Page 1

beste. En zolang de DDR-dames maar thuisbleven, won ze vrijwel elke race. Zodra de DDR-zwemsters echter van de partij waren, trokken ze als een magneet al het goud hun kant op. Pas in 1990 snapte Enith waarom: de staat had de piepjonge zwemsters stelselmatig doping toegediend. Zonder dat ze het wisten. Bij zo veel had Enith het nakijken, want zelf doping gebruiken? Het kwam niet eens in haar op. De bronzen olympische medailles die Enith in 1976 op eigen kracht behaalde, hebben voor haar een gouden rand. Want zonder de aan doping onderworpen rivales uit de DDR, was het goud hoogstwaarschijnlijk naar haar gegaan.

ISBN 978-94-6022-456-0

Zwemmen in de schaduw van doping Jeannette van Ditzhuijzen

kunstmatige spierbundels

Enith Brigitha

Zwemmen kon Enith Brigitha (Curaรงao,1955) als de

Jeannette van Ditzhuijzen

Enith Brigitha Zwemmen in de schaduw van doping


Enith Brigitha Zwemmen in de schaduw van doping

LM Publishers Parallelweg 37 1131 DM Volendam Nederland 0031(0)858772397 info@lmpublishers.nl www.lmpublishers.nl © 2017 – LM Publishers, Volendam Redactie Monieke Boonstoppel Grafische vormgeving Ad van Helmond Foto omslag Bert Verhoeff/Anefo Foto achterplat Sinaya Wolfert Productie Hightrade bv ISBN 978-94-6022-456-0


In houd

Voorwoord – Toos Beumer ......... 5 Proloog ......... 7

1 Kind van twee culturen ......... 11 2 Goud op de Koninkrijksspelen ......... 19 3 Trainen, trainen en nog eens trainen ......... 35 4 De diamant wordt geslepen ......... 59 5 De Olympische Spelen van München ......... 71 6 Doping in de DDR ......... 83 7 De eeuwige tweede ......... 107 8 Montreal: de hegemonie van de DDR ......... 135 9 De badpakkenoorlog van 1977 ......... 149 10 Brons met een gouden rand ......... 165

Nawoord – Sharon van Rouwendaal ......... 185 Bronnen ......... 186 Noten ......... 189


Voorwoord

Mijn eigen zwemcarrière eindigde in 1968, na de Olympische Spelen in Mexico-Stad. Het jaar ervoor, van april 1967 tot april 1968, trainde ik in het Amerikaanse Californië bij de Santa Clara Zwemclub onder leiding van George Haines. Bij deze club trainden destijds meerdere wereldkampioenen. Ik kwam daar als Nederlands kampioen op de 100 meter vrije slag en was bij die club slechts tiende op datzelfde nummer. Na afloop van mijn zwemcarrière kwam ik op Curaçao terecht en ben daar als ervaringsdeskundige zwemtraining gaan geven. Daar ontmoette ik Enith als veertienjarig zwemstertje dat op een speelse manier al een respectabel niveau had weten te bereiken. Wat een talent! Om dat te kunnen zien was mijn achtergrond in de zwemsport echt niet nodig. Een van de definities van talent is ‘een aangeboren aanleg hebben’. Nou die had Enith. Echter, talent is wel in aanleg gegeven, maar kan alleen door inspanning ontwikkeld worden, waarbij enkele factoren cruciaal zijn, zoals gezinsomstandigheden, motivatie, inzet en plezier hebben in wat je doet. Toen jij met je familie naar Nederland verhuisde, heb ik op basis van mijn eigen ervaringen in de Nederlandse zwemwereld, jou en je moeder geadviseerd om bij zwemclub Het Y in Amsterdam onder leiding van Wil Storm te gaan trainen. Dát was volgens mij de plek waar je het meest tot je recht zou kunnen komen. En het resultaat kennen we allemaal. Het is jouw verdienste, en die van je moeder, dat je dat daadwerkelijk gedaan hebt en vol hebt weten te houden. 5


Petje af voor jou: – omdat je je zo hebt weten te manifesteren in een periode waarin niet bepaald op een eerlijke manier om de zwemmedailles werd gestreden en – omdat je het veertienjarige spontane, vrolijke en sociale meisje bent gebleven dat ik in 1969 op Curaçao leerde kennen. Enith, ik ben zeer vereerd dat je mij hebt gevraagd het voorwoord voor je boek te schrijven. Toos Beumer Toos Beumer was: – lid van de Nederlandse zwemploeg van 1963 tot en met 1968; – deelneemster aan de Olympische Spelen van Tokyo 1964 (brons estafette vrije slag) en die van Mexico-Stad 1968; – deelneemster aan de Europese kampioenschappen, Utrecht 1966 (goud wisselslag estafette en brons vrije slag estafette).

Toos Beumer (links) won samen met Ada Kok, Gretta Kok en Coby Sikkens goud met een nieuw Europees record bij de Europese Kampioenschappen van 1966 (foto collectie Toos Krediet-Beumer)

6


Proloo g

Een grote grijze auto komt aangereden over een rustige landweg in Duitsland. Het is donderdag 5 mei 2016 en Enith Brigitha is op weg naar een ontmoeting met Kornelia Ender. Ender woont in het kleine Schornsheim, ten zuiden van Mainz. Beide dames zwommen in de jaren zeventig in de top. Ze ontmoetten elkaar bij diverse internationale wedstrijden, maar ze hebben nooit een woord met elkaar gewisseld. Daar komt nu verandering in. De auto stopt bij een witte villa waar Kornelia Ender, in spijkerbroek en roze trui, buiten staat te wachten. Enith stapt uit en zonder dat het is afgesproken vallen de voormalige rivales elkaar in de armen. “Dat we elkaar na zo veel jaren terugzien”, brengt Kornelia uit. ‘“Ja, leuk hè?”, antwoordt Enith, lichtblauw shirt en op haar neus een zonnebril. Dan bekent Kornelia dat haar hart ervan begint te bonzen en ook Enith voelt haar hart sneller kloppen dan normaal. Wanneer ze even later binnen aan tafel zitten om herinneringen op te halen, begint Kornelia meteen over het spleetje tussen de boventanden van Enith. Dat heeft ze zich altijd herinnerd en ze vroeg zich af of Enith dat inmiddels had laten opvullen. Enith lacht breed, waardoor de gaping tussen haar voortanden goed te zien is. “Nee, dat zit er nog steeds”, antwoordt ze ten overvloede. Hoewel vrijwel zeker is dat Kornelia Ender, destijds zwemmend voor de Duitse Democratische Republiek (DDR), haar grote prestaties niet zonder doping heeft bereikt, hebben de twee vrouwen het daar niet over. Kornelia zal later zeggen dat ze – voor zover ze weet – ‘schoon’ is geweest. Dat ze direct na de Olympische Spelen in Montreal met wedstrijdzwemmen is gestopt, mede omdat ze bang was dat ze dan wel doping zou moeten gebruiken. 7


En Enith? Ze was woest toen eind vorige eeuw bekend werd dat de toenmalige DDR vrijwel alle sporters, en zeker de zwemsters, aan een dopingprogramma had onderworpen. Ze voelde zich echt enorm belazerd, omdat achteraf bleek dat het door die doping nooit een eerlijke sport was geweest. Haar harde trainen in al die jaren woog niet op tegen de spierversterkende middelen waarmee haar Oost-Duitse rivales te water gingen. “De bronzen medaille die ik in 1976 op de Olympische Spelen won is mooi, maar het is niet hetzelfde als een gouden plak.” Lang heeft ze gehoopt dat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) de oneerlijk gewonnen medailles zou terughalen. Want volgens haar zijn heel veel sporters de dupe geworden en zijn die net zo teleurgesteld als zij. “Maar het IOC zegt telkens dat het te lang geleden is, dat het allemaal is verjaard.” Hoe boos ze destijds ook was en jarenlang is geweest, nu, ruim vijfentwintig jaar na de eerste onthullingen over DDRdoping, verwijt ze Kornelia niets. “Ze was tien jaar toen ze naar een zweminternaat ging. Zulke jonge kinderen kun je dat niet kwalijk nemen, ze wisten het waarschijnlijk niet eens. Ik verwijt het wel de artsen en de begeleiders; zij waren verantwoordelijk. Net als de DDR destijds.” Enith snapt ook goed dat Kornelia nu niets gaat toegeven. “Ze moet wel zeggen dat ze schoon was en ik laat het maar zo. Daarvoor ging ik ook niet naar haar toe. Het is toch niet meer te bewijzen.” Haar vergevingsgezindheid wordt niet door iedereen gedeeld. Sommige vrienden en familieleden die hoorden dat 8


ze Kornelia Ender zou ontmoeten, vinden Ender een oneerlijke zwemster die haar olympische medailles niet heeft verdiend. Waar de dames dan wel over praten? Over hun leven na de Olympische Spelen van 1976. De kinderen die ze kregen en de kleinkinderen. “We hebben het niet over de zwemraces gehad. Het was gewoon leuk om eens met elkaar te praten. Destijds mochten de Oost-Duitsers met niemand contact hebben. Dat was streng verboden. Je knikte alleen even naar elkaar, meer niet.” Kornelia vertelt dat ze altijd al een klik voelde met Enith. Ze vond haar heel menselijk en veel sympathieker dan de Amerikaanse zwemsters, zoals Shirley Babashoff, die destijds ook een verwachte gouden plak naar Ender zag gaan. Samen kijken Enith en Kornelia naar de vele – gouden! – medailles en bekers die Kornelia bij elkaar heeft gezwommen. Ten slotte racen ze in het zwembad van Eniths hotel nog een baantje tegen elkaar. Het lijkt of Kornelia als eerste aantikt, net als toen, in 1976.

In mei 2016 zagen Enith en haar grote rivale Kornelia Ender elkaar voor het eerst sinds veertig jaar. Ze tonen hun bronzen respectievelijk gouden olympische medaille van 1976 (foto collectie Enith Brigitha)

9


Het Rifbad in de jaren veertig (foto collectie Mongui Maduro Library)

Het rifbad nu, vlak achter de megapier (fotograaf Wim ter Hart)

10


1

K ind van twee cultu r en

Op enkele tientallen meters van de zee, aan de zuidwestkant van het Curaรงaose Willemstad, ligt het Rifzwembad. Het wordt zo genoemd omdat het gebouwd is op het Rif, naast het in 1947 gedempte Rifwater. Het bad was in 1940 een geschenk van de Shell aan de Curaรงaose gemeenschap omdat de Koninklijke Nederlandse Petroleummaatschappij in dat jaar haar vijftigste verjaardag vierde. Tegenwoordig ligt het zwembad verstopt achter de megapier, waar enorme cruiseschepen aanleggen. Vanwege de oorlog en bouwperikelen kon dit vijftigmeterbad pas in 1949 worden geopend. Het was toen nog een zoutwaterbad; het water werd vanuit de zee in het bassin gepompt en stroomde er aan de andere kant weer uit. Zo werd het zwemwater elke 24 uur geheel ververst. Enith Brigitha was twaalf jaar toen ze op 2 december 1967 in dit zoute zwembad dook en samen met haar broer Carry het diplomaB (geoefend zwemmer) haalde. Haar eerste en enige zwemdiploma. Nodig had ze dat papiertje bepaald niet, want ze zwom toen al als de beste. Eerder dat jaar, ze was nog maar elf jaar oud, was ze in haar leeftijdscategorie Curaรงaos kampioen geworden op de vijftig meter rugslag en de vijftig meter vrije slag. Reden genoeg voor de Nederlands Antilliaanse Zwembond (NAZB) om haar naar de Koninkrijksspelen af te vaardigen, die in 1967 voor de tweede keer werden gehouden en dat jaar op Curaรงao plaatsvonden. De Antilliaanse zwemploeg behaalde bij die spelen vier zilveren zwemmedailles, waarvan Enith er twee op haar naam schreef: een op de 100 meter vrije slag meisjes en een op de 4x100 meter wisselslag estafette. Volgens de Curaรงaose krant Amigoe 11


blonk “de kleine Brigitha” in die wedstrijd uit en de krant noemde haar “een grote belofte voor de toekomst”.1 Bij de sluitingsceremonie sprak prins Claus, erevoorzitter van de Koninkrijksspelen, Enith speciaal toe. Hij prees haar omdat zij ondanks haar jeugdige leeftijd de moed had opgebracht om het tegen de oudere Nederlandse en Surinaamse zwemmers op te nemen en daarbij ook nog tweede was geworden. Waarom dan toch dat zwem­ diploma? “Dat moest van de zwembond”, herinnert Enith zich, “anders mocht ik geen wedstrijden meer zwemmen. Dus toen dacht ik: weet je Amigoe, 5/12/1967 wat, dan haal ik het B-diploma, want ik had geen zin om met die heel kleine kinderen het A-diploma te doen.”

Oma Sijtje en oma Maria Maar we lopen op de feiten vooruit. Eniths carrière begint naar eigen zeggen bij haar twee rolmodellen. Vrouwen die al die jaren haar inspiratie waren en die hetzelfde doorzettingsvermogen bezaten als zijzelf. Het gaat om Maria Louisa Brigitha-Felix (18991995) en Sijtje Huijer-Nooteboom (1901-1994), de twee grootmoeders naar wie ze is genoemd: Enith Maria Sijtje Brigitha. Twee fysiek en mentaal krachtige vrouwen die uit totaal verschillende culturen komen: Maria Louisa Brigitha, haar oma van vaderskant, was geboren en getogen op Curaçao; Eniths grootmoeder van 12


moederszijde, Sijtje Huijer, was een echte Amsterdamse. Maar beiden bezaten de wilskracht waar ook Enith om bekendstaat; de wil om iets van het leven te maken en door te zetten totdat je bereikt hebt wat je voor ogen stond.

Enith als kleuter met haar moeder (rechts) en haar overgrootmoeder Victoria Francisca Jesus (1860-1959) bij Victoria’s huisje in Sint Willibrordus (foto collectie Hilda Eliza-Brigitha)

Aan de genen van haar Curaçaose grootmoeder Maria heeft Enith haar fysieke en emotionele kracht, haar trots en haar moed te danken. Oma Maria groeide in armoede op in het dorpje Sint Willibrordus, aan de zuidkust van het eiland. Haar ouders hadden nog net de tijd van de slavernij meegemaakt, die in 1863 ten einde kwam. Als kind ging oma Maria regelmatig naar ‘de stad’, een afstand van al gauw een kilometer of vijftien die ze in de verzengende tropische hitte te voet aflegde, met alleen een oostelijke bries als verkoeling. Net als veel andere bewoners van Band’abou, zoals dat deel van Curaçao heet, verdiende ze de kost als vlechtster van strooien hoeden, die in die tijd op grote schaal werden geëxporteerd. Ook de Amsterdamse oma Sijtje wist van aanpakken. Ze begon als dienster en werkte in de oorlogsjaren gewoon door. Ook als 13


er niemand de straat op mocht, ging ze toch en kwam ze thuis met restjes lekker eten voor haar gezin, die in de keuken van haar werkgevers waren overgebleven. Zij was net als Enith een echte doorzetter en heeft altijd hard gewerkt. Naar eigen zeggen heeft Enith haar optimisme en toewijding van deze vrouw geërfd. Sijtjes dochter Coby vertelt dat haar moeder later diners verzorgde voor de Amsterdamse en Haarlemse upper ten, waar ook de prinsessen over de vloer kwamen. “Als iemand een dinertje wilde geven, was dat alleen mogelijk als mijn moeder die avond kon helpen. Anders ging het niet door.” Sijtje had net als Enith een groot hart. Haar zoon Cor werkte bij de marine en op een dag nam hij zijn Curaçaose collega Nico Brigitha mee naar huis. Het was kerst, er lag een dik pak sneeuw en Nico had niemand om de feestdagen mee door te brengen. Vanaf dat moment was hij een vaste gast in huize Huijer. Als vrijwilliger had Nico in 1947 voor zes jaar getekend bij de marine. Hij volgde een opleiding in Loosdrecht en werd naar Nieuw-Guinea uitgezonden. Bij terugkeer was hij vaak bij oma Sijtje te vinden en hij woonde er zelfs wanneer hij niet hoefde te varen. Voor hem waren Eniths grootouders zijn pleegouders. Van het een kwam het ander: Nico en Coby werden verliefd, ze trouwden in december 1951 en vertrokken anderhalf jaar later naar Curaçao. Nico wilde eindelijk wel eens terug naar zijn eiland en zijn familie, die hij zes jaar niet had gezien. Hij nam als eerste de boot, zijn vrouw Coby volgde drie maanden later.

Blikken huisje Zo kwam Eniths moeder op 1 augustus 1953 met de Helena aan op Curaçao, een vrachtschip van de Koninklijke Nederlandse Stoomboot Maatschappij (KNSM) met passagiersaccommodatie. Nico kwam het schip met de loodsboot tegemoet, maar Coby herkende de man met de hoed op amper. Omdat hij inmiddels was vertrokken bij de marine, droeg hij namelijk niet meer zijn vertrouwde uniform. Het herenigde stel ging na aankomst direct op bezoek bij Nico’s 14


De ruĂŻne van het huisje in Sint Willibrordus waar Eniths grootmoeder opgroeide, geschilderd door haar tante, Hilda Eliza-Brigitha

familie, die Coby nog nooit had ontmoet. Haar schoonouders bleken in een heel klein huisje op een heuvel in de wijk Juan Domingo te wonen, aan de rand van Groot Willemstad. Ze schrok van de armoede en van de behuizing: de houten wanden van het huisje waren bedekt met platgeslagen olieblikken en er waren maar twee slaapkamers voor het gezin met acht kinderen. Die sliepen in grote tweepersoonsbedden, de jongens en de meisjes apart. De wc was buiten en er was geen elektriciteit. Daar zat Coby dan, tussen al die onbekende schoonzussen en zwagers. Ze begon te huilen. De overgang was enorm, en ondanks een huisje vol familieleden voelde ze zich enorm verlaten. Tot overmaat van ramp sprak haar schoonmoeder Maria geen woord Nederlands. Enith herinnert zich dat haar grootouders nog in de jaren zestig ’s avonds de lampjes met petroleum vulden. Waterleiding was er niet, dus haar oma liep regelmatig bijna twee kilometer naar supermarkt Esperamos, waar ze bij het waterbassin haar emmers vulde. Daarmee liep ze terug naar huis, over het zandpad, de heuvel op. Op haar hoofd droeg ze nog een extra kan water; die rustte op een rudia, een opgerolde lap stof zodat de kan goed blijft staan. 15


Als het hele gezin Brigitha op zondag naar de baai was geweest om te zwemmen, gingen ze op de terugweg steevast bij opa en oma langs. Daar namen ze een eenvoudige douche met een emmertje water dat ze over zich heen gooiden. Enith herinnert zich vooral nog het witte brood met suiker dat oma dan altijd klaarmaakte. “Dat kregen we thuis nooit en dat vonden we heerlijk.” Enith weet dat haar oma heeft moeten vechten om haar gezin met acht kinderen groot te brengen. “En dat is gelukt. Mijn vader was de oudste. Hij kon niet studeren omdat hij moest werken om bij te dragen aan het huishouden. Daardoor was hij heel prestatiegericht. Hij zei altijd: ‘Zorg dat je wat leert.’ Dat heeft hij weer van zijn ouders meegekregen.” Zijn wil om het verder te schoppen in het leven dan zijn ouders blijkt ook uit het feit dat bij Enith thuis nooit Papiamentu werd gesproken, de lokale taal, dat wilde hij niet. Zelf had Nico als kind de Neerlandiaprijs gekregen vanwege zijn goede beheersing van het Nederlands.

Huilend in een nieuwe cultuur Voor Eniths moeder was het in het begin dus wennen en ze heeft heel wat tranen gelaten die eerste tijd. De cultuur was totaal anders dan wat ze gewend was. Ze werd wel goed opgevangen door de vier zussen van haar man Nico. Met hen heeft ze nog steeds contact, hoewel zij en haar man al in 1969 zijn gescheiden en Nico in 1997 is overleden. Gelukkig beschikt Eniths moeder net als haar moeder Sijtje over een forse dosis doorzettingsvermogen, dus ze maakte iets van haar nieuwe leven in de tropen. Nico had voor hen tweeën een huisje geregeld in de oude stadswijk Otrobanda en ze vond werk in De Bijenkorf, een winkel van sinkel aan de overkant van het water, in Punda. Op 15 april 1955 werd hun dochter Enith geboren. Ze werd gedoopt in de historische Fortkerk op Curaçao, een protestantse kerk. Ook hier is Enith een kind van twee culturen: haar moeder was protestant, haar vader rooms-katholiek. Althans in naam, 16


Enith (1 jaar oud) met haar moeder (foto collectie Enith Brigitha)

want al in Nederland had hij gebroken met de katholieke kerk omdat de aalmoezenier zijn huwelijk met een protestantse vrouw niet wilde inzegenen.

Sneeuw en verse melk Na Enith volgden nog vier zoons: Carry, Frans, Ronnie en Ruud. Inmiddels woonde het gezin in een aardig huis in de wijk Amerikanenkamp en had vader Nico een goede baan bij de politie. Hij had speciaal bij de politie gesolliciteerd, omdat hij dan na zes jaar een half jaar verlof kreeg in Nederland. Zo vertrok het hele gezin Brigitha in 1963 met de boot naar Nederland, waar ze tijdelijk in een huis naast Coby’s ouders in Amsterdam terecht konden. Enith en de jongens zijn daar ook naar school gegaan. Enith kan zich niet herinneren dat ze in dat halve jaar heeft gezwommen. Er waren volop andere leuke dingen te doen: buiten spelen, naar Artis en Madurodam en natuurlijk de familie van haar moeder bezoeken, die ze voor het eerst ontmoette. Fietsen vond ze helemaal geweldig, want dat had ze op Curaçao nog nooit gedaan. Ook de flesjes melk die ze op school kreeg, staan haar nog 17


De kinderen Brigitha met buurkinderen in september 1961. Vooraan broer Frans, daarachter Enith en links van haar Carry (foto collectie Enith Brigitha)

helder voor de geest. Voor de kinderen Brigitha was dat iets bijzonders, want op het droge Curaรงao hadden ze nooit verse melk. Echt diepe indruk maakte de reis naar Genua, waar het gezin de boot terug naar Curaรงao nam. Sneeuw bij de Gotthardpas, watervallen, bergen: Enith was doodmoe van het vele kijken onderweg. Ondanks al die positieve indrukken van Nederland verheugde Enith zich reusachtig op de terugkeer naar Curaรงao. Ze was dol op zwemmen in de zee bij Vaersenbaai. En als ze terug waren op Curaรงao, zo had haar moeder beloofd, mocht ze eindelijk lid worden van een zwemvereniging. Ze kon niet wachten.


2

G oud op de Konink rijk sspel en

Een sportief treffen tussen sporters van twaalf tot achttien jaar uit alle delen van het koninkrijk der Nederlanden, dat waren de in 1966 opgerichte Koninkrijksspelen. Ze vonden elk jaar plaats in een ander land van het koninkrijk, dat tot 1975 bestond uit Nederland, de Nederlandse Antillen en Suriname. Op de Antillen stonden de spelen onder auspiciën van het Nederlands-Antilliaans Olympisch Comité. Centraal stond de bevordering van de sport in de overzeese gebiedsdelen, waar de sportbeoefening op een veel lager pitje stond dan in Nederland. Op Curaçao is dat wat betreft zwemmen zeker gelukt. Na Eniths eerste deelname in 1967 was zij het jaar erna weer van de partij. Ditmaal werden de spelen in Utrecht gehouden. Frans Heiligers, die net als Enith mee naar Nederland mocht, herinnert zich de training in een openluchtzwembad in Amsterdam: “Het water was zo verschrikkelijk koud. Ze hebben mij eruit moeten tillen en zeiden ‘Ga jij je maar aankleden’. Maar Enith zwom gewoon door.” Opnieuw kreeg Enith zilver op de 100 meter vrije slag. Dat Nederland goud won, was geen verrassing. Enith: “In die jaren kon niemand Nederland verslaan, ook al hadden we extra getraind.” Desondanks was de Antilliaanse ploegleider Wim Koomen tevreden over Eniths prestaties: “Enith Brigitha heeft het zeer goed gedaan en zou in haar leeftijdsklasse in Nederland nummer vier zijn geworden. Zij zag haar ernstige training en toewijding beloond met zilver.”2 Wim Koomen, de broer van de bekende sportverslaggever Theo 19


Koomen, was sportinstructeur bij de marine en had zich in 1966 beschikbaar gesteld om de Antilliaanse kernploeg te trainen. Dat deed hij tot zijn terugkeer naar Nederland eind 1968. Vanwege Eniths successen op de Koninkrijksspelen was dat meteen het moment waarop de Antilliaanse Zwembond (NAZB) de zaken wat professioneler ging aanpakken. Het Curaçaose zwemmen moest naar een hoger niveau worden getild, vond Toffie Hofland van de NAZB. Hij slaagde erin om in april 1969 de olympische zwemster Toos Beumer als trainster naar het eiland te halen. Hofland zorgde dat Beumer overdag bij de bekende Curaçaose juwelierszaak Spritzer & Fuhrman kon werken, want van zwemles geven alleen kon ze niet leven. ’s Avonds trainde ze de leden van Asiento, de Shell sportvereniging, en in het weekeinde trainde ze in het zwembad van Asiento de Antilliaanse selectieploeg, waarin ook Enith zat. Beumer: “Dat meisje barstte van het talent.”

Het zwembad van de Shell in 1947. Hier trainde Enith met de selectieploeg (fotograaf Willem van de Poll)

20


Voor Enith was Asiento haar eerste kennismaking met een chloorbad. Als je geen connectie had met de Shell, mocht je namelijk niet in dat zwembad zwemmen, maar voor de leden van de selectieploeg werd een uitzondering gemaakt. Toen ze later, in 1970, in Nederland kwam, had ze nog nooit met een zwembril gezwommen. Op Curaçao was dat niet nodig, daar zwom ze altijd met open ogen. “Maar de zuurgraad van het zwemwater was in Nederland veel hoger dan op Curaçao, dus dan zat ik in de tram of de trein met tranende ogen. Op een gegeven moment hield ik het niet meer vol en heb ik een zwembrilletje aangeschaft. Ook een badmuts gebruikten we nooit op Curaçao.”

Koninkrijksgoud Slechts een paar maanden na Beumers komst naar Curaçao vertrok Enith met de Antilliaanse jeugdploeg naar Suriname voor haar derde Koninkrijksspelen. Ze werd er de ‘heldin van de Antilliaanse zwemploeg’, want ditmaal lukte het haar wel om de Nederlandse zwemmers op de 100 meter vrije slag te snel af te zijn: ze won goud, wat haar een extra warm applaus van het Surinaamse publiek opleverde.

De hele Antilliaanse ploeg is teruggekeerd van de Koninkrijksspelen van 1969 in Suriname. Enith zit op de tweede rij (foto collectie Enith Brigitha)

21

Enith Brigitha. Zwemmen in de schaduw van doping  

Het levensverhaal van een van Nederland grootste zwemsters (voorpublicatie)