f e i r b s w u e i N
VIDEOCLUB DE RONDE VENEN nummer 9
oktober 2007
CURSUS SCRIPTSCHRIJVEN bij NH’63
E
en goed script begint bij het idee. Ideeën kun je opdoen door in de krant te kijken naar een actueel of bijzonder onderwerp. Je kan ook een fotoboek pakken en kijken of een bepaalde foto je op een idee brengt. Of kijk gewoon wat er om je heen gebeurt.
Drama
Drama is: iemand die iets heel erg graag wil, maar moeite heeft om het te verwezenlijken. Je hebt dus altijd iemand nodig. De hoofdpersoon die iets graag wil. Die wil je leren kennen. Je er mee kunnen identificeren. • Herkenbaarheid (helpt bij het inlevingsvermogen) • Niet de perfecte mens • Doorzettingsvermogen • Vindingrijk zijn in het oplossen van de tegenslagen. Moeilijkheden De hoofdpersoon ondervind moeilijkheden om het doel te bereiken. Het moet dan wel duidelijk zijn wat hij wil. En snappen wij waarom hij het wil. Wat staat er op het spel voor de hoofdrolspeler als het doel niet gehaald word (wat heeft hij te verliezen)? Als je de bom niet vindt, ontploft de hele stad. Wat zijn de moeilijkheden die onze hoofdrolspeler ondervind? - Externe: de auto start niet, de brug is open, de tegenstander blijkt sterker. - Interne: een angst overwinnen, geen beslissing kunnen nemen. Bouwen ze op? Overwin niet het grootste probleem in het begin. Schiet de boef niet in de eerste scène dood. - Veroorzaakt de oplossing van één probleem een groter probleem? - Schiet de boef dood en die staat weer op maar nu sterker dan daarvoor. Conflict Vaak zit er een conflict in drama. Over het algemeen herkennen we drie soorten conflicten. 1. Er zijn tegengestelde wensen (de goede en de kwade)
2. Ze willen hetzelfde (het zijn dan rivalen) 3. Dilemma (de moeilijke keuze tussen twee onderwerpen)
Arena
Je verhaal speelt zich ergens af. De arena (niet die van Ajax). De locatie: in het oerwoud, de stad, een gebouw, een kamer Het milieu: een rijke familie, ziekenhuis, een sekte, een beroep Een periode: de middeleeuwen, de twee wereldoorlog, het heden of de toekomst. Elke arena geeft mogelijkheden en onmogelijkheden voor de moeilijkheden en de conflicten die de hoofdpersoon tegenkomt.
Opbouw van de film
De kop (act1), midden (act2) en het einde (act3). Als je de tijd, die ervoor nodig is, wilt verdelen in procenten kun je grofweg het volgende aanhouden: De kop (25%), midden (50%) en het einde (25%). De kop (act1) Bestaat meestal uit twee sequenties. Seq1: Laat de status quo zien, introduceert de spelers en de arena. Het eindigt met de “Point of Attack” Status quo Niemand die een film gaat kijken wil iets zien wat hij een week geleden net zo heeft meegemaakt. Het moet wel iets speciaals zijn waarvan je ook wel blij kan zijn dat het jou niet overkomt. Kortom het moet een doorbreking zijn van het routineuze leven dat de meeste mensen leiden. Om aan te geven dat het dat betreft moet je als scenarioschrijver eerst laten zien hoe het er normaal aan toe gaat bij de personages. Dat hoeft geen uren te duren maar neem er wel de tijd voor. Tien minuten is vaak wel genoeg om te laten zien hoe men de dagen doorbrengt. Alles wat je dan nog moet zien te bewerkstelligen is een goede reden bedenken waardoor het in de soep draait. Dat hoeft niet gelijk een atoombom te zijn, een vakantie is al niet meer routine. Zolang de personages niet meer precies weten wat er kan gaan