Page 1

P DI UM

AHK magazine Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

Wat wordt jouw rol?

Mijn rol: ‘Met geluid stuur ik de emotie van het filmpubliek.’

Mijn rol: ‘Een tienkoppige band bij elkaar sprokkelen’

Mijn rol: ‘De schakel zijn tussen de regisseur en de technici’


Inhoud

Wat wordt jouw rol?

3

14 Dansen in Havana

Iedereen kan bedenken wat de rol is van de acteur, de regisseur, de cameraman, de muzikant of de danser. Voor al deze beroepen kun je aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK) opleidingen volgen op het allerhoogste niveau.

15 Ondernemer worden

Maar weet je ook wat voor opleiding een inspiciënt heeft gevolgd, of hoe je decor- of kostuumontwerper wordt? Wie er voor de planning, de financiën en de marketing van een theaterstuk of filmproductie zorgen? Wist je dat het Conservatorium van Amsterdam een opleiding Popmuziek biedt, waarin je ook alles leert over hoe je je muziek aan de man brengt? Sta je er wel eens bij stil hoe allesbepalend het effect van geluid in films kan zijn, niet alleen voor de sfeer maar ook voor de vertelling van een verhaal? En heb je je wel eens afgevraagd wat er eigenlijk allemaal komt kijken bij het bewaren van cultureel erfgoed?

4

5

Concert­ gebouw in lichterlaaie Didactiek leer je in de praktijk Beeldhouw­ project met David Bade

6

Wraak, de film

8

Dirigeren doe je zo!

9

Muziek zon­ der grenzen

10 Cirque Valentin 11 Wooden Saints 12 Diversiteit van het werk enthousias­ meert 13 Kruisbestui­ ving tussen theatermaken en doceren 13 Elke dag weer zin om les te geven

15 Buiten de grenzen van je discipline

Concertgebouw in lichterlaaie Marlies Valkering, vierdejaarsstudent Docent beeldende kunst en vormgeving Veelzijdige rol ‘Het project “Concertgebouw in lichterlaaie” was ontzettend leuk om aan mee te werken. Het Concert­ gebouw bestond 75 jaar en de jongerenvereniging daarvan, Entrée, bestond 15 jaar. Samen met zeven andere studenten hebben wij videoprojecties gemaakt die werden vertoond op de voorgevel van het Concertgebouw. Lanka Imming en ik hebben een filmpje gemaakt over de relatie van het Concert­ gebouw met het publiek. We voerden overleg met onze opdrachtgever, werkten samen met docenten en mochten zelf de invulling van onze projectie bedenken. Mijn rol was erg veelzijdig: de behoef­ ten inventariseren, een concept bedenken en het geheel uitvoeren, van creatief denkproces tot aan eindproduct. Ons filmpje ging over het gebouw en de architectuur. Met rode lichtlijnen tekenden we langs de contouren van het gebouw. Ook maakten we het eindfilmpje, dat duidelijk maakte wat de videoprojec­ ties betekenden en wie de makers waren.’

Voor al deze aspecten van kunst en cultuur zijn pro­ fessionals nodig, die ook een onmisbare rol vervullen in de totstandkoming van het eindproduct. Aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten kun je ook terecht voor specialistische studies die tot deze functies achter de schermen opleiden. Doordat de AHK al deze expertise binnen haar muren verenigt, kom je al tijdens je studie in aanraking met alle rollen die in jouw vakgebied van belang zijn. Of ontstaan juist verrassende samenwerkingen met andere disciplines, zoals die tus­ sen studenten bouwkunst, scenografie en dans in het project (un)framed. In de inspirerende omgeving van de Amsterdamse binnenstad liggen dit soort vernieuwende initiatieven voor het oprapen.

16 Kliché 17 Eurydice Regained 18 Inspiratie door samenwerking

Belang van het conceptuele ‘Ik koos voor de opleiding Docent beeldende kunst en vormgeving omdat ik niet alleen kunst wilde maken, maar na mijn studie ook wil gaan lesgeven. Aan de AHK heb ik geleerd over cultuur- en kunsttheorie, en veel kennis heb ik opgedaan in de praktijk. Ik schilder, werk met fotografie en film, maar het conceptuele is voor mij het meest belangrijk. Nu, richting mijn eindproject, richt ik me op het thema identiteit, dat ik erg op mezelf betrek. Iedereen probeert zichzelf te zijn, uniek te zijn, maar eigenlijk lijken we allemaal op elkaar. Dat onderzoek ik, waarbij ikzelf uniek probeer te zijn door terug te gaan naar mijn basis en naar soberheid.’

Heb je een passie voor kunst? Dan kun je er ook nog aan denken om deze over te dragen op anderen door te kiezen voor een van de docentenopleidingen van de AHK. Wist je dat veel kunstdocenten naast hun educatieve baan ook als kunstenaar blijven werken? En dat ze vaak juist extra artistieke inspiratie krijgen uit hun werk op scholen, in buurthuizen, musea en orkesten?

20 Eigentijds ont­ werp vanuit historisch perspectief

Zowel docent als kunstenaar ‘Na mijn afstuderen kan ik aan de slag als docent, maar ik vind het belangrijk om mezelf te blijven ont­ wikkelen als kunstenaar. Je haalt vooral veel uit deze scholing door niet enkel te doen wat van je gevraagd wordt, maar ook zelf extra vakken te volgen en op onderzoek uit te gaan. Ik ben erg gegroeid, want ik heb meer zelfvertrouwen en inzicht in de kunstwereld gekregen. Ik kwam er ook achter dat ik er klaar voor ben om als docent mijn kennis en inzicht over te dra­ gen. Lesgeven is iets dat ik deeltijd zou kunnen doen, maar ik wil zeker ook mijn eigen werk blijven maken.’

In deze uitgave vertellen studenten en afgestudeerden van verschillende AHK-opleidingen over hun rol in het ar­ tistieke proces. Over de boeiende projecten die zij tijdens hun studie geïnitieerd hebben of over de onverwachte plekken waar zij na hun afstuderen terechtkwamen.

21 Chique kunst­ beurs met een rauw randje

Kijk voor het complete opleidingenaanbod van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en de open dagen op www.ahk.nl. Vanaf april vind je hier ook een overzicht van de diverse eindexamenproducties van studenten van de AHK.

22 Archief Paradiso

De Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten bestaat uit de Academie voor Beeldende Vorming, de Academie van Bouwkunst, het Conservatorium van Amsterdam, de Nederlandse Film en Televisie Academie, de Reinwardt Academie en de Theaterschool.

23 Sociale me­ dia voor het Internationale Rode Kruis 23 Max Havelaars schimmenspel

Uitgave Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten Jodenbreestraat 3 Postbus 15079 1001 MB Amsterdam www.ahk.nl © 2011

Ontwerp Thonik Fotografie Eddi de Bie, Bob Bronshoff, Nienke Doekes, Marlot Doorn, Coco Duivenvoorde, Joost de Haas, Jochem Jurgens, Thomas Lenden, Tom Lievense, Hanne Nijhuis, Niels Otten, Jan Visser Druk Hub. Tonnaer B.V.

2

Docent beeldende kunst en vormgeving De Academie voor Beeldende Vorming biedt de enige zelfstan­ dige docentenopleiding in de beeldende vakken in Nederland. In de vierjarige opleiding Docent beeldende kunst en vormgeving leer je om vanuit je eigen fascina­ tie voor kunst en cultuur anderen te begeleiden en wegwijs te maken in de kunstbeoefening en de beeldcultuur. De Academie voor Beeldende Vorming schenkt bijzondere aandacht aan projectopdrachten binnen het curriculum. Studenten werken samen aan de uitvoering van een opdracht die van binnen of buiten de Academie kan komen.

Mijn rol: ‘Behoeften inventariseren, een concept bedenken en het geheel uitvoeren, van creatief denkproces tot eindproduct’ 3


Didactiek leer je in de praktijk

Beeldhouwproject met David Bade

Niels Otten, vierdejaarsstudent Docent beeldende kunst en vormgeving

Britt Verdonk, eerstejaarsstudent Docent beeldende kunst en vormgeving

Reportagedocent ‘Aan het einde van mijn derde studiejaar heb ik deelgenomen aan de Zomerschool. Dat was een project waarbij basisschoolleerlingen met een taal­ achterstand ’s zomers enkele weken elke middag creatieve cursussen volgden. Voor mij was dit een kans om kennis te maken met een multiculturele groep kinderen, en ervaring op te doen met les­ geven. Als reportagedocent ging ik met een kleine groep kinderen aan de slag: ik leerde ze fotograferen, filmen en interviewen. Het achterliggende idee van het interviewen was dat zij daarmee hun taalachter­ stand konden inlopen. Daarnaast fungeerde ik als ondersteunend medewerker op het gebied van ict en audiovisuele zaken. Ik registreerde met foto’s en video’s wat er die weken gebeurde, en maakte er een reportage over.’

Talenten ontdekken ‘Ik heb een creatieve middelbare schoolopleiding gedaan, het individueel voortgezet kunstzinnig onderwijs (IVKO), en wilde daar eigenlijk wel een vervolg op doen. Ik kwam uit bij de Academie voor Beeldende Vorming, omdat het er kleinschalig en sfeervol is. Wat me aanspreekt aan deze opleiding is dat je wordt opgeleid tot docent, maar dat je ook zelf creatief bezig bent als kunstenaar.

Flexibiliteit ‘Zo’n praktijkperiode levert heel veel op. Je leert op de Academie basisvaardigheden om je als docent verder te ontwikkelen, maar veel didactiek leer je toch in de praktijk. Docenten die zijn opgeleid aan de AHK zijn flexibel en zitten niet zo vast aan het theoretische. Je neemt makkelijker initiatieven, zowel didactisch als inhoudelijk. Elke dag is anders en als kunstenaar voor de klas ben je enorm betrokken bij zowel de inhoud als de vorm van kunstzinnige uitingen.’

Samenwerken met kunstenaars ‘In de introductieweek hebben we een project gedaan met beeldhouwer David Bade. Hij maakt sculpturen van allerlei materialen die hij tegenkomt, zoals stoelen en piepschuim. Voor dit project had hij een wip meegenomen en alle eerstejaarsstudenten moesten daaromheen samen een stellage maken. Ik heb eerst met de vier andere studenten in mijn groepje de associaties besproken die het object wip bij ons opriep. Zo kwamen we uit bij nostalgie als centraal thema: terug naar je kindertijd. Met dit uitgangspunt zijn we schetsen gaan maken, en vervolgens zijn we met de materialen aan de slag ge­ gaan. Zo hebben wij onder meer het zadel gemaakt en anderen de staart. De ideeën van alle groepen bij elkaar resulteerden in een heleboel losse objecten, met als middelpunt de bijna onherkenbare wip.

Het lijkt me leuk om docent te worden; om kennis over te dragen en kinderen hun talenten te laten ontdekken. Ik denk dat ik in deze opleiding vakdi­ dactisch nog veel kan leren, vooral op het gebied van druktechnieken, werken met nieuwe media en fotografie. Maar er is ook aandacht voor een vak als psychologie, en dat interesseert me erg.’

Zelfontplooiing ‘Wat ik meeneem vanuit deze opleiding zijn ten eerste veel kennis en vaardigheden. Maar vooral de zelfontplooiing vind ik een belangrijk aspect: ik heb een duidelijk beeld van mezelf en van mijn werk, door de feedback die ik heb ontvangen van allerlei mensen. In de praktijk heb ik enorm veel geleerd, want de klas fungeert als een spiegel. Alles wat je geeft, krijg je weer terug. Hierna ga ik het liefst als zelfstandig kunstenaar mijn brood verdienen, aangevuld met lesgeven aan leerlingen van de bovenbouw van de middelbare school en hbo’ers. Onderwijzen vind ik erg interessant, maar ik ben ook heel beeldend bezig en wil me daarin blijven ontwikkelen. Animaties, games, af en toe fotografie…daar wil ik zeker mee doorgaan.’

Een ander deel van de week hebben we Bade gehol­ pen bij het opbouwen van zijn tentoonstelling in de Storkhal in Amsterdam-Noord, waar hij samen met andere kunstenaars exposeerde. Het was geweldig om met kunstenaars samen te werken; op de opening van de tentoonstelling heb ik heel veel interessante mensen leren kennen. Het was een leerzame intro­ ductieweek met een fijne groep: we hebben elkaar echt leren kennen en zijn een hechte klas geworden. Ik heb heel veel zin in de komende jaren!’

Mijn rol: ‘Als kunstenaar voor de klas betrokken zijn bij zowel de inhoud als de vorm van kunstzinnige uitingen’

Mijn rol: ‘Kennis overdragen en kinderen hun talenten laten ontdekken’ 4

5


Wraak, de film Een eindexamenfilm van de Nederlandse Film en Televisie Academie komt tot stand met medewerking van studenten van diverse studierichtingen. Zo spelen production design en sound design een belangrijke rol naast bijvoorbeeld regie en camera. De thriller Wraak gaat over Vincent, die op zoek gaat naar de dader van zijn vermoorde vriendin. Een spoor van geweld achterlatend, daalt hij steeds verder af in het criminele circuit. Het verlies van zijn vriendin neemt hem zo in beslag dat hij alleen nog maar leeft voor wraak.

Mijn rol: ‘Met geluid kan ik het verhaal van een film maken of breken’

Janneke Jacobs, oud-student Production design

Dennis Kersten, oud-student Sound design

‘Wat mij heel erg trok in de opleiding is dat het heel breed is. In het begin leer je van allerlei onderdelen iets kennen, zoals decors bouwen, setdressen, maar ook ontwerpen, en later ga je je steeds meer specia­ liseren in de richting die je wilt doen binnen het art department. Gedurende de hele opleiding wordt je gestimuleerd om al echt aan het werk te gaan. Het netwerk dat je op die manier opbouwt is waardevol voor je hele carrière.

‘Ik was creatief en technisch verantwoordelijk voor het geluid van Wraak: ik monteerde het geluid dat op de set was opgenomen, legde effecten en atmosferen aan, speelde met muziek, deed de nasynchronisatie en maakte aanvullend geluid waar dat nodig was – natuurlijk altijd in samenwerking met de regisseur. Als sound designer denk je na over hoe je de film naar een hoger niveau kunt tillen met geluid – je stuurt de emotie van het publiek aan.’

Ik was vanaf het begin betrokken bij het maken van de film Wraak. Naar aanleiding van het scenario en gesprekken met de regisseur heb ik eerst een vormgevingsconcept gemaakt, waarin kleur, licht en stijl samen de sfeer van de film bepalen. Elk karakter heeft een eigen persoonlijkheid en dat liet ik bijvoor­ beeld tot uiting komen in het interieur van hun huis. Meestal zoek ik het in eerste instantie in extremen, zodat de regisseur geïnspireerd kan raken. Vervolgens kun je gaan filteren en van daaruit verfijnde keuzes maken. Omdat Wraak een spannende film is met veel actie hebben we gekozen voor het gebruik van zwart, een hoog contrast en grote heftigheid in kleuren.

Wilco van Blitterswijk, oud-student Sound design

Nadat het vormgevingsconcept afgestemd was op de ideeën van de regisseur volgde het productieproces, waarin het meer draait om de logistieke kant van de productie: welke spullen moeten wanneer waar zijn? Op een draaidag kun je meerdere locaties hebben. Op de ene locatie moet een set worden opgebouwd, op de andere locatie moet juist worden afgebroken.

Production design

‘Bij film is geluid een essentieel onderdeel van de vertelling, want het kan je verhaal maken of breken. Het spannende is dat dat pas op het laatste moment duidelijk wordt: bij de geluidsmontage worden nog veel extra geluiden, zoals atmosferen, toegevoegd. Maar deze geluiden moet je natuurlijk wel van te­ voren opnemen! Bij Wraak was ik op de set verant­ woordelijk voor de geluidsopname; door de nauwe samenwerking met Dennis Kersten, die verant­ woordelijk was voor de geluidsmontage, wist ik van tevoren precies waar ik rekening mee moest houden. Daardoor konden we inhoudelijk echt uitpakken.’

De nauwe samenwerking aan een film waarin ieder­ een zijn rol heeft, leert je goed met stress om te gaan. Je werkt van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. Zowel fysiek als mentaal is het zwaar. Je moet hard werken, met zware materialen sjouwen en daarnaast onder tijdsdruk inhoudelijke keuzes maken en aan­ passen. Je leert hierin een balans te vinden en los te laten. Je werkt niet voor niets in een team.’

Als production designer ontwerp je, in overleg met de regisseur, het vormgevingsconcept voor een film, televisieserie of een commercial. Het scenario vormt de basis van dit concept. Eigenlijk zorg je dat de wereld van het scenario werkelijkheid wordt en creëer je een geloofwaardige omgeving rond de personages uit het verhaal. Je bent verantwoor­ delijk voor het ontwerp en zorgt er daarnaast ook voor dat decor, locaties, rekwisieten, kleding en special effects passen in de sfeer en het tijdsbeeld dat is ontworpen voor de productie.

Mijn rol: ‘De emotie van het publiek aansturen’

Sound design De kwaliteit van een documen­ taire of speelfilm wordt voor een belangrijk deel bepaald door hoe het geluid gebruikt wordt voor de inhoud van de film. Een sound designer is verantwoordelijk voor het geluidsontwerp van een film. Naar een film kijk je, maar de er­ varing ervan wordt voor een groot deel bepaald door wat je hoort en dus voelt.

Mijn rol: ‘De persoonlijkheid van een karakter tot uiting laten komen in zijn interieur’ 6

7


Docent muziek Als docent muziek speel je een belangrijke rol in de ontwikkeling van muzikaliteit bij kinderen en ook volwassenen. Of je leerlingen muziek maken nu als hobby of als professionele ambitie koesteren: je bent voor hen vaak de eerste stap op een muzikaal spoor waar ze een leven lang plezier aan kunnen beleven. De opleiding Docent muziek aan het Con­ servatorium van Amsterdam is een creatieve opleiding waarin je al je muzikale en didactische talenten leert ontplooien. Je volgt lessen en practica in zang, piano, een melodie-instrument, gitaar, pop, wereldmuziekensembles, koordirectie, ensembleleiding en bandcoaching. Eenmaal afgestudeerd geven de muziekdocenten les in het primair onderwijs, in het voortgezet onderwijs, op muziekscholen en op maatschappelijke werkterrei­ nen waar muziek een educatieve rol vervult. Ze spelen daarnaast in ensembles, popbands, geven workshops muziek, zetten pro­ jecten op voor muziekscholen, leiden een koor of organiseren community music met amateurs en professionals. Kortom: op de veelzijdige oplei­ ding volgt een veelzijdig beroep.

Mijn rol: ‘Werken met basisschoolkinderen vind ik geweldig: als je er genoeg energie in steekt, weerkaatst alle energie “WHAP!” weer terug’

Dirigeren doe je zo! In het project Dirigeren doe je zo! gaven studenten van de op­ leiding Docent muziek uitleg aan kinderen uit de groepen 5 tot en met 8 over de rol van een dirigent in een orkest. De kinde­ ren, afkomstig uit alle hoeken van Amsterdam en alle gelede­ ren van de bevolking, kregen de kans om zelf te ervaren welke invloed een dirigent heeft op een uitvoering: in een interactief concert met het Metropole Orkest stonden zij zelf voor de mu­ sici. In drie voorbereidende lessen werden de kinderen hier­ voor klaargestoomd door studenten van de docentenopleiding van het Conservatorium van Amsterdam. Maarten Bos, tweedejaarsstudent Docent muziek ‘Ik heb op de basisschool waar ik stage liep twee les­ sen gegeven over dirigeren. Ik fungeerde als een soort coach voor de kinderen. Aandachtige lessen wisselde ik af met actieve lessen. Zo heb ik ze een liedje geleerd; we hebben samen een rap geschreven; ik heb ze een filmpje over dirigeren laten zien; ik heb ze bodyritmes laten spelen; en ze mochten zelf dirigeren. Op het conservatorium kreeg dirigeren uiteindelijk een context. Met behulp van verschillende borden die de begeleiders omhoog hielden moesten de kinderen verschillende opdrachten uitvoeren: zingen, rappen, bodyritmes, tweede stem. Allemaal tegelijk en onder begeleiding van het Metropole Orkest. Tijdens dit project heb ik leren omgaan met een vaste lesstructuur. Je moet kinderen in één les heel veel leren en dat kan alleen volgens een duidelijke struc­ tuur: zo kun je bijvoorbeeld het beste beginnen met een warming up. Dit soort informatie krijg je allemaal op de opleiding. In het skills lab, een onderdeel van de opleiding, leer je wat je allemaal wel en niet kunt doen met kinderen. In mijn stage ben ik erachter gekomen dat ik het geweldig vind om met basis­ schoolkinderen te werken. Kinderen van die leeftijd zijn net spiegeltjes: als je er genoeg energie in steekt, weerkaatst “WHAP!” alle energie weer terug. Ik heb gekozen voor de opleiding Docent muziek omdat ik dacht dat ik muziekdocent op een middelbare school wilde worden. Maar nu ik ruim een jaar met basisschoolkinderen heb gewerkt ben ik erachter dat ik dit ook fantastisch vind. Vanwege het pedagogische

karakter van de opleiding kun je enorm veel kanten op en in het onderwijs is altijd werk te krijgen. Daarnaast lijkt het me leuk om bijvoorbeeld een koor te leiden en ik wil in ieder geval ook in bandjes blijven spelen.’

Mijn rol: ‘Mensen coachen en laten zien wat ze kunnen – meer dan laten zien wat ik zelf kan’

Daniel Versteegh, tweedejaars deeltijdstudent Docent muziek ‘Voor het project Dirigeren doe je zo! moest ik assis­ teren in het overleg tussen het Muziekcentrum van de Omroep en het Conservatorium van Amsterdam. Samen hebben we een aantal lessen ontwikkeld om dirigeren op kinderen over te brengen. In de lessen kwamen verschillende stijlen van dirigeren aan bod: van klassieke mars en wals tot rock en hiphop. De kinderen werden per stijl ingedeeld en mochten vervolgens met behulp van een grafische partituur zelf vanuit de zaal delen van het concert dirigeren. Doordat de leerlingen actief bij de uitvoering wer­ den betrokken kreeg de ervaring voor hen veel meer betekenis. Daarnaast waren ze veel aandachtiger met de muziek bezig dan wanneer ze alleen maar hadden hoeven luisteren. Via de opleiding kom je vaak in contact met interes­ sante vacatures. Momenteel werk ik via Aslan Muziek­centrum twee dagen per week als muziekdocent op een basisschool. Daar geef ik muzieklessen aan de groepen 1 tot en met 8 volgens de methode van een lange leerlijn. Daarin werken de leerlingen elk jaar op een opbouwende en doorlopende manier (met een moeilijk woord: longitudinaal) aan de ontwikke­ ling van hun muzikale vaardigheden. Binnen Aslan werken we op dit moment aan de verdere ontwikke­ ling van deze lesmethode die in de toekomst hopelijk in heel Amsterdam en wellicht in heel Nederland gebruikt zal worden. Daarnaast werk ik al enkele jaren als songwriter. Vanuit mijn eigen bedrijf schrijf ik onder andere songs voor popartiesten, muziek voor commercials, kinderliedjes, en ik schrijf mijn eigen muziek. In de toekomst wil ik doorgaan met waar ik nu al mee bezig ben: mooie liedjes schrijven en lekker zingen met kinderen.’

Muziek zonder grenzen Sjaiesta Badloe, vierdejaarsstudent Docent muziek

In het derde studiejaar van de opleiding Docent muziek wordt de vak­ didactiek van ckv onderwezen in een interdisciplinaire module, samen met studenten van de AHK-opleidingen Docent beeldende kunst en vormgeving en Docent dans. Na het volgen van verschillende theorieles­ sen over een bepaald onderwerp organiseren de studenten zelf een excursie over dat onderwerp in de Turkse stad Istanbul. ‘Door de interdisciplinaire aanpak van het project in Istanbul kom je in aanraking met heel diverse mensen. Alle verschillende invalshoeken zorgen voor een enorme dynamiek en heel veel leuke ideeën.

Mijn rol: ‘Mooie liedjes schrijven en lekker zingen met kinderen’ 8

Het docentschap is wat mij trekt in de opleiding Docent muziek: het had voor mij net zo goed dans of theater kunnen zijn. Ik ben van plan om in de toekomst de verschillende disciplines te combine­ ren en het is heel fijn dat ik in de opleiding genoeg ruimte krijg om dat voor elkaar te krijgen. Wij hebben bijvoorbeeld ook theaterlessen en acteerlessen, en projecten waarin je vakgebieden moet combineren, zoals muziektheater. Dat kwam ook van pas in het project in Istanbul.

De verschillende disciplines zou ik willen toepassen in ontwikkelingswerk, want dat trekt mij enorm. Ik zie muziek als iets dat heel veel los kan maken, net als dans en theater. De kracht van kunst is dat het kan werken als een soort therapie. Ik vind het heel interessant om mensen te coachen en te laten zien wat ze kunnen - meer dan dat ik wil laten zien wat ik zelf kan. Dat is waarom ik liever docent ben dan artiest.‘

9


Mijn rol: ‘Mijn eigen band op de kaart zetten’

Popmuziek De opleiding Popmuziek van het Conservatorium van Amsterdam vormt een uitstekende voorbe­ reiding op alle facetten van het werken als ondernemend kunste­ naar. Je ontwikkelt je muzikale performance, maar er is ook volop aandacht voor het spelen in bands, bandcoaching, het maken van muziekproducties, studiotechniek, het schrijven van tekst en muziek, arrangeren en educatie. Ook de communicatieve en zakelijke kant van het bestaan als popmuzikant komt aan bod, waardoor je na je studie zelfstandig kunt gaan werken en ondernemen. Tijdens je studie krijg je les van specialisten die werkzaam zijn in de praktijk, waardoor de opleiding direct inspeelt op actuele ontwikke­ lingen en perfect aansluit op de be­ roepspraktijk binnen de popmuziek. Naast het reguliere lesprogramma volg je clinics en workshops. Om af te studeren, verzorgen de studenten een optreden waarbij zij behalve de (zelfgeschreven) muziek ook de locatie en de promotie ver­ zorgen. Ook maken ze een korte cd met drie tot zes nummers (een EP), en een website.

Cirque Valentin

Wooden Saints

Valentijn Bannier, oud-student Popmuziek

Viktor van Woudenberg, vierdejaarsstudent Popmuziek

Valentijn Bannier is net afgestudeerd en heeft al in aardig wat bands gespeeld, onder andere met Zuco 103, Giovanca, Steye, Charlene en Shane Shu. Nu is hij vooral bezig zijn eigen twee bands op de kaart te zetten: Cirque Valentin en de Afro-house-band Koffie.

Viktor van Woudenberg is vierdejaarsstudent drums aan de opleiding Popmuziek. Dit jaar werkt hij aan zijn eindexamen­ project. De tienkoppige band die hij hiervoor speciaal heeft samengesteld heet Wooden Saints.

‘Het conservatorium is voor mij heel belangrijk geweest voor het opbouwen van een netwerk. Studenten en docenten, iedereen die je tegenkomt is musicus. Maar het zijn ook heel verschillende mensen, allemaal met een eigen visie. Daar kun je zoveel van leren; daar heb je de rest van je leven iets aan. Jack Pisters, de studieleider, heeft mij bijvoor­ beeld aanbevolen voor een auditie bij Zuco 103. Toen ik daar eenmaal was aangenomen, kwamen de volgende aanbiedingen vanzelf en ging ik van band naar band. Na in al die bands als sideman gespeeld te hebben en met het eindexamen in zicht, voelde ik de drang om iets heel eigens te laten zien. Dat resulteerde in de oprichting van Cirque Valentin, mijn band waarin ik “de schaamteloze zelf” centraal stel. Ik liep al lang met het idee voor deze band rond maar het eindexamen

10

was een goede stok achter de deur om er serieus mee aan de slag te gaan. En het heeft gewerkt: een show van Cirque Valentin zorgt er nu voor dat je na afloop in een lantaarnpaal wilt klimmen van geluk. In Cirque Valentin komt alles samen wat ik zo gewel­ dig vind aan muziek, en trouwens ook aan andere kunstvormen. Onze muziek kan ik omschrijven als een mix van de songs en de strakheid van Michael Jackson, het rauwe en bombastische van The Roots, het jongehondengevoel van de vroegere Red Hot Chili Peppers, de vrolijkheid van the Muppet Show en het stoute van de Boefjes.’

‘Wat ik een pré vind van deze opleiding is dat het in eerste instantie een creatieve opleiding is, in tegen­ stelling tot veel andere muziekopleidingen. Uiteraard is er veel aandacht voor het verbeteren van je spel, maar de visie van de opleiding is dat je vooral ook je eigen muziek moet kunnen schrijven. In de eerste twee studiejaren speel je met je mede­ studenten in twaalf verschillende bands in allerlei sa­ menstellingen. Je hebt steeds een nieuwe rol: de ene keer schrijf je zelf de muziek, de andere keer speel je covers in een bepaalde stijl. Met iedere nieuwe band zet je in korte tijd een set in elkaar en treed je op in een van de bekende popzalen in Amsterdam. Hierdoor heb ik nu al met allerlei bassisten, gitaris­ ten, zangers en zangeressen gespeeld. Door al die muzikanten aan het werk te zien kom je er pas goed achter welk type muzikant je zelf eigenlijk bent. Dat is erg verrijkend.

11

Ik heb ontzettend veel aan de opleiding. Er ligt hier een grote kans om jezelf te verbreden. Je krijgt les van fantastische docenten, die zelf waanzinnige muzikanten zijn. Tegelijk is het conservatorium een plek waar iedereen muzikant is, waardoor je zomaar even een tienkoppige band bij elkaar kunt sprokkelen.’

Mijn rol: ‘Een tienkoppige band bij elkaar sprokkelen’


Diversiteit van het werk enthousiasmeert Hanna Timmers, oud-student Theaterdocent

Verbinding tussen spelers en inhoud ‘Als onderdeel van mijn afstuderen heb ik met zes oud-leerlingen van het Jeugdtheaterhuis in Gouda een fysieke vertelvoorstelling gemaakt over “er helemaal voor gaan”. Ik ben voor ik aan de opleiding Theaterdocent begon jarenlang zelf leerling van het Jeugdtheaterhuis geweest en vond het leuk om me tijdens mijn afstuderen weer aan het huis te verbinden. Samen met de spelers heb ik materiaal verzameld vanuit theatrale opdrachten op de vloer en gesprekken aan tafel. Zo verbonden zij zich met de inhoud van het verhaal. Vervolgens zochten we samen naar de vorm om dat verhaal te vertellen. Theatermaken gaat voor mij over samen met mijn spelers zoeken naar de geschikte vorm. Het is mijn taak als theaterdocent om de spelers het verhaal en de vorm van de vertelling eigen te laten maken. Een actueel verhaal dat over mij, over hen en over het publiek gaat.’ Kunstenaar voor de klas ‘De opleiding Theaterdocent geeft de studenten de eerste twee jaar de tijd om zich op artistiek vlak volledig te ontwikkelen. Pas in het derde jaar verschuift de aandacht naar het lesgeven. Door deze manier van opleiden geef ik altijd les vanuit mijn

eigen artisticiteit. Aan het begin was het lastig mijn makerschap en docentschap aan elkaar te koppelen. Maar inmiddels kan ik niet meer maken zonder les te geven en niet meer lesgeven zonder te maken. Ik voel mij in sommige lessituaties dan ook meer kunstenaar voor de klas dan docent voor de klas.’ Bewust freelance werken ‘Ik werk nu op verschillende plekken met allerlei soorten mensen en in diverse lessituaties, mijn werk­ veld is enorm divers. Ik werk veel bij Theatergroep Max., een jeugdtheatergezelschap uit Rotterdam. Op kantoor verzin ik de workshop die de kinderen en jongeren krijgen voor ze een voorstelling van Max. bezoeken en daarnaast regel ik het contact met de scholen. Ik geef als theaterdocent de workshops ook zelf. Daarnaast werk ik als freelance theaterdocent bij verschillende instanties, maak ik een voorstelling met jongeren op het Jeugdtheaterhuis, geef ik dra­ maturgielessen aan de Landelijke Oriëntatiecursus Theaterscholen (LOT) en werk ik soms als trainings­ acteur. Ik heb er bewust voor gekozen freelance te werken, zodat ik zeer gevarieerd werk heb. De diversiteit van mijn werk is waar ik enthousiast van word als theatermaker en theaterdocent.’

Theaterdocent De opleiding Theaterdocent leidt je op tot een veelzijdige theater­ maker met een eerstegraads onderwijsbevoegdheid. In de praktijk van de theaterdocent staat het maken van theater met amateurspelers centraal. Ama­ teurspelers zijn van alle leeftijden en komen uit alle (culturele) lagen van de bevolking. De liefhebbers van theater vind je op jeugd­ theaterscholen en centra voor de kunsten, in het amateurtheater, op scholen en speciale gemeen­ schapsplaatsen. Je wordt opgeleid om in deze veelomvattende pedagogische theaterpraktijk je weg te vinden.

Mijn rol: ‘Op verschillende plekken werken met allerlei soorten mensen en in diverse lessituaties: mijn werkveld is enorm divers’

Elke dag weer zin om les te geven Mariëtte Berbee, oud-student Theaterdocent

Zoektocht naar eigenheid ‘Het docentschap zit in me, ik vind het leuk om kennis over te dragen. Eerst heb ik de pabo afgerond en tijdens de eindstage deed ik een dramaproject waardoor ik erg enthousiast werd over theater. Door deelname aan een vooropleidingsjaar wist ik zeker dat theater me ligt. Door de opleiding Theaterdocent ben ik nu van alle markten thuis. Ik kan lesgeven, maar weet ook hoe zaken als vormgeving van een stuk en het maken van een lichtplan werken. Door deze opleiding is mijn wereld veel groter geworden.’ Spelers onderdeel van maakproces ‘Er is veel mooi materiaal, zoals bestaande toneel­ teksten, om een mooi stuk mee te maken. Maar ik combineer dat graag met een eigen verhaal. Mijn rol is om de spelers een connectie te laten maken met de inhoud van de voorstelling. Ik kies ervoor om ze zelf te laten bijdragen. Voor mijn afstudeervoorstel­ ling Damscode werkte ik samen met Amsterdamse jongeren. De vraag die centraal stond, was: hebben jongeren nog een seksuele moraal? De verhalen van de spelers zelf werden onderdeel van het uiteindelijke script. Zo wordt het stuk een combinatie van fictie en werkelijkheid. En toeschouwers hoeven niet te weten wat waar is. Liever niet juist.’

Betrokken zijn ‘Damscode was een muzikale montagevoorstel­ling. Veel teksten en raps heb ik geschreven, met feedback van de spelers. Ik richtte me vooral op de muzikale en spelregie. Productioneel werd ik onder­ steund. Ik had assistentie voor licht, maar heb vrolijk staan lassen en de vloer in elkaar helpen zetten. Het is fijn om overal bij betrokken te zijn. Op dit moment combineer ik lesgeven vanuit Theatergroep Max. met het opzetten van een leerlijn voor basisscholen. Ik geef les aan middelbare scho­ lieren, maak voorstellingen bij het Jeugdtheaterhuis Leiden en werk soms bij Theatergroep DOX voor het geven van workshops en educatie bij voorstellingen. Fulltime freelancen bevalt me goed, want elke dag is anders. Mijn motivatie is erg sterk, ik heb elke keer weer zin om les te geven.’

Mijn rol: ‘Spelers een connectie laten maken met de inhoud van de voorstelling’

Kruisbestuiving tussen theatermaken en doceren Sophie de Vries, oud-student Theaterdocent Veel inbreng van de spelers ‘Voor mijn afstudeervoorstelling heb ik samenge­ werkt met achttien jongeren van mijn oude jeugd­ theaterschool. De teksten voor een jeugdvoorstelling over de Griekse mythe Atalanta heb ik zelf herschre­ ven. Ik doe veel meer dan tekstregie: de inbreng van de spelers, die bijvoorbeeld naar voren komt tijdens maakopdrachten, neem ik mee in het stuk. Ik liet ze bijvoorbeeld een solo maken over “liefde is…” en bracht dat in in het script. Zo breng ik de inhoud dichter bij de spelers. Een kwart tot de helft van het materiaal van de voorstelling bestond uit inbreng van hen zelf. Elke voorstelling is anders, puur omdat je telkens met andere mensen werkt.’ Kunst maken ‘Je rol als theatermaker is heel groot: je doet vrijwel alles zelf, op productie- of lichtassistentie na soms. Je bedenkt het concept, voert het uit, regisseert en belt zelfs de theaters op voor boekingen. Tijdens de opleiding heb ik geleerd om het maken en doceren altijd te combineren. Ik zou het moeilijk vinden om alleen maar les te geven. Eigenlijk probeer ik vooral om kunst te maken, studenten uit te dagen en duidelijk te maken waarom het ertoe doet. Ik kijk met een “makersoog” en kan tijdens het maakproces mijn docentschap inzetten, waardoor er een kruisbestui­ ving plaatsvindt.’

12

Kwaliteiten losmaken ‘Toen ik op de jeugdtheaterschool les kreeg van een derdejaarsstudent van de opleiding Theater­docent, was ik direct geïnteresseerd. Ik wilde iets met theater, maar wilde geen actrice worden. Nu geef ik veel les op de Theaterschool Zuidoost in Amsterdam; ik geef theaterlessen en maak met een groep een productie. Ook heb ik als regisseur een voorstelling gemaakt die we in de Engelenbak in Amsterdam speelden en die deel uitmaakte van een drieluik van stukken van nog twee andere jonge theatermakers. Bovendien werk ik bij Jeugdtheater De Krakeling, waar ik theaterlessen geef en workshops verzorg voor en na het bezoeken van een voorstelling. De combinatie van maken en lesgeven blijf ik vasthou­ den, want dat vormt voor mij een duidelijke meer­ waarde. Het is leuk om kunst te maken met mensen: jongeren aanspreken op een ander niveau dan alleen cognitief. Ik probeer verschillende kwaliteiten los te maken in mensen.’

13

Mijn rol: ‘Kunst maken, studenten uitdagen en duidelijk maken waarom het ertoe doet’


Docent dans Het dansonderwijs op scholen met verschillende jongerencul­ turen en even zo vele dansstijlen wordt steeds omvangrijker. Het aantal amateurdansfestivals en community-dansprojecten neemt de laatste jaren toe - ontwikkelin­ gen die te maken hebben met de kracht van dans om interculturele verschillen te overbruggen en te ontwikkelen naar een transcultu­ rele dansopleiding. De opleiding Docent dans speelt een actieve rol in deze ontwikkeling en vertaalt dit naar het onderwijsprogramma. Steeds meer groeit de opleiding naar een afspiegeling van het werkveld, waar afgestudeerde dansers, docenten en choreogra­ fen de ontmoeting aangaan en bruggenbouwers worden en crossovers veroorzaken tussen culturen.

Dansen in Havana

Ondernemer worden

Relinde Moors, oud-student Docent dans

Martina Visser, oud-student Docent dans Mensen stimuleren ‘Door het volgen van de opleiding Docent dans heb ik mezelf verbeterd als danser en vooral geleerd om diepgang te vinden in mijn eigen docentschap. Ik heb inzicht gekregen in mijn kracht als docent: mensen stimuleren om meer uit zichzelf te halen en door en tijdens dansen meer van hun eigen identiteit te vinden. Op de AHK heb ik geleerd hoe ik daar kan komen met een leerling. Daarnaast durf ik nu ook buiten vaste kaders te denken en risico’s te nemen. Ik ben gegroeid. Zo heb ik een jaar lesgegeven op een ROC in de Bijlmer, iets dat ik voorheen niet zo snel had opgepakt.’

en choreograaf. We maken op verzoek stukken voor bijvoorbeeld festivals. Dat is ontzettend inspirerend. Ergens blijft het me trekken om in de toekomst nog eens een langere tijd naar het buitenland te gaan. En uiteindelijk wil ik een eigen onderneming opstarten. Omdat ik eerder een jaar voltijd op een dansschool heb gewerkt, heb ik die ondernemerskant gezien. Dat past enorm bij mij, dus daar ligt mijn ambitie.’

Mijn rol: ‘Danser, docent en choreograaf zijn’

Ontwikkeld als danser ‘Ik heb deelgenomen aan het project project l’Ecole des Sables en heb samen met ruim twintig anderen zes weken getraind in Senegal, bij de choreografe Germaine Acogny. Ze gaf tijdens mijn tweede jaar een gastles bij onze opleiding en ik vond haar direct enorm inspirerend. Ik heb wekenlang zes tot acht uur per dag les gehad van haar, haar zoon en haar dansers, samen met andere dansers, dansdocenten en theatermakers met een mbo-achtergrond tot professionele ervaring. In hoog tempo heb ik mezelf ontwikkeld. Toen Germaine me de laatste dag zei dat ik meer peper in mijn dans moet stoppen, schrok ik even, maar toen ging voor mij de knop om en besefte ik wat ik moest met lichaam en geest. Ik heb echt alles uit de opleiding gehaald wat erin zit.’ Ondernemerschap trekt ‘Nu werk ik op een balletschool, waar ik klassieke dans combineer met moderne dans. Ik probeer op verschillende plekken verschillende soorten dansles­ sen te geven en zo mijn contacten uit te bouwen. Ook werk ik als hoofd educatie bij de Christian Dance Company in Amsterdam, als danser, docent

Buiten de grenzen van je discipline Mike Vonk, oud-student Docent dans

Mijn rol: ‘Het bedenken en uitvoeren van jeugddansprojecten op scholen, festivals en theaters in binnen- en buitenland’

Een eigen stichting ‘Ik wilde als theatermaker werken met dansers, maar kwam kennis tekort omdat ik de taal van de dans niet sprak. Na mijn opleiding tot theaterdocent aan ArtEZ in Arnhem koos ik bewust voor de opleiding Docent dans aan de AHK, zodat ik theater en dans zou kunnen gaan combineren. Door deze opleiding heb ik inzicht gekregen in dans, zeker ook wat betreft begrip en beheersing. Ik ben het podium opgegaan als danser, maar heb ook veel lesgegeven en work­ shops ontwikkeld. Die combinatie van docentschap met dansen komt ook terug als ik zelf voorstellingen maak. Ik kreeg de behoefte om zelf iets op te zetten waar ik als maker mijn creativiteit in kwijt kan, dus heb ik een stichting opgezet: Stichting Danstheater Adentro.’ Dansfilms maken ‘Het leuke aan dans is dat het internationaal is: het is interdisciplinair toe te passen en cultuuroverschrij­ dend, waardoor je er overal mee kan werken. Mijn rol ligt nu vooral bij het bedenken en uitvoeren van jeugddansprojecten op scholen, festivals en theaters in binnen- en buitenland.

14

Bovendien maak ik dansfilms. In 2009 won ik de One Minute Dance Film Contest met mijn korte dansfilm Dancing Havana, die ik een jaar eerder opnam in Cuba. Ik volgde een hedendaagse danstrai­ ning in Havana en leerde zo dansers van het gezel­ schap kennen met wie ik uiteindelijk verschillende dansfilms heb opgenomen. Mijn rol daarin was breed: ik bedacht het concept, organiseerde, interviewde, produceerde en monteerde het materiaal allemaal zelf. We dansten op straat op verschillende plekken in de stad en alles wat daar gebeurde, maakte deel uit van de choreografie. Personen die onze aandacht trokken interviewden we met als centrale vraag: “wat is geluk voor jou?”. Ik onderzoek dus hoe ik dansfilm en documentaire kan combineren. Behalve met het maken van films blijf ik bezig met kunsteducatie op Nederlandse scholen, werk ik met jong talent bij Theatertalentlab van Stichting Bui­ tenkunst en geef ik workshops. Fulltime freelancen is heerlijk, zeker door die combinatie van dansen, doceren, filmen en maken.’

Personages tot leven brengen ‘Tijdens mijn afstuderen heb ik meegewerkt aan een grote voorstelling, gebaseerd op het toneelstuk Midzomernachtdroom. Merlijn Twaalfhoven was stadscomponist van Zaandam dat jaar en initiator van dit stuk. Hij vroeg me om de choreografie te doen, want bepaalde rollen moesten dansend worden opgezet. Mijn rol was om mijn expertise op het gebied van beweging in ruimte in te brengen, en zo de personages bewegend tot leven te brengen. Ik be­ dacht de choreografie en trainde een groep dansers die bestond uit beginners en professionals, en nam een deel van de regie voor mijn rekening – al deed Merlijn de eindregie. Iedereen trad een beetje buiten de grenzen van zijn discipline. Hiervan heb ik echt geleerd hoe waardevol het is om multidisciplinair bezig te zijn. En ook om groots te denken, en risico’s te nemen, want dat leidt tot geweldige resultaten.’ Goed bewapend ‘De opleiding Docent dans was voor mij erg waarde­ vol, want ik kreeg er de ruimte om uit te zoeken wat ik wilde als danser, als docent en als maker. Als mens en professional heb ik geleerd om kansen te creëren en om contacten te leggen. De laatste twee jaar werd ik goed voorbereid op het werkveld, ook omdat ik veel extra stageuren maakte en zoveel mogelijk projecten aanpakte. Daarvoor kreeg ik vanuit de Theaterschool de ruimte. Ik had echt het gevoel dat ik goed bewapend de opleiding uit kwam.’

15

Enthousiasme en verwondering ‘Ik heb enorm veel plezier in mijn werk, omdat ik mijn enthousiasme en verwondering kan overbren­ gen op anderen, met dans als middel. Het is zo mooi om te zien als een dansend jong kind ineens een connectie voelt met muziek en in de muziek kan opgaan. Ik ben in vaste dienst als dansdocent bij de dansschool waar ik zelf ooit les had. Naast lesgeven, externe projecten en voorstellingen realiseren ga ik nu ook in de organisatie van de school werken, waar­ voor ik een cursus middle management heb gevolgd. Daarnaast organiseer ik jaarlijks een amateurdans­ festival in Zaandam, omdat ik het belangrijk vind dat de combinatie van beweging en esthetiek breder toegankelijk wordt buiten het theater. Ik probeer amateurdansscholen met elkaar te verbinden.’

Mijn rol: ‘Enthousiasme en ver­ wondering overbrengen op anderen, met dans als middel’


Techniek en theater In de opleiding Techniek en theater leer je artistieke ideeën theatertechnisch mogelijk te maken. Binnen het team, dat meestal bestaat uit een regisseur, choreograaf en/of een vormgever, geef je leiding aan de theater­ technici. Je bent eindverantwoor­ delijk voor de uitvoering van het gehele theaterbeeld: licht, geluid en decor. Theater maken vraagt een combinatie van eigenschap­ pen. Naast een scherp inzicht in techniek heb je een goed gevoel voor theatrale kwaliteit nodig.

Productie podiumkunsten De opleiding Productie podium­ kunsten leidt productie- en voor­ stellingsleiders op voor alle denk­ bare vormen van podiumkunst, zoals theater, dans-, muziek­ theater- of operavoorstellingen, performances, evenementen of voor de organisatie van concerten en festivals. Veel hedendaagse producties zijn zeer omvangrijk en gecompliceerd doordat er op het gebied van techniek, vormgeving en veiligheid hoge eisen worden gesteld en er veel geld mee ge­ moeid is. Bij de opleiding Productie podiumkunsten komen al deze aspecten uitvoerig aan bod.

Mijn rol: ‘Met behulp van techniek inhoudelijk iets toevoegen aan het theater’

Kliché Kliché is een afstudeervoorstelling van theaterregisseur Joost van Hezik, gemaakt op locatie in een oude loods aan de Cruquiusweg in Amsterdam. Kliché is een oproep tot engagement. De acteurs smijten gedurende de voorstelling met clichés als ‘een betere wereld begint bij jezelf’. Zinzi Kemper, oud-student Techniek en theater

Joost Allema, oud-student Productie podiumkunsten

‘De voorstelling werd in zijn geheel gemaakt op loca­ tie, in een oude loods aan het IJ bij de Cruquiusweg. Techniek speelde een grote rol, en ik was er dan ook vanaf het begin bij betrokken zodat ik ook inhoudelijk iets kon toevoegen. De regisseur bedenkt wat hij wil, maar ik kom met nieuwe ideeën als wat hij bedenkt niet uitvoerbaar of te duur blijkt te zijn. Het is een kruisbestuiving: je bent weliswaar technisch bezig maar voegt ook inhoudelijk iets toe aan theater.

Al in het derde jaar bespreek je met studenten Mime, Dans en Regie je ideeën voor de afstudeerproductie. Ik wilde heel graag een groot project doen, het liefst op locatie, en daarin vond ik regisseur Joost van Hezik als compagnon; hij had al plannen voor Kliché. Voor de voorstelling zou ik de productie gaan doen: al het regelwerk zoals financiën, vergunningen, plan­ ningen, publiciteit enzovoort. Ook moest ik een team bij elkaar zien te krijgen. Het zou een zeer technische voorstelling worden met veel video, geluid en licht, dus ik moest al vroeg de technici van het vierde jaar erbij zien te krijgen.’

We begonnen met het scouten van locaties. Vervol­ gens moesten we alles regelen: zelfs stroom, water en toiletten hadden we in het begin niet. Ook hield ik me bezig met de vergunningen en de veiligheid van de elektra, en met het maken van een vluchtplan. Op school leer je de basis van de techniek bij thea­ tervoorstellingen, maar pas op locatie ontdek je echt wat wel en niet werkt. Ik ben een gigantische bèta, maar op deze opleiding leer je kijken en ga je veel naar theater. Ten tijde van Kliché had ik nauwelijks tijd voor andere voorstellin­ gen omdat ik zelf al vijf tot zes dagen per week in het theater was, maar van een goede theatervoorstelling kan ik nog steeds heel erg genieten. Ik ga me pas storen als dingen inhoudelijk niet kloppen.’ Beetje gek ‘Voor de opleiding Techniek en theater moet je een beetje gek zijn: je moet niet alleen van kunst houden, maar ook van techniek. Theatermakers kunnen nu eenmaal niet zonder technici: als je theater maakt, moet je gebruikmaken van technische middelen. Binnen de opleiding ligt de focus op theater, maar je kunt ook verder met dans, opera of zelfs muziek. Je kunt je in het derde jaar specialiseren in licht, geluid, video of technische productie, maar ook dat hoeft niet per se. Ik ben allround.’

Locatie ‘De locatie moest minimaal twee keer zo groot zijn als de theaterzaal in de Theaterschool. Omdat het budget niet al te groot was, was dat een hele opgave. Uiteindelijk kwamen we uit bij een organisatie met een heleboel leegstaande panden op de Cruquiusweg in Amsterdam. We konden maar liefst acht weken gebruikmaken van twee grote loodsen, waardoor we konden repeteren in de ruimte waar we uiteindelijk ook gespeeld hebben. Samen met Zinzi Kemper, die eindverantwoordelijk was voor de techniek, was ik vervolgens voorna­melijk bezig met het creëren van de voorwaarden waaronder er überhaupt gewerkt kon worden in de ruimte. Er moest elektriciteit komen, maar ook water, toiletten en internet. Verder hadden we een kleine ruimte ingericht als keuken, voorzien van koelkast, tafels en stoelen, en boven was nog een ruimte die diende als kantoor. Op die manier hadden we alles op één locatie.’ Netwerk ‘Je bouwt al tijdens je studie een breed netwerk op, waar je op allerlei momenten gebruik van kunt maken. Het meeste werk dat ik tot nu toe heb gedaan, heb ik op die manier gevonden. Zo werd ik voor het TIN gevraagd om op verschillende festivals de tentoon­ stelling Ergens en overal te beheren, en vroeg mijn eindexamencoach Puck Mathot (productieleider bij Het Lab Utrecht) mij om tourmanager te zijn bij de kindervoorstelling Bubble Boy. Volgend jaar begin ik, ook weer via via, bij het theaterfestival De Parade als publiciteit- en communicatiemedewerker. Ook publi­ citeit is een belangrijk onderdeel van theatermaken, en ik vind het fijn dat ik me dankzij deze opleiding op al die verschillende aspecten kan richten.’

Mijn rol: ‘De voorwaarden creëren waaronder de spelers optimaal kunnen presteren’ 16

Eurydice Regained

Eurydice Regained was de afstudeervoorstelling van de opleiding Jazz- en musicaldans. Choreografe Cecilia Moisio maakte een voorstelling met zestig dansers, een live orkest en een hoop techniek. Jeffrey Steenbergen, oud-student Techniek en theater

Mijn rol: ‘De schakel zijn tussen de regisseur en de technici’

Ik zag lang geleden hoe ze tijdens de musical Chicago in Londen met licht ruimte suggereerden. Toen wist ik dat ik in de theatertechniek wilde werken. Tijdens de laatste twee jaar van de opleiding heb ik mijn eigen leertraject gecreëerd, en nu heb ik me gespeci­ aliseerd in de technische productie. Ik ben een hoofd techniek met meer kantoorwerk, ik doe ook produc­ tietaken betreffende decor en techniek. Bijvoorbeeld het regelen van locaties, of het budget voor licht, geluid, techniek en decor. Ik heb veel samengewerkt met de opleiding Productie podiumkunsten, daar volgde ik ook vakken over bijvoorbeeld financiën en cultuurbeleid.

ondanks of dankzij deze opzet werd het een hele mooie voorstelling. Door deze ervaring en vanwege de goede samenwerking met Cecilia, ga ik na de opleiding de techniek doen bij een voorstelling van haar in Finland.

Met een aantal van mijn klasgenoten hadden wij in het vierde jaar het idee om een productie te maken met studenten van een dansopleiding. We zijn gaan samenwerken met een choreografe, Cecilia Moisio. Zij bedacht de thema’s, en daarop verder associërend kwamen wij weer met ideeën. We moesten bijvoor­ beeld uitzoeken hoe we zwarte regen konden maken. Na veel testen bleek plakkaatverf de enige kleurstof te zijn die de huid niet irriteerde, en ook weer uit kleren te wassen was. Van voedingsstoffen kregen de dansers rare vlekken op hun huid. Ook de vloer mocht niet te glad worden door het water, dus de dansers die aan het begin na de regen opkomen zijn eigenlijk geen dansers. Zij dweilen de vloer, al dansend.

In de opleiding Techniek en theater is creativiteit minstens zo belangrijk als technische kennis. Wij leren hoe we met theatermakers kunnen meepraten over de voorstelling en hoe we onze gezamenlijke ideeën kunnen vertalen naar een productie. Een student van de opleiding Techniek en theater is niet alleen uitvoerend bezig, maar is verantwoordelijk voor het aansturen van een team en zorgt ervoor dat alles technisch functioneert.

Onze opleiding is voornamelijk gericht op toneel en daarom was het interessant om met een choreograaf uit de dans te werken. Bij dit project was er niet een centraal punt, er was ook muzikale regie en tech­ niek. Dat zorgde soms wel voor spanningen, maar

17

De ruimte achter de schermen is veel groter dan de ruimte waar het publiek zit. Het toneelhuis is een ruimte, die er is om de spelers op hun gemak te laten voelen en om de bezoekers een mooie voorstelling te laten zien. Ik sta zelf niet graag op de planken, maar vind het leuk om met technische middelen een voor­ stelling naar een hoger plan te brengen.

Tegen aankomende studenten zou ik willen zeggen: dit is niet een puur technische opleiding, maar een kunstopleiding: je leert theatermaken. Maar let wel: je moet voor ogen houden dat het publiek niet komt voor de techniek van een voorstelling, maar voor de voorstelling zelf.’


Eline Baks, vierdejaarsstudent Scenografie (un)framed ‘Ik heb door mijn opleiding geleerd om anders naar dingen te kijken. Als ik nu op straat loop kan ik in alles een decor zien. Een decor hoeft ook niet per definitie op een toneel te staan. Zo heb ik voor de voorstelling (un)framed, tijdens het festival Julidans, een ontwerp gemaakt dat bestond uit een web van witte elastieken die gespannen waren in een gang in het nieuwe deel van de Stadsschouwburg Amster­ dam. Een danser in een zwart pak liet de elastieken bewegen en deze werden beschenen door een black­ light. De danser zelf was nauwelijks te zien vanwege het zwarte pak en de donkere achtergrond. Het had een heel spannend visueel effect.’ Alle disciplines onder één dak ‘In de opleiding komen alle facetten van theater aan bod: van vlakke vloer tot zelfs opera. Binnen elk blok staat steeds een ander aspect van het ontwerp cen­ traal en de lessen worden gegeven door specialisten. In het blok over kostuums moesten we één kostuum maken dat echt gedragen kon worden en een ander gemaakt van afval, dat bovendien niet meer dan vijf euro mocht kosten. Door zo’n opdracht leer je niet alleen ontwerpen en uitwerken, maar ook heel crea­ tief omgaan met verschillende materialen. Ik heb uit­ eindelijk mijn kostuum gemaakt van puzzelstukjes! Ik ben heel blij dat ik op de Theaterschool terecht ben gekomen, omdat je hier alle disciplines onder één dak hebt en je al tijdens je opleiding praktisch bezig bent. Het mooie van deze opleiding vind ik dat je gebruik kunt maken van allerlei verschillende middelen; bij de meeste andere kunstopleidingen kies je vaak voor één specifiek medium. De oplei­ ding vergt veel tijd en energie van je, maar je krijgt daar ontzettend veel voor terug. Omdat ik het alle­ maal zo interessant en leuk vind, voelt het helemaal niet als school.’

Scenografie De opleiding Scenografie leidt je op tot ontwerper van het decor van theater-, dans en muziekpro­ ducties. Als scenograaf ben je een theatermaker die de ‘theatrale werkelijkheid’ vormgeeft in zijn of haar eigen beeldtaal. Verbeel­ dingskracht, communicatieve vaardigheden, een groot gevoel voor het creatieve proces en aanleg om samen te werken met andere disciplines zijn daarvoor onontbeerlijke eigenschappen.

Mijn rol: ‘De inhoud en de locatie samenbrengen in het ontwerp’

Inspiratie door samenwerking Lisanne Hakkers, vierdejaarsstudent Scenografie (un)framed ‘In het begin van de studie ben je voornamelijk bezig met het maken van maquettes, maar al in het tweede studiejaar begin je met het ontwerpen van decors voor echte voorstellingen. Mijn eerste project was de voorstelling (un)framed, ter gelegenheid van de opening van het nieuwe gedeelte van de Stads­ schouwburg Amsterdam in 2009. In die voorstelling werd een verbinding gelegd tussen architectuur en dans, en we werkten dan ook samen met studenten van de Academie van Bouwkunst en dansers van Dansgroep Amsterdam. Onze groep maakte een theatrale installatie met objecten waarin de dansers konden bewegen; daardoor werden zij tegelijkertijd onderdeel van het decor.’ Oerol ‘Binnen de opleiding krijg je als student volop moge­ lijkheden om dingen op locatie te initiëren. Vorig jaar hebben we bijvoorbeeld een aanvraag gedaan om mee te doen op Oerol. Daar hebben we een gezamen­ lijke voorstelling van zes installaties gemaakt. Ik had een tafel gemaakt ter grootte van mijn lengte en die stond midden in het bos. Op de tafel lag een kleed, en in de tafel zaten luikjes waar ik mijn armen door­ heen kon steken. De performance bestond uit het dekken van de tafel, waarbij het publiek de keuze kon

18

maken tussen koffie en thee, terwijl ik boterhammen met boter en hagelslag smeerde. Omdat ik zelf niet zag wat ik deed ging er natuurlijk van alles mis. Maar het publiek vond het erg spannend, omdat zij alleen maar twee handen zagen en alles zo langzaam ging.’ Samenwerking ‘Wat de opleiding uniek maakt, zijn de kleine groe­ pen en de persoonlijke benadering. Je krijgt heel veel ruimte om jezelf te ontwikkelen en te doen wat bij je past. Onze opleiding is ondergebracht in de Theaterschool, waar studenten worden opgeleid voor alle vakken op en rond het podium; daardoor werk je al tijdens je studie samen met acteurs, dansers, regisseurs, technici en producenten. In een van mijn eindexamenprojecten bijvoorbeeld werk ik samen met studenten Mime en Moderne theaterdans die de voorstelling uitvoeren, en verzorgt een student van de opleiding Docent dans de choreografie. In het ontwerp probeer ik de inhoud van de voorstelling, de dans en ook de locatie samen te brengen. Wat het spannend maakt, is dat het voor ons allemaal onder­ deel is van ons afstuderen. Ook het samenwerken met andere kunstdisciplines binnen de AHK, zoals in ons project met de Acade­ mie van Bouwkunst, wordt vanuit de opleiding sterk gestimuleerd. Van die samenwerking leer je erg veel. Ik vind het heel inspirerend om te merken hoe je elkaar kunt aanvullen.’

Mijn rol: ‘Anders naar dingen kijken en in alles een decor zien’

Scène uit ‘Kwelling’, afstudeervoorstelling van Eline Baks in samenwerking met studenten van de opleidingen Regie, Productie podiumkunsten en Techniek en theater

19


Cultureel erfgoed

Eigentijds ontwerp vanuit historisch perspectief

Aan de Reinwardt Academie word je opgeleid tot allround erfgoedprofessional. De bach­ elor Cultureel erfgoed, uniek in Europa, leidt je op voor functies in musea, archieven, bibliotheken, monumenten­ zorg, centra voor natuur- en landschapsbehoud, science centers en instellingen op het gebied van digitaal, mobiel en industrieel erfgoed.

Archief Paradiso Marije van Veen, oud-student Cultureel erfgoed Vrijheid ‘Het was erg leerzaam om gedurende de opleiding projectmatig te werken, in groepjes en met een vaste periode, want dat lijkt op de beroepspraktijk. Je bedenkt projecten, zet die op papier, voert ze uit en werkt naar een eindproduct toe met een deadline. Wat je leert op de Reinwardt Academie is vooral een bepaalde manier van werken. Het gaat om inhoudelijk museaal, om uitvoering, maar ook om de beleidsmatige kant en om marketing. Al die kennis is op diverse plekken toepasbaar en omdat de Academie klein is en informeel, heb je de vrijheid om zelf iets bijzonders te maken van je studie, zolang je je keuzes maar goed motiveert.’ Scriptieprijs gewonnen ‘Samen met studiegenote Berit Soolsma heb ik een scriptie geschreven over de opzet van een archief voor het muzikaal erfgoed van de Amster­ damse poptempel Paradiso. Daarvoor hebben we de Muziekscriptieprijs 2009 van Muziek Centrum Nederland (MCN) gewonnen. We hebben een case study gedaan naar dit podium: wat is hun erfgoed, waar bevindt het zich en hoe kun je het bijeenbrengen en ontsluiten voor de bezoeker? We hebben veel afspraken gehad met mensen uit het werkveld; informatie ingewonnen bij profes­ sionals die onderzoek doen naar de digitalisering van cultureel erfgoed; en deelgenomen aan een conferentie over dat onderwerp, met als interes­ segebied onder andere cultureel eigendomsrecht. Dit mondde uit in een beleidsplan voor het maken van een archief voor en over Paradiso. We willen graag een website maken met alle posters van de poptempel, want die vormen een tijdslijn, met de mogelijkheid voor bezoekers om hieraan persoon­ lijke verhalen te koppelen; een interactief project dus. We moeten nu op zoek naar fondsen voor de uitvoering daarvan.’

Het Triadisch ballet van Oskar Schlemmer

Peter de Kimpe, artistiek leider Scenografie Een volledig beeld vormen ‘Aan het begin van dit studiejaar hebben tweede­ jaarsstudenten Scenografie het Triadisch ballet van Oskar Schlemmer uit 1922 als aanleiding genomen voor het historisch project. Voor Schlemmer waren de dansers in eerste instantie bewegende vormen die zich verhouden tot ruimte, kostuum en licht. Zijn Triadisch ballet is niet de meest menselijke dansvoor­ stelling die je je kunt voorstellen, maar voor ons was het wel een uitstekend vertrekpunt, omdat Schlemmer alle aspecten van het ontwerpvak meeneemt: geluid, kleur en licht, kostuums en theatrale ruimte spelen een belangrijke rol.

Mijn rol ‘De toeschouwer het stuk laten voelen: door beeld, geluid en ruimte een extra dimensie toevoegen aan theater’

We starten zo’n project theoretisch, om een zo volledig mogelijk beeld te kunnen vormen. Wie was Schlemmer? Hoe werd er in zijn tijd over dans gedacht? En hoe was de context van de beeldende kunst? We benaderen het werk vanuit allerlei invalshoeken: dramaturgisch, cultuurhistorisch en vormgevingtechnisch. Studenten graven zich in eerste instantie totaal in de historie in, om vervolgens de ontwerpopgave heel vrij op te kunnen vatten. Ze leren samenwerken, de meerwaarde daarvan ontdekken, en met hun ontwerp staan ze uiteindelijk weer met twee benen in deze tijd.’ Liesje Knobel, tweedejaarsstudent Scenografie Beginnen vanuit het ontwerp ‘Het Schlemmer-project was voor mij een heel bijzondere ervaring. We werkten in een groep van zeven studenten, met wie we in teamverband decor, licht, muziek én kostuums hebben ontworpen. Het was heel speciaal om te ervaren hoe je gezamenlijk tot een veel beter ontwerp komt dan wat je zelf in je eentje kunt bedenken. Je moet alleen wel de tijd

20

Muziekscene ‘Ik koos voor de opleiding Cultureel erfgoed omdat ik tentoonstellingen wilde ontwerpen, maar omdat ik steeds meer ruimte gaf aan mijn interesse in muziek wil ik nu meer richting het programmeren van evenementen – dat kan muzikaal of multidisciplinair zijn. Ik ben nu flink actief in de muziek­ scene in Utrecht, onder andere als programmeur en als stage manager. Ook ondersteun ik de direc­ tie van het Centraal Museum. Projectmanagement en productiewerk bij een museum of een muziek­ evenement lijkt me te gek.’

nemen om met elkaar te gaan zitten, om het met elkaar oneens te mogen zijn en daarover door te praten; dan kom je tot heel mooie dingen. We begonnen vanuit het ontwerp en het is uiteinde­ lijk een hele voorstelling geworden. Zelfs de muziek is door ons gekozen: we vonden bijvoorbeeld het bijna menselijke geluid van een cello gecombineerd met de machinale stem van een beatboxer heel goed passen bij Schlemmers machinemensen. Ik denk dat het in deze tijd steeds belangrijker wordt om verhalen te visualiseren. We worden omringd door beelden; ik denk dat mensen beelden veel beter begrijpen dan vroeger én dat ze dingen beter begrij­ pen dankzij beelden. Men verlangt daarom ook meer van het beeld: er moet continu iets nieuws gebeuren, en daar kunnen wij als scenograaf zeker iets aan toevoegen. Uiteindelijk gaat het erom dat je een extra dimensie toevoegt aan theater. Beeld, geluid, ruimte: als scenograaf kun je de toeschouwer het stuk als het ware laten voelen. Het ontwerp moet de tekst en het verhaal ontstijgen; ik wil als scenograaf niet enkel herhalen wat al in de tekst zit. Het mooie binnen de Theaterschool is dat je kunt samenwerken met studenten van allerlei disciplines: de studenten Moderne theaterdans, Productie podi­ umkunsten en Techniek en theater met wie we dit project hebben gedaan hadden allemaal een eigen expertise en eigen kijk op het stuk, en dat helpt je enorm vooruit. Daarnaast heb je als student ook nog een technische dienst en een kostuum- en decora­ telier tot je beschikking. Al in het tweede studiejaar maak je dus een hele professionele voorstelling; we zijn zelfs uitgenodigd om volgend jaar met dit stuk deel te nemen aan de Praagse Quadriennale voor theaterontwerpers.’

Mijn rol: ‘Projectmanager zijn en producer bij een museum of een muziekevenement’ 21


Chique kunstbeurs met een rauw randje

Sociale media voor het Internationale Rode Kruis

Sarah Berckenkamp, oud-student Cultureel erfgoed

Linda Thoen, vierdejaarsstudent Cultureel erfgoed Publieksonderzoek ‘Tijdens mijn stage in Zwitserland heb ik heel veel geleerd. Bij het Internationale Rode Kruis en Rode Halve Maan Museum in Genève liep een project voor een nieuwe permanente tentoonstelling. Mijn werkzaamheden bestonden uit het bijwonen van brainstormvergaderingen, waarin wij dieper ingin­ gen op de betekenis van de tentoonstelling en de bijbehorende objecten. Daarnaast heb ik verschil­ lende onderzoeken gedaan, om te achterhalen welke objecten relevant zouden zijn voor de tentoonstel­ ling. Naast mijn stage heb ik een publieksonderzoek gedaan naar hoe de website van het museum het beste kan worden ingezet, eventueel met gebruik van Facebook of Wikipedia.’

Werk: Kaleb de Groot en Roosje Klap Foto: Nienke Doekes

Rauw randje ‘Aan mijn stages heb ik echt veel gehad: daar merk je pas hoeveel je al hebt geleerd en hoe je die ken­ nis kunt toepassen. Ook door mijn bijdrage aan de tentoonstelling Paved Paradise ben ik veel wijzer geworden. Tijdens Art Amsterdam heb ik samen met vier studenten van de Reinwardt Academie en de Rietveld Academie een vier dagen durende tentoon­ stelling in de parkeergarage van de RAI verzorgd. Als een van de curatoren heb ik Nederlandse kunste­ naars gezocht die iets prikkelends konden neerzet­ ten, met als inspiratie het gevoel dat een parkeergarage kan oproepen: claustrofobie, kortstondigheid, vergankelijkheid, ga zo maar door. Het idee was om de tamelijk chique kunstbeurs een rauw randje te geven, in de drie maanden die we hiervoor hadden. Ik had twee van de zeven kunstenaars onder mijn hoede en was tijdens de expositie als floormanager belast met de productionele zaken. Daarnaast had ik contact met de pers en schreef ik de tentoonstel­ lingstekst over wat het project inhield.’

Mijn rol: ‘De programmering zo goed mogelijk afstemmen op de collectie en de tentoonstellingen’

Aan de slag ‘Ik ga nu aan het werk als projectmanager van de Museumnacht. Twee keer per jaar organiseren we een nachtsalon en een keer per jaar de Museumn8, om jongeren richting het museum te krijgen en vice versa. Ik was al jaren vrijwilliger voor de organisatie en blogger op de site, dus dat netwerken heeft geholpen. Het is spannend om hier aan de slag te gaan, omdat ik de programmering graag nog meer op de collectie van de musea en de tentoonstellingen wil afstemmen.’

Erfgoedinstellingen en de maatschappij ‘Langzaamaan begin ik met mijn afstudeeronder­ zoek: ik ga een plan schrijven over hoe sociale media geïmplementeerd kunnen worden in erfgoedinstel­ lingen. Na mijn afstuderen wil ik een universitaire master doen in de geschiedkundige hoek, want ik heb behoefte aan meer theoretische kennis. Met de opleiding Cultureel erfgoed ben ik erg blij, want erfgoed bepaalt een groot deel van ieders identiteit. Je bent er, deels onbewust, trots op en erfgoedinstel­ lingen hebben een grote rol in de maatschappij: ze maken mensen bewust van hun afkomst en waar­ borgen hun identiteit. Ze vormen bovendien een klankbord voor wat er speelt in de maatschappij.’

Toegevoegde waarde ‘Omdat ik een minor e-cultuur heb gedaan wist ik al dat je veel kunt met de inzet van sociale media, maar ook dat er best veel weerstand tegen is. Dat merkte ik ook in Genève. Toch heeft het museum nu een Facebook-pagina geopend, toen uit mijn onderzoek bleek dat 15 procent van de museumbezoekers de website van het museum niet gebruikt en 90 procent van hen op Facebook actief is. Ik heb de medewer­ kers van het museum bewust gemaakt van de toege­ voegde waarde van sociale media, en zo hun contact met hun doelgroep misschien wat verbeterd.’

Max Havelaars schimmenspel Sjoukje Kerman, vierdejaarsstudent Cultureel erfgoed Feitelijke informatie ‘De afgelopen jaren heb ik veel geleerd: materiaal­ kennis opgedaan, beheer van objecten, marketing en communicatie. Het was erg leuk om te zien of dat wat je in de les leert in de praktijk werkt. Aan de hand van structurele kennis vanuit de Academie ga je praktisch aan de slag en geef je je creativiteit de ruimte. Deze opleiding biedt structurele handvatten om cultureel erfgoed te beheren, behouden en pre­ senteren, met inzet van je eigen creativiteit.’ Soort stripverhaal ‘Mijn stage in het derde jaar liep ik bij de Max Ha­ velaar Academie. Het doel was het actualiseren van een 150 jaar oud boek: de Max Havelaar. Samen met vier andere studenten met diverse achtergronden be­ keken we hoe we vanuit verschillende invalshoeken het boek konden actualiseren om het te behouden voor de huidige lezer. Mijn rol was om te kijken welke tentoonstellingsvormen geschikt zijn om de inhoud over te brengen aan een hedendaags publiek. Ik heb een stripverhaal gemaakt op een katoenen doek. De beelden vormen één verhaal, een opeenstapeling van interpretaties en mijn subjectieve illustratie van de Max Havelaar. Dagelijks stelde ik mijn schimmendoe­ ken tentoon in de etalage. Max Havelaar speelt zich af in Nederlands-Indië en ik heb een oude culturele traditie van daar toegepast.’

Grens aftasten ‘Natuurlijk leer je tijdens de opleiding theoretisch denken over cultureel erfgoed en leg je een basis van kunst- en cultuurgeschiedenis. Dat is van belang voor je begrip van het heden en voor de manier waarop je daar als museummedewerker op kunt antici­peren. Maar ik heb zeker ook veel gehad aan het ontwikkelen van mijn communicatieve vaar­ digheden. Je leert tijdens de opleiding Cultureel erfgoed veel presenteren, publiekelijk spreken en onderhandelen met elkaar. Verbale communicatie is erg belangrijk om je boodschap over te brengen en dat is essentieel op de werkvloer. Ook tijdens Paved Paradise merkte ik dat. Zeker als je moet leren omgaan met kunstenaars en je de grenzen van je verantwoordelijkheden aftast: het is hun werk, maar jouw tentoonstelling.’ Werk: Daniël van der Veer Foto: Nienke Doekes

22

Mijn rol: ‘Medewerkers van erfgoed­ instellingen bewust maken van de toegevoegde waarde van sociale media, en zo het contact met hun doelgroep verbeteren’

Belichting in musea ‘Ik werk nu deels bij Erfgoed Nederland en schrijf een communicatieplan voor een project. Binnenkort ga ik beginnen aan mijn afstudeeronderzoek naar LED-verlichting: wat zijn de voor- en nadelen van het toepassen van deze verlichting, bekeken vanuit het object, de bezoeker en de museummedewerker vanuit technische en ethische aspecten. Liefst zou ik na mijn opleiding belichtingsplannen ontwikkelen voor musea.’

Mijn rol: ‘Belichtingsplannen ontwikkelen voor musea’ 23


Mijn rol: ‘Als kunstenaar voor de klas betrokken zijn bij zowel de inhoud als de vorm van kunstzinnige uitingen’

Mijn rol: ‘Kunst maken, studenten uitdagen en duidelijk maken waarom het ertoe doet.’

Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten

Wat wordt jouw rol?  

Magazine van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, met aandacht voor de opleidingen achter de schermen

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you