Issuu on Google+

IN YOUR HANDS terschoeloscl hool& de Theam se Tone

Amsterda demie / Regie Kleinkunstaca e Opleiding / im M / Opleiding erdocent / at Opleiding Theductie Podium足 Opleiding Proeiding Techniek kunsten / Opl ationale Ballet足 e en Theater / N ool voor Nieuw academie / Schling (SNDO ) / Dansontwikke erne Theater足 Opleiding Modng Jazz- en dans / Opleidi/ Opleiding Musicaldans Docent Dans


IN YOUR HANDS 2010 de Theaterschool Jodenbreestraat 3 1011 NG Amsterdam Postbus 15323 1001 MH Amsterdam

terschoeloscl hool& de Theam se Tone

Amsterda demie / Regie / Kleinkunstaca ime Opleiding Opleiding / M aterdocent / Opleiding Theductie Podium足 Opleiding Proeiding Techniek kunsten / Opl ationale Ballet足 e en Theater / N ool voor Nieuw academie / Schling (SNDO ) / Dansontwikke erne Theater足 Opleiding Modng Jazz- en dans / Opleidi/ Opleiding Musicaldans Docent Dans


EINDEXAMENSTUDENTEN 2010 Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie / Anne Boeschoten pg. 24 / Charlie-Chan Dagelet pg. 38 / Kiki van Deursen pg. 40 / Job Emens pg. 46 / Johan Fretz pg. 56 / Marcel Harteveld pg. 72 / Linde van den Heuvel pg. 82 / Hannah Hoekstra pg. 88 / Sjoerd Meijer pg. 138 / Yannick Noomen pg. 154 / Pieternel Osinga pg. 160 / Emma Pelckmans pg. 168 / Anne Rats pg. 176 / Sanne Vanderbruggen pg. 240 / Wouter Zweers pg. 272 / Regie Opleiding / Julie van den Berghe pg. 21 / Joost van Hezik pg. 84 / Milone Reigman pg. 184 / Mime Opleiding / René van Bakel pg. 12 / Anna van Diepen pg. 42 / Xavier Fontaine pg. 52 / Judith Hazeleger pg. 78 / Øystein S. Johansen pg. 94 / Koen Kreulen pg. 110 / Shani Leiderman pg. 116 / Jolika Sudermann pg. 230 / Opleiding Theaterdocent / Mariëtte Berbee pg. 17 / Margriet Brosens pg. 30 / Nita Kersten pg. 100 / Vera van de Meeberg pg. 129 / Hanna Timmers pg. 233 / Sophie de Vries pg. 254 / Remco Went pg. 256 / Opleiding Productie Podiumkunsten / Joost Allema pg. 10 / Fleur Boots pg. 26 / Sophie van Hoorn pg. 90 / Siri Klein Robbenhaar pg. 106 / Marleen Kunst pg. 112 / Janine van der Molen pg. 144 / Lonneke Peters pg. 172 / Malou Postuma pg. 174 / Ruth Roukema pg. 200 / Anna Schaap pg. 210 / Colleen Smit pg. 214 / Mette Stam pg. 224 / Stephan van Steenveldt pg. 228 / Thomas Vandewalle pg. 242 / Anke Wirken pg. 268 / Opleiding Techniek en Theater / Sanne de Boer pg. 22 / Wouter Breepoel pg. 28 / Joost Giesken pg. 62 / Jeroen van Hees pg. 80 / Jasper Hopman pg. 92 / Ben de Jong pg. 96 / Zinzi Kemper pg. 98 / Jeroen Knol pg. 108 / Willemijn Ottevanger pg. 162 / Yuri Schreuders pg. 208 / Anouk van Sprundel pg. 220 / Jeffrey Steenbergen pg. 226 / Merijn Versnel pg. 246 / Joost Wijgers pg. 260 / Nationale Ballet­ academie / Danai Christakakou*P pg. 33 / Nikki de Graaf pg. 64 / Yulanne de Groot pg. 66 / Matthijs van Oosthoek pg. 158 / Vivian Sauerbreij pg. 206 / Daan Visser pg. 252 / Opleiding Moderne Theaterdans / Alexander Gershberg pg. 58 / Kristina Hanses pg. 70 / Inge Hindriks pg. 86 / Merel Lammers pg. 115 / Sandrina Lindgren pg. 122 / Dioekie Meijen pg. 136 / Ingrid Berger Myhre pg. 146 / Rozemarijn de Neve pg. 148 / Maartje Pasman pg. 164 / Petra Pekolj pg. 166 / Evelyne Rossie pg. 194 / Sanne Wichman pg. 258 / Opleiding Jazz- en Musicaldans / Roel Bakkum pg. 14 / Christina Bauer pg. 16 / Naomi Deira** / Louis van Dijk pg. 44 / Anja Möderndorfer pg. 142 / Janneke de Noord pg. 156 / Rick Reekers*T pg. 179 / Eva van Rijn pg. 192 / Anouk Roolker pg. 193 / Caroline Slot pg. 212 / Anne Suurendonk*T pg. 232 / Julles Tjin-A-Kwie** / Laura van Veen pg. 244 / Jason de Witt pg. 270 / Jimmy Zeehandelaar pg. 270 / Dior Zwennicker pg. 275 / School voor Nieuwe Dansontwikkeling (SNDO) / Tomislav Feller*P pg. 51 / Stephanie Lühn pg. 124 / Roger Sala Reyner pg. 202 / Rodrigo Sobarzo de Larraechea pg. 216 / Alma Söderberg pg. 218 / Teilo Troncy pg. 235 / Yurie Umamoto pg. 238 / Emma Wilson pg. 262 / Opleiding Docent Dans / Joske Daamen pg. 33 / Sophie Everaerts pg. 48 / Faizah Grootens pg. 68 / Ilse Krougman pg. 112 / Sheree Lenting pg. 120 / Suzanne van der Mast pg. 126 / Kirsten Mieog pg. 140 / Jimat Pelupessy pg. 170 / Josephine van Rheenen pg. 186 / Núbia van Rijswijk pg. 189 / Ise Verstegen pg. 250 *T geen tekst in deze uitgave; *P geen portret in deze uitgave; ** geen tekst en portret in deze uitgave

INHOUD (A t/m Z) Interview Ruut Weissman pg. 36

Interview André Veltkamp pg. 4

Interview Jappe Claes pg. 54

Interview Bruin Otten pg. 104

Interview Loes van der Pligt pg. 76

Interview Aafje Terwey pg. 132

Interview Gwenoële Trapman pg. 134

Interview Leontien Wiering pg. 180

Interview Eddy Westerbeek pg. 152

Interview Eddi de Bie pg. 222

Interview Angela Linssen pg. 198

Interview Gabriel Smeets pg. 248

Interview Hlif Svavarsdottir pg. 182

Interview Jopie de Groot pg. 266

Opleidingsgegevens pg. 278


Directeur Theaterschool, hoofd Theater André Veltkamp

‘Vraag je nooit af of theater zin heeft, want het heeft zin!’

Jappe Claes

Peter de Kimpe

Eddi de Bie

André Veltkamp Gwenoële Trapman

Eddy Westerbeek

6

In 1981 solliciteerde leraar Nederlands André Veltkamp bij de Nel Roos Academie en de Academie voor Kleinkunst. Bijna dertig jaar later is hij directeur van de Theaterschool. Als hij op 1 september met pensioen gaat, laat hij een bloeiend instituut achter – in één gebouw, maar met artistiek autonome richtingen. ‘Ik ben nog altijd anti-autoritair.’ Hoe ben jij begonnen op deze school? ‘In 1981 werd ik aangenomen als onderwijskundig studieleider bij de Nel Roos Academie en de Academie voor Kleinkunst. Mijn illustere voorganger Jan Kassies bracht in 1968 een samenraapsel van allerlei particuliere schooltjes onder in één school: twee balletscholen, de toneelschool, en de kleinkunstacademie. Na de pioniers kwam ik. Iedereen had zijn eigen didac­tiek en pedagogiek verzonnen. Er was be­hoef­te aan onderwijskundige structuur. Ik heb me daar toen over gebogen.’ Kort cv 1968 - Kandidaats Nederlands, studie Nederlandse taal en letteren en dramaturgie. (‘daar heb ik een tijdje rondgelopen’) 1971 - Leraar Nederlands op middelbare school (‘daarna ben ik tien jaar braaf geweest, ik moest zorgen voor mijn gezin’) 1981 - Onderwijskundige studieleider bij Nel Roos Academie en de Academie voor Kleinkunst (‘de enige keer in mijn leven dat ik heb gesolliciteerd’) 1992 - Adjunct-directeur voor de Theateropleidingen 1997 - Directeur Theaterschool (‘alles is er hier op gericht dat ze warme voeten halen’) 2010 - Met pensioen (‘ik ben niet zo’n man met een caravan en hobby’s’)

De jaren tachtig, vertel eens... ‘Een krankzinnige chaos was het altijd, een ongeorganiseerd zooitje. Dan doen we het nu héél veel beter. De school is sterk geprofessionaliseerd. We moeten bijna oppassen dat we nu geen overgereglementeerd zooitje worden.’ In 1997 gingen alle opleidingen naar één gebouw. Jij werd de nieuwe directeur. Hoe was dat? ‘Het eerste jaar was verschrikkelijk! 7


Studenten vonden het een gevangenis, die zaten liever in die gore schooltjes waar we allemaal vandaan kwamen. Bloedige oorlogen zijn er uitgevochten, er was een enorm onderling wantrouwen. Maar ik dacht: als die generaties studenten nou maar verlopen, dan ebt dat vanzelf weg. En zo heeft het ook gewerkt. Uiteindelijk heeft het samengaan ons heel veel opgeleverd.’ En toen dacht je: nu ook één boekje? ‘Ja, zes jaar geleden bedacht ik dat ik een eindexamenboekje wilde – ik wilde de optelsom van de losse onderdelen maken, en ons als Theaterschool presenteren als een geheel. Dat was trouwens nog een heel gedoe, met al die eigenheimers. Maar als je nagaat, tien jaar geleden was dit boekje onmogelijk geweest. En dit jaar staan alle opleidingen erin.’ Wat is voor jou de kern van wat je op deze school doet? ‘Wat je probeert is mensen die in aanleg talent hebben vier jaar de tijd geven om letterlijk aan zichzelf te klooien. En daar worden ze ook nog bij geholpen. Wat deze school is – en ook zijn leven lang moet blijven – is een vrijplaats. Mensen moeten een soort onbegrensdheid ervaren, in de school is the sky the limit, als het even kan. Alles is erop gericht dat iemand in die vier jaar zo veel basis verwerft, zulke “warme voeten” haalt, dat hij het straks in de jungleachtige praktijk zo lang mogelijk vol kan houden. Behalve technisch ambachtelijk onderwijs, ontwikkelen ze hier ook een mentaliteit waardoor dat lukt, krijgen ze zelfvertrouwen. Wij breken mensen niet af, we bouwen talent op. Waar ik heel erg tevreden over ben: dat heeft gewerkt.’ Je bent hier dertien jaar directeur geweest.Waar ben je trots op? ‘Ik ben trots dat mijn visie op onderwijs gemeengoed is geworden in de school. En dat ik van die dertien opleidingen, die allemaal hun eigen geschiedenis hebben, inmiddels toch nog enigszins de indruk heb weten te wekken dat het een geheel is (lacht). Deze school is uniek in Nederland. Ik heb de Theaterschool altijd gezien als een koepelorganisatie, een optelsom. De school op zich heeft geen artistiek beleid. De artistiek leiders zijn de kracht, zij geven identiteit aan hun opleiding en uitstraling naar het werkveld.’ Dus jij had eigenlijk weinig te zeggen? ‘Kijk, dat ik me overal altijd mee bemoei, dat is iets anders, ik ben altijd een betrokken directeur geweest. Maar de artistiek leider zal altijd het laatste woord hebben. Ik heb daarvoor gevochten. Er zijn altijd krachten geweest van buitenaf die meer eenheid wilden, want ze vinden ons een warrig, 8

onduidelijk zooitje. In dat gezelschap was ik altijd een beetje querulant. Want ik blijf zeggen: de artistieke autonomie is onze kracht.’ Even een clichévraag: wat was een hoogtepunt van je directeurschap? ‘Er is niet één hoogtepunt. Ik vind dat ik blij mag zijn dat ik in deze baan terecht ben gekomen. Het biedt zo veel dingen dankzij en met studenten, waardoor je op vleugels naar huis gaat. Ooit heb ik beweerd: de mooiste voorstellingen in mijn leven zie ik op school. Dat heeft te maken met dat het hier nog heel zuiver is. Mijn momenten van geluk hingen heel vaak samen met successen van studenten. Het afstuderen bijvoorbeeld, dat zijn hier heftige ontroerende avonden.’ Dan moet jij ook huilen? ‘Ik ben geloof ik de enige die niet jankt op zo’n avond. Het is een echt tranendal. Ik schiet niet zo snel vol, maar ik zit dan wel met een brok in de keel.’ De kunsten liggen op dit moment maatschappelijk onder vuur. Op kunst moet bezuinigd worden, vindt de gemiddelde Nederlander. Wat vind jij daarvan? ‘Elke cultuur gaat naar de klote als ze haar kunst eruit gooit. Daarnaast is het economisch belang van kunst ook enorm. Wat ik het mooiste aan theater vind is dat het mensen – meer dan wat dan ook – verenigt. Theater heeft een vertroostende kracht. Die vlucht in de illusie is wezenlijk om te overleven. Vraag je nooit af of het zin heeft, want het heeft zin! Maar natuurlijk twijfelt elke podiumkunstenaar wel eens: is dit zinnig, heb ik mensenlevens gered?’ En, heb je mensenlevens gered? ‘Ja, nu je dat zo zegt, misschien wel, ik denk het wel... Ik denk dat dat levensbelang veel groter is dan men kan meten.’ Wat valt je op aan de huidige generatie? ‘Ik voel me nog steeds een product van de jaren zestig: in de grond ben ik anti-autoritair. Een heel aangepast mens, maar ik zal nooit zomaar iets aannemen. Dat probeer ik studenten ook te leren. Soms zie ik een klas, en denk ik: jeetje het zijn nú al een paar oude lijken, zo aangepast! Het lijkt godbetert wel de jaren vijftig! Die hele moraal, de onvrijheid. En juist deze club moet de vrije geesten voortbrengen.’ 9


Uhm, vroeger was alles beter? ‘Nee hoor! Ik ben heel optimistisch. Ik vind de kwaliteit van de gemiddelde afstudeerder veel hoger dan twintig jaar geleden, deze generatie kan überhaupt meer. Ze weten op een bepaalde manier helemaal niks – het kan mij als een gek irriteren dat ze zo vluchtig zijn in hun kennis – maar ze hebben ook een heel breed beeld over hoe dingen zitten, staan op een bepaalde manier gezond in het leven. Ze zitten alleen met het stompzinnige feit dat ze alles hebben, alles kunnen en aardige ouders hebben. Maar er zijn ergere dingen om mee te zitten, toch?’

Aafje Terwey

Ruut Weissman

Bruin Otten

Gabriel Smeets

Jij moet de school binnenkort gaan loslaten... ‘Ja, dat vind ik niet makkelijk, moet ik zeggen, omdat ik deze school ook als mijn erfenis zie. Je kunt dertig directeuren bedenken, tachtig structuren, maar deze school wordt uiteindelijk bepaald door de creatieve mensen die er zitten – die moeten ruimte hebben voor hun artisticiteit. De tegenkracht van buiten is: Ja, die man gaat weg, dan gaan we het maar eens een keer strakker organiseren. Daar ben ik wel bang voor. Voor je het weet heb je iets heel anders!’

Jeroen Fabius

Hlif Svavarsdottir

Wat wil je dat zéker behouden blijft van je erfenis? ‘Het klimaat in school, dat studenten roepen: dat waren de beste jaren van mijn leven! Als je dat kan handhaven ben ik blij. Van hoog tot laag moet dat blijven bestaan: mensen die met hart en ziel voor het theater gaan en voor het ontwikkelen van jong talent.’ Het is straks 1 september – eindelijk genieten van je pensioen? ‘Nee hoor, ik ben niet zo’n man met hobby’s en een caravan. Ik blijf ook gewoon lesgeven. In dit vak stoppen maar weinig mensen als ze 65 worden.’

Jopie de Groot

Leontien Wiering

Angela Linssen

Waar verheug je je het meest op? ‘Ik verheug me erop dat ik niet alles meer in een vloek en een zucht hoef te doen. In de optelsom deed ik de laatste jaren soms veel te veel, ik werd wel eens gek van mezelf. Een aantal jaren geleden ben ik ook weer gaan regisseren. Op dit moment lopen er vijf voorstellingen van mij, volgend seizoen gaan er... even kijken, vier in reprise, en drie ga ik er nog maken. Voor de rest ben ik heel benieuwd. Geen idee hoe het is achter de geraniums!’ tekst: Petra Boers

10

Niet op de foto: Loes van der Pligt, Barbara Van Lindt

11


Kunnen communi­ ceren met verschil­ lende mensen

Joost Allema

19 december 1986 / Opleiding Productie Podiumkunsten

Joost Allema

Mijn grootste droom is om de ope­ ningsceremonie van de Olympi­sche Spelen in 2028 te organi­se­ren. Mits de Spelen dan in Ne­­der­land zijn. Hoofd productie bij het grootste evenement ter wereld is mijn olympische droom, maar dat is voor de langere termijn. Voor nu heb ik twee projecten in de zomer, waarbij ik ga werken als productieleider, en ben ik als zake­lijk coördinator twee dagen in dienst bij Thea­tergroep NiznO. Daarnaast wil ik freelancen als productie­leider. Het grote voordeel hiervan is dat je bij verschillende organisaties komt te werken, met verschillende taken en verantwoordelijkheden. Dat was ook een van de eerste dingen die ons werden verteld in het eerste jaar. Na vier jaar blijken de werkzaam­ heden van een productieleider inderdaad erg uiteen te kunnen lopen. Veel meer dan bellen en tellen, zoals soms gekscherend gezegd wordt. Voor mij is de productieleider de spin in het web van verschillende mensen en disci­ plines. Kunnen communiceren met verschillende mensen, deze mensen bij elkaar brengen en bij elkaar houden. Verder moet je als productieleider ook in­houdelijk kunnen meedenken met een vorm­gever of regisseur. Wanneer het je lukt om het hele proces goed te laten verlopen, je hebt kunnen realiseren wat de makers wilden en er een mooie voorstelling staat, dan is je werk geslaagd en is het applaus ook voor jou. Zonder dat je op het toneel bent. In de eerste maanden van mijn laatste jaar heb ik mijn scriptie geschreven over Arbo-veiligheid bij locatietheater. In de tweede helft van het jaar heb ik de productie gedaan voor drie kleinere voorstellingen. Een van deze voorstelling speelde behalve op de Theaterschool ook op ArtEZ Arnhem en Codarts in Rotterdam. Een soort tournee, wat een extra uitdaging was. De andere producties waren voorstellingen van studenten van de Mime Opleiding: van René van Bakel, die bij een eigen tekst acteurs en een regisseur had gezocht, en Koen Kreulen en Judith Hazeleger, die samen een duet over liefde hadden gemaakt. 12

13


Als afsluiting van de opleiding ga ik de productie doen voor de afstudeervoorstelling van Joost van Hezik (Regie Opleiding). Deze voorstelling zal, vanaf de eerste repetitie tot en met de première, gemaakt worden op locatie.

Ik doe alsof. Dat is niet erg, want dat kan ik

René van Bakel

René van Bakel

11 oktober 1985 / Mime Opleiding

Ik schrijf iets over mezelf. Ik schrijf liever over anderen, maar vanavond schrijf ik over mezelf. In een andere tijd, dat ook nog eens. Ik ben nog niet afgestudeerd, en doe dus alsof. Dat is niet erg, want dat kan ik. Ik heb vier heerlijke jaren gehad en heb van zulke lieve mensen les gehad, dat ik ze bij deze oprecht wil bedanken. In mijn laatste jaar heb ik in een fantastische kindervoorstelling gespeeld van Gienke Deuten. Kinderen zijn de eerlijkste toeschouwers die je kunt krijgen. Als het ze niet boeit dan gaan ze met een loshangend draadje aan hun broek spelen. En als ze het goed vinden, kunnen ze midden in de voorstelling ineens opstaan van hun stoel, terwijl ze daar zelf geen erg in hebben. De mooiste ervaring van deze voorstelling was een jongetje dat na de voorstelling huilend naar me toe kwam. ‘Vond je het eng?’, vroeg ik hem. ‘Nee, heel mooi’, zei hij. En hij gaf me een groen, gekruld lintje. ‘Voor jou.’ In dit laatste jaar heb ik ook een voorliefde voor schrijven ontdekt, en als iets niet logisch lijkt, is het dat natuurlijk, leren schrijven op de Mime Opleiding, maar toch is het zo. Door het spelen heb ik heel veel inzicht gekregen in personages: waarom ze bepaalde dingen zeggen of verzwijgen; hoe ze mani­ puleren, of zich laten manipuleren en hoe ze zich aanpassen of juist niet. Op papier kan ik mijn wereld tonen vanuit die inspiratie. Ik heb dan ook mijn eigen afstudeervoorstelling geschreven: ZUURDESEM. Onder begeleiding van Rob de Graaf. Een tekst die gaat over mijn jeugd in een woongroep. Zoals ik al zei, is het een beetje raar om dit tekstje nu te schrijven. Want we moeten nog beginnen met de repetities van onze klassikale afstudeervoorstelling. Maar wat ik daar wel over kan zeggen, is dat ik er erg veel zin in heb. Een vriend van me zei laatst dat je als je als kind veel spannende dingen 14

15


Roel Bakkum

GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND UND ÖSTERREICH GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND UND ÖSTERREICH GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND UND ÖS

GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND UND ÖSTERREICH GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND UND ÖSTERREICH GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND UND ÖS

GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND UND ÖSTERREICH GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND UND ÖSTERREICH GR

doet, je dat voor de rest van je leven moet blijven doen. Omdat je anders letter­lijk het stofje adrenaline gaat missen. Vroeger klom ik ervoor op rotsen en daken. Nu ga ik rare dingen doen op een podium, en komen er mensen naar kijken.

Als producent van theater of uitvoe­ rend

Roel Bakkum

20 juni 1987 / Opleiding Jazz- en Musicaldans

Ik heb het afgelopen stagejaar verschillende dingen gedaan. Ik ben in februari 2009 begonnen met de productie Elisabeth de musical in Antwerpen, waar ik in het ensemble heb gestaan. Daarna heb ik als producent een kleine try-outproductie gemaakt van Rex de musical, die drie­maal heeft gespeeld in het CREA theater. Ik ben daarvoor een theaterbedrijfje gestart genaamd Canterbury Stage Produc­tions. Op dit moment ben ik opnieuw als producent bezig met de voorbereidingen voor een kleine tour door Nederland van de musical Rex. Daarnaast speel ik in de tourneeproductie Elisabeth das Musical (in Duitsland en Oostenrijk). Hoe ik tegen mijn carrière aankijk weet ik niet precies. Ik doe nu wat ik doe en heb daar heel veel plezier in. De vraag die daarbij door mijn hoofd speelt is: wat wil ik, ondernemend of uitvoerend zijn of allebei, en hoe kan ik dat combineren. Op dit moment ga ik voor mijn gevoel meer de ondernemende kant uit en word ik vooral geïnspireerd door de mensen om me heen. Ik zie zo veel talent en ik wil al dat talent graag gebruiken in de voorstellingen die ik nog van plan ben te produceren. Dat vind ik ook het leuke eraan, ik heb de mogelijkheid om te creëren wat ik denk dat theater is en daarbij de mensen om me heen te verzamelen om dat zo goed mogelijk neer te zetten. Ik hoop dat ik in de toekomst veel bezig blijf met theater. Ik denk dat ik daar ondernemend of uitvoerend altijd mee bezig zal blijven.

GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND UND ÖSTERREICH GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND UND ÖSTERREICH GR

16

17


Christina Bauer

GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND GRÜSSE

18

GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND GRÜSSE GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND GRÜSS

GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND GRÜSSE GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND GRÜS

GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND GRÜSSE AUS DEUTSCHLAND GRÜSSE

Dancing is a never ending story

Christina Bauer

23 juni 1988 / Opleiding Jazz- en Musicaldans

During my internship I spent a whole season with the Nanine Linning dance company. In that time I developed my skills in various disciplines and saw myself growing towards becoming the dancer I want to be in the future. I will be part of the company for the whole new upcoming season and that’s everything I could wish for at the moment. Nanine inspires me a lot with the ideas for her pieces; where she finds her inspiration and why. I like pieces where you can understand the content even if you are not a dancer. And to constantly feel a choreographer’s drive and desire for experimentation. Dancing for me is a way to discover myself; it’s like a never ending story. The moment of performing is the end result and climax of the working period and the public’s reaction is the extra cherry on the cake. Of course I think what you get from school is your first taste of what it actually means to be or become a dancer. At my school, being able to do my own work was very important and the experience of performing on stage has helped me so much now during my internship. I can’t wait for the new season to begin.

Hoe de theater­ maagd haar onschuld verloor…

Mariëtte Berbee 7 juli 1983 / Opleiding Theaterdocent

Met een vers verworven pabo-diplo­ ma op zak vertrek ik in febru­ari 2005 naar Amsterdam om auditie te doen voor de Opleiding Theaterdocent. Wat betreft theater ben ik zo groen als het koeien-grazend-grasland waar ik vandaan kom. Ik blijk een potentiële student, maar beschik over 19


onvoldoende bagage en kom niet door de selectie. Gedreven door een onstuitbare motivatie stap ik twaalf maanden later met een backpack vol theaterbelevenissen de school weer binnen en word aangenomen. Ik ben als provincie-emigrant onder de indruk van de professie die de opleiding nastreeft. Ik ga koppie-onder in het onbekende en drijf op een gevoel voor (of neurotische drang naar) ritme en eenheid in beeld. In de zoektocht naar theatraliteit breekt mijn blik open. Mijn groeiende nieuwsgierigheid naar (en verwondering over) het onbekende maakt dat het vormonderzoek wordt ondersteund door een inhoudelijke noodzaak. Wanneer het artistiekinhoudelijke en het sociaal-pedagogische aspect van theatermaken samenkomen, valt alles op zijn plek. Aangestoken door gepassioneerde docenten vlam ik van enthousiasme in mijn verworven kennisoverdracht. Ik raak betrokken bij het interculturele theatergezelschap Jong RAST, waar roots regeren en een vulkanische energie vibreert. Er heerst een sfeer die mij losschudt van de hoofdelijke keurigheid en mij een energieboost geeft die mij intuïtief laat flowen. Werkend met de jeugd merk ik dat ik veranderd ben. De provinciale onderwijssystemenjuf heeft zich ontpopt tot een nieuwsgierige, brutale en gepassioneerde theaterdocent. Met het tweede docentendiploma in zicht richt ik me doelbewust op het werkveld en de toekomst. Beide opleidingen smelten samen, vullen elkaar aan en verrijken mij als docerend theatermaker. Wat ik zocht in de autoriteit, vond ik in de humor. Wat ik verloor in de overdracht van algemene kennis, hervond ik in de kracht van de theaterbeleving. Wanneer ik in 2005 het Drentse land verlaat, ben ik ervan overtuigd dat ik na vier jaar studeren weer zal remigreren. Maar inmiddels voel ik me thuis in Amsterdam en ben ik vertrouwd met de faciliteiten van de vijfsterrenstad. Na het afstuderen wil ik me gaan richten op het maken van theater met kinderen en jongeren op een plek waar ik me thuisvoel. In Amsterdam, Drenthe of ergens anders. Ik hoor niet als vanzelfsprekend thuis in één bepaalde omgeving. Ik reis tussen verschillende werelden in en al reizend aanschouw ik. En iedere keer heeft de plek vanwaar ik vertrek invloed op de beleving van de plek waar ik naartoe ga.

20

Mariëtte Berbee

21


Julie van den Berghe

[Boven] Messen in hennen, van David Harrower, afstudeervoorstel-

22 ling Julie van den Berghe, 2009 [Onder] Julie, naar George Bataille, regie-etude Julie van den Berghe, 2008

23


Dat de toeschou­ wer na afloop be­ reid is vergeving te schenken aan het leven

Julie van den Berghe

Duurzaam­ heid en theater­ techniek aan elkaar koppelen

Sanne de Boer

20 juli 1981 / Regie Opleiding

Sanne de Boer

Voorstellingen van Julie die dit jaar nog te zien (zullen) zijn: Sens Unique – in samenwerking met het ACT Festival Bilbao Le Coup/e – afstudeervoorstelling.

23 juli 1988 / Opleiding Techniek en Theater

Tijdens de Opleiding Techniek en Theater heb ik mijn voorliefde voor licht verder ontwikkeld. In het vierde jaar is daar ook het technisch uitwerken (en de bouw) van decors bij gekomen. Ik vind het erg leuk om mee te denken met een ontwerper over de keuze van materialen en het uiteindelijke ontwerpen. In mijn scriptie heb ik de onderwerpen duurzaamheid en theatertechniek aan elkaar proberen te koppelen. Dit door middel van een onderzoek over de onderwerpen afval, energie en transport. Hierbij heb ik ontdekt dat ik het belangrijk vind hoe we met de wereld omgaan. Het is iets wat ik graag in de rest van mijn werk mee zou willen nemen. In de komende jaren zou ik meer ervaring willen opdoen met het bouwen van decors in verschillende schouwburgen. Het is namelijk een bijzondere uitdaging om met een groot decor te zorgen dat er in een kleinere schouwburg kwalitatief dezelfde voorstelling staat als in een grotere schouwburg. Ik vind het erg leuk om de puzzel en de moeilijkheden die daarbij ontstaan op een creatieve manier op te lossen. Ik zou de volgende seizoenen graag door Nederland willen reizen met een 24

25


Anne Boeschoten

toneelvoorstelling waarbij ik met licht en decor werk. Bij toneel gaat het vaak over timing van teksten en het licht en geluid daarbij. Ik vind het een uitdaging om dit weer elke keer strak in elkaar te zetten en daarbij het publiek een geweldige voorstelling te bezorgen. Ik zou ook graag met dans werken, een passie die ik heb ontdekt tijdens mijn stage bij Introdans. Bij dit dansgezelschap uit Arnhem heb ik een aantal maanden het decor en licht gebouwd voor twee van hun voorstellingen. De eisen die dans aan mijn werk stelt vind ik erg fijn, want ik merk dat ik daardoor meer geconcentreerd ben. Dans vind ik een prachtige vorm van theater, waarbij ik op het vlak van belichting mijn passie verder kan ontwikkelen. Ik hoop natuurlijk op een goede toekomst voor alle afstudeerders. Heel erg bedankt voor de geweldige en leerzame tijd op de Theaterschool. Tot ziens in het werkveld!

Ik werd gedwongen uit mijn hart te spelen

Anne Boeschoten

18 mei 1985 / Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie

Een tijd geleden ontdekte ik het stuk Oleanna van David Mamet, en omdat de thematiek me zo aansprak (het gevecht tussen de jonge en oude generatie) was het een wens om dit in mijn afstudeerjaar te spelen. Hiervoor heb ik na een voorstelling bij het Nationale Toneel Porgy Franssen benaderd, hoewel ik dat natuurlijk doodeng vond. Het is heel tof geweest om met zo’n goede acteur te spelen, omdat hij het beste van me vroeg en ik kon kijken, leren en toepassen tegelijkertijd. Ik werd gedwongen om uit mijn hart te spelen, zoals hij dat ook deed. Niet netjes en weloverwogen, maar oprecht, met een groot belang en met heel veel plezier. Daarnaast heb ik geleerd wat het is om zelf een voorstelling op poten te zetten. Ik had hulp van de techniek-, productie- en vormgevers­ opleiding, en samen kunnen we trots zijn op een mooie voorstelling en een goede samenwerking. Het is heel goed dat de school de ruimte biedt om zo’n project aan te gaan. In januari begon mijn stage bij Toneelgroep Maastricht. We speelden onder

26

27


Fleur Boots

regie van Arie de Mol de voorstelling De opgaande zon van Herman Heijer­ mans, over de kleine winkelier Mathijs de Sterke, die het opneemt tegen het grote warenhuis De opgaande zon. Een strijd die hij alleen kan verliezen, maar hij blijft lachen tegen alle tegenspoed in. Het stuk heeft een heel sterke boodschap over optimisme en verantwoordelijkheid en dat vind ik er prachtig aan. Ik speelde het spastische, epileptische en mentaal volledig gemankeerde buurmeisje. Bij zo’n rol heb je opeens heel weinig houvast aan de tekst­ behandeling, daarom moest ik in mezelf zoeken naar een vertaling van dat meisje dat plezier vindt in alles waar wij zo van verwijderd zijn. Om deze rol te spelen, heb ik geprobeerd om al mijn zintuigen te scherpen. Alles wat aandacht trok, moest betast worden en onderzocht alsof ik het nog nooit gezien had. Het is een kostbare rol geworden die ik graag speel en na de zomer nog door het hele land zal gaan spelen. Als kunstenaars komen we in aanraking met zo veel mooie verhalen en wij als acteurs mogen in samenwerking met een regisseur een vorm vinden om ze te vertellen. Daarom zie ik er erg naar uit om het werkveld in te gaan, want het is een prachtig vak.

Ontzettend veel voorstel­ lingen gezien

Fleur Boots

17 juni 1987 / Opleiding Productie Podiumkunsten

Toen ik begon met de opleiding wist ik bij lange na nog niet wat productie­leider zijn allemaal in­hield, maar al snel kwam ik hier achter. Door de grote theo­re­ti­ sche basis die er in de eerste twee jaar wordt gelegd, maar ook doordat we de theaterwereld van binnen en buiten hebben leren kennen. Ik heb ontzettend veel voorstellingen gezien en les gekregen van mensen uit het vak. Na deze twee jaar kwamen de stages en de grote projecten. Ik ben begonnen met stage lopen bij het It’s Festival en had daarna stages als regieassistent van Gerardjan Rijnders bij het RO Theater en als regie­ assistent bij Theatergroep Carver. Op de Theaterschool heb ik stage gelopen als productieleider bij de voorstelling Storm en bij het Shakespeareproject van de derdejaars regiestudenten.

28

29


Tijdens deze producties heb ik veel geleerd over het vak. Het is interessant om het overzicht te hebben over alles wat er in een productie gebeurt. Maar dit overzicht heb je niet zomaar. Het is interessant om met theatermakers, technici en ontwerpers te werken en het gesprek aan te gaan. En ook om te zien wat er uiteindelijk op het toneel staat en wat daarin jouw aandeel als productieleider is geweest. Tijdens deze producties heb ik ook gezien hoe het niet moet en hoe je het overzicht kunt kwijtraken. Ik heb er toen zelfs aan getwijfeld of dit vak wel is wat ik wil, maar uiteindelijk heb ik van dit moment juist veel geleerd en heeft het er voor gezorgd dat ik nu met deze ervaring afstudeer. Ik moet nog veel leren, maar ik heb een heel goede basis. Op dit moment sta ik aan het begin van mijn, hopelijk succesvolle, carrière. Ik droom er natuurlijk van om een heel goede productieleider te worden, maar ook vooral om mij meer te specialiseren op het vlak van regieassistentie en toch ooit te belanden in de functie waar mijn scriptie over gaat: de artistiek coÜrdinator. Ik zie het ook nog wel gebeuren dat ik verder ga studeren en nog andere functies ga bekleden in het theater. Ik heb zin om aan het werk te gaan en kijk er naar uit om mijzelf nu vol in de theaterwereld te gooien.

Mijn kans als eerste man

Wouter Breepoel

Wouter Breepoel

15 november 1988 / Opleiding Techniek en Theater

Ik ben de opleiding begonnen vanuit de passie voor techniek. Ik had wat ervaring met licht vanuit mijn middelbareschooltijd. Bandjes en schoolmusicals belichten en vooral veel show maken. Eenmaal toegelaten op de opleiding merkte ik dat ik nog veel te leren had, zowel op technisch als artistiek gebied. Het waren de lessen en de begeleiding van Reier Pos die mij deden beseffen wat theatertechniek en theatermaken nou eigenlijk inhouden. Hoe pas ik de theorielessen van zowel technische als organisatorische als artistieke aard toe in de praktijk? Aan alleen de theorie heb je niks, je moet het gaan doen. Met het gevallen kwartje ben ik in het tweede jaar een locatievoorstelling 30

31


ingestapt van een afstuderende theaterdocent. Ik heb de technische organisatie voor mijn rekening genomen en veel meegedacht over het licht- en decorontwerp. Ik merkte dat het werken met en het maken van decor, het praktisch oplossen en technisch organiseren (eerste man) van een productie hetgeen is waarmee ik verder wilde. Tijdens mijn stage bij Toneelgroep Amsterdam ben ik veel ingezet op decor en kreeg ik de ruimte systeempjes en dergelijke te bedenken voor in het decor en te leren werken met kapindelingen en het aansturen van changementen. Mijn stage bij Schouwburg De Meerse ging ook weer veel over praktisch denken en werken. De schouwburg zit op het moment op een tijdelijke locatie en de uitdaging was om te blijven draaien als een normale schouwburg. Zelf een fond maken, achtertoneel ophogen, doeken inhangen voor de akoestiek en ga zo maar door. Na al deze ervaringen met decor en bouwen wilde ik ook nog wel proeven aan het eerste man zijn. In het derde jaar hebben we de diploma-uitreiking georganiseerd voor de afstuderenden van de Opleiding Productie Podiumkunsten en de Opleiding Techniek en Theater. Daar kon ik mijn kans grijpen als eerste man. Onder begeleiding van Lykle Hemminga en in samenwerking met mijn klasgenoten heb ik twintig man in de theaterzaal aan het werk gehouden. Een pittige uitdaging, maar ook weer leerzaam. Ik wil me nu focussen op het werk als inspiciënt decor en vooral veel ervaring opdoen met het voorbereiden en toeren van een voorstelling. Het werken met een decor in dienst van een voorstelling. Het samenwerken met alle andere disciplines in het theater en de voorstelling iedere avond weer laten zien zoals ze bedoeld is. In welke zaal dan ook.

Theater begint voor mij niet meer per definitie met een goed idee 32

Margriet Brosens

Margriet Brosens 7 mei 1987 / Opleiding Theaterdocent

‘Zo had ik het nog niet bekeken’, is misschien wel de fijnste gedachte na een voorstelling. Of de fijnste gedachte in het algemeen. In mijn afstudeerplan heb ik het over de verwondering in het theater. Ver33


wondering die te maken heeft met kijken, met nieuwe dingen zien. Ik zie graag verschillende mensen en hun manieren van kijken in het theater, omdat het laat zien dat een gegeven (een situatie, mens, gevoel) nooit eenduidig is. Het klopt misschien ook bij het idee dat ik van de wereld heb: veranderlijk, inconsequent, en vaak humoristisch. Vanuit dat afstudeerplan kreeg ik het idee dit jaar op verschillende plekken op zoek te gaan naar die verwondering. Dit was ook een zoektocht voor mezelf: op welke plek ben ik als maker het meest creatief? Dat is meestal een plek die duidelijk zijn eigen grenzen heeft. Ik ben niet iemand die alleen thuis zit en denkt: ik moet nú een voorstelling maken over dit of dat. Dan krijg ik gewoonweg geen idee óf te veel ideeën. Pas als ik weet: ik moet het doen met deze zeven mensen, twee met een knieblessure, één met ervaring als cliniclown, in deze zeshoekige ruimte, met drie lampen… Dan kan ik de situatie gaan bekijken. Dan kan ik beginnen. Door de opleiding is mijn blik op theater veranderd, rustiger geworden. Thea­ ter begint voor mij niet meer per definitie met een goed idee. Maar eerder met de vraag naar wat er is, en wat daar bijzonder aan is. De opleiding heeft mij geleerd hoe inspirerend het aanwezige kan zijn. Door mij concrete vaardigheden van theatermaken bij te brengen en door tegelijkertijd de magie en onvoorspelbaarheid van dat theater te blijven omarmen. Ik maak graag theater over verwondering op plekken waar ik zelf verwonderd kan raken. Zo heb ik een traject gedaan met spelers met een verstandelijke beperking. In een van de oefeningen wilde ik wat meer agressie teweegbrengen in hun stemmen, het was allemaal zo bescheiden, zo stil. Ik hoorde weer geen geschreeuw en wilde de oefening onderbreken. Toen zag ik de spelers elkaar zonder enig geluid fysiek over de vloer slepen. Het zag er prachtig uit. Een mooi moment, omdat het fijn is verrast te worden. Maar ook omdat het vak theatermaken, waar ik vier jaar lang hard voor heb moeten werken, dan opeens uit twee heel basale dingen lijkt te bestaan. Goed kijken. En graag iets nieuws willen zien.

34

The importance of art lies not in what you say, but how you express it

Danai Christakakou

De vrijheid te laten voelen die dans kan bieden

Joske Daamen

2 juli 1989 / Nationale Ballet­ academie

I began my studies at the National Ballet Academy of Amsterdam in 2007 and graduated in 2010. During my internship I trained with the Cullberg Ballet in Stockholm. It was a wonderful experience, because the Cullberg Ballet has always been my favourite dance company. It was a very inspirational time, not only for me as dancer but also for my aspirations as a choreographer. I would love to express my artistic qualities by making a work with the style of movement I saw in Stockholm. The technique I was taught at school is sufficient for this kind of demanding modern ballet dance. Moreover, the artistic feeling I have fits in well with this dance aesthetic. In my opinion, the importance of art lies not in what you say, but how you express it. Also, I totally believe that in this profession, if you are forced to compromise your work, it is against the spirit of art, except if your commercial ambitions outweigh your artistic goals. So if I get a lucky break after graduating and my career takes off, I want to pursue only those assignments that agree with my artistic preferences and professional objectives. Only then will I be an artist, free to express myself through the art of dance.

19 november 1988 / Opleiding Docent Dans Het liefste ben ik in beweging. Ik geniet enorm van de fysieke ervaringen die ik beleef wanneer ik dans en ik geloof sterk in een balans tussen lichaam en geest. Als danser streef ik ernaar om altijd aanwezig te zijn in het moment 35


Joske Daamen

36

en om het bewegingsmateriaal te kunnen belichamen op een dergelijke manier dat danser en dans ĂŠĂŠn worden. Met doceren wil ik het mogelijk maken voor anderen om eveneens de vrijheid te voelen die dans kan bieden en ze te laten genieten. Dans is bij uitstek een kunstvorm waarmee grenzen kunnen worden verlegd en vertrouwensbanden kunnen worden gesmeed tussen individuen of groepen. Als choreograaf wil ik graag bepaalde aspecten uit een mensenleven laten terugkomen op het podium, echter in een geheel andere vorm of context. Ook ben ik juist geĂŻnteresseerd in het meenemen van het publiek naar een totaal andere wereld. Mijn interessegebieden reiken ver, zo werk ik graag samen met kunstenaars uit andere disciplines. Inspiratie haal ik uit het bezoeken van voorstellingen, musea en uit het alledaagse leven. Mensen bekijken, het lijnenspel van de architectuur van een stad volgen of de geuren van het platteland opsnuiven. In het bijzonder de choreografen Ohad Naharin, Itzik Galili en Guy Weizman & Roni Haver weten mij te raken. Ik houd van organische bewegingsvocabulaires en word graag verrast. Humor en absurdisme spelen daarbij een grote rol. Ik heb een zesweekse individuele studiereis gemaakt naar New York City, met als doel te werken aan eigen danstechnische ontwikkeling en kennis te maken met de internationale danswereld. Ik heb uiteenlopende choreografieprojecten gedaan: een productie met amateurdansers en danstheater met dames in de leeftijd van veertig tot vijftig jaar. Verder onder meer een theaterproductie met tieners, in samenwerking met theaterdocent Michel Hormes bij Grote Broer Kunsteducatie in Nijmegen, en een dansstuk onder leiding van Marijke Eliasberg voor de tweedejaars van de Opleiding Docent Dans. De uitvoerende dansstage heb ik gedaan bij choreografieopleiding De Marathon van Wies Merkx (De Dansers) tijdens het Tweetakt Festival. Komend jaar ga ik met een VSBfonds Beurs een studie moderne dansstijlen volgen aan Steps on Broadway en DNA in New York City. Verder wil ik nog Gaga-techniek studeren in Tel Aviv, een Master Choreografie halen, mij verdiepen in mime en theater, doceren aan een hogeschool, naar een openluchtdansstudio in het buitenland, samenwerken in een internationaal dansplatform met kunstenaars uit verschillende culturen en disciplines, industrieel design studeren aan de universiteit van Rome en een eigen theater runnen.

37


Artistiek leider Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie Ruut Weissman

‘Ik heb een hekel aan talentloze mensen’ ‘De appels zijn rijp’, vindt Ruut Weissman (55), al bijna vijfentwintig jaar artistiek leider van de Amsterdamse Toneelschool&Klein­ kunstacademie over zijn opleiding. Maar achteroverleunen en genieten van het succes is niets voor hem. ‘We willen de opleiding nog verder verdiepen.’

Hip – in de goede zin ‘De klas die dit jaar afstudeert, is een markante klas. Na een lastige start vier jaar geleden is het echt een topklas geworden. Ze doen heel mooie dingen, hebben hoge stages allemaal. Er zit iemand bij Toneelgroep Amsterdam, Toneelgroep Maastricht, NTGent, De Appel, het Natio­ nale Toneel, maar ook spelen ze in musicals en maken ze eigen producties. Ik vind ze hip in de goede zin van het woord. Ze zijn echt van nu, hebben een gevaarlijke blik in hun ogen, niet deemoedig, maar eigenzinnig. Ja, ze hebben een groot artistiek charisma.’ Twee bloedgroepen ‘Ik ben nu bijna vijfentwintig jaar artistiek leider, de eerste vijftien jaar 38

van de Kleinkunstacademie, de laatste tien kwam daar de Toneelschool bij. Toen we fuseerden, zei ik: ik wil van de toneelspeler meer artiest maken, en van de kleinkunstenaar meer kunstenaar. Toneel neemt zichzelf soms té serieus en kleinkunst zichzelf te weinig. Deze emancipatie van het vak binnen de school heeft de laatste jaren plaatsgevonden. Ze stromen nog wel in twee bloedgroepen de opleiding in, maar je ziet in het veld dat regisseurs als Rijnders en Boermans niet meer kijken of iemand acteur of kleinkunstenaar is.’ Wiki-cultuur ‘De komende tijd willen we de opleiding verder verdiepen. Als je kok bent moet je van mij weten hoe je een goede klassieke hollandaisesaus

maakt voordat je gaat fusionkoken. Kijk ik naar toneel dan bedoel ik met verdieping niet dat mensen vier jaar lang met Ibsen en Strindberg en een sigaret in hun mond depressief in de bibliotheek gaan zitten. Maar je moet ook niet meegaan in de oppervlakkige, Google- en Wiki-cultuur. De klassieken kennen en van daaruit je eigen oorspronkelijke hedendaagse vorm zoeken. Iedere geschoolde pianist beheerst Bach en Beethoven. Dat kun je van acteurs binnen hun vak niet altijd zeggen.’ Ajax 1973 ‘Ik heb een ontzettende hekel aan talentloze mensen. Talent is voor mij degene die het liefste wil. Dat is een ongelooflijke eyeopener geweest: ik zat in 1973 in het Nederlands jeugd­ elftal en we mochten spelen tegen de grote jongens van Ajax. Die moesten oefenen met nieuwe lichtmasten. Ik stond in het veld, en toen zag ik iets.

Al was het voor hen een volstrekt onbelangrijke wedstrijd tegen amateurs, die jongens wilden gewoon aan de bal zijn. Dat was een noodzaak diep vanbinnen. Als ik de bal had, was ik hem meteen weer kwijt. Vanaf toen wist ik: het liefste willen, daar gaat het over, daarop win je het!’ It’s in your hands... ‘Paul de Leeuw zei ooit tegen mij: “De doorstart na school is cruciaal.” Dat klopt, na je afstuderen valt de bescherming van school weg, moet je soms ook keuzes maken die gaan over je levensonderhoud. “Maar je wilt op een dag toch ook wel een nieuwe trui kopen?”, zei ik ooit tegen de jongens van De Vliegende Panters. Ik wens studenten de moed toe om trouw te blijven aan wat ze nú willen. Dat is echt heel lastig. De praktijk is namelijk – helaas – veel banaler dan hier op school.’ tekst: Petra Boers

Ruut Weissman Functie: artistiek leider Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie Sinds: 1986 Aantal afstuderenden: 15

39


De schaamte overwon­ nen

Charlie-Chan Dagelet

22 augustus 1986 / Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie

Charlie-Chan Dagelet

‘Op het moment dat je op het toneel staat voor 400 man, denk je echt niet meer aan de klaarkom-kronkel-over-de-vloer-ik-gooi-eenniet-bestaande-lijmbal-naar-jetoe-oefening.’ In april hoorde ik dat ik was aan­ genomen op de Toneelschool. Het was de eerste keer dat ik moest huilen van blijdschap. (Het concert van Michael Jackson niet meegerekend.) Vol verwachting ging ik naar school. De eerste periode vond ik erg moeizaam. In de lessen kreeg ik opdrachten waar ik niets van begreep en de manier van lesgeven begreep ik ook niet. Wanneer ik bijvoorbeeld mijn cello mee naar school nam, kreeg ik alleen maar te horen dat wat ik met de cello deed zenuwachtig en onzeker overkwam. Mijn cello heb ik nooit meer meegenomen. De eerste twee jaar vond ik sowieso een ramp. Onzekerheid die ik al had werd alleen nog maar bevestigd. Er werd toen ook nog eens gezegd dat we een trage klas waren en slecht in transformatie. Ook de dictie liet te wensen over (lees: voor­pagina Het Parool juli 2007). We waren misschien ook wel een trosje pit­loze druiven, maar we werden continu als klas beoordeeld en niet als individu. Ik kreeg van niemand op school helderheid welke richting ik op moest en waar ik deze pit dan zou moeten vinden. Door het project Peer Gynt van Bart Kiene in het tweede jaar kreeg ik voor het eerst plezier in spelen. Bovendien kon ik omgaan met de kritiek die ik kreeg. De school is er om je te helpen ontwikkelen. Ik keek objectiever naar mezelf en naar de Toneelschool. Ik voelde dat ik zelf een richting moest kiezen. De negatieve spiraal behoorde tot het verleden. Onze klas stond niet langer in een slecht daglicht. Ík wilde actrice worden. Ik zat daar voor mezelf en niet om de school een plezier te doen. Voel me inmiddels best wel een druif. Een rode, met pit. Nu ik het hele jaar stage heb gelopen, heb ik nog meer vertrouwen gekregen in wat ik wil en dat is toneelspelen. Je mag alles doen wat je in het echte leven niet zo gauw doet én je mag je verkleden. Op het toneel zijn er geen grenzen. 40

41


Kiki van Deursen

De school zorgt ervoor dat je een basis krijgt, dat je schaamte overwint en professioneel het vak in kan. Als ik zo mijn diploma krijg, ga ik vast weer huilen van blijdschap.

Ik ben bezig een grote kinder­ musicalster te worden

Kiki van Deursen

12 april 1985 / Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunst­ academie

Ik was 22 jaar toen ik aan de opleiding begon, nu ben ik 25 jaar en dat is goed te zien. Als ik terugkijk naar toen, toen het nog allemaal voor me lag, vraag ik me af hoe ik aan die ouwe kop ben gekomen. Gevulde hangmatten onder mijn ogen met aan de zijkanten wimpels van kraaienpoten met daar weer kreukels tussen. Om mijn glimlach trekken vier geweldig diepe groeven, wat ik van mijn moeder gewoon gelaatsuitdrukking mag noemen. Vorige maand heb ik ook mijn eerste grijze haar uit mijn pet getrokken. Het zal wel indrukwekkend voor me zijn geweest op de zesde en de achtste verdieping. Is het dan allemaal alleen maar stressvol geweest, vraag ik me af? Ik heb het er toch ook goed naar mijn zin gehad… Op dit moment ben ik bezig een grote kindermusicalster te worden. Ik loop mijn stage bij Otje, de muzikale familievoorstelling naar het boek van Annie M.G. Schmidt, onder regie van Gijs de Lange. Ik mocht na één auditieronde van tien minuten de titelrol een jaar lang gaan spelen. Een hoogtepunt. Ik heb een wens: Orkater.

42

43


In 0,33 seconde meer dan 35.500 resultaten

Anna van Diepen 24 oktober 1979 / Mime Opleiding

Anna van Diepen

Hallo, Ik ben Anna. Anna van Diepen. Geboren 24 oktober 1979 te Alkmaar, en sinds juli 2010, dertig jaar later, afgestudeerd mime-actrice! Eens per jaar, op een goed moment, google ik mijn naam. Dit lijkt me een goed moment... In 0,33 seconde meer dan 35.500 resultaten voor Anna van Diepen... Het eerste resultaat is Schoolpagina.nl. Ik sta daar geregistreerd vanwege de Vrije-Schoolreünie... Het tweede en derde zijn sites van Anna van Diepes die ik niet ben, maar het vierde gaat over mij! Op de site van TheaterCentraal staat de recensie van: Welkom als je wilt, mijn containersolo op het Over het IJ Festival in 2008. Even verderop, de site van hetveem theater met een aankondiging voor Playtime!, het examenfestival van de Mime Opleiding. Vervolgens tussen meer Van Diepen-stambomen, de site van componist Florian de Backere, met wie ik de mini-opera Deze dochter heeft geen kleren (2008) maakte en de Thea­terschoolsite met informatie over mijn afstudeersolo Dit lijkt me wel genoeg (2010). Dan de YouTube-trailer van Tussen (2010) van Schweigman& en op Theaterjournaal een recensie van Balieleed (2008-2009) van Golden Palace, twee voorstellingen waarmee ik door Nederland toerde. Dan worden de resultaten zeldzamer, maar hier en daar duikt mijn naam nog op. Op de site van Boukje Schweigman in verband met de voorstelling Tussen, en om dezelfde reden ook op de site van het Korzo Theater Den Haag en die van Theaterzaken Via Rudolphi. Verder op de site van Golden Palace vanwege de voorstelling Dansen voor alleenstaanden (2010) en natuurlijk meer over Balieleed. Hier en daar nog een recensie van Balieleed en Tussen en dan houdt het een beetje op... Ineens nog op de site van de Filmacademie vanwege de catering die ik deed voor de film De laatste dag van Alfred Maassen (2001), maar dan wordt het stil. Mijn naam in relatie tot de voorstelling Mirage (2007), die Theun Mosk bij hetveem theater maakte, is niet meer te vinden op het web. 44

45


Louis van Dijk

Ik ben bij het veertiende ‘o’-tje van Goooooooooooooogle gestopt met zoeken. Volgend jaar weer een test! Hopelijk is mijn naam dan ook verbonden aan de sites of anderszins van Lotte van den Berg (OMSK), de Veenfabriek, Jetse Batelaan, Gienke Deuten, Jeugdtheaterschool Amsterdam... en wie weet, heb ik een eigen site: www.annavandiepen.nl.

Geleerd met iedereen te kunnen samen­ werken

Louis van Dijk

18 november 1988 / Opleiding Jazz- en Musicaldans

Het afgelopen jaar heb ik stage gelopen in de musical Ja zuster, nee zuster. Hierin had ik een vaste ensemblerol en de understudies van ‘Bobby’ en ‘Bertus’. Mijn stage heeft me uiteindelijk weer veel zelfvertrouwen gegeven. Ook vond ik het fijn om in het ensemble te kijken naar wat iedereen deed om dat vervolgens toe te passen als ik zelf een keer op was als understudy. Wat mij vooral inspireert, is het werken met mensen die van doorgassen houden. Hoezo, ik ben moe? Rot op, ga lekker in een kantoor zitten dan. Of thuis op de bank. Ook het hele feest om de show heen geeft veel inspiratie. Er komt zo veel bij kijken waar je geen weet van hebt. Daarbij leer je weer nieuwe mensen kennen die op een andere manier naar het vak kijken. Dat vind ik gaaf. Iedereen is met hetzelfde product bezig, maar wel ieder op z’n eigen manier. De drempel. Daar moet je gewoon overheen stappen. Op een gegeven moment ben je toe aan een volgende stap en dat is dan het werkveld. Het is wel duidelijk anders. Maar vanuit school heb je goed geleerd met iedereen samen te werken en zo nodig je aan te passen. Steeds weer nieuwe vlakken uit jezelf te openen. Tegelijk heb ik wel op een gegeven moment gedacht: is dit het nou, is dit waar iedereen altijd zo hysterisch over is? Maar dan direct erna weet ik ook wel weer dat het echt niet zo normaal is. Het is niet de normaalste zaak van 46

47


de wereld om even twee weken in Carré je werk uit te oefenen. Dat maakt het wel heel bijzonder allemaal. In de toekomst wil ik het liefst kleine musicals blijven doen. Dat is mij wel heel goed bevallen. Maar het allerliefst wil ik gewoon zelf theatermaken! Lekker met een liedjesprogramma Nederland rondtrekken in de kleine zaaltjes van de theaters. En wie weet komt er een dag dat ik dan in een mooie grote zaal mag staan als Carré of het Concertgebouw. Dromen blijven bestaan! Gelukkig, want anders stop ik gelijk!

Hij is veranderd

Job Emens

Job Emens

9 november 1982 / Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie

Emens kan alles aanleren en een bewustzijn creëren met zijn lichaam en stem. Hij kan emoties aanboren. Daarom wil hij naar het toneel, om spelenderwijs te doorgronden wat er allemaal in hem zit. Waar ligt zijn natuurlijk vermogen iets goed te doen en wat zijn voor hem de beperkingen? Ervaren hoe hij in elkaar zit met het toneel als laboratorium. Onderzoeken en destilleren. De essentie van zijn wezenlijke ‘ik’ opzoeken. Daar vervolgens een vermogen creëren om het vorm te geven en te communiceren met zijn publiek. Dát wil hij. Dus gaat hij naar de toneelschool om daar die vaardigheden te verwerven en ze te professionaliseren. Maar nu komt hij obstakels tegen die hij moet overwinnen om zijn zoektocht te kunnen voortzetten. Dat is inherent aan het vak, zegt men. Dit weet hij wel, want in vorige opleidingen werd hij daar ook mee geconfronteerd, maar nu is het geen kinderspel meer en kan het avontuur van Emens echt beginnen. Eerst dobberde hij in een warm bad en nu springt hij in een woeste zee met onverwachte onweersbuien. Maar de opleiding is toch een veilige haven waar hij het ambacht kan leren en de handvatten aangereikt krijgt om beslagen ten ijs te komen en het hoofd boven water te houden. Nu hij zo vlak voor zijn afstuderen zit en zo dadelijk in de beroepspraktijk zijn weg zal gaan vinden als acteur, kijkt hij terug op vier bewogen jaren. De opleiding heeft hem alles gebracht wat hij had verwacht en gehoopt. Hij zou ook niet terug willen naar zijn vroegere perceptie en opvattingen. Hij is 48

49


veranderd. Volwassen geworden. Niets is meer zoals het eerst was en alles is zoals het moet zijn. Van een afhankelijke en onzekere jongen met een Amsterdams accent naar een zelfstandige en bewuste man. Bart Kiene zei altijd: ‘Als je doet wat je altijd al deed, krijg je wat je altijd al kreeg.’ Iets wat hem de hele opleiding is bijgebleven. Ook zei hij: ‘Jij zou een niks-aan-de-hand-acteur moeten worden, het uit je mouw schudden.’ Bij Jappe Claes leerde Emens voor het eerst dat je een personage moet ‘vormgeven’. Bij het Shakespeare-project op de Lindengracht, waar hij een onwrikbare en strakke ‘Julius Caesar’ speelde, ontdekte hij het belang van ‘vorm’ in het toneel. Nu speelt hij bij Toneelgroep De Appel een voorstelling van vijfeneenhalf uur. Hij speelt acht rollen in verschillende stijlen die hij allemaal moet vormgeven. Hij beseft dat hij dit vier jaar geleden nooit had kunnen verwezenlijken en dat de school een diepe invloed op hem heeft gehad. Emens is er klaar voor. Kom maar op met de zee, met de oceaan. Misschien gaat hij die nog eens oversteken.

Voor mij heeft dansen een maatschappe­ lijk doel

Sophie Everaerts

Sophie Everaerts

25 januari 1983 / Opleiding Docent Dans

Dans is voor mij een gesprek met het onderbewuste en verbindt fysiek met emotie, dromen en realiteit. Het is een dynamische weerspie­geling van mijn identiteit. Voor mij als dansdocent heeft dansen een maatschappelijk doel. Via dans leren mensen elkaar kennen, accepteren en vertrouwen. Het zorgt voor groepseenheid. Als choreograaf richt ik me op de relatie die mijn dansers tot elkaar hebben en welk effect dit met zich meebrengt. Dit kan zowel in een ‘abstract samenkomen’ als in een onderliggend verhaal. Mijn droom is om mijn hele leven te blijven dansen en alles in beweging te kunnen zetten, om door middel van dans en theater automatische routines te doorbreken. Ik wil dit graag bereiken door samen te werken met andere kunstdisciplines. Het afgelopen jaar heb ik me voornamelijk gericht op de cross-over van dans naar theater, met als doelgroep kinderen en jon50

51


geren. Het fascineert me om dans door middel van theater meer inhoud te geven. De interactieve samenwerking met leerlingen en collegae uit andere disciplines maakt het proces en het uiteindelijke product, een voorstelling, levendig, fris en van deze tijd. In mijn afstudeerjaar heb ik stage gelopen bij Jeugdtheaterschool Hofplein, LEF Velsen, Danseducatie Introdans bij het Centrum voor de Kunsten Eindhoven (CKE), het Theaterfestival Frisse Lucht van het CKE en bij de Kunstweek Texel. Er zijn drie docenten die mij als voorbeeld dienen. Eddi de Bie is in zijn bewegingstaal de vertolking van rhythm. Zijn sterke levenvisie is aanstekelijk en hij weet op een buitengewoon interessante wijze gedachten los te maken van het brein, zodat er plek gecreĂŤerd wordt voor het voelen en ervaren van dans. Max Stone is altijd kalm, maar ondertussen leert hij me in een razend tempo verbindingen te leggen waardoor er total body movement ontstaat. De technische benadering van dans van Elke Klein Goldewijk is enorm sterk onderbouwd. Zij werkt van binnen uit het lichaam, waardoor alles waarheid is, omdat het lichaam een tastbaar feit is. Alles krijgt een logica. Daarnaast inspireren het Hans Hof Ensemble en choreograaf Ohad Naharin mij. Een andere inspiratiebron is het fenomeen flashmob. Afgelopen najaar ben ik twee maanden in New York geweest. Daar heb ik dans ervaren als onderdeel van mijn leven, wat ervoor gezorgd heeft dat het dansen me geen inspanning meer kost maar energie oplevert. Daarnaast heeft New York letterlijk en figuurlijk mijn wereld doen vergroot. Momenteel geniet ik van het moment zelf. NĂş is net zo belangrijk als het verleden en hetgeen in de toekomst ligt.

This is the beginning and the end

Tomislav Feller

29 april 1983 / School voor Nieuwe Dansontwikkeling

This is beginning and the end. The end of my time as an SNDO dude from the Theaterschool side of the tracks. It was a long journey through the tropical, sweaty forest abounding with excitement, games, wild forest fruits, and self-examination while riding an express train to the final exit sign.

52

Getting a part together, Kirsten Mieog, choreografieproject 50+-mannen, Theaterschool Dario Fo

53


Descending at that long-awaited station, I can expect another express train to come along soon. No prolonged journeys anymore – locomotives today are fast and luxurious. While I dance, l glance through the windows, watching cities, forests, fields, endless horizons, bloody sunsets and silent downs. Who knows what the future will bring. I’ll select the finest ingredients just for you.

My name is bArt

Xavier Fontaine

Xavier Fontaine

25 januari 1984 / Mime Opleiding HI, my name is bArt, I would like to tell you a few things about me,

I am the result of a strange place in your brain. I am useless, and I am fine with that. I need to be destroyed again and again. I create hopes and frustrations, and hopes and frustations. I like this combination of letters....... k-c-u-f. I am unapproachable sometimes and I am sorry for it. I can become a product, and I am afraid of it. I am always around you, but I need to be searched for. I am a cross between a dog and a wolf. I am, we are................ bArt. You can always disagree with what I say. Bye

54

55


Artistiek leider Regie Opleiding Jappe Claes

‘Talent is als een goede fles wijn’ ‘Zo lang mogelijk kijken alsof het de eerste keer is.’ Dat is het moeilijkst te leren, vindt Jappe Claes (57), artistiek leider van de Regie Opleiding. ‘Vakmanschap vind ik enorm belangrijk, maar de laatste 10 procent, dat is talent.’

Persoonlijke klik ‘Een Nederlander, een Vlaamse en een Surinaamse studeren dit jaar af: Joost, Julie en Milone. Het zijn drie totaal verschillende mensen. Van dag tot dag heb ik ze gevolgd de afgelopen jaren. Ze maken op hun eigen manier theater van vandaag. Ze weten waarmee ze mensen willen raken of tot reflectie willen aanzetten. De kracht van alledrie is dat ze binnen de opleiding iets heel persoonlijks hebben gevonden om te vertellen. “The more something is specific, the more something is universal”, zegt regisseur Mike Leigh.’ Vliegen ‘Regisseur worden is een heel persoonlijk, zeer veeleisend en veelomvattend iets. Nee, eigenlijk kun je het niet leren. De Regie Opleiding zoals ik die concipieer, poogt een ge56

lijk opgaan van het ontwikkelen van vakmanschap en kunstenaarschap. Het is net als bij acteren: dat is 90 procent techniek, maar het gaat wel over die 10 procent die overblijft. Dan wordt het wondermooi, dan gaan we vliegen, dan staat de tijd stil! In mijn ogen moet je als regisseur gevoed en gedragen worden door een heel groot vakmanschap, maar uiteindelijk gaat het uiteraard over het kunstenaarschap.’ Shakespeare ‘Als je hier afstudeert, moet je het repertoire kennen. Het derde jaar is bijvoorbeeld bijna volledig gewijd aan Shakespeare. Je mag later de meest woordeloze voorstellingen maken, je ontkomt niet aan een structuur, een uitgewerkte dramaturgie. Je moet toch leren iets te maken voor een publiek, niet voor jezelf. Juist in deze

tijd, die heel versnipperd is voor jonge mensen, geeft dat vakmanschap de houvast en structuur die vaak ontbreekt. Vergelijk het met Picasso, Mondriaan, Kandinsky – hun eerste werken zijn landschappen en portretten, figuratief. Die heren konden dus wél schilderen voordat ze abstract gingen werken.’ Oordeelvrij ‘Een goede regisseur moet kunnen inzoomen en uitzoomen. Je bent ener­zijds bezig met jouw visie en  concept, maar op de vloer ben je ook met details bezig. Je moet heel betrokken zijn, maar ook oordeelvrij kunnen kijken. Dat is een van de moeilijkste dingen: de potentie ontwikkelen om zo lang mogelijk te kijken alsof het de eerste keer is. Ook leren werken met acteurs is heel moeilijk. Die zijn ook allemaal onze-

ker. Soms moet je blijven aandringen, soms moet je na drie keer al je mond houden. Dat heeft met mensenkennis te maken. In feite draait regisseren allemaal om de juiste dosering tussen afstand en betrokkenheid. Maar dat geldt in het hele leven!’ It’s in your hands... ‘Ik denk dat juist omspringen met talent in theater te maken heeft met investeren op lange termijn. En dat is regelrecht tegen de heartbeat van deze tijd. Zowel tegen acteurs als regisseurs zeg ik: blijf heel trouw aan jezelf, laat je niet opjagen, ren niet achter die ambitie aan. Ontwikkel je talent weloverwogen, stap voor stap. Behandel je talent als een goede fles wijn: je kunt hem nu leegdrinken, maar over twintig jaar smaakt hij veel beter!’ tekst: Petra Boers

Jappe Claes Functie: artistiek leider Regie Opleiding Sinds: 2004 Aantal afstuderenden: 3

57


Johan Fretz

Broeder­ schap

Johan Fretz

20 september 1985 / Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie

In 2005 kwam ik na een jaar Filmacademie hiernaartoe gerold om cabaretier te worden. Dat die er al genoeg bestonden, kon mij werkelijk niks schelen: ik zou de wereld gaan veroveren. Al gauw kwam ik erachter dat de meeste mensen hier geen cabaretier maar toneelspeler wilden worden. Vaak vond ik mezelf doodongelukkig in een of andere Tsjechovworkshop, terwijl ik dacht: waarom sta ik hier teksten van andere mensen uit te kramen?! Ik besloot om eerst maar eens een jaar te gaan reizen en dat kon rekenen op de liefdevolle steun van de school. Na dat tussenjaar kwam ik terug in een nieuwe klas, waar ik al snel bevriend raakte met Marcel: een jongen, vergroeid met zijn gitaar. Al gauw besloten wij, de conferencier en de troubadour, onze krachten te bundelden en een voorstelling te maken. We schreven een brief aan jeugdheld Youp van ’t Hek: of hij ons wilde begeleiden. Dat wilde hij wel en dus zaten we de weken daarop met onze teksten aan de keukentafel bij Youp, dronken we koffie en praatten we over theater. Wijze lessen van de grote meester; inspirerend en met als resultaat een voorstelling die het begin zou markeren van een samenwerking, een hechte broederschap die nog altijd voortduurt. Het duo De Gebroeders Fretz was geboren. Ik had verwacht als solist van school te komen en ik zou denk ik ook met niemand anders dan Marcel zo intensief kunnen samenwerken. Ik geloof er heilig in dat we gaan doorbreken. We zijn compleet verschillend, kunnen elkaar soms wel schieten, maar die botsing leidt uiteindelijk tot een uniek krachtveld. Met onze afstudeervoorstelling Onderweg, in de regie van documentaire­ filmer Rick Stout, hebben we onze eigen stem gevonden. Een verhaal over tot wasdom komen, reizen en innerlijke revolutie. Als we dit op het podium spelen, samen met onze vierkoppige band, voel ik dat er iets opborrelt, iets explosiefs. Het doet er toe dat het verteld wordt: dat is voor mij wat theater zo machtig mooi maakt. Paul de Munnik vertelde ons hoe hij met Thomas Acda de eerste jaren na school dag in, dag uit langs kleine theatertjes reed om voor veertig man publiek te spelen, die er soms ook nog eens geen reet aan vonden. Ik vond dat

58

59


een bemoedigend verhaal: de weg naar boven zal nou eenmaal niet eenvoudig zijn. Naast onvoorwaardelijke toewijding, zijn er dan eigenlijk maar drie dingen onmisbaar: geloof, innerlijke noodzaak en tot slot dat wat ik hier op school misschien nog wel het meest geleerd heb: geduld. We zijn onderweg.

To increase the possi­ bilities of my body

Alexander Gershberg

Alexander Gershberg

14 april 1984 / Opleiding Moderne Theaterdans   During the last year I served an internship with Dansgroep Amsterdam (artistic directors: Itzik Galili and Krisztina de Châtel), and with The Match (choreography: Lonneke van Leth) and performed as a dancer in Breaking the Chord (choreography: Deorah Hay). Throughout this year’s internship period, I tried to work on my physical technique in order to increase the possibilities of my body and make it more efficient and flexible. I worked on different methods of physicality and dynamics. I was also occupied with questions about the performing arts and what constitutes a good performer. In the future I hope to engage in diverse projects with different companies. My interest in the performing arts lies with modern ballet, contemporary dance and dance theatre. These are all genres I was busy with in school during the last few years and I’m very open to experiencing any one of them. As a dancer I hope to inspire my audience and to find a way of communicating and expressing myself using the choreographer’s ideas or guidelines. I want to come to grips with the physicality of my role, to commit myself to finding the inner motivation of the piece. I’m inspired by human beings, good will, human intelligence and generosity. My director, Angela Linssen, is a woman who possesses all these qualities and has stimulated me in my commitment to dance and in developing my skills.

60

61


62

Project: Air2, licht: Joost Giesken, 1e man: Emma Eberlijn, geluid: Jasper Hopman, productie: Ruth Roukema

Cuerpos celestes / Celestial bodies, flyer designed by Rodrigo Sobarzo de Larraechea

63


Schoonheid dient niet nagestreefd te worden, het is de boodschap

Joost Giesken

14 juni 1984 / Opleiding Techniek en Theater

Joost Giesken

Theatermaken is gezamenlijk werken aan een idee, een boodschap. Via een reeks van keuzes, sommige op gevoel en andere op verstand. Schoonheid dient niet nagestreefd te worden, het is de boodschap, het idee dat voorop dient te staan; schoonheid of een mooi beeld komt dan vanzelf boven­drijven. Mijn stage dit jaar was bij Omsk, de thuishaven van Lotte van den Berg. Dit was een heerlijke plek om zelf te kunnen maken en aan te kunnen klooien. Deze stage gaf me een goed beeld van waar ik op dat moment stond, als technicus en als theatermaker. Binnen de vier jaar aan deze opleiding waren er momenten die cruciaal zijn geweest voor mijn ontwikkeling. De eerste eigen voorstelling binnen de Theaterschool: op locatie in een oude tramremise met mimegroep Euvel, met Floor van Leeuwen, Marie Groothof en klasgenoot Jasper Kop. De samen­werking is er de hele opleiding gebleven en gaat ook nu nog verder, zij het nu onder de naam Schwalbe. Tijdens het tweede jaar waren de belichtingslessen van Reier Pos een absolute verademing. Het ging niet om kabels en lampen, maar om richting, kleur en betekenis – en hier vervolgens lang over praten en discussiëren. Drie mensen om één lamp. En maar schuiven en draaien met die lamp, net zolang tot het beeld klopte met het idee. Beide stages zijn absolute leermomenten geweest. De stage bij Schouwburg De Meerse vooral op instelling en werksfeer en de stage bij Omsk voor het theatermaken. Mijn eerste afstudeervoorstelling, Puin van Milone Reigman, was een eyeopener. Ik deed hierbij het lichtontwerp, iets wat ik eigenlijk sinds het begin van de opleiding niet meer had gedaan. Dit voelde zo goed aan en de reacties waren zo enthousiast dat ik hier zeker wat mee wil blijven doen. Zij het niet alleen. Ik zie mezelf niet als alleen een lichtontwerper. Juist het hele spectrum van activiteiten die komen kijken bij het maken van theater heeft mijn interesse. 64

65


Als klas was het absolute hoogtepunt het maken van de diploma-uitreikingsvoorstelling in 2009. Met een hele groep mensen die je goed kent een grootse voorstelling neerzetten. Een leuke ervaring. In de samenwerking tussen disciplines, daar waar iedereen vanuit zijn eigen vakgebied samenwerkt, maar ook buiten zijn eigen specialisme weet te werken, wordt interessant theater gemaakt.

Dansen doe je vanuit je hart

Nikki de Graaf

Nikki de Graaf

21 januari 1990 / Nationale Balletacademie

Ik ben begonnen met de vooropleiding van de Nationale Balletacademie in groep zeven, hierna ben ik doorgestroomd naar het hbo. Ik heb zeven jaar de vooropleiding, en drie jaar het hbo van de Natio­ nale Balletacademie gevolgd. In deze tien jaar durende periode heb ik ontzettend veel geleerd en meegemaakt. Wat ik vooral heb geleerd, is dat dansen niet alleen gaat om het uitvoeren van danspassen. Dansen doe je vanuit je hart. Dit is wat iedere danser zo anders, zo bijzonder maakt. Met een paar klasgenoten zit ik al vanaf groep zeven in de klas. Elk jaar werden er wel mensen afgewezen of kwamen er nieuwe mensen bij. Omdat je vijf dagen per week lange dagen bij elkaar bent, leer je elkaar goed kennen. We hebben samen veel voorstellingen gedanst, en andere leuke dingen gedaan. We hebben met zijn allen heel hard gewerkt en moeilijke periodes doorgemaakt, maar ook belangrijk is dat we heel veel plezier hebben gehad. Ik heb op school disciplines ontwikkeld zoals doorzettingsvermogen, omgaan met teleurstellingen, voor mezelf opkomen en samen iets moois neer zetten waar anderen van genieten, waar ik mijn hele leven lang iets aan heb. In het hbo begon ik meer voorstellingen, van verschillende dansgezelschappen, te zien en begon ik me meer te oriÍnteren op verschillende dansstijlen. Ook kregen we zelf meer modern repertoire. Door te zien hoe verschillend mensen bewegen en een dansstuk interpreteren, ontwikkelde ik steeds 66

67


Yulanne de Groot

meer mijn eigen stijl. En hier ben ik de afgelopen drie jaar in het hbo heel veel mee bezig geweest. Ik weet dat ik in de jaren op de Nationale Balletacademie genoeg bagage heb gekregen, van veel verschillende docenten en dansers, die ik kan gebruiken in de toekomst. Ik hoop, en hier ga ik heel erg hard mijn best voor doen, dat ik een dansgezelschap vind waar ik kan doen wat ik het allerliefste doe: dansen!

Ik wil me focussen op neo­ klassiek

Yulanne de Groot

16 september 1990 / Nationale Balletacademie

Dit is mijn tiende en laatste jaar aan de Nationale Balletacademie. Ik heb zowel de vooropleiding als drie jaar hbo aan de Balletacademie gevolgd. Ik had nooit zoals veel anderen als klein meisje de droom om ballerina te worden. Ik vond het leuk om te dansen, maar had er nooit aan gedacht om er serieus in verder te gaan. Totdat de balletjuf van mijn amateurschool mij had opgegeven voor de auditie van de Nationale Balletacademie. Ik werd toegelaten op de vooropleiding en besloot na lang twijfelen het te proberen. Toen ik in groep zeven aan de vooropleiding begon, was het voor mij nog niet duidelijk wat ik met deze opleiding wilde bereiken. Maar toen aan het einde van groep acht al mijn vriendinnen werden afgewezen, moest ik toch bij mezelf te rade gaan of ik deze opleiding deed voor mijn plezier of dat ik er serieus in door wilde gaan. Ik besloot het laatste. Elk jaar werd mijn ambitie voor klassiek ballet groter. Sinds twee jaar weet ik zeker dat ik me wil focussen op neoklassiek ballet en wil werken in een neoklassiek balletgezelschap. Ik heb een tijdje mogen proeven van het leven als danser. Ik heb drie maanden stage gelopen bij Het Nationale Ballet en heb door het land getoerd met het Holland Dance Festival, waarin ik stukken van de twee grootmeesters Jiri KyliĂĄn en Hans van Manen heb mogen dansen. Dat heeft me alleen nog maar meer gemotiveerd om door te zetten en hard te werken om zo te bereiken wat ik wil.

68

69


Faizah Grootens

SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA

70

SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUB

SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CU

SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA SALUDOS DE CUBA S

Ik begin vanaf augustus bij Introdans, een neoklassiek gezelschap. Ik heb er héél veel zin in en kan niet wachten om dansstukken van verschillende choreografen te dansen en dat op zo veel mogelijk plekken in de wereld uit te voeren!

Cuba!

Faizah Grootens

12 december 1987 / Opleiding Docent Dans

Ik ben van Curaçao naar Amsterdam verhuisd voor de Opleiding Docent Dans. De afgelopen vier jaar waren voor mij een zeer boeiende periode! Van augustus tot en met november 2009 was ik op Cuba als onderdeel van mijn stage, waarin ik onderzoek deed naar de combinatie van westerse en niet-westerse danskunst. Het onderzoek was grotendeels gebaseerd op self-experience, door intensieve deelname aan verschillende lessen en cursussen, voornamelijk de danza contemporánea. Hierdoor heb ik mij verschillende danstechnieken eigen gemaakt, van de danza contem­ poránea tot de Afro-Caribbean modern jazz. Terug in Nederland heb ik de choreografie Calle lleno de signos de interrogación gemaakt, als onderdeel van het ‘Noord-Holland-project’. Ook heb ik zo veel mogelijk lessen gegeven bij verschillende dansscholen. Vervolgens ben ik in februari 2010 weer naar Cuba teruggekeerd, onder meer omdat ik daar een baan aangeboden kreeg als ‘assistant artistic director’ van choreograaf Miguel Rubio. Ook moest ik nog veel meer leren van de Cubaanse moderne dans om te verwerken in mijn Afro-Caribbean modern jazz-techniek, die ik in de toekomst wil gebruiken voor de (voor)opleiding moderne dans die ik wil beginnen ergens in de wereld. Nu volg ik wekelijks ballet- en moderne lessen. Ik geef zelf les op het Institute of Superior Arts (ISA) in Havana en maak ook choreografieën voor ISA en dans- en showgroepen van vooraanstaande hotels op Cuba. Daarnaast train ik voor een grote dans­productie die een van mijn klasgenoten op Cuba aan het maken is. Mijn droom is om de komende jaren in Europa vooral als danseres ervaring op te doen, om later op Curaçao een commercieel professioneel dans­ centrum te beginnen. Daarmee zou ik Curaçao het centrum van de dans in het Caribische gebied willen maken. Tijdens mijn verblijf in Europa wil ik veel onderzoeken in het lesgeven, om zodoende een docent te worden door 71


wie leerlingen zich progressief kunnen ontwikkelen. Ik word er heel blij van om leerlingen vooruit te zien gaan. Dansen is voor mij een van de prachtigste vakken. Het is een huwelijk aangaan met muziek, het is in het moment zijn, het is communiceren met de enige taal die wereldwijd verstaanbaar is, namelijk lichaamstaal. And sky is the limit, dream big, because without dreams, faith and desire you won’t get anywhere!

I’d like to break the instruc­ tions

Kristina Hanses

Kristina Hanses

29 mei 1984 / Opleiding Moderne Theaterdans

This year I have been working with Tabea Martin, Ibrahim Quraishi, and with Station Zuid, particularly with Itamar Serussi Sahar. It was significant to work with these different people, to get a clearer picture of what’s out there, and what I would like to do. It feels like I crossed the threshold this year with my internship, because I was treated as a professional, and I got to dance and perform like all the other dancers. It feels really great to finally work, to explore the real thing. I love it! It means a lot, almost everything, because I spent my whole life aspiring to this and fighting for it. I feel a lot, I feel alive, I escape reality, I am sweating, I feel I am working, I feel my breath, I think what am I doing here? I regret I stepped on the stage. What if I get a black out! All these people staring, my calf is itching, can I scratch it? Don’t even think about it! What words was I going to sing? I want to go home now, I want to show them, I can do it, I want to do this, it’s starting, wow it’s nice, I enjoy it! I am flying, it’s fast! I make many mistakes, my hair is falling out, I don’t want the hair ribbon to be on the floor, can I take it out of my hair and wrap it around my wrist while I’m dancing? It’s in my way, I am distracted. Don’t think so much, dance! My experiences, people, my mood, colours, heartbeat, humour, shyness, fear, love, eyes, memories, expectations, dreams, what I will do after this show. I guess life inspires me! 72

73


Marcel Harteveld

Yes I think so, to work with different choreographers and workshops/classes during your study makes you realise what you want to do, what style and type of dance you want to explore and focus on. You realise more and more what you are interested in. I want to have a dance career combined with a music career, because I am also a songwriter. Here are the lyrics of one of my songs: The Instruction Song I wish I was more like a robot Taking instructions how to be Yes, a little bit less sensitive So I would not wobble on my feet. I cannot take decisions Because there are a thousand ways of doing things And I am afraid to make mistakes But I force myself to keep going Chorus: I am so sad, so dissatisfied with these instructions I am so bad, so damn annoyed I cannot make a quick decision

De nood­ zaak tot ver­ dieping 74

I am so sorry I crossed the street I mean I crossed it when it was not even green And when I go shopping at Albert Heijn I like to steal my favourite food Chorus: I am so sad, so dissatisfied with these instructions I am so bad, so damn annoyed, I’d like to break the instructions I’d like to break the instructions

Marcel Harteveld

29 oktober 1984 / Amsterdamse Toneelschool& Klein­kunst­academie Aan de vooravond van een nieuwe periode in ons leven en carrière kijken we nog een keer om. Ik ben op school gekomen met de droom mezelf te ontwikkelen als muzikaal theatermaker, of ‘kleinkunstenaar’, al wist ik misschien nog niet eens wat dat precies betekende. Zo tegen het einde van de opleiding zie ik dat er grote stappen gezet zijn 75


om deze droom te verwezenlijken. Er is vertrouwen, er is passie, er is geestdrift. Er is vuur. En er is broederschap. Er is een verbond. Na twee jaar samen werken, plannen en dromen, komen we op het punt dat het moet gaan gebeuren. Nu moeten we laten zien dat wij, die twee jongens met de grote plannen en de wilde, bijna megalomane ideeën, mensen kunnen roeren. Mensen kunnen bewegen. Mensen kunnen doen denken. Halverwege het tweede jaar van de Amsterdamse Toneelschool&Klein­ kunstacademie heb ik Johan Fretz gevraagd, naar aanleiding van een eerdere samenwerking, of hij samen met mij een cabaretvoorstelling wilde maken. Ik stelde voor om Youp van ’t Hek, een van ons beider jeugdhelden, een brief te schrijven om te vragen of hij ons enigszins zou willen sturen in het schrijven van ons materiaal en het uitwerken van de voorstelling. Het moest een show worden: onze eigen mix van cabaret, toneel en muziektheater. Dit leidde tot onze eerste voorstelling, Over Lijken, waarmee we het schooljaar 2009–2010 geopend hebben. De zomer ervoor was slopend geweest, maar het resultaat voor ons ook minimaal zo bevredigend. En in de samenwerking waren we tot de conclusie gekomen dat hier een band was ontstaan die we niet snel meer zouden verbreken. Wel ontstond de noodzaak tot verdieping. Als we onszelf iets bewezen hadden, was het dat liedjes geschreven konden worden en grappen konden worden gemaakt. Maar wat heb ik de mensen nou eigenlijk te vertellen? En waarom zouden mensen daar naar willen luisteren? Die vragen waren de ingang voor ons project op de Lindengracht: een halfuur door elkaar gesneden, persoonlijke, deels geïmproviseerde monologen en liedjes. Dit keer begeleid door filmmaker Rick Stout, besloten we het meer vanuit onszelf te maken. In het laatste jaar hebben we geprobeerd al deze ervaringen bij elkaar te pakken in onze nieuwe voorstelling Onderweg, die na school als ons debuut moet dienen. We zijn onszelf: muzikanten, cabaretiers, theatermakers, maar vooral ook mensen. Jongens die het af en toe zelf ook niet weten. Jongens die op zoek zijn. Onderweg. En wat mij betreft in de goede richting.

76

Sonar, Øystein S. Johansen, Peer Gynt Festival, Norway

77


Artistiek leider Mime Opleiding Loes van der Pligt

‘Wij zijn uniek in de mimewereld’ ‘Het fysieke en ruimtelijke bewustzijn van onze spelers is heel sterk ontwikkeld.’ Loes van der Pligt (54), artistiek leider van de Mime Opleiding formuleert zorgvuldig, zoekend naar de juiste woorden. ‘Mime gaat over het vormgeven van het zijn.’

Geen hokje ‘Soms heb je jaren waarin je kunt zeggen: dit is kenmerkend voor de studenten die afstuderen. Maar dit jaar zijn ze zó ongelooflijk divers. De kern herken je nog wel, maar de vorm en stijl die ze uiteindelijk gekozen hebben, ligt zo uit elkaar. Het lukt niet meer om ze in een hokje te stoppen, zo van: dit is mime. Wel zie ik twee soorten spelers: zij die meer bewegingsonderzoek doen, zodat het op een abstracter niveau komt, en zij die meer vanuit het spel opereren, verhalender, vanuit een personage.’ Associatief ‘De kern van de opleiding – zowel voor spelers als makers – is dat je altijd in staat moet zijn om het materiaal dat je ontwikkelt te voorzien van je eigen handtekening. Je moet je ei78

gen bewegingsvocabulaire ontwikkelen, zodat je herkenbaar bent. Binnen het spelen en het maken is het vertrekpunt de beweging, de ruimte en het beeld. Dat onderscheidt mimers ook van toneelspelers, die vertrekken toch vaak vanuit de tekst en de psychologie. Wij werken niet vanuit repertoire, het gaat om een andere manier van denken, onze spelers kunnen ook goed medecreeren, snel en associatief materiaal leveren voor scènes. Hun fysieke en ruimtelijke bewustzijn is heel sterk ontwikkeld, waardoor ze goed snappen wat voor beeld je creëert op het podium en wat het effect daarvan is op de toeschouwer.’ Experimenteerdrift ‘De Mime Opleiding in Amsterdam is uniek in de wereld – dat ontwikkelen van die eigenheid, die beeldende en

ruimtelijke kant, de experimenteerdrift. In het buitenland is het ongelooflijk anders, mimers worden daar heel technisch opgeleid, en zijn in het maken veel traditioneler. Het gaat niet over het maken van eigen werk. Dat is ook de reden dat veel buitenlandse studenten hierheen komen. Dit jaar studeren er bijvoorbeeld mimers uit Frankrijk, Noorwegen, Israël en Duitsland af.’ ‘Bij ons gaat het niet over doen alsof, maar over het zijn. Als je alleen de techniek inzet, wordt het saai om naar te kijken. Er werkelijk zijn op de vloer, dat is een van de moeilijkste én belangrijkste dingen. Ook gaat het over de mens achter de speler, over kwetsbaarheid en openheid. Daarom denk ik ook dat publiek heel sterk geraakt kan worden door mime.’

It’s in your hands... ‘Blijf vooral op zoek gaan naar het samenwerkingsverband, de vorm en de plek waarbinnen je jezélf kunt tonen. Dat is het allerbelangrijkste. Je moet je altijd afvragen of je je ergens ook artistiek gezien thuisvoelt. In die zin moet je nooit je ziel verkopen. Daar zijn de studenten wel eigengereid genoeg voor, maar tegelijkertijd kan ook de paniek toeslaan, dat je denkt: ik moet ook brood op de plank hebben. Natuurlijk kun je daar voor kiezen, om geld te verdienen, daar is niets fouts aan, maar doe dat dan bewust. Anders raak je halverwege dat proces enorm teleurgesteld.’

tekst: Petra Boers

Loes van der Pligt Functie: artistiek leider Mime Opleiding Sinds: 1998 Aantal afstuderenden: 8

79


Alsof er een land­ schap in mij huist

Judith Hazeleger

6 oktober 1982 / Mime Opleiding   Daar stond ik. Met natte haren. Mijn voeten bloot. Ik was als genageld aan de grond waarop ik stond. Ik besefte dat het een bijzonder moment was. Dit was nieuw, deze manier van bewegen en spelen. Ik zoek de grenzen van mijn kunnen op. Extreme bewegingen, absurde houdingen. Van daaruit speel ik. Er ontstonden tijdens mijn studie vaak fantastische dingen die ik niet had kunnen bedenken. Bijvoorbeeld in de lessen van Karina Holla, waar ik leerde mijn intuïtie in spelen theatraal te maken. Tijdens de lessen van Marcelo Evelin en Rob List leek mijn lichaam opeens zo veel groter. Iedere kleine beweging leidde naar een andere beweging. Alsof er een heel landschap in mij huist. Een wereld die ik stukje bij beetje beter leer kennen door te luisteren en de tijd te nemen. Ik zit in de trein, op de fiets of ik loop. Door de stad, door het platteland. Hier niet ver vandaan. Dat voortdurend voorbijtrekkende landschap. De huizen en gebouwen, de voorbijflitsende mensen, het niets, de drukte, de leegte. Dat is de beweging in het leven en mijn theater. Inspirerend zijn mensen als Peter Verhelst, Tomasz Gudzowaty, een vrouw op een bankje in het park, Denis Diderot, Bill Viola, Audrey Hepburn en Jan Knippenberg. In het laatste jaar van de Mime Opleiding liep ik stage bij Jakop Ahlbom in de voorstelling Innenschau. We speelden ruim vijftig keer door het hele land. Daarvoor speelde ik schoolvoorstellingen niet meer dan vier keer. Als het lukt om iedere voorstelling te spelen alsof het de eerste is, krijgt alles om me heen een andere kleur en mijn lichaam een ander ritme. Daar geniet ik van. Ik vind het een verrijking om te spelen, ik ben als een palet en iedere keer meng ik weer andere kleuren van mezelf, waarmee ik een stuk maak. Volgend jaar wil ik blijven spelen bij bestaande theatergroepen, maar ik wil ook weer stukken maken als duo met Koen Kreulen. En ik wil in een film spelen. Ik ben een proefkonijn, een belofte aan de tijd die voor me ligt.

80

Judith Hazeleger

81


Jeroen van Hees

Ik wil een schakel zijn tussen idee en technische invulling

Jeroen van Hees

15 augustus 1980 / Opleiding Techniek en Theater

Naast het schrijven van mijn scriptie heb ik tijdens mijn laatste studiejaar ook mee­ gewerkt aan de voorstelling Puin onder regie van Milone Reigman en aan het Shakespeare-project met de derdejaarsstudenten Regie Anna Verduin, Caitlin van der Maas, Thabi Mooi en Tonje Langeveld. Bij beide voorstellingen heb ik de technische coördinatie voor mijn rekening genomen. Daarnaast heb ik enkele weken externe stage gedaan, waarbij ik de technische coördinatie van podiumkunsten in een zeer divers spectrum heb gezien. De komende jaren zie ik mezelf in de voorbereidende trajecten van diverse producties, waarbij de technische coördinatie de hoofdspil zal zijn. Een theatertechnicus is een creatieve maker die gespecialiseerd is in zijn discipline. Vanuit de techniek maakt hij een voorstelling samen met andere betrokkenen, zoals onder anderen de regisseur en de vormgever. Het inspireert me om het creatieve proces te versterken met technische mogelijkheden. Ik wil een schakel zijn tussen idee en technische invulling. Ik wil de voorwaarden scheppen, zodat het creatieve proces zijn voortgang kan vinden. De praktijkgerichte onderdelen van mijn opleiding, zoals de diverse stages en het meewerken aan voorstellingen, hebben mij laten zien waar ik sta en wat ik wil betekenen voor theatervoorstellingen. Ook vakken en projecten zoals theaterbouw, decorconstructie, en theater- en kunst- en cultuur­ geschiedenis hebben mij geholpen in mijn verdere ontwikkeling. De toekomst is een blik naar het heden, die steeds voor je uitgaat. Wat je in het heden zaait, kun je in de toekomst oogsten.

82

83


Wie ben jij om te denken dat je geen zin hebt?

Linde van den Heuvel 20 september 1986 / Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie

Linde van den Heuvel

Terwijl ik dit stukje aan het schrijven ben, zit ik in het lente­ zonnetje op een terrasje op de Nieuwmarkt. Veel te laat met inleveren natuurlijk. Slechte eigen­schap? Ja. Ik heb dus nog wel wat te leren. Gelukkig. Toen ik op school kwam, dacht ik na vier jaar wel klaar te zijn met leren. Ik had al twee vooropleidingen gedaan en voor mij kon die toneelschool niet snel genoeg komen en, toen ik eenmaal was aangenomen, gaan. Nu denk ik: laat mij nog maar even op school zitten. Niet om te leren, maar omdat het zo’n leuke tijd is. En omdat ik nog wel even in mijn klas wil blijven. Met z’n allen iets meemaken in plaats van in je eentje. Dat is namelijk ook een slechte eigenschap: ik kan moeilijk alleen zijn. Maar dit jaar heb ik me daar overheen gezet door in mijn eentje een cabaretprogramma te schrijven. Doodeng? Ja. Eenzaam? Ja. Geweldig? Ja. Wat dat betreft zijn er veel verschillende dingen in mijn stagejaar geweest. Eerst een stage bij Heren van de Thee, waarbij we met elf acteurs elke dag op de meest verschrikkelijke plekken terechtkwamen en uiteindelijk heel tevreden eindigden in een kroeg in Amsterdam. Wat ik daarvan heb geleerd? Vooral heel goed leren klaverjassen.. Nee hoor, ik heb er veel geleerd over hoe je elke avond weer op het toneel moet staan met een klein rolletje en dat je zelfs de mensen in Kampen een goede avond moet geven. Wie ben jij om te denken dat je geen zin hebt? En zodra ik op het toneel stond, was het ook weer geweldig om te doen. Dat dan weer wel. Maar een voorstelling negentig keer spelen, dat is heftig. Dan kun je ook niet elke avond zin hebben. Dat denk ik dan. Ik had het geluk dat ik speelde met een fantastische groep en ik heb veel kunnen lachen in de mintgroene bus van Hummelinck Stuurman. En gekaart. Heel veel gekaart. En dan sta ik twee maanden later in TipTop op school. In mijn eentje. Met 1 glaasje water en 1 stoel op het toneel. Een beetje proberen grappig te zijn. 84

85


Joost van Hezik

Maar ik mag tevreden zijn. Ik heb gemaakt wat ik wilde maken en er werd gelukkig gelachen. Ik vond het stoer van mezelf dat ik dat in mijn eentje heb gemaakt. En dat vond ik wel leuk om elke avond te spelen. Ook al was dat maar vier keer. Nu afstuderen. Gelukkig nog heel even met mijn klas. Heel even. En ik zit nu ook niet meer alleen op het terrasje. Ik zit met vrienden.

Ik wil een kunst die zich inzet om een publiek werkelijk te bereiken

Joost van Hezik

12 oktober 1982 / Regie Opleiding

Ik heb het afgelopen jaar stage gelopen bij Toneelgroep Amsterdam, Zomertrilogie, onder regie van Ivo van Hove. Zelden was ik zo zenuwachtig. Heb de nacht voor de eerste lezing drie verschillende nachtmerries gehad over wat ik allemaal verkeerd zou doen. Viel allemaal reuze mee. Zijn ook maar mensen. Wel enorm inspirerend om van dit topgezelschap tijdelijk deel te zijn. Ik droom van een eigen gezelschap, waarbij we voorstellingen maken die lange tijd op het repertoire blijven staan om ons ondertussen in allerlei verschillende theaterdisciplines te blijven trainen en ontwikkelen. Ik wil een gezelschap leiden dat structureel in zijn eigen mensen investeert en een innige verhouding heeft met zijn publiek. Ik heb een kunst voor ogen die niet alleen de wereld kritisch bekijkt of belachelijk maakt. Ik wil een kunst die verenigt, die hoop en inspiratie biedt, die met beide benen in de samenleving staat en die zich inzet om een publiek werkelijk te bereiken. Anderhalf jaar geleden maakte ik Storm, een enorm megalomaan project met allerlei toeters en bellen. Dat is ĂŠĂŠn grote catastrofe geworden, omdat ik dacht dat ik het wel even zou doen. Hard ben ik op mijn bek gegaan. Ik kan het iedereen aanraden, want die fouten wil ik nooit meer maken. Al blijven sommige hardnekkige eigenschappen altijd op de loer liggen. 86

87


Toen een jaar geleden Barack Obama als president van Amerika werd gekozen, was ik genoodzaakt mijn zo gekoesterde cynisme bij het grofvuil te zetten. Als dit mogelijk was, wat is er dan nog meer mogelijk? En heb ik dan niet de plicht om hieraan mee te werken? Sindsdien ben ik als raspessimist en koning relativeren mijn carrière als wereldverbeteraar en idealist begonnen. Laat maar komen die toekomst. Ik ben er klaar voor.

Ik moet en wil bewegen

Inge Hindriks

Inge Hindriks

12 april 1988 / Opleiding Moderne Theaterdans

In mijn vierde jaar ben ik bezig geweest met een aantal verschillende projecten. Ik was onder andere werkzaam als choreografe bij een theaterproject voor tieners, Dichterbij 2009, een initiatief van het Noord Nederlands Toneel en Club Guy & Roni. Verder heb ik als danser/ performer een aantal projecten gedaan met jonge choreografen van de School voor Nieuwe Dansontwikkeling. Het moment dat ik straks de school uitloop met mijn diploma op zak lijkt me fantastisch, maar het geeft me ook de zenuwen... Ik weet dat ik gekozen heb voor een onzeker beroep, dat het maar de vraag is of ik überhaupt een baan zal vinden en mijn huur zal kunnen betalen. Ik heb in de afgelopen jaren genoeg vrienden, dansers, gezien die deze onzekerheid niet aandurfden en uiteindelijk besloten om van dans niet hun beroep te maken. Ondanks dat ook ik deze onzekerheid best eng vind, kan ik mij niet voorstellen om niet iedere dag met dans bezig te zijn. Ik kan niet stilzitten, ik moet en wil bewegen. Ik geniet vooral van de momenten waarop ik groot, dierlijk en ruimtelijk kan bewegen en niets en niemand er toe doet. Het gevoel dat je je helemaal in zo’n moment kunt verliezen, één met je lichaam bent. Dat je je bloed door je lichaam kunt voelen stromen en het lijkt alsof jij de ruimte beweegt. Of het moment vlak nadat je hevige fysieke inspanning hebt verricht of over grenzen bent gegaan. Dat vind ik fantastisch. Ik heb het gevoel dat alle informatie die ik de afgelopen vier jaar heb verza88

89


meld nu helemaal op z’n plek is gevallen. Vooral in het laatste jaar van de Opleiding Moderne Theaterdans heb ik veel over mezelf geleerd en vind ik dat ik veel gegroeid ben. Ik zie mezelf nu als professioneel danser en voel me geen student meer. Het is tijd om de professionele wereld in te gaan, ik ben er klaar voor. In de toekomst zou ik graag verschillende projecten willen doen, om zo veel mogelijk verschillende ervaringen op te doen; maar een tijd bij een gezelschap dansen lijkt me ook geweldig. Ik ben benieuwd wat de toekomst zal brengen, ik sta in ieder geval open voor wat er op mijn pad komt.

De dingen vallen meestal pas later op hun goeie plaats

Hannah Hoekstra

Hannah Hoekstra

2 augustus 1987 / Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunst­academie Ik wil graag op het toneel de werkelijkheid confronteren met de illusie. (Johan Simons)

Mooi. Dat wil ik ook. Mijn onderwijzers zijn me dierbaar. Ook al heb ik ze vaak totaal niet begrepen tijdens lessen. De dingen vallen meestal pas later op hun goeie plaats. Achteraf. Net zoals leren zelf eerst onveilig en onzeker is. De stappen die ik tot hier heb gezet, zijn al weggeveegd en misschien liggen ze nog ergens achter me, maar voor omkijken is geen tijd want ik ben met andere dingen bezig. Ik zie alleen waar ik nu ben uitgekomen, als ik om me heen kijk. Ergens precies middenin. En dat vereist alertheid. En concentratie. Dan kun je niet rustig in een tuin gaan zitten denken over hoe het tot hiertoe is gegaan. Dat wordt verwarrend namelijk. Tot hier ben ik aan mijn hand meegenomen. En nu wil ik los. Mijn schoenen zitten stevig, mijn hand is nog warm. Ik heb geen idee waar ik heenga, ik weet alleen dat het heel ver is. Maar ik ben niet bang om moe te worden. Ik heb goede zin. En ik wil vooruit. Zelf. Over de opleiding die ik heb 90

91


gevolgd en de stappen die er zijn gezet, kan ik hopelijk iets zeggen als ik oud ben en in een stoel in de tuin zit. Vandaag nog niet. En de ontdekkingen waarvan ik zeker ben dat ze me verder hebben gebracht of zullen (blijven) brengen, hou ik voor mezelf. Omdat alles nog pril is. En vers. Nu zit ik ook wel eens in een tuin, en wat er dan terugkomt over de weg hiernaartoe bespreek ik wel met vrienden. Of met mijn onderwijzers. Ook nu heb ik nog veel vragen, maar ik ben niet bang meer om ze te stellen. Mijn dierbaren weten ook het antwoord niet altijd te vinden. En dan kunnen we er samen over zwijgen. Wat ik heb geleerd is van mij en voor mij. En dat neem ik mee. Dat heb ik namelijk nodig voor onderweg.

Samen mensen laten lachen of huilen

Sophie van Hoorn

Sophie van Hoorn

13 augustus 1987 / Opleiding Productie Podiumkunsten

Mijn naam is Sophie van Hoorn. Zojuist afgestudeerd als productieleider. Liever gebruik ik deze term niet: productieleider. Maar in de afgelopen vier jaar heb ik nog geen alternatief kunnen bedenken dat mijn vak beter en mooier omschrijft. Het liefst ‘doe ik de productie’, maar dat klinkt niet mooi. Daar ging ik dan. Naar Amsterdam, vier jaar geleden. Alleen, vanuit de Ooijpolder bij Nijmegen. Vanuit de natuur naar de stad van kunst en cultuur. Van de rivier de Waal naar het IJ. Daar stond ik dan. Nauwelijks wetend wat deze studie mij zou brengen, wat ik zou gaan leren. Iets met theater en produceren. Maar wat dan? In de jaren leerde ik Amsterdam kennen, vooral het theater van Amsterdam. Ik ontmoette mensen, inspirerende mensen. Theatermakers, dramaturgen, technici, vormgevers, acteurs en regisseurs. Door samen voorstellingen te maken konden wij mensen beroeren, laten lachen of huilen. Wat een mooi werk! Tijdens mijn stages ontdekte ik de veelzijdigheid van mijn vak. Produceren 92

93


Jasper Hopman

is een dienstverlenend beroep, maar het is ook het geven van voeding en inspiratie aan het creatieve proces. Het is die combinatie die mij aanspreekt en waarmee ik verder wil. Daar sta ik dan. Klaar voor nieuwe ervaringen. Ik wil theatermaken, werken met inspirerende mensen. Hen assisteren en de ruimte geven zich te ontwikkelen. Ik verheug me erop de komende jaren de verschillende kanten van het vak te zien, dat mooie, veelzijdige vak. Daar ga ik dan!

Het zelf cre谷ren vind ik het leukste

Jasper Hopman

21 oktober 1986 / Opleiding Techniek en Theater

Tijdens de opleiding heb ik de specialisatie geluidsontwerp gevolgd. Het kiezen van een eigen weg binnen school is heel fijn. De kunst足onderdompeling zorgt ervoor dat je op een andere manier met inhoud en kunst omgaat. Ook van de stages en technische specialisatie heb ik veel geleerd, maar natuurlijk voornamelijk specifiek op het gebied van geluid. In mijn stages in het laatste jaar vond ik het heel fijn om eindelijk eens langer de tijd te hebben om een project ook echt de waarde en aandacht te kunnen geven die het verdient. Door vanaf het begin bij de projecten te kunnen zijn en vanaf nul te kunnen beginnen, merkte ik ook gelijk dat het creatief veel meer waarde kreeg. Het laatste halfjaar heb ik onder andere als geluidsontwerper samengewerkt met de Amerikaanse choreografe Deborah Hay. Zij deed een massa足足 choreografie in een locatievoorstelling met de complete School voor Nieuwe Dansontwikkeling, waarbij het doel was de ruimte met geluid te manipuleren. Ook heb ik met video gewerkt voor een voorstelling met Michael Gordon, een Amerikaanse componist. Dit was een leerproject voor de derdejaarsscenografen, die een aantal projecties hadden bedacht die niet 94

95


vroegen om standaardoplossingen, waardoor het een leuke puzzel was om dit netjes voor elkaar te krijgen. Aan het eind van het jaar ga ik nog samenwerken met Joost van Hezik tijdens een grote locatievoorstelling, waar ook nog eens een evenement omheen gebouwd gaat worden. De voorstelling is maatschappelijk zeer betrokken, wat mij wel aantrekt. Ik merkte tijdens de voorbereiding dat het hele team ook zwaar gepassioneerd bezig is met het onderwerp. Bij deze voorstelling ontwerp ik het geluid en ondersteun ik de videotechnicus. Daarnaast komen er waarschijnlijk computergerelateerde toepassingen waarvoor kleine programmaatjes geschreven moeten worden. Het zelf creëren vind ik het leukste, om techniek voor de inhoud van de voorstelling te kunnen gebruiken. Je kunt daarmee soms ook het onmogelijke mogelijk maken. Aan mijn scriptie over de waarde van nieuwe media voor het theater heb ik veel gehad, omdat ik heb kunnen onderzoeken hoe de verschillende disciplines kunnen samenkomen (en hoe moeilijk het is om een voorstelling die heel erg hightech is inhoudelijk interessant te krijgen). In het werkveld hoop ik de verschillende disciplines geluid, video en computer te kunnen combineren. Door te werken op projectbasis hoop ik dat dit mogelijk wordt.

The fish is my performer

Øystein S. Johansen

Øystein S. Johansen 16 november 1982 / Mime Opleiding

I’m carrying a glass bowl with a fish in it, high above the ground. Balancing on a thin tightrope. Alone, together: with the audience. Looking down. Feeling the weight of the fish swimming from side to side. The fish is my performer. I carry him in my bowl. The scales of the fish sparkle in the clear, blue water. Hesitantly I shift my weight forward, so slowly that only the movement of the tightrope betrays we are moving between the sky and the ground. We don’t want to fall. We want to go on. Balancing, we can hear the crowd. 96

97


An audience ready to be entertained, standing on tiptoe. Leaning slightly forward in expectation. While I carefully hold up the glass bowl so that every­one can see.

Graag nauw be­ trokken bij het maken

Ben de Jong

Ben de Jong

12 maart 1988 / Opleiding Techniek en Theater

Als afstudeeropdracht heb ik intern stage gelopen bij derdejaarsstudenten Regie die voorstellingen maakten op basis van stukken van Shakespeare. Deze werden opgevoerd in het Rozentheater, waarbij ik lichttechnicus en video-ontwerper was. Ook heb ik, met dezelfde derdejaarsstudenten, als lichtontwerper voorstellingen gemaakt in de theaterzaal op school. Deze stages hebben mij vooral geleerd om met een hoge werkdruk om te gaan en om te werken met meerdere regisseurs tegelijkertijd. Ik kan na mijn afstuderen als eerste inspiciënt terecht bij jeugdoperagezelschap Xynix. Hier kijk ik erg naar uit, het is een leuk gezelschap met veel afwisselende voorstellingen. Omdat het zo’n klein gezelschap is, krijg ik veel vrijheid en mogelijkheden. Ik hoop dan ook de komende jaren vooral veel ervaring op te doen als technicus. Ik zie mezelf niet zozeer als een theatertechnicus, maar meer als een theater­maker. Als technicus ben ik graag nauw betrokken bij het maken van een voorstelling. Ik put veel voldoening uit het feit dat het publiek na de voorstelling met een goed gevoel de zaal verlaat. Ik word graag geïnspireerd door voorstellingen die de mogelijkheden van het theater optimaal laten uitkomen. Hieruit haal ik ideeën om zelf mee te experimenteren tijdens mijn eigen voorstellingen. In de eerste helft van 2009, tijdens het maken van de diploma-uitreiking aan de studenten van de Opleiding Techniek en Theater en de Opleiding Podiumkunsten, ben ik in aanraking gekomen met videotechniek. Dit heeft me geïnspireerd om hiermee te experimenteren. In de voorstelling heb ik dit 98

99


Zinzi Kemper

succesvol toegepast door een relatief ingewikkelde videoprojectie te cre­ eren en te bedienen. Uiteindelijk heeft dit er ook toe geleid om video in het theater als onderwerp voor mijn scriptie te kiezen. Ik ben blij dat ik nu klaar ben met mijn opleiding, ook al heb ik hier wel veel geleerd. Ik denk dat ik er ondertussen aan toe ben om alles wat ik geleerd heb in praktijk te brengen in de theaters van Nederland. Ik hoop straks nog veel meer bij te leren in de dagelijkse praktijk en mooie voorstellingen te kunnen neerzetten.

Een Fiat Panda in de grond te laten ver­ dwijnen

Zinzi Kemper

15 maart 1987 / Opleiding Techniek en Theater

Tijdens mijn toelatingsgesprek vergeleek ik theater met een wekker waarin alle raderen in elkaar haken, zodat de wekker op de juiste tijd afgaat. Op dit moment zou ik het maken van een theaterproductie echter beschrijven als een groepsproces, waarin ieder zijn specialiteiten inbrengt. Maar zonder elkaar kom je er niet. Zonder elkaar zal je nooit de illusie die theater heet kunnen vervolmaken. Op de Opleiding Techniek en Theater heb ik me kunnen ontplooien in een uitdagende, prettige omgeving met een geweldige groep mensen, goede begeleiding en de mooiste producties. Binnen de opleiding, op stage met De Batavia en op locatie met de special effects bij de stage bij Vis à Vis. Tijdens de tournee met De Batavia heb ik ervaren hoe heerlijk het kan zijn om het hele land door te reizen met je eigen voorstelling. ’s Middags rees regelmatig de vraag: hoe krijgen we het nu weer in dit veel te kleine theater gepropt? ’s Avonds staat het er bij aanvang dan toch, mooier dan ooit tevoren. Bij Vis à Vis heb ik de mafste special effects kunnen bedenken en uitvoeren. Een Fiat Panda in de grond laten verdwijnen of een kanon om Cookaburra-poep uit de hemel te laten vallen. Hier genoot ik ervan om ook als decor/specialeffects-bouwer te werken.

100

101


Het afgelopen jaar heb ik een scriptie geschreven over het gebruik van water in het theater. Een proces waarbij ik veel mensen gesproken heb en waarbij ik op een groot aantal plekken geweest ben. Ik ontdekte dat er veel kennis aanwezig is, maar dat ook veel mensen het wiel opnieuw uitvinden. Bij de beoordeling van de scriptie werd me aangeraden om het schrijfsel uit te bouwen tot een boekje. Uiteindelijk is het een artikel in het vakblad voor theatertechnici geworden en een digitale publicatie op hun website. De leukste voorstelling die ik in mijn schoolperiode heb gedaan, was Een hart van steen, een soort van Perseus, voor kinderen van groep 7 en 8. Bij deze voorstelling was het maakproces erg plezierig en het uiteindelijke resultaat ging alle verwachtingen te boven. De meest leerzame voorstelling is denk ik wel de enige voorstelling geweest die we als klas gemaakt hebben. De afstudeervoorstelling voor de klas die in 2009 afstudeerde. Voor de eerste keer functioneerde de gehele groep als team van theatermakers. De laatste jaren heb ik als freelancer bij een groot aantal theaters gewerkt. Ik hoop dat ik dit de komende periode af en toe kan blijven doen. Ik wil echter vooral aan het werk als reizend technicus. Daarnaast wil ik in de toekomst regelmatig betrokken zijn bij locatieprojecten.

Hoe je als maker kunt spelen met het spel van spelers

Nita Kersten

Nita Kersten

27 december 1983 / Opleiding Theaterdocent

Mijn afstuderen staat in het teken van onderzoek naar de manier waar­ op je theater buiten het normale theaterlandschap kunt inzetten. Niet in theaterzalen en studio’s, maar op onverwachte plekken in de samen­ leving en/of met mensen die in hun dagelijkse leven niets met theater te maken hebben. Bijvoorbeeld bij een roeivereniging, in een café of op straat. Ik zoek naar vormen die midden in het dagelijkse staan. Het schommelt tussen een flashmob, Werktheater-revivals, Oerol en Community Art. Ik wil hierin mijn eigen weg vinden. Momenteel maak ik samen met klas­ genoot Margriet Brosens een locatievoorstelling met het team van een 102

103


consultancybedrijf, in hun kantoorpand. Eerder dit jaar maakte ik met klasgenoot Sophie de Vries een voorstelling met drie generaties vrouwen uit één familie. We werkten vanuit hun levensverhalen en de verhouding tot hun moederland Suriname. Het is bijzonder om te zien hoe mijn klasgenoten zich in de loop van het afstudeerjaar steeds meer in eigen richting ontwikkelen en zo hun specifieke invulling geven aan het vak. Maar wat mij betreft gaat het in ieder geval altijd over de samenwerking met een groep mensen waarbij je als theater­ docent kijkt, stuurt, aanboort en organiseert om tot een theatraal proces of gebeuren te komen, dat voor iedereen die het ziet of meedoet overstijgend is (als het lukt!). Oud klasgenoot Mike van Wetten formuleerde het in zijn afstuderen als ‘een theaterdocent is “de veroorzaker” van een gebeurtenis die hij waar dan ook kan laten ontstaan’. Van klein meisje af aan wilde ik toneel! Studeren op de Theaterschool voelde als thuiskomen. Het intensieve rooster heb ik ervaren als een waanzinnige speeltuin. De Opleiding Theaterdocent biedt een stevig pakket aan theaterkennis, -gevoel en -gereedschap. Het zijn mijn bouwstenen geworden. De fundering is gelegd in het project spelpedagogie van Bruin Otten en Cecile Heuer. Ik leerde hoe je als maker kunt spelen met het spel van spelers op de vloer. Het spelelement in de wisselwerking tussen mijzelf en spelers is de motor van het creatieve proces waar we samen in staan. Deze zomer krijgt de voorstelling die ik met Sophie heb gemaakt een vervolg in Suriname. Daarnaast ben ik bezig een theaterbedrijf op te richten waarin ik mijn onderzoek kan voortzetten. Naar verwachting ga ik lesgeven aan de Jeugdtheaterschool van Amsterdam.

104

Project: duet vanuit kostuum, Sophie de Vries en Margriet Brosens

105


Artistiek leider Opleiding Theaterdocent Bruin Otten

‘De kernvraag is: hoe organiseer je de magie?’ Zeventien jaar al is hij de gedreven artistiek leider van de opleiding Theaterdocent. Bruin Otten (61) vertrekt over ruim een jaar. ‘Ik grossier in modellen, maar ik haat ze tegelijkertijd ook!’

Apetrots ‘Apetrots ben ik op wat de lichting die nu afstudeert aan het doen is. De energie spat ervan af. Dit zijn echt mensen met lef, ze durven enorm hun nek uit te steken! Ze zijn op een ongelooflijk inspirerende, artistieke en vakmatige manier bezig! Aan het einde van het derde jaar kregen studenten de vraag: denk na over een plan om flink in beweging te komen. Niet: welke projecten en workshops wil ik gaan doen, maar: waar wil ik me mee verbinden? Waar zit mijn engagement? Op welke plekken? Dat heeft fantastische afstudeerplannen opgeleverd rond de kernvragen: waar ga ik wat doen met wie, en hoe ga ik alles uit mijn afstudeerjaar halen?’

106

Achttien kids ‘Studenten zochten op allerlei manieren verbindingen met plekken en mensen die iets voor hen betekenden. Zo keerde een studente terug naar haar eigen nest – de Jeugdtheaterschool in Gouda, waar ze zelf vroeger les had gekregen – en maakte samen met oud-leerlingen haar afstudeervoorstelling. Studenten hebben op hun oude middelbare school workshops gegeven. Een studente, opgegroeid in Zuidoost, maakt haar eindvoorstelling met achttien kids uit haar oude buurt.’ Kunst verbroedert ‘Theater gaat over communiceren. De voorstelling is belangrijk, maar dat is zéker niet het enige. We zitten in een circuit waar heel veel vrijheid

is – we leiden professionele theater­ makers op voor het niet-profes­ sionele circuit. Wij leiden onze studenten vooral op om iedereen in beweging te krijgen, zodat iedereen toegang kan krijgen tot de kunst, zodat kunst ieders leven kan verrijken. Bertolt Brecht zei ‘kunst verbroedert’. Ik denk en hoop ook, dat kunst verrijkt en inspireert. En ik geloof: hoe meer we ons verbinden met wat we doen, hoe meer zoden we aan de dijk zetten.’ Nieuw engagement ‘Een aantal jaren geleden zijn we ons als opleiding op Community Theater gaan richten. Twee films speelden hierbij een belangrijke rol: Dans, Grozny Dans van Jos de Putter en een film over Jacques d’Amboise van het New York City Ballet. In beide films werken mensen vanuit eenzelfde soort engagement. Dit heeft ertoe geleid dat vierdejaars theaterworkshops in asielzoekerscentra

geven. Dit jaar was dat Dromen in de koffer, een workshop met zestot twaalfjarigen. De oudere broers en zussen deden de vormgeving en het licht. Dat was echt geweldig om te zien – hoe ze van het dimmen van drie of vier lampen een kick kregen.’ It’s in your hands... ‘Ik vind dat iedere theatermaker zich moet bezighouden met de vraag: ja, maar wat ís theater eigenlijk? Kan het ook nog ánders dan wij het ons kunnen voorstellen? Niet omdat we moeten vernieuwen om het vernieuwen, maar omdat je altijd dicht bij de kernvraag van theater moet blijven: hoe organiseer je voor mensen de magie? Voor je het in de gaten hebt, ga je denken in modellen. Ik grossier erin en ik verzet me er ook tegen. Gerardjan Rijnders zei ooit op de vraag of hij het recept had voor een goede theatervoorstelling: “Godzijdank niet, dan zou ik nu meteen kunnen ophouden!”’ tekst: Petra Boers

Bruin Otten Functie: artistiek leider Opleiding Theaterdocent Sinds: 1993 Aantal afstuderenden: 7

107


Siri Klein Robbenhaar

Ik wil het zijn

Siri Klein Robbenhaar 10 december 1987 / Opleiding Productie Podiumkunsten

Daar stond ik Een meisje Uit een dorp In een stad Onwetend Alleen Maar met verwachtingen Ik leerde Ik ontmoette Ik beleefde Ik voelde Ik ondervond Ik ontdekte Ik droomde Ik twijfelde Lang Ik ontmoette Ik herleefde Ik leefde Alleen Voor theater Voor mezelf Ik wil de beste Ik wil de lieve Ik wil de mooie Ik wil de krachtige Ik wil de zelfverzekerde Ik wil de perfecte Ik wil de alleswetende Ik wil het zijn 108

109


En dit ben ik, nog altijd onwetend als iedereen. Met de ambitie om te leven voor wat ik doe en wie ik ben. Theater.

Jeroen Knol

Ik ben Siri Klein Robbenhaar, niet getrouwd en niet van adel. Ik ben 22 jaar en 175 cm lang. Ik heb blond haar en blauwe ogen. Ik ben geboren op 10 december 1987 in Enschede. Ik kom uit Overdinkel, een dorp over de Dinkel. Ik woon nu vier jaar in Amsterdam en zal nooit in een kleinere stad gaan wonen. Ik houd van taarten bakken en geef ze het liefst cadeau. Ik ben nu productieleider, met trots. Betrokken en verbonden met de makers met wie ik werk, de creators van onze beelden. Ik werk met liefde nachten door om datgene te doen wat we willen bereiken. Met elkaar en voor elkaar. Ik werk tot het ultieme hoogtepunt bereikt is, elk project. Ik voel, ik zie mijn toekomst als leider, als hoofd, als producent, als persoonlijk assistent, als alles wat er op mijn pad komt. Als droom, als toekomst.

Je weet niet of er parels in zitten

Jeroen Knol

19 augustus 1987 / Opleiding Techniek en Theater

In de studiejaren op de Theaterschool heb ik op verschillende locaties aan een geluidsbeeld gewerkt. Van lijst­toneel tot black box, van scheepsloods tot dijk in de Noordoostpolder – elke loca­tie heeft zijn eigen charme en werkwijze, en dat maakt het zo uitdagend. Hoe groot of hoe klein, de uitdaging zit ’m in de kleine dingen en dat maakt het zo leuk. Het meewerken aan een voorstelling waarbij je de emoties van een acteur onder een fader hebt, zorgt ervoor dat je elke avond meeacteert. Als je aan het proces van een voorstelling gaat beginnen, weet je niet of het een parel wordt en of er parels in zitten. Maar mocht dat zo zijn, dan weet ik waarvoor ik het doe. De ene keer loop je daarvoor in een boxershort over het toneel, de andere keer zit je opgesloten in een klapkooi onder de tribune, de volgende keer mix je een voorstelling vanuit een gestripte auto. De Theaterschool heeft met al haar verschillende opleidingen en faciliteiten 110

111


Koen Kreulen

vele mogelijkheden tot interessante samenwerkingsverbanden. Deze mogelijkheden maakten de periode op de Theaterschool leerzaam en zorgden ook voor een mooie tijd. Dat zal ik zeker nog gaan missen. Maar de toekomst na het afstuderen, het werkveld, biedt mogelijkheden tot samenwerken met nog veel meer uitdagingen, en daar kijk ik erg naar uit.

Theater gaat voor mij over mensen

Koen Kreulen

23 maart 1981 / Mime Opleiding

Als klein jongentje woonde ik op het eiland Samos, in Griekenland. In de zomermaanden werkte ik als scheeps­ jongen op een vissersboot. Tijdens de reis vermaakte ik toeristen met Griekse dansen en probeerde ik hen aan het lachen te maken, met verschillende grappen en grollen. ‘Een artiest was geboren.’ Tijd verstreek… En inmiddels is het eiland vervangen door mijn geboortestad Amsterdam! Veranderd ben ik niet echt, ik wil nog steeds dansen, bewegen en ik wil nog steeds mensen aan het lachen maken. Simpel misschien, maar eigenlijk ben ik nog steeds die scheepsjongen en is de bühne mijn vissersbootje. Hijs de zeilen maar en volle kracht vooruit! Theater gaat voor mij in de eerste plaats over mensen, het is een spiegel of een kijkdoos waarin je kunt kijken en de wereld mag vervormen. Heerlijk vind ik het om te staren naar mensen, op straat, in cafés en in winkels. Uit hen haal ik verhalen, beelden en inspiratie. Al die verschillende mensen, zij zorgen ervoor dat ik theater wil blijven maken en spelen. Natuurlijk puur uit eigenbelang, ik wil aandacht! Ik wil mijn publiek laten lachen, laten huilen, laten denken en ze raken. Ik wil ze niet om de oren slaan, hooguit een zacht tikje, ik ben ze dankbaar. In de toekomst wil ik natuurlijk veel op de bühne staan, ervaringen opdoen met verschillende makers, regisseurs en spelers. Daarnaast zal ik samen met klasgenoot Judith Hazeleger onze eigen voorstellingen gaan maken en spelen. Voor mij is het spelen met de werkelijkheid en de spelwerkelijkheid het leukste wat er is. Genieten van het moment, om maar eens een cliché te

112

113


gebruiken. Tragikomische situaties op toneel vind ik het mooist. Ik hoef niet per definitie vernieuwend te zijn, maar grenzen opzoeken en die overschrijden, vind ik spannend. Na vier heftige maar zeer bijzondere mimejaren, mag, nee, moet ik mijn vleugels spreiden en vliegen. De wijde wereld in! Tot slot, zoals mijn vader zou zeggen: zonder geluk vaart niemand wel!

Doe waar je in gelooft

Ilse Krougman

Verduur­ zaamheids­ trajecten van theaters

Marleen Kunst

114

Ilse Krougman

2 augustus 1986 / Opleiding Docent Dans Doe waar je in gelooft... Beter spijt van wat je hebt gedaan dan van wat je niet hebt gedaan.   Hold your dreams Don’t ever let it go Be yourself And let the world take notice

12 december 1986 / Opleiding Productie Podiumkunsten In mijn afstudeerjaar heb ik mij kunnen verdiepen in de gebieden die mij het meest aanspreken: theater en jeugd, opera, voorstel­lingsleiding, pro­ductiewerk, kunst­educatie en duur­zame ontwikke­ling in het theater. Voor mijn scriptie over duurzaam thea­ter­ maken heb ik een afstudeerstage gelopen bij het project Groen Theater in 115


Marleen Kunst

Rotterdam. Ik hoop ook na mijn afstuderen betrokken te blijven bij verduurzamingstrajecten van theaters en theatergezelschappen. Op de Universiteit van Amsterdam heb ik mij kunnen verdiepen in theater en jeugd, de rol van kunsteducatie op scholen en in overheidsbeleid, jeugdtheatergezelschappen en voorstellingen voor (en soms ook door) jeugdig publiek. Met mijn achtergrond als pabo-student ben ik toch blijvend ge誰nteresseerd in de combinatie kinderen en kunst. La Clemenza di Tito van Mozart door de Dutch National Opera Academy (DNOA) is mijn afstudeervoorstelling als voorstellingsleider. De eerste vergaderingen zijn geweest, de repetitieperiode moet nog beginnen en de laatste voorstelling is een dag voor onze diploma-uitreiking. Kortom, er is nog een hoop werk te verzetten, maar het mede mogelijk maken van een mooie productie blijft een van de mooiste dingen die er zijn. Het allermooiste afgelopen jaar was zonder twijfel de geboorte van mijn dochter Yenthe op 26 september 2009. Mijn klasgenoten zaten in New York en hebben daar op het nieuwe leven geproost! Ik ben de studieleiding en mijn klas zo dankbaar voor hun steun, betrokkenheid en het gevoel dat ik altijd welkom was, ook met baby. Mede daardoor is het mogelijk om te kunnen afstuderen. Echt voor allemaal: dank jullie wel! In de toekomst hoop ik mij op mijn interessegebieden in verschillende projecten te kunnen ontwikkelen. Misschien blijkt dan dat ik me specialiseer in een van de gebieden theater en jeugd, opera, voorstellingsleiding, productie足werk, kunsteducatie of duurzame ontwikkeling in het theater. Hoe het ook zal lopen: ik heb er veel zin in!

Fijn om mensen te kunnen aankijken 116

Merel Lammers

22 september 1988 / Opleiding Moderne Theaterdans Het afgelopen jaar heb ik stage gelopen bij het Scapino Ballet Rotterdam en bij Conny Janssen Danst. Dit is een droom die werke足lijkheid is geworden. Toch is de droom niet altijd zoals mensen denken. Het zijn mijn dromen, en alleen ik weet hoeveel het me kost om ze te dromen. 117


Mijn toekomst ligt open, ik denk wel dat het moeilijk zal worden een baan te vinden, zo ‘fresh out of the school’, maar je moet ergens beginnen, toch…?! Het danser-zijn vind ik geweldig, maar af en toe ook ongelooflijk lastig. Dit vak brengt prachtige momenten en inspirerende mensen met zich mee, maar er zijn ook de confronterende (leer)momenten met jezelf en de momenten dat je lichaam zo moe is dat je niet kunt slapen. Mijn inspiratie vind ik in God, in mijn familie, in liefde, in een aantal vrienden en in de mensen met wie ik dans. Ik vind het fijn om te performen, ook al moet ik elke keer voor ik het toneel opga wel even slikken van angst en mezelf moed inspreken. Ik vind het fijn om mensen te kunnen aankijken tijdens de voorstelling, om contact te maken van mens tot mens. Ik denk dat ik daardoor kleinere en vlakkevloertheaters prefereer boven de grote theaters. Ik hou van een intieme sfeer.

The perfor­ mative qualities of a musician on stage

Merel Lammers

Shani Leiderman

5 september 1983 / Mime Opleiding

A dancer, performer, maker and musician. You take your seat; you look at me… waiting, a slight move on the mouse pad, someone clicks on my figure... We start walking on stairs, stairs going up and down simultaneously, right and left, materializing under our feet as we walk, I talk to my mother via Skype, read about Foucault on Wikipedia, reply to a friend’s email and watch a funny YouTube film at the same time. I take a deep breath, lean back in my chair and think: how does this fragmented communication effect our imagination? As a performer, I’ve worked with different groups and directors, including The Lunatics, Sarah Ringoet, Anouk de Groot and Golden Palace… As a maker, my greatest inspiration comes from music, especially the performative qualities of a musician playing and singing on stage, the relationships this creates between performer and audience in a concert situation, and ways of composing music. 118

119


Shani Leiderman

120

121

Anatopia, Shani Leiderman

121


Sheree Lenting

For the past 4 years, I have explored possibilities for borrowing and combining performance routines from concert and dance/theatre and vice versa in different formats. Is there a way to exchange creative and performance strategies between these two disciplines? This is a question that often functions as a motor for my work. My current projects are: Hello Detroit! A petit rock performance featuring one female performer and three Sesame Street protagonists. Anatopia A collaborative project with Valentin von Lindenau, a German composer, musician and performer. The Anatopia performance is structured as a dynamic concert featuring up-tempo Electro Pop/Punk music that usually motivates the audience to start dancing. The music is combined with theatrical movement and text elements. Songs lead to scenes and scenes into songs. Colorful compositions tell small stories about computers, dreams and other vehicles.

Er zit een dans­ maker in mij

Sheree Lenting

14 september 1986 / Opleiding Docent Dans

Ik heb vrij laat de keus gemaakt om te gaan dansen, maar toen ik er eenmaal voor gekozen had, viel alles op zijn plaats. Als ik dans voel ik me vrij, dan is alles ook zoals het hoort te zijn! Op het podium kom ik uit mijn schulp, dat is mijn moment… dan wil ik dat iedereen naar me kijkt en geef ik alles wat ik heb. Als mensen dan naderhand naar je toe komen en zeggen dat jouw dansen hen geraakt heeft…. dat is een heerlijk gevoel! Het afgelopen jaar heb ik op verschillende stageplekken lesgegeven, voornamelijk aan kinderen en jongeren. Het is mooi om te zien dat de groep waaraan je lesgeeft in die tijd ook zo kan groeien en het waardeert wat jij ze wilt leren. Dat ze met plezier naar de les komen en zich inzetten, dat is mooi om te zien. Je krijgt er ook zo veel voor terug! Naast het lesgeven ben ik zelf ook veel meer gaan maken. In het derde jaar

122

122

123


A dialogue with the audience

Sandrina Lindgren 21 januari 1986 / Opleiding Moderne Theaterdans

At the beginning of this year I was a guest student at the School voor Nieuwe Dansontwikkeling where I followed workshops and choreographed a duet (Gångtrafik). Since January I have been in Israel working with Clipa Visual Theatre and making a solo for the Clipa Aduma festival that takes place in Tel Aviv in July. It was important for me to look into a variety of experimental and theatrical approaches to dance. Altogether, it has generated a storm of impressions that I need time to absorb. Certainly it has made me more diverse, independent and intelligent as a performer. In the future I see myself working in dance, performance and physical the­atre 124

Sandrina Lindgren

SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISRAEL SHALOM

heb ik met twee dansers een korte dansfilm gemaakt. Toen ging er een hele wereld voor mij open en wist ik dat er een dansmaker in mij zat. In het vierde jaar heb ik een bewegingsonderzoek gedaan met drie jongens die uit de popping style komen, wederom een korte film met als afsluiting een livedansstuk. Alles wat ik wilde overbrengen, en wat ik aan het onderzoeken was, is gelukt. Ik ben vreselijk trots op mijn dansers en het hele project. In de toekomst wil ik zeker verdergaan met het maken van choreografieën, ook in combinatie met film. Ik ben vorig jaar naar New York geweest en heb daar lessen gevolgd. Voornamelijk jazz, afro-jazz en hiphop. Dat zijn ook de stijlen waarin ik me wil specialiseren. Ik heb daar een geweldige tijd gehad, maar ik heb ook gezien dat ik nog veel werk te doen heb! Ik weet nog niet helemaal zeker wat ik na mijn afstuderen wil gaan doen. Aan de ene kant wil ik heel graag doorstuderen, omdat ik behoefte heb om me naast dans ook in een andere richting te ontwikkelen. Maar aan de andere kant wil ik gaan reizen en me als danser verder ontwikkelen. Het liefst ga ik een jaar, of twee jaar naar het buitenland en doe ik beide. Because the time is now!

SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISRAEL SHALOM

SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISR

SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME ISRAEL SHALOM ME IS

125


Stephanie Lühn

with choreographers and artists who stimulate my performing skills. I want to continue to explore dance, singing and theatre in different ways; there are so many untried possibilities. Currently, It seems like modern dance has reached an impasse and I want to change that trend. For me at present, the profession of dancer and performer means you create illusions on stage in order to generate knowledge within the field of dance and the performance arts. The best performances are the ones when I feel I’m entering into a dialogue with the audience. When I can look them in the eye and know they will accompany me on my journey. I create a separate reality with other laws and it’s so much fun to be there, that’s why I love performing. What most inspires me are good improvisers. The kind of on-stage realness they display is something I want to experience in every performance. I sometimes see the same kind of energy with musicians performing live or among small kids. I can’t think of one moment that was all-important for me, but teachers like Sara Wiktorovicz, Liat Waysbort, Katie Duck and Katarina Bakatsaki all made a special, lasting impression on me and have influenced my life.

Seeing the seen

Stephanie Lühn

22 augustus 1983 / School voor Nieuwe Dansontwikkeling It is breathing and speaking Don’t ask me whether it has a soul and a heart in the right place. I don’t know Hammering in my head The bottom of naked reality

All of a sudden four years are over. And people keep on asking me what I´m going to do next. What are your plans? What are your dreams? Where are you going? Who is going with you? Why? When? How? ...? I have to do what I do. Because I like what I do. It is the most honest choice I can make right now. At the same time it is a very scary and exciting thing to do. I try to trust my intuition and to believe in what it tells me. Without the ifs and buts. While developing a new work the moment of ‘seeing the seen’ is essential to me. It is a moment of reflection in which everything comes to126

127


gether. A kind of absolute moment, a climax. Very rare but very great. And there she is. Standing, narrow vested, soaking wet, a bit shivery and excited (or should I say ashamed), because she can feel the glances of passing pedestrians. Staring at her, their eyes glued to her. They probably think it’s illogical and totally naive what she is doing here. In my fourth year, I worked as an intern with The Wooster Group and The Elevator Repair Service Theatre in New York. My time with them made a big impact upon my personality and artistic work. I have always been interested in space and how different spaces can structure a theatrical experience. Recently, I have become especially fascinated by the relationship between live performance and text-ure. Including the notion that text can be taken to refer to the various dimensions of performance space, whether that be the body, the movement, image, sound, lighting or objects. I am searching for an unexpected, poetic expression and reinterpretation of traditional concepts, that often reveals hidden emotional and perceptive layers. And it seems as if we are standing in front of each other Seeing eye to eye Our vision unwaveringly attached to one another

In glas geblazen zijn mijn dromen anders dan in steen gebakken

Suzanne van der Mast 13 juli 1983 / Opleiding Docent Dans

Afgelopen jaar heb ik me, naast mijn eigen danstraining, voornamelijk gericht op lesgeven. In het eerste deel van het jaar heb ik veel danslessen gegeven aan verschillende leeftijdsgroepen: kleuter- en kinderdans in Amsterdam en bewegingslessen in het Jeugdtheaterhuis aan basisscholieren en aan tieners in Alphen aan den Rijn. Van begin maart tot eind juni geef ik danslessen aan het Centrum voor de Kunsten in Spijkenisse: kinderlessen, jazz-streetdance, funky jazz, modern jazz, en moderne dans. Aan het einde van het seizoen zullen alle groepen een eindvoorstelling geven die ik voor ze heb gechoreografeerd. ‘In glas geblazen zijn mijn dromen anders dan in steen gebakken.’ Dit citaat 128

Light, performance-installatie Stephanie Lühn, Frascati WG, 2010

129


Suzanne van der Mast

geeft voor mij mooi weer hoe ik momenteel tegen de toekomst aankijk. Ik heb veel toekomstplannen, maar wil deze niet precies vastleggen door te zeggen: dát ga ik doen! Door stapje voor stapje dromen leven in te blazen en transparant als glas te blijven naar de buitenwereld, hoop ik mijn dromen vorm te geven. In steen gebakken is namelijk zo hard en onveranderlijk. Een van mijn dromen is producties maken voor het klinische kinder- en jeugdcircuit, ook vanwege mijn studie kinder- en jeugdpsychologie. Danser, dansdocent en dansmaker zijn voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als danser houd ik van een bepaalde stijl, en dat zie je terug in mijn stukken als maker en als docent. Het bewustzijn daarvan is voor mij belangrijk, zodat ik niet verval in altijd dezelfde ‘kleur’, althans, daar streef ik naar. Tijdens het lesgeven vind ik het verrijkend om het leerproces van de leerlingen mee te maken. De eigen ervaring om voor een klas te staan en samen met een groep te dansen, maar ook het deel zijn van het ‘niets naar iets’, en van het ‘dat kan ik echt niet’ naar het ‘dit is te doen’ of ‘oh zo!’, vind ik mooi. Als laatste ook de persoonlijke momenten die je af en toe deelt met leerlingen doordat het dansen iets bij hen losmaakt. Het proces van maken ligt voor mij heel dicht bij lesgeven; ook daar heb je momenten dat je denkt dat het niet kan. Het ‘oh zo!’ en ‘dit is te doen’ worden alleen bereikt als ik risico’s durf te nemen en de discussie met ‘dit is niet mogelijk’ durf aan te gaan. In eerste instantie met mezelf en dan met de groep waar ik een choreografie voor maakt.

Denk in tonen en geluiden

Vera van de Meeberg 21 mei 1985 / Opleiding Theaterdocent

Mijn hele jaar staat in het teken van muziektheater. Ik onderzoek hoe spel en muziek elkaar kunnen versterken, zonder dat het twee losse onderdelen worden. In mijn afstudeervoorstelling werken we met vier piano’s. Mijn spelers spelen piano en acteren. We zitten midden in dit vormonderzoek. Ik word begeleid door Wim Selles. Van hem leer ik heel veel. Elke keer is het 130

131


Vera van de Meeberg

132

een magic moment: hou het simpel, denk in tonen en geluiden. Door niet te veel in muziekjes te denken, maar bijvoorbeeld alleen maar vier ‘bessen’ te spelen, geeft het een theatralere spanning. De muziek moet er vanaf het begin bij zijn. Die moet in de lichamen van de acteurs gaan zitten en is relevant om ermee te kunnen spelen. De muziek als dialoog en spel als een muziekpartituur. Ik ben een theatermaker die de spelers uitdaagt in spel. Ik ben niet snel tevreden, ga voor het uiterste en probeer die mentaliteit ook aan te wakkeren bij de mensen met wie ik werk. Ik probeer wederzijds vertrouwen op te bouwen, zodat de spelers zich kwetsbaar durven op te stellen en hun onzekerheden durven overwinnen. Dat kwetsbare en voluit tonen vind ik mooi. Ik ben in het tweede jaar ingestroomd, dat was in het begin zwaar en wennen. Ik kwam van de Mime Opleiding en was daar gewend er zelf te staan en associatief te werken. Ik zag mezelf nog echt als speler, dus aan de kant zitten als regisseur viel me zwaar. De Opleiding Theaterdocent is ook veel inhoudelijker en vormgerichter. Het lesgeven vond ik geweldig en ik heb veel geleerd van Cecile Heuer: hoe bouw je een les op, wat is je einddoel. Tekstlessen van Yolande Bertsch leerden me niet vast te gaan zitten in tekst en er vrij in het moment mee om te gaan. De danslessen van Sassan Saghar Yaghmai zijn een grote inspiratie voor mij geweest. Niet alleen voor mezelf als beweger kon ik een eigen kwaliteit ontwikkelen, maar ook als maker. Ik heb nog geen concrete plannen voor volgend jaar, vooral veel dromen. Het lesgeven aan jongeren vind ik fantastisch. Het liefst in combinatie met het werken naar een eindresultaat. Ik wil ook weer spelen. Een droom is ook spelen te combineren met het geven van een workshop bij de voorstelling. Een andere droom die er al jaren is, is het presenteren van een kinder­ programma op tv.

133


Adjunct-directeur Theaterschool, hoofd Scenografie, Techniek en Productie en Onderwijsondersteunende afdelingen Aafje Terwey

‘Wij willen generaties theater­ mensen afleveren’ ‘Het zijn een soort uitvinders!’, vertelt Aafje Terwey (52), hoofd van de opleidingen Scenografie, Techniek en Theater en Productie Podium­kunsten over haar studenten. ‘Zij denken mee met regisseurs om creatieve oplossingen te vinden.’

Nauwe samenwerking ‘De ambitie die we hier hebben is om generaties theatermensen af te leveren – technici, productieleiders, regisseurs, choreografen en scenografen – die later gezamenlijk voorstellingen blijven maken. Een mooi voorbeeld zijn De Vliegende Panters, die werken nog steeds met een technicus die tegelijk met hen is afgestudeerd. Een ander voorbeeld is de nauwe samenwerking tussen Boukje Schweigman en Theun Mosk, die al tijdens hun opleiding is ontstaan. De samenwerking die hier op school mogelijk is met allerlei makers is uniek.’ Tonnen materiaal ‘De Opleiding Techniek en Theater 134

is de enige in Nederland. Het is een succesverhaal. We hebben twee goed geoutilleerde zalen, technisch personeel, studenten die experimenten aangaan op het gebied van licht, geluid, akoestiek. Een keer per jaar komt er voor tonnen materiaal de school in, dat wordt gratis ter beschikking gesteld door de industrie, zodat studenten daarmee kunnen experimenteren. Volgend jaar bestaan we twintig jaar en je ziet inmiddels dat oud-studenten vakliteratuur schrijven, er is een bloeiende alumnivereniging.’ Spin-off in het werkveld ‘Ook onze Opleiding Productie Podiumkunsten is uniek. Dat zit hem vooral in de nauwe samenwerking

met allerlei makers binnen de school en de vele gastdocenten uit het veld. Opvallend is dat de opleiding veel zakelijker wordt ingevuld door studenten dan we zelf gedacht hadden. We zien elk jaar dat studenten meteen als zakelijk leider aan de slag gaan. Ook zien we allemaal spin-offs. Door de professionele opleiding wordt het vak ineens ook serieuzer genomen. Bijvoorbeeld dat professionals een functiebeschrijving van het vak productieleider maken. En letterlijk zeggen: we krijgen nu wel allemaal stagiaires die het goed kunnen, maar wij willen ook scholing...’ Akoestische omgeving ‘Sinds drie jaar hebben we een opleiding voor decor- en kostuumontwerpers. Volgend jaar studeert de eerste generatie af. Spannend, ze beginnen zich steeds meer te roeren in het gebouw. Je ziet hun beeldende theaterensceneringen ook in de vitrines aan de Jodenbreestraat. Zij werken nauw samen met hun eigen jaargangen Regie, Productie en Techniek. Maar ook met andere faculteiten zoals de Academie van Bouwkunst en het Conserva-

torium van Amsterdam. Zo maken ze nu bijvoorbeeld voor de György Ligeti Academy, de kweekvijver van Asko|Schönberg, een theatrale uitvoering met inzet van multimediale componenten, decors en kostuums.’ Snappen ‘Deze tijd vraagt mensen die inhoudelijk kunnen meepraten. Dat bieden wij. Natuurlijk is voor regisseurs the sky the limit, maar uiteindelijk kom je toch met je voeten op de grond. Dan wil je een scenograaf of technicus die snapt wat de essentie is van je wens, en die een creatief voorstel doet dat uitvoerbaar is. Pas was choreograaf Deborah Hay hier artist in residence. Een van onze studenten was de geluidstechnicus. Die heeft opnames van de dansende voeten gemaakt en dat weer afgespeeld door de dans heen. Mooi meedenken.’ It’s in your hands... ‘Go for it! Stort je erin en heb plezier! En zorg over een tijdje dat je je reserves aanvult. Je moet altijd iets in je achterzak hebben zitten. Het is niet meer van deze tijd om je te laten opbranden.’ tekst: Petra Boers

Aafje Terwey Functie: Adjunct-directeur Theaterschool, hoofd Scenografie, Techniek en Productie en Onderwijsondersteunende afdelingen Sinds: 2007

135


Artistiek leider Opleiding Productie Podiumkunsten Gwenoële Trapman

‘Ik ben benieuwd waar ze over vijf jaar staan!’ Gwenoële Trapman (50), artistiek leider van de Opleiding Productie Podiumkunsten, ‘produceert’ zelf elk jaar meer dan zestig gastdocenten. ‘Als ze afstuderen hebben mijn studenten een adresboekje waar je u tegen zegt.’

Olympische Spelen ‘Ongelooflijk veel potentie heeft de groep die dit jaar afstudeert. Zo gedreven, zo’n inzet, zo veel plezier. Ze zijn allemaal heel verschillend. Twee specialiseren zich tot technisch productieleider, een ander in jongeren en educatie, zakelijke leiding. Sommigen hebben een liefde voor locatietheater en festivals; twee anderen zijn geïnteresseerd in grote producties, die willen later ook de opening van de Olympische Spelen doen!’ Adresboekje ‘Deze opleiding is uniek in Nederland. Nergens krijg je dit specifieke op de podiumkunsten toegespitste vakkenpakket. Ze krijgen enorm veel bagage – les in muziek, theater- en 136

dansgeschiedenis, in spel en regie. Dat zijn even zware vakken als de techniekvakken en de productievakken. Zo leveren we mensen af die ook artistiek op niveau kunnen meepraten. We hebben hier echt ongelooflijk geïnspireerde docenten: twee vaste en meer dan zestig gastdocenten. Studenten hebben dan ook al een adresboekje waar je u tegen zegt.’ ‘Bijzonder is natuurlijk ook dat we midden in een school vol theater- en dansmakers zitten. Daarnaast werken we vast samen met De Nieuwe Opera Academie, waar studenten van ons twee keer per jaar voorstellingen leiden. In het afstudeerjaar doet iedereen een eigen productie, binnen de school, bijvoorbeeld bij

Jazz- en Musicaldans, maar ook erbuiten. Zo heeft een student dit jaar een productie gedaan van Jonge Helden, oud-studenten van hier.’ Zelfverdediging ‘Liefde voor het vak, dat is de kern van wat ik ze leer. En dat het vak je niet opeet. Of je nu productieleider, zakelijk leider of voorstellingsleider wordt, het gevaar is dat je opbrandt. Je hebt te maken met deadlines, met allemaal veeleisende mensen, regisseurs, ontwerpers, acteurs, dansers. Daar moet je je toe leren verhouden. In de opleiding krijg je bijvoorbeeld ook conflicthantering. De nieuwe generatie die hier afstudeert, heeft de tools om een productieproces daadwerkelijk te beheersen. Daardoor blijven ze het vak ook leuk vinden.’ Rooskleurig ‘De toekomst voor deze studenten is heel rooskleurig. In Nederland wordt heel veel geproduceerd – kleine en

grote muziek- en theaterproducties, festivals, opera’s, noem maar op. In het veld bestaat een enorme behoefte aan mensen die dat goed kunnen. Alle studenten die afgestudeerd zijn – de opleiding bestaat nu negen jaar – zijn op goede plekken terechtgekomen. Juist doordat ieder­een hier zijn eigen specialisatie en passie ontdekt, zijn ze niet elkaars concurrenten.’ It’s in your hands... ‘Over vijf jaar gaan we koffiedrinken! Dan weten ze wel wat ik bedoel. Deze groep studenten heb ik gevraagd een vijfjarenplan voor zichzelf te maken: waar wil je over vijf jaar staan in je vak? Welke stappen ga je daarvoor zetten? Om ze te helpen focussen. Denk groot, heb ik gezegd. Iemand wil cultureel attaché worden in Londen, een ander wil een eigen theaterbureau hebben dat Afrika en Europa verbindt. Daar verheug ik mij op...’

tekst: Petra Boers

Gwenoële Trapman Functie: artistiek leider Opleiding Productie Podiumkunsten Sinds: 2007 Aantal afstuderenden: 15

137


Mensen helpen, raken en stimuleren

Dioekie Meijen

31 mei 1985 / Opleiding Moderne Theaterdans

Dioeki Meijen

Afgelopen jaar trainde ik ’s ochtends bij het Amsterdam Dance Centre en de Henny Jurriën Stichting. Zowel klassiek als modern en hiphop. Ik voelde dat hiphop dicht bij moderne dans ligt en je zal in deze stijl je muzikaliteit, co­ ordinatie en je dansgevoel(expressie) moeten trainen. Zo ben ik mij gaan verdiepen in de hiphopwereld. Daarnaast begon ik aan een stage bij Nanine Linning, die helaas snel afliep. Ik had daarvoor jammer genoeg een korte stage bij Groundbreakers afgezegd. Het waren heel fijne dagen bij Nanine en ik heb ook veel van haar meegekregen. Ze had een idee voor een bewegingsinstallatie van mij en twee anderen, die helaas niet bij de voorstelling paste; ze was verplicht aan het originele stuk en aan het publiek om het eruit te halen. In Amsterdam werkte haar tweede idee beter en was de voorstelling wel geslaagd, maar helaas kon dit idee niet met minder dan tachtig man. Na deze stage heb ik veelal audities gedaan en ben ik uiteindelijk voor de hele maand mei nog aangenomen om voor Wies Merkx Fantamagoria te dansen, een stuk dat zich afspeelt in verschillende ruimtes. Daarnaast geef ik lessen streetdance en klassiek aan kinderen in het Amsterdam Dance Centre. Ik werk hier als assistent-choreograaf van Melvin Fraenk aan een eindvoorstelling. Met hem leer ik ook de dansklas op het Amsterdams Lyceum een choreografie die voor hun beoordeling telt. Dit stuk bevat onderdelen van een duet, dat wij samen momenteel maken voor onszelf. Hiermee willen wij onze verschillende danstechnieken mixen. Aankomend jaar ga ik op deze voet verder en ga ik kijken in hoeverre ik eigen producties kan opstarten. Het is fijn om nu nog met choreografen te werken, zij geven veel inspiratie en ervaring aan een danser. Ik vind het belangrijk om die kwaliteiten te behouden en die ervaringen mee te nemen voor een toekomst als eventueel docent of choreografe. Want mensen helpen, raken en stimuleren is voor mij zeker belangrijk in ons vak. Ik word er gelukkig van onze ervaringen en ideeën aan anderen te geven, zodat zij er ook iets van kunnen leren. School was daarvoor van belang, het gaf de mogelijkheid ideeën uit te werken en jezelf beter te leren kennen in dans. Het is een basis geweest waar ik niet zonder had gekund. 138

139


Een open, speelse toestand van lichaam en geest

Sjoerd Meijer

10 juli 1981 / Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunst­ academie

Sjoerd Meijer

Straks, als ik de automatische deuren van de Theaterschool achter mij dicht laat schuiven, zal ik afgestudeerd zijn als acteur. Toch, de eerste maal dat die deuren voor mij openschoven, liep ik er binnen om te auditeren voor de Regie Opleiding. Ik werd toegelaten en mocht beginnen aan het grote avontuur dat regisseren heet. Jammer genoeg was ik hierin niet bepaald de onverschrokken Indiana Jones die ik had willen zijn, en vaak overviel mij het gevoel dat ik veel liever zelf daar op de vloer zou staan in plaats van aan de kant te tobben over wat er nu weer gebeuren moest, en waarom en hoe dan in hemelsnaam?! Kortom, als regisseur voelde ik mij ernstig tekortschieten. Als een onbeholpen danser struikelde ik voort, slechts op de been gehouden door de sporadische sierlijke pas die hier of daar wel eens een glimp van zich liet zien. Niet lang voordat ik aan de regieopleiding zou afstuderen, glipten dan uit­ eindelijk toch nog alle ballen die ik probeerde hoog te houden uit mijn handen en in wanhoop dacht ik terug aan de oorspronkelijke drijfveren om überhaupt aan het toneel te gaan. Ik besefte dat dat was geweest, omdat ik in eerste instantie wilde toneelspelen. Dat had mij enthousiast gemaakt, terwijl het regisseren tot niet meer dan een masochistisch tijdverdrijf verworden leek. Ik ging hierover praten met André Veltkamp en Ruut Weissman. Eerder had ik eens een tweetal solovoorstellingen gemaakt, waarvan zij er elk één hadden gezien en waarin ze gelukkig redenen genoeg vonden om die verdwaalde jongen van de regie als acteur een kans te geven. Het was een ommekeer in mijn leven. Repeteren werd weer iets om naar uit te kijken. In plaats van een gesloten hoofdelijk proces veranderde het naar wat het hoort te zijn: een open, speelse toestand van lichaam en geest. Die dingen waar ik als regisseur zo vaak tevergeefs naar had gereikt, bleken nu wel binnen handbereik te komen, niet alles in één keer, maar het was nu net alsof er een weg bestond die ik kon volgen, waar als het donker werd 140

141


lantaarns brandden, waar bovendien een wegbewijzering was en al zulke ongekende gemakken meer. Een verademing vergeleken met de woestenij waarin ik mij daarvoor had gewaand. Inmiddels zit ik in mijn laatste jaar. De schuifdeuren van de Theaterschool gaan open en dicht als een zandloper die je omdraait en die zo het verloop van de tijd aangeeft. Ik heb dit jaar gebruikt om op school nog veel acteerlessen te volgen, waarvan sommige uitmondden in voorstellingen. Zo speelde ik op school in regie van Kees Hulst de voorstelling Anatol naar het gelijknamige werk van Arthur Schnitzler. Een buitengewone ervaring met een zo begenadigd acteur als Hulst te werken, die ik nooit had willen missen. Vervolgens schreef en speelde ik de solovoorstelling Showman met regie van André Veltkamp en begeleiding van Peter Römer bij het schrijven. Nu ben ik aan het repeteren voor de stagevoorstelling In Gods Handen van Bram de Sutter, dit seizoen artist in residence bij het Noord Nederlands Toneel. En achter de schuifdeuren ligt nog een hele wereld die wacht op een onverschrokken avonturier…

Het liefst maken, maken met dans

Kirsten Mieog

Kirsten Mieog

30 oktober 1986 / Opleiding Docent Dans

Het afgelopen jaar heeft vooral gedraaid om maken, maken met dans, met bewegingstheater en met film. Ik heb bij verschillende ballet­scholen en theater­scholen gewerkt en aan zeker twaalf producties/voorstellingen (mee)-gewerkt. Zo heb ik bij Theaterschool Dario Fo een choreo­ grafie voor 50+-mannen gemaakt, mee­gewerkt aan twee opera’s en aan een nieuwe Sacre du Printemps (ballet op muziek van Igor Strawinsky), een voorstelling met alleen vrouwen. Bij Balletschool Papillon heb ik lesgegeven aan kinderen, jongeren en volwassenen, bij Jemi Square heb ik lessen algemene dansvorming gegeven en bij theaterschool 4West heb ik peuterdans gegeven. Met Wolter van der Kant heb ik de korte dansfilm GAAN opgenomen en gemonteerd. Met Jimat Pelupessy maak ik een dansvoorstelling voor kleuters onder de 142

143


Anja Möderndorfer

naam Zusje. En ik heb bij De Dansers tijdens het Tweetakt Festival in Utrecht aan ‘De Marathon’ deelgenomen. Een erg vol jaar, maar ik heb heel veel geleerd over mezelf, over hoe ik werk, over wat ik wil bereiken en waar ik van geniet. Ik ben de opleiding erg dankbaar voor het bieden van een veilige omgeving om te experimenteren en te ervaren. Het wordt ook iedere week meer duidelijk dat we het straks echt alleen moeten gaan doen. En daarom denk ik, nu we op de rand staan van studeren en het werkveld ingaan: mwah, ik studeer nog wel even door… Dus begin ik in september aan een schakelprogramma aan de Universiteit van Amsterdam, zodat ik daarna de Master Dramaturgie kan volgen. Hoe blij ik ook ben dat ik deze opleiding heb gedaan en hoeveel zin ik ook heb om het werkveld in te stappen, ik heb toch een theoretische ondergrond gemist en denk dat ik nog meer kan halen uit studeren. In de toekomst hoop ik veel met maken bezig te blijven, docent en danser zijn vind ik fijn en waardevol, maar mijn grote liefde is toch maken. Ik verwacht dat ik naast het schakelprogramma ook leuke projecten en danslessen kan blijven doen. En dat ik na de master mijn opleidingen dans en dramaturgie goed kan combineren. Dus als je over drie jaar een choreograaf/ dramaturg nodig hebt, weet je me te vinden…

Je moet eerst voor je­ zelf dansen, dan voelen anderen dat ook

Anja Möderndorfer

13 juli 1987 / Opleiding Jazz- en Musicaldans

Mijn stage was de musical Hairspray. Het stagejaar vind ik zeer belangrijk, voor de eerste keer zit je echt in het vak. Hierdoor leer je jezelf ook beter kennen en besef je wat je echt wilt. Op school is alles nog heel veilig en zeker, maar als je uit die vier muurtjes stapt, zie je hoe hard je moet werken en dat echt niets vanzelf komt – You have to make it work! Het is niet gemakkelijk, je moet alles geven wat je heb… en soms ook voor ‘niks’. Maar ja... as long as you enjoy what you’re doing! Het is een vak waarvan je ge-

144

145


woon moet houden en waarvoor je vol met je hart moet gaan! Anders verspil je je eigen energie en die van andere mensen. Mijn dromen zijn eigenlijk niet veranderd, ik heb ze gedurende dit jaar alleen maar voor mezelf bevestigd: ik wil succesvol worden in de danswereld, ik moet op het toneel staan, ik moet dansen. Musical is leuk en fijn, het was het waard om te proberen. Ik heb er geen spijt van en misschien doe ik het ooit weer (wie weet), maar toch mis ik dans te veel. Het moment dat je op het toneel staat en danst, je jezelf geeft aan anderen… Ik zeg altijd: je moet eerst voor jezelf dansen, dan voelen anderen dat ook. Je laat zien hoe jij geniet. Eigenlijk is het vergelijkbaar met naakt op het toneel staan : you open yourself, je laat alles zien wat je heb! Ik was altijd geïnspireerd door andere dansers, voorstellingen die ik heb gezien en als ik zelf iets maak, dan gewoon door alles om me heen, muziek, mensen, de stad, alles. Na dit jaar dus vol gas verder! Dans is al een groot deel van mijn leven en de volgende stap is make it my life!

Fantas­ tisch om verkeers­ leider te zijn

Janine van der Molen

Janine van der Molen

4 april 1986 / Opleiding Productie Podiumkunsten

Na twee jaar Kunst & Economie gestudeerd te hebben aan de Hoge­ school voor de Kunsten Utrecht, kwam ik erachter dat ik meer de productiekant van het theater op wilde in plaats van de managementkant. Het leek me fantastisch om meer bij een voorstelling betrokken te zijn. Mijn verwachting was dan ook dat dit binnen deze opleiding zou gebeuren. Vooral de eerste twee jaren waren erg zwaar en zeker in het begin zag ik nog niet overal het nut van in. Nu is mijn beeld van de opleiding een stuk duidelijker en kan ik zeggen dat ik ontzettend veel geleerd heb. Toch denk ik dat ik absoluut nog veel te leren heb en dat ik wellicht nooit klaar zal zijn met leren. 146

147


Ingrid Berger Myhre

Tijdens de opleiding leerde ik de functie voorstellingsleider kennen en kwam ik tot de ontdekking dat ik hierin alles kan combineren wat ik leuk vind. Daarom heb ik me de laatste twee jaar gespecialiseerd in voorstellingsleiding. Ik vind het fantastisch om de ‘verkeersleider’ achter de schermen te zijn bij een voorstelling en in deze functie kan ik me dan ook helemaal geven. Vooral tijdens het functioneren als voorstellingsleider/stage manager bij mijn afstudeervoorstelling van de Dutch National Opera Academy (DNOA) ben ik erachter gekomen dat dit ook echt is wat ik wil gaan doen. Deze periode was voor mij zeer leerzaam en hierin heb ik me nog beter kunnen ontwikkelen als voorstellingsleider. Tijdens mijn tweede stage in het derde jaar heb ik als Assistent Company Manager gewerkt bij de productie Joseph van Stage Entertainment. Ik begon hieraan met het idee dat ik in een andere functie goed zou kunnen kijken naar de voorstellingsleider en op die manier mijn eigen kwaliteiten zou kunnen ontwikkelen. Echter, in deze stageperiode leerde ik de functie van Company Manager ontzettend goed kennen en ben ik die ook heel erg gaan waarderen. Of ik nu in de toekomst als Company Manager, als voorstellingsleider of toch als productieleider aan de slag ga, weet ik nog niet. Het liefst zou ik een combinatie vinden tussen deze functies of ze afwisselen door verschillende projecten te blijven doen. EĂŠn ding weet ik wel zeker en dat is dat ik me wil blijven ontwikkelen en me bezig wil houden met theater.

I want to dedicate myself to movement 148

Ingrid Berger Myhre 24 juni 1987 / Opleiding Moderne Theaterdans

After studying a year at the Trinity Laban Centre in London, I joined the last three years of the Opleiding Moderne Theaterdans programme. Parallel to my studies here, I have been engaged in several projects and collaborations which has helped me to establish some sense of artistic base and integrity. My own works during 149


this time have roused an interest in me for sound design and video tracking in relation to performance, as well as site specificity. I’ve also touched upon installation work, live streaming and children’s theatre – regularly connected to the Norwegian dance scene. During my internships the previous year, I worked with Liat Waysbort in the production Reality Is Shaped By Recalling, Jaakko Toivonen in Bloemen voor beginners and Arthur Rosenfeld’s (de Meekers) Splash. During the summer of 2010, I am scheduled to participate in the DanceWeb Program in ImPulsTanz, Vienna. The last couple of years, a significant recurrent feature of my training has been the work of Emio Greco | PC. My involvement in the Capturing Intention (The Notation Research Project) – Inside Movement Knowledge Labs (2008/2009) awakened an interest for documentation of the moving body, and the question why I would want to pursue such a thing; when I discard the image of my body, it manifests itself as more than just a symbol. How­ ever, shaping the body depends on shaping the mind. Lately, I have spent quite some time looking for situations where my body behaves in a way I haven’t experienced before. In this, I try to place more emphasis on my body’s essential signature and less on its shape of expression. The Israeli choreographer Liat Waysbort has influenced me a great deal throughout my training, and has instilled me with an increased excitement of all that I am, or can be, through movement. Her idea that my body is not one body, but many, and that I can connect to them all, inspires me a lot. What else? I want to dedicate myself to movement: I want to dance as much as I am awake, and I want to enjoy it as long as I keep moving. I want to keep a constant circulation of ideas, thoughts, work, movement. One, two, three, go.

Keep on exploring

Rozemarijn de Neve

Rozemarijn de Neve 14 maart 1987 / Opleiding Moderne Theaterdans

During my final year, I undertook three internships with Jasper Džuki Jelen & Hilde Elbers (Lekker Handig), Nicole Beutler (Dialogue with Lucinda), Marijke de Vos (Guilty Landscapes) and one project (Gångtrafik) with a classmate, Sandrina Lindgren. They were very different projects, that posed dissimilar chal­ 150

151


lenges and allowed me to develop in diverse fields. I would love to write more about what it was I liked so much about these various projects, but unfortunately 400 words isn’t enough. I really enjoy broadening my horizons and working on varied projects. I find the internship year is a good transition between school and the professional world. As an intern you really get the chance to gain experience in the working field. After spending three years with the same people, it’s very nice to work with new colleagues, who move in an unfamiliar way. For me a professional dancer is an artist, who is eager to keep on exploring, developing, researching. Someone who remains curious, who is committed, who keeps questioning things, and enjoys dancing. What I love about dance is its diversity, it can feel different every time I dance and every piece can evoke a different experience. I really love to be completely in the moment, when everything focuses on what I’m doing and feeling at that particular instant, including the other dancers (if they are present) and the audience. It feels as if I’m perfectly in balance with myself, my body, my feelings and in harmony with others. I find it very inspiring to work with different people, who have different ideas and inspirations themselves. I like to be surprised by their ideas, since they often differ from my own. As long as there is a certain authenticity, I can enjoy projects that are very diverse and move in different directions. The school study programme included a lot of new and essential elements that stimulated my development. I benefitted from the many different of teachers and choreographers who work at school. Two pieces I participated in became decisive experiences. The first one was with Sara Wiktorowicz; her way of working inspired me a lot and broadened my view of the possibil­ ities of dance. The other piece was a collaboration with a classmate, Alexander Gershberg. Working with him made me realize I have characteristics I know nothing about; it turned out to be a crucial challenge for me. I look forward to graduating and continuing my work in the professional field.

152

Project: Elementen, Lonneke Peters

153


Artistiek leider Opleiding Techniek en Theater Eddy Westerbeek

‘Ogen en oren op scherp’ Eddy Westerbeek (55) leidt de bloeiende Opleiding Techniek en Theater. Studenten leren er de brug slaan tussen droom en techniek: hoe verwezenlijk je de visie van een theatermaker technisch op het podium?

Hightechvoorstelling ‘Wat heel bijzonder is aan de groep die dit jaar afstudeert, is het uitzonderlijk hoog niveau van werken. Tijdens een grootschalig project in het derde jaar waarbij voor ruim 150.000 euro aan materiaal van buiten de school door sponsors werd geleverd, hebben ze dat bewezen door een bijzonder mooie hightechvoorstelling te maken. Bij zo’n technisch complexe voorstelling is het belangrijk dat je goed kunt samenwerken, maar ook dat je elkaar blijft uitdagen om te kijken hoever je met elkaar kunt komen. Het is de eerste echte hightech-voorstelling die op dit niveau binnen de Theaterschool werd gerealiseerd en het is een productie geworden waar we allemaal ongelofelijk trots op zijn.’ Kijken en luisteren ‘Tijdens de studie leer je om te kun154

nen functioneren als schakel tussen de regisseur of choreograaf en de techniekploeg. Daarbij is het van belang dat je tijdens de ontwerpfase van een voorstelling kunt kijken naar het totale theaterbeeld. Als student leer je dus om een voorstelling te analyseren, waardoor je in een latere fase duidelijke keuzes kunt maken. Wat voor lichtbron wil je gebruiken, hoe bepaal je de lichtrichting, waarop baseer je het kleurgebruik? Wat voor geluidsbeeld kies je bij een bepaalde scène en waarom kies je hiervoor, moet het wel of niet versterkt worden? Over die keuzes zal je goed moeten nadenken.’ Specialisten ‘Waar we naartoe gaan, is dat onze studenten zich steeds meer in bepaalde onderdelen gaan verdiepen. Dat klopt ook als je kijkt naar de ontwikkelingen in het werkveld. Daar-

binnen is een toenemende vraag naar specialisten. Dit jaar zijn er twee studenten die zich verdiept hebben vanuit het licht­ontwerp en twee vanuit geluidsontwerp. Een student heeft in zijn derde jaar lessen gevolgd bij de Opleiding Productie en is zich gaan specialiseren in technische productie. Wegkopen ‘Een van de studenten van deze lichting is nu al aangenomen bij Toneelgroep Amsterdam. Het toekomstperspectief van deze studenten is zonder meer goed te noemen: een groot deel groeit door naar interessante leidinggevende functies in het theaterveld. Hoofd Techniek, hoofd Licht, enzovoort. Wij hebben zelfs moeite om ze tijdens de studie op school te houden! Ik wil graag dat

ze al tijdens hun studie, in de weekenden, vakanties en tijdens stages ervaring opdoen in de praktijk. Daardoor krijgen ze soms meteen een baan aangeboden. We zijn natuurlijk ongelooflijk blij dat er zo’n vraag is naar onze studenten, maar ze “wegkopen”, dat is niet de bedoeling.’ It’s in your hands... ‘Natuurlijk ben je er, als je net afstudeert, op gericht om je eigen ambitie te verwezenlijken. Maar uiteindelijk gaat het ook om hoe je met anderen samenwerkt, hoe je hen helpt om hun ambitie te verwezenlijken. Je moet je sociale voelsprieten ontwikkelen, leren de taal van verschillende mensen te spreken – regisseurs, choreografen, technici, productiemedewerkers. Pas dan ben je echt succesvol.’ tekst: Petra Boers

Eddy Westerbeek Functie: Artistiek leider Opleiding Techniek en Theater Sinds: 2004, vanaf 1979 geluidstechnicus Aantal afstuderenden: 14

155


Yannick Noomen

Een eigen kleine wereld bijdragen

Yannick Noomen

4 juni 1987 / Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie

Het afgelopen jaar heb ik een heel ambigu, vol en gelukmakend stagejaar gehad. Aan het begin van het seizoen begon ik meteen met het repeteren voor Heren van de thee onder regie van Ger Thijs. Deze voor­stelling hebben we negentig keer door heel het land gespeeld in de grote zalen. Ik kan me nog goed heugen dat na een keer of vijf spelen alle zenuwen in welke vorm dan ook vrijwel verdwenen waren. Ik kwam tot het besef dat ik de concentratie om te spelen, die normaal voortkwam uit de zenuwen, nu zelf moest creëren. Het was geen moeilijke rol om te spelen, het was een kleine rol en meer ondersteunend dan autonoom. Maar toch had het iets lastigs bij het repeteren, juist omdat het zo’n kleine rol was. Op school krijg je les aan de hand van rijk materiaal, waardoor je door de teksthoeveelheid je stroom kunt vinden of bepalen, en ook veel duidelijk wordt over het personage. Bij een kleine rol is dat veel moeilijker, elke zin moet raak zijn, aangezien je geen ‘bijzinnen’ hebt die de rol ruimte geven. Daarnaast heb je minder materiaal om het personage uit te destilleren, om het even zo te formuleren. Tot zover over mijn academische ervaringen. Tijdens de laatste twee weken spelen van deze tour begon ik met repeteren voor Pier Paolo Pasolini, een zogenoemd docudrama over de homo univer­salis Pasolini onder regie van Franz Marijnen bij het Nationale Toneel. Totaal het tegenovergestelde van Heren van de thee: begonnen zonder script, kleine-zaalvoorstelling, onepisch, niet commercieel, et cetera. Het wordt me steeds duidelijker dat de veelzijdigheid van dit vak, en breder nog van kunst, me erg dierbaar is. Ik word gelukkig door alsmaar een andere wereld te beleven, door middel van een rol of door al die verschillende mensen met wie ik werk. Het geeft een gevoel van vrijheid en zorgt ervoor dat je je voortdurend kunt verwonderen, zoals je als kind doet. Ik ben bang dat als ik te lang in dezelfde ‘wereld’ blijf, ontroerd worden ook lastiger wordt en ikzelf misschien ook afvlak. Ja, daarom speel ik! Om maar te kunnen ervaren en beleven. 156

157


De afgelopen vier jaar heb ik me door alle verschillende mensen kunnen ontwikkelen tot iemand die ook een eigen kleine wereld bijdraagt. Na mijn afstuderen ga ik bij Olivier Provily spelen, een regisseur die in mijn ogen gespitst is op ervaren en beleven.

De theater­ persoonlijk­ heid van de danser

Janneke de Noord

Janneke de Noord

16 februari 1984 / Opleiding Jazz- en Musicaldans

Mijn stagejaar ben ik begonnen bij Muziektheatergroep Briza in Den Haag. Hier heb ik zeveneneenhalve maand stage gelopen. Briza maakt voorstellingen voor verschillende doelgroepen. Ik heb gedanst, gezongen en gespeeld in een kindervoorstelling voor vier jaar en ouder, een liedjesprogramma voor ouderen en een ‘dinner show’ voor expats. Het eerste deel van mijn stage heb ik absoluut genoten van het spelen voor deze verschillende groepen. Vooral de voorstelling voor kinderen vond ik erg leuk om te doen. Kinderen zijn goudeerlijk en onbevangen, wat hen tot een fantastisch publiek maakt. Maar… of dit is wat ik echt wil… nee. Ik wil mensen raken met kunst. Ik wil zelf geraakt worden door kunst. Niet alleen door de bewegingstaal en de muziek, maar vooral door de theaterpersoonlijkheid van de dansers/zangers. En juist dit gedeelte heb ik gemist bij mijn stage. Naast mijn stage bij Briza werk ik samen met vier medestudenten van de Opleiding Jazz- en Musicaldans. Samen zullen wij op 3 mei 2010 in het M-Lab staan met onze eigengemaakte productie Prelude. Deze productie bestaat uit een spel/zangstuk en dansstuk, waarbij we met zeven dansers het dansstuk zullen verzorgen. Zes dansers van wie ik fan ben. Zes dansers die mij kunnen raken met bovenal hun theaterpersoonlijkheid. En wat ben ik blij dat ik tussen hen op het podium mag staan. Al met al een bewogen jaar, vallen en opstaan, teleurstellingen, nieuwe ervaringen, werk zoeken, blijven ontwikkelen, ontdekken wat ik wil en vooral wat ik niet wil. Het leven is één grote oefening. En ik zie het als een voorrecht dat ik deze opleiding op deze school heb mogen doen. 158

159


Op dit moment begeef ik me een beetje in niemandsland. Kies ik voor dans/ zang, mijn passie, de onzekerheid, de wereld waar ik me eigenlijk niet helemaal thuisvoel, of voor sport, mijn ambitie, de zekerheid, mijn sociale leven, uitzicht op een financieel zekere toekomst. Geen idee. Maar mijn zoektocht begint bij het afmaken van mijn vierde jaar van de opleiding docent lichamelijke oefening. En wat er daarna gebeurt…

Ik kan één zijn met de dans

Matthijs van Oosthoek

Matthijs van Oosthoek

28 november 1988 / Nationale Balletacademie   Ik heb in 2008 stage gedaan bij een gerenommeerd Frans jeugdgezelschap, Europa Danse. Het was de eerste keer dat ik van het echte dansersleven mocht proeven, in een vijf maanden durende stage die mij van Parijs tot Madrid bracht, van Zwitserland naar Valladolid. Het was absoluut een hoogtepunt in mijn leven. Ik heb er alles meegemaakt: arti­stieke en technische groei, vriendschappen binnen en buiten het gezelschap opgebouwd, veel van de wereld gezien. Het leven van een artiest is echter niet altijd rozengeur en maneschijn. Het is keihard werken. Zeker voor dansers. In audities sta je met tientallen anderen, dus je bent letterlijk het zoveelste nummertje dat voorbijkomt. Het is een kwestie van opvallen en veel geluk hebben. Van mijn stage heb ik geleerd dat ik kan laten zien dat ik één kan zijn met de dans. Dat is zo waardevol. Wat ik echter ook heb geleerd, is dat je moet streven naar een geweldig doel, maar realistisch moet blijven. Ken je eigen talenten. Op het moment ben ik bezig met auditeren, dus wie weet zie je me later op het podium staan! De danswereld wordt vormgegeven door een samenwerking, eerst tussen danser en dansdocent, later tussen danser en choreograaf. De eerste samenwerking is ‘familiaal’. De dansdocent is verantwoordelijk voor het in goede banen leiden van de student. Voor de gelukkigen onder ons is er de kans om professioneel danser van niveau te worden. Dan kun je persoonlijk samenwerken met een choreograaf. Die samenwerking is zoals een werkgever met zijn werknemer, maar toch blijft het anders! In plaats van droge, 160

161


mondaine taken creëer je een kunstwerk! Kunst geeft een diepere betekenis aan het leven en onderzoekt het. Dat voel je als je op het podium staat. Je creëert een nieuwe werkelijkheid die het publiek moet overtuigen en meeslepen. Ik heb vele voorstellingen gedanst, maar ik kan er maar een paar opnoemen die er met kop en schouders boven uitstaken. In die voorstellingen was er de perfecte spanning tussen techniek en expressie. Alleen dan kan een danser overtuigend projecteren waar een stuk over gaat. Ik kijk met hoop en volharding naar de toekomst. Ik heb een lange weg afgelegd en nog een lange weg te gaan, dus ik kijk niet achterom. Ik ga alleen maar door.

Leren is loslaten en genieten

Pieternel Osinga

Pieternel Osinga

11 september 1983 / Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie

Het begon allemaal in 2007. Ik was afgestudeerd aan het Utrechts Conservatorium en wilde heel graag lessen volgen aan de Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie. En ik dacht: wie heeft daar de leiding? Ruut Weissman. Nou, dan moet ik met hem praten. Ik heb Ruut gestalkt tot hij volgens mij dacht: wie is die vrouw die mij maar blijft schrijven en mailen. Tot mijn grote vreugde kreeg ik na de nodige gesprekken en auditie drie weken les van Ruut. In drie weken heb ik nog nooit zo veel gelachen en gehuild. Het voelde als thuiskomen in een huis dat ik nog niet kende. Uiteindelijk mocht ik instromen en besefte ik op de gekste momenten – op de wc op de achtste bijvoorbeeld – dat ik gewoon op de Toneelschool zat! In mijn vierde jaar heb ik er bewust voor gekozen om een eigen voorstelling te maken om hierbij mijn kennis van het Conservatorium en de Toneelschool te combineren. Dit was uiteindelijk ook voor mij de reden om ooit bij Ruut aan te kloppen. Het was een rare periode, ik heb ontzettend veel van en over mezelf geleerd. Bij tijden dacht ik: waarom ben ik ooit aan een solovoorstelling begonnen? Dan zat ik weer eens in mijn eentje in een lokaal al een uur dezelfde noot te spelen, omdat ik maar niet verder kwam met mijn compositie. Maar gek genoeg vergeet je alle ellende op het moment dat de voorstelling staat! Het moment dat je op het podium je ‘ding’ mag doen, daar 162

163


Willemijn Ottevanger

doe je het allemaal voor. Ik ben zo veel inspirerende en fantastische mensen tegengekomen tijdens het maken van deze voorstelling! Ik had deze ervaring en dit resultaat niet willen missen. Wat hierna allemaal gaat gebeuren, weet ik niet. Ik hoop op een mooie toekomst. Ik wil graag een cd opnemen, in een film spelen, muziektheater maken, presenteren, een man van wie ik houd, drie kinderen, volle zalen, met een fantastische goede band het theater in en spelen, spelen! Naar de Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie gaan, is het beste waar ik tot nu toe voor heb gekozen, met als beste leerschool: leren is loslaten en genieten!

Licht is waar mijn passie ligt

Willemijn Ottevanger 28 november 1988 / Opleiding Techniek en Theater

Nadat ik dit jaar mijn scriptie had geschreven, kreeg ik de kans om me volledig te storten op het mee­werken aan verschillende afstudeervoorstellingen binnen de Theaterschool. In het derde jaar van de opleiding heb ik gekozen voor de specialisatie lichtontwerp. Het maken van lichtontwerpen en bezig zijn met licht is waar mijn passie ligt. Ik heb er daarom voor gekozen om de lichtontwerpen te maken voor een aantal afstudeervoorstellingen van de School voor Nieuwe Dansontwikkeling en de Regie-voorstelling van Julie van den Berghe. Meewerken aan deze Regie-voorstelling in de theaterzaal van de Theaterschool zag ik als een grote uitdaging. Ik heb de opleiding erg leuk gevonden en leerde veel van de samenwerking met studenten van de andere opleidingen op de Theaterschool. Bij veel voorstellingen was ik al vanaf een heel vroeg stadium betrokken, waardoor ik vroeg in het maakproces de mogelijkheid had een goed beeld te vormen van wat de maker wilde en ik op deze manier de ideeën van de maker kon vertalen in een ontwerp. Licht kan heel sterk de dramaturgie van een stuk beïnvloeden en speelt zodoende een belangrijke rol. Daarom ga ik graag in gesprek met de makers die betrokken zijn bij een voorstelling, zodat er uiteindelijk een passend 164

165


ontwerp komt waarin ik ook plaats creëer voor mijn eigen creativiteit en artistieke visie. Wat het vak van theatertechnicus voor mij verder interessant en leuk maakt, is het werken met verschillende mensen met ieder hun eigen kijk op wat het beste is voor de voorstelling en met ieder een eigen inbreng. Het oplossen van problemen en het zorgen dat een voorstelling op tijd kan spelen, zorgt voor veel creativiteit en stressbestendigheid. Ik hoop daarom dat ik nog veel ervaring mag opdoen met het maken van voorstellingen en ze te voorzien van een passend lichtontwerp.

Het moment waarop je één bent met de beweging

Maartje Pasman

Maartje Pasman

14 augustus 1988 / Opleiding Moderne Theaterdans

Van kleins af aan droom ik er al van om van mijn passie mijn beroep te maken. En dan sta je opeens in je vierde jaar op de grens van student naar professionele danser… Onwerkelijk maar waar. Bezig zijn met dat wat je het liefste doet, je brood verdienen met je passie: dansen, improviseren, creëren, trainen, de passie en discipline, bloed, zweet en tranen, spierpijn, het publiek en de voorstelling. De veelzijdigheid van het dansvak is prachtig. Afgelopen jaar heb ik stage gelopen bij verschillende groepen. Ik ben begonnen bij het UnterwegsTheater (ARTORT 009) in Heidelberg, Duitsland. Het was een geweldige ervaring om uit mijn eigen vertrouwde cocon te stappen en twee maanden in een ander land te vertoeven. Omringd door professionele dansers, een groot locatieproject in een kerk, het was een grote onderdompeling in een nieuwe wereld. Hierna heb ik stage gelopen bij de Meekers (Alfabetsoep), een dansgezelschap voor kinderen in Rotterdam. Een compleet andere, mooie ervaring met een reeks kindervoorstellingen door heel Nederland. Op dit moment loop ik stage bij Ballet van Leth (The Match) in Den Haag. Verder heb ik meegewerkt aan Dichterbij, een samenwerkingsproject van het Noord Nederlands Toneel en Club Guy & Roni, waarbij ik samen met anderen de choreografie voor veertig jongeren verzorgde. Danser zijn is niet altijd gemakkelijk, maar de liefde die het uiteindelijk terug­ 166

167


Petra Pekolj

Blablabla lablabla­ lalablabla altijd.

geeft maakt alles weer goed. Jezelf verliezen in de dans, het moment in het hier en nu waar alles klopt en je één bent met de beweging. Het moment dat je voor het publiek staat en alles er uit kan gooien waar je zo hard voor gewerkt hebt. Het gevoel te hebben iets bij te dragen. Vooral tijdens mijn stage bij de Meekers heb ik ondervonden hoe geweldig het kan zijn om voor een kinderpubliek op te treden, de oprechtheid en openheid spat ervan af. Natuurlijk hoeft een voorstelling niet altijd te vermaken of te entertainen. Het feit dat je iets teweegbrengt bij het publiek, er iets op dat moment op het podium ontstaat, daar gaat het om. Een grote inspiratiebron voor mij was de voorstelling Spiegel van Ultima Vez. Dansers die er helemaal voor gaan, fysiek tot het uiterste gedreven worden en bij het publiek iets teweegbrengen. Maar ook muziek en beeldende kunst kunnen een vlam in mij aanwakkeren. De eerste lentezon, dwarrelende blaadjes of de mensen om mij heen. Eigenlijk is de wereld een grote inspiratiebron. Tijdens de Opleiding Moderne Theaterdans waren er meerdere projecten, lessen en ervaringen die een eyeopener voor mij waren. Onder meer de choreografieën van Sara Wiktorowicz en Giulio D’Anna, zij lieten mij echt graven in mijzelf, toonden mij nieuwe kanten en veranderden mijn perspectief. In de toekomst wil ik graag openstaan voor nieuwe ervaringen, zodat ik me kan volzuigen met informatie om uiteindelijk tot expressie te kunnen brengen waar ik voor sta, wie ik ben, wat ik doe, ik Maartje Pasman, als danseres en persoon. Ik wil nemen en geven, een publiek inspireren en met open blik de toekomst tegemoet treden.

There are no rules or the right way 168

Petra Pekolj

13 september 1987 / Opleiding Moderne Theaterdans This year I have been mostly busy with a project called Ticket to Paradise with Theatergroep DOX. It’s been a great experience to be involved in work outside school, just to feel what it actually means to be out in the field working with professionals in a new environ169


ment. I was able to perform quite a lot which was something new for me. I was in a group with 5 other people, who were all very different and inspiring. I observed them to see how they found their way around and this helped me discover my own method. What I saw is that there are no rules or the right way to be in this profession. It’s always different, always new. Of course, like everybody, I had my doubts about becoming a dancer and those doubts haven’t disappeared. But after an experience like this, I’m much calmer and more secure about things and even more curious to continue working in this direction. I am not yet sure where the future is taking me but I really hope to find my place somewhere among this group of people who are all looking for the same thing .

Comple­ te onzin is nood­ zakelijk

Emma Pelckmans

Emma Pelckmans

18 augustus 1987 / Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunst­­academie

Dus het begon bij een eerste jaar en het eindigt dan bij dit, een tekstje. Drie jaar lessen gehad waar ik achter stond en sommige die ik nog steeds complete onzin vind. Maar ook dat moet er zijn. Want ook complete onzin is noodzakelijk om jezelf te kunnen sculptureren. Je bent hier dan eindelijk gearriveerd als een bruine homp onbeduidende drab en om het kleine bolletje kern in die drab heen kruipt dan drie jaar van praten, praten, praten en met je neus tegen de grond aankijkend ‘waarom’ uit willen roepen en een klas die je reet optilt, zodat je boven alles uit kunt kijken. En dan kom je in je laatste jaar en kun je van jezelf zeggen: ‘Ik ben in ieder geval geen homp onbeduidende drab meer maar gewone drab, waar ook eens een kleurenpalet aan te pas komt.’ Je komt in contact met andere drab in de grote drabwereld en die overgang gaat redelijk natuurlijk en ik verwacht dan ook niet dat het anders zal gaan als ik een papiertje drab in mijn handen heb. Hopelijk heb ik het goed gedaan, deze vier jaar en dit tekstje. Ik heb de Eiffel­ 170

171


toren mogen beklimmen en in de kleiputten vertoefd, ik heb gelachen en gehuild, één keertje zelfs tegelijkertijd, en dat is gewoon bijzonder. Het was een privilege om hier te mogen zijn en om schoppen onder mijn reet te mogen krijgen en om mensen te mogen leren kennen waar ik heel veel om geef. Merci aan alle lieve hompjes drab, ik ga naar huis en doe mijn joggingbroek aan.

Een grote liefde voor het vertellen

Jimat Pelupessy

Jimat Pelupessy

2 december 1986 / Opleiding Docent Dans

In mijn afstudeerjaar heb ik les­ gegeven aan het Utrechts Centrum voor de Kunsten en aan Balletschool De Toverfluit in Amsterdam, en heb ik meegedanst bij De Dansers (voorheen Merkx & Dansers) in de voorstelling Pijnparadijs. Het waren uiteenlopende stages, waarbij ik op veel verschillende manieren heb leren werken, als docent en als danser. Als maker ben ik het afgelopen jaar met studiegenoot Kirsten Mieog bezig geweest met het maken van een dansstuk voor kinderen. Binnen deze activiteiten lag voor mij de nadruk vooral op de vraag: wat wil je overbrengen? Voor mij is dans op de allereerste plaats een uitdrukkingsvorm die betekenis kan geven daar waar woorden tekortschieten. Voor mij zijn de esthetiek en techniek zaken die ondergeschikt zijn aan de boodschap, maar daardoor niet onbelangrijk. Op de verschillende stageplekken heb ik vooral mijzelf leren kennen, wat voor docent en performer ik eigenlijk ben. Dat was, en is, een spannende zoektocht, die nog lang niet is afgesloten. Gelukkig maar, want ik wil nog heel lang blijven (onder)zoeken! Ik heb een grote liefde voor het vertellen, dat doe ik door middel van dans, mijn inspiratiebronnen komen vaak voort uit verhalen. Als danser en docent wil ik vooral het ‘genieten van dans’ meegeven. Waar ik het meest van heb genoten binnen de opleiding was, naast het dansen in bijzondere voorstellingen, het choreograferen van amateurdan172

173


Lonneke Peters

sers. Zij hebben nog geen last van ‘(on)bewuste-gekke-dansers-esthetiek’. Soms kan het gebrek aan lichaamsbewustzijn de mooiste en puurste bewegingen opleveren. Voor mij geen drempel op de weg van school naar de praktijk, ik zie het het liefst als een reis. Het is spannend om de Theaterschool te verlaten, maar ik ben ook toe aan een nieuwe fase. Waaruit die nieuwe fase precies zal bestaan, is op dit moment nog niet helder. Ik ga in elk geval na een schakelprogramma van een jaar aan de Universiteit van Amsterdam, beginnen aan een Master Theaterwetenschappen. Daarnaast wil ik veel projecten blijven doen. Ik heb ervaren dat ik diversiteit binnen de dingen die ik doe belangrijk vind en ik ben van mening dat verschillende projecten elkaar verrijken. Mijn danserschap maakt mij een betere docent, en andersom. Ik ben nieuws­ gierig naar hoe mijn nieuwe studie mij gaat verrijken in het dansvak.

Binnen de grenzen van geld en tijd

Lonneke Peters

18 december 1985 / Opleiding Productie Podiumkunsten

Grenzen zoeken, dat is wat ik leuk vind. Grenzen opzoeken en oprekken. Tijdens mijn opleiding ben ik voordurend bezig geweest om mijn eigen pad te bewandelen, soms tot ergernis van docenten. Wat ik altijd het leukste vond, zijn de zakelijke en commerciële kanten van kunst en cultuur. Mijn interesses zijn dan ook veel breder dan de podiumkunsten: televisie, musea en muziek spreken me ook heel erg aan. Tijdens mijn stages bij evenementenbureau De Cultuurfabriek en het Chassé Theater voelde ik mij echt op mijn plek. Daar zag ik hoe je naast de (artistieke) inhoud ook bezig kon zijn met het perfect organiseren van de randvoorwaarden. Dit wakkerde mijn interesse voor de faciliterende en commerciëlere kant van de kunsten alleen maar verder aan. Dit is wat ik wil, dit is wat ik ga doen. Wat ik leuk vind aan het werk van een productieleider is het op een praktische en zakelijke manier betrokken zijn bij de totstandkoming van een artistiek product. Het ervoor zorgen dat een artistiek leider onbezorgd zijn of 174

175


haar werk kan doen en dat, wanneer alles samenkomt, iedereen met een glimlach aan het werk is. Dat geeft mij een goed gevoel. Als je dit alles geregeld krijgt binnen de grenzen van geld en tijd, dan ben je voor mij een geslaagd productieleider. Een van de hoogtepunten van mijn Opleiding Productie Podiumkunsten was de voorstelling Keerpunt op het Centraal Station van Amsterdam tijdens het Over het IJ Festival. Ik ben dol op treinen en treinreizen. Dus toen ik hoorde dat er een voorstelling op Amsterdam CS zou worden gemaakt, wist ik dat ik daar bij moest zijn. Twee maanden lang heb ik samen met acteurs, regisseurs, vormgevers, technici en vrijwilligers gewoond, gewerkt en geleefd op het station. Dit was ons thuis voor die twee maanden. Ik heb toen zo veel mooie plekjes gezien op het CS, die niet allemaal toegankelijk zijn voor reizigers. Deze ervaring zal ik nooit meer vergeten. Maar, voordat ik volledig het werkveld induik, ga ik nog een master in Cultural Economics and Cultural Entrepreneurship volgen aan de Erasmus Universiteit. Met deze master op zak wil ik naar Engeland, om daar in de kunsten cultuursector te gaan werken. London, here I come!

Dromen over grote theatershows op verlaten locaties

Malou Postuma

Malou Postuma

20 mei 1987 / Opleiding Productie Podiumkunsten

De Opleiding Productie Podium­ kunsten gaf mij de kans om tussen de gele taxi’s in New York te lopen, op een grasduin te zitten op Terschelling en om stage te doen bij The Wild Party, een voorstelling die is genomineerd voor een Musical Award. Maar er waren ook minder glamoureuze momenten. Ik ben voor mijn afstudeervoorstelling Puin op zoek geweest naar ‘dat ene’ verkeersbord. Ik heb voor de voorstelling Candyland in totaal minstens 1500 borden pasta gekookt en 1500 kopjes thee gezet. En voor mijn Tableau Vivant was het de uitdaging om antieke fototoestellen van voor 1900 te vinden. De combinatie van al deze dingen is wat voor mij productiewerk zo mooi 176

177


maakt. Ik geniet er van om planningen en begrotingen in Excel te maken en om er vervolgens achter te komen dat het in werkelijkheid ook echt werkt! Publiek dat blij, geïntrigeerd of gechoqueerd de zaal uitkomt, dat is voor mij een geluksmoment. De samenwerking die ik met zo veel verschillende mensen heb gehad, was inspirerend en vraagt naar meer. Ik zie mijn toekomst breder dan alleen theater en hoe dit uiteindelijk vorm gaat krijgen, laat ik op mij afkomen. Ik heb dromen over grote theatershows op verlaten locaties, dromen over precieze begrotingen tot op de cent en dromen over de organisatie van een groots evenement als de Olympische Spelen. Ik ga door op de ingeslagen weg, en laat mij inspireren en verrassen door wat er komen gaat. Van Terschelling naar New York, wie zal het zeggen?

Ik veront­ schuldig mij niet meer voor mijn aanwezig­ heid

Anne Rats

Anne Rats

18 september 1987 / Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie

Er was een dag dat ik wakker werd en dacht: ik ben een speler nu. Ik was weg van school en zat het hele seizoen bij het Nationale Toneel, het gezelschap waar ik al als klein meisje van droomde. Ik had het daar heel erg goed en de focus verschoof langzaam van mijzelfals-speler naar iets veel belangrijkers: het dienstbaar zijn aan het repetitieproces en de voorstelling. Een gezondere ontwikkeling had zich niet kunnen voordoen. Eerst een grotezaalproductie (Equus, regie Johan Doesburg), waarin ik vooral leerde heldere, concrete spelkeuzes voor mezelf te maken en te zorgen dat ik op het juiste moment ‘aan’ stond, zodat mijn zin er precies zo uit zou komen als ík het wilde, zoals het het beste in de voorstelling paste. Dat ik niet meer aan de goden was overgeleverd. Het was een mooie (te korte) tour met geweldige collega’s die me meteen voor vol aanzagen en me heel veel vertrouwen gaven. Na Equus kwam Pier Paolo Pasolini-P.P.P. (op het moment van schrijven 178

179


hebben we net de première gehad), een montagevoorstelling van Franz Marijnen in een kleine zaal van het eigen gebouw van het Nationale Toneel. Een compleet ander proces dan Equus, want geen vaststaand stuk maar een absurd grote hoeveelheid materiaal en een groep van elf spelers en een regisseur die met elkaar proberen om de kunstenaar en de mens Pasolini in al zijn facetten te belichten. Een waanzinnige klus, maar ongelooflijk mooi en leerzaam. Voor deze voorstelling heb ik een aantal fragmenten van brieven tussen Pasolini en zijn goede vriendin Silvana Mauri vertaald uit het Duits en zo heb ik organisch mijn eigen rol en plek in de voorstelling gevonden. Ik speel nu in een elftal met in de voorhoede Jeroen Spitzenberger, Jaap Spijkers en Bien de Moor. Van wie ik leer om concreet en zuiver te spelen, te gaan staan voor mijn materiaal en me niet meer te verontschuldigen voor mijn aanwezigheid. Mensen naar wie ik met ontzettend veel trots en ontroering kijk. Ik had me geen beter stagejaar kunnen wensen. Ik heb me, in de relatieve luwte van een stageplek bij een gesubsidieerd gezelschap, kunnen ontwikkelen tot een autonome speler. Ik heb gewerkt met mensen die ik bewonder, die me inspireren. Ik heb stapje voor stapje meer verantwoordelijkheid gekregen. Dat voelt goed. Ik wil de duurzaamheid, de lange termijn. Volgend seizoen kom ik terug bij het Nationale Toneel, in de tourneereprise van Dat Smoel (regie Jaap Spijkers), waarin ik dit seizoen al een andere, kleine rol vertolkte in een filmpje. Wat de rest van de toekomst betreft: ik hoop boven alles dat ik duurzaam blijk. Ik verheug me erop om heel veel kanten van dit rare, lastige, stomme, mooie, bovenal noodzakelijke vak te zien en te blijven zoeken naar wat ik mooi en belangrijk vind. Het liefst in een groot gezelschap, maar dat moeten we nog maar even afwachten‌ Ik ben een speler nu. Ik ga spelen. Ik ga niets anders meer doen dan spelen. Ik verwacht er veel van, veel voldoening. Meer heb ik niet nodig. (Samuel Beckett)

180

2 augustus 1988 / Opleiding Jazz- en Musicaldans

Rick Reekers

181


Adjunct-directeur Theaterschool, Hoofd Dans Leontien Wiering

‘Talent ontwikkelt zich op grillige wijze’ Ze straalt als ze – een en al energie – binnenstapt. Adjunct-directeur van de Theaterschool en hoofd Dans vanaf 2008 Leontien Wiering (42) is ambitieus. ‘Ik vind dat Amsterdam de school moet zijn waarvan iedereen zich in het veld nieuwsgierig afvraagt: wie zijn de vierdejaars? Wie komen er dit jaar van school?’

Avant-garde ‘Kenmerkend aan onze dansopleidingen is dat wij heel sterk de connectie met het beroepsveld zoeken. Zodat studenten zich ook heel erg meten aan dat veld, niet alleen aan medestudenten. De directeur van Het Nationale Ballet is bijvoorbeeld betrokken bij de examens van de Nationale Balletacademie. Bij de School voor Nieuwe Dansontwikkeling (SNDO) zijn de studenten in Berlijn geweest om zich binnen de internationale avant-garde te profileren. Zo proberen we onze studenten nog sterker naar de top te duwen.’ Kietelen en uitdagen ‘Ja, je moet studenten kietelen en uitdagen! Onze ambitie is een prikkelende omgeving te bieden. Ze krij182

gen hier heel veel aangeboden aan kennis, expertise en mogelijkheden. Talent ontwikkelt zich op grillige wijze. Je stopt er van alles in, maar de uitkomst blijft altijd een beetje onvoorspelbaar. Ik vind het prachtig om onze oud-studenten op de meest verrassende en verschillende plekken terug te zien.’ ‘Dit is geen beschermde opleiding waar je na je afstuderen een grote schok krijgt. We bieden een geleidelijke overgang. Studenten maken tijdens hun opleiding al kennis met mensen die op dit moment belangrijke of interessante figuren zijn in het werkveld. We nodigen veel artists in residence uit, de top aan gast­ docenten, gastchoreografen. Dus als studenten hier van school komen, zijn ze heel goed voorbereid op het beroepsveld. Ze weten hoe het is om

te werken met professionele choreografen.’ Traditionele balletschool ‘Ook sluiten we nauw aan bij nieuwe ontwikkelingen in de samenleving. Zo verzorgde Germaine Acogny afgelopen jaar workshops bij de docentenopleiding in multiple body, een methodiek waarmee je iedereen aan het dansen krijgt: kinderen, bejaarden. Bij die methodiek ga je uit van het dansplezier, het ritme en de creativiteit van mensen zelf. Dat is belangrijk in een diverse samen­ leving waarin je niet alleen dans­ docenten opleidt voor de traditionele balletschool.’ Bijzondere energie ‘Dan de nieuwe urban-ontwikkelingen. Met onze 5 o’clock class hebben we een belangrijke invoer van nieuwe urban-dansstijlen in de school, dat geeft een heel bijzondere energie. Dansers van Juste Debout, waar echt de top van de urban dance vandaan komt, geven hier ook les. Bij

moderne dans zie je dat de danser steeds meer emancipeert. De tijd dat de choreograaf voor de groep ging staan en zei: “Ik heb vannacht deze stappen bedacht, en gaan jullie die nu maar uitvoeren” is voorbij. Dansers moeten heel goed kunnen reflecteren op het artistieke proces en wat zij daarin bijdragen. Ik denk dat Amsterdam daarin echt een goede school is. Ik hoor vaak uit het veld: “Je kunt artistiek goed werken met dansers uit Amsterdam, die wachten niet passief af!”’ It’s in your hands... ‘De toekomst ligt nu eigenlijk al in hun handen! Belangrijk is om ondernemend te blijven. In de praktijk zie je dat mensen veel meer migreren tussen allerlei gezelschappen, projecten, over de hele wereld. Ondernemerschap wordt in de opleiding daarom ook heel sterk gestimuleerd. Ze maken hun eigen afstudeerprogramma, zetten hun eigen projecten op. Als je creatief en doortastend bent, is er zo veel mogelijk!’ tekst: Petra Boers

Leontien Wiering Functie: adjunct-directeur Theaterschool, hoofd Dans Sinds: 2008

183


Artistiek leider Nationale Balletacademie Hlif Svavarsdottir

‘Hoe steek je uit boven honderd anderen?’ ‘De subtiliteit in beweging, het fluisteren is belangrijk.’ Hlif Svavarsdottir (60) is sinds een halfjaar artistiek leider van de Natio­nale Balletacademie. ‘Ik vind: je moet als danser goed weten waarom je dingen doet zoals je ze doet.’

Twee hbo-diploma’s ‘De leerlingen van de Nationale Balletacademie beginnen op hun tiende jaar met twintig leerlingen. Uiteindelijk studeren er nu zo’n vijf af. Alle theorievakken – anatomie, muziekgeschiedenis, dansgeschiedenis – doen ze in het eerste jaar van het hbo. Als ze na één jaar een contract krijgen, zeggen wij: jij krijgt je diploma. Want ze hebben al zo veel competenties. Al die uren dans hebben ze er natuurlijk allang opzitten. Genoeg voor twee hbo-diploma’s!’ Spannendst ‘Klassieke dans vraagt steeds vaker dat dansers materiaal leveren, niet alleen een tool zijn in handen van de choreograaf. Als je de klassieke tra184

ditie in leven wilt houden en eraan wilt bouwen, moet je als danser je nieuwsgierigheid koesteren. Zo kun je de traditie herdefiniëren en een nieuw perspectief geven. Dat vind ik wel de grootste en spannendste uitdaging voor klassieke dansers op dit moment. Het raakt de bron van de danser: hij kan de kleur zijn, het initia­tief nemen.’ ‘De studenten die dit jaar afstuderen zijn heel sterke individuen. Jongens en meisjes die door de jaren hard geknokt hebben. De techniek moet er natuurlijk zijn, je moet fantastisch goed geschoold zijn, maar het gaat ook over: wie ben je en hoe kun je uitsteken boven die honderd anderen die voor dezelfde baan gaan. De internationale competitie is moordend

en in Nederland is er op dit moment weinig uitstroom uit de gezelschappen, omdat het onveilig is buiten.’ Monomaan én fris ‘Bijzonder aan Amsterdam is dat we samenwerken met het Nationale Ballet. Maar ook dat onze leerlingen in een gebouw zitten met andere dansers. Veel klassieke opleidingen zijn erg geïsoleerd, het hele gebouw ademt ballet, ballet, ballet. Ik denk dat het fris is dat ze met 5 o’clockleerlingen in contact komen, andere dansvoorstellingen zien. Kunnen ze daardoor wel de juiste concentrat­ie opbrengen? Dat is een spannings­ veld: klassieke training vraagt mo­no­­maan gedrag, maar dans vraagt tege­­lijkertijd ook om persoonlijk­ heden en creativiteit.’ Messias Messi ‘Ballet is fysiek de zwaarste opleiding. De essentie is dat het lichaam zo getraind is dat je daar alles mee kunt uitdrukken, een prestatie levert die exceptioneel is. Je doorbreekt

grenzen, je doet het onmogelijke. Daarmee breng je het besef dat de mens zichzelf kan overstijgen. Zoals zo’n voetballer Messi, want wat doet dat kleine manneke, met vier goals in één wedstrijd? Uitzonderlijk! Dezelfde ervaring biedt ballet. Het is een celebration van het mensenlichaam, waarbij het samenspel tussen hoofd en lijf zorgt voor een wonder.’ It’s in your hands... ‘Het is heel belangrijk om open te blijven. Tot je dertigste moet je een spons zijn. Dus niet van: deze choreograaf vind ik niet goed. Als je in een company werkt, is het aan jou om ervan te maken wat mogelijk is! En bovenal: hou vol! Laat je niet te snel ontmoedigen. Op school zijn leerlingen gewend om heel veel persoonlijke aandacht te krijgen. Dat valt weg na je afstuderen: in een gezelschap begin je achteraan in de studio en moet je jezelf naar voren vechten. De tijd dat je vooraan staat komt weer!’

tekst: Petra Boers

Hlif Svavarsdottir Functie: artistiek leider Nationale Balletacademie Sinds: 2009 Aantal afstuderenden: 4, misschien 5 of 6

185


De voorstelling zit in het universum

Milone Reigman

24 augustus 1979 / Regie Opleiding

Milone Reigman

Het is fijn om te weten dat het leren op school bijna afgelopen is. Ik zit voor mijn gevoel al zo lang op school, dat ik verlang naar een nieuwe fase. Ik besef dat wanneer ik van school ben, ik de veiligheid van een school zal missen, maar je leert nu eenmaal

door in beweging te blijven. Met gesloten ogen fantaseer ik over de toekomst. Als in een droom. Het verlangen naar een nieuw fase in mijn leven. Met knikkende knieĂŤn de beroepspraktijk in. Maar wel gedreven, enthousiast, nieuwsgierig en gemotiveerd. Loop, fiets, rij ik naar mijn werk? Heb ik een eigen gezelschap? Werk ik bij een bestaand gezelschap? Ben ik een freelancer-schrijver? Freelance-regisseur? Acteer ik zelfs, zo nu en dan?! Een van mijn meest waardevolle ontdekkingen op school is dat de voorstelling in het universum zit. Hij zit om me heen en alles wat ik zie, meemaak en doe, houdt verband met de voorstelling. Dat ik de voorstelling als het ware denk, adem, eet, drink en voel. Dat ik op zoek ben gebleven naar datgene wat zowel in vorm als inhoud overeenkomt met datgene wat ik wil vertellen. Op school heb ik vakmatige handvatten leren gebruiken, zodat ik me goed kan voorbereiden, de voorstelling kan sturen en voor een groot gedeelte begrijp wat de relevantie is van hetgeen waar ik mee bezig ben. Maar de magie die kan ontstaan bij het maken van een voorstelling, tussen mij en het artistieke team, mij en het productionele team tussen mij en het publiek, is de leerzaamste les van mijn hele schooltijd. Helpt mij zelfs door zware tijden. 186

187


Josephine van Rheenen

GREETINGS FROM ENGLAND GREETINGS FROM ENGLAND GREETINGS FROM ENGLAND GREETINGS FROM ENGLAND GREETINGS FRO

GREETINGS FROM ENGLAND GREETINGS FROM ENGLAND GREETINGS FROM ENGLAND GREETINGS FROM ENGLAND GREETINGS FRO

GREETINGS FROM ENGLAND GREETINGS FROM ENGLAND GREETINGS FROM ENGLAND GREETIN

GREETINGS FROM ENGLAND GREETINGS FROM ENGLAND GREETINGS FROM ENGLAND GREETING

188

Ik ben waarschijnlijk net iets drukker dan goed voor me is? Het is bij mij altijd hollen of stilstaan. Ik zal uren maken als regisseur. Laten zien dat dit is wat ik wil. Dat mensen in mij als ‘kunstenaar’ kunnen investeren. Drie voorstellingen per jaar gaat je niet in de koude kleren zitten. En dan de kinderen nog. Een carrière combineren met het moederschap. Ik zal het er maar druk mee hebben. Hoop voor mezelf ook nog een man? Graag één die helpt in het huishouden. Vrienden over heel de wereld? Familie over de hele wereld? Voorstellingen die spelen door het land en over de hele wereld. Ik droom voor mezelf een vol leven. Veel dierbare gebeurtenissen. Veel dierbaren. Veel lachen. Open mijn ogen en wens dit de werkelijkheid.

Als docent ga ik ervoor mensen in hun lichaam te krijgen

Josephine van Rheenen

3 oktober 1988 / Opleiding Docent Dans

Moving, A Life Philosophy Als docent ga ik ervoor mensen in hun lichaam te krijgen. Bijna alles hangt samen met je lichaam en via dans ben je dan ook met vele aspecten uit je leven bezig. Je dagelijks leven schrijft zich op je lichaam. ‘There is a point at which time ceases to exist and this is the most important moment for me: the moment of the here and now which can go into every direction.’ Ik heb als danser stage gelopen bij Vloeistof en binnenkort begin ik aan mijn vierde productie bij Merkx & Dansers. Ik heb lesgegeven aan het Dans­ 189


centrum Utrecht, het Amsterdam Dance Centre en Kunstencentrum Velsen, en daarnaast dans en choreografeer ik zelf ook veel. Ik heb enorm genoten van het werken met niet-dansers: het coachen van een theaterduo vanuit een fysiek perspectief en het maken van een choreografie met natuurkundestudenten die voornamelijk achter een boek of computer zitten. Voor die choreografie heb ik gekeken naar wat een niet-danstechnisch getraind lichaam aan een beweging toevoegt en hoe je dat theatraal kan gebruiken. Ik vind het mooi om mensen in hun eigen ‘kaalheid’ op het podium te zien en de menselijkheid in beweging. Mijn laatste maanden school heb ik doorgebracht aan de choreografieopleiding van Dartington College of Arts (Engeland): midden in de natuur, veel werken op buitenlocaties en samenwerken met andere kunstvormen. Mijn inspiratiebronnen zijn: Wim Vandekeybus, prachtig fysiek haptonomisch bewegingsmateriaal, dit zijn lichamen die dans vreten; Jerome Bell, ideeën en concepten die je aan het denken zetten over dans en wat het is. Pina Bausch, beelden, sferen en emoties die overkomen; Bambi, onlogisch wordt hier logisch; Wies Merkx, weet alles de juiste woorden te geven en de kern te doorgronden; Geraldine Brands, de beste docent die je je kan wensen. Ik choreografeer andere werelden, met andere, ongeschreven wetten waardoor onlogische dingen daar logisch en volkomen vanzelfsprekend zijn. De mens die losstaat van de conventies van onze maatschappij en de sociale normen ervan boeit me. Hoe beweegt je lichaam als je het alle vrijheid geeft? De oprechtheid die je bij mensen ziet als ze dat gevonden hebben, is waarnaar ik zoek. Niet dat ze mijn vorm overnemen, maar dat ze beweging beleven en geven. Ik ben geïnteresseerd in (contact)improvisatie, moderne dans, choreografie, dramaturgie, bewegingstheater, locatietheater, mime en multidisciplinair werk. In de toekomst wil ik nieuwe samenwerkingsverbanden aangaan met andere kunstenaars en disciplines. Verdieping in het werken met spelers en ‘niet-dansers’. Moderne dans doceren. Masteropleiding Dramaturgie. Voorstellingen dansen. Met beweging de buitenlucht in.

190

Een geboren dansdocent en een choreograaf in ontwikke­ ling

Núbia van Rijswijk 22 april 1985 / Opleiding Docent Dans

De afgelopen jaren heb ik vanuit de opleiding korte stages gedaan in het basis- en middel­baar onderwijs. Daarnaast heb ik op verschillende balletscholen danslessen gegeven, waaronder streetdance, street­jazz, peuter­ballet, kinderdans, moderne, klas­siek en jazz. Door deze stages ben ik gaan inzien wat mij het meest aanspreekt als dans­docent, zowel wat betreft het soort les als de leeftijdscategorie van de leerlingen. Ik ben een goede danser met mijn eigen kwaliteiten, een geboren dans­ docent en een choreograaf in ontwikkeling. Tijdens de afgelopen jaren heb ik mij op alle drie de vlakken kunnen ontwikkelen, terwijl ik vooraf dacht dat ik alleen opgeleid zou worden tot goede docent. Er zijn enkele docenten op de Theaterschool die ik erg goed vind, als ik van iedereen een paar kwaliteiten zou mogen gebruiken, kan ik mijn ideale persoon vormen. Mijn favoriete choreograaf is Itzik Galili, zijn manier van werken en zijn stukken vind ik geweldig. Als ik zelf een voorstelling dans, vind ik het heerlijk dat er publiek is om te kijken, daarmee te kunnen spelen en mij daarvoor te kunnen afsluiten. Tijdens mijn lessen geniet ik van de feedback van mijn leerlingen en geven zij mij de energie die ik nodig heb. Ik weet dat ik met deze opleiding gelijk in het werkveld aan de slag kan. Zeker na alle stages heb ik een positieve indruk achtergelaten en word ik steeds opnieuw benaderd of ik les wil komen geven. Er zijn genoeg lessen en projecten die ik kan doen. Maar ik ben er dit jaar achter gekomen dat ik niet alleen danslessen wil geven, maar ook nog werkzaam wil zijn in het toerisme (ik heb ook een vierjarige toerismestudie afgerond). Volgend jaar ga ik minder lesgeven en meer zelf dansen en lessen volgen. Over een paar jaar wil ik mijn eigen dansschool opstarten, maar nu ben ik daar nog niet aan toe.

191


Núbia van Rijswijk

192

Project: afstudeervoorstelling Sophie Everaerts en Núbia van Rijswijk, 2009

193


Eva van Rijn

Het grote plezier vol­ ledig terug­ vinden

Eva van Rijn

De enige die mijzelf gelukkig kan maken ben ik

Anouk Roolker

5 januari 1988 / Opleiding Jazz- en Musicaldans

Ik heb het afgelopen jaar stage gelopen in de musical Ja Zuster, Nee Zuster van V&V Entertainment. Dit heeft mij eerlijk gezegd alleen nog maar meer aan het twijfelen gebracht over waar ik precies heen wil in de toekomst. Ik twijfelde altijd al tussen de echte musicalkant, en de meer muziekrichtingen. Ook al heb ik ontzettend veel geleerd en een heel goed stagejaar gehad, nog steeds kriebelt het nog ergens: muziek, muziek, muziek… Dus over mijn beroepscarrière durf ik nog niet zo veel te zeggen. Misschien dat ik nog graag een master wil doen meer in de muziek, popacademie, rockacademie, of misschien blijf ik toch in de musicals hangen en wie weet doe ik wel allebei! Wat ik in de toekomst in ieder geval graag wil bereiken, is het grote plezier in wat ik doe weer volledig terug te vinden… waar dit dan ook is. Ik wil een nog betere zangeres worden, zonder dat wat mij mij maakt weer te verliezen. Ik wil weer liedjes gaan schrijven en gewoon ‘lekker’ muziek maken en ook zou ik graag nog andere soorten musical doen dan ik nu gedaan heb om mijn kader te vergroten.

194

1 april 1988 / Opleiding Jazz- en Musicaldans Ik ben dit jaar begonnen als Sippe Suus in The Wild Party of Urinetown in het M-Lab. Ik heb daar enorm veel geleerd van het werken met een regisseur. Het was niet makkelijk zo in het diepe gegooid te worden, tussen mensen die al jaren in het vak zitten. Maar alle vragen en onzekerheid hebben me doen beseffen dat dit echt is wat ik wil. Geen twijfel over mogelijk. 195


Na Urinetown ben ik in The Sound of Music gaan spelen. Ik begon als ‘derde non van rechts’, maar heb inmiddels drie understudy-plekken veroverd. Zo’n grote productie is totaal anders dan het M-Lab. Ik ben ontzettend blij dat ik het vak van deze compleet verschillende kanten heb kunnen meemaken. Het is een moeilijke tijd om af te studeren, omdat er maar weinig werk is. Maar het feit dat ik voor volgend seizoen al twee producties in mijn agenda heb staan, geeft me genoeg vertrouwen om in mezelf te geloven. Ik ben nog lang niet waar ik wil zijn, daar ben ik heel realistisch in. Maar dit motiveert mij nog beter mijn best te doen en er nog harder voor te vechten. Het enige doel in het leven is gelukkig zijn. En kunnen werken als musical­ artiest is op dit moment wat mij het meest gelukkig maakt. Ik zou niet zonder willen en kunnen. Want wat is er nu mooier dan geld verdienen met het volgen van je dromen? Ik vind het inspirerend te zien hoe mensen zich al zo lang staande houden in het werkveld. Al is het ieder seizoen weer de vraag of ze werk hebben. Sommige mensen zijn creatief en slim in het vinden van werk. Ik heb daar ontzettend veel respect voor en kan daar nog veel van leren. Tijdens mijn opleiding ben ik af en toe ontzettend in gevecht geweest met mijzelf. Ik heb moeten leren wie mijn echte vrienden zijn. En dat ik de enige ben die mijzelf gelukkig kan maken. Dit besef is hard en pijnlijk. Toch ben ik blij dat ik deze waarheid onder ogen kan zien, omdat het me helpt te overleven in dit vak. Hoe gelukkig ik nu ook ben in het ensemble, mijn ambities gaan verder. Ik wil nog veel beter worden dan ik nu ben, zodat ik rollen kan gaan spelen. Want dat is toch wel echt mijn droom.

Kunnen samenwer­ ken en van je publiek houden 196

Anouk Roolker

Evelyne Rossie

19 mei 1986 / Opleiding Moderne Theaterdans Afgelopen jaar liep ik stage bij de Meekers, een danstheatergezelschap voor de jeugd. Ik danste in drie verschillende producties: Alfabetsoep van Arthur Rosenfeld, Bloemen voor begin­ners, van Jaakko Toivonen en Splash van Arthur Rosenfeld. Alles bij elkaar heb ik ongeveer zeventig keer opgetreden. 197


Evelyne Rossie

198

Bij Bloemen voor beginners en Splash mocht ik actief mijn bijdrage leveren aan het creatieproces. Dit was een fantastische ervaring, je werkt samen met collega’s die inspireren, je ziet hoe een stuk tot stand komt en hoe choreografen andere werkmethoden hebben. De producties hadden een merkwaardig verschillend proces. Bloemen voor beginners werd gemaakt in een opmerkelijk korte periode van ongeveer veertien repetities voor het festival Hatchling. Ik houd van deze tijdsdruk, die door de vier dansers en de choreograaf als constructief ervaren werd. Het stuk is ontwikkeld via open improvisaties met dans, spel en voorwerpen. De improvisaties werden steeds gerichter en daaruit ontstonden ideeën voor scènes. Ik voelde me op het emotionele vlak heel erg tot dit stuk aangetrokken, de rol die ik had was werkelijk op mijn lijf geschreven. Ik hoop dat we het het komend seizoen weer mogen opvoeren. Splash is een grote productie en werd het laatste half jaar ongeveer dertig keer opgevoerd, voor het komende seizoen wordt het nog volop verkocht. Het had een creatieperiode van ongeveer drie maanden, de dansers hadden een grote input, via opdrachten werd het materiaal gecreëerd. De voorstelling bevat heel veel fantasie, dans- en acteerelementen, tijdens de voorstelling werkten we met een livevideoprojectie, een beweegbaar decor en kostuumchangementen. Deel uitmaken en toeren met een gezelschap is heel speciaal, wanneer je goed kan samenwerken met je collega’s, van je publiek houdt en je de voorstelling steeds vernieuwend voor jezelf kan houden. Dit heb ik in mijn stagejaar aan den lijve ondervonden. Voor volgend jaar zou ik dit willen combineren met dansen in kleinere, niet-conventionele projecten en het volgen van workshops, vooral in spel en dans improvisatie. Ik zal nooit kunnen stoppen met leren.

199


Artistiek leider Opleiding Moderne Theaterdans Angela Linssen

‘Ik wil ménsen in plaats van poppetjes’ ‘Als je dansers laat zijn wie ze zijn, geeft dat vrijheid.’ Artistiek leider van de Opleiding Moderne Theaterdans Angela Linssen (56) levert dansers af die een voorstelling medecreëren. ‘Wij leren ze létterlijk op eigen voeten te staan.’

Moeders rokken ‘In deze klas is echt talent, er zijn heel uitgesproken mensen. De diversiteit is groot: van heel formele dansers tot mensen die heel erg speels, creatief en crazy zijn. Het was een heel emotionele groep, we krijgen ze natuurlijk binnen op de rand van de puberteit. En als je ziet wat we van ze vragen, zo’n grote volwassenheid. Op dit moment lopen ze stages bij de Meekers, het Scapino Ballet, Dansgroep Amsterdam, Lonneke van Leth, bij Dansateliers, DOX, Station Zuid en in allerlei losse producties. Niet verkeerd! Uiteindelijk heb ik het gevoel dat dit heel sterke mensen zijn geworden die heel breed gaan uitstromen.’

200

Intelligent samenwerken ‘Als opleiding heb je een tweeledige taak. Leveren aan het veld zoals dat er is. Maar ook een nieuwe generatie stimuleren om in dat veld hun verandering in te brengen. Natuurlijk, ik leid dánsers op, die zijn in eerste instantie at service van een choreograaf, ze moeten danstechnisch op hoog niveau zijn. Maar de tijd van ik ben de choreograaf en ik spreek de waarheid is voorbij. Onze dansers zijn mede-creators, ze kunnen intelligent samenwerken met een choreograaf om een stuk tot stand te brengen, kunnen een nieuwe bewegingstaal creëren.’

Danspoppetjes ‘“Wat bijzonder om ménsen op het toneel te zien staan, in plaats van poppetjes”, hoor ik uit het veld vaak als compliment over onze dansers. Wij leren ze hier letterlijk op hun eigen voeten te staan, en niet op de voeten van iemand anders. Dat is ook waar ik mee begin als ik ga lesgeven aan tweedejaars: geef de ruimte aan die voeten, laat ze breed zijn. Dat vertaalt zich weer in hoe je ademhaalt, hoe je beweegt. Als je dansers laat zijn wie ze zijn, geeft dat vrijheid. Dan staat er een mens met een natuurlijke aanwezigheid.’ Generosity ‘Wat de dansers van hier ook écht anders maakt, is dat ze open zijn. Ik vind dat je als performer een dialoog aangaat met je publiek. Als je intern zo geconcentreerd bent dat je je afsluit van publiek en mededansers,

dan communiceer je niet. Er moet een soort generosity zijn, je moet iets willen delen, kunnen geven, aanbieden.’ It’s in your hands... ‘Specifiek aan deze generatie is dat ze enorm eager zijn, maar tegelijkertijd zijn ze ook heel snel klaar. Dat is de worsteling van deze tijd: er is zo veel input dat oppervlakkigheid op de loer ligt. Ze zijn heel bang dat ze de boot missen, terwijl ik denk: jongens, er komt nog zó veel! Ik wil ze op het hart drukken: probeer echt heel erg ver te gaan, graaf iets bijna obsessief uit. Dat is belangrijk om je eigen kunstenaarsschap te verdiepen. Anders blijft het aan de buitenkant. Diepgang ontstaat als er een persoonlijke bodem, een persoonlijk fundament onder zit. Dan raak je ook je publiek.’

tekst: Petra Boers

Angela Linssen Functie: artistiek leider Opleiding Moderne Theaterdans Sinds: 2001 Aantal afstuderenden: 12

201


Het belang van kunst voor de ontwikkeling van een samenleving

Ruth Roukema

5 december 1984 / Opleiding Productie Podiumkunsten

Ruth Roukema

Culture and Art should not be viewed as luxuries in development cooperation policy; on the contrary, they are important to create the faith, hope and commitment needed to generate development. Development often failed because of ignoring the human factor; that complex web of relationships and beliefs, values and motivations, which lie in the heart of a culture. (LOSAUK, Bangladesh) Deze woorden las ik in mijn tweede studiejaar op de website van stichting Theatre Embassy. En toen werd alles anders. Theatre Embassy is een interculturele ontwikkelingsorganisatie die samenwerkt met verschillende theaterorganisaties in ontwikkelingslanden. Ze ondersteunt deze op artistiek en organisatorisch vlak, vanuit de overtuiging dat culturele ontwikkeling aan de basis ligt van structurele armoedebestrijding. Dit is een visie die ik met volle overtuiging met hen deel. Ik moest en zou bij deze stichting stage lopen. Elke andere optie verviel. Het is gelukt om binnen te komen en ik ben vervolgens bijna zes maanden gebleven. De eerste periode als assistent van de zakelijk leider, van wie ik ontzettend veel geleerd heb over het werken in zowel de cultuursector als in de sector van ontwikkelingssamenwerking. Tegen het einde van mijn stage ben ik vervolgens naar Dakar gevlogen om organisatorische en technische ondersteuning te bieden bij de tournee van een groot muzikaal locatietheaterproject langs de kust van Senegal. We speelden een actuele, Senegalese bewerking van Op Hoop van Zegen, om de dag in een ander dorp. De ene keer in een visserswijk, dan weer aan het strand of op het plein van de vis­ afslag. Zowel voor de toeschouwers als voor de betrokken artiesten was het een unieke ervaring. De reden dat ik voor dit examenboek zo uitwijd over deze ervaring, is dat het mijn toekomst- en carrièrebeeld heeft beïnvloed. Na mijn stage heb ik mijn afstuderen grotendeels in het teken gezet van de rol van cultuur in ontwikkelingsprocessen en van interculturele en internationale samenwerking. 202

203


Roger Sala Reyner

Door veel lezen, nadenken en praten over het belang van kunst en cultuur voor de ontwikkeling van een samenleving raakte ik ook weer meer bewust van dit belang in Nederland. In een tijd waar kunst steeds vaker wordt afgeschilderd als ‘linkse hobby’, voel ik de verantwoordelijkheid om me in te zetten voor de inspiratie, verbeelding, uitwisseling en reflectie die we zo hard nodig hebben. Zowel in Nederland als ver daarbuiten.

The Unknown is my place of departure

Roger Sala Reyner

2 september 1981 / School voor Nieuwe Dansontwikkeling

I work with and through my body. Is our mind inside our body? Or our body inside our mind? I am interested in listening, devoting my attention to things I don’t know and making connections from inside to outside or from outside to inside. The Unknown is my place of departure, a place that needs my full commitment to be discovered and conquered, questioned sometimes and followed with blind devotion at other times. Making performances is a process of unveiling things from deep inside, stepping into the void and making visible the invisible. I would like to think of this as alchemy. I believe movement can become something else than just muscles, coordination, direction, motion… instead, it can reach beyond the materials and materiality of our existence through transformation and imagination. Dance as a bridge between body and something beyond, a darkness in me that needs to be embraced and that reaches far beyond myself. But dance and movement don’t come on their own. The body is a container of memories, emotions, resistance, shared experiences, intimacy… the body is media, information, culture, agreement… a means of expression and communication… The body is layered and interconnected because it is the complex reality that we live…. The body has meaning… but what does it mean to me, to you, to us? I have to secure what I know and constantly search for new meanings as they dissolve and emerge differently, changed, lit by a new light as time passes and I run into new experiences. I would like to think right now of my body as my home, a place to come back to after a long day, a shelter, a palace that offers me comfort, a sanctuary, a city that smells like the sea…

204

205


Project: dansworkshop Jongerentheater Link & Kenya

206 Performing Arts Group, Caroline Slot

Project: De Perzen, onder begeleiding van Hans Croiset

207


Ontzettend genieten en veel leren

Vivian Sauerbreij

28 november 1989 / Nationale Balletacademie

Vivian Sauerbreij

Toen ik een jaar of tien was, begon ik aan de vooropleiding van de Natio­ nale Balletacademie. Ik had geen besef van wat de opleiding precies inhield. Ik was nog heel jong en mijn amateurdanslerares had mij geadviseerd auditie te doen voor deze opleiding. Zodoende ben ik eraan begonnen. Na de eerste twee jaar begon ik te beseffen dat je elk jaar afgewezen kan worden. Toen werd het wel serieus en moest ik er goed over nadenken of ik verder wilde gaan. Ik heb besloten door te gaan, want elke dag weer had ik veel plezier. Eerst focuste ik me heel erg op klassiek ballet, omdat dat als basis wordt aangeleerd. We gingen vanuit school ook vaak naar klassieke voorstellingen. Naarmate ik ouder werd en steeds meer de danswereld ging ontdekken, werd moderne dans voor mij toch ook heel interessant en uiteindelijk wist ik zeker dat ik de moderne kant op wilde gaan. Neoklassiek mag het ook zijn. Mede door de bouw van mijn lichaam zou ik het in klassiek ballet niet heel ver kunnen schoppen: ik mis de lange benen en lange armen. Voor klassiek ballet is een specifiek lichaam nodig met bepaalde eisen, waaraan ik minder voldoe. Dit betekent niet dat een ander lichaam dan een klassiek lichaam lelijk is of minder mooi is; het zijn alleen bepaalde lijnen die voor klassiek nodig zijn. Uiteindelijk wil ik dansen bij een neoklassiek of modern dansgezelschap. Veel door de wereld reizen en heel veel meer leren en ontwikkelen, het proces van ontwikkelen zal nooit ophouden in dit vak. Er gaat een heel lang leerproces aan vooraf voor je uiteindelijk in de professionele danswereld terechtkomt. Op de vooropleiding van de Nationale Balletacademie wordt je de klassieke basis aangeleerd. Alle bewegingen gaan heel langzaam en worden heel precies geanalyseerd. Als je de basis na een aantal jaren goed beheerst, gaan de leraren de lessen meer variÍren en uitbreiden. Ik hoop mijn laatste jaar bij de Nationale Balletacademie goed af te sluiten en mijn diploma te halen. Ik zal alle ervaringen en ontwikkelingen van school meenemen naar het werkveld en ze daar zo veel mogelijk proberen uit te breiden. Komend seizoen in augustus begin ik met mijn eerste baan bij Introdans. 208

209


Ik hoop veel kansen op toneel te krijgen en ontzettend te genieten en veel te leren. Bij dit gezelschap hoopte ik te kunnen dansen, ik ben dus heel blij met mijn baan daar.

Wat is drama­ turgie in licht?

Yuri Schreuders

Yuri Schreuders

1 maart 1986 / Opleiding Techniek en Theater

Tijdens de opleiding ben ik geïnteresseerd geraakt in de manieren waarop techniek gebruikt kan worden. Techniek in een voorstelling kan een heel andere vorm aannemen dan de ondersteunende. Ik heb nooit beweerd dat dit per definitie beter is, maar een actievere en meer inhoudelijke participatie van techniek is waar mijn voorkeur naar uitgaat. Vanaf mijn derde studiejaar heb ik een specialisatie in licht en lichtontwerp gevolgd. De verdieping in dramaturgie, kunst- en muziekgeschiedenis is een eyeopener geweest voor het creatief meedenken in het maakproces. Mijn stage heb ik gedaan bij lichtontwerper Marc Heinz. In deze periode heb ik zeer veel verschillende producties en lichtontwerpen gezien. Het creëren van, praten over, voorbereiden en realiseren van een lichtontwerp heb ik meerdere malen van dichtbij ervaren. Dit was een van de meest waardevolle periodes tijdens de opleiding, omdat theorie en praktijk samenvielen op een zeer leerzame en inspirerende manier. In het collegejaar 2008/2009 heb ik samen met mijn klasgenoten Jurriaan Giele en Wannes van der Veer het initiatief genomen om techniek als uitgangspunt te nemen voor het maken van een voorstelling. Deze voorstelling, Storm, was een multidisciplinair project waaraan studenten van negen verschillende opleidingen van vier faculteiten van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten meewerkten en was begin 2009 te zien in de grote zaal van de Theaterschool. Mijn afstudeerscriptie is een onderzoek naar de betekenis van licht in een theatervoorstelling, waarin ik vragen probeer te beantwoorden als wat is dramaturgie in licht en hoe geef je met een lichtontwerp betekenis aan het verhaal of aan de boodschap die je met de voorstelling wilt vertellen. 210

211


Anna Schaap

Een ander afstudeerproject voor mij was het lichtontwerp en de uitvoering daarvan voor De tien gezworenen, een van de twee afstudeervoorstellingen van de Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie, onder regie van Gerardjan Rijnders. Verder heb ik bij beide afstudeervoorstellingen van Joost van Hezik (Regie Opleiding) het lichtontwerp gedaan. Met heel veel plezier kijk ik terug op mijn studietijd aan de Theaterschool. Tot in de theaters!

Wat een opluchting als ik niet meer naar school hoef

Anna Schaap

1 september 1984 / Opleiding Productie Podiumkunsten

Nu het moment van afstuderen bijna daar is, zijn dit ineens de laatste woorden die je schrijft voor de opleiding. Een stukje over jezelf schrijven – het voelt als een hele kluif, terwijl het juist leuk zou moeten zijn, zo aan het eind van vier jaar studeren. Maar over mijzelf schrijven is nooit mijn sterkste punt geweest in evaluaties, stageverslagen, et cetera. En zoals ik mij nu voel bij het schrijven van dit stukje, heb ik mij de afgelopen vier jaar wel eens vaker gevoeld. Als we op een vrijdagochtend bij de les Vormgeving en Theater als productiestudent opeens moesten laten zien op hoeveel creatieve manieren je op een stoel kan gaan zitten, liggen of staan, of wanneer we moesten improviseren op het thema ‘het pad en de weg’. Maar als ik terugkijk op de afgelopen vier jaar zijn dit niet de momenten die blijven hangen. Dit zijn eerder de momenten dat je het in alle drukte even niet meer zag zitten en er altijd wel iemand uit je klas je uit dit dal haalde en dit met een kop koffie probeerde goed te maken. Daarnaast vormen de stages absoluut een hoogtepunt tijdens de vier jaar studeren. In het tweede jaar een productiestage bij Het Filiaal, waarmee ik met een voorstelling naar Oerol ging, een heel leuke ervaring. En in het derde jaar mijn eerste stage bij de Nederlandse Dansdagen (productie) en een tourneestage bij Orkater met de voorstelling Kamp Holland. Zeer uitlopende ervaringen, maar des te leuker en ik heb bij allebei een erg leuke tijd gehad. 212

213


Voor de toekomst heb ik nog geen concrete plannen. Ik zie voorlopig wel wat er op mijn pad komt, en hoop de aankomende jaren nog zo veel mogelijk verschillende ervaringen op te doen in verschillende werkgebieden. Afstuderen – ik heb er lang naar uitgekeken (na twee jaar de verkeerde studie en vier jaar Opleiding Productie Podiumkunsten). Wat een opluchting moet dat zijn als ik straks niet meer naar school hoef. Nooit meer. Ik kijk uit naar het moment. Zal de school niet echt gaan missen, maar des te meer mijn lieve klasgenoten! Zonder hen was de tijd toch echt een stuk minder leuk geweest en weet ik ook niet 100 procent zeker of ik wel in vier jaar was afgestudeerd.

Het zoeken is het mooiste van het maken

Caroline Slot

Caroline Slot

6 november 1984 / Opleiding Jazzen Musicaldans

Op dit moment loop ik stage bij Muziektheater Briza in Den Haag, maar mijn stagejaar begon met een dansuitwisseling in Kenia. Met zeven anderen van Jongerentheater Link ben ik naar Nairobi geweest om een maand samen te werken met de Kenya Performing Arts Group (KPAG). We hebben gezamenlijk dans- en theaterlessen gevolgd en gegeven, presentaties en voorstellingen gegeven en workshops gegeven op scholen en in weeshuizen. Voor mij was dit een belangrijk project, omdat ik tijdens deze uitwisseling mijn passie voor dansen en theater kon combineren met mijn liefde voor reizen en kon kennismaken met verschillende mensen en gewoontes. Ik heb ervaren hoe jonge dansers zelf van verschillende dansstijlen hun eigen taal maken. Acht jongeren van KPAG zijn daarna voor drie maanden naar Nederland gekomen, in die periode heb ik mijn activiteiten met KPAG gecombineerd met activiteiten bij Briza. Bij Briza speel, zing en dans ik in verschillende producties, zoals in de kindervoorstelling Azirba, in het nieuwe programma voor volwassenen Xpectacolo en in het liedjesprogramma voor ouderen Ik heb mijn wagen volgeladen vol met liedjes en vergeet-mij-nietjes. Ik geniet enorm van het spelen voor deze verschillende doelgroepen. Voor de productie Xpectacolo 214

215


heb ik een choreografie gemaakt, geïnspireerd op dans en muziek uit Kenia. Naast deze activiteiten werk ik samen met vier andere afstuderende studenten van de Opleiding Jazz- en Musicaldans aan de voorstelling Prelude. Het stuk dat ik samen met twee anderen voor Prelude maak, is het beste te plaatsen in het ‘hokje’ muziektheater. Zelfgeschreven maar ook bestaande teksten en liederen brengen we samen en plaatsen we in een andere context. We worden ondersteund door livemuziek. Het is een geweldige zoektocht! Theater en dans betekenen voor mij het raken van mensen. Het zoeken naar hoe ik dat zelf wil doen, vind ik het mooiste van het maken van een eigen voorstelling. Er is voor mij nog veel te leren als uitvoerend danser en ik vind het fantastisch om op het podium te staan. Het lijkt me geweldig om mee te draaien in producties waar ik op dat gebied ervaring op kan doen. Maar mijn grootste droom is om op een gegeven moment zelf een dansproject op te zetten. Ergens waar het een toevoeging is voor jongeren die anders niet met dans als theatervorm te maken zouden krijgen. Door mijn ervaringen met Kenia, en eerder ook al met Ghana, heeft Afrika mijn hart heeft gestolen, maar de wereld is natuurlijk nog veel groter…

Samen­ werken met je eigen generatie

Colleen Smit

Colleen Smit

15 maart 1985 / Opleiding Productie Podiumkunsten

Produceren betekent voor mij op nieuwe plekken komen, nieuwe mensen leren kennen en samenbrengen. Als ik meewerk aan een opdracht of productie krijgt deze mijn absolute toewijding en overgave. De afgelopen jaren ben ik mezelf hier een aantal keren in tegengekomen, waardoor ik heb geleerd daar een betere balans in te vinden. Ik kan in mijn privéleven redelijk chaotisch zijn: sleutels kwijt, paspoort vergeten in de trein, mijn telefoon in de gracht... het kan mij zomaar op één dag gebeuren. Gek genoeg kost mij het organiseren voor anderen geen enkele moeite. Misschien ligt daar voor mij wel de grootste uitdaging, de chaos van een productie zo onder controle te krijgen dat ik alles in de hand heb. Wat ik bijzonder vind aan onze school is dat je leert samenwerken met je 216

217


Rodrigo Sobarzo de Larraechea

eigen generatie, ieder in zijn eigen kwaliteit. Je ontwikkelt je daarbij op meerdere facetten, zowel inhoudelijk als praktisch gezien. In de afgelopen vier jaar heb ik zowel binnen als buiten de Theaterschool aan veel verschillende producties meegewerkt. Van de nieuwe muziek in Den Haag tot aan regie­ assistentie in Maastricht, om vervolgens terug te keren en de zomer af te sluiten op de Parade. De afwisseling en de gedrevenheid van iedereen die aan een productie meewerkt, zorgen ervoor dat het vak blijft verleiden. En voor je het weet is het zover: je gaat afstuderen. Daar ga ik, met genoeg ideeën en dromen voor de toekomst en nieuwsgierig naar wat er allemaal gaat komen.

Chaos is what enve­ lopes our existence

Rodrigo Sobarzo de Larraechea

17 februari 1982 / School voor Nieuwe Dansontwikkeling

I strongly believe that art, specifically dance, is always addressing the infinite theme of CHAOS. CHAOS is what envelopes our existence. Within my work I have always been inspired by the UNKNOWN, that which is bigger than myself, the beyond. That which I cannot understand and which I can barely perceive that I’m perceiving it. A sort of infinite vibration alongside human existence, the body being completely plunged into the IMPOSSIBLE, the eternal becoming. Framing the forces of CHAOS within a theatre space; rehearsing ways of perceiving/addressing/translating chaos (rehearsed perception, sensed sensation) as my practice. Choreographing the unknown, the impossible. Celebrating the rite of the living. Always inviting more, and more. Currently working on (working title): NATURAL HISTORY (naturalis historia): mining (the mineral dance), moreness (more choreography more!) and the history of waves.

218

219


Where there is awareness there is change

Alma Söderberg

19 januari 1983 / School voor Nieuwe Dansontwikkeling

Alma Söderberg

During the previous year I have made and performed three pieces; Entertainment (ITs Choreography Award), Freedom of Speech (100 Grad Berlin audience prize) and Room Concert. I have also had the privilege to work with Martin Nachbar at the Tanz­ fabrik in Berlin and with Deborah Hay during the SNDO project Breaking the Chord. I have learned from all these experiences in different ways but in retrospect a leitmotiv seems to be the relationship between language and movement, probably because this is where my interest lies. I’m excited and refuse to be worried. I believe that the only responsibility I have towards myself and the field is to be curious of whatever direction my work takes me. I’ll start to worry when my work no longer arouses my curiosity. I decided when I was ten years old that I wanted to become a choreographer. It has been a long journey to where I am now. I’m convinced that only now can I start to find out what being a chorographer implies. John Cage: ‘I have nothing to say and I’m saying it.’ Israel Galván and Charlie Mingus make me tremble, Deborah Hay and Jeanine Durning make me attentive, Martina Gudmundson and Angela Peris Alcantud make me laugh. To work with Igor Dobricic and for the first time at school to feel someone understands you. Apart from that I have learned from everything, that is in the nature of learning, it is unstoppable. I hope to become more politically informed and involved. Yesterday, I met a man who that same day had had his deportation from Holland confirmed. He looked deep into my eyes and told me his story. The encounter changed me and my perception of the political environment in which we live, making me realize it is overshadowed by xenophobia. I want to create room in my own life for becoming more receptive to the lives of others in different situations than myself. I want to listen as a political act, knowing that where there is awareness there is change. 220

221


Eigenlijk kan alles om ons heen een groot toneel­ stuk zijn

Anouk van Sprundel

11 mei 1987 / Opleiding Techniek en Theater

Anouk van Sprundel

Sprookjes Mooie verhalen Gedichten Teksten Monologen Situaties Dromen Allerlei zaken die ons ontroeren, gelukkig, vrolijk of melancholiek kunnen maken. Eigenlijk kan alles om ons heen een groot toneelstuk zijn. Ik heb vaak genoeg dat er dingen om mij heen gebeuren en dat ik het gevoel heb dat ik in een film ben beland. Het enige wat er aan een dergelijk schouwspel mist, is een mooi melodramatisch muziekje. Dan zouden we het zo kunnen terugvinden in de eerste de beste soap. Zo heb ik regelmatig dat ik hele soaps aan het kijken ben, zomaar hier op straat in Amsterdam. Een andere situatie die me vaak overkomt, is dat ik ’s avonds laat alleen in het donker op straat loop, terugkomend van school of werk. Als klein meisje in deze stad ben ik wel eens een klein beetje bang. Ook aan deze situatie voeg ik dan allerlei onheilspellende lage tonen toe en voor ik het zelf doorheb, zit ik in een eng toneelstuk. Het vermogen om overal muziek en geluiden bij te plaatsen, heb ik vooral ontwikkeld op deze opleiding. Ik vind het een leuke uitdaging om een voorstelling kracht bij te zetten door middel van een soundscape of mooie muziek. Sferen kunnen erg goed worden neergezet met de juiste tonen en accenten. Elke voorstelling vraagt weer om een nieuw geluidsbeeld. In de toekomst hoop ik hier alleen nog maar meer gevoel voor te krijgen. Ik zou het leuk vinden om deze ontwikkeling door te laten gaan in mijn toekomstige werk. Ik heb op deze opleiding een heel leuke tijd gehad en heb mezelf op vele vlakken ontwikkeld. Ik heb van schilderkunst en nieuwe muziek leren houden en daar ben ik de docenten erg dankbaar voor. Ik heb verschillende soorten kunst veel meer leren waarderen en begrijpen. En dat is misschien nog wel het belangrijkste. Wanneer je kunst begrijpt en waardeert, kan je er zelf ook een mooi aandeel aan verlenen en zeker wanneer iedereen dit doet met zijn eigen kunst. Ik ben er klaar voor! 222

223


Artistiek leider Opleiding Jazz- en Musicaldans Eddi de Bie

‘Word effe wakker!’ Artistiek leider Eddi de Bie (61) – tenger, beweeglijk, één brok bevlogen energie – leidt sinds 2002 de Opleiding Jazz- en Musicaldans. ‘Ik zeg: zet je poorten wijd open voor nieuwe urban-dans­vormen.’

Outgoing types ‘De energie die mijn studenten meebrengen, vind ik echt heerlijk. Die extraverte, outgoing types van hey, let’s go for it!, die belanden bij Jazzen Musicaldans. De klas die dit jaar afstudeert, heeft een ontzettend grote diversiteit aan aspiraties. De één wil dansen bij een typisch urban- en jazzgezelschap, de ander richt zich op jeugdtheater, nummer drie ontdekt plotseling in zichzelf een maakkwaliteit en nummer vier, die komt hier pas binnenlopen om te vertellen dat hij een ton heeft geregeld om een eigen musical op de planken te zetten. Dat is geweldig om te zien.’ Snelkookpan voor jazztraditie ‘Jazz is tegenwoordig urban, maar het is hetzelfde ding – het komt beide van de straat. Historisch gezien ontstaat jazz uit onderdrukking. Die wordt vertaald in dans, tekst, zang. Je kunt zó de lijn doortrekken van 224

slavernij, gospel, blues, jazz, naar hiphop, breakdance, spoken word. Nadat jazzdans in de jaren tachtig werd geïncorporeerd in het officiële danscircuit kreeg het een westerse vorm. Het verschil met moderne dans werd steeds kleiner. De vraag is nu: hoe krijg je nieuwe vormen het theater in, hoe professio­ naliseer je ze? Zo’n instituut is toch een soort wit high art bolwerk. Dat maakt het moeilijk om ander “volk” binnen te krijgen. Dus bedacht de vorige directeur de 5 o’clock class, een snelkookpan om kids in negen maanden auditieklaar te maken. Het aantal kids met een interculturele achtergrond neemt nu snel toe, zodat er van onderaf vernieuwing komt. Zo kunnen we de jazztraditie voortzetten, meedoen aan het cre­ eren van een nieuw werkveld.’ Niet wachten op subsidie ‘Deze opleiding is een broed- en ontwikkelplek voor jonge mensen. Voor

de tijdgeest van nu. Dat is de kracht. Ik begin waar te nemen – en daar ben ik heel erg blij mee – dat er een nieuwe bevlogenheid komt. Als je de veelzijdigheid, de drive en de eigenheid van die jongens en meiden ziet, daar word ik megablij van. Die zitten helemaal niet te wachten op sub­ sidie, die gáán gewoon! Die zoeken nu gewoon hun plek, laten zich niet tegenhouden, en dat geeft heel veel hoop voor de toekomst. Ook in de musical zie ik beweging. De jarenvijftig-sjabloonmusical is wel een beetje uitgekauwd. Studenten kloppen aan bij M-Lab met plannen voor meer eigentijdse musi­ calvormen. Daarom is M-Lab een uitstekend instituut.’

It’s in your hands... ‘Je maakt je eigen toekomst! Dat zeg ik als ik vind dat “de familie” weer es aan het lanterfanten is. “Kunt u vooral hier en nu zijn?”, roep ik dan. “Kunt u vooral niet bedénken wat u wilt doen, maar het gewoon dóén?” Doe het en neem een risico! Wat ze ook niet mogen vergeten: “Blijf vooral wakkerrrrrrr! Niet in cóma raken!” Ik denk dat we als mensen volstrekt niet in staat zijn om in het hier en nu te zijn, behalve heel eventjes. Allemaal denken we dat de constructies in ons hoofd de werkelijkheid zijn. Maar dat is niet het hier en nu! Als je dat kunstje flikt in het theater, dan ben je als het ware uitgetreden, en niet meer geloofwaardig. Dat ziet iedereen.’ tekst: Petra Boers

Eddi de Bie Functie: artistiek leider Opleiding Jazz- en Musicaldans Sinds: 2002 Aantal afstuderenden: 16

225


Mette Stam

Na de film over Mohammed Ali ben ik als een idioot gaan touwtje sprin­ gen omdat ik wilde werken aan een droom

Mette Stam

25 februari 1986 / Opleiding Productie Podiumkunsten

Ik heb stage gelopen als assistent van de uitvoerend producent bij Ciske de Rat – de Musical van Joop van den Ende en als regieassistent bij Hollands Spoor van Johan Doesburg bij het Nationale Toneel. Deze stages hebben mij een goed beeld gegeven over de werkwijzen bij commercieel en bij gesubsidieerd toneel. Ik ben klaar om te gaan werken en heb heel veel zin om mijn carrière te gaan beginnen. Ik ben van plan om een brede werkervaring op te doen als productiemedewerker, om daarna als producent aan het werk te gaan op diverse gebieden, meer dan theater. Productieleider leek vijf jaar geleden ver en onbereikbaar. Nu kan ik volmondig zeggen dat ik het ben, al moet ik mezelf natuurlijk nog wel ontwikkelen. Mijn magische moment in het theater ligt in de band tussen de gebeurtenissen op het toneel en het publiek. Dat je voelt dat er gecommuniceerd wordt tussen beide partijen, puur omdat er naar elkaar geluisterd wordt tussen de woorden door. Ik heb geen idool of groot voorbeeld. De meeste inspiratie haal ik uit mensen die geen idéé hebben dat ze mij inspiratie kunnen geven. Soms ook uit een trein, bus, vlieg- of autoreis. Maar ook uit levensverhalen in films. Nadat ik de film over Mohammed Ali had gezien, ben ik als een idioot gaan touwtjespringen in de achtertuin. Niet omdat ik wilde boksen, maar omdat ik wilde werken aan een droom – die ik toen nog niet echt voor ogen had, trouwens. Ik heb veel momenten gehad waarop ik mezelf jankend in de wc opsloot en plannen bedacht om de hele Theaterschool in de fik te zetten, zo kwaad was ik af en toe, puur op het systeem. Het belangrijkste daarvan is dat ik het vooral bij mezelf moet houden. En gewoon je mond houden. Soms hè, niet te vaak natuurlijk. Een wijze les, no spang, weet je wel. De toekomst gaat voor mij momenteel nog niet verder dan morgen. Niet omdat ik zozeer van dag tot dag leef, maar omdat ik echt helemaal geen idee heb waar ik terecht ga komen. Wel denk ik dat het goed komt. 226

227


Communi足 ceren is het moeilijkste en het mooiste

Jeffrey Steenbergen 25 maart 1986 / Opleiding Techniek en Theater

Jeffrey Steenbergen

Mijn ambities veranderen continu. Ik wil beter worden in het technisch produceren, afgewisseld met kleinere producties waarbij licht足 ontwerp meer centraal staat. In mijn tweede leerjaar ontstond het muziektheatercollectief Circus Treurdier, waarbij ik gelijk de mogelijkheid kreeg om de technische productie op me te nemen. Nu maken we jaarlijks voorstellingen waarbij ik de rol van hoofd Techniek en lichtontwerper combineer. De kick van het schijnbaar onmogelijke waarmaken en het samensmelten van disciplines is waar mijn hart sneller van gaat kloppen. Of ik in de toekomst me puur op het technische vlak blijf richten, weet ik niet; uitvoerend producent lijkt me ook erg inspirerend. De laatste twee jaar ben ik me gaan richten op technische productie in de vorm van een zelfgeschreven afstudeertraject. Tijdens mijn stages bij Nabuc足co (Companions Amsterdam) en Hairspray (V&V Entertainment) ben ik een zoektocht gestart naar mijn eigen kwaliteiten, voornamelijk gericht op tekenen, reisbaarheid en communicatie met creatives. Als assistent van het hoofd Techniek en de technisch producent kreeg ik de kans om in de start van een productie van dichtbij te zien hoe de voorstelling vorm krijgt. Communiceren is het moeilijkste en het mooiste van het vak, ik probeer altijd mijn plek te vinden en me ook zo te manifesteren. Ik heb geen specifieke voorkeur voor een voorstelling, maar neig naar dans, musical, muziektheater en concerten. Harold Pinter heeft echter een speciale plek; zijn stukken intrigeren me, ze zijn zo geschreven dat je ze tot op de kleinste details kan analyseren, terwijl hij de details niet precies prijsgeeft. Ik heb vaak dat de productie belangrijker wordt dan mijn eigen welzijn. Ik ben op zoek naar de ideale combinatie, waarbij de productie niet ten koste van mezelf gaat, maar heb het recept hiervoor nog niet gevonden. Vaker nee zeggen zou hierin een grote rol kunnen spelen. Wat de toekomst brengt is altijd de vraag. Ik hoop dat ik me mag li谷ren aan producties die entertainen, baanbrekend zijn, over the top zijn of een significante betekenis hebben in de theatercultuur. Als ik op een plek kan komen 228

229


Stephan van Steenveldt

waarbij ik mijn kwaliteiten kan vergroten, mensen kan inspireren, ontroeren of vermaken, dan ben ik voor mijn gevoel succesvol. De kleine stapjes op deze weg heb ik gezet. Het wordt nu tijd om het pad te gaan bewandelen en te zien waar het me brengt.

Als ik merk dat iemand werkt met passie, ontstaat er een opwaartse spiraal

Stephan van Steenveldt

29 maart 1989 / Opleiding Productie Podiumkunsten

Stephan van Steenveldt is een productieleider. Wie had dat ooit kunnen bedenken? Na vier jaar is het dan toch echt zover en is er een nieuwe mijlpaal bereikt in het leven dat ik volop aan het beleven ben. De combinatie van de passie voor theater en het plezier in het productionele, of zelfs zakelijke, heeft er toe geleid dat ik ben waar ik nu ben. Naast de groei in mijn carrière ben ik vooral persoonlijk gegroeid. De ontwikkeling van de groep Opleiding Productie en Podiumkunsten is voor mij een belangrijke periode geweest. De stuwing die wij bij elkaar veroorzaakten was goed en de vriendschappen die ontstonden ’s middags op de Theaterschool en ’s avonds in De Sluyswacht zijn goud waard. Deze vertrouwensband heeft ervoor gezorgd dat ik weet wie ik ben en wat ik aan anderen heb. Het werken met mensen met een echte passie werkt inspirerend voor mij en ook voor het creëren van een voorstelling of concert. Als ik merk dat iemand werkt met passie, dan ontstaat er een opwaartse spiraal. Ik hoop met veel van zulke mensen te kunnen samenwerken in de toekomst. Gedurende mijn stages bij Joop van den Ende Theaterproducties (Joseph and the Amazing Technicolor Dreamcoat) en bij Het Toneel Speelt (Op Hoop Van Zegen) heb ik geleerd om zelfverzekerd te zijn en de kansen te grijpen die je krijgt als je zelfverzekerd bent. Het vertrouwen en (dus wellicht) de verbeterde samenwerking met de rest van de club zorgen voor beter functioneren en een leukere tijd. Bij de premièrevoorstelling komt alles bij elkaar. Je hebt er maandenlang aan gewerkt met meerdere mensen en de ontlading die vrijkomt bij het ap-

230

231


plaus voelt erg lekker. Misschien wel een soort verslaving en dan weet ik weer: hier doe ik het voor. Mijn dromen zijn uitlopend. Ik hoop eigenlijk nooit te stoppen met dromen. Vanuit het concrete en nuchtere deel in mij komt er toch een planning naar boven. Ik denk dat ik op de korte termijn kleinere projecten zal gaan produceren. Ik ga dus aan de slag als productieleider. Na wat ervaring opgedaan te hebben, wil ik werken bij een vrije theaterproducent. Hierna starten als zakelijk leider of als manager bij een vaststaand theater. Eigenlijk laat ik heel veel open. Juist de afwisseling houdt het zo spannend. En uiteindelijk zul je zien, loopt het altijd anders dan verwacht. Dat mijn toekomst een heel mooie mag zijn!

We hebben niets anders nodig dan onszelf

Jolika Sudermann

Jolika Sudermann 22 augustus 1982 / Mime Opleiding

Kom je mee naar buiten? Het is mooi daar, ik heb er net nog een beetje van geproefd. We hebben niets anders nodig dan onszelf, dat vind ik geweldig! Ik hield altijd het meest van sporten waarbij je geen fiets, geen racket en geen ski’s nodig hebt. Zwemmen, rennen, wandelen. Geef mij een lege ruimte en ik maak er een laboratorium van. Als je jezelf beperkt, open je een deur naar een oneindig land. Bind je voeten maar eens strak samen en probeer je dan te verplaatsen. Daar kun je makkelijk een middag mee bezig zijn. Dat is de goede volgorde voor mij: eerst een beperking, een opdracht of een regel. Hoe gaan we dit oplossen? En dan langzaam tijdens het proberen en vechten en je laten meeslepen, als in een roes, de diepte in, snap ik waarom ik ßberhaupt deze opdracht verzon. Op die manier weet ik dan steeds meer wat het is, wat me beweegt. Het is voor mijn neus ontstaan. Zonder iets. Uit een lege ruimte. En een beetje roes. 232

233


Anne Suurendonk

6 mei 1988 / Opleiding Jazz- en Musicaldans

Gek. Dus, kom je mee? Mijn voorstelling PULSE was te zien tijdens het Playtime!-festival in hetveem theater en tijdens het ITs Festival in Frascati. Vijf spelers die ieder op eigen wijze het meest simpele ritme onderzoeken en daardoor steeds meer samen­groeien. De afgelopen twee jaar heb ik naast mijn studie ook buiten school gewerkt: als docent bij een danstheaterproject met jongeren in Duitsland en als deel van het duo Sudermann&Söderberg. Samen met Alma Söderberg (SNDO) was ik met onze korte voorstelling Freedom of Speech op tournee in Nederland, Duitsland, Slovenië en Zweden. Freedom of Speech heeft de publieksprijs van het festival 100 Grad Berlin (Sophiensaele) gewonnen en wordt de basis voor onze nieuwe productie in de winter van 2010/2011.

Er helemaal voor gaan als een state of mind

Hanna Timmers

30 januari 1987 /Opleiding Theaterdocent

Ik doe altijd alles helemaal. Zo begon ik vier jaar geleden ook ‘helemaal’ aan de Opleiding Theater­ docent. ‘Het helemaal doen’ is dit jaar heel concreet mijn thema geweest. Mijn afstudeervoorstelling En dan was de rest van je leven begonnen is een fysieke vertelvoorstelling over er hele­ maal voor gaan’. Met zes gemotiveerde spelers van het Jeugdtheaterhuis heb ik onderzoek gedaan naar wat ‘er helemaal voor gaan’ eigen­lijk is en hoe je dat doet. Mijn spelers renden de zolen van hun gympen, schreeuwden de longen uit hun lijf en bekogelden de muren in volle kracht met tennisballen. Samen met mijn klasgenoot Margriet heb ik dit jaar een theatrale lessenreeks ontwikkeld bij het middelbareschoolvak ‘Literatuur in context’. Per literaire tijdsperiode overstelpten we de leerlingen met theater. Onze leerlingen Literatuur kunnen nu in honderd minuten theatermaken met alles erop en eraan.

234

235


Hanna Timmers

In mijn afstudeerplan beschreef ik dat ik een conceptueel maker ben. Mijn concepten bevatten onderzoeken die ik zo radicaal mogelijk wil uitdiepen en uitvoeren. Maar soms voelde ik me door dit ‘helemaal’ gevangen in mijn eigen concept. Dit jaar ben ik dan naast het ‘helemaal’ ook op zoek gegaan naar vrijheid. Die vrijheid heb ik gevonden in de overdracht naar mijn spelers. Mijn taak als theaterdocent is zoeken naar hoe mijn spelers in het concept kunnen vallen, zodat het niet meer van mij is maar van hen. Zij moeten het uiteindelijk doen. Voor mij gaat spel sinds dit jaar daarom steeds meer over gewoon DOEN. Mijn speler moet werken – zich helemaal geven en het helemaal doen. Mijn speler mag aan het eind van de voorstelling denken: En nu moet ik even zitten. Maar waar ik de eerste drie jaar ‘rennend’ alles deed, merkte ik dit jaar dat ik de dingen eigenlijk pas echt kan doen als ik ‘er helemaal voor gaan’ niet als straffe bezigheid zie, maar als een state of mind. Omdat ík het doe, gebeurt het sowieso wel helemaal. En omdat mijn spelers door mij getraind zijn, doen zij het ook. Deze gedachte geeft veel vrijheid. Nu heb ik dit jaar straks helemaal gedaan, maar wat dan? Ik wil jonge spelers aan mijn concepten blijven koppelen en samen onderzoeken hoe we die concepten kunnen uitwerken. En ik droom over een busje vol kostuums, licht en boeken waar Margriet en ik mee toeren om middelbare scholieren een totale theaterbeleving te geven. Maar of dat volgend jaar al is? Er is nog geen concept. Maar ik weet zeker dat ik volgend jaar rond deze tijd denk: En nu moet ik even zitten.

Choreo­ graphy is the link between ‘I’ and the other 236

Teilo Troncy

30 maart 1985 / School voor Nieuwe Dansontwikkeling I would like to introduce myself. Even though ‘I’ is too much space for one person. In fact, I would rather see Art as the search for what part of ‘We’ is meant when I say ‘I’. Every single person possesses in his singularity a piece of the universal. 237


And my personal experience is where ‘I’ choreograph and ‘I’ dance. Choreography is the link between ‘I’ and the other, searching to dissolve boundaries constantly, as soon as I create them. In a body that could be all sensual and sensitive, explosive and viscerally contained. Where love and hate, performance and audience are coexisting. Now is the time to confront the reality of this world, outside the boundaries of the school, which obviously contains infinitely more. Hopefully a future with still a place to create, to dance, and maybe be unproductive, productively. Hopefully a future with a lot of work, a production house, and many collaborations. With money or without. In Holland and elsewhere. I would like to thank Martin Nachbar with whom I worked this year, and tried to make the invisible ephemerally sensible, by continuing the work we did with Steve Paxton during the artist in residency in 2009. Also David Zembrano who expanded my dance and reminded me that the first element of dance for me is pleasure, an immense enjoyment that I can share with others. Body Weather (Katarina Bakatsaki) that became an important part of my practice, as I consider the performing body as a thinking body. Also Liat Waysbort, Robert Steijn, Boris Charmatz, Kenzo Kusuda. Also SNDO (yes!). And many other encounters that today remain in my knowledge, in my process as a complex layer of history. And of course all my colleagues and collaborators who inspired me and continue to inspire me. [http://teilotroncy.wordpress.com]

238

Teilo Troncy

239


Yurie Umamoto

Creating and performing are very important ways for me to communicate with people

Yurie Umamoto

8 juli 1983 / School voor Nieuwe Dansontwikkeling

I find it quite difficult to point out specific moments because so many moments feel essential and somehow everything is connected and cumulative for my development. But if I have to choose one, I would say my 3rd year piece when I worked on the theme ‘emotion’. My 2nd year was a very difficult time. I had to break out of my shell, but I had no idea what to do or how to do it and became very frustrated… Afterwards when I was busy with my 3rd year piece, I became aware that something was starting to change, although I wasn’t sure what was really happening. I felt many things slowly started to develop from that point onwards. During my internship I participated in: Traditional Theater Training (Noh Theater) in Kyoto, Japan, a video project by Theo Cowley at the Jan van Eyck Academie in Maastricht, the Netherlands and Movement Research in New York, USA. It was very exciting to find myself in such different environments during my internship.. What I had thought to be ‘normal’ in one environment, was no longer ‘normal’ in another environment, and what I thought to be ‘strange’ in a certain setting was actually quite ‘normal’ in different surroundings. I felt my internship was a bit like ‘shopping’. I got a lot of inspiration from a variety of different sources. I met many people, came across diverse ways of thinking and saw many different ways of approaching art… so many people are doing so many different things. This whole internship experience made me really think about my ‘identity’ and what ‘originality’ means. What I’m doing is probably continuing a cycle of questioning, communicating and discovering. And for me it seems to be a very cumulative cycle. My work process and my life are coming together and influencing each other a lot. Creating and performing (and also teaching, I imagine…) are very important ways for me to communicate with people and also with myself. ‘The world we are living in’ and ‘People who are living in this world’.

240

241


Doch de kiezen op elkaar en daartussen hoort g’hem sissen. Vergeet mij niet

Sanne Vanderbruggen 10 oktober 1988 / Amsterdamse Toneelschool&Klein­kunstacademie

Sanne Vanderbruggen

Daar, in’t niemandsland, tussen de scherpe A van Antwerpen en de doffe van Amsterdam, zompig moerasland en vele waters. Hier en daar, lukraak geplante bomen, als vergeten pluimen op kaal­ geplukt gevogelte. Ginderdaar­ ergens staat een statig ornament, eenzaam tegen de wind. Het zijn jongensvoeten die verzuipen in schoenmaat Soldaat, waar tussen hiel en hak zonder veel moeite de wereld past. Een pan op het hoofd, een schietgeweer, bajonetsgewijs voorzien van keukenmes en plakband, in een trillende knaapkeshand. Een die het gewend is om jengelend aan een moederschort te hangen, aan papieren bootjes vouwen, een die zelfs nog geen voorzichtige vrouwenborst beroerde. Maar nu met gebalde vuist TEN OORLOG roept. Hij stampt de modder van zijn laarzen en commandeert met groot laweit een leger grassprieten. Zelfs de paardenbloemen hebben het geweten. Trots voor’t vaderland vechtend tegen noordzeewind en laaghangende lucht. Daar, in’t niemandsland, den eenzame soldaat. Met zijn kinderlijke fratsen in de loopgraaf links, zijn mannenstreken in de loopgraaf rechts. Victorie is wat ’m betaamt en geenszins zal hij zijn onderbroek wittevlagsgewijs zwaaien naar den overkant. Door het donderen der kanonnen en het fikse granaatgefluit, zal hij doormarcheren. Op natte sokken, lichtjes uit ’t gareel, naar godweetwaar, zoals een oorlogsheld behoeft. Daar, in’t braakgelegen land, met de hand op het hart, hielen bij elkander, traag verzuipend in het slijk. Doch de kiezen op elkaar en daartussen hoort g’hem sissen. Vergeet mij niet.

242

243


Thomas Vandewalle

Mijn grootste motivatie is verandering

Thomas Vandewalle 27 januari 1987 / Opleiding Productie Podiumkunsten

Geef mij een dubbele espresso, want ik ben eerder een nachtmens dan een ochtendmens. In elke vacature die ik nu zie verschijnen, is te lezen: ‘Flexibele werktijden en geen 9 to 5-mentaliteit’. Wel, als dat geen gelukstreffer is. Laat mij maar zaken regelen op de meest gekke tijdstippen en op de meest bizarre momenten. Als ik terugkijk op de afgelopen vier jaar, zijn het vooral jaren geweest van aanpassen. Ik ben niet voor niets de student die geprobeerd heeft om ‘hollandistisch gedrag’ in de Van Dale te krijgen. De grootste verschillen tussen Vlaanderen en Nederland werden mij al snel duidelijk. Daarom vond ik het derde jaar een geschikt jaar om weer eens in mijn eigen keuken rond te neuzen. Mijn beide stages deed ik in België bij NTGent en HETPALEIS. Dankzij deze gezelschappen heb ik mijn blik op de functie productie­leider erg bijgesteld. In de eerste jaren werd wel eens gezegd dat bellen en tellen de enige zaken zijn waar een productieleider goed in is – niet dus! Mijn grootste motivatie is juist verandering. Jezelf telkens opnieuw, op een andere manier ontplooien en ontwikkelen op technisch, artistiek of zakelijk vlak (en zelfs daarbuiten). Zolang ik mezelf maar keer op keer in een nieuwe omgeving kan wanen, dan voel ik me goed. Laat dat ook een van de redenen zijn waarom ik het avontuur aanging om in Nederland te komen studeren. Ik wil daarom even kort duidelijk maken aan iedereen die het me steeds blijft vragen: IK WEET NIET OF IK NU BELGIË OF NEDERLAND MOET KIEZEN. Ik heb niet voor niets vier jaar geïnvesteerd om te begrijpen dat een tosti een croque monsieur is, een vaasje niet iets is waar je bloemetjes in zet, je tegenwoordig in de trein zit en niet op de trein, en ‘bammetje’ gewoon een schattig woord is voor een boterhammetje. Mijn klasgenoten zal ik missen. Ik houd van mensen om me heen. Ik denk dat het nu even tijd wordt om te reizen, de volgende bestemming te kiezen en dan wel zien waar het eindigt. Zolang mijn avontuur niet eindigt als publiek-toiletbewaker – hoewel dat ook een mooie job kan zijn! Dat gaat dus niet gebeuren...

244

245


Geleerd om te voelen en gevoelens uit te drukken

Laura van Veen

26 januari 1987 / Opleiding Jazz- en Musicaldans

Laura van Veen

Seizoen 2009/2010 heb ik stage gelopen bij het Holland Show Ballet. Deze stage van elf maanden heeft voor mij heel veel dingen duidelijk gemaakt. Ik heb veel geleerd qua performance en werk­ervaring, en vooral heb ik heel goed kennis­gemaakt met het ‘werk­veld’. Ik vind het fijn dat we in het vierde jaar van de opleiding het werkveld in kunnen. Zo kun je alvast veel contacten maken en leer je om op eigen benen te staan. Mijn dromen en verwachtingen zijn om in mooie producties te staan. En dat de crisis van nu dit ook gaat toelaten. Het vak danser heeft voor mij veel meer betekenis gekregen. Doordat je van het werkveld hebt ‘geproefd’, weet je gewoon waar je je dingen op school voor hebt gedaan. Het is heerlijk om nu al je kennis uit te voeren. Je neemt al je leerprocessen (goed- of kwaadschiks) mee en reflecteert deze. Wanneer ik op dat podium sta, gaat er een vuurtje in mij aan. Ik geniet, ik leef, ik beweeg, ik ga op in het moment. Dat is zo’n speciaal gevoel in je. Dat is heerlijk. Ik vind het fijn om te schitteren en te zien dat het publiek geniet. Dat het publiek meegaat in het verhaal en dat ze je volgen. De connectie met het publiek. Dat je de mensen met een voldaan gevoel naar huis kan laten gaan en dat je daar dan zelf ook voldoening uit haalt. Er zijn zeker momenten geweest in de opleiding die bepalend zijn geweest voor mijn ontwikkeling. Dit was in het tweede jaar tijdens de choreografie Untrue van Gerleen Balstra. In dit proces heb ik geleerd om te voelen en gevoelens uit te drukken. Wow! Wat een verademing, gelukkig. De toekomst is spannend. Een uitdaging, daar hou ik van. Ik ga genieten van dit vak, dat sowieso!

246

247


Mijn passie ligt bij de hardwarekant van theater

Merijn Versnel

11 juli 1985 / Opleiding Techniek en Theater

Merijn Versnel

Het afgelopen jaar stond in het teken van het herschrijven van mijn scriptie. Iets wat moest gebeuren op de drempel van school en praktijk. Gek genoeg blijft school dan toch te veel liggen. Dat resulteerde in een situatie waarin ik nog met één been aan school vastzat, terwijl ik al vrij had willen zijn. Achteraf gezien is dit geen verstandige keuze geweest. Steeds meer ontdekte ik dat mijn passie ligt bij het creëren van technische installaties, het ontwerpen van rekwisieten die meer kunnen dan alleen staan of liggen. Eigenlijk de hardware-kant van theater. Inspiratie komt van voorstellingen van bijvoorbeeld Dogtroep, beeldende kunst, maar ook van Discovery Channel en onderzoek naar robots. Het moment dat wordt gecreëerd met een verrassend apparaat geeft een reactie van verbazing, een leuk soort vervreemding. Mijn andere passie is geluid. Dit omdat er op het gebied van geluid en muziek zo veel te ontdekken is. Daarom is het tijd om de speeltuin van de Theaterschool te verlaten en op weg te gaan naar avontuur.

248

249


Artistiek leider School voor Nieuwe Dansontwikkeling (Opleiding Choreografie) Gabriel Smeets

‘Jij bent nieuw onder de zon!’ In zijn kamer speelt Pergolesi en we drinken ‘de beste cappuccino van Amsterdam’. Artistiek leider Gabriel Smeets (51) weet wat hij wil – en daagt studenten daar ook toe uit: ‘Geen receptuur, maar jouw voorstelling, gemaakt vanuit jouw fascinaties.’

Botsen ‘De lichting die dit jaar afstudeert, is heel erg divers en daar ben ik ontzettend blij om. Acht individuen met allemaal hun eigen esthetiek, concepten, fascinaties en obsessies. Niet één bepaald SNDO-stijltje, daar zijn we tegenwoordig heel alert op; in ons opleidingsaanbod sluiten we aan bij wat de student wil uitzoeken. We koesteren ook nog steeds het woord “nieuw” in onze naam: New Dance Development. Wat is er nou nog nieuw onder de zon? Niets, zeg ik dan. Het is jouw bijdrage. Jij maakt het verschil. Hoe kijk jij naar het lichaam, de ruimte, de tijd, dat is nieuw.’ Japanse clichés ‘Ik wil ze vooral leren hun eigen bronnen aan te boren. De opleiding gaat 250

heel erg over: wie ben ik? Wat wil ik? Wat kan ik? Als je dát weet, kun je ook heldere stukken maken die ertoe doen voor een publiek. Een Japanse studente maakt dit jaar bijvoorbeeld een solo over de verwachtingen en clichés van niet-Japanners en in hoeverre zij daaraan moet beantwoorden. In die voorstelling zit een prachtige scheldscène. Wij zeiden: “Wat fantastisch dat je dat in het Japans doet!” Zegt zij: “Dat is helemaal geen Japans!” (lacht) We stapten dus in ons eigen cliché!’ Vunzige dingen ‘Deze generatie is geboren vanaf zeg 1980. Heel erg gewend om enorm veel informatie tegelijkertijd te absorberen via internet, mobiel, chat, tv. Ze kennen veel concentratieniveaus. Dat zie je ook terug in de ge-

laagdheid van hun voorstellingen: er is niet één dramaturgisch ontwikkelende rode draad, ze werken met video, licht, geluiden. En ze hebben genoeg van het hardcore conceptuele, ze gaan terug naar: wat is de theatrale illusie? Een mooi voorbeeld is een jongen die chat-roulette gebruikt in zijn voorstelling. Publiek dat thuis achter de webcam zit, wordt geprojecteerd op de achterwand van de zaal, en woont zo live de voorstelling bij. Dat publiek zat de meest vunzige dingen te doen, ook omdat ze gezien werden. Zoiets opent weer interessante nieuwe vragen: wat is publiek? Welke rol heb je daarbij als kunstenaar?’ Mooie filosofie ‘Op het wereldtoneel is de School voor Nieuwe Dansontwikkeling uniek. We krijgen audities van over de hele wereld. Iran, Rusland, Japan. Allemaal mensen met lef. Wij zijn heel serieus over zowel de fysieke

als de conceptuele kant van de dans. Selecteren heel goede studenten en heel goede docenten, die durven te leren van elkaar. Want ik kan nog zo’n mooie filosofie hebben over de school, uiteindelijk gaat het om wat er tussen student en docent gebeurt.’ It’s in your hands... ‘Bij de eindexamens speelt soms een Beatles-liedje door mijn hoofd: Boy, you have to carry that weight. Nu heb je al die bagage, hoe verder? Don’t give up! zeg ik. Je moet volhouden en je weg zoeken. Als je hier vier jaar hebt gestudeerd, kun je ervan uitgaan dat je zéker iets te bieden hebt. Blijf vechten voor je zaak. Soms hoor ik van afgestudeerden: “Wat kon er veel op school, ook qua techniek, al die rookmachines en lampen.” In de praktijk moet je altijd onderhandelen. Het belangrijkste daarbij is: raak je eigen originaliteit nooit kwijt.’ tekst: Petra Boers

Gabriel Smeets Functie: artistiek leider School voor Nieuwe Dansontwikkeling (Opleiding Choreografie) Sinds: 2006 Aantal afstuderenden: 8

251


Ise Verstegen

Gespeciali­ seerd in de techniek Acogny. Kort gezegd modern-Afri­ kaanse dans

Ise Verstegen

15 maart 1988 / Opleiding Docent Dans

Het zijn van danser, docent en maker geeft me de kans om constant te dansen, met geweldige mensen te werken en in ontwikkeling te zijn. Het mooiste is dat het ene het andere aanvult. Het afgelopen jaar heb ik twee maanden getraind op l’Ecole des Sables, de dansacademie van Germaine Acogny in Senegal. Ik heb me hier verder gespecia­ liseerd in de techniek Acogny, kort gezegd modern-Afrikaanse dans, en traditionele Afrikaanse dansvormen. Ik heb stage gelopen bij de 5 o’clock class en de Jeugdtheaterschool Zuidoost. Hier heb ik lesgegeven en stukken gemaakt. Verder heb ik in Senegal en in Nederland verschillende optredens gedaan. Deze ervaringen en mijn opleiding hebben mij de mogelijkheid gegeven om te gaan, te genieten en te kiezen om vrij te zijn. Tijdens mijn opleiding heb ik, door de focus op persoonlijke ontwikkeling, mijn eigen richting kunnen bepalen en veel nieuwe dingen ontdekt. Ik probeer dit de mensen met wie ik werk ook mee te geven. Zij zijn mijn grootste inspiratiebronnen, jong en oud, professional en amateur. De komende jaren zou ik willen reizen, dansen, leren, workshops geven en stukken maken. Ik hoop veel samenwerkingen aan te gaan met mensen uit verschillende culturen, om die ervaringen vervolgens overal te kunnen inzetten. Om letterlijk en figuurlijk over grenzen heen te gaan en hiermee grenzen te vervagen. Ook ga ik verder met de verdieping van de techniek Acogny, hiervoor reis ik nog minstens twee keer af naar Senegal. Ook al ben ik bijna heel mijn leven aan het dansen, nu begint het pas echt! Dit komt vooral doordat ik geleerd heb eigen keuzes te maken en te doen wat ik belangrijk vind. Ik ben benieuwd waar ik terecht ga komen en wat er op mijn pad komt. Met open blik naar de toekomst!

252

253


Daan Visser

Het begon in de tutu van mijn nichtjes

Daan Visser

1 mei 1990 / Nationale Ballet­ academie

Het begon allemaal heel lang geleden, rond mijn vijfde levensjaar in de tutu van mijn nichtjes. Toen ik acht was probeerde ik een balletles, ik moest roze balletschoenen dragen en al snel zei ik aju, paraplu. Op mijn tiende was ik ineens door het dolle en ben ik aan de vooropleiding begonnen van de Nationale Balletacademie. En nu zijn we hier. De laatste twee jaar heb ik veel ervaring mogen opdoen, bij het gezelschap Introdans in 2008/2009 en daarna zes maanden met Europa Danse in Frankrijk. Gelukkig heb ik mij kunnen ontwikkelen tot de danser die ik wil zijn. Het verschil tussen school en een gezelschap is toch groot. In een gezelschap heb je langere repetities, er wordt sneller gewerkt en de concurrentie voor de jongens is groter dan op school. Wat mij opvalt, is dat ik veel gelukkiger was als danser in het professionele werkveld, waarschijnlijk doordat ik hier veel op het toneel heb gestaan, wat mij voldoening geeft. Mijn grootse inspiratie vind ik door voorstellingen te zien, video’s op het internet te bekijken, audities doen, maar ook door mijn dansvrienden en gek genoeg door dieren. Ik fantaseer de hele dag door over theater. We hebben op school een workshop gehad met Michael Schumacher, de Forsythemeester in mijn ogen. Hij heeft ons een hoop hulpmiddelen uitgelegd om bepaalde bewegingen te benaderen en dat sprak mij erg aan. Ook choreografen als Kylian, Mats Ek, Alexander Ekman, Lightfoot & León en Wayne McGregor inspireren mij. Het moment dat ik dans gaat er iets door mij heen wat ik niet zo heel goed in woorden kan omschrijven, dans is een lichaamstaal. Sowieso is het fijn om even je energie te kunnen verbruiken, want ik kan namelijk slecht stilzitten. Toekomstplannen heb ik ook. Ik zou graag eigen dansstukken willen maken. Het belangrijkste is dat ik een leuke baan vind als danser, waarin ik mij kan ontwikkelen en mijn ei kwijt kan. Het is belangrijk dat ik fysiek heel blijf en genoeg energie heb, dus dat is ook een streven.  Het blijft spannend, ik zie wel waar het schip strandt. Hopelijk strandt het op een leuk eiland. 254

255


Met verschil­ lende mensen op verschillende plekken, totaal verschillende dingen maken

Sophie de Vries

10 februari 1987 / Opleiding Theaterdocent

Sophie de Vries

Na vier ongelooflijk inspirerende, leerzame, drukke en zwetende jaren op de Theaterschool ga ik dan nu als drie­ëntwintigjarige theatermaakster het werkveld in. Het vak dat ik in deze vier jaar heb geleerd, is ontzettend breed. Ik heb het gevoel dat ik met veel verschillende mensen, op verschillende plekken, totaal verschillende dingen kan maken. En dat voelt als een heel groot goed! Zo maakte ik dit jaar theater met onder anderen Duitse jongeren in Berlijn, op een asielzoekerscentrum, met drie generaties Surinaamse vrouwen en met veertig jongeren van theatergroep Jong RAST. In het tweede jaar kregen we een theaterpedagogieproject van Minke van den Berg en Frances Sanders. Tijdens dit project werd mij duidelijk hoe sterk het ‘doceren’ en het ‘maken’ met elkaar verbonden zijn en sindsdien heb ik in al mijn projecten die verbinding ook gezocht. Theater is een kunstvak en dus probeer je in het lesgeven ook altijd bezig te zijn met het maken van kunst. Ik merk dat dit voor mij erg belangrijk is. Dit jaar stond in het teken van een onderzoek naar en een verdieping van ‘mijn stijl’. Mijn afstudeervoorstelling was voor dat onderzoek erg belangrijk. Ik werk met achttien jonge spelers die een verhaal vertellen over de liefde op basis van de mythe Atalanta. Een reconstructie van hoe deze mythe gebeurd zou kunnen zijn en wat de spelers daar van vinden. Het zijn veel spelers en het is verschrikkelijk druk, maar tegelijkertijd verschrikkelijk leuk. Ik werk vanuit een vaste structuur, waarin de spelers en ik samen zoeken naar hun eigenheid. Als die eigenheid is gevonden, kunnen ze vervolgens uit die vaste structuur breken. Zestien van de achttien jongeren komen van de Jeugdtheaterschool Zuidoost. Op die Jeugdtheaterschool ben ik zelf ooit begonnen met spelen. Ik vind het dan ook erg belangrijk om de waarde die theater voor mij heeft, met die jongeren te delen. Ik streef er niet naar dat iedereen, net als ik, het kunstvakonderwijs in gaat, maar hoop wel dat ze snappen hoe waardevol kunst en theater kunnen zijn. 256

257


Remco Went

In de toekomst wil ik vooral blijven werken met verschillende mensen op verschillende plekken. Dat ‘kameleongedrag’ van ons vak vind ik het leukst, dat inspireert. Op mijn negentiende kwam ik naar de Theaterschool om theaterdocent en -maakster te worden. Nu ben ik het. Dat is een gek idee. Gek, omdat ik mijn doel, waar ik vier jaren naartoe werkte, tot op zekere hoogte heb bereikt. Tot op zekere hoogte, omdat het in werkelijkheid nu natuurlijk allemaal pas begint.

De dingen eerst over­ dreven concreet maken

Remco Went

30 april 1985 / Opleiding Theaterdocent

In mijn afstudeerplan beschrijf ik twee lijnen, die van de ruimte en die van de beweging. Dit laatste jaar passen ook mijn afstudeeropdrachten helemaal in dit straatje. De combinatie van speler en ruimte of speler en beweging vind ik een interessant spanningsveld. Het gaat me om een evenwicht, de speler alleen is voor mij niet genoeg. Het is altijd de speler én. Bij mijn afstudeervoorstelling heb ik gemerkt dat ik werken aan tekst steeds voor me uit heb geschoven. Wanneer ik mezelf er dan uiteindelijk toch toe dwong, bleek achteraf dat de tekst was omgezet in beweging. Wat dat betreft heb ik een haat-liefdeverhouding met tekst. Er sneuvelen woorden die ik later weer mis omdat ze zo mooi zijn. Maar soms zegt een beeld of de beweging op zich al genoeg en is er geen tekst nodig. Andersom kan ook: vaak genoeg bleek een beweging te veel gedoe en kwam het tot de kern wanneer we die versimpelden en de tekst terugpakten. Een gevaar is dat de vorm de vorm blijft, waardoor de abstractie aan zeggingskracht verliest. Mooi zijn alleen is niet genoeg. Karina Holla maakte in haar begeleiding bij mijn voorstelling een verhelderende opmerking. Ze zei dat ik de dingen eerst overdreven concreet moest maken. De inhoud figuratief benaderen voordat je hem abstraheert. Als je al begint bij de abstractie, heeft het geen fundering en ben je enkel anderen aan het kopiëren. Door te 258

259


vertrekken vanuit je eigen concrete kern, kan je pas komen tot een abstractere vorm die je eigen is. Een van mijn spelers omschreef mooi wat voor mij een theaterdocent is. We hadden het over de voorstelling die we aan het maken waren. Van wie was deze voorstelling? Van mij als regisseur, van de spelers of van ons allemaal? Wat is wiens aandeel? Toen zei zij: ‘Remco werkt vanuit opdrachten die bij ons een creatief proces activeren. Hij schept de kaders waarbinnen wij gezamenlijk worden aangesproken op onze verantwoordelijkheid en een vrijheid hebben om mee te denken en te maken.’ De kaders scheppen zodat de mensen met wie ik werk theater kunnen maken. Dat geldt eigenlijk voor elke doelgroep. Het enige verschil is hoe die reageert op mijn opdrachten of mijn bronnen. Mijn spelers of leerlingen leveren materiaal aan en ik reageer. In dat reageren probeer ik ze mee te nemen in mijn visie op theater en ze daarin verder te krijgen, iets te leren. Volgens mij inspireer ik meer dan dat ik pure technieken aanleer.

More freedom, more choices, more respon­ sibility, more uncertainty

Sanne Wichman

Sanne Wichman

14 oktober 1988 / Opleiding Moderne Theaterdans

Here I am, number 606870, about to graduate and ready to start on a new chapter in my life. Then I’m asked to write 400 words about my inner self, vision and experience. My first reaction is that I could write a book about it, on the other hand I’m just a student. It isn’t easy, but I’ll give it a try. During the last school year, I took part in an exchange programme with Purchase College N.Y. It was the first time I’d lived abroad for an extended period; it taught me a lot about myself and my cultural background and helped to broaden my horizon. It ignited a love, a need and interest for travel and different cultures. It was also the reason I decided on an overseas internship with the Van Huynh Company in London. This is what I longed for; to dance with a company, work hard towards a shared goal and go on tour. Things have started to come together, something that began earlier with the counter technique summer intensive. Recently, I participated in a project by Marijke de Vos for the Urban Explor260

261


ers Festival. It’s interesting and instructive, this different-similar life of a freelance dancer. More freedom, more choices, more responsibility, more uncertainty. In addition, I’ve been at school for a short, intense and inspiring project with Boris Charmatz. We also plan to make a graduation piece with Maja Delak. I feel very fortunate with this bridge year. As a dancer, I’d like to gain extra experience and develop more in the professional field. I know it won’t be easy but I’m determined to try. I hope to discover things and overcome my uncertainty. Eventually, I’d like to do much more and make a real difference in the (dance)world. I’m not afraid to keep on exploring where life takes me; it’s a curious life-long learning process. Dancing and moving is a part of me; it’s the art of mind and body, for me a passion which I both love and hate. I can express what I want in diverse ways, through movement and concepts. I’m able to share something with my audi­ ence and take them with me on a journey, captivate them with my movements. We can’t do without each other. It’s me and them, in an imagin­ary world. I’m able to transcend my limits, overcome my troubles. I could challenge them to do the same. Our reward is inspiration, feedback, motivation and joy. Life, travelling, reading, movement potential – all these things are a source of inspiration that can be expressed in movement language; so unique, special and beautiful. I’m grateful I can do this, able to reach beyond borders. I hope to experience even more and develop my skills to pass on to the next generation.

Van licht­ program­ meur naar licht­ ontwerp 262

Joost Wijgers

Joost Wijgers

9 mei 1988 / Opleiding Techniek en Theater Vier jaar Opleiding Techniek en Theater zit erop. Soms voelt het alsof ik op school woon en soms voelt het als de dag van gister dat ik voor het eerst kwam kijken op de open dag. Het wachten op de uitslagbrief met daarin de selectie voor de opleiding was ontzettend spannend, niet alleen voor mij, maar vooral voor mijn 263


Emma Wilson

moeder. Toen de brief eenmaal daar was kon het grote avontuur beginnen, een avontuur dat voorbij is voordat je het weet. De eerste twee jaren waren een heftige mix van theorielessen, praktijkworkshops en Theaterschoolprojecten. Vanaf het begin van het derde jaar ben ik me gaan specialiseren in belichting. Gedurende een paar maanden heb ik korte stages gelopen bij Het Nationale Ballet, De Nederlandse Opera, de musical Joseph en verschillende televisieprogramma’s. Bij deze stages heb ik veel ervaring opgedaan met de manier van werken bij verschillende disciplines. Ook heeft het richting gegeven aan wat ik zelf graag zou willen bereiken. Het liefst zou ik komende jaren werkervaring opdoen als lichtprogrammeur, zodat ik veel kan zien, kan meemaken en mensen kan leren kennen. Als dit lukt, zou ik graag in de toekomst de stap willen maken naar lichtontwerp van zowel theater, als televisie, als musea, maar de komende jaren blijft dat nog toekomstmuziek. Als afsluiting van mijn opleiding werk ik samen met vier klasgenoten aan een grote voorstelling van de Opleiding Jazz- en Musicaldans, waarvoor ik het lichtontwerp ga maken. Het werken als creative is een hele uitdaging, maar wel een ontzettend leuke uitdaging. Mijn passie ligt bij het maken, het bedenken van een voorstelling en een beeld. Ik hoop dat ik de kansen die ik krijg volledig kan benutten en mijn vak betrouwbaar en met passie kan uitvoeren.

Status: falling

Emma Wilson

15 april 1982 / School voor Nieuwe Dansontwikkeling

Are you a dancer? Yes. Are you a choreo­ grapher? Yes. Are you dancing? Yes. Are yooooouuuuu…? Yeeeeeeeeeeeeeeeeee eessssssssssssssssssssssssssssssssssssssss I like to be close to you. I like to snake my spine from side to side. I like to shake endlessly, for hours and hours. I like to sing love songs. I like to fall off balance and catch myself at the last moment. I like to throw myself around using a lot of momentum. I like to talk to myself, talk to you. I like to exhaust myself, embarrass myself. I like being a dancer. I like being a choreographer. I like to wear costumes with loud colours. I like to tell you how I feel. 264

265


Status: falling out of the institution into the field out of myself into the space out of questions into form from foot to foot to foot I dance to be excited to be chaotic to be ready to be angry to be political to be purified to be ugly to be silent to be consequent to be here to love to question to cry to doubt to hate to believe to be personal to be contradictory to be free to be together to be demanding to hope to celebrate

266

you & me, concept and performance: Emma Wilson

267


Artistiek leider Opleiding Docent Dans Jopie de Groot

‘Dans is maatschap­ pelijk relevant’ ‘Je kunt zó veel betekenen als dansdocent.’ Artistiek leider van de Opleiding Docent Dans, Jopie de Groot (55), weet als geen ander uit te leggen wat het belang is van amateurdans en semi-professionele dans: ‘Het ontwikkelt je persoonlijkheid, je zelfvertrouwen groeit, je gaat beter in je lijf zitten.’

Magie ‘Deze lichting bestaat uit allemaal heel mooie individuen en heel mooie dansdocenten! De groep is heel divers, individualistisch, ieder volgt écht zijn eigen pad. De een maakt een voorstelling met jonge kinderen. Prachtig om te zien hoe ze zó die magie heeft kunnen pakken met kinderen van 8 jaar. Een ander kreeg twee volwassen mannen die nog nooit hadden gedanst zo gek om samen met haar hun eigen danstaal te ontdekken en een productie te maken. Zo bijzonder.’ Gevangenissen ‘Als dansdocent heb je een maatschappelijke taak, dat vind ik heel belangrijk. De maatschappij is zo divers geworden. Je kunt voorstellingen maken met mensen in gevangenissen, achterstandswijken, 268

ziekenhuizen, met kinderen of bejaarden. Die diversiteit zie je terug in deze lichting. Een student maakte een voorstelling met een groep urban dansers uit Bijlmer. Heel mooi hoe zij haar deskundigheid kon toevoegen aan de dans van die jongens. Weer een ander combineert haar kennis als psychologe met haar docentschap. Zij maakt een dansvoorstelling op basis van kleuren met kinderen die gedragsproblemen hebben.’ Niet veilig ‘In de eerste jaren van de opleiding bieden we zo breed mogelijk aan: urban, alle hedendaagse dansstromingen, klassiek, de techniek multiple body, waarbij het accent ligt op bewegen vanuit de ruggengraat. Dat helpt studenten in het derde jaar zo goed mogelijk zelf keuzes te

maken. Ik zeg altijd: ga niet naar je eigen school terug voor een project omdat dat zo veilig is! Onderzoek nú wat je belangrijk vindt. Wélke keuze je maakt, maakt mij niet uit, als die keuze maar bij jou past.’ Vonk ‘De kern van wat ik wil overdragen is: wat kun je met welke groep? Hoe laat je mensen in hun kracht staan? Wat kunnen die mensen jou brengen? Als choreograaf met amateurs kun je niet jouw artistieke wil opleggen. De boodschap die jij met een stuk wilt vertellen, wordt pas sterk als je dansers hem ook dragen. Je moet aan hun zelfvertrouwen bouwen. Ik vind, je bent geslaagd als docent als je uit iemand weet te halen wat erin zit. Dan springt ook de vonk op het publiek over!’ 100 procent ‘Het perspectief op werk van mijn studenten is 100 procent, dat zie ik

ook aan alle uitnodigingen en kaartjes die ik ontvang van oud-studenten. Ze reizen de wereld af, geven les in yoga, tai chi, hebben hun eigen theatergroep of richten een groep op voor senioren. Ik ben daar heel trots op. Het blijft voor mij uiteindelijk heel bijzonder om mijn enorme passie voor dans over te dragen aan studenten. Het zaadje te planten, dat zij die passie ook voelen.’ It’s in your hands... ‘Wat ik studenten vooral wil meegeven: blijf durf en lef hebben om buiten de gebaande paden te treden! Zorg voor ontwikkeling. Schuw vooral geen moeilijke projecten. En mocht je aan het twijfelen slaan: weet dat je ertoe doet als docent. Dans is een andere taal, een taal waaruit iemands hele emotie spreekt, met dans beweeg je heel veel in iemand. Als docent ben je daarbij ongelooflijk belangrijk.’

tekst: Petra Boers

Jopie de Groot Functie: artistiek leider Opleiding Docent Dans Sinds: 2005 Aantal afstuderenden: 11

269


Anke Wirken

Iets is pas onmoge足 lijk als alle opties be足 keken zijn

Anke Wirken

19 november 1986 / Opleiding Productie Podiumkunsten

Ik zoek graag grenzen op. In mijn derde jaar heb ik stage gelopen bij De Paardenkathedraal, dat inmiddels De Utrechtse Spelen heet. Daar werkte ik voor het eerst mee aan een volledige productie. Het was bijzonder om de overstap van gezelschap naar stadsgezelschap, met een heel nieuwe artistieke staf, van zo dichtbij mee te maken. Mijn tweede stage was bij Stichting Nieuwe Helden, waarvoor ik een tour door Oost-Europa heb voorbereid. Omdat we nog bijna niemand kenden in Oost-Europa, was het een grote uitdaging. In het tweede jaar liep ik stage bij INSTED (International Network for Students in Theatre Directing). Daar mocht ik meewerken aan een programma voor jonge regisseurs tijdens het Internationaal Theaterschool Festival. Ook daarna ben ik bij het netwerk betrokken gebleven en ondertussen ben ik de zakelijk leider van INSTED. Het werken met verschillende instellingen en regisseurs van mijn eigen generatie en het organiseren van activiteiten in binnen- en buitenland maken dit werk zo spannend! Het interessante aan de opleiding vond ik dat we het productieproces vanuit verschillende rollen hebben ervaren. Hierdoor leerde ik wat belangrijk of moeilijk is voor de mensen met wie ik als productieleider samenwerk of aan wie ik leiding geef. Dat hielp me ook om mijn eigen rol in het productieproces beter te begrijpen. De productieleider is in mijn ogen niet alleen de manager van tijd en geld, maar ook de manager van een team. Hij of zij zorgt ervoor dat iedereen zich goed voelt en alle neuzen dezelfde kant op wijzen. Als productieleider ga ik voor het uiterste. Iets is pas onmogelijk als alle opties zijn bekeken. Het liefst werk ik samen met mensen die durven te dromen, iets willen bereiken en zichzelf maar ook mij kunnen uitdagen. Er zijn nog zo veel dingen te ontdekken. Daarom wil ik na mijn afstuderen freelance gaan werken, zodat ik bijvoorbeeld eerst bij de opera kan werken en daarna op locatie ergens in de middle of nowhere. 270

271


Het gaat nu pas worden, het gaat nu pas zijn

Jason de Witt

Jason de Witt

8 juni 1980 / Opleiding Jazz- en Musicaldans

In mijn stagejaar heb ik zeven maanden in New York gezeten en daar heb ik gestudeerd op The Ailey School, Alvin Ailey American Dance Theater. Ik ben daar geworden wie ik wil zijn. Verder heb ik niet veel te zeggen over wat geweest is of hoe het was. Het begint nu pas. Het gaat nu pas worden, het gaat nu pas zijn. Wel mijn allergrootste dank aan De Bie, Jocelyn Swaaaaa!!!, mijn moeder, Anne en Julles.  Voor de deuren die op kiertjes gehouden werden,  de helpende handen die me werden gereikt, de steun die ik maar vaak genoeg nodig had en de vriendschap die ik nooit meer kwijt wil. ‘We best wear our shades, because the future is going to be bright!’ (Dr. Evil)

Ik wil dansfilms maken

Jimmy Zeehandelaar 28 december 1986 / Opleiding Jazz- en Musicaldans

Ik ben in mijn stagejaar onder andere bezig geweest met korte dansfilms. Het begon met een wedstrijd, One Minute Dance Film van Cinedans voor de Nederlandse Dans­ dagen. En meteen vond ik het heel interessant. Je kan zo veel met film, wat ook weer gevaarlijk is. Maar ik probeer het simpel en duidelijk te houden. Ik ben er achter gekomen dat dansfilms maken iets is wat ik heel graag wil doen. Met het oog op de toekomst: dichte mist. Het enige wat ik weet is dat ik wil 272

273


máken, een dansfilm, een voorstelling, een project voor een wedstrijd. En lesgeven – ik heb eerst twee jaar voor docent theaterdans gestudeerd – vind ik eigenlijk ook geweldig. Het vak danser is voor mij uitvoeren, maken én lesgeven. Maken en lesgeven staan voor mij bovenaan en dan komt het uitvoeren. Ik ben van ‘theaterdans’ gaan houden door Hans van Manen, en van dansen überhaupt door Michael Jackson. Deze twee zijn natuurlijk heel erg verschillend, maar iets wat ze allebei hebben is onder meer dat hun dans duidelijk, clean, opbouwend is. Als ik terugkijk naar bepaalde stukken die ik heb gemaakt, zie ik toch invloeden van Van Manen en in de dans die van Michael Jackson. Danser zijn is natuurlijk erg onvoorspelbaar, vanwege het werkaanbod, de blessures, et cetera. Ook al hou je van dansen, in de westerse wereld draait zo veel om geld… Toch wil ik blijven dansen, dan maar ergens in een restaurant bijverdienen als het brood op de plank begint op te raken.

Mens en ‘acteur’ laten samen­ komen

Jimmy Zeehandelaar

Wouter Zweers

8 mei 1984 / Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie

Soms sta je even stil. Soms sta je even stil en dan denk je: het gaat allemaal zo snel. Ik dacht laatst: nog drie maanden en dan is het voorbij... hier. Het is tijd, ik ga bijna weg. Je gaat doen waar je al die tijd tegen op hebt gekeken, naar uitzag en weer tegen op hebt gekeken. Je kent ook de verhalen van de jaren voor je. Hoe voelt het om voor de laatste keer op het knopje van de lift te drukken. De laatste keer de trap te pakken, omdat de lift het weer eens niet doet. De laatste keer niet kunnen kiezen – wat sowieso al mijn probleem is – bij de kantine. De laatste keer te douchen, de laatste keer je postvak legen... De laatste keer dat je als leerling tegen de wereld aan mag zeiken! Dat het van leerling naar acteur gaat. 7 juli krijg ik mijn diploma... dan is het zomer... maar dan rolt er een rilling 274

275


Wouter Zweers

over mijn huid. Ik lees dit terug en het voelt alsof ik doodga... Maar goed... er begint wel een soort van nieuw leven. Iets waar ik heel veel zin in heb. Waar ik mag kiezen wat ik wil doen. Kiezen... tja... de juiste woorden kiezen... zelfs voor dit stukje. Ik wilde naar deze school. Ik vond van mezelf dat ik deze school nodig had om mij als mens en ‘acteur’ te laten samenkomen. Het was niet altijd makkelijk, maar ik ben oh zo blij dat ik dit heb gedaan. De kracht van deze school is om jezelf te kunnen ontwikkelen. Ik heb ontzettend warme en goede mensen ontmoet en heb ook een geweldig stagejaar gehad. Ik ben begonnen aan het eind van het derde jaar met Midzomer­ nachtsdroom bij Toneelgroep Oostpool onder regie van Marcus Azzini, met alle derdejaarsstudenten van ArtEZ Toneelschool in Arnhem en een derdejaars van de acteursopleiding in Utrecht. Daarna Met Joran aan zee bij Nieuw West van Marien Jongewaard (tekst Rob de Graaf). En als laatste Late Avond Idealen bij de Vogelfabriek van Sanne Vogel. Deze mensen zijn alledrie zo verschillend en ze hebben het beste bij me naar boven kunnen halen. Dat vond ik fijn!

Je moet er zijn, goed voor jezelf zorgen en ervan genieten 276

Dior Zwennicker

26 november 1988 / Opleiding Jazz- en Musicaldans Ik vind musical een mooi vak. Je kan er veel van blijven leren. Keer op keer kom je jezelf tegen. Het is heerlijk als je bent waar je wilt zijn, dan is niets belangrijker en fijner. Maar het vak wordt vaak ook ondergewaardeerd, waardoor mijn nieuwsgierigheid naar zeker­heid soms twijfels geeft. Dit jaar loop ik stage bij Stage Entertainment en zit daarvoor in de musical Mamma Mia. Ik dans, zing en speel gedurende de hele 277


voorstelling mee in het ensemble. Doordat wij zes dagen per week en soms wel acht shows per week spelen, heb ik heel snel geleerd wat discipline is. Je moet er zijn, goed voor jezelf zorgen en ervan genieten. Het mooiste hieraan is dat ik elke avond op het podium mag staan en alles kan geven aan het publiek. Als het publiek elke avond weer uit z’n dak gaat, weet je dat je met z’n allen een mooie show hebt neergezet. Soms hoor je van mensen wat zij van de voorstelling vonden. Geweldig om iets los te maken bij iemand met jouw hobby/werk. Toen ik in het tweede jaar mezelf ging filmen tijdens de lessen, was dit voor mij best een essentiële periode. Dan zie je hoe anderen zien wie jij bent. Zo leer je jezelf op dat moment kennen. Van daaruit kun je jezelf kneden en sturen. Zelfreflectie is dus voor mij zeer belangrijk. En dat is verder in de opleiding vaker een bepalend punt geweest. Ik zie en weet dat de praktijk keihard is! Je moet vechten, kansen creëren en krijgen. Je komt er niet zomaar. Dus ik luister naar mensen en inspireer mezelf door vele dingen en door de mensen om me heen. Het is niet iets of iemand specifiek. Het is elke keer ‘iets’. Ik hoop dat ik mezelf gelukkig kan en mag blijven maken in alles wat ik doe. Of het nou dansen, musical of docentschap is: ik wil overal van hebben geproefd. Ik weet dat ik een mooie toekomst tegemoet ga.

278

Dior Zwennicker

279


De Theaterschool

Theater

directeur Theaterschool, hoofd Theater André Veltkamp

amsterdamse toneelschool& kleinkunstacademie

adjunct-directeur Theaterschool, hoofd Scenografie, Techniek en Productie en hoofd Onderwijsondersteunende afdelingen Aafje Terwey

leidt de student op tot - acteur voor het klassieke en moderne repertoiretoneel - acteur/podiumkunstenaar voor het toneel, muzikaal theater en theater­ entertainment - podiumkunstenaar/maker van eigen drama tot cabaret De school probeert de student uit te rusten met technieken, vakmanschap, artistiek inzicht, smaak en persoonlijk engagement, zodat hij of zij autonoom en met een krachtige voltage optimaal kan functioneren in de beroepspraktijk van het theater en een toevoeging daaraan kan zijn.

adjunct-directeur Theaterschool, hoofd Dans Leontien Wiering

Artistiek leider Ruut Weissman Secretariaat Bonnie van Caspel, 020-5277834 b.vancaspel@ahk.nl, Sylvia de Vlaming, 020-5277685, s.devlaming@ahk.nl Docenten, gastdocenten, regisseurs en overige medewerkers 2009-2010 Mildred Aikema, Marcus Azzini, Eva Baggerman, Wilbert Bank, Sabine Bauer, Rutger de Bekker, Eddie de Bie, Paul Binnerts, Paul Blommaert, Bart-Jan te Boekhorst, Elisabeth Boender, Marijke de Braal, Annemarie Broekhuizen, Bonnie van Caspel, Jappe Claes, Hans Croiset, Thijs Cuppen, Jurrian van Dongen, Diederik Ebbinge, Khaldoun Elmecky, Leonard Frank, Nancy Gabor, Marja Gamal, Edwin van Gelder, Rob de Graaf, Aus Greidanus, George Groot, Marlies Helder, Bas Janssen, Hans Kesting, Alex Klaasen, Bart Kiene, Niels van der Laan, Rutger Laan, Arent-Jan Linde,

280

Annet Malherbe, Hans Man in ’t Veld, Eva Mathijssen, Paul de Munnik, Jeroen de Nooijer, Bas Odijk, Peter Oskam, Leo van der Plas, Paul van der Ploeg, Lisa Portengen, Joost Prinsen, Adelheid Roosen, Lidwien Roothaan, Gerardjan Rijnders, Frances Sanders, Steven Schenk, Peggy-Jane de Schepper, Ariane Schluter, Rezy Schumacher, Jon Silber, Sieger Sloot, Michel Sluysmans, Eelco Smits, Jaap Spijkers, Menno Stijntjes, Meral Taygun, Saskia Temmink, Bambi Uden, Yorgos Valiris, André Veltkamp, Sylvia de Vlaming, Erik Vos, Jacqueline de Vries, Margriet van Waveren, Ruut Weissman, Jeroen Woe, Oscar van Woensel, Allan Zipson, Floor van Zutphen

Docenten en gastdocenten 2009-2010 Guy Biran, Hana Bobkova, Maurice Bogaert, Janine Brogt, Jappe Claes, Katharina Conradi, Thibaud Delpeut, Paulien Geerlings, Marlies Heuer, Eve Hopkins, André Joosten, Hans Kemna, Barbara Kroon, Javier López Piñón, Chris Nietvelt, Jeroen de Nooijer, Peter Oosthoek, Frieda Pittoors, Gerardjan Rijnders, Lineke Rijxman, Lidwien Roothaan, Sabine Sneijders, Rezy Schumacher, Jaap Spijkers, Meral Taygun, André Veltkamp, Ruut Weissman, Oscar van Woensel, Allan Zipson

Projectbegeleiders Jenny Arean, Thibaud Delpeut, René Groothof, Rogier in ’t Hout, Marc-Marie Huijbregts, Ine te Rietstap, Jochem Stavenuiter, J.P. den Tex, Leopold Witte

is een vierjarige bacheloropleiding waar studenten opgeleid worden tot mimespeler en/of mimetheatermaker in de profes­ sionele praktijk van de podiumkunsten. In de loop van de studie bepaalt de student waar zijn prioriteiten komen te liggen. Een afgestudeerde is minimaal een makende speler binnen het werk van andere theatermakers en maximaal de initiator van eigen voorstellingen. De opleiding levert eigenzinnige spelers en theater­ makers af met een sterk fysiek bewustzijn. Zij gebruiken de kracht van de taal van het lichaam als bron tot spelen en theatermaken.

Regie Opleiding werkt met kleine groepen van zo’n vijf studenten per jaar. In het basispakket wordt aandacht besteed aan drama­ turgie, tekstanalyse, voorstellingsanalyse, bewegingsidioom, ruimtelijke vormgeving, muzikaliteit van de taal en de vraag wat je als regisseur al dan niet tegen een acteur moet zeggen. De Regie Opleiding zoekt het midden tussen het aanleren van het nodige vakmanschap en het ontwikkelen van ieders kunstenaarschap. Artistiek leider Jappe Claes Secretariaat Marieke Plantinga, 020–5277683, the-regieopleiding@ahk.nl/ m.plantinga@ahk.nl

Mime Opleiding

Artistiek leider Loes van der Pligt Hoofddocent Maarten Lok Secretariaat Inge van Eijck, 020-5277681, mime@ahk.nl Productieleider, assistent artistiek leider Stella van Leeuwen, 020-5277684, s.vanleeuwen@ahk.nl

281


Docenten en gastdocenten 2009–2010

opleiding theaterdocent

Mime Janneke Albers, Geraldine Brans, William Dashwood, Rob List, Fried Mertens, Fabián Santarciel de la Quintana, Irene Schaltegger, Jan Taks, Riet Verhelst

leidt veelzijdige eerstegraads bevoegde theatermakers op voor de pedagogische theaterpraktijk: jeugdtheaterscholen, centra voor de kunsten, instituten en verenigingen voor het amateurtheater, kunstonderwijs op scholen, community theater, educatieve diensten van (jeugd)theatergezelschappen en theaters. De theaterdocent maakt presentaties en voorstellingen, geeft lessen en workshops en begeleidt educatieve projecten rond bezoek aan voorstellingen. Steeds meer afgestudeerden beginnen een eigen theatergroep of bieden onder eigen naam workshops en trainingen aan. Ook community theater vormt steeds meer een onderdeel van hun praktijk. In het maken van theater met amateurspelers streeft de theaterdocent naar een interdisciplinaire aanpak. Theater is lichaamskunst. Theater is ook ruimtekunst. Theater verbindt lichaamskunst met ruimtekunst in een interdisciplinaire vorm, aldus de visie van de opleiding.

Spel Simone van Ettekoven, Marlies Heuer, Karina Holla, Maarten Lok, Ria Marks, Loes van der Pligt, Esther Snelder, Sarah Ringoet Gastdocenten Jakop Ahlbom, Wilbert Bank, Jetse Bate­laan, Lotte van den Berg, Nicole Beutler, Ko van den Bosch, Dic van Duin, Mischa van Dullemen, Marcelo Evelin, Dorien Folkers, Liesbeth Gritter, Marien Jongewaard, René van ’t Hof, Martin Hofstra, Edit Kaldor, David Weber Krebs, Paul van der Laan, Jan Langedijk, Moniek Merkx, Roy Peters, Sanne van Rijn, Bianca van der Schoot, Jochem Stavenuiter, Henk Zwart, Danielle van Vree, Sanja Mitrovic Ondersteunende bewegingsvakken (dans) Katharina Conradi, Irene van Geest, Robin Berkelmans; (chikung) Jon Silber; (houding) Els Kingma; (acrobatiek) Duo Savar; (yoga) Berber Schönholzer; (improvisatie) Lily Kiari Ondersteunende vakken (stem) Marjan Linnenbank, Fons Van Tienen; (theorie) Rob de Graaf, Marijn de Langen, Jeroen de Nooijer, Florian Richter; (stagebegeleiding) Els Sorber; (muzikaal begeleiders) Bam Commijs, Florian Richter

282

Artistiek leider Bruin Otten Secretariaat Inge van Eijck, 020-5277681, opleidingtheaterdocent@ahk.nl Docenten 2006–2010 Thomas van Aalten (gaoZcollege), Carel Alphenaar (tekstbewerken), Paul Andersson Toussaint (gaoZcollege), Silvia Andringa (spelproject, tekst), Minke van den Berg (theaterpedagogie, vakessay), Peer van den Berg (spelworkshop), Mark Bergwerf (mime, videotheaterproject), Renato Bertolino (startworkshop capoeira), Yolande Bertsch (tekstworkshop), Paul Bruinsma (lichttechniek), Anna Boelens (praktijkbegeleiding), Marianne Burgers (theatervormgevingsproject

vanuit decor, maquette, praktijkbegeleiding), Alida Dors (hiphopworkshop, dancefusion), Bryan Druiventak (hiphopworkshop, breakdance), Khaldoun Elmecky (spelworkshop), Jorge Fatauros (startworkshop tango), Paul Frissen (gaoZcollege) Dorien Folkers (spel, praktijkbegeleiding, visiedocente), Dennis van Galen (theatermaken, spel, theater­oriëntatie, praktijkoriëntatie, praktijkdocent, theaterpedagogie, praktijk­ begeleiding, groepsdocent, visiedocent, begeleiding Community Miniaturen), Yagya Gaier (spelworkshop), Marja Gamal (stem, zang) Erik Gramberg (theatervormgevingsprojecten vanuit belichting, videotheaterproject, praktijkbegeleiding), Bas Heijne (gaoZcollege), Marjolijn van Heemstra (gaoZcollege), Loes Hegger (spelworkshop), Cecile Heuer (speletudes, spelpedagogie, theaterpedagogie, praktijkbegeleiding, visiedocente), Katja Hieminga (dramaturgie, tekstanalyse, theateroriëntatie, dramaturgie/regieproject, repertoire, vakessay, groepsdocent, begeleiding Community Miniaturen, Interculturele Kruisbestuiving), Karina Holla (spelworkshop, praktijkbegeleiding), Simone de Jong (spelworkshop), Arjen Kamphuis (gaoZcollege), Lenne Koning (begeleiding Community Miniaturen, praktijk van de theaterdocent, Interculturele Kruisbestuiving), Els Launspach (dramaturgie, tekstanalyse, theatergeschiedenis, vak­essay), John Lippens (videotheaterproject, praktijkbegeleiding), Marjan Linnenbank (zang), Trudi Maan (theatervormgevingsproject vanuit decor, praktijkbegeleiding), Nuria Manglano (startworkshop flamenco), Wim Meuwissen (spelworkshop), Nicoline Nagtzaam (theatervorm­ gevingsproject, praktijkbegeleiding), Matthijs Nieuwburg (zakelijke praktijk), Marjolein van Nieuwkerk (moderne dans), Bruin Otten (kostuumproject, theatermaken, theateroriëntatie, speletudes, dramaturgie/regieproject, kunstoriëntatie, dramaturgie/tekstregie, praktijkbegelei-

ding, groepsdocent, begeleiding Community Miniaturen), Jeroen de Nooijer (theatergeschiedenis), Jahan Manuela Mazhari Perez (startworkshop kalaripayat/mohini attam), Victor Mentink (praktijk van de theaterdocent), Loes van der Pligt (beeld en compositie), Job Raaymakers (spel), Peter van Roermund (stem, spel), Ragnhild Rikkelman (praktijkbegeleiding), Elike Roovers Koster (spel, praktijk van de theaterdocent, praktijk­begeleiding), Sassan Saghar Yaghmai (dans, praktijk­ begeleiding), Frances Sanders (spel, spelpedagogie, theater­pedagogie, zakelijke praktijk, praktijkbegeleiding, visiedocente), Wim Selles (muziek, praktijkbegeleiding), Hanke Sjamjoedin (dans), Jaïr Stranders (kunstfilosofie, vakessay, praktijkbegeleiding), Jan Taks (mime, praktijkbegeleiding), Jörgen Tjon A Fong (begeleiding Community Miniaturen), Sonja van der Valk (kritiekworkshop), Martijn Vorstenbosch (begeleiding Community Miniaturen), Wilko Vriesman (startworkshop aikido), Tom Willems (didactiek, theaterpedagogie, praktijk theaterdocent, praktijkbegeleiding), Loek Zonneveld (theatergeschiedenis), Tosja Zuiderhof (lichttechniek), Brechtje Zwaneveld (kunstfilosofie, vakessay)

283


Productie en Techniek

Docenten en begeleiders 2009–2010

Onderwijsbureau Scenografie, Techniek en Productie 020-527 7620, info.theatech@ahk.nl (Techniek en Theater), info.productie@ahk.nl (Productie Podiumkunsten), info.scenografie@ahk.nl (Scenografie)

Cluster Productie (communicatie) Sam Tomlow Kamerbeek; (computervaardigheden) Babette Greiner; (cultureel ondernemen, financiën/finan­ cieel management) Max van Engen; (managementvaardigheden) Cuun Haffmans; (marketing) Arjan Barel; (Nederlands/scriptiecoördinatie) Anke Nust; (organisatiekunde) Ingeborg Wegter; (personeel & organisatie) Ingeborg Wegter, Maarten Lammers; (productieorganisatie) Annebeth Vlietstra; (projectmanagement) Allard Zoutendijk, Gwenoële Trapman; (publiciteits­ productie) Fokke Uiterwaal; (recht) Jaap Versteeg, Bodine Scholten, Jacobien van Dorp, Pauline Beran; (regienotatie) Monique Wagemakers; (voorstellings­ organisatie) Alvin Williams, Lisette Tates;

Opleiding Productie Podiumkunsten De Opleiding Productie Podiumkunsten leidt productie- en voorstellingsleiders op die kunnen functioneren bij alle denkbare vormen van podiumkunst, zoals theater, dans-, muziektheater- of operavoorstellingen, bij performances, evenementen of bij de organisatie van concerten en festivals. Veel hedendaagse producties zijn zeer omvangrijk en gecompliceerd doordat er op het gebied van techniek, vormgeving en veiligheid hoge eisen worden gesteld en er veel geld mee gemoeid is. Bij de opleiding Productie Podiumkunsten komen al deze aspecten uitvoerig aan bod. De opleiding opereert tussen droom en daad: je leert artistieke ideeën van jezelf en anderen te begrijpen en te vertalen in concrete activiteiten, door bijvoorbeeld planningen, begrotingen en draaiboeken te maken. Je wordt opgeleid tot een productieleider die in staat is om communicatieve, zakelijke en organisatorische kwaliteiten te combineren met een grote creativiteit, artistiek inzicht en kennis van de werk­ wijzen binnen de podiumkunsten, inclusief de techniek. Artistiek leider Gwenoële Trapman Stafdocent Jurrien Loman

284

Cluster Podiumkunsten (beweging) Nancy van Brederode, Vivienne Deddes, Beth Holt; (cultuur­ beleid) Maarten Lammers; (dansgeschiedenis) Sylvia Slinger; (cecorontwerp) Barbara Westra; (cramaturgie) Judith Wendel; (festivals [gastlezingen]) Joop Mulder, Arthur Sonnen, Leontien Wiering, Roeland Hazendonk; (kunst- en cultuurgeschiedenis) Jan Derk van den Berg; (kostuumgeschiedenis) Ansje van Dijk; (kostuumontwerp) Fer Smit; (muziek­ geschiedenis) Paul de Roo, Michel Khalifa, Roeland Hazendonk; (stemles) Bart Kiene; (tekenen) Herbert Janse; (theatergeschiedenis) Marjan van Giel; (theater internationaal) Judith Wendel; (vormgeving en theater) Jeannette Moor Cluster Techniek (belichting) Bas de Bruin; (decorbouw) Frits van Driel; (geluid) Woedy Jageneau, Dave Krooshof, Piet Nieuwint; (hijs­ materialen) n.t.b.; (natuurkunde) Woedy Jageneau; (nieuwe media) Martin Taminiau; (projectie) Nico Bink, Bart

Visser; (reizen/ theatertechnisch tekenen) Loes Ponsioen, Lykle Hemminga, Nico Bink; (basis theatertechniek) Niko Bovenberg; Coaches/begeleiders bij de integrale projecten en stages Thérèse Adriaansens (coach cultureel ondernemingsplan), Ellen van Bunnik (scriptiebegeleiding), Pol Eggermont (coach cultureel ondernemingsplan), Lidy Ettema (stage- en projectmanagementprojectbegeleiding), Babette Greiner (coach cultureel ondernemingsplan), Edith den Hamer (coach afstudeervoorstelling), Lykle Hemminga (begeleiding locatietheaterprojecten), Benno Hoogveld (stagebegeleiding Dutch National Opera Academy), Diederik Hummelinck (scriptiebegeleiding), Bart Kalkhoven (begeleiding project De Elementen), Anja Krans (scriptiebegeleiding), Gemma van Kruijsbergen (stagebegeleiding), Wilma Kuite (coach cultureel ondernemingsplan), Jurrien Loman (projectmanagementproject-, stage- en scriptiebegeleiding), Pieter Loman (stagebegeleiding en coach afstudeervoorstelling), Jeannette Moor (begeleiding projecten De Elementen en Tableau Vivant), Alma Netten (scriptiebegeleiding), Frank Noorland (coach cultureel ondernemingsplan), Anke Nust (scriptiebegeleiding), Marten Oosthoek (coach cultureel ondernemingsplan), Gerrit Reus (scriptiebegeleiding), Puck Rudolph (begeleiding project decorconstructie- en uitvoering), Götz Schwörer (begeleiding project decorconstructie- en uitvoering), Henk Scholten (scriptiebegeleiding), Erica Smits (scriptiebegeleiding), Anneke Steffens (stagebegeleiding), Talitha Stijnman (coach cultureel ondernemingsplan), Anita Twaalfhoven (scriptiebegeleiding), Pomme van Vught (scriptiebegeleiding en coach afstudeervoorstelling), Judith Wendel (scriptiebegeleiding en begeleiding kijkstages), Rudy van Wijk (coach afstudeervoorstelling)

Opleiding Techniek en theater De Opleiding Techniek en Theater is een opleiding die studenten opleidt die actief en artistiek participeren in het maken en uitvoeren van voorstellingen. Afgestudeerden zijn creatief in het bedenken van technische oplossingen en mogelijk­heden met licht, geluid en decor, zijn breed geïnteresseerd en hebben daarnaast een vanzelfsprekend oog voor planning, organisatie en veiligheid. Het samengaan van theatermaken en techniek vraagt van studenten dat ze over een combinatie van eigenschappen beschikken: een scherp inzicht in techniek naast een groot gevoel voor theatrale kwaliteit. Artistiek leider Eddy Westerbeek Stafdocenten Anke Nust, Bart Kalkhoven en Niko Bovenberg Docenten en begeleiders 2009–2010 Techniek en vormgeving (basistheatertechniek) Nico Bovenberg; (belichting) Bas de Bruijn, Coen van der Hoeven, Reier Pos; (datatechniek) Rutger van Dijk; (decor materiaal constructie) Bart Kalkhoven, Frits van Driel, Guido Bevers; (electronica, elektrotechniek, energietechniek) Woedy Jagenau; (geluid) Dave Krooshof, Piet Nieuwint, Marc Schrader, Dennis Slot, Wim Selles, Cees Mulder;(hijsmiddelen) nnb; (materiaalkennis) Allard Zoutendijk; (mechanica en constructie, optica) Allard Zoutendijk; (ontwerpend tekenen) Fred Thoolen; (trekkenwandtechniek) Vincent Tulp; (video-ontwerp) Philip Pelgrom; (videoworkshop) Paul van der Ploeg; (wiskunde) Woedy Jagenau; (wysiwyg) Floriaan Ganzevoort

285


Theater (algemene muziekleer) Paul de Roo; (dansgeschiedenis) Sylvia Slinger; (dramaturgie) Judith Wendel; (kunst- en cultuurgeschiedenis) Jan Derk van den Berg; (muziekgeschiedenis) Paul de Roo, Michel Khalifa, Roeland Hazendonk; (theatergeschiedenis) Marjan van Giel; (vormgeving en theater) Jeannet Moor; (3-D project) Wim Selles, Wilbert Bank, Thomas Bijsterbosch, Lykle Hemminga, Jelmer Tuinstra, Philip Pelgrom Management en communicatie (arbo) Bart Kalkhoven; (autocad tekenen) Bert Middelweerd, Thijs de Bock; (computervaardigheden) Babette Greiner; (effectieve communicatie) Sam Tomlow Kamerbeek; (financiën) Harm Witteveen; (management) Cuun Haffmans; (Nederlands/scriptiecoördinatie) Anke Nust; (PGL1 en PGL2/locatieproject) Allard Zoutendijk; (productieorganisatie) Nico Bink; (programma van eisen) Gerbrand Borgdorff, Bart Kalkhoven e.a.; (projectmanagement) Allard Zoutendijk

Dans

Opleiding Moderne Theaterdans

Onderwijsbureau Dans 020-5277667, info.dans@ahk.nl

De dynamische danspraktijk vraagt om eigentijdse moderne dansers met een sterk technisch niveau en danstheatrale capaciteiten. De Opleiding Moderne Theaterdans leidt studenten op tot veelzijdige dansers, die actief deelnemen aan het maakproces van de choreograaf. Tijdens de opleiding komen zowel diverse eigentijdse dansstijlen als academisch dans aan bod op een hoog technisch niveau. De afgestudeerde dansers vinden hun plek bij de moderne en hedendaagse dansgezelschappen in binnen- en buitenland.

Nationale Balletacademie De Nationale Balletacademie leidt jong talent op tot klassieke dansers. Afgestudeerde dansers van de Nationale Ballet­ academie zijn in staat om het romantische klassieke balletrepertoire te dansen. Tevens kunnen zij op basis van de sterke klassieke ballettechniek het moderne balletrepertoire uitvoeren. De balletopleiding begint op jonge leeftijd. Kinderen vanaf tien jaar kunnen de dansopleiding combineren met regulier onderwijs. De opleiding werkt nauw samen met Het Nationale Ballet en andere dansgezelschappen in binnen- en buitenland. Artistiek leider a.i. Hlif Svavarsdottir Docenten Amanda Beck (stagebegeleiding), Grisha Chicerin (caractere), Jodi Gilbert (drama), Rinat Gizatulin (pas de deux), Marleen Grol (dansgezondheid), Erzi Hoogveld (fysieke fitheidtraining), Leila Kester (floorbarre en studiebegeleiding), Peter Koppers (klassiek en variaties), Han-Louis Meyer (muziektheorie), Lobke Mienis (dansgezondheid, fysieke fitheidtraining), Simon de Mowbray (hoofddocent klassieke dans), Josje Neuman (modern), Nancy de Wilde (dansgeschiedenis), Ted Willemsen (dansgezondheid), Joanne Zimmerman (docent klassiek en repertoire) Gastdocenten Natalia Hoffmann, Caroline Iura, Martin Meng, Hliff Svavarsdottir, Jeanette Vondersaar

286

Artistiek leider Angela Linssen Docenten Hildegard De Baets (Alexandertechniek), Tamara Beudeker (klassiek), Elisabeth Boender (filosofie), Ty Boomershine (moderne danstechniek), Grigory Chicherin (klassiek), Marta Coronado (moderne danstechniek, repetitor Anne Teresa De Keersmaeker), Grainne Delaney (drama), Katie Duck (improvisatie), Marleen Grol (dansgezondheid), Jodi Gilbert (drama), Ria Higler (exploratie), Erzi Hoogveld (coach fysieke fitheidtraining), Helga Langen (moderne danstechniek, floorbarre / Alexandertechniek, repertoire, conditietraining, repetitor, kernteam), Keren Levi (moderne danstechniek), Cecilia de Lima (mapping), Angela Linssen (docent moderne danstechniek, compositie / improvisatie, conditietraining, repetitor, stagebegeleider), Lobke Mienis (dansgezondheid), Simon de Mowbray (klassiek), Damian Munoz (moderne danstechniek, gastchoreograaf), Josje Neuman (moderne danstechniek), Junitha Plass (klassieke danstechniek), Det Rijven (studiebegeleiding), Vivianne Rodrigues de Brito (moderne danstechniek, contactimprovisatie, conditietraining, repetitor,

kernteam), Itamar Serussi-Sahar (moderne danstechniek), John Taylor (kernteam, moderne danstechniek, partnerwerk), Heide Vierthaler (klassiek, compositie, movement research), Liat Waysbort (moderne danstechniek, compositie, gastchoreograaf), Ted Willemsen (dansgezondheid), Sara Wiktorowicz (moderne danstechniek, stem en beweging), Nancy de Wilde (dansgeschiedenis), Rombout Willems (muziektheorie), Maria Inez Villasmil (improvisatie) Gastchoreografen Maja Delak, Susanna Duarte, Uri Ivgi

Opleiding Jazz- en Musicaldans De Opleiding Jazz- en Musicaldans is een unieke combinatie van dansen, zingen en spelen. Daarbij ligt het zwaartepunt bij dans. De opleiding is uniek in Europa door het brede aanbod van danstechnieken, van hiphop, ballet en tapdance tot improvisatie, zang en spel. Studenten worden opgeleid tot performers die veelzijdig inzetbaar zijn in dans-, muziektheater- en musicalgezelschappen. Artistiek leider Eddi de Bie Docenten John Agesilas (hiphop, beebob-jazz, fusion, choreografie), Gerleen Balstra (modern jazz, choreografie, coaching, tutor, onderwijsontwikkeling, lid kernteam), Amanda Beck (klassiek), Tamara Beudeker (klassiek, repertoire), Eddi de Bie (docent jazz), Bart Jan te Boekhorst (stem en beweging, musicalrepertoire, coaching), Mariette Bonger (solfège), Marco Braam (zangtechniek, ensemble­ zang, coaching), Mariette Brinkman (speltechniek, coaching, tutor), Aneudi Cabral (conditie), Ad van Dijk (solozang, ensemble zang, hoofd musical/muzikale

287


leiding, onderwijsontwikkeling, coaching, lid kernteam), Melvin Fraenk (hiphop, choreografie), Marleen Grol (dansgezondheid), Agnieta den Hartog (spel, regie, coaching, tutor, onderwijsontwikkeling, lid kernteam), Erzi Hoogveld (fysieke fitheidtraining), Henny Kamerman (Horton), Jonathan Keren (zangtechniek EVTS), Iqbal Khawaja (klassiek), Irmgard Klerx (zangtechniek, liedinterpretatie), Ayaovi Kokousse (conditie), Peter Koppers (klassiek), Boris de Leeuw (klassiek), Angela Linssen (gyrokinese), Lobke Mienis (dansgezondheid), Margot Rijven (dans & gezondheid), Ruth Roosdendaal (tap, bodybeats), Sylvia Slinger (compositie­anlyse, recente dans­ geschiedenis, tutor), Bart Sluis (modern, modern jazz, coaching), Maya Strutjens (tap), Erwin Theunissen (freestyle jazz), Jacqueline de Vries (contact improvisatie), Ted Willemsen (dansgezondheid) Gastdocenten en gastchoreografen Dheeraj Asarfi, Ben Bergmans, Wies Bloemen, Maggie Boogaart, José de la Cruz, Lucien Denny, Perry Dossett, Uri Eugenio, Nicole van Gent, Marion van Grunsven, Roy Julen, Elke Klein Goldewijk, Percy Kruithoff, Dominque Lesdema, Nita Liem, Martin Michel, Tanja de Nijs, Daniël Renner, Mylene Riou, Randall Scott, Eileen Standley, Ray Tadio, Vincent Verburg, Merlijn de Vries, Daan Wijnands, Melise de Winter Gastregisseurs Eddy Habbema, John Yost, Wies Bloemen

288

School voor Nieuwe Dansontwikkeling/SNDO De School voor Nieuwe Dansontwikkeling leidt choreografen op die een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van dans. In de opleiding komen allerlei vaardigheden aan bod die nodig zijn om een dansvoorstelling te kunnen realiseren. Tijdens de opleiding worden de studenten uitgedaagd om bestaande opvattingen over dans te verbreden, zodat creativiteit de ruimte krijgt. In het studieprogramma wordt naast danstechnieklessen aandacht besteed aan bewegingsonderzoek, conceptontwikkeling, theorie en performance. Artistiek leider Gabriel Smeets Staf Katie Duck (tutor & stage coördinator), Dennis Gillanders (prod. coördinator), Gonnie Heggen (mentor SNDO 3 & 4), Ria Higler (mentor SNDO 1 & 2), Maria Ines Villasmil (assistent kernteam) Dans & Gezondheid Margot Rijven (coördinator), Marleen Grol (oefentherapeut Mensendieck), Menno de Vries (fysio- manueel therapeut), Ellen van Houten (psychologische begeleiding), Elke van der Pol (voedingsdeskundige)  Docenten Katarina Bakatsaki (body weather-techniek), Elisabeth Boender (filosofie), Renee Copraij (choreografie), Igor Dobricic (dramaturgie, conceptontwikkeling), Jeroen Fabius (dansgeschiedenis), Hillary Blake Firestone (conditie), Dennis Gillanders (lichtworkshop), Gonnie Heggen  (Alexandertechniek, movement research), Nora Heilman (yoga, meditatie, choreografie), Ria Higler (movement research, choreo­ grafie), Ellen Knops (licht workshop), Hana van der Kolk (hedendaagse techniek, yoga), Rob List (movement

research), Bettina Masuch (kunst­ theorie), Roberta Marques (came­ra en basic editing), Barbara Meneses (movement research), David Misumi (Aikido), Simon de Mowbray (klassiek-ballettechniek), Damian Munoz (hedendaagse techniek), Martin Nachbar (choreografie), Jeremy Nelson (hedendaagse techniek), Uli Neumann (Alexandertechniek), Renee Kool (editing en montage), Monica Page (yoga, meditatie), Frans Poelstra (choreogragie), Ibrahim Quraishi (conceptontwikkeling), Rachid Ouramdane (choreografie), La Ribot (choreografie), Felix Ritter (dramaturgie, conceptontwikkeling), Lot Siebe (dance business), Kirstie Simson (hedendaagse techniek), Gabriel Smeets (concept­ont­wikkeling), Eileen Standley (dans en camera, Alexandertechniek), Isabella Steenbergen (creatief schrijven), Robert Steijn (choreografie, conceptontwikke­ling), Michael Vatcher (ritme), Frank van de Ven (body weathertechniek), Heidi Vierthaler (klassiek­ballettechniek, movement research), Maria Ines Villasmil (hedendaagse techniek, dans & camera), Jeremy Wade (choreografie), Liat Waysbort (hedendaagse techniek), Tosja Zuijderhof & Paul Bruinsma (lichttechniek)

Opleiding Docent Dans De Opleiding Docent Dans is een breed georiënteerde opleiding, waarbinnen studenten zich ontwikkelen tot docent, danser en maker. Er wordt lesgegeven in veel verschillende dansstijlen: jazz, modern, urban, niet-westers en klassiek ballet. Naast de danstechnische vakken wordt veel tijd geïnvesteerd in didactische en choreografische kwaliteiten. Studenten van de Opleiding Docent Dans maken zelf voorstellingen met mede­studenten en amateurs en worden opgeleid voor zowel het binnen- als buitenschoolse werkveld.

Artistiek leider Jopie de Groot Docenten Erna Beenakker (dansmaken, theorie, lid kernteam, mentor), Eddi de Bie (jazz), Bart Jan te Boekhorst (stemtraining), Marleen Grol (dansgezondheid), Erzi Hoogveld (fysieke fitheidtraining, studiebegeleider, lid kernteam), Henny Kamerman (horton), Leila Kester (floorbarre), Elke Klein Goldewijk (jazz), Jelle van der Leest (theorie, lid kernteam), Lobke Mienis (dansgezondheid), Josje Neuman (muziek&dans, theorie, mentor, lid kernteam), Junitha Plass (klassiek, theorie), Chesse Rijst (jazz), Saskia Sap (theorie), Lot Siebe (theorie), Sylvia Slinger (theorie), Maria Ines Villasmil (modern), Jacqueline de Vries (impro, theorie), Ted Willemsen (dansgezondheid) Gastdocenten Rose Akras (somatic movement), Nicola Balhuizen Hepp (modern), Job Cornelissen (modern), Marijke Eliasberg (dansmaken), Melvin Fraenk (urban), Irene van Geest (modern, dansmaken), Levi Graham (London jazz), Maxi Hill (theorie), Jake Impenge (urban), Iqbal Khajawa (klassiek), Ayaovi Kokousse (afro conditie, West-Afrikaans), Boris de Leeuw (klassiek), Bettina Neuhaus (somatic movement), Matthew Kelly Roman (modern), Rekha Sietaram (theorie), Eileen Standley (impro), Erwin Theunissen (freestyle jazz), Mirabai Vossteen (theorie)

289


Dit is een uitgave van de Theaterschool 2010 productie Joost Njio, Anke Nust en Jolien Scholte communicatie Wouter van Loon interviews Petra Boers redactie Engelse teksten Gosse van der Leij eindredactie Els Brinkman ontwerp Bregt Balk fotoconcepten Bregt Balk & Bram de Goeij fotografie Bram de Goeij, behalve pg. 12, 16, 20, 50, 60, 61, 68, 75, 103, 119, 123, 127, 151, 184, 190, 204, 205 en 265 druk Die Keure oplage 1400 stuks papier Lessebo Design Ultra Bright 115 grams fotoverantwoording pg. 20: (boven) Thierry Serra, (onder) Sofie Felperlaan  pg. 60: Thomas Lenden pg. 75: Ole Gunnar Henriksen Nordli pg. 103: Mariëtte Berbee pg. 119: Emese Csornai pg. 151: J. Peters pg. 205: Anne Boeschoten pg. 265: Nellie de Boer Decor Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie: Mara Aronson (2e jaarsstudent Opleiding Productie Podiumkunsten) met dank aan Boerderij De StadsHoeve, Gemeentevervoerbedrijf Amsterdam (Esther Rebel), Mara Aronson, Frits van Driel, Paul Bruinsma, Joost van den Bos, Jeroen Hoekstra, Willemijn Ottevanger, Lois Maat, Marieke Plantinga, Cora Henrion Verpoorten, René van der Eng, Désirée Delussu, Barbara de Boer, Ellen van Haeringen, Daisy Hörchner, Eleonora van Vloten. de Theaterschool Jodenbreestraat 3 1011 NG Amsterdam Postbus 15323 1001 MH Amsterdam


eindexamenboek2010