Issuu on Google+

Mode van A tot Z

Piet Paris & Georget te Koning


folklore Veren, flora, fladderende rokken, hoofddoekjes, pofmouwen, borduursels, Urker broeken, gezellige kruissteekjes. Folklore als mode is anders en soms uitbundig, zoals de vrolijke fusion fashion van de Japanner Kansaï Yamamote die begin jaren zeventig in Parijs doorbrak met baseballjacks met kleurrijke Chinese draken. In Nederland viste modekunstenares Fong-Leng graag in de Chinese vijver en maakte een onwisbare indruk met mantels als oosterse sprookjes. Tot de jaren tachtig bevolkten Russische baboesjka’s, Afrikaanse schonen en Japanse geisha’s de internationale catwalks. Yves Saint Laurent haalde elk jaar zijn ideeën uit een ander werelddeel en deed daar geniale dingen mee. Op straat zie je klederdracht – op de Noorse trui na – zelden terug. In elk geval niet als vrije modekeus. Als kind liep ik ooit compleet voor gek toen ik als een Duitse

Mädel in een Dirndl van zwart fluweel met witte pofmouwtjes naar school werd gestuurd. Het klederdrachtpopgevoel komt altijd terug als ik zie hoe ontwerpers als John Galliano en Jean Paul Gaultier vrouwen nog steeds verkleden als Balkanprinsessen. Waarom toch? Het helpt de mode niet verder. Denken ze nou echt dat alle vrouwen die traditionele klederdracht met tegenzin hebben ingeruild voor een spijkerbroek of een vlotte jurk? Sommige traditionele kleding, zoals de hoofddoekjes die Nederlandse meisjes droegen in de tijd van Vermeer, zijn dankzij gelovige meisjes en vrouwen terug in ons straatbeeld. Wat me verbaast is waarom veel vrouwen maar geen genoeg krijgen van de Ibiza-folkloredracht. Willen ze in hun bloezende bloesjes en wapperende rokken zich vrije hippies en bohémiens voelen of denken ze zo te ontsnappen aan mode?


gl a mour

Mooi haar, illusies, kilo’s diamanten, ontsnapping, sexappeal, vulgair. Glamour is een typisch product van de entertainmentindustrie in Hollywood. Denk maar aan jaren dertig glamourkoninginnen Marlene Dietrich, Jean Harlow en Greta Garbo. Ongenaakbare, betoverende schoonheden; met dank aan make-up, cameramensen en kostuumafdeling. Glamour of Hollywood was dan ook de oorspronkelijke titel van de in 1934 opgerichte modeglossy Glamour. Kleddervette glamour kwam jaren later voorbij op televisie in soaps als Dallas en

Dynasty met mannen en vrouwen die overspelig en overdressed (twee vormen van glamour) dartelden in een wereld van schone schijn. Bij glamour hoorde ook een parfum. Typische jaren tachtig geuren zijn Giorgio Beverly Hills en Opium van Yves Saint Laurent. Zo ruikt glamour dus: bloemig, warm, avontuurlijk, dramatisch, ontdekte ik in die jaren al Opiumsnuivend. Zo moesten mijn vrienden ruiken. Nu snuffel ik weer eens aan Giorgio. Getver. Ik ‘zie’ drakerige jetsetjurken, smokey

eyes, groot haar. Die bedwelmende glamourgeur heeft voor mij zijn glans verloren. Wonderlijk dat de kitscherige variant van glamour nog altijd voor veel mensen de toon zet. Rode-loperfoto’s bewijzen het. Maar op de catwalk is glamour allang niet meer die droom van klatergoud. Eigentijdser is de romantische gothic glamour van Rick Owens, Gareth Pugh en Riccardo Tisci, ontwerper voor het Franse Givenchy. Nu nog een icoon. Wie o wie wordt de personificatie van deze moderne schone schijn? Waar is de duistere vrouw die als een Grace Kelly, of minder lang geleden Victoria Beckham, miljoenen vrouwen de weg wijst naar een glanzend bestaan?


haute couture

Dure droom, maatwerk, ultieme luxe of bedreigde kunstvorm. In ieder geval de mooiste jurken ter wereld. Couture! Gebak van de supermarkt smaakt anders dan het gebak van de patisserie. Waar die opmerking op slaat? Van een afstandje wordt couture vaak verward met iets dat het in de verste verte niet is. Ik leg het nog een keer uit. Couture is een beschermd begrip met regels vastgelegd door de Parijse Chambre Syndicale de la Haute Couture. De belangrijkste grondbeginselen zijn hand- en maatwerk, doorpasbeurten, dure stoffen en shows in Parijs. Couture trek je niet uit een rekje, dat is in massa gemaakte confectie. En wat in het voorjaar en najaar op de catwalk loopt, is ook confectie, maar van de edelste soort. Daarom noemen we het prêt-à-porter (wat ‘klaar om aan te trekken’ betekent). Heel iets anders dan talloze keren meten en passen voor het unieke jurkje van de mooiste materialen. Alleen weggelegd voor de steeds zeldzamere rijken met smaak. Ik hoor u denken, hoe zit het dan met al die Nederlandse couturiers? Strikt genomen, dus volgens de Parijse regels, is Nederland couturierloos. Immers, die vreselijk strenge

Chambre heeft nog nooit een Nederlands huis toegelaten. Best sneu. Een handjevol werkt zich toch behoorlijk uit de naad. Nee, namen noemen we liever niet. Voor je het weet sla je er eentje over en breekt de couture-pleuris uit. Jalousie de métier is de heren (en één dame) niet vreemd. Het was beslist niet netjes dat een modekoning uit Amsterdam-Zuid eens een collega uitmaakte voor ‘gemarineerde muis’. Koester onze couturiers. Het is een prestatie op zich dat zij overleven zonder neveninkomsten van parfum en tassen. ‘Als modehuizen als Chanel en Dior net zo veel tassen en parfums konden verkopen zonder coutureshows, dan zouden ze meteen stoppen,’ vermoedt Pierre Bergé, voormalig zakenpartner van Yves Saint Laurent. Ja, Pierre, bien sûr, couture ís marketing. Maar couture is ook een jurk die je lichaam als een droomwolk omsluit.


k arl l agerfeld

Genie, leeftijdsloos, ijdeltuit, Duitser, zelfpromotor. Je houdt van hem, of niet. Alle journalisten zijn in elk geval gek op Karl Lagerfeld: een gesprekje – hoe kort ook – met de gevatte couturier levert altijd smeuïge quotes op. Lagerfeld zette vanaf 1983 met veel succes het couturehuis Chanel voort en is net zo’n ster in oneliners als de legendarische Coco zelf (‘Mode gaat voorbij, stijl verandert nooit’). ‘Ik herinner me er niks van,’ zegt de levende legende met het parmantige grijze staartje over zijn eerste Chanel-collectie tegen filmmaker Rodolphe Marconi in de documentaire Lagerfeld Confidential. ‘Ik ben een totale improvisatie, ik heb geen opleiding gehad, niets.’ Het mode-orakel vuurt de één na de andere kwinkslag af. Ik kan niet anders dan aan zijn pruilende lippen hangen. ‘Ik heb alleen ideeën, verder kan ik niets.’ Dat gelooft natuurlijk niemand. In de documentaire zie je Lagerfeld tekenen – zonder donkere bril! – en het gaat al net zo snel als hij praat. Hij tekent verbluffend goed. Na de onthulling ‘Ik houd van typex,’ vertelt Lagerfeld dat hij een complete collectie in drie, vier dagen schetst. Even later roept hij, het is ondertussen nacht: ‘Ik haat mensen die hard werken.’ Lagerfeld is constant omringd door talloze assistenten en medewerkers. En wat zegt hij nou weer: ‘Ik haat mensen die niet alleen kunnen zijn.’ Kaiser Karl begint zijn zinnen graag in de ik-vorm. En hij drukt zich duidelijk uit; alles is zwart-wit. Net als zijn foto’s en veel van de collecties die hij ontwerpt voor Chanel en zijn eigen Karl Lagerfeld-label. Karl is stijlvast, in zijn kapsel en kleding. Als je vals zou willen uithalen, zeg je dat hij compleet is vastgeroest. Maar nee, ik wil geen kwaad woord horen of spreken over een man die exact begrijpt wat mode is: ‘Mode is tijdelijk, gevaarlijk en onrechtvaardig.’


Mode van A tot Z

Mode is een taal. Hoog tijd dus voor een modewoordenboek. Georgette Koning en Piet Paris zijn uw gidsen in modeland. Alles, van A tot Z, behandelen ze grondig en vrolijk in dit modealfabet.

Mode van A tot Z verklaart begrippen als haute couture, glamour en vintage, maar legt ook uit waarom het wit dat nu in de mode is een ander wit is dan dat van de jaren zestig. De E van Elegantie verwijst sierlijk naar het werk van modetekenaar Gruau die jarenlang voor Christian Dior werkte. De Y met het beroemde grafische Mondriaanjurkje is in woord en beeld een eerbewijs aan Yves Saint Laurent. ‘Heerlijk als twee originele talenten hun krachten zo fraai weten te bundelen.’ John de Greef, Elsevier. ‘Een unieke samenwerking: de meesterlijke, humoristische hand van Piet Paris en de scherpe pen van Georgette Koning.’ Fiona Hering, Glamour. ‘Een origineel alfabet met rake teksten en prachtige illustraties.’ Bregje Lampe, Het Parool. ‘Georgette Koning en Piet Paris creëerden duetten van woord en beeld. Lees ze, bekijk ze, sluit je ogen en dans over de catwalk ...’ Joyce Roodnat, NRC Handelsblad .

Georgette Koning publiceert over mode in verschillende kranten en modebladen. Koning werkte mee aan tal van modeboeken en blogt op Fashion-site.nl. Piet Paris illustreert met zijn klare lijn voor nationale en internationale modebladen en tekent reclamecampagnes. Piet Paris won verschillende prijzen, waaronder de Grand Seigneur 2008.


Mode van A tot Z