Remy Herder: een vreemde eend in de Tom Verschoorbokaal-bijt? Ook al weet je wie wat gewonnen heeft, de prijsuitreiking op de Nationale Kampioenschappen blijft toch altijd een leuke, gezellige afsluiting. En er is altijd één echte verrassing: wie heeft de Tom Verschoorbokaal gewonnen? De mooiste prijs om mee naar huis te nemen: een in brons gegoten sterformatie op een marmeren sokkel. Altijd zit er iemand tussen de toehoorders, die opeens zijn naam hoort noemen en naar voren moet om dat pronkstuk in handen gedrukt te krijgen, terwijl iedereen luid zit te klappen. Remy Herder was het dit keer. Vóór de NKP zullen weinigen buiten 'Rotterdam' figuurlijk over hem gevallen zijn of het moet zijn omdat hij weer ergens de beest had uitgehangen. (Remy is trouwens uitbener op een slagerij.) Tot deze NKP. Tweede bij het stijlspringen. Niet meedoen aan precisie. Met zijn team derde bij relatief-4 internationaal, meteen na de twee teams die onder elkaar zouden uitmaken wie als nationaal team naar de WK zou gaan. Met name dat stijl viel natuurlijk op. Opeens een splinternieuwe naam in het rijtje dat sinds het begin van onze springjaartelling nagenoeg onveranderd is gebleven. "Wie is dat in godsnaam?" hoorde ik halverwege de NKP iemand uit dat rijtje tegen iemand anders zeggen. "Ik heb het net gevraagd. Het is die jongen met die krulletjes van de FD." Echte verbazing kwam in de derde ronde stijl. Hij liet alle Raeford-getrainde cracks achter zich. En mensen die hem in de achtman aan het werk zagen, meenden dat als hij in het juiste team met de juiste begeleiding zou zitten ook in het relatief tot de hele groten zou kunnen gaan behoren.
Meer dan talent Maar voor de Tom Verschoorbokaal moet je méér zijn dan een vermoedelijk talent. Inzet voor je club, voor het springen van de mensen om je heen, fanatisme om je talent te ontwikkelen en jonger dan 24
10 SPORTPARACHUTIST
jaar. Welnu, dat fanatisme en de leeftijd (21 jaar) zaten bij Remy wel goed, maar de verhalen over zijn volmaakte onhandelbaarheid, zijn ontembare haren in de kist, buiten de kist, in de lucht en op de grond, waren goed voor komische verhalen achteraf, maar een ramp voor de club(instrukteurs). Maar toch zat er in een aantal verhalen over Remy iets positiefs: die hadden dan te maken met juist die ontwikkeling van het springen, zoals dat verhaal dat hij met de nodige moeite en tegenwerking een stijltraining bij de FD op poten had gezet. Toen alles klaar was voor de start werd hij bedankt en nam een instrukteur het geheel over. (Ik geef het verhaal hier voor wat het is). Onwillekeurig ga je parallellen trekken tussen Tom Verschoor (die tijdens een sprong in 1974 omkwam) en degene die in aanmerking lijkt te komen voor de bokaal. De paralellen tussen Tom en Remy zijn er wat betreft dat fanatisme (Tom was een van de centrale opstarters van het parachutespringen in ons land in 1965 en bleef als een van de grote inspirators, 'ontwikkelaars', overal opduiken) maar ook zeker wat betreft die wilde haren, zowel in het persoonlijke als in het springvlak. Alleen anders dan bij Remy was Toms wildheid konstruktief gemaakt voor het springen en werd hij een nationale figuur. Maar als die wildheid van Remy nu ook eens te 'kanaliseren' was! De eerste tekenen waren er . . .
Remy als videoman bij een AFF-sprong van Dam en Sjaak Kouwenhoven.
van FO vlieger Hans van Gijn. AFF-instrukteurs
Jan
Blij Dus daar stond Remy, zichtbaar blij voor de luid klappende NKP-meute met het kunstwerk in zijn handen. Kort daarop - na het foto's maken van zijn team - in het gras tegen een caravan geleund even een kort praatje: z'n maten willen naar huis. Remy: "Ik ben in 1980 begonnen, bij de FD. Mijn vader werkte op het vliegveld Valkenburg. Daar kwam ik dus ook wel eens. De verhalen van de mariniers daar over parachutespringen vond ik het mooist. Daardoor ben ik gaan springen. De instrukteurs vonden me in het begin wat hard gaan en dus werd er nogal afremmend gereageerd. Ik had teveel wilde haren, teveel energie, zeiden ze. Maar ik vond het allemaal prachtig. Na één jaar had ik al m'n brevetten bij elkaar." Terwijl kennelijk de hoeveelheid grijze haren van de FDinstrukteurs versneld toenam, vormde Remy met drie anderen No Name. Twee jaar hield het team stand. Vorig jaar werd het tiende op de KN P. Niet echt succesvol dus. Nu,
met een nieuw team werd Remy derde tussen de teams met mensen met WK-ervaring.
Goede oefening Vanwaar dat stijlspringen? Remy: "Ik mocht nooit mee met goede relatievers. Die zeiden: "Ga eerst maar wat stijl doen. Is een goede oefening." "Ik wilde blijven springen, dus dat heb ik toen maar gegaan. Voor m'n B-brevet zat ik op Flevo: er kon toen bij de FD nauwelijks worden gesprongen, dus ging ik mee met Whisky Research als die ergens ging trainen. Vaak zat ik daar met Jan Vijfvinkei in de kist. Ik keek hem dan na hoe hij klein viel. Ook heb ik uren naar die stijlfoto van Michel Bizot zitten kijken die in 1982 op de voorkant van de Sportparachutist stond. Toen ik dacht dat ik het ongeveer snapte, ben ik zelf gaan oefenen. In m'n eentje. Vorig jaar ben ik met Michel Meijer naar Frankrijk gegaan, naar een stijltrainer, Alain Trombetty. Die heeft me enorm geholpen. Alleen: er