Skip to main content

1984 nl vandenberg p 1984 quotes philippe visions 2 s n [m fi 623]

Page 1

QUOTES PHILIPPE Schilderend tracht ik mijn eigen ‘dead-line’ te bereiken en uit te drukken. Elk geslaagd werk schuift die ‘dead-line’ op. Dat is evolutie. Schilderen is het gevecht met de engel. Je levert een gevecht dat je niet kunt winnen, maar dat je sterker maakt voor het volgende gevecht. De dag dat je het uit de weg gaat, ben je uitgeschilderd, dood. (Visions 2 - Hfdst. 1 - Pag.1) Ik vertrouw geen schilders die graag schilderen. Trouwens heel die actuele romantiek rond de “act van het schilderen”, dat bevrijdend geverf, die enorm lyrische en epische ontboezemingen, die zomaar op een support gedropt worden, is larie. Ik vertrouw geen schilders die graag schilderen, graag in de verf ploeteren, houden van die geuren, enz... Het is te moeilijk, te pijnlijk, te vies om het graag te doen. Ik doe het omdat het het enige antwoord is dat ik kan geven op het leven. (Visions 2 - Hfdst. 1 - Pag.1,2) Ik heb mij schilderijen nodig om van het leven te kunnen houden. (Visions 2 - Hfdst. 1 - Pag.2) Over de meesters: De doctrines van de door-denkende meesters hebben het weeë charisma van het fascisme. Ze zijn dodelijk voor elk lucied kunstenaar, ze zijn even steriel en zinloos als de werken die eruit voortvloeien. (Trouwens de werken die tot doctrines leiden zijn meesterwerken, degenen die erop volgen plastisch zwakzinnig.) De grootste meesters leggen nooit beperkingen op, integendeel zij scheppen ruimte. Een goed leraar verjaagt zijn volgelingen, immers aanhangers zijn a-priori verloren. Het werk van de late en vooral de laatste Picasso behoort tot het vruchtbaarste, het verruimendste van wat in de 20ste eeuw geschilderd is geworden en dat zonder pedagogisch schilderij te zijn. (Visions 2 - Hfdst. 1 - Pag.3) Van Gogh was een vollediger schilder dan Cézanne. Hij liet het schilderkundig probleem door heel zijn lijf botsen en niet alleen door zijn hoofd. Een schilderij van Vincent Van Gogh bekijk je niet, dat beleef je. Sedert Cézanne is een schilderkunstige evolutie gebeurd naar het tweedimensionale en het niet-verhalende toe (het perspectief heeft een literair aspect). Met de intellectualisering van de schilderkunst werden beide (driedimensionale en verhaal) uit den boze. De schilderkunst werd een enorm labo, die via bevrijdingen, breuken en de daaruit resulterende dogma’s de schilders nieuwe enorme beperkingen en hersenspinsels oplegde. (Visions 2 - Hfdst. 1 - Pag.3)


Ik ben zo vrij als ik het zelf bepaal; als schilder hoef ik aan niemand iets te verantwoorden, noch mee rekening te houden. Cézanne is eindelijk dood, ik herstel Delacroix in eer en verlaat hen allemaal. (Visions 2 - Hfdst. 1 - Pag.3) Het gevecht dat ik lever is het bewijs dat ik leef. (Visions 2 - Hfdst. 1 - Pag.4) Schilderen is een pijnlijke afwisseling van hoop en wanhoop, vernietiging en schepping, zinsverbijstering en luciditeit. Er is geen nooduitgang. (Visions 2 - Hfdst. 3 - Pag.2) Het bepalen van ophouden met schilderen kan het belangrijkste punt zijn van het hele creatieproces. (Visions 2 - Hfdst. 3 - Pag.4) De evidentie kan een ramp worden. Evidente schilderijen – stevig gecomponeerd, met perfect ondersteunende kleuren enz... – moet ik vernietigen. Ze zijn te vervelend, steriel. Van een goed schilderij moet je huiveren, twijfelen of het wel zo mag, kan blijven staan, of het nog wel ‘staat’. Je moet het erg vinden. Dissonante schilderijen boeien mij, t.t.z. schilderijen die de wetten waaraan elk goed schilderij moet beantwoorden om goed te zijn verleggen of uitrekken, zonder slecht te worden. Het hangt alleen van mij af te weten hoe ver ik kan gaan; hoe sterk ik sta om te aanvaarden of niet; te stoppen of verder te werken. Tenslotte is het moment waarop je bepaalt het werk zo te laten, het belangrijkste van het helewerkproces. (Visions 2 - Hfdst. 5 - Pag.1) Ik wil dat mijn schilderijen totems zijn. Ik ben een drager. Ik ben een neger. Ik wil niet meer kunnen tekenen, niet meer kunnen schilderen, niet meer kunnen denken; alleen die ongereinigde beelden uit mij persen. Daar ligt de tragiek: we maken er instinctief uit angst, uit zelfbehoud een schilderij van, het komt als schilderij uit ons; al het vreselijke werk bestaat erin de oorspronkelijke vorm ervan te restaureren. Het is vreselijk, die verloren binding, die ontaarding. Het is de pijn. Ik wil dat het werk geslaagd is om de magie, om de impact, de trefkracht, om het vermogen de kijker te laden (ook mijzelf als kijker), het vermogen de kijker zijn eigen ongepeilde diepten te doen ontdekken en te voelen. Een goed schilderij is een positieve kracht, een liefdesdaad. Ik wil niet dat het schilderij geslaagd is om de kunst. (Visions 2 - Hfdst. 6 - Pag.1)


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
1984 nl vandenberg p 1984 quotes philippe visions 2 s n [m fi 623] by LIGHTMACHINE agency - Issuu