Issuu on Google+

BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

ramiro, kindsoldaat

15:19

Pagina 1


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:19

Pagina 2

Voor W., ‘mijn’ ex-kindsoldaat die na jaren wist te

ontsnappen uit een guerrillagroep en wiens verhalen het vertrekpunt waren voor dit boek.


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Ineke Holtwijk

Ramiro, kindsoldaat

Lemniscaat

Rotterdam

Pagina 3


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 4

De auteur ontving voor dit boek een werkbeurs van de Stichting Fonds voor de Letteren. Tevens ontving zij een reisbeurs van de Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling (ncdo)

www.warchild.nl www.kidsforwarchild.nl Omslagontwerp: Marleen Verhulst Omslagfoto: Getty Images Š 2008 Ineke Holtwijk Nederlandse rechten Lemniscaat b.v. Rotterdam 2008 isbn 978 90 477 0106 4 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Druk: Drukkerij Haasbeek b.v., Alphen aan den Rijn Bindwerk: Boekbinderij De Ruiter, Zwolle Dit boek is gedrukt op milieuvriendelijk, chloorvrij gebleekt en verouderingsbestendig papier en geproduceerd in de Benelux waardoor onnodig milieuverontreinigend transport is vermeden.


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 5

inhoud

7 14 20 27 34 41 49 56 63 69 75 81 87 93 99 105 111 116 121 126 133 138 144 151 159

In het bos De boot lda 3 Commandant jpm Alarm Jeuk Six De Zwarte Adelaars Mascotte Ballen Ge-de-mo-ra-li-seerd Genadeschot Op missie Afleidingsmanoeuvre Duizend dromen Versproken Verdacht Strikvragen Barbiebok De leugen Hangmat Pro Carlos Marx Geboeid

5


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

Dagoberto Weekdier Onderhandelaar Sterren Jon In de loopgraaf Commandant Sonia Ziekenboeg Vervloekt Monster Onweer Achtervolgd Moeras Santa Rosa Chauffeur Vader Bogotá Valstrik Wraak Slot Iets over Colombia, guerrillero’s en kindsoldaten

6

15:20

Pagina 6

166 170 175 180 188 196 201 210 217 221 227 235 240 246 252 257 263 269 276 282 285


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 7

in het bos

Tussen de boomstammen bewogen lichtjes van zaklampen. De struiken ritselden en nachtvogels koerden. Er klonken voortdurend doffe klappen. Die waren van de kapmessen waarmee de strijders die vooraan liepen takken wegsloegen. We lopen niet over een pad, maar we maken er een, dacht Ramiro. Ze hadden zeker acht uur gelopen, rekende hij uit. Want het was iets voor twaalf uur geweest toen de strijders uit de bosrand te voorschijn waren gekomen. De klok van de kerk had immers geluid toen ze waren afgedaald naar het voetbalveldje waar Jon en hij stonden te wachten. Ze hadden wat water gedronken en even gepraat, maar waren daarna snel vertrokken. En nu liepen ze al een hele tijd in het donker. Ramiro wist niet waar ze waren. Hij was goed in afstanden schatten, maar er was zoveel geklommen en gedaald dat hij geen idee meer had. Zijn broekspijpen plakten als natte dweilen tegen zijn benen. Almaar moesten ze door beken waden. Hij had nooit geweten dat er zoveel stroompjes in het oerwoud waren. En eenmaal, net voor het donker werd, hadden ze een grote rivier moeten oversteken. Ze hadden elkaar in het water een hand gegeven omdat de stroming in het midden zo sterk was dat je gemakkelijk omviel. Zeker als je zoals de strijders een volle rugzak droeg en ook nog een geweer en een sliert patronen. Ramiro was even bang geweest dat hij zijn gymschoenen zou kwijtraken door de zuigende stroming, maar dat was gelukkig niet gebeurd. De strijders hadden allemaal

7


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 8

zwarte rubberlaarzen aan over hun camouflagebroek. Misschien kreeg hij straks in het kampement ook rubberlaarzen. Opeens gleed zijn rechtervoet weg. Ramiro schrok. Hij greep een tak vast en kon zich nog net staande houden. Ze daalden af van een helling die door de rottende natte bladeren spekglad was. Hij moest beter oppassen. Toen hij beneden was, stond hij hijgend stil. Zijn hart bonkte zo heftig dat het leek alsof het uit zijn borstkas zou springen. Nu pas voelde hij hoe moe hij was. Zijn oren suisden en zijn benen trilden. Met de rug van zijn hand wiste Ramiro het zweet dat voortdurend in zijn ogen liep, van zijn voorhoofd. Hij duwde de natte hand tegen zijn lippen en likte het zoute vocht op. Met zijn andere hand wuifde hij de muggen weg, die zich onmiddellijk daarna weer op hem stortten. ‘Doorlopen, jongen. Het is geen uitje,’ siste de jongen die achter hem liep. Ramiro voelde een laars tegen zijn kuit duwen. Geschrokken rechtte hij zijn rug. Hij moest verder. Als hij treuzelde, mocht hij vast niet bij het Volksleger. Want een slome wilden ze natuurlijk niet. Waar zou Jon zijn? Sinds ze waren gaan lopen had Ramiro hem niet meer gezien of gehoord. Misschien liep hij vooraan bij een strijder die hij kende. Behulpzaam bescheen de jongen achter hem met zijn zaklantaarn de grond, zodat hij zag waar hij moest lopen. Ramiro versnelde zijn pas zodat hij weer vlak achter het meisje voor hem liep. Je moest precies dáár stappen waar je in het licht van de zaklantaarn een tel eerder de laars van degene voor je had gezien. Als de afstand te groot werd, had je een probleem, want je zag geen hand voor de ogen in het donker. Misschien kreeg hij ook wel een zaklantaarn. Ze gaven je alles, had Jon gezegd. Een uniform, een rugzak en een geweer. Een geweer hoefde hij niet. Hij was niet als Jon. Jon had al

8


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 9

weken geleden bedacht wat voor geweer hij het liefst wilde hebben. Jon wist alles van geweren. Het meisje voor hem klom over een boomstam die dwars over het pad lag. Het licht van haar zaklamp schoot heen en weer. Toen hij de plof hoorde waarmee ze op de zachte bosgrond landde, plaatste Ramiro zijn handen op de natte boombast en duwde zich omhoog. Maar ook zijn armen begonnen te trillen. Hij had geen kracht meer. Hij probeerde het nog een keer en opeens voelde hij een hand onder zijn billen. De strijder achter hem gaf hem een zetje. Hij beet op zijn lip. Wat moest die jongen wel niet van hem denken? Hij was al twee keer gestruikeld omdat hij was blijven haken achter een liaan. De strijder had hem ook al een keer moeten helpen toen hij in een gat was gestapt dat hij niet had gezien omdat het onder bladeren verborgen was geweest. Voorzichtig liet Ramiro zich aan de andere kant van de boomstam naar beneden zakken. Hoe lang moesten ze nog? Als hij het maar volhield! Jon had niet verteld dat ze zo lang moesten lopen om in het kampement te komen. Ramiro dacht aan thuis. Zou zijn moeder tegen Beatriz gezegd hebben dat hij met het Volksleger was meegegaan? Of zou ze een smoes hebben verzonnen? Het briefje had ze natuurlijk onmiddellijk gevonden toen ze om één uur met de schone was was thuisgekomen, want hij had het midden op de keukentafel gelegd. Zou ze wel begrepen hebben dat hij met ‘een kamp’ een kampement van het Volksleger bedoelde? Hij had niet het lef gehad om dat op te schrijven. Hij stelde zich voor dat ze nu in de keuken zouden zitten, zijn moeder en Beatriz. Als ze maar niet huilden… Heel even voelde hij twijfel. Had hij wel het goede gedaan? Wie moest er nu de koeien melken en de was wegbrengen? De was was veel te zwaar voor Beatriz en voor koeien was ze bang.

9


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 10

Maar zijn moeder moest het begrijpen, zei hij tegen zichzelf. Hij had geen keus. Hij ging niet met zijn vader mee naar de cocaplantage. Je moest je er doodwerken en iedereen die dat deed had handen die bloedden. En hij wist zeker dat zijn vader het geld dat hij zou verdienen zou opzuipen. Dat wist zijn moeder ook. Als die kerel een week thuis was, verstopte ze het geld. Hij maakte altijd ruzie over geld. En als hij geen ruzie maakte, zat hij in het café of lag hij dronken op bed. Ramiro voelde opeens een stekende pijn in zijn voet. Hij keek naar beneden. Maar hij zag niets bijzonders. Voorzichtig liep hij door. Het was nu een snerpende pijn, alsof hij met blote voeten over het blad van een mes liep. ‘Kom op, jongen,’ klonk het achter hem. ‘Dit is niks. Je zult nog veel moeten lopen.’ Ramiro zoog zijn wangen naar binnen en haalde diep adem. Hij mocht niet opgeven. Mechanisch zette hij de ene voet voor de andere. Een… twee… een… twee… Opeens zag hij een schaduw naast zich bewegen. Wie liep daar? Hij keek, keek nog eens – ja, hij zag het goed. Het was een boomstam die met hem mee bewoog. Dat kon niet. Bomen liepen niet. Het moest een droom zijn, maar hij wist zeker dat hij niet droomde, want hij zag zijn voeten bewegen. Voorzichtig keek hij weer opzij. Dat was raar; alles was opeens helemaal zwart geworden. Maar hij hoorde nog wel het klappen van de messen, het ritselen van struiken en het hijgen van de strijders om hem heen. En wat waren die lichtjes daar in de verte? Was er een feest? Ramiro werd opeens verschrikkelijk moe en hij kreeg het warm. Hij wilde zich omdraaien en tegen die jongen achter hem zeggen dat hij door moest lopen. Dat hij, Ramiro, helemaal niet naar dat feest wilde. Hij ging even uitrusten en misschien zou hij in het bos blijven slapen. Hij was heus niet bang in het donker. Thuis in de

10


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 11

slaapkamer met Beatriz was ook geen licht. Dat zou hij die jongen vertellen. Trouwens, waarom hield die fluittoon niet op? Ramiro deed zijn ogen open omdat er een zaklamp op zijn gezicht scheen. Hij schrok en deed ze ogenblikkelijk weer dicht. Er stond een man in een camouflagepak naast hem. Hij dacht koortsachtig na. Wat deed die soldaat naast zijn bed? ‘Het is uitputting, meer niet. ’t Is maar een klein mannetje,’ zei een stem. ‘Als je maar weet dat ik hem niet ga dragen,’ zei de ander. ‘Neem mijn rugzak, dan neem ik dat joch.’ Ramiro probeerde niet te bewegen en rustig te ademen. Met zijn rechterhand tastte hij nauwelijks merkbaar zijn omgeving af. Hij lag niet op een matras, maar op de grond. Het was nat. Hij rook bos. Langzaam ging hem iets dagen. ‘Moet jij eens opletten,’ zei de stem van zo-even. Het volgende moment kreeg Ramiro een plens water in zijn gezicht. Hij schrok. Het water liep in zijn ogen en hij moest hoesten. Opnieuw scheen het licht van een zaklantaarn in Ramiro’s gezicht. ‘Gaat het goed met je, kameraad?’ zei een man. ‘Sorry, maar dat moest even.’ Ramiro knikte. Hij wilde antwoorden, maar er kwam geen geluid. ‘Je hoeft niet te praten,’ zei de man. ‘Blijf zitten. Ik kom zo terug.’ Van een andere strijder kreeg Ramiro water om te drinken. Maar zijn mond was zo stijf dat het uit zijn mondhoeken wegliep. Haastig veegde hij het af in de hoop dat niemand het gezien had. De jongen die hem het water had gegeven, stak zijn hand uit om hem omhoog te trekken. Ramiro schudde zijn hoofd. Maar toen hij zelf wilde gaan staan, zakte hij onmiddellijk door zijn voet. ‘Je bent gestruikeld over een boomstronk. Je hebt vermoedelijk je enkel verzwikt. Blijf maar zitten,’ zei de jongen.

11


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 12

‘Ik kijk wel even.’ Een strijdster stapte tussen de bomen uit. Ze deed haar rugzak af, ging voor hem zitten, bond een lampje aan een band om haar voorhoofd, pakte een van zijn voeten en trok zijn schoen uit. Ramiro fronste zijn wenkbrauwen. ‘Rustig makker,’ grinnikte de jongen. ‘Het wordt geen striptease. Kameraad Carolina is uitsluitend geïnteresseerd in je voeten.’ Hij keek met een schuin hoofd naar het meisje. ‘Tenminste, dat mag ik hopen.’ Het meisje dat Carolina heette, stak haar tong naar hem uit. ‘Er zit bijna geen vel meer op. Je hebt blaren zo groot als eieren,’ zei ze tegen Ramiro. ‘’t Doet zeker erg pijn?’ ‘Ach, ’t gaat wel.’ Ramiro voelde zich ongemakkelijk onder haar handen die zijn enkels en voeten betastten en de blikken van onbekende anderen. Ze stonden tussen de bomen en praatten op fluistertoon met elkaar. Ze gebaarde dat hij zijn blote voeten in haar schoot moest leggen. Met tegenzin deed hij wat ze wilde. Ze ging aan de slag met gaasjes, flesjes en mesjes die uit de rugzak kwamen. Ze leek wel een mijnwerker met dat licht op haar voorhoofd, dacht Ramiro. ‘Gelukkig zijn we nu bijna bij de boot,’ zei ze. Met repen stof die ze losscheurde van een doek die ze bij zich had, verbond ze zijn enkels. ‘Als je in het kampement bent, moet je de zwachtels loshalen en je voeten een tijdje in de beek houden. Koud water helpt tegen het zwellen.’ Ramiro knikte. Carolina graaide in haar rugzak en reikte hem twee witte stukken verband aan. ‘Maandverband,’ zei ze. ‘Zelfs mannen hebben hun mindere dagen.’ Mannen, dacht Ramiro. Ze zei ‘mannen’. Zijn wangen gloeiden.

12


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 13

‘Dank je wel, kameraad,’ zei hij. En hij stak de verbanden in zijn broekzak, want hij wist niet goed wat hij ermee moest doen. ‘Nee,’ protesteerde Carolina. ‘Geef, ik zal het je laten zien.’ Ze schoof een maanverband in zijn schoen. ‘Kijk, zo doe je dat. Dan voel je de blaren niet zo. Dat doen alle mannen.’ Ramiro knikte. Ze had hem nu al twee keer een man genoemd. Ze stopte haar spullen in de rugzak en deed het lampje uit. ‘En hoe heet jij?’ zei ze. ‘Ramiro.’ ‘Dat is je echte naam?’ Ze keek hem onderzoekend aan. ‘Ja, natuurlijk,’ zei Ramiro. Wat een rare vraag! ‘Ben je al lang bij het Volksleger?’ vroeg hij. ‘Al vier jaar.’ ‘Vind je het leuk?’ Ze dacht na. ‘We zijn hier niet omdat het leuk is.’ Er tsjilpte een vogel. ‘Het wordt al bijna weer dag,’ zei Ramiro. Carolina leek opgelucht. ‘Ja,’ zei ze. ‘Doe vlug je schoenen aan. De kameraden denken dat het leger verkenningsvluchten heeft gepland. Dat heb ik op de walkietalkie gehoord.’ ‘Wokkietokkie?’ zei Ramiro. ‘Wat is dat?’ Ze kwam met haar gezicht even heel dicht bij het zijne. ‘Ik wil je een raad geven. Doe wat je gezegd wordt en stel geen vragen. Veel vragen, dat brengt alleen maar narigheid.’ Ze ging staan en stak een hand uit om hem omhoog te trekken. Ramiro schudde van nee. Ze sjorde de rugzak vast. ‘Sterkte kameraad. Enne...’ Even tikte ze met haar wijsvinger haar lippen aan alsof ze ‘ssst’ wilde zeggen. Ramiro knikte. Hij wist niet waarover hij moest zwijgen, maar het idee dat hij een geheim deelde met een strijder, vond hij prettig.

13


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 14

de boot

Het was net licht toen ze aankwamen bij de rivier. Omdat de regentijd maar pas was begonnen, stond een deel van de rivierbedding nog droog en was er een strandje. Op het strandje lag een boot met een buitenboordmotor. Jon was nergens te zien. Ze waren maar met tien man, dus de groep moest zich gesplitst hebben in het bos. Ramiro wilde vragen waar Jon was, maar hij dacht aan wat Carolina had gezegd. Hij wist ook niet goed aan wie hij het zou moeten vragen. Hij ging op een steen zitten, bekeek zijn muggenbulten en wachtte op wat komen ging. Er kwam een strijder met een hoed in camouflagekleuren aanlopen. ‘Omdat jij klein bent, ga jij straks voorin zitten,’ zei hij. Hij wees op de boot. ‘Bij het aanmeren moet je eruit springen en de boot vastbinden. Weet je hoe dat moet?’ ‘Ja,’ zei Ramiro. Hij nog nooit een boot vastgebonden. Maar dat ging hij niet zeggen waar iedereen bij stond. De boot was een lange aluminium kano met een motor aan de achterkant. De strijders stapelden hun rugzakken achterin en trokken de boot het water in. Toen gingen ze twee aan twee op de bankjes zitten met hun wapens naast zich. Ook Ramiro nam zijn plaats in. De boot helde. ‘De zware denkers aan deze kant,’ riep de man met de hoed. Iedereen moest lachen.

14


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 15

‘Schuif es op,’ zei een stem. Ramiro keek op. Het was Carolina. Opgelucht schoof hij een stukje opzij zodat Carolina naast hem kon zitten. Het was net alsof hij haar al veel langer kende. Toen de boot begon te varen, was er meteen een briesje. Het water bij de voorplecht spetterde tegen Ramiro’s armen. De boot zigzagde over de rivier. Omdat het water nog laag was, staken er overal keien uit omhoog. Ramiro kneep genietend zijn ogen halfdicht en liet zijn hand meeglijden door het water. Voor het eerst sinds hij vertrokken was uit Las Delicias voelde hij zich blij. Hij zat nooit in een boot. ‘Pas op. Er zijn hier krokodillen,’ zei Carolina. ‘En piranha’s. Die hand happen ze er zo af. Die beesten moeten ook eten.’ Geschrokken trok Ramiro zijn hand terug. Ze moest lachen. ‘Ik zat je te stangen. Ze zijn banger voor jou dan jij voor hen. Maar je voet kun je beter binnenboord houden. Piranha’s komen op bloed af.’ Het was alsof ze door een brede gang voeren met twee groene muren aan weerskanten. Overal in de bomen langs de rivier zaten witte reigers die gewoon bleven zitten als ze voorbijkwamen. ‘Dit is allemaal bevrijd gebied,’ zei Carolina. Ze knikte met haar hoofd naar de oevers. ‘Allemaal van ons.’ ‘Van ons?’ ‘Van het Volksleger. Wij zijn hier de baas.’ Ramiro knikte. ‘En in Las Delicias? Zijn jullie daar ook de baas?’ ‘Las Delicias?’ ‘Dat is waar we nu vandaan komen. Waar Jon, mijn vriend, en ik vanmiddag stonden.’ ‘O, dat dorp met die kerk.’ Carolina dacht na. ‘Volgens mij wel.’ ‘Ik denk het ook,’ zei Ramiro. ‘Weet je wat mensen daar zeggen?’ ‘Nou?’ ‘Dat je met het Volksleger niet moet spotten. Want het Volksleger

15


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 16

is net als God. Je ziet het niet, maar het weet toch alles.’ Dat had Ramiro een keer gehoord. Hij vond het zo mooi dat hij het had onthouden. Het klopte volgens hem. Iedereen was zo beleefd tegen de oom van Jon alsof hij de Lieve Heer zelf was. En dat was alleen maar omdat hij bij het Volksleger zat. De laatste keer toen hij mee was naar het café met Jon en zijn oom, was hij bij het biljarten met de keu door het laken gegaan. De cafébaas had niets durven zeggen. Dat was alleen omdat de oom van Jon erbij stond. ‘Dat heb je mooi gezegd. Over het Volksleger als God.’ Ze draaide zich om. ‘Hé, Gonzalo! Hoe vind je deze? Het Volksleger is als God. Je ziet het niet maar het weet alles.’ Er klonk instemming en gelach achter hem. Ramiro durfde zich in de wiebelige boot niet om te draaien. Hij keek naar de bruisende golven die om de boeg spoelden en voelde zich voor de tweede keer die dag tevreden en gelukkig. Carolina draaide zich weer om. ‘Dus jij komt uit Las Delicias,’ zei ze belangstellend. ‘Ja. Maar ik ben ook wel eens in Prado geweest, dat is het dorp dat na Las Delicias komt. En één keer zou ik met mijn moeder en mijn zusje naar San Pedro gaan, maar het ging regenen en de vrachtwagen bleef in de modder steken.’ Ramiro zweeg even. ‘Denk je dat we ook naar de zee gaan?’ De oom van Jon was overal geweest. Zelfs bij de Caribische Zee. Carolina lachte. ‘De zee is hier heel ver vandaan. We gaan nu naar La Florida. Dat is een kampement in het oerwoud, hier verderop. Het kan best dat ze je op een dag naar een eenheid aan de kust sturen. Jij liever dan ik trouwens. Dan moet je maanden lopen.’ ‘Ga je niet met de bus?’ ‘Alleen als je valse papieren hebt, want anders kunnen ze je zo pakken.’ ‘Maar je hebt gewone kleren aan.’ ‘Ja, natuurlijk.’

16


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 17

‘En toch pakken de militairen je?’ polste Ramiro. ‘Jep,’ zei Carolina. ‘Of de politie, als ze de bus controleren. Want ze weten je naam soms of ze hebben een foto.’ ‘Maar wij hebben valse papieren,’ zei Ramiro enthousiast. ‘Die hebben ze in films ook.’ Carolina reageerde niet. ‘Als ze je pakken, ben je er geweest, want de militairen haten ons. Maar wij gaan winnen. De overwinning is voor ons. Daarom haten ze ons, begrijp je? Ze willen niet verliezen.’ Ze keek Ramiro aan. Ramiro zweeg. Hij begreep het eigenlijk niet. Maar hij wilde niet dat zij zou denken dat hij dom was. ‘En?’ hield Carolina aan. ‘Wat kijk je?’ ‘Hoe weet je nu al wie er wint? Dat weet je toch pas als het afgelopen is,’ flapte Ramiro eruit. ‘Zo is het ook bij de film,’ voegde hij er snel aan toe. ‘Alleen weet ik nooit wie er wint in de film, omdat er in Las Delicias na negen uur geen stroom meer is en dus ook geen tv. En om negen uur zijn de films nooit afgelopen.’ Carolina glimlachte. ‘Slim hoor. Maar als je zo slim bent als jij weet je toch vaak meteen in het begin van de film al wie er later gaat winnen? Dat zijn de goeden. De slechten verliezen altijd.’ Ramiro dacht even na. ‘Ja, dat is zo.’ Carolina keek hem triomfantelijk aan. ‘Zo is het bij ons ook. Wij zijn de goeden en de militairen en de politie zijn de slechten.’ Ramiro keek haar aan. Hij wist niet of hij haar moest geloven. ‘Ik heb nog nooit in m’n leven een militair of een politieagent gezien,’ bekende hij. ‘Die heb je niet in Las Delicias. En in Prado ook niet.’ ‘Houden zo,’ zei Carolina. Opeens begon de boot heel hard te wiebelen. ‘Hou je vast,’ riep Carolina. ‘Je houdt het wel droog, hé,’ riep een van de strijders. ‘Kan je de nieuwe waterstand meteen even doorgeven?’ zei een ander.

17


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 18

Achter in de boot werd gelachen. Ramiro keek voorzichtig over zijn schouder. Een van de strijders stond wankelend rechtop. Hij maakte zijn broek open en begon te plassen. Ramiro dacht dat ze meteen naar het kampement zouden varen, maar ze legden aan bij een boerderijtje. Hij sprong met het touw van de plecht op de kant. Er was geen kunst aan. Er liepen kinderen op het erf. In de keuken zaten twee mannen in werkkleren, die meteen opstonden en wegliepen toen ze binnenkwamen. Er stond een vrouw achter het fornuis. ‘Ha doña Lucelia, hoe is het met u?’ zei Carolina. Ze liep naar de plank tegen de achterwand, pakte een bord voor zichzelf en gaf Ramiro er ook een. Ze keek in de stomende pannen. De vrouw die Lucelia heette, schepte eten op. De andere strijders kwamen binnen en deden net als Carolina. Het lijkt alsof ze hier wonen, dacht Ramiro. Maar Jon had gezegd dat ze altijd onderweg waren. Misschien was doña Lucelia familie van een van de strijders. Carolina moest lachen toen hij het haar vroeg. ‘Ze mogen hier van ons wonen. Ze werken voor ons.’ Ze bleven de rest van de dag bij de boerderij. De man die de baas was en nog een strijder hadden iets te doen, zei Carolina. Omdat hij steeds indutte, regelde ze voor hem een hangmat op de veranda. Hij viel als een blok in slaap en werd pas de volgende ochtend om halfvijf wakker van het gekakel van kippen. Eerst dacht hij dat hij thuis was en dat er een vos in de ren zat. Toen zag hij Carolina. Ze leunde tegen de muur van de schuur en zoende de strijder die hem in het bos water had gegeven. In de kippenren van doña Lucelia stonden twee strijders met een grote zak. Ze pakten een voor een de kippen en duwden die erin.

18


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 19

Daarna knoopten ze de zak dicht. ‘Ze hebben alle kippen meegenomen,’ zei Ramiro verontwaardigd tegen Carolina toen ze naar de boot liepen. Ze haalde haar schouders op. ‘Nou en?’ ‘Die vrouw heeft nu niets meer.’ ‘Nou én?’ zei ze opnieuw, maar nu met meer nadruk. ‘Dan heeft ze ook geen eieren meer voor haar kinderen. Nu moet ze nieuwe kippen kopen. Misschien moet ze helemaal naar de stad om kippen te kopen.’ ‘Misschien,’ zei Carolina. ‘Het is een bijdrage aan Het Project.’ Wat Het Project was, wist Ramiro niet. Maar hij had het gevoel dat er iets niet klopte. In de film zouden de goeden nooit kippen stelen. En als de goeden wel kippen stalen, wie zou er dan winnen aan het eind?

19


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 20

lda 3

‘Dit is de commandohut. Hier moet je wachten,’ zei de strijder die vanaf de aanlegplaats in de beek met Ramiro was meegelopen door het kampement. Ze stonden voor een hut met wanden van boomstammetjes en een dak van golfplaat. Aan weerszijden van de ingang van de hut stond een plastic stoel. Op die stoelen zaten twee strijders met allebei een groot geweer op hun schoot. ‘Hier is lda 3. De commandant wilde hem zien,’ zei de jonge strijder tegen de bewakers. Hij liet zijn rubberlaarzen met een klap tegen elkaar komen en salueerde. ‘Voor de revolutie en het volk.’ De twee strijders keken verveeld en knikten. ‘Succes,’ zei de strijder tegen Ramiro. En hij liep weg. Een licht gevoel van paniek maakte zich van Ramiro meester. Wat nu? Waarom moest hij naar de commandant? Wat moest hij zeggen? Zou hij iets over hem weten? Zou de oom van Jon wat gezegd hebben? En waar was Jon? Hij had heel goed om zich heen gekeken toen hij met de strijder door het kampement liep en hij wist zeker dat hij Jon niet had gezien. Jon en hij waren de enigen in gewone kleren, dus dat zou meteen zijn opgevallen. Iedereen liep hier in uniform. De twee bewakers namen hem zwijgend op. ‘Naam?’ zei een van hen na een tijdje. ‘Ramiro Gonzalez.’ Hij maakte een hoofdbeweging. ‘Daar staan.’

20


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 21

Ramiro keek zoekend om zich heen. Bij een boom schuin achter hem stond een meisje in camouflagepak. ‘Daar?’ vroeg hij en hij wees naar het meisje. De man knikte. Het meisje keek naar hem toen hij naast haar kwam staan. ‘Moet jij ook naar commandant Carlos?’ vroeg ze. ‘Heet hij zo?’ Haar blik gleed over zijn gymschoenen met scheuren, broek en T-shirt met vlekken. ‘Ben je nieuw? Of ben je een burgerwacht?’ Zonder het antwoord af te wachten, zei ze. ‘Je ziet eruit als nieuw.’ ‘En hoe zie je eruit als je nieuw bent?’ vroeg Ramiro. ‘Bang,’ zei ze. Haar ogen boorden zich in die van hem. Toen pakte ze haar veldfles die aan haar riem hing, schroefde de dop los en nam een slok. Ze stak hem de fles toe. ‘Dank je wel,’ zei Ramiro en hij goot het water achter in zijn keel. ‘Heb je een sigaret voor me? Ik ben door mijn sigaretten heen. Pas volgende week ben ik weer aan de beurt. En moeder Maria, wat snak ik naar een sigaret. Jij bent nieuw en je hebt vast sigaretten bij je.’ ‘Ik rook niet,’ zei Ramiro. Hij gaf haar de fles terug. ‘Ik bedoel, ik rook heel weinig,’ loog hij. ‘Jezus, en je hebt niet toevallig één sigaret bij je?’ Ramiro schudde van nee. ‘Kauwgom dan? Kauwgom is ook goed. Hier hebben ze alleen van die vieze roze bubbelgum die na een minuut taai is.’ ‘Vind je bubbelgum vies?’ Als hij geld had, kocht Ramiro altijd bubbelgum in de winkel van de moeder van Jon. Dat was ook omdat ze geen andere kauwgom had en de winkel van de moeder van Jon de enige in Las Delicias was. ‘Ja, die vind ik vies.’ Haar blik bleef hangen op zijn T-shirt. ‘Hoor jij bij die andere jongen uit Las Delicias?’

21


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 22

‘Ja,’ zei Ramiro blij verrast. ‘Heb je hem gezien? Waar is hij?’ ‘Dat moet je mij niet vragen. Dat is mijn zaak niet.’ Ze stak haar neus in de lucht. ‘Dat is Jon. We zijn vrienden. Ik heet Ramiro,’ zei Ramiro trots. ‘O,’ zei ze vlak. Ramiro dacht aan Carolina’s vraag. ‘Het is heus mijn echte naam, hoor.’ Ze keek hem verbaasd aan. ‘Jij bent een megadomme sufbubbel, zeg. Je mag je echte naam nooit zeggen. Helemaal nooit! Hebben ze je dat nog niet verteld?’ ‘Nee,’ zei Ramiro beledigd. ‘En hoe kan ik nou weten dat je nu al een valse naam moet nemen? Dat is toch pas als je in de bus gaat reizen?’ ‘Het is geen valse naam. Het is een krijgsnaam,’ bitste ze. ‘En daarna mag je nooit meer iemand je echte naam zeggen, want dat is heel gevaarlijk. Dan kunnen ze je familie uitmoorden, want met een naam weten ze alles van je.’ ‘Ze?’ ‘Ja, ze.’ ‘Maar wie zijn “ze”?’ hield Ramiro aan. ‘De militairen?’ ‘Ja, bijvoorbeeld.’ Ze keek nuffig de andere kant op. Ramiro zweeg. Hij had het idee dat wat ze zei onmogelijk op hem kon slaan. Wat viel er van hem te weten? Hij had nog niets gedaan, dus ze zouden hem ook niet pakken. Hij was wel klein en nieuw, maar niet megadom. Ze zat hem gewoon bang te maken. Er verscheen een andere strijder in de opening van de hut. ‘Hier komen,’ blafte hij. Ramiro aarzelde. ‘Ja, jij,’ zei de man. In de hut zaten nog meer strijders met wapens. Bij een landkaart met vlaggetjes en gekleurde speldenknopjes die achter in de hut

22


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 23

hing, stond een man voorovergebogen met zijn neus bijna tegen het papier. ‘Kameraad commandant,’ zei de man die hem had binnengebracht. De man bij de kaart zwaaide met zijn linkerarm ten teken dat hij zijn mond moest houden. ‘Hebbes,’ riep hij toen. Hij prikte met een zwierige zwaai van zijn rechterarm een vlaggetje op de kaart. Toen kwam hij omhoog en draaide zich naar hen toe. De commandant had een rood en bezweet hoofd met een brede kikkermond. ‘lda 3,’ zei de man en hij duwde Ramiro naar voren. De commandant trok zijn wenkbrauwen op. ‘lda 3? Jullie lijken wel gek,’ riep hij. ‘Het is hier geen peuterspeelzaal. Eerst zijn het er zogenaamd zes. Dan blijken het er maar twee te zijn. En nu dit. Wat moet ik met zo’n uk? Veertien jaar is het minimum, heb ik vorige week gezegd. Wie heeft dit prutswerk georganiseerd? Ik maak korte metten met hem.’ Hij zuchtte en ging zitten. Hij keek op een papier dat op de tafel lag en schudde zijn hoofd. ‘En daar moet ik de oorlog mee winnen.’ Ramiro probeerde zich zo onzichtbaar mogelijk te maken. Hij voelde de ogen van de strijders op de bank in zijn rug prikken. ‘Kameraad Caesar heeft dit aangedragen, kameraad commandant,’ zei de man. ‘Caesar? Caesar?’ herhaalde de commandant peinzend. ‘Wie is die ellendeling? Die incompetente tekkel?’ ‘Caesar, chef explosieven van de regio, kameraad commandant.’ ‘O,’ zei hij verrast. ‘O.’ Hij krabde op zijn hoofd. ‘Dan ligt het anders. Dan moeten we de zaak misschien toch in studie nemen.’ De oom van Jon deed in explosieven. Dat wist Ramiro, want dat had Jon hem verteld. Maar Jons oom heette Ricardo. Of zou Caesar de krijgsnaam van Ricardo zijn? Dat moest hij Jon vragen als hij hem zag.

23


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 24

‘Haal Oscar voor me,’ zei de commandant tegen de man. ‘Ja, kameraad commandant.’ De man sprong in de houding. ‘Voor de revolutie en het volk.’ De commandant hief vermoeid zijn hand op. Een van de bewakers die bij de deuropening zat, schoot toe met een fles water en schonk hem een glas in. Hij dronk met gulzige slokken; zijn wangen bewogen als blaasbalgen. Nu lijkt hij echt een kikker, dacht Ramiro. De commandant likte met zijn tong de druppels van zijn lippen. Toen keek hij naar Ramiro. ‘Zo,’ zei hij. Hij klapte een platte doos open die op zijn tafel stond en begon te tikken. Ramiro dacht dat het een computer was. Hij had vaak genoeg een computer op tv gezien, maar zeker was hij er niet van. Kon je in het oerwoud een computer hebben? ‘Naam?’ ‘Ramiro Gonzalez.’ De commandant tikte. ‘Leeftijd?’ Ramiro slikte. ‘Zestien,’ loog hij. Hij was dertien. De commandant keek op. ‘Twaalf, had ik gedacht. Als je liegt, jongen, breek ik je benen. Ik zit hier niet voor joker. Goed begrepen?’ ‘Ja meneer.’ ‘Kameraad commandant,’ verbeterde hij. ‘Ja, kameraad commandant.’ ‘Naam beide ouders?’ Ramiro noemde hun namen. ‘Beroep vader?’ ‘Landarbeider. Hij plukt nu coca.’ ‘Goed zo,’ zei de commandant zonder op te kijken van zijn computer. ‘Beroep moeder.’ ‘Wasvrouw.’ Alles wilde hij weten en schreef hij op. Of er verder familie was.

24


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 25

Waar ze woonden. Of het huis hun eigen huis was. Of ze land hadden, en hoeveel koeien. Tot welke klas Ramiro naar school was gegaan en wat hij verder goed kon. ‘Heb je al eens geschoten?’ Ramiro leefde op. ‘Ik mag altijd mee als mijn vader gaat jagen. Dan mag ik met zijn geweer schieten en ik raak meer dan hij.’ De commandant zei niets. In de hut hoorde je alleen het tikken op de computer, het brommen van de motor voor de stroom en zoemende insecten. ‘Waar blijft die lamtak van een Oscar?’ gromde de commandant. ‘Ik neem onmiddellijk contact op, kameraad commandant,’ zei een van de bewakers. ‘Zo,’ zei hij tegen Ramiro. Nu voor de tweede keer. ‘Kijk, eh – hoe heette je ook alweer?’ ‘Ramiro, kameraad commandant.’ ‘Ja. Ramiro. Kijk, Ramiro, je bent nog klein. Iedere strijder draagt een rugzak met zijn eigen spullen, voedsel en natuurlijk zijn geweer en de munitie. Munitie weegt algauw acht kilo. En zo lopen we soms weken. Dat is te zwaar voor jou. Schieten met een groot geweer zal ook niet lukken.’ Hij trommelde met zijn vingers op het houten tafelblad en keek onderwijl naar zijn computer. ‘Waar blijft die lamtak?’ zei hij ongeduldig tegen de bewakers. ‘Kameraad Antonio heeft contact, kameraad commandant,’ zei een jongen haastig. Toen kwam de man die Oscar heette binnen. Hij salueerde. ‘Voor de revolutie en het volk. Een goedemorgen allemaal.’ ‘Wist jij daarvan?’ zei de commandant, met een hoofdbeweging naar Ramiro. ‘Ik kan het uitleggen,’ zei Oscar. Hij trok de hele tijd aan zijn snor; dan met zijn linkerhand, dan met zijn rechterhand. ‘Uitleggen? Tegen de tijd dat jij iets hebt uitgelegd zijn we drie jaar verder. Oplossen moet je,’ riep de commandant. ‘Leidinggeven is

25


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 26

managen en managen is op-los-sen.’ Het laatste woord sprak hij met overdreven klemtonen uit. ‘Begrepen?’ ‘Ja, kameraad commandant.’ De commandant zuchtte. ‘Gek word ik van jullie. Incompetente lamtakken.’ ‘Ik had gedacht, commandant…’ De man met de snor deed een stap naar de tafel, boog zich voorover en fluisterde de commandant iets in het oor. ‘Mmm,’ zei de commandant. En nog eens ‘mmmmm.’ En daarna ‘interessant.’

26


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 27

commandant

‘Luister, eh – hoe heette je ook alweer?’ De commandant trok vragend een wenkbrauw op. ‘Ramiro, kameraad commandant.’ ‘Goed, Ramiro. Je bent te klein. Maar er is mij een idee ingevallen en na overleg binnen de leiding heb ik besloten dat wij toch een functie voor je hebben.’ De man met de snor stond naast de commandant en knikte hem enthousiast toe. Ramiro zweeg. De commandant hief zijn handen op. ‘Nee, je hoeft me niet te bedanken. Betuig je dankbaarheid met daden. In de vorm van driehonderd procent inzet voor Het Project en het toekomstige geluk van het Colombiaanse volk.’ Hij kuchte even. ‘Ik begrijp dat je dankbaar bent,’ zei hij weer. De man met de snor maakte een handgebaar waaruit Ramiro begreep dat er iets van hem verwacht werd. ‘Ja, kameraad commandant. Ik ben u heel dankbaar,’ zei hij op goed geluk. ‘Goed, goed.’ De commandant hief zijn handen op alsof hij wilde zeggen: stilte alsjeblieft. ‘Als – let goed op wat ik zeg – áls jij mijn vertrouwen niet beschaamt, zul jij, zoals ik al zei, speciale taken krijgen. Maar als jij steken laat vallen, dan, jongen, dan draai ik hoogstpersoonlijk zelf je nek om, en die van je familieleden. Goed begrepen?’ ‘Ja, kameraad commandant,’ zei Ramiro. ‘Ik zal uw vertrouwen niet beschamen.’

27


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 28

De man met de snor knikte tevreden. ‘Je krijgt geen wapen, jongen. Maar ook zonder wapen kun je allerlei nuttige dingen doen voor Het Project. Want het is hier geen vakantiekamp.’ De commandant sloeg met zijn vlakke hand hard op de tafel. Toen grijnsde hij naar Ramiro met zijn brede kikkermond. ‘Schrok je?’ ‘Nee, kameraad commandant.’ ‘Goed zo. Je mag nooit schrikken. Een strijder van het Volksleger schrikt niet. Hij is op alles voorbereid.’ ‘Ja, kameraad commandant.’ De commandant bekeek hem en snoof. ‘Ik hoop dat je niet al te dom bent. Zeker met jouw – ik zal maar zeggen – voorkomen zijn er hele nuttige dingen te doen.’ De man met de snor knikte naar Ramiro. ‘Dank u wel, kameraad commandant.’ ‘Kameraad Oscar zal je nu het kampement laten zien.’ ‘Nog vragen?’ Ja, dacht Ramiro. Maar hij zei: ‘Nee, kameraad commandant.’ ‘Dan ingerukt, mars.’ Langzaam liep Ramiro terug naar de deuropening. Met opgeheven hoofd groette hij de strijders die op de bank zaten en stapte toen naar buiten. Oscar en Ramiro liepen door het kampement. Het kampement was net een dorp in het bos. Overal onder de bomen stonden tafels met houten banken en er waren bedden gemaakt van kleine paaltjes. Daarboven hingen stukken camouflageplastic. Dat was nodig omdat het heel veel regende in het bos. En het was camouflageplastic omdat de vijand vanuit het vliegtuig een stuk geel of blauw plastic meteen zou zien, zei de man met de snor. Er waren een voetbalveldje, een ziekenboeg, een keuken, een opslagschuur, nog een opslagruimte en een leslokaal. Het leslokaal

28


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 29

was niet echt een lokaal te noemen. Het was een groot plastic zeil dat omhooggehouden werd door palen. Daaronder stonden banken op een rij met een lessenaar ervoor. De opslagplaats, de ziekenboeg en de keuken leken nog het meest op hutten. Net als de commandohut hadden die tenminste wanden, van paaltjes, en een golfplaten dak. Zodat de wilde beesten er niet in konden komen, vertelde de man met de snor. Er was al eens een jaguar geweest die kippen had doodgemaakt, want er waren ook kippen in het kampement. En er was een aap die door de strijders was opgevoed nadat hij door de moeder verstoten was. De aap heette Carlos Marx. De wc was een lang, smal gat achter een stuk plastic, waar het heel erg stonk. Je mocht nooit gewoon ergens in het kampement plassen of poepen, zei Oscar. Daar kwamen ziektes van. Je moest je wassen in de beek waar ook de boten lagen. Daar deden ze ook de afwas. Je moest je onderbroek aanhouden als je je waste, omdat er soms ook meisjes waren. En je mocht niet naar de meisjes kijken als zij zich wasten. In de beek waren grote witte stenen. Als je daarnaast ging staan kon je daar je zeep en je handdoek op leggen. Je mocht je ’s ochtends wassen, en ’s middags was er ook een uur dat het mocht. Ze stonden om halfvijf op. Dan was het nog donker. Eerst moesten ze naar een plek om geteld te worden, daarna deden ze gymnastiek en militaire oefeningen. Om zes uur kreeg je eten. En daarna waren er allemaal andere dingen die je moest doen. Iedereen had een horloge, maar er werden ook fluitsignalen gegeven, zei de man met de snor. Bij de eerste fluit moest je ophouden met wat je deed. En bij de tweede fluit moest je bij de volgende les zijn. Maar de les kon ook werken zijn. ‘Dit is het Plein,’ zei de man met de snor. ‘Waar is het plein?’ vroeg Ramiro. Hij keek rond. ‘Ik zie geen plein.’ De man met de snor schudde zijn hoofd. ‘Dat zeg ik toch: hier.’

29


BW - Ramiro kindsoldaat:• Stramien Jeugdboek 12+

27-10-2008

15:20

Pagina 30

Ze stonden op een plek waar twee bomen waren weggehaald. Er was een vlaggenmast en onder de bomen stonden twee smalle houten banken. ‘Hier komen we altijd bijeen. ’s Ochtends bij het appel, als we tellen, en ’s middags bij de rapportage.’ De rapportage was het belangrijkste moment van de dag, zei de man met de snor. Dan hoorde je hoe de dag gegaan was en wie er wacht moest lopen en wat je de volgende dag ging doen. ‘’s Avonds is hier recreatie.’ Ramiro knikte. ‘Recreatie, dat is spellen doen en muziek maken. Of luisteren naar gedichten.’ ‘En sterren kijken?’ De man met de snor keek Ramiro verbaasd aan. ‘Je kunt toch ook sterren kijken? Sterren zijn het gedicht van de hemel, zegt de meester bij ons op school,’ zei Ramiro. En opeens herinnerde hij zich dat hij was vergeten het boek over sterrenkunde terug te geven aan meester Ricardo. Hij bewaarde het onder zijn matras, want zijn vader hield er niet van om hem met een boek te zien. ‘Sterren kijken? Ik zal het er met de commandant over hebben. Maar ik geef het niet veel kans. Sterren lijken me niet revolutionair.’ Hij keek op zijn horloge. ‘Het is bijna elf uur. We krijgen nu eerst middageten.’ Bij de keuken stond een rij strijders te wachten. De man met de snor en Ramiro sloten aan. Op een tafel stonden lange rijen metalen pannetjes. Een strijder schepte de pannetjes vol met rijst, vlees en uien. Als je aan de beurt was, mocht je een pannetje pakken. Ramiro keek rond. Hij had de man met de snor naar Jon willen vragen. Dat hoefde nu niet meer, want Jon zou hier zijn. Hij moest ook eten. Maar waar hij ook keek, hij zag alleen strijders in camou-

30


Leesfragment Ramiro, kindsoldaat - Ineke Holtwijk