Page 1

Toen alles anders werd Een boek over ebola

Hijltje Vink Met illustraties van Marijke ten Cate, Irene Goede en Jet van der Horst


Deze uitgave is tot stand gekomen dankzij de hulp van velen: Tekst: Hijltje Vink Vertaald in het Engels: Bob & Annet Landon Vertaald in het Frans: Maaike Luth Illustraties: Marijke ten Cate, Irene Goede en Jet van der Horst – Atelier Koewegje, Zwolle Vormgeving: BEEEP grafisch ontwerp bno, IJsselmuiden En: Ando graphic, Den Haag PKN wijkgemeente De Oostpoort Gouda Drukwerk: Ten Brink, Meppel Uitgever: Aukelien Wierenga

Redactie: Kirsten Niehof

Adviseur: Adrienne Blomberg

© 2015 HIJLTJE VINK/UITGEVERIJ JONGBLOED - HEERENVEEN Alle rechten voorbehouden. www.royaljongbloed.com ISBN 978-90-8543-289-0


Mijn vader vertelde ons altijd een verhaal, als wij niet naar school wilden. Het ging over de burgeroorlog van lang geleden. Mijn vader zat zelf nog op school. Toen hij op een keer samen met zijn broer van school naar huis liep, hoorden ze het geluid van auto’s met harde muziek en ineens waren ze er … de soldaten. Jonge jongens, net iets ouder dan mijn vader. Zomaar uit het niets waren ze de stad binnen gekomen met geweren en messen. Ze kropen als slangen over de grond. Verstopten zich achter smalle muurtjes, gleden door dichte omheiningen en schoten alles wat zij tegenkwamen kapot. Voordat iemand zich goed kon verdedigen, was de stad al in handen van de soldaten. Het was een grote ravage en er was overal bloed. En zo bleef het ook de tijd daarna. De stad was bezet, de soldaten waren de baas. Het hele leven was veranderd. Vooral omdat de scholen werden gesloten. Niet naar school kunnen vond mijn vader het allerergste. Kinderen mochten ook niet buitenspelen. Want stel je voor dat je door een granaat geraakt werd, of door een verdwaalde kogel. Je zou gedood kunnen worden. Eten was er bijna niet. Het was één grote, doffe ellende. Dit verhaal vertelde mijn vader altijd, als wij niet naar school wilden. Mijn vader … die nu dood is.

|5


Hallo, ik ben Joshua en ik ben tien jaar oud. Ik woon in Liberia. Ik woon in een kleine community, dicht bij een grote stad. Wij wonen aan de kant waar de kliniek is, want daar werkt mijn vader. Mijn vader is gezondheidswerker. De hele dag zorgt hij voor mensen die ziek zijn. Hij komt pas aan het eind van de middag weer naar huis. Vaak wacht ik hem op bij de waterpomp en gaan we samen verder. Voordat we naar binnen gaan, zitten we nog een poosje op het bankje. Het bankje van mijn vader, dat tegen ons huis staat. Dat vind ik het mooiste moment van de dag. Want als mijn vader thuiskomt ‌ is het net alsof de zon begint te schijnen.

|7


Alle mensen in onze community kennen mijn vader. Ik denk dat dat komt, omdat hij zo vriendelijk is en graag mensen helpt. Soms is hij ook een beetje leraar. Hij weet wat goed is en wat niet en zegt dat ook. Ik leer veel van hem, net als de andere mensen. Ik hou van mijn vader en ben trots op hem. Niet alleen ik, ook mijn zusjes Christina en Martha zijn dol op hem. En Johnson en Emmanuel en Gift en Precious, die ook bij ons wonen. Het zijn niet mijn broers en zussen, maar we wonen wel bij elkaar. Mijn vader heeft in dit huis twee kamers voor ons gehuurd. We zijn ĂŠĂŠn grote familie, zegt mijn vader altijd. En dat klopt. Familie zijn is het hart van ons huis.

8|


Wij wonen in een fijne community. Niet te groot en niet te klein. Er is een kerk en een moskee, een school, een telefoonoplaadwinkel en shops waar mensen iets kunnen eten of drinken. Markt is er bijna iedere dag. Het is er vaak een drukte van jewelste. Er worden porties houtskool verkocht, bananen gebakken en vis gefrituurd. Er wordt ook cassave en groente geroosterd en er zijn donuts, pinda’s en snoep te koop. Er zijn twee waterpompen in ons dorp. ’s Ochtends moeten Christina en ik daar water halen. Met een zware jerrycan op ons hoofd lopen we dan weer terug. Daarna gaan we naar school. Uit school speel ik vaak met Patrick, die naast ons woont. Eerst wassen we onze schooluniformen. Daarna is er genoeg te doen. We hoepelen met een oude autoband. We fietsen op een gevonden fiets. We maken kleine lichtjes van een oude zaklantaarn, of we voetballen, gewoon lekker voetballen. Soms moeten we ook helpen de daken te repareren als de platen er weer eens afgewaaid zijn. We voelen ons goed en veilig in onze community.

| 11


Tenminste … vroeger voelden we ons veilig. Nu niet meer zo. Het lijkt wel of iedereen een beetje bang is. Bang voor de nieuwe ziekte die ‘ebola’ heet en waar je niet beter van wordt. Papa hoorde er het eerst van. Het kwam op de radio. Hij dacht: Dit kan niet waar zijn. Zo’n vreemde ziekte. Maar het is wel waar. De ebola-songs op de radio vertellen het ons inmiddels de hele dag. Ik vind het raar. Ik ben vaak ziek geworden maar werd ook gewoon weer beter. Dat komt omdat mijn lichaam kan vechten tegen de ziekmakers. Bij ebola is dat niet zo. De ziekmakers van ebola kruipen als kleine slangetjes je lichaam binnen en maken alles meteen kapot. En voor je het weet, ben je doodziek.

12 |

Toen alles anders werd  
Toen alles anders werd  

Als de boeken in Sierra Leone en Liberia zijn gearriveerd, krijgt het onderwijzend personeel dat met het boek gaat werken een tweedaagse tra...