Page 1

Dirk Nielandt met tekeningen van Katrien Van Schuylenbergh

De heppiepet


De heppiepet Dirk Nielandt met tekeningen van Katrien Van Schuylenbergh

Dit prentenboek werd gerealiseerd door Uitgeverij Zwijsen BelgiĂŤ in opdracht van Kom op tegen Kanker. Hier hoort ook een lessenpakket bij om kanker bespreekbaar te maken. Meer info? Neem een kijkje op: www.depetoptegenkanker.be

Ankerverhaal > 2 - 25 Preteachingplaat > 26 - 27 Informatieve plaat > 28 - 29

doe voor

laat zien

wijs aan

prentenboek


• de yogales: tijdens een yogales doe je oefeningen met je lichaam om lenig en rustig te worden.

‘Speel je mee, oma?’, roept Loeloe. ‘Ik wil eerst mijn yogales afmaken’, zegt oma. ‘Spelen jullie maar gezellig met z’n tweetjes.’ ‘Maar oma,’ zegt Pompom, ‘het is veel leuker met z’n drietjes.’ ‘Eerst mijn lesje afmaken, daarna speel ik mee.’ ‘Dat duurt nog zo lang’, klaagt Loeloe.

2


‘Toch zit er niets anders op dan te wachten tot ik klaar ben’, zegt oma. ‘Dat is saai’, zegt Pompom. ‘Bekijk het als een lesje in geduld hebben.’ ‘Geduld hebben is saai!’, zegt Loeloe. ‘Dan verveel je je maar even’, zegt oma.

• saai: als je iets saai vindt, vind je het niet zo leuk.

• het geduld: als je veel geduld hebt, kun je goed en rustig afwachten.

• een lesje in geduld hebben: een oefening om rustig te leren wachten.

‘Vervelen is ssssaaaaaaai’, zeggen Loeloe en Pompom samen.

3


• •

verzinnen: bedenken

‘Verzin dan iets leuks’, zegt oma.

zeuren: op een vervelende manier

‘Wat?’, vraagt Pompom.

telkens weer om iets vragen.

bedtijd: het moment waarop je naar

‘Dat moet je zelf verzinnen’, zegt oma.

bed gaat.

‘Ik wil niet zelf verzinnen. Ik wil dat je meespeelt’, zegt Pompom. ‘Als je nog lang zeurt, duurt mijn yogales tot bedtijd.’

4


‘Wat zullen we verzinnen?’, vraagt Loeloe aan Pompom. ‘Iets leuks’, antwoordt Pompom. ‘Ja, maar wat?’ ‘Zullen we naar Tim gaan?’, stelt Loeloe voor. ‘Ja, dan vragen we hem om iets leuks te verzinnen.’ ‘Of we vragen of hij met ons meespeelt’, zegt Loeloe. ‘Jaaaaa leuk’, juicht Pompom.

5


• •

het ziekenhuis o

‘Wil je met ons komen spelen?’, vraagt Pompom aan Tim.

thuiskomen: als je weg geweest bent,

‘Ik kan niet’, zegt Tim.

weer in je huis komen.

‘Waarom niet?’, vraagt Pompom. ‘Mama komt straks thuis van het ziekenhuis.’ ‘Heel even maar’, zegt Pompom. ‘Tot oma klaar is.’ ‘Een andere keer’, zegt Tim. ‘Ik wil er echt zijn als mama thuiskomt.’

6


‘Waarom kijk je zo boos?’, vraagt oma aan Loeloe als ze binnenkomt. ‘Tim wil niet met ons spelen’, zegt Loeloe. ‘Hij wil wel met ons spelen, maar hij wil thuis zijn als zijn mama thuiskomt’, zegt

kanker: kanker is een ziekte. Er groeien dan slechte celletjes in je lichaam o, kankercellen. Die groeien maar door en duwen de goede cellen weg.

Pompom. ‘Ze komt van het ziekenhuis.’ ‘Is ze ziek?’ ‘Ja, de mama van Tim is ziek … heel ziek. Ze heeft kanker’, zegt oma dan.

7


de ziekte: als je een ziekte hebt, is je

‘Wat is dat, kanker?’, vraagt Pompom.

lichaam o niet gezond. Je bent ziek.

‘Dat is een ziekte waar je niet snel van geneest’, zegt oma. ‘Doet kanker pijn?’, vraagt Loeloe. ‘Soms wel’, zegt oma. ‘Heeft de mama van Tim pijn?’, vraagt Pompom. ‘Misschien wel’, zegt oma.

8

‘Zullen we voel-je-beter-koekjes voor haar bakken?’, stelt oma dan voor.


Dat vinden Loeloe en Pompom een fantastisch plan. Koekjes bakken met oma is altijd leuk!

•

het plan: iets bedenken wat je gaat doen, bijvoorbeeld koekjes bakken.

9


• • •

kloppen

Er wordt geroerd, geklopt en gezongen.

het vormpje

Loeloe en Pompom maken koekjes in vrolijke vormpjes.

heet: heel erg warm

En dan gaan de koekjes in de oven. Als de oven piept, rent Pompom naar de keuken. Hij wil meteen proeven. ‘Kijk uit!’, zegt oma. ‘Ze zijn nog heet.’ Pompom neemt toch een hapje. ‘Mmmmm’, zegt Pompom. ‘Ze zijn heerlijk.’

10


Loeloe wil ook een stukje. En dan nog eentje. En dan neemt Pompom een hele koek.

misselijk: het gevoel o dat je moet overgeven.

‘Ze zijn niet heet meer, oma. Proef maar!’ Loeloe steekt ook een koek in haar mond. ‘Niet te veel koekjes eten, hoor. Straks worden jullie misselijk’, zegt oma. ‘Zullen we ze naar de mama van Tim brengen?’, vraagt Loeloe.

11


• •

blij worden van iets: als je blij wordt

‘Deze zijn voor jou’, zegt Pompom terwijl hij de koekjes aan de mama van Tim geeft.

van iets, krijg je er een fijn gevoel bij.

‘Ja,’ zegt Loeloe, ‘als je die opeet, voel je je straks beter.’

het sjaaltje: een doek die je ook kunt gebruiken als een hoofddeksel o

‘Hmmm … heel lekker’, zegt de mama van Tim. ‘Daar word ik al wat blijer van.’ Loeloe wijst naar het sjaaltje. ‘Die is mooi’, zegt Loeloe. ‘Vind ik ook’, zegt de mama van Tim. ‘Ik heb er nog een heleboel. Wil je er eentje passen?’

12


Loeloe probeert heel wat sjaaltjes. Het gele met bloemetjes vindt ze heel mooi. Het blauwe met vlindertjes ook. Het sjaaltje dat de mama van Tim draagt, vindt ze het mooist.

de lievelingskleur: de kleur die iemand het allermooist vindt.

passen: uitproberen of het de goede maat is, aantrekken en kijken of het goed is zo.

Paars is haar lievelingskleur. ‘Mag ik dat ook passen?’, vraagt Loeloe.

13


• • •

kaal o

De mama van Tim maakt haar sjaaltje los. ‘Jij bent kaal’, zegt Loeloe. ‘Waar is je

genezen: niet meer ziek

haar naartoe?’

het medicijn o

‘Dat is door de medicijnen uitgevallen, maar het groeit wel weer aan.’ De mama van Tim heeft haar koekje op. ‘En ben je nu genezen?’, vraagt Loeloe. ‘Nee hoor, dat kan ook niet door koekjes ... Maar de dokters doen erg hun best om

14

mij te helpen.’


‘Toen ik ziek was, kwam de dokter en moest ik veel rusten en vieze siroop drinken’, zegt Pompom.

• •

strelen: aaien kriebelen

‘Ik slaap ook veel, Pompom’, gaat de mama van Tim verder. ‘De medicijnen maken me soms heel moe. Daar word ik dan een beetje verdrietig van.’ ‘Mag ik eens voelen?’, vraagt Pompom. ‘Natuurlijk’, zegt de mama van Tim. Pompom streelt met zijn hand over haar hoofd. ‘Hihi’, lacht de mama van Tim. ‘Dat kriebelt.’

15


• • •

de verkleedkist de heppiepet opzetten: iets op je hoofd zetten zoals een hoofddeksel. o

‘Wacht, daar hebben wij misschien wel iets voor’, zegt Pompom. ‘Kom, Loeloe!’ Pompom zoekt in zijn verkleedkist. ‘Gevonden!’, roept hij. Hij staat met een pet in zijn hand. ‘Oh, de heppiepet!’, juicht Loeloe. Pompom knikt. ‘Als de mama van Tim deze pet opzet, wordt ze vast blij’, zegt Pompom.

16


17


gekke bekken trekken: rare bewegingen maken met je gezicht.

Pompom zet de heppiepet op. ‘Ik denk aan … de zee in de zomer en Loeloe die gek doet in de golven.’ Loeloe trekt de pet van Pompoms hoofd en zet ze zelf op. Dan trekt ze allemaal gekke bekken. Pompom lacht. Hij trekt ook gekke bekken.

18


Ze spelen dat ze in de golven springen en gek doen. Het is leuk. ‘Brengen jullie de pet naar de mama van Tim?’, vraagt oma. ‘Ja, omdat ze soms verdrietig is’, zegt Pompom.

19


vol spanning: een beetje opgewonden

‘Dit is mijn heppiepet’, zegt Pompom.

en zenuwachtig

‘Die wil ik graag proberen’, zegt de mama van Tim. Ze zet de pet op. Loeloe en Pompom kijken haar vol spanning aan.

20


De mama van Tim doet heel even of ze sip kijkt en steekt dan plots haar tong uit. ‘Oooh!’

• •

sip: een beetje verdrietig beetnemen: foppen

De mama van Tim lacht. ‘Ik had jullie mooi beet’, zegt ze.

21


in een deuk van het lachen liggen: iets

Dan trekt ze allerlei gekke bekken.

heel grappig vinden en er erg mee

Loeloe en Pompom liggen in een deuk van het lachen.

lachen.

heppie: blij

‘Voel je je nog verdrietig?’, vraagt Loeloe. ‘Nee hoor. Ik voel me nu helemaal heppie.’

22


‘Je mag de pet houden’, zegt Pompom. ‘Dat is heel lief’, zegt de mama van Tim. Ze geeft Pompom een zoen. En Loeloe ook. ‘Jullie zijn schatten’, zegt ze.

23


opgelucht: je fijn voelen omdat

Tim is opgelucht dat zijn mama zich nu heppie voelt.

iets goed is afgelopen dat je eerst

‘Gaan jullie je maar vlug verstoppen’, zegt hij tegen Loeloe en Pompom.

spannend vond.

de verstopplek: een plek waar iemand anders je niet snel zal vinden.

‘Ik kom jullie zoeken. 1, 2, 3 …’ Loeloe en Pompom rennen snel weg. Ze zoeken de beste verstopplek ooit. Daar vindt Tim hen vast nooit …

24


25


Preteachingplaat

26


27


Informatieve plaat bij Kanker ‌ wat doet dat met je?

Voel-je-beter-koekjes, de heppiepet, een knuffel ‌ zijn heel fijn om me op te vrolijken. Maar de kanker gaat er niet mee weg. Weet je, in mijn lichaam zitten een heleboel celletjes. Daardoor kan ik sporten, lachen, eten, praten. Maar er groeien ook slechte celletjes in mijn lichaam, kankercellen. Die zijn heel gemeen. Ze groeien maar door en duwen de goede cellen weg. Daarom moet ik naar het ziekenhuis voor een behandeling.

In het ziekenhuis heb ik nog mensen met kanker ontmoet. Kijk maar mee!

Ik ben Kenyi. Ik heb longkanker. Elke dag moet ik even naar het ziekenhuis. Ik word bestraald. De dokter tekent eerst streepjes op mijn borst. Zo weet de dokter precies waar de stralen moeten komen. Mijn vrouw, Imara, zorgt zo goed voor me. Dat geeft me een warm gevoel!

28


Ik ben Klara. Ik heb borstkanker. Ik ben geopereerd. De dokters hebben het gezwel, ook wel de tumor genoemd, uit mijn borst gehaald. Nu krijg ik chemotherapie. Dat is een speciaal soort medicijn dat in een spuit, een pil of een zakje zit. Ik krijg chemo in een zakje. De dokters noemen dit een infuus. Van de chemotherapie valt mijn haar uit. Gelukkig groeit het weer terug. Vaak ben ik misselijk. Maar ook dat gaat over. Een beetje make-up geeft me een beter gevoel.

Ik ben Lucille. Ik heb leukemie. Ik ben kaal. Mijn hoofd voelt ook vaak koud. Maar kijk eens wat een prachtig sjaaltje ik van oma kreeg. Zo lief van haar! Mijn zusje heeft een mooie tekening voor me gemaakt. Ik hou van dieren. Als ik beter ben, gaan we samen naar de kinderboerderij.

29


Zet je Pet op tegen Kanker!

#depetop

Koop een Petpakket en bezorg kinderen met kanker een mega vakantiekamp!

Te koop bij:

8â‚Ź Petpakket Petnetdag

+

24 mei 2019!

Š Ketnet & Kom op tegen Kanker 2019

www.depetoptegenkanker.be


Colofon Auteursteam Astrid Geudens, Anke Tacken en Ann Weyn Projectteam Zwijsen België Inne Van herbruggen > uitgever Ann Weyn > Fondsredacteur Ellie Kloots > Productiebegeleider Auteurs ankerverhaal > Dirk Nielandt informatieve plaat > Ann Weyn Beeld Ankerverhaal > Katrien Van Schuylenbergh (illustraties) en Beehived Media (animaties) Informatieve platen > Stock.adobe Vormgeving Banananas.net

© Uitgeverij Zwijsen België N.V., Antwerpen Maakt deel uit van WPG. ISBN 9789463680745 D-nummer D/2019/1919/034 Voor de ontwikkeling en realisatie van deze uitgave konden wij rekenen op de deskundigheid van het project- en auteursteam van ‘Schatkist editie 3’ van Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg.

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot de reproductie vindt u op www.reprobel.be.

Aan het verwerven, waar nodig, van toestemming tot overname is door de uitgever de uiterste zorg besteed. Zou desondanks blijken dat een rechthebbende over het hoofd is gezien, dan verzoeken wij deze contact op te nemen met Uitgeverij Zwijsen België N.V.


De heppiepet Loeloe en Pompom vervelen zich en vragen TIm om mee te spelen. Maar Tim heeft geen tijd. Hij wacht op zijn mama die van het ziekenhuis komt. De mama van Tim is ziek. Ze heeft kanker. Samen met oma bakken Loeloe en Pompom voel-je-beter-koekjes. De mama van Tim vindt ze erg lekker maar echt beter wordt ze er niet van. Vaak is de mama van TIm moe, dat maakt haar wat verdrietig. Pompom heeft een idee: de heppiepet! Als je die pet opzet, krijg je heel wat blije gedachten.

Over de auteur Dirk heeft een verhalenhoed. Die is nog van

Over de illustrator

zijn opa geweest. Zijn opa kon geweldig

Katrien maakt de tekeningen bij de verhalen

verhalen vertellen. Daar zat Dirk als kind

over Pompom en Loeloe. Dat doet ze thuis, op de computer. Katrien

zijn opa hem de hoed cadeau

heeft een hond. Die heet

gegeven. De hoed staat altijd

Mila. Ze gaat graag met

naast Dirk wanneer hij schrijft.

Mila wandelen, tussen het

Als Dirk niet goed weet hoe het

tekenen door. Verder heeft

verhaal verder moet, voelt hij in de hoed. Dan komt er meestal een verhaal uit. Of soms, als de hoed er geen zin in heeft, laat de hoed gewoon een windje. Prrrt!

Katrien nog twee kippen, Irma en Martha, en een konijn, Zappa.

Dit prentenboek is gratis en mag niet te koop worden aangeboden.

uren naar te luisteren. Later heeft

Profile for KomoptegenKanker

De heppipet  

De heppipet  

Advertisement