstander van ‘kleine’ windmolens omdat deze volgens hen ‘visueel vervuilend’ zijn. En in Vlaanderen investeert men vooral in offshore windmolens. Engie Electrabel, de grootste stroomproducent in België, gaat nu ‘kleine’ windmolens verkopen aan klanten. Het gaat om modellen – 18 tot 30 meter hoog en met een draaiend gedeelte van 3 tot 6 ton – van de Waalse fabrikant Fairwind uit Seneffe. Fairwind ontwikkelt zogenaamde turbines met een verticale as. Die hebben geen klassieke drie wieken, maar drie verticale staven die rond de as draaien. Deze windturbines hebben een vermogen van 10 tot 50 kW. Dat is een fractie van grote windmolens die meestal minstens 2.000 kilowatt (2MW) produceren. Electrabel ziet vooral klanten in de agrarische sector. De kleine modellen produceren evenveel als het jaarverbruik van een tiental gezinnen, de grootste kunnen een dertigtal huishoudens het hele jaar door van stroom voorzien. AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

Filtersystemen voor windturbines De turbines van windmolens worden steeds efficiënter en de opbrengst per turbine wordt steeds groter. De onderhoudskosten van windturbines worden daarentegen steeds lager. Hoogwaardige en uiterst efficiënte filtratiesystemen – om verontreiniging in de olie te voorkomen – dragen hier een belangrijk steentje aan bij. De tandwielkast is een cruciaal onderdeel van de windturbine en dient een betrouwbare werking te kunnen garanderen. Een oliefiltermodule zorgt voor de reinheid van de olie van de tandwielkast, waardoor vuil geen invloed kan hebben op de functionaliteit. Voor de hydraulische groep in de gondel worden met name persfilters, retourfilters en beluchtingsfilters toegepast. In samenwerking met fabrikanten van windturbines heeft Filtration Group (met als leverancier IPAR Industrial Partners uit Venlo) een nieuw filterconcept ontwikkeld dat garant staat voor een veilige en zuinige werking. Deze filtertechnologie reduceert vervuiling van de olie en zorgt voor een hoge mate van betrouwbaarheid en inzetbaarheid. Deze oliefiltermodule Pi 8300 (zie foto) is leverbaar in twee varianten (110 en 220 l/min.) en onder meer voorzien van hoogwaardige 2-traps filterelementen. De 2-traps filterelementen zijn voorzien van het innovatieve filtermateriaal PS en bieden een 30 procent hogere vuilopnamecapaciteit. Deze verbeterde filterprestatie, gecombineerd met een lagere drukval (∆p), resulteert in een significante reducering van het energieverbruik. De term ‘2-traps’ staat voor een hoofdfilterelement (vanaf 3 t/m 25Ųm; glasvezel) en een veiligheidsfilterelement (50Ųm; metaalgaas) dat bovendien over een geïntegreerd bypassventiel beschikt. www.ipar.nl

15


INDUMOTION

INDUMOTION BEZOEKT SLAGVELD WATERLOO De dapperste InduMotion-leden beklommen de 45 meter hoge herdenkingsheuvel.

De leden van InduMotion bezochten tijdens de jaarlijkse ledendag het slagveld van Waterloo met de beroemde leeuw op de top van de herdenkingsheuvel. InduMotion vzw is de beroepsfederatie voor bedrijven gespecialiseerd in industriële automatisering en aandrijftechnieken (elektrisch, hydraulisch, mechanisch en pneumatisch) die als producent, officiële invoerder of verdeler op de Belgische markt actief zijn. De InduMotion-leden bezochten het museum ‘Le Mémorial 1815’ en vergaderden vervolgens in de naastgelegen Brasserie Le Wellington. De jaarrekening FIMOP/Belgitrans 2016 werd goedgekeurd en er is kwijting gegeven aan de bestuurders en toezichthouders. In de raad van bestuur wordt Luc Van Hoylandt opgevolgd door Guy Mertens (Act in Time). Voorts werd een markt-, conjunctuur- en trendstudie besproken. De leden evalueerden ook de organisatie van de succesvolle INDUMATION.BE 2017 beurs in Kortrijk Xpo. Aansluitend volgde er een receptie en diner.

THEMA’S AUTOMATION MAGAZINE 2018 De themadossiers die volgend jaar in Automation Magazine zullen verschijnen zijn bekendgemaakt. Automation Magazine is in België het grootste vakblad met informatie over industriële automatisering. Het magazine wordt uitgegeven door InduMotion vzw. Uit recent onderzoek blijkt dat 86 procent van de enquête-deelnemers Automation Magazine een goed tot uitstekend vakblad vindt. Als marktleider heeft Automation Magazine twee grote troeven: een gecontroleerde oplage van 11.000 exemplaren en een gericht abonneebestand met als doelpubliek management, ingenieurs en technici uit de volledige Belgische maakindustrie. 16

Op de ledenvergadering werd bekend dat vier nieuwe leden zich aansluiten bij InduMotion. Het gaat om LM Systems (en zusterbedrijf LinMotion), actief in de lineairtechniek en vertegenwoordigd door de heer Guy Vandam, NORD Drivesystems, ontwikkelaar en producent van aandrijftechnologie, en vertegenwoordigd door de heer Tom Van der Poel, en Wittenstein, bekend van planetaire reductiekasten, servoaandrijvingen en systeemcomponenten zoals tandheugels en tandwielen, en vertegenwoordigd door de heer Vincent De Cooman. Ook de Deense oliefiltratiespecialist CC Jensen (vertegenwoordigd door de heer Steven Bomers) kondigde aan lid te worden van InduMotion. Op 18 juni 1815 waren ruim 200.000 soldaten betrokken bij de clash tussen Napoleon en Wellington. Zo’n 10.000 manschappen sneuvelden op het slagveld, en met de gewonden die in de volgende dagen en weken overleden, liep het dodental op tot 45.000. www.indumotion.be

De vier redactionele dossiers van Automation Magazine in 2018 zijn: Nr. 211 (maart): Nr. 212 (juni): Nr. 213 (september): Nr. 214 (december):

Robots en automatisering Maritieme hydraulica, pneumatica en aandrijvingen The Smart Factory, digitaal produceren Mobiele hydraulica bij infrastructuurwerken

Er wordt in 2018 een speciale actie van -20 procent korting gegeven op de eerste advertentie van nieuwe adverteerders. Voorts kost in 2018 een volledig bedrijfsprofiel op de website van Automation Magazine de helft van de prijs: 1.225 euro. www.automation-magazine.be


NIEUW LID INDUMOTION

WITTENSTEIN, PRECISIE DIE BLIJFT WITTENSTEIN bvba maakt deel uit van de WITTENSTEIN SE-groep: specialist op het vlak van planetaire spelingsarme reductiekasten, servoaandrijvingen en volledige systeemoplossingen voor toepassingen die veel precisie vereisen. De WITTENSTEIN Benelux-vestiging werd opgericht in 2003 en bevindt zich in Kalken, in de regio Gent (België). Ze is verantwoordelijk voor de verkoop-, technische en calculatieservice in de Benelux. Onder leiding van Vincent De Cooman zet een team van een twaalftal enthousiaste medewerkers zich elke dag opnieuw in voor haar klanten. Het is hun ambitie om mee te denken aan oplossingen die de klanten ten goede komen. Volledig volgens het streven van oprichter Manfred Wittenstein, dat even eenvoudig als ambitieus is: innovatie bij de klanten mogelijk maken.

BLIJVENDE INNOVATIE Dertig jaar geleden stelde dr. Wittenstein ’s werelds eerste spelingsarme planetaire reductiekast voor op de vakbeurs Hannover Messe. Dit jaar stond het bedrijf er met de eerste planetaire reductiekast goedgekeurd door de European Hygienic Engineering & Design Group (EHEDG). Een ontwikkeling die een van de belangrijkste robotbouwers ter wereld toeliet om een Hygienic Design robot met open structuur te ontwikkelen. EEN AANDRIJVING VOOR ELKE AS Het gamma reductiekasten van WITTENSTEIN biedt intussen een oplossing voor lineaire en rotatieve machinebewegingen met een precisie van minder dan 1, tot 25 boogminuten. In het portfolio: servoaandrijvingen, haakse reductiekasten, koppelingen, klemkoppelingen en flensassen. Allemaal met hun eigen varianten: met uitgaande as of flens in verschillende groottes, wel/niet in corrosiebestending design, met diverse vermogensdichtheid en positioneernauwkeurigheid. Het bedrijf biedt zowel economische en doelgerichte serie-oplossingen, als zeer high-end – soms klant specifieke – precisieoplossingen aan. Het gamma wordt vervolledigd met lineaire systeemoplossingen (reductiekast, tand-as en tandheugel), tandwielen, tandheugels en smeersystemen.

AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

DUURZAME DIENSTVERLENING In alle contacten, van prospectie over verkoop tot de dienst na verkoop, staat de behoefte van de klant centraal. WITTENSTEIN helpt haar klanten om de precisie te bepalen die nodig is, niet meer of minder. Het bedrijf biedt de nodige hulpmiddelen aan om dat zelfstandig te kunnen doen. SIZING ASSISTANT is een online keuzesoftware die ingenieurs binnen enkele seconden toelaat de juiste aandrijving te bepalen, technische tekeningen en/of een prijsvoorstel aan te vragen. De dimensioneringssoftware cymex® staat gratis ter beschikking van klanten en is uniek in zijn soort. De software bevat de grootste database van servomotoren en laat toe om een exacte berekening en vormgeving van een volledige aandrijflijn te maken. Aan elke berekening is een volledige documentatie met alle technische gegevens gekoppeld. Een gratis training om het volledige potentieel van deze tool te ontdekken vervolledigt deze dienstverlening. De sales engineers van WITTENSTEIN kunnen dankzij hun hoge technische kennis onderbouwd technisch advies op maat bieden aan hun klanten. Vaker wel dan niet levert hun ervaring en vakkennis een efficiëntere oplossing op dan initieel beoogd werd. PRECISIE DIE BLIJFT De grootste sterkte van WITTENSTEIN ligt in haar kwaliteitsvolle producten. Die kwaliteit garandeert dat de gewenste precisie van een machinebeweging behouden blijft gedurende de volledige levensduur van de machine. Zo draagt het bedrijf haar steentje bij aan een duurzamere economie. www.wittenstein.biz

17


KRACHTIGE AANSLUITINGEN VOOR PROPERE ENERGIE Vermogenselektronica spelen een centrale rol bij de omzetting van de geleverde energie. Signaalomvormers en stroomomzetters zijn bv. onmisbare onderdelen om elektrische energie te verkrijgen uit fotovoltaïsche systemen of windmolenparken. Doordat het design van deze toestellen steeds compacter wordt, moeten de componenten steeds dichter op de PCB’s gepast worden terwijl het uitgangsvermogen gelijk blijft of zelfs stijgt. De nieuwe reeks PCB-klemmen van WAGO voldoet aan alle noden van de hedendaagse vermogenselektronica. De PCB-klemmen kunnen bediend worden met het gepaste gereedschap of een gebruiksvriendelijke hendel. Ze zijn uitgerust met Push-in CAGE CLAMP®.

www.wago.be info-be@wago.com


PCB-KLEMMEN

KRACHTIGE MODULES VOOR SCHONE ENERGIE

De nieuwe PCB-klemmen van WAGO combineren compacte afmetingen, de capaciteit om een hoge stroom te geleiden, gemakkelijke bedrading en een bijzonder hoge vrijheid bij het ontwerp.

Met een nieuwe reeks PCB-klemmen heeft WAGO een volledig productassortiment dat voldoet aan alle noden van de hedendaagse vermogenselektronica. Vermogenselektronica spelen een centrale rol bij de omzetting van de geleverde energie. Signaalomvormers en stroomomzetters zijn bijvoorbeeld onmisbare onderdelen om elektrische energie te verkrijgen uit fotovoltaïsche systemen of windmolenparken. Doordat het design van deze toestellen steeds compacter wordt, moeten de componenten steeds dichter op de PCB’s gepast worden terwijl het uitgangsvermogen gelijk blijft of zelfs stijgt. Dit heeft een invloed op het design van de printplaten en dus van de aansluittechnologie. Het nieuwe assortiment vermogenselektronica omvat zes families van PCB-klemmen. De nieuwe klemmen zijn er voor geleiders van 4 mm² (12 AWG), 6 mm² (10 AWG) en 16 mm² (4 AWG), werken tot 1000 V/76 A IEC en kunnen bediend worden met het gepaste gereedschap of een hendel. Ze zijn uitgerust met Push-in CAGE CLAMP® voor alle types geleiders zodat massieve geleiders en geleiders met adereindhuls eenvoudig in de eenheid gedrukt kunnen worden. Geleiders kunnen met de nieuwe modules zowel horizontaal als verticaal op de PCB aangesloten worden. Bovendien kunnen tests zowel parallel als loodrecht op de geleideringang uitgevoerd worden. WIN RUIMTE OP DE PCB De nieuwe klemmen hebben ook de unieke eigenschap om ruimte uit te sparen: op de PCB-klemmen kunnen massieve en meeraderige geleiders aangesloten worden met een doorsnede die tot een maat groter is dan hun nominale doorsnede. AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

De series 2624, 2626 en 2636 van WAGO zijn perfect voor toepassingen waar er niet veel plaats is. De installatie gebeurt parallel aan de geleideringang zodat de klempunten gemakkelijk toegankelijk zijn - zelfs als meerdere onderdelen dicht bij elkaar op de PCB zijn geplaatst.

‘De nieuwe klemmen hebben ook de unieke eigenschap ruimte uit te sparen.’

GEBRUIKSVRIENDELIJKE HENDEL Als individuele onderdelen op het terrein bedraad worden tijdens de installatie van de systemen is het erg belangrijk aansluitpunten te hebben die gemakkelijk toegankelijk en te bedienen zijn. Om te voldoen aan deze vereisten heeft WAGO de series 2604, 2606 en 2616 ontwikkeld die intuïtief en zonder gereedschap met een hendel gebruikt kunnen worden. De compacte en erg performante PCB-klemmen van WAGO zijn gebruiksvriendelijk en bieden een maximale flexibiliteit bij de bedrading. Op basis van deze indrukwekkende eigenschappen bieden ze heel wat toepassingsmogelijkheden in vermogenselektronica. www.wago.com/powerelectronics 19


IN 10 STAPPEN VOLDOEN AAN DE MACHINERICHTLIJN STAP 1: BEPAAL WELKE RICHTLIJNEN VOOR UW MACHINE VAN TOEPASSING ZIJN Nogmaals, het gaat hier niet alleen over de Machinerichtlijn, maar bijvoorbeeld ook over de Richtlijn laagspanning of de Richtlijn EMC. Bedenk daarbij dat er verschillende eisen kunnen gelden voor verschillende onderdelen. Een mobiele telefoon hoeft bijvoorbeeld niet te voldoen aan de Richtlijn laagspanning, want die geldt vanaf een hoger voltage (vanaf 50VAC). Maar de lader wordt aangesloten op het lichtnet (230VAC), dus daarvoor geldt die richtlijn wel. Uiteraard is dit bij uitstek het kennisdomein van de fabrikant zelf. Vandaar de kleur geel. Geen expert dus. Een tip: let bij richtlijnen vooral op artikel 1 en 2. Hierin vindt u over het algemeen de definities, wat onder die richtlijn wordt verstaan en wat voor die richtlijn de uitsluitingen zijn.

De Machinerichtlijn is bedoeld om fabrikanten te helpen. Het gaat om Europese wetgeving gericht op veiligheid en het stimuleren van vrije handel. Martijn Drost, manager Consultancy Department Pilz Nederland, geeft een toelichting. Het doel van de Machinerichtlijn: iedere Europese fabrikant moet zijn product kunnen verkopen in ieder willekeurig land, althans binnen de Europese Unie, zonder dat hij wordt gehinderd door verschillende nationale regels. Dus zonder dat hij in het ene land gebruik moet maken van schroefje A en in het andere van schroefje B. Natuurlijk geldt hier wel een voorwaarde: zo’n machine mag pas worden verkocht als hij ook veilig is. En daarvoor moet zo’n fabrikant voldoen aan een flink aantal eisen, niet alleen die in de Machinerichtlijn (voluit Machinerichtlijn 2006/42/EG), maar ook die in bijvoorbeeld de Richtlijn Laagspanning en de Richtlijn Elektromagnetische compatibiliteit (EMC). Met andere woorden: die machine moet beschikken over een de veiligheidsstempel: de zogenaamde CE markering. Is de Machinerichtlijn ingewikkeld? Het antwoord luidt: ja en nee. Als u aan de richtlijn wil voldoen, neemt u namelijk verschillende stappen en sommige zijn ingewikkelder dan andere. Daarom hebben we die stappen gelabeld met drie kleuren: • GEEL: u kunt deze stap eenvoudig zelf uitvoeren, zonder hulp van experts. • ORANJE: ook deze stap is niet buitengewoon ingewikkeld, maar als u de materie niet volledig kent, kan de ondersteuning van een expert geen kwaad. • ROOD: deze stap kunt u alleen uitvoeren als u zelf expert bent, zoniet kost u dit veel tijd 20

STAP 2: STEL VAST AAN WELKE EISEN U MOET VOLDOEN Deze stap is relatief gemakkelijk, want u kunt die eisen terugvinden in de Machinerichtlijn zelf. Om precies te zijn: in bijlage 1. Die bevat de essentiële veiligheidsen gezondheidseisen waaraan een machine in basis moet voldoen. Die bijlage behandelt allerlei mogelijke onderwerpen: van verlichting tot ergonomie, van besturing tot afscherming. U hoeft alleen deze checklist na te lopen en te kijken welke punten op uw machine van toepassing zijn. Het grote voordeel: als u deze stap heeft doorlopen, hebt u meteen voldoende input voor de risicobeoordeling (zie stap 4). Niet vergeten: u dient ook de bijlagen 1 van de overige richtlijnen te controleren. STAP 3: BEPAAL OF U DE CE MARKERING MOET LATEN AANBRENGEN DOOR EEN KEURENDE INSTANTIE Een CE markering aanbrengen kan je zelf doen (zelfcertificering), maar er zijn uitzonderingen. Die uitzonderingen staan vermeld in bijlage 4 van de Machinerichtlijn. Voldoet uw machine aan de daar gegeven beschrijving, dan zult u de machine en het Technisch Dossier moeten laten toetsen door een externe keuringsinstantie, een zogenaamde ‘notified body.’ Het lijkt een lange lijst, maar bedenk wel: om werkelijk te vallen onder een van de uitzonderingen uit bijlage 4, moet uw machine voldoen aan alle daar genoemde eigenschappen. Wijkt hij ook maar op een van de genoemde punten af – het materiaal wordt bijvoorbeeld niet met de hand ingevoerd, maar door een robot – dan is er van een uitzondering geen sprake. U mag de CE markering dan gewoon zelf aanbrengen. Overigens mag u altijd een notified body inschakelen om te toetsen of uw ontwerp voldoet. STAP 4: STEL VAST MET WELKE RISICO’S U TE MAKEN HEBT In deze stap gaat het om het uitvoeren van een risicobeoordeling. Stel, uw machine bevat scherpe messen. Op zich vormen die wellicht nog geen risico


MACHINEVEILIGHEID (de messen zitten in de machine), maar in de praktijk zullen die messen regelmatig moeten worden vervangen of bijgeslepen, en dan is dat risico wél aanwezig. De normen genoemd in stap 5 geven u ook input voor de risicobeoordeling. Die geven aan wat bij specifieke machines de gevaren zijn. Bij complexe machines is het misschien toch verstandiger om gebruik te maken van een expert. STAP 5: SELECTEER DE NORMEN DIE VOOR UW MACHINE VAN TOEPASSING ZIJN Dit is de enige rode stap, en met een goede reden. U kunt die normen vinden op de volgende site: https:// ec.europa.eu/growth/single-market/european-standards/ harmonised-standards/machinery_nl, maar zelfs voor kenners is het niet makkelijk zoeken. Het vereist veel ervaring om te zien of er een norm bestaat die precies van toepassing is op uw machine. Of om er een te vinden die geldt voor een machine die sterk op de uwe lijkt. Gebruik dus een expert. Van belang is het om te zoeken naar een norm die specifiek van toepassing is op uw machine. Bijvoorbeeld de EN 692 (deze geldt voor mechanische persen), of de ISO 10218-2 (voor robots). Hoe specifieker hoe beter van toepassing. Dit biedt u ook voordeel in stap 4 en 6. STAP 6: BEPAAL DE REDUCERENDE MAATREGELEN Als u eenmaal de goede norm hebt gevonden, lijkt deze stap relatief eenvoudig. Die reducerende maatregelen zijn immers voor een deel in de norm terug te vinden. Meestal kunt u deze stap dan ook zelf zetten, maar soms is er toch een expert nodig. Stel, uw machine bevat een motor die in extreme omstandigheden door de lucht zou kunnen vliegen, omdat hij wordt uitgestoten door het proces. Uw afscherming moet dat dus kunnen tegenhouden. Maar de ene norm zegt alleen iets over de hoogte van die afscherming en de ander alleen over de afstand van die afscherming tot het risico. U zult de twee normen moeten combineren, en als u daar geen ervaring mee hebt, is dat lastig. Waar het steeds om gaat, is het risico zo laag te houden als praktisch mogelijk is. STAP 7: VOER DIE REDUCERENDE MAATREGELEN UIT Als u de vorige stappen hebt doorlopen, is deze simpel. Als fabrikant weet u immers het beste hoe u de risico’s moet aanpakken. Terug naar het voorbeeld uit stap 4: uw machine bevat scherpe messen. Die moeten regelmatig worden vervangen, en dat kan alleen met de hand. Hoe dekt u dat risico af? Bijvoorbeeld met speciaal gereedschap. En hoe gaat u voorkomen dat iemand bij draaiende messen kan komen? Met een bewaking op de afscherming en controle door een veiligheidsbesturing. In stap 6 heeft u deze maatregelen omschreven. Nu is het zaak om deze dan ook uit te voeren en aan te brengen. STAP 8: STEL EEN TECHNISCH CONSTRUCTIEDOSSIER SAMEN Ook hierbij leunt u zwaar op de vorige stappen. Sterker nog, als u die goed heeft gedocumenteerd, ligt dat AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

MGH houdt de industrie draaiende dankzij spoedleveringen van motorreductoren uit voorraad Op slechts 20 minuten stellen de specialisten van MGH een nieuwe standaard motorreductor samen. In een tijdspanne van 3 uur (assemblage & levering) draait uw installatie opnieuw op volle toeren! MGH is hét service –en assemblagecentrum van Premium Stephan. Efficiënt en steeds bereikbaar 24/7: +32 (0)2 753 40 00.

MGH is dé partner die de industrie draaiende houdt dankzij haar merkonafhankelijke totaaloplossingen voor zware elektromechanische aandrijfgroepen! Machelen Rittwegerlaan 2B - 1830 Machelen Antwerp Luithagen haven 2 Unit K - 2030 Antwerpen Tel : +32 (0)2 753 00 40 Fax : +32 (0)2 753 00 49 info@MGH.be - www.MGH.be

dossier al klaar. Het bestaat uit overzichtsschema’s, berekeningen, gebruiksaanwijzingen en inspectierapporten. STAP 9: STEL EEN GEBRUIKERSHANDLEIDING OP IN DE TAAL VAN HET LAND Alweer terug naar het voorbeeld uit stap 4: het risico van de scherpe messen in die machine hebt u gereduceerd door de onderhoudsmedewerkers gebruik te laten maken van speciaal gereedschap. Maar er is wel een aandachtspunt: ook als die dat gereedschap gebruiken, moeten ze handschoenen dragen. Die waarschuwing zet u dus in de gebruikshandleiding. Hierin vermeldt u de aanpak van risico’s die u niet op een andere manier kunt afdekken. Als u uw machine exporteert naar bijvoorbeeld Polen, stelt u die gebruikershandleiding uiteraard op in het Pools. STAP 10: STEL EEN VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING OP EN BRENG DE CE MARKERING AAN Zo’n markering bestaat uit het typeplaatje op de machine, en de naam en adresgegevens van de fabrikant. In het certificaat verklaart u dat de machine voldoet aan de richtlijnen. Als u de vorige stappen hebt doorlopen, kunt u dat met een goed geweten opstellen. www.pilz.be 21


SIMPELE PNEUMATISCHE OPLOSSINGEN MAKEN MACHINE VEILIGER

Om een machine in Europa te mogen verkopen, moeten fabrikanten voldoen aan alle geldende richtlijnen. Eén van die richtlijnen is de Machinerichtlijn. De meeste machines met veiligheidsfuncties hebben wel een scala aan veiligheidscomponenten geïntegreerd, maar in het pneumatische luik zitten vaak nog een aantal hiaten. SMC probeert zijn klanten bewust te maken van de regels en de technische mogelijkheden in veilige pneumatiek. Sinds 1 januari 2012 is de machineveiligheidsnorm ISO 13849 van kracht. ‘De Machinerichtlijn is de wet waaraan alle machinebouwers zich dienen te houden. Als je een CE-sticker op de machine wilt plakken, moet je aan die richtlijn voldoen. De ISO-normen zijn geen wetten, maar wel vaak geharmoniseerd en dus handig om te gebruiken. Je kunt ervoor kiezen om je eigen plan te trekken, maar als je u moet verantwoorden voor een rechter, heb je flink wat uit te leggen als je niet voor de norm hebt gekozen’, zegt Patrick Gijbels, technical trainer en verantwoordelijk voor veiligheid bij SMC. De ISO 13849 is de opvolger van de EN 954-1 norm, die midden jaren negentig werd ingevoerd. Daarin stonden al veel eisen aan de besturing van machines beschreven, maar de validatie ontbrak. In ISO 13849 is die wel meegenomen. Machinebouwers moeten nu ook de vereiste performancelevels van hun machinedelen bepalen. Hoe hoger dat niveau – het loopt van PL A (laag) naar PL E (hoog) – hoe groter het risico, en hoe meer maatregelen er moeten worden genomen om ongelukken te vermijden. 22

Patrick Gijbels van SMC: ‘De ISO 13849 norm is het beste bewijs dat de fabrikant er alles aan heeft gedaan om een overeenstemming te hebben met de Machinerichtlijn.’

‘Het is niet de bedoeling om een complete machine op een bepaald performance-level te plaatsen’, verduidelijkt Patrick Gijbels. ‘Dat is een vergissing die veel machinebouwers maken. Je moet per locatie of module het niveau bepalen. Een invoer is bijvoorbeeld vaak veel gevaarlijker dan een uitvoer. Als je een product in de machine stopt, kun je bekneld raken. Komt het product eruit, dan is die kans veel kleiner. Met andere woorden: het performancelevel bij de invoer zal hoger liggen dan die bij de uitvoer. Elke veiligheidsfunctie moet dus apart worden gevalideerd en de resultaten hiervan kunnen voor dezelfde machine anders zijn.’ Patrick Gijbels ziet in de praktijk dat een aantal machinebouwers deze norm niet gebruiken. De norm is, zoals gezegd, geen verplichting maar enkel een hulpmiddel die concreet uitlegt hoe de machinebouwer kan voldoen aan de geldende richtlijn. Een norm is dus het beste bewijs dat de fabrikant er alles aan gedaan heeft om een overeenstemming te hebben met de richtlijn. Vooral in het pneumatische stuk weten veel fabrikanten niet hoe ze de vertaalslag naar deze ISO 13849 kunnen maken. ‘Als er geen ongelukken gebeuren, zal iedereen de indruk hebben dat de machine veilig genoeg is om mee te werken. Maar als er wél een ongeluk gebeurt, zal moeten


MACHINEVEILIGHEID worden aangetoond hoe de overeenstemming met de Machinerichtlijn tot stand is gekomen. Kan de fabrikant dit niet, dan bestaat het risico dat de machine uit de handel wordt genomen en kan het juridisch steekspel beginnen, met mogelijke schadevergoedingen tot gevolg. De verantwoordelijkheid ligt in eerste instantie bij de machinebouwer. Als zijn klant de machines echter aanpast of ze niet volgens de regels gebruikt, verschuift de aansprakelijkheid.’ De Machinerichtlijn geldt voor Europa. De CE-markering is een puur Europese kwalificatie die overigens in de rest van de wereld enorm wordt gewaardeerd. ‘Buiten Europa gelden andere regels. Bijna elk land heeft zijn eigen eisen. Gelukkig komen die grotendeels overeen met wat we in Europa doen. ISO 13849 wordt ook gehanteerd in de Verenigde Staten. Het gebruik van deze norm kan dus voor eender welke machine in eender welk land’, weet Patrick Gijbels.

www.smcpneumatics.be

SMC

De kennis rond pneumatica is de afgelopen jaren door de toenemende technologische diversiteit een beetje naar de achtergrond verschoven. Hierdoor weten fabrikanten niet altijd hoe ze veilig kunnen omgaan met deze technologie. ‘Er is wel een verantwoordelijkheidsgevoel, maar dat kan meestal niet worden vertaald naar ISO 13849. Bedrijven210x145 zijn zich wel 1bewust van de gevaren. Ze advertentie NL echt HR.pdf 20/05/17 11:14 passen ook veel veiligheidscomponenten toe, maar ze doen dat op gevoel. Als ze de norm wat beter zouden

leren kennen en die gestructureerd zouden toepassen in pneumatische aandrijvingen, dan zijn ze minstens zo veilig en voldoen ze bovendien aan de wet, zelfs zonder veiligheidscomponenten.’ SMC deelt zijn kennis onder meer via een hands-on training. In de trainingsruimte in Wommelgem staan vier set-ups die voor cursisten inzichtelijk maken waar ze allemaal aan moeten en kunnen denken bij veilige pneumatische systemen. Een aantal panelen zijn toegespitst op noodstopfuncties. Wat moet er gebeuren als de noodstop wordt ingedrukt? ‘In de meeste gevallen wordt de perslucht uit de machine ontlucht door middel van een ventiel in de luchtverzorging. Maar indien het een belaste verticaal opgestelde cilinder betreft, zal deze uit eigen gewicht naar onder bewegen waardoor een nieuw gevaar kan ontstaan’, legt Patrick Gijbels uit. ‘Voor elke veiligheidsfunctie in pneumatisch aangedreven machines, zijn verschillende componenten op de markt. Elk met zijn eigen prijskaartje, dus je moet steeds goed bekijken aan de hand van de risico-analyse wat het noodzakelijke performancelevel is en welke component daarbij past. Sommige partijen willen alles op Performance Level D. Goed voor onze omzet, maar zeker niet altijd noodzakelijk.’ www.smcpneumatics.be

WE SAVE YOU

trouble

Hands-on workshop veilige pneumatiek Vanaf september 2017

Worldwide leading experts in pneumatics


‘FACTORY OF THE FUTURE’ DOOR SLIMME ONTWIKKELING EN AUTOMATISERING Gert D’Handschotter kreeg met E.D.&A. in 2016 de ‘Factory of the Future Award.’

Terwijl heel wat Europese elektronica-leveranciers hun productie naar het buitenland verhuisden, deed E.D.&A. uit Kalmthout net het omgekeerde. Het is niet evident om de productie naar België te halen, de kwaliteit aanzienlijk te verhogen en tegelijkertijd concurrentieel te blijven met Oost-Europa en zelfs met China. Dat kan alleen als je veel automatiseert en slim ontwikkelt. E.D.&A. (Electronics, Development & Assembly) uit Kalmthout is nog een rasecht familiebedrijf. Flor D’Handschotter richtte het bedrijf in 1981 op en gaf de leiding van het bedrijf na 28 jaar door aan zijn zoon Gert. Het bedrijf ontwikkelt, test en assembleert custommade elektronische besturingen voor machines en apparaten, en dit zowel voor industriële en consumententoepassingen. Zo worden hun producten toegepast in was- en strijkmachines, ventilatiesystemen, kippengrillen, bakkerijmachines, ovens, vacuümverpakkingsmachines, enz … Sinds een viertal jaar heeft E.D.&A. zijn eigen elektronicaproductie in Kalmthout. ‘Er waren verschillende redenen om onze productie zelf in handen te nemen’, vertelt Managing Director Gert D’Handschotter. ‘Enerzijds wilden we strategisch onafhankelijk zijn van andere partijen. Daarnaast speelden er ook heel wat kwaliteitsredenen mee in onze beslissing. In het verleden had onze testafdeling heel wat opmerkingen over het geleverde werk van onze subcontractors. Tenslotte wilden we ook onze time to market verscherpen.’ SLIM ONTWIKKELEN EN CONTINU VERBETEREN E.D.&A. is inmiddels ook veel meer dan een productiebedrijf. Van de ruim zeventig medewerkers zijn er een dertigtal continu bezig met de ontwikkeling van hardware en software. 24

Gert D’Handschotter: ‘Wij ontwikkelen al onze producten zelf. Van in het begin zitten onze mensen van verkoop, ontwikkeling, test engineering en productie samen om na te denken hoe we een product zo efficiënt mogelijk kunnen ontwikkelen, produceren en testen. Als de ontwikkeling en productie niet intern gebeurt, is dat onmogelijk.’ ‘Onze mensen denken continu na over hoe we onze productie- en testmethodes nog efficiënter kunnen maken’, vertelt Gert D’Handschotter. ‘De printplaten die wij assembleren, worden in paneel bestukt. Na de bestukking en het testen worden deze printplanten versneden. In samenspraak met onze productieafdeling kwam ons designteam op de proppen met een nieuw ontwerp waardoor we nu nog maar heel beperkt moeten snijden om de printplaten van elkaar te scheiden. Hierdoor gaat het meer dan dubbel zo snel.’ ALLES GEAUTOMATISEERD Bij een bezoek aan de productieafdeling van E.D.&A. valt de doorgedreven automatisatie meteen op. Het begint al bij de start van het productieproces. De printplaten worden in een loader geplaatst waarna ze automatisch gereinigd worden in de panel cleaner. Dit is een vrij eenvoudig systeem waarbij een kleefrolsysteem over de printplaat rolt om de restanten van stof en residu te verwijderen. De printplaten gaan vervolgens automatisch in de stencilprinter. Deze machine brengt eerst soldeerpasta aan en controleert haar eigen werk meteen aan de hand van een scanner. In de volgende stap worden de componenten automatisch op de printplaat geplaatst, maar niet voordat een machine elke printplaat voorziet van een uniek serienummer in de vorm van een 2D-barcode. Vervolgens worden de juiste elektronicacomponenten, die soms zo klein zijn dat ze met het menselijke oog amper waarneembaar zijn, per


CASE STUDY DOOR BRAM THIRY

vierentwintig stuks op de printplaat gemonteerd. Ook hier zorgt een automatische inspectie ervoor dat alles correct verloopt. D’Handschotter: ‘Deze machine plaatst de componenten met een snelheid van ongeveer 46.000 componenten per uur op de printplaat. Volgende week plaatsen we nog een nieuwe machine bij waardoor we onze capaciteit kunnen verdubbelen.’ 100 PROCENT IN-LINE PROCESCONTROLE In een volgende fase komen de printplaten aan de 3D AOI-machine die een automatische high-speed optische inspectie uitvoert van de bestukte PCB’s. Deze machine gaat in drie dimensies alle onderdelen op de printplaat controleren. Als een component verkeerd georiënteerd of te hoog staat en buiten een bepaalde tolerantie valt, gaat de machine onmiddellijk in alarm. Deze machine kan ook opschriften lezen waardoor ook foute componenten meteen gedetecteerd worden. Op 48 seconden wordt een volledige PCB met 1.200 componenten volledig gecontroleerd. Elk product dat in de fabriek passeert, wordt op deze manier gecontroleerd. De werknemers krijgen onmiddellijk feedback als de gemeten waarden afwijken en kunnen ingrijpen indien nodig. ’We hebben een heel snelle feedback-lus. Als de AOImachine opmerkt dat er iets mis is, zijn er maximaal drie foute producten gepasseerd. Zonder deze machines zouden er makkelijk duizend stuks kunnen passeren alvorens de fout wordt opgemerkt, met een serieuze impact op tijd en kosten’, klinkt het. Ook verderop in het proces, bij de manuele bestukking van grote componenten, wordt de medewerker bijgestaan door een AOI-machine die controleert of alle componenten aanwezig zijn, of ze in de goede richting zijn en of het opschrift correct is. Zo kunnen zaken die ontbreken of foutief zijn nog snel aangepast of toegevoegd worden alvorens ze gesoldeerd worden. Machine en mensen gaan hand in hand in de fabriek van E.D.&A. Dat het bedrijf in 2016 de titel van Factory of the Future in de wacht sleepte, hoeft dan ook niet te verwonderen. Na de bestukking worden de printplaten selectief gesoldeerd via een gerobotiseerde soldeermachine. Na enkele borden wordt de soldeerkwaliteit automatisch

gecontroleerd. ‘Ondanks dat het relatief traag gaat, vormt deze processtap geen bottleneck in het volledige productieproces’, zegt Gert D’Handschotter. ‘Het voordeel van dit selectief soldeerproces is dat we een zeer goede kwaliteit kunnen verwezenlijken waarmee we andermaal het verschil kunnen maken met lageloonlanden.’ TESTMACHINES ZIJN EIGEN ONTWIKKELING Na het soldeerproces doorlopen de PCB’s nog een elektrische test en een functionele test. De elektrische test gebeurt via een machine die de printen één voor één neemt en inleest. Door middel van flying probes worden alle componenten en verbindingen in een tijdsspanne van maximaal enkele minuten uitgemeten. D’Handschotter: ‘De automatisatie en software van deze machine hebben we zelf ontworpen en is quasi uniek. Deze lijn loopt volledig zelfstandig van 6 uur ’s morgens tot 2 uur ’s nachts.’ In de laatste fase wordt elke PCB functioneel getest door middel van een testbank die door de eigen testingenieurs werd ontwikkeld. Hiermee kunnen onder meer relais, sensoringangen en uitgangen gecontroleerd worden. Dankzij het unieke serienummer van elke PCB kunnen alle producten individueel opgevolgd worden. Met het doorgedreven track en trace systeem wordt alles tot op componentniveau opgevolgd. De meetresultaten van alle testen worden in het systeem gelogd en gekoppeld aan het unieke serienummer. ‘Het laat ons toe om producten met mogelijke problemen snel op te sporen’, verduidelijkt Gert D’Handschotter. ‘Bovendien kunnen we bij problemen met een bepaalde component snel contact opnemen met de leverancier van deze component. We hebben ook een automatische beveiliging ingebouwd in ons IT-systeem waardoor een product met slechte testresultaten dat toch ingepakt zou worden, niet verzonden noch gefactureerd kan worden. Zo vermijden we de uitlevering van producten van inferieure kwaliteit en besparen we onszelf bovendien de logistieke kost van een terugroeping en herzending’, besluit Gert D’Handschotter. www.edna.eu

Het productieproces verloopt volledig geautomatiseerd, met in-line controle, een doorgedreven digitalisatie en een uitgebreide traceerbaarheid.

AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

25


AGORIA NBB-BAROMETER TECHNOLOGISCHE INDUSTRIE BLIJFT OP HOOG PEIL Na de terugval in juni is de NBB-barometer van de technologische industrie in juli opnieuw gestegen. Het peil blijft bovendien tussen 0 en -6 punten, d.i. het interval dat sinds het begin van het jaar wordt waargenomen. Dit wijst op enige onregelmatigheid in de beoordeling van de conjunctuur door de ondernemingen, maar ook en vooral dat die conjunctuur nog steeds gunstiger wordt beoordeeld dan het gemiddelde van de afgelopen jaren. De komende maanden zou de positieve trend van de bedrijvigheid in onze sectoren worden voortgezet.

NBB-BAROMETER VAN DE TECHNOLOGISCHE INDUSTRIE

WERKGELEGENHEIDSVOORUITZICHTEN VOOR DE KOMENDE DRIE MAANDEN (Verschil in % tussen het aantal ondernemingen dat een toename van het personeelsbestand verwacht en het aantal dat een daling verwacht)

Van de vier individuele indicatoren zijn er drie vrij stabiel gebleven t.o.v. juni. De beoordeling van het orderboek, de beoordeling van de voorraden en de vraagvooruitzichten zijn minder dan één punt verbeterd. De laatste twee indicatoren wijken overigens niet veel af van het langetermijngemiddelde. De beoordeling van de bestellingen blijft daarentegen op een veel hoger peil. De stijging van de barometer in juli wordt dan ook verklaard door de werkgelegenheidsvooruitzichten voor de komende drie maanden. Zoals uit onderstaande grafiek blijkt, laat deze indicator sinds het begin van het jaar een onregelmatig verloop zien. De afgevlakte curve wijst op een eerder negatieve basistrend sinds medio vorig jaar, al blijft ze nog enkele punten boven haar gemiddelde van de periode 2008-2016 (-9 punten). Het aantal ondernemingen van onze sectoren dat een groei van het personeelsbestand verwacht, blijft dus hoger dan de afgelopen jaren.

SIP 2017: ‘Smart Integrated Production, Fit for the future’ Ook uw productie verdient een optimalisatie en integratie van alle productie specifieke aspecten om nog efficiënter te produceren en kwaliteitsvolle producten op de markt te brengen. Met deze studiedag willen u informeren en laten kennis maken met concrete oplossingen die dit voor u mogelijk maken en productie

26

Op sectorniveau waren de ontwikkelingen in juli meestal positief. Dat geldt in het bijzonder voor de verwerkende activiteiten, waar alle brutocurves zijn gestegen t.o.v. juni. Wat metaalproducten, kunststoffen en rubber, machinebouw, elektro en de industriële ICT-activiteiten betreft, compenseert die stijging de eerder daling(en) en wordt een positief conjunctuurklimaat bevestigd. De barometer voor de non-ferro wordt sinds april gekenmerkt door een positieve trend en nadert het peil dat wijst op een gunstige conjunctuur. Voor de ICT-importeurs en IT-Solutions zijn de barometers daarentegen gedaald in juli. In beide gevallen wordt een conjunctuurverslechtering sinds het begin van het jaar bevestigd.

Contact Alain Wayenberg, Business Group Leader Industrial Automation, alain.wayenberg@agoria.be www.agoria.be

zowel horizontaal als verticaal optimaliseert. Een aantal kernthema’s zijn: End-to-End production, optimalisatie van de productie, Smart Production, Manufacturing Execution Solutions, Paper-less production, Transparency in Production Deze studiedage is bestemd voor alle beslissingsnemers en projectverantwoordelijken en

geïnteresseerden in optimalisatie van het productieproces. Deelname is gratis, maar inschrijven is verplicht. Dinsdag 17 oktober 2017 om 12u30 BluePoint Antwerpen, Filip Williotstraat 9, 2600 Berchem Info: www.agoria.be/nl/sip2017, alain.wayenberg@agoria.be


NIEUW LID INDUMOTION

C.C.JENSEN: ‘CLEAN OIL - BRIGHT IDEAS’ C.C.JENSEN is een familiebedrijf, opgericht in 1953 met hoofdkantoor in Denemarken. De technische expertise en services van C.C.JENSEN zijn wereldwijd vertegenwoordigd via dochterondernemingen, joint ventures en distributeurs. C.C.JENSEN is hoofdzakelijk actief in vijf segmenten waaronder Marine, Mining, Wind, Power & Industry. C.C.JENSEN BENELUX, gevestigd in Gouda, is een 100 procent dochteronderneming van C.C.JENSEN A/S in Denemarken en is binnen de groep verantwoordelijk voor de BeNeFraLux markt. C.C.JENSEN is gespecialiseerd in het adviseren, verhuren en verkopen van diepte fijnfiltratiesystemen, seperatoren, varnish removal units en desorbers voor oliën en brandstoffen. C.C.JENSEN oplossingen worden wereldwijd ingezet voor het technisch beheer van olie- en brandstof ten aanzien van applicaties in uiteenlopende toepassingen en branches zoals onder andere in de scheepvaart en offshore, in de productie en transport van energie, in de procesindustrie, in de automobielindustrie en op off-road equipment. WAAROM IS ‘SCHONE’ OF ‘PROPERE’ OLIE EEN MUST? Onderzoek toont aan dat 80 procent van de storingen van olie gerelateerde toepassingen wordt veroorzaakt door verontreinigde olie! Preventief oliebeheer en onderhoud is daarom een belangrijke factor voor de garantie van een optimale beschikbaarheid en verhoogde betrouwbaarheid van rotating equipment en hydraulica (hydraulische persen, plastic moulding machines, extrusie, turbines, compressoren, pompen, tandwielkasten, transformatoren, enz…) en om onvoorziene shut downs te vermijden. Met C.C.JENSEN offline diepte fijnfiltratie aan 3 micron absoluut (of 0,8 micron nominaal) verzekeren de klanten van C.C.JENSEN zich van gereinigde en

Desorber D10

AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

droge olie waardoor onder meer de beschikbaarheid van de machine verhoogt, de standtijd van de olie aanzienlijk wordt verlengd en essentieel wordt bespaard op de onderhoudskosten van de componenten.

HDU 15/25

TECHNISCHE EXPERTISE EN OP MAAT GEMAAKTE OPLOSSINGEN! Een grondige evaluatie van de machine en de bedrijfsomstandigheden evenals een correcte olieanalyse, in functie van de specifieke toepassing, zijn cruciaal voor het aanbieden van de juiste oplossingen voor klanten. ‘We kunnen onze offline applicaties hoofdzakelijk indelen in drie categorieën met name diepte fijnfiltratie, specifieke varnish verwijdering en ontwatering van vrij water/gebonden water/emulsies via onze separatoren (PTU) of desorbers’, legt Steven Bomers van C.C.Jensen uit. ‘Met 1 type filter zullen tegelijkertijd vuil- en slijtagedeeltjes, oliedegradatie producten (harsen, resines, lakken, vernis, zuren,,...) en alle mogelijke vormen van waterperformantie uit de olie worden verwijderd.’ ‘Het verwijderen van schadelijke oxidatieproducten uit de olie is essentieel want deze zullen zorgen voor vervuiling van oliekanalen en oliekoelers, in-line filter blokkering en klevende proportionele- en/of servoventielen, enz... om uiteindelijk te resulteren in vorming van een typische harslaag. Harsvorming en resines leiden op hun beurt tot verhoogde slijtage van de machine-onderdelen.’ Voor meer info omtrent de C.C.JENSEN toepassingen of voor persoonlijk advies: sb.be@cjc.dk www.cjc.dk

VRU (Varnish Removal Unit)

27


Sophie Vandebroek is sinds begin dit jaar verantwoordelijk voor de twaalf researchlaboratoria van IBM. 28


INTERVIEW DOOR JEAN-CHARLES VERWAEST

Sophie Vandebroek is verantwoordelijk voor IBM Research en onderzoekt relatie menselijk brein en supercomputer

‘BEGRIJP DE DROOM EN AMBITIES VAN UW KLANTEN’ Sophie Vandebroek (55) heeft de afgelopen zes maanden vanuit het Amerikaanse Boston de halve wereld afgereisd. Sinds begin dit jaar is ze Chief Operating Officer (COO) van IBM Research en zo is de Leuvense onder meer verantwoordelijk voor de twaalf researchlaboratoria die ‘Big Blue’ wereldwijd heeft. Om ‘de beste ingenieur ter wereld’ te zijn, hanteert Sophie drie principes.

Sophie Vandebroek groeide op in Leuven en met een vader als ingenieur en een voorliefde voor wiskunde was eenzelfde studiekeuze aan de KULeuven niet zo abnormaal. Van haar moeder, een kunstenares, kreeg Sophie ook een grote dosis creativiteit mee. Een pluspunt als je een passie hebt voor onderzoek, zo vindt ze zelf. Sophie Vandebroek studeerde in 1985 af als burgerlijk ingenieur elektronica aan de KULeuven en werkte toen een jaar voor het pas opgerichte imec, dit onder de vleugels van wijlen imec-stichter en eerste voorzitter, professor Roger Van Overstraeten. Hij moedigde haar aan AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

om in het buitenland te studeren en Sophie Vandebroek behaalde haar PhD in micro-elektronica aan de befaamde Cornell University in New York State. ‘Ik heb als vrouw alle kansen gekregen én gegrepen’, klinkt het. In een internetfilmpje – een ‘Work-Life Selfie’ gemaakt voor studenten van de KULeuven – legt Sophie uit dat ze van jongsaf de droom had om in haar vakgebied ‘de beste ingenieur ter wereld’ te worden en dat ze er alles aan heeft gedaan om dat doel met succes te bereiken. Ze hanteert daarbij drie principes: ‘smart choices, lean-in & lean-out.’ 29


Sophie Vandebroek: ‘Maak slimme keuzes. Waar ga je uw kostbare tijd aan besteden? Kies wat je wil doen en bij welk bedrijf je wil werken. Trek geen kostuum aan dat u niet past. Kies ook geen bedrijf waar je als eerste een ‘trail blazer’ moet zijn, waar je als eerste vrouw het pad moet effenen. Zorg ervoor dat je u voor honderd procent kunt focussen op het werk dat je graag doet en op je familie.’ Sophie is daar radicaal in. Alles moet wijken voor die passies. ‘Gebruik het principe van ‘lean’ management, van lean manufacturing … Stel uw topprioriteiten. Leanin is geen ballast meesleuren, maar keuzes maken. Het zorgt voor een duidelijke focus op mijn werk, kinderen en gezondheid.’ Sophie heeft drie kinderen opgevoed en waakte erover dat ze konden opgroeien tot gelukkige, zelfverzekerde en weerbare mensen.

‘Geen ballast meesleuren, maar slimme keuzes maken.’

‘Lean-out, is uw leven simpeler maken. Toen de kinderen klein waren woonden we in een eenvoudig huis, we namen eenvoudige vakanties – meestal campingtrips of familiebezoek – waar geen voorbereidingen voor nodig zijn. Elimineer zoveel mogelijke sociale verplichtingen, geen feestjes, geen kerstkaartjes of Thank You-notes, hou de weekends vrij. Durf nee te zeggen en zorg voor outsourcing. Mijn man kookte en onze babysitter – die elke dag voor een paar uur kwam – poetste, deed inkopen en zorgde voor de kinderen tot wij thuiskwamen van ons werk. Dat kost een beetje geld, maar je bespaart ook: als je iemand voor u laat shoppen, ben je altijd goedkoper af. Want als je iemand een boodschapppenlijstje geeft zal deze alleen kopen wat er op dat lijstje staat. Als je zelf shopt zijn er impulsaankopen en zit er meer in je kar dan je echt wil.’ Met deze drie principes vond Sophie een evenwicht tussen haar werk en privéleven. Maar toen – nu 21 jaar geleden – overleed plots haar echtgenoot. ‘De kinderen waren nog jong en ik had kunnen terugkeren naar België, maar dat zou een té grote impact op hen hebben gehad, zo weg van hun vertrouwde omgeving.’ Als enige kostwinner besloot Sophie ‘to climb the corporate ladder.’ Ze maakte carrière en kon de huishoudhulp blijven betalen. ‘Omdat mijn man altijd kookte, duurde het niet lang of onze babysitter leerde ook koken’, glimlacht ze. EEN ROLMODEL STIMULEERT Sinds 2008 is Sophie weer hertrouwd en heeft ze een samengesteld gezin met zes kinderen, waarvan de vier oudsten reeds zijn uitgezwermd en de twee jongste net hun laatste jaar universiteit beginnen. 30

Vrouwelijke ingenieurs mogen haar als een rolmodel zien en dat argument overtuigde Sophie om mee te werken aan dit interview. Sophie Vandebroek heeft het ontzettend druk, maar wil op haar beurt jonge vrouwelijke ingenieurs aanmoedigen om het maximale uit hun leven te halen: met zowel een gelukkig gezin als een interessante job. Overigens is haar oudste dochter Elena ook ingenieur geworden. Zij werkt nu in Rotterdam. ‘Iedereen heeft een rolmodel nodig, dat stimuleert u om uw doelen te bereiken.’ Zelf heeft ze als vrouwelijke ingenieur nooit echt tegenwind gehad. ‘Weet je, heel eigen aan grote bedrijven zoals IBM en Xerox is dat ze ‘inclusive workplaces’ zijn. Hier wordt geen onderscheid gemaakt op basis van afkomst, ouderdom, sexuele geaarheid, ras of geslacht. Die diversiteit in onderzoekers zorgt ook voor een diversiteit in uw denken.’ De cultuurverschillen bepalen wél lokaal het aantal technische vrouwen dat aan de slag is bij IBM. ‘In bijvoorbeeld China en Israël hebben we veel vrouwelijke onderzoekers. In China komt dat door de one-childpolicy, als dit een dochter is stimuleren de ouders haar om te studeren en carrière te maken. In Israël worden vrouwen meer ingeschakeld in het economische leven, ze doen er ook hun legerdienst. In Japan daarentegen werken er niet zoveel vrouwen bij IBM Research.’ MENSELIJK BREIN Sophie Vandebroek ging begin jaren negentig al eens kort aan de slag als onderzoekster bij IBM. De afgelopen 25 jaar werkte ze bijna ononderbroken voor Xerox. Ze klom er eerst op tot vicepresident Research & Technology en vertrok dan voor twee jaar naar aircofabrikant Carrier. Vervolgens keerde ze terug naar Xerox waar ze promoveerde tot Chief Technology Officer en President van de Xerox Innovation Group. Sophie is verheugd dat ze in Boston opnieuw voor IBM werkt, volgens haar heeft IBM de meest innovatieve onderzoekcentra in de wereld. De 3.000 onderzoekers zijn er bezig met artificiële intelligentie (AI), blockchain, ‘quantum computing’, micro-elektronica en nog veel meer. Veel research gaat er naar ‘cognitive computing’, computers die functioneren zoals het menselijke brein. Hoe ontdekt een computer patronen in de verzamelde big data en leert de computer die te interpreteren? De computer helpt bijvoorbeeld dokters om een kankerbehandeling persoonlijk te maken. Voor grote bedrijven kan het moeilijk zijn om innovatie alle kansen te geven. ‘Innovatie start aan de top. De CEO van een bedrijf en het hele management moeten doordrongen zijn van dat belang’, reageert Sophie. ‘In elke technologie en sector is innovatie cruciaal. Er komen zoveel nieuwe en disruptieve ontwikkelingen op ons af: artificiële intelligentie en cognitieve technologieën, automatisering, quantum technologie, blockchain … If you do not innovate you get commoditized!’


‘Het meest belangrijke is het aantrekken en zelfs ‘vertroetelen’ van de best mogelijke mensen. Wij zoeken wereldwijd de beste onderzoekers die er zijn. We creëren een werkomgeving die creativiteit aanmoedigt. Iedereen hier is prominent in zijn vakgebied. Bij IBM werken verschillende Nobelprijs-winnaars. Wij registreren jaarlijks in de Verenigde Staten meer dan 8.000 patenten. Al 24 jaar op rij dient IBM in de VS de meeste patenten in. Je moet zorgen voor een ‘culture of excellence and inclusion’, een werkomgeving waar de besten ook exceptioneel kunnen presteren.’

De Highlight Towers in München zijn IBM’s globale hoofdkwartier voor het Watson IoT team. Op deze researchcampus werken zo’n duizend IBM ontwikkelaars, wetenschappers, data onderzoekers en consultants. (© IBM: Rainer Viertlböck)

DE BESTE COMMERCIËLE LABO’S Sophie Vandebroek heeft zelf 14 patenten op haar naam, en kreeg meerdere internationale onderscheidingen. In ons land werd ze in 2012 nog door Data News bekroond als ICT Personality of the Year. Daarmee was ze de eerste vrouw die deze prestigieuze wedstrijd won. Sophie adviseert ook de decaan van het befaamde MIT, het Massachusetts Institute of Technology. Omwille van die ‘culture of excellence’ en de uitdagende onderzoeksdomeinen keerde Sophie Vandebroek terug naar IBM Research. ‘Omdat IBM beschikt over de beste commerciële labo’s in de wereld met de beste onderzoekers en omdat je hier ook voldoende slagkracht hebt omwille van de fantastische verkopers en consultants over heel de wereld. Wat je ontwikkelt, kan het leven van miljarden mensen in de wereld positief beïnvloeden. De impact van wat je doet is onmetelijk. En voorts is er hier, zoals gezegd, een ‘inclusive environment’, iedereen kan zichzelf zijn op het werk.’ COGNITIVE MANUFACTURING Voor succesvolle innovatie is volgens Sophie Vandebroek ook de rol van de klant cruciaal. ‘Begrijp de droom en ambities van uw klanten. Onze researchlabs werken wereldwijd samen met belangrijke bedrijven en wij ontwikkelen en testen samen met hen producten die nog op de markt moeten komen.’ Zo zet IBM volop in op cognitieve technologieën. Herinner u hun beroemde schaakcomputer ‘Deep Blue’? Inmiddels heet die supercomputer Watson en de onderzoekers werken aan computers die net zoals het menselijke brein het vermogen hebben om kennis en informatie op te nemen en te verwerken, om dan vervolgens ook verbanden te zien en de context te begrijpen. Dit alles moet leiden naar een gepersonaliseerde gezondheidszorg, een betere kankerbehandeling, meer veiligheid, financiële welvaart en milieuvriendelijke steden. IBM bouwt ook mee aan de digitale ‘fabriek van de toekomst.’ In de IBM onderzoekscentra in Dublin, München en Zürich is de IT-reus onder meer actief voor automatiseringsbedrijven die overschakelen naar Industrie 4.0 en de digitale fabriek. ‘Om al deze automatiseringsprocessen in fabrieken te ondersteunen. Massaproductie op maat. Hoe kan IBM helpen bij die hoge graad van personalisering?’, zegt AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

Sophie Vandebroek. ‘Cognitive manufacturing kan bijvoorbeeld gebruikt worden voor kostencontrole, vermindering van de stilstandtijden, predictief onderhoud of inspectie van producten. Zo zal de computer aan de productielijn alle gefabriceerde producten automatisch controleren en de nodige actie nemen.’ ‘Via het Internet of Things (IoT) is alles verbonden met elkaar en met het web. Een autobouwer kan zo alle data van elke wagen verzamelen en bijhouden in een eigen ecosysteem. De supercomputer zal alle rijgegevens van de wagen registreren, alsook het individuele rijgedrag van de persoon achter het stuur. De data zelf blijft het bezit van die persoon want privacy is cruciaal. Die persoon kan de data echter gebruiken om een betere autoverzekering te krijgen of voor een efficiënter onderhoud van zijn auto. De komende vijf tot tien jaar worden fantastisch nu cognitieve technologieën en digitalisering alomtegenwoordig worden’, besluit Sophie Vandebroek. www.research.ibm.com https://www.ibm.com/internet-of-things/iot-solutions/ iot-manufacturing/ 31


Digitale Pneumatica

U wilt maximale flexibiliteit. U wilt intelligente en intuïtieve oplossingen. Wij upgraden onze pneumatica naar ‘digital’.

‘s Werelds eerste gedigitaliseerde pneumatica: Festo Motion Terminal VTEM De Festo Motion Terminal VTEM opent radicaal nieuwe dimensies in de automatisering. Dit is het eerste ventiel dat door apps gestuurd wordt. Functies en bewegingen waar voorheen meer dan 50 componenten voor nodig waren download je nu in 1 terminal. www.festo.com/motionterminal


MOTION TERMINAL

FESTO STELT MOTION TERMINAL VOOR AAN BELGISCHE PERS

De internationale pers werd ontvangen bij Festo in Bry-sur-Marne

Festo stelde in Parijs tijdens hun 16de internationale persconferentie de nieuwe Festo Motion Terminal VTEM voor aan een delegatie Belgische journalisten. De Motion Terminal is een gedigitaliseerde pneumatische sturing en Festo legt hiermee voor het eerst de brug tussen de mechanische en de elektrische wereld. ‘Daar ligt de sleutel van de toekomstige ontwikkeling van automatisatieproducten’, klinkt het bij Festo. Festo Frankrijk bestaat 60 jaar en daarom kreeg het de eer als gastheer te fungeren voor de jaarlijkse International Festo Press Conference. Journalisten uit de hele wereld werden ontvangen op het Festo hoofdkwartier in Bry-surMarne, een voorstad van Parijs. ‘s Avonds stond een diner

De Festo Motion Terminal VTEM

AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

in het restaurant van de Eiffeltoren op het programma. De nieuwe Motion Terminal is een programmeerbaar platform dat mechaniek, elektronica, regeltechniek en software verenigt waardoor machines sneller en flexibeler kunnen worden ingesteld. Een mooi voorbeeld van ‘The Smart Factory’ en Industrie 4.0 waardoor in de toekomst massaproductie op maat vlot kan verlopen. De ventiel units van de nieuwe Festo Motion Terminal klikken in elkaar en één controller kan tot acht verschillende bewegingen regelen. De Motion Terminal staat in verbinding met de cloud en is erg compact gehouden waardoor er in de machine minder ruimte nodig is.

Dr. Ansgar Kriwet

33


Dr. Julia Duwe

De Duitse pneumaticaspecialist wil met dit project zijn horizon verbreden. ‘Wij zijn niet louter leverancier van pneumatische onderdelen, maar wij focussen ons op alles en overal waar beweging nodig is in industriële automatisatie’, aldus verkoopdirecteur en Festobestuurslid Ansgar Kriwet. Dr. Julia Duwe stond aan het hoofd van de afdeling Future Motion Solutions dat de Motion Terminal ontwikkelde. ‘Het Internet of Things wijzigt alles. Studies zeggen dat de volgende drie jaar meer dan 20 miljard voorwerpen met IoT zullen worden verbonden. Er ontstaat hier een nieuw digitaal ecosysteem waarin Festo zijn plaats wil vinden’, legt Julia Duwe uit. ‘Net zoals een smart phone de ‘controller’ is geworden van ons privéleven, moet de Festo Motion Terminal de controller worden van de digitale fabriek. De Motion Terminal verbindt de mechanische en digitale wereld met elkaar. Het toestel is energie-efficiënt, flexibel, veilig, zelfregelend, makkelijk te gebruiken, zorgt voor snelle productiewissels en dit aan een interessante kostprijs. Door deze digitalisering krijgt een operator ook een beter inzicht in wat er zich in de machine afspeelt om zo de productiviteit te verhogen.’ De Festo software zit in een afgesloten box van de ‘slimme’ Motion Terminal en alle ventielfuncties zijn makkelijk aan te sturen via Motion Apps, waarvan er nu tien zijn ontwikkeld: Directional control valve functions, Proportional directional control valve, Soft Stop, Proportional pressure regulation, Model-based proportional pressure regulation, ECO drive, Selectable pressure level, Leakage diagnostics, Supply and exhaust air flow control, Presetting of travel time. www.festo.com/motionterminal 34

GROOTSE CINEMA MET DE FESTO MOTION TERMINAL

Een filmbelevenis die alle zintuigen prikkelt, dat is wat elke bezoeker verwacht die plaats neemt in een van de wereldwijd 18 000 bioscoopzetels van MediaMation. (©MediaMation Inc.)

Een filmbelevenis die alle zintuigen prikkelt, dat is wat elke bezoeker verwacht die plaats neemt in een van de 18 000 bioscoopzetels van MediaMation die wereldwijd geïnstalleerd werden. Je lichaam wordt als het ware zelf acteur in de film. De Festo Motion Terminal VTEM stuurt de bewegingen en zet alle effecten in gang. Hij vertegenwoordigt een unieke combinatie van digitalisering en pneumatica.

‘De toeschouwers maken integraal deel uit van de actie.’ Het scherm toont een achtervolging in een sportwagen. In een haarspeldbocht kantelt de bioscoopzetel abrupt naar links om vervolgens de touschouwer naar rechts te projecteren als de wagen de rechte weg hervat. De bioscoopbezoekers voelen de oneffenheden van het straatoppervlak, horen het gieren van de banden bij het remmen en ruiken verbrand rubber. Wanneer de auto door een plas rijdt, spuit het water in het gezicht van de toeschouwers, terwijl een wind door de haren van de toeschouwer blaast. De toeschouwers maken integraal deel uit van de actie. De bioscoopzetels MX4D Motion EFX van het Californisch bedrijf MediaMation geven de toeschouwers het gevoel


CASE STUDY MEDIAMOTION

Middenin de film: de Festo Motion Terminal maakt bioscoopzetels uiterst mobiel en zorgt voor onverwachte effecten. De toeschouwer beleeft zo een unieke ervaring in elke scène. (©Festo AG & Co. KG)

werkelijk midden in de film aanwezig te zijn. De zetels bewegen heen en weer en op en neer. De armsteun V2 EFX zorgt voor de effecten en gesynchroniseerde bewegingen met windstoten, waterprojecties, trillingen en geurverspreiding. In de rugleuning worden eveneens ook drukpunten geïntegreerd. ALLES IS MOGELIJK DANKZIJ INDUSTRIE 4.0 Hier is het Industrie 4.0 die ‘Cinema 4.0’ maakt: de Festo Motion Terminal VTEM stuurt de meest uiteenlopende bewegingen en zorgt voor alle effecten. Dit pneumatische multitalent integreert meerdere digitale functies in één enkele ventieltechnologie. Functionele voorgeprogrammeerde blokken en Motion Apps vermijden het gebruik van een ingewikkelde systeemconfiguratie. De Motion Apps ‘Proportioneel debietventiel’ en ‘Proportionele drukregeling’ regelen de debieten en de drukken voor snelle en krachtige bewegingsverlopen en dit in alle zachtheid en met de nodige nauwkeurigheid. COMPACT EN EENVOUDIG De bewegingsprofielen van de films worden verwerkt in de CPX-CEC-controller die direct geïntegreerd is in de Festo Motion Terminal. Vele tot dusver AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

noodzakelijke hardwarecomponenten vallen hierdoor weg. Drie VTEM ventielen sturen de drie aandrijvingen van de bioscoopzetel en één ander VTEM ventiel is verantwoordelijk voor de drukregeling. Voor effecten zoals windstoten zorgen voordelige standaardventielen van het type VUVG-…-S uit het kernprogramma van Festo. ‘Met de Festo Motion Terminal wordt alles veel eenvoudiger voor ons. Installatie, inbedrijfstelling, diagnose en foutdetectie zijn nu met veel minder componenten mogelijk’, bevestigt Dan Jamele, algemeen directeur bij MediaMation. DIGITALISERING EN APP’S De VTEM, als onderdeel van industrie 4.0, kan dankzij digitalisering en piëzotechnologie vele nieuwe functies integreren. ‘We hebben al een selectie van Apps, waaronder onder meer de Proportionele drukregeling, een vooraf ingestelde bewegingstijd of een selecteerbare druklimiet en dit allemaal in functie van elke scène van de betrokken film’, legt Takayoshi Kawakami uit, technisch directeur bij MediaMation. Zo betreedt MediaMation spelenderwijs het tijdperk van ‘Cinema 4.0’ – intuïtief en in een handomdraai. www.festo.com www.mediamation.com 35


KEUZE LINEAIRE OVERBRENGING VOORAL IN FUNCTIE VAN APPLICATIE Voor het omzetten van de draaiende beweging vanuit de aandrijving naar een lineaire beweging kunnen we beroep doen op meerdere technologieën. In dit artikel brengen we u een overzicht over de meest courante oplossingen en hun karakteristieken. In de volgende edities van dit blad gaan we dan telkens dieper in op één van deze technieken. KOGELOMLOOPSPINDELS Kogelomloopspindels – ball screws in het Engels – zijn een vaak voorkomende en efficiënte oplossing. Ze bestaan uit een spindel in combinatie met een moer. De spindel is voorzien van schroefdraad. De moer zorgt voor de lineaire beweging door de rotatie van de spindel. Dat gebeurt door kogels die door de draad lopen en worden teruggevoerd via de omloopleiding van de moer. Dat terugvoeren kan op drie verschillende manieren gebeuren: met interne terugvoering, externe terugvoering of via end cap. Kogelomloopspindels zijn een goede oplossing in termen van efficiëntie, want ze hebben een hoog rendement. We vinden ze vaak terug in metaalbewerkingsmachines, verpakkingsmachines en positioneringssystemen. Ook in pick & place units zijn ze een graag geziene gast. Zowel in opbouw van de schroefdraad als in de constructie van de moer zijn diverse uitvoeringen mogelijk. Bij de schroefdraad is het de wijze van productie die het verschil maakt, er zijn hierbij 3 types mogelijk: Gerolde profielen zijn het resultaat van een indrukkingsproces waarbij het materiaal geen verspaning ondergaat maar weggedrukt wordt. Dat resulteert in een minder goede tolerantie, waardoor ze minder geschikt zijn voor precisiewerk. De applicatie van gerolde profielen vinden we dan ook meer terug in transporttoepassingen. De maximale diameter van de spindel is over het algemeen ook beperkter dan die van de gewervelde en geslepen profielen. Gewervelde profielen worden via een draadwervelprocedure in de as gesneden. Dit houdt in dat de schroefdraad verkregen wordt door aan een hoge snelheid tangentiaal de draad te snijden. De tolerantiefout die

Het profiel van kogelomloopspindels bepaalt mee de toepassing. Vlnr. Het gerold, gewerveld en geslepen profiel. 36

Voor het omzetten van een roterende naar een lineaire beweging zijn kogelomloopspindels een vaak ingezette oplossing.

hierbij ontstaat, is quasi altijd lineair en constant. Als deze tolerantiefout ingegeven wordt in de sturing als een constante, kan een hogere nauwkeurigheid bereikt worden. Gewervelde profielen kunnen daarom ook voor positioneringstaken ingezet worden. Geslepen profielen tenslotte kennen de grootste nauwkeurigheidsgraad en zijn uiterst geschikt voor nauwkeurige positioneringstaken, maar deze profielen zijn meestal niet standaard verkrijgbaar waardoor ze wat duurder uitvallen. VOOR & NADELEN VAN KOGELOMLOOPSPINDELS De voornaamste beperkingen van kogelomloopspindels zijn te wijten aan hun opbouw. Die laat niet toe dat ze volledig afgedicht worden. In moeilijke omstandigheden is het hier raadzaam de nodige voorzorgen te nemen met betrekking tot een adequate smering. De spindel kan bijvoorbeeld afgedekt worden met een telescopische bescherming, die de indringing van vuil voorkomt. Een tweede hinderpaal is de maximale lengte. Omwille van de resonantiefrequentie bij bepaalde kritische toerentallen, is die beperkt. Ook is het aan te raden om de spindel steeds aan beide zijden te lageren, anders kan het maximale toerental niet gehaald worden.


LINEAIRE OVERBRENGING DEEL 1 DOOR SAMMY SOETAERT

Een tweede belangrijke eigenschap is de wijze waarop de kogels teruggevoerd worden. Vlnr. Het extern terugvoersysteem, het interne terugvoersysteem en het cassetteterugvoersysteem.

BELANG VOORSPANNING Hoewel kogelomloopspindels met de grootst mogelijke zorg worden geproduceerd, ontstaat er toch altijd een speling van enkele honderdste van een millimeter. Hier zijn meerdere oplossingen, zoals een dubbele moer. STILSTAANDE SPINDEL MET ROTERENDE MOER Dit type werkt omgekeerd, spindels en moer werken net andersom. De kogels zorgen ervoor dat de spindel stilstaat terwijl de moer roteert. Het grootste voordeel is dat er hierbij geen rekening moet gehouden met het maximale toerental van de spindel. Het voornaamste nadeel is dat de motor niet stationair blijft maar zich verplaatst. PLANEETSPINDELS Voor toepassingen met grotere belastingen wordt vaak overgeschakeld naar planeetspindels. De overbrenging verloopt hier via een schroefdraad op de spindel waarin de corresponderende schroefdraad van de moer exact past. Deze spindels zijn meestal meergangig, waardoor

het contactoppervlakte tussen beide componenten zeer groot is. De overbrenging verloopt hierdoor zeer betrouwbaar en vereist ook zeer weinig onderhoud. Deze prestaties laten in sommige gevallen zelfs toe om hydraulische cilinders te vervangen door elektrische actuatoren. Het grotere contactoppervlak zorgt wel voor een snellere warmte-opbouw. Toepassingen van planeetspindels zijn de iets zwaardere applicaties. Denk bijvoorbeeld aan industriële mixers, gietprocessen, testbanken, robots en snijmachines.

Enkele frequent gebruikte termen: Dynamisch draaggetal Een term die vaak gehanteerd wordt bij dit soort overbrengingen is Dynamic Load Rating, kortweg DLR. Hiermee geven de producenten de sterkte van hun component. Het is een theoretische en op statistieken gebaseerde waarde die uitdrukt welke belasting een spindel aankan gedurende 1 miljoen omwentelingen met een betrouwbaarheid van 90 %. De producent moet deze berekening maken aan de hand van de methodologie beschreven in de ISO 281:2007 Tolerance De tolerantieklasse wordt uitgedrukt in klassen die gaan van T0 tot T10 volgens ISO 3408. Het geeft weer hoeveel verschil er is tussen het nominale spoed en het reële spoed over een lengte van 300 mm. Een tolerantieklasse T5 betekent bijvoorbeeld een maximaal verschil van 0,023 mm tussen de ideale en de reële situatie.

Enkele karakteristieke afmetingen aangeduid: de pitch, lead en diverse diameters.

AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

Nd getal Fabrikanten geven meestal de ND-waarde op. Dat getal, meestal tussen 70k en 200k dient om het maximaal toerental van de moer te bepalen.

37


Bij trapeziumspindels met bronzen moer glijdt de moer over de trapeziumvormige schroefdraad van de spindel.

Bij lead screws wordt geen gebruik gemaakt van kogels als verplaatsingsmedium maar van een kunststofmoer.

TRAPEZIUMSPINDEL MET BRONZEN MOER De industrie maakt ook nog veelvuldig gebruik van spindels met bronzen moer. De ‘trapezium’ slaat hier op de vorm van de schroefdraad, waardoor ze als het ware glijden over de spindel. Deze types hebben onder meer als voordeel dat ze in bepaalde gevallen zelfremmend

Wat met veiligheid bij verticale toepassingen? Bij verticale toepassingen komt, nog meer dan bij horizontale applicaties, veiligheid om het hoekje loeren. Als de belasting niet goed vastgehouden wordt, kan ze vallen en schade toebrengen aan componenten, machine en operator. Daarom wordt gewerkt met een veiligheidsmoer. Bij een uitval door breuk, slijtage of verlies van kogels fungeert de veiligheidsmoer hier in voorkomend geval als speciaal remsysteem.

38

Stilstaande spindel met roterende moer.

zijn waardoor ze bijzonder geschikt zijn voor verticale toepassingen. Nadeel van deze uitvoering is de minder goede efficiëntie. Voor toepassingen met trage bewegingen en een beperkte duty-cycle zijn ze evenwel prima geschikt. SPINDEL MET KUNSTSTOFMOER Spindel met kunststofmoeren zijn altijd zowat de kleine broertjes geweest van kogelomloopspindels, die vooral ingezet werden als goedkoper alternatief in minder veeleisende applicaties. Toch zijn ze aan een sterke opmars bezig. Bij spindel met kunststofmoeren wordt geen gebruik gemaakt van kogels als verplaatsingsmedium maar van een kunststofmoer. Een groot voordeel van dit werkingsprincipe is dat er geen smering moet gebeuren en dat de werking ook stiller verloopt. De nadelen zijn dan weer de beperkte snelheid, mindere nauwkeurigheid en kleinere maximale belasting. www.actintime.be www.vansichen.be


CASE STUDY POMPUNITS

AMR EN SIEMENS VERNIEUWEN POMPUNITS BIJ VISKOTEEPAK Het Finse ViskoTeepak is een wereldleider op het gebied van cellulose- en kunststofdarmen voor de voedingsindustrie. In hun Belgische productiefabriek in Lommel wordt elke dag meer dan 400 kilometer cellulosecasing geproduceerd. Een centrale koelwaterinstallatie zorgt er mee voor dat het productieproces optimaal rendeert. Maar verregaande slijtage en verouderde onderdelen dwongen ViskoTeepak ertoe om op zoek te gaan naar een duurzame, kostenefficiënte oplossing. ViskoTeepak ontstond in 2007, toen het Finse Visko fuseerde met de Europese poot van het Amerikaanse Teepak. Vandaag heeft het bedrijf productiefabrieken in Hanko (hoofdkantoor in Finland), Lommel (België), Nuevo Laredo (Mexico), Delfzijl (Nederland), Brno (Tsjechië) en de VS. Het productieproces in Lommel is voor een optimale werking grotendeels afhankelijk van het efficiënt functioneren van een centrale koelwaterinstallatie. Deze is opgebouwd uit 5 koeltorens en een gemeenschappelijk koelwaterbassin. Van daaruit wordt het koelwater door een centrifugaalpomp naar de diverse productieafdelingen gepompt. Het in het productieproces verbruikte koelwater wordt opgevangen in een centrale hotwell, van waaruit het teruggepompt wordt naar de koeltorens. De twee centrifugaalpompen die het koelwater verpompen werden in één geval via een reductiekast aangedreven door een 6 kV elektromotor en in het andere geval aangedreven via een reductiekast en stoomturbine. Zowel de 6 kV elektromotor als de stoomturbine waren einde levensduur. Dat zorgde, naast heel wat geluidsoverlast, ook voor een verminderde betrouwbaarheid van de installatie. De pompunits herstellen was een van de mogelijkheden maar dit was een dure aangelegenheid, en gezien de verregaande slijtage van de andere onderdelen niet de meest efficiënte oplossing op lange termijn. ViskoTeepak riep daarom de hulp in van lokale motorspecialist AMR, met vestigingen in Zandhoven en Alken. De opdracht: de installatie vernieuwen en optimaliseren op het vlak energieverbruik en bedrijfszekerheid. AMR zou bovendien de volledige coördinatie van het project op zich nemen. Uit een analyse van AMR bleek dat de ideale oplossing bestond uit een totale vernieuwing van de pompunits waarbij de nieuwe 6 kV elektromotoren rechtstreeks aan de pompen gekoppeld werden. Hierdoor werden de reductiekasten geëlimineerd, alsook de neveninstallaties voor het conditioneren van de nodige smeerolie. Als Siemens Motor Partner voor de regio’s Limburg en Antwerpen, schakelde AMR op zijn beurt de expertise van Siemens in. De bedrijven voerden een gezamenlijke detailanalyse uit. Daaruit bleek dat een AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

Het eindresultaat: geluidsarm, efficiënter en veel compacter. hoogrendementsmotor met een vermogen van 250 kW voor ViskoTeepak de meest rendabele optie was. Deze motor, die tot de Siemens SIMOTICS HV Series H-compact behoort, onderscheidt zich door een robuuste gietijzeren behuizing en kan door zijn compacte afmetingen ingezet worden in beperkte ruimtes. Hij biedt optimale efficiëntie en het vernuftige koelingsconcept garandeert een geluidsarme werking. Dankzij zijn innovatieve ‘MICALASTIC’ isolatietechniek is een lange levensduur verzekerd en zorgt de motor ervoor dat de investering optimaal rendeert. Om de piping aan te passen aan de nieuwe pompunits stond ViskoTeepak een maximale stilstand van het koelwatercircuit toe van 16 uren. In die tijdspanne moest het team van AMR zowel de afbraak van de bestaande installatie als de aanpassingen en gedeeltelijke plaatsing van de nieuwe piping zien te realiseren. ‘Vooraf hebben we uitgerekend hoeveel tijd het demonteren en afbreken in beslag zou nemen’, legt Annelies Oosterlynck, zaakvoerder van AMR, uit. ‘Bovendien stonden extra techniekers stand-by om in te springen, mocht er iets fout lopen. Een deel van de pijpleiding werd vooraf in ons atelier aan elkaar gelast. Maar wat de doorslag gaf, was ongetwijfeld de uitstekende communicatie met Siemens én met de klant. Zo konden we heel kort op de bal spelen.’ www.amrservice.be www.siemens.be/industrie www.viskoteepak.com 39


Mijn bedrijf is heel bedreven in het recycleren. Wij laten onze gebruikte smeerolie ophalen door een geregistreerd inzamelaar.

Gebruikte smeerolie is een gevaarlijke afvalstof. Daarom gelden er strenge regels voor de opslag, het transport en de verwerking ervan. Alleen als de smeerolie van uw bedrijf wordt opgehaald volgens de procedure die OVAM, LB of OWD voorschrijft, kan ze op een milieuvriendelijke manier worden verwerkt. Reken dus op een geregistreerd inzamelaar om uw olie op te halen. Dan bent u zeker dat bij u in het bedrijf alles gesmeerd loopt.

TIP: kleine hoeveelheden gebruikte smeerolie kunnen recht geven op een forfaitaire vergoeding. Ontdek alle details op www.valorlub.be

EERST SMEREN, DAN RECYCLEREN

valorlub.be


PRODUCTEN

NIEUWE SCHUINZITKLEP VAN FESTO

De VZXA van Festo is eenvoudig inzetbaar dankzij het aanbod van varianten, een maximale flexibiliteit en een minimale inspanning in het ontwerpen van uw toepassing. Het slimme ‘clean design’-ontwerp maakt vrije combinaties van het kleplichaam en de actuator mogelijk. Het modulaire productconcept vergemakkelijkt aanpassingen en onderhoud zonder het volledig verwijderen van de afsluiter. Diverse aandrijvingen en kleppen kunnen worden gecombineerd om integratie in de toepassing te vereenvoudigen. De afzonderlijke modules zijn eenvoudig te vervangen voor uitbreidingen of bij onderhoud. De unieke interface tussen de actuator en het kleplichaam betekent dat de eerste kan worden vervangen zonder de pijplijn te onderbreken of te openen. Het gepatenteerde systeem voorkomt lekkage. Zijn lange levensduur, robuust ontwerp en hoge snelheid maakt de VZXA ideaal voor viskeuze vloeistoffen, vloeistoffen, gassen of dampen. De VZXA kan snel en eenvoudig gereinigd worden zowel aan de buiten- als aan de binnenkant omdat er nauwelijks dode ruimtes zijn. De compacte en robuuste eenheid uit roestvrij staal is ook bestand tegen ruwe omgevingen en tegen schoonmaken met stoom of agressief schuim. www.festo.be

ACT IN TIME INTRODUCEERT DUWKETTINGEN

Het geheim van de GROB duwketting ligt verscholen in het feit dat ze maar naar één zijde kan buigen. Bij belasting in de andere richting gedraagt de ketting zich als zeer starre lineaire aandrijving. Het belangrijkste voordeel is de beperkte inbouwruimte. Omdat de ketting achter de aandrijfunit kan opgerold worden in een beschermende behuizing, is de benodigde ruimte in ingetrokken toestand nagenoeg nul. Ook is het mogelijk om de ketting in de vloer in te werken zodat er extra vrije ruimte ontstaat op de werkvloer. De duwketting is zowel in horizontale als verticale beweging toepasbaar en er kunnen meerdere kettingen in parallel geplaatst worden voor een nauwkeurige gesynchroniseerde beweging. De GROB duwkettingsystemen zijn tevens verkrijgbaar in RVS waardoor ze ook in de voedingsindustrie kunnen gebruikt worden. Er zijn speciale versies mogelijk voor toepassingen in clean room omgeving of voor zones met lage of hoge omgevingstemperatuur (tot 560°C). Vraag onze laatste catalogus over de duwkettingen van GROB via marketing@actintime.be. www.actintime.be

MITSUBISHI FREQUENTIEREGELAARS FR-A800-E

De frequentieregelaars van de Mitsubishi serie FRA800-E bieden standaard geïntegreerde 100 Mbit Ethernet TCP / IP-connectiviteit in aanvulling op de bestaande netwerkopties. Deze drives bieden machinebouwers en systeemintegratoren meer mogelijkheden voor het bewaken en bedienen op afstand van de parameters, evenals een eenvoudige integratie in het bestaande netwerk. Standaard Ethernet-connectiviteit vermindert de kosten van het aansluiten van de frequentie regelaar op een Ethernet-netwerk zonder dat er extra-modules nodig zijn. De verbinding biedt ook ondersteuning voor zowel CC-Link IEF Basic als Modbus / TCP. Met de FR-Configurator2 software van Mitsubishi Electric kunnen gebruikers het netwerk zoeken voor aangesloten drives, en een verbinding maken met volledige controle over parameterinstelling, parameter upload / download en monitoring. Tegelijkertijd zijn PLC-besturingssystemen eenvoudig verbonden met de AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

aandrijving om volledige controle mogelijk te maken zonder extra netwerkopties toe te voegen aan de frequentie regelaar of PLC. Er is ook een USB-poort beschikbaar op elke omvormer die een comfortabele en vertrouwde omgeving biedt voor ingenieurs die de drive instellen of onderhouden. De FR-A800-E biedt een aantal functies en mogelijkheden die helpen bij het terugdringen van downtime en die voorspellend onderhoud mogelijk maken. De FAG SmartCheck kan via Ethernet worden aangesloten. De FR-A800-E biedt snelheidsinformatie aan de sensor, zodat de snelheidsgegevens met trillingsgegevens kunnen worden gecombineerd om een nauwkeuriger beeld te geven van de gezondheid van de machine. www.esco.be 41


PRODUCTEN

NIEUW SMC SNELHEIDSREGELVENTIEL

SMC introduceert twee nieuwe in-line snelheidsregelventielen die snel en eenvoudig kunnen worden ingesteld en bediend. Het in-line model AS heeft een nieuwe vergrendelknop voor gemakkelijk instellen en vergrendelen. De AS-FS heeft aanvullend een indicator om de gewenste waarde nauwkeurig af te stellen en te bewaken. De AS en AS-FS zijn ontworpen om operators meer controle, flexibiliteit en kostenbesparing te bieden. Het AS-snelheidsregelventiel heeft een vergrendelknop waarmee operators de doorstroomsnelheid handmatig kunnen instellen en vastzetten op elke gewenste stand zonder daarvoor gereedschap te gebruiken. De grotere knop draait gemakkelijk om nauwkeurig te kunnen afstellen. Door diverse opties voor enkele of meervoudige montage kunnen operators met dit product systemen bouwen voor het regelen van verschillende luchtstromen. De AS en AS-FS hebben slangontkoppelringen in verschillende kleuren voor standaard- of rvs-modellen en slangafmetingen in inches/metrische maten. Daardoor is herkenning eenvoudig en wordt het risico van menselijke fouten beperkt. Nieuw in de AS-FS Extended serie is de toevoeging van een universeel model aan het huidige elleboogmodel. Verder zijn er twee nieuwe keuzemogelijkheden voor een betere oriëntatie/richting van het indicatorvenster. Er zijn nu vier opties: 0°, 90°, 180° en 270°. www.smc.eu

HIWIN PROFIELGELEIDINGEN IN O-OPSTELLING

HIWIN, leverancier voor profielgeleidingen bij Vansichen, vergroot het gamma met de CG-serie. Deze onderscheidt zich van de vorige profielgeleidingen (HG en RG) door de O-opstelling van de vier kogelrijen. Zo bekomt men een hogere stijfheid en rolmoment. Optioneel is er een afdekband ter beschikking die eenvoudig kan ingeklikt worden op de geleiding. Daardoor worden de montageboringen afgeschermd en is het aanbrengen van afdekdopjes overbodig. Om een betrouwbare toevoer van de smeermiddelen in de loopwagen te bekomen is de CG-serie naast de standaard smeerkanalen aan beide uiteinden ook nog eens met een extra smeerkanaal in het midden van de loopwagen voorzien. Dit heeft zijn voordelen bij korte-slagtoepassingen. Bij deze toepassingen is er geen volledige omwenteling van de kogel. De CG-bouwrail heeft zoals alle HIWIN profielgeleidingen een hoge werkingsgraad en herhaalnauwkeurigheid bij lineaire bewegingen. Tegen eind 2017 is het volledige gamma beschikbaar. www.vansichen.be

Fr-A 800 High performance Inverter tot 630 kW

- Super snelle vector regelaar - Auto-tuning van PM en IM motoren - Easy setup - Ethernet communicatie on-board

ontdek meer op : www.esco.be of bel naar : 02 717 64 60


PARKER: ‘VOICE OF THE MACHINE’ Service Hydro maakt deel uit van het nieuwe IoT platform dat Parker Hannifin presenteerde op de Hannover Messe 2017 met het IoT-platform ‘Voice of the Machine’, een open, compatibel en schaalbaar systeem van in netwerken opgenomen producten en services.

Motors | Automation | Energy | Transmission & Distribution | Coatings

W50 THE NEW GENERATION OF WEG MOTORS FOR HEAVY DUTY APPLICATIONS

Parker Hannifin wil zijn klanten betere resultaten bieden en de productiviteit van kritische systemen en installaties garanderen door wereldwijde monitoring en asset integrity management services aan te bieden. Het aanbod ‘Voice of the Machine‘ maakt optimaal gebruik van Parker’s kerncompetenties op component- en systeemniveau. Het bedrijf biedt hiermee inzicht in zijn omvangrijk productpakket aandrijf- en besturingsoplossingen, die vervolgens tot IoT ondernemingsbrede oplossingen kunnen worden verbonden. VERMINDERING VAN STILSTANDTIJDEN Met het ‘Voice of the Machine‘ platform staat Parker voor de uitdagingen die gebruikers tot nu tot hebben weerhouden volledig gebruik te maken van de mogelijkheden die IoT biedt om de bedrijfszekerheid van hun industriële toepassingen te verbeteren en ongeplande stilstandtijden en hoge onderhoudskosten te voorkomen. Tot de uitdagingen behoren onder andere niet op IoT voorbereide apparaten, de onwetendheid op componentniveau en concurrerende communicatieprotocollen van verschillende aanbieders.

Parker hanteert met ‘Voice of the machine‘ een centrale benadering en gebruikt een gemeenschappelijke set van IoT-standaards en best practice methoden, onafhankelijk van het ondernemings- en technologiebereik. Elk in een netwerk opgenomen product gebruikt dezelfde digitale service van de op communicatie georiënteerde platformarchitectuur, die werd ontwikkeld door de softwareexperts van Exosite. Deze IoT-architectuur vereenvoudigt zowel het gebruik van verschillende netwerkoplossingen als de integratie van Parker-oplossingen in andere partnerplatforms. www.hydro.be

THE W50 MOTOR PLATFORM IS THE PERFECT SOLUTION FOR APPLICATIONS THAT REQUIRE HIGH PERFORMANCE AND RELIABILITY The W50 features: • Compact design • Modular construction • Low vibration levels • High thermal efficiency • High energy efficiency • High mechancial strength • High performance in the most demanding operating conditions • Low starting current • Designed for operation with a frequency inverter • 110 kW to 1250 kW • Frame 315 H/G to 450 J/H For more information: 067 88 84 20 or www.weg.net.be

Transforming energy into solutions.

www.weg.net


UIT VOORRAAD! MEMBRAANACCUMULATOREN, BALGACCUMULATOREN EN ACCESSOIRES

testo thermography app

De beste thermische camera voor elke toepassing • • •

Uitstekende beeldkwaliteit Eenvoudige thermografie Draadloze verbinding met smartphone testo NV • Industrielaan 19 • 1740 Ternat • Tel. 02/582 03 62 • info@testo.be • www.testo.be

Pub testo.indd 1

31/08/2017 9:04:06

Meer info? Verdeler voor België Hagbenden 39 A - B-4731 EYNATTEN Tel. 32 (0) 87 858 858 - Fax 32 (0) 87 858 859 info@euregiohydraulics.be www.euregiohydraulics.be - www.eh-business.be


TECHTELEX Parker Hannifin Nederland en Parker Hannifin BeLux fuseren tot een nieuwe organisatie: Parker Hannifin Benelux. De twee organisaties zullen alle afdelingen fuseren en blijven opereren vanaf de drie locaties in de Benelux: Oldenzaal (NL), Hendrik-Ido-Ambacht (NL) en Nivelles (B). Freddy Eggengoor, general manager van Parker Nederland, leidt de nieuwe organisatie. Parker Hannifin is wereldwijd marktleider in aandrijvings- en besturingstechnologieën. (www.parker.nl) Is uw volgende collega een cobot? Sick organiseert in samenwerking met KUKA en Sirris op 19 september een Safety Seminar in Waregem (Exit 5 – Renson Innovation Center) en op donderdag 21 september in Laakdal (Nike European Logistics Campus). Tijdens dit gratis Safety Seminar wordt er ingezoomd op de recente normen rond veilig samenwerken met robots & cobots en mogelijke veiligheidsfuncties en principes, geïntegreerd door de robotfabrikant. (www.sick-seminars.be) Yokogawa is toegetreden tot het World Business Council for Sustainable Development (WBCSD). Met de toetreding is Yokogawa in staat om de duurzaamheidsinspanningen te versnellen en zo bij te dragen aan de doelstellingen van de Verenigde Naties op het gebied van duurzame ontwikkeling. WBCSD is een organisatie van CEO’s van bijna 200 wereldwijde bedrijven die een positieve impact op het bedrijfsleven, het milieu en de maatschappij willen hebben door duurzame initiatieven te stimuleren. (www.yokogawa.com/nl) Batenburg Data Vision richt verschillende gratis seminars in om deelnemers zichzelf te laten bekwamen in Machine Vision. Op dinsdag 19 (Heereveen NL), woensdag 20 (Veenendaal NL), donderdag 21 (Waalwijk NL) en vrijdag 22 (Zaventem BE) september 2017 biedt Batenburg Data Vision een dagvullend gratis seminar aan (op 21 en 22 september in de Engelse taal). In de voormiddag gaat het over hardware: camera’s en hun sensoren, lenzen en belichting. In de namiddag worden 3D technieken behandeld en beeldanalyse gebaseerd op HALCON en MERLIC. Op donderdagnamiddag 28 september 2017 (Zaventem BE) gaat een gratis seminar (in het Engels) door specifiek over MERLIC. (https://batenburg-mechatronica.nl/datavision) Bestel via de website van Automation Magazine nu met korting uw tickets voor het event Maintenance of Aging Assets op 28 september 2017 in Vlaardingen. Deze praktijk- en netwerkdag is de ontmoetingsplaats voor alle onderhoudsprofessionals werkzaam in de zware industrie. De deelnemers ontmoeten operationeel en technisch management verantwoordelijk voor beheer, onderhoud, en veiligheid van assets. Dit event biedt een platform dat helpt bij het maken van keuzes als het gaat om vervanging, levensduurvoorspelling / verlenging en het investeren in assets. (http://iir.nl/events/maintenance-of-aging-assets) KUKA Automatisering + Robots organiseert op 12 oktober 2017 een Technology Day. Dit gratis event is voor alle klanten en gaat door in het Airborne Competence Center in Den Haag in Nederland. Er is onder meer een demonstratie van het nieuwe KUKA product ‘Ready2_Pilot’ waarbij wordt aangetoond hoe je een robot eenvoudig, snel en handmatig kan programmeren op een draadloze manier. (www.kuka.be) Ook dit jaar is digitalisering het centrale thema op EMO in Hannover (van 18 tot 23 september), ‘s werelds grootste beurs voor de werktuigmachinesector. Onder het motto ‘Digitalization in Machine Tool Manufacturing’ zal Siemens (hal 25, stand D60) tonen hoe gebruikers en fabrikanten van werktuigmachines hun productieflexibiliteit en -efficiëntie aanzienlijk kunnen verhogen, hun engineeringinput en time-to-market drastisch kunnen reduceren, en hun concurrentiepositie op de wereldmarkt kunnen verstevigen door processen te digitaliseren. In de reële productiewereld hebben producten als Manufacturing Operations Management (MOM), Simatic IT, Sinumerik CNC-besturingen en de Simatic S7-controllerserie hun waarde reeds bewezen. Siemens onthult op EMO zijn eerste MindSphere-toepassing voor werktuigmachines in de vorm van Manage MyMachines. Siemens zal ongeveer 200 werktuigmachines verspreid over het beursterrein met de cloud verbinden via zijn open IoTbesturingssysteem MindSphere. Met Manage MyMachines krijgen machine-operatoren een cloudgebaseerd overzicht van belangrijke machinegegevens en van de actuele bedrijfstatus van de machines. De transparantie als gevolg hiervan laat toe snel te reageren om de productie te optimaliseren. Voorts zal ook de Sinumerik Edge te bewonderen zijn op de stand van Siemens. Dit is een nieuwe robuuste en hoogwaardige hardware- en softwareoplossing voor gebruik op machineniveau (edge computing). Sinumerik Edge verwerkt en analyseert procesgegevens en doet dit nagenoeg tegelijk met het verspaningsproces. (www.emo-hannover.de) Stäubli Robotics organiseert op 19 oktober voor het eerst een Software Day. Tijdens dit evenement wordt dieper ingegaan op de mogelijkheden van hun krachtige en gebruiksvriendelijk software pakket. Naast een voorstelling van de Stäubli programmeertaal VAL3 en de programmeertool Stäubli Robotics Suite (SRS) wordt live een complete haalbaarheidstest gesimuleerd. Er wordt ook aandacht besteed aan de talrijke, maar vaak ongekende, kosteloze opties en add-ons die het realiseren van complexe applicaties mogelijk maken. (Inschrijven voor dit gratis EMO in Hannover is ‘s werelds grootste beurs evenement via http://go.staubli.com/software-days) voor de werktuigmachinesector.

AUTOMATION MAGAZINE SEPTEMBER 2017

45


AFSLUITER Speakers’ Corner voor experts uit de techniek.

Zesduizend werknemers actief in windenergiesector Onlangs stelde Vlaams Minister van Energie Bart Tommelein samen met Joke Schauvliege het plan Windkracht 2020 voor. Een ambitieus plan, want de bedoeling is dat er tegen 2020 liefst 280 windmolens worden bijgebouwd. Vooral de timing is hierbij markant, want een gemiddeld onshore windenergieproject duurt al gauw een drietal jaar vanaf de eerste plannen tot de uiteindelijke oplevering. Die 280 windmolens zouden in theorie dus dit jaar het levenslicht moeten zien. De technische plaatsing van een windmolen is geen probleem en de investeringsbereidheid is er, maar toch is quasi elk project in België een werk van lange adem. Dat heeft diverse redenen.

‘De grootste hinderpalen zijn de radarsystemen die onze militaire en civiele luchthavens gebruiken.’

Natuurgebieden met zeldzame vogels of vleermuizen gooien roet in het eten. Tegen bijna elk project wordt een actiegroep - een minderheid van luide roepers opgericht die alles uit de kast haalt om windmolens te dwarsbomen, ook al blijkt de overgrote meerderheid van onze bevolking een grote voorstander van windenergie. Maar de grootste hinderpalen zijn evenwel de radarsystemen die onze militaire en civiele luchthavens gebruiken. Rond elke luchthaven wordt zo een perimeter gecreëerd waar geen windenergie mogelijk is. Niet omdat ze op aanvliegroutes zouden staan, maar

46

door een relatief eenvoudig softwareprobleem dat verhindert dat ze correct aangeduid worden op de gebruikte kaarten. Dat zorgt ervoor dat rond elke radaropstelling er een straal van 16 kilometer is waarin geen plaats is voor een windmolen. De gecumuleerde oppervlakte bedraagt zo maar liefst 53 procent van het totale oppervlakte van ons land. Dat is een enorme hinderpaal, maar we zijn op goede weg om dit aan te passen. Het uiteindelijke doel is om van windenergie één van de pijlers te maken in onze energiemix. Windenergie is hierbij dubbel complementair met zonne-energie. In de winter is er meer wind dan in de zomer, bij zonne-energie is het patroon net omgekeerd. De tweede complementaire eigenschap is op dagniveau: er is altijd meer wind ’s morgens en ’s avonds dan op de middag. Ook hier kent zonne-energie de omgekeerde verdeling, met een piek op de middag. Beide energievormen vullen elkaar zeer goed aan. Verdere evoluties zijn evenwel nog nodig rond opslagsystemen en aan de verbruikerskant, waar vraagsturing ook meer toegepast moet worden. Maar we zijn op de goede weg en er is nog enorm veel potentieel. Dat bewijzen nu reeds de 6.000 werknemers die in België al actief zijn in de windenergiesector. www.vwea.be

Bart Bode is directeur van VWEA, de sectororganisatie voor windenergie in Vlaanderen. De Vlaamse Windenergie Associatie verenigt alle actoren in de windenergiesector (studiebureaus, projectontwikkelaars, windparkuitbaters en de toeleveringsindustrie) en is het aanspreekpunt voor de overheid en bedrijven met interesse in windenergie. VWEA is een onderdeel van de koepelorganisatie ODE (Organisatie Duurzame Energie).


ATB Automation Mechanics Motion Control

VANSICHEN

LINEAIRTECHNIEK


Safely. Pilz biedt diensten en oplossingen gedurende de hele levenscyclus van een machine door gebruik te maken van de Pilz Safety Lifecycle en beproefde componenten.

Training

Consulting

Engineering

Componenten

Safety Engineer Program

Risicobeoordeling

Hardware engineering

Veiligheidsrelais

Certified Machinery Safety Expert

CE markering

Programmering

PLC systemen

Veiligheidsconcept

Inbedrijfstelling

Sensor technologie

...

...

Visualisering

13849-1

....

...

ISO IEC EN ANSI

Pilz Belgium +32 (0)9 321 75 70 info@pilz.be www.pilz.be

Meer info over machineveiligheid? Stuur een mail naar info@pilz.be en ontvang het Pilz Safety Compendium.

Automation Magazine nr 209 (NL)  

Automation Magazine is in België de marktleider voor informatie over industriële automatisering en aandrijftechniek.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you