Issuu on Google+

oktober 2011 nummer 111

akademie nieuws leren van tweelingen knaw merianprijs voor dorret boomsma


2

In dit nummer Nieuwbouw voor NIOO-KNAW Akademie Nieuws is de nieuwsbrief over de activiteiten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de Akademie-instituten Redactie-adres: knaw, Postbus 19121, 1000 GC Amsterdam T 020 551 07 33 F 020 620 49 41 communicatie@bureau.knaw.nl www.knaw.nl Een abonnement op Akademie Nieuws is gratis. Oplage: 4300 ISSN 0925-7446 Druk: Ten Brink, Meppel Vormgeving: Ellen Bouma, Alkmaar Omslagfoto: Shutterstock

 3

Het voorlopig duurzaamste onderzoekslaboratorium van Nederland staat in Wageningen. Het nieuwe onderkomen van het Nederlandse Instituut voor Ecologie (NIOOKNAW) is ontworpen met het oog op hergebruik. Een gebouw als ecologisch statement.

25 jaar Nederlandse Hersenbank

 7

De Nederlandse Hersenbank, een onderdeel van het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen (NINKNAW) verzamelt hersenweefsel van donoren voor wetenschappelijk onderzoek. De vraag overtreft het aanbod, want het complexe brein is nog grotendeels een black box. Directeur Inge Huitinga weet er alles van.

KNAW Merianprijs

  12

De tweede KNAW Merianprijs, mogelijk gemaakt door SNS REAAl Fonds, is voor hoogleraar biologische psychologie Dorret Boomsma. Zij verwierf internationale faam met tweelingenonderzoek dat grote verrassingen opleverde. Zo blijkt ‘overgewicht’ bijvoorbeeld sterker bepaald door erfelijke aanleg dan door omgeving. Een gesprek over genetica en vrouwen in de wetenschap.

Open Access

  16

Toegang tot informatie is toegang tot de bloedsomloop van de samenleving. Vrije toegang tot onderzoeksgegevens zal de ontwikkeling van de wetenschap versnellen. De KNAW onderstreept het belang van open access.

Investeren in kennis

  18

Miljoenennota, topsectorenbeleid, strategische agenda hoger onderwijs en onderzoek. Nu broodnodige, extra investeringen in de kenniseconomie achterwege blijven zal de KNAW alle zeilen bijzetten om excellent fundamenteel onderzoek te ondersteunen.

De eerste stap

  20

Het proefschrift van Piet Borst dreigde te verdampen toen een opvallende vettigheid van een molecuul toe te schrijven bleek aan een verontreinigde bron. Blakend van ondernemingszin vond hij toch een cyclus die een tijdlang zijn naam droeg.

Vierentwintigste jaargang, nr. 111 oktober 2011


Akademie Nieuws oktober 2011

3

door Marion de Boo

NIOO-KNAW viert feestelijke opening Wageningse nieuwbouw

Een proeftuin voor duurzaamheid Voedselketens zonder afval. Eeuwigdurende kringlopen. Biodiversiteit als stabiele basis en de zon als energieleverancier voor het leven. Inspiratie genoeg voor het ontwerp van de laboratoria en kantoren van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) in Wageningen. Op 8 september was de feestelijke opening van deze proeftuin voor duurzaamheid.

Foto: Monique Beijaert / NIOO-KNAW

Op het groene dak met de zonnecollectoren groeien zeldzame planten. De fietsenstalling, half ingegraven in een aarden wal, dient straks als bijenhotel voor solitair levende bijensoorten. Helemaal achterop het terrein, voorbij de volières, ligt de nieuwe vleermuiskelder. ‘Daarvoor konden we twaalf oude holle betonelementen van Defensie overnemen,’ vertelt Louise Vet met

pretlichtjes in haar ogen. Afval bestaat niet voor de bevlogen directeur van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). Met snelle passen loopt ze glunderend door het schitterende nieuwe gebouw, ontworpen volgens de cradle-to-cradle-filosofie, waarin al het afval weer voedsel wordt. Het nieuwe pand is opgetrokken uit eerlijke, recyclebare materialen, zoals PLATO-hout zonder


4

chemische impregneermiddelen en duurzaam beton zonder chemische toevoegingen. Heet-, warm- en koudwaterbronnen in de bodem, gevoed door zonnecollectoren, bedrijfsprocessen en ‘koeltorens’ die in de winter kou opvangen, zorgen voor koeling in de zomer en verwarming in de winter. Voor afvalwater zijn er gesloten kringloopsystemen. ‘Dat nieuwe gebouw is bij wijze van spreken de verpakking – uiteindelijk gaat het om de inhoud,’ onderstreept Louise Vet.’Maar die verpakking is een statement dat wij als ecologen willen maken. De ecologie moet veel meer in de maatschappij staan. Ecologen zijn niet alleen maar mensen die met vlindernetjes achter vlinders aanlopen. Wij bestuderen hier hoe de natuur werkt. Die natuur heeft 3,5 miljard jaar gedraaid zonder inmenging van de mens. Daar kunnen wij heel veel van leren.

meer toepassingsgericht en wij werken meer fundamenteel en strategisch. Die samenwerking gaan we verder uitbouwen, waarbij we uiteraard ook met heel veel andere partijen samenwerken, ook internationaal.’

verrassende opbrengsten Zo wordt het bodemonderzoek de komende jaren flink versterkt. Dat gebeurt binnen het Centrum voor

perfecte plaats voor samenwerking We werken hier met zonne-energie en gesloten afvalkringlopen. Afval bestaat niet in de natuur. Als ecologen al niet duurzaam bouwen, wie doet het dan wel? De natuur kan als voorbeeld dienen voor onze maatschappij. Ecologische kennis kan helpen bij beslissingen nemen en oplossingen bedenken.’

‘Hier groeien zelfs planten die elektriciteit opwekken’ Er is bewust niet gekozen voor een ecologische houtjetouwtjebouw. Het NIOO ging in zee met Claus en Kaan Architecten. ‘Zij maken mooie, strakke hightech ontwerpen die perfect aansluiten bij de internationale allure van ons instituut,’ zegt Louise Vet. In het nieuwe gebouw werken NIOO-medewerkers van de voormalige vestigingen uit Heteren (landgebonden onderzoek) en Nieuwersluis (zoetwateronderzoek) voortaan samen onder één dak. En wat voor een dak. Hier groeien zelfs planten die weer elektriciteit opwekken, je kunt er nu al een mobieltje mee opladen. ‘De universiteit bood ons een toplocatie pal tegenover de campus,’ vertelt Louise Vet, tevens hoogleraar evolutionaire ecologie in Wageningen. ‘Het NIOO-onderzoek is sterk complementair aan het Wageningse werk. Zij zijn Louise Vet, directeur NIOO-KNAW (foto NIOO-KNAW)


Akademie Nieuws oktober 2011

5

Bodemecologie. Immers, 90 tot 95 procent van de bodemorganismen is nog onbekend. Met nieuwe metagenomicstechnieken wordt hun DNA nu uitgeplozen. Louise Vet: ‘De mogelijke opbrengsten van zulk onderzoek moet je niet onderschatten. Die organismen hebben zoveel verschillende levenswijzen en kunnen zich met zoveel verschillende bronnen voeden. Dat biedt enorme perspectieven, een goudmijn om bijvoorbeeld nieuwe enzymen te gaan maken voor industriële

en farmaceutische toepassingen, nieuwe antibiotica te ontdekken en om grote stofkringlopen op aarde beter te begrijpen.’ Algenexperts van het NIOO gaan zich nu ook met afvalwater bezighouden, een interessante aanvulling op het

Algenexperts gaan zich met het afvalwater bezighouden onderzoek van het Wageningse Algae Parc, hier vlakbij. Louise Vet: ‘Algen hebben een enorme potentie: je kunt er eiwitten van maken voor visvoer en hondenbrokken en biologische plastics, maar ze ook prima inzetten om de voedselkringloop sluitend te maken. De nutriënten uit onze eigen uitwerpselen zijn weer voedsel voor algen. Dan sla je twee vliegen in één klap. Je zuivert het water, produceert biogas in de vergister én levert nieuwe productie – geoogste algen kun je verwerken tot kunstmest. Dan hoef je geen riool meer te gebruiken.’ ‘Om transities naar een duurzame samenleving te doorlopen moet je positieve voorbeelden voor het voetlicht brengen, daar ben ik heilig van overtuigd.’ NIOOecologen onderzoeken nu bijvoorbeeld hoe de algen reageren op reststoffen, zoals zware metalen en medicijnresten in het afvalwater. Algenproductiebedrijven en bouwers van zogenoemde helofytenfilters die afvalwater verder zuiveren met behulp van moerasplanten zijn erg in dit onderzoek geïnteresseerd. Om bij het sluiten van kringlopen tot state-of-the-art-oplossingen te komen zijn verrassende consortia samengesteld.

kennis naar de praktijk Louise Vet: ‘Bij onze onderzoekers schuiven mensen aan tafel die elkaar anders niet zouden tegenkomen, dat is heel boeiend. Adviesbedrijven, bouwers van vacuümtoiletten, de bouwer van de vergister en die van het helofytenfilter, waterwinbedrijven, overheden. Iedereen leert ervan.’ Een interessante onderzoeksvraag, waarbij een groot consortium betrokken is, is wat een groen begroeid dak nu precies kan betekenen voor de koeling en de isolatie van het gebouw. Het groene dak maakt bovendien onderdeel uit van de waterketen en kan bij plensbuien in


6

Het groene dak (foto Monique Beijaert / NIOO-KNAW)

de stad als buffer dienen, waarbij wordt onderzocht hoe verschillende vegetaties in dit opzicht reageren. Hiervoor worden nu 48 verschillende plots ingezaaid met diverse vegetatiemengsels en het dak is uitgerust met sensoren voor water- en temperatuurmetingen. Dakbedek-

Dakbedekkers, gemeenten en tuincentra vlassen op resultaten kers, gemeenten, tuincentra en hydrologen vlassen al op de eerste onderzoeksresultaten en intussen volgen terrestrisch ecologen hoe het vogel- en insectenleven zich op het dak ontwikkelt.

Louise Vet: ‘Het NIOO is goed in fundamenteel ecologisch onderzoek. We willen die kennis op nieuwe terreinen ook gaan valoriseren. Ik geloof niet in een lineaire kennisketen, maar meer in een kennisweb, waarbij je met behoud van je eigen identiteit voortdurend met allerlei partijen in gesprek bent, en dat in een vroeg stadium. Dat is duidelijk anders dan vraaggestuurd onderzoek waarbij de industrie vraagt en jij moet draaien. Wij blijven een academisch onderzoeksinstituut, we worden geen consultancybureau. Bij mij hoeft echt niet elke onderzoeksstap een euro op te leveren.’ Meer informatie kunt u vinden op: www.nioo.knaw.nl / www.nieuwbouwnioo.nl


Akademie Nieuws oktober 2011

7

door Malou van Hintum

Onderzoek vraagt hersens 25 jaar Nederlandse Hersenbank De Nederlandse Hersenbank, een unieke faciliteit die onderzoekers wereldwijd voorziet van materiaal, kijkt tegen een dreigend tekort aan. De organisatie, die dit jaar zijn vijfentwintigste verjaardag viert, is hard op zoek naar allerlei mensen die hun hersenen na hun dood willen doneren: gezonde personen, MS- en Parkinsonpatiënten en mensen met psychiatrische stoornissen. Want alleen onderzoek op humaan hersenweefsel vertelt wetenschappers wat er écht gebeurt in het zieke brein. De in multiple sclerose (MS) gespecialiseerde neuro-immunoloog Inge Huitinga zwaait sinds 2006 de scepter over de Nederlandse Hersenbank (NHB), een afdeling van het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen van de KNAW. Een relatief kleine club: Huitinga werkt met acht mensen, exclusief de neuropathologen van het VUmc die, samen met een team van veertien oproepbare sectie- en obductieassistente, de hersenobducties verrichten. Honderden onderzoekers in vijfentwintig landen doen aanvragen bij de NHB die, zegt Huitinga, ‘uniek’ in de wereld is. Sinds de oprichting in 1985 door hersenonderzoeker Dick Swaab deed de NHB meer dan 3500 obducties. Het merendeel daarvan wordt binnen vier tot acht uur na het overlijden van een donor verricht door een obductieteam dat 365 dagen per jaar, op elk moment in actie kan komen. ‘Onze organisatie is strak gestroomlijnd en Nederland is een klein land,’ legt Huitinga uit. Dat maakt het praktisch haalbaar om hersenen ‘vers’ te houden. Andere hersenbanken in Europa hebben doorgaans twaalf tot vierentwintig uur nodig

Neuro-immunoloog Inge Huitinga (foto NHB)

om hersenweefsel uit te nemen. De NHB krijgt een kwart van zijn budget van 800 duizend euro van de KNAW. Huitinga: ‘Daar zijn we erg erkentelijk voor. De andere driekwart komt uit subsidies van onder meer patiëntenorganisaties, onderzoekers die betalen voor het lenen van ons materiaal – wij blijven altijd de eigenaar – en levering aan farmaceutische bedrijven, die we de werkelijke kosten van onze dienstverlening in rekening brengen.’ Dat laatste vertelt ze aarzelend, want: ‘Ik zie de krantenkoppen al voor me:

“Hersenen moeder voor grof geld verkocht aan industrie”. We willen als NHB geen winst maken en dat doen we ook niet.’ Geld is één ding. Hersenmateriaal het andere. Juist doordat de NHB een worldwide supplier is – ‘er zit vast een Nederlandse bias in het mondiale hersenonderzoek dat op basis van ons materiaal wordt gedaan’, grapt Huitinga – gaat het hard met de uitgifte van materiaal. Ook al wordt elke aanvraag uiterst zorgvuldig beoordeeld en worden de hersenen eindeloos fijn gesneden: zelfs tot de dikte van één cellijn.


8

Daarna komen ze terecht onder de microscoop van onderzoekers, of worden ze met zuurstof en voedingsstoffen op kweek gezet en, maximaal een maand, ‘levend’ gehouden om onderzoek op te doen. ‘Humaan hersenweefsel wordt steeds belangrijker voor het biologische onderzoek naar hersenen,’ zegt Huitinga. ‘Diermodellen alleen voldoen niet. Een muizenbrein kun je qua omvang en complexiteit op geen enkele manier vergelijken met mensenhersenen. Om meer inzicht te krijgen in het verstoorde brein zouden we daarom heel graag willen dat mensen met bipolaire stoornis,

schizofrenie, dwangstoornissen en autisme hersendonor worden.’

post mortem scan Onderzoek op weefsel van de NHB heeft sinds de oprichting in 1985 geleid tot meer dan 1500 wetenschappelijke publicaties. Huitinga: ‘Studies op het gebied van veranderingen in gen- en eiwitexpressie in de ziekte van Alzheimer, depressie en schizofrenie, hebben bijvoorbeeld geleid tot de identificatie van nieuwe targets voor de ontwikkeling van nieuwe therapieën tegen deze ziekten. Ook op het gebied van stamceltherapie

en ontrafeling van de verschillende typen dementie, zoals verschillende vormen van frontotemporale dementie, zijn nieuwe inzichten verworven.’ Door bovendien weefsel post mortem met de MRI te scannen, kunnen zo gesignaleerde afwijkingen onder de microscoop worden onderzocht. Hierdoor is het mogelijk om MRI-scans die tijdens leven worden gemaakt, beter te interpreteren. Samenwerking met psychiatrische toponderzoekers als Rene Kahn, Jan Buitelaar, Odile van den Heuvel en Damiaan Denys zorgt ervoor dat de NHB in de toekomst geen hersenweefsel meer binnenkrijgt van patiënten die bij nader inzien aan een andere, of meer complexe ziekte hebben geleden. Huitinga: ‘We werken het liefst met weefsel van deelnemers aan een klinische studie, die goed en gestandaardiseerd gedocumenteerd zijn en jaren gevolgd.’

hersendonoren gevraagd

Michiel Kooreman technisch coördinator Hersenbank ‘Ik ben betrokken bij obducties en zie toe op de opslag, verwerking en uitgave van hersenweefsel. Als een donor overleden is en naar ons onderweg, zijn we bekend met de klinische diagnose. Gekoppeld aan de aanvragen in onze database kunnen we meteen bij de obductie rekening houden met het soort materiaal dat onderzoekers willen hebben van dat specifieke ziektebeeld. Het uitnemen gebeurt volgens een standaardprocedure, maar tegelijk weten we dus ook welk materiaal we voor een bepaalde onderzoeksvraag moeten reserveren. Die lijst hebben we tijdens een obductie bij de hand. Het hersenweefsel wordt in stukjes verdeeld en vervolgens deels ingevroren en deels gefixeerd met formaline. Uit die laatste stukjes worden paraffineblokjes

geprepareerd. Daarvan worden microscopiepreparaten gemaakt waarop een specifieke kleuring wordt gedaan. De neuropatholoog kan daarna, op basis van de ziektekernen die hij in de hersenen ziet, een diagnose stellen. Vaak kunnen we aanvragers bedienen uit onze voorraad, maar niet altijd. Dat geldt vooral voor niet ingevroren, vers weefsel; een onderzoeker die bijvoorbeeld het hersenweefsel van twintig MS-patiënten nodig heeft, kan daar wel een of twee jaar op moeten wachten. ‘De uitnameprocedure is routinewerk en dat is maar goed ook. Maar iemands brein in je handen houden, dat is elke keer weer bijzonder. Je hebt toch vast wat iemand zijn leven lang is geweest, daar sta je altijd weer even bij stil.’

Huitinga spant zich in om meer donoren te krijgen. Het aantal obducties neemt jaarlijks toe, maar toch dreigt in de toekomst een tekort aan hersenweefsel van met name controles (mensen zonder neurologisch of psychiatrisch ziektebeeld), MS- en Parkinsonpatiënten en mensen met psychiatrische ziektebeelden. In tegenstelling tot particuliere collectioneurs – in de regel pathologen – en hersenbanken in het buitenland, stelt de NHB niet het behoud van de eigen collectie voor eigen onderzoek voorop. Evenmin geven we standaard voorrang aan Nederlandse onderzoekers. Huitinga: ‘Ons gaat het om de kwaliteit van onderzoek. Dat betekent ook dat wij niet het co-auteurschap opeisen wanneer ons materiaal mooie publicaties oplevert. Wij lenen ons materiaal uit voor de beste onderzoeksvoorstellen, omdat voor ons de wetenschappelijke voortgang voorop staat.’


Akademie Nieuws oktober 2011

9

Berichten Akademie Geesteswetenschappen krijgen eigen kwaliteitsindicatoren De Akademie heeft een nieuw systeem voorgesteld van kwaliteitsindicatoren voor de geesteswetenschappen op verzoek van de commissie Nationaal Plan Toekomst Geesteswetenschappen (de ‘commissie Cohen’). De behoefte aan zo’n systeem speciaal voor de geesteswetenschappen is groot, aangezien andere indicatoren, veelal gebaseerd op publicaties en citaties in tijdschriften uit het Web of Science, niet toegesneden zijn op de geesteswetenschappen. De Commissie Kwaliteitsindicatoren Geesteswetenschappen stond onder voorzitterschap van de Utrechtse hoogleraar Keimpe Algra. Het Meertens Instituut van de KNAW en het Instituut voor Cultuurwetenschappelijk Onderzoek (ICOG) van de Universiteit Groningen testen het systeem de komende maanden. Meer informatie op www.knaw.nl/ rgw. advies_kwetsbaarheid_omslag.indd 1

‘Rio’ twintig jaar later De United Nations Conference on Sustainable Development, kortweg ‘Rio +20’, vindt in juni 2012 plaats, twintig jaar na de eerste conferentie in Rio de Janeiro. De wereldwijde vooruitgang van duurzame ontwikkeling komt aan bod: de ‘groene economie’ in de context van duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding en het institutionele kader voor duurzame ontwikkeling. Een nationaal platform onder leiding van Louise Fresco bereidt met het ministerie van Buitenlandse Zaken de inbreng van de Nederlandse delegatie voor. De Akademie zal op verzoek van het ministerie van Buitenlandse Zaken adviseren over de belangrijkste bijdragen van de Nederlandse wetenschap en technologie aan duurzame ontwikkeling de afgelopen twintig jaar en de belangrijkste agendapunten voor de toekomstige kennisontwikkeling. Samenwerking met kennisinstellingen uit ontwikkelingslanden krijgt expliciet aandacht.

Slimme interventies voor de overheid

������������� �� ����������

uitzonderlijk geleerd waren en hoe de uitingen in de brieven te interpreteren zijn. Meer informatie staat op www.fryskeakademy.nl.

De stem van de wetenschap 1914-2008

��� ���������������� ��������

������

24-6-2011 17:08:58

De Sociaal-Wetenschappelijke Raad van de KNAW (SWR-KNAW) concludeert in zijn adviesrapport ‘Kwetsbaarheid en veerkracht van maatschappelijke systemen’ dat sociale wetenschappen een grotere bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van urgente maatschappelijke problemen. Systematischer samenwerking van sociale wetenschappen en ministeries is nodig, zodat die laatste slim en snel gebruik kunnen maken van wetenschappelijke inzichten. Er moet, aldus de SWR-KNAW, een aantal onderzoeksprogramma’s komen, waarin inzichten uit diverse disciplines betere alternatieven bieden voor interventies van overheden. Het advies is te bestellen of te downloaden op www.knaw.nl/swr.

Erasmus’ brieven van en aan de Friezen Erasmus en de Friezen hebben ongeveer zestig brieven uitgewisseld. Ze staan vol retoriek, vriendschapsuitingen, wederzijdse bewieroking en dorst naar kennis en eigenbelang. De documenten vormen de basis voor een symposium dat de Fryske Akademy en het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis van de KNAW en Treoar houden op 30 november in Leeuwarden. Ontrafeld wordt de vraag of Erasmus werkelijk meende dat de Friezen

Hoe heeft de Akademie haar positie als de stem van de wetenschap in de twintigste eeuw weten te behouden? En hééft zij die positie behouden? Deze vragen staan centraal in het tweede deel van ‘De stem van de wetenschap’ over de geschiedenis van de KNAW 1914-2008. De wetenschap veranderde in deze periode fundamenteel van karakter. Nederland maakte roerige tijden door, het land ging meer dan ooit op de schop – en aan al die bewegingen had de Akademie ruimschoots deel (Uitgeverij Bert Bakker, ¤ 49,95). Auteur Klaas van Berkel, Akademielid, is Rudolf Agricola-hoogleraar geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Een symposium over het boek vindt plaats op 14 november in het Trippenhuis.

Nieuwe website voor historici Het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (Huygens ING) van de KNAW en het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap (KNHG) presenteren een nieuwe website van en voor historici: www.historici.nl. De site wil zich ontwikkelen tot een digitaal platform waar


10

Energie in 2030 Hoe houden we onze energievoorziening ook na 2030 betaalbaar en betrouwbaar? En kan het schoner? Op 12 oktober verschijnt daarover het boek Energie in 2030 – maatschappelijke keuzes van nu van het Rathenau Instituut. Auteurs van onder meer het Clingendael International Energy Programme, Ecofys, het Energieonderzoek Centrum Nederland en het Rathenau Instituut geven hun visie op energiebesparing, hernieuwbare energie, fossiele brandstoffen en kernenergie. Voldoende schone, goedkope energie zonder grote nadelen zit er de komende decennia niet in, is hun conclusie. De overheid moet de boodschap durven uitdragen dat pijnlijke en vergaande ingrepen in het energiebeleid nodig zijn. Om daar maatschappelijk draagvlak voor te krijgen, is beleid nodig dat de energiemarkt transparanter maakt. Op 12 oktober is er over hetzelfde onderwerp een symposium in Den Haag.

Effecten van nieuwe en oude media op kinderen In het minisymposium ‘De school van Patti Valkenburg’ op 12 september stond de invloed van media op het gedrag van kinderen centraal. Vier onderzoekers van het door Valkenburg opgerichte Center for Research on Children, Adolescents and the Media (CCAM) gingen dieper in op de werking van reclame op kinderen, sociale media, effecten van seks in de media en media-entertainment in de kindertijd. De bijeenkomst was ter gelegenheid van de uitreiking van de Dr. Hendrik Muller Prijs voor de gedrags- en maatschappijwetenschappen aan Patti Valkenburg. Het symposium werd afgesloten met een discussie onder leiding van Sandra Rottenberg.

Nobelprijzen: winnaars en verliezers

zij wetenschapper geworden zijn: soms zeer doelbewust, maar vaker speelde het toeval een rol. De ‘Eerste stappen’ verschijnen in een bundel die op 25 oktober om 16.00 uur feestelijk wordt gepresenteerd in het Trippenhuis van de KNAW. De presentatie is voor iedereen toegankelijk, waarbij Hans van Maanen de letterkundige Frits van Oostrom en oncologe Liesbeth de Vries over hun eerste stap aan de tand voelt.

Begin deze maand zijn de winnaars van de Nobelprijzen bekend geworden. Ieder jaar zijn er ongeveer tien winnaars. En ieder jaar zijn er vele verliezers. De nominatieprocedure vindt in het geheim plaats, documenten blijven tot vijftig jaar na de uitreiking verzegeld en ook de selectie van de uiteindelijke winnaars blijft in nevelen gehuld. Daardoor ontstaan er ook ieder jaar verhitte discussies: zijn de uitgeroepen winnaars wel terecht? Echt origineel en onbesproken? Het KennisCafé van maandagavond 17 oktober gaat over de ‘achterkant’ van de Nobelprijzen. Te gast onder meer de Nederlandse Nobelprijswinnaar Gerard ’t Hooft, kankeronderzoeker Piet Borst en wetenschapshistoricus Dirk van Delft. Locatie: De Balie, Amsterdam. Meer informatie www.knaw.nl in de Agenda.

Kruisbestuiving tussen chemie, kunst en industrie

gastspreker Gerard ’t Hooft

professionele historici zich kunnen zich presenteren en een dialoog aangaan. Het doel is de favoriete startpagina te worden voor professionele historici en andere belangstellenden in Nederlandse geschiedenis.

De eerste stap gebundeld

Hoe ontwikkelt verf zich na verloop van tijd? Welke chemische processen spelen zich af in bijvoorbeeld (kunst)foto’s? Wat betekent dat voor musea en conservatoren? Op die vragen komen op 31 oktober antwoorden van Renée van de Vall, Norman Tennent en Kitty Zijlmans, wetenschappers uit diverse vakgebieden. De ontmoeting, georganiseerd door de KNAW en NWO, brengt expertise uit de wereld van chemie, kunst(restauratie) en industrie in het Trippenhuis bijeen. De Nobelprijswinnaar Richard Robert Ernst houdt een lezing over Tibetaanse kunst en chemie. De film Het Lam Gods ontleed over het meesterwerk van de gebroeders Van Eyck (1432) wordt vertoond en Dick Broer, hoogleraar functionele organische materialen aan de Technische Universiteit Eindhoven, ontvangt op deze middag de Gilles Holstmedaille.

Finale Academische Jaarprijs

Sinds 2004 schrijft wetenschapjournalist Hans van Maanen in dit blad over ‘De eerste stap in de wetenschap’ van gerenommeerde onderzoekers. In meer dan dertig interviews vertellen zij over hoe

Op woensdagavond 26 oktober is de Stadsgehoorzaal in Leiden het toneel voor de finale van de Academische Jaarprijs. Drie teams van creatieve wetenschappers, promovendi en studenten presenteren dan hun plannen om hun onderzoek op een originele, aansprekende manier onder de aandacht te brengen van een breed publiek. De jury, onder leiding van Paul Schnabel, wijst de winnaar aan. Staatssecretaris Halbe Zijlstra van OCW reikt de prijs uit van 100.000 euro, waarmee het winnende team zijn plan kan realiseren. Kandidaten zijn team Kraaijeveld (Leids Universitair Medisch Centrum) met ‘Leve DNA’, Team Moerel


Akademie Nieuws oktober 2011

11

(Universiteit Maastricht) ‘Brein in Beeld’ en Team van Wezel (Universiteit Leiden) met ‘Antibiotica gezocht’. Zij maken verder kans op de Labyrint Publieksprijs van de NTR. Iedereen kan zijn stem op zijn favoriete team uitbrengen op www.labyrint.nl.

Valorisatieparade: onderzoek vermarkten

Hendrik-Casimir-Karl Ziegler Onderzoekstipendium bevordert de wetenschappelijke samenwerking tussen Duitse en Nederlandse onderzoeksinstellingen. Het stipendium van 2011 van maximaal 50.000 euro stelt een postdoc uit Nederland in de geestes- en sociale wetenschappen in staat om een jaar als gastonderzoeker te werken in NoordrijnWestfalen. De deadline voor nominaties is 1 november 2011. De nominatieronde voor de prestigieuze Heinekenprijzen 2012 is geopend. De vijf internationale wetenschappelijke Heinekenprijzen van elk $ 150.000 worden toegekend aan personen die zich hebben onderscheiden op het gebied van de biochemie en biofysica, geneeskunde, milieuwetenschappen, geschiedenis en cognitieve wetenschap. Deadline voor het indienen van nominaties is 1 november 2011.

Eigen onderzoek wereldkundig en bruikbaar maken, hoe gaat dat? De Valorisatieparade, georganiseerd door het Rathenau Instituut in samenwerking met De Jonge Akademie, toont vele manieren waarop onderzoek een bijdrage kan leveren aan de samenleving. Een maatschappelijke positionering van onderzoek biedt ook kansen voor onderzoeksfinanciering. Wetenschappers kunnen zich op 1 november van 13.30-17.30 uur in het Rasa Theater in Utrecht laten inspireren door praktijkvoorbeelden en tips, theater en debat. Toegang is gratis. Meer informatie op www.rathenau.nl/parade.

Tot en met 15 januari 2012 is het mogelijk om afgestudeerde of gepromoveerde onderzoekers met een Nederlandse nationaliteit of werkzaam bij een Nederlandse onderzoeksinstelling te nomineren voor een subsidie van de Dobberke Stichting. Dr. J.L. Dobberke Stichting voor Vergelijkende Psychologie bevordert onderzoek naar gedragsbiologie bij levende wezens, in het bijzonder diergedrag. Meer informatie over de nominatieprocedures staat op de website knaw.nl bij het onderdeel Prijzen.

Chinese vertaling Vincent van Gogh – De Brieven

Oproep tot nominaties De Descartes-Huygensprijs stimuleert sinds 1995 jaarlijks de wetenschappelijke samenwerking tussen Frankrijk en Nederland. De prijs, een geldbedrag van 23.000 euro, gaat in 2011 naar een excellente Franse onderzoeker in de natuurwetenschappen en is bedoeld voor een gastonderzoekerschap in Nederland. Nominaties indienen kan tot 1 december bij de KNAW.

Het Shanghai Fine Arts Publishing House gaat de Chinese vertaling verzorgen van Vincent van Gogh – De Brieven. Deze uitgave uit 2009 was een

samenwerkingsproject van het Van Gogh Museum en onderzoekers van het Huygens ING (KNAW). De zesdelige boekuitgave in het Chinees zal in 2013 verschijnen. De publicatie komt tot stand met steun van het Nederlands Letterenfonds en in nauwe samenwerking met het Van Gogh Museum. De ondertekening van het contract van de Chinese vertaling vond op 1 september plaats in aanwezigheid van de wethouder van Amsterdam en de president van de KNAW op de Beijing Bookfair, waar Nederland country of honour was.

Miljoenenimpuls voor wetenschap met China Nederland investeert de komende drie jaar bijna 5 miljoen euro in een speciaal wetenschappelijk onderzoeksprogramma met China. Staatssecretaris Zijlstra (OCW) heeft hiertoe op 30, 31 augustus en 1 september in Beijing overeenkomsten getekend met vier Chinese partners. Met deze belangrijke impuls kunnen de NWO en KNAW het succesvolle Joint Scientific Thematic Research Programme (JSTP) met China voortzetten.

Conferentie over watermanagement in Afrika Van 29 t/m 31 maart 2012 organiseert het Network of African Science Academies (NASAC), in samenwerking met de KNAW, de internationale conferentie ‘Water Management Issues in Africa’. De bijeenkomst vindt plaats in Port Louis, Mauritius. NASAC nodigt excellente Afrikaanse en Nederlandse wetenschappers op het gebied van watermanagement (vooral in de context van klimaatverandering) van harte uit om een abstract in te dienen voor deze conferentie. Naast senior wetenschappers zijn ook postdocs uitgenodigd om deel te nemen. De deadline voor het indienen van een abstract is 31 oktober 2011. Meer informatie over deze conferentie en de call op www.nasaconline.org.


12 door Hans van Maanen

KNAW Merianprijs naar Dorret Boomsma

Leerzame verschillen tussen tweelingen Biologisch psycholoog Dorret Boomsma ontvangt de KNAW Merianprijs voor vrouwen in de wetenschap. Voor haar onderzoek naar de vraag of genetische verschillen bijdragen aan verschillen in gezondheid en gedrag riep zij het Tweelingenregister in het leven, internationaal beschouwd als het grootste en meest waardevolle ter wereld. Het biedt een schat aan informatie over wat erfelijk vastligt in ons leven. De KNAW Merianprijs, mogelijk gemaakt door SNS REAAL Fonds, is een prijs voor een ‘excellente vrouwelijke onderzoeker die ook anderen kan inspireren tot een wetenschappelijke loopbaan’. Boomsma, even aarzelend: ‘Als ik ergens een voorbeeld van ben, dan is het misschien dat het nog steeds mogelijk is om, als je heel graag onderzoek wil doen, dat ook te realiseren. Ik ben hier op de Vrije Universiteit begonnen toen genetica nog weinig in de belangstelling stond en tweelingen-

Vrouwelijke onderzoekers doen bepaald geen kinderachtige dingen onderzoek in Nederland amper bestond. Uiteindelijk heb ik het toch langzamerhand, via kleine subsidies en sprokkelwerk, voor elkaar gekregen. Toen ik wilde promoveren kon dat aanvankelijk helemaal niet doordat er geen geld voor was. Mijn eerste drie, vier onderzoeksvoorstellen bij de Hartstichting en zo werden allemaal afgewezen.

toekomstbeeld Pas toen de faculteit een klein beetje geld over had en een promovendus kon aanstellen, heb ik mijn onderzoeksvoorstel gerecycled en kon ik beginnen. In die tijd was het niet minder krap dan nu. Veel studenten zijn tegenwoordig nogal pessimistisch over hun wetenschappelijke toekomstmogelijkheden, maar ik denk dat die er nog altijd zijn. Niet in de zin van “als je maar wil,

dan lukt het wel”, maar je kunt nog steeds iets opbouwen. Toen mijn eerste onderzoek eenmaal liep, werd het steeds makkelijker om geld los te peuteren; dan kun je wat laten zien en begint de zaak op gang te komen. Maar dat is natuurlijk een iets gekleurde observatie, al was het maar omdat het bij mij goed is afgelopen...’

genetica De wetenschapper Boomsma gelooft niet dat er zoiets is als vrouwelijke intuïtie bij het selecteren en opleiden van de beste studenten en aio’s. En al helemaal niet dat er een vrouwelijke manier van wetenschap bedrijven bestaat. Over het glazen plafond: ‘Het is natuurlijk naïef om alle studies en anekdotes van anderen hierover terzijde te schuiven en te doen alsof het niet bestaat, maar ik heb er eigenlijk nooit bewust last van gehad.’ Ik ben betrokken bij een groot project van Gert-Jan van Ommen, in Leiden, waarin alle Nederlandse biobanken vertegenwoordigd zijn, en daar werk ik nauw samen met een aantal hoogleraren genetica. Dat zijn Cisca Wijmenga uit Groningen, Eline Slagboom uit Leiden, Cornelia van Duijn uit Rotterdam – er zijn vergaderingen dat we met vier vrouwen aan tafel zitten. Verder werk ik nauw samen met hersenonderzoekers en methodologen die ook vrouw zijn, dus mijn beeld is misschien een beetje vertekend. Het zou kunnen dat er in de genetica relatief veel vrouwen werken, en in mijn omgeving merk ik er niet veel van dat vrouwen geen hoogleraar worden. Vrouwelijke onderzoekers doen bepaald geen kinderachtige dingen. Maar


Akademie Nieuws oktober 2011

13

Dorret Boomsma, hoogleraar biologische psychologie (foto VU)

inderdaad, de cijfers wijzen onmiskenbaar uit dat vrouwen over het algemeen amper tot de hoogleraarposten doordringen, dat valt niet te ontkennen.’

Tweelingen zijn rijke bron van onderzoek naar geneticia van menselijk gedrag Haar allereerste wetenschappelijke artikel betrof het tweelingenonderzoek waarmee Boomsma internationale faam zou verwerven. In 1987 richtte zij het Tweelingenregister op, dat nog steeds een schat aan wetenschappelijke inzichten en doorbraken oplevert. Inmiddels bevat het gegevens van ongeveer vijftigduizend een- en twee-eiige tweelingen plus nog eens zoveel gegevens van ouders, broers, zussen en andere verwanten. Wat zijn de aardigste bevindingen uit het tweelingenonderzoek die nu over het voetlicht moeten komen? Boomsma: ‘Ik denk dat er twee soorten ontdekkingen zijn. Aanvankelijk was het vooral epidemiologie en

statistiek. Als eeneiige tweelingen in een bepaalde eigenschap meer op elkaar lijken dan twee-eiige, dan mag je aannemen dat er een erfelijke aanleg voor die eigenschap is. Eeneiigen hebben immers hetzelfde erfelijke materiaal, twee-eiigen maar ongeveer voor de helft. In het begin waren het vooral lichamelijke eigenschappen, zoals hartslag en cholesterol, die wij in kaart konden brengen. Niemand verwachtte dat ook gedragsproblemen – ADHD, neuroticismen, maar ook emotionele stoornissen als depressiviteit – op deze manier ontrafeld konden worden.

aanleg of opvoeding Wij hebben bijvoorbeeld heel grootschalig tweelingonderzoek gedaan bij heel jonge kinderen: twee- en driejarigen. De grote verrassing daar was dat verschillen in gedragsproblemen veel sterker bepaald worden door erfelijke aanleg dan door de omgeving en opvoeding. Neem aandachtsproblemen en ADHD: daarvan zeggen


14

toch nog veel mensen dat het aan de ouders ligt, doordat die hun kinderen niet fatsoenlijk opvoeden en ze te veel kleurstoffen geven. Maar het blijkt een heel sterk erfelijk bepaalde eigenschap. En die erfelijke factoren spelen al op heel jonge leeftijd een grote rol. Pas later gaat de opvoeding een grotere rol spelen en zie je de verschillen tussen een- en twee-eiigen kleiner worden. Net andersom trouwens als bij iq en schoolprestaties: alle jonge kinderen in één gezin lijken wat dat betreft op elkaar, maar naarmate ze ouder worden, krijgt het genotype, de erfelijke aanleg, een steeds belangrijker stem. Het ouderlijk milieu heeft hier dus juist een grote, maar afnemende invloed op de ontwikkeling van kinderen.’

welvaartsziekte ‘De andere ontdekkingen, waarmee de wetenschappelijke tijdschriften nu vol staan, zijn het gevolg van de enorme vlucht die het DNA-onderzoek heeft genomen. Vroeger konden we alleen maar zeggen dat erfelijkheid een grotere of kleinere rol speelde dan milieu. Nu kunnen we op zoek gaan naar de genen en de genafwijkingen die

daarbij van belang zijn. Daarvoor zijn grote onderzoeken nodig, omdat er bij veel eigenschappen een heleboel genen een rol spelen. De laatste paper waarbij wij betrokken waren, omvatte geloof ik 170.000 deelnemers.

Voor sommige mensen is het echt moeilijker te stoppen met roken En het aardige is dat de meest succesvolle studies op het ogenblik erfelijke componenten opsporen van aandoeningen waarvan we juist altijd dachten dat die met de omgeving te maken hebben. Een mooi voorbeeld zijn de studies naar overgewicht: daar worden nu langzamerhand de genen gevonden die maken dat sommige mensen dik worden en andere niet. Overgewicht heet een ‘welvaartsziekte’. Maar hoe komt het dan dat in een omgeving van overdaad, sommigen wel dik worden en anderen niet? Doordat nu het milieu voor iedereen gelijk is, kun je de erfelijke componenten ertussenuit

De KNAW Merianprijs is ingesteld om de zichtbaarheid van vrouwelijke wetenschapsbeoefenaren in Nederland te bevorderen en de deelname van vrouwen in de wetenschap in Nederland te stimuleren. De prijs wordt mogelijk gemaakt door SNS REAAL Fonds. Toekenning vindt afwisselend plaats aan een excellente vrouwelijke onderzoeker in de alfaof gammawetenschappen (2009) of de bètawetenschappen (2011). Bij de KNAW Merianprijs hoort een geldbedrag van vijftigduizend euro en een speciaal ontworpen sieraad. Boomsma weet waaraan ze het geld wil besteden, maar heeft de juiste invulling nog niet gevonden.

‘Het Tweelingenregister bestaat in 2012 vijfentwintig jaar. Ik wil mijn prijs in ieder geval gebruiken om de deelnemers op de een of andere manier in het zonnetje te zetten. Het is echt ongelooflijk wat sommige mensen voor het register hebben gedaan; sommigen doen al hun hele leven mee, soms aan wel tien onderzoeksprojecten. Dat kost ze ontzettend veel tijd en inspanning, allemaal op vrijwillige basis.’ Het enige probleem is in feite het grote succes van het tweelingenonderzoek van Boomsma: het register beschikt over de data van honderdduizend mensen. ‘Maar uiteindelijk hebben we alles te danken aan al die mensen die meedoen. Dat vijfentwintigjarig jubileum mag daarom niet onopgemerkt voorbijgaan.’

Foto: Shutterstock

KNAW Merianprijs


Akademie Nieuws oktober 2011

15

pikken. Ook voor diabetes, en verwante aandoeningen als insulineresistentie, worden nu de genetische varianten gevonden die daarbij een rol spelen. Hierin staat de komende tijd nog veel te gebeuren.’

risicoprofiel De Merianprijs richt zich, volgens de statuten, niet zomaar op excellente vrouwelijke onderzoekers, maar op excellente vrouwelijke onderzoekers die ‘naar verwachting nog minstens tien jaar actief zullen zijn’. Goede aanleiding om haar te vragen hoe haar onderzoeksveld er over tien jaar voorstaat? ‘Ik denk ten eerste – in het verlengde van waar we het net over hadden – dat mensen genetische risicoprofielen kunnen laten opstellen, bijvoorbeeld over hun kans op verschillende aandoeningen, maar ook dat behandelingen en adviezen beter op maat gesneden kunnen worden. De genen vormen dan één van de factoren waarmee je rekening kunt houden. Net zoals roken de kans vergroot op bepaalde aandoeningen, zegt een risicoprofiel iets over kansen. Uit ons onderzoek met eeneiige tweelingen, die altijd een identiek risicoprofiel hebben, weten we dat een zelfde genotype niet hoeft te leiden tot een zelfde uitkomst qua gezondheid of gedrag. En los daarvan, ook zonder dat je meteen aan pillen of praten denkt, hoop ik dat onze kennis leidt tot het inzicht dat het voor sommige mensen écht moeilijker is om bijvoorbeeld af te vallen of met roken te stoppen.

goede sier Ten tweede hoop ik dat het gen voor het krijgen van tweelingen tegen die tijd eindelijk gevonden is, door mij, natuurlijk! Er

zit duidelijk een erfelijke component in het krijgen van twee-eiige tweelingen (eeneiigen lijken volstrekte spelingen van de natuur te zijn). Daar wordt al heel lang naar gezocht, maar alle kandidaten die zijn voorgesteld, zijn ook weer afgevallen. Ik hoop dat we het over tien jaar wel geïdentificeerd hebben. Tot slot verwacht ik, als ik realistisch over de toekomst nadenk, dat het allemaal toch weer een stuk ingewikkelder zal blijken te zijn dan we nu denken. We kunnen wel elke keer goede sier maken met onze vondsten en zeggen dat we het nu weten – en de pers pikt dat ook maar al te gretig op – , de geschiedenis leert dat we daar erg bescheiden in moeten zijn. Het is altijd minder simpel dan we hoopten.’

Ondernemende, culturele en bijzondere sociaalmaatschappelijke initiatieven mogelijk maken. Dat is de missie van SNS REAAL Fonds. Het fonds steunt spraakmakende grote en kleine projecten op het gebied van Kunst & Cultuur en Jongeren & Maatschappij. En wetenschaps- en educatieprojecten die met deze gebieden samenhangen. Zo biedt het fonds aanvragers de mogelijkheid om hun ambities te verwezenlijken. In 2010 ondersteunde SNS REAAL Fonds voor ruim € 16,5 miljoen aan initiatieven.

www.snsreaalfonds.nl


16

door Rik Janssen Open access

Brandstof voor vooruitgang Wat met publieke middelen gefinancierd is zou ook publiek toegankelijk moeten zijn. Zo verwoordt Theo Mulder directeur Instituten van de KNAW, de ratio achter open access. Vrije toegang tot onderzoeksgegevens voorkomt onnodig dubbel werk en helpt de wetenschap vooruit. ‘Laat ik eerst maar met het belangrijkste beginnen, de KNAW is sterk voor open data’, opent Theo Mulder, directeur Instituten van de KNAW het gesprek. Waarom is dat nodig? ‘In Nederland vormen onderzoeksgroepen onderling steeds grotere samenwerkingsverbanden. Dat is ook absoluut noodzakelijk binnen een sterk groeiende internationale competitie. Daarbij hoort het delen van data en informatie: Dan heb ik het over publicaties en de gegevens waarop deze gebaseerd zijn. En als we over informatie spreken, bedoel ik vooral: toegang tot informatie. Op dit moment is het niet overdreven om te zeggen dat informatie de brandstof is waarop de aarde draait. Toegang tot informatie is toegang tot de bloedsomloop van de samenleving. Open access is onmisbaar.’

Een belangrijke reden voor open data is het principe dat wat met publieke middelen gefinancierd is publiek toegankelijk zou moeten zijn. Mulder: ‘Daar is geen speld tussen te krijgen en dat principe kan de KNAW alleen maar steunen. Ook ben ik van mening dat het voor iedereen toegankelijk maken van data de ontwikkeling van de wetenschap zelf zal versnellen, want door

Open access versnelt de ontwikkeling van wetenschap data beschikbaar te stellen wordt bijvoorbeeld herhaling van onderzoek veel eenvoudiger. Ook is het bij brede beschikbaarheid van data mogelijk om gegevens uit verschillende vakgebieden of tijdperiodes met elkaar te combineren en op die manier tot nieuw onderzoek te komen.’ Wanneer data voor iedereen toegankelijk zijn, wordt het ook mogelijk om de ontwikkeling van het onderzoek zelf te versnellen. In een aantal vakgebieden worden grote surveys of cohortstudies uitgevoerd die vaak erg kostbaar zijn. Mulder: ‘Ook anderen dan de betrokken onderzoekers moeten toegang hebben tot de onderliggende data. Het is niet te verdedigen dat wat er is, nogmaals gedaan moet worden omdat je er niet bij kunt.’

helder als glas Mulder stelt dat de autoriteit van de wetenschap tegenwoordig niet zonder meer vanzelfsprekend is. Steeds vaker worden wetenschappelijke resultaten ter discussie


Akademie Nieuws oktober 2011

17

gesteld. Soms is dit terecht en soms niet. De enige manier om die discussie in de juiste context te kunnen voeren, is door de gegevens waarop het onderzoek is

Ook de gebruikte software zou toegankelijk moeten zijn

je een experiment wilt herhalen en je hebt toegang tot de data, dan zou je eigenlijk ook toegang moeten hebben tot de software die gebruikt is om de data te verzamelen en/ of te bewerken. In heel veel takken van wetenschap kun je zonder die bijbehorende software nog niets. Een open publicatie kan niet zonder open data. En open data kunnen eigenlijk niet zonder open source software.’

gebaseerd openbaar te maken. De directeur Instituten: Zie ook www.knaw.nl/openaccess ‘Het onderzoek wordt daardoor bij wijze van spreken zo helder als glas.’ Wat doet de KNAW zelf aan open data? ‘Sinds februari 2011 heeft de KNAW beleid voor open access en digitale duurzaamheid. We maken daarbij onderscheid tussen beleid voor publicaties en beleid voor onderzoeksdata. Alle KNAW-publicaties worden in principe binnen achttien maanden na publicatie voor iedereen gratis toegankelijk. Alle KNAW-onderzoeksdata gaan in een duurzaam digitaal archief en blijven voor iedereen beschikbaar, tenzij zwaarwegende redenen dat in de weg staan. Een zwaarwegende reden kan bijvoorbeeld een wettelijke bepaling zijn of te maken hebben met privacy.

duurzaam bewaren Naast de toegankelijkheid van data is het belangrijk dat data duurzaam opgeslagen worden. Dat betekent dat onderzoeksgegevens op zodanige manier bewaard worden en beschikbaar zijn dat deze in de toekomst bruikbaar blijven, ook wanneer bepaalde dragers (floppy disks), programma’s (WordPerfect) of besturingsystemen (Windows 98) niet meer bestaan. Mulder: ‘Samen met NWO heeft de KNAW hiervoor het instituut Data Archiving and Networked Services (DANS) opgericht. DANS houdt zich bezig met het bevorderen van duurzame toegang tot digitale onderzoeksgegevens.’ Verder hebben alle KNAW-instituten begin 2012 een datanotitie. Dat is een kort document dat het specifieke beleid voor instituten beschrijft voor de omgang met onderzoeksdata, met daarin zaken als wat wel en wat niet duurzaam opgeslagen moet worden en vrij toegankelijk behoort te zijn. Welke andere ontwikkelingen ziet Mulder? ‘Als je het over data hebt, heb je het eigenlijk ook over software. Als

Theo Mulder, tijdens meeting open acces


18

door Joost van Kasteren

Hans Chang, algemeen directeur KNAW

‘We blijven ons inzetten voor excellent onderzoek’ ‘Om van Nederland een volwaardige kenniseconomie te maken is feitelijk een miljard euro extra nodig voor fundamenteel onderzoek. We blijven ons daarvoor inzetten, maar tegelijkertijd moeten we vaststellen dat dat geld er niet is. Met onze medewerking aan de strategische agenda van het ministerie van OCW en het topsectorenbeleid van het ministerie van EL&I proberen we er wel zoveel mogelijk uit te slepen voor het excellente fundamentele onderzoek.’

Aldus een strijdbare Hans Chang, algemeen directeur van de KNAW, op de ochtend na de Troonrede en de presentatie van de Miljoenennota. Een Miljoenennota die overigens weinig nieuws bevatte. Chang: ‘We wisten al dat de KNAW opnieuw moet bezuinigen. Ons jaarbudget loopt terug van 93,4 miljoen in 2012 tot 90,0 miljoen in 2017. We gaan selectief snijden en dat betekent dat sommige onderdelen van onze organisatie ergens in 2012 vervelend nieuws zullen krijgen. Ik hoop dat het daarmee is afgelopen, maar je weet niet wat het kabinet bij de volgende voorjaarsnota in petto heeft voor de jaren na 2012.’

strategische agenda Dit voorjaar verscheen de strategische agenda hoger onderwijs, onderzoek en wetenschap van OCW met als titel Kwaliteit in Verscheidenheid. Volgens Chang staan daar hele verstandige dingen in zoals streven naar excellen-

‘We moeten vaststellen dat er geen geld is’ tie, vorming van zwaartepunten en investeren in grote faciliteiten. ‘De moeilijkheid is echter dat we niet weten hoe de strategische agenda in de praktijk zal uitpakken

en dan met name hoe de universiteiten zich willen profileren. Zal de sectorale aanpak, die de afgelopen jaren is ontwikkeld, voldoende tot zijn recht blijven komen?’ Bij de sectorale aanpak maken de faculteiten binnen een discipline nationale afspraken om meer focus en massa aan te brengen in het onderzoek en onderwijs (met

Kwartetten met profielen van de masteropleiding name de masteropleiding). Chang: ‘De plannen voor elke sector zijn gemaakt door deskundigen en zijn gebaseerd op wetenschappelijke excellentie en maatschappelijk en economisch belang. Daar is goed over nagedacht en dat loopt nu.’ Chang is bezorgd dat de besturen van de universiteiten op het laatste moment gaan kwartetten met de profielen van de masteropleiding. Die hangen sterk samen met de verdeling van het onderzoek. Chang: ‘De kans bestaat dat de uitkomst van het kwartetspel niet overeenstemt met verdeling volgens de sectorplannen. Binnenkort wordt het Hoofdlijnenakkoord gesloten tussen het ministerie van OCW, de VSNU en de HBO-raad, maar mij is het nog volstrekt onduidelijk welke sturingsinstrumenten gebruikt gaan worden en of die leiden tot de gewenste uitkomst: behoud en versterking van het excellente onderzoek.’


Akademie Nieuws oktober 2011

19

bedrijvenbeleid Kort voor het verschijnen van de Miljoenennota publiceerde minister Verhagen van EL&I de nota Naar de top, het bedrijvenbeleid in actie(s). Daarin schetst de minister hoe hij de concurrentiekracht van de Nederlandse economie wil vergroten, onder meer door het opheffen van een zogenaamde innovatieparadox; het fenomeen dat het wetenschappelijke onderzoek in Nederland van wereldniveau is, terwijl het innovatieve vermogen van de industrie daarbij achterblijft. Via topsectoren moet er een ‘gouden driehoek’ tot stand worden gebracht tussen

ondernemingen, kennisinstellingen en overheid. Voor het eind van het jaar moeten daartoe innovatiecontracten worden gesloten tussen de drie partijen. Die moeten zich niet alleen inhoudelijk maar ook financieel committeren aan het onderzoeksprogramma. Chang herhaalt nogmaals dat hij het zeer onverstandig vindt om niet én breed te investeren in de kennissector en daarnaast een beleid te hebben dat zich vooral richt op de negen topsectoren. ‘Ik hoop en verwacht wel dat de fiscale maatregelen bedrijven zullen verleiden om te investeren in wetenschappelijke samenwerkingsverbanden met de academische sector’, zegt hij. Naast de bestaande WBSO

Grote onderzoeksfaciliteiten was ook het onderwerp van een workshop die 19 september jl. onder leiding van Hans Chang (l.) in het Trippenhuis werd gehouden. Directeur-Generaal Research van de Europese Commissie, Robert-Jan Smits (r.), presenteerde daar de Europese dimensie.


20

(Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk), die een fiscale tegemoetkoming geeft in de personeelskosten van onderzoek, komt er een Research & Development aftrek (RDA) als tegemoetkoming in de kapitaalskosten. Samenwerking met kennisinstellingen levert een extra aftrekpost op, de RDA+.

topsectoren Wat de topsectoren betreft zal de KNAW, als organisatie met eigen instituten, mee onderhandelen over twee innovatiecontracten, namelijk voor de topsectoren Life Sciences & Health en Creative Industries. Wat Life Sciences & Health betreft, gaat het om het Hubrecht Instituut, het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen, het Centraal Bureau voor Schimmel Cultures en het Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland. Wat Creative Industry betreft, gaat het vooral om Data Archiving and Networked Services (DANS), het Huygens ING en het Meertens Instituut. Chang: ‘Hans Clevers, directeur van ons Hubrecht Instituut, gaat voor ons mee onderhandelen over en meeschrijven aan het innovatiecontract voor Life Sciences & Health. Theo Mulder, directeur instituten KNAW, zal hetzelfde doen voor de topsector Creative Industries. We gaan er van uit dat onze bijdragen serieus worden genomen en dat we ons aan het slot kunnen herkennen in de voorgestelde wetenschappelijke strategie en het bijbehorende onderzoeksprogramma. Ik dicht beide directeuren voldoende overtuigingskracht toe.’ ‘Mocht dat onverhoopt niet het geval zijn, dan behouden we ons het recht voor om niet te tekenen. Zover zal het waarschijnlijk niet komen – het zijn allemaal verstandige mensen. Maar als het moet, dan moet het. We gaan niet inleveren op wetenschappelijke kwaliteit en zicht op nieuwe ontwikkelingen. Wat de consequenties daarvan zijn? Dat zien we dan wel weer.’

rekenfout Overigens is er enige onduidelijkheid over het aandeel dat de KNAW zal inbrengen in de topsectoren. Chang: ‘In de Bedrijvenbrief wordt een bedrag genoemd van 90 miljoen in 2012 oplopend tot 350 miljoen in 2015 voor NWO en KNAW gezamenlijk. Ik kan niet in de

portemonnee van NWO kijken, maar als ik naar onze bijdrage kijk, is het bedrag erg hoog. Met de genoemde instituten kan de KNAW, maximaal 22 miljoen euro uit eigen middelen inbrengen: 20 miljoen voor de topsector Life Sciences & Health en 2 miljoen voor Creative Industries. Ik denk dat er of een rekenfout is gemaakt, of dat de Haagse perceptie van wat de KNAW kan inzetten niet klopt. Ons budget is weliswaar ruim 90 miljoen per jaar, maar van dat geld moeten we ook nog een stuk of tien andere instituten in de benen houden, alsmede het genootschap, de adviesfunctie en internationale programma’s.’

Horizon 2020 De KNAW heeft niet alleen te maken met het Nederlandse onderzoeksbeleid, maar ook met het Europese. Ook de EU heeft van innovatie een flagship gemaakt onder de noemer ‘Horizon 2020’. ‘Er is verschil tussen de Nederlandse aanpak en de Europese’, zegt Chang. ‘De Nederlandse aanpak met topsectoren streeft naar toegevoegde economische waarde voor bedrijven. De Europese aanpak gaat uit van grand challenges, zoals vergrijzing, tekorten aan grondstoffen en energie en klimaatverandering, waarop via onderzoek en innovatie een antwoord moet worden gevonden. Het zal nog een heel gepuzzel worden om die verschillende invalshoeken te integreren.’

vrij onderzoek De vraag is of er nog voldoende ruimte is voor vrij en fundamenteel onderzoek, als steeds meer van het onderzoeksbudget wordt verdeeld via topsectoren en thematische programma’s. Chang: ‘Die zorg deel ik. Tegelijkertijd moeten we rekening houden met de politieke realiteit, dat er te weinig geld is voor wetenschappelijk onderzoek en dat de bestaande, bijzondere fondsen grotendeels worden ingezet voor het versterken van de concurrentiepositie van de BV Nederland. Men lijkt zich onvoldoende te realiseren dat de groei van de topsectoren van overmorgen afhangt van het vrije fundamentele onderzoek van vandaag.’


Boeken Akademie Stained Glass in the Netherlands before 1795 Part I: The North|Part II: The South Zsuzsanna van Ruyven-Zeman Het eerste complete overzicht van de Nederlandse monumentale glasschilderkunst. 468 pp., 978-90-6984518-0, € 185,00

Corpus Iuris Civilis X Novellae 1-50 Tekst en Vertaling Onder redactie van J.E. Spruit, J.H.A. Lokin, B.H.D. Stolte, N. van der Wal, J.M.J. Chorus, L. de Ligt Het Romeinse recht is de basis van ons hedendaagse recht. De gehele tekst is in het Nederlands vertaald en uitgegeven in een kolommeneditie. 612 pp., 978-90-6984-603-3, € 65,00

The Origins of the Telescope Albert Van Helden, Sven Dupré, Rob van Gent, Huib Zuidervaart Deze uitgave werpt een nieuw en overtuigend licht op de oorsprong van het instrument dat de visie van de mens op het universum voorgoed veranderde. 368 pp., 978-90-6984-615-6, € 49,00

IISG Weersta vanaf het begin maar slechts met het geesteszwaard Het verzetswerk van J.H. Scheps 1940-1945 Niek Scheps In de bezettings- en verzetsliteratuur is J.H. Scheps onderbelicht gebleven. Niek Scheps, neef van J.H. Scheps, is de eerste die zijn tientallen brochures en maar liefst vijftienhonderd spreekbeurten heeft onderzocht en beoordeeld. 380 pp., 978-90-5260-369-8, € 35,00

‘Mijn vader had een Afro!’ Hoe Marokkaanse migranten in Nederland zich kleden sinds de jaren zestig Aniek Smit Deze studie plaatst het veelbesproken kleedgedrag van moslimmigranten in een historisch kader, waardoor de overeenkomsten met andere migrantengroepen in het verleden zichtbaar wordt. 216 pp., 978-90-5260-391-9, € 22,50

Huygens ING Between Scylla and Charybdis Learned Letter Writers Navigating the Reefs of Religious and Political Controversy in Early Modern Europe Edited by Jeanine De Landtsheer and Henk Nellen

Focus en Massa in het wetenschappelijk onderzoek De Nederlandse onderzoeksportfolio in internationaal perspectief Peter van den Besselaar, Edwin Horlings

Lezingen over de geleerdenbrief als bron voor onze kennis van godsdienstige en politieke conflicten in de vroegmoderne tijd. 566 pp., 978-90-0418-573-9, € 129,00

Nederland heeft onvoldoende middelen (‘massa’) om in alle wetenschapsgebieden te excelleren. Daarom moet er vooral geïnvesteerd worden in gebieden die wetenschappelijk cruciaal geacht worden of die essentieel zijn voor de economie. 90 pp., 978-90-77364-35-2, gratis

Cahiers Isabelle de Charrière / Belle de Zuylen Papers Suzan van Dijk en Madeleine van Strien-Chardonneau (red.)

Nier te koop, baarmoeder te huur Wereldwijde handel in lichaamsmateriaal Ingrid Geesink, Chantal Steegers

Belle van Zuylen bleef ook na haar vertrek naar Zwitserland zeer betrokken bij wat zich in Nederland afspeelde. 152 pp., ISSN 1872-7832, 12 €

KITLV Curaçao in the Age of Revolutions, 1795-1800 Wim Klooster, Gert Oostindie (eds) Een grote slavenopstand in 1795 was het begin van een roerige vijf jaar. In deze studie wordt de opstand in een bredere context geplaatst. 179 pp., 978-90-6718-380-2, € 14,90

Aan de hand van interviews en praktijkvoorbeelden wordt de wereldwijde markt voor lichaamsmateriaal verkend. Centrale vraag: hoe houdbaar is ons huidige donatiestelsel nog? 248 pp., 978-90-351-3592-5, € 17,95

NIDI A life-course perspective on migration and integration M. Wingens, M. Windzio, H. de Valk, C. Aybek, (eds) 297 pp., 978-94-007-1544-8, € 99,95

DANS Meertens Instituut Grassroots Memorials The politics of memorializing traumatic death Peter Jan Margry, Cristina SánchezCarretero (eds) Dit boek analyseert het fenomeen van straat- of bermmonumentjes die worden opgericht na zinloos geweld, bij gevaar of in tijden van sociale onrust. 376 pp., 978-0-85745-189-7, $95.00/£56.00

Rathenau Instituut Van vergeetpil tot robotpak: human enhancement voor een veilige en rechtvaardige samenleving? Jacqueline B. de Jong, Ira van Keulen, Jeanette Quast Mag de overheid technieken voor mensverbetering collectief inzetten met het doel een rechtvaardiger en veiliger samenleving te creëren? 132 pp., 978-90-77364-38-3, gratis

Data Reviews, peer-reviewed research data M. Grootveld, J. van Egmond en B. Sørensen (red.) Uitkomsten uit een pilotonderzoek om het reviewen van onderzoeksdata te stimuleren. 20 pp., 978-94-90531-07-2, gratis

Taal- en Tekstdata in Nederland Een inventariserend en verkennend onderzoek naar de data-infrastructuur Heiko Tjalsma en Brenda Sørensen (red.) Deze inventarisatie laat zien dat er behoefte bestaat aan een gebundelde, duurzame toegang tot taal- en tekstbronnen in Nederland. 46 pp., 978-94-90531-09-6, gratis

Fryske Akademy Stedelijk verleden in veelvoud Opstellen over laatmiddeleeuwse stadsgeschiedenis in de Nederlanden Hanno Brand, Jeroen Benders en Renée Nip (red.) De laatmiddeleeuwse stad onder-

scheidde zich door eigen politieke, sociaal-culturele en economische structuren die een enorme variatie van levens- en organisatievormen toelieten. 262 pp., 978-90-8704-235-6, € 25,00

J.H. Halbertsma als lexicograaf Studies over het Lexicon Frisicum (1872) Anne Dykstra De doopsgezinde preker Halbertsma besteedde een groot deel van zijn leven aan dit woordenboek waarin hij zowel eigentijds Fries en Oudfries, als het in Duitsland gesproken Noord- en Oostfries beschreef. 341 pp., 978-90-6273-876-2, € 32,50

Fon jelde Opstellen van D.J. Henstra over middeleeuws Frisia D.J. Henstra, A.T. Popkema Centrale thema’s van de bundel zijn de ontwikkeling van regionale geldstandaards in Frisia, het inzetten van kennis van de geldstandaard voor brondatering en de geschiedenis van het grafelijk gezag in het Frisia van de volle middeleeuwen. 370 pp., 978-90-7792-280-4, € 59,95


22

door Hans van Maanen

De eerste stap in de wetenschap van Piet Borst

‘Ik werkte panisch om met iets nieuws te komen’ De tafel in de kleine, strakwitte werkkamer die Piet Borst nog heeft op het Nederlands Kankerinstituut, is opgeruimd, op een vijftal artikelen en een paar boeken na. De boeken krijgt de journalist meteen toegestopt, de artikelen worden voor hem uitgespreid. – Je hebt je huiswerk gedaan, zie ik? ‘Ik heb me gewéldig voorbereid natuurlijk. In dat rijtje ordners daar heb ik al mijn publicaties staan, nooit haal ik de nummers 1 tot en met 100 uit de kast, maar nu heb ik ze er weer eens bij gepakt. Mijn eerste echte wetenschappelijk werk heb ik begin 1958 gedaan, als coassistent interne geneeskunde, in het Amsterdamse Binnengasthuis.

in Nature had, is er meteen diep ontzag. Maar het waren twee keuteltjes, die niet goed genoeg waren voor Biochimica Biophysica Acta, en dus maar naar Nature gingen. De tweede was trouwens deels een correctie van een interpretatie in de eerste keutel. Ik vind het wel grappig omdat het laat zien hoe de wetenschappelijke wereld veranderd is. En dan heb ik nog één dingetje waar ik iets over wilde zeggen – ik heb nuttig werk gedaan als promovendus – maar dat komt als er nog tijd over is. Waar wil je het over hebben?’

– Bij je vader dus? ‘Ja, bij mijn vader. Daar heb ik gewerkt aan het ‘dumping-syndroom’: dat krijg je als je de maag weghaalt, waardoor je eten rechtstreeks in de darm komt. Dat was spectaculair onderzoek, al is het nooit spectaculair gepubliceerd, maar ik kan je daar iets over vertellen omdat het gewoon een gek onderwerp is. Mijn tweede wetenschappelijke werk is het onderzoek waarmee ik mijn proefschrift ben begonnen, naar het mitochroom. Dat was een stof die door twee Amerikanen was geïsoleerd. Hoogleraar biochemie Bill Slater was daar opgewonden over: het idee was dat het een grote rol speelde in tumorcellen. Maar zijn promovendus, een dokter, liet het na drie maanden afweten – dat gebeurt nogal eens: dokters in een lab, dat is niet alles. Toen belde Slater of ik het over wilde nemen. Ik had daarvoor net vier maanden als student bij Slater in het lab gewerkt, dus hij kende mij, en ik vond hem een imponerende man, dus ik dacht: “What the hell”’. Dan kan ik je in het voorbijgaan vertellen hoe ik twee stukjes in Nature had. Dat is interessant, omdat dat toen helemaal niks voorstelde. Als ik nu aan mensen in het lab vertel dat ik al in mijn proefschriftperiode twee stukjes

– Zullen we bij het begin beginnen? ‘Dat is dan publicatie nummer 5, want het heeft even geduurd voor ik klaar was met het uitwerken van alle

Piet Borst (1934) studeerde van 1952 tot 1958 geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. In 1961 promoveerde hij cum laude op Een biochemisch onderzoek over mitochondriën geïsoleerd uit een ascitescel tumor. Twee jaar later deed hij zijn artsexamen. In 1965 werd hij lector biochemie aan de Universiteit van Amsterdam en in 1969 hoogleraar moleculaire biologie. Van 1983 tot 1999 was hij wetenschappelijk directeur van het Nederlands Kankerinstituut in Amsterdam en vanaf 1987 ook directievoorzitter. Borst ontving verschillende onderscheidingen, waaronder de Dr. H.P. Heinekenprijs voor biochemie en biofysica (1992). Hij is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en van diverse buitenlandse academies. Hij verzorgt sinds 1993 columns voor de wetenschapsbijlage van NRC Handelsblad. Deze werden, met andere stukken, gebundeld in De vioolspelende koe en andere muizenissen (1999) en Gezonde twijfel (2011).


Akademie Nieuws oktober 2011

23

gegevens. Onderwijl was ik immers bezig met dat promotieonderzoek, dus ik kon er alleen op zondag aan werken – vreselijk, mijn vrouw krijgt nog een hartverlamming als ze eraan denkt. Maar goed, de vraagstelling was simpel: is het dumping-syndroom een puur osmotisch verschijnsel, of is er meer aan de hand? Als je eten direct in de darm krijgt, dan zuigt dat zoveel vocht aan (vanwege die osmose: water wil altijd van een minder geconcentreerde oplossing naar een meer geconcentreerde oplossing) dat gezonde mensen hondsberoerd worden. Dat zijn dramatische effecten: ik heb er de slag van roeivereniging Nereus, een enorm sterke kerel, door laten flauwvallen. Het was een mooie proefopstelling, achteraf ben ik nog heel tevreden met het onderzoek. We spoten met een slang glucosestroop in de darm, en vergeleken het effect met fructosestroop. Er was al eerder gerapporteerd dat fructose minder last gaf dan glucose, ook al waren ze qua osmotische werking volstrekt identiek. Wij vonden ook een verschil, dus het was niet puur osmose, het had ook met het soort suiker te maken. We hadden wat weinig proefpersonen – nadat we de slag van Nereus flauw hadden gekregen, nam de animo onder vrijwilligers snel af – dus het was geen grote publicatie, maar wel aardig. Goed. Ik dacht, Hans van Maanen komt, ik ga even nakijken hoe dat is afgelopen. Dus ik vond een review van een Leuvense hoogleraar uit 2009, meer dan vijftig jaar later, en de eerste zin waar mijn oog op valt is ‘de pathosfysiologie van het dumping-syndroom wordt nog steeds niet begrepen’. Ze weten nog steeds niet hoe het precies komt! Ik heb net een briefje aan die collega in Leuven gedicteerd om te zeggen dat ik het wel interessant vond en om te vragen wat hij van mijn stukje van toen vindt? Dat verschil tussen fructose en glucose is daarna kennelijk nooit meer bestudeerd, want dat stond niet in dat review.’

– En had je het onderwerp van je vader? ‘Nee, van zijn assistent Statius van Eps. Dat was ook de eerste auteur van het artikel. Hij had het aangedragen, dus het was zijn onderzoek, ook al had ik het meeste werk gedaan.

– Dat waren de mores toch, in die tijd? ‘Nou, dat zeg je zo, maar ik kan je ook artikelen van mij uit die tijd laten zien waar de naam van mijn tweede baas, Slater dus, niet eens op staat. Zo vanzelfsprekend was het ook weer niet. Dan kom ik nu aan wat op mijn publicatielijst mijn eerste publicatie is. Daar moet ik eerst wat vooraf over

L.W. Statius van Eps en P. Borst: ‘An investigation into the pathogenesis of the dumping syndrome’. Proceedings of the International Congress of Gastroenterology, Leiden/Noordwijk aan Zee, april 20-24, 1960, p 413–416

vertellen, om uit te leggen hoe het mogelijk is dat ik middenin mijn coschappen opeens een promotieonderzoek ging doen – mijn wetenschappelijke carrière wordt helaas door toeval beheerst. Er waren toen lange wachttijden voor coschappen, je kon niet zomaar beginnen, en ik wilde wel in een lab werken, het liefst bij farmacologie, dat vond ik interessant. Maar de hoogleraar was ziek, dus er werden geen volontairs aangenomen. Ik zat in zak en as, en ik vroeg mijn vader, die mij meestal adviseerde, of er niet een hoogleraar was bij wie ik proeven kon doen en die een gezonde indruk maakte. Jawel, zei hij, er was net een nieuwe hoogleraar biochemie, daar moest ik het maar eens bij proberen. Dat was een dynamische, forse man, dat zou wel goed komen. En Slater gaf mij inderdaad een klein project, dat ik toen in die vier maanden naar tevredenheid heb gedaan, daarna begonnen mijn coschappen. Slater zag wel iets in mij – eh, ik geloof terecht, ik wil daar niet bescheiden over doen – dus die dacht meteen aan mij toen zijn promovendus wegliep bij dat


24

mitochroom. De theorie was, dat het mitochroom de stof was die de mitochondriën, de ‘energiecentrales’ van cellen, in tumorcellen ontregelde, waardoor ze niet aan de energiebehoefte van de cellen konden voldoen. Dat was een oude hypothese van Otto Warburg, uit de jaren dertig. Dus wij gingen dat mitochroom isoleren, en het bleek al heel snel dat het niets deed. Maar er leek iets vettigs aan het molecuul te zitten, en dat bleek verantwoordelijk voor het stilleggen van de mitochondriën. Ik heb toen op mij genomen om uit te zoeken wat die substantie was, en in korte tijd gevonden dat het onverzadigde vrije vetzuren waren. Dat mitochroom was namelijk geïsoleerd uit runderlevers, en die vetzuren waren er gewoon in het abattoir aan gaan hangen. Het had geen enkele fysiologische betekenis. Toen had ik geen proefschriftonderwerp meer. Inmiddels was ik begonnen met het isoleren van tumormitochondriën, om te kijken of Warburg op een andere manier gelijk had, en er toch iets met die mitochondriën aan de hand was. Daar heb ik toen vrij veel tijd in gestoken, maar alles wat ik in die mitochondriën onderzocht, was normaal. Alles. Dat was wel een tikje teleurstellend. Maar goed, ik had in die tijd nog veel ondernemingszin, ik deed als een razende roeland proeven, en vond toch nog wel een paar andere aardige dingetjes voor mijn proefschrift. Plus die twee artikeltjes in Nature. En ik vond in die mitochondriën een enzym waarvoor nog geen verklaring bestond – een transaminase, maar dat is een detail – en dat heeft mij op een goed moment gebracht op het idee van de malaat-aspartaatcyclus, en dat idee is, weer door puur toeval, ontzettend gepusht. Ik begon toen uitgenodigd te worden voor wat congressen, en ik werd gevraagd voor een congres vol bigshots, in 1962. Ik had toen al een aantal elementen voor die malaat-aspartaatcyclus bij elkaar, maar nog lang geen bewijs dat die ook werkelijk bestond.’

– Je had hem nog niet rond. ‘Ik had hem helemaal niet rond. Maar toen kwam dus die uitnodiging voor dat selecte gezelschap, en ik vond dat ik wel met wat nieuws moest komen. Toen heb ik tijdens mijn coschappen nog een aantal proeven in de avonduren en op zondag tussendoor gedaan – voor negen uur de proef opzetten, dan om tien uur coschappen, tussen de middag even kijken of alles goed ging, na vijven verder – om de cyclus althans aannemelijk te maken. Dat het kón werken. Later hebben andere mensen aangetoond dat hij ook werkelijk bestaat, dat hij werkt zoals ik zei, en dat het ook een belangrijk onderdeel van onze stofwisseling is. Maar doordat ik dat toen op dat congres

Piet Borst

Piet Borst in zijn jonge jaren als onderzoeker

voor dat selecte gezelschap presenteerde, was het pad op slag bekend, en heeft de cyclus nog een tijd de ‘Borstcyclus’ geheten. Dat was toch wel een mooie apotheose, na mijn promotie, waarin al het werk dat ik daarvoor gedaan had, toch een beetje samenkwam. Dat was dus mijn eerste echte ontdekking. Ik denk er met vreugde aan terug, al vind ik dat ik wel heel erg panisch gewerkt heb in die tijd om met iets te komen dat nieuw was, terwijl ik ondertussen mijn coschappen liep. Ik herinner me nog de ongelooflijke inspanning die ik toen geleverd heb, die zal me altijd wel bijblijven.’


Akademie Nieuws 111