Page 1

Around the world in sailingsteps, Dec 2009 – May 2010

De zeilsporen van mijn voorvader kapitein Jacob Bouten II.

Java backland Part IIIB

Samengesteld door Kees Bouten 2011


Zeilsporen van mijn voorvader kapitein Jacob Bouten (1815-1894) with sailingsteps by Kees Bouten.

INHOUDSOPGAVE 0. Voorwoord / Preface

1

1. Jacob Bouten 1815-1849.

3

2. Rond de wereld. A. Rond Kaap Hoorn naar Valparaiso (1849 en 1852). o Valparaiso, Chiloé and Cape Horn B. San Franciso (1850 en 1853). o San Franciso. C. Hong Kong (1853). o Hong Kong. Batavia (1850 en 1853). o Jakarta. D. Geschiedenis in perspectief Nawoord “Jan van Hoorn” 3. De “Kosmopolieten” A. “Kosmopoliet” (1854-1862). o From Strait Sunda along Java northcoast.

59 105 131 147 163 165

173

B. “Kosmopoliet II” (1863-1868). o Java backland.

281

4. Jacob Bouten 1869-1894. o New York. o De Veendammer binnen- en buitenvaarders Boiten.

355

Nawoord

387

Referenties


Zeilsporen met de “Kosmopoliet II” (1863 – 1868)

De “Kosmopoliet II” werd net zoals de “Kosmopoliet I” door Gips ontworpen en gebouwd. Het werd als fregat getuigd onder leiding van Jacob Bouten, waarbij de ervaringen met de Kosmopoliet I” verwerkt werden. Met 569 last/1077 ton was het aanzienlijk groter dan de 753 ton van de “Kosmopoliet I”. Onderstaand een lijntekening van het ontwerp van het schip.

Lijntekening van de "Kosmopoliet II", met een normaal achterschip. Met tekst: "Lang 194 voet 5 duim, Wijd 43 voet 5 duim, ol 24 voet, Gemeten lasten 529 of 1000 ton." en "Waterverplaatsing 166 ton, Beladen 2150 ton, Ledig 994 ton, Diepgang beladen 19 voet 8 duim, Ledig 12 voet 4 duim." [MMRT1284]

De romp is fraaier gelijnd en voller van vorm dan die van de “K I”, de kielbalk loopt voor en achter licht op, om makkelijker dan de “K I” door de wind te komen. Het achterschip is naar de toen gangbare Europese opvattingen rond van vorm, waarmee achter inkomende golven optimaal konden worden opgevangen. De typisch Amerikaanse platte spiegel werd hiermee verlaten. Door het vollere voorschip kon de fokkemast verder naar voren geplaatst.

Halfmodel van de Nederlandse clipper 'Kosmopoliet II'. Roer, boegsprieten en drie maststompen zijn aangebracht. Op de boeg is een beeld aanwezig in de vorm van een vogel. [MMR-M1237]

Bijlbrief nr.248 dd 13 februari 1865; Dordrecht zaterdag 15 october 1864 des ‘s-middags om 4,5 ure de te waterlating op de werf Merwede alhier door de Scheepsbouwmeesters C. Gips & Zonen van het clipperfregatschip “Kosmopoliet II”, gebouwd voor rekening van de reederij van de Heeren Gebr. Blussé alhier. Het schip mat 54,48m lang (waterlijn 54,17m), breedte 12,36m, had een diepgang van 5,37m en een zeiloppervlak van 1.834 m². Ter vergelijking: de “Kosmopoliet I” was 49,55m lang, breedte 11,25m, diepgang 4,99m en had een zeiloppervlak van 1.564 m².

281


Aandelen á f.10.000,- in de “Kosmopoliet II” werden genomen door de Gebroeders Blussé (7st), drie aandeelhouders met ieder 2 stuks, tien met ieder 1, negen met ieder een ½ en nog twee aandeelhouders met ieder een ¼. De totale bouw van het schip zelf koste f. 262.914, de inrichting f. 7.868 en de kosten voor de eerste uitreis f. 33.214 De eerste rekening had een tekort van f. 27.036

Eerste rekening van de “Kosmopoliet II”

De inkopen aan proviand voor bemanning en passagiers voor de eerste reis bedroegen f. 14.856,, tweemaal zoveel als bij de “Kosmopoliet” in 1855 en ruim driemaal zoveel als bij de “Jan van Hoorn” in 1842. Voor beide laatste was het uitsluitend voor de bemanning.

De gages, het tuiggeld en de monstering bedroegen voor de “Jan” en de “Kosmo” ca. f. 5.000,nu waren deze ruim f. 8.000. 282


De totale kosten van de eerste rekening bedroeg f. 307.036 voor de “Kosmopoliet II”, bijna f. 210.000 voor de “Kosmo” en f. 123.580 voor de “Jan”. Ter vergelijking de grootte van de schepen in lasten: “Kosmopoliet II” 569 last “Kosmopoliet I” 398 last “Jan van Hoorn” 292 last

300.000

250.000 200.000

Komende reis Inrichting Schip zelf

150.000

262.914

100.000 50.000

183.829 106.213

0 JvH

Kosmo

De scheepswerf van C.Gips & Zn aan de Riedijkshaven te Dordrecht, 1866 [SAD]

283

KII


Opmerkelijk dat het bericht over de tewaterlating van de “Kosmopoliet II” ook in de Java-bode van 28-11-1864 te lezen was.

Ook nog een opvallend bericht uit de dagbladen is dat A.E. Bouten, de jongste broer Adolph van Jacbob Bouten, maart 1864 met de “Kosmopoliet”, kapt J. Koning, vanuit Java terug in Nederland aankwam [NRC 21-03-1864]. In dat zelfde jaar werd hij lid van het Rotterdamse Zeemanscollege en ging hij als gezagvoerder varen op de bark “Cornelis Anthonie” (zie deel IV). Tijdens de bouw van de “Kosmopoliet II” wordt Eduard Jan, derde zoon van Jacob en Marie, op 29 september 1864 te Dordrecht geboren.

Onderstaand een litho van de “Kosmopoliet I en II”, aan de hand van een tekening van Simon van Brakel.

Litho “Kosmopoliet II en I”, door Simon van Brakel [SAD]

Deze werd ondermeer gebruikt voor het volgende affiche van beide ‘Klipperschepen’ waar de schepen dus in spiegelbeeld op afgedrukt staan.

284


Affiche ±1864, Kosmopoliet I en II

Bijna niet te geloven maar dit affiche werd niet gebruikt om te adverteren voor de accomodaties van de Kosmopoliet I en II, maar het werd pas later gemaakt, zelfs pas nadat de “Kosmopoliet I” verkocht werd! H. Dienske was namelijk pas gezagvoerder op de laatste reis van de “Kosmopoliet I” in 1871 en kapitein T. Huijzer vanaf . . . . . op de “Kosmopoliet II”. 285


Nevenstaand artikel heb ik bijgevoegd ter illustratie van het aantal schepen in die tijd die onder Nederlandse vlag op Ned.IndiĂŤ voeren. In deze opgave is te zien dat het aantal schepen vanaf 1858 met ca 25% afneemt van ca 600 naar ca 450 in 1864. Aangezien het totaal aantal lasten evenredig vermindert, betekent dit dat het laadvermogen van de schepen kennelijk niet toenam. Het aandeel door de NHM bevrachte schepen is vrij constant en ligt rond 1/3 van het totaal. De 16 schepen die in 1864 in vaart werden gebracht hebben gemiddeld wel een heel wat groter laadvermogen. Met ruim 430 last per schip een 70% meer dan voorheen. De onderlinge verschillen zijn echter groot. De vier kleinste schepen van 100-160 last tot de vier grootste van 700-828 last. De “Kosmopoliet IIâ€? was met 600 last net wat kleiner, maar ruim groter dan gemiddeld.

605

600

NRC 14-02-1865

607

609

563

527

500

509

473

455

448

400 300 200

183

185

184

170

159

152

143

140

142

1862

1863

1864

100 0

1856

1857

1858 NHM

1859

1860 kLast

1861

Schepen

In 1864 werden 23 kleinere schepen van gemiddeld ruim 230 last uit de vaart genomen.

286


Eerste reis van de “Kosmopoliet-II”, 3 april 1865 – 28 december 1865 Volgens advertenties in de Nederlandse dagbladen ligt de “Kosmopoliet II” op 21 januari te Dordrecht in lading naar Java gereed, vervolgens op 5 februari om in maart te vertrekken en volgens bericht van 9 februari zal de reis naar Pekalongan en Semarang gaan, waarbij ook Batavia aangedaan zal worden.

DZG 22-01-1865

DZG 05-02-1865

NRC 09-02-1865

In het NRC van 5 maartwordt het vertrek medio maart aangekondigd, waarna er in verschillende dagbladen een advertentie verschijnt van zowel de “Kosmopoliet II” te Dordrecht met gezagvoerder J. Bouten om medio maart te vertrekken als van de “Kosmopoliet” te Rotterdam met gezagvoerder J. Koning om in mei naar Batavia te vertrekken.

287


 Op 23 maart 1865 is de 1e aanmonstering te Dordrecht en kapitein Bouten vertrekt met 35 man voor een reis met 1e stuurman Vellinga naar Batavia.

Monsterrol nr.2131 dd 23-03-1865 van Nederlandsche Clipperfregat “Kosmopoliet liggende te Dordrecht, kapitein J. Bouten.

het II”,

Claas Visscher Moulin, Waterschout te Dordrecht. [SAD] (totale gage f. 941,-/mnd)

Over het vertrek op 31 maart uit Dordrecht werd in het Dagblad voor Zuidholland en Gelderland van 31 maart 1865 vermeld: Berigten uit de Provincien, Dordrecht, 29 Maart. Heden is van hier vertrokken het prachtig clipperschip Kosmopoliet II, gezagv. J. Bouten, o.a. aan boord hebbende den heer L.F.C. Seelking, officier van administratie 2e kl., die de vereerende opdragt heeft aanvaard om aan het oorlogstoomschip het Metalen Kruis over te brengen de zijden vlag, die, onder ’s Konings goedkeuring, door de vereeniging: het Metalen Kruis aan genoemden bodem is geschonken. In het NRC van diezelfde dag worden als passagiers vermeld (idem AH van 1-04-1865 en in de Dordrechte Courant van 30-03-1865): Vertr. Passagiers. Van Dordrecht. Naar Java: Per Kosmopoliet II, kapt. J. Bouten: De heeren G.Schilthuis met echtg., 2 kinderen en Jav.vr.bediende; V.Prot met echtg.; W.J.Döderlein de Win met echtg., 3 kinderen en Jav.vr.bediende; A.K. van Deventer met echtg. en Jav.vr.bediende; H.M.Botter en zoon; mevr.de wed Quant; mej.E.A.Soetens; freule van Hoëvell; mej.T.A.G.Hana; mej.H.C.Cramer; de heeren L.F.Botter, C.F.Remy, E.J.Remy, L.M.van Onselen, L.F.C.Seelking, W.Hanegraaff, C.H.S.Pastor, P.F.van Wage, W.Geertsema, J.B.F.L.Molenbroek, H.Bloog: Op 3 april 1865 vertrok de “Kosmopoliet II” uit Brouwershaven [NRC 5-04-1865], waarover in nevenstaand bericht in het DZG van 5-04-1865 geschreven stond:

288


In de Dordrechte Courant is vervolgens te lezen dat de eerste reis van de nieuwe clipper voorspoedig begon: Dordrecht 5-04-1865 Volgens schrijven van kapitein J. Bouten, gezagvoerder van de “Kosmopoliet II”, van hier naar Batavia, op de hoogte van Dover, d.d. 4 deze des morgens om 6 uur was hij den vorigen dag ten 1 uur met eenige ligte koelte van het O.Z.O. uit Brouwershaven vertrokken. Dit had echter niet belet dat hij de “Hendrika” van Rotterdam, gezagvoerder Bus, een bekende goede zeiler, die 5/4 uur voor hem vertrok en dus meer van de sterke eb had kunnen profiteeren, ongeacht diens pogingen om vooruit te blijven weder in het gezigt gekregen en des namiddags om 5 uur voorbij zeilde. De gezagvoerder Bouten twijfelde dan ook niet of deze “Kosmopoliet II” zou den roem der snelzeilende Kosmopolieten in stand houden. Alles wel aan boord. Wind flauw van het O.Z.O. Deze voorspoedige start van de eerste reis van de “Kosmopoliet II“ zal menigeen plezier gedaan hebben. Op 17 mei (7 mei volgens de JB 19-08-1865) werd de “Kosmopoliet II” vlak voor de kust van Brazilië gepraaid op 17° ZBr, 34° WL. [DZG 2-071865], waarna deze ruim een maand later en 78 dagen na uit Brouwershaven vertrokken te zijn op 20 juni 1865 in Batavia aankwam. In de Java-bode van 21-06-1865 stond hierover te lezen: Batavia, 26 Juny 1865 WEdele Heeren Gebr Blussé Met genoegen heb ik UEdele mede te deelen de behoudene aankomst van de Kosmopoliet II te Batavia. Wij kwamen hier den 20 Juny na eene reize van 78 dagen aan, hetgeen ons nog een dag meeviel door de stilte der Straat Soenda. Het schip heeft in alle opzichten bijzonder voldaan en overtreft zou ik zeggen in bezeildheid de eerste reis van de Kosmopoliet I. Ook zijne bewegingen en wendingen zeer gemakkelijk, dat de werking van het tuig op het schip bijna onmerkbaar is. Nergens was de minste werking te bespeuren en potdicht. Uit het nevensgaande extract zal U kunnen zien hoe lang wij bij het begin der reis hebben gesukkeld met tegenwinden en stiltens en ons deed vreezen een lange reis te zullen hebben. Eerst later om de Zuid vanaf Tristan a Cunha veranderde het en begon een geregelde vlugge looop. De reis vandaar tot 80° L.O. en zelfs tot de Straat is verscheidene dagen korter dan de kortste in het verslag van het Instituut en heeft doen zien, dat het schip een bijzonder goede bezeildheid heeft. Alles heeft zich kapitaal en goed gehouden, uitgezonderd het ijzerwerk, waar nu en dan nogal iets van brak en ons kluiver, buiten kluiverboom en lijzeilspier heeft doen verliezen. Ook zijn alle rakken van onderraas en ondermarsezeilraas gebroken, hetgeen ons veel moeite gaf het vast te houden. Ook zijn er nog eenige jufferbeslagen gebroken. De passagiers waren zoo voldaan, dat zij de nevensgaande advertentie in de courant plaatsten: “De passagiers van de Kosmopoliet II brengen bij deze hunnen hulde en dank aan den Gezagvoerder J.Bouten voor de in alle opzigten aangename behandeling die zij gedurende eene reis van 78 dagen van Brouwershaven naar Batavia hebben ondervonden en bevelen voornoemde gezagvoerder en bodem aan alle repatrieerenden aan. 289


Uit aller naam Döderlein de Win” UEdele letteren van 16 Mei zijn ons geworden en doen ons zien, dat de Kosmo nog niet door de N.H.M. is opgenomen en ook weinig kans heeft in Junij bevracht te worden. Ik weet echter ook niet of dit wel wenschelijk is, daar er schepen zijn die bevracht tot den uitersten termijn moeten liggen voor zij met laden een begin maken en dit voor ons eerst in het laatst van November zal zijn. Beter zoude het dunkt mij dan zijn een kleinere vracht aan te nemen en daarmee voort te gaan. Met twee families als passagiers zijn wij in briefwisseling, waarvan de eene het aangenomen heeft à f 6000.-. De andere is de teekening gezonden. Equipage is volmaakt wel Na minzame groeten verblijf ik met de meeste hoogachting te zijn JBouten En vervolgens logeerden bijna alle passagiers in Hotel Des Indes in Batavia, zoniet de kapitein, die zat in het Java-hotel, samen met de heer van Deventer en echtgenote, van Dordrecht [Java-bode 24-06-1865].

Niet alleen kapitein Jacob Bouten en zijn passagiers waren tevreden over deze snelle reis naar Batavia. Ook in de Dordrechtse Courant wordt er melding van gemaakt. Dord.cour. 27-7-1865 Deze eerste uitreis van de “Kosmopoliet II” was in het geheel niet slecht met 78 dagen, temeer omdat men 9 dagen nodig had om door het Engelse Kanaal te komen. Ook in het Dagblad van Zuidholland en Gelderland van 12 augustus werd er geschreven over de voorspoedige reis: Binnenland, Residentie-Nieuwas. Een passagier van het Nederlandsche clipperschip Kosmopoliet II, kapt. J. Bouten, den 3n April vertrokken van Brouwershaven en aangekomen te Batavia den 20 Junij, dus hebbende eene reis van 78 dagen, deelt ons ten bewijze van het snel zeilen van dat schip mede, dat het op 40° en 41° zuiderbreedte in 21 achtereenvolgende 290


etmalen heeft afgelegd een afstand van 138?”geographische mijlen, dus 1756 uren of 83 6/10 per dag. (Pr.Gr.C.)

De lading die op de eerste reis van de “KosmopolieIIii” te Batavia werd aangevoerd bestond ondermeer uit: 2x 2 kn. rijtuigen, 7 kn. meubelen, 300 kn. dakpannen, 2 do. vijlen, 10 vn. spijkers, 50 vn. cement, 510 ks. plus 1300 do. zeep, 57 kn. wijn, 50 vn. en 150 md. bier, bter, hammen, vleesch, spek en andere provisien, plus nog een lading voor de NHM aan rails, ijzerwerk, beenzwart en zilv. munt [JB 8-071865].

Bij aankomst in Batavia bleek de “Kosmopoliet II” nog niet bevracht te zijn door de N.H.M. en de vooruitzichten zijn slecht, zoals te lezen valt in de NRC van 09-08-1865. In de Java-bode werd er vanaf al 29 april door de agenten B. Kopersmit & Co te Batavia, geadverteerd voor de nieuwe “Kosmopoliet II”. De “Kosmopoliet II” vertrekt op 30 juni allereerst naar Pekalongan [NRC 16-08-1865] en vervolgens naar Semarang om haar lading verder te lossen. Vanaf een paar dagen voor het vertrek uit Batavia wordt er door de agenten B. Kopersmit & Co ook in de Locomotief; het Samarangsch Handels- en Advertentieblad van 26-06-1865 geadverteerd voor het Nederlandsche Clipper-Schip Kosmopoliet No II.

Pekalongan, 10 July 1865 WEdele Heeren Blussé Daar ik geene bijzonderheden heb schrijf ik Uedele deze alleen dat ik na 3 à 4 dagen van hier naar Samarang zal vertrekken om daar het resteerende der lading te lossen en waar ik dan ook de bevrachting van Juny zal afwachten. De particuliere vrachten waar ook naar toe zijn allertreurigst, doch men hoopt op beterschap bij het inkomen der producten. Passagiers ben ik met onderscheidene in correspondentie, doch daar ik hun nog geen bepaalden tijd van vertrek kan opgeven, zich nog niet voor vast binden. Het staat bijna niet stil van

291


bezoekers en erkennen allen deze bij de mail te prefereeren. Zoodra het schip leeg is, zullen wij het met de brandspuit zuiveren. Equipage wel. JBouten Alhoewel er in het NRC van 13-07-1865 geschreven staat: Binnenland, Rotterdam, 12 Julij. Door de Nederlandsche Handel-Maatschappij zijn bevracht de navolgende 22 schepen, als: Voor Dordrecht: Kosmopoliet II, kapt. J. Bouten; Kosmopoliet, Koning. ontvangt Jacob Bouten in Semarang een brief van de Gebr. Blussé waaruit hem blijkt dat hij niet door de NHM bevracht zal worden. De “Kosmopoliet II” verblijft hierna twee maanden in Semarang om lading voor de terugreis te verkrijgen. Samarang, 27 July 1865 WEdele Heeren Gebr Blussé Eerst heden den dag van ‘t vertrek der mail kwamen wij in het bezit van UEdele gezonden letteren van den 14 Juny j.l. waaruit wij vernemen, dat de Kosmopoliet niet door de N.H.M. is opgenomen en ook voor deze reis niet opgenomen zal worden. Ik heb daarop dadelijk naar Batavia getelegrafeert om het schip aan de factorij of voor terugkeerende militairen aan te bieden. Hierop kan ik echter nog geen antwoord hebben. De vrachten zijn wel iets beter geworden, doch door de aankomst van de Lichtsraal, Isis, Franssen van de Putten en eenige vreemde schepen is de verbetering gestuit. Daar is echter nog al eenige particuliere suiker voorhanden en is de Graafstroom door de factorij opgenomen voor f 62.50, kapitein Vonk, de Suzanna voor f 70.-, te Padang te laden, zoodat ik hoop met de passagiers op zigt het verlies nog te stillen. Bij de volgende mail hoop ik UEdele gunstiger tijding te kunnen mededeelen. Met de meeste Hoogachting heb ik de Eer te zijn JBouten

Ned. Oost-Indië met ‘Voor Europeanen’- resp ‘Voor en door Inlanders’- geteelde gewassen.

Samarang 10 August 1865 De WEdele Heeren Gebr Blussé De hoop die ik UEdele bij mijn vorig schrijven gaf, dat de vrachten misschien eenige rijzing zouden ondergaan, is geheel vervlogen. Het tegendeel heeft plaatsgevonden, daar na de bevrachting der in mijn vorig schrijven genoemde schepen geene lading meer tegen die vracht te 292


bekomen was. Het antwoord op mijn telegram naar Batavia was dat de factorij geene schepen vooreerst meer noodig had en er geene troepen te verzenden waren. Het getal particuliere schepen nam dagelijks toe en nu alle anderen in China gecharterd hier te komen laden, waardoor het vooruitzicht was, dat vooreerst de vracht niet zou rijzen, en mocht het zoo zijn dan zeker doch niet zoo veel dat het het oponthoud zoude goedmaken. Hoewel ik eerst meende nog een maand te wachten ben ik door de heeren Kopersmit zoo wel te Batavia als ook hier ten sterkste aangeraden de bestaande vracht aan te nemen, daar zij zich stellig verzekerd hielden, dat de vrachten eerder dalen dan rijzen zouden. Mijn voornemen heb ik toen laten varen en besloten hier te Samarang een volle lading in te nemen, de suiker à f 47.5- en koffy à f 45.-, waarmede ik eind September zal vertrekken. De passagiersgelden, die ik op ’t oogenblik besom van hen daar ik mee in bespreking ben, beloopt f 14.600.- en heb de toezegging van pl.min.30 gepasporteerde militairen. Hopende mijn handelingen Uwe tevredenheid mogen weldragen Heb ik de eer met de meeste achting te zijn UEDwDienaar JB Ook in Nederland is in de dagbladen te volgen dat de bevrachting zeer moeizaam zijn, waarnaast de vracht waartoe Jacob Bouten besloten heeft eveneens vermeld staat: NRC 01-10-1865, Per Overland-mail, Batavia, 14 Aug. Vrachten. Sedert ons berigt van 25 passato heeft men weder lagere cijfers besteed, waardoor vooreerst de hoop op verbetering weder vervlogen is. Men ziet thans het vreemde verschijnsel, dat vrachten, naarmate er meer product afgevoerd wordt, flaauw in plaats van vaster worden. Hiertoe dragen veel bij de ongunstige berigten uit China, Singapore en andere nabij gelegen havens, vanwaar schepen herwaarts komen om emplooi te zoekn, terwijl op Java zlef meer dan voldoende scheepsruimte aanwezig is. Deze omstandigheden werken zeer mede om hen, die producten ter afscheep hebben, in de gelegenheid te stellen tot sluiten van lage charters. De volgende transactien vonden plaats: Naar Nederland: Ned. Kosmopoliet II mede naar Rotterdam á f45 voor Koffij en f47,50 voor Suiker te Samarang.

Samarang 26 August 1865 De WEdele Heeren Gebr Blussé Dordrecht UEdele zult waarschijnlijk uit mijn laatste schrijven van 10 August j.l. hebben gemerkt dat het Telegram, door UEdele den 10 July uit Holland verzonden, hier niet op den bestemden tijd is aangekomen of daar ontvangen. De reden zal waarschijnlijk gelegen hebben in de gebroken kabel te Point de Galle. Eerst den 15 August kwam die hier aan en terwijl hier ook juist de heeren Stok en Bikker der firma te Batavia en Soerabaya tegenwoordig waren werd er dadelijk over gedacht om die vracht aan een ander over te doen. Doch hiervan willen de afladers niets weten, tenzij ik een even goed schip en lagere vracht aan kon bieden en de risico der reeds ingeladen goederen voor mijn rekening kwam. Dat was natuurlijk niet te doen en zijn wij geeindigd met het innemen der lading voort te gaan. Had ik nu maar mijn voornemen met nog eene maand te wachten gevolgd, dan had ik bij de aankomst van het telegram nog vrij geweest. Nu was er echter niets meer aan te doen. Bij de factorij zeide men mij, dat ik zeer waarschijnlijk met de bevrachting niet voor half Dec zoude laden kunnen en dies hier minstens 4 maanden had moeten wachten, hetgeen dan met de 293


belading daarna zes maanden had geworden. Dit had toch zeer schadelijk geweest en vooral voor een nnieuw schip, dat nu al door de vreeselijke warmte als een zeef is uitgedroogd. Al het mogelijke wordt gedaan tegen de zon te dekken, doch weinig helpt. De rotting voor garneering heb ik gedacht voor scheepsrekening te nemen en hiervoor betaald f 11.- en f 11.50 per Pic. Deze is mooi geel, taai en vrij lang. Het onderruim is nu nagenoeg vol en zal dan bevatten omstreeks 13.500 Pic. De diepgang is voet. Het dragen wordt nu echter beter en doet mij denken, dat deze tegenover de meting meer zal laden dan de Kosmopoliet I. Mijn vertrek van hier zal evenwel niet voor den 25en kunnen zijn, daar de twee families, die ik gaarne mede had, niet voor dien tijd gereed kunnen zijn. De tweede stuurman Horst wordt beter en komt waarschijnlijk weer hier aan boord. Verders geene bijzonderheden meer te melden hebbende verblijve ik steeds met de meeste Hoogachting UEDwDienaar JBouten Op 25 september 1865 vertrekt hij uit Semarang via Pekalongan naar Batavia om nog enkele passagiers aan boord te nemen. Op 29 september komt de “Kosmopoliet II” in Batavia aan [JB 3009-1865], waar zij dan tegelijk met de “Kosmopoliet” op de reede van Batavia ligt, waarna hij 4 oktober 1865 op zijn terugrreis naar Holland vertrekt. Samarang, 23 September 1865 WEdele Heeren Gebr Blussé Aangenaam is het mij UEdele te kunnen melden dat wij overmorgen den 25st geheel beladen Samarang zullen verlaten en in het passeeren Pekalongan en Batavia aandoen om daar nog eenige passagiers op te nemen. De lading bestaat uit: 1929 kr. suiker wegende Bruto 8253.67 Pic. 466 zakken ,, 480 12079 ,, koffij 11773.47 ,, 4716 st Huiden ,, 313 14 kisten Indigo 23 Zijnde met inbegrip van rotting en Regalen ruim 21.000 Pic. of 682 betaalbare lasten à f 45.- en f 47.50 per last: omstreeks f 31500,Het schip ligt diep, achter 21 en voor 20½ RijnL. voeten. Als passagiers 1e klasse zijn geëngageerd: Den heer De Bruyn echtgen. 3 kinder f 3200,Van Berkel echtgen 3 kinderen ,, 2800,Trossée echtgen. 6 kinderen ,, 3000.Ellinckhuizen vrouw 2 kinderen ,, 2600.De heeren Gips en Furnée ,, 1700.De jongeheeren Bosch, Okkersen ,, 1150.De jongeheeren La Fontaine en Laarsen ,, 1100.Mejuffrouw Chabot ,, 800.Passagiers 2e klasse: te Samarang 21 mansch. 2 ond.off te Batavia 14 mansch. 4 ,, ,, 35 mansch.à f.282 6 ond.off. à f.424 12414.Zijnde te zamen f 28764.294


Nog zijn 2 hutten in de longroom disponibel waarover ik met 2 Heeren in correspondentie ben en die ook wel bezet zullen worden. De equipage is volmaakt wel en de tweede stuurman zal te Batavia weder aan boord komen. Mijne rekeningen en opgenomen gelden zend ik UEdele met de volgende mail van Batavia. Met de meeste Hoogachting heb ik de Eer te zijn UWEDwDienaar JBouten Uit bovenstaande blijkt dat de totale lading van goederen en passagiers samen een bedrag van ruim f. 60.000,- vertegenwoordigde. Misschien dat dit de slechte vrachtprijs enigszins goed kon maken?

“Kosmopoliet II”met kapiteinsvlag D18 van Jacob Bouten, Olieverfschilderij 1865 (F.J. van den Blijk, 1806-1876) [MMR]

Over het vertrek uit Batavia staat in de Dordrechtse Courant vermeld: Dord.cour. 28-11-1865 Van Batavia vertrok 4 Oct., “Kosmopoliet II”, Bouten, naar Nederland. [3] en over de passagiers: Dord.cour. 14-12-1865 Met de “Kosmopoliet II”, kap. J. Bouten zijn van Java naar Nederland vertrokken de HH. De Bruyn met echtgen. en 4 kinderen, van Berkel met echtgen. en 3 kinderen, Trossee met echtgen. en 6 kinderen, Ellinckhuyzen met echtgen. en 2 kinderen, Gips, Turnée, Zaal, de Vaynes van Brakel, mej. Chabot, de jongeheeren Blommestein, van Laren, la Fontaine en Ockerse, benevens 41 militairen waaronder 3 onderofficieren. [3] 295


Kennelijk zijn de 2 hutten in de longroom inderdaad bezet worden en wel door de heren Zaal en de Vaynes van Brakel, waarnaast de jongeheer Blommestein in de plaats is gekomen voor de jongeheer Bosch. Bijkomend een klein detail, dat familie de Bruyn met 4 in plaats van 3 kinderen gereisd blijkt te hebben en dat er 38 manschappen plus 3 onderofficieren waren ipv 35 plus 6 (blijft samen 41). De passagiers gelden zullen dus wat hoger geweest zijn dan in de opgave door Jacob Bouten van 23 september aan Blussé, mogelijk een f. 1.700,Op 19 november 1865 doet de “Kosmopoliet II” St.Helena aan voor de nodige verversingen, waarna diezelfde dag de reis wordt voortgezet [NRC 22-12-1865]. Op 28 december 1865, 84 dagen na vertrek uit Batavia is de “Kosmopoliet II” terug in Brouwershaven. NRC 28-12-1865, Zeetijdingen. Brouwershaven (ZW) 27 Dec. Bij de 6de ton geankerd: Kosmopoliet II, Bouten, v.Java n.Dordrecht. NRC 29-12-1865, Zeetijdingen. Brouwershaven (ZZW). Aangekomen. 28 Dec. Kosmopoliet II, Bouten, Batavia vertrok 4 October. Uit het NRC 02-01-1866, Carga-Lijsten, Rotterdam van de eerste thuisreis van de “Kosmopoliet II” blijkt dat de vracht voor veel verschillende handelshuizen was en alleen bindrotting voor de Gebr.Blussé werd meegenomen. De totale vrachtprijs bedroeg slechts f. 32.057 [13]. Over deze terugreis werd er ook weer met veel lof over de “Kosmopoliet II” geschreven: NRC 12-01-1866, Familieberigt. De Passagiers met het Ned.Clipperschip Kosmopoliet II in 84 dagen van Batavia in Nederland aangekomen, achten het zich eenen aangenamen pligt hunnen opregten en welmeenenden dank te brengen aan den gezagvoerder J. BOUTEN, voor de uitmuntende behandeling gedurende de reis ondervonden. Zoowel met het oog hierop, als op de uitstekende tafel, de confortable inrigting en het bijzonder snel zeilen van genoemd schip, bevelen zij aan naar N.I. vertrekkende personen, de Kosmopoliet II gezagvoerder J. BOUTEN met vertrouwen aan. Namens de gezamentlijke passagiers, P.J. ZAAL, Luit. t/Z. 2de kl. Jhr.S.F.T.DE VAIJNES VAN BRAKELL, Luit. t/Z 2de kl. Volgende opgave geeft het totaal aan passagiers op uit- en thuisreis met inkomsten. Niet alleen was het tarief voor de uitreis lager dan voor de thuisreis, maar ook was dat voor militairen (sergeants van het O.I.-leger Remy en Botter, Marine officieren 2e-klas van Onselen en Seelking, kapt van het O.I.-leger Döderlein de Win) met f. 600,- lager dan de f. 650,- voor particulieren en gouvernement passagiers (O.I.-ambtenaren Schilthuis, Prott en van Deventer en contr. 1e-klasse H.M.Botter). 296


Echtgenotes kostten hetzelfde als hun man, de kinderen Schilthuis gingen mee voor de halve prijs (f. 325,-), de twee kinderen Prott voor de prijs van één, de drie kinderen Döderlein de Win en Javaansche vrouwelijke bediende samen voor f. 650,- en de Javaansche vrouwelijke bediendes van van Deventer en van Schilthuis voor een kwart van de prijs. Mejuffrouw Soetens betaalde slechts f. 550,- en van mevrouw Quant en mejuffrouw Cramer heb ik geen inkomsten kunnen vinden? Voor de thuisreis lijkt de normale prijs f. 800,- te bedragen en wederom de helft voor de kinderen de Bruyn en van Berkel. Voor de zes kinderen Trossee werd f. 1.400,- betaald en voor de twee kinderen Ellinckhuizen f. 1.000,- dus ik neem aan dat eea afhankelijk van de leeftijd zal zijn. De luitenants ter zee 2e-klasse Zaal en de Vaynes van Brakel betaalden f. 850,- en vier jongeheren van f. 500,- tot f. 600,- Kortom de prijzen verschilden naar van allerlei, waaronder mogelijk ook de accommodatie. Militairen op de thuisreis in de 2e-klas betaalden f. 282,- (een kleine helft van f. 600,-) en onderofficieren f. 424,- (ruim de helft van f. 800,-). De onderofficieren hadden mogelijk de beschikking over een hut beneden, de militairen sliepen waarschijnlijk in hangmatten?

AB Salen lang 62 Voet, breed 16 Voet C Hutten voor fam D Hutten voor een a twee personen E Ingang van het dek F Portaal en trap naar de kampagne

G H I J K

297

Trap naar de beneden hutten Sekreten Badkamer Kapiteinskamer Vuurhaard


Tweede reis van de “Kosmopoliet II”, 20 maart 1866 – 4 november 1866

Ondertussen werd er natuurlijk wederom geadverteerd voor de volgende reis van de “Kosmopoliet II”. In het DZG van 3 januari 1866 wordt het volgende vertrek naar Batavia nog spoedig genoemd, in het NRC van 5 februari wordt het vertrek naar Batavia en Semarang voor het begin van maart aangekondigd en in de NRC van 21-02-1866 op 10 Maart. De vracht voor de komende reis was deze keer al vroeg geregeld want reeds op 9 februari werd de “Kosmopoliet II” vracht door de N.H.M. toegekend [AHD 10-02-1866]. De aanmonstering voor de 2e-reis van de “Kosmopoliet II” was op 5 maart 1866 te Dordrecht.

Monsterrol nr.2189 dd 5 Maart 1866, kapitein Jacob Bouten met 33 bemanning (totale gage f. 918,-/mnd)

Deze reis gaat er ook wederom een detachement suppletie-troepen uit Harderwijk mee, sterk 150 manschappen, waaronder 12 onder-officieren, onder bevel van den naar O.I. van verlof 298


terugkeerende kapt. der inf. H.F.Thissen, en het medegeleide van den 1 e luit. der inf. M. van Medevoort en van den 2e luit. der inf. A.C. Bellaart, beide mede van verlof naar O.I. terugkeerende. Het detachement zal vertrekken onder geleide, in administratieve commissie, van den te Harderwijk gedetacheerden 1e luit. der inf. Groeneveld, die het zal vergezellen tot aan boord van het te Rotterdam liggende schip Kosmopoliet II, gezagv. J. Bouten [Utrechts Provinciaal en Stedelijk Dabgblad 22-02-1866]. Op 10 maart 1866 ligt de “Kosmopoliet II” zeilklaar in Rotterdam, waar zowel manschappen als passagiers aan boord zijn gekomen. NRC 11-03-1866, * Zeilklaar. Rotterdam 10 Maart. Kosmopoliet II, Bouten, Bat. * Vertr.Passagiers. Van Rotterdam. Naar Batavia: Per Kosmopoliet II, kapt. Bouten: de heeren J.H. Ploem met echtg. en kind, J.B.van den Dungen Bille met echt. vijf kind. en eene Jav.bediende; J.van der Veer met echtg., Otto Durler, Bosch, J.C.A.Diederichs, J.J.van der Pot, J.L.S.Whitton, D.C.Helderman, C.J.M.L.Austermann en Zn.; H.F.Thissen, kapt.der inf. bij het O.I. leger, detachem. kommandant; H.van Medevoort, 1e luit. der inf. bij het O.I. leger; A.C.Bellaart, 2e. Luit. der inf. bij het O.I. leger; J.C.Prins, A.van der Bijll, J.Haccou, W.Elenbaas, H.G.van Affelen van Seamsfort, mevr.E.M.Stakman, geb.Sexhauer; mej.M.J.Rodenburg Mentz en Bakhuis.

Groepsfoto op het dek van de “Kosmopoliet II”, bij haar uitreis in 1866 (Jacob Bouten staat voor de grote mast, naast dokter Hendrikx met witte jas). [fam.Bouten]. Verder de heer en mevrouw Ploem met 1 kind, van der Dungen Bille met 5 kinderen, en van der Veer, mevr. Stakman, de juffrouwen Rodenburg en Bakhuis, en de heren Otto Durler, Bosch, Diederichs, van der Pot, Whitton, Helderman, Austermann en Zn., Thissen, van Medevoort, Bellaart, Prins, van der Bijl, Haccou, Elenbaas en van Affelen van Seamsfort.

Wie waren deze passagiers ?

299


Aan J.H.Ploem, griffier bij den landraad te Magelang (residentie Kadoe), werd september 1864 door het civiel departement te Java een tweejarig verlof naar Nederland toegekend wegens ziekte [JB 28-09-1864). Hij keerde dus met vrouw en kinderen terug van dit verlof. De heer J.B. van der Dungen Bille was een industriëel in Indië die daar reeds eerder was. Aan de onderwijzer aan de gouvernements lagere school te Banjoemaas J. van der Veer werd januari 1864 een tweejarig verlof naar Nederland toegekend wegens ziekte [JB 6-01-1864]. Ook hij keerde dus met zijn vrouw terug van dit verlof. Waarschijnlijk was mevrouw E.M.Stakman de echtgenote van de heer M.G.E.Stakman, die augustus 1864 examen aflegde op de Koninklijke Akademie te Delft als O.I.-ambtenaar 2e-klasse [JB 16-08-1864 en 15-09-1864], tussen 7 en 10 januari 1865 zijn intrek nam in Hotel des Indes in Batavia [JB 11-01-1865] en als ambtenaar der tweede klasse voor de burgelijke dienst in Nederlandsch-Indië ter beschikking gesteld werd van den gouverneur van Sumatra’s Westkust [JB 21 en 27-01-1865]. Na aankomst te Batavia verbleef mevrouw Stakman in het Java-Hotel aldaar [JB 16-06-1866], waarna zij samen met mejuffrouw Rodenburg Mentz met het Ned.Ind. stoomschip Medano naar Padang voer [JB 20-06-1866]. Voor mejuffrouw L.Bakhuis was het waarschijnlijk niet de eerste reis naar Java, althans in de Javabode van 5-03-1864 wordt een Mej.Bakhuis vermeld die met de heer van der Veer en Echtg. met het Ned.schip Electra vanuit Pekalongan in Batavia aankomt, waarna met hetzelfde schip van Java in Nederland (geen datum vermeld) eveneens met de van der Veers [JB 4-08-1864]. In de Javabode van 18-06-1864 staan J.L.S.Whitton en D.C.Helderman vernoemd als vertrekkende personen en in de Javabode van 6-10-1866 staat de benoeming van J.L.S.Whitton, laatstelijk derde kommies ter algemene sekretarie en onlangs van verlof uit Nederland teruggekeerd, tot derde kommies bij de direktie der kultures van het civiel departement. Den tweeden kommies bij de algemene rekenkamer D.C.Helderman kreeg juni 1864 een tweejarig verlof naar Nederland wegens ziekte [JB 18-06-1864]. De heer C.J.M.L. Austerman (niet dezelfde als P.E.Austerman die opzigter 2e-klasse was bij den Waterstaat en ’s lands Burgelijke Openbare werken in Nederlandsch-Indië) overleed op 28 jarige leeftijd te Batavia [JB 8-03-1867] waarna op 4 juni zijn boedel geveild werd met o.a. een photografisch toestel met preparaten, een partij photographielijsten, een partij kledingstukken en boeken, een revolverbuks en patronen, een gouden horloge met de ketting en een melkgevende koe [JB 3-06-1867]. Aan de 1e-luitenant der infanterie H. Van Medevoort werd door het Militair departement in mei 1864 een tweejarig verlof naar Nederland toegekend wegens ziekte [JB 21-05-1864]. Ook hij keerde dus terug van dit verlof. Na terugkomst werd hij samen met kapitein H.F.Thissen bij het 17ebataillon geplaatst [JB 4-08-1866]. De heren A.C.van der Bijl, J.C.Prins, J.Haccou en W.Elenbaas waren door het Ministerie van Koloniën ter beschikking gesteld van de Indische Regering bij de Openbare Werken, waarbij de eerstgenoemde gedetacheerd werd bij de direktie, en de drie laatstgenoemden respektivelijk werkzaam werden te Pamakassan (residentie Madura), te Serang (residentie Bantam) en te Kediri (residentie van dien naam), onder de bevelen van de eerstaanwezende ingenieurs in die residentien [JB 4-08-1866].

Op 12 maart voer de “Kosmopoliet II” via Hellevoetsluis die zelfde dag door naar Brouwershaven, waar het aanstaande vertrek werd afgewacht. 300


In het Algemeen Handelsbald van 12-03-1866 werd door een aantal onderofficieren opnieuw een Hartelijk Vaarwel toegeroepen aan Familie, Betrekkingen en Vrienden. Kort voor vertrek ontstaat er nog een opmerkellijke discussie in de NRC:

Vlak voor het vertrek van de tweede reis van de “Kosmopoliet II’ onstaat er een opmerkelijke discussie in de NRC, die begint met bovenstaand bericht in de krant van 17 maart. Kapitein Wierikx, voorheen van de “Noach”, reageert hierop met nevenstaand ingezonden stuk dat geplaatst wordt in de NRC van 21 maart, waarna H. Sweys, auteur van het in eerste artikel genoemde ‘met roem bekende werkje Neerlands Vloot en Reederijen’, de zelfde dag als het verschijnen van de krant volgend ingezonden stuk inzendt dat in de NRC van 23 maart 1866 geplaatst wordt (zie onderstaand).

Ingezonden Stukken. Rotterdam, 21 Maart. Mijnheer de Redacteur ! Bij mijne terugkomst van een kort uitstapje naar een paar onzer rivieren kwam mij uw geacht blad van heden later dan gewoonlijk in handen, en vond ik daarin met verbazing eene kritiek van eenige regels bladvulling, voorkomende op pag. 211 van het door mij verzameld wordende statistieke werkje Neêrlands Vloot en Reederijen 1866, ingezonden en onderteekend door den heer P. WIERIKX , thans gezagvoerder van het Nederl. schip Lichtstraal. Bij de lezing en herlezing van dat stuk kwam onwillekeurig de gedachte bij mij op aan de spreuk: Oordeelt niet vóór het tijd is, dus etc. etc, daar toch de geachte inzender en onderteekenaar zeer naïf begint met de bekentenis , dat hij het boekje zelf nog niet gelezen heeft, en de door ZEd. onderteekende veroordeeling van eone feiten constaterende bladvulling put uit de zeer welwillende regelen, door UEd. geplaatst in uw blad van den 17den Maart jl. Ik wil niet ontkennen', dat ik het wel zoo beredeneerd van den heer WIERIKX gevonden zoude hebben, dat hij eerst het boekje eens ingezien had, dat, hoewel niet in ieders bezit, toch voor heM wel eens ter inzage te krijgen was, daar ik het bijna betwijfel, of ZEd. na de lezing van de voorrede, zijn naam nog

301


zoude gezet hebben onder eeN stuk als het ingezondene. Ten dienste echter van die “meesten die uw geacht blad lezen, en het jaarboekje nimmer in handen krijgen" zjj het mij vergund, de toelichting, in de voorrede voorkomende, hier te herhalen. In de voorrede staat: 4°. De bladvulling op pag. 211 ; — deze is met geene bepaalde voorliefde voor de daarin genoemde bodems gesteld, hoe hoog ook de eigenschappen van snelheid der schepen en de beproefde activiteit der verschillende opvarende gezagvoerders bij mij en ieder onpartijdig beoordeelaar staan aangeschreven; onverwacht toch kwam een uittreksel uit een der Journalen in mijne handen, en vond ik daarin aanleiding, ook van de andere schepen, voor zoo verre de tijd dit toeliet, gegevens te verzamelen, om zoo doende de uitmuntende bezeildheid van deze 3 Nederlandsche bodems nog meer algemeene bekendheid te geven ; . . . . . . . . . . . .hier in deze bladvulling, zal ieder mij moeten toegeven, dat hoezeer het eene eenvoudige statistieke opgave is , die cijfers welsprekend zijn. — Gaarne verklaar ik mij bereid, ook van andere schepen, hetzij van de groote of kleine vaart, die buitengewoon snelle reizen of buitengewone reeksen van groote etmalen of buitengewone beiadingen in weinige regels kunnen opgeven, dit een plaatsje in te ruimen en zoo ter meer algemeene bekendheid te brengen , tot meerdere glorie onzer vloot. Uit het bovenstaande blijkt dus: I°. Nergens dat ik deze drie bodems, met ter-zijde-stelling van andere schepen, als de snelste opgegeven heb; 2°. Dat ik eenvoudig statistieke feiten geconstateerd heb, waarvan ik of toevallig kennis kreeg, öf waaromtrent spoedig inlichtingen te verkrijgen waren, om te kunnen dienen als bladvulling. Nog blijft mij over, mij te regtvaardigen tegenover den nog al vrij duidelijk uitgedrukten twijfel omtrent de juistheid der opgaven. Tot geruststelling van den steller van het artikel zij het mij vergund, hier mede te deelen, dat deze opgaven verkregen zijn als volgt: Van de Kosmopoliet II, uit het officieele Journaal. Van de Kosmopoliet I, uit de aanteekeningen van kapt. J. BOUTEN , wiens geloofwaardigheid bij mij en ieder die hem kent wel boven alle verdenking verheven zal zijn. Van de Noach, voor zoo ver mogelijk uit de Journalen, mij welwillend door kapt. A. LUPCKE verstrekt, en verder uit de aanteekeningen berustende ten kantore van den heer FOP SMIT, a/d. Kinderdijk. Ook hier zoude ik het meer beredeneerd gevonden hebben, fouten en misstellingen aan te wijzen, liever dan bij het publiek, dat niet altijd in de gelegenheid is nader te onderzoeken, twijfel aan de geloofwaardigheid der medegedeelde feiten op te wekken. Wat het bezwaar der mededeeling van eene reis van 109 dagen naar Sydney aangaat, zoo rekende ik ter wille van de onpartijdigheid deze (toevallig de langste) reis niet te mogen verzwijgen, te meer, daar ze buiten de gewone route lag. Wil men echter het gemiddelde der 6 Java-reizen, zoo geeft de eenvoudige berekening (91 x 7-109)/6 = 88, de oplossing. Ten slotte refereer ik mij aan de toelichting in de voorrede, t. w.: dat ik mij bereid verklaar, buitengewoon snelle reizen etc. etc, indien men mij dezelve met vermelding van datum en plaats duidelijk en kort wil opgeven, te plaatsen; men vergete echter niet, dat ze geplaatst worden als eenvoudige statistieke opgaven, zonder uitlegging van het hoe en waarom, of mededeeling van diepgang, staat van het koper, tuig als anderzins, daar dit wel iets bewijst voor ééne reis, maar minder over een tijdsverloop als bij de hier bovengemelde schepen, en men dan juist gegronde aanleiding zoudegeven tot aanmerkingen; ik geef echter ieder die iets van dien: aard wil inzenden, in overweging, dat ééne enkele vlugge reis of één enkel groot etmaal geene merkwaardigheid daarstelt, wèl, zoo als in de bladvulling vermeld is , eene reeks van vlugge reizen, of eene reeks van groote etmalen. Met de plaatsing van het bovenstaande zult u, mijnheer de redacteur, bijzonder verpligten. U.Ed. Dw. Dienaar, H. Sweijs.

Het vertrek van de 2e-reis is uiteindelijk op 20 maart vanuit Brouwershaven (Wind Oost) [AHB 20-03-1866], een dag nadat kapitein J. Koning daar met de “Kosmopoliet” uit Batavia binnenkwam na 6 december vertrokken te zijn. 

302


Journaal gehouden aan boord van het Schip “Kosmopoliet II”, gevoerd door Kapitein J. Bouten, op deszelfs reize van Rotterdam naar Java, uitgezeild den 21-3-1866, teruggekomen . . . (Brouwershaven 5Nov 1866). Havenjournaal te Rotterdam, Brouwershaven, Batavia, Semarang en weer Batavia, met Journalen van iedere zeildag.

Op 15 april werd de “Kosmopoliet II” gepraaid op 4° NBr en 25° WL, een 700 mijl onder de Kaap Verdische eilanden [NRC 8-06-1866], maar van deze gehele reis (als enige door Jacob Bouten) is het scheeps Journaal, geschreven door 1e-Stuurman H. Dienske, bewaard gebleven (zie bijlage).

Route van de 2e-reis van de “Kosmopoliet II” op de uitreis.

In het kort hieruit over de uitreis: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . nog te verschijnen . . . . . . . . . . .

303


Volgende opmerkelijke krabbel vond ik terug in het familie-archief: Extract uit het journaal van het Nederlandsch Clipperschip Kosmopoliet II, gezagvoerder Jacob Bouten. Op reis van Nederland naar Batavia, zeilende de 5 Juny 1866 in de Indische Zee op 25°24’ ZBr en 105°35’ OL11. “Des ’s-avonds te 6 ure beviel zeer voorspoedig van een welschapen zoon, Mevrouw Perini Diederika Cato, echtgenoote van Joseph Bernardus van den Dungen Bille en ontvangt den naam Pierre.” Kosmopoliet, Dordrecht Na een reis van 87 dagen kwam de “Kosmopoliet II” na ongestaag en onplezierig weer en tegenspoed van allerlei aard , op 15 juni 1866 op de reede van Batavia aan na de avond ervoor bij Eiland Middelburg te zijn [NRC 1-08-1866]. De troepen debarkeerden pas een dag later [JB 20-06-1866]. “Het gedrag van de troepen gedurende de reis was ujitmuntend, en de gezondheids toestand liet niets te wenschen over (een man overleed tijdens de reis). Dit detachement muntte bijzonder uit door eene keur van onder-officieren en manschappen, terwijl hunnen ferme houding en zelfs hunne propreteit bij het debarkement bijzonderen lof verdienen.” werd over de troepen geschreven. Aangekomen in Batavia namen de heren Prins, van der Bijl, Haccou en Elenbaas hun intrek in Hotel des Indes, Thissen in Hotel der Nederlanden, van der Veer en echtgenoot, mej. Bakhuis, de heer Helderman, Otto Durler, van Dungen Bille en van der Pot in het Marine-Hotel en kapitein Bouten met mej Rodenburgh Mentz,

mevr. Stakman en de heer Ploem met familie in het Java-Hotel [JB 16-06-1866]. In de Javabode van 23-06-1866 werden tenslotte de aangebrachte regalen nog gemeld.

De WEdele Heeren Gebr Blussé Dordrecht 11

Deze positie van de Kosmopoliet betekent een 1100 mijl ten zuiden van Batavia, een kleine 600 mijl ten westen van Australië.

304


Batavia 29 Juny 1866 WEdele Heeren Waarschijnlijk ontving UEdele reeds bij de vorige mail de tijding van mijne aankomst te Batavia, daar ik van den heer Ardenne vernam, dat hij nog als post scriptum aan zijn oude Heer schreef UEdele kennis te geven dat de Kosmopoliet aan ’t opzeilen is. Voor mij was het onmogelijk brieven over te geven. Na eene reize van 87 dagen kwam ik hier den 15de j.l. aan en hadden gedurende de reis zeer veel ongestadig en onplezierig weder doorgestaan, zoodat wij eerst kort na het afzenden van mijn schrijven van de Linie den 17 April de voorstreng en kluiverboom verloren en later rond de Kaap onderscheidene zeilen stuk kregen. Passagiers en equipage zijn alle perfect wel. Alleen de bootsman Van Waden en een der militairen zijn overleden. Sedert zijn wij druk bezig met de goederen voor Batavia bestemd te lossen en nu zoover gevorderd dat ik denk morgen naar Samarang te vertrekken. De factorij schijnt nog zeer weinig producten tot belading der schepen voorhanden te hebben zoodat de President mij zeide verpligt zal zijn mij naar 4 of 5 plaatsen te zenden om beladen te worden. Het gouvernement heeft ter verzending naar Nederland 125 à 30 militairen die ik gaarne aanneem, doch men wilde dat ik mij verbond den 20 aanstaande te Batavia gereed te zijn om dezen in te nemen. Alle mogelijke moeite voor uitstel hielp eerst niet doch zijn wij later door tusschenkomst der factorij in zooverre geslaagd, dat ik met alle mogelijke spoed naar Samarang zal verzeilen daar 9000 pic. koffy inneem, van daar misschien naar Tagal voor 3000 à 4000 pic. koffy en dan de rest in Batavia in te nemen. Daarentegen zoude het Gouvernement dan daar misschien 70 à 80 manschappen kunnen geven. Hoewel het voordeel van troepen bij eene vracht van 105 per last wel zeer weinig is wordt echter veel meer gewonnen bij de tijd die wij nu korter in Indië zullen zijn en misschien tijdig in Holland komen om voor de winter nog uit te gaan. Voor de tehuisreis ben ik met eenige families in correspondentie en een geëngageerd voor f 3200.-. Den handel is hier stil en vele huizen verdienen weinig vertrouwen. Hier niets bij te voegen hebbende verblijve ik steeds met de meeste Hoogachting UWEdeleDienaar JBouten

305


Deze keer was er een aanzienlijke hoeveelheid goederen uit Nederland meegekomen met de “Kosmopoliet II” zoals werd opgegeven in de Javabode van 30-06-1866. Uit het grootboek blijkt dat deze goederen werden verzonden via de N.H.M. van wie de rederij slechts f. 1.500 ontving voor de gehele vracht. Op 30 juni zeilde de “KII” uit van Batavia naar (richting) Surabaya, waarna zij op 5 juli in Semarang aankwam. AHB 20-08-1866, UITGEZEILD. BATAVIA, 30 Junij; Kosmopoliet II, Bouten, Soerabaya. NRC 30-08-1866, Vreemde Havens. Samarang. Aangek. 5 Julij. Kosmopoliet II, Bouten, Batavia.

De WEdele Heeren Gebr Blussé Samarang 11 Juli 1866 WEdele Heeren Den 6 July na eene reize van vijf dagen kwam ik van Batavia hier aan en hebben dadelijk een begin met lossen en ook met laden gemaakt. Volgens zeggen van den agent der Factorij zal ik hier omstreeks de 11000 pic. koffy bekomen en zoo ik meer noodig had de overige weer op Tagal moeten halen. Zoodra ik nu met zekerheid op kan geven wanneer te Batavia te zijn zal men kunnen zeggen hoeveel manschappen er zijn om daarnaar de te behouden ruimte te stellen. Passagiers zijn nu voor vast geëngageerd Mourier, Muller en famile no.1 en 2 à f 3200.-, familie Doctor van Leeuwen, commandant der troepen f 2500.- no.7, 8; 3 heeren Desentjé nos. 14 en 15 f 3000,.; familie Schilthuis no.12, 13 f 2400.-; Van Swieten f 900.-. In bespreking familie Gallas f 3600.-, Sturler f 1300.-. De Javakoortsen zijn hier weer onder de equipage sterk heerschend en daardoor vele zieken. Dat bevordert ook niet zeer de werkzaamheden. Voor het oogenblik heb ik verders geen bijzonderheden. Hopende UEdele deze in gezondheid moge geworden verblijve ik met de meeste Hoogachting UEDwDien JB

Samarang, 25 Juli 1866 WEdele Heeren Gebr Blussé Dordrecht Op morgen is ons vertrek bepald naar Tagal waar wij van de Factorij in zullen nemen 4000 pic. koffy en dan naar Batavia verzeilen voor de restant. De hoeveelheid hier ingenomen bedraagt 11591 Pic. koffy met totaal omstreeks 15.600 zoodat er nog omstreeks 3 à 4000 over zal blijven voor Batavia. Hoewel ik erop gerekend had dat de lichte koffy meerdere ruimte in zal nemen zie ik nu dat het toch de meting overtroffen heeft en in het 306


onderruim niet meer dan 12000 balen berg. Het zal er dus wel op aankomen de 7000 balen nog in het tusschendeks te bergen. De provisie en passage nemen een groot gedeelte van het tusschendeks in. Mij dunkt dat het raadzaam is de koffy in Holland bij de maat te lossen daar het alles van de vorige oogst is. De passagiers 1st klasse geëngageerd zijn: De fam. Mollier & 3 kinder No.1,2 f 3200.Den Heer Van Swieten ,, 3. ,, 900.,, ,, N.H. ,, 4 ,, 900.De fam. N.H. met 3 kl. kind ,, .5. 6 ,, 2200.De fam. Doctors van Leeuwen 4 kinder & baboe No.7, 8 ,, 2500.,, ,, Schilthuis 2 ,, 9. ,, 2400.,, ,, Varenkamp 6 ,, in bespr. 10,11, 12, ,, Heer Sturler 1 ,, ,, 1300.,, Heeren Desentje 14, 15 ,, 3000.f 16400.Hoewel er vele zieken onder de equipage geweest zijn is er toch geen overleden en zullen later wel weer spoedig gezezen zijn. Verder geen bijzonderheden meer te melden hebbend heb ik de eer met de meeste Hoogachting te zijn UWEDwDien JBouten N.B. Aan het schip is hier behalve het breeuwen niets te doen geweest. Alleen heeft de ijzeren fokkera zich in de lassen begeven en verplicht geweest met ijzeren platen te verbinden. Dat is bepaald een gebrek in de slechte verbinding. Alhoewel er in de Javabode van 30-06-1866 bij de vertrokken schepen vermeld werd dat de “Kosmopoliet II” naar Soerabaija vertrok en in die van 13-07-1866 bij de aangekomen schepen te Semarang vermeld werd dat de “Kosmopoliet II” op 2 Juli uit Batavia vertrok en op 7 Juli in Samarang aankwam, heb ik overgenomen dat het vertrek uit Tegal op 2 augustus was (opvallend dat Tegal in de Javabode met een ‘e’ geschreven werd, terwijl door de Nederlanders als Tagal in die tijd.

NRC 30-09-1866, Vreemde Havens. Batavia. Aangekomen. 5 Aug. Kosmopoliet II, Bouten, Tagal. Terug in Batavia schreef Jacob Bouten nog naar zijn reder: Batavia, 11 Augustus 1866 De WEdele Heeren Gebr Blussé 307


Dordrecht WEdele Heeren Op heden met alles gereed zijnde zoo zal ik morgenochtend de reis naar Nederland aannemen. Schip en equipage laat niets te wenschen over. Na het innemen te Batavia en Samarang in mijn laatste brief vermeld heb ik 4000 pic. te Tagal ingenomen en hier te Batavia 1433 balen koffy en eenige kisten zoodat de geheele lading bestaat uit: 200 Pic. Lapashout & 100 Pic rotting 500 ,, Tin 17024 ,, Koffy 21 kisten diverse De ingenomen ruimte door de koffy is mij verschrikkelijk tegengevallen en gelooft wel het voordeligst te zijn bij de lossing deze te meten. De passagiers 1 klasse zijn: Den heer Mollier & 3 kinder f 3000.,, vd Kolk 3 ,, 2200.,, Doctors van L 4 ,, 1 baboe 2500.,, Schilthuis 2 ,, 2400.f 10.100 Over de vertrokken passagiers viel in de Javabode van 15-08-1866 te lezen: Naar Nederland met het Ned. schip Kosmopoliet II, gez. J. Bouten: de heeren Mollier, Echtgenoot en 4 kinderen, Docters van Leeuwen, Echtgenoot 4 kinderen en bediende, Middelaere, Echtgenoot en 3 kinderen, Schilthuis, Echtgenoot en 2 kinderen, van der Kolk, Echtgenoot en 3 kinderen, de Sturler en Zoon; 3 heeren Dezentje, Loos, van Swieten, Willes, 12 onder-Officieren en 82 Militairen. waarna de uitvoer te Batavia pas in de Javabode van 20-09-1866 vermeld werd. In de NRC van 1 oktober werd reeds geadverteerd met het vertrek uit Batavia op 12 august us 1866. De thuisreizen lopen langs een andere route dan de uitreizen. Zoals op volgende kaart te zien is werd vanaf Straat Sunda in vrijwel rechte lijn naar ten Zuiden van Madagaskar gezeild en vervolgens vrij dicht onder de kust naar Kaap De Goede Hoop. Rond de Kaap ging het in rechte lijn naar St.Helena, dat in het algemeen werd aangedaan (zoals ook deze reis) voor ‘ververschingen’. Voor details van deze thuisreis zie het logboek in bijlage. Aankomst in Brouwershaven op 4 november 1866, 84 dagen na vertrek uit Batavia, hetgeen opnieuw een hele snelle thuisreis is.

308


Route van de “Kosmopoliet II� op de thuisreis van 1866

Brouwershaven, 4 November 1866 WEdele Heeren Met dezen heb ik het genoegen UEdele te kunnen feliciteeren met de behoudene aankomst van de Kosmopoliet II na eene reize van 84 dagen. Alles is perfect goed gegaan en weinig van de militairen gestorven. Slechts 4 die ook ziek te Batavia aan boord gekomen zijn zijn aan die gevolgen overleden. Het detachement moet tot Dordt aan boord blijven volgens de instructie van den commandant en zal vandaar naar Harderwijk vertrekken. Morgen vroeg maken wij een begin met het lossen en zullen hiermedde met alle spoed voortgaan. Van de loods vernam ik dat tot 16 voet gelost moet worden voor wij op kunnen, dat zal dus minstens 6 ligters zijn. Behouden wij goed weer dan kunnen wij misschien Woensdagavond of morgen gereed zijn om dien dag nog opgesleept te worden. Aan het schip is niets te doen en zal alleen op de slip moeten om het koper na te zien. Aan het tuig echter meer. Vooral ijzerwerk en bovendien 2 nieuwe groote stengen. Hopende dat deze UEdele in de volmaakste gezondheid moge geworden verblijve ik steeds met de meeste Hoogachting UEDwD JBouten

NRC 07-11-1866, Carga-Lijsten, DORDRECHT. BATAVIA, Kosmopoliet II, Bouten: 17,024 b.Koffij, 200 pic. Sapanhout, 985 sch.Tin, 2673 b.Bind., N.H.M. DZG 08-11-1866, Scheepstijdingen. Brouwershaven, 7 Nov. Wind W. Vertrokken: Kosmopoliet II, Bouten, naar Dordrecht.

309


Het vrachttarief voor de N.H.M. was deze reis met f. 105,-/last opnieuw een heel stuk beter, waardoor de vracht deze reis voor f. 62.300 aan inkomsten zorgde. Door daarnaast zowel op de uitreis als de thuisreis mooie passagiersinkomsten was deze reis financiëel een groot succes. Het resultaat bedroeg maar liefst f. 67.350, waardoor het negatieve saldo dat overbleef na de bouw van het schip weggewerkt kon worden en aan de aandeelhouders f. 1.500 per aandeel uitgekeerd werd. Tijdens afgelopen thuisreis werd op 1 oktober 1866 Jacob George geboren, de vierde zoon van Jacob en Marie Bouten. Jacob George overleed echter reeds zes maanden later op 8 april 1867, tijdens de volgende uitreis van zijn vader. In de Javabode van 1-10-1866 werd nog een interessant bericht uit Nederland vermeld, namelijk over de snelheid van het Engelse schip de “Maitland” in vergelijking tot reisgegevens van de “Kosmopoliet I en II”. Het waren duidelijk niet alleen de Nederlanders die snelle schepen bouwden, anderen deden dat nog beter!

310


Derde reis van de “Kosmopoliet II”, 15 februari 1867 – 8 november 1867

Op 16 januari 1867 is de aanmonstering voor de derde reis van de “Kosmopoliet II” naar Batavia. De bemanning bestaat deze keer uit 33 man en zeer uitzonderlijk één vrouw, die als hofmeesteres aanmonsters (er is ook een hofmeester en een 2e-hofmeester) zonder gage ‘voor de kost’. Je zou vermoeden dat het de vrouw van hofmeester Thomas van Houten (34jr, Rotterdam) is, maar dan monstert ze wel aan onder haar meisjesnaam Mol. Hendrik Dienske is opnieuw 1e-stuurman, J.A.Vogelsang 2e-stuurman en H.de Neef is nu 3e-stuurman, 18jr (op de eerste twee reizen was hij lichtmatroos). Voor dokter Hendrikx (35jr, Middelburg) is het de derde reis, netzoals voor de hofmeester, timmerman Doorn (45jr, Dordrecht) en lichtmatroos vd Koogh (18jr, Dordrecht) die de eerste reis als ‘jongen’ aanmonsterde. Op 21 januari verlaat de “Kosmopoliet II” Dordrecht achter de sleepboot, waarmee zij op 23 januari in Brouwershaven aankomt. NRC 23-01-1867, Scheepstijdingen. Dordrecht 21 Januarij. Gisteren in den laten namiddag is van hier naar Brouwershaven, met assistentie van de stoomboot Hellevoetsluis, vertrokken het clipperschip Kosmopoliet II, kapt. Bouten. Na dien dag tot beneden de Wacht gekomen zijnde, is het schip heden morgen verder gegaan en was ongeveer te 10½ ure op de hoogte van de Klundert in goeden staat zijne reis vervolgende. Deze reis gaat er geen detachement militairen mee. Gunstig weer voor vertrek moet lang worden afgewacht, het vertrek uit Brouwershaven naar Batavia was eerst op 15 februari 1867 met als passagiers: NRC 17-02-1867, Vertr. Passagiers. Van Brouwershaven. Naar Batavia: Per Kosmopoliet II, kapitein Bouten: de heeren mr. H.N.Grobbee met echtg. en kind; P.C.Wijnmalen met echtg. , twee kinderen en baboe; H.van Berkel met echtg. en drie kinderen; H.J.G.Aars met echtg. en twee kinderen; T.E.Senn van Basel en echtg.; J.van Velzen en echtg.; J.M.van der Burg Jr. en echtg.; baron C.van Heerdt met echtg. en twee kinderen; mevr. de wed. M.Kobold-de Val; de dames E.M.C.C. en J.M.L.Kobold, IJ.Wybrandi, L.Begemann en E.van der Burg; de heeren C.Prey, J.Kroll, G.Beck, V.F.Priester, G.A.Elenbaas met echtg. en 4 kinderen, J.Weidner en echtg., en mej. P.E.van Lynschoten.

311


Tien dagen na vertrek werd de “Kosmopoliet II” op 25 februari gepraaid op 49°NBr, 10°WL, een 200 mijl voorbij Engeland [NRC 16-03-1867], waarna de verdere reis vooral tot aan de evenaar ook lang duurde vanwege gebrek aan wind. Drie maanden later, na een lange reis van 99 dagen (alleen ter genoegen van de dames), is de aankomst in Batavia op 25 mei 1867. Batavia 27 Mei 1867 De WEdele Heeren Gebr Blussé WEdele Heeren ! Eergisteren den 25 j.l. zijn wij hier na eene reize van 99 dagen aangekomen. De reis is buiten alle verwachtingen lang geworden en hebben het meeste oponthoud gehad eerst buiten het Kanaal tusschen de gronden en later 13 dagen bij de Canarie eilanden, troffen ook geen passaat, zoodat wij eerst met de 43 dag bij de Linie waren. Vandaar ging het met afwisselende gelegenheden vrij goed, doch meestal lichte winden zoodat men wel kan zeggen het eene reis is geweest alleen ter genoege der dames. UEdele letteren van 6 & 16 April zijn mij geworden en de inhoud genoteerd, waaraan ik mij zal trachten te houden. Door de Factorij is ons een aanbieding gedaan van 5000 pic. suiker te Pekalongan, 8000 Pic. koffy te Samarang en de rest specerijen te Batavia, te laden naar Amsterdam a f 82.50 per last, hetgeen zij zeide het laatste partijtje zoude zijn dat zij nog voor de nieuwe oogst af te schepen hadden. Wij hebben echter gedacht niet te vlug met de aanneming te zijn daar hier geen schepen disponibel zijn en voorzoover wij weten ook geene op de komst. Ik heb hun gepresenteerd om het voor die vracht aan te nemen naar Rotterdam en zelfs voor scheepsrekening naar Amsterdam te leveren, doch dat scheen niet te mogen gebeuren. Wij zullen nu zien hoe het bij de volgende mail zal zijn. Aangaande passagiers kan ik nog weinig zeggen doch twijfel niet of daar zullen zich wel eenige families opdoen. Ook zijn er nog al eenige gepasporteerde militairen voorhanden die zij zooveel mogelijk voor mij zullen bewaren. Schip en equipage laten niets te wenschen. Hopende dat deze UEdele in continuatie van welzijn mogen geworden Heb ik de Eer enz JBouten Ook de Javabode van 29-05-1867 vermelde de aankomst van de Kosmopoliet II te Batavia op 25 mei en in de Javabode 3-06-1867 werden de te Batavia aangekomen passagiers vermeld. Aang. Passagiers te Batavia. Van NEDERLAND met het Ned. Schip Kosmopoliet II, gez. Bouten, de heeren Grobbee, Echtg. en kind, Wijnmalen, Echtg., 2 kinderen en baboe, van Berkel, Echtg. en 3 kinderen, Aars, Echtg. en 2 kinderen, L.R.Priester, Echt. en 3 kinderen, Senn van Basel en Echtg., J. van Velsen en Echtg., J.M.vd Burg en Echtg., van Heerdt, Echtg. en 2 kinderen, C.Preij, J.Kroll, G.Beek, V.F.Priester, Elenbaas, Echtg. en 4 kind., J.Weidner en Echtg., Mevr. de Wed. Kobold, de Dames E.M.C.C. en J.M.L. Kobold, Wijbrandi, Begemann, van der Burg, P.E. van Lijnschoten en 1 Javaan.

312


Batavia 14 Juny 1867 WEdele Heeren Gebr Blussé Bij mijn vorig schrijven melde ik UEdele dat wij met een vracht voor Amsterdam bij de Factorij in onderhandeling waren, doch nog niet wilden aannemen dan tot hooger vracht dan f 82.50 per last. Acht dagen later ging ik er weer heen en vroeg of de 2½ gulden er nog niet bij kon doch zij zeiden er in de eerste twee maanden geen cent meer kwam. Wetende dat er zeer weinig goed bij particulieren voorhanden was en de nieuwe producten nog een paar maanden weg blijft, vond ik het beste met de aanneming van die vracht maar niet langer te wachten. Vandaag acht dagen hebben wij voor f 82.50 afgesloten en zoo ik UEdele vroeger melde te Pekalongan en Samarang 5000 Pic. suiker en 6000 pic. koffy innam en de rest te Bavaria in koffy en specerijen. Met eenige families voor passagiers naar Nederland ben ik reeds eenige tijd in correspondentie doch kunnen het met de passage nog niet eens worden. De fam Jacobs van Soerabaja is aangenomen voor f 4800.- en eerst dan wanneer het schip op zijn vertrek ligt komen de passagiers, en dat doen ook vele doordat zij meenen dan voor minder passage mee te kunnen. De wissel van Mevrouw Kobold is geaccepteerd doordat de collecte het voor . . . . . . op gebracht had, doch ik vrees voor het geld van Van Heerdt, deze heeft hier slechts zeer weinig geld en eene betrekking is nog zeer ver af. Equipage is volmaakt, wel R. De Groot overgeplaatst op de . . . Kapt . . . . Met de meeste Acht enz. J. Bouten Na eerst een lading in Pekalongan ingenomen te hebben kwam de “Kosmopoliet II” op 6 juli 1867 aan te Semarang [Loc 12-07-1867], waarna ze op 14 juli naar Batavia terug voer [Loc 19-07-1867]. Over de lading stond in de Locomotief van 10-07-1867 vermeld: Van Batavia via Pekalongan met het Ned.schip kosmopoliet II, kapt. Bouten. Lading van Batavia, 4 kn. Bessensap, 24 fl.cognac, 3 kazen, 7 fl.rolpens en 18 hammen, B.Kopersmit &Co. Lading van Pekalongan, 5 kn.wijn en 5 mand.bier, B.Kopersmit &Co. Lading van Batavia en Pekalongan, bestemd voor Nederland. Vervolgens stond er in de Locomotief van 22-07-1867 nogmaals een bericht over de lading: Naar Nederland via Batavia met het Ned. Schip Kosmopoliet II, kapt. J. Bouten. Lading voor Nederland, 50 pik.rotting en 5,39992/100 pik. Koffij, N.H.M., 1 kt.zuren en confituren, J.H.de Kanter. Lading van Batavia en Pekalongan, bestemd voor Nederland. Batavia, 27 July 1867 De WEdele Heeren Gebr Blussé Dordrecht 313


Den 16 kwam ik van Samarang hier aan, waar ik het restant der lading in zoude nemen en ontvang daarvoor heden het laatste gedeelte, bestaande het geheel nu uit 1168 kr. of 4966,70 Pic. Suiker, 11809 Pic. Koffy, 535 Pic. Gutta Percha, 363 Pic. Tin en 100 pic. Rotting, tezamen 17796 Pic. of 594 betaalbare Lasten à f 82.50 per last = f 49.000. Aan kajuitspassagiers zijn wij minder gelukkig geweest, daar hiervan 2 fam en een heer zich terug moesten trekken, doordat ’s lands kas geen beschikbare gelden meer had om voorschot op passagegelden aan de verlofgangers uit te betalen. Het geheele binnenlandsche Bestuur is zoo in de war en wordt daardoor zoo weinig afgedaan, dat zelfs de gelden voor de uitgebrachte ambtenaren niet zijn uitbetaald. Onderscheidene malen is bericht gestuurd, doch hadden het zoo druk, dat zij zeiden er nog niet aan toe te zijn. Later was het weer dat zij de Gouvernementscontracten niet konden vinden, zoodat het zaak is in het vervolg onze contracten naar Indië mee te nemen. Het is verschikkelijk zooals hier algemeen geklaagd wordt over het trage van het binnenlandsche Bestuur en toch zijn zij overstroomd van klerken. Wij hebben het eindelijk door aanhouden zoover gekregen dat wij hoop hebben het met de mail van den 31 te remiteeren. De wissel van Mevrouw Kobold wordt op den vervaldag betaald doch ik vrees zeer voor dien van den Heer Van Heerdt. Deze leeft hier niet zeer zuinig in een logement en geeft vooruitzicht in eenige betrekking te komen. Furnée, officier van administratie bij de Marine heb ik geschreven het verschuldigde geld aan Kopersmit af te dragen. Aan gepasporteerde militairen zijn aangenomen 41 Milit & Stokers en 12 Ond. Officieren f 16648 Kaj. Passagiers ,, 11300 ---------f 27948 De equipage is volmaakt wel en het schip in een goede volwaardige staat. De tweede hofmeester De Groot is ontslagen en van de zeilemaker ontving ik f 20.- om aan zijne vrouw over te maken. Verzoeke deze aan haar uit te betalen. JBouten

Batavia, 27 July 1867 Ontvangen Telegram van Djokjarta Schrijf wanneer u op Java terugkomt. Dit spoedig zijnde denk ik mee te gaan 6 volwassenen 10 kinderen waarvan 5 boven tien jaar. G.Enger

Den Heer G. Enger, Djokjakarta Batavia 27 July 1867 Waarde Heer, De telegram door UEdele mij toegezonden is mij geworden en heb de eer UEdele hierbij te berichten, dat het zeer moeilijk is hiervoor de tijd aan te wijzen. Ik geloof echter, dat de Kosmopoliet II bij een niet te lange tehuisreis wel voor de winter weer uit Holland zal zeilen en dan omstreeks het begin van April op Java terug zal zijn om dan na twee maanden naar Holland

314


te vertrekken. Mogt UEdele dit nog te laat zijn dan ben ik zoo vrij de Kosmopoliet I te recommandeeren . . . . met volgens mij het vervolg: die einde Juny uit Holland is gezeild en dus einde September hier kan zijn. Bij mijne . . . . . Ontvange waarde Heer de Hartelijke Groeten en de verzekering van mijne Achting ... UEDwDienaar JBouten Het vertrek uit Batavia is op 30 juli 1867 [AH 13-09-1867] met de volgende passagiers: DZG 13-09-1867, Vertrokken Passagiers. Naar Nederland, met het Ned. Schip Kosmopoliet II, gez. Bouten: de heeren Smets en fam., Schoenmaker en fam., van Dobbe, van Zuijlen, Kocken, Holtzapfel, Fokkers, 2 heeren Dezentje, mevr. de wed. Veenhuijzen en fam., jongeheeren Arend en Beer, 42 militairen en 1 vrouw. Tijdens de thuisreis werd op 17 september St.Helena aangedaan [AHB 26-10-1867], waarna de reis verder ging naar Amsterdam en kennelijk niet zeer spoedig verliep. Aankomstdatum aldaar rond 8 november 1867, na op 28 oktober bij Texel te zijn aangekomen [Loc 27-12-1867]. Nieuwe Diep 8 Nov1867 WEdele Heeren Gebr BlussĂŠ Na 10694 Balen koffy hier in zes ligters gelost te hebben zijn wij tot de vereischte diepte van 48 palm gekomen om op te kunnen gaan. Het was gisteren echter te laat zoodat wij het dezen morgen zullen doen. Het sleepen door het Kanaal zal zijn door de onderneming van Gebroeders Goedkoop en is voor ons het tarief tot en met 200 ton 45Ct per ton en voor elke ton daarboven 28Ct. Er is ook nog een tweede onderneming Vermeulen en door deze concurrentie aan de groote schepen 2 stoomboten voor het tarief van een boot hetgeen voor de korte draaiingen in het Kanaal een groot gemak en besparing van trossen is. Men neemt nu een der booten er voor en een achter of opzij die het achterend bestuurd. Het heeft hier sedert ons binnenkomen uitgezonderd een dag niets gedaan dan stormen met regenbuien, zoodat wij met heel veel moeite de zeilen hebben droog gekregen. De haven en ligplaats is zeer goed, doch het kost hier heel veel moeite en trossen om daar te komen en mag men hier van het laatste wel een dubbeld stel hebben. Zoodra wij opgaan zal ik UEdele zulks per telegram melden. Met de meeste achting JB

AHB 30-10-1867, Carga-Lijsten, Amsterdam. BATAVIA, Kosmopoliet II, Bouten: 11,827 b.Koffij, 261 kr.Suiker, 1133 st. Gutta Percha, 150 p. Sapanhout, 907 sch. Tin, 417 b. Bindr., N.H.M. Alhoewel in het Samarangsch dagblad de Locomotief eerder niet vermeld, bestond de vracht duidelijk wel ook uit suiker en andere goederen dan eerder vermeld. De totale vrachtprijs was 315


met f. 51.262 voor deze reis weer wat lager en werd niet rechtstreeks door de N.H.M. aan Blussé betaald maar door J.Daniëls&Zn & Arbman te Amsterdam. Ook de inkomsten aan passagiers waren zowel op de uit- als op de thuisreis weer wat lager, alhoewel nog net zoveel als de vracht en iets hoger dan op de eerste reis. Het resultaat van deze reis volgens de boekhouding, bedroeg f. 18.455, de uitdelingen f. 36.400 Locomotief 23-12-1867, Aangekomen passagiers in Nederland. Van Java; per Kosmopoliet II, kapt. Bouten: de heeren J.W.Kröller en echtg., H. Schoenmaker en fam., T.H. Smets en fam., J.Coke en W. Van Zuijlen, kapts.O.I. leger, A.F.Frackers en Holtzapfel, zeeofficieren, twee gebroeders Dezentje, de jongeh. Arent en Bär, twee gebroeders Dobbe, 150 militairen en matrozen. Nevenstaande opgave van de passagiers en de inkomsten geeft aan dat de tarieven voor de uitreis van f. 600,- á f. 650,- en voor de thuisreis á f. 800,- nog gelijk zijn aan die van de eerste reis. Voor enkele passagiers werd ook hier een lagere prijs gevraagd, zoals voor de reis van de jongeheer August Bär die door het Zendeling Genootschap betaald werd [14]. Als 2e-klas passagiers op de uitreis ging de heer Elenbaas met echtgenote en 4 kinderen mee voor f. 1.000,- hetgeen te vergelijken met 2eklas passagiers op de 2e-reis á f. 150,- (tot f. 220,- met bijbetaling), onderofficieren á f. 150,- plus kostgeld á f. 0,80/dag en militairen á f. 50,- plus kostgeld van eveneens f. 0,80/dag (f. 0,75 in 1868).

316


Vierde reis van de “Kosmopoliet II”, 28 maart 1868 – 24 november 1868

Deze reis van de “Kosmopoliet II” zou de laatste met Jacob Bouten als kapitein worden. Voor deze reis wordt kennelijk maar weinig geadverteerd en verschijnen er slechts een aantal berichten dat het clipperfregat Kosmopoliet II. Kapt. J. Bouten, in lading gereed ligt te Amsterdam. Adres: Jan Daniels & Zn & Arbman, te Amsterdam, of Visser & van der Sande, te Rotterdam en te Dordrecht. De laatste advertentie met Jacob Bouten als kapt. van de “Kosmopoliet II”, staan in het Algemeen Handelsblad van 22-02-1868 en het Dagblad voor Zuidholland en Gelderland van 23-02-1868. Het vertrek uit Nieuwe Diep wordt voorzien op 18 maart.

“Kosmopoliet II” zeilend bij de wind met alle zeilen bij. Links een loodsrinkelaar met blauwe loodsvlag in top en tussen beide schepen een brik. 1865 ( Emanuel de Vries) [MMR]

In het NRC van 20 maart 1868 werd gemeld dat de “Kosmopoliet II” vertrokken is van Nieuwe Diep, met de volgende passagiers:

317


NRC 20-03-1868, Vertr. Passagiers. Van Nieuwe Diep. Naar Batavia. Per Kosmopoliet II, kapitein Bouten: De heeren W.J.J. Docters van Leeuwen met echtg. en vier kind., T.van der Kolk met echtg. en vier kind.; E.D.C.Middelaer met echtg. en drie kind., A.L.C.Stödtke en echtg., W.A.A.de Sturler, A.J.Crommelin, J.Trumpi, S.C.A.Lens, V.M.J.van der Mark, H.L.Kilian, detachement kommandant met echtg., drie kinderen en Jav.bediende, J.Vogelzang, 1ste luit. der inf., en P.J.Vos, 2de luit. der inf.; benevens een detachement militairen, sterk 150 man, waaronder 9 onderofficieren Opnieuw dus met een detachement militairen aan boord. 

De 4e reis van de “Kosmopoliet II” vertrok op 28 maart 1868 vanuit Texel.

Op20 april 1868 werd de “Kosmopoliet II” gepraaid op 3°19’NB en 23°40’WL [NRC 25-08-1868], ca 800 mijl recht onder de Kaap Verdische eilanden en twee weken later op 2 mei voor de kust bij Rio de Janeiro op 24°ZBr. en 30°WL [NRC 10-07-1868]. Op 18 juni 1868 was de aankomst te Batavia na een reis van 82 dagen. De bevrachting was deze reis weer door de N.H.M., waarvoor deze keer naar Surabaya verzeild werd (de vorige drie reizen naar Semarang). AHB 10-04-1868, Vervolg der Nieuwstijdingen, Amsterdam, Donderdag 9 April. Door de N.H.M. zijn bevracht de volgende 17 schepen, als: Voor Rotterdam: Kosmopoliet II, kapt.J.Bouten, 569 last.a f91,98 De bevrachtingen door de N.H.M. waren inmiddels ook in het Samarangsch dagblad de Locomotief te lezen. In het dagblad van 25-05-1868 stond nevenstaande opgave. De WEdele Heeren Gebr Blussé Dordrecht Batavia 27 Juny 1868 WEdele Heeren Hiermede heb ik het genoegen UEdele te feliciteeren met onze behouden aankomst te Batavia op den 18 Juny na eene reize van het Nieuwe Diep van 82 dagen. Hoewel het niet als bijzonder vlug kan aangenomen worden maakt het toch nogal een belangrijjk verschil met de Noach en anderen die 10 dagen voor ons gezeild zijn. De Noach kwam een dag na ons hier ter reede en had alzoo 93 dagen. De Kortenaer dat mede een vlug schip is had 98 dagen en van de Dordrecht hoort men nog niets. Hoewel wij nogal eenige malen woest weer gehad hebben is er niets verloren en het schip in volle zeewaardigheid. Passagiers en Militair waren bijzonder tevreden en erkenden bij de inspectie voor den Gouverneur alle hunne bijzondere tevredenheid. Bij aankomst der laatste mail ontving ik uwe geëerde letteren, met het bericht van de bevrachting van de Kosmopoliet II. De charterpartij was reeds in mijn bezit. Ik heb echter nog niets te weten kunnen komen wanneer en waar mijn belading zal zijn. Zij zeggen ik nog tot Sept de tijd heb. De President is mij echter nogal genegen en heb gemerkt dat zoo hij kan wel zal helpen. De producten komen echter zeer langzaam in en zijn nog lang niet aan hun hoeveelheid voor de eerste veiling. Ik zal dus niet eerder iets te weten kunnen komen voor het schip te hunnen dispositie gesteld kan worden. 318


Met de lossing wordt de meeste haast gemaakt. De equipage wel en verzoek aan de 2de Lt. Vogelzang zijn vrouw uit te betalen f 70.- waarvoor waarde ontvangen. Niets bijzonders meer te melden hebben met de meeste Hoogacht te zijn UEDwDienaar JBouten Met de rivaliteit tussen de “Noach” en de “Kosmopoliet I” in gedachten (zie Deel IIIA) kan men zich indenken hoe belangrijk het voor Jacob Bouten moet zijn geweest om op deze laatste uitreis van hem de (aanzienlijk lichtere) “Noach” te verslaan en met maar liefst elf dagen! Vertrek op 12 juli van Batavia naar Surabaya, aankomst aldaar op 22 juli [NRC 1-10-1868]. De WEdele Heeren Gebr Blussé Dordrecht Batavia 11 July 1868 WEdele Heeren Morgenvroeg vertrekken wij naar Soerabaja om daar 2/3 gedeelte der retourlading in te nemen in suiker en dan opvullen te Batavia. Het zal dus wel eind August worden voor wij de terugreis aan kunnen nemen. Met onderscheidene fam ben ik in onderhandeling voor de passage naar Nederland doch daar het vertrek nog onzekerheid geeft wil zij nog niet decideeren. Een request aan’t Gouvernement gepresenteerd voor terugkeerende militairen waarvoor wij de toezegging hebben en de vrijheid terugkomend Samarang aan te doen die daar voorhanden zijn aan te nemen. De passagegelden der militairen zijn als naar gewoonte nog niet ontvangen en ook niet van den heer Van der Mark die zoo ik meen zich bij een promesse verbonden heeft 2 maand na aankomst te betalen. Ik betwijfel echter of deze gelden dan wel voorhanden zullen zijn. Verheggen heb ik opgezocht doch ... ... te zullen ... Aan boord alles wel. JB Deze brief dd 11 juli 1868 is de laatste in de schriftjes die Jacob Bouten aan zijn reders Blussé schreef. Na deze reis blijft Jacob Bouten aan de wal.

De twee ‘schriftjes’ met de brieven van aankomst 1853 – 1868 van kapitein Jacob Bouten [fam Bouten]

In de Locomotief van 3-08-1868 verschijnt nog een advertentie voor passage naar Nederland met de ‘Kosmopoliet II’, om tegen medio augustus vanuit de Oosthoek via Batavia naar Nederland te vertrekken, waarbij zo nodig Semarang aan te doen ter opname van passagiers. 319


Verder bljkt uit deze advertentie dat Blussé kennelijk geen zaken meer doet met de agent Kopersmit &Co op Java, maar nu met von Hemert &Co te Batavia, Dorrepaal &Co te Surabaya en Bicker &Co te Semarang. Aangezien Jacob Bouten als ‘Aangekomen vreemdeling te Semarang’ vermeld wordt alwaar tussen 23 en 28 augustus zijn intrek te hebben genomen in Hotel du Pavillon [Loc 2808-1868], betekent dit dat de terugreis van Surabaya naar Batavia inderdaad nog via Semarang ging. Uit het grootboek blijkt dat kapitein Weyman en familie in Surabaya aan boord kwamen en de heren Zoutmaat Brugman en J.E.Eck in Semarang. Na op 29 augustus in Batavia te zijn teruggekomen [NRC 19-10-1868], vertrekt Jacob Bouten voor zijn laatste thuisreis op 6 september uit Batavia, drie nadat de “Kosmopoliet” op haar 15e-reis, nu met kapitein de Groot, vanuit Brouwershaven in Batavia aankwam [Loc 11-09-1868]. Illustratief voor de snelheid waarmee de vrachttarieven konden veranderen is de vermelding voor de Kosmopoliet in de Locomotief van 25-09-1868, dat deze bevracht werd voor f. 106,- per last naar Dordrecht.

Locomotief 14-09-1868, Vertrokk. Passagiers te Batavia. Naar Nederland, per Nederl. Schip Kosmopoliet II, gezagv. Bouten. – De heeren Heijman, Echtg. en zuster, Eck en bed., Verhegge, Vredenburg, Zoutmaat, Brugman, Blom, Echtg. en 4 kinderen, Pol, de Bruijn, Angement, Echtg. en 6 kinderen, Mevr. Spaan en zoon, Mevr. de Wed. Van Rijn van Alkemade en Zr. Ms. Troepen. Op de thuisreis wordt op 17 okotober te St.Helena aangedaan [NRC 23-11-1868], van waar de “Kosmopoliet II” een dag later de reis naar Nederland vervolgt. Op 24 november is de aankomst in Brouwershaven [NRC 25-11-1868], 78 dagen na vertrek uit Batavia. Over de aankomst in Brouwershaven was in o.a.de Dordtsche Courant van 26-11-1868 te lezen: Dordrecht, 25 November. Het clipperschip “Kosmopoliet II”, gezagv. J. Bouten, gisteren namiddag te Brouwershaven van Batavia binnegekomen, legde de reis af in 78 dagen, hebbende een dag vertoefd te St. Helena. Met genoemden bodem zijn de volgende passagiers in Nederland aangekomen; de Heer Heijman en echtg., J.C. Eck en bediende, Verheggen, Vredenburg, Bloem en echtg. en 4 kinderen, Pol, de Bruin, Angement en echtg. en 6 kinderen, mej. Heijman, mevr. Spaan en zoon, mevr. de wed. van Rijn van Alkemade, benevens 5 onderofficieren en 48 militairen. De heer Zoutmaat Brugman was gedurende de reis overleden [3]

320


Vanwege het overlijden van de heer Zoutmaat Brugman verscheen in de NRC van 6-12-1868 de volgende advertentie: De lading op de laatste reis was voor de N.H.M. en bestond uit: 5915 b.Koffij, 3371 kr.Suiker, 9 k.ruwe Zijde, 1186 sch.Tin, 1380 b.Bindrott [AHB 26-11-1868]. Zoals hiervoor reeds gezien was het vrachttarief met f. 92/last weer hoger en voor de totale vracht werd f. 56.428 betaald. Het detachement militairen dat op de uitreis meevoer maakte echter het grootste verschil waardoor het resultaat van deze reis aanzienlijk beter was dan de vorige. Na op zijn laatste uitreis de “Noach” ruim verslagen te hebben, verbetert Jacob Bouten met deze laatste thuisreis in 78 dagen12 zijn eigen record, waarschijnlijk dat van de “Kosmopolieten” en daarmee van de schepen van de reders Blussé. Met 78 dagen was deze thuisreis de snelste van Jacob Bouten en even snel als zijn snelste uitreis met de “Kosmopoliet II”.

Het is moeilijk te zeggen wanneer Jacob’s hoogtepunt was vanaf zeevaarder tot en met gezagvoerder, maar hij nam na deze reis wel afscheid als zeevarend kapitein. Voor het vervolg van zijn leven, zie deel IV.

12

Hierbij zei wel opgemerkt dat van 6 september tot 24 november 79 dagen reisduur zijn en geen 78. De 78 dagen zijn waarschijnlijk geteld met aftrek van de dag te St.Helena.

321


Van tijdens deze laatste thuisreis van kapitein Jacob Bouten met de “Kosmopoliet II”, zijn er delen van de scheepskrant bewaard gebleven met geschriften van passagiers die door een redacteur werden verwerkt in ‘De Wereldburger’. De eerste bladzijden hiervan heb ik opgenomen om een beeld te geven van het leven aan boord. De ingezonden stukken zijn erg eentonig en in ogen van huidige tijd erg discriminerend c.q minachtend, maar omdat het voor een deel de tijdsgeest van destijds en de verveling aan boord zal vertegenwoordigen, heb ik toch nog een paar baldzijden meer opgenomen. (met dank aan vooral mijn nicht Titia voor de transcriptie).

Scheepskrant “De Wereldburger” [fam. Bouten]

A° 1868

No 4

De Wereldburger Nieuws en Advertentieblad Zondag 11 October Met 5 (zegge 6) bijvoegsels Als iets in staat was de vreedzame (vreetzame) bewoners van den Kosmopoliet II in beroering te brengen, dan is het zeker de kwestie in het laatste extra nummer dezer Courant opgeworpen omtrent het al dan niet per “peturel” doen zijn van het huwelijk. Het doel daar den opwerper dien kwestie zich voorgesteld, mogen wij gerust zeggen ten alle bereikt te zijn. Verreweg het grootste gedeelte der Cosmopolieten toch hebben ons schriftelijk hunne affinie over die kwestie medegedeeld ter publicering. Diegenen die dit nog niet hebben gedaan stellen zich voor het volgend nummer der courant daarmede te versieren waarmede de redactie gaarne genoegen

heeft genomen uitgaande van het beginsel dat ,al is iets kekker, dit daarom niet op hoeft. Naar aanleiding van den aard en de menigvuldigheid der bijdragen, heeft de redactie de vrijheid genomen de Courant deze keer xxx andere vorm dan gewoonlijk deze keer ingezondene stukken in originalia te plaatsen, uitgezonderd het eene dat als kopy voorkomt, omdat het schrift te prachtig was om onder de ogen van het profane publiek te worden gebragt. Wij geloven dat ons waarde abonné‘s bereid zullen zijn ons die gemakzucht te vergeven, maken van deze gelegenheid gebruik om hier onze erkente-lijkheid te betuigen van de tot

322


hiertoe verleende medewerking recommanderen ons voor het vervolg.

en

Officiële berigten Het zal van het lezend publiek zeer zeker een aangename en verblijdende tijding zijn te vernemen dat van de reis het ruwste gedeelte, waar men gewoonlijk zeer veel slecht weer en hevige schommeling te wachten heeft, is gepasserd. Ruim een derde gedeelte is aldus achter den rug en ,t aangename is het te weten dat wij van een geruimen tijd niets dan aangenaam weer te wachten hebben. Ook is de vrees van de west . . . . . . . . .en onze lieve Dames als eksters in de kraaien plaatsen zouden, geheel geweken en kunnen wij dus nu weer ruim adem halen. Het gaat steeds met een tamelijk goede snelheid vooruit en wil dit zo blijven dan kan men op aanstaande zaterdag een heerlijk gezigt verwachten op het in de geschiedenis zoo bekende St Helena. Het is het eiland waar de groote Napoleon bijna zeven jaren in gevangen-schap heeft doorgebragt en nu door de meeste schepen op hunne reizen van Indië naar europa wordt aangedaan om zich van eenige verversingen en van water te voorzien. Ook de passagiers kunnen daarvan profiteren en zoo zij niet te veel aan hun geld gehecht zijn een allerliefst togtje te paard of per rijtuig maken. -----------------------In de afgeloopene week heeft zich op geneeskundig gebied weinig bijzonders voorgedaan.

Verscheidene Cosmopolita-nen hebben veel hinder van verkoudheid zich merkende door veel niezen en verstoptheid in het hoofd, ook deden zich een paar ligte aandoeningen der keel voor. De thermometer teekende de laatste dagen 15°C = 59°F zoodat wij voor eerst weder de grootste graad van koude gehad hebben. Een paar avonden den gepasseerden week was het xxxx nog al vochtig; men dient dan vooral voorzichtig te zijn en zich niet te lang in de opene lucht begeven als en lang in een warm vertrek heeft gezeten men zorge dan als men nog een lucht je wil scheppen dat men zich wat warmer kleedt.

Advertentiën Teregtwijzing Met verontwaardiging heb ik gelezen het berigt dat bij mij zouden verkrijgbaar zijn specerijen bestemd om zacht-zinnige dames de noodige scherp-te te verleenen. Ik kan mij niet anders voorstellen of dat berigt moet zijn een gewrocht der verwarde hersens van mijne naamgenoot Hendriks met een Ks .Bij dezen verklaar ik plegtig des gevraagd dat ik, gedurende mijne gansche veel jarige praktijk, immer achter bloed koralen lippen en ivoren tanden ( ,t zij echt of onecht) tongetjes heb gevonden scherp genoeg om elk denkbeeld van zachtzinnigheid of van geneesmiddelen tegen dat gebrek buiten te sluiten. Mij verder bij de dames aanbevelende teeken ik mij onderdanig, Dr Hendrix ( met een X)

323


Klacht van een hondje dat door zijner voedstermoeder verstoten is Wie Nederlandsch-Indië vloekt of veracht Ik kan het niet anders dan prijzen Daar was is gelukkig en uitte geen klacht en kreeg ik de lekkerste spijzen ------Daar werd ik gewassen, gekamd en gestreeld Op zijn tijd ook geknipt of geschoren Ik heb mij er dan ook geen moment ooit verveeld Ik had een leven als hond naar behoren. -------Thans is het helaas! een heel ander geval Ik word door mijn meesteresje vergeten Ik weet niet waar ik meest over mopperen zal Over vuilheid of wel over eten

-------’t wordt nooit meer als vroeger door Horina bediend Haar schoothondje kan zij thans missen Ik weet niet waaraan ik haar wraak heb verdiend Maar de rede, die kan ik wel gissen -------Een zeereis voor honden, ik heb het altijd gedacht Kan nooit geen genoegen verschaffen Wat zal ik weer blij zijn als ik op de gracht, t’ Amsterdam weer eens lustig mag blaffen

Ingezonden Door een onzer geachte medepassagiers is de vraag ter beantwoording gesteld geworden wat beter zoude zijn: het huwelijk á la perpétuité of wel naar enigen tijd te sluiten. Mogelijk valt het naar xxxxxx strenge zeden en godsdiensten begrippen . Zijn gevallen omtrent deze zaak te openen(?). Doch in aanmerking genomen de kring waarin wij geplaatst zijn. en dat bij het einde der reis, vooral bij het zien der Nederlandsche Kusten al het voorgevallenen gedurende het traject vergeten en vergeven wordt. Zoo wordt er niet geaarzeld zijne denkwijze omtrent de wettige xxxx van het menschdom (hoe wars ik ook van denkwijzen den passagiers ??) aan de fijne critique blaat te geven. Eene pen, fijner gesneden dan de mijne, zoude dit gewichtig onderwerp zekerlijk beter en uitvoeriger uit een werken, doch gexxx zijnde van kindsbeen af, zelfs met de moedermelk gezogen, rondborstig xxxxxx niets onder het oude lapje

verborgen te houden. Zoo verwachtte men van mij het ondervolgende geschreven juist zoals het innig gemeend wordt. Het huwelijk zoals het thans is ingesteld, de Mormonen en de Mohammedaanse sekte uitgesloten is uitmuntend omdat de willekeur, vooral bij de mannen te wachten, achterwege blijft. Want het oude Hollandsche spreekwoord “Verandering van vleesch doet eten”. Zonde, helaas al te dikwerf bij een andere instelling in praktijk gebragt worden. De voorstellen van eene andere instelling bijvoorbeeld om de 3 of 5 jaren den huwelijkse termijn te stellen heeft zeker zijn denkwijze gebaseerd daarop. Dat men in de 3 of 5 jaren zoete vereniging geen waardige, kleine even beloftes(??) voor den dag zullen komen. Maar dit is ongerijmd want de paring is daar geteld om de aardbol bevolkt te houden en wanneer men van ene gezonde constitutie is en men heeft van beide kanten goede medewerking

324


dan moeten, dan komen dan zullen volgens de natuurwetten telgen het daglicht zien. Men zegt het huwelijk kan ongelukkig wezen, aangenomen, maar wiens schuld is het? Denkt eer ge begint. Vooral in Holland waar men jarenlang geëngaeerd is leert men elkander toch wel kennen. In Indië waar het engagement door de warme temperatuur korter is, daar zoude een ongelukkig huwelijk weleens plaats kunnen vinden maar dan bestaan er immers van die huismiddeltjes om den huwelijkse band te verbreken, middeltjes die dikwerf te laat worden genomen. Waarde redacteur wil iemand die huismiddeltjes weten, dan wil ik ze onder stipte geheimhouding wel te xxxx geven. Nog hier verscheidenen xxxxxxxx xxxxx jachttijd aankomt en als een zorgvolle xxxxx xxxxx. Het vrouwtje, hoe jong en lief ook, laat zich licht verleiden om deze breekebeen te trouwen, is het niet om het geld, dan is het om den stand, xxxx; en hoe akelig vaak voor het vrouwtje, de xxx, zij is en blijft gebonden. Bij gevolg blijft de tegenwoordige huwelijksinstelling voor eeuwig bij mij preferent. Dit huwelijk á la Mormonen of á la Mohammedaanse xxx aangehaald is ook af te keuren, want men is spoedig naar de haaijen en xxxx nog goede xxxxx den man weder op de been helpen. Ten slotte zegt de geachte inzender dat door ene vijfjarige huwelijksinstelling, ieder vrouwelijk wezen , zeker eens in de gelegenheid zal gesteld worden in het huwelijks bootje te treden en dat de benaming van xxxx je leven(?) xxxxxxxxxx. Ik ben het gansch niet met die bewering eens en wel om de volgende reden. Dat bij zulk ene verwijfeling wel is waar , verscheidenen mannen

in de gelegenheid zouden gesteld worden hunne nieuwschierigheid bevredigd te zien, maar dit is toch niet alles; Het doel wordt er niet meebereikt, want wie zoude een vrouw willen hebben die op dusdanige wijze hare nieuwschierigheid had bevredigd. Immers niemand wil (?) een afgelikte boterham ?? zou die vaatjes zuur bier wel bedorven bier brengen Laat dus die naam van vaatje zuur bier bij mijne preferente huwelijksinstelling bestaan want dan hebben die nog datgene in het bezit (Men moet het altijd veronderstellen) waar iedere vrouw trots op mag wezen. Ter beantwoording den vraag of het beter is perpétuités getrouwd te zijn of maar een zeker getal jaren, is inzender van opinie dat het perpétuité (?) blijft. Voor enkele personen zoude het misschien beter zijn, maar tijdelijk met elkander verenigd te zijn omdat wanneer de liefde niet xxxxxx blijft van meeêrzijde het dan in der loop der trouwdag een ongelukkig leven geeft en dan zoude de scheiding het best kunnen plaats hebben wanneer het huwelijk kinderloos is. Wat toch zou er anders van die kinderen xxxxx worden. De vrouwen zijn toch over het algemeen het best geschikt voor de opvoeding der kinderen en ook om zich met het bestuur der huishouding te belasten. Inzender van dit schrijven is dus van oordeel, dat men zoo goed mogelijk zijne aanstaande, waar men zijn geheel leven mede wenscht door te brengen, vóór het huwelijk leert kennen. Ik geloof echter dat men zich een zekeren tijd van eneêrszijde anders zal kunnen voordoen alsdat men wezenlijk is, maar de hoofdzaken dienen toch van te voren in acht genomen te worden, want wanneer er geen sympathie bestaat

325


gedurende het verkeer, dan kan het later niet goed gaan en laat (?) men dan beter bij tijds te retireren “Het is beter ten halve gekeerd dan geheel gedwaald”. Ik wil wel toestemmen dat men elkander in betrekkelijk korten tijd van verkeer, niet geheel kan leren kennen, maar moghen er dan later kleine, verschillen van opinie zich opdoen, dan dienen deze met verstand beredeneerd te worden en daarna gexxx(?). Vrienden! wacht u voor de vrouwen, Want men kan ze niet vertrouwen, Die op ene vrouw wil bouwen, Zal het zeker eens berouwen De meeste van haar zijn wel lief en aardig Maar uw vertrouwen is geen van haar waardig Reeds den eerste vrouw heeft haar man tot het kwade verleid, En aan heel ons geslacht veel ellende bereid Op partijtjes zijn zij engelen, maar duivelinnen in huis Zij spelen met de mannen als de kat met de muis Wie nog niet gehuwd is trachtte zijn vrijheid niet te verliezen Want een vrouw kan ook het warme hart doen bevriezen Wilt u weten of het huwelijk een ding is dat de man kan behagen Gij kunt het aan den echtvriend van Lola Montez gaan vragen De man heet het hoofd maar de vrouw is het nekje doet het hoofd draaien: onderzoek het maar bij elk lief bekje De man toch wel koning, maar het is ieder bekend, Hoe hij koning in naam is, en de vrouw het parlement

Gij kunt de spreuk van St. Paulus, boezemvriend van St. Petrus Wie huwt doet wel maar wie niet trouwt, doet beter Doch ik zeg u wie trouwt, hij is erger dan dwaas, Want Fokke Simonszoon heeft het bewezen de vrouw is de baas En of wij daar nu al lang over rederenen Ik blijf er bepaald bij; Men moet geen vrouw begeren Zoo sprak een vriend van ’t celibaat en laadde alzoo slechts hoon en smaad Op ’t ons zoo dierbare schoon geslacht dat aller lof zij toegebracht Wie zuster, vrouw noch moeder eert, Wie hare deugden niet waardeert Wie haar geen hulde eere biedt Wie het pronkstuk van Godsschepping ziet en onverschillig blijft en koud een beeld gelijk van steen en hout Hij zond’re zich van ’t menschdom af Of dale ras in ’t somber graf Wij niet alzoo! Hoog lxxxxx vrouw Die kuisch en zedig is, en trouw Die echtgenoot en kind’eren mint In hun geluk haar wellust vindt Die hen in ziekte trouw bewaakt En steeds voor hen van liefde blaakt Die ook ’s mans zorgen liefd’rijk deelt Zich in zijn bijzijn nooit verveelt De rimpels van zijn voorhoofd vaagt en doet wat hem het meest behaagt Zoo’n vrouw! Uw lof zij steeds haar deel En – zulke vrouwen zijn er veel

326

Dixi


En zo nog meer inzendingen met overeenkomstige strekking. Deze in huidige tijd niet zo zuiver klinkende persoonlijke noot van een aantal (mannelijke) passagiers , vraagt er nu natuurlijk wel om om nu met de passagiers verder te gaan. Moest de “Kosmopoliet I” het vooral van haar uitreizen hebben, voor de “Kosmopoliet II” waren de passagiersinkomsten van de thuisreizen zelfs hoger dan van de uitreizen, hetgeen zowel aan meer 1e- als aan 2e-klas passagiers te danken was.

Op de laatste uitreis van de “Kosmo-II” zijn er heel wat passagiers (inclusief gezinnen) die anderhalf jaar eerder met de “Kosmo-II” terug uit Batavia kwamen. W.J.J. Docters van Leeuwen was kapitein der infanterie en had een tweejarig verlof naar Nederland [Java-bode 18-06-1866], E.D.C. Middelaer idem [Java-bode 2-06-1866] en militair ambtenaar 3e-klasse T. Van der Kolk, spijsverzorger bij het groot militair hospitaal te Weltevreden, ook al [Java-bode 8-08-1866]. Aan W.A.A. Sturler, ambtenaar voor de dienst van het boschwezen in de residentie Rembang, werd tweejarig verlof naar Europa wegens ziekte verleend [Java-bode 4-04-1866] en keerde dus eveneens terug in 1868. G. Schilthuis, eveneens ambtenaar bij het boschwezen maar in de residentie Samarang, kreeg destijds ook twee jarig verlof naar Nederland wegens ziekte [DZG 6-09-1866] en nadat op 30 april hun jongste kindje was overleden, 5 maanden oud [De Locomotief 25-05-1866]. De heer J.H. Zoutmaat Brugman werd gedurende het verlof van G. Schilthuis diens gemagtigde [De Locomotief 27-07-1866]. G. Schilthuis kreeg eerst tweemaal zes maanden verlenging van verlof, nam vervolgens eervol ontslag en keerde niet terug naar Ned.Indië [div]. De heer Zoutmaat Brugman keerde in 1868 met de 4e-thuisreis van de “Kosmo-II’ terug naar Nederland en overleed tijdens de reis. J.N. Mollier, inspekteur voor het boschwezen, werd in 1866 ‘op verzoek, eervol, uit ’s lands dienst, met behoud van regt op pensioen, ontslagen [Java-bode 4-08-1866] en W.J. Döderlein de Win was kapitein bij de infanterie [Java-bode 29-07-1865] van het 5e-bataillon.

327


Aan den kapitein der artillerie H.L.Kilian werd mei 1866 door het Militair Departement een tweejarig verlof naar Nederland verleend [JB 9-05-1866], dus ook hij was terugkerende naar Java. De heer V.J.M. van der Mark eveneens, maar waarschijnlijk niet terugkerende van een tweejarig verlof. December 1866 verbleef hij nog in het Java-Hotel te Batavia [JB 19-12-1866], maar omdat er meerdere heren van der Mark op Java waren is er niet meer over zijn doen en laten aldaar duidelijk. Wel ook aan de officier van gezondheid der eerste klasse A.L.C.Stödtke aan wie januari 1866 een tweejarig verlof naar Nederland werd verleend door het Militair Departement [JB 6-01-1866]. Na terugkomst in Batavia werd hij bij de geneeskundige dienst te Buitenzorg in het militair-hospitaal te Weltevreden geplaatst [JB 7-12-1868]. Apotheker S.C.A.Lens, de 1e-luitenant der infanterie J.Vogelzang, de 2e-luitenant der infanterie P.J.Vos , de heer Trumpi en de heer A.J.Crommelin reisden mogelijk voor het eerst naar Java. Ter volledigheid geef ik hieronder nog de opgaves van de passagiers en inkomsten van de 2e- en van de 4e-reis van de “Kosmopoliet II”.

Voor de “Kosmopoliet II” waren de passagiers een grotere bron van inkomsten dan de vracht. De eerste reis waren er geen 2e-klas passagiers en was het tarief voor de particuliere vracht met f. 45,-/last historisch laag waardoor er op die reis nauwelijks winst gemaakt werd. De volgende drie reizen waren wel zeer succesvol waardoor er na vier reizen reeds f. 4.400,- per aandeel kon worden uitbetaald. Dit was niet alleen een hoger bedrag dan na de eerste vier reizen van de “Kosmopoliet I” maar betekende ook reeds 44% van de aandelen van f. 10.000,- (was 30% na de eerste vier reizen van de “Kosmo”). Volgende tabel en grafiek geven de resultaten van de “Kosmopoliet II” op overeenkomstige wijze als we eerder voor de “Jan van Hoorn” en de “Kosmopoliet I” zagen.

328


Aan de met de reizen te behalen financiĂŤle resultaten zal het dus niet gelegen hebben dat Bouten stopte met varen. Mogelijk heeft de opening van het Suezkanaal bij hem een grotere rol gespeeld of hij vond het gewoon welletjes na ruim 40 jaar op zee !

329


Samenvatting van de reizen van Jacob Bouten met de “Kosmopoliet II”. Reis Vertrek Aankomst 1864, 15 Okt.; Te waterlating van de “Kosmopoliet II” 1 1865, 3 Apr Brouwershaven Batavia in 78 dagen, 20Jun 1865 Batavia, 30 Jun Pekalongan Pekalongan, 14Jul Semarang Semarang, 25Sep Pekalongan, Batavia 29 Sep Batavia, 4Okt St.Helena, 19 Nov Brouwershaven in 84 dagen, 28 Dec 1865 2 1866, 20Mrt Brouwershaven Batavia in 87 dagen, 15Jun 1866 Batavia, 30 Jun Semarang, 5Jul Semarang, 26Jul Tegal Tegal, 2 Aug Batavia, 5 Aug Batavia, 12Aug St.Helena, 25 Sep Brouwershaven in 84 dagen, 4Nov 1866 3 1867, 15 Febr Brouwershaven Batavia in 99 dagen, 25Mei 1867 Batavia Pekalongan Pekalongan Semarang, 6 Jul Semarang, 14 Jul Batavia, 16Jul 1867 Batavia, 30 Jul St.Helena, 17 Sep Texel, 28 Okt, Amsterdam, ca 8 Nov 1867 4 1868, 28 Mrt Texel Batavia in 82 dagen, op 18Jun 1868 Batavia, 12Jul Surabaya, 22 Jul Surabaya Semarang (Hotel du Pavillon) Semarang Batavia, 29 Aug Batavia, 6 Sep St.Helena, 17 Oct Brouwershaven in 78 dagen, 24Nov 1868

In april 1869 wordt Jacob Bouten op de “Kosmopoliet II” opgevolgd door kapitein Everardus Martinus Chevalier, vlag D 44 uit Dordrecht.

“Kosmopoliet II” met kapiteisnvlag D44 van E.M. Chevalier [SAD]

330


De “Kosmopoliet II” maakte hierna nog zes reizen, waarna zij in 1876 voor f 35.000,- verkocht werd aan de handelaar Overzee & Co te Rotterdam, die haar dezelfde dag voor f 45.000,doorverkocht aan Bischoff & Co te Bremen. Het schip kreeg een barktuig en werd omgedoopt in “Kathinka”. Het is in 1883 in een storm in de Golf van Biskaje vergaan.

331


332


Totaal der reizen van Jacob Bouten voor rederij Blussé Jacob Bouten maakte van 1842 tot 1869 twee en twintig reizen voor de rederij. De eerste negen met de “Jan van Hoorn” waarvan de eerste twee als 1e-stuurman, de volgende twintig reizen als gezagvoerder. Driemaal was hij langere tijd aan wal. De eerste keer zonder mij bekende reden elf maanden in 1856-46 na zijn eerste reis als kapitein met de “Jan van Hoorn”. De andere keren waren vanwege het toezicht op de bouw van de “Kosmopoliet” in 1854 en in 1863 en 1864 van de “Kosmopoliet II”. De andere drie en twintig jaar was hij steeds slechts een paar maanden thuis tussen de reizen door. Zijn langste reizen waren de twee met de “Jan van Hoorn” rond de wereld, beide anderhalf jaar vanaf juli 1849 resp 1852.

Tijdsduur van de uit- en thuisreizen naar en van Java van de “Jan van Hoorn” en van beide “Kosmopolieten” in dagen.

Een aanzienlijk kortere reisduur naar en van Java werd door de “Kosmopoliet” gerealiseerd ten opzichte van eerder de “Jan van Hoorn”. Was het gemiddelde 108 en 126 dagen, dit werd 84 en 97 dagen door de “Kosmo”. De “Kosmopoliet II” was drie dagen minder snel op de uitreizen, maar de thuisreizen duurden twaalf dagen korter dan de “Kosmo” en waren met 85 dagen zelfs twee dagen sneller dan de uitreizen. Voor de passagiers was een korte reistijd het meest interessant, voor de rederij was de totale duur van de reis van uit tot weer thuis het meest belangrijk en hoe snel er opnieuw kon worden uitgevaren (althans in tijden dat er winst gemaakt kon worden). In de volgende grafiek zijn beide reizen rond de wereld niet opgenomen, zodat een beeld wordt verkregen van de reizen naar Java. Voor de “Jan” bedroeg de gemiddelde reisduur 306 dagen, voor de “Kosmo” was deze 25% korter en voor de “KII” 20%. De “Kosmopoliet II” maakte iedere 12 maanden (360 dagen) een reis, voor de “Kosmo” was dat iedere 11 maanden (333 dagen). Beide heel wat vaker dan de “Jan van Hoorn”, waarbij wel opgemerkt dat exclusief de lange tijd in Nederland na de 3 e-reis, de 95 dagen 333


gemiddelde tijd tot de volgende reis voor de “Jan van Hoorn” korter was dan voor beide “Kosmopolieten” (103 resp 109).

Totale duur van de reizen en tijd in Nederland tot vertrek volgende reis

Bij de “Jan van Hoorn” zagen we dat het schip bemand werd door 2 tot 4 officieren, 5 tot 8 onderofficieren en 10 tot 15 zeelieden. In de volgende grafiek staan deze gegevens aangevuld met die van de “Kosmopoliet I en II” die zowel groter waren als dat er voor de passagiers gezorgd moest worden. Voor dit laatste waren vooral de hofmeesters verantwoordelijk, maar kan je je voorstellen hoe de kok met hulp van zijn maat iedere dag moest koken voor soms meer dan 200

334


man aan passagiers en bemanning? Dat moet een hele toer geweest zijn! Het totaal aan goederen uit Java van alle reizen op en neer naar Java wordt in volgende grafiek gegeven.

Vracht in betaalbare lasten, met de “Jan van Hoorn”, de “Kosmopoliet” en de “Kosmopoliet II”

Hieruit blijkt overduidelijk dat de invoer uit Java vrijwel uitsluitend koffie en suiker betrof, met suiker alleen op de particuliere reizen. Vanaf 1855 werd er ook thee ingevoerd, waarnaast de overige lading bestond uit peper, indigo, kaneel, noten, gutta percha, huiden en of wat kannen was of leggers Arak, plus vrijwel altijd zowel tin als bindrotting en/of Sapanhout. Dat de last aan vracht voor de schepen minder sterk toenam dan de grootte van de schepen is natuurlijk te wijten aan dat er een deel van het laadvermogen werd ingenomen door ruimtes voor de passagiers op beide “Kosmopolieten”. De daling in de vrachttarieven gedurende de jaren vijftig kwam tot stilstand, waarbij nog wel grote verschillen optraden. Voor de “Kosmopoliet II” bedroeg het tarief gemiideld f. 81,50

335


Voorgaande grafiek geeft het totaal resultaat uit de grootboeken van alle reizen, met als voorheen dermate verschillen tussen de reizen dat de gegevens weinig zeggen. Aanvulling van de grafiek over de uitdelingen die we eerder in het nawoord van de “Kosmopoliet” zagen zegt meer en is hieronder te zien.

Uitdelingen aan de aandeelhouders van de “Jan van Hoorn” en beide “Kosmopolieten” (de gestreepte lijnen zijn de aandeelkapitalen per schip)

De uitdelingen voor de “Kosmopoliet II” waren dus zowel absoluut als relatief hoger dan bij de “Kosmopoliet I”, maar haalden het procentueel natuurlijk geenszins bij de “Jan van Hoorn”. Eveneens in voorgaande grafiek te zien is dat de “Kosmopoliet” het ook in de jaren na 1863 goed heeft gedaan.

336


In sailingsteps through backland Java.

After my trip from Strait Sunda to Probolinggo along the northcoast, I went back from East Java to Jakarta through the backland to see something more of the island and to try to find out about the plantations where the goods had come from and about the life the people were living in the 19 th century. The trip was worthwhile but I can’t say I got a good impression about plantations and life during the second half of the 19th century. The transportation was not easy, almost bo information can be found in Indonesia. The only thing people say about pre 1945 is that it was either the V.O.C. or the Dutch, and at the end my impression is that the plantations originated at the end of the 19 th century or the beginning of the 20th century. Prior to those times the farmers had to hand part of their crop to the Dutch for export, but in the second half of the 19th century, I believe the Dutch did not yet own or exploit plantations.

Because of hardly any other transport possibilities in East-Java, I took a car with a driver for five days from Surabaya. After visiting Pasuruan and Probolinggo (see sailingsteps along the northcoast) we ended up in Ketapang Indah Hotel near Banyuwangi, which at that time I did not know Jacob Bouten had also been there. The next day we visited Baluran National Park first before going to Coffee plantation Kalisat Jampit (per my request to visit plantations as discussed with the tour-operator Java-Tourism) near the Ijen Crater. Agro Tourism of Arabica Coffee Plantation Kalisat Jampit The Arabica Coffee Garden Tourism object belongs to BUMN PT Perkebunan XXVI; it is 4,000 hectares, and 900 heights from the bottom of the sea. It is about 57km east of Bondowoso town. There we can watch the processes, such as: the picking of coffee, selecting coffee at the field and the factory, drying of coffee seeds and the process of milling coffee seeds that produces Arabica Instant Coffee that has a special taste and a nice fragrance. Arabica coffee has a typical taste with a good smell and a delicious taste.

What I did not know is that it was not the right season for coffee, which meant that there was no activity at the plantation. Besides getting there just before sunset, the factory was closed and there were no tours at all, so the only thing I could do was walk and take a look around.

337


More interesting was to climb to the edge of the Ijen Crater the next morning and descend to the lake where people were working on producing lava on the slopes of the crater. Someting af awful to see was how others were walking up to the edge and down tot the village with baskets containing 70 kg’s of lava, for a fee (from a company owned by the Indonesian government) of less than US$ 1,5/day for those who could make three trips.

Ijen Crater East Java

Next we drove to Kalibaru (not far from Banyuwangi), to hotel Margo Utomo, a nice hotel with a mini-plantation. Margo Utomo http://www.margoutomo.com It was in 1943 when the late Mr. H. R.M. Moestadjab the founder of Margo Utomo inherited piece of land in Kalibaru, Banyuwangi. He thereafter continue his father’s business in this land, where coconut, nutmeg, coffee, pepper and cloves are grown, not to forget the milking cows farm with only small number of cows at that time, the only farm in this region which provides nutrient food during difficult time. 1975, the market prices of all plantation products were falling down, which made it even tougher for him to manage the agro farm. He then came up with his brilliant idea to set and introduce a new tourism concept which we call now an Agro Resort. A perfect combination of tourism and plantation business, where people will enjoy the true living in the village like Kalibaru and also learn the wide varieties of plants and tropical flowers.

338


Started from his own house to welcome and host the guests he thereafter expanded up to 51 rooms and its called Margo Utomo Agro Resort. In 1991 he successfully opened a sister hotel located only 3 kms away called Margo Utomo Hill View Cottages, with a different concept of living. He passed away in June 2000, buried in his beloving and memorable place, Kalibaru. His wife, Mrs. Hj. Sayati Moestadjab or more known as “Ibu Yati” together with their daughter Endang Mariana, continues the “treasure” which he left behind. Endang has successfully managed to expand the milking cows farm up to more than 100 cows, distributing fresh milk around Banyuwangi and Bali also producing other dairy items such as yoghurt and cheese. Mini Plantation tour through 13 hectares plantation garden at Margo Utomo Agro Resort, with varities of spices such as nutmeg, pepper, cinnamon, chocolate, coffee and coconuts. May also discover the extraordinary attraction of a traditional making process of palm tree liquid into coconut sugar. Not to forget the milking cows farm

Agro Resort Marga Utomo; mini plantation.

For me it was very instructive, but it had nothing to do with the 19th century and did not even originate from the Dutch (which was an exception I think). Next we went to a bigger cacao plantation nearby, originally founded by the Dutch and now owned by the Indonesian government. At this plantation there was also no activity and the factory was closed as well. Nevertheless it was nice to have seen it.

339


PT Perkebunan Nusantara XII, Pabrik Pengolahan Kakao, Keb Jatirono / Kalibaru (Banyuwangi)

For the remainder of the day we had a rather long drive to the Bromo volcano and although I was provided with limited explanation from my driver Krishna, I got a better idea about what I saw Left: Rice fields, Sugar (bottom left) and Coffee (bottom right). Right: Bana tree with old flower, Asem tree, Canalised river with road and railway, Rambutan fruit and Bamboe.

during the trip. Next morning we got up at 2.30 a.m. to go by Jeep to Tengger platform at 1700 m then up to Mount Penanjakan at 2770 m in order to see the Bromo at sunrise at 4:30 a.m. The 340


Bromo is the lowest of five volcano’s at Tangger platform, but the most active one and continuously smoking. With may be 1000 other people I could see the Bromo and it’s smoke at sunrise, but the sun could not get through the many clouds. Nevertheless, again very worthwhile to have been there, and I can imagine why even mant more people go there during the dry season.

Bromo volcano, one hour after sunrise.

On our way to Malang, the end of my trip with Java-Tours I learned about some more fruit we were

341


passing along our road. Before we came to Malang we visited the Wonosari Tea Plantation, which was in production and where we could get a personal tour through the factory. The plantation is 700 hectares (which is how many acres), originally founded by the Dutch, now owned by the same company as Kalisat Jampit (coffee plantation, see previous mention). During the wet season there are 400 fulltime workers (living on the plantation) and 200 parttime, during the dry season 200 fulltime workers earning more than during the wet season (why I don’t know). The workers at the plantation are all woman and the only thing you can see from them between the plants are their hats.

Wonosari tea plantation north from Malang.

Except for me, the other visitors were locals not interested in the plantation, but just in the resort. At the end of my trip I was dropped off at Helios hotel in Malang. It was the only hotel JavaTourism could find during our way to Malang (because it was not included in my fare and nothing was arranged beforehand), because it was Christmas weekend. Having lost track of days and time during my travels, I had no clue it was Christmas Day.. On Sunday morning before 8 a.m. I visited Pasar Bunga (flower market), went to Pasar Senggol (bird market) and after I checked in to in another hotel (no problem for Sunday anymore) I walked through the Jalan Pasar Besar, the main market street in Malang. 342


343


Very intersting, you can hardly believe what you see, it is so totally different from what we are used to, especially when taking the temperature overthere into account. Nevertheless (again) I’m glad to have seen it with my own eyes because without that you won’t believe it and can not imagine. During the first half of the 20th century Malang used to be a preferred place to live (as Bandung) by retired Dutchmen because of it’s altitude at 400-600 m above sealevel, with lower temperature compared to the coastal areas. North from Malang, I visited the Singosari temple, Candi Sumberawan and Petirtaan Watugede, but more important by speaking with the hotel manager of my Palace hotel, together we found out about the bay of Pangol where Jacob Bouten had been in 1848. On Wednesday 30 December at 3 a.m. I left the hotel with car and driver as arranged by the hotel, heading to Panggul, a village at the south coast some 200 km from Malang. Arriving earlier than expected we were at the beach before 9 a.m. (the roads in Indonesia are not like ours!), the same place where Jacob Bouten had been with the “Jan van Hoorn” – a very dangerous place for a tall schip like that, but my orders came from Batavia and orders are there to be followed! Just before the New Year he left from the bay, getting into a hurricane just a few days later.

The beach of Panggul on 30 december 2009, 161 years after my ancestor Jacob Bouten was there!

344


After my driver drove me to Trenggalek I took a bus to Ponorogo, and then to Madiun and from there the train to Surakarta. Arriving in a hotel, about twelve hours after our arrival at Panggul beach that morning, I wrote in my diary (on my Weblog): 30 December 2009 Hundred sixty one years after Jacob Bouten left the bay of Pangol I have been to that bay in Panggul, a small village at the south coast of Java between Malang and Yogyakarta, the last place out of the story which Jacob wrote about his life and which I was not previously able to find. With the help of the hotelmanager in Malang I could be at the bay where Jacob was eager to be leaving with 'such a big ship from a small place'.

It was my most emotional experience until then (I was one month into my trip at that time). In Surakarta (it is called Solo as well) I visited Kraton Hadiningrat with two people I met in the hotel as my guides and from Solo I visited the Prambanan, a ninth century Hundu temple compound dedicated to Brahma (the Creator), Vishnu (the Sustainer) and Shiva (the Destroyer). It is one of the largest and most beautiful Hindu temples in Southeast Asia and a Unesco heritage site.

Prambanan temple with Candi Shiva in the middle, candi Vishna left and candi Brahma at the rightt

It was destroyed by a heavy earthquake in 1006 and after it was rediscovered from below the jungle it was restored towards the end of the 19th century. In 2009 much damage was caused by another earthquake and that’s why I could not go inside the temples. My guide told me the Indonesians were not in a hurry to restore everything again, because a next earthquake was going to destroy again in 3009 anyhow. My next stop was in Yogyakarta, which is still a special region ruled by a sultan, and it was the 345


capital during the Indonesian Revolution from 1945 to 1949. I could not visit the Sultan’s palace, because he was having visitors for a couple of days, but his Water Palace next door was impressive enough. Out of Yogya I went by mopet and driver to the Borobudur, the biggest Buddhist temple in the world. It dates from the 8th and 9th centuries and was built with stones from Mount Merapi as the Prambanan.

Buddhist Borobudur temple with Mount Merapi at the background.

It was not totally destroyed by both earthquakes but it has also been restored since the end of the 19th century and it is a Unesco heritage site as well. It is positioned exactly the same as a temple in India, relative to a mountain in Nepal, with two rivers and a smaller temple at 3 km distance being the entrance to the compound. Another other day I went to Mount Merapi, which also had a lot of activity by the end of 2010, but it was in clouds as seen in the above picture so I did not see much and it was not worthwhile this time. Much better was my visit to the openair Putiwasata theatre with the Ramayana ballet, the same story as depictured on the Shiva temple, telling the story of the Hindu’s. Of course my guide had been telling the story when visiting the Prambanan but I had not been able to follow much let alone to understand the story. Because we got a leaflet prior to the show, explaining the story it was still 346


somewhat difficult to follow what was happening on the stage. With alot of culture during those days, it is something the Yogyakarta area is very well known for.

Ramayana ballet at Puriwasata theatre in Yogyakarta.

My next destination after Yogyakarta was the Dieng plateau near Wonosobo and Losari coffee plantation half way near Magelang. Because I could not find any way to go there by public transport I took a car and driver again (US$ 60/day including miles). Losari Coffee Plantation is a luxurous resort nowadays. The 10 first hectares were started by a Mr. van der Zwaan in 1928 and after 1945 it was owned by the state. An Italian lady bought it in 1991 including an additional 14 hectares and re-arranged it into a resort with houses from elsewhere in Java.

347


In 2008 she had to sell it and now it is owned by a rich Indonesian, but going down very rapidly as my guide told me (production decreased from 20 tons in 2007 to 8 tons in 2009). Anyhow, again it was nice to see and I got a personal tour through the plantation with an explanation of the different types of coffee for the Indonesian market or for export purposes only. The 2009 production was only sufficient for their own consumption at the resort and in the direct neighbourhood. During the afternoon we drove to Wonosobo which we left the next morning at 5 a.m. for the Dieng plateau at 2000 metres above sea level. It is a broad plateau surrounded by Mount Prahu (2565 m), Mount Sindoro (3150 m) an active volcano with twin Mountain Cleft (3362 m) and several other mountains. Untill ‘the Dutch came’the plateau was a lake and after the Dutch made two tunnels to empty the lake five Hindu temples were found on the plateau. These temples were told to be the oldest in Java and destroyed by a heavy earthquake in the 13th century from which time the lake originated.

Dieng plateau at Central Java near Wonosobo.

I walked around the area with my guide (you need a guide everywhere) from 6 a.m. until the afternoon. To Kawah Sikidang, where a lot of active small craters with constant moving gas discharge holes, around Colour Lake and Mirror Lake and then up one of the mountains with very nice views over many agrarian fields in all directions. There is nowhere they can-not grow whatever you can put into the soil and this area was developed by the university of Bandung especially to grow mainly other species than just the usual tea and tabacco which had been there until the early 1990th. In 1996 there was the latest explosion of one of the surrounding volcano’s, the twenty craters are much more often active with a big eruption of the Sinila crater in 1979 and a less severe one at the Sibanteng volcano January 2009, destroying forests and causing landslides.

348


My driver who was very eager to leave in the meantime, drove me to my next destination Baturaden, where he found me a hotel and dropped me off.

Central- and West-Java with my destinations on my way back to Jakarta.

Baturaden is located north from Purwokerto on the slopes of Mount Slamet in a less populated area

349


Walking from my hotel (outside Baturaden) to Wana Wisata I passed a meadow with Dutch cows (the first cows I saw in Java at all except at Margo Utomo)) and later on I was told that the farmer was a Dutchman. I walked a lot again. Through a rainforest to the Pancuran-7 hot springs and the Tebing Belerang and through a botanical garden without realizing that it was, although the plates with names of trees rose my question marks. In the vicinity of my hotel I met Warseno who invited me to his home with his wife and two little children, it was realy nice instead of being the only guest in a hotel with a dining room for 100 and very special, he spoke some English and was trying hard to learn Dutch. From Baturaden I went to Pangandaran the south coast, first a short distance by taxi to Purwokerto and next by very special bus over even more special roads not known by Google at all (this was not the first time I experienced this).

Pangandaran beach on a Saturday in January.

Pangandaran was destructed by a Tsunami in 2006 (for them much more severe than the most well known from 2004), caused by an earthquake of 7,2 Richter, 240 km outside the coast. The first morning I woke up by a rumour because of an earthquake of 5,4 only, but with just over 100 km very close to Pangandaran. No damage, nothing and it was the only one I experienced during my trip nearly all along the Ring of Fire, except indirectly the far bigger one in Chile where I was three 350


weeks after the earthquake struck. Pangadaran beach is next to a peninsula which is a National Park, I went around by boat and walking in the rainforest with a guide, where we saw many donkeys and went into a number of caves, partially natural and some made during the second world war to fight the Japanese (exeptional, not the Dutch ths time). From Pangandaran I also went to the Green Valley where I went swimming into a cave) and Green Canyon where we took a boat to a cave. On our way we visited some one who was making Wayang puppets as well as playing puppet shows with them about the same Hindu-story that I saw in Yogyakarta. So now I knew about it.

Wayang puppets carved from wood. From Pangandaran I left by becak to the busstation to go to Bandung. However I was stuck in Tasikmalaya , where there was no bus to Garut or I did not understand or they not me? Anyhow I had to take a taxi to Garut from where I could take a bus again to Bandung. Bandung was intended by the Dutch to become the new capitol of Indonesia instead of Jakarta, which has never been realized because the Second World War came in between. It is situated at 768 m above sea level and as with Malang it was beloved by retired Dutch people during the first half of the 20th century. In 1894 the railway from Batavia to Bogor was extended to Bandung and many of the still existing buildings were built between 1920 and 1940. In 1955 the first large-scale Afro-Asian Conference took place in Bandung at the ‘Groote Postweg’, since 1956 ‘Jalan Afrika’. 351


Bandung is also well known because of it’s Art Deco-style of buildings, one of them is the Savoy Homann hotel in Jalan Afrika, where many well known people from all over the world have been to stay. It was during the planning of my trip that I decided to treat myself to one night in this hotel and I left Bandung and the hotel after four nights. PS. The dinner-buffet was very expensive, it cost US$ 10 including live music in the indoor garden!

Savoy Homann hotel in Bandung.

From Bandung I visited the Tanguban Perahu volcano some 30 km north, not very interesting after what I had seen elsewhere. The hotsprings in Ciater had a swimming pool with a busload of Dutch in it, the Maribaya falls were nicer, the Dutch resp Japanese cave did not really interest me and the famous Bunga Bankai flower was more dead than alive. Altogether not worthwhile the time. On Sunday I left Bandung to go to Bogor across the Puncak Pass, because it was known as an important tea plantation area. This was a mistake, because the road was packed with cars (it was on a Sunday and during the weekend ‘half’ of Jakarta and may be Bandung too is excaping the city) so the trip lasted for ever and it was raining all of the time so I didn’t see anything. Before going back to Jakarta I visited the Botanical Garden in Bogor (former Buitenzorg), a realy nice garden even for me who is not very interested in flowers and trees. It is realy worthwhile to visit and I guess even more so during times of the year when there are more flowers (although now 352


it was nice and quiet). Not as interesting as the Botanical Garden I saw in Singapore before I came to Java, but in a different way nicer; more original and natural compared to more of an exhibition type in Singapore.

Bogor Botanical Garden

Back in Jakarta I had ten days to find out what I wrote in chapter IIIA already about Kotatua Jakarta. Very nice and of great help was to meet Mr. Candrian (Pak Can), responsible for the development of the original Batavia area and also specialized in the islands in the ‘Reede of Batavia’ area. He had his office in Museum Serajah Jakarta, the former Townhall at Taman Fatahillah, where we had very interesting discussions over the course of many hours. He could not believe how I managed to be on the roof of the Mitra Bahari Appartment buildings to make pictures of Pluit. He had been on the roof of my Batavia hotel to photograph the Kali Besar and although I was not allowed to do the same I managed to get through a window on the top floor to a balcony where nobody saw me. He provided me with a lot of information and he gave me a very nice map of former Batavia and the books ‘Serajah Kotatua’ and Pulau Onrust. I owe him a lot. 353


Mr. Candrian in his office

Former “Havenkanaal’, nowadays ‘Kali Besar’, connecting Batavia in the 19th century with Jakarta 2010

354

Kosmopoliet II  

Kapitein Jacob Bouten met de "Kosmopoliet II" en Java-achterland Kees Bouten

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you