Issuu on Google+

Koninklijke 足Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart in beeld gebracht


We starten, landen, vliegen, vallen, varen en bekijken alle takken van sportluchtvaart Met veel trots presenteer ik hierbij een overzicht van de luchtsporten die in Nederland beoefend en bekeken worden. De Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL) is ontstaan vanuit het ballonvaren en stond begin 20ste eeuw aan de wieg van alle belangrijke luchtvaart­ ontwikkelingen, waaronder de KLM, Fokker en de militaire luchtvaart. Vandaag kennen we de grote (beroeps)luchtvaart, de militaire luchtvaart en de kleine (sport)luchtvaart. In deze laatste zijn ca. 25.000 sporters actief. Daarnaast zijn minstens zoveel mensen die zich met luchtvaart bezig houden op het gebied van wetenschap en kennis, maar ook de vlieg­ tuigspotters en de dagjesmensen die naar een veld gaan om luchtvaart als Kijksport te aanschouwen onder het genot van een kopje koffie en een stukje appeltaart.

piloten

1.570

schermtoestellen

2.500

Als KNVvL vertegenwoordigen wij, gebundeld in afdelingen, talloze clubs en verenigingen, maar vooral leden. De KNVvL heeft veel technische en algemene luchtvaartkennis in huis en veel van onze leden zijn actief in meerdere takken van luchtsport en werken daarnaast in de beroepsluchtvaart. De sportluchtvaart, ook wel de kleine luchtvaart genoemd, is qua omvang in activiteiten en bewegingen veel groter dan de grote en militaire luchtvaart samen. Om aan te geven wat de sportluchtvaart in Nederland inhoudt maar ook hoe omvangrijk de diverse disciplines zijn, hebben wij ze in deze brochure voor u in beeld gebracht. En zoals u zult zien zijn de luchtsporten zeer fotogeniek. Met dank aan: Maya de Best, Ben Bläss, Frits Brink, Richard Branderhorst, Bart Doets, Veva Ekkelenkamp, Marijke van Geem, Pieter Groenendijk, Hans van Hoesel, Carlijn de Heij, Huib Holsteijn, Koos de Keijzer, Peter Keim, Jeroen Kroon, Erik Louwes, Ringo Masa, Frits Paymans,

Soms in de lucht maar vooral op de grond wordt er veel over zaken die de luchtsport aangaan gesproken. Vaak worden er buiten ons om besluiten genomen die de kleine luchtvaart aangaan en ons onnodig beperken. Verzuimd wordt alle kennis die nodig is, waar het de beslisser aan ontbreekt, maar die de KNVvL in huis heeft, te raadplegen. Helaas is het bij vele niet bekend wat de kleine luchtvaart is en wie wij, luchtsportend Nederland, zijn. Graag informeer ik u via deze brochure wie wij zijn maar vooral wat kleine luchtvaart is en hoeveel en hoe vaak het beoefend wordt. Deze gegevens kunt u terug vinden in de getallen en feiten, gelardeerd met aantrekkelijke beelden van wat Nederlanders iedere dag met redelijk weer in de lucht doen.

Bart Pelt, Lenneke Peters, Huib van Putten, Henk Tito, Frank Moorman, Riekus Reinders, Demy Schinkel, Frits Snijder, Derk van der Vecht, Frank

De KNVvL wil graag meepraten over de toekomstige ontwikkelingen van de luchtsporten en haar kennis ter beschikking stellen om samen ruimte te geven aan de grote- en militaire luchtvaart, en de sportluchtvaart in Nederland verder te ontwikkelen.

Versteegh, Annet Vieregge, Bert Wijnands en Maaike Zijderveld.

www.knvvl.nl © KNVvL 2010

U kunt ons iedere dag bellen; wij staan graag voor u klaar. Frits Brink Voorzitter KNVvL

6.000 sportvliegtuigen 1.450 piloten


ft

3.921 zweefvliegtuigen 850 piloten

piloten

200

snortoestellen

200

luchtsport

2.265 parachutes 3.000 skydivers

1900

1800

1700

1600

1500

1400

1300

1200

1100

1000

900

800

415 deltawings 400 piloten

700

600

290 ballonnen 460 piloten

500

400

10.000 modelvliegtuigen 57.000 piloten

300

200

100


Ballonevenementen Ballonvaren is voor de meeste piloten een commerciële bezigheid en dus wordt er niet in clubverband maar bedrijfsmatig met ballonnen gevaren. Vanwege weersomstandigheden zie je op geschikte avonden nog wel eens diverse ballonnen bij elkaar klitten, maar de mooiste samenkomst van ballonnen is tijdens de ballonfeesten. Tijdens deze evenementen stijgen vaak over de honderd ballonnen op en dat geeft een geweldig gezicht. Ook de ‘special shapes’, speciaal gevormde ballonnen, trekken dan een hoop bekijks. In wedstrijdverband wordt er ook op internationaal niveau met ballonnen gevaren. Het gaat er dan om volgens een bepaalde opdracht een parcours af te leggen, waarbij de piloot markers moet laten vallen die punten opleveren. Via GPS wordt bepaald welke piloot dit het beste doet en degene met de meeste punten is de winnaar.

Huib Holsteijn uit Laren in Gelderland is één van de 300 gebrevetteerde ballonvaarders in Nederland. “Na piloot te zijn geweest van luchttaxi’s in het buitenland en jarenlang in het management te hebben gewerkt kreeg ik in 2005 de kans om commercieel ballonvaarder te worden. Het is een spel met elementen en dan met name de wind. Die dirigeert de richting en alleen de hoogte is met de ballon te controleren. Of ik nu met één passagier of 24 personen aan het varen ben: het leukste aan ballonvaren is de mogelijkheid om over je eigen schaduw heen te stappen. Op de grond ben je altijd één met je schaduw, maar eenmaal los van de aarde kan dat.”

110 ballonbedrijven Seizoen: april tot en met oktober en weersafhankelijk door het jaar heen

Pilotenaantal: 290 Gem. Leeftijd: 44 jaar


ft

Het oudste type luchtvaartuig drijft op de wind in plaats van te vliegen. Ballonvaren is in dat opzicht ook de meest rustgevende luchtsport: je gaat waar de wind je brengt en je kan alleen de hoogte bepalen.

“Over je eigen

schaduw

heenstappen�

Ballonvaren kan met verschillende type ballonnen: heteluchtballons, gasballons of een combinatie van beide. Het varen met een luchtballon kan alleen als de atmosfeer voldoende stabiel is: dat is meestal aan het begin of einde van de dag. De ballonvaarder kan de heteluchtballon laten stijgen door met de brander de lucht in de ballon te verwarmen. De ballon daalt als de lucht weer afkoelt. De ballonvaarder kan het dalen ook stimuleren door het ventiel van de ballon open te zetten om zo warme lucht te laten ontsnappen. Het is een luchtsport waarbij de wind vrij spel heeft en dat maakt ballonvaren ook zo interessant. Waar je gaat landen staat niet vast. Buiten de bebouwde kom mag de ballonvaarder landen zolang dat veilig kan: rekening houdend met mens, dier en goed. Een ballonvaarder vaart nooit alleen, maar werkt samen met een hele crew: het team rondom de ballon. Voor het oplaten van de ballon zijn extra handen nodig en wanneer de ballon in de lucht is, rijdt het team er met een volgauto met aanhanger achteraan. Via radiocontact laat de ballonvaarder zijn team weten waar hij gaat landen. Het team helpt dan ook weer met het netjes opruimen van de ballon, brander en de mand.

ballonvaren

Ballonvaren: een feestje gestuurd door de wind

1900

1800

1700

1600

1500

1400

1300

1200

1100

1000

900

800 700

600

500

400 EK 1980: 3de plaats (Mathijs de Bruijn) EK 1982: 2de plaats (Mathijs de Bruijn) EK 1986: 3de plaats (Mathijs de Bruijn) EK 1988: 2de plaats (Mathijs de Bruijn) NL record afstand: 680 KM Henk Broeders NL record hoogte: 8 KM Henk Broeders (Breda)

300

Vluchten per jaar: 6.000 vaarten Gem. vluchtduur: 1 uur en 15 min Aantal ballonnen: 460 heteluchtballons en 1 gasballon

200

100


Frank Versteegh uit Oosterbeek is de bekendste sportvlieger van Nederland. Niet alleen omdat hij net zoals 6000 andere Nederlanders geregeld in een sportvliegtuig stapt, maar ook vanwege zijn talent voor het kunstvliegen. “Als jongetje droomde ik ervan om te vliegen. Op zoek naar perfectie. De mooiste bocht, de beste landing en een vluchtplan dat op de seconde klopt. Niets is mooier dan de wereld van boven te bekijken. Als ik opstijg voor aerobatics, oftewel kunstvliegen, geniet ik. Ik vlieg recht omhoog, recht naar beneden, rol precies 360 graden of maak een kurkentrekker die exact in de richting stopt die ik van tevoren heb gepland. Precisie en perfectie nastreven en grenzen opzoeken. Mijn pure passie!”

Vliegclubs Er zijn in Nederland vele vliegclubs en vliegscholen. Op elk groot vliegveld, maar ook vele kleine vliegveldjes kun je er wel één of meer vinden. Als je lid wordt van een vliegclub kan je daar een cursus volgen en een brevet halen. Instructeurs van de club leren je in een zelfde tijd vliegen als je het rijbewijs haalde. Je kan ook naar een school, maar dat is vaak nogal prijzig en meestal bedoeld voor verkeersvliegers. Bij gemotoriseerd vliegen kun je kiezen tussen sportvliegtuigen met een gewicht tot 2000 kg of Micro Light Airplane (MLA) met een maximaal gewicht van 450 kg. Vliegen in wedstrijdverband kan in diverse klassen bij het kunstvliegen (aerobatics), waarbij bepaalde figuren gevlogen moeten worden. Bij de KNVvL en VINK weten ze hier meer van!

Clubs: 50 Terreinen: 30 Hele jaar door geopend Pilotenaantal: 6.000 Gem. Leeftijd: 51 jaar


ft

Na een korte aanloop zakt de grond onder het vliegtuig weg. Gemotoriseerd vliegen geeft je een gelukzalig gevoel, je ziet een andere wereld voor je open gaan: een drie­ dimensionale!

“Een perfecte

landing

tot slot”

Aerobatics: eerste WK in 1960

Vluchten per jaar: 170.000 Gem. vluchtduur: 30 min tot 1,5 uur In Nederland vliegende GA: MLA en sportvliegtuigen 1.450 <= 2.000 kb

Bij het vliegen in een sportvliegtuig zit de piloot comfortabel in een gesloten cockpit met een ruim uitzicht naar alle kanten. Met een stuurknuppel of stuurwiel kunnen de beweegbare stuurvlakken aan de vleugels, de rolroeren, en die aan het stabilo, het hoogteroer, worden bediend. Met de voetpedalen is het richtingsroer aan het staartvlak te bewegen. Zo is het mogelijk het vliegtuig driedimensionaal te besturen in de lucht. Door de snelheid van de luchtstroom over de vleugel blijft het vliegtuig vliegen; de motor zorgt ervoor dat er voldoende voorwaartse snelheid is. De piloot blijft goed om zich heen kijken of er geen andere vliegtuigen in de buurt zijn. Want als vlieger ben je zelf verantwoordelijk voor de veiligheid. Ook in de lucht zijn verkeersregels, net als op de weg heeft rechts bijvoorbeeld voorrang. Hoe vrij je ook bent in een sportvliegtuig, je kan niet zomaar overal vliegen. Je houdt rekening met een grote luchthaven, militaire basis, verkeers- of militaire vliegtuigen, maar ook met de natuur. Zo kun je met een sportvliegtuig op zoek naar de perfecte balans boven de grond.

gemotoriseerd vliegen

Gemotoriseerd vliegen: balans boven de grond

1900

1800

1700

1600

1500

1400

1300

1200 1100

1000

900

800

700

600

500

400

300

200

100


Clubs en velden: 160 Hele jaar door mogelijk Binnen en buiten mogelijk

Derk van der Vecht uit Hoofddorp is een zeer succesvolle piloot met meerdere Nederlandse kampioenschappen op zijn naam. Hij behoort tot de groep van meer dan 10.000 enthousiaste Nederlanders die de model­­vliegsport beoefenen. “Het is fascinerend om een modelvliegtuig waar je soms een paar jaar aan gebouwd hebt voor de eerste te keer te laten vliegen. Het is het moment van de waarheid: heb je het vliegtuig onder controle of eindigt het als wrak op de grond? Je kunt als modelvlieger allerlei luchtsporten beoefenen vanaf de grond. Zo maakt de ene modelvlieger gebruik van thermiek om zijn zweefvliegtuig zo lang mogelijk in de lucht te houden en de ander vindt juist 3D acrobatiek het ultieme vliegen. Het blijft één grote uitdaging!”

Modelvliegclubs Modelvliegen in Nederland gebeurt veelvuldig in clubverband en ook wel ongeorganiseerd. De clubs hebben vaak een eigen terrein, bestaand uit een grasbaan en een clubhuis. Voor met name de grotere modelvliegtuigen (tot 25 kilogram) is al gauw een baan van 80 tot 100 meter nodig om een veilige start en landing te garanderen. Naast het beheer van het veld heeft een modelvliegclub ook een sociale functie. Beginnende piloten krijgen vlieginstructies en bouwers bedenken gezamenlijk oplossingen voor technische problemen. Het is een zeer toegankelijke sport zonder beperkingen. Wedstrijdvliegen met modelvliegtuigen kan in maar liefst 45 klassen variërend van (indoor) kunstvliegen en pylonrace tot en met modelparachutespringen met precisielanding.

Pilotenaantal: 10,000 Vrouwen: 100 Mannen: 9.900 Gem. Leeftijd: 46 jaar


ft Aantal modelvliegtuigen: 57.000

1978 1e plaats lijnbesturing teamrace (Rob en Bert Metkemeijer) 1984 1e plaats lijnbesturing combat (Loet Wakkerman) 1988 1e plaats vrije vlucht zweef junioren (maarten van Dijk) 1995 1e plaats vrije vlucht Wakefieldploeg 2003 en 2005 1e plaats RB Pylonraceploeg 2004 1e plaats vrije vlucht zweef junioren (Niels Wijnhoven) 2009 1e plaats RB pylonrace (Robbert van den Bosch)

“Bouwen aan het

ultieme vliegen”

Modelvliegsport: alle disciplines op schaal Ontwerpen, bouwen, vliegen, sleutelen, zweven, afstellen, testen, repareren, opstijgen en landen: in de modelvlieg­ sport is alles mogelijk. Geen wonder dat er zoveel Nederlanders graag ‘piloten’ vanaf de grond willen zijn. Voor de modelvliegsport is een modelvliegtuig of modelhelikopter nodig, een besturingsmechanisme en een veld om op te stijgen en te landen. De piloot van een modelvliegtuig staat op de grond en bestuurt via een lijn of met radiobesturing. Het vliegtuig is soms door de piloot zelf ontworpen en gebouwd, maar kan ook als bouwpakket of kant-en-klaar bij de hobbywinkel worden aangeschaft. Modelvliegtuigen zijn gemaakt van de lichtere houtsoorten of kunststof. Een modelvliegtuig kan worden aangedreven door een miniatuur verbrandings-, straal- of elektromotor, maar net zoals in de ‘grotere’ luchtsporten kan er tijdens het vliegen met modelzweefvliegtuigen ook gebruik worden gemaakt van stijgwinden en thermiek. Er zijn veel verschillende vormen van modelvliegsport, denk bijvoorbeeld aan recreatief, acrobatisch of wedstrijdvliegen. Voor de ene modelvlieger is het de kunst om een vliegtuig op schaal tot in de details na te bouwen, voor de ander zijn de prestaties van het vliegtuig qua snelheid en controle weer een uitdaging. Bij geen andere luchtsport komt de kennis van techniek, aerodynamica en vliegen zo tot uiting als bij de modelvliegsport.

modelvliegsport

Wereldkampioenschappen 1961 1e plaats vrije vlucht zweefploeg

1900

1800

1700

1600

1500

1400

1300

1200

1100

1000

900

800

700

600

500 400

300

200

100


“Combinatie

van opwinding en vrijheid”

Lenneke Peters uit Nijmegen besteedt al haar vrije tijd aan formatiespringen. Zij is één van de fanatieke 2300 sportparachutisten van Nederland “In 35 seconden vrije val met z’n vieren zoveel mogelijk verschillende formaties vliegen, dát is mijn sport. Je kunt niet praten tijdens de vrije val, maar je moet wel razendsnel communiceren en je lichaam onder controle hebben. Het is echt een teamsport waarbij een goede voorbereiding belangrijk is. Iedere sprong wordt door een vijfde springer met camera vastgelegd. De totale combinatie van opwinding, vrijheid en gevoel met vrienden in de ruimte te zijn is verslavend. En als je dan eenmaal klaar bent met de formaties en je parachute opentrekt, dan voel je maar één ding: die complete rust in de lucht.”

Paracentra Nederland kent tien paracentra waar parachutisten terecht kunnen voor hun opleiding of gewoon om te springen. In de basisopleiding leren aspirant springers sturen, landen en vooral een gecontroleerde exit maken. De paracentra beschikken over vliegtuigen met turbinemotoren waar uit gesprongen wordt. De meeste sprongen gebeuren tussen de 1,2 en 3,5 kilometer hoogte. Naast de nodige veiligheidseisen moeten springers een medische verklaring hebben waarin staat dat zij klaar zijn voor de sprong. In wedstrijdverband parachutspringen gebeurt op verschillende manier: tijdens de vrije val (formatiespringen, style individueel, artistieke aerobatics) en tijdens de vlucht onder de parachute (canopy formatie, precisie, snelheid).

Springcentra: 10 Hele jaar door geopend

Pilotenaantal: 2.265 Man: 1933 Vrouw: 332 Gem. Leeftijd: 35 jaar


ft

Om uit een vliegtuig te stappen en de vrij val te maken; daar is lef voor nodig. Parachute­ springers weten als geen ander waar de kick van hun sport ligt. Vanaf de exit tot en met het opvouwen van de parachute. Parachutespringen als luchtsport heeft zich na de Tweede Wereldoorlog met een fabelachtige snelheid ontwikkeld. Hingen de militairen toen nog onder ronde parachutes; inmiddels zijn de meeste vervangen door de rechthoekige, kleinere en lichtere variant. Het openen van de parachute doen de springers na een vrije val, waarbij snelheden van 500 km/u kunnen worden behaald. Voor de parachutespringer is timing en concentratie enorm belangrijk. De springers worden in een vliegtuig naar een hoogte tussen de 1,2 en 3,5 kilometer gebracht, alwaar ze zelf het juiste â&#x20AC;&#x2DC;exitâ&#x20AC;&#x2122; moment moeten kiezen. Vervolgens moeten ze tijdens de vrije val bepalen wanneer ze hun parachute openen. Tot slot moet de landingspositie vanuit de lucht worden bepaald en moet de concentratie niet verslappen om veilig op twee benen terecht te komen. Hoe snel of langzaam de parachutist in de vrije val of onder de parachute gaat, kan hij of zij zelf regelen. Het springen in formatie, met meerdere parachutisten tegelijk, het uitvoeren van acrobatische taferelen of zo snel mogelijk vliegen: de sport biedt tal van mogelijkheden die op een veilige en leuke manier in Nederland worden beoefend. Sprongen per jaar: 81.500 Gem. sprongduur: 3 min waarvan 50 sec. vrijeval Aantal parachutes: 3.000 Top 5 Canopy Formatievliegen en bij formatievliegen

Aantal tandemsprongen: 14.000 stuks vanaf 10.000 ft. Aantal sprongen: 12.500 stuks lager dan 3.500 ft. Aantal sprongen: 15.000 stuks tussen 3.500 ft en 12.000 ft. Aantal sprongen: 40.000 stuks 10.000 ft en hoger.

parachutespringen

Parachutespringen: de ultieme vrijheid en creativiteit.

12500

12000 11500

11000

10500

10000

9500

9000

8500

8000

7500

7000

6500

6000

5500

5000

4500

4000

3500


Carlijn de Heij uit Apeldoorn is één van de 1500 actieve schermvliegers in Nederland. Ze vliegt al sinds haar vijftiende, meestal met haar vader Meine. “Ik kwam met paragliden in aanraking op vakantie en was direct verkocht: zo leuk en spannend! Het gevoel dat je krijgt als je opstijgt en in de lucht hangt, helemaal in je eentje in de stilte en niets om je heen, dat is echt fantastisch. Soms zit ik zelfs te zingen! De kick is om zo hoog en lang mogelijk te vliegen, lekker zweven door de lucht. Het is heel relaxed en rustgevend en je kunt zelf bepalen of je wilt landen of nog even door vliegt. Schermvliegen is een heel sociaal gebeuren, vaak ga je met een groep de lucht in en kun je na afloop nog uren napraten over de ervaringen van de dag.”

“De kick om zo hoog en lang mogelijk te vliegen!”

Schermvliegscholen Schermvliegen leer je niet in clubverband, maar bij de door de KNVvL erkende opleidingsinstanties, oftewel schermvliegscholen. Op dit moment zijn er twaalf schermvliegscholen in Nederland en kun je terecht op de bijna dertig liervelden of duinlocaties. Voor schermvliegen is het behalen van een brevet noodzakelijk, maar de sport is eenvoudig te leren. Als cursist kun je na een week les vaak al je eerste zelfstandige vlucht maken. Recreatief vliegen in Nederland of het buitenland gebeurt vaak in schoolverband, dit vanwege de garantie dat er met veilig materiaal en volgens de veiligheidsnorm gevlogen wordt. Maar je kunt ook zelfstandig vliegen en op avontuur gaan. Schermvliegen in wedstrijdverband is een andere tak van sport. Er zijn wedstrijden in snelheid, afstand en precisielandingen, waarbij de schermvliegers aan bepaalde taken moeten voldoen. Vanwege de weersgevoeligheid van de luchtsport vinden de wedstrijden vaak over meerdere dagen plaats.

Scholen: 12 Verenigingen: 10 Liervelden: 30 Soaren ook mogelijk

Pilotenaantal: 1570 Man: 1375 Vrouw: 195 Gem. Leeftijd: 44 jaar


ft

Als een vlieger aan een lijn de lucht in of zwevend als een meeuw langs de duintop­ pen. Schermvliegen, oftewel paragliden is één van de simpelste manieren om de lucht boven Nederland te verkennen. Voor schermvliegen is slechts een scherm, dat dient als vleugel, en een harnas waarmee de piloot onder de vleugel hangt nodig. Het scherm is gemaakt van een dun dubbel doek dat vergelijkbaar is met een parachute. Wanneer het scherm wind vangt, neemt het een typische vleugelvorm aan waardoor de opwaartse kracht wordt gestimuleerd. Dan is er alleen nog snelheid of opstijgende lucht (thermiek) nodig om het scherm te laten vliegen. In Nederland kunnen schermvliegers gebruik maken van een lier met een kilometer lange lijn om die snelheid te realiseren: de schermvlieger wordt dan letterlijk als een vlieger opgetrokken. Dit kan in een willekeurig weiland. Langs de kust is het voor schermvliegers mogelijk om te zweven of te soaren op de wind die langs de duinen omhoog blaast, net zoals de meeuwen dat doen. Eenmaal in de lucht kan de schermvlieger zweven op thermiek: hierdoor kunnen schermvliegers urenlang vliegen en grote afstanden afleggen op slechts de energie van de wind.

schermvliegen

Schermvliegen: slechts de energie van de wind

1900

1800

1700

1600

1500 1400

1300

1200

1100

1000

900

800

700

600

500

400

300 NL record afstand: Hugo Robben, 2008, 165,80 km

Vluchten per jaar: 20.000 lierstarts Gem. vluchtduur: 15 min tot 4,5 uur Aantal NL schermvliegtoestellen: 2.500

200

100


Scholen: 9 Hele jaar mogelijk Pilotenaantal: 200 Man: 190 Vrouw: 10 Gem. Leeftijd: 42 jaar

Frank Moorman uit Loosdrecht is helemaal verslaafd aan snorvliegen, net zoals meer dan honderd andere Nederlandse liefhebbers van deze opkomende luchtsport. “Snorvliegen geeft een enorme kick van vrijheid. Je komt letterlijk los van het aardse en vliegt heerlijk rustig rond. Je hebt alle tijd om op je gemak datgene wat onder je doorschuift te observeren en behalve de vogels hebben alleen luchtsporters deze mogelijkheid. Het is heerlijk dat je bij snorvliegen van niemand afhankelijk bent. Zo kun je ’s ochtends opstaan en zien dat het zomaar een mooie vliegdag wordt. Dan moet je gewoon de lucht in, zó verslavend is het!”

Snorvliegopleidingen Er zijn in Nederland acht vliegscholen waar snorvliegers terecht kunnen. De meeste piloten vliegen echter privé. De opleiding bestaat uit drie fases en vertoont overeenkomsten met de opleiding voor schermvliegers. Eenmaal op het juiste niveau kan een snorvlieger met zijn Paramotor Glider License (PGL) zelfstandig vliegen. Theoretisch is het voor snorvliegers mogelijk om bijna overal op te kunnen stijgen, maar in Nederland moeten de vlieglocaties apart worden aangevraagd. Omdat snorvliegen het hele jaar door mogelijk is, is het belangrijk voor piloten om zich in de winter extra warm aan te kleden. Snorvliegen gebeurt in Nederland nog niet in wedstrijdverband, maar vaak spreken piloten wel met elkaar af om samen de lucht in te gaan. Het komt meer dan eens voor dat snorvliegers vergezeld worden door vogels in de lucht: een teken dat de sport goed samengaat met de natuur.


ft

Snorvliegen: onafhankelijk de lucht in

“Zomaar een mooie

vliegdag”

In sciencefiction films van vroeger vlogen piloten met een propeller op hun rug. Bij snorvliegen is dat nu de realiteit! Gecombi­ neerd met een scherm kun je vogelvrij de lucht verkennen. Snorvliegen is nauw verwant aan schermvliegen, met één grote afwijking: in plaats van starten met een lier en weer dalen wanneer de thermiek afneemt, kunnen snorvliegers de paramotor op hun rug inschakelen. Met het gevolg dat starten en verder vliegen altijd mogelijk is! Een snorvlieger kan het hele jaar door zelfstandig de lucht in. Net als bij schermvliegen kan een snorvlieger gebruik maken van thermiek en zo uren door de lucht zweven. Met de paramotor kan de snorvlieger in de lucht de hoogte bepalen, maar de snelheid wordt er nauwelijks door beïnvloed. Het is een geluidsarme vorm van luchtsport, want ondanks de draaiende (hulp) motor komt het meeste geluid van de propeller. Snorvliegen is een populaire en opkomende luchtsport, die volgens de laatste veiligheidsnormen in Nederland wordt beoefend. Mocht onverhoopt de paramotor een keertje uitvallen, geen probleem. Veel piloten kiezen er juist voor om de motor voor de landing uit te zetten: een routine landing. Naast de gebruikelijke voetstarter, waarbij de motor op de rug gedragen wordt en de benen letterlijk het landingsgestel zijn, vallen onder het snorvliegen ook de lichte en zwaardere trikes.

snorvliegen

Vluchten per jaar: 4.000 Gem. vluchtduur: 1 uur Aantal NL Zeilvliegtoestellen: 200

1900

1800

1700

1600

1500

1400

1300

1200

1100

1000 900

800

700

600

500

400

300

200

100


Koos de Keijzer uit Amsterdam is lid van de nationale kernploeg zeilvliegen en staat aan de top van de 415 Nederlandse zeilvliegers. “Zoals een windsurfer zich met zijn surfplank en zeil over het water beweegt, zo beweegt een zeilvlieger zich met zijn deltawing door de lucht. Je bent als vlieger onderdeel van je eigen vliegtuig, want je bent lichamelijk niet alleen zelf het stuur, maar ook het roer. Er is naast parachutespringen geen andere vorm van vliegen waarbij je zoveel invloed hebt met je lichaam. Ik vind het vliegen fantastisch en wedstrijdvliegen is een extra uitdaging. De contacten met (internationale) piloten zijn erg leuk. Je kunt veel van elkaar leren.”

“Surfen door de lucht”

Zeilvliegclubs Er zijn in Nederland vier zeilvliegclubs en zes zeilvliegscholen die opleidingen verzorgen, lier- of sleepactiviteiten organiseren, of (buitenlandse) vliegtrips regelen. Zeilvliegen is een sociale sport; de meeste clubs bestaan uit hechte vriendengroepen. Educatie aan zeilvliegers, ook ervaren piloten die al jaren hun brevet hebben, staat hoog op de agenda. Veelvuldig organiseren de zeilvliegclubs lezingen of cursusavonden, vaak in het kader van veiligheid. Het wedstrijdvliegen gebeurt in Nederland in een competitie die uit twee onderdelen bestaat. Het eerste onderdeel is overland vliegen waarbij de zeilvliegers met een sleepstart in de lucht worden gebracht. Het tweede onderdeel vindt plaats in het buitenland in een bergachtige omgeving. Het gaat dan om het zo snel mogelijk vliegen van een taak: een figuur over een bepaalde afstand. Via radiocontact en GPS-gegevens wordt de winnaar bepaald.

Clubs/scholen: 10 Hele jaar door geopend

Pilotenaantal: 415 Man: 396 Vrouw: 19 Gem. Leeftijd: 46 jaar


ft

De beste benadering van de sierlijke vlucht van een vogel is wanneer je direct onder je eigen vleugel hangt. Zeilvliegen, oftewel deltavliegen geeft dat ultieme gevoel van het zweven door de lucht. Bij het vliegen met een deltawing hangt de piloot in een harnas aan een frame onder het V-vormige zeildoek. Het lichaam van de piloot fungeert daarbij als roer en dus is een goede fysieke gesteldheid een vereiste. Verder behoort een noodparachute altijd tot de vaste uitrusting van de zeilvlieger. Het is een technisch hoogstaande sport, waarbij materiaal en piloten de grenzen van de thermiek opzoeken. Letterlijk, want zeilvliegen is enorm populair in bergachtige gebieden. Hier kan de piloot in een spectaculaire omgeving van een berg af springen met zijn deltawing. In het vlakke Nederland is dat lastiger, maar net zoals bij zweefvliegen kan een zeilvlieger in Nederland starten met een sleep of lier om vervolgens te zweven op thermiek en te gaan waar de wind hem brengt. Om te soaren kan er ook gebruik worden gemaakt van stijgwind bij heuvels, dijken en duinen. Voor de landing heeft een zeilvlieger geen vliegveld nodig: een vlak stuk land voldoet. Het is een sport die het meest overeenkomt met de vlucht van een vogel; de meeste zeilvliegers hebben ook meer dan eens vogels aan hun vleugeltippen gespot!

WK Australie 2005: 30e plaats (Koos de Keijzer) WK Australie 2004: 11e plaats (Koos de Keijzer) NL record afstand: 220 kilometer overland NL record hoogte: > 6000 FT

Vluchten per jaar: 2.500 Gem. vluchtduur: 1 uur Aantal NL Zeilvliegtoestellen: 400

zeilvliegen

Zeilvliegen: de vlucht van een vogel

1900

1800

1700

1600

1500

1400

1300

1200

1100

1000 900

800

700

600

500

400

300

200

100


Clubs: 40 Hele jaar door geopend

Pilotenaantal: 3921 Man: 3598 Vrouw: 323 Gem. Leeftijd: 40 jaar

Clubs en wedstrijden

“Hoog en ver

zonder motor”

Nederland telt veertig zweefvliegclubs, die gebruik maken van meer dan dertig zweef-, militaire- of algemene vliegvelden. De meeste clubs hebben een eigen gebouw met hangar, werkplaats en een vloot zweefvliegtuigen. Dit en het vrijwilligerswerk van bestuurders, instructeurs en technici, maken zweefvliegen toegankelijk. Jaarlijks worden in clubverband meer dan 130.000 starts gemaakt. De opleiding begint met lesvluchten met een instructeur. Ben je solo, dan leidt een theorie- en praktijkdeel naar het fel begeerde brevet. Overland- en wedstrijdvliegen wordt steeds meer bevorderd. Je wint een wedstrijd als je het opgedragen parcours in de snelste tijd vliegt. Het inschatten van de meteocondities is van belang voor het bepalen van de tactiek. De Nederlandse zweefvliegers zijn succesvol op WK’s en EK’s zweefvliegen.

Demy Schinkel uit Nieuwegein is zestien en heeft haar Glider Pilot License (GPL). Autorijden mag ze nog niet, maar zelfstandig zweefvliegen al wel. “Op mijn vijftiende ben ik begonnen met zweefvliegen. Op mijn zestiende haalde ik mijn GPL. Laatst nam ik mijn moeder mee omhoog als passagier, terwijl ik in de auto nog braaf naast haar moet zitten. Grappig is dat. Zweefvliegen is toegankelijk voor jongeren. Zo word je lid van een club wat erg gezellig is. Je leert er veel en ze geven je een hoop verantwoordelijkheid. Ik vind vliegen zo fantastisch, dat ik er mijn beroep van wil maken. Op school doe ik mijn best, zodat ik over twee jaar naar een pilotenopleiding kan.”


ft

Aantal starts per jaar: 130.000 Gem. vluchtduur: 15 min tot meerdere uren Aantal zweefvliegtuigen in Nederland: 850 (700 Nederlands geregistreed, 150 buitenlands geregistreerd met NL. eigenaar Nederland scoort als vierde zweefvliegnatie hoog met in totaal 720.000 afgelegde kilometers (2009).

Zweefvliegen: goed bevriend met thermiek Vliegen in een vliegtuig zonder motor is high tech Een zweefvliegtuig beweegt zich zwevend door de lucht, zonder gebruik te maken van gemotoriseerde aandrijving. Door handig gebruik te maken van thermiek (opstijgende lucht) kan een zweefvliegtuig grote hoogtes bereiken en afstanden overbruggen. Moderne zweefvliegtuigen kunnen vanaf 1.000 m hoogte een glijvlucht van 50 km maken. Aerodynamica en constructie van een zweefvliegtuig zijn high tech en worden o.a. in Nederland doorontwikkeld bij de TU Delft. Starten doe je met een lier, die je tot op zoâ&#x20AC;&#x2122;n 450 m hoogte brengt. Wil je hoger en verder van het veld je vlucht aanvangen, dan is starten achter een sleepkist een mogelijkheid. Een beperkt aantal van de 850 zweefvliegtuigen in Nederland heeft een uitklapbare hulpmotor om zelf te starten, dan wel mee thuis te komen als er geen thermiek meer is. Als de thermiek ophoudt, bestaat bij overlandvliegen de kans dat je een buitenlanding moet maken. Voor een overland vlucht hoef je als zweefvlieger geen vluchtplan in te dienen, daarvoor is zweefvliegen te onvoorspelbaar, wegens de afhankelijkheid van thermiek.

zweefvliegen

WK: 1978 1e Baer Selen 1983 1e Kees Musters 1991 1e Baer Selen 2001 2de Steven Raimond 2008 2de Ronald Termaat EK: 1982 1e Kees Musters 1986 1e Daan Pare 2005 1e Steven Raimond 2007 1e Ronald Termaat 2009 1e Rene de Dreu Vanuit Nederland gevlogen afstandsrecord: 1010 km.

3200

3100

3000 2900

2800

2700

2600

2500

2400

2300

2200

2100

2000

1900

1800

1700

1600

1500

1400


air sports nu! is een uitgave van de Koninklijke Nederlandse Vereniging voor Luchtvaart (KNVvL), a Houttuinlaan 16A, 3447 GM Woerden, T 0348 437 060, E info@knvvl.nl Ontwerp en vormgeving: VerheulCommunicatie.com Alphen aan den Rijn


Airsports Nu!