Issuu on Google+

001 - september 2015

www.klasse.be

MAGAZINE

Differentiëren, moet dat nu écht?


Advertentie


MAGAZINE 05.

Meer Klasse dan ooit

06.

LEZERS,VOLGERS, POSTERS

24.

48.

63.

Vlaanderen erkent zijn directeurs

“Gent kleurt oranje”

Scoren met STEM

50.

66.

CIJFERS

26.

REPORTAGE

Tandenpoetsen op school

08. OPINIE

Waarom ouders en leraren in hetzelfde kamp zitten

35.

Nog altijd een boekske

11.

38.

“De Vlaamse leraar doet het al”

“Waardering van leraren doet wat met een leerling”

DOSSIER DIFFERENTIËREN

22.

DE DIRECTEUR

“Waarom ik de sleutels van mijn school uitdeel”

LERARENDAG

REPORTAGE

CEO Saskia Van Uffelen over digitalisering in onderwijs

56.

REPORTAGE

“Elke donderdag op StuBru, maar geen leering die het weet”

REPORTAGE

43.

OP STAP MET JE LERARENKAART

Dan toch? Een nieuw magazine van Klasse? Blader, ontdek, voel, zoek. Laat het liggen en pak het opnieuw vast. Dit driemaandelijkse magazine met harde kaft en nieuwe look wil uren leesplezier brengen in je living en discussiestof leveren in de lerarenkamer.

3

60.

“Eind augustus is er niets leuks meer aan solliciteren”

REPORTAGE

OP STAP MET JE LEERLINGEN

69.

NIEUW LESMATERIAAL

72.

DOORLOPER

Win een reischeque van 500 euro

73.

SCHEUR UIT

Eerst koffie, dan les

Het is het eerste en meteen het laatste magazine dat gewoon gratis in je bus valt. Wil je meer? Kijk naar de achtercover en ontdek wat je allemaal krijgt voor een abonnement van 10 euro. Tot in december? Of vroeger al, op onze nieuwe Klasse.be. Doen!


Advertentie


Klasse Magazine

Edito Meer Klasse dan ooit

Nee, je droomt niet. Een fris, vernieuwd Klasse Magazine is wel degelijk in je brievenbus gevallen. Dat boekske bestond toch niet meer, horen we je denken? Toch wel, Klasse heeft nog altijd een boekske, maar ondertussen evolueerden we naar een versterkt multimediaal communicatieproject. Het papieren luik heb je nu vast. Dit magazine verschijnt voortaan vier keer per jaar. Uitgewerkte dossiers en inspirerende portretten van jou en je collega’s. En dat in een frisse, nieuwe vorm. Leg het weg, neem het terug vast, hou het bij. Ook Klasse.be is helemaal nieuw. Als je een profiel aanmaakt met je rol en interesses, krijg je een website op maat. Schrijf je in voor onze nieuwsbrieven en volg ons op de sociale media. En met je persoonlijke Lerarenkaart geniet je nog altijd van exclusieve voordelen en word je lid van de grootste en fijnste club van Vlaanderen: die van de leraren. Inhoudelijk blijft het multimediale Klasse bieden wat je van ons gewoon bent: positieve, authentieke, kwaliteitsvolle en betrouwbare journalistiek over onderwijs. Het vertrekpunt ben jij: waar heb jij als onderwijsprofessional nood aan? We willen meer dan alleen informeren. We willen je ondersteunen, inspireren en verbinden met collega’s, leerlingen en ouders. Je kan alles gratis online raadplegen en elke school krijgt één exemplaar van dit magazine voor de lerarenkamer. Maar het lukt niet meer om elke leraar een gratis magazine thuis te bezorgen. Daarom bieden we je graag een abonnement aan, 10 euro voor vier nummers. Abonneer je vóór 19 oktober, dan krijg je bij het decembernummer meteen ook je Lerarenkaart thuisbezorgd. Als je geen abonnement neemt, vind je de gratis Lerarenkaart vanaf 19 december in de bibliotheek in jouw buurt. Eerlijk? Vorig schooljaar was zwaar, met besparingen die onze redactie op haar grondvesten deden daveren. Het magazine voor ouders en de jongerencommunicatie Yeti en Maks! sneuvelden. Maar we zagen óók de kansen om onszelf opnieuw uit te vinden, digitaal én op papier. Er is geen collega bij Klasse die niet heeft meegedacht aan dit vernieuwde verhaal. En we begrijpen nu wat het betekent: never waste a good crisis. Die hielp ons ook om onze focus scherp te stellen: we kiezen voluit voor de leraar en de directeur. Voor jou is er meer Klasse dan ooit. Maar we hoeven je niets te vertellen over moeilijke contexten. Dat is immers ook jouw dagelijkse klasrealiteit: het M-decreet, vluchtelingen in de klas, kansarmoede, pestproblemen … Gelukkig zijn er ook veel succesverhalen en voelen leraren in Vlaanderen veel vuur, passie, zorg en motivatie voor al hun leerlingen met sterk verschillende interesses, leerstijlen en achtergronden. Die inspirerende passie wil Klasse met je delen. Check de ambities van dit blad, maak je profiel op Klasse.be en steek binnenkort je Lerarenkaart op zak. Welkom bij Klasse! redactie@klasse.be

5


LEZ E R S , VO LG

Klasse Magazine

S ER

STERS O ,P

KLASSE.BE

VLUCHTELING OP SCHOOL Hoe begeleid je vluchtelingen op school? Lees de reeks ‘asielzoekers’ op Klasse.be en ontdek getuigenissen van jongeren en leraren, tips en didactisch materiaal. Ook jouw school kan in actie schieten.

IN DE MEDIA

BIJKLUSSEN VOOR BOEKEN Laura Buelinckx (leraar, Atheneum Vilvoorde): “Vaak zien wij het als leraar niet eens, dat een leerling het thuis misschien wat moeilijker heeft. Zo had ik een meisje in de klas, steeds met een lach op het gezicht, enthousiast, positief in de les en daarbuiten, een werkertje. Groot was mijn verbazing toen ik op de leerlingensite Maks! moest lezen dat zij gaat bijklussen om haar verdiende centjes aan schoolboeken te spenderen. Met een alleenstaande mama en nog schoolgaande broers en zussen betaalt de schoolrekening zichzelf niet.” (De Morgen, 27 augustus 2015)

6

Toon je solidariteit. Met de gratis raambordjes van Vluchtelingenwerk Vlaanderen toon je dat je een gastvrije school bent.

Zamel geld of spullen in. Schakel de ouderraad en de leerlingenraad in. Bak appeltaarten, brei warme truien … en registreer je actie op de website van Music for Life. Als je spullen wil doneren met de klas neem je het best eerst contact op met lokale vrijwilligersgroepen, het OCMW van je gemeente, een opvangcentrum, de kerkgemeenschap, moskee of andere levensbeschouwelijke organisatie uit jouw buurt. Vraag ook eerst welke spullen echt nuttig zijn.

Neem een gastvrij initiatief. Vind inspiratie op vluchtelingenwerk.be. In het voorjaar van 2016 kan jij jouw initiatief indienen en maak je kans op de Gastvrij Award én 1000 euro.


Lezers, volgers, posters

Klasse Magazine

KLASSE.BE FACEBOOK

ZENUWEN VOOR DE DIRECTEUR Emily Steenwegen : “Binnen een maand moet ik voor de allereerste keer op functioneringsgesprek. Ik heb wel al gesprekken gehad met de directie na observaties van mijn lessen. Dit is nu het derde jaar dat ik lesgeef. Er zijn ook wat dingen die ik moet voorbereiden, maar heeft iemand tips of kan iemand uitleggen hoe dit helemaal verloopt? Heb hier wat zenuwen voor, alvast bedankt!” Kim Verschuere: “Er wordt gevraagd wat je van jezelf goed vindt en waaraan je zelf vindt dat je nog wat moet werken. Er werd bij mij ook gekeken of mijn klasagenda in orde was en of er telkens iets bij evaluatie was genoteerd. Daarna gaf de directie mij nog tips over wat er volgens hem nog beter kon. Ook mijn klasinrichting werd besproken.” Op de Facebookpagina van Pas voor de Klas gaan startende leraren met elkaar in dialoog. Coaches en experten lezen mee.

“Mijn leerlingen steken uitwisbare bordjes omhoog” Bekijk de one-minute-tip van leraar Chris Caestecker op Klasse.be

MAG DAT?

ZINDELIJKE PEUTERS Juf Elke: “Elk schooljaar krijg ik meer peuters in mijn klas die nog niet zindelijk zijn. Dat vraagt veel energie die ten koste gaat van de andere kleuters. Mag de school hen weigeren?” KLASSE.BE

“EENTJE VOOR DE KOELKAST” Mama Kelly Van de Venne reserveert elk jaar een stukje koelkast voor de Klasse-kalender. De nieuwe kalender, schooljaar 2015-2016, staat online. Download hem op Klasse.be Plaats genoeg voor al jouw wilde plannen. Yscha Vinny Jayjay: “Krijg je deze versie ook via het boekje op school?” Klasse: “Jammer genoeg niet. Er is geen boekje meer voor ouders. Voortaan is onze Facebookpagina the place to be voor ouders.”

7

Leeftijd is de enige voorwaarde om kinderen te laten starten in het kleuteronderwijs. Scholen mogen alleen kinderen weigeren als de school vol is. Een school mag dus niet in het schoolreglement opnemen dat ze kleuters weigert die nog niet zindelijk zijn. Dat de school ‘verwacht’ dat kleuters zindelijk zijn, kan ze eventueel wel vermelden. Ze mag duidelijk maken aan de ouders dat de kleuterjuf haar pedagogisch werk niet kan doen als ze voortdurend luiers moet verversen. De ouders blijven in de eerste plaats verantwoordelijk voor de zindelijkheidstraining.


Klasse Magazine

Opinie

“Is het niet absurd dat leraren en ouders zich tegen elkaar laten uitspelen?” September, dat is de tijd van het jaar waarin kinderen weer onder een rugzak waggelen en alle leraren plots ‘Die’ blijken te heten. ‘Die’ van wiskunde is een rare. ‘Die’ van Frans een vieze. ‘Die’ van scheikunde heeft geen humor. Zo gaat dat in een tienerleven: de leraar is die uit het andere kamp. ‘Die’ met de wonderlijke wensen over de interlinie in het ruitjesschrift. ‘Die’ met de hoge eisen voor huiswerk. Kinderachtig is het, dat denken in kampen, ik zou het mijn tiener dringend nog eens op het hart moeten drukken, maar eerlijk? Er zijn momenten dat ik nog altijd in de verleiding kom om zelf zo te denken. En ik ben duidelijk niet alleen. Noem een recente discussie over school, en bijna altijd weer zaten ouders en leraren in andere kampen: het luxeverzuim, de duur van de vakanties, het schoolkamperen, de ouderparticipatie, het getouwtrek rond B- en C-attesten, zelfs de zindelijkheid van kleuters of het M-decreet. En dan is er, voor het schooljaar goed en wel begonnen is, weer zo’n krantenkop: ‘School neemt over als ouders tekortschieten.’ Hoezo, denk je dan. Wat hebben we nu weer mispeuterd, volgens die van Kamp Noord? Natuurlijk worden die discussies gevoed door de media en hun liefde voor pittige titels, maar er is misschien toch meer aan de hand. Als ouders worden we meer dan ooit gebombardeerd tot experts in het leven van

8

onze kinderen. Van bij hun geboorte krijgen we boodschappen over hun veiligheid, ontwikkelingskansen en risico’s over ons heen. Voortdurend wordt ons ingefluisterd dat wij de volledige verantwoordelijkheid dragen voor hun geluk. Als wij maar hard genoeg ons best doen, zal hun levenspad bestrooid zijn met confetti en gouden lepeltjes. Neem het ons dan eens kwalijk dat wij onze kinderen te vuur en te zwaard verdedigen, een C-attest aanvechten of desnoods een maand aan de schoolpoort kamperen. Niet zelden zijn het onze angsten die de kloof met de school groter maken. Zijn we ongerust, dan vertalen we dat in strijdlust. Voelen we ons machteloos of beschaamd, dan verbergen we dat achter veel branie. In een maatschappij die ons voorspiegelt wat er allemaal in onze macht ligt, is de stap immers enorm om tegen een andere volwassene, een leraar nog wel, te zeggen: ik weet het niet. Ouders voelen zich niet alleen onzeker. Als het mis gaat, legt de samenleving de schuld ook onredelijk snel bij hen. Kind op de dool? Spijbelende tiener? Wat zijn dat voor ouders! Maatschappelijke vraagstukken – armoede, uitsluiting, zorgvragen – worden al te gemakkelijk gezien als een individueel falen. Ouders krijgen daardoor vaak geen hulp maar tips, wat echt niet hetzelfde is. En als de maatschappij gezinnen niet voldoende steunt, dan wordt ook de druk op leraren groter, omdat veel meer vragen hun kant uit komen. Geen


Mijn idee van Onderwijs

Klasse Magazine

OUDER

LERAAR

LEERLING

DIRECTEUR

Vertel hoe jij over onderwijs denkt. Wat loopt er goed? Wat kan beter? Hoe moet het onderwijs van de toekomst eruit zien? Ben je ouder, leerling, leraar of directeur? En je wil reageren als individu of in groep? Kies je tekstvorm zelf: een straffe quote, een 10-puntenplan of een opinie ... Stuur je ideeën of dromen over onderwijs naar redactie@klasse.be.

wonder dat zij het wel eens hebben over die ouders die verwachten dat zij alles wel zullen oplossen. Alleen: is het niet absurd dat ouders en leraren zich tegen elkaar laten uitspelen omdat de samenleving de druk opvoert, verantwoordelijkheden afschuift, geen antwoorden heeft? Bijvoorbeeld: als we weten dat kinderarmoede bestaat, kunnen we dan ook zien dat kwetsbaarheid niet hetzelfde is als onwil? En dat een niet perfect gevulde brooddoos niet noodzakelijk wijst op een gebrek aan ouderlijke liefde? Of nog: als de maatschappij verwacht dat ouders met twee gaan werken, kan je dan nog stellen dat die ouders tekortschieten als ze niet om vier uur (en zelfs niet om vijf uur) aan de schoolpoort geraken?

“We durven niet te zeggen: ‘Ik weet het niet’” Wat we ook vaak vergeten, is dat kinderen en jongeren zelf een mening hebben over hun school. We zwaaien zo vaak met het belang van het kind en tegelijk lijken we zo weinig nieuwsgierig naar wat zij te vertellen hebben. Zullen we het daar toch ook even over hebben? Bij Kind & Samen-

9

leving, de organisatie waarvoor ik werk, bevroegen we in 2010 kinderen uit kansarme gezinnen. Ze vertelden hoe ze op school vaak uitgesloten en gepest werden, en dat ze zich dan niet altijd gesteund voelden door de leraar, behalve door die ene dan, die voor hen het verschil maakte. Recenter interviewden we ex-spijbelaars, met als kernvraag: wat maakte dat je terug naar school keerde? Dat antwoord kwam altijd weer op hetzelfde neer: die ene leraar. Echt, betrokken leraren kunnen bergen verzetten en kinderen erkennen dat ook. Laat ons wel wezen, in essentie willen ouders en leraren gewoon hetzelfde: we willen kinderen de wereld in leiden. Die kinderen hebben nood aan leraren die zeggen dat ze niemand achterlaten. Leraren hebben dan weer nood aan ouders die zien wat ze doen, en die hen vertrouwen. Ouders hebben nood aan een maatschappij die beseft dat opvoeden een gedeelde verantwoordelijkheid is. Zo, dat zijn al drie wensen voor het nieuwe schooljaar, en ik heb er nog een vierde: zullen we eens werk maken van meer verbondenheid, in plaats van putjes te blijven duwen in de kloof tussen de kampen? Die van Kind & Samenleving hoopt het van harte. Kaat Schaubroeck, ouder, werkt bij Kind & Samenleving


10


Klasse Magazine

Differentiëren, dat gaat niet* * Hoezo, je doet het al. Tekst Nele Beerens, Wouter Bulckaert, Bart De Wilde Illustraties Steebz Fotografie Jens Mollenvanger

Differentiëren, absolute topper onder pedagogische studiedagen en werkgroepen. Maar hoe pak je dat echt aan in je leslokaal, vol diverse leerlingen en met het M-decreet? Niet altijd makkelijk, maar het goede nieuws is: de Vlaamse leraar doet het al. Klasse spreekt met prof. dr. Katrien Struyven en zit mee in de klas bij drie differentiërende leraren.

11


Klasse Magazine

Dossier differentiëren

“Wie goed wil lesgeven, differentieert” “Een klas vol identieke leerlingen bestaat niet. Elke leerling is anders”, zegt prof. dr. Katrien Struyven (VUB). “Als je inspeelt op die verschillen in talenten, taal, interesses of leerprofielen, prikkel je de leerprocessen van

1 DIFFERENTIËREN MOET ALLEEN VOOR DE STERKSTE EN ZWAKSTE LEERLINGEN. “Je biedt elke leerling de beste kansen aan om te leren. Je differentieert dus voor álle leerlingen. Spreek trouwens niet over ‘sterke’ of ‘zwakke’ leerlingen, of over het ‘niveau’ van je leerlingen. Wel over hun ‘leerstatus’. Waar een leerling staat in zijn leerproces is per definitie een momentopname. Die leerstatus kan veranderen.” “Afhankelijk van de leraar of de leerinhouden vindt een leerling wiskunde het ene jaar erg boeiend, en het andere jaar moeilijk. Ik deed enorm graag wiskunde. Ik was een crack in algebra, maar in meetkunde was ik een ramp. Dus zelfs binnen een vak kan je zowel een top- als een matige leerling zijn. Als een leerling in het Frans is opgevoed, heeft hij voorkennis, waardoor zijn leerstatus verschilt van die van andere leerlingen.”

2

je leerlingen en leren ze krachtiger. Dat is differentiëren. Niet altijd makkelijk, maar het kan in alle klassen. En de Vlaamse leraar doet dat al.” Struyven ontkracht acht mythes over differentiëren.

3

AF EN TOE DIFFERENTIËREN IS MEER DAN GENOEG.

ALLEEN SLIMME LEERLINGEN MAKEN VEEL VOORUITGANG.

“Als je goed wil lesgeven, kan je niet anders dan differentiëren. Speel in op de interesses van je leerlingen, weet waar ze mee bezig zijn, dan zijn ze meer gemotiveerd om te leren. En ga uit van de verschillende leerprofielen van je leerlingen. Elke leerling leert op zijn eigen, unieke manier. Als ze het moeilijk hebben in de lessen, kijk dan of je methodiek wel past bij de manier waarop zij goed, graag, efficiënt leren.”

“Als leraar maak je mee het verschil voor de prestaties van je leerlingen. Elke leerling kan groeien en zich ontwikkelen. Een leerling boekt vooral leersuccessen omdat hij zich wil inspannen en engageren. Intelligentie is minder doorslaggevend. Het enige wat je als leraar honderd procent zeker weet als je iets hebt uitgelegd is: ik heb het gezegd. Maar je weet niet of je leerlingen het begrepen hebben.”

“Als een leerling altijd frontaal les krijgt, terwijl hij net het best leert door in interactie te gaan met anderen, door zelfstandig dingen te gaan uitzoeken, komt hij niet aan zijn trekken in de klas. Hoe vaak haken schoolmoeë leerlingen niet af omdat de lessen niet aangepast zijn aan hun interesses, leerstatus en leerprofiel?”

“Toets dus continu af of je leerlingen mee zijn, wat ze met de kennis doen, welke ideeën of misvattingen ze meenemen. Je zoekt ingangspoorten om het leren bij de leerling op gang te krijgen. Je prikkelt hem, zodat hij beslist: daarover wil ik meer weten. Zo wordt hij eigenaar van zijn leerproces. En de extra prikkels om te leren geef je door te differentiëren.”

12

4 ALS JE DIFFERENTIEERT, MOET JE IEDERE LEERLING INDIVIDUEEL BEGELEIDEN IN DE LES. “Binnenklasdifferentiatie zet in op ‘routes op maat’ van leerlingen. Dat betekent niet dat je leerlingen individueel lesgeeft, je blijft werken met een klasgroep. Maar wel dat je extra hulp of ondersteunende materialen aanbiedt. Dat je varieert in taken en didactische werkvormen. En dat je leerlingen inspraak en keuzevrijheid krijgen over die taken.” “Maar iedereen in de klas werkt wel aan dezelfde doelstelling: start together, finish together. Het is perfect mogelijk dat de ene groep slechts het basis­ niveau haalt, en de andere daar gesofisticeerde dingen mee doet. Belangrijk is dat iedereen tot leren komt. Op het einde van de les of lessenreeks komt de klas terug samen en kunnen je leerlingen bespreken wat ze geleerd hebben.”


Klasse Magazine

8 mythes ontkracht! Wie is Katrien Struyven? • docent aan de academische leraren­ opleiding, de master Onderwijskunde en de opleiding Agogische wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB) • co-auteur van ‘Ieders leer-kracht. Binnenklasdifferentiatie in de praktijk’ (Katrien Struyven, Catherine Coubergs, Ester Gheyssens en Nadine Engels, Acco, 2015)

5

6

7

8

ALS JE DIFFERENTIEERT, WERKEN JE LEERLINGEN STEEDS IN GROEP.

MAATWERK IS EEN SYNONIEM VOOR EXTRA WERK.

LEERLINGEN KRIJGEN VERSCHILLENDE TOETSEN. DAT IS TOCH ONEERLIJK?

HET LEERPLAN IS VEEL TE ZWAAR OM TE DIFFERENTIËREN.

“Verdeel je klas niet steeds in dezelfde groepen. En zeker niet altijd vanuit leerstatus, anders worden de verschillen te zichtbaar en stigmatiserend: ‘Die oefening is voor de slimmeriken’, hoor je dan. Zet de leerlingen ook samen volgens interesse of leerprofiel. Want als je je klas indeelt in bijvoorbeeld drie niveaugroepen, met andere thema’s en oefeningen, zal je snel merken dat je niet één grote klas, maar drie miniklasjes hebt gecreëerd.”

“Maatwerk is vooral: creatief nadenken over je lessen. Als je differentieert, dan evalueer je in de eerste plaats voortdurend het leerproces van je leerlingen. Dat is evalueren om te leren. Opdrachten, toetsen, observaties dienen om informatie over het leerproces van je leerlingen te verzamelen. Met je feedback daarop werk je automatisch op maat. Gepersonaliseerde tips, suggesties en vragen die het werk beter helpen maken: feedback werkt als motor voor het leren.”

“Ook bij evaluatie kan je differentiëren. In de les lichamelijke opvoeding zijn er toch ook verschillende criteria voor jongens en meisjes? Je kan evalueren of iedereen de basisdoelstellingen beheerst, maar ook of je leerlingen extra doelstellingen bereikt hebben. Zo ontdek je waar leerlingen sterk in zijn. Een eerlijke evaluatie betekent niet noodzakelijk dat iedereen dezelfde toets krijgt.”

“Geen tijd om te differentiëren? Neem je handboek en schrap. Kijk naar wat je echt nodig hebt en naar wat bijkomstig is. Kijk naar wat je leerlingen echt moeten zien, omdat ze er het volgende jaar op verder bouwen. Sommige doelstellingen kan je ook via meerdere inhouden of vakken bereiken. Beslis dus wat je basisdoelstellingen zijn. Wat wil je dat ze hun leven lang meenemen? En hou steeds de zorg voor de leerling in het oog.”

“Je blijft echter leraar van je volledige klas. Groepeer dus flexibel en wissel vaak af tussen individueel, zelfstandig werk, duo, trio. Je kan voor één oefening werken vanuit eenzelfde interesse of leerprofiel, maar meng de volgende keer de groepen zodat je leerlingen ook met andere profielen en ideeën in contact komen.”

“Belangrijk is ook dat je feed forward geeft: wat kan je leerling met die feedback doen? Als het werk minder goed is, kan je focussen op de basiselementen, de structuur en de kwaliteit ervan. En bij goed werk kan je suggesties geven om het nog te verbeteren. Zo geef je iedereen leerkansen.”

13

“Wel dat je iedereen dezelfde kansen geeft. Twee opties aanbieden is zelfs eerlijk: schriftelijk of mondeling, voor wie moeite heeft met lezen en schrijven, of het graag uitlegt. Denk ook verder dan schriftelijke examens. Schrijfoefeningen, portfolio’s en groepswerken zijn veel krachtiger methodieken, met meer ruimte voor de inbreng van de leerling.”

“Want als je leerlingen afhaken, moet je daar onmiddellijk iets aan willen doen. Dat is je ethische kompas. Het gaat niet op om dan te zeggen: sorry, jullie kunnen niet volgen, maar ik moet mijn leerplan afwerken. Nee, net dan moet je zoeken naar andere manieren om het leerproces bij die leerlingen op gang te krijgen en te houden.”


Klasse Magazine

Dossier differentiëren

“Chaos in de klas? Als ze maar leren!” “Als je voor een klas staat, bestaat het gevaar dat je je leerlingen ziet als een doelgroep die je in je hoofd hebt gecreëerd”, zegt Barbara. “Je geeft dan les voor de grootste gemene deler, en wie daarboven of daaronder zit is ‘niet normaal’. ‘Die past hier niet’, hoor je dan op de deliberatie. Terwijl je de leerling net moet zien zoals hij is. En dat doe je als je inspeelt op de verschillen tussen je leerlingen, dus als je differentieert.” “Twintig jaar geleden differentieerde ik ook niet. Maar toen ik zelf enkele jaren terug lesgaf aan de lerarenopleiding, besefte ik dat je wel móest differentiëren als je goed les wou geven. En ik ontdekte Universal Design for Learning (UDL). Dat kader komt uit de architectuur. Het opzet van UDL is om gebouwen en openbare ruimtes zo te ontwerpen dat ze toegankelijk zijn voor een zo divers mogelijk publiek. Toegepast op onderwijs betekent dat: de lessen toegankelijker en uitdagender maken zodat ze leerkansen bieden aan een heel verscheiden groep in plaats van de grootste gemene deler. Universal Design for Learning is gebaseerd op drie grote principes: 1. Bied informatie op verschillende manieren aan. In mijn les Nederlands kan dat al door leerlingen te laten kiezen tussen een luister- of leesopdracht over hetzelfde onderwerp. Of door tekststructuren te verduidelijken met mindmaps of woordenwolken. 2. Je leerlingen mogen op verschillende manieren aantonen wat ze geleerd hebben. Zo laat ik mijn leerlingen presentaties maken met een YouTubefilmpje, een Facebookpagina of een klassiek schema. En geef ik steeds duidelijk aan wat ik bij elke opdracht van hen verwacht. 3. UDL wil de leerling zo sterk mogelijk betrekken bij de les. Terwijl mijn schoolmoeë leerlingen uit de derde graad tijdens mijn klassieke lessen soms zitten te geeuwen, zie je bij hen een drive ontstaan als ik inspeel op hun interesses.” Veel werk, maar boeiend werk “De les Nederlands is ideaal om UDL toe te passen. Je bent enorm vrij om onderwerpen en teksten te kiezen. Het is toch niet normaal dat een hele klas, vol leerlingen met verschillende interesses en capaciteiten, een synthese moet maken van dezelfde tekst. Veel werk? Wissel goede teksten uit met je collega’s. Veel verbeterwerk? Natuurlijk moet je teksten

14

lezen vooraleer je een synthese kan beoordelen. Maar dat kan diagonaal. Corrigeren betekent niet noodzakelijk meer werk, maar wel veel boeiender, want niet langer bandwerk.” “Je lessen voorbereiden duurt wel twee keer langer. Ik pas UDL daarom enkel toe in negen lessenreeksen. Ik leg de lat bewust hoog. In een lessenreeks over dialecten gaf ik aan mijn leerlingen 5 tso een gepopulariseerde doctoraatsthesis. Met moeilijke en makkelijkere hoofdstukken, gestructureerde en minder gestructureerde. Mijn leerlingen mochten kiezen welk hoofdstuk ze lazen, en bepaalden via een kijkwijzer zelf op welk leesniveau ze stonden. Daaraan gekoppeld moesten ze een spreek- of schrijfopdracht uitvoeren. Bleek dat een van mijn leerlingen over een geweldig schrijftalent beschikte. Als ik niet had gedifferentieerd, had ik dat nooit geweten.”

“Cijfers zijn maar cijfers. Belangrijk is dat ze de doelstellingen halen” Cijfers vs. doelstellingen “Mijn leerlingen mogen ook jokers inzetten. Een zwarte voor een criterium dat ik voor een keer niet mag meenemen in de beoordeling. Een rode als ze willen dat ik hen dubbel quoteer op bijvoorbeeld lichaamstaal of articulatie. Zo leren ze zichzelf inschatten en durven ze te praten over hun talenten, zonder dat als opscheppen te beschouwen.” “Verwacht niet dat al je leerlingen alle specifieke doelstellingen halen. Denk aan een stotteraar: misschien slaagt hij er nooit in om een spreekopdracht uit te voeren. Of een leerling met dyslexie. Die leerlingen hebben het recht om andere opdrachten te kiezen. Klasgenoten accepteren dat. De opmerking ‘Dat is niet eerlijk’ hoor je alleen bij leraren, zelden bij leerlingen. Hetzelfde geldt voor spreek- of


Klasse Magazine

Wie is Barbara Axters? • schoolmoe in haar laatste jaren secundair • diploma regentaat Nederlands-godsdienst • tien jaar docent aan de Arteveldehogeschool • masterdiploma Taal- en Letterkunde Nederlands-Spaans • leraar Nederlands in 5 en 6 tso • vanaf 1 september voltijds pedagogisch begeleider

leesschema’s. Daarmee kunnen leerlingen meer of minder ondersteuning vragen. Geef ik dan minder punten als ze een leesschema gebruiken? Nee. Want zo schaven leerlingen zichzelf bij. Leren ze écht. En cijfers zijn maar cijfers. Belangrijk is dat ze de basisdoelstellingen halen.” Basisonderwijs vs. secundair “Hoe het komt dat differentiëren zo moeilijk doordringt in het secundair onderwijs? In het lager onderwijs zijn leraren veel breder opgeleid. Wat je bij de ene docent leert, neem je veel vlugger mee naar het volgende vak. Bovendien ben je in het lager onderwijs niet gebonden aan de lesuren. En kan je veel makkelijker je deuren openzetten en samen met je collega voor de verzamelde klassen gaan staan. Ook de infrastructuur van de scholen werkt differentiatie tegen. Ik heb het geluk dat ik in de nok van het dak van de school zit, in een zeer oude klas. Maar wel met een deur naar het computerlokaal en een traphal waar mijn leerlingen niemand storen. Mijn leerlingen die zich tijdens een leesopdracht moeilijk kunnen concentreren of op eigen tempo willen lezen, vinden daar een rustig plekje.”

15

“Natuurlijk loopt je les gigantisch in de soep als je voor de allereerste keer echt differentieert” Chaos in de klas “Zorgt differentiatie voor chaos? Natuurlijk draait je les in de soep als je voor de allereerste keer echt differentieert. Je hebt organisatietalent nodig. Je moet in je hoofd heel goed weten welke leerling wat doet op welk moment, om te zien of hij zijn doelstellingen bereikt. Maar het is niet erg als je even de controle verliest. Een les hoeft niet van de eerste keer perfect te zijn, je leert al doende. En het is niet omdat er veel lawaai is in je klas, dat je geen gezag hebt. Ook bij mij gaat het er vaak luid aan toe. Sommige collega’s zitten liever niet in het lokaal naast het mijne (lacht). Maar de leerlingen zijn nu eenmaal de baas over hun eigen leren. Ze komen me wel halen als ze me nodig hebben. Het belangrijkste is: als ze maar leren.”


Klasse Magazine

Dossier differentiëren

De leerlingen van Geert Daeninck kijken eerst samen naar Karrewiet en volgen dan hun eigen traject.

“Ik snap de koudwatervrees in het gewoon onderwijs”

16

Omgaan met verschillen, dat zijn ze in het buitengewoon onderwijs gewend. Differentiëren is er een must. “Maar ook bij ons groeit de nood om te differentiëren nog. Onze leerlingen hebben steeds diversere achtergronden, diagnoses en interesses”, stellen leraren Geert en Joris vast. Geert: “Vroeger maakten we een auti-klas, een klas voor ADHD-leerlingen ... Vandaag zijn de problematieken veel complexer. Op cognitief vlak hielden we in het verleden binnen een groep vast aan één niveau en wilden we en bloc vorderingen maken. Maar zowel de ‘tragere’ als de ‘snellere’ leerlingen raken op die manier gefrustreerd. Nu kijken we hoe elk kind individueel vooruitgang boekt. Na het gemeenschappelijke Karrewiet-moment, volgen mijn leerlingen elk hun eigen traject. Zo zijn er die voor rekenen naar een andere leraar gaan omdat ze daarvoor op een ander niveau zitten.” Joris: “Op het moment dat ze weer samenkomen, worden de verschillen binnen de klas groter. Maar daar is niets mis mee. Je kan aan peer tutoring doen, waarbij klasgenoten leren van en aan elkaar. Leerlingen kunnen met hun eigen sterktes elkaars zwakke punten compenseren. Zo had ik een paar jaar geleden twee leerlingen: de ene was heel sterk in technisch lezen, maar begreep teksten niet goed. De andere had zware dyslexie, maar had veel inzicht. Ze werkten perfect samen: de ene las de tekst voor, en de andere loste de begripsvragen op. Zoiets kan je niet voorspellen. Differentiëren is dus ook vaak improviseren.”


Klasse Magazine

Geert: “Differentiëren zit ’m vooral in de verschillende aanpak van leerlingen. Niet iedereen is gelijk voor de wet. Er zijn uiteraard een aantal basisregels voor iedereen, maar bij het begin van het schooljaar vullen we een gedragslijst in voor elke leerling met noden, doelen en aanpak. Een kind met ADHD moet je niet elke keer als hij op zijn stoel zit te wippen een waarschuwing geven. Om te differentiëren, moet je dus je leerlingen niet alleen erg goed kennen, je moet ook weten hoe je iemand met een bepaald gedrag kan aanpakken. Al is er geen toverformule.” Uit comfortzone door M-decreet Joris: “Ik snap de koudwatervrees in het gewoon onderwijs met de komst van het M-decreet. Leraren zullen meer uit hun comfortzone moeten treden. Vaststellen dat ze de methodes waar ze zich goed bij voelden niet altijd meer kunnen toepassen. Natuurlijk ervaren wij in het buitengewoon onderwijs niet die ‘schoolse prestatiedruk’ die daar nog bovenop komt, waarbij elke leerling op het einde van het schooljaar wél dezelfde eindtermen moet halen.” Geert: “Ik denk dat in het gewoon onderwijs de bereidheid om te differentiëren voor kinderen die het cognitief wat minder of net beter doen, nu al groot is, maar dat het moeilijker ligt wanneer het gaat om kinderen met gedragsproblemen, die je raken als mens en impact hebben op de klas. Dat zien we bij kinderen die bij ons vertrekken naar het gewoon onderwijs: het schoolse lukt wel, maar de gedragsregels volgen en meedraaien in een groep verlopen moeizamer. Dat welbevinden is nochtans de basis om tot leren te komen.”

“Differentiëren is niet louter leerlingen individueel laten werken, want kinderen zijn in se sociale wezens” Joris: “Al zit het soms ook in kleine dingen, die geen extra tijd vragen, maar meer een reflex zijn die je moet aankweken. Zo zit wie gedragsmoeilijkheden heeft, vaak in een lagere socio-emotionele ontwikkelingsfase. Dan moet je veel nabijer zijn, die leerling vooraan bij jou in de rij laten staan, geen zeven opdrachten tegelijk geven … Leraren moeten vooral samen op zoek naar de goede aanpak. De deuren opengooien om bij elkaar nieuwe dingen te ontdekken. Directies moeten dat meer aanmoedigen.”

17

Wie is Joris Van de Velde? (links) • de Vinderij Lokeren, BuBao type 3 (gedragsen emotionele problemen) en type 9 (ASS) • leraar in de oudste projectklas (11-, 12-, 13-jarigen), voor leerlingen die cognitief, emotioneel of gedragsmatig niet in basiswerking functioneren. • klas met zeven leerlingen Wie is Geert Daeninck? (rechts) • de Vinderij Lokeren, BuBao type 3 (gedragsen emotionele problemen) en type 9 (ASS) • leraar in de basiswerking, hoogste pedagogische eenheid (11-, 12-, 13-jarigen) • klas met negen leerlingen

Zorg altijd voor een plan B Joris: “En toch kan je met differentiëren in je klas meteen beginnen. Een tip: ga eerst op zoek naar wat je aan de hele klas wil aanbieden. Differentiëren is niet louter leerlingen individueel laten werken, want kinderen zijn in se sociale wezens. Ze moeten ook leren omgaan met sterktes en zwaktes van zichzelf en anderen. Je kan dus een klassikaal aanbod behouden, en zelfs doceren, maar daarnaast bied je contractwerk, hoekenwerk, peer tutoring … volgens niveauén interesseverschillen.” Geert: “Begin met ‘makkelijkere’ werkvormen waar je je veilig bij voelt: maak bijvoorbeeld verschillende soorten bundeltjes op basis van ieders noden. Begin de les ook niet altijd met de gemeenschappelijke oefeningen. De sterkere leerlingen zijn daar meestal na drie vierde van de les al mee klaar, en krijgen dan de kans om iets leuks te doen, terwijl de tragere leerlingen daar nooit toe komen. En zorg altijd voor een plan B. Koste wat kost die les willen afwerken zoals je ze voorbereid had, leidt alleen maar tot frustraties. Heb het lef om ermee te stoppen als het niet werkt.“


Klasse Magazine

Dossier differentiëren

”Differentiëren lukt ook voor starters” ‘Juf gaat achteraan zitten’, vertelt Jenthe nadat ze instructies gegeven heeft. Haar leerlingen werken dan alleen of in groep en komen bij haar aankloppen als ze hulp of feedback nodig hebben. “Ik ben geen juf die één klassikale les maakt en alles doceert aan het bord. Zelfs in mijn allereerste jaar voor de klas, probeer ik zo goed mogelijk te differentiëren.” “In de lerarenopleiding wezen docenten op het belang van differentiatie, maar hoe je dat dan concreet aanpakt, daarover bleef het redelijk stil. Pas vanaf 1 september leerde ik het echt. Gewoon door het in mijn klas te doen. Voor mij is differentiëren intussen een logisch en belangrijk onderdeel van lesgeven. Ik zie het niet als ‘de taak te veel’ voor een startende leraar die ook nog zijn leerstof en klasmanagement onder de knie moet krijgen.” “Differentiëren is een bewuste keuze in onze basisschool. Onze directeur wil dat al zijn leraren met lessen op maat voor alle leerlingen het verschil maken met andere scholen. Ik word dus heel erg gestimuleerd om te differentiëren. Maar ook als ik in een klassieker onderwijsverhaal was beland, waar differentiëren geen speerpunt is van de school, had ik wel gedifferentieerd. Desnoods op mijn eentje, met vallen en opstaan.” Meer voorbereidingstijd voor rekenen “Op school is differentiëren teamwerk. We werken met vak-ankers: leraren die expert worden van een bepaald vak(onderdeel) en daarvoor alle lessen uitwerken. Ik maak lesmateriaal voor meetkunde, metend rekenen, probleemoplossend denken en techniek. Werkbladen en lesinsteken voor vijf verschillende niveaus. Mijn collega’s maken taallessen en wereldoriëntatie voor mij. Die lesvoorbereidingen pas ik wel nog verder aan mijn klasgroep en mijn eigen lesstijl aan.” “Doordat we mogen focussen op een paar vakken, lukt het ook om het lesmateriaal zorgvuldig te differentiëren. En ja, natuurlijk zit ik ’s avonds makkelijk tot tien uur te werken aan werkbladen. Het vraagt creativiteit om goed te differentiëren, om sterke instappen te bedenken voor alle leerlingen en niet met droge lesblaadjes voor de dag te komen bij mijn collega’s en leerlingen. Maar rekenen en techniek zijn mijn favoriete onderdelen. Daarin verdiep ik me graag. En alles bij elkaar zit ik niet veel langer aan mijn bureau dan andere starters. Ook zij werken lange avonden.”

18

“Een voorbeeld? Voor een les techniek ‘parachutes maken’ differentieer ik in stappenplannen en materiaal. De leerlingen krijgen in groepjes een tafel vol materiaal. Anderstalige nieuwkomers en minder handige leerlingen krijgen ook een afbeelding van een echte parachute. Dan snappen ze ‘ach, daar zitten touwtjes aan, en we moeten met een bolvormig zeil bovenaan werken’. Daarna kunnen ze boven aan de trap hun knutselwerk naar beneden gooien. Zo onderzoeken ze welk materiaal hun parachute de mooiste zweefvlucht geeft. Ze leren van elkaar en krijgen feedback van mij. Ik differentieer ook voortdurend in stappenplannen. Sommige kinderen krijgen alleen de wat-vraag (wat gaan we maken: een parachute) en kunnen daar perfect mee verder. Andere kinderen krijgen ook uitleg bij de hoe-vraag: hoe maak je een parachute, welke acties heb je nodig om tot een parachute te komen?”

“Differentiëren betekent echt naar je leerlingen kijken” Geen gefrustreerde leerlingen “Door iedereen lessen aan te bieden op zijn eigen niveau nemen we een pak frustratie weg. In elke klas zitten sterke leerlingen die nu extra uitgedaagd worden, maar ook leerlingen die trager werken of minder goed meekunnen. Ook zij krijgen nu wel succeservaringen.” “Dat ze ingedeeld zijn in niveaus vinden ze niet erg. Niveau 1 is bovendien niet noodzakelijk gemakkelijker. Soms krijgt een leerling dan alleen de voorkant van een A4 terwijl andere niveaus meer oefeningen krijgen. Ze maken elk op hun niveau duidelijk vooruitgang tijdens het schooljaar. Dat voelen ze zelf. Zo heb ik leerlingen die het schooljaar begonnen in niveau 3 en in juni in niveau 5 zitten. Die sterke progressie maken ze omdat ik snel kan ingrijpen, extra oefeningen kan aanbieden of het niveau aanpas. Rekening houden met de capaciteiten van je leerlingen motiveert hen om nog beter te worden. Kiezen voor differentiëren is kiezen voor het welzijn van je leerlingen. Zij voelen zich goed en het is fijn werken in de klas.”


Klasse Magazine

Differentiëren tijdens de vakantie “Differentiëren betekent echt naar je leerlingen kijken. Het is je lessen aanpassen zodat de kinderen het zo goed mogelijk hebben. Individuele trajecten uitstippelen zodat leerlingen kunnen doen waarin ze goed zijn, vertrouwen tanken en zich goed voelen. Het is lesgeven aan alle kinderen, niet aan een klas.” “Differentiëren lukt ook als starter. Niet dat al mijn lessen rekenen en techniek honderd procent op punt staan. Na de lessen overleggen we onder collega’s over wat werkte en wat minder goed ging. Met die informatie maken we de lessen voor volgend jaar beter. Daar zal altijd een stukje van mijn vakantie in opgaan. Maar dat geeft niet. Hoe beter ik mijn lessen voorbereid en uitdiep, hoe groter de leerwinst bij de leerlingen.”

19

Wie is Jenthe De Sloover? • eerste jaar als leraar in Basisschool GO! Denderleeuw (GOVA-onderwijs) • tweede graad lager onderwijs. Leergroepen. Vakanker voor meten, metend rekenen, meetkunde, probleemoplossend denken en techniek. • heel diverse klas, 1 Franstalige leerling, twee slechtziende leerlingen


Klasse Magazine

Dossier differentiëren

Mee met het differentiatie-idee? Hoe divers is jouw aanpak in de klas? Test hoe ver je al staat met deze praktische differentiatie-tips. Geef jezelf een score op vijf. Hoeveel procent scoor jij? 04. Ik doe aan preteaching. Voor aanvang van de les geef ik korte instructiemomenten aan leerlingen die het moeilijker hebben. Zo kan ik kernbegrippen herhalen of nieuwe introduceren. 01. Ik probeer een taak zo te ontwerpen dat die aansluit bij beelden, teksten, video of sociale media uit de leefwereld van mijn leerlingen. 0

1

2

3

4

5

02. Ik geef sommige leerlingen meer uitleg: eerst geef ik een algemene instructie voor alle leerlingen, daarna gaat een deel zelfstandig aan de slag, een ander deel krijgt verlengde instructie, dus meer uitleg. 0

Win! Deze differentiatietips vind je in ‘Ieders leer-kracht. Binnenklasdifferentiatie in de praktijk’. Wil jij een van de vijf exemplaren winnen? Vertel dan hoe jij differentieert in je klas. Mail je tip vóór 15 oktober samen met je naam en adres naar redactie@klasse.be.

1

2

3

4

5

03. Ik laat leerlingen die een ruime voorkennis hebben of leerlingen die makkelijk(er) leren een of meer eenvoudige opdrachten overslaan. Zij mogen uitdagender extra oefeningen maken. 0

20

1

2

3

4

5

0

1

2

3

4

5

05. Ik laat mijn leerlingen hulpbronnen gebruiken zoals correctiesleutels, een woordenboek, een grammatica. 0

1

2

3

4

5

09. Ik laat mijn leerlingen nu eens aan de pc werken, dan weer met pen en papier, en dan weer informatie opzoeken op hun smartphone. 0

0

1

2

3

4

5

07. Ik geef gerichte, individuele feedback aan mijn leerlingen. 0

1

2

3

4

1

2

3

4

3

4

5

1

2

3

4

5

11. Ik doe aan contractwerk: mijn leerlingen krijgen een bepaalde timing voorgesteld, waarbinnen ze het vastgelegde traject moeten af te leggen. Zo bepalen ze zelf in welke volgorde ze de taken afleggen en hoeveel tijd ze aan welke taak besteden. 0

1

2

3

4

5

5

08. Leerlingen mogen fungeren als hulpleraar of als leerling-coach. 0

2

10. Ik laat mijn leerlingen soms in groep werken waarbij elke leerling een specifieke rol opneemt, naargelang zijn talent. 0

06. Aan het eind van de les laat ik mijn leerlingen een exit card invullen. Daarop staan een basisvraag en een uitbreidingsvraag. Zo merk ik wie de leerstof in welke mate beheerst.

1

5

12. Ik laat mijn leerlingen soms kiezen tussen twee of meer taken als ik ze een opdracht geef. 0

1

2

3

4

5


Klasse Magazine

13. Ik maak duidelijk het verschil tussen basiskennis en -vaardigheden en uitbreidingskennis en -vaardigheden. 0

1

2

3

4

5

14. Ik doe aan planning backwards. Ik vertrek vanuit de gewenste resultaten: wat moeten de leerlingen bereiken? Welke doelen moeten ze halen? Welke vragen zullen beantwoord zijn? Vervolgens plan ik de aanpak van mijn lessen. 0

1

2

3

4

5

15. Ik loop rond in het klaslokaal en observeer de leerlingen als ze individueel of in groep aan een opdracht werken. Ik maak ruimte voor een babbel voor, tijdens en na de les. 0

1

2

3

4

5

16. Ik weet wat er individueel leeft bij mijn leerlingen (interesses, dromen, ambities) en gebruik die informatie om mijn lessen aan te sluiten op hun leefwereld. 0

1

2

3

4

17. Ik onderhoud een goeie communicatie met de ouders. En hou hen op de hoogte van mijn differentiatie-initiatieven, specifiek voor hun kind. Zo weten de ouders dat ik inspeel op zijn sterke punten of werkpunten. 0

1

2

3

4

5

18. Ik laat leerlingen bij een vraag of thema eerst individueel denken, daarna overleggen met hun buur en pas daarna in een kringgesprek klassikaal ideeën uitwisselen. 0

1

2

3

4

5

19. Tijdens een grotere opdracht las ik een tussentijds evaluatiemoment en feedback in. Zo krijgen leerlingen zicht op waar ze staan en kan ik bijsturen waar nodig. 0

1

2

3

4

5

20. Ik voorzie in ‘uitgestelde aandacht’. Als leerlingen een vraag hebben, mogen ze die niet onmiddellijk stellen, maar pas tijdens een gezamenlijk vragenrondje halverwege de werktijd. 0

1

2

3

4

5

/ 100

5

21

Differentieer met ICT 1. PEER TEACHING MET INSTRUCTIEFILMPJES Lucas Hermans, leraar Eureka Onderwijs Leuven “Laat leerlingen over ‘moeilijke’ leerstof een instructiefilmpje maken met een tablet. Vooraf zoeken ze een YouTubefilmpje op over je lesonderwerp. Dan maak je groepjes van drie, vier leerlingen. Ze kiezen zelf hun taak: wie schematiseert de leerstof, wie legt uit, wie filmt. Binnen het uur hebben ze een filmpje.” 2. DIGITALE POSTERS Erik Devlies, leraar Frans OLVA Brugge, medewerker KlasCement “Met de app Thinglink maak je afbeeldingen interactief. Je licht onderdelen van een afbeelding toe met tekst, video of websites. Zo maak je een digitale poster van de leerstof. Leerlingen kunnen op eigen tempo door de leerstof en naar verschillende oefeningenreeksen om te testen of ze de theorie snappen.” 3. SPREEKBEURT VIA EEN SCHERMPJE Hanne Rosius, lector Project Algemene Vakken, PXL Education Hasselt “Met de app Aurasma voeg je informatie toe aan een bestaand beeld. Jeff, een leerling met ASS gaf met die app zijn eerste spreekbeurt. Om zijn spreekangst te omzeilen, maakte hij met de tablet filmpjes. In de klas leidde hij zijn spreekbeurt in, daarna werden zijn filmpjes geprojecteerd.” 4. CHECK OOK ‘Gepersonaliseerd leren realiseren met tablets’ (PXL Education Hasselt), 19 goedepraktijkvoorbeelden om met tablets te differentiëren. De integrale publicatie kan je via het pay-with-atweet-principe downloaden. www.pxl.be/onderwijsinnovatie KlasCement is het online leermiddelennetwerk vol praktijkvoorbeelden, tips en werkvormen die je helpen om te differentiëren. www.klascement.net/map/differentiatie. Gelaagdheid en differentiatie toont concrete voorbeelden van differentiatie in het lager onderwijs en de lerarenopleiding. www.differentiatieinonderwijs.be.

KLAS TIP


Klasse Magazine

De directeur

Wie is Dany Van Bossuyt? • directeur in basisschool De Kleurdoos in Brussel van 1996 tot 2015 • sinds 1 september 2015 directeur van tso-school Victor Horta in Evere • De Kleurdoos ligt in de opgewaardeerde Dansaertwijk. In de jaren 90 was het een concentratieschool, vandaag heeft 15% van de 400 leerlingen minstens één Nederlandssprekende ouder en is 55% SES-leerling.

22


Klasse Magazine

De directeur

“De school is geen witte vlek, maar een open plek” “De scholen die nu in de media komen met hun late openingsuren, denken dat ze het warm water hebben uitgevonden”, meesmuilt Dany Van Bossuyt. De Kleurdoos, waar hij tot 30 juni directeur was, is al járen elke weekavond open tot 22 uur. De boksclub, de circusschool, het cvo komen er elk met hun eigen sleutel binnen. En de leerlingen blijven er in hun vrije tijd graag hangen. “Tot begin 2000 deelden we het domein van de hoofdschool met de kunsthumaniora. Beide waren aan het groeien en dus verkaste de kunstschool naar Laken. Daar zaten we dan, alleen op een veel te grote site. Ik trok naar het schoolbestuur met het voorstel om buitenschoolse opvang De Buiteling bij ons onder te brengen. Pluspunt: ineens kregen we veel ouders over de vloer. Maar cohabiter, dat brengt ook altijd wat problemen met zich mee. Er kwamen klachten: er was niet opgeruimd, dingen verdwenen … Vertrouwen opbouwen vroeg tijd. Intussen heeft elke organisatie haar eigen sleutel en zorgen zij voor sociale controle. We helpen mekaar ook: geluidsinstallatie nodig? Hup, je belt iemand op. Door de jaren bouw je een band op.” “Dankzij de Vlaamse Gemeenschapscommissie konden we onze sportzaal verfraaien, op voorwaarde dat we ze na de schooluren openstelden. Zo kwam de Brussels Boxing Academy bij ons terecht. Toentertijd boksten daar vooral allochtonen. Nu komen ook veel Vlamingen – én vrouwen! – ’s avonds boksen. Ook circusorganisatie Zonder Handen vond bij ons de geschikte locatie. Terwijl veel scholen letterlijk ‘muurdicht’ zitten, maakten wij er een open plek van, geen witte vlek in de buurt. Dat had ook voordelen voor de school: heel wat nieuwe kinderen maakten kennis met ons én mijn leraren hoefden zelf geen naschoolse opvang meer te doen.” “Samenwerken met de buurt, daarvoor bestond in de beginjaren nog geen echt draaiboek, dus kwamen we tussen de soep en de patatten samen. Onze ambities: de drempel verlagen voor álle kinderen om aan vrijetijdsbesteding te doen op school, én anderstalige leerlingen extra kansen bieden om Nederlands te oefenen. Dat bleek niet zo eenvoudig: ondanks een sociaal tarief, kwamen aanvankelijk vaak dezelfde, ‘witte’ kinderen na schooltijd opdagen.”

23

“Pas sinds de komst van de bredeschoolcoördinator, die ervoor zorgde dat we de activiteiten ook tussen de middag konden aanbieden, kregen we ook een ander publiek warm. Ook het kansarmoedebeleid van onze partners en de intense samenwerking met ouders zorgden daarvoor. Maar goed ook, want het is onze taak als school om kinderen te laten opgroeien tot zelfstandige volwassenen. Dat houdt meer in dan een diploma halen en een job vinden. Je vrijetijdsbeleving bepaalt voor een groot stuk je geluk. Daarin moeten kinderen zélf keuzes leren maken, niet hun ouders. Zij willen namelijk vaak dat hun kind van alles doet, maar soms wil een kind ook gewoon lekker chillen.” “Bij de Stad Brussel dienden we een project in om onze gebouwen ook naschools in te zetten voor de buurtbewoners. Zo konden we coördinator Fien aanwerven. Toen zetten we een cruciale stap: de mensen van de verschillende organisaties engageerden zich in andere projecten en gingen vorming geven aan elkaar. Een fijne vorm van professionalisering.” “In mijn nieuwe school wil ik eerst op ontdekking gaan. Het team niet meteen afschrikken met grote dromen. De school werkt trouwens al samen met organisaties uit de buurt. Wat ik wél meeneem: respect tonen, vertrouwen geven, en weten dat het alleen samen lukt. Mijn ultieme tip? Begin niet te groot, anders raak je ontgoocheld. Bevraag eerst welke noden er zijn. En begin met één partner, niet met vijf. Veel kleine succesjes maken één groot.” Tekst Nele Beerens Beeld Jeroen Mylle

BEN JIJ EEN DIRECTEUR EN OP ZOEK NAAR INFORMATIE OP MAAT? MAAK EEN PROFIEL AAN OP KLASSE.BE EN DUID JE ROL ALS DIRECTIE AAN.


Klasse Magazine

Onderwijs in cijfers

Vlaanderen erkent zijn directeurs

10.000

8.000

Leraar van het Jaar 2015. Complimenten bleven toestromen. De Facebook van Klasse ontplofte. 6.000

Tekst Bart De Wilde, Peter Mulders

‘De Leraar ven het Jaar’ van 2015 was een directeur. Omdat hij/zij er altijd is voor zijn team – als coach, administratief wonder, manager en klusjesman (-vrouw). Als krachtige motor van een school op toerental waar leraren en leerlingen zich goed voelen. Directeurs leveren geweldig werk. Maar wie vertelt hen dat? Want hoe gooi je met complimenten naar je baas? Stiekem? Of luid en duidelijk voor heel Vlaanderen, via Klasse?

Leraren, leerlingen en ouders nomineerden massaal hun directeur. Op 20 mei 2015, de dag van de slotshow ‘Leraar van het Jaar’ ging Mireille Van Craenenbroeck met de symbolische titel lopen, maar alle directeurs wonnen die woensdag. Duizenden leraren strooiden met complimenten op onze sociale media. De Facebook van Klasse ontplofte. Die piek staat op de volgende bladzijde. Er bestaat geen sterker beeld om de warme waardering voor de directeurs te tonen.

“Mevrouw Kluppels maakt van de school een echte thuis samen met een geweldig team juffen en meesters. Zonder twijfel verdienen zij de titel van uitzonderlijk team!”

“Al wordt Luc Ringoot nu in Brussel niet de directeur van het jaar, voor ons is hij al 25 jaar de beste! Dikke proficiat met je nominatie!”

15 mei

16 mei 24

17 mei

18 mei

4.000

2.000

19 me


ei

Klasse Magazine

10.761 likes

FACEBOOK STATISTIEK KLASSE WOENSDAG 20 MEI 2015 DIRECTEUR VAN HET JAAR SLOTEVENEMENT GENOMINEERDE DIRECTEURS: FOTOALBUM MET 184 FOTO’S • 10.761 LIKES • 1333 REACTIES • 783 KEER GEDEELD Totaal Facebook bereik: 164.000 mensen

1333 reacties 783 keer gedeeld

20 mei

21 mei 25

22 mei

23 mei


26


Klasse Magazine

Getest op leerlingen in Vlaanderen

Tandenpoetsen op school Wat in Canada werkt, kan dat ook in Vlaanderen? Klasse zoekt het uit. Tekst Bart De Wilde Beeld Jeroen Mylle

In Canadese basisscholen poetsen de leerlingen elke dag hun tanden na het middagmaal. “Wat daar werkt, moet ook hier kunnen”, vindt directeur Felix Aelvoet van basisschool De Wante in Schorisse. Maar hoe doe je dat met slechts één wastafel in de toiletruimte?

27

13 uur. De bel rinkelt de speeltijd aan flarden in een dorpsschool in de Vlaamse Ardennen. Leerlingen stoppen hun spelletjes en zoeken hun rijen op. Tijd voor de namiddaglessen. Maar sinds eind juni betekent het belsignaal ook dat alle leerlingen over enkele minuten hun tanden poetsen. Chaos in de klassen en luidruchtige sprintjes door de gangen om als eerste bij de wastafel te zijn? Nee, tandenpoetsen loopt opvallend gesmeerd. Alsof poetsen en spoelen in deze basisschool al jarenlang een goede gewoonte is. Juf Martine uit het eerste leerjaar werkte thuis voor haar klas een schema uit. “Hoe laat ik mijn 22 leerlingen hun tanden poetsen, zonder dat mijn klas een wild waterfeestje wordt, vroeg ik me af. Mijn oplossing? Ik stuur leerlingen in groepjes van drie naar de wastafel vooraan in de klas en en een ander groepje naar die in de toiletten, vlak bij mijn lokaal. Als ze klaar zijn, vertrekken de volgende groepen. Zelfs met zoveel leerlingen verlies ik niet veel tijd. Vijftien minuten ongeveer. Die gebruik ik om alles klaar te zetten voor de volgende les.”


Klasse Magazine

Tandenpoetsen op school

Niet vies van elkaar Een verdieping hoger surft juf Hannelore op haar computer naar de YouTubevideo ‘Ik heb een coole tandenborstel’. Haar leerlingen van het tweede leerjaar poetsen op muziek. “Het lied is ideaal. De zanger geeft instructies aan mijn leerlingen. Ik laat de clip drie keer na elkaar horen zodat ze exact drie minuten poetsen. Zo hoort het toch? Mijn leerlingen voelen aan dat dat veel langer is dan ze thuis in de badkamer gewoon zijn.” Haar leerlingen zitten tijdens het poetsen gewoon op hun stoel. In groepjes van vijf, zes aan eilanden. Na het poetsen spoelen de leerlingen hun mond in knalrode bassins, centraal op de tafels. De laatste in de rij giet het troebele

28

sopje weg in de wastafel vooraan in de klas. “Ze vinden dat geen vervelende opdracht. Ik heb op voorhand gevraagd wie dat niet zag zitten. Er gingen maar een paar vingers in de lucht. Alle andere leerlingen wilden net heel graag mee helpen opruimen. Daarom hebben we briefjes getrokken en een beurtrol vastgelegd. Ze zijn absoluut niet vies van elkaar.” Tien minuten. Meer tijd hebben haar leerlingen niet nodig om hun tanden te poetsen en alles op te ruimen. Kwart over één start de les. “Onmiddellijk na de middagpauze is het perfecte moment. De kinderen krijgen door het poetsen even de tijd om de overgang te maken tussen speeltijd en les. Ze weten wat ze moeten doen, worden rustig en zijn na het poetsen echt klaar voor de les. Ideaal.”


Klasse Magazine

Directeur Felix Aelvoet: “Ik zou toch minder zuinig zijn met water tijdens het spoelen.”

Juf wil geen plakmond In het eerste leerjaar poetst juf Martine gewoon mee. Haar tandenborstel ligt al jaren in de onderste lade van haar kast. Vakkundig verstopt onder een handdoek. “Als ik tijdens de middagpauze wat tijd heb, poets ik mijn tanden in de klas. Stiekem, achter een opengevouwen bord, omdat leerlingen die de klas binnenlopen misschien opschrikken als hun juf in de klas haar tanden poetst. Ik dacht dat ik op school de enige leraar was, maar onlangs vertelde een collega dat ze elke middag haar deur op slot doet en de gordijnen sluit om snel haar tanden te poetsen. Bizar eigenlijk dat we stiekem doen over een gezonde gewoonte. Nu poets ik met de kinderen mee. ‘Juf wil geen plakmond na het middageten’, vertel ik. De kinderen vinden dat hilarisch. Maar ik maak geen grap. Een frisse mond helpt me om me beter te concentreren. Dat is bij de leerlingen niet anders, toch?” Als de directeur van tandenpoetsen een dagelijkse gewoonte maakt, staat ze daar helemaal achter. Ze vermoedt dat haar leerlingen uit de dorpsschool thuis nog redelijk consequent poetsen – meer dan in stedelijke scholen met procentueel meer kansarme kinderen. Maar in de ochtendrush maken niet al haar leerlingen tijd voor een frisse mond, stelt ze vast. “Door op school te poetsen komen de meeste leerlingen misschien wel aan twee keer tanden poetsen per dag. En we kunnen samen hun poetstechniek perfectioneren. Nu poetsen ze oppervlakkig. Wat horizontale bewegingen

29

aan de voorkant van hun gebit en dan zijn ze al klaar.” Juf Martine zit wel nog met een paar vragen. “Samen met de directeur moeten we nadenken hoe we dat allemaal een heel schooljaar zo vlot mogelijk kunnen organiseren zonder te knibbelen aan de speeltijd van de kinderen. En zonder te veel lestijd in te pikken. Houden we het meteen na de middagpauze? Of kan het nog vlotter? En zal elke leerling altijd zijn tandpastatube en tandenborstel bij zich hebben?” Cadeau voor de leerlingen Ook Juf Hannelore wil best tien minuten van haar lestijd spenderen aan tandenpoetsen. Toen ze vroeg wie elke dag twee keer poetste, gingen een paar vingers de lucht in. Andere leerlingen poetsen thuis één keer, een paar leerlingen soms – zonder regelmaat. “Ik kan redelijk goed inschatten welke kinderen elke dag tijd maken voor mondhygiëne. Het heeft veel te maken met de structuur die ze thuis van hun ouders krijgen. Op school kunnen we een stukje bijspringen door elke middag te poetsen. In mijn relatief kleine klas is dat makkelijk te organiseren. Toch vind ik tandenpoetsen niet noodzakelijk een opdracht voor op school. Het is vooral een cadeau voor de kinderen. Ze poetsen graag samen op school – misschien wel liever dan thuis – en winnen later een mooi gebit. Alleen als je een te grote en drukke klasgroep hebt, is het geen cadeau voor de juf of meester.”


Klasse Magazine

Tandenpoetsen op school

Wat zegt de expert? Jean-Paul Souffriau, expert bij het Verbond der Vlaamse Tandartsen (VVT): “Kinderen en ouders geven bij tandartsen vaak aan dat ze ’s ochtends te weinig tijd hebben om tanden te poetsen. Zodra de eerste melktand doorbreekt, moeten ook kinderen twee keer per dag poetsen. Hun tanden hebben twee keer fluorbescherming nodig. Die krijgen ze niet altijd. Als kinderen op school kunnen poetsen komen de kinderen gemakkelijker aan voldoende poetsbeurten. Daarom is het zeker een goed idee. Scholen zijn niet altijd voldoende uitgerust om tandenpoetsen echt goed te organiseren. Naspoelen is bijvoorbeeld essentieel en een gebrek aan wastafels maakt dat moeilijker. Al is de creatieve oplossing met de bassins in Schorisse meer dan oké.” “Mondhygiëne op school moet vooral passen in andere gezondheidsthema’s. Je kan niet eisen dat kinderen hun tandenborstel meebrengen en ze dan op de speelplaats

30

frisdrank of snacks aanbieden. Scholen moeten werken aan een totaalaanpak, waarbij gezondheid een attitude wordt. Dat de kinderen na school toch snacks en snoep eten is een zwak argument om ze toch maar op school aan te bieden. Als kinderen tussen acht en vier vrij zijn van snoep en snacks, dan wint hun gebit. Tanden moeten immers voldoende rust hebben.” “Maar ook als kinderen op de basisschool poetsen, blijven de ouders verantwoordelijk voor de mondhygiëne van hun kind. Die rol mogen ouders niet doorspelen naar leraren. Zij moeten thuis tijd maken om hun kinderen een goede poetstechniek aan te leren. Daarbij gebruiken ze het best aangepaste tandpasta tot de eerste definitieve tanden doorbreken, en poetsen ze de tanden van hun kinderen na tot ze ongeveer tien jaar zijn en motorisch handig genoeg zijn om zelf grondig te poetsen. Alleen weten veel ouders dat niet.”


Klasse Magazine

14%

30%

van de zevenjarigen laat nooit naar zijn tanden kijken bij een tandarts.

van de tienjarigen heeft blijvende tanden die al aangetast zijn.

12%

van de driejarigen heeft ernstige cariĂŤs.

Tien minuten. Meer tijd hebben de leerlingen niet nodig om allemaal hun tanden te poetsen.

31


Klasse Magazine

Tandenpoetsen op school

Directeur Felix Aelvoet tussen de tandenborstels. “Tandenpoetsen past perfect in het gezondheidsbeleid van de school.”

Conclusie van de directeur Felix Aelvoet, directeur Basisschool Schorisse: “Ik maakte me vooraf vooral zorgen over de infrastructuur. Een wastafel in de toiletten en eentje in elke klas, volstaat dat om op een vlotte manier iedereen te laten poetsen? Of zorgt het tandenpoetsen voor lange wachtrijen en vertwijfelde leraren die te veel lesminuten missen?” “Mijn leraren kwamen zelf met oplossingen: bassins in de klas zijn een perfecte vervanging. Tandenpoetsen is zelfs een sociaal gebeuren. Door het zo te organiseren zorgen we ervoor dat kinderen met plezier bezig zijn met hun eigen gezondheid. Later plukken ze daarvan de vruchten. Daarom denk ik er sterk aan om er een permanente regel van te maken. Het kost weinig moeite, schaadt de lestijd nauwelijks en heeft een groot effect op de kinderen. Wat houdt de basisscholen tegen?” “Vooraf wil ik wel weten wat de leraren en de ouders ervan vinden en – als zij erachter staan – samen met de ouderraad bekijken of we het poetsmateriaal zelf kunnen aanbieden. Nu brengt iedereen zijn eigen flashy kleur en voorkeurssmaak mee en pendelt de tandenborstel elke dag tussen school en thuis. Dat kan praktischer en hygiënischer. 32

Wie is Felix Aelvoet? • eerste jaar als directeur • twee vestigingen, Schorisse en Nukerke • 17 leraren, 250 leerlingen • 22 jaar ervaring als leraar in het zesde leerjaar in Ronse en Maarkedal

We kunnen bijvoorbeeld grote tubes tandpasta inslaan en ouders vragen om een tweede tandenborstel aan te kopen die op school mag blijven.” “Als de school ouders kan ondersteunen in gezondheid, moeten we dat niet nalaten. We zetten al in op gezondheid met vers fruit en gezonde dranken. Daarom wil ik binnenkort de populaire chocomelkdrankjes aanpakken. Ouders beseffen vaak niet hoeveel suikerklontjes daarin zitten. Tandenpoetsen past perfect in het gezondheidsbeleid van de school. Maar dan moet het ook goed gebeuren. Misschien kan ik elk jaar een expert tandhygiëne uitnodigen op school, met tips voor leerlingen, leraren en ouders. Iedereen kan bijleren. Het valt mij op dat kinderen ook de poetstechniek nog niet allemaal beheersen. Sommige leerlingen spoelen nauwelijks of poetsen met de ogen toe en met hun arm een beetje in de hoogte. Eerder stijlvol en goed voor het imago van coole kerel, dan effectief. Dat zou ik mijn kinderen zelf anders aanleren, dacht ik. En ik zou minder zuinig zijn met water tijdens het spoelen. Die chemische tandpasta kan toch maar beter allemaal uit je mond, vermoed ik.”


Test je school met Klasse! Klasse zoekt scholen die een buitenlandse schoolregel of gewoonte willen uittesten. Of scholen die met een van volgende regels al ervaring hebben. Contacteer Klasse op redactie@klasse.be en Klasse komt op reportage. • • • •

geen C-attesten tot zestien jaar ontbijt op school ouders of bedrijfsleiders als mentoren leerlingen beslissen mee tijdens sollicitatiegesprekken van nieuwe leraren • alle weekdagen dezelfde lesdagen, bv. tot half drie • disruption day (of week): leerlingen en leraren van een bepaalde richting komen niet naar school, maar zoeken naar alternatieven om les te krijgen in de buurt of via sociale media

33


Advertentie


Klasse Magazine

Klasse, nog altijd een boekske

ABONNEER JE VÓÓR 19 OKTOBER EN ONTVANG 4 MAGAZINES EN JE LERARENKAART THUIS + 10 EURO KORTING BIJ AVA!

Klasse brengt je een nieuw magazine vol sterke onderwijsverhalen, tips en tricks voor in de klas, voordelen van de Lerarenkaart … Ga zitten, voel, blader, lees. En neem een abonnement. Vier nummers én je Lerarenkaart thuis voor 10 euro.

KLASSE MAGAZINE EN JE LERARENKAART Klasse en de Lerarenkaart vormen een ijzersterk duo. Neem vóór 19 oktober een abonnement op vier nummers van Klasse Magazine. In december krijg je dan je persoonlijke Lerarenkaart mee thuisbezorgd. Elke school krijgt één abonnement op Klasse Magazine gratis voor in de lerarenkamer. Alle details lees je op pagina 74 of op www.klasse.be/abonnementen.

35

WORD ABONNEE VÓÓR 19 OKTOBER EN ONTVANG 10 EURO KORTING BIJ AVA. ONTVANG 2 BONNEN VAN 5 EURO BIJ HET DECEMBERNUMMER, GELDIG BIJ AANKOOP VANAF 20 EURO PER BON.


Advertentie


Klasse Magazine

Klasse, meer dan een boekske

KLASSE.BE GLOEDNIEUWE WEBSITE MET ARTIKELS OP MAAT

Maak je persoonlijke profiel op onze nieuwe website en bekijk artikels op maat, schrijf je in op onze nieuwsbrieven of volg ons op sociale media. Klasse wil je graag inspireren.

KLASSE .BE

KLASSE NIEUWSBRIEF

KLASSE SOCIALE MEDIA

KLASSE ACTIES

Onze website is gloednieuw. Maak een profiel aan als kleuteronderwijzer, leraar lager of secundair onderwijs, directeur, ouder ‌ en krijg artikels helemaal op jouw maat.

Elke week sturen we informatie en inspiratie naar directeurs en leraren. Ook ouders en intermediairs krijgen regelmatig een nieuwsbrief op hun lijf geschreven.

Vind ons overal! Like ons op Facebook, retweet onze berichten op Twitter, check ons YouTube-kanaal en pin onze tips op Pinterest.

Met de Lerarenkaart willen we leraren activeren en waarderen via exclusieve aanbiedingen van vele partners.

37


Klasse Magazine

CASPER & STIJN Casper is 6 jaar, zit in het eerste leerjaar. Is zwemmer, zit in de chiro, lacht hard en vaak. Zijn papa Stijn is Klasseredacteur, zijn mama Els is leraar in het zesde leerjaar.

NOZIZWE Nozizwe is 19 jaar, start in het hoger onderwijs. Ze is voorzitter van de Vlaamse Jeugdraad. Geboren in Zimbabwe en samen met haar moeder 6 jaar in BelgiĂŤ.

38


Klasse Magazine

THOMAS Thomas is 9 jaar, zit in het vierde leerjaar. Hij is voetballer en gamer. Enig kind van Gunter en Mirella.

Kan jij hun schoolloopbaan voorspellen? Jouw verwachtingen hebben een effect op je leerlingen. Tekst Stijn Govaerts Beeld Jens Mollenvanger

Nog voor het schooljaar echt begint, schat je de schoolse capaciteiten van je leerlingen in. Op basis van hun eerste antwoorden, hun houding en de informatie die je kreeg over hun familiale situatie en hun gedrag. Honderd procent menselijk. Je gedraagt je immers onbewust naar de inschattingen die je over je leerlingen maakte. Maar hoe hard passen leerlingen zich aan die verwachtingen aan? Professor Ides Nicaise (KU Leuven) reageert op vier uitspraken en pleit voor hoge, individuele verwachtingen voor alle leerlingen.

39

HOE SCOORT CASPER?

HOE SCOORT NOZIZWE?

HOE SCOORT THOMAS?

lezen . . . /10 schrijven . . . /10 turnen . . . /10

wiskunde . . . /10 Nederlands . . . /10 chemie . . . /10

lezen . . . /10 schrijven . . . /10 turnen . . . /10


Klasse Magazine

Ouder Laura

“Mijn dochter krijgt te horen dat ze in een probleemklas zit. Als je dat vaak hoort, geraak je gedemotiveerd en ga je je naar die commentaren gedragen”

Leraar Hildegarde

“Ik begin elk schooljaar met een wit blad, letterlijk en figuurlijk”

Nicaise: “Leraren moeten hoge, maar realistische verwachtingen stellen aan alle leerlingen uit alle richtingen maar daarbij rekening houden met de capaciteiten en groeikansen van elke leerling. Zodat leerlingen – binnen hun eigen mogelijkheden – uitgedaagd worden om individueel een mooie stap vooruit te zetten. Ik pas dat zelf ook toe in mijn lessen aan de universiteit. Studenten voelen dan: die leraar neemt ons ernstig. Hij spreekt ons aan op onze capaciteiten, daagt ons intellectueel uit. Spreek die hoge verwachtingen uit en combineer ze met goede lessen en ondersteuning voor alle leerlingen. Alleen dan kunnen ze die hoge verwachtingen ook inlossen.”

Nicaise: “Als dat (figuurlijke) witte blad wil zeggen dat je geen vooroordelen wil erven van je collega’s, zit je goed. Dat is niet evident, want collega’s spreken natuurlijk wel met elkaar over hun ervaringen met leerlingen. Al vanaf het basisonderwijs zie je het verband tussen verwachtingen van leraren en de resultaten die hun leerlingen op het einde van het schooljaar halen. En je ziet die lijn van het eerste tot het zesde leerjaar doorlopen.”

“Zeker in beroepsrichtingen kampen leerlingen wel vaker met lage verwachtingen. Ons onderwijs oriënteert ze als ze twaalf of dertien zijn naar het beroepsonderwijs. Dat is te vroeg. PISA-onderzoek toont aan dat leerlingen minder gemotiveerd zijn als ze op jongere leeftijd een specifieke richting moeten kiezen. Bovendien maken we fouten. Vooral kinderen uit lagere sociale klassen krijgen niet de tijd om hun talenten te tonen of helemaal te ontwikkelen. Zij komen daardoor veel te vroeg in een richting waar leraren bijna automatisch lagere verwachtingen stellen.”

“Als het (figuurlijke) witte blad wil zeggen: ik wil zo weinig mogelijk startinformatie van mijn leerlingen, dan redeneer je verkeerd. Leraren moeten de sociale afkomst en leefomgeving van hun leerlingen wél kennen. Ik hoor vaak: ‘Het interesseert me niet welke achtergrond onze leerlingen hebben. Ik wil elke leerling gelijk behandelen.’ Eigenlijk is dat een gevaarlijke houding, omdat de sociale omgeving van een leerling mee zijn prestaties en gedrag beïnvloedt. Je kan een leerling pas echt begrijpen als je zijn achtergrond kent.”

“Leerlingen met een taalachterstand stoppen we in een traject waar heel weinig taal wordt gegeven. Idem met leerlingen die minder sterk zijn in algemene kennis. Die krijgen dan veel minder wiskunde, taal … Door de magere input lopen ze nog meer achterstand op. Bovendien voelen ze zich niet naar waarde geschat en onvoldoende uitgedaagd. Sommige leerlingen gaan zich dan aan die lage verwachtingen aanpassen en de boel boycotten uit wraak. Ze zetten zich bewust niet meer in op school.”

40


Klasse Magazine

Leerling Kris

“Mijn ouders zouden liever hebben dat ik geld verdien. Maar toch blijf ik tot ik mijn diploma heb. Ik heb niet het gevoel dat ik alle vaardigheden al bezit” Nicaise: “Fantastisch dat die leerling toekomstgerichter denkt dan zijn ouders. Het bewijst dat jongeren soms wel het potentieel hebben, maar niet altijd de financiële middelen om alle kansen te krijgen. Vandaag zijn er heel wat leerlingen die afhaken door economische of gezondheidsproblemen, niet omdat ze minder intelligent zijn.” “Ouders stellen meestal hoge verwachtingen bij het begin van de schoolcarrière van hun kind. Dat is oké, dat kan hun kinderen stimuleren om het goed te doen. Later gaan ze de lat soms lager leggen. Ouders uit lagere sociale klassen doen dat sneller. Zij kampen met een negatief zelfbeeld en hebben zelf ook vaak gefaald op school. Een pak van die ouders vindt school wel belangrijk, maar heeft financieel het mes op de keel. Schooltoelagen dekken nu immers wel de directe schoolkosten zoals boeken en ICT, maar niet de indirecte kosten. Ik pleit voor een hogere schooltoelage die in de laatste jaren van het secundair ook de tijd die een leerling op school spendeert deels vergoedt. Dan verdwijnt de nood om geld te verdienen terwijl je je diploma nog niet hebt. Dat is een stap verder dan wat het leefloon nu al doet. Sommige jongeren sluiten met het OCMW een integratiecontract af. Ze engageren zich om een diploma secundair te halen en krijgen een leefloon en een schooltoelage. Dat is een slimme benadering. Dat leefloon dekt de indirecte kost terwijl de schooltoelage de directe kost dekt. Maar slechts een kleine groep jongeren vindt de weg naar het OCMW.” “Werkgevers moeten ook hun deel bijdragen. Veel gasten krijgen een aanbieding als jobstudent of een tijdelijk contract. Die kortetermijnperspectieven op de arbeidsmarkt zuigen heel wat jongeren weg uit de opleidingen. Als een werkgever een jongere aanwerft zonder secundair diploma, zou hij verplicht moeten meewerken aan een traject waarbij de leerling toch nog zijn diploma haalt.”

41

Leraar Luc

“Het is soms moeilijk om niet cynisch te worden. Ik merk dat ik soms snel denk: met die wordt het niks. En dan word ik door een leerling zo ongelooflijk positief verrast. Dat maakt mijn hele jaar goed” Nicaise: “Als leraar creëer je door je ervaringen in de klas soms een stereotiep beeld van je leerlingen. Een bso-leerling is zo, van een tso- of aso-leerling mag je dan weer andere dingen verwachten. Pas als de talenten van een of meer leerlingen je raken, ga je vaststellen dat je stereotiepe beeld vaak niet klopt. Je mag ook niet vergeten dat we jongeren inpassen in onze onderwijsstructuur. In een ander schoolsysteem – met een andere indeling dan bso, tso, aso – zou je leerlingen anders samen zetten en zou de ‘typische bso-leerling’ niet bestaan.” “Waardering van leraren, hoge verwachtingen en een goeie band met school, doen wat met een leerling. Daardoor gaat hij beter scoren op school. Maar dat geldt ook voor leraren. Als ze zich ondergewaardeerd voelen, gaan ook zij zich naar dat beeld gedragen – net zoals leerlingen. Ook een leraar heeft behoefte aan emotionele steun en raakt extra gemotiveerd als leerlingen veel van hem verwachten en zich inzetten.”


Advertentie


Klasse Magazine

R LE

A RT ENKA R A

OP STAP M

ET

JE

Samenstelling Anne Siccard

LERARENDAG

WEDSTRIJD

CONTINIUM, CUBE, COLUMBUS

WIN EEN VERBLIJF IN BULGARIJE

In Kerkrade (NL) huist Continium – discovery center, het wetenschaps- en techniekmuseum. In het najaar van 2015 openen ook Cube (design museum) en Columbus (earth theater) de deuren. In Cube zie, hoor, voel en ervaar je hoe design kan helpen bij het oplossen van uitdagingen in het dagelijks leven. Columbus laat je op unieke wijze een blik op onze aarde werpen. Een ‘buitenaardse ervaring’ waarbij je ziet wat de vooruitgang met de natuurlijke wereld doet. Met deze drie locaties op het Museumplein wordt een educatieve uitstap naar Kerkrade het overwegen waard.

Bulgarije blijft populair als vakantiebestemming. In en om Veliko Tarnovo, de oude hoofdstad, vind je overblijfselen van de Thraciërs, een fort, kloosters, orthodoxe kerken, markten, ecotrails en nationale parken, maar ook restaurants met Bulgaarse wijnen … Het vakantiehuis Velika Gledka is de perfecte uitvalsbasis voor een Bulgaarse vakantie. Dit zomerhuis in typisch Bulgaarse stijl, is uitgerust voor maximaal vier volwassenen. Rondom de woning ligt een groot terras met zicht op de weilanden en de vallei.

Continium – discovery center – Museumplein 2 – NL 6461 MA Kerkrade – www.continium.nl – gratis met Lerarenkaart Extra voordeel: lerarendagen op donderdag 5 november en zaterdag 7 november om 11 uur – gratis voor leraar en gezin (maximaal 5 personen, leraar incl.) – inschrijven: www.lerarenkaart.be/inschrijven

43

WIN Eén leraar met gezin wint een verblijf voor zeven dagen (exclusief waarborg en schoonmaak – waarde: 495 euro). De winnaar kan zijn gratis verblijf in 2016 opnemen tijdens de periode van 1 april tot 30 september, volgens beschikbaarheid. Mail vóór 10 oktober naar info@vakantieplekje.be met als onderwerp ‘wedstrijd Lerarenkaart’. Vermeld je contactgegevens en het nummer van je Lerarenkaart. www.vakantieplekje.be


Klasse Magazine

Op stap met je Lerarenkaart

FILM

CAFARD 1914. Worstelaar Jean Mordant wint in Argentinië het wereldkampioenschap. Thuis in Oostende wordt zijn dochter aangerand door Duitse soldaten. Als Jean het nieuws verneemt, besluit hij zich te wreken. Hij sluit zich aan bij het ACM, de eerste Belgische tankeenheid. Jean belandt in Rusland en reist uiteindelijk de halve wereld rond.

GRATIS VIPVERTONINGEN Woon gratis met een extra persoon (+16 jaar) een vertoning bij op woensdag 30 september (14.30 uur) in Studio Skoop Gent, op zaterdag 3 oktober (10.30 uur) in Roxy Koersel en (15 uur) in Cinema Zed Leuven, op zaterdag 10 oktober (10.30 uur) in Cartoon’s Antwerpen of op zondag 11 oktober (10.30 uur) in Budascoop Kortrijk. Schrijf je in op www.lerarenkaart.be/ inschrijven. Je weet meteen of je een ticket hebt. De mail die je krijgt, geldt samen met je Lerarenkaart als toegangsbewijs.

Vóór de film zie je een intro met een blik op de making of en de bijzondere animatietechniek ‘motion capture’ die in Cafard werd toegepast. De regisseur of een castof crewmember zal aanwezig zijn voor een nagesprek.

Cafard is geschikt voor de derde graad secundair onderwijs. Vanaf eind september is de film via het aanbod van ‘Lessen in het donker’ beschikbaar voor scholen samen met een uitgebreide lesmap. Voor meer info: www.lesseninhetdonker.be

44


Op stap met je Lerarenkaart

Klasse Magazine

Er zijn nog meer acties en lerarendagen. Check lerarenkaart.be

LERARENDAG

GLADIATOREN Voor gladiatoren kon elk gevecht het laatste zijn. Ze werden bewonderd, veracht, aanzien als volksvermaak … Maar de man-tegen-man-gevechten herinneren vooral aan de militaire successen die het Romeinse Rijk groot maakten. In ‘Gladiatoren – Helden van het Colosseum’ komt de veelzijdige wereld van de gladiatoren weer tot leven. Authentieke wapens, emotionele afscheidsredes van overleden gladiatoren en dramatische gevechtsscènes, gebeiteld in steen, nemen je mee naar de arena. Levensechte gladiatorenfiguren, films en interactieve installaties brengen je helemaal in de sfeer van toen. Gladiatoren – Helden van het Colosseum – van 24 oktober 2015 tot 3 april 2016 – Gallo-Romeins Museum – Kielenstraat 15 – 3700 Tongeren – www.galloromeinsmuseum.be – korting met Lerarenkaart Extra voordeel: lerarendagen op zaterdag 21 november en zaterdag 28 november met begeleid bezoek aan de expo en aan de stad Tongeren – gratis voor leraar, partner en maximaal 2 kinderen (minimumleeftijd 6 jaar) – programma en inschrijven: www.lerarenkaart.be/inschrijven

45

MUZIEKFESTIVAL

VETEX Orchestre International du Vetex is een knotsgek muzikaal collectief van een vijftiental muzikanten uit Frankrijk, België en de Balkan. Sinds hun oprichting in 2004, werden ze een van de mooiste en heetste wereldmuziekbands uit België en omstreken. Vetex brengt energieke live acts op festivals van Montréal over Belgrado, tot Aken. Ook naar het BIG BANG festival in Bozar vonden ze hun weg. Laat je dansbenen los op een swingende mix van balkanritmes, tarantella’s, reggae en afrobeats met Latijns-Amerikaanse cumbia. Concert Vetex – 8 november – 14.30 uur – Bozar – Paleis voor Schone Kunsten – Ravensteinstraat 23 – 1000 Brussel – www.bozar.be Extra voordeel: bij aankoop van een ticket is het tweede (goedkoopste) ticket gratis – voorverkoop 02 507 82 00 en afhalen met vertoon van de Lerarenkaart aan de vipdesk of aankoop tickets aan boxoffice vooraf of dag zelf met vertoon van de Lerarenkaart


Advertentie


Op stap met je Lerarenkaart

Klasse Magazine

LERARENDAG

SEA LIFE Ontvang een logboek en start een boeiende ontdekkingsreis in SEA LIFE Blankenberge, langs de Amazonerivier, door de zeeën en oceanen. In meer dan vijftig aquaria ontdek je de onderwaterwereld: van spectaculaire haaien, het kweekprogramma van zeepaardjes tot een prachtige zeeschildpad met een beperking. Wie alle stempels in het logboek heeft, krijgt een superduikerbadge. Sinds dit jaar heeft SEA LIFE een nieuwe uitdaging voor jong en oud: Rocky’s Klimavontuur! Klauter in de uitkijktorens en sta oog in oog met zeeleeuwen, pinguïns en speelse otters. SEA LIFE Blankenberge – Koning Albert I laan 116 – 8370 Blankenberge – www.sealife.be – gratis met Lerarenkaart LERARENDAGEN

ANTWERP CITY BREWERY DE KONINCK Een bezoek aan Antwerp City Brewery De Koninck is een totaalbeleving. In het Bierbelevingscentrum ontdek je in tien gethematiseerde kamers via de modernste audiovisuele technieken de geschiedenis van Antwerpen, haar eigenheid als bierstad en het geheim achter het De Koninck bier. Het multifunctionele centrum herbergt eetcafé De Pelgrim, kaasmeester Van Tricht (een van Europa’s beste kaasaffineurs), de Velodome concept store en verschillende typisch Vlaamse ambachten. Het centrum ligt aan het fietsnetwerk. De rondleiding door de nabijgelegen Art Nouveau-buurt start er ook. Antwerp City Brewery – Mechelsesteenweg 291 – 2018 Antwerpen – www.dekoninck.be – korting met Lerarenkaart Extra voordeel: lerarendagen op dinsdag 3 november en donderdag 5 november met start om 10.30 uur, 11.30 uur, 13.30 uur of 14.30 uur – gratis voor leraar en kinderen tot 3 jaar – partner en kinderen tot 15 jaar betalen 6,50 euro – inschrijven: www.lerarenkaart.be/inschrijven

47

Extra voordeel: lerarendagen van maandag 2 tot en met zondag 8 november 2015 – gratis voor leraren – partner en maximaal 4 kinderen krijgen 50% korting – inschrijven: www.lerarenkaart.be/ inschrijven

LERARENDAG

SARCOPHAGI Doorloop op de expo ‘Sarcophagi. Onder de sterren van Noet’ de twaalf uren van de nacht waarin de zon terugreist richting zonsopgang. Voor elk uur staat een iconisch stuk centraal, gekozen vanwege zijn religieuze, historische of esthetische kwaliteit. Ontdek verder de evolutie van de sarcofagen en de mummificatie in het Oude Egypte. Op de lerarendag komt egyptoloog dr. Bart Hellinckx de tentoonstelling toelichten. In de namiddag kan je het onlangs gerestaureerde tempieto van Victor Horta in het Jubelpark en het werk ‘De menselijke driften’ van Jef Lambeaux bezichtigen. ‘Sarcophagi. Onder de sterren van Noet’ – van 15 oktober 2015 tot 20 april 2016 – Jubelparkmuseum – Jubelpark 10 – 1000 Brussel – www.kmkg.be – korting met Lerarenkaart voor tijdelijke tentoonstellingen Extra voordeel: lerarendag op zondag 25 oktober – gratis voor leraren en kinderen tot 4 jaar – andere prijzen, programma en inschrijven: www.lerarenkaart.be/inschrijven


Klasse Magazine

Op stap met je Lerarenkaart

48


Klasse Magazine

ZATERDAG 24 OKTOBER - LERARENDAG

GENT KLEURT ORANJE Op zaterdag 24 oktober kleurt Gent oranje voor de leraar en zijn gezin. Met je Lerarenkaart op zak ontdek je de bijzondere relatie tussen Gent en Nederland. Tussen 1815 en 1830 waren Belgen en Nederlanders inwoners van hetzelfde koninkrijk. Hun koning Willem I kreeg bijnamen als Kanalenkoning, Koning Kaas en Koperen Koning. De expo in het STAM onthult je het leven tijdens ‘Het verloren koninkrijk, Willem I en België’. Het MSK Gent pakt uit met een zinnenprikkelende collectie Hollandse schilderijen, voorwerpen en zelfs opgezette dieren uit de 17de eeuw. In het Designmuseum Gent speelt de ‘Design Derby BE/NL 1815-2015’, een confrontatie tussen de beste ontwerpers en ontwerpen uit twee eeuwen. Het Willemwandelplan gidst je langs monumenten die gelinkt zijn aan het Nederlands bewind. Zes- tot twaalfjarigen volgen een speels parcours met het Willemwandelboekje. Het plan en het boekje haal je gratis af bij het infokantoor Toerisme, STAM, Designmuseum en het MSK. Om 10.30 en om 14.30 uur start een Willemwandelparcours met gids van VIZIT. Gratis vrij bezoek of te reserveren rondleiding voor de leraar, partner en kinderen in de MSK Gent en het Designmuseum. Gratis vrij bezoek of te reserveren rondleiding voor de leraar en partner (geen kinderen onder 16 jaar) in het STAM. Voor het volledig programma: www.stad. gent/gentkleurtoranje - reserveren voor de rondleidingen: via Gentinfo 09 210 10 10 of go.stad.gent/lerarendag – deelnemers krijgen een ‘Gent-kleurt-Oranje-zak’ met informatie over de activiteiten van het culturele themajaar. WIN: Bij elk van de musea kan je deelnemen aan een wedstrijd. De hoofdprijs is een gratis rondleiding door de tentoonstelling voor een hele klas.

Extra - Vzw MechaMusica presenteert die dag ook een muzikale happening rond straatorgels in Gent. In de centrumstraten en op de pleintjes komen straatorgels uit Nederland en België bijeen.

49

‘Het verloren koninkrijk. Willem I en België’ – van 15 oktober 2015 tot 28 maart 2016 – STAM – Stadsmuseum Gent – Bijlokesite Godshuizenlaan 2 – 9000 Gent – www.stamgent.be – korting met Lerarenkaart – geschikt vanaf de derde graad secundair onderwijs ‘De Gouden Eeuw revisited. Een curieuze collectie uit de Nederlanden’. – van 10 oktober 2015 tot 28 februari 2016 – Museum voor Schone Kunsten – Citadelpark – 9000 Gent – www.mskgent.be – korting met Lerarenkaart ‘Design Derby BE/NL 1815-2015’ – van 23 oktober 2015 tot 13 maart 2016 – Designmuseum Gent – Jan Breydelstraat 5 - 9000 Gent – www.designmuseumgent.be – korting met Lerarenkaart


Klasse Magazine

“Tussen 8 en 16 uur doen we alsof de realiteit niet bestaat” Wat kunnen wij leren van opiniemakers en topspecialisten en hun ervaringen met onderwijs? Saskia Van Uffelen, topmanager, Digital Champion en moeder van vijf, bijt voor deze reeks de spits af. Tekst Pieter Lesaffer Beeld Jens Mollenvanger

SASKIA VAN UFFELEN, DIGITAL CHAMPION Ze komt graag in scholen, om met leraren en directeurs in debat te gaan. Zowel over digitalisering als over haar boek ‘Iedereen baas!’, waarin ze de verschillen tussen de vier generaties beschrijft. Ooit was Saskia Van Uffelen zelf bijna leraar geworden. “Ik heb de lerarenopleiding gedaan”, zegt ze. “Tijdens mijn stage heb ik één dag voor de klas gestaan. Maar ik voelde onmiddellijk dat het niks voor mij was. Uiteindelijk ben ik in de IT-sector terechtgekomen.”

50

Als CEO van telecombedrijf Ericsson en als ‘Digital Champion’ in opdracht van de Europese Commissie en de federale regering, trekt Saskia Van Uffelen vandaag het land door om iedereen te overtuigen van de digitale omwenteling. Niet het minst de verantwoordelijken binnen ons onderwijs. Want daar dreigen we volgens haar hopeloos achter te lopen. “Ik hoor heel vaak zeggen dat het Vlaamse onderwijs zo fantastisch is”, zegt ze. “Ik denk dat we inderdaad ooit helemaal aan de top stonden, maar vandaag blijven we op sommige vlakken stilstaan. Andere Europese landen zijn ons aan het voorbijsteken. Zweden bijvoorbeeld. Een land dat ik beter heb leren kennen, omdat daar de hoofdzetel van Ericsson is.”


Klasse Magazine

Wie is Saskia Van Uffelen? • moeder van vijf kinderen (tussen 11 en 30 jaar) • CEO van Ericsson België-Luxemburg. Geeft leiding aan ongeveer vierhonderd mensen. • Sinds 2011 ‘Digital Champion’ in opdracht van de Europese Commissie, om de digitale integratie te bevorderen. Sinds 2014 doet ze dat ook in opdracht van Alexander De Croo, de federale minister voor Digitale Agenda. • Schreef het boek ‘Iedereen baas!’ over de samenwerking tussen vier verschillende generaties binnen een organisatie. • Studeerde lerarenopleiding lager onderwijs en master Lichamelijke Opvoeding.

Op welke vlakken staat het Zweedse onderwijs verder? “De infrastructuur is veel moderner. Als ik in Vlaanderen een willekeurige school binnenstap, ziet die er op het eerste gezicht nog altijd hetzelfde uit als twintig jaar geleden. Alleen de foto van de koning is vervangen. De Zweden waarderen en vertrouwen hun leraren meer en de scholen staan er met twee voeten in de realiteit.” Dan heb je het over de digitale realiteit? “Dat in de eerste plaats. Jongeren groeien nu op in een digitale wereld. Maar te veel Vlaamse scholen staan daar mijlenver van af. Ze doen alsof het internet tijdens de schooluren niet bestaat. Als ‘Digital Champion’ is het een van mijn opdrachten om te werken aan een digitaal geïntegreerd onderwijs. Niet om aan de leraren te zeggen wat ze moeten doen. Wel om ze ervan te overtuigen dat digitale toepassingen niet de boeman zijn, maar integendeel zelfs hun job gemakkelijker kunnen maken. Scholen mogen zich niet wegsteken achter excuses zoals de infrastructuur laat het niet toe, de leraren willen niet mee of de ouders hebben geen

51

“De directeur is de CEO van zijn of haar school” internettoegang. Terwijl uit onderzoek blijkt dat in ons land 97 procent van de gezinnen met kinderen dat wel heeft. ” “De directeur speelt een cruciale rol in ons onderwijs. Ik noem hem of haar de CEO van de school. Als hij of zij een visie en een globaal digitaal plan heeft, dan kan een school de klik maken. Maar als er geen goed plan is, zal het zelfs met de mooiste toestellen niet lukken. Ik ken een school die vorig jaar dertig Chromebook laptops heeft gekocht. Die toestellen staan er nu nog steeds ongebruikt, net omdat ze geen onderdeel van een ruimer plan zijn. Je kan dat de directeurs niet persoonlijk verwijten. Vaak kregen ze geen opleiding en ondersteuning om zoiets te doen. Zij zouden dat goed kunnen gebruiken, want ze hebben wel de ruimte om dingen te veranderen. Ze krijgen een kader en duidelijke afspraken, net zoals ik dat van de hoofdzetel van Ericsson krijg, maar daarbinnen is er wel ruimte voor een eigen beleid, net zoals ik dat heb voor België en Luxemburg.”


Klasse Magazine

De ICT-coördinatoren brengen toch digitale expertise in ons onderwijs? “Digitalisering is veel meer dan ICT, want dat gaat alleen over de apparaten: het smartboard, de computer … Bij digitalisering hoort ook mediawijsheid. Vroeger was het eenvoudig. Je ging naar de bibliotheek. Daar stonden allemaal boeken die stuk voor stuk juiste info bevatten. Je moest alleen maar een boek kiezen en daaruit het stuk kopiëren dat je nodig had. Nu trekken we niet meer naar de bibliotheek, want alles – ook foute info – staat op het internet. Daar moeten we op inspelen. Het is onze verantwoordelijkheid om jonge mensen het verschil tussen goede en slechte informatie te leren.” Heeft het onderwijs niet net als taak om tegengewicht te bieden tegen de digitalisering? Kinderen en jongeren zitten na school al vaak voor een scherm. “Digitale integratie op school betekent niet automatisch meer schermtijd. Ik zoek een antwoord op de vraag: hoe gaan we de jongeren weerbaar maken om in de digitale wereld te overleven? Het is niet normaal dat veiligheid op het internet nog steeds niet standaard in het lessenpakket zit. Terwijl we iedere week in de krant lezen hoe jongeren online gepest worden en sommigen daardoor zelfs een poging tot zelfdoding ondernemen. De vraag is niet: is digitalisering goed of fout? Maar wel: hoe kunnen we onze kinderen daarvoor wapenen?”

“Zelfs vandaag, in 2015, bestaat al een deel van de jobs waarvoor ons onderwijs jongeren opleidt, niet meer”

Met andere woorden, de school bereidt jongeren te weinig voor op het echte leven? “Je kan tussen 8 en 16 uur niet blijven je hoofd in het zand steken. Doen alsof de digitale wereld niet bestaat. Dan weet je wat de reactie is op die leeftijd: een verboden vrucht is des te spannender. Bovendien gaan jongeren dan na schooltijd overcompenseren, en vaak niet op de goede manier, want ze hebben de spelregels nooit geleerd.” “We kunnen heel lang discussiëren over de vraag of de digitalisering een goede zaak is of niet. Maar dat heeft weinig zin. Het is de realiteit, en het zal alleen maar toenemen. We kunnen kiezen: gaan we dat aanvaarden? Of blijven we doen alsof dat niet bestaat, en de peperdure smartboards enkel gebruiken als beamer om film te kijken in de klas? Of zoals bij mijn dochter in de klas, ICT geven uit een boek.” Zal dat niet op een natuurlijke manier evolueren, via de jonge studenten die aan de lerarenopleiding afstuderen? “Nee, ik denk dat ook toekomstige leraren nog te vaak vasthouden aan het oude ideaal van lesgeven met het zwarte bord en het witte krijt. Ook al zijn het nu steeds vaker smartboards en markers. Ik zie te weinig vernieuwende methodieken. We moeten vermijden dat we de leraren van gisteren opleiden, want we hebben die van morgen nodig. Als ‘Digital Champion’ ga ik me binnenkort veel meer op de lerarenopleiding focussen. ”

52


Klasse Magazine

SASKIA VAN UFFELEN, CEO Heb je zelf al digitale vernieuwingen op school begeleid? “Drie jaar geleden heb ik de secundaire school Sint-Jozef Sint-Pieter in Blankenberge bijgestaan om de lessen zo veel mogelijk via tablets te geven, de zogenaamde ‘iPadschool’. Daar zijn we ongeveer alle hindernissen tegengekomen die we konden. De weerstand zat niet alleen bij de overheid en de koepel, maar ook bij de ouders, de uitgeverijen en zelfs bij sommige leerlingen – de laatstejaars wilden niet nog voor één jaar veranderen. Echt verrassend is dat natuurlijk niet, want mensen zijn van nature tegen verandering.”

Wat heb je geleerd uit die opstart?

1

“Ten eerste: waar een wil is, is een weg. De directie had een duidelijke visie uitgewerkt en de leraren daarin al in een vroeg stadium betrokken. Door goed te communiceren, sprongen de leraren enthousiast mee op de kar. Lesmateriaal was er niet, en dus zijn ze dat zelf beginnen te maken. Intussen hebben de Vlaamse uitgeverijen wel grote stappen voorwaarts gezet.”

3

“Het derde aspect: je hebt een heel sterk communicatieplan nodig naar ouders en andere stakeholders: leerlingen en overheid. Alleen dan kan je iedereen overtuigen. Dat onderschatte de school. Ze dacht: als de leraren het willen en we zijn er klaar voor, dan zal het wel lukken. Niet dus.”

5

“Ten vijfde: er zijn veel meer mogelijkheden om individueel met de leerlingen te werken. Zonder handboek zetten de leraren veel meer in op differentiatie. Ze serveren hun leerlingen aangepaste online oefeningen.”

2

“Ten tweede moet digitalisering geen big bang zijn, doorgevoerd in één zomervakantie. De overgang van papier naar digitaal kan geleidelijk verlopen. In Blankenberge werd een deel van de leerstof gemengd papier-digitaal, een ander deel volledig digitaal. Dat laatste is achteraf nog wat bijgestuurd, omdat het in de realiteit niet werkte, of omdat er niet genoeg uitgewerkt lesmateriaal was.”

4

“Ten vierde is er het financiële aspect. De school is erin geslaagd om de rekening voor de ouders aanzienlijk te doen dalen. Omdat er bijvoorbeeld geen kopieën meer gemaakt moesten worden en minder papier aangekocht is. In deze tijden van crisis is dat een belangrijk aspect.”

Hoe kijk je als manager en afgestudeerd leraar naar de organisatie van ons onderwijs? “De wereld wordt niet alleen digitaler. Hij wordt ook steeds minder hiërarchisch. Het wordt moeilijker, ook in bedrijven. Vroeger zei de chef iets aan zijn sous-chef, die het dan verder vertelde aan de werknemers. Dat systeem werkt niet meer, je krijgt veel meer een horizontale organisatie. Dat zie je ook in onderwijs. Vroeger stond de leraar vooraan en moest de leerling slikken, nu is dat meer afgevlakt. Dat betekent niet dat de leerlingen minder respect voor de leraren hebben. Ze verwachten wel een ander leiderschapsprofiel: de leraar moet een coach zijn die samenwerkt en projecten uitwerkt waarbij de klas een efficiënter geheel wordt. Coachende vaardigheden hebben trouwens niks met leeftijd te maken. Ik ken zowel jonge als oudere leraren met sterke coachende capaciteiten.” Is onderwijs flexibel genoeg om snel in te spelen op maatschappelijke veranderingen? “In onderwijs kan je aan de basis veel zelf in beweging zetten. Maar om het systeem te veranderen heb je de overheid nodig. Met de Koninklijke Vlaamse Academie Van België voor Wetenschappen en Kunst (KVAB) hebben we een nota gemaakt om het curriculum aan te passen aan de digitale wereld. In 2020 zal 65 procent van de jobs die we vandaag kennen niet meer bestaan. Zelfs vandaag, in 2015, bestaat al een deel van de jobs waarvoor ons onderwijs jongeren opleidt, niet meer. Je hebt ook andere competenties nodig. Een geneesheer bijvoorbeeld moet zich aanpassen aan de realiteit dat mensen eerst dr. Google raadplegen en dan pas naar hem komen. Hij heeft de competentie nodig om mensen duidelijk te maken dat niet alles wat ze op het internet vinden noodzakelijk waar is. Dat was vroeger niet nodig, want de dokter was toch de enige die het wist. Hetzelfde geldt ook voor andere jobs. Een loodgieter moet met 3D-software leren werken om een vervangstuk te kunnen printen.” “Wat hebben we in de toekomst nodig? Niet meer de hele ketting van productie in een lageloonland tot het transport om dat vervangstuk tot bij de loodgieter te krijgen. Maar wel creatieve mensen die software ontwikkelen waardoor de loodgieter nog beter en sneller kan 3D-drukken. We hebben daarin nog een hele weg te gaan. Want onderwijs toont nog te weinig waardering voor creatieve leerlingen. Terwijl creativiteit net zo’n belangrijke competentie is in de jobs van morgen.” Je hebt een boek geschreven dat uitgaat van de vier verschillende generaties die elkaar op de werkvloer tegenkomen (zie ook p. 54). Hoe pas je dat toe op onderwijs? “Voor leraren is het dubbel. Enerzijds moeten leraren van verschillende generaties met elkaar samenwerken. Anderzijds zitten in hun klas jongeren met een ander verwachtingspatroon dan vroeger. Dat is niet altijd makkelijk. Toen mijn zoon 15 jaar was, vertelde hij thuis dat hij tijdens het

53


Klasse Magazine

Babyboomers (1946-1964) Werk is heel belangrijk voor hen. Ze houden wel een strikte scheiding met hun persoonlijke leven. Ze denken hiërarchisch en gestructureerd.

X

Y

Z

Generatie X (1965-1979) Pragmatisch ingesteld. Het zijn harde werkers maar niet zo trouw als de babyboomers. Voor hen is ‘het nieuwe werken’, waarbij je zelf de werkuren kan indelen, een belangrijk aspect van de job.

Generatie Y (1980-1992) Werk en privéleven lopen door elkaar, net zoals online en offline door elkaar lopen. Ze zijn meer op samenwerking gericht, zien hun baas als coach en zijn minder trouw aan hun werkgever.

Generatie Z (na 1993) Zij zijn de eerste digital natives. Ze zijn opgegroeid in een digitale wereld. Daardoor kunnen ze heel snel omgaan met de berg informatie die op hen afkomt.

SASKIA VAN UFFELEN, MOEDER uurtje ICT weer eens Open Office open en dicht had gedaan zonder veel vooruitgang te boeken. ‘Boring’, zei hij mij. Ik raadde mijn zoon aan om met zijn leraar te praten en voor te stellen om een aantal lessen ICT zelf te geven. Eerst durfde hij het niet te vragen, maar hij heeft het uiteindelijk wel gedaan. Gelukkig hebben directie en leraar daar goed op gereageerd. Ze hebben de rollen omgedraaid, en de leerlingen laten lesgeven aan elkaar. Het gaf een heel nieuwe dynamiek in de klas en de doelstelling qua eindtermen was bereikt.” De jongeren die nu in het secundair onderwijs zitten, behoren tot de generatie Z. Je omschrijft hen als ‘slim, sportief, sluw’. “Ze zijn ongelofelijk creatief. Het grote verschil tussen deze en de drie voorgaande generaties is dat zij echte digital natives zijn – de anderen doen alsof ze er iets van kennen. Voor hen is Facebook geen technologie. Hetzelfde zie je bij kinderen die met hun vinger over het televisiescherm swipen. Zij zijn daarin geboren, ze kennen niks anders. Daarom kan je de generatie Z niet meer laten doen wat wij vroeger deden. Zij kunnen enorm snel linken leggen. Ze leggen verbanden tussen de verschillende brokken informatie die op hen afkomen.”

“Het is niet normaal dat veiligheid op het internet nog niet in het lessenpakket zit” “Ik zeg niet dat deze evolutie alleen maar positief is. Er zitten ook negatieve kanten aan. Kijk bijvoorbeeld naar de opmars van IS. Het ‘succes’ is gebaseerd op de beïnvloeding van jongeren, die het verschil niet zien tussen goed en slecht. Maar dat betekent niet dat we onze ogen moeten sluiten, want het is gewoon de realiteit.”

54

Een van je kinderen heeft autisme. Hoe verloopt dat op school? “Simon heeft Asperger autisme. Net zoals veel anderen heeft hij dat in combinatie met dyslexie en dyscalculie. Daardoor krijgt hij zijn gedachten, ondanks zijn hoge intelligentie, niet verwoord. Hij doet alles op basis van zijn geheugen, dat goed getraind is. Simon is een lopende IT-catalogus. Als je een laptop wil kopen, kan hij je zo zeggen waar je die kan vinden tegen welke prijs.” “Zijn schoolse loopbaan is dramatisch. Hij is nu zeventien jaar en hij zit al anderhalf jaar thuis. Want de andere kant van Simon wil niemand. Je kan hem niet in een klas zetten met zeventien anderen en vragen om een hele dag stil te zitten. Hij heeft ook een beperkt empathisch vermogen. Hij ziet bijvoorbeeld niet wanneer de leraar gefrustreerd is – dus hij blijft lachen, met alle gevolgen natuurlijk.” Is er dan geen gepaste hulp? “Autisme is complex. Simon werd beoordeeld op zijn gedrag. Zijn gedrag was problematisch, en dus werd hij naar het buitengewoon onderwijs voor kinderen met gedragsproblemen gestuurd. Terwijl zijn gedrag geen oorzaak was, maar het gevolg van zijn autisme. Die diagnose is er pas gekomen toen Simon elf jaar was, terwijl de problemen al in de kleuterklas begonnen waren.” We zijn al jarenlang op zoek naar een buddy voor hem. Iemand die het liefst even groot en even breed is en die hem kan leren geld te beheren, zich te verplaatsen, zijn rijbewijs te halen. Maar ik vind die persoon niet. Met het uurtje begeleiding dat hij nu per week krijgt, haalt hij het niet. Het is een drama wat met dat soort jongeren gebeurt, want ze zijn een risicogroep voor geweld, criminaliteit, drugs.” Heeft die ervaring je kritischer gemaakt over ons onderwijs? “Er zitten ongelooflijk veel goede, gepassioneerde mensen in onderwijs, maar ik denk dat de structuren niet aangepast zijn aan de huidige noden. Ik stel mij bijvoorbeeld de vraag of de structuur van de CLB’s wel de beste manier


Klasse Magazine

is om problemen te behandelen. Als we bij Simon op het einde van de kleuterschool hadden geweten wat we pas op zijn elf jaar wisten, dan hadden we tussen zijn vijf en elf jaar aangepaste zorg en scholing gezocht.” “Ik heb eens voorgesteld om de CLB’s als structuur af te schaffen en de CLB-medewerkers te integreren in het onderwijs. Dan hebben leerlingen nog meer leraren die kunnen inzetten op de talenten van elke leerling. Een belangrijke eigenschap, want de hele maatschappij heeft sterk de neiging om naar de tekorten te kijken. Terwijl we naar de competenties moeten kijken. Iedereen heeft die. Ik moet dat ook doen bij de werknemers in mijn bedrijf, dus leraren bij leerlingen zoals Simon ook.” “Ik snap, als bedrijfsleider en als moeder, ook nog altijd niet waarom we zo’n complex onderwijssysteem hebben. Hoeveel geld, tijd en energie gaat daaraan verloren, terwijl een jongere een jongere blijft. In het dorp waar wij wonen, hebben we scholen van alle koepels. Als die kinderen uit al

“Mijn zoon heeft Asperger autisme. Hij is een lopende IT-catalogus, maar zijn schoolse loopbaan is dramatisch” die scholen samenkomen, zie ik niet veel verschillen. Hetzelfde met de leerlingenaantallen. De subsidies van de scholen zijn gebaseerd op het aantal leerlingen. En dus wil iedereen zoveel mogelijk leerlingen hebben. En dan krijg je de meest crazy dingen in een concurrentiestrijd tussen de verschillende scholen in hetzelfde dorp. Dan beginnen scholen ouders te verleiden om van de ene school naar de andere te gaan. En het kind hangt daar ergens tussen.” Welke onderwijskeuzes heb je voor je andere kinderen gemaakt? “Twee van mijn vijf kinderen zitten in Montessorionderwijs. Daar werden ze meer uitgedaagd en konden ze hun jaar gedeeltelijk overbruggen. Ze leren er ook hoe de oudere leerlingen voor de jongeren moeten zorgen, en wekelijks een deel van hun werk zelfstandig plannen en maken. Ze doen ook enorm veel projectwerk, er is veel samenwerking. De digitale integratie is in de school wel volledig afwezig. Maar, onafhankelijk van wie mevrouw Montessori ooit mocht geweest zijn, zie ik er wel een aantal basisbegrippen van de vernieuwde wereld opduiken. Al is dat geen onderwijs dat voor iedereen even goed is. Iemand die veel structuur nodig heeft moet je niet naar een Montessori-school laten

55

gaan. Het is dus niet zaligmakend, maar andere scholen kunnen er wel een aantal dingen van leren. Mijn dochter van 14 jaar zit nu in het tweede jaar aso in het klassieke onderwijs, en ze doet dat zeer goed. Daar moet ze zelfstandig werken, presentaties geven … Allemaal dingen die ze in haar basisschool heeft meegekregen.” Heb je geen spijt dat je niet voor de klas bent gaan staan? “Nee, want dan had ik niet geweten wat ik nu weet. Ik kan nu misschien meer geven aan onderwijs dan wat ik ooit als leraar had kunnen doen. Ik ben wel blij dat ik de lerarenopleiding heb gedaan. Ik heb daar nog altijd veel aan, ook in mijn huidige job. Ik heb bijvoorbeeld geleerd dat je duidelijk, logisch en gestructureerd moet communiceren als je een boodschap wil overbrengen. Daardoor ben ik vrij goed geworden in presentaties. En dat is een belangrijk onderdeel van mijn job.”

Als ‘Digital Champion’ focust Saskia Van Uffelen ook op onderwijs om leerlingen te versterken in een maatschappij die steeds digitaler wordt. Voor de scholen werkte ze mee aan dit aanbod. CODERDOJO Via de buitenschoolse CoderDojo’s leren kinderen coderen. Dat helpt hen om logisch en gestructureerd te denken en verbanden te zien. www.coderdojobelgium.be

IRESPECT Het lespakket IRespect werkt rond veiligheid op internet. Het is bestemd voor 10- tot 14- jarigen (inclusief buitengewoon onderwijs) en is beschikbaar online (in samenwerking met Child Focus). www.childfocus.be/sites/default/files/irespect.pdf

INTERNSHIP Een ‘internship’ laat hogeschoolstudenten uit technische richtingen meedraaien in een bedrijf. Dat kan in de toekomst uitgebreid worden naar het einde van het secundair onderwijs. TOOLKIT Directeurs die op hun school de digitale omslag willen maken, kunnen in de toekomst ondersteuning krijgen van een collega uit de privésector. Er komt een ‘toolkit’ om samen een financieel en communicatieplan op te stellen.

KLAS TIP


Advertentie


Klasse Magazine

“Fulltime zingen is niks voor mij� Leraar Tom De Man is The Voice van Vlaanderen Tekst Stijn Govaerts Beeld Jens Mollenvanger

57


Klasse Magazine

Wie is Tom De Man? • leraar Nederlands-Engels • DvM Aalst, handels-, technisch en beroepsonderwijs • winnaar The Voice Van Vlaanderen 2014 • elke donderdagochtend op StuBru

Het televisieprogramma The Voice van Vlaanderen joeg achter een unieke stem en vond leraar Tom De Man. Zijn godsdienstleraar wist al veel langer dat hij een geweldige stem heeft. “Zonder hem had ik het nooit zover gebracht in de muziek.” Of Tom ook een inspirerende mentor is voor zijn leerlingen? Je won een populaire talentenjacht. Hoe definieer jij talent? “Talent is iets waar je goed in bent en waar je volledig in opgaat. Maar talent hebben is niet voldoende. Je hebt ook een mentor nodig. Iemand die dat talent ontdekt, in je gelooft en je stimuleert om daaraan te blijven werken. De passie moet bij allebei wel even sterk zijn.” Wie heeft jouw zangtalent gespot? “De dirigent van het schoolkoor in het Klein College, mijn leraar godsdienst, benoemde mijn talent. Ik had een goeie sopraanstem. Dankzij hem ben ik blijven investeren in mijn stem. Die man was heel oud, maar erg begeesterd door muziek. Onder zijn leiding waren we met ons schoolkoor zelfs wereldtop in de jaren negentig. Als hij niet in het college had gestaan, was ik in de muziekwereld nooit geraakt waar ik nu sta.”

58

Heb jij een extra zintuig voor talent bij je leerlingen? “Ik let vooral op enthousiasme bij leerlingen. Sommige leerlingen praten zo gepassioneerd over hun GIP, hun afstudeerproject. Als ze die passie combineren met een stevige dosis inzet, dan geraken ze er wel. Dat vertel ik hen ook. Voor Nederlands en Engels, de vakken die ik geef in de derde graad tso, ligt het moeilijker om talent te spotten. Taal is voor die mannen vooral een werkmiddel. Maar we organiseren op school ‘Ogen Dicht’, een vrij podium waarop leerlingen ’s avonds muziek, poëzie en toneel brengen. Dat is kleinschalig en amateuristisch. Maar ik grijp wel elke keer de kans om jongens en meisjes die goed zingen, daar ook op te wijzen. Ik toon dat ik fier ben op hen. Misschien geeft hen dat de energie om te investeren in hun talent.” Welke mentorraad had je aan jezelf gegeven? “‘Had dan toch iets gedaan met sport.’ Ik fiets en voetbal enorm graag. Ik ben secretaris, teambegeleider en speler van een zaalvoetbalploegje. Maar de wetenschapsvakken in de richting Wetenschappen-Sport waren er toen te veel aan. Toch heb ik geen spijt van mijn keuzes. De fouten en


Klasse Magazine

gemiste kansen maken me tot wie ik nu ben. Ik ben na mijn humaniora Germaanse Talen gaan studeren. Uit liefde voor de taal. Mijn ouders namen me altijd mee naar de bibliotheek, en mijn meter besmette me met haar liefde voor boeken.” “Ik wilde leraar Nederlands-Duits worden. Dat kwam door een heel gedreven, maar onorthodoxe leraar, Daniel. Die kerel heeft mijn liefde voor taal enorm getriggerd, en mijn passie voor het lerarenvak aangewakkerd. Er zat een dosis rock-’n-roll in zijn lessen. Zelfs de mannen die niet graag taal deden, hingen aan zijn lippen.” Verwijs je in je lessen naar eigen ervaringen? “Dit klinkt misschien stom, maar ik ben nog altijd enthousiast over de thesis die ik maakte over middeleeuwse literatuur. Als ik leerlingen van 6 Techniek - wetenschappen zie sukkelen met hun GIP, grijp ik terug naar mijn periode als student. ‘Het lijkt nu te veel en te moeilijk. Ik had dat ook soms. Maar het gaat je lukken als je doorbijt’, vertel ik ze dan.” “The Voice van Vlaanderen? Ik voelde me wat te oud. Het zat daar vol gasten die nog niet wisten wat ze wilden met hun leven. Ook mijn leerlingen zagen dat ik me niet honderd procent op mijn plek voelde. Maar ze zagen ook: hij doet het toch maar. Ik hoop dat ik hen daarmee inspireer om ook door te bijten. ‘Meneer, zou je dit nog opnieuw doen’, was de eerste vraag die ze achteraf stelden. Ik antwoordde: ‘Nee, maar ik ben verdorie fier dat ik dat gedaan heb.’”

“Inspelen op de leefwereld van je leerlingen, betekent niet dat we vrienden zijn” “Het programma bracht niet zo heel veel te weeg op school. De leerlingen die elke keer naar The Voice keken, behandelden mij niet ineens op een andere manier en ik hen ook niet. Ze reageerden enthousiast en positief, maar gelukkig niet hysterisch. Ik besteedde bij het begin van de les vijf minuten aan The Voice, daarna maakten zowel de leerlingen als ik de klik. ‘En nu is het les.’” Welke skills gebruik je zowel in de klas als op het podium? “Bescheidenheid. Ik weet dat ik niet de allerbeste zanger ben. Ik doe het gewoon goed. Maar je moet altijd bescheiden blijven. Leerlingen mogen heel fier zijn op wat ze maken of

59

op de resultaten die ze behalen. Maar ze mogen niet gaan zweven en dikkenekkerig doen. Ze moeten goed weten dat er altijd zijn die het nog beter doen dan zij.” Vloekt die bescheidenheid niet met je leven als zanger en je succesvolle passage in The Voice Van Vlaanderen? “Net niet. Elke donderdagochtend zing ik covers op StuBru. Heel fijn om te doen. En het slaat ook aan bij de luisteraars. Maar om twintig over tien sta ik met veel enthousiasme in de klas. Dat is toch het toppunt van bescheidenheid? Mijn leerlingen weten zelfs niet dat ik op StuBru zit. Tenzij ze er per ongeluk naar geluisterd hebben.” Welke talenten moet een goede leraar hebben? “Passie en empathie. Sociaal contact met leerlingen is immens belangrijk. Het moet niet enkel honderd procent over je vak gaan. Ik toon graag interesse in hun leefwereld, en sla een brug tussen die wereld en mijn lessen. Die twee dingen maken van mij een goeie leraar, als ik dan al mag stoefen.” “Inspelen op de leefwereld van je leerlingen, betekent niet dat we vrienden zijn. Dat kan alleen na de schoolloopbaan, niet tijdens. De mannen die weten dat ik zaalvoetbal speel vragen regelmatig: ‘Meneer, kunnen we eens een matchke voetbal spelen?’ Dan regel ik dat. Maar als ze me achteraf willen toevoegen op Facebook, weiger ik ze. Er moet nog een kloof zijn. Als ze afgestudeerd zijn kan het wel. Twee ex-leerlingen zijn vandaag mijn beste maten.” En welke mindere kantjes wil je weg uit je job als leraar? “Puur praktisch, de administratieve druk. Ik vind dat we er, ondanks het digitale tijdperk, niet op vooruitgaan. Bureaucratie maakt onze job zwaarder. Van alles verwachten ze een digitale weerslag. Ik begrijp dat we zo transparant mogelijk moeten werken als leraar. Ik sta daar zelfs achter, maar wat minder bureaucratie is welkom.” Is stoppen in onderwijs en fulltime zingen voor jou een optie? “Ik ben blij dat het niet mijn fulltime job is. Nogal wat artiesten hebben een sterke profileringsdrang. Maar dat komt wellicht omdat ze van de showbizz hun beroep maken. Ze moeten zich dan elke dag opnieuw in die wereld knokken en constant opboksen tegen vooroordelen. Al dat profileren is niks voor mij.” “Ik weet trouwens heel goed dat ik niet goed genoeg ben om van muziek mijn carrière te maken. Ik denk dat de slotsom snel gemaakt is. Ik combineer twee passies en dat wil ik blijven doen.”


Klasse Magazine

De startende leraar

Wie is Anne Fraeys? • volgde Latijn-moderne Talen • daarna lerarenopleiding lager onderwijs • uit onderwijsfamilie, moeder in buitengewoon onderwijs • sinds 1 september leraar in een Daltonschool in Zolder

60


Klasse Magazine

Volg Juf Anne op annestart@ instagram.com

De startende leraar

“Eind augustus was solliciteren niet leuk meer” “Een startersjob vinden in onderwijs is niet makkelijk. Zeker niet in Limburg.” Dat had Anne Fraeys overal horen waaien. Daarom reed ze tijdens de vakantie 400 kilometer om haar sollicitatiebrieven af te geven aan directeurs. Pas op de valreep had ze een job te pakken. Over haar startersjaar schrijft ze vier keer in Klasse Magazine. “Juf Anne. Het blijft vreemd om mezelf zo voor te stellen. Maar hé, dat ben ik sinds kort helemaal officieel. Mijn verhaal begint een paar maanden terug. In juni. Examens, afgestudeerd, feestje! Maar solliciteren, hoe begin je daaraan? Hoe maak ik een curriculum vitae, een sterke sollicitatiebrief? Help? Daarover kreeg ik bijna niets mee op school. Internet bleek mijn beste vriend.” “Schrijven, printen, plooien en alles op school binnen steken bij de directeurs. De persoonlijke aanpak, dat was het plan. Met een pakje zenuwen in mijn lijf vertrok ik niet veel later op mijn tocht door het Limburgse scholenlandschap. Al snel moest ik mijn verwachtingen bijstellen. Tien brieven per dag hoogstpersoonlijk afgeven aan de directeur bleek te ambitieus. Scholen ontsnapten subtiel aan mijn zorgvuldig ingestelde gps, schoolpoorten zaten muurvast en directeurs waren afwezig. Die tegenslagen drukten al snel mijn aanvankelijke enthousiasme. Oh ja, en het kwik dat vlotjes tegen de 30° liep, zorgde ervoor dat ik niet eens een frisse kop had om indruk te maken op toekomstige werkgevers. Reality check? Jazeker! Toch ben ik blij met mijn eerste ronde en mijn persoonlijke aanpak, die werd wel geapprecieerd op de scholen. Maar of hij ook werk oplevert?” “Op het einde van de vakantie ging ik ijverig verder. Maar eerlijk? Hoe meer de back-to-schoolkriebels overal de kop opstaken en 1 september-reclames het straatbeeld veroverden, hoe onzekerder ik werd. Nergens bleek er nog plaats voor een kersverse, gemotiveerde juf als ik. En ik wilde zo graag aan de slag als juf!”

61

“Eind augustus was er niets leuks meer aan solliciteren. Ik had 35 brieven persoonlijk afgegeven, vierhonderd kilometer rondgereden, maar nog altijd geen job. Ik legde me erbij neer dat ik op 1 september niet met een boekentas vol verwachtingen voor de schoolpoort zou staan. Ik stelde me al in op een paar weekjes extra ‘vakantie’. Ik zou in september net als veel andere starters op jacht moeten naar interims. De geruchten over moeilijk werk vinden in Limburg klopten blijkbaar. Althans, dat dacht ik toen. Tot plots ’s avonds mijn gsm rinkelde. Of ik zo snel mogelijk op gesprek kon komen?” “Ik kan nog steeds niet goed vatten wat ik toen te horen kreeg. Of ik op 1 september fulltime wilde starten in het derde en vierde leerjaar? JA! JA! JA! Of ik niet eerst nog een nachtje wilde nadenken? NEE! Drie dagen later, op 31 augustus, had ik nog steeds niet helemaal door dat dit echt was. Maar daar stond ik dan: om negen uur ’s avonds krukjes in elkaar te schroeven in mijn eigen klaslokaal. Met de hulp van de ouders, waarvoor mijn eeuwige dank. Ik ben juf! Juf Anne.” Tekst Anne Fraeys Beeld Jeroen Mylle

BEN JIJ EEN STARTENDE LERAAR EN OP ZOEK NAAR INFORMATIE OP MAAT? MAAK EEN PROFIEL AAN OP KLASSE.BE EN DUID ALS THEMA ‘STARTERS’ AAN.


Advertentie


Klasse Magazine

Scoren met STEM Science, Technology, Engineering, Mathematics. Tekst Wouter Bulckaert en Pieter Lesaffer Beeld Tim Sels

Meer dan 50 secundaire scholen starten dit schooljaar met een nieuwe optie in het eerste jaar: STEM. Die wil leerlingen uit het basisonderwijs aantrekken met grote interesse voor wetenschappen en techniek. “De STEMoptie die wij aanbieden is een theoretische richting, geen technische richting”, vertelt Natacha Gesquière van SintBavo Gent. Toch vreest het technisch onderwijs dat STEM in scholen met aso vooral op hún leerlingen mikt en de tso-richting Industriële Wetenschappen verzwakt. “Voor leerlingen die in het zesde jaar zeer goede punten behaalden voor alle vakken en interesse hebben in wiskunde, wetenschap en techniek.” Zo omschrijft het Heilig Graf in Turnhout op haar website de optie ‘Moderne STEM’. Een optie die bestaat sinds het schooljaar 2013-2014. Het Heilig Graf was daarmee de pionier in Vlaanderen. “Bedrijven zoeken koortsachtig naar hoogopgeleide wetenschappers”, zegt Betty Weyns, coördinator van de studierichting. “Daar wilden we op inspelen, en al vanaf het eerste jaar een wetenschappelijke opleiding op hoog niveau aanbieden. Die is bedoeld voor leerlingen die normaal naar Latijn worden doorverwezen omdat ze zo sterk zijn, maar eigenlijk veel meer voelen voor wetenschappen en wiskunde dan voor talen.” De STEM-leerlingen in Turnhout krijgen wekelijks vijf uur programmeren, ontwerpen en ‘echte’ wetenschappen als fysica en chemie. “De eerstejaars van toen zitten nu in het derde jaar STEM”, aldus Weyns. “Zo blijven we de richting verder doorschuiven tot we een volledige STEM-opleiding van zes jaar hebben.”

63

Het pionierswerk van het Heilig Graf slaat aan. Niet alleen in de school zelf, waar het aantal eerstejaars in STEM na één jaar al van 28 naar 72 is gestegen. De school wordt ook overspoeld met vragen van andere scholen. Intussen zijn al meer dan 50 andere scholen op de kar gesprongen. De meeste gaan dit schooljaar van start. STEM-actieplan De term STEM wordt internationaal gebruikt om wetenschappen, technologie en wiskunde in het onderwijs te benoemen. In ons land kreeg die term vier jaar geleden vorm in een grootschalig actieplan van de Vlaamse regering. Het doel is om de wetenschappelijke kennis van leerlingen te verhogen, het aantal leerlingen in STEM-richtingen te verhogen (zowel in het secundair als het hoger onderwijs) en om meer meisjes in die richtingen te laten doorstromen. Toch kiezen vooral jongens voor STEM. “Dat klopt”, zegt Natacha Gesquière, STEM-coördinator in Sint-Bavo Gent, waar de STEM-richting dit schooljaar is gestart. “We hebben 42 leerlingen in het eerste jaar STEM. Daarvan zijn slechts een kwart meisjes.” De Vlaamse regering vraagt in het STEM-actieplan niet om een nieuwe studierichting op te starten. En evenmin om een richting te maken die op de intellectuele elite is gericht. Bestaat het risico dat STEM een marketinginstrument wordt? “Natuurlijk is het goeie reclame voor de school”, zegt Gesquière. “Maar noem dat liever goed schoolbeleid. Wij spelen in op de behoefte die bestaat bij ons doelpubliek. We gaan mee met onze tijd. En dat loont: we hebben twee STEM-klassen in het eerste jaar en één in het derde jaar.


Klasse Magazine

“De hiërarchie tussen Latijnse en Moderne is in de eerste graad verdwenen” Aanvankelijk dachten onze leraren klassieke talen dat de STEM-richting het eerste jaar Latijn zou leegzuigen. Maar we hebben zelfs meer inschrijvingen in 1 Latijn dan vorig jaar. De leerlingen komen van Deinze en Dendermonde om 1 STEM bij ons te volgen. En het geeft ook onze leraren een nieuw elan.” Wat met de brede eerste graad? Officieel richten de scholen met 1 STEM geen nieuwe richting op. Ze vullen de keuzevakken maximaal in met wetenschappen, wiskunde en technologie, zoals met Latijn gebeurt in de Latijnse richting. Het Heilig Graf, Sint-Bavo en de andere ‘STEM aso-scholen’ bieden na het basisonderwijs dus drie mogelijkheden aan: Moderne, Latijn en STEM. Gaan ze dan niet in tegen het principe van de brede eerste graad? De modernisering van het secundair onderwijs voorziet immers dat leerlingen in die eerste graad zo veel mogelijk proeven van eenzelfde, brede waaier aan domeinen. “Dat vind ik niet”, reageert Gesquière. “We maken onze opleiding net breder. We vervangen de vijf uur Latijn door vijf uur STEM, een pakket dat volgens ons evenwaardig is. Bovendien willen we de talenten van onze leerlingen zo veel mogelijk ontplooien. Vroeger had je maar één optie als je een hoog tempo aankan: Latijn. Nu is er een alternatief. En uit onze inschrijvingen blijkt dat er duidelijk vraag naar is.” In Vlaanderen zijn er nochtans scholen die het

64

STEM-verhaal op een heel andere manier rijmen met het principe van de brede eerste graad. Het Koninklijk Atheneum van Zottegem biedt zeven verschillende modules van twee uur aan in het eerste jaar: Latijn, wetenschappen, cultuur, ondernemen, technologie, sport en zorg. Daaruit kiezen de leerlingen twee modules van telkens twee uur. STEM is de combinatie van wetenschappen en technologie, zoals ook opties 1 Cultuur-Sport of 1 Latijn-Wetenschappen aangeboden worden. In het tweede jaar kunnen de leerlingen doorgaan in het domein dat hen het meest interesseert. Daarvan krijgen ze dan zes uur per week les. Intellectuele sponsors Vorig schooljaar zijn de STEM-modules in Zottegem gestart. De school werkt daarvoor nauw samen met de Universiteit Gent, onder meer om de leerlijnen uit te zetten. Coördinerend directeur Isabelle Truyen: “Als aso-school hadden we voldoende leraren wiskunde en wetenschappen in huis, maar niet de nodige knowhow voor technologie en engineering. Die hebben we gezocht binnen ons eigen netwerk van oud-leerlingen en ouders. We zochten dus naar intellectuele sponsors voor ons STEM-verhaal: mensen die zich minstens één dag per schooljaar wilden inzetten in de lessen.” De respons van de ouders en oud-leerlingen was massaal. “We hebben nu een batterij van meer dan dertig intellectuele sponsors”, vertelt Truyen. “Ervaringsdeskundigen die zorgen voor de opleiding van onze leraren, bedrijfsbezoeken faciliteren, leerlingen laten werken in een echt lab, lesonderwerpen aanreiken en zelf ook specifieke STEM-lessen op school geven.” De school heeft een STEM-groep van leraren die nauw met elkaar overleggen. “Zij evalueren de leerlijnen, want die zijn natuurlijk in volle ontwikkeling”, zegt Truyen. Ze


Klasse Magazine

volgen ook vorming, maar zij vormen vooral zichzelf. Elke STEM-les is co-teaching: de leraren staan altijd minstens met twee voor de klas. Zo wisselen onze STEM-leraren voortdurend inhoudelijk, praktische en didactische kennis uit.” Ook de leerlingen zijn heel enthousiast, niet alleen over de STEM-richting, maar ook over de modules in de eerste graad. “Ze kunnen proeven van verschillende opties en later bewuster hun studierichting kiezen. Dat motiveert en stimuleert hen heel erg. Bovendien is op deze manier ook de hiërarchie tussen Latijnse en Moderne uit de eerste graad verdwenen.”

“Die scholen maken ouders iets wijs, want zij missen de infrastructuur en de geschikte leraren” Kritiek tso Binnen het technisch en beroepsonderwijs is niet iedereen even gelukkig met de aparte STEM-richtingen in scholen met aso. Michel Cardinaels, directeur van het Technisch Instituut Sint-Michiel in Bree, is een van de grootste sceptici. “Die maken de ouders iets wijs, want zij missen de infrastructuur en de geschikte leraren om alle domeinen van STEM op een correcte manier in te vullen”, zegt hij. “Die scholen hebben in het verleden nooit in techniek geïnvesteerd. Maar omdat het nu in de actualiteit komt, wordt het ineens wel belangrijk.”

65

“In Vlaanderen bestaat er trouwens al een STEM-opleiding”, vervolgt Cardinaels. “Dat is de tso-richting Industriële Wetenschappen. Maar als deze evolutie in het aso zich doorzet, dreigt die richting op termijn te verdwijnen. Want wat zal er gebeuren? Ouders kiezen voor de scholen die ze het beste kennen, de aso-scholen, en worden afgeschrikt door het negatieve imago van de ‘vakschool’. De meesten beseffen daardoor niet dat hun kinderen net in een technische school de meest volledige STEM-opleiding krijgen. Ik merk dat trouwens nu al bij rondleidingen die ik aan ouders geef. Pas als ze goed geïnformeerd zijn, zien ze de mogelijkheden voor hun kinderen.” Michel Cardinaels ziet de perfecte oplossing in de oprichting van domeinscholen. Die bieden per maatschappelijk domein studierichtingen aan die van heel praktisch tot abstract gaan. Die domeinen zijn bijvoorbeeld economie, taal en cultuur, en dus ook STEM. “Zo kan een leerling die de producten ontwerpt in contact komen met zijn leeftijdsgenoten die het productieproces doen”, zegt Cardinaels. “Daardoor neemt niet alleen het respect voor de uitvoerende bso-leerlingen toe. De toekomstige ingenieurs zullen ook iets van het productieproces afweten. Nu studeren er te veel ingenieurs af die wel producten kunnen bedenken, maar niet weten hoe die gemaakt worden.”

Rond de herfstvakantie komt er een STEM-kwaliteitskader dat verduidelijkt wat STEM is en de ingrediënten van goed STEM-onderwijs opsomt. Het kwaliteitskader wil de goede praktijken ondersteunen en samenbrengen, zodat STEM voortdurend én vanuit de praktijk sterker wordt.


Klasse Magazine

Samenstelling: Patrick Debusscher

OP STA PM ET

J

E

INGEN L R E LE

ALGEMEEN

SUPPORTERMEE@ SCHOOL Drie vierde van de wereldbevolking is arm, heeft geen inkomen, kan geen medicijnen betalen, krijgt geen pensioen. 11.11.11 roept je op om op vrijdag 30 oktober mee te supporteren voor sociale bescherming voor iedereen. Hoe? Neem een toffe ‘supportersfoto’ met je leerlingen, drop die op de website en win een prijs in de categorieën ‘fotogeniek’, ‘sportief’ en ‘creatief’. Op de site vind je educatief materiaal voor basis- en secundair onderwijs.

Leerlingen bewijzen zo dat ze met een klein gebaar kunnen bijdragen aan een gezonde planeet: lokaal en seizoensgebonden eten (16 oktober), afval verminderen (24 november), energie besparen (15 februari), aandacht voor water (22 maart) en plaats maken voor de natuur (19 april).

ALGEMEEN

NEEM EEN CULTUURKUUR

ALGEMEEN

GOODPLANET ACTIONS Vijf dagen, vijf acties. GoodPlanet daagt alle scholen uit om te werken aan een goed leven op een goede planeet.

www.kbr.be/educ/nl.html (met pedagogisch dossier) – je vindt vast inspiratie op www.kommaardichter.wordpress.com

www.goodplanetactions.be

www.socialebescherming.be/ opschool

ALGEMEEN

dichter’ van de Koninklijke Bibliotheek van België. De vorm mogen ze zelf kiezen. Deadline: verstuur de werken vóór 13 november via de post. Voor leerlingen vanaf 10 jaar.

KOM MAAR DICHTER Laat je leerlingen de dagelijkse werkelijkheid omtoveren tot poëzie. ‘Gewoon vandaag’ is het thema van de poëziewedstrijd ‘Kom maar 66

Plannen voor een dosis cultuur met je klas? Dynamo3 van Canon Cultuurcel ondersteunt de scholen met praktijkvoorbeelden, vervoer met De Lijn naar culturele bestemmingen en subsidies voor creatieve projecten. Inspiratie, financiële informatie en inschrijfdocumenten vind je op www. cultuurkuur.be/dynamo. De indiendata voor creatieve schoolprojecten voor het schooljaar 2015-2016 zijn 15 november 2015 en 15 mei 2016.

ALGEMEEN

QUE ?! AFVOEREN DIÉ HANDEL! Oxfam-Wereldwinkels wil tijdens de ‘Week van de Fair Trade’ (7 tot 17 oktober) zo veel mogelijk scholen in actie te krijgen. Het project ‘QUE?! Afvoeren dié handel’ toont de oneerlijkheid van de wereldhandelsregels en biedt educatief materiaal rond (on)eerlijke wereldhandel en polsbandjes om je engagement zichtbaar te maken. Registreer je acties online en misschien val je in de prijzen. Op de site vind je veel achtergrondinformatie. www.oxfamwereldwinkels.be/que


Op stap met je leerlingen

BASISONDERWIJS

WEEK VAN HET BOS Een aantal natuurhelden neemt je leerlingen op sleeptouw, het bos de klas in, en je klas het bos in. De boswachter waakt over het beheer, de bosarbeider steekt de handen uit de mouwen, een superbrein stippelt een nieuwe bosinrichting uit. Als je leerlingen de uitdagingen afwerken, worden ze zelf natuurhelden. Alle info over de ‘Week van het Bos’ (11 tot 18 oktober) en de opdrachten vind je in een downloadbaar lessenpakket. www.weekvanhetbos.be

BASISONDERWIJS

KIJKEN NAAR KUNST Het FeliXart Museum in Drogenbos leert je leerlingen kijken naar kunst via de vaste collectie met werk van Felix De Boeck (‘de schilder van de cirkels’) en tijdelijke tentoonstellingen van andere kunstenaars. Dat doet het museum met in-

teractieve rondleidingen en een creatieve workshop. In natuurgebied ‘Het Moeras’ (rondom het museum) kan je een ontdekkingswandeling maken. www.felixart.org WIN! Een gratis rondleiding en workshop voor je klas – maak met je leerlingen een werk gebaseerd op cirkels en geïnspireerd door de natuur en mail uiterlijk 8 november een foto van je werk naar info@felixart.org

Klasse Magazine

bedenken voor vergeten, kapotte of uit de mode geraakte spullen. Het project biedt een online toolkit, lesmateriaal en contacten met initiatieven uit de kringloopeconomie. ‘SecondLife@School’ loopt drie schooljaren, maar je beslist zelf wanneer je instapt, hoe lang je deelneemt en welke invulling je geeft aan dit project. www.second-life.be

SECUNDAIR ONDERWIJS BASISONDERWIJS

HELM OP FLUO TOP Je leerlingen kunnen mooie beloningen (korting of gratis toegang in Zoo Antwerpen, Planckendael en Serpentarium Brugge) winnen als je hen aanmoedigt fietshelmen en fluokledij te dragen. Deelnemen aan het ‘Helm Op Fluo Top’-project van Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV) is gratis, na je inschrijving krijg je meteen al het materiaal toegestuurd. www.helmopfluotop.be

FOTOMUSEUM ANTWERPEN Gidsen in het FotoMuseum gaan in interactieve rondleidingen in dialoog met je leerlingen over de betekenis van een foto, het verhaal voor en achter de camera… Je kan nu al reserveren voor de rondleidingen bij de nieuwe tentoonstellingen ‘August Sander’ (vanaf 23 oktober) en ‘Photography Inc.’ (vanaf 20 november). www.fotomuseum.be WIN! Boek meteen je bezoek en win een dagje ‘FOMUmaton’ (mobiele fotocabine) op de speelplaats van je school – deelnemen via klasse.be/win

SECUNDAIR ONDERWIJS

SECONDLIFE@ SCHOOL “Geef oude spullen een tweede kans”, vraagt het project ‘SecondLife@School’. Het daagt leraren en leerlingen uit om creatieve toepassingen en alternatieven te

67

SECUNDAIR ONDERWIJS

SAFETY TUNES Gezocht: enthousiaste leerlingen (d)bso, kso en tso (tweede en derde graad) die samen een videoclip, installatie of grafittiwall ma-

ken om jongeren bewust te maken van verantwoord gedrag in het verkeer. Vertaal je idee in een tekstje en overtuig daarmee de jury van Mobiel21. Een professioneel team van kunstenaars, BV’s en verkeerskenners bezoekt de geselecteerde scholen om samen het project te realiseren. De (Belgische) winnaar mag het in Warschau opnemen tegen andere Europese jongeren. De deadline is 15 oktober. www.mobiel21.be/nl/safety-tunes

SECUNDAIR ONDERWIJS

KUNSTBENDE Stuur je leerlingen naar de 17de editie van Kunstbende. Daar kunnen ze hun talent showen in 10 categorieen: beeldend, dans, dj, film, foto, mode, muziek, performance, circus en txt. Tijdens 11 voorrondes in Vlaanderen en Brussel zet Kunstbende de deuren open voor alle talentvolle jongeren met lef en ambitie tussen 13 en 19 jaar. www.kunstbende.be


Advertentie


Klasse Magazine

AL

NIEU W

LE S

IA ER T MA

LAGER ONDERWIJS

DE VERENKONING

BASISONDERWIJS

KINDERRECHTEN ‘De Bende van :P - 3 helden vechten voor jouw rechten!’ is een gratis boekje voor leerlingen derde graad lager onderwijs, met getuigenissen van kinderen, weetjes, spelletjes en tips. ‘’t Zit ‘m zo: jouw rechten, jouw leven’ doet hetzelfde voor leerlingen tweede en derde graad secundair onderwijs. Kinderrechtswinkel stelde de boekjes samen i.s.m. de Klachtenlijn van het Kinderrechtencommissariaat. Voor de boekjes betaal je alleen verzendingskosten. Je kan ook gratis digitale lesbrieven downloaden. www.kinderrechtswinkel.be (klik op de man en dan op de gele koffer ‘kinderrechteneducatie’)

ALGEMEEN

LEERLINGEN OEFENEN ONLINE Op oefen.be/leraren, een initiatief van KlasCement, vind je aanvullende herhalingsoefeningen voor je leerlingen. Je kan er ook zelf oefeningen maken en delen. Die kunnen je leerlingen uitproberen, gratis en zonder aanmelden. Met de zoekindex filter je op trefwoord, onderwijsniveau, vak/leergebied, categorie, thema en auteur. www.klascement.net/oefeningen

ALGEMEEN

VLAAMSE KORTFILMS Vlaamse kortfilms scoren sterk op festivals in binnenen buitenland. Een aantal van die toppers vind je in de dvd-serie ‘Selected Shorts’. Op de nieuwste release vind je bijvoorbeeld ‘Perdition County’ (Raphaël Crombez), ‘Billy the Bully’ (Wannes Destoop) en (het pareltje) ‘De Smet’ (Wim Geudens & Thomas Baerten). www.daltondistribution.be WIN! 5 x ‘Selected Shorts 19’ – deelnemen via klasse.be/win

ALGEMEEN

ACTION 2015 Van 25 tot 27 september is er in New York de jaarlijkse VN-top rond duurzame ontwikkeling. Daar beslissen de deelnemers over het nieuwe wereldplan dat de Millenniumdoelstellingen zal opvolgen. Van 30 november tot 11 december volgt dan in Parijs

69

de VN-klimaattop. Action 2015, een samenwerkingsverband van 25 ngo’s, heeft veel educatief materiaal om rond deze thema’s te werken in je klas. www.action2015.be/actiemateriaal

Johan woont met zijn vader op een boot, ver weg op zee. Ze houden zich schuil voor de vreselijke Verenkoning die Johans moeder heeft meegenomen. Tot Johan de kans krijgt om zijn moeder op te sporen. De animatiefilm ’De Verenkoning’ (Esben Toft Jacobsen) is een familieavontuur over een naïeve maar dappere jongen. www.jekino.be – gratis downloadbaar lespakket op www. jekino.be/lesmap/deverenkoning WIN! 10 x ‘De verenkoning’ (dvd) – deelnemen via klasse.be/win

ALGEMEEN

VREDESEDUCATIE Het ‘netwerk Oorlog en Vrede in de Westhoek’ verspreidt materiaal om op een goeie manier aan herinneringseducatie te doen, met een apart aanbod voor basisonderwijs en voor secundair onderwijs. Bovendien leidde het Comenius-project ‘Facing the Great War. EASIER’ tot een educatieve gids en draaiboek om een uitwisselingsproject voor te bereiden en een online ‘partner search tool’ om buitenlandse uitwisselingskandidaten te vinden. www.west-vlaanderen.be/vredeseducatie – www.easier1418.eu www.schoolmatch.easier1418.eu

BASISONDERWIJS

ARTSEN ZONDER GRENZEN Wat is (internationale) noodhulp? Wat hebben slachtoffers nodig tijdens een natuurramp, een conflict of een epidemie? Via een gratis lespakket ontdekken leerlingen derde graad lager onderwijs humanitaire noodhulp en de werking van Artsen Zonder Grenzen. Het pakket wordt gratis op school geleverd en bestaat uit een brochure, een digitaal bordboek voor de leraar, een werkschrift en stickervel voor de leerlingen, een film en een poster. www.azg.be/meteor


Advertentie


B

LINGEN O H C IJS

NAVORMIN

GE

N

&

Klasse Magazine

ALGEMEEN

VERKEER OP SCHOOL Vlaamse Stichting Verkeerskunde (VSV) organiseert dit najaar een reeks gratis praktijkgerichte cursussen rond verkeer op school: fietsen en fietsbrevet voor kleuters, een leerlijn voetgangerstraining of een leerlijn fietstraining in het basisonderwijs, kant-enklare lessen rond openbaar vervoer, workshops rond de fietSOmeter en dode hoeken voor eerste graad secundair onderwijs, workshops rond adolescenten in het verkeer (tweede en derde graad secundair onderwijs), voetgangers- en fietstrainingen (mét examens) op maat van buitengewoon onderwijs. www.vsv.be/kalender www.slimmemobielescholen. be (subsidie voor secundaire ‘slimme mobiele scholen’)

ALGEMEEN

BEROEPS- EN STUDIEKEUZE Leraren derde graad lager onderwijs en eerste graad secundair onderwijs ontdekken op woensdag 25 november in Gent lesmaterialen over beroeps- en studiekeu-

ze en talentverkenning. Op deze gratis studiedag volg je ook een lezing over de uitdagingen die de arbeidsmarkt stelt aan onderwijs en de beroepssectoren en toelichting bij de werking van Het Beroepenhuis. www.lerarenkaart.be/inschrijven

ALGEMEEN

ALCOHOL EN ANDERE DRUGS VAD (Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen) organiseert op 27 november een studiedag in het Vlaams Parlement over de relatie tussen middelengebruik en kwetsbaarheid. Naast lezingen zijn er ook parallelle sessies rond specifieke en nieuwe thema’s als gokken, vroeginterventie bij jonge gamers, gevolgen van alcohol tijdens de zwangerschap en eventuele verschillen tussen jongens en meisjes in preventie. www.vad.be

71

ALGEMEEN

MUZISCHE WORKSHOPS Met Wisperpro ondersteunt vormingsorganisatie Wisper leraren met workshops rond muziek, zang, drama, dans, literatuur, beeldende kunsten ... De ene workshop geeft inzicht in hoe een artistieke discipline in elkaar zit, de andere biedt inkijk in oefeningen en reikt lesmateriaal aan. Alle workshops vinden plaats in de krokusof paasvakantie.

taalstimulering, evaluatie, meertaligheid, taalbeleid, differentiatie, geletterdheid. Bestaande workshops en trajecten of volledig op maat van je school, alles kan.

www.wisper.be/pro

Leraren die zich willen verdiepen in het omgaan met kinderen met ADHD in de klas kunnen terecht bij de opleidingen van Centrum Zit Stil. Er is een trainingsmodule ‘Naar een haalbare aanpak van kinderen met ADHD in de klas’ voor leraren basisonderwijs (vanaf 9 oktober) en een opleiding voor leraren en leerlingenbegeleiders secundair onderwijs (vanaf 16 oktober).

WIN! Een gratis Wisperpro-workshop – deelnemen via klasse.be/win

ALGEMEEN

TAAL EN ONDERWIJS Het Centrum voor Taal en Onderwijs (KULeuven) organiseert workshops (in Leuven of in je school) en volledige trajecten rond

www.cteno.be/nascholing

ALGEMEEN

ADHD IN DE KLAS

www.zitstil.be


Klasse Magazine

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

2 3

Door loper Wars van alle obstakels hebben we alle zwarte vakjes eruitgegooid. Een doorloper noemen kenners dat. Veel succes!

De oplossing van de puzzel is nog steeds je eerste stap richting een reischeque van 500 euro. Daarmee kan je een citytrip kiezen uit het volledige aanbod van Holidayline. Surf vóór 20 oktober naar klasse.be/win en waag je kans.

4 5 6 7 8 9 10 11 12 13

HORIZONTAAL 1. Renaissance, vernieuwing 2. Omgekrulde hoeken van een pagina / Muzieknoot / Product van een kip 3. Macho, kerel / Kleine slang / Niet gesloten 4. Stek, loot / Leeft van dierlijke resten / Wier 5. Teken, signaal / Inval / Zwart gesteente / Bijwoord 6. Hoofddeksel / Africhten / Schuilnaam van Wallraff in ‘Ganz unten’ 7. Populier / Ontwikkeling, verandering 8. Cilinder / Organen van koeien 9. Grieks epos / Italiaanse charcuterie / Lidwoord 10. Naar aanleiding van / Voorzetsel / Been / Paradijselijke hof 11. Gemeenschapsonderwijs / Voorzetsel / Zusters van Clara van Assisi 12. Erytropoëtine / Eerbewijzen, straatversieringen, praaltekens / Muzieknoot 13. Clown / Gevoel van behagen of van hartstocht 72

VERTICAAL 1. Persoonlijk voornaamwoord / Bezuinigingen 2. Elektronisch magazine / Virusziekte in West-Afrika / Grootvader 3. Boom / Naam, graad / Olifantstand 4. Mekaar, elkaar / Royaal, overvloedig 5. Republiek Zuid-Afrika (Engels) / Houding / Strik / Kleur van ongebleekt linnen (“gebroken wit”) 6. Onderricht over religie 7. Daar / Part / Vlaamse overheidsdienst, “Samen sterk voor werk” / Baas van een klooster 8. Hap / Oude lengtemaat / Hoofdstad van Noorwegen / Vis 9. Afwijkende, ongelijke 10. Geur (Spaans) / Voorzetsel / internet domeinnaam voor Oekraïne / Snijwerktuig / Eerstvolgende 11. Egyptische god / Aardappel / Leidsman / Nee (Engels) 12. Golfterm / Bloem / John van de groene tractoren 13. Een (Duits) / Huilen / Troefkaart, troefnegen


eerst koffie, dan les


Klasse Magazine

COLOFON Klasse Magazine 001 – september 2015 Magazine voor onderwijs in Vlaanderen, uitgegeven door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel Waarnemend hoofdredacteur: Hans Vanderspikken Eindredacteur Klasse Magazine: Bart De Wilde Vormgeving: Peter Mulders, Tim Sels Illustratie cover: Steebz - illustraties rubrieken: Joris Thys Klasse is een team. Werkten superhard aan dit nieuwe project: Michel Aerts, Nele Beerens, Wouter Bulckaert, Sabrina Claus, Wietse Coolen, Tinne Deboes, Patrick De Busscher, Diana De Caluwe, Ann De Clercq, Cherline De Maeght, Robin De Vries, Hannah El Idrissi, Souâdia El Moussaoui, Stijn Govaerts, Mieke Keymis, Ann Lips, Leen Leemans, Jef Lemmens, Pieter Lesaffer, Ann Nevens, Anne Siccard, Marc Vanbelle, Toon Van de Putte, Sonja Vandroogenbroeck, Annelies Vaneechoutte, Michel Van Laere, Li’s Verheyden, Mieke Santermans en Bavo Wouters. Klasse is een multimediaal communicatieproject dat onderwijsprofessionals, ouders en leerlingen versterkt en verbindt. Daarvoor gebruikt Klasse online kanalen, een magazine, acties en campagnes. Meer op Klasse.be. Wil je reageren op een artikel of heb je nieuws voor de redactie? 02 553 96 86 of redactie.leraren@klasse.be. Wil je adverteren in Klasse? 02 553 96 94 of publiciteit@klasse.be. Overname van artikels uit de publicaties van Klasse is geen probleem, mits je de bron expliciet vermeldt. Foto’s en illustraties worden door het auteursrecht beschermd. Verantwoordelijke uitgever: Micheline Scheys, Departement Onderwijs en Vorming.

KRIJG IK NOG EEN LERARENKAART?

is onderwijs en vorming

Elke leraar heeft nog steeds recht op een Lerarenkaart. Maar Klasse kan niet langer gratis een Lerarenkaart opsturen naar je thuisadres. Enkel wanneer je een Klasse abonnement van 10 euro neemt, lukt dat wel nog (zie achtercover).

Abonnement nemen? Je kan abonneren via www.klasse.be/ abonnementen. Een abonnement kost 10 euro (vrij van BTW) en loopt gedurende vier opeenvolgende nummers van Klasse. Bpost bezorgt elk nummer bij jouw thuis. Een abonnement is niet opzegbaar gedurende deze termijn, je kan ook geen gedeeltelijk abonnement nemen.

Voortaan verdelen we de overige Lerarenkaarten via de bibliotheeksector, als neutrale, openbare partner die ook een nauwe band heeft met onderwijs. Beide ondersteunen ze leraren in hun professionele activiteiten, beide bevorderen ze het lezen bij een brede doelgroep. Klasse kiest daarom voluit en bewust voor een samenwerking met de bibliotheeksector rond de Lerarenkaart, de legitimatie- en voordelenkaart die elke leraar in Vlaanderen informeert, activeert, ondersteunt en waardeert.

Wanneer start een abonnement? Een abonnement start pas wanneer de betaling ontvangen is en geldt vanaf de verschijning van het eerstvolgende nummer. Abonnementen die betaald zijn nadat een nummer verschenen is, starten bij het daaropvolgende nummer en gelden voor vier opeenvolgende nummers.

HOE KRIJG IK MIJN LERARENKAART?

Wanneer Klasse een speciale actie of een exclusief aanbod voor abonnees doet, geldt dit per abonneenummer. Wanneer één abonnee verschillende exemplaren van Klasse ontvangt, geldt het aanbod slechts voor één abonnement.

Optie A: Je Lerarenkaart samen met Klasse Magazine Neem vóór 19 oktober een abonnement op Klasse Magazine. De Lerarenkaart zit dan bij je decembernummer in de brievenbus. Check www.klasse.be/abonnementen.

De Lerarenkaart Abonnees die recht hebben op een Lerarenkaart krijgen deze samen met het decembernummer van Klasse Magazine thuisbezorgd. Lerarenkaart­ houders die geen abonnee zijn, kunnen vanaf 19 december 2015 hun lerarenkaart ophalen in hun lokale bibliotheek.

Optie B: Je Lerarenkaart afhalen in de bibliotheek Vanaf 19 december kan je je Lerarenkaart afhalen in de bibliotheek van jouw woonplaats. Check www.klasse.be/lerarenkaart voor jouw afhaalpunt.

74

Wat als een nummer verloren gaat? Als abonnee ben je verantwoordelijk voor het bezorgen van je correcte adres wanneer je inschrijft op een abonnement. Wanneer er ondanks een correcte adressering toch een nummer verloren gaat tijdens de verzending, zal de redactie in de mate van het mogelijke dit nummer nazenden. Zijn er geen exemplaren van het betreffende nummer meer voorradig, dan verlengt Klasse je abonnement met één nummer. Adreswijzigingen zijn op verantwoordelijkheid van de abonnee. Je kan ze bezorgen aan abonnementen@klasse.be, met vermelding van je naam, e-mail van inschrijving of abonneenummer, oude én nieuwe adres.

Wanneer meerdere lerarenkaarthouders op één adres wonen en slechts één van hen is abonnee, kan de abonnee dit melden bij de inschrijving op het abonnement. Het laten toesturen van meerdere Lerarenkaarten naar één abonneeadres is een gunst aan abonnees. Misbruik hiervan, vastgesteld op basis van onderzoek van de redactie of van klachten van benadeelde lerarenkaarthouders, zorgt ervoor dat de abonnee geen Lerarenkaart meer krijgt. Je Lerarenkaart 2015 blijft geldig tot 31 december 2015. Leraren die nieuw in dienst treden in september 2015 of later, kunnen voor dit jaar geen Lerarenkaart meer ontvangen.


Advertentie


Klasse Magazine - driemaandelijks tijdschrift september/oktober/november 2015 Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Redactie Klasse - Koning Albert II-laan 15 - 1210 Brussel Afgiftekantoor Brussel X - P-004699

PB- PP B- 02164 BELGIE(N) - BELGIQUE

Abonneer je nu op Klasse

DRIEMAANDELIJKS MAGAZINE, 4 NUMMERS VOOR

10 EURO

Klasse Magazine gratis thuisbezorgd, dat lukt helaas niet meer. Maar voor 10 euro krijg je dit vernieuwde driemaandelijkse magazine vier keer in je bus. Word vóór 19 oktober abonnee en ontvang als extra ook je Lerarenkaart thuis én een AVA-korting van 10 euro. Meer info op www.klasse.be/abonnementen.

WORD ABONNEE VOOR 19 OKTOBER EN ONTVANG 10 EURO KORTING BIJ AVA.

10 EURO

KLASSE ABONNEE

GEEN ABONNEE

4 MAGAZINES, DRIEMAANDELIJKS THUISBEZORGD

LERARENKAART THUISBEZORGD*

ONTVANG 2 BONNEN VAN 5 EURO BIJ HET DECEMBERNUMMER, GELDIG BIJ AANKOOP VANAF 20 EURO PER BON.

VOOR LERAREN EN ONDERWIJZEND PERSONEEL

KLASSE.BE

• ARTIKELS OP MAAT VIA EEN PERSOONLIJK PROFIEL • 20 JAAR ARCHIEF

NIEUWSBRIEVEN

• OP MAAT VAN LERAREN, DIRECTEURS, OUDERS, STARTERS EN INTERMEDIAIRS

* Je wil graag je persoonlijke Lerarenkaart zonder een abonnement op Klasse Magazine? Dankzij de samenwerking met de bibliotheken ligt jouw kaart vanaf 19 december klaar in je lokale bib. Meer info op www.klasse.be/lerarenkaart.


Klasse Magazine 001