Page 1

015 - maart 2019

www.klasse.be

maart 2019

MAGAZINE

Huiswerk kan anders www.klasse.be

Huiswerk kan anders


015 - maart 2019

www.klasse.be

MAGAZINE

Advertentie

Huiswerk kan anders


MAGAZINE

24.

36.

38.

“Leerlingen verdienen ambitie en zorg, leraren ook"

Leraar Sigrid vindt kleuters niet te jong voor wiskunde: “Rekenkansen en -goesting genoeg. Je moet ze alleen zien"

Techniekethicus Katleen Gabriels over robots in de klas en algoritmen die leerlingen monitoren.

05.

EDITO: Robot-collega

30.

06.

BEELDREPO: Onderwijs in Cambodja

Lezers, volgers, posters

08.

Wat had je willen weten voor je leraar werd?

44.

ZELFTEST: Ben jij gever, verdeler of nemer?

10.

KLASTIPS: Leren zichtbaar maken

48.

LERARENKAART: Lerarendag in BELvue

12.

DOSSIER: Huiswerk

22.

BLOG: “Tijd om een beetje te zagen"

DE DIRECTEUR:

REPORTAGE:

54.

INTERVIEW: Examencommissie, sluipweg naar een diploma?

62.

DE MEELOPER: Op stap met CLB-medewerker Elien

INTERVIEW:

HUISWERKKAARTJES Tips voor zinvoller en gevarieerd huiswerk vind je op de twaalf inspiratiekaartjes in het midden van dit magazine.


Advertentie


Klasse Magazine

Edito

Mijn eerste robot-collega

In de ondergrondse parkeergarage van de redactie ontmoette ik onlangs een nieuwe collega. Een robot-collega nog wel! Hij (Zij? X?) borstelde zacht zoemend voor me uit terwijl ik de parking verliet. Ik durfde hem (haar? het?) niet meteen voorbij fietsen. Gebiologeerd door zijn robuuste uiterlijk en geïmponeerd door zijn vlekkeloze precisie, zelfstandigheid en zelfvertrouwen, bleef ik op een veilige afstand. Of we het nu willen of niet, wij zullen allemaal steeds meer robot-collega’s krijgen. Die extra handen zullen in elke sector veel werk verlichten, ook in onderwijs. Artificiële intelligentie (AI) en robotica kunnen de leraar vandaag al ondersteunen. Zo zijn er pioniersprojecten met algoritmes die voorspellen welke leerlingen risico lopen om uit te vallen, doen chatbots aan studiebegeleiding en zet adaptieve leersoftware die oefeningen klaar waar een leerling nood aan heeft. De wereld van morgen is vandaag in volle ontwikkeling. Die technologie zal de komende decennia exponentieel groeien: misschien zal een augmented reality-bril je dan signaleren wanneer een leerling indut tijdens je les, of je methodiek de juiste hersengolven activeert en wat elke leerling individueel bijdraagt aan een groepswerk. Die snelle evolutie vraagt dat we vandaag nadenken over de gevolgen. Want als AI ons gedrag voorspelt en op basis daarvan beslissingen mag nemen, moeten we oppassen dat we geen slaaf worden van de machine die we creëerden. Verderop in dit magazine roept techniekethicus Katleen Gabriels op om enthousiast maar kritisch te blijven over ‘machine learning’. Meten is zeker weten. Maar willen we, zoals een Amerikaanse universiteit, het eetpatroon en de sociale contacten van leerlingen monitoren omdat die hun leerprestaties beïnvloeden? En beseffen we dat AI niet vrij is van vooroordelen en foute conclusies? Dat ook werkgevers en verzekeringsmaatschappijen verlekkerd naar die onderwijsdata loeren? AI zal miljoenen jobs overbodig maken, voorspelt het World Economic Forum. Maar evenveel nieuwe jobs creëren. Zal het de leraar ooit vervangen? Ik ben bijna zeker van niet. Technologie is een krachtig hulpmiddel dat nieuwe en vernieuwende leermogelijkheden levert. Zo krijgen leraren meer tijd om hun leerlingen sterker en persoonlijker te begeleiden. Maar vol passie een lesonderwerp lanceren en je klas enthousiast krijgen, zie ik een robot nog niet doen. Laat staan leerlingen vaardigheden bijbrengen als kritisch denken en creativiteit.

Hans Vanderspikken Hoofdredacteur Klasse hans@klasse.be

Binnenkort hoef ik niet meer te sukkelen in de parkeergarage als mijn ketting van mijn fiets valt. Mijn nieuwe robot-collega fikst dat wel even. Maar als ik me slecht voel, zal hij geen troostende arm over mijn schouder leggen. Ook daarom zal elke leraar een cruciale rol blijven vervullen op een fysieke school. Want een écht, warm en empathisch gesprek onder vier ogen, dat lukt de leraar-robot nooit.


Klasse Magazine

Lezers, volgers, posters

Lezers, volgers, posters Tekst Tinne Deboes

KLASSE.BE

@karenvdc – We lijken soms blind voor de taalrijkdom om ons heen. In een van mijn klassen worden maar vier leerlingen niet meertalig opgevoed. Jongeren die Frans of Russisch én Nederlands als moedertaal hebben, plus ook nog eens sterk zijn in Engels. Wat een weelde!

FACEBOOK - PAS VOOR DE KLAS

“Als de les loopt hoe jij het wil en je bereikt de doelen die je wou bereiken, dan heb je misschien wel les gegeven, maar niet onderwezen. Een goede leraar gaat in op onverwachte vragen, desnoods ten koste van zijn lesplan. Als een geïnteresseerde leerling een zinvolle vraag stelt die niet in de boekskes staat, dan is hij een antwoord waard. Want van oud-leerlingen hoor ik dat ze veel meer opstaken van wat ik ze buiten het strikte lesschema heb geleerd … Net dat is leraar zijn.” In onze Facebook-groep Pas voor de Klas stelt ‘ouwe rot’ Guy een startende leraar gerust voor haar eerste functioneringsgesprek.

6

“Mijn medewerkers gaan voor op mijn klanten. Op school moeten je leraren dus primeren op leerlingen en ouders. Zij vormen je basis" CEO Wouter Torfs (van de schoenen) geeft schooldirecteurs advies vanuit zijn ervaring als leidinggevende.


Klasse Magazine

FACEBOOK - KLASSE

Dichter Geert De Kockere schreef voor Klasse gedichten met een knipoog, eentje voor elke plek op school.

NIEUWSBRIEF - GELIJKE KANSEN

“Etiketjes? Ik kijk liever naar wat kinderen nodig hebben om te leren”, zegt leraar Lin Tulfer van Stedelijke Basisschool Hoedjes van Papier in Deurne. “Bij mij mag iedereen toertjes lopen als de concentratie zakt. En koptelefoons zijn niet speciaal voor leerlingen met ADD, maar voor elk kind dat rust nodig heeft.” Tip van juf Lin: maak kleine overwinningen zichtbaar met een mijlpalenslinger. Download hem als Klik & Print op Klasse.be en laat je leerlingen snel succes ervaren.

201

26

5

10.408

leraren drukten de posters af en gaven de school een make-over voor Gedichtendag.

MEEST GELEZEN OP KLASSE.BE 1. WEER WAT STRENGER WORDEN? “ZO SIMPEL IS HET NIET” 2. WAT SCHRIJF JIJ OP HET RAPPORT?

3. MODERNISERING SECUNDAIR: NIEUW MODEL VOOR STUDIERICHTINGEN

Gespot op de pot In de toiletten van een Gentse school ontdekken leraren nieuwe methodieken voor in hun klas. Waar hangt Klasse bij jou op school?

7

4. ONTDEK BRUSSEL MET JE NIEUWE LERARENKAART

5. OMGAAN MET HOOGBEGAAFDE LEERLINGEN IN HET SECUNDAIR


Klasse Magazine

Wat had je willen weten voor je leraar werd?

Wat had je willen weten voor je leraar werd? Elk schooljaar schotelt Klasse leraren een nieuwe vraag voor. Dit jaar: wat had je willen weten voor je leraar werd? Mail jouw antwoord naar redactie@klasse.be. Beelden Eva Vlonk Tekst Bart De Wilde

Krist De Mol, leraar eindklas bubao, Sint-Gregorius Gentbrugge “Hoe belangrijk een directie is voor het welbevinden van leraren, voor de richting die het team uit moet. Ik dacht: welke directeur ik ook heb, doordringen tot in mijn klaswerking doet hij niet. Dat klopt niet. Directies moeten voor structuur en voorspelbaarheid zorgen. Anders werkt het niet. Het is net zoals in de klas: binnen een duidelijke structuur kan veel moois gebeuren. Zonder regels nemen leerlingen de klas over.“

8


Klasse Magazine

Irina Dhondt, leraar tweede kleuterklas, Sint-Jozef Lochristi “Dat mijn job mijn huis inpalmt. Tientallen bananendozen vol ma­ teriaal staan op zolder en in de berging. Vrijdag na 16 uur richt ik daarmee mijn klas in. In twee uur tijd verandert mijn Regenwoud-klas in een brandweer­ kazerne. Thuis werk ik daarna lessen uit. Zo blijf je bezig. Maar als de kleuters maandag de klasdeur opentrekken, fonkelen hun ogen. Een week lang komen ze met duizend vragen en creatieve ideeën. Magisch, zelfs na twintig jaar.”

Karolien Verscheure, leraar Woord, dko Stap Roeselare “Dat leerlingen een enorme voorraad vragen kunnen afvuren. Nadert een toon­ moment dan polsen ze zes keer of hun ouders welkom zijn en wat ik over hun last­minuteaanpassingen denk. Gaan we naar toneel, willen ze weten hoe het stuk zal lopen. Dan trek ik thuis een half uurtje de visbokaal over mijn hoofd. Rust! Maar ze lanceren minstens evenveel ideeën. Ze zijn tijdens de les zo creatief dat het zonde is dat alleen ik daarvan mag genieten.”

9


Klasse Magazine

Klastips

Klastips

“Waar zitten we al?” Wie leren zichtbaar maakt, heeft een positieve impact op de leermogelijkheden van leerlingen. Dat kan met deze klastips. Tekst Stijn Govaerts

VOORSPEL SUCCES Zorg dat je leerlingen altijd het doel zien achter de leerstof die ze verwerken. Vertel vooraf: “Vandaag gaan we …, zodat we …” En bepaal samen de succesfactoren: “We weten dat we goed zitten als we …” Schrijf het op en hang het overzicht vooraan in de klas.

TOON DE 10 OP 10 Hoe ziet een succesvol eindwerk, een knappe boekbespreking of sterk opstel eruit? Toon er een vóór je leerlingen aan hun opdracht beginnen. Maak in drie punten duidelijk waarom dat voorbeeld geweldig is.

KNIJP IN BEHEERSINGSNIVEAUS Maak een poster met drie beheersingsniveaus. Basis ‘Ik leer de basis van de juf’, gevorderde ‘ik kan al zelfstandig werken en heb af en toe vragen’ en expert ‘ik kan uitleg geven aan klasgenoten’. Je leerling plaatst een gepersonaliseerde wasknijper bij het niveau waarop hij zichzelf voor die les inschat.

DOE ZOALS FORTNITE Stimuleer leren in groepjes. Zelf al Fortnite gespeeld? Meteen nadat je faalt, roep je: “Ik wil nog eens!” Je speelt in teamverband, je ploegmaten stuwen je naar creatieve oplossingen en betere skills. Speel daarop in. Verdeel groepstaken in levels of werk met een voortgangsmeter. Deeltaak klaar? Kleur zelf de meter verder in. En dan high fives met de groep.

10


Klasse Magazine

GOOI DE DOBBELSTEEN Op het einde van de les snel checken wat bleef hangen bij je leerlingen? Verdeel de klas in groepjes en geef elke groep een dobbelsteen. Leerlingen dobbelen en antwoorden zo snel mogelijk. 1: Dit onthou ik van de les. 2: Dit woord vat volgens mij de les samen. 3: Dit wist ik al voor de les begon. 4: Deze vraag wil ik nog stellen. 5: Dit wil ik volgende les graag leren. 6: Welke vraag van je klasgenoten vond je de beste?

SCHAAL OP SCHOOL Maak een document en laat je leerling zichzelf regelmatig inschalen op doelen stellen, afspraken maken, samenwerken, keuzes maken, plannen, informatie verzamelen, verwerken en beoordelen, zelfgestuurd werken en problemen oplossen. Zet naast de inschaling van je leerling die van jou als leraar. Waar gaat het goed en waar moet de leerling meer werk van maken?

LUISTERVINK Hoorde je een leerling met een sterke opmerking, een goeie vraag of een toffe grap iets moois toevoegen aan de les? Schrijf het op en gebruik dat als start bij het blokje herhaling in je volgende les.

INSTANT QUIZ Test tijdens de les al de vooruitgang van je leerlingen. Je corrigeert je leerlingen, checkt of ze je begrijpen en je ontdekt waar je volgende les kan starten, wat je nog moet herhalen. Hoe doe je dat snel? Stel een quiz op, met apps zoals Kahoot of Socrative.

GOK OP TOETSEN Vraag aan je leerlingen vóór de toets individueel om in te schatten hoe goed ze zullen scoren. En vraag of ze veel, gemiddeld of weinig hebben voorbereid. Zet een leerling altijd een zesje en een gewone voorbereiding? Help die dan zodat hij zijn eigen verwachtingen overtreft.

ZOEK PROBLEMEN Geef iedereen voor de les rekenen of wereld­ oriëntatie een leeg A4’tje. Welk probleem willen je leerlingen onderzoeken? Bang dat je het antwoord zelf niet weet? Niet erg, geef dat toe en zoek samen de oplossing. Wedden dat het engagement van je klas verdubbelt?

11


Dossier Huiswerk kan anders

Dossier

Klasse Magazine

Huiswerk kan anders Tekst Cherline De Maeght, Stijn Govaerts en Leen Leemans Illustraties Hedof Beelden Illias Teirlinck

Goed huiswerk rendeert. Slecht huiswerk frustreert. Thuis en in de klas. Als een taak te moeilijk of te groot is, leerlingen sjoemelen of ouders de opdracht overnemen. Dit dossier doorprikt de clichĂŠs en effent met tips en voorbeelden het pad naar zinvoller huiswerk.

13


Klasse Magazine

Dossier Huiswerk kan anders

Huiswerk op de schop? ‘Huiswerk geeft jongeren en ouders stress’. ‘Huiswerk verhoogt ongelijke kansen’. ‘Van huiswerk leren kinderen niets bij’. De discussie over huiswerk wordt al jaren in slogans gevoerd. “Onterecht”, vindt Pedro de Bruyckere. “Want de waarheid over huiswerk is veel complexer dan een simpele voor of tegen.”

Huiswerk in de boekentas. Lange traditie, maar met steeds meer barsten. Leraren krijgen half ingevulde werkbladen, via Facebook-groepjes gedeelde oplossingen, opstellen geschreven door mama’s. Ouders weten niet hoe ze hun kinderen het best begeleiden bij rekensommen of spreekbeurten. Leerlingen (VSK) signaleren steeds meer huiswerkstress. En wetenschappers stellen dat huiswerk weinig effect heeft en de ongelijkheid verhoogt. Huiswerk vangt veel tegenwind. Pedro De Bruyckere pleit voor nuance.

14

SLOGAN 1: ‘VAN HUISWERK LEREN KINDEREN NIETS BIJ’ Pedro De Bruyckere: “Of huiswerk effectief is, hangt af van veel factoren. De eerste is leeftijd: wetenschappelijk onderzoek toont aan dat huiswerk veel effectiever is in het secundair dan in het basisonderwijs. Afschaffen dan maar in het basisonderwijs? Dat is kort door de bocht. Hoe jonger de kinderen – in de eerste jaren van de lagere school – hoe minder lang ze hun aandacht bij huiswerk kunnen houden, dus te veel huiswerk werkt contraproductief. Ze stoppen veel tijd in huiswerk – dat dan weinig oplevert – en niet in spel of rust. Die ook belangrijk zijn om te leren.”


Klasse Magazine

Wie is Pedro De Bruyckere? • pedagoog en onderzoeker aan Universiteit Leiden • lerarenopleider en onderzoeker aan Arteveldehogeschool Gent • auteur van de blog ‘X, Y of Einstein’ over onderwijs, cultuur, jongeren en media • co-auteur van ‘Juffen zijn toffer dan meesters’ (2019)

“Tijd is een tweede beslissende factor. Per leerjaar mag je tien minuten huiswerk méér uitdelen. In het eerste leerjaar tien minuten, in het tweede leerjaar twintig minuten … Maar er is een plafond: bij 14-jarigen heeft huiswerk dat langer duurt dan een uur weinig effect. Dat is een belangrijk element voor een huiswerkbeleid, zeker in het secundair onderwijs. Als drie leraren denken: dat duurt maar een half uurtje, zit je al over het maximum.” “Het is bovendien veel beter verschillende kleine taken te geven dan één grote taak. Als je leerlingen een half uur moeten oefenen om iets onder de knie te krijgen, geef je

15

beter elke dag huiswerk van vijf minuten dan één huistaak van een half uur op één avond. Herhalen is een krachtig mechanisme: het is belangrijker dát leren op verschillende momenten gebeurt dan dat het gebeurt.” “Bovendien is niet elke soort huiswerk nuttig. Het meeste huiswerk laat kinderen leerstof inoefenen. De tafels automatiseren is een klassieker. Daarnaast kan je ook thuis laten voorbereiden wat er in de klas op het programma staat. Zoals een oefening waardoor de leerlingen die leerstof herhalen waarop je in de volgen-


Klasse Magazine

Dossier Huiswerk kan anders

de les zal verder bouwen. Of in het secundair, leerlingen grote projecten zoals geïntegreerde proeven zelfstandig laten uitwerken. Van die drie soorten is wetenschappelijk bewezen dat ze een positief effect kunnen hebben.” “Maar het meeste effect heeft ‘extensie’: huiswerk dat een verlengde is van wat in de klas gebeurt. Bijvoorbeeld als leerlingen in de klas een berekening leren maken en dan een creatieve taak krijgen waarvoor ze die nodig hebben. Je leerlingen hebben oppervlakte leren berekenen in de klas. Als huiswerk moeten ze uitzoeken hoeveel verf ze nodig zouden hebben om hun eigen slaapkamer te schilderen. Die oefening gaat verder dan wat ze in de klas geleerd hebben, het is uitbreiding. Dat is niet zuiver inoefenen, maar de leerstof toepassen in een nieuwe situatie waardoor hun kennis verbreedt.” SLOGAN 2: ‘HUISWERK IS STRESSEREND VOOR KINDEREN EN HUN OUDERS’ Pedro de Bruyckere: “Leren kost tijd, energie en moeite. Zoek uit hoe je kinderen kan motiveren voor huiswerk. Er bestaat al huiswerk dat leerlingen graag, zelfstandig en gemotiveerd maken. Dat zijn de oefeningen op de elektronische leerplatformen, zoals Bingel. Ze oefenen leerstof in en krijgen onmiddellijk feedback.” “Feedback geven op huiswerk werkt beter dan punten. Als je huiswerk op punten zet, zal dat wel effect hebben. Want dan zet je ouders en leerlingen aan om dat huiswerk zo goed mogelijk te maken. Maar zo ontneem je leerlingen leerkansen. Sommige ouders nemen het huiswerk dan misschien over en corrigeren fouten. Als leraar heb je daar niet veel aan: je ziet niet waar een kind moeite mee heeft.” “Als leerlingen meteen feedback krijgen op hun huiswerk, net zoals bij elektronische leerplatformen, stijgt hun motivatie. En meteen ook het effect. Dat is een ander verhaal dan druk. Je geeft voortdurend taakjes, je doet daar iets mee en zo bouw je verder. Dan voelen zowel leraren als leerlingen zich betrokken bij het huiswerk.”

16

“Welke visie op huiswerk je ook hebt, zorg dat ze past bij je aanpak en je publiek”

SLOGAN 3: ‘HUISWERK VERGROOT DE ONGELIJKE KANSEN’ Pedro De Bruyckere: “Dat is een heel moeilijke. Als je beweert dat huiswerk de ongelijkheid vergroot, zeg je meteen dat huiswerk effect heeft. Als je huiswerk afschaft, vergroot je bijgevolg de gelijkheid niet door kansen te geven, maar door kansen af te nemen.” “Je belandt in die discussie meteen bij de ouders en de thuissituatie. Er wordt vaak gezegd dat kansarme of anderstalige ouders minder kunnen helpen. Maar het effect van ouders die – inhoudelijk – helpen bij huiswerk is erg klein. Bij wiskunde kan het zelfs negatief zijn omdat de ouders andere methodes leerden en zo voor verwarring zorgen bij hun kind.”


Klasse Magazine

“Maar los van dat huiswerk heeft de bagage van ouders sowieso een gigantische invloed. In de Verenigde Staten stelden onderzoekers vast dat kinderen uit een kansarm gezin tijdens hun eerste twee levensjaren dertig miljoen woorden minder horen dan kinderen uit kansrijke gezinnen. De taal die je met je kind spreekt, heeft veel invloed. En niet alleen tijdens dat huiswerkmomentje.” Samengevat: huiswerk is zinvol als je het op de juiste manier aanpakt. Wat kan je als school doen? Pedro De Bruyckere: “Stel samen een duidelijke, praktische visie op huiswerk op. Als een leerling van het eerste naar het tweede leerjaar gaat, zal de leerling de manier van werken herkennen. Het maakt niet eens zoveel uit welke visie op huiswerk je hebt, zorg gewoon dat ze past bij je publiek en aanpak. Als je als team een bepaalde keuze maakt, en ouders en leerlingen weten waarom je die maakt, zorg je voor rust in het hoofd van je leerlingen.” “Als scholen in hun huiswerkbeleid opnemen wat ze ermee willen bereiken, dan moet dat passen in hun hele visie op leren. Je kan van huiswerk je speerpunt maken, maar dat is niet noodzakelijk. Als je andere prioriteiten stelt, hebben die automatisch invloed op huiswerk. Bijvoorbeeld: als feedback geven je speerpunt is, moet je ook consequent huiswerk bespreken in de klas. Of je bekijkt welk effect huiswerk heeft op welbevinden. Dat kan in twee richtingen gaan: als leerlingen het gevoel hebben ‘ik kan niet mee’, hoe kan extra/ individueel huiswerk daar dan bij helpen? Of we leggen de druk te hoog, is er niet te veel belasting? Om het even welke focus een school heeft, het zal altijd gevolgen hebben voor hoe leraren huiswerk collectief aanpakken.” Moet je in je huiswerkbeleid ook duidelijk de rol van ouders definiëren? Pedro De Bruyckere: “De eerste taak van een ouder is ervoor zorgen dat zijn kind zijn huiswerk maakt. Ouders moeten hun kinderen inhoudelijk niet ondersteunen, maar ze kunnen huiswerk belangrijk vinden en er positief over zijn, in de buurt zijn van hun kind als het huiswerk maakt, zorgen voor een rustige plek, aanmoedigen om door te zetten …” “Als ouders duidelijk weten dat ze hun kind niet moeten helpen met huiswerk maken, kan hen dat geruststellen. Leg uit dat ze het huiswerk niet mogen maken in de plaats van hun kind of fouten corrigeren. Want dan zie jij als leraar niet hoever hun kind staat in zijn leerproces. Als je ouders genoeg uitleg geeft en ze vragen stelt, kan je hen in het bad trekken. Alle ouders meekrijgen, is een illusie. Soms laat hun agenda dat niet toe. Maar ouders meetrekken met korte prikkels ‘Je kind heeft dat goed gedaan’ of af en toe vragen ‘Als je merkt dat je kind erg lang met huiswerk bezig is, kom dat dan melden’ kan helpen. Zo betrek je de ouder als

17

partner: we gaan er samen voor zorgen dat je kind er iets aan heeft.” Ouders houden niet van huiswerk. Maar als een school het wil afschaffen, protesteren ze. Hoe komt dat? Pedro De Bruyckere: “Bijna alle ouders willen het beste voor hun kind. Maar niet elke ouder kan hetzelfde geven. Daarom gaan ouders kansen hamsteren, hoogopgeleide ouders zijn daar sterker in.” “Veel ouders denken: huiswerk doet leren en zorgt voor betere schoolprestaties, ze mogen mijn kind die kans niet ontnemen. Ook kwetsbare ouders zien een kans. Een waarvoor ze niet moeten betalen. Dat fenomeen zorgt er wellicht voor dat veel ouders erg gehecht zijn aan huiswerk.” Kan het, een school zonder huiswerk? Pedro De Bruyckere: “Het bestaat en het kan. Maar wil je het ook? Brits onderzoek kijkt niet alleen naar het effect van een onderwijsmaatregel, maar ook naar hoe ‘duur’ die is, hoeveel moeite die kost. Huiswerk is een relatief goedkope maatregel. Met een vrij sterke kans op een behoorlijk groot leereffect, zeker in het secundair onderwijs. Dat is laaghangend fruit, en dat moet je dus plukken. Je zal er niet de grootste prestatie mee bereiken – voor een maximale leerwinst moet je bijvoorbeeld ook sterk inzetten op feedback – maar het kost niet veel moeite. Dan kan een school zeggen ‘we schrappen huiswerk’, maar laat ze misschien kansen liggen.”


Klasse Magazine

Dossier Huiswerk kan anders

“Huiswerkbeleid moet op één A4’tje” Met het volledige team bouwde Basis­ school De Boomhut (Sint-Andries) een schooljaar lang aan haar nieuwe huiswerkbeleid. “In zeven stappen namen we huiswerk grondig onder de loep. We startten met de moeilijkste vraag: wat is zinvol huiswerk?”

01. BEGIN ERAAN, NOG VOOR ER VERZUCHTINGEN ZIJN “Uit een wilde brainstorm ‘wat moet onze school dringend aanpakken’ kwam huiswerk als werkpunt. Op ons huiswerkbeleid lag een dikke laag stof. Bouwjaar 2007, het matchte nauwelijks nog met de praktijk. Mijn leraren voelden zelf de nood aan een gedeelde visie rond huiswerk. Met het team benoemden we de zwaktes: ons huiswerk was onvoldoende afgestemd op de leeftijd van de kinderen en we bouwden de hoeveelheid niet logisch op. Om iets echt te veranderen, moet je open en kritisch kunnen zijn. Pas als je samen mag benoemen wat minder goed loopt, altijd vanuit de beste bedoelingen, is veel mogelijk.” 02. START MET DE VRAAG ‘WAT IS ZINVOL HUISWERK’? “In een eerste stap beantwoordden alle leraren per graad twee vragen: ‘Waarom geven we huiswerk?’ en ‘Aan welke vier criteria moet zinvol huiswerk voldoen?’ De antwoorden koppelden we terug naar het voltallige team. Een eerste visie legden we naast input van ouders en leerlingen, én toetsten we af bij het leerplan van onze koepel (GO!). De eerste kladtekst evolueerde zo tot een tweede versie.

18

Wie is Karel Delheye? • 4 jaar directeur van Freinet basisschool De Boomhut • 13 jaar leraar op de teller in de derde graad lager onderwijs • supportert thuis voor zijn kinderen Josse en Minne


Klasse Magazine

03.

05.

TOETS HET BUIKGEVOEL AF MET ONDERZOEK “De volgende sessie stelde ik standpunten uit wetenschappelijk werk voor. Ik las onderzoek van John Hattie, adviezen van VSK (Vlaamse Scholierenkoepel) en deelde hun inzichten met mijn team. Dat een kind pas in de derde graad volledig klaar is om zelfstandig te plannen, wisten we bijvoorbeeld niet. Zo sneuvelden opnieuw een aantal ideeën en klopten we een finale visietekst af. Pas toen we realiseerden dat die nooit 100% af kan zijn, konden we het laatste punt zetten. Alles op één A4! Een huiswerkbeleid dat langer is, hou je moeilijk levendig.”

COMMUNICEER DUIDELIJK MET OUDERS EN LEERLINGEN “In het begin van ons traject vroegen we aan ouders en leerlingen via een schoolenquête onder andere hoe zij huiswerk beleefden. Zij toonden zich relatief tevreden over ons vorige huiswerkbeleid. Onze aanpassingen moesten we dus duidelijk en breed communiceren. In september 2018 informeerden we ouders via een infobrief. Ook tijdens het klasoverleg met ouders schonk elke leraar aandacht aan deze verandering. Het is heel belangrijk dat iedereen weet hoe we huiswerk zien. Maar ook dat iedereen altijd kritische vragen over huiswerk mag stellen.”

04. VAN VISIE TOT KLASVLOER “Elke leraar bracht in kaart welke huistaken hij meegeeft aan zijn leerlingen. Bij elke taak bepaalden we het doel en de tijdsduur. En we onderzochten op een schaal van 1 tot 4 of het wel zinvol was om de taak thuis te maken. Zinvolle huistaken, zoals maaltafels automatiseren, lezen, Franse woordenschat studeren, scoorden 1 of 2 en behielden we.” “Taken zoals leren leren en herhalings­oefeningen met score 3 en 4 integreerden we tijdens de lesuren. Tijdens het traject filosofeerden we vaak over wat zinvolle tijdsbesteding thuis kan zijn. We zochten ook uit hoe we huiswerk beter differentiëren, meer rekening houden met de thuiscontext, sterkere feedback geven. Eindresultaat: per graad zijn het soort huiswerk, de frequentie en de gewenste tijdsduur vastgelegd.”

06. NEEM TIJD “Je huiswerkbeleid op een personeelsvergadering veranderen, lukt niet. Wij gunden onszelf een half schooljaar om een huiswerkbeleid te ontwikkelen. Wekelijks hebben wij op maandag een teamvergadering tot 17.15 uur. Dankzij die vergaderstructuur kunnen we regelmatig, samen of per graad, rond huiswerk werken. De ene week spreken we heel praktische zaken af. De andere week werken we inhoudelijk. Een collega deelt dan bijvoorbeeld tien inzichten uit een nascholing. En maandelijks splitsen we ons op in werkteams. Ook nu blijft huiswerk op de agenda staan. Onze visie staat er, maar de praktijk sturen we constant bij. En binnenkort plannen we een grote tussentijdse evaluatie.”

07. WEES TROTS “Ik ben oneindig trots op het eindresultaat. Nu ben ik zeker dat ons huiswerk veel meer is dan onderwijstijd verlengen. Meer dan oefeningen maken waar we in de klas geen tijd voor vinden. Ons huiswerk is zinvol. Onze leerlingen helpen we ermee vooruit. En omdat iedereen helemaal achter het resultaat staat, leeft het ook echt op onze school.”

19


Klasse Magazine

Dossier Huiswerk kan anders

Huiswerk: soms is het echt te veel De meest gehoorde verzuchtingen over huiswerk in het secundair: taken zijn onevenwichtig gespreid, te ‘klassiek’ en de verwachtingen zijn te hoog. Leraar Sven, leerling Tessa en mama Veronique uit drie verschillende scholen bewijzen met hun verhaal dat het anders kan.

LERAAR SVEN:

“Alleen in de klas kan je continu feedback geven” “We geven het liefst geen huiswerk mee binnen de vakgroepen Nederlands en Moderne Vreemde talen. De leerlingen laten we liever werken in de klas waar ze kunnen leren van mekaar en waar wij als leraar continu feedback geven, bijsturen en verder op weg zetten. Dat leerproces vinden we belangrijk, en die feedback kan je in al die huiskamers helaas niet brengen. Een beperkt aantal evaluaties waarin we kennis toetsen, moeten ze wel thuis voorbereiden. We geven elk trimester vooraf een overzicht van de grote proeven en evaluatiemomenten mee. We geven ook het gewicht mee van die testen. Op die manier kunnen leerlingen hun werk plannen. Wie dat moeilijk kan, helpen we met twee à drie individuele sessies rond leren plannen en studeren.” “Ik overleg dagelijks met mijn vakcollega’s. Zo ben je automatisch transparant over de taken die je plant. Die gespreide evaluatie is geen heilig middel en staat nog niet volledig op punt. We proberen met de vakgroep het evaluatiebeleid van de school steeds te verbeteren om een goede balans te vinden in werkdruk voor leerlingen én leraren.” Sven Tuerlinckx is vakverantwoordelijke Nederlands in het Paridaensinstituut Leuven.

20


Klasse Magazine

MAMA VERONIQUE: LEERLING TESSA:

“Over huiswerk beslis ik zelf” “Hoeveel ik thuis nog werk voor school, ligt in mijn handen. Per week weet ik welke doelen ik moet bereiken. Omdat ik zelf mag kiezen wat ik wanneer doe, ben ik extra gemotiveerd en actief in de klas. Daar ben ik minder afgeleid, en kan ik meteen feedback vragen aan een klasgenoot of leraar. Ik kies zelf aan welke taken ik liever thuis werk. Woordenlijsten blokken bijvoorbeeld.” “Besteed ik mijn tijd nuttig tijdens de werkdag op school, dan heb ik geen huiswerk. Dat kan echt deugd doen. Na een intensieve schooldag ben ik vaak kapot. Wanneer thuis eens niks moet, heb ik meer zin in de volgende schooldag. In het begin waren mijn ouders bezorgd of ik wel voldoende huiswerk kreeg. Nu beseffen ook zij de waarde van taken op school. Na de lagere school was ik bang dat ik in de secundaire school geen tijd meer zou vinden voor waterpolo. Gelukkig hoef ik ook nu nooit een training of match te skippen door huiswerk. Andere vrienden dagen vaak niet op, wegens te veel huiswerk.” Tessa Van Massenhove volgt de brede eerste graad in Stamina Brugge.

21

“Huiswerk zuigt niet alle energie uit ons gezin” “Toine, onze zoon van 16, krijgt op school inspraak in het huiswerkbeleid. Dat vindt hij geweldig. Te veel huistaken en toetsen op te korte termijn? Elke leraar is bereid om de planning te herzien en met taken te schuiven. Huiswerkstress komt bij ons thuis niet vaak voor. Ik hoor andere verhalen. Als ouders kregen wij de kans om een bevraging over huiswerk in te vullen. De huiswerkvrije sperperiode voor de examens, juichen we toe. Dat de vakanties niet volgepropt zitten met huiswerk ook. Zo ontstaat er ruimte om moeilijke leerstof te herhalen op een vrije dag.” “Toine is thuis maximaal 45 minuten per dag voor school bezig: een kwartiertje huiswerk en een half uur leerstof herhalen. Meer hoeft dat niet te zijn. Een schooldag vergt al genoeg energie. Tijd voor hobby’s en ontspanning is ook belangrijk, voor iedereen. Dat de school kiest voor haalbaar en duidelijk huiswerk, stemt ons bijzonder tevreden. Toine kan meestal zelfstandig aan de slag. Het aantal afleidingen beperken, is onze belangrijkste bijdrage aan zijn huiswerk.” Toine, zoon van Veronique Vens, volgt 4 Humane Wetenschappen in Go! Secundair Onderwijs Lennik.


Klasse Magazine

Blog

Wie is Laura Buelinckx? • leraar Nederlands in het Atheneum Vilvoorde • blogt over banale besognes van het leven op Ministerie van Hysterie, ministerievanhysterie.be • vertelt in de klas het liefst over poëzie en literatuur met de nodige dramatiek. In de lerarenkamer dramatiseert ze graag wat er in de klas of thuis gebeurt.

22


Klasse Magazine

Laura blogt

(G)een kwaad woord over onderwijs Het is best vaak feest in Laura’s klas en lerarenkamer. Maar vandaag even niet. Het is tijd om eens een beetje te zagen. Mag dat? Geef maar toe, mijn vorige twee bijdragen lazen als één grote lofzang op het beroep en toonden mij als de immer enthousiaste leraar die het allemaal voor mekaar heeft, zo’n echte positivo die geen kwaad woord spreekt over haar leerlingen, laat staan over onderwijs. Wie weet dachten sommige collega’s dat ik een aansteller was, of dat ik me elke dag huppelend naar het werk begeef en Mary Poppins-gewijs mijn leerlingen entertain. Misschien schudden enkele lezers meewarig het hoofd bij al dat naïeve en jeugdige idealisme. Laat me dat ideaalbeeld even zachtjes doorprikken. Want ja, ook ik ben soms teleurgesteld, overwerkt, negatief, ambetant, zeurderig en boos. Het begon allemaal op een zaterdagmiddag. Toen het infomoment was op mijn school. “Grrrr. Moet dat echt? Ik wil niet! Op een zaterdag naar school, tijdens mijn verjaardagsweekend nota bene? Ik ga niet.” Een kleine – gecensureerde – greep uit mijn volwassen reacties zo’n half uur voor vertrek. Soms is het gewoon te veel. Alsof het nog niet druk genoeg is deze periode. Met vakvergaderingen en fundraisings voor de GWP. Met plotse extra naschoolse vergaderingen over de onderwijshervormingen, waarin we modules moeten uitwerken die in september al gebruikt zullen worden. Met extra projecten die je erbij neemt omdat je engagement verder reikt dan lesgeven alleen. Met een jaarplan dat dringend

geactualiseerd moet en een om de hoek loerende inspectie. Met een stapel verbeterwerk die alleen maar groeit in plaats van slinkt, met daardoor te weinig punten in het puntenboek en de stress die zich opstapelt. Met de administratieve rompslomp waar we allemaal wel eens onder bezwijken. Misschien even vermelden dat ik daarbuiten ook gewoon een mens ben met een lief en een sociaal leven, een hobby of twee, een renovatie en een driemaandelijkse bijdrage aan een kwaliteitsvol onderwijsmagazine. Behoeft het nog extra uitleg dat ik die zaterdag extreem nukkig arriveerde op school? Gelukkig kon ik ventileren bij mijn lieftallige vrollega’s (we zijn er nog niet uit hoe we elkaar moeten noemen, want we zijn naast collega’s ook vriendinnen, en vice versa) en voelde ik me na een dik kwartier al een pak minder slechtgezind. Ach. Achteraf bekeken viel die infonamiddag al bij al goed mee. Wat zeg ik? We mogen fier zijn als school. Ondanks de torenhoge werkdruk en de wel heel laag boven ons hoofd hangende hervormingen stonden we daar toch maar mooi als team. Met een prachtige informatiebrochure, met bevlogen collega’s die in hun vaklokalen boeiende workshops aanboden, met behulpzame collega’s die ouders te woord stonden, met ons onderhoudend onderhoudspersoneel dat wel honderden pannenkoeken bakte. En dat tijdens mijn verjaardagsweekend. Misschien moet ik dus van de gelegenheid gebruik maken om me publiekelijk te excuseren bij de collega’s die ik die eerste twintig minuten tegenkwam. Volgende keer weer huppelend en lachend op post, beloofd.

Beeld Debby Termonia

23


De directeur

“Ambitieuze leraren leggen de meet”


Klasse Magazine

De directeur

Tekst Bart De Wilde Beeld Kevin Faingnaert

Hoge ambities stellen zonder je leerlingen onderweg te verliezen. Hoe spelen ze dat klaar in GO! Atheneum Etterbeek? Directeur Patrick De Clercq legt de keuzes van zijn school bloot. “Onze grootste doelstelling als aso-school is: leerlingen voorbereiden op hoger onderwijs. De meeste trekken – met de VUB in onze achtertuin – naar de universiteit. Hun slaagcijfers zijn prima. Om die te garanderen, dagen we onze leerlingen uit. Serveren we ze kennis en vaardigheden die hun kansen vergroten. Cruciaal, want als leraren weinig verwachten, is dat nefast voor onderwijs. Maar ambitie betekent niet dat we zwakkere leerlingen wegselecteren en alleen doorgaan met de sterkste. Wel: zo veel mogelijk leerlingen meenemen over een hoge lat.” ONDERWIJS = EVENWICHTSOEFENING “In mijn vijftien jaar als directeur zag ik de school veranderen van hoofdzakelijk Nederlandstalige leerlingen van buiten Brussel tot een echte mengelmoes. Vandaag tellen we 26 nationaliteiten, spreekt slechts een kwart van de leerlingen Nederlands als enige moedertaal, horen andere thuis vooral Romaanse of Arabische talen, komen de meeste kinderen uit Brussel. Niet alleen uit Etterbeek, ook in Schaarbeek springen ze in de metro om hier les te volgen. Slechts een kwart komt van buiten de hoofdstad, een Lijnbus door de Druivenstreek heeft als terminus nog altijd onze schoolpoort. Hun ouders geven daarmee een belangrijk signaal: schoollopen in Brussel vinden ze een meerwaarde voor hun kinderen. Ze zien diversiteit als een troef. Net als wij.” “Als je publiek en de maatschappij razendsnel veranderen, hoe kan je dan denken dat je onderwijs onder een stolp moeten bewaren? Goed onderwijs zoekt continu het compromis tussen schijnbare paradoxen. Tussen zorg en presteren, tussen individuele noden en groepsbelangen, tussen innoveren en houden wat zijn deugdelijkheid bewezen heeft. We kunnen op school niet achterblijven op maatschappelijke tendensen. En evenmin onze ogen sluiten voor data over onze werking.”

26

ZORG VOOR EEN HOGE LAT “We testen nieuwe leerlingen op hun taalniveau, zoals alle Brusselse scholen. Wat merken we al dik tien jaar: kinderen uit pakweg Sint-Gillis stromen in met een achterstand tot twee schooljaren op leeftijdsgenoten buiten Brussel. We kunnen ze makkelijk wegsturen na het eerste jaar. Maar dat is niet ernstig. Ze zijn niet minder verstandig, maar groeien op met minder taalkansen. Daarom schaften we de deliberaties na het eerste jaar af. Iedereen gaat naar het tweede jaar. Kinderen krijgen twee keer tien maanden om hun achterstand weg te werken. Dat moeten ze niet alleen doen: oudere leerbuddy’s helpen met studeren, leraren remediëren tijdens de middag en organiseren workshops op donderdagnamiddag.” “Taalremediëring was het startsein voor een aantal zorg­ initiatieven vanaf de eerste graad. Die staan niet haaks op ambitieus onderwijs. We stapten bijvoorbeeld af van aparte taalklassen voor wie minder goed Nederlands spreekt. Want zelfs de meest bezielde leraar boekte onvoldoende vooruitgang. Meer van hetzelfde samen leidt niet tot succes. In onze gemengde klassen – leerlingen mét en zonder Latijn en met taalachterstand samen – lukt het wel. Ze trekken elkaar omhoog.” “Nog in dat rijtje aanpassingen: twee leraren, titularis en coach, dragen samen zorg voor hun klas. Gestart in het derde jaar; omdat te veel leerlingen daar vastliepen. Nu overal, behalve in het zesde. Coaching verhoogt zowel het niveau als de kansen op individuele zorg. Leraren differentiëren, erkennen wat leerlingen kunnen, kennen en nodig hebben om vooruit te komen. Kinderen met ADHD, dyscalculie of dyslexie rijden anders met de handrem op. Door individueler te werken, koppel je die los. Maar ook hoogbegaafde leerlingen krijgen extra kansen, in de klas én daarbuiten. Enkele volgen een halve dag per week les op de VUB. Die uitdaging plus differentiatie volstaat vaak om de rest van de week mee te draaien met hun klasgenoten.” OOK TIENERS TREKKEN GROEISPURTJES “We kiezen niet radicaal voor zelfsturing of grote keuze­ modules vanaf het eerste jaar. Leerlingen moeten daarin groeien en hebben baat bij onze begeleiding. Onze eerstejaars krijgen volgend jaar allemaal 26 uur hetzelfde pakket. Vast daarin: twee uur Latijn voor iedereen. Daarmee bestrijden we het ergerlijke hiërarchische denken tussen ‘zaligmakende’ studierichtingen en laatste reddingsboeien en proberen we te vermijden dat sociale achtergrond de


Klasse Magazine

Wie is Patrick De Clercq? • 15 jaar directeur in GO! Atheneum Etterbeek • 23 jaar leraar geschiedenis in Brusselse en OostVlaamse scholen • missie: samen met gepassioneerde collega’s, leraren én middenkader, inspirerend eigentijds onderwijs realiseren

“Kinderen met ADHD, dyscalculie of dyslexie rijden met de handrem op. Door individueler te werken, koppel je die los”

studiekeuze bepaalt. In de andere zes uren kiezen leerlingen in vakdoorbrekende flexklassen waar ze willen verdiepen of remediëren. Doordat hun keuzemenu elk jaar groeit, maken we onze leerlingen jaar na jaar vaardiger. Zo blijven ze gemotiveerd. Wil een leerling uit Wetenschappen-Wiskunde een uur esthetica? Iemand uit Moderne Talen wat extra wiskunde? Moet kunnen.” “Hetzelfde groeitraject loopt bij examens. Die schrapten we in het eerste jaar, beperkten we in het tweede jaar tot Nederlands, wiskunde, Latijn en economie. Pas in de derde graad staan alle vakken (niet: L.O., muziek, levensbeschouwingen) op het programma. Om onze oudere leerlingen voor te bereiden voor

27

hoger onderwijs. Maar dikke stapels studeren vanaf het eerste jaar, daar zijn niet alle kinderbreinen klaar voor. Die hebben meer baat bij die zes extra lesweken als je examens weert. Ze zien niet per se meer leerstof, maar krijgen meer tijd en hulp om die te beheersen.” “En voor wie zijn groeispurt pas heel laat krijgt, zijn we gestart met een zevende jaar bijzonder wetenschappelijke vorming. Sommige kinderen zijn in hun puberteit met alles bezig behalve school. Plots zijn ze achttien en willen ze handelsingenieur worden. Maar missen ze een sterke basis wiskunde of fysica. Twee derde van de leerlingen schakelt succesvol. Dit schooljaar hebben


Klasse Magazine

De directeur

“Aan een boekentas vol werkboeken in vierkleurendruk betalen ouders zich niet alleen blauw, ‘het handboek volgen’ is ook niet de lesaanpak waarvoor we staan”

28


Klasse Magazine

we zelfs een bso-leerling, opgegroeid in een manege, die diergeneeskunde wil studeren. Dat meisje maakt ongelooflijke vorderingen. We denken dat zij via het schakeljaar naar de richting van haar dromen kan.” AMBITIE EN ZORG, OOK VOOR LERAREN “Wat je vraagt en doet voor je leerlingen, moet ook voor je leraren. Ook zij verdienen zorg en ambitie. Een lerarenteam zit bomvol knowhow en visie. Ambitieus onderwijs benut dat. Daarom werken we met onderzoeksgroepen. Onze leraren brainstormen in de onderzoekende school met VUB-­onderzoekers en studenten over een onderzoeksvraag, raadplegen onderzoeken, maken en testen materiaal. Daarna delen ze hun resultaten met het team. Een nieuw toets­sjabloon bijvoorbeeld, waarop leerlingen moeten inschatten hoe sterk ze voorbereid zijn. Vernieuwing wordt zo niet langer opgelegd door een directeur vanuit zijn controle­kamer, maar komt van de leraren. Die onderzoeksgroepen zijn professionalisering in het kwadraat. Samen kunnen leraren vakinhoudelijke en didactische vernieuwingen bijhouden. Alleen lukt dat nooit.” “Als je team initiatief neemt, moet je als directeur vertrekken vanuit vertrouwen. Dan laat je de grootste idealisten wild dromen, experimenteren en de meet leggen. Alle anderen mogen aan eigen tempo bijbenen. Collega’s mogen nog ex-cathedra lesgeven. Of digitale media zuinig inzetten. Als ze maar consequent zijn en goed onderwijs brengen. Ik zou daarvoor heel graag takenpakketten plooien naar de levensfasen van leraren. Twee kleine kindjes? Waarom niet wat minder lesuren, maar extra tijd om onderzoekswerk uit te pluizen of werkvormen te testen? Als later thuis alles vlot draait, kunnen ze opnieuw meer uren oppakken en onderzoeksgroepen leiden.” “We vragen onze leraren om eigen cursussen te maken. Ook daar vloeien zorg en ambitie mooi in elkaar. Aan een boekentas vol werkboeken in vierkleurendruk betalen ouders zich niet alleen blauw, ‘het handboek volgen’ is ook niet de lesaanpak waarvoor we staan. Wel: je leerplan en -doelen tot in de puntjes kennen en met collega’s uitmuntend materiaal maken. Waarbij iedereen moet beseffen dat niet alle leerlingen de taal van hun leraar snappen. In een eigen cursus kan je taalgericht vakonderwijs garanderen. Dan vervang je als leraar geschiedenis of wiskunde droge schoolboekentaal door heldere spreektaal, neem je een woordenlijst op en maak je bij moeilijke teksten vooraf duidelijk wat je verwacht. In klare taal, feedforward en -back ligt leerwinst voor het rapen voor elk kind.”

29

NIET BANG VOOR CONTROLE “Of we onze ambities op alle niveaus waarmaken? Nee. Maar onze interne kwaliteitscoördinator waakt er wel over dat we scherpe doelen voor onze school, leraren en leerlingen blijven formuleren en najagen. Ze is de sterke schakel tussen directeurs en leraren. Niet toevallig zet ook de onderwijsinspectie stevig in op interne kwaliteitszorg.” “Dus schreven we ons in voor een proefdoorlichting van inspectie 2.0 om feedback te krijgen op onze aanpak. Een risico. Want een slecht inspectierapport neemt de adem van je team weg. Maar een sterke evaluatie creëert nieuwe energie. Dankzij onze kwaliteitscoördinator nemen we ook deel aan alle peilingstoetsen. Soms klinken we op het mooie resultaat, soms zitten we in de put door een zwakkere score die we niet zagen aankomen. Resultaten zijn altijd een spiegel voor je werking. Excuses zoeken heeft geen zin. Wel aanvaarden dat je er nog niet bent, uitzoeken waar je naartoe wil en ingrijpen.” GOEDE REPUTATIE IS GEEN SLAGBOOM “Met onze goede naam trekken we veel leerlingen aan. We screenen geen rapportcijfers van basisscholen. Iedereen mag starten. Alle leerlingen meekrijgen lukt helaas niet. Wie te kort komt of zich niet goed voelt, begeleiden onze coaches en zorgteam naar een nieuwe studierichting. We experimenteren met snuffelstages: een dag in een andere school. Soms keren kinderen dolgelukkig terug na de lessen hout of audiovisuele kunsten. Zien ze daar hun toekomst. Maar nog vaker fluiten ouders ze terug. Zonde, zo ontnemen ze hun kind de kans om zich goed te voelen en uit te blinken in een richting waar het echt past.” “Maar waar het team nog het meest trots op is: door onze mix van ambitie en zorg slagen we er meer dan andere Brusselse scholen in om onze GOK-leerlingen, 25 procent dankzij de dubbele contingentering, zes jaar mee te nemen. Leraren weten niet wie ze zijn. Anders leidt dat voor je het weet tot selffulfilling prophecy. Geef toe: als je jongens in de les ziet kletsen, denk je dat ze over voetbal zeveren. Zie je meisjes, dan vermoed je dat ze de les bespreken. Terwijl het negen keer op de tien niet zo is.” “Als leraren niet weten wie uit minder sterke gezinnen komen, leggen ze de lat hoog voor iedereen. En helpen ze iedereen erover. Dat proberen we in al onze graden waar te maken. Zodat alle leerlingen sterk starten in het hoger onderwijs. En tijdens de eerste weken van bijna alle leerstof denken: check, gezien bij mijn vakleraren in Atheneum Etterbeek.”


Klasse Magazine

30


Klasse Magazine

Onderwijs in kinderschoenen Tekst Cherline De Maeght Beeld Kevin Faingnaert

Het onderwijs in Cambodja stierf veertig jaar geleden een gewelddadige dood. Het Rode Khmer-regime executeerde alles en iedereen met een intellectuele link. De samenleving steunt niet op een stevige onderwijstraditie. Kijk mee hoe leraren en directeurs hard timmeren aan betere scholing in een land dat nog altijd herstelt van oorlog.

31


Klasse Magazine

Linksboven: Om kinderen uit de lower school voor te bereiden op het secundair, organiseert directeur Chanya vrijwillig zomerklassen. Linksonder: Cambodja zoekt hard naar leraren. Zeker voor het vak Engels. Leraar Leang blokt elke dag zodat zijn leerlingen kwalitatief taalonderwijs kunnen krijgen. Rechtsboven: Meisjes blijven thuis voor het huishouden of worden gepest op school. Via vorming leren leraren gendervooroordelen identificeren en aanpakken in de klas. Rechtsonder: Marktkraampjes, lawaaierige tempels, brommers en afval omsingelen de speelplaats. Deze school doet het uitzonderlijk goed en verzamelt afval in kooien.

32


Klasse Magazine

33


Klasse Magazine

Linksboven: Linheu (14) wil leraar worden. Haar ouders hopen dat ze uiteindelijk kiest voor een beroep met een hoger loon. Linksonder: Chhiett geeft na de school privéles aan kwetsbare leerlingen. Gratis. Om rond te komen, vragen zijn collega’s wel geld voor privélessen. Rechtsboven: Te veel leerlingen verschijnen niet op school. Door de micro verwelkomt vrijwilliger Chong 400 leerlingen bij naam en vertelt hij dat school belangrijk is. Rechtsonder: Een klas telt dertig tot vijftig leerlingen. Het capaciteitsprobleem vangen scholen op door een lesblok te organiseren van 7.00 tot 11.00 uur en een tweede van 13.00 tot 17.00 uur.

34


Klasse Magazine

BETER ONDERWIJS IN CAMBODJA Voor deze beeldrepo en een reportage op Klasse.be werkte Klasse samen met VVOB. Die ontwikkelingsorganisatie werkt aan onderwijsverbetering in negen landen in het Zuiden. In Battambang (Cambodja) zet VVOB met het TIGER-project (Teaching for Improved Gender Equality) in op meer gendergelijkheid in onderwijs. • Zin om samen te werken met een school in het Zuiden? Op scholenbanden.be koppelt VVOB Vlaamse scholen aan scholen in het Zuiden. • Op zoek naar inspiratie over onderwijs in het Zuiden? Op eNSPIRED. net vind je hoe je in de klas kan werken aan gelijke onderwijskansen en diversiteit.

35


Klasse Magazine

Wiskunde in de kleuterklas

“Zelfs in een sjaal zit wiskunde” Tekst Stijn Govaerts Beeld Tina Herbots

Kleuterleraren grijpen elke kans om taal te stimuleren. Maar blijven cijfers en vormen in de kast steken? Komen die te vroeg voor kleuters? Juf Sigrid vindt van niet. “Ik gebruik de slimme observaties en verwondering van mijn kleuters om cijfers, maten en gewichten te introduceren.” Hoe kan je wiskunde al heel vroeg bij kinderen introduceren zonder dat ze hun neus ophalen, het te moeilijk of nutteloos vinden? “Daarvoor maak ik mijn wiskunde-aanbod eerst concreet, vertrek ik vanuit de leefwereld van mijn kleuters, en ga ik later pas abstract”, zegt Juf Sigrid. “Ik geef geen lessen omdat het ‘van het leerplan moet’. Ik kijk wel voortdurend naar de leerbehoefte van mijn kleuters. Zoek uit waarvoor ze gemotiveerd zijn en breng dan nieuwe vaardigheden of kennis aan. Op het tempo van mijn kleuters en op de manier die voor elk kind het beste werkt. Dat lukt ook met wiskunde.” Op de werktafel aan het grote venster in de klas doemt uit een open werkmap een wiskundige ijsberg op. Onder de waterlijn zwemmen conceptkaarten met wiskundige begrippen. “Als kleuters getalbegrip, rekenstrategieën ... verwerven, creëren ze drijfvermogen voor abstracte inhouden bovenop de ijsberg. Pas dan kunnen ze sommen maken.” “We werken op school met de ijsbergmethode”, duidt Sigrid. “Opleiders verzekerden me dat die methode wetenschappelijk onderbouwd is. Dat volstaat voor me om tot actie over

36

te gaan (lacht). Wiskunde komt bijna dagelijks in mijn klas aan bod. We werken heel concreet. In het eerste leerjaar en verder pikken ze abstracte inzichten op.” “Rekenkansen genoeg. Je moet ze alleen zien. Vorige week dacht ik dat ik geen tijd zou hebben om wat te rekenen. Klaas werd grote broer en we waren druk bezig met het ontwerp van knuffellapje voor de baby. En ineens zag ik het: al mijn perfectionistische mini-ontwerpers wilden per se twee even lange lintjes aan dat lapje naaien. En die cirkelvormige lap stof, dat moest een mooie cirkel worden. Maar hoe doen we dat, juf? Et voilà, plots toch wiskunde.” Sigrid biedt me een veel te klein bankje aan in de bouwhoek en gidst me door een blokkenboerderij op de grond. Ik spot veelkleurige dino’s, schapen, boeren en boerinnen. Netjes en toch slordig gerangschikt. “Op het eerste gezicht is dit een blokkenbouwsel. Maar als je je wiskundebril opzet, zie je geen boerderij meer, maar wel: meer of minder schapen dan dino’s, gelijkenissen en verschillen tussen die dino’s, vier boeren en slechts twee boerinnen. Dat zien de kinderen ook. Zo verkennen we spelenderwijs de wiskundige taal.” “Ook als een kleuter zijn sjaal zelf knoopt en zegt: ‘Kijk juf, die sjaal is nu aan twee kanten even lang’, zie ik daar wiskunde in. Nadat we dankzij de sjaal ingingen op begrippen als groot, klein en verhoudingen, bouwt een kleuter plots de naar eigen zeggen ‘langste giraf ooit’ met meetklikblokjes. Zo koppelen ze zelf de basis van meetkunde aan hun bouwsels. Of die keer dat ze flesjes meebrachten voor


Klasse Magazine

Wie is Sigrid Adriaenssens? • kleuterleraar in freinetschool Ibis, Herentals • 2e en 3e kleuterklas • heeft zelf helemaal geen wiskundeknobbel • de ijsbergmethode wil met materialen en spelvormen wiskunde voor alle leerlingen visueel en aantrekkelijk maken

“Als je snoep bovenhaalt, snappen kleuters meteen of je ze meer of minder geeft dan de andere” een project. Als een kind dan opmerkt ‘Juf, je kan die van vol naar leeg zetten’, dan gebruik ik die slimme observatie om te oefenen op rangschikken, inhouden of om te leren schatten. En introduceer ik begrippen als meer en de meeste.”

Ik leer vooral al doende. Gelukkig moet ik niets theoretisch uitleggen, maar gewoon alles aan het spel of de handelingen van de kleuters linken. Maar hoe beter ik die wiskundige begrippen zelf begrijp, hoe beter mijn lessen.”

De core business van Juf Sigrid? Verwondering opwekken rond alles wat beweegt in haar klas. Ik, als redacteur meer een taal- dan wiskundemens, val van de ene verbazing in de andere door hoe ze praat over haar lespraktijk. Ik wil bijna weten wat ‘kardinatie’ (de hoeveelheid) of ‘translatie’ (inzicht in getallen en hun structuur) wil zeggen. Termen die ik lees in de ijsbergmap. Dat lijkt allemaal vanzelf te gaan, die droge begrippen integreren in de leefwereld van die kleine koters. Gelukkig moeten ze de woorden niet kennen.

“Ik las mijn kinderen bijna elke avond voor”, beken ik. “Om hun taal te stimuleren en omdat dat gezellig was bij het slapengaan.” En dan betrap ik mezelf. “Maar rekenen heb ik nooit geprikkeld.” Sigrid kijkt bedenkelijk: “Misschien bouwde je niet dagelijks bewust een blokje tijd in. Maar heb je nooit een gezelschapsspel met dobbelstenen gespeeld?”

“Ik ben helemaal geen expert, hoor”, zegt juf Sigrid bezorgd. “Ik durf ook knoeien. Soms zie ik geen verband met de leerstof of stel ik verkennende of verdiepende vragen die ze nog niet snappen. En dan loop ik vast. Volgende keer proberen we het met andere vragen of met een nieuw spel. En die ijsbergmap ligt altijd in de buurt om te gaan spieken.

37

“Sommige ouders willen hun kleuter thuis rekenoefeningen laten maken. Maar die boot hou ik heel erg af. Ze hebben in de klas al hard genoeg gewerkt. Wat je zeker niet mag doen, is zo’n kleuter naast je aan de keukentafel zetten om te leren tellen of meten. Da’s veel te schools. Je kan wel hier en daar eens een begrip koppelen aan wat je samen observeert. Kleuters zijn er wel klaar voor om speels hun ontluikende rekenvaardigheden te stimuleren. Als je snoepjes bovenhaalt, dan snappen die kleuters meteen of je ze meer of minder geeft dan de andere.”


Klasse Magazine

“Een goede leraar heeft geen Ipad of app nodig" Tekst Sara Frederix Beeld Thomas Sweertvaegher

Hoe ziet een schooldag eruit in 2030? Robots met artificiële intelligentie, big data en algoritmes? Wearables om stress, studie- en slaaptijd van leerlingen te meten? Katleen Gabriels: “Met technologie kan je vandaag al heel ver gaan. In Nederland zijn er gemeenten die via data proberen voorspellen welke leerlingen zullen uitvallen. Die worden preventief opgevolgd. Aan Purdue University in de Verenigde Staten gaan ze een paar stappen verder. Te ver. Daar worden studenten voortdurend gemonitord. Of ze wel of niet in de les zitten, of ze op sociale media zitten tijdens de les, of ze gezond leven, met wie ze tijd doorbrengen. Studenten krijgen dan meldingen als ze te vaak lessen skippen, te veel in de hamburgertent op de campus eten, te veel met dezelfde mensen rondhangen of te weinig sporten.”

“Geen enkel algoritme zou filosofie adviseren als studiekeuze. Maar ik heb nog geen dag zonder werk gezeten.” Katleen Gabriels, techniekethicus zonder WhatsApp-account, zet voor Klasse haar VR-bril op en kijkt in de toekomst van ons onderwijs.

“Ik huiver van die manier van meten en wantrouwen. Want het is gevaarlijk: een correlatie is niet hetzelfde als oorzaak-gevolg. Data zijn alleen nuttig als je ze correct combineert, de juiste verbanden legt. Vaak met dezelfde vrienden optrekken linken aan dalende studieresultaten? Met data kan je alles bewijzen. Maar een gebroken hart – waardoor je snakt naar een hamburger en je vrienden meer nodig hebt – wordt niet geregistreerd. En wat met privacy?

39


Klasse Magazine

“In de V.S. krijgen studenten meldingen als ze te vaak lessen skippen, te veel in de hamburgertent zitten of met dezelfde mensen rondhangen”

Weten we zeker dat hun gegevens niet doorverkocht worden aan toekomstige werkgevers? Jongeren moeten voor zichzelf leren denken. Als 21-jarige voor elke beslissing naar je ouders bellen, is niet gezond.” Welke gevaren voorspel je nog als big data en artificiële intelligentie in onderwijs ingang vinden? Katleen Gabriels: “Je moet te allen tijde kritisch blijven. Met welke data werd het algoritme getraind dat schoolverlaters moet voorspellen? Daar kunnen vooroordelen in zitten. In de Verenigde Staten houden sommige rechtbanken rekening met algoritmes die de kans op herval bij gedetineerden voorspellen. Mensen met bijvoorbeeld een Afro-Amerikaanse naam kregen soms strengere straffen. Een algoritme is niet per se objectief.” “Natuurlijk bestaan er ook zonder technologie vooroordelen. Het CLB of leraren stuurden vroeger kinderen van migranten te vaak naar bso door. Je kan data verzamelen, maar mag nooit zomaar beslissingen delegeren aan artificiële intelligentie. Zo kan artificiële intelligentie gevoed door duizenden foto’s van huidkanker beter melanomen detecteren dan een dermatoloog. Maar laat technologie niet de behandeling dicteren, hou die beslissing bij de arts. Technologie is een hulpmiddel voor de mens.” Robots en artificiële intelligentie vervangen de leraar ongetwijfeld niet, maar hoe kan die technologie de leraar positief ondersteunen? Katleen Gabriels: “Technologie zal de leraar inderdaad nooit vervangen. Er bestaat wel al adaptieve leersoftware met artificiële intelligentie waarbij de computer voor elke leerling oefeningen klaarzet op zijn of haar niveau. Zoiets haalt echt werk uit de handen van de leraar. Die kan zich op de essentie focussen: leerlingen begeleiden.” “We moeten wel bewaken dat de vrijgekomen tijd effectief naar de leerlingen gaat. In de zorgsector kunnen idealiter digitale technologieën, zoals zelfmetingen van bloeddruk of suikerspiegel, ervoor zorgen dat er meer tijd vrijkomt voor

40

een gesprek tussen zorgverlener en patiënt. Maar de valkuil is dat die vrijgekomen tijd naar nóg meer patiënten op een dag gaat, of naar bezuiniging op het personeel.” “Technologie kan de leraar zeker ondersteunen. Maar die heeft dan wel een betere kennis van statistiek nodig. In Finland snappen ze dat. Ik studeerde er Moraalwetenschappen en kreeg acht uur statistiek per week. Daardoor besef je dat data niet altijd iets zeggen over een individu. Er zijn altijd personen die sterk afwijken van het gemiddelde en in de staartjes van de gausscurve zitten. Gegevens interpreteren lukt alleen als je kritisch kan denken, een goede basis om


Klasse Magazine

Wie is Katleen Gabriels? • moraalfilosoof • doctoreerde, doet onderzoek en geeft les over ethische gevolgen van technologie (Vrije Universiteit Brussel en Universiteit Maastricht) • auteur van ‘Onlife, hoe de digitale wereld je leven bepaalt’

gegevens te interpreteren. Ik pleit daarom voor meer filosofie en kritisch denken in het secundair en hoger onderwijs.” Zijn het buikgevoel en de kennis van een leraar even sterk als de voorspellende kracht van technologie? Katleen Gabriels: “Als je op je Fitbit moet kijken om te weten of je goed geslapen hebt, klopt er inderdaad iets niet. Tuurlijk kan een leraar ook heel goed zonder technologie het niveau van een leerling inschatten. Maar voor een wetenschapper is buikgevoel een lastig begrip. Als we op ons buikgevoel afgaan, is de aarde plat en draait de aarde niet rond de zon.”

41

Jongeren snappen, chatten en shoppen online, maar weten ze voldoende hoe Google, sociale media of gps alles bijhouden, hen volgen en beïnvloeden? Katleen Gabriels: “Vlaanderen loopt hopeloos achter om jongeren mediawijsheid en digitale competenties bij te brengen. Die boot hebben we echt wel gemist. We hebben een fantastisch kenniscentrum Mediawijs, maar dat is nog niet voldoende gekend. Vandaag hebben leerlingen een publieke identiteit. Onze foute foto’s van vroeger staan nergens online, maar jongeren zien of zijn slachtoffer van pes­tfilmpjes, naaktfoto’s en wraakporno. Je weet niet op welke server ze staan en wanneer ze nog eens opduiken. Dat is een angst die wij niet kenden. Scholen hebben zeker ook de taak om leerlingen mediawijs te maken.”


Klasse Magazine

“De zogenaamde digital natives zijn digital naives. We overschatten wat jongeren kunnen”

Kleuters swipen, kinderen hebben een tabletnek, jongeren leven voor likes en snaps. Kunnen leraren iets doen aan het dalend concentratieniveau van leerlingen? Katleen Gabriels: “Wetenschapper en filosoof Pascal schreef al in de zeventiende eeuw dat op een stoel blijven zitten moeilijk is. We moeten eerst en vooral naar onszelf kijken. Hoe vaak leidt onze gsm ons af tijdens het werk of een vergadering? Als je eventjes je mail of WhatsApp checkt, kan het twintig à dertig minuten duren om je concentratie terug te vinden. Een aantal universiteitsprofessoren verbiedt laptops omdat die te veel afleiden en je handgeschreven notities beter onthoudt. Leerlingen weghouden van technologie is niet de oplossing, maar ze moeten wel leren focussen. Hoe kan je anders studeren voor een examen of een thesis schrijven?” “Leraren die afwisselend en boeiend lesgeven, houden de aandacht van hun leerlingen langer vast. Maar leraren moeten geen circusartiesten worden die elke drie minuten een nieuw trucje uit hun mouw toveren.” Wordt de digitale kloof tussen leerlingen en leraar steeds groter? Katleen Gabriels: “Leraren denken dat leerlingen zo veel meer weten over technologie. Dat klopt niet. De zogenaamde digital natives zijn digital naives. We overschatten wat ze kunnen. Hun digitale competenties zijn niet altijd sterk ontwikkeld. En dus doorprikken ze fake news niet, vertrouwen ze Facebook als enige nieuwsbron. Of begrijpen ze de algoritmen achter al die platformen onvoldoende.” Zou je in deze digitale tijden weer tien of zestien jaar willen zijn? Katleen Gabriels: “Sommige jongeren wensen zelf dat ze voor het bestaan van sociale media geboren waren. Omdat ze te veel naar andermans leven kijken in plaats van met hun eigen leven bezig te zijn.” “Ik gebruik Facebook en LinkedIn. Op Facebook scherm ik alles af en post sowieso zelden privézaken. En LinkedIn gebruik ik alleen professioneel. Verder heb ik geen WhatsApp, Twitter of Instagram. Uit zelfbescherming tegen te veel prikkels. Ik denk liever op de lange termijn: in welke projecten wil ik mijn tijd steken? Ik log ook nooit in op een openbaar wifinetwerk en heb geen Fitbit vanwege mijn privacy. Verder heb ik geen tv, Netflix of Spotify. Ik lijk wel een fossiel! (lacht)”

42

Wat voor leerling was jij? Hoe werd jij een kritisch denkende techniekfilosoof? Katleen Gabriels: “In mijn puberteit bleek dat een strenge prestatiegerichte school waar wantrouwen en beknotting heersten, niets voor mij was. Ik trok helemaal alleen naar een nieuwe school, eentje die bruiste van vertrouwen, creativiteit en leerlingenparticipatie. Mijn zelfvertrouwen kreeg een enorme boost. Ik werd er verkozen tot ‘schepen’ en ‘minister van pers’, ging op uitwisseling naar Denemarken, regisseerde de 100 dagen-show. De context waarin je opgroeit is zo belangrijk. Waar je je goed voelt, grijp je meer kansen. Thuis kende ik ook een heel stabiele, creatieve omgeving. Alles wat ik ‘s morgens achterliet, was er ‘s avonds nog. Mijn ouders zijn niet gescheiden, ik ben nooit verhuisd tot ik op kot ging en enkel mijn opa is gestorven in mijn jeugd.” “Zo’n warme thuis en school, ik wens het iedereen toe. Ik heb nog altijd contact met mijn leraren Nederlands en Latijn. Leraar is toch het belangrijkste beroep van de wereld? Zij hebben de toekomst in handen.” Filosofie, technologie en creativiteit … Heeft onderwijs daar te weinig aandacht voor? Katleen Gabriels: “De directeur van mijn school was een chemicus die ook geïnteresseerd was in poëzie en literatuur. Ik zou een onderwijs met minder tussenschotten willen. De toekomst van onderwijs is inter­ disciplinair. De wereld is toch ook niet binair? Iedereen – en zeker ingenieurs – moet filosofie en ethiek krijgen. Mensen die technologie ontwerpen, moeten problemen niet pas oplossen als ze zich voordoen. Ze moeten proactief ethisch nadenken hoe ze te voorkomen. Een website die enkel een veilig wachtwoord aanvaardt, is een voorbeeld van ethische technologie. Een draaideur niet. Die houdt de koude wel buiten, maar discrimineert mensen in een rolstoel. Daar hadden ontwerpers op voorhand over kunnen nadenken.” “Ik heb Germaanse taal- en letterkunde en filosofie gestudeerd. Geen enkel algoritme zou dat adviseren als studiekeuze. En in de hoogdagen van het spraaktechnologiebedrijf Lernout & Hauspie werd talen studeren afgeraden. Want vertaalsoftware zou de job van vertalers overnemen. Toch zat ik nog geen dag


Klasse Magazine

zonder werk. Ik ben tegen het nutsdenken in onderwijs. We kennen de jobs nog niet die onze kinderen gaan doen. Wat voor jongeren willen we afleveren? En waar willen we als maatschappij naartoe? Dat zijn belangrijkere vragen.” Je schrijft in je boek ‘Onlife’ dat techno­ logie niet neutraal is. Geldt dat ook voor het onderwijs? Katleen Gabriels: “Technologie leidt tot nieuwe praktijken en visies. Twintig jaar geleden wilden we niet overal en altijd bereikbaar zijn met een mobiele telefoon. Tien jaar geleden zouden we vreemd opgekeken hebben van een babyfoon met camera en sensoren, van gps-trackers voor kinderen. Nu staan ze bijna symbool voor goed ouderschap. Maar kinderen hebben blutsen en builen nodig om groot te worden, toch?” “Ik verbaas me erover dat we dat soort controlerende technologie zo gemakkelijk aanvaarden thuis en op de werkvloer. Bol.com volgt zijn koeriers tot op de meter. Heel efficiënt, maar het laat weinig ruimte voor menselijke aandacht. De slinger gaat te veel de ene kant op en zal wel weer in de andere richting gaan. Nu moeten we dringend de maatschappelijke discussie voeren over huidige en toekomstige technologie.”

“Artificiële intelligentie kan de leraar echt ontlasten zodat die zich op de essentie kan focussen: leerlingen begeleiden”

43

Bestaat de school als gebouw waar leerlingen en leraren samenkomen nog in de toekomst? Katleen Gabriels: “Leerlingen kunnen online les volgen en samenwerken, leraren kunnen met de juiste technologie zien wanneer de aandacht verslapt … Maar scholen verdwijnen nooit. En leraren ook niet. Je offline les moet wel een meerwaarde zijn. Als je voorleest wat in het handboek staat, kunnen je leerlingen de les evengoed online bekijken. De interactie in een klas is essentieel. Daar leren leerlingen en leraren van elkaar. Leerlingen ontwikkelen er skills zoals presenteren, samenwerken, debatteren en reflecteren. Niet alles moet vervangen worden door technologie. De beste leraar in ons collectief geheugen is Mr. Keating uit de film ‘Dead Poets Society’. Die had geen iPad of app nodig.”


Klasse Magazine

Zelftest

Ben je een gever, een verdeler of een nemer? Tekst Seppe Goossens Illustraties Axelle Zwartjes Bron Adam Grant

Cijfer jij jezelf altijd weg voor anderen? Hou je in de gaten of de koek wel eerlijk verdeeld wordt? Of durf je soms eerst aan jezelf denken? Doe de test en ontdek welke collega jij bent!

01.

Een collega vraagt de directeur om haar uurrooster aan te passen. Zo kan zij op vrijdag na school haar kinderen naar de zwemles brengen. Voor jou pakt die wissel minder goed uit: je moet een uur langer op school blijven.

a Je gaat akkoord en gunt het je collega. Voor jou maakt die wissel niet zo’n groot verschil. b Je gaat akkoord. Als je maar op evenveel begrip kan rekenen als jij met een probleem zit, laat je weten. c Je gaat niet akkoord. Een uur langer is voor jou net zo vervelend, ook al moet je geen kinderen ophalen.

45

02.

Voor de drie klassen van het zesde zijn er maar twee lokalen met beamer beschikbaar. Een van jullie drieën zal het tot de zomervakantie dus zonder moeten rooien. Hoe los je dat op?

a Jij biedt aan om het lokaal zonder beamer te nemen. Benieuwd of je je lessen even leuk kan maken zonder beeldmateriaal. b Je stelt een doorschuifsysteem voor. Niet handig, maar zo heeft iedereen wel geregeld een beamer. c Jij kan onmogelijk zonder beamer. Je lessen zijn tot in de puntjes voorbereid en je kan en wil op dat vlak geen compromissen sluiten.


Klasse Magazine

03.

Je zit met een collega te grappen en plots borrelt er bij jou een catchy schoolslogan op. Je collega stapt ermee naar de directeur. Die stelt op de personeelsvergadering de nieuwe slagzin voor en geeft je collega een pluim voor zijn originele idee.

04.

Je collega stond het voorbije jaar in 3 Handel. Na de zomer zou hij opschuiven naar 4 Handel, maar zijn verstandhouding met die klas was slecht. Jij kent de klas van het jaar voordien en had er nooit problemen. De directeur vraagt of jij die klas overneemt.

a Je laat het zo. Blij dat de school weer een fris imago heeft. b Je spreekt je collega erover aan. Of hij voortaan wil vermelden dat het evengoed jouw idee was? c Je laat in de lerarenkamer aan alle collega’s weten dat het idee van jou kwam. Ere wie ere toekomt.

a Je gaat in op de vraag. b Je doet het. Maar dat betekent minder parallellessen en meer werk. Of je directeur in ruil een toezicht laat vallen? c Geen denken aan. Je blijft waar je was.

05.

06.

Sportdag: skiën met de hele school. Ook jij kijkt ernaar uit: eindelijk nog eens op de latten. Dan valt een leerling zwaar. Iemand moet met hem naar het ziekenhuis.

Net voor je volgende les Nederlands krijg je drie mails tegelijkertijd binnen. Je hebt maar tijd voor eentje. Wie stuur je een antwoord?

a Je biedt meteen aan om zelf te gaan, ook al had je graag verder geskied. b Je stelt een loterij voor: alle namen in een pot en trekken maar. c Je probeert een minder sportieve collega te overtuigen om mee te gaan.

a Een leerling met een vraag over de toets van morgen. b Je collega die wil weten of hij de brief voor jullie schooluitstap helder geformuleerd heeft. c Je directeur die vraagt of je zijn speech voor het huwelijk van zijn dochter kan pimpen.

07.

08.

Een collega vraagt of je deze week een toezicht wil overnemen. Wisselen lukt niet, want wanneer jij de refter doet, geeft zij bijles.

Einde van de schoolreis. Na een lange dag kan iedereen naar huis, op één meisje na. Haar ouders zitten vast in het verkeer. Het kan nog een half uurtje duren. Wie blijft bij haar?

a Geen probleem. Inspringen doe je met plezier voor collega’s. b Je stemt toe, maar vraagt meteen of ze na school de spullen voor de spaghettiavond mee ophaalt. c Je weigert. Dat ze maar iemand anders zoekt. Jij hebt je pauze echt nodig.

a Jij doet dat wel. Iedereen wil naar huis, en zo is er geen gedoe. b Je bekijkt samen met je collega’s wie dringend naar huis moet en wie niet. c Jij hebt de schoolreis mee begeleid maar niet georganiseerd. Niet jouw verantwoordelijkheid.

09.

10.

Je bedacht voor je leerlingen een originele zoektocht door de school. Deel je die taak met collega’s?

a Natuurlijk. Zo’n opdracht is toch fijn voor elke leerling? b Ja, maar eerst mogen jouw leerlingen ervan proeven. Anders zijn je collega’s je nog voor. c Nee. Jij krijgt van je collega’s zelden tot nooit leuke lessen. Je houdt je ideeën wel voor jouw leerlingen.

46

Je parallelcollega en jij moeten samen een stagiair begeleiden. Je collega is nieuw en ziet die stage nog niet zitten.

a Jij biedt aan om de stage volledig in jouw klas te plannen. Altijd leuk, een frisse wind in je klas. b Je stelt voor om je collega te ontlasten. Dit schooljaar neem jij de stagiair onder jouw vleugels, volgend jaar is het aan je collega. c Je staat erop om de begeleiding samen aan te pakken, zoals samen afgesproken. Voor jou is een stagiair even goed een extra belasting.


Klasse Magazine

Hoe reageer jij? Iedereen is voor een stukje gever, nemer en verdeler. Maar een van die eigenschappen past beter bij jou dan de andere.

KOOS JE VOORAL A: GEVER Je helpt anderen met raad en daad wanneer je maar kan. Als je samenwerkt, stel je de groep boven je eigen belangen. Je ziet vooral de goede kanten van mensen. Bij een onderhandeling cijfer je jezelf vaak weg. Misschien ben je niet helemaal tevreden met het besluit, maar daar kan je mee leven. Zolang anderen maar gelukkig zijn. Pas op: als je blijft geven, maken sommige mensen daar misbruik van. Sta soms eens op de rem, anders kan zelfs jij het plezier in je job verliezen.

KOOS JE VOORAL B: VERDELER Eerlijkheid is voor jou heel belangrijk. Jij waakt over het evenwicht tussen geven en nemen. Je houdt in de gaten wat je aan anderen schuldig bent en wat zij jou nog moeten. Je wil niet egoïstisch zijn, maar laat ook niet van je profiteren. Bij teamwerk wil je je net zo hard als je collega’s inzetten. Aan de onderhandelingstafel zorg je ervoor dat iedereen krijgt waar hij recht op heeft. Pas op: van rekenen word je niet gelukkig. Soms is het fijn om zomaar iets te doen voor een ander. Wedden dat het aanstekelijk werkt?

KOOS JE VOORAL C: NEMER De wereld is een harde plek, ieder voor zich. Te vaak zag je hoe mensen profiteren van anderen, dus verdedig je je eigen belangen. Vraagt iemand je een gunst, ben je geneigd nee te zeggen, tenzij je in het krijt staat of later een wederdienst kan vragen. Bij teamwerk waak je erover dat je niet al het werk op jou neemt en eis je erkenning voor jouw deel. Als je moet onderhandelen, sleep je het hoogst haalbare uit de brand. Pas op: als je te weinig aan anderen denkt, krijg je op een dag de rekening gepresenteerd of raak je geïsoleerd. Zoek de balans en geef wat vaker zonder vooraf je winst te tellen.

47


Lerarenkaart

Klasse Magazine

Samenstelling Patrick De Busscher

Permanente voordelen In heel wat cultuurhuizen, musea, ICT-winkels, boekhandels … krijg je als leraar korting met je Lerarenkaart. Ontdek via Lerarenkaart.be meer dan duizend exclusieve voordelen. Met de zoektool vind je makkelijk voordelen op maat van jou en je klas.

NIEUW

Voordelen

Vul je zoekterm in

Atelier 34zero Muzeum Jette

3 euro korting: 4 euro i.p.v. 7 euro

CC Mechelen - Exporuimte De Garage Mechelen

gratis voor iedereen

Joods Museum van België Brussel

gratis met je Lerarenkaart i.p.v. 10 euro

Europees Parlement - Grote vergaderzaal Brussel

gratis voor iedereen

Zebracinema Hasselt, Tongeren, Maaseik 1 euro korting: 5 euro i.p.v. 6 euro Vrouwenpolder (Nederland) gratis met je Lerarenkaart i.p.v. 18 euro Deltapark Neeltje Jans Dinant Evasion Dinant

1 gratis zitje in een kajak + 1 gratis Ardennen Challenge

Acco Uitgeverij Leuven

20 procent korting op een selectie onderwijsboeken

Binnenspeeltuin Raf & Otje Turnhout

4 euro korting: 5 euro i.p.v. 9 euro

Summer Bash Events (reizen) Zwijndrecht

40 euro korting per boeking

Corendon Vliegvakanties Webshop

4 procent korting per boeking

Filmmagie Tijdschrift

29 procent korting op een jaarabonnement

Fabriekswinkel Clarysse Pittem

10 procent korting

CleanTechPunt Houthalen

20 euro korting

49


Klasse Magazine

Lerarenkaart

Lerarendagen Ga op stap met je Lerarenkaart en ontdek wat musea, attracties, evenementen ... voor jou, voor je klas of voor je school kunnen betekenen. Tijdens de lerarendagen van Klasse beleef je samen met collega’s een educatief programma. Schrijf je vooraf in om deel te nemen. INFO & INSCHRIJVEN - KLASSE.BE/LERARENDAGEN

LERARENDAG

CHOCO-STORY

LERARENDAG

GROTTEN VAN HAN

zondag 7 april 2019 in Brussel

10 tot en met 15 april 2019 in Han-sur-Lesse

Ontdek in de grotten de wondere wereld van stalactieten en stalagmieten, leer in het Wildpark meer over bedreigde diersoorten en biodiversiteit, duik in het verleden in PrehistoHan en Han 1900. Bovendien krijg je alle didactische info mee om een bezoek met je klas voor te bereiden. Gratis voor leraren. Partner en kinderen betalen 8 euro per persoon. Meer info op klasse.be/lerarendagen.

50

Wandel door een Mayatempel waar cacaobonen worden gegeten en stap dan aan boord van het schip dat de bonen naar Europa brengt. Aan het 17e-eeuwse Franse Hof proef je de eerste chocolade en aan het begin van de 20e eeuw leer je de eerste Belgische pralines maken. Ontdek tijdens deze lerarendag het onlangs verhuisde en helemaal vernieuwde Choco-Story! Gratis voor leraren, korting voor partner en max. 2 kinderen. Meer info op klasse.be/lerarendagen.


Klasse Magazine

DEMOCRATIE

BELVUE

Š Belvue / Emmanuel Crooy

zondag 12 mei, 10 tot 16.30 uur BELvue (Brussel)

BELvue (Brussel) biedt een vaste tentoonstelling en workshops rond democratie, actief burgerschap, welvaart, solidariteit, pluralisme, migratie, taal en Europa. Je kan het allemaal ontdekken tijdens deze speciale lerarendag voor leraren lager en secundair onderwijs. Op het programma: alle info over het aanbod van BELvue, een spelparcours voor het hele gezin door de vaste collectie en een reeks boeiende workshops. Volledig programma en inschrijvingen via klasse.be/lerarendagen.

51


Klasse Magazine

Lerarenkaart

Uitgelicht De Lerarenkaart houdt je via Lerarenkaart.be op de hoogte van expo’s, acties en voordelen. Bij elk voordeel check je er makkelijk of het educatieve luik geschikt is voor je klas. Schrijf je via klasse.be/nieuwsbrief-lerarenkaart in op de Lerarenkaart-nieuwsbrief en ontvang de meest interessante voordelen in je mailbox.

WATER EN KUNST NEDERLAND

SOURCE O RAMA

KASTEEL & KUNSTHAL HELMOND

permanent in Chaudfontaine

permanent in Helmond

Dit museum brengt een bijzondere combinatie van twee totaal verschillende thema’s. In het Waterhouse ontdek je de waterkringloop, volg je de avontuurlijke 4D-reis van een waterdruppel en geniet je van een muzikaal waterspektakel. En dat is meteen een figuurlijk bruggetje naar het Arthouse, met een permanente collectie van originele 20e-eeuwse kunstwerken. Gratis met je Lerarenkaart (i.p.v. 18 euro). Meer info op sourceorama.com.

52

Museum Helmond is verspreid over twee locaties. In het 14e-eeuwse Kasteel Helmond, de grootste waterburcht van Nederland, vind je de geschiedenis vol macht, liefde, oorlog en bedrog van vier adellijke families. De moderne Kunsthal een beetje verderop brengt tijdelijke fotografie- en kunsttentoonstellingen. 8 euro met je Lerarenkaart (i.p.v. 10 euro). Meer info op museumhelmond.nl.


Klasse Magazine

MUSEUM MUSEUM

INDUSTRIEMUSEUM

C-MINE EXPEDITIE

permanent in Gent

permanent in Genk

In de oude katoenfabriek aan de Gentse Minnemeers komt het industriële verleden via expo’s, workshops, museumspelen en -ateliers terug helemaal tot leven. Geen lusteloze tijdslijn, maar ontdekkingsboxen met historische filmpjes, sprekende beelden, bulderende weefgetouwen en verrassende weetjes. Klasbezoeken zijn gratis voor leerlingen basis- en secundair onderwijs. 1,5 euro korting met je Lerarenkaart (4,5 euro i.p.v. 6 euro).

53

Anekdotes en geluiden uit de ondergrond, een doolhof van gangen en een klim tot wel zestig meter hoog. In het echt én virtueel! Benieuwd hoe jij eruit ziet als mijnwerker in de jaren 50? En wat spookt Cyriel de Krekel uit in de mijngangen? C-mine expeditie heeft een educatief aanbod op maat van leerlingen van het vierde, vijfde en zesde leerjaar. 2 euro korting met je Lerarenkaart (6 euro i.p.v. 8 euro). Meer info op c-mine-expeditie.be.


Klasse Magazine

De Examencommissie

Sluipweg naar een diploma?

54


Klasse Magazine

Tekst Piet Creten Beeld Katoo Peeters

Jaarlijks leggen meer dan 5.000 kandidaten samen zo’n 40.000 examens af bij de Examencommissie. “Wij zien leerlingen ook het liefst op school, maar voor velen zijn we een reddingsboei”, zegt Bart Bellon, coördinator organisatie en planning. Kiezen meer mensen dan vroeger voor een traject bij de Examencommissie? Bart Bellon: “Tussen 2014 en 2017 stegen de aantallen sterk, maar intussen dalen de cijfers weer. In die periode zagen kandidaten een bso-richting bij de Examencommissie als een snelle weg naar een diploma en een makkelijk veroverd ticket naar hoger onderwijs. Veel aso- en tso-profielen kozen voor die weg. Zo’n diploma was gebaseerd op vrij theoretische examens. Dat kon je niet vergelijken met een volwaardige opleiding bso.”

Hasse Mantels (17): “Op mijn vijftiende ging mijn gezondheid sterk achteruit. Ik kon niet meer naar school en stapte naar de Examencommissie. De examens gaan goed, maar ik heb telkens een weerbots. Het is soms eenzaam. Sociaal contact valt weg omdat je op een ander ritme leeft. In september mocht ik uitzonderlijk al starten met de universitaire opleiding Farmacie. Zo kom ik weer onder mensen. De Examencommissie is voor mij een uitweg. Ik weet niet hoe ik anders zonder veel vertraging mijn secundair zou afwerken.”

“Dat achterpoortje is in 2017 gesloten. We bieden een richting nu alleen aan als we een kwaliteitsvolle evaluatie kunnen garanderen. Voor bso hebben we alleen nog Kantoor. Kandidaten moeten ook werkervaring bewijzen, wat voor de meesten niet vanzelfsprekend is. Aso- en tso-richtingen zijn daardoor weer populairder.” Wie komt bij de Examencommissie terecht? Bart Bellon: “Iedereen kan om het even wanneer starten, zonder enige voorwaarde. Onze kandidaten – wij spreken niet over leerlingen – zijn tussen 10 en 64 jaar, de grootste groep zit tussen 18 en 25. We merken wel dat ze steeds jonger worden en school vaker combineren met de Examencommissie.” “Een constante is dat kandidaten binnen het reguliere onderwijs niet functioneren. We hebben topsporters, zittenblijvers of leerlingen die hoogbegaafd of schoolmoe zijn. Anderen kampen met fysieke of psychologische problemen.” “Dat ze flexibel kunnen studeren, trekt mensen aan. Scholen moedigen jongeren soms zelfs aan om examens af te leggen bij ons. Hun leerlingen kunnen zo een inhaalbeweging maken of opnieuw gemotiveerd raken. Ze krijgen op

55

Youssef El Kaouakibi (25): “Na het zesde jaar Elektriciteit stopte ik met school. Ik wilde iets anders met mijn leven. Ik koos voor de Examencommissie om te bewijzen dat ik wel een diploma kan halen, maar gewoon niet pas op school. Tegelijk bouwde ik een creatieve carrière uit. Ik bedenk reclamecampagnes, werk als danser, choreograaf, dj en stemacteur. De eerste jaren waren moeilijk. Plots telden niet alleen punten, maar ook resultaten. Toch slaagde ik net binnen de termijn van zeven jaar.”


Klasse Magazine

school vrijstellingen als ze bij ons een vak afleggen en mogen les volgen in een hoger jaar. Die gemengde systemen komen steeds vaker voor.” Toch waarschuwen scholen voor die praktijk. Door op twee paarden te wedden, riskeren leerlingen te falen op beide en meer tijd te verliezen. Bart Bellon: “Dat is inderdaad een risico. 40% van de kandidaten behaalt geen getuigschrift of diploma. De grote moeilijkheid is dat kandidaten alles zelf moeten doen: studeren, plannen, materiaal zoeken … Toch is die autonomie voor velen net hun motivatie. Zo hadden we ooit een dj, die draaide op Tomorrowland. Hij mocht een carrière starten van zijn ouders, op voorwaarde dat hij een diploma had. Hij gooide zich echt op zijn traject bij de Examencommissie. Die verhalen horen we geregeld.”

“Maar soms loopt het ook helemaal mis. Sommige kandidaten zitten jarenlang in een traject zonder dat ze slagen of zelfs maar examen afleggen. Als niemand hen opvolgt, blijft dat veel te lang onder de radar. Zo huren ouders al eens een kot voor hun kind zonder dat het bij ons een diploma behaald heeft.” Scholen testen veel meer dan enkel de eindtermen. Zijn jullie examens evenwaardig? Bart Bellon: “Wij toetsen alleen de doelen die zijn vastgelegd door de Vlaamse overheid. In onze vakfiches vertalen we de eindtermen meteen naar de eindgebruiker. Op school gebruikt een leraar een leerplan, handboeken of lesmateriaal. Er is procesevaluatie en begeleiding. Er zijn veel meer tussenstappen. Scholen doen dus zeker meer. Maar makkelijker is het niet. Je doet bij ons altijd een graadexamen.” “We testen ook anders dan scholen. Een leraar geeft een jaar les, legt klemtonen en stemt de beoordeling daar toch een beetje op af. Wij hebben maar één examen. Dat moet goed zijn. Statistische analyses geven aan dat onze examens hoog scoren qua validiteit en betrouwbaarheid.” Misbruiken leerlingen de Examencommissie soms niet om herexamens af te leggen en zo een C-attest te omzeilen? Bart Bellon: “Dat is een grote misvatting. Kandidaten moeten bij ons altijd alle vakken afleggen, in graadexamens. Alleen wie het volledige secundair onderwijs doorliep, kan vrijstellingen krijgen.” “Neem een leerling die enkele tekorten heeft in het zesde jaar en een C-attest krijgt. Voor de meeste vakken heeft die leerling bewezen dat hij de doelstellingen bereikt. Maar voor die paar vakken zijn er grote tekorten. Die werk je niet weg in acht weken vakantie. Sommige scholen stellen hun leerlingen het jaar daarna vrij voor de vakken waarvoor ze geslaagd zijn, maar de meeste vinden dat organisatorisch te moeilijk.” “Voor die jongeren vullen wij een gat in de markt. Ze moeten wel een graadexamen afleggen, maar dat kan in enkele maanden tijd. Intussen nemen ze soms al credits op in het hoger onderwijs.”

“Ons publiek? Leerlingen die niet functioneren binnen het reguliere onderwijs” 56

Op school leren jongeren ook sociale vaardigheden. Missen kandidaten dat niet? Bart Bellon: “Wij vinden ook dat jongeren het best naar school gaan. Een school is veel meer dan een weg naar een diploma. Toch moet je aanvaarden dat het niet voor iedereen is weggelegd. Voor jongeren die ongekwalificeerd dreigen uit te stromen, kunnen we echt het verschil maken.” “Kandidaten geven soms wel aan dat het een eenzaam bestaan is. Je merkt dat ze elkaar vinden in onze wacht-


Klasse Magazine

“Wij vinden ook dat jongeren het best naar school gaan. Een school is veel meer dan een weg naar een diploma” ruimte. Ook online zoeken ze elkaar op via sociale media.” Evaluatie is jullie core business. Kunnen scholen daar iets van leren? Bart Bellon: “Op het vlak van digitaal toetsen staan we heel ver. 75% van de examens is digitaal. Het gaat om meer dan invulvragen, meerkeuzevragen of sleepvragen. Er zitten ook audio-en videofragmenten tussen en open vragen. De correctie gaat in de meeste gevallen automatisch. Een computerprogramma screent achteraf de slaagcijfers per examen en per vraag, zodat we fouten kunnen rechtzetten of vragen aanpassen.”

Alexandra Cooreman (15): “Ik volg de opleiding Viool in de Muziekkapel Koningin Elisabeth. Ik oefen zes uur per dag en reis veel voor concerten en mijn lessen in Madrid. Een carrière uitbouwen als violist lukt moeilijk als ik nog naar school moet. Ik vond school tof, al was er ook onbegrip, omdat iedereen dacht dat ik altijd op vakantie was. Ik hoop dat ik een groot violist word en de Koningin Elisabethwedstrijd win. Dit jaar ben ik nog te jong om deel te nemen, maar binnen vijf jaar doe ik het.”

“Bij mondelinge examens werken we altijd met twee assessoren. Ze scoren los van elkaar met een gedetailleerde beoordelingswijzer. Dat verhoogt sterk de betrouwbaarheid. We maken ook opnames, zodat we de examens opnieuw kunnen beluisteren.” “In onze bso-richting kantoor toetsen we de competenties die mensen nodig hebben op de werkvloer. Kandidaten moeten een dag in ons fictieve bedrijf Durathon werken. Constant passeren er bezoekers, klanten en leveranciers en gaat de telefoon. Twee assessoren observeren volgens de WAKKER-methode. Ze noteren objectief wat de kandidaten doen. Achteraf beoordelen ze de kandidaat op basis van de notities en een beoordelingswijzer. De lat ligt hoog. Kandidaten moeten 70% halen. Dat is het minimum om in een arbeidscontext te functioneren.” “Maar we sluiten ons niet af en halen ook expertise binnen van leraren die met hun twee voeten in de praktijk staan. Een netwerk van 250 freelanceleraren ondersteunt onze 50 vaste medewerkers bij het opstellen, screenen en corrigeren. Zo houden we voeling met de scholen.”

57

Jolan Jacobs (15): “Op school had ik vaak conflicten met leraren als ze hun job niet deden. De examencommissieklas van Atheneum Lier bood ook de vrijheid die ik nodig had. De coaches begeleiden me inhoudelijk. Ze luisteren en geven me kansen om zinvol bezig te zijn. Ik kan een week naar Frankrijk om Frans te oefenen. Op het ridderfestival Quondam leer ik als logistiek vrijwilliger zelfstandig problemen op te lossen en ik doe mee aan eenwielerwedstrijden op wereldniveau. Dat ik het sociale contact sterk mis, moet ik erbij nemen.”


Klasse Magazine

In de examencommissieklas

“Hier verdwijnen leerlingen niet van de radar” Wat als leerlingen het niet meer kunnen opbrengen om elke dag naar school te komen? “De Examencommissie is soms een oplossing, maar we zien onze leerlingen niet graag verdwijnen”, zegt directeur Christophe Van Wambeke. Atheneum Lier experimenteert daarom met een examen­ commissieklas. De gulden middenweg? Christophe: “In bso en tso lopen veel leerlingen achterstand op. Dat frustreert. Ze houden het op school niet vol. Daarnaast gaat voor steeds meer leerlingen school te traag. Ze zijn hoogbegaafd of komen door het watervalsysteem of een zorgproblematiek terecht in onze richtingen. Hoewel we sterk differentiëren, hadden we daar geen sluitend antwoord op daarom bieden wij nu een gemengd systeem aan. Elf leerlingen volgen deeltijds les bij ons en doen tegelijk een traject bij de Examencommissie. De bedoeling is wel dat ze daar afstuderen.” Ellen Faes en Debbie De Blauw begeleiden de leerlingen vakinhoudelijk, maar ook als leercoach. Debbie: “Als de klassenraad merkt dat een leerling dreigt uit te vallen, kan die hem de examencommissieklas adviseren. De toelatingsprocedure is streng. In een intakegesprek polsen we naar de motivatie en discipline. Leerlingen krijgen een proefperiode van één maand waarin we monitoren of ze afspraken nakomen, in de les zitten en bezig zijn met hun examens. Ze moeten eigenaar zijn van hun leerproces. Zien we dat niet, dan stopt het traject.” Ellen: “Elke week zitten we een uur samen met de leerling. Geraakt hij aan het juiste materiaal? Hoe gaat het studeren? Hoe voelt hij zich? We nemen de rol van titularis op. De leerling krijgt ook feedback over hoe het loopt.” Stel dat het misloopt bij de Examencommissie, gaat dan niet méér kostbare tijd verloren? Christophe: “Net daarom kiezen we voor een gemengd systeem. De leerlingen blijven ingeschreven in een rich-

58

ting op school, maar leggen voor elk vak examen af bij de Examen­commissie.” “In het begin maken we een inschatting per vak. Er zijn drie mogelijkheden. Vakken waar een leerling moeite mee heeft, plannen we bij de Examencommissie op het einde van het schooljaar in. Zo kan de leerling een jaar klassikaal opbouwen met een vakleraar. Hij doet de evaluaties op school mee en kan dus ook bij ons slagen voor het vak.” “Vakken waar de leerling goed in is, volgt hij niet op school. Zo komt er tijd vrij om te studeren. We plannen het examen bij de Examencommissie in het eerste semester. Slaagt hij, dan erkennen wij dat de leerling ook op school de doelstellingen gehaald heeft. Haakt hij later toch af bij de Examencommissie, is er voor dat vak geen groot probleem op school. Eventueel testen we nog extra doelstellingen die niet in de vakfiche staan.” “Je kan niet alle examens van de Examencommissie in het begin afleggen. De derde optie is een examen later op het jaar en geen les volgen. Daar zit het grootste risico, want wij hebben dan geen evaluaties. Die vakken volgen we goed op.” Doe je je eigen onderwijs geen onrecht aan als je de examens van de Examencommissie erkent als evenwaardig? Debbie: “Het klopt dat de Examencommissie anders evalueert. Maar toen ik de vakfiches Nederlands vergeleek met onze leerplannen bleek dat we inhoudelijk streven naar dezelfde doelstellingen.” Ellen: “Als er lacunes zijn richting het hoger onderwijs, lossen we dat op. Sommigen volgen voor wiskunde les over matrices, want die komen niet aan bod bij de Examencommissie.” Christophe: “Leerlingen moeten veel meer organisatievaardigheden etaleren. Ze komen onderhandelen over hun traject, stellen systemen in vraag. Op bepaalde vlakken zijn deze leerlingen een stuk sterker voorbereid voor hoger onderwijs en arbeidsmarkt.”


Klasse Magazine

Hoe ziet een lesweek van de examencommissieklas eruit? Debbie: “We zoeken samen met de leerlingen naar een optimaal programma. De meerwaarde van de sociale omgeving van de school, nemen we daarin mee. Zo stellen we niet makkelijk vrij voor L.O., hoewel leerlingen dat vak niet afleggen bij de Examencommissie.” Ellen: “Het lesrooster ziet er bij elke leerling anders uit. We mikken op ongeveer achttien lesuren op school. Leerlingen volgen les binnen hun richting voor een drietal moeilijke vakken. Ze studeren ook een paar uur op school, waarin ze hulp kunnen vragen. Twee dagen thuisstudie is ideaal, maar dat lukt niet altijd.” Is het voor leraren en medeleerlingen niet vervelend om een ‘toerist’ in de klas te hebben? Christophe: “De meeste leraren hebben er weinig last van, omdat we de vakken bewust uitkiezen. Onze leraar wiskunde bijvoorbeeld was heel enthousiast, omdat er enkele gemotiveerde leerlingen bij kwamen.”

Ellen: “Leerlingen volgen een vak volledig. Gelukkig staan veel collega’s daarvoor open. Uiteraard loopt het wel ’s mis. In de feedbackgesprekken confronteren we leerlingen daarmee. Loopt het nog niet goed, dan nodigen we de ouders uit. De derde keer mag een leerling niet verder in het traject.” Wat is de grootste meerwaarde van het systeem? Christophe: “De hele studiebegeleiding komt niet op de schouders van ouders terecht. Zij zijn geen onderwijsdeskundigen. Leerlingen kunnen terugvallen op de structuren van de school, zoals de leerlingbegeleiding. Wij blijven verantwoordelijk, volgen hen op en grijpen in waar nodig.” Ellen: “Ook het sociale aspect is belangrijk. Leerlingen kunnen mee op schooluitstap of eindejaarsreis. Dankzij de autonomie zijn leerlingen veel bewuster met hun leerproces bezig. Andere leerlingen zien het als een manier om hun leven meer zin te geven. Ze krijgen tijd voor engagement buiten de school of doen een project in een derdewereldland. Je ziet ze echt openbloeien.”

“Dankzij de autonomie zijn leerlingen veel bewuster met hun leerproces bezig" Ellen, coach economie en wetenschappen

59


In de klas van Laurien

“Teamwork is een cadeau” Laurien Eylenbosch geeft les in het zorg­portaal van IVV Sint-Vincentius in Gent, een project in samenwerking met VDAB. In haar klas zitten anderstalige nieuwkomers uit alle windstreken, (alleenstaande) ouders en kortgeschoolde werkzoekenden. Ze delen dezelfde toekomstdroom: verpleegkundige worden, maar ook de nood aan wat extra tijd en ondersteuning. Waarom ben je leraar geworden? “Tijdens een les in mijn opleiding ergotherapie in het hoger onderwijs besefte ik dat ik aan de andere kant van de klas wil staan. Om leerlingen iets bij te leren, ze te coachen, oprecht te ondersteunen en te begeleiden naar hun beroep.” Welke les geef je het liefst? “Praktische lessen. Over het zorgsysteem in België. Sommige leerlingen hebben geen idee hoe dat in elkaar zit of waar ze zelf recht op hebben. Dan trekken ze grote ogen over culturele verschillen. Een woonzorgcentrum of je uitspreken over euthanasie? Ondenkbaar in sommige landen.” Wanneer dacht je recent: waw, hiervoor doe ik het! “Als ze tijdens de pauze onder elkaar doorbomen over de les. Of als een stoere jongen me toevertrouwt: ‘Mevrouw, je lessen zijn echt interessant. Tel ze gerust voor duizend punten mee’.” Wat doe je vóór 8.30 uur? “Automatenkoffie drinken met collega’s in de lerarenkamer. Maar eerst checken of er geen bodempje betere koffie over is van de vergadering van de vorige dag.” Wat is je grootste glunderblunder? “Mijn tijdsinschatting. Lestijd moet je optimaal gebruiken. Nog altijd sluipt vooraf de twijfel binnen: heb ik voldoende lesmateriaal? Maar het omgekeerde is waar. Het belsignaal breekt mijn les af terwijl ik nog een kwart lesvoorbereiding over heb.”

Wie mag een gastles komen geven? “Mijn klasdeur staat altijd open voor Ignaas Devisch. Die mag het hebben over medisch-filosofische vraagstukken, over onze medicijnenmaatschappij en hoe de samenleving naar zorg kijkt.” Welke leerlingen blijven je altijd bij? “De openbloeiers. Leerlingen die mijn klas binnen­ komen met weinig zelfvertrouwen, toetsen missen en dreigen uit te vallen. Soms hebben ze dat extra duwtje nodig. Ik stond bij een jonge vrouw ’s ochtends aan de deur om samen naar school te fietsen. Maar uiteindelijk stralen ze bij de proclamatie: geschoold als verpleegkundige, gegroeid als mens.” Wat was de beste teamactiviteit? “Werken in team is een cadeau. Met collega’s materiaal delen en co-teachen. In en naast de klas elkaar feedback geven en leren van elkaar. Jammer dat niet iedereen daarvoor open staat. Vooral onzekerheid houdt leraren tegen.” Wat is je eerste boodschap aan stagiairs? “Jij krijgt mijn materiaal mee naar huis. Gebruik het tijdens je voorbereiding, maar zet het naar jouw hand. Dan leren we allebei van elkaar. Want als je klakkeloos lessen kopieert, zitten ze niet in je vingers.” Wat maakt je gelukkig? “Dat ik in mijn klas nieuwkomers hun zorgdroom mag helpen najagen. Van bootvluchtelingen die in hun vaderland geen geschiedenis hebben in de zorg tot alleenstaande moeders zonder eigen kamer om te studeren.” Wat maakte je recent dankbaar? “Onze directeurs verstikken zin voor initiatief bij hun leraren niet. We werken met autonome teams die mogen experimenteren. Op een andere manier lesgeven? Als dat onze leerlingen versterkt, zetten ze het licht op groen.”

Tekst Bart De Wilde Beeld Eva Vlonk


Klasse Magazine

De meeloper

De meeloper

Elien, PPW in het CLB 62


Klasse Magazine

De maandagochtendbel heeft nog niet gerinkeld, of ik bots in de gang van de school al op Elien. Ze is van thuis rechtstreeks naar hier gereden. Haar eerste overleg van de dag met zorgcoördinator Anja* start pas om 9 uur, maar ze arriveerde wat vroeger om een juf te spreken. Die vertrekt op cultuurklassen, en dus wil Elien snel horen hoe het intussen met een van haar leerlingen gaat. “Zo kan ik die nieuwe info meteen meenemen in de bespreking straks. Anders zijn we weer kostbare tijd kwijt”, legt Elien uit. 90 MINUTEN, 30 CASES Nog even goeiemorgen zeggen tegen de directeur en de secretariaats­ medewerker, en dan kloppen we aan bij de zorgklas. Anja klapt haar ringmap open, Elien haar laptop. We zijn het komende anderhalf uur vertrokken voor een bespreking van zo’n dertig kinderen, van kleuter tot zesde leerjaar. “Dit consultatieve zorgoverleg doen we één keer per maand, bovenop alle telefonische contacten die we met elkaar hebben”, vertelt Elien. “We overlopen de cases waar de school mee vastzit: wat hebben we al geprobeerd, welk effect heeft dat, zijn er nieuwe elementen, wat kunnen we nog meer doen …” Komt de oplossing telkens van Elien? “Mijn taak als CLB-contactpersoon van deze school is om ze met mijn blik van buitenaf te versterken bij haar aanpak, maar het is altijd sámen zoeken. Ik vergaar eerst alle info om het probleem voor mezelf helder te krijgen. Op basis daarvan geef ik feedback en probeer ik de juiste vragen te stellen.” “We lopen niet voor elke vraag meteen naar Elien”, voegt Anja toe. “Het is een getrapt systeem, een zorgcontinuüm: het eerste aanspreekpunt voor de leerling blijft de klasleraar, dan de groene leraar, vervolgens ik, en dan pas komt Elien in the picture. Die ook nog eens kan doorverwijzen.”

Weer mocht een Klasseredacteur iemand volgen die samen met scholen werkt aan sterk onderwijs en gelukkige leerlingen. Elien Verhaeghe heet ze. En ze werkt bij het CLB.

Tekst Nele Beerens Beeld Boumediene Belbachir

63

DRAAISCHIJF De eerste twee kleuters die aan bod komen, zitten in een complexe thuissituatie. Met de eerste gaat het inmiddels goed. De tweede gaat er op taalvlak op vooruit, maar blijft erg gesloten, signaleert Anja. “Daar moeten we nu verder aan werken”, besluiten ze, “want welbevinden komt op de eerste plaats.” Maar dit soort cases pakken Elien en Anja niet alleen aan. “Ook de klasjuf, de ouders en externe betrokken instanties nemen we mee in het hele traject.” Voor nog een andere kleuter is net logopedie opgestart in het revalidatiecentrum waarmee de school samenwerkt. Maar de mama vermoedt dat er meer aan de hand is. “Tijdens deze intakefase kijken we breed en formuleren hypotheses. Maar het CLB doet niet alle onderzoeken zelf”, verduidelijkt Elien. “Zo kunnen we screenen op ASS, maar geen diagnose stellen. Die heb je sinds de bijsturing van het M-decreet niet meer nodig om ondersteuning te krijgen op school. We vertrekken nu altijd van de vraag: wat heeft dit kind nodig? En welke ondersteuning moeten leraar en ouders krijgen? Dat brengen we volledig in kaart vanuit ons HGD-traject (handelingsgerichte diagnostiek). Aan het einde daarvan formuleren we onze aanbevelingen. En nemen we indien nodig onze draaischijffunctie op: het is dan onze taak om door te verwijzen naar de juiste instanties in ons netwerk.”


Klasse Magazine

De meeloper

"Ook als een kind thuis niet krijgt wat het verdient, moet ik constructief met zijn ouders omgaan" eens te contacteren. En neemt deze case mee naar het CLBteam morgen, waar het zal worden gedispatcht naar een ‘trajecter’. Dat wordt niet per se Elien. “Ook dat is nieuw”, verklaart ze. “Vroeger zaten we in kleine teams en moest je van alle markten thuis zijn, nu zijn we georganiseerd in grotere, multidisciplinaire teams. Zo komen we elk vanuit onze eigen expertise beter tegemoet aan de diverse vragen.”

Terwijl Anja updates geeft over elke leerling in haar map, tikt Elien razendsnel alles in een Word-document op haar laptop. “Uiteraard kan ik Anja’s digitale dossiers op Smartschool ook inkijken, maar een live gesprek is toch genuanceerder. Want af en toe is wat op het eerste gezicht een individueel probleem lijkt, eigenlijk een structureel klasprobleem. Dan zoek ik samen met de zorgcoördinator en de klasleraar naar alternatieven om dat weg te werken.” Straks op kantoor zal Elien alle relevante info voor het verdere traject netjes in LARS plakken, het CLB-eigen registratiesysteem. Op die manier is ze netjes voorbereid voor het wekelijkse CLB-teamoverleg. “Ja, dit is best ook een administratieve job”, erkent ze. VENTILEREN Volgende dossier. Een anderstalige kleuter maakt moeilijk contact met haar klasgenoten. “Dit meisje kennen we al van op het kleuterconsult”, herinnert Elien zich. Dat is er gekomen met het nieuwe decreet leerlingenbegeleiding: er zijn nu in de totale schoolloopbaan minder CLB-consulten, maar ze vinden wel eerder plaats, waardoor mogelijke problemen sneller gesignaleerd worden. “Wij proefdraaiden er vorig schooljaar al mee”, vertelt Elien. “Het is een onmiddellijk en logisch vervolg op de consultaties van Kind & Gezin, waarbij we de instappertjes samen met hun ouders zien op school. Bij deze kleuter raadden we revalidatie aan, onder andere omdat ze brabbelde.” Maar om haar sociale vaardigheden maken Anja en Elien zich meer zorgen. Tekenen? Het speelplein? Zomerkampjes? Het leverde allemaal niet veel op . Elien belooft de mama nog

64

Passeren vervolgens de revue: iemand bij wie de huiswerkbegeleiding niet van de grond komt, een kind dat te vaak ongewettigd afwezig is, een ouder die zich afvraagt of zijn kind naar de B-stroom zal moeten, een leerling met een laag zelfbeeld voor wie een individueel handelingsplan is opgestart. Vrolijk word je er niet van, merk ik bij mezelf. Of het bij Elien soms in de kleren kruipt, vraag ik haar wanneer we naar buiten glippen voor de fotoshoot. “Als ik weet dat we alles doen wat binnen onze mogelijkheden ligt, dan kan ik het meestal wel loslaten. Maar ik moet thuis af en toe eens ventileren. Over mijn frustraties rond de lange wachttijden bijvoorbeeld. Of als ik weet dat een kind thuis niet de verzorging en liefde krijgt die het verdient. Maar ook dan moet je steeds constructief met de ouders blijven omgaan.” GEEN PMS-HORROR Anja is inmiddels door haar cases heen. Elien heeft nog een vraag. Ze kreeg een telefoontje van een verontruste mama: ondanks de maatregelen die de juf al nam om haar zoon te helpen – binnen blijven tijdens de speeltijd, een studybuddy in de klas – blijft hij het moeilijk hebben. “Zullen we pictogrammen op de bank eerst nog even proberen”, stelt Elien voor. Hoe snel weet je of dat helpt, vraag ik me luidop af. “Elk initiatief proberen we zes tot acht weken uit. Pas dan zie je het effect. Voor de leraar in de klas is dat volhouden geblazen. Niet simpel, besef ik. Ik kan best snappen dat zij soms denken: het CLB heeft makkelijk praten.” Ik ben aangenaam verrast dat ouders rechtstreeks met Elien contact durven opnemen. “Ouders vinden inderdaad vlot de weg naar ons CLB. Dat komt doordat we goed samenwerken met onze scholen. Die open communicatie straalt af op de ouders. Ik heb niet het gevoel dat ze ons nog associëren met hun eigen ervaringen met het vroegere PMS”, lacht ze.


Klasse Magazine

Snel opwarmen aan een kop koffie. Want straks vindt in hetzelfde frisse zorglokaal het tweede overleg van de dag plaats. Met twee ondersteuners uit het ondersteuningsnetwerk. Zij zullen met Elien en Anja twee leerlingen bespreken die gedragsproblemen vertonen. Beide ondersteuners hebben de kinderen geobserveerd in de klas, de leraren en de ouders zijn mee, het CLB stelde een gemotiveerd verslag op en er werd een plan van aanpak opgemaakt. Dat zullen ze nu samen overlopen. Elien kruipt hier in haar rol van ‘trajecter’. Vanwege de gevoeligheid van deze dossiers worden de fotograaf en ik tijdelijk in de lerarenkamer ondergebracht. Waar het gelukkig warmer is. MULTIDISCIPLINAIR TOPTEAM Het is middag. We zetten koers naar het CLB. Elien parkeert haar grote, blauwe, vintage Chevrolet gezwind voor de ingang. Aan de buitenkant doet het gebouw enigszins aftands aan, maar binnen staan we plots in een wit landschapsbureau met veel natuurlijk licht. En gigantische muurstickers met giraffen en andere Afrikaanse wilde dieren. “Die open werkplek is een serieuze verbetering in vergelijking met de aparte bureautjes die we tot voor twee jaar hadden”, vindt Elien. Dat merk ik meteen aan de informele één-tweetjes die ze snel doet met de verpleegkundige en de secretariaatsmedewerker. Of we geen minuutsoepje willen, roept een collega ons toe voor we nog even een apart lokaaltje induiken voor een babbel. Een en al warmte hier. Het lijkt écht Afrika wel.

Het beeld dat ik heb van Eliens job als CLB-medewerker na een halve dag meelopen met haar: vergaderen en administratie doen. Maar uiteraard is het veel meer dan dat. We overlopen haar agenda voor de rest van de week. “Vanmiddag bel ik twee ouders op voor de studiekeuzebegeleiding van hun kind. Daarna bereid ik het teamoverleg van dinsdag voor. Woensdag heb ik op mijn secundaire school een begeleidingsgesprek met een leerling. Mogelijk moeten we in zijn geval doorverwijzen naar ons netwerk. Met enkele van die externe partners, o.a. het OCJ (Ondersteuningscentrum Jeugdwerk) heb ik donderdag overleg. Als contactpersoon moet ik daar vooral kijken en luisteren. En bewaken hoe we zo veel mogelijk schoolintern tegemoet komen aan de ondersteuningsnoden van de leerling.” En verder? “Vooral ad-hoc-taken”, legt Elien uit. Veel telefoontjes sowieso, maar af en toe ook een crisissituatie. Een leerling die wegloopt van school. Of een kind dat aangeeft dat het absoluut niet meer naar huis kan. Gelukkig kan ik daarvoor sinds kort rekenen op ons crisisteam dat mij ondersteunt.” Half twee. Ik laat Elien achter. Met haar laptop en haar boterhammen tussen de ‘Big Five’. De muurstickers, ja. Maar ik had het eigenlijk over haar geweldige collega’s. *Anja is een fictieve naam. Omdat Elien als CLB-medewerker gebonden is door het beroepsgeheim, werd tijdens het interview geen enkele leerling bij naam genoemd. Om privacyredenen vermelden we in het artikel ook de naam van de scholen en CLB niet.

Wie is Elien Verhaeghe? • bachelor in de toegepaste psychologie • ambieerde een job in de bedrijfswereld, maar werkt na een succesvolle stage intussen 9 jaar in een CLB • voor 80% contactpersoon van twee basisscholen en een secundaire school, voor de overige 20% trajecter (PsychoPedagogisch Werker - PPW)

65


MOET JE WETEN


Moet je weten

Klasse Magazine

Samenstelling Anne Siccard

Interessant lesmateriaal

STEM-KOFFERS INSECTENDIVERSITEIT basis- en secundair onderwijs

Trek met je leerlingen de schooltuin of nabije natuur in en ontdek hoe goed je school scoort op vlak van (insecten-) diversiteit. De materialen van de STEM-koffer van INVRIVI helpen je de wondere wereld van insecten te ontdekken en geven je ‘tips en tricks’ om het insectenleven in je (school-) tuin te verbeteren.

ZOEK DE BODEMHELDEN basisonderwijs

Mei is weer bodemheldenmaand. Ga samen op jacht in het bos, park of op de speelplaats naar pissebedden, miljoenpoten of mollen. Je vindt online educatief materiaal. Geef je vondst in en maak kans op een spel of op een klaspakket met o.a. een terrariumbak. bodemhelden.be

hogent.be/invrivi

LEVEN IN EEN VERANDERENDE WERELD

TAKE OFF

tweede en derde graad secundair onderwijs

secundair onderwijs

Met het gratis lespakket over geestelijke gezondheid leer je je leerlingen niet alleen dat goed in je vel zitten gebaseerd is op een sterke eigenwaarde en een positieve lichaamsbeleving. Je vertelt hoe ze dat kunnen bereiken. Spelletjes, powerpoints en ideeën voor groepsgesprekken houden het luchtig. geestelijkgezondvlaanderen.be/takeoff-lessenpakket

DANS EN ZING DE STRESS WEG basisonderwijs

Zoek je infosessies of workshops rond omgaan met taal en diversiteit, migratiestromen en -geschiedenis, democratie en burgerschap voor je leerlingen? Bij Atlas helpen ze je graag verder. Ook als je zelf meer over de onderwerpen wil weten/ leren. atlas-antwerpen.be/nl/vormingen

STATISTIEK IS MAGISCH vierde t.e.m. zesde leerjaar basisonderwijs

Met het lied ‘Geen Paniek’ kaart je met je leerlingen het thema stress aan. Het (gratis downloadbare) educatieve pakket bij het lied bevat instructies voor de dans, tekst, partituur en werkblaadjes. stresskip.be

Hoeveel inwoners telt de (school)gemeente? Hoeveel kinderen raakten gewond in het verkeer? Statistiek is belangrijk, leuk en superinteressant met de nieuwe site statbeljunior.be. Bekijk het Karrewiet-filmpje en ga aan de slag. ketnet.be/karrewiet/19-december-2018-statistieken

67


MOS-DEELSITE OP KLASCEMENT algemeen

Op zoek naar educatief materiaal rond duurzaamheid? Op de deelsite van KlasCement vind je lesmateriaal van MOS zelf, van andere organisaties en van leraren. Heb je materiaal dat je daar met collega’s wil delen? Voeg het trefwoord ‘MOS’ of ‘duurzaam’ toe. klascement.net/mos

Advertentie

DIVERSI-DATE secundair onderwijs

Met Diversi-Date laten Kenniscentrum Gezinswetenschappen en Axcent vzw leerlingen uit het secundair onderwijs praten over levensbeschouwing, binnen een veilige context. Naast de jaarlijkse Diversi-Datedag kan dat in de klas via talentgerichte methodieken. Je vindt online oefeningen, methodieken en educatief materiaal. kcgezinswetenschappen.be/nl/diversi-date

MIND OVER MEDIA secundair en hoger onderwijs

Ga met je leerlingen de discussie aan over hedendaagse propaganda en daag ze uit om na te denken over de kracht van communicatie en de verantwoordelijkheden van zowel boodschapper als publiek. De online-lesideeën helpen je. propaganda.mediaeducationlab.com/nl/teachers


Moet je weten

DE PESTKOP BLUES

Klasse Magazine

ERFGOEDDAG 2019 – 28 APRIL

tweede en derde graad lager onderwijs

‘De Pestkop Blues’, het muzikale antipestproject van leraar en componist Meester P., is meer dan een verzameling van zeven leuke nummers (ook in karaoke-versie!). De leerlingen leren op het ritme van de blues hun maatschappelijke betrokkenheid te verhogen. Hoe? Dat lees je in de handleiding met zeventien lesactiviteiten en liedjesteksten met partituren. meesterp.hearnow.com

basis- en secundair onderwijs

Met het thema ‘Hoe maakt u het?’ zet Erfgoeddag het culturele erfgoed van en over vakmanschap, meesterschap, leren en maken in Vlaanderen in de kijker. Maar ook de vakmensen en hoe ze hun vak doorgeven komen aan bod. Tijd om het beeld van de echte vakmens op te waarderen. Het programma staat vanaf 28 maart online. faro.be/erfgoeddag

SUSKE EN WISKE REDDEN DE OCEAAN

LEVE DE KROON

basisonderwijs

basisonderwijs

Wat kreeg farao Toetanchamon mee in zijn graf? Hoe kwam Bloody Mary aan haar naam? Welke vorst was slechts twintig minuten koning? In het koninklijk boek van Sarah Devos & Wendy Panders lees je alles over bijzondere koningen, waanzinnige keizerinnen, verkwistende sultans en stoere prinsessen.

The Ocean Cleanup ken je al. Met het stripalbum ‘Lambik Plastiek’ willen Suske en Wiske helpen om de oceanen te redden. De striphelden zoeken een oplossing voor de plasticsoep. Eerst pakken ze de Belgische kust aan. SEA LIFE organiseert i.s.m. Standaard Uitgeverij een aantal beach cleanups en Suske en Wiske evenementen. sealife.be

lannoo.be/nl/leve-de-kroon

WIN! 5 x ‘Leve de kroon’. Waag je kans via klasse.be/win.

MAAK HET NIEUWS KLAAR eerste en tweede graad secundair onderwijs

Wil je de klimaatopwarming op een heldere manier uitleggen? Of een Facebook-algoritme omschrijven? KLAAR, een initiatief van de VRT, verstuurt elke woensdagnamiddag audiovisueel materiaal om moeilijke onderwerpen helder te brengen. Bekijk ze via Het Archief voor Onderwijs of Smartschool.

PRIKKELARME KLASSEN basisonderwijs

Als het Egel te veel wordt, te druk, te luid of te vlug, dan prikt hij per ongeluk alle ballonnen stuk. Hoe ga je om met zoveel prikkels? ‘Ik prik’ is een ontwapenend voorleesboek van Kim Crabeels over hoogsensitiviteit én een pleidooi voor prikkelarme momenten in de klas. lannoo.be/nl/ik-prik – met gratis downloadbare lesbrief

onderwijs.hetarchief.be/projecten/klaar

WIN! 5 x ‘Ik prik’. Waag je kans via klasse.be/win.

69


Advertentie


Moet je weten

Klasse Magazine

Levenslang leren

CONFERENTIE

BLOG

HOMO’POLY END CONFERENCE

EDUBRON BLOGT

KU Leuven organiseert vanuit het Europese project Homo’poly een conferentie rond homoseksualiteit (17 en 18 mei). Je kan er praktische workshops volgen over didactische materialen voor secundair en hoger onderwijs.

De onderzoeksgroep Edubron (UAntwerpen) publiceert niet alleen in wetenschappelijke tijdschriften. Op haar blog vind je o.a. artikels over werkplekleren, datagebruik bij leraren, en hoe je leerlingen aan het lezen krijgt.

homopoly.eu/end-conference

edubronblogt.be

CONFERENTIE

BLOG

COMMUNITY WELL-BEING AND RESILIENCE Wie echt aan de slag gaat met conflict leert bij en wordt veerkrachtiger. Tijdens de driedaagse rond herstelgericht werken in Kortrijk (15-17 mei) ontdek je hoe anderen omgaan met conflict. Wel vooraf inschrijven. pheedloop.com/belgium2019/site/home/

BOEK

OPGROEIEN ‘Schoolpsychologie en Ontwikkeling in Context (SCenO)’ (KU Leuven) post op zijn blog tweewekelijks laag­drempelige berichten rond eigen onderzoek en andere topics zoals depressie bij schoolkinderen, te ziek voor school en positieve psychologie in onderwijs. opgroeienblog.wordpress.com/

BIJSCHOLING

PEDAGOGIEK IN DE 20STE EEUW

ENGLISH LANGUAGE COURSES

Jan Masschelein verzamelde voor ‘Dat is pedagogiek’ meer dan 40 sleutelteksten uit alle pedagogische domeinen. Denkers als Hannah Arendt, Michel Foucault, Jean Piaget en Maria Montessori leveren nog altijd actuele inzichten en inspiratie voor scholen en leraren.

Het Britse InterEducation organiseert trainingen, bijscholingen en studiebezoeken voor niet-Engelstalige leraren en leerlingen. Van opfriscursussen Engels en CLIL-trainingen tot cursussen voor leraren Engels die met leerlingen met speciale noden werken. Veel bijscholingen komen in aanmerking voor een beurs.

lup.be intereducation.eu/index

WIN! 3 x ‘Dat is pedagogiek’. Waag je kans via klasse.be/win.

71


Klasse Magazine

Moet je weten

Tips voor je leerlingen

ONDERWIJSKIEZER

STAR FOR A WEEK

algemeen

tweede lager t.e.m. tweede graad secundair onderwijs

Zoeken je leerlingen een studierichting die bij hen past? Dan kan je ze verwijzen naar de website Onderwijskiezer, een initiatief van de CLB-centra met de steun van het Departement Onderwijs.

Heb je leerlingen die houden van zingen, dansen, muziek, fotoshoots en optreden? Willen ze graag de kneepjes van het vak leren? Dat kan tijdens de zangstage ‘Star for a Week’ in de paas- of zomervakantie.

onderwijskiezer.be mindthevoice.be

DUAAL LEREN: OP SCHOOL ÉN IN EEN ONDERNEMING secundair onderwijs

ONDERNEMERSKAMPEN secundair onderwijs

Bijleren én meteen ervaring opdoen in de job van je dromen? Voor heel wat leerlingen is duaal leren de ideale mix. Naast de jobinhoud leren ze meer rond communicatie, feedback vragen en deadlines respecteren. Ook hoger onderwijs blijft een optie. Bekijk online de info en getuigenissen. duaalleren.vlaanderen

Tijdens de ondernemerskampen van Junior Argonauts vzw staan individuele talenten en vaardigheden centraal. Zo ontdekken jongeren op een speelse manier of ze expert of ondernemer willen worden. Deze thema's komen aan bod: gamen, robotica, vloggen en fashion. juniorargonauts.be

AGENDA VOOR KINDEREN

JEUGDBOEKENMAAND 2019 algemeen

algemeen

Zitten in jouw klas kinderen die tijdens de weekends of vakanties graag een nieuwe uitdaging aangaan? Tip ze deze online evenementenkalender voor kinderen of bekijk hem samen eerst even. Voor elk wat wils.

De jaarlijkse jeugdboekenmaand loopt nog tot 31 maart en viert de vriendschap. Laat je leerlingen vertellen over hun verre, oude, nieuwe, dieren- en Facebook-vrienden. Zoek dan met hen het boek dat het best bij ze past. jeugdboekenmaand.be

out.be/nl/agenda/voor-kinderen/

72


Klasse Magazine

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

2 3

Door loper Ons kruiswoordraadsel is een wit blad, wachtend op oplossingen. Een doorloper dus. Veel succes.

Een tip: de cijfers tussen de haakjes verklappen de lengte van de woorden.

Het woord in de gele vakjes is je eerste stap richting een reischeque van 500 euro. Daarmee kan je een citytrip kiezen uit het volledige aanbod van Holidayline. Surf vóór 22 april naar klasse.be/win en waag je kans.

4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

HORIZONTAAL

VERTICAAL

1. 2. 3. 4.

1. Gebrek aan lesgevers (13) 2. Uitgang (4) / voorzetsel (2) / Grieks eiland (3) / voegwoord (2) / onderofficier (afkorting, 2) 3. Agenda (8) / staren (5) 4. Dure paddenstoel (7) / voorzetsel (2) / wrange (4) 5. Houtbewerker (7) / hulsje (6) 6. Kijk! (3) / een zekere (3) / vrouwelijk schaap (3) / dierenverblijf (4) 7. Vriendje van Sien (2) / het woord dat je zoekt (7) / belasting (4) 8. Voorzetsel (2) / mythisch land achter de regenboog (2) / vaste prothese op je gebit (9) 9. Naam onbekend (Latijn, afkorting, 2) / tamme dieren op de boerderij (3) / Thaise rivier (2) / boom (2) / dus (4) 10. Voedsel innemen (4) / hengel (3) / raamwerk (6) 11. Laat (Frans, 4) / edelgas (4) / religieus lied (5) 12. 365 dagen (4) / de bal met de hand in het spel brengen (6) / kloosterbroeder (3) 13. Oude lengtemaat (2) / roddels (11)

Voorjaarshemellichaampje (13) Buitensporig (10) / paling (3) (Traditioneel) gebruik (7) / alom (6) Voorzetsel (Engels, 2) / spieken (8) / binnenkort (3) 5. Zeehond (3) / duisternis (Duits, 10) 6. Australische vogel (4) / deel van een tenniswedstrijd (3) / onderwijsvorm (3) / stek (3) 7. Antwerpse gemeente (4) / wervelwind (7) / persoonlijk voornaamwoord (2) 8. Uitbater van een Indonesische winkel (10) / gevangenis (3) 9. Inwoner van een Europees land (3) / Italiaanse rivier (2) / Duits voorzetsel (2) / jeugdbeweging (3) / speelgoed (3) 10. Moeite met kiezen (11) / ingenieur (afkorting, 2) 11. Beroering (6) / hartslagader (5) / muzieknoot (2) 12. Deel van een schip (4) / bevestiging (2) / projectiel (5) / deel van een schip (2) 13. Theater (6) / gezichtsbeharing (4) / vloerbekleding (3)

73


Klasse Magazine

COLOFON

OVER JE ABONNEMENT

Klasse Magazine 015 – maart 2019

Met Klasse Magazine willen we jou als leraar of onderwijsprofessional informeren, inspireren en versterken. Bedankt dat jij een abonnement nam! Daar horen enkele voorwaarden bij.

Magazine voor onderwijs in Vlaanderen, uitgegeven door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel Hoofdredacteur: Hans Vanderspikken Eindredacteur Klasse Magazine: Bart De Wilde Cover: Hedof Klasse is een team. Werken samen aan dit project: Michel Aerts, Nele Beerens, Alexander Callewaert, Ruben Cassiman, Sabrina Claus, Piet Creten, Tinne Deboes, Patrick De Busscher, Diana De Caluwe, Cherline De Maeght, Robin De Vries, Hannah El Idrissi, Kyra Fastenau, Sara Frederix, Seppe Goossens, Stijn Govaerts, Mieke Keymis, Leen Leemans, Peter Mulders, Ann Nevens, Tim Paternoster, Eva Pieters, Mieke Santermans, Tim Sels, Anne Siccard, Sander Teirlynck, Bram Truyens, Marc Vanbelle, Toon Van de Putte, Sigrid Vandemaele, Sonja Van Droogenbroeck, Michel Van Laere en Bavo Wouters. Klasse is een multimediaal communicatieproject dat onderwijsprofessionals, ouders en leerlingen versterkt en verbindt. Daarvoor gebruikt Klasse online kanalen, een magazine, acties en campagnes. Klasse.be facebook.com/klasse twitter.com/klasse_be Reageren op een artikel of heb je nieuws voor de redactie? 02 553 96 86 of redactie@klasse.be. Wil je adverteren in Klasse Magazine, op onze website of nieuwsbrieven? 02 553 96 94 of publiciteit@klasse.be. Overname van artikels uit de publicaties van Klasse is geen probleem, als je de bron expliciet vermeldt. Foto’s en illustraties worden door het auteursrecht beschermd. Verantwoordelijke uitgever: Koen Pelleriaux, Departement Onderwijs en Vorming.

Een individueel abonnement nemen op Klasse Magazine - Je kan je abonneren via klasse.be/ abonnementen. Een abonnement kost 10 euro (vrij van btw) en loopt gedurende 4 opeenvolgende nummers, ongeacht op welk moment in het jaar het abonnement is ingegaan. Bpost bezorgt elk nummer bij je thuis. Een abonnement is niet opzegbaar gedurende deze termijn en je kan ook geen gedeeltelijk abonnement nemen. Woon je in het buitenland? Dan kost een abonnement 20 euro. Een abonnement nemen als school of organisatie - Als school of organisatie kan je voor meer abonnees gelijktijdig een bestelling plaatsen en betalen. Dat kan via secretariaat@klasse.be. De verantwoordelijke van de school geeft daarbij alle nodige gegevens door in het sjabloon dat Klasse ter beschikking stelt. Je kan ervoor kiezen om de nummers te laten leveren op de respectieve thuisadressen van de abonnees óf op het adres van de school. Bij levering op school worden alle nummers afzonderlijk naar de school verzonden, dus niet in één pakket. De school is verantwoordelijk voor de persoonlijke bezorging bij de abonnee. Je abonnement verlengen - Je abonnement verlengen doe je telkens voor 4 opeenvolgende nummers. Als je niet kiest voor een abonnement dat automatisch hernieuwt, vind je bij het laatste nummer waar je recht op hebt een brief met alle nodige informatie om je abonnement te verlengen. Bij de overgang van een persoonlijk abonnement naar een abonnement dat wordt betaald door je school, neem je het best even contact op met secretariaat@klasse.be. Wanneer start je abonnement? - Een abonnement start pas zodra Klasse de betaling ontvangen heeft en geldt vanaf de verschijning van het eerstvolgende nummer. Abonnementen die betaald zijn nadat een nummer verschenen is, starten bij het daaropvolgende nummer en gelden voor 4 opeenvolgende nummers. Wat als een nummer verloren gaat?- Als abonnee ben je verantwoordelijk voor het bezorgen van je correcte adres wanneer je inschrijft op een abonnement. Bij een groepsabonnement met meerdere adressen is de organisatie die de bestelling plaatst verantwoordelijk. Wanneer er ondanks een correcte adressering toch een nummer verloren gaat tijdens de verzending, zal de redactie in de mate van het mogelijke dat nummer nazenden. Zijn er geen exemplaren van het betreffende nummer meer voorradig, dan verlengt Klasse je abonnement met 1 nummer. Adreswijzigingen zijn op verantwoordelijkheid van de abonnee. Je kan ze bezorgen aan secretariaat@ klasse.be of via je profiel op Klasse.be. Acties en wedstrijden - Wanneer Klasse een speciale actie of een exclusief aanbod voor abonnees doet, geldt dit per abonneenummer. Wanneer 1 abonnee verschillende exemplaren van Klasse ontvangt, geldt het aanbod slechts voor 1 abonnement. Je Lerarenkaart - Abonnees die recht hebben op een Lerarenkaart én hun abonnement betaalden voor 1 november krijgen samen met het decembernummer van Klasse Magazine de Lerarenkaart voor het volgende kalenderjaar thuisbezorgd. Wanneer meerdere Lerarenkaart-houders op 1 adres wonen en slechts 1 van hen is abonnee, kan de abonnee bij het bestellen 1 extra Lerarenkaart koppelen aan het abonnement, voor andere inwonenden op hetzelfde adres. Zij krijgen dan ook de Lerarenkaart thuis bij het decembernummer. Het laten toesturen van meerdere Lerarenkaarten naar 1 abonneeadres is een gunst voor abonnees en geldt niet voor groepsabonnementen. Misbruik hiervan, vastgesteld op basis van onderzoek van de redactie of van klachten van benadeelde Lerarenkaart-houders, zorgt ervoor dat de abonnee geen Lerarenkaart meer krijgt toegestuurd. Lerarenkaart-houders die geen abonnee zijn, kunnen hun Lerarenkaart ophalen in hun lokale bibliotheek tot en met 30 juni. Welke dat is, kunnen ze nagaan op klasse.be/waarismijnlerarenkaart. Je Lerarenkaart blijft geldig tot 31 december van het kalenderjaar dat op de kaart vermeld staat. Startende leraren die nieuw in dienst treden in het onderwijs, krijgen een proefnummer van Klasse Magazine én hun Lerarenkaart in de brievenbus. Afhankelijk van wanneer je in dienst treedt, krijg je dit proefnummer 2 à 4 maanden na je start. Contactgegevens - Klasse beheert de gegevens van abonnees met de grootste zorg en houdt deze enkel bij voor eigen gebruik. Klasse kan de contactgegevens van abonnees gebruiken om hen te contacteren met informatie over hun abonnement of andere diensten van Klasse. Privacy - Klasse hecht veel waarde aan de bescherming van persoonsgegevens en respecteert de privacy van abonnees. We gebruiken je gegevens voor beheer en betaling van je abonnement, communicatie over magazines en andere diensten van Klasse. Wanneer je een abonnement neemt, maken we ook een profiel voor je aan op Klasse.be, zodat je je abonnement ook zelf kan beheren. Dit betekent dat je als abonnee ook akkoord gaat met de gebruiksvoorwaarden van Klasse.be. Meer info kan je vinden in onze privacyverklaring.

is onderwijs en vorming

Abonnementsvoorwaarden - Het intekenen op een abonnement houdt in dat je deze abonnementsvoorwaarden aanvaardt. Klasse kan indien nodig de abonnementsvoorwaarden wijzigen. Deze abonnementsvoorwaarden vernietigen en vervangen dan alle voorgaande abonnementsvoorwaarden.


Advertentie


Klasse Magazine - driemaandelijks tijdschrift maart/april/mei 2019 Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Redactie Klasse - Koning Albert II-laan 15 - 1210 Brussel Afgiftekantoor Brussel X - P-004699

WIE IS JOUW

De Leraar van het Jaar is niet alleen In 2019 gaat de titel ‘Leraar van het Jaar’ naar een team. Want lesgeven doe je niet (meer) alleen. Wie samenwerkt, is blijer in zijn job en voelt zich meer verbonden met de school. En door hun talenten te bundelen, brengen leraren de leerlingen verder. Ken jij zo’n superploeg(je)? Of maak je er zelf deel van uit? Nomineer dan dat duo, die werkgroep of de hele equipe. Doe het vóór 15 april op Leraarvanhetjaar.be.

PB- PP B- 02164 BELGIE(N) - BELGIQUE

Profile for klasse.be

Klasse Magazine 015  

Klasse Magazine 015  

Profile for klasse.be