Page 1


hans klein hofmeijer


“Waar ik werk ben ik waar.” Rainer Maria Rilke 1875 - 1926


hans klein hofmeijer ‘Artefact’ nr. 953 – Gapingen van mijn geest –


Inhoudsopgave Voorwoord

9

i Op bezoek bij Hans Klein Hofmeijer ______________ 15

ii Inktblauw _________________________________ 23

rebecca nelemans

iii Uit de energie van het verborgene ________________ 37

rick vercauteren

iv Aarzelen verschaft kunst _______________________ 97

peter van hekke

v Gedicht bij ‘Het muzenverblijf ’ nr.787 _____________ 115

fik van gestel

frans budé

vi Krabbels op papier __________________________ 119

rebecca nelemans

vii Waarover spreken we als we over de ziel spreken? ____ 129

george meertens

viii Het onuitputtelijke niets ______________________ 139

rob smolders

ix In de tweede schedel _________________________ 161

dré didderiëns

x De tweede schedel___________________________ 177

rebecca nelemans


xi In de tweede schedel _________________________ 180

dré didderiëns

xii Overdenkingen, bewerkingen van tekst in relatie tot ___ 191 het werk van Hans Klein Hofmeijer, en hemzelf

loek grootjans

xiii Monnikenmoed ____________________________ 215

gerrit damhuis

xiv Enkele gedachten bij de geheimschriften van ________ 223 Hans Klein Hofmeijer

joseph sassoon semah

xv Gedicht bij ‘Studie voor een landschapsachtige______ 243 verdieping’ nr. 878

frans budé

xvi Zoals huid voelbaar is ________________________ 247

frank demarest

xvii Ode aan mijn (schoon)broer, een poëtisch___________ 263 beeldend kunstenaar

mieke klein hofmeijer & henk dorlandt

xviii Human Paintings ___________________________ 331

rebecca nelemans

Interview door Hilde Van Canneyt Biografie Overzicht kunstwerken Uitgaven Nawoord Colofon

367 375 395 406 411 414


Voorwoord Hans Klein Hofmeijer nummert sinds 1979 consequent de kunst­ werken waarover hij na lang beraad tevreden is. Gedurende zijn inmiddels bijna veertig jarig kunstenaarschap nadert hij het duizendste ‘artefact’. ‘Artefact’ nr. 953 – Gapingen van mijn geest heeft, als destillaat van een gezamenlijke zoektocht naar het wezen van de maker en zijn werk, een status aparte in dit omvangrijke oeuvre. Al 40 jaar werkt Klein Hofmeijer vanuit een zelf gekozen isolement. Een broodnodige keuze volgens de door de kunstenaar bewonderde museumdirecteur/curator Jan Hoet: “Een kluizenaar sluit zichzelf op om niet te communiceren, een kunstenaar sluit zich op om zijn werk te intensiveren en zodoende via zijn werk beter te kunnen communiceren. De enige mogelijke plaats van de kunstenaar, dat beseft hij, is een plaats aan de rand van de dingen.” Klein Hofmeijer onttrekt zich – zoals de in het citaat bedoelde Thierry De Cordier – een groot deel van zijn tijd aan de maalstroom van de eigentijdse maatschappij en zoekt de stilte op om in alle rust en concentratie te werken aan een oeuvre. Naar zijn overtuiging ligt één van de grootste krachten van het onafhankelijk scheppingsproces in het feit dat er vooraf geen rekening wordt gehouden met de eventuele gevolgen en consequenties na voltooiing. Een kunstenaar maakt werken, zonder dat er – zowel in inhoudelijke als in economische zin – vooraf vraag naar is. Het bestaansrecht van het werk moet later blijken.

<< Nummering werken in archiefnotities Hans Klein Hofmeijer

9


Na de eerder verschenen publicaties over mooi en ochtendlicht, die als catalogi bij tentoonstellingen verschenen en verslag deden van ontwik­ kelingen die inmiddels vijftien en tien jaar geleden zijn, vindt er binnen het werk een inhoudelijk verschuiving plaats van het fundamentele schilderen naar het associatieve en humane. Een belangrijke mijlpaal in die ontwikkeling is de nieuwste serie schilderijen: de Human Paintings. Tijd dus, om opnieuw de dialoog met het publiek op te zoeken. Dit keer in de vorm van een publicatie die als een gesamtkunstwerk gezien kan worden: Collega-kunstenaars, een fotograaf, voormalige museum­ directeuren, kunsthistorici, critici, verzamelaars, een wetenschapper, galerie­houder/curator, vormgever en dichter reageren – ieder vanuit vriendschap voor de kunstenaar, fascinatie voor, nieuwsgierigheid naar, of juist irritatie bij het oeuvre of bepaalde aspecten daarvan – op het werk. Zo geven zij een inkijk in een wereld die Klein Hofmeijer zijn ‘tweede schedel’ placht te noemen: het atelier, de bibliotheek en het werk wat daar ontstaat. Als bij een craniotomie (of zgn. keisnijding) wordt de schedel gelicht, krijgt de lezer/beschouwer een kijkje in die ‘tweede schedel’. Langzaamaan en in weloverwogen gemonteerde woorden en beelden, wordt in dit gelaagde boek op organische wijze duidelijk wie Hans Klein Hofmeijer is, wat zijn zoektocht is als kun­stenaar en als mens. Maar meer nog wat de betekenis van zijn werk en leven is in de ogen van anderen: Het belang van de kunstenaar Hans Klein Hofmeijer.

10


“Wie ben je als niemand kijkt?” Uit Mijn tweede geheugen, 2006

‘Artefact’ nr. 953 – Gapingen van mijn geest is een met aandacht, liefde en oprechte nieuwsgierigheid samengesteld portret van de kunstenaar en diens atelier: Een complex maar uitnodigend werk waarvoor kijker en lezer letterlijk en figuurlijk de tijd dienen te nemen om te bladeren, te kijken, terug te gaan, te reflecteren, te vergelijken, en net als de auteurs te vorsen naar de diepere zin en betekenis van het werk. Een handzaam en rijkgeschakeerd boek waarin de kunstenaar en zijn artefacten door anderen worden benaderd, belicht, beschreven, geduid, gefotografeerd en in poëzie vervat. Hans Klein Hofmeijer is al die jaren op zoek naar het mysterie van de kunst en van het leven zelf. Hij probeert voorbij de woorden en de vormen te zoeken naar de essentie, ‘het heilige’. Maar hij weet dat hij niet te snel en niet te dicht moet naderen, dat hij ver moet blijven. Dus tast hij het mysterie op verschillende manieren af. Vanuit het perspectief van het verwonderde kind, gravend en klievend in het landschap, in gedachte­schetsen, in inktblauw, in de wonde van het schilderij, de tederheid van de verfhuid. Zo onderzoekt hij met de ‘Gapingen van zijn geest’ de betekenis van beeld en begrip, van vorm en taal; en uiteindelijk wat het is om mens te zijn.

11


De uitgave ‘Artefact’ nr. 953 – Gapingen van mijn geest is tussen 2015 en 2018 ontstaan als een autonoom kunstproduct, dat tegelijkertijd als een intrigerend podium en draagbare galerij fungeert. De kunstenaar heeft bewust gekozen voor een fysiek boek als platform voor zijn werk, als ontmoetingsplek tussen zijn kunst en het publiek. De maat is gekozen om in de hand te passen, ontspannen achterover leunend in een fauteuil. De omslag van perkament en suède versterkt de fysieke beleving van de uitgave en voelt als een aanraking van huid op huid. Innerlijk zien De publicatie benadert de beslotenheid van de ateliers waarin het werk is ontstaan en kan door de lezer/beschouwer ook in alle intimiteit gelezen en bekeken worden. Het zal – net als het werk zelf – functioneren als een stille kracht: Eén op één. De beschouwer/lezer gaat aan de hand van dit werk op avontuur om dat wat verscholen ligt achter het zichtbare, voorbij het beeld, te ontdekken. ‘Artefact’ nr. 953 – Gapingen van mijn geest daagt uit tot dat wat de kunstenaar ‘het innerlijk zien’ noemt, het oordeelloze kijken. De ziel van het werk krijgt de kans zich te openbaren: Het ‘ik’ van de aanschouwer en het ‘ik’ van de kunste­ naar raken elkaar in verwondering.

rebecca nelemans & rick vercauteren

12


“De gedachten en gevoelens die ontstaan als je kunst beschouwt zijn volkomen privé. Net als het ontstaansproces zelf voor de kunstenaar. Dit maakt de kunst aan twee kanten volkomen privé. Het intimistische van de kunst.” Uit Mijn tweede geheugen, 2016

13


â&#x20AC;&#x153;Voor mij is het atelier niet alleen een praktische plaats, verbonden aan werk, maar ook een mentale ruimte. Ik verblijf ook in mijn atelier zonder iets te doen, en ik denk ook aan mijn atelier als ik ergens anders ben. Mijn atelier is vooral een ruimte in mijn hoofd.â&#x20AC;? Thomas Hirschhorn 1957


i

Op bezoek bij Hans Klein Hofmeijer fik van gestel

Atelier De werkruimte van Hans Klein Hofmeijer is overweldigend. Zo veel. Zo vol. Waarop focussen in deze overvloed? Even voel ik me infiltrant, voyeur â&#x20AC;&#x201C; tot Hans be­­gint te spreken en te duiden. Deze ruimte is zoveel meer dan atelier. Deze plek is een verzameling van boeken, beelden, afbeeldingen, schetsen, works in progress, ingelijste werken, attributen, werktuigen... Het universum van Hans: volheid, veelheid, passie, discipline, chaos, opsomming, een cocon, een nest. Een bel van concentratie. Een archief, een stock, een depot. Het atelier als een spiegel, het atelier als een zelfportret. Tekenen Hier ontstaan de tekeningen. Hans tekent veel. Het twijfelende tekenpunt trappelt ter plaatse, draait en keert, danst. Wassende lopende inkt. Motoriek van vingers, de pols en even de onderarm en soms ook de bovenarm als het wat groter wordt. Gedrevenheid. Afwachten en aarzelen. De drager heeft vaak al een patina; tijdssporen. Het tekenen als een dagdagelijks verliefd dartelen, een in verwondering registreren Studio-opname. Foto: Ans Jacobs

15


â&#x20AC;&#x2DC;Human Drawingâ&#x20AC;&#x2122; nr. 951 2016, gemengde techniek op papier, 91 x 71 cm, collectie kunstenaar

16


wat geest en lijf te vertellen hebben, een hunkerend wachten op impulsen. Het tekenen als een sparringpartner; de inspiratie vleit en stuurt de hand naar wervelende punten, lijntjes, structuren. Een genoeglijk maar ook kwetsbaar omgaan met beeldmogelijkheden.

Fik van Gestel (1951) woont en werkt te Gierle [ be ]. Hij is beeldend kunstenaar met een focus op de schilderkunst. In 2014 verscheen bij Uitgeverij Snoeck in samenwerking met De Warande te Turnhout het boek Storm & Stilte met een ruim overzicht van zijn oeuvre. Fik van Gestel was bijna dertig jaar docent aan de Hogeschool Sint-Lukas in Brussel, stelt met grote regelmaat museaal ten toon in België en

Nederland en trad als curator op bij onder andere De Lijst De tekening belandt meestal in een lijst. Het Markten in Brussel, het Raveelmuseum in Machelen aan inlijsten, het inkapselen, het beschermen met de Leie en het CIAP te Hasselt. glas lijkt een bevestiging, een accentuering dat dit een artefact is, dat dit origineel is. De lijst lijkt het originaliteit-debiet te verhogen – een streven, een verzuchten naar een groter authenticiteitgehalte. Lijsten uit een andere tijd, vanuit een andere context, omarmen en bevestigen ietwat melancholisch het nú van de tekening.

Verf En dan lonkt en lokt de verf. De verleiding van de weidsheid en de smeuïgheid van verf. Het verlangen naar een mysterieuze minnares; het schilderij, groot en roze en vlezig. Een nieuwe uitdaging vol overgave. Het schilderen van een huid als vlakke tinteling, de factuur van het opbouwen van laagjes verfhuid. Een huid ook als sterk maar teder omhulsel. Verf: huid en romance.

17


“Soms ligt het vinden van een beeld heel dichtbij, maar de rust en ruimte die ervoor nodig zijn om het te vinden, reikt oneindig ver.”

Uit Mijn tweede geheugen, 2007

Studio-opnames met rechts de ‘rijpingstafel’

Het schilderen als een tactiel georkestreerd, aan banden gelegd overspel. Het schilderij dat als een belevingsruimte op voorhand is ingekaderd, letterlijk. Dit kader registreert de uitspattingen en de werksporen en toont zo schaamteloos de resultaten van dit liefdesspel. Hans Klein Hofmeijer, de gulzige aarzelende onvermoeibare liefhebber, gaat verbeten een uitdagende affaire aan met de schilderkunst op een lichaamsgroot werkveld. Hij toetst de verf wiegend, wrijvend, licht dansend, strelend, aaiend, zalvend, troostend. Boek Bij het verlaten van het atelier is de aanwezigheid van de mogelijke verschijningsvormen van een volgend boek dominant. Meterslange rijen prints van werken liggen thematisch geclusterd uitgespreid. We voelen het boek dat nog moet geboren worden.


Studio-opname tijdelijk atelier Dishoek. Hier schreef Hans, als eerbetoon aan Philippe Vandenberg (1952-2009), een gesprek tussen Bernard Dewulff en Philippe in Brussel in 2008 (zoals dat gepubliceerd werd in Visite, Museum voor Schone Kunsten Gent, 2008) over op een etsondergrond. Zo belandde dat gesprek in het kunstwerk â&#x20AC;&#x2DC;Ter nagedachtenis aan Philippe Vandenbergâ&#x20AC;&#x2122; nr. 957 (links op de foto)

19


â&#x20AC;&#x153;Ik woon (terug) in mijn atelier, dit is een narrenverhaal in een narrenschip: mijn atelier woont in mijn hoofd en ik woon in mijn atelier samen met al die andere schilders die in mijn hoofd wonen.â&#x20AC;? Philippe Vandenberg 1952 - 2009

20


21


Rebecca Nelemans (1967) is kunsthistoricus, auteur, tentoonstellingsmaker en gespreksleider. Zij leidde van 2011 t/m 2015 de kunstgesprekken in De Pont Museum in Tilburg. Ze was directeur van diverse kunstuitlenen, werkte onder meer voor Museum de Beyerd, het Bredaâ&#x20AC;&#x2122;s Museum en het SMB in Breda, het Van Goghhuis in Zundert en het Noordbrabants Museum in â&#x20AC;&#x2122;s-Hertogenbosch. Ze heeft een brede kijk op hedendaagse kunst in historisch perspectief.


ii

Inktblauw rebecca nelemans

Inktblauw Hans Klein Hofmeijer bedient zich niet al te uitbundig van kleur. Een enkele streep geel, een vlekje groen, verder beperkt hij zich tot alle schakeringen van aardetinten: Van bitumenzwart tot terra-rood en oranje. ‘Inktman’ nr. 737

Daarnaast is er blauw. Inktblauw.

2007, inkt op vuilnisbeltpapier, 17 x 10 cm, collectie kunstenaar

Blauw betekent voor de kunstenaar: “een plek die buiten het normale leven staat; voor het mysterieuze gedeelte van ons bewustzijn”.i Het is in de blauwe werken dat hij zich losmaakt van de werkelijkheid. We zien het transparant druipend opduiken in ‘De titel bleef leeg – De achterkant van de schilder’ nr. 554 uit 2003-2004 en in andere werken die in 2004 ontstonden tijdens een werkperiode in Mas de Charrou in ZuidFrankrijk: kruisigingen, inktmannen en een zelfportret als hand.

“Een vergeestelijkt blauw stolt in een bevleugelde vorm die zowel associeert met het lijden en dalen als wel met verheffen en ontstijgen. Het lijdens- en Icarus-verhaal komen hier samen in een vergeestelijkt blauw.” Uit Mijn tweede geheugen, 2012

23


‘De titel bleef leeg – De achterkant van de schilder’ nr. 554 2003/2004, gemengde techniek, 40 x 30 cm, particuliere collectie

24


“De materie verf draagt het immateriële in zich.” Uit Mijn tweede geheugen, 2005

‘Zelfportret’ nr. 559 2004, inkt en acryl op linnen, 45 x 30 cm, particuliere collectie

25


“De inktman zegt iets over de constante wil het hogere te bereiken maar ook over het vallen en lijden dat daaraan ontegenzeglijk verbonden is. Oftewel een bundeling van het leven.” Uit Mijn tweede geheugen, 2016

‘Inktman’ nr. 557

‘Hangende inktman’ nr. 940

2004, gemengde techniek, 27 x 18 cm,

2013, olie op linnen, 63 x 53 cm, collectie kunstenaar

collectie Wolseley Fine Arts

26


â&#x20AC;&#x2DC;Hangende inktmanâ&#x20AC;&#x2122; nr. 839 2010, bister, inkt en potlood op antiek papier, 31 x 14 cm, collectie kunstenaar


‘Mijn blauwe gedachtenberg – Hoe veilig voel ik mij onder de lijnen’ nr. 693 2005, acryl op katoen, 95 x 72 cm, collectie kunstenaar


‘Lichtval’ nr. 696 2006, krijt, inkt en potlood op voorzijde schrift, 30 x 21 cm, collectie kunstenaar

‘Inktman’ nr. 664 2006, gemengde techniek op karton en katoen, 57 x 44 cm, particuliere collectie

29


‘De achterkant van de schilder’ nr. 831 2009, inkt en potlood op papier, 21 x 17 cm, collectie kunstenaar

‘Studie voor energetische sculptuur’ nr. 906 2011, gemengde techniek op papier, 35 x 26 cm, particuliere collectie

30


â&#x20AC;&#x2DC;De achterkant van de schilderâ&#x20AC;&#x2122; nr. 678 2006, gemengde techniek, 150 x 86 cm, collectie kunstenaar


Maria met kind. Jean Fouquet, circa 1455, tempera en

Het uur blauw. Jan Fabre, 1987, muurtekening met

goudverf op perkament, 11 x 8 cm, uit het getijdenboek

BIC-pen bij de tentoonstelling Ensemblematic, 2014,

voor Simon de Varie, Getty Center, in Los Angeles [ us ]

S.M.A.K., Gent [ be ]. Bron: website S.M.A.K.

Het is het blauw dat Herman de Coninck bedoeld moet hebben, toen hij in een aan Jan Fabre opgedragen gedicht schreef: “De lucht is zo blauw als vergeetachtigheid / De lucht is zo blauw als blauwsel waarmee destijds / linnen werd gewassen om witter te zijn.” ii Fabre zelf verwees met het BIC-blauw in zijn werk naar het zogenaamde magische ‘uur blauw’. Het moment, diep in de nacht, dat precies de grens markeert tussen het steeds donkerder worden en de terugkeer van het licht. Het is het tijdstip van de dag waarop de meeste dieren (lees: insecten) actief zijn, ofwel copuleren.

“Ik heb het gevoel dat ik mijzelf verder terugtrek uit de wereld. Het isolement wordt groter. De leegte en rust worden steeds dierbaarder. Hierdoor groeit ook de tekening verder naar binnen.” Uit Mijn tweede geheugen, 2010

32


‘La Bibliothèque d’artiste’ nr. 688 2006, gemengde techniek op katoen, 57 x 61 cm, particuliere collectie

Dit lijkt haast in tegenstelling tot de betekenis van zuiverheid in de mantel van Maria. Maar zowel het sacrale, maagdelijk pure blauw, als het ‘uur blauw’ van Fabre, passen in de omschrijving van Hans Klein Hofmeijer: het mysterieuze gedeelte van ons bewustzijn. We zien nooit hemelsblauw in zijn werk, of zeeblauw. Nee, de kunstenaar verwijst met de kleur niet naar de natuur. Hij gebruikt inkt-blauw. De kleur van het schrijven, de kleur van het denken op papier.

i Rick Vercauteren, over mooi, Kempen Uitgevers, Zaltbommel, 2004, p. 64; ii Herman de Coninck, Ligstoel - Voor Jan Fabre, uit: Herman de Coninck, De gedichten, de Arbeiderspers, Amsterdam, 2001.

33


“Melancholie heeft veel te maken met jezelf verliezen. Een vorm van losmaken en afdalen in een moment van reflectie, waarin Sehnsucht (verlangen) en besef van eindigheid elkaar ontmoeten” Robbert Roos 1964

‘Zittende inktman’ nr. 572

Studie voor 4 Louis XV stoelen nr 4. Dick van

2004, inkt en acryl op linnen, 70 x 60 cm,

Berkum, 2016, 36 x 24 cm, olieverf op papier,

particuliere collectie

collectie Hans Klein Hofmeijer

34


‘De poëzie van het mysterie’ nr. 947 2016, inkt op papier, 30,5 x 24 cm, collectie kunstenaar


â&#x20AC;&#x2DC;Schilderspotentieâ&#x20AC;&#x2122; nr. 299 1994, gemengde techniek op linnen, 120 x 100 cm, collectie kunstenaar


iii

Uit de energie van het verborgene rick vercauteren

“De mens lijdt het meest onder het lijden dat hij vreest.” Jacobus Revius 1586 - 1658

“Art is the highest form of hope.” Gerhard Richter 1932

Vooraf Hans Klein Hofmeijer maakt jarenlang kleine werken op papier met pen, potlood, krijt, houtskool en gemengde technieken. Vanaf 2013 werkt hij vol overtuiging aan een serie monumentale schilderijen die hij Human Paintings noemt. De grote werken zijn telkens aangenaam ambigue. Binnen de vleeskleurige constellaties lijken, soms herhaalde, langgerekte vormen zowel naar littekens, schedes als nog niet-geheelde wonden te verwijzen. Tegelijkertijd openbaren deze openingen, die de energie van het verborgene in zich dragen, de intimiteit van de kunst zelf. In dit artikel volg ik het spoor van genoemde motieven alsook het onderliggende gedachtegoed in het oeuvre van Klein Hofmeijer bewust terug. Daarbij schenk ik aandacht aan een drietal artistieke fasen: 1994-1996, 2003-2007 en 2010-2012.

37


Tussen 1994 en 1996 richt Hans Klein Hofmeijer zich, als een schilder pur sang, voor het eerst specifiek op verschillende, intieme aspecten van het menselijk lichaam. In de jaren 2003-2007 komen in diverse tekenclusters en series gemengde technieken de kwetsbaarheid, het lijden van de mens, de energetische wil om leed te overstijgen en het motief van het ‘lichaam als landschap’ gevarieerd aan bod. Tevens passeren een aantal betekenisvolle einzelgängers uit deze jaren de revue. De periode 2010-2012 is een fase waarin Klein Hofmeijer, sterk geïnspireerd door zijn vroegere, intieme ‘lichamelijke landschappen’ met diverse materialen ragfijne studies met organische en sensorische thema’s maakt. Medio 2013 schaalt Hans Klein Hofmeijer op: de Human Paintings, die qua thematiek Rick Vercauteren (1956) is kunsthistoricus, auteur, docent, en coloriet met regelmaat zijn verbonden met dag­voorzitter, spreker en tentoonstellingsmaker. Hij werkte vroeger werk, worden stelliger, monumentaler achtereenvolgens voor de N.B.K.S. te Oirschot, de Hoge en dramatischer. School der Kunsten te Amsterdam, het Noordbrabants Op mijn kunsthistorische rondgang door het Museum in ’s-Hertogenbosch en Museum van Bommel oeuvre van Hans Klein Hofmeijer schakel ik, van Dam te Venlo. Vercauteren heeft een open en kritische bewust voor- of achteruit, om de spirituele en blik ten aanzien van actuele, internationale ontwikkelingen materiële samenhang tussen werken of clusters in beeldende kunst, film, literatuur en muziek. en het achterliggend filosofisch denken van de kunstenaar extra aandacht te geven. De jaren 1994-1996: De intimiteit van de mens komt als motief voor het eerst aan bod Na jarenlang in een fundamentele stijl te hebben gewerkt, schildert Hans Klein Hofmeijer in 1994 het doek ‘Schilderspotentie’ nr. 299. Het staande schilderij markeert het eindpunt van de jarenlange productie van fundamentele kunst, die vooral wordt gekenmerkt door rituele

38


Studio-opname met de serie Human Paintings in wording, 2017

herhalingen van bewegingen en een rigide methodiek inzake het op­brengen van verf. ‘Out of the blue’ breekt de schilder de tot dan toe geldende, formele structuren in zijn oeuvre radicaal open. In plaats van gesloten circuits met hermetische huiden toont hij in ‘Schilderspotentie’ nr. 299 een fasegewijs tot stand gekomen compositie met opener karakter. Sommige delen van het linnen zijn bewust ongeprepareerd. Andere delen zijn bewerkt met beits en gesso waarover vervolgens zowel herkenbare X-vormen als meer amorfe lagen acrylverf zijn gezet. Een groot deel van het doek wordt in beslag genomen door een ovaal ogend element in bruin, groen en roze dat qua vorm associaties oproept met een baarmoeder of een schilderspalet. Rondom deze suggestieve, organische vorm heeft Klein Hofmeijer lekker los gepenseelde stroken wit aangebracht, waarover talloze, vleeskleurige spermatozoïden illusionistisch scharrelen. De baarmoeder, het schilderspalet en de uitzwermende zaadcellen geven de titel zowel een artistieke alsook een

39


‘Stroomopwaarts’ nr. 293 1995, acryl en beits op linnen, 45 x 30 cm, collectie kunstenaar

‘Flard’ nr. 292 1994, beits en olie op linnen, 45 x 30 cm, collectie kunstenaar

‘Zonder titel’ nr. 294 1995, acryl en beits op linnen, 45 x 30 cm, collectie kunstenaar

40


‘Stroomopwaarts’ nr. 441 1996, gemengde techniek, 129 x 100 cm, collectie Kunstmakelaardij Metzemaekers

pro-creatieve lading. Het leven én het maken van kunst zijn, tegelijkertijd, vol beloftes. In meerdere opzichten kan ‘Schilderspotentie’ nr. 299 als een mijlpaal in het oeuvre van Klein Hofmeijer worden beschouwd. Het doek sluit enerzijds een lange, schijnbaar emotieloze, artistieke periode af, maar opent anderzijds nieuwe, gevoelvolle en uiterst persoonlijke perspectieven. De maker lijkt zich plots openlijk bewust te zijn geworden van zijn menszijn. Dat ontluikend proces van groeiend zelfbewustzijn en sterk toenemend mens-zijn

komt duidelijk tot uiting in een aantal andere kunstwerken die in relatief korte tijd in 1994-1996 het licht zien. Het op geronnen bloed lijkende oranje-bruine coloriet in ‘Flard’ nr. 292, dat subtiel naar het menselijk lichaam verwijst, is daar een goed voorbeeld van. Dat geldt ook voor de expressief geschilderde, dynamisch bewegende zaadcellen in ‘Stroomopwaarts’ nr. 293, ‘Zonder titel’ nr. 294 en ‘Stroomopwaarts’ nr. 441. Ze sluiten thematisch naadloos bij ‘Schilderspotentie’ nr. 299 aan. Vele jaren later ontstaat ‘Hoe veilig voel ik mij onder

41


‘Hoe veilig voel ik mij onder de lijnen’ nr. 571

‘Zelfportret’ nr. 304

2004, gemengde techniek, 38 x 32 cm,

1995, gemengde techniek, 45 x 30 cm, particuliere collectie

collectie Museum van Bommel van Dam

de lijnen’ nr. 571. Over lagen geplakt papier zweven meerdere, sterk geabstraheerde slierten, die onmiddellijk associaties oproepen met de spermatozoïden in ‘Schilderspotentie’ nr. 299. Het op het eerste gezicht strikt fundamenteel ogende doek ‘Zakkend verfsel’ nr. 311 heeft ook een opmerkelijke link naar het wel en wee van de mens. Het schilderij verwijst naar het mythische verhaal van het inmiddels iconische, in Rome bewaarde doek waarmee Sint-Veronica het bebloede en geschonden gelaat van Christus heeft afgeveegd. Het motief mens komt in deze fase tevens aan bod in ‘Zelfportret’ nr. 304 waar de schilder, experimenterend met diverse, over elkaar geplakte dragers, voor het eerst een autonoom gemaakte hand met nota bene zes licht gespreide vingers weergeeft.

42


“Vorm moet opwellen uit drang, moet een bestaan leiden zoals dat van een levend wezen en een bijzondere geest bezitten met een eigen wijze van zijn.” Uit Mijn tweede geheugen, 1992

‘Zakkend verfsel’ nr. 311

Vera Icon (de veronicadoek). Wilhelm

1995, beits op linnen, 180 x 140 cm, collectie kunstenaar

Kalteysen, circa 1450, 72 x 52 cm, National Museum Wroclaw [ pl ]

Tezelfdertijd deconstrueert Klein Hofmeijer tussen 1994 en 1996 op verschillende, picturale manieren de volledig besloten, onpersoonlijk overkomende kunstproductie van de jaren ervoor. In ‘Zonder titel’ nr. 308 doorboort hij overduidelijk de repetitieve structuur van het basale grid.

43


â&#x20AC;&#x2DC;Zonder titelâ&#x20AC;&#x2122; nr. 308 1994, beits op linnen, 120 x 100 cm, collectie kunstenaar

44


‘Human Painting’ nr. 942

Lucio Fontana (1899-1968) doorklieft een doek.

2013/2015, olieverf op linnen, 200 x 156 x 10 cm,

Bron: Website Phaidon

collectie kunstenaar

Alsof hij als maker à la Lucio Fontana, in tweede instantie, bewust achter formele en objectieve zaken wil tasten en overdrachtelijk contact wil maken met een niet-zichtbare energie. Hans Klein Hofmeijer legt in ‘Zonder titel’ nr. 308 picturaal en mentaal al de basis voor de tien jaar jongere incisies in de serie Human Paintings.

45


‘Geschilderd in de winter van ’95-’96’ nr. 327 1996, gemengde techniek, 120 x 100 cm, particuliere collectie

46


‘Twijfel’ nr. 293a

‘Over gebleven keuze’ nr. 303

1995, acryl, beits en krijt op linnen, 45 x 30 cm,

1995, gemengde techniek, 45 x 30 cm,

collectie kunstenaar

particuliere collectie

In ‘Geschilderd in de winter van ’95-’96’ nr. 327 kiest de kunstenaar voor een totaal andere, schilderkunstige benadering. Over een meerkleurig fond met een gelaagd weefsel van herhaalde lijnen zet hij weloverwogen een vlak met andersoortige beeldtaal. Het kleinere, sneeuw en ijs suggererend doek dat in het doek geplakt is, doorkruist de ritmiek alsook de systematiek in het achterliggende fundamentele domein en trekt op magische wijze de aandacht naar zich toe. In de cruciale overgangsfase 1994-1996 is er, bij wijze van derde parallelle wereld, nog een belangrijke ontwikkeling te signaleren in het kunstenaarschap van Hans Klein Hofmeijer. Medio 1995 ontstaan zijn eerste ‘woordbeelden’. ‘Twijfel’ nr. 293a en ‘Over gebleven keuze’ nr. 303 zijn daar voorbeelden van. In ‘Twijfel’ nr. 293a, dat 45 bij 30 centimeter meet,

47


“Schilderen kent een prijs: de angst, de twijfel, de paniek, het knagen, het spookbeeld van het niet in staat zijn aan alle eisen van het doek te voldoen. Ik schilder van mislukking naar mislukking, van hoop naar hoop.” Philippe Vandenberg 1952 - 2009

“Over twijfel, aan de schoonheid voorbij. In het werk dat de afgelopen tijd ontstaan is en heden ontstaat, voert de twijfel de boventoon. Twijfel over inhoud, vorm en bestaansrecht. De hoeveelheid aan de orde te stellen zaken wordt mij door het werk zelf in overvloed aangeboden. Juist de probleemstellingen die dit oproept maakt het schilderen in alle facetten meer dan boeiend. Maar de momenten die bevre diging oproepen bij dit gevecht zijn schaars. Doch nog steeds is het werk meer dan de moeite waard

heeft de kunstenaar op een deels opengelaten drager van linnen in groen en wit over elkaar Toelating van twijfel is het bestaansrecht.” heen vallende lagen verf en gesso aangebracht. Daarop heeft hij met verdunde beits twee keer Uit Mijn tweede geheugen, 1993 het woord “twijfel” geschilderd. De bovenste variant is met krijt en gesso op tamelijk heftige, sterk overtuigende wijze doorgekrast. Maar er is meer. De onderste, niet opgeheven versie van het woord is voorzien van een veelzeggende, betekenisvolle streep. Blijkbaar is Klein Hofmeijer tijdens het elementaire scharnierpunt in zijn carrière tot het inzicht gekomen dat twijfel een wezenlijk deel van zijn kunstenaarschap vormt. Niet lang daarna schildert hij een tweede, monumentale variant ‘Twijfel’ nr. 326, die maar liefst 180 bij 140 centimeter meet. In het half-diffuse, krachtig ruimtelijk ogende ‘Over gebleven keuze’ nr. 303, dat eveneens maar 45 bij 30 centimeter bedraagt, heeft de maker met acrylverf, gesso en gele lakverf een abstracte wereld geëvoceerd. en dient gedaan te worden. De toetsing wordt

moeilijk te relateren aan de codes van waarde.

48


‘Twijfel’ nr. 326 1995, gemengde techniek, 180 x 140 cm, collectie kunstenaar

Met beits zijn naderhand aan de onderzijde drie woorden geplaatst: “over”, “gebleven” en “keuze”. Vrijwel meteen valt op dat er niet ‘overgebleven’ is geschreven. De kunstenaar reflecteert subtiel op de in principe (nog) altijd aanwezige mogelijkheid om in scheppende zin (toch) door te gaan en op de loer liggende aarzeling of twijfel te overstijgen.

49


‘Zonder titel’ nr. 720 2003, gemengde techniek, 37 x 28 cm, particuliere collectie

“De werken van dit moment zoeken naar een weg die afstand wil doen van de esthetische materialisatie van de kunst en die meer aandacht vraagt voor de handeling.” Uit Mijn tweede geheugen, 1992

50


‘This way painter’ nr. 475

‘Muzengekras’ nr. 533a

2002, acryl en beits op linnen, 45 x 30 cm,

2003, gemengde techniek, 24,5 x 30 x 4,5 cm,

particuliere collectie

particuliere collectie

Zeven jaar later spoort Hans Klein Hofmeijer zichzelf, in het woordbeeld ‘This way painter’ nr. 475, opnieuw aan om de potentie van het schilderen tot wasdom te laten komen. Acht jaar na het ontstaan van het essentiële werk ‘Twijfel’ nr. 293a herneemt de kunstenaar het heftig krassen verrassenderwijs in ‘Muzengekras’ nr. 533a en ‘Zonder titel’ nr. 720. Het krassen wordt in ‘Muzengekras’ nr. 533a voorgesteld als een autonoom energetisch gebeuren: in de dynamiek is er voor twijfel letterlijk en figuurlijk geen plaats. In ‘Zonder titel’ nr. 720 wordt het energetisch rijke krassen gekoppeld aan een etherisch ogend, uiterst fragiel mensbeeld. De mens put altijd, ook symbolisch, moed uit energie. In 2010 volgt een serie werken waarin het ritmisch krassen een zachtere, etherische uitstraling krijgt à la het tekenen van Leonardo da Vinci: ‘Vanitas gekras’ nr. 828, ‘Vanitas gekras’ nr. 835 en ‘Vanitas gekras’ nr. 844.

51


â&#x20AC;&#x2DC;Vanitas gekrasâ&#x20AC;&#x2122; nr. 835 2010, potlood op papier, 36 x 31 cm, collectie kunstenaar

52


â&#x20AC;&#x2DC;Vanitas gekrasâ&#x20AC;&#x2122; nr. 844 2010, potlood op papier, 36 x 31 cm, collectie kunstenaar

53


â&#x20AC;&#x2DC;Kruisigingâ&#x20AC;&#x2122; nr. 553 2004, potlood en acryl op notapapier, 22 x 14 cm, particuliere collectie


‘Inktman’ nr. 558 2004, inkt op notapapier, 22 x 14 cm, particuliere collectie

De jaren 2003-2007: De factor mens komt wederom sterk aan bod Na zichzelf een aantal jaren maximale vrijheid te hebben gegund om zich onder te dompelen in wezenlijke ledigheid, inventief materialen te combineren en intuïtief te leren tekenen, komt de factor mens in thematische zin wederom sterk aan bod in de serie Inktmannen die 2003-2007 het licht ziet. Expressief ogende werken als ‘De titel bleef leeg – De achterkant van de schilder’ nr. 554, ‘Kruisiging’ nr. 553, ‘Inktman’ nr. 558 en ‘Zelfportret’ nr. 559 zijn gevoelvolle getuigenissen van deze ontwikkeling. Daarbij zijn geborgenheid, intimiteit, kwetsbaarheid, ontvankelijkheid en het sublimeren van lijden essentiële motieven.

55


‘Lichtvanger’ nr. 784 2008/2009, gemengde techniek op voorplat ordner, 62 x 52 cm, collectie kunstenaar

‘De titel bleef leeg – De achterkant van de schilder’ nr. 554 2003/2004, gemengde techniek, 40 x 30 cm, particuliere collectie

56


“Als niemand het vraagt weet ik het.” Uit Mijn tweede geheugen 2014

Registratie artist-in-residence-atelier bij de Virginie Janssens Stichting, 2001, Mas de Charrou [ fr ]

In ‘De titel bleef leeg – De achterkant van de schilder’ nr. 554, toont Hans Klein Hofmeijer een expressief getekend, ondulerend lijf van een schilder, die zijn rug feitelijk als een schild of als pantser hanteert. De aandacht van de kwetsbare figuur is volledig gericht op een magisch overkomende, energetische, centraal gepositioneerde ‘lichttafel’, die vrijwel volledig aan het blikveld van anderen (buitenstaanders) is onttrokken. Mettertijd wordt dit intiem motief in velerlei teken- en schildervarianten verbeeld. De voorgestelde mens is daarbij veelal naakt en ineengedoken maar staat symbolisch wel altijd open voor positieve energie en licht dat voedt.

57


â&#x20AC;&#x153;Het gevoel veel te weinig met materiaal bezig te zijn levert een beleving op van nog niet gedane arbeid of zoals men wil improductiviteit. Toch weet ik dat deze onzichtbare arbeid de diepte schept, die ik in het beeld zo hard nodig vind. Het tekenen blijkt een bezig heid van veel niet-tekenen te zijn. Wendingen, over wegingen, draaiingen, ervaringen, schaamteloosheid, graven en vinden, zijn de instrumenten die ik het meest hanteer en mij ten dienste staan. Waarmee de dag toch steeds weer tot een einde komt.â&#x20AC;? Uit Mijn tweede geheugen 2008

58


â&#x20AC;&#x153;Pas in de stilte begint men te luisteren.â&#x20AC;? Uit Mijn tweede geheugen 2006

Ochtend-werkmoment, artist-in-residence-atelier bij de Virginie Janssens Stichting, 2001, Mas de Charrou [ fr ]. Foto: Frank van den Heuvel

Het krachtige, humane motief van de kwetsbare, letterlijk en figuurlijk naakte mens wordt picturaal verder uitgewerkt in een gastatelier in het in Zuid-Frankrijk gelegen Mas de Charrou. Tijdens een inventieve fase in 2004 ontstaan in acryl en potlood, talloze sterk geabstraheerde figuren. De altijd weer symbolisch leegbloedende, solistische mensbeelden in de serie Inktmannen zijn in wezen dramatische, sterk beladen picturale variaties op het persoonlijke thema De achterkant van de schilder. Het bijzondere van de zich afwisselend diagonaal of verticaal oprichtende figuren is de onderhuidse wil tot transfiguratie: de verborgen energie om leed daadwerkelijk te overstijgen.

59


‘Duiding’ nr. 323 1996, beits en krijt op linnen, 120 x 100 cm,

‘Twee dezelfde momenten op één dag in augustus tweeduizend’ nr. 388

particuliere collectie

2000, gemengde techniek op linnen, 45 x 30 cm, particuliere collectie

In ‘Kruisiging’ nr. 553 besteedt de kunstenaar, die dat eerder al eens deed in ‘Duiding’ nr. 323, ‘Zonder titel’ nr. 367 en ‘Twee dezelfde momenten op één dag in augustus tweeduizend’ nr. 388, specifiek aandacht aan het in verf en potlood verbeelden van (drie) cruciale energiepunten: in dit geval bij de handen en de voeten van de hangende Christusfiguur. Via de energie van het verborgene hint de kunstenaar naar de drang tot overleven. In 2008 herneemt Hans Klein Hofmeijer het visualiseren van energiepunten – nadat hij eerst nog ‘Ik dacht dat het wel een goed gesprek was’ nr. 666 heeft vervaardigd – op spectaculaire wijze in het met potlood op karton vervaardigde werk ‘Het muzenverblijf ’ nr. 787.

60


â&#x20AC;&#x2DC;Zonder titelâ&#x20AC;&#x2122; nr. 367 1992, acryl en houtskool op linnen, 180 x 140 cm, collectie kunstenaar

61


Artefact nr. 953 - Gapingen van mijn geest  

Hans Klein Hofmeijer

Artefact nr. 953 - Gapingen van mijn geest  

Hans Klein Hofmeijer