Issuu on Google+

jaargang 5 nummer 1


VAN DE REDACTIE... Stormen In de herfst willen nog wel eens stormen over het land trekken. Ook in figuurlijke zin kan het soms behoorlijk spoken. Poolster zit ook in zwaar weer, met name op financieel gebied. Overigens is dit geen specifiek Poolsterprobleem. Ook andere (alle?) besturen hebben te kampen met teruglopende inkomsten. Om de uitgaven eveneens te reduceren worden er in den lande verschillende oplossingen gezocht en gevonden. Op een (VO-)school in de buurt gaat 80% van de leraren één uur in de week onbezoldigd werken (20% vond dit een minder geslaagd idee). Een ander bestuur gaat koffie- en theegeld herinvoeren. Ook zijn besturen aan het overwegen om de gemiddelde groepsgroottes te verhogen ...

IN DIT NUMMER 1. Voorwoord: STORMEN 2. Achter het venster: KAREL JAN VAN DEN HEUVEL RIJNDERS 5. De lerarenbeurs: THIJS WISSELINK 6. Het teamuitje: DE BEATRIXSCHOOL EN DE TOERMALIJN 8. AD-berichten 9. Fotopagina: ONDERWIJSDAG 2011 10. Cartoon 11. Hoe is het nu met: ESTRELLA VAN LIERE 12. Bikken: DE IG-NOBELPRIJZEN 13. De passie van: LIANNE SPRUIJT 14. Oude Meesters

Zware tijden dus ... maar gelukkig hebben we Het Venster nog. Ons personeelsblad met een blik op onze eigen organisatie en soms iets verder kijkend, voorbij Poolster. Inmiddels zijn we begonnen aan de vijfde jaargang van ons personeelsblad. Met dit Venster beginnen we een nieuwe rubriek: de jaarlijkse teamactiviteit. De Bea nte) vertelt hoe het nu met haar en met haar evenementenbureau is. De passie van Lianne Spruit wordt toegelicht en Karel Jan van de Heuvel Rijnders, de vertrouwenspersoon van Poolster wordt dit keer in ‘Achter het Venster’ geïnterviewd. Ook is er een interessant artikel uit de landelijke pers geplaatst. Het is misschien een hele troost om te weten dat ons IQ niet een vastliggend gegeven schijnt te zijn, maar dat we er door oefening invloed op kunnen hebben. Daarom is er ook nog wat ruimte gemaakt voor een pagina met spelling en rekenen, in het kader van 'Elke dag een draadje maakt een hemdsmouw in het jaar'.

16. Uit de landelijke pers: WAT BLIJFT ER OVER VAN ONS GEHEUGEN? 19. PIMP JE BREIN 20. BETER SPELLEN / BETER REKENEN

Wij wensen jullie weer veel leesplezier. Rinko Kuil

-1-


... ACHTER HET VENSTER

Vertrouwenspersoon in Lochems onderwijs heeft het niet al te druk Wim Meuleman

Op de website www.poolsterscholen.nl is de klachtenregeling van de Stichting Poolster te vinden. Daar staat in beschreven welke procedure kan worden gevolgd bij klachten over bijvoorbeeld begeleiding van leerlingen, toepassing van strafmaatregelen, beoordeling van leerlingen, de inrichting van de schoolorganisatie, seksuele intimidatie, discriminerend gedrag, agressie, geweld en pesten. Elke school heeft een contactpersoon, die als eerste aanspreekpunt kan fungeren. Verder heeft Poolster twee externe vertrouwenspersonen. In de regel bestaat dit duo uit een man en een vrouw. De ervaring is namelijk dat het in sommige gevallen drempelverhogend kan zijn om te moeten klagen bij een persoon van het andere geslacht. Op dit moment is Lenie Hoetink de vrouwelijke vertrouwenspersoon. Zij stopt per 1 januari 2012 met haar werkzaamheden. Een sollicitatieprocedure voor haar opvolging loopt nog. De mannelijke vertrouwenspersoon is sinds 1 januari 2010 Karel Jan van den Heuvel Rijnders. -2-


over seksuele intimidatie. Het was de aanleiding voor Karel Jan van den Heuvel Rijnders (64) is het benoemen van twee vertrouwenspersonen op het één van de twee vertrouwenspersonen Staring College. Na verloop van tijd werd besloten dat er voor het Lochems onderwijs. Leerlingen vertrouwenspersonen van buiten de schoolorganisatie moesten komen. Zo werden Jan Bargeman en Coosje de (of hun ouders), personeel of andere Groot de eerste externe vertrouwenspersonen. Het Staring betrokkenen van de Poolsterscholen, College kreeg in eigen gelederen twee contactpersonen. het katholieke basisonderwijs, het Ik was er eentje van. Toen er twee jaar geleden een nieuwe vertrouwenspersoon werd gezocht kwamen ze protestants-christelijk basisonderwijs en bij mij terecht. Ik had op het Staring College wat ervaring het Staring College kunnen een beroep opgebouwd en wilde dat wel doorgeven. Het op hem doen. Hoewel de hoeft niet altijd leuk te zijn. Het is ook fijn als je mensen kunt helpen.” doelgroep een aanzienlijke Het hoeft omvang heeft, is Karel Discretie hoort bij een vertrouwenspersoon niet altijd Jan niet al te druk met hoog in het vaandel te staan. Wie smeuïge zijn werkzaamheden als verhalen wil horen kan bij Karel Jan niet leuk te zijn. terecht. Heel behoedzaam vertelt hij over vertrouwenspersoon. “Het Het is ook zijn rol bij klachten en conflicten. Concrete is werk waar je eigenlijk voorvallen, namen of cijfers komen er fijn als je maar weinig ervaring in niet uit zijn mond. “Elke school heeft tegenwoordig een contactpersoon. Iemand mensen kunt opbouwt”, zegt hij.

helpen

Velen kennen Karel Jan van den Heuvel Rijnders als docent van het Staring College. Hij was er werkzaam van 1979 tot 2005. Karel Jan gaf les in wis- en natuurkunde en algemene natuurwetenschappen, maar was ook actief als coördinator bovenbouw havo/vwo en leerlingbegeleider. Op 58-jarige leeftijd zette hij een punt achter zijn loopbaan in het onderwijs. Een jaar later keerde de geboren Haarlemmer echter weer terug in het onderwijs als student religiewetenschappen in Nijmegen. “Ik wilde gewoon heel wat anders gaan doen”, verklaart hij. “Deze studie sprak me aan. In vergelijking met mijn exacte opleiding is het een verbreding van mijn horizon. Momenteel werk ik aan een proefschrift over het Tibetaanse boeddhisme. Ik hoop dat toch wel voor mijn zeventigste af te ronden.” Sinds 1 januari 2010 is de ex-docent vertrouwenspersoon voor het Lochems onderwijs. Het is niet zo verwonderlijk dat Karel Jan hiervoor werd gevraagd, want hij had al wat ervaring opgedaan in dat wereldje. “In 1996 werd ik al eens benaderd door iemand met een probleem. De vraag was waar je terecht kon met een klacht

die een klacht heeft op het gebied van fysiek geweld, psychisch geweld, seksuele intimidatie of seksueel misbruik kan dat bij de contactpersoon melden. Deze kan de klager verwijzen naar een vertrouwenspersoon. In eerste instantie probeer ik dan een bemiddelende rol te spelen. We gaan kijken of we er met de verschillende partijen uit kunnen komen. Desnoods kan ik de klager begeleiden richting de klachtencommissie.” Om de gang van zaken iets duidelijker te maken wil Karel Jan wel een situatie schetsen. Hij laat daarbij in het midden of deze zich de afgelopen jaren ook werkelijk heeft voorgedaan. “Stel dat er een leerkracht is die lijdt onder het machtsmisbruik van zijn directeur. Althans, in de ogen van de betreffende leerkracht. Ik kan me voorstellen dat zo’n iemand in eerste instantie naar de bovenschoolse directeur gaat. Als dat geen bevredigende oplossing biedt, kan hij contact zoeken met mij als vertrouwenspersoon. Ik

-3-


hoor dan het verhaal aan en leg contact met de andere partij in het conflict, in dit geval de schooldirecteur. Ik zal dan proberen te bemiddelen. Lukt dat niet, dan ligt de weg naar de klachtencommissie open. Ik kan de klager daarbij helpen. Ik speel dan een begeleidende rol, maar de beslissing blijft bij de leerkracht liggen. Daarbij is het theoretisch zelfs nog mogelijk dat de betreffende directeur de andere vertrouwenspersoon in de arm neemt als adviseur.” Karel Jan vertelt dat elke school over een klachtenregeling beschikt. Daarin staat omschreven welk soort klachten door een vertrouwenspersoon in behandeling kan worden genomen. “Het dient in ieder geval te gaan over schoolse zaken”, zegt Karel Jan. “Thuissituaties zitten niet in ons pakket. Er is natuurlijk wel een diffuus gebied, denk maar eens aan internet. Leerkrachten en ouders bellen ook wel eens met vragen die niet binnen de klachtenregeling vallen. Ik hoor het verhaal dan aan en zeg vervolgens dat ze elders verder moeten zoeken.” Met een glimlach vertelt hij over een telefoontje dat hij deze zomer kreeg. “Midden in de zomervakantie kreeg ik een moeder aan de lijn. Haar zoon was blijven zitten, maar daar was moeder het helemaal niet mee eens. Helaas was er op school niemand meer bereikbaar om daarover te praten. Ze wilde van mij het

Mensen in het onderwijs willen graag helpen, maar je hebt niet altijd overal wat mee te maken -4-

telefoonnummer van de schoolleiding hebben. Natuurlijk heeft ze dat niet van mij gekregen. Gelukkig valt het aantal van dit soort telefoontjes reuze mee.” Eén keer per twee jaar zien de twee vertrouwenspersonen alle contactpersonen op een studiedag.

Dat gebeurt onder leiding van een externe deskundige. “Dat zijn best wel boeiende bijeenkomsten. We krijgen dan bijvoorbeeld een prikkelende casus onder de neus en bespreken hoe we daar mee om kunnen gaan. Het blijkt dan dat niet iedereen zich scherp bewust is van wat je wel en wat je niet moet doen. Mensen in het onderwijs willen graag helpen, maar je hebt niet altijd overal wat mee te maken. Na zo’n studiedag kijkt een contactpersoon soms toch weer anders tegen dingen aan. Je wordt je in ieder geval meer bewust van waar je tegenaan kunt lopen.” Karel Jan beseft dat de contactpersonen op de werkvloer staan en vaker zullen worden ingeschakeld dan een vertrouwenspersoon. “Ik ben er in ieder geval niet echt druk mee”, zegt hij. “Ik kan me voorstellen dat de problematiek in het westen van het land groter is dan hier. Maar ja, je hoeft maar één telefoontje te krijgen en je kunt zo weer een aantal gesprekken hebben.”

De tekst op de website van Stichting Poolster: Uiteraard bespreekt u problemen of klachten altijd eerst met de leerkracht, directeur of schoolcontactpersoon. Als u er met de school niet uitkomt of u heeft behoefte de situatie met een buitenstaander te bespreken, dan kunt u contact opnemen met de vertrouwenspersonen van Stichting Poolster.


DE LERARENBEURS... In september 2010 ben ik begonnen aan de masteropleiding ‘leren & innoveren’ op Hogeschool Saxion in Deventer. In de brochure van deze opleiding wordt de master als volgt omschreven: De Master Leren & Innoveren richt zich op ambitieuze docenten die aan de slag willen met het verbeteren en ontwikkelen van het onderwijs in de eigen school/opleiding. In de opleiding verrijken en verfijnen docenten hun kennis op pedagogisch en didactisch terrein, worden ze geschoold in het onderzoeken van de praktijk, het ontwerpen van onderwijs, het implementeren daarvan, het evalueren en het innoveren van de onderwijsverbetering en het begeleiden en professionaliseren van collega’s. Waarom deze keuze? Al sinds een paar jaar had ik de behoefte aan een extra uitdaging. Binnen het basisonderwijs zijn er dan mijns inziens beperkte mogelijkheden. Je kunt je professionaliseren op het gebied van de leerlingenzorg (IB/AB) of op het gebied van management. Aangezien mijn interesse niet direct bij één van deze twee gebieden ligt, was ik dan ook blij dat in 2010 de master leren & innoveren in het leven werd geroepen.

Tijdsinvestering en kosten De opleiding duurt twee jaar. Iedere maandagmiddag en -avond zijn er contacturen. Van 14.30 tot 16.30 uur en van 17.30 tot 19.30 uur. Per week zijn er dus vier lesuren, daarnaast moet je denken aan zo’n zestien uur zelfstudietijd (twintig studie-uren per week). Gelukkig heb ik gebruik kunnen maken van de Lerarenbeurs. Met deze beurs kun je de gehele opleiding bekostigen (inclusief studiemateriaal/ reiskosten) en kun je een middag in de week worden vrij geroosterd (deze uren worden vergoed zonder dat je salaris daalt). Helaas is het vanaf het studiejaar 2012-2013 niet meer mogelijk om een Lerarenbeurs voor korte opleidingen aan te vragen. Maar volgens mij valt de master ‘leren & innoveren’ hier niet onder. Voor meer info met betrekking tot de lerarenbeurs kun je kijken op www.ib-groep.nl.

Eerste ervaringen Het eerste jaar en de start van het tweede jaar zitten er al weer op. En al was het af en toe even flink doorpezen, ik ben nog steeds blij met mijn keuze voor deze opleiding. De lesstof die op de maandagen wordt behandeld, wordt heel praktisch als je er de rest van de week binnen een zelfgekozen innovatieproject mee aan de slag kunt gaan. En doordat je zelf een keuze maakt voor je onderzoeksonderwerp, krijg je veel ruimte van de opleiding om vanuit je eigen ideeën en interesses te werken. Daardoor blijft het leuk om met de studie aan de slag te zijn. Thijs Wisselink, leerkracht groep 8 op De Barchschole

Wat wil ik er mee bereiken? Voor deze opleiding bedenkt iedere student een innovatie binnen de eigen school/opleiding en gaat deze aan de hand van gedegen onderzoek ontwerpen, implementeren en evalueren. Ik heb gekozen voor een ict-innovatie waarbij de volgende onderzoeksvraag de leidraad vormt: hoe kan het effectief gebruiken van ict-middelen door leraren dusdanig worden vernieuwd dat dit resulteert in hoge(re) leerresultaten bij de leerlingen van De Barchschole? Uiteindelijk hoop ik uiteraard dat het me lukt om samen met mijn team ict zodanig te implementeren binnen onze huidige manier van lesgeven, dat de leerresultaten bij de leerlingen omhoog gaan. Het is echter niet zo dat we op dit moment ict niet of onvoldoende inzetten bij ons op school. Het kan alleen altijd beter!

-5-


...HET TEAMUITJE Oud en Nieuw, zonder oliebollen In de uitnodiging voor het personeelsfeestje van de Toermalijn werden superhelden gevraagd om te komen, maar alleen als ze dapper genoeg waren! Dat kon natuurlijk ook niet anders, vrijdag 7 oktober viel namelijk midden in de Kinderboekenweek. Het was voor de Toermalijn wel een heel bijzonder feestje; naast het huidige team waren ook de oud-collega’s en andere gebruikers van de Zuiderenk uitgenodigd. Het was een minireünie en kennismaking tegelijkertijd, die op school begon met koffie en overheerlijke taart. Erg gezellig natuurlijk, maar er stond meer op het programma. Na het maken van verschillende heldengroepjes in de categorieën: sporthelden, superhelden, Nederlandse helden en Toermalijnhelden, werd er hard gezwoegd om allerlei raadsels op te lossen. De uitkomst was simpel: kom maar naar Bousema, als je durft! Daar beneden in de kelder werd er onder het genot van een drankje gebarbecued en gebowld. Er was zelfs nog een feestje in een feestje want Juf Henny vierde ook haar 25 jarig jubileum met een ijsbuffet. Tot slot, hoe kan het ook anders, werden de gitaren te voorschijn getoverd en bracht ieder groepje een couplet ten gehore over hun helden. Het viel soms niet mee, ondanks dat de wijs van het Smurfenlied toch bij iedereen bekend was… In oktober al een geslaagd Oud en Nieuw, maar nog wel zonder oliebollen! Wat wil je nog meer.

-6-


Geheimzinnigheid en voorpret Het teamuitje op de Beatrixschool wordt elk jaar weer door andere collega’s georganiseerd. Het uitje wordt aan het begin van het schooljaar gehouden, zodat we alle tijd hebben om vakantieverhalen door te spreken. Er gaan tijdens dit uitje zowel de collega’s van het afgelopen schooljaar als nieuwe collega’s mee. Dit maakt dat we met de oud-collega’s bij kunnen praten en hun ervaringen horen over de nieuwe werkplek. Met de nieuwe collega’s is het leuk om eens op een informele middag/avond kennis te maken. Helaas is het budget voor het uitje niet erg royaal, aan de andere kant is dat ook een uitdaging voor de organisatie! We proberen altijd iets actiefs te doen en daarna samen een hapje te eten. In de praktijk betekent dit dat of de activiteit of het eten uitgebreider kan. In het verleden hebben we bijvoorbeeld paardgereden in Markelo, zijn we gaan klootschieten in Lochem, hebben we een stadswandeling in Zutphen gedaan en hebben we djembé gespeeld in Bathmen. De organisatie houdt de activiteit en de locatie waar we gaan eten altijd geheim: bij sommige collega’s wekt dit erg veel nieuwsgierigheid op! Op de uitnodigingen worden soms materialen aangegeven die collega’s mee moeten brengen. Ook dit roept altijd de nodige nieuwsgierigheid op. Het organiseren van het teamuitje is dus ook genieten van nieuwsgierigheid van collega’s! Dit jaar zijn we om 17.00 uur vanaf school vertrokken naar Deventer waar we in kleine groepen met een segway door de binnenstad zijn gereden. Alhoewel menig collega ervan overtuigd was niet op dit apparaat te kunnen blijven staan zijn we om 20.00 uur met z’n allen heelhuids teruggekeerd naar Harfsen. Op het schoolplein hebben we de barbecue aangestoken en na dit spannende avontuur was het nog lang gezellig in Harfsen! Dianne Stegeman

-7-


De passie van... Mijn passie: Theater! Als kind ben ik door mijn ouders meegenomen naar de musical ‘Annie’. Wat een geweldige beleving vond ik dat. Ik zat toen al op ballet en wist zeker dat ik hier wat meer in wilde gaan doen. Ik vond de voorstellingen die we met de balletstudio maakten prachtig en vond het heerlijk om in de spotlight te staan! Alhoewel… eenmaal tijdens het ‘moment suprême’ stond ik als meisje van zes met mijn handen voor mijn ogen op het podium, omdat ik ‘het sterven van de zonnekoningin’ zo eng vond! Oorspronkelijk kom ik uit het westen van het land, maar toen ik naar de middelbare school ging, ben ik naar Lochem verhuisd. Daar kwam ik al snel bij het toenmalige ‘Studio Elédance’ van Elly Janssen terecht. Na jaren van dansen veranderde ‘Studio Elédance’ in het ‘Jansstheater’ en startte Elly de musicaltheaterklas. Om de week een hele zaterdagmiddag bezig zijn met zang, dans en drama. Hiervan heb ik onlangs, na tien jaar, met pijn in het hart afscheid genomen. Ik zit nog wel bij de ‘Jansstroep’, de drama-groep van het Jansstheater. In een gevarieerde groep met leeftijden uiteenlopend van achttien tot 65, werken we ieder jaar aan een improvisatievoorstelling rondom een bepaald thema. Zo zijn de afgelopen jaren de thema’s ‘familie’, ‘schuld’ en ‘verwachtingen’ aan bod geweest. De voorstelling van dit jaar gaat ‘Los Zand’ heten, we zijn druk met de invulling bezig. Ook hebben we een moderne bewerking van de Griekse tragedie ‘Medea’ op ons repertoire staan. Eens in de twee jaar doen we met de hele studio een voorstelling in de schouwburg. Aan de laatste twee voorstellingen heb ik ook achter de schermen meegewerkt. Helpen bij het script, kleding en andere hand- en spandiensten. Ook gaf ik les aan de musicalsnuffelklas, voor kinderen van negen tot en met twaalf jaar. Het was ontzettend leerzaam om zo’n productieproces eens van dichtbij mee te maken, zowel in de voorbereidingen en ontwikkeling van het stuk, als bijvoorbeeld de sponsoring, het lichtplan, de techniek en de begeleiding van de deelnemende groepen. Door al die ervaringen wilde ik toch graag kijken of ik hiermee verder kon. Toen ik in mijn laatste jaar van de pabo zat, heb ik auditie gedaan bij Fontys in Tilburg, richting musical.

Ik was 21 en te oud (natuurlijk ging het ook niet van een leien dakje, anders hadden ze daar wel doorheen gekeken!). Toen heb ik nog overwogen om een studie tot theaterdocent te gaan volgen, maar dat staat voorlopig even op een laag pitje.

Ik ga regelmatig naar het theater en meestal zijn dat musicals. Hoogtepunten voor mij waren ‘Soldaat van Oranje’, ‘Wicked’, ‘Miss Saigon’ en ‘Les Miserables’. Ik hou wel van de wat rauwere musicals, over de top vrolijkheid vind ik soms wat overdreven. Bij toneelproducties mis ik vaak de zang, daarin word ik het meest geraakt. Ik vind het wel belangrijk dat er een duidelijke lijn in een verhaal zit. Ik kan bijvoorbeeld vrij weinig met abstract theater, en ook een dansvoorstelling kan ik niet altijd helemaal uitkijken. Ik ben begin dit jaar naar 'Het Zwanenmeer’ geweest, wat was dat een zit! Drie en half uur met twee pauzes. Het was technisch zeer hoogstaand, maar het had van mij ook in anderhalf uur gemogen! Op de pabo moesten we meerdere keren een eigen miniproductie ontwikkelen. Ik vond het fantastisch om te doen en ik kan ze ook nu nog gebruiken. Ik gebruik vrij veel drama in de klas. Het is een uitstekend middel om conflicten op te lossen of om problemen aan de orde te stellen. Sociale vaardigheden kun je er mee oefenen. Kinderen worden uitgedaagd zich in te leven in een ander, te leren samenwerken. Kinderen kunnen ook dingen van zichzelf of anderen leren accepteren door middel van drama. In de Kanjertraining lees ik veel oefeningen en opdrachten terug die ik al ken uit de dramalessen die ik zelf heb gevolgd. Bovendien is drama een uitlaadklep en geeft het ontspanning. Ik heb nu de kleuters. Met hen speel ik verhalen na en ik geef spellessen in het speellokaal met bijvoorbeeld elkaar spiegelen. In de middenbouw heb ik veel gewerkt met tableaux-vivant (stilstaand beeld) en samenwerkingsopdrachten. In de bovenbouw ga ik al voorzichtig met ze improviseren. Nooit helemaal uit het niets, altijd met iets van houvast; een situatie of gebeurtenis of iets dergelijks. Maar ook dans en muziek gebruik ik regelmatig in de klas. Stop-dans is topfavoriet. In de methode ‘Dansspetters’ staan veel leuke lessuggesties. En zelfs de 21 jongens uit inmiddels groep 6, deden allemaal mee! Wat de toekomst me op dit gebied nog gaat brengen? Geen idee, mijn Broadway dromen heb ik al lang geleden laten varen. Maar ik reken in ieder geval op nog heel veel plezier! Lianne Spruijt, Vennegötteschool, groep 2

- 13 -


...AD-BERICHTEN Dromen en/of er voor gaan! Een schone klas, goed verlicht, lekker fris, goed geoutilleerd en prima onderhouden. Een leuke groep, vakbekwame en leuke collega’s, ervaringen delen en ontwikkelen. Tevreden ouders, een goed inspectierapport en een tevreden directeur met visie en zorg voor personeel. Normaal? Of toch niet? Het is maar net waarmee je het vergelijkt. Poolster wil in ieder geval inzetten op goede arbeidsomstandigheden. Dit geldt zowel voor de fysieke kant (het gebouw), de onderwijskundige kant (middelen en scholing), als de persoonlijke kant (persoonlijke ontwikkeling en werksfeer). En dat in een tijd die zich laat zien als: ‘alles wordt minder en ik moet steeds meer’.

Ja, we krijgen minder. Minder geld van de overheid, minder leerlingen, minder instroom van jonge leerkrachten, minder tijd om buiten de groep te overleggen, minder snel extra materiaal. Laten we ons hierdoor van de wijs brengen? Nee. We gaan schakelen en dingen die we gewend waren loslaten. We gaan groeien naar krimp en investeren in ontwikkeling. Zaken anders doen, zaken niet meer doen, specialiseren en leren.

Hoe doen we dat fysiek? Ons onderhoud, schoonmaak, schilderwerk, alarm en buitenonderhoud wordt nu uitgevoerd door één partij: ‘ PHB Paul Hardonk Bouw’ uit Deventer. Voorheen hadden wij hier meerdere instanties voor. Dit betekent minder overhead bij Poolster en uitvoering tegen de inkomsten van het Rijk (en dit betekent dat Poolster hier een forse kostenbesparing heeft). Het contract is getekend, maar nog niet alles is geheel uitgewerkt en ingevoerd. Dit vraagt afstemming en invoeringstijd. De uitbesteding moet geld, tijd, kwaliteit en ontzorging opleveren. Het zal geven en nemen zijn, maar met onze nieuwe partner zijn wij ervan overtuigd dat wij nu en in de toekomst onze stelregel: ‘Goed onderwijs in goede gebouwen’ kunnen waarborgen.

Hoe doen we dat onderwijskundig? We blijven investeren in scholing en ontwikkeling. Project: duurzaam passend onderwijs aan plusleerlingen. De bouwstenen worden in versneld tempo uitgewerkt, de ondersteuning wordt per school op maat geboden. Er blijft geld voor school ontwikkelingtrajecten die passen binnen het strategisch beleid van Poolster. Dit geldt ook voor individuele trajecten.

-8-

We gaan verder met de invoering van de functiemix, leraren in LB- functies, leraren die zich specialiseren en binnen de school extra kennis en vaardigheden brengen, die speciale taken gaan doen, projecten opzetten, gebruik maken van de lerarenbeurs. We creëren meer variëteit, we bieden kansen die je kunt pakken. We gebruiken Poolster-breed een paar registratiesystemen (Cito, Parnassys) die we goed benutten en geleidelijk aan, met ondersteuning van een werkgroep, verder invoeren. De werkgroep is een mooi voorbeeld van samenwerking. Drie deskundige en gedreven leerkrachten van verschillende scholen bundelen hun krachten en specialismen, waar heel Poolster de vruchten van plukt. We ontwikkelen het opbrengstgericht werken door. Hierbij leggen we de focus op de basisvakken. We blijven inzetten op de directe instructie en het werken met groepsplannen. We bepalen vooraf wat we willen bereiken, toetsen dit en analyseren het resultaat om van hieruit de vervolgacties te bepalen. De methodes helpen ons hierbij, evenals het leerlingvolgsysteem en ict-toepassingen.

Hoe doen we dat persoonlijk? Je kunt jouw kwaliteit kenbaar maken, ook het groeien naar… met behulp van een persoonlijk ontwikkelplan. Budgetten, tijd en taken moeten op elkaar worden afgestemd, evenals vraag en aanbod. Op dit gebied hebben we nog te leren. We nemen er tijd voor. Samenwerking biedt groeikansen. Teams wisselen van samenstelling. Door FPU, mobiliteit, zwangerschapsverloven, etcetera, gaan en komen mensen. Nieuwe mensen ervaren een nieuwe situatie en nemen iets mee, waar zowel de personen in kwestie als de scholen zich door ontwikkelen. En hier liggen nog mogelijkheden door (meer) bij elkaar te kijken, elkaar te bellen, de nieuwe sociale media te gebruiken en internetsites te raadplegen. De personeelsdag had als doel: ‘leerkrachten en scholen kennis laten maken met elkaar om zo… ‘. Ik heb gemerkt dat het ‘zo’ een vervolg gaat krijgen. Scholen staan open voor samenwerking en de eerste afspraken zijn hiervoor al gemaakt. Deze instelling en acties maken dat ik met trots kan zeggen: Poolster : ieder kind, iedere leerkracht/medewerker: een ster!! Han Colvoort


fotopagina:

DE ONDERWIJSDAG 2011...

Studiedag Poolsterscholen. Op 24 oktober 2011 vond de tweejaarlijkse studiedag voor de Poolsterscholen plaats. Vanwege de financiën was de dag gereduceerd tot een ochtend. Direct na de herfstvakantie verzamelden zich zo’n 160 collega’s in De Vulkaan van de Vullerschool. Vanwege een stroomstoring bleek deze doorgaans warme plaats wat aan de koude en donkere kant. Toen de elektricien de verwarming, verlichting, geluidsapparatuur, digiborden en dergelijke weer aan de praat had gekregen, werd de dag geopend door algemeen directeur Han Colvoort. De scholen gingen vervolgens met hun clusterpartner naar een lokaal, alwaar de IJsselgroep een kennismakingsworkshop had voorbereid. Zo verdiepten de verschillende bouwen van de Prop- en Vullerschool zich in de kenmerken van de Kanjertraining. De teams van Villa 60-van de Hoevenschool, de Toermalijn-Vennegötte, Barchschole-Nettelhorst, Beatrixschool-Julianaschool maakt in de vorm van groeps- en tweegesprekken en met gebruik van meegenomen foto’s van de eigen school zowel persoonlijk, als op schoolniveau kennis met elkaar. De Branink en Exel ontmoetten elkaar op muzikale wijze. ’s Middags werd er op de eigen school een schoolspecifiek gevolg aan de studiedag gegeven.

-9-


... cartoon

- 10 -


Estrella van Liere, ex-managementmedewerkster

HOe is het nu met...

"Wil je een stuk schrijven voor Het Venster over hoe het met je gaat en wat je zoal gedaan hebt, sinds jouw afscheid bij OPOL eind oktober 2009?" Zo luidde de vraag die Joost mij een aantal weken geleden stelde. "Ja hoor, leuk", was gelijk mijn reactie. Het lijkt nog zo kort geleden, maar aan de andere kant is het alweer twee jaar sinds ik de sprong in het diepe heb genomen voor het verwezenlijken van mijn droom. Als kind wilde ik al werken in de horeca, een eigen hotel (nog gekker een hotelketen) runnen leek me wel wat. De sfeer, de luxe, de aandacht, zoveel verschillende mensen, goed eten, een mooi gebouw, ontspannen en genieten zijn zo een aantal zaken die mij toen al aanspraken. Ik word blij van het feit dat ik mensen het naar hun zin mag maken, maar nog mooier is het als ze verrast worden door onverwachte dingen. Samen aan tafel zitten, lekker eten en drinken en met elkaar in gesprek zijn. Het zijn momenten om even de drukte van de dag achter je te laten en bewust te genieten van wat er om je heen gebeurt.

concept wilde gaan vermarkten. Wat ik tot nu toe geleerd en ervaren heb: dat dit het is wat ik het allerleukste vind om te doen. Het geeft mij veel energie; ik vind het geweldig om met koks en wijnkenners mooie wijn-spijscombinaties te creëren, met locatie eigenaren door een (uniek) pand te lopen en samen de mogelijkheden te bespreken en muzikanten te betrekken bij het geheel. Maar het ultieme resultaat is als de eetbeleving draait en als ik zie dat mijn gasten het naar hun zin hebben en aan het genieten zijn. Daarnaast ervaar ik het ondernemer zijn als een heel avontuur. Wat komt er een hoop op je af: de website, de boekhouding , voorstellen maken, social media, marketing, netwerken, pr, communicatie, kansen grijpen als ze voorbij komen en meer. Niet alles gaat mij even goed af en geeft mij even veel plezier, maar ja elk voordeel ... Dit jaar heb ik inmiddels een aantal eetbelevingen georganiseerd voor zowel de zakelijke markt als voor particulieren. Zoals een familiediner voor een mevrouw die 60 jaar werd, een Twents/Italiaans diner voor het

Zo ontstond Made By eetbeleving. Ik organiseer aangeklede eetmomenten (diner, lunch, picknick, high-tea) waarbij de aandacht niet alleen uitgaat naar het culinaire deel, maar waarbij de locatie, de aankleding, de muziek en de sfeer net zo belangrijk zijn. Voor elke eetbeleving stel ik een team van professionals samen (kok, sommelier, muzikanten, sfeermakers) waarbij wij samen vanuit ons elk vakgebied het eetmoment invullen en zorgen dat het eindresultaat klopt. Zodoende creëren wij voor onze gasten een ervaring waar nog lang aan terug gedacht wordt. Het eerste jaar heb ik een aantal try-dinners georganiseerd om het concept te testen. Vinden mensen dit wel leuk, willen professionals dit wel doen, wat is het kostenplaatje, hoe ziet het verdienmodel eruit, is er vraag naar, hoe sta ik erin, heb ik genoeg ideeën en kennis, etc. etc. Eind 2010 heb ik alle ervaringen op een rij gezet, de plussen en minnen bij elkaar opgeteld en ben ik tot de conclusie gekomen dat ik het

hoofdbestuur van een netwerkorganisatie, een high-tea met rozen als thema, een Spaanse lunch voor twee personen. Niet alleen voor mijn gasten is het een feestje geweest, maar zeer zeker ook voor mij. Voor de komende maanden staan heel wat commerciële activiteiten op de agenda met als doel meer eetbelevingen te mogen organiseren en veel mensen te laten genieten van mooie en bijzondere eetmomenten. Estrella van Liere

- 11 -


... BIkken Het is weer de tijd van de Nobelprijzen. En dus ook weer van de zogenaamde Ig-Nobelprijzen, die toegekend worden aan onzinnige onderzoeken, die in eerste instantie de mensen aan het lachen (of mopperen, afhankelijk van de manier waarop je in het leven staat) maken en die in tweede instantie aan het denken zetten. Vorig jaar schreef ik een stukje over de Kolderbokaal. De (door Nederlandse instanties geïnitieerde) Kolderbokaal haakt als het ware aan bij de bovengenoemde Ig-Nobel prijzen. Die Kolderbokaalprijs werd vorig jaar gewonnen door ene Wim Steman die beweerde dat het eten van neuspulk gezond is.

en haringen communiceren door scheten te laten. Dat verklaart wellicht voor een deel waarom er op 3 oktober in Leiden een stank van jewelste hangt. Uiteraard wordt er op farmaceutisch gebied naarstig gezocht naar allerlei medicijnen. De ontdekking dat hamsters sneller van een jetlag af zijn als je ze viagra geeft, is een aardige bijvangst te noemen. Dure placebo’s zijn effectiever dan goedkope. Zwangere vrouwen stoten nooit iets om en spechten krijgen geen hoofdpijn. Voedsel smaakt beter als het een aantrekkelijke naam heeft. Zo zal ik persoonlijk nooit een broodje vloerkleed eten, noch een oorsmeersalade of een slakkenburger, terwijl bij alleen het horen van de woorden steranijs en koriander mij het water al in de mond loopt, dus deze stelling lijkt me zonder veel wetenschappelijk onderzoek al bewezen. Het is niet voor niks dat restaurateurs zich uitputten in de meest extravagante namen (compleet met de meest lachwekkende spel- en stijlfouten) voor hun gerechten. Ook handig voor de cafégangers onder ons: het is beter om in het gezicht geslagen te worden met een leeg flesje bier dan met een vol flesje bier. En als er dan een pleister geplakt moet worden helpt een vrolijk gekleurde beter dan een grauwe beige.

Dit jaar ging een van de eerste Ig-Nobelprijzen naar de onderzoekers die stelden dat het hebben van een volle blaas significante gevolgen heeft voor beslissingen die de mens maakt. De volgende stap zou bijvoorbeeld kunnen zijn om te onderzoeken hoeveel echtscheidingen het gevolg zijn van een te volle blaas gedurende de huwelijksceremonie. Opvallend is dat veel onderzoeken zich richten op lichaamsgerelateerde onderwerpen. Zo is ooit onderzocht dat de malariamug wordt aangetrokken door zowel de geur van zweetvoeten als door Limburgse kaas. Voor wie het nog niet wist: Coca Cola schijnt een effectieve zaaddoder te zijn, zwaardslikken schijnt allerlei bijverschijnselen te hebben, mannen hebben meer navelpluis dan vrouwen en van snel ijsjes eten krijg je hoofdpijn. Holbewoners vallen (vielen) op blondines (hoe zullen ze dat in godsnaam hebben onderzocht?) - 12 -

Al met al is het een aardig onzinnig verhaal geworden. Mijn stelling aangaande het bovenstaande luidt: hoe meer en hoe vaker onzin wordt verteld, des te sneller wordt het waarheid. En toch lijken al die op het eerste gezicht onzinnige onderzoeken ergens goed voor te zijn. De wetenschap zegt op zoek te zijn naar de ‘waarheid’, maar telkens weer blijkt dat ‘waarheid’ niet bestaat. De ene keer is dit waar, de andere keer precies het tegenovergestelde. Kijk naar de terugkerende wijkverpleegster, naar het feit dat er tóch iets sneller is dan het licht, naar onderzoeken die uitwijzen dat intelligentie geen vaststaand gegeven is. Een aardige uitspraak om mee af te sluiten: Een groep Chinese en Britse wetenschappers kreeg de IgNobelprijs voor biologie. Zij leverden hard bewijs dat ook vleermuizen aan fellatio doen. De uitreiking werd afgesloten met de woorden: „Als u vanavond geen Ig -Nobelprijs hebt gewonnen, en helemaal als dat wél zo is, volgend jaar beter.”


instappen (een oudere dame) die mijn belangstelling wekte. “Ik ken haar, maar waarvan?” En opeens wist ik het: “Mijn eerste liefde!! Juffrouw van Poppel.” Ik ben naar haar toegelopen en heb het op de vrouw af gevraagd. Ze keek me aan, lief met een glimlach, en zei toen: “Dat is een verrassing, Klaas.” Ze zag het aan mijn ogen, zei ze. Op zo’n mens was je niet alleen verliefd, daar blijf je verliefd op. Een leven lang.

Behalve verhalen zijn ook een heleboel (Poolster-)scholen terug te vinden op de site. Oud-leerlingen kunnen zich aanmelden en foto’s plaatsen. Op deze manier kunnen oud-leerlingen en leerkrachten weer met elkaar in contact komen. Neem ook eens een kijkje op de site en geniet van de verhalen. Wie weet staat ook jouw school erbij!

Dit verhaal is ingestuurd op 7 januari 2009 door Klaas Slegt.

De koe in de kolenkelder Hoe wij leerden lezen in de eerste klas bij meester Wouters, was toch wel bijzonder. Hij maakte namelijk stukjes krantenknipsels en deelde die uit. Daarna schreef hij op het schoolbord bijvoorbeeld de letter a. Nu moesten wij alle a’s in het krantenknipsel onderstrepen, dat ben ik nooit vergeten. Ook niet dat we wanneer we het klaslokaal binnenkwamen onze handen moesten uitsteken met de nagels aan de bovenkant. Hij keek alle leerlingen stuk voor stuk na om te zien of er geen zwarte randen onder zaten. Was dat wel zo, dan kregen we een briefje mee naar huis met de nodige oplossingen hiervoor. Hij stelde eens een vraag aan ons in het algemeen over wie er huisdieren had. Nou, iedereen had er wel één, van tamme eksters tot muizen aan toe. Behalve ik. Ja, een oude gammele kanarie in een veel te grote zelfgemaakte kooi. Als je die moest vangen om de kooi schoon te maken was je ongeveer zes weken verder. Hij vroeg toen: “En jij dan Sjefke?”. Ik wilde niet onderdoen voor de anderen en antwoordde: “Een koe meester”. "Een koe?! " "Ja ja, een koe!", zei ik weer vol trots. “Jullie hebben toch gewoon een straatwoning zonder grasveld waar een koe niet genoeg eten vindt?!” Ik wrong me in allerlei bochten en raakte steeds dieper in de ellende met mijn leugens. "Die koe heb ik thuis in de kolenkelder staan meester en die voer ik elke dag zelf". Ha, een slim antwoord dacht ik, maar de man bleef maar vragen tot groot genoegen van de andere jongens, die krom lagen van het lachen. "Hoe heb je die dan van de keldertrap afgekregen?" Wat een afgang was het, toen ik hem uiteindelijk van ellende de waarheid vertelde. Hij proestte het uit van het lachen en aaide me over m’n bol.

DE MISKOOP VAN DE MAAND Deze rubriek heeft verschillende prachtige verhalen opgeleverd. Met humor en zelfspot werden koopmissers, of zoals Van Dale zegt: ‘een miskoop, is een koop die tegenvalt, verkeerde koop’ met ons gedeeld. Op onze oproep om meer en liefst nog smeuïge anekdotes van miskopen kwam steeds minder tot helemaal geen respons. Dus lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat de koopbepalende Poolsterrers geen miskleunen meer maken: ‘We hebben ons lesje wel geleerd’. Een andere mogelijkheid is dat de miskopen wellicht te gênant zijn voor publicatie. (En dat klopt ook wel met wat ik af en toe eens hoor). Het is ook mogelijk dat we - in dit tijdperk van zwaar financieel weer - de miskopen hebben wegbezuinigd. Zo hep elk nadeel… Natuurlijk houdt de redactie zich aanbevolen voor miskoopverhalen. We zijn graag bereid de rubriek weer te

Jaren later - ik was toen al getrouwd - kwamen mijn vrouw en ik hem tegen in ons winkelcentrum op de Heksenberg. Hij was al een oude man, maar liep toch nog kaarsrecht. Vanuit de hoogte keek hij me van onder z’n hoed aan en vroeg me: “En Sjefke, hoe is met je koe?” Ik heb me bescheurd van het lachen. Mijn meester, dit oude menneke, was dat verhaal van de koe niet vergeten. En mij ook niet!

heropenen als er hier aanleiding toe is. Wat de redactie betreft mogen jullie blijven ‘mis’kopen.

Rinko Kuil

Dit verhaal is ingestuurd op 16 maart 2011 door Sjef Leurs - 15 -


...OUDE MEESTERS Deze keer in “Oude meesters” geen boek, maar aandacht voor een website met prachtige verhalen van meesters, juffen en (oud)leerlingen. De website www.schoolbank.nl verzamelt verhalen van vroeger. De verhalen zijn ingedeeld in categorieën, en een daarvan is natuurlijk: school. Heerlijk om een aantal verhalen te lezen over hoe het er vroeger aan toe ging op school. Verhalen over leerkrachten die genadeloos voor de gek worden gehouden door hun leerlingen, over straffen die al dan niet rechtvaardig waren. Over een juf die haar ideeën over Duitsers niet onder stoelen of banken schoof ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Over een boerenhengst die de leerlingen meer over voortplanting leerde dan de meester zelf... Of de verhalen over juffrouw Poppel en meester Wouters. Mijn eerste liefde Het was 2 september 1950, een zaterdagochtend. DIE dag, DIE ochtend stond ze voor me. Mijn eerste grote liefde. Ik nog klein, zes jaar; over twee maanden zou ik zeven worden. Zij was groot in mijn beleving en ik had geen idee van haar leeftijd. Nu, ruim 56 jaar later, weet ik dat ze jong was en klein. “Ik ben juffrouw van Poppel” en ze gaf mij en mijn moeder een hand. Verwonderd keek ik om me heen. Een groot lokaal. Drie rijen houten banken waarin elk twee kinderen konden zitten. Er kwamen meer kinderen, allemaal jongens. Ik vroeg me af wat ik hier in vredesnaam moest doen. Ik zag een enorme leesplank met losse letters op een ezel voor de klas staan. “Moest ik leren lezen? Dat kon ik al”. Ik had thuis al leren lezen en schrijven. Ik kon al heel veel. Ik kon ook al rekenen met eenvoudige getallen. Ik had er toen nog geen idee van dat er ook sommetjes bestonden met “moeilijke getallen”. Het leek me een zinloze bezigheid worden op school. Gelukkig begon de juf niet gelijk met lezen of rekenen. Ze bracht me naar een bankje ergens in de klas en ik kreeg, net als de andere jongens, een blaadje en een potlood om te tekenen.

- 14 -

ter lering ende vermaak Ik zat telkens naar haar te kijken. Ik vond haar zoiets liefs hebben. En dat was ze ook. Dat vind ik nog steeds. Ik voelde me veilig bij haar en als intussen niet meer werkzame onderwijsfreak bewonder ik haar ook nog steeds. Ze was zo anders dan veel andere mensen die in die tijd op de Minervaschool werkten. Zoveel moderner, zoveel toleranter. Ik kan me nog heel goed herinneren dat we op een bepaald moment een leeg doosje kregen dat we moesten vullen met kleine vierkantjes gekleurd karton. Allemaal 1 bij 1cm. En we kregen er ook enkele grotere vierkantjes bij. Dan moesten we gaan tellen, bijvoorbeeld tot 16. En als er dan 16 kleine vierkantjes voor je lagen dan mocht je er tien aftellen en die omruilen voor één groter vierkantje. Dan werd het potlood gepakt en moesten we opschrijven hoeveel grote vierkantjes we hadden. “Schrijf maar een mooie 1” zei ze dan. En vervolgens vroeg ze ons hoeveel losse vierkantjes we zagen en moesten we achter die mooie 1 een 6 schrijven. Later in mijn vak heb ik gezien hoeveel kinderen rekenproblemen hadden omdat ze weinig concreet besef hadden van eenheden en tientallen. Lof voor juf van Poppel. En dat in die tijd. Maar niet alleen op didactisch gebied was ze een kanjer. Zeker ook op pedagogisch gebied. Zoals gezegd zat ik me de eerste tijd op school stierlijk te vervelen. Ik was er heilig van overtuigd dat ik alles al wist. Ik was dan ook niet erg gemotiveerd om bijvoorbeeld stomme rijtjes sommen te maken. En ik herinner me dat we allemaal moesten rekenen in een half schriftje met een vies groengrijs kaftje. Ik zie die schriftjes met een belerende tekst op het etiket (“hoest of niest niet in het rond, maar houdt de zakdoek voor de mond”) nog voor me. Iedereen zat braaf, puntje van de tong naar buiten, zijn keurige rijtjes te maken. Behalve ik. Ik vond dat tijdverspilling en zat heerlijk te tekenen. Juf van Poppel liep braaf rondjes door de klas. Hielp waar het nodig was en gaf een schouderklopje aan degene die dat verdiend hadden. Mij liep ze voorbij. Ik zat immers te tekenen, daar was geen hulp of schouderklopje nodig. Ik begreep dat ze het prima vond. Aan het eind van de middag werden de schriftjes opgehaald en deelde ze tekenblaadjes uit. Fijn! We mochten nog een half uurtje tekenen. Alleen kreeg ik geen tekenblaadje en was mijn rekenschriftje blijven liggen op de bank. Ik stak dus mijn vinger op en toen de juf vroeg wat er was, zei ik: “Ik heb geen tekenblaadje gekregen”. Ze keek me lief aan, lachte en zei: “Dat klopt, Klaas. Jij hebt al getekend, dus nu ga jij rekenen.” Op zo’n mens word je toch verliefd!! Het zal een jaar of twintig geleden zijn. Ik was dus een dikke veertiger en was een heel andere Klaas geworden dan het Klaasje uit 1950. Dikker geworden, lang haar, baard en een bril. Ik zat in de tram in Rotterdam en ik zag iemand


...uit de landelijke pers Wat blijft er over van ons geheugen?

JOSHUA FOER / VERTALING: RIEN VERHOEF (VK, 29-10-2011)

Wetenschapsjournalist Joshua Foer, auteur van Het geheugenpaleis, hield vrijdag de 29ste Van der Leeuwlezing. Dit is de verkorte tekst van zijn lezingen. Ik wil u vragen mee te doen aan een kort experiment in zelfonderzoek. Denkt u eens terug aan de colleges uit uw eerste studiejaar. Hoeveel van de kennis die u toen is bijgebracht, kunt u zich nog herinneren? Of denk eens aan een boek dat u vorig jaar hebt gelezen. Wat kunt u zich daar nog van herinneren? Hoeveel zult u zich er over een jaar nog van herinneren? En over tien jaar? Als lezen alleen bedoeld was om kennis op te slaan, dan zou het verreweg onze minst doelmatige bezigheid zijn. Zelf kan ik urenlang een boek lezen en als ik het dan wegleg, heb ik hoogstens een vaag idee waar het over ging. Al die feiten en anekdoten maken meestal maar even indruk op me, en zijn dan weer spoorloos verdwenen. En ik denk dat veel mensen net als ik zijn. We beleven een epidemie van geheugenverlies. We worden overstroomd met informatie en zijn een soort zeef geworden die alleen opvangt wat ons aanspreekt. We laten in onze vormende schooljaren informatie in onze hersenpan proppen, terwijl daar als we volwassen zijn maar een verbazend klein deel van blijft hangen. Het eigenaardige is dat we dit weten en het toch niet bijzonder vreemd of schandalig lijken te vinden.

Alles wat bewaard moest worden, moest in het geheugen worden bewaard. Elk verhaal dat moest worden verteld, moest eerst worden onthouden.

Stampen en vergeten Tegenwoordig hoeven we dankzij internet nog zelden meer dan de juiste combinatie zoektermen te onthouden om toegang tot het collectieve geheugen van de mensheid te krijgen. We hebben ons geheugen vervangen door technische hulpstukken en zijn daardoor bevrijd van de last om informatie in onze hersenen op te slaan. Deze technieken tot uitbesteding van ons geheugen hebben iets veranderd aan de manier waarop we denken. Nu we weinig meer hoeven onthouden, lijkt het wel of we zijn vergeten hoe dat moet. Wie onder een stortvloed van gedrukte woorden leeft, kan zich moeilijk indenken hoe er werd gelezen in de tijd vóór Gutenberg, toen een boek een zeldzaam handgeschreven voorwerp was. Nog tot in de 15de eeuw waren er van een tekst misschien maar enkele tientallen exemplaren. Een geleerde die een boek las, wist dat er een gerede kans was dat hij die tekst nooit meer zou zien en dat het dus heel wat waard was om te onthouden wat hij las. Zoals Petrarca het verwoordde: ‘Wat ik ‘s ochtends at, verteerde ik ‘s avonds; wat ik als jongen inslikte, herkauwde ik als oudere man. Ik heb die geschriften grondig in me opgenomen en ze niet alleen in mijn geheugen, maar ook in mijn merg geplant.’ Met de komst van de drukpers omstreeks 1440 veranderde dit. In de eerste eeuw na Gutenberg verveertienvoudigde het aantal boeken. Voor het eerst konden mensen zonder grote welstand over een kleine bibliotheek beschikken en een schat aan gemakkelijk te raadplegen externe geheugens bij de hand hebben. Door de bijbehorende kennisexplosie verschoven de grenzen van het menselijk begrip en was er veel meer voor nodig om een compleet generalist te zijn. Begin 18de eeuw werd Athanasius Kircher, de jezuïtische geleerde die bij vrijwel elk intellectueel onderwerp van zijn tijd een vinger in de pap had, omschreven als de ‘laatste man die alles wist’.

Onze scholen hebben als een van hun belangrijkste taken de volgende generatie met de collectieve kennis van de cultuur te doordrenken. Daarin falen ze aantoonbaar. Dat weet iedereen. Toch sturen we onze kinderen altijd maar weer naar diezelfde scholen, verslinden we altijd maar weer boeken, kranten en websites - en vergeten we altijd maar weer wat we leren. Chronische vergeetachtigheid is een wezenskenmerk van onze cultuur.

Tegenwoordig lezen we boeken extensief, zonder al te diep te gaan, en op een zeldzame uitzondering na lezen we elk boek maar één keer. We hechten meer aan de kwantiteit dan aan de kwaliteit van wat we lezen. We hebben geen keus, als we de cultuur in de breedte willen bijhouden. Ook op onze scholen stellen wij de breedte van het leren boven de diepte, met verwoestende gevolgen voor het langetermijngeheugen.

Maar dat is niet altijd zo geweest. Er was een tijd dat gedachten zich alleen lieten onthouden. Er was geen alfabet om ze in te verwoorden, geen papier om ze op te schrijven.

Een van de best bewezen geheugenprincipes is de waarde van het leren met tussenpozen. Herinneringen blijven het best bewaard als ze in herhaalde sessies worden vastgelegd.

- 16 -


Wil informatie beklijven, dan kunnen we die het best leren, even laten rusten, later nog eens bekijken, er afstand van nemen en er weer op terugkomen. Alles wat op deze manier is geleerd, wordt veel beter onthouden. Toch staat de opzet van ons onderwijs hier lijnrecht tegenover. In plaats van geregeld op de leerstof terug te komen, is het leerplan uit blokken opgebouwd. We leren de stof in één ruk. Van leerlingen wordt gevraagd te stampen voor een eindexamen, en de dag erna mogen ze alles wat ze net hebben geleerd weer helemaal vergeten. Al onze kennis over de werking van het geheugen wijst erop dat dit een recept voor vergeetachtigheid is. In de hedendaagse pedagogie is het bijna vloeken om iets uit het hoofd te laten leren. De waardedaling van het klassikaal geheugen had haar wortels in de polemische roman Emile (1762)van Jean-Jacques Rousseau, waarin de filosoof een denkbeeldig kind opvoerde dat werd grootgebracht met een ‘natuurlijke opvoeding’, door alleen uit eigen ervaring te leren. Rousseau vond het afschuwelijk als kinderen uit hun hoofd moesten leren, maar moest even weinig hebben van andere onderwijsbeperkingen. ‘Lezen is de grote plaag van de kindertijd’, schreef hij. Maar begin 20ste eeuw verwierven de kinderhoofden hun informatie, vooral over geschiedenis en aardrijkskunde, nog altijd door die uit het hoofd te leren. Leerlingen moesten gedichten, jaartallen, hoofdsteden en nog veel meer uit het hoofd leren. Dit stampwerk diende niet alleen om informatie van leraar op leerling over te brengen, maar er werd ook gedacht dat het een constructieve uitwerking op de hersenen had. Wie uit het hoofd leerde, zo werd gedacht, ontwikkelde zijn vermogen om te onthouden. Eind 19de eeuw pleitte een groepje progressieve opvoedkundigen onder leiding van de Amerikaanse filosoof John Dewey voor een nieuw type onderwijs. Ze grepen terug op de idealen van Rousseau en legden een nieuwe klemtoon op het ‘kindgerichte’ onderwijs. Er werd niet meer uit het hoofd geleerd, maar geleerd door ervaring. Leerlingen leerden niet meer rekenen dankzij de tafels van vermenigvuldiging, maar door recepten te bereiden. Honderd jaar gestage onderwijshervorming bezorgde het uit het hoofd leren de naam van benauwend en geestdodend - niet alleen zonde van de tijd, maar ook schadelijk voor hersenen in ontwikkeling. Scholen beklemtoonden de bevordering van een helder verstand, creativiteit en zelfstandig denken. Maar is het mogelijk dat we een enorme fout hebben gemaakt? Criticus E.D. Hirsch schreef in 1987 dat leerlingen de wereld in worden gestuurd zonder een basis van culturele

geletterdheid, en vraagt het onderwijs om weer de nadruk op de harde feiten te leggen. Zijn critici hebben opgemerkt dat het leerplan dat hij voorstaat alleen om ‘dode blanke mannen’ draait. Die kritiek is overdreven, maar ook misplaatst. Feiten zijn echt nog altijd van belang. Als het een doel van het onderwijs is nieuwsgierige, goed geïnformeerde mensen te kweken, dan moeten we de leerlingen wel de meest elementaire wegwijzers bieden. We betreden misschien een nieuw tijdperk, waarin innerlijke kennis - een ontwikkelde, welvoorziene geest - niet meer zo telt als voorheen. Uit experimenten door onderzoekers van Columbia University bleek dat onze verhouding tot informatie verandert als wij van die informatie kennisnemen en tegelijk weten dat ze ergens op een computer is opgeslagen. In de wetenschap dat er een achtervang is die de informatie voor ons onthoudt, investeren we er zelf minder in om deze te onthouden. ‘Maakt Google ons dom?’, vroeg een tv-verslaggever. ‘Vernielt Google ons geheugen?’, vroeg een ander. En moeten we ons daar druk om maken? Als we tegenwoordig bepaalde informatie niet kennen, pakken we onze smartphone en zoeken het op. Met een paar klikken hebben we de hele collectieve kennis tot onze beschikking. Weliswaar is het overgrote deel van alle informatie die in Google is opgeslagen mij niet bekend, maar het is een machtig gegeven dat ik die zou kúnnen kennen. Bij wijze van koppeling tussen het interne en externe geheugen is een smartphone nog vrij onhandig. Maar het duurt niet lang meer of de koppeling tussen die twee zal naadloos zijn. De iPhone 5.0 moeten we nog met onze vingers bedienen, de iPhone 20.0 zullen we als een soort bril ervaren en de iPhone 50.0 is mogelijk direct met onze hersenschors verbonden. Zo zullen we onze gedachten en waarnemingen automatisch met een enorme laag informatie en rekenkracht verrijken. Larry Page, een van de oprichters van Google, zei dat hij uitziet naar de dag dat zijn product direct verbonden is met de hersenen van mensen. ‘Wie ergens aan denkt en daar niet zoveel van weet, krijgt dan automatisch informatie’, zegt hij. ‘Op den duur volgt het implantaat waarbij we maar ergens aan hoeven te denken en we krijgen het antwoord.’ Dat klinkt als sciencefiction, maar er bestaan al implantaten in het slakkenhuis waarmee geluidsgolven rechtstreeks worden omgezet in elektrische impulsen die naar de hersenstam gaan, zodat mensen die doof waren, weer kunnen horen. En dankzij cognitieve implantaten die een directe koppeling tussen hersenen en computers leggen, zijn er al mensen met een dwarslaesie die de beheersing over hun spieren hebben verloren, maar alleen door middel van denkkracht een computercursor en zelfs een digitale stem kunnen besturen. Deze neuroprothesen, nog zeer - 17 -


experimenteel en pas bij enkele patiënten geplaatst, luisteren de hersenen af en maken directe communicatie tussen mens en machine mogelijk.

Internet in de hersenschors De volgende stap is een hersen-computerkoppeling waardoor de geest rechtstreeks gegevens kan uitwisselen met een digitale geheugenbank, een project waar al enkele onderzoekers aan werken. Daarna is het alleen nog een kwestie van tijd of het hele internet, elk boek dat ooit is verschenen en misschien wel het digitale geheugen van ieder ander op aarde, gaat rechtstreeks naar onze hersenschors. Hoe zullen onze gedachten over kennis veranderen wanneer we rechtstreeks op het internet zijn aangesloten en alles wat bekend is direct toegankelijk is, en elke vraag wordt beantwoord zodra hij wordt gesteld? Naarmate de afstand tussen ons interne en externe geheugen verdwijnt, zal de noodzaak verminderen om te onthouden. Waarom leerlingen nog met kennis volgestopt als alle informatie maar één klik - of één gedachte - verwijderd is? De fantastische voordelen van deze nieuwe relatie met de techniek kunnen we ons eenvoudig voorstellen, maar de kosten zijn moeilijker te berekenen. Hoe wij de wereld waarnemen en hoe wij handelen, wordt bepaald door hoe en wat we ons herinneren. We zijn niets dan een verzameling gewoonten, gevormd door onze herinneringen. En voor zover we ons leven beheersen, is dit dankzij een geleidelijke verandering van deze gewoonten, van het netwerk van ons geheugen. Internet heeft nog nooit een grap, uitvinding of kunstwerk voortgebracht. Ons vermogen humor in de wereld te ontdekken, verbanden tussen denkbeelden te leggen, nieuwe ideeën te creëren, in een cultuur te delen: al deze wezenlijk menselijke handelingen zijn nog altijd van een menselijke geest afhankelijk. En al zullen we misschien nooit het magische proces doorgronden waardoor een neuronenmassa van drie pond wordt omgezet in een machine van creativiteit en inzichten, we weten wel dat deze processen niet zonder grondstof kunnen werken. Ze kunnen niet zonder geheugen. Larry Page voorziet een dag in de toekomst dat ons interne en externe geheugen samensmelten en we misschien wel oneindige kennis zullen bezitten. Maar dat is niet hetzelfde als wijsheid.

- 18 -


PIMP je brein... MAARTEN KEULEMANS

Steeds meer aanwijzingen zijn er dat het mogelijk is de intelligentie een beetje te veranderen, zelfs nog later in het leven. Prettig om te weten - maar hoe moet het? Het is, natuurlijk, een mijnenveld. Bezaaid met dubieuze cursussen, breinsupplementen, zelfhulpboeken en plaatjes van de glimlachende Nintendogeleerde Dr. Kawashima. Meer intelligentie, een hoger IQ, een beter brein. Wie wil dat nou níét? ‘De telefoon stond hier roodgloeiend’, vertelt neurowetenschapper Cathy Price van University College London, nog altijd een beetje verbouwereerd. Vorige week publiceerde Price in Nature een studie die aangaf dat het IQ bij pubers veel veranderlijker is dan iedereen dacht. Onder een bescheiden groep van 33 tieners zag ze het IQ in vier jaar tijd fors schommelen. Dat is op zich te verwachten. Maar wat Price’ studie wereldnieuws maakte is dat de schommelingen een op een samenvielen met wijzigingen in hersengebieden die correspondeerden met de gemeten vaardigheden. Meer verbale intelligentie kwam overeen met meer celdichtheid in het taalgebied; minder uitvoerende intelligentie viel samen met ontwikkelingsachterstand in het gebied dat de oog-handcoördinatie regisseert. ‘Je kunt dit niet verklaren uit toeval’, zegt Price. ‘Wat we zagen is robuust, en zeer consistent tussen verschillende personen en leeftijden.’ Dát mensenhersenen flexibeler zijn dan gedacht, is op zich al een van de grote nieuwe inzichten van de afgelopen twintig jaar. Lang dachten wetenschappers dat het brein statisch is: eenmaal volgroeid, komen er geen nieuwe cellen meer bij. Maar rond de eeuwwisseling hielpen een Zweed en een Amerikaan, Peter Ericksson en Fred Gage, dat dogma om zeep. In een meeslepende reeks experimenten lieten Ericksson en Gage toen zien dat ook volwassenen er nog hersencellen bij kunnen krijgen.

Price was er snel bij. In 2000 toonde ze aan dat Londense taxichauffeurs een iets vergrote hippocampus hebben, een hersengebied dat samenhangt met onder meer geheugen en navigatie. Er was een soort TomTom gegroeid in hun brein. Later zag haar team onder meer verdikte hersengebieden bij jongleurs, bij musici en bij guerrillastrijders die op alfabetiseringsles waren geweest. Het beeld was steeds weer datzelfde: iemand leert iets aan, in zijn brein begint een hersengebiedje te verdichten, en ploep, er is weer een vaardigheid bij gekomen, een kaarsje ontstoken in de nis van onze geest. De grote vraag is of dat ook meehelpt om iemands intellectuele licht, het IQ, feller te laten schijnen. ‘Daarvoor weten we domweg nog veel te weinig af van de aard van dit soort koppelingen’, zegt ontwikkelingspsycholoog Marcel Veenman van de Universiteit Leiden. De eveneens Leidse hoogleraar intelligentie en leerpotentieel Wilma Resing wijst erop dat intelligentie niet zomaar is te reduceren tot een paar lichtknopjes in het brein: ‘Het IQ doet een beroep op zoveel cognitieve vaardigheden: intelligentie is een overkoepelend begrip van al die interessante deelstukjes.’ Gevraagd naar concrete IQtips, staat ook Price met lege handen. ‘We hebben geen idee wat er in de tussentijd is gebeurd. Ik heb de tieners achteraf nog wel bevraagd, om te zien of me een patroon opviel. Maar dat kwam niet naar voren.’ Een goed IQ begint al met een worp van het toeval: erfelijke aanleg. De precieze schattingen verschillen, maar ruwweg is intelligentie voor zo’n 60 tot 65 procent overerfbaar. En, nog zoiets waaraan een mens weinig kan doen: de gezinsachtergrond maakt uit. Toen Franse artsen eens vijfduizend dossiers doornamen van geadopteerde kinderen, bleek dat laagbegaafde weeskinderen een flinke IQ-winst boekten als ze bij een rijk gezin kwamen te wonen. Bij een andere befaamde studie, in 1978 gepubliceerd in Science, gaven wetenschappers Colombiaanse peuters uit de onderlaag van de bevolking een jaar lang extra voeding, gezondheidszorg en voorschoolse leeractiviteiten. Dat leverde de kinderen een gemiddelde IQ-winst op van 13 punten ten opzichte van ‘onbehandelde’ peuters. (...) Het hele artikel lezen? Zie www.vk.nl, de krant van 29-10-2011

- 19 -


...Beter spellen / beter rekenen Joost Walter

Een week of vijf geleden werd ik door een vriend geattendeerd op de website www.beterspellen.nl en sindsdien begin ik elke dag - vaste prik - met een kleine spelling- en rekentest. Je kunt het een onschuldige verslaving noemen. Ook mijn huisgenoot is aan het spellen verslingerd geraakt. ‘Hoeveel fout had jij?’ schalt er elke ochtend door het huis. Meestal hebben we alles goed, maar soms zit er een gemene instinker tussen - is het woord ‘ondernemingsraad’ vrouwelijk of mannelijk en moet het derhalve háár of zíjn nieuwe voorzitter kiezen? - en dan wordt je scoregemiddelde helaas weer naar beneden bijgesteld. Mijn gemiddelde ligt op dit moment op 92% tegenover 74% landelijk. Niet slecht, maar helaas zal ik de 100% niet meer halen vanwege die mannelijke ondernemingsraad en vanwege de niet in het woord diarree voorkomende ‘h’. Het mooie van deze website is, dat je elk moment kunt instromen en dat je ook eerder gepubliceerde dictees kunt maken. Dictee is eigenlijk een groot woord in dit verband, want de dagelijkse test bestaat uit slechts vier meerkeuzevragen en is binnen een minuut gemaakt. De werkwijze is eenvoudig. Ga naar de website, meld je aan, bepaal je niveau en begin. Elke (werk)dag krijg je een mailtje met een link naar de test van de dag. Resultaten worden gelijk vermeld en verwerkt in statistieken (en dan besef je wat voor een addictieve werking zo’n staafgrafiekje heeft) . Ik merk dat ik als een aap zo trots ben als ik geen fouten maak en baal als een stier als ik níet foutloos heb gescoord. Nuttige uitleg over de gemaakte fouten kun je vinden op speciale pagina’s, die naar onderwerp gerangschikt zijn (‘twijfelwoorden’, spaties en streepjes, hoofdlettergebruik, werkwoorden!). Bovenstaand verhaal geldt uiteraard ook voor de beterrekenensite . (Voor de rekentest op www.beterrekenen. nl ben je iets meer dan een minuutje tijd kwijt, maar ook die test probeer ik elke dag te doen.) Voor mij staat het buiten kijf. Beide sites zijn aanraders voor wie niet helemaal zeker is van zijn / haar zaak en die dat beroepshalve eigenlijk wel moet zijn. Door elke dag even een kleine test te doen, wordt je spelling- en rekenvaardigheid hoe dan ook beter. Twee opwarmertjes: 1. Ik woon ........ het stadion. Vlak bij of vlakbij?

- 20 -

2. In ziekenhuizen wordt extra gelet op ....... Hygiëne, hygiène of hygiene? 3. Op deze manier gaat het helemaal ........ verkeert of verkeerd? 4. Bij officiële bijeenkomsten droeg hij altijd zijn ........ jasje. corduroy, corduroye of corduroyen? 1. De prijs van een krentenbrood daalde van € 4,80 naar € 2,88. Hoeveel procent daalde de prijs? 40%, 45%, 60% of 55% 2. 62 + ........ = 82 4 x 7, 72, 13 x 2 of 52 3. Je hebt een kubus met een ribbe van 15 cm. Hoe lang zijn alle ribben samen? 180 cm, 120 cm, 240 cm of 90 cm? 4. Dierendag. De 25 kinderen van de klas tekenen allemaal hun lievelingsdier. Er zijn veel vierpotige dieren bij (honden, cavia’s, katten, enzovoort) en alle andere zijn vogels. In totaal hebben de 25 dieren precies 86 poten. Er zijn ........ vogels getekend. www.beterspellen.nl www.beterrekenen.nl


COLOFON Redactie: Wim Meuleman, wim.meuleman@vennegotte.nl Alice Vosman, alicevosman@live.nl Joost Walter, info@webuplease.nl Rinko Kuil, directie@toermalijn.nl Dank aan iedereen die aan dit nummer heeft meegewerkt. Vormgeving & opmaak: Webuplease, Ruurlo www.webuplease.nl

Printwerk: Digital4, Goor Verschijnt 3x per jaar en wordt door het POOLster verspreid onder het personeel van de Lochemse basisscholen. Aanbevelingen voor het indienen van kopij: 1. De tekst moet zo ‘plat’ mogelijk worden aangeleverd, dat wil zeggen: zonder opmaakgegegevens als vette of schuingedrukte letters, zonder ingeplakte afbeeldingen, geen geforceerde tabs, ‘harde returns’ alleen aan het einde van een alinea, geen overbodige spaties. Kortom, alle opsmuk dient vermeden te worden. 2. Foto’s graag apart aanleveren. De afbeelding moet minimaal 1 MB groot zijn. Afbeeldingen van minimaal 3MB zijn geschikt om een A4-pagina volledig te vullen.

jaargang 5 nummer 1


Het Venster, personeelsblad Poolster Scholen