Page 1

NIEUW WERK IN ZEEUWS-VLAANDEREN

KRIMP = GROEI


Het instituut richt zich op de vraag, welke waarde de werkwijze van kunstenaars kan hebben in andere vakgebieden.

2


NIEUW WERK IN ZEEUWS-VLAANDEREN

KRIMP = GROEI

“Al vijftig jaar lang leren we dat groeien goed is en dat stilstand achteruitgang is. Maar krimp? Het omgaan met krimp zat niet in onze opvoeding en we zijn er niet voor opgeleid.” (directeur St. Confessioneel Basisonderwijs Zeeuws-Vlaanderen, 2011)

“Krimp? Ze moeten ons hier met rust laten!” (bewoonster Terhole, augustus 2012)

Breda – Antwerpen – Hulst. Om Zeeuws-Vlaanderen met het Nederlandse openbaar vervoer te bereiken moet eerst België worden aangedaan; buslijn 19 uit Breda rijdt via onze zuiderburen door de Westerscheldetunnel naar Zeeland. Volgens bewoners kenmerkt het de ‘enclave’ Zeeuws-Vlaanderen, de enige regio waar de inwoners tol moeten betalen om in Nederland te komen. Volgens demografen is het de Nederlandse regio waar demografische krimp de grootste gevolgen heeft. Het steeds lagere geboortecijfer, de vergrijzing en migratie hebben er voor gezorgd dat het aantal inwoners van Zeeuws-Vlaanderen de afgelopen jaren sterk is afgenomen. Door deze krimp is ook de omgeving van bewoners veranderd: er zijn steeds meer leegstaande panden, er zijn minder voorzieningen en er is minder werk. Toch blijkt uit recent onderzoek dat bewoners de leefbaarheid van Zeeuws-Vlaanderen positief beoordelen en krimp geen reden vinden om te verhuizen. Het is de paradox van de krimp: kennelijk zijn er andere factoren die het leven in deze regio aantrekkelijk maken. In het project ‘Nieuw werk in Zeeuws-Vlaanderen’ bundelen het instituut en CBK Zeeland hun krachten om deze factoren aan het licht te brengen.

3


1. MENSELIJKE MAAT VAN KRIMP Uitgangspunt van het project ‘Nieuw werk in Zeeuws-Vlaanderen’ is dat krimp meer is dan alleen een economisch en demografisch cijfer. Wonen is leven en daarbij horen allerhande sociale, culturele, historische en geografische aspecten. Wat is de menselijke maat van krimp? het instituut en CBK Zeeland nodigden in de zomer van 2012 kunstenaars, vormgevers, omgevingspsychologen en wetenschappers uit om de lokale situatie in Zeeuws-Vlaanderen te onderzoeken en nieuwe denkrichtingen te genereren voor de situatie van krimp. Het unieke karakter van de streek en haar bewoners speelt hierbij een grote rol. Onderzoek naar hoe cultuur ingezet kan worden om krimpgebieden positief te stimuleren, wijst namelijk uit dat er een groot verschil bestaat tussen krimp in stedelijke en in rurale gebieden. Waar in steden cultuur gebruikt wordt om diversiteit in het gebied te ontwikkelen - denk maar aan de ‘creatieve broedplaatsen’ die zich hebben gevestigd in leegstaande kantoorpanden in de grote steden – is het in rurale gebieden juist van belang het unieke karakter van de streek en haar bewoners te benadrukken. De tradities, gebruiken en wensen van de lokale bevolking moeten de drijvende krachten zijn achter gebiedsontwikkeling.1 Maar wat is de identiteit van Zeeuws-Vlaanderen en haar bewoners? En hoe kan zij worden ingezet om het gebied een positieve economische impuls te geven? Hoe kan de persoonlijke beleving van de bewoners van de streek worden betrokken bij bestuurlijke beslissingen over de toekomstige ontwikkeling van Zeeuws-Vlaanderen? Om antwoorden te vinden op deze vragen heeft het instituut en CBK Zeeland vijf (teams van) kunstenaars, omgevingspsychologen, vormgevers en wetenschappers uitgenodigd om vanuit een leegstaand huis in Terhole onderzoek te doen. De methode die hierbij gebruikt wordt is het recherchemodel.

1

Zie voor referenties het onderzoek door dr. Christian Handke en drs. Amber Greurs ‘Rural Cultural Development Project – case study Zeeland’ (2012)

4


2. KRIMP – RECHERCHEMODEL Van juni tot september 2012 verbleven een vijftal (teams van) kunstenaars, ontwerpers en wetenschappers op uitnodiging van het instituut en het project Krot of Kans van CBK Zeeland in een leegstaand pand in Terhole, Zeeuws-Vlaanderen. De teams onderzochten vanuit hun eigen gezichtspunt verschillende karaktertrekken van de streek volgens de werkmethode van het recherchemodel. Het recherchemodel is ontwikkeld door het instituut en geïnspireerd op een manier van werken die is terug te vinden bij het werk van de recherche, maar ook in de beeldende kunst. Het vraagstuk wordt hierbij ‘vanaf de kant’ benaderd; er wordt van ‘buiten naar binnen’ gewerkt, van algemeen naar specifiek. In de kunst is dat bijvoorbeeld de waarneming van de ‘restruimte’ van een gecreëerde vorm. Om afstand te doen van zijn werk kan een beeldend kunstenaar naar de negatieve vorm kijken die altijd naast de bewust gemaakte vorm ontstaat. Ook de recherche werkt van ‘buiten naar binnen’, de identiteit van een dader kan immers alleen achterhaalt worden door steeds meer mogelijkheden uit te sluiten. De deelnemers in Terhole doen iets soortgelijks en doen elk vanuit hun eigen expertise een ‘sporenonderzoek’ in de omgeving. Ze maken geen beschrijving van het karakter van de streek, maar van een aantal ‘karakterkamers’ waarmee de identiteit van het gebied samen te stellen is. Ze doen dat, zoals gesteld, vanuit hun eigen expertise. Zo concentreert het team van omgevingspsychologen zich bijvoorbeeld op de persoonlijke ervaringen en onderliggende emoties van de bewoners bij het overheidsbegrip ‘krimp’. Geluidskunstenaar Prosper de Roos onderzoekt hoe een krimpend landschap klinkt; welke geluiden (weer) worden gehoord als andere dingen afnemen. En kunstenares Heidi Linck zoekt in een tienjaren plan naar de verbanden tussen de zichtbare staat van de gebouwen in Terhole en omgeving en de onzichtbare achterliggende processen. De diversiteit aan benaderingen levert samen een gelaagde analyse van de kwaliteiten van het Zeeuwse landschap en hun bewoners. De som der delen van de gezichtspunten is niet alleen een interessante opsomming, maar vormt een (daders)profiel van de identiteit van Zeeuws-Vlaanderen. Uit de observaties van de deelnemers tijdens hun verblijf in Terhole wordt duidelijk

5


dat de uitersten elkaar in Zeeuws-Vlaanderen raken, zoals het streepje in de naam verbindt en onderscheidt. De kunstenaars beschrijven dichtgetimmerde woonhuizen naast villawijken met zorgvuldig bijgehouden buxusstruiken; ogenschijnlijk verlaten huizen en bewegende gordijnen; vogels die worden verdreven, en vogels die worden beschermd; vrijwillige migratie naar nieuwbouwwijken en onvrijwillige migratie door ‘ontpoldering’. Hoe verwarrend deze tegenstellingen in eerste instantie misschien zijn, ze maken ook duidelijk dat Zeeuws-Vlaanderen transformeert. Die transformatie heet nu eens ‘krimp’ en dan weer ‘groei’, en is volgens de bewoners zelf al sinds de Middeleeuwen een constante.

6


3. KRIMP ALS KWALITEIT? Wat levert deze voortdurende transformatie op? Is krimp een kwaliteit? Hoe moeten we haar benaderen in een samenleving waarin ‘groei’ de hoeksteen is? Normen en waarden in onze maatschappij zijn al generaties lang gebaseerd op persoonlijke, economische, demografische of technologische groei. Wat gebeurt er als er geen groei meer is, maar stilstand, of zelfs krimp? Is het mogelijk dat de leefbaarheid van een stad niet achteruit gaat bij afnemende bevolkingsaantallen? Het doel van de projecten die de kunstenaars van het instituut in Zeeuws-Vlaanderen voorstellen, is om de cultuur rond krimp een andere betekenis te geven. Hoe kunnen bewoners en betrokkenen een andere verhouding innemen tot hun (zelf geconstrueerde) cultuur? Wat gebeurt er als persoonlijke groei wordt losgekoppeld van economische groei? Als economische krimp wordt losgekoppeld van culturele krimp? Tot noch toe wordt de omgang met krimp bij overheden en beleidsmakers gedomineerd door het intense en economisch gedreven verlangen naar vooruitgang. Zij hebben van nature de neiging om leegstaande gebouwen of terreinen zo snel mogelijk in te vullen met een nieuwe, desnoods tijdelijke functie. De kunstenaars die verbleven in Terhole onderzoeken of er ook functies en betekenissen mogelijk zijn als er niet wordt ingegrepen, als transformaties de vrije loop worden gelaten, als krimp wordt omarmd. Geluidskunstenaar Prosper de Roos beschrijft in zijn akoestische verkenning van krimp in Zeeuws-Vlaanderen: “Het is een wisselwerking. Doordat er iets krimpt ontstaat er ruimte voor iets anders. Het uitdijende maakt het krimpende zichtbaar, en andersom. Krimp = groei.“

7


8


4. PROJECTVOORSTELLEN DEELNEMERS HET INSTITUUT

9


10


HOORBARE GEDAANTEVERWISSELING Prosper de Roos Hoe klinkt krimp? Wat is het geluid van een land dat leger wordt? In een geluidswandeling gaan we op zoek naar restgeluiden die ‘rondwaaien’ in Oost Zeeuws-Vlaanderen. Door middel van geluiden wordt er indirect een laag in het landschap voelbaar gemaakt die normaal gesproken onuitgesproken blijft. Het geluid verandert en focust de perceptie, maakt gevoelens en gedachten los en creëert nieuwe. De onvoorspelbare werking van de wind op geluid is het vormmotief in de geluidswandeling die Prosper de Roos maakte voor Oost Zeeuws-Vlaanderen. Het Oost Zeeuws-Vlaamse landschap zit vol met verhalen die getuigen van een strijd tegen de krimp. Of dit nu het afnemen van werkgelegenheid is of van het verdwijnen van een stuk dijk. Het zijn beide gevechten tegen zaken die afnemen en waar geluiden aan verbonden zijn. De geluidswandeling wil dit geluidslandschap hoorbaar maken. Door het contrast op te zoeken wordt een krimp voelbaarder en hierdoor het specifieke geluidslandschap hoorbaarder. Het dorpje Lamswaarde telde vroeger bijvoorbeeld drie smederijen om landbouwpaarden te beslaan, de paarden zijn verdwenen, in de laatste smederij worden nu fietsen gerepareerd. In plaats van hamerslagen klinkt nu door het dorp het smeren van fietskettingen. Ook het geluid op de akkers is veranderd. Vroeger werd er veel voederbiet verbouwd, nu staat er het hoge mais dat een ruis laat horen als de wind er doorheen waait. In de zes kilometer lange wandeling tussen Paal en Lamswaarde maakt de luisteraar via een koptelefoon de flux van krimp en uitdijen mee. Winden, geluiden, verhalen: de geluidstour maakt de wordingsgeschiedenis van het gebied hoorbaar. Een proces waarin het landschap en de mensen voortdurend veranderen; waarin iets krimpt, iets anders uitdijt en nieuwe geluiden met zich meebrengt. Tijdens de wandeling zal een stem de luisteraar begeleiden. Deze gids geeft inhoudelijke informatie, reflecteert op de thematiek en wijst de wandelaar de weg. Het akoestische landschap is een afspiegeling van de identiteit van het gebied. Wat de geluidswandeling uiteindelijk beoogt is een wordingsgeschiedenis van een gebied hoorbaar maken. Het gebied lijkt te zijn gevormd door deze constante strijd waarvan het niet altijd zeker is of de strijd gewonnen of verloren is, de afloop is onzeker. Het is uiteindelijk een gevecht tegen het verdwijnen. Dit is een proces waarin het landschap en de mensen voortdurend veranderen, iets krimpt, iets anders dijt uit en brengt nieuwe geluiden met zich mee.

11


12


DE EMOTIONELE BELEVING VAN KRIMP Joren van Dijk, Geesje Philippi, Lars Rengersen In het dagelijks leven worden emoties niet altijd uitgesproken. Tegelijkertijd zijn de emoties van betrokkenen van wezenlijk belang om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Omgevingspsycholoog Joren van Dijk en Geesje Philippi merkten in gesprekken met bewoners in Terhole, Hulst en Vogelwaarde op dat de beleving van de burgers vaak niet overeenkomt met de overwegingen en beslissingen van de overheid. In een aantal rapporten (bijvoorbeeld van TOPteam krimp, 2009) wordt gerefereerd aan het idee dat krimp niet leeft in Zeeuws-Vlaanderen. Logisch, iets dat er nog niet is, kun je niet concreet ervaren. In de gesprekken die Philippi en Van Dijk hebben gevoerd met bewoners in Oost Zeeuws-Vlaanderen wordt bevestigd dat zij krimp niet goed kunnen duiden en worden er vraagtekens bij de voorspellingen geplaatst. Sterker, bij sommigen leeft het beeld dat ‘de overheid’ de krimp in de hand werkt. Als bijvoorbeeld de voetbalverenigingen van verschillende dorpen worden samengevoegd, kan daarmee het gevoel ontstaan dat de overheid de krimp ‘veroorzaakt’. Voorzieningen verdwijnen en het dorp wordt onaantrekkelijker om te wonen. Is krimp oorzaak of gevolg? Anders gezegd: de beleving van de burger komt niet overeen met de overwegingen en beslissingen van de overheid. Ongeacht of bestuurders krimp wel of niet (h)erkennen, is het verstandig om de visie helder te delen met de burger. Daardoor kan vervolgens ook gebruik worden gemaakt van de vele ideeën en handen die Zeeuws-Vlaanderen rijk is om samen het probleem aan te pakken. De burger wordt hierbij serieus genomen en daarmee de ‘kloof’ tussen overheid en burger verkleind. Samen met softwareontwikkelaar Lars Rengersen ontwikkelen Philippi en Van Dijk visuele vragenlijsten over emoties. De resultaten van deze vragenlijsten worden door de onderzoekers gekoppeld aan bestaand onderzoek naar krimp en sociale omstandigheden in Zeeuws-Vlaanderen.

13


14


ZEEUWS-VLAANDEREN SCHRIJFT GESCHIEDENIS; DE MENSELIJKE MAAT VAN KRIMP, LEEGSTAND EN VERVAL Heidi Linck ‘Blijf! Vertrek!’. Beeldend kunstenaar Heidi Linck constateerde tijdens haar verblijf in Terhole dat dorpen in Zeeuws-Vlaanderen ieder hun eigen proces van ‘verlating’ ondergaan: in het ene dorp is sprake van vrijwillige krimp, het andere wordt onvrijwillig ontruimd in het kader van economische ambities. Linck stelt voor om de spanning tussen de grootschalige processen van krimp en groei en hun betekenis voor individuen de komende tien jaar in Zeeuws-Vlaanderen te ‘lezen’ door tien plekken tien jaar lang te volgen. Op deze manier bouwt zij een groeiend archief op van beelden die verhalen vertellen over deze plekken en hun eigenaren. Omdat gebouwen het leven en de individuele beleving van bewoners reflecteren richt ze zich hierbij op de zichtbare staat van huizen en plekken. Welke verbinding hebben zij met de onzichtbare processen achter krimp? De architectuur en andere menselijke sporen van aanwezigheid worden hierbij als de ‘taal’ van de bewoners opgevat. Het project van Linck kan tot een nieuw perspectief op krimp en transformatie van Zeeuws-Vlaanderen leiden; eentje waarin de menselijke maat tot uitdrukking komt. Door het onderzoek ter plekke uit te voeren kan bovendien de bijzondere identiteit van Zeeuws-Vlaamse transformaties in kaart worden gebracht. In meerdere gebieden in Nederland wordt ‘krimp’ verondersteld, maar elke transformatie heeft haar eigen, lokale gezicht en betekenis.

15


16


KRIMP FESTIVAL Domenique Himmelsbach de Vries, Tabo Goudswaard Gaaibal, puiten, tafelkrulbollen en blaasvoetbal: tijdens hun verblijf in Terhole zijn social designers Domenique Himmelsbach de Vries en Tabo Goudswaard getroffen door de ongewone spellen en gebruiken, en het uitgebreide verenigingsleven in Zeeuws-Vlaanderen. Bij bewoners van Terhole en omgeving verzamelen ze informatie en verhalen over lokale spellen. Deze informatie willen zij gebruiken voor het organiseren van een avontuurlijk festival in Terhole en omgeving: het KRIMP festival. Het koppelt kunstenaarsspellen aan lokale spellen en gebruiken, en anticipeert op de processen van krimp. In rood geschilderde, verlaten panden levend Monopoly spelen, nachtvissen in de vijvers van leegstaande huizen en kwalleballen op het braakliggende veld naast de basisschool. Het KRIMP festival wil een nieuwe bestemming voor leegstaande huizen en gebouwen realiseren in een gebied waarin steeds meer panden leeg staan. Bij het wegvallen van voorzieningen stimuleert het festival bovendien ontmoetingen en saamhorigheid tussen bewoners en tussen bewoners en ‘buitenstaanders’. Last but not least zet het KRIMP festival bewoners aan om eigen initiatieven te ontplooien en de ruimte in Zeeuw-Vlaanderen te ‘heroveren’. In een krimp-regio treedt de overheid immers meer en meer terug, en krijgen bewoners de unieke kans deze ruimte te beheren. Het KRIMP festival biedt de mogelijkheid dit niet ‘doe-het-zelf’, maar ‘doe-het-samen’ te doen.

17


18


HET STILTEDINER Hind Souri Geachte mevrouw Souri, Hierbij geven wij als gemeente toestemming voor het gebruik van de gemeentegrond voor het organiseren van het ‘stiltediner’ op vrijdag 10 augustus 2012 van 20:00u. tot 21:00u. Het gaat om het veldje dat grenst aan de Tervliet Basisschool aan de Notendijk. U dient er wel zorg voor te dragen dat de omwonenden geen hinder hiervan ondervinden. Met vriendelijke groet, A. de Witte Tijdens het stiltediner definieert beeldend kunstenaar Hind Souri twee soorten stiltes. Een stilte als ‘absentie van levendigheid’: de ongemakkelijke. En een stilte als ‘rust’: de bevrijdende. Ongeacht in welke vorm, het is volgens de ober in het plaatselijke café van Emmadorp één van de twee trekpleisters in ZeeuwsVlaanderen: stilte en gastvrijheid. Hij biedt Souri de consumptie die ze heeft besteld vervolgens gratis aan. Zijn geste versterkt haar intentie om een diner te organiseren waarbij deze twee waardevolle stukjes identiteit van Zeeuws-Vlaanderen worden samengevoegd. Ze besluit een ‘stiltediner’ te organiseren op een veldje naast de basisschool in Terhole. Vijftig mensen kunnen hier in stilte van een maaltijd genieten. De gemeente geeft toestemming, ironisch genoeg onder de voorwaarde dat ‘omwonenden geen hinder hiervan ondervinden.’ Het blijft echter stil op het stiltediner; slechts één inwoner (met hond) geeft gehoor aan de uitnodiging. De bewoners in Terhole lijken de stilte te waarderen, maar niet in het gezelschap van anderen. Is het hun behoefte aan ‘rust’, zoals de buurvrouw op leeftijd duidelijk maakt. Of is het hun gelatenheid, na de totale verwoesting door wereldoorlog en water?

19


20


5. ONDERZOEKSVOORSTEL ERASMUS UNIVERSITEIT Naar aanleiding van de kunstenaarsprojecten heeft het instituut contact gezocht met de onderzoekers Dr. Christian Handke (Assistant Professor of Cultural Economics Erasmus Universiteit Rotterdam) en drs. Amber Geurts (promovenda Erasmus Universiteit Rotterdam) aan de economische faculteit van de Erasmus Universiteit. Zij zijn geïnteresseerd in de rol van cultuur in rurale ontwikkeling en bevestigen het belang om het unieke karakter van de streek en haar bewoners hierbij in te zetten. Handke en Geurts zijn van plan om bij De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een voorstel in te dienen om wetenschappelijk onderzoek te doen naar de sociaaleconomische effecten van de projectvoorstellen van het instituut. Hun onderzoek vertrekt vanuit de constatering van de kunstenaars dat er door de demografische krimp en het isolement van Zeeuws-Vlaanderen weliswaar minder werk en faciliteiten zijn, maar dat het merendeel van de bewoners toch positief is over de kwaliteit van leven in het gebied. Cultuur lijkt hierbij een rol te kunnen spelen. Handke en Geurts willen verder onderzoek doen naar ‘door cultuur gedreven rurale ontwikkeling’, ofwel: gebiedsontwikkeling waarbij culturele activiteiten worden ingezet om een regio sociaaleconomisch aantrekkelijker te maken. Wetenschappelijk gezien is dit vernieuwend omdat het meeste onderzoek zich tot nu toe richtte op het effect van cultuur op stedelijke ontwikkeling, in plaats van rurale. Daarnaast wordt in oudere onderzoeken vooral aandacht besteed aan de economische effecten van cultuur. Er wordt zelden gekeken naar de maatschappelijke effecten: de waardering van de kwaliteit van leven door bewoners en de sociale cohesie die cultuur kan veroorzaken. Het onderzoek richt zich op twee onderdelen: de kunstenaars en hun projecten zoals hiervoor omschreven, en de perceptie en receptie van krimp en culturele projecten door bewoners. In het eerste gedeelte zullen hierbij vragen aan de orde komen naar de motieven van kunstenaars bij de selectie, productie en de representatie van lokale geografie in hun werk. Ook wordt gekeken naar de kwaliteit van het ontwerp,

21


de interactie met bewoners en de omgeving. In het tweede deel van het onderzoek zullen vragen aan de orde komen als: hoe ervaren bewoners en/of toeristen krimp? Hoe waarderen zij de kunstenaarsprojecten? Wat zijn de consequenties van door cultuur gedreven ontwikkeling voor lokale gemeenschappen? Hoe beïnvloeden culturele initiatieven het gevoel van verbondenheid en authenticiteit? Hoe veranderen deze ervaringen door de jaren heen?

www.hetinstituut.org

Projectcoördinatie: Johan Wagenaar, Kathrin Ginsberg Projectbegeleider/redactie: Sarah van den Berg Tekstschrijvers: Kirsten Algera, Christian Handke, Amber Geurts, Laura Mudde Wetenschappers: Christian Handke, assistent professor Cultural Economics, Erasmus Universiteit Rotterdam Amber Geurts, promovenda Erasmus Universiteit Rotterdam Overdracht naar beleid: André Schaminée, Twynstra Gudde

22


6. KRIMP = GROEI De kunstenaars, vormgevers en omgevingspsychologen laten zien dat krimp niet alleen gelijk staat aan demografische en dus economische neergang. Krimp is meer dan alleen negatieve cijfers. De kunstenaars, vormgevers en omgevingspsychologen die in Terhole verbleven, omarmen de krimp en brengen de positieve waarden van Zeeuws-Vlaanderen aan het licht. Kwaliteit van leven heeft immers met zoveel meer te maken dan alleen bevolkingscijfers of de financiële omzet van de regio. Door samen met de bewoners de unieke kwaliteiten van de regio in kaart te brengen, inclusief haar tegenwoordige karakter van krimp, wordt een positieve impuls gegenereerd. Een impuls die de regio herkenbaar en aantrekkelijk maakt om de juiste redenen. Door krimp te omarmen wordt wellicht het tegengestelde bereikt. In het project ‘Nieuw werk in Zeeuws-Vlaanderen’ werken verschillende disciplines samen om ervoor te zorgen dat een gebied niet wordt gereduceerd tot louter economische belangen, maar dat de waarde van het landschap, haar cultuur en haar geschiedenis wordt (h)erkend. Zodat krimp ook in bestuurlijke processen haar menselijk karakter behoudt.

Deelnemers en beeldmateriaal: Samenwerking: Financiering:

Joren van Dijk, omgevingspsycholoog Tabo Goudswaard, social designer Robin Groot, beeldend kunstenaar in opleiding Heidi Linck, beeldend kunstenaar Geesje Philippi, o.a. vastgoed consultant Prosper de Roos, regisseur Hind Souri, beeldend kunstenaar in opleiding Domenique Himmelsbach de Vries, beeldend kunstenaar CBK Zeeland, gemeente Hulst, No Academy Provincie Zeeland en Ministerie van Binnenlandse Zaken

Niets van deze uitgave mag zonder toestemming van het instituut en CBK Zeeland worden gebruikt of overgenomen voor publicatie. ©2012 23


KROTofKANS-reeks nummer 16 ©2012

ISBN:

978-90-6354-161-3 Vormgeving:

MARTIEN LUTEIJN WWW.KROTOFKANS.NL

Krimp=Groei  

Deel 16 van de Krot of Kans-reeks. Om Zeeuws-Vlaanderen met het Nederlandse openbaar vervoer te bereiken moet eerst België worden aangedaan;...

Advertisement