Issuu on Google+

Communiqué Het

www.persopehb.be

CHRIS WILLEMSEN

Dwergacteur met grootse plannen

SABAM

De kruistocht voor en tegen het auteursrecht © Julie Desmet

HOOLIGANS

Still alive-and-kicking (and fighting) Persmagazine van de professionele bachelor Journalistiek van het departement Campus Dansaert, Erasmushogeschool Brussel, Jaargang 12, nr 6, mei/juni ‘09


Colofon

Koen Verjans Hoofdredacteur • Fien Vanden Hoof Adjunct-hoofdredactrice • Jesse Broekx Redactiesecretaris Dorothée Henno Eindredactrice • Mien De Winter Chef lay-out • Liesbeth Verhulst Multimediamanager Dimitri Cologne Chef reportage • Eva Van Geel Vormgeefster • Benoit De Freine Redactiechef Julie Desmet Beeldredactrice • Dieter Hautman Redacteur • Coby Hounjet Redactrice • Jens De Smet Redacteur Laura Van Roey Redactrice • Nils Stevens Redacteur • Patrick Pelgrims Algemeen hoofdredacteur Joost Goethals Eindredacteur beeld en multimedia • André Lapeere Eindredacteur lay-out en online • Dirk Mampaey Taaladviseur Met dank aan Senne Christiaens

Redactioneel

Ons restaurant! Ik geef het gerust toe, ook ik heb wel eens naar Mijn Restaurant! gekeken. In dit programma doen de kandidaten hun uiterste best om een eigen restaurant uit te bouwen. Ze zetten zich met hart en ziel in om er het beste van te maken. Om te slagen in een doel. De voorbije weken heb ik net hetzelfde gezien, of beter gezegd, zelf meegemaakt tijdens het maken van dit Communiqué. Je kan het maken van een tijdschrift best wel vergelijken met het runnen van een restaurant. Er zit meer in dan je denkt. Ze hebben allebei een eigen filosofie, een idee dat hen onderscheidt van de anderen. Beide hebben ze nood aan een hecht team dat er voor zorgt dat alles op wieltjes loopt en zo het publiek tevreden stelt. ‘Klant is koning’, een gouden regel in het restaurantwereldje. Zo’n typische catchphrase hebben wij in ons journalistieke milieu eigenlijk niet. Maar toch geldt ook voor ons die regel. Jij, de lezer, bent namelijk degene waar het voor ons allemaal om draait. Een restaurant zonder klant is als een tijdschrift zonder lezer. Niets dus. Mijn stagementor drukte het me vaak op het hart: “Denk aan je lezer”. Wel, de afgelopen weken hebben we dan ook erg ons best gedaan om het onderste uit de kan te halen voor jullie. Om dat zesgangenmenu op tafel te brengen. Elke gang met zijn eigen typische smaak, maar wel steeds gemaakt met passie voor ons vak. Op ons menu staan maar liefst vijf volwaardige hoofdgerechten. Een stevige brok Sabam, een blik op het verdoken hooliganisme, een interview met de bekendste dwergacteur van Vlaanderen en een kijk op het leven van een militair in Afghanistan. Vreemde eend in de bijt is het straffe verhaal van een transseksueel. Als tussendoortje is er een snuifje Cosplay. Laat het smaken! Koen Verjans

Multimedia Krijg je echt niet genoeg van Het Communiqué? Haast je dan als de bliksem naar www.persopehb.be. Klik door naar ‘Print’ en ontdek ons online Communiqué. Je vindt er kleurenfoto’s bij elk artikel en voor de echte diehards zijn er leuke filmpjes en handige links! 

Het Communiqué

Chris Willemsen 3 “Goh ja, ik ben gewoon klein, meer niet.” Afghanistan 5 Wat doen onze militairen in Afghanistan? X en Y in de war 6 Transseksualiteit: een moeilijke kwestie. Cosplay 9 Heet van de naald: een nieuwe rage? Sabam 10 Incasseren van geld en kritiek. Hooliganisme 12 Hoe hard is de harde kern?


Met deze dwerg mag je lachen © Julie Desmet

Sprookjes gaan vaak over prinsen en prinsessen, over feeën en engeltjes. En dwergen. Tolkien vertelt over hen in zijn romans, in World of Warcraft behoren ze tot de Alliance en Sneeuwwitje had er zeven. Tegenwoordig zien we dwergen niet meer alleen in sprookjesboeken, maar verschijnen ze ook her en der in het medialandschap. Neem nu de enige professionele dwergacteur in Vlaanderen. Hij speelt in het programma AbraKOdabra en de serie Matroesjka’s. Chris Willemsen (36) meet 122 centimeter, wat zelfs naar dwergennormen klein is. Zijn plannen als dwergacteur daarentegen zijn des te groter. Julie Desmet, Jens De Smet en Coby Hounjet

Arendonk, diep verscholen in de Antwerpse Kempen. Op zijn elfde moet Chris met lede ogen toezien hoe zijn omgeving hem begint te ontgroeien. Voetballen gaat niet meer, ravotten met leeftijdsgenoten evenmin. Hij lijdt aan achondroplasie, een botziekte waarbij het kraakbeen vervormd is. Het ruggenmergkanaal is heel nauw waardoor de zenuwen gekneld raken en er vaak verlammingsverschijnselen optreden. Chris lijdt hier erg onder. Tussen zijn veertiende en twintigste ondergaat hij de ene operatie na de andere, zes in totaal. “Door de operaties ben ik gestopt met groeien. Ik ben kleiner dan een gemiddelde dwerg. Ik ben dus uniek bij iets unieks.” Je oogst succes. Hoe ben je in het vak gerold? Heel toevallig eigenlijk. Zo’n acht jaar geleden kreeg ik een telefoontje van Louis Vervoort, een heel bekende dwergacteur uit de jaren 80, die meespeelde in de jeugdreeks Merlina. Hij vroeg me of ik ook geïnteresseerd was in acteren. Daar heb ik over nagedacht en ik zag geen reden om daar neen op te zeggen. Mijn eerste opdracht was een fotoshoot voor een erotisch getint kookboek. Ik herinner me nog iets over visgerechten, mezelf als ober en veel vrouwelijk naakt. De vrouwen waren erotisch, maar ik had nog al mijn kleren aan (lacht). Wat als dat ene telefoontje was uitgebleven? Daar heb ik nooit bij stilgestaan. Misschien was ik wel de tweede of derde die gebeld werd. Door de vele operaties heb ik op mijn achttiende zonder diploma de schoolbanken verlaten. Vroeger wilde ik net als andere kinderen piloot of voetballer worden, maar op een bepaalde leeftijd besefte ik dat zo’n beroep er voor mij niet in zat. Acteren kwam nooit in mij op, al ben ik nu wel blij dat ik toen dat telefoontje kreeg. Goh ja, uiteindelijk ben ik gewoon klein, meer niet (lacht). Wij dwergen zijn niet anders dan anderen. We werken, rijden met de auto en kijken ook wel eens naar de vrouwkes. Je bent dus niet ongevoelig voor vrouwelijk schoon? Als ik zo’n modelleke zie tijdens een fotoshoot, heb ik vaak een wauw-gevoel. Dat had ik ook bij mijn tegenspeelster in Matroesjka’s. Maar verliefd worden op de werkvloer? Niet echt. Je werkt niet lang genoeg samen om een band op te bouwen met die vrouwen. Kan je daarbuiten een band opbouwen met een vrouw? Mijn lengte is en blijft een obstakel. Vrouwen die met mij een relatie beginnen, moeten heel sterk in hun schoenen staan. Ik heb al relaties gehad met grotere vrouwen, maar als ik dan met hen mee naar huis ga, voel ik de reacties van de familie. “Kun je niemand met een normale lengte krijgen?”, hoor ik meer dan eens. Dat is heel pijnlijk, vooral omdat ik daar niets kan aan doen. Uiteindelijk lopen die relaties ook stuk omdat mijn partner niet met de druk van haar omgeving om kan gaan.

Heeft een dwergvrouw dan meer kans op een relatie? Alle dwergvrouwen die ik ken, hebben een partner met een normale lengte. Ik denk wel dat het voor hen makkelijker is. Een man moet groot en sterk zijn. Ik ben klein en dat maakt het alleen maar moeilijker. Vrouwen zijn veel kieskeuriger als ze een partner zoeken. De goochelshow AbraKOdabra op KETNET is een succes. Hoe gaan kinderen met jou om? Heel vaak is het van “klein meneertje dit, klein meneertje dat”. Sommige kinderen deinzen wel wat terug. Studio 100 had eerst twijfels over hoe kinderen zouden reageren als ze een dwerg in een kinderprogramma zien. Gelukkig blijkt dat geen probleem. Kinderen denken nu dat een dwerg een leuk personage is. Ze zien al op jonge leeftijd mensen met dwerggroei en zullen daar later minder bang voor zijn. Doordat dwergen op televisie komen, zullen ze in de toekomst beter aanvaard worden. Reageren volwassenen ook zo positief? Meestal wel. Soms vinden ze dat ik mij te veel laat doen. Op straat vragen ze wel eens van “zijde gij die van Big Brother?”, terwijl ik daar niet eens op lijk. Die mensen zien gewoon een dwerg en kijken niet verder. Vroeger stoorde ik mij daar meer aan. Ik herinner mij een dame aan een fruitkraam die vroeg: “Moet gij geen banaan hebben, jongen?” Niet elke kleine mens is een kind en moet daarom betutteld worden. Toen kon ik daar echt kwaad om worden, maar nu kan ik daar mee lachen. Maken die reacties je onzeker? Ik heb van niemand schrik. Dankzij mijn opvoeding ben ik altijd heel sociaal geweest en daar ben ik vooral mijn moeder dankbaar voor. Het Communiqué




Zij heeft mij nooit afgeschermd van de wereld of in een hokje weggestopt. Kinderen die door hun ouders te beschermend worden opgevoed, komen in de problemen. Ik ken een meisje van 27 jaar dat bijna heel haar leven tussen vier muren heeft geleefd omdat ze zich schaamde voor haar dwerggroei. Toen ze bij onze vereniging kwam, durfde ze geen contact te zoeken. Ik vraag me dan echt af waar haar ouders al die tijd waren.

Is die vergoeding lager dan die van de concurrentie? Veel concurrentie is er niet hoor. Dat werk ik bewust in de hand. Er zijn dwergen die ook graag acteur willen worden. Ze vragen mij om hen in contact te brengen met producers en castingbureaus, maar dat doe ik niet. Als ze acteur willen worden, moeten ze zelf die stap maar zetten. Ik toon geen empathie op dat vlak, daarvoor is het aanbod te klein. Je bent daar wel heel rationeel in. Een harde zakenman? Dat moet ook. Zo verdien ik mijn geld. Andere dwergen die ik ken hebben ook een job, maar hun job is niet zo leuk en spannend als de mijne. Tegenwoordig is er ook meer werk omdat mensen er meer voor open staan. In Vlaanderen ken ik maar een dwergacteur die ingeschreven is bij een castingbureau en hij doet dat in bijberoep. De meeste opdrachten neem ik voor mijn rekening en zo wil ik het graag houden. Je speelt ook vrijwillig mee in kortfilms? Absoluut. Vaak zijn afstudeerprojecten een uitgelezen kans om me te bewijzen voor een professionele jury. Daar kan in de toekomst altijd iets van komen. Momenteel ben ik bezig aan een kortfilm van Chris Van den Durpel’s zoon. Van den Durpel speelt er zelf ook in mee. Onlangs maakte je de stap naar het theater. Hoe beviel ‘De Versie Claus’ je? Echt spelen kun je dat niet noemen. Ik moest gedurende de hele opvoering op een stoel zitten en vijf maal van pose veranderen. Het enige wat ik kon doen was mensen observeren, en zelfs dat ging niet want ik keek in een grote lichtbak. De show loopt nog door, maar ik ben afgehaakt. Het was ongelooflijk saai en oncomfortabel. Word je wel eens voor een rariteit gevraagd? Dat gebeurt. Ooit werd ik gevraagd voor dwergenporno. Ik zou drieduizend euro krijgen voor twee uur werk, maar ik ben niet gezwicht voor het geld. Als je daar mee begint, word je niet meer au sérieux genomen in de acteurswereld. Een dwergacteur in Engeland is ingegaan op zo’n aanbod en komt sindsdien niet meer aan de bak. Echt belachelijk werd het toen ik in een discotheek in Groningen op de toog moest 

Het Communiqué

Je zit in een vereniging voor kleine mensen. Hoe reageren zij op jouw werk? In Nederland vinden ze dat ik te veel over mij laat lopen. Ik ben dwergacteur en sta achter elke opdracht die ik aanneem. Andere mensen moeten niet over mij oordelen. Ik ben Chris Willemsen, ik ben wie ik ben en ik doe wat ik wil - dwerg of niet. Mijn omgeving reageert wel positief. Niet iedereen kan zeggen dat hij met Ann Van Elsen of Hanne Troonbeekx op de foto staat. Dat maakt mijn vrienden wel eens jaloers. Als je in een boekje staat, dan wil je dit aan iedereen laten zien. Mijn vrienden hebben bijna allemaal een normale lengte. Vroeger ging ik met hen mee naar discotheken, maar het is niet prettig als je telkens met je hoofd op ieders kruishoogte zit (lacht). Hoever reikt je ambitie als dwergacteur? Dwergen moeten meer in het verhaal worden geschreven. Ik heb niet de ambitie om internationaal te gaan. De film ‘In Bruges’ is dan wel een grote naam, uiteindelijk heb ik daar enkel in gefigureerd omdat er toevallig twee kleine kostuums in de collectie zaten en de producers dus twee dwergacteurs zochten. Ik zie mezelf een grote rol spelen in een film zoals ‘De Zaak Alzheimer’, alleen is de visie van de kijker daarvoor nog te bekrompen. Een rol als maffiafiguur, de bizarre van de clan, dat zou pas subliem zijn. Natuurlijk blijf ik wel beperkt tot bepaalde rollen, maar dat is de realiteit zeker? Ik hoef niet naar Hollywood, wereldberoemd in België en Nederland zou al goed zijn (lacht).

Face It Casting Antwerpen

Aantal mensen ingeschreven: 6400 Aantal dwergen ingeschreven: 8 Aantal dwergmannen: 5 Aantal dwergvrouwen: 3 Meeste gevraagde dwerg: Chris Willemsen Leen Verhelst van Face It Casting: “De vraag naar dwergen is klein, maar soms wordt er in een keer een hele groep dwergen gevraagd. Bijvoorbeeld voor de reclamespot van de Belgische tuinarchitecten. Of er een stijging is in de vraag naar dwergen? Dat kan ik niet echt zeggen. De markt is zelfs voor ons nog steeds verrassend! Maar ik denk eerlijk gezegd dat Chris de markt beter kan inschatten, aangezien hij vaak rechtstreeks door productiehuizen wordt gecontacteerd. Wanneer wij gevraagd worden een dwerg te casten, stellen wij onmiddellijk Chris voor. We zijn ervan overtuigd dat hij de klant niet zal teleurstellen. Chris is een zeer professionele acteur en heeft ons nog nooit in de steek gelaten. De andere dwergen in ons bestand missen de ervaring die hij heeft. Chris heeft ons trouwens al een aantal keer geholpen met het casten van andere dwergen, al beweert hij zelf in het interview, dat ik heb mogen inkijken, dat hij geen empathie toont. Gelukkig hebben we nog nooit een aanvraag moeten weigeren. Wanneer we het gevoel hebben dat een dwergacteur belachelijk wordt gemaakt, zouden we absoluut weigeren. Porno? Ik heb zo’n vaag vermoeden dat de porno-industrie haar casting zelf doet.”

Chris Willemsen: “Het is niet prettig als je telkens met je hoofd op ieders kruishoogte zit.”

© Studio 100

Zijn dwergen op televisie geen ‘veredelde freakshows’? Ergens wel, alleen wordt het op een andere manier getoond. Acteurs moeten nog altijd mensen entertainen. Ik vind niet dat ik uitgelachen word. Als ik achteraf mijn opnames bekijk, moet ik vaak zelf lachen. Waarom zouden grote mensen dan niet mogen lachen? Er zijn grenzen, al liggen die bij mij ver. Als ik een opdracht aangeboden krijg, vraag ik altijd twee zaken: wat moet ik exact doen en welke vergoeding krijg ik daarvoor?

dansen op ‘Hé hé kaboutertjes’. Dat ging te ver. Ik had het gevoel dat iedereen me uitlachte, ook de eigenaar van de discotheek. Zoiets vernederends doe ik nooit meer!

Leen Verhelst: “Wanneer wij gevraagd worden een dwerg te casten, stellen wij onmiddellijk Chris voor.”


Militairen onder vuur

Afghanistan, meer dan vijfduizend kilometer van ons verwijderd. Een land waar de Taliban nog steeds proberen de macht te herwinnen. In totaal dragen 560 Belgische militairen hun steentje bij aan de NAVO-vredesmissie. Toch komt er veel kritiek op de aanwezigheid van de Belgen in dit geteisterde land. Het beleid van Defensieminister Pieter De Crem ligt de laatste tijd zwaar onder vuur. De soldaten ter plaatse begrijpen deze kritiek niet. Ze zijn er immers niet om zomaar bommen te gooien of gevechtsmissies uit te voeren. Maar wat doen ze dan wel? En heeft de aanwezigheid van onze landgenoten wel nut? Rudi Bernaerts (47) die met zijn team vier en een halve maand lang het vliegverkeer op de burgerluchthaven van Kaboel onder zijn hoede had, vertelt over zijn ervaringen. Mien De Winter en Fien Vanden Hoof “We leveren goed werk in Afghanistan. Iedereen die volgt wat we daar doen, kan dat beamen. Eigenlijk pronken wij Belgen daar niet genoeg mee. Mochten we dat wel doen, dan zouden de mensen beter op de hoogte zijn van onze missie.” De Belgische militairen zijn gelegerd in de steden Kandahar, Kunduz en Kaboel. In Kandahar verkennen Belgische F-16’s de omgeving. Indien nodig kunnen ze opgeroepen worden ter versterking van andere troepen. De militairen in Kunduz vervullen twee taken: ze ontmantelen explosieven en begeleiden Afghaanse troepen. Rudi zat in Kaboel, waar hij chef van de Air Operations Room was. Hij beheerde er samen met zijn collega’s een burgerluchthaven, waar dagelijks drie- tot vierhonderd vliegtuigen landen en opstijgen. “Het is de bedoeling dat de Afghanen de luchthaven over enkele jaren volledig zelf runnen. Momenteel hebben zij daar niet de kennis en geschikte personen voor. Onze missie is gedeeltelijk militair, maar we hebben ook een maatschappelijke taak. We proberen de Afghaanse samenleving opnieuw op te bouwen. Ik heb tweehonderd procent genoten van mijn job. De kans dat je zo’n werk hier in België kan doen is bijzonder klein. Bovendien is de uitdaging nog een stuk groter door de aanhoudende dreiging die je in Afghanistan voelt.”

LINKERHAND

De militairen bereiden zich goed voor op hun vertrek. Ze krijgen lessen recht over hoe ze zich moeten gedragen tijdens gewapende conflicten. “Als er bijvoorbeeld een burger proper gekleed en fris gewassen op je afkomt, is dat verdacht. Maar zelfs al heeft hij drie jassen aan en ben je negentig procent zeker dat het een zelfmoordterrorist is, zonder bewijs mag je niet schieten.” Er zijn ook infosessies waar de militairen leren hoe ze zich moeten gedragen in een islamitische maatschappij. “Je mag bijvoorbeeld nooit je linkerhand naar iemand uitsteken. De Afghanen zien dit als een belediging. Als je een man en een vrouw ontmoet, mag je nooit eerst met de vrouw praten.” De militairen komen niet vaak in contact met burgers. “Een op de duizend Afghanen is tegen onze inmenging. Als je juist die ene tegen het lijf loopt, is de kans dat je opgeblazen wordt vrij groot.” Daarom is het voor het leger belangrijk om een goede relatie met de lokale bevolking te onderhouden. Burgers zijn immers de voornaamste informatiebron wat geplande aanslagen betreft. “We proberen zoveel mogelijk rekening te houden met die informatie. Maar als je met je terreinwagen rondrijdt en een of andere pipo wil je opblazen, dan

ben je een vogel voor de kat.” In Afghanistan voert slechts een klein aantal soldaten daadwerkelijk oorlog. “Wij zijn ter plaatse om de onderdrukking van de Afghanen te bestrijden. Ook willen we dat het land opnieuw economisch kan bloeien.”

Parijs van het oosten

In het begin van de twintigste eeuw werd Afghanistan nog het Parijs van het Oosten genoemd. De enorme culturele ontwikkeling van die tijd is door oorlogen volledig verdwenen. “Ik ben er zelf vier en een halve maand geweest. De dingen die je ziet veranderen, geven je veel hoop. Maar het zal zeker nog veertig tot vijftig jaar duren voordat Afghanistan volledig uit zijn as herrezen is. Burgers vroegen mij eens waarom we niet meer deden voor de wederopbouw van hun land. Ze vertelden me dat de Russen in de jaren tachtig zelfs crèches gebouwd hadden. Maar wij willen onze gewoontes, religie en cultuur niet opdringen. We verschaffen hun de fundamenten waarop zij zelf verder moeten bouwen. Het behouden van een islamitische staat is hun volste recht. Maar dan moeten ze wel zorgen dat er democratie heerst.” “Natuurlijk mis je je familie, vrienden en sociale leven wanneer je op missie bent. De omstandigheden op een militaire basis zijn niet makkelijk. Zeker negentig procent van de militairen komt amper buiten. Om de orde te handhaven heersen er veel regels waar sommigen moeite mee hebben. Doordat je 24 uur op elkaars lip zit, ontstaan er geregeld conflicten.” Niet elke militair mag naar Afghanistan. Vooraf worden de soldaten grondig gescreend. Ze moeten mentaal voorbereid zijn op een zware missie. Het leger geeft de voorkeur aan militairen die al eerder onder dezelfde omstandigheden gewerkt hebben. “Ik ben er zeker van dat niemand daar tegen zijn goesting zit.”

DROOMJOB

“Persoonlijk zou ik er niets op tegen hebben om terug te gaan.” De kans dat Rudi teruggaat is bijzonder klein. Militairen die op een dergelijke missie zijn geweest, moeten zeker een jaar wachten alvorens ze teruggestuurd kunnen worden. Dat Rudi veel van zijn werk houdt is duidelijk. Hij heeft op zijn zestiende dan ook bewust voor het leger gekozen. “Ik wilde in situaties terechtkomen, waar je als burger niet in verzeild raakt. Het gaat mij zeker niet om het vechten. Als militair kan je heel de wereld zien. Als je daarvan houdt, is het een droomjob.”

“Als je met je terreinwagen rondrijdt en er is een of andere pipo die je wil

© Mien De Winter

Rudi Bernaerts:

opblazen, ben je een vogel voor de kat.”

Het Communiqué




Als X en Y het niet meer weten Ze worden wel eens bestempeld als dragqueens, travestieten of manwijven. Maar met niets van dat alles hebben zij veel te maken. We hebben het over transseksuelen; mensen die ervan overtuigd zijn dat ze in het verkeerde lichaam zitten en zich laten ombouwen naar het andere geslacht. Elk jaar starten in Gent 35 mensen een procedure op. Een drastische beslissing die niet alleen hun leven verandert. Zeker wanneer je achteraf beseft dat je de verkeerde keuze hebt gemaakt. Wij spraken met Ad (53), een transseksuele vrachtwagenchauffeur, en dokter Griet De Cuypere, psychiater bij het genderteam van het Universitair Ziekenhuis Gent. Jesse Broekx, DorothÊe Henno, Eva Van Geel en Laura Van Roey Š Julie Desmet


Ad: “Dankzij de operatie heb ik mijn mannelijkheid teruggevonden.” © Dieter Hautman

Het is 1998 wanneer Ad de eerste stappen zet om vrouw te worden. Ongeveer anderhalf jaar later gaat hij onder het mes. Hij krijgt borstimplantaten en een vagina. Ad verandert in een vrouw en gaat voortaan door het leven als Laura. Een klein decennium later krijgt hij spijt van zijn beslissing. Hij die ooit zo verlangde naar een vrouwenlichaam, wil daar nu van af. “Ik heb altijd gedacht dat ik me vrouw voelde, maar dat had meer met mijn opvoeding te maken dan met mijn persoon. Mijn hele leven heb ik tussen de vrouwelijke dominantie van mijn moeder en oudere zus gezeten. Ik ging ervan uit dat als ik vrouw zou zijn, ik die dominantie ook zou hebben.” Maar vrouw voelt Ad zich helemaal niet meer. Daar heeft zijn grote liefde Roos iets mee te maken. Ze is niet tevreden met het lichaam dat hij nu heeft. Zijn borsten storen haar en ze wil niet lesbisch door het leven gaan. Ook hun seksleven staat op een laag pitje omdat Ads seksueel gevoel na de operatie volledig zoek is. Hij beslist om zijn borstimplantaten te laten verwijderen en verandert zijn naam weer in Ad. Nu voelt hij zich meer man dan ooit, zonder penis weliswaar. Die ziet hij nooit meer terug. Psychiater Griet De Cuypere is vanaf het prille begin volwaardig lid van het genderteam in Gent. Dit team – het enige in België – spitst zich al twintig jaar toe op transseksualiteit. De plastisch chirurgen, psychiaters en zelfs het verplegend personeel zijn speciaal opgeleid om de patiënten bij te staan. “Alles verloopt veel beter als er een team is. Iedereen neemt een stukje van de behandeling op zich. Ze weten hoe ze moeten omgaan met de patiënten, die toch wel zeer specifieke aandacht vereisen. Het zijn geen gemakkelijke patiënten, zeker niet voor de chirurg. Ze kunnen heel veeleisend zijn, vooral naar de resultaten van de behandeling toe”, zegt dr. De Cuypere.

vreemd in eigen lichaam

Beeld je in dat je wordt geboren in het verkeerde lichaam. Je komt op de wereld als man maar voelt je vrouw, of omgekeerd. In het medisch jargon heet dit transseksualiteit. Bij transseksuelen komt de genderidentiteit niet overeen met het biologische geslacht. “De oorzaken van een genderidentiteitsstoornis zijn niet eenzijdig en zeker niet duidelijk”, zegt dokter De Cuypere. “We vermoeden dat de opvoedingsfactoren voor een deel een rol spelen, maar de biologische kwetsbaarheid heeft ook een aandeel in deze stoornis. Het zijn een aantal factoren die op een bepaald ogenblik op elkaar inspelen.” Transseksueel Ad ziet het anders: “Van kindsbeen af had ik het gevoel dat ik vrouw wou worden. Ik vond mijn plaats niet tussen de andere kinderen. Jaren later kwam ik erachter dat het allemaal tussen mijn oren zat.” Ad kon moeilijk omgaan met de maatschappelijke druk en twijfelde aan zijn seksuele geaardheid. Vooral dat laatste ligt gevoelig bij transseksuelen. Begrippen als homo- en heteroseksueel zijn uit den boze en worden vervangen door seksuele gerichtheid tot mannen of vrouwen. Volgens dr. De Cuypere laten veel mensen zich ombouwen omdat ze merken dat hun omgeving beter omgaat met geslachtsverandering dan met homoseksualiteit. “Ik heb eens meegemaakt dat een moeder liever wou dat haar dochter transseksueel was dan lesbisch. Het gaat hier om niet-geaccepteerde homoseksualiteit, of wat wij noemen homofobie.” Ad is 45 wanneer hij beslist om definitief als vrouw door het leven te gaan. Na een procedure van slechts anderhalf jaar laat hij zich ombouwen tot vrouw. De volledige behandeling duurt normaal gezien iets minder dan twee en een half jaar. “Sommige mensen willen de procedure verkorten. Als ze beslissen om te knoeien, moeten ze

goed beseffen dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor de gevolgen. Ik begrijp niet dat je zo’n ingrijpende en drastische beslissing op korte tijd kan nemen. De omgeving moet mee evolueren met het hele veranderingsproces. De familie kan zelf ook door ons begeleid worden. Volledig vrijblijvend natuurlijk”, reageert dokter De Cuypere. Zodra je zeker bent dat je van geslacht wil veranderen, ben je klaar om de eerste stap naar een nieuw lichaam te zetten. In de eerste fase van de behandeling wordt er een diagnose gesteld en krijgen de patiënten negen maanden psychiatrische en psychologische begeleiding. Tijdens zes gesprekken wordt alles uitgerafeld: hoe de opvoeding verlopen is, of er sprake was van seksueel misbruik tijdens de jeugd, hoe zij het verschil tussen man en vrouw bekijken, enzovoort. Heel de genderidentiteitsproblematiek wordt zodanig blootgelegd dat de patiënten op een bepaald ogenblik zelf beslissen of ze al dan niet verdergaan met de behandeling. Op de vraag of er mensen zijn die spijt hebben van hun beslissing antwoordt dr. De Cuypere: “Dit gebeurt wel eens. Ze leren een nieuwe partner kennen of de huidige partner is niet tevreden.” Ook wordt er gezocht naar andere psychiatrische ziektebeelden. “Ik heb al meegemaakt dat de genderidentiteitsstoornis een gevolg was van een psychotische aandoening, waardoor mensen alle contact met de werkelijkheid verliezen. Zo was er eens een persoon met schizofrenie die zich in een ander geslacht waande. Die personen moeten eerst behandeld worden voor hun psychotische aandoening, en pas daarna kan je nagaan of de stoornis nog aanwezig is”, aldus dr. De Cuypere.

Opnieuw puber

De tweede fase van het proces kan nu beginnen: de hormoonbehandeling. Door het innemen van hormonen worden de kenmerken van het eigen geslacht onderdrukt. Daarna verhogen de hormonen de kenmerken van het gewenste geslacht. De tijdsduur van een hormoonbehandeling bedraagt anderhalf jaar. “Een man die vrouw wil worden krijgt drie soorten hormonen toegediend, namelijk oestrogeen, anti-androgenen en progesteron. Na de hormoonbehandeling ontwikkelt de man borsten, wordt hij emotioneler, vermindert zijn lichaamsbeharing en neemt het libido af”, zegt dr. De Cuypere. Sommige patiënten hebben het idee dat ze te weinig hormonen krijgen. Een hogere dosis betekent echter niet dat het proces van vervrouwelijking zal versnellen. Over het algemeen zijn de patiënten tevreden over deze fase van het proces. “Het voordeel van de medicatie is dat patiënten die twijfelen over de voortzetting van de kuur, kunnen stoppen zonder dat er iets onomkeerbaars is gebeurd”, legt dokter De Cuypere uit. Een klein percentage van de patiënten stopt met de procedure tijdens de hormoonbehandeling. Meestal houden ze het in het prille begin van de kuur voor bekeken. “Een paar jaar geleden had ik een patiënt die plots niet meer kwam opdagen. Dit was naar aanleiding van een nieuwe relatie. Onder druk van de partner stoppen patiënten vaak met de behandeling”, vertelt dr. De Cuypere. “Door de hormoonkuur voelde ik me opnieuw een puber. Ze hadden me gewaarschuwd voor de stemmingswisselingen, maar ik stond er toen niet bij stil. Ik dacht dat ik het allemaal wel zou aankunnen. De hormonen veranderen niet alleen je lichaam, maar hebben ook effect op je karakter”, verzekert Ad. Het innemen van hormonen is niet zonder gevaar. “Elk hormoon heeft zijn nadelen. We zien dat patiënten, vooral mannen die vrouw worden, gevoelig zijn voor leverstoornissen en trombose. Stoppen met roken is dan ook een absoHet Communiqué




© Julie Desmet

Man of vrouw? Een moeilijke kwestie. lute vereiste”, aldus dr. De Cuypere. In de periode van de hormoontherapie ondergaat de patient een real-lifetest waarbij hij zich inleeft in zijn toekomstig geslacht. Wanneer het team een positieve evolutie waarneemt, worden er concrete stappen gezet naar een operatie.

Operatie

In 2000 wordt Ad geopereerd in het UZ Gent. Angst dat het zou mislopen had hij niet. “Als het niet lukt en je ontwaakt niet meer, dan is het zo. De dood is enkel een bedreiging als je er schrik van hebt.” Van de operatie herinnert hij zich niet veel meer. “Ze brengen je onder narcose en beginnen dan te snijden, maar dat kon me niets schelen.” Na de operatie kreeg Ad een infuus met pijnstillende middelen. De zwaarste pijn kwam pas achteraf. Vooral bij het zitten had hij last. Om volledig als vrouw door het leven te gaan was een borstvergroting voor hem noodzakelijk. Ondanks de hormonale behandeling maken mannen vaak te weinig borstweefsel aan. “Een borstvergroting raad ik geen enkele vrouw aan. Daar heb ik echt onder geleden.” Na drie weken begon Ad opnieuw te werken in de horeca, nog eens drie weken later hervatte hij zijn job als vrachtwagenchauffeur. De operatie bij vrouwen is anders dan bij mannen. Die aanpassing is veel ingewikkelder. Ze gebruiken een stuk van de onderarm om een penis te vormen. “Vrouwen hebben veel meer pijn. Een borstamputatie en het weghalen van de baarmoeder, dat is niet niets!”, zegt Ad. Van de operatie wordt er drie vierde van de twaalfduizend euro terugbetaald”, zegt dr. De Cuypere. Ook de borstvergroting krijgt Ad terugbetaald door het ziekenfonds. Dat vindt dr. De Cuypere normaal: “Als je mensen ziet lijden onder hun genderidentiteitsstoornis, ben je ervan overtuigd dat een behandeling absoluut noodzakelijk is. Het is een afwijking waar mensen niet voor gekozen hebben. Daardoor hebben ze vaak last van een zware depressie. Na de operatie merk

je dat de mensen veel gelukkiger zijn. Hun identiteit valt eindelijk samen met hun lichaam. Een levenslange psychiatrische behandeling kost de maatschappij ook veel meer dan een eenmalige operatie. Daarom vind ik het rechtvaardig dat de patiënten hun operatie terugbetaald krijgen.”

Ad WORDT LAURA

Het is noodzakelijk dat een transseksueel zijn of haar voornaam kan veranderen, zo kan hij of zij zich ten volle ontplooien op emotioneel en sociaal vlak. Hiervoor moet een verzoek tot naamswijziging aan de minister van Justitie voorgelegd worden. Ook in de bevolkingsregisters wordt het geslacht van de persoon aangepast. “Na mijn operatie heb ik geen administratieve geslachtsverandering aangevraagd. Het maakte mij niet uit of er een M of een V op mijn identiteitskaart stond. Er zijn wel mensen die daar moeilijk over doen. Mijn naam liet ik veranderen van Ad naar Laura. Ik zag er uit als een vrouw, maar op mijn identiteitskaart stond een M. Ooit werd ik tegengehouden door een agent die mijn identiteitskaart vroeg. Toen begon ik te klagen dat het echt niet fijn is dat iedereen daar altijd zo moeilijk over doet. De agent heeft me uiteindelijk laten gaan. Je kunt dus wel zeggen dat ik er soms misbruik van heb gemaakt”, zegt Ad al lachend.

Het kindergenderteam

Dr. De Cuypere vertelt ons dat er ook kinderen zijn die zich aanmelden bij het genderteam. “Vanaf het moment dat ouders een probleem zien, kunnen ze met hun kinderen bij ons terecht. We hebben daarom ook een kindergenderteam opgericht. Kinderen die niet ouder zijn dan vier of vijf jaar komen weliswaar niet in aanmerking voor een medische behandeling, maar ze kunnen wel psychologische begeleiding krijgen. Aan jongeren van twaalf jaar worden soms

Psychiater Griet De Cuypere: “Ik heb eens meegemaakt dat een moeder liever wou dat haar dochter transseksueel was dan © Eva Van Geel



Het Communiqué

lesbisch.”


puberteitsremmers gegeven. Dit gebeurt in uitzonderlijke gevallen, wanneer de diagnose bijna zeker is. Tot de leeftijd van zestien jaar is alles omkeerbaar. Wanneer ze deze leeftijd bereiken, moeten ze definitief beslissen of ze vrouwelijke of mannelijke hormonen beginnen te nemen. De puberteitsremmers geven genoeg tijd om alles uit te zoeken en het kind zelf de gelegenheid te geven om te gaan ‘experimenteren’ in de andere rol. Regelmatig zien we dat jonge meisjes die zich aanmelden om man te worden, enkel moeilijkheden hebben met hun vrouwelijk lichaam. Ze willen geen maandstonden en borsten. Seksueel voelen ze zich altijd aangetrokken tot hetzelfde geslacht.”

EEN NIEUWE START

Onlangs heeft Ad opnieuw zijn oude naam aangenomen. “Het begon vervelend te worden: overal waar ik met mijn vriendin Roos kwam, was het Roos en Laura, Laura en Roos. Maar mijn vriendin is niet lesbisch. Daarom heb ik besloten om mijn oude naam weer aan te nemen. Dat was het makkelijkste.” Roos was voor Ad de aanleiding om alles terug te draaien. Maar helemaal terug kan hij niet meer. “Dat zeggen ze ook honderd keer in Gent. Je kan niet meer terug.” Nu leeft Ad als een man in een vrouwenlichaam. Zijn borstimplantaten liet hij alvast weghalen, maar binnenkort gaat hij nogmaals onder het mes. “Door al de hormonen heb ik nog een beetje borsten en daar wil ik graag van af.” Op die manier wil Ad zich weer helemaal als man identificeren. Spijt van zijn operatie heeft hij niet: “Dankzij mijn veranderingen heb ik mijn mannelijkheid teruggevonden. Ik heb me nog nooit zo mannelijk gevoeld.” Zelf dacht hij altijd dat hij zich vrouw voelde, maar nu heeft hij ontdekt dat het eigenlijk meer met zijn opvoeding te maken had, dan met zijn persoon. Toch zijn niet alle problemen van de baan. “Ik heb niet het lichaam dat mijn vriendin wenst. Ik

Een man van veertig met fluoroze pruik paradeert in een kort grijs rokje en een rode blouse, zijn harige benen in dameslaarzen. Om hem heen bevinden zich nog meer mensen in gewaagde outfits. De een al wat meer geslaagd dan de andere. Ik bevind me op Japanimation, een beurs in Tour & Taxis Brussel. Dadelijk gaat hier een cosplaywedstrijd van start. Cosplay? Costumed play, de naam zegt het zelf, betekent dat je jezelf verkleedt als een bepaald personage dat je zo goed mogelijk probeert na te bootsen. Op Japanimation lopen veel levensechte mangafiguurtjes rond, maar ik zie ook een schattige Tinkerbell en een oogverblindende Arwen uit Lord of the Rings. Wordt dit na Tecktonik de nieuwe rage bij de jeugd? In Frankrijk is het alvast razend populair. Door de ogen van een buitenstaander kan je een cosplayer bestempelen als een carnavalist die zichzelf wel erg serieus neemt. Toch is het meer dan enkel een verkleedpartij. Het maken van een outfit alleen al neemt uren in beslag. Elk detail moet erin vervat zijn zodat het “net echt” lijkt. Sommigen besteden ook veel tijd aan hun make-up. De voldoening die ze krijgen door zelf iets geslaagds te creëren, is van alle tijden. Dat kan zelfs mijn grootmoeder, die in een breiclub zit, beamen. Een hip imago heeft breien natuurlijk niet. Het is nog maar de vraag of cosplay “the next big thing” bij jongeren kan worden. Cosplayers noemen zichzelf de “nerds en geeks” van deze maatschappij. Ze lezen veel comics, spelen games en proberen Japans te studeren om zich nog meer te verdiepen in die cultuur. Dat Japans werd hier zonet nog rondgekweeld door mensen die het nodig vonden zich aan karaoke te wagen. Allerminst een streling voor het oor. Als je niet gedronken hebt, vergt deze act heel wat zelfvertrouwen. Deze zangers zijn duidelijk niet onder invloed. Bewonderenswaardig dus dat de Japanse klanken even vrolijk door de speakers vloeien als op het televisiescherm. De cosplaywedstijd is afgelopen, een videoreportage van de kandidaten met hun bevreemdende performance kun je bekijken op onze website. Misschien een inspiratiebron voor het lokale amateurtoneelgezelschap? Mien De Winter

Ad lacht de toekomst tegemoet. Hij hoopt vooral dat hij tussen de lakens meer aan de wensen van zijn vriendin kan voldoen. Ook wijst hij met de vinger naar zijn moeder: “Ik heb nooit mijn draai gevonden in de relatie met mijn ouders. Mijn moeder was geen gemakkelijke.” Met dit interview wil hij zijn vorig leven voorgoed achter zich laten. “Een deel van de documenten heb ik weggegooid, een ander deel heb ik gegeven aan een lerares die met moeilijke kinderen werkt.” Nu kan Ad aan een nieuw hoofdstuk beginnen.

X EN Y, Facts and figures • Er zijn driemaal meer mannen dan vrouwen die zich willen laten ombouwen. • De gemiddelde leeftijd van mannen is ongeveer 35 jaar, vrouwen zijn gemiddeld 25 jaar. • Leeftijd speelt eigenlijk geen rol, zo behandelt het genderteam zowel zeventienjarigen als zeventigjarigen. • Een op de honderd transseksuelen is ontevreden over zijn beslissing.

© Julie Desmet

Cosplay

kan haar de passie en het gevoel dat zij verlangt niet meer geven. Genot kan ik ook niet meer ervaren. Alles is gewoon weggesneden.” Hij raadt jonge mensen dan ook af om een geslachtsverandering te ondergaan. Volgens dokter De Cuypere is het nog wel mogelijk om seksuele gevoelens te ervaren. Slechts een op de vier personen heeft last van weinig seksueel verlangen en Ad maakt deel uit van die groep. “Als je dit vergelijkt met cijfers van de normale populatie, verschilt dit niet zoveel”, aldus dokter De Cuypere.

Het Communiqué




Sabam: incasseren van geld en kritiek “Mijn agenda maakt het niet altijd mogelijk, maar voor verduidelijking maak ik graag even tijd vrij.” Met deze woorden verwelkomt communicatiedirecteur Thierry Dachelet ons in de hoofdzetel van auteursrechtenvereniging Sabam. Hij huivert bij het woord ‘belastingen’. “De mensen moeten begrijpen dat het auteursrecht een recht is en geen taks.” Dat bevestigt ook zijn collega Michel Devos. Cultuurfilosoof Johan Sanctorum en Bart Wolput van Animo, de jongerenbeweging van de SP.A, zien echter weinig heil in het auteursrecht. Dimitri Cologne, Jens De Smet, Nils Stevens en Liesbeth Verhulst Sabam. De ene ontvangt hen met open armen, de andere klaagt er steen en been over. De coöperatieve vennootschap verdedigt in België ongeveer dertigduizend vennoten die hun auteursrechten op een muziekstuk, foto of filmscenario hebben afgestaan. Voor- en tegenstanders aan het woord. In april is de nieuwe controlewet op de beheersvennootschappen goedgekeurd. Wat is dat precies? DACHELET: Wij moeten transparanter werken door meer en duidelijker cijfers voor te leggen. Let wel, deze wet geldt niet alleen voor Sabam maar voor alle 26 auteursverenigingen. Sabam zelf is ook voorstander van een administratieve vereenvoudiging. Een voorbeeld daarvan is een gezamenlijke factuur met Billijke Vergoeding, de organisatie die opkomt voor de uitvoerende artiesten. Ontvangen de vennoten het volledige bedrag of krijgen jullie ook een vergoeding voor de tussenkomst? DACHELET: Ongeveer twintig procent van het aangerekende bedrag gaat naar Sabam. DEVOS: Die twintig procent is geen winst voor Sabam. Naast de loonkosten en het onderhoud van de gebouwen gaat het grootste deel van onze inkomsten naar de hoge werkingskosten en investeringen. Je hoort en leest vaak: “Sabam, dat zijn gangsters.” Blijkbaar betaal je soms onterecht voor werken die niet in jullie repertoire zitten. DACHELET: Wij zijn ons bewust van die kritiek. Eigenlijk mag je dat gerust een verwijt noemen. We raden iedereen aan om een kijkje te nemen op onze website (www.sabam.be), waar je het uitgebreide repertoire kan raadplegen. Daar krijg je een overzicht van de door ons beschermde werken. Volgens critici hecht Sabam weinig belang aan de playlists die zij ontvangt. Het zou niemand iets uitmaken zolang het geld maar op de rekening komt. DACHELET: Dat klopt niet, wij controleren deze playlists nauwkeurig en daar kruipt veel kostbare tijd in. Wij baseren ons ook op de expertise van enkele van onze medewerkers die op de hoogte zijn van de huidige trends. Trouwens, wie die lijst niet correct invult, draagt de auteur geen warm hart toe. Stel, je bent de organisator van een middelgroot evenement en je betaalt een aanzienlijke Sabam10 Het Communiqué

vergoeding. Na het raadplegen van jullie database blijkt dat er slechts dertig procent van de gespeelde muziekwerken bij Sabam is geregistreerd. Krijg je dan zeventig procent terugbetaald? DACHELET: Dan meldt u ons op voorhand welke muziek er gespeeld wordt. Wij onderzoeken de playlist en die avond komt er een van onze controleurs bij u langs. Als hij kan bevestigen dat er effectief zeventig procent van de gespeelde muziek niet bij ons geregistreerd is, krijgt u een korting op het basistarief. DEVOS: Dit is wel enkel van toepassing bij live-optredens. Dj-sets zijn spijtig genoeg niet te controleren. U begrijpt ook dat wij niet voldoende mensen hebben om urenlange optredens bij te wonen en honderden nummers na te trekken. Elk weekend zijn er tientallen fuiven met een of meerdere dj’s op de affiche. Wil dat dan zeggen dat Sabam onterecht geld ontvangt voor werken die niet in haar repertoire zitten? DEVOS: We moeten daar eerlijk in zijn, waterdicht kunnen we het systeem niet maken. Ik hamer nogmaals op het feit dat het onmogelijk is om die vele fuiven en dj-sets te controleren. Maar inderdaad, het klopt dat sommige van onze vennoten meer krijgen dan ze eigenlijk verdienen. DACHELET: Wij zijn misschien wel een privéonderneming maar wij mogen geen winst maken. Wanneer er twee miljoen euro aan geïnde vergoedingen zonder bestemming overblijft, wordt dat bedrag uitgekeerd aan de massa. We kunnen het moeilijk in onze eigen zakken steken. Als er iemand een perfect systeem voor de uitkering van die vergoedingen kan voorleggen mag hij dat gerust doen. Maar zo’n systeem bestaat gewoon niet. Als je onze werkwijze vergelijkt met die in de Verenigde Staten doen we het niet slecht. Daar baseren ze zich namelijk op twee willekeurige staten. Stel, je bent een countryartiest en populair in Texas, maar dit jaar keert men de auteursrechten uit op basis van de staat Californië, dan heb je pech. Eind vorig jaar introduceerde Sabam de dj-licentie. Die kost de dj 251 euro per jaar en daarmee kan hij in het openbaar zelfgecompileerde en gekopieerde cd’s gebruiken. Leidt dit niet tot misbruiken? DACHELET: De dj moet wel kunnen aantonen dat hij de originele werken bezit. Sabam is sowieso tegen het gebruik van die zelfgemaakte compilaties. Wij begrijpen wel dat het voor de dj handiger en veiliger is om niet altijd een hele cd-collectie mee te zeulen.

© Dimitri Cologne

Bart Wolput: “De lokale Chiro of een kleuterklas belasten? Dat is pure geldklopperij.”

© Bart Wolput

© Liesbeth Verhulst

Thierry Dachelet: “Wanneer er twee miljoen euro zonder bestemming overblijft, wordt dat bedrag uitgekeerd aan de massa.”


Er is ook kritiek op het vaste tarief van die licentie. Of je nu Regi bent of een amateur die sporadisch in het lokaal café draait, iedereen betaalt 251 euro. DACHELET: Over die prijs zullen ze altijd morren, of het nu 250 of 100 euro is. Maar u weet toch ook wat de meeste dj’s verdienen. Ze halen dat er wel uit. DEVOS: Wie het er echt niet mee eens is kan altijd de originele werken draaien, dan is er geen licentie nodig. Je mag ook niet vergeten dat twee derde van die 251 euro naar de muziekindustrie en de uitvoerders gaat. Jarenlang hebben wij kopiëren en illegaal downloaden toegelaten, maar door de terugvallende cd-verkoop moeten wij iets ondernemen.

Johan Sanctorum: ”Ik kan de Sabamcontroles enkel met de maffia vergelijken.”

© Johan Sanctorum

© Dieter Hautman

Marleen Waumans: “Een cultuurfonds vind ik geen goed idee, dat zijn eigenlijk verkapte subsidies.”

Wat als een dj of organisator niet meewerkt? DACHELET: Dan riskeert hij een proces-verbaal. DEVOS: Onze controleurs zijn beëdigde personen en wie controle weigert heeft toch iets te verbergen, niet? (n.v.d.r. volgens een juridische bron heeft een door Sabam uitgeschreven proces-verbaal pas voldoende gewicht wanneer het opgesteld is in samenspraak met de politie en een gerechtsdeurwaarder.) Ik veronderstel dat heel wat mensen creatief genoeg zijn om de dans te ontspringen? DEVOS: Natuurlijk, maar die controles zijn voor ons een topprioriteit. Wij moeten ook verantwoording afleggen aan onze vennoten. Wanneer een van onze vennoten kan aantonen dat wij ergens niet geïnd hebben, zijn wij de klos. Zijn er ook mensen die op zoek gaan naar evenementen en de organisatoren herinneren aan hun vergoeding voor auteurs en componisten? DACHELET: Klopt, Sabam heeft daarvoor lokale agenten in dienst. Het is niet ongewoon dat zij het internet of zelfs de streekkrant doorzoeken naar evenementen binnen hun regio. Sabam sukkelt al jaren met een groot imagoprobleem. Versterken jullie dat niet door een te strenge aanpak? We denken dan aan het verhaal over het kleuterklasje dat een boete kreeg voor het niet betalen van de auteursrechten op sinterklaasliedjes. DACHELET: Met dat specifieke geval hebben wij ons inderdaad niet populair gemaakt. Maar technisch gezien hebben wij gedaan wat de wet voorziet. Wanneer je een werk uit ons repertoire buiten de familiekring gebruikt, moeten wij daarvoor een vergoeding vragen. We merken dat men de laatste jaren positiever staat tegenover Sabam. Wij treden niet alleen repressief op, maar wij informeren en sensibiliseren waar nodig. Daarnaast zitten wij ook vaak rond de tafel met representatieve instanties zoals de horeca en Unizo om hen verder in te lichten over onze tarieven. Uiteindelijk kunnen we concluderen dat Sabam nodig is, maar dat de werkwijze stukken beter kan? DACHELET: Wij geven toe dat ons systeem niet waterdicht is, maar we rekenen ook een beetje op de eerlijkheid van onze klanten. Cultuurfilosoof Johan Sanctorum en Bart Wolput van Animo, organisator van het festival “Ram Sabam”, hebben hun twijfels bij enkele argumenten van de auteursrechtenvereniging. Ook Marleen Waumans, docente mediarecht en deontologie aan de Erasmushogeschool Brussel, werpt een kritische blik op de problematiek.

Sabam staat achter het auteursrecht, maar u noemt het een achterhaald begrip. Waarom? SANCTORUM: Niets ontstaat uit het niets. Dat geldt voor een kunstenaar als Luc Tuymans maar ook voor iemand die een mop doorvertelt of een patissier. Die laatste wil zijn gebakjes aan de man brengen, maar zou hij iemand een proces aandoen die het recept ook eens wil proberen of er variaties op aanbrengt of zelfs overtreft? Hoe zou wetenschappelijke research kunnen functioneren als de nazaten van Einstein de relativiteitstheorie zouden claimen? WAUMANS: Auteursrechten bestaan al sinds de negentiende eeuw en zijn intussen aangepast aan de moderne tijd. Ik begrijp niet waarom zoveel mensen daar tegen zijn. Soms past Sabam haar regels wel wat eng toe, maar het blijft in overeenstemming met de wetgeving. Het kan deels herzien worden, maar de grote lijnen zou ik niet veranderen. Animo organiseert “Ram Sabam”, een festival met een duidelijk betoog tegen de vennootschap. Kan u even toelichten wat jullie precies van plan zijn? WOLPUT: Op 19 september organiseren wij in Leuven een festival met dj’s en acts die niet aangesloten zijn bij Sabam. Wij willen hiermee aantonen dat je een festival op poten kunt zetten waar er nul procent aan auteursrechten moet worden betaald. Wat schort er volgens jullie aan de uitkeringen? WOLPUT: Die uitkeringen zijn gewoon niet correct noch cultuurbevorderend. Sabaminkomsten gaan naar de grote namen, de kleintjes blijven in de kou staan. Wij begrijpen dat een vereniging als Sabam de belangen van auteurs en componisten moet behartigen, zeker wanneer er met hun werk winst gemaakt wordt. Maar de tandartsenpraktijk, de lokale Chiro of de kleuterklas belasten? Dat is pure geldklopperij. SANCTORUM: Sabam is eigenlijk een staat-in-destaat en heeft vooral haar eigen voortbestaan als doel, zoals bij een bureaucratie. De rest is bijkomstig. Wanneer de pot verdeeld wordt, profiteren de bekende artiesten ten koste van hun relatief onbekende collega’s. Willen jullie met “Ram Sabam” niet enkel een statement maken maar ook een alternatief bieden? WOLPUT: Inderdaad, wij stellen een cultuurfonds voor onder Vlaamse bevoegdheid. Beginnende kunstenaars kunnen dan geld ontvangen uit dit fonds voor hun verdere artistieke ontwikkeling. SANCTORUM: Ik kan mij hierin vinden. Kunstenaars die het moeilijk hebben, mogen ondersteund worden. Tegelijkertijd moeten kunstenaars via een degelijke coaching leren om voor zichzelf op te komen. WAUMANS: Ik ga daar niet mee akkoord. Zo zijn het eigenlijk verkapte subsidies van de Vlaamse overheid. Waar trek je de lijn wie recht heeft op steun en wie niet? Een alternatief systeem moet eerst grondig uitgewerkt worden alvorens ik erin zal geloven. Tot nu toe is daar nog niemand in geslaagd. Gaat u akkoord met de uitspraak dat Sabamcontroleurs bevoegd zijn om pv’s uit te schrijven? SANCTORUM: Sabam tast constant de grenzen van de wet af, als een soort drukkingsmiddel tegenover onmondige artiesten. Deze mensen staan, op een paar uitzonderingen na, intellectueel vrij zwak en verkiezen om aan de afpersing toe te geven. Ik kan het enkel met de maffia vergelijken. Af en toe is er eens een opstoot van protest, die snel weer gaat liggen. Het Communiqué

11


“Hooliganisme zal nooit verdwijnen” “Bologna-Anderlecht, 2 november 99. Ik was achttien jaar, mijn eerste voetbalgevecht ooit en het was meteen oorlog. Daar is het helemaal verkeerd gelopen, totale chaos: wat kapot kon, ging kapot. Wat gegooid kon worden, werd gegooid. Vlak boven onze hoofden hing een helikopter terwijl de politie met rubberkogels op ons schoot. Die kick zal ik nooit vergeten.” Aan het woord is Zaki, een hooligan van de Anderlechtse harde kern BCS, Brussels Casuals Services. Voor het eerst praat hij openlijk over zijn leven als lid van BCS. Dieter Hautman, Benoit De Freine en Koen Verjans ©Benoit De Freine


In de jaren 80 doet het hooliganisme zijn intrede in België. Het waait over uit Engeland, waar de casual scene op dat moment enorm populair is. Kenmerkend voor de ‘casuals’ is dat ze clubkleuren mijden en vooral merkkleding dragen zoals Lacoste, Burberry en Stone Island. Dit om aan het spiedend oog van de politie te ontsnappen. Naar het voorbeeld van deze Engelse stroming ziet BCS in 2001 het levenslicht. Momenteel staat het Belgisch hooliganisme op een laag pitje en komt het nog maar zelden in de media. Dit door de strenge aanpassing van de voetbalwet in 2007. “Hooliganisme kan binnen twee generaties volledig verdwenen zijn”, zegt Jo Vanhecke, hoofd van de voetbalcel. “Leugens”, countert Zaki van BCS, ondertussen 150 man sterk en berucht in heel Europa. Hooliganisme komt steeds minder in de media, verdwijnt het stilaan? ZAKI: Momenteel beleeft het Belgisch hooliganisme een kalmere periode dan pakweg tien jaar geleden. Maar vergis je niet, het leeft nog altijd even sterk onder de leden van de harde kern. En op een bepaald moment komt dat eens zo hard terug. VANHECKE: “Hooliganisme - en dan bedoel ik twee gelijkgezinde groepen risicosupporters die met elkaar in confrontatie gaan - is serieus verminderd in vergelijking met tien jaar geleden. Vroeger had je bij vijftig procent van de wedstrijden in eerste klasse ernstige incidenten, ook bij kleinere harde kernen. Als er nu vijf of zes incidenten per seizoen zijn, in eerste en tweede klasse samen, zijn het er veel.

Zal het hooliganisme ooit verdwijnen? VANHECKE: Ik acht het zeker mogelijk. Het zal nog zeker twee generaties duren alvorens het volledig verdwenen is en minimaal tien jaar om de huidige mentaliteit op de andere clubs over te dragen. ZAKI: Onzin! Hooliganisme zal nooit volledig verdwijnen. Het is er altijd geweest en zal er altijd zijn. Het hoort gewoon bij het voetbal. Europees gezien is het

Iedereen in Europa kent BCS. Hoe hebben jullie die reputatie verworven? ZAKI: Sinds onze oprichting in 2001 hebben wij dingen gedaan waar ze in heel Europa van opkeken. Wanneer je een nieuwe groep start, ben je verplicht om je overal te bewijzen. We hebben dat jaar tegen iedereen gevochten. Zo zijn we ooit om middernacht nog naar Luik gereden. Die mannen wisten niet wat hen overkwam. Ik ben toen nog omvergereden door een speler van Standard omdat hij zo in paniek was! In Praag hebben we ooit met twintig man tegenover zestig gestaan en die waren bovendien nog eens gewapend met stokken, stenen en kettingen. We dachten eerst dat ze met dertig zouden zijn, maar toch zijn we niet gaan lopen. Natuurlijk kan je dan niet winnen, maar op die manier laat je zien dat je lef hebt. Zo hebben we ook in Engeland tegen Manchester United en West Ham gevochten en hier in België tegen Everton, en Chelsea. Die laatsten vochten echt als bezetenen, maar toch hebben we van hen gewonnen. Een van hen had zelfs op zes plaatsen zijn been gebroken. Een maand geleden zijn we nog voor de wedstrijd Anderlecht-Club Brugge met 150 jongens naar Roubaix gereden voor een afspraak met de Brugse hooligans (zie foto volgende pagina). Helaas zijn ze alweer niet komen opdagen. Zo zorg je ervoor dat ze in heel Europa over je spreken en dan volgt de naam vanzelf. Mogen BCS-leden tijdens zo’n ‘clash’ doen wat ze willen? ZAKI: Laffe daden zijn uitgesloten. Dat is de belangrijkste regel. Wapens zijn verboden tijdens een gevecht. We vallen ook geen gewone supporters aan. En als we een overgrote meerderheid hebben, zullen we ook geen groepje van drie of vier hooligans aanvallen. BCS is enkel op zoek naar confrontaties met gelijkgezinde supportersgroepen van andere clubs. In de mate van het mogelijke zullen we confrontaties met de politie altijd vermijden, zeker hier rond ons eigen stadion. We drinken hier ons pintje, kijken naar de wedstrijd en gaan naar huis. Bij Europese wedstrijden ligt dat natuurlijk een beetje anders. Als we tegen een Engelse ploeg moeten spelen, werkt dat als een rode lap op een stier. Dan heerst er echt een gespannen sfeer, dat is gewoon zo. Als je naar de loting van de groepsfases in het Europees voetbal kijkt, weet je meteen wanneer het prijs zal zijn.

Jo Vanhecke: “Het zal nog wel twee generaties duren vooraleer hooliganisme volledig verdwenen is.”

Zaki: “Een hooligan word je niet, dat ben je.” © Benoit De Freine

Wat zijn de oorzaken van deze afname? VANHECKE: Ten eerste het vervolgingsbeleid. Sinds het aanpassen van de voetbalwet weet je dat je na zes maanden al een zware boete en een stadionverbod kan verwachten, terwijl je daar vroeger zes jaar op kon wachten. Ook door de camera’s en de spotters is het aantal incidenten sterk gedaald. Deze agenten in burger zijn altijd in de buurt van de hooligans tijdens risicomatchen. Ten tweede is de doelgroep nog steeds dezelfde. Alleen zijn die mannen nu tien jaar ouder en hebben ze vaak een gezin en een degelijke job, waardoor ze ook meer te verliezen hebben. Ten laatste ligt het aan de nieuwe generatie. Jongeren zijn tegenwoordig meer en meer aangetrokken tot sfeerbewegingen in de plaats van hooliganisme. Zij ondersteunen de ploeg op een positieve manier. ZAKI: De meeste ploegen hebben inderdaad problemen met hun nieuwe generaties. Bij Standard en Club Brugge hebben ze onderling vaak ruzies omdat de nieuwe garde zijn naam niet kan waarmaken. Antwerp en Anderlecht kennen dat probleem niet. Wij blijven sterk want we zijn een hechte vriendengroep. Juist door die sterkte moeten wij het hebben van Europees voetbal. In de Belgische competitie durft niemand het tegen ons op te nemen. In de toekomst zullen de grote clubs wel opnieuw een harde kern krijgen, al kan dat nog even duren. Dan zul je zien dat hooliganisme hier weer piekmomenten zal beleven.

trouwens nog steeds ‘volle bak’. Mochten we wekelijks tegen een Engelse ploeg spelen, zou het telkens oorlog zijn. Dat is gewoon zo: als je twee ploegen hebt die dat willen, gebeurt dat gewoon. Dan mag de politie doen wat ze wil. De laatste weken zien we het trouwens ook hier opnieuw opduiken. Genk-Lierse, Lokeren-Germinal Beerschot en Boom-Willebroek; allemaal wedstrijden die uit de hand zijn gelopen.

Hoe is de relatie tussen de spotters en de hooligans? VANHECKE: Spotters zijn bemiddelaars waardoor je van een degelijke relatie kan spreken tussen beide partijen. De hooligans zullen geen spotters aanraken omdat ze weten dat de gevolgen dan zwaar zullen zijn. Anderzijds zal een spotter nooit twintig van ‘zijn’ hooligans laten oppakken, want dan weet hij dat hij er niet meer tussen moet gaan staan. Voor een spotter is het altijd balanceren op een slappe koord. ZAKI: Dat klopt. Met de spotters kunnen we inderdaad goed overweg. Zelf heb ik wel nog nooit een Het Communiqué

13


©Benoit De Freine

Zaki (midden) met BCS in Roubaix , 12 april 2009 spotter ingelicht over een aankomend gevecht, dat zou stom zijn. Dan verraad je jezelf. Maar dat is ook niet nodig, want op de dag van een gevecht staan ze de belangrijkste jongens meestal thuis op te wachten om ze een hele dag te volgen. Verplaatst het hooliganisme zich niet naar lagere klassen? VANHECKE: Neen, maar er is wel meer agressie binnen het jeugdvoetbal. Maar dat is geen hooliganisme. Hooligans van Anderlecht of Club Brugge zakken zelden af naar de lagere klassen om daar te gaan vechten. Dat is in het verleden wel al eens gebeurd, maar dat zijn enkele jongens van verschillende clubs samen. Dat zijn echte uitzonderingen. ZAKI: Natuurlijk is er hooliganisme in de lagere klassen. Kijk maar eens in de kranten, ze staan vol vechtpartijen binnen het provinciale voetbal. Het probleem is dat die gevallen niet naar de voetbalcel gaan. En hooligans van eerste en tweede klasse zakken zeker af, ga maar kijken in Boom, Racing Mechelen, Geel en Willebroek. Daar vind je er gegarandeerd. Kan je het hooliganisme in het buitenland vergelijken met dat van bij ons? VANHECKE: In Oost-Europa heb je een zware vorm van hooliganisme. Dat kan je niet vergelijken met hier. Als je in Polen, Rusland of ex-Joegoslavië gaat kijken, zie je dat hooliganisme daar meer weg heeft van etnische bendeoorlogen. Die mensen hebben weinig te verliezen en velen onder hen hebben ook al een oorlog meegemaakt. Daar zie je toch een duidelijk verschil. Wees er maar zeker van dat onze gardes van België, Nederland en Engeland er niet graag naartoe gaan. Maar bij ons is het verre van verdwenen. Als Anderlecht of Brugge Europees spelen, heb je gegarandeerd prijs. Daarom hebben we ook een bijzonder uitgebreid Europees netwerk. We zitten bijna maandelijks samen met onze collega’s uit de buurlanden om te zien hoe we de problemen het beste kunnen aanpakken. In Nederland is de mobilisatiecapaciteit groter doordat de stedelijke problemen er erger zijn dan bij ons. Daar zijn veel meer jongeren die niets te verliezen hebben. De Nederlanders hanteren wel een andere wetgeving en hebben een betere infrastructuur in de stadions. Mogen we dan stellen dat in België het hooliganisme het beste onder controle wordt gehouden? VANHECKE: Volgens de Raad van Europa heeft België van alle Europese landen in een periode van tien jaar de grootste stappen vooruit gezet. Daardoor komen meer en meer landen naar ons beleid kijken. Vroeger werd dat gedaan bij Engeland, maar die hebben een betere infrastructuur dan de meeste kleine landen. ZAKI: In België draait alles rond show. Hier willen ze zoveel mogelijk laten blijken dat ze alles onder controle hebben. Maar het tegendeel is waar. Zoals de wedstrijd Anderlecht-Chelsea. De dag voordien komt minister Dewael hier kijken en voorziet geen problemen vanwege de driehonderd aanwezige agenten. Maar wij of die Engelse 14 Het Communiqué

hooligans zijn daar niet van onder de indruk. Tijdens de wedstrijd België-Bosnië werden er vanwege de beveiliging ook geen problemen verwacht. En wat gebeurde er? Die Bosniërs hebben de wedstrijd stilgelegd, omdat ze zagen dat er niets van waar was. Als je de kennis en de macht niet hebt, moet je er ook niet over spreken, want dan krijg je juist nog meer tegenwerking. Kijk naar Genk. Die krijgen het vaakst een stadionverbod opgelegd, terwijl er zelfs geen hooligans zijn. Waar ben je dan mee bezig? De politie in Nederland is daar veel beter in. Die komen naar de wedstrijd met vijf of zes agenten om een oogje in het zeil te houden. Hier in België staan ze op voorhand al met hun schilden en waterkanon klaar. Eigenlijk is dat uitlokken, want dan weet je op voorhand dat je daar reactie op zal krijgen. Ik heb daar zelfs al met spotters over gepraat. Waar de harde kern het stadion buitenkomt, stond er vroeger een ploeg agenten, mét waterkanon klaar. Wanneer je dan buitenkomt en je ziet hen daar zo uitdagend voor je staan, is het toch normaal dat je daar op reageert. Zeker als je ploeg net verloren heeft. Nu stellen ze zich op aan de andere kant van het stadion. Als we nu buitenkomen, zien we niks en gaan we rustig op café om de nederlaag proberen te vergeten. Veel van die zogenaamde veiligheidsmaatregelen zijn eigenlijk meer uitlokkingen dan iets anders. In veel stadions hebben ze recent de hekkens weggehaald, zoals op Standard. En heb je daar nog iemand op het veld zien komen? In Anderlecht doen ze dat voorlopig niet, en dat is misschien maar beter zo. Maar in België geldt vooral het machtsgevoel heel fel. Alles draait hier om macht, en om wie er de slimste is. De politie? Of wij? Is een gevecht altijd aan een wedstrijd gelinkt? ZAKI: Ja natuurlijk, anders is het enkel vechten om te vechten en dan kan je elke weekdag afspreken. Op die manier zou het niks meer met hooliganisme te maken hebben. Dat is juist hooliganisme, je vertrekt vanuit de matchdag van je voetbalclub en daar leef je dan naartoe. Zelf ben ik echt geïnteresseerd in het voetbal en kijk ik uit naar iedere wedstrijd. Natuurlijk zijn er ook jongens voor wie het minder uitmaakt of hun ploeg wint of verliest. Maar voor mij wel. Stel dat we kampioen worden, dan zit ik in augustus tijdens de loting vol spanning te wachten op de tegenstanders van Anderlecht. En dan maar hopen op een Engelse ploeg. Op die mannen kun je altijd rekenen. Zoals bij de laatste thuiswedstrijd tegen Chelsea. Toen zijn er zeker vijftig Engelsen te voet van Molenbeek gekomen. En denk je dat die driehonderd agenten daar naar kijken? Wat zij dan achteraf kleine incidenten noemen, zijn vaak grote vechtpartijen waar ze te laat bij waren om in te grijpen. Hetzelfde zie je ook in de media terugkeren. Zij spreken enkel over kleine incidenten, omdat de overheid de indruk wil wekken dat het bijna niet meer bestaat. Zo heb ik ooit een interview gegeven aan een tijdschrift, waarin ik enkele politieke zaken aanhaalde. Achteraf bleek dat ze die van een bepaalde politieke partij niet mochten publiceren. Want het was de waarheid en die kan hard aankomen. Op die manier krijgt de gewone Belg natuurlijk een verkeerd beeld over hooligans.


Het Communiqué Jg 12 nr 6