Skip to main content

MOVE - The Magazine

Page 1


OUD PROFVOETBALLER

MICHAEL BUSKERMOLEN

NADIA LEUS
‘‘EEN VROUW MAG OOK HOUDEN VAN MOTORSPORT’’

MUCH LOVE, THE MOVE EDITORS

Welkom bij deze bijzondere editie van MOVE, waar we de essentie van kracht en liefde verkennen. Kracht is niet alleen te vinden in fysieke prestaties of overwinningen; het schuilt ook in kwetsbaarheid, in het durven uiten van emoties en in de verbinding met anderen. In deze uitgave nodigen we je uit om de vele facetten van kracht te ontdekken. We delen verhalen van mensen die ons inspireren door hun veerkracht, vermogen en moed. Van persoonlijke verrhalen tot diepgaande interviews, we brengen je een magazine vol aan ervaringen die de kracht van de mens vieren.

Laat je inspireren om jouw eigen kracht te omarmen en te uiten. Want in de acceptatie van jezelf ligt een bron van energie en creativiteit.

Dit is MOVE.

Geniet van de reis.

Much Love, THE MOVE EDITORS

SENNA BUSKERMOLEN (18)
SELINA NAARDEN (21)
BENTE VAN DER LINDE (16)

4

OUD PROFVOETBALLER, MICHAEL BUSKERMOLEN OVER ZIJN TIJD IN AZ

ALS JE PASSIE PIJN WORDT. HOE GA JE DAARMEE OM?

RUDOLF NAARDEN, LIEFHEBBER VAN DE SNELHEIDSMONSTERS, MOTOREN.

6

DE WAARHEID ACHTER DE STUGGELS

VAN BLACKHAIR. LOVE OF HATE IT?

MOTORSPORT IS NIET ALLEEN VOOR MANNEN!

TOPSPORTER ZIJN EN EEN STUDIE VOLGEN. KAN NIET MAKKELIJK ZIJN.

12 18

‘‘HET WAS NOOIT MIJN DROOM OM PROFVOETBALLER TE WORDEN’’

Michael Buskermolen (52) is oud-voetballer bij de profclub ‘AZ.’ Hij begon op jonge leeftijd met voetballen en heeft zestien jaar lang in het betaald voetbal gespeeld. Hij houdt het record voor de meeste gespeelde wedstrijden voor AZ en heeft daarmee de titel ‘Mister AZ’ op zijn naam staan.

Tekst & foto’s: Senna Buskermolen

Hoe is je liefde voor voetbal begonnen?

‘Van kleins af aan, ik voetbalde iedere dag op straat, dat was het gene wat ik het allerliefste deed. Ik mocht zelfs op zesjarige leeftijd aansluiten bij een voetbalteam omdat ik al zo intensief bezig was met voetbal.’

Was het jouw droom om voetballer te worden?

‘Ik voetbalde bij een kleine club in Kudelstaart genaamd Rooms-katholiek door eendracht sterk (RKDES). Het was nooit mijn droom om profvoetballer te worden. Zelfs toen ik uitgenodigd werd voor de selectie van AZ, was ik nog niet bezig met het worden van een profvoetballer.’

Hoe was het om professioneel voetballer te zijn?

‘Ik kreeg een contract aangeboden, toen was ik ineens profvoetballer. Ik mocht elke dag trainen en was echt met een team bezig. Je leefde naar de wedstrijden toe en kwam op televisie, dat soort dingen maakten het alleen maar leuker.’

Hoe ben je bij AZ terechtgekomen?

‘AZ kwam op mijn pad omdat mijn trainer bij RKDES mij had getipt bij de club. Daarvoor had ik nog geen band met AZ. Toen ik daar begon, merkte ik wel dat het een enorm warme club was. Ik werd met open armen ontvangen en goed begeleid.’

Waarom ben je nooit naar een andere club gegaan?

‘Toen ik bij AZ kwam, stond het er financieel niet goed voor, maar dat gaf mij tijd om te wennen en mee te groeien met het niveau. Er werd steeds meer geïnvesteerd en er kwamen betere spelers. Toen ik echt goed begon te spelen, kwam er interesse van andere clubs, maar ik wist wat ik aan AZ had en zij aan mij.’

Hoe zag jouw leven buiten de trainingen eruit?

‘Ik wilde het maximale presteren, dat betekende thuis goed rusten en feesten overslaan. Ik zag dat nooit als nadeel. Voetbal was het leukste wat er was, en ik wilde presteren en had daar veel voor over.’

Wat voor gevoel krijg je als je nu het AZ-stadion inloopt?

‘Ik ben altijd een voetballer geweest die vooral het voetballen leuk vond, alles eromheen niet. Ik wilde niet in de spotlight staan. Als ik nu het stadion binnenkom, ben ik er om een wedstrijd te kijken, verder niet.’

Zijn er ook mindere momenten uit je carrière?

‘Ik herinner mij nog een moment dat ik met de halve finale van de Conference League een gele kaart kreeg en geschorst werd. Ik was woedend en vond de kaart onterecht. Het was verschrikkelijk om tijdens zo een belangrijke wedstrijd op de bank te zitten.’

Hoe ben je gestopt met professioneel voetbal?

‘Ik was 34, ik was geen basisspeler meer en mijn contract werd niet verlengd. Ik had toen twee keuzes: spelen bij een andere profclub of jeugdtrainer worden bij AZ. Ik koos voor dat laatste. Na een georganiseerde afscheidswedstrijd heb ik met vrede afscheid genomen van mijn carrière.’

Nu ben je gestopt, wat doet dat met de liefde voor de sport?

‘Je neemt wat meer afstand, je bent niet meer iedere dag met voetbal bezig. Hierdoor wordt de liefde automatisch minder. Toen ik stopte miste ik gelijk het team en het trainen. Als ik nu soms meedoe met een wedstrijdje, voel ik die passie van vroeger weer.’

Hoe zou je je voetbalcarrière in het kort omschrijven?

‘Het leukste wat ik ooit heb gedaan en zal doen. Ik zou het voor geen goud gemist willen hebben.’

‘‘DIT WAS HET LEUKSTE WAT IK

OOIT HEB GEDAAN EN IK ZOU HET

VOOR GEEN GOUD

GEMIST WILLEN HEBBEN’’

ALS PASSIE PIJN WORDT

‘‘

Tekst & foto’s: Senna Buskermolen

Duizenden topsporters moeten stoppen met het beoefenen van hun sport door fysieke klachten. Als topsporter is je sport je grote passie. Wat als je tijdens de training meerdere bewegingen niet mee kan doen, weken niet kan sporten of zelfs helemaal moet stoppen.

Lyvana Garrelts (18) is een van die sporters die hier dagelijks mee te maken heeft. Hoe is het om je passie niet meer te kunnen beoefenen door fysieke klachten?

Met een bescheiden en verlegen glimlach op haar gezicht neemt Lyvana plaats aan de keukentafel in haar kleine huiskamer. Ze speelt zenuwachtig met haar lange blonde haar en kijkt met een afwachtende blik vooruit.

Lyvana doet al aan ritmische gymnastiek vanaf het moment dat ze kan lopen. Ze leeft voor de sport, twintig uur per week is zij te vinden in de gymzaal. ‘Ik denk er niet eens meer over na, ik kom uit school en ik maak me klaar voor de training. Het is geen keuze meer, het hoort gewoon bij mijn leven.’

Ook Lyvana heeft elke dag last van fysieke klachten door hoge inspanning. Door de blessures krijgt ze te maken met allerlei angstige gedachten. ‘Dit is het einde van mijn sportcarrière,’ en ‘Wat als de pijn nooit meer over gaat?’ Lyvana zegt dat deze gedachten regelmatig door haar hoofd spoken. Ook de emotie jaloezie komt vaak te pas als ze door een blessure aan de kant moet toekijken hoe haar teamgenoten trainen. ‘Waarom ik en niet de anderen?’ De angst voor het moeten stoppen met haar grote passie blijft enorm.

Het tijdschrift ‘Gedragstherapie’ meldt dat in de topsportwereld de nadruk te vaak wordt gelegd op het opzoeken van je fysieke grenzen. Jonge topsporters leren hierdoor vroeg om hun lichamelijke klachten te negeren en hebben te kampen met grotere fysieke blessures in hun verdere carrière. Deze informatie gaat hand in hand met het onderzoek afgelegd door de Universiteit van Utrecht en het Mulier Instituut; hieruit blijkt dat meer dan een derde van de ex-topsporters noodgedwongen moesten stoppen, waarbij een fysieke blessure een van de meest voorkomende redenen is. Uit het rapport ‘Sportblessures in Nederland’ van VeiligheidNL bleek dat 1 op de 10 sporters in Nederland rondloopt met een blessure, waarvan ruim de helft valt onder een ernstige blessure en leidt tot een medische behandeling of het moeten beëindigen van de sportcarrière. Het moeten stoppen met je grote passie kan een grote leegte achterlaten. ‘TeamNL@works’ biedt daarom professionele psychologische hulp aan sporters die stoppen met topsport om te voorkomen dat ex-topsporters hierna in een zware periode terechtkomen.

Fysiotherapeut Annemiek van Vegten kan zeker stellen dat het moeten stoppen met sporten zwaar kan zijn. Ze merkt dat als zij aan een cliënt adviseert om door een blessure minder te trainen, dat ze dat negeren. ‘Ze willen het niet horen, pas als meerdere personen het zeggen, zoals dokters en therapeuten, dan gaat het tot ze doordringen. In de topsportwereld is het genormaliseerd om te sporten met pijn en fysieke klachten. Als sport je leven is dan verlies je je identiteit. Hierdoor kiezen veel sporters ervoor om de fysieke klachten te negeren en tanden te bijten.’

Lyvana kan hierover meepraten. Ze heeft al jaren een ernstige liesblessure die is ontstaan door overbelasting. ‘Niemand wist wat het was tot afgelopen jaar. Ik heb een labrumletsel in mijn lies, de enige manier om de pijn te stillen is een operatie, waarna ik zou moeten stoppen met trainen. Toen ik dat hoorde stortte mijn wereld in, ik zie stoppen niet als een optie. Nu ga ik gewoon door de pijn heen omdat ik toch weet dat het niet over gaat. Als topsporter moet je doorgaan en moet je kunnen trainen met pijn.’ Lyvana geeft toe dat de pijn van haar blessure invloed heeft op haar dagelijkse leven. ‘Ik voel mijn lies met elke stap die ik zet, ik weet dat dit niet normaal is maar ik wil me niet aan de pijn overgeven omdat dat het einde van mijn sportcarrière betekent.’

‘‘HET

IS GEEN KEUZE MEER, HET HOORT GEWOON BIJ

MIJN

LEVEN’’

Dat Lyvana nog geen afscheid durft te nemen van haar passie vindt sportpsycholoog Julie Zels zeker niet gek. ‘Het is belangrijk dat ex-topsporters een nieuwe focus zoeken. Als een sporter van alles naar niks gaat, kan het verliezen van zo’n grote passie aanvoelen als een rouwproces omdat de sport toch een bepaalde plek in het hart van een sporter heeft.’ Julie vertelt dat het moeten stoppen door fysieke klachten vooral een slechte invloed heeft op het vertrouwen in jezelf en in je lichaam. ‘Sporters vragen zich af waarom juist hun lichaam de inspanning niet aan kan en hebben moeite met de oncontroleerbaarheid van hun blessures. Hierdoor kunnen ze bijvoorbeeld de controle gaan zoeken in andere dingen zoals voeding, waardoor sommige sporters een eetstoornis ontwikkelen als gevolg.

Dit gebeurde ook bij Valeria Baars (18), een blonde meid met een Russisch uiterlijk. Ze neemt plaats aan haar ronddraaiende bureaustoel, ze draait haar torso van links naar rechts terwijl haar ellebogen rusten op haar bureau. Valeria heeft een tijdje geleden haar ritmisch gym carrière tijdelijk op stop moeten zetten vanwege een eetstoornis. Haar lichaam deed door een gebrek aan voedingsstoffen fysiek niet meer wat ervan verwacht werd en moest noodgedwongen stoppen. Haar wereld stond een tijdje compleet stil. ‘Ik was het vertrouwen in mijn eigen lichaam helemaal kwijt. Mentaal wilde ik nog door met sporten maar fysiek was ik uitgeput. Ik voelde me machteloos omdat ik niks anders kon doen dan wachten tot ik fysiek hersteld was. Ik wist niet wat ik met al die vrije tijd aan moest en had veel moeite om iets anders te vinden waar ik mijn tijd in wilde stoppen.’

Lyvana denkt voorlopig niet aan stoppen. Ze komt met haar rode en bezwete hoofd de gymzaal uitgelopen met een geforceerde glimlach op haar gezicht. Haar moeder vraagt hoe de training was. ‘Niet goed,’ zegt Lyvana. ‘Ik had veel last van mijn lies. Het is zo vernederend om de hele tijd een vervangende oefening te moeten doen.’ Lyvana probeert positief te blijven, maar voelt dat haar lichaam haar in de steek laat en haar droom om Nederland te vertegenwoordigen op het EK onmogelijk maakt. ‘Elke training is een strijd, de pijn aan mijn lies weerhoudt me ervan om de volledige passie voor mijn sport te ervaren maar de topsporter in mij blijft doortrainen.’

‘‘ELKE TRAINING IS EEN STRIJD’’

‘‘HET MAAKT NIET UIT WAT

ER GEBEURT. IK GÁ MOTORRIJDEN.

Een passie, affectie of een ‘houden van’. Je zou kunnen zeggen dat iedereen dat wel heeft. Al is het niet een gevoel vóór iemand, kan het de liefde zijn voor iets. Zo heeft Rudolf Naarden (55) ook een liefde, namelijk het gevoel van snelheid. Of eerder voor zijn geliefde motoren. Maar hoe is deze affectie ontstaan en schuilt er dan echt geen angst?

Tekst & foto’s: Selina Naarden

Wanneer begon de liefde voor motoren?

“Ik heb altijd een passie gehad voor motoren en snelheid, maar ik had er nooit tijd voor. Tot dat er een collega met een Harley Davidson naar werk kwam. Dat was dé dag dat ik zei: ‘Ja! Maakt niet uit wat er gebeurt, ik ga motorrijden.’ Toen heb ik me ingeschreven voor motorrijlessen. Na heel wat lessen heb ik mijn eerste motor gekocht. Dat was vijf jaar geleden. Inmiddels heb ik veel ervaring opgebouwd.”

Hoe was je eerste keer op een motor?

“Dat was tijdens allereerste motorrijles en ik was niet bang. Ik stapte erop en wilde graag leren.

Het was even wennen want ik had nog geen ervaring en ik ben op een leeftijd waarbij ik op de zwaardere motoren mag rijden. Het was dus meteen oefenen op ‘de grote jongens’.

Maar ik had niet willen beginnen op een lichte motor; dat is niks voor mij.”

Welke motoren heb je nu?

“Ik heb 2 motoren: de Triumph Speed Triple 1015 en een Yamaha XJ 600 Diversion uit 1993. De Yamaha heb ik zelf gerestaureerd en gepersonaliseerd. Ik heb die uit elkaar getrokken en weer in elkaar gezet. Ik ben jarenlang automonteur geweest, dus sleutelen kan ik wel. Er zit nog wel een paar uur werk in maar hij ligt nu ‘even op de plank’ tot ik er weer tijd voor heb.”

Wat maakt motorrijden zo speciaal?

“De snelheid. Je zit op een machine met een enorm vermogen en jij kunt bepalen hoe snel het gaat. Je laat alles en iedereen achter je. Ook ben ik redelijk klaar met auto’s. Sinds mijn zeventiende zat ik in de autowereld. Nu wil ik graag naar het fijnere werk.”

Al die snelheid, maar helemaal geen angst?

“Ik heb altijd een gevoel van gezonde angst. Dat móet je hebben, anders rijd je jezelf dood. Mijn ademhaling gaat 5 keer sneller als ik ‘angst’ voel. Maar toch ben ik ontspannen. Als je 200 km/u gaat is het spannend, maar je voelt een soort rust. Het spannende komt wanneer je een bocht nadert! Dan begin je echt wel sneller te ademen.”

Heb je ongelukken gehad op de motor?

“Gelukkig niet. Ik ben wel een paar keer omgevallen. Ik wilde afstappen, maar de grond was lager dan verwacht. En als een motor valt houd je dat niet tegen. Dus daar lag ik met een motor op me.

Ik kon er gelukkig onderuit kruipen. Maar dan moet je een ding van ongeveer 250 kilo omhoog zien te tillen. Er was niemand om me heen om me te helpen. Op dat moment gaat er zoveel adrenaline door je heen, dat je een soort ‘Hulk-instinct’ krijgt.

Gelukkig ben ik er met een paar krassen vanaf gekomen.”

Heb je een gouden tip die je wil delen?

“Heb lol. Wees niet bang om gas te geven of om bochten te nemen. Voel wat een motorrijder voelt en zwaai naar andere motorrijders. Je kent ze niet, maar je hebt genoeg vrienden op de weg. Wees niet bang, maar voorzichtig. En leg geld opzij; het is een dure hobby!”

‘‘LICHTE MOTOREN ZIJN NIKS VOOR MIJ, GEEF MIJ MAAR HET ZWARE WERK’’
Rudolf zijn ‘mancave’.

CMinder dan twintig procent van de mensen heeft krullend haar.

Maar wat als het moeilijk voor je is om krullen te accepteren? En heeft dit invloed op iemands zelfbeeld?

“Ik had geen voorbeeld waar ik naar op kon kijken.”

andice Hunsel (23), een jonge vrouw met een bos krullen en een brede glimlach. Haar bed is opgemaakt en daarnaast staat een make-up tafel met gloeiende lampen op de spiegel. Haar haarproducten staan op een rijtje voor de spiegel. “In Nederland opgroeien met krullen was lastig voor mij. Er zijn verschillende culturen hier en de vriendinnen die ik vroeger had, hadden allemaal stijl haar. Er was geen voorbeeld om naar op te kijken of om ervaringen mee te delen.”

Toen ze jong was, wist ze niet wat goed werkte voor haar haartype. Daarom had ze als jong meisje haar haren laten relaxen. Volgens HairBeautySuite is dit een methode die wordt toegepast om kroeshaar te ontkroezen, waardoor het haar stijl wordt. Dit is ongezond voor het haar en verandert de volledige haarstructuur van een persoon.

“Ik deed dit zodat mijn moeder makkelijker mijn haar kon verzorgen en ik vond het prachtig. Ik had eindelijk het haar dat iedereen had. In de ochtend moest ik alleen een borstel erdoorheen halen en ik was klaar.” Onder andere door deze methode heeft Candice een tijd haar krullen verwaarloosd.

Sinds vijf jaar leert ze zichzelf accepteren met krullen en terug te gaan naar haar natuurlijke roots. “Ik was eraan gewend geraakt tot mijn achttiende. Toen besefte ik wat ik eigenlijk had gedaan. Mijn haar was lang geworden en het hebben van krullen kwam ‘in’, dus toen besloot ik om weer terug te gaan naar krullen. Zodat ik één van de meiden was met krullen.”

Ze ging op zoek naar manieren om weer leven in haar krullen te wekken. Dit was een lastige zoektocht, aangezien niemand in haar omgeving krullen heeft zoals zij. Gelukkig vond ze hierin haar passie en ontdekte ze hoe leuk ze het vond om onderzoek te doen naar haar krullen.

‘‘IK HAD EINDELIJK HET HAAR WAT IEDEREEN HAD’’
Tekst & foto’s:
Selina Naarden

Toen Candice besloot om weer terug te gaan naar haar bos krullen, zag ze verschillende dingen langskomen op bijvoorbeeld Instagram of Pinterest.

“Ik zag meiden met krullen. Dat heeft mij laten inzien dat het wel mooi kan zijn. Het is puur hoe je ermee omgaat.”

Sociale media gebruiken als een hulpmiddel in haar zoektocht werkte wel, maar dit had ook zijn nadelen. Zo maakte dit haar ook onzeker. Ze had toegang tot een groot aanbod aan inspiratie. Hierdoor kon ze niet meer haar eigen haartype ertussen vinden. De haarstijlen die ze tegenkwam, waren vooral bedoeld voor stijl haar. “In mijn gedachten leek je met stijl haar meer volwassen en mooier. Krullen straalden meer het jeugdige uit. Ik associeerde het daarmee en dat was helemaal niet goed.”

‘‘

Niet alleen het internet maakt haar onzeker. Als tiener maakte ze ervaringen mee die niet altijd positief waren.

Af en toe zorgden die ervaringen ervoor dat ze haar krullen anders ging dragen naar school. Ze kan er alleen maar blij mee zijn dat ze de negatieve opmerkingen niet goed meer kan herinneren.

“Ik zal altijd het gevoel onthouden toen ik dat soort opmerkingen kreeg. Gelukkig heb ik er niet veel gehoord, maar als je, net zoals ik, gevoelig bent voor dat soort dingen, blijven zelfs de kleinste gevoelens hangen.” Tegenwoordig voelt Candice zich haarzelf en heeft ze haar krullen geaccepteerd.

“Het hebben van krullen kost tijd, geduld en moeite. Maar met de juiste informatie kom je al een heel eind.”

Haar Surinaamse roots betekenen veel voor haar.
Candice spendeert soms anderhalf uur voor de spiegel om haar krullen ‘perfect’ te krijgen.
Na het onderdrukken van haar natuurlijke roots.
Gaat ze nu graag naar de markten opzoek naar cultuur.

Uit onderzoek van de Koninklijke Algemene Nederlandse Kappersorganisatie (ANKO) blijkt dat elf procent van de Nederlanders krullend haar heeft en twee procent kroeshaar. De ANKO zegt ook dat 39% van de Nederlanders zijn of haar zelfvertrouwen laat beïnvloeden door het haar. Hier kan het Nederlands Jeugd Instituut over meepraten. Daar is uitgekomen dat veertig procent van de jongeren hun zelfbeeld laat beïnvloeden door sociale media en door onder andere het uiterlijk van anderen. Het blijkt dus dat het haar en uiterlijk meer invloed hebben op de mens dan je zou denken.

Ook Rashida Mamam, professioneel braider en eigenaresse van Braided.in, merkt dit op. Rashida heeft dagelijks verschillende mensen in haar stoel zitten. Vaak komen haar klanten met bekende artiesten als inspiratiebron naar haar toe. “Ik merk dit op als bekende mensen hun haar accepteren. Klanten willen dan ook meer vlechten of haarstijlen uitproberen. Ook zie ik dat klanten geïnspireerd raken als ze zien hoe anderen hun haar verzorgen. Ze krijgen een beeld van: ‘oh, het kan toch wel!’”

‘‘HET IS BELANGRIJK DAT IEDEREEN DOET WAT ZE ZELF MOOI VINDEN.

Kapster, braider en eigenaresse Carla van afro shop Carla Alafo Hair Fashion vertelt dat het zelfbeeld van een persoon grotendeels wordt aangepast door de mensen om hen heen.

“Het is niet het haartype dat iemand onzeker maakt; het komt omdat er weinig aandacht voor is. Als je niet comfortabel opgroeit met kroeshaar of krullen, zal dit lastiger voor je zijn om jezelf volledig te accepteren. Het is belangrijk dat iedereen doet wat ze zelf mooi vinden. En niet iemand belachelijk maken met iets waar je zelf jaloers op bent.

Een winkel op de markt met een grote hoeveelheid haarproducten.

‘‘HET IS MIJN CULTUUR, IDENTITEIT, HERKENNINGSPUNT EN HOBBY. IK VOEL ME MIJZELF
MET BLACKHAIR’’

Jaden Linger (21) kan Candice goed begrijpen. Als klein jongetje had hij groot haar en veel klitten. Dit herinnert hij zich nog goed uit zijn kindertijd. Gelukkig had hij wel iemand die hem vanaf jongs af aan leerde hoe hij moest omgaan met zijn haar. “Mijn moeder heeft hetzelfde type haar als ik. Zij heeft mij geleerd hoe ik dit zou kunnen aanpakken. Toen ik jong was, deed zij altijd mijn haar. Als klein eigenwijs jongentje had ik daar totaal geen zin in. In mijn tienerjaren ben ik dit gaan overnemen en leerde zij mij dingen. Uiteindelijk kon ik zelf mijn haar verzorgen.”

Zijn moeder leerde hem verzorgingsmanieren zoals: één keer per week zijn haar wassen, veel het haar doorborstelen om heftige klitten te voorkomen en natuurlijke producten gebruiken. Toen Jaden zijn haar langer begon te worden, kwam zijn vader met het idee om vlechten te nemen. Hij had een nieuwe passie gevonden.

Ook Jaden heeft zijn haar nu volledig geaccepteerd en kan zich ook niks anders voorstellen. Zijn vlechten hebben dan ook verschillende betekenissen voor hem. Het is zijn cultuur, zijn identiteit, een herkenningspunt en een hobby.

“Ik voel mij goed met mijn haar. Met braids of krullen ben ik mijzelf en ik houd er ook van. Voorlopig ga ik geen gekke dingen doen met mijn haar en houd ik het bij mezelf.”

“LAAT JE NIET AFSCHRIKKEN DOOR MENSEN DIE DENKEN DAT

ZE ALLES

WETEN”

Nadia Leus (17) heeft een grote liefde voor motorsport. Ze neemt het op tegen vooroordelen in een door mannen gedomineerde sport. Ze ervaart regelmatig de uitdagingen van een vrouw in deze wereld, maar dat houdt haar niet tegen. Tekst & foto’s:Bente van der Linden

Hoe is jouw liefde voor motorsport ontstaan?

“Ik heb motorsport ontdekt omdat mijn vader het heel leuk vindt. In eerste instantie vond ik het niet leuk, totdat ik een specifieke race, die van Silverstone, keek. Die vond ik toen zo leuk dat ik zelf de races ben gaan kijken.”

Hoe heeft jouw betrokkenheid bij motorsport jouw leven beïnvloed?

“Mijn weekenden zitten een beetje vol. En professioneel, mijn baas kijkt ook altijd Formule 1, dus het staat bij ons op werk ook altijd op. Als ik niet de tijd heb om het te kijken, krijg ik de race nog steeds een beetje mee.”

Zijn er bepaalde races die op jouw bucketlist staan?

“Ik wil heel graag naar een Formule1 race. Zandvoort is het dichtst bij maar daar zou ik niet heen willen. Spa (België) vind ik ook niet echt een leuk circuit. Misschien Oostenrijk of Hongarije. Ik vind die circuits zelf heel leuk, mijn ouders zijn ook naar Oostenrijk geweest, dus daarom zou ik dat wel heel leuk vinden want die hebben het daar echt geweldig gehad.”

Zijn er specifieke uitdagingen waar jij als vrouw die motorsport leuk vindt, mee te maken hebt gehad?

“Het is wel als je het erover hebt met mensen dat je het leuk vindt, dat je allemaal van die vragen krijgt over motorsport alsof je achterlijk bent, omdat meiden het ‘alleen voor de coureurs’ kijken, dus dan krijg je vaak rare vragen zoals ‘Wat is DRS?’ en ‘Wat is een pitstop?’. Dat vind ik best wel irritant.”

Hoe blijf je gemotiveerd als vrouw in een door mannen gedomineerde sport?

“Ik ga gewoon heel graag in discussie met mensen. En het is zo dat 70% van alle mannen je als minderwaardig ziet in de motorsportindustrie, omdat vrouwen die van auto’s houden, dat klopt niet helemaal volgens hen, dus daar trek ik me niks van aan. Maar er is ook nog 30% aan leuke mensen die blij zijn om mensen te ontmoeten die dezelfde passie hebben. Dus die mensen zijn er wel, en als je even op zoek gaat dan vind je die.”

Wat vind je van de manier waarop vrouwen, die racen in de motorsport, gerepresenteerd worden?

“Dat is er niet heel veel. De representatie die er is, is alleen in lagere categorieën. Ze hebben een eigen categorie, maar ze racen ook gewoon tegen mannen. Dat vind ik wel fijn, dat er niet gedaan wordt alsof ze niet op hetzelfde level kunnen zitten en dat de meiden ook vaak genoeg hoog belanden in bijvoorbeeld de Formule 4.”

Welk advies zou je willen geven aan jonge meiden die geïnteresseerd zijn in motorsport?

“Gewoon doen, ik vind dat badass. Laat je niet afschrikken door mannen die denken dat ze alles weten; blijf doorgaan als motorsport je blij maakt.”

Als je één ding zou kunnen veranderen aan motorsport, wat zou dat dan zijn?

“Ik zou graag willen dat motorsport toegankelijker is voor verschillende mensen, want als je kijkt naar de achtergrond van de meeste coureurs, dan valt het op dat die meestal uit een motorsport of rijke familie komen. Ik denk ook dat er dan meer talenten boven komen drijven en dat vrouwen dan meer kansen krijgen.”

‘‘ZE STELLEN MIJ ALLEMAAL VRAGEN, ALSOF IK ACHTERLIJK BEN’’

EEN BALANS TUSSEN BAL EN BOEK

Het is moeilijk om op adem te komen als je in een wedstrijd zit, maar nog moeilijker als je school en sport balanceert. Jongeren die intensief sporten, zoals volleybalster Sarah Wenmaekers, hebben vaak te maken met een dubbele belasting. Het combineren van schoolwerk met hun passie voor sport is een uitdaging die zowel fysiek als mentaal haar tol eist. Toch blijven zij, gedreven door hun liefde voor de sport, keer op keer vechten om beide werelden succesvol te combineren.

Een schelle fluit galmt door de sporthal.

De tegenstanders van Sarah Wenmaekers springen juichend in de lucht, terwijl het scorebord het verlies van haar team toont: 25-22. Sarah, 17 jaar, leunt zwaar tegen het bruine houten bankje naast het volleybalveld, haar rood-met-gele tenue plakt van zweet aan haar huid. Haar gezicht rood van de inspanning, maar haar ogen zoeken direct haar medespelers. Ze weet dat ze, zelfs nu, haar team moet aanmoedigen en uitleggen wat de volgende keer beter moet. In plaats van moedeloos op te geven, komt Sarah overeind, terwijl het plezier van de tegenstanders in haar oren echoot.

‘‘

De balans tussen intensieve sport en schoolwerk kan voor veel jonge sporters zwaar drukken. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) meldt dat slechts 40 procent van de achttien- tot vijfentwintigjarigen voldoet aan de beweegrichtlijnen. Daarbij blijkt uit het onderzoek van Mulier Instituut in het onderzoek: ‘Psychische gezondheid, bewegen en sport’ dat 10 procent van deze sporters zich mentaal ongezond voelt. Voor jongeren tussen de twaalf en zeventien jaar stijgt dit percentage zelfs naar 36 procent. Die mentale druk is een realiteit waar veel jonge sporters mee worstelen.

Tekst & foto’s: Bente van der Linden

Voor Sarah Wenmaekers betekent deze druk wekelijks rond de zeven uur trainen en spelen, terwijl ze ook aan haar VWO-eisen moet voldoen. “Het gebeurt vaak dat mijn trainingen en wedstrijden overlappen met schoolwerk,” legt ze uit.

Volleybal veroorzaakt regelmatig stress over schoolwerk, vooral omdat ze het gevoel heeft dat de tijd die ze aan de sport besteedt eigenlijk aan studeren besteed zou moeten worden. Tegelijkertijd biedt volleybal haar een uitweg voor haar dagelijkse “struggles”.

“Je vergeet de andere problemen in je leven,” zegt Sarah. Toch is het moeilijk om mentaal te herstellen van een slechte wedstrijd of training. Haar oplossing? Bespreken met haar team wat beter kan. En doorgaan, zelfs als ze geen zin heeft. De steun van haar ouders, trainer en leraren is hierbij essentieel. “Ze moedigen me aan om door te gaan en mijn passies te blijven volgen,” vertelt ze met een glimlach.

Eric Gerssen, volleybaltrainer, legt uit hoe hij jonge spelers helpt omgaan met prestatiedruk en teleurstelling. “Het is belangrijk om een wedstrijd aan te vliegen alsof het elke andere wedstrijd is. Ik stel ze gerust en benadruk hun sterke punten,” vertelt hij. Bij verlies helpt hij zijn spelers door samen terug te kijken en haalbare verbeterpunten te formuleren.

Zelfvertrouwen speelt een cruciale rol, zegt Eric.

“JE VERGEET DE ANDERE PROBLEMEN IN JE LEVEN”

Hij werkt eraan door doelen te stellen en spelers te complimenteren wanneer ze die behalen. Maar wat als iemand faalangst heeft?

“Ik gebruik ademhalingsoefeningen en start trainingen met simpele opdrachten die binnen hun macht liggen,” legt hij uit. Wanneer blessures of tegenslagen op komen dagen, moedigt hij spelers aan om afleiding te zoeken en de dingen te trainen die ze wél kunnen.

“Plezier is het belangrijkst,” benadrukt hij, “zonder plezier komt er geen prestatie.”

Als een speler mentaal overbelast raakt, kiest hij ervoor om de intensiteit te verlagen en terug te gaan naar de basis: plezier maken.

Thijs Jousma, een vijftienjarige voetballer, heeft recent te maken gekregen met de uitdagingen van blessureleed. Hij speelt ook ongeveer zeven uur per week voetbal, maar een blessure aan zijn hamstring heeft hem voorlopig buitenspel gezet. “Ik mag zeven weken lang geen wedstrijden spelen en moet rustiger aan doen tijdens trainingen,” zegt hij. De blessure heeft niet alleen zijn sportleven, maar ook zijn schoolleven beïnvloed. Hij moest met krukken lopen en voelde zich ongemotiveerd om naar school te gaan, vooral omdat de gangen druk waren en hij constant tegen anderen aanliep. Toch heeft de blessure hem ook gemotiveerd om sterker terug te komen. “Ik heb meer tijd over voor school,” merkt hij op, hoewel hij een groot deel van die tijd moet besteden aan herstel.

Zijn fysiotherapeut heeft hem oefeningen gegeven en benadrukt hoe belangrijk rust en slaap zijn. “Ik slaap niet per se meer, maar ik lig wel meer in bed,” zegt Thijs. Zijn coach en trainer spelen een cruciale rol in zijn herstelproces, maar Thijs weet dat hij zelf ook verantwoordelijk is voor het bewaken van zijn grenzen, zeker als aanvoerder van zijn team.

Het perspectief van een fysiotherapeut is essentieel om jonge sporters als Sarah en Thijs goed te begeleiden.

Fysiotherapeut Anouk Slijkerman werkt dagelijks met jonge sporters zoals Thijs en Sarah.

“Het is een leuke, fanatieke doelgroep die veel verwacht, van de therapie én van zichzelf,” vertelt ze. “Herstel gaat voor hen altijd te langzaam.” Anouk legt uit hoe belangrijk het is om het lichaam de tijd te geven om te herstellen.

“Inzicht krijgen in inspanning en ontspanning is essentieel,” benadrukt ze. Voeding en slaap spelen een grote rol in herstel.

“Slaap is belangrijk voor fysiek herstel, vooral de diepe slaap,” legt ze uit. Goede voeding is de brandstof die het lichaam nodig heeft.

Ze adviseert sporters om goed naar hun lichaam te luisteren. “Als je lichaam moet schreeuwen, ben je al te laat,” waarschuwt ze. Blessurepreventie en herstel vereisen een slimme aanpak: op het juiste moment trainen en niet harder, maar efficiënter werken.

‘‘

“IK BLIJF DOORGAAN, ZELFS ALS HET ZWAAR IS”

Terugkijkend op haar uitdagingen, weet Sarah dat het om meer draait dan alleen winnen of verliezen. Het gaat om de discipline om door te zetten wanneer het tegenzit, de veerkracht om steeds weer op te staan na een tegenslag, en het hebben van een hecht netwerk van steun dat haar erdoorheen sleept. De lessen die ze uit het volleybal haalt, zijn waardevol voor haar hele leven: omgaan met druk, leren van fouten, en groeien als sporter én persoon.

“Ik blijf doorgaan, zelfs als het zwaar is,” zegt ze vastberaden. Voor Sarah is de liefde voor volleybal nog steeds groter dan de obstakels die ze onderweg tegenkomt, en juist die liefde houdt haar gemotiveerd om het beste uit zichzelf te halen, zowel op het veld als daarbuiten.

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
MOVE - The Magazine by Selina Naarden - Issuu