Issuu on Google+

DOSSIER ARGUMENTEREN & BETOGENDE TEKSTEN

“That’s the beauty of argument: if you argue correctly, you’re never wrong.” – Jason Reitman & Christopher Buckley

VAKCODE: NAAM: DOCENT: DATUM:

NEDT3A04X Lilian de Ruiter (0828367) Dhr. De Vette Vrijdag 11 november 2011


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Inhoudsopgave Doel – en publieksanalyse ………………………………………………………………… blz. 3 Vinden en kiezen van argumenten …........................................................................ blz. 5 Opbouw van het betoog …………………………………………………………………… blz. 11 Eerste versie van het betoog ……………………………………………………………… blz. 15 Feedback op de eerste versie van het betoog ………………………………………….. blz. 18 Gereviseerde versie van het betoog …………………………………………………….. blz. 21 Eigen beoordeling van de eerste versie van het betoog van een medestudent ……. blz. 23 Huiswerkopdrachten ………………………………………………………………………. blz. 25 Evaluatie van de cursus …………………………………………………………………… blz. 33

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

2


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Doel- en publieksanalyse Standpunt: Docenten in het voortgezet onderwijs moeten in hun lessen gebruikmaken van sociale media Oriëntatie op Publiek Derdejaars leraren Nederlands in opleiding van de Hogeschool Rotterdam. (medestudenten)

Uitwerking Voorkennis

Houding jegens zender

Houding jegens onderwerp / standpunt

Houding jegens gekozen medium

Motieven

De studenten weten niet hoe zij zelf een leuke en leerzame les / lessenserie gestoeld op sociale media kunnen maken. Sociale media nemen namelijk geen (grote) plaats in de studie Lerarenopleiding Nederlands van de Hogeschool Rotterdam in. In de cursus Vakdidactiek: ICT bij het Nederlands maken de studenten wel kennis met enkele suggesties. Positief: omdat de studenten op de Hogeschool niet leren met welk nut zij sociale media in hun eigen curriculum kunnen inzetten zullen zij het interessant vinden om dit te horen van iemand die dit nut uitvoerig heeft onderzocht. Wellicht zullen er ook studenten zijn die negatief reageren. Vanuit de opleiding worden de studenten immers al beladen met leuke en leerzame lesmethoden. Hierdoor zullen er tevens studenten zijn die niet zitten te wachten op iemand die hen met nog meer werk wil beladen. Zowel positief als negatief. Veel studenten zullen negatief tegenover het onderwerp staan omdat zij gewoonweg niet weten hoe zij in hun eigen curriculum met sociale media aan de slag kunnen gaan. Bovendien betwijfelen veel leraren (in opleiding) de leerzaamheid van het leren met sociale media vanwege de kans op misbruik door leerlingen. Er zullen ook studenten zijn die juist heel nieuwsgierig zijn naar hoe sociale media effectief in het onderwijs kunnen worden ingezet. Juist omdat zij er niet meer omheen kunnen. Kortom: op de ene student zal het spreekwoord ‘Wat de boer niet kent dat eet hij niet’ wel van toepassing zijn en op de andere niet. Negatief: voor hun opleiding moeten de studenten al veel lezen. Zij zullen er dus niet bepaald zin in hebben om ook nog mijn betoog te lezen. Het is dus belangrijk dat ik op een prikkelende / aandacht vasthoudende manier schrijf en het nut van sociale media duidelijk naar voren breng met concrete voorbeelden. - Bruikbare informatie krijgen. Het betreft hier informatie die niet in de studie wordt Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

3


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Gewenste indruk

Doel

Hoofddoel

Nevendoelen Onderwerp

Structuur

Stijl

Eenvoudig of moeilijk Formeel of informeel Redundant of beknopt Exact of globaal Neutraal of gekleurd Met veel of weinig structuurmarkeringen

aangeboden. De studenten komen dus tevens iets nieuws te weten. - De eigen mening vormen of toetsen. Om de studenten te overtuigen wil ik de volgende eigenschappen tonen: - Begrip voor studenten die het gebruik van sociale media in het eigen curriculum niet zien zitten afgewisseld met zakelijkheid. - Deskundigheid door blijk te maken van een gedegen bronnenonderzoek. Hierdoor wil ik tevens bereiken dat ik betrouwbaar overkom. De studenten ervan overtuigen dat het nuttig is om sociale media in te zetten in hun eigen curriculum. - Informeren - Aanwijzingen geven / instrueren Het is vooral belangrijk dat ik met sterke argumenten de meerwaarde van sociale media in het onderwijs duidelijk maak. Om de studenten op weg te helpen wil ik tevens concrete toepassingvoorbeelden van sociale media in het onderwijs (in het Nederlands) geven. In dit geval ondersteunt de informatie de argumentatie wat de overtuigingskracht weer vergroot. Daar de studenten redelijk positief tegenover mijn standpunt / onderwerp staan kies ik voor een directe betoogopbouw en hanteer ik in het middendeel de Nestoriaanse argumentenordening. Ik zet de sterkere argumenten dus aan het begin en aan het eind en de zwakkere argumenten in het midden. Bovendien plaats ik in het argumentatieve middendeel de logische argumenten vooraan en de ethische en vooral de pathetische argumenten meer aan het eind. Verder zorg ik eerst voor een goede onderbouwing van het eigen standpunt alvorens over te gaan tot weerlegging van argumenten van de tegenstander. In de opening plaats ik argumenten gericht op het ethos en (in mindere mate) op het pathos, in het middenstuk plaats ik voornamelijk logosargumenten en in het slot pathosargumenten. Complex: met jargon. Formeel Beknopt Exact / concreet Enigszins gekleurd Veel structuurmarkeringen

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

4


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Vinden en kiezen van argumenten Stap 1: Vrije brainstorm Ten behoeve van vrij brainstormen heb ik voorlopig bronnenonderzoek ter oriëntatie gedaan en mindmapping toegepast. Ingelezen bronnen: • • • •

Publicatie over sociale media in BOOR Magazine. September 2011. Ideeënboek van Erno Mijland: www.ernomijland.com/docs/smiho.pdf. Februari 2011. http://onderwijsinnovatie.blogspot.com/2011/08/social-media.html. September 2011. http://www.uu.nl/faculty/humanities/nl/informatie-voor-medewerkers/onderwijs/onderwijsen-ict/professionalisering/social-media/Pages/default.aspx. Geen datum bekend.

Mindmap:

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

5


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

6


Stap 2: Evalueren van (een deel van) de brainstorm - In welke richting gaat de mindmap? De mindmap richt minder aandacht op de nadelen van het toepassen van sociale media in het onderwijs, maar gaat meer in op de voordelen. Het betoog zal mijns inziens dus vooral moeten bestaan uit krachtige argumenten vóór het toepassen van sociale media in het onderwijs en minder uit de weerlegging van argumenten tegen de invoering van sociale media in het onderwijs. Dit is goed mogelijk gezien de (redelijk) positieve houding van het publiek jegens mij en jegens het onderwerp. Daarnaast zien we in de mindmap de opvallende tegenstelling angst – lef. De nu bestaande terughoudende attitude van docenten ten opzichte van sociale media – die vooral verband houdt met ‘onkunde’ – wil ik omzetten in een actief experimenterende houding. Hiertoe kan ik de in de mindmap genoemde concrete voorbeelden als handvatten laten dienen. - Welke invallen lijken wellicht bruikbaar, welke zijn niet bruikbaar voor je tekst? De vertakkingen die ik vanuit het vertrekpunt ‘ sociale media’ heb gemaakt wil ik allemaal gebruiken in mijn betoog. Daartoe zal ik de lezers allereerst uitleggen wat ik precies bedoel met sociale media. In het argumentatieve middendeel zal ik aandacht besteden aan de voor- en nadelen van sociale media die ik middels mijn mindmap heb gevonden. Deze vind ik allemaal bruikbaar. Bij het aandragen van argumenten voor de toepassing van sociale media in het onderwijs en de weerlegging van de tegenargumenten besteed ik aandacht aan het ‘hoe’ door concrete toepassingssuggesties te geven. - Welke elementen lijken nadruk te moeten krijgen? De voordelen en de concrete voorbeelden. Er zullen namelijk veel lezers zijn die positief tegenover mij en mijn standpunt staan. Bij de twijfelaars is de oorzaak van die twijfel vooral dat zij gewoonweg niet weten hoe zij met sociale media aan de slag kunnen gaan in het onderwijs. Hen wil ik over de streep trekken door de voordelen te benadrukken en concrete voorbeelden ter handvat te geven. In dit geval ondersteunt de informatie de argumentatie wat de overtuigingskracht weer vergroot. - Welke elementen moeten worden uitgewerkt of toegevoegd? Geen. De mindmap is qua inhoud zeer uitgebreid en biedt qua opbouw een mooie houvast bij het te schrijven betoog.


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

- Wat vind je een verrassend / interessant onderdeel, afgezien van de bruikbaarheid? Is het op een of andere manier in te passen? Ik vind de terughoudende attitude van de docent een interessant onderdeel. Hoewel ik zelf een enorme voorstander ben van de toepassing van sociale media in het onderwijs kan ik die terughoudende attitude gezien de nadelen namelijk goed begrijpen. Aan dit onderdeel ga ik dan ook zeker aandacht besteden in mijn betoog. Ik kan dit onderdeel inpassen in het argumentatieve middendeel: bij het benoemen van de voor- en nadelen en het geven van concrete voorbeelden. Stap 3: Gerichte brainstorm Ten behoeve van gericht brainstormen heb ik de probleem- en maatregelstructuur uitgewerkt: - Wat is het probleem? Het ontbreken van de toepassing van sociale media in het voortgezet onderwijs. - Voor wie is het een probleem? Voor de leerlingen in het voortgezet onderwijs. In hun dagelijkse leven doen zij niet anders dan gebruikmaken van sociale media . In de huidige situatie ervaren de leerlingen dus een kloof tussen school en thuis / alles buiten school. - Wat zijn de oorzaken ervan? De docenten en schoolbeleidsmedewerkers met terughoudende attitude. - Wat zijn de gevolgen? Leerlingen in het voortgezet onderwijs worden niet goed voorbereid op de maatschappij / de toekomst waarin functioneel en mediawijs gebruik van sociale media (met als doel: zelf informatie construeren) een vaardigheid is die steeds meer wordt verwacht van professionals. - Welke relevante maatregelen zijn er? Allereerst zouden docenten goed getraind kunnen worden via de Khan Academy. Daarnaast zouden docenten inspiratie op kunnen doen middels het ideeënboek van Erno Mijland en websites als 23onderwijsdingen.nl. Verder zouden docenten ervaringen uit kunnen wisselen met collega-deskundigen. Wellicht kunnen zij dat doen via sociale media om er al enigszins wegwijs in te worden. Oplossen van het probleem begint echter bij een positieve attitude van de docent. Dat laatste wil ik in mijn betoog benadrukken. - Wat zijn de voor- en nadelen ervan? Nadelen: de genoemde maatregelen behoeven een tijdsinvestering. Voor docenten – die toch al een grote tijdsdruk ervaren – kan dit een behoorlijke drempel zijn. Voordelen: de lessen zullen aangenamer worden. Doordat de docent nu beter weet aan te sluiten bij de belevingswereld van de leerlingen zullen de leerlingen gemotiveerder zijn om actief deel te nemen aan de les. Deze houding van de leerlingen zal ook de docent (meer) motiveren bij het uitvoeren van lessen. Bovendien kan de docent aan de hand van sociale media de kennisoverdracht sneller laten verlopen en informatie actueel houden. - Welke maatregel kan het beste gekozen worden? Dat ligt aan de beginsituatie van de docent. De ene docent zal vanaf de kiem moeten beginnen en allereerst nog het brede scala van sociale media uit moeten pluizen en de andere docent heeft misschien al kennis van sociale media maar weet niet goed hoe hij deze in kan zetten in zijn eigen curriculum. Alle drie de maatregelen zijn dus effectief. - Hoe moet de maatregel worden uitgevoerd? Per individu. Ik richt mijn betoog aan individuele leraren(-in-opleiding). Ik beoog geen schoolbrede maatregel. De maatregelen die ik aandraag hebben het karakter van suggesties.

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

8


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

- Wat is het te verwachten resultaat? Leerlingen die meer gemotiveerd zijn om actief deel te nemen aan de les en leerwinst behalen. Deze resultaten leiden er op hun beurt toe dat docenten meer plezier in hun werk ervaren. Conclusie na drie stappen Na het uitvoeren van bovenstaande stappen kan ik concluderen dat mijn betoog de volgende inhoudselementen moet bevatten: • Wat zijn sociale media? • Wat belemmert de invoering van het toepassen van sociale media in het onderwijs? • Voordelen (meerwaarde) van het toepassen van sociale media in het onderwijs. • Nadelen van het toepassen van sociale media in het onderwijs. • Hoe kunnen sociale media worden toegepast in het onderwijs? (maatregelen / concrete voorbeelden) Stap 4: Gedegen bronnenonderzoek Bij stap 1 heb ik al redelijk gedegen bronnenonderzoek gedaan. Om tot meer gevarieerde argumenten te kunnen komen heb ik tevens de volgende bron ingelezen: • http://www.marketingfacts.nl/berichten/20110111_nederlandse_jongeren_actief_op_soci ale_media/. Januari 2011. Stap 5: Kiezen van argumenten Aan de hand van mijn bronnenonderzoek en mijn vrije en gerichte brainstorm en evaluatie daarvan ben ik uiteindelijk tot onderstaande argumenten gekomen. Deze argumentatiestructuren vormen steeds een mengelmoes van argumenten van anderen en eigen argumenten. Wanneer het om argumenten van andere gaat heb ik dat duidelijk aangegeven. Standpunt Docenten in het voortgezet onderwijs moeten in hun lessen gebruikmaken van sociale media (1) Argumenten voor het standpunt - De school moet leerlingen voorbereiden op de maatschappij / op de toekomst (1.1). - Via sociale media kunnen docenten aansluiten bij de versnipperde maatschappij waarin leerlingen zelf informatie moeten (leren) construeren (1.1.1). - Sociale media zijn immers gericht op niet-lineaire leerstrategieën (1.1.1.2). - Functioneel en mediawijs gebruik van sociale media is een vaardigheid die steeds meer wordt verwacht van professionals (1.1.2). - Wanneer school samenhangt met de maatschappij / de toekomst ervaren leerlingen school als relevant (1.1.3). - Als docent wil je toch niet dat de leerlingen je irrelevant vinden? (1.1.3.1). - Aan de hand van sociale media kunnen leerlingen via een individuele kleine bijdrage samen tot grootste prestaties komen (1.2) - Sociale media maken het mogelijk om tijd- en plaatsonafhankelijk kennis te delen en samen te werken (learning apart together) (1.2.1) - Sociale media zijn weliswaar niet vervangend voor het echte contact maar ze kunnen dat contact wel faciliteren en verrijken (1.2.2) - Door gebruik te maken van sociale media kunnen docenten beter differentiëren (1.3). - Leerlingen krijgen toegang tot meerdere waardevolle bronnen die worden ontsloten door de online gemeenschap en niet meer slechts tot de in het lesboek gepresenteerde lesstof (1.3.1). - Nu al vragen leerlingen via Twitter naar bruikbare bronnen (1.3.1.1). - Door gebruik te maken van sociale media kunnen docenten informative actueel houden (1.4). - Zo kan een docent twitteren bij plotselinge afwezigheid (1.4.1). Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

9


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

- Via sociale media kunnen leerlingen grootschalig kennis delen (1.5). - Hierdoor kunnen leerlingen snelle en gevarieerde feedback op hun producten ontvangen (1.5.1) - Zo kunnen leerlingen hun producten in Google Docs plaatsen en toegang geven aan derden (1.5.1.1) - Via sociale media kunnen docenten aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen (1.6). - Leerlingen doen namelijk al kennis en ervaring op met sociale media (1.6.1). - Uit de laatste cijfers van het CBS over 2010 blijkt dat 91 % van de Nederlandse jongeren actief is op sociale media. Hiermee behoren de Nederlandse jongeren tot de top van de Europese Unie (1.6.1.1). - Als bijna volleerde docenten hebben wij Ebbens niet nodig om ons te laten vertellen dat onderwijs dat aansluit bij de belevingswereld van leerlingen effectiever is (1.6.2). Argumenten tegen het standpunt met weerlegging - Het kan weleens zijn dat docenten door de toepassing van sociale media in hun lessen niet meer de gewenste eindexamenresultaten behalen (tegenargument). - Uit onderzoek is gebleken dat nieuwe leervormen niet slechter presteren gezien de eindexamenresultaten. Ook niet beter maar dat komt volgens hoogleraar leersystemen Wim Veen vooral omdat de examens de niet-cognitieve opbrengsten van de nieuwe aanpak niet meten. Via leren met sociale media zijn de intentionele en op vaardigheid gebaseerde leeropbrengsten wel degelijk hoger (weerlegging). - Leerlingen maken al snel misbruik van onderwijs dat verloopt aan de hand van sociale media (tegenargument). - Als docent heb je zelf in de hand welke attitude ten opzichte van onderwijs met sociale media je bij je leerlingen ontwikkelt. Een docent kan misbruik voorkomen door heldere afspraken te maken met de leerlingen of door de klas transparent in te richten. Op basisschool De Catamaran hebben dergelijke maatregelen geleid tot een actief deelnemende attitude bij de leerlingen (weerlegging). - Het is voor docenten lasting om in korte tijd zowel basis als voor het onderwijs toepasbare kennis op te bouwen van sociale media (tegenargument) - Docenten kunnen snel doch efficiënt training krijgen via de Khan Academy of ideeën opdoen in het ideeënboek van Erno Mijland. Daarin staan lesideeën als overhoringen met wrts.nl en het bijhouden van een klassenblog op Blogger. Door sociale media op die laatste manier in te zetten wordt het leerproces tevens transparent gemaakt voor ouders (vergroten ouder participatie). Ook kunnen docenten inspiratie opdoen op 23onderwijsdingen.nl of via uitwisseling met college-deskundigen. Verwerven van vaardigheid in sociale media in het algemeen en het implementeren van sociale media in het eigen curriculum is een arbeidsintensief proces – maar dat heb je als docent toch wel over voor je leerlingen?

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

10


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Opbouw van het betoog Opening • Verkrijgen van aandacht “Vraag je eens af hoe je leerlingen leren. Zijn ze verbaal? Ruimtelijk? Ritmisch? Mathematisch? Kinesthetisch? Interpersoonlijk? Intrapersoonlijk? Of misschien wel natuurgericht? (pathos: inspelen op de gevoelens van het publiek door onzekerheid over het eigen handelen op te wekken) Volgens de Amerikaanse psycholoog Gardner (ethos: verwijzen naar een belangrijk persoon) leert iedere leerling vanuit één of meer van deze intelligenties. Leerlingen verschillen. Dat hebben zij altijd al gedaan. De leerlingen van nu hebben echter ook een belangrijk ding gemeen: zij zijn vooral digitale leerders. Vandaag de dag kijkt de gemiddelde jongere 10 uur per week televisie en gebruikt 90 procent van de jongeren bijna dagelijks Internet. 91 Procent van de jonge internetters was in 2010 actief op sociale media als Hyves, Twitter en Facebook1. (ethos: deskundig overkomen) Waarom? Rijkdom! Uit hoeveel rijkdom bestaat jouw curriculum?” (pathos: wederom inspelen op de gevoelens van het publiek door onzekerheid over het eigen handelen op te wekken) •

Bevorderen begrip door uit te leggen wat er wordt verstaan onder ‘sociale media’

Onderwijsjournalist, -trainer en –adviseur Erno Mijland (ethos: verwijzen naar een belangrijk persoon) omschrijft ‘sociale media’ als: ‘Internettoepassingen waarmee mensen online met elkaar in contact kunnen komen’ (logos) Naast sociale netwerken als Twitter en Facebook betreft dit ook internettoepassingen als Google Docs, YouTube en Blogger. •

Probleem aan de kaak stellen

In het huidige voortgezet onderwijs ontbreekt de toepassing van dergelijke sociale media veelal. •

Welwillend stemmen door de oorzaak positief te benaderen.

Dat ontbreken is goed te begrijpen. Het is immers niet makkelijk om snel doch adequaat kennis op te doen van sociale media en om deze in het eigen curriculum te implementeren. Bovendien is er altijd die angst om iets verkeerd te doen. (ethos: betrokkenheid tonen) Inleiding • Gedupeerden aan de kaak stellen Hoewel goed te begrijpen (ethos: betrokkenheid tonen) is het jammer dat er in het huidige voortgezet onderwijs zoveel docenten en schoolbeleidsmedewerkers met een terughoudende attitude ten opzichte van sociale media rondlopen. Onderwijs mét sociale media kan de leerling namelijk juist zoveel moois bieden. •

Uiteenzetten standpunt

Als jonge en frisse docent, die zich bezighoudt met eenzelfde soort sociale media en netwerken als haar leerlingen (ethos: eigen handelen relativeren) vind ik dan ook dat docenten in het voortgezet onderwijs in hun lessen gebruik zouden moeten maken van sociale media. •

Indeling kern aankondigen

In het verdere verloop van mijn betoog zal ik allereerst een aantal argumenten vóór onderwijs mét sociale media noemen. Daarna zal ik aandacht besteden aan enkele tegenargumenten en 1

Bron: CBS Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

11


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

deze waar ik kan (ethos: bescheidenheid tonen) weerleggen. Uiteraard zijn nooit alle nadelen (volledig) te weerleggen. Nadelen zijn er immers altijd, omtrent ieder onderwerp. Dat is dan ook niet mijn doel. Met mijn betoog hoop ik je ervan te overtuigen dat het inzetten van sociale media absolute meerwaarde heeft in ons beroep. Vanuit die overtuiging hoop ik je vervolgens aan te zetten tot actief experimenteren. Hiertoe zal ik bij het expliciet maken van de voor- en nadelen tevens aandacht besteden aan het ‘hoe’ door concrete voorbeelden en maatregelen aan te dragen. Hierbij wil ik benadrukken dat ik geen expert ben. (ethos door bescheidenheid te tonen) Ik ben slechts een enthousiaste docente met eigen ervaringen die gedegen onderzoek (ethos: deskundigheid tonen) heeft verricht naar de bevindingen van (collega-)deskundigen. Argumentatieve middendeel • Aanvoeren argumenten eigen standpunt Allereerst is het de taak van de school om leerlingen voor te bereiden op de maatschappij en daarmee samenhangend op de toekomst. Sociale media kunnen die taak prima ondersteunen. Via sociale media kunnen docenten namelijk aansluiten bij de versnipperde maatschappij waarin leerlingen zelf informatie moeten construeren. Sociale media behelzen immers niet-lineaire leerstrategieën. De maatschappij van nu vraagt zijn mensen om dergelijke strategische vaardigheid en niet om nu op scholen verkondigde lineaire strategische vaardigheid. (logos) Daarnaast is functioneel en mediawijs gebruik van sociale media een vaardigheid die in het bedrijfsleven steeds meer wordt verwacht van professionals. (logos) Ook niet onbelangrijk is dat leerlingen school pas als relevant ervaren als school samenhangt met de maatschappij waarin zij leven en met hun toekomst (logos) en als docent wil je toch niet dat je leerlingen je irrelevant vinden? (pathos: inspelen op het gevoel van het publiek) Sterke argumentatie Ten tweede kunnen docenten via de toepassing van sociale media in hun lessen beter aansluiten bij de belevingswereld van hun leerlingen. Zoals in de opening van mijn betoog waarschijnlijk al duidelijk is geworden doen onze leerlingen immers al kennis en ervaringen op met sociale media.(logos) Bovendien hebben wij als bijna volleerde docenten Ebbens (logos) toch niet nodig om ons te laten vertellen dat onderwijs dat aansluit bij de belevingswereld van leerlingen vele malen effectiever is dan onderwijs dat niet in die behoefte voorziet? (pathos: het publiek vleien met kennis van zaken) Sterke argumentatie Een derde belangrijk argument voor toepassings van sociale media in het onderwijs hangt samen met differentiatie. Door gebruik te maken van sociale media kunnen docenten beter differentiëren. Via sociale media krijgen leerlingen namelijk toegang tot verscheidene waardevolle bronnen die worden ontsloten door de online gemeenschap en niet meer slechts tot de in het lesboek gepresenteerde lesstof. Nu al vragen leerlingen via Twitter naar bruikbare bronnen. (logos) Redelijk sterke argumentatie Ten vierde kunnen docenten door gebruik te maken van sociale media informatie actueel houden. Zo kan een docent Twitteren bij plotselinge afwezigheid. (logos) Minder sterke argumentatie Ten vijfde bieden sociale media leerlingen de kans om grootschalig kennis te delen. Hierdoor kunnen leerlingen snelle en gevarieerde feedback op hun schoolproducten ontvangen. Zo kunnen de leerlingen hun producten in Google Docs plaatsen en toegang geven aan derden om vervolgens feedback te kunnen ontvangen. (logos) Sterke argumentatie Een laatste belangrijk argument voor onderwijs mét sociale media houdt verband met flexibiliteit. Door gebruik te maken van sociale media kunnen leerlingen via een individueel kleine bijdrage samen tot grootse prestaties komen. Sociale media maken het namelijk mogelijk om tijd- en plaatsonafhankelijk kennis te delen en samen te werken. In de onderwijswetenschap wordt dit proces ook wel voorgesteld als het waardevolle ‘learning apart together’. (logos) Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

12


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Uiteraard zijn sociale media niet vervangend voor het echte contact, maar ze kunnen dat contact wel faciliteren en verrijken. (logos) Sterke argumentatie •

Ontkrachten / weerleggen standpunt tegenstander

Een veel gehoord argument tegen toepassing van sociale media in het onderwijs is het bestaan van de kans dat leerlingen misbruik maken van sociale media. Volgens tegenstanders zullen leerlingen sociale netwerken als Facebook al snel voor eigen plezier gaan gebruiken en de onderwijsdoeleinden daarbij vergeten. (logos) Als docent heb je de ontwikkeling van een succesvolle attitude ten opzichte van sociale media bij je leerlingen echter zelf in de hand. (pathos: inspelen op het verantwoordelijkheidsgevoel van het publiek) Misbruik kan op een simpele manier (ethos: deskundigheid tonen) worden voorkomen door heldere afspraken te maken met de leerlingen en / of de klas transparant in te richten. Op de Rotterdamse basisschool De Catamaran hebben dergelijke maatregelen daadwerkelijk geleid tot een actief deelnemende houding bij de leerling. (ethos: verwijzen naar een experiment) Er zijn ook tegenstanders van onderwijs mét sociale media waarbij de tegenstand voortkomt uit angst om niet langer de gewenste eindexamenresultaten te behalen. Deze angst is echter ongegrond. (ethos: wijzen op ongegrond gedrag tegenstander) Uit onderzoek (ethos: deskundigheid tonen) is namelijk gebleken dat nieuwe leervormen als leren met sociale media niet slechter presteren gezien de eindexamenresultaten. Ook niet beter, maar dat komt volgens hoogleraar Leersystemen Wim Veen (ethos) vooral omdat de examens de niet-cognitieve opbrengsten van de nieuwe aanpak niet meten. (logos) Volgens Wim Veen zijn de intentionele en op vaardigheid gebaseerde leeropbrengsten wel degelijk hoger. Ten slotte vraagt het implementeren van sociale media in het eigen curriculum om een flinke tijdsinvestering van docenten. Gezien de tijdsdruk die veel docenten nu al ervaren is het dan ook niet zo verwonderlijk dat veel docenten pleitten voor het buiten de deur houden van sociale media in het onderwijs.(ethos: begrip tonen) Hier komt een welwillende houding van de docent om de bocht kijken. (pathos: inspelen op het gevoel van het publiek) Een positieve attitude van de docent vormt een voorwaarde voor succesvol, op sociale media gericht onderwijs. Ik schrijf vanuit eigen ervaring (ethos: bescheidenheid tonen) wanneer ik stel dat het implementeren van sociale media in het eigen curriculum minder intensief is wanneer die welwillendheid er eenmaal is. Docenten kunnen snel doch efficiënt training krijgen via de Khan Academy (ethos: verwijzen naar een gerenommeerde instelling) of ideeën opdoen in het ideeënboek van Erno Mijland. (ethos: verwijzen naar een belangrijk persoon) Daarin staan lesideeën als overhoringen met wrts.nl en het bijhouden van een klassenblog op Blogger. Door sociale media op die laatste manier in te zetten wordt het leerproces tevens transparent gemaakt voor ouders en kan de ouderparticipatie dus worden vergroot. (logos) Verder kunnen docenten inspiratie opdoen op 23onderwijsdingen.nl of via uitwisseling met collega-deskundigen. (logos) Slot •

Samenvatten

Samenvattend kunnen we stellen dat sociale media onmisbaar zijn in de lessen van docenten in het voortgezet onderwijs. Aan de hand van onderwijs mét sociale media kunnen leerlingen namelijk beter worden voorbereid op de maatschappij en de toekomst. Bovendien kunnen docenten via sociale media beter aansluiten bij de belevingswereld van hun leerlingen en leerprocessen sneller laten verlopen. Natuurlijk zijn er ook nadelen verbonden aan onderwijs mét sociale media, maar die zijn te bestrijden met een actief experimenterende houding, goede training en verdieping. •

Afsluiten met appèl op het gevoel Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

13


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Ondanks de in mijn betoog genoemde handvatten blijft het verwerven van vaardigheid in sociale media in het algemeen en het implementeren van sociale media in het eigen curriculum een redelijk arbeidsintensief proces. Als docent heb je dat echter toch wel over voor je leerlingen? (pathos) Heb het overigens ook over voor jezelf: wanneer de leerlingen meer gemotiveerd deelnemen aan je les zal je zelf ook (nog) meer plezier krijgen in het lesgeven!

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

14


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Eerste versie van het betoog Het wordt tijd dat sociale media en onderwijs elkaar een hand geven Vraag je eens af hoe je leerlingen leren. Zijn ze verbaal? Ruimtelijk? Ritmisch? Mathematisch? Kinesthetisch? Interpersoonlijk? Intrapersoonlijk? Of misschien wel natuurgericht? Volgens de Amerikaanse psycholoog Gardner leert iedere leerling vanuit één of meer van deze intelligenties. Leerlingen verschillen. Dat hebben zij altijd al gedaan. De leerlingen van nu hebben echter ook een belangrijk ding gemeen: zij zijn vooral digitale leerders. Vandaag de dag kijkt de gemiddelde jongere 10 uur per week televisie en gebruikt 90 procent van de jongeren bijna dagelijks Internet. 91 Procent van de jonge internetters was in 2010 actief op sociale media als Hyves, Twitter en Facebook2. Waarom? Rijkdom! Uit hoeveel rijkdom bestaat jouw curriculum? Onderwijsjournalist, -trainer en -adviseur Erno Mijland omschrijft ‘sociale media’ als: “Internettoepassingen waarmee mensen online met elkaar in contact kunnen komen.” Naast sociale netwerken als Twitter en Facebook vallen ook internettoepassingen als Google Docs, YouTube en Blogger hieronder. In het huidige voortgezet onderwijs ontbreekt de toepassing van dergelijke sociale media veelal. Dat is goed te begrijpen. Het is immers niet makkelijk om snel doch adequaat kennis op te doen van sociale media en om deze in het eigen curriculum te implementeren. Bovendien is er altijd die angst om iets verkeerd te doen. Hoewel goed te begrijpen is het jammer dat er in het huidige voortgezet onderwijs zoveel docenten en schoolbeleidsmedewerkers met een terughoudende attitude ten opzichte van sociale media rondlopen. Onderwijs mét sociale media kan de leerling namelijk juist zoveel moois bieden. Als jonge en frisse docent, die zich bezighoudt met eenzelfde soort sociale media en netwerken als haar leerlingen vind ik dan ook dat docenten in het voortgezet onderwijs in hun lessen gebruik zouden moeten maken van sociale media. In het verdere verloop van mijn betoog zal ik allereerst een aantal argumenten vóór onderwijs mét sociale media noemen. Daarna zal ik aandacht besteden aan enkele tegenargumenten en deze waar ik kan weerleggen. Uiteraard zijn nooit alle nadelen (volledig) te weerleggen. Nadelen zijn er immers altijd, omtrent ieder onderwerp. Dat is dan ook niet mijn doel. Met mijn betoog hoop ik je ervan te overtuigen dat het inzetten van sociale media absolute meerwaarde heeft in ons beroep. Vanuit die overtuiging hoop ik je vervolgens aan te zetten tot actief experimenteren. Hiertoe zal ik bij het expliciet maken van de voor- en nadelen tevens aandacht besteden aan het ‘hoe’ door concrete voorbeelden en maatregelen aan te dragen. Hierbij wil ik benadrukken dat ik geen expert ben. Ik ben slechts een enthousiaste docente met eigen ervaringen die gedegen onderzoek heeft verricht naar de bevindingen van (collega-)deskundigen. Allereerst is het de taak van de school om leerlingen voor te bereiden op de maatschappij en daarmee samenhangend op de toekomst. Sociale media kunnen die taak prima ondersteunen. Via sociale media kunnen docenten namelijk aansluiten bij de versnipperde maatschappij waarin leerlingen zelf informatie moeten construeren. Sociale media behelzen immers niet-lineaire leerstrategieën. De maatschappij van nu vraagt zijn mensen om dergelijke strategische vaardigheid en niet om nu op scholen verkondigde lineaire strategische vaardigheid. Daarnaast is functioneel en mediawijs gebruik van sociale media een vaardigheid die in het bedrijfsleven steeds meer wordt verwacht van professionals. Ook niet onbelangrijk is dat leerlingen school pas als relevant ervaren als school samenhangt met de maatschappij waarin zij leven en met hun toekomst en als docent wil je toch niet dat je leerlingen je irrelevant vinden?

2

Bron: CBS Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

15


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Ten tweede kunnen docenten via de toepassing van sociale media in hun lessen beter aansluiten bij de belevingswereld van hun leerlingen. Zoals in de opening van mijn betoog waarschijnlijk al duidelijk is geworden doen onze leerlingen immers al kennis en ervaringen op met sociale media. Bovendien hebben wij als bijna volleerde docenten Ebbens toch niet nodig om ons te laten vertellen dat onderwijs dat aansluit bij de belevingswereld van leerlingen vele malen effectiever is dan onderwijs dat niet in die behoefte voorziet? Een derde belangrijk argument voor toepassings van sociale media in het onderwijs hangt samen met differentiatie. Door gebruik te maken van sociale media kunnen docenten beter differentiëren. Via sociale media krijgen leerlingen namelijk toegang tot verscheidene waardevolle bronnen die worden ontsloten door de online gemeenschap en niet meer slechts tot de in het lesboek gepresenteerde lesstof. Nu al vragen leerlingen via Twitter naar bruikbare bronnen. Ten vierde kunnen docenten door gebruik te maken van sociale media informatie actueel houden. Zo kan een docent Twitteren bij plotselinge afwezigheid. Ten vijfde bieden sociale media leerlingen de kans om grootschalig kennis te delen. Hierdoor kunnen leerlingen snelle en gevarieerde feedback op hun schoolproducten ontvangen. Zo kunnen de leerlingen hun producten in Google Docs plaatsen en toegang geven aan derden om vervolgens feedback te kunnen ontvangen. Een laatste belangrijk argument voor onderwijs mét sociale media houdt verband met flexibiliteit. Door gebruik te maken van sociale media kunnen leerlingen via een individueel kleine bijdrage samen tot grootse prestaties komen. Sociale media maken het namelijk mogelijk om tijd- en plaatsonafhankelijk kennis te delen en samen te werken. In de onderwijswetenschap wordt dit proces ook wel voorgesteld als het waardevolle ‘learning apart together’. Uiteraard zijn sociale media niet vervangend voor het echte contact, maar ze kunnen dat contact wel faciliteren en verrijken. Een veel gehoord argument tegen toepassing van sociale media in het onderwijs is het bestaan van de kans dat leerlingen misbruik maken van sociale media. Volgens tegenstanders zullen leerlingen sociale netwerken als Facebook al snel voor eigen plezier gaan gebruiken en de onderwijsdoeleinden daarbij vergeten. Als docent heb je de ontwikkeling van een succesvolle attitude ten opzichte van sociale media bij je leerlingen echter zelf in de hand. Misbruik kan op een simpele manier worden voorkomen door heldere afspraken te maken met de leerlingen en / of de klas transparant in te richten. Op de Rotterdamse basisschool De Catamaran hebben dergelijke maatregelen daadwerkelijk geleid tot een actief deelnemende houding bij de leerling. Er zijn ook tegenstanders van onderwijs mét sociale media waarbij de tegenstand voortkomt uit angst om niet langer de gewenste eindexamenresultaten te behalen. Deze angst is echter ongegrond. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat nieuwe leervormen als leren met sociale media niet slechter presteren gezien de eindexamenresultaten. Ook niet beter, maar dat komt volgens hoogleraar Leersystemen Wim Veen vooral omdat de examens de niet-cognitieve opbrengsten van de nieuwe aanpak niet meten. Volgens Wim Veen zijn de intentionele en op vaardigheid gebaseerde leeropbrengsten wel degelijk hoger. Ten slotte vraagt het implementeren van sociale media in het eigen curriculum om een flinke tijdsinvestering van docenten. Gezien de tijdsdruk die veel docenten nu al ervaren is het dan ook niet zo verwonderlijk dat veel docenten pleitten voor het buiten de deur houden van sociale media in het onderwijs. Hier komt een welwillende houding van de docent om de bocht kijken. Een positieve attitude van de docent vormt een voorwaarde voor succesvol, op sociale media gericht onderwijs. Ik schrijf vanuit eigen ervaring wanneer ik stel dat het implementeren van sociale media in het eigen curriculum minder intensief is wanneer die welwillendheid er eenmaal is. Docenten kunnen snel doch efficiënt training krijgen via de Khan Academy of ideeën opdoen Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

16


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

in het ideeënboek van Erno Mijland. Daarin staan lesideeën als overhoringen met wrts.nl en het bijhouden van een klassenblog op Blogger. Door sociale media op die laatste manier in te zetten wordt het leerproces tevens transparent gemaakt voor ouders en kan de ouderparticipatie dus worden vergroot. Verder kunnen docenten inspiratie opdoen op 23onderwijsdingen.nl of via uitwisseling met collega-deskundigen. Samenvattend kunnen we stellen dat sociale media onmisbaar zijn in de lessen van docenten in het voortgezet onderwijs. Aan de hand van onderwijs mét sociale media kunnen leerlingen namelijk beter worden voorbereid op de maatschappij en de toekomst. Bovendien kunnen docenten via sociale media beter aansluiten bij de belevingswereld van hun leerlingen en leerprocessen sneller laten verlopen. Natuurlijk zijn er ook nadelen verbonden aan onderwijs mét sociale media, maar die zijn te bestrijden met een actief experimenterende houding, goede training en verdieping. Ondanks de in mijn betoog genoemde handvatten blijft het verwerven van vaardigheid in sociale media in het algemeen en het implementeren van sociale media in het eigen curriculum een redelijk arbeidsintensief proces. Als docent heb je dat echter toch wel over voor je leerlingen? Heb het overigens ook over voor jezelf: wanneer de leerlingen meer gemotiveerd deelnemen aan je les zal je zelf ook (nog) meer plezier krijgen in het lesgeven!

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

17


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Feedback op de eerste versie van het betoog Critical friends: - Sanne Kruithof - De heer De Vette Het wordt tijd dat sociale media en onderwijs elkaar een hand geven

Opmerking [L1]: Vermijd de lijdende vorm!

Vraag je eens af hoe je leerlingen leren. Zijn ze verbaal? Ruimtelijk? Ritmisch? Mathematisch? Kinesthetisch? Interpersoonlijk? Intrapersoonlijk? Of misschien wel natuurgericht? Volgens de Amerikaanse psycholoog Gardner leert iedere leerling vanuit één of meer van deze intelligenties. Leerlingen verschillen. Dat hebben zij altijd al gedaan. De leerlingen van nu hebben echter ook een belangrijk ding gemeen: zij zijn vooral digitale leerders. Vandaag de dag kijkt de gemiddelde jongere 10 uur per week televisie en gebruikt 90 procent van de jongeren bijna dagelijks Internet. 91 Procent van de jonge internetters was in 2010 actief op sociale media als Hyves, Twitter en Facebook3. Waarom? Rijkdom! Uit hoeveel rijkdom bestaat jouw curriculum? Onderwijsjournalist, -trainer en -adviseur Erno Mijland omschrijft ‘sociale media’ als: “Internettoepassingen waarmee mensen online met elkaar in contact kunnen komen.” Naast sociale netwerken als Twitter en Facebook vallen ook internettoepassingen als Google Docs, YouTube en Blogger hieronder. In het huidige voortgezet onderwijs ontbreekt de toepassing van dergelijke sociale media veelal. Dat is goed te begrijpen. Het is immers niet makkelijk om snel doch adequaat kennis op te doen van sociale media en om deze in het eigen curriculum te implementeren. Bovendien is er altijd die angst om iets verkeerd te doen. Hoewel goed te begrijpen is het jammer dat er in het huidige voortgezet onderwijs zoveel docenten en schoolbeleidsmedewerkers met een terughoudende attitude ten opzichte van sociale media rondlopen. Onderwijs mét sociale media kan de leerling namelijk juist zoveel moois bieden. Als jonge en frisse docent, die zich bezighoudt met eenzelfde soort sociale media en netwerken als haar leerlingen vind ik dan ook dat docenten in het voortgezet onderwijs in hun lessen gebruik zouden moeten maken van sociale media. In het verdere verloop van mijn betoog zal ik allereerst een aantal argumenten vóór onderwijs mét sociale media noemen. Daarna zal ik aandacht besteden aan enkele tegenargumenten en deze waar ik kan weerleggen. Uiteraard zijn nooit alle nadelen (volledig) te weerleggen. Nadelen zijn er immers altijd, omtrent ieder onderwerp. Dat is dan ook niet mijn doel. Met mijn betoog hoop ik je ervan te overtuigen dat het inzetten van sociale media absolute meerwaarde heeft in ons beroep. Vanuit die overtuiging hoop ik je vervolgens aan te zetten tot actief experimenteren. Hiertoe zal ik bij het expliciet maken van de voor- en nadelen tevens aandacht besteden aan het ‘hoe’ door concrete voorbeelden en maatregelen aan te dragen. Hierbij wil ik benadrukken dat ik geen expert ben. Ik ben slechts een enthousiaste docente met eigen ervaringen die gedegen onderzoek heeft verricht naar de bevindingen van (collega-)deskundigen.

Opmerking [L2]: Te veel informative voor een inleiding. Probeer de inleiding makkelijker leesbaar te maken. Wel een sterke tegenstelling!

Opmerking [L3]: Wat is de functie van deze alinea?

Opmerking [L4]: Verwissel deze alinea met de 2e alinea: eerst het probleem introduceren, dan informatie geven. Opmerking [L5]: In de vorige alinea heb je deze woordgroep ook al gebruikt. Probeer te variëren in je schrijfstijl.

Opmerking [L6]: Erg lange zin.

Opmerking [L7]: Probeer dit stuk beknopter weer te geven.

Allereerst is het de taak van de school om leerlingen voor te bereiden op de maatschappij en daarmee samenhangend op de toekomst. Sociale media kunnen die taak prima ondersteunen. Via sociale media kunnen docenten namelijk aansluiten bij de versnipperde maatschappij waarin leerlingen zelf informatie moeten construeren. Sociale media behelzen immers niet-lineaire leerstrategieën. De maatschappij van nu vraagt zijn mensen om dergelijke strategische vaardigheid en niet om nu op scholen verkondigde lineaire strategische vaardigheid. Daarnaast is functioneel en mediawijs gebruik van sociale media een vaardigheid die in het bedrijfsleven steeds meer wordt verwacht van professionals. Ook niet onbelangrijk is dat leerlingen school pas als relevant ervaren als school samenhangt 3

Bron: CBS Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

18


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

met de maatschappij waarin zij leven en met hun toekomst en als docent wil je toch niet dat je leerlingen je irrelevant vinden? Ten tweede kunnen docenten via de toepassing van sociale media in hun lessen beter aansluiten bij de belevingswereld van hun leerlingen. Zoals in de opening van mijn betoog waarschijnlijk al duidelijk is geworden doen onze leerlingen immers al kennis en ervaringen op met sociale media. Bovendien hebben wij als bijna volleerde docenten Ebbens toch niet nodig om ons te laten vertellen dat onderwijs dat aansluit bij de belevingswereld van leerlingen vele malen effectiever is dan onderwijs dat niet in die behoefte voorziet? Een derde belangrijk argument voor toepassings van sociale media in het onderwijs hangt samen met differentiatie. Door gebruik te maken van sociale media kunnen docenten beter differentiëren. Via sociale media krijgen leerlingen namelijk toegang tot verscheidene waardevolle bronnen die worden ontsloten door de online gemeenschap en niet meer slechts tot de in het lesboek gepresenteerde lesstof. Nu al vragen leerlingen via Twitter naar bruikbare bronnen.

Opmerking [L8]: “Allereerst, ten tweede, ten derde”: de opsomming maakt het lezen saai. Probeer ook hier te variëren in je schrijfstijl. Opmerking [L9]: Maak duidelijker onderscheid tussen eigen argumenten en argumenten van anderen. Ga er bovendien niet vanuit dat al je lezers Ebbens kennen. Geef zijn functie aan.

Ten vierde kunnen docenten door gebruik te maken van sociale media informatie actueel houden. Zo kan een docent Twitteren bij plotselinge afwezigheid. Ten vijfde bieden sociale media leerlingen de kans om grootschalig kennis te delen. Hierdoor kunnen leerlingen snelle en gevarieerde feedback op hun schoolproducten ontvangen. Zo kunnen de leerlingen hun producten in Google Docs plaatsen en toegang geven aan derden om vervolgens feedback te kunnen ontvangen. Een laatste belangrijk argument voor onderwijs mét sociale media houdt verband met flexibiliteit. Door gebruik te maken van sociale media kunnen leerlingen via een individueel kleine bijdrage samen tot grootse prestaties komen. Sociale media maken het namelijk mogelijk om tijd- en plaatsonafhankelijk kennis te delen en samen te werken. In de onderwijswetenschap wordt dit proces ook wel voorgesteld als het waardevolle ‘learning apart together’. Uiteraard zijn sociale media niet vervangend voor het echte contact, maar ze kunnen dat contact wel faciliteren en verrijken. Een veel gehoord argument tegen toepassing van sociale media in het onderwijs is het bestaan van de kans dat leerlingen misbruik maken van sociale media. Volgens tegenstanders zullen leerlingen sociale netwerken als Facebook al snel voor eigen plezier gaan gebruiken en de onderwijsdoeleinden daarbij vergeten. Als docent heb je de ontwikkeling van een succesvolle attitude ten opzichte van sociale media bij je leerlingen echter zelf in de hand. Misbruik kan op een simpele manier worden voorkomen door heldere afspraken te maken met de leerlingen en / of de klas transparant in te richten. Op de Rotterdamse basisschool De Catamaran hebben dergelijke maatregelen daadwerkelijk geleid tot een actief deelnemende houding bij de leerling. Er zijn ook tegenstanders van onderwijs mét sociale media waarbij de tegenstand voortkomt uit angst om niet langer de gewenste eindexamenresultaten te behalen. Deze angst is echter ongegrond. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat nieuwe leervormen als leren met sociale media niet slechter presteren gezien de eindexamenresultaten. Ook niet beter, maar dat komt volgens hoogleraar Leersystemen Wim Veen vooral omdat de examens de niet-cognitieve opbrengsten van de nieuwe aanpak niet meten. Volgens Wim Veen zijn de intentionele en op vaardigheid gebaseerde leeropbrengsten wel degelijk hoger.

Opmerking [L10]: Vermijd de lijdende vorm! Opmerking [L11]: Erg sterk!

Opmerking [L12]: Erg lange zin.

Opmerking [L13]: Sterk begin van je weerlegging!

Ten slotte vraagt het implementeren van sociale media in het eigen curriculum om een flinke tijdsinvestering van docenten. Gezien de tijdsdruk die veel docenten nu al ervaren is het dan ook niet zo verwonderlijk dat veel docenten pleitten voor het buiten de deur houden van sociale media in het onderwijs. Hier komt een welwillende houding van de docent om de bocht kijken. Een positieve attitude van de docent vormt een voorwaarde voor succesvol, op sociale media Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

19


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

gericht onderwijs. Ik schrijf vanuit eigen ervaring wanneer ik stel dat het implementeren van sociale media in het eigen curriculum minder intensief is wanneer die welwillendheid er eenmaal is. Docenten kunnen snel doch efficiënt training krijgen via de Khan Academy of ideeën opdoen in het ideeënboek van Erno Mijland. Daarin staan lesideeën als overhoringen met wrts.nl en het bijhouden van een klassenblog op Blogger. Door sociale media op die laatste manier in te zetten wordt het leerproces tevens transparent gemaakt voor ouders en kan de ouderparticipatie dus worden vergroot. Verder kunnen docenten inspiratie opdoen op 23onderwijsdingen.nl of via uitwisseling met collega-deskundigen. Samenvattend kunnen we stellen dat sociale media onmisbaar zijn in de lessen van docenten in het voortgezet onderwijs. Aan de hand van onderwijs mét sociale media kunnen leerlingen namelijk beter worden voorbereid op de maatschappij en de toekomst. Bovendien kunnen docenten via sociale media beter aansluiten bij de belevingswereld van hun leerlingen en leerprocessen sneller laten verlopen. Natuurlijk zijn er ook nadelen verbonden aan onderwijs mét sociale media, maar die zijn te bestrijden met een actief experimenterende houding, goede training en verdieping. Ondanks de in mijn betoog genoemde handvatten blijft het verwerven van vaardigheid in sociale media in het algemeen en het implementeren van sociale media in het eigen curriculum een redelijk arbeidsintensief proces. Als docent heb je dat echter toch wel over voor je leerlingen? Heb het overigens ook over voor jezelf: wanneer de leerlingen meer gemotiveerd deelnemen aan je les zal je zelf ook (nog) meer plezier krijgen in het lesgeven!

Opmerking [L14]: Vermijd de lijdende vorm!

Opmerking [L15]: Vermijd de lijdende vorm!

Opmerking [L16]: Suggestive: ‘gemotiveerder’.

Overige Feedback - Waar is de concrete bronvermelding? - Inhoudelijk een erg sterk betoog! Je hebt duidelijk gedegen onderzoek naar argumenten gedaan. Reflectie op de verkregen feedback Ik vind de feedback die ik heb gekregen van medestudent Sanne Kruithof en vakdocent De Vette heel waardevol. Bij de revisie van mijn betoog ga ik dan ook met alle verkregen op- en aanmerkingen aan de slag. Ik ga allereerst proberen om mijn inleiding krachtiger neer te zetten. Dat ga ik proberen door de minst belangrijke informatie weg te laten en langere zinnen te maken. Daarna ga ik alle lijdende zinnen in mijn betoog herschrijven tot mededelende zinnen en lange zinnen korter maken. Dit om mijn betoog fijner en gemakkelijker leesbaar te maken. Vervolgens ga ik proberen om variatie aan te brengen in de weergave van mijn argumenten. Ik ben het met mijn ‘ciritcal friends’ eens dat de opsommende opbouw die ik nu hanteer saai is voor mijn lezers. Samen met de heer De Vette ben ik tot de conclusie gekomen dat ik hiervoor tevens de uiteenzetting van de opbouw van mijn betoog zal moeten aanpassen. In die uiteenzetting zal ik in mijn gereviseerde versie aangeven hoeveel argumenten ik ga aandragen. Dan hoef ik die structuur niet langer duidelijk te maken met saaie signaalwoorden als ‘ten eerste’, ‘ten tweede’, ‘ten derde’, etc. Bovendien zal ik de alinea met de uiteenzetting van de opbouw van mijn betoog beknopter en daarmee duidelijker maken voor mijn lezers. Ten slotte moet ik in de definitieve versie van mijn betoog volgens mijn ‘critical friends’ concreter bronvermelden. Hiertoe ga ik het handboek ‘Schrijfwijzer’ van Jan Renkema raadplegen.

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

20


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Gereviseerde versie van het betoog Het is tijd dat sociale media en onderwijs elkaar een hand geven Heb je, je weleens afgevraagd hoe je leerlingen leren? Zijn ze verbaal, ruimtelijk, ritmisch, mathematisch, kinestetisch, interpersoonlijk, intrapersoonlijk of natuurgericht? Leerlingen verschillen; dat hebben zij altijd al gedaan. De leerlingen van nu hebben echter ook een belangrijk ding gemeen: zij zijn vooral digitale leerders. 90 Procent4 van de jongeren gebruikt bijna dagelijks Internet en dan vooral sociale media als YouTube en Facebook. Waarom? Rijkdom! Uit hoeveel rijkdom bestaat jouw curriculum? In het huidige voortgezet onderwijs ontbreekt de toepassing van sociale media veelal en dat is goed te begrijpen. Het is namelijk niet gemakkelijk om snel doch accuraat kennis op te doen van sociale media en om deze in het eigen curriculum te implementeren. Daarnaast is er altijd die angst om iets verkeerd te doen. Hoewel enerzijds goed te begrijpen, is het anderzijds toch jammer dat veel docenten en schoolbeleidmedewerkers zo terughoudend reageren op het gebruik van sociale media in het onderwijs. Onderwijs mét sociale media kan leerlingen namelijk juist zoveel moois bieden. Ik ben dan ook van mening dat docenten in het voortgezet onderwijs in hun lessen regelmatig gebruik zouden moeten maken van sociale media. In het verdere verloop van mijn betoog zal ik allereerst een zestal argumenten vóór onderwijs met sociale media noemen. Daarna zal ik aandacht besteden aan een drietal tegenargumenten en deze waar ik kan weerleggen. Via mijn betoog hoop ik je ervan te overtuigen dat het gebruik van sociale media absoluut meerwaarde heeft in ons beroep. Ik wil daarbij benadrukken dat ik geen expert ben. Ik ben slechts een enthousiaste docente met eigen ervaringen die gedegen onderzoek heeft verricht naar de bevindingen van (collega-)deskundigen. Sociale media behelzen niet-lineaire strategische vaardigheid en dat is precies waar de versnipperde maatschappij van nu om vraagt. In het bedrijfsleven bijvoorbeeld verwacht men steeds meer dat professionals zelf informatie kunnen construeren. Op school krijgen leerlingen echter tegengestelde, lineaire, vaardigheden aangeleerd. Door deze kloof tussen school en maatschappij ervaren leerlingen het huidige onderwijs als niet functioneel.5 Dat is mijns inziens een kwalijke zaak, want is het niet de belangrijkste taak van de school om leerlingen voor te bereiden op de maatschappij? Door gebruik te maken van sociale media kunnen docenten niet alleen beter aansluiten bij de maatschappij, maar ook bij de belevingswereld van leerlingen. Deze doen in hun eigen tijd al bijna continue kennis en ervaringen op met sociale media. Onderwijsdeskundige Sebo Ebbens heeft aangetoond dat onderwijs dat aansluit bij de belevingswereld van leerlingen vele malen effectiever is dan onderwijs dat niet in die behoefte voorziet.6 Een ander belangrijk argument voor het gebruik van sociale media in het onderwijs hangt samen met het veelgeloofde begrip ‘differentiatie’. Via onderwijs met sociale media kunnen docenten 4

Slijpen, Ger. ‘Nederlandse jongeren zeer actief op sociale netwerken’. Op: CBS. 10 januari 2011; http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/vrije-tijd-cultuur/publicaties/artikelen/archief/2011/2011-3296 wm.htm. 5 Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam (BOOR) ‘Boor magazine: special nieuwe media’ (bladzijde 7). Op: Boorbestuur. September 2011; http://www.boorbestuur.nl/ip/uploads/magazines/BOOR%20Magazine%20special%20nieuwe%20media%20%20september%202011.pdf 6 Ebbens, Sebo en Simon Ettekoven. 2009 Effectief leren. Houten: Noordhoff Uitgevers Groningen. Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

21


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

beter differentiëren. Via sociale media krijgen leerlingen namelijk toegang tot verscheidene waardevolle bronnen die worden ontsloten door de online gemeenschap. De in het lesboek gepresenteerde lesstof is niet langer het eindstation. Nu al vragen leerlingen via Twitter naar bruikbare bronnen. Ook niet onbelangrijk is dat docenten informatie actueel kunnen houden aan de hand van sociale media. Zo kan een docent direct twitteren bij plotselinge afwezigheid. Verder bieden sociale media leerlingen de kans om grootschalig kennis te delen. Via sociale media kunnen leerlingen snelle en gevarieerde feedback op hun schoolproducten ontvangen. Leerlingen kunnen hun producten bijvoorbeeld in Google Docs plaatsen en daartoe toegang geven aan derden om feedback te ontvangen. Een laatste belangrijk argument voor onderwijs met sociale media houdt verband met flexibiliteit. Door gebruik te maken van sociale media kunnen leerlingen via een individueel kleine bijdrage samen tot grootse prestaties komen. Sociale media maken het namelijk mogelijk om tijd- en plaatsonafhankelijk kennis te delen en samen te werken. De onderwijswetenschap stelt dit proces ook wel voor als het waardevolle ‘learning apart together’.7 Uiteraard zijn sociale media niet vervangend voor het ‘echte’ contact, maar ze kunnen dat contact wel faciliteren en verrijken! Een veelgehoord argument tegen het gebruik van sociale media in het onderwijs betreft het bestaan van de kans dat leerlingen misbruik maken van de leermomenten met sociale media. Volgens tegenstanders zullen leerlingen sociale netwerken als Twitter en Facebook al snel voor eigen plezier gaan gebruiken en de onderwijsdoeleinden daarbij vergeten. Als docent heb je de ontwikkeling van een succesvolle attitude bij je leerlingen mijns inziens echter zelf in de hand. Uit een experiment van de Rotterdamse basisschool De Catamaran is gebleken dat docenten misbruik al grotendeels kunnen voorkomen door heldere afspraken te maken en de klas transparant in te richten.8 Daarnaast zijn tegenstanders bang niet langer de gewenste eindexamenresultaten te behalen. Deze angst is naar mijn mening ongegrond. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat nieuwe leervormen als leren met sociale media niet slechter presteren gezien de eindexamenresultaten. Ook niet beter, maar dat komt volgens hoogleraar Leersystemen Wim Veen vooral omdat de examens de niet-cognitieve opbrengsten van de nieuwe aanpak niet meten.9 De intentionale en op vaardigheid gebaseerde leeropbrengsten zijn wel degelijk hoger. Een laatste belangrijk nadeel van het implementeren van sociale media in het onderwijs betreft de tijd die dit met zich meebrengt. Docenten ervaren nu al een behoorlijke tijdsdruk. Hier komt mijns inziens slechts een welwillende houding van de docent om de bocht kijken. Samenvattend kunnen we stellen dat sociale media onmisbaar zijn in de lessen van docenten in het voortgezet onderwijs. Via onderwijs met sociale media kunnen docenten hun leerlingen namelijk beter voorbereiden op de maatschappij. Bovendien kunnen docenten via sociale media beter aansluiten bij de belevingswereld van hun leerlingen en leerprocessen sneller laten verlopen. Natuurlijk zijn er ook nadelen verbonden aan onderwijs mét sociale media. Deze zijn echter te bestrijden met een welwillende en actief experimenterende houding. Wij, docenten, willen uiteindelijk toch het beste voor onze leerlingen? 7 Mijland, Erno. ‘Ideeënboek sociale media in het onderwijs’ . Op: Ernomijland. Februari 2011; http://www.ernomijland.com/docs/smiho.pdf 8 ‘Boor magazine: special nieuwe media’ (bladzijde 14/15). Op: Boorbestuur. September 2011; http://www.boorbestuur.nl/ip/uploads/magazines/BOOR%20Magazine%20special%20nieuwe%20media%20%20september%202011.pdf 9 ‘Boor magazine: special nieuwe media’ (bladzijde 8). Op: Boorbestuur. September 2011; http://www.boorbestuur.nl/ip/uploads/magazines/BOOR%20Magazine%20special%20nieuwe%20media%20%20september%202011.pdf

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

22


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Beoordeling van de eerste versie van het betoog van een medestudent Betoog van: Anne Vlot Messing around voor het onderwijs De kinderen die wij lesgeven doen niet anders dan kijken op hun mobiel. Ze twitteren, facebooken en hyven wat af. Je ziet bijna geen kind meer met een opgeheven hoofd, ze kijken allemaal naar beneden. Naar hun telefoon dus. Hun leven draait om sociale netwerken. Maar ze kunnen ook haast niet anders meer. De wereld is versneld, verbeterd en digitaal. De informatieverwerking van onze leerlingen is veranderd. De lesstof is dan misschien hetzelfde gebleven, de leerlingen die de lesstof opgegeven krijgen, zijn dat niet. Moeten wij, docenten, daar dan niet iets mee doen? Moeten wij niet inspringen op een wereld die versneld is? Of blijven wij achter? Van de jongeren tussen 16 en 25 jaar is 91 procent actief op sociale netwerken 10. Onder jongeren op school is dit ook het geval. Ook wij, jonge docenten, hebben allemaal een smartphone en wij zijn ook actief op Social Media. Ik kan me geen leven meer voorstellen zonder computer of zonder telefoon. Dit is ook niet meer mogelijk. Maar als wij denken aan het inzetten van deze media in het onderwijs, schrikken we terug. Dit moet niet, we moeten alleen een weg zien te vinden in dat enorme bos ‘sociale netwerken’. Welke netwerken zijn te gebruiken in het onderwijs en waarom (en welke kun je beter niet gebruiken), wat zijn de ‘gevaren’ van het gebruik en wat kunnen we hieraan doen? Omdat de informatieverwerking van onze leerlingen is veranderd, moeten wij daar iets mee doen. We moeten ze tegemoet komen en niet de koppen in het zand steken. Iedere school heeft tegenwoordig wel een ELO, een elektronische leeromgeving. Zo ver zijn ze wel. Een ELO is voor leerlingen leuker om te bekijken dan een agenda, want ze mogen het op de computer doen. Wat ook heel handig is uiteraard, is dat ze geen blaadjes meer kwijt kunnen raken. Alles staat netjes verzameld op één plek. Ze kunnen er altijd bij, kunnen de documenten terugvinden, gebruiken en leren. Moet alleen de Internetverbinding het blijven doen. Het enige probleem is dat ELO’s heel weinig worden ingezet. Er kan veel meer mee worden gedaan dan alleen documenten uploaden, je kunt er filmpjes, foto’s en anders soortige documenten op zetten, je kunt een chatgroep maken en er zijn nog veel meer opties. En dit is veilig, want een ELO is een gesloten groep (een groep waar alleen mensen iets mee kunnen doen als ze zijn aangesloten).

Opmerking [L17]: Moet het niet zijn: ‘Messing around in het onderwijs?’ Wel echt een hele leuke, originele titel!

Opmerking [L18]: Goede inspeling op het gevoel van het publiek! Bovendien sterk om je betoog in te leiden met een anekdote!

Opmerking [L19]: Wat is de functie van deze alinea? Ik denk ‘introduceren van het standpunt’, maar dit is niet helemaal duidelijk. Gebruik structurerende signaalwoorden! Opmerking [L20]: Hoe is die informatieverwerking precies veranderd? En wat is het verband van die verandering met een ELO? Denk bij elke alinea steeds goed na wat je als hoofdgedachte van die alinea wilt laten gelden!

Verder gebruik van Social Media dan een ELO is uit den bozen. Maar niet alleen een ELO is geschikt als onderwijsmiddel. Internet is een ‘onuitputtelijke kennisbron’ 11 en dat weten leerlingen. Het enige is dat wij onze leerlingen moeten leren om te gaan hiermee. We moeten ze leren dat niet iedere ‘bron’ gebruikt kan worden. Ook moeten we oppassen dat we niet in het ‘persoonlijke vaarwater’ van de leerlingen gaan zitten. Er zijn drie verschillende manieren van het gebruiken van sociale media. Hanging out, messing around en geeking out. De eerste is gericht op contact met vrienden via sociale media. Denk maar aan Hyves of Facebook. Messing around is op Internet kijken wat er allemaal is, informatie verzamelen, filmpjes bekijken, kijken wat de mogelijkheden zijn. En last but not least ‘Geeking out’ is het volledig opgaan in het onderzoeken van één bepaald onderwerp (zoals alles te weten willen komen van één bepaalde band). 12 Het is aan ons hiermee om te gaan. Als wij deze jongeren wegwijs maken en ze leren hoe ze het

10

Naar een onderzoek van het CBS. Komt van: http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/themas/vrije-tijdcultuur/publicaties/artikelen/archief/2011/2011-3296-wm.htm Laatst geraadpleegd op 28-11-2011 11 Komt van: http://www.onderwijsvanmorgen.nl/social-media-en-de-kansen-voor-het-onderwijs/ Laatst geraadpleegd op 28-11-2011 12 Komt van http://www.onderwijsvanmorgen.nl/social-media-en-de-kansen-voor-het-onderwijs/ laatste geraadpleegd op 3-11-2011 Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

23


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

beste om kunnen gaan met deze methoden, kunnen zij deze in gaan zetten. Bij het maken van opdrachten, het stellen van de juiste vragen, het lezen van de juiste Internetsites. Dan nu een aantal sociale netwerken die te gebruiken zijn in het onderwijs. Je kunt een blog aanmaken voor je klas. Dit is een omgeving waarop jij zelf verhalen kunt zetten. Je kunt een vraag stellen waar ze over na moeten denken, je kunt actuele onderwerpen aanhalen, artikelen uploaden, polls plaatsen. Er zijn al een heleboel goede blogs te vinden die gebruikt kunnen worden als voorbeeld. Ook zijn er educatieve sites waarop leerlingen kunnen oefenen met lesstof. Ik studeer Nederlands, dus ik ken een aantal van deze sites voor het vak Nederlands. Ik denk aan beterspellen-, camned- en jufmelis.nl en zo zijn er nog veel meer. Voor aardrijkskunde bijvoorbeeld kun je Google Earth gebruiken om landen op te zoeken zodat leerlingen zien waar ze liggen. Nog een mooi voorbeeld is het gebruik van competitievorm via Twitter. Je maakt voor jouw school, of jouw klas een hashtag aan (# en dan een adres) zodat je via die weg met elkaar kunt communiceren. Leerlingen vinden het heerlijk om iets te doen met een wedstrijdvorm, hierdoor wordt de winnaarsmentaliteit geactivieerd en dat wint het (vaak) van de negatieve houding ten opzichte van leren. Je kunt er vragenstellen en kijken wie het snelst het juiste antwoord twittert. Nog zo’n mooi initiatief is Google docs. Hierop kun je formulieren maken zodat je nooit meer met papieren hoeft te slepen. Je maakt een online enquête, leerlingen vullen dit in en je krijg direct de uitslagen. Natuurlijk moet je ook oppassen met het gebruik van deze netwerken, sowieso moet je oppassen met het gebruik van Internet in het onderwijs. Zoals ik al eerder heb aangehaald, je moet niet in het vaarwater gaan zitten van je leerlingen. Ze moeten niet denken dat je inbreuk wilt maken op hun ‘relaxmomentje’, het Internet/sociale media is/zijn niet altijd bedoeld als leermiddel. Maar ook de kinderen moeten leren om te gaan met Internet, zoals met een zoekmachines als Google. Leerlingen denken nu vaak dat alles wat ze intikken direct bruikbaar is voor een opdracht voor school. Dit is helaas vaak niet het geval. Het is aan ons de leerlingen hierin te helpen. Wij moeten aangeven wanneer een bron bruikbaar is en wanneer niet. Ja, daar gaat tijd in zitten en ja, het wordt ingewikkeld, maar wat levert het op? Een geavanceerde communicatiemiddelen, betere opdrachten, leukere lessen en betere resultaten. Want wat leuk is, wordt beter onthouden, blijft beter plakken. Dit verankerd sneller in de hersenen van onze leerlingen. Denk maar terug aan je eigen onderwijs. De onderwerpen die je interessant vond of de lessen die leuk werden verteld zijn blijven hangen, toch? Mijn conclusie is dan ook dat wij allemaal wat meer open moeten staan voor Sociale Media. We zullen deze in ons hart moeten sluiten, we moeten ons ervoor openstellen. Niet alles is te gebruiken, er bestaan genoeg gevaren, maar de voordelen wegen zeker op tegen de nadelen. Overige feedback

Opmerking [L21]: Ook de functie van deze alinea is mij niet helemaal duidelijk.

Opmerking [L22]: Goede tips! Deze tips kunnen twijfelende docenten zeker over de streep trekken!

Opmerking [L23]: Ben je in deze alinea tegenargumenten aan het weerleggen? Maak ook hier weer de functie van de alinea duidelijk! Opmerking [L24]: Sterke conclusie! Kan wellicht iets uitgebreider? Benoem bijvoorbeeld nog even de sterkste voordelen!

Tops - Goede bronvermelding! Het is mij duidelijk welke informatie van jouzelf afkomt en welke informatie van anderen afkomt. - Goed dat je ook informatie over sociale netwerken en daarmee handvatten geeft. Tips - Het is mij niet helemaal duidelijk wat nu precies jouw argumenten vóór onderwijs met sociale media zijn. Jouw betoog heeft mijns inziens nu nog meer het karakter van een informatieve tekst; - Vraag je bij iedere alinea af wat de hoofdgedachte van die alinea is / moet zijn en pas je argumenten daarop aan. Gebruik daarbij structuurmarkeringen.

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

24


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Huiswerkopdrachten Hoofdstuk 1 | Basisbegrippen Oefening 1.1 1. Hij is dol op snowboarden. Hij zal dus wel mee willen op wintersport. 2. Volgens mij kan zij helemaal niet tegen drank. Op het feestje vorige week werd ze al na twee biertjes ziek en gisterenavond zelfs al na haar eerste Breezer. 3. Gratis downloaden van muziek is nog steeds mogelijk. Toch zie je steeds vaker mogelijkheden om tegen betaling muziek te downloaden. In dit geheel aan zinnen zit geen argumentatie. De twee zinnen vormen een tegenstelling 4. Ze hebben niet veel fantasie bij die nieuwe tv-zender: het enige wat ze doen is succesvolle programma’s en artiesten wegkopen bij andere zenders. 5. Daan zal er wel spijt van krijgen dat hij deze opleiding is gaan doen. Ik zag dat zijn school helemaal onderaan staat in de Keuzegids. 6. Je bachelors halen op de universiteit duurt drie jaar. Op een hogeschool staat daar volgens mij vier jaar voor. In dit geheel aan zinnen zit geen argumentatie. 7. Ze heeft me wel vijf keer gesms’t om te vragen of je vanavond mee zou komen. Ik denk echt dat ze op je valt. 8. Mijn moeder heeft weer zo’n nieuwe AH-recept meegenomen. Dat wordt weer experimenteel eten vanavond. 9. Het gaat niet goed met de Nederlandse economie. Er komen steeds meer mensen die voor schuldsanering in aanmerking komen. 10. Ga ook een jaartje trekken door Australië! Dan heb je volop tijd om na te denken wat je zult gaan studeren. Oefening 1.2 1. Je mag doorrijden (standpunt), het licht staat op groen (argument). 2. Als je kleine kinderen hebt, bevalt het ’t best om naar zee te gaan (verbindende uitspraak). Dat bevalt ons dan ook het best (standpunt). 3. Wie het eerst komt, die het eerst maalt (verbindende uitspraak), en daarom mag Kareltje rustig uitzoeken welk boek hij wil hebben (standpunt). 4. Er ligt een dun laagje ijs op de gracht (argument). Kennelijk vriest het (standpunt). 5. Als Jan iets op zich neemt, doet hij dat met hart en ziel, voor de volle honderd procent (argument). We zouden dus wel gek zijn om iemand anders te kiezen als onze vertegenwoordiger in de medezeggenschapsraad (standpunt). 6. Wolfgang Wolffenbuttel is een Duitser (argument), dus hij zal wel veel bier drinken (standpunt). 7. Wie van snoepen houdt, loopt meer kans op gaatjes in zijn gebit (verbindende uitspraak). En jij bent nu eenmaal dol op snoepen (argument). 8. Het financieringstekort is nauwelijks kleiner geworden (argument): het kabinetsbeleid is mislukt! (standpunt) 9. De wedstrijd is blijkbaar al afgelopen (standpunt), het stadion is al leeggestroomd (argument) 10. Je moet niet zo lopen klagen over het openbaar vervoer (standpunt). Als je op het platteland wilt wonen en in de stad wilt werken, dan moet je nu eenmaal het ongemak van bus en trein op de koop toe nemen (verbindende uitspraak). Oefening 1.3 1. Als u graag een schoon milieu wilt, dan moet u KNOK-afwasmiddel (gaan) gebruiken. 2. Als een auto gladde banden heeft, dan is die een gevaar op de weg. 3. Als afkicken van medicijnen afschuwelijk is, dan moet je ervoor zorgen dat je niet verslaafd raakt aan kamleringstabletten (/ medicijnen). 4. Als iemand amechtig hijgt bij het trap klimmen, dan zou zo iemand eens iets aan zijn conditie moeten gaan doen. Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

25


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

5. Als er in een blad blote foto’s staan, dan is dat blad een schandblad. 6. Als ze bij een bedrijf overgaan tot werktijdverkorting, dan gaat het daar niet goed met de verkoop. 7. Als de thee heel anders smaakt, dan is er een ander merk gekocht. 8. Als je geen VVd’er bent, dan moet je geen economie gaan studeren. 9. Als je geen zin hebt om ergens de rest van de avond te blijven zitten kniezen, dan moet je meegaan naar de kroeg. 10. Als ze je afzetten bij de kassa in een bepaalde winkel, dan ga je niet meer naar die winkel. Oefening 1.4 1. Het wordt hoog tijd dat er een vettax wordt ingevoerd door de overheid (1). Onder jongeren nemen de gezondheidsklachten als gevolg van overgewicht snel toe (1.1). Zo is er een grote stijging van ouderdomsdiabetes onder jongeren (1.1.1). Ook ziet de huisarts zich genoodzaakt steeds meer jongeren door te verwijzen naar de diëtist (1.1.2). Mensen met overgewicht kosten de nationale gezondheidszorg trouwens enorm veel geld (1.2) 2. Spellingwijzigingen zouden de eerstkomende vijftig jaar verboden moeten worden (1). Mensen worden namelijk op kosten gejaagd (1.1). Bij iedere wijziging moeten ze een nieuw Groen Boekje en misschien wel nieuwe woordenboeken aanschaffen (1.1.1). Bovendien raken heel veel mensen in verwarring door de opeenvolgende wijzigingen (1.2), hoe klein ook in de ogen van de spellingsknutselaars. Veel mensen hebben het zelfs opgegeven om de spellingsregels te leren (1.3). In feite hebben de spellingswijzigingen zulke mensen een excuus bezorgd om er maar geen aandacht meer aan te schenken (1.3.1). 3. Wij zijn voorstanders van een algemene maximumsnelheid voor het autoverkeer (1). Het levert een brandstofbesparing op van rond de tien procent (1.1) en daarnaast is een aanzienlijke daling van het aantal ernstige verkeersongelukken te verwachten (1.2), zoals bleek bij invoering van dezelfde maatregel in Zweden (1.2.1). En laten we ook het gunstige effect ervan op de hoeveelheid fijnstof in de lucht niet vergeten (1.3). 4. IJsdansen moet geschrapt worden van de lijst olympische sporten (1). IJsdansen is geen sport meer, maar veeleer een kunstvorm (1.1). Het zwaarste accent ligt immers op het dansaspect (1.1.1). Daar komt nog bij dat iedere wedstrijd opnieuw betwijfeld kan worden of de beste deelnemer wel kampioen is geworden (1.1.2): politieke voorkeuren van de juryleden spelen zozeer een rol bij de beoordeling dat er geen sprake is van objectiviteit (1.1.2.1) Hoofdstuk 2 | Doel- en publieksanalyse Oefening 2.1 a. De formulering ‘(…) dat De Molenhof tegenover sterke punten als gevarieerde kaart, vast publiek en mooie locatie het punt (…) heeft staan speelt goed in op het gevoel van trots dat de heer Van Deursen vermoedelijk heeft op zijn bedrijf. b. De studente speelt nauwelijks in op de houding kost-teveel en ging-altijd-goed. Ze had meer aandacht moeten besteden aan haar zakelijke argumentatie. Bijvoorbeeld: hoe hoog kunnen de boetes van de Keuringsdienst oplopen? Is gedwongen sluiting zelfs een risico? Verder gebruikt ze waarschijnlijk te moeilijke begrippen voor de ongeschoolde Van Deurse en overschat ze de toegevoegde waarde van haar commercieel-economische kennis. Van Deursen heeft zijn bedrijf immers ook zonder dergelijke kennis opgebouwd. c. – Voorkennis van het publiek: Van Deursen heeft weinig tot geen kennis van commercieel economische vaktermen. d. – Houding jegens zender: de studente heeft er niet over nagedacht hoe Van Deursen haar mogelijk ziet. – Houding jegens medium: misschien had Van Deursen liever gehad dat de studente haar verhaal persoonlijk was komen doen in plaats van via de e-mail. – Oriëntatie op de gewenste indruk: hoe wil de studente nu eigenlijk overkomen? – Oriëntatie op het onderwerp: ze had meer gevolgen kunnen noemen ofwel een keuze

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

26


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

kunnen maken voor andere (belangrijkere) aspecten van het onderwerp. – Oriëntatie op de stijl: de studente schrijft niet erg neutraal en zakelijk. Oefening 2.2 Oriëntatie op Publiek Kennis Houding Doel Onderwerp Inhoud

Structuur Stijlaanpak

Uitwerking Eerstejaarsstudenten van de opleiding Small Business De studenten zullen geïnteresseerd zijn in een jonge – maar toch al geslaagde ondernemer die klein begonnen is en vervolgens snel gegroeid. Positief: nieuwsgierig naar het verhaal van een expert op het eigen vakgebied. Overtuigen van de waarde van een intuïtieve aanpak. Hoe herken je een goed ondernemingsidee en hoe realiseer je dit idee met een intuïtieve aanpak? Aandacht voor cruciale ondernemingsbeslissingen en informatie geven op basis waarvan dergelijke beslissingen tot stand komen. Hierbij ook aandacht voor foute beslissingen en moeilijke momenten. Duidelijke beschrijving van de eigen aanpak: van idee tot uitbouw. Daarbij is de rode draad de rol van de intuïtie. Eenvoudig en formeel. Veel concrete situaties beschrijven.

Oefening 2.3 Oriëntatie op Publiek Kennis

Houding Doel Onderwerp / Inhoud Structuur

Stijlaanpak

Uitwerking Collega-ICT’ers bij Data Logistics Iedere collega heeft zijn eigen ervaringen met het vervoer naar klanten. Verder hebben zij weinig (algemene) kennis van de werkelijke reistijden en kosten van het openbaar vervoer. Negatief De collega’s aan het denken zetten over reizen met het openbaar vervoer. Daartoe het huidige standpunt t.o.v. het OV afzwakken. Hoe kom je erachter hoe de openbaarvervoersverbindingen zijn? Wat zijn de kosten? Hoe gaat het declareren op de zaak in zijn werk? Hoeveel tijd kun je, je besparen? Kun je ook voor jezelf werken in overvolle treinen? etc Beginnen met de huidige opvatting. Deze vervolgens ontkrachten. Vervolgens pleiten voor reizen met het OV. Daarbij concrete voorbeelden geven. Neutrale formuleringen. Zakelijke overwegingen en berekeningen (feiten). Verder eenvoudig en formeel.

Hoofdstuk 3 | Vinden en kiezen van argumenten Oefening 3.1 a. Oriëntatie op Publiek medestudenten: derdejaars studenten Nederlands aan de Hogeschool Rotterdam.

Uitwerking Voorkennis

Houding jegens zender Houding jegens onderwerp /

De (mede)studenten hebben (zeer) goede kennis van de Nederlandse taal. Hun voorkennis omtrent de invloed van sms, msn en e-mail op de (verloedering van de) Nederlandse taal zal vooral bestaan uit eigen ervaringen. Positief: ik ben één van hen. Positief: de verloedering van de Nederlandse taal – de taal die de studenten bestuderen en die Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

27


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

standpunt Houding jegens gekozen medium Motieven

Gewenste indruk Doel

Hoofddoel

Nevendoelen Onderwerp

Structuur

Stijl

Eenvoudig of moeilijk Formeel of informeel Redundant of beknopt Exact of globaal Neutraal of gekleurd Met veel / weinig structuurmarkeringen

hen dus ten zeerste interesseert – zal gevoelig liggen bij deze studenten. Positief: studenten Nederlands zijn het gewend om betogen te lezen. - Bruikbare informatie krijgen. - De eigen mening vormen of toetsen. - De eigen mening bevestigd zien. - Deskundig en daardoor betrouwbaar. - Kritisch en zakelijk. De studenten ervan overtuigen dat het nuttig is om hun leerlingen duidelijk te maken dat zij zich ook in smsjes en in e-mails en op msn in correct Nederlands moeten uitdrukken. Informeren en commentariëren. Het is vooral belangrijk dat ik met sterke argumenten duidelijk maak dat het nuttig is om leerlingen te instrueren omtrent hun sms-, msnen e-mailtaal naast hun (zowel formele als informele) taalgebruik in het dagelijkse leven. 1. Pakkende inleiding. 2. Uiteenzetting met voorbeelden. 3. Tegenargumenten weerleggen. 4. (Voor)argumenten. 5. (Redundante) Conclusie Eenvoudig Informeel Redundant Exact Gekleurd Veel structuurmarkeringen

b.

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

28


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

c. - Welke invloeden van smsen, msnen en e-mailen zien we terug in het informele, alledaagse taalgebruik? - Welke invloeden van smsen, msnen en e-mailen zien we terug in het informele taalgebruik? - In welke mate dragen sms-, msn- en e-mailtaal bij aan de taalverloedering? - Hoe kunnen docenten leerlingen bewust maken van hun incorrecte taalgebruik tijdens het smsen, msnen en e-mailen? - Moeten docenten leerlingen alleen bewust maken of meer doen? Wat dan? - Is het mogelijk om de taal die de leerlingen in sms en e-mail en op msn spreken te veranderen? - Hoe moet dit dan worden bereikt? - Zal een project op school uitkomst bieden? - Hoe breed moet een dergelijk project dan zijn? - Hoe toetst men de resultaten van een dergelijk project? Op deze vragen kan ik geen voorlopige antwoorden formuleren. De vragen behoeven allemaal nader (zowel praktijk- als bronnen)onderzoek. d. Bruikbare elementen voor het betoog, waarover ik nog gerichter informatie wil zoeken: - Informatie over de vorm van communiceren per sms, msn en e-mail. - De invloed van communiceren in sms-,msn- en e-mailtaal op het alledaagse informele en formele taalgebruik. - De gevolgen van communiceren in sms-, msn- en e-mailtaal voor het alledaagse informele en formele taalgebruik. - De rol van docenten Nederlands (Eventueel: - de rol van de school in het algemeen). Hergeformuleerde stelling: De school / de opleiding moeten docenten Nederlands handvatten aanreiken voor de omgang met sms-, msn- en e-mailtaal. e. “Tegenwoordig wordt van docenten verwacht dat zij niet alleen een kennis overdragende taak vervullen, maar tevens een opvoedkundige, ofwel pedagogische. Hiertoe zouden alledaagse zaken als smsen, msnen en e-mailen een plaats in het onderwijs moeten krijgen. Het meest voor de hand ligt in dit geval het vak Nederlands. Smsen, msnen en emailen betreffen immers communicatie en communicatie gaat in Nederland (overwegend) via de Nederlandse taal. Gezien het tijdsgebrek dat veel docenten op middelbare scholen ervaren zou een vakoverstijgend project met bijvoorbeeld het vak maatschappijleer uitkomst kunnen bieden bij het tegengaan van taalverloedering door sms, msn en e-mail. Allereerst zullen de docenten inzicht moeten krijgen in de taal die de leerlingen per sms, msn en e-mail hanteren en zich af moeten vragen in welke mate deze verschilt van de gewenste omgangstaal. Vervolgens zullen de docenten de invloed van sms-, msn- en emailtaal op het alledaagse informele en formele taalgebruik moeten onderzoeken en hier conclusies aan moeten verbinden. Ten slotte moeten de conclusies leiden tot oplossingen. Een dergelijke project verlangt dus een grote tijdsinvestering.� Oefening 3.4 a. Maatregelstructuur: - Wat is het probleem? Docenten Nederlands krijgen vanuit de school en de opleiding geen handvatten aangeboden bij het omgaan met sms-, msn- en e-mailtaal. - Voor wie is het een probleem? Docenten Nederlands en andere personen die waarde hechten aan de esthetiek van een taal. - Wat zijn de oorzaken ervan? Onverschilligheid. - Wat zijn de gevolgen? Taalverloedering. - Welke relevante maatregelen zijn er? Scholingsprojecten - Wat zijn de voor- en nadelen ervan? Voordelen: handvatten aanreiken / kennis opdoen. Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

29


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Nadelen: kost veel tijd. - Welke maatregelen kan het beste gekozen worden? Scholingsprojecten. - Hoe moet de maatregel worden uitgevoerd? Consistent en consequent. Scholing via een instelling als het LOI, cursussen op de school of inbedding in de opleiding. - Wat is het te verwachten resultaat? Minder taalverloedering. Evaluatiestructuur: - Wat is er precies beoordeeld? De invloed van sms, msn en e-mail op de taalvaardigheid in het Nederlands. - Wat zijn positieve aspecten? Geen. - Wat zijn negatieve aspecten? Leidt tot taalverloedering. - Hoe luidt het totaaloordeel? Sms, msn en e-mail verloederen de Nederlandse taal. - Wat is het advies? School docenten Nederlands in de omgang met sms, msn en e-mail. Zij zijn dé aangewezen personen om taalverloedering door deze drie communicatievormen tegen te gaan. b. Op de volgende vragen wil ik nog concreter antwoord zoeken: - Wat zijn de oorzaken ervan? - Welke relevante maatregelen zijn er? - Wat is er precies beoordeeld? De maatregelstructuur biedt het meeste ideeën voor de inhoud van mijn betoog. c. Aanvullende topische vragen: - Wat is een specifiek voorbeeld van taalverloedering door sms, msn of e-mail? Hiertoe een schrijfproduct van een leerling voor het vak Nederlands waarin sms-, msn- of e mailtaal terugkomt gebruiken. - Welk gevoel geeft het de leerlingen wanneer zij worden aangesproken op hun sms-, msn-, en e-mailtaal? Afkeurend. - In welke schoolse situatie is het onderwerp ‘sms-, msn- en e-mailtaal’ toe te passen? Bij het vak Nederlands wanneer het gaat om taalgebruik of bij het vak maatschappijleer wanneer het gaat om communicatievormen. Tevens als vakoverstijgend project. d. Inhoudselementen betoog: - Inleiding - Middenstuk: - De vorm van communiceren per sms, msn en e-mail. - De invloed van communiceren in sms-, msn- en e-mailtaal op het alledaagse informele en formele taalgebruik. - De gevolgen van communiceren in sms-, msn- en e-mailtaal voor het alledaagse informele en formele taalgebruik. - De rol van de docenten Nederlands. - Maatregelen om docenten Nederlands bekwaam te krijgen. Per maatregel: voor- en nadelen. - Conclusie Oefening 3.6 a. Zijn de problemen ernstig? b. De schrijver bedient zich vooral van pathetische argumentatie. In plaats van gebruik te maken van feiten en onderbouwingen met bronvermeldingen speelt de schrijver namelijk in op mogelijke angstgevoelens onder mensen (vernietiging planeet) en op het verantwoordelijkheidsgevoel ten opzichte van ons nageslacht. c. - Toon de ernst van de verontreiniging aan met cijfers. Onderbouw dit met bronnen van specifieke onderzoeken van recente datum. - Maak ‘gruwelijke scenario’s’ concreter: om welke scenario’s gaat het? - Maak ‘talloze onderzoekers’ concreter: om hoeveel en om welke onderzoekers gaat het? Hoe recent is hun werk? Komen zij allemaal tot dezelfde voorspellingen?

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

30


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Hoofdstuk 4 | Opbouw van een betoog Oefening 4.2 a. Ethoselementen: Alinea 1: in de eerste zin wordt meteen verwezen naar de ondeskundigheid van de ander. Via een aanval op het ethos van de trouw probeert de schrijver ten opzichte van haar eigen kennis van zaken de welwillendheid van het publiek te verkrijgen. Ook met de afsluiting ‘Marianne van der Veen is moeder’ wil de schrijver via haar hoedanigheid haar ethos versterken. Logoselementen: Alinea 2: feitelijke gegevens met verwijzing naar wetenschappelijk onderzoek (geen bron) Alinea 3: feitelijke gegevens met verwijzing naar wetenschappelijk onderzoek met vermelding van bron en concrete uitleg. Alinea 4: feitelijk gegeven zonder bron / bewijs. Alinea 5: weerlegging van feiten tegenstander zonder bron. Alinea 6: verwijzing naar onderzoeken zonder bron. Pathoselementen Alinea 6: de schrijver probeert de gevoelens van de lezer te bespelen door een beeld te schetsen van de moderne ouder als egocentrische volwassene die alleen maar uit is op bevrediging van de eigen behoeften. Alinea 8: de schrijver probeert in te spelen op een gevoel van verantwoordelijkheid en het geweten. b. Ja: de ethoselementen zien we vooral in de inleiding en de pathoselementen vooral in de afsluiting en in het argumentatieve middendeel zien we voornamelijk de logoselementen. c. De nadruk ligt op de logosargumentatie. De houding tegenover het onderwerp ‘borstvoeding geven’ lijkt bij veel personen (vooral bij vrouwen) te worden bepaald door emoties. De keuze voor een grotendeels op feiten gebaseerde argumentatie is in zo’n geval een juiste keuze. Dat blijkt uit een onderzoek van Hans Hoeken. Oefening 4.3 a. Logosargumenten: Ethosargumenten: Pathosargumenten: b. 1. Probleem: 2. Ernst van het probleem: 3. Oorzaak van het probleem: 4. Uitvoerbaarheid van het plan: 5. Doeltreffendheid van het plan: 6. Afweging voor- en nadelen:

A, B, C, F, H, J, L & P D, K, O & R E, G, I, M, N & Q B F, G, H & K A, D, I, J, M, N, O, Q & R L C P

Argument E kan zowel onder ‘inherentie’ als onder ‘ernst van het probleem’ worden geplaatst. Er wordt immers op een ironische manier verwoord dat zeer weinig mensen leraar willen worden. De nadruk ligt op de ernst van het probleem en de oorzaken ervan. c. Aan het standaardgeschilpuntenmodel. De nadruk ligt namelijk op het aantonen van de noodzaak van de voorgestelde maatregel. De ernst van het probleem en de oorzaken worden daartoe het uitvoerigst beargumenteerd.

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

31


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Hoofdstuk 5 I Formulering en stijl Oefening 5.2 ‘Al jarenlang is er in het internationale luchtvaartverkeer een duidelijke trend zichtbaar in de richting van schaalvergroting en concentratie op een beperkt aantal main ports. Tot op heden heeft Schiphol zich succesvol ontwikkeld tot één van de vijf grote Europese main ports: een prestatie waar we als land zeer trots op mogen zijn! Deze succesvolle ontwikkeling dreigt nu echter teloorgang te vinden. Wanneer onze nationale luchthaven namelijk geen kans krijgt om zich verder uit te breiden, zal deze succesvolle ontwikkeling niet langer kunnen worden voortgezet. In dat geval zal Schiphol verworden tot een meer provinciale luchthaven in een achterafgelegen hoekje van het grote Europa en dat is niet wat we willen. Gevolg van een inperking van de groei van Schiphol is namelijk dat de internationale bedrijven in de toekomst zullen uitwijken naar de directe omgeving van één van de andere Europese main ports in de concurrerende landen.’ Oefening 5.4 Topsport lijkt een tot geld verworden zaak Topsport gaat vandaag de dag gepaard met hoge transferbedragen. Vergeleken met vroeger is topsport erg commercieel geworden. Zou het niet beter zijn om de transferbedragen te verlagen, zodat er (meer) geld overblijft voor andere – wellicht belangrijkere – zaken als ons nationale sociale zorgstelsel? Zowel publieke als commerciële televisiezenders bieden veel geld voor het uitzenden van voetbalwedstrijden. Bonden en sportclubs en natuurlijk ook de spelers zelf verdienen daar veel geld aan. Is het wel eerlijk dat een topsporter meer verdient dan bijvoorbeeld een arts, wiens talent voor de maatschappij waarschijnlijk van meer belang is? Nederlandse topclubs kunnen niet meer concurreren met buitenlandse topclubs. Die laatste hebben namelijk nog meer geld over voor goede voetballers. De Nederlandse topclubs hebben daarbij niet de financiële middelen om de strijd aan te gaan. Hierdoor kunnen Nederlandse clubs in de Europese competities niet langer geldend meedoen. Het voetbal lijkt een tot geld verworden zaak. Dat heeft een negatieve uitwerking op de supporters. Wanneer deze als gevolg niet meer naar wedstrijden gaan, heeft een Nederlandse topclub geen andere keus dan haar deuren te sluiten. Oefening 5.5 Het ziet ernaar uit dat de wereldolieproductie binnen enkele jaren het absolute maximum zal hebben bereikt en daardoor een snel dalende lijn zal gaan vertonen. Het is dus dringend nodig het energieverbruik omlaag te brengen. Hiertoe zou de overheid de verkoop van hybride auto’s krachtig moeten stimuleren. Je kunt immers enorm veel brandstof besparen als je op grote schaal deze energiezuinige auto’s gaat inzetten voor het dagelijkse vervoer. Uit een onderzoek blijkt namelijk dat een hybride auto een brandstofbesparing van rond de 50% kan opleveren.

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

32


Hoofdfase 2 | Argumenteren en betogende teksten

Evaluatie van de cursus De cursus Argumenteren en betogende teksten vond ik leerzaam om aan te hebben deelgenomen. Ik heb deze cursus ervaren als van belang voor mijn toekomstig beroep van docent. Als docent Nederlands is het immers belangrijk dat ik leerlingen kan aanleren hoe zij een betoog moeten schrijven. Via het handboek Argumenteren heb ik een goede strategie aangeleerd gekregen. Dit strategische stappenplan ga ik later zeker inzetten in mijn lessen. Bovendien vond ik niet alleen de cursus zelf, maar ook het onderwerp waarover we een betoog moesten schrijven zeer functioneel. Aan de hand van deze cursus ben ik namelijk veel meer de waarde van het gebruik van sociale media in het onderwijs gaan inzien. Ik vond de cursus goed georganiseerd en daarmee samenhangend van goede kwaliteit. In de studentenhandleiding stonden de leerstof en de opdrachten per week duidelijk aangegeven. Ook gaf de studentenhandleiding de inhoud van het dossier helder weer met een brede toelichting. De kwaliteit van de begeleiding van de docent vond ik daarbij ook erg goed. De docent was zowel in de klassensituatie als per e-mail goed bereikbaar voor vragen. Wanneer ik een vraag had werd ik meteen geholpen. Ik ben niet één keer met belastende vragen naar huis gegaan. Leren onder docenten met een dergelijke goede bereikbaarheid vind ik altijd erg prettig. Daarnaast beperkte de docent zich niet tot de studiehandleiding en het handboek. De docent bracht regelmatig eigen materiaal mee, zoals betogen uit kranten. Hierdoor konden we onze in het handboek opgedane theoretische kennis direct in praktijk brengen. In eerste instantie zag ik een beetje op tegen deze cursus. Voor de cursus Zakelijk Schrijven hebben we in jaar 1 namelijk ook al een betoog moeten schrijven. Gelukkig lag het niveau van de cursus Argumenteren en betogende teksten een stuk hoger doordat we een stappenplan aangeleerd kregen en zelf bronnen met argumenten moesten verzamelen. Vergeleken met deze cursus vind ik de cursus Zakelijk Schrijven dan ook overbodig. In die cursus ‘rommelden we namelijk maar wat aan’ en schreven we ons betoog niet vanuit een bepaald stappenplan. Je kunt dingen mijns inziens maar beter meteen goed aangeleerd krijgen. Ik heb geen tips voor de toekomst. Ik vind de cursus zeer effectief in zijn huidige vorm. Ik wil de cursus graag becijferen met een 8!

Lilian de Ruiter – 0828367 VNL2A

33


Dossier Argumenteren & betogende teksten