Issuu on Google+

Kwartaalblad sept. 2008 no. 59

Herfst

59


Kwartaalblad van Stichting Het Drentse Landschap Uitgave Stichting Het Drentse Landschap Bezoekadres: Kloosterstraat 5 - 9401 KD Assen Postadres: Postbus 83 - 9400 AB Assen Tel. (0592) 31 35 52 / Fax (0592) 31 80 89 e-mail: mail@drentslandschap.nl Web-site: www.drentslandschap.nl Bankrek. nr. 30.28.75.751 Redactie E.W.G. van der Bilt, J.D.D. Hofman, S.S. van der Meer, m.m.v. H. Colpa, J.G. Schenkenberg van Mierop en B. Zoer Vormgeving Albert Rademaker BNO, Annen Grafische productie Koninklijke van Gorcum BV, Assen Omslag Herfst / foto Jaap de Vries ISSN 1380-3263 Overname van artikelen met bronvermelding is toegestaan. De inhoud van de bijdragen van gastschrijvers weerspiegelt niet noodzakelijk de opvattingen van de Stichting Het Drentse Landschap. Het Drentse Landschap is een uitgave van de Stichting Het Drentse Landschap. Het geeft informatie over de terrein­ bezittingen en activiteiten van de Stichting. Het blad verschijnt viermaal per jaar, bij het wisselen der seizoenen en wordt gratis toegezonden aan de begunstigers van het Landschap. Begunstiger kan men worden door bijgevoegde kaart in te vullen en te verzenden. Minimale bijdrage € 17,50 per jaar. Begunstiger voor het leven € 400,– . Als u Het Drentse Landschap extra wilt steunen dan kan dat op de volgende wijze: Periodieke gift  In plaats van of naast uw begunstigersbijdrage. Dit is een voor de inkomstenbelasting volledig aftrekbare periodieke bijdrage, die u voor minimaal 5 jaar met een eenvoudige notariële akte toezegt. Voor bijdragen van € 50 en hoger per jaar regelt en betaalt de stichting de akte. Het kwartaalblad wordt u gratis toegezonden om u op de hoogte te houden van Het Drentse Landschap. Andere giften  Indien het totaal van uw giften in enig jaar zowel 1% van uw drempelinkomen als ook € 60 te boven gaat, is het meerdere aftrekbaar voor de inkomstenbelasting tot ten hoogste 10% van het drempelinkomen. Legaten of erfstellingen  U kunt de Stichting Het Drentse Landschap en/of de Stichting Oude Drentse Kerken ook in uw testament begunstigen. Stichting Het Drentse Landschap en de Stichting Oude Drentse Kerken zijn vrijgesteld van schenkings- en successierecht, zodat uw gift, schenking of legaat geheel ten gunste komt van deze stichtingen. Nadere inlichtingen over de hierboven vermelde mogelijke vormen van steun kunt u inwinnen bij het kantoor van de stichting of bij uw notaris. Het Drentse Landschap is één van de 12 provinciale landschappen.

Kwartaalblad gedrukt op verantwoord papier Het kwartaalblad van Het Drentse Landschap wordt gedrukt op verantwoord papier met het keurmerk van FSC, de internationale raad voor goed bosbeheer. Alle bossen van onze stichting hebben ook dit keurmerk. Papier met dit keurmerk is afkomstig uit bossen waarvan we zeker weten dat ze op ecologisch, sociaal en economisch gebied verantwoord worden beheerd. Dit betekent bijvoorbeeld dat de aanwezige planten- en diersoorten geïnventariseerd worden en dat die niet verstoord worden. Hier zal dus nooit kaalkap plaatsvinden omdat het ecosysteem in stand moet worden gehouden. Het kwartaalblad wordt gedrukt door het Grafisch Bedrijf van Koninklijke Van Gorcum. Dit bedrijf is sinds begin dit jaar ook FSC-gecertificeerd. Hun FSC-papier komt vooral uit de Scandinavische landen.

3

Eruitgelicht

4

Offerveentjes

— bestuursberichten — archeologie

8

— flora

12

— erfgoed — fauna

Geert de Vries

Keuterijen in Drenthe

— erfgoed

18

Albert Haar

Sint - Jacobsvlinder

16

Eef Arnolds

De schoonheid van verval

14

Wijnand van der Sanden

Paddestoelenparadijs De Kleibosch

Eric le Gras

Met vrijwilligers aan de slag

— vrijwilligerswerk

Hans Colpa

19

Vlees van het Landschap

20

Weidevogels

— fauna

23

Eric van der Bilt

Drents-Friese Wold

— fietsroute

Bertus Boivin/Eric van der Bilt

27

WMD

28

Natuur en landschap in/uit de Drentse politiek

— opinie

29

— fauna

32

36

— erfgoed

Bernard Stikfort

Jaarverslag 2007 Dodaars

— fauna

38

Bertil Zoer

Korenmolen De Eendracht

34

Eric van der Bilt

Bevers in de Hunze

Arend van Dijk

Verdwijnt de kerk uit Drenthe?

— Stichting Oude Drentse Kerken

Olav Reijers

40

SODK

41

Wandelen in het Landschap

42 45

Kortweg

— berichten Agenda


Bestuursberichten

3

Het jaarverslag 2007 verscheen vlak voor mijn aantreden als voorzitter. Het geeft duidelijk weer wat het streven is van onze organisatie en welke resultaten ze daarbij boekt. Behoud en ontwikkeling van natuur en landschap blijft ons belangrijkste aandachtsveld, maar is niet meer het enige. Ons werk op het terrein van cultuurhistorie en archeologie heeft er inmiddels toe geleid dat het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen ons officieel heeft erkend als monumentenorganisatie. Onze inspanningen voor het behoud van de oude kerken werd beloond met de oplevering van het eerste gerestaureerde godshuis, de synagoge in Zuidlaren. Pal staan voor je idealen brengt je soms op plekken waar je niet te vaak wilt zijn. Bij de Raad van State bijvoorbeeld, die ons in het gelijk stelde toen we in het belang van de natuur op het Witterveld de vergunning voor de champcar races op het TT-circuit bij Assen aanvochten. Een onderzoek van Berenschot bracht aan het licht dat we ons in de rij konden scharen van gesubsidieerde instellingen met een lage overhead en dus erg efficiënt werken. Als een nog veel belangrijker blijk van waardering ervaren we het toenemend aantal legaten die we ontvangen. Veel mensen laten ons geld na, of onroerend goed, in het vertrouwen dat we er goede dingen mee doen. Van onschatbare waarde is en blijft de steun van onze reguliere donateurs, particulieren en bedrijven. In stilte en onzichtbaar voor de buitenwacht stellen zij ons steeds weer in staat om extra natuurterreinen aan te kopen en in te richten of restauraties te laten uitvoeren. Hun giften vormen een noodzakelijke aanvulling op de bijdragen van onze reguliere partners: ministerie van LNV, de Provincie, de Europese Unie, de Nationale Postcode Loterij, VSBfonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds. Zij vormen het fundament onder ons werk en ook dat stemt ons dankbaar. Tenslotte noem ik onze medewerkers en al onze vrijwilligers. Enthousiast en onvermoeibaar geven ze in de praktijk gestalte aan ons werk ten gunste van de kwaliteit van Drenthe. Onze inzet blijft hard nodig en kan alleen tot resultaat leiden met een brede steun uit de samenleving. Dat we die hebben (en hoe!) geeft mij als voorzitter het gevoel dat we best een beetje trots mogen zijn op Het Drentse Landschap. PS: U kunt het Jaarverslag 2007 tegen verzendkosten bij ons kantoor aanvragen of via www.drentslandschap.nl downloaden.

Ali Edelenbosch Voorzitter Het Drentse Landschap


4

Archeologie

Offerveentjes Wijnand van der Sanden*

Dat venen en veentjes een belangrijke rol speelden in het leven en denken van de pre- en protohistorische Drenten, staat buiten kijf. Tijdens het veensteken en veenbeugelen zijn zoveel gewone en bijzondere voorwerpen aangetroffen, dat het niet anders kan of die moeten daar in het verre verleden bewust zijn neergelegd. De meeste archeologen nemen aan dat het giften zijn voor bovennatuurlijke machten. Maar welke vorm die Houtsnijwerk afkomstig uit het Bolleveen bij Zeijen (Foto: Provincie Drenthe).

bovennatuurlijke machten hadden, op welke momenten in het jaar die voorwerpen daar werden achtergelaten en of dat door groepjes of individuen gebeurde, zijn vragen waarop we het antwoord voorlopig schuldig moeten blijven. Natuurlijk zijn er vermoedens. De meeste losse bijlen zullen wel door individuen op of in de vochtige ondergrond zijn gelegd en het paar van Weerdinge - dood of nog levend - zal hoogstwaarschijnlijk wel door een grotere groep naar hun ‘laatste rustplaats’ in het veen zijn begeleid. Maar zeker weten doen we het niet.

Bolleveen bij Zeijen >

‘Rijke’ veentjes

De provincie Drenthe telde oorspronkelijk een zeer groot aantal veentjes. Al met al moeten het er vele honderden zijn geweest (alleen al op het grondgebied van de oude gemeente Vries zijn er bij een inventarisatie in 1981 zo’n 90 geteld). Uit sommige veentjes - zeker niet uit alle! - kennen we archeologische voorwerpen.Vaak gaat het om een enkel object, zoals een bijltje, een houten bak, een runderhoorn of een maalsteen. Maar er zijn ook veentjes waar duidelijk wat meer aan de hand is, waar bijzonder veel vondsten aan het licht gekomen zijn of die opmerkelijke grondsporen en/of structuren hebben opgeleverd. Ik duid deze veentjes aan met de term ‘offerveentjes’. Offerveentjes kennen we relatief weinig in Drenthe, we kunnen ze tellen op de vingers van twee handen. Een van de oudste is het zogeheten ‘Veentje van Kooiker’ in Klijndijk (gem. Borger-Odoorn). Rond 1934 werd daar door turfgravers een paalzetting aangetroffen. De vondst wordt vermeld in een aantekenboekje van kapper J. Zoer, toentertijd actief als amateur-archeoloog in Odoorn en omgeving. Verder kwamen de resten van zes potten uit laat-neolithicum

en vroege bronstijd tevoorschijn, alsmede een zestal runderhoorns.Veel meer details kennen we niet, want zoals wel vaker bij veenvondsten het geval is, is er geen archeoloog bij betrokken geweest. De vondsten duiden erop dat zich hier bijzondere handelingen hebben voltrokken in de eeuwen tussen 2800 en 1700 v.Chr. Twee andere voorbeelden zijn het Bolleveen bij Zeijen en het Bolveen bij Taarlo (gem. Tynaarlo; de naam ‘bol’ zou volgens sommigen betrekking kunnen hebben op stieren (bollen) die hier in historische tijd geweid werden). Beide veentjes hebben - in ieder geval voor Drentse begrippen spectaculaire vondsten opgeleverd. In Zeijen waren in 1916 in het drooggevallen veentje ‘een paar koud gemetselde, met veldstenen opgezette, bijenkorfvormige con­structies’ te zien. Een daarvan, ongeveer anderhalf maal zo groot als een echte bijenkorf, was onbeschadigd. Ze stonden op de droge zandbodem. Helaas heeft niemand ze toen opgetekend. In 1927 startte professor A.E. van Giffen van het BiologischArchaeologisch Instituut een klein onder­zoek. Hij had er toen al spijt van dat hij zo lang gewacht had, want het centrale deel van het veen was al vergra­ven en dus ook de bijen-


foto: Bertil Zoer


6

Boven: Dierlijk botmateriaal uit het Bolleveen bij Zeijen (Foto: Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie). Onder: De opgraving van enkele kuilen in het Bolleveen bij Zeijen in 1927 (Foto Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie).

Archeologie

korfvormige bouwsels. Hij trof aan de rand van het veentje een aantal kuilen aan, waarvan hij er drie onderzocht. De opgra­vers ontdekten in die kuilen houten objecten, scherven, bijna-hele potten en botten van huis­dieren (rund, paard, varken, schaap/geit en hond). In 1948 keerde Van Giffen terug naar het Bolleveen. Doel was het nemen van monsters voor stuifmeelonderzoek. Ook toen werden weer kuilen (met daarin takken, stammen en veenturven) en zelfs stenen bouwsels waargenomen. Andere vondsten die bij deze en andere gelegenheden tevoorschijn kwamen, zijn aardewerk, een wielfragment, een huid (‘ver­moedelijk van een rund’) en houtsnijwerk dat sterk doet denken aan het silhouet van een runderkop. Deze vondsten beslaan de periode tussen de 4de eeuw v.Chr. en de 5de eeuw na Chr. De vondsten uit het Bolveen bij Taarlo zijn al even bijzonder, zij het dat in dit veentje geen stenen bouwsels zijn aangetroffen (of liever: voor dit veentje niet worden vermeld). Een van de vroegste vondsten (1919) is een houten bak. Verder gaat het om aardewerk, een halffabrikaat van een wielnaaf, halffabrikaten van velgsegmenten van spaakwielen en spreken de bronnen nog over schoenen, bundels ­haar, stierho­rens, een pot met ‘doppen van hazelnoten’ en ‘vezels’, etc. Slechts een deel van de vondsten is uiteindelijk in het Drents Museum terechtgekomen. Dat wat bewaard gebleven is, kunnen we dateren in de Romeinse tijd en de volksverhuizingstijd, met andere woorden de eerste vijf eeuwen na Chr. Betekenis

Naar het zich laat aanzien, lag dit type ‘offerveentje’ zeer dicht bij de bijbehorende nederzetting; voor het Bolveen staat dat zelfs vast. Het is dan ook waarschijnlijk dat de rituele handelingen die zich in en bij deze veentjes voltrokken, een gemeenschappelijk karakter hadden. Het kan daarbij gaan om het deponeren van objecten maar ook om het consumeren van rituele maaltijden. Wat opvalt is dat het rund zo’n prominente plaats inneemt. Dat dier is vertegenwoordigd door botten, horens, mogelijk een huid en houtsnijwerk dat wellicht onderdeel van een wagen vormde. Het geeft aan dat dit huisdier niet alleen een economische factor was, maar ook in de ideologie van de vroege Drenten een belangrijke plaats innam. Het aardewerk dat uit de offerveentjes afkomstig is, wordt algemeen gezien als container van voedseloffers; de inhoud is verdwenen, de verpakking is overgebleven. Lastiger is het bij de wieldelen. Ongetwijfeld had het wiel een symbolische lading. De inhoud van die symboliek ontgaat ons echter.


7

foto: Bertil Zoer

Archeologie

Wat is er nog over?

De offerveentjes vormen een uniek deel van het Drentse bodemarchief. Helaas weten we voor de hierboven beschreven en soortgelijke veentjes niet precies hoe compleet dat archief nog is. Er is veen afgegraven, maar hoeveel? Dat betekent dat er verkennend booronderzoek nodig is. Dit booronderzoek zal (vermoedelijk) geen inzichten opleveren over de aanwezigheid van voorwerpen zoals hierboven beschreven, want de trefkans is eenvoudigweg te klein. Wel zal er duidelijkheid komen over de omvang van het veen en de resterende veendikte (en dus de kans dat er nog voorwerpen uit de diverse pre- en protohistorische perioden aanwezig kunnen zijn). Pollenanalytisch onderzoek is hierbij nodig om de bewaard gebleven lagen te dateren. De uitkomsten van dit waarderend onderzoek dienen als basis voor verdere actie: wettelijk beschermen, plaatsen op de provinciale monumentenlijst, inrichtingsmaatregelen nemen of wellicht opgraven omdat behoud niet mogelijk of te kostbaar is. Pas na de waarderende onderzoeksfase kan een onderbouwd advies gegeven worden over eventuele opschoningsplannen voor deze veentjes. Ongecontroleerd opschonen - om er weer ‘aantrekkelijke’ waterplassen van te maken - maakt immers vaak meer kapot dan ons lief is. Dat laatste geldt uiteraard niet alleen voor de offerveentjes, maar voor alle veentjes. Laten we zuinig zijn op deze archieven.

*Dr.W.A.B. van der Sanden is als provinciaal archeoloog verbonden aan Drents Plateau.

Boven: Het Bolveen bij Taarlo.

Links: Houten voorwerpen uit het Bolveen; linksboven: houten bak; rechtsboven: halffabrikaat van een houten bak; onder: halffabrikaat van een wielnaaf (Tekening: Rijksuniversiteit Groningen, Groninger Instituut voor Archeologie).


Flora Eef Arnolds*

De Kleibosch gelegen in het uiterste noorden van Drenthe, tussen Foxwolde en Roderwolde, is een lustoord voor paddestoelenliefhebbers. Door de bijzondere bodemomstandigheden komen er allerlei paddestoelen voor die elders in Drenthe vrijwel ontbreken. In totaal zijn nu ruim 550 soorten van het terrein bekend, waaronder maar liefst 74 soorten die op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare paddestoelen in Nederland staan. Daarmee is De Kleibosch een van de mycologische kroonjuwelen in Drenthe.

foto: Joop van de Merbel

8

De eerste aankopen in De Kleibosch werden door Het Drentse Landschap al in 1962 verricht. De huidige oppervlakte bedraagt 122 ha, voor het grootste deel graslanden in het dal van het Peizerdiep. Het gebied heeft zijn naam te danken aan twee bospercelen, gelegen op zware potklei, een bodemtype dat slechts hier en daar in NoordDrenthe aan de oppervlakte komt. Deze compacte klei is geschikt voor het produceren van bakstenen, hetgeen hier vanaf de middeleeuwen tot in de achttiende eeuw plaatsvond. De vroegere kleidobben zijn vaak in het landschap goed herkenbaar. De naam van de monumentale boerderij Tichelwerk verwijst ook naar dit ambachtelijke verleden.

Het zuidelijke bosperceel bestaat uit doorgeschoten hakhout van Essen en Elzen, gemengd met Ratelpopulier, Eik, Berk en Hazelaar. Hier kunnen wandelaars in het voorjaar genieten van duizenden Bosanemonen. Soms zijn er kale plekjes in de anemonenvelden. Daar kan men uitkijken naar de Anemonenbekerzwam, een bruin kommetje van enkele centimeters breed, dat door een steel verbonden is met de wortelstokken van Bosanemoon. Deze bekerzwam parasiteert op de anemonen die daardoor plaatselijk afsterven. Geliefde plek

Het echte paddestoelenfeest begint hier, zoals in de meeste bossen, in

Paddestoelenparadijs De Kleibosch


Flora

Boven: Elzenweerschijnzwam

foto’s: Eef Arnolds

Onder: Koperrode gordijnzwam

de nazomer. Er groeien bijvoorbeeld 18 soorten Gordijnzwammen. De Okergele gordijnzwam met een botergele, kleverige hoed is er opvallend algemeen, vooral in de buurt van Ratelpopulier. Op één plek staat de zeldzame Violette gordijnzwam, een forse soort waarvan de fijngeschubde, donkerviolette hoed wel 15 centimeter breed kan worden. Als tegenhanger van deze reus groeit in De Kleibosch een andere violet gekleurde gordijnzwam, de Kleinste elzengordijnzwam. De hoed wordt bij deze soort niet groter dan een centimeter. In een vochtig bos als De Kleibosch hebben houtafbrekende paddestoelen het uitstekend naar hun zin. Op afstervende berken zitten bruine Berkenzwammen en de grijze, hoefijzervormige vruchtlichamen van de Tonderzwam. Tonderzwammen zijn hard als het hout zelf en vormen ieder jaar aan de onderzijde een nieuwe buisjeslaag. Daardoor kunnen ze enorm groot en meer dan 20 jaar oud worden. Dode elzen zijn er bezet met plakkaten van de Elzenweerschijnzwam, een roestbruine buisjeszwam waarvan de poriën bij een bepaalde lichtinval een zilverachtige glans vertonen. Soms staan op dezelfde stammen kleine witte buisjeszwammen met een gele hoedrand, het Geelgerand elfenbankje. Een veel zeldzamere houtzwam is de Violette satijnzwam die half verborgen op de molm in holtes van oude hakhoutstoven groeit. Dit paddestoeltje heeft een vreemde, zoetige geur, die door sommigen wordt omschreven als zeepachtig of bloemengeur. Anderen vinden het ruiken naar muffe kelders.

Het Drentse Landschap heeft er jaren geleden voor gekozen om in De Kleibosch het hakhoutbeheer te staken en de stobben te laten uitgroeien tot bomen.Voor de mycoflora is dat gunstig, want kappen leidt hier tot verstoring van het vochtige microklimaat en een explosieve uitbreiding van bramen en ruigtekruiden. Het eikenlaantje

Tussen beide bospercelen ligt een met gras begroeid, glibberig karrespoor. Aan de zuidkant staan verspreid oude eiken. Een paar jaar geleden waren de bermen van het pad overgroeid met bramen en hoge kruiden totdat mycologen op resterende open plekjes een paar bijzondere paddestoelen vonden. De meest spectaculaire soort is hier de Prachtboleet, die zijn naam eer aan doet. De hoed kan 20 centimeter breed worden en is zacht roze getint, fraai contrasterend met de goudgele poriën aan de onderzijde. Bij druk verkleuren de poriën als bij toverslag intens blauw. De Prachtboleet komt in Nederland verder op enkele plekken voor in het gebied van de grote rivieren, steeds in bermen met oude eiken op klei. Ook andere paddestoelen langs dit karre­ spoor wijzen op overeenkomsten met lanen op rivierklei, zoals de Wortelende boleet, de karmijnrode Kleibosrussula en de al even fraaie Purperen gordijnzwam. Deze vondsten waren aanleiding voor Het Drentse Landschap om het beheer aan te passen. De paddestoelen in dit milieu floreren namelijk vooral als de ondergroei kort en schraal is. Sindsdien wordt de berm jaarlijks gemaaid,

9


Flora

10

zoals de Koperrode gordijnzwam, Wilgenrussula, Wilgenzompzwam, Wilgenvezelkop, Wilgenvaalhoed en het Wilgenmosklokje. De namen spreken vaak voor zich. Deze soorten zijn strikt aan wilgen gebonden, maar dat wil niet zeggen dat ze overal voorkomen waar wilgen staan.

Prachtboleet

foto: Eef Arnolds

Graslandpaddestoelen in het bos?

waarna het maaisel wordt afgevoerd. En met succes! De Kleibosrussula is er sterk toegenomen en er zijn diverse nieuwe zeldzaamheden ontdekt, zoals de bedreigde Goudporieboleet, ook al een spectaculaire, grote paddestoel die opvalt door een sterke geur naar jodoform. Een ander topstuk is de Bleke boleet, verwant aan de Prachtboleet maar zonder rode tint. De Bleke boleet stond lange tijd in Nederland als uitgestorven te boek maar is recent ook op twee plaatsen in het rivierengebied teruggevonden. Wilgenstruweel

De noordelijke Kleibosch is een moeilijk toegankelijke wildernis met grote en kleine tichelgaten, greppels en slootjes. Onder de oude elzen- en essenstoven groeien veel bramen, in de

laagtes moerasplanten als Gele lis. Een ondiepe kleiput is dichtgegroeid met moerasruigte en omzoomd door struweel van oude, wijd vertakte Grauwe wilgen. Aan vaatplanten hebben wilgenstruwelen weinig bijzonders te bieden, maar door de constante luchtvochtigheid zijn de takken behangen met mossen en korstmossen. Dit microklimaat is ook gunstig voor een weelderige mycoflora. De meest bijzondere soort van de wilgenwildernis in De Kleibosch is de zeer zeldzame Tonnetjesmycena, een klein maar zeer opvallend paddestoeltje met een sterk gevoord hoedje dat hoger is dan breed. Het groeit in grote groepen op bemoste wilgenstammen. Op de grond staan allerlei paddestoelen die in symbiose leven met de wortels van wilgen,

Iets ten westen van het wilgenstruweel ligt een essenbosje waar paddestoelenkenners vreemd opkijken. Op de kale klei groeien bundeltjes van knalgele knotsjes tot 5 centimeter hoog. Het zijn twee soorten knotszwammen, de Gele en de Fraaie knotszwam, die alleen microscopisch van elkaar verschillen. Ze worden vergezeld door tientallen exemplaren van de zeldzame Hooilandwasplaat, een oranjegele plaatjeszwam met onder de hoed ver uiteen staande lamellen die er wasachtig uitzien. De steel en hoed zijn zo slijmerig, dat ze tussen je vingers doorglibberen. Dat geldt ook voor de Grauwe wasplaat, maar die soort heeft grijzig bruine tinten zoals de naam suggereert. In Drenthe is deze paddestoel alleen uit De Kleibosch bekend. Het vreemde is dat deze paddestoelen bekend staan als typische soorten van schrale, onbemeste graslanden. De naam Hooilandwasplaat wekte die suggestie al. Wat doen ze hier dan in het donkere bos? Die vraag is nog niet afdoende beantwoord. Er zijn in ons land een paar andere bossen op kalkhoudende leem die een vergelijkbare mycoflora bezitten. Het lijkt er op dat deze bossen de oorspronkelijke


Eeuwfeest van de Nederlandse Mycologische Vereniging

foto’s: Eef Arnolds

De Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV) houdt zich sinds 1908 bezig met de studie van paddestoelen. Ter gelegenheid van het eeuwfeest wordt op 18 en 19 oktober een voor iedereen toegankelijk paddestoelenevenement georganiseerd op landgoed Hoekelum te Ede. Centraal staat een grote paddestoelententoonstelling. Daarnaast zijn er tal van andere activiteiten. Zo is er een doorlopend programma van lezingen en worden in de omgeving korte excursies gehouden onder leiding van deskundigen. Kunstenaars tonen er hun werk, geïnspireerd op paddestoelen, een plantendokter geeft advies over plantenziekten, enzovoorts. Er is een spe­ciaal programma voor kinderen.

groeiplaats vormen van wasplaten en knotszwammen, want oorspronkelijk kwamen permanente graslanden in Nederland niet voor. Die zijn pas ontstaan onder invloed van de eerste veehouders. Het ziet er dus naar uit dat de hierboven genoemde soorten pas daarna de overstap naar graslanden hebben gemaakt. Inmiddels zijn de bossen waar ze oorspronkelijk voorkwamen grotendeels verdwenen. Dus nog een stukje Kleibosch om trots en zuinig op te zijn!

Kleibos russula

Grauwe wasplaat >

* Dr. E.J.M. Arnolds is voorzitter van de Stichting Paddestoelenwerkgroep Drenthe en lid van de Wetenschappelijke Adviescommissie van Stichting Het Drentse Landschap.

Op 4 oktober zijn er door het hele land 31 publieks­ excursies, waarvan drie in Drenthe onder leiding van deskundige leden van de Paddestoelenwerkgroep Drenthe. De excursies beginnen om 13 uur en duren ongeveer twee uur. De plaatsen zijn: • Boswachterij Ruinen. Verzamelen bij bedrijfsgebouw van Staatsbosbeheer aan de Ruinerweg • Boswachterij Hooghalen. Verzamelen op het parkeerterrein van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork • Mensingebos bij Roden. Verzamelen op parkeerterrein tegenover sportvelden van V.V. Roden aan de Norgerweg Kijk voor meer informatie op de website www.mycologen.nl/jubileum.


foto: Joop van de Merbel

De schoonheid van verval Albert Haar*

Het is 1983. Op een broeierige zomerse namiddag loop ik met mijn zoontje van vier in Batenburg, een plaatsje in het Land van Maas en Waal. Vanuit het zuiden komt een onweersbui opzetten wanneer we rond de restanten van het oude slot lopen. Een paar kraaien vliegen krassend weg als een eerste donder over het eeuwenoude dorpje rommelt. “Gaan de ridders nu schieten, papa?”, vraagt mijn zoontje. Met nog meer ontzag kijkt hij naar de ruïne van slot Batenburg. Een paar duiven zoeken bij een volgende donderslag een goed heenkomen. In de verte hoor ik het ruisen van de aanstormende regen. De afstand naar de auto op de parkeerplaats bij café ’t Mandje is te groot om droog over te komen. We schuilen onder het oude poortgebouw. De tralies voor het bovenraam brengen de fantasie van mijn zoontje tot leven. Of daar jonkvrouwen hebben gewoond? Of boeven? En is er ook een diepe put op de binnenplaats? Als de bui voorbij is huppelt mijn zoontje naar de auto en neurie ik zachtjes “Het leed is geleden, de horizon schijnt, wanneer de doden dronken zijn en pierlala verdwijnt”.


Erfgoed

Vijfentwintig jaar later zit mijn kleinzoontje in zijn zitje voor me op de fiets en praat honderduit over wat hij op de peuterspeelzaal heeft gedaan en dat hij de dvd van Circus Hocus Pocus geweldig vindt. We fietsen van Hoogeveen naar Zuidwolde en nadat we Ten Arloo gepasseerd zijn valt zijn klaterende kinderstem stil. Links van de weg ligt de geblakerde ruïne van een oude boerderij die in 2006 is opgebrand. De boerderij die zijn andere opa helemaal verbouwd heeft. Wanneer we de zwarte resten van de bouwval passeren, kijkt hij de andere kant op en ik voel een huivering door zijn kleine lijfje gaan. Even later vraagt hij met een klein stemmetje: “Zijn we er al voorbij, opa?”. Ordening

Als volwassenen zijn we gewend om te ordenen. Omdat we weten dat ordening duidelijkheid geeft, efficiënt en overdraagbaar is. Ordening is een proces van de rede. We doen het naar redelijkheid. En aangezien de redelijkheid hoog aangeschreven staat, plaatsen we in rangorde ordening boven chaos en wanorde. Onze maatschappij is doordrenkt met het begrip ordening. In landschapskringen is de ruimtelijke ordening natuurlijk het meest bekend. We leggen vast op kaarten en in begripsomschrijvingen. En misschien streven we wel naar totale ordening. Dat alles aangeharkt is. In de gemeente De Wolden gaat die behoefte tot ordening zelfs zover dat particuliere huiseigenaren gemaand worden afgebrande bezittingen zo snel mogelijk te herbouwen of in elk geval te fatsoeneren. “Het is ja gien gezichte”. Ruïne

Tijd voor een tegendraads geluid. Een stem voor het behoud van chaos en wanorde, een ontsnappen aan planolo-

gen, architecten en ruimtelijke ordenaars. Want waar blijft de fantasie, waar is de ruimte voor het kind in de mens, wanneer alles naar de rede geordend is? Welke prikkel gaat uit van een keurig gestreken voeg, een strak geschilderde windveer of een gladgeschoren gazon? Welke fantasie geeft een ‘Alexander Rose Avant Noir’ tuinameublement? Het zijn uitingen van het streven naar perfectie en volmaaktheid, met een vleugje ‘kijk mij eens’. Nee, neem dan een ingestort gebouw. Dat roept vragen op. Wie hebben daar geleefd? Waarom is het ingestort? Zitten er nog spullen in? Wat gebeurt hier ’s nachts? Talloze vragen rijzen bij me op. Waarom is het niet afgebroken, opgeruimd of herbouwd? Ruzie in de familie of problemen met de overheid? Bij avond en nacht is het de plaats waar de boze geesten bijeen komen, daklozen een slaapplaats vinden of heksen dansen om het vuur. Niemand die het huis durft te naderen. Ontsnapt aan de rede en regels van onze maatschappij. Af en toe rijdt een politieauto langs om de boel een beetje in de gaten te houden. We hebben angst voor ongeregeldheid en verval. Onze leefomgeving moet netjes, gaaf, veilig en voorspelbaar zijn. Onze rust mag niet verstoord worden.Verval willen we niet zien. Geen zichtbaar herstelde kleding, gerimpelde huid of gescheurde muur. Het moet eruit zien als nieuw. Desnoods met een flinke laag plamuur. Als het maar goed lijkt. Menselijk gedrag, cultuur dus, is gericht op beheersing. Niets aan het toeval over willen laten. De natuur moest overwonnen worden. Een cultuurlandschap is mensenwerk. Het tegengaan van wildgroei. En daarin zijn we nu zover doorgeschoten dat we cultuurlandschap laten ‘verworden’ tot natuurlandschap. Het vrije spel van de natuurlijke krachten. Met des te meer

13

kracht werpen we ons nu op de ordening van de bebouwing. We kunnen niet rusten. Intrinsieke waarde

Een ruïne of bouwval verstoort de ordening, de gemoedsrust. Wat kan er wel niet allemaal gebeuren? Instortingsgevaar, ongedierte, broeinesten van kwaad! Zijn we wel zeker van onze zaak! Maar verval heeft een andere kant. Het is de keerzijde van perfectie. Tussen perfectie en verval, begin en einde, ligt de cultuurhistorie. Hoe mensen om zijn gegaan met landschap en bebouwing. Daarom moet het verval een plaats hebben. De natuur zijn gang laten gaan heeft waarde. De waarde van dat proces is misschien niet tastbaar, want nieuwbouw levert meer economische activiteit op, maar wel intrinsiek aanwezig. Het laat namelijk zien en voelen dat dingen vergankelijk zijn. En dat gevoel is essentieel omdat het zorg impliceert. Zorg en aandacht voor je omgeving.Voor het mooie en het lelijke, het volmaakte en het gebrekkige. Eeuwige schoonheid is net zo vervelend als eeuwige jeugd. Gelukkig bestaan ze nog, die vraagtekens in onze maatschappij. De clochard onder de brug in Parijs, de ruïne van Batenburg en restanten van oude bomen, boerderijen en bedrijven. Laten ze onze fantasie blijven prikkelen en daarmee ons, nette burgers, de rust verschaffen dat wij onze zaakjes gelukkig allemaal goed op orde hebben. Kijk anders maar eens wat een chaos het kan worden. * A. Haar is freelance tekstschrijver en lid van de Werkgroep Boerenerven Drenthe. Stichting Het Drentse Landschap behartigt ook de belangen van de Stichting Drentse Boerderijen en ondersteunt de Werkgroep Boerenerven Drenthe.


foto’s: Geert de Vries

Sint-Jacobsvlinder

De Vlinderstichting bestaat 25 jaar. In het kader van dit jubileum publiceert Het Drentse Landschap een artikel over vlinders. De felicitaties zijn voor deze jarige organisatie zijn zeker op z’n plaats. In de afgelopen 25 jaar heeft de Vlinderstichting zich ontpopt tot een geweldige ambassadeur voor dagvlinders. Met hetzelfde enthousiasme zijn de medewerkers van de stichting nu bezig de nachtvlinders in het zonnetje te zetten. Vandaar de keuze voor de de Sint-Jacobsvlinder.

Sint-Jacobsvlinder Geert de Vries*

In Nederland komen ruim tweeduizend soorten vlinders voor. Het merendeel behoort tot de nachtvlinders, die dikwijls oneerbiedig motten worden genoemd. Daarmee voorbij gaand aan de gigantische variatie in kleuren- en vormenrijkdom van deze vlindergroep. Zo’n 140 soorten nachtvlinders vliegen ook overdag. Een van de bekendste dagactieve nachtvlinders is de Sint-Jacobsvlinder. Zo’n tien jaar geleden kwam deze vlinder nauwelijks voor in Drenthe. Nu vliegen ze hier bij duizenden. In de voorzomer kruipen de Sint-Jacobsvlinders uit hun pop. Na de paring legt het vrouwtje eitjes op het Jacobskruiskruid. De bekende zebrarupsen doen zich een aantal weken te goed aan deze giftige plant. In de loop van de zomer verstoppen de rupsen zich in de grond waar ze zich verpoppen. Wedloop

Een plant verdedigt zich tegen de ongeremde vraat van talloze insecten door de ontwikkeling van stekels, haren, vieze smaakstoffen of onuitstaanbare geuren. Sommige planten, zoals het Jacobskruiskruid, kunnen gif produceren. De productie van gif kost veel energie. Daarom wordt het gif gedoseerd aangemaakt. Het Jacobskruiskruid heeft de pech dat de rups van de Sint-Jacobsvlinder geen last heeft van het gif. Sterker nog: de rups is in staat om het vergif in zijn weefsel op te slaan, waardoor de rups zelf ook giftig is. De giftige rups kan zich dan ook permitteren om zelfs midden op de dag pontificaal de waardplant te consumeren. De rups ‘weet’ dat hij gif-


Fauna

tig is en dat vogels hem met rust laten. Geel betekent dan ook: ‘pas op, ik ben giftig’. Een plant blijkt veel sterker met zijn omgeving te kunnen communiceren dan tot voor kort gedacht werd. Als er veel vraat is door rupsen kan de plant een signaal afgeven aan de buurplanten: pas op rupsen in aantocht. De buren reageren dan adequaat door meer gif aan te maken. Het Jacobskruiskruid heeft nog een slimme truc achter de hand wanneer hij aangevallen wordt door een leger zebrarupsen. Hij kan een speciaal geursignaal uitzenden dat opgevangen wordt door sluipwespen die op zoek zijn naar rupsen van de Sint-Jacobsvlinder. Dat geursignaal is een oproep aan sluipwespen: hier is werk aan de winkel. Zo’n sluipwesp

legt eitjes in de rups. De larven vreten de rups op, hetgeen uiteindelijk in het voordeel van de plant werkt. Verwarring

De periode waarin Sint-Jacobsvlinders vliegen, is lang vergeleken met de vliegperiode van de meeste vlindersoorten. Het is dan ook mogelijk dat vlinders en rupsen van de SintJacobsvlinder tegelijk te zien zijn. Die vlinders zijn nooit de ouders van de dan aanwezige rupsen. Een vrouwelijke vlinder gaat dood nadat ze eieren heeft afgezet. Een vrouwtje ziet dus nooit haar eigen kroost. In de periode dat de zebrarupsen massaal aanwezig zijn, vliegt ook de Sint-Jansvlinder, een andere dagactieve nachtvlinder, die dikwijls verward wordt met de

15

Sint-Jacobsvlinder. Hoewel beide soorten rood-zwart gekleurd zijn, zijn ze totaal geen familie van elkaar. De Sint-Jacobsvlinder behoort tot de familie van de beervlinders en de SintJansvlinder is een vertegenwoordiger van de bloeddrupjes (zie foto). De rups van de Sint-Jansvlinder leeft van rolklaver. Tot slot

Het blijft een spannende wedstrijd tussen rupsen en planten. Rupsen kunnen hun waardplant nooit helemaal uitroeien. De plant wordt ook door de mens bestreden (zie artikel van Joan Hofman in kwartaalblad 58). Met chemische bestrijding van het Jacobskruiskruid vernietigt men niet alleen de plant, maar ook de rupsen die een belangrijke bondgenoot zijn in de strijd tegen het voor vee giftige Jacobskruiskruid. Bovendien gaat met de bestrijding van deze fraaie composiet ook een heel belangrijke nectarbron voor tientallen soorten insecten verloren. De bestrijding kan vanuit dat oogpunt daarom het beste beperkt worden tot die plaatsen waar men echt last heeft van het Jacobskruiskruid. Het gaat goed met de SintJacobsvlinder. Dit in tegenstelling tot tal van andere soorten nachtvlinders die hard achteruit gaan. We hopen dat de Vlinderstichting in de komende 25 jaar de nachtvlinders met net zoveel succes zal promoten als ze dat de afgelopen 25 jaar deed bij de dagvlinders.

Sint-Jansvlinder

* G.W. de Vries is werkzaam bij het IVN-consulentschap Drenthe.


16

Erfgoed

Keuterijen in Drenthe Eric le Gras*

Als je vandaag de dag door Drenthe fietst, dan zie je nog steeds keuterijen. Soms, als je geluk hebt, nog redelijk in de oorspronkelijke staat, maar vaker compleet verbouwd en alleen met moeite herkenbaar als de plaats waar ooit een kleine boer en zijn gezin vochten voor een schamel bestaan. Eigenlijk is het wel begrijpelijk dat zoveel voormalige keuterijen ingrijpend zijn verbouwd. Ze waren donker, klein en vaak slecht gebouwd. In het woongedeelte waar ooit een gezin van vader, moeder, grootouders en soms tien of meer kinderen kon wonen, is nu maar amper ruimte voor twee personen. Meestal is dat een ouder echtpaar en soms zijn het ook jongere mensen, maar die laatsten verhuizen meestal als er kinderen komen.

foto: Sake Elzinge

Respect

Nog niet eens zo lang geleden, niet meer dan een jaar of vijftig, zestig, stonden overal op het Drentse platteland keuterijen. Het waren optrekjes van arme boeren, die niet of nauwelijks konden rondkomen van de opbrengst van de paar bunder waarover ze beschikten. Vaak moesten ze een bijbaantje nemen, bijvoorbeeld als melkrijder of als arbeider bij een grote boer.

Om ruimte te winnen, hebben de huidige bewoners dan ook nog vaak de oude stal bij het woongedeelte getrokken. Waar een paar koeien, wat schapen, een geit en een enkele keer ook een paard stond, vind je nu een slaapkamer, een eetkamer of een keuken. De zolder, waar de kinderen onder de hanenbalken sliepen, kan tot een luxueuze loungeruimte zijn omgebouwd. Slechts in spaarzame gevallen zijn die verbouwingen met aandacht en respect voor de cultuurhistorische waarde van het boerderijtje uitgevoerd.Vaker zijn alleen de contouren nog herkenbaar en soms lukt ook dat niet meer.Veel keuterijen zijn ook domweg gesloopt. De laatste keuterboer is dan gestopt met zijn bedrijf en de kopers zijn redelijk gefortuneerde mensen, die zijn ge誰nte-


Erfgoed

17

Lezersaanbieding Het boek Keuterijen in Drenthe verschijnt in oktober bij uitgeverij InBoekvorm. Lezers van het kwartaalblad kunnen het boek via de folder in dit blad voor € 19,95 bestellen. U betaalt dan geen porto- en verzendkosten.

resseerd in de grond en de locatie, maar niet in het gebouwtje. Makelaars vertellen dat potentiële kopers soms niet eens meer binnen kijken. Niet nodig, zeggen ze, die bouwval gaat toch tegen de vlakte. Verhalen

foto’s: Sake Elzinge

Veel valt er niet te doen aan die teloorgang van een belangrijk deel van het Drentse culturele erfgoed. De bescherming laat te wensen over, al is een enkele keuterij wel aangewezen en beschermd als monument. Maar dat zijn uitzonderingen, het merendeel is vogelvrij. Daarom rest er weinig anders dan beschrijven en vastleggen van wat in snel tempo verdwijnt. Datzelfde geldt voor de verhalen van de keuters en hun gezinsleden. Ze zijn er nu nog, al gaat het vaak om herinneringen van kinderen of kleinkinderen van de mensen die daadwerkelijk een bestaan als keuterboer hebben geleid. Ook die kinderen zijn niet meer de jongsten en hun verhalen dreigen net als de keuterijen te verdwijnen. Boek

Om zoveel mogelijk vast te leggen van wat onherroepelijk verloren lijkt te gaan, verschijnt op initiatief van Het Drentse Landschap en de Bond Heemschut in oktober een boek over de Drentse keuterijen, inclusief kleine uitstapjes naar Friesland en Duitsland. Het boek beschrijft de bouwhistorie van de bedoeninkjes en bevat een inventarisatie van wat er nog resteert in Drenthe. Twee Drenten – de ene woonde als kind op een keuterij en de

andere kwam regelmatig op de keuterij van zijn grootouders – vertellen het verhaal van het dagelijks leven in armoede en van de sterke banden met familie en buurtgenoten en fotograaf Sake Elzinga legde in beeld vast, wat er nog rest van de schamele woningen van de keuters.

* E. le Gras is medeauteur van het boek ‘Keuterijen in Drenthe’. Hij is freelance journalist.

Bij het Drents Plateau is een brochure over restauratiemogelijkheden van keuterijen beschikbaar: www.drentsplateau.nl


Vrijwilligerswerk

18

Met slag H ivrijwilligers s t o r i s c h o n d e r zo e k n a a r aan d e ke u t ede r i j e n va n Midlaren Zonder haar vrijwilligers zou Stichting Het Drentse Landschap niet de rol kunnen vervullen, die ze momenteel in de Drentse samenleving heeft. Ze begeleiden excursies en houden lezingen, bemensen een stand, houden toezicht in de terreinen of inventariseren flora en fauna. Sinds 2006 is er een groep vrijwilligers die historisch onderzoek doet naar de gebouwen van Het Drentse Landschap. Hans Colpa*

keuterijen is dat ze zeer dicht bij het hunebeddenpaar D3 en D4 zijn gebouwd. Samen met de sobere erfinrichting met heggetjes, fruitbomen en noestige eiken, vormt het geheel nog steeds een schilderachtige plek. De weerslag van de bevindingen van de drie vrijwilligers is te vinden in het conceptrapport Hunebedden en keuterijen te Midlaren.

foto: Archief HDL

Grote zorg

De stichting heeft 250 gebouwen in eigendom en beheer. De gebouwen variëren van de havezate De Havixhorst, boerderijen en stookhokken in het museumdorp Orvelte tot keuterijen zoals Het Kleinste Huisje. Een nieuwe aanwinst is de onlangs herbouwde Wilms’ Boo.Van de meeste gebouwen van de stichting is de bouwen bewoningsgeschiedenis onvol-

doende bekend. Het vrijwilligersteam Historisch Onderzoek, bestaande uit 11 personen, doet daarom onderzoek naar deze gebouwen. Drie van de werkgroepleden, Henk Brink, Albert Rijks en Jan de Vries, hebben zich verdiept in de geschiedenis van de twee keuterijen in Midlaren, waarvan één eigendom is van onze stichting. Het bijzondere van deze

Het is de bedoeling om een artikel voor het kwartaalblad te schrijven over de keuterijen in Midlaren. Vooruitlopend hierop kunnen we nu al een tipje oplichten. Aan het begin van de vorige eeuw was er onder de archeologen grote zorg over het wonen bij de hunebedden in Midlaren. De Commissaris der Koningin, mr. Johannes Linthorst Homan, schrijft op 15 oktober 1906 een brief aan burgemeester Albarda, waarin hij hem attendeert op de toestand van de onmiddellijke omgeving van de hunebedden in Midlaren. Uit de brief blijkt dat de bewoner van het daarbij staande huisje het hunebed voor allerlei doeleinden gebruikt: “Ook is mij bericht dat het in vervuiling verkerende hunebed door veldarbeiders en anderen wordt gebruikt als stookplaats en dat tussen de stenen meermalen een kookpot wordt geplaatst waardoor het behoud ernstig in gevaar wordt gebracht.” De gemeenteveldwachter en de rijkspolitie moeten er aan te pas komen om aan deze toestand een einde te maken. Gelukkig voor de betrokken overheden wordt het perceel in 1907 verkocht aan de familie Ellens “die als veel zindelijker en ordelijker bekend staat”.


Natuurlijk vlees van het Landschap

foto: Sake Elzinge

Berend Spiegelaar, de huidige bewoner van de keuterij Midlaren

Aardig is verder het interview met Aaltje Bennema, die in 1918 in één van de keuterijen werd geboren. Haar vader vertelde altijd dat hij haar onder het hunebed had gevonden toen hij op een morgen de asla leegde. Het was duidelijk dat de ooievaar haar daar had neergelegd. Aaltje heeft jarenlang geloofd dat ze tussen de stenen was gevonden. Als kind speelde Aaltje graag bij de hunebedden. Het liefst zat ze op een steen met een platte vorm. Ze noemde dat de ‘kakstoel’.. Vaak kwam ze met rauwe knieën thuis van het spelen op de hunebedstenen. Eén vraag konden de werkgroepleden tot nu toe helaas niet beantwoorden: “Waarom werden de beide keuterijen zo dicht bij de hunebedden gebouwd?” Door onderzoek te doen bij onder meer het Kadaster hopen ze alsnog het antwoord op die vraag te vinden. *J.G. Colpa is medewerker Communicatie en Vrijwilligerszaken van Stichting Het Drentse Landschap.

Het is nog mogelijk om natuurlijk vlees van Stichting Het Drentse Landschap te kopen. Het is vlees is afkomstig van de grazers die de stichting in haar terreinen inzet voor het beheer. Omdat de dieren in grote rust opgroeien en uitsluitend op een biologische manier worden verzorgd, is vlees van deze dieren van hoogwaardige kwaliteit. Heeft u belangstelling? Stuur dan de ingehechte bestelbon snel in omdat het aanbod beperkt is. Alle aanvragen behandeld in volgorde van binnenkomst en zolang de voorraad strekt. U ontvangt in september/ oktober nader bericht omtrent uw bestelling, de betaling en de dag waarop u de pakketten kunt ophalen (september-december). Voor nadere informatie kunt u, bij voorkeur per e-mail, contact opnemen met het kantoor in Assen. E-mail: vleesactie@drentslandschap.nl of op nummer (0592) 304177 van dinsdag tot en met vrijdag tussen 14.00 en 16.00 uur.


Beheer

20

Weidevogels Eric van der Bilt*

Het gaat niet goed met de weidevogels in Nederland. In de afgelopen jaren namen de aantallen van verschillende soorten fors af. Weidevogels horen bij Nederland. Ze kwamen hier al voor ver voordat er op grote schaal ontginningen plaatsvonden om de gronden foto: Johan Vos

geschikt te maken voor de landbouw. Je kwam ze toen vooral tegen in lage dichtheden in laag- en hoogveengebieden, langs grote rivieren en in moerassen en beekdalen.

Graspieper

Grutto>

Met name door de ontginning van laagveenmoerassen tot veenweidelandschap ontstond vanaf de late middeleeuwen geleidelijk een eldorado voor weidevogels. Eigenlijk kun je wel spreken van een gruttofokkerij. Men schat dat er in de jaren ‘80 van de vorige eeuw minstens 100.000 paren Grutto’s waren tegen nu nog amper 45.000. De Grutto heeft het liefst hoge waterstanden, ruige stalmest, gevarieerde oude graslanden met greppels en een gevarieerd maai- en weidebeheer. Ouderwetse landbouw dus. De achteruitgang van weidevogels begon vanaf de jaren ’70 van de vorige eeuw. Waren er rond 1980 nog 5000 à 7000 gruttoparen in Drenthe, nu zijn dat er nog hooguit 800, geconcentreerd in de beekdalen en de laagveenontginningen. Ondanks het agrarisch natuurbeheer lijkt de trend naar minder weidevogels zich voort te zetten. Sterke achteruitgang

In de huidige landbouw wordt de grond wel heel erg intensief gebruikt. Gemiddeld nemen de weidevogelpopulaties in Nederland de laatste 5 jaar met ca 5% per jaar af. In sommige laagveengebieden zelfs met 13%. Het

lijkt er op dat er sprake is van een geriatrische populatie die snel sterft. Het beeld op de zandgronden is iets positiever, daar neemt de populatie maar met 1 à 2% per jaar af maar dat komt uitsluitend omdat de grote achteruitgang daar al veel eerder plaatsvond. De Veldleeuwerik, een uitbundig algemene vogel in de jaren ’60 en ’70

van de vorige eeuw, is bijna verdwenen. Ondanks de inspanning van boeren en terreinbeheerders lijkt de achteruitgang niet te keren en neemt ze zelfs percentueel toe. Onze voorouders en specifiek de boeren hebben ons landschap vormgegeven. De leidraad daarbij was steeds economisch handelen. Door nuchter boerenhandelen zijn prachtige landschappen ontstaan: veenweidepolders, heidevelden, het esdorpenlandschap, het hoevenlandschap, kleinschalige beekdallandschappen enzovoort. Toch moet gesteld worden dat natuur en landschap steeds onbedoelde bijproducten waren van puur op inkomensvorming gericht handelen van de boer die in essentie een groene ondernemer is.


Beheer

foto: Geert de Vries

Boer als natuurbeheerder

Van een boer een natuurbeheerder maken is geen vanzelfsprekendheid. Om boeren tot die stap te verleiden moest steeds naar zaken als haalbaarheid, inpasbaarheid, betaalbaarheid en draagvlak worden gekeken. Agrarisch natuurbeheer werd hierdoor geleidelijk meer een politiek doel in plaats van een middel tot het doel. Te weten: behoud van biodiversiteit in ons oude cultuurlandschap. Er is de afgelopen decennia vooral gelet op inpasbaarheid in de reguliere bedrijfsvoering. Het gevolg is dat veel boeren nogal makkelijk konden kiezen voor lichte beheerspakketten, niet zelden op

verkeerde plaatsen ingezet, die toch relatief goed beloond werden. Het valt te betwijfelen of deze systematiek ook daadwerkelijk een bijdrage levert aan het natuurbeheer. Nog afgezien van de bureaucratie die gepaard gaat met de Subsidieregeling Agrarisch Natuurbeheer (SAN). Jaarlijks gaat er inmiddels circa € 60 miljoen om in het agrarisch natuurbeheer, zonder dat het tot continuïteit (essentieel bij de ontwikkeling van natuurwaarden) en aanvaardbare doelrealisatie leidt. Mozaïekbeheer

Weidevogelbeheer kan het beste door en samen met boeren worden uitgevoerd. Maar dan moeten de pakketten veel zwaarder zijn, moet er sprake van continuïteit zijn en zal het beloningsniveau stevig omhoog moeten. Zeker nu de verdiensten in het reguliere bedrijf stijgen. Een recente evaluatie uit 2004 van het agrarisch natuurbeheer wijst uit dat er geen significant positief resultaat behaald werd. Onderzoek wijst ook uit dat zelfs als alle predatoren (liefst 15 soorten in getal) uitgeroeid worden, de populaties nog zullen dalen. Door professionalisering via de Agrarische Natuurverenigingen en met de introductie van het mozaïekbeheer en gruttokringen ziet het er iets positiever uit maar niet positief genoeg. Een goed weidevogelbeheer is echt niet zo moeilijk maar het vraagt wel een fundamenteel andere benadering via veel ingrijpender bedrijfsaanpassingen. De terreinbeheerders hebben niet veel gedaan om de weidevogelproblematiek

foto: Joop van de Merbel

Door de enorme vooruitgang gebaseerd op een snelle en zeer ingrijpende wijziging van de productiemiddelen is de landbouw qua impact enorm veranderd. Hetgeen ook tot een groot verlies aan natuur- en landschapswaarden leidde in een land als Nederland waar je de natuur relatief eenvoudig naar je hand kunt zetten. De ruilverkaveling was er de oorzaak van dat ons landschap op veel plaatsen in een ecologische woestijn is veranderd. De bevolking en ook veel boeren betreuren uiteindelijk de uitkomst van dit proces zoals het verdwijnen van onze weidevogels. Dat leidde al in 1976 met de komst van de Relatienota tot de instelling van beheersgebieden met beheersovereenkomsten, oftewel agrarisch natuurbeheer over een potentiële oppervlakte van 100.000 ha die in eigendom en productie bij de boer bleef.

21

op te lossen. Misschien hebben ze zelfs soms de problemen vergroot. Alhoewel in een aantal gevallen de aanwezigheid van een rijke weidevogelpopulatie de aanleiding voor de reservaatstatus van veel gebieden was, vormde weidevogelbeheer eigenlijk maar hoogst zelden het natuurdoel. Niet geheel onterecht is er ook door Het Drentse Landschap vanuit gegaan dat de zorg voor de weidevogels primair een verantwoordelijkheid voor de agrarische sector was. De terreinbeherende organisaties hebben de vreemdste beheersvormen geïntroduceerd. Begrazing met veel te zware vleeskoeien, met heideschapen, moerasvorming, het door consequent verschralen massaal laten ontstaan van pitrusruigten die dan weer geplagd worden. Een vis- noch vleesbeheer. Ofwel je kiest voor het behoud van de

Tureluur


22

foto: Joop van de Merbel

Kievit

agrarisch traditie, ofwel je laat de boel de boel met als gevolg moeras, broekbos en veen. Een uitsluitend op botanische waarden gericht beheer doet de laatste weidevogels uit het verzuurde pitrusland verdwijnen. Dit gegeven is voor natuurbeheerders aanleiding om waar mogelijk het beheer meer te richten op weidevogels. Het Drentse Landschap zet bijvoorbeeld in het Lofar-gebied in het Hunzedal in op weidevogelbeheer samen met de boeren. Positief is ook dat er zeer interessante weidevogelpopulaties zijn ontstaan op goed beheerde natte heiden (Scharreveld, Doldersummerveld), in natte schraallandcomplexen (Reestdal, Schrapveen) en in natuurontwikkelingsgebieden (zoals langs de Hunze; het Annermoeras). Geen hoge dichtheden maar wel soortenrijk met veel kritische soorten. Waarschijnlijk lijken dit soort gebieden op de natuurlijke weidevogelbiotopen van voor de grote ontginningen. Men moet denken aan soorten als Kwartelkoning, Roodborsttapuit, Paapje, Wulp, Watersnip, Tureluur en af en toe een verdwaalde Kluut.

De oplossing

Een oplossing voor de teruggang van weidevogels vraagt om een goede analyse van de problematiek en een duidelijke politieke keuze voor wat betreft het beheer, de gebieden, de partners en de bekostiging. De eerste vraag die we ons moeten stellen is of wij in Drenthe belang hechten aan het kweken van Grutto’s in een door de moderne agrarische economie achterhaald oud cultuurlandschap. Of dat we die hobby toch maar overlaten aan Holoceen laag Nederland, zoals Friesland en de Hollanden. Stel dat we de weidevogels als iconen van een extensief agrarisch verleden wel belangrijk vinden, hoeveel van elke soort streven we dan na. Moeten er dan 1000 of 5000 gruttoparen komen? Als we dat met steun van alle betrokkenen vastgesteld hebben, dan zullen we moeten aangeven in welke gebieden in Drenthe we dat dan willen realiseren. Dat zal dan vooral zijn in de beekdalen en laagveenontginningen, waarbij het accent op Noord- en ZuidwestDrenthe zal komen te liggen. Inzetten op de potentieel beste weidevogelgebieden dus. Er moet een oppervlakte

worden vastgesteld en er moet worden bepaald wie die gebieden gaat beheren en wie de eigenaren zullen zijn. Het betreft hier dan al gauw een paar duizend hectaren bestaand natuurterrein en agrarisch cultuurlandschap. Het beheer zal primair op de weidevogels toegesneden moeten zijn: hoge grondwaterstanden, mozaïekbeheer, ruige stalmest, blijvend grasland, plas-dras situaties in begreppeld land. Inclusief het kappen van bomen en het bestrijden van predatoren Het beheer zal misschien georganiseerd moeten worden vanuit speciaal voor dit doel op te richten weidevogelbedrijven. Gesteund door de agrarische omgeving en tezamen met eigendommen van de natuurorganisaties. Het is een illusie om te denken dat de weidevogelpopulatie met wat marginale aanpassingen aan de bestaande bedrijfsvoering in stand te houden zal zijn. Het vergt een specialistisch soort natuurbeheer, net zoals als bijvoorbeeld het huidige heidebeheer wat tenslotte ook een oud cultuurlandschap betreft. En dat kost geld, zeker in een opgaande markt zoals nu. Het zou een uitdaging moeten zijn om in nauwe regionale samenwerking zo’n doelstelling vorm te geven. Het Drentse Landschap wil best aan zo’n benadering meewerken.

*D  it artikel is een samenvatting van de inleiding die drs. E.W.G. van der Bilt, directeur van Het Drentse Landschap, hield op het Weidevogelsymposium op 9 april j.l. in het provinciehuis in Assen.


Een eindje om met Het Drentse Landschap

Bertus Boivin / Eric van der Bilt

Fietstocht

foto: Hans Dekker

Het Drents-Friese Wold

14


Het Drents-Friese Wold Na elf jaar is het hoog tijd voor een nieuwe ontdekkingstocht naar de bronnen van de Vledder Aa. Neem rustig alle tijd voor uw rondje door het Nationaal Park Drents-Friese Wold. Dertig kilometer lang fietst u van het ene natuurgebied naar het andere. U passeert onafzienbare heidevelden en zandverstuivingen. U komt langs statige landgoederen en stille vennetjes. U fietst over smalle paadjes door bossen in alle soorten en maten. U komt langs de plaatsen waar het water zich verzamelt en waar kleine beekjes voorzichtig aan hun tocht omlaag beginnen. Onderweg zult u zien dat Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de Maatschappij van Weldadigheid en Het Drentse Landschap de afgelopen jaren veel werk gemaakt hebben van de natuurontwikkeling in het Drents-Friese Wold.

7

6

8 5 9 4 11 Start

1

10

2 Ga aan het eind van het weggetje linksaf. U passeert het beekdal van de Vledder Aa. Na de brug heet de weg de Doldersummerweg. Volg na verloop van tijd het schelpenpaadje in het verlengde van de weg. De Vledder Aa heeft alles in zich om zich tot één van de mooiste beken van Drenthe te ontwikkelen. Geen enkele andere Drentse beek ontspringt middenin een natuurgebied. Waar Drentsche Aa en Reest het ‘slechts’ moeten doen met een prachtige middenloop, heeft de Vledder Aa de beschikking over een brongebied dat nog redelijk intact gebleven is. Dat maakt de beek zelfs in Nederland uniek. Hier op het bruggetje bij de Doldersummerweg is daar nog weinig van te zien. Hier is de Vledder Aa nog niet veel meer dan een afwateringskanaaltje. De plannen liggen echter klaar om ook dit deel van de beek zijn oorspronkelijke karakter terug te geven.

3 Ga bij het verharde fietspad (paddestoel 21642) linksaf richting Wateren. U blijft het fietspad volgen tot de doorgaande weg Diever-Wateren. (Onderweg kunt u bij paddestoel 23273 even rechtsaf om het onderduikershol De Wigwam bezoeken.) U fietst al een tijdje door het heuvelachtige bosgebied van het landgoed Berkenheuvel. Het werd in 1890 aangelegd op de kale zandheuvels van het Wapserveld. Na een tocht door het bos passeert u de gereconstrueerde Tilgrup, een van de twee bovenloopjes van de Vledder Aa. Het loont de moeite even een stukje langs de beek te lopen om een indruk te krijgen van het vele werk dat hier in het kader van het Vledder Aa-project gedaan is. 4 Steek de weg Diever-Wateren over en volg het fietspad richting Appelscha. Bij paddestoel 21669 gaat u rechtdoor richting Appelscha. Rechts van het fietspad ligt het lagere gedeelte van de veldontginning Oude Willem waar sinds kort de Tilgrup weer ontspringt. De ‘oude’ genormaliseerde Tilgrup stond in verbinding met de Drentsche Hoofdvaart en werd bij de reconstructie afgesloten.

16

2

3

12 13

15

14

Vledder Aa

foto: Hans Dekker

1 U start op de parkeerplaats bij de schaapskooi en het informatiecentrum. Staande met uw rug naar de schaapskooi, gaat u op asfaltweggetje langs de parkeerplaats naar rechts.


Lengte route Circa 30 km. U kunt de route inkorten door ter hoogte van Doldersum van punt 10 naar punt 16 te rijden.

Openbaar vervoer Naar Diever met buslijn Assen-Meppel, uitstappen halte Hoofdstraat (fietsen naar punt 3 in de route). Zie www.9292ov.nl of bel (0900) 9292.

5 Bij knooppunt 61 neemt u het schelpenpaadje linksaf. U komt uit bij de uitkijktoren op het Aekingerzand. Direct na het wildrooster passeert u het Aekingerbroek. Een groot deel van dit gebied was nog niet zo lang geleden als weiland in gebruik en werd de afgelopen jaren ingericht als ‘natte natuur’. De bovenste laag werd afgegraven om de bodem te verschralen zodat de oorspronkelijke vegetatie er nieuwe kansen kreeg. In het Aekingerbroek verzamelde zich van oudsher het water dat de Vledder Aa voedt. Op de routekaart is de gereconstrueerde bovenloop vanuit het Aekingerbroek goed te zien. Langzaam maar zeker zal er vanuit het brongebied meer water door de beek gaan stromen. Vanaf de uitkijktoren heeft u een schitterend uitzicht op de stuifzanden van het Aekingerzand, ofwel de Kale Duinen. In de loop van de jaren heeft Staatsbosbeheer hier duizenden naaldbomen gekapt om de wind rond de Kale Duinen weer vrij spel te geven. Verderop langs het schelpenpad ziet u de stobben nog duidelijk tussen de heidestruiken staan.

Fietsverhuur Tweewieler­ centrum Kleijberg, Hoofdstraat 62, 7981 AB Diever, (0521) 593085

Benodigde tijd 3 à 3,5 uur.

foto: Hans Dekker

Aekingerzand

Beenbreek

Situatie ca. 1900

foto: Geert de Vries

6 Bij de uitkijktoren gaat u het fietspad naar links op. Het fietspad brengt u langs de Grenspoel. 7 Aan het eind van het fietspad even links aanhouden en de doorgaande weg oversteken. Het fietspad volgend komt u langs een ven en een camping. Via de Lange Drift bereikt u de weg Diever-Wateren.

foto: Jaap de Vries

Startpunt Schaapskooi en informatiecentrum De Huenderhoeve, Huenderweg 1, 8386 XB Doldersum, auto parkeren op de grote parkeerplaats.

Hommel op Klokjesgentiaan

8 Steek de doorgaande weg over. Aan de overkant blijft het weggetje Lange Drift heten. Het wordt een fietspad. De route voert langs de westrand van het Doldersummerveld. Het Drentse Landschap kocht dit meer dan 400 hectare grote terrein in 1967 aan.Vlak daarvoor nog leek het nagenoeg zeker dat het veld tot landbouwgrond ontgonnen zou worden. Zover is het gelukkig nooit gekomen. Het Doldersummerveld kon zich tot een van de waardevolste heidevelden van Nederland ontwikkelen. 9 Langs het Doldersummerveld bereikt u een zessprong van bospaden en fietspaden. Hier gaat u linksaf richting Doldersum. Onderweg wijst een bordje u de weg naar de uitkijktoren van Het Drentse Landschap. Bovenop de toren ervaart u de ‘grote stille heide’ van weleer en de onbedorven horizon rondom. Het Doldersummerveld is een vochtig heideveld dat over een ongelooflijke soortenrijkdom beschikt. Op het veld komen zeldzame plantensoorten als Heidekartelblad, Klokjesgentiaan, Beenbreek en Blauwe zegge voor. Het Doldersummerveld wordt begraasd door een kudde Schoonebeker heideschapen en een aantal Schotse hooglanders.


De waarde van het Drents-Friese Wold

Het Drents-Friese Wold

Als u net als wij deze fietstocht op een

warme junidag maakt, komt u onderweg tientallen fietsers tegen. Op een dag als deze is het erg

11 Op de kruising bij Boschoord moet u bij het elektriciteitshuisje linksaf. Neem het fietspad richting Vledder. U blijft dit fietspad volgen, dus de Storklaan links laten liggen. Later bij de boerderij het weggetje oversteken en fietspad verder vervolgen. U rijdt al een tijdje door de bezittingen van de Maatschappij van Weldadigheid. De maatschappij werd in 1818 opgericht en had als doel woeste grond te ontginnen ‘en daarop bij wijze van kolonisatie over te brengen zoodanige armen die voor deze arbeid geschikt geoordeeld kunnen worden’. Rechts van het pad ligt het behandelcentrum Hoeve Boschoord. Als het fietspad een flauwe bocht naar links maakt, kunt u rechtsaf de Schoollaan een eindje op rijden. U komt dan in het eigenlijke Boschoord, destijds Kolonie 7 genoemd. Terug op het fietspad ligt een eindje verderop links het Landgoed Vledderhof van Het Drentse Landschap. Hier legde de familie Van Royen uit Vledder in de negentiende eeuw het landgoed

Bouwersveld

aan met een fraaie afwisseling van bos, akkers en statige lanen.

druk in het Drents-Friese Wold. Niet té druk, maar toch… Plaatselijke politieke partij Progressief Westerveld vroeg zich af wat de economische betekenis van de aanwezigheid van twee nationale parken binnen de gemeentegrenzen voor de gemeente

12 U passeert enkele vennen en komt uit op een driesprong bij paddestoel 21458. Het asfaltpad gaat hier naar rechts. U neemt de weg naar links richting Vledder.

Westerveld zou kunnen zijn. Bij natuur denk je al gauw aan iets dat geld kost, maar levert het ook wat op? Men liet bureau Triple E onderzoek doen. Begin 2008 verscheen hun rapport onder de titel De groene impact op de lokale economie van gemeente Westerveld. De economische bedrijvigheid die direct aan de natuur gerelateerd kon worden, kwam voor het Drents-Friese Wold uit op een bedrag van bijna 47 miljoen euro per jaar. Het grootste deel van

13 U komt uit op De Jaren. De weg brengt u over de es van Vledder.

dit bedrag kwam voor rekening van de sector niet-commerciële dienstverlening. De belangrijkste instelling hier is Hoeve Boschoord, een instelling die nadrukkelijk gerelateerd is aan zijn groene omgeving. Het deel van de sector horeca dat aan het toerisme gekoppeld is, wordt door de onder-

14 Midden op de es neemt u de eerste weg links, de Groeneweg. In de verte ligt het witgepleisterde huis Vledderhof. In zijn huidige vorm werd het huis in 1875 gebouwd.

zoekers voor het deel van de gemeente Westerveld binnen het Drents-Friese Wold geschat op 6,5 miljoen euro. Het aandeel van de toeristische bestedingen in de sector handel schatten ze op 2,5 miljoen euro. Voor de landbouw gaat men uit van zo’n 3 miljoen euro op jaarbasis. (Denk aan zaken als streekproducten, kamperen bij de boer en agrarisch natuurbeheer). Kosten en baten tegen elkaar

15 Aan het eind van de Groeneweg gaat u linksaf. Het fietspad brengt u naar Doldersum. Rechts van de weg ligt het Bouwersveld van Het Drentse Landschap. In het veld bevinden zich enkele vennetjes en een groot aantal veengaten. Het gebied is slechts beperkt toegankelijk voor het publiek. Op weg naar Doldersum ziet u aan de rand van het bos links van de weg twee grafheuvels die De Generaal en De Majoor worden genoemd. De grafheuvels stammen uit het eind van de bronstijd en zijn zo’n 2500 jaar oud. Het verhaal wil dat men hier Generaal

afgezet komen de onderzoekers van Triple E voor de hele gemeente Westerveld tot een economisch rendement van de natuur van ruim 13 miljoen euro per jaar. Tussen nu en 2012 zou de natuur in de gemeente voor 450 nieuwe arbeidsplaatsen kunnen zorgen, aldus het onderzoek.

van den Bosch en Majoor van Swieten van de Maatschappij van Weldadigheid heeft willen vernoemen. Uiteraard is De Generaal de grootste van de twee. 16 In Doldersum op de Brink rechts aanhouden en rechtdoor de Huenderweg op die u naar de schaapskooi terugbrengt.

foto: Joop van de Merbel

10 Het fietspad brengt u naar de weg Doldersum-Boyl. Deze weg steekt u over en u gaat rechtsaf richting Boschoord.

Voor u weer de parkeerplaats bij de schaapskooi op rijdt, zou u nog zo’n 500 meter door kunnen fietsen. Als u bij het bord dat naar het oorlogsmonument wijst, het pad tot het eind doorloopt, krijgt u een prachtige indruk van de gereconstrueerde middenloop van de Vledder Aa.

© Stichting Het Drentse Landschap (september 2008) Bezoekadres: Kloosterstraat 5 – 9401 KD Assen – Postadres: Postbus 83 – 9400 AB Assen Tel. (0592) 31 35 52 – e-mail: mail@drentslandschap.nl


Schoon drinkwater uit de kraan wordt nu als vanzelfsprekend ervaren. Niet zo lang geleden dronken veel Drenten nog uit put, sloot of regenton. In 1894 kwam in Meppel de eerste waterleiding tot stand. Pas in 1956 werd de laatste Drentse gemeente op het leidingnet aangesloten. Dit jaar bestaat de WMD zeventig jaar. Een goed moment om terug te blikken.

Waterput op een boerenerf

Kijk voor meer informatie over drinkwater op www.wmd.nl.


28

Opinie

TT- democratie

Natuur en landschap

de Drentse politiek

In juni heeft de Raad van State de partijen die zich verzetten tegen de voortdurend groeiende geluidsoverlast van het circuit van Assen onverbloemd in het gelijk gesteld inzake het wederrechtelijk vergunnen van de Champcar races. De vergunning voor het houden van de Champcar races had niet verleend mogen worden. Binnen de bestaande vergunning kunnen grote evenementen niet zomaar gewisseld worden terwijl de geluids­overlast van de Champcar races alle grenzen te boven ging. De Provincie had dat kunnen weten. Wanneer burgers tegen de regels zondigen wordt gezegd, regels zijn regels, daar kunnen we niets aan doen. Voor de overheid - zeker in relatie tot het circuit - gelden blijkbaar andere wetten. Kort na de uitspraak van de Raad van State kwamen, niet voor het eerst overigens, vanuit het provinciehuis al geluiden dat de wettelijke regels voor geluidshinder dan maar aangepast zouden moeten worden. Al eerder in juni 2007 stelde het Dagblad van het Noorden in een redactioneel commentaar hetzelfde. Het argument: een evenement als de Champcars kunnen we voor Drenthe tenslotte niet laten lopen.

één circuit de geluidsregels in het hele land te wijzigen. De manier waarop op onze brief door de gedeputeerde, de Staten, de Tweede Kamer en ook het Dagblad werd gereageerd, loog er niet om. We zouden onze hand overspeeld hebben en nu helemaal duidelijk hebben gemaakt dat de acties tegen het circuit waren gericht en dat overleg met ons weinig zin zou hebben. Een genuanceerde benadering is ons in dit dossier door de media overigens nog nooit ten deel gevallen. Een lobby voor extra geluidsoverlast lijkt in Drenthe politiek correct. Ander belangen onder de aandacht brengen blijkbaar niet. Hoewel de TV-spotjes over Drenthe niets dan heidevelden, authentieke landschappen, havezaten en boerderijen laten zien (uit enquêtes blijkt dat de Drentse burger dat van groot belang vindt), presenteert de Provincie Drenthe zich nadrukkelijk als de lawaaisportprovincie van Nederland. Het Drentse Landschap is helemaal niet tegen het flexibel omgaan met evenementen binnen de 12 lawaaidagen. Behalve wanneer dat, zoals bij de Champcars, de geluidsoverlast exponentieel doet toenemen. Voor zo’n nuance bestaat echter geen ruimte meer in populistisch Nederland.

Achtereenvolgens stelden de fractievoorzitter van het CDA in de Tweede Kamer en de minister van Binnenlandse Zaken bij een bezoek aan het circuit dat zij er alles aan zouden doen om meer races mogelijk te maken door de wettelijke regels voor de 12 lawaaidagen door regering en kamer te laten veranderen. Ook de staatssecretaris van Volksgezondheid en Sport bepleitte zo’n aanpassing. Dat deze overmaat aan herrie schadelijk is voor de volksgezondheid in Assen, schijnt niet haar zorg te zijn.

Het Witterveld is een wettelijk aangewezen natuur­ monument dat dus beschermd moet worden. De geluidsoverlast voor de omgeving blijft maar toe­ nemen. Juist om de burgers en het Witterveld te beschermen is wet- en regelgeving gemaakt. Die hoort de Provincie als uitgangspunt voor vergunningverlening te nemen en ook te handhaven. De Asser burgers en de natuur hebben recht op die zekerheid. Daarvoor vragen wij aandacht.

Om enig tegenwicht te bieden en vanwege het belang van het Natura 2000-gebied Witterveld, hebben Het Drentse Landschap, de Milieufederatie Drenthe en andere oppositievoerders, een brief gestuurd aan de bewindslieden van VROM en LNV. Het gaat tenslotte om een milieuvergunning. Onze zorg richt zich erop dat het wel erg riskant is om voor het economisch belang van

Eric van der Bilt Directeur Stichting Het Drentse Landschap


Fauna

29

Na een afwezigheid van honderden jaren keert de Bever terug in Drenthe en Groningen. Stichting Het Drentse Landschap en Het Groninger Landschap zetten dit najaar Bevers uit langs de Hunze en het Zuidlaardermeer. Al in 2004 is er een haalbaarheidsstudie naar de herintroductie van Bevers in het Hunzegebied verricht. Hieruit bleek dat het beekdal uitstekend voldoet als leefgebied voor Bevers. Bovendien is er vanuit het Hunzedal een goed perspectief om ook andere Drentse en Groningse beekdalen te koloniseren. Bevers spelen een belangrijke rol in de versterking van de natuurontwikkeling in beekdalen.

Bevers terug in de Hunze Bevers zijn echte moerasbewoners. De dieren zijn dan ook optimaal aangepast aan een leven in het water. Ze verplaatsen zich het liefst zwemmend door het landschap. De ogen, neus en oren liggen in ĂŠĂŠn lijn boven op de kop. Zo kan de Bever bijna geheel onder water verdwijnen en toch de omgeving in de gaten houden. Als de Bever volledig onder duikt worden de neus en oren afgesloten. Meestal blijven Bevers 2 tot 5 minuten onder water. Bij onraad kunnen ze zelfs 20 minuten onder blijven. Op het land bewegen ze zich traag, in het water zijn ze snel en wendbaar.

Bertil Zoer*

De vacht van een Bever is extreem dicht behaard om het bij een langdurig verblijf in het koude water voldoende warm te hebben. De opvallende, platte staart dient als roer bij het zwemmen. De staart wordt ook gebruikt als zitkussen en voor vetopslag om tijden met voedselschaarste te kunnen overbruggen.Verder is de staart belangrijk voor de warmtehuishouding van het lichaam. Bij erg warm weer geeft de staart overtollige warmte aan het water af. Bij onraad geeft een Bever met zijn staart een enorme klap op het water.

Dit is bedoeld om eventuele belagers af te schrikken en de familieleden te waarschuwen voor gevaar. De achterpoten zijn groot en krachtig. Hiermee kunnen ze goed zwemmen. De voorpoten zijn kleiner en worden gebruikt als handen om takjes mee vast te pakken of om modder en stenen mee te verplaatsen waar ze een burcht of dam waterdicht mee maken. De grote snijtanden zijn voorzien van een harde laag oranje glazuur, sterk genoeg om volwassen bomen mee te vellen. De grote tanden kunnen worden gebruikt terwijl de rest van de bek gesloten is. Zo krijgen ze bij het knagen van hout geen splinters in hun


Fauna

foto: Duncan Usher/FN

30

mondholte. Ook kunnen de dieren hierdoor onder water takken doorknagen zonder water binnen te krijgen. Een volwassen Bever kan makkelijk een meter lang worden. Daar hangt dan vervolgens nog een staart van 35 cm aan. Ze wegen dan ongeveer 30 kilo. Vegetariër

Bevers eten bij voorkeur moeras- en waterplanten. Ze lusten wel 300 soorten planten. Wortelstokken van de Gele plomp zijn vaak favoriet. Het vegetarische menu van water- en moerasplanten, wordt aangevuld met wilgentakken of andere houtige gewassen.Van de takken eten ze vooral de bast. Voor de winter leggen ze vaak een voorraadje takken in de buurt van de burchtingang om als noodrantsoen te dienen. Zelfs onder het ijs door is deze noodvoorraad dan nog te benutten.

Ook teert de Bever in de loop van de winter in op zijn vetvoorraad in zijn staart. Bevers verzamelen hun voedsel in het water of zo dicht mogelijk bij de waterkant. Bij voorkeur wordt het voedsel in het water opgegeten. Een volwassen Bever eet ongeveer een kilo moerasplanten per dag. Houtige plantaardige kost is niet makkelijk te verteren. Daarom heeft de Bever een grote blindedarm die boordevol verterende bacteriën zit die ook helpen bij de afbraak van eventuele giftige stoffen uit de planten. Deze bacteriën zijn echter vaak gespecialiseerd in één soort boom of struik. Bevers kunnen dus niet makkelijk overstappen op andere boomsoorten omdat het tijd kost de darmflora daarop aangepast te krijgen. De bacteriën in de blindedarm maken de voedingsstoffen uit het hout vrij. Probleempje is dan wel dat de blindedarm zo ongeveer aan het eind van het darmstelsel zit, zodat de vrijkomende voedingsstoffen niet makkelijk meer in het lichaam opgenomen kunnen worden. De Bever lost dit probleem op door de blindedarmontlasting apart van de ‘gewone poep’ uit te scheiden en dan nog maar een keertje op te eten. Een vorm van weinig smakelijk herkauwen dus. Familiedier

Bevers wonen bij voorkeur in een grote beverburcht. Zo’n burcht ligt middenin of langs het water en bestaat uit een grote hoop takken, van binnen dichtgestopt met modder. Beverburchten kunnen indrukwekken-

de afmetingen bereiken. De ingang van de burcht ligt onder water. De kamers in de burcht liggen boven de waterspiegel en zijn voorzien van een laag houtsnippers. Een burcht wordt vaak bewoond door een gezin, bestaande uit vader, moeder en de kinderen tot twee jaar oud. Een beverpaartje leeft vaak hun hele leven bij elkaar. Een paartje krijgt meestal twee tot hooguit vier jongen per jaar. Bij de geboorte wegen ze ruim een halve kilo. Pasgeboren Bevertjes hebben al een dichte pels en open ogen. In de loop van de lente komen ze naar buiten. Moeder Bever verplaatst de jongen soms in haar voorpoten en waakt er voor dat ze niet direct te ver weg zwemmen. De jongen zijn zes tot acht weken afhankelijk van de moedermelk. Bevermelk is dubbel zo voedzaam als koemelk. De jongen groeien dan ook hard en beginnen na vier weken mee te eten van de door hun moeder verstrekte moerassalade bestaande uit wortels en de meest voedzame delen van grassen en kruiden. Bevertjes kunnen direct zwemmen maar het duiken moet ze aangeleerd worden door de ouders. De oudste jongen helpen bij de verzorging van de jongere. Jongen ouder dan twee jaar en net geslachtsrijp, worden door de ouders uit het territorium gejaagd om nieuw leefgebied op te zoeken. Beversporen uit het verleden

Tot enkele jaren geleden waren er in het geheel geen Bevers meer in Nederland.Vooral door de jacht waren


HELP DE

foto: Roel Hoeve/FN

de Bevers verdwenen uit Nederland en grote delen van Europa. De goede pels was erg kostbaar. In 1825 werd de laatste Nederlandse Bever bij Zalk aan de IJssel gedood. Ook langs de Hunze en het Zuidlaardermeer kwamen ooit Bevers voor. Tijdens de uitvoering van de natuurvriendelijke inrichting van de beekloop ter hoogte van Gieterveen werd een keienconstructie (voorde) in de oude beekloop aangetroffen. De voorde stamt uit de middeleeuwen, een tijd dat de Hunze nog vrij meanderde door een uitgestrekt veenlandschap. Bij archeologisch onderzoek van de locatie werden een botfragment en een snijtand van Bevers aangetroffen. Een aanwijzing dat Bevers in de middeleeuwen en mogelijk ook nog daarna in het dal van de Hunze leefden. Ook in het Zuidlaardermeer zijn bij recent archeologisch onderzoek botfragmenten, waaronder een complete schedel, aangetroffen. De beverschedel werd gedateerd tussen 400 voor Chr. - 200 na Chr. Ook werden er wilgentakjes met beverknaagsporen aangetroffen.

Nieuwe kansen in NoordNederland

Sinds enkele jaren krijgt de natuur langs de Hunze weer volop de ruimte. Met de realisatie van de natuurontwikkelingsprojecten is een aanzienlijk deel van het natuurlijke stroomgebied teruggegeven aan de Hunze. Ook rond het Zuidlaardermeer is de laatste jaren veel nieuwe moerasnatuur gerealiseerd. Bevers horen van nature thuis in zo’n landschap. In beken hebben Bevers een belangrijke rol als natuurlijke oeverbeheerders. Bevers versterken door hun gedrag de variatie in het gebied. Als liefhebbers van waterplanten, zwemmende grazers, helpen ze mee dichtgroeien van het water te vertragen en variatie in de oeverbegroeiing te krijgen. Waar Bevers takken in het water trekken ontstaan schuilplaatsen waar veel meer dieren zoals jonge vissen, libellenlarven en allerlei waterinsecten een plek vinden. Door het omknagen van bomen ontstaan obstakels in de beek waardoor variatie in stroomsnelheid kan optreden. Dit stimuleert een actievere vormende invloed van het

IN HET

DAL

met een financiĂŤle bijdrage stromende water in de beek. De beekloop wordt hierdoor meer gevarieerd. Waar Bevers leven ontstaat meer kleinschalige afwisseling in het water en de oeverzone. Dankzij die afwisseling leven er in bevergebieden vaak veel meer soorten dieren en planten dan in gebieden zonder Bevers. Dit versterkende effect op de natuurwaarden is dan ook de belangrijkste reden om de dieren terug te brengen in het stroomgebied van de Hunze. * B. Zoer is medewerker van de sector Onderzoek en Planning van Het Drentse Landschap.

De herintroductie van de Bevers in het Hunzedal wordt mede mogelijk gemaakt door: het Zanen-Bakker Fonds - beheerd door het Prins Bernhard Cultuurfonds -, Europese Unie Leader+ , Provincie Drenthe en JMFonds. Meer informatie over dit project is te vinden op de website www.Beversindehunze.nl. Op deze site zal regelmatig verslag gedaan worden over het wel en wee van de uitgezette Bevers.


Erfgoed

32

Op 20 juni 2008 is de restauratie van korenmolen De Eendracht in Gieterveen voltooid. Het is de bedoeling dat de molen wordt overgedragen van de Molenstichting Drenthe naar Het Drentse Landschap. Het streven is erop gericht dat niet alleen de fraaie molen overgaat, maar ook het molenaarshuis en het erf van het complex. Bernard Stikfort*

De voormalige molenaarswoning staat op de nominatie om te worden opgenomen op de nieuwe Provinciale Monumentenlijst. Samen met de van Rijkswege beschermde molen een uniek complex in de Veenkoloniën! Op 29 augustus 2008 is de molen feestelijk in gebruik genomen. Via Drents Plateau in Assen raakte ik in mijn rol als ambtenaar Monumentenzorg bij de gemeente Aa en Hunze in een vroeg stadium betrokken bij het voornemen om de molen te restaureren. De benodigde vergunningen moesten immers via de gemeente worden afgegeven. Door puur toeval was ik als assistent projectleider betrokken bij de ‘Drentse’ uitvoering van het landelijke project: ‘2007, Jaar van de Molens’. In 2004 kreeg de Molenstichting Drenthe via een legaat de historische korenmolen De Eendracht in Gieterveen in haar bezit. Eigenlijk bleek De Eendracht voor de Molenstichting een last in de spreekwoordelijke vorm van een molensteen; de molen verkeerde in een slechte staat van onderhoud (nog deels ten gevolge van een brand in 1904). Er moest serieus worden nagedacht over niet alleen het herstel, maar ook de exploitatie van de molen en het molenaarshuis.

Stichting Het Drentse Landschap vormde een betrouwbare partner om een duurzame bestemming en exploitatie te garanderen. Nieuwe subsidieregeling

Begin 2006 werd duidelijk dat er een regeling zou komen waarbij molens met een aanzienlijke restauratieachterstand via een rijkssubsidie alsnog

foto: Bernard Stikfort

foto: Bernard Stikfort

De restauratie van korenmolen De Eendracht in een BRIM-waardige staat gebracht zouden kunnen worden. BRIM betekent: ‘Besluit Rijkssubsidiëring Instandhouding Monumenten’ en in tegenstelling tot de jaarlijkse subsidieregeling die tot op dat moment voor molens gold, kan een moleneigenaar een 6 jaren onderhoudsplan indienen waarop een onderhoudssubsidie wordt uitgekeerd.


Goede samenwerking

Bijna tegelijk met de BRIM kwam het Rijk met een achterstandregeling waarmee ‘knelpunten’ in restauraties zouden kunnen worden ondersteund. Samen met de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, en de Gemeente Aa en Hunze werden in recordtijd alle vergunningenprocedures doorlopen en werd er een degelijk, uitgebreid restauratieplan samengesteld. Op het moment dat we met elkaar eigenlijk de hoop op een positieve beschikking verloren hadden, viel in december 2006 het verlossende woord: een positieve beschikking én hiermee dus toestemming om de restauratie te starten. Het in de monumentenvergunning verplichte bouwhistorisch onderzoek werd vervolgens in februari 2007 afgerond waarna de start van de restauratie begin april 2007 – slechts enkele dagen voor de officiële aftrap voor het Jaar van de Molens in Drenthe – kon worden gegeven. Vuur en water

Inmiddels is de restauratie afgerond. De molen uit 1877 is in 1904 gedeeltelijk verwoest door een felle brand die zijn sporen in de constructie heeft achtergelaten. De achtkante onderbouw heeft daarna behoorlijk te lijden gehad van de weersomstandigheden, terwijl de ronde opbouw (het gedeelte boven de stelling, dit is de balustrade rondom een

molen) vanuit bouwtechnisch oogpunt eigenlijk nooit perfect heeft aangesloten op de achtkante onderbouw.Van het achtkant was het metselwerk dan ook in vergaande staat van ontbinding. Stenen en pleisterwerk waren deels geheel verkankerd terwijl de vochtbelasting (het percentage vocht in een constructie) buitengewoon hoog was. In de uitvoering restte er dan ook maar één oplossing: de achtkante onderbouw helemaal afbreken en opnieuw opbouwen, waarbij de ronde bovenbouw bewaard kon blijven. De molenbouwer werd voor een technisch huzarenstukje gesteld en met een zware stalen constructie werd de gehele bovenbouw ondersteund waarna de oude achtkant steen voor steen is ontmanteld. De herbouw van de achtkant bleek ook geen sinecure; niet alleen loopt het metselwerk taps naar boven toe, maar om vochtinwerking in de toekomst tegen te gaan, moesten alle stenen onderling ook nog eens onder een bepaalde hoek worden vermetseld. Uniek complex

De restauratie is in alle aspecten bijzonder. Niet alleen zal het één van de laatste keren zijn dat we in Drenthe een historische korenmolen op een dusdanig ingrijpende wijze restaureren, maar viel de restauratie precies samen met het landelijke project ‘2007, Jaar van de Molens’.Vanuit Stichting Molen De Eendracht en de (bijzonder betrokken!) bewoners van Gieterveen is een initiatief gestart om bij de molen een oorspronkelijke ‘bakspieker’, een oude, gemetselde veldoven, te herbouwen. In de nabije toekomst zullen de voor Gieterveen unieke ‘Hanepoten’ dan ook in de oven bij De Eendracht worden gebakken, met meel gemalen door De Eendracht! Nu de restauratie voltooid is, is een uniek complex behouden. De

foto: Bernard Stikfort

Vrij spoedig na het in werking treden van deze nieuwe BRIM-regeling werd – pijnlijk! – duidelijk dat de maximaal toelaatbare plankosten (€ 50.000,- verdeeld over 6 jaar) absoluut onvoldoende waren voor een groot aantal molens. U moet weten dat de gemiddelde onderhoudskosten van de 35 molens in Drenthe circa € 75.000,- hoger zijn dan het genoemde plafondbedrag.

Gemeente Aa en Hunze nodigt u dan ook van harte uit om de 4 molens op haar grondgebied te komen bezoeken. En uiteraard niet alleen de molens in de gemeente Aa en Hunze, maar alle Drentse molens! Veel molens hebben open dagen, of een drukke activiteitenagenda. Bezoek de molenagenda van www.molensindrenthe.nl en ontdek zelf eens de betovering van deze levende monumenten!

* Bernard Stikfort is als Bouwkundig Adviseur Monumentenzorg verbonden aan Drents Plateau en in deze hoedanigheid als Ambtenaar Monumentenzorg werkzaam bij de gemeente Aa en Hunze.


Jaarverslag 2007

Het jaar 2007 was een jaar met hoogte- en dieptepunten. De belangrijkste gebeurtenis was misschien wel de erkenning als monumentenorganisatie; de meest inspannende de bezwarenprocedure tegen de explosieve toename van de geluidsoverlast vanuit het TT-circuit op het natuurgebied Witterveld en de aanliggende woonwijken van Assen. Een bijzonder moment was de oplevering van het eerste gerestaureerde gebouw van de Stichting Oude Drentse Kerken: de synagoge in Zuidlaren.


35

Natuurbeheer Het is elk jaar weer spannend hoeveel gronden Het Drentse Landschap kan verwerven om de Ecologische Hoofdstructuur, het samenhangend netwerk van natuurgebieden, te realiseren. 2006 was een uitzonderlijk goed jaar, want toen nam het aantal hectares toe met 483. In 2007 was dat met 60 hectare beduidend minder. Op 31 december 2007 had de stichting 7.594 hectare in eigendom en beheer. Uiteraard wordt er dagelijks gewerkt aan het goed onderhouden van deze natuurgebieden. Daarnaast zijn er in 2007 ook weer enkele nieuwe natuurontwikkelingsprojecten gestart. Zo is begonnen met de inrichting van het natuurontwikkelingsproject Bongeveen bij Donderen. In dit project wordt gewerkt aan de reconstructie van de ringwal rond de pingo en de realisatie van een natuurvriendelijke verbinding met de aangrenzende beek de Masloot. Hierdoor komt 9 ha beekdalgrasland weer onder invloed van de beekdynamiek. Activiteiten Het Drentse Landschap heeft in 2007 ruim 170 excursies, lezingen en open dagen georganiseerd. Hieraan hebben meer dan 19.000 mensen deelgenomen. Veel activiteiten konden alleen maar worden gehouden dankzij de inzet van vrijwilligers. In het verslagjaar werkten er 226 vrijwilligers bij Het Drentse Landschap. Zij ontvingen allen het nieuwe Handboek Vrijwilligers. Een naslagwerk dat vooral bedoeld is om (nieuwe) vrijwilligers te informeren over de stichting. De belangrijkste zaken worden vermeld met betrekking tot de doelstellingen, het werk van de stichting en vrijwilligerszaken. Ook is er een hoofdstuk met achtergrondinformatie over natuur en landschap en is er aandacht voor veelgestelde vragen. Resultaat 2007 Financieel was 2007 voor onze stichting een goed jaar. Het positieve saldo op de jaarrekening was het beste jaar ooit. Dit is overigens volledig en uitsluitend te verklaren uit het feit dat de stichting het afgelopen jaar een groot aantal legaten heeft ontvangen. De exploitatierekening was ongeveer conform de begroting. Dat het vermogen op de geconsolideerde jaarrekening ongeveer met € 2,1 miljoen steeg, is te verklaren uit het feit dat het grote legaat van mevr. Den Hartogh uit 2005 het afgelopen jaar tot onze beschikking kwam. Stichting drs. A.C.J. den Hartogh Fonds heeft ruim 7 ton aan vermogen waaruit projecten van Het Drentse Landschap gefinancierd kunnen worden. Het positieve saldo van € 1,3 miljoen wordt voor 50% toegevoegd aan de continuïteitsreserve en voor 50% aan de nieuwe bestemmingsreserve groot onderhoud. Juist omdat de stichting steeds meer middelen moet besteden aan restauratie en renovatie van monumenten is het besluit genomen om

Kengetallen

2006

2007

Oppervlakte in beheer/eigendom Groei in hectares

7.534,23.90 ha 483,26.76 ha

7.594,08.48 59,84.58

Aantal begunstigers per 31-12 Toename/afname Aantal vrijwilligers Aantal personeelsleden Aantal bedrijfsbegunstigers Aantal verworven gebouwen Aantal kerken SODK

14.500 +2370 210 33 41 1 2

14.395 -105 226 34 42 1 2

Aantal persberichten Aantal kwartaalbladen Aantal excursies/lezingen

87 64.500 230 (8369 deelnemers) 10.615 100.000

89 68.750 179 (8884 deelnemers) 10.700 102.000

Aantal deelnemers activiteiten Bezoekers 5 informatiecentra

deze reserve te vergroten. Alleen al in 2008 staan een viertal restauraties op stapel waar Het Drentse Landschap tenminste 0,5 miljoen euro aan eigen middelen in zal moeten investeren. Het Drentse Landschap had vele werkzaamheden in 2007 nooit kunnen realiseren zonder de steun van haar begunstigers, Provincie Drenthe, Nationale Postcode Loterij, VSBfonds, Prins Bernhard Cultuurfonds en vele andere fondsen en bedrijven. Het jaarverslag is kosteloos te downloaden via onze website: www.drentslandschap.nl. Tegen verzendkosten kan een exemplaar bij de stichting worden opgevraagd: (0592) 31 35 52.


Wat hoor ik toch voor korte triller uit dat ven, zal menig wan-

De Dodaars is onze kleinste watervogel en een uitstekende duiker.Van kop tot staart meet hij 27 cm, maar in zwemhouding gaat het om niet veel meer dan 15 cm van borst tot kont. In het voorjaar is de hals kastanjebruin en is er een opvallend lichte plek aan de snavelbasis. Overigens is de vogel voornamelijk donkerbruin en lichtbruin aan de zijden en onderzijde. In de naam Dodaars zijn de woorden dod (dot = pluk) en aars herkenbaar. Dit vanwege donsachtige veertjes die zijn achterste vormen. In oude vogelboeken kom je de naam ‘hagelzakje’ tegen.Vroeger gebruikten jagers de gelooide huid van de Dodaars om er een zakje voor de hagelkorrels van te maken.

delaar zich afgevraagd hebben? Goede kans dat het om de roep van de Dodaars gaat. De kleine Dodaars is familie van de Fuut en broedt veel in vennen. In heel Drenthe zitten zo’n 300 broedparen. Door vernatting van natuurgebieden gaat het de Dodaars voor de wind. In de winter verplaatsen ze zich veelal naar de beken.

Arend J. van Dijk*

Ratelende hoge triller

Gewoonlijk is de Dodaars zwijgzaam, maar in de broedtijd is dat radicaal anders en verraden ze zich door hun vérdragende, ratelende hoge triller. Het lijkt wat op fel hinniken. Zitten er meer Dodaarzen bijeen dan zijn bij territoriale verwikkelingen de trillers niet van de lucht. Dat gaat vaak gepaard met achtervolgingen en veel watergespetter. Met tellen van het aantal paren Dodaarzen moet je uitkijken, want niet zoals bij zangvogels zingen

Dodaars stiekem maar alleen de mannetjes, bij de Dodaars laten beide partners hun trillers horen.

foto: Johan Vos

Vennen

Waar vennen zijn kun je Dodaarzen verwachten. Zelfs kleine met water volgelopen oude turfgaten van enkele tientallen vierkante meters worden soms bewoond. Meestal zit er één broedpaar per ven. In grote vennen of complexen van vennen kunnen het er meer zijn,


Fauna

in uitzonderlijke gevallen zelfs tien tot vijftien. Het meest rijk aan Dodaarzen zijn het Dwingelderveld, Brandeveen bij Uffelte, Gijsselter Koelen bij Ruinen, Hijkerveld/Diependal, Drents-Friese Wold, Bargerveen en Fochtelooërveen. Dodaarzen eten insecten en hun larven, slakjes en visjes tot het formaat van een stekelbaars. Jaarrond

In het vroege voorjaar verschijnen de eerste Dodaarzen in de vennen. Ze zoeken een nestplaats in de oevervegetatie van Pitrus, zeggen of grassen en soms ook in takken van struiken. Het ‘drijvende’ nest bestaat uit modderige plantenresten en valt nauwelijks op. De 4 tot 6 vuilwitte eieren worden bij het verlaten van het nest afgedekt met nestmateriaal. In mei of juni verschijnen de donsjongen, die doorlopend om voedsel bedelen bij de ouders. Dodaarzen weten vaak tweemaal per seizoen jongen groot te brengen en aan het eind van de zomer resulteert dat in groepjes van ouden en jongen. Op het Brandeveen werden na een succesvol broedseizoen zelfs een keer 48 individuen geteld. Na de eerste stevige nachtvorsten in oktober-november verlaten Dodaarzen de vennen.

men. Het wekt enige verbazing dat de wat onbeholpen vliegende Dodaars afstanden van honderd kilometer of meer kan afleggen. Het lage winteraantal kan ook met het stiekeme gedrag samenhangen. Dodaarzen kunnen hun hele lichaam minutenlang onder water houden, waarbij alleen de kop zichtbaar is. Probeer die maar eens te ontdekken in de oeverbegroeiing. Leverden tellingen in beekdalen van de Vledder Aa, Wapserveensche Aa en Oude Vaart in de jaren zeventig en tachtig nog 60 Dodaarzen op, thans moeten we ons tevreden stellen met 20. Misschien trekken onze Dodaarzen nu meer naar Zeeland of laat de kwaliteit van Drentse beekdalen, voor de Dodaars althans, te wensen over. Toename

In ZW-Drenthe (gemeente Westerveld) lag het jaarlijkse aantal broedparen in de periode 1964-2007 tussen de 27 en 126 broedparen. Tot 1984 kwam het aantal nooit boven de 50 uit. Daarna steeg het en na 2000 kwam het niet meer onder de 100 broedparen. Deze successtory heeft grotendeels te maken met maatregelen ter bestrijding van de verdroging in natuurgebieden, die in de jaren tachtig zijn ingezet.Vernatting

37

waarom veel Dodaarzen in Zeeland overwinteren. Wintereffecten zijn goed af te lezen aan de stand in het volgende voorjaar. Na de strenge winters van 1978/79, 1984-87 (drie op rij) en 1996/97 werden in ZW-Drenthe 34 tot 55% minder Dodaarzen op de broedplaatsen geconstateerd. Meestal treedt binnen enkele jaren weer volledig herstel op. Profiteren

De Dodaars heeft de wind in de zeilen. In de jaren zestig van de vorige eeuw was het hier en daar nog kommer en kwel en als er toen een rode lijst van bedreigde vogels zou zijn gemaakt, stond hij er ongetwijfeld op. Dat had onder andere te maken met waterverontreiniging, niets ontziende ruilverkavelingen en dergelijke. In Drenthe lopen Dodaarzen thans weinig risico dat vennen worden gedempt. Misschien dat enkele vennen langzaam ongeschikt worden door verlanding. Daar staat tegenover dat de Dodaars weet te profiteren van nieuw aangelegde natte laagten en grote poelen. Meestal duikt in dat soort gebieden binnen enkele jaren wel een Dodaars op. Wat dat betreft lijkt er voor de Drentse Dodaarzen geen vuiltje aan de lucht.

luidruchtig dotje van Drentse vennen Overwinteraars

Voor zover bekend blijven heel wat Dodaarzen in de winter in beekdalen, waar ze voedsel zoeken in het water zelf of in brede sloten. Het aantal overwinteraars is aanzienlijk lager dan de broedpopulatie (met jongen) en dus brengt een deel elders de winter door. Dat zou goed kunnen in de Zeeuwse wateren, waar er soms meer dan 3000 worden geteld in (afgesloten) zeear-

biedt Dodaarzen meer geschikte broedplekken, waardoor meer jongen kunnen worden grootgebracht. Deze algehele toename wordt soms tijdelijk verstoord door effecten van extreem droge jaren, waarbij het tegenovergestelde van vernatting optreedt. Daarnaast zijn er effecten van strenge winters. In winters met aanhoudende strenge vorst vindt veel sterfte plaats. Dat zal zeker een van de redenen zijn

* A.J. van Dijk is medewerker van SOVON Vogelonderzoek Nederland en vrijwilliger bij Het Drentse Landschap.


38

Stichting Oude Drentse Kerken Olav Reijers*

Verdwijnt de kerk uit Drenthe? In Drenthe is dit jaar extra aandacht voor kerkgebouwen vanwege

Huidige situatie

het Jaar van het Religieus Erfgoed. Door ontkerkelijking en vergrij-

De topografische kaart van 1980 geeft dus een situatie weer waarbij het aantal kerkgebouwen in Drenthe op zijn hoogtepunt was. Hoe is de situatie nu, 25 jaar later? Uit de inventarisatie van Verhagen blijkt dat er sinds 1980 ongeveer 35 kerkgebouwen zijn verdwenen, gesloopt. Dit is 15% van het totale aantal kerken! Verder heeft hij geconstateerd, voor zover dat zichtbaar was aan de buitenkant, dat nog eens vele tientallen kerkgebouwen hun oorspronkelijke functie hebben verloren. Sommige blijven als ontmoetingsruimte of concertruimte dicht bij hun oude functie, andere zijn in gebruik als schuur of garage. Het aantal kerken dat nog in gebruik is voor de eredienst ligt daarmee onder de 200 en neemt in snel tempo af. De fusie van hervormde, gereformeerde en evangelisch-lutherse gemeenten noopt veelal te kiezen voor ĂŠĂŠn gebouw. Hierdoor moet er op korte termijn voor vele kerken een andere bestemming worden gevonden.

zing maar ook door toegenomen kosten van onderhoud worden steeds meer kerken in hun voortbestaan bedreigd. Vooral in het zuiden van ons land is de situatie alarmerend. Er zijn teveel kerken voor te weinig gelovigen. Maar hoe staan de Drentse kerken er eigenlijk voor? Wat staat ons hier te wachten? Martin Verhagen, oud-voorzitter van de Stichting Oude Drentse Kerken, heeft een inventarisatie uitgevoerd in Drenthe op basis van de topografische kaart van 1980. Hij heeft alle gebouwen bezocht en kort beschreven die op die kaart als kerk zijn aangegeven. Drenthe kende op dat moment ongeveer 275 kerkgebouwen. Daarvan stammen er 24 uit de middeleeuwen zoals de kerken van Vries en Anloo.Van de middeleeuwse kerken van Borger, Dalen en Emmen zijn alleen de torens blijven staan, de rest van de kerk is later herbouwd. Na de Reformatie, eind 16e eeuw, bestond er weinig behoefte aan nieuwe kerken. De bestaande gebouwen gingen over naar de Hervormde Kerk en dat aantal bleek eeuwenlang voldoende om alle kerkgangers te ontvangen. Vanaf de 16e tot eind 18e eeuw zijn er slechts enkele kerken gebouwd. Daarvan behoren sommige wel tot de meest bijzondere van Drenthe zoals de koepelkerk van Smilde en de kruiskerk van Coevorden. Bloeiperiode

Vanaf de 19e eeuw nam de kerkenbouw een grote vlucht. Dit had deels te maken met de herwonnen vrij-

heid van godsdienstuitoefening zodat ook andere gezindten een eigen kerk mochten bouwen. Met name in het laatste kwart van de 19e eeuw werden grote katholieke parochies in het veengebied gesticht, vaak onder invloed van Duitsers die zich hier vestigden. De komst van de Gereformeerde Kerk in 1834 en latere afsplitsingen van de Hervormde Kerk in de tweede helft van de 19e eeuw zorgden voor een extra behoefte aan kerkgebouwen. En met de vele grootschalige ontginningen ontstonden nieuwe dorpen die na verloop van tijd eigen kerkgemeenten met bijbehorende kerk kregen. De grote bloeiperiode voor de kerkenbouw is echter de 20e eeuw. Het ging economisch steeds beter met Drenthe en de bevolking nam fors toe. Zowel voor als na de Tweede Wereldoorlog zijn ongeveer 100 nieuwe kerken gebouwd, ruim 200 in totaal! Tot eind jaren zestig, begin jaren zeventig, tegelijk met de aanleg van nieuwe woonwijken, werden er nog volop kerken gebouwd. Maar binnen een tijdsbestek van misschien vijftien jaar sloeg de ontkerkelijking toe en kwam de bouw van kerken abrupt tot stilstand. Bij hoge uitzondering zien we nu nog nieuwe kerken verschijnen.

Bescherming

Is de situatie voor de Drentse kerken echter wel zo bedreigend? Nagenoeg alle kerken van voor 1900 vallen onder bescherming van de monumentenwet. Daarnaast wijst de Provincie Drenthe ook kerkgebouwen aan als beschermd provinciaal monument.Van de gemeenten kennen Assen en Emmen een ruimhartig aanwijzingsbeleid van gemeentelijke monumenten. Alles bij elkaar hebben of krijgen ongeveer 100 kerkgebouwen een monumentenstatus op een totaal van ca. 240


Stichting Oude Drentse Kerken

39

foto: Joop van de Merbel

Toekomst

kerkgebouwen, ruim 40% dus. Kerken zijn daarmee een bevoorrechte soort in vergelijking met andere bedreigde erfgoedcategorieën als bijvoorbeeld boerderijen, woonhuizen, scholen of bedrijfsgebouwen. Zo is nog maar een fractie bewaard gebleven van het oorspronkelijke aantal keuterijen of zuivelfabriekjes in Drenthe. Een beschermde status wil overigens niet zeggen dat daarmee de toekomst geregeld is. Het behoud is sterk afhankelijk van een actieve gemeenschap, de functie van het gebouw en de beschikbaarheid van middelen. Bovendien geldt voor sommige soorten dat ze extra kwetsbaar zijn zoals de kleine veenkerkjes uit het begin van de 20e eeuw of de kerken van na de oorlog. Kerken waren vaak het middelpunt van een gemeenschap. Er is geen cate-

gorie gebouwen die zoveel betekenis heeft voor grote groepen mensen en die ook in ruimtelijke zin het middelpunt vormt van een gemeenschap als de kerken.Voor hele generaties mensen zijn geboorte, huwelijk en dood onlosmakelijk met de kerk verbonden. Daarom zijn kerken bijna zonder uitzondering beeldbepalend in een dorp of wijk, door ligging en door ontwerp. Ook niet-kerkelijken voelen zich vaak verbonden met het gebouw. Het gebouwde religieus erfgoed verdient dus alle aandacht, ook al heeft een deel al een beschermde status. Het kerkenbezit is namelijk geen museale collectie waarvan het voldoende is om van elke soort er één te bewaren. Elke kerk is voor de eigen omgeving belangrijk, ongeacht of er elders in Drenthe een soortgelijk exemplaar staat.

Het is niet waarschijnlijk dat het aantal beschermde kerkgebouwen nog wordt uitgebreid. Zowel het Rijk als de Provincie hebben hun verantwoordelijkheid genomen door gebouwen van respectievelijk nationaal en provinciaal belang als beschermd monument aan te wijzen. De meeste gemeenten hebben helaas (nog) geen plannen voor een eigen monumentenlijst. Elke kerkgemeente of beherende stichting onderkent de waarde en betekenis van hun kerk. Het besluit over de toekomst van hun kerkgebouw komt altijd voort uit een zorgvuldige afweging van alle alternatieven. Drents Plateau wil zich sterk maken om samen met de Stichting Oude Drentse Kerken de eigenaren en beheerders te ondersteunen. Dit kan door expertise beschikbaar te stellen over beheer, financiering en herbestemming van kerkgebouwen. Daarnaast is de Stichting Oude Drentse Kerken bereid als gesprekspartner op te treden voor kerkeigenaren die overwegen hun bezit over te dragen. Verwerving door de stichting betekent dat behoud van het kerkgebouw voor een langere periode is veiliggesteld. Door deze combinatie van advies en verwerving is de kans op behoud van ons religieus erfgoed een stuk groter.

*Drs. O. Reijers is directeur van Drents Plateau. Stichting Het Drentse Landschap behartigt ook de belangen van Stichting Oude Drentse Kerken.


40

Tijdens de open monumentendag en op zaterdag 13 en zondag 14 september zijn ’t Kleine Kerkje in Gieterveen en de synagoge in Zuidlaren geopend van 10.00 tot 16.00 uur. Een mooie gelegenheid om eens een bezoek te brengen aan deze gebedshuizen die onlangs beide helemaal gerestaureerd zijn.

Lezing: De bouwgeschiedenis van oude Drentse kerken Op donderdag 11 december om 19.30 uur houdt bouwhistoricus Hans Ladrak een boeiende lezing over de bouwgeschiedenis van de Drentse kerken en enkele recente restauraties van oude kerken. Locatie: kerk Zweeloo, De Wheem 10, Zweeloo. Kosten (entree en consumpties): € 5,- p.p. Opgave: per e-mail: aanmelden@drentslandschap.nl of telefonisch bij het secretariaat: 0592-313552.

foto’s: Archief HDL

In ’t Kleine Kerkje in Gieterveen is een tentoonstelling te bezichtigen van foto’s van het Hunzegebied. Deze foto’s zijn gemaakt door Bert Jan Wolfs uit Gieterveen. Op zaterdagavond 13 september is er om 19.00 uur een openbare verkoping van de oude kerkbanken. De veilingmeester is HarmJan Wichering. Aansluitend wordt om 20.00 uur de kerk muzikaal ingewijd met in ieder geval de djembégroep van de Winkler Prins scholengemeenschap uit Veendam en jazzpianist Bé Meiborg. Adres: Broek 2 te Gieterveen (t.o. café Driesprong)

Bestuursleden van de Vereniging tot Behoud Synagoge Zuidlaren zijn aanwezig om te vertellen over de geschiedenis en het gebruik van het gebouw. Tevens is er een tentoonstelling van 12 aquarellen met als thema de joodse feestdagen van de hand van mevrouw Channah Zwaaf-Hazelzet. Adres: Zuiderstraat 1 te Zuidlaren

Open Monumentendagen 13 en 14 september

Op 18 juni werd op initiatief van het college van kerkrentmeesters van de Zuiderkerk in Assen een avond georganiseerd om met de gemeente te spreken over de toekomst van de kerk. Binnen de gemeente leven plannen om zelf te zoeken naar een breder gebruik van dit monument. Tevens werd de Stichting Oude Drentse Kerken benaderd om mee te denken over de toekomst.

❧ Er vond een aantal gesprekken plaats met de eigenaar en de behoudstichting van de katholieke kerk van Zwartemeer. Er wordt nagedacht om het complex te restaureren en een breder gebruik te geven. Mede in relatie tot het naastgelegen reservaat Bargerveen van Staatsbosbeheer. Ook deze instantie wil daarover nadenken.

❧ De Provincie Drenthe is bezig met het opstellen van een nieuwe cultuurnota voor de jaren 2009-2012. Tot onze teleurstelling vinden we daarin niets terug over een meer actieve rol van de Provincie inzake de bescherming en breder gebruik van onze kerken. In onze ogen kan het niet zo zijn dat rond het groeiende maatschappelijke probleem van leegstand van onze beeldbepalende kerken de overheid voor zichzelf geen actieve rol ziet. Onze hoop is gevestigd op de Provinciale Staten, waarbij vooral de VVD-fractie een positieve houding bij de Provincie bepleit.


41 Ontdek de Hunze Zin in een lange wandeling door een verrassend natuurgebied? Dan moet u meegaan met deze lange wandeling. Gedurende 4 uren struint u langs bijzondere plekken van dit nieuwe natuurgebied. Onderweg zal er ook worden stilgestaan bij de herintroductie van de Bever in dit gebied. Tijdens een gezamenlijke lunch kunnen ervaringen worden uitgewisseld. De kosten van dit arrangement bedragen: € 10,50 (afrekenen bij de gids). Opgave moet gebeuren vóór 19 september bij aanmelden@drentslandschap.nl of telefoonnummer 0592-313552.

Kom Lopen in het op zondag 21 september

Hunzedal

foto: Archief HDL

Landschap

Aanvangstijd: 11.00 uur (tot ongeveer 16.00 uur). Startplaats: parkeerplaats Annermoeras, vlak vóór de Hunzebrug bij Spijkerboor (weg Annen – Spijkerboor).

Wandeling Herinneringscentrum Kamp Westerbork en het Groote Zand

Groote Zand

foto: Joop van de Merbel

Het gebied rond het Herinneringscentrum Kamp Westerbork herbergt een rijke geschiedenis. Niet alleen is er veel te vertellen over het grote heidegebied van weleer, maar ook over het Centraal Vluchtelingenkamp Westerbork dat hier vlak voor de WO II werd gebouwd. Later zou het een ‘Judendurchgangslager’ worden. Een bezoek aan het Herinneringscentrum wordt gecombineerd met een wandeling over het Groote Zand. De kosten van dit arrangement bedragen € 7,50 voor volwassen, € 6,00 voor kinderen tussen 8-18 jaar en € 3,35 voor kinderen onder de 8 jaar (inclusief entree, koffie/thee en gebak). Afrekenen bij de gids. Opgave moet plaatsvinden vóór 19 september bij aanmelden@drentslandschap.nl of telefoonnummer 0592-313552. Aanvangstijd:13.00 uur (tot ongeveer 17.00 uur). Startplaats: bij het informatiepaneel midden op de parkeerplaats bij het Herinneringscentrum Kamp Westerbork aan de weg Hooghalen – Amen.

Met kinderen speuren naar diertjes van het Nuilerveld Wat leeft er in het water en onze bodem? Speciaal voor kinderen (vanaf 5 jaar) is er in het natuurgebied Nuilerveld een leuke en afwisselende kindertocht uitgezet. Onderweg moeten de kinderen allerlei leuke en wetenswaardige activiteiten doen. Zo gaan ze met een schepnet en loep op zoek naar water- en bodemdiertjes. Ook zullen ze ontdekken dat de bodem van Drenthe uit verschillende kleuren bestaat. Hiervoor moeten ze met een grondboor aan de slag. Deze activiteit is gratis. Opgave moet geschieden vóór 19 september bij aanmelden@drentslandschap.nl of telefoonnummer 0592-313552. Aanvangstijd: 14.00 uur (tot ongeveer 16.00 uur). Startplaats: informatiepaneel noordzijde dorp Pesse, 1e weg rechts na Wokpalace. Na 1,5 km ziet u de parkeerplaats.

Nuilerveld

foto: Archief HDL

Op zondag 21 september vindt het wandelevenement Lopen in het Landschap plaats. Een goede gelegenheid om eens op een andere manier kennis te maken met Het Drentse Landschap. Voor dit jaar hebben we weer drie boeiende activiteiten voor u georganiseerd. U kunt op ontdekkingstocht door het Hunzedal om alvast een kijkje te nemen op de plek waar straks Bevers zwemmen. Samen met het Herinneringscentrum Kamp Westerbork is een afwisselende wandeling uitgezet in de omgeving van Hooghalen. Wilt u graag met uw (klein)kinderen eropuit? Bezoek dan het Nuilerveld want hier hebben we een leuke kinderexcursie waarin diertjes in het water en de bodem de hoofdrol vervullen.


Kortweg 2– Oude Diep

foto: Joop van de Merbel

Pesserma Mevrouw Beuling uit Stuifzand mailde ons dat ze ’s avonds regelmatig een merkwaardig geluid hoorde uit het gebied Pesserma. Het bleek een Kwartelkoning te zijn. De Pesserma is twee jaar geleden ingericht als natuur- en waterbergingsgebied. Het beheer is er, onder andere door pas laat te maaien, op gericht om weide- en moerasvogels het naar de zin te maken. Een Kwartelkoning is één van die zeldzame soorten die daarvan weten te profiteren.

1– Hunzedal Kluten in het Annermoeras

• O everlanden Zuidlaardermeer Voor floraliefhebbers is er in de in 2006 ingerichte oeverlanden ter hoogte van De Groeve veel te zien.Vorige zomer werden hier Stijve moerasweegbree en Ongelijkbladig fonteinkruid ontdekt. Deze soorten lijken zich uit te breiden. Ondertussen duiken er meer bijzonderheden op in het gebied. Onder meer Grote boterbloem, Naaldwaterbies, Moeraszoutgras, Bleekgele droogbloem en Duits viltkruid.

Annermoeras De Kluten in het Annermoeras geven de moed niet te snel op. Vorig jaar kwam er van de drie nesten niets terecht doordat ze gepredeerd werden. Eigenlijk is het ook gewoon heel raar dat deze vogels zonder enige dekking of schutkleur voor alles en iedereen zichtbaar op het kale zand gaan zitten broeden.Vorig jaar mislukten dan ook alle drie de nesten. Dit jaar stapten de 3 aanwezige ouderpaartjes na enkele weken broeden parmantig rond met respectievelijk

twee, drie en drie jongen. Eén van de paartjes heeft gebroed op een akker van een buurman en liepen daarna met de kuikens het moeras in. Eenmaal uit het nest hebben de dieren een veel grotere kans op overleven omdat ze bij onraad met pa en moe het water in kunnen vluchten. De jonge steltlopertjes waden niet alleen maar kunnen ook vrij goed zwemmen. Erg handig als je pootjes nog niet zo lang zijn als die van je ouders.

3– Hijkerveld Al jaren wordt er door vlinderliefhebbers gespeurd naar Heideblauwtjes op het Hijkerveld. Op veel vochtige heideterreinen komt de soort massaal voor. Op het Hijkerveld werden ze echter maar zelden en alleen nog in lage aantallen waargenomen. Deze zomer gaf echter een heel ander beeld te zien. Op één plek langs de rand van een ven werden maar liefst 850 stuks geteld. Door mevrouw Vlijm werd vanuit de vogelkijkhut in Diependal een Koereiger tussen een groep Lepelaars waargenomen.


Berichten

43

4– Drouwenerzand

Rugstreeppadlarven op het Scharreveld

Evenals vorige zomer zwerven er ook dit jaar weer Raven rond in de omgeving van het Drouwenerzand. Het zijn meestal twee dieren. Of het een in de buurt broedend paartje betreft is nog niet duidelijk.

Al jaren bestaan er plannen om in de polder Zuidermaden onder Roderwolde natuurontwikkeling te realiseren Na een grondruil met boer Oosterhof is een aaneengesloten gebied langs het gekanaliseerde Peizerdiep in genoemde polder vrijgekomen. Nu kunnen we de natuurontwikkeling ter hand nemen. De Provincie Drenthe subsidieert 60% van de plankosten. De rest wordt door het Waterschap Noorderzijlvest, de Nationale Postcode Loterij en Het Drentse Landschap opgehoest. De bedoeling is om via ontpoldering en vernatting waterberging met natuurontwikkeling te combineren. Het plan moet voor het einde van het jaar na presentatie aan de mensen van Roderwolde, klaar zijn.

foto: Bertil Zoer

5– De Kleibosch

6– Scharreveld In een in 2003 aangelegde waterpartij in dit gebied zijn eind juni larven van de Rugstreeppad aangetroffen. Rugstreeppadden zijn in Drenthe erg zeldzaam. De dieren zetten hun eitjes bij voorkeur af in ondiepe, schaars begroeide waterpartijen. Ook moet er kaal zand in de nabijheid liggen waarin de volwassen dieren zichzelf overdag graag begraven. De soort doet het ook erg goed in de vele nieuwe waterpartijen

die Natuurmonumenten de laatste jaren aangelegd heeft rond het nabijgelegen Mantingerzand (plan Goudplevier). Kennelijk hebben de padjes vanuit dat gebied het circa vier kilometer verderop liggende Scharreveld weten te bereiken. Ook hier is nu veel, voor deze padden, geschikt leefgebied aanwezig. In het gebied werden enkele groeiplaatsen met Pilvarens ontdekt. In juni werd er een Zwarte ooievaar gesignaleerd.


Diversen

De tentoonstelling is mogelijk dankzij bijdragen van Provincie Drenthe, Gemeente Meppel, Boomuitgevers en drukkerij Giethoorn ten Brink.

Schenkingen en giften. Vele tientallen mensen gedenken Stichting Het Drentse Landschap met grote en kleine schenkingen en giften. Dit jaar al weer voor bijna vijfduizend euro. Graag vermelden we de belangrijkste. Zoals de gift van € 698,-- van een echtpaar uit Borger ter gelegenheid van hun 40-jarig huwelijksfeest. Of de € 410,-- ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van Jan Koops uit Haren. De Quiltgroep Zevenster schonk ons € 697,-- en een mevrouw uit Roden schenkt ons al vele jaren jaarlijks € 1.362,--. De familie Van Dijk uit Assen gaf € 200,-- en mevrouw Van Doorn-Sleenman uit Almere € 100,--. Een meneer uit Dwingeloo schenkt ons 5 jaar lang elk jaar € 100,--, de heer Lammers uit NieuwBalinge € 50,--.Verder nog vele kleine giften. Stichting Het Drentse Landschap dankt alle gulle gevers zeer.

Stichting Het Drentse Landschap werd nog prettig verrast door de schenking van het beeld Europa en de stier van Eric Claus. Het kunstenaarsduo Han van Hagen en Lia van Rijn zijn de gulle gevers van dit bijzondere beeld. Han van Hagen heeft zich als bestuurslid van Het Drentse Landschap altijd erg ingespannen om het project Nationaal Beeldenpark De Havixhorst gerealiseerd te krijgen. Hij was ook zeer nauw betrokken bij de tentoonstelling Sculptuur De Havixhorst. Het beeld Europa en de stier heeft inmiddels een mooie plek in het beeldenpark gekregen. De stichting is erg blij met dit mooie gebaar van het kunstenaarsduo.

• B eeldenpark De Havixhorst Op 15 juni werd door de Commissaris van de Koningin, de heer Ter Beek, de expositie Sculptuur De Havixhorst op het Landgoed De Havixhorst geopend. De expositie is opgebouwd uit prachtige beelden uit de collectie van het museum Beelden aan Zee. In het vorige kwartaalblad heeft de directeur van dat wonderschone museum in Scheveningen over de samenwerking en de expositie verteld. Ruim honderd gasten genoten van de beelden in de steeds weer inspirerende omgeving van onze havezate De Havixhorst.

Eric Claus, Europa en de Stier

foto: Han van Hagen

44

• 75 jaar Het Drentse Landschap Volgend jaar viert Het Drentse Landschap haar 75-jarig bestaan. Het jubileum is een mooie gelegenheid om uitgebreid stil te staan bij datgene waar de stichting zich mee bezig houdt. Er worden het hele jaar allerlei extra activiteiten georganiseerd om deze heugelijke gebeurtenis te vieren.Voor zaterdag 20 juni 2009 staat een groot jubileumevenement gepland met muziek, theater, excursies, kinderactiviteiten en lezingen. Daarnaast zal er een jubileumboek worden uitgegeven over Het Drentse Landschap en de cultuurhistorie met veel achtergrondinformatie over onze gebouwen en wandel- en fietsroutes. In december vindt u meer informatie over het activiteitenaanbod in 2009.

•H  erfst- en winterkorting erfgoedlogies Wilms’ boo De Wilms’ boo in NieuwSchoonebeek is een nieuwe aanwinst van Stichting Het Drentse Landschap. Deze laatste boo in het NederlandsDuitse grensgebied is volledig herbouwd. In het zeer rustig gelegen cultuurhistorische pand is een comfortabel bed & breakfast gevestigd. Ideaal om de stilte en het landschap te ervaren, zoals alleen de booheer dat eeuwen geleden kon. Maar dan wel met hedendaags comfort, zoals vloerverwarming, internet, tv, uitstekende bedden en een goedgevulde koelkast. Voor begunstigers van Stichting Het Drentse Landschap is er een aantrekkelijk herfst/ winter-aanbod. Bij een boeking van tenminste 2 nachten, krijgt u 10% korting op de normale prijs. Dit aanbod is geldig in de periodes 1 september t/m 10 oktober, 27 oktober t/m


Berichten

Agenda

• Fotoboek gemeente De Wolden De gemeente De Wolden bestaat dit jaar 10 jaar. Ter gelegenheid hiervan wordt een uniek (foto)boek uitgegeven met daarin de parels van De Wolden: de mensen, het landschap, de activiteiten en de historische panden. Het boek bevat foto’s en interviews. Begunstigers van Het Drentse Landschap kunnen een boek van de gemeente De Wolden voor € 10,00 bestellen (exclusief verzendkosten). U kunt hiervoor contact opnemen met de stichting (0592) 31 35 52 of via info@drentslandschap.nl (o.v.v. fotoboek De Wolden).

• Steun het Hunebedcentrum! Het Hunebedcentrum in Borger is genomineerd voor de Bankgiro Loterij Museumprijs 2008. Een deskundige jury stelde een top drie op voor de beste archeologische musea van Nederland. Het is nu aan het publiek om de winnaar te kiezen. Dat kan door op www.museumprijs.nl een stem uit te brengen. Het liefst natuurlijk op het Hunebed­ centrum, maar – eerlijk is eerlijk – ook de beide andere genomineerde musea zijn heel goed.

Algemeen

Activiteiten algemeen De excursies en lezingen zijn gratis, tenzij anders aangegeven, en nemen ongeveer twee uren in beslag. Mochten de excursies beduidend langer duren, dan wordt dit aangegeven. U hoeft zich alleen op te geven wanneer dat vermeld staat. foto: Joop van de Merbel

19 december en 5 januari t/m 13 februari. Kijk op www. wilmsboo.nl om alvast kennis te maken met de plek en de gebouwen. Reserveren kan telefonisch via 0524-541999 of per e-mail via post@wilmsboo. nl.

45

Het meenemen van honden tijdens de excursies is niet toegestaan; ook niet aangelijnd. Vertrek schaapskuddes De schaapskuddes van het Hijkerveld en het Doldersummerveld vertrekken met herder om 9.30 uur naar de heide. De kuddes zijn rond 16.30 uur weer terug bij de kooi. Zie voor routebeschrijving bij Informatiecentra. Vogelkijkhut Diependal De vogelhut is in principe het gehele jaar geopend, behalve als het gevroren heeft.Van 1 april tot eind september is er op zondagen meestal een vogelkenner aanwezig, die u graag het een en ander vertelt over het vogelleven op de vloeivelden. Bij het vloeimeer, vlakbij de hut, is ook een vogelwand aanwezig. De hut is te bereiken door vanaf het Oranje­kanaal, vlakbij de ‘Speelstad Oranje’, de Zwarte weg in te slaan. Een en ander is met borden aangegeven. Wie dubbel wil genieten doet er goed aan een verrekijker mee te nemen! Lemferdinge Op landgoed Lemferdinge in Paterswolde zijn in de galerie regelmatig exposities te bezichtigen. De galerie is open van vrijdag t/m zondag 12.00-17.00 uur. Informatiecentra De Blinkerd Vamweg te Wijster Het hele jaar open van 10.00 uur tot zonsondergang

Hijkerveld Bij de schaapskooi. Route: vanaf Hijken aangegeven met bordjes Het hele jaar open van 9.30 tot 16.30 uur

’t Ende Stapelerweg 20, De Stapel (bij De Wijk) van 1 april tot 1 november dagelijks van 10.00-17.00 uur

Orvelte Dorpsstraat 1a te Orvelte van 1 april tot 1 november dagelijks van 10.00-17.00 uur

Huenderhoeve Huenderweg 1. Dit is de weg tussen Wateren en Doldersum van 1 april tot 1 november dagelijks van 10.00-17.00 uur

Thema bodem

Thema religieus erfgoed

Thema water

Activiteiten speciaal gericht op kinderen

Eigen fiets meenemen

Laarzen gewenst

Verrekijker aan te bevelen

Spiegeltje en loep aanbevolen

zo 22 juni 10.00 uur Kanoën in de meanders van het Annermoeras U maakt met gidsen een kanotocht door de nieuwe meanders van het Annermoeras bij Spijkerboor. Kosten: € 15,- p.p. Max. 30 deelnemers. Voor informatie en opgave: per e-mail: aanmelden@drentslandschap.nl of telefonisch bij het secretariaat: 0592-313552. zo 21 september 10.00 en/of 14.00 uur Lopen in het Landschap Op stap met gidsen in enkele mooie natuurgebieden van Het Drentse Landschap. Voor meer informatie: www.drentslandschap.nl of bel het secretariaat: 0592-313552. za 27 september 10.00 uur Bewoning door de eeuwen heen Gidsen laten u op Kampsheide verschillende sporen zien vanaf de eerste bewoners tot nu. Dit prachtige stukje Drenthe is in de loop der eeuwen door haar bewoners behoorlijk veranderd. Start: parkeerplaats Kampsheide. De provinciale weg Assen – Rolde nemen en bij Tumulibos afslaan richting Balloo.Vervolgens eerste weg links.


46

Agenda

Bouwersveld

zo 28 september 14.00 uur Nijvere mieren op het Uffelter Binnenveld Een boeiende excursie over het Uffelter Binnenveld waarbij u van alles hoort en ziet over het leven van de mieren die er in de bodem voorkomen. Start: informatiepaneel van Het Drentse Landschap aan de Markegenotenweg (een zijweg van de weg Uffelte-Havelte). zo 28 september 14.00 uur Herfstbladeren, voedingsstof voor de bodem Gidsen laten u meegenieten van de herfst in De Kleibosch en vertellen meer over de natuurlijke kringlopen die u onderweg tegenkomt. Start: voor boerderij Tichelwerk, Moleneind 4, Foxwolde. do 9 oktober 19.30 uur Lezing:Van zee naar beek – vismigratie in Drenthe Een boeiende lezing door Herman Wanningen (Waterschap Hunze en Aa’s) over de trek van vissen in de Drentse beken en kanalen. Locatie: Zalencentrum De Aanleg, Asserstraat 63 in Deurze. Kosten entree en consumpties: € 5,-- p.p. Opgave: per e-mail: aanmelden@drentslandschap.nl of telefonisch bij het secretariaat: 0592-313552.

zo 12 oktober 14.00 uur De bodem van de Boerenveensche Plassen Naast bijzondere planten en vogels is er tijdens deze excursie ook alle aandacht voor de bodem waarop wij lopen. Start: achter de hervormde kerk die ligt aan de weg Hoogeveen – Pesse. zo 12 oktober 14.00 uur Archeologische wandeling over het Hijkerveld Onder leiding van deskundigen langs grafheuvels en andere sporen uit de prehistorie. Start: schaapskooi Hijkerveld. De route is vanaf het dorp Hijken met bordjes aangegeven. zo 19 oktober 10.00 uur Struinen over het Drouwenerzand Heerlijk struinen over het Drouwenerzand, genieten van de herfst in al haar kleurenpracht. Start: informatiepaneel van Het Drentse Landschap, tegenover café-restaurant Alinghoek, Alinghoek 16a, Drouwen.

zo 19 oktober 13.30 uur Het geheim van de Reest / Oktobermaand – Kindermaand Spannende en leerzame kinderactiviteiten rondom het thema bodem. Start: informatiecentrum ’t Ende, Stapelerweg 20, De Stapel (bij De Wijk). Voor meer informatie: www.drentslandschap.nl of bel het secretariaat: 0592-313552. za 25 oktober 20.00 uur Nacht van de Nacht Een spannende nachtelijke speurtocht speciaal voor kinderen en hun ouders waarbij het donker centraal staat. Start: parkeerplaats bij het Herinneringscentrum Kamp Westerbork aan de weg Hooghalen – Amen. zo 26 oktober 13.30 uur Het geheim van de Gasterse Duinen / Oktobermaand – Kindermaand Spannende en leerzame kinderactiviteiten rondom het thema bodem. Start: informatiepaneel van Het Drentse Landschap op de parkeerplaats aan de Oudemolenseweg bij Gasteren. Voor meer informatie: www.drentslandschap.nl of bel het secretariaat: 0592-313552.

zo 26 oktober 14.00 uur Paddestoelen op Landgoed Rheebruggen Hoe leven paddestoelen? Hoe zien ze eruit? Eetbaar of giftig? Wat doen ze met de bodem? Deskundigen vertellen erover. Start: beheerboerderij Rheebruggen, Rheebruggen 8, Ansen. za 1 november 10.30 uur Herfstig Orvelterzand De natuur in het Orvelterzand verandert van tooi. Start: picknickplaats SBB.Vanaf Orvelte over de Orvelterbrug over het Oranjekanaal.Vervolgens rechtsaf. Daarna 1e weg links en na 500 meter bent u bij de picknickplaats. zo 2 november 14.00 uur Paddestoelen in de Gasterse Duinen Gidsen laten u de mooiste paddestoelen zien die hier groeien en vertellen over hun belangrijke rol voor de bodemvorming. Start: informatiepaneel van Het Drentse Landschap op de parkeerplaats aan de Oudemolenseweg bij Gasteren.


Agenda

47

foto: Joop van de Merbel

Voor 2008 is een programma met lezingen, excursies en open dagen opgesteld. Een aantal van deze activiteiten wordt gehouden rondom bepaalde thema’s.

do 6 november 19.30 uur Lezing:Van waternimf tot waterranonkel Een boeiende lezing door Geert de Vries (IVN-Consulentschap Drenthe) over water, waterdieren en waterplanten. Locatie: informatiecentrum ’t Ende, Stapelerweg 20, De Stapel (bij De Wijk). Kosten entree en consumpties: € 5,-- p.p. Opgave: per e-mail: aanmelden@drentslandschap.nl of telefonisch bij het secretariaat: 0592-313552. za 8 november 14.00 uur Jeneverbeswandeling De Palms Wat wordt er allemaal gedaan om het uitsterven van de Jeneverbes tegen te gaan? En wat heeft de samenstelling van de bodem ermee te maken? Start: ingang reservaat gelegen aan het verlengde van de Middendorpstraat te Meppen. zo 9 november 14.00 uur Mossen op het Groote Zand Genietend van de herfst op het Groote Zand, wijzen gidsen u op de prachtige mossen die hier groeien. Start: parkeerplaats bij het Herinneringscentrum Kamp Westerbork aan de weg Hooghalen – Amen.

zo 9 november 14.00 uur Het meisje van Yde (Hondstong) Een archeologische en cultuurhistorische wandeling. Gidsen nemen u mee naar de vindplaats van het Meisje van Yde, het bekendste veenlijk van Nederland. Start: parkeerplaats aan de noordzijde van het reservaat. Deze is te bereiken door vanaf de provinciale weg Vries – Donderen (N386) de Veenweg in te slaan. Na een kilometer bereikt u de parkeerplaats. zo 16 november 14.00 uur Wandelen langs de Reest Een mooie herfstwandeling langs de Reest. U komt onder meer over de landgoederen Dickninge en De Havixhorst en langs het dorp IJhorst. Start: parkeerplaats van De Havixhorst aan de Schiphorsterweg 34 bij De Wijk. zo 23 november 14.00 uur Wintergasten op Diependal Het water van Diependal trekt vele soorten vogels uit het hoge noorden aan. Start: vogelkijkhut. Deze is te bereiken door in het dorp Oranje de Zwarteweg in te slaan. De route is met bordjes aangegeven. do 11 december 19.30 uur Lezing: De bouwgeschiedenis van oude Drentse kerken Een boeiende lezing door bouwhistoricus Hans Ladrak over de bouwgeschiedenis van de Drentse kerken en enkele recente restauraties van oude kerken. Locatie: kerk Zweeloo, De Wheem 10, Zweeloo. Kosten (entree en consumpties): € 5,- p.p. Opgave: per e-mail: aanmelden@drentslandschap.nl of telefonisch bij het secretariaat: 0592-313552.

zo 14 december 14.00 uur Een ‘snert’wandeling over Landgoed Rheebruggen Een echte winterwandeling met een smakelijke afsluiting. Start: beheerboerderij Rheebruggen, Rheebruggen 8, Ansen. Kosten: € 3,50 p.p. Opgave: per e-mail: aanmelden@drentslandschap.nl of telefonisch bij het secretariaat: 0592-313552. zo 14 december 14.00 uur Hondstong: van vroeger tot nu Een boeiende excursie door de Hondstong. Gidsen vertellen u over het ontstaan en de ontwikkeling van dit kleine beekdallandschap. Start: parkeerplaats aan de noordzijde van het reservaat. Deze is te bereiken door vanaf de provinciale weg Vries – Donderen (N386) de Veenweg in te slaan. Na een kilometer bereikt u de parkeerplaats. za 27 december 14.00 uur Winterwandeling over het Hijkerveld Samen met gidsen genieten van de winterse stilte op het Hijkerveld. Start: schaapskooi Hijkerveld. De route is vanaf het dorp Hijken met bordjes aangegeven. di 30 december 10.00 uur Eindejaarswandeling over het Drouwenerzand Geniet samen met de gids van de verstilde natuur en de laagstaande zon. Start: informatiepaneel van Het Drentse Landschap, tegenover café-restaurant Alinghoek, Alinghoek 16a, Drouwen.

Water

Bodem

Water wordt de komende jaren een belangrijk thema. Nederland en andere Europese landen hebben de opdracht om voor 2015 de waterkwaliteit in eigen land aanzienlijk te verbeteren. Goed water is van levensbelang voor plant, dier en uiteraard ook voor de mens. Schoon water klinkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Overheden en organisaties als waterschappen, waterleidingmaatschappijen en natuurbeheerorganisaties, zijn druk bezig om met name het oppervlaktewater de komende jaren schoner te krijgen. Tijdens excursies en lezingen wordt ingegaan op het belang van (schoon) water voor mens en natuur. Tevens is het boek Beeldschoon water verschenen. Dit boek, over de kwaliteit van het Drentse water, is een uitgave van Milieufederatie Drenthe en Stichting Het Drentse Landschap. Het bevat prachtige foto’s van onderwaterfotograaf Willem Kolvoort. Daarnaast is er een tentoonstelling aan dit thema gewijd.

De Provincie Drenthe, ondersteund door organisaties zoals Het Drentse Landschap, wil de komende tijd meer aandacht besteden aan de waarde van de Drentse bodem. Ze hoopt dat er daardoor meer belangstelling komt voor het beschermen van waardevolle geologische verschijnselen, zoals zandruggen, beekdalen, oude rivierduinen, pingoruïnes en essen. Tijdens verschillende bodemexcursies wordt aandacht besteed aan het ontstaan van de Drentse bodem en het belang van de bodem voor natuur en mens. Daarnaast komen er onderwerpen aan de orde die (in)direct met de bodem te maken hebben, zoals bodemvorming door de natuur zelf (waarbij paddestoelen en bodemdiertjes een grote rol spelen), grondboringen en bodemprofielen, en ijstijden en hunebedden.

In het kader van het Jaar van het Religieus Erfgoed en in samenwerking met Stichting Oude Drentse Kerken worden enkele lezingen en excursies gehouden rondom het thema religieus Religieus erfgoed. Het behoud van historische, waardevolle erfgoed kerken is voor Drenthe en voor de verschillende dorpsgemeenschappen van grote betekenis. Daarom zet de Stichting Oude Drentse Kerken zich in om dit onvervangbare cultuurbezit in stand te houden. Op het programma staan onder meer open dagen in de onlangs gerestaureerde synagoge in Zuidlaren en de kerk in Gieterveen. Tevens worden er enkele lezingen georganiseerd over de algemene en in het bijzonder de bouwgeschiedenis van oude Drentse kerken. Zie ook www.drentsekerken.nl.


48

Deze uitgave werd mede mogelijk gemaakt dankzij een financiële bijdrage van:

• • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Aannemingsbedrijf VEDDER BV Eext (0592) 26 26 20 Grond-, weg- en waterbouw Bouwbedrijf H. Poortman Veeningen (Zuidwolde Dr.) (0528) 39 14 82 Restauratie-nieuwbouw-onderhoud-verbouw ROYAL HASKONING Nijmegen (024) 328 42 84 Adviesbureau voor water en milieu GRONTMIJ DRENTHE Assen (0592) 33 88 99 Advies- en ingenieursbureau ORANJEWOUD BV - HEERENVEEN Heerenveen (0513) 63 45 67 Ingenieursbureau ABN AMRO BANK N.V. Assen (0592) 33 33 00 De bank voor Drenthe ESSENT MILIEU Wijster (0593) 56 39 39 Inzameling, hergebruik en verwerking van afvalstoffen NAM B.V. Assen (0592) 36 20 74 Aardoliemaatschappij Havesathe ‘de Havixhorst’ De Wijk (0522) 44 14 87 Hotel - Restaurant NV Waterleidingmaatschappij ‘Drenthe’ Assen (0592) 85 45 00 Als je de kraan opendraait... Buro Hollema Rolde (0592) 24 13 13 Tuin- en landschapsarchitekten BNT HOLLAND CASINO Groningen Groningen (050) 317 23 17 Een mooie gelegenheid om uit te gaan ARCADIS Assen (0592) 39 21 11 Advies- en ingenieursbureau (inrichting, infrastructuur, milieu en ecologie) Hulzebosch grondwerken B.V. Beilen (0593) 52 21 39 Natuurbouw, grond-, straat- en rioleringswerk, leverantie van zand en grind Quercus Boomverzorging en Advisering Gasselte (0592) 26 11 71 Uw bomen, onze zorg N.V. Waterbedrijf GRONINGEN Groningen (050) 368 86 88 Wees wijs met water Nationale Postcode Loterij Amsterdam (0900) 300 15 00 Ma. t/m vr. 09.00 - 21.00 uur Loterij voor mens en natuur RTV Drenthe Assen (0592) 33 80 80 Radio Drenthe,TV Drenthe, RTV Drenthe Programmablad KONINKLIJKE VAN GORCUM BV Uitgeverij/grafisch bedrijf Assen (0592) 37 95 55 Bureau B + O ARCHITECTEN Rheebruggen (0521) 35 10 14

• BORK SLOOPWERKEN B.V. Stuifzand (0528) 33 12 25 Sloopwerken, asbestsanering en puinrecycling • DE ROO DRENTE BV Stadskanaal (0599) 61 28 52 Cultuurtechniek en groenvoorzieningen • HARWIG Installatiegroep Emmen (0591) 65 67 69 Almere (036) 530 22 72 Elektrotechniek, cv/sanitair, telematica, beveiliging • DAGBLAD VAN HET NOORDEN Groningen (050) 584 44 44 • BARSINGERHORN CONSULTANCY Delfzijl (0596) 61 22 66 Training en coachen van personeel en organisatieadvies • BTL REALISATIE Vestiging Emmen (0591) 63 00 80 www.btl.nl Aanleg en onderhoud van stedelijk/landschappelijk groen en historische buitenplaatsen • Architectenbureau Wouda & van der schaaf Meppel (0522) 25 57 96 • DESTIC KUNSTSTOFFEN B.V. Veendam (0598) 61 45 64 Productontwikkeling, displays, bewerkingen, inrichting en presentaties • Concordia bouwmaterialenhandel Meppel (0522) 25 36 31 Hout- en bouwmaterialenhandel • oosterhuis bv Nijeveen (0522) 49 16 86 Loonbedrijf - Aannemersbedrijf g.w.w. - Landschapswerk • WOONCONCEPT Meppel (0800) 61 62 Meer dan wonen • EELERWOUDE Oosterwolde (0516) 52 30 62 Natuurlijk ruimte voor groen • HERFST en HELDER b.v Lelystad (0320) 26 06 16 Verf van goede huize • ASTRON/LOFAR Dwingeloo www.astron.nl www.lofar.nl • WARENHUIS VANDERVEEN ASSEN Assen (0592) 31 16 11 Shop-in-shop totaalwarenhuis • Industrie en handelsonderneming elton bv Roden (050) 502 11 99 Producenten van ELLEN tochtprofielen • Meko holland bv Assen (0592) 36 16 00 Totaalconcept in Melkkoeling • Van liere grafisch bedrijf bv Emmen (0591) 611 099 Uw partner in communicatie • VNO NCW Noord Haren (050) 534 38 44 Belangenbehartiger van het Noorden • Ensing Schilders Assen (0592) 348 080 Onderhoud- en protectiesystemen • bouwkundig teken- en adviesburo WILLEM VAN DER SALM Dwingeloo (0521) 593 638 Nieuwbouw, verbouw, renovatie, projectontwikkeling en restauratie

Stichting Het Drentse Landschap zet zich in voor het behoud van de Drentse natuur en maakt zich sterk voor het in stand houden van ons culturele erfgoed. Dit doet ze door het aankopen en beheren van natuurterreinen en cultuurhistorisch waardevolle objecten. Stichting Het Drentse Landschap behartigt ook de belangen van:

• Stichting Drentse Boerderijen • Stichting Oude Drentse Kerken • A.V.J. den Hartogfonds


Kwartaalblad nr.59