Page 1

Stadslandbouw en de ontwerper Bijeenkomst Stimuleringsfonds voor Architectuur 17 oktober 2011

Foto: Noorderbreedte # 3 ‘Rode kool uit de metropool’


STADSLANDBOUW Voor u ligt de reader voor de bijeenkomst over Stadslandbouw georganiseerd door het Stimuleringsfonds voor Architectuur. Het SfA merkt dat er de laatste tijd steeds meer aandacht is voor stadslandbouw. Er zijn verschillende motieven om dit te initiÍren, waardoor veel partijen er iets over willen en kunnen zeggen waaronder de ontwerper. Daarnaast wordt de term stadslandbouw zeer breed opgevat; van het verbouwen van voedsel in de stad tot het verbouwen van voedsel voor de stad. Een eenduidige definitie van de term lijkt niet te bestaan. Bij de verschillende definities horen ook verschillende vormen en schalen; van balkontuin tot grote oppervlaktes landbouwgrond. De ontwerper speelt in sommige gevallen ook een rol bij het tot stand brengen van stadslandbouw. Tot nu toe is zijn invloed echter beperkt, doordat stadslandbouw nog geen integraal onderdeel uitmaakt van gebiedsontwikkelingen of –transformaties. Het SfA onderzoekt nu of er bij de realisatie van stadslandbouw expliciete vraagstukken zijn waarbij een rol is weggelegd voor de ontwerper. Welke vraagstukken zijn dat dan en welke rol kan de ontwerper hierin vervullen? Deze en andere vragen zullen tijdens de middag besproken worden. De reader is bedoeld ter voorbereiding hiervan. In de reader vindt u meer informatie over de achtergrond en de doelstelling van deze bijeenkomst. Tevens zijn de projectplannen of resultaten van de projecten die het SfA heeft ondersteund toegevoegd en is er een korte beschrijving van de aanwezige experts. Graag zien we u op 17 oktober om 14.00u op het Stimuleringsfonds voor Architectuur. Voor vragen kunt u contact opnemen met ondergetekende via telefoon (010 436 16 00 ) of email (i.deboer@architectuurfonds.nl) Met vriendelijke groet,

Inge de Boer Stafmedewerker Stimuleringsfonds voor Architectuur


INHOUDSOPGAVE 1. Projectplan 2. Programma

3. 4. 5. 6. 7.

Plannen die gepresenteerd worden Samenvatting voorstukjes gepresenteerde plannen OOZE De kok, de kweker, zijn vrouw en de buurman Roos Berendsen AB Coรถperatie Boeren, burgers en bouwlui Paul de Graaf Ruimte voor Stadslandbouw in Rotterdam Stroom Foodprint

8. 9. 10. 11.

Plannen van overige aanwezige aanvragers Samenvatting voorstukjes plannen Platform GRAS Jaarprogramma 2010 (publicatie Noorderbreedte) Architectuurcentrum Makeblijde Jaarprogramma 2011 Architectuurcentrum Makeblijde De Achtertuin

12. Beschrijving experts


PROJECTPLAN Inleiding Het SfA functioneert als knooppunt waar verschillende partijen bij elkaar komen. Daarvoor organiseert ze ieder jaar een aantal expertmeetings. Het verbouwen van voedsel is de afgelopen eeuw steeds verder van de consument komen te staan. Vooral stadsbewoners ervaren hier de laatste decennia de gevolgen van; ziektes bij dieren en gewassen, overgewicht, onbekendheid over de herkomst van voedsel, etc. Sinds een aantal jaar is er een beweging aan de gang waarbij het verbouwen van voedsel dichter naar de stad wordt gehaald. Niet alleen om de voedselketen te verkorten, maar ook om te profiteren van de positieve effecten op buurt en wijk op sociale, economische, welzijn en belevingaspecten. Achtergrond Stadslandbouw krijgt veel aandacht. Er zijn verschillende motieven om dit te initiÍren, waardoor veel partijen er iets over willen en kunnen zeggen waaronder de ontwerper. Daarnaast wordt de term stadslandbouw zeer breed opgevat; van het verbouwen van voedsel in de stad tot het verbouwen van voedsel voor de stad. Een eenduidige definitie van de term bestaat niet. Bij de verschillende definities horen ook verschillende vormen en schalen; van balkontuin tot grote oppervlaktes landbouwgrond. De ontwerper speelt in sommige gevallen ook een rol bij het tot stand brengen van stadslandbouw. Tot nu toe is zijn invloed echter beperkt, doordat stadslandbouw bijvoorbeeld nog geen integraal onderdeel uitmaakt van gebiedsontwikkelingen of –transformaties. Vraagstelling Het SfA heeft de afgelopen jaren een aantal projecten ondersteunt waarin aandacht was voor stadslandbouw. Voor de uitvoering van deze onderzoeken waren diverse motieven waarin de ontwerper in meer of mindere mate een rol had. In welke behoeftes in het stedelijke programma kan stadslandbouw voorzien? Kan het bijvoorbeeld een positieve bijdrage leveren aan de inrichting van openbare ruimte of het landschap in en om de stad? Welke rol is er weggelegd voor de ontwerper bij de realisatie van stadslandbouw en welke middelen kan hij inzetten bij de realisatie hiervan? Welke andere partijen hebben belangen bij stadslandbouw en Doel Het SfA wil de mogelijke rol van de ontwerpende disciplines met betrekking tot stadslandbouw in kaart brengen. Het uitwisselen van kennis tussen partijen die al onderzoek naar stadslandbouw hebben uitgevoerd of gaan uitvoeren.


PROGRAMMA 14.00u Welkom 14.15u Start presentaties en discussies OOZE Roos Berendsen AB Paul de Graaf Onderzoek en Ontwerp Stroom 17.00u Einddiscussie en conclusies/aanbevelingen SfA

De kok, de kweker, zijn vrouw en de buurman Coรถperatie Boeren, burgers en bouwlui Stadslandbouw in Rotterdam Foodprint


PLANNEN DIE GEPRESENTEERD WORDEN De kok, de kweker, zijn vrouw en de buurman – OOZE € 52.000,00 OOZE, bureau voor architectuur en onderzoek, stelt in zijn project de Westelijke tuinsteden centraal. Dit destijds revolutionaire model voor stedelijke ontwikkeling is een complete samenleving op lokaal schaalniveau. Tegen de achtergrond van de geschiedenis van deze steden tracht ‘de kok, de kweker, zijn vrouw en hun buurman’ tegenover de modernistische scheiding van functies te onderzoeken hoe landelijkheid en stedelijkheid elkaar kunnen aanvullen, en hoe verschillende thema’s als lokale voedselproductie, sociale structuren en gemeenschappelijk groen vorm kunnen krijgen. De casestudie richt zich op een locatie in Geuzenveld. Dit gebied wordt herontwikkeld en OOZE wil de principes die aan de basis stonden van tuinsteden hier in de 21e eeuw opnieuw introduceren.

Coöperatie Boeren, burgers en bouwlui - Roos Berendsen AB € 7.500,00 In dit onderzoek wordt een strategie ontwikkeld die moet bijdragen aan de stedenbouwkundige kwaliteit van ‘wachtruimtes’. Door het tijdelijk stopzetten van bouwplannen wordt de tussentijd van leegstaande locaties verlengd. Deze locaties dragen over het algemeen niet bij aan de kwaliteit van de openbare ruimte, tenzij ze toegankelijk worden gemaakt voor publiek gebruik. Voor deze locaties worden steeds meer strategieën en tijdelijke invullingen bedacht. Stadslandbouw is een van die alternatieve programma’s. Den Haag kent op dit gebied veel losse initiatieven, maar een gedragen visie, strategie en samenhang op hoger schaalniveau ontbreekt. Door te coöpereren in samenwerkingsverbanden met projectontwikkelaars, corporaties, boerenbedrijven en bewoners kunnen deze initiatieven een kwaliteitsimpuls geven aan de duurzame ontwikkeling van de (tijdelijke) stad en de omliggende regio.

Ruimte voor Stadslandbouw in Rotterdam - Paul de Graaf € 47.560,00 Paul de Graaf Ontwerp & Onderzoek gaat onderzoek doen naar stadslandbouw in Rotterdam. Daartoe worden de ruimtelijke mogelijkheden gecatalogiseerd. Daarnaast zullen er voorstellen worden gemaakt om deze locaties ook te gaan exploiteren. Er is ook landbouwkundige expertise in de projectgroep aanwezig. Nadrukkelijk wordt in het onderzoek op zoek gegaan naar synergie met bestaande functies, zoals restaurants, afvalstromen en markten. De resultaten van het ontwerpende onderzoek zullen via publicaties en de website van Eetbaar Rotterdam naar buiten worden gebracht.

Foodprint 2009 – Stroom € 55.000,00 In 2009 start Stroom met een twee jaar durend programma ‘Foodprint. Eten in de stad van de toekomst’ bestaande uit een symposium, tentoonstelling, (kunst)projecten op locatie, Haags foodlab, stadsgids, travels en een publicatie. Foodprint gaat over de invloed van voedsel op de vorm, inrichting en het functioneren van de stad in het algemeen en Den Haag in het bijzonder. Het project wil het bewustzijn over de waarde van voedsel, voedseldistributie en voedselproductie vergroten bij bestuurders, beleidsmakers, ontwerpers, scholen en het publiek. Het project gaat op verschillende manieren in op de relatie tussen stad, stedeling en voedsel. (Het SfA ondersteunde ook Foodprint 2010 en 2011)


OOZE www.ooze.eu.com


project

‘De kok, de kweker, zijn vrouw en hun buurman’ – collectieve moestuin en activiteiten / The Cook, the Farmer, his Wife and their Neighbor – a collective kitchen garden plus activities locatie / location

Amsterdam Geuzenveld-Slotermeer ontwerpers / designers

Marjetica Potrc, Het Wilde Westen opdrachtgever / commissioned by

Stedelijk Museum Amsterdam oppervlakte / area

0,15 ha ontwerp / design

2008 uitvoering

Een gezamenlijke moestuin in Amsterdam-West versterkt de sociale samenhang in de achterstandswijk. Emancipatie, voedsel en duurzaamheid als leidraad voor vernieuwing van de tuinstad. A collective kitchen garden strengthens social cohesion in a deprived neighbourhood. The project throws new light on the challenge of restructuring post-war areas.

2009

Aan de Lodewijk van Deysselstraat in Geuzenveld-Slotermeer werken Marokkaanse, Surinaamse, Turkse en Nederlandse vrouwen en kinderen samen in een moestuin. Tussen de naoorlogse flats zaaien, wieden en oogsten zij hun groenten en rusten zij uit onder de bomen. In de zon blinkt een kas. Het tuingereedschap ligt in een voormalig winkeltje bij de ingang van de tuin. Het winkeltje wordt liefkozend ‘het huisje’ genoemd. Er staan lange tafels voor vergaderingen en gezamenlijke maaltijden. De moestuin is begonnen als

een kunstproject van het Stedelijk Museum. Tijdelijk zonder gebouw, wijdde het museum zich aan kunst in de openbare ruimte. Een van de kunstenaars die de opdracht kregen een kunstwerk te realiseren was Marjetica Potrc. Zij betrok Het Wilde Westen erbij, een interdisciplinair gelegenheidscollectief van onder meer architecten, sociologen en planologen, dat eerder al een bottom-up strategie voor de stedelijke vernieuwing van Amsterdam Nieuw-West ontwikkelde. Voor het Stedelijk Museum realiseren Het Wilde Westen en Marjetica Potrc

Along Lodewijk van Deysselstraat in the Amsterdam district of Geuzenveld-Slotermeer, Moroccan, Surinamese, Turkish and Dutch women and children are working together in a kitchen garden. Amidst the postwar blocks of flats they sow, weed and harvest their vegetables, taking a breather under the trees. A greenhouse is gleaming in the sun. The gardening tools are kept in a former shop at the garden’s entrance, fondly called ‘the little house’, where there are also long tables for meetings and eating together. This kitchen garden started as an art project by the Stedelijk

Museum. Temporarily without its own building, the museum was focusing on art in public spaces. One of the artists commissioned to create a work of art was Marjetica Potrc. She got Het Wilde Westen (The Wild West) involved, an ad-hoc interdisciplinary collective including architects, sociologists and urban and rural planners, which had previously developed a bottom-up urban renewal strategy in the Nieuw-West district of Amsterdam. Together they helped create a local kitchen garden in Nieuw West, entitled The Cook, the Farmer, his Wife and their Neighbour. For this, the housing

| Van de bouwblokken met kijkgroen is één in gebruik genomen als collectieve moestuin / Residents of one block of flats transformed their decorative greenery into a vegetable garden

| Buurtbewoners bewerken de moestuin

160

161


onder de noemer ‘De kok, de kweker, zijn vrouw en hun buurman’ een buurtmoestuin in Nieuw West. Corporaties Far West en Rochdale stelden hiervoor het gezamenlijk ‘kijkgroen’ tussen drie bouwblokken beschikbaar. Om het project te doen slagen was de animo van bewoners cruciaal. Potrc en Het Wilde Westen gingen langs de deuren, knapten ‘het huisje’ op, trokken tegels uit de stoep om er bloemen te planten en verpachtten aan het begin van het seizoen grond voor een euro per vierkante meter – de minimale maat voor een privémoestuin. Van de opbrengst uit het tuintje is de helft voor de kweker en de andere helft voor gezamenlijke consumptie met buurtgenoten. Het verpachten van de grond markeerde de officiële start van het kunstproject. In de loop van het seizoen organiseerden het Wilde Westen en Potrc workshops over tuinieren, voedsel en duurzaamheid.

| Het project creëert een sociaal netwerk in de wijk / The project has brought the neighbourhood residents in contact with a network of professional cooks

| Het project start met de bezoeken aan buurtbewoners met de zoektocht naar koks en kwekers, het aanspreken van voorbijgangers en het uitdelen van Nederlands-Arabische folders / The project started by visiting local residents in the search for cooks and growers, approaching passers-by and handing out leaflets in Dutch and Arabic

| Corperaties Far West en Rochdale stellen door hekken afgesloten kijkgroen beschikbaar – waar op dat moment alleen de honden kunnen komen – en de ongebruikte winkelruimte waarin als laatste een Islamitische slager zat / The development of the inner garden. At the start the inner garden, enclosed by fences, was the preserve of the local dogs. The shop space had been unused since the departure of the halal butcher.neighbourhood residents in contact with a network of professional cooks

162

Een anarchopunk vertelde over een gekraakte moestuin in de Jordaan, een Japanse kok hield een workshop sushi, er is geknutseld met gerecycled materiaal, op stadswild gejaagd, en de jeugd maakte een theaterstuk. De afsluitende bijeenkomst werd grotendeels door tuinders georganiseerd: een oogstfeest met hapjes waarvoor de tuinders vooraf anderhalve week om beurten in de keuken stonden, yoga in de tuin, de verkoop van ingemaakte groenten, en een groentenloterij. ‘De kok, de kweker, zijn vrouw en hun buurman’ is een strategie met als tastbaar resultaat een gezamenlijke moestuin voor buurtbewoners. De initiatiefnemers verwijzen met de moestuin naar de geschiedenis van Nieuw West als tuinstad. ‘Kijkgroen’ is in hun ogen ver verwijderd van een van de belangrijke uitgangspunten van de tuinstad: het vertrouwen in de maakbare samenleving.

| Dan volgen de voorbereidingen voor de collectieve tuin waarin de eerste stoeptegels worden gelicht, kinderen van de Praktijkschool Afrikaantjes planten en nieuwe stickers op de winkelruimte worden geplakt / Preparations for the collective garden followed: paving stones were removed, schoolchildren planted African marigolds and the shop was decorated with new stickers

corporations Far West and Rochdale made available their combined ‘decorative greenery’ between three blocks of flats. The residents’ enthusiasm was crucial to the project’s success. Potrc and Het Wilde Westen went from door to door to drum up local support, renovated the ‘little house’, removed paving stones so flowers could be planted, and at the beginning of the season leased out plots at one euro per square metre – the minimum size for a private kitchen garden. Of the garden’s produce, half is for the gardener and the other half is for joint consumption by fellow residents. Leasing out the lots marked the official start of the art project. In the course of the season, Het Wilde Westen and Potrc organized workshops on gardening, food and sustainability. An anarcho-punk held a talk on squatters in a kitchen garden in the Jordaan area, a Japanese cook gave a sushi workshop, people made things from recycled materials and went out hunting for urban

| Er wordt gestart met tuinieren met Winnie, Ruth & Ibo, Rufus, Eptisam, Moustafa, Nadia, Gerda, Mohamed, Ettajiri, Reduan, Henna, Costa, Aisha, Henk & Josephine, Nasiha, Dasha, Jose, Ashraf, Hamza, Mohamed, Faysal, Samira & Maroua, Kaoutar, Jean-Marie en Oumayma / The gardening starts with Winnie, Ruth & Ibo, Rufus, Eptisam, Moustafa, Nadia, Gerda, Mohamed, Ettajiri, Reduan, Henna, Costa, Aisha, Henk & Josephine, Nasiha, Dasha, Jose, Ashraf, Hamza, Mohamed, Faysal, Samira & Maroua, Kaoutar, Jean-Marie and Oumayma

game, and youngsters put on a play. The final gathering was largely organized by the gardeners themselves. It included a harvest festival (with dishes that the gardeners had spent a week and a half preparing, taking turns in the kitchen), yoga in the garden, the sale of preserved vegetables and a vegetable lottery. The Cook, the Farmer, his Wife and their Neighbor was devised as a strategy that has a communal kitchen garden for residents as its tangible outcome. This kitchen garden is the initiators’ reference to Nieuw West’s history as a garden city. In their eyes, ‘decorative greenery’ is far removed from one of the main starting points of a garden city: confidence in our ability to shape society. The Cook, the Farmer, his Wife and their Neighbor is based precisely on this confidence. For the people living on and around Lodewijk van Deysselstraat, the art project has marked a permanent change. After their first harvest festival, they founded an

| En ten slotte het oogstfeest waarin de verbouwde groenten worden verkocht, Aisha and Costa uitleg geven over de tuin, Wietske vis maakt uit de Sloterplas, Ria tuinyoga geeft, de kinderen een groenteloterij organiseren en er samen wordt gegeten / Finally the harvest festival is celebrated. Home-grown vegetables are sold, Aisha and Costa tell visitors about the garden, Wietske cooks fish caught in the Sloterplas, Ria gives a yoga session, the children hold a vegetable draw and a meal is jointly prepared and eaten

163


‘De kok, de kweker, zijn vrouw en hun buurman’ is juist gebaseerd op dat vertrouwen. Voor de bewoners van de Lodewijk van Deysselstraat en omgeving heeft het kunstproject blijvend iets veranderd. Zij richtten na het eerste oogstfeest een vereniging op om de tuin voortaan in eigen beheer te exploiteren en activiteiten te organiseren. Hun eerste actie was de aanschaf van een kas. De tuin en de activiteiten die rondom het project zijn ontwikkeld versterken de cohesie in de buurt. Tegenover de onzekerheid die gepaard gaat met herstructurering stelt het de vastigheid van eigen grond en eigen planning. Het biedt de migranten van GeuzenveldSlotermeer een thuisgevoel. Niet alleen doordat ze grond hebben om te bewerken, maar ook omdat ze het runnen van

de tuin in eigen hand nemen. Ten slotte levert het op kleine schaal een bijdrage aan de oplossing van milieuproblemen, door voedsel in de stad te produceren. De grootscheepse herstructurering van de naoorlogse wijken is de afgelopen jaren voortvarend ter hand genomen. Woningcorporaties, ontwikkelaars en gemeentes beraden zich momenteel door de economische crisis en na kritiek op de grootschaligheid van de herstructurering op een andere aanpak. Daarmee is ‘De kok, de kweker, zijn vrouw en hun buurman’ een agenderend plan op kleine schaal, maar met grote gevolgen voor de bewoners die er in stappen. ‘De kok, de kweker, zijn vrouw en hun buurman’ is een vrolijk stemmend voorbeeld van hoe het anders kan.

| In september 2009 werd het eerste oogstfeest gehouden / xxx

association so that they could run the garden themselves and organize activities, the first of which was purchasing a greenhouse. The garden and the activities developed in the project’s wake have enhanced the neighbourhood’s cohesion. The uncertainty that the restructuring of the area involves contrasts with the certainty of having one’s own piece of land. It gives the migrants of Geuzenveld-Slotermeer a sense of home, not only because they have soil to till, but also because they themselves are in control of managing their garden. And finally, producing food within the city is a contribution, however small, towards solving ecological problems. The large-scale restructuring of post-war districts has been tackled energetically in recent years. However, in response to

the economic crisis and the criticism that the scale of restructuring has been too massive, housing corporations, developers and municipalities are now considering a different approach. Thus The Cook, the Farmer, his Wife and their Neighbor has put a plan on the agenda that is small scale, yet has great consequences for the residents who join in. The Cook, the Farmer, his Wife and their Neighbor is an optimism-generating example of how things can be done differently.

| Het winkeltje met tuingereedschap en vergadertafels wordt liefkozend ‘het huisje’ genoemd / The former shop where the garden tools and long tables are kept is lovingly referred to as the ‘little house’ | Het kijkgroen werd een gezamelijke moestuin / Xxxx

164

| De gezamenlijke maaltijd tijdens het oogstfeest / The communal meal prepared during the harvest festival

165


Roos Berendsen AB www.roosberendsen.nl


+URBANISM

AAN

CO-OPERATIE WACHTRUIMTE

AUGUSTUS 2011

1/2

Stimuleringsfonds voor Architectuur Postbus 29066 3001 GB Rotterdam T.A.V. Adviescommissie Deelregeling Stedenbouw

VAN Van Lumeystraat 96 2581 XE Den Haag KvK: 27334697 Datum: 07/08/2011

ONDERWERP

Aanbiedingsbrief projectvoorstel Co-operatie Wachtruimte

Geachte leden van de adviescommissie, Hierbij stuur ik u het projectvoorstel “Co-operatie Wachtruimte” voor de aanvraag subsidie Deelregeling Stedenbouw Het project Co-operatie Wachtruimte is opgestart vanuit een oproep van het Stimuleringsfonds voor Architectuur om ontwerpend onderzoek te doen naar strategieën voor een precieze, programmatische stedenbouw. In ons oorspronkelijke geselecteerde voorstel, Coöperatie Boeren Burgers en Bouwlui, lag de focus op de potentie van de Haagse stadslandbouw als tijdelijk programma voor de braakliggende terreinen in Den Haag. Met deze programmatische afbakening stapten we te snel over het functioneren van de ‘Tijdelijke Stad’ heen: naast de invulling, hebben de strategie en het kader dat geboden wordt door gemeente (en grondeigenaren) en de organisatie hierin een sleutelrol. Vanuit de gesprekken die we de afgelopen periode met verschillende partijen hebben gevoerd ligt in dit functioneren juist de opgave, niet zozeer in het doorontwikkelen van de stadslandbouw zelf. Met deze brief willen we de evolutie van het voorstel van ‘Coöperatie Boeren, Burgers, Bouwlui naar Co-operatie Wachtruimte’ toelichten aan de hand van een greep uit de gesprekken en activiteiten die we tijdens dit traject hebben ondernomen. Om te peilen hoe de problematiek van de braakliggende terreinen wordt beleefd en hoe er aangekeken wordt tegen stadslandbouw als tijdelijk programma zijn we, in de voorverkenning naar de uitwerking tot dit projectvoorstel, in gesprek gegaan met de ‘boeren’, de ‘burgers’ en de ‘bouwlui’. De ‘burgers’ waren o.a. vertegenwoordigd in het publiek van een Actueel DenHaag Debat avond (van o.a. Stroom architectuurcentrum Den Haag) over activisme en betrokkenheid van de stedeling, waar het voorstel werd gepresenteerd als één van de voorbeeldprojecten van actieve burgers die zich bezig houden met nieuwe initiatieven, programma’s voor de stad. Het probleem van de braakliggende terreinen werd unaniem onderkend, en ook de moeilijkheden om als actieve burger een initiatief van de grond te krijgen, door gebrek aan organisatie of omdat ze niet weten hoe de gemeente of ontwikkelaar te bereiken. Stadslandbouw, of de ‘wachtlandbouw’ zoals we dat introduceerde, als specifiek programma bracht toch verwarring. Het groene aspect sprak aan, maar waarom het specifiek landbouw moest zijn? De term landbouw wekte wat andere beelden op, zo klonk door in de discussie. Belangrijker wordt gevonden het verbinden van mensen en dat ingespeeld wordt op de vraag van de stad, de gebruikers en bewoners van het gebied. Wat als zij geen stadslandbouw willen? De stem van ‘de boeren’ is in eerste instantie vertolkt door de streekmanager van landelijke vereniging Groen Goud uit Midden Delfland. Deze vereniging werkt aan gebiedsmarketing om zo de sociaaleconomische verbinding tussen stad en land te versterken. Het idee van tijdelijke initiatieven in de stad als etalage van het landelijke gebied sprak aan. Ook Mw. Ridder van Innovatienetwerk Agro en Groene ruimte en werkzaam voor agrariërs en gemeente Midden Delfland onderstreepte dit. Maar in de rol van Haagse burger zette zij toch nog kanttekeningen bij de programmatische afbakening, de focus op de stadslandbouw. Zij stelde terecht de vraag “gaat het jullie om het doorontwikkelen van de stadslandbouw? Of het aanpakken van de braakliggende terreinen, de kwaliteit van de leefomgeving? ” Dan is de vraag hoe je de initiatieven voor elkaar krijgt veel interessanter, aldus mw. Ridder. Bovendien was


+URBANISM

CO-OPERATIE WACHTRUIMTE

AUGUSTUS 2011

2/2

ze niet te spreken over het begrip ‘Boeren’, dat zou te kort door de bocht zijn. Dit geld overigens ook voor “Bouwlui”. Dit zijn enerzijds de grondeigenaren (gemeente, corporatie, projectontwikkelaar, belegger) en anderzijds de bestuurders en beleidsmakers. Wat betreft werkwijze en belangen verschillen zij dusdanig van elkaar, dat ze niet onder één noemer te vangen zijn. En hoe zit het met de ondernemers uit de stad? En de rol van de ontwerpers, de stedenbouwkundige? Coöperatie Boeren, Burgers, Bouwlui dekt dus niet voldoende de lading van het speelveld van tijdelijke initiatieven en een programmatische verbreding van ‘wachtlandbouw’ naar ‘wachtgroen’ lijkt meer op zijn plek. Met een vernieuwde titel “Coöperatie Wachtgroen” zijn we in gesprek gegaan met grondeigenaren en beleidsmakers. Of een initiatief (legaal) van de grond komt hangt allereerst af van de medewerking, de randvoorwaarden, het kader dat deze partijen de programma’s bieden. De urgentie van braakliggende terreinen leeft volgens onze contactpersonen ook steeds meer bij deze sleutelfiguren. Het mogelijke nut van tijdelijke programma’s voor eigen imago of imago van het gebied wordt over het algemeen aangenomen maar een brede collectie (juridisch-financiële) tijdelijke mogelijkheden op het vizier is er niet. Met deze manier van waarde creëren voor de plek is weinig ervaring, het heeft geen plek in het ontwikkelproces. Wel is het behalen van een duurzaamheidlabel bij projectontwikkelaars momenteel erg actueel, krijgt vraaggestuurd plannen de aandacht en, bij de corporaties met ook een maatschappelijke doelstelling, de koppeling met bewoners en programma’s uit de buurt. Alle gesproken ‘grondeigenaren’ benadrukten het belang van de rendabiliteit van de programma’s én de gemeente moet juridisch (en financieel) meewerken. Tijdens de manifestatie van het overheidsprogramma Tijdelijk Anders Bestemmen waar we in juni aan deelnamen, werd uitvoerig ingegaan op juridische- en financiële en tijdelijke mogelijkheden. De kernboodschap is dat er veel mogelijkheden zijn mits er een sterkere samenwerking tussen publieke en private partijen is. Een tijdelijk programma (al dan niet stadslandbouw) moeten aansluiten bij de wensen en behoeften van alle relevante actoren. Voor een coproductie is draagvlak bij alle relevante sleutelpartijen nodig. Wat zijn de wensen en behoefte van deze sleutelpartijen? Tijdens onze verdere verkenning van het speelveld en het kader vertelt planeconoom Vroom ons dat voor de gemeente Den Haag deze (groeiende) hoeveelheid braakliggende terreinen een nieuwe situatie is. Weten zij zelf (al) wat vanuit eigen beleidsopgaven de wensen en behoefte zijn? Uit ons gesprek met de afdeling vastgoedmanagement kregen wij hierop geen helder antwoord. Sterker nog, ons vermoeden dat enige visie ontbrak werd aangewakkerd. Met de openbaring van de gemeentelijke strategie voor braakliggende terreinen eind juni, werd ons vermoeden bevestigd: de gemeente wil wel, maar weet geen kader te bieden dat tijdelijke initiatieven, afgestemd op de vraag van de stad, structureel faciliteert, niet ‘ad hoc’. Daarnaast is de koppeling met beleidsopgaven op schaalniveau van stad en regio niet helder. In het voorstel komt deze strategie uitvoerig aan bod. Een belangrijke opgave voor het aanpakken van de problematiek van de wachtruimtes ligt in het kader dat gegeven wordt, niet alleen in het ontwikkelen van rendabele programma’s. Daarnaast lijken ‘stadslandbouw- en groenprogramma’s een geschikte invulling maar als doel op zich verschuift dit tijdens de gesprekken steeds meer naar de achtergrond. In ons gesprek met Hoofd Stedenbouw van de gemeente Den Haag, dhr.Pasveer, werd dit doorslaggevend duidelijk; het voorstel speelt meer in op de actualiteit wanneer we met dit project ons buigen over het ‘handen en voeten geven’ van het kader dat de gemeente zou moeten bieden om ‘de tijdelijke stad’ te faciliteren, nu en in de toekomst, en wanneer het project zich richt op hoe tijdelijke initiatieven op de ‘wachtruimtes’ toch invulling kunnen geven aan de visie, de opgaven voor stad (en regio). Een focus op duurzame ontwikkeling door tijdelijk bestemmen. De programmatische afbakening van de tijdelijke invullingen vooraf is dan te beperkend maar gebeurt aan de hand van de positionering t.o.v. de opgaven voor de stad vanuit beleid (en de vraag van de stad uit het informele netwerk). We gaan van ‘Wachtgroen’ naar ‘Wachtruimte’. Van stadslandbouw naar de duurzame ontwikkeling door een goed functionerende ‘tijdelijke stad’ dus. De door de jury van de Open Oproep gewaardeerde koppeling met het regionale schaalniveau en de praktische opzet blijven. Met deze conclusies hebben we het oorspronkelijke voorstel geactualiseerd, meer aangesloten op de vraag uit de praktijk en verder verwerkt tot het projectvoorstel wat voor u ligt: Co-operatie Wachtruimte. Met vriendelijke groet, namens +Urbanism


COÖPERATIE BOEREN, BURGERS & BOUWLUI Ontwerpend onderzoek naar een strategie voor de stedenbouwkundige kwaliteit van de ‘wachtruimtes’ in de stad

wijk

stad BOUWER

regio

BURGER BOER

Voorstel Open Oproep SfA ‘Strategieën voor programmatische stedenbouw’ okt 2010 Roos Berendsen Stedenbouw & projectteam City Spices


COÖPERATIE BOEREN, BURGERS & BOUWLUI

Ontwerpend onderzoek naar een strategie voor de stedenbouwkundige kwaliteit van de ‘wachtruimtes’ in de stad 1 INLEIDING Stopzetten bouwplannen De gemeente Den Haag bevriest een groot aantal bouwprojecten in en om de stad. Daarnaast zien projectontwikkelaars en woningcorporaties zich door de huidige economische situatie genoodzaakt om bouwprojecten al dan niet tijdelijk stop te zetten. Er worden niet alleen ‘gaten geslagen’ in het stedelijke weefsel van Den Haag, maar ook in de planvorming zoals die de afgelopen tientallen jaren tot stand is gekomen. In de Structuurvisie Den Haag 2020 zijn negen ontwikkelingsgebieden aangewezen waarin plannen zijn gemaakt voor herstructurering van de bestaande bebouwing en openbare ruimte. Met het stagneren van een deel van de geplande bouwproductie, de afname van de inkomsten uit grondexploitatie, en de beperking van budgetten voor publieke ruimte en voorzieningen, zal het plan Den Haag 2020 een andere invulling moeten krijgen om verschraling en imagoafbreuk plekken in de stad te voorkomen. De inrichting en het gebruik van (vrijkomende) publieke ruimten vragen daarom om nieuwe strategieën. Vormgeven van tijdelijkheid in de stad Het tijdelijk stopzetten van bouwplannen verlengt de tussentijden, de periodes waarin de oude situatie verdwenen is en de terreinen wachten op een nieuwe invulling. Deze terreinen dragen over het algemeen niet bij aan de kwaliteit van de openbare ruimte. Tenzij deze ‘wachtgronden’ worden ingezet voor publiek gebruik. Zo wordt bouwgrond of een leegstaand gebouw, zij het tijdelijk, herwonnen als openbare ruimte. Voor deze ruimtes worden steeds meer strategieën ontwikkeld, experimenten in samenwerking met bewoners, die in de kern gaan om het vormgeven van de tussentijd in stedelijke transformaties in de stad. In Den Haag is de kunstenaarsorganisatie Projectbureau OpTrek in Transvaal hier een goed voorbeeld van. Stadslandbouw schiet wortel – een tijdelijke bestemming? Op basis van maatschappelijke trends en het opkomen van alternatieve economieën wordt gezocht naar nieuwe programma’s voor de (tijdelijke) invulling van de stad. Als antwoord op de trend om de relatie tussen stad en voedselvoorziening te herstellen, komt de stadslandbouw als publieke voorziening meer en meer op. In binnen- en buitenland zijn tal van voorbeelden te vinden over het verbouwen van voedsel in de groene ruimten in en om de stad. Ook in Den Haag zijn er diverse projecten, zoals de kunstenaarsinitiatieven Panderpleinproject, Foodscape Schilderswijk en Eetbaar Park in het Zuiderpark, en het bewonersproject City Spices van bureau +Architecture uit de Stationsbuurt (zie partners). Deze projecten zijn veelal lokale buurtinterventies op bestaande binnenpleinen en in parkjes voor en door de bewoners. Fig: Haagse voorbeelden van stadslandbouw

PANDERPLEIN

wijk

FOODSCAPE

stad

EETBAAR PARK

CITY SPICES

PERGOLABEDRIJF

regio

Samenhang en visie voor stad & regio De stadslandbouw programma’s lijken kansrijke tijdelijke programma’s te zijn voor de bewoners van de stad. Door gebrek aan tijd, financiële middelen en expertise blijven het echter vaak geïsoleerde bewonersprojecten. Wat 1


op stedenbouwkundige schaal ontbreekt, is samenhang tussen deze projecten. Een samenhang die er voor zou kunnen zorgen dat er een meerwaarde van de projecten is voor Den Haag als geheel, die de basis zou kunnen zijn voor een overkoepelende strategie voor de stagnerende bouwproductie. In welke vorm deze tijdelijke initiatieven voortschrijdend inzicht kunnen bieden aan de geplande ontwikkelingen, wordt zelden geïnventariseerd. Een gedragen visie op hoger schaalniveau lijkt de oplossing. Door het oorspronkelijke anti ‘eindbeelddenken’ zijn stedenbouwkundige visies voor bovenlokale planvorming door veel kunstenaars terzijde geschoven. Als gevolg wordt niet alleen de samenhang, maar ook de integratie van gerelateerde maatschappelijke trends en het opkomen van alternatieve economieën op grotere schaal gemist. Daarbij ontbreekt ook de regie om te coöpereren in nieuwe ‘bottom-up’ samenwerkingsverbanden met projectontwikkelaars, woningcorporaties, (boeren)bedrijven en bewoners.

2 PROBLEEMSTELLING Den Haag kent veel initiatieven op het gebied van stadslandbouw, maar een gedragen visie, strategie en samenhang op een hoger schaalniveau ontbreekt. Daardoor wordt de kwaliteitsimpuls die deze initiatieven kunnen bieden voor een duurzame ontwikkeling van de (tijdelijke) stad en regio Den Haag gemist. Fig: van geisoleerde bewonersprojecten naar samenhangende ontwikkeling met alle betrokken partijen

HUIDIGE SITUATIE

SAMENHANGENDE ONTWIKKELING WIJK, STAD & REGIO

SOCIAAL-MAATSCHAPPELIJKE RUIMTELIJKE

P

P P ECOLOGISCHE

FINANCIEEL- ECONOMISCHE

3 ONDERZOEKSOPGAVE 1. Hoe kunnen de bestaande Haagse stadslandbouw initiatieven bijdragen aan een kwaliteitsimpuls van de tijdelijk braakliggende (openbare) ruimte en tegelijkertijd voorzien in de economische en sociaal- maatschappelijke (bouw)opgaven van de stad? 2. Welke overkoepelende visie op de initiatieven kan op hogere schaalniveaus bijdragen aan een ontwikkeling van de stad en regio? Als antwoord op de hierboven beschreven context en als alternatief op de bestaande grondexploitatieafhankelijke planvorming en de Haagse structuurvisie voor 2020. 3. Hoe wordt deze visie verwerkt in een strategie voor nieuwe samenwerkingsvormen tussen partijen waarin financieel-economische, sociaal-maatschappelijke en ruimtelijke doelen worden gecombineerd?

4 ONDERZOEKSVOORSTEL Stadslandbouwinitiatieven in Den Haag blijven door gebrek aan tijd, financiële middelen en expertise vaak geïsoleerde bewonersprojecten. Hierdoor wordt de integratie van gerelateerde maatschappelijke trends en het opkomen van alternatieve economieën op grotere schaal gemist. Daarbij ontbreekt ook de regie om te coöpereren in nieuwe bottom-up samenwerkingsverbanden relevante partijen. In tegenstelling tot het lokale schaalniveau is op het regionale schaalniveau het zoeken naar samenwerkingsvormen tussen stad en land al een actuele opgave. Bij de uitwerking van de bovenstaande onderzoeksopgave kan geleerd worden van voorbeelden uit de regionale praktijk. 2


Ontwikkelingen op regionale schaal: intensievere relatie tussen boer en burger Leren van ‘Green & the City’ ( Xplorelab, Provincie Zuid-Holland ) Het project Green & the City is een verkenning naar duurzame perspectieven voor extensieve vormen van metropolitane landbouw in Zuid-Holland, en nieuwe economische dragers voor de groene ruimte, door te zoeken naar de verbinding tussen de stad en het landelijke gebied. Binnen de regionale ruimtelijke opgave in de Randstad groeit het besef dat in een sterk verstedelijkte omgeving de landbouw onmisbaar is voor een meer duurzame ontwikkeling van de stad. En omgekeerd, de verstedelijkte omgeving enorme kansen biedt voor een meer duurzame ontwikkeling van de landbouw (Transforum, 2010). Vanuit de stad is er een groeiende vraag naar duurzame producten en diensten zoals zorg, recreatie en educatie. De (grondgebonden) boer vindt in de nabijgelegen stad een potentieel nieuwe afzetmarkt nieuwe economische kansen. Ook vanuit de overheid wordt gestuurd op een intensievere stad-land-relatie, o.a. met de focus op gezondheid, maatschappelijke dienstverleningen en recreatie. De overheid ziet bovenal ook de landbouw als de belangrijkste drager van de groene ruimte in de verstedelijkte omgeving. Daarnaast spelen bedrijven, scholen en zorginstellingen een belangrijke rol als investeerder, als innovator maar ook als vragende en als aanbiedende partij. Op regionaal schaalniveau zien we een ontwikkeling van het zoeken naar nieuwe duurzame relaties tussen de stad en het land, zowel beleidsmatig als organisatorisch als op gebied van financiering. Vanuit de landbouw richting de stad betekent dit aansluiten bij de behoefte van de stad door innovatieve product-marktcombinaties. Vanuit de stad richting het land moet men op zoek naar sociaal, maatschappelijk en financiële participatie en betrokkenheid van de stedeling bij het openhouden van het landelijk gebied. Fig: Green & the City; zoektocht naar de verbinding tussen stad en land voor nieuwe economische dragers voor het landelijk gebied (www. xplorelab.nl)

BEHOEFTEN

PRODUCTEN & DIENSTEN FOOD ZORG & WELLNESS RECREATIE EDUCATIE

BOD AN

WAARDE

SOCIAAL-MAATSCHAPPELIJKE EN FINANCIELE PARTICIPATIE EN BETROKKENHEID VAN DE STEDELING

A

AANSLUITEN BIJ DE BEHOEFTEN VAN DE STAD

VRA AG

stad

ondern em

er

land

GREEN(CSA &THEofCITY: zoektocht naar de verbinding tussen stad en land voor nieuwe Leren van Community Supported Agriculture Pergola): Coöperatie van Boeren en Burgers economische dragers voor het landelijk gebied Binnen de landbouw worden concepten ontwikkeld voor een organisatievorm tussen producent en consument. De concepten voor een wederkerige samenwerking tussen boer en burger laten zich verzamelen in de term Community Supported Agriculture (CSA).

CSA vindt haar oorsprong in Japan. Een groepje Japanse vrouwen startte rond 1960 dit concept onder de naam ” Teikei”. De vrouwen waren bezorgd om de hoeveelheid geïmporteerd voedsel en het verdwijnende boerenland en vroegen daarom enkele lokale boeren om groenten en fruit voor ze te kweken. De boeren gingen hiermee akkoord mits de vrouwen beloofden dat meerdere gezinnen hen zouden ondersteunen: Teikei was geboren (Wells et. al., 1999; wikipedia2, 2007). Teikei betekent letterlijk ‘samenwerking’ of ‘coöperatie’, maar kan ook vertaald worden als ‘voedsel waarop het gezicht van de boer is afgebeeld’ (Schrijvers, 2006). De definitie van Community Supported Agriculture (CSA) kan worden teruggebracht tot de kernwoorden: wederkerigheid, openheid en eerlijkheid en actieve betrokkenheid van de consumenten Concepteigenschappen zijn: directe vermarkting, alternatief kapitaalgebruik (de stedeling/consument betaalt al vóór het groeiseizoen), educatie, wederkerigheid, betrokkenheid en samenwerking, openheid en eerlijkheid vanuit het 3


boerenbedrijf. Bij de verschillende voorbeeldprojecten krijgen deze eigenschappen een andere betekenis en worden op een andere wijze ingezet of uitgewerkt passend bij de context (locatiespecifieke eigenschappen, betrokken partijen, de opgave). Fig: Community Supported Agriculture (CSA); verzamelnaam voor concepten van wederkerige samenwerking tussen boer en burger

stad BURGER

BETROKKENHEID EN SAMENWERKING

ALTERNATIEF KAPITAALGEBRUIK

BURGERPARTICIPATIE

DIRECTE VERMARKTING

€ (VÓÓRAF HET GROEISEIZOEN)

PRODUCTEN & DIENSTEN

RELATIE PRODUCENT-CONSUMENT SOCIAAL-ECONOMISCHE STRATEGIE WEDERKERIGHEID

ALTERNATIEVE ECONOMIE EDUCATIE

PRODUCTMARKETING

OPENHEID EN EERLIJKHEID OVER BEDRIJFSVOERING

land

BOER

Door de verschillende Haagse stadslandbouw initiatieven te analyseren en te vergelijken kan inzicht worden gekregen in de aard, de verscheidenheid en de potenties SUPPORTED van de initiatieven voor (CSA): stad en regio Den Haag. Hierbij kan COMMUNITY AGRICULTURE verzamelnaam voor concepten vanCSA als leidraad gebruikt worden. wederkerige samenwerking tussen boer en burger Coöperatie Boeren, Burgers & Bouwlui Het ontwerpend onderzoek naar een coöperatie wil bovenbeschreven sociaal-maatschappelijke maar bovenal ook economische concepten vertalen van de landelijke naar de stadse situatie. Daar waar in de landelijke setting productmarktcombinaties en samenwerkingsvormen voortkomen uit de relatie boer-burger, komt er in de stad een derde actor bij: de bouwer. Dit zijn projectontwikkelaars, private maar ook publieke eigenaren van grond die uit financiële overwegingen een bouwstop hebben afgekondigd. In het ontwerpend onderzoek worden concepten en strategieën geformuleerd over deze nieuwe samenwerking; de sociaal-maatschappelijke en economische facetten en hun ruimtelijke verschijningsvorm.

SOCIAAL-MAATSCHAPPELIJKE P ECOLOGISCHE FINANCIEEL- ECONOMISCHE P P RUIMTELIJKE

BETROKKENHEID ZEGGENSCHAP / PARTICIPATIE SOCIALE ONTMOETINGSPLEK

KWALITEIT LEEFOMGEVING

ONTWIKKELING

ECONOMISCHE ACTIVITEIT (TIJDELIJK)

€ EXPERIMENT

stad wijk

BURGER

SOCIAAL-MAATSCHAPPELIJKE EN FINANCIELE PARTICIPATIE EN

BOUWER

BOD AN

PRODUCTEN & DIENSTEN

WAARDE

VRA A G

RELATIE PRODUCENT-CONSUMENT AANSLUITEN BIJ DE BEHOEFTEN VAN DE STAD

BETROKKENHEID VAN DE STEDELING

A

Fig: Coöperatie Boeren, Burgers & Bouwlui; concepten en strategien voor een nieuwe samenwerking

FOOD ZORG & WELLNESS RECREATIE EDUCATIE

land

BOER

4 COOPERATIE BBB: overkoepelende strategie voor de kwaliteit van de tijdelijk stad


Onderzoeksaanpak en onderzoeksvragen A. Inventarisatie concepten en strategieën - Inventarisatie concepten van stadslandbouw (binnen- en buitenland) - Inventarisatie (coöperatie)strategieën tijdelijk bestemmen & stadslandbouw (binnen- en buitenland) - Benoemen potenties en parameters/ eigenschappen conceptstrategie BBB B. Analyse onderzoekslocatie - Analyse bestaande Haagse stadslandbouw (SWOT) o Wat was het doel van het initiatief o Welke strategie schuilt achter de bestaande initiatieven? o Wat is hun bijdrage aan het stedelijke (organisatie)structuur op grotere schaal? - Inventarisatie (tijdelijk) braakliggende gronden in Den Haag - Welke partijen en initiatieven hebben interesse voor (tijdelijk) hergebruik van terreinen en openbare ruimte voor vormen van stadslandbouw in Den Haag? - Welke gebouwen, terreinen en openbare ruimten lenen zich hiervoor het beste? - Welk concept past waar? - Wat is het juridisch kader van de locatie? Welke ruimte moet het bestemmingsplan bieden om deze vorm van tijdelijke bestemmen toe te laten. - Wat is tijdelijk? Wanneer houdt tijdelijk op? en hoe wordt de tijdelijke fase afgerond? - Welke knelpunten zijn er in algemene zin te ontdekken die tijdelijk gebruik van gebouwen, terreinen en openbare ruimten voor vormen van stadslandbouw onmogelijk maakt? Wat zijn oplossingen? - Welke coöperatiestrategie hoort daarbij? C. Ontwerp(visie) - Welke overkoepelende visie op de initiatieven kan op hogere schaalniveaus bijdragen aan een (duurzame) ontwikkeling van de stad en regio? - Ontwikkeling, mede op basis van (inter)nationale voorbeelden, generiek toepasbare concepten en coöperatiestrategieën voor stadslandbouw - Transformeren concepten tot locatiespecifiek ontwerp - Haalbaarheid: Realisatiestrategie & beheerplan D. Conclusies en aanbevelingen aan de doelgroep

5 RESULTAAT Analyse van, en overkoepelende ontwerpvisie op, bestaande Haagse stadslandbouw. Deze visie wordt uitgewerkt in (een)strategie(en) voor nieuwe samenwerkingsvormen en allianties tussen partijen voor ontwerpconcepten voor het (tijdelijk) bestemmen van (nieuwe) openbare ruimte met stadslandbouw als publieke voorziening (in de gemeente Den Haag) Het resultaat kan tweeledig gebruik worden, enerzijds als een palet van losse concepten die een andere (tijdelijke) invulling kunnen geven aan de bestaande structuurvisie en anderzijds kan het leiden tot een kleinschalig initiatief voor praktische uitvoering

6 DOELGROEP Dit onderzoek is interessant voor: - Grondeigenaren(projectontwikkelaars & woningcorporaties) - Gemeente - GGD - LTO & landbouwverenigingen zoals Vockestaert, GroenGoud etc - Buurt- en wijkverenigingen - Stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten (vakgenoten) - Onderwijs- /welzijn en zorgsector

5


7 UITVOERING Dit ontwerpend onderzoek wordt uitgevoerd door Roos Berendsen Stedenbouw in samenwerking met het projectteam City Spices. Dit team wordt ondersteund door adviseurs met aanvullende expertise. Roos Berendsen Stedenbouw Ir. Roos Berendsen, stedenbouwkundige KvK Haaglanden 27 33 46 97 Registratie stedenbouwkundige 2.090115.001 www.roosberendsen.nl Opleiding Stedenbouwkunde, faculteit Bouwkunde, TUDelft Relevante werkervaring: werkzaam geweest in opdracht van het Xplorelab van de provincie Zuid-Holland aan ‘Green& the City’. Overige onderzoeksprojecten voor Xplorelab en de provincie Zuid-Holland: Ruimtelijke Klimaatscan Provincie Zuid-Holland en Gouwe Wiericke schetst haar toekomst (www.xplorelab.nl), Milieudoelen in de PSV, Nieuw Beleid Stiltegebieden. Voor de TU-Delft: coredacteur publicatie Tjallingii S, Berendsen R., Een Rijke Bron, een nieuwe rol van water in ontwerpen voor de stad, Tech Press 2008 Projectteam City Spices (+Architecture en Anja Janssen 3D-ontwerp) ‘City Spices’, oftewel ‘Stadsspecerijen’, staat voor groene stadslandbouw op kleine schaal door de kweek en het vermarkten van kruiden in de stedelijke omgeving. Gezond groen om van te genieten wordt Den Haag ingehaald! City Spices is ontstaan vanuit het project Bewonersparticipatie Krachtwijken Den Haag. City Spices / +Architecture Contactpersoon: Ir. Mathilde Peen, stedenbouwkunidge en architect www.plusarchitecture.nl http://www.cityspices.nl/ Multidisciplinair adviesteam: - Ir. Nienke Maatje (Vastgoed & Projectontwikkeling) - Ir. Ellen de Boer (Gemeente Den Haag, stedenbouwkundige) - Anja Janssen 3D-ontwerp (City Spices) www.anjajanssen.nl - Zebra Welzijn (Uitvoeringspartner voor brede maatschappelijke ondersteuning (binnen de ketens Onderwijs, Wonen, Veiligheid en Zorg) voor de gehele regio Haaglanden. - Stichting Boog (Stedelijke Organisatie voor Bewonersparticipatie en –inspraak in Den Haag en omgeving). Afhankelijk van de uitwerking van het onderzoeksvoorstel worden deze mensen in meer of mindere mate betrokken bij het onderzoek als extern deskundige. Dit adviesteam kan aangevuld worden met het bestaande netwerk van de initiatiefnemers. Dit zijn professionals werkzaam bij: - Gebiedsontwikkeling: projectontwikkelaars actief in Den Haag, Staedion, Gemeente Den Haag - Landelijke verenigingen in de regio Den Haag: Groen Goud, Vockestaert - Stadslandbouw: Stroom, LEI/WUR, Provincie Zuid-Holland (Xplorelab) - Onderwijs- /welzijn en zorgsector: GGD, Stichting Zebra en Stichting Boog KEYWORDS: Tijdelijk bestemmen, maatschappelijke bouwopgaven, stadslandbouw, kwaliteit openbare ruimte, burgerparticipatie, bevriezen bouwprojecten, productmarktcombinaties, samenwerkingsverbanden, community shared agriculture, coöperatie CONTACTGEGEVENS:

ir. Roos Berendsen stedenbouwkundige > adres > mobiel > e-mail

Van Lumeystraat 96 2581 XE Den Haag +31 (0)6 14878727 Bij geen gehoor +31 (0)6 19652577 mail@roosberendsen.nl

> info

www.roosberendsen.nl

6


Paul de Graaf Onderzoek en Ontwerp www.pauldegraaf.eu


Ruimte voor Stadslandbouw in Rotterdam Verslaglegging onderzoek

Paul de Graaf Ontwerp & Onderzoek

Rotterdam, maart 2010 – 1


Inhoudsopgave

Inleiding

3

Verloop

3

Resultaten

4

Persoonlijke ontwikkeling

5

Links

5

Lezingen en presentaties

6

Lijst van bijagen

7

Paul de Graaf Ontwerp & Onderzoek

Rotterdam, maart 2010 – 2


Inleiding Het onderzoek Ruimte voor Stadslandbouw in Rotterdam is uitgevoerd in de periode 10 december 2008 tot november 2010. Het resultaat is een rapport dat als bijlage van dit verslag in tweevoud wordt aangeleverd. In dit verslag wordt ingegaan op het verloop en de uitvoering van het onderzoek en de rol die het heeft gespeeld in de ontwikkelingen rond stadslandbouw in Rotterdam. De uitgangspunten van het onderzoek zijn gebaseerd op het denkwerk van een groep Rotterdammers die zowel persoonlijk als professioneel geloven in de potentie van stadslandbouw voor de stad Rotterdam. Lopende het onderzoek ontwikkelde de praktijk zich in hoog tempo tot het punt waar we nu zijn. Stadslandbouw wordt serieus genomen door allerlei partijen van overheid via projectontwikkelaars tot burgers. De gemeente is op verschillende niveaus bezig stadslandbouw in haar beleid op te nemen. Naar het zich laat aanzien zal al deze zomer het eerste professionele stadslandbouwbedrijf van start gaan in het Vierhavengebied. Het onderzoek probeerde deze praktijk te volgen, maar om tot een afronding te komen moest op een gegeven moment ook wat afstand genomen worden van de dagelijkse werkelijkheid. Desondanks lijkt het rapport nu op tijd te komen om concrete handvatten te bieden om interesse en goodwill om te zetten in beleid. Het onderzoek definieert stadslandbouw in relatie tot praktische mogelijkheden en beperkingen van een stad als Rotterdam en beschrijft hoe je haar als stad kan inzetten ten dienste van de stad. Op dit moment wordt nagedacht over manieren om de ideeën in het rapport naar buiten te brengen. Daarbij wordt gedacht aan een symposium en een publicatie.

Verloop Proces Bij aanvang van het onderzoek was er sprake van een planning van ongeveer een jaar. De onderzoeksopzet was duidelijk en deze is in grote lijnen ook intact gebleven gedurende het onderzoek maar er vonden wel accentverschuivingen plaats en belangrijker, bepaalde onderdelen bleken veel meer tijd te kosten dan geraamd. Daarnaast was er sprake van steeds nieuwe ontwikkelingen in de praktijk die meegenomen werden in het onderzoek. Ontwikkelingen in de praktijk De praktijkvoorbeelden uit de VS en Canada hebben zich de afgelopen 2 jaar constant ontwikkeld. Begin vorig jaar ontstond de mogelijkheid om de VS te bezoeken in het kader van een ander Eetbaar Rotterdam project, wat weer veel nieuwe informatie opleverde. Ook in Rotterdam en in Nederland is wat mogelijk, haalbaar en kansrijk is in ontwikkeling. Een stad als Almere timmert in samenwerking met Wageningen Universiteit aan de weg. In Den Haag is het Foodprint programma van Stroom een belangrijke aanjager van projecten in samenwerking met Gezonde Gronden, en ook in Amsterdam zijn allerlei initiatieven gaande. In Rotterdam vond in de afgelopen 3 jaar een omslag plaats waarbij stadslandbouw van gefröbel in de de marge tot een serieuze optie werd voor diverse partijen. Gemeentelijke partijen zien in stadslandbouw kansen om passend werk te bieden aan zorgvragers en mensen aan de rand van de arbeidsmarkt (SoZaWe), om anders om te gaan met groen in de stad (dS+V, Klimaatbureau), om de jeugd te helpen gezond te eten (GGD, Sport & Recreatie). Vanuit de land- en tuinbouwsector is men geïnteresseerd om contact te maken met klanten in de stad. Inmiddels lijkt ook het eerste professionele stadslandbouwbedrijf van start te gaan op de Marconistrip na jaren lobbyen door o.a. Eetbaar Rotterdam. Dit proces waarin verschillende Paul de Graaf Ontwerp & Onderzoek

Rotterdam, maart 2010 – 3


bedrijfsvormen en locaties werden overwogen is in zichzelf een studie waard. Deze constante dynamiek van actuele ontwikkelingen heeft er toe geleid dat minder is geprobeerd deze dynamische sociale kansen in kaart te brengen omdat die snel veranderen (waardoor een kaart dus snel verouderd), maar juist de meer laag-dynamische ondergrond van bodem tot bebouwing in kaart te brengen en de kaart te ontwerpen als een middel om initiatiefnemers uit de dynamische sociale laag – zowel ondernemers als beleidsmakers – te voorzien van informatie die hen helpt beslissingen te nemen die passen binnen een grotere visie van wat stadslandbouw voor de stad kan betekenen. Accentverschuivingen Met name de eerste twee stappen van de onderzoeksopzet bleken veel langer te duren. Het leek zo eenvoudig om kansen in kaart te brengen, maar de vraag wat kansen zijn voor stadslandbouw leidde tot de vraag: wat is stadslandbouw in Rotterdam? In Rotterdam zijn nog geen voorbeelden van wat we voor ogen hebben. Kijkend naar de praktijk elders is stadslandbouw heel divers en locatiegebonden. In een poging hier greep op te krijgen verschoof de focus van het ontwikkelen van tools en in kaart brengen naar het ontwikkelen van een begrippenkader en onderliggende principes voor de inpassing van stadslandbouw. Langzamerhand werd de vraag: wat zou stadslandbouw moeten zijn in Rotterdam? En daarmee werd de vraag weer stedenbouwkundig / planologisch en werd de inzet van het onderzoek het ontwikkelen van een manier om een bottom-up fenomeen als stadslandbouw strategisch in te zetten in de ontwikkeling van een duurzame stad (en op deze manier het draagvlak onder beleidsmakers voor stadslandbouw te vergroten). Toen dit op zijn plaats was is relatief laat in het proces (in de tweede helft van vorig jaar) een kansenkaart gemaakt en op basis van de eerste ruwe versie van die kaart zijn voor vier locaties voorbeelduitwerkingen gemaakt die een beeld geven van de bandbreedte van wat stadslandbouw voor de stad kan doen. De uitwerkingen waren zo verschillend qua landbouwtype en (als gevolg daarvan) qua locatie, dat elke uitwerking om een andere benadering vroeg. Dit kostte daardoor ook meer tijd.

Resultaten De eerste sessies met de leden van Eetbaar Rotterdam leidden tot een vruchtbare uitwisseling van ideeën en inzichten die voor alle deelnemers van waarde waren en hielpen om de visie van eetbaar Rotterdam helderder te formuleren. Gedurende het onderzoek zijn de eerste resultaten – zoals een beschrijving van kansrijke types stadslandbouw – op verschillende manieren gedeeld met anderen: in een posterpresentatie die o.a. op het Rotterdamse Oogst Festival was te zien, in blogposts op de weblog van Eetbaar Rotterdam en in lezingen voor diverse doelgroepen (studenten van verschillende opleidingen op het gebied van landbouw, stedenbouw en architectuur, geinteresseerden in stadslandbouw) en gesprekken met ambtenaren en burgers van Rotterdam. De bovenbeschreven inhoudelijke ontwikkeling en scherpstelling van het onderzoek; het ontwikkelen van een begrippenkader en onderliggende principes voor de inpassing van stadslandbouw, is vastgelegd in een paper die is gepresenteerd op een internationaal congres (AESOP 2 nd European Sustainable Food Planning Conference 2010 in Brighton) waar een netwerk bijeen kwam van planners, ontwerpers, beleidsmakers en onderzoekers van over de hele wereld die zich met voedsel en planning bezig houden (o.a. Joe Nasr & June Komisar, architecten Bohn & Viljoen, Tim Lang, Carolyn Steel). De presentatie leverde veel positieve reacties op en de paper zal dit voorjaar Paul de Graaf Ontwerp & Onderzoek

Rotterdam, maart 2010 – 4


worden gepubliceerd in een boek door Wageningen University Press. De invloed van het onderzoek op de praktijk is moeilijker te peilen. De uitwisseling van ideeën en overwegingen tussen de leden van eetbaar Rotterdam heeft net zo zeer het onderzoek beïnvloed als de plannen voor het stadslandbouwbedrijf op de Marconistrip maar de processen liepen een eigen min of meer parallel spoor, ieder met zijn eigen logica en dynamiek, waarbij er soms sprake was van uitwisseling en soms ook niet. Marconistrip is wel opgenomen in de studie als een van de cases, maar het ontwerp was in grote lijnen al vastgelegd in het intensieve proces met gemeentelijke instanties en economische beperkingen. De voorbeelduitwerking in het rapport neemt dit als uitgangspunt en extrapoleert en optimaliseert het vanuit het gezichtspunt van milieutechnische, sociale en ruimtelijke potentieel op een manier die iets verder gaat dan wat op dit moment haalbaar is, maar daar in de geest van het onderzoek niet te ver van afdwaalt (d.w.z. economische haalbaarheid en inspelen op locale kansen en beperkingen blijven uitgangspunt). Kennis uit het onderzoek is ook ingezet in het door BVR opgezette project 7UP Reinventing Zevenkamp (ook tot stand gekomen met steun van het stimuleringsfonds voor Architectuur) waar ik een van de deelnemende bureaus was, in een workshop voor het project A12 NU van Artgineering en in diverse openbare discussies in Rotterdam.

Persoonlijke ontwikkeling Binnen mijn werk heeft dit onderzoek heel veel betekend omdat het mij de kans heeft gegeven om mijn interesses en werkzaamheden tot nu toe (zoals recente ontwerpen voor multifunctionele waterzuiveringslandschappen) van een nieuw kader te voorzien, dat van de stad als ecosysteem, en ze toe te passen binnen een thema dat de stad waar ik woon raakt op allerlei vlakken. Mijn bijdrage aan Eetbaar Rotterdam en de stadslandbouwdiscussie bestaat uit het inbrengen van dit ecosysteemperspectief, waarbij ruimtelijke, milieutechnische en sociaaleconomische aspecten van even groot belang zijn. Mijn werk met stadslandbouw binnen Eetbaar Rotterdam – een mix van kennis verzamelen en verspreiden, lobbyen en activiteiten organiseren – heeft door het onderzoek een impuls gekregen en dit maakte het mogelijk om deze ecosysteembenadering verder te onderzoeken en ontwikkelen met stadslandbouw als aanjager. Parallel hieraan bood het project 7UP Reinventing Zevenkamp mij een kans om deze benadering in brede zin op een wijk toe te passen (waarbij stadslandbouw maar een van de middelen was). In de tijd dat ik met stadslandbouw bezig ben (sinds 2007) is het onderwerp enorm in de belangstelling komen te staan. Daardoor biedt de opgebouwde expertise allerlei kansen voor nieuwe projecten, die realisatie van verschillende vormen van stadslandbouw dichterbij zullen brengen. Daarnaast zal ik mij richten op andere mogelijkheden om betrokkenheid te combineren met inhoudelijke ontwikkeling op basis van een ecosysteembenadering van de stad en de mensgemaakte leefomgeving in het algemeen.

Links Eetbaar Rotterdam website en blog: www.eetbaarrotterdam.nl (website en blog sinds juni 2010) www.stadslandbouw.blogspot.com (blog tot juni 2010) Informatie onderzoek op ER website: http://www.eetbaarrotterdam.nl/ruimte-voor-stadslandbouw-in-rotterdam/

Paul de Graaf Ontwerp & Onderzoek

Rotterdam, maart 2010 – 5


AESOP 2nd European Sustainable Food Planning Conference 2010 http://artsresearch.brighton.ac.uk/research/projects/continuous-productive-urban-landscape/aesop2nd-european-sustainable-food-planning-conference Stadslandbouwbedrijf UIT JE EIGEN STAD www.uitjeeigenstad.nl Blogposts onderzoek kansrijke types: http://stadslandbouw.blogspot.com/2010/01/de-bosrandtuin-kansrijke-teelten-voor.html http://stadslandbouw.blogspot.com/2009/12/spin-kansrijke-teelten-voor-rotterdam.html http://stadslandbouw.blogspot.com/2009/10/polycultuur-met-vis-en-groenteteelt.html excursie VS: http://www.eetbaarrotterdam.nl/2010/05/new-york-dag-1-verslag-excursie-stadslandbouw-urban-ag-us/ http://www.eetbaarrotterdam.nl/2010/05/new-york-dag-2-verslag-excursie-stadslandbouw-urban-ag-us/ http://www.eetbaarrotterdam.nl/2010/05/new-york-dag-3-verslag-excursie-stadslandbouw-urban-ag-us/ geschiedenis stadslandbouw: http://www.eetbaarrotterdam.nl/2011/02/verhalen-uit-de-tuinstad/

ER op Rotterdams Oogst Festival http://www.eetbaarrotterdam.nl/2010/09/rotterdamse-oogst-festival-weer-een-succes/ http://stadslandbouw.blogspot.com/2009/09/rotterdamse-oogst-een-succes.html Kansenkaart: http://stadslandbouw.blogspot.com/2009/05/kansenkaart-stadslandbouw.html

Lezingen en presentaties Eetbaar Rotterdam – workshop A12 NU (9 april 2009) Integrated Urban Agriculture in Industrialised Countries. Design Principles for Locally Organised Food Cycles in the Dutch Context - 3rd International Conference on Smart and Sustainable Built Environments (SASBE09) in Delft (16 juni 2009) Beschikbaar online: http://www.sasbe2009.com/presentations.html#presentations De tuin als microkosmos – TU Delft Bouwkunde afdeling Landschapsarchitectuur (15 september 2009) De stad als microkosmos – NVTH Breda (29 januari 2010) De stad als microkosmos – Academie van Bouwkunst Rotterdam (5 november 2010) Urban Agriculture in Rotterdam, TU Delft Bouwkunde Sustainable Development Program (16 november 2010)

Paul de Graaf Ontwerp & Onderzoek

Rotterdam, maart 2010 – 6


Stroom www. stroom.typepad.com


Projectplan Foodprint 2011 en 2012    Presentatie ‘De Hongerige Stad’  De Nederlandse vertaling van Hungry City door NAi Uitgevers wordt in aanwezigheid van Carolyn  Steel feestelijk gepresenteerd bij Stroom. Hungry City is één van de inspiratiebronnen van het  Foodprint programma.    Datum: 15 maart 2011  Locatie: Stroom Den Haag  Doelgroep: professionals (architecten, vormgevers, stedenbouwkundigen, overheden, agrifoodsector)    Resultaat: 150 mensen bezoeken de presentatie.    Voortzetting en uitbouw kunstproject Foodscape Schilderswijk en Eetbaar Park   Deze kunstprojecten van respectievelijk Nils Norman en Debra Solomon zijn in 2010 in uitvoering  gegaan en worden in 2011 voortgezet. In het kader van Eetbaar Park wordt het paviljoen afgemaakt  (zowel in‐ als exterieur) en de permacultuurtuin bij Amateurtuindersvereniging Nut en Genoegen  aangelegd. Er worden diverse demonstratieobjecten op het gebied van permacultuur en  duurzaamheid geïnstalleerd, zoals een wormenvat en composteerbak en composttoilet. G’Aarde  Gezonde Gronden organiseert een reeks van activiteiten voor omwonenden en geïnteresseerden in  permacultuur/duurzaamheid en is wekelijks op vaste tijden op locatie aanwezig voor ontvangst van  bezoekers. Stroom zet zich in voor het onder de aandacht brengen (publiek, pers) van het project en  zal een tweetal activiteiten (lezingen/presentaties) op locatie organiseren voor professionals (in het  verlengde van het symposium Eetbaar Park van 22 oktober 2010).    Data: gehele jaar 2011 en 2012  Locaties: Zuiderpark, Amateurtuindersvereniging Nut en Genoegen  Partners: Permacultuurcentrum Den Haag, Gemeente Den Haag /NME    Resultaat:  Tuin Nut en Genoegen aangelegd. Het paviljoen is van binnen en buiten klaar en  functioneert als informatiepunt en verblijfsplek voor tuinmedewerkers. Beide permacultuurtuinen  leveren in 2011 oogst. 250 scholieren bezoeken één van beide locaties van Eetbaar Park; minimaal  75 vrijwilligers werken 1 of meer dagen in één van beide tuinen; 250 volwassenen nemen deel aan  activiteiten op één van beide locaties.    Voortzetting en uitbouw kunstproject Foodscape Schilderswijk en Eetbaar Park   In het kader van Foodscape Schilderswijk worden de 4 locaties zoals genoemd in de  uitvoeringsbeschrijving aangeplant door bewoners olv kunstenaar Debra Solomon/Urbaniahoeve.   Stroom organiseert samen met Urbaniahoeve de Doe‐dag Foodscape Schilderswijk (zie onder). En  Stroom zet zich in voor het onder de aandacht brengen van het project bij pers/publiek.    Data: gehele jaar 2011 en 2012  Locaties: diverse locaties Schilderswijk   Partners: Gemeente Den Haag/DSB, woningbouwcorporatie Haagwonen, NOVA college    Resultaat:  op 4 locaties Schilderswijk zijn volledig functionerende typologieën met ‘eetbaar groen’  gerealiseerd (fruitbomen, bessenstruiken, kruiden etc)         


‘Doe‐dag Foodscape Schilderswijk’  Beleidsmakers en buurtbewoners uit de Schilderswijk planten samen eetbaar groen onder de  bezielende leiding van kunstenaar Debra Solomon en haar team van Urbaniahoeve.    Datum: 1e helft mei 2011  Locatie: diverse plekken in de openbare ruimte in de Schilderswijk  Doelgroepen: beleidsmakers betrokken bij ruimtelijke ordening, groenbeheer en stadsontwikkeling in  Den Haag en andere steden, landelijke overheden, geïnteresseerden in stadslandbouw; inwoners  Schilderswijk    Resultaat: 75 beleidsmakers en inwoners nemen deel. 


Festival DAG HAP en ontwerpstudie Erasmusveld  Kunstmanifestatie op locatie rond duurzaamheid en eten en een ontwerpstudie op een braakliggend  terrein in de nieuw te ontwikkelen woonwijk Erasmusveld. Voor uitgebreide beschrijving zie op www.  stroom.nl    Data manifestatie: opening vrijdag 30 september. Open voor publiek: weekends 1 en 2, 8 en 9 en 15  en 16 oktober. Daarnaast activiteiten voor kinderen en specifieke publieksgroepen zoals  schoolklassen (besloten).    Data ontwerpstudie: start najaar 2011. Presentatie voorstellen en ontwerpen tijdens IABR (april 2012)  Locatie: Erasmusveld, een nieuwe te ontwikkelen duurzame wijk in Den Haag Zuid‐West (ingeklemd  tussen wederopbouwwijken en Vinexwijken)  Doelgroepen manifestatie: omwonenden Erasmusveld, inwoners Den Haag, inwoners omringende  gemeenten zoals Delft, Rijswijk en Zoetermeer.   Doelgroepen ontwerpstudie: : ondernemers, lokale, regionale en landelijke beleidsmakers betrokken  bij ruimtelijke ordening,  landschap, voedsel en duurzaamheid. En verder de doelgroepen genoemd  onder manifestatie.  Partner: Gemeente Den Haag/DSO    Resultaat manifestatie: tenminste 2.500 bezoekers/deelnemers. Artikelen in lokale en landelijke  pers. Aandacht op lokale, regionale en landelijke radio en tv.  Resultaat ontwerpstudie: concrete ontwerpen en voorstellen die hetzij toegepast, hetzij getest  kunnen worden in Erasmusveld. Artikelen in lokale en landelijke (vak‐)pers.     Ontwerpstudie Park Supermarkt  In het kader van Foodprint ontwikkelde Van Bergen Kolpa Architecten in samenwerking met Vincent  Kuypers (Alterra Wageningen) een ruimtelijk toekomstmodel voor een zogenaamde  ‘landschappelijke supermarkt’ gesitueerd in Midden‐Delfland, één van de toekomstige metropolitane  stadsparken uit de Randstadvisie 2040. Park Supermarkt combineert landschap, voedselproductie en  recreatie op een innovatieve manier en maakt zichtbaar wat we nu nog onbespreekbaar of  onvoorstelbaar achten. Park Supermarkt, waarvoor Provincie Zuid‐Holland mede opdrachtgever was,  kreeg de vorm van een maquette en een introductiefilm die werden getoond tijdens de Foodprint  tentoonstelling. Het project werd tevens opgenomen in de ‘Architectuur als Noodzaak’  tentoonstelling van het Nederlands Architectuurinstituut en reisde als zodanig van Sao Paulo, naar  Rotterdam, Moskou en Mumbai. Park Supermarkt genereerde veel aandacht en biedt wellicht  kansen om daadwerkelijk gerealiseerd te worden. Om dat te onderzoeken is in 2010 een  vervolgproces gestart met aandacht voor verdere conceptontwikkeling en uitwerking op een  specifieke locatie. Die lijkt te zijn gevonden in de nabijheid van Nijmegen (Ooijpolder).    Datum: najaar 2011  Locatie: Nijmegen?  Doelgroepen: ondernemers, lokale, regionale en landelijke beleidsmakers betrokken bij ruimtelijke  ordening,  landschap, voedsel en welzijn, bewoners    Resultaat: praktijktest van Park Supermakrt 


FoodForward  An exhibition in the context of the Foodprint program at Stroom Den Haag    In this exhibition, Stroom, goes back to the fundamental ingredients of its Foodprint program: food  and the human being. Through the work of eight international artists and designers, FoodForward  (work title) asks what food might be in the future: what might we understand as food then, what will  we want to eat, and what does that tell us about who we are or want to be?   Through the works of Christian Jankowski, James King, Dunne & Raby, Arne Hendriks, Michiko Nitta &  Michael Burton, and John O’Shea, FoodForward zooms into the individual’s relation to food, focusing  on the personal and very intimate relation between the human being and the food that is being put  into and digested by the body. However, it also zooms out and considers the position of the human  being in a larger ecological context; the relation between humans and their dwellings (cities, for an  ever increasing amount of the world population), mediated by food. And, as the majority of the  works in FoodForward show, often times the one level implies the other and vice versa.   While some of the future visions presented in FoodForward might seem more realistic or plausible  than others, all of them are rooted in today’s scientific research and existing or developing  applications. It would be a mistake to think that through their futuristic nature, the works avoid the  issue. On the contrary, they propose solutions by redefining the problem.    FoodForward (work title) thus enquires if we are still asking the right questions. Will there be a need  for urban gardening and farming, if we agree to grow food in laboratories? Should we focus our  attention to increasing or altering current food production systems or should we switch gears and  focus on how we can alter humans and/or their consumption patterns to diminish the need for food?  In other words: to which question is the answer given, to which need is an action undertaken, to  which situation is a statement made?   As much as the exhibition FoodForward (work title) and the symposium and accompanying  publication After Foodprint (work title) can be considered the end point of the Foodprint 2009‐2012  program, it must be seen as the starting point of a renewed discussion: one that keeps this urgent  matter on the forefront of attention. In discussing what and how we want to eat, we are forced to  ask ourselves who we want to be, where and how we want to live, how we want to shape our cities  and how the relationship between cities and their hinterland should further develop.  This exhibition will take place in the larger context of Foodprint. Food for the city, a three year  project that started in 2009. In a series of exhibitions, artist projects, design studies, book  publications and presentations and symposia, Foodprint investigates the relation between food and  the city. From creating visibility for the current processes of food production, distribution, storage,  preparation, consumption and disposal, to debating the future of the relation between food and the  city, and taking concrete actions in and around the city of Den Haag.   More information on the full Foodprint program can be found at  http://www.stroom.nl/activiteiten/manifestatie.php?m_id=4645496   Artists: Christian Jankowski, John O’Shea, James King, Dunne and Raby, Arne Hendriks, Michiko Nitta  and Michael Burton.   Guest curator: Karen Verschooren, Z33, Hasselt – Belgium.  Dates: January 15, 2012 – April 1, 2012  Location: Stroom Den Haag, the Netherlands  


Food Tribunaal (werktitel)    Inhoudelijke uitgangspunten  Consumenten in ons deel van de wereld zien het als vanzelfsprekend dat de supermarktschappen  altijd rijk gevuld zijn met een schier oneindige keus aan voedsel. Wel is er bij een deel van de  consumenten een groeiend wantrouwen, of dat voedsel wel verantwoord geproduceerd is, dat wil  zeggen met respect voor mens, dier en planeet. En ook, of het wel zo gezond is wat de  voedselindustrie ons voorschotelt.     Dat ons voedselsysteem wel degelijk  kwetsbaar is, werd duidelijk na de aanslagen van 11 september  2011 en meer recent toen de aswolk van de vulkaan op IJsland het vliegverkeer in Noord‐Europa lam  legde. Ook dier‐ en plantziekten bedreigen het aanbod aan eten. Het vigerende voedselsysteem  heeft onmiskenbaar schaduwkanten, deels heel zichtbaar, deels (nog) niet. Zoals bodemuitputting,  overbevissing, milieuvervuiling en teruglopende biodiversiteit, om er maar een paar te noemen.  Ongeveer 1 miljard mensen heeft onvoldoende te eten en een vergelijkbaar aantal lijdt aan obesitas.  De wereldbevolking groeit explosief en door stijgende welvaart neemt wereldwijd de  vleesconsumptie (die grote en negatieve impact heeft op het milieu)  toe. Het klimaat verandert, de  olie (waarop het huidige voedselsysteem letterlijk drijft) raakt op. Steeds meer mensen wonen in  steden, waar ze dikwijls onvoldoende toegang tot vers voedsel hebben en niet over mogelijkheden  beschikken om eigen voedsel te verbouwen. Nu wordt er oorlog over olie gevoerd, binnen een aantal  jaren zou voedsel wel eens de bron van gewapende conflicten kunnen zijn.    Dat roept de prangende en urgente hamvraag op: hoe voeden wij onze steden in pakweg 2050? En  tal van deelvragen, zoals:   ‐ Hebben onze kinderen straks gezond te eten?   ‐ Er is een groeiend besef dat we ons voedsel duurzamer moet produceren, maar hoe doen we dat? ‐  ‐ Hoe verkleinen we de kwetsbaarheid van het huidige voedselsysteem en wat betekent dit voor de  inrichting van stad en platteland?   ‐ Hoe bannen we zowel honger als overvoeding uit?   ‐ En misschien wel het allerbelangrijkste: hoe nemen wij als burger en consument het heft weer in  handen om grip te krijgen op onze primaire levensbehoefte, namelijk voedsel?    Het tribunaal zoekt aan de hand van een concrete stedelijke casus visionaire antwoorden op  specifieke vragen die in het verlengde liggen van de hierboven geformuleerde ‘grote vragen’. In de  vorm van een tribunaal worden  internationale specialisten met uiteenlopende achtergrond aan de  tand gevoeld; van experts van Monsanto en Unilever tot Oxvam Novib, van permaculturist tot  hightech glastuinbouwer en van farmacoloog tot beeldend kunstenaar.  Er wordt een format  ontwikkeld dat deelnemers dwingt om het achterste van hun tong te laten zien. Het doel is, om  helder te krijgen wat in de betreffende casus de belangrijkste knelpunten en uitdagingen zijn op  voedselgebied en wat er moet gebeuren om die het hoofd te bieden.     De vorm is prikkelend en theatraal. Voor de aankleding van de ruimtes waar het tribunaal plaats  vindt, wordt geput uit relevante kunst‐, vormgevings‐ en architectuurprojecten rond het thema  voedsel(‐productie), onder meer uit het Foodprint programma van Stroom Den Haag. 


Datum:  donderdag 29 of vrijdag 30 maart 2012  Locatie: een nader te bepalen locatie in Den Haag  Doelgroepen:professionals, zoals  agrifoodsector, overheden (gezondheid, welzijn, stadsontwikkeling,  ruimtelijke ordening, duurzaamheid, landbouw, natuur, visserij), bedrijfsleven, (landschaps‐)  architecten, stedenbouwkundigen, kunstenaars, wetenschappers.  Partner: Wageningen Universiteit, programma Purefood  Resultaat: 200 deelnemers. Artikelen in lokale en landelijke pers. Aandacht op lokale, regionale en  landelijke radio en tv.    Book Food for the City. A future for the metropolis   Stroom Den Haag/NAi Publishers    The publication will be launched in March 2012 on the occasion of the final  activities of the three‐year programme of Foodprint. Food for the City organized  by Stroom Den Haag.    Introduction Food for the City, a book that scratches where it hurts  According to the Global Hunger Index last year 925 million people, nearly one sixth of the world  population, do not have access to sufficient food, even though the global food supplies are now 1.5  times the required amount. In 1800, with a world population of one billion people, only 2 percent  lived in cities, nowadays more than 47 percent of the 6 billion inhabitants live in urban areas. In 2050  the world population will reach the incredible total of 9 billion people, of which 75% will live in cities.  NGO's, scientists, writers, activists and the like warn us for the catastrophes that await us.  International treaties suggest measures to fight hunger, but are teeth‐less tigers. Advocates for  sustainable agriculture, food security and sovereignty, agricultural biodiversity and urban agriculture  have had some successes, but mostly on a local scale. The first Millennium Goal, to halve the  proportion of people who suffer from hunger, will not be met in 2015. The challenges are so  incredibly high that they almost seem insoluble: availability of resources like land and water, climate  change, the increasing demand for biofuels, technological developments, environmental issues, food  security, political stability. "Food is not just what we put in our mouths to fill up; it is culture and  identity," wrote Jonathan Safran Foer in Eating Animals. For some people, hunger has become part of  their identity, if not their culture. How can we, as individual people and as professionals from  different backgrounds and cultures, change the world into a place where everybody has sufficient  food? Which tools do we have on a local scale to influence the global scale? How can we contribute  to a paradigm shift, starting with ourselves? Who are the main stakeholders, what are the crucial  steps to take? How to tackle the many paradoxes that arise when thinking about food in relationship  to the megalopolises of the future? The aim of the manual is to incite, excite, irritate, lure and tease  readers and to stimulate them both on a practical and theoretical level. The publication is neither  purely apocalyptical nor utopian but offers a critical, multidisciplinary and multidimensional  approach to a subject that seems to be hip and hot, but has a history that reaches back thousands of  years. Writers, texts and images from all parts of the world will convey Western and Non‐Western  views on the production and consumption of food, past, present and future.    Datum: het boek wordt gepresenteerd tijdens het symposium After Foodprint op 29 of 30 maart 2012.  Doelgroepen:professionals, zoals  agrifoodsector, overheden (gezondheid, welzijn, stadsontwikkeling,  ruimtelijke ordening, duurzaamheid, landbouw, natuur, visserij), bedrijfsleven, (landschaps‐)  architecten, stedenbouwkundigen, kunstenaars, designers, iedereen met een fascinatie voor eten en  de herkomst ervan.    Resultaat: een Engelstalige publicatie in een nader te bepalen oplage 


Verslag Foodprint 2010  FOODPRINT VOEDSEL VOOR DE STAD  ‘Foodprint. Voedsel voor de stad’ is een meerjarig programma dat Stroom Den Haag in 2009 is  gestart over de invloed van voedsel op de cultuur, de inrichting en het functioneren van steden en  van Den Haag in het bijzonder. Het programma heeft zowel een artistieke component als een  duurzaamheids/milieucomponent en dient in dat verband een maatschappelijk belang. Het besef  groeit immers dat de relatie tussen mens en voedsel snel verslechtert. Er zijn de laatste jaren tal van  onderzoeken en voorstellen gedaan om die relatie te verbeteren. Belangrijk in dit opzicht waren de  recente publicaties van deskundigen als de Amerikaanse ‘voedselprofessor’ Michael Pollan en de  Engelse architect Carolyn Steel. Beiden toonden aan dat het weer zichtbaar maken van de relatie  tussen voedsel en stad van levensbelang is om de grotere context van het dagelijks bestaan weer te  kunnen zien; de toenemende miljoenen stedelingen zullen ook in de toekomst dagelijks van voedsel  moeten worden voorzien. Dit brengt grote logistieke, maar ook energie‐, klimaat‐, afval‐ en  ruimteproblemen met zich mee. Stroom is er van overtuigd dat kunst een bijdrage kan leveren, niet  alleen aan het signaleren en aan het op prikkelende wijze bewust maken van maatschappelijke  problemen, maar ook op creatieve en visionaire wijze kan bijdragen aan oplossingen..     In lezingen, workshops, tentoonstellingen en kunstprojecten tonen kunstenaars, architecten,  ontwerpers, wetenschappers, voedselexperts en burgers wat voedsel betekent voor de dagelijkse  omgeving. En hoe voedsel een bijdrage kan leveren aan een gezonde, groene, leefbare en duurzame  stad.    Voor Foodprint zoeken we waar mogelijk samenwerking met partnerorganisaties en proberen we het  format van de verschillende programma‐onderdelen af te stemmen op de beoogde doelgroepen  (soms breed en lifestyle, dan weer specifiek en professioneel betrokken). Het gaat voornamelijk om  zelf geëntameerde programma’s, maar er zijn ook programma’s ontwikkeld in opdracht van derden.  In 2009 startte Foodprint. In een gevarieerd programma dat bijna het hele jaar besloeg werd het  onderwerp ‘voedsel in relatie tot de stedelijke omgeving’ geagendeerd en een begin gemaakt met  het ontwikkelen van een bewustzijn van de noodzaak en mogelijkheden voor een hernieuwde relatie  van voedsel en voedselproductie met de stad.  Het jaar 2010 stond in het teken van het concretiseren van ideeën, met name in de vorm van  langdurige kunstprojecten in de stad, en tegelijk van aandacht voor de onstoffelijke dimensie van  voedsel (de verbondenheid met ethische, religieuze of bijvoorbeeld sociale waardesystemen). Twee  voorstellen voor kunstprojecten in Den Haag, ‘Foodscape Schilderswijk’ van Debra Solomon en  ‘Eetbaar Park’ van de Britse kunstenaar Nils Norman, gingen in respectievelijk de Schilderswijk en  Den Haag Zuidwest van start. Er werd samen met InnovatieNetwerk een onderzoek naar kansen voor  stedelijke voedselproductie uitgevoerd, dat resulteerde in het rapport ‘Voedsel voor de stad’.  Na de zomer ging een cluster aan Foodprintactiviteiten van start met de performance ‘The Last  Supper’ en de solotentoonstelling ‘Living Remains’ van de Mexicaanse kunstenaar Raul Ortega Ayala.  Tijdens de duur van de tentoonstelling werden een aantal thema’s voor een steeds ander publiek in  een randprogramma uitgediept. Het thema van de beeldvorming rond eten werd in de Foodies,  Foodporn en Foodblogs avond besproken met Klary Koopmans, Louise Fresco en Helen Westerik. De  invloed die eten heeft op de stedelijke ruimte werd geëxploreerd in een fietstocht door Den Haag die 


ons door de voedselketen heen loodste, van productie tot distributie, verkoop en consumptie. Er  vond een symposium over permacultuur en stedenbouw plaats ter opluistering van de opening van  Eetbaar Park. En tenslotte werd de relatie van voedsel met sterven en dood uitgediept in ‘Eten als  Einde’, een uitermate gevoelig participatieproject waarin gerechten en verhalen over laatste  maaltijden werden verzameld. Op Allerzielen (2 november) werden op begraafplaats Oud Eik en  Duinen favoriete gerechten, verhalen en muziek gedeeld.   Ook in 2010 vervolgden we de samenwerking met onze communicatie‐partner Thonik en  werden we in de mediabenadering ondersteund door het adviesbureau Leene Communicatie.  De enthousiaste respons uit binnen‐ en buitenland is voor Stroom aanleiding om het programma tot  het voorjaar 2012 te vervolgen en het dan af te sluiten met een eindsymposium waarbij alle aspecten  van het programma de revue zullen passeren.  Het Foodprintprogramma bestond in 2010 uit de volgende onderdelen:  Foodprint Filmprogramma 4 t/m 7 februari 2010 Filmhuis Den Haag, Spui 191  Filmhuis Den Haag en Stroom Den Haag presenteerden vijf documentaires over voedsel en de stad.  Te weten, ‘Food Inc.’ (Robbert Kenner, VS 2008); ‘Tuinverhalen’ (Boris Gerrets, NL 2004); ‘The Real  Dirt on Farmer John’ (Taggart Siegel, VS 2005); ‘The Garden’ (Scott Hamilton Kennedy, VS 2008); ‘Our  Daily Bread’ (Nikolaus Geyrhalter, D/AUS 2005). De films werden ingeleid door Martien Witsenburg  (Witsenburg Natural Products), Marieke de Groot (fractievoorzitter Partij voor de Dieren in Den  Haag), Carolyn Steel (architect en auteur ‘Hungry City’) en Ernst van der Hoeven (Club Donny).    Debra Solomon ‘Foodscape Schilderswijk’ ‐  doorlopend     Kan voedsel zorgen voor een leukere buurt met meer gezonde mensen, waar samen voedsel  produceren voor nieuwe verbintenissen zorgt? Deze vraag was voor kunstenaar Debra Solomon  aanleiding voor het project Foodscape Schilderswijk. Met buurtbewoners en wijkorganisaties legt  zij met haar Stichting Urbaniahoeve diverse foodscapes van kruidengazons, fruitbomen en  bessenstruiken aan. In het voorjaar van 2010 begon men aan de eerste aanplant in de  Schilderswijk. Aan de daadwerkelijke tuinaanleg ging een intensieve periode vooraf van contacten  leggen, het zoeken van geschikte locaties om eetbaar groen te planten en het betrekken van  samenwerkingspartners. Woningbouwcorporatie HaagWonen stelde kantoorruimte en een  achtertuin middenin de wijk ter beschikking en ondersteunt het project. Natuur‐ en  Milieueducatie/Communicatie van Gemeente Den Haag denkt actief mee bij de ontwikkeling. De  strategie van Solomon is om eerst in semi‐openbare ruimten, zoals binnentuinen, ervaring op te  doen met aanplanten en met de samenwerking met en tussen bewonersgroepen, om daarna te  starten op meer kwetsbare plekken in het publieke domein in de wijk.  In de Westenberg Hof en Westenberg Hoek zijn inmiddels veel  fruitbomen, bessenstruiken en  kruiden aangeplant. Bijzonder aan het project is de focus op hoogwaardige, vaste eetbare aanplant in  plaats van op moestuinen. De intentie is het project zo te organiseren, dat het ook elders uitgevoerd  kan worden.  Ook is een aantal zogenaamde boombakken voorzien van onder andere  aardbeienplanten, rabarber, kruiden en dergelijke. Tegen de verwachting van sommigen in had deze  aanplant niet van vandalisme te lijden; integendeel, omwonenden ontfermden zich er liefdevol over.  Samenwerking met scholen is inmiddels gestart.     


‘Foodscape Schilderswijk’ picknick 20 oktober 2010 Westenberg Hof, Westenbergstraat  In oktober werden een mobiele picknick en andere activiteiten georganiseerd ten behoeve van  buurtbewoners en wijkorganisaties. In 2011 zal het areaal verder worden uitgebreid. Tevens is dan  een Doe Conferentie gepland om buurtbewoners, beleidsmakers en andere betrokkenen samen te  brengen.   Stakeholders: Haagwonen, Natuur‐ en Milieueducatie/Communicatie van Gemeente Den Haag,  Groenbeheer Stadsdeel Centrum Den Haag, Nova College, moedergroep Basisschool t Palet,  Bibliotheek Schilderswijk’.    Nils Norman ‘Eetbaar Park’ doorlopend  Kunstenaar Nils Norman ontwierp voor  ‘Foodprint’ een tuin op basis van permacultuur met een  ontmoetingsplek in de vorm van een paviljoen getiteld ‘Eetbaar Park’. Doel van het project is om te  testen, wat permacultuur in een moderne stedelijke omgeving kan bijdragen aan een gezondere,  duurzamer en prettiger leefbare stad. Omdat zowel stadsboerderij Herweijerhoeve (onderdeel van  Natuur‐ en Milieueducatie/Communicatie van Gemeente Den Haag) als Amateurtuindersvereniging  Nut en Genoegen bereid waren voor langere tijd grond ter beschikking te stellen voor het project, is  gekozen voor twee locaties, beiden gelegen in stadsdeel Escamp, in Den Haag Zuidwest. Het ontwerp  van Norman bestaat uiteindelijk dus uit een tweetal grote permacultuurmoestuinen en een  duurzaam paviljoen van stro, hout en leem.  Vanwege de investeringen in geld en personeel die het vergunningtraject en de bouw van het  paviljoen vroegen is in overleg met Nils Norman besloten zijn project een langere looptijd te geven.  Een extra motivatie om dit te doen was dat de Haagse organisatie G’Aarde Gezonde Gronden  goede  kansen zag voor een meerjarig educatief programma op beide locaties over duurzaamheid en  permacultuur. Architect Michel Post ontwierp onder supervisie van Nils Norman een bijzonder  paviljoen op basis van strobaalbouw. In mei verleende de gemeente Den Haag de bouwvergunning.  Een bouwploeg bouwde het paviljoen met ondersteuning van vrijwilligers van G’Aarde Gezonde  Gronden, waarbij een deel van de werkzaamheden in workshopvorm werd verricht. Zo droeg ook de  realisatie van het bouwwerk bij aan het educatieve karakter van ‘Eetbaar Park’. Parallel aan de bouw  van het paviljoen is door cursisten van G’Aarde Gezonde Gronden de permacultuurtuin ontworpen  en aangelegd.  Sinds voorjaar 2010 hebben enkele schoolklassen ‘Eetbaar Park’ bezocht en een  twintigtal leerlingen uit het VMBO hebben er hun maatschappelijke stage verricht.  Symposium ‘Eetbaar Park’ en opening paviljoen 22 oktober 2010   Amateurtuindersvereniging Nut en Genoegen, Meppelweg 882, Escamp, locatie paviljoen: Zuiderpark,  bij Stadsboerderij De Herweijerhoeve, Anna Polakweg 7   Het symposium markeerde de officiële opening van het project ‘Eetbaar Park' van Nils Norman.  Tijdens het symposium stond de vraag centraal welke bijdrage een ontwerpmethodiek als  permacultuur kan leveren aan een ecologische en sociaal gezonde stad. 95 specialisten uit diverse  sectoren namen aan het symposium deel, van hoveniers tot kunstenaars en medewerkers van  woningbouwcorporaties.   Sprekers op het symposium waren: Nils Norman, Jan Jongert (2012Architecten), Annechien Meier,   Fransje de Waard, Thomas Rau (Rau Architecten). Moderator was Aukje van Roessel.   Aansluitend op het symposium werd het paviljoen door wethouder Baldewsingh geopend in  aanwezigheid van 125 belangstellenden; de sleutel van het paviljoen werd door de wethouder 


overgedragen aan Menno Swaak van G’Aarde Gezonde Gronden, en daarmee het beheer van tuin en  gebouw.   Wekelijks bezoeken belangstellenden uit de omgeving de tuin en het paviljoen. Er is uitgebreide  aandacht in de media voor het project: zowel landelijk als lokaal. In 2011 zal de tuin bij Nut en  Genoegen afgerond worden en een publicatie over ‘Eetbaar Park’ worden gerealiseerd.  Stakeholders:Natuur‐ en Milieueducatie/Communicatie Gemeente Den Haag , G’Aarde Gezonde  Gronden/Permacultuur Den Haag, Amateurtuindersvereniging Nut en Genoegen, Varias College, Vrije  School Wonnebald, Permacultuurschool Nederland  Workshops ihkv ‘Eetbaar Park’ 23 oktober 2010 Paviljoen ‘Eetbaar Park’,  bij Stadsboerderij De Herweijerhoeve, Zuiderpark, Anna Polakweg 7 en bij Amateurtuindersvereniging  Nut en Genoegen, Meppelweg 882, Escamp   Op de zaterdag na de opening namen omwonenden en geïnteresseerden deel aan workshops op  beide tuinlocaties, die door G'Aarde Gezonde Gronden werden gegeven. Het was een praktische  kennismaking met permacultuur, jong en oud kon deelnemen aan workshops over het bouwen van  een compostbak, het maken van chutney en de aanleg van een kruidenspiraal. Tevens gaf Michel  Post (ORIO architecten) een presentatie over de achtergrond en de bouw van het paviljoen.    Performance 'The Last Supper', door Raul Ortega Ayala 4 september 2010  Op zaterdag 4 september werd voor het eerst de Haagse Museumnacht georganiseerd. Voor Raul  Ortega Ayala was dit, een week vóór de opening van zijn solo‐expositie bij Stroom, de ideale  gelegenheid voor een performance waarin de grenzen tussen het aardse en het sacrale werden  verkend. Deze performance leverde materiaal (setting en video‐opnames) voor het gelijknamige  werk in de expositie ‘Living Remains”.  Performance ‘Melting Pots’, door Raul Ortega Ayala 11 september 2010  Een tweede performance, 'Melting Pots', vond plaats tijdens de opening van de tentoonstelling op  zaterdag 11 september. Ortega Ayala serveerde een replica van een buffet zoals het vroeger in het  beroemde restaurant 'Windows on the World' van de Twin Towers in New York werd opgediend. De  gebruikte pannen en schalen zijn (hoogstwaarschijnlijk) gemaakt van gerecycled metaal afkomstig uit  de resten van de ingestorte torens, waarmee de paradoxale weg wordt blootgelegd, die het puin van  het World Trade Center heeft afgelegd. De restanten van beide performances zijn achtergebleven in  de tentoonstellingsruimte, waar ze tijdens de presentatie langzaam vergingen.  Tentoonstelling ‘Living Remains’ Raul Ortega Ayala 12 september t/m 21 november 2010  Stroom Den Haag presenteerde met 'Living Remains' de eerste solotentoonstelling in Nederland van  de Mexicaanse kunstenaar Raul Ortega Ayala. De presentatie was tevens het startschot voor het  najaarsprogramma van 'Foodprint’.  Via performances, videowerken, teksten en objecten onderzocht Ayala in 'Living Remains' het thema  voedsel. Daarbij werd verder gekeken dan de functie van voedsel als energiebron voor ons lichaam.  De aandacht ging juist uit naar de rol die voedsel speelt in onze dagelijkse handelingen en rituelen, in  religie en cultuur, en de invloed die dit alles heeft op onze emoties en innerlijke leven.   


Rondleidingen door Drees Koren (journaliste) 26 september 2010 Hicham Khalidi (directeur TAG) 10  oktober 2010  en Annechien Meier (kunstenaar) 31 oktober 2010 (aansluitend première  videodocumentaire 'Borders in Our Mind').  Presentaties en filmquiz ‘Foodies, foodporn en foodblogs’ 22 september 2010   Eten en beeldvorming zijn altijd een goed team geweest. We zeggen niet voor niets dat het oog wat  wil. Met de toenemende mediatisering van onze samenleving neemt het aantal manieren waarop we  eten verbeelden, en als beeld tot ons nemen, alleen maar toe. Tijdens deze avond belichtten we het  thema ‘eten als beeld’ vanuit verschillende perspectieven. Klary Koopmans presenteerde het  spanningsveld tussen voyeurisme en exhibitionisnme in foodblogs. Louise Fresco en Helen Westerik  vertelden over de manier waarop eten in films van puur functioneel verandert naar iets waarmee  personages hun identiteit uitdrukken. Dit werd gevolgd door hun filmquiz (met prijsuitreiking!).    Foodprint fietsexcursie ‘Architectuur en eten’ o.l.v. Drees Koren 24 september 2010   Stadsverkenning n.a.v. de ‘Foodprint Stadsgids Den Haag’ (verschenen in 2009). Van een  miefabriek tot volkstuinen, van haring tot kroketten, van koffie tot papierwaren en van Georgische  buurtsuper tot Aziatische groothandel. O.l.v. Drees Koren (journalist en tevens een van de drie  schrijvers van de gids) had men een unieke kans op een kijkje achter de schermen bij typisch  Haagse voedselfenomenen.    Première 'Borders in Our Mind', een videodocumentaire van Annechien Meier en Gaston Wallé 31  oktober 2010   'Borders in Our Mind' gaat over Cuba, een van de weinige landen waar het produceren van voedsel in  de stad door de staat gesteund wordt. De regering heeft zelfs bepaald dat toegang tot gezond  voedsel vanzelfsprekend tot de rechten van de mens behoort. Zo wordt in de stad Havana op grote  schaal permacultuur bedreven. Beeldend kunstenaar Annechien Meier wilde in contact komen met  de mensen die het onderzoek gedaan hebben en voorbeelden in Havanna ter plekke bezoeken. Zij  past deze methoden toe in haar eigen kunstprojecten waarin het verbouwen van groenten en de  interactie met mensen centraal staan.  Bijeenkomst ‘Eten als Einde’ 2 november 2010 (Allerzielen) begraafplaats Oud Eik en Duinen, Laan  van Eik en Duinen 40  Parallel aan de expositie ‘Living Remains’ startte Stroom het project ‘Eten als Einde’, over de relatie  tussen voedsel, dood, afscheid en herinnering. Mensen werden via de reguliere  communicatiekanalen, maar ook persoonlijk en doelgericht, gevraagd om verhalen en gerechten bij  te dragen aan een verzameling die, als men daarin toestemde, via het Foodprint blog openbaar werd  gemaakt. En op die wijze andere mensen inzicht gaf in de vormen die bovengenoemde relaties  kunnen aannemen en ook om deze bespreekbaar te maken.  Op Allerzielen werd ‘Eten als Einde’ afgesloten met een bijzondere avond waarbij voedsel, afscheid  nemen, herinneringen en de dood centraal stonden. De bijeenkomst vond plaats op een bijzondere  plek, namelijk de oudste begraafplaats van Den Haag: Oud Eik en Duinen. Behalve verhalen en eten  was er die avond live muziek van Melle de Boer (John Dear Mowing Club), Templo Diez en Mary  Lichtveld van Gaalen, een performance van Klaske Oenema en een wandeling langs een aantal  bijzondere graven. Ieder was gevraagd een voor hem of haar bijzonder gerecht mee te nemen. 


Ook deze bijeenkomst was, ondanks het gevoelige karakter en de kwetsbare positie van de  deelnemers, volledig volgeboekt. Gezien de reacties voldeed de avond aan een grote behoefte. Er  waren diverse verzoeken om dit jaarljks te herhalen. Stroom overweegt de wenselijkheid en  mogelijkheden daartoe.  Veldonderzoek ‘Voedsel voor de stad’   In opdracht van InnovatieNetwerk voerde Stroom in 2010 een onderzoek uit naar kansen en  mogelijkheden voor  stedelijke voedselproductie in Den Haag. Drees Koren en Marlinde Koopmans  interviewden een dertigtal stakeholders in Den Haag variërend van bedrijven tot overheden en non  profit organisaties. Kansen werden beschreven in een rapport en gegroepeerd rond een aantal  thema’s: sociale cohesie, recreatie, educatie, leefbaarheid, gezondheid, werkgelegenheid,  voedselzekerheid. Het rapport is als pdf te downloaden van de website van Stroom en te bestellen in  geprinte vorm. Zie p.   Stakeholders: InnovatieNetwerk en Wageningen Universiteit.    Ontwerpstudie ‘Park Supermarkt’ Van Bergen Kolpa Architecten & Vincent Kuypers (Alterra  Wageningen) doorlopend  In het kader van Foodprint ontwikkelde Van Bergen Kolpa Architecten in samenwerking met Vincent  Kuypers (Alterra Wageningen) een ruimtelijk toekomstmodel voor een zogenaamde  ‘landschappelijke supermarkt’ gesitueerd in Midden‐Delfland, één van de toekomstige metropolitane  stadsparken uit de Randstadvisie 2040. ‘Park Supermarkt’ combineert landschap, voedselproductie  en recreatie op een innovatieve manier en maakt zichtbaar wat we nu nog onbespreekbaar of  onvoorstelbaar achten. Het project genereerde veel aandacht en biedt kansen om daadwerkelijk  gerealiseerd te worden. In 2011 wordt een vervolgproces gestart met aandacht voor verdere  conceptontwikkeling, uitwerking op een specifieke locatie, het creëren van draagvlak en overleg met  verschillende partijen in Midden‐Delfland.  ‘Park Supermarkt’ is ook opgenomen in de publicatie 'Architectuur als noodzaak' (NAi Uitgevers) en  de bijbehorende tentoonstelling ‘Architecture of Consequence’.   Stakeholder: Provincie Zuid‐Holland.  Spin‐off  ‘Park Supermarkt’ opgenomen in tentoonstelling 'Architecture of Consequence' oktober 2009 Saõ  Paulo, januari 2010 Moskou, februari 2010 Rotterdam, Mumbai, India, februari 2011  ‘Park Supermarkt’ is door het NAi opgenomen in de ‘Studio for Unsolicited Architecture’ 2010  Van Bergen Kolpa krijgt in de Studio de gelegenheid het project verder te ontwikkelen.    Carolyn Steel uitgenodigd voor symposium bij tentoonstelling ‘Eating the Universe’ februari 2010    Kunsthalle Düsseldorf     


Carolyn Steel uitgenodigd door ROEZ van de Gemeente Groningen februari 2010  Advies mbt ontwikkeling van voormalig SuikerUnie terrein.  Design Academy/Ester van de Wiel voorjaar 2010 Studenten doen onderzoek naar verschillende  vormen van stadslandbouw en hebben die op verschillende locaties in Den Haag toegepast. Het  onderzoek is gepresenteerd op de Design Academy in Eindhoven en bij het Rotterdam Oogst Festival  in september 2010.    Milieumarkt Duurzaam Wonen 28 augustus 2010 Het Kleine Loo, Mariahoeve  Voorlichtingsdag en forum over duurzaamheid en groen in Mariahoeve met o.a. wethouder  duurzaamheid Rabin Baldewsingh, Pieter Sitsen, Helga Fassbinder, Hein van Bohemen en Geert van  Poelgeest. Tijdens deze dag werden de bewoners van de wijk ingelicht over de Foodprintactiviteiten  van Stroom. De markt was een initiatief van Anneloes Groot (kunstenaar en wijkbewoner), Mieke  Nugteren (B&N‐Event Services) en Mariët Herlé (de Overkoming).    Poster en presentatie ‘Farming the City’ 14 september 2010 Stipo, Winthontstraat 7, Amsterdam  Tijdens de Amsterdamse Week voor de Duurzaamheid organiseerde Proeftuin Amsterdam (Dienst  Ruimtelijke Ordening) samen met Cities, internationaal platform voor stedelijke vernieuwing, een  mini‐congres over tijdelijke stadslandbouw. ‘Foodprint’ wordt beschouwd als belangrijke referentie  en Stroom werd gevraagd dat te presenteren. Zie ook p.   Bijeenkomst ‘Ontmoet & Groet Duurzaam Den Haag’ 11 november 2010 Groen Licht,  Esperantoplein 19   Op de Dag van de Duurzaamheid organiseerde de gemeente Den Haag een bijeenkomst met  workshops, themasessies, bedrijfspresentaties voor ambtenaren en ondernemers. De bijeenkomst  was bedoeld om elkaar te ontmoeten, ervaringen of gedachten uit te wisselen en elkaar te  inspireren. Stroom werd uitgenodigd voor een workshop en presentatie over ‘Foodprint’.  Uitnodiging aan Raul Ortega Ayala voor deelname aan de tentoonstelling ‘ruins recycled’ bij Galerie  Akinci in Amsterdam, 24 februari t/m 26 maart 2011   ‘De Hongerige Stad’ (NAi Uitgevers i.s.m. InnovatieNetwerk) 15 maart 2011 Nederlandse vertaling  van de internationale bestseller ‘Hungry City’ van Carolyn Steel. Het boek vormt een belangrijke  inspiratiebron voor het Foodprintprogramma.   ‘Eetbaar Park’ vindt navolging. Stroom is al enkele malen om advies en informatie benaderd door  partijen, die een soortgelijk project elders willen opstarten.  Wageningen Universiteit / Prof. Han Wiskerke, ontwikkeling Stroom tot associated partner in  internationaal en interdisciplinair onderzoek.    Stichting Regiowaarde, Tilburg, gesprek over programma over regionale ontwikkelingen m.b.t. stad /  platteland, duurzaamheid, traditie / vernieuwing in Brabant.   


Rianne Makkink / Studio Makkink & Bey, Rotterdam, vervolgafspraken i.v.m. een samenwerking bij  Erasmusveld   Foodprint kwam tot stand dankzij:  Gemeente Den Haag, Mondriaan Stichting, Stimuleringsfonds voor Architectuur, Stichting DOEN en  Amateurtuindersvereniging Nut en Genoegen, Binder Groenprojecten, Fonds 1818, G'Aarde Gezonde  Gronden, Ingenieursbureau Den Haag, InnovatieNetwerk, Mexicaanse Ambassade in Nederland,   Ministerie LNV, Natuurlijk Kleurrijk, Ontop BV, ORIO architecten, Stichting Urbaniahoeve, Tierrafino.   


Verslag Foodprint 2009  TENTOONSTELLINGEN  Zowel in de vaste tentoonstellingsruimte aan de Hogewal als op andere locaties in de stad, richt de  programmering zich op beeldende kunst, architectuur en vormgeving, die zich in de meest brede zin  verhouden tot de stad en de openbaarheid. De tentoonstelling van Observatorium was de eerste in  een reeks ‘Referenten’ die Stroom jaarlijks organiseert (zie p.  ). Binnen het programmaprofiel van  Stroom spelen kunstenaars, organisaties en collectieven een grote rol. Enkele daarvan zijn te  beschouwen als bakens. Met het doel scherp en geïnspireerd te blijven, wil Stroom aan deze  kunstenaars en/of –collectieven expliciet aandacht besteden.   De tentoonstellingen vonden plaats bij Stroom aan de Hogewal, tenzij anders vermeld.   ‘Foodprint’ curator Marieke Berkers, tentoonstellingsontwerp PRONK Rotterdam 27 juni t/m 23  augustus 2009 BINK36, Binckhorstlaan 36  Voor andere programma‐onderdelen van Foodprint, zie p.     Met: Atelier Van Lieshout, John Bock, Bohn & Viljoen Architects, Olaf Breuning, Lonnie van  Brummelen en Siebren de Haan, Agnes Denes, Helmut Dick, Driessens & Verstappen, Boris Gerrets,  Nikolaus Geyrhalter, Fritz Haeg, Heddy Honigmann, Anthony Key, Learning Site, Maite Louisa, Winy  Maas / The Why Factory (TU Delft), Gordon Matta‐Clark, Matton Office (Ton Matton), Christien  Meindertsma, Leberecht Migge, Nils Norman, Gabriel Orozco, Raul Ortega Ayala, Giuseppe Penone,  Debra Solomon, Van Bergen Kolpa Architecten / Vincent Kuypers, Jan van IJken, Yang Zhichao.    De tentoonstelling toonde cruciale momenten in de relatie van voedsel, voedselproductie en de stad  aan de hand van het werk van kunstenaars en ontwerpers.   Vanaf eind jaren '60 wordt voedsel in de kunst een thema waarmee grotere maatschappelijke  onderwerpen worden aangesneden: Gordon Matta Clark die een restaurant als ontmoetingsplek  organiseerde of Agnes Denes die een graanveld inzaaide op een braakliggend stuk grond in het  financiële hart van Manhattan, New York. Dit laatste leverde een beeld op met een enorme impact,  dat een verhaal vertelt over de tegenstelling tussen het platteland en de stad, maar ook gelezen kan  worden als politiek statement: onroerend goed versus voedsel. Meer recent zijn er projecten van  Atelier Van Lieshout waarin autarkie een rol speelt of Raul Ortega Ayala die zich onder meer richt op  de relatie van voedsel met (religieuze) waardesystemen. Middels deze en vele andere kunstwerken  wilde de tentoonstelling bezoekers confronteren en inspireren met ‘uitspraken' van kunstenaars en  architecten over voedsel en de stad. De tentoonstelling toonde de religieuze, sociale, economische  en politieke waardesystemen die aan voedsel zijn verbonden.   Om de brug naar Den Haag en de actualiteit te slaan is in het kader van ‘Foodprint’ aan een aantal  kunstenaars, ontwerpers en architecten gevraagd om nieuw werk te ontwikkelen. Atelier Van  Lieshout realiseerde de installatie ‘Foodmaster’. Deze toont een macabere productielijn waarin  mensenvlees onder meer tot  varkensvoer worden verwerkt. Enerzijds is de Foodmaster op te vatten  als kritisch commentaar op de tot zijn uiterste consequentie doorgevoerde rationaliteit van de  industriële voedselproductie in onze moderne consumptiemaatschappij. Anderzijds vormt het  onderdeel van de totalitaire –autarkische‐ ‘Slave City’. Zo wordt ook de mens zelf onderdeel van de  volledig geïndustrialiseerde voedselketen die hij geschapen heeft. 


Daarnaast presenteerde de tentoonstelling in een monumentale tijdlijn van 1830 tot nu het verhaal  van de wereldwijde ontwikkelingen op het gebied van voedsel in relatie tot kunst, architectuur,  stedenbouw en cultuur.     Activiteiten   Rondleidingen bij de Foodprint tentoonstelling door curator Marieke Berkers 5 juli, 19 juli, 2  augustus 2009 BINK 36, Binckhorstlaan 36  Marieke Berkers verzorgde een informatieve tour in de door haar samengestelde tentoonstelling en  vertelde over onderliggende ideeën en motieven. Op 2 augustus vertelden Driessens & Verstappen  bovendien over het door hen ontwikkelde project ‘Tomato Habitus’. De rondleidingen werden keer  op keer druk bezocht.  ‘Vis ’n Chips’, feestelijke afsluiting van de Foodprint tentoonstelling en debat 23 augustus 2009  BINK36, Binckhorstlaan 36  Vergeten vis en Hoeksche chips, smaakaardbeien, varkensworst met milieukeurmerk en  snoeptomaatjes ...idealen in de marge? De vraag is of grootschaligheid en internationalisering per  definitie tegengesteld zijn aan positieve waarden als diervriendelijkheid, duurzaamheid, veiligheid en  gezondheid. Hebben kleinschalige voedselproductie en ‐distributie niet de kennis en kunde nodig van  de grootschaligen en andersom?   'Actie‐onderzoeker' Jan Willem van der Schans (Landbouw Economisch Instituut, Wageningen UR) en  Joost Reus (Ministerie LNV) in gesprek met Alex Bikker (varkens voor de Keurslager), Jan Robben  (Smaakaardbeien), Henk Scheele (Hoeksche Chips), Willem&Drees (streekproducten in de  supermarkt). Hugo Schuitemaker (kunstenaar / innovatieve visdistributie 'Zeeliefhebbers'; tevens  winnaar van de Stroom Aanmoedigingsprijs, zie p. ). Het eerste exemplaar van het kleurboek van  ontwerper Christien Meindertsma over de hedendaagse varkenshouderij werd in het kader van  ‘Foodprint’ uitgegeven en deze middag aan de geportretteerden aangeboden.    Spin‐off  Week van de Smaak, Foodcenter Amsterdam 21 september 2009   Dag van de Stad‐Land arrangementen, verzoek om deel van de expositie ‘Foodprint’ over te nemen.  Niet gerealiseerd wegens ontbreken budget en faciliteiten.    Atelier Van Lieshout, solo tentoonstelling  ‘SlaveCity ‐ Cradle to Cradle’ september‐oktober 2009  Winzavod Centre for Contemporary Art, Moskou   Presentatie inclusief de Foodprint ‘Foodmaster’.  LEZINGEN EN DEBATTEN  Foodprint. Symposium ‘Voedsel voor de stad’ 26 juni 2009 BINK36, Binckhorstlaan 36  Middels een symposium gaf Stroom verschillende sprekers de gelegenheid om hun visie te geven op  het thema ‘Voedsel voor de stad'. Het programma bestond uit vijf rondes van parallelsessies in de  categorieën waarbij het thema belicht werd door wetenschappers, stadsboeren, kunstenaars,  ontwerpers en ondernemers. Sprekers waren Rene van Veenhuizen (RUAF Foundation), Jan Willem  van der Schans (Landbouw Economisch Instituut, Wageningen), John Thackara (Doors of Perception,  GB), Maarten Doorman (cultuurfilosoof, UvA), Carolyn Steel (architect, schrijver, GB), Paula Sobie  (SPIN‐farming trainer, CAN), Katrin Bohn en André Viljoen (architecten, GB), Bart Pijnenburg 


(Mensenland), Will Allen (urban farmer, Growing Power, VS), Gerwin Verschuur (Stichting  Caetshaege), Debra Solomon (kunstenaar, Culi‐blog), Nils Norman (kunstenaar, GB), Menno Swaak  (Gezonde Gronden), Christien Meindertsma (ontwerper), Joep van Lieshout (kunstenaar), Jago van  Bergen (Van Bergen Kolpa architecten), Vincent Kuypers (Alterra Wageningen), Tihamér Salij (The  Why Factory, TU Delft), Annechien ten Have (vakgroep varkenshouderij LTO Nederland), Janneke  Vreugdenhil (culinair journalist, Eten enzo), Michiel Korthals  (voedingsfilosoof, Wageningen UR),  Paul Bos (ondernemer Boer Bos) en Onno van Eijk (onderzoeker, Animal Science Wageningen UR),  Nicole Hoven (Rotterdamse Oogst), Rob Baan (Koppert Cress), Dick Veerman (publicist, Foodlog).  De dag stond onder leiding van Tom Bade (directeur Triple E). Tracy Metz (journaliste NRC  Handelsblad), Gaston Remmers (bureau Buitenkans) en Ester van de Wiel (initiator Eetbaar  Landschap) modereerden deelsessies.   Het buitengewoon succesvolle en druk bezochte symposium werd geopend door Winnie Sorgdrager  (voorzitter bestuur Stroom Den Haag) en Rabin Baldewsingh (wethouder Burgerschap,  Deconcentratie, Leefbaarheid en Media Gemeente Den Haag) en afgesloten door Gerda Verburg  (Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit). De organisatie van het symposium was in  handen van communicatieadviesbureau Het Portaal (Rotterdam). Catering ’s middags door ’s‐Peer  Catering (Den Haag), ’s avonds door Homecook (Michiel de Bruijn en Eugène van Mil).   EDUCATIEVE  PROJECTEN   Veel reguliere activiteiten van Stroom hebben een educatief karakter, zoals lezingen,  expertmeetings, excursies, rondleidingen activiteiten voor kunstenaars en kunststudenten, en niet te  vergeten de webdossiers op onze site.   Ten aanzien van CKV die zich specifiek op scholieren richt, wordt door de overheid veel waarde  gehecht aan specifieke leerdoelen en continuïteit, terwijl Stroom en Heden er bovendien naar  streven om in hun gezamenlijke educatieve programma ‘Get Smart, get into Art’ onderscheidend  vermogen te creëren ten opzichte van de activiteiten van andere instellingen.   Anders was het bij de manifestatie ‘Foodprint. Voedsel voor de stad’, waarbij de actualiteit van het  onderwerp op zich al de aandacht trok en ertoe bijdroeg dat de educatieve activiteiten een succes  werden.   Foodprint: actiedag ‘Vandaag eten we onkruid!’ m.m.v. Pierre Wind 28 mei 2009 diverse  basisscholen in Den Haag  Goed voedsel is met name voor kinderen van cruciaal belang. Om het ‘Foodprint’ programma onder  de aandacht te brengen van de jeugd, deelde Stroom met de ludieke actie 'Vandaag eten we onkruid'  snoeptomaatjes (‘Tommies’) uit aan 2800 leerlingen van acht basisscholen in Den Haag, t.w. Shri  Vishnu Hindoebasisschool (centrum), OBS Anne Frank (Escamp), RKBS Liduina (Haagse Hout),  Prof.Chr.Dr. J.A. Gerth van Wijkschool (Laak), Alg. Bijz. Ond. Nutsschool Nutshage (Loosduinen), SBO  Het Mozaiek (Scheveningen), Al Goeba Islamitische Basisschool (Segbroek), OBS De Notenkraker  (Leidschenveen). 


Topkok Pierre Wind verzorgde de aftrap van deze actiedag en demonstreerde op OBS Anne Frank dat  je met groentes verrassend leuke dingen kunt doen. Op deze actie, mede mogelijk gemaakt door  Tomato World in Honselerdijk, is door de scholen buitengewoon enthousiast gereageerd.   Foodprint: rondleidingen bij de tentoonstelling door curator Marieke Berkers 5 juli, 19 juli, 2  augustus 2009 BINK36, Binckhorstlaan 36  Drukbezochte rondleidingen op drie achtereenvolgende zondagen, zie p. .    Foodprint: kookworkshops door Taji de Chef 15 en 29 juli, 12 en 19 augustus 2009 BINK36,  Binckhorstlaan 36  De Japanse kok Taji the Chef gaf in juli en augustus vier workshops aan kinderen. De kok (van  oorsprong architect)  bracht de kinderen zijn idee van food design bij en liet zien dat voorbereiding,  proeven én presentatie belangrijk zijn bij het ervaren van voedsel.  Aan deze workshops namen 45  kinderen deel, en vanwege de zomervakantie met name afkomstig van de naschoolse opvang.    Foodprint: smaakworkshops in ‘Tuin der Lusten’, Stroom Den Haag i.s.m. Nest, door René Jansen  en Joost Nieuwenburg  22 september t/m 24 september 2009  DCR, De Constant Rebecqueplein  Tijdens de Week van de Smaak werden in de ‘Tuin der Lusten’, een initiatief van (kook)kunstenaar  René Jansen, door hem en Joost Nieuwenburg smaakworkshops gegeven aan leerlingen van het  Haags Montessori Lyceum. De ‘Tuin der Lusten’ was een plek waar sociale interactie,  voedselproductie, recreatie en performance bij elkaar kwamen. Met verve brachten de kunstenaars  de 180 leerlingen hun ‘vondsten’ van smaken bij, waartoe ze combinaties van groente, kruiden en  drankjes creëerden die bij menigeen de fantasie te boven ging.   Foodprint: workshop striptekenen door Ibrahim Ineke ter afsluiting van de kinderboekenweek 18  oktober 2009 Atrium, Stadhuis Den Haag, Spui  Ter afsluiting van de Kinderboekenweek met het thema ‘Eten en snoepen' organiseerde Stroom twee  workshops striptekenen door de kunstenaar Ibrahim Ineke, De belangstelling was groot, eigenlijk te  groot voor de twee workshops, want uiteindelijk deden 38 kinderen mee die het thema op een  eigenzinnige manier benaderden en na afloop vol trots met een door hen zelf gemaakt stripboek  naar huis gingen.    Foodprint: fotowedstrijd ‘Wat de boer niet kent…’, toekenning prijs 5 december 2009  De 14‐jarige Simon van Lierde (leerling van het Segbroek College) werd uitgeroepen tot de winnaar  van de Foodprint fotowedstrijd. Hij maakte een prachtige foto van een inktvis die door fotograaf  Sander Foederer tot prijswinnaar werd verkozen door z’n onscherpte, de keuze om van heel dichtbij  te fotograferen en het onderwerp. Twee eervolle vermeldingen gingen naar, respectievelijk het  ‘slamannetje’ van Savan Lansink en ‘broccoli’ van Sarah Walden.   


PROJECTEN IN DE STAD  Foodprint. Voedsel voor de stad  Onder de titel ‘Foodprint. Voedsel voor de stad’ organiseert Stroom in de periode 2009‐2010 een  programma dat niet alleen food for thought voor en door kunstenaars, architecten en diverse  deskundigen biedt, maar ook concrete projecten en processen in gang zet die bijdragen aan een  duurzame, leefbare en gezonde stad. Het programma dat in 2009 uitmondde in een symposium,  ontwerpstudies, kunstprojecten, een tentoonstelling, presentaties en educatieve activiteiten, heeft  zowel een artistieke component als een duurzaamheids/milieucomponent en dient in dat verband  een maatschappelijk belang.   ‘Foodprint’ is ontstaan vanuit de constatering dat er de laatste decennia een enorme kloof is  ontstaan tussen stedelingen en hun voedselbronnen. Deze kloof heeft diverse verregaande en  onwenselijke effecten in en rond de stad, zoals op het gebied van milieu, energiegebruik,  gezondheid, landschap, klimaat, dierenwelzijn en het functioneren van de agrarische sector.  ‘Foodprint’ wil de effecten en hun oorzaken aan de orde stellen, inzichtelijk maken en visualiseren,  en zodoende bijdragen aan het overbruggen van de kloof tussen burger en boer. Dit vraagt nieuwe  visies op de stad waarin natuur, productie‐ en recreatielandschap op een vanzelfsprekender wijze  verweven zijn met stedelijkheid. ‘Foodprint’ wil daar een bijdrage aan leveren door het bieden van  inspiratie en verbeelding, het leggen van verbindingen, het ontwikkelen van innovatieve ideeën en  utopieën‐binnen‐handbereik.  Kunstenaars houden zich al decennia, zo niet eeuwen met het onderwerp voedsel bezig. Zij  reflecteren op de onderliggende waardesystemen die met eten verbonden zijn, zoals religie, ethiek,  consumentisme, culturele en/of nationale identiteit, decadentie, macht (politiek/economie) en de  sociaal bindende rol die eten al vervult. Stroom is er van overtuigd dat kunst een bijdrage kan leveren  aan het signaleren en aan het op prikkelende wijze bewust maken van maatschappelijke kwesties.  Voedsel is een onderwerp dat aan vele maatschappelijke sectoren en disciplines raakt; het vraagt om  een laterale manier van denken. Dat is een vermogen dat de hedendaagse beeldende kunst bij  uitstek bezit.  Een ambitieus en grootschalig programma als ‘Foodprint’ vereist exceptionele ondersteuning. Tot  ons grote genoegen waren Jozias van Aartsen (burgemeester Den Haag), Yttje Feddes (rijksadviseur  voor het Landschap), Paul Rosenmöller (oud‐politicus en voorzitter van het Convenant overgewicht),  Wim Pijbes (directeur Rijksmuseum) en Cees Veerman (agrarisch ondernemer en voormalig minister  van Landbouw) bereid in het Comité van Aanbeveling zitting te nemen.   Voor de realisering van de plannen werd substantiële (financiële) ondersteuning gevonden bij diverse  vertrouwde instellingen, maar bleken ook de diverse stakeholders bereid tot verregaande  samenwerkingsverbanden.  Met betrekking tot ‘Foodprint’ zagen wij onszelf, vanwege de schaal van het programma, maar meer  nog vanuit de ambitie om een breed scala aan maatschappelijke doelgroepen te bereiken en toch  samenhang uit te dragen, uitgedaagd om te werken aan een communicatie campagne. Thonik  ontwikkelde een opvallend publicitair plan. Dit sloot weliswaar aan bij de huisstijl die dit bureau ook 


voor Stroom heeft ontwikkeld, maar gaf het omvangrijke programma een eigen gezicht. Ten behoeve  van onze mediabenadering werden we ondersteund door het communicatieadviesbureau Leene.txt.  De uitvoering van het programma was niet zo succesvol verlopen zonder de toegewijde  ondersteuning van Elsbet Leenhouts (productie) en Carin den Dulk (educatie), die speciaal in verband  met ‘Foodprint’ de Stroom gelederen versterkten.   Foodprint. Ontwerpstudie ‘Park Supermarkt’ Van Bergen Kolpa Architecten & Vincent Kuypers  (Alterra Wageningen)  Van Bergen Kolpa Architecten maakte in samenwerking met Vincent Kuypers (Alterra Wageningen)  een ruimtelijk model voor een Landschappelijke Supermark; een voorproefje voor het metropolitane  landschap van de 21ste eeuw. Op een goed bereikbare plek in Midden‐Delfland wordt op basis van  grondsoorten en klimaatzones de inhoud van een hedendaagse supermarkt verbouwd en verkocht  zoals wilde rijst, olijven, avocado’s en koffie. De openluchtsupermarkt biedt naast de diversiteit aan  producten voor de Randstedeling ook een bijzondere landschappelijke omgeving om te recreëren.   Park Supermarkt is ook opgenomen in de publicatie 'Architectuur als noodzaak' (NAi Publishers) en  de bijbehorende tentoonstelling die ook de Architectuur Biënnale van São Paulo en het 'Lucky Dutch  Festival' in Moskou aandeed.  Stakeholder: Provincie Zuid‐Holland  Foodprint. Ontwerpstudie ‘City Pig’ MVRDV / The Why Factory  Architect Winy Maas (MVRDV) voerde met ontwerpers van The Why Factory (TU Delft) een  ontwerpstudie uit voor een maatschappelijk en ecologisch verantwoorde en rendabele  varkensboerderij in de stad. Kan het varken, recycledier bij uitstek en eeuwenlange stadsbewoner,  terugkeren in de stad? Voor de ontwerpstudie kozen de onderzoekers de Binckhorst in Den Haag als  locatie, mede omdat dit stadsdeel in de komende jaren ingrijpend wordt herontwikkeld en er een  nieuw stadspark gepland is. Door het bedrijf ecologisch, sociaal en economisch te verbinden met de  stad wil Stroom, samen met de vakgroep Varkenshouderij LTO Nederland en InnovatieNetwerk, een  nieuwe richting geven aan stadsinrichting en voedselproductie.  De uitkomsten van de ontwerpstudie en het onderzoek naar de voedingsbehoefte van Den Haag dat  er aan ten grondslag lag zijn verbeeld in twee speciaal voor ‘Foodprint’ gemaakte films, ‘Food City’  (2009) en ‘City Pig’ (2009) die op de ‘Foodprint’ tentoonstelling hun première beleefden. Inmiddels is  er ook een variant gemaakt van de ontwerpstudie getiteld ‘Foodprint Manhattan’.  Stakeholders: LTO Nederland, InnovatieNetwerk  Foodprint. Kunstproject ‘Foodscape Schilderswijk’ Debra Solomon  Debra Solomon ontwikkelt een dichtbevolkte Haagse wijk als een landschap dat is opgebouwd uit  eetbare elementen. Op deze wijze wil zij de nauwe band herstellen tussen de plek waar mensen  wonen en hun voedselvoorziening, een band die tot enkele generaties geleden in steden nog  bestond. Solomon’s project heeft een procesmatig karakter en krijgt vorm in nauwe samenwerking  met wijkorganisaties en buurtbewoners. ‘Foodscape Schilderswijk’ komt in 2010 daadwerkelijk van  de grond en beoogt met het samen verbouwen, bereiden en genieten van voedsel een duurzame 


bijdrage te leveren aan een gezonde en groene wijk.  De eerste ideeën voor het project werden  gepresenteerd in de Foodprint tentoonstelling en er werd begonnen met de opbouw van een  netwerk in de Schilderswijk.  Stakeholders: Krachtwijkteam Schilderswijk, Stadsdeel Centrum, Natuur‐ en  Milieueducatie/Communicatie Gemeente Den Haag  Foodprint. Kunstproject ‘kleurboeken hedendaagse boerenbedrijven’ Christien Meindertsma  De gemiddelde stadsbewoner heeft een hopeloos verouderd en romantisch ‘Ot en Sien’ beeld van  wat een hedendaags boerenbedrijf is en hoe dat eruit ziet, niet in de laatste plaats door  geïdealiseerde pastorale beelden die de voedselreclame verspreidt. Christien Meindertsma maakt  een reeks kleurboeken waarin hedendaagse boerenbedrijven die zijn gespecialiseerd in een specifiek  agrarisch product nauwkeurig worden geportretteerd. Op de tentoonstelling werd het eerste deel uit  de reeks gepresenteerd. Het eerste exemplaar werd uitgereikt aan minister Verburg. In het  kleurboek brengt Meindertsma met oog voor detail de varkensboerderij op een eigenzinnige manier  in beeld.   Stakeholder: LTO Nederland  Foodprint. Kunstproject ‘Eetbare Tuinen’ Nils Norman   Met het project ‘Eetbare Tuinen’ onderzoekt Nils Norman op twee locaties in Den Haag (de  stadsboerderij Herweijerhoeve en Amateurtuindersvereniging Nut en Genoegen) de mogelijkheden  van een bottom up wijze van stedelijke planning die tevens duurzaam en ecologisch is. Voor beide  plekken ontwerpt de kunstenaar een speciale moestuin op basis van permacultuur. Hij doet dit op  uitnodiging van Stroom en boeren‐ en burgerinitiatief Gezonde Gronden/Permacultuur Den Haag,  dat zich inzet voor regionale duurzame voedselproductie. In mei 2010 wordt het paviljoen dat te zien  was op de Foodprint tentoonstelling, geplaatst op het terrein van de stadsboerderij. Het zal de  komende jaren dienst doen als plek voor voorlichting over ‘eetbare’ tuinen en permacultuur.   Stakeholders: Natuur‐ en Milieueducatie/Communicatie Gemeente Den Haag,  Amateurtuindersvereniging Nut en Genoegen, Gezonde Gronden/Permacultuur Den Haag  Foodprint. Kunstproject ‘Foodmaster’ Atelier Van Lieshout  Foodprint. Kunstproject ‘Tomato Habitus’ Driessens & Verstappen    In het kunstwerk ‘Tomato Habitus’ (2009) staat één van de hoofdproducten van de Nederlandse  kassenbouw centraal: de tomaat. In mei 2009 werden vijfentwintig identieke tomatenplantjes  (Solanum lycopersicum ‘Dirk’) op vijf verschillende plekken (habitats) in Den Haag e.o. uitgeplant:  een stadstuin, een professionele kas, een hobbykas, een dakterras en een winkeletalage. De tomaten  werden in hun ontwikkeling van jonge tot volwassen plant dagelijks gefotografeerd. Elk nieuw beeld  werd via internet verstuurd en toegevoegd aan de bestaande reeks. De vijf films die zo geleidelijk  ontstonden tonen hoe de context van de plant bepalend is voor vorm, omvang en oogst (habitus).  ‘Tomato Habitus’ past in het oeuvre van Driessens & Verstappen, dat gekenmerkt wordt door een  grote fascinatie voor complexe organische en virtuele groei‐ en veranderingsprocessen.    Stakeholder: Productschap Tuinbouw 


Activiteiten   Kick‐off Foodprint 25 maart 2009   Als kick‐off van ‘Foodprint’ organiseerde Stroom een informele netwerkbijeenkomst met  betrokkenen zoals sponsors, fondsen, subsidiënten, kunstenaars, architecten, pers, bestuurders,  medewerkers en het bestuur van Stroom. Daarbij werden het programma, de locaties, partners, en  deelnemende kunstenaars gepresenteerd. Het was tevens de start van de communicatiecampagne  die grafisch bureau Thonik voor ‘Foodprint’ ontwikkelde. De kick‐off ging gepaard met een maaltijd  ‘Soep uit de Goot’ die werd verzorgd door kunstenaar Annechien Meier en haar team.  Lezing Carolyn Steel, mede in de reeks ‘The Knight’s Move’ 25 maart 2009 Museum voor  Communicatie, Zeestraat 82  Tafelgesprek ‘Boeren in Den Haag’ 19 mei 2009   Dit gesprek had tot doel om een basis te leggen voor een programma rond stedelingen en hun relatie  met voedselbronnen. Door kansen te signaleren, (potentiële) partners bij elkaar te brengen, relaties  op te bouwen, en te leren van wat er op andere plekken gebeurt of al gedaan is. Deelnemers waren  o.a. Onno van Eijk en Jan Eelco Jansma (beide Wageningen UR), Annechien ten Have (LTO  Nederland), Nicole Hoven (Stichting Van de Boer), Adrie Huisman (beeldend kunstenaar), Ton de Kok  (Ministerie van LNV), Jan Koning (industrieel ontwerper), Christien Meindertsma (ontwerper), Irene  Mulder (Gemeente Den Haag), Esther Polak (kunstenaar), Debra Solomon (kunstenaar) en Dick  Veerman (blogjournalist en eetondernemer).  Foodprint informatiestand tijdens de Dag van het Park 31 mei 2009 Zuiderpark  Deze landelijke dag is bedoeld om positieve aandacht te geven aan het groen in de stad. Wethouder  Baldewsingh opende dit evenement in Den Haag dat in het Groenjaar 2009 extra luister kreeg.  Stroom legde met een informatiestand de nadruk op ‘eet‐groen’ in de stad. Met name de Foodprint  ‘zaadbommen’ waren een groot succes.  Lezing John Knechtel, mede in de reeks ‘The Knight’s Move’ 4 juni 2009    Foodprint Stadsgids Den Haag. Over de culinaire identiteit van de stad, feestelijke presentatie 18  september 2009 Boekhandel Verwijs, De Passage   Culinair journaliste Janneke Vreugdenhil (Eten enzo) en Francien van Westrenen (Stroom Den Haag)  presenteerden de nieuwe Stadsgids; een verzameling smakelijke verhalen over Haagse producten,  Haagse gewoontes, Haagse smaken, Haags koken en Haags handeldrijven. Tegelijkertijd met de  verschijning sierde de publicatie drie etalages van de Bijenkorf aan de Grote Marktstraat. Zie p.    Foodprint Informatiestand bij Stadsboerderij Herwijerhoeve t.g.v. het  90‐jarig bestaan 27  september 2009 Zuiderpark   In samenwerking met Gezonde Gronden/Permacultuur Den Haag  werd informatie verstrekt over  ‘Foodprint’ in het algemeen en over ‘Eetbaar Park’ van Nils Norman in het bijzonder, zie p.   Tafelgesprek met ministeries van VROM en LNV 27 oktober 2009  


Overleg met VROM, LNV, NIROV en het Planbureau voor de Leefomgeving om te onderzoeken welke  verbanden te leggen zijn tussen de verschillende kennisagenda’s en ‘Foodprint’. Aanwezig waren o.a.  Joost Reus (LNV, oprichter van Food Link), Jan Hartholt (LNV, directeur Kasteel Groeneveld), Henk  Ovink (VROM, directeur Nationale Ruimtelijke Ordening), Elien Wierenga (VROM, betrokken bij de  Randstadvisie 2040), Christine Oude Veldhuis (directeur NIROV) en Anton van Hoorn (Planbureau).  Tafelgesprek i.v.m. onderzoek ‘Sitopia’ 2 november 2009   Overleg over het project ‘Sitopia’, dat Stroom 2010‐2011 als vervolgproject op het boek ‘Hungry City’  van en met auteur Carolyn Steel ontwikkelt. Andere deelnemers waren David Bass (University of East  London Architecture School), Corrado Boscarino (CWI, Amsterdam), Onno van Eijk (Animal Science  Group, Wageningen), Pirjo Hajkola, Tihamèr Salij and Ulf Hackauf (The Why Factory, Delft), Winy  Maas (MVRDV), Duncan Pruett (Oxfam Novib), Jan Willem van der Schans (Landbouw Economisch  Instituut Wageningen), Ester van de Wiel, (Design Academy Eindhoven), Han Wiskerke (Wageningen  UR), Trudy Rood (Planbureau voor de Leefomgeving).   Foodprint filmprogramma in samenwerking met Filmhuis Den Haag 7 t/m 10 februari 2010   Programma: ‘Food INC.’, ‘Tuinverhalen’, ‘The Real Dirt on Farmer John’, ‘The Garden’, ‘Our Daily  Bread’    Spin‐off  Presentatie van ‘Park Supermarkt’ op de Bestuurdersconferentie Zuidvleugel, 12 oktober 2009  Kurhaus, Scheveningen  Presentatie van de ontwerpstudie door Jago van Bergen (Van Bergen Kolpa Architecten) & Vincent  Kuypers (Alterra Wageningen) en informatiestand. Onderwerp was ‘Verruiming en verdichting in de  Zuidelijke Randstad’.  ‘Park Supermarkt’ opgenomen in tentoonstelling 'Architecture of Consequence' oktober 2009 São  Paulo, januari 2010 Moskou, februari 2010 Rotterdam  De ontwerpstudie Park Supermarkt van Van Bergen Kolpa Architecten vertegenwoordigde Nederland  mede op de 8e Architectuur Biënnale van São Paulo. Bij de tentoonstelling is een gelijknamig boek  verschenen.     OxfamNovib, ontvangst Zuidelijke NGOs 15 december 2009  OxfamNovib organiseerde in Den Haag een internationaal congres dat zich richtte op de effecten van  mondiale consumptie van dierlijk proteïne. N.a.v. ‘Foodprint’ was de afsluitende borrel bij Stroom  t.b.v.  vertegenwoordigers van NGOs uit onder meer (Zuid‐)Afrika, Zambia, Ethiopië, India, Oeganda,  Ghana, Kenia, Argentinië, Laos, Ecuador, Brazilië en Peru.    Carolyn Steel uitgenodigd als keynote speaker op de Ruimteconferentie 2009 van het Planbureau  voor de Leefomgeving 3 november 2009 Rotterdam     Carolyn Steel uitgenodigd voor symposium bij tentoonstelling ‘Eating the Universe’ februari 2010    Kunsthalle Düsseldorf   


Carolyn Steel uitgenodigd door ROEZ van de Gemeente Groningen februari 2010  Advies mbt ontwikkeling van voormalig SuikerUnie terrein.  Oxfam Novib interesse in mogelijke samenwerking   Eventuele opdracht vanuit OxfamNovib aan Stroom in het kader van onderzoek Carolyn Steel.     Ministerie VROM / Henk Ovink organiseert overleg met LNV, bijeenkomst nav kennisagenda’s van  beide ministeries om te bezien of binnen het kader van ‘Foodprint’ in 2010 een activiteit  georganiseerd kan worden.   Wijkregie Laak Noord, Den Haag / Jaap Westbroek, verzoek om bijdrage aan ontwikkeling van de  wijk Laak Noord in verlengde van ‘Foodprint’.  City Spices / Stationsbuurt Den Haag, verzoek tot samenwerking.  Onno van Eijk / Paul Bos, verzoek tot samenwerking t.b.v. varkenstrektocht door de stad.    Kasteel Groeneveld / Jan Hartholt, Baarn, verzoek tot samenwerking.     Ministerie LNV / Joost Reus & Hannah Koustaal & Jan de Leeuw, n.a.v. hun bezoek aan ‘Foodprint’  start vervolgtraject bij LNV over mogelijke samenwerking.    Design Academy / Danielle Arets, verzoek tot samenwerking in het kader van ‘Foodprint’.    Concire /  Evert van der Hoek, verzoek tot samenwerking bij ontwerpstudie/werkatelier rond vis en  Scheveningen.    Wageningen Universiteit / Prof. Han Wiskerke, verzoek aan Stroom tot associated partner in  internationaal en interdisciplinair onderzoek.    Xplorelab / Provincie Zuid‐Holland / Marco van Steekelenburg, verzoek tot advies en betrokkenheid  bij project Midden‐Delfland – Hof van Delfland.     Okia / Marije Bijl, verzoek aan Stroom aandacht te besteden aan de economische kant van  voedselproductie, m.n. arbeidsethiek.    Stichting Regiowaarde, Tilburg, verzoek advies en ideeën voor programma over regionale  ontwikkelingen m.b.t. stad / platteland, duurzaamheid, traditie / vernieuwing in Brabant.   Betrokken bewoner Den Haag geïnspireerd door ‘Foodprint’, verzoekt advies over hergebruik  verwaarloosde kas en tuin bij verzorgingshuis.  De volgende personen / organisaties hebben aangegeven bij vervolg betrokken te willen zijn:  David Derksen / Tjep ontwerpers, Amsterdam  Sarah Ichioka / Architecture Foundation, Londen  Rianne Makkink / Studio Makkink & Bey, Rotterdam   Posad / stedenbouwkundig bureau, Den Haag  Sarah Rich & Nicola Twilley / Foodprint New York  Nanon Soeters / Rozenbrood, Amsterdam  Ester van de Wiel / Design Academy, Eindhoven / Eetbaar Landschap, Tilburg 


BOEKEN    Foodprint Stadsgids Den Haag. Over de culinaire identiteit van de stad   Publicatie die de culinaire identiteit van Den Haag in woord, beeld en kaart beschrijft. Een stad  verkennen kan op veel manieren. Een van de leukste, en beslist de lekkerste, is je te laten leiden door  voedsel. Voor deze gids hebben Janneke Vreugdenhil (Eten enzo) en Francien van Westrenen  (Stroom Den Haag) de Haagse journalisten Ellie Brik, Drees Koren en Wouter van der Land gevraagd  op zoek te gaan naar de foodprint van Den Haag. De culinaire identiteit is door fotograaf Sander  Foederer in beeld gebracht. Grafisch ontwerpbureau LUST maakte m.m.v. Jan de Graaf een Food  Index van Den Haag als wereld‐ en regeringsstad. Lezend in de gids en struinend door de stad kun je  niet anders concluderen dan dat Den Haag intens verweven is met voedsel. En dat voedsel  moeiteloos culturen, plekken en werelden met elkaar verbindt.   Redactie: Janneke Vreugdenhil, Francien van Westrenen  Tekst: Janneke Vreugdenhil, Francien van Westrenen, Ellie Brik, Drees Koren, Wouter van der Land  Vormgeving: Thonik  Fotografie: Sander Foederer  Kaarten: LUST  Onderzoek Food Index: LUST m.m.v. Jan de Graaf  Taal: Nederlands  ISBN: 978‐90‐5662‐697‐6  Uitgever: NAi Uitgevers i.s.m. Stroom Den Haag, 2009  Foodprint weblog (www.foodprint.stroom.nl)  In mei 2009 heeft Stroom een weblog opgestart dat informatie en inspiratie biedt aan alle  betrokkenen van Foodprint. Naast alle informatie over het programma, worden op het blog vrijwel  dagelijks nieuwe posts geplaatst op het gebied van voedsel en de stad. Door de variatie in  onderwerpen en invalshoeken (o.a. een serie als ‘Het leven van een varkensboerin’ door Annechien  ten Have‐Mellema, voorzitter LTO vakgroep Varkenshouderij, en een Foodprintfotowedstrijd voor  scholieren), trekt het weblog ook veel bezoekers van buiten de kunstwereld. Een aantal blogs is ook  gepubliceerd op het VPRO weblog ‘Eeuw van de Stad’. Het Foodprint weblog wordt dagelijks door  gemiddeld 100 mensen bezocht, met uitschieters naar boven en naar beneden afhankelijk van het  bericht van de dag.  


PLANNEN VAN AANWEZIGE AANVRAGERS Jaaprogramma 2010 – Platform Gras €65.000,00 Platform Gras onderzoekt in haar jaarprogramma 2010 met het thema ‘De Hervonden stad’ of het mogelijk is de stad letterlijk en figuurlijk opnieuw uit te vinden. Een van de aanknopingspunten hiervoor is de voedselproductie. In het onderzoek ‘De schijf van vijf’ en de manifestatie ‘proef Noord’ wordt geanalyseerd in hoeverre de stad zelfvoorzienend is. De informele straateconomie is een ander aanknopingspunt en wordt in het onderdeel straatventers letterlijk zichtbaar. De gemeenteraadsverkiezingen zijn voor Gras de aanleiding om de nieuwe bestuurders te adviseren over architectuur en ruimtelijke ordening. Hiervoor ontwikkelt Gras onder andere een spoedcursus en een adresboek. Naast deze activiteiten keert ook een aantal vaste activiteiten terug in het programma zoals de Bouwmalezing, pecha kucha en de grascinema.

Jaarprogramma 2011- Architectuurcentrum Makeblijde € 30.000,00 Met het thema ‘Grens’ gaat architectuurcentrum Makeblijde een aantal ruimtelijke opgaven in de gemeente Houten als casestudies uitwerken. Specifiek voor de locatie is het Amsterdam-Rijnkanaal dat als geografische, culturele en economische grens tussen Houten en het landschappelijke agrarische buitengebied ligt. Activiteiten die worden georganiseerd zijn onder andere ontmoetingen waarin wordt gesproken over actuele ‘groene’ onderwerpen, een fotografisch onderzoek naar grenzen, en de Dag van de Architectuur. Het symposium 'Klimaat in de stad 3' behandelt de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van klimaat in de stad op de schaal van het industrieel ontwerp. Voor de invulling van het programma werkt het architectuurcentrum onder andere samen met NVTL en Alterra Wageningen. De resultaten van de verschillende activiteiten zullen gepubliceerd worden op de website en de blog van Makeblijde.

De Achtertuin – Architectuurcentrum Makeblijde € 18.485,00 In het project De achtertuin ontwikkelt architectuurcentrum Makeblijde een nieuw scenario waarbij voedselproductie en beleving binnen de bebouwde kom een rol spelen. Het architectuurcentrum meent dat de stad Houten toe is aan een debat over nieuwe vormen van duurzaam en sociaal educatief ruimtegebruik en gebruikt hiervoor voedsel als thematische leidraad. Architectuurcentrum Makeblijde heeft voor dit programma voedselactiviste en architecte Calanne Moroney als gastcurator gevraagd. Zij ontwikkelt een programma over stadslandbouw voor jongeren. Het programma bestaat uit lezingen, workshops en presentaties. Ter afsluiting van het evenement vindt een kookworkshop en een tentoonstelling plaats waarin de gerealiseerde projecten aan een breder publiek worden getoond.


Platform GRAS www.platformgras.nl


vooraf > door Annemarie Kok

Stad zoekt boer Kunstenaars die tarwe willen zaaien midden in de stad. Wachtlijsten voor volkstuinen. Steden die voedselmarkten organiseren samen met producenten uit het ommeland. Kantines die sla en tomaten een deel van het jaar in de ban doen. De rijksoverheid die meebetaalt aan de vertaling van Hungry city, een bestseller waarin de westerse omgang met voedsel wordt aangeklaagd. Verhalen in de krant over dakmoestuinen, voedselfestivals en voedselfilmfestivals... Wat is hier aan de hand? Geen twijfel mogelijk: voedsel, en dan vooral de vraag waar het vandaan komt en hoe het wordt voortgebracht, heeft nog nooit zo sterk in de belangstelling gestaan. Waren het aanvankelijk (na de oorlog) de biologische landbouw en sinds 1989 de Slow Food-beweging die hiervoor aandacht hadden, pas de laatste jaren begeestert het thema een breed publiek, mede door toedoen van creatieve koks en geëngageerde publicisten. Een bijzondere rol hierin speelt de Britse architect Carolyn Steel, auteur van de zojuist genoemde bestseller. Het vernieuwende en aanstekelijke van haar boek schuilt in het feit dat ze laat zien hoe nauw voedsel is verbonden met het dagelijks leven in een stad. Tegelijk zijn we vervreemd geraakt van wat we eten. Daarom pleit ze voor herstel van de vroegere vanzelfsprekende band tussen stad en platteland, die door de globalisering en industrialisatie verloren is gegaan. De voordelen van haar benadering lijken groot, zeker in het licht van actuele problemen rond klimaat, ecologie, water en energie. Maar niet alleen wil Steel een oplossing bieden voor nijpende vraagstukken als verspilling en ‘voedselkilometers’. Door voedselproductie dichter bij huis te laten plaatsvinden, betoogt ze, zullen we bewuster gaan inkopen, koken en proeven, kan de stedelijke ruimte veel gevarieerder worden en zullen we ons meer betrokken voelen bij onze omgeving. In deze uitgave, die in samenwerking met het Groningse Platform GRAS tot stand kwam, kijkt Noorderbreedte naar concrete initiatieven in het Noorden om – via voedsel – de relaties te versterken tussen stad en land, producent en consument, mens en dier, mens en landschap, en mensen onderling. Zelfvoorzienend zullen onze steden door nieuwe verschijnselen als ‘stadslandbouw’ en ‘regionale voedselvisies’ voorlopig niet zijn. Wel kunnen we stellen dat buurtvoedsel, zoals Noorderbreedte het met een nieuw woord noemt, in meerdere opzichten waardevol is. Wij zijn benieuwd hoe het verdergaat met deze ontwikkeling en hopen dat deze eerste noordelijke voedselpublicatie tot bezinning, verbeelding, verbreiding en vermeerdering van kennis leidt.


n o o r d e r b r e e d t e

-

d o s s ie r

Voedsel raakt aan alles en iedereen

r o d e

k o o l

u it

d e

m e t r o p o o l

3

-

‘Voedsel is een sterk element in de vormgeving van onze omgeving en onze samenleving. De effecten ervan zijn overal te vinden; in onze steden, weidse cultuurlandschappen, werkpatronen, ons sociale leven, de politiek, economie en in de ecologische voetafdruk. Het is daarom heel vreemd dat voedsel tot voor kort niet werd beschouwd als een onderwerp van de ruimtelijke ordening.’

door Annemarie Kok

Carolyn Steel, architect en auteur van de in 2008 verschenen bestseller Hungry city, schrijft dit aan het begin van Foodtopia, een veertig pagina’s tellend opstel. De gemeente Groningen had haar vorig jaar om dit werkstuk gevraagd. Want net als een aantal andere grote steden in Nederland (waaronder Amsterdam, Den Haag, Tilburg en Almere) vond ook Groningen dat het tijd werd voor een heuse Voedselvisie. Het verhaal van de Britse Steel verscheen in

september en wekte veel enthousiasme in de gemeentehuizen van zowel Groningen als Assen. Naar verwachting verschijnt na de zomer een Regionale Voedselvisie, een officieel beleidsdocument gebaseerd op haar standpunten en adviezen. Op deze en de volgende pagina’s fragmenten uit het inspirerende Foodtopia. En een interview met Wout Veldstra, stadsecoloog van de gemeente Groningen. Hij is nauw betrokken bij het thema stadslandbouw en de voedselstrategie voor de regio Groningen-Assen.


4

n o o r d e r b r e e d t e

-

d o s s ie r

r o d e

k o o l

u it

d e

m e t r o p o o l

-

Uit Foodtopia van Carolyn Steel:

Wo u t Ve l d s t r a o v e r d e R e g i o n a l e Vo e d s e lv i s i e G r o n i n g e n - A s s e n

‘Echte om slag m oet va n co ns um enten kom en’

W 

aarom is voedsel pas kortgeleden ‘ontdekt’ als belangrijk beleidsonderwerp, als iets wat een groot vermogen bezit om onze levens, onze samenleving en onze toekomst positief te beïnvloeden? Wout Veldstra heeft er een paar verklaringen voor. Zoals deze: ‘Lange tijd zat het onderwerp voedsel in de hoek van multinationals en het ministerie van Landbouw. Daar werd nu eenmaal bestierd hoe wij eten, hoe en wat er wordt geproduceerd. Als buitenstaander kreeg je moeilijk vat op de macht van deze bolwerken. Maar de laatste jaren is het bewustzijn gegroeid dat wij, burgers en bestuurders, dit letterlijk vi-

tale onderwerp ten onrechte uit handen hebben gegeven. Dit inzicht is geleidelijk ontstaan door onder meer voedselschandalen, de activiteiten van de Slow food-beweging, kritische publicaties als Hungry City van Carolyn Steel, maar ook dankzij fenomenen als de Partij voor de Dieren, de Alternatieve Konsumentenbond en een programma als Keuringsdienst van Waarde.’ Verder maken de mondiale klimaat- en energieproblemen dat we wel anders moeten gaan kijken naar voedselproductie- en consumptie. Ook het tegenwoordige, gecombineerde ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie erkent dit. Veldstra: ‘Dat merk je bijvoorbeeld aan het feit dat EL&I geld beschik-

De Regio Groningen-Assen is een rijk agrarisch gebied (...) In het verleden waren de beide steden via de voedselvoorziening sterk verbonden met hun landelijke buitengebied en de landbouw was een belangrijke werkgever in de regio. Deze relaties zijn in de loop van de vorige eeuw verloren gegaan.

baar stelt voor onderzoek naar stadslandbouw. Twaalf steden (Leeuwarden zit daar niet bij, AK) zijn sinds vorig jaar intensief met dit onderwerp bezig, samen met Wageningen Universiteit en het aan EL&I gelieerde InnovatieNetwerk.’

Ministerie juicht stadslandbouw toe Op 16 maart dit jaar organiseerde het ministerie in de Der Aa-kerk in ‘Fairtrade-stad’ en ‘Hoofdstad van de Smaak’ Groningen een voorlichtingsbijeenkomst over regionaal voedselbeleid, bedoeld voor wethouders uit het hele land. Kort daarvoor had het ministerie een eenmalig magazine uitgebracht, Smakelijk duurzame stad, waarmee het gemeentebestuurders warm wil maken voor een andere kijk op voedsel. ‘Je kon erop wachten’, begint het blad. ‘De groeiende aandacht voor duurzaamheid en de toenemende belangstelling voor de kwaliteit van ons eten moesten elkaar gaan ontmoeten (...) Het inspireert steeds meer mensen: je eten waar het kan van dichtbij halen, zelf weer verbouwen, je

Onze eetcultuur is een som van gewoonten, tradities, overtuigingen uit kennis en praktijk, die samen het voedselsysteem vormen. (...)

De kwaliteit van een bepaalde voedselcultuur – haar smaak, als het ware – is afhankelijk van de waarde die de maatschappij geeft aan voedsel. Hoe meer voedsel wordt gewaardeerd, des te groter de positieve invloed die het heeft op mens en maatschappij. Duizenden huisvrouwen in Mumbai bijvoorbeeld, koken warme lunches voor hun echtgenoten, die verpakt in metalen lunchtrommels door een leger van fietskoeriers worden bezorgd in aantallen van 200.000 maaltijden per dag. Hoewel niemand zou willen voorstellen dat de Groningse huisvrouwen thuis blijven om te koken voor hun man, toont de situatie in Mumbai wel aan hoe sterk voedsel mensen kan verbinden, voor werkgelegenheid kan zorgen, de openbare ruimte kan verlevendigen, en een teken van liefde kan zijn. (...) Verandering van de eetcultuur met de bedoeling het voedsel een hogere maatschappelijke waarde te geven, is dan ook een prioriteit van de regionale voedselvisie. Het gaat hierbij om het

5


n o o r d e r b r e e d t e

vergroten van de betrokkenheid van mensen bij voedsel en voeding, het bieden van mogelijkheden om er meer over te weten te komen, om hun eigen voedsel te verbouwen en te bereiden, om goed voedsel te waarderen, te genieten en te delen.

Goed eten hoeft niet ingewikkeld of duur te zijn. Carlo Petrini, de oprichter van de Slow Food-beweging, heeft erop gewezen dat de cucina povera – de eenvoudige, seizoensgebonden keuken van de Italiaanse boeren – tot de beste in de wereld behoort. Uiteraard wordt in de cucina povera precies het soort voedsel gebruikt dat door de industrialisatie van de voedselproductie grotendeels verdwenen is. Maar een beter inzicht in de waarde van gezond, duurzaam en ethisch geproduceerd voedsel is de eerste stap naar het herstel van een betere eetcultuur.

Het kopen en verkopen van voedsel heeft een grote invloed op de kwaliteit van de stedelijke ruimte. Warenmarkten zijn historisch gezien de sociale en fysieke kern van de stad, daar waar stad en land elkaar ontmoeten en waar de stedelingen een gevoel krijgen bij het wisselen van de agrarische seizoenen. Hoewel de markten niet langer de enige plaats zijn waar mensen verse levensmiddelen kunnen kopen, heeft de markt veel van deze eigenschappen behouden. Om deze reden is de markt de beste plek voor het vergroten van de publieke betrokkenheid en de bewustwording over voedsel.

-

d o s s ie r

maaltijden aan de seizoenen aanpassen, geen eten weggooien, vergeten groenten weer op het menu zetten, “slow” in plaats van “fast” . En het werkt aanstekelijk, vooral omdat het nu wars is van moralisme.’ Het ministerie betaalde opmerkelijk genoeg ook mee aan de in maart verschenen Nederlandse vertaling van Carolyn Steels aanklacht tegen de (uitwassen van de) voedselindustrie (De Hongerige stad; hoe voedsel ons leven vormt, NAi Uitgevers) De bestuurlijke opkomst in de Der Aa-kerk viel overigens nogal tegen, zegt de stadsecoloog. Volgens hem hebben veel gemeenten door alle bezuinigingen waarmee ze worstelen hun hoofd niet naar dit onderwerp staan. Ook in Groningen is voedsel nog geen echte beleidsprioriteit, merkt Veldstra. ‘Maar de stadsbestuurders zien wel in dat voedsel een belangwekkend issue is, dat raakt aan allerlei beleidsvelden en vraagt om een toekomstvisie.’

Wachtlijst volkstuinen Hoe de relatie te hernieuwen van de stad met de landbouw in het ommeland? Daarover kwamen in Groningen al in 2000 de eerste gedachten op, aanvankelijk vooral op cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische gronden. Toch is de vaart er pas een jaar of twee geleden echt in gekomen. Ook is toen pas echt het verband met voedsel gelegd. Dat geldt tevens voor de relatie tussen voedsel en openbaar groen in de stad. In 2009 begonnen de Natuur- en Milieufederatie en het burgerinitiatief Transition Towns met Eetbare Stad. Dat speelt in op de grote vraag van stadgroningers naar volkstuinen. In Groningen bestond (en bestaat) hiervoor een wachtlijst. Daarom kwamen er pluktuinen, straten met

r o d e

k o o l

fruitbomen en buurtmoestuinen. Plus een subsidieregeling voor burgers met eigen ideeën voor de verbouw van voedsel op hun balkon of in de wijk. (‘Vier je

succes na de aanleg en houd regelmatig een gezamenlijk oogst- of buurtfeest’, aldus de spelregels).

Voedsel en krimp Veldstra verwacht dat de Regiovisie Groningen-Assen kort na de zomer haar Regionale voedselvisie kan presenteren. Met concrete voorstellen om proefgebieden voor duurzame landbouw in te richten in de noordoostelijke en westelijke stadsrand, in het Drentse Aa-dal en mogelijk ook als onderdeel van de grootschalige stadsuitbreiding Meerstad. De visie zal ook de uitwerking bevatten voor een regionaal voedselsysteem, dat onder meer de krimp moet tegengaan in bepaalde delen van Drenthe en Groningen. Over zo’n alternatief productiesysteem praat de gemeente Groningen sinds de zomer van 2010 met zowel ‘Wageningen’ als agrarische voortrekkers. Want niet alleen burgers, bestuurders, beleidsmakers en wetenschappers denken in die richting. Ook bij landbouwers, zegt Veldstra, leeft de sterke wens om anders te gaan produceren. ‘Een aantal boeren ervaart bulkgoederen leveren aan de voedselindustrie als een vorm van depersonalisatie. Overstappen op de biologische productiewijze heeft niet altijd hun voorkeur, gezien alle regels die daaraan vastzitten, maar wel zijn ze

u it

d e

m e t r o p o o l

-

In de voedselketen zijn koks enorm belangrijke mensen want zij denken na over eten, bezoeken markten en winkels, stimuleren daarmee de vraag naar goede producten, plannen maaltijden en bepalen daarmee ook hoeveel voedsel er wordt verspild. Als ontwerpers en (co-)producenten zijn koks de bewaarders van de eetcultuur. Groningen wil als Hoofdstad van de Smaak in 2011 uitgroeien tot een stad van goede koks – er is geen betere manier om ervoor te zorgen dat de voedselvisie een succes wordt.

7


8

n o o r d e r b r e e d t e

Voedingsgewoonten worden vroeg in het leven gevormd en het is dus belangrijk dat jonge kinderen zowel op school als thuis kennismaken met lekker eten. De waardering van goed voedsel

eten is een sleutel waarmee de maatschappelijke waarde van voedsel wordt versterkt. De daaruit volgende vraag naar echte kwaliteit stimuleert kansen voor lokale producenten en leveranciers.

Afval is het meest verwaarloosde onderdeel van de voedselcyclus. Toch is het overal in de industriële voedselproductie aanwezig en een probleem in elk stadium van de reis van het voedsel, van productie tot consumptie. Landbouwoverschotten, supermarktuitval, onverkocht voedsel uit de horeca en organisch huishoudelijk afval ontstaan door de lage maatschappelijke waarde die aan voedsel wordt toegekend en de lage prijs die daar het gevolg van is.

Door de industrialisatie is het beeld ontstaan van de stad als onafhankelijke, onberispelijke en niet te stuiten entiteit.

Nu deze illusie

aan kracht heeft ingeboet, is een nieuwe manier van stedelijk samenleven noodzakelijk; een woonmodel dat de stad erkent als de dominante factor in de mondiale ecologie. Voedsel is de sleutel om tot een dergelijk model te komen. Het is het ideale ordeningsinstrument voor onze levens; immers zonder eten kunnen we niet overleven. Met elkaar kunnen we voedsel inzetten als een sociaal en fysiek middel, niet alleen om de wereld beter te duiden maar ook om haar beter vorm te geven. Dat kan door een ‘Sitopia’ (afgeleid van het Griekse sitos = voedsel en topos = plaats) te realiseren.

-

d o s s ie r

gemotiveerd om meer voor de regionale markt te gaan werken. Dat geldt onder meer voor een deel van de boeren die zijn verenigd in BoerenNatuur. Zij hebben echter nog nauwelijks een afzetmarkt, geen eigen distributiesysteem of webwinkels zoals de biologische sector wel heeft. Om daarmee een begin te maken hebben we op 28 mei op het CiBoGa-terrein in de stad de Ommelandermarkt georganiseerd, waar 35 producenten uit de regio aan meededen.’

Uit de kneuterige hoek Streekvoedsel begint al met al uit de kneuterige, hobby-achtige hoek te komen, stelt Veldstra tevreden vast. En nu ook stadsvoedsel in opkomst is, ontstaat in feite een nieuwe categorie: die van het buurtvoedsel, dat zijn ideële oorsprong vindt in een eigentijds streven van zowel individuele burgers en boeren als de overheid naar anders (samen)leven: duurzamer, socialer, gezonder, gelukkiger. Een ziekenhuis in Nijmegen draait al geheel op voedsel dat uit de nabije omgeving afkomstig is, vertelt Veldstra. ‘En wat bleek: de mensen zijn daar eerder weer beter.’ Maar uiteindelijk, zegt hij, moet de echte omslag komen van de consument. ‘Zijn veel meer mensen dan nu bereid om ander voedsel te kopen en tijd te besteden aan de bereiding ervan? Dat is de spannende vraag van de komende tijd.’

r o d e

k o o l

u it

d e

m e t r o p o o l

9

-

Eten is een noodzaak.

Hieruit

volgt dat een regionale voedselvisie niet een ‘extraatje’ in het regionale beleid is, maar een gelegenheid om nieuwe synergieën te vinden, die bestaande mensen, bedrijven en praktijken met elkaar kunnen verbinden. Het vermogen van voedsel om deze synergie-effecten te realiseren, is vrijwel onuitputtelijk. Door goed te eten en het voedsel zelf te verbouwen, te koken en te delen en het afval te verwerken, kunnen mensen meer tijd dichter bij de natuur besteden, meer fysiek actief zijn, zich nuttiger voelen, beter met elkaar samenwerken en ook liefde delen.

Omdat onze steden, landschappen en ecosystemen allemaal gevormd zijn door voedsel, leven we in zekere zin al in een Sitopia. Maar wij hebben een systeem gecreëerd dat zo slecht is, dat het ons bedreigt met vernietiging als wij het niet veranderen. Daarom moeten wij een goed Sitopia maken dat zich richt op het hervinden van evenwicht in ons leven en onze maatschappij en dat de relatie met de natuur herstelt.


a C 10

n o o r d e r b r e e d t e

/

B

-

d o s s i e r

Biologische snackbar Eat2Be. Eerste

/

Appels. Er bestaan meer dan tweeduizend

appelrassen. In de supermarkt treffen

fastfoodbedrijf in Nederland met een volledig biologisch menu. De tot nu toe enige

vestiging is sinds maart dit jaar te vinden in

de stad Groningen. Onder de noemer ‘lokaal’

verkopen ze er vruchtenyoghurt van het merk

we er doorgaans niet meer dan zes aan.

Puur Noord Nederland.

E

Ekonoom

/ . Bedrijf / . Auteur van het boek Hungry City dat tien jaar geleden (2008) dat dit jaar in het Nederlands verscheen. Verplichte werd gestart door Peter kost voor iedereen die wil begrijpen hoe voedsel ons leven van Kampen vanuit het vormt. Steel is architect, publicist en onderzoeker. Ze Groningse Noordwolde. Een team van doceert aan verschillende universiteiten in Engeland. Sinds 2010 is ze gastdocent aan de Universiteit van Wageningen. Voor de regio twaalf medewerkers stelt wekelijks diverse Groningen-Assen schreef ze het ‘inspiratiedocument’ Foodtopia. groente- en fruitpakketten samen voor

Carolyn Steel

D

/

Dakboerin. Groente

circa 1200 noordelijke huishoudens. In de zomer en herfst bestaan de pakketten

verbouwen op een dak is een ware

vooral uit biologische groenten van

trend in steden als San Francisco

Nederlandse bodem, bij voorkeur

en New York. Ook in Nederland zijn

afkomstig van telers uit het Noorden. In

steeds meer daktelers te vinden. Zoals Annelies

Kuiper (37) uit Haarlem, volgens de NRC de eerste ‘dakboerin’ van ons land. ‘Op het platteland is misschien wel meer ruimte, maar hier wonen de afnemers. Je moet de afstanden zo klein mogelijk maken’, aldus Annelies.

de winter en het vroege voorjaar vult de Ekonoom het assortiment aan met groente en fruit uit het buitenland. De klant kan echter ook kiezen voor louter Hollandse ‘bewaargroenten’. Online zijn de pakketten desgewenst aan te vullen met onder meer vlees, zuivel en brood, deels uit de regio.

Natuurvoedingswinkel bij Kaasmakerij Karwij in Rolde, zie ook de foto’s op pagina 29-37, foto Harry Cock


12

Het voedsel, de stad en het kunstwerk Beeldend kunstenaar en Noorderbreedte-medewerker Merijn Vrij zou graag ‘groei’ laten zien in de stad. Niet de groei van het aantal gebouwen maar de groei van bijvoorbeeld een eenjarig gewas. Hij droomt van een wuivend tarweveld midden in Groningen. De bouwput van het A-kwartier, waar een nieuw appartementencomplex zal verrijzen, lijkt hem daar heel geschikt voor, zie de impressie linksboven. Net als het braakliggende, grote Suikerunie-terrein: daar zou je, zegt hij, echt het Hogelandgevoel de stad in kunnen halen. Vrij ziet voor zich dat oude boeren, of boeren(klein)kinderen die nu in de stad wonen zorgdragen voor zo’n akker en hun kennis doorgeven aan de stedeling. Waarna een molen, bijvoorbeeld die van Feerwerd, het graan maalt en een bakker in de stad het brood bakt. De ooit ook hier aanwezige cyclus van zaaiengroei-oogst-verwerken-eten wordt dan weer zichtbaar binnen de ‘stadsmuren’. Aardappelcirkels in de stad: ook een mogelijkheid, zegt Merijn Vrij. In 2007 plantte hij in de Gouverneurstuin in Assen een vijftig meter lange slingerende rij uitvergrootte takken met stokbonen. Tot plezier van daklozen en

13

bewoners. Dat project zou goed herhaald kunnen worden in het Noorderplantsoen of in een wijk met een kale groenstrook. En dan alle bewoners een maaltijd stokbonen bezorgen... Het werk van Vrij ademt vaak tijdelijkheid. Ook in Frankrijk heeft hij gewerkt met gewassen. Daar ontstond uit wilgentenen een organisch paviljoen in de parktuin van een textielmuseum. Van binnenuit begroeid met eetbare kalabas, waarvan hij uiteindelijk ter plekke soep voor de bezoekers kookte. Groeikunstwerken in de stad kunnen mensen temidden van alle hectiek eraan herinneren dat ons voedsel tijd nodig heeft om tot wasdom te komen, vindt Vrij. Marketing Groningen heeft hem benaderd om één van zijn ideeën uit te voeren. Waar en wanneer dat gaat gebeuren, is nog niet bekend. Annemarie Kok


14

n o o r d e r b r e e d t e

-

d o s s i e r

r o d e

k o o l

u i t

H 

et eten kwam van ver weg, het werd snel en grootschalig geproduceerd, gedachteloos opgegeten, gemakkelijk weggegooid. We aten zakjes zoute gruis van de multinational, poedereten, we vroegen ons af wat het was. We kochten grote pakken goedkoop vlees, het leed van de kiloknaller woog steeds zwaarder in onze boodschappentassen. We schaamden ons. Dit was niet goed. Het eten was ook niet zo lekker meer. In de jaren zeventig werden de reformwinkels bezocht door het nu uitgestorven fenomeen van het geitenwollensokkentype, dat er gierst en haver betrok, en ander eten waarop je goed moest kauwen. Inmiddels is biologisch mainstream. McDonald’s behangt de ramen met allerlei groens en gezonds. De internationale slow food-beweging begon in 1986 met een protest tegen de opening van een McDonald’s-filiaal naast de Spaanse Trappen in Rome. Slow food was een ant-

woord op de vragen die fast food had opgeroepen. Het propageerde kleinschalig, regionaal, oorspronkelijk, ‘echt’ en ‘puur’ (‘good, clean, and fair’). Niet groot, maar klein, geen haast, geduld. Eten dat het wachten waard was. Het symbool van slow food was de slak. Het duurde twee decennia voordat de beweging zich over Europa had verspreid.

Regiocuisine

In Nederland, als in andere landen, adopteerde de gastronomie de principes van ‘echt’ en ‘puur’, ‘van eigen bodem’. Chef-koks haalden hun ingrediënten van het land rondom hun sterrenrestaurants. Zeeuwse oesters, lam van de Waddendijk. Sla uit de berm. Regiocuisine met wereldallure. Je moest de streek proeven, meekoken met de seizoenen. Eten moest niet overal hetzelfde smaken. Wereldwijde crises, opwarming, uitputting van bronnen en ziektes voedden de behoefte aan dingen van dichtbij, die je vast kon houden. ‘Herkenbaar’ eten, aardappels die eruitzagen als aardappels, van een boer uit

m e t r o p o o l

-

15

nog zijn wortels heeft in de ommelanden, waar de lucht nog zuiver is en het water nog schoon.’

n a v k a a D e sm n e g n i n o r G door Bert Nijmeijer

d e

Wandelen langs boeren

de buurt. ‘Vergeten’ groentes uit oma’s tijd, snijbiet, pastinaak. Veel kwam samen in het begrip ‘smaak’. De smaak van het land, de regio, de buurt. Er kwam een smaakstichting die een jaarlijkse Week van de Smaak organiseerde. Na Amsterdam, Zwolle en Den Bosch is Groningen dit jaar Nederlands ‘Hoofdstad van de Smaak’. ‘Groningen is gekozen, omdat hier nog ruimte is voor eerlijk en gezond voedsel, vaak van eigen bodem’, zo staat op de website van Smaakstad Groningen. ‘Daarom legt Groningen het accent op de smaak en de zuiverheid van het product en het bewustzijn van de herkomst van het product. Groningen waar het land nog puur is, de stad

Het thema van de smaakhoofdstad is ‘Eenvoud is goud’. Gedurende het jaar zijn er streekproductenmarkten in en om de stad, proeverijen, wandelingen langs boeren. Slow, te voet, in de buurt. In de Week van de Smaak, 1 tot 9 oktober, komt gezonde en eerlijke voeding ter tafel in tientallen restaurants, de ‘Smaakmakers’, die zich kunnen aanmelden bij Marketing Groningen. De ingrediënten van Groningen Hoofdstad van de Smaak passen in een breder menu van gemeentelijk ‘voedselbeleid’ en ‘voedselstrategie’, met initiatieven op het gebied van stadslandbouw, pluktuinen en voedselpleinen. Maar 2011 gaat voorbij, volgend jaar is een andere stad de Hoofdstad van de Smaak. Dan blijven wij hier achter. Puur, eerlijk, zuiver. Eenvoudig en goed. Zo zijn wij, zo is ons land, zo is ons eten.

Th ema va smaakh o n d e ofd s ta d : ‘E en vou d is g ou d’


16

n o o r d e r b r e e d t e

-

d o s s i e r

Eten van rijke bodem, jagen op arme grond Nu de woningbouw vrijwel stilligt, komt des te sterker het idee op om steden met stadslandbouw in de eigen behoeften te laten voorzien. Realistisch? We nemen Groningen als casus. door Wim Boetze

Steeds vaker hoor je van stadslandbouw. Een idealistische roep om ons dagelijks voedsel binnen of direct buiten de stadspoort te telen. Het zijn vooral de vooruitstrevenden onder de stedenbouwers van de grote gemeenten die wel eens wat anders willen dan een stadsuitleg met seriebouw en ecogroen. Nu de woningbouw vrijwel stilligt, komt nog gemakkelijker de gedachte op om iets met grondbewerking en duurzaamheid te doen. Dat wordt dan al gauw biologisch groente en fruit telen op plaatsen waar nog geen drie jaar geleden woningbouw was gedacht. Daarbij doet zich alleen wel het probleem voor dat de grond niet overal geschikt is voor voedselproductie. Amsterdam bijvoorbeeld ligt in het water en zal zijn dichtstbijzijnde aardappels pas uit Opperdoes onder Medemblik kunnen halen. Anders is het bij Almere, waar de malse zeeklei tot ver in de buitenwijken ligt. Hier kun je de beste kwaliteit tarwe in elk plantsoen oogsten, met als toegift één keer per jaar voor de jeugd een feestelijke plukdag van de dikste goudreinetten in de bongerd van de schooltuin.

Slappe klei

Hoe staat Groningen ervoor? Beter gezegd: hoe ligt Groningen erbij? De stad ligt op het noordelijke eindpunt

r o d e

van de Hondsrug, een stuwwal uit de ijstijd met een kern van keileem en potklei waar je landbouwkundig niets aan hebt. Volg je vanuit de stad in zuidelijke richting de Hondsrug, dan kun je pas op de es van Noordlaren je eerste kistjes aardappelen poten. Aan de oost- en westflank van de stad grenzen lage veengronden, die op veel plaatsen zijn vermengd met slappe klei, zogenaamd slibrijk veen, waarop niets wil groeien. Het betreft hier de brede oeverlanden van het Peizer- en Eelderdiep in het westen en van de Hunze en Fivel in het oosten. Duizenden hectares vet veen, verlaten door de boer, ‘teruggegeven’ aan de natuur. Ooit waren het de jachtgronden van de stad. Dat kunnen ze ook nu weer worden. Ten noorden van Groningen liggen de woudgronden, zware kleigronden met wat koolteelt bij Bedum, maar voor de rest alleen geschikt voor grasland.

Melkplas

Zo zijn we Groningen rond en moeten we concluderen dat er voor een stad met 190 duizend inwoners weinig nabijgelegen hectares te vinden zijn voor de teelt van plantaardig voedsel.

k o o l

u i t

d e

m e t r o p o o l

17

-

Wel voor een flinke melkplas, door de grote oppervlakte gras en de veestapels die daarop leven. En voor vlees van de vleeskoeien die in de natuurgebieden grazen. De tijd van de groente- en fruittelers met hun kwekerijen aan de randen van de stad, ligt ver achter ons. Deze warmoezeniers kweekten op kleine zwaar bemeste percelen en konden zo de lijn producent-consument kort houden. Nu zou de voedselvraag veel te groot zijn voor de groep stadstelers zoals we die honderd jaar geleden hebben gekend. Een voedselproductie die de consumentenvraag van de stad aankan, in het geval de stadjer alleen mag eten van Groningse bodem, is mogelijk op de rijke gronden van de noordelijke zeepolders. Boven de lijn Zoutkamp-Delfzijl liggen tot aan de zeedijk kleigronden die behoren tot de beste landbouwgebieden in de wereld: de zachte zavelgronden van het Hogeland. Rijke bodems voor een scala aan teelten, van waspeen tot gerst, van mosterd tot tulpen, al liggen ze wat verder van de stad dan de bedenker van stadslandbouw misschien had bedoeld.

Plantage Veenhuizen In het Drentse Veenhuizen lag een kavel van honderd hectare te wachten op een goed idee. De kavel is vierkant, de bestemming is nog niet rond, maar de Dienst Landelijk Gebied heeft het plan ingebracht er een plantage van te maken. Honderd hectare (1 km x 1 km) is een grote oppervlakte. Te groot voor een gebouw, te klein voor een stad, maar wel geschikt voor een plantage. Nu is een plantage van honderd hectare weer te groot voor één teelt, maar groot genoeg voor tien of zelfs twintig teelten. Denk aan hardfruit (appels, peren) voor confituur en sappen. Zachtfruit (bessen, druiven) voor wijn, confituur en sappen. Hop voor bier. Spelt voor brood en jenever. Walnoten en hazelnoten. Tamme kastanjes voor paté en puree. Kruiden voor de fijne keuken. En dat alles met het keurmerk ‘Plantage Veenhuizen’. (WB)


18

19

‘Als je de tijd neemt om te eten, beginnen je dingen op te vallen:

geluiden in de kamer, de lichtval, de kleur van de

wanden, het leven op straat’ (Carolyn Steel)

foto Reyer Boxem


20

F

n o o r d e r b r e e d t e

-

d o s s i e r

ryske boerderijwinkels. Op 25 boerderijen

verspreid over Friesland zijn biologische producten te koop van eigen bedriijf en collega-(biologische)bedrijven. ze zijn te vinden op www.fryskeboerderijwinkels.nl, een initiatief van de stichting Waddengroep en de Feriening Biologyske Boeren Fryslân (FBBF), mede mogelijk gemaakt met steun van de provincie Fryslân, SNN en het ministerie van LNV.

h

G

eitenkaas. Op de biologische geitenhouderij De Oude Streek in het Groningse Zevenhuizen maakt Hanneke Kuppens rauwmelkse kazen op traditionele wijze. In de boerderijwinkel zijn ook olijfolie, wijn, honing en diverse streekproducten te koop.

ema. Ook aan de Hema is de verbouw-je-eigen-

groente-trend niet voorbijgegaan. Dit voor jaar verkocht het warenhuis opmerkelijk veel artikelen om zelf te kunnen zaaien en oogsten: allerhande zaden in mooie verpakkingen, kweekkistjes met aarde en al, vrolijke potten etc.

J

am. Zelf

jam maken van zelfgeplukt fruit? Breng dan een bezoek aan kwekerij Frytsjam in Twijzel, met een vlierbessen-, aronia-, duindoorn- en een blauwe bessenplantage. Tussen mei en augustus iedere woensdag, zaterdag en zondag geopend van 13.00-17.00 uur.

i

nnovatieprijs MKB. Het

bedrijf Dacom uit Emmen kreeg deze prijs in mei dit jaar voor zijn TerraSen, een instrument om de bodemvochtigheid te meten. Bijzonder is vooral dat Dacom hieraan irrigatie-adviezen koppelt. Boeren kunnen daardoor hun waterverbruik halveren en ook kan het gebruik van gif ter bestrijding van schimmels met minstens dertig procent naar beneden.

r o d e

k o o l

u i t

d e

m e t r o p o o l

-

In de Groningse supermarkt is nauwelijks eten uit de buurt verkrijgbaar, constateerde Bram Esser . Hij probeerde bewust te winkelen maar telde ‘s avonds toch nog zevenhonderd voedselkilometers op zij n bord. Lees alles over zij n bevindingen op de volgende pagina’s .

21


22

n o o r d e r b r e e d t e

-

d o s s i e r

E en praktisch idealist in de supermarkt 1

tekst Bram Esser, fotocollage Reyer Boxem

Alleen de geoefende snelweggebruiker weet waar je langs het asfalt lekker kunt eten. De meeste

restaurants zijn gericht op efficiëncy. Hajé de Jager, van de Hajé restaurant- en hotelketen, is iemand die zich hier al langer over verbaasd. Niet lang geleden interviewde ik hem en hij vroeg zich onder meer af hoe het toch komt dat de Michelinster, een kwaliteitskeurmerk voor restaurants van een autobanden merk, nooit op de snelweg is geland. Hajé streeft ernaar om regionaal voedsel op de kaart te zetten. Voor zijn restaurant de Aalscholver in de polder wilde hij voedsel betrekken uit de biologische landbouw uit het gebied pal achter het restaurant. Helaas bleek 98 procent van de biologische groente die daar wordt geteeld bestemd te zijn voor de export. Nu heeft hij besloten zijn eigen groenten te gaan

mo tto : We z i jn al l e maal do o rs ne e z o ndaars (G i u l i o Andre o tti )

D 

it is niets voor mij. Meestal ben ik niet zo bezig met de afstand die het eten heeft afgelegd totdat het op mijn bord is geland. Ik ben meer gefocust op kortingen, vooral als het om gebakjes gaat. Een halve-prijs-sticker op een doos tompoezen betekent vrijwel altijd dat die in het mandje gaat. Onderweg eet ik dikwijls bij een fastfoodketen (1). Er is altijd wel een deadline waar tegenaan gewerkt moet worden en dan moet

r o d e

k o o l

u i t

eten vooral niet te veel tijd kosten. Nu ik de opdracht krijg een stuk te schrijven over lokaal voedsel in de supermarkt – met de daarbij behorende vraag ‘hoe goed is dat eigenlijk voor de mens en het milieu?’ – komen ‘bewust boodschappen doen’ en de deadline halen in elkaars verlengde te liggen. Opeens ga ik met een loep door de supermarkt en neem ik de tijd om de kleine lettertjes van verpakkingen te lezen, op zoek naar de herkomst van het product.

Bewust leven is lifestyle

De afgelopen jaren is het assortiment biologische producten in de supermarktschappen sterk uitgebreid (2). We kunnen dan ook constateren dat de consument bewuster is gaan winkelen en leven. Ook op andere vlakken valt dat terug te zien. Afvalscheiding (3) is sinds jaar en dag een vanzelfsprekendheid en er zijn steeds meer lokale initiatieven om eten uit de regio te produceren. Bewust leven is lifestyle geworden, zoals ook duidelijk wordt met een schuine blik op de glossy magazines van uw lokale supermarkt. Rond gezond voedsel worden zelfs drukbezochte festivals (4) georganiseerd. En in Brabant bijvoorbeeld bestaat Goeie Eten (5) dat voortkomt uit het burgerinitiatief Transition Town Tilburg. De burgers daar willen dat boer en consument elkaar beter leren kennen, zodat de boer weer weet voor wie hij produceert en de klant weer weet waar zijn eten vandaan komt. Goeie Eten-website ziet als het grote voordeel dat de transportafstanden enorm afnemen. Is lokaal voedsel inderdaad beter

d e

m e t r o p o o l

-

voor het milieu? En kun je het vinden in de supermarkt tussen ons werk en huis? De praktisch idealist moet wel realistisch blijven.

Hutspot

In de supermarkt waar ik langskom als ik vanuit mijn werkplek in de binnenstad van Groningen naar het huis van mijn vriendin rijd, ga ik op zoek naar een regionale pastinaak (6). Die supermarkt is Jumbo, al dwingt mijn vriendin me vaak om boodschappen te doen bij Plusmarkt vanwege de zegeltjes die ze spaart voor een glazenset. Plusmarkt heeft het regionale merk Gijs (7) in de schappen staan. Het zal u niet verbazen dat Gijs heerlijke pastinaakchips in het assortiment heeft. Jumbo verkoopt het merk Gijs niet, maar wel tref ik hier producten aan van Puur Noord Nederland. Zo makkelijk kan het dus zijn, om regionale spullen in huis te halen, het staat er gewoon op. De praktisch idealist die ik ben, wordt hier op zijn wenken bediend. Puur Noord Nederland heeft allerlei groentes in de aanbieding. Terwijl ik tevreden mijn mandje vul, kijk ik nog eens goed naar de herkomst van de gewassen winterpeen. Daar schrik ik van want de peen komt uit de Flevopolder – in de buurt, maar strikt genomen niet regionaal (8). De supermarktmanager die ik om raad vraag, verwijst mij naar een koelvitrine waar de kant-enklaarmaaltijden van Gigi uitgestald liggen. ‘Dat is een Italiaan uit Groningen die zelf de maaltijden klaarmaakt, veel lokaler wordt het niet.’ Ik heb een grote sympathie voor

23


24

n o o r d e r b r e e d t e

verbouwen. Ook voor zijn hotel-restaurant in Heerenveen heeft hij een plan bedacht. Hajé wil het gaan ommuren en omvormen tot het eerste snelwegklooster van Nederland, inclusief bezinningsruimtes en een eigen kruiden- en

2

moestuin. Volgens een onderzoek uitgevoerd door de supermarktketen Jumbo koopt een op de vier

Nederlanders meer biologische producten dan vorig jaar (nu 25 procent van hun bestedingen). Een kleiner deel, 6 procent, is minder biologische waren gaan kopen. Verder geeft 51 procent aan evenveel fairtrade-producten te kopen als vorig jaar. De voornaamste reden voor de stijging van de verkoop van biologische producten is dat het assortiment in de winkels is uitgebreid. In NRC Handelsblad van 10 mei 2011 staat dat Nederlanders vorig jaar voor het tiende opeenvolgende jaar meer uitgaven aan biologisch voedsel. De omzet steeg met 13 procent t.o.v. het jaar daarvoor. Ook de bekendheid van de verschillende keurmerken werd onderzocht. ‘Kies bewust’ is het bekendst: 96 procent van de ondervraagden herkende dit keurmerk, gevolgd door Max Havelaar (88 procent). De groene/ ecologische keurmerken zoals Demeter, Milieukeur en Groenlabelkas werden door ruim drie kwart van de consumenten niet herkend.

3

Op dit vlak kunnen we nog een hoop leren van de Oostenrijkers. Wenen blijkt rond het

jaar 2000 kampioen afvalscheiden van Europa te zijn geweest. De stad wist door het eigen organische afval te recyclen de helft van het voedsel dat nodig is voor ziekenhuizen zelf te produceren, aldus een artikel van

-

d o s s i e r

Italiaans eten, maar de kant-en klaarmaaltijd heeft iets treurigs. Deze bevindt zich tussen zelf koken en uit eten gaan in. Efficiency is belangrijk, maar je moet niet vervallen in barbarij. Bovendien weet ik niet waar Gigi z’n ingrediënten vandaan haalt. Niet dat ik argwanend sta tegenover Italianen, maar je moet als praktisch idealist nu eenmaal op je hoede zijn. Nu de winterpeen is afgevallen als strikt regionaal eten, valt het me zwaar om nog iets voedzaams uit de buurt te vinden. Ik tref een schap met fairtrade-spullen en een ander schap met Texelse producten. Het enige echt regionale product dat ik tegenkom bij Jumbo, is Groninger koek. Ik heb ook nog even in mijn handen gestaan met een glazen potje van DeKleinsteSoepfabriek, die in Groningen staat en ook is aangesloten bij Puur Noord Nederland. Toch heb ik het teruggezet omdat er ‘meer dan soep!’ opstond. Daar houd ik helemaal niet van. Als ik soep koop, dan moet het precies dat zijn en niet iets anders. Nog steeds ligt alleen het knolgewas van het merk Puur Noord Nederland in mijn mandje. Ik laat me ook verleiden tot de aanschaf van de cranberrycompote uit Texel, het verhaaltje over aangespoelde bessen in een ton en een strandjutter die had gehoopt op drank, spreekt me wel aan. Ik ga hutspot maken en nu ontbreken alleen nog de aardappels. Op een zak aardappelen van het Jumbo-huismerk staat een tekst die tot de verbeelding spreekt. ‘Door de fijne structuur behoort ook een perfecte, zachte puree tot de mogelijkheden. In culinaire kringen wordt dit ook wel aardappel mousse-

r o d e

k o o l

u i t

line genoemd.’ De aardappel lijkt de belofte te doen dat hij je toegang kan verschaffen tot bepaalde culinaire kringen. Een aantrekkelijk idee. Verder laad ik Turkse yoghurt in het mandje, die afkomstig is uit Oudewater. De kleine producent is deze yoghurt gaan maken op verzoek van de Turkse gemeenschap, die in zijn volromige yoghurt hun eigen grootmoeder herkende. Lekker met de cranberrycompote.

Zevenhonderd kilometer

Als ik thuisgekomen ben en dit boodschappenlijstje nareken, blijk ik rond de zevenhonderd kilometer te zitten. Onder de duizend kilometer is natuurlijk niet slecht, houd ik mijzelf voor. Hierbij moet ik wel aantekenen dat ik voor het gemak ook de aardappels uit de buurt heb laten komen, die zijn tenslotte al zo’n vijfhonderd jaar geleden met de Spanjaarden naar Europa en Nederland gebracht. Mijn andere boodschappen, die volgens opdracht ook in mijn mandje waren beland, maar dan volgens de gebruikelijke snelle gang langs de supermarktstellingen, liepen al snel in de tienduizenden kilometers. Toch vormden ze samen slechts een simpel soepje: Alaska koolvisfilet, knoflook uit China, een venkel uit Italië en rode peper uit Uganda. Vooral de knoflook tikte natuurlijk aan. Voor de hutspot nodig ik een lokale kunstenaar uit, want ook lokale kunstenaars moeten eten (9). Als de maaltijd genuttigd is en de lokale kunstenaar al weer lang naar huis, komt het lastigste gedeelte van mijn opdracht. Ik moet

d e

m e t r o p o o l

-

bepalen welk koopgedrag het beste is voor het milieu. Een zoektocht op internet levert aardig wat bronnen op. Op 26 februari 2010 beschrijft journalist Freek Schravesande in NRC Handelsblad hoe complex de materie is. Hij laat de landbouwkundige Wijnand Sukkel aan het woord, die uitlegt dat meer ruimte voor kippen slecht is voor het milieu: ’Ze lopen meer rond, verbranden meer, en hebben dus meer voer nodig om op sterkte te blijven.’ De rekensom is snel gemaakt: het voer moet worden geproduceerd en getransporteerd, dat kost fossiele brandstoffen. Biologisch kippenvoer komt uit de Oekraïne of Italië, want dichter bij huis is het aanbod te laag. De website Animal Freedom, die nare plaatjes van kippenboerderijen verzamelt, citeert Peter van Horne van het Landbouw Economisch Instituut. Die zou het liefst de hele kippenteelt volgens Amerikaans model concentreren in een paar grote ondernemingen, waarbij fokken en vetmesten plaatsvinden onder één dak. ‘Wat je dan aan transportkosten bespaart is gigantisch.’ Van Horne is van mening dat de bio-industrie vleeskippen onder optimale gecontroleerde condities grootbrengt. ‘Niet te veel ruimte en de juiste temperatuur in combinatie met een afgewogen dieet zorgen voor de ideale omstandigheden.’ De discussie over biologische uitloopkippen en vleeskippen op kleine ruimtes schijnt in Frankrijk overigens niet te spelen, want daar kiest men gewoon voor de beste smaak, die volgens de Fransen duidelijk bij de vrije-uitloopkip te vinden is. Misschien is de oplossing van het probleem

25


26

n o o r d e r b r e e d t e

Carolyn Steel in De Groene Amsterdammer (10 maart 2011). In de consumptiemaatschappij zijn we gewend dat alles vervangbaar is en dat anderen het afval ‘regelen’. We kopen een heerlijk bakje pitloze witte druiven in de supermarkt en als de druiven op zijn, gooien we het bakje weg. De volgende dag staan er alweer nieuwe in het schap, alsof er een vorm van homeostase bestaat waarin alle condities voortdurend gelijk blijven. Maar we vergeten dan voor het gemak de machinerie die erachter schuilgaat om deze toestand van volmaakte stilstand te bewerkstelligen. De kosten daarvan zijn enorm en we weten niet anders dan dat dit normaal is. In New York worden overigens culinaire fietstochten georganiseerd langs de prullenbakken van toprestaurants, daar valt vaak nog een hoop goed voedsel te halen. Steel betoogt dat we ons er weer bewust van moeten worden dat we deel uitmaken van een cyclus. Afval hergebruiken kan daarbij helpen.

4

Tussen 17 juni en 19 september 2010 kwamen er 30 duizend bezoekers af op het eerste

Real Food-festival van Nederland, gehouden in de Brabanthallen te ’s-Hertogenbosch.

5

‘Fijn dat je er bent!!’ lees ik op de website van Transition Town Tilburg (http://tilburg.

transitiontowns.nl/). De organisatie bestaat volgens de website uit ‘enthousiaste mensen die een duurzame visie via hoofd, hart en handen willen omzetten in lokale initiatieven. Voor, door en met Tilburgers.’

-

d o s s i e r

uiteindelijk wel dat we wat minder vlees en eieren eten en ons meer bewust worden van het feit dat we als mens ook deel uitmaken van de productieketen. Dat is een veel interessantere discussie dan die over het rituele slachten waar de Partij voor de Dieren zich zo druk over maakt. Het zou overigens geen slecht idee zijn om van het slachten echt weer een ritueel te maken waar we als consument zelf bij betrokken zijn. Op die manier weten we waar het vlees vandaan komt en realiseren we ons gemakkelijker dat elke dag vlees eten absurd is.

Groentekalenderapplicatie

Niet alleen wát we kopen en consumeren is van belang, maar ook de manier waarop we dat doen. Een goede vriend van mij, net als ik praktisch idealist (weet u nog? Je doet wat je kunt zonder een kluizenaar te worden), koopt voornamelijk biologisch en het liefst seizoensgebonden groenten. Hij haalt die boodschappen echter niet bij hem om de hoek, maar rijdt ervoor naar de Jumbo in de Euroborg. ‘Ze hebben daar meer keus.’ Daarmee stoot hij, volgens aangehaalde wetenschappers in het artikel van Schravesande, in een klap meer CO2 uit dan de hoeveelheid broeikasgas die vrijkwam tijdens de reis van het voedsel vanuit de grond naar de winkel (10). Het valt niet mee om praktisch idealist te zijn, maar gelukkig is er de groente- en fruitkalender op de website van Milieu Centraal. Hierop kun je zien welke groente en welk fruit je in welke maand moet kopen om goed bezig te zijn. In mei bijvoorbeeld is

r o d e

k o o l

u i t

d e

m e t r o p o o l

6

-

Dankzij de populariteit van de vele kookprogramma’s groeit de vraag naar pastinaak.

De pastinaak is van oorsprong afkomstig uit Midden- en Zuid-Europa maar wordt al sinds de Middeleeuwen in zijn huidige vorm in onze streken geteeld en gegeten.

dat savooiekool uit Portugal. Ik heb er nog nooit van gehoord maar savooiekool heeft wel energielabel A. De site geeft daarmee ook antwoord op onze vraag of van dichtbij altijd beter is. Nee dus, niet altijd. Ook enkele andere producten met energielabel A komen van ver, zoals kiwi’s uit Italië en sinaasappels uit Spanje. Sommig voedsel uit koelhuizen (zoals appelen, peren, rode en witte kolen) heeft eveneens energielabel A. In grote koelhuizen worden ze wel maanden gekoeld, maar dit kost per kilo niet veel extra energie, aldus Ook luie mensen, of mensen met weinig tijd, kunnen nu bewust boodschappen doen. Ik moet nu alleen nog even een smartphone kopen om de groentekalenderapplicatie down te loaden, want de praktisch idealist gaat niet eerst even online kijken welke groente hij die dag mag kopen. Mochten er nog mensen zijn die mij met het rapport van Greenpeace om de oren willen slaan omdat er allemaal giftige stoffen in het toestel zouden zitten, dan zou ik daarop willen antwoorden met een citaat van de oud-minister-president van Italië, Giulio Andreotti: ‘We zijn allemaal doorsnee zondaars.’

7

Het streekproductenmerk Gijs heeft een eigen website, waarop valt te lezen dat het

verschillende Nederlandse producenten samenbrengt. Ook staat er een regionale evenementenkalender op.

8

Een medewerker van groothandel De Zaai-ster in Leek meldt aan de telefoon dat die wel degelijk

producten uit Groningen, Friesland en Drenthe verpakt onder het merk Puur Noord Nederland, maar dat NoordNederland voor de groothandel tot aan Lelystad loopt. ‘We halen dus ook spullen uit de Flevopolder, waar zich de grootste biologische landbouwsector van Europa bevindt.’

9

Het gaat om Lambert Kamps, die ooit in de buurt van Beverwijk bij wijze van kunstproject een

baksteenfabriekje is begonnen. Van klei rondom het fabriekje maakte hij de stenen. Het is een mooi voorbeeld van kunst die laat zien wat je als individu allemaal zou kunnen doen om zelfvoorzienend te zijn. De bouwmarkt is geen noodzaak maar een keuze.

10

Hoe dit sommetje precies tot stand komt, maakt het artikel niet duidelijk.

27


28

29

De volkstuinier Voor zover er in de steden van Noord-Nederland sprake is van landbouw, neemt die vooralsnog de vorm aan van de aloude (maar weer zeer populaire) volkstuin, nieuwe tuinderscomplexen, schooltuintjes, door de gemeente ondersteunde buurtmoestuinen, stadsboerderijen en een enkele dak- of pluktuin. Harry Cock portretteerde speciaal voor deze Noorderbreedte moestuinen en hun eigenaren op het terrein Oranjebond aan de Zwartwatersweg in Assen. Het complex dateert van 1967, telt 156 tuinen en is voorzien van een verenigingsgebouw. De recente opkomst van het verschijnsel stadslandbouw in Nederland brengt met zich mee dat er allerlei wetenschappelijk onderzoek is gestart naar de sociale, ecologische, ruimtelijke, economische en gezondheidsef-

fecten ervan. Zo bleek vorig jaar uit een studie van omgevingspsycholoog Agnes van den Berg, dat volkstuinbezitters van 62 jaar en ouder zowel gezonder, minder eenzaam als tevredener met hun leven zijn dan leeftijdsgenoten zonder volkstuin. Agnes van den Berg is overigens de kersverse bijzonder hoogleraar natuur- en landschapsbeleving aan de Rijksuniversiteit Groningen. In hoeverre diverse vormen van stadslandbouw leiden tot bijvoorbeeld aantrekkelijker publieke ruimtes en tot meer sociaal verkeer tussen mensen, wordt momenteel onderzocht door Esther Veen (Wageningen Universiteit). Zij volgt hiertoe zes locaties waarvan zich er twee in het Noorden bevinden: volkstuinderscollectief De witte vlieg in Assen (Baggelhuizen) en de dorpstuin van Snakkerburen bij Leeuwarden. Over de uitkomsten van haar promotieonderzoek zullen we tezijnertijd in Noorderbreedte berichten. ( A K )


30

31


32

33


34

35


36

37


38

n o o r d e r b r e e d t e

-

d o s s i e r

Stad eet land. Of: de wens van Auke van der Woud

Auke van der Woud hield twee jaar geleden een hoogst interessant betoog waarin hij pleitte voor een politiek ten gunste van een ‘kritische’, dat wil zeggen biologische landbouw. Onze historische cultuurlandschappen én de voedselkwaliteit zouden op die manier beter beschermd zijn. Zo’n politiek kwam er niet. Wel kopen consumenten in toenemende mate biologisch voedsel, al dan niet uit de buurt.       tekst Annemarie Kok en Ineke N o o r d h o f f, f o t o’s H a r r y C o c k

r o d e

k o o l

u i t

‘Als de moderne stad trek heeft, eet hij het landschap kaal. Als hij echt honger heeft, vreet hij het op.’ Volgens Auke van der Woud, bekend schrijver en emeritus hoogleraar geschiedenis van architectuur en stedenbouw aan de RUG, is de relatie tussen stad en platteland nog nooit zo gespannen geweest als tegenwoordig. Vroeger waren die twee afhankelijk van elkaar en profiteerden ze van elkaar. ‘Nu is de stad de baas’, zo zei hij in 2009 in Baarn bij de in ontvangstname van de Groeneveldprijs. Het beeld dat hij daar in zijn lezing schetste, van de stad die land eet, gaat in de eerste plaats over verstedelijking en over groei. Over het idee dat we met onze omgeving, het landschap, kunnen doen wat we willen. En over het idee dat de stad modern is en het platteland achterloopt: ‘Maakten vroeger de lokale boeren de plannen voor de transformatie van het historisch gegroeide landschap en de woeste grond, nu wordt dat gedaan vanuit stadskantoren, door ambtenaren, onderzoekers en technici.’ Maar de stedelijke vraatzucht heeft ook veel met echt eten te maken, maakt Van der Woud duidelijk: ‘De wetenschap en techniek die de mens in de negentiende eeuw een geweldige macht over de natuur gaven, werden ook bij de voedselproductie ingezet. Stoommachines maakten de massaproductie van voedsel een feit [...] In die tijd begon ook het gesleep met voedsel van het ene werelddeel naar het andere.’ Er kwamen grote slachthuizen. Het landschap werd genormaliseerd om het geschikt te maken voor de teelt van massavoedsel. Boeren leverden niet langer aan

d e

m e t r o p o o l

-

de consument maar aan de industrie. En we kregen supermarkten, waar ‘somber fruit kansloos’ is: ‘groenten en fruit zijn zo schoon en gaaf: ze zijn zo te zien opgegroeid zonder aarde, zonder akker, zonder regenbuien en insecten.’

Riskant

De laatste vijftien jaar is Nederlandse landbouwgrond op grote schaal uit productie genomen en omgevormd tot wat Van der Woud

39


40

n o o r d e r b r e e d t e

-

d o s s i e r

‘staatsnatuur’ noemt. Ook met historische cultuurlandschappen is dit gebeurd, bijvoorbeeld met de Drents-Groningse onlanden bij Peize (ten behoeve van waterberging). ‘Als ik een wens mag doen’, sprak Van der Woud in Kasteel Groeneveld, ‘dan zou ik willen dat er een beleid komt dat eeuwenoud cultuurlandschap in bescherming neemt’. Om dat economisch verantwoord te maken, stelde hij voor een verband te leggen met de bescherming van voedselkwaliteit, die nu sterk aan de oppermachtige voedselindustrie wordt toevertrouwd. Een pleidooi derhalve, voor een politiek ten gunste van de productie van biologisch voedsel. Op grote schaal welteverstaan, anders zet het geen zoden aan de dijk. ‘Kleinschalige landbouw is het ideaal van de jaren zeventig en geen alternatief voor de agro-industriële en mijns inziens riskante voedselproductie. Ook het maken van zogenoemde streekproducten blijft, hoe sympathiek en belangrijk dat ook is, absoluut marginaal’, licht Van der Woud toe.

k o o l

u i t

d e

m e t r o p o o l

-

wensen te bedienen zich ook richten op de gemaksproducten die de hedendaagse mens graag gebruikt, zo adviseert RUG-hoogleraar plattelandsontwikkeling Dirk Strijker. Echter: hoe kleiner de schaal, des te lastiger dat valt te realiseren, zegt hij. Een ander dilemma voor de makers van streekvoedsel (die vaak gezeteld zijn in historische cultuurlandschappen) is in hoeverre ze hun bedrijfsvoering willen aanpassen als een product goed aanslaat. Eelco de Boer van kaasmakerij Karwij en Drentscha Aa-zuivel in Rolde kan daarover meepraten. ‘Ik wil juist die kleinschaligheid’, zegt hij. Maar als Marjoleine de Vos in de NRC schrijft dat zijn Yogarde onovertroffen is, trekt de vraag natuurlijk aan. Ook grotere partijen komen daar op

Kaasmakerij van Eelco de Boer in Rolde  

Eenpersoonsbakjes

De biologische landbouw in Nederland is de afgelopen jaren sterk gegroeid maar neemt inmiddels niet meer toe, zo meldde NRC Handelsblad onlangs. De overheid streefde een tijdlang naar een jaarlijkse uitbreiding van het areaal met vijf procent maar dat beleid loopt dit jaar af. De biologische sector beslaat in Nederland nu in totaal 2 procent van de landbouwgrond (tegen tien procent in bijvoorbeeld Zweden en Italië). De meeste bedrijven liggen in Flevoland.

r o d e

Wel stijgt in ons land sinds tien jaar gestaag de vraag van de consument naar groente, fruit, vlees en zuivel van biologische bedrijven. In mei werd bekend dat de omzet vorig jaar met 13 procent is gestegen ten opzichte van het jaar daarvoor. Het gaat echter nog altijd om een zeer klein deel: 1,7 procent van de totale uitgaven aan voedsel. Ook voedsel uit de buurt, al dan niet biologisch van aard, is in steeds wijdere kring in

trek. Meer en meer topkoks en restaurants koken met producten uit de omgeving en laten zich daar op voorstaan. Ze leggen de nadruk op de versheid, gezondheid en verfijnde smaak. Maar het is, zoals Van der Woud terecht opmerkt, nog slechts een heel klein briesje. Om het aandeel van regionale producten in de totale voedselaankopen te vergroten, moeten boeren die vooral de lokale markt

41


42

n o o r d e r b r e e d t e

af. Zo levert hij sinds kort vruchtenyoghurt aan de net geopende biologische snackbar Eat2be in de stad Groningen. Ook is hij in gesprek over leveringen aan een ziekenhuis. Verder is het assortiment vergeleken met een paar jaar geleden al flink opgeschoven achter de wensen van zijn klanten aan; ging het vroeger om ‘pure’ melk en karnemelk, nu prijken dus fruityoghurts op de bestellijst die hij wekelijks via internet rondzendt. Nog wel in echte glazen flessen en potten – en niet in eenpersoonsbakjes. ‘Misschien groei ik daarin ook nog wel mee’, zegt hij.

Ecologische fundi’s

In het Groningse Onstwedde heeft bakker John Meinds een heel ander probleem. Hij had succes met Westerwolder honingkoeken – en tot voor kort ook Westerwolder roggebrood. De roggeakkers op de esgronden bij de Ruiten Aa zijn een initiatief van natuurbeheerders die de ortolaan daarmee voor uitsterven willen behoeden. ‘Mensen vinden het mooi dat het eigen is, hier uit de buurt’, vertelt Meinds over de reacties. Maar de rogge was niet goed genoeg. ‘We hebben hier een zeeklimaat’, verklaart hij de teleurstellende kwaliteit. ‘Ik ben met het roggebrood gestopt.’ In landen om ons heen gaat het vaak beter met streekproducten, weet Strijker. Hij ziet dat bevestigd in een recent verschenen bundel artikelen. In een afgesloten Zwitsers bergdal blijken mensen trouwer aan lokale recepten en producten dan in ons land waar kanalen en wegen alle regio’s al vroeg

-

43

d o s s i e r

- Koeien in het Drentse Aa-dal die melk leveren voor de zuivel van kaasmakerij Karwij in Rolde

Stad eet land 36t/m41

hebben ontsloten. ‘Zo’n lokale culinaire cultuur helpt. Streekproducten verwijzen dan immers naar iets wat er altijd al was. In Nederland heeft regiovoedsel lang gezeten in de hoek van de ecologische fundi’s. Daarmee heeft de sector een brede groep afnemers lange tijd veronachtzaamd.’ Die sterk ideologisch gedreven groep, zegt Strijker, moeten we plaatsen tegenover het Nederlandse agro-industriële complex – met de overheid als grote voorganger die zich in Europees verband lang verzet heeft tegen streekgebonden labels op producten. Maar uiteindelijk komt er een omslag, denkt Strijker. Consumenten laten zich namelijk graag geruststellen door aanduidingen over de regionale herkomst; zelfs grote concerns als Unilever gaan dat zien. De stad eet land. Voedsel en de transformatie van het landschap. Voor de volledige tekst zie http:// www.rug.nl/staff/a.van.der.woud/cv Vaz, T. de Noronha, P. Nijkamp & J.-L. Rastoin (eds.) Traditional Food Production and Rural Sustainable Development: a European Challenge (Ashgate economic geography series), Ashgate, Farnham, 2009


Schooltuin In de stad Groningen zijn vier schooltuincomplexen, nummer vijf is in aantocht. Leerlingen van de basisschool leren er zaaien, planten, wieden en oogsten, foto Nicole Lagarde

K

r o d e

k o o l

u i t

d e

ookfilosofie. Meesterkok

Albert Kooy bedacht ‘de Nieuwe Nederlandse Keuken’. Deze kookwijze, zo schrijft hij in zijn gelijknamige boek uit 2006 en op zijn website, is duurzaam, gezond, diervriendelijk en eigentijds. Verse groenten spelen de hoofdrol. Kooy gebruikt producten van de koude grond, uit het water en de lucht, uit de eigen omgeving en van het seizoen. Als voedselbereider van de kantines van Stenden Hogeschool in Leeuwarden past hij deze principes ook toe. Dat was eerst wel even wennen voor de studenten en docenten, vertelt hij in een interview met het FD. Nu vinden ze zijn eten ‘fantastisch’. ‘Maar ’s avonds rijden ze met hun karretje door de supermarkt en gooien ze al die ellende erin.’

M

m e t r o p o o l

L

okaal. Als aanduiding van de herkomst van voedsel lijkt ‘lokaal’ het suffer klinkende ‘streek-’ te hebben verdrongen. Moet vaak ruim wordt opgevat. Niet zelden wordt ermee bedoeld: uit de nabije of ‘eigen’ omgeving, waarbij de grenzen niet erg vastliggen. Lokaal kan ook verwijzen naar een heel land (zie Noma).

O

obiel moestuinieren. Het bedrijf uitjeeigenstad.nl verkoopt mobiele, modulaire, flexibele teeltsystemen om ‘los van de grond’ groente te kunnen verbouwen in de stad.

45

-

mmelandermarkt.

Van brood en zuivel tot soep en paardenmelkcapsules: op 28 mei organiseerde de gemeente Groningen op het CiBoGa-terrein de eerste Ommelandermarkt met 35 regionale producenten. Op 9 juli en 1 oktober zijn de volgende twee. Mogelijk keren de markten daarna maandelijks of nog vaker terug.

N

oma.

Restaurant in Kopenhagen, door kenners beschouwd als beste eetgelegenheid ter wereld. Het serveert ‘lokaal’ voedsel uit Denemarken en omstreken, dat op vernieuwende wijze is bereid.


46

n o o r d e r b r e e d t e

-

d o s s i e r

r o d e

k o o l

u i t

d e

m e t r o p o o l

-

Waddengeluk in S exbierum

N 

oorderbreedte-redacteur Maarten Meester woont in Sexbierum. Om de hoek liggen de Hoarnestreek waar veel biologisch(-dynamisch) wordt geboerd, een groot glastuinbouwcomplex en de vissershaven van Harlingen. Ziet hij daarvan iets terug in de plaatselijke winkel? ‘Goedemorgen, lief plantje. Heb je lekker geslapen? Waar heb je trek in? Wil je misschien een slokje water?’ Zo groeten de biologischdynamische boeren in de Hoarnestreek ’s ochtends hun gewassen. Tenminste, volgens een Friese vriend van ons. Hij kijkt met verwondering naar het vage gedoe op de gronden waar zijn voorvaderen generaties lang met heldere hoofden keihard hebben gezwoegd. In die verbaasde distantie staat hij niet alleen. Hoewel op loopafstand van het dorp, parallel aan de zeedijk, een groot gebied

ligt waar veel boeren biologisch-dynamisch of biologisch boeren, heeft de gemiddelde Sexbierumer daar niet veel mee op. Dat komt misschien ook doordat een groot deel van de bevolking werkt voor de grote tegenpool aan de andere kant van het dorp: de zeker 25 hectare aan kassen waar onder meer snackkomkommers, paprika’s en trostomaten vandaan komen. Wie toch duurzame groente wil, verbouwt die in de eigen tuin of haalt die bij de boeren zelf. In de dorpssupermarkt zie ik dan ook weinig terug van het biologische(-dynamische) aanbod uit de buurt. En glastuinbouwproducten uit de eigen streek mogen er niet eens liggen: de eigenaren van de kassen hebben een exclusief contract met Albert Heijn. Terwijl de snackkomkommers, paprika’s en trostomaten hier dus in grote vrachtwagens het dorp uitrijden, komen de groenten voor de plaatselijke Coop-supermarkt met een andere vrachtwagen het dorp weer binnen.

Mooie papieren zak

Toch bemerk ik een voorzichtige kentering. In de supermarkt hangen sinds kort groenten onder de mooie merknaam Waddengeluk, aan een mooi houten rek, in een mooie papieren zak, voorzien van een mooie tekst: ‘Gewassen die geteeld zijn onder deze bijzondere naam zijn ook bijzonder. De gewassen komen uit de Friese klei, gegroeid met de zilte lucht van de waddenwind.’ Volgens de eigenaar van de supermarkt lopen deze biologische waren wel, mede door de prachtige presentatie: sober en smakelijk tegelijk. Voor vis – wie eet er nog vlees? – gaat min of meer hetzelfde op. In de nabijgelegen haven

van Harlingen komt die in grote hoeveelheden binnen, maar in de plaatselijke winkels vind ik daar niets van terug. De reden: mensen staan de vissersboten op te wachten en kopen direct bij de visser, of bij de groothandel. Liever nog vissen en stropen ze zelf; bij onze Friese vriend hebben we heel wat toastjes met illegale paling op. Maar ook hier is sinds kort een voorzichtige kentering gaande. Pierewaaiend in Harlingen kregen we een prachtig vormgegeven kaartje in handen gedrukt. Elke twee weken kunnen consumenten op de Harlinger Vismarkt ‘rechtstreeks de verse vangsten vanuit zee kopen’. The times they are a-changin, ook hier. www.waddengeluk.nl

47


48

colu mn

Iedereen vegetariër!

T 

wee jaar geleden begon ik bij mijn autodealer eens over CO2-uitstoot. U moet weten dat ik een auto bezit die tot de categorie sportauto’s behoort en derhalve nogal hoog ingeschaald zit. Een ruim G-label, laten we maar zeggen. De dealer begon een verhandeling die niet zozeer ingestudeerd was maar toch duidelijk vaker was gegeven. Die CO2-emissie was wat hem betreft maar een nietszeggend begrip. Mijn auto was bijvoorbeeld veel duurzamer dan ieder ander merk. Wist ik wel dat tachtig procent van alle ooit door ‘mijn merk’ geproduceerde auto’s nog steeds rondreed? En dat de fijnstofuitstoot het allerlaagst was? En dat de uitstoot van al het autoverkeer ter wereld slechts van zeer beperkte invloed was op de totale uitstoot? Dat industrie, vliegverkeer en bio-industrie de echte schuldigen waren? Met een goed gevoel verliet ik mijn garage. Als vegetariër deed ik genoeg aan het CO2probleem. Zelfs zo veel dat ik me wel een auto met G-label kon permitteren. Het klinkt als een goedpratertje, maar er zit wel een waarheid in het ‘dealerbetoog’. Want inderdaad is de bio-industrie met twintig procent een grote veroorzaker van de wereldwijde

CO2-uitstoot. En dan hebben we het nog niet eens over het vrijkomen van het nog schadelijker methaan. Tel daar de grote afstanden bij op die uw vlees en veel van ons andere voedsel aflegt voordat het in onze supermarkten belandt. U eet biefstuk van de Argentijnse pampa’s, kip uit Vietnam en parmaham van Nederlandse varkens die eerst naar Italië worden getransporteerd en vervolgens als officiële Italiaanse vleeswaar terugkeren. Verder eten wij vaak (onvermoed) sinaasappelen uit ZuidAfrika, sperziebonen uit Kenia en Egypte, en appels uit Nieuw-Zeeland. Geenvleeseters Als de ingrediënmet een sportauto ten van ons bord allemaal een Air zijn goed bezig Miles-kaart hadden gehad, was het Jorzolino-badtextiel dat je bij inwisseling van je Miles kunt krijgen allang op geweest. Kortom, geenvleeseters zijn goed bezig, zelfs als ze in een sportauto met G-label rijden. Zeker wanneer ze als echte biofanatici ook nog eens alle herkomstbordjes in de supermarkt checken en groenten uit verre streken laten liggen. En als ze besluiten enkel seizoensgebonden te gaan eten – volgens onderzoek ook nog eens veel gezonder want aardbeien en frambozen in de winter, daar is ons lichaam helemaal niet op ingesteld. Dan kan volgens mij de maximumsnelheid voor vegetariërs met sportauto omhoog naar tenminste 220 kilometer per uur. Peter Michiel Schaap

r o d e

k o o l

u i t

d e

m e t r o p o o l

49

-

P

R

Q T

S U

uur Noord Nederland.

Een nog niet zo lang bestaand merk voor regionale biologische producten. Voortgekomen uit onvrede met het feit dat de relatie tussen boer en consument in de gangbare voedselindustrie nogal onzichtbaar en anoniem is geworden. ‘Wij willen de mens achter het product/bedrijf tonen, met zijn persoonlijke verhalen, drijfveren, idealen en passies’, aldus de website van ‘Puur’.

uinoa, smakelijke

uitheemse (LatijnsAmerikaanse) graansoort, verkrijgbaar bij de biologische winkel.

ransition Towns is

undvlees

. Het voeden van een mens met rund kost elf keer zoveel graan als het voeden van een mens met datzelfde graan. En voor een kilo rundvlees is duizend keer zoveel water nodig als voor een kilo graan. (bron: Carolyn Steel)

maaklessen. Hogeschool

Van Hall Larenstein in Leeuwarden is de noordelijke vraagbaak van het landelijk Steunpunt van Smaaklessen. Leerkrachten van de basisschool kunnen hier terecht voor lesmateriaal en tips voor activiteiten in de klas rond voedsel.

een internationaal netwerk van burgers die elkaar op lokaal niveau inspireren om minder olie-afhankelijk en duurzamer te leven. De beweging is begonnen in Engeland. Noordelijke gemeenschappen zijn te vinden in Leeuwarden, Joure, Weststellingwerf, Emmen, Westerveld, Haren en Groningen.

rban Green.

Webwinkel die planten, bloemen en andere benodigdheden verkoopt voor tuinen en gevels in de stad om het wonen daar ‘groener en lekkerder’ te maken. urban-green.nl


50

r o d e

k o o l

u i t

‘W 

ij willen dat mensen weer zélf verantwoordelijk worden voor de dieren die later als hun voedsel dienen. De beesten die ze nu eten, zien ze nooit. Die zijn alleen nog maar een product.’ Beeldend kunstenaars Elles Kiers en Sjef Meijman werken op het terrein van het locatietheater-gezelschap PeerGrouP aan ‘Varkenshuis.’ Wie dit terrein tussen Norg en Donderen oploopt, ziet meteen drie gevlekte varkens rondscharrelen. Ze knorren tevreden, wroeten in de bodem en liggen even later in een modderpoel. Wekken kortom de indruk zeer tevreden te zijn met hun bestaan. Ze hebben dan ook een bosgebied van zo’n drie hectare ter beschikking. ‘Het zijn Bunte Bentheimers’, zegt Kiers. ‘Ze leven van wat de natuur biedt en van al het voedselafval dat wij hier met elkaar produceren. In tegenstelling tot de varkens die in grote stallen leven, vervelen ze zich hier geen moment.’ De samenwerking tussen Kiers en Meijman enerzijds en de Bunte Bentheimers anderzijds begon in 2010 te Coevorden. Meijman: ‘Daar noemden we ons onderzoeksproject “Varkensjaar”. Samen met een aantal ‘hulpboeren’ hebben we er langdurig met de varkens samengeleefd om hun gedrag te

d e

m e t r o p o o l

-

bestuderen en om met mensen in gesprek te komen over voedsel en de voedingsindustrie. Dat was verhelderend, want de verhouding tussen het dier en zijn producten is abstract geworden.’ Kiers: ‘We kijken of het mogelijk is de kringloop te herstellen. Het varken eet ons afval, dat op deze manier een nuttige functie krijgt, en wij eten vervolgens na enige tijd het varken. Zo is de cirkel rond.’ Meijman vult aan: ‘We willen onderzoeken hoeveel afval een varken nodig heeft. Hoeveel afval, en dus hoeveel mensen, past bij een bepaald aantal varkens?’ De kunstenaars zijn nu op zoek naar een dorp of een stadswijk waar de gezamenlijke bewoners in een zelfgebouwd onderkomen – het varkenshuis – twee varkens willen houden om daarmee het contact met dieren die als voedsel dienen te herstellen. ‘Want na verloop van tijd worden ze geslacht en opgegeten’, zegt Meijman. ‘Maar dan weten de buurtbewoners in ieder geval precies wat ze op hun bord hebben liggen.’ Kiers benadrukt dat ze geen kritiek willen leveren op de individuele boer. ‘Die heeft om economische redenen vaak geen keus. De consument is de enige die voor échte veranderingen kan zorgen.’

51

www.peergroup.nl

De PeerGrouP en het Varkenshuis tekst Lukas Koops, foto Harry Cock


52

n o o r d e r b r e e d t e

-

d o s s i e r

E 

en argeloze toerist die tijdens een citytrip vanuit de metro Union Square opstapt, kan verbaasd staan. Midden in Manhattan, omringd door hoogbouw, is het hier iedere maandag, woensdag, vrijdag en zaterdag markt. Geen gewone markt. Nee, de producten die hier aangeboden worden, komen uit de directe omgeving van New York: groente, fruit, kaas, brood, eieren, vis, vlees, planten, bloemen… Daarbij is het een pure producentenmarkt: hier koop je niet via tussenhandel, maar rechtstreeks via boer, visser of producent. Het zorgt voor een wonderlijk tafereel, al die kleine kraampjes met een veelheid aan producten: het ‘boerenleven’ in het midden van een wereldstad. De organisatie achter de Union Square Greenmarket, zoals de markt officieel heet, is Grow-

Verse blueberries tussen de wolkenkrabbers De Greenmarkets van NYC door Peter Michiel Schaap

53 NYC. Deze inmiddels veertigjarige non-profitorganisatie heeft een nobele doelstelling: ‘to improve New York City’s quality of life through environmental programs that transform communities block by block and empower all New Yorkers to secure a clean and healthy environment for future generations.’ Dat doet ze met educatieprogramma’s en community gardening, en door recycling en allerhande andere ‘groene’ activiteiten te stimuleren. Sinds 1976 organiseert GrowNYC de markt. Eerst op een parkeerplaats in East Midtown met 12 boeren en producenten, tegenwoordig alleen al in Manhatten op 19 plekken: van City Hall op Lower Manhatan tot 175 street, helemaal bovenin. Verder zijn er markten in Brooklyn, Queens, The Bronx en Staten Island: 54 in totaal met ruim 225 aangesloten boeren, vissers en andere producenten. Met de markten stimuleert de organisatie bewust de directe handel, het contact tussen consument en producent en de toegang van alle New Yorkers tot vers, goed en regionaal geproduceerd voedsel. In een stad die misschien wel het beste voorbeeld is van de continue economische en culturele integratie, illustreert dit op een prachtige manier hoe globalisering en regionalisering naast elkaar kunnen staan of zelfs in elkaar overlopen. Geïnteresseerd? Vergeet dan tijdens een trip naar New York niet een Greenmarket te bezoeken. Union Square is prachtig, maar ook de Greenmarket op Grand Army Plaza, midden in Brooklyn, is een aanrader. Kijk ook eens op de site van de organisatie, met veel informatie over de GrowNYC activiteiten en gezond eten: www.grownyc.org


54

n o o r d e r b r e e d t e

d o o r L e o n i e We n d k e r e n Petra Pauw, illustratie J e l l e F. P o s t

Niet in het bezit van een grote tuin, maar wél van een balkon en (veel) zon?

K 

week dan je eigen groenten en kruiden in pot en geniet een paar weken later van het gezonde en onbespoten resultaat op je bord. Potten zijn flexibel en verplaatsbaar en je kunt er planten de ideale grond in geven voor een perfecte groei. Heb je een klein balkonnetje, hang dan bakken of zakken aan een reling of muur. En bedenk dat niet elk balkon even zwaar

-

d o s s ie r

kan worden belast . Vierkante plastic, zinken of rieten bakken nemen minder ruimte in dan ronde en zijn minder zwaar dan stenen of terracotta bakken. Zorg voor voldoende afwatering (gat onder in de pot, daarop oude scherven of steentjes en onder de pot een schaal). TIP: vul de potten met krantenpapier. Dit houdt het water langer vast, heeft een isolerende werking en zorgt als het gaat rotten voor organische voeding. Denk ook goed na over het gebruik van je balkon. Wil je er tijdens een mooie zomeravond ook nog een glas rosé kunnen drinken? Houd dan een plekje vrij.

Aan de slag

Gebruik geen tuinaarde, maar goede potgrond (er is zelfs speciale potgrond te koop met gerecycled materiaal eraan toegevoegd dat zeer geschikt is om groenten te kweken). Afhankelijk van de wensen van je

plant, kun je extra mestblokjes toevoegen. Vanaf half mei kun je de meeste groenten en kruiden buiten ter plekke in de pot zaaien. Volg de aanwijzingen op het zakje. Vind je zaaien te veel gedoe? Er zijn ook volop kant-en-klare kruiden en jonge plantjes te koop op de markt, online of bij een biologische kwekerij, zoals De Keukentuin in Zuidbroek.

Verzorging

Potplanten hebben iedere dag water nodig: ’s ochtends én ’s avonds, ook al heeft het geregend. Vang daarvoor, als het even kan, regenwater op in een regenton. Laat het water iets opwarmen: planten kunnen schrikken van koud water. Sommige planten hebben steun nodig, in de vorm van stokken of een rek dat je tegen de muur bevestigt. Hieronder een aantal voorbeelden van makkelijk zelf te kweken groenten, kruiden en fruit.

Balkonieren!

meerjarige rucola/ raketsla Makkelijk, komt ieder jaar terug Grond: losse, iets vochtige vruchtbare grond Standplaats: zon, halfschaduw Buiten zaaien: vanaf begin maart tot november Oogsten: jong blad vóór de bloei oogsten (drie tot vijf weken na zaaien)

oost-indische kers (klim- of hangplant) Eetbare bloemen, blaadjes én knoppen (‘kappertjes’) Grond: niet al te rijke grond Standplaats: zon Buiten zaaien: vanaf mei Oogsten: juli tot oktober (bloemen)

courgettes (kruipende plant, neemt wel veel ruimte, gebruik bij voorbeeld een speciebak) Oogst kleine vruchten en frituur de bloemen Grond: rijke, vochtige, goed bemeste grond Standplaats: warme, zonnige plek Buiten zaaien: vanaf eind mei Oogsten: vanaf eind juli blijven oogsten, er komt geen einde aan!

herfstframbozen Maak je eigen frambozenjam of sorbetijs Grond: luchtige goed doorlatende potgrond, extra bijmesten Standplaats: warme, zonnige plek Buiten uitplanten: vanaf half mei 30-50 centimeter uit elkaar, en ieder jaar in maart verpotten Oogsten: half augustus-eind oktober

kerstomaatjes (klim- of hangplant) Lekker en gezond, goed opbinden Grond: rijke goed bemeste grond (tomatenmest) Standplaats: zon! Binnen voorgezaaide of gekochte plantjes vanaf half mei naar buiten Oogsten: half augustus t/m september

Meer lezen over moestuinieren op kleine schaal? Zie bijvoorbeeld Zelfgeoogst, door Marian Flint, uitgeverij Snor, € 14,95v

55


r o d e

k o o l

u i t

d e

V

ergeten groenten.

Noorderbreedte geeft het Noorden smaak Deze publicatie over buurtvoedsel is een speciale uitgave van Noorderbreedte, al bijna 35 jaar hét tijdschrift over Friesland, Groningen en Drenthe. Behalve themanummers maakt de onafhankelijke redactie, samen met gerenommeerde fotografen en auteurs, vijf keer per jaar een prikkelende ‘gewone’ editie. Daarin gaat het over actuele en historische ontwikkelingen op het gebied van landschap, natuur, cultuurhistorie, architectuur, stad en platteland, kunst en fotografie. Zo hoopt Noorderbreedte burgers, bestuurders, beleidsmakers, vakmensen en maatschappelijke organisaties te inspireren tot (debat over) een zorgvuldige omgang met de noordelijke leefomgeving. ‘Het publiek debat, kwaliteit en cultuur: daarvoor staat Noorderbreedte. Abonneren svp, kopen dat blad’, schreef Max van den Berg in zijn weblog. Voelt u zich net als de makers van Noorderbreedte betrokken bij het Noorden? Voor € 37,50 ontvangt u de vijf reguliere nummers plus de extra uitgave(n). Met de antwoordkaarten in dit nummer kunt u zich opgeven als abonnee, of Noorderbreedte cadeau geven aan een ander.

......... Stichting Platform GRAS is het architectuurcentrum van Groningen. Haar missie: het stimuleren en aanjagen van de kennis van, en het debat over de gebouwde omgeving. GRAS geeft hier met tal van projecten invulling aan: van debatten en lezingen tot tentoonstellingen, boeken en bijzondere projecten, ‘online’ en in de ‘echte’ wereld. Platform GRAS werkt ideëel en als een onafhankelijke culturele onderneming. Elk jaar wordt een divers basisprogramma samengesteld, afgestemd op een brede doelgroep. Dit wordt aangevuld met bijzondere (samenwerkings) projecten en externe opdrachten. Afgelopen jaar besteedde GRAS met het onderzoeksproject De Schijf van Vijf uitvoerig aandacht aan de relatie tussen voedsel en de stad. Dit landde in augustus 2010 in de Noorderzonvoorstelling Proef Noord, die GRAS maakte met onder andere het Noord Nederlands Toneel, de Smaak van het Noorden en Onix architecten. Als voorlopige afsluiting van De Schijf van Vijf werkte GRAS mee aan deze speciale aflevering van Noorderbreedte

In de Tuinen van Weldadigheid in Veenhuizen kweken Lambert Sijens en Jolanda Loonstra bijzondere en vergeten groenten: vooral Nederlandse variëteiten maar ook allerlei noordelijke rassen. Daarnaast proberen ze van alles uit dat een afwijkende kleur, vorm of smaak heeft waaronder exoten zoals olijfkomkommers en palmkool. Bijna alle groenten zijn overigens ooit als exoot naar Nederland gekomen, aldus Sijens en Loonstra. Fruit, kruiden en bloemen vind je ook in hun tuinen. Het bedrijf combineert tuinbouw, natuur en landschap met zorg, recreatie en educatie. Open van juni t/m september op woensdagmiddag en zondag. www. detuinenvanweldadigheid.nl

Y

‘Yoghurtijs’

Google en ‘Drenthe’ en je krijgt 1540 hits. Zo kwam IJsboerderij Sonneclaer in Fluitenberg bovendrijven, een biologische melkveebedrijf in een bosrijke omgeving, waar veertig koeien in dienst staan van de productie van roomijs, sorbetijs en yoghurtijs.

m e t r o p o o l

57

-

W

   addengoud.

Streekmerk (sinds 2003) voor producenten uit de Waddenregio. In aanmerking komen producten waarvan de grondstoffen in de Waddenstreek op duurzame wijze zijn voortgebracht, bewerkt en verwerkt. Behalve producten als duinwijn en lamsorenmosterd kregen vorig jaar ook zes fotografen het keurmerk vanwege hun specialisatie in ‘Waddenfotografie’.

Z

aai-ster.

Groothandel in biologische verswaren, gevestigd in Leek en gericht op de noordelijke markt. Levert onder meer aan natuurvoedingswinkels, restaurants, supermarkten en bedrijven. De Zaai-ster distribueert ook het Odin Groentenabonnement en is initiatiefnemer van het merk Puur Noord Nederland.


58

n o o r d e r b r e e d t e

-

d o s s i e r

r o d e

k o o l

u i t

d e

m e t r o p o o l

59

-

M e er wet en o ver et en Boeken

minder eten moeten kopen en er meer voor moeten betalen.

Ons eten Mac van Dinther (2011)

Eat This! Het kookpunt van publiek domein Maurice Nio en Joan Almekinders (2006)

Volkskrantjournalist Mac van Dinther dook in de wereld achter het bord. Hij liep maandenlang mee met boeren, keek achter de schermen van de voedselindustrie en bezocht ook tegenhangers om te achterhalen wat het verschil is tussen gangbaar en biologisch geproduceerd eten. Niet eerder, aldus uitgever Minestrone, gaven bedrijven als Unilever, Albert Heijn, VION en FrieslandCampina zo openlijk een inkijkje in hun keuken.

Pleidooi voor echt eten, Michael Pollan (2008) ‘Eet nooit iets wat je overgrootmoeder niet als voedsel zou herkennen’, is het advies van de auteur. Hij rekent af met de alomtegenwoordigheid van vage, voedselachtige substanties die volgens de industrie heel goed voor ons zijn. We zouden, stelt hij verder,

Voedsel kan het publieke domein verrijken, menen de auteurs, beide architect. In Eat This! beschrijven ze beroemde markten en bedenken ze eetgelegenheden.

Slow Food. The Case for Taste Carlo Petrini (2003) Het in Italië ontsproten antwoord op fast food. Een inmiddels bekend pleidooi voor smaakvolle producten van goede kwaliteit, die duurzaam zijn geproduceerd.

en ook:

Carolyn Steel, De hongerige stad. Hoe voedsel ons leven vormt (2011), zie elders in dit nummer Maguelonne Toussaint-Samat, A history of food (2009) Richard Reynolds, On Guerrilla Gardening. A Handbook For

Gardening Without Boundaries (2009) Kenneth F. Kiple, A Moveable Feast. Ten Millennia of Food Globalization (2007) Carlo Petrini en Gigi Padovani, Slow Food Revolution: A New Culture for Dining and Living (2006) Massimo Montanari, Food is Culture (2006) Richard Wilk, Fast Food/Slow Food. The Cultural Economy of the Global Food Ssystem (2006)

Websites organiclinker.com Bereken hier uw foodprint en carbonprint biogids.nl Zoek verkooppunten van biologische producten in de buurt slowfood.nl De website van Slow Food Nederland nederlandsestreekproducten.nl Database voor streekproducten uit heel Nederland grownyc.org De website van GrowNYC, de

organisator van de New Yorkse Greenmarkets freegan.info Alternatieve levensstrategieën gebundeld louisbolk.org Het Louis Bolk Instituut doet onderzoek naar onder andere duurzame landbouw dakdokters.nl - Gespecialiseerd in groendaken

Taste the Waste

Films & documentaires

Tom Bliss (Verenigde Staten, 2010) Pleidooi voor stadslandbouw. De film laat enkele inspirerende initiatieven zien, zowel op economisch als stedenbouwkundig vlak.

Smakelijk eten! Walther Grotenhuis (Nederland, 2011) Fruit en vlees reizen de hele wereld over en liggen toch betaalbaar in de schappen. De wereld is onze supermarkt geworden. Maar wat is nu de echte prijs van voedsel? Waar komt het vandaan, door wiens handen is het gegaan, wie heeft eraan verdiend, en wie niet?

Valentin Thurn (Duitsland 2010) Deze film toont de schokkende minachting van de westerse wereld voor voedsel en de hongerende medemens. En laat zien waarom er zoveel eten wordt weggegooid en wat burgers/consumenten daaraan kunnen veranderen.

The Urbal Fix

Our Daily Bread Nikolaus Geyrhalter (Duitsland, 2007) Twee jaar lang richtte Nikolaus Geyrhalter zijn camera op de Europese voedselindustrie. Op het ritme van de machines geeft de regisseur een inkijk

in de productielijnen van ons voedselaanbod: van de fruitkweek in het zuiden van Spanje tot de kippenkwekerij om de hoek.

en ook:

Fresh - Ana Sofia Jones (Verenigde Staten, 2009) Under the Green Sun - Chantal Lasbat (Frankrijk, 2009) Food, Inc. - Robert Kenner (Verenigde Staten, 2008) The Garden - Scott Hamilton Kennedy (Verenigde Staten, 2008) Black Gold – Marc Francis, Nick Francis (2007) We Feed the World - Erwin Wagenhofer (Oostenrijk, 2005) (verzameld door door Peter Michiel Schaap en Annemarie Kok)


Stichting Makeblijde www.makeblijde.nl


Architectuurcentrum Makeblijde – JP 2011 Salons DE BINNENPLAATS & Plusproject DIG SALONS DE BINNENPLAATS:

De Binnenplaats Groene ontmoeting & Openluchtgesprekken

‘De Binnenplaats’ zijn ‘Groene ontmoetingen & Openluchtgesprekken’ in de vorm van salons, waarbij actuele ‘groene’ onderwerpen met betrekking tot ruimtelijk beleid en stedenbouw met deskundige en betrokkenen nader worden bediscussieerd. De georganiseerde bijeenkomsten zijn zowel op uitnodiging als open, met een wisselende samenstelling van de deelnemers. ‘De Binnenplaats’ bestaat uit themamiddagen waarin experts, ondernemers, bestuurders, ecologen, beleidsmakers, landschapscoördinator Houten en bewoners elkaar ontmoeten en actief met elkaar ‘brainstormen’ en in debat gaan. Bij elke ‘Groene ontmoeting & Openluchtgesprek’ wordt vooraf een beleidsmaker, cultuurmaker, ecoloog en gebruiker gevraagd naar een gewenste nieuwe invulling van plek, gebied of structuur. Het doel van deze ontmoetingen is diverse experts en bewoners bij elkaar te brengen en gesprekken over ruimtelijke onderwerpen op de agenda te zetten. Daarbij willen we de kennis door de spelers zelf laten optekenen en genereren: uitwisseling van kennis, actief meedenken over probleemstellingen die er op dit moment in de gemeente Houten op ruimtelijk gebied spelen en de kansen voor nieuwe ontwikkelingen voor het landschappelijke en stedelijke gebied tegen het licht houden. Architectuurcentrum Makeblijde wil daarbij expertise koppelen, dwarsverbanden (open) leggen, en mogelijkerwijs nieuwe ruimtelijke ontwerp aanzetten zichtbaar maken.


De verslagen van de bijeenkomsten worden gebundeld en zijn dan als pdf te downloaden op de nieuwe website van Architectuurcentrum Makeblijde. Tijdschema: november 2011 tot en met februari 2012 Salon1: Ecologie GROEN & ROOD ALS GESLOTEN KRINGLOOP Wat is de potentie van gesloten eco-systemen binnen de grenzen van een geografisch afgebakend gebied? De geografische strikte scheiding van rood en groen biedt een uitgelezen kans om na te gaan wat de potentie is van het gebied als een grensoverschrijdend maar gesloten kringloopsysteem. • Wat zijn de benodigde actoren voor een impuls naar een dergelijke ontwikkeling? • Wat zijn de ruimtelijke consequenties van dit concept? • Welke civieltechnische of industriële technologie heb je nodig binnen dit gebied? Een aantal voorbeeldscenario’s zal worden gepresenteerd, zoals Agro Eco Park Horst (Wageningen UR), Ruraal park (Alterra Wageningen UR), Zonneterp Innovatie netwerk groene ruimte en het agro-cluster Agropolis. Een ‘professional’ van Alterra Wageningen UR zal deze projecten voor de groep nader toelichten zodat de aanwezige groep de expertise kan terugkoppelen naar het gebied Houten. Hierbij komt de afhankelijkheidsrelatie tussen energievoorziening, voedselproductie en klimaatbeheersing aan de orde, met tevens de onderwerpen duurzaamheid, democratie en particulier initiatief. (Deelnemers (o.v.): Ondernemersinitiatief Adem, ondernemer Gepco de Kruijff, Energiemaatschappij Thermo Bello, Pilot project gesloten kringloop Zonneterp, Vereniging Ecodorp) Saon 2: Sociaal-cultureel VOORBIJ DE MONO-FUNCTIONELE OPENBARE RUIMTE Welke functie kan Stadslandbouw hebben binnen de situatie van deze Vinex? De argumenten die doorgaans voor stadslandbouw aangevoerd worden zijn nauwelijks toepasbaar op een Vinex als Houten. Er zijn geen ruimte claims op schaarse openbare ruimte en de


productie lijnen van voedsel zijn kort, tenminste als je streekproducten koopt. Aan educatie is ook geen gebrek met Schalkwijk om de hoek. De Schalkwijse fruittelers doen al mee aan adopteer een appelboom en ander initiatieven. Je kunt stadslandbouw zien als een (zorg)instrument om duurzame sociaal-culturele kernen te creëren in een omgeving die bewoond wordt door een populatie van mensen die hun sociale culturele omgeving niet met hun woonomgeving vereenzelvigen. (familie – auto - fiets - mensen). Houten gaat uit van de kleinste biotoop, namelijk de autofamilie. Daarom is het een zee van huizen met trapveldjes en een ringweg. Stadslandbouw kan in een omgeving als Houten “ p laatsen maken” . Het bestaan van plekken die gekend en herkend worden. Dat is een belangrijke stap naar het creëren van lokale identiteiten. Iets wat Houten ontbeert. Gedeelde Identiteit is een blangrijke actor voor het ontwikkelen van initiatieven. Houten voert beleid om alle collectieve activiteiten buiten de ring te plaatsen. Dat wil zeggen dat je dus altijd ergens naar toe gaat. Dit is volledig in overeenstemming met het concept Houten. Mooi zou zijn als er binnen Houten ook beleefbare plekken bestaan die je vertellen waar je bent. Die je gewoon kunt passeren Die enige emotie oproepen. Die een sociaal of ecologisch verhaal vertellen. Je kunt zelf denken aan een herkenbaar netwerk door Houten heen. Het volkstuinen complex ligt ook in een gebied met veel nadere culturele voorzieningen maar niet in een woonomgeving. Steekwoorden: Community Supported Agriculture (CSA) / Rolmodellen voor een dynamischere openbare ruimte als voorwaarde voor duurzaam welzijn in Houten (Deelnemers (o.v.): Marco van Steekelenburg (geb. 1973 te Wateringen), urban planning (TU Delft), voedselcultuur in Deltagebieden, Stadsboerderij Almere, Bas Huslage, Smaakexplosies, Heembrug Terrain, moleculaire koken, http://www.zaaipret.nl/, http://stadstuinbouw.blogspot.com/) Salon 3: Praktijk / Sociale Ecologie ECOWIJK - HEK OF KIEM ? Wat zijn de positieve en negatieve consequenties van het inbreiden van Houten met zogenoemde ecowijken? Is deze ecologische ruimte een gecontroleerde ruimte? Is een ecowijk de eerste aanzet voor een grote gesloten kringloop van het totale gebied?


Is een ecowijk een ecologische kiem of een nieuwe ‘gated-community’? Deze bijeenkomst wil ervaring uitwisselen met andere centra en geïnteresseerden binnen de lokale en regionale initiatieven die zich hiermee bezig houden. Voorop staat hierbij een evaluatie van beproefde strategieën en projecten en de vraag naar de toepasbaarheid en de mogelijke sociaal culturele en ecologische gevolgen voor een stad als Houten. (Deelnemers (o.v.): Initiatief Transition Towns Houten, Ecowijk Lanxmeer Culemborg, Ecodorp Het Carré Delfgauw) Salon 4: Toekomst STRATEGIEN EN TOEKOMST SCENARIO'S NEW TOWNS Wat zijn vergelijkbare groene steden die nu met een veranderende bevolkingssamenstelling te maken hebben? In Houten, de groene modelstad, oftewel ‘garden city’, was alles ontworpen voor de bevolkingsamenstelling van een gewone Vinex-stad: families - ouders met kinderen, waarop de groenruimtes werden afgestemd. Voorzieningen als cafés, dancings, theaters, bibliotheken, winkels, etc. zijn er later bij gekomen, en voornamelijk in de nieuwe centra gebundeld. De woonwijken zijn voor het wonen, de stad dichtbij is het uitgaanscentrum, zodat het wonen lekker rustig wonen blijft. Maar nu de kinderen zijn opgegroeid en ze tot de generatie van jongeren behoren, denken ze na of ze nog in de stad Houten willen blijven wonen. Anderen zijn intussen onderdeel van de bevolkingsgroep ‘senioren’ geworden. Biedt de stad nog genoeg aan belevingsmogelijkheden voor deze verschuivende bevolkingssamenstelling? Of is de modelstad uit zijn jasje gegroeid? Zal Houten zich opnieuw moeten gaan uitvinden? Het ontwikkelen van een dynamische stadsidentiteit van Houten laat zich niet sturen. Voldoet Houten nog aan de verwachtingen? Zijn nieuwe inzichten en ideeën op het gebied van ecologie, duurzaamheid en klimaat een reden om het systeem Houten aan te passen? Waar liggen de mogelijkheden om actuele mentaliteitsveranderingen op het gebied van duurzaamheid te vertalen? De bevindingen van Salon 1 t/m Salon 3 zouden besproken kunnen worden met representanten uit andere Vinex locaties. (Deelnemers (o.v.): International New Town Institute Almere, selectie vinex bewoners voortkomend uit vorige salons)


JAARPROGRAMMA plus Architectuurcentrum Makeblijde ter Houten camp.ism (Calanne Moroney, www.campism.org) i.s.m. Architectuurcentrum Makeblijde ter Houten

Dit project verwijst naar de term ‘Achtertuin’ - ooit een titel van schrijver Jan Wolkers die zijn achtertuin als biotoop observeerde. Het wil groen gebied en jeugd samenbrengen op een stimulerende manier dat resulteert in een engagement in de eigen buurt. En het wil de interesse en verantwoordelijkheid voor de eigen omgeving aanwakkeren. De activiteiten lopen het groeiseizoen door. Het zelfkweken van voedsel wordt aangewend als middel om over voedselbewustzijn en solidaire economie te spreken, teamsverband te onderzoeken en de creativiteit van jongeren te prikkelen: met voedsel en voedselkennis als catalysator. Het Plan Er worden mobiele groeiframes op verschillende plaatsen in het openbaar groen in Houten geplaatst. Elke site hoort bij een team van 4 t/m 8 jongeren. Die verantwoordelijke teams worden gevraagd om hun frame te bekleden, behangen, beleven en beheren met eetbare planten en groen, tot het eind van de zomer 2011. Documentatie over hun frame en discussies die hieruit komen, worden door middel van een blog gepubliceerd en bijgehouden. Op die manier wordt kennis uitgewisseld met experts en met elkaar. De kennis wordt opgedaan door middel van tuinierworkshops, practische begeleider-bezoeken, een lezing en via een actief doorlopende communicatie tussen deelnemers en begeleiders op de blog. Het project DIG eindigt in twee momenten - een kookworkshop waarin het eten dat gekweekt is naar een ludieke maaltijd getransformeerd wordt onder begeleiding van een creatieve vega-kok; en een reisende


presentatie/tentoonstelling van het hele project. Er komt ook een verkiezing van het beste team, de beste framebekleding, de beste blog, de grootste pompoen, enzovoorts. Het draait niet enkel rond de eetbare tuin-frames, maar ook rond de manier van documenteren, het grafische bestaan van het team, de mogelijkheden van bloggen en het ontwikkelen van een eigen plek met een eigen identiteit; en een lekkere verse zelfgekweekte aardbei kan natuurlijk geen kwaad! De kern van het project is het plaatsen en beheren van een paar basis frames om verder met de jongeren te bekleden en in te vullen met eetbare planten. Achter de kromming van het frame is een zitplek. De lokaties van deze karretjes zijn liefst in de openbaar ruimte om maximum exposure te hebben, maar semiopenbare grond is ook geschikt. De blog wordt het communicatiemiddel waarbij links, discussies en documentaties van elke framegroep gevolgd kan worden. Groepsidentiteit en concurrentie tussen die frames worden aangespoord. Elk frame wordt bekleed, beplant, beheerd en bewoond. Dit en het blog-gebruik wordt begeleid en geinspireerd door een coĂśrdinator door middel van tweewekelijks bezoeken en digitaal contact. Het project gebruikt het verbouwen en zelfkweken van een groentenhangplek als een manier om zich de wereld toe te eigenen, als een sleutel om diepere kwesties over de samenleving te stellen en als stimulans tot algemene bewustwording. Publieke ruimten binnen het (groene) weefsel van Houten en het Park Makeblijde worden als ‘mothership’ aan het project gekoppeld , voor workshops, lezingen en presentaties. Liefst worden de frames in een wijk of naast elkaar liggende wijken gezet om interactie te bevorderen. Te verwachten resultaten De blog/webarchief en tentoonstelling vormen de presentatie van het project naar buiten toe. Documentatie wordt hierbij verspreid, over de eetbare tuinen, het teamverband en de teamacties, links, discussies en ideeen die hierdoor onstaan. De kookworkshop wordt op een Open Dag gehouden bij het Park en zo het project en de acties van de jongeren getoond en doorverteld. Door een frame in het Park Makeblijde neer te zetten, blijft er een permanente manifestatie van het project. Die frame zou het begin van een andere voedselproject bij het park Makeblijde kunnen worden. Er is ook de mogelijkheid het omgaan met de openbare ruimte te analyseren in het context van deze project - hoe de jongeren tegenover staan, wat mogelijk was, hoe het beleid van Houten tegenoverstaat enzovoorts. Externe mense kunnen hiervoor gevraagd worden, bijvoorbeeld Marinke Steenhuis, stedenbouwkundige onderzoeker.


planning 2011

voorbereiding contact legging met

jongerenorganisaties opzetten blog april 2011 presentatie project Houten eind maart 2012 opening presentatie eind april 2012 workshop #1 > plaatsen van frames eind april 2012 blogs opzetten begin mei 2012 workshop #2 > tuineren en bekleding mid mei 2012 workshop #3 > verder tuineren en bekleding eind mei 2012 lezing stadslandbouw eind augustus 2012 workshop #4 koken met gekweekte groenten en kruiden eind oktober 2012 eind presentatie & opening tentoonstelling Naast aankondigingen via het netwerk/nieuwsbrief van Architectuurcentrum Makeblijde, worden er ook andere kanalen gebruikt: de lichtkrant, flyeren tijdens de evenementen georganiseerd door Makeblijde in het Park. Daarnaast wordt er gebruik gemaakt van lokale kranten, buurtkranten en andere mailinglijsten van betrokken partijen. In bespreking met de jongeren, zou een Facebookpagina/campagne, twitter en andere online social networks gebruikt kunnen worden. De blogreeks, met intro pagina, zal als het online info-punt functioneren. projectlancering Het project werd gepresenteerd op 15 April 2011 bij een tuinadvies dag georganiseerd door Makeblijde [Sietze van der Wal]. Op deze avond, konden de geinteresseerden zich inschrijven. Daarna werd persoonlijk contact gezocht met de jongerenorganisaties, om het traject van het project vast te zetten. De presentatie in maart 2012 zal de verwachtingen en doelen uitlijnen, inspiratie geven en het project lanceren. door > Calanne Moroney [camp.ism] workshops en lezing Deze worden voor de jongeren ontwikkeld, in samenwerking met jongerenwerk en camp.ism, en dienen als (educatieve) ondersteuning voor het aanleggen van de eetbare tuinen in het stedelijk weefsel van Houten en het bijhouden van de online documentatie en communicatie. Daarvoor worden ook mensen uit de praktijk uitgenodigd om over hun ervaringen te vertellen. Ondersteuning voor het tuineren zelf komt in de vorm van een workshop met tuiniers, voedselactivisten en een lezing door stadslandbouw-academici. De nadruk zal op de ‘street-cred’ van het proces liggen. Terwijl de productie van eigen voedsel het schijnbaar doel is, is het daarnaast ook een middel om jongeren dieper in het onderwerp te laten duiken.


workshop I [Makeblijde & op locaties in Houten] Eerste deel van het workshop is het samenstellen van de frames. De frames van bamboo, staal en wielen, worden zo aangeleverd dat alle onderdelen klaar zijn om in elkaar te schroeven. Er wordt een aktie rondom het plaatsen van de frames op lokatie met de deelnemers bedacht en er wordt een begin gemaakt met het bekleden en beplanten. Bij het bedekken en bekleden van de frames zal gebruik gemaakt worden van gevonden en bijzondere materialen. De frames worden ter plekke goed vastgemaakt [op welke manier is nader te bepalen – afhankelijk van de lokaties]. door > Calanne Moroney[camp.ism] & Geert Hutsebaut [Hamaai:bouwer, kunstenaar, framemaker] workshop II [op locaties in Houten] Deze workshop opent met praktische tips en er wordt kennis gedeeld over het kweken van groenten en kruiden. Er wordt een groente planning gemaakt om in te schatten wat voor eind augustus 2012 geoogst zou kunnen worden [in voorbereiding voor het kookworkshop] door > Janneke Steenmans [biologisch boer] & Calanne Moroney[camp.ism] workshop III [op locaties in Houten] verdere praktische tips en kennis delen over het kweken van groenten en kruiden, met begeleide discussies over het waarom van zelfkweken en andere kwesties en argumenten rondom kleinschalige community-agriculture. door > Flip Vonk [landbouwactivist en tuinder] & Calanne Moroney[camp.ism] lezing & fietstocht [Makeblijde & locaties in Houten] Een lezing over de betekenis en het belang van stadslandbouw en community gardens in London en andere steden [wordt vertaald naar nederlands]. In de namiddag, voor de lezing, is er een fiesttocht langs de frames, voor een informele kennisuitwisseling. Mikey Tomkins zal in de loop van het hele project deelnemen aan het webarchief. Mikey Tomkins is een PhD student bij University of Brighton, VK. Sinds zes jaren, onderzoekt hij de motivaties, belemmeringen en potenties van stedelijke gebieden om voedsel te produceren. Terwijl het werk academisch is in natuur, is de praktijk eerder participeerend; tuineren met bewoners het jaar door om het fenomeen te bekijken en documenteren. Het onderzoek onderzoekt gemeenschapstuinen, openbare ruimten en commerciele ondernemingen. De persoonlijke dromen van de


tuinders en bredere kwesties van het voederen van steden, beide begrippen in het term ‘stadslandbouw’ te vinden, worden hierbij onderzocht. door > Mikey Tompson, phD in stadslandbouw en community, University of Brighton, UK informatie : bloggen Via de intro-pagina van Architectuurcentrum Makeblijde en de website van Makeblijde, zal elke groep/plek zijn eigen blog presenteren. Hier zullen de communicatie, het beeldmateriaal, links en advies worden uitgewisseld. Een website wordt opgezet als documentatie, promotie, informatieverspreiding en als publicatie van het wekelijks gebeuren. Elke groep/site zal een blog hebben waarin de ontwerpen, plannen, ervaringen en verhalen gelezen kunnen worden, met beelden en video’s. Dit wordt streng gemodereerd zodat de inhoud gefocust blijft op de eerder aangehaalde aspecten. Deze interactie zal de kern van de activiteit vormen. Een Facebook groep, twitter en andere social-network tools zullen naar verwachting tevens worden aangewend. door > Calanne Moroney[camp.ism], Niels Beuen [web beheer] begeleiding & beheer [op locaties in Houten] De frames worden stevig gemaakt en ter plekke vastgezet. Om de twee weken, wordt elk frame en team bezocht [op een afgesproken tijstip]. In deze sessies zullen er vragen gesteld worden over de stand van zaken, in verband met de tuin zelf, de ontwikkling van de groepsidentiteit en de documentatie. Naast deze bezoeken, wordt het verloop van het project en team-verband ondersteund door het wederzijdse bijhouden en intensief gebruik van de blog per site [zie hierboven]. door > Calanne Moroney[camp.ism] met hovenier/tuiner erbij, ntb koken in de binnentuin van Makeblijde Het meest vanzelfsprekende doel is het produceren van voedsel om mee te kunnen spelen. Aan het eind van het project zal Barbara Paternotte [Guerrilla Mixer, een creatieve Kok gevestigd in Amsterdam] met de zelf gekweekte groenten en kruiden, in samenwerking met Architectuurcentrum Makeblijde, een kookworkshop organiseren. Als het weer goed is, kan dit buiten gebeuren als ludiek grill-bbq aktie. Dit is gepland eind augustus 2012 en wordt tijdens een streekmaaltijd evenement gehouden. Er wordt een schort per team/groep gemaakt en bedrukt om de groepsidenditeit te benadrukken . woord van de kok: “ H et leuke van de groeiende populariteit van koken, is dat


meer en meer mensen (weer) interesse krijgen in de herkomst en seizoenen van ingrediënten. Ik doe in mijn workshops vaak een quiz met “ v ergeten groente” en steeds vaker kunnen mensen vol trots een meiknol van een rode biet onderscheiden. Het lijkt mij geweldig om de jongeren hierover op een leuke manier iets bij te brengen en ze daarnaast uit te dagen hun eigen verbouwde groenten en kruiden om te toveren tot iets wat ze zelf lekker vinden. ” Tijdens het traject van het project, zal Guerrilla-Mixer deelnemen aan de Blog en daardoor al geintroduceerd worden aan de jongeren. Ze zal bijvoorbeeld gebruiksadvies geven als er een oogst is. door > Calanne Moroney [camp.ism] & Barbara Paternotte [Guerrilla Mixer] Tentoonstelling met werktitel : Dig ‘t [oktober – november, 2012][Makeblijde en verdere lokaties n.t.b i.s.m partners en instellingen] Aan het eind van het project zal er een tentoonstelling plaats vinden om de gerealiseerde projecten aan een groter publiek te laten zien. Plekken hiervoor zijn nog in onderhandeling. Gedacht wordt aan de bibliotheek, de gemeente Houten, het Park Makeblijde of het winkelcentrum Het Rond. Maar het zou ook een van de plekken kunnen zijn van de jongeren met een van hun eetbare tuinen.De tentoonstelling zelf kan van de frames gemaakt worden, of documentatie ervan – filmclipjes, beelden, opnames, text en screenshots van de blogs etc. Dit wordt met de participanten ontwikkeld en wordt beinvloed door de richting waarin het project loopt. Er kan een parade onstaan door de woonwijken waarbij de mobiele frames samen terug naar het Park Makeblijde komen. Prijzen worden uitgereikt voor allerlei dingen, uitgewerkt door de jongeren zelfs - het beste blog, de grootste komkommer, het meest beklede frame, het tofste logo en teamspirit enzovoorts. Met de prijzen in het vooruitzicht, komt er vanzelf een gezonde competitie tussen de teams wat op zijn beurt het groepsgevoel versterkt, hetwelke een van de kerndoelen is. De prijzen zelf zullen symbolisch zijn. door > Calanne Moroney [camp.ism] & Architectuurcentrum Makeblijde Partners Dit project zal in samenwerking worden ontwikkeld, begeleid en uitgevoerd met architecten, het jongerenwerk, ecologen, camp.ism (Calanne Moroney), projectleider ruimtelijk beleid gemeente Houten en Architectuurcentrum Makeblijde.


Workshops, lezingen en presentaties Deze worden voor de jongeren ontwikkeld, in samenwerking van het jongerenwerk en camp.ism, en dienen als (educatieve) ondersteuning voor het aanleggen van de eetbare tuinen in het stedelijk weefsel van Houten. Daarvoor worden ook mensen uit het veld uitgenodigd om over hun ervaringen te vertellen. Koken in de binnentuin van Park Makeblijde Aan het eind van het project met de jongeren zal camp.ism (Calanne Moroney) met de zelf gekweekte groentes, in samenwerking met Park Makeblijde, een kookworkshop organiseren. Uitgenodigd worden hiervoor de Moestuinvereniging, de Schalkwijkse zelfkwekers, de Houtense voortuinkwekers, de jongeren). Tentoonstelling Aan het eind van het project zal een tentoonstelling plaats vinden om de gerealiseerde projecten aan een groter publiek te laten zien. Plekken hiervoor zijn nog in onderhandeling. Gedacht wordt aan de bibliotheek, de gemeente Houten, het park Makeblijde of het winkelcentrum Het Rond. Maar het zou ook een van de plekken kunnen zijn van de jongeren met een van hun eetbare tuinen. Webarchief Tijdens dit project wordt een blog voor de jongeren en ge誰nteresseerden opgericht. Daarbij wordt ook een archief van relevante projecten opgezet, waarvoor camp.ism en Architectuurcentrum Makeblijde hun beider expertise zullen koppelen. Locaties Publieke ruimten binnen het (groene) weefsel van Houten en het (architectuur)park Makeblijde dat als 'mothership' aan het project gekoppeld wordt, voor workshops, lezingen en presentaties. Partners Dit project zal in samenwerking worden ontwikkeld, begeleid en uitgevoerd met architecten, het jongerenwerk, ecologen, camp.ism (Calanne Moroney), projectleider ruimtelijk beleid gemeente Houten en Architectuurcentrum Makeblijde. Vergelijk http://work.ac/ Het zoeken naar jongeren en andere partijen heeft een stuk langer geduurd dan gepland. Daardoor en ook mede door onvoorziene uitloop van lopende projecten, is besloten om het project te hervatten bij het begin van het volgende groeiseizoen (dus lente 2012).


Dit geeft mezelf, als projectleider van het project, meer tijd om een sterkere band met de jongerencentrum op te bouwen en de leerkrachten van het Wellant College aan te spreken. Om deze redenen verzoek ik een verlenging van de projecttermijn, namelijk tot november 2012. De volgende instellingen/instanties hebben reeds aangegeven dat ze mee willen doen aan het uitvoeren en assisteren van het project als partners: • Jongeren Centrum Enter, ter Houten – info/activiteitavond gehouden, • Wellant College, ter Houten - gesprek gehad via Enter , wordt verder opgenomen in september • Maatschappelijke Stages ter Houten - www.mashouten.nl advertenties geplaatst, en deelgenomen aan inloopavond.


EXPERTS


EXPERTS Annemieke Fontein (Ds+V Rotterdam) Annemieke Fontein is hoofd Landschapsarchitectuur bij de Gemeente Rotterdam. In die functie is zij verantwoordelijk voor de kwaliteit en de ontwikkeling van de vakgroep landschapsarchitecten en hun producten. Zo werden onder haar leiding De Rotterdamse Stijl, (handboek voor inrichting buitenruimte) ontwikkeld, was zij betrokken bij de ontwikkeling van de stadsvisie en is zij supervisor voor de buitenruimte van het centrum. Sinds 2 jaar trekt zij de “denktank Stadslandbouw”een groep van professionals die afkomstig zijn uit verschillende afdelingen binnen de gemeente als ook externe leden van o.a WUR. Met deze groep wordt gewerkt aan een strategie om stadslandbouw te bevorderen waarbij de nadruk ligt op samenwerking met de vele verschillende externe groepen en stakeholders. Een van de rollen die de gemeente hierin voor zichzelf ziet weggelegd is het bevorderen van kennisuitwisseling tussen de betrokken en samenwerkingsverbanden initiëren. Opleidingen - Urban Design at School of Architecture Copenhagen, Denmark. - Hoger Rijksintstituut voor Tuin-Landschapsarchitectuur Melle, België. - Academie van Bouwkunst Amsterdam. - 10 years travelling, living and working in Australia, New Zealand and Asia Honors - Job Dura Award 2004. Zuiderpark Rotterdam Zuid - 2e price the South-Holland Landscape award ; Zuiderpark Side activity’s Annemieke has been part of several juries and selection commissions, has been teaching frequently at the Academy of Rotterdam and TU Delft and is boardmember of the Stichting NHBOS.


Esther Veen (Wageningen Universiteit) Mijn interesse in stadslandbouw verklaar ik met het feit dat ik geboren en getogen ben in een klein dorp in noord Groningen, maar veel liever in de stad woon (momenteel in Utrecht). Maar vooral zie ik stadslandbouw als een praktische en positieve manier om mensen bij elkaar en hun omgeving te betrekken. Ik heb Internationale Ontwikkelingsstudies gestudeerd in Wageningen, met als specialisaties Ontwikkelingssociologie en Rurale Sociologie. Na mijn afstuderen in 2007 ben ik als consultant gaan werken voor een klein non-profit adviesbureau in Amsterdam. Sinds 2009 werk ik voor Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO), onderdeel van Wageningen UR. Ik ben hier onderdeel van het team PlattelandInnovatie. Ons team houdt zich onder andere bezig met stadslandbouw. Zo hebben wij het stedennetwerk stadslandbouw opgericht (www.stedennetwerkstadslanbdouw.nl), een netwerk van gemeenteprofessionals die zich bezig houden met stedelijke voedselproductie. Met de deelnemers bespreken we inhoudelijke thema’s – burgerparticipatie, maatschappelijke kosten baten analyse. Ook is er veel ruimte om ervaringen uit te wisselen. Met behulp van het netwerk proberen we de institutionele ondersteuning voor stadslandbouw te vergroten. Ook ben ik betrokken bij een project in Leeuwarden, waar we stadslandbouw van de grond willen krijgen in een zogenaamde ‘aandachtswijk’, om op die manier de wijkbewoners meer bij hun wijk betrokken te krijgen. Collega’s houden zich bezig met het ontwikkelen van een stadslandbouwwijk in Almere, waar wonen en landbouw zijn geïntegreerd (www.agromere.wur.nl). Naast mijn werk bij PPO ben ik als promovendus aan Wageningen Universiteit verbonden (leerstoelgroep Rurale Sociologie). Ik doe onderzoek naar de sociale effecten van stadslandbouw. Momenteel zit ik middenin het veldwerk; ik volg een aantal stadslandbouwprojecten in Nederland (van de volkstuin tot de buurttuin). Stadslandbouw is in mijn onderzoek gedefinieerd als voedselproductie in de stad, en ik richt me dan ook op de vaak wat kleinere projecten in de stedelijke context. Hierbij maak ik voornamelijk gebruik van participatieve onderzoeksmethoden en interviews met betrokkenen. In de eerste fase van mijn promotieonderzoek houd ik me nog vooral bezig met de effecten van stadslandbouw op de deelnemers; in een volgend stadium zal ik me meer gaan richten op de effecten voor de buurt als geheel.


reader stadslandbouw  

Stadslandbouw en de ontwerper Bijeenkomst Stimuleringsfonds voor Architectuur 17 oktober 2011 Foto: Noorderbreedte

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you