Page 1

“THE DUTCH WAVE”

ONDERZOEKSRAPPORT


Onderzoeksrapport

“THE DUTCH WAVE”

Colofon Auteur: Roy Polman Roy.polman@wur.nl Matt van Duifhuizen Matt.vanduifhuizen@wur.nl Begeleider Van Hall Larenstein: Jan van Merriënboer Hogeschool Van Hall Larenstein, Velp Opleiding Tuin- & en landschapsinrichting Afstudeeropdracht (4e jaar), Juni 2015


SAMENVATTING ‘The Dutch Wave’ is een Nederlandse ontwerpstijl. Het is een stroming in de Nederlandse tuincultuur waarbij vier Nederlandse planten en natuurliefhebbers als hoofdrolspelers worden gezien van deze beweging. Deze groep mensen gebruikten de natuur als inspiratiebron. Na de tweede wereldoorlog rond de jaren 70 was er in Nederland een nieuwe generatie kwekers en tuinontwerpers die een antwoord hadden op de vraag wat een tuin nog meer zou kunnen zijn. Zij keken hoe je beter rekening kon houden met de natuurlijke omstandigheden op de plaats waar je een tuin aanlegt. The Dutch Wave is een reactie op de bestaande tuinregels. De meeste tuiniers, ontwerpers of opdrachtgevers maken een tuin die er netjes en geordend uitziet en waar alles onder controle is, geheel volgens tradities in de tuinwereld. De opvatting van de beweging ‘The Dutch Wave’ zijn echter tegenovergesteld en gaan over het creëren van natuur in de stedelijke gebieden. ‘The Dutch Wave’ is een tegenbeweging op het naoorlogse rationele denken. Het rationele denken na de oorlog heeft geresulteerd in groenstructuren met een rechtlijnig karakter zonder identiteit. Bij ‘The Dutch Wave’ wordt er inhoudelijke waarde gegeven aan de plek. Er wordt een patroon tot stand gebracht waarbij wordt gestreefd een bepaalde sfeer neer te zetten die gelijkend is aan een natuurlijke omgeving. Het doel hierbij is om een zo natuurlijk mogelijk uitstraling te creëren. De beweging die in Nederland gaande was waarbij de natuur werd gebruikt als inspiratiebron, was ook gaande in Engeland en Duitsland. Er waren per land verschillende kenmerken te noemen die passen bij de cultuur en de denkwijze van een land. Doordat Nederland goed Engels en Duits spreken en lezen en echte reizigers zijn, waren zij in staat om de stroming in beide landen te analyseren en daar hun gewenste eigenschappen uit toe te passen. ‘The Dutch Wave’ bestaat uit een grote groep enthousiaste gelijkgestemde tuinontwerpers, kwekers, fotografen, zaadtelers en een filosoof die allemaal op hun eigen wijze de natuur als inspiratieborn gebruikten. Kwekers kweekte beplanting die gelijkend was aan de natuurlijke soort, ontwerpers maakte beplantingsplannen die verwant waren aan de natuur en fotografen legden de natuurlijke landschappen vast, waarna de ontwerper deze foto’s weer konden gebruiken als inspiratiebron. Ook zorgde de fotografen ervoor dat er bij de verschillende artikelen die werden geschreven over ‘The Dutch Wave’ aantrekkelijke foto’s werden gevoegd. De kracht van ‘The Dutch Wave’ is dat de groep bestaat uit individualistische mensen die elkaar inspireren en versterken. Het is geen systeem of methode die gekopieerd kan worden maar de kennis en passie van de verschillende individuen zijn de kracht waarbij de natuur de gezamenlijke inspiratiebron is. Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

5


RESUME ‘The Dutch Wave’ is a Dutch Design style. It’s a movement in the Dutch garden culture in which four Dutch plants and nature lovers are being seen as the protagonists of the movement. This group of people were using nature as a source of inspiration. After the second world war, around the 70s there was a new generation of growers and garden designers in the Netherlands who had an answer to the question of what else might be outside. They investigated how you could take the natural conditions of a location better into account. The Dutch Wave is a reaction on the existing garden rules. Most gardeners, designers and clients create a garden that looks neat and organized and where everything is under control, all according to tradition in the garden world. The conception of the movement ‘The Dutch Wave’ are opposite to this idea and go about creating nature in the urban areas. ‘The Dutch Wave’ is a counter movement on postwar rational thought. Rational thinking after the war has resulted in green structures with a straightforward character without any form of identity. In the Dutch Wave there is intrinsic value given to the location. There is a pattern being accomplished aiming to set a certain mood which is similar to the natural environment. The aim is to create a look which is as natural as possible. The movement that was happening in the Netherlands where nature was used as a source of inspiration, was also going on in the United Kingdom and Germany. Every country has different characteristics according to their fit with the culture and mindset of a country. Because Dutch people are generally good at reading and speaking English and German, and because Dutch are a traveling people, they were able to analyze the flow in both countries and could therefore apply the desired properties. ‘The Dutch Wave’ is composed of a large group of like-minded enthusiastic garden designers, growers, photographers, seed growers and philosophers who all use nature as a source of inspiration in their own way. Growers cultivated plants which were similar to the natural kind, designers made planting plans that were related to the nature and photographers captured the natural landscapes. The pictures were important to ensure that the various articles written about ‘The Dutch Wave’ would have a selection of attractive pictures. The power of ‘The Dutch Wave’ is that the group consists of individualistic people who inspire and strengthen each other. It is not a system or method that can be copied, but the knowledge and passion of the various individuals are the force for whom nature is de common source of inspiration.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

7


INHOUD 1 Inleiding

11

Wat is de Dutch Wave Aanleiding onderzoek Onderzoeksvragen Onderzoeksmethode

11 12 13 14

2 Dutch Wave in historisch perspectief

16

Geschiedenis Dutch Wave 17 Inspiratiebronnen Dutch Wave 18 Een tegenbeweging op het naoorlogse systematisch denken 23 The Dutch Wave, een groep in een groter geheel 25

3 Samenstelling Dutch Wave

29

Inleiding 29 Biografie filosoof Rob Leopold 31 Biografie ontwerpers 35 Kwekers/fotografen 44

4 Ontwerpprincipes van de ontwerpers

45

Ontwerpprincipes Henk Gerritsen 45 Ontwerpprincipes Piet Oudolf 52 Ontwerpprincipes Ton ter Linden 60 Gezamenlijke ontwerpprincipes 71

5 Gezamenlijke uitgangspunten beplanting

73

Vaste planten in het verleden en de toekomst 73 Technische selectiecriteria beplanting Dutch Wave 74 Visuele selectiecriteria beplanting Dutch Wave 74 Beplantingstype Dutch Wave 75 Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

8


6 Projecten van de ontwerpers

78

Henk Gerritsen - Prione tuinen 78 Ton ter Linden - Tuinen van Ton ter Linden 84 Piet Oudolf - Bernepark 88

7 Dutch Wave VS Nieuwe Duitse Stijl

92

De Hermannshof 94 De Nieuwe Duitse Stijl 95 Conclusie vergelijking 97

8 Conclusie 99 9 Evaluatie onderzoek 103 Dankwoord 105 Literatuurlijst 107 Bijlagen 117

1.Algemene omschrijving geïnterviewde betrokkenen 117

2.Traditionele tuinregels versus tuinregels Dutch Wave 121 3.Regels Cassian Schmidt 132 4.(Duitse) Hansen-Mussel systeem 134 5.Vaste vragenlijsten Dutch Wave 136

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

9


1

INLEIDING 1.1 Wat is de Dutch Wave? ‘The Dutch Wave’ is een Nederlandse ontwerpstijl. The Dutch Wave ook wel ‘Het nieuwe tuinieren of Hollandse Vasteplantengolf’ genoemd is een stroming in de Nederlandse tuincultuur. Vier Nederlandse planten- en natuurliefhebbers worden als hoofdrolspelers gezien van deze beweging: Henk Gerritsen, Rob Leopold, Ton ter Linden en Piet Oudolf. Zij werkten vanaf ca. 1970 in eerste instantie onafhankelijk van elkaar maar later ook wel samen, en begonnen de bestaande tuincultuur (plantengebruik en ontwerp) te vernieuwen. Volgens de ontwerper Henk Gerritsen en Piet Oudolf was de The Wave een tegenbeweging op de bestaande tuinregels. De beweging werd vooral gekenmerkt door vernieuwing in sortiment en toepassing. De Zweedse botanicus Rune Bengtsson gaf de groep in 1992 de naam Den Holländska Perennvågen, letterlijk de Hollandse vasteplantengolf, of the Dutch Wave. De vier streefden naar het gebruik van een combinatie van vaste planten, eenjarige, siergrassen en bolgewassen, met het idee dat de beplanting het gehele jaar door een aantrekkelijk beeld op levert. De vier erkenden dat naast de vaak kortstondige bloei er ook schoonheid gevonden kon worden in de structuur, de vorm en de hoogte van de plant, zeker ook als deze afgestorven zijn, door hun zaaddozen en het verkleuren van het blad en de stelen. Deze groep mensen gebruikte de natuur als inspiratiebron. Dit inzicht had tot gevolg dat de groep op zoek ging naar nieuwe natuurlijk uitziende planten, en bestaande planten gingen gebruiken op een andere lossere, natuurlijke manier. De projecten die de groep van The Dutch Wave maakten, kenmerkten zich door een meer op de natuur gelijkende lossere beplanting. The Dutch Wave weefde de hoge en lage planten door elkaar. Hierdoor ontstond een natuurlijke gelaagdheid. De weving vond ook plaats door het laten uitzaaien van de planten en het selectief en creatief wieden. Er werd gezocht naar hoe men de steeds schaarser wordende natuur kon gebruiken in de tuin. Ze ontworpen daarbij naar ideeën die ze gezien hadden in de natuur.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

11


1.2 Aanleiding onderzoek Beplantingen in een totaalontwerp zijn van essentieel belang. Wij zijn van mening dat een fraaie beplanting een belangrijke bijdrage levert voor een geslaagd totaal ontwerp. Beide zijn wij erg geïnteresseerd in beplantingen. The Dutch wave is een manier van ontwerpen met beplantingen op een ‘natuurlijke’ wijze. Deze manier is erg bekend in het buitenland. Als we een doorsnee gebruiker in Nederland vragen naar The Dutch Wave, kent bijna niemand het. Wij zijn erg geïnteresseerd geraakt in het op deze manier ontwerpen van beplanting. Ook de ontwerpers van de Dutch Wave voor ons een groot voorbeeld. Vandaar dat we graag willen weten wat de beplanting stijl ‘The Dutch Wave’ inhoud en wat hier de kracht van is.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

12


1.3 Onderzoeksvragen Hoofdvraag Wat is de kracht van de ‘The Dutch wave’? Deelvragen Wat houdt: ‘The Dutch wave’ precies in? Hoe is ‘The Dutch Wave’ ontstaan? Wat zijn de ontwerpprincipes van de ontwerpers die betrokken waren bij ‘The Dutch Wave’? Wat zijn de gezamenlijke ontwerpprincipes van de ontwerpers van ‘The Dutch Wave’? Wat zijn de visuele en technische eisen voor de beplanting die wordt toegepast bij ‘The Dutch wave’? Waarmee wordt rekening gehouden bij het combineren van de verschillende beplanting? Wordt de soortkeuze aangepast aan de bodem of wordt de bodem verbeterd en aangepast aan de beplanting? Hoe wordt er filosofisch/esthetische gekeken naar ‘The Dutch wave’? Wat is het verschil tussen de traditionele beplanting en The Dutch Wave?

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

13


1.4 Onderzoeksmethode Gedurende het onderzoek hebben we informatie verzameld doormiddel van interviews, literatuurstudies en het bezoeken van referentieprojecten. Ook hebben we verschillende kwekers bezocht. Hierna geven we specifiek aan hoe we de informatie hebben verzameld. Interviews Gedurende het onderzoek hebben we ontwerpers, kwekers en filosofen geïnterviewd die betrokken zijn geweest bij ‘The Dutch Wave’. De betrokkenen zijn geïnterviewd doormiddel van een vaste vragenlijst, zodat de resultaten vergeleken konden worden. Deze is te vinden in bijlage 5 vanaf pagina 136. Literatuurstudie Bij de literatuurstudie hebben we verschillende boeken van de ontwerpers, artikelen van de filosoof en de beweging ‘The Dutch Wave’, geraadpleegd en geanalyseerd. Bij het analyseren van de boeken zijn we op zoek gegaan naar de ontwerpregels van de verschillende ontwerpers en hebben we overeenkomsten gezocht zodat we de kracht ‘The Dutch Wave’ konden achterhalen. Dit type van referentieonderzoek wordt ook wel biografische onderzoek genoemd. We hebben ook informatie verzameld met behulp van internet. We hebben bijvoorbeeld op YouTube interviews van verschillende ontwerpers bekeken. Ook hebben wij op internet verschillende artikelen over de The Dutch Wave gebruikt.

figuur 1.4.1 Literatuurstudie

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

14


Referentieprojecten Voor het onderzoek hebben we twee projecten bezocht, namelijk: De Prionatuinen van Henk Gerritsen en het Bernepark, een project van Piet Oudolf. De tuinen van Ton ter Linden hebben we echter niet kunnen bezoeken. Deze hebben we wel geanalyseerd door middel van literatuurstudie en informatie die we hebben ontvangen van Ton ter Linden en Gert Tabak, de ontwerpende partij.

figuur 1.4.2 De Prionatuinen

figuur 1.4.3 De Tuinen van Ton ter Linden

figuur 1.4.4 Het Bernepark

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

15


2

DUTCH WAVE IN HISTORISCH PERSPECTIEF 2.1 Geschiedenis Dutch Wave Na de tweede wereldoorlog, rond de jaren 70, was er in Nederland een heel nieuwe generatie kwekers en tuinontwerpers opgestaan die een antwoord hadden op de vraag wat een tuin nog meer zou kunnen zijn. Zij keken hoe je beter rekening kon houden met de natuurlijke omstandigheden op de plaats waar je een beplanting realiseert. Dus niet hoe je de locatie waar de beplanting gerealiseerd dient te worden aanpast, maar juist de beplanting aanpast aan de omstandigheden van de desbetreffende locatie. Onafhankelijk van elkaar vonden gedreven ontwerpers een nieuwe benadering van het ontwerpen met beplantingen. Tegelijkertijd gaven zij, gesteund door verwante kleinschalige plantenkwekers, de aanzet tot een geheel nieuwe plantensortiment. De reactie van buitenlandse collega’s leidden tot de geboorte van een nieuwe stroming. Een buitenlandse collega, Rune Bengtsson, gaf deze nieuwe benadering de naam Den Holländska Perennvågen (de Hollandse vaste planten golf). Dit gebeurde na een congres in 1992, dat plaats vond in Alnarp (Zweden). Door anderen verkort tot die Holländische Well of The Dutch Wave. Bijeenkomsten in Zweden, Engeland, Duitsland en Nederland brachten een groot aantal gelijkgestemden vakmensen bijeen, die zich vanaf 1996 in een informele groep genaamd, Perennial Perspectives losjes verenigden. The Dutch Wave is een reactie op de bestaande tuinregels. De meeste tuiniers, ontwerpers of

opdrachtgevers maken een tuin die er netjes en geordend uitziet, waar alles onder controle is, geheel volgens tradities in de tuinwereld. De opvattingen van de beweging The Dutch Wave zijn echter tegenovergesteld en gaan over het creëren van natuur in de stedelijke gebieden. De beplanting, ontworpen op de traditionele wijze moest voldoen aan de regel: ‘de hoogste achter en de laagste voor’. Hierdoor ontstaat er een duidelijke laagopbouw in de beplanting. Meer eigentijdse beplanting heeft dit principe verlaten. Tussen de lage planten, wordt afgewisseld met hogeren planten, wat voor een natuurlijker beeld zorgt. Tussen hoge en lagere planten moet contrast en verscheidenheid zijn. Om een duidelijk beeld te schetsen van de tegenbeweging, the Dutch Wave, op de bestaande tuinregels zijn een aantal tegenstellingen opgenomen in bijlage 2 op pagina 121. Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

17


2.2 Inspiratiebronnen Dutch Wave De ideeën van de beweging genaamd ‘The Dutch Wave’ kwamen niet uit de lucht vallen maar grepen terug op een rijke geschiedenis waarin Nederlandse kwekers internationaal vooraan stonden, waarin tuinontwerpers en natuurbeschermers het gebruik van wilde planten verspreidde en waarin tuinarchitecten als Mien Ruys toonaangevend werden in de moderne tuinarchitectuur. Ook betreurden Piet Oudolf, Henk Gerritsen en Ton ter Linden de verarming van het gekweekte plantensortiment en grepen terug op het werk van vooroorlogse kwekers als Karl Foerster en Georg Arends. Zij kweekten al eerder planten met een minder gekunsteld, meer natuurlijk karakter, die een goed uitganspunt vormden voor de nieuwe, meer natuurlijke tuin die de ontwerpers wilde creëren. Hierna is een tijdlijn te zien met de ontwerpers en kwekers die inspiratiebronnen waren of zijn voor de ontwerpers van The Dutch Wave. Ook de huidige ontwerpers zijn opgenomen in de tijdlijn, zie figuur 2.2.1. Vervolgens wordt beschreven wat de invloed was van de desbetreffende mensen voor The Dutch Wave.

Karl Foerster Ernst Pagels William Robionson

1800

Gertrude Jeckyll

Georg Arends

J.P. Thijsse

C.P. Broerse

Cassian Schmidt

Urs Walser

1900 Mien Ruys

Piet Oudolf

Ton ter Linden

Richard Hansen

2015

Henk Gerritsen

figuur 2.2.1 Tijdlijn van 1800 - 2015

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

18


William Robinson 1838 – 1935 Nationaliteit: Ierland

William Robinson had ideeën over het wilde tuinieren. Dit

is de basis geweest voor de Engelse Cottage tuin. Robinson

wordt beschreven als een vroege beoefenaar van gemengde

kruidachtige winterharde vaste planten. Zijn ideeën zijn

bekend geworden door onder andere het boek ‘The Wild

Garden’. Hierin introduceerde hij thema’s en technieken

die vandaag de dag vanzelfsprekend zijn. Populariteit

van het boek was grotendeels te danken aan de beloftes

die Robinson deed. Het gebruik van vaste planten zou

minder duur zijn en meer variatie bieden dan de massale

aanplant van eenjarige. Er werd ook beschreven dat de natuur

als inspiratiebron gebruikt kon worden voor een ontwerp. Hij pleitte voor natuurlijk, minder formeel uitziende beplanting. Robinsons ideeën hebben vandaag de dag nog invloed op hoveniers en landschapsarchitecten. William Robinson zijn boek ‘The Wild Garden’ is één van de inspiratiebronnen geweest voor The Dutch Wave. Gertrude Jeckyll 1843-1932 Nationaliteit: Engeland

Gertrude Jeckyll, getalenteerd schilder, maar studeerde ook

plantkunde, anatomie, optica en de wetenschap van kleur op

de school. William Robinson met het boek ‘The Wild Garden’

was een inspiratiebron voor haar. Gertrude Jeckyll had als

schilder een fijn gevoel voor kleurgradaties. Dit kwam van

pas in het ontwerpen van haar plantenbedden. Daarentegen

was zij één van de eerste die voorstelde om plantenbedden

in één kleur langs paden te realiseren. In 1889 ontmoette

ze de architect Edwin Lutyens. Dit leverde een vruchtbare

samenwerking op, hij ontwierp het gebouw en de ruimtelijke

inrichting van de tuinen, waarna zij de beplanting mocht

ontwerpen. In totaal creëerde zij meer dan 400 tuinen in Verenigd Koninkrijk, Europa en Amerika.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

19


Georg Arends 1863 – 1952 Nationaliteit: Duitsland

Georg Arends heeft er mede voor gezorgd dat er een

ruimere keuze aan naturalistische planten is ontstaan.

Hij heeft bijvoorbeeld een groter aantal cultivars ontwikkeld

van de Miscanthus. Deze Miscanthussoorten worden ook

gebruikt bij The Dutch Wave.

Jacobus Pieter Thijsse (links) en C.P. Broerse (rechts) 1865 – 1945 en 1902 – 1995 Nationaliteit: Nederland

Jacobus Pieter Thijsse was een onderwijzer die zich inzette voor natuurbehoud en het gebruik van de natuur bij het onderwijs in de biologie en natuurlijke historie. Hij schreef samen met een collega-onderwijzer, Eli Heimans, de eerste Nederlandse flora voor het grote publiek. De heer Thijsse voerde actie voor zowel natuurbehoud als voor het creëren van nieuwe plekken voor de wilde natuur. Tegen het einde van zijn leven resulteerde zijn werk in de aanleg van de eerste heemparken: openbare terreinen die als parken werden ingericht en met inheemse soorten werden beplant. Hier werden twee parken aangelegd door C.P. Broerse. Deze landschapsarchitect had van dergelijke projecten in natuurlijke stijl zijn levenswerk gemaakt. Er werd veel aandacht besteed aan de vormgeving van een rijke vaste planten laag en het bereiken van een basisstramien van bomen en heesters. De heemparken waren een belangrijke inspiratiebron voor de ontwerpers van The Dutch Wave. Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

20


Karl Foerster 1874 – 1970 Nationaliteit: Duitsland

Kweker, Karl Foerster werkte voornamelijk met bijv.

Riddersporen, Floxen, Chrysanten en Asters, maar ook grassen.

In totaal ontwikkelde hij circa 370 cultivars. Foerster was

tevens een filosoof en werd een steeds vooraanstaandere

schrijver op tuingebied. Hij had de enige vaste plantenkwekerij

in Duitsland kort na de oorlog. Hij was tevens betrokken bij

het ontwerp, de beplanting en de restauratie van verschillende

openbare ruimten. Zijn nalatenschap bestaat uit tal van nieuwe

cultivars, een groot aantal boeken en lezingen. Deze cultivars

en zijn boeken, met name zijn catalogus, waren van essentieel

belang voor de herontdekking van tal van plantensoorten die

veel worden toegepast door de Dutch Wave. Een aantal leerlingen van Karl Foerster zoals Richard Hansen en Ernst Pagels zetten zijn werk voort. Zij komen later aan bod in deze opsomming. Ook treden Urs Walser en Cassian Schmidt in de voetsporten van Karl Foerster. Mien Ruys 1904 – 1999 Nationaliteit: Nederland

Mien Ruys is een tuinarchitecte en grondlegster van de

tuinarchitectuur. Een belangrijk principe van Mien Ruys

was dat een beplanting aangepast moest worden aan de

bodem ter plaatse en niet andersom. Dit was ook een van

de eerste principes die ze formuleerde in haar boek over

borders en die ze testte in haar proeftuinen op Moerheim.

In die proeftuinen bestudeerde ze niet alleen

kleurencombinaties door de seizoenen heen, maar ook

zaaddozen, bladverkleuring, verwildering, bladvormen en de

werking van licht en schaduw. In 1928 ging Mien Ruys in de

leer bij de afdeling tuinarchitectuur van een kwekerij in

Engeland. Hier leerde ze het tekenen en ontwerpen van tuinen. Hier bezocht ze ook een kennis van haar vader, namelijk de tuinarchitecte Gertrude Jeckyll, die voor haar een inspiratiebron was. De ontwerpen van Mien Ruys onderscheiden zich door functionalistische helderheid: rechte lijnen en vierkanten, waarvan de rechtlijnigheid verdoezeld wordt door de beplanting. Mien Ruys introduceerde allerlei elementen die vooral in de jaren 1970 in talloze tuinen werden toegepast en waarvan de grindtegels en de biels de bekendste zijn. Mien Ruys was een inspiratiebron voor alle ontwerpers van The Dutch Wave.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

21


Richard Hansen Geboortejaar: 1912 - 2001 Nationaliteit: Duitsland

Richard Hansen ontwikkelde een strenge structurele aanpak

voor het gebruik van vaste planten. Het zogenaamde Hansen-

systeem. Hierin gaf hij dwingende aanwijzingen voor het

planten in gemeenschappen. Dit waren groepen van

planten die bij elkaar passen en die ook in het wild in

hetzelfde gebied, of vergelijkbare omstandigheden voorkomen.

Zijn ideeën werden door zijn leerlingen verder uitgewerkt. Een

belangrijke exponent daarvan is Urs Walser, wiens proeftuin

te Weinheim, de Hermannshof, een grote inspiratiebron is voor

de huidige generatie tuinontwerpers.

Ernst Pagels 1913 – 2007 Nationaliteit: Duitsland

Ernst Pagels was een van de meest vooraanstaande kwekers en

plantenveredelaars in het laat twintigste-eeuwse Duitsland. Hij

had het vak geleerd bij Karl Foerster. Gedurende zijn leven

selecteerde Pagels honderddertig cultivars van vaste planten

uit dertig geslachten. Hij selecteerde zijn beplanting aan de

hand van o.a. de volgende aspecten: Lange levensduur, Lang

bloeiseizoen, Ook niet-bloeiend aantrekkelijk en de plant

diende een betrekkelijk compacte groeivorm te hebben.

Ernst Pagels werd door menig collega binnen de Dutch Wave

gezien als inspirator.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

22


2.3 Een tegenbeweging op het naoorlogse systematische denken Na de tweede wereld oorlog was er een rationaliserende benadering te zien bij de hovenierswereld en de groene handelssector die sterk zijn stempel heeft gedrukt. Omdat er tijdens de oorlog veel infrastructuur, huizen, fabrieken en andere gebouwen waren vernield of beschadigd vond er een grootschalige wederopbouw plaats. Een toespitsing op een meer universeel toepasbaar en grootschalig ‘gedacht’ groen werd merkbaar. Overdreven nadruk kwam te liggen op civieltechnische aspecten. Ook het plantmateriaal werd veelal in eerste instantie gezien als ruimte-vullend object. Er diende een in vierkante meter uitgedrukte oppervlakte mee te worden bedekt, of het moest een ander ruimtelijke vulling verschaffen. Het werd minder noodzakelijk aan de plant als individu, of aan het sortiment in wat bredere zin diepgaande aandacht te besteden. Globale aspecten als contour, ‘massa’, stabiliteit en resistentie waren factoren die een soort tot geschikt bouwmateriaal maken dat, eenmaal aangeplant, in de ruimte en in de tijd zo min mogelijk aandacht voor zich moest opeisen. Het resultaat van dit ‘functionele’ denken in grootschalig verband heeft geresulteerd in groenstructuren met een veel meer ‘versteend’ bouwkundig dan creatief en natuurlijk karakter. Dit gesystematiseerd en geordend denken hadden rond de jaren zeventig een dermate abstract en rechtlijnig karakter gekregen dat de groene ruimte in feite iedere identiteit heeft verloren. Ze werden door het publiek dan ook in toenemende mate ervaren als leeg en monotoom en in hoge mate anoniem ervaren. Het bestaande landschap werd opgeruimd en bebouwd. Er werd niet nagedacht over de natuurlijke en cultuurlijke landschappelijke waarden die in de eeuwen heen tot ontwikkeling zijn gekomen en een identiteit geven aan een plek. In de jaren zeventig en tachtig kwam een ‘tegen’ beweging waarbinnen ruimte wordt gelaten aan allerlei aspecten die lange tijd in de schaduw bleven. Deze beweging die in dit rapport verder wordt toegelicht als ‘The Dutch Wave’’ moet worden gezien als een tegenbeweging op het systematische en geordend denken wat vooral na de tweede wereldoorlog sterk de overhand had. Deze tegenbeweging op de eenzijdigheid is niet een alternatief, maar een verbredend perspectief. Er wordt meer inhoudelijke waarde gegeven aan de plek. Een gezamenlijke creatieve groep kwekers, ontwerpers, schrijvers en fotografen vormden in een vroeg stadium een vrij hecht en enthousiast geheel. Het gaat zowel de fijnkwekers als de ontwerpers er niet om, zoveel mogelijk ‘plantjes’ te verzamelen, zoals vanuit meer

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

23


architecturale invalshoek wel eens wordt gesteld. Er wordt een patroon tot stand gebracht waarbij wordt gestreefd een bepaalde sfeer neer te zetten die gelijkend is aan een natuurlijke omgeving. Het doel hierbij is om een zo natuurlijk mogelijke uitstraling te creëren. Er wordt bij het maken van een beplantingsplan een sterke integrale benadering toegepast. Er wordt hierbij rekening gehouden met kleuren, wintersilhouetten, bodemomstandigheden en klimaatomstandigheden. Om een natuurlijke ogende beplanting te creëren die er niet rommelig uitziet wordt er vaak gewerkt met een verfijnde ritmische structuur en kleurwerking.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

24


2.4 The Dutch Wave, een groep in het grotere geheel In Nederland heeft Rob Leopold een groep ontwerpers bij elkaar gebracht die later ‘The Dutch Wave’ genoemd zou worden. Rob Leopold was een man met veel contacten in verschillende vakgebieden waaronder: dichters, filosofen en beplantingontwerpers. Dit zorgde ervoor dat er snel een grote groep mensen in Nederland met dezelfde gedachten, die elkaar kon inspireren met elkaar in contact werd gebracht. The Dutch Wave bestaat uit 3 Nederlandse ontwerpers, namelijk Henk Gerritsen, Piet Oudolf en Ton ter Linden. De beweging die in Nederland gaande was waarbij de natuur als inspiratiebron werd gebruikt was ook gaande in Engeland en Duitsland. De Nederlandse beweging was een onderdeel van een groter geheel. Er zijn wel per land verschillende kenmerken te noemen die passen bij de denkwijze en cultuur van het land. Aangezien Nederland gelegen is tussen Duitsland en Engeland en de bevolking over het algemeen beide talen goed beheerst zijn zij in staat om de kennis van beide landen te analyseren en daar hun gewenste eigenschappen uit toe te passen. De beplanting van de Nederlandse ontwerpers was spontaner en vrijer in tegenstelling tot de Duitse ontwerpers. Duitsland was erg gesloten en wisselde niet vaak informatie uit met andere landen. De beweging in Duitsland was erg gericht op het openbaar groen. Voor de beplanting in de openbare ruimte waren technische eigenschappen erg belangrijk. De Duitsers waren dan ook erg technische en systematische. Het resultaat hiervan was een stabiel, makkelijk te onderhouden beplanting. Het nadeel hiervan was dat er veel werd gewerkt met hetzelfde sortiment op dezelfde plek wat er minder aantrekkelijk uit ging zien. De Duitse ontwerpers beredeneren meer vanuit de wetenschap en zij kunnen dus wellicht hun plannen beter klimatologisch onderbouwen dan de Nederlandse ontwerpers. In Engeland was de traditionele beplanting in groepen erg belangrijk. Gestileerd op kleur en een traditionele borderopbouw van laag naar hoog. Engeland heeft zich lang vastgehouden aan deze stijl en daarom is de beweging later op gang gekomen in Engeland. Omdat de Engelse over het algemeen geen Duits kunnen lezen waren de Duitsers niet bekend bij de Engelse.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

25


Twee Duitse landschapsarchitecten hadden in de gaten dat er in verschillende landen mensen waren die geïnspireerd waren door de natuur en beplanting toepaste die hier erg op lijkt. Ze wilde de groep mensen samenbrengen zodat ideeën konden worden uitgewisseld en de mensen elkaar konden inspireren. Er werden in totaal drie reizen georganiseerd. Om dit alles te organiseren werden de Perennial Perspective opgericht. De letterlijke betekenis hiervan is vaste planten in de toekomst. Het waren ongeveer 15 personen die mee gingen met de eerste reis. Deze reis was in Duitsland in 1996. De tweede reis maakte men naar Engeland. Hier was dezelfde groep aanwezig plus een aantal andere personen. De groep was dus al groeiende. Daarna is er nog een seminar georganiseerd waar de mensen konden spreken en elkaar kon inspireren. The Dutch Wave was een onderdeel van de Perennial Perspective. De derde reis was in Nederland. Hier is o.a. de kwekerij van Piet Oudolf bezocht en een tuin in de buurt van Hummelo die hij had ontworpen. Een invloedrijke persoon in Engeland genaamd John Coke die ook mee was op de reis naar Nederland was erg gecharmeerd van de stijl van Piet Oudolf. Al snel werd Piet Oudolf dan ook gevraagd om een tuin aan te leggen bij John Coke in Bury Court, zie figuur 2.4.1. Dit project was in die tijd erg belangrijk voor Piet Oudolf . Dit project kreeg veel publiciteit.

figuur 2.4.1 Project Bury Court

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

27


3

SAMENSTELLING DUTCH WAVE 3.1 Inleiding The Dutch Wave bestond uit een grote groep enthousiaste gelijkgestemde mensen. Er kwamen steeds meer tuinontwerpers, kwekers, schrijvers, fotografen en zaadtelers die allemaal de natuur gebruikte als inspiratiebron. De ontwerpers realiseerde projecten waarbij de natuur werd gebruikt als inspiratiebron. De ontwerpers hebben De ‘Dutch Wave’ op de kaart gezet. De fijnkwekers zorgde voor het sortiment die de ontwerpers gebruikten bij de projecten. De fotografen zorgde ervoor dat de landschappen tot in de detail goed werden vastgelegd. Deze foto’s konden de ontwerpers weer gebruiken als inspiratiebron. Ook maakte de fotografen foto’s van de verschillende projecten. De foto’s van de verschillende projecten samen met de stukken die de filosofen en de schrijvers publiceerde hebben ervoor gezorgd dat The Dutch Wave ook bekend is geworden bij het grote publiek. De ontwerpers en kwekers ontmoette elkaar op verschillende tuindagen en bij het bezoeken van elkaars tuinen. Ze bleven echter wel op hun eigen manier projecten en beplanting ontwikkelen waardoor iedere ontwerper en kweker zijn eigen kenmerken heeft behouden. Omdat Henk Gerritsen, Piet Oudolf en Ton ter Linden het belangrijkst zijn geweest voor de publiciteit die de beweging heeft gekregen hebben we de achtergrond van deze personen verder beschreven in de biografieën in dit hoofdstuk. Dit hebben we gedaan omdat het verleden, de opleiding en de verschillende reizen die deze personen hebben gemaakt invloed hebben gehad op de visie van deze personen en dus op de Dutch Wave. Omdat de filosoof Rob Leopold het een grote bijdrage heeft geleverd door de groep grotendeels samen te brengen hebben we ook van Rob Leopold een biografie beschreven. Ook zijn gedachte over de ontwerpers zijn hierin opgenomen. Aan het eind van het hoofdstuk hebben we beschreven wat de bijdrage was van de kwekers en fotografen. Om meer te weten te komen over de verschillende kwekers hebben we een aantal kwekers die belangrijk waren voor de Dutch Wave bezocht en geïnterviewd. Een korte omschrijving van de verschillende kwekers is opgenomen in bijlage 1 op pagina 117.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

29


Hieronder is een opsomming te zien van de partijen die belangrijk waren voor de hele beweging. Bij de Dutch Wave Binnen de Dutch Wave zijn verschillende partijen betrokken o.a. •

Henk Gerritsen (natuur- en plantenliefhebber, tuinontwerper, schrijver en tuinier.)

Piet Oudolf (ontwerper, voormalig kweker.)

Ton ter Linden (schilder, tuinier, tuinontwerper, eigenaar Tuinen van Ton ter

Linden.) •

Rob Leopold (tuinfilosoof, inspirerend spil van de beweging, eigenaar Cruydt-Hoeck

wilde bloemenzaden.)

Coen Jansen (vaste plantenkweker)

Brian en Simone Kabbes (vaste plantenkweker)

Romke van der Kaa (aanvankelijk plantenkweker met Piet Oudolf, later zelfstandig

schrijven.) •

Hans en Miranda Kramer (kwekerij de Hessenhof)

Heilien Tonckens (voormalig kweker van vaste planten De Heliant)

Rita van der Zalm (voormalig kweker van verwilderingsbollen)

Fleur van Zonneveld en Eric Spruit (vaste plantenkweker De Kleine Plantage)

Anton Schlepers, Marijke Heuff en Gert Tabak als fotografen.

(Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/The_Dutch_Wave)

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

30


3.2 Biografie filosoof Rob Leopold Rob Leopold 1942-2005

Rob Leopold was vooral een filosoof. Als filosoof was hij

de feitelijke “aanjager” van de beweging. Met zijn aanstekelijk

enthousiasme en schijnbaar onuitputtelijke energie wist Rob

overal waar hij zich vertoonde mensen te stimuleren om het

beste uit zichzelf te halen en eigen creativiteit te laten

opbloeien, om een bijdrage te kunnen leveren aan het

‘verdiepend en inspirerend perspectief’ dat als symbolisch

gebalde vuist zou kunnen worden opgeheven tegen de steeds

verder voortschrijdende globalisering en rationalisering.

Hij was tevens inspirator van de eerste kwekerij in Groningen

figuur 3.2.1 Rob Leopold

die zich aansloot bij de Dutch Wave, de in 1983 opgerichte

Kleine Plantage te Eenrum.

Bekendheid kreeg Rob Leopold als zaadteler en mede oprichter/eigenaar van het kleinschalige bedrijf de Cruydt-hoeck. Het leverde aanvankelijk vrijwel uitsluitend zaad van inheemse wilde planten maar nam al gauw ook een honderdtal niet-inheemse soorten op. In 1986 verscheen de eerste Dikke Zadenlijst, die in zijn laatste versie zaden van 269 wilde planten en een klein duizend “Tuinzaden” een- en tweejarigen, maar ook grassen, groenten, kruiden en vaste planten bevatte. Rob Leopold verzamelde planten en zaden in de Alpen en langs de mediterane kusten. Deze planten werden overgebracht naar het noorden waar in 1978 de ‘Cruyd-Hoeck’ werd opgestart.

figuur 3.2.2 De wilde plantenbedden van de Cruydt Hoeck

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

31


De “Cruydt-Hoeck” is een zelfstandig en milieuvriendelijk bedrijfje, dat zich in eerste instantie bezighoudt met het bijeen brengen, kweken en verspreiden van soort echt inheems plantmateriaal, kortom “wilde planten” dus. De zaden worden verkocht via een winkeltje in Groningen, terwijl de kwekerij gelegen is bij een boerderij even verderop. Zo op het eerste gezicht verschilt de kwekerij niet van de gangbare. De tussen rechte tegelpaden gelegen bedden zien er keurig uit. Gebleken is dat een dergelijke methode voor het kweken van de wilde planten wel nodig is. Wanneer je alles door elkaar laat groeien, leert de ervaring volgens hen dat bepaalde planten ten koste van andere gaan overheersen. De planten moeten aan elkaar gewaagd zijn qua groeisnelheid, er moet een juist concurrentie zijn. Het kweken van “onkruid” betekent dus niet dat de planten zo maar in het wilde weg mogen groeien. Een regelmatige controle is ook hier dus zeker op zijn plaats. Rob Leopold schreef over de ontwerpers van de Dutch Wave. Van drie ontwerpers, achtereenvolgens Henk Gerritsen, Piet Oudolf en Ton ter Linden zijn hieronder de letterlijke beschrijvingen van Rob Leopold opgenomen. Henk Gerritsen “Creatieve informaliteit” In de jaren zeventig maakten Henk Gerritsen samen met zijn partner Anton Schlepers deel uit van actiegroepen die op de bres stonden voor wat resteerde aan braakliggende grond en wilde natuur in en rond de steden. In dezelfde periode maakten zij inspirerende reizen door Alpenweiden en natuurlijke landschappen in Zuid-Europa. Nadat ze zich hadden teruggetrokken op het platteland begonnen ze tuinen aan te leggen waarin de natuurlijke ongedwongenheid die ze in de jaren zeventig hadden gezocht te combineren met de ‘veldkennis’ en daarnaast met de eigen creatieve visie. Gerritsen is een begaafd schilder en Schlepers ontwikkelde allengs een persoonlijke, weelderige stijl bij het componeren van verwonderlijke stillevens. Niet alleen bloeiende planten worden toegepast; ook zaadhoofden en dode stengels wordt bewust toegestaan hun natuurlijke functie en charme te ontvouwen. Deze neiging om ruimte te laten voor de complete natuurlijke jaarcyclus is iets wat we in de gehele beweging in meerdere of mindere mate tegenkomen. (Bron:Leopold, R. (1994). Natuur en Tuinkunst. Groningen: Cruydt-Hoeck.)

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

32


Piet Oudolf “Klare contour-verdiepte beleving” De ontwerpen van Piet Oudolf in Hummelo hadden al voor hij zich als kweker ontpopte de aandacht getrokken. In een aantal internationale tijdschriften waren artikelen verschenen, maar al spoedig realiseerde hij zich dat voor iemand wiens belangstelling niet blijft steken in de uiterlijke contouren en belijning van een ontwerp, maar ook het inhoudelijke element. Hij besloot dus terug te gaan naar de basis en zich allereerst op het sortiment te concentreren. Om zijn creatieve visie te verwerkelijken had hij tastbare materialen nodig. Het bleek algauw, dat hij het meeste plantmateriaal zelf, of via verwante vrienden en collega’s met een verwante intentie, zou moeten bijeenbrengen. Het merendeel van het beschikbare, conventionele sortiment voldeed eenvoudig niet aan wat hij voor ogen had. De noodzaak een grote verscheidenheid aan bouwstenen te vergaren voor zijn zeer eigen artistieke composities maakt Oudolf tot een plantenjager en een ambachtsman. Geleidelijk aan vond hij zich omringd door een toenemend aantal gelijkgestemde vakgenoten, waarvan velen niet minder spontaan gedreven waren dan hijzelf, zij het met variërende invalshoeken. In Oudolfs orginele ontwerpen kan de veelal imposante inwendige hoofdstructuur bijvoorbeeld worden vertegenwoordigd door Eupatioriumsoorten, opgaande selecties van Veronica virginica en Verbena hastata, hoge Thalictrums, Filipendula’s en Sanguisorba’s, en een heel sortiment van Miscanthus en andere statige grassen. Het ontwerp wordt verder ingevuld met meer picturale en verbindende elementen, die kunnen bestaan uit opvallende Geraniumsoorten, zelf geselecteerde Monarda-Hybriden, fijn pastelkleurige Phloxen,paarse en licht-of donkerblauwe Salvia’s, opvallende Echinacea’s of de fraaiste nieuwe Astrantia’s of oudere Astilbe’s. Het resultaat is een verassend samenhangend verloop van krachtige structuur tot in subtiele mozaïek, waarbij elk niveau-tot aan het meeste bescheidende toe-een onmiskenbare functie blijkt te vervullen en een eigen charme uitstraalt. Vaak komen, vooral in een wat latere fase van de ontwikkeling, de planten in zulke onverwachte combinaties bijeen en ontstaan een zo spontaan verweven textuur, dat het geheel nog een intrigerende meerwaarde krijgt, die er door de natuurlijke ontwikkeling aan wordt toegevoegd. Zoals in de praktijk bewezen is zijn er zonder verbazingwekkende effecten te bereiken in een meer extensief opgezette aanleg temidden van stedelijke bouwvormen. Dergelijke innemende vormen van beplanting kunnen een natuurlijke aanvulling verschaffen, of ook: inhoud terugbrengen, waar deze uit de leefomgeving was verwijderd. Waar een degelijke omgeving door het publiek als steriel en onpersoonlijk wordt ervaren kan een creatief ontwerper weer wat leven verlenen aan het naakt en rationeel skelet. We zien hier een intressante parallel met de Bold Romantic Gardens van de Amerikaanse landschapsarchitecten Oehme en van Sweden. (Bron:Leopold, R. (1994). Natuur en Tuinkunst. Groningen: Cruydt-Hoeck.)

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

33


Ton ter Linden “Picturale harmonie” Een verdere stap in de richting van een kunstzinnige benadering is te vinden in de impressionistische kleurenschema’s van Ton ter Linden in Ruinen. Hier wordt ‘natuurlijkheid’ niet nagestreefd in ecologische, maar puur picturale zin. Ter Linden is in de eerste plaats schilder. Jarenlang hield hij zich voornamelijk bezig met pastel en aquarel. Zijn liefde voor de natuur en voor tuinieren bracht hem naar het platteland, en eenmaal daar aangekomen begon hij meteen naar wegen te zoeken om te kunnen ‘schilderen’ met levend materiaal. Met vallen en opstaan wist hij uiteindelijk bordertuinen te ontwikkelen met een hoogst geraffineerde structuur en vloeiende kleurenpatronen. Op het juiste moment worden contrasterende punten aangebracht zodra enig onderdeel van het ontwerp dreigt te verzinken in sentimentaliteit. Het zijn niet alleen rechte, donkere hagen en strak geschoren gazons waarmee dit wordt bereikt. Complementaire en contrasterende kleuren met een krachtig, soms verassend en zelfs schokkend karakter spelen er ook in mee. In een subtiele border van blauw, mauve en lila, door grijstonen ondersteund, duikt plots het opvallend donkerrood van Antirrhinum ‘Black Prince’ op. In een transparante, spinnewebachtige compositie van Panicum virgatum en Stipa gigantea trekt een felgekleurde, vlezige Hemerocallis op bijna onbeschaamde wijze de blik naar zich toe. In al hun onmiskenbare kunstzinnigheid werken de borders in Ruinen toch als een verbazend natuurlijke impressie op ons in. De delicate textuur, de subtiele, uitgewogen ritmen, de expressieve doch elkaar onderling weer temperende kleurpatronen, het vervult de beschouwer met een hoogst natuurlijk harmoniegevoel. In zijn jonge jaren was ter Linden een regelmatig bezoeker van de heemparken in Amstelveen, waar hij zich telkens weer terugtrok om zich te concentreren op zijn pasteltekeningen. Het was ook daar dat hij geconfronteerd werd met de speciale techniek van het ‘selectief wieden’ die in deze parken was ontwikkeld. Later volgde hij in zijn eigen tuinen dezelfde lijn. Geleidelijk kwam hij zo tot wat wij nu ‘creatief wieden’ kunnen noemen. Spontane uitzaai wordt in Ruinen in principe toegelaten, evenals het afsterven van stengels en zaadhoofden. Deze benadering van half spontane, half bewuste compositie leidt tot afwisselende, telkens weer verbazende patronen die uiteraard ieder jaar anders zijn. Tegelijkertijd geeft hij een inspirerend voorbeeld van de verfijnde textuur zoals die door sommige van de ontwerpers nieuwe stijl wordt nagestreefd. (Bron:Leopold, R. (1994). Natuur en Tuinkunst. Groningen: Cruydt-Hoeck.)

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

34


3.3 Biografie ontwerpers Inleiding ontwerpers De ontwerpers van The Dutch Wave bestaan uit: Henk Gerritsen, Piet Oudolf en Ton ter Linden. Henk Gerritsen is inmiddels overleden. De ontwerpers hebben elkaar geïnspireerd vanaf het begin van de beweging. Henk Gerritsen heeft de tuin van Ton ter Linden minstens één keer bezocht. Ze ontmoetten elkaar ook één keer per jaar op de tuindagen bij Piet Oudolf in Hummelo. Dit was een jaarlijkse samenkomst waar het nieuwe sortiment werd getoond en waar kennis werd uitgewisseld. Piet Oudolf kwam ook regelmatig op bezoek bij Henk Gerritsen en zo ontstond er een hechte samenwerking tussen Henk Gerritsen en Piet Oudolf. De drie ontwerpers hebben een aantal boeken geschreven, die wij gedurende dit onderzoek hebben geraadpleegd. Meer informatie over de ontwerpers staan hierna beschreven in de biografieën. Biografie Henk Gerritsen

Henk Gerritsen is geboren in Utrecht in 1948 en is overleden

op 6 november 2008. Zijn belangstelling voor planten werd

voor het eerst gewekt toen hij in 1962 voor de biologieles

op het Christelijk Gymnasium een herbarium moest maken.

Het was een begin van een levenslange passie. Veertig

soorten waren gevraagd, het werden er meer dan honderd.

Aanvankelijk was het vooral een verzamelwoede die hem dreef.

Hij wilde de hele Nederlandse flora in zijn herbarium hebben.

De eerste jaren deed hij alles alleen. Hij fietste door de hele

provincie Utrecht, maar met de aanwas van zeldzaamheden

wilde het niet erg vlotten. Totdat de NJN (Nederlandse

figuur 3.3.1 Henk Gerritsen

Jeugdbond voor Natuurstudie) in zijn leven kwam. Op de

excursie met de sjoc-groep (de planten sociologische

werkgroep) kwam hij op de mooiste plekken van Nederland. Hij heeft toen veel geleerd van het op stap gaan met anderen die veel meer van planten wisten dan hijzelf. In plaats van een willekeurige verzameling van individuen die je in een herbarium kunt stoppen, zag hij steeds meer de samenhang tussen de planten onderling. Hij bestudeerde in die jaren een groot aantal biotopen en kreeg steeds meer inzicht in al die schakeltjes die dieren en planten onderling verbinden. Deze kennis leidt automatische tot een steeds grotere verwondering en bewondering: de natuur is zo groots, daar kun je een heel mensenleven mee toe, zij hij.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

35


In 1968 verhuisde hij naar Amsterdam. Na een afgebroken studie geschiedenis en een afgebroken studie vrije grafiek aan de Rietveldacademie stond hij voor het blok: hij had zichzelf een carrière als beeldend kunstenaar bedacht en moest dus iets. Hij zat aan de tekentafel en er gebeurde niets. Wanhopig staarde hij uit het raam naar zijn piepkleine achtertuintje (achttien vierkante meter, pikdonker, tussen vier hoge muren, in de Amsterdamse Pijp). Toen kwam langzamerhand de gedachte bij hem op om dan maar zijn eigen achtertuintje te gaan schilderen. Een jaar lang, in al zijn aspecten. Hij vond het niet echt een geweldig idee, maar wat moest hij anders? Hij kon tenminste weer een jaar mee verder. Het bleek een fantastisch idee: een jaar later, had hij zichzelf opgelegd de opdracht te voltooien, en ging hij op zoek naar een galerie om zijn werk te exposeren. Hij kwam terecht bij Galerie de Prinsenkamer, eigendom van Arend-Jan van der Horst. Behalve galerie-eigenaar was Arend-Jan tuinarchitect, werkzaam bij het tuinarchitectenbureau van Mien Ruys, Hans Veldhoen en Arend-Jan van der Horst. Arend-Jan merkte al snel dat hij veel van wilde planten wist, en omdat het bureau iemand zocht om beplantingsplannen te maken voor wilde planten tuinen, werd aan hem gevraagd of hij dat wilde doen. In de jaren erna werkte hij als illustrator mee aan een aantal tuinboeken van Arend Jan van der Horst en ontwierp hij voor het tuinarchitectenbureau van Mien Ruys een aantal wilde plantentuinen. De belangstelling werd verder aangejaagd door de publicatie in 1969 van het boek ‘Plantengemeenschappen in Nederland’ door Victor Westhoff. Tot 1977 was hij uitsluitend geïnteresseerd in wilde planten en reisde hij heel Europa door om overal de wilde plantengroei te bekijken. Dat hij met die passie ooit zijn brood kon verdienen, kwam bij hem niet op. Rond dezelfde tijd ontmoette hij Mien Ruys en bezocht voor het eerst haar tuin in Dedemsvaart. Dat bleek een eye-opener: dat wilde hij ook gaan doen. Henk Gerritsen ontmoette zijn partner Anton Schlepers en samen zijn ze de natuur in getrokken, zie figuur 3.3.2. Voor Anton Schlepers was dat een heel nieuwe ervaring. In 1976 liet Henk Gerritsen hem bijna trots, Terschelling zien. De ontroering die Anton Schlepers meester maakte bij het zien van de velden met duizenden orchideeën, herinnerde Henk Gerritsen aan zijn eigen ontroering destijds, toen hij dat voor het eerst zag. Tussendoor pikten ze steeds een ander stukje van de Alpen mee. Anton Schlepers liep ondertussen met heel andere ogen te kijken dan Henk Gerritsen. Hij genoot van de details en maakte foto’s, wat Henk nooit eerder had gedaan. De foto’s voegden een nieuwe dimensie aan het natuurgenot toe. Een goede fotograaf legt de essentie van een landschap vast, en dat lukte Anton Schlepers.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

36


figuur 3.3.2 Het Alpenlandschap

Voor Henk Gerritsen in 1983 besloot om samen met zijn partner volledig op het aanleggen en onderhouden van de Priona Tuinen te storten, besteedde hij al zijn vakanties aan het bestuderen van de wilde plantengroei in Europa. In 1978 zijn ze samen begonnen met de aanleg van de Priona tuinen op de boerderij van ouders van Anton Schlepers in Schuinesloot. Behalve de Tuinen van Mien Ruys had hij nooit een andere tuin bezocht. Kennis over tuinen deed hij op uit een handjevol tuinboeken. Het merendeel van de tuinplanten die hij gebruikte had hij ooit ergens in het wild gezien, de rest selecteerde hij van foto’s die hij mooi vond. Hij viel vooral op foto’s die aantrekkelijk waren door zijn achtergrond als natuurliefhebber. Zijn fantasie werd niet geprikkeld door beelden die onnatuurlijk of zelfs tegennatuurlijk waren. In Amsterdam startte hij samen met zijn partner en enkele andere in 1981 de vereniging ‘De Oeverlanden Blijven’ om de noordelijke oeverlanden van de Nieuwe Meer, een voor Amsterdamse begrippen zeer rijk natuurgebied, te redden van gemeentelijke bouwplannen. Een paar jaar intensief actie voeren en de gemeente hinderlijk voor de voeten lopen resulteerde in het afblazen van de bouwplannen in 1985. De vereniging bestaat nog steeds en is door de overheid erkend als beheerder van het gebied. In 1986 verhuisde Henk Gerritsen samen met Anton Schlepers definitief naar Schuinesloot. De tuin werd zijn belangrijkste bezigheid en ging dat jaar dan ook voor het publiek open.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

37


Het boek spelen met de natuur is het verslag van een waar geworden droom van Henk Gerritsen en Anton schlepers. Een droom die ze altijd als een hersenspinsel hebben gezien, totdat ze de kans kregen om op de grond van Anton Schlepers zijn moeder te gaan tuinieren. Een kans die ze allebei met beide handen aangrepen. Een leven in en met de natuur was een droom voor Henk Gerritsen en iets geheel nieuws voor hem als stadsmens. Voor Anton was dat na twintig jaar de terugkeer naar de grond van de Priona (de bijnaam van zijn vader), en eindelijk de kans om te spelen met de natuur: als kind had hij daar nauwelijks de gelegenheid voor gehad. Gedwongen door de toen heersende armoede moesten alle kinderen van het gezin Schlepers meewerken. Voor leren of spelen was geen tijd. Een juk, dat hij alleen kon afwerpen door op achttienjarige leeftijd naar het klooster te gaan. Ook geen ideale plek voor een vrij mens. Het klooster werd al snel verruild voor een bestaan van twaalf ambachten en dertien ongelukken: Anton liet zich door niemand dwingen. Henk Gerritsen heeft een totaal andere jeugd gehad. In een evenwichtig gezin heeft hij alle mogelijkheden gehad om te leren en te spelen en in zich in vrijheid te ontplooien. Een vrijheid die ook bij hem leidde tot twaalf ambachten en dertien ongelukken, omdat hij voor zijn passie, de natuur, geen werk zag. Tot dat moment, dat er in Schuinesloot woonruimte vrij kwam en ze konden gaan tuinieren op een plek die van zichzelf al heel erg mooi was. Omdat Henk toch een tuin wilde die de toeschouwer zou kunnen ondergaan alsof hij in een natuurgebied rondloopt, een tuin zonder kunstmest of bestrijdingsmiddelen en zonder een niet te winnen strijd tegen onkruid en ongedierte, moest hij op zoek naar planten met een natuurlijke uitstraling, die zich zonder al die poespas zouden kunnen handhaven. Die vond Henk bij Piet Oudolf die hij leerde kennen in 1983. Hij kweekte robuuste planten, die de strijd met het onkruid aankonden, maar er toch natuurlijk en subtiel genoeg uitzagen om toe te passen in het beeld dat hij voor ogen had. Na het overlijden van Anton in 1993 heeft hij de tuin alleen onderhouden, met wisselende hulp van vrijwilligers en stagiaires. Vanaf 1999 werkt Michel Vleugels met hem mee in de tuin.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

38


Biografie Piet Oudolf Piet Oudolf werd in 1944 geboren en groeide op in

Bloemendaal. Zijn ouders hadden een café-restaurant. In

zijn jeugd hielp Petrus (zijn officiële voornaam) in de zaak

van zijn ouders. De plek waar Piet Oudolf opgroeide lag zo’n

kilometer van Thijsse’s hof, een klein heempark (met wilde

planten), af (mogelijk een belangrijke inspiratiebron van

hem).

Als avontuurlijk type vond Piet Oudolf het struinen in de

natuur leuk, maar op dat moment had hij nog niets met

planten. In 1968, toen Piet 23 was kreeg hij een relatie met

Anja. Dit was ook het begin van het einde van zijn horeca

figuur 3.3.3 Piet Oudolf

carrière. Daarop volgde een reeks losse baantjes, bij de

hoogovens en in een visfabriek, waarna hij tenslotte terecht

kwam bij een tuincentrum om met de kerstbomen te helpen tijdens de kerstdrukte. Vervolgens werd hem gevraagd of hij een tijdje op de kwekerij zou willen helpen. Al snel begon hij planten voor zichzelf te bestellen, die hij plantte in de tuin bij het café. Op de kwekerij kwamen hoveniers, vaak mannen die ook lunchten in het cafe-restaurant van zijn ouders. Een van hen vroeg Piet Oudolf of hij bij hem zou willen komen werken, waarna hij vervolgens hovenier is geworden. Rond zijn vijfentwintigste levensjaar begon de belangstelling voor het inrichten van tuinen. Hij had besloten niet in het familiebedrijf te blijven. Toen hij klaar was met zijn avondopleiding, de hoveniersopleiding, begon hij een eigen bedrijf. In het begin deed hij alles zelf, het ontwerp, de aanleg en het onderhoud, maar dit veranderde later. Later richtte hij zich speciaal op de beplanting. Hij koos er voor om geen personeel te nemen. Hij wilde namelijk geen opdrachten aannemen enkel om zijn personeel te kunnen betalen. De eerste jaren werkten Oudolf met zijn vrouw, wel samen met Romke van der Kaa. Samen reisden zij veel, door bijv. Engeland, Duitsland en Denemarken zijn hier voorbeelden van. In Duitsland vonden ze planten die je in tuinland Engeland niet zag: robuuste hoge vaste planten, veel grassen. Piet Oudolf heeft zelf een tijd lang samen met zijn vrouw en met Romke van der Kaa, planten gekweekt. Door het ruime sortiment, wat makkelijk te kweken is binnen dit vochtige stukje Europa met het milde klimaat, kwam hij al snel ruimte te kort. Daarom verhuisde hij naar het dorpje Hummelo. Hij selecteerde hier zelf zijn toe te passen sortiment en zorgde ervoor dat er continu doorontwikkeld werd, tot uiteindelijk sterke en esthetisch fraaie planten ontwikkeld werden. De planten die niet voldeden aan de eisen werden veroordeeld tot de composthoop.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

39


In het begin van zijn carrière ging er weleens iets fout, maar van fouten leer je. Inmiddels, door zijn praktische leerschool, tientallen jaren experimenteren op de kwekerij en in zijn proeftuin kan hij zich een echte expert noemen op het gebied van beplanting. Piet ziet zijn planten als toneelpersonages, als zijn acteurs die in elke nieuwe tuin een andere rol kunnen spelen. Later kwam hij in contact met geestverwanten als bijvoorbeeld Rob Leopold, een tuinfilosoof met kennis van wilde plantenzaden, en kunstenaar Henk Gerritsen, oprichter van de Prionatuinen. Inmiddels staat Piet Oudolf internationaal bekend en maakt tegenwoordig veel beplantingsplannen voor A-locaties. Dit doet hij onder andere in: Amerika, Engeland, Duitsland en Canada. Ook heeft hij een aantal Nederlandse projecten ontwikkeld.

figuur 3.3.4 Beplanting op the High Line, een bekend project van Piet Oudolf

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

40


Biografie Ton ter Linden

Ton ter Linden, geboren en getogen Amsterdammer in juli

1935, opgegroeid aan de rand van het Vondelpark, was geen

gelukkig schoolkind. Hij kon zijn gedachten maar niet bij de

les houden. Iedere vlieg was boeiender dan woorden, de rode

kleur van de strepen door zijn sommen was indrukwekkender

dan zijn fouten en de luchten achter het raam waren te

fascinerend om je ogen er vanaf te kunnen houden.

Hij was veertien toen hij opgelucht begon aan een baan als

oppasser in Artis. De natuur was daar in ieder geval dichterbij,

maar zijn eigen hang naar vrijheid en ongebondenheid bracht

figuur 3.3.5 Ton ter Linden

hem steeds weer in conflict met het gekooide leven van dieren.

Het is Anne van Dalen die als eerste het grote talent van Ton ter Linden ontdekte. De 44-jarige ontmoet Ton ter Linden na vijf jaar opnieuw als deze, dan 23 jaar, in een dal zit. Hij heeft zijn baan als dierenverzorger bij Artis opgegeven omdat hij het leed van de dieren achter de schermen niet meer kon zien. “Ik ging ’s avonds terug om de dieren te voeren, of het nou mocht of niet, die veel te kleine hokken, de muren vol kakkerlakken, ik kon er niet meer tegen”, aldus Ton ter Linden. Vrijheid en vrij bewegen was een passie en wat past daar beter bij dan de opleiding tot balletdanser. Het was een harde leerschool, maar het meest pijnlijke was dat hij moest stoppen omdat hij eigenlijk al te oud was toen hij er aan begon. Het zijn de jaren vijftig. “Ik was anders, ondanks dat ik er gewoon uitzag en me gewoon kleedde, werd ik aangevallen als homo, ook in Amsterdam. Het was moeilijk, ik werd daar agressief van.” Als kind werd hij vlak na de oorlog ondervoed op de trein gezet naar een gastgezin om aan te sterken. Als Anne van Dalen mee naar het huis van Ton ter Lindens ouders gaat, valt zijn mond open als hij de door Ton ter Linden ontworpen verticale plantenwand in de huiskamer van de Ter Lindens ziet. Hij besluit dat daar Ton ter Linden zijn toekomst moet liggen, in combinatie met tekenen. Terugkerend naar zijn harsttocht voor het tekenen van bomen en planten en landschappen, was hij vaak te vinden in het J.P. Thijsepark, waar hij getroffen werd door de respectvolle zorg en de intense aandacht die daar aan de natuur besteed wordt. Het is een werkwijze waarin de natuurlijke kringloop wordt gesteund. Hierbij wordt niet alleen veel aandacht geschonken aan de samenhang van de plantengemeenschappen, maar ook aan de

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

41


wisselwerking tussen de leefgemeenschappen van dieren en de beplanting. Dit voorbeeld heeft Ton ter Linden later geïnspireerd tot zijn heel persoonlijke manier van tuinieren. In zijn eerste kleine tuin vond hij de mogelijkheid zijn twee grote liefdes, schilderen en de natuur te combineren. Heel enthousiast leerde hij de onbegrensde mogelijkheden kennen van het ‘schilderen’ met de kleuren en vormen van planten. Zonder enige botanische-opleiding begon Ton ter Linden al in zijn woning in Amsterdam met tuinieren. Hij haalde zijn kennis primair uit de studie naar het gedrag van de planten en in welke habitat de plant groeide. Het tuintje bleek al snel te klein voor al zijn ideeën. Uiteindelijk beland Ton ter Linden samen met zijn partner na twee korte tussenstops in 1981 in de plaats Ruinen in de landelijke provincie Drenthe, waar een vervallen boerderij en 1,5 hectare grasland omgetoverd moesten worden tot tuinen. Hier had hij een groter stuk grond als schilderdoek. Ton ter Linden klimt in de enige aanwezige boom, een oude appelboom en maakt een ontwerp in zijn hoofd voor het terrein. Jaren van noeste arbeid volgen. Bouwen, wieden, snoeien, dagen onafgebroken werken. Hij leerde het tuiniers vak met vallen en opstaan en al zijn ideeën kregen de gelegenheid zich te toetsen aan de realiteit. Ook zijn kennis van planten bereidde zich aldoende uit. De tuinen kregen al snel bekendheid. In 1980 gaan ze open voor publiek. “Ik adviseerde Henk Gerritsen en Anton Slepers (Prionatuinen) om open te gaan, anders houd je het financieel niet vol”, zegt Ton ter Linden. Oudolf is in deze periode vooral als plantenkweker bekend. In tegenstelling tot Piet Oudolf ontwierp Ton ter Linden geen tuinen in het buitenland. Dat heeft alles te maken met de honkvastheid van Ton. Hij heeft er geen zin in. Hij reisde voor een enkele lezing naar Parijs bijvoorbeeld, en een aantal tuinen in Nederland ontwierp hij. Daar is het bij gebleven. Uitnodigingen zijn er genoeg geweest, maar werden afgeslagen. Andere tuinen bekijken doet hij ook niet. Eén keer per jaar op zijn verjaardag in juli bezocht hij de tuinen van Mien Ruys die hij als voorbeeld zag. De andere inspiratiebron is het Thijssepark in Amstelveen. Ook daar keert hij af en toe terug.

figuur 3.3.6 Ton ter Linden in het Thijsepark in Amstelveen

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

42


Wat Ton ter Linden deed als schilder met pastel en aquarel op doek, ging hij ook doen in zijn vormgeving van de borders: de visuele indruk die de borders en plantengroepen maakten, werd leidend. Zoals hij op een schilderij werkte, zo werkte hij in de tuin met gelijke en in elkaar overvloeiende kleuren (zie figuur 3.3.7 voorjaarstuin in juni). Naarmate hij ouder werd, probeerde hij borders steeds meer in te richten zodat de toeschouwer werd overspoeld door een golf van kleur. Heel bewust doorbrak Ton ter Linden een teveel aan eenheid door soms kleurcontrasten toe te voegen. Zo plaatste hij bijvoorbeeld tussen grijs-groene grassen zoals Panicum virgattum en Stipa gigantea ook enkele rode Hemerocallis.

figuur 3.3.7 De voorjaarstuin in juni.

Bekendheid en plaats in The Dutch Wave Twee jaar na de opening van de tuinen voor het publiek verscheen in 1982 een eerste publicatie over de tuin in het tijdschrift Arts en Auto. Daarna volgden publicaties in vooral Nederlandse, maar ook in Duitse en Franse bladen. Met die publicaties begon de aandacht voor de vernieuwde manier van tuinieren die bijna tien jaar later internationaal bekend werd als The Dutch Wave. In de jaren negentig nam de bekendheid van de tuinen verder toe en Ton ter Linden werd in 1992 uitgenodigd een kopie van zijn muurtuinen te maken op de Floriade 1992. Steeds verder viel Ton ter Lindens manier van tuinieren op, en met hem de werkzaamheden van andere Nederlandse plantenliefhebbers en tuiniers zoals Rob Leopold, Henk Gerritsen en Piet Oudolf.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

43


3.4 kwekers/fotografen kwekers Binnen the Dutch Wave zijn verschillende kwekers betrokken. Na de oorlog werd het plantensortiment in Nederland steeds kleiner. Wat de kwekers wilde was de rijkdom van het vooroorlogse plantensortiment weer terug in Nederland brengen. Half vergeten of nauwelijks meer gewaarde vaste planten als Phlox, Monarda, Echinacea en de selectie van minder stijve cultivars uit de grote Delphiniumfamilie werden geherintroduceerd. Ook gingen zij nieuwere, lossere Geraniumsoorten, kweken die andere bloemkleuren en groeivormen hadden die zich beter lieten combineren. Men ging op plantenjacht in Duitsland. De catalogi van Karl Foerster werden nagekeken. Mede hierdoor werd het 19e eeuwse varensortiment herontdekt. De nieuwe cultivars van Foerster’s leerling Ernst Pagels werden geïntroduceerd. Langzamerhand ontdekten de kwekers dat er geestverwanten waren in Duitsland. Zo ontstond een uitwisseling van kennis en plantmateriaal waar we nu nog steeds de vruchten van plukken. Iedere kweker van de Dutch Wave had zijn of haar specifieke favoriete planten. Waardoor zij ieder een eigen sortiment hadden. Ze hebben gemeen dat ze planten kweken die een natuurlijke uitstraling hebben. De verschillende kwekers zijn betrokken geraakt bij de “beweging” door o.a. de tuindagen die destijds werden gehouden. Dit was een plek waar zij elkaar ontmoette. Hier wisselden zij onderling planten met elkaar uit. Ook wisselde zij hun ideeën met elkaar uit. De kwekers zorgde ervoor dat er cultivars werden gekweekt die oogde als plant die in de natuur voor zou kunnen komen. Tegenwoordig kweken veel kwekers machinaal, maar deze groep vermeerderd de planten nog steeds handmatig. Fotografen De tuin fotografen, met name dus Anton Schlepers, Marijke Heuff en Gert Tabak zijn erin geslaagd, door talloze publicaties in zowel binnen- als buitenland de opvallende vernieuwing in Nederland onder de aandacht van een groter publiek te brengen.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

44


4

ONTWERPPRINCIPES VAN DE ONTWERPERS 4.1 Inleiding Om antwoord te geven op de hoofdvraag: ‘Wat zijn de gezamenlijke ontwerpprincipes van ‘The Dutch Wave’ en wat zijn de ontwerpprincipes per ontwerper?’ hebben we in het volgende hoofdstuk per ontwerper de ontwerpregels weergegeven. De ontwerpregel is eerst genoemd, waarna deze vervolgens verder zal worden toegelicht.

4.2 Ontwerpprincipes Henk Gerritsen algemene ontwerpaspecten 1.

Wanneer een tuin uitzicht biedt op een mooi landschap is een minimaal ontwerp vaak voldoende.

Je hebt jaren van studie en vooral ervaring nodig voordat je een beetje inzicht krijgt in het hoe en waarom van een tuinontwerp. De tuin moet bij de omgeving passen en bij de klant waarvoor het ontwerp wordt gemaakt. Wanneer de tuin uitzicht biedt op een mooi landschap is een minimaal ontwerp vaak voldoende. 2.

Een tuin moet duidelijk zijn vormgegeven met elementen die in principe niet veranderen.

Er zijn een paar belangrijke principes waar Henk Gerritsen van uitgaat. In eerste plaats: vorm. Een tuin moet duidelijk zijn vormgegeven. Duidelijk hoeft niet te betekenen recht of rond, het kan ook grillig zijn of scheef: als de vorm er maar is. Het is de basis van de tuin, die in de zomer en in de winter aanwezig is. Vormgevende elementen veranderen in principe niet: een schutting, terras of pad, maar ook een haag of een in vorm geknipte struik. Bomen en struiken kunnen ook vormgevende elementen zijn, maar veranderen vooral als ze jong zijn zo snel, dat het effect heel anders kan uitpakken dan beoogd. Oude, volwassen bomen en struiken zijn echter vormgevende elementen van allure. Vorm zorgt ervoor dat er structuur blijft in een plan, waardoor een rommelig beeld wordt voorkomen.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

45


3.

De vormgevende elementen moeten zelf niet erg opvallen.

Omdat het oog geleid wil worden. Een bloementuin zonder duidelijke vormgeving komt al snel over als een bende. De veelheid van vormen en kleuren moet ergens een begin hebben en een einde. Tevens moet het een rustpunt zijn. Het tweede principe van Henk Gerritsen is eenvoud. Hij maakt het niet te dol met die vormgevende elementen. Hun functie is om rust te geven of het oog naar een bepaald punt te leiden, niet om zelf op te vallen. De lelijkste tuinen zijn die, waar schuttingen, tuinmeubilair en dergelijke meer aandacht trekken dan de beplanting. De mooiste tuinen vindt hij de tuinen waar je bijna niet kunt zien dat er is vormgegeven, maar waar je dat wel ondergaat. Het derde principe van Henk Gerritsen is dat hij probeert zo veel mogelijk te laten staan van wat er al is. Het is een principe dat Henk Gerritsen in de praktijk heeft geleerd. 4.

Handhaaf of creëer ruimte achter in de tuin en verklein de ruimte voorin. De

tuin zal groter lijken.

Op de foto een nog niet geheel ingevuld deel van de tuin van Henk Gerritsen. Achter de Meidoornhaag ligt een wild grasveld dat tuin moet worden. Op de tekening is te zien hoe het moet worden. Het uitgangspunt voor Henk Gerritsen is het landschap. De heuvels, die de bochten in de weg gedeeltelijk aan het oog onttrekken, zorgen voor een enorme dieptewerking. Zonder de heuvels zou de dieptewerking veel minder zijn. Hetzelfde principe is in het ontwerp doorgevoerd. In plaats van heuvels zijn er groepen hoge beplanting, de bochten worden gesuggereerd door halve cirkels van gemaaid gras. Een paar meidoornhaagjes die naar achteren toe steeds kleiner worden, versterken de dieptewerking. Het is een uiterst simpel ontwerp, gebaseerd op een algemeen principe: handhaaf of creëer ruimte achter in de tuin en verklein de ruimte voorin. De tuin zal groter lijken.

figuur 4.2.1 Meidoornhagen in de Priona tuinen

figuur 4.2.2 Inspiratiebron voor de meidoornhagen

geïnspireerd op heuvels in de natuur.

van Priona tuinen.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

46


5.

Bij het selecteren van struiken is het belangrijk om de volgende volgorde van

belangrijkheid aan te houden namelijk: groeiwijze, bast, bladvorm, bladkleur,

vruchten en bloeiwijze.

Bij het selecteren van struiken zijn de volgende zestal aspecten belangrijk in volgorde van belangrijkheid: groeiwijze, bast, bladvorm, bladkleur, vruchten en bloeiwijze. Helaas draaien sommige mensen de volgorde om. Het gevolg is een keuze voor een struik die gedurende een korte periode een explosie van bloei te zien geven (forsythia, Ribes, Prunus) en de rest van het jaar minder aantrekkelijk zijn. Gezien de aanwezigheid die bomen en struiken in iedere tuin hebben, is hun groeiwijze, anders gezegd hun vorm, het belangrijkst. Wintersilhouet 6.

Beplanting heeft ook een aantrekkelijk wintersilhouet.

De verscheidenheid aan zaadvormen, de vele tinten grijs, beige, bruin en rood en daar tussendoor nog vele honderden plantensoorten in bloei. Maar weinig mensen zien maar de aantrekkelijkheid van uitgebloeide bloemen. 7.

Plantenresten zijn essentieel voor het dierenleven en het natuurlijk evenwicht

in de tuin.

Tegelijkertijd is het heel frustrerend, want dat uitgebloeide is een heel karakteristiek kenmerk van de tuin van Henk Gerritsen en Anton Schlepers is dat ze nooit iets af knippen, ook niet wanneer dat de tweede bloei zou bevorderen. Zaadvormen zijn zo mooi, dat het zonde is om ze af te knippen. Bovendien zijn dode plantenresten essentieel voor het dierenleven en het natuurlijk evenwicht in de tuin. Ze dienen als schuilplaats en voedsel voor ontelbare hoeveelheden insecten en slakken, die zonder die dode planten een bedreiging zouden vormen voor de groene planten. Sommige mensen vinden de tuin ook een zooitje. ‘Wat jammer dat u het onderhoud niet kunt bijbenen!’ terwijl de tuin er perfect uitziet. Kleur 8.

Gebruik planten met kleine bloemen die dicht bij de natuur staan. Op deze

manier zijn de kleuren ook makkelijker te combineren.

In het algemeen is het omgaan met felle kleuren gemakkelijker naarmate de bloemen kleiner zijn. Omdat je in een tuin met voornamelijk kleine bloemen dichter bij de natuur blijft, kun je meer kleuren samen toepassen.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

47


9.

Alles kan, alles mag, vrijheid, blijheid. Alle kleuren kunnen worden

gecombineerd. Het gebeurd meer dan eens dat bezoekers van De Prionatuinen roepen: ‘Geweldig, wat mooi! Mijn complimenten.’ Maar even verderop in het gesprek zeggen ze: ‘Ik hou niet van geel.’ Nu heeft Henk Gerritsen in de Prionatuinen veel geel bloeiende planten. ‘Wij begrijpen die complementen dan ook niet meer zegt Henk Gerritsen. Ze namen de mensen dan wel eens mee naar het bankje aan het eind van de Vlindertuin. Die bloeit voornamelijk in lilarose, blauw en wit, met hier en daar wat fel geel ertussen. ‘Hou je hand nou eens voor dat geel’, zeggen ze dan, ‘vind je de tuin nu nog zo mooi?’ ‘Inderdaad!, geven de meeste toe, ‘zonder dat geel is de tuin saai en vlak. ‘Geel geeft diepte en vrolijkheid aan de tuin. 10.

Met bolgewassen kun je in februari-mei kleur creëren in de border.

Je kunt het hele jaar door van bolgewassen genieten, maar de meest voor de hand liggende periode is toch wel het voorjaar. Voordat andere planten er ook maar over piekeren om te gaan groeien, zijn er al bolgewassen bereid om kleur aan de tuin te geven. Wanneer je in de periode februari-mei veel kleur in je tuin wilt hebben, zijn ze zelfs essentieel. Vele soorten moeten droog over zomeren. Dat lukt bij ons lang niet elke zomer. Voor sommige bollen geldt zelfs, wanneer je ze wilt houden, moeten ze na het afsterven van het loof opgenomen, droog bewaard en in het najaar opnieuw geplant worden. Dit is echter niet te doen in een vaste plantentuin. Beter te gebruiken zijn dan bolgewassen die doorgaans het hele jaar kunnen blijven staan. Kortom, bolgewassen die tegen ons klimaat bestand zijn. Groeiwijze 11.

Houdt bij het combineren van de beplanting ook rekening met de bladvorm.

Naast bloemen is het ook belangrijk om rekening te houden met de bladvorm. Er zit meer aan een plant dan alleen maar bloemen. Wanneer de tuin het hele jaar door een aantrekkelijk beeld moet worden, zal er op meer gelet moeten worden als alleen op de bloemen. 12.

Plant breed uitgroeiend planten niet naast kleine planten.

Naast bladvorm en bloeiwijze is er ook nog zoiets al de groeiwijze van een plant. Daar sta je meestal niet zo bij stil, al hou je er vaak automatische wel een beetje rekening mee. Een plant die breed uitgroeit, moet je niet naast kleine planten zetten. Zij kunnen de concurrentiekracht niet aan en zullen uiteindelijk het loodje leggen.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

48


13.

Zorg voor een goede afwisseling tussen luchtig naast massief, breed

uitwaaierend naast stijf opgaand.

Een goede afwisseling van luchtig naast massieve planten en breed uitwaaierend naast hoog opgaand zorgt voor een aantrekkelijke verweving tussen de beplanting waardoor het natuurlijk oogt. Bij het componeren van een border moet je er terdege rekening mee houden. Denk je alleen aan de bloeiwijze en bladvorm, dan kan je gebeuren dat de hele border uit breed uitgroeide planten bestaan: zo’n border wordt één compacte massa, zonder lucht en zonder diepte. Een border met uitsluitend ijle planten is daarentegen alleen lucht: ook hier ontbreekt diepte. Het is dus zaak om af te wisselen. Luchtig naast massief, breed uitwaaierend naast stijf opgaand. 14.

Slappe planten zijn ook goed te combineren, omdat ze mooi door elkaar gaan

hangen. Daarnaast zijn er nog de uitgesproken groeiwijzen, zoals polvormers. Slappe planten wat moet je ermee? Waar het bij andere groeiwijzen zaak is om af te wisselen, is het bij slappe planten leuk om ze samen te planten, zodat ze door elkaar heen hangen, wat een natuurlijk effect geeft. Sfeer 15.

Houdt bij het combineren van de beplanting rekening met de sfeer die je aan

een bepaalde plek wil geven.

Een van de dingen die bezoekers opmerkt aan het bezoeken van de tuinen van Henk Gerritsen is de sfeer van de beplanting. Planten hebben niet alleen een bladvorm, groeiwijze, bloeiwijze en kleur, ze hebben ook een bepaalde ‘sfeer’: ze passen ergens of ze passen ergens niet. Henk Gerritsen en Anton Schlepers begrip van ‘sfeer’ van planten is het resultaat van jarenlange ervaring. Ze hebben de meeste tuinplanten ooit wel eens ergens in het wild gezien en weten welke planten samengroeien, in welk milieu ze voorkomen en in welk landschap ze thuishoren. Alle planten staan altijd op de juiste plaats waardoor een bepaalde plek een sfeer krijgt. Bij een waterbiotoop zijn bijvoorbeeld veel planten terug te vinden met veel groen blad zoals te zien is op figuur 4.2.3.

figuur 4.2.3 Waterbiotoop Prionatuinen met veel groen blad.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

49


16.

Gebruik de juiste vorm en kleur bij de plek.

Planten die in een moeras groeien, hebben meestal groot, frisgroen blad en dikke stelen. De bloemen zijn meestal gedekt van kleur. In een koel milieu bloeien ze vrij langdurig en hoeven ze dus niet op te vallen om de aandacht van insecten te trekken die voor de bestuiving zouden moeten zorgen. Kleur en vorm hebben dus duidelijk iets te maken met de plek waar ze van nature voorkomen. Die constatering heeft consequenties voor de tuin. Grondsoort 17.

Als er beplanting wordt aangeplant die er van nature thuishoort wordt er

vrijwel een onderhoudsvriendelijke tuin gecreëerd.

Als er een plantengemeenschap kan worden aangeplant, die er van nature thuis hoort op de bestaande bodemomstandigheden gaan de planten goed groeien waardoor andere ongewenste kruiden geen kans krijgen. Hiermee wordt een nagenoeg onderhoudsvriendelijke tuin gecreëerd. Beheer 18.

Pas knipvormen of groeisels toe die geïnspireerd zijn op de natuur die zorgen

voor verbazing en de natuurlijke borders benadrukken.

Een van de oudste manieren om met de natuur te spelen is het in vorm snoeien van bomen en struiken. Henk Gerritsen is dol op knippen en hij heeft allerlei knipvormen en hagen in zijn tuin. Ook dit is geïnspireerd op de natuur. In Griekenland zijn ‘grilknipsels’ te vinden van groenblijvende eiken, gevormd door schapenvraat. Dit heeft niets te maken met de Europese manier van knippen, die bedoeld is om te omlijsten, om het oog in een bepaalde richting te dwingen, om de natuur te beheersen. In Japan wil men de natuur niet beheersen, maar haar imiteren. De natuur ‘knipt’ zelf namelijk ook. Grazende dieren zoals koeien en schapen vreten struiken tot allerlei vormen, dicht bij zee worden bomen en struiken door de wind tot fantastische, scheef groeiende gedrochten geschoren en hoog in de bergen overleven de meest absurde dwergvormen. Je voelt de bewondering bij het zien van zoveel aanpassingsvermogen, zoveel overlevingsdrang. Zulke struiken hebben een hoog gehalte aan symboliek. Symboliek, die in de Japanse tuin een grote rol speelt.

figuur 4.2.4 Knipsel in de Priona tuinen. Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

50


19.

Het gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen is een

doodzonde. Tuinieren is een hobby en geen zaak van leven of dood, en het kan natuurlijk niet zo zijn dat voor het beoefenen van een hobby middelen worden gebruikt waarvan algemeen bekend is dat ze schadelijk zijn voor het welzijn van anderen, of dat nu mensen, dieren of planten zijn. 20.

Probeer de bodem zo weinig mogelijk te verstoren.

Henk Gerritsen trekt de wortelonkruiden zo veel mogelijk weg. Hierdoor wordt de groei door regelmatig weg trekken van het groen vertraagd. Het aller belangrijkste is nog dat de bodem niet wordt verstoord. Want als iets is dat de groei van wortelonkruiden bevordert, is het wel het voortdurend verstoren van de bodem. 21.

Wees zuinig met water.

Een ander wezenlijk aspect van een eerlijk schaakspel met de natuur is het accepteren van het veranderlijke beeld dat door weersinvloeden wordt veroorzaakt. In een droge zomer is het gras geel, zijn de bloemen eerder uitgebloeid en laten veel planten hun blad hangen. Een tuin waarin het dankzij ingenieuze sproei-installaties altijd voorjaar is terwijl het omringende landschap is verschroeid, werkt vervreemdend: daar ontbreekt de ‘sense of place’. Bovendien is overmatig water geven een onverantwoorde aanslag op de natuur. 22.

Niet strijden tegen de natuur maar met de natuur.

In verschillende delen van de tuin heeft Henk Gerritsen te maken gekregen met uitgestrekte begroeiing van wortelonkruiden als Zevenblad en Japanse Duizendknoop. Jarenlang heeft hij hiertegen gestreden, desondanks zijn de begroeiing op den duur zo uitgestrekt geworden dat het echt een strijd wordt tegen de natuur. Toen is Henk Gerritsen op zoek gegaan naar planten die zich niet laten wegdrukken door zevenblad. Hoge vaste planten en middelhoge planten als Hosta’s, Varens, Phloxen, Persicaria aplexicaulis en Polysonatum ‘Weihenstephan’ komen in het voorjaar dwars door het zevenblad heen. Er kan dus ook gecombineerd worden met dergelijke wortelonkruiden.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

51


4.3 Ontwerpprincipes Piet Oudolf algemene ontwerpaspecten 1.

Houdt bij het beplantingsplan rekening met de klimaatomstandigheden en op

welke manier een plant zich vermeerderd.

Er wordt bij het maken van een beplantingplan ook rekening gehouden met de klimaatomstandigheden en op welke manier de plant zich vermeerderd. Bijvoorbeeld in een landklimaat met strenge winters en warme zomers overleven meer cultivars van Monarda en Achillea dan in een zeeklimaat met onvoorspelbare winters waarbij perioden met koude en vocht elkaar afwisselen. 2.

Gebruik een veel dichtere en meer gemengde manier van planten.

Gebruik een veel dichtere en meer gemengde manier van beplanten dan gebruikelijk is. Dit zorgt ervoor dat de gehele bodem bedekt is, wat resulteert in minder onderhoud en ziet er natuurlijker uit. 3.

Gebruik beplanting dat hoort bij een bepaalde leefomgeving.

Gebruik planten die duidelijk thuishoren in een bepaalde leefomgeving. Bijvoorbeeld grassen in grote open ruimten of varens en groenblijvende bodembedekkers in een bosvegetatie. Dit hoeven niet altijd plaatselijke inheemse soorten te zijn. Het is wel belangrijk dat de plantencombinaties doen denken aan een natuurlijke omgeving, zoals een waterplas met aan de rand een uitbundige riet- en bladachtige vegetatie of kleine heesters en klimplanten in een gemengd gebied tussen bos en open ruimten. 4.

Beplanting die wordt herhaald zorgt voor een groots effect.

Als een plant in de gehele tuin voorkomt, kan het effect groots zijn zoals op figuur 4.3.1 te zien is. Een plan blijft dan sneller op het netvlies van de bezoeker hangen.

figuur 4.3.1 Herhalende groepen beplanting

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

52


5.

Creëer een eigen identiteit voor een bepaalde plek.

Iedereen die een beplanting voor een bepaald gebied samenstelt, moet zich bewust zijn van de omgeving en daarmee aan de slag gaan. Kenmerkende beplanting zijn zeer geschikt om een bepaalde sfeer op te roepen. Arme grond en lastige omstandigheden kunnen op een positieve manier weerspiegeld worden door de beplanting, en een eigen identiteit te creëren voor die bepaalde plek. 6.

Met harmonie versus contrast kan een interessant spanningsveld worden

gecreërd. Harmonie versus contrast is een fundamenteel spanningsveld bij het ontwerpen van beplanting, maar spanning kan tot creativiteit leiden! Zonder siergrassen zouden de structurele mogelijkheden heel wat beperkter zijn. Naast grassen is het belangrijkste structurele element een enkele opgaande stengel. De herhaling van identieke, sterk verticale planten kan een sterk middel zijn om eenheid in een beplanting te brengen, vooral omdat veel van deze planten na de bloei opvallende zaadhoofden maken. Met een enorme hoeveelheid aan plantvormen is het niet moeilijk om hiermee, in meer of mindere mate, een contrast te vormen. Het uitdrukken van harmonie vergt wat meer verbeelding. Een herhaling van vormen kan de oplossing zijn, vooral bij grassen. Er gaat iets rustgevends uit van grassen die in een tuin of landschap verspreid staan – de zich herhalende zachte vormen of eenheid van de halmen van bijvoorbeeld Miscanthus die allemaal dezelfde kant op kijken in de luwte van de heersende bries. Wintersilhouet 7.Houdt bij het maken van een beplantingsplan rekening met het winterbeeld. Een groeiend aantal tuiniers en beheerders is gaan beseffen dat zaadhoofden en dood blad hun eigen schoonheid bezitten. Bovendien wordt steeds meer erkend dat bepaalde vaste planten een mooie herfstkleur hebben, net als veel heesters en bomen. In de winter hebben zaadhoofden en dood blad goed licht nodig om er op hun best uit te zien. De zon staat laag aan de hemel en strijklicht duurt niet lang, het vereist enige zorgvuldigheid om de planten zo te plaatsen dat ze de laatste zonnestralen opvangen. Om de beste positie te bepalen is het een goed idee om de planten eerst in pot op verschillende plaatsen in de tuin te zetten. De beplanting moet bovendien te zien zijn vanaf een pad, een uitzichtpunt of vanuit het huis.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

53


Kleur 8.

De kleur is een laag bovenop de structuur en is niet iets wat op zichzelf staat.

Kleur moet gezien worden als onderdeel van het geheel, het is volgens Piet Oudolf een laag boven op de structuur, een emotie, en niet iets wat op zichzelf staat. Tegenwoordig wordt er minder aandacht aan kleur besteed. Tuiniers zijn zich meer bewust van structuur en textuur en gebruiken vaker planten met mooi blad of een goede vorm waarvan veel geen sterke kleur hebben. De eigenschappen van dergelijke planten zijn moeilijk te omschrijven, maar zoals Piet Oudolf zegt: ‘Je weet dat je een plant ziet die anders is, maar je weet niet waarom, net zoals je iemand ontmoet die je aardig vindt, zonder dat je weet waarom’. 9.

De lichte kleur en zachte textuur van grassen zorgen ervoor dat andere

beplanting mooier uitkomt.

De lichte kleur en zachte textuur van de grassen zorgen ervoor dat de donkere kleuren en duidelijke vormen van de bloemen meer afsteken zoals de knoopvormige bloemen van de Sanguisorba officinalis. Hoogte 10.

Hogere planten zijn goed te gebruiken om eenheid en ritme te creëren.

Met hogere planten die worden herhaald is goed eenheid en ritme te creëren in een beplanting. Groeiwijze 11.

Vlakken met grassen zorgen bij de beplantingsplannen voor structuur, sfeer,

rust en orde.

Het evenwicht tussen orde en schijnbare wanorde is hierbij essentieel. Vlakken met grassen zorgen bij de beplantingsplannen van Piet Oudolf vaak voor structuur, sfeer, rust en orde.

figuur 4.3.2 Sesleria toegepast als vlak van gras voor structuur

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

54


12.

Transparante planten worden het meest effectief gebruikt als ritmisch

element of om de blik door de beplanting heen te leiden.

Transparante planten worden het meest effectief gebruikt als ritmisch element of om de blik door de beplanting te leiden. Verbena bonariensis zorgt voor een violette sluier, en dansende vlinders, maar is te veel een cliché geworden. Veel grassen zoals Stipa gigantea doen het ook goed, net als het steeds belangrijker wordende geslacht Sanguisorba. Transparantie is een nieuw, succesvol concept. Licht 13.

Rode tinten en de verfijnde kleuren van grassen komen goed uit in de ochtend

of avondzon aan het eind van de zomer.

De rode tinten en de verfijnde kleuren van de grassen komen goed uit in de ochtend en/of avondzon en zorgen voor een extra dimensie in de border. Mengingswijze 14.

Gebruik zeven structuurplanten op drie vulplanten.

Er zijn weinig algemene regels bij het ontwerpen van beplantingen. Dit is er een die steeds aannemelijker wordt omdat verschillende vakmensen, die onafhankelijk van elkaar werken, tot dezelfde conclusie zijn gekomen. Vaste planten kunnen verdeeld worden in planten met en planten zonder een duidelijke structuur – de laatste noemen we vulplanten. Een beplanting werkt het beste als deze twee gebruikt worden in een verhouding van ongeveer zeven structuurplanten op elke drie vulplanten. • Structuurplanten: visueel aantrekkelijke planten, niet afhankelijk van bloem of bladkleur, lang mooi blijvend tot minimaal het najaar. • Vulplanten: alleen gebruikt voor bloem-of bladkleur, voor structuur in het begin van het seizoen, maar na het midden van de zomer vormeloos of zelfs rommelig. Grondsoort 15.

Pas de bodem niet aan, aan de beplanting maar weerspiegel de bodem-

omstandigheden door de beplanting zodat de plek een eigen identiteit krijgt.

De omliggende natuur bij een project wordt bij het maken van de beplantingsplannen vaak als inspiratiebron gebruikt. Een goed voorbeeld hiervan is De High Line van New York. Het beplantingsplan is geïnspireerd op een prairie in het Glacial Park, Illinois.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

55


Rangorde in de beplanting; basis, matrix en strooiplanten Bij een snelle blik op een wilde plantengemeenschap, zoals een weide, neem je de planten niet echt waar. Onze blik wordt het eerst getrokken door felgekleurde bloemen, en daarna door sterke structuren. Hoe langer we kijken, hoe meer we zien: subtiele kleuren, spannende vormen en combinaties. Herhaling van belangrijke elementen zorgt voor veel effect, terwijl onopvallende elementen meer tot ons bewustzijn doordringen als ze op grote schaal worden toegepast. Wie merkt een enkel wit madeliefje in een veld op? Maar als het er honderdduizend zijn, zal het alles domineren. Voor de rangorde wordt een weide als uitgangspunt genomen. De matrixbeplanting in een weide is het gras, de opvallende basisplanten zijn de felgekleurde bloemen die in een weiland staan. Een ontwerp dat gebaseerd is op een matrix, bestaat voornamelijk uit twee lagen beplanting. De ene laag bestaat uit grote vlakken van minder opvallende planten en de andere is de laag met de meer opvallende planten die we tot nu toe basisplanten genoemd hebben. Deze meer opvallende elementen zijn het meest effectief als ook zij herhaald worden. Een matrix is een achtergrond die afgezien van de visuele aantrekkingskracht ervan, ervoor zorgt dat de basisplanten beter uitkomen. Basisplanten 16.

Basisplanten worden toegepast in groepen of als een rivier door de

matrixbeplanting. 17.

De groepen toepassen met verschillende groepsgroottes. Dit zorgt voor een

natuurlijk effect.

18.

Herhalende groepen samenstellen uit soorten die lange tijd hun structuur

behouden. 19.

Als basisplanten door een matrix van andere, minder opvallende, planten

worden verdeeld, ontstaat een meer natuurlijk en minder opgelegd effect.

Dit zijn de planten die voor het meeste effect zorgen. In deze beplanting, waar opvallende planten een contrast vormen tegen een achtergrond van minder opvallende planten, gebruiken we de term ‘matrixplanten’ voor de minder opvallende planten. Als de basisbeplanting in groepen wordt toegepast kan dit op verschillende manieren spannender worden gemaakt. Er kan gebruik gemaakt worden van groepen van verschillende groepsgroottes wat zorgt voor een natuurlijk effect. De verschillende gevormde groepen kunnen ook een strook vormen als een rivier wat er aantrekkelijk uitziet en zorgt voor verbinding in een border. De groepen kunnen ook bestaan uit twee of meer verschillende soorten.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

56


Onze blik wordt eerst getrokken door felgekleurde bloemen, en daarna door sterke structuren. Uiteindelijk komt het erop neer dat het grootste deel van wat we zien blad is: een groene, achtergrond die altijd aanwezig is. Herhalende groepen kunnen het beste samengesteld worden uit soorten die lange tijd hun structuur behouden, of mooi blijven na een lang bloeiseizoen. Bij de selectie van een plant moet er niet alleen naar de bloei of bloeitijd worden gekeken maar ook of de plant mooi blad heeft en een aantrekkelijke structuur behoud zoals aantrekkelijke zaadhoofden, stengels of bijvoorbeeld bloeiende grassen. Herhaling kan regelmatig zijn, maar in een sterk informele beplanting heeft dat weinig betekenis. Daarom is het beter om willekeurig te werk te gaan. Willekeurige herhaling werkt vaak onbewust, al rondwandelend is steeds weer dezelfde soort te zien. Niet zo vaak dat het opvalt, maar vaak genoeg om tot het onderbewustzijn door te dringen. Matrixbeplanting 20.

De matrixbeplanting vormt een achtergrond van minder opvallende beplanting

en moeten niet teveel aandacht trekken.

21.

Als matrixbeplanting moet een sterke beplanting worden gekozen die goed

sluit zodat ongewenste kruiden geen kans krijgen.

Matrix betekent een omringde substantie waarbinnen iets anders tot stand komt, zich ontwikkelt of bewaard wordt. Goede matrixbeplanting trekken niet te veel aandacht, hebben zachte kleuren en geen opvallende vorm. Ze moeten een ruimte wel op kunnen vullen, een deel van hun functie is de bodem te bedekken. Een goed voorbeeld van matrixbeplanting zijn Sesleria’s. Sesleriagrassen hebben het voordeel dat ze een zode vormen waar geen onkruid in kan doordringen, terwijl het geen agressieve woekerplanten zijn. Matrixbeplanting houdt in dat een beperkt aantal plantensoorten, of een soort, in grote hoeveelheden wordt gebruikt. Binnen deze beplanting worden meer visueel aantrekkelijke soorten gebruikt als solitaire planten of in kleine tot middelgrote groepen. Als basisplanten door een matrix van andere, minder opvallende, planten worden verdeeld, ontstaat een meer natuurlijk en minder opgelegd effect.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

57


Strooiplanten 22.

Strooiplanten worden willekeurig toegevoegd het liefst door ze letterlijk uit

te strooien in een beplantingsplan.

23.

Deze planten zorgen voor spontaniteit

24.

Ze moeten zich voldoende onderscheiden van de rest van de beplanting.

Soorten die min of meer willekeurig in een beplanting verschijnen, worden strooiplanten genoemd. Zij worden als solitair toegevoegd, niet in een groep, en zorgen voor spontaniteit en natuurlijkheid. Ze kunnen willekeurig in groepen van andere soorten, waaronder matrixmengsels, gestrooid worden en het geheim is ze zodanig te verdelen dat ze voor een ritmisch effect zorgen. Deze techniek kan bij verschillende planten gebruikt worden en zorgt voor een zomers kleuraccent of voor langdurige, duidelijke structuur. Ze moeten zich wel voldoende onderscheiden van de rest van de beplanting Strooiplanten zijn vaak het meest effectief als ze aan een beplanting worden toegevoegd door ze letterlijk uit te strooien. Hun rol is te zorgen voor een natuurlijk en spontaan gevoel en door ze over het totaal te strooien creëren ze ook een visuele eenheid.

figuur 4.3.3 Stachys, die worden toegepast als strooiplanten.

Beheer 25.

Beperk de hoogtes van de heesters door het terugzetten van de heesters.

Bij de High Line in New York worden de heesters teruggezet om uitlopers te bevorderen. Deze techniek wordt toegepast bij de bekende planten als Cotinus coggygria en de Fluweelboom (Rhus typhina) waardoor de hoogte beperkt wordt. Dit wordt toegepast op de High Line omdat de plant zoveel voorkomt in een semi natuurlijke bosrand en ook langs snelwegen van Noord-Amerika kan het effect zeer natuurlijk zijn zelfs op 9 meter hoog in New York.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

58


26.

Scheur de langlevende planten als ze te groot worden.

Planten die gestaag uitbreidende dichte pollen vormen, zoals veel soorten Geranium, Aster en Solidago, zijn goed bestand tegen onkruid en herstellen zich na schade. Hierdoor worden ze als langlevende planten beschouwd. In de loop van de tijd vormen ze zulke grote pollen dat ze de border gaan domineren ten koste van korter levende planten. Dit is het moment om in te grijpen, door ze te scheuren en zo meer ruimte te creëren voor andere planten. Hierdoor ontstaat er een grote variatie. Bij de Lurie Garden in Chicago en de High Line in New York is de helft van de gebruikte planten inheems in de omgeving. Bij de beide opdrachten gold dat de beplanting iets van de plaatselijke natuurlijke omgeving moest weerspiegelen. Bij de High Line was dit de plantengemeenschap die zich voor de restauratie op de verhoogde spoorlijn had gevestigd. Door voor een dele plaatselijke inheemse planten te gebruiken krijgt een project een duidelijke, eigen signatuur.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

59


4.4 Ontwerpprincipes Ton ter Linden algemene ontwerpaspecten 1.

De ontwerpen worden afgestemd op de levenssfeer, de wensen van de klant en

de bouwstijl.

Voor Ton zijn de levenssfeer, de wensen van de bewoners en de bouwstijl van het huis bepalend voor het tuinontwerp. Dat is de reden waarom de door hem ontworpen tuinen ook zo sterk kunnen verschillen van zijn eigen tuin. 2.

Door het creëren van dichte beplanting wordt een natuurlijk beeld bereikt.

De natuurlijkheid van zijn borders is ook gebaseerd op de dichtheid van de beplanting. De natuur laat in ongekrenkte staat toch ook geen plekje onbenut. Om deze overvloed te ervaren is de beplanting dicht op elkaar gezet. 3.

Maak met transparante ijle beplanting transparantie in de border.

Dichtheid van de beplanting is één van de kenmerken van Ton ter Linden zijn borders. Er zijn geen zwarte plekken tussen het groen. U zou het kunnen vergelijken met een aquarel. In zo’n schildering heeft het penseel over het hele papier kleur aangebracht. Maar in het gebruik van de overvloeiende kleuren is het juist de kunst om het licht te laten zien. Datzelfde licht moet ook weer zichtbaar zijn in een border en daarom is de zorg voor de doorzichtigheid van de beplanting werkelijk essentieel. Om de doorzichtigheid te creëren in de borders gebruikt Ton ter Linden veel hoog opgaande, ijl groeiende planten in zijn borders. Een veelvoud van verticale lijnen is nodig om het licht te laten zien dat tussen de beplanting speelt. Dit is dan ook de reden dat Ton ter Linden nooit een buxusvorm of een hortensia solitair in zijn borders zal gebruiken. Die planten zijn te massief en zullen voor een groen ‘gat’ zorgen als het hele bloeiende weefwerk op zijn hoogtepunt is, zie figuur 4.4.1.

figuur 4.4.1 Bloeiend weefwerk van Frittilaria imperialis Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

60


4.

Maakt gebruik van elementen die zorgen voor structuur in de tuin.

Zorg voor contrasten in de tuin. In de ontwerpen van Ton ter linden benadrukt hij contrasten. Enerzijds waren de uitbundige borders waarin de planten de vrijheid kregen om hun gang te gaan en uit te zaaien en te weven. Anderzijds legde hij een strak en rechthoekig patroon aan van paden, vijvers, hagen en gazons. 5.

Herhaling zorgt voor een krachtig samenbindend effect en creëert samenhang.

Sommige ijle planten, en ook bolgewassen, worden als repeterende ‘kleurspatjes’ herhaald in de border. Deze herhaling zorgt voor een krachtig samenbindend samenhangend effect. Kleur 6.

Met kleur kan een bepaalde emotie & gevoel worden gecreëerd in een border.

Kleuren hebben ook een op zichzelf staand vermogen om een emotie op te roepen. Rood is een krachtige, actieve kleur, die het bewustzijn stimuleert. Roze is zacht en koesterend; verhoogt het gevoel van veiligheid en vertrouwen. Geel is vrolijk en warm; versterkt de helderheid van denken. Groen is rustgevend en evenwichtig; stimuleert het contact met jezelf. Blauw is de kleur van vrede en inzicht. Het intensiveert het vermogen tot communicatie. Paars is een spirituele kleur en stimuleert het verkrijgen van inzicht. Met de verschillende kleuren probeert Ton ter Linden een emotie of gevoel over te brengen op de bezoeker van de tuinen. 7.

Door kleurlijnen kunnen borders onderling worden verbonden.

Hoe vreemd het ook mag lijken, zelfs in beplantingsschema’s werkt Ton met lijnen. Een reeks planten met dezelfde bloeitint kunnen een kleurlijn vormen, al dan niet onderbroken, door de beplanting heen loopt en de ene zijde van de border met de andere verbindt. De lijnen kunnen op elk moment worden onderbroken of Ton laat de lijnen zigzaggen. De lijnen kunnen op elk moment onderbreken of laten zigzaggen. U kunt er diagonalen mee trekken of ze van dik naar dun laten uitlopen tot stippeltjes. Deze lijnen kunnen patronen laten ontstaan, die zich ritmische herhalen en op die manier zorgen voor continuïteit in de vlakverdeling. Kleurvlakken mogen niet te groot zijn, omdat onderlinge verhoudingen uit evenwicht raken door het te sterk overheersen van een kleur. De verbinding tussen de kleurvlakken moet vloeiend zijn zoals in de aquarellen van Ton ter Linden. Het is een meester in het maken van deze vluchtige overgangen. En wat hij in aquarellen met verf doet, bereikt hij met bloemen in zijn borders. Hij gebruikt drie technieken om dat vervloeiende effect te verkrijgen.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

61


8.

Verbindt verschillende kleuren door zgn. weefplanten.

Ten eerste het toepassen van zgn. weefplanten. Dat zijn planten die zich gemakkelijk uitbreiden en zelfstandig tussen de andere ‘door wandelen’. Ze vermengen zich heel natuurlijk en binden op deze manier de ene kleur aan de andere. 9.

Gebruik dezelfde plant in steeds kleinere vlakken zodat de kleuren in elkaar

overlopen. Ten tweede mogelijkheid om een kleur door de border te laten verweven is om een zelfde plant in steeds kleinere vlakken te laten terugkomen, tot ze uitlopend in kleinere kleurspatjes verdwijnt en in de volgende kleur wordt opgenomen. 10.

Voeg planten toe met een tussenliggende kleurnuance.

Het derde idee lijkt het meest simpele en bestaat uit het toevoegen van een plant die bloeit in een tussenliggende kleurnuance. Alleen eist dat nu juist veel ervaring en een diepgaande kennis van planten. Want iedere kleur kent vele nuances en die staan in de catalogi vaak onder een zelfde noemer vermeld. Hoeveel tinten zou paars wel niet kennen en zelfs als er blauwpaars staat kan het nog veranderen. Want de grondsoort geeft soms ook nog een tikkeltje kleur aan de zaak. Dat Ton kunstschilder is vindt u overal in zijn tuinen terug. Zijn ideeën over uiteen waaierende kleurnuances, over contrasterende kleuren of onverwacht schitterende combinaties kwamen vaak via het schilderen tot stand. Hoogte 11.

Gebruik hoge individuele planten aan de voorrand waar je doorheen kunt

kijken wat diepte en spanning creëert.

Het verschil in hoogte geeft reliëf en spanning aan een geheel. Variatie in hoogte van beplanting zorgt ook voor een verschil in lichtinval en heeft op die manier invloed op de intensiteit van de toegepaste kleuren. Ton verwerkt hoge planten vaak op een heel bijzondere manier; bijvoorbeeld door individuele plaatsing aan de voorrand zodat u door de plant heen naar de rest moet kijken. Niets geeft een grotere dieptewerking dan zo’n voile van kleur, die een schitterende vertekening geeft van de werkelijkheid. Natuurlijk gebruikt hij hiervoor planten met een doorzichtige structuur of een ragfijne bloeiwijze. Hoog opgaande planten zijn onmisbaar voor het luchtige, speelse effect en voor de wezenlijke doorzichtigheid van het geheel. De ijle, hoge planten geven met de opgaande structuur een duidelijke verticale belijning. Door de aanwezigheid van de ijle hoge planten valt het licht mooi tussen de verticale lijnen door. De uitzonderlijke wijze waarop Ton ter Linden speelt met de hoogte van planten ziet u ook in de opbouw van zijn borders. De gebruikelijke manier van inplanten, waarbij lagere planten aan de voorrand staan en de border langzamerhand

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

62


wat glooit naar de hogere achterkant, heeft zijn interesse niet. Hij vindt die geleidelijkheid saai en geniet ervan wanneer de planten, direct aan de voorrand al hoog boven u uitsteken. Hij houdt er niet van als u letterlijk of figuurlijk op de natuur neerkijkt. Hij dwingt u tegen een beplanting op te zien of u in ieder geval van gelijkwaardig niveau te voelen. En hij biedt u daarbij de overweldigende ervaring van het opgenomen worden in een vloed van schoonheid. Groeiwijze 12.

Houdt bij het combineren rekening met de groeiwijze van de plant.

Het totale gestalte van een plant, de vorm van de bloem en blad en de groeiwijze is voor Ton ter Linden een belangrijk onderdeel in zijn keuze van planten. Het beste is om de plant in werkelijkheid te zien en uw ogen de kost te geven in welke tuin of kwekerij u ook bent. Let dan op bij de verschillende combinaties naar het effect van afwisseling in groeiwijzen. Een plant die door grootte en aparte groeiwijze vraagt om een solitaire plaats, verdient extra aandacht. Want ook een solitair blijft een onderdeel van een grotere samenhang. Hoe overheersend ook, hij komt tevoorschijn uit een lagere beplanting, die ervoor zorgen dat hij imposant overkomt. In natuurlijke wisselwerking wijst hij dan weer op de fascinerende teerheid van dat wat aan zijn voet groeit. ijle vormen, hoog reikende, snel wendbaar rankende planten, spreidende, kruipende, bossige groeiers. Allemaal op zichzelf mooi, maar in een groter geheel, samen gecombineerd kunnen zo nog aantrekkelijker ogen. 13.

Houdt rekening met het combineren van de beplanting met de bloemvorm.

De grootte van een bloem heeft invloed op de intensiteit van de kleur. Bovendien zal in een grote bloem een schaduwwerking optreden waardoor nuances binnen de eigen kleur ontstaan. Dit kan een heel bloeiend gegeven zijn voor een combinatie met andere bloemen, die in kleur bij één van die nuances passen. Hoe kleiner de bloem, hoe meer de kleur uiteenvalt en zich via kleurvlekken, kleurspatten en kleurnevels tussen de andere planten mengt. Deze eigenschappen kunnen we gebruiken om een kleur op een zachte wijze in een andere te laten overglijden. Een open bloeiwijze of een bloemscherm geeft horizontale effecten aan het geheel die onmisbaar zijn in een compositie. Ze zijn te vergelijken met de verandering van penseelvoering in een schilderij en de invloed van die kleine, liggende kleurstreken kan heel groot zijn. Afwisselende bloemvormen maken een border interessant en zorgen voor details in de border. Dit is een van de redenen waarom de Tuinen van Ton ter Linden zo indrukwekkend zijn: het totaalbeeld is mooi, maar ook ieder detail is de moeite waard. Vandaar dat je er niet uitgekeken raakt.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

63


14.

Houdt bij het combineren van de beplanting rekening met de bladvorm.

Wanneer een bladvorm groot en stevig is, dan is de kleur ook meer indringend en gaat een grote rol spelen bij de keuze van de beplanting. Een groot vlak vanuit de toon vallend groen kan bijzonder storend zijn in een kleurrijke border. Zo’n groene vlek heeft absoluut geen gevoel voor ritme en kan nu eenmaal niet ‘dansen’. Een markante groene vorm kan bij de ruimtelijke indeling van de tuin een grote rol spelen en dienen als een rustig, vast punt in het lijnenspel, maar in een bloemenborder is het zelden een aanwinst. Een sterke, markante bladvorm kan een heel artistieke toets geven. Denkt u maar eens aan de Hosta’s met sterk getinte nerven of met omranding in een afstekende kleur wit of zachtgeel; aan de grote zilvergrijze, scherp gekante bladeren van de majestueuze Onopordum of het wijd gespreide groen van het groot hoefblad.

figuur 4.4.2 Hosta met wit omrande bladeren

15.

Houdt rekening met de stengelvorm bij het combineren van de groeiwijze.

Bij het kijken naar de groeiwijze hoort ook de stengelvorm. Buigzame, taaie stengels zijn vaak gemakkelijk toe te passen. Ze voegen zich moeiteloos in het grote geheel. De meer stevige vormen kunnen juist kracht geven en steun verlenen aan de opbouw van de gehele border. De hele tere, rankende groeiers geven een speels effect en sommige dartelen dan ook bijna ongezien door de border en laten de meest onverwachte plaatsen hun bloemen achter. Afwisseling in stengelvorm steunt uw border op vele manieren.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

64


16.

De vorm van de bloemen na de uitbloei is even belangrijk als de kleur.

Denkt u nu niet meteen aan de herfst, want het gehele seizoen door draagt uw border de sieraden van uitbloei. Daarom is het bij uw keuze belangrijk ook aandacht te geven aan de vorm van de plant na de bloei. Er zijn planten die helemaal verdwijnen en in dat geval zult u waarschijnlijk besluiten dat u het zich niet kunt veroorloven een lege plek te laten ontstaan in de border. Soms zult u ervaren dat sommige bloemen tijdens de bloei schitterende veranderingen van kleur geven, terwijl andere tijdens hun bestaan schrikbarend in kleur kunnen gaan verschillen. Soms is de verandering in vorm of de langzame verkleuring van het hart van de bloem nadat de bloemblaadjes zijn afgevallen ook een heerlijke toevoeging aan de charme van een plant. U kunt de donkeroranje harten van de Echinacea op de kale steel zelfs in de bloemenwinkel kopen om ze in een boeket te gebruiken en in de border maken ze daardoor ook langdurig goede sier. De minimale zacht paarse bloemetjes die de grote kaardebol tonen worden vaak over het hoofd gezien, omdat de prachtige vorm van de uitgebloeide bol de hoofdzaak lijkt. Heel vroeger werden deze harde, stekelige bollen gebruikt om wol uit te kammen of te kaarden zoals dat in vaktermen heet en zo kwam de kaardebol aan zijn naam. De bloeiaren zijn de Verbena hastata verliezen hun kleur, maar de vorm blijft onveranderd bloeiend. De korte tijd schetterend schel paars bloeiende judaspenning zou je uitsluitend planten voor de latere fase van zilver doorschijnende perkamenten vliezen, waarin de zaden zijn verpakt. De uitgebloeide aren van de wilde bosandoorn geven nog heel lang zachte, verticale accenten aan in de border, die in belangrijkheid niet onderdoen voor haar bloeiende zussen. De late herfst is natuurlijk het seizoen om nabloei op waarde te schatten. En daarin zijn bottels, bessen en zaaddozen en onverwacht feestelijk element. Leer de vorm van uitgebloeide planten waarderen en kijk naar het grote aandeel dat ze hebben in het totaal van uw tuin. Vorm is even belangrijk als kleur wanneer het gaat om schoonheid. En vlak de winter niet uit als u geniet van de nabloei. Wanneer u alles laat staan is uw tuin in de kille periode vol pentekeningen, die zich dansend afzetten tegen de vaak saai grijze winterluchten of die zich ’s ochtends plotseling vertonen in een nieuw berijpt kleed. De ijskoude adem van de noordenwind kan ontroerende glinsteringen achterlaten op de vergane glorie van hoge grassen. Hij duldt niemand om zich heen wanneer hij op het dunne glas de tere herinnering tekent aan de vleugels van zijn geliefde IJskoningin.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

65


Licht 17.

Maak gebruik van licht wat door de beplanting heen kan spelen.

De beplanting mag nergens te massief worden. Daarom wordt er veel met hoge verticale beweeglijke vormen en siergrassen gewerkt. Het licht moet altijd door de beplanting heen kunnen spelen. 18.

Grassen zorgen voor licht, kleur en beweging.

Grassen blijven tot diep in de winter kleur en beweging houden. Zon en wind spelen graag mee. De vorst hangt er zijn complete voorraad diamanten aan. De gekozen bloemen passen in vorm bij de bloeiwijze van de grassen. De meeste grassen hebben aarvormige bloeiwijze en zijn transparant.

figuur 4.4.3 Grassen in de beplanting van Ton ter Linden.

Mengingswijze 19.

Verdeel de beplanting losjes bij het uitzetten van de beplanting.

Wanneer u zich verdiept in de tekeningen zult u de manier van inplanten en combineren beter gaan begrijpen. In werkelijkheid wordt het plantmateriaal losjes over het grondstuk verdeeld met een goede onderlinge afstand. Haal er geen centimeter bij, want de natuur gaat graag in op uw spontane acties. 20.

Weef de beplanting door elkaar voor een natuurlijke uitstraling.

Het weven van de beplanting versterkt de natuurlijke uitstraling. Hij lijkt alsof de planten zo vanzelf zijn gegroeid. De planten worden op verschillende plekken door elkaar heen geplant. Ton ter Linden vermeid massieve kleuren en grote plantvakken. Vandaar dat hij veel gebruik maakt van beplanting met kleine bloemen die niet zo massief aanwezig zijn. Hij weeft de beplanting door elkaar om te voorkomen dat er te grote plantvakken ontstaan die er onnatuurlijk uitzien.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

66


Grondsoort 21.

Het is belangrijk om te weten uit welke grondsoort uw tuin bestaat zodat daar

de beplanting op aangepast kan worden.

Het is belangrijk om te weten uit welke grondsoort uw tuin bestaat, want sommige planten zijn erg kieskeurig en voelen zich absoluut niet thuis in dat wat u hen kan bieden. De humuslaag zorgt voor voedingstoffen voor de planten. De humuslaag is dan ook erg belangrijk in een dergelijk plantvak. Juist omdat wij de aarde in Nederland zo intensief gebruiken en al eeuwen druk doende gebruikt hebben, is het goed te onderzoeken of er een schreeuwend tekort of een teveel in de samenstellende elementen van de grond is ontstaan, die er de oorzaak van kunnen zijn dat het natuurlijke evenwicht is zoekgeraakt. Beheer Je mag bij de tuinen van Ton ter Linden niet zien dat er in de borders gewerkt wordt, het moet natuurlij ogen. Ton ter Linden gebruikt ook veel planten die zich uitzaaien. Dit brengt specialistische werk met zich tijdens het beheer. In zijn border worden ongewenste gewassen verwijderd doordat hij selectief wied. Deze manier van onderhoud vergt veel tijd en expertise van de medewerkers die het beheer uitvoeren. Bewerken van de grond 22.

Zet de grond niet om als dat niet nodig is.

Aarde, en zeker de bovenste twee lagen ervan, is een in elkaar grijpend geheel van kanalen, samenvoegende schimmeldraden en organische materialen waarin het microleven plaatsvindt. We moeten beseffen dat omspitten van de grond in het onderhoud van een tuin geen plaats kan hebben. Gebruik geen spa maar een wiedstok om de aarde wat te beluchten en de onkruiden te verwijderen. Soms is het echt niet mogelijk om zonder diepgaand grondwerk een tuin aan te leggen. In nieuwe stadswijken is de grond door de vele zware machines, die er tijdens de bouw overheen gereden zijn, vaak tot harde lagen samengedrukt. Het is dan met recht een noodzaak te kiezen voor diep spitten of mechanische omzetten en egaliseren. Meestal is het evenwicht in de grond na een paar jaar weer hersteld en begint de natuurlijke uitzaaiing weer op gang te komen. De aan de grondsoort verbonden wilde plantengroei mengt zich opnieuw tussen de ingeplante soorten en u vindt weer moeiteloos charmant dartelende, niet door u gekozen plantensoorten.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

67


23.

Iedere toevoeging moet organische of biologische zijn en niets mag de

kringloop agressief belagen.

Dat afbreken en opbouwen even belangrijk zijn in het proces van de kringloop is nu precies wat de mensheid over het hoofd zag toen zij de kunstmest ontdekte. Het leek erop dat we veel slimmer waren dan de natuur zelf. We gebruikte kunstmest in overvloed. Maar toen pas bleek dat de natuur deze kunstmatige elementen niet kon afbreken en zich opstapelden tot grote hoeveelheden in de grond. Het evenwicht was verstoord en ziekten en plagen waren het gevolg. Omdat de plant onder druk van chemische meststoffen de voorrang geeft aan bladvorming en weinig zorg besteedt aan het wortelgestel blijven de wortels achter op de groei. Bovendien hebben de tot snelle groei opgejaagde cellen een zwakke wand; de planten worden slungelig en het blad verwelkt snel. Het kleinere wortelgestel en de verminderde mogelijkheid tot opname van voedingstoffen zorgen ook voor een verminderde weerstand. De plant is dus gevoeliger voor ziekten. Chemische bestrijdingsmiddelen zorgen voor totale dood en een algemeen verderf. Niet alleen het ‘plaagbeest’ wordt vernietigd, ook de natuurlijke tegenstander van het plaagbeest gaat eraan. En daarbij voegen zich nog alle onschuldige soorten die toevallig in de buurt waren en met elkaar bezig waren een evenwicht in stand te houden. Er zit maar één ding op, dat is op een natuurvriendelijke manier meewerken aan het herstel van het totale evenwicht. Natuurvriendelijk wil zeggen dat we ervoor zorgen dat alles wat we aan de natuur toevoegen ook voor de natuur afbreekbaar moet zijn. Iedere toevoeging moet dus organische of biologische zijn en niets mag de kringloop agressief belagen. Op deze manier kan de natuur zelf kiezen voor omzetting van een stof in haar passende hoeveelheid. Ton ter Linden voegt indien noodzakelijk de volgende stoffen toe aan zijn tuin: Bloedmeel Dit is opgebouwd uit dierlijk eiwit. De stikstof is het meest werkzame element en vooral druiven zijn er dol op. Beendermeel Helpt het fosfaattekort aan te vullen. Het versnelt het omzettingsproces in uw compost en verhoogt de temperatuur in uw afvalhoop. Vinassekali De naam zegt het al: vult kali-tekorten aan.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

68


Maerl Deze kalksoort, uit de koraalalgen van de Atlantische Oceaan, bevat ook veel sporenelementen. Het is een snel opneembare, losse kalk die ervoor zorgt dat het PH gehalte van uw tuin weer in balans komt. Gesteentemeel of basaltmeel Dit is erg rijk aan sporenelementen. Het bevat o.a. silicium dat de celwand van de planten verstevigt. Het maakt bovendien kleigrond losser. Organische rozenmest Deze bevat al de noodzakelijke elementen in een voor rozen goede verhouding. Strooi de mest op zo’n 20 cm afstand van de stam, want daar begint het net van haarwortels, die het grootste opnamevermogen hebben. 24.

Snoei met grote zorg, waarbij rekening gehouden dient te worden met de

schoonheid en de vorm van de beplanting.

Snoeien is in feite een onnatuurlijke handeling. Ton ter Linden is zich sterk bewust van de onnatuurlijkheid van zijn ingrijpen en zal dit altijd doen met grote zorg voor de plant en liefde voor de schoonheid van de vorm van de beplanting. Wieden 25.

Houdt doorzichtigheid en ruimte in de border door het wieden.

Ton ter Linden onderscheidt drie manieren van wieden: het grove wieden, het selectieve wieden en het creatieve wieden. Door het wieden met een dunne aspergesteker wordt alleen lokaal het bodemleven verstoord waardoor het bodemleven zoveel mogelijk intact blijft. Met de aspergesterker wordt het onkruid gewied. Wieden in het voorjaar grof met een wiedstok. De volgorde is niet willekeurig. In he voorjaar wordt begonnen met het grove wieden. Me de wiedstok worden overal het gras en alles wat duidelijk onkruid is, bijvoorbeeld de rozetten van de paardenbloemen weg gestoken. De borderstukken die sterk vergrast zijn moeten heel voorzichtig behandeld worden om de daaronder groeiende beplanting niet meteen een kopje kleiner te maken.

Selectief wieden Na het wieden in het voorjaar vindt het selectieve wieden plaats. Het is erg belangrijk dat de persoon die het beheer uitvoert de zaailingen van vaste planten of eenjarige kan onderscheiden van het pure onkruid. Bij het onderhoud van de borders is veel specialisme nodig. Men moet namelijk de zaailingen kunnen herkennen tijdens het selectieve wieden.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

69


Creatief wieden We moeten nu alle tijd nemen om creatief te wieden. Welke planten horen werkelijk thuis in de compositie van uw border; hoeveel zaailingen geven een mooi effect; waar zijn ze mooi en waar niet. Wat u beslist voor ogen moet houden bij de begeleiding van een border, is de doorzichtigheid van de border. Dat is niet alleen belangrijk voor het oog, maar ook om ruimte te scheppen voor beweging en het luchtig wevende en wuivende effect van de beplanting. Neem letterlijk en figuurlijk afstand van uw creatie en kijk naar het totaal. Bij het creatief wieden worden bewust zaailingen gespaard en was uitzaaiing de manier waarop planten zich vermeerderen en binnen de border spontaan gingen verplaatsen en mengen. Dit zorgt ervoor dat de border er dynamische uitzien en van jaar tot jaar er net anders uitzien. 26.

Laat de beplanting s ’winters staan wat zorgt voor een mooi wintersilhouet.

Uitgebloeide planten mogen in het najaar blijven staan; zaaddozen en vruchten zijn een wezenlijk onderdeel van de algehele tuinbeleving. Dit zorgt voor een mooi wintersilhouet.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

70


4.4 Gezamenlijke ontwerpprincipes Uit de voorgaande ontwerpprincipes hebben wij de gezamenlijke ontwerpprincipes gehaald. Ze hebben bijvoorbeeld alle drie respect voor de bestaande bodemomstandigheden. Ze zochten ook alle drie naar sterke, natuurlijk ogende planten, die toegepast konden worden op een lossere manier, zodat het leek of de natuur het zelf had ontwikkeld. Alle drie planten ze de beplanting dicht op elkaar waardoor een natuurlijk beeld wordt gecreëerd. Ze houden rekening met de context om het projectgebied en geven een eigen identiteit aan een plek door bijvoorbeeld de klimatologische omstandigheden zoals bodem, zon, schaduw enz. te weerspiegelen door de beplanting. Hierdoor wordt er ook een bepaalde sfeer gecreëerd die lijkt op een natuurlijke habitat. Niet de bloemkleur van de beplanting is het belangrijkst maar de gehele groeiwijze is belangrijk zodat er ook een aantrekkelijk beeld kan worden gecreëerd als de beplanting niet bloeit. Er wordt bijvoorbeeld bij het ontwerpen van de beplanting ook rekening gehouden met het winterbeeld. Er wordt ook veel gebruik gemaakt van transparante planten die door elkaar heen worden geweefd, waardoor er meer diepte in de beplanting wordt gemaakt wat er erg natuurlijk uitziet. Door hoge en lage beplanting door elkaar te weven wordt er spanning gecreëerd in de beplanting wat ook een kracht is van de beplantingsplannen van de ontwerpers. De drie ontwerpers zorgen ook in hun beplantingsplannen voor subtiele herhaling wat zorgt voor ritme en samenhang waardoor de beplanting niet rommelig oogt. Ze gebruiken ook alle drie planten die dicht bij de natuur staan en kleine bloemen hebben waardoor ze eenvoudig te combineren zijn. Bij de projecten die de ontwerpers hebben ontworpen zorgen ze alle voor een bepaalde structuur in het ontwerp die ervoor zorgt dat het geen rommelig beeld oplevert. De structuur wordt aangebracht doormiddel van hagen, paden, een gazon of paden die zijn gemaaid in het gazon. Ook kunnen dit ‘dode’ materialen zijn zoals bestrating of bouwkundige elementen.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

71


5

GEZAMENLIJKE UITGANGSPUNTEN BEPLANTING 5.1 Vaste planten in het verleden en de toekomst

In de jaren ’60 en ’70 werden teveel vaste planten in de openbare ruimte toegepast die teveel onderhoud vroegen en dus uiteindelijk te duur waren. Hierbij ging de interesse vroeger uit naar grootbloemige planten met opvallende kleuren. Aan ziektegevoeligheid en hoeveelheid onderhoud die ze vroegen werd weinig aandacht besteedt. Ook voor natuurlijke uitstraling, het winterbeeld of aantrekkelijkheid voor bijvoorbeeld vlinders had in die tijd niemand belangstelling. Vanaf 1980 is er een nieuw assortiment vaste planten ontwikkelt, waar veel meer het totaalbeeld centraal stond; de groeiwijze, bladvorm, zaadvormen en wintersilhouet. Wat de groeiwijze betreft is er gelet op sterke soorten die niet omvallen na onstuimige weersomstandigheden en niet of nauwelijks gevoelig zijn voor ziekte of insectenvraat. Kortom vraagt de plant dus weinig onderhoud. Met dit nieuwe sortiment kan er een beplanting worden gecreëerd die betrekkelijk weinig onderhoud vraagt en die niet alleen in de zomer, maar het hele jaar door interessant is om te zien. De planten die worden toegepast binnen The Dutch Wave zijn geselecteerd aan de hand van zowel visuele- als technische selectiecriteria. In dit hoofdstuk zullen deze criteria worden beschreven.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

73


5.2 Technische selectiecriteria beplanting Dutch Wave Allereerst ingaand op de technische selectiecriteria is het van belang dat de beplanting het gewoon goed doet. Het moeten betrouwbare planten zijn, die zich in een gemiddelde tuin, met gewone tuingrond, zonder al te veel moeite kunnen handhaven. Er moet dus geen gebruik van bestrijdingsmiddelen gemaakt hoeven worden. Er zal geen kunstmest nodig zijn voor de ontwikkeling van de planten en er zal geen overdreven onderhoud nodig zijn. Over het algemeen zijn het dus soorten die geschikt zijn voor de Dutch Wave waar men jarenlang plezier van heeft zonder dat men veel moeite moet doen om de beplanting in stand te houden.

5.3 Visuele selectiecriteria beplanting Dutch Wave Bij de visuele selectiecriteria wordt er geredeneerd vanuit één hoofdgedachte. De beplanting moet natuurlijk ogen. Dit betekent dat ze met name kleine fragiele bloemen hebben en een structuur zoals die te zien is bij ‘wilde planten’. Vaak zijn alleen bij de echte ‘wilde planten’ een aantal minder goede eigenschappen van toepassing. Dit kan bijvoorbeeld zijn dat de beplanting extreem woekert of dat de beplanting na onstuimige weersomstandigheden omvallen. Door de verschillende kwekers die betrokken zijn bij ‘The Dutch Wave’ zijn de verschillende natuurlijke beplanting doorgekweekt tot sterkere cultivars. Dat wil zeggen dat het wilde planten zijn die zijn doorgekweekt tot een betere cultivar van de natuurlijke soort, waardoor de minder goede eigenschappen van de ‘wilde planten’ niet meer of in mindere mate van toepassing zullen zijn. Deze soorten zijn vaak minder vatbaar voor ziektes en blijven bijvoorbeeld bij onstuimig weer, beter rechtop staan. Omdat de meeste beplanting bestaan uit meerdere kleine bloemen zijn de beplanting ook heel erg aantrekkelijk voor vogels en insecten.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

74


5.4 Beplantingstype Dutch Wave Binnen de Dutch Wave worden verschillende type beplantingen toegepast. Vooral vaste planten, siergrassen, bolgewassen, tweejarigen en kortlevende vaste planten en eenjarige worden toegepast door de ontwerpers van ‘The Dutch Wave’. Ieder type beplanting heeft zijn eigen kenmerken en voegt iets toe in een beplanting waar meerdere beplantingstype bij elkaar zijn toegepast. Hieronder wordt toegelicht welke specifieke eigenschappen ieder type beplanting heeft. Vaste planten Het is belangrijk dat er wordt gewerkt met een sterke basis van bijvoorbeeld vaste planten die goed sluiten. De vaste planten moeten ook goed aansluiten op de bestaande grondslag zodat ze goed gaan groeien en bloeien. Kortom ideale planten voor iedereen die wel graag een mooie, natuurlijke tuin wil hebben maar weinig tijd heeft voor het onderhoud ervan. Er zijn ook soorten vaste planten die zich van zelf uitzaaien. Je krijgt er steeds meer van als je niet oppast. Als je zo’n

Figuur 5.4.1 Goed sluitende vaste planten

plant niet helemaal op de juiste plek plant, laat hij door middel van zijn zaailingen weten waar hij wel graag groeit. Als een vaste plant, die zichzelf uitzaait totaal op de verkeerde plek staat, zal deze zichzelf ook niet uitzaaien. Deze uitzaaiende vaste planten zorgen voor een stukje spontaniteit in beplantingen. Siergrassen Siergrassen zijn onmisbaar in een natuurlijke tuin. Niet alleen zien ze er natuurlijk uit, ze zijn ook erg gemakkelijk. Ze groeien op vrijwel alle grondsoorten en vragen vrijwel geen onderhoud. De meeste soorten zijn een luchtige en transparante verschijning, waardoor ze zelfs aan de zwaarste en heftigste kleurencombinaties een ‘wild’ karakter kunnen geven. Ook zorgen veel soorten er met hun fraaie wintersilhouetten voor dat de tuin ook in de winter nog een fraaie uitstraling heeft. Grassen

Figuur 5.4.2 Wuivende siergrassen

vormen, dankzij hun betrouwbare ‘aanwezigheid’ gedurende een groot deel van het jaar, vaak de basis van een beplantingsontwerp.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

75


Grassen kunnen een band suggereren met de oorspronkelijke groeiplaatsen. Grassen geven een natuurlijke touch aan iedere plek waar ze groeien, al is het midden in de stad. Op het platteland leggen ze een natuurlijke verbinding tussen de tuin en het omringende landschap. Grassen worden op hun beurt met het landschap geassocieerd en brengen een gevoel van natuurlijkheid in onze tuinen. Als we op dit gevoel inspelen door grassen in losse groepen aan te planten en dit eventueel in de hele tuin te herhalen is een informele en natuurlijke sfeer het gevolg. De subtiele bladeren en bloeiwijzen van grassen bewegen bij het geringste briesje en brengen zo beweging en ritme in de borders. Grassen zien er in een tuin het beste en natuurlijkst uit wanneer ze net als in de natuur met andere planten samen groeien. Met hun textuur verbinden ze andere planten met elkaar en voorkomen bijvoorbeeld dat kleuren met elkaar vloeken. Wanneer je grassen door de borders weeft krijg je harmonie en rust. Wanneer een zelfde gras regelmatig in een border wordt herhaald, geeft het ritme en onderling verband aan de beplanting en verbindt andere delen van de tuin waar het ook is gebruikt. Harmonie en contrast zijn wezenlijke elementen die het succes van een plantencombinatie bepalen. Wanneer we planten samen brengen maken we, bewust of onbewust, vergelijkingen en kijken we naar overeenkomsten en verschillen. We vergelijken vorm, kleur en textuur en vinden bij siergrassen een overvloed aan mogelijkheden op dit gebied. De krachtige vorm van grassen contrasteert met de vaak slappe vorm van vele bloeiende planten. Veel grassen zijn interessant vanaf het moment dat ze boven de grond komen totdat hun winterskelet in het voorjaar wordt afgeknipt. Bolgewassen Bolgewassen verlenen een extra dimensie aan de beplanting. Het grootste deel van het jaar zijn ze onzichtbaar. Vroeg in het voorjaar komen ze tevoorschijn om vervolgens te bloeien, waarna ze weer plaats maken voor de vaste planten. Zo beconcurreren ze elkaar niet, maar leven bijna in een perfecte harmonie samen. Veel bollen lijken een eeuwig leven te hebben, maar ze klonen zichzelf door rondom de moederbol kleine bollen te vormen. Terwijl de moederbol sterft groeien de kleine

Figuur 5.4.3 Bolgewassen

bollen op hun beurt uit tot moederbollen, die ook weer kleine bollen vormen. Dat gaat zo oneindig door. Althans onder ideale omstandigheden.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

76


Tweejarigen en kortlevende vaste planten Het milieu waar tweejarige planten groeien is vooral daar waar de bodem incidenteel wordt verstoord. Niet ieder jaar, want dan komen ze niet tot bloei, maar incidenteel dus. Het zal duidelijk zijn dat tuinen, waar ook wel wat wordt gerommeld, ideale groeiplaatsen zijn voor tweejarigen. En dat is te merken ook, want ze zaaien zich in alle hoeken en gaten, tot in het hard van vaste planten. Wanneer je je realiseert hoe groot de meeste soorten worden, weet je ook dat er selectief gewied moet worden, zodat je alleen die exemplaren

Figuur 5.4.4 tweejarige Verbascum

overhoudt die de rest van de beplanting niet in de weg staan. De meeste tweejarige en kortlevende vaste planten bloeien daarentegen heel uitbundig en dragen zo in grote mate bij aan de beleving, met name in de zomer. Dit kan een reden zijn dat je ze nooit meer wil missen wanneer je ze eenmaal hebt. Bovendien komen ze ieder jaar op andere plekken spontaan op en zullen ze staan te bloeien. Zo houden ze leven in de brouwerij en is het altijd afwachten waar ze het volgend jaar weer opkomen. Eenjarige De meeste eenjarige hebben, meer dan vaste planten of tweejarigen, kale grond nodig om zich te kunnen uitzaaien. In een natuurlijke tuin, waarin je ernaar streeft de begroeiing zo veel mogelijk gesloten te houden, is er in de praktijk weinig ruimte voor eenjarige. Maar in de geringe ruimte, die er desondanks toch wel is, heb je grote kans op succes met eenjarige. Er zal wel gekozen moeten worden voor eenjarige die snel genoeg groeien om te kunnen concurreren met de vaste planten.

Figuur 5.4.5 eenjarige papaver

Soms ben je eenjarige jaren kwijt, maar wanneer er ergens een nieuw stuk tuin wordt aanlegt staan ze er ineens weer. De zaden van veel eenjarige kunnen hun kiemkracht jaren behouden en snel profiteren van ieder kaal stukje dat beschikbaar komt. In een bestaande, soortenrijke tuin zal het lastiger zijn om nieuwe eenjarige te introduceren.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

77


6

PROJECTEN VAN ONTWERPERS 6.1 Henk Gerritsen - Prionatuinen De Priona tuinen zijn vanaf 1978 door Henk Gerritsen en Anton Schlepers aangelegd rond Anton Schlepers ouderlijk huis in Schuinesloot, een plattegrond hiervan is te zien op figuur 6.1.1. In het dorp Schuinesloot had vroeger iedere familie een bijnaam. Omdat die weinig flatteus was, verzon Anton Schlepers zijn vader een eigen bijnaam: Priona. Sinds Henk zijn eerste bezoek in 1976 aan het huis van Antons vader en moeder in

Schuinesloot heeft hij zich verdiept in de natuurlijke historie van de plek en de omgeving. Hij was getroffen door de opvallende magie van de plek, vol eeuwenoude eiken, te zien op figuur 6.1.2, verreweg de oudste bomen in de wijde omtrek.

figuur 6.1.2 Eeuwen oude eiken in de Prionatuinen

Op het moment, dat er in Schuinesloot woonruimte vrij kwam konden ze gaan tuinieren op een plek die van zichzelf al heel erg mooi was. Precies op de grens van het Drentse plateau en het dal van de Reest, een plek die ook voordat hier mensen woonden al bijzonder moet zijn geweest. Op deze plek waar twee landschapstypen aan elkaar grenzen is de natuur veel rijker. Hier zijn de Prionatuinen gelegen.

Figuur 6.1.1 Ontwerp Prionatuinen

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

79


Toen Henk Gerritsen in 1978 samen met Anton Schlepers met de aanleg van de Priona tuinen begon, had hij de adembenemende bloemenweiden van Centraal- en Zuid Europa voor ogen. Dat beeld wilde hij in de tuinen vastleggen. Over de vormgeving had hij nog weinig nagedacht. Behalve de tuinen van Mien Ruys had hij nog geen enkele andere tuin gezien, en voor zover hij ideeën had over de vormgeving, waren deze bij haar afgekeken. Één van de uitspraken van Mien Ruys: ‘Je kunt in de tuin de natuur niet imiteren’, viel minder bij Henk in de smaak. Eigenwijs probeerde hij toch het tegendeel te bewijzen, maar in de loop der jaren heeft hij moeten toegeven dat Mien Ruys toch gelijk had. De subtiele plantengemeenschappen die hij in de tuin plantte, zoals die van het kalkgrasland, bleken niet opgewassen tegen de enige plantengemeenschap die van nature in tuinen wil groeien: het zevenblad-verbond (Aegopodionpodagrariae), een gemeenschap van agressieve wortelonkruiden zoals te zien is in figuur 6.1.3.

figuur 6.1.3 Plantengemeenschap van Vinca en Aegopodionpodagrariae

Sommige bezoekers waren dolenthousiast en prezen ze uitbundig, maar andere gedroegen zich afwijzend: die begrepen niet wat ze zagen en dropen mopperend af.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

80


De Prionatuinen bestaat nu uit zo’n achttien verschillende delen, die allemaal heel anders zijn en hun eigen sfeer hebben. Het zijn geen tuinkamers die worden omsloten door hagen. In 1978 zijn ze begonnen met de aanleg van de eerste tuin, de Keientuin (1). Met de aanleg van de Hemelsleuteltuin (2) zijn ze begonnen in 1979. De Hochstaudenflur (3) is een tuin met een verhaal. Hij is aangelegd op de plek waar veertig jaar lang een groentetuin heeft gelegen en waar dus veertig jaar mest is terechtgekomen. In 1985 kreeg de tuin zijn huidige vorm. Ze waren er inmiddels achter gekomen dat de uiterst vruchtbare bodem en de halfschaduw ideale voorwaarden waren voor een ‘Hochstaudenflur’: een begroeiing met hoog opschietende, kleurig bloeiende planten, die in de berggebieden beekdalen opfleurt. Daarna hebben ze in 1981 het bos (4) aangelegd die de tuin omgeeft. Het Eikenbos wordt steeds mooier. Sinds ze woonde in Schuinsesloot hebben ze consequent niets meer gedaan aan het bos, wat valt mag blijven liggen, alles wat kiemt mag blijven staan. Langzaam maar zeker gaat het bos op een heus natuurbos lijken. Met de Vlindertuin (5) zijn ze in 1983 begonnen. Het pottenpleintje (6) dateert van 1987. De Watertuin (7) is aangelegd in 1991. De kweektuin (8) is er sinds 1986. De grote border (9) is in 1988 aangelegd, met als belangrijkste uitgangspunt, dat er alleen planten in mochten die nog niet in de tuin stonden. De bloemenwei (10) dateert ook van 1988. Hier hebben ze het bestaande grasland verschraald en hier en daar wat hoogteverschillen aangebracht. Kaatje’s tuin (11) is een vierkante tuin (25x25m), aanlegt in 1990. De ‘All American’-tuin (12) is geïnspireerd door wat ze over de Tallgrass Prairie hebben gelezen, een plantengemeenschap dat vroeger het gehele Midden-Westen van de Verenigde Staten heeft overdekt. De kruidentuin (13) vormt samen met de Groentetuin (14), de Papavertuin (15) en de Boerenborder (16) één geheel. Ze zijn allemaal in 1986 aangelegd. Het gemeenschappelijke zit hem in de vijfendertig meter lange Meidoornhaag die langs alle tuinen loopt, en een aantal hoge planten die in iedere tuin staan. Van een afstand lijkt het één grote tuin, maar wanneer je erin loopt, zijn de afzonderlijke tuinen duidelijk anders. Een rommelig hoekje tussen kippenhok en garage heet sinds 1988 Weduwenlaantje (17), vooral omdat het vol staat met de donkere Ooievaarsbek of weduw-in-de-rouw (Geranium phaeum) subtiele natuurlijk ogende bloemen van Geranium phaeum) zoals te zien is op figuur 6.1.4.

figuur 6.1.4 Geranium phaeum

Er wordt keurig afgesloten met de Tuin ‘op chic’ (18), een rechthoekige border uit 1985, waar de planten (althans volgens hun normen) buitengewoon ordelijk gerangschikt zijn.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

81


Respect voor de natuur, geen kunstmest en geen bestrijdingsmiddelen dat zijn de principes die zijn toegepast in de Prionatuinen. Rob Leopold heeft de tuin ooit omschreven als ‘geleide ongedwongenheid’. Een aangrenzend bos, dat als een belangrijk onderdeel van de sfeer van deze oude woonplek werd gezien bleef onaangeroerd; omgevallen bomen mogen er langzaam wegrotten. In de zomer loop je vanuit het vredige halfduister van het bos de vlindertuin in: de verandering van sfeer is dramatisch. De lage, glooiende massa van zacht gekleurde vaste planten, die hier de boventoon voeren, krioelt van de insecten. Rechte lijnen van heggen en paden proberen er enige orde in aan te brengen; de structuur die zo ontstaat blijft echter verre van logische, en bepaalt voor een belangrijk deel de aantrekkingskracht van de tuin. Anton Schlepers, die kunstenaar was, bekeek de tuin vooral als inspiratie. Hij maakte veel tijdelijke werken in en rond de tuin en nodigde ook bevriende kunstenaars uit werken te maken. Een deel daarvan is bewaard gebleven en heeft nog steeds een plek in de tuin. vormgeving Over de vormgeving van de tuin kreeg Henk in de loop der jaren meer vastomlijnde ideeën. Want dat de tuin vormgeving nodig had, werd al snel duidelijk. Hoe wilder de beplanting werd, des te groter de behoefte aan een strakke vormgeving. Wilde planten in de natuur groeien niet ordeloos door elkaar, maar ruimtelijk gegroepeerd in herkenbare plantengemeenschappen met een landschap als achtergrond. In de beslotenheid van een tuin is er meestal te weinig ruimte. Die moet, voor zover aanwezig, door middel van een goed ontwerp worden benadrukt of, indien niet aanwezig, worden gesuggereerd. Het ontwerp vervangt het landschap.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

82


Beheer Het beheer van de tuin mag nooit verworden tot een gevecht met de natuur. Wanneer dat wel gebeurt, of dreigt te gebeuren, doet Henk Gerritsen iets niet goed in zijn eigen ogen. Planten die alleen met kunstmest of chemische bestrijdingsmiddelen in leven kunnen worden gehouden, horen niet in zijn tuin. Henk Gerritsen laat alle planten hun volledige cyclus afmaken. Pas in het vroege voorjaar ruimt hij alle planten op, van wat er nog overeind staat van het vorige seizoen. Dat doet hij om de vogels te plezieren, die de zaaddozen kunnen leegpulken, en de insecten, om in de holle stengels te kunnen overwinteren, maar ook voor zijn eigen plezier. Want de dood, het verval en de ineenstorting van de tuin zijn even boeiend als het ontluikende groen in het voorjaar of de bloemenpracht in de zomer. Een goed vormgegeven tuin is altijd boeiend.

figuur 6.1.5 Putters die genieten van de zaden van de grote Kaardebol

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

83


6.2 Ton ter Linden – Tuinen van Ton ter Linden De Tuinen in Ruinen (Drenthe) Ton ter Linden en zijn partner Anne van Dalen kochten in 1971 een oude boerderij met een stuk weiland van 1,1 ha net buiten het dorp Ruinen in Drenthe. Tegelijk met de bouw van een nieuw huis begon hij met de aanleg van de tuin die hij op een achternamiddag had vormgegeven vanuit de enige nog op het erf aanwezige boomtop op het erf. Die manier van werken bleef Ter Linden vasthouden: De tuin werd min of meer ter plaatse uitgedacht, hij werkte zonder ontwerptekeningen. Aanleg en vervolgens onderhoud deden ter Linden en zijn partner zelf waarbij er incidenteel hulp was van een vrijwilliger. Volgens het eerste plan in ’71 werd gestart met de aanleg van een tuin op de grond nabij en rondom de woning. In de volgende tien jaar groeide het perceel steeds verder uit tot een tuin van 1,5 ha, waarin hij twintig tuinkamers had ontwikkeld. De tuinen, vijf maanden per jaar, zes dagen per week geopend, trekken ook aandacht over de grenzen. Op het hoogtepunt bezochten 19.000 bezoekers in één jaar de tuinen. De onafgebroken stroom bezoekers bracht de nodigde inkomsten. In 1999 gingen de tuinen in Ruinen dicht. Ton ter Linden was het zat. De druk, de mensen, hij wilde niets meer met tuinen. De tuinen in Limburg Toch begint hij, na een paar maanden in Limburg de tuin opnieuw aan te leggen. Hij kan het niet laten. Het begon weer te kriebelen. Dit keer wordt er wel een basisontwerp voor de tuin op papier gezet. Ton ter Linden neemt de invulling voor zijn rekening. Een dag per week is er hulp voor het onderhoud. Met een dag per week hulp en hulp van Tabak wordt het te zwaar om de tuinen te houden zoals ze volgens Ter Linden moeten zijn. Voor meer hulp ontbreken de financiële middelen. En niet iedereen is geschikt om in zijn tuinen te werken. Er moet echter wel de kennis zijn. Met minder dan hij voor ogen heeft, neemt hij geen genoegen. Ook bleek de omgeving te druk en te lawaaiig, zodat beiden in 2008 een huis met 3200 m2 grond kochten in het afgelegen Veenhoop in Friesland (ten westen van Drachten).

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

84


De tuinen in Veenhoop (Friesland) Op zoek naar een stille, en minder toeristische, plek kwamen zij in het jaar 2008 terecht in het buitengebied van De Veenhoop, een klein dorp in Friesland. Hun tegenwoordige huis ligt op een vierkante kavel van 3200 m2, omringd door weilanden. Rond het betrekkelijke nieuwe huis was toen nog geen tuin aangelegd. De enige erfenis van de vorige bewoners was een erg grote niervormige vijver achter het huis; de rest was ingezaaid met een grof gazonmengsel. Er werd lang gepiekerd over de vijver. Dempen was een mogelijk optie, maar ook zou de niervorm recht getrokken kunnen worden. Rechte lijnen hebben sterk de voorkeur bij de mannen, want de borders zijn al weelderig en rond genoeg. Toch werd gekozen om de vijver te behouden zoals ze was aangelegd. Borders rond deze vijver met veel siergrassen, vaste planten en heemplanten zouden een mooie link gaan vormen met het landschap.

figuur 6.2.1 Vogelvluchtfoto tuinen in Veenhoop (Friesland)

Ondanks de altijd aanwezige wind werd niet gekozen om de tuin af te sluiten met heesters en bomen, zodat het landschap als het ware de tuin binnenkomt zoals te zien is op figuur 6.2.1. Prachtige rulle aarde kwam tevoorschijn toen het ‘gazon’ werd stuk gefreesd en afgevoerd. Een mooie combinatie van veen en zand, waar ook de mestvaalten van de boerderij die er ooit stond doorheen gemengd waren. Het hele grondstuk rond de vijver werd door Ton ter Linden zo gemodelleerd dat er mooie zachte glooiingen ontstonden. Paden en terrassen werden aangelegd, pergola’s gezet, hagen geplant, een schuur en kasje geplaatst en de borders uitgezet. Het terras achter het huis werd met de lager liggende vijver verbonden door een brede houten vlondertrap. Een mooie oplossing om huis en tuin tot een organisch en logisch geheel te maken.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

85


De planten die Ton ter Linden gedurende het jaar had verzameld stonden ingekuild op een aantal plekken in de, nog kale, tuin. Voordat in oktober de borders ingeplant moesten worden heeft hij ze bij elkaar gezocht en uitgelegd. Kleur, hoogte, transparantie, habitus, afwisseling in bloeiwijzen, maar vooral ook de sfeer die planten uitstralen bepalen wat bij elkaar hoort. Hij heeft daar door de jaren heen, met vallen en opstaan, een feilloos gevoel voor ontwikkeld. Een groot voordeel is dat hij het eindresultaat goed kan visualiseren en naar dat ‘plaatje’ toe werkt. Beplantingsplannen werden wel gemaakt voor de tuinontwerpen van anderen, maar voor de eigen borders is dit niet het geval. In volledige concentratie wordt er met de planten geschoven en daarbij wordt plaats vrij gehouden, gemarkeerd met tonkinstokken, voor de eenjarige die er het volgend jaar in mei tussen gezet moeten worden. Als alles naar zijn zin is gaan de planten de grond in. Voor een nonchalant en natuurlijk effect worden er veel bollen van tulpen, sieruien en andere bolgewassen tussen gestrooid; op de plek waar ze vallen gaan ze de grond in. Dit is goed zichtbaar op figuur 6.2.2.

figuur 6.2.2 De voorjaarsborder in juni

Ecologie en beheer Voor Ton ter Linden is zijn manier van tuinieren onlosmakelijk verbonden met ecologie. Grote belangstelling en interesse in de natuur vertaalt zich in een diep respect. Hij is zich er terdege van bewust dat een tuin geen vrije natuur is, maar een gecultiveerde vorm. Het is voor hem belangrijk om goed voor het stuk grond te zorgen dat hij mag beheren, dus gebruikt hij geen chemische- bestrijdingsmiddelen en meststoffen. Zijn visie dat een plant op de plek moet staan waar hij zich thuis voelt is ook één van de regels van het ecologisch tuinieren. Een dergelijke plant zal minder problemen geven of ziek worden. Ton ter Linden gaat altijd uit van de grondsoort en de omstandigheden die aanwezig zijn en zoekt daar planten bij; en niet andersom. Het werkt averechts om een plant met veel kunst en vliegwerk in leven houden terwijl die plant eigenlijk andere omstandigheden nodig heeft.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

86


De bemesting is organisch: rozen krijgen bijvoorbeeld vergane paardenmest in de winter en in het voorjaar een handje basaltmeel en wat biologische rozenmeststof. Vanaf de beginjaren in Ruinen gebruikt Ton basaltmeel om planten wat extra mineralen, sporenelementen en silicium te geven. Planten worden hierdoor steviger en weerbaarder, zodat ze minder snel aangetast of belaagd worden. ‘Actie en reactie’ is een wet in de natuur; het is goed te beseffen dat alles wat je doet gevolgen heeft. De transformatie van kaal grasveld naar een biotoop met een grote diversiteit aan planten is vanzelfsprekend ook aantrekkelijk voor veel dieren. Langzamerhand kwamen er steeds meer vogels, vlinders en insecten, maar ook mollen, muizen, slakken en egels. De beplanting blijft de hele winter staan, alleen dat wat slijmerig wordt ruimt Ton ter Linden op. De vaste planten, bolgewassen, siergrassen en één jarigen drogen meestal mooi in. In maart knipt hij met de heggenschaar de planten van boven naar beneden in kleine stukjes. Die verdroogde plantenresten blijven als een strooisel- of mulchlaag op de border liggen. Alleen de resten van grassen worden afgevoerd, omdat ze moeilijker verteren. De strooisellaag wordt mooi verdeeld en de border ziet er opgeruimd uit. Zoals gezegd heeft hij het wieden afgekeken bij het Thijssepark. In plaats van een tuindersmes gebruikt hij een aspergesteker als wiedstok. Hiermee haalt hij in het voorjaar eerst de grove onkruiden weg op de plaatsen waar hij het niet wil. In de volgende wiedronde wordt het teveel aan zaailingen weggehaald zonder de grond te verstoren. Ik durf heel veel, altijd al. Gewoon proberen is zijn motto. Doet een soort het niet goed of is de sierwaarde onvoldoende, dan plant ik iets anders. Mijn borders zien er natuurlijk uit, maar de werkwijze is tamelijk complex. Intensief ook, want ik doe alles met de hand, zelfs de grondbewerking voorafgaand aan de aanleg”. (Bron: http://www.juliavoskuil.nl/wp-content/uploads/Tuinjournaal-dec-2013-Ton-ter-Linden.jpg)

Een tuin is een proces, telkens veranderd. Weven is ontstaan omdat ik van transparantie houd. Zo gauw een groep planten te massief wordt, grijp ik in. Langs de vijverrand bijvoorbeeld, werkend vanuit een bootje. De vijver was een inspirerend vertrekpunt, rondom ontstond één grote border. Op de zwaar bemeste veengrond groeit alles hard wat regelmatig ingrijpen nodig maakt.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

87


6.3 Piet Oudolf – Berne park Het Bernepark is gelegen in Duitsland in het Ruhrgebied in Bottrop. Het project telt een oppervlakte van circa 3000 m2. Hier wordt op een voormalig industrieterrein een openbaar park ontwikkeld door landschapsarchitectenbureau Davids / Terfrüchte + Partner. Door de vele seizoensgebonden evenementen en festivals die in Duitsland plaatsvinden, heeft de regering besloten om van ieder daarvan een onderdeel te laten ontwikkelen dat een langer leven is beschoren en de omgeving blijft verrijken. In het Bernepark zijn twee betonnen bassins aanwezig. Deze zijn oorspronkelijk bedoeld voor waterzuivering, maar inmiddels veranderd tot een kunstinstallatie. Beide bassins zijn 72 m breed, waarvan de een is gebruikt als watertuin en de andere als verdiepte vaste plantentuin. Deze zijn ontworpen door Piet Oudolf en het landschapsarchitectenbureau Gross Max. In het Bernepark maakte hij gebruik van de ronde, labyrintachtige aard van de plek en creëerde er een serie mengsels waarvan iedereen kan genieten die het pad afloopt en zich naar de hard van de tuin beweegt. Hier maken de repeterende groepen van één soort gras, Deschampsia cespitosa ‘Goldtau’ grote indruk. Op de voorgrond zorgt een gemengde beplanting met het gras Sesleria autumnalis en Sedum ‘Matrona’ voor variatie. Dit is in augustus, zoals te zien is op figuur 6.3.2.

figuur 6.3.2 Beplanting in het Berne Park

De beplanting is verder een voorbeeld van de ‘gelaagde’ beplanting waarmee Piet Oudolf jarenlang heeft geëxperimenteerd.

Figuur 6.3.1 Berne Park Bottrop

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

89


Binnen het project is gebruik gemaakt van drie verschillende visuele lagen, namelijk: Basisplanten, Eilandplanten en strooiplanten. Een pad volgt een spiraal rond een serie concentrische cirkels. Iedere cirkel bevat een basisbeplanting van betrekkelijk laagblijvende plantencombinaties. Hierin zijn eilandplanten geplant bestaande uit twee soorten gras, Deschampsia ‘Goldtau’ en Molinia ‘Moorhexe’. Deze grassen blijven vanaf eind zomer tot in de winter interessant. Vervolgens zijn er ook strooiplanten toegepast, meestal in grotere groepen, vaak kleurrijk met een opvallende structuur. De strooiplanten zijn met opzet door de basisbeplanting heen verspreid in losse groepen. De eilandplanten en de strooiplanten zorgen ervoor dat het ritme overal hetzelfde is. De basis lijkt op een melodie die veranderd als je je door de ruimte heen beweegt. De gelaagde beplanting betreft niet alleen esthetiek, maar zorgt er ook voor dat een zeer complexe beplanting gemakkelijker te maken is. Hieronder is weergegeven welke soorten zijn toegepast per visuele laag planten. Strooiplanten Amsonia hubrichtii, Aster ‘Oktoberlight’, Baptisia leucantha, Festuca mairei, Pacnanthemum muticum, Geranium psilostemon, Pycnanthemum muticum, Aruncus ‘Horatio’, Molinia ‘Transparant’, Salvia ‘Pink Delight’, Persicaria amplexicaulis ‘Alba’. Eilandplanten Deschampsia cespitosa ‘Goldtau’, Molinia ‘Moorhexe’. Basisplanten Sedum ‘matrona’, Sesleria Autumnalis, Stachys officinalis ‘Hummelo’, Limonium latifolium, Salvia ‘Purple Rain’, Achillea ‘Hella Glasshoff’, Scabiosa japonica var. Alpina, Calamintha nepeta ssp. Nepeta, Sedum ‘Sunkissed’.

figuur 6.3.3 Achillea ‘Hella Glasshoff’

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

90


Als opvulplanten gebruikte Piet Oudolf de volgende: Sedum en Seslaria in groepen van 9 tot 11 stuks. Salvia in groepen van 9 stuks. Limonium in groepen van 3 stuks. Scabiosa in groepen van 5 stuks. Achillea in groepen van 12 tot 15 stuks. Calamintha in groepen van 5 stuks. Deschampsia worden uitgezet in groepen van 3 tot 5 stuks en ingevuld met Persicaria. Stromen: Salvia in groepen van 5 tot 7 en uitgevuld met Persicaria. (bron: Piet Oudolf, landschap in landschap)

Na realisatie van het project is echter een ding tegengevallen, namelijk dat de aangebrachte grond helaas niet was ontdaan van onkruid waardoor het onderhoud een strijd werd. (bron: Oudolf in Hummelo).

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

91


7

DUTCH WAVE VS NIEUWE DUITSE STIJL In dit hoofdstuk hebben wij de Nieuwe Duitse stijl vergeleken met de Nederlandse stijl ‘The Dutch Wave’. Om aan informatie te komen over dit onderwerp hebben we tijdens de onderzoeksperiode in Duitsland de Hermannshof bezocht. Tijdens dit bezoek hebben we een rondleiding gehad van Cassian Schmidt, de directeur van de Hermannshof. Hierbij hebben wij veel bruikbare informatie gekregen om de Dutch Wave te kunnen vergelijken met de Nieuwe Duitse stijl. Door het bezoek van de Hermannshof hebben we een beeld kunnen vormen van de gedachtegang voor het creëren van dergelijke beplantingsplannen volgens de Nieuwe Duitse Stijl. De regels die Cassian Schmidt belangrijk vindt zijn te vinden in de bijlagen… Deze informatie hebben we ook gebruikt voor de conclusie van dit hoofdstuk. Tot slot hebben we een korte conclusie geschreven. De conclusie aan het eind van dit hoofdstuk hebben we samengesteld aan de hand van de informatie die wij hebben verkregen van Cassian Schmidt en het Hansensysteem die staat beschreven in dit hoofdstuk. Ook de gesprekken met andere betrokken, over de Dutch wave, hebben ons informatie opgeleverd, waardoor wij tot deze conclusie zijn gekomen.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

93


7.1 De Hermannshof De Hermannshof is een 2,3 hectare grote opengestelde showtuin die gelegen is in het plaatsje Weinheim. Klimatologisch gezien is dit een van de warmste gebieden in Duitsland. In de Hermannshof zijn circa 2500 overblijvende soorten planten te zien, waaronder circa 400 soorten zeer zeldzame houtige plantensoorten voor Duitsland. Voor de plantencombinaties in de Hermansshof dienen gebruikelijk in de natuur voorkomende beplantingscombinaties als model en inspiratiebron voor deze tuinen. Vanaf mei 1983 is deze tuin opengesteld voor publiek, voorheen was dit een privé-eigendom. De grondlegger voor de duurzame ontwikkelingen kwamen in april 1979 van Prof. Richard Hansen (1912 – 2001) geschreven gedachten met de titel: een nieuwe opgave voor de Hermannshof in Weinheim, De Hermannshof als centrum voor de tuincultuur. Er ontstond tussen de jaren 1981 tot 1983 een volledig nieuw concept in de Hermansshof, een volledig nieuw type showtuin die in deze vorm nog geen voorbeeld had. Het was hier van belang dat het sortiment op de voorgrond kwam te staan. Het concept van de Hermannshof is tot op de dag van vandaag gebaseerd op het idee van Richard Hansen over de leefgebieden van vaste planten. In een leefgebied worden planten met gelijke of bijna gelijke standplaatseisen in de tuin met elkaar gecombineerd. De planten worden met name geselecteerd op de technische eisen, erna wordt gekeken naar de esthetische eisen. Planten ontwikkelen zich dan in volledige schoonheid, Wanneer de hoeveelheid licht, de bodem en het klimaat goed zijn. Dit basisidee geldt ook in omgekeerde wijze: namelijk, dat er voor bijna elke plaats in de tuin geschikte vaste planten zijn. De meest voorkomende standaardsituaties voor vaste planten, worden in de Hermannshof verdeeld in acht verschillende leefgebieden, namelijk: •

Bosplanten

bosrandbeplanting

Open vlakte beplanting

Steppenheide

rotsachtige steppen

Oeverbeplanting

waterbeplanting

Prairiebeplanting

De Hermannshof is dus een echte proeftuin, waar veel soorten worden uitgetest en gemonitord. De sterke soorten worden gehandhaafd en de minder sterke soorten zullen uiteindelijk worden vervangen. Ook wordt dit allemaal bijgehouden in een systeem, waardoor de toekomstmogelijkheden van de plant gewaarborgd blijven. Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

94


7.2 De “Nieuwe Duitse stijl” De Basis van de “Nieuwe Duitse Stijl” Het fundamentele idee voor een concept is het zogenoemde Duitse “Lebensbereiche”, ontwikkeld door Prof. Richard Hansen (Weihenstephan). Dit houdt in dat de standplaats wordt beoordeeld en vervolgens de juiste beplantingen volgens hun natuurlijke standplaats worden geselecteerd, maar ook dat beplanting volgens een bepaalde esthetica wordt toegepast. Het zogenaamde Hansen-mussel systeem is te vinden in bijlage 4 op pagina 134. De “Nieuwe Duitse Stijl” is geïntroduceerd door Stephen Lacy. In Duitsland is de aanplant op deze manier begonnen rond 1980 tot 1990 bij projecten als Wespark, Hermannshof, Killesberg en Westfalenpark. Hoofdrolspelers hierbij zijn Rosemarie Weisse, Urs Walser en Dr. Hans Simon. Een naturalistische stijl, gebaseerd op ecologische principes zogenoemd. Horticultural plantengemeenschappen die overeenkomen met de milieu-omstandigheden van de standplaatseisen in de tuin (Lebensbereiche). De kenmerken van de “nieuwe Duitse Stijl” Natuurlijke plantgemeenschappen worden vaak gebruikt als een sjabloon voor het ontwerpen van plantengemeenschappen in de tuin. Toch zijn ze nooit exacte kopieën, maar verbeterde abstracties, die zijn aangepast aan de standplaatseisen binnen de tuin. De aanplant zal een combinatie zijn van wilde soorten met selecties en hybriden van vaste planten, die hun wilde karakter hebben behouden. De vaste planten worden gecombineerd in een naturalistische stijl. Elke soort is geregeld in informele en vermengde groepen volgens hun natuurlijke groepen op een weide-achtig effect gesitueerd. Dit maakt het meest opvallende verschil met de conventionele Engelse stijl. Seizoensgebonden veranderingen en bloeipieken zijn cruciale ontwerpkenmerken. Economische aspecten van het gebruik van vaste planten en de gevolgen van klimaatverandering worden steeds belangrijker: •

Vermindering van onderhoudskosten.

Nieuwe onderhoudsstrategieën ontwikkelen.

Stimulering van dynamische processen om de stabiliteit in de tuinbouw

plantengemeenschappen te verbeteren.

Bevordering van een naturalistische uitstraling.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

95


Kenmerken volgens Cassian Schmidt van de “Dutch wave beweging” in Nederland. De term werd opgericht na een symposium in Alnarp, Zweden (1996) met als titel ontwerpen volgens “De Dutch Wave”. Hoofdrolspelers vanaf circa 1980 zijn: Piet Oudolf, Henk Gerritsen, Rob Leopold, Ton ter Linden. Binnen deze beweging zijn voortdurende ontwikkeling tot de dag van vandaag, met name door ontwerpen van Piet Oudolf. Vaak gebruikt hij blokken beplanting waartegenover hij lossere beplanting toepast. Het wordt gekenmerkt door de naturalistische stijl, er wordt uitgebreid gebruik gemaakt van grassen en soms is de beplanting gelegen in formeel geraamte van zoals eerder aangegeven bijvoorbeeld hagen, maar ook de verharding kan een formeel geraamte vormen. Een formeel geraamte is duidelijk zichtbaar in de tuin in Hummelo van Piet Oudolf, zie figuur 7.2.1

figuur 7.2.1 Formele structuren in de tuin van Piet Oudolf in Hummelo

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

96


Het wordt gekenmerkt door de naturalistische stijl, er wordt uitgebreid gebruik gemaakt van grassen en soms is de beplanting gelegen in formeel geraamte van zoals eerder aangegeven bijvoorbeeld hagen, maar ook de verharding kan een formeel geraamte vormen.

7.3 Conclusie vergelijking 7.3 Conclusie vergelijking

Nieuwe Duitse Stijl Wetenschappelijk onderbouwd Beperkter sortiment door de wetenschap Systematisch Past planten toe vanuit technische standpunt Toegepast vanuit onderzoek Vanuit een habitat planten toepassen

Dutch Wave Vrijer in toepassing Ruimer sortiment door de vrijere benadering Spontaner Past planten toe vanuit visueel standpunt Toegepast vanuit gevoel Bepaalde sfeer creëren gelijkend op natuurlijke habitat

Als we7.3.1 de Dutch vergelijken met de Nieuwe Duitse Stijl zijn de volgende verschillen naar voren figuur Tabel Wave conclusie gekomen. De Duitse Nieuwe Stijl is wetenschappelijk verantwoorde methodiek en wetenschappelijk onderbouwd. Hier wordt veel meer gekeken naar de technische eigenschappen van de planten, dus vanuit herkomst, leefomgeving Bij deDuitse Dutch Wave wordt minder strak ontworpen Als we standplaats, de Dutch Wave vergelijken met deetc. Nieuwe Stijl zijn deervolgende verschillen vanuit de technische eigenschappen en spelen esthetische eigenschappen een grotere rol spelen in naar voren gekomen. De Duitse Nieuwe Stijl is wetenschappelijk verantwoorde methodiek hun beplantingen. Binnen de Dutch Wave zijn zij dus vrijer in de toepassing, waardoor een ruimer sortiment toe te passenonderbouwd. planten overblijft specifieke standplaatsen. Verder is ons opgevallen dat en wetenschappelijk Hier voor wordt veel meer gekeken naar de technische de Nieuwe Duitse Stijl heel systematisch werkt en dat er dus weinig ruimte wordt gelaten voor eigenschappen van de planten, dus vanuit standplaats, herkomst, leefomgeving etc. Bij spontaniteit. Neem nou bijv. met name de één-, twééjarige en de uitzaaiende vaste planten die de Dutchtoegepast Wave wordt er minder ontworpen de technische eigenschappen en uit worden binnen de Dutchstrak Wave. Hierdoor isvanuit het mogelijk dat een beplanting jaar in jaar veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. Voor toepassing de Nieuwe Duitse Stijl is spelen esthetische eigenschappen een grotere rol de spelen in hunvan beplantingen. Binnen onderzoek, het zogenaamde Hansen systeem, de basis. Hier wordt planten toegepast op basis van de de Dutch Wave zijn zijBinnen dus vrijer in deWave toepassing, ruimer sortiment toe teer habitat van de planten. de Dutch laat menwaardoor meer huneen gevoel spreken. Men streeft hier vaak naar een bepaaldevoor sfeerspecifieke te creëren standplaatsen. die gelijkend is op een natuurlijk habitat. dat de passen planten overblijft Verder is ons opgevallen

Nieuwe Duitse Stijl heel systematisch werkt en dat er dus weinig ruimte wordt gelaten voor spontaniteit. Neem nou bijv. met name de één-, twééjarige en de uitzaaiende vaste planten die worden toegepast binnen de Dutch Wave. Hierdoor is het mogelijk dat een beplanting jaar in jaar uit veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. Voor de toepassing van de Nieuwe Duitse Stijl is onderzoek, het zogenaamde Hansen systeem, de basis. Hier wordt planten toegepast op basis van de habitat van de planten. Binnen de Dutch Wave laat men meer hun gevoel spreken. Men streeft er hier vaak naar een bepaalde sfeer te creëren die gelijkend is op een natuurlijk habitat.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

97


8

CONCLUSIE Conclusie onderzoek Hoofdvraag: Wat is de kracht van ‘The Dutch Wave’?

De algemene kracht van ‘The Dutch Wave’ is dat de beweging uit een grote groep enthousiaste mensen bestond. Er kwamen steeds meer gelijkgestemde kwekers, schrijvers, fotografen, zaadtelers en tuinontwerpers bij die allemaal min of meer de natuur als uitganspunt hadden. Iedere individu gebruikte de natuur als inspiratiebron. Kwekers kweekte beplanting die gelijkend was aan de natuurlijke soort, ontwerpers maakte beplantingsplannen die verwant waren aan de natuur en fotografen legden de natuurlijke landschappen vast en de ontwerpers konden deze foto’s weer gebruiken als inspiratie. Een grote kracht van deze mensen is dat ze zich onafhankelijk ontwikkelde en hierdoor belangrijke eigen kenmerken hebben. Onderling hadden ze een goed contact, en wisselde planten en ideeën belangeloos met elkaar uit waardoor ze ook elkaar versterkte en enthousiast maakte. Niemand is op zijn eilandje blijven zitten en dat is een bijzonder uniek kenmerk van dit gezelschap. Doordat Nederlanders echte reizigers zijn en zowel de Engelse en Duitse taal goed beheerste waren zij ook in staat om uit Engeland en Duitsland de informatie die interessant waren te filteren en toe te passen in tegenstelling tot de Duitsers en Engelsen die zich veel minder lieten inspireren door andere landen. Doordat iedere ontwerper, fijnkweker, fotograaf en andere betrokken eigen kenmerken heeft wat hen bijzonder maakt blijven het individualistische mensen en blijft het een interessante groep mensen die zich steeds doorontwikkeld en veranderd. Het is geen systeem of methode die gekopieerd kan worden. De individualistische mensen versterken elkaar en dit maakt de groep sterk. Wij denken dan ook als mensen wegvallen in deze groep dit weer op wordt gevuld door een nieuwe generatie die hopelijk ook hun eigen kenmerken hebben die dan ook weer de groep op hun manier versterken. De fijnkwers zorgen voor een rijk sortiment van beplantingen die er natuurlijk uitzien zodat de ontwerpers het beeld kunnen maken wat zij voor ogen hebben. De fijnkwekers zijn daarom in deze groep minstens net zo belangrijk als de ontwerpers.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

99


Als er geen fotografen waren die de natuurlijke landschappen goed vastlegde tot in de detail waren er voor de ontwerpers nooit zulke goede referentiebeelden te vinden waardoor het heel lastig zou zijn om de landschappen te gebruiken als inspiratie voor de beplantingsplannen. Ook hebben de vele aantrekkelijke foto’s ervoor gezorgd dat The Dutch Wave in de publiciteit terecht is gekomen is geworden. De ontwerpers wilde de beplanting zo toepassen dat het er natuurlijk uitzag. Ook bij het beheren van de borders probeerde zij zo dicht mogelijk bij de natuur te blijven. Tussen de drie ontwerpers zijn wel duidelijke verschillen aan te wijzen. De ontwerpers hebben alle drie een andere achtergrond wat ook terug te zien is in hun visie voor de projecten die zij hebben ontworpen. Henk Gerritsen staat met zijn denkwijze het dichts bij de natuur. Hij had veel kennis van inheemse plantengemeenschappen wat ook goed terug te zien is in zijn ontwerpen. Ton ter Linden kenmerkt zich doordat hij zich niet alleen heeft bezig gehouden met beplanting, maar hij is ook kunstschilder. Dit is erg goed terug te zien in zijn goed gecomponeerde borders waarbij erg veel aandacht is besteed aan detail en er goed gebruik is gemaakt van verschillende kleurencombinaties. Piet Oudolf heeft door zijn achtergrond van de hoveniersopleiding en het werken bij meerdere kwekerijen veel kennis opgedaan over beplanting wat goed terug is te zien in zijn beplantingplannen. Piet Oudolf maakt gebruik van robuuste planten. Dit is waarschijnlijk ook één van de redenen dat Piet Oudolf veel projecten heeft in de openbare ruimte. Het beplantingsysteem dat Piet Oudolf vaak gebruikt is ook erg goed te gebruiken in de openbare ruimte. Door de verschillende lagen waaruit dit systeem is opgebouwd is het goed aan te leggen en te beheren door vakmensen. Piet Oudolf is ook heel architectonische aan het ontwerpen met de beplantingen waar hij erg sterk in is. Dit is ook één van de redenen dat hij internationaal bekend is geworden en tegenwoordig veel ontwerpen maakt op A-locaties in: Amerika, Engeland, Duitsland en Canada. Naast ontwerpen maakt Piet Oudolf ook foto’s van zijn beplantingsplannen en heeft hij mede hierdoor ook veel gevoel voor detail. Henk Gerritsen en Ton ter Linden geven in de literatuur duidelijk aan geen bestrijdingsmiddelen en kunstmest te gebruiken. Ook gaan zij beiden behouden om met de natuur. Zij wieden beiden selectief en zetten de grond niet om als het nodig is om het bodemleven in tact te houden. Deze manier van beheren zorgt er wel voor dat er veel tijd en specialisme nodig is, dit is waarschijnlijk ook de reden dat Henk Gerritsen en Ton ter Linden vooral tuinen hebben ontworpen voor particulieren waar men over het algemeen meer geld te besteden hebben dan de openbare ruimte. Ook begrijpen de particuliere klanten de visie goed waardoor het ook op de juiste wijze wordt beheerd.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

100


Naast de verschillen tussen de drie ontwerpers zijn er ook een veel overeenkomsten. De gezamenlijke overeenkomsten tussen Piet Oudolf, Henk Gerritsen en Ton ter Linden zijn dat men alle drie tuinen creëren waarin men niet tegen, maar met de natuur mee werkt. Ze hebben bijvoorbeeld alle drie respect voor de bestaande grond. Ze zochten ook alle drie naar sterke, natuurlijk ogende planten, die toegepast konden worden op een lossere manier, zodat het leek of de natuur het zelf had ontwikkeld. Alle drie planten ze de beplanting dicht op elkaar waardoor een natuurlijk beeld wordt gecreëerd. Er wordt rekening gehouden met de context om het projectgebied en geven een eigen identiteit aan een plek door bijvoorbeeld de klimatologische omstandigheden zoals bodem, zon, schaduw enz. te weerspiegelen door de beplanting. Hierdoor wordt er ook een bepaalde sfeer gecreëerd die lijkt op een natuurlijke habitat. Niet de bloemkleur van de beplanting is het belangrijkst maar de gehele groeiwijze is belangrijk zodat er ook een aantrekkelijk beeld kan worden gecreëerd als de beplanting niet bloeit. Er wordt bijvoorbeeld bij het ontwerpen van de beplanting ook rekening gehouden met het winterbeeld. Ze maken gebruik van transparante planten die door elkaar heen worden geweven, waardoor er meer diepte in de beplanting ontstaat. Dit geeft een natuurlijke uitstraling. Door hoge en lage beplanting door elkaar te weven wordt er spanning gecreëerd in de beplanting wat ook een kracht is van de beplantingsplannen van de ontwerpers. De drie ontwerpers zorgen ook in hun beplantingsplannen voor subtiele herhaling wat zorgt voor ritme en samenhang waardoor de beplanting niet rommelig oogt. Ze gebruiken ook alle drie planten die dicht bij de natuur staan en kleine bloemen hebben waardoor ze eenvoudig te combineren zijn. Bij de projecten die de ontwerpers hebben ontworpen zorgen ze alle drie wel voor een bepaalde structuur in het ontwerp die ervoor zorgt dat het geen rommelig beeld oplevert. De structuur wordt aangebracht doormiddel van hagen, paden, een gazon of paden die zijn gemaaid in het gazon. Ook kunnen dit ‘dode’ materialen zijn zoals bestrating of bouwkundige elementen. De ideeën van deze beweging genaamd ‘The Dutch Wave’ kwamen niet uit de lucht vallen maar grepen terug op een rijke geschiedenis waarin Nederlandse kwekers internationaal vooraan stonden, waarin tuinontwerpers en natuurbeschermers het gebruik van wilde planten verspreidde en waarin tuinarchitecten als Mien Ruys toonaangevend werden in de moderne tuinarchitectuur. Ook betreurden Piet Oudolf, Henk Gerritsen en Ton ter Linden de verarming van het gekweekte plantensortiment en grepen terug op het werk van vooroorlogse kwekers als Karl Foerster en Georg Arends. Zij kweekten al eerder planten met een minder gekunsteld, meer natuurlijk karakter, die een goed uitganspunt vormden voor de nieuwe, meer natuurlijke tuin die de ontwerpers wilde creëren.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

101


9

EVALUATIE ONDERZOEK Tijdens onze onderzoeksperiode hebben we op verschillende manieren informatie verzameld. Ten eerste hebben we gesproken met verschillende partijen die betrokken zijn bij de Dutch Wave. Ten tweede hebben we een literatuurstudie gedaan en tot slot hebben we nog een aantal projecten bezocht. Voor ons onderzoek naar de Dutch Wave hebben we gesproken met verschillende betrokken

partijen. Dit hebben we gedaan aan de hand van een vaste vragenlijst die is opgenomen in de bijlagen. Aangezien we te maken hadden met verschillende betrokkenen; de een was kweker, de ander was ontwerper en weer een ander was bijv. betrokken als fotograaf kunnen we eigenlijk zeggen dat de Dutch Wave uit verschillende lagen bestaat. Voor iedere laag hebben we dan ook een specifieke vragenlijst opgesteld. Gaandeweg het gesprek zijn er verschillende verdiepingsvragen naar voren gekomen. De interviews hebben we ook opgenomen als geluidsfragment, zodat we deze later, bij de uitwerking van ieder interview nogmaals konden beluisteren of we geen aspecten vergeten waren. De partijen die we hebben geïnterviewd waren gelijkgestemde mensen met ieder hun eigen inbreng. We hebben veel geleerd van de gesprekken met de verschillende partijen en het was erg interessant om te zien hoe kwekers bijvoorbeeld de planten vermeerderen. Door mensen persoonlijk te spreken zijn we er ook achter gekomen dat de mensen die betrokken zijn bij The Dutch Wave allemaal heel enthousiast zijn en echt liefde hebben voor het vak. We hebben veel tijd besteed aan het beantwoorden van onze deelvragen en hoofdvragen aan de hand van de literatuurstudie. Om dit goed af te kunnen ronden hebben wij ervoor gekozen om het analyseren van de beplantingsplannen te laten vervallen. In het plan van aanpak hadden we aangegeven dat we per ontwerper een beplantingsplan wilde gaan analyseren van een project. Dit wilde we middels een lagenbenadering onderzoeken maar hiervoor was de onderzoeksperiode te kort. Kortom: na het evalueren van het onderzoek zijn wij nog steeds tevreden dat we ervoor gekozen hebben om het analyseren van de beplantingsplannen te laten vervallen. Hierdoor hadden we voldoende tijd om de hoofdvraag en de deelvragen goed te beantwoorden.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

103


DANKWOORD Hartelijk dank aan alle mensen die hun medewerking aan de totstandkoming van dit onderzoeksrapport hebben verleend. En vooral aan de mensen die tijd vrijmaakten voor een interview of daar waar dat niet mogelijk was, de moeite hebben genomen om ons via de mail van informatie of afbeeldingen te voorzien, in het bijzonder: Piet Oudolf, ontwerper en voormalig kweker; Ton ter Linden, ontwerper en schilder; Brain Kabbes, kwekerij Kabbes; Coen Jansen, kwekerij Coen Jansen; Fleur van Zonneveld en Eric Spruit, kwekerij de kleine plantage; Heilien Tonckens, voormalig kweker van vaste planten; Jasper Helmantel, kwekerij de Cruydt hoeck. Gert Tabak, tuinfotograaf; Ans Leopold, weduwe van Rob Leopold; Gitta Luiten, beheerder Priona tuinen; Michael King, schrijver; Leo den Dulk, onderzoeker, tuinhistoricus en schrijver; Cassian Schmidt; en Bernd Hertl. Ook danken wij de heer van Merriënboer voor zijn begeleiding tijdens dit onderzoek.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

105


LITERATUURLIJST Hoofdstuk 1 inleiding Wat is de Dutch Wave

De groene luwte. (2014) The Dutch Wave, Piet Oudolf, Ton ter Linden e.a.

Geraadpleegd 22-03, van http://www.degroeneluwte.nl/index.php/en/groene-

blogtest/46-the-dutch-wave-piet-oudolf-ton-terlinden-e-a.html)

Oudolf, P. & Kingsbury, N. (2015). Oudolf Hummelo. Hilversum: Fontaine uitgevers.

Wikipedia. (2014). The Dutch Wave. Geraadpleegd 22-03-2015, van http://

nl.wikipedia.org/wiki/The_Dutch_Wave Onderzoeksmethode

Simons, W. & Dorp, D. van, (2014). Praktijkgericht onderzoek in de ruimtelijke

planvorming. Amersfoort: De vrije uitgevers.

Hoofdstuk 2 Dutch Wave in historisch perspectief Geschiedenis Dutch Wave

Leopold, R. (1994). Natuur en Tuinkunst. Groningen: Cruydt-Hoeck.

Oudolf, P. & Kingsbury, N. (2013). Plannen en planten. Houten: Terra.

Inspiratiebronnen Dutch Wave

Backer, A.M. & Blok, E. & Oldenburger-Ebbers, C. (1998). De natuur bezworen.

Rotterdam: Uitgeverij de HEF publishers

Garten-literatur. (2015). Jekyll, Gertrude (2.11.1843-1932) Malerin und Gärtnerin.

Geraadpleegd 03-06-2015, van http://www.garten-literatur.de/Leselaube/persoenl/

jekyll_p.htm

Gertrude Jekyll. (z.d.). The Official Website of the Jekyll Estate. Geraadpleegd op

03-06-2015, van http://gertrudejekyll.co.uk/

Huygens. (2015). Ruys, Wilhelmina Jacoba (1904-1999). Geraadpleegd op

03-06-2015, van http://resources.huygens.knaw.nl/vrouwenlexicon/lemmata/

data/d Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

107


ardimages. (2014). Natuurlijk Duitsland. Geraadpleegd 03-06-2015, van

http://www.jardimages.nl/Duitsland.html

Kaa, R van de. (2004). Geluk is een grasveld. Amsterdam: Atlas Contact.

Oudolf, P. & Kingsbury, N. (2015). Oudolf Hummelo. Hilversum: Fontaine uitgevers.

Ruurdvandonkelaar. (2005). Natuurlijk ontwerpen met vaste planten. Geraadpleegd

03-06-2015, van http://www.ruurdvandonkelaar.nl/blog/vaste_planten/20061016_

Natuurlijk_ontwerpen_met_vasteplanten.html

Victorianweb. (2009). Gertrude Jekyll, 1843-1932 – Pioneer Garden Designer.

Geraadpleegd 03-06-2015, van http://www.victorianweb.org/art/parks/jekyll/

biography.html

Wikipedia. (2014). The Dutch Wave. Geraadpleegd op 03-06-2015, van http://

nl.wikipedia.org/wiki/The_Dutch_Wave

Wikipedia. (2015). William Robinson (gardener). Geraadpleegd op 03-06-2015, van

http://en.wikipedia.org/wiki/William_Robinson_%28gardener%29 Een tegenbeweging op het naoorlogse systematische denken

Leopold, R. (1994). Natuur en Tuinkunst. Groningen: Cruydt-Hoeck.

Hoofdstuk 3 Samenstelling Dutch Wave Inleiding

Wikipedia. (2014). The Dutch Wave. Geraadpleegd op 13-05-2015, van http://

nl.wikipedia.org/wiki/The_Dutch_Wave

Dulk, L den. (2011). Dutch Wave in Warffum. Onze eigen tuin, 57e jaargang

(nummer 2),12-14.

Biografie filosoof Rob Leopold

Ernst, H & Witteveen, J. (onbekend). Interview, terug naar de natuur met De

“Cruydt-Hoeck”. Onbekend. (document ontvangen van Ans Leopold)

Gerritsen, H. (2008). Buiten is het groen. Amsterdam: Uitgeverij Architectura &

Natura.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

108


Leopold, R. (1990). DE DIKKE ZADENLIJST. Groningen: Cruydt – Hoeck.

Biografie ontwerpers

Gerritsen, H. (2008). Buiten is het groen. Amsterdam: Uitgeverij Architectura &

Natura.

Gerritsen, H & Schlepers, A. (1998) Spelen met de natuur. Warnsveld: Terra.

Kingsbury, N. (2012). Piet Oudolf Landschap in Landschap. Houten: Uitgeverij

Terra Lannoo.

Linden, T ter. (2001). Een tuin a la Ton. Antwerpen, BE: Kosmos uitgevers.

Oudolf, P. & Kingsbury, N. (2015). Oudolf Hummelo. Hilversum: Fontaine uitgevers.

Vrij Nederland. (z.d.) Piet Oudolf, de Rambrandt van de tuinen. Geraadpleegd

28-05-2015, van http://www.vn.nl/Archief/Samenleving/Artikel-Samenleving/Piet-

Oudolf-de-Rembrandt-van-de-tuinen.html

Wikipedia. (2015). Tuinen van Ton ter Linden. Geraadpleegd op 27-05-2015, van

https://nl.wikipedia.org/wiki/Tuinen_van_Ton_ter_Linden Kwekers/fotografen

Oudolf, P. & Kingsbury, N. (2015). Oudolf Hummelo. Hilversum: Fontaine uitgevers.

Wikipedia. (2014). The Dutch Wave. Geraadpleegd op 06-03-2015, van http://

nl.wikipedia.org/wiki/The_Dutch_Wave Hoofdstuk 4 ontwerpregels van ontwerpers Ontwerpprincipes Henk Gerritsen

Gerritsen, H. (2008). Buiten is het groen. Amsterdam: Uitgeverij Architectura &

Natura.

Gerritsen, H & Schlepers, A. (1998) Spelen met de natuur. Warnsveld: Terra.

King, M. (1997). Nieuwe bloemen nieuwe tuinen. Warnsveld: Terra

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

109


Ontwerpprincipes Piet Oudolf

King, M. (1997). Nieuwe bloemen nieuwe tuinen. Warnsveld: Terra

Oudolf, P. & Kingsbury, N. (2013). Plannen en planten. Houten: Terra.

Ontwerpprincipes Ton ter Linden

Groenjournalistiek. (z.d.) Ton ter Linden stops na 50 jaar tuinkunst: het feest is

voorbij voor “Nederlandse Monet en “Mozart” in de polder. Geraadpleegd

15-05-2015, van http://www.groenjournalistiek.nl/ton_ter_linden-2/

Julia Voskuil. (2013) De border als Kunstvorm Ton ter Linden. Geraadpleegd

15-05-2015, van http://www.juliavoskuil.nl/wp-content/uploads/Tuinjournaal-dec-

2013-Ton-ter-Linden.jpg

Linden, T ter. (2001). Een tuin a la Ton. Antwerpen, BE: Kosmos uitgevers.

Tuinen struinen (z.d.) Ton ter Linden – Van Jap. P. Thijssepark tot De Veenhoop.

Geraadpleegd 15-05-2015, van http://tuinenstruinen.org/2015/04/13/ton-ter-

linden-van-jac-p-thijssepark-tot-de-veenhoop/

Wikipedia. (2015). Tuinen van Ton ter Linden. Geraadpleegd op 15-05-2015, van

https://nl.wikipedia.org/wiki/Tuinen_van_Ton_ter_Linden Hoofdstuk 5 Gezamenlijke uitgangspunten beplanting

Gerritsen, H. & Oudolf, P (2005). Méér droomplanten. Warnsveld: Uitgeverij Terra.

King, M. & Oudolf, P. (2004). Prachtig gras. Warnsveld: Uitgeverij Terra.

Hoofdstuk 6 Projecten ontwerpers Henk Gerritsen - Priona Tuinen

Gerritsen, H. (2008). Buiten is het groen. Amsterdam: Uitgeverij Architectura &

Natura.

Gerritsen, H & Schlepers, A. (1998) Spelen met de natuur. Warnsveld: Terra.

Priona Tuinen. (z.d.) Geschiedenis. Geraadpleegd 15-05-2015, van http://

prionagardens.blogspot.nl/p/geschiedenis.html

Wikipedia. (2014). The Dutch Wave. Geraadpleegd 06-03-2015, van http:/

/nl.wikipedia.org/wiki/The_Dutch_Wave

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

110


Ton ter Linden - Tuinen van Ton ter Linden

Groenjournalistiek. (z.d.) Ton ter Linden stops na 50 jaar tuinkunst: het feest is

voorbij voor “Nederlandse Monet en “Mozart” in de polder. Geraadpleegd 15-05-

2015, van http://www.groenjournalistiek.nl/ton_ter_linden-2/

Julia Voskuil. (2013) De border als Kunstvorm Ton ter Linden. Geraadpleegd

15-05-2015, van http://www.juliavoskuil.nl/wp-content/uploads/Tuinjournaal-dec-

2013-Ton-ter-Linden.jpg

Linden, T ter. (2001). Een tuin a la Ton. Antwerpen, BE: Kosmos uitgevers.

Tuinen struinen (z.d.) Ton ter Linden – Van Jap. P. Thijssepark tot De Veenhoop.

Geraadpleegd 15-05-2015, van http://tuinenstruinen.org/2015/04/13/ton-ter-

linden-van-jac-p-thijssepark-tot-de-veenhoop/ Piet Oudolf - Berne Park

Kingsbury, N. (2012). Piet Oudolf Landschap in Landschap. Houten: Uitgeverij

Terra Lannoo.

Oudolf, P. & Kingsbury, N. (2015). Oudolf Hummelo. Hilversum: Fontaine uitgevers.

Hoofdstuk 7 Nederlandse VS Duitse

Esveld. (z.d.) KOLOMSYSTEEM VASTE PLANTEN, GRASSEN en VARENS. Geraadpleegd

21-05-2015, van http://www.esveld.nl/codes/nederlands/vpintr.php

Schmidt, C. (2013). Hermannshof. Darmstadt: Ulmer.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

111


Interviews: Dulk, L den. (2015 april 19). Dutch Wave (R. Polman & M. Duifhuizen van, interviewers) Helmantel, J van. (2015, maart 5). Dutch Wave (R. Polman & M. Duifhuizen van, interviewers) Jansen, C. (2015, maart 12). Dutch Wave. (R. Polman & M. Duifhuizen van, interviewers) Kabbes, B. (2015, maart 19). Dutch Wave. (R. Polman & M. Duifhuizen van, interviewers) King, M. (2015, mei 28). Dutch Wave. (R. Polman & M. Duifhuizen van, interviewers) Leopold, A. (2015, april 23). Dutch Wave (R. Polman & M. Duifhuizen van, interviewers) Luiten, G. (2015, mei 21). Dutch Wave (R. Polman & M. Duifhuizen van, interviewers) Oudolf, P. (2015, mei 15). Dutch Wave (R. Polman & M. Duifhuizen van, interviewers) Schmidt, C. (2015, mei 4). Dutch Wave & Nieuwe Duitse Stijl. (R. Polman & M. Duifhuizen van, interviewers) Tonckens, H. (2015, maart 12). Dutch Wave. (R. Polman & M. Duifhuizen van, interviewers) Zonneveld, F van & Spruit, E. (2015, maart 19). Dutch Wave. (R. Polman & M. Duifhuizen van, interviewers) Afbeeldingen: Amstelveenweb. (z.d.). Chris P. Broerse [Online afbeelding]. Gedownload op 8 juni 2015, van http://www.amstelveenweb.com/fotodisp&fotodisp=452 Chicago Architecture. (2010). Lurie Garden: “The New Wave Planting Style” [Online afbeelding]. Gedownload op 10 juni 2015, van http://chicago-architecture-jyoti.blogspot. nl/2010/05/lurie-garden-new-wave-planting-style.html Cruydt-Hoeck. (2011). Dutch Wave [Online afbeelding]. Gedownload op 10 juni 2015, van http://kwh-nieuws.blogspot.nl/2011_07_01_archive.html Darke, R. (2011). Garden Guru Piet Oudolf [Online afbeelding]. Gedownload op 10 juni 2015, van http://www.wsj.com/articles/SB10001424052748703421204576327252638228590

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

112


Dirksen, P. (2012). Putters op de kaardebol [Online afbeelding]. Gedownload op 9 juni 2015, van http://pauldirksen.blogspot.nl/2012/10/putters-op-de-grote-kaardebol-industrie.html Duinen, J. van. (winter in de tuin). [Online afbeelding]. Gedownload op 10 juni 2015, van http://www.janvanduinen.nl/winter.html Emscherkunst. (2013). Exhibition room [Online afbeelding]. Gedownload op 9 juni 2015, van http://www.emscherkunst.de/mobil/kunst/exhibition-room/berneparkbottrop-ebel.html?L=1 Flickr. (2011). Jschiemann [Online afbeelding]. Gedownload op 9 juni 2015, van https:// www.flickr.com/photos/jschiemann/5926498433 Gardenvisit. (2015). Priona tuinen [Online afbeelding]. Gedownload op 10 juni 2015, van http://www.gardenvisit.com/garden/priona_tuinen Gartentechnik. (2015). Ernst Pagels [Online afbeelding]. Gedownload op 8 juni 2015, van http://www.gartentechnik.de/pflanzen/stauden/ernst-pagels/ Gravetye Manor. (2015). William Robinson [Online afbeelding]. Gedownload op 8 juni 2015, van http://www.gravetyemanor.co.uk/manor/garden Grote scheur. (z.d.) Lupine [Online afbeelding] Gedownload op 10 juni 2015, van http://www.grotescheur.nl/2011/03/lupine/ High Line. (2014). Images & video [Online afbeelding]. Gedownload op 8 juni 2015, van http://archived.thehighline.org/galleries/images/piet-oudolf Inmijntuin. (z.d.). ‘THE DUTCH WAVE’: EEN ANDERE KIJK OP DE TUIN [Online afbeelding]. Gedownload op 10 juni 2015, van http://mimi-inmijntuin.blogspot.nl/2011/07/the-dutchwave-een-andere-kijk-op-de.html iSiZ. (z.d.) Gardens of a Nonexistent Dreamlike Reality [Online afbeelding]. Gedownload op 9 juni 2015, van https://bluedresspictures.wordpress.com/2012/04/16/gardens-of-anonexistent-dreamlike-reality/ iSiZ. (z.d.) Gardens of a Nonexistent Dreamlike Reality [Online afbeelding]. Gedownload op 9 juni 2015, van https://bluedresspictures.wordpress.com/2012/04/16/gardens-of-anonexistent-dreamlike-reality/

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

113


M2C. (2012). Bern Brünnen Westside by Daniel Libeskind [Online afbeelding]. Gedownload op 9 juni 2015, van http://memorandum2c.blogspot.nl/2012_11_01_archive.html Mijn tuin. (2015). Prairielelie [Online afbeelding]. Gedownload op 9 juni 2015, van http://www.mijntuin.org/plants/7494-Prairielelie Oudolf, P. (2015). Bonn [online afbeelding]. Gedownload op 8 juni 2015, van http://oudolf. com/garden/bonn Oudolf, P. (2015). Bury court [Online afbeelding]. Gedownload op 8 juni 2015, van http:// oudolf.com/garden/bury-court Oudolf, P. & Max, G. (2012). M2C Blog [Online afbeelding]. Gedownload op 10 juni 2015, van http://memorandum2c.blogspot.nl/2012/11/bernepark-by-piet-oudolf-and-grossmax.html Pinterest. (z.d.) Berne park [Online afbeelding]. Gedownload op 10 juni 2015, van https:// www.pinterest.com/pin/552113235540835590/ Pixabay. (2015). Hosta [Online afbeelding]. Gedownload op 8 juni 2015, van http:// allanbecker-gardenguru.squarespace.com/journal/2015/2/1/the-flower-garden-style-of-pietoudolf.html Priona tuinen. (z.d.) beschrijving Priona tuinen [Online afbeelding] Gedownload op 10 juni 2015, van http://www.prionatuinen.nl/prionahenk/priona-web/beschrijvingtuinen.html Tendeloo C. van. (2014). We moeten het met mekaar gaan doen [Online afbeelding]. Gedownload op 9 juni 2015, van http://www.tubantia.nl/regio/achterhoek/we-moeten-hetmet-mekaar-gaan-doen-1.4391480 Timber press. (2015). Henk Gerritsen [Online afbeelding]. Gedownload op 10 juni 2015, van http://www.timberpress.com/author/henk_gerritsen/950 The Editors of Encyclopædia Britannica. (2015). Gertrude Jeckyll [Online afbeelding]. Gedownload op 8 juni 2015, van http://www.britannica.com/EBchecked/topic/302419/ Gertrude-Jekyll TuinenStruinen. (z.d.) Mien Ruys [Online afbeelding]. Gedownload op 8 juni 2015, van http://tuinenstruinen.org/2013/08/16/mien-ruys-ik-zal-dus-mijn-hart-ervan-af-moetentrekken/

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

114


Tuinen bezoeken. (z.d.) De Priona tuinen [Online afbeelding]. Gedownload op 8 juni 2015, van http://www.tuinbezoeken.nl/tuinenoverijssel.html tuinieren. (2015). High line inspiratie [Online afbeelding]. Gedownload op 8 juni 2015, van http://www.tuinieren.nl/tuinnieuws/ideeen/inspiratiebron-de-new-york-high-line.html Tweedehands. (2015). Siergrassenkwekerij bied siergrassen aan [Online afbeelding]. Gedownload op 9 juni 2015, van http://bouw.tweedehands.net/tuinplanten/ siergrassenkwekerij-bied-siergrassen-aan1.html   Vebidoo. (z.d.) George Arends [Online afbeelding]. Gedownload op 8 juni 2015, van http:// www.vebidoo.com/georg+arends Verkaik, J.P. (2013). THIJSSE, Jacobus Pieter [Online afbeelding]. Gedownload op 8 juni 2015, van http://resources.huygens.knaw.nl/bwn1880-2000/lemmata/bwn5/thijsse Vries, J. (Het is de kunst een tuin te maken die het hele jaar mooi is). [Online afbeelding]. Gedownload op 10 juni 2015, van http://actiefmedia.nl/het-de-kunst-een-tuin-te-makendie-het-hele-jaar-mooi/ Wikipedia. (2015). Karl Foerster [Online afbeelding]. Gedownload op 8 juni 2015, van http://de.wikipedia.org/wiki/Karl_Foerster ‘Alle overige afbeeldingen zijn gemaakt door Roy Polman en Matt van Duifhuizen en enkele afbeeldingen hebben we ontvangen van Gert Tabak en Ton ter Linden, Gitta Luiten, Ans leopold en Bernd Hertle.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

115


BIJLAGEN 1. Algemene omschrijving geïnterviewde betrokken partijen Bij deze geven we een korte omschrijving van de kwekers en andere betrokkenen die ons van informatie hebben voorzien. De informatie van de ontwerpende partijen zijn opgenomen in het rapport in hoofdstuk 3. Naam: Coen Jansen Kwekerij gelegen in: Dalfsen (Overijssel) Coen Jansen is met wat tussenstappen naar Boskoop gegaan. Hier studeerde hij aan de RHSTL: Rijks hogere school tuin en landschapsinrichting. Begin jaren ’80 waren er slechte tijden, toen heeft hij allerlei verschillende werkzaamheden gedaan en is aanraking gekomen met het kweken van planten. In 1985 heeft hij zijn eigen kwekerij opgestart. Coen Jansen heeft een kleine, maar wel gespecialiseerde kwekerij, die bekend staat om zijn sortiment nieuwe en bijzondere vaste planten met planten die natuurlijk ogen met kleine bloemen. De kwekerij is al meer dan 25 jaar bezig kwalitatief uitstekende planten te kweken uit het beste dat het zeer grote sortiment te bieden heeft, en met het winnen en uittesten van eigen selecties, die geen eendagsvliegen mogen zijn, kortom moeten de planten dus sterk zijn. De planten moeten er niet alleen bij verkoop goed uitzien, maar moeten ook in de tuin probleemloos groeien. Het sortiment van de kwekerij bestaat voor een belangrijk deel uit planten, die zó uit de natuur gehaald lijken te zijn, maar toch net iets beter zijn dan de natuurlijke plant, gecultiveerd zou je ze kunnen noemen. Deze toepassing wordt vaak de “Dutch Wave” genoemd. Zijn criteria zijn dat ze sterk en gezond moeten zijn, goed winterhard en een hoge sierwaarde dienen te bezitten. De meeste planten op zijn kwekerij staan ook uitgeplant op moerbedden. Het is leerzaam om te zien hoe de planten op den duur uitgroeien. Doordat de werkzaamheden handmatig gebeuren, blijft hij het ‘gevoel’ met de beplanting houden heeft hij aangegeven.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

117


De Cruyd-Hoeck Kwekerij gelegen in: Nijeberkoop (Friesland) In 1974 begon in Lisse de heer M. Koning in zijn vrije tijd zaden te winnen van een aantal inheemse soorten. Hij maakte een eigen catalogus, verstrekte zaai-adviezen en milieu aanwijzingen en kon in 1977 al starten met ruim driehonderd inheemse soorten. Omstreeks dezelfde tijd werd in Groningen Rob Leopold actief. Doordat hij nogal eens vertoefde in Alpiene berglandschappen en langs mediterrane kusten, verzamelde hij heel wat uitgangsmateriaal van plantensoorten. Er werd besloten dit materiaal over te brengen naar het noorden waar in 1978 de ‘Cruyd-Hoeck’. De “Cruydt-Hoeck” is een zelfstandig en milieuvriendelijk bedrijfje, dat zich in eerste instantie bezighoudt met het bijeen brengen, kweken en verspreiden van soortecht inheems plantmateriaal. De zaden worden verkocht via een winkeltje in Groningen, terwijl de kwekerij gelegen is bij een boerderij even verderop. Zo op het eerste gezicht verschilt de kwekerij niet van de gangbare. De tussen rechte tegelpaden gelegen bedden zien er keurig uit. Een dergelijke methode voor het kweken van de planten is wel nodig is. Wanneer je alles door elkaar laat groeien, leert de ervaring volgens hen dat bepaalde planten ten koste van andere gaan overheersen. Het kweken van “onkruid” betekent niet dat de planten zo maar in het wilde weg mogen groeien. Een regelmatige controle is ook hier zeker op zijn plaats wordt omschreven in een interview met als titel “terug naar de natuur met De “Cruydt-Hoeck”. Diverse eigenschappen Wilde planten zijn mooi en kunnen als zodanig de mens die ze bij huis haalt beïnvloeden. Maar naast de schoonheid bezitten de meeste soorten ook andere eigenschappen die de mens van dienst kunnen zijn. Allereerst zijn daar de drachtplanten voor de bijen, van groot belang voor de imkers onder ons. Veel wilde soorten zijn voortreffelijke nectar- en stuifmeel leveranciers. Ook andere insecten zoals vlinders en hommels bezoeken deze planten graag. Voor het maken van droogboeketten zijn ook verschillende soorten te gebruiken. En verder zijn er nog de wilde groenten zoals bijvoorbeeld de brandnetel. Tot slot natuurlijk nog de planten waar een geneeskrachtige werking van uitgaat. Na het overlijden van Dick van der Burg in 2001 heeft Cruyd-Hoeck weer de focus gelegd op haar oorsprong, namelijk het aanbieden van inheemse wilde planten zaden en bloemen weidemengsels. Na het plotselinge overlijden van Rob Leopold in 2005 zijn, Jojanneke Bijkerk en Jasper Helmantel, gevraagd om dit zadenbedrijf voort te zetten. Hun visie en doelstelling luidt inmiddels als volgt: Het is de droom van het bedrijf om zoveel mogelijk biodiversiteit te creëren voor plant, dier en mens. Op mens- en milieuvriendelijke wijze produceren ze wilde planten zaden. Ze willen men graag inspireren en helpen het ecologisch en praktisch advies om zo goed mogelijk bloemenweides te maken.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

118


De Kleine Plantage Kwekerij gelegen in: Eenrum (Groningen) In 1971 zijn Eric Spruit en Fleur van Zonneveld verhuisd naar het platteland. Uiteindelijk hebben ze in 1983 officieel een eigen kwekerij opgestart. De Kleine Plantage is een gespecialiseerde kwekerij van vaste planten, eenjarige planten, rozen en Clematissen. Bij de kwekerij ligt een grote te bezichtigen tuin en een veelheid aan moerbedden. Ze zijn in eerste instantie tuinmensen en vanuit die interesse voor tuinen zijn ze gaan kweken. De planten worden op de volgende criteria geselecteerd. Ze moeten het goed doen, en ze moeten een zekere massa hebben. De voorkeur gaat uit naar stevige vaste planten met vaak duidelijke uitgesproken bladvormen. Ze houden van planten die ook aantrekkelijk zijn als ze niet bloeien. Ook grassen vinden ze over het algemeen een aantrekkelijke dromerige waas hebben. Op de kwekerij hebben ze de vaste planten geordend naar bloemkleur. Binnen de kleur staan ze zoveel mogelijk op alfabet. Kwekerij Kabbes Kwekerij gelegen in: Suameer (Friesland) Brain Kabbes heeft op de tuinbouwschool in Frederiksoord gezeten. Vervolgens is hij aan het werk gegaan. Hij heeft eerst een tijdje op een boomkwekerij gewerkt, maar hij wilde voor zichzelf gaan beginnen. Op 17-jarige leeftijd begon hij zijn eigen vaste planten kwekerij. Hierbij is hij geholpen door zijn moeder en goede raad van zijn bevriende collega’s (onder andere Ton ter Linden, Fleur van Zonneveld, Eric Spruit, Coen Jansen, Piet Oudolf, Rob Leopold en Ernst Pagels.) Vanaf het begin probeert Brain Kabbes een onafhankelijke koers te varen. Het doel was altijd het bieden en introduceren van bruikbare tuinplanten met een natuurlijk karakter. Hiervoor heeft hij verschillende reizen gemaakt, zowel naar verre als minder verre bestemmingen om plantmateriaal te verzamelen. Hij heeft verschillende planten verzameld en goede aanwinsten van collega kwekers in het sortiment opgenomen.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

119


Andere betrokkenen: Heilien Tonckens Heilien Tonckens heeft de middelbare tuinbouwschool in Frederiksoord gevolgd. Hier is ze veel met de natuur in aanraking gekomen door stages en op de school zelf. Vervolgens is zij op verschillende plaatsen werkzaam geweest, waarna ze in 1979 een wilde plantenkwekerij op heeft gestart, de Heliant. Ze heeft haar planten altijd in de volle grond gekweekt. Tijdens het rooien van de planten gaf zij altijd advies over de planten aan de klanten. De plant werd dan gescheurd en in een krant gevouwen om vervolgens door de klant in eigen tuin geplant te worden. Na 26 jaar is haar kwekerij over genomen door Nils en Kim van Ligten. Momenteel is Heilien Tonckens lerares op een opleiding voor ecologische hoveniers en geeft zij verschillende lezingen. Ook geeft zij regelmatig advies aan verschillende partijen in de groensector. Leo den Dulk Leo den Dulk onderzoekt, publiceert en geeft lezingen over verschillende onderwerpen binnen de sector tuin en landschap. Tevens adviseert en begeleidt hij onderzoek en uitvoering van projecten. Momenteel is hij ook betrokken bij de organisatie van de Priona Tuinen, van de overleden ontwerper Henk Gerritsen. Gitta Luiten De Priona Tuinen, de bijzondere erfenis van Henk Gerritsen en Anton Schlepers, worden nu beheerd door Gitta Luiten en Jorn Konijn. Zij willen de bijzondere tuinen zoveel mogelijk in de geest van Hen Gerritsen en Anton Schlepers in stand houden; dat gebeurt met advies van deskundigen en hulp van een groot aantal vrijwilligers. Gitta Luiten werkt als adviseur in de culturele sector. Ze was de laatste tien jaar directeur van de Mondriaan Stichting, het Stimuleringsfonds voor Beeldende kunst, vormgeving en cultureel erfgoed, waar ze eind 2011 afscheid nam om het beheer van de Priona Tuinen op zich te nemen. Ans Leopold Ans Leopold is de vrouw van de overleden tuinfilosoof Rob Leopold, Rob Leopold heeft verscheidene stukken geschreven in kranten en tijdschriften en is voormalig eigenaar van kwekerij Cruyd-Hoeck. Michael King Michael King is een schrijver van verschillende boeken. Veel boeken schreef/schrijft hij in samenwerking met Piet Oudolf. Onder andere het boek prachtig gras, wat hij samen met Piet Oudolf geschreven heeft. Dit boek heeft ervoor gezorgd dat mensen siergrassen meer gingen waarderen en gingen toepassen. In dit boek is ook inzicht gegeven over de toepassingsmogelijkheden van grassen. Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

120


2.Traditionele tuinregels versus tuinregels Dutch Wave De beweging ‘The Dutch Wave’ is een reactie op de bestaande tuinregels. Bij deze wordt inzicht gegeven in een aantal tegenstellende opvattingen. Enerzijds dus vanuit de traditionele tuinregels en vervolgens de reactie volgens de Dutch Wave. Dit zal duidelijk gemaakt worden aan de hand van vijf voorbeelden, omtrent verschillende onderwerpen, namelijk: • Cultuurlijk/natuurlijk • Menging van soorten • Winterkenmerken • Beheer • Structuur

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

121


Cultuurlijk/natuurlijk Traditioneel: De meeste tuiniers, ontwerpers of opdrachtgevers maken een tuin die er netjes en geordend uitziet waar alles onder controle is, zoals te zien is op figuur 2.1.

figuur 2.1 Nette geordende beplanting

Dutch Wave: De opvatting is tegenovergesteld en gaat over het creëren van beplantingen op een natuurlijke manier binnen de stedelijke gebieden. Een voorbeeld hiervan is te zien op figuur 2.2.

figuur 2.2 Natuurlijke beplanting

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

123


Menging van soorten Traditioneel: Individuele planten worden planmatig in groepen geplant, zoals op figuur 2.3 te zien is. Hier staan individuele planten in bewuste groepen bij elkaar.

figuur 2.3 planmatige groep planten

Dutch Wave: Bij ‘The Dutch Wave’ wordt een beplanting gecreëerd die geïnspireerd is op een natuurlijke vegetatie. Hogere en lagere soorten worden hier verweven zoals te zien is op figuur 2.4. Dit zorgt onder andere voor spanning in de beplanting.

figuur 2.4 verweving van hogere en lagere soorten door elkaar heen

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

125


Winterkenmerken Traditioneel: De beplanting wordt in de herfst afgeknipt en afgevoerd, zodat de tuin netjes opgeruimd de winter in gaat. Op figuur 2.5 is te zien dat er vaak dus een stuk onbegroeide bodem achterblijft, de gehele winter lang.

figuur 2.5 tuin die winterklaar is volgens de traditionele manier.

Dutch Wave: Er wordt ruimte gelaten voor de complete natuurlijke jaarcyclus. Hierbij worden zaadhoofden en dode stengels bewust toegestaan in de winter zoals te zien is op figuur 2.6.

figuur 2.6 tuin die winterklaar is volgens de Dutch Wave

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

127


Beheer Traditioneel: Er worden planten in groepen geplant met ruime plantafstanden. In de ruimte hebben ongewenste gewassen de kans zich te ontwikkelen. Omdat er dus ruime plantafstanden worden toegepast kan men tussen de beplanting bijvoorbeeld schoffelen zoals te zien is op figuur 2.7.

figuur 2.7 schoffelen tussen de beplanting

Dutch Wave: Volgens de Dutch Wave wordt de beplanting, zoals ook in natuur gebeurd, dicht op elkaar geplant. Er is dus nagenoeg geen ruimte tussen de beplanting. Dit is geïnspireerd uit de natuur. Zie figuur 2.8, waar nagenoeg geen ruimte tussen de beplanting.

figuur 2.8 wieden tussen de gesloten plantvakken

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

129


Structuur Traditioneel: De beplanting wordt strak geknipt om het oog een bepaalde richting op te dwingen. Dit is al ontstaan rond de 14e eeuw, hier knipte men de natuur om zo hun status duidelijk te maken. Zij wilde aantonen dat zij de natuur konden beheersen, zoals te zien is op figuur 2.9.

figuur 2.9 strak geschoren hagen

Dutch Wave: Volgens ‘The Dutch Wave’ hoor je de natuur niet te bedwingen maar te imiteren. De natuur ‘knipt’ zelf namelijk ook. Hoe dit gebeurd, staat hieronder omschreven. Figuur 2.10 geeft een voorbeeld weer van een Knipsel die geïnspireerd is op de natuur. • Grazende dieren zoals koeien en schapen vreten struiken tot allerlei vormen. • Dicht bij de zee worden bomen en struiken door de wind fantastische, scheef groeiend gevonden. • In de bergen overleven de meeste absurde dwergvormen.

figuur 2.10 knipvormen geïnspireerd vanuit de natuur

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

131


3. Regels Cassian Schmidt Cassian Schmidt heeft een aantal aspecten aangegeven waar tijdens een beplantingsontwerp rekening mee gehouden kan worden benoemd. Deze staan hieronder per subgroep verdeeld, namelijk: • Basis; • Creëren van eenheid; • Combineren van bolgewassen met vaste planten of andere kruidachtige. • Hoeveelheid soorten • Textuur en structuur • Kleur • Onderhoud. De basis Een goed concept is van groot belang voor een goed beplantingsplan. Creëren van eenheid Er kan op verschillende manieren eenheid worden gecreëerd, namelijk: •

Door meerdere gelijkende beplanting toe te passen, mogelijk zelfs dezelfde

soorten. •

Typische planten om een verbinding te zoeken in het geheel.

1 of 2 karakteristieke planten die door de hele border gemixt worden. Voornamelijk

in mixbeplantingen worden vaak als je globaal kijk 1 of 2 hoofdsoorten per seizoen

toegepast, maar in detail zal dus zichtbaar zijn dat er veel meer soorten zijn

toegepast. •

Ook kleur kan een verbindende factor zijn.

Combineren van bolgewassen met vaste planten of andere kruidachtige. Tijdens het mengen van bolgewassen met andere kruidachtige moet goed worden gelet op concurrentiekracht. Hoeveelheid soorten in een beplantingsplan Het is moeilijk om met veel soorten de juiste balans te vinden.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

132


Textuur en structuur Een goed gevoel voor textuur en structuur zijn van essentieel belang voor een goed beplantingsplan. Kleur Noord-Europese kleuren zijn vooral de zachte kleuren, namelijk: blauw, paars, wit en sporadisch een geeltint. Onderhoud Sluitende vaste planten zijn van belang voor de onderlaag, deze zorgen voor een minimum aan onderhoud.

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

133


4. (Duitse) Hansen-Mussel systeem Het kolomsysteem van Hansen, de zogenaamde Lebensbereich wordt door menig tuinontwerper in Duitsland als handleiding gebruikt voor het creëren van beplantingsplannen. Het kolomsysteem voor de vaste planten, grassen en varens wijkt op 1 punt af van het systeem gebruikt bij de bomen en heesters. In plaats van beschrijvingen in de vorm van steekwoorden bij ieder geslacht wordt bij ieder artikel door middel van een cijfercode een beschrijving gegeven. Deze cijfercode staat bekend als het systeem Hansen. Verklaring van de cijfercode systeem Hansen. Allereerst: deze code is bedoeld als richtlijn, die een idee moet geven van hoe een plant moet komen te staan, de standplaats dus. Deze code is uiteraard niet bindend maar indicatief bedoeld. De cijfercode bestaat uit vier cijfers, gescheiden door punten. De betekenis van de cijfers wordt hieronder verklaard. Let goed op: de betekenis van het tweede en derde cijfer is afhankelijk van het eerste cijfer en staat verklaard onder de betekenis van het eerste cijfer. De betekenis van het vierde cijfer is onafhankelijk van de eerste drie cijfers en wordt helemaal onderaan deze tekst verklaard. • Betekenis van het eerste cijfer: Algemene groeiplaats • Betekenis van het tweede cijfer: Specifieke eisen van de plant • Betekenis van het derde cijfer : Standplaats advies • Betekenis van het vierde cijfer: Overige eigenschappen

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

134


De planten zijn verdeeld in verschillende groepen, namelijk: 1: BOS. Planten, die in de tuin dicht bij bomen of struiken staan. Ze verdragen of verlangen schaduw en hebben het liefst een humusrijke grond. 2. BOSRAND. Planten voor een min of meer open plaats met hier en daar een boom of struik. In 3. OPEN PLAATSEN. Planten voor een open, boom- en struikvrije, plaats. Met veel zon en een min of meer voedselrijke grond. 4. ROTSTUIN. Planten van oorsprong uit berggebieden, in de tuin bv. als bodembedekker, tussen stenen, in stapelmuurtjes of in de alpiene tuin. 5. ALPIENE TUIN. Liefhebbers-planten, die kieskeurig zijn qua verzorging, standplaats en grondsoort. Voor de “echte” rotstuin. 6. BORDER. Planten met een goed kleureffect of mooie vorm, voor een luchtige, goed bemeste grond. 7. OEVERPLANTEN. Planten voor de sloot- of vijverkant en het moeras. 8. WATERPLANTEN. (Komen in deze catalogus niet voor) 9. SOLITAIRPLANTEN. Imposante, moeilijk te combineren planten, effectief in de aanleg. (Bron: http://www.esveld.nl/codes/nederlands/vpintr.php)

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

135


5. Vaste vragenlijst Dutch Wave Interview Ontwerpers Algemeen 1.Wat voor opleiding heeft u gevolgd? (dit kan invloed hebben gehad op The Dutch Wave) 2.Wat heeft u geïnspireerd of inspireert u nog steeds? (denk hierbij aan projecten maar ook foto’s, vakanties enz.) Ontwerpen 3.Wanneer spreken we exact van de beweging ‘The Dutch Wave’ volgens u? 4.Wordt er bij het ontwerpen rekening gehouden met de omliggende omgeving? 5.Op basis van welke eigenschappen wordt de beplanting gecombineerd? Bloemkleuren? Bladcontrasten etc. en is hier een hiërarchie in te onderscheiden? 6.Welke mengingswijze(n) wordt(en) toegepast? 7.Hoe wordt ervoor gezorgd dat de beplanting jaarrond aantrekkelijk is? 8.Welke type beplantingen worden toegepast in the Dutch wave to plant? (Vaste planten, siergrassen, eenjarige en bollen? Of ook nog heesterachtige en bomen.) 9.Wat zijn de succes- en faalfactoren van een beplantingsplan volgens de Dutch Wave? 10.Zijn er ontwikkelingen binnen deze beweging per ontwerper? -Piet Oudolf -Ton ter Linden -Henk Gerritsen Opbouw 11.Welke specifieke eigenschappen zorgen voor de natuurlijke en lossere beplanting? 12.Hoe wordt er eenheid gecreëerd in het beplantingsplan? (vb. herhaling)

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

136


13.Wordt er bij het gebruik van de beplanting ook rekening gehouden met de psychologische aspecten (bloemkleuren en vorm) die bepaalde beplanting opwekt bij de gebruikers? (Bijvoorbeeld grassen die beweging opwekken en associëren met energie en dynamiek of bepaalde kleuren.) 14.Wat zijn de indicatoren voor planten die “lang mooi” blijven? 15.Wat zijn veel toegepaste beplantingen binnen the Dutch wave to plant? Wat is uw persoonlijke top 5? Bodemomstandigheden 16.Worden er eisen aan de bodemomstandigheden gesteld, en zo ja welke? Selectie geschikte beplanting: 17.

Wat zijn de technische - en visuele eisen van de planten voor het beplantingsplan

volgens The Dutch Wave to plant? Beheer 18.Wat voor een beheer wordt er uitgevoerd op de Dutch Wave?

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

137


Interview Kwekers Algemeen 1. Wat is uw achtergrond? Welke opleidingen heeft u gevolgd? 2. Wanneer bent u begonnen met het kweken van beplanting? 3. Waarom bent u begonnen met het kweken van deze beplanting? (wat was uw inspiratiebron?) 4. Wanneer spreken we exact van de beweging ‘The Dutch Wave’ volgens u? 5. Wat was u inspiratie om beplanting te kweken die geschikt zijn voor de Dutch wave? 6. Hoe gaat u om met de beweging ‘the Dutch wave’? Hoe ontwikkelt u soorten met betrekking op deze beweging? 7. Op basis van welke eigenschappen wordt de beplanting geselecteerd? 8. Wat zijn volgens u de succes- en faalfactoren van een beplantingsplan volgens deze beweging? 9. Wat zijn de technische selectiecriteria voor de beplanting die toegepast kunnen worden volgens de beweging ‘The Dutch Wave’? 10. Wat zijn de visuele selectiecriteria voor de beplanting die toegepast kunnen worden volgens de ‘The Dutch Wave’? 11. Hoe blijft deze beweging zich ontwikkelen? 12. Wat zijn de kenmerken voor planten die lang mooi blijven volgens u? 13. Wat zijn veel toegepaste plantensoorten binnen the Dutch wave volgens u? Groeiplaatsfactoren 14.

Wat is de relatie tussen groeiplaatsfactoren en the Dutch wave beplantingen?

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave”

138


15. Wordt er rekening gehouden met deze groeiplaatsfactoren tijdens het kweken van de beplanting? Plantkwaliteit 16. Worden er voor deze beplantingsbeweging planten gebruikt uit de volle grond of potplanten? 17. Welke potmaat wordt in de meeste gevallen toegepast bij the Dutch wave?

Onderzoeksrapport “The Dutch Wave�

139

The Dutch Wave - Roy Polman en Matt van Duifhuizen  

Roy Polman en Matt van Duifhuizen Opleiding Tuin- en Landschapsinrichting Hogeschool Van Hall Larenstein

The Dutch Wave - Roy Polman en Matt van Duifhuizen  

Roy Polman en Matt van Duifhuizen Opleiding Tuin- en Landschapsinrichting Hogeschool Van Hall Larenstein

Advertisement