Special voor studenten Tandheelkunde: Nederlands Tandartsenblad

Page 1

UITGAVE VAN DE KONINKLIJKE NEDERLANDSE MAATSCHAPPIJ TOT BEVORDERING DER TANDHEELKUNDE


Volg de KNMT ook op sociale media www.knmt.nl/opdehoogte


ALTIJD AL TANDARTS WILLEN WORDEN? “Mijn moeder is arts en de gezondheidszorg heeft mij altijd aangesproken. Toen ik elf was, zag ik het tv-programma Hollands Next Topmodel en dacht: dit is het voor mij. Na de middelbare school heb ik drie jaar fulltime als high fashion model gewerkt. New York, Sydney, Parijs, Londen, Milaan… Echt een droombaan! Maar na een paar jaar miste ik de intellectuele uitdaging en besloot ik te gaan studeren.”

modellenwerk is lastig, omdat ik geen praktijkdagen mag missen. Daarom staat dat nu op een lager pitje.”

HOE BEVALT DE STUDIE? “Heel goed. Het onderwijs is hier kleinschalig. Zo zitten we nooit in een collegezaal, maar in een praktijklokaal met dertig studenten. Het lesmateriaal is heel goed en de theorie up to date. Het tempo ligt wel hoog, ik heb het idee dat ik constant tentamens heb. Maar de studie duurt dan ook maar vijf jaar.”

WAAROM TANDHEELKUNDE?

HOBBY’S?

“De intellectuele uitdaging, de handvaardigheid en het sociale aspect; je bent met patiënten bezig. Dit beroep zal mij niet snel vervelen.”

“Ik sport graag, dat doe ik vijf à zes keer per week. In Madrid ga ik graag een dag hiken in de bergen of met vrienden naar bikramyoga.”

WAAROM MADRID?

WAAROM KNMT-LID?

“In Nederland werd ik tot twee keer toe niet ingeloot en aan de decentrale selectie kon ik vanwege mijn modellenwerk nooit meedoen. Ik ben in België en Letland gaan kijken, maar hoorde dat je ook in Madrid terecht kunt. Daar had ik een paar weken gewoond en ik vond het een fantastische stad. Het combineren van mijn studie met

“Het is goed je als beroepsgroep te verenigen. Ik ben net lid en voel me heel gastvrij ontvangen. Ook goed dat er bij het lid worden gevraagd werd wat de KNMT voor mij kan betekenen.”

‘Madrid is een fantastische stad’

TEKST: LAURA VAN PAESSCHEN; BEELD: ROB TER BEKKE

Annemijn Dijs EN HET EIGEN GEBIT?

“Ik mis twee premolaren, de 35 en de 45. De melkkiesjes zijn getrokken op mijn twaalfde. Ik kreeg een space maintainer om ruimte te behouden, op mijn achttiende werden er implantaten geplaatst. Alles staat nu mooi recht, maar het belangrijkste vind ik dat mijn gebit gezond is. En ik heb nog nooit een gaatje gehad, dus dat zit wel goed.”

POETSGEWOONTES? “Twee keer per dag heel lang, want ik heb altijd het gevoel dat het schoner kan. Ik poets eerst elektrisch en daarna nog met de hand, zodat ik goed de occlusale vlakken kan bijpoetsen.”

EN DE TOEKOMST? “Ik ben bezig met mijn laatste eindexamens en moet mijn scriptie nog verdedigen. Ik wil me graag specialiseren in orthodontie en heb me aangemeld voor de opleiding aan ACTA, Spannend of ik word toegelaten. Zo niet, dan zie ik ook een hele mooie toekomst in de tandheelkunde weggelegd.” NT Annemijn Dijs (25) studeert tandheelkunde aan de Universidad Europea de Madrid.


TIPS VAN ÉN VOOR STUDENTEN

HOE OVERLEEF IK MIJN STUDIE?!

Colleges bezoeken, presentaties geven, boeken lezen, samenvattingen maken: studeren is kei- en keihard werken. In september beginnen er weer 259 nieuwe studenten met de opleiding tandheelkunde. Maar hoe studeer je nu het beste? En is er nog ruimte voor leuke dingen? Maaike Schumer, oud-student in Nijmegen, zet haar vijf tips op een rij. TEKST: LAURA JANSEN // BEELD: CURVE EN MAAIKE SCHUMER

“In het begin is het moeilijk in te schatten wat je kunt verwachten, bijvoorbeeld van het niveau. Wordt het moeilijk, of juist best makkelijk? Ik kan nieuwe studenten geruststellen: ik vond het

1

Ga altijd naar je colleges! Het klinkt stom en ligt misschien voor de

hand, maar ik deed dat heel trouw en heb

programma in Nijmegen in het eerste jaar goed aansluiten op het

er veel aan gehad. Docenten vertellen

vwo. Vakken als biologie en natuur- en scheikunde die je daar

daar alles wat je voor je tentamen moet

had, liepen best goed in elkaar over. Omdat ik de open dag had bezocht, kwam het beeld dat ik van de studie had goed overeen met de werkelijkheid. Het trok mij dat er een goede balans was tussen praktijk en theorie. Wel vond ik de lesdagen behoorlijk lang, vaak van half negen tot half zes, daar moest ik wel aan wennen. Dit zijn mijn vijf tips om het nieuwe schooljaar succesvol in te gaan.

weten.

2

Maak aantekeningen op papier. Dit werkt beter dan typen op een

laptop. Dingen die je opschrijft onthoud je namelijk beter omdat je makkelijk verbanden maakt, bijvoorbeeld door pijltjes te tekenen. Ik heb het idee dat ik door te schrijven, in vergelijking met studie-


‘Plan ook leuke dingen in!’

vriendinnen, minder lang heb hoeven

’s avonds vrij te houden. Als ik dan bij-

heelkunde kan soms best een eiland zijn

leren. Ik heb ook nooit een herkansing

voorbeeld van negen tot tien uur colle-

met veel dezelfde mensen. Door bij een

hoeven doen. Dat heb ik, denk ik, voor

ge heb en daarna twee uur niks, studeer

vereniging te gaan, leer je ook andere

een groot deel hieraan te danken.

ik tussendoor, zodat ik dat ’s avonds niet

mensen kennen.

3

hoef te doen. ’s Avonds doe ik graag leu-

5

Maak samenvattingen. Er gaat

ke dingen, zoals samen met vrienden

Ga naar het buitenland. Dat kan ik

veel tijd in zitten, maar samenvat-

eten en uitgaan. Overdag studeren vergt

ten op papier werkt. Literatuur moet je

een goede planning omdat je er op tijd

toch al lezen dus waarom zou je de stof,

mee moet beginnen. Schrijf in je agenda

plaatsje in de middle of nowhere in de

in aanloop naar een tentamen, niet me-

( ja, een papieren exemplaar!) wanneer je

Verenigde Staten. Het was een hele erva-

teen op papier samenvatten.

wat wilt doen en wat je af wilt hebben. En

ring om daar te wonen en het verbreedt

4

plan ook leuke dingen, anders komen die

je kennis.” NT

Leer goed plannen. Ik heb mezelf

er niet van. Ik ben bijvoorbeeld lid van

aangeleerd overdag te studeren en

een dispuut, dat kostte ook tijd. Tand-

iedereen aanraden. Zelf ging ik pa-

tiënten behandelen in Iowa, in een klein


Dental influencen: wie, wat waar en vooral: waarom? Anno nu zijn influencers niet meer weg te denken uit onze digitale levens. Zelfs tandartsen benutten social media om bij hun volgers iets te bereiken. Het NT ging op onderzoek uit: wie zijn de bekendste Nederlandse dental influencers, wat is hun drijfveer en wat willen ze bereiken? TEKST: LAURA VAN PAESSCHEN // BEELD: SHUTTERSTOCK, INSTAGRAM, TWITTER, FACEBOOK

A

ls je actief bent op social media, dan zie je influencers in je tijdlijn voorbij komen. En waar kinderen vroeger brandweerman of stewardess wilden worden, hebben ze nu steeds vaker een voorkeur voor het ‘beroep’ influencer. Kortom, influencers zijn inmiddels een ingeburgerd begrip in onze moderne maatschappij. Met posts, foto’s en video’s van vakanties, eten, diensten of producten proberen ze hun vaak grote groep volgers te inspireren, beïnvloeden en aan te zetten iets te doen of te kopen. Ze zijn vooral actief op Instagram, maar ook op Facebook, Youtube of andere kanalen te vinden. Vaak houden influencers zich bezig met lifestyle, mode, voeding, sport of beauty.

DE BEKENDSTE

De tandheelkundige sector blijft wat dit betreft niet achter. Ook tandartsen influencen erop los. En dan natuurlijk vooral op hun vakgebied. Wellicht de bekendste Nederlandse dental influencer is The Dental Dutchman, echte naam Maarten de Beer. Deze zzp’er uit Arnhem post vooral foto’s van restauratieve casussen op zijn Instagramaccount @Thedentaldutchman. Voor De Beer is een influencer iemand die iets laat zien of doet wat anderen inspireert. “Bij een dental influencer zie je een vorm van tandheelkunde die je zelf ambieert, en die niet helemaal buiten je bereik ligt”, aldus De Beer. “Ik zie ook wel eens werkstukken waarvan ik denk: ‘Hoe ga ik dit ooit bereiken?’ Ik vind dat je iets moet laten zien wat je aanspreekt, maar ook binnen je bereik ligt. Anders is het verheerlijking, en dat heeft in mijn ogen weinig toegevoegde waarde.”

TIPJE VAN DE SLUIER

Ook Marco Gresnigt – op Instagram @marco.gresnigt.dds.phd – mag zich tot de groep dental influencers rekenen. Hij is hoofd van de sectie restauratieve tandheelkunde en biomaterialen aan het UMC Groningen en werkt in het Martini Ziekenhuis. “Omdat ik onderzoek doe en in het onderwijs werk, wil ik een bepaalde invloed op de tandheelkunde uitoefenen. Daarom post ik ter inspiratie voor anderen mijn meest recente artikelen en informatie, maar ook casussen. Ik wil mensen beïnvloeden om zo goed en mooi mogelijk de tandheelkunde te bedrijven”, aldus Gresnigt. Als onderzoeker wil hij dat mensen het nieuwste van het nieuwste meekrijgen, lezen, begrijpen en toepas-



sen. “Daarvoor doe ik het. Je kunt op social media niet heel diep op dingen ingaan, maar wel een tipje van de sluier oplichten.”

IEDEREEN IS INFLUENCER

Een andere bekende naam als het gaat om infl influenuencen in de mondzorg is die van Lieneke Steverink-Jorna, mondhygiënist in de Achterhoek. Zij gebruikt verschillende accounts, waaronder @mondzorg8erhoek op Instagram. Wat haar betreft is iedere tandarts en mondhygiënist influencer: influencer: “Wij blinken immers uit in het beïnvloeden: we zorgen altijd voor een gedragsverandering bij onze patiënten.” Steverink-Jorna rolde langzaam maar zeker het ‘infl ‘influenuencers-wereldje’ in. Inmiddels ontwikkelt ze voor diverse praktijken een deel van de communicatie en wordt ze door bedrijven benaderd om te berichten over productlanceringen. Zij infl influenct uenct vooral met haar patienten ënten in het achterhoofd. “Met welke vragen zitten die? Wat begrijpen ze wel en niet en wat vinden ze belangrijk? Patiënten geven me echt inspiratie. Maar ik probeer me ook te verplaatsen in praktijkeigenaren. Daar komen kennis en gevoel echt bij elkaar”, aldus Steverink-Jorna.

OPINION LEADER

14 NT

De Beer is met zijn Instagrampagina begonnen om zichzelf te pushen beter te worden, vertelt hij. “Instagram is voor mij een stok achter de deur om mijn werk vast te blijven leggen en iedere keer naar een beter resultaat te streven. Als ik anderen daar ook nog eens mee kan inspireren en helpen, is dat mooi meegenomen.” Omdat De Beers werk zo populair is op Instagram, is hij door Kulzer gevraagd opinion leader voor het bedrijf te worden. Dat houdt in dat hij lezingen en cursussen geeft over Kulzers producten. “Maar ik ben niet in dienst van Kulzer, ik geef ook lezingen over concurrerende producten,” legt De Beer uit. Meindert Aartse, marketingmanager bij Kulzer, zegt over de beweegredenen om met infl influencers uencers te werken: “Het is goed om geregeld een onafhankelijke onafh ankelijke professional in te schakelen om kennis over te

dragen. Die zijn geneigd kennis met vakgenoten te delen en komen geloofwaardiger en betrouwbaarder over dan wanneer de fabrikant dit zelf doet.” Kulzer betrekt infl uencers als De Beer soms al tijinfluencers dens de ontwikkelfase bij een product. “Wij vinden het van essentieel belang om aan hen al in een vroegtijdig stadium feedback te vragen met betrekking tot bijvoorbeeld verwerking en esthetiek van materiaal.”

ONAFHANKELIJK BLIJVEN

Tandartsen die infl influencen uencen verdienen daarmee uiteraard niet hun dagelijkse brood. De Beer bijvoorbeeld krijgt voor zijn posts niet betaald. Hij wil onafh onafhanankelijk blijven: “Als ik tegen betaling met een bedrijf in zee ga, wil dit via mij een bepaalde invloed uitoefenen en dat zie ik niet zitten.” Aartse beaamt dat Kulzer geen infl influencers uencers sponsort om zo producten te verkopen. “Wel mogen trainer en deelnemers gratis met onze producten werken tijdens hands-on trainingen.” Gresnigt krijgt geen materialen om op social media te bespreken. Hij krijgt ze wel toegestuurd, maar die zijn puur bestemd voor onderzoek en niet om over te posten. “Daar wil ik me van distantiëren. Ik vind dat niet netjes en onethisch, zeker in de gezondheidsindustrie.” Ook Steverink-Jorna krijgt van bedrijven weleens producten toegestuurd. “Maar als ik een product niet vertrouw, zal ik het nooit op mijn socials zetten. Ik moet zelf echt met een product willen werken.” Ze vindt het belangrijk dat patiënten ervan op aankunnen dat ze met goede bedoelingen handelt: ze promoot geen producten puur omdat ze deze gratis heeft gekregen. Soms werkt het trouwens ook andersom. “Dan post ik iets over een product omdat ik er graag mee werk, en word ik er volgens door benaderd.”

OOK EEN ANDERE KANT

‘Ik wil dat mensen zo goed en mooi mogelijk de tandheelkunde bedrijven’

Gratis producten, invloed uitoefenen. Dat klinkt allemaal mooi. Maar infl influencen uencen heeft ook een andere kant. Je bent er bijvoorbeeld fl flink ink wat tijd mee kwijt, waarschuwt De Beer collega’s die ook willen infl influencen. uencen. “Het kost mij bijna een dag per


WIE NOG MEER TE VOLGEN? 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10.

Tony Rotondo (@tonyrotondoworkandplay) Thomas Taha (@drth.co.uk) An Nguyen (@quocannguyen.insta) Nurcan Yilmaz (@nurcany) Corina Dollen (@mondzorg_cdollen) Sandra Tanahatoe (@demondhygienist) Maxim Belograd (@dr.belograd) Erik-Jan Muts (@drs.erikjan) Freek Gols Linthorst (@dentistrybyfreek) Roy Koster (@notyourtypicaldentist)

influencer? Laat het ons Mist er een belangrijke dental influencer? weten: nt@knmt.nl. En last but not least, vergeet de KNMT niet op Instagram te volgen: @knmttandartsen.

absoluut meerwaarde voor de tandheelkunde. Maar er schuilen ook gevaren in. Zo wordt informatie snel verspreid. Dus ook informatie waarvan je je kunt afvragen of die wel juist is. Gresnigt noemt als voorbeeld posts waarin te zien is dat er volledige omslijpingen voor kronen diep onder het tandvlees worden gemaakt. “Terwijl de algehele tendens juist is om zo min mogelijk weefsel weg te slijpen. Ik vind het jammer dat er op deze manier informatie wordt verspreid die niet adequaat is.”

BLIJF KRITISCH

week, in die zin heeft het impact op mijn sociale leven.” Over het algemeen post hij zo’n twee casussen per week. Die vergen de nodige voorbereiding. “Doe ik elke swipe een aparte foto of maak ik een collage? Hoeveel foto’s plaats ik naast elkaar? Dat zijn allemaal dingen waarmee ik rekening houd.” Daarnaast chat hij ook veel met volgers die vragen hebben. Hij vertelt graag in detail hoe hij iets gedaan heeft. Volgens Gresnigt heeft het gebruik van social media

Al met al lijkt het erop dat dental infl influencers uencers behoorlijk wat invloed kunnen hebben op collega-tandartsen en - mondhygiënisten. Meer zelfs dan op het eerste gezicht lijkt, meent Steverink-Jorna: “Want het is niet altijd even duidelijk dat er een infl influencer uencer achter bepaalde informatie zit. Soms hoeft die maar een heel klein zetje te geven, waarna onder groepsdruk de rest volgt.” Zij denkt dat vooral die infl influencers uencers in de gaten moeten worden gehouden die helemaal niet vanuit de mondzorg of medische kant komen. “Ik doel op infl influencers uencers die allerlei producten aan de man brengen onder het mom van ‘natuurlijke ingrediënten’. Hun invloed is behoorlijk groot, durf ik te stellen.” Het is mede daarom aan te raden om kritisch te blijven kijken naar wat er in je tijdlijn voorbij komt. Neem niet alles klakkeloos aan maar gebruik informatie vooral om ideeën en inspiratie op te doen, aldus de drie dental infl influencers uencers uit dit verhaal. NT

15


WIE BEREIKT ALS EERSTE ONGESCHONDEN ZIJN PENSIOEN?

M

et Game of Kroons beleef je in een noten-

OPDRACHTEN

12

daarna nog naar het vwo. Je wilt

immers koste wat het kost tandarts wor-

dop je carrière als tandarts.

den. Dat kost je twee extra jaren. Sla een

Je raakt bevangen door de

beurt over.

gedachte om tandarts te worden als je twaalf bent, en probeert daarna zo goed mogelijk als eerste de pensioenleeftijd te bereiken. Dat doe je door de dobbelsteen te gooien; het aantal ogen dat de dobbelsteen aangeeft is het aantal jaren – oftewel vakjes op het speelbord – dat je opschuift. Als je op een

24

Je begint op de havo en moet

Hoera, afgestudeerd! Je vindt je

eerste baan via de vacaturebank van de KNMT en

maakt hierdoor een vliegende start. Ga

14

twee jaar vooruit. Je doet het zo goed

27

Je volgt een bij- en

op het vwo dat je de

nascholingscursus an-

laatste twee jaren in één keer

nex skireis en breekt een arm.

mag doen. Gooi nogmaals.

17

Je herstel neemt geruime tijd Je slaagt voor je

in beslag. Ga twee jaar terug.

vwo-examen: tijd voor

29

Je vader gaat met

de universiteit! Helaas word

pensioen en je

je uitgeloot voor tandheel-

neemt zijn praktijk over.

kunde… vette pech! Ga terug naar start.

leeftijd met een opdracht

20

komt, voer je die uit. Om te bepalen wie er begint, gooit

Deze moet nodig verbouwd Natuurlijk

worden. Neem hier de tijd voor en ga

ben je stu-

een jaar terug.

dentlid van de KNMT

iedere deelnemer eerst één

31

De Inspectie komt langs: je

keer met de dobbelsteen. De-

en bezoek je het KNMT Studentencon-

gene met het hoogste aantal

gres. Het is enorm gezellig en de drank

ogen start het spel, daarna

vloeit rijkelijk. Op de terugweg geef je

de degene aan de linkerzijde

over in de bus. Je schaamt je dood en

praktijk lang sluiten om de boel op orde

enzovoort.

durft je een tijdje niet op de universiteit

te krijgen. Je mag pas weer verder als je

te laten zien. Daardoor loop je studie-

zes gooit.

vertraging op. Ga twee jaar terug.

21

In het laatste jaar van je mas-

fectiepreventierichtlijnen. Je moet je

34

Je wordt verliefd op je assistent en

de scheiding van je part-

ter loop je stage in Suri-

ner kost bakken met geld.

name. Een fantastische

Sla een beurt over.

tijd, maar je loopt wel malaria op. Sla een beurt over.

praktijk voldoet niet aan de in-


Met een vader als tandarts word je van jongs af aan dagelijks geconfronteerd met verhalen over endo’s, extracties en zeurende patiënten. Dat maakt dat je als kind niets van tandheelkunde moet hebben. Desondanks valt de appel niet ver van de boom: aan het begin van de middelbare school raak je toch door het vak gefascineerd en uiteindelijk wil je nog maar één ding: tandarts worden! CONCEPT: KNMT NEWSROOM // BEELD: EMANUEL WIEMANS

36

47

vooruit.

week vrijwillige zorg te gaan leveren.

Er is een tandartsentekort. Je krijgt er plotseling veel

patiënten bij in je praktijk. Ga drie jaar

38

Je krijgt een

Je leest in de krant over men-

je wel de nodige tijd en energie. Ga één

sen die de tandarts niet meer

jaar achteruit.

kunnen betalen en besluit één dag per

gaat in therapie om er

niks op, maar je wordt er wel

tandarts! Dat

heel gelukkig van!

zit – letterlijk en figuurlijk – in de put en

geeft een knalfuif: ga een

mag daar pas weer uit als je één gooit.

jaar vooruit.

sus van de KNMT

erg veel extra kennis en

51

Je besluit je voor de KNMT als kaderlid te gaan inzetten.

Alweer zo’n boost voor je carrière! Ga

Je wordt zorgverlener van het jaar! Dit geeft

je carrière zo’n boost dat je twee

45

Een van je maten stapt op. Uit

heb je altijd gerekend op de

gieter erbij, die er natuurlijk

maal twee terug.

niks mee kan. Ga één jaar

65

Oeps! Een datalek.

heel weinig op. Gooi nog een keer met

Je roept de lood-

de dobbelsteen en ga het aantal ogen

terug.

56

Je zelfstandig borende mondhygiënist neemt je veel werk

uit handen. Daardoor kun je wat meer achterover leunen. Ga één jaar vooruit.

58

deze opdracht niet te doen).

Voor je oudedagsvoorziening

53

je medespelers kies je een op hetzelfde vakje als jij

63

praktijk. Die levert uiteindelijk echter

nieuwe maat die zijn pion moet plaatsen ( je nieuwe maat hoeft

kopen aan een keten en stopt

opbrengsten van de verkoop van je

twee jaar vooruit.

vooruit.

jaar vooruit mag.

62

je kunt je praktijk goed ver-

met werken. Ga drie jaar vooruit.

vaardigheden opgeleverd. Ga een jaar

42

wordt geridderd. Dit levert je

Je bent 25 jaar

moet gevierd worden. Je

psychisch weer bovenop te komen. Je

Academy. Deze hebben je

de dingen gedaan

voor de samenleving, dat je

49

klacht aan je broek en

40

Je hebt zoveel goe-

een jaar vooruit.

onterechte

Je volgt je 25e cur-

60

Dat geeft je veel positieve energie, ga

Je maakt je zorgen over de ouderen in je buurt en gaat

één dag per week als tandarts in een verpleeghuis werken. Daar word je op handen gedragen, maar het werk kost

Na een lange en succesvolle carrière mag je eindelijk met

pensioen. Hoera!


XXX In Game of Kroons doorloop je je tandheelkundige carrière, vanaf het moment dat je naar de middelbare school gaat tot aan je pensioen. Versla jij je collega’s in Game of Kroons en mag jij jezelf de rest van de maand King (of Queen) of Kroons noemen?


XX BENODIGDHEDEN • Het spelbord • Minimaal twee en maximaal vijf spelers • Kiesjes als pionnen: knip deze uit • Dobbelsteen: knip deze uit of gebruik een echte dobbelsteen


Groot genoeg om er speciaal voor Chris en jou te zijn.

WORD GRATIS STUDENT-LID!

Chris studeert Tandheelkunde. Hij is gratis lid van de KNMT. Zo blijft hij op de hoogte van ontwikkelingen in zijn vakgebied, zoals via het Nederlands Tandartsenblad. Ook krijgt hij kortingen op verzekeringen. Zijn handen zijn al gratis verzekerd. Als grote organisatie kan de KNMT dit soort grote zaken voor je regelen. Daarnaast staan we klaar voor zelfs je kleinste vraag.

De beroepsvereniging met meer dan 10.000 leden

Chris Dekker, student tandheelkunde

WORD NU LID! www.knmt.nl/student


75

NT

75 JAAR TRENDS & CIJFERS

In de meer dan 75 jaar dat het Nederlands Tandartsenblad bestaat, maakten het vak van tandarts en de mondgezondheid in Nederland grote ontwikkelingen door. Zo werd tandheelkunde een universitaire opleiding en deed de mondhygiënist zijn intrede. Ook traden er steeds meer vrouwen tot de beroepsgroep toe. Cariës was lange tijd een veel voorkomende aandoening. Zo waren er in die jaren nog meer opvallende trends en cijfers. De afdeling Onderzoek van de KNMT zet er een aantal op een rijtje.

Tandartsbezoek Het CBS peilt hoeveel mensen jaarlijks de tandarts bezoeken. Dit percentage steeg vanaf de jaren tachtig. 1981 1990 2000 2010 2019 BRONNEN: CBS Statline, https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/ dataset/37852/table?ts=1598338549680

61% 71% 78% 78% 80%

De opleiding tandheelkunde Kenmerkend voor de opleiding tandheelkunde na 1945 is dat deze universitair werd. Daarnaast werden opleidingen gestart, samengevoegd, gesloten en heropend.

1947 Tandheelkunde wordt universitaire opleiding, start (universitaire) opleidingen Utrecht en Groningen. 1961 Start opleiding Nijmegen. 1964 Start opleiding Universiteit van Amsterdam. 1969 Start opleiding Vrije Universiteit Amsterdam. 1984 Opleidingen Amsterdam samen in ACTA. 1984 Opleiding Utrecht stopt aanname nieuwe patiënten. 1991 Sluiting opleidingen Utrecht en Groningen. 1995 Heropening opleiding Groningen.

PERCENTAGE 65-PLUSSERS MET EEN VOLLEDIG KUNSTGEBIT 1981 1990 1996 2000 2009 2019 (schatting) BRONNEN: CBS tot en met 2009 / 2019: schatting obv trend in de jaren 2000-2009

78% 70% 61% 59% 41% 25%


De opkomst van de mondhygiënist In 1969 gingen de eerste mondhygiënisten – in het buitenland opgeleid – aan de slag in Nederland. Inmiddels is de mondhygiënist niet meer weg te denken in het mondzorgteam 1965-1969 Groepjes studenten naar de Verenigde Staten, Canada en Groot-Brittannië voor de opleiding. 1967 Oprichting Nederlandse Organisatie van Mondhygiënisten (later Nederlandse Vereniging van Mondhygiënisten). 1969 Start eerste formele (2-jarige) opleiding in Utrecht, later in Amsterdam (VU 1971), Nijmegen (1972) en Amsterdam (UvA, 1973), opleidingscapaciteit totaal ongeveer 80. 1974 AMVB opname in Wet op paramedische beroepen. Vanaf 1975 jaarlijks uitstroom van ongeveer 80 mondhygiënisten. 1982 Ongeveer 700 mondhygiënisten werkzaam. 1992 Opleiding van 2 naar 3 jaar met uitbreiding van het deskundigheidsgebied (geven van anesthesie). 2002 Opleiding naar 4 jaar. 2012 Ongeveer 3.000 mondhygiënisten werkzaam. 2019 Ongeveer. 3.560 mondhygiënisten werkzaam. BRONNEN: Kalsbeek H. Een schoone tand bederft niet. Ivoren Kruis 1910-2010. Honderd jaar actie voor een gezonde mond. Houten, Prelum uitgevers, 2014. Eijkman. Geknars van tanden. Tandheelkunde in de jaren tachtig. Nijmegen, STU, 1990. Plasschaert AJM et al. Canon van de tandheelkunde. KNMT, tgv 100-jarig bestaan, 2014. Vis E et al. Het aanbod aan tandartsen en mondhygiënisten in Nederland. Een enquête-onderzoek ten behoeve van de raming Eerstelijns Mondzorg 2019 van het Capaciteitsorgaan. Utrecht, NIVEL, 2020.

HET AANTAL TANDARTSEN

Cariës

De beroepsgroep van tandartsen is momenteel zes keer zo groot als in 1947. Dit heeft ervoor gezorgd dat het aantal inwoners per tandarts (de tandartsratio), in 1947 nog zo’n 6.000, sterk daalde. Verder zijn vrouwen bezig met een flinke opmars in het beroep.

In Nederland was er in de decennia na de oorlog een ware cariësepidemie. Vanaf de jaren zeventig veranderde dit en nam de prevalentie van cariës af.

Jaar Aantal tandartsen #1 Percentage vrouwen #1 Omvang bevolking #2 Tandartsratio #3 1947 1.590 nb 9.543.000 6.000 1958 2.490 nb 11.096.000 4.460 1970 3.200 nb 12.958.000 4.050 5.350 12% 14.091.000 2.635 1980 6.750 1990 16% 14.893.000 2.205 2000 7.285 21% 15.864.000 2.180 2010 8.390 31% 16.575.000 1.975 46% / 44% 17.425.000 2.000 / 1.835 2020 8.709 / 9.500 #4 BRONNEN: #1 Bronkhorst, Rijnsburger, Truin (NTVT 2001): De opbouw van de tandheelkundige beroepsgroep: verleden, heden en toekomst (t/m 1990) / KNMT-tandartsenadministratie (‘actieve beroepsgroep’ , 2000 en later) #2 https://nl.wikipedia.org/wiki/Bevolking_van_Nederland, afgeronde aantallen #3 globale aantal inwoners per tandarts #4 per 2020 is de leeftijdsgrens van de actieve beroepsgroep opgehoogd van 64 jaar naar 67 jaar. De cursieve gegevens zijn gebaseerd op deze uitbreiding

BRON: Kalsbeek en Poorterman: Tandcariës in Nederland rond de eeuwwisseling. Ned Tijdschr Tandheelkd 2003 (110); 516-521.


TANDARTSEN STEEDS MINDER SOLIST Bijna alle tandartsen werkten tot begin jaren tachtig als solist. Daarna gingen ze steeds meer samenwerken en ontstonden er meer samenwerkingsvormen. Nu werken tandartsen in meer dan de helft van de praktijken met één of meer collega’s samen. TANDARTSPRAKTIJKEN NAAR WEL OF GEEN SAMENWERKING BINNEN DE PRAKTIJK MET COLLEGA’S jaar 1982 1988 1993 1997 2006 2010 2018

‘solist’ #1 96% 92% 88% 76% 63% 61% 44%

samenwerking met collega 4% 8% 12% 24% 37% 39% 56%

#1 inclusief ‘kostenmaatschap’ (veelal solisten die alleen kosten delen) BRONNEN: NMT-Panelonderzoeken / KNMT-project Peilstations

Meer aandacht voor preventie Tandheelkundige preventie was hard nodig in de decennia na de oorlog, toen cariës een volksziekte was. Maar de preventie kwam pas echt op gang eind jaren zestig, begin jaren zeventig. Ook gingen steeds meer mensen regelmatig naar de tandarts. De ‘verplichte’ halfjaarlijkse controle werd een begrip TANDHEELKUNDIGE PREVENTIE ALGEMEEN Sinds 1941: In het ziekenfonds recht op tandheelkundige hulp, met name voor gebitsziekten. Na 1945: Schooltandverzorging via het ziekenfonds (‘Bonnersteem’: twee keer per jaar controle), noodzaak van cariëspreventie op de agenda, gebrek aan epidemiologische en onderzoeksgegevens over een effectieve aanpak. Jaren 50 Probleem: er is een groot tekort aan tandartsen (vooral voor ziekenfondspatiënten) en een gebrek aan financiële draagkracht bij patiënten. 1950-1970: Discussie over een onderzoek (1953 Tiel) naar de effecten van gefluorideerd drinkwater, waar uiteindelijk geen draagvlak voor bleek te zijn. De ontwikkeling vanfluoridetandpasta. 1965: Erkenning van het belang van tandheelkundige gezondheidsvoorlichting- en opvoeding (TGVO), projecten in het hele land. De gebitsbewustzijn bij de bevolking is nog erg laag en er is grote cariësproblematiek. 1974: Ruim 780.000 6-14-jarigen bij 128 schooltanddiensten (ongeveer 40 procent van de kinderen). Jaren ‘70: Voorlichtingscampagnes door de overheid: tanden poetsen, fluoridetabletjes, ‘Snoep verstandig, eet een appel’: aandacht voor mondhygiëne, een gezonder voedingspatroon en het gebruik van fluoride(tandpasta). Preventieve tandheelkunde wordt onderdeel van het curriculum. 1985: Abonnementssysteem (TJZ). Jaren ‘10: Start van uiteenlopende projecten voor de jeugd: Kies voor Gaaf, Hou je mond gezond!, Trammelant in Tandenland. En projecten voor tandartsbezoek van jonge kinderen: Met twee jaar naar de tandarts, Tandje Extra, Iedereen naar de tandarts, Ben Borstel.  BRONNEN: Eijkman, MAJ, Dam BAFM van, Bruers JJM, Visser APh. 50 jaar GVO en Gezondheidsbevordering. TSG 2013 (91): 178-184. Edeler D. De drinkwaterfluoridering. Tandartsen, staat en volksgezondheid in Nederland 1946-1979. Houten, Bohn Stafleu Van Loghum, 2009


TIPS VAN ÉN VOOR STUDENTEN

HOE OVERLEEF IK MIJN STUDIE?!

Colleges bezoeken, presentaties geven, boeken lezen, samenvattingen maken: studeren is kei- en keihard werken. In september beginnen er weer 259 nieuwe studenten met de opleiding tandheelkunde. Maar hoe studeer je nu het beste? En is er nog ruimte voor leuke dingen? Vincent Donker, oud-student in Groningen, zet zijn zeven tips op een rij. TEKST: LAURA JANSEN // BEELD: CURVE EN VINCENT DONKER

Het begin van mijn studie voelde als een nieuwe start. Ik weet nog hoe het was toen ik tijdens de introductie het gebouw van tandheelkunde binnenliep: als eerstejaars werden we met open armen ontvangen. Waar ik erg aan moest wennen,

2

Bezoek de colleges. Ik deed dat zelfs in mijn bestuursjaar bij Ar-

chigenes zo veel mogelijk. Je onthoudt

was dat tentamens op de universiteit alleen maar uit meerkeuzevragen beston-

namelijk het verhaal gewoon beter, het

den, terwijl ik van de middelbare school toetsen met veel open vragen gewend

van de docent zelf horen is meestal fijner

was. Het eerste jaar bestond vooral uit feitjes stampen, even omschakelen voor

dan de stof uit aantekeningen halen.

iemand die gewend was begrijpend en toepassend te studeren. Ik moest voor

3

mezelf dus echt vinden hoe ik het beste kon studeren. Ik heb zo mijn manieren ontwikkeld en mijn tips deel ik graag.

1

Maak geen samenvattingen maar mindmaps: plaats het onderwerp

in het midden met daaromheen alles wat

Leer ook de collegesheets. In het

tamens op basis van wat in de colleges

erbij hoort. Dus je schrijft bijvoorbeeld

begin leerde ik niet van de colle-

is behandeld. Uiteindelijk is het wel het

in het midden medicijnen op, met daar-

ges, maar alleen uit de boeken. Ik kwam

handigst om zowel collegesheets als

aan een takje met analgetica, dan takjes

er vrij snel achter dat de colleges erg be-

boeken te bestuderen.

paracetamol, NSAID’s, enzovoort. Het

langrijk zijn. Veel docenten maken ten-

klinkt misschien gek, maar zoiets blijft


‘Vraag wat je op het tentamen kunt verwachten’

in je hoofd zitten, het geeft structuur en helpt je verbanden te maken. Ik kan het in ieder geval zo terughalen als er tij-

5

Laat je niet uit het veld slaan als iets op het Skillslab niet meteen

lukt. Ik ben zo’n student die het boren

7

Wees actief naast je studie. Mijn activiteiten in verschillende com-

missies van de studievereniging leverde

dens een tentamen naar wordt gevraagd.

honderdduizend keer moest oefenen ter-

me een groot netwerk van ouderejaars

Deze methode scheelt je echt veel tijd.

wijl vrienden het in één keer konden. Dat

op. Handig voor als ik bijvoorbeeld sa-

4

is frustrerend, maar uiteindelijk gaat het

menvattingen nodig had. En plan ook

Vraag docenten naar de tentamen-

er om dat je veel oefent.

eens een weekend waarin je helemaal

stof. Het verschilt namelijk per do-

6

niets aan de studie doet. De druk bij

cent wat voor soort vragen er worden gesteld. De één is van de rijtjes, de ander van de feitjes en weer een ander vindt

Durf docenten op het Skillslab om

tandheelkunde ligt hoog, je moet het

tips te vragen om je werk te verbe-

hele jaar door pieken. Ontspanning tus-

teren. Ik durfde resultaten pas aan hen

dat je het globaal moet kennen. Vaak wil-

te laten zien als het goed was. Daardoor

len docenten best een tipje van de sluier

miste ik belangrijke feedback. Dus maak

oplichten.

die fout niet!

sendoor is erg belangrijk!” NT


STUDENTEN EN HUN OPLEIDERS OVER DE KLINISCHE STAGE

Binnen 5 jaar iedere masterstudent tandheelkunde op stage in praktijk De drie opleidingen tandheelkunde en de KNMT willen dat elke student tandheelkunde in de masterfase een externe praktijkstage gaat lopen. Dit moet over uiterlijk vijf jaar zijn gerealiseerd. Dit laten ze weten in het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde (NTvT) in september. Werving van voldoende stageplekken zal de nodige tijd vragen. TEKST: KAREL GOSSELINK // BEELD: ROB TER BEKKE

tief. Dit heeft tot het initiatief geleid van de drie tandheelkunde-opleidingen om gezamenlijk een nationaal programma voor een externe praktijkstage voor derdejaars masterstudenten op te zetten. Dergelijke externe stages zijn in veel andere (para-)medische opleidingen allang gemeengoed.

ZELFDE OPZET De opleidingen vinden dat studenten met de externe stage beter kunnen worden voorbereid op de uitoefening van het tandartsberoep en willen dat alle masterstudenten een externe stage gaan lopen. Beoogd wordt dat zo’n stage binnen de drie opleidingen een zelfde opzet krijgt. Op die manier is het voor praktijken ook makkelijker om studenten van verschillende opleidingen op stage te krijgen. En dit geeft meer duidelijkheid

LEREN WERKEN

over welke inzet nodig is om een student in de praktijk

Sinds enkele jaren bieden de opleidingen tandheelkun-

te begeleiden.

de in Amsterdam, Groningen en Nijmegen de mogelijkheid aan masterstudenten om een stage te lopen in een

ALLEMAAL OP STAGE

externe tandartspraktijk. Doel is om de studenten de

Om alle masterstudenten een externe stage te beiden,

gelegenheid te geven hun theoretische kennis en ver-

moeten er voldoende stagepraktijken geworven wor-

worven praktische vaardigheden toe te passen in een

den, moeten stagebegeleiders didactisch worden ge-

concrete beroepssetting.

schoold en moet het curriculum worden aangepast. De inzet van de opleidingen is er nu op gericht om binnen

ERVARINGEN

vijf jaar te zorgen dat alle masterstudenten een externe

De ervaringen van zowel studenten als stagebegelei-

praktijkstage kunnen lopen, zo meldt het NTvT.

ders met dit zogenoemde werkplekleren zijn zeer posi-


WAAR LIEP JE STAGE? “Bij Tandheelkundig Centrum Arnhem Noord, een grote moderne praktijk met zeven behandelkamers, waar zeven tandartsen en zes mondhygiënisten werken. Ik liep er van oktober tot en met februari één dag per week stage en kreeg deze plek vanuit de opleiding aangeboden.”

WAT DEED JE? “Ik mocht meteen aan de slag in een eigen kamer met een eigen assistent en agenda met eigen patiënten. Natuurlijk heb ik het werk rustig opgebouwd. Mijn eerste vullingen heb ik aan mijn begeleider laten zien en ook de eerste patiënt met pijnklachten heb ik besproken. Met mijn begeleider had ik al snel de afspraak dat ik alleen bij vragen hulp zou inroepen. Na twee weken bleek dat mijn programma wat voller kon. Ik ben toen ook extracties en endo’s gaan doen. Omdat endodontologie me interesseert, heb ik drie dagen de endodontoloog in de praktijk mogen assisteren.”

HOE VERLIEP HET? “Ik heb een superstage gehad, mijn collega’s waren ook erg tevreden over me. Ik heb geleerd hoe het er in een praktijk aan toegaat. Je leert op tempo werken, de administratie bij te houden en te werken met een assistent. Ook leer je zaken met een groep collega’s te bespreken. Het is fijn om de hele dag met een assistent te werken en met patiënten contact te hebben. De administratie is me

EVA PAS, NIJMEGEN ‘IK HEB EEN SUPERSTAGE GEHAD’

wat tegengevallen.”

HEB JE NOG TIPS? “Stel je proactief op. Probeer alles eruit te halen wat erin zit. Geef op de stageplek aan wat je graag wilt doen en leren.” NT


WAAR LIEP JE STAGE? “Bij tandartspraktijk Zuidoost in de Amsterdamse Bijlmer. Ik ben daar na een sollicitatiegesprek uitgekozen en heb er drie maanden als stagiair gewerkt. De praktijk heeft tien behandelkamers op twee locaties, er werken tien tandartsen.”

WAT DEED JE? “In de eerste maand heb ik alleen meegelopen en geassisteerd. Ik mocht gedurende deze periode steeds meer delen van de behandeling overnemen, waaronder foto’s maken, verdoven en extraheren. Daarna had ik een eigen assistent en agenda en mocht ik bepaalde behandelingen zelfstandig uitvoeren. Ik heb met name controles gedaan, nieuwe patiënten gezien, vullingen gemaakt en pijnklachten behandeld. De begeleidend tandarts was altijd in een kamer in de buurt aan het werk. Met hem erbij heb ik ook af en toe een kroon geplaatst.”

HOE VERLIEP HET? “Goed. Ik vond het heel leuk om in teamverband te werken, met zowel assistenten als tandartsen. Ik werd open ontvangen, er werd naar me geluisterd, ik kon mezelf zijn en hoefde niet onderaan de ladder te beginnen. Met de andere tandartsen kon ik goed over behandelingen discussiëren. Ik had nooit gedacht dat ik zoveel patiënten in een dag kon behappen. Met een goede assistent erbij en door gestructureerd te werken, leer je sneller werken dan op de universiteit. De stap naar het werkzame leven is door mijn stage kleiner geworden.”

HEB JE NOG TIPS? “Blijf altijd jezelf en wees niet bang dat iets mislukt. Als zesdejaars student ben je in principe in staat patiënten zelfstandig te behandelen. Als het niet lukt, kun je altijd de begeleidend tandarts erbij halen.” NT

MICHAEL GRUTER, AMSTERDAM ‘DE STAP NAAR HET WERKZAME LEVEN IS KLEINER GEWORDEN’


WAAR LIEP JE STAGE? “Ik liep van februari tot begin juni stage in drie praktijken in Friesland: twee algemene praktijken en één verwijspraktijk voor kaakchirurgie en implantologie. Deze stageplaatsen heb ik zelf gezocht.”

WAT DEED JE? “In het begin heb ik veel meegekeken en geassisteerd, zodat ik goed kon zien hoe de tandarts het zelf deed. Ik ben begon met het uitvoeren van controles. Daarna heb ik restauraties, extracties en eerste bezoeken van patiënten gedaan. Ik had een eigen assistent. De tandarts was altijd in het pand aanwezig voor vragen of hulp.“

HOE VERLIEP HET? “De stage was erg leerzaam en ik heb goede begeleiding gehad. De afspraak was om bij de behandelingen in te zetten op kwaliteit en niet op snelheid. Een van de dingen die ik heb geleerd, is om sommige behandelingen net even wat anders uit te voeren dan ik gewend was. Bijvoorbeeld om een frontrestauratie te maken met een contactmatrix, die ik normaal alleen in de zijdelingse delen gebruik. Ook heb ik geleerd om fourhanded te werken, wat veel efficiënter is. De tandartsen waren heel erg tevreden. Een van hen heeft me een baan aangeboden, die ik heb aangenomen.”

HEB JE NOG TIPS? “Probeer een stage bij een algemene praktijk te combineren met

KATAYA REITSEMA, GRONINGEN ‘DE TANDARTS HEEFT ME EEN BAAN AANGEBODEN’

een stage bij een gedifferentieerde tandarts, bijvoorbeeld een implantoloog. Dit is een mooie kans om nog tijdens je studie langere tijd ergens mee te kunnen kijken. Dat is heel leerzaam.” NT


HOE ZIET U DAT?

‘Vaak leuke gesprekken’

Ik deel mijn ervaring graag met een stagiair Een deel van de praktijken in ons land biedt plaats aan stagiaires. Maar wat is daarvan de toegevoegde waarde? Een lust of meer een last? Drie collega’s reageren. TEKST: ANITA ZIJLSTRA

Ook uw mening geven? Dat kan: meld het via nt@knmt.nl en wij nemen contact op.

‘D

eze stelling kan ik helemaal onderschrijven, omdat ik zelf enthousiast ben over alle mogelijkheden die de tandheelkunde me als professional biedt. Het is daarnaast ongelooflijk leuk om ervaring te delen, want dat is juist wat de stagiair mist. Wat je daarvoor terugkrijgt, is vaak een leuke discussie. Dat is ook wat mij boeit om te doceren in ons cursuscentrum, want naast kennisoverdracht brengt elke stagiair of cursist ook nieuwe ideeën aan. Als je daar voor openstaat, dan is een stage vaak eerder een lust dan een last. Doordat je veel ervaring in de tandheelkunde hebt opgedaan, kun je heel goed relativeren en kun je een ware coach zijn voor een stagiair in de praktijk. Daarnaast kun je de haalbaarheid van behandelopties en mogelijkheden bespreekbaar maken met een stagiair. In de alledaagse praktijk heb je te maken

FOTO: TON VAN VLIET

met veel regelgeving en bemoeienissen van allerlei partijen. Dit levert vaak leuke gesprekken op, omdat juist daar nogal wat kennis ontbreekt. Net als integraal leren denken over pijn; in onze praktijk krijgt de stagiair genoeg kansen om veel patiënten met allerlei problemen te zien. Pijndiagnostiek maakt een groot deel van de stage uit. We willen de stagiair vooral zelfstandigheid bijbrengen, waarbij goede communicatie met de patiënt belangrijk is. Onontbeerlijk daarvoor is een ervaren assistent die op tijd support kan inroepen en zo de stagiair ondersteunt bij zijn klinische performance. En natuurlijk kan een goede stage uiteindelijk ook leiden tot een toekomstige samenwerking.’ NT

Leon Verhagen (64), Lichtenvoorde


‘Beetje met de billen bloot’ ‘Meer dan 35 stagiairs’

‘M

ijn praktijk is de eerste waar studenten tandheelkunde stage konden lopen in het kader van het curriculum van de Radboud Universiteit Nijmegen. Wij begeleiden studenten vanaf juni 2011 naar de eindfase van hun studie. Ik heb samen met dr. Max Stel de externe stage voor de universiteit opgezet. Inmiddels hebben meer dan 35 studenten hier stage gelopen. Een flink aantal van hen heeft later voor een specialisatietraject gekozen. Ik vind het zelf nog altijd erg leuk om jong ‘talent’ te begeleiden, terwijl ik zelf 37 jaar geleden ben afgestudeerd. Het is altijd weer een feestje als ik kan samenwerken met enthousiaste toekomstige collega’s. De stage is zeer vormend voor de student, maar ook voor de tandarts. Het is voor beiden kennis halen en kennis en kunde brengen; een samenwerking tussen ‘oud en belegen’ en

FOTO: ERIK VAN DER BURGT

‘jong en dartel’. En dat leidt altijd tot leerzame werkdagen. Elke stagedag heeft zijn leermoment! In het zesde studiejaar is een aantal vaardigheden bij de student minder ontwikkeld. Zoals tijdsplanning, financiële planning, dossiervoering, communicatie, sociale indicaties beoordelen, medisch tuchtrecht, et cetera. Maar vele vaardigheden zijn al prima ontwikkeld en vergen nauwelijks controle door de praktijkvoerder. Elke student heeft tot op heden zonder grote complicaties zelfstandig vele werkzaamheden kunnen uitvoeren en de stage positief kunnen afronden. En dat is niet alleen een compliment voor de student maar ook voor de opleiding in Nijmegen. Ik geef de student ook de komende jaren nog graag een duwtje naar de zo begeerde mastertitel.’ NT

Rob van Gorp, Tilburg (61), Tilburg

‘IJ

sselmuiden ligt ruim 100 kilometer van elke opleiding tandheelkunde in Nederland. Na 25 jaar als solist te hebben gewerkt met een zeer gemotiveerd team en veel tandartsassistenten als stagiaire te hebben opgeleid, konden we – eindelijk – als stageadres fungeren voor een zesdejaarsstudent tandheelkunde uit Nijmegen, mijn Alma mater. Spannend: wat weten die studentjes tegenwoordig en wat kunnen ze? Hij schrijft zijn afstudeerscriptie over de overlevingsduur van restauraties in mijn praktijk... Een beetje met de billen bloot, zeg maar. Het was verfrissend te zien hoe gedegen voorbereid hij aan zijn behandelingen begon. Blij verrast was ik door het vertrouwen van mijn patiënten dat ze ook wilden worden behandeld door iemand die het nog moest leren. En raar om inschattingen voor een ander te maken hoe

FOTO: HERMAN ENGBERS

lang er aan een restauratie zou gaan worden gewerkt. Het is ook leuk om de stappen van verdoven, prepareren, excaveren, droogleggen en weer restaureren extra kritisch te bekijken. En vreemd om in je eigen programma gaten te plannen om te kunnen meekijken, te kunnen helpen: ‘Kijk zo kan het ook.’ Dan is het erg leuk om te constateren dat de stagiar steeds meer zelfvertrouwen laat zien in het oplossingsproces van behandelen. Kortom, een waardevolle ervaring om het tekort aan beschikbare behandelingen op de opleiding zelf te kunnen laten aanvullen. Dat er uit zijn onderzoek naar voren kwam dat de overlevingsduur van de door ons gemaakte restauraties zeer acceptabel was, was natuurlijk een cadeautje! Dus, studenten begeleiden? Zeker doen!’ NT

Jaap-Wim Spaargaren (50), IJsselmuiden


TIPS VAN ÉN VOOR STUDENTEN

HOE OVERLEEF IK MIJN STUDIE?!

Colleges bezoeken, presentaties geven, boeken lezen, samenvattingen maken: studeren is kei- en keihard werken. In september beginnen er weer 259 nieuwe studenten met de opleiding tandheelkunde. Maar hoe studeer je nu het beste? En is er nog ruimte voor leuke dingen? Orpha Picauly, oud-student in Amsterdam, zet haar vijf tips op een rij. TEKST: LAURA JANSEN // BEELD: CURVE EN ORPHA PICAULY

Nadat ik tot twee keer toe was uitgeloot, kon ik eindelijk aan de studie beginnen. Gelukkig, want ik zou niet weten wat ik anders zou moeten worden dan tandarts. Mijn broer en een vriendin studeerden

1

Neem deel aan de introductieweek. Die week is wat mij betreft een grote

aanrader. Het is zo fijn als je het gebouw

ook aan ACTA, dus van hen hoorde ik wel verhalen en wist ik een

al eens hebt gezien en wat gezichten her-

beetje wat ik kon verwachten. Gelukkig is de studie-omgeving niet

kent als je naar binnenloopt. Ga verder

heel anders dan op de middelbare school, dat vond ik fijn in het

gedurende je studie ook naar andere ac-

begin. Zo kun je rustig even wennen. Hierbij mijn tips om je

tiviteiten van de studievereniging, zowel

studietijd tot een succes te maken.

studiegerelateerd als feestjes. Zo leer je veel mensen kennen.

2

Ga als het enigszins mogelijk is in de stad wonen waar je studeert.

Een lange reistijd is namelijk slopend.


‘Je leert zo veel door een bijbaan in een praktijk’

Zeker in het eerste jaar is er veel ver-

staan, misschien kijkt die ander er net op

niet door te laten afleiden, hoe moeilijk

plicht, dus maak je lange dagen. In de-

een andere manier tegenaan. Bovendien

dat misschien ook is.

zelfde stad wonen maakt het ook mak-

is dit niet zo droog als alleen maar stude-

kelijker om naar bepaalde activiteiten

ren uit een boek.

5

te gaan zonder dat je bijvoorbeeld een slaapplek hoeft te regelen. Ik ben meteen

4

Wen jezelf aan om je niet te la-

Zoek een bijbaan in een tandartspraktijk. Daar leer je zo veel van!

Als je iets moet doen tijdens een praktijk-

ten afleiden. Ik voelde me eerst

oefening, dan weet je al hoe het gaat en

heel ongemakkelijk toen er bij de prak-

hoe het eruit moet gaan zien. Wen eerst

tijktoetsen twee docenten over mijn

even aan je studie, maar als je eenmaal

Leer samen met andere studen-

schouder meekeken. De toetsen zelf stel-

gesetteld bent zou ik dit zeker doen. Ik

ten. Spar bijvoorbeeld tijdens een

den in het begin niet zoveel voor, maar

heb het in ieder geval vrij snel al wel ge-

oefententamen samen met iemand an-

het feit dat mensen zo op je vingers ke-

daan. NT

ders. Kijk wat jij in je aantekeningen hebt

ken vond ik wel lastig. Probeer je daar

in Amsterdam gaan wonen en dat is me heel goed bevallen.

3


IS EEN SUIKERTAX OP FRISDRANK OOK GOED VOOR HET GEBIT? Het is bekend dat een suikertax op frisdranken ervoor kan zorgen dat minder mensen diabetes en obesitas krijgen. Maar zou zo’n belasting ook bijdragen aan een beter gebit? Het NT vroeg een aantal deskundigen naar hun mening hierover. Die zijn niet eensluidend; een aantal van hen betwijfelt het nut, anderen hebben de nodige sympathie voor een dergelijke belasting. TEKST: LAURA VAN PAESSCHEN // BEELD: CURVE/SHUTTERSTOCK

N

adat het even rustig is geweest, neemt in ons land de laatste tijd de roep om het invoeren van een suikerbelasting op frisdranken weer toe. Zo bood het Diabetesfonds medio december 2019 een door 20.000 mensen getekende petitie van die strekking aan de Tweede Kamer aan. Kort daarop riepen ook wethouders van enkele grote steden staatssecretaris Blokhuis op om een suikertax in te voeren. Zowel het Diabetesfonds als de wethouders betoogden dat zo’n taks zou helpen in de strijd tegen overgewicht en diabetes.

in andere landen aan dat een prijsverhoging van twintig procent op suikerhoudende frisdranken het meest effectief is. Hoewel een hoge suikerconsumptie met name gerelateerd is aan obesitas en diabetes type 2, vindt hij dat minder suiker ook heel positieve gevolgen heeft voor de mondgezondheid. Minder suiker leidt tot minder cariës en heeft een positief effect op parodontitis, dat sterk gerelateerd is aan obesitas. Ook verbetert het microbioom door minder suiker te nuttigen, wat goed is voor de gezondheid en dus ook de mondgezondheid, aldus Rozema.

POSITIEVE GEVOLGEN

Maar minder suiker nuttigen betekent ook een beter gebit. Zou het invoeren van zo’n suikertax dan ook vanuit tandheelkundig oogpunt hout snijden? Fred Rozema, hoogleraar Orale Geneeskunde aan ACTA en voorzitter van de Vereniging Medische Tandheelkundige Interactie (VMTI), vindt van wel. Hij is fervent voorstander van de invoering ervan. De mens vindt zoetigheid van nature lekker en moet daartegen beschermd worden, meent Rozema. Dat zou getuigen van een verstandig gezondheidsbeleid. Volgens de Amsterdamse hoogleraar tonen ervaringen

FREQUENTIE VAN DRINKEN

Cor van Loveren, emeritus hoogleraar Preventieve Tandheelkunde, heeft zich namens ACTA en het Ivoren Kruis al eens gebogen over de vraag of een suikertax bijdraagt aan een beter gebit. Hoewel deze organisaties zelf nog geen uitgekristalliseerd standpunt over dit onderwerp hebben, deelt Van Loveren als deskundige op persoonlijke titel toch graag zijn gedachten over dit onderwerp. Volgens hem zijn berichten uit het buitenland dat een suikertax zou leiden tot minder suikerconsumptie niet


SUIKERTAX IN EUROPA In negen landen in de Europese Unie Landen wordt volgens de Council of European Dentists belasting op suiker in frisdranken geheven: Sinds Land België 2010 Denemarken 2011 Estland 2018 Finland 2014 Frankrijk 2012 Hongarije 2011 Ierland 2018 Portugal 2017 Verenigd Koninkrijk 2018

echt overtuigend. Hij noemt Mexico als voorbeeld, waar voorafgaand aan de invoering van de suikertax een explosieve groei van de consumptie van suikerhoudende frisdranken zichtbaar was. Die groei nam daarna weer af, waardoor de frisdrankconsumptie ongeveer op het oude niveau bleef hangen. De emeritus hoogleraar plaatst ook kanttekeningen bij de aanname dat minder suikerconsumptie zou leiden tot minder cariës. Het effect van suiker op cariës zit ‘m niet zozeer in de hoeveelheid suiker in een product maar meer in de frequentie waarin het product wordt genuttigd, aldus Van Loveren. Dat maakt het volgens hem ingewikkeld om in te schatten wat het effect ervan op het gebit is. Dat blijft gissen, volgens Van Loveren. Hij schetst enkele scenario’s van de gevolgen van een

‘Het kan ook zijn dat een fabrikant kleinere porties voor dezelfde prijs gaat aanbieden’

Noorwegen kent al sinds 1922 een algemene, niet specifiek aan frisdranken gekoppelde belasting op suiker. En Spanje kent alleen in Catalonië een suikertax. Overigens zijn er ook buiten de Europese Unie landen die suiker in frisdrank belasten. Onder meer Mauritius, Egypte, Mexico, Thailand, de Filippijnen, en in de USA de staten Californië en Vermont doen dat. Wat opvalt, is dat er in de hierboven genoemde landen en staten nog niet veel bekend is over het effect van de belasting op de gezondheid van de inwoners. Wel blijkt in veel landen met een suikertax minder suikerhoudende frisdranken te worden verkocht.

suikertax; zo kan het er bij frisdranken toe leiden dat consumenten voor andere drankjes met suiker kiezen zoals melk of vruchtendranken – in plaats van suikervrije varianten. Ook kan het zijn dat een fabrikant kleinere porties voor dezelfde prijs gaat aanbieden. Daardoor blijft de frequentie van drinken gelijk, met dus weinig effect op de gebitsgezondheid. Een ander scenario is dat een fabrikant minder suiker in frisdrank doet waardoor het product goedkoper wordt, maar eigenlijk net zo cariogeen blijft. Verder is het mogelijk dat mensen minder frisdrank kopen en uit kleinere glaasjes gaan drinken. Ook dat heeft geen effect heeft op het gebit omdat de frequentie van het drinken niet verandert.

AANZIENLIJKE OPBRENGSTEN

In een onderzoek aan het Radboud UMC naar de maatschappelijke voor- en nadelen van een suikertax in relatie tot cariës In Nederland, ‘The caries-related costs and effects of a tax on sugar-sweetened beverage’, werd onlangs beschreven dat de invoering van 20 procent belasting op suikerhoudende frisdranken zo’n één miljoen minder gaatjes in het gebit zou opleveren, rekening houdend met de gemiddelde levensverwachting.


SUIKERHOUDENDE FRISDRANKEN PER GLAS VAN 200 MILLILITER Naam Gram suiker 29,6 g AA Drink High Energy 22 g Bitter lemon Cassis Fanta 21,8 g 21,2 g Coca Cola IJsthee en DubbelFris 12,8 g 14 g Lemon SevenUp 23,4 g Sinas Fanta 17,2 g Tonic Ginger Ale 18,8 g Rivella 2 g

Energie 118,2 kcal 94 kcal 90 kcal 84 kcal 54 kcal 58 kcal 96 kcal 72 kcal 78 kcal 10 kcal

BRON: DIABETESFONDS, RIVM

Dit betekent dat de gemiddelde Nederlander er door een suikertax twee extra gaatjesvrije jaren bijkrijgt, aldus Stefan Listl. Hij is als hoogleraar Kwaliteit en veiligheid van mondzorg aan het Radboud UMC bij het onderzoek betrokken. Het grootste effect zagen de onderzoekers bij kinderen van 6 tot 12 jaar: het gebit van de meisjes blijft door die belasting zes jaar langer gaatjesvrij, bij jongens is dat zelfs negen jaar langer. De opbrengsten van zo’n suikertax zijn dan ook aanzienlijk, zegt de hoogleraar, het zal zo’n 160 miljoen euro aan tandartskosten besparen. Ook zal de maatregel op lange termijn zo’n 3,5 miljard euro aan belastinggeld opbrengen, terwijl de uitvoering ervan zo’n 37 miljoen euro kost. Op basis van dit onderzoek pleit Listl ervoor dat er in ons land meer aandacht wordt besteed aan het ontwikkelen van strategieën om de suikerconsumptie te verlagen. De tandheelkundige sector is daar wat hem betreft nadrukkelijk bij betrokken. De invoering van een suikertax op frisdranken zou daarbij als ‘maatschappelijk signaal’ een nuttig instrument kunnen zijn, maar het vereist wel het nodige draagvlak in de samenleving. Daar hoort ook de discussie bij in hoeverre de gezondheid van een individu schade mag ondervinden van de belangen van de suikerindustrie, aldus de Nijmeegse hoogleraar. Een voorwaarde voor het invoeren van een suikertax is volgens hem wel dat een prijsverhoging op suikerhoudende producten niet leidt tot een algemene prijsverhoging van andere producten die buiten de tax vallen.

Want dat zou mensen met een lager inkomen benadelen. Verder moet er volgens Listl rekening mee worden gehouden dat consumenten de suikertax kunnen omzeilen door in aangrenzende landen onbelaste frisdranken in te slaan.

LIGHT

De Nederlandse Vereniging van Kindertandheelkunde (NVvK) zegt eventuele initiatieven voor de invoering van een suikertax op frisdranken te ondersteunen. Dit vanwege de potentie die het heeft om de algemene gezondheid te bevorderen, bijvoorbeeld door obesitas tegen te gaan. Daarentegen is het effect van een tax op de mondgezondheid nog niet duidelijk, aldus de NVvK. Immers, de frequentie van suikerinname is meer bepalend voor het ontstaan van cariës dan de hoeveelheid suiker per inname. Het is nog onvoorspelbaar of de suikertax een positief effect zal hebben op de frequentie van suikerinname, tenzij de suikertax zorgt voor een verschuiving naar suikervrije dranken of liever zelfs water. De KNMT is voorzichtig met het geven van een mening over een eventuele suikertax. Voorzitter Wolter Brands ziet ontegenzeggelijk de voordelen ervan, in de zin dat zwaarder belaste zoete dranken minder zullen worden verkocht waardoor cariës minder kans krijgt. Echter, anderzijds gaat men dan misschien meer light producten of vruchtensap drinken, die wellicht weer meer erosie veroorzaken. “Goede voorlichting blijft daarom essentieel”, aldus Brands. NT