Page 1

Editie: zomer 2009

CR€Ati€ NieuwNAT 04 | alles over recreatie Jan van Veen

I NTE RV I E W:

AALSMEER VAKANTIEOORD!

‘JE HAD NOG VAN DIE ROT Z WE M PAKKEN ’

Joost van Itterzon RECREËREN? NEE, CHILLEN

nieuwnat.nl


In NAT 4 laten Aalsmeerders hun licht schijnen over ‘recreatie’. Verwacht in NAT 4 geen voorstellen voor een restaurant in de top van de watertoren. Verwacht geen glazen damwand in de Westeinder, zodat met droge voeten het onderwaterleven kan worden aanschouwd. Zelfs geen plannen voor een zwembad in de Westeinder, ter hoogte van de watertoren. De meeste Aalsmeerder zijn zeer tevreden, sommige Aalsmeerders wat minder tevreden. Zuinig zijn op wat er is, niet teveel veranderen, dat is het devies. De recreatieve revolutie blijft dus uit, desalniettemin is NAT 4 gevuld met inspirerende, uitdagende en dichterlijke bijdragen. Lees hoe Corinthe Zekveld op weg is naar Santiago de Compostela, of hoe Helma Persoon van haar kano een politiekano wil maken. Maak na het lezen van de Ergernissen Top Tien van Han Carpay uw eigen top 10. Laat Joost van Itterzon uitleggen dat recreëren een hopeloos ouderwets begrip is, lees hoe Huub van Schaik al twintig jaar aan Boerenvreugd verbonden is. Marcel Harting recreëert Aalsmeer, ik pleit voor een Harold Ebelsplein en Marjan van Houwelingen is gelukkig met een gekregen Libelle. Thomas Zekveld onderzoekt de Aalsmeerse kroegen, Peter Maarsen voorziet dat recreanten naar elkaar gaan zwaaien. Anton de Boer ontvlucht soms de drukte en gaat naar de Achterhoek, Jan van Veen brengt zijn vakantie gewoon in Aalsmeer door. Hélène Homan interviewt mevrouw Van der Lugt en mevrouw Schaak-Hofman, twee krasse knarren in Zorgcentrum Aelsmeer. Ook in dit nummer, een video van Ton Offerman en Peter Maarsen, beelden en geluid van recreatie. Ans Weima, in gesprek met Dirk Weening en Jeen Jansma, herontdekt het tiepelen. Toeristisch ondernemer Piet Harting ziet kansen en vraagt om ondersteuning vanuit de politiek. Ook nu weer bent u van harte uitgenodigd te reageren op de inhoud van NAT 4. Gebruik hiervoor de knop ‘reageer’ op de website. Ons volgende nummer verschijnt 21 september 2009, met als thema: Aalsmeer en Cultuur.

In deze editie • • • • • • • • • •

Helma Persoon | Welvaren Erik van Itterzon | Waarheen, waarvoor? Piet Harting | Toeristische potentie Corinthe Zekveld | Pelgrimeren door Aalsmeer Joost van Itterzon | Chillen Kees Tas | Brief aan Amélie(2) Jan van Veen | Aalsmeer vakantieoord! Huub van Schaik | Stukje Kudelstaart in Aalsmeer Marcel Harting | Ik recreëer Aalsmeer Marjan van Houwelingen | De Poel ligt om de hoek, gratis. • Anton de Boer | Samen in stilte verder • Thomas Zekveld | Avondje stappen Interviews: • Hélène Homan | Meer dan handwerken en kienen • Ansje Weima | Groenendaalse bos, hét uitje • Han Carpay | Mensen op het water zijn vrolijker Reportage: • Han Carpay | Toeristische rondleiding Foto’s: • Ingrid van Heteren (pagina 3 & 6) • You’re On! & Hanoff Column: • Peter Maarsen | Zwaaien

COLOFON Redactie: Han Carpay, Hélène Homan, Erik van Itterzon, Ton Offerman, Ansje Weima Aan dit nummer werkten verder mee: Anton de Boer, Marcel Harting, Piet Harting, Ingrid van Heteren (foto’s), Marjan van Houwelingen, Joost van Itterzon, Peter Maarsen, Helma Persoon, Huub van Schaik, Kees Tas, Jan van Veen, Corinthe Zekveld, Thomas Zekveld Vormgeving/webdesign: You’re On! (Joran van Liempt) Verschijningsdatum: 21 juni 2009

Uw bijdrage (ca. 400 woorden) zien we met spanning tegemoet! Veel leesplezier met NAT nummer 4! Erik van Itterzon

E-mail: info@nieuwnat.nl Redactieadres: Kamperfoeliestraat 31, 1431RL Aalsmeer Telefoon: 06 55760915 (Han Carpay), 0297 329468 (Ton Offerman) Reageren? reactie@nieuwnat.nl Financiële steun? Rekeningnummer 7650738 t.n.v. Erik van Itterzon inz. St. de Droom o.v.v. ‘Steun NieuwNAT’. NieuwNAT verschijnt driemaandelijks; eerstvolgende nummer: 21 september 2009. Overname van artikelen is toegestaan, met bronvermelding.


Ingrid van Heteren, Fotostudio Enjoy | 0297-346155 06-534321714 | www.fotostudioenjoy.nl »» 3


Welvaren Dus ik naar de politie. “Mag ik mijn nieuwe boot in jullie kleuren schilderen, om ze bij me vandaan te houden?” Het speelt allang door mijn hoofd. Welke list kan ik verzinnen en dit leek me wel een goede optie. “Er zit een soort van copyright op, maar wellicht wordt er niet verbaliserend opgetreden.” Ze gaven me ook tegenargumenten om het vooral niet te doen, de politie is niet ieders beste vriend. Ik ging er nog eens over nadenken en ze zouden me niet vaak zien, want dat doe ik hen ook niet en ik let héél goed op. Op het water moet je niet alleen vóór je kijken, maar vooral ook achter je en in de verte. Van alle kanten kunnen ze komen en daar ben ik scherp op. Wanneer je weet dat je niet echt goed zichtbaar ben, hou je daar rekening mee, zoals een levenslustige fietser in de dode hoek van een vrachtwagen. Met veel plezier ga ik het water op. Het liefst wanneer er niet zoveel anderen zijn. Het is heerlijk om ’s avonds na het eten de Poel op te gaan om de avondzon nog even op te zoeken. Zo ging ik enkele jaren terug met mijn zus in de kajak om nog even de stille slootjes door te peddelen. Op het grote water van de Kleine Poel het ritme gevonden en als twee ervaren indianenvrouwen staken we over. In de Dijksloot peddelen we netjes langs de kant om ruimte te houden voor medeslootgebruikers. Daar waren ze! Vanuit het niets een rubberbootje met een paar gasten onder capuchons vol gas rakelings langs ons. Een hoge golf sloeg over ons en

landde in het bootje. Totaal verbluft en als twee verzopen katten keken we elkaar vol ongeloof aan. Wat was dit?? We konden het nog niet uitspreken, want daar kwam boot nummer twee. Emmers vol water dit keer en ..... raak! Wat een narigheid! Er zat niets anders op dan zeiknat in onze zomerjurkjes snel naar huis te peddelen en uit te huilen bij ons moeder. Het avontuur werd vol ongeloof aangehoord. Toch de volgende dag naar de politie en ook daar verslag gedaan. Niet dat ze er iets mee zouden kunnen, maar het was voor mij belangrijk te melden dat dit hier gebeurt. Het gaat tot nu toe goed, maar het wordt wel enger met zoveel rubberbootjes met lefgozertjes en andere plastic waterHummers die soms vol gas de bocht om stuiven. Niet alleen 360 graden rondkijken, maar ook luisteren. Vol gas maakt veel herrie, dus ze verraden zichzelf wel, maar het blijft gokken of je op tijd weg kan komen. Ik vaar, maar vooral langs de kant en zoek soms dekking bij een grote boot die voor anker ligt. Daar varen ze niet recht op af. Mijn boot heb ik nog niet geschilderd. De dienstdoende wijkagent van het water zou nog contact opnemen en daar wacht ik nog steeds op. Misschien dat daar toch nog een lumineus idee vandaan komt. Anders ga ik een eerder bedachte list ten uitvoer brengen, hoewel ik het eigenlijk niet vind kunnen. Een geheim wapen aan boord. Ja, dat verklap ik natuurlijk niet… Spannend, ontspannen op het water. Helma Persoon

»» 4


WAARHEEN, WAARVOOR? Het is in wezen vrij simpel. Aalsmeer heeft vier ijzersterke toeristische troeven. Te weten: de Westeinder, de bloemenveiling, de Historische Tuin en The Beach. Die vier moeten meer gaan samenwerken. Dus op de Historische Tuin wordt aandacht besteed aan sporten van vroeger, The Beach laat mensen kennismaken met een ouderwets ketelhuis. Zoiets. Dan leg je een hoogwaardig fietspad aan langs deze vier locaties. Zul je zien wat er gebeurt! Toeristen rollen ter hoogte van de attracties vanzelf van verbazing van hun fiets. Ze zijn in Disneyland geweest, ze hebben de Taj Mahal gezien en de piramide van Cheops, maar dit slaat alles. “Kijk nou toch pap, een grote hal vol met zand! Dat hebben we bij ons in dorp niet. En kijk eens wat een groot meer, het lijkt hier Finland wel!” Zoveel prachtige nieuwe dingen zien maakt hongerig, geen wonder dat de mensen massaal neerstrijken op een van de vele terrassen voor een hapje en een drankje. Dan snel weer verder, zoevend over de hoogwaardige fietspaden. Spontaan wordt besloten tot een overnachting, want maar één dag om heel Aalsmeer te zien, dat is veel te kort. Verder hoeft er eigenlijk niet heel veel te gebeuren in Aalsmeer. Het bloemenimago mag wat meer eigentijds worden. Meer groen, meer sfeer en gezelligheid en vooral meer bloemen. Vrolijke plantenbakken langs de hoogwaardige fietspaden, dat is het devies voor de komende jaren. Niet alleen voor de toeristen wordt ons dorp zo aantrekkelijker, ook voor de inwoners van Aalsmeer wordt het op deze manier alleen nog maar leuker. Veel wordt ook verwacht van de nieuwe doorvaarbare brug in de Van Cleeffkade. Efteling, Six Flags, Artis en Euromast, wees gewaarschuwd: Aalsmeer komt er aan! U vraagt zich wellicht af of ik nu definitief en onherstelbaar krankzinnig geworden ben. Nee, niet erger dan voorheen.

Bovenstaande tekst komt uit de Gebiedsvisiekrant nr. 3, mei 2009. Met hier en daar wat interpretatie van mijn kant, toegegeven. Maar het meeste is echt uit die krant, lees het maar na op pag. 19. Het staat er echt allemaal in. Fietsen, overnachten, terrassen. Trekpleisters. Zelfs de brug op kanohoogte in de Van Cleeffkade heb ik niet verzonnen. Ander hoogtepunt uit deze krant is een uitspraak van Harold Ebels, gemeentelijk projectleider voor de Gebiedsvisie. Hij zegt: “De raadsleden vonden het heel interessant om met Aalsmeerders te praten over de toekomst van Aalsmeer.” Die Harold gaan we niet behouden voor ons dorp, mensen. Die zit binnenkort in New York, bij de Verenigde Naties. Misschien wel in de staf van Obama. Een briljante man, mooi dat hij Aalsmeer op de valreep nog op de kaart heeft gezet. Ik pleit voor een Harold Ebelsstraat, misschien zelfs wel voor een Harold Ebelsplein! Als u het niet erg vindt, ontspan ik me wel aan het strand in Normandië. Of bij een waterval in Noorwegen. Of gewoon thuis op de bank. Lekker lezen in de nieuwe Gebiedsvisiekrant. Erik van Itterzon

»» 5


Ingrid van Heteren, Fotostudio Enjoy | 0297-346155 06-534321714 | www.fotostudioenjoy.nl »» 6


TOERISTISCHE POTENTIE “Recreatie in de Bovenlanden” kopt de Aalsmeerder Courant op de voorpagina. “Aalsmeer kiest voor kwaliteit” laat het Witte Weekblad wethouder Nijmeijer zeggen. In De Nieuwe Meerbode voegt hij daar nog aan toe “en behoud van het dorpse karakter”. De uitspraken zijn het gevolg van de kort geleden aan de Gemeenteraad aangeboden Gebiedsvisie Aalsmeer 2020. Hierin wordt, naast een aantal andere zaken zoals wonen en werken, aan recreatie en toerisme ruim aandacht geschonken. Dat was ook te verwachten: voorafgaand aan de gebiedsvisie en in afstemming met de samenstellers daarvan heeft de Kamer van Koophandel op verzoek van de Ondernemers Vereniging Aalsmeer de Economische Visie geschreven. Hierin hebben ondernemers hun visie voor de toekomst kenbaar gemaakt. Aalsmeer heeft enkele zeer sterke toeristische troeven binnen de gemeentegrens. De sterkste daarvan is ongetwijfeld de Westeinder, de grootste aaneengesloten wateroppervlakte binnen de Randstad. Aan de randen daarvan liggen ongeveer 50 watersportbedrijven, die ruimte bieden aan meer dan 6.000 ligplaatsen. Een voorzichtige berekening brengt het aantal toeristische bewegingen op 6.000 boten x 25 weken per jaar x 2 personen op 1 dag = 300.000. De sector wordt enerzijds bedreigt door snel toenemende verondieping ten gevolge van de afname van de vraag naar bagger door die andere bedrijfstak in het gebied, de trekheestercultuur. Al jaren wordt getracht met de gemeente tot een oplossing te komen, er zijn zelfs afspraken zwart op wit gezet. Maar... tot uitvoering is het echter nog nooit gekomen. Aan de andere kant is er de bedreiging van de provinciale rode contour, in oorsprong bedoeld om een scheiding te maken tussen stedelijke bebouwing enerzijds en hoge natuurwaarden anderzijds. In de praktijk echter een lijn, die kronkelend als een slang, langs de Oosteinderweg aan de kant van de Ringvaart, langs de Uiterweg aan de kant van

de Kleine Poel (waarom daar ook niet aan de kant van de Ringvaart?) door het gebied is getrokken. Een lijn die geen rekening houdt met de ter plaatse aanwezige bedrijvigheid en in meerdere gevallen dwars door al tientallen jaren bestaande bebouwing heen loopt. Tot heden heeft nog niemand de logica van de lijn kunnen uitleggen. De provincie heeft in de eerste herziening van het Streekplan Noord-Holland Zuid al aangegeven dat de lijn niet meer van essentieel belang wordt geacht, in de gebiedsvisie wordt nu aangegeven dat de lijn bespreekbaar moet zijn. Dat is geruststellend, maar... waarom moet die lijn dan eerst via de eerste herziening van het bestemmingsplan weer worden teruggelegd, nadat de Raad van State op punten de lijn niet van toepassing heeft verklaard? In de voormalige veiling Bloemenlust aan de Oosteinderweg hebben The Beach, Chimpie Champ en Glow Golf een onderdak gevonden. Samen goed voor 250.000 bezoekers per jaar. Aan dezelfde weg zijn nog een aantal recreatiebedrijven, waaronder ook enkele jachthavens, en een van de weinige in Nederland nog overgebleven natuurzwembaden. Maar... er rijdt geen enkele vorm van openbaar vervoer over de weg. FloraHolland trekt jaarlijks ongeveer 100.000 bezoekers. Die komen in de vroege ochtenduren per touringcar, worden elektronisch voorgelicht over het veilinggebeuren maar zijn na een uur weer vertrokken naar de Keukenhof, Volendam, Delft of een van die andere plaatsen waar zij hun geld gaan uitgeven. In de gebiedsvisie wordt aangegeven dat Aalsmeer potentie heeft voor het aantrekken van hoogwaardige toeristen. De toeristische ondernemers weten dat al jaren. Zij staan klaar voor het ontwikkelen van eveneens hoogwaardige initiatieven om die uitdaging aan te gaan. Daarvoor is echter wel de steun van een hoogwaardig bestuurlijk apparaat noodzakelijk.

Piet Harting »» 7


M N O LU C

Zwaaien “Hier varen we langs een eiland dat één keer in de week wordt gemaaid. Het heeft een houten beschoeiing, soms wordt ook gekozen voor kunststof. Als u links kijkt, ziet u een eiland dat twee keer in de drie weken wordt gemaaid. U ziet dat de beschoeiing wat onderhoud nodig heeft…” Was getekend: Henk van Leeuwen, tijdens zijn Westeinder Rondvaart in 2012. Het moet volgens ‘Grote Recreatieve Denkers’ vooral voller worden op de Aalsmeerse wateren. Maar wat gaan al die drommen mensen die Aalsmeer moeten komen bekijken dan zien? Vermoedelijk slechts andere drommen mensen. De helft op hun boot, de andere helft op hun pas gemaaide keurig beschoeide eiland, allemaal vrolijk over en weer naar elkaar zwaaiend zoals het hoort op het water. Het unieke bezienswaardige duale karakter van trekheesterteelt en natuur, met daartussen een paar Aalsmeerders die recreëren, zal volledig zijn verdwenen. Loosdrechtse Plassen, Reeuwijkse Plassen, Vinkeveense Plassen; het is ons voorland. De plannenmakers lijken het woord recreëren vooral letterlijk te nemen. Maar wat zou het mooi zijn als ze niet herscheppen maar hun budgetten richten op het behouden van wat er is. Steun de trekheesterteelt, al moet het daarvoor misschien een Openluchtmuseum worden, bewaar de geweldige stille stukjes natuur en zorg voor hier en daar een kleinschalig terras aan het water, zodat de kanovaarder, de zeiler en de kleinebootbezitter even kunnen bijkomen van al het schoons dat zij hebben ervaren. Na de letterlijke recreatie van de Westeinderplassen zal er geen enkele aanleiding meer zijn om voor je geestelijke verfrissing Aalsmeer te kiezen. Of de recreant van de toekomst moet tijdens de Westeinder Rondvaart heel graag, van heel dichtbij, naar andere recreanten willen kijken. © You’re On!

Peter Maarsen

»» 8


Een fijn liedje uit 1951, gezongen door de zevenjarige Heleentje van Capelle. Toen een dagje uit nog een dag speeltuin was. Als mama een goede bui heeft en papa niet te lui is, dan kunnen we vroeg op weg. Ma draagt de mand met broodjes en omdat het gezin op alles voorbereid is, draagt pa een trommel met verband. Natuurlijk worden we misselijk van het draaien in combinatie met de limonade! Kleine Piet valt z’n tanden door z’n lip, daar kon je op wachten! Een ongeluk zit in een klein hoekje, juist in de speeltuin. Reken maar dat we er ’s avonds uitzien als een beest, nu we zo heerlijk in de speeltuin zijn geweest. Hollandser kan het niet, een dagje uit, broodjes en verband mee. Bijna zestig jaar later gaan we niet meer een dagje naar de speeltuin. Verder weg, attractiever, duurder en ook niet meer met meegebrachte boterhammen. De vraag is alleen of we nu meer onbevangen, meer ontspannen de wijde wereld intrekken. Of we niet, al is het maar in gedachten, altijd weer die koffer met verband meezeulen. Want je weet maar nooit.

Naar de speeltuin Af en toe gaan pa en moe met ons naar de speeltuin toe dat is voor ons kinderen het fijnste wat bestaat. 't Is een eind bij ons vandaan en daarom gaat de karavaan 's morgens al op weg dan zijn wij er niet zo laat. Heeft mama een goede bui en is papa niet te lui Nou dan gaan we naar de speeltuin! Ma draagt broodjes in een mand Pa de trommel met verband En dan gaan we naar de speeltuin. En we wippen en we draaien en we schommelen er fijn tot we mis'lijk van het draaien en de limonade zijn. Heel de dag is het dan feest tot we er uit zien als een beest nu we heerlijk in de speeltuin zijn geweest. Kleine Piet vliegt van de wip valt z’n tanden door de lip hij brult als een wilde als papa verbinden wil. Mien draait in de molen rond jankend als een jonge hond want ze wil eruit en dat ding dat staat niet stil Heeft mama een goede bui en is papa niet te lui Nou dan gaan we naar de speeltuin! Ma draagt broodjes in een mand Pa de trommel met verband En dan gaan we naar de speeltuin. En we wippen en we draaien en we schommelen er fijn tot we mis'lijk van het draaien en de limonade zijn. Heel de dag is het dan feest tot we er uit zien als een beest nu we heerlijk in de speeltuin zijn geweest. Voor een “luisterfragment”: http://www.muziekweb. nl/WW/WW032/onderwerp.php?h=189

»» 9


Toeristische rondleiding langs tien Aalsmeerse ergernissen

1. Plantenkwekerij Provincialeweg “Dames en heren, hier rijden we Aalsmeer binnen. Meteen over de brug links ziet u kwekerij Fa. H. Piet en Zn. Vindt u dit niet een sjieke entree voor een internationaal georiënteerd bloemendorp? Een architectonisch wonder ook. Hoe hebben ze de strakke lijnen van de kasconstructie zo perfect kunnen verweven met de welig tierende natuur! Een applausje graag.”

2. Braderie Zijdstraat Als ik ergens een hekel aan heb, is het aan een braderie. Het woord alleen al. Ik weet het: ik hoef helemaal niet naar de Zijdstraat als er een braderie is, maar toch. Dit is zo erg: je vindt er alles wat je niet zoekt en sowieso niet nodig hebt. Slechte smaak vooral. Ranzigheid. Walmende worsten. Druipende broodjes. Alles oogt goedkoop, maar is veel te duur. Zweetlucht. Lauw bier, plastic bekers (ook zoiets!). Verplichte praatjes met bekenden die je niet mag en die jou niet mogen. Schaamteloze inhaligheid.

3. Stoplichten Watertoren Probeer iemand het idee achter de unieke verkeerslichtinstallatie bij de Watertoren uit te leggen. Zonder in de lach te schieten. Onmogelijk. Toch moet er ooit een brein zijn geweest dat anderen ervan heeft weten te overtuigen dat het precies zo het beste is. Ik zou dolgraag hoogstpersoonlijk dat brein willen ontleden. Jammer genoeg ontbreken stoplichten voor fietsers, ter vervolmaking. Die moeten dan in principe op rood staan en pas op groen springen als je op het knopje drukt. Gemiste kans.

4. Flat Seringenpark Jongens, alsjeblieft niet doen. Dacht ik toen ze destijds de Seringenparkflat in de verf zetten. Gek makende pasteltinten uit de tijd dat kunstenaar Jeff Koons met zijn kitsch de wereld verleidde. Je zou er je kinderen in hun kamer nog niet mee willen lastigvallen. Is al jaren aan het verbleken. Verbleekter kan bijna niet.

5. Postkantoor Stationsweg “Dames en heren, dat daar is het postkantoor – zolang het nog duurt. Als u een postzegel wil kopen, ga alsjeblieft gauw naar binnen. Voor u het weet sluiten de deuren! Wanneer Aalsmeer werkt, is het postkantoor namelijk steevast dicht. Altijd zo geweest. Tussen de middag, als je net even tijd hebt: dicht. Klokslag half zes, als je uit je werk nog gauw een pakketje wilt versturen: dicht. Applaus graag voor de postale klantvriendelijkheid.”

»» 10


E AG RT PO RE

6. Fietsers afstappen

Het bord op de Aalsmeerderweg staat er al een tijdje, ter hoogte van de tijdelijke lus waar de nieuwe N201 komt. Je ziet het als je richting Machineweg rijdt. ‘(Brom)fietsers afstappen’. Klinkt weinig vriendelijk. Een vergelijkbaar bord voor automobilisten – ‘Automobilisten uitstappen’ – bestaat niet. Zou er ooit een fietser afgestapt zijn? Zo ja, wie dan? Die fietser is waarschijnlijk nog aan het lopen, want er staat nergens dat hij weer ‘moet’ opstappen. Bovendien ontbreekt in de tegengestelde richting een soortgelijk bord. Pure discriminatie van fietsers die uit het dorp komen.

7. Col du Kwekerijpad Het steilste stukje Aalsmeer is de Col du Kwekerijpad, gelegen tussen Ketelhuis en Stommeerkade. De col is opgenomen in de eerste etappe van de Tour de France 2010 die in Rotterdam start. Staat nu al te boek als steilste beklimming in die Tour, met percentages tot 34%. Daarbij is Alpe d’Huez (maximaal 11%) een peulenschilletje. Leuk voor de wielerliefhebber die die dag tv kijkt, maar de andere 364 dagen is de klucht een bijna onneembare vesting voor de fietsende Aalsmeerder. Onderzoek heeft uitgewezen dat 83% de top niet fietsend haalt. De ‘gelukkige’ rest moet boven aan de beademing.

8. Fietspad Zwarteweg Nog niet zo lang geleden is de Zwarteweg noordelijk van de N201 ‘opgeknapt’. Resultaat: een lekkere autoweg plus een levensgevaarlijk fietspad. Vrijliggend, dat wel. Het is een typisch voorbeeld van tekentafelacrobatiek. Op papier zal het er ongetwijfeld verdraaid verantwoord uitzien, maar in de praktijk is het fietspad een plaag. Geen meter is recht, je wordt van links naar rechts gestuurd en als je even opkijkt bots je op een stoeprand. “Dames en heren, een daverend applaus voor dit kunststukje graag.”

9. Website Aalsmeer Digitalesnelweg Een en al treurigheid sinds jaar en dag op de Digitalesnelweg is de gemeentewebsite www.aalsmeer.nl. Somber ogend, weinig informatief, weinig toegankelijk. Als je irritatiedrempel laag ligt, is een bezoek af te raden. Je zoekt je suf. Je kunt beter bij het gemeentehuis langsgaan – als dat tenminste open is. Volgens een officiële meting prijkt Aalsmeer van de 441 gemeenten op plaats 233. Met een opbeurend plusje ernaast, omdat de site blijkbaar steeds beter aan landelijke website-eisen voldoet. Van de regiogemeenten staat Amstelveen op 33, Mijdrecht op 54, Haarlemmermeer op 105 en Uithoorn op 186. Ik zou zeggen: de gemeenteraad (zit er toch maar voor spek en bonen) inkrimpen en een prachtsite maken van het geld dat je overhoudt.

10. Zuiderkerk Hortensialaan “Dames en heren, het bestaat hier nog: homohaters. Ik zal het even uitleggen. Een paar jaar geleden zou er in de Zuiderkerk tijdens een concert van een lokaal popkoor ook een homokoor zingen. Toen puntje bij paaltje kwam staken de hervormde wijsneuzen er een stokje voor. Homo’s in de kerk, getsie, nee. Dat zou de kerkganger maar choqueren. Inmiddels is de Zuiderkerk geen kerk meer… Precies, de gelovigen bleven weg! Zou me niks verbazen als dat allemaal homo’s waren. Die laten zich heus niet ringeloren door een stelletje ouderlingen.” Han Carpay »» 11


Pelgrimeren door Aalsmeer Toen ik ooit ‘Narziss und Goldmund’ las, is er in mij een groot verlangen ontstaan om net als Goldmund door Europa te zwerven. Gewoon m’n neus achterna, door eindeloze bossen en cultuurlanden, dan hier een tijdje rondhangen, dan weer verder zwerven. Het leek mij de ultieme vrijheid, tegenkomen wat je tegenkomt, toevallige ontmoetingen met mensen, maar ook met dieren en met landschappen. Een jaar of twee geleden stuitte ik tijdens een fietstocht in de buurt van Papenveer op een bord ‘Pelgrimspad’. Via een toevallig voorbij komende pelgrim kwam ik erachter dat het pad helemaal van Amsterdam naar Santiago de Compostela in Noord-Spanje gaat. Meteen kwam hetzelfde gevoel van eindeloze vrijheid weer boven en het plan om dat pad ook te lopen is sinds die tijd niet meer uit mijn hoofd geweest. Dit voorjaar is het dan zo ver! Eerst ben ik nog niet zeker of ik echt vanuit hier ga beginnen en besluit in ieder geval het eerste stuk van Amsterdam naar Den Bosch als training te lopen, ieder weekend een stukje. Vol enthousiasme koop ik mijn eerste boekje. Als ik de route begin te bestuderen, zie ik tot mijn grote verbazing dat het pad op nog geen 300 meter mijn huis passeert – het gaat dwars door Aalsmeer! Ik moet om mezelf lachen, dit ‘mystieke’ pad heb ik bijna dagelijks met de hond gelopen…. Ik besluit toch om in Amsterdam te beginnen en ga zelfs braaf eerst naar de mis in de Nicolaaskerk om een pelgrimgevoel op te doen. Dan wandel ik door het mij zo bekende Amsterdam, maar kijk ernaar met andere ogen.

foto: © You’re On!

»» 12


En al na een paar honderd meter weet ik het zeker, ik ga helemaal vanuit hier naar Santiago lopen! Na de stad kronkelt de route door het Amsterdamse Bos. Omdat ik de weg goed ken, realiseer ik me dat het wel erg is om van het viaduct van de A9 naar Bovenkerk te lopen en dan terug naar de Jac. Takkade. Verderop op de route zal ik (gelukkig) minder bekend zijn, zodat ik deze ANWB-kronkels niet meer doorheb, want de verleiding om af te steken is groot. Maar ik weersta haar en volg braaf de wit-rode stickers. Op de Jac. Takkade steekt er een koude wind uit de polder op die het lopen op dit leuke dijkje onbehagelijk maakt. De omgeving wordt steeds bekender, de weg, de huizen, de tuinen. Er komen steeds meer punten van herkenning. Toch is het ook nieuw, omdat ik nu loop om het lopen, meestal ben ik onderweg ergens (haastig) naartoe, nu heb ik alle tijd om rustig om me heen te kijken. Ik zie nieuwe dingen, die vast al heel oud zijn, maar waar ik altijd langs gehaast ben. Ik kijk naar de overeenkomsten tussen vitrage en tuin. Ik zie de bolletjes opkomen en in welke tuin de bomen het verst zijn. Op de Molenvliet besluit ik dat het genoeg geweest is voor vandaag en steek door naar huis. Het begint zachtjes te regenen en ik ben toe aan een verwarmend kopje thee, remedie tegen die verkleumende polderwind.

De week daarop vervolg ik de route vanaf het punt waar ik afgehaakt ben. Het is redelijk mooi weer en de molen draait in een waterig zonnetje. Ik vervolg de route over de Zwarteweg naar de Poel, waar de eendjes en meerkoeten op het rustige water dobberen. Het ziet er zeer idyllisch uit tot mijn oog het Surfeiland treft, of wat er van over is. Het is een zandwoestijn geworden, alleen de met graffiti bekladderde barakken staan er nog. En dat is dan het enige wat ze mijns inziens echt weg hadden mogen halen. Hierna gaat de route verder langs de Vuurlijn naar De Kwakel en dan langs de Amstel het groene hart in. De omgeving wordt rustiger en groener. Toch heb ik op de hele route tot aan Den Bosch altijd wel een weg of snelweg over het groene gras horen gonzen. Van mijn droombeeld om op middeleeuwse wijze door weidse landschappen te struinen komt nog niet veel terecht. Nederland is erg vol en zelfs op zondag ijverig bezig en haastig onderweg. Corinthe Zekveld »» Corinthe is op 5 april vanuit Den Bosch vertrokken en hoopt in augustus in Santiago de Compostela aan te komen. De totale afstand vanaf Amsterdam is ± 3000 km. De route door Aalsmeer loopt via de Jac. Takkade naar de Oosteinderweg en gaat bij de Machineweg de Hogedijk op, dan over de Molenvliet, langs de Zwarteweg naar de Poel en daarna verlaat men Aalsmeer via de Vuurlijn. De route is aangegeven met wit-rode stickers. Meer informatie over de route is te vinden op www.wandelnet.nl (Stichting LAW, route 7.1) en www.santiago.nl

»» 13


Chillen Als ik denk aan recreëren, dan denk ik aan een foto die bij ons in de wc hangt. Een vader die van de zon ligt te genieten op het strand, in een blouse en een korte broek in hetzelfde patroon, een moeder en 2 kinderen die vrolijk rondrennen. Die foto is in een beetje een geelbruinige tint, en zo zie ik hem in gedachten ook voor me, een beetje ouderwets. Als ik recreëren als het ware naar ‘mijn’ generatie zou vertalen, zou er als eerste ‘chillen’ uitkomen, wat uiteraard op zijn Engels wordt uitgesproken. Wat vroeger recreëren was, is tegenwoordig chillen, voor mij dan. Als ik aan chillen denk, denk ik aan bij iemand thuis zitten, op de bank, relaxt, biertje in de hand, tv aan op Comedy Central, tot een uur of half 3 ’s nachts. Op dat tijdstip realiseert meestal iemand zich dat er iets mist: tosti’s! Dus gaat iemand tosti’s staan maken. Weer helemaal wakker door de tosti’s besluiten we collectief dat er een film moet worden gekeken, dus kiezen we de meest idiote en langdradige film uit die je kunt vinden, en zetten hem aan, wat uiteraard resulteert in het feit dat halverwege de film sommige mensen liggen te slapen. Beleefd als ik ben kijk ik altijd de hele film uit, en beslis vervolgens of ik ook daar ga slapen, of dat ik beter naar huis kan gaan. Meestal komt het er op neer dat ik tegen een uur of 6 dan toch maar naar huis ga, dan kan ik tenminste een beetje slapen, desnoods ’s middags nog even. Terwijl je vroeger juist ontspande als je aan het recreëren was, is het recreëren van deze tijd juist vermoeiend. Vroeger zou je overdag naar het strand gaan, maar nee, nu is dat wel anders. Je gaat ’s nachts ergens heen, en dan niet naar het strand, maar je gaat bij iemand langs, met een stuk of 10 mensen. Want het enige moment dat altijd iedereen kan langskomen om te ‘chillen’, is ’s nachts. Want wat zou je ’s nachts anders moeten doen?

Joost van Itterzon

»» 14


Brief aan Amélie(2) Saux, 03-04-2009. Chère Amélie, Dank voor je brief van vorige week. De vroege lente is inderdaad een mooie tijd omdatje woon- en leefomgeving nog helemaal van jou is en niet gedeeld hoeft te worden met toeristen en andere gelukszoekers. Als eenmaal het seizoen is aangebroken sta je in de rij bij je eigen bakker waar je snel even een stokbroodje wilt halen. Maar Amélie, wees eerlijk, ook jij verlaat een paar keer per jaar jouw prachtige woonplaats, een aantrekkelijk stadje in het ZW van Frankrijk, om bijvoorbeeld naar Normandië te gaan. Anders gezegd: je woont niet in de achterbuurten van een grote stad maar toch wil je ‘er even uit’. Wat is dat toch: toerisme, sport en spel, recreatie? Als je op internet speurt naar definities en wetenschappelijke artikelen over dit onderwerp, leidt men je al snel naar het winkelwagensymbooltje wat betekent dat je moet betalen. Mijn conclusie is dan ook dat recreatie in de eerste plaats ‘big business’ is. Jouw bakker is maar wat blij met extra klandizie, net als de bakker in dat pittoreske Normandische dorpje. En daar sta jij in de rij samen met de lokale bevolking die er zo nu en dan ook de pest in heeft. Bovendien moet ik vaststellen dat de ene helft van de bevolking zich te pletter moet werken om de ander helft te laten recreëren. Mijn geboorteplaats Aalsmeer ligt aan de Westeinderplassen, een aantrekkelijk gebied voor watersport en recreatie. In mijn jeugd zag je voornamelijk kwekers, die met hun praam (werkschuit met platte bodem) voorzien van een aanhangmotor, onderweg waren naar hun akkers. De zeiler met pijp of de kleine motorkruiser waren uitzondering en deze recreanten waren meestal beter bemiddelden, toen nog gering in aantal. Inmiddels is het aantal ‘beter bemiddelden’ verveelvoudigd zodat de vele jachthavens gevuld zijn met schepen van allerlei soort en formaat. Godzijdank blijft het merendeel in de haven liggen want ik moet er niet aan denken dat iedereen tegelijkertijd uitvaart.

De opvolgers van de kwekers uit mijn jeugd betelen nog steeds de akkers waarmee ze in feite een belangrijk deel van het plassenlandschap onderhouden. Nee, recreëren blijft een wonderlijk fenomeen. Zo blijken er belangentegenstellingen te bestaan tussen de diverse groepen recreanten. Ik herinner me een weekendwandeling van en naar ons dorpje Saux waarbij we onderweg een aantal jagers aantroffen met het geweer in de aanslag. Zoals je weet is de jacht hier een belangrijke vorm van recreatie. Er kwam een klein duiveltje naar boven toen we de jagers passeerden want op luide toon riepen wij : ‘Bonjour’. Nou gebiedt de Franse beleefdheid dat men de groet beantwoordt en dat gebeurde ook. Maar aan hun gezichten kon je zien ze niet blij waren. In zijn algemeenheid belasten toerisme en recreatie het milieu, een onderwerp waar we liever over zwijgen. Zo kan het gebeuren dat een trouwe spaarlampgebruiker dit jaar twee vliegvakanties heeft geboekt. Nu schiet me een voorval te binnen waarbij twee vormen van recreatie in conflict kwamen. Ongeveer 15 jaar geleden was ik nog lid van een roeivereniging en iedere zaterdagmorgen roeiden we in een gestuurde vier, d.w.z. vier roeiers en een stuurman/-vrouw, zo’n 12 km op de Amstel, de rivier waaraan een stuk verderop Amsterdam ooit is gesticht. Die zaterdag ontwaarden we na 4 km een rij van sportvissers op één van de oevers. De stuurman hield zorgvuldig het midden maar opeens klonken er ‘psalmen’ vanaf de kant en bleek er een vistuig aan het roer te hangen. Ik reageerde met een citaat van een bekende Nederlandse schrijver van humoristische korte verhalen, GB, en vroeg beleefd aan de klager of hij niet beter met een klein hengeltje aan de overkant kon gaan zitten. Het effect was te vergelijken met het uitgieten van spiritus op een nog nagloeiende barbecue. Daarom, Amélie, wind je niet op over die toeristen. Relax, recreëer! Bien à toi. Kees Tas sr.

»» 15


Geer houdt ook van recreatie... Twit.

ZEG SCHAT! KUN JE NIET FF OPZOUTEN MET DIE GIERENDE STEMBANDJES!?

Onze sponsors: Greenbalanz, International Horti Fair, Hanoff Videoprodukties, Dick Kuin, You’re On!

»» 16


Aalsmeer vakantieoord! In het onderwijs werken betekent voor velen: heel lang vakantie. En daar was ik dan ook altijd allang van tevoren mee bezig. De grote autokaart van Europa erbij en dan met dat pennetje-met-rollertje van de ANWB (wie kent het nog?) over de verkeerswegen om te kijken hoeveel kilometer je per dag ging rijden. Voor de verre Oostbloklanden een visum in orde maken en verplicht een hoeveelheid geld wisselen. Dat gaf een heerlijke spanning van tevoren. De avond voor het vertrek de auto slim inladen, zodat je ook nog je eigen kussen kon meenemen en dan vroeg naar bed, want de volgende dag stonden de eerste 1200 kilometers te wachten. Maar dan gaan we er ook voor vier weken tussenuit! Van 3 tot 5 uur toch in die file terechtgekomen, en na 3 campings bezocht te hebben, tot de conclusie komen om voor de eerste nacht dan maar een klein hotel te zoeken. Gelukkig, 50 kilometer van de snelweg is er een slaapplaats gevonden. De volgende dag vroeg op weg en de temperatuur stijgt langzaam maar zeker. Na een toeristische route komen we na een week dan echt in Athene aan. En dan weet ik het weer: wat doe ik hier eigenlijk?? Met 45 graden in de schaduw durf ik niet eens een teen in de zon te houden… De Acropolis moet natuurlijk bezocht worden! We rekenen uit hoe laat we moeten vertrekken om op het allerlaatste moment van de dag de heuvel te beklimmen. Ik loop er echt, geweldig en neem vooral veel foto’s om thuis te kunnen zien dat ik er echt geweest ben. Niemand weet dat ik vooral in de schaduw van de pilaren heb gezeten. En na anderhalve week vakantie overvalt me dat bekende gevoel van ieder jaar: wanneer mag ik weer naar huis? Lekker naar de Poel, even fietsen op een Waddeneiland, naar die theatervoorstelling, naar dat speciale

evenement dat in de krant stond… En dan gaat het allemaal heel snel: de boot naar Zuid-Italie wordt genomen, en vanuit het uiterste puntje van de laars rijden we in een keer door naar München, even een nachtje slapen en de volgende morgen op weg naar Aalsmeer. Drie weken eerder dan de bedoeling zijn we lekker thuis: geen files, redelijke temperaturen, een voorstelling in het Amsterdamse Bos, lekker zeilen op de Poel, een dag fietsen op Texel, lekker slapen in mijn eigen bed, een boek lezen in de tuin, nog een beetje klussen, kortom VAKANTIE! Zo ongeveer gingen mijn zomervakanties en nu? Het eerste deel sla ik over en ik geniet van mijn vakantie in Aalsmeer, en als ik dan met de hond ’s morgens vroeg langs de Poel loop en over het water kijk heb ik toch zo te doen met die mensen die op dat moment al uitgevloerd onder een boom zitten in een of ander ver oord… Jan van Veen

»» 17


Meer dan handwerken en kienen Interview met Ria Bruine de Bruin, hoofd activiteitenbegeleiding in Zorgcentrum Aelsmeer.

Wat betekent ‘recreatie’ in Zorgcentrum Aelsmeer?

Alle recreatie is op ontspanning gericht en dit is tegenwoordig meer dan handwerken en kienen. Recreatie hier is veelomvattend en zoveel mogelijk gericht op het individu. Er is een verschuiving vergeleken bij een aantal jaren geleden. Aangezien mensen tegenwoordig langer op zichzelf blijven wonen, komen zij met meer beperkingen naar het verzorgingshuis. Knutselen en handwerken is dan niet altijd meer mogelijk. De recreatie is nu meer informatief, bijvoorbeeld geheugentraining en reminiscentie (dit is het ophalen van herinneringen).

Mevrouw Van der Lugt, een en al vriendelijkheid Als er een medaille voor aardigste mens van Aalsmeer zou komen, draag ik mevrouw Van der Lugt voor. Ik word heel gastvrij op haar kamer, met prachtig uitzicht op de Ringvaart, ontvangen. Ja, zegt mevrouw Van der Lugt, ook het uitzicht is al recreatie, zeker bij de pramenrace en de verlichte botenshow. Mevrouw Van der Lugt heeft het heel erg naar haar zin in het zorgcentrum en ze somt enthousiast alle activiteiten op waar ze aan deelneemt. Elke ochtend koffiedrinken in het restaurant en veel middagen is ze ook druk. Zo zijn er de gymclub, de geheugentraining, het schilderen. Ze laat een paar aquarellen zien die ze heeft gemaakt en vertelt dat er waarschijnlijk in het huis een tentoonstelling komt. Verder maakt ze kaarten en gaat ze twee keer per week in het restaurant eten, lekker iets van het menu kiezen en een wijntje erbij! En de weekends zijn voor de familie.

Hoe groot is de inbreng van de bewoners?

De inbreng is heel groot, omdat wij vraaggericht werken. Na drie maanden krijgen de nieuwe bewoners een vragenlijst waarop zij hun favoriete activiteiten kunnen invullen en deze kunnen zijn: koffiedrinken, tuinieren, wandelen (ook als men in een rolstoel zit), naar een film gaan enz. enz., maar natuurlijk ook handwerken en kienen. De bewoners beslissen altijd zelf aan welke activiteiten zij willen deelnemen. Sommige bewoners vinden dat, met het stijgen der jaren, wel moeilijker worden. Dan worden zij, na een groepsbespreking en rekening houdende met hun interesses, wel gestimuleerd om aan iets deel te nemen. De bewoners kunnen ook activiteiten voorstellen of zelf organiseren en het personeel zal ze hierbij zoveel mogelijk ondersteunen. De bewoners houden de regie over hun eigen leven, maken zelf hun beslissingen. Nu kunnen de mensen bijvoorbeeld zichzelf inschrijven als ze mee op vakantie willen en vroeger overkwam het hen. Deze visie heeft wel voor een omwenteling gezorgd en heeft het zelfvertrouwen van de bewoners vergroot.

Mevrouw Schaak-Hofman, 95 en still going strong! Mevrouw Schaak heeft op de buurt gewoond en ook daar op school gezeten (dit is het schooltje waar ik ben begonnen als leerkracht en we beginnen beiden onmiddellijk met het ophalen van herinneringen. Zo vertelt ze een mooi verhaal dat de meester, haar overgrootvader, vroeger de leerlingen op ging halen met de praam en dat deze leerlingen een turfje moesten meenemen voor de kachel). Maar nu woont ze alweer een tijdje in het zorgcentrum en heeft het daar best naar haar zin. Ze begint de dag met haar krantje, als het kan buiten

»» 18


Zorgcentrum Aelsmeer zit midden in het centrum, heeft dat voordelen?

Zeker, we stimuleren dat de mensen veel het dorp ingaan. Veel bewoners maken iedere dag of een paar keer per week een wandeling door de Zijdstraat (en met de vreselijke bestrating is dat al een prestatie op zich, red.). Ook halen we zoveel mogelijk ‘dorpse’ zaken het huis in. Er zijn Aalsmeerse organisaties als kerken, de bibliotheek, het Rode Kruis, modehuizen die ‘buiten’ naar ‘binnen’ komen brengen en dat brengt dan ook levendigheid. Veel bewoners zijn geboren en getogen in Aalsmeer en hebben uiteraard een sterke band met het dorp, maar bewoners die ‘van buiten’ komen voelen zich betrokken bij het dorp.

En wat is nu typisch Aalsmeers in het zorgcentrum? De verbondenheid met elkaar en met het dorp, komt zonder aarzelen als antwoord. In het dorp bestaat er veel betrokkenheid, dat blijkt wel uit het grote aantal vrijwilligers waar we een beroep op kunnen doen, de verrassingsuitjes die Aalsmeerse bedrijven voor ons organiseren, de scholen die regelmatig langskomen met iets (bijvoorbeeld met Palmpasen), bloemen die bezorgd worden. Het huis laat ook veel toe, we willen graag midden in de samenleving staan.

Wat doen de vrijwilligers?

W IE RV TE IN

zittend, doet vervolgens haar dagelijkse rondje om de molen en heeft iedere middag wel een activiteit. Sjoelen, jeu de boules, rummycup en haar favoriete bezigheid de geheugentraining. Dit vindt mevrouw Schaak het leukst omdat er zoveel bij wordt gelachen. Ook gaat ze graag mee met de uitstapjes, een boottocht of naar de Keukenhof. Verder krijgt ze veel bezoek van haar kinderen, kleinkinderen en vier achterkleinkinderen. Met stralende ogen vertelt ze dat ze nog erg geniet van het leven.

Dat is heel divers. Er zijn activiteiten die geheel door vrijwilligers worden verzorgd, zoals het kaarten maken waar mevrouw Van der Lugt aan deelneemt. Maar er is ook rolstoelduwen, een groep vrijwilligers gaat dan wandelen met de bewoners die slecht ter been zijn. Zonder de vrijwilligers zou het recreatie-aanbod beduidend minder zijn, wij zijn dus heel erg blij met ze.

En dan komt het hoogtepunt van het interview, ik ga meedoen met de geheugentraining. Alle dames zitten al in de kring klaar en de vrijwilligster heeft voor koffie met een koekje gezorgd. De activiteit van die middag is een liedje van vroeger hummen en dan moet de buurvrouw raden welk liedje het is. De dames zijn hier heel goed in, maar een zeer vals gehumd lied zorgt ook wel voor hilariteit. Het is de beurt van mijn buurvrouw om te hummen en ik bak er niets van, geen idee welk liedje het is. Gelukkig zegt een van de dames op luide toon tegen haar slechthorende buurvrouw dat het ‘Hoog op de gele wagen is’ en ik ben niet te beroerd om dat in de groep te gooien. Dan mag ik een liedje uitzoeken en natuurlijk kies ik de favoriet van mijn vader ‘Ik heb mijn wagen volgeladen’. Gelukkig wordt het meteen geraden. Wat opvalt bij de geheugentraining is niet het goede geheugen van de dames, maar de gezelligheid en de humor die ze onderling hebben. Al jaren roep ik “als ik 80 word ga ik nog een keer naar Griekenland en daarna word ik een excentriek oud wijfje”. Maar na vanmiddag neem ik het besluit dat, als dit niet gaat lukken, ik naar Zorgcentrum Aelsmeer ga en dan hoop ik dat er een lieverd als mevrouw Van der Lugt en een enthousiasteling als mevrouw Schaak is. Ik zal nu maar alvast gaan werven in de vriendenkring. Hélène Homan

»» 19


Hornmeerpark herschapen tot Boerenvreugd

STUKJE KUDELSTAART IN AALSMEER God schiep de mens, Kudelstaart schiep Boerenvreugd. Eind jaren 80 ontstond het idee vanuit de Kudelstaartse gemeenschap om een kinderboerderij te bouwen en exploitabel te maken. De in het bestemmingsplan gemarkeerde plek in het Hornmeerpark werd ontgonnen. Boerenvreugd kreeg de steun van de VSB, vele tientjesdonateurs, het Nationaal Jeugdfonds en, uiteindelijk, de gemeenteraad van Aalsmeer. In november 1993 opende Hare Majesteit de kinderboerderij. Mijn vrouw en ik hadden een week eerder ons huis in de Hornmeer betrokken en we waren stevig aan het verbouwen. Dat Boerenvreugd later mijn hobby zou worden, wist nog niemand.

De Kudelstaartse oorsprong bepaalde toen en nu het karakter van de organisatie van Boerenvreugd. Ze floreert bij de gemoedelijkheid, openhartigheid, de toegankelijkheid voor mensen met en zonder handicap, de eigenzinnigheid van hardwerkende, betrokken vrijwilligers en de samenwerking met Ons Tweede Thuis. En ook nu nog bestaat het bestuur in meerderheid uit Kudelstaarters.

Fröbelen

Recreëren betekent letterlijk: herscheppen. Mens én dier recreëert op Boerenvreugd. De scheppende jeugd uit de regio fröbelt jaarlijks wat af tijdens de speciale activiteiten. Van egeltje kleien tot kuikentje vouwen: een peuterspeelzaal is er niets bij. Begrijpelijk dat het menig ouder wel eens te veel van het goede wordt. Ik heb zelf een halve zolder vol ge- en mislukte knutselwerkjes.

Bakkie troost

Peuters creëren zandtaartjes en dito kastelen, gadegeslagen door hun ouders die tevreden lurken aan hun kopje koffie van 70 cent. Voor de willekeurige wandelaar, die de moerassen van het Hornmeerpark trotseert, betekent Boerenvreugd naast een betaalbaar bakkie troost ook een gratis bezoek aan een schoon toilet. Konijnen en cavia’s worden door hun baasjes voor de vakanties toevertrouwd aan de zorgzame handen van cliënten van Ons Tweede Thuis en (jeugd)vrijwilligers. Zo komen baasje en huisdier beiden ontspannen terug van hun vakantie. Dat schept een band.

© You’re On!

Boerenvreugd heeft, middels haar medewerkers en vrijwilligers, vooral zichzelf gecreëerd en zal zich in de toekomst blijven herscheppen. En, hoewel ik me na bijna 16 jaar al behoorlijk Aalsmeerder voel, toch blijft Boerenvreugd voor mij een stukje Kudelstaart in Aalsmeer. Huub van Schaik »» 20


Ik recreëer Aalsmeer Als ik één dag God zou mogen spelen, D e n k i k d a t i k e e n i d e a a l d o r p c r e ë e r. I n g a s t v r i j l a n d m e t ove r v l o e d , I k z o u h e t n o e m e n ‘A a l s m e e r ’.   I k z o u e r m e n s e n l a t e n wo n e n , Achtentwintig duizend, misschien iets erbij. Ru i m e wo o nw i j ke n , we i n i g f l a t s , D a a r v a n wo rd e n b e wo n e r s b l i j .   D o o r g a a n d e we g z o u i k o m l e g g e n , N 2 01 z o u h e t c e n t r u m m i j d e n . E e n v l i e g ve l d j e i n d e b u u r t p l a a t s e n , Een hoofdst ad op een half uur rijden.   We l v a a r t z o u m o e t e n o n t s t a a n , M e t w a t e r t o e r i s m e v a n w a a rd e , G e l d ve rd i e n e n m e t m o o i e p l a n t e n , E n d e g ro o t s t e ve i l i n g o p a a rd e .   L u xe j a c h t e n z o u d e n wo rd e n g e b o u wd , Vo o r a l l e r i j ke r e n v a n d e p l a n e e t . ‘Bloemen uit Aalsmeer’ een begrip, D a t i e d e r e e n o p d e we r e l d we e t .   B e ro e m d h e d e n z o u d e n o n s b e z o e ke n , In eigen studio, zoals Al Gore. Vo l k s z a n g e r z o u z i c h ve s t i g e n , A l s e e n J o l i n g , d a a r b e n i k vo o r.   B i j vo o r b e e l d m e t h a n d b a l o p n a t i o n a a l n i ve a u , Zou het dorp scoren op spor tief gebied. Z e i l we d s t r i j d e n o p m o o i e p l a s s e n , Ve r g e e t d e ve l e s p o r t ve r e n i g i n g e n n i e t .   Vo o r h e t h o u d e n v a n h e t d o r p s g evo e l , We d s t r i j d j e m e t o u d e n o s t a l g i e m o e t e r z i j n . Pramenrace zou ik het noemen, C a r n av a l o p w a t e r, m a a r d a n i n h e t k l e i n .   Als ik Aalsmeer zou mogen recreëren, Zou ik het neer zetten aan een prachtige plas. H e b b e n g e m a a k t z o a l s h e t n u i s g e wo rd e n , E n d a n l a t e n vo o r w a t h e t w a s . Marcel Har ting, dorpsdichter

»» 21


De Poel ligt om de hoek, gratis Toen ik in 1999 de Westeinderrondvaart ontdekte en vaak meevoer bij gebrek aan een eigen boot, stelde eigenaar Piet Eveleens voor om als schipper te gaan varen. Zodoende heb ik van mijn kerstgratificatie mijn klein vaarbewijs deel I gehaald. Op de vraag aan Piet of zijn motor een links- of een rechtsdraaiende schroef had, keek hij me aan en zei: “Kan mij wat schelen, als ie het maar doet!” Met vallen en opstaan heb ik het varen in de praktijk geleerd. Je mag met een vaarbewijs en nul komma nul praktijkervaring al een flink en snel schip besturen, en inmiddels weet ik nu ook niet meer welke kant de schroef op draait. Na het onverwachte overlijden van Piet in november 2000 heeft Henk van Leeuwen de Rondvaart voortgezet met de hulpschippers erbij (hij kan er trouwens nog een gebruiken). Eén keer heb ik meegemaakt dat een man niet met een vrouw aan het roer wilde meevaren. Ik heb hem toen helemaal gelijk gegeven

»» 22


met de mededeling dat ik dat ook niet zou doen als ik hem was. Een paar keer is mij nu gevraagd of er in die smalle slootjes ook tegenliggers kunnen komen. Ja, maar ik heb nergens last van, want als ze mij zien (een vrouw dus) vliegt men toch wel aan de kant, want vrouwen kunnen niet varen en dat houd ik er maar in. Toen we nog geen bedrijfskleding hadden, werd ik niet altijd als schipper herkend. Dit vond ik stiekem geweldig, want dan zag ik de reacties pas zodra ik aan boord stapte en naar de motor liep: “Gaat u ons varen?” “Ja, vindt u het goed?” “Ja hoor.” Al klonk dit laatste niet altijd even overtuigd. Ook krijg ik bij aankomst vaker applaus dan Henk. Van hem wordt verwacht dat hij iedereen weer veilig aflevert; bij mij zijn ze opgelucht als ze weer veilig terug zijn… Afgelopen najaar heb ik de binnenkant van een praam geteerd en als dank hiervoor vaar ik af en toe een middagje gratis mee. Voorheen gaf ik wat benzinegeld, maar nu heb ik er voor gewerkt. Ik geniet dan bovenal van de hardwerkende seringenkwekers. Dit zijn voor mij momenten met een gouden randje. Ook mag ik sinds kort met de praam van een trekheesterkweker gaan schoffelen op één van zijn eilanden. Dit heb ik laatst voor het eerst gedaan, én heb ook nog het goede eiland geschoffeld, want ik ken alleen de weg van de rondvaartroute goed.

Ik heb genoten. Lekker buiten bezig geweest, geen boot of eiland te onderhouden en de ca. 2 miljoen brandnetels zijn van hun voetstuk gehaald. Een win-win situatie dus. Daarnaast recreëer ik ook aan het water. In 2004 heb ik uren op het bankje (van mijn OZB betaald?) aan het einde van de Helling heerlijk in het zonnetje huiswerk zitten maken. Sinds het einde van de Kanaalstraat is opgeknapt (ook OZB?), ben ik daar ’s zomers geregeld in de namiddag te vinden: zittend op de rand met de voeten in de Ringvaart, lezend in De Pers of Metro, waarbij mijn afgekloven appel gretig door een meerkoet wordt opgegeten. Ooit heb ik aan het Surfeiland een vlakke steen ontdekt die net boven het wateroppervlak uitstak. Daar zat ik dan als een soort zeemeermin met mijn voeten in het water te lezen, meestal in een oude, gekregen Libelle. Dit kost niets en menig zonsondergang, die iedere keer weer anders is, heb ik zo gadegeslagen. Normaal gunnen we ons deze luxe pas als we met vakantie zijn. De Poel ligt om de hoek. We kunnen er zo naar toe! Alles van waarde is gratis, dus: remember yesterday, dream about tomorrow, but live today! Marjan van Houwelingen

foto: © You’re On!

»» 23


Politie en gemeente leiden recreatie op Poel in goede banen

‘Mensen op het water zijn wat vrolijker’ Eendjes brood voeren? Leuk, maar niet als je ze honderdvijftig hele broden toewerpt. Wat doe je met gemaaid gras? Dat gooi je in het water, want je hebt het liever niet op je eigen eiland. Kinderen die lekker aan het varen zijn met eendjes aan een touwtje achter hun bootje. Of vijf-, zesjarigen in een motorboot, zonder zwemvest én zonder begeleider. Hardleerse snelheidsduivels die drie avonden achtereen te hard varen en driemaal een boete incasseren. Fuiken stelen van beroepsvissers. Je chemisch toilet overboord kieperen. Of jetskiërs die een snelheid van tegen de 100 km halen. Ze weten dat het niet mag, maar ja, het is leuk om het stiekem toch te doen. Is dit alles op de Westeinderplassen aan de orde van de dag? Nee, hoor. Het zijn de excessen, de smakelijke en onsmakelijke uitzonderingen op de regel.

Jetskiën is verboden. Kitesurfen mag evenmin. Harder dan 12 km per uur varen ook niet. Maar er mag verdraaid veel wél. Je kunt je suf recreëren op de Poel. Dat gebeurt ook, vooral bij mooi weer. Dan is het druk, maar de topdrukte is vooral geconcentreerd op enkele populaire plekken. “Is de Poel vol? Nee,” zegt projectleider Westeinderplassen René Rijkeboer van het wijkteam Aalsmeer van de politie gedecideerd. Want voor de rest is er alle ruimte.

Leuk publiek Of het een gezellige boel op het water is? “Het is leuk publiek,” vindt de politieagent. “Mensen op het water zijn wat vrolijker, ze zijn aan het recreëren,” weet opsporingsbeambte Franz van Tilburg van de gemeente Aalsmeer. “Als waterpolitie willen we er zijn als de mensen op het water zijn. Wij doen controles op recreatievaart. Op mooie dagen als mensen wat ‘verhit’ zijn, hebben we nogal eens te maken met uit de hand lopende ruzies of mishandelingen,” vertelt Rijkeboer. Politie en gemeente werken op het water steeds meer samen. Vaak trekken ze er samen op uit. De politie houdt toezicht en grijpt zo nodig in. De opsporingsambtenaar is van de controle – nagaan of de vaarwegen op de voorgeschreven diepte zijn, of er kap- of kampeervergunningen zijn verleend en of mensen zich aan de regels op het water weten te houden. Bedanken voor bekeuring Rijkeboer proeft op het water waardering voor de politie. “Een man of tachtig wordt er niet vrolijk van wanneer ze ons zien. Maar de meeste mensen zeggen je gedag, roepen je vriendelijk toe of ze doen een melding. Je merkt dat je echt een functie hebt. Ze weten dat we belangrijk werk doen,” zegt hij. “Het is de toon die de muziek maakt,” stelt Van Tilburg. “Je wordt soms zelfs bedankt voor een bekeuring! Als je het maar goed kunt uitleggen.” Mensen weten de politie op het water over het algemeen goed te vinden. “We worden veel gebeld,” meldt Rijkeboer. »» 24


W IE RV TE IN

“Op een mooie zondag zijn er zo vijftien die contact met ons opnemen over hard varen buiten de waterskibaan. Mensen bijvoorbeeld die langs de kant wonen. We vragen wat voor boot het is en gaan er dan naar op zoek. Daar treden we hard tegen op. Wanneer we het waarnemen, verbaliseren we. Dat kan flink in de papieren lopen.” Op de waterskibaan zelf gedragen de watersporters zich doorgaans netjes. Van Tilburg: “Mensen die daar varen, houden rekening met andere snelvaarders. Het is een gemeenschappelijk belang.”

Weinig gemeenteveldjes Bijzonder van de Westeinderplassen vinden ze de combinatie van seringenteelt en recreatie. “Het is een mengeling van beroeps- en recreatievaart.” Anders dan op de Vinkeveense plassen, waar het een en al recreatie is en het aantal openbaar toegankelijke eilandjes veel groter is. “Op de Poel zijn maar vier gemeenteveldjes,” telt Rijkeboer. “Je mag er 48 uur liggen, dan is het wegwezen. De rest is particulier eigendom, daar heb je niet te komen.”

Zichtbare aanwezigheid Als politie en gemeente er niet zouden zijn, was het volgens beiden “een zootje” op het water. Rijkeboer: “Zichtbare aanwezigheid helpt, dan weet iedereen dat je er bent. Het gaat er niet om met tien bonnen op het bureau binnen te komen. Gedragsverandering gaat vóór verbaliseren. Je licht mensen voor, je maakt ze bewust van de rol die ze op het water hebben. Maar als iemand de zaak bewust versjteert, doen we er iets mee. Wie met niemand in de buurt vijftien vaart waar twaalf is toegestaan, nou ja. Maar als je 45 kilometer vaart, doe je dat bewust. We halen in ieder geval de boot aan de kant en spreken de mensen aan op hun gedrag. Dat geldt ook als je grote vuren maakt of veel lawaai maakt.”

Privé-eilandjes of niet, andermans terrein wordt betreden. “Je ziet vaak jongelui op zo’n eilandje. Ze zitten er, eten en drinken, doen hun behoefte, stoken een fikkie, breken de kisten met tuinmeubilair open en laten een bende achter. Dat neemt hand over hand toe,” constateert Rijkeboer met spijt.

Wat over de schreef gaan is, mag dan in een boekje staan, in de praktijk is de situatie soms knap lastig te beoordelen. “Het zijn de omstandigheden, er zijn gradaties. Het is niet met één schaartje te knippen. Het is mensenwerk,” aldus Van Tilburg. “Toch haal je boten die een nadere controle verdienen, er feilloos uit,” voegt Rijkeboer eraan toe. “Vaak is het een spel. Tien keer komen ze geen politie tegen en vervolgens lopen ze een keer tegen de lamp.”

Huisraad lozen Van Tilburg wijst erop dat de meesten zich braaf aan de geschreven en ongeschreven regels houden. “Ze nemen keurig een vuilniszakje mee en ruimen de barbecue op. En ze hebben een kampeervergunning zoals dat hoort; een hoop maken er dankbaar gebruik van,” zegt hij. “Bij reddingsacties merk je hoe bereidwillig mensen zijn,” geeft Rijkeboer aan. “Ze vragen of ze ons kunnen helpen zodat wij beter aan het werk kunnen.” Maar aan het eind van het seizoen nemen sommigen het minder nauw. “Neem de gemeente-eilanden, daar lozen ze dan etenswaren, luiers, huisraad en alles wat ze verder kwijt willen.” Han Carpay

»» 25


Samen in stilte verder Dit voorjaar moest ik een foto maken van een project dat de Bovenlanden dit najaar heeft afgerond. Het betreft de aankoop van het laatste stukje Westeinderdijk dat nog in originele staat verkeerd. Het is een restant van een manier van leven waar wij ons geen voorstelling van kunnen maken. Het leven was destijds zwaar, en wel zo dat in het begin van de negentiende eeuw is besloten het gebied te ontruimen. Het geheel is nu beschoeid en veilig gesteld voor de toekomstige generaties Aalsmeerders. Het was een mooie stille lenteavond en ik stond

Allereerst de seringenkweker. Hun voorouders hebben dit gebied gemaakt en de huidige generaties proberen de unieke structuur en verkaveling in stand te houden. Hun invloed neemt af, hetgeen het best zichtbaar wordt in de bebossing. In de jaren vijftig was dit gebied kaal in de zin dat er nauwelijks bomen te vinden waren. Met de afname van de tuinbouw is de bebossing toegenomen. De aantrekkelijkheid van dit gebied wordt bepaald door de structuur. De Grote Poel en de Kleine Poel en een tussengebied waar je in alle stilte lekker kunt verdwalen.

met mijn fototoestel in een wiebelige boot, op zoek naar een rechte horizon. De stilte werd plotseling verbroken door de aanzwellende herrie van een met grote snelheid naderende boot in de Westeinderdijksloot. De nieuwe generatie meldde zich. Hier zien we in een oogopslag de drie partijen die een rol spelen in dit historisch belangrijke gebied.

De tweede partij, de recreatie, is sinds het begin van de vorige eeuw opgekomen en met het groeien van de welvaart steeds dominanter geworden. Het begon met het rustig ronddobberen in een Bottertje voor de elite. De laatste decennia overheerst de recreatie die voor een groter publiek toegankelijk is geworden. De Botter is ingeruild voor een grote sloep, liever nog groter dan die van je buurman. Daarmee deed ook de recreatieve herrie zijn intrede. Een deel van de recreanten bestaat pas, als die zich met groot vertoon aan de ander laat zien. Varen met je muziek

 26


voluit lijkt daarbij dan soms eerder regel dan uitzondering. ’s Avonds kun je de speedboten over de Kleine Poel horen razen. Toppunt van dit alles is de Pramenrace. Begonnen als iets ludieks, langzamerhand uitgegroeid tot een Aalsmeers Carnaval. Aalsmeerders zijn helemaal niet vrolijk, dus de enige manier om er nog wat van te maken is met drank, uiterlijk vertoon en vooral veel geluid om de eigen gêne mee weg te blazen. En dat zullen we weten. Natuur- en landschapsbescherming is de derde partij die om de hoek komt kijken. De Bovenlanden spelen een bescheiden rol. Zij zijn stil en worden vaak gezien als een

partij die commerciële en recreatieve ontwikkelingen wil beperken. De afgelopen jaren zijn er echter wel gebieden veilig gesteld voor de agrarische sector en natuurontwikkeling of voor instandhouding. Gewoon doorgaan en wat meer aan het ‘Bovenlandenimago’ doen zou het advies kunnen zijn.

Hoe nu verder. De gemeente heeft geen duidelijk beleid. Afgelopen jaren zijn vergunningen afgegeven voor blokhutten en recreatiearken op een manier die laten zien dat het ambtelijk apparaat en bestuur geen inzicht heeft in wat er werkelijk omgaat op de plassen. Hier moet het roer om en moet de overheid leren de rug recht te houden, ook bij tegenwind. Instandhouding van de unieke structuur van het plassengebied levert daarbij uiteindelijk het meest op, ook voor de recreatie. En bij de komende Pramenrace ga ik lekker naar de Achterhoek, recreëren in stilte.

Anton de Boer

»» 27


Op de fiets naar het Groenendaalse bos, dat was hét uitje Dirk en Jeen, twee Aalsmeerders uit de vroege vorige eeuw, de één uit het ‘Farregat’, de ander opgegroeid in ‘Zuid’. Dirk werkte in de seringenteelt en Jeen in de scheeps- en utiliteitsbouw.

Gesprek met Dirk Weening en Jeen Jansma

‘Recreatie’, bestond dat woord wel in jullie jeugd? Dirk: Ik denk van na de oorlog pas, zou het niet? Jeen: Ja, er was wel recreatie, maar dat was natuurlijk op heel beperkte schaal. Eh, ik weet nog van de AJC, dat was de Arbeiders Jeugd Centrale, die hadden dan hun eigen kampen in Aalsmeer Zuid, waar nu het Seringenpark is, daar hadden ze een terreintje waar ze altijd hun, nu ja, hun sportwedstrijden hielden, onderling, ja laten we zeggen, ze hadden een soort socialistische recreatie opgebouwd daar. En er waren natuurlijk wel voetbalverenigingen.

Dirk: Handballen, daar ben ik ook nog een paar keer mee bezig geweest, met handbal, daar achter Kniep liepen schapen, dan moest die schapenstront een beetje opgeruimd worden en dan gingen ze handballen. Jeen: Nee, nee – recreëren, dat was een beperkt begrip hoor, je had natuurlijk wel Olympia, de gymnastiekvereniging, maar ja, voor veel ouders, ook voor de mijne, als je daar heen ging, dat kostte geld en dat was een beperking. Bestond dat begrip dan wel, ‘vrije tijd’? Jeen: Mijn vader werkte 60 en een half uur per week, dat was ’s morgens om zes uur beginnen en ’s avonds om half zeven waren ze klaar. En zaterdags tot vijf uur, dus wat voor vrije tijd hadden die mensen?

foto: © You’re On!

»» 28

.


Dirk: Nou, wij moesten soms ’s zondags ook nog werken, rozen snijden of zoiets, want iedere seringenkweker had nog weer een rozenkasje, dat was ook maar een hokkie bij nu vergeleken. Om die zomerperiode, dat je geen bloemen had, op te vangen. En dan tussen de seringen seringenboontjes, die groeiden bovenin en dan moest je dat hier naar Bloemenlust brengen. Dirk: Nou, we hadden bijvoorbeeld vrije tijd, ’s avonds met de buurjongens, iedereen werkte toen tot een uur of half zeven, net wat Jeen zegt, en dan brood eten, want warm eten deed je tussen de middag, en dan ’s avonds ging je op de Pontweg meest tiepelen. Dat is zo’n kuiltje in de weg, en dan heb je een kort houtje en een lang houtje en dan sla je dat in de lucht en die dan de meeste klappen kon geven…..en dan sla je het weer weg. Jeen: Ja, ik heb het ook nog wel gespeeld en je kon er pijnlijke vingers bij oplopen hoor!

Er volgt een uitgebreide discussie over hoe er ‘getiepeld’ werd, in de jaren dertig van de vorige eeuw was de afstand tussen de Pontweg en de Wilgenlaan zo groot dat het tiepelspel op verschillende manieren gespeeld werd... Dirk: Wat er ook veel gebeurde bij ons… ze hadden allemaal nogal wat kinderen, dus d’r bleef altijd wel een kinderwagen ergens over en dan mochten ze die wielen hebben. Nou man, dan waren ze weken bezig om een cross te maken, dat was geweldig. D’r kwam er ook wel eens één in de sloot terecht, want je maakte een dwarse plank die je met je benen kon sturen, zo, maar dan ging er een hele horde achter om je te duwen en als ze de kans kregen dan ging je de plomp in natuurlijk. En dan had je autopedjes met van die houten wieltjes – nou, je had er niks aan in dat grind hè.

Was er in die tijd al sprake van watersport?

W IE RV TE IN

Want ze hadden ook nog een eigen tuintje te onderhouden. Dus vrije tijd, nee… dat was er niet bij hoor.

Dirk: Jawel, Jachthaven Dragt, die was er toen ook al – tja, dat waren meest Amsterdammers die er een boot hadden liggen en zo. Jeen: Wij hier buiten, de meesten hadden geen boot, hè. Dirk: Ja, wij hadden, omdat mijn vader eilanden had, dan had je een praam dus daar ging je mee varen natuurlijk – maar je had toen nog geen motor, tenminste, wij niet. Om half twee gingen we weer werken op de ‘Lady Smith’ (naam van een seringenakker, red.) dat was een eind varen en dan ging mijn vader roeien. Maar als we naar huis gingen om halfzeven, dan zei hij,

nou mogen jullie roeien, want dan kon het hem niet schelen al duurde het dan langer! En dan roeiden wij als de pest om thuis te komen! Ging jij wel eens varen, Jeen? Jeen: Nee, waarmee? Nee hoor, dat bleef bij zwemmen in de plas, bij de VIBA.Vrij zwemmen, nou, dat gebeurde haast niet, hè, want dan moet je weer op een akkertje kunnen komen. En dan moet je weer een boot hebben.

Dirk, deden jullie dat wel, vanaf de akker even in het water springen? Dirk: D’r waren er wel, er waren nog seringenkwekers die gingen, dan waren ze seringen aan het opsteken bijvoorbeeld, en af en toe hoorde je dan ‘padoemp’ en dan gingen ze even zwemmen, die had je! Onder andere Glazen Coop, die is later naar Afrika gegaan. Dat was Coop van der Laars, maar die had een glazen oog... Jeen: Tja vrije tijd....maar er was zo weinig te

doen – kijk al die clubjes die je tegenwoordig hebt die waren er in de eerste plaats niet, maar je moest er ook geld voor hebben en geld was heel schraal in die tijd.

»» 29


Wat deden jullie dan ’s avonds? Jeen: M’n vader helpen op z’n tuin, want we teelden eigen aardappelen en eigen groenten dus je moest er ook wat voor doen – je werd wel aan het werk gezet, hoor! Een heel uitje was altijd op de fiets naar het Groenendaalse Bos want daar had je een speeltuin. Dirk: Nee, wij gingen ’s zondags altijd, met het hele gezin – maar dat was effe later hoor, dan ging je al naar de meiden kijken natuurlijk, ja, maar enkelt nog maar kijken hoor! Jeen: Was jij er zo vroeg bij Dirk?

Dirk: Maar ik weet wel dat we ieder jaar één dag naar Zandvoort gingen met het hele gezin, vroeg weg, op de fiets.

Jeen: Dirk:

Jeen:

Dirk:

Jeen:

Ja, en dan had je van die houten schepjes, ik weet niet of je dat nog weet, maar je had er ook, die hadden zo’n ‘graafie’ en dat wou je dan hebben maar ja, ik had nog drie broers, dus dat was veel te duur en dan kreeg je zo’n houten kreng, nou je begint niks in dat zand hè, maar dat was ieder jaar een uitje. Ja en dan moesten de belastingplaatjes geleend worden van die en gene! Ja! Ja, ook nog zoiets... Ja, want je had kans op controle, naderhand kwamen we er één te kort, maar dan zegt m’n vader, dat geeft niet, want dan stonden ze bij Hoofddorp te controleren, dan rijd ik wel door en dan kom ik lopend even dat plaatje brengen, nou, zo ging dat dan. Ja! Want dat was een knaak, dat plaatje, dat moest je ieder jaar betalen! En als je een werkloze was dan kreeg je een plaat met een gat erin – tja bij ons thuis, op de fiets naar het Groenendaalse Bos, dat was ‘hét’ uitje vroeger... En dat ruik je dan nu nog, als je dan vroeger naar Zandvoort ging, en dan eh...jah, dat vond je geweldig, en dan rook je die zee, voor de duinen al, dan ruik je de zee en dan door het mulle zand heen om er maar zo gauw mogelijk... en dan had je nog van die rotzwempakken, van die katoenen dingen. Die plakten zo, haha... Tja, de tijd is wel veranderd hoor!

En op zaterdagavond, als jonge mannen? Jeen: Naar dorp gaan en dan liep je door de Zijdstraat, langs de Stommeerweg en de Stationsstraat, tot de Watertoren, hooguit, en dan weer terug... en naar de meisjes kijken... en daar liepen de meisjes voor om bekeken te worden. We hadden op Aalsmeer toentertijd twee bioscopen. ‘De Drie Kolommen’ en de ‘Markstraat’ (in het gebouw van de ‘Oude Veiling’, red.), maar ja, daar kon je natuurlijk ook niet altijd in zitten. Dirk: Maar wij gingen liever naar de ‘Oude Veiling’ naar de bioscoop als... waarom weet ik niet, als naar de ‘Drie Kolommen’. En die houten vloer, dat was allemaal zwart van verbrande sigarettenpeukjes, want iedereen die gooide z’n sigaretten... weet je het nog? Helemaal zwart van die peukies. En dan had je een Tjoklat reep van vijf cent, lekker dik, nou, als je die dan nam en je had een pakje sigaretten dan was je je zakgeld al kwijt, onderhand.

Jeen: Maar ja, je moet niet vergeten, in de oorlog moesten we 's avonds ook al vroeg binnen wezen. Ik weet niet in welk jaar dat begon, maar dan moest je om tien uur binnen zijn, in het laatste oorlogsjaar was dat 's avonds om acht uur.

En direct na de oorlog, veranderde er toen veel? Dirk: Er werd wel overal gedanst en zo, en alles... Jeen: Jawel, dat wel, maar, ze dachten dat er nieuwe dingen gebeurden... Er was natuurlijk overal een schreeuwend gebrek aan, wat moesten de mensen beginnen? Dirk: Nou, in ieder geval gedeeltelijk wel, want neem nou bijvoorbeeld vakantie, vroeger ging je, ja, naar Bergen of naar Gelderland, of wat ook.

»» 30


Jeen: Ja maar, de eerste jaren na de oorlog dan ging je ook nog niet naar Bergen, want toen was er ook niks, d’r was niks... Nee, ik denk dat recreatie pas begonnen is na 1950, toen waren de meeste goederen van de bon, toen kwam er wat meer speling. Wat is jullie visie op het ‘recreëren’ van de jeugd van tegenwoordig? Jeen: Ik vind de jeugd van tegenwoordig uitstekend. Ja, ze hebben toch gelijk, als je kunt rekenen met, hier met langere riemen als dat wij vroeger hadden, dan moet je dat toch pakken? Wij hadden vroeger eigenlijk ehh... wij roeiden eigenlijk met een klompie, hè? Jaaa...met een breinaald! Jeen: Weet je wat het was, iedereen had het zo slecht, kijk als je nou de enigste bent die niks kan, ja, dan ben je arm. Dirk: Maar je was allemaal hetzelfde, dus....

Jeen: Ah, bij mij zit het zo gek Dirk, ik ben gereïncarneerd en ik heb nooit eerder geleefd!

W IE RV TE IN

Maar als je nou niet naar Portugal geweest bent in het voorjaar en dan in de zomer naar Turkije en in het najaar naar... dan ben je eigenlijk een zot...

Hoe heb je dat overwonnen, wat is je tactiek? Dirk: Dat je gewoon ergens mee bezig moet wezen, je moet niet gaan zitten. Wat je ook doet, al ga je tekenen of schilderen of schrijven, weet ik het...Wat zeg je van mijn laatste schilderij daar? De molen? Jeen: Ja, dat is leuk! Dirk: Ja, dat is die hier van de ka, ‘De Zwarte Ruiter’, want die draait weer af en toe.

O, dus er hangen hier meer schilderijen van je? Dirk: Ja, dat boerderijtje ook daar... Jeen: Nou, Dirk ik zie aan die schilderijen dat jij niet depressief meer bent! »» Opgetekend door Ansje Weima

Aan het eind van het gesprek geeft Dirk nog een goed voorbeeld van recreatie... Dirk: Ik heb ook wel periodes gehad dat ik een beetje in de put zat en dat ik een beetje, hoe noem je dat... Jeen: Depressief. Dirk: Ja, en dat heb ik helemaal niet meer, dat heb ik me aangeleerd hoe of ik dat moet overkomen en dan leef je veel lekkerder. Want ik ben natuurlijk 85, dus ik sta met één been in het graf. Daar ga ik niet iedere dag aan denken, dat zie ik wel. Ik denk dan maar aan mijn overgrootvader, die is 98 geworden, en dat is drie generaties terug, kun je nagaan hoe oud dat nu... dus ik heb kans op 110 denk ik!

»» 31


AVONDJE STAPPEN Iemand die, op zijn zachtst gezegd, op z’n tijd wel een biertje lust, laat zijn licht schijnen over de Aalsmeerse horeca. Het relaas van een avondje stappen. We schrijven een dorstige dag in april, de zon liet zich van z’n beste kant zien, dus alarmeerde ik de troepen om één (of meerdere) alcoholische versnaperingen te nuttigen. Aangezien ik zelf in de horeca werkzaam ben en mijn drinkebroeders niet, moesten we bijtijds beginnen (met het oog op de verschillende onderlinge bedtijden) en waar kun je dat beter doen dan aan de Westeinderplassen. Zodoende togen wij naar de ‘Zotte Wilg’, toch de beste locatie voor een drankje aan het water. Aldaar aangekomen wachtte ons een nare verrassing, dit etablissement was gesloten voor bezoek van buitenaf vanwege een besloten feest. Zonde. Na veel denken welke zaak er nog meer recreatieve ruimte aan het water had, verplaatsten wij onszelf richting het ‘Oude Veerhuis’. De ideale locatie voor een knap bord eten. Echter, de borrelmogelijkheden waren beperkt. Geen bitterballen of andere snacks, wel toast met beleg. Achteraf waren we het erover eens dat de prijs/kwaliteit-verhouding negatief doorsloeg richting prijs. Op naar de volgende locatie. Deze moesten we helaas buiten de grenzen van het Aalsmeerse zoeken, aangezien er na het sluiten van de ‘Nachtwacht’, enkele jaren geleden, geen andere optie aan het water over was. De ‘Walrus’ was de volgende stop, weliswaar aan de andere (foute) kant van het water, maar er was wel een knap fluitje en een prima schaaltje bittergarni te verkrijgen. Na een klein uurtje vertoefd te hebben bij deze beregezellige horecagelegenheid werd het voedertijd voor de grote trek. Plaats van handeling werd het vernieuwde ‘Bonte Schort’, dat al een tijdje onze aandacht had getrokken. Helaas werd dit bezoek een nieuwe deceptie

tijdens ons grote avontuur in Aalsmeer. Meerdere mensen waren op het idee gekomen om hier een hapje te eten, zij waren wel zo slim geweest om te reserveren. Dit feest ging dus voor ons ook niet door. Toen maar naar huis en de good-old shoarmabar opgebeld. Na dit culinaire hoogstandje tot ons genomen te hebben werd het tijd om ons te storten op het nachtleven in het dorp. Eerst even naar de ‘Praam’, waar we ons oeroude dobbelspel oppakten. Enkele ‘mexen’ en diverse bakkies later ging ondergetekende even naar ‘Joppe’ om daar een van zijn favoriete barvrouwen te eren en de volledige voorraad gehaktballen te verorberen. De tocht voerde verder richting ‘De Oude Veiling’, ook een tent die niet overgeslagen mocht worden. Maar ook dit idee werd een teleurstelling, ‘De Oude Veiling’ was namelijk al gesloten. Na nog even lonkend naar Pablo in de pizzeria op de hoek gekeken te hebben werd de terugreis naar de ‘Praam’ ingezet. Daar aangekomen was het al gezellig druk aan het worden, en na een uur of wat werd het tijd voor de laatste stop van de kroegentocht: ‘Bon Ami’. Misschien ben ik er ietwat te oud voor, maar de goede herinneringen aan de nachten die ik daar voorheen doorbracht deden mij toch besluiten om er weer ’s een kijkje te nemen. En niet ten onrechte. Mijn gehele schare kampkinderen was in het wild te bewonderen en de muzikale deuntjes waren ook niet onaardig. Helaas moest ik het pand verlaten toen de lichten aan gingen, maar ik kon moe en voldaan van mijn welverdiende nachtrust gaan genieten. Als er nog vragen zijn over de te volgen route in het dorpse uitgaansleven, dan worden er – bij voldoende animo – rondleidingen georganiseerd. Wees er wel op voorbereid dat je er twee dagen van kunt nagenieten…. Niets plannen voor de volgende ochtend dus. De Borrelhobbit

»» 32


foto: © You’re On!

»» 33


NieuwNAT: HERFST 21 SEPTEMBER 2009 THEMA: AALSMEER & CULTUUR

»» 34

NieuwNAT IV  
NieuwNAT IV  

RECREATIE - De meeste Aalsmeerder zijn zeer tevreden, sommige Aalsmeerders wat minder tevreden. Zuinig zijn op wat er is, niet teveel verand...

Advertisement