__MAIN_TEXT__

Page 1

Fragmenten uit het Schemerland Volume 1

Collectie blogs, essays en verhalen van Jeppe Kleyngeld 2010 - 2019


Voor mijn favoriete droomfiguren Loesje en Rosa

1


Een monument voor de levenden

Het is algemeen bekend dat mannen geen kinderen kunnen baren. Dat scheelt ze weliswaar de gruwelijkste pijn die er is, het zorgt er ook voor dat bij veel mannen een gevoel ontstaat dat ze niets nalaten aan de wereld na hun dood. Vreemd, omdat ze wel vader kunnen worden, maar toch is het zo. Noem het een psychologisch defect. Voor mannen met een bijzondere gave – Lennon, Gaudi, Maradona of Einstein – is dat geen probleem. Hun werk is hun nalatenschap, maar wat moet de gemiddelde man doen om dit ‘probleem’ te verhelpen? Niet iedereen heeft het in zich om sportrecords te verbreken, fantastische boeken te schrijven of chemische verbindingen te ontdekken en daaraan tot in de eeuwigheid hun naam te verbinden. Voor die gewone man is het internet uitgevonden. Iedereen met een internetverbinding en drie hersencellen kan nu zijn nalatenschap maken in de vorm van een Facebook-profiel, een eigen weblog of zelfs een heuse website. Nu kan de hele wereld zien dat Peter Plankton (overleden in 2011) een Master had in neuropsychologie, dat hij 224 online vrienden had en een speciale interesse in antieke klokken. Het probleem van internet is alleen het complete gebrek aan focus; de hele wereld is je publiek, maar die wereld is zo druk bezig met het managen van hun eigen online identiteit dat het bekijken, laat staan lezen, van andermans profielen er compleet bij inschiet. Facebook heeft al twee miljard mensen aan zich verbonden; nogal lastig om die mensen te overschreeuwen vanuit jouw onbeduidende microuniversum. Wat dat betreft is het effectiever een antiek landhuis te kopen en prachtig te restaureren, vervolgens een bord met je naam op de voorgevel te plakken en het huis na te laten aan een familielid. Dan ben je er in ieder geval van verzekerd dat er nog jaren na je dood een hoop voorbijgangers een blik werpen op dit mooie huis en dat verbinden aan jouw naam. Een kleiner publiek dan op het wereldwijde web weliswaar, maar wel een gefocust publiek. Nee, internet is verre van een oplossing voor jouw nalatenschap. Beter om je energie te richten op de levenden in jouw omgeving en in hun harten en geesten voort te bestaan. Dat is ook vaak een eerlijkere weergave van de realiteit. Je drang om onthouden te worden door de mensheid moet je maar gewoon een plekje geven, zoals wel meer dingen in het leven. Maar lekker doorgaan met profilering op internet kan ik ook van harte aanbevelen. Dat geeft tenminste de illusie niet vergeten te worden en een mooie illusie kan net zo bevredigend zijn als de realiteit. En in het creëren van illusies is het internet vaak juist weer wel succesvol. Jeppe Kleyngeld, mei 2012

2


3


Inhoud Deel 1 5 elementen van een krachtig verhaal___________________________________________7 De Vietnam-oorlog vanuit eenheidsbewustzijn_____________________________________11 De maffia-boeken van Nicholas Pileggi - Deel 1 & 2: Wiseguy & Casino____________________15 10 Management Lessons From Highly Successful Gangsters___________________________19 Blasted!!! The Gonzo Patriots of Hunter S. Thompson_______________________________25 De Zwarte Zwaan (samenvattende essay)________________________________________26 Kijken naar assholes (over onsympathieke seriepersonages)____________________________31 Levenslust_____________________________________________________________33 Memorabele ontmoetingen op het festivalcircuit___________________________________35 Een gunter met overtuigingen (over Ready Player One & geloof)_________________________37 Deel 2 Dromen en dronken deliriums in San Juan (Over The Rum Diary van Hunter S. Thompson)______41 7 lessen voor ultiem levensgeluk______________________________________________43 Writing’s on the Wall_______________________________________________________45 De oorlog van een pacifist___________________________________________________47 Fear and Loathing in Las Vegas: De ultieme trip van de jaren 70′________________________49 Recept: Rum Grapefruit____________________________________________________52 McMarketing___________________________________________________________53 Top 10 films over de financiële wereld___________________________________________55 Eerbetoon aan een verloren zoon______________________________________________61 The Impact of Technology – A MENTAL Revolution_________________________________63 Deel 3 Kenmerken van een échte held________________________________________________79 Magische Dagen - Deel 1: Terugblik op een verschrikkelijk foute/goede paddotrip_____________81 #eetmindervlees – Tortilla’s met tomatensaus_____________________________________88 Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72_____________________________________89 Gek op Loesje, Rosa én het grote dierenrijk!_________________________________________93 De Pulp Fiction vraag: Gebeuren dingen gewoon?___________________________________95 Take One Minute to Learn Jordan Belfort’s ‘Straight Line System’________________________99 De filosofie van Breaking Bad_________________________________________________101 De Hunter S. Thompson kronieken_____________________________________________103 My 10 Favourite Beatles Songs_______________________________________________111 Deel 4 Lucid in the Sky with Diamonds______________________________________________115 De Heilooweed Crisis______________________________________________________117 Magische Dagen – Deel 2: Ayahuasca, een liefdesgeschiedenis___________________________119 Espresso drinkende George Clooney toch niet ontstaan uit toevallig botsende moleculen?_______127 Mijn top 5 Commodore 64 Games______________________________________________131 What Do Gollum, Darth Vader & Agent Smith Have in Common?________________________133 Het Tibetaanse Dodenboek_________________________________________________135 Thinking, Fast & Slow; Dialogues on Reality (1)____________________________________137 De volgende evolutiesprong: de mens als overgangssoort_____________________________139 City Swalking_____________________________________________________________141

4


Warrior (a poem written while stuck in traffic) I am an editor, a poet, a writer, a saint… A killer and a traveler, a jack of all trades. Through fire and wood, I make it all alone. Never complaining, never bitching, never moan. How can I succeed in life? By never giving in. Screw this traffic jam. I take the long road. If this is real than I best not float. But floating we all must, so bring it on tonight. How can we survive if we do not fight? I’m almost there, so don’t despair. Try to make it elsewhere and see if I care. Don’t let go what you cannot see. Those things you’re saying, they’re really not me.

Fragmenten.blog Gepubliceerd op 27 januari 2015 door J. Kleyngeld

5


Deel 1

6


5 elementen van een krachtig verhaal

Als je succesvol iets wilt verkopen – een product, een idee of een zakelijk plan, zul je mensen moeten overtuigen van het belang hiervan. De ideale manier hiervoor is een verhaal te gebruiken. Mensen zijn gek op verhalen; dit is gedurende de lange evolutie van de mens ingebakken. Maar hoe maak je jouw verhaal zo overtuigend mogelijk? Door de vijf elementen te gebruiken die aan de basis staan van alle geweldige verhalen. Alle geslaagde verhalen hebben vijf basiscomponenten, betogen Maxwell en Dickman in hun succesvolle beïnvloedingsboek De kracht van het verhaal. De elementen zijn de passie waarmee het wordt verteld; een held die ons door het verhaal leidt en het door zijn ogen laat zien; een tegenstander – of obstakel – die door de held moet worden overwonnen; een moment van inzicht waardoor de held kan overwinnen, en de transformatie – van de held en in de wereld – die daaruit voortkomt. 1. Passie

Elk krachtig verhaal heeft passie, de energie waardoor je het wilt – moet – vertellen. Het is een wezenlijke vonk, een niet verder te reduceren samenhangende kern, waaruit de rest van het verhaal groeit. Passie is cruciaal en doet het verhaal ontvlammen in de harten van het publiek.

7


Steve Jobs, CEO van Apple, was een van de meest gepassioneerde topfunctionarissen in het Amerikaanse bedrijfsleven. Een perfect voorbeeld van een gepassioneerd verhaal is dan ook de beroemde 1984-spot waarmee de Macintosh werd geïntroduceerd. Deze spot duurde slechts één minuut en werd slechts één keer uitgezonden, tijdens de Super Bowl. De spot was hard nodig, want de markt werd gedomineerd door IBM en Apple Computer zat in de problemen. De spot begint met een rij grijze mannen die met uitdrukkingsloze gezichten door een nauwe passage lopen. Een Orwelliaanse dialoog over informatiezuivering gonst op de achtergrond. Plotseling komt een atletische jonge blondine met een grote Olympische werphamer het beeld in gerend, achtervolgd door de oproerpolitie. De marcherende mannen komen een grote ruimte binnen waar honderden anderen emotieloos naar een kamerbreed videoscherm zitten te staren met het beeld van Big Brother. De blondine draait in slow motion twee keer rond en laat haar hamer los die het scherm verbrijzeld. Het scherm explodeert in een lichtflits die over de gevangenen schijnt en hun metaforisch bevrijdt. De slagzin verschijnt: ‘Op 24 januari introduceert Apple Computer de Macintosh. Je zult zien waarom het in 1984 anders wordt dan in 1984.’ De spot bracht een explosie teweeg: zeven dagen later stond er geen Macintosh computer meer in de schappen in Amerika en het zou maanden duren voordat alle bestellingen werden uitgevoerd. Er zijn allerlei redenen waardoor de spot zo succesvol was, maar de werkelijke reden was de hartstochtelijke overtuiging van Steve Jobs dat een computer dient om mensen te bevrijden. 2. Held

Alle passie van de wereld haalt niets uit als je deze nergens kunt onderbrengen. Hier komt de held van pas. Dit hoeft niet Superman te zijn, maar de figuur in het verhaal die het publiek een perspectief geeft. De held is onze plaatsvervanger en onze gids die ons door het verhaal leidt. Wil het publiek zich vereenzelvigen met het perspectief van de held, dan moet het iets van zichzelf kunnen voelen in de situatie van de held. In de commercie is de held vaak degene die de boodschap brengt. Als hij het goed doet, kan hij hiermee een merk op de kaart zetten. Air Jordan van Michael Jordan is een goed voorbeeld. Voordat hij in 1985 tekende voor een reclamecontract bij Nike, was Nike derde in sportschoenenmarkt. Toen Jordan stopte was Nike veruit de eerste. Doorslaggevend voor zijn succes als boodschapper voor Nike was dat hij de slogan Just Do It ook werkelijk belichaamde. Zoals Jordan met een dribbel op de ring af ging, de lucht in sprong en om de tegenstander heen zweefde, ging je geloven in levitatie. Je geloofde je ogen niet. Hij leek de natuurwetten te tarten. Als hij het kan, kan ik misschien ook wel doen wat ik me had voorgenomen. Jordan is de ideale held.

8


3. Tegenstander of obstakel

Tegenstanders, en het conflict waarmee ze de held confronteren, vormen het kloppend hart van het verhaal. De tegenstander hoeft geen persoon te zijn. Als de held probeert de Everest te beklimmen is het obstakel misschien wel de berg zelf. Als de held geen obstakels te overwinnen heeft is er geen verhaal. Als er geen verdedigers waren, is dat gespring van Jordan om de bal in de ring te krijgen een verhaal van niks. Instinctief zijn mensen geïnteresseerd in de manier waarop anderen hun problemen aanpakken. Roberto Goizueta, voormalig CEO van Coca-Cola, gebruikte dit principe doelbewust om Coke nieuw leven in te blazen toen in de jaren 90′ de fut eruit was. Door zijn belangrijkste rivaal Pepsi frontaal aan te vallen, mobiliseerde hij zijn eigen manschappen en ontketende hij de cola-oorlog. In een interview met Jack Welch voor het tijdschrift Fortune opperde Goizueta dat een bedrijf een vijand moet zoeken als het geen natuurlijke vijanden heeft. Op de vraag waarom, antwoordde hij: ‘Omdat het de enige manier is een oorlog te kunnen voeren.’ 4. Inzicht

Waardoor kan de held overwinnen? Hoe wordt de tegenstander verslagen? In een slecht verhaal is het puur geluk. In een goed verhaal – zoals jij vertelt – komt het aan op een moment van inzicht. In detectives wordt dit element benadrukt. Wanneer de held de stukjes van de puzzel zorgvuldig op hun plaats heeft gelegd, gaat hem plotseling een licht op. Een mooi voorbeeld uit het bedrijfsleven is IBM. De legende wil dat oprichter Thomas J. Watson een dergelijk moment van inzicht had dat alles veranderde. Het bedrijf was in een strijd verwikkeld met Olivetti om de schrijfmachinemarkt, toen hij zich plotseling iets realiseerde over IBM dat hij niet eerder had gezien. In een flits van inspiratie zag hij dat niet schrijf- en rekenmachines de activiteit van IBM vormden, maar informatieverwerking. Deze ontdekking bracht heel wat teweeg – IBM richtte zich op computers, en de rest is geschiedenis. 5. Transformatie

Transformatie is het element dat nauwelijks uitleg behoeft, want het is een natuurlijk resultaat van een goed verteld verhaal. Als je aandacht hebt besteed aan de andere elementen, volgt de transformatie vanzelf. De held onderneemt iets om zijn problemen te overwinnen en de held zelf en de

9


wereld om hem heen veranderen. In verkoopverhalen denken we niet vaak aan verandering, omdat de verandering die je dan wilt bewerkstelligen een gegeven is. Je wilt je cliënt transformeren van appartementsbewoner tot de eigenaar van een landhuisje. Er is echter één soort zakelijk verhaal waar transformatie het verhaal is: de verhalen over leiderschap. In zijn klassieker On Leadership merkt John W. Gardner op dat de moderne organisatie – in zowel de politiek als het bedrijfsleven – staat of valt met leiderschap, van de werkvloer tot de hoogste management-echelons. Wie wordt er uiteindelijk leider in zulke veranderlijke, informatie-intensieve omgevingen? Doorgaans de mensen die effectief het juiste verhaal kunnen vertellen, een verhaal dat de energie van de groep kanaliseert om een gemeenschappelijk probleem aan te pakken. Leiden is leuker dan volgen, zeg nou zelf. Zelfs als je geen CEO wilt worden of de wereld wilt veranderen, wil je wel greep hebben op je eigen werk, je eigen ideeën. En dat kun je bereiken met de kracht van het verhaal. Wat heb jij te vertellen? Om je vertelvaardigheden te verfijnen kun je de volgende oefening doen. Vertel morgen drie verhalen. Om het even welke. Elke dag vertel je sowieso veel meer verhalen, maar ditmaal let je bewust op de vijf elementen van elk verhaal. Luister ook naar drie verhalen van anderen. Je zult verrast zijn hoe snel je het onder de knie krijgt en de verhalen van anderen beslist beter gaat onthouden. Misschien ga je deze zelfs verzamelen. Zoals elke goede verkoper weet, kan het een waardevolle gewoonte zijn om verhalen van anderen te verzamelen. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 18 november 2012 door J. Kleyngeld

10


De Vietnam-oorlog vanuit eenheidsbewustzijn

Is er een filosofie die een einde kan maken aan menselijk lijden? Nee niet beëindigen, maar er zijn er een aantal die behoorlijk kunnen helpen. De voornaamste die ik ken is Advaita Vedanta ofwel nondualiteit. Deze aanwijzing zegt dat alles één bewustzijn is dat een spel speelt met zichzelf. Alles om ons heen vindt gewoon plaats als een toneelstukje en wij - de toneelspelers - doen vrolijk mee. Maar er is eigenlijk geen ‘ik’ en al helemaal geen individuele vrije wil. We zijn allemaal de oceaan, maar we denken dat we druppels zijn die vrijelijk bewegen. De stem in ons hoofd, levert commentaar nadat bewustzijn al een actie-reactie besloten heeft, waardoor de illusie ontstaat dat we in de bestuurdersstoel zitten. Nou heb ik een aantal bezwaren tegen non-dualiteit (wat een echte non-dualist natuurlijk worst zal wezen; ‘hij’ bestaat immers niet). Het bezwaar (in plaats van ‘mijn’ bezwaar) is dat individuele vrije wil niet uit te sluiten is. We zijn allemaal één in een gedeelde droom, dat is absoluut waar, maar misschien zijn we wel bewuste agenten die nog maar net leren hoe we met onze intenties kunnen beïnvloeden hoe de wereld zich manifesteert. En er zijn wetenschappelijke experimenten die dit aantonen. Kortom, ik ben niet overtuigd dat het alomvattende bewustzijn alles bestuurt, maar dat we mogelijk in een informatiesysteem leven dat deels decentraal, door levende wezens, wordt aangestuurd. Maar goed, daar gaat deze blog niet over. Ik wil het over lijden hebben, en hoe een non-dualistische visie lijden kan doen verminderen. Sinds ik naar de bekende podcast luister van overtuigde nondualisten Paul Smit en Patrick Kicken is mijn visie op onderwerpen die normaal stress kunnen veroorzaken, zoals politiek, werk, geld, gezondheid en klimaat, wel behoorlijk veranderd. Want al is vrije wil niet uit te sluiten, we hebben in ieder geval lang niet zoveel zeggenschap als we vaak denken. Per dag nemen we onbewust duizenden besluiten net zoals alle andere miljarden wezens. Dat werkt allemaal op elkaar in. Hoeveel invloed kun je daar nou echt op hebben? En zo komen we op lijden. Wanneer we als mensen uitzoomen, is het inderdaad een film die zich afspeelt en waar jij één (vrij insignificant) spelertje in bent. Dat beseffen is verlichting. Het omgekeerde is inzoomen: alles overkomt jou en als je anders zou handelen zou het allemaal anders kunnen zijn. Maar zo is het niet. Wat gebeurt, gebeurt. Goed en slecht zijn slechts twee tegenstellingen die bewustzijn creëert om ervaring überhaupt mogelijk te maken. Zoals gezegd, het is een spel. En uitgezoomd vaak een erg vermakelijk snel. Waar mensen zich al niet allemaal druk om maken.

11


Maar als je dit nou loslaat op een uiterst serieus onderwerp, zoals laten we zeggen de Vietnam-oorlog. Werkt het dan nog steeds? Je kunt immers moeilijk beweren dat zoiets vreselijks gewoon maar moet gebeuren, of erger nog, goed is zoals het is. Dat kan toch niet! Toch is dat precies wat non-dualisten beweren. Ook de Vietnam-oorlog is slechts een spel van bewustzijn. Bewustzijn wil alles ervaren; zwart, wit en alle tinten grijs er tussenin. Dus hierbij: De non-dualistische visie op de Vietnam-oorlog

12


Halverwege de negentiende eeuw begon een Westers volk dat zich de Fransen noemen Vietnam te koloniseren. Het werd een bloedige en wrede invasie. Bewustzijn in de vorm van de mens Ho Chi Minh wilde begin twintigste eeuw zijn volk bevrijden van de onderdrukkers. Na 30 jaar lang ballingschap keerde hij in 1941 terug naar Vietnam en richtte hij het Vietnamese Onafhankelijke Bevrijdingsleger op. Naast Fransen kwamen er ook Japanse indringers naar Vietnam. De Amerikanen, hun collectieve ego nog gekrenkt vanwege Pearl Harbor, maakte een dealtje met Ho Chi Minh. Ze begonnen met het leveren van wapens aan de Vietnamese guerilla’s. De Vietnamezen zagen de Amerikanen als bevrijders. Ze hadden immers de Europeanen bevrijd in de Tweede Wereldoorlog. Het Amerikaanse volk identificeerde zich met deze rol van redders (oftewel, ze zoomden in en namen het toneelstuk en hun rol erin uiterst serieus). In de jaren 50 verspreidde het communisme zich over grote delen van AziÍ en de VS dacht hier, onterecht, invloed op te kunnen uitoefenen. Het Amerikaanse leiderschap onder president Truman had het gevoel dat ze het hadden laten misgaan in Birma en Cambodja. Ze waren bang voor een domino-effect. Dus toen begin jaren 60’ het Zuid-Vietnamese Nationale Bevrijdingsfront (door vijanden Vietcong genoemd) vastberaden was de anti-communistische regering van Ngo Dinh Diem in Noord-Vietnam ten val te brengen, vond de VS, nu onder leiding van Kennedy, dat ze moesten ingrijpen. En zo raakte het land betrokken bij een strijd tussen twee meedogenloze partijen. Na de moord op JFK, erfde de nieuwe president Lyndon Johnson het Vietnam-dossier. Een ramp. Hier viel niks te winnen. Maar vertrekken uit Vietnam zou gezichtsverlies betekenen. En dat konden

13


de ego’s van de Amerikaanse regeringsleiders niet verdragen. Dus werd het land dieper en dieper het conflict ingetrokken en het aantal doden liep rap op. De Vietcong bleek een zeer geduchte tegenstander en ze brachten de Noord-Vietnamezen enorme klappen toe. De Amerikaanse generaal Westmoreland vroeg wanhopig om meer troepen. Johnson stuurde er 50.000 en beloofde er nog eens 50.000 aan het einde van 1965. Dit bleek lang niet te volstaan en Westmoreland vroeg om nog eens 200.000 manschappen. De kans op overwinning werd slechts geschat op 1 op 3. Maar trokken ze zich terug? Zochten ze een compromis? Nee, ze gingen verder met de strijd. De Amerikanen bleken gevangenen van hun eigen ervaring. Ze dachten: we doen net als in de Tweede Wereldoorlog, namelijk binnenvallen als een mokerhamer. Deze aanpak werkte niet in Vietnam. Het dualisme nam toe: in Amerika groeide de anti-oorlogsbeweging. Bij de protesten vielen tientallen doden. De groeiende tegenstellingen en het aanhoudende geweld in Vietnam en in de VS dreef een staak door het hart van het land. Er ontstond een grotere polarisatie dan ooit. En de eenheid is nog steeds niet hersteld, getuige de huidige politieke ontwikkelingen. Uiteindelijk eindigde de oorlog voor de Amerikanen in 1973. Meer dan twee miljoen Vietnamezen en 58.000 Amerikanen vonden de dood. En in 1975 werd Vietnam alsnog communistisch wat het land opnieuw in ramspoed stortte. Waarom het lijden bij advaita verminderd of wegvalt is omdat geaccepteerd wordt dat het individu niet bestaat. Lijden ontstaat bij identificatie met het ego; mij wordt iets aangedaan, ons - als natie wordt onrecht aangedaan. In werkelijkheid is er is geen mij en ook geen land, alleen bewustzijn. In plaats van dat het lijden dus persoonlijk te maken, vindt slechts observatie plaats: ‘er vindt oorlog plaats, er wordt gemarteld, er gaan kinderen dood’, et cetera. Vaak wordt gedacht dat dit dan een rechtvaardiging is voor alles, maar dit is niet zo. Binnen bewustzijn vindt actie-reactie plaats. Bewustzijn stuurt de kindermoordenaar aan, maar ook de rechter die hem naar het schavot stuurt. Er is alleen maar een film en dat is alles. Observeer het spel en neem het niet te serieus. Hoe serieus het ook lijkt soms.

Fragmenten.blog Gepubliceerd op 3 oktober 2019 door J. Kleyngeld

14


De maffiaboeken van Nicholas Pileggi – Deel 1

Wiseguy: Life in a Mafia Family Op 12 juni 2012 overleed voormalig gangster Henry Hill aan hartcomplicaties. Hij was 69 jaar oud. Hill was de centrale figuur in het boek Wiseguy: Life in a Mafia Family van Nicholas Pileggi dat in 1990 verfilmd werd als GoodFellas door Martin Scorsese. Mijn favoriete film aller tijden!!! ‘As far back as I could remember, I always wanted to be a gangster.’ Het boek Wiseguy voegt zeker het nodige toe aan de film, namelijk meer inzichten in hoe het is om deel uit te maken van een maffiafamilie halverwege de jaren 50 tot en met de jaren 80. Het doel van Pileggi was om de maffia te laten zien van binnenuit en door de ogen van de werkende maffioso en niet iemand die deel uitmaakt van de top. Hill is hiervoor perfect. Hij heeft van alles meegemaakt, had toegang tot alle niveaus van de onderwereld en kan zich alles levendig herinneren. Henry Hill werd op jonge leeftijd opgenomen in de maffiagroep van Paul Vario, een rijzende ster in één van de vijf families van New York: de Lucchese familie (de andere zijn: Gambino, Genovese, Bonanno en Colombo). Het was de jaren 50’ en het waren gouden tijden voor de maffia in New York. Ze zaten nog niet zo onder de radar van de FBI en ze profiteerden van de rijzende economie. Hill wist zijn weg op een organische manier te vinden in de familie en hij maakte veel vrienden en contacten, waaronder de levensgevaarlijke beroepscrimineel Jimmy Burke (Jimmy Conway in GoodFellas, gespeeld door Robert De Niro). ‘Jimmy was knettergek en levensgevaarlijk’, aldus Hill. ‘Hij kon met je lachen tijdens het eten en je overhoop schieten tijdens het toetje.’ Jimmy was eng, zelfs in dat gewelddadige wereldje. Maar hij was ook slim en bracht veel geld in het laatje voor Paul Vario. Daarom werd zijn gekheid getolereerd. Henry maakt ook kennis met Tommy DeSimone, een heetgebakerde gangster die zich wilde bewijzen omdat zijn broer Anthony politieinformant was geworden en daarvoor vermoord zou zijn door een andere familie. In GoodFellas speelt Tommy (meesterlijk vertolkt door Joe Pesci) een grotere rol. Maar de moorden die hij in de film pleegt zitten wel allemaal in het boek. Hill beschrijft hem als complete psychopaat.

15


Het beeld van de maffia is vaak een wereld van glamour: geld, macht, de duurste auto’s, Hollywood sterren en vijf sterren diners. Maar in werkelijkheid is de maffia niet zo glamoureus, blijkt uit Wiseguy. Een voorbeeld geeft Henry Hill over zijn baas Paul Vario. Paulie ging altijd met zijn vrouw uit eten en dan betaalde hij met gestolen creditcards. Waarom zou de kapitein van de Lucchese misdaadfamilie zo’n groot risico nemen? ‘Omdat dat het aspect van zijn avond was, waar hij het meeste van genoot’, vertelt Hill. ‘Hij vond niet het eten het leukste aspect, terwijl hij gek was op eten. Ook van het gezelschap van zijn vrouw genoot hij niet het meeste, terwijl hij echt heel veel van haar hield. Waar hij het meeste van genoot was het idee dat hij iemand aan het beroven was en ermee weg kwam. Een echte wiseguy begrijpt dat.’ Dat is de maffia: ze houden zich over het algemeen bezig met kleine straatzwendels: inbraken, vrachtwagens stelen, overvallen plegen, illegale sigaretten en drank verkopen. Dat zijn de maffiaactiviteiten in de wereld van echte wiseguys. En het geld dat ze verdienen geven ze direct weer uit aan onzin: eten, gokken, grote fooien, etc. Ze zijn net zo snel weer blut als ze tijdelijk rijk zijn. De Paul Vario-groep stond lange tijd bekend als gewelddadigste bende van de stad. En het is door geweld dat maffiosi zich onderscheiden. Ze zijn niet bijzonder slim, snel, knap of talentvol, maar ze zijn bereid om geweld te gebruiken; ze genieten er zelfs van. Als een maffia figuur je met geweld bedreigt betaal je hem, want hij doet het. Hij zal niet twijfelen je arm te breken, je uit een raam te gooien of een pistool in je mond te steken en naar je ogen te kijken als hij de trekker overhaalt. Dat is uiteindelijk waar de maffia op is gebaseerd: angst door de dreiging van geweld. Maar daarin zit ook hun zwakte; ze gebruiken het geweld namelijk ook te snel onder elkaar. Wiseguy is een verhaal met weinig overlevenden. Een prachtig voorbeeld van hoe het fout kan gaan in de volatiele maffiawereld is de waargebeurde Lufthansa overval die een grote rol speelt in het boek. Het is de grootste overval ooit; 6 miljoen dollar maakten ze buit, maar het grote succes was ook het grootste probleem. Jimmy Burke stond aan het hoofd van de circa 10 man die de overval beraamde en uitvoerde. Nu moet hij dus al zijn handlangers bedragen tot wel 500.000 per persoon uitbetalen. Voor hem is het dan meteen de keuze; geef ik hem een half miljoen of krijgt hij een kogel in zijn nek? Voor Jimmy is dat eigenlijk geen keuze. In de nasleep van Lufthansa werden 10 mensen vermoord. Uiteindelijk werd Hill gepakt voor cocaïne en dreigde hij voor 25 jaar de bak in te gaan. Doordat hij zo kwetsbaar was, werd hij een doelwit voor de maffia, maar door in het getuigenbeschermingsprogramma te gaan wist hij met een nieuwe identiteit een nieuw leven op te bouwen, terwijl zijn oude vrienden de bak in draaide. Wiseguy is verreweg het beste boek ooit geschreven over de wereld van de georganiseerde misdaad en biedt een niet te versmaden blik in deze smerige wereld. Een enorme aanrader voor liefhebbers van het misdaadgenre. Deze non-fictie is opwindender dan de meeste fictie ooit zal worden.

16


De maffiaboeken van Nicholas Pileggi – Deel 2

Casino: Love and Honor in Las Vegas De journalist / schrijver Nicholas Pileggi heeft tweemaal in zijn carrière een onthullend boek geschreven over zijn grootste fascinatie: de maffia. Eerder schreef ik al over zijn boek Wiseguy, dat in 1990 door Martin Scorsese werd verfilmd als GoodFellas. Dit keer bespreek in zijn tweede maffiaboek: Casino: Love and Honor in Las Vegas. Ook dit boek werd door Scorsese verfilmd, namelijk als Casino in 1995 met Robert de Niro, Sharon Stone and Joe Pesci. Pileggi heeft wederom een fascinerend non-fictie verhaal ontdekt en de juiste personen om er aan mee te werken. Het meest fascinerende aspect van Casino is hoe de hoofdpersoon, beroepsgokker Frank ‘Lefty’ Rosenthal, die normaal niets aan het toeval overliet, trouwde met de meest instabiele vrouw van Las Vegas. Een gigantische gok, die catastrofaal is uitgepakt. Later overleefde Rosenthal op miraculeuze wijze een bomaanslag… Het is bijna te vreemd om echt gebeurd te zijn. In Casino schetst Pileggi een beeld van de gokstad Las Vegas die in de jaren 70/80 nog het soort glamour had waar échte gokkers op af kwamen. Maar ook normale families kwamen al in groten getale om het collegegeld van junior weg te spelen op de roulettetafels. Rosenthal herinnert zich van zijn begintijd in Vegas dat hij een camper buiten de stad zag stoppen om te lunchen. Binnen stond een blackjacktafel en binnen drie uur had de man er 2400 dollar doorheen gespeeld en ging de familie rechtsomkeert. Ze hebben Vegas niet eens gehaald. ‘Dat ben ik nooit vergeten’, aldus Rosenthal. Las Vegas is een stad met een maffiageschiedenis. Opgericht door Bugsy Siegel en later geëxploiteerd door maffia families uit het Midwesten van de VS: Chicago, Kansas City, Milwaukee en Detroit. Een man die zelf geen deel van de maffia uitmaakte, maar wel veel geld voor ze verdiende was professioneel gokker Frank ‘Lefty’ Rosenthal. Hij werd uitverkoren de vier casino’s te leiden die onder geheim bestuur van de maffia vielen. Hij was een fenomenaal casino manager, maar het liep allemaal verkeerd af… Problemen kwamen uit verschillende hoeken. Lefty’s huwelijk met Geri McGee was een ramp. Ze zette Lefty vaak voor schut en was vooral op geld belust; ze heeft nooit van hem gehouden. Niet dat hij zelf een heilig boontje was. Hij ging continu vreemd en vernederde haar voortdurend. Ze hadden constant ruzie en vaak publiekelijk; dit was slecht voor Lefty’s gezondheid en carrière.

17


Lefty had ook continu problemen met de gaming commission, het orgaan dat toekent wie wel en niet mogen opereren in de stad. De FBI deed daarnaast fulltime onderzoek naar de vermoedelijke afroompraktijken in de casino’s en het was een kwestie van tijd voordat ze voldoende bewijsmateriaal verzameld hadden. Dan is er nog Lefty’s jeugdvriend, de levensgevaarlijke gangster Anthony ‘The Ant’ Spilotro. The Ant, zo genoemd vanwege zijn beperkte lengte, trok naar Vegas om te profiteren van het door de maffia onontgonnen terrein. Buiten het zicht van de maffialeiders begon Spilotro links en rechts te roven, te moorden en te stelen. Dit ontging natuurlijk niet de lokale politie en Spilotro werd met zijn continue publiciteit een steeds groter probleem voor de bazen in het Midwesten. Hij kwam gewelddadig aan zijn einde. Het meeste wat in de film Casino te zien is, berust op de waarheid zo blijkt uit het boek. De wat onrealistische moord in een bar waarin Spilotro (Nicky Santoro in de film) een man doodsteekt met een pen komt niet in het boek voor. Maar de beruchte martelscene waarin hij het hoofd van een gangster in een bankschroef stopt en samenperst tot zo’n 10 centimeter, zodat zijn ogen uit hun kassen poppen is echt gebeurd. Uiteindelijk viel de maffia-operatie in Vegas als een kaartenhuis in elkaar en de stad veranderde vervolgens in een soort Disneyland. Het was de laatste keer dat straatboeven zoiets waardevols in handen kregen… Een boeiend boek, maar haalt het niet bij het fenomenale Wiseguy. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 4 augustus en 3 december 2012 door J. Kleyngeld

18


10 Management Lessons From Highly Successful Gangsters

Running a large company or criminal empire, what’s the difference? The demands for its managers and leaders are very similar for sure. As a leader, your vision needs to inspire others and your actions need to have significant impact. You also need to be able to effectively solve problems and prevent painful blunders. Taking a close look at 10 highly successful gangsters from popular movies and television series can be inspirational. Eventually most of them went down, but they all had impressive careers as criminal CEO’s. What can business leaders learn from their successful approaches and significant failures? 1. Plan all your actions carefully The Gangster: Neil McCauley, Heat

The Lesson: In the spectacular opening scene of Michael Mann’s Heat, criminal chief Neil McCauley and his team of robbers manage to take down a huge score. The key to their success? Planning, planning, planning. McCauley is a perfectionist; every detail needs to be scrupulously prepared, nothing can be left to coincidence. It there is even a slight chance that something is wrong; he will walk away from a job no matter how much money is at stake. Off course, there is a slight bump in the road for McCauley and his team later on, but that is only because pulling armed robberies is a highly volatile business. But even with a terrific investigation team on their tail lead by a fanatical Al Pacino, they manage to take down another – even larger – score later on in the movie.

19


2. Build a team you can rely on The Gangster: Joe Cabot, Reservoir Dogs

The Lesson: ‘I should have my head examined for going with someone I wasn’t a 100 percent on…’ Yeah, you should have Joe. As a manager, your most important task is to choose the right people around you and make them perform optimally. When you have a crucial project to realise – a diamond heist in Joe Cabot’s case – you don’t want to take any chances on whom you hire for the job. Joe’s negligence at this point, allowed a special LAPD-agent to infiltrate his crew, leading to a disastrous outcome for the project and all those involved. 3. Always look out for opportunities and know when to strike The Gangster: Henry Hill, GoodFellas

The Lesson: In Wiseguy, the novel on which the classic mob movie GoodFellas is based, protagonist Henry Hill describes his bewonderment at how lazy many people are. Great entrepreneurs like him are always looking for new ways to make money. Once in a while, a golden opportunity arises and a highly successful business manager will recognize this once in a lifetime chance and grab it. In Henry Hill’s case, this was the Air France heist in 1967. He walked away with 420.000 US dollars from the Air France cargo terminal at JFK International Airport without using a gun; the largest cash robbery that had taken place at the time. This was Hill’s ticket to long term success within the Mafia.

20


4. Analyse, decide and execute with conviction The Gangster: Michael Corleone, The Godfather

The Lesson: Your success as executive depends for a great deal on the way you make decisions and follow them through. When his father, family patriarch Don Vito Corleone, is shot by Virgil ‘The Turk’ Sollozzo, Michael Corleone knows the threat of his father’s killing will not be over until Sollozzo is dead. That is his analysis. Then, without any hesitation, he decides to kill Sollozzo despite the hard consequences that he knows will follow. The third part – the execution – he performs flawlessly, killing Sollozzo and his bodyguard Police Captain McCluskey in a restaurant. Michael later in the film again proves to be an extremely decisive leader when he has the heads of the five families killed when they conspire against the Corleone family. 5. Support the local community The Gangster: Young Vito Corleone, The Godfather Part II

The Lesson: For long term success, you need more than just great products (in the mob’s case: protection, gambling and theft). You will need commitment from all your stakeholders and especially goodwill from the communities you operate in. Young Vito Corleone sees that gangster boss Fanucci is squeezing out everybody in the neighbourhood he lives in. Nobody is happy with him. So he murders the bastard and takes over as neighbourhood chieftain. Rather than squeezing out people, he starts helping them. Every favour he does for somebody, earns him a favour in return. Those are a lot of favours and a lot of people who think he deserves his success and wealth. They are willing to give everything for their Don.

21


6. Don’t be afraid to use your subconscious The Gangster: Tony Soprano, The Sopranos

The Lesson: As a leader, you want to base your decisions on hard facts as much as possible, but sometimes your intuition is much more powerful than the greatest performance dashboard in the world. In the first season of HBO’s monumental Mafia series The Sopranos, family patriarch Tony Soprano’s own mother tries to have him whacked. He had revealing dreams about this before it happened, but refused to look at the painful true meaning of these dreams. Through therapy, he learned to use his subconscious like a true expert, so when his friend Big Pussy Bonpensiero starts ratting for the FBI in season 2, he knows something is wrong. In a fever dream, Big Pussy (as a fish), reveals the hard truth to Tony. When he wakes up, he knows exactly what to do. Big Pussy must sleep with the fishes. Tony’s new ability to listen to his subconscious makes him a much more effective leader. 7. Think and act faster The Gangster: Nucky Thompson, Boardwalk Empire

The Lesson: After a botched assassination attempt on bootlegger and crooked politician Nucky Thompson, his enemies are left numb and indecisive of what to do next. Nucky – on the other hand – immediately makes a counter move. He goes to see his enemies and tells them the attempt on his life changed his perspective on things. He will abandon the bootlegging business and politics, so his enemies can take over. In secret however, Nucky books a trip to Ireland the next day, where he purchases a huge amount of cheap and highly qualitative Irish whiskey. His enemies underestimated him. By thinking and acting faster than his opponents, Nucky manages to surprise them and outperform them in business.

22


8. Take compliance seriously The Gangster: Al Capone, The Untouchables

The Lesson: He was the king of his trade; the bootlegging business in Chicago. He made millions importing booze and selling it to bars and clubs. The thing that brought him down was income tax evasion. Managers can learn a simple truth from this mistake; compliance is your license to operate. Off course in Capone’s case this was a little different because he did not have any legal income to begin with, but many CEO’s of businesses have fallen into the same compliance trap. Sure, sometimes it is cheaper to pay a fine than to spend a fortune on meeting some obsolete policy, but you should never fail to answer to the most important rules and regulations. So even when it is sometimes tempting to bend the rules, in the end: being non-compliant is always more costly than being compliant. 9. Ride the Industry Waves The Gangster: Tony Montana, Scarface

The Lesson: Every industry has its waves, and a great CEO knows how to ride these waves. Take the drug business in the 1980’s. Cocaine was coming up big time in Florida. After Montana gets rid of his weak boss Frank, he sets up a massive cocaine trade in Miami and surroundings. His supply chain is very efficient. He imports the stuff straight from the source in Bolivia. Nobody can compete with that. It isn’t before long that Montana is Florida’s one and only cocaine king.

23


10. Keep your friends close and your enemies closer The Gangster: Don Vito Corleone, The Godfather

The Lesson: You want to know what your competitors are up to? Invite them over for dinner and a meeting. Don Vito Corleone does it all the time. When he invites the heads of the five families for a sit down, in this powerful scene in The Godfather, he learns a great deal. It is not Tattaglia he should worry about, but that treacherous Barzini. Now that he understands the conspiracy against the Corleone family, he can help his son Michael take the necessary precautions. Bonus Lesson: Don’t let your temper cloud your judgment The Gangster: Sonny Corleone, The Godfather

The Lesson: Do I really need to explain this one? Fragmenten.blog Gepubliceerd op 30 mei 2013 door J. Kleyngeld

24


Blasted!!! The Gonzo Patriots of Hunter S. Thompson

USA | 2006 | Artillery Pictures Director: Blue Kraning Cast: Paul Stone, Autumn Phillips, Wayne Kakela, Clay Hanger Length: 58 mins. Hunter S. Thompson, the inventor of Gonzo journalism, died on February 20, 2005. He committed suicide with a rifle shot to the head. His last request was that he wanted his ashes to be shot from a cannon at his estate near Aspen, Colorado. At the request of Thompson’s family, an essay contest was held in the Aspen Daily News so that private artillery owners could describe why their cannon was the most suitable for firing Thompson’s ashes. None of them got the job however and Johnny Depp, a personal friend of Thompson (who had portrayed his alter ego Raoul Duke in the film adaptation of Fear and Loathing in Las Vegas), decided to handle the ceremony himself. Depp spent two million dollars to have Thompson’s remains blasted out of a 153-foot tall tower shaped as a two-thumbed Gonzo fist. In this engaging and often quite funny documentary, director Blue Kraning provides essay contestants with the opportunity to pay a final tribute to their outlaw hero. These ‘Gonzo patriots’ enjoy Thompson’s unique view on American politics and society and also share his passion for heavy artillery. As they read or quote their favourite Thompson fragments and discuss contemporary American politics, it becomes obvious that Thompson was an important voice that will be sorely missed. Something his followers compensate with the sound of on-going cannon fire! Fragmenten.blog Gepubliceerd op 12 juni 2010 door J. Kleyngeld Mijn allereerste officiële publicatie. Oorspronkelijk verschenen in: International Film Festival Rotterdam - Catalogus 2005, januari 2005

25


De Zwarte Zwaan (samenvattende essay)

Voor de ontdekking van AustraliĂŤ waren de mensen in de Oude Wereld ervan overtuigd dat alle zwanen wit waren. In hun ogen was dit een onbetwistbaar feit aangezien het geheel bevestigd werd door empirische bewijzen. De waarneming van de eerste zwarte zwaan was voor een paar ornithologen (en anderen met grote belangstelling voor de kleur van vogels) wellicht een interessante verrassing, maar daarin ligt niet het belang van dit verhaal. Het illustreert hoe beperkt en fragiel onze op observaties en ervaring gestoelde kennis is. Schrijver, denker, ex-handelaar en filosoof Nassim Nicholas Taleb gebruikt in zijn boek De Zwarte Zwaan de logische metafoor van de zwarte zwaan (zonder hoofdletters) voor Zwarte Zwaangebeurtenissen (met hoofdletters). Het gaat niet zozeer over uitzonderingen, maar over de enorme rol van extreme gebeurtenissen in tal van gebieden in het leven. Het gaat niet over de mogelijkheid van de uitzondering (zwarte zwaan), maar over de rol van de uitzonderlijke gebeurtenis (Zwarte Zwaan) die leidt tot de teloorgang van de voorspelbaarheid en de noodzaak van robuustheid tegen negatieve Zwarte Zwanen en blootstelling aan positieve. Een Zwarte Zwaan (met hoofdletters) is een gebeurtenis met de volgende drie kenmerken. Ten eerste is het een totaal onverwachte gebeurtenis, een uitschieter die buiten de normale gang der dingen valt omdat er vooraf geen duidelijke aanwijzingen waren dat zoiets kon gebeuren. Ten tweede heeft het zeer grote gevolgen (wat niet geldt voor de vogel). En ten derde zit de mens zo in elkaar dat we naderhand, ook al was het een totaal onverwachte gebeurtenis, verklaringen bedenken die de gebeurtenis begrijpelijk en voorspelbaar maken. Een gebeurtenis waarvan je verwacht dat die zich zeker voordoet die zich niet voltrekt is overigens ook een Zwarte Zwaan. Zwarte Zwanen doen zich voortdurend voor en met het ingewikkelder worden van de wereld sinds de IndustriĂŤle Revolutie is het effect ervan toegenomen. Een voorbeeld is de Eerste Wereldoorlog die je met je kennis van de wereld in 1914 onmogelijk had kunnen voorzien. Hetzelfde geldt voor de opkomst van Hitler en de daaropvolgende Tweede Wereldoorlog. Het plotseling uiteenvallen van het Oostblok. De gevolgen van de opkomst van islamitisch fundamentalisme. Het effect van de verbreiding van het

26


internet. De beurscrash van 1987. Rages, epidemieën, mode, ideeën, het ontstaan van kunststromingen en scholen. Al dit soort dingen verloopt volgens de dynamiek van de Zwarte Zwaan. Hoe groot is de rol van Zwarte Zwanen in je eigen leven? Neem je eigen bestaan onder de loep en tel de belangrijke gebeurtenissen, de technologische veranderingen en de uitvindingen die sinds je geboorte in onze wereld hebben plaatsgevonden, en vergelijk die met de verwachtingen in de tijd ervoor. Hoeveel ervan waren voorzien? Kijk naar je persoonlijke leven, naar je beroepskeuze, hoe je je partner hebt leren kennen, de keren dat je bedrogen bent, de momenten waarop je er financieel plotseling een stuk beter of slechter voorstond. Hoe vaak deden deze dingen zich voor volgens plan? Er zijn twee manieren om verschijnselen te benaderen. De eerste is het uitzonderlijke links laten liggen en de aandacht te vestigen op wat ‘normaal’ is. De onderzoeker negeert ‘uitschieters’ en bestudeert alleen gewone gevallen. De tweede benadering is dat je, teneinde een verschijnsel te kunnen begrijpen, eerst de extremen bestudeerd – vooral als ze, zoals een Zwarte Zwaan, een buitengewoon cumulatief effect hebben. Het normale is vaak irrelevant. Kun je inschatten hoe gevaarlijk een crimineel is door alleen te kijken naar wat hij op een gewone dag doet? Platoniciteit maakt dat we denken meer te begrijpen dan we feitelijk doen. Wat Taleb, naar de ideeën (en persoonlijkheid) van de filosoof Plato, platonicitieit noemt, is onze geneigdheid om de kaart te verwarren met het gebied, om ons te focussen op ‘zuivere’ en nauwkeurig gedefinieerde ‘vormen’, hetzij objecten zoals driehoeken, hetzij sociale noties zoals utopieën (samenlevingen die zijn ingericht op basis van een bepaalde ‘logische’ blauwdruk) en zelfs nationaliteiten. De platonische breuklijn is de explosieve grens waar het platonische denken stuit op de groezelige werkelijkheid, waar de kloof tussen wat je weet en wat je denkt te weten gevaarlijk groot wordt. Hier staat de wieg van de Zwarte Zwaan. Je hebt per definitie onvolledig greep op gebeurtenissen, omdat je niet ziet wat er binnen in de machine zit, hoe het mechanisme werkt. De menselijke psyche gaat gebukt onder drie kwalen als het gaat om de loop van de geschiedenis, door Taleb het triplet van opaciteit genoemd: a. de illusie van kennis, ofwel dat we, in een wereld die veel ingewikkelder is dan we beseffen, denken te weten hoe de dingen zullen gaan; b. de retrospectieve vertekening, ofwel dat we zaken alleen achteraf kunnen beoordelen, alsof ze te zien zijn in een achteruitkijkspiegel (gebeurtenissen verlopen in de geschiedenisboeken helderder en ordelijker dan in de empirische realiteit); en c. de overwaardering van feitelijke informatie en de handicap van gezaghebbende en geleerde mensen, met name wanneer ze categorieën creëren wanneer ze gaan ‘platonifiëren’. We kunnen onderscheid maken tussen twee soorten onzekerheid, twee vormen van toevallige variatie die te maken hebben met schaalbaar en niet-schaalbaar. De eerste is Mediocristan. Stel dat je uit de totale bevolking willekeurig duizend mensen selecteert en bij elkaar brengt in een stadion. Beeld je nu de zwaarste persoon in die je kunt indenken en voeg hem toe aan deze steekproef. Het gemiddelde gewicht zal iets stijgen, maar niet schrikbarend veel. De belangrijkste regel van Mediocristan luidt dan ook: wanneer je steekproef groot is, zal geen enkel voorval de som of het totaal significant veranderen. Neem ter vergelijking het vermogen van de duizend mensen die je bijeen hebt gebracht in het stadion en voeg aan hen een van de rijkste personen ter wereld toe – bijvoorbeeld Bill Gates, de oprichter van Microsoft. Laten we ervan uit gaan dat zijn vermogen rond de 80 miljard dollar ligt, en dat het totale kapitaal van de andere een paar miljoen bedraagt. Hoeveel van de totale rijkdom neemt hij dan voor zijn rekening? 99,9 procent? Nee, sterker nog, het totale bezit van alle anderen bij elkaar zou niet meer dan een afrondingsfout in zijn vermogen vormen. In Extremistan zijn ongelijkheden zodanig,

27


dat één enkele waarneming een onevenredig grote impact kan hebben op de som, of het totaal. Er zijn meer zaken die thuishoren in Extremistan dan in Mediocristan. En zaken die thuishoren in Extremistan zijn vatbaar voor de Zwarte Zwaan. Het probleem van ervaring: ‘Maar in al mijn ervaring heb ik nooit een noemenswaardig ongeluk meegemaakt… Ik heb in al mijn jaren op zee maar één vaartuig in nood gezien. Ik heb nooit een wrak gezien en heb nooit een schipbreuk geleden en heb me nooit in een penibele situatie bevonden die rampzalig dreigde af te lopen.’ - E.J. Smith, kapitein van de Titanic Na de beurscrash van 1987 bereidde de helft van de effectenhandelaren in Amerika zich iedere oktober voor op een volgende crash, waarbij ze buiten beschouwing lieten dat er geen antecedent was voor de eerste. We gaan ons pas zorgen maken als het leed al geschied is. Een naïeve waarneming in het verleden abusievelijk beschouwen als bepalend of representatief voor de toekomst is er dé oorzaak van dat we niet in staat zijn een Zwarte Zwaan te begrijpen. Mensen zijn daarnaast verschrikkelijk slecht in voorspellen: de wereld zit veel ingewikkelder in elkaar dan we denken, en dat is niet erg, ware het niet dat de meeste mensen dat niet beseffen. We zijn geneigd met een tunnelvisie naar de toekomst te kijken en denken daardoor dat alles min of meer zijn gewone gangetje zal blijven gaan, zonder Zwarte Zwanen, terwijl er in feite niets gewoons is aan de toekomst. Het is geen platonische categorie! Onze leefomgeving is veel complexer dan wij (en onze instituten) lijken te beseffen. De moderne wereld, ofwel Extremistan, wordt gedomineerd door (zeer) zeldzame gebeurtenissen. Er kan na duizenden en nog eens duizenden witte zwanen plots een Zwarte Zwaan opduiken, zodat we ons oordeel langer moeten opschorten dan we zouden willen. Het is biologisch onmogelijk om een mens van honderden kilometers lang tegen te komen (Mediocristan), zodat onze intuïtie een dergelijke gebeurtenis uitsluit. Maar de verkoop van een boek en de omvang van sociale gebeurtenissen zijn niet gebonden aan zulke beperkingen. Accepteren dat een markt niet zal instorten, dat er geen oorlog zal uitbreken, dat een project hopeloos is, dat een land ‘onze bondgenoot’ is, dat een bedrijf niet op de fles zal gaan, dat alles duurt veel langer dan duizend dagen. In het verre verleden konden mensen veel sneller en accurater inferenties maken.

De werelden van Dikke Tony & Dr. John NNT (De schrijver): Stel, ik heb een munt die eerlijk is, dat wil zeggen, een munt waarbij de kans op kop of munt even groot is als je hem opgooit. Ik gooi hem negenennegentig keer op en krijg elke keer kop. Wat is de kans dat hij de volgende keer op munt valt?

28


Dr. John: Simpele vraag. Een half natuurlijk, omdat je voor elk uitgaat van een kans van vijftig procent en elke worp op zich staat. Dikke Tony: Ik zou zeggen, natuurlijk niet meer dan één procent. NNT: Hoe dat zo? Ik heb je verteld dat het een eerlijke munt is, wat betekent dat er op beide vijftig procent kans is. Dikke Tony: Dat is flauwekul, of je bent een complete idioot als je dat van die vijftig procent gelooft. Er moet geknoeid zijn met die munt. Dit kan onmogelijk eerlijk zijn. (Vertaling: het is veel waarschijnlijker dat je aannames over de eerlijkheid van de munt niet kloppen dan dat negenennegentig keer opgooien negenennegentig keer kop oplevert. NNT: Maar dr. John zei vijftig procent. Dikke Tony (fluisterend in oor NNT): Ik ken die gasten met hun nerd voorbeelden uit de tijd dat ik voor een bank werkte. Ze denken veel te traag en veel te veel in vaste patronen. Ze zijn gemakkelijk voor de gek te houden. Welnu, als je moet kiezen, wie van de twee zou dan het liefst als burgemeester van New York hebben? Dr. John denkt volledig volgens het boekje, het boekje dat hij ooit van buiten heeft geleerd; Dikke Tony daarentegen heeft geen boodschap aan dat boekje en denkt meestal anders. Hoe ermee om te gaan? Zwarte Zwanen zien we per definitie niet aankomen, dus proberen ze te voorspellen is een zinloze exercitie. Beter is om ons te focussen op robuustheid tegen fouten in plaats van op het verbeteren van voorspellingen. Robuustheid krijgen we door een kritische grondhouding en snel te reageren wanneer zich Zwarte Zwanen voordoen. Wat anderen je ook vertellen, het is goed om vraagtekens te zetten bij de foutenmarge in het werk van een deskundige. Voorbeeld, hecht geen geloof aan de inschatting van een arts die je onderzocht heeft en zegt dat het geen kanker is. Het probleem met experts is dat ze niet weten wat ze niet weten. Gebrek aan kennis leidt tot zelfbedrog ten aanzien van de kwaliteit van je kennis. Maak er een gewoonte van om overtuigingen niet te beoordelen op grond van de plausibiliteit ervan, maar op basis van de schade die je ervan zou kunnen ondervinden. De halter-strategie Deze strategie paste Taleb toe in zijn tijd als handelaar, maar hij is ook uiterst nuttig om naar te leven buiten de financiële markten, bijvoorbeeld als ondernemer of in je carrière. Als je ervan bewust bent dat de meeste risicomaatregelen vanwege de Zwarte Zwaan zinloos zijn, dien je een zo hyperconservatief en hyperagressief mogelijke strategie te volgen in plaats van een licht agressieve of conservatieve. In plaats van je geld matig risicovol te investeren (hoe weet je wat matig risicovol is?), doe je er goed aan een groot deel ervan, zeg 85 tot 90 procent, in uiterst veilige beleggingsinstrumenten te stoppen, zoals staatsobligaties. De resterende 10 tot 15 procent stop je in uiterst speculatieve beleggingen, bij voorkeur in durfkapitaalachtige portefeuilles. Zorg ervoor dat je veel van deze kleine beleggingen doet; laat je niet verblinden door de schittering van één enkele positieve Zwarte Zwaan. Zelfs durfkapitaalondernemingen trappen in de narratieve misleiding van een paar verhalen die passen in hun denken. Als ze winst maken, komt dat niet door de verhalen die ze in hun hoofd hebben, maar doordat ze hebben geprofiteerd van ongeplande zeldzame gebeurtenissen. Met de halter-strategie behoed je jezelf voor de gevolgen van risicomanagementfouten; je hoeft niet te vrezen voor Zwarte Zwanen, want je ‘bodem’, het appeltje voor de dorst blijft intact. Gemiddeld levert dit een matig risico op, maar heb je ook de kans tegen een positieve Zwarte Zwaan aan te lopen.

29


Conclusie Het moge duidelijk zijn: Taleb pleit voor de a-platonische school, ook bekend als sceptisch empirisme. Enkele kenmerken zijn: ● Dikke Tony; ● Is van mening dat kansen niet eenvoudig te berekenen zijn; ● Neem Extremistan als uitgangspunt; ● Probeert ongeveer juist te zitten in een ruim genomen geheel van eventualiteiten. Stel je een stofdeeltje voor in de nabijheid van een planeet die een miljard maal zo groot is als de aarde. Het stofdeeltje staat voor de kans dat je geboren wordt, de immense planeet voor de kans dat je niet geboren wordt. Hou er mee op je druk te maken over kleine dingen. Doe niet als de ondankbare persoon die een kasteel cadeau kreeg en zich stoorde aan de schimmel in de badkamer. Kijk een gegeven paard niet in de bak en hou jezelf steeds voor dat jij zelf een Zwarte Zwaan bent.

Fragmenten.blog Gepubliceerd op 28 juni 2016 door J. Kleyngeld

30


Kijken naar assholes (over onsympathieke seriepersonages)

Ik kan me vergissen, maar het lijkt in televisieseries een trend te zijn om van de bad guys de hoofdpersonen te maken. Kijken naar slechteriken kan heerlijk zijn; GoodFellas is en blijft mijn favoriete film aller tijden. In veel hedendaagse series zijn de hoofdpersonen drugsdealer (Breaking Bad), seriemoordenaar (Dexter), demoon (True Blood), of een combinatie van deze identiteiten. Toch, heb ik gemerkt, zijn er voor mijzelf grenzen aan wat ik kan tolereren aan ‘inappropriate behaviour’ van een personage. Bij de pilot van de serie Sons of Anarchy bijvoorbeeld, over een Amerikaanse motorbende, ben ik direct afgehaakt omdat ik het geweld onprettig en ondienstig vond. De personages kon ik werkelijk niet uitstaan. In de serie hebben twee motorbendes een conflict; de Mayans en de Sons of Anarchy uit de titel. De eerstgenoemde groep heeft automatische wapens gestolen van de tweede groep en deze gaan ze terughalen. Er vallen vier doden onder de Mayans. Het moment van afhaken was het feit dat de hoofdpersoon een dynamietstaaf in de kont van een zojuist door hem vermoord bendelid stak en hem aanstak. Is dat zo’n groot probleem? Immers, in The Sopranos en Oz zitten alleen maar moordenaars en van die series heb ik absoluut genoten. Toch is er een verschil tussen deze series en Sons of Anarchy. Iemand vermoorden is één ding, maar een dynamietstaaf in iemands kont steken na zijn dood getuigt van dermate weinig respect voor het leven dat zo’n persoon zelf geen reet meer waard is. Wat kan het mij ná dit incident nog schelen of dit personage leeft of sterft? Niks.

31


That’s not cool, man. Toch is dit naïviteit aan mijn adres. Tony Soprano was geen haar beter dan de hoofdpersoon uit Sons of Anarchy. Hij vermoordde mensen voor geld of uit impulsieve woede, gaf geen moer om hun overgebleven families en als hij de kans zag te profiteren van iemand misère, twijfelde hij geen moment. Toch zat er een soort dualiteit in zijn personage, die hem ogenschijnlijk een schrijntje menselijkheid meegaf. Sons of Anarchy verhult de kwaadaardigheid van zijn hoofdpersonen niet: Dit zijn ze, mensen. Als ze dit al doen in de eerste aflevering, dan weet je direct waar je aan toe bent. In de pilot van The Sopranos ging hoofdpersoon Tony Soprano zwemmen met de eendjes. Zijn werkelijke aard kwam pas later aan bod. Voor TV-makers zit het hem dus vooral in de aanpak. Tony had vaak vijanden die nog verdorvener als hemzelf waren. Ook deed hij af en toe iets dat okay was. Zo was hij een groot liefhebber van dieren, ging hij gezellig pizza eten met zijn zoon (vlak voor een koelbloedige liquidatie overigens) en hielp hij financieel een vriend die in de problemen zat. Dus TV-makers, als jullie naïevelingen zoals mij willen behouden nemen jullie The Sopranos als voorbeeld en tonen jullie niet het slechtste van de mens in ruwe vorm. Tenminste niet direct in het begin. Gewoon een vriendelijk advies. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 2 oktober 2011 door J. Kleyngeld

32


Levenslust Komt het ooit nog goed? Ik weet nu pas wat het betekent om verloren te zijn. Niet dat ik het ben (nog niet in elk geval), maar ik begrijp het concept nu heel goed. Een jongen uit de straat wilde niet meer leven. Hij lijdt aan ADHD. Nu is die aandoening behoorlijk aan inflatie onderhevig, maar het kan echt een ramp zijn. Stel je voor dat je geen enkel gesprek kunt volgen omdat je hersens niet meewerken en dat je zelfs je oude opoe niet kunt bijbenen. Dat alles wat je onderneemt uitloopt in compleet falen en bittere mislukking. Dat is klote. Echt klote. Een klein voorbeeld; de jongen in kwestie helpt ons in de tuin, al is helpen niet helemaal de goede omschrijving. Hij bedenkt namelijk voor alles oplossingen die uiteindelijk meer energie kosten om ongedaan te maken, dan wanneer hij gewoon de klus zou doen die we hem gevraagd hebben om te doen. Als hij überhaupt al komt opdagen. Dit was laatst zijn afmeldbericht: Hoooi jeppe. Ik heb heel veel buikpien en slape poep dus ik denk dat het niet egt verstnadig is mo te gaan werken wand dan moet is steeds naar huis loopen om naar de wc te gaan . Is het dan goed dat ik morgen kom werken ik hoop dat u dit leest vijne dag veder en misgien tot morgen Wat is al zei, een ramp. Nou heb ik de neiging meteen in praktische, oplossingsgerichte modus schieten, maar dat ga ik niet doen. Natuurlijk is het bijvoorbeeld belangrijk om in een dergelijk geval kleine successen te vieren, maar in dit essay, wil ik puur stilstaan bij ‘het verloren zijn’ en hoe het voelt om altijd in alles te mislukken. Het leven is een groot spel met torenhoge inzet. Daar kom ik steeds meer achter. Het kan zo snel voorbij zijn, en er kan zoveel misgaan… Wanneer ik er soms zo naar kijk, begrijp ik niet hoe iemand het nog trekt… Want het is niet niks wat je allemaal voor elkaar moet boksen om echt gelukkig te zijn. Je moet gezond zijn en fysiek in balans blijven. Je moet vrienden en familie hebben waarmee je iedere week opnieuw gezellige, sociale dingen onderneemt. Je moet intellectueel uitdagend werk hebben dat ook nog goed betaalt. En je moet ook spiritueel en seksueel nog eens aan je trekken komen. Dit nog even los van de gigantische levensvragen (en doodsvragen) die een mens kunnen overweldigen.

33


Voor veel mensen is dit geen geringe opgave. Bij mij zit op sociaal vlak het grootste knelpunt, maar dit ervaar ik niet als groot probleem. Ik heb allereerst een fantastisch gezin, en ik heb soms even tijd alleen nodig om m’n energie op te laden. Maar stel nou dat het op alle vlakken (fysiek, sociaal, intellectueel, seksueel, spiritueel) echt slecht gaat, wat dan? Kan iemand je dan nog met een strak gezicht vertellen ‘dat het wel goed komt’? Voor sommige mensen is het keihard werken om er nog wat van te maken. En dan nog is het maar de vraag of het lukt. Geluk is verre van vanzelfsprekend, zelfs in onze maakbare samenleving. Daarom vind ik het heel begrijpelijk wanneer iemand zichzelf van kant wil maken. Dit leven is een taaie rit en ik heb respect voor iedereen die de strijd aangaat. Ook als je die strijd uiteindelijk verliest kun je rekenen op mijn waardering. Niet dat ik hier zelfmoord wil promoten. Je moet er altijd het beste van proberen te maken, al is het voor je familie. Mijn punt is dat sommige mensen die niet eens hebben. Een toepasselijke afsluiting vind ik de vaste proost van het personage James Darmody uit de serie Boardwalk Empire: ‘op de verlorenen’ (‘to the lost’). Dat jullie de weg weer terug mogen vinden, waar naar toe dan ook. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 3 september 2013 door J. Kleyngeld

34


Memorabele ontmoetingen op het festivalcircuit Voor Ludo Kort geleden vierde ik mijn vijfjarig jubileum bij de moderne uitgeverij Alex van Groningen. Vijf jaar. Dat had ik niet verwacht toen ik begon. Maar dat kwam omdat ik eigenlijk geen idee had wat ik carrière-technisch met mijn leven moest op dat punt. Inmiddels vind ik het vak redacteur het mooiste vak ter wereld. Het onderwerp financieel management is me ook bijzonder gaan fascineren. Schrijven is gewoon gaaf en eigenlijk maakt het me geen moer uit waarover. Als ik maar mensen kan inspireren… Mijn carrière als redacteur begon in 2006 op het International Film Festival Rotterdam. In de aanloop naar het festival van 2007 moest de filmcatalogus samengesteld worden, en mocht ik internationale filmmakers achter hun reet aan zitten om tijdig hun spullen aan te leveren. Zelf schreef ik vooral biografietjes, maar soms ook filmbeschrijvingen, zoals van een documentaire over Hunter S. Thompson, één van mijn grote inspiratiebronnen. Ik deed toen nog zo’n 8 uur over zo’n tekst van 500 woorden. Inmiddels gaat dat een stukje sneller. Het Film Festival was eigenlijk een te toffe baan om betaald voor te krijgen. Het was hard werken en je had nauwelijks nog tijd voor wat anders, maar de sfeer was te gek. Tijdens het festival was er na een dag hard werk, altijd ergens een feestje waar ik met collega’s en gasten (filmmakers en journalisten) tot in de vroege uurtjes kon zuipen en dansen. Dan naar de hotelkamer om een paar uur slaap te pakken en weer aan de slag. Het was een onvergetelijke tijd. Op één van die avondjes in de club Off Corso stond ik aan de bar bier te bestellen en kwam er een bezopen filmmaker naast me staan. We maakten een dronken praatje en hij stelde zich voor: Blue. Wat een naam: Blue – ik vermoed dat zijn ouders veel naar Joni Mitchell luisterden. Het toeval wilde dat ik Blue van naam al kende; hij was de regisseur van de Hunter S. Thompson documentaire waarvan ik de omschrijving had geschreven. Toen ik hem identificeerde als regisseur van Blasted!, was hij zeer vereerd en verbaasd. Hij herkende mijn naam niet, omdat die niet onder de beschrijving stond, maar de naam van de programmeur. Ik had als schaduwschrijver gefungeerd, zoals dat heet. Maar geen probleem. Ik had het met liefde gedaan en Blue merkte op – zonder dat hij wist dat ik de tekst had geschreven – dat hij hem erg goed vond. Dat is nog eens een aanmoediging.

35


De rest van de avond heb ik met Blue doorgebracht. En met zijn vrouw die ook een korte film had draaien op het festival. Blue en ik hadden het vooral over Hunter S. Thompson, die hij nooit ontmoet had, maar wel zijn vrouw Anita. Zijn kennis over Hunter was groot en hij kon er boeiend over vertellen. De vrouw van Blue vroeg of ik ook filmmaker wilde worden, maar daar was ik niet meer zo zeker van. Mijn affiniteit met film was duidelijk, maar in het kiezen van je carrière is het belangrijker om te bedenken met welke acties en handelingen je het liefste de hele dag bezig bent. En daar zat het probleem bij ‘films maken’. Het schrijven van een script heb ik verschillende malen geprobeerd en ervaren als deprimerende nachtmerrie. En van gesprekken met de filmmaker Patrick, die ik op het festival had ontmoet, begreep ik dat hij vooral bezig was het vinden van financiering. Hij was toen al 45 en had nog steeds zijn Grote Film niet gemaakt. Het is nu zeven jaar later en daar is nog niets in veranderd. Ik ben blij met de keuzes die ik gemaakt heb. Aan het einde van de avond kwam ik Ludo tegen, Ludo van der Kraats. Hij was mijn tolk Frans die ik als Q&A coördinator (mijn rol tijdens het festival na het afronden van de catalogus) kon inzetten om de vraag en antwoord gesprekjes met Franse regisseurs te vertalen. Ludo was een vrolijke rebel, een gozer die je nooit vergeet. In een stukje in De Volkskrant stond hij later eens omschreven als ‘filmer, goochelaar, circusartiest, dj, paardentemmer, levend standbeeld, violist op de Dam, barkeeper, bediende in de Tweede Kamer, en vooral een blijmoedige fantast en verhalenverteller, voor wie iedere dag weer een feest is.’ Ik zou het niet beter kunnen zeggen. Ludo was wel wat moeilijk te hanteren in het werk. Zo kreeg ik een keer een woedend telefoontje van een vertegenwoordiger van de Franse cinema die vertelde dat Ludo in een Q&A gesprek antwoorden verkeerd had vertaald, zodat de Franse regisseur als een paardenlul overkwam. Hij deed me wat dat betreft wel denken aan mijn festivalvriend Henk-Jan die het jaar daarvoor was ontslagen tijdens het festival. Dat is best knap voor een vrijwilliger die in de festival-videotheek stond. Henk-Jan had toen hij bij V&D werkte eens de vergelijking gemaakt tussen de V&D leiding en Nazi-Duitsland, vanwege hun deelname aan de Wet Bevordering Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen. Het mooie is dat hij voor straf naar de gaarkeuken werd overgeplaatst, waarmee de leiding zijn vergelijking juist kloppend maakte. Prachtig. Maar goed, door Ludo’s vrij opgevatte invulling van zijn taak als tolk werd het moeilijker hem in te zetten. Ook al had ik geen werk voor hem, hij kwam dagelijks even binnenlopen op het festivalkantoor voor koffie en een praatje. Ik mocht hem ontzettend graag. Hij was 43 toen hij twee maanden na het festival om het leven kwam in Peru. Een hartstilstand. Ik was geschokt. Na het publiceren van deze blog werd ik gebeld door zijn zoon dat een Ayahuasca-trip hem fataal was geworden. Zoals Ludo in het leven iets heel bijzonders had, was zijn dood ook bijzonder. Ludo was een en al positiviteit en ik denk met een dikke glimlach aan hem terug. Net als een hoop anderen uit die tijd overigens. Maar dat heb ik met deze blog weer een plekje gegeven. En dat is nog iets moois van schrijven, je ordent je gedachten en gevoelens. Ik wil nooit meer wat anders doen. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 22 mei 2013 door J. Kleyngeld

36


Een gunter met overtuigingen (over Ready Player One & geloof)

Een gunter is een popcultuur-specialist die de virtuele wereld Oasis afzoekt naar clues om de grootste easter egg jacht aller tijden op te lossen. De ontwerper van de Oasis, James Halliday, heeft voor zijn dood aanwijzingen in de Oasis verstopt die allemaal te maken hebben met zijn fascinatie voor jaren 80’ videogames, films en popmuziek. Wie als eerste drie sleutels kan vinden en drie poorten kan openen, wint Halliday’s enorme fortuin én krijgt controle over de Oasis. De eenzame en talentvolle gunter Parzival vindt de eerste sleutel. Maar de concurrentie van mede-gunters en evil corporation IOI (Innovative Online Industries) zal moordend blijken. Kan Parzival de heilige graal ontdekken voor zijn medespelers dat doen? Het met popcultuur overladen science fiction boek Ready Player One van Ernest Cline – het vermakelijkste boek dat ik in tijden gelezen heb – zit helemaal volgestouwd met verwijzingen naar jaren 80’ games, computersystemen, films en rockbands. Zoals wel vaker in boeken uit dit genre is de toekomstige aarde veranderd in een dystopia. De grondstoffen zijn bijna op, er is voedseltekort, overbevolking en het klimaat is katastrofisch veranderd. De enige uitvlucht van de meeste mensen is de virtuele wereld die über geek Halliday voor ze geschapen heeft. Zoals de karakters in Tarantino films, laten de personages in Ready Player One zich volledig leiden door popcultuur in plaats van door God of een erecode. Dit is Amerikaans nihilisme ten top. Het boek begint zelfs met de statement van hoofdpersonage Wade Watts (avatarnaam Parzival) dat God een verzinsel is, dat het leven geen betekenis heeft, en dat al het bewijs er op duidt dat er niks is na de dood. Het enige wat het leven zin geeft is zoveel mogelijk trivia-kennis opdoen en game skills verwerven, om zo een kans te maken om Halliday’s ultieme easter egg te vinden. Ik zou in zo’n wereld vanzelfsprekend ook gunter worden. Eigenlijk ben ik al een soort gunter in de huidige wereld, alleen is mijn specialisme eerder de jaren 90′. Alleen ben ik geen nihilist. Niet dat ik geloof in een God die boven alles staat, maar eerder in God zoals Spinoza en Einstein haar/hem zagen. Alles is in God. Het universum is geen machine die uit losse onderdelen bestaat, maar eerder een grote

37


gedachte met bewustzijn als primaire basis. Omdat we allemaal onlosmakelijk onderdeel zijn van dit universum – en geen toevallige samenraapsels van moleculen die als levende systemen functioneren – heeft het leven wel degelijk betekenis en is absolute dood niet mogelijk. Het nihilistische paradigma uit Ready Player One – en op dit moment nog het dominante wereldbeeld – hangt mogelijk samen met een dystopische toekomst. Stel, dat je leven in feite geen zin heeft, dat ons bestaan op puur toeval berust, dan heeft het ook geen zin om te bouwen aan een duurzame toekomst. Je kunt stellen dat het in onze genen zit gecodeerd om ons nageslacht te beschermen en dat dit de enige reden is om de wereld te redden. Maar toch verklaart dit niet waarom de meeste mensen niet vele malen egoïstischer zijn. Sowieso zou iedereen zonder kinderen volkomen lak moeten hebben aan alles wat hem niks oplevert. Je leeft maar één keer, toch? Dat is in elk geval het uitgangspunt van de vijfde revolutie: de acceptatie dat ons eigen bewustzijn ‘slechts’ het resultaat is van miljarden neuronen die elkaar kleine stroomstoten geven. Natuurlijk heeft Dick Swaab in vele opzichten gelijk als hij zegt: ‘wij zijn ons brein’. Dat zijn we grotendeels ook. Maar is dit complexe orgaan puur het gevolg van toeval en blinde evolutionaire processen? Daar bestaat bij veel wetenschappers op de achtergrond twijfel over. Ons goldilocks universum zit veel te ingenieus in elkaar om zonder enige geestelijke vermogens ontstaan te zijn, en kwantummechanica heeft laten zien dat alles wat wij als ‘echt’ beschouwen niet echt kan zijn. Objecten komen wel voor in onze realiteit, maar leiden geen onafhankelijk bestaan los van interactie met andere objecten en levende wezens als bewuste waarnemers. Het universum is dus geen lege container vol ruimte waar her en der wat objecten in rondzweven, maar een oceaan van energie die alleen bestaat uit interacties. Als we niet de kant op willen van Ready Player One hebben we een ander wereldbeeld nodig dan het paradigma waar de neurorevolutie op aanstuurt. Hopelijk is het nog niet te laat om in te zien dat we meer zijn dan de som van onze delen en dat er zelfs een hoger doel bestaat. De online popcultuurwereld uit Ready Player One mag overigens wel één-op-één gekopieerd worden naar onze toekomst. Met mijn nutteloze film feitenkennis en game skills zit het wel snor, en dus is een hoge status als gunter voor mij verzekerd.

Fragmenten.blog Gepubliceerd op 9 juli 2018 door J. Kleyngeld

38


39


Deel 2

40


Dromen en dronken deliriums in San Juan (Over The Rum Diary van Hunter S. Thompson) ‘Sounds of a San Juan night, drifting across the city through layers of humid air; sounds of life and movement, people getting ready and people giving up, the sound of hope and the sound of hanging on, and behind them all, the quiet, deadly ticking of a thousand hungry clocks, the lonely sound of time passing in the long Caribbean night.’ - The Rum Diary (1998) In 1960 bracht beroemd Gonzo journalist Hunter S. Thompson wat tijd door in San Juan, Puerto Rico waar hij werkte voor een sportblad, het begin van zijn carrière als sportverslaggever naast politieke junkie en toonaangevend auteur van de countercultuur beweging. Het blad ging kopje onder en Thompson solliciteerde bij de Engelstalige krant The San Juan Star, maar hij werd afgewezen. Terug in de Verenigde Staten kreeg hij in 1961 een baantje als beveiligingsbeambte bij de waterbronnen van Big Sur, Californië. In deze periode van acht maanden schreef hij twee boeken: Prince Jellyfish en The Rum Diary. Thompson probeerde een uitgever te vinden voor deze boeken en faalde. Prince Jellyfish is nooit uitgegeven, maar The Rum Diary uiteindelijk wel in 1998. The Rum Diary fictionaliseert Thompson’s ervaringen in Puerto Rico en zijn kwaliteiten als schrijver spatten van de pagina’s van deze prachtige roman. Het verhaal gaat over de jonge journalist Paul Kemp die bij een verlopen krant terecht komt in Puerto Rico, waar een zooitje dronken en parasitaire journalisten het proberen zo lang mogelijk uit te zingen voordat de krant definitief bankroet gaat. Kemp heeft het gevoel dat hij al veel jaren verspild heeft, maar hij loopt tegen nieuwe mogelijkheden aan. Chenault – de sensuele vriendin van een collega – doet zijn lustgevoelens dermate opkomen dat het bijna te veel wordt. Dan is er de gladde PR-man Sanderson, die betrokken is bij louche dealtjes in de bloeiende economie van het Caribische land, waardoor Kemp geconfronteerd wordt met zijn eigen ambitieniveau. Wil hij voor weinig geld blijven schrijven over wat hij observeert? Of wil hij die kennis inzetten om rijk te worden, zoals Sanderson dat doet?

Hunter S. Thompson aan het werk in Aruba. De foto is gemaakt bij de Aruba Palm Beach Club met op de achtergrond het Aruba Caribbean Hotel. Thompson bezocht Aruba terwijl hij woonde op Puerto Rico.

41


The Rum Diary is een roman over de jaren 60’ toen de wereld nog open lag voor Westerlingen om overal in te duiken en het welvaartsniveau lager lag, maar de hebzucht des te groter was. Ook is het een verhaal over liefde, drank, journalistiek en jezelf ontdekken. Kemp is nog niet het extreme Gonzo alter ego van Thompson dat Raoul Duke zou worden in Fear and Loathing in Las Vegas, maar een iets gematigdere persoonlijkheid. Johnny Depp die Kemp portretteerde in de verfilming zei dat hij Kemp speelde als een jonge Raoul Duke die nog op zoek was naar zijn stem. Thompson’s kracht als schrijver ligt vooral in het typeren van groepen mensen, tijdsbeelden en plaatsen. Dat doet hij uitstekend in het uiterst sfeervolle The Rum Diary. Ik kreeg heel sterk de neiging om Al’s Backyard op te zoeken en me te buiten te gaan aan rum, bier, sigaretten en hamburgers. Thompson’s legendarische humor is ook al regelmatig aanwezig en doet soms denken aan de paranoia hilariteit van Fear and Loathing in Las Vegas, zoals in de volgende passage; ‘We spend the next six hours in a tiny concrete cell with about twenty Puerto Ricans. We couldn’t sit down because they had pissed all over the floor, so we stood in the middle of the room, giving out cigarettes like representatives of the Red Cross. They were a dangerous-looking lot. Some were drunk and others seemed crazy. I felt safe as long as we could supply them with cigarettes, but I wondered what would happen when we ran out. The guard solved this problem for us, at a nickel a cigarette. Each time we wanted one for ourselves we had to buy twenty – one for every man in the cell.’ De verfilming van The Rum Diary heeft net als de boekuitgave lang op zich laten wachten. In 2000 werd een poging gedaan om het project van de grond te krijgen met Johnny Depp en Nick Nolte. De poging mislukte en de toen nog levende Thompson schreef een woedende brief naar de productiefirma en noemde het project een ‘waterhead fuckaround’. Een tweede poging tot verfilming in 2002 mislukte eveneens en uiteindelijk ging de productie pas in 2009 – na de dood van Thompson in 2005 – van start met Bruce Robinson (Withnail and I) als regisseur. De film kwam in 2011 uit en kreeg gemengde kritieken. Een opvallend verschil met het boek is de integratie van de karakters Sanderson en Yeamon. Ook legt de desperate krantenuitgever Lotterman in de film niet het loodje aan het einde van het verhaal in tegenstelling tot het boek. Wordt binnenkort vervolgd met een beschrijving van Hunter S. Thompson’s tweede boek Hell's Angels: The Strange and Terrible Saga of the Outlaw Motorcycle Gangs. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 8 maart 2014 door J. Kleyngeld

42


7 lessen voor ultiem levensgeluk

In het boek De monnik die zijn Ferrari verkocht van Robin Sharma verkoopt topadvocaat Julian Mantle zijn Ferrari na een hartaanval en vertrekt hij naar India waar hij in de leer gaat bij de Wijzen van Sivana. Zij vertellen hem de zeven tijdloze deugden die de mens in staat stellen de potentie van geest, lichaam en ziel ten volle te ontplooien en intenser, gelukkiger en harmonieuzer te leven. Yogi Raman vertelt Mantle dat deze zeven deugden allemaal gevat zijn in een mystiek verhaal dat als volgt gaat; Je zit midden in een prachtige, weelderige groene tuin. Deze tuin staat vol met de meest bijzondere bloemen die je ooit hebt gezien. Wanneer je rondkijkt zie je een rode vuurtoren van zes verdiepingen hoog oprijzen. De deur van de vuurtoren gaat open en een Japanse sumoworstelaar van twee meter lang komt naar buiten en begint door de tuin te denderen. Hij is bijna naakt, maar draagt alleen een roze koord voor zijn edele delen. Wanneer de sumoworstelaar door de tuin begint te lopen vindt hij een gouden stopwatch die hij jaren geleden had achtergelaten. Hij doet hem om en raakt bewusteloos. Net wanneer je denkt dat hij zijn laatste adem heeft uitgeblazen, komt de man weer bij, wellicht onder de invloed van de geur van een paar gele theerozen in de buurt. Met hernieuwde energie springt hij overeind en kijkt naar links. Door de struiken ziet hij een lang kronkelend pad bezaaid met miljoenen schitterende diamanten. Iets doet de worstelaar besluiten dit pad te kiezen. Het pad brengt hem op de weg van eeuwige vrede en geluk.

43


In dit vreemde verhaal zitten volgens Yogi Raman de volgende zeven deugden besloten: 1. Leer je geest beheersen Het symbool: De tuin De tuin is je geest, een prachtige plek vol met mooie bloemen. Houd je tuin mooi. De kwaliteit van je leven wordt bepaald door de kwaliteit van je gedachten. 2. Volg je doel Het symbool: De vuurtoren Het doel van het leven is een doelbewust leven. Je levensdoel ontdekken en het realiseren schenkt blijvende voldoening. Stel duidelijke persoonlijke, zakelijke en spirituele doelen en houd deze altijd voor ogen. Dit geeft je enorm veel energie. 3. Beoefen kaizen Het symbool: De sumoworstelaar

Werk continu aan zelfverbetering. Doe de dingen waar je bang voor bent en bereik zelfmeesterschap. Succes van buiten begint van binnen. 4. Leef met discipline Het symbool: Het roze koord Discipline krijg je door kleine dingen te blijven doen die moed vergen. Hoe meer je de kiem van zelfdiscipline voedt, hoe groter die wordt. 5. Respecteer de tijd Het symbool: De stopwatch Tijd is je hoogste goed en onvervangbaar. Richt je op je prioriteiten en bewaar je evenwicht. Durf daarom ‘nee’ te zeggen. 6. Onbaatzuchtig anderen dienen Het symbool: De gele theerozen De kwaliteit van je leven komt uiteindelijk neer op de kwaliteit van je eigen bijdrage. Door het leven van anderen te verlichten, bereikt je eigen leven de hoogste dimensie. 7. Beleef het heden Het symbool: Het pad met diamanten Leef in het nu. Geniet van het geschenk van het heden. We zijn hier allemaal met een speciale reden. Wees niet langer een gevangene van het verleden. Word de bouwmeester van je toekomst. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 25 maart 2012 door J. Kleyngeld

44


Writing’s on the Wall

Big night. In a few hours seeing the latest Bond SPECTREcle, as a completion of my major 007 project. Quite a happy prospect. It is also an existential quest, as always. My parents in law are moving out of town. They sold their place to a crazy Chinese Dutch entrepreneur, and will move to Vijfhuizen early February next year. This will be the last night I’m crashing here. Me and my little girl. The pieces are always moving. Constantly. It is enough to drive any man crazy. Still searching for a littl’ bit of purpose, eh? Yesterday, I attended a conference for credit managers. Does that sound depressing? Not to me, I’m used to it. But… I did witness this kind of odd, kind of scary phenomenon. A Dutch super star CFO, yes they do exist, who made it big in Switzerland as finance chief of a major logistics company, attended the conference. He did a session on global working capital, which I covered for my finance platform. In the room, there were about 20 credit managers, 25 tops. And the CFO started the session by saying he reached the age of 66 and recently retired… So what right? Now here’s the scary part. If this guy – who made it to the board of a multinational, and was in charge of thousands of people, and billions of euro’s worth of assets – is now doing speeches for a bunch of credit controllers, if that is his future, then WHAT THE HELL IS MY FUTURE GONNA LOOK LIKE? Or for any other sad chap around me? Yes, even for the likes of Brad Pitt. Because if that guy completed a movie… let’s say Se7en. He completed Se7en and it’s a huge hit, right? And for a while this mofo is the hottest shit on the planet, and everything’s great for him, BUT then this tropical wind of bliss will blow over, people will move over to the Next Gigantic Thing, and Pitt Boy will be left a sorry ass wanker. A sad tad. Yes, it is true. It is true because it’s experience.

45


There is nothing you can do. No way to become immortal. I don’t care if your name is Michael Jordan, Steve Jobs or Freddie Mercury. Today it is SPECTRE. Tomorrow some other big thing will come along. Welcome to human existence. There is a cure though: alcohol. I am sitting in the bar of the Krasnapolsky right now ordering wine 7 euro’s a glass. One after the other… I am meeting my homeboy Willem in 20 minutes. Then we’ll grab a bite and check in for my childhood hero. My hero still… I’ll report afterwards. Editor’s Note: The rest of the notebook consists of nothing but incomprehensible scratchings. There is only one sentence readable. It says: ‘always live in the moment’. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 6 november 2015 door J. Kleyngeld The James Bond Features can be found via: https://fragmenten.blog/2015/10/01/the-jamesbond-features/

46


De oorlog van een pacifist Het mooie van The Big Lebowski, of eigenlijk van alle films van de gebroeders Coen (o.a. Raising Arizona, Miller’s Crossing, Fargo), is dat alles – elk zinnetje – bijdraagt aan de thematiek die in de betreffende film verwrongen zit. Ze kiezen nooit de gemakkelijke weg door er maar wat dialoog in te gooien, simpelweg om het verhaal voort te stuwen. Een prachtig voorbeeld hiervan zit in The Big Lebowski. In het begin van de film legt een onbekende verteller uit dat het verhaal van hoofdpersoon ‘The Dude’ (‘not a name someone from Texas would self-apply’) zich afspeelt gedurende begin jaren 90’, de tijd dat Amerika een conflict had met Saddam Hoessein en de Irakezen. In een scène iets later staat de held van de film, de uitermate luie en relaxte Dude (echte naam Jeffrey Lebowski), in een supermarkt een pak melk af te rekenen met een cheque van 0.69 dollarcent. Terwijl hij dit doet, valt zijn blik op een televisie waarop toenmalig President Bush (de oude) te zien is. Bush zegt; ‘This will not stand, this aggression against Kuwait.’ Oftewel; we pikken die brutale houding van Irak niet langer. De Golfoorlog is een feit.

Let ook op de datum…

47


Iets later begint de Dude zijn eigen avontuur. Twee nietsnutten komen naar zijn huis en pissen over zijn tapijt heen, omdat ze hem verwarren met naamgenoot en miljonair Jeffrey Lebowski wiens vrouw schulden heeft hij de werkgever van de nietsnutten. Dit is de Dude zijn favoriete tapijt. Het maakte de kamer helemaal af. Zelf voor een stoner als Lebowski is dit moeilijk te verkroppen. Hij besluit compensatie te gaan halen bij de miljonair Lebowski. Als deze weigert te betalen voert de Dude de druk op en gebruikt hij dezelfde tekst als Bush: ‘This will not stand, you know. This aggression will not stand, man.’ Schitterend dat hij deze tekst heeft opgeslagen, vooral omdat de Dude het compleet tegenovergestelde is van de republikeinse en oorlogszuchtige Bush.

Dit is de Dude zijn eigen oorlog. Op het spel staat een tapijt en de Dude gaat de strijd aan. Overwint hij? Nee. Tenminste niet in materiële zin. El Duderino verliest alleen maar geld tijdens zijn belevenissen. Maar door de gebeurtenissen ontmoet hij wel Maude Lebowski, die hij zwanger maakt, zodat de schitterende geest van de Dude blijft voortleven. ‘The Dude abides’. En dat is een miljoen keer meer waard dan alle Perzische tapijten ter wereld. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 11 september 2011 door J. Kleyngeld

48


Fear and Loathing in Las Vegas: De ultieme trip van de seventies

‘Uppers are no longer stylish. Methedrine is almost as rare, on the 1971 market, as pure acid or DMT. ‘Consciousness Expansion’ went out with LBJ (Lyndon B. Johnson, red.). . . and it is worth noting, historically, that downers came in with Nixon.’ - Fear and Loathing in Las Vegas: A Savage Journey to the Heart of the American Dream (1971) Deze must-read klassieker wordt wel samen met Fear and Loathing: On the Campaign Trail ‘72 beschouwd als Gonzo journalist Hunter S. Thompson's meesterwerk. Beide boeken schreef hij in zijn hoogtijdagen begin jaren 70', een bijzondere, vreemde en bewogen periode waarin Thompson's creativiteit en talent tot geniale wasdom kwam. 'We were somewhere around Barstow on the edge of the desert when the drugs began to take hold.' Dit zijn de beruchte eerste woorden van deze literaire sensatie die veel weg heeft van een op hol geslagen hersenspinsel van Thompson. Zo omschrijft hij het een jaar later dan ook (min of meer) zelf op in Fear and Loathing: On the Campaign Trail 72'. 'I have a bad tendency to rush off on mad tangents and pursue them for fifty of sixty pages that get so out of control that I end up burning them, for my own good. One of the few exceptions to this rule occurred very recently, when I slipped up and let about two hundred pages go into print… ' Hiermee doelt Thompson op de oorspronkelijke tweedelige publicatie van Fear and Loathing in Las Vegas in Rolling Stone Magazine op 11 en 25 november 1971. Ter inspiratie van het Fear and Loathing manuscript gebruikte Thompson twee tripjes naar Las Vegas met goede vriend Oscar Zeta Acosta. Deze latino-activist vormde de basis voor het centrale personage Dr. Gonzo. Het werd een krankzinnig, met drugs en ether doordrenkt verhaal, dat als metafoor diende voor Amerika's 'Season in Hell'. De vredige jaren 60' waren voor veel Amerikanen, waaronder Thompson, geëindigd in een complete depressie. Nixon was gekozen tot president en de volledig uit de klauwen gelopen Vietnam oorlog eiste steeds meer slachtoffers.

49


Fear and Loathing in Las Vegas vertelt het verhaal van de heilige missie van twee vrienden, de freak journalist Raoul Duke en zijn psychopathische advocaat Dr. Gonzo, om de Amerikaanse droom te vinden. Als die überhaupt nog bestond. Ze trekken naar Las Vegas (het zenuwcentrum van de Amerikaanse droom) om een woestijnrace te verslaan, maar al snel verlaten ze het werk en maken ze een serie bizarre en beangstigende trips mee. Daarbij trashen ze hotelkamers, komen ze in extreem angstaanjagende en paranoïde situaties terecht, hebben ze bizarre aanvaringen met representanten van de lokale gemeenschap en moeten ze elkaar behoeden voor totale zelfvernietiging. Het is een van de grappigste boeken ooit geschreven. Thompson's gestoorde en paranoïde gedachtegangen zijn zo hilarisch dat ik het boek vaak moest wegleggen omdat ik te hard moest lachen. Vooral (voormalig) drugsgebruikers zullen zich goed kunnen verplaatsen in Thompson's waanzinnige observaties en belevenissen. 'By the time I got to the terminal I was pouring sweat. But nothing abnormal. I tend to sweat heavily in warm climates. My clothes are soaking wet from dawn to dusk. This worried me at first, but when I went to a doctor and described my normal daily intake of booze, drugs and poison he told me to come back when the sweating stopped.' Bij het herlezen van het boek, vroeg ik me wederom af hoeveel van het verhaal echt is en hoeveel verzonnen. Het antwoord staat (min of meer) in The Great Shark Hunt, een verzameling eerder gepubliceerd werk van Thompson uitgegeven in 1979. Zoals bij vele klassieke verhalen is de ontstaansgeschiedenis van Fear and Loathing een interessant verhaal op zichzelf. Thompson werkte in deze turbulente dagen van de Amerikaanse geschiedenis aan een artikelenreeks over Ruben Salazar, een Mexicaans-Amerikaanse journalist die naar verluidt was vermoord door een Los Angeles hulpsheriff tijdens een anti-Vietnam demonstratie. Een van de belangrijkste bronnen van het verhaal was Acosta, maar Thompson kon nauwelijks met hem praten omdat diens militante volgelingen geen blanken dulden in hun omgeving, of die van hun leider. Thompson en Acosta besloten naar Las Vegas te gaan waar Thompson de opdracht had om een verhaal te schrijven over de Mint 400 woestijnrace. Hier konden ze ontspannen praten over de kwestie Salazar. Wat volgde staat allemaal in het boek… Met de nodige toegevoegde waanzin uiteraard. In het artikel in The Great Shark Hunt beschrijft Thompson Fear and Loathing in Las Vegas als een mislukt experiment in Gonzo Journalistiek. Zijn idee was een notitieblok te kopen en daarin alles op te nemen zoals het gebeurde. Vervolgende wilde hij het notitieblok insturen voor publicatie, zonder enige aanpassing of opmaking. Het oog en de geest van de journalist zouden zo functioneren als de camera. Maar dit is verdomd moeilijk, stelt Thompson. Dus werd het een ander soort verhaal als hij oorspronkelijk in gedachten had. Het magazine Sport Illustrated, waarvoor hij het Mint 400 verhaal zou schrijven, weigerden het manuscript en wilden Thompson geen cent van zijn kosten vergoeden. Na het vertrek van Acosta uit Vegas zat Thompson daar met een hotelschuld die hij niet kon betalen. Hij vluchtte uit Nevada en dook onder in Arcadia, nabij Los Angeles. In een week van slapen en schrijven tekende hij het Salazar verhaal op. Maar elke avond rond middernacht werkte hij ter ontspanning een paar uurtjes aan het ‘gestoorde’ Las Vegas verhaal. Toen hij weer in San Francisco kwam bij het hoofdkwartier van Rolling Stone Magazine om het Salazar verhaal door te lopen, nam uitgever Jann Wenner het Vegas manuscript, dat inmiddels 5.000 woorden omvatte, serieus als losstaande publicatie. Thompson kreeg een publicatiedatum en geld om er verder aan te werken. Het eindresultaat kan ik onmogelijk beter omschrijven dan Thompson zelf; ‘Fear and Loathing in Las Vegas will have to be chalked off as a frenzied experiment, a fine idea that went crazy about halfway through… a victim of its own conceptual schizophrenia, caught & finally

50


crippled in that vain, academic limbo between ‘journalism’ & ‘fiction’. And then hoist on its own petard of multiple felonies and enough flat-out crime to put anybody who’d admit to this kind of stinking behavior in the Nevada State Prison until 1984.’ In de oorspronkelijke publicatie in Rolling Stone Magazine stond ‘geschreven door Raoul Duke’. Thompson was bang in de problemen te raken als hij onder zijn eigen naam zou publiceren, omdat hij zichzelf in het verhaal toch afschildert als dronken, hallucinerende crimineel. Toen het boek uitkwam in 1971 waren de kritieken wisselend, maar er waren veel critici die het werk herkende als belangrijke Amerikaanse literatuur. Daarnaast werd het boek een groot cult succes. Fear and Loathing in Las Vegas grijpt perfect de zeitgeist van de periode na de jaren 60’ en veel fans voelden zich hierdoor aangetrokken. In 1996 kwam er een audioboek versie uit van Margaritaville Records and Island Records om het 25 jarige bestaan van het boek te vieren. De stemmen werden verzorgd door Harry Dean Stanton (verteller/Hunter S. Thompson), Jim Jarmusch (Raoul Duke) en Maury Chaykin (Dr. Gonzo). Misschien komt omdat ik de film vaak gezien hebt met de briljante optredens van Johnny Depp en Benicio Del Toro, maar ik vond het een erg slechte audio adaptatie. De stemmen kloppen niet bij de karakters die verbeeld worden en de acteurs lijken zich niet echt in te leven in de teksten. Het boek was ook voorbestemd om ooit verfilmd te worden. Dit duurde echter een lange tijd. Beroemd animator Ralph Bakshi wilde er een tekenfilm van maken in de stijl van cartoonist Ralph Steadman die de briljante illustraties bij het boek verzorgde, maar dit ging niet door. Tijdens het langdurige ontwikkeltraject van de film zijn verschillende acteurs overwogen. In eerste instantie waren dat Jack Nicholson en Marlon Brando als Raoul Duke en Dr. Gonzo, maar zij werden te oud. Daarna werden Blues Brothers Dan Aykroyd en John Belushi overwogen, maar dat idee ging overboord toen Belushi overleed. Later werd John Malkovich overwogen voor de rol van Duke, maar ook hij werd te oud. Daarna werd John Cusack overwogen die een toneelversie van Fear and Loathing had geregisseerd. Maar toen ontmoette Thompson Johnny Depp en hij raakte ervan overtuigd dat Depp de aangewezen persoon was om Duke te spelen. De film, geregisseerd door Terry Gilliam, en met Johnny Depp en Benicio Del Toro (als Dr. Gonzo) kwam uit in 1998 en werd – net als het boek – een groot cult succes.

Fragmenten.blog Gepubliceerd op 3 juli 2014 door J. Kleyngeld

51


Recept: Rum Grapefruit

GeĂŻnspireerd door Dr. Hunter S. Thompson, deze verdovende vrucht maakt elke zomerse dag tot een fiesta. Gebruiksaanwijzing Snijd een grapefruit (een gele of rode, beide prima) door de helft. Eet een stukje vrucht aan beide kanten van de naad en vul de ontstane ruimte met rum (vodka werkt ook prima). Zuig hem vervolgens leeg en ervaar Goddelijk genot. En deze Goddelijke ervaring kost je slechts 1,20 tot 1,60 per kick, afhankelijk van de hoeveelheid booze die je erin giet. Bijkomende voordeel: je hebt meteen je vitamientjes voor de dag binnen. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 5 juni 2016 door J. Kleyngeld

52


McMarketing

McDonald’s behoort op het gebied van marketing tot de groten der aarde. Van de week drong hun sluwe marketingstrategie nog maar weer eens tot me door. Op tv werd met veel kabaal de McDeluxe aangekondigd en in mijn hersens gingen verschillende stofjes aan het werk die de boodschap ‘Big Mac’ rondstuurde. In plaats van dat ik trek kreeg in de geadverteerde burger, kreeg ik trek in een ander product van de Mac… Ik weet uit ervaring dat je NOOIT een speciale burger bij McDonald’s moet bestellen; die dingen zijn gewoon niet te eten. Als ze zo lekker zijn, waarom staan ze dan niet op het vaste menu? Zelfs de McBacon hebben ze maar zelden, terwijl dat de enige ‘Special’ is die wel te eten is. De McDonald’s eters van generatie Y – zoals ik, die zijn opgegroeid met de snackketen, hebben allemaal wel hun favoriete Mac-product. Voor mij is dat de Big Mac, gevolgd door Franse frietjes met hun speciale frietsaus. Ik eet nauwelijks vlees, maar af en toe sta ik mezelf toe een Big Mac menu weg te werken, waarna ik me elke keer minstens een dag lang impotent voel. Door wekelijks met een ‘Special’ aan te komen zetten – de 1955, de McGriekenland (nu even niet), de McDeluxe, et cetera – worden in de hersenen van de hamburgerjunk stoffen aangemaakt die zorgen dat hij trek krijgt in McDonald’s eten. Gevolg: de volgende keer dat de junk zich in de buurt van een Mac-restaurant bevindt, loopt hij naar binnen voor een McFix. In de buurt komen van de Mac gebeurt tegenwoordig vaak genoeg. Sterker nog, ontsnappen aan de Mac kan in feite niet meer. Zo wordt in China momenteel elke 24 uur een McDonald’s restaurant* geopend… Die specials dienen dus puur als marketing tool. Het bewijs? Wie bestelt er nu een appel-peer milkshake, terwijl je ook vanille of chocola kan kiezen? Elke keer als een nieuwe speciale burger of andere snack met veel bombarie wordt aangekondigd, krijg je trek in hun junk food. McDonald’s heeft in alle 31 jaar van mijn bestaan haar menu nog nooit aangepast. Na ja, behalve bij de invoering van de McKroket; een andere strategie van de hamburgerketen om in te spelen op de lokale keukens van de landen waar ze zitten. Zo heb je in Egypte de McFalafel, in India de Vegetable McCurry Pan en in Japan de Teriyaki McBurger.

53


Volgens de documentaire Super Size Me uit 2004 van Morgan Spurlock is McDonald’s een heroïneverkoper die hamburgers verkoopt met een clowngezicht. Ik denk dat hij gelijk heeft. Lichamelijk zijn de 58 procent van de wereldbevolking die gevoelig zijn voor de vetten en suikers uit McDonald’s producten, verslaafd. En als ze op tv die gezellige McDonald’s kleuren zien wordt hun verslaving opgeroepen en loopt het water ze in al de mond. Ook al weten ze dat ze zich niet écht beter zullen voelen van Mac eten. Eerder slechter. En de ‘Specials’ geven de McDonalds een reden om voortdurend op tv te zijn. Vanuit marketing oogpunt kan ik alleen maar zeggen; absoluut geniaal!

* Hier nog een bewijs voor hun marketingkracht; iedereen noemt het restaurants terwijl het gewoon grote snackbars zijn. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 13 november 2011 door J. Kleyngeld

54


Top 10 films over de financiële wereld

Hebzucht, succes, neergang... Het gebeurt allemaal in de wereld van finance. Dit zijn de 10 financiële films die je gezien moet hebben. 10. Too Big to Fail (2011)

In deze geslaagde productie van HBO volgen we de hoofdrolspelers van de bankencrisis van 2008 op de meest cruciale momenten die de wereldeconomie heeft gekend in de afgelopen decennia. We weten hoe het afloopt, maar toch is het begin van de Grote Recessie in de VS een fascinerend schouwspel. Hank Paulson, voormalig CEO van Goldman Sachs en in 2008 staatssecretaris van Financiën, wordt geconfronteerd met een hele batterij falende banken en verzekeraars, waaronder Lehman Brothers en AIG. Nadat hij Lehman Brothers failliet heeft laten gaan, zal het niet lang meer duren voordat kredietverlening wereldwijd tot stilstand komt en de wereldeconomie volledig in elkaar stort. In een race tegen de klok moet Paulson samen met de overheid en Wall Street tot een oplossing komen voordat het ergste financiële armageddon aller tijden werkelijkheid wordt.

55


9. Boiler Room (2000)

Realistisch beeld van een stel opgefokte beurshandelaren voor wie maar een ding telt: keiharde dollars. Seth, een ambitieuze, slimme en ondernemende jongeman krijgt een baan als trainee bij J.T. Marlin, een kleine firma in aandelenhandel die buiten Wall Street opereert. De recruiter vertelt hem en de andere trainees al bij binnenkomst: ‘als je hier komt werken ben je binnen drie jaar miljonair.’ Zijn nieuwe collega’s wonen in belachelijke huizen en rijden in Ferrari’s rond alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Seth leert hoe de agressieve verkoop in zijn werk gaat, maar komt er al snel achter dat de handel van het kantoor geen zuivere koffie is en dat de FBI een zaak aan het opbouwen is tegen J.T. Marlin. Kan Seth – die inmiddels zelf ook klanten met waardeloze aandelen geruïneerd heeft – nog iets doen om zijn eer en toekomst te redden? Boeiende en spannende film die ook de kant van de slachtoffers laat zien van de oneindig hebzuchtige cultuur van de financiële sector. 8. The Big Short (2015)

De huizenmarkt bubbel in de VS is de grootste Ponzifraude aller tijden en het knappen van deze bubbel veroorzaakte de grootste financiële crisis ooit. Bij een financiële gebeurtenis van dit formaat zou je verwachten dat er door slimme beleggers op gespeculeerd zou zijn. En dat is inderdaad gebeurd, maar slechts door een handvol investeerders. De huizenmarktgekte had rond 2007 zulke extreme vormen aangenomen dat alleen een stel mafkezen kon inzien dat de bubbel zou gaan barsten. The Big Short volgt deze vreemde vogels. Het begint bij de super autistische Dr. Michael Burry (Christian Bale) die als eerste in de gaten heeft wat er staat te gebeuren. Drie andere investeringsteams en een eenling volgen zijn vermoedens op met eigen onderzoeken en doen de meest schokkende ontdekkingen. Een stripper met zes hypotheken? Deze bubbel ZAL gaan barsten. Met een cast vol sterren (Ryan Gosling, Steve Carell, Brad Pitt) en een intelligent, vermakelijk en goed te volgen scenario, is The Big Short de eerste film die de crisis echt voor een groot publiek toegankelijk maakt.

56


7. Barbarians at the Gate (1993)

De enige film die echt gaat over M&A (Mergers & Acquisitions) is een komedie over de corporate greed die in de jaren 80' bizarre vormen aannam. Amerikaanse bedrijven staken zich voor een triljoen dollar in de schulden en de aandeelhouders werden stinkend rijk. De film – gebaseerd op het nonfictie boek van journalisten Bryan Burrough en John Helyar – vertelt de geschiedenis van RJR Nabisco, verkoper van sigaretten en voedsel (o.a. Oreo koekjes). De CEO van het bedrijf F. Ross Johnson wil de aandeelhouders uitkopen middels een leveraged buy-out (schuld tegenover de assets van het bedrijf), een deal van 20 miljard dollar. Maar Johnson passeert daarbij Henry Kravis, de koning van de bedrijfsovernames en uitvinder van de leveraged buy-out. Kravis laat het er niet bij zitten en er ontstaat een agressieve en legendarische biedingsstrijd. Hier worden de aandeelhouders rijker en rijker van, maar voor de 140.000 medewerkers ziet de toekomst er steeds somberder uit. Barbarians at the Gates slaagt er goed in om aan te tonen welke spelletjes er soms gespeeld worden aan de bedrijfstop, 'barbaarse' praktijken die mijlenver afstaan van de gewone man en vrouw. Ook is het een mooi tijdsbeeld van het decennium van de hebzucht. RJR Nabisco is nog steeds exemplarisch voor de over the top private equity overnames van de jaren 80’. 6. Enron: The Smartest Guys in the Room (2005)

De gebeurtenissen in deze film hebben echt plaatsgevonden. Dat is moeilijk te geloven gezien de waanzinnige omvang van de bedrijfsfraude die de documentaire over Enron ons laat zien. Op zijn top was Enron de zevende grootste corporate van Amerika met een waardering van 70 miljard dollar. Investeerders liepen weg met het typische ‘new economy’ bedrijf, dat traditionele energiedienstverlening transformeerde in financiële instrumenten. Ze vonden pijplijnen maar ouderwets en zagen meer in een gedereguleerde optie- en aandelenmarkt voor gaslevering. Ondertussen flesten de bestuurders de boel met ‘mark to market accounting’ (winsten boeken terwijl er geen cent binnenkwam), schulden verstoppen in een web van dochterondernemingen buiten het zicht van beleggers om en een kunstmatig energietekort creëren en daar van profiteren. En de banken en accountants? Die profiteerden allemaal mee (accountantskantoor Arthur Andersen – dat failliet ging ten gevolgen van het Enron-schandaal – kreeg één miljoen dollar per week betaald om de bizar ondoorzichtige boekhouding goed te keuren). Het faillissement van Enron is dit jaar 15 jaar geleden, en is en blijft hét schoolvoorbeeld van hoe het in een bedrijf faliekant verkeerd kan gaan.

57


5. Inside Job (2010)

Door de wereldwijde financiële crisis die in 2008 in alle hevigheid losbarstte zijn miljoenen mensen hun spaargeld kwijtgeraakt, hebben mensen wereldwijd hun baan verloren en zijn talloze mensen – vooral in de Verenigde Staten – hun huis uitgezet en gedwongen in tenten te leven. Hoe is het zover gekomen? Deze vraag wordt beantwoord in de onthullende documentaire Inside Job. Consolidatie van de financiële sector (too big to fail). Ongereguleerde financiële producten, zoals derivaten. Accountantsfirma’s, rating agencies en toezichthouders die profiteren, maar niet ingrijpen… Alle oorzaken van de crisis komen voorbij en de maatregelen die NIET genomen zijn als respons op het falen. Het doel van regisseur Charles Ferguson met Inside Job is simpel; de oorzaken en gevolgen van de crisis haarfijn uitleggen. Ferguson slaagt zeer goed in zijn doel, want de excessen die hij toont zijn zo wanstaltig dat ze je als kijker onmogelijk onverschillig kunnen laten. Daarmee is Inside Job geweldig voor inzicht vorming, maar wel een film die je machteloos doet voelen. 4. Wall Street (1987)

De film Wall Street van Oliver Stone is zonder twijfel dé finance film. De in brons gegoten citaten, zoals 'greed' — for lack of a better word — is good’, zijn misschien wel net zo bekend als 'I'll make him an offer he can't refuse' uit The Godfather. Toch staat de film niet bovenaan de lijst. Ooit - in de jaren 80' - zou hij dat wel gestaan hebben, maar er zijn betere films verschenen sindsdien. Artistiek gezien is Wall Street als film niet eens zo heel goed. Maar het Oscar-winnende optreden van Michael Douglas is zo legendarisch dat het de film ver overstijgt. Zijn Gordon Gekko is de vleesgeworden vertegenwoordiger van de hebzucht cultuur van de financiële wereld uit de jaren 80'. Het tijdperk van de corporate raiders die bedrijven stuk maken gewoon omdat ze dat kunnen, en miljoenen verdienen over de rug van de duizenden arbeiders die door het financiële geweld het veld moeten ruimen. En laten we Charlie Sheen niet vergeten die - destijds pas 22 jaar - een glansrol neerzet naast Douglas. Zijn Bud Fox is het jonge, snel lerende broekie die, aangetrokken door de financiële genialiteit van Gekko, al snel al zijn familiewaarden verloochend voor het grote geld, de vrouwen en de cocaïne. Bijna 30 jaar na de release is Wall Street nog altijd de klassieker waar iedereen als eerste aan zal denken als het gaat om financiële films. En daarmee is de vierde plek meer dan verdiend.

58


3. Glengarry Glen Ross (1992)

‘Put that coffeepot down! Coffee is for closers only. You think I’m fucking with you? I’m not fucking with you.’ In de keiharde wereld van onroerend goed – waar je bronzen ballen voor nodig hebt – gaat het maar om één ding: ABC – Always Be Closing. Voor de vier verkopers op een vastgoedkantoor loopt de spanning hoog op wanneer de bazen een Jack Welch-achtige maatregel invoeren: de topverkoper krijgt een Cadillac en de verliezer krijgt de zak. Volgens de verkopers hangen hun kansen echter samen met de kwaliteit van de leads die ze krijgen, en die is al een tijd beroerd (‘The leads are weak? You are weak!’). Er zijn wel goede leads – de Glengarry leads – maar die willen de bazen niet geven. Die zijn alleen voor echte closers. Glengarry Glen Ross is een zeer scherp geschreven en geacteerd verbaal spektakel. Met een topcast: Al Pacino, Ed Harris, Jack Lemmon, Kevin Spacey en Alec Baldwin, die laatste in een film-stelende openingsscène. 2. The Wolf of Wall Street (2013)

Het levensverhaal van selfmade miljonair Jordan Belfort, wiens passie voor geld niet onderdeed voor zijn lust naar drank, drugs en vrouwen. Meesterregisseur Martin Scorsese heeft de biografie van Belfort op dezelfde wijze verfilmd als hij dat eerder deed voor gangsters (in GoodFellas, Casino en The Departed): met razendsnelle montage, voice-over en de glamoureuze levensstijl van de hoofdpersonen centraal. Als economie de studie is van hoe mensen kunnen krijgen wat ze willen, is The Wolf of Wall Street de studie van mensen die ALLES willen hebben en grotendeels ook krijgen, totdat uiteindelijk de FBI een einde aan het feestje maakt. Deze film zal niet ieders smaak zijn vanwege de belangrijke rol die de excessen en het wangedrag spelen, zoals cocaïnegebruik, prostituee-misbruik en dwergwerpen, maar als je er in kunt komen is het ongetwijfeld wel de grappigste film over de financiële wereld ooit gemaakt. Met Oscarwaardige rollen voor Leonardo DiCaprio en Jonah Hill.

59


1. Margin Call (2011)

Margin Call toont ons de wereld van Wall Street voor de crisis van 2008, en zoals hij verbijsterend genoeg nog steeds is. De corporate schurken van tegenwoordig handelen in bizar complexe gedereguleerde financiële producten die de CEO’s van zakenbanken zelf niet eens volledig begrijpen. De film begint aan de vooravond van de grootste crisis ooit. Een risk werknemer ontdekt min of meer toevallig dat de financiële rommel (gebundelde waardepapieren) die ze op de balans hebben staan heel snel zijn astronomische waarde zal verliezen. Deze waardedaling zal het einde betekenen voor de investeringsbank. De Raad van Bestuur komt bij elkaar met aan het hoofd de meedogenloze CEO John Tuld (Jeremy Irons). Hij geeft aan dat dit de grote klap wordt voor Wall Street die hij al tijden ziet aankomen. Omdat hij toch wil blijven voortbestaan met zijn bank, geeft hij hoofd Sales Sam Rogers (Kevin Spacey) de opdracht een bliksemverkoop te organiseren. Hiermee hoopt hij alle rommel van zijn balans te krijgen voordat de concurrentie door heeft wat er aan de hand is… Margin Call fascineert met een beeld van de financiële sector dat volledig accuraat voelt. De cultuur van deze bank, die prima model kan staan voor één van de bekende vijf (Merrill Lynch, Morgan Stanley, Bear Stearns, Goldman Sachs en Lehman Brothers) is giftig, maar voldoet wel steeds aan de spelregels van het kapitalisme. Dat maakt ook dat de grote slechterik van het verhaal eigenlijk niks verweten kan worden. Hij doet waar hij voor is ingehuurd door de aandeelhouders, breekt geen regels en verkoopt de giftige bezittingen aan handelaren als hemzelf. In een kapitalistische visie kun je het hem niet kwalijk nemen dat hij zijn informatievoordeel uitnut. Of dat hij een bonus opstrijkt van 86 miljoen dollar. Nee, het is niet ethisch, maar je kunt er niks aan doen als je het vrije markt principe ondersteunt. Verontrustende, maar geniale film. LinkedIn.com www.linkedin.com/in/jeppekleyngeld/ Gepubliceerd op 8 maart 2016 door J. Kleyngeld

60


Eerbetoon aan een verloren zoon Op de dag dat mijn dochtertje Rosa geboren werd – 7 mei 2012 – kon mijn vader niet nog diezelfde dag naar het ziekenhuis komen. Hij moest aanwezig zijn bij het gala voor de Libris Literatuur Prijs 2012, een onderscheiding waarvan hij zelf de initiatiefnemer is geweest 25 jaar geleden. Onder de genomineerden van 2012 bevond zich het boek Tonio geschreven door A. F. Th. (Adri) van der Heijden. Het betreft een requiemroman die Van der Heijden schreef voor zijn in 2010 overleden zoon Tonio. Mijn vader had me een paar maanden eerder het genomineerde boek laten zien. Hij liet me geamuseerd een passage lezen waarin Tonio bij zijn vader klaagt dat hij geen tweede naam heeft gekregen, iets wat ik tot ongenoegen van mijn ouders ook niet voornemens was te doen bij mijn eigen kind Rosa (‘een kind hoort een tweede naam te hebben’). Ik heb voet bij stuk gehouden. Rosa heet Rosa en alleen Rosa. Wat mijn vader verbindt met de auteur Van der Heijden is dat zijn eigen zoon Bob, mijn twee jaar oudere broer, overleed op 20 februari 1984 aan de gevolgen van leukemie. Om zijn zoon in leven te houden, begon mijn vader de Stichting Bobshop, een serie videotheken op de kinderafdelingen van medische centra, die langdurig zieke kinderen in staat stelt films te kijken. Mijn vader herkende dus de behoefte die Van der Heijden ook had; om een soort monument voor je overleden kind neer te zetten. Om je kind te vereeuwigen zodat hij of zij niet vervaagt in de loop der tijd.

Door deze geschiedenis voelde ik al een zekere verbondenheid met het boek. Dit werd versterkt doordat de roman die avond van 7 mei 2012 tot winnaar van de Libris Literatuur Prijs 2012 werd gekozen. Op de dag dat mijn eigen eerste kind geboren werd. Natuurlijk is het ondenkbaar dat ik haar ooit kwijt zou raken. Van der Heijden spreekt in zijn boek van een ingecalculeerd risico dat je neemt als je besluit een kind te nemen. Dat het vervolgens echt gebeurt is ondenkbaar. De pijn is niet voor te stellen. Ik kreeg het boek toevallig ook nog cadeau van mijn schoonmoeder Francien voor mijn 32ste verjaardag. Ik legde haar uit waarom het boek nu al een speciale betekenis voor me had. Inmiddels heb ik het gelezen en het is een prachtige requiemroman. Het hele scala aan emoties en gedachten die je blijkbaar voelt en denkt bij het verlies van je eigen kind komen voorbij. Ik was nog te klein om het bij mijn ouders te zien in 1984 (ik was 3). Het boek heeft me meer inzicht gegeven, maar ik kan me nog altijd niet indenken hoe het voelt. En ik hoop dat ook nooit te kunnen.

61


Al is het natuurlijk een verschrikkelijk verhaal, Tonio komt wel echt tot leven in het boek, het mooiste wat je met een requiem kunt bereiken. Tonio zal daarmee nog lang in leven blijven in de harten van vele mensen, waaronder ikzelf.

Omslag: Tonio poserend als Oscar Wilde, een opdracht van de fotoacademie waar hij een 10 voor kreeg. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 15 juli 2012 door J. Kleyngeld

62


The Impact of Technology A MENTAL Revolution

Trend Paper by Jeppe Kleyngeld This text was originally prepared as presentation for economics students at the Association of Economics Students Nijmegen (EVS), the Netherlands. The goal of author/presenter Jeppe Kleyngeld – in daily life editor at several Dutch journals and websites in business economics (Financieel-Management.nl, CFO.nl, AccountantWeek.nl) – was to give students an overview of current technological trends and its possible implications on the economy, job market and society at large. This Trend Paper has the same purpose.

Introduction Imagine for a minute that in 30 years, we - humankind - have succeeded in creating super intelligence. A single AI-brain that the inventors have called Sophia, meaning wisdom in Greek. At the moment AI is still narrowly focussed. It is extremely good in specific tasks like playing chess or comparing photos, but does not yet have broad intelligence. It is not even close to passing a Turing-test which would mean it would possess human like intelligence. For Sophia, passing a Turing test is a piece of silicon. With her super brain, she can process information a million times faster than humans can. So pretty soon, Sophia is much more intelligent than all the humans on the planet combined. Off course, intelligence has a different meaning for machines than for living beings. Sophia may have all the answers, but she doesn’t really know anything. Who would be in charge of this super intelligence? Luckily, she isn’t the property of some tech-giant like Google, IBM or - god forbid - Facebook- who would probably use it only for their own benefit. With super AI, a tech company would soon be market leader in any industry, and thus become fearfully powerful. No, we future humans are very fortunate: Sophia is the property of the world united. The best computer-scientists from all over the planet have collaborated to create this

63


technological marvel. She is therefore governed by a committee consisting of 2.000 representatives from all the countries of the world. And these representatives could ask Sophia questions. Questions about the biggest problems of mankind: How can we solve poverty, war, unemployment and inequality? How can we save the environment? And after we have solved these urgent problems, how can we colonize space? Sophia would answer: First give me all the data of the world. It would then take her about a week to absorb all the data from the planet: the entire Wikipedia. Government reports. Entire libraries. Key economic data from every country and every company. She would learn our entire history and everything there is to know about science, healthcare, history, technology and economics. And then she would answer: This is what you should do. She will give us an entire blueprint of how we should allocate and invest all our resources. Not just for every nation, but for the whole planet in unity. And she would project that - if every country participates - it would lead to incredible results. Every human and animal would see an enormous increase in wealth and wellbeing - and our environment would be saved. There would be no more war and no more avoidable suffering. How does this sound? A good scenario? I like to think so. There is also the other scenario where super AI is created, escapes from the laboratory using the internet, and then creates a virus or a nuclear factory and wipes out the entire human race in a single blow. But let us stay optimistic... Technology offers us the opportunity to create a sustainable economy with abundance for everybody. How to realise this idealistic future?

A MENTAL Revolution Why MENTAL? To realize the potential of technological progress, we ourselves - as humans - must undergo a massive mental change. Our beliefs and attitudes will ultimately determine whether this technological revolution will be beneficial to mankind or destructive. The wrong way of thinking will lead to the wrong type of new economy. What good is technology without great minds to operate it? You give a quantum computer to a monkey, what will he do with it? Try to eat it? Throw with it perhaps… (not that I am saying monkey’s don’t have great minds, but in a different way). In hands of lesser human minds, technology can be disastrous. The atomic bomb was an extremely impressive technological invention; see how that turned out. In other words, the value is not in technology itself, but in our ability to use it in a way that benefits humanity as a whole. I have to start with a little disclaimer. Technology is often overhyped. Where are the flying cars that were promised to us decades ago? The same thing applies to the scenario of super intelligence. This may happen in decades, or in hundreds of years, or never. AI-experts don’t agree on this. So what will the impact of technology be? What almost everybody agrees on is this: the coming decades, the world will change way faster and far more radically than ever before in history. And technology is a key factor in this. It is not the only factor: the rise of emerging markets and the exponential growth of the world population are two others, but there is little doubt that technology will have enormous effects. This e-book consists of two parts: The first part deals with what is happening in technology right now and how this will impact the economy. Part 2 is about the mental model that we need to deal with all this change.

64


1. What’s Going On?

It is a very exciting time to be alive. Everything will be different. Technology has had an enormous impact on the world before. Think of the Industrial Revolution; the ability of humans to use steam power meant we were no longer dependent on just our muscle power. So, we moved to the area of mass production. This revolution changed the world more than all previous revolutions. But compared to what is happening now, its impact is peanuts, according to the authors of The Second Machine Age. The first technological revolution was a physical one. This time it is a cognitive revolution. Machines will help us think and make decisions. And ultimately transform the world beyond recognition. Computers are already outperforming humans in many tasks in various industries. The fast food industry can now buy hamburger machines that can produce 360 hamburgers an hour, including bun, lettuce, onions, cheese and ketchup. In the media industry, companies can buy software that can produce news-articles on sports and financial markets. In the financial sector, algorithms already make most of the trades nowadays, not humans. AI is getting better at games as well. It started with chess. Then followed the spectacular victory of IBM’s Watson in the gameshow Jeopardy. After that, DeepMind’s Go-playing AI learned superhuman skills by playing itself over and over. Finally, an algorithm developed by Carnegie Mellon University in Pennsylvania defeated the world champion poker. Yes, AI is the best bluffer of the planet. Engineers from that same university are now working on a robotic soccer team. They aim to make their team world champion by 2050. Due to the exponential nature of technology, I think they might get there a whole lot sooner. AI has also written the first movie script and composed classical music that experts can no longer distinguish from music made by human composers. So creativity is not uniquely human anymore. Smart machines will continue to learn new skills. And eventually they will be better in almost every conceivable field. Because of this trend, every industry will be severely disrupted. Most companies will not survive this revolution. The latest estimate by McKinsey is that two out of three companies will not adopt fast enough and go bankrupt. This is not very speculative, it is happening already. Just look at the banks and the massive layoffs there. That is just the beginning. The main driver behind this trend is Moore’s Law. This law was established in 1965 by Gordon Moore (founder of chipmaker Intel). The law predicted a doubling in computer power roughly every two years while the cost of chips going down simultaneously. Now 50 years later, this law is still in effect although a little slower. The implication of this law is often underestimated. A doubling every 18 months means that the numbers at first are overseeable, from 2 to 4 to 8 to 16 to 32 to 64 and so on,

65


but pretty soon the numbers become really bizarre. First millions, than billions, than trillions, and finally a number that we can’t even pronounce. The result is that in 2012 you could buy an iPhone 5 that was 1270 times faster than the computer that put the first spacecraft on the moon in 1969. And it also had 250.000 times more processing memory and two million times more data storage. Right now, we have entered exponential territory.

What this means is that we are entering an age of radical innovation. Companies can buy spectacular technologies for a very small investment and they can use these technologies to create new innovations. So we can expect specular inventions to arrive in the coming years and decades. Think of chips in the brain that enable the blind to see. Machines that can be controlled by our thoughts. Devices that can translate our speech in any language of the world. And even brain scanners that can record our thoughts and dreams. And that is just the tip of the iceberg. Let’s have a quick look at the exponential technologies we will be encountering (soon). Blockchain Blockchain is mostly known for Bitcoin, but that is just one application. Blockchain is a technology that will change the way trust in the society is organised. Currently, if you do business with anybody, you need a trusted third party, like a lawyer, banker, broker or an accountant. Exactly the experts no one trusts anymore after countless scandals. Blockchain is programmed trust. All you need is a smart contract, and when both parties sign it, it goes into the blockchain and trust is assured. Blockchain is a revolution that will change the way organizations and individuals do business. As for bitcoin, right now, it is way too volatile to become a reliable currency, but it can still happen. I would not rule out the idea. It just might take a very long time to become more stable. Decades. And when it does, it could completely change our system of money. 3D-printing 3D-printing will change the world of production and logistics. Right now, most products are mass produced because otherwise the costs run too high. With 3D-printers, you can create unique products without additional costs. The speed of manufacturing will increase dramatically. For designers, 3Dprinting means more jobs. In manufacturing and in construction - where 3D-printers can be used to construct houses - it will most likely mean less employment. The effect on strict economic indicators like GDP will most likely be bad. The great ports might lose half their business if not more. Same goes for logistic companies. But when we consider the environment and congestion, the effects might be very positive.

66


Autonomous Cars Autonomous cars are already far better drivers than humans despite one casualty earlier in 2018. Its development will have huge impact on the job market. Think of all the jobs that involve driving. Car ownership will start to decrease, first slowly and then super fast. Why would you want to own a car, if you have an app that can get you an autonomous car any time, any place? Well, some people still like driving. If you do, I have some bad news for you. Humans cause more than a million traffic deaths per year - 85.000 in Europe. Self-driving cars can do better. Much better. Driving will eventually be outbanned just like smoking. It will probably become a kind of risky sport, which you can do only in special areas. The impact on the job market of this transition will be huge. Robotics & Automation Amazon opened a store recently where buying feels like stealing. You walk in, fill up your shopping cart and you walk out without paying. There’s no need; they know who you are and what you bought. Don’t worry, they WILL charge your credit card. This is just the beginning of massive automation. The whole world will be automated and robotized. Smart machines and robots will continue to take over most of the simple, repetitive tasks from humans. By 2050, we won’t have to do a lot anymore. With our voices we can command devices all around us to carry out our manual tasks. Also, virtual and augmented reality will look so real, that we’ll have a hard time deciding what in our environment is really there or just a digital projection. That means that we can basically visit any event in the world from our own living room. Off course, sometimes we will want the real thing, but the possibilities to attend happenings will increase by a trillion percent. Big Data Analytics Big Data, I think, is in the short term the biggest business and career opportunity for business/economy students entering the job market. They often say that Big Data is like the new oil. And this is true in a sense because it is the fuel for companies to gain insights and create customer value. Every large company is working on big data, because they know that if they don’t find the hidden insights first, their competitors will. In this phase, many companies are still struggling to find insights, so they need smart young people that are data-savvy. If you are a mathematical genius - a quant - than the companies will want to hire you as a data analyst. But if you’re not really into mathematics and statistics and more interested in finance and entrepreneurship, than big data is also an opportunity. For example, if you have good communication skills you can be the translator between what the company needs and what the data scientist can find. And if you are an entrepreneur, you can use data to create new business models. Big Data is perhaps not the right term, because it is not about the size, but about what you can do with it. Smart Data might therefore be a better name. Smart Data can be used for a number of things. It can be used to make better informed decisions, to improve processes - this is called process mining - and it can be used to create customer value. In the coming years / decades we are going to connect the whole world. There will be connections between cities, forests, cars, computers, refrigerators, hearts and brains. This is known as the internet of everything. And it is happening fast. We will all be part of a gigantic network, uploading data and basing all our decisions on what ‘IT’ prescribes. This network will offer us incredible possibilities. Technology no longer has any limitations. It is our own creativity that will be the limit. Biotechnology & Bioengineering Biotechnology, along with artificial intelligence which we already discussed in the introduction, is the technology that will probably have the biggest impact on society. We are going to upgrade ourselves through genetic engineering, through nanotechnology - little robots in our body that can find mutations - and brain computer interfaces. Right now, the first blind people got chips in their brains

67


that can help them to see. At the moment not so much, but this is increasing. And while we are already fixing their eyesight, why not add microscopic vision and hyperzoom lens? Genetic engineering is making massive progress. The ability to edit DNA like it is computer code, a technique known as CRISPR, is now a reality. The first child with three parents is already born. An embryo contained a heritable disease, which scientists replaced with a piece of DNA from a third parent that did not contain the disease. In this case, this was a good thing off course, but now Pandora’s box is wide open. Why not make your child the most beautiful and intelligent combination that is possible with your DNA? We now have the God-like ability to take over evolution from nature. Natural selection becomes unnatural selection. We decide what creatures will roam the earth. The possibility is very real that the generation now growing up will have to make a choice to have a natural child or a designer baby. Related to biotechnology is the trend of longevity: trying to increase life expectancy and even trying to become immortal. Google has a company whose mission it is to overcome death. Is it biologically possible to live much longer? Probably; there is a type of jellyfish that can alter the state of its cells, so it is basically immortal unless it is eaten by a another fish or killed in some other way. Can we copy this ability? No idea, but in the near future the billionaires of this world are going to find out. I think to even attempt becoming immortal is morally very wrong. We humans have the obligation to die in order to make room for the next generation. As you can see, biotechnology has massive ethical implications, and so it is very important to decide how we’re gonna handle it. This is way too important to leave to just scientists and billionaires. Philosophers, politicians and medical doctors must join the discussion. And economists will have to become involved as well. If skills and abilities will be for sale in the near future, how do we prevent our race from splitting in two: Homo Sapiens and the superior Homo Deus? How can you have a fair labor market when the potential of humans can differ so dramatically? Compared to the superior Homo Deus, we will be like complete incompetents. We have the technology, but we don’t have the playbook yet. How will we handle it?

68


2. The MENTAL-model

I hope that by now, you have an idea of the scope of what is coming. Because it is going so fast, we won’t have much time to adapt to it. That doesn’t mean we should rush. It means we should use our heads and think before we act. To try and get some control in this time of complexity, the MENTAL-model of technology might be useful. This model consists of six important themes that we have to pay attention to in order to succeed together in this era of exponential technologies. Let’s run them by... Meaning

What is the goal of companies? Hint; it is not making money. Money is just an accounting system and a means to get things done. When somebody says that companies exist to make money, you can reply; you are a robot, because robots cannot understand meaning, and it is doubtful that they ever will. What we humans and other animals possess is consciousness: subjective experience. Why we have these subjective experiences is still very mysterious, but according to a growing number of leading scientists, it is not computable. Take Jarvis, Iron Man’s personal AI. He understands Tony Stark’s jokes and has dry British humor himself. But does he really understand the jokes, or is he just cleverly combining phrases and expressions he finds in massive amounts of data? According to many AIresearchers, it is the later. Jarvis may be much more intelligent than Tony Stark, but he is not conscious. Therefore, he remains the assistant and Tony is the one who makes the decisions.

69


Understanding meaning in business and society remains exclusively the domain of humans, not machines. The risk of super intelligent AI is therefore not that it becomes conscious, but that its goals do not align with ours. So, we have to make sure that they do. Understanding meaning is crucial for companies that want to be successful in the coming future. Right now, most companies are stuck in the growth-trap: all that counts is shareholder value. We need a new paradigm. Growth and financial return are not all that is important. The companies that you will start or work for will need a triple skyline to replace the single bottom line. Besides financial return, you also need to have a positive impact on environment and society. Therefore, you need a distinctive purpose. How are you making the lives of people better? What gives your company the right to exist? There are many new economic models - like Economy for the Common Good - that are trying to get the triple skyline obligatory for all companies in the European Union. This might take a while, but eventually it will happen. So we have to start thinking far beyond money in business and economics. Equality

A challenge technology is posing is that it can create more inequality, and inequality hurts both democracy and economy. Inequality is already rising. 42 billionaires now control as much wealth as the 3.7 billion who make up the poorest half of the world’s population. Especially in the United States, this is the worst time ever when it comes to inequality. That is not only because of technology. In America, big corporations control politics which leads to policies that make the rich richer and the rest of the country pourer. America is basically a plutocracy; a country ruled by the wealthy elite. Technology can make the situation even worse. Most routine tasks will be automated. And with the rise of artificial intelligence, knowledge work is no longer safe. Technology leads to higher productivity, but the lion share of increased profits lands into the pockets of capital owners making them richer and richer. Martin Ford researched inequality for his book Rise of the Robots and looking at a large number of economic trends he concludes that if things don’t change, we will witness a rapid increase in inequality and a much lower disposable income for the normal middle class worker. What does that mean for the economy? Robots don’t consume. Ford think we are risking the worst recession the world has ever seen. How to respond to this threat? First, we should recognise that it is probably not justified that only capital owners profit from technological progress. It is our collective labour, tax money, and investment money from retirement funds that went into the research and development of technological innovation. The development of the internet was paid for by governments. Therefore, the whole society should profit. If we all agree on that, I have three suggestions on what we could do.

70


The first one is still politics. We have to fight inequality through policies. If capital owners profit too much, policies have to correct that. For example by changing the tax system to lower taxes on income and higher taxes on capital (not on investments in innovation!) and consumption with high environmental impact. Luckily in Europe, we still have politics and business pretty separate, so we have this possibility. In the USA it’s going to be more difficult. Technology leads to winner takes all scenarios. How many search engines do you know? The most searched word on Bing is still Google. Technology will know many losers, people who did not adapt well to this new era. Tax the few winners to help the many many losers sounds like a fair deal for society. We also need policies to take on the Frightening Five: Google, Facebook, Apple, Microsoft and Amazon. Technology leads to monopolies because of the winner takes all effect. What to do about these tech giants getting too powerful? Big Data Guru Viktor Mayer-Schonberger recently proposed the Progressive Data Sharing Mandate. Companies that achieve a certain market share should be obligated to share more data to others. The bigger you get, the more data you have to share. That way start-ups and other companies can use this data to create new business models. We need a competitive market. Right now, we are way too dependent on the tech giants. We give them our data for free and they get rich, while we get funny cat videos. The second solution is taking basic income as a very serious option for the future. Many tech CEOs, like Elon Musk, also thinks we will need this. It makes sense. All you have to do it is implement is in the right way as a negative income tax. As soon as you fall below a certain income, you immediately gets this covered without any exception. Every citizen gets it. No questions asked. There is evidence that a system of negative income tax leads to: ● More entrepreneurship; ● Better functioning free markets; ● More wealth creation; ● Higher well being; ● Less government bureaucracy. The third solution for battling inequality is helping the right companies succeed through your spending. Spending is the same as voting. If you think a company doesn’t deserve to exist because they only think about making profits, but don’t do anything for society in return, then don’t spend your money there. No company can exist without customers, so we still have that power to oblige companies to do the right thing.

Technology leads to winner takes all effects

71


Nature

In a world that is getting more and more artificial, we risk losing our connection with nature which is fatal. As we all know by now, the contemporary world is economically, socially, and ecologically unsustainable. We have to redesign the economy in natural cycles. The question is not ‘if’, but ‘how fast’? How fast can we do it? Currently, we are wasting an incredible amount of resources. For example, did you know that a car uses 99% of its energy to move itself and only one percent on moving passengers and driver? Such numbers are scandalous in a world approaching the depletion of its natural resources, and to which the Chinese are adding 14.000 cars every day. Nature does a much better job; it runs on solar and wind power, and produces zero waste. Nature is therefore a source of inspiration to redesign the economy in its image. All our inventions have already appeared in nature in a much more elegant form and at a lot lower cost for the planet. Therefore, every one of us individuals and every company we work for has a challenge: to reduce waste to zero the coming decades. The problem, it seems, it that although we are concerned for the environment, we don’t want to change our consumption patterns too much. We are still driving, flying and eating meat. Most companies have only one concern, and that is making enough revenue and profit. So, although technology can help us save the environment, will it happen on time? Where are we headed? A technological utopia or dystopian nightmare? Nobody knows the future, but we can do some scenario planning, a useful tool that get some grip on a future of uncertainty. Let’s look at four scenarios for the future: A. Humans will change their behaviour and save the planet. B. Technological progress will save us. C. We will be too late with our technological progress to avert disaster, and the planet will suffer great damage. D. The human race won’t survive for another century. I don’t think any one of these scenarios will come true entirely, but probably a combination of A, B and C. Not D hopefully. We will solve our crises, but probably not before we see a lot of disasters happening to the planet and its life. That means we have to mentally prepare for this. How will we respond if we get a million refugees from Sri Lanka because their country has become inhabitable? Will we reorganise our society to fit them all in or kill them before they ever reach our shores? If we are prepared for these disaster scenarios, we will respond the wisest.

72


Time The themes we discussed so far are for the collective good. This one is for students and how they can succeed in their careers. The letter ‘T’ first stood for talent first, but I changed that to time. You see, talent is overrated. It helps off course, but by itself it is not enough to become successful. It’s about what you do with it. Time is probably the most important resource you have, because you can use it to develop skills. We don’t know if there will be enough jobs left after robots and AI will be employed everywhere. But if you develop special skills in a profession that you feel passionate about, you will have a much better chance of staying employed or starting a successful business yourself. Angela Duckworth researched success for her influential book Grit: The Power of Passion & Perseverance. After ten years of research, she came up with a formula that is the most likely to lead you to success. The formula is as follows: Talent X Effort = Skill Skill X Effort = Achievement Notice that effort counts twice. It is crucial that you discover your real passion, because it will then be easy to devote time to it to practice. For every skills you practice, you will create new neural pathways in your brains and make existing ones stronger. Should you focus on learning one skill? No, because you are no match against specialised algorithms. You should learn many skills, and especially human skills are very important, like: communication, listening, empathy, leadership, conflict resolution, et cetera. These are not computable. What you also need is perseverance. When things go wrong don’t give up. Every mistake or disappointment is an opportunity to learn. To become really good at something, you will have to practice 10.000 hours. That is about eight years of full time practice. So you better find something you really like doing, and it's even better when there is a market for it. Abundance

Abundance is a book by space entrepreneur Peter Diamandis. The economy used to be about managing scarcity. In this age, it is about managing abundance. Everything that is digitized becomes abundant. For example, we used to have devices for everything. Now we just have a smartphone with photo camera, video camera, compass, flash light, internet browser, videogames console, video-editor, music player, iBook reader, navigation device, alarm clock, and god knows how many apps. That is abundance. But not everything can be digitized, can it? What about food, houses or energy? Well, that is only partly true. You see, energy can become abundant as well. There is over five thousand times more solar energy falling on the earth's surface than we can use in a year. It is not an issue of scarcity,

73


it’s an issue of accessibility. Once we can capture that energy and store it in batteries, energy can become completely free. What to do with all this energy? Well, save the environment for one thing. But another idea is this. In Africa there is a water shortage. There are already machines that can turn saltwater into fresh drinking water. The only problem is that at the moment, this costs a great amount of energy. But if we have abundant energy, we can create as much fresh water as we like. We can turn desserts into entire green oases. By the way, which country owns 75 percent of the world’s solar production? China. That country is smart because the people can think long term. This is a major opportunity. The West can learn a lot from China. What about abundance in food? Nanotechnologie can manipulate things at the molecular level and turn any molecule into something completely else. Turning shit into a delicious hamburger is theoretically possible. But this is still pretty theoretical. A more practical solution for now is vertical farming. It takes 150 skyscrapers to feed the entire city of New York. How many farmland do you think it costs? How many acres of Amazon rainforest we have to destroy to feed an entire city like New York? A very scary, large amount. Peter Diamandis is currently involved in Planetary Resources, a private company in asteroid mining. His mission is to fly spacecrafts to asteroids near earth and mine their resources, like precious metals. Some asteroids contain more gold than the entire gold supply on earth, so one successful mission into space and he would completely disrupt the entire financial system. Ten years ago even, this would have sounded like a crazy idea, but now it doesn’t seem impossible at all. Conclusion; scarcity is often the problem of accessibility. Through the eyes of technology, we can get the resources we need. Abundance is a mindset that we’re not used to. It is a new way of thinking for the century to come. Learning Finally, to succeed as a business and a professional, learning and agility - the ability to adapt to change - are crucial. In earlier times when change went relatively slow, most workers just had to have one specialisation. If they learned a few skills very well, they could last an entire career. Not anymore. Workers from the generation now entering the labour market will have to learn new skills throughout their entire careers. We all have to prepare for a lifetime of learning. The biggest mistake we can make is thinking we understand the world. We don’t. We are suckers, and that’s okay. We have to acknowledge this in every decision we make. Today I make this decision based on the information I have, but tomorrow I might learn something new that will lead me to another decision. We should not get stuck in a certain way of thinking, because then we’ll get dogma’s and we won’t progress anymore. Same thing for companies, in the past an annual budget cycle worked relatively well. The Management Team went to an expensive hotel once a year to talk about strategy and decide where to put their company’s resources in. And what return they could reasonably expect. This practice doesn’t work anymore, because the outside world changes constantly. Tomorrow a digital competitor could appear out of the blue and start disrupting your business, so you have to be ready to adopt to these changes immediately. Don’t invest in big assets, that you can only use for one purpose. Agility means that you have options and can move at great speed. What companies need is a culture of learning. Smaller companies are better at this, so growing too big can be a serious disadvantage. Splitting up in smaller units might then become your best strategic choice. Conclusion In conclusion, the impact of technology clearly has two sides. If we want it to be beneficial, we have to have discussions about it all the time. Because the benefits won’t arrive completely by themselves. We need to develop our minds.

74


Philosopher of religion Alan Watts already said it more than fifty years ago: “We have stronger means than changing the physical universe than ever before. How are we going to use it? There is a Chinese proverb that if the wrong man uses the right means, the right means work in the wrong way. Let us assume that our technological knowledge is the right means. What kind of people are gonna use this knowledge? Are they gonna be people who hate nature and feel alienated from it, or people who love the physical world and feel that the physical world is their own personal body? By extension, the entire physical universe is simply an extension from one owns physical body. The general attitude of the technologists who are exploring space is represented in the term ‘the conquest of space’. They are building enormous shell like objects to go into the sky. And this is downright ridiculous, because who is going to get anywhere in a rocket? It takes a terrible long time to even get to the moon. And it’s gonna take longer than anybody can live to get out of the solar system, just to begin with. A proper way to study space is not with rockets, but radio astronomy. Become more sensitive. Develop subtler senses, that is radio astronomy. And everything will come to you. Be more open. Be more receptive. And eventually you will develop an instrument that will examine a piece of rock on Mars with greater care than you could if you were holding it in your own hand.” So there’s what we need to do: opening our minds. This is also how Sophia succeeded - the super intelligent AI from the opening of this book. By thinking as broadly as possible, integrating all knowledge. Thinking incredibly narrowly, like we have done in the past century, is a major risk. We should not only think about profit alone, but also about the environment and society as a whole. We should not be focussed on growth alone, but on value creation for everybody. Not only on competing, but on collaborating also. In short, we should focus on the whole picture and don’t ignore parts anymore like we did before. What needs to succeed is the entire ecosystem: employees, suppliers, customers, contractors, the community and the environment. Overall, I am optimistic. We have the opportunity to create a planet that is more unified than ever and can bring more wealth and happiness for everybody. The impact of technology can become become a very positive story as long as we keep using our heads and don’t turn into a bunch of zombies. Value is not found in technology itself, but in our ability to use it smartly. If we do that, I think we can move into the next phase of evolution. I think we can do it. So, let’s do it.

ISSUU.com Gepubliceerd op 24 juli 2018 door J. Kleyngeld

75


SOURCES Bijl, D. Alles wordt anders: hoe robots, 3D-printers, kunstmatige intelligentie en nog vier technologieĂŤn ons leven zullen veranderen. Amsterdam: Haystack Uitgeverij, 2016 Blommaert, T., Van den Broek, S. Management in Singularity: van lineair naar exponentieel management. Alphen aan den Rijn: Vakmedianet, 2016 Brynjolfsson, E., Mcafee, A. The Second Machine Age - Work, Progress, and Prosperity in a Time of Brilliant Technologies. New York: W. W. Norton & Company, 2014 Davenport, T. Big Data at Work: Dispelling the Myths, Uncovering the Opportunities. Brighton: Harvard Business Review Press, 2014 Diamandis, P., Kotler, S. Abundance: The Future Is Better Than You Think. New York: Free Press, 2012 Diamandis, P., Kotler, S. Bold: How to Go Big, Create Wealth, and Impact the World. New York: Simon & Schuster, 2015 Duckworth, A. Grit: Why passion and resilience are the secrets to success. London: Vermilion, 2017 Ford, M. The Rise of the Robots: Technology and the Threat of Mass Unemployment. London: Oneworld Publications, 2016 Hampden-Turner, C., Trompenaars, F. Nine Visions of Capitalism: Unlocking the Meanings of Wealth Creation. Oxford: Infinite Ideas Limited, 2015 Harari, Y. N., Homo Deus: A Brief History of Tomorrow. London: Vintage, 2017 Ismail, S., Van Geest, Y. Exponential Organizations: Why new organizations are ten times better, faster, and cheaper than yours (and what to do about it). Diversion Publishing, 2014 Kotler, S. Tomorrowland: Our Journey from Science Fiction to Science Fact. Seattle: Amazon Publishing, 2015 Manyika, J., Woetzel, J., Dobbs, R. No Ordinary Disruption: The Four Global Forces Breaking All the Trends. New York: PublicAffairs, 2015 Marr, B. Big Data: Using Smart Big Data, Analytics and Metrics to Make Better Decisions and Improve Performance. Hoboken, New Jersey: John Wiley & Sons, Ltd, 2015 Taleb, N. N., Antifragile: Things that Gain from Disorder. London: Penguin, 2013 Taleb, N. N., The Black Swan: The Impact of the Highly Improbable. London: Penguin, 2008 Tegmark, M. Life 3.0: Being Human in the Age of Artificial Intelligence. London: Allen Lane, 2017

76


77


Deel 3

78


Kenmerken van een échte held Ash, The Dude, James Bond, Raoul Duke... ga zo maar door. Ik heb een hoop helden gekend in mijn 33-jaar lange – en ik mag gelukkig zeggen zeer rijke – leven. Maar als ik moet schrijven over wat een echte held typeert, kies ik instinctief toch meteen voor de Man with No Name, het stoere, rauwe en eervolle, door Clint Eastwood vertolkte personage in Sergio Leone’s befaamde Dollar trilogie. En dan specifiek het eerste deel van het drieluik: A Fistful of Dollars (1964). Het personage lijkt in eerste instantie een opportunist, die tussen twee rivaliserende bendes in gaat staan en geld verdient aan het vermoorden van bendeleden aan beide kanten en het doorsluizen van informatie. Maar hij is geen opportunist. Vanaf het begin is hij betrokken bij de goede mensen in het verhaal. Zij worden onderdrukt door de bendes en de Man with No Name zet alles in wat hij heeft om ze te helpen. Ook het geld dat hij verdient met het omleggen van de slechteriken geeft hij aan de arme mensen. En hij wil er niks terug voor hebben. Op de momenten dat hij niet ingrijpt, heeft dat puur te maken met zijn scherpe intellect. Hij weet dat het soms beter is om zijn tijd af te wachten, om uiteindelijk te kunnen zegevieren. Wat kenmerkt nu dit personage dat zonder twijfel een inspirerend rolmodel is? Ik noem er vijf. 1. Hij is onbevreesd De Man with No Name rijdt een beangstigend stadje binnen waar direct een dode man op een paard voorbij komt rijden. Op zijn rug staat ‘Adios Amigo’ geschreven, zien we als het paard waar de dode man op zit langs Eastwood de woestijn in rijdt. Geen probleem, Eastwood heeft zijn doel duidelijk voor ogen en hij treedt het zonder angst tegemoet. Als hij al angst heeft, laat hij zich er in ieder geval niet door weerhouden zijn doelen na te streven.

79


2. Hij betaalt zijn schulden Bij binnenkomst in het dode stadje, wordt hij direct beschoten door een stel dronken bandito’s. Hij duikt onder in een herberg, waar hij wat eten en drinken krijgt van de sympathieke eigenaar. Deze man waarschuwt hem gelijk dat als hij blijft, hij zo goed als zeker vermoord zal worden in de strijd tussen de twee clans: de Baxters en de Rojos. Maar omdat de Man with No Name de herbergier niet kan betalen, blijft hij toch net zo lang tot hij genoeg verdiend heeft om hem terug te betalen. Dat getuigt van respect voor de gewone, werkende man. 3. Hij neemt het op voor de zwakkeren Legendarisch is de scène waarin ‘The Man’ langs de doodgraver loopt (‘get three coffins ready’) en recht op de mannen af wandelt die hem bij het betreden van de stad hebben beschoten. Hij confronteert ze met hun gedrag en neemt het daarbij op voor zijn paard: ‘He is feeling real bad, my mule. You see, he got all riled up when you fired those shots at his feet. You see, I understand that you were just playing’ around. But the mule, he just doesn’t get it. Of course, if you were to all apologize..’ De bandieten lachen hartelijk om zijn verzoek. ‘I don’t think it’s nice, you laughing’, vervolgt hij, nu met een heel gevaarlijke uitdrukking op zijn gezicht. ‘See, my mule don’t like people laughing. He gets the crazy idea you’re laughing at him. Now, if you apologise, like I know you’re going to, I might convince him that you really didn’t mean it.’ 10 seconden later zijn de bandieten dood. Eastwood heeft zich alleen vergist in aantal, dus voert hij de bestelling op bij de doodgraver: ‘My mistake. Four coffins.’ Cooler is niet mogelijk. 4. Hij lijdt ook pijn The Man with No Name is niet een held wie alles altijd maar gemakkelijk afgaat. Nadat hij de onderdrukte vrouw Marisol heeft bevrijd van de slechte Ramón Rojos en haar heeft herenigd met haar zoontje Jezus, wordt zijn dubbele agenda ontdekt door Ramón. Hij krijgt een genadeloos pak slaag wat hem bijna het leven kost. Wie zijn doel wil bereiken, moet soms pijn lijden. Hij ondergaat dat als een echte man wat veel respect verdient. 5. Hij heeft niet alleen vaardigheden, hij is ook intelligent Bandiet Ramon weet het goed te omschrijven; ‘I don’t like that Americano. He is too smart to be just a hired fighter. When someone with that face works with his gun, you can count on two things. He’s fast on the trigger, but he’s also intelligent.’ Hij lijkt tegen het einde van de film echter zijn eigen les vergeten te zijn. Hoe vaak hij de Man ook neerschiet, hij blijft maar opstaan. Een kogelvrij vest kan wonderen doen. Deze scène werd ook bewonderd door Biff Tannen in Back to the Future: Part II. In hoeverre dat een aanbeveling is, valt te bezien, maar een feit blijft dat ze niet veel slimmer komen als de Man with No Name. En hij wint het gevecht uiteindelijk, het laatste kenmerk van deze held der helden. Wat een held, niet?

Fragmenten.blog Gepubliceerd op 16 augustus 2013 door J. Kleyngeld

80


Magische Dagen – Een tweeluik door Jeppe Kleyngeld

Deel 1: Terugblik op een verschrikkelijk foute/goede paddotrip ‘Expose yourself to your deepest fear; after that, fear has no power, and the fear of freedom shrinks and vanishes. You are free.’ – JIM MORRISON Hallucinerende paddenstoelen… Ik had die dingen al vaak gegeten, maar in het voorjaar van 1998 beleefde ik een trip die ik nooit zou vergeten. Het begon allemaal in mijn ouderlijk huis aan de Wildtlaan in Heiloo waar ik toen woonde. Mijn ouders waren weg, dus we hadden een basiskamp van waaruit we de trip als ware psychonauten konden beginnen. De trip-groep bestond naast mij uit drie vrienden uit de buurt: Boris, Daan en Frank. De paddo's hadden we ‘s middags ingeslagen in de smartshop in Alkmaar. Vier zakjes gedroogde Hawaiiaanse paddenstoelen van 30 gulden per portie. Meer dan genoeg om de poorten naar wonderland wagenwijd open te zetten. Die Hawaiiaanse paddenstoelen waren altijd sterk, maar de concentratie psilocybine – de werkzame stof in hallucinerende paddo’s – kon behoorlijk verschillen. Deze keer, zo zou snel blijken, hadden we de krachtigste exemplaren ooit te pakken. Zoals altijd waren die dingen niet te vreten. De smaak kan ik het beste omschrijven als een mix van bittere takken, mos en plantaardig gif. Maar zoals de triphandleiding voorschrijft is goed kauwen aan te raden omdat de werkzame stof dan sneller in het bloed wordt opgenomen… Dus dat deden we maar als vier brave schooljongetjes die een opdracht van de meester hadden gekregen. Frank, de kleinste van de vrienden (en dus degene met het meest compacte darmsysteem), had zijn portie er binnen de kortste keren uitgekotst. Geen trip voor hem dus, althans niet zo’n extreem heftige als de rest van ons te wachten stond. Al na een kwartier voelde ik het spul inwerken als een snel verspreidend gif. Dit waren geen normale paddo's, maar extreem geconcentreerde psilocybine BOMMEN. Al binnen een half uur waren we flink aan het trippen. Dat was veel sneller dan normaal het geval was. Dat gaf mij en tenminste één van de anderen, Daan, een nogal verontrustend gevoel. De algehele toon van paniek was gezet.

Jezus Christus, dacht ik. Dit is wel heel heftig. We besloten richting het park te gaan lopen. Het was acht uur op een zaterdagavond en nog rustig op straat. Het uitgaanspubliek – voor zover je daarvan kunt spreken in Heiloo – was nog binnen. Vast aan het voordrinken voor een avondje in de kroeg bij Aris de Wit of de Oud Inn. Sommige zouden de fiets- of brommertocht naar Alkmaar maken voor een bezoekje aan een of ander café aan het Waagplein, maar nu waren ze nog thuis. Gelukkig, want ik was bang om bekenden tegen te komen met mijn trippende hoofd. Met paddo’s op iemand serieus te woord moeten staan is een bijna onoverkomelijke cognitieve taak.

81


Op de Van Vladerackenlaan liep een man met een hond ons tegemoet. 'Goedenavond', zei hij en we groeten beleefd terug, maar zodra we iets verder waren proestten we het uit van het lachen. Een hond aan een riem ziet er behoorlijk alien uit als je uit je bol bent op paddenstoelen. We liepen langs de eendenvijver compleet trippend nu. Aan deze plaats had ik veel jeugdherinneringen, maar nu voelde het meer als een soort oersoep dan als een onderdeel van mijn normale leven. De hallucinaties werden krachtiger, oftewel er trad een complete distorsie op van wat ik normaal percipieerde als realiteit. Het leek wel of ik me in een lucide droom bevond. Er is bij een trip op een zwaardere dosis een duidelijk omslagpunt waarbij je hersenen niet meer herkennen dat je perceptie op dat moment afwijkt van nuchtere staat. Dat omslagpunt zou ik die avond bereiken en snel ook. Complete paniek zou daar een belangrijke rol in spelen. We kwamen in het park aan. Normaal was dit een wandeling van tien minuten, maar het leek nu wel een epische wandeltocht uit The Lord of the Rings. Mijn perceptie van tijd was compleet uit elkaar gerekt. Één van de mede-trippers liep te zwetsen dat hij clowns zag en eiste alle aandacht op. Ik, een klassieke introvert, liet hem zijn gang gaan. Intussen liep ik in mezelf een paniekaanval op te bouwen. Het heftige gevoel dat binnen een half uur tijd in mij was ontstaan had zich nu gesetteld, maar het was te veel, te krachtig, onbeheersbaar. Het besef van de tijdelijkheid van mijn conditie was aan het vervagen. 'Kom op joh, Jeppe. Ga liggen en laat het over je heen komen. Het maakt niet uit dat je een zooitje bent. Negeer die zorgwekkende mentale processen. Over een kleine vier uur voel je je weer enigszins normaal.' Dat had iemand tegen me moeten zeggen. Maar ik heb niet aan de alarmbel getrokken. De gevolgen zouden zich snel manifesteren.

Een nieuwe paniekgolf… We besloten terug naar mijn huis te gaan omdat mijn clown verbeeldende vriend het niet langer trok. Van een plan voor de avond was geen sprake meer. Mijn angst werd groter en ik besloot onderweg dat ik suiker nodig had. In het verleden had dat me ook gered van een escalerende bad trip. Maar thuis aangekomen werd ik extreem paranoia dat mijn ouders snel terug zouden komen (hier was volstrekt nog geen sprake van, maar het rationele deel van mijn brein was op dit punt volledig buiten werking gesteld). Ik liep mijn huis in en kwam onderweg naar de keuken mijn kat Mario tegen, die er pluiziger uitzag dan ooit. Ik voelde mezelf net een wild beest en werd een beetje bang namens Mario voor mezelf. Deze waanzin had lang genoeg geduurd. Ik stapte de keuken in en ging koortsachtig op zoek naar suiker. Ik kon het niet vinden. Hoe was dat in godsnaam mogelijk? Suiker heb je toch in elk huis op ieder moment ter beschikking? Maar de tijd begon voor mijn gevoel te dringen en de effectiviteit van mijn zoekactie liet te wensen over. In een vlaag van wanhoop besloot ik naar het winkelcentrum te lopen, om daar mijn handen op wat suiker te leggen. Een reëel plan: op zaterdagavond in Heiloo zijn er massa’s winkels open waar je onopvallend suiker kunt scoren. Buiten stonden mijn vrienden, maar ik besteedde geen aandacht aan ze. In plaats daarvan versnelde ik mijn pas richting winkelcentrum en het zou niet lang duren voordat ik ze volledig kwijt was, of liever;

82


zij mij. Ik was compleet bezeten door de uitvoering van mijn briljante plan en liep strompelend over de Schuine Hondsbosschelaan richting het winkelcentrum. Het uitgaanspubliek was inmiddels op de been gekomen en de extreme dreiging die ik voelde bij alle voorbijgaande fietsers was bijna niet te hanteren. Bij iedere 'hey' die ik hoorde dacht ik dat iemand me herkende en het idee dat ik een gesprek moest voeren met een persoon uit de normale wereld was niet te doen. Mijn angst nam toe (kon dat nog?) en ik versnelde mijn pas…. Ik was alleen, maar bij het winkelcentrum was het voor mijn gevoel super druk. Het krioelde van de mensen. Wat deden ze hier? Waarom gebeurde dit? Ik besloot dat ik zo snel mogelijk weg moest van deze rampzalige plek, maar niet zonder suiker. Ik zag geen andere uitweg, maar had me inmiddels gerealiseerd dat de supermarkt, waar ik in redelijke anonimiteit mijn fix had kunnen scoren, gesloten was. Wat nu? Het enige alternatief dat me te binnen schoot was suiker te gaan vragen bij het Chinese restaurant aan de achterkant van het winkelcentrum. Maar toen ik daar door de ramen keek sloeg de schrik me om het hart. Het restaurant zat afgeladen vol met Heiloos publiek, geanimeerd pratend en saté kauwend. Ik moest weg en snel ook. Vluchten!

Ooit ben ik aan een bad trip ontsnapt. Toen ik een jaar of 15 was heb ik een keer spontaan, zonder plan, een hele zak Mexicaanse paddo’s opgegeten in mijn eentje. Ik had toen nauwelijks ervaring met dit mysterieuze middel. Een paar maanden daarvoor had ik voor het eerst wat trip-paddenstoelen gegeten op een Pizza Funghi in de pizzeria van Castricum samen met twee maten Jesse en Frank (degene met de zwakke maag). Het waren verse paddo’s die een stuk minder krachtig zijn dan hun gedroogde collega’s. Bovendien zorgde de pizza ervoor dat de werkzame substantie trager in het bloed werd opgenomen. Het resulteerde in een milde trip. Prima voor de eerste keer, al was ik toen wat teleurgesteld in de effecten. Vandaar wellicht mijn ondoordachte actie op de bewuste avond. Nu ging ik al snel volledig uit mijn bol. Ik belandde bij wat vrienden op de bank. We gingen een film kijken – mijn lievelingsfilm GoodFellas – maar ik kon me niet focussen. Bovendien ziet maffiageweld er op paddo’s heel freaky uit. Ik vertrok en kwam bij een halfpipe terecht waar ik in die tijd vaak met vrienden rondhing om te skaten en te blowen, maar ik trok de sociale setting slecht. ‘Je gaat fout’, galmde steeds door mijn kop. Ik ben toen in paniek op de vlucht geslagen. Wat moest je ook alweer doen als je fout ging? Suiker eten, bedacht ik me, en ik besloot naar huis te gaan om dit te regelen. Na een fietstocht door een mistig en droomachtig Heilooërbos kwam ik thuis. Mijn moeder lag in bed tv te kijken. ‘Hoi mam, ik ga meteen naar bed’, zei ik terwijl ik langs haar schoot. Ik praatte zo snel dat het geklonken moet hebben alsof ik op fast forward stond, maar misschien klonk dat alleen in mijn hoofd zo. Ik had geluk: mijn ouders stelden geen vragen. Een andere keer toen ik dronken thuis was gekomen, was m’n moeder achter me aan gelopen en was ik bijna van de trap gevallen. Nu ontsnapte ik zonder kleerscheuren. Op weg naar boven had ik de suikerpot meegepikt. En op mijn kamer werkte ik meteen de volledige pot weg. Toen was het afwachten geblazen. Ik ging op bed liggen en keek een beetje om me heen. Mijn kamer was zo groot als een paleis geworden. Ik had ook een grote kamer, maar nu was hij echt gigantisch. Het besef van ruimte bleek, net als tijd, niet meer dan een overtuigende illusie te zijn. Ik denk dat het tien minuutjes duurde

83


voordat de trip langzaam begon weg te zakken. Godzijdank, dat was met een sisser afgelopen. Dit zou mij geen tweede keer gebeuren…

Snelwandelen, complete paranoia… Mijn vlucht leidde me naar de rand van het Heilooërbos. Ik was er in geslaagd niemand tegen te komen, maar mijn gevoelens van angst en paniek waren nog helemaal niet gezakt. Ik stond bij het scoutingterrein waar de Westerweg het bos in loopt. Hier kon ik hopelijk op adem komen, maar ik durfde het bos niet in te gaan. Via de Westerweg terug naar huis lopen dan maar… Maar vrijwel direct kwamen fietsers me tegemoet en ik was nog altijd bang herkend te worden. Ik besloot via de achtertuinen van de huizen aan het zicht van de straat te ontsnappen. Toen veranderde mijn trip al snel in een kwade, introspectieve nachtmerrie. Allerlei frustraties en wanhopige gevoelens uit mijn leven teisterde mijn hoofd. 'Ik wil iemand', klonk mijn eigen stem in mijn hoofd. 'Ik wil niet langer alleen zijn.' Een compleet gebrek aan controle maakte zich meester van me. Ik sloeg met mijn blote vuist een klein zijraam van een woonhuis in. Dit moet stoppen! dacht ik bij mezelf. Ik sloeg op de vlucht en belandde in andere achtertuinen aan de overkant van de straat. Hier kon ik mijn nachtmerrie voortzetten, maar er kwam geen angst dit keer, maar een vlaag van opwinding. Ik voelde opeens superkrachten in me loskomen. Als ik nu voor een auto zou lopen zou dat geen enkel verschil maken, besefte ik me. Het bewustzijn kan nooit dood gaan. Een nieuwe fase in mijn trip brak aan. Ik geloofde dat ik kon vliegen. Ik probeerde op te stijgen, terwijl ik van de ene tuin naar de andere overstak, maar landde in een plas modder. Toen wilde ik door een houten poort lopen. Letterlijk door een houten poort, dus zonder hem eerst open te maken. Helaas waren mijn nieuw verworven superkrachten nog niet op het punt dat ik alle natuurkundige wetten kon tarten, maar dat zou wel komen. Daar was ik van overtuigd. Ik stak weer een zijpad door naar een diepe en dicht begroeide achtertuin. In de achterste bosjes bleef ik even staan en zag ik dat mijn hand hevig aan het bloeden was. Toen ging het licht bij de achterkant van het huis opeens aan en hoorde ik een zware mannenstem iets naar me roepen...

Ik zag een donkere gestalte… Hij stond bij de achterdeur van zijn huis. Zijn vrouw stond achter hem. Hij was kwaad en riep iets naar me en het leek alsof zijn vrouw zijn woede in toom probeerde te houden. Volgens mij beschuldigde hij me ervan een inbreker te zijn. Grappig achteraf. Dit waren duidelijk mensen die niet eerder hadden kennisgemaakt met een paddofreak. Toen kwam hij op me afgelopen met zijn vrouw achter hem aan. Totale angst maakte zich meester van me. Ik dook in elkaar met mijn handen voor

84


mijn gezicht. Ik dacht dat hij een stok in zijn handen had en die dwars door mijn oogbal ging steken. Het gevoel van horror dat ik ervoer kan ik niet eens beschrijven… Het kan niet meer dan 10 minuten later zijn geweest toen we bij de zijkant van het huis stonden te wachten op de politie. De vrouw had mijn pols vast, bang dat ik zou vluchten. Ik zocht inderdaad naar een gaatje om weg te komen. Die vrouw was een complete psychopaat rechtstreeks uit een David Lynch nachtmerrie. Hier had ik geen bewijs voor, maar mijn instinct vertelde me alles wat ik moest weten. Voor mijn bloedende hand had ze een doekje gehaald en ook een paar buren waren komen kijken. Begrijpelijk, je vangt immers niet vaak een levend exemplaar van mijn unieke soort. Twee smerissen arriveerden. Eentje was mager, had een vriendelijk gezicht en een enorme snor met een mooie slag erin. De ander had een varkenskop en deed wat minder vriendelijk tegen El Jeppo. Na een praatje namen ze mee voor ondervraging. De politiewagen was net een ruimteschip vol met lampjes, radioruis en stemmen als uit een commandocentrum. Ik zat achterin te spacen op dit alles. Trippend rondgereden worden door de politie is een ervaring die je maar één keer in je leven meemaakt. Ik genoot er dan ook volop van. Ik had de agenten mijn adres gegeven en ze zochten de weg. Kennelijk hadden ze toch de intentie me thuis af te leveren. Op een kruising vroegen ze me of we links of rechts moesten. Ik wist dat we links moesten – we waren vlakbij mijn huis – maar ik zei maar rechts. Dat is de dualiteit van paddenstoelen; aan de ene kant voel je super-paniek, aan de andere kant neem je wel vol overtuiging een stel smerissen in de maling. Na nog wat rondjes gereden te hebben stonden we dan toch voor mijn huis. Ik zag door het raam dat Snorremans met mijn buurvrouw Inge stond te praten. Mijn ouders waren er kennelijk nog niet. Gelukkig maar, want ik was nog lang niet klaar voor een confrontatie met hen. Waarschijnlijk zei El Snorro zo iets als: 'We hebben hem gevonden in een achtertuin op de Westerweg. Ik weet niet wat hij gebruikt heeft, maar hij is compleet de weg kwijt.' Hij noteerde ook het telefoonnummer van mijn ouders.

De platte petten namen me mee naar het bureau. Niet dat ik gearresteerd was, geloof ik, maar ze moesten toch iets met me doen. Ik mocht eerst mijn zakken leegmaken. Veel zat er niet in. Sleutels, een pakje halfzware shag, een portemonnee met daarin geen geld, maar wel een blokje hasj dat ik van plan was geweest later op de avond op te roken wanneer de trip wat gezakt zou zijn. Ik mocht gelukkig meelopen met de aardige agent die het verhoor ging afnemen. Varkenskop hield het voor gezien. Snorremans’ kantoortje was klein, maar gezellig. Er stond een bureau met een computer waarachter hij plaatsnam. Ik mocht in de stoel tegenover hem gaan zitten. 'Oké, vertel het maar', zei hij. 'Wat is er gebeurd?' Ik kon hem niet volgen. 'Wat wil je dat ik zeg?' vroeg ik. 'Het maakt mij niet uit', antwoordde hij. 'Het is jouw rapport!' Ik kwam niet meer bij van het lachen. Mijn rapport. Dat was de beste grap ooit gemaakt. Toen ik weer bij kwam vertelde ik hem maar dat ik iets te veel tequila had gezopen en me suf had geblowd (waarom die combinatie beter zou zijn dan paddo’s voor mijn verklaring weet ik eigenlijk niet, maar het leek toen zo). De snor van mijn nieuwe vriend begon op dat punt voor mijn ogen te dansen als een soort harige Fred Astaire. Ik kon mijn blik er maar moeilijk vanaf houden.

85


Hij vroeg of ik nog andere drugs had gebruikt, zoals XTC. ‘Nee, geen XTC agent’. Toen mijn rapport klaar was bood hij me een kopje thee aan. Toen hij weg was kwam er een geweldig gevoel van euforie over me. Dit was de avond waarop ik altijd had gewacht. Dit was de avond waarop iedereen altijd had gewacht. Voor altijd wereldvrede, nooit meer ellende. Aliens waren geland op aarde en iedereen besefte nu: liefde is het antwoord. Ik had zin om ze allemaal te zien en het gevoel te delen: vrienden, familie, zelfs die agenten. Het maakte allemaal niks meer uit wie je was en wat je deed. Ik wilde mijn beste vriend Jean-Marc bellen en tegen hem zeggen: 'Het is eindelijk gebeurd hè? Waarom kom je niet hier naar toe? Dan bouwen we een feestje hier op het politiebureau.' Als iedereen zich altijd zo zou voelen als ik op dat moment zou de wereld een te gekke plaats zijn om te wonen. Het zou wel een zooitje zijn en de productiviteit zou nagenoeg stil komen te liggen. Maar het zou wel een gelukkige plek zijn.

Ik moest pissen en besloot dat te doen in de hoek van het kantoor van Snorremans. Op het hoogpolig tapijt. Niks maakte immers meer uit. De wereld is veranderd deze avond. Deze nacht mensen, het is waar. Nooit meer hetzelfde gelul als eerst, maar een wereld vol vreemde, gelukkige mensen. Zo, dat luchtte op. Toen de agent terugkwam wees ik hem op de pisvlek in de hoek. Hij werd niet eens kwaad. Mijn intuïtie was betrouwbaar geweest: deze agent was wel een toffe peer. Hij sommeerde me mee te lopen naar de keuken, waar hij me een emmer sop liet maken. Toen gingen we terug naar het kantoor en liet hij me de pisvlek dweilen. Iets later arriveerde een maatschappelijk werker die de agenten over hadden laten komen uit Heerhugowaard. Het was net als El Snorro een geschikte kerel. Een probleem dat ik wel met hem had was dat hij me extreem ontnuchterende vragen ging stellen. 'Wat voor werk doet je vader?' Hier kon ik nog wel om lachen, maar hoe langer het kruisverhoor duurde, hoe verveelder (en vermoeider) ik me begon te voelen. Na nog tientallen vragen over mijn school, mijn werk, mijn ouders, mijn sport (deed ik niet aan) kwam mijn vader me ophalen. Onderweg naar huis hebben we niet veel gepraat, maar mijn moeder was flink pissig toen ik thuis kwam. 'We praten morgen wel verder', zei ze. Wat een koude douche. Toen ik later alleen op mijn kamer was, zag ik dat ik onder de modder zat. Het was net of ik uit de jungle kwam gelopen en dat was eigenlijk wel zo op een bepaalde manier. Dit was mijn oorlog geweest: het mentale slagveld van mijn ogenschijnlijk doelloze generatie. En het was er heftig aan toegegaan. Ik draaide een jointje (de agenten waren zo jofel geweest het blokje hasj in mijn portemonnee te laten zitten) en ging op bed liggen. Als ik mijn ogen dicht deed zag ik nog steeds bizarre ruimtebeelden, maar ik waande me niet langer in alien-land. Het zou een vreemde nacht worden met wilde dromen en kleurrijke na-hallucinaties. Toen kwam de ochtend en werd ik gedwongen met een andere blik naar de avond te kijken. De realiteit was weer terug en er was geen sprake van wereldwijde liefde en verbroedering. Ik had dezelfde denkfout gemaakt als de LSD-hippies in de jaren 60/70. Hallucinerende drugs brengen geen algehele verlichting, ze maken alleen een zooitje van de gebruiker. Maar ik snap nu heel goed waar ze dat idee vandaan hebben. En wie weet dat het ooit in de mentale evolutie van de mensheid gaat

86


gebeuren; het paradijs op aarde. Een wereld waarin iedereen, en niet slechts een handjevol verlichte zielen, hĂŠt begrijpt. Ik had hier even aan mogen proeven en dat was heerlijk en onvergetelijk geweest. De prijs van de angst en walging heb ik er graag voor betaald. Dit moest met mij gebeuren. Het stond in de sterren geschreven. En mijn geest zou nooit meer hetzelfde zijn.

Niet eerder gepubliceerd

87


#eetmindervlees - Tortilla’s met tomatensaus

Ingrediënten • Pak tortillawraps (acht stuks) • Pakje quorn • Vier avocado’s • Twee limoenen • Twee Spaanse pepers • Bosje koriander • Knoflook • Blik gehakte tomaten • Pakje Goudse geraspte kaas • Sour Cream Bereiding 1. Verwarm de oven voor en leg de wraps/tortilla’s er eventjes in (laat ze niet hard worden). Wok de quorn tot het bruin is. 2. Doe in een schaal: – De quorn – De vier gesneden avocado’s – Één uitgeperste limoen – Een beetje gesneden koriander – De twee gesneden Spaanse pepers 3. Bak nu in een pan twee teentjes geperste knoflook. Voeg dan het blik tomaten toe en pers daarna de tweede limoen uit boven de pan. Voeg ook zout en zwarte peper toe. Laat zo’n twaalf minuten bakken en roer het regelmatig om. Voeg het daarna toe aan de schaal. 4. Vul de wraps met tortillamix en leg ze in een ovenschaal. Strooi de geraspte kaas erover. Zet ze in de oven totdat de kaas gesmolten is. Klaar! Serveren met sour cream. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 6 mei 2016 door J. Kleyngeld

88


Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72 ‘The nut of the problem is that covering this presidential campaign is so fucking dull that it’s just barely tolerable . . . and the only thing worse than going out on the campaign trail and getting hauled around in a booze-frenzy from one speech to another is having to come back to Washington and write about it.’ - Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72 (1973)

Het is vreemd om na Fear and Loathing in Las Vegas dit boek te lezen, omdat Thompson zich hierin bewijst als zeer serieus en bekwaam verslaggever, die presidentskandidaten interviewt, zich een expert toont in het politieke proces en bijzonder scherpe analyses maakt. Zoals de titel aangeeft volgde Thompson in 1972 de run voor het presidentschap. Hij deed dit uiteraard in geheel eigen stijl, gebruik makend van alle vreemde journalistieke methoden mogelijk. Geen saaie politieke verslaggeving dus, maar een snelle en wilde trip vol drugs, drank, corruptie, vreemde ontmoetingen en bizarre anekdotes. Frank Mankiewicz, de campagne manager van democratisch kandidaat George McGovern omschreef het boek dan ook gedenkwaardig als: ‘the least factual, but most accurate account of the 1972 presidential campaign.’ Met ‘least factual’ refereert hij aan de Gonzo stijl die Thompson hanteert waardoor voor de lezer het onderscheid niet duidelijk is tussen echte gebeurtenissen en verzinselen van de verslaggever. En met ‘most accurate’ complimenteert hij Thompson die een bijzonder scherp inzicht heeft in de onderliggende krachten die in de campagne speelden.

89


Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72 is wel een stuk minder tijdloos dan Thompson’s andere werken. Het gaat immers om een presidentsverkiezing ruim 40 jaar terug en de kandidaten waar het om gaat zijn inmiddels allemaal al (lang) van het toneel verdwenen. Toch is het boek nog steeds de moeite waard vanwege de grensoverschrijdende stijl die Thompson gebruikt. Hij kruipt zo dicht op de huid van de campagne dat het als lezer voelt alsof je er zelf bij bent en deel van uitmaakt. En dat maakt het tot zo’n toonaangevend journalistiek werk. Het geeft diep inzicht in de werking van het Amerikaanse politieke systeem en zou een verplicht boek moeten zijn voor studenten journalistiek die de politieke kant op willen. Hoe ging het er in ’72 aan toe, of eigenlijk in iedere Amerikaanse presidentscampagne? Om in het Witte Huis te belanden heb je als kandidaat een gigantische politieke organisatie nodig, bestaande uit toegewijde vrijwilligers die geloven in jouw idealen. De vrijwilligers moeten kiesdistricten gaan bewerken en dat is een megaklus. Ze moeten precies uitzoeken wie voor de kandidaat zijn, wie tegen en wie nog niet besloten hebben. Van de eerste groep moeten ze zorgen dat ze naar de stembus gaan. De laatste groep moeten ze overtuigen middels promotiematerialen en speeches.

Thompson met presidentskandidaat George McGovern De verkiezingen van 1972 gingen grotendeels tussen zittend president Richard Nixon en de democratische uitdager George McGovern. Wanneer je leest hoe Thompson denkt over Nixon, ‘when the Great Scorer comes to list the main downers of our time, the Nixon inauguration will have to be ranked Number One’, kun je alleen al voorstellen hoe hij gaat reageren als Nixon wederom wint. De voorverkiezingen van de democraten begonnen in december ’71 en het was al snel duidelijk dat ze weinig hadden in te brengen tegen Nixon. Hun beste kans was in eerste instantie Ed Muskie, een ramp volgens Thompson. Andere deelnemers waren Hubert Humphrey (die Thompson omschrijft als ‘treacherous, gutless old ward healer’) en de racistische George Wallace, die tijdens de campagne werd neergeschoten. Later in de voorverkiezing nam George McGovern het voortouw, een kandidaat die Thompson wel erg kon waarderen. In juni 72’ wint McGovern inderdaad de democratische nominatie. Naarmate de campagne vordert wordt Thompson steeds wanhopiger; ‘I’m beginning to wonder just how much longer I can stand it: this endless nightmare of getting up at the crack of dawn to go out and watch the candidate shake hands with workers coming in for the day shift at the Bilbo Gear and Sprocket Factory, then following him across town for another press-the-flesh gig at the local slaughterhouse… then back on the bus and follow the candidate’s car through traffic for forty-five minutes to watch him eat lunch and chat casually with the folks at a basement cafeteria table in some high-rise Home for the Aged. Only a lunatic would do this kind of work: twenty-three

90


primaries in five months; Stone drunk from dawn till dusk and huge speed-blisters all over my head. Where is the meaning? That light at the end of the tunnel?’

En dat einde kwam in november toen de race definitief in Nixon’s voordeel werd beslist. Maar voor dat gebeurde maakt Hunter nog het nodige mee. Zo test hij de befaamde Vincent Black Shadow motor, ontmaskert hij de democratische kandidaat Hubert Humphrey als Ibogaine verslaafde (een verzonnen gerucht dat Thompson naar buiten bracht en wat geloofd werd), heeft hij een 1 op 1 toilet-interview met McGovern, verdrinkt hij bijna in Miami en vliegt hij mee met het White House vliegtuig en de befaamde Zoo Plane, een secondair vliegtuig voor de politieke pers volgeladen met drank en drugs. De campagne eindigt in mineur. Thompson is compleet uitgeblust en zijn kandidaat McGovern verliest dik van Nixon met maar liefst 23 procentpunten verschil. Waar McGovern de fout in is gegaan is de benoeming van zijn vice-president. In eerste instantie koos hij Thomas Eagleton, maar die kwam al snel in de media met een psychiatrisch verleden (Eagleton had geleden aan depressies en had naar verluid shockbehandelingen ondergaan). McGovern zei eerst 100 procent achter zijn vice-president te staan, maar door alle druk die op hem werd gezet, verving hij uiteindelijk toch Eagleton voor Sargent Shriver. McGovern, die populair werd vanwege zijn anti-politieke instelling en anti-Vietnam oorlog standpunt, verloor hierdoor het respect van zijn kiezers, volgens Thompson’s analyse. Vooral bij de belangrijke jeugdige stemmers. En dus moest Thompson accepteren dat hij nog vier jaar langer Nixon moest verdragen. Toch geeft hij te kennen in 1976 wel weer op pad te willen gaan voor de campagne. Hij is een political junky voor wie een presidentscampagne de best mogelijke opdracht is. Door zijn verslaggeving van deze campagne – dat vaak als zijn beste werk wordt beschouwd – werd hij echter zo bekend dat nogmaals als journalist deelnemen zinloos geweest zou zijn. Iedere politicus zou weglopen als ze hem zouden zien aankomen.

91


Zijn uiteindelijke analyse van het politieke proces luidt als volgt; ‘We’ve come to a point where every four years the national fever rises up – this hunger for the saviour, the white knight – and whoever wins becomes so immensely powerful, like Nixon is now, that when you vote for President today you’re talking about giving a man dictatorial power for four years. I think it might be better to have the President sort of like the King of England – or the Queen – and have the real business of presidency conducted by . . . a City Manager-type, a Prime Minister, somebody who’s directly answerable to Congress rather than a person who moves all his friends into the White House and does whatever he wants for four years. The whole framework of the presidency is getting out of hand. You almost have to be a rock star to get the kind of fever you need to survive in American politics.’ Zijn vrouw Anita Thompson schrijft in haar ode aan Hunter The Gonzo Way dat Thompson de rest van zijn leven gezocht heeft naar een kandidaat met dezelfde principes als McGovern, die het wel tot in Het Witte Huis zou schoppen. Hij heeft deze kandidaat nooit gevonden. Four more years… Four more years… Four more years… Four more years… Four more years…

Fragmenten.blog Gepubliceerd op 7 augustus 2014 door J. Kleyngeld

92


Gek op Loesje, Rosa én het grote dierenrijk!

Door Charles Sanders “Pffff”, zucht Jeppe, als hij op de stoel achter zijn redactiebureau neerploft. Rooddoorlopen ogen, modder aan handen en op kleding, het haar zo woest dat hij haast wel in een cabriolet – met de kap naar beneden – door de wasstraat moet zijn gereden… Of toch die mega-kater en vervolgens in het holst van de nacht van de fiets gevallen? Dan wel bij volle maan slaapwandelend de sloten van de Beemster verkend? We krijgen er geen vat op. “Wat is er gebeurd?”, vragen we daarom maar, enigszins bezorgd. Jeppe kijkt op die voor hem zo kenmerkende wijze. Beetje dichtgeknepen ogen, ietwat sarcastische glimlach, blik alsof hij precies weet wat zijn gesprekspartners denken, wat hen beweegt, wat ze gaan zeggen. “Ik moest een eend naar het hiernamaals brengen”, orakelt hij op mysterieuze toon, zijn woorden zorgvuldig kiezend. En om meteen maar te voorkomen dat we het in onze hoofden zouden halen ook maar te dénken dat hij met een jachtgeweer door de Noord-Hollandse weilanden is getogen, met hagel schietend op rondfladderend gevogelte: “Was aangereden. Die eend dan. Ik heb hem naar het hiernamaals geholpen. Het dier moest uit zijn lijden worden verlost.” Zucht van opluchting. Gelukkig, Jeppe is nog steeds dezelfde. Familieman, echtgenoot van Loesje, vader van Rosa, vegetariër, dierenvriend. Dat laatste gaat heel ver. Zo wil het gerucht dat Jeppe eigenlijk liever als redacteur voor de Fabeltjeskrant had gewerkt dan de scepter over AccountantWeek te zwaaien. Omdat hij dan nieuws had kunnen schrijven voor en over de bewoners van het Grote Dierenbos. Zoals daar zijn: Jodokus de Marmot, broers Ed & Willem Bever, Zoef de Haas, Zaza Zebra, de zussen Myra en Martha Hamster (Ja, die namen bestaan bij Alex van Groningen óók, maar toch anders…) en… hoofdredacteur Meneer de Uil! Niet dat die laatste beter zou zijn dan zijn huidige hoofdredacteur, maar ja, dat gevederte hé! Ander gerucht, vooralsnog door niets en niemand bevestigd: Jeppe had zijn dochtertje ook best Bambi willen noemen. Naar het witstaarthertje uit de gelijknamige Walt Disney-kraker… Het verhaal wil dat Loesje daar een stokje voor stak. Hoe ver die dierenliefde van Jeppe gaat, bewees hij afgelopen winter nog. Want deze fervente aanhanger van Marianne Thieme’s Partij voor de Dieren bezit in zijn Noord-Hollandse polder een

93


heus eilandje. Met konijnen, kippen en – voor continuïteit heeft hij ook al gezorgd – een haan. In de ijzige koude avond van woensdag 28 februari zit het Jeppe niet lekker. Diezelfde ochtend, in alle vroegte, had hij zijn haan niet gezien. “Misschien een uitstapje naar een ander, warm kippenhok”, mompelt hij nog in zichzelf, terugfietsend naar huis. Maar de zelfpoging tot geruststelling helpt niet. Die hele dag, op de redactie in Amstelveen, blijft het door zijn hoofd spoken. AccountantWeek? Leuk en aardig. Maar hij is nu eventjes meer bezig met dat kippenhok in de polder dan dat hij aandacht heeft voor vermeende fraudezaken bij KPMG of één van de andere Big Five in Accountancy… Want straks, met gevoelstemperaturen voor de boeg tot -25 graden… Wat gebeurt er dan? Nee, de haan moet terug, zijn eigen hok in. Stel dat ‘ie daar op het eilandhekje staat te bibberen en de volgende ochtend is veranderd in diepgevroren Friki filet? Jeppe begint bij het idee alleen al zelf te bibberen. Dus eenmaal uit de file en thuis; fiets uit de schuur, kleine Rosa – vanzelfsprekend warm ingepakt – achterop en het dorp uitgepeddeld. De snijdende kou, zich zo breed mogelijk makend om Rosa achterop uit die wind te houden, trotserend. Veel Hollandser krijg je het niet. Als een ansichtkaart van Anton Pieck. En ja hoor, aangekomen bij het eiland van de familie Kleyngeld, blijkt Jeppe over diervriendelijke voorspellende gaven te beschikken. Want op het hekje staat die anders zo fiere haan met zijn kop in zijn veren verstopt te trillen als een rietje. Jeppe parkeert zijn fiets, kijkt nog even goed of Rosa veilig zit en glijdt de in een ijsvloer veranderde sloot over. De haan, normaal gesproken niet altijd even aanhankelijk, lijkt warempel wel blij hem te zien. En als hij het dier door het deurtje in het kippenhok duwt, lijken de dames – gezien het opgewonden getokkel dat binnen losbarst – ook vrolijk. Jeppe fietst terug naar huis. Vuurrode wangen, ijspegels in het haar. De wind is gedraaid, de gevoelstemperatuur zo mogelijk nog lager dan op de heenweg. Maar deze Noord-Hollander maalt er niet om. Hij kijkt over zijn linkerschouder naar dochtertje Rosa en die is ook blij. ‘Haan goed, al goed.’ Zo gaat dat in de familie Kleyngeld. En morgen? Dan staat er voor de hoofdredacteur van AccountantWeek een serie interviews met sprekers op de komende AccountantExpo op het programma. Onbedoeld en onbewust moet Jeppe een klein beetje geeuwen… JK Magazine Gepubliceerd op 3 mei 2018 ter ere van jubileum 10 jaar bij Alex van Groningen…

94


De Pulp Fiction vraag: Gebeuren dingen gewoon?

Ongetwijfeld herinner je de scene uit Pulp Fiction waarin huurmoordenaars Jules Winnfield en Vincent Vega na een moordpartij in een appartement zelf onder vuur worden genomen. ‘De vierde man’, zoals hij in de aftiteling wordt genoemd, komt de badkamer uitgestormd terwijl hij zijn magnum leegschiet op de compleet verraste gangsters. “Die, you motherfuckers!” Maar als zijn pistool na zes schoten ‘klik’ zegt staan Winnfield en Vega beide nog op hun benen. Het kost ze een paar seconden om te beseffen wat er is gebeurd. Daarna richten ze zich woedend tot de vierde man en blazen hem met een paar welgemikte schoten naar de andere wereld (voor trivia-liefhebbers, de kogelgaten zitten al in de muur voordat de vierde man ooit geschoten heeft). Dan volgt een filosofisch debat tussen de collega killers. Vega schudt de gebeurtenis vrijwel direct van zich af en wijt het incident puur aan geluk en verder niks speciaals. “Die dingen gebeuren gewoon.” Winnfield kijkt hier duidelijk anders tegenaan. God is tussenbeide gekomen en heeft de kogels tegengehouden. Al kan de bijbel citerende gangster niet uitleggen waarom Hij dat gedaan heeft, baseert hij er wel een levensveranderende beslissing op. Namelijk om per direct stoppen met zijn werk voor gangsterbaas Marcellus Wallace en de wereld te gaan rondreizen. Je weet wel, zoals Caine in Kung Fu.

95


Het debat is een klassieker in de filosofie. Wordt het heelal geregeerd door toeval of staat er een machtige Goddelijk figuur boven die aan de onzichtbare touwtjes trekt? Wie heeft gelijk, Winnfield of Vega? De kwantummechanica - het absolute hoogtepunt van de moderne natuurkunde - lijkt Vega gelijk te geven. Een van Einsteins bekendste uitspraken is: “God does not play dice”. Hiermee bedoelde hij dat er altijd een oorzaak is aan te wijzen voor een gebeurtenis. Neem een potje snooker. Stel dat je een bal richting een bepaalde hoek schiet op de snookertafel - en je hebt informatie over alle krachten en hoeken die in het spel betrokken zijn - dan kun je heel exact het pad van de bal voorspellen. Oftewel, Einsteins macro-universum is deterministisch. In de kwantummechanica - de natuurkundige theorie die het gedrag van materie en energie op atomaire en subatomaire schaal beschrijft - is dit compleet anders. Stel dat we een elektron van de snookerbal nemen en op twee nauwkeurig van elkaar geplaatste openingen in de tafel afschieten is er geen enkele manier om te weten in welke van de twee hij zal belanden. We kunnen alleen de waarschijnlijkheid weten dat hij in de ene of de andere zal landen, maar het resultaat is verder volledig random. Oftewel, kwantummechanica heeft Einsteins ongelijk bewezen: God dobbelt wel degelijk op de schaal van het allerkleinste. Het determinisme van de macrowereld is daarom slechts schijn; het toeval op microschaal wordt op grote schaal teniet gedaan. Er blijven slechts kleine fluctuaties over die te miniem zijn voor ons om waar te nemen. Maar het onderliggende toeval is er nog wel degelijk. Kortom, er is een sterke zaak voor toeval te maken. Is er een uitweg voor Winnfield? Jazeker, maar niet in de vorm van een hogere God. Wel in de vorm van bewuste agenten die gebeurtenissen helpen bepalen. Daarvoor moet één van de twee interpretaties van kwantummechanica waar zijn die het vreemde dualistische karakter van materie uitlegt (er is een derde interpretatie, de Broglie–Bohm-theorie, maar die heeft weinig aanhang en laten we hier buiten beschouwing). Het vreemde gedrag komt tot uiting in kwantumexperimenten die laten zien dat deeltjes zich gedragen als zowel deeltjes en golven (niet strikt gelokaliseerd, maar uitgespreid). Op het moment van meting stort de golffunctie in elkaar en bevindt het deeltje zich op één plek in ruimtetijd. Wanneer het zich gedraagt als golfachtige entiteit houdt het deeltje zich het recht voor om op verschillende plekken te verschijnen op het moment van meting. Waar het zal verschijnen kan de onderzoeker niet weten, alleen de waarschijnlijkheid dat het hier of daar zal opduiken. Het deeltje - dat zich niet kan opsplitsen - is dus nergens écht, en bestaat voordat de meting plaatsvindt slechts als wiskundige mogelijkheid.

96


Een theorie die dit bizarre gegeven verklaart is ‘bewustzijn veroorzaakt ineenstorting’, een interpretatie van kwantummechanica waar o.a. wetenschappers (en mijn helden) Robert Lanza en Donald Hoffman bekende aanhangers van zijn. Zij stellen dat er geen externe buitenwereld is die onafhankelijk van de waarnemer bestaat. Realiteit is volgens hun een proces dat zich binnen bewustzijn afspeelt. Oftewel, de computer waarop ik deze blog nu tik bevindt zich in mijn hoofd en nergens anders. Het spatio-temporele domein dat ik waarneem wordt in zijn volledigheid gecreëerd door mijn geest of bewustzijn. Als je dit radicaal vindt klinken, dan ben je zeker niet de enige. Dat is dan ook de reden dat dit niet massaal wordt opgepikt. Het wijkt teveel af van onze alledaagse intuïties, onze taal, onze cultuur, het heersende wetenschappelijke paradigma, van alles eigenlijk. Hoffman gelooft dat de nieuwe generatie, die reeds opgroeien met virtuele werelden en The Matrix, dit wel gaan omarmen. Het bewijs dat dit is hoe de realiteit werkt is namelijk behoorlijk overtuigend. Maar de wetenschap zal het pas accepteren als het onweerlegbaar wordt aangetoond in experimenten. Hier is al een begin mee gemaakt, maar het is erg lastig om financiering te ontvangen voor zaken buiten het materialistische domein. Parapsychologisch onderzoeker Dean Radin, die vanwege zijn specialisme al niet erg serieus genomen wordt in mainstream science, heeft wel een experiment op dit gebied uitgevoerd. Met het onderzoek toont hij aan dat de bewuste waarnemer met intentie invloed kan uitoefenen op de uitkomst van het beroemde tweespletenexperiment. Als de theorie klopt, dan zijn wij allemaal - en dieren en zelfs planten ook - onderdeel van het universum met ons bewustzijn en oefenen we ook invloed uit op de totstandkoming ervan. Er is overtuigend bewijs voor het bestaan van parapsychologische verschijnselen, zoals telepathie en telekinese, maar de invloed van onze verbonden geesten op de fysieke omgeving lijkt erg beperkt te zijn. Radin gebruikt echter proefpersonen die getraind zijn in meditatie en die lijken wel degelijk invloed uit te oefenen op gebeurtenissen op kwantumniveau. Donald Hoffman werkt aan een wiskundig model dat de relaties en hiërarchie van ons bewustzijn beschrijft. Dit model zou de theorie testbaar en dus bewijsbaar moeten maken. En daarmee zou Winnfield kunnen aantonen dat niet alle dingen zomaar gebeuren, maar dat wij er wel degelijk invloed op hebben. Vega kan zich als antwoord hierop beroepen op een andere interpretatie van kwantummechanica: ‘de veel-werelden-theorie’ van Everett, waar ook wijlen Stephen Hawking aanhanger van was. In deze theorie vertakt het universum bij elke gebeurtenis waarbij potentieel meer dan een uitkomst mogelijk is. In het geval van de snookertafel belandt de elektron in één universum in de ene opening en in een alternatief universum in de andere. In het geval van Pulp Fiction zijn Jules Winnfield en Vincent Vega in de meeste alternatieve universums morsdood, maar in de versie waar wij toevallig als getuigen bij zijn, overleven ze het incident. De veel-werelden-interpretatie is een manier om het idee van objectief bestaand waarnemeronafhankelijk universum in stand te houden. Maar dat maakt de theorie niet minder radicaal. Kun je het idee accepteren dat er ontelbare alternatieve universa zijn waarin je in sommige getrouwd bent met die afschuwelijke ex, in een andere Bitcoinmiljonair bent, en in weer een andere als kasplantje leeft na een bijna fataal auto-ongeluk? Conclusie, beide huurmoordenaars hebben een beetje gelijk. Het is onwaarschijnlijk - en sowieso niet bewijsbaar - dat er een externe God bestaat die het wat kan schelen wat wij hier op aarde uitvoeren. Wel is er een overtuigende zaak te maken voor een actieve rol voor de bewuste waarnemer, zodat het universum niet volledig random kan zijn. Veel gebeurtenissen zijn dit waarschijnlijk wel, zeker zolang de bewuste agenten zich totaal niet bewust zijn van hun invloed op het tot stand brengen van de collectieve realiteit. Verder toekomstig onderzoek moet uitwijzen of deze theorie echt klopt en hoever de invloed van de menselijke geest reikt. Wie weet ontdekken we dan dat we met intentie veel meer

97


kunnen bereiken dan we ons nu kunnen voorstellen, zoals misschien wel het impactpunt van een kogel bepalen. Voor Vega maakt het niet meer uit. In tegenstelling tot Winnfield, veranderde hij niet van koers na de goddelijke interventie. Kort daarna liep hij tegen een met machinegeweer gewapende Bruce Willis op. We kennen allemaal het resultaat van deze interactie. En in de kwantumwereld is de uitkomst kennen hetzelfde als hem creĂŤren.

Bronnen: The Quantum Astrologer's Handbook (Michael Brooks) & Reality is not what it seems (Carlo Rovelli) Fragmenten.blog Gepubliceerd op 31 juli 2018 door J. Kleyngeld

98


Take one minute to learn Jordan Belfort’s ‘straight line system’

A week ago I went to see the Wolf of Wall Street live in Amsterdam. The place was packed with wannabe sales tigers, paying 100 bucks a pop to learn the ropes from the Master of Sales (and Capital Fraud) himself. Off course, Willem and me had free access, that goes without saying. We are after all the crème de la crème of the Dutch financials press. What we didn’t have access to was free beer however. The setting was balder than Dr. Evil’s bald pussyface, and the catering was not up to our usual standards. Or any standard for that matter. A missed opportunity, especially for a sales oriented event like this. Still Jordan scored. 3000 tickets sold X 100 euro = 300 K. The marketing spend to fill the place up is probably 150 K, so he made a reasonable profit. Still, compared to his days on Wall Street it’s peanuts, but we don’t have to feel too sorry for him. So no beer, or food, but we came for the content and we got some of that. The highly energetic Jordan – who had probably taken some ludes before walking onto the stage – had some amusing lessons to increase your sales by tenfold at least. Even though you’re not into sales. Jordan proved he can teach any mutt the game. His crew basically consisted of clowns with the intelligence of Forrest Gump on three hits of acid. It didn’t matter. As long as you know the straight line system anyone with any background – and Jordan Belfort as sales trainer – can succeed. How does it work? Easy as cake. Every bloody sales call is the same and is supposed to end with a close! To do this, you must establish three things within the first four seconds of the phone call: 1. That you are sharp as a tack; 2. That you are enthusiastic as hell; 3. That you are an absolute expert in your field. If you manage this, the person on the other end of the line – considering he is your target group, marketing is crucial to get this right – will hand the control of the conversation to you. Human beings are fear based creatures, so the first impression is extremely important. You get this right, and the client will be like wash in your hands, and you can lead him to the closing. ‘But’, Jordan emphasises, ‘you must only sell him something if the product is right for him.’ This is ethics, people. Jordan learned his lesson in jail. His cellmate was Chong by the way. You know, the pothead that formed a duo with Cheech Marin in the eighties. I have all those movies, love them. They put Chong

99


and the Wolf together because they were high profile prisoners. Jordan told Chong stories about his life, and he thought it was bullshit. But then Chong learned he was telling the truth and he inspired the Wolf to write an autobiography, which he did, leading to a bestseller and the kick-ass movie by Marty with Leo. So what’s the lesson? The straight line system. And don’t forget the four C’s, people. I keep yelling that to my colleagues whenever they go stuttering when the boss or a client asks them a difficult question. The four C’s are: ● Confidence ● Certainty ● Clarity ● Courage Thanks Jordan, thanks a lot. I’ll let you know my achievements in a year and I will dedicate my first million bucks profit you buddy. Hell yeah. I am the shit! (screaming now). I Have the skills! And what I don’t have I’ll go out and get!!!! Fragmenten.blog Gepubliceerd op 27 november 2014 door J. Kleyngeld

100


De filosofie van Breaking Bad

Zoals ik gedacht en gehoopt had, was het einde van Breaking Bad spectaculair. De makers hebben hun publiek precies de adrenaline shot gegeven, die nodig was om deze trip af te sluiten. In deze blog wil ik terugkijken op de serie met als focus de filosofische grondslagen van Breaking Bad, een serie die laat zien hoe een goede, of in ieder geval fatsoenlijke man, verandert in een ware slechterik. Walter begon als nerdy scheikundeleraar in het eerste seizoen. En vijf seizoenen verder is hij veranderd in de meedogenloze drugsbaron Heisenberg. Breaking Bad toont ons hoe één enkele beslissing – genomen door een man die aan de rand van de afgrond staat – iemand kan transformeren tot gruwelijk slecht mens in staat tot de meest verwerpelijke daden. In het begin van de serie vertelt Walter zijn leerlingen dat scheikunde de studie van materie is, maar eigenlijk nog meer de studie van verandering. Dit is een prachtige metafoor voor Walter’s eigen verandering – molecuul voor molecuul – tot monster van duivelse proporties. Nadat hij te horen heeft gekregen dat hij longkanker heeft, besluit Walter – vanuit de veronderstelling dat hij niet lang meer te leven heeft, en hij zijn familie wat geld wil nalaten (zijn vrouw Skyler is net zwanger van hun tweede kind), zijn opmerkelijke scheikundige kennis in te zetten om crystal meth te gaan produceren. De rest van Breaking Bad laat de gevolgen zien van deze ene beslissing. En die gevolgen zijn verschrikkelijker dan iedereen, zeker inclusief Walter, voor mogelijk kon houden. Wat dat betreft blijft Breaking Bad trouw aan zijn scheikundige basis; elke actie heeft een gevolg, soms klein en soms - onverwachts - gigantisch groot. In de befaamde introscènes ontmoeten we vaak karakters die we niet kennen, die een gruwelijk lot moeten ondergaan vanwege een beslissing die Walter ergens heeft genomen. Uiteindelijk is Walter direct of indirect verantwoordelijk voor de dood van wel honderden mensen. Doordat hij Jane laat sterven in seizoen 2, raakt haar vader, een luchtverkeersleider, zo in de war dat hij per ongeluk twee vliegtuigen op elkaar laat botsen boven de stad Albuquerque. De ravage die dit veroorzaakt is een mooie visuele metafoor voor de puinhoop die Walter aanricht in de levens om zich heen.

101


Zo zijn er de onzichtbare gebruikers van meth die hun levens verwoest zien. Maar deze junkies zijn gemakkelijk te rationaliseren voor Walter – ze zouden het toch wel gebruiken, ook zonder Heisenberg’s productie. En Walter’s eerste moorden zijn ook op deze manier te beredeneren. De methwereld is een gewelddadige, dus voor wie zich daarin begeeft is het doden of gedood worden. De dood van Jane is een keerpunt wat dat betreft. Dat Walter toestaat dat zij in haar eigen braaksel stikt heeft niets te maken met zelfverdediging, maar puur met Walter die zijn egoïstische koers wil voortzetten. Hij heeft Jesse nodig als partner en Jane leidt hem af van zijn werk. Walter’s initiële beslissing is gedreven door de nobele (en volledig begrijpelijke) wens om zijn familie te helpen. Maar volgens filosoof Kierkegaard zijn het vaak juist goede bedoelingen die situaties verergeren, zoals irrigatie mensen water verschaft voor landbouw, maar ook vreselijke ziektes kan veroorzaken. Al snel wordt Walter niet langer gedreven door goede bedoelingen, maar door trots – de gevaarlijkste zonde die er bestaat. Zijn voormalige studievrienden, die een succesvol farmaceutisch bedrijf hebben opgericht, bieden aan voor zijn behandeling te betalen – maar Walter weigert. Hij krijgt vervolgens nog verschillende kansen om de meth business achter zich te laten (zijn kanker gaat zelfs in remissie), maar hij zet zijn slechte daden voort met alle vreselijke gevolgen van dien. Het is zijn ego gedreven trots die de katalysator vormt naar al zijn andere zonden. Zoals de kanker langzaam zijn lichaam verwoest, vreet de morele erosie langzaam Walter’s ziel weg. Tegen het einde van seizoen 4 is hij in staat een klein jongetje te vergiftigen, om hem te helpen zijn doelen te verwezenlijken. Dit zou in het begin ondenkbaar zijn geweest, maar het proces van slecht worden gaat geleidelijk. Walt’s onverschilligheid naar zijn meth slachtoffers, en zijn eerste moorden gepleegd uit zelfbehoud, maken zijn latere grote slechte daden mogelijk. In termen van zijn uiteindelijke bestemming, zijn al zijn eerdere, schijnbaar kleine, beslissingen net zo schadelijk gebleken als zijn grote. Het toegeven aan corruptie, in welke mate dan ook, veroorzaakt uiteindelijk groot lijden. Dat is de echte boodschap van Breaking Bad. Tegen het einde van het eerste deel van seizoen 5 is Heisenberg veranderd in een echte meth koning. De simultaan gepleegde moordaanslagen op acht gevangenen, laat dan ook een parallel zien met het einde van The Godfather, waarin Michael Corleone de hoofden van de vijf families laat vermoorden, en de macht overneemt. Maar het is maar zeer de vraag of Walter echt slecht is geworden gedurende de serie, of dat de situatie slechts iets ontwaakt heeft dat er al zat. Maker van de serie Vince Gilligan bevestigt dit in een interview in Rolling Stone. ‘Walter’s kanker zorgt dat hij wakker wordt. Hij heeft geslaapwandeld door de eerste vijf decennia van zijn leven, en zijn plotselinge gebrek aan beperkingen en belemmeringen, staan hem toe de persoon te worden die hij eigenlijk is. En die persoon is verre van alleen maar goed.’ Natuurlijk is Breaking Bad ook een morele aanval op het publiek. Hoe walgelijk Walter ook is, toch blijf je aan zijn kant staan wanneer hij het bijvoorbeeld opneemt tegen Gus Fring. Het bekende christelijke gezegde ‘haat de zonde, maar houd van de zondaar’, is hier van toepassing. We hopen dat hij een lesje krijgt, maar willen niet dat hij krijgt wat hij eigenlijk verdient. Uiteindelijk geeft Gilligan het publiek precies dat. Nadat Walter zijn voormalige partner heeft uitgeleverd aan Jack’s bende, één van zijn walgelijkste daden, besluit hij aan het einde Jesse te bevrijden en de slechteriken om zeep te helpen. Ook geeft hij aan zijn vrouw toe dat hij het eigenlijk niet allemaal voor zijn familie heeft gedaan, maar voor zichzelf. In isolatie in New Hampshire, heeft Walter toch een moment van inzicht gekregen. Met zijn laatste daden, krijgt Walter voor zijn onvermijdelijke dood toch wat verlossing. En wij – het publiek – ook. Bedankt daarvoor Vince Gilligan, alsook voor het meesterwerk dat je ons gegeven hebt. Het zou wel eens lang kunnen duren voordat er weer een serie van dit kaliber verschijnt. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 16 februari 2014 door J. Kleyngeld

102


De Hunter S. Thompson kronieken ‘Absolute truth is a very rare and dangerous commodity in the context of professional journalism’ -THE GREAT SHARK HUNT Hunter Stockton Thompson (18 juli, 1937 – 20 februari, 2005)

Introductie Vandaag exact 10 jaar geleden overleed Hunter S. Thompson, één van mijn grootste inspiratiebronnen, aan een zelf toegebracht schot in het hoofd. Ik herinner me zijn dood nog goed. Ik werkte toen op de persafdeling van het International Film Festival in Rotterdam en kreeg een sms’je van een vriend dat Thompson zelfmoord had gepleegd. De rest van de middag heb ik op internet overlijdensberichten en steunbetuigingen gelezen. Dat doe ik niet voor iedere ‘ster’ die overlijdt, dus wat had Thompson precies dat mij - en miljoenen anderen - zo getroffen heeft? Wat wist ik toen eigenlijk van hem, behalve dat hij schrijver was van het briljante Fear and Loathing in Las Vegas? Niet veel. Nu, een decennium na zijn dood, vond ik het eens tijd om uit te zoeken wie de man was, wat hij gedaan heeft, en wat het geheim is van zijn populariteit. Mijn bevindingen heb ik in deze ‘kronieken’ opgetekend. Ontbijt Één van de vele dingen waar Hunter S. Thompson om bekend stond was zijn uitgebreide ontbijtritueel. Dit kan hij zelf het beste uitleggen: ‘Breakfast is the only meal of the day that I tend to view with the same kind of traditionalized reverence that most people associate with lunch and dinner. I like to eat breakfast alone, and almost never before noon; anybody with a terminally jangled lifestyle needs at least one psychic anchor every twenty-four hours, and mine is breakfast. In Hong Kong, Dallas or at home – and regardless of whether or not I have been to bed – breakfast is a personal ritual that can only be properly observed alone, and in the spirit of genuine excess. The food factor should always be massive: four bloody marys, two grapefruits, a pot of coffee, Rangoon crêpes, a half-pound of either sausage, bacon or corned beef hash with diced chillies, a Spanish omelette or eggs Benedict, a quart of milk, a chopped lemon for random seasoning, and something like a slice of key lime pie, two margaritas and six lines of the best cocaine for dessert . . . .’

103


Jeugd 'Je moet terug naar Louisville, Kentucky, om Hunter te begrijpen', aldus zijn biograaf Douglas Brinkley in de documentaire Gonzo: the Life and Work of Dr. Hunter S. Thompson. 'Zijn vader stierf toen hij klein was. Z'n moeder moest haar drie zonen opvoeden met een bibliothecaresseloontje. Hij leefde een lagere middenklassebestaan. Zijn vriendjes in Louisville waren rijk en genoten allerlei privileges. Hij stond aan de andere kant van de spoorweg. Hunter was van nature intelligent, maar voelde zich een buitenbeentje. Een beslissende ervaring was toen hij met vrienden rookte en dronk en opgepakt werd. De rijkeluiszoontjes kwamen weer vrij, maar Hunter miste zijn diploma-uitreiking.’ Zijn walging voor politiek machtsmisbruik moet hier begonnen zijn. Dualiteit Over Thompson’s karakter wordt gezegd dat hij twee extreme kanten had. Zijn eerste vrouw Sondi Wright beschrijft hem als gul, liefhebbend, maar ook buitengewoon gemeen. Zijn tweede vrouw Anita erkent dit beeld. 'Hunter had twee extreme, met elkaar conflicterende, kanten. Hiervan was hij zich bewust. Ik weet niet of hij altijd controle had over deze twee kanten.' Een prachtig voorbeeld van zijn zachte kant is hoe Thompson alles in zijn macht heeft gedaan om Lisl Auman te helpen, een vrouw uit Colorado die in 1997 tot een levenslange celstraf werd veroordeeld voor de moord op een politieman, ondanks dubieus bewijs en tegenstrijdige getuigenissen. Thompson’s enorme inspanningen hebben er uiteindelijk toe geleid dat het vonnis – kort na zijn dood in 2005 – nietig is verklaard. Ingewijden stellen dat zonder Thompson’s steunacties en publiciteit Auman’s vrijlating nooit gelukt zou zijn. Thompson kon zich ook als echte klootzak gedragen. Dat was zijn andere kant. Alle mensen die dichtbij hem stonden kunnen hiervan getuigen. Ook was hij een enorme narcist, aldus Alex Gibney, regisseur van de documentaire Gonzo: the Life and Work of Dr. Hunter S. Thompson. Hij vond zichzelf wel heel belangrijk en dat zie je terug in veel van zijn werk en zijn begrafenis. De plannen hiervoor maakte hij al 30 jaar voor zijn dood. Thompson’s as werd daarbij afgeschoten uit een reusachtige ‘Gonzo-vuist’ en verspreid over de vallei bij zijn huis in Colorado. De kosten van dit laatste eerbetoon bedroegen 1 miljoen dollar en werden gedragen door Thompson’s vriend Johnny Depp. 1955-1965 – Begin schrijverscarrière Toen hij begin 20’ was ging Thompson in dienst. In het leger kreeg hij zijn eerste baan als sportjournalist voor een legerblad. Hij leerde schrijven door The Great Gatsby keer op keer over te tikken en zo de muziek, het ritme, van het meesterwerk van F. Scott Fitzgerald te pakken te krijgen. Douglas Brinkley: ‘The Great Gatsby is vervuld van woede over de valsheid van de Amerikaanse droom. Hunter identificeerde zich meer dan met wie dan ook met Fitzgerald. Het verschil was dat Fitzgerald binnen in de snoepwinkel in de etalages van de rijken keek. Hunter wilde de ramen inslaan.' Begin jaren 60’ bracht Hunter S. Thompson wat tijd door in Zuid Amerika, waar hij onder meer werkte als sportverslaggever. Terug in de Verenigde Staten schreef hij zijn eerste twee boeken: Prince Jellyfish en The Rum Diary. Beide boeken werden niet uitgegeven. The Rum Diary is uiteindelijk pas in 1998 verschenen, bijna 30 jaar nadat Thompson bekend is geworden. 1967 – Hell’s Angels In de lente van 1965 begon Hunter S. Thompson rond te hangen met de Hell’s Angels motorclub. Halverwege de zomer was hij zo betrokken bij de outlaws dat hij niet langer zeker wist of hij alleen maar onderzoek deed naar de angels of door ze geabsorbeerd was. Zijn ervaringen met de motorbende staan beschreven in Hell’s Angels: The Strange and Terrible Saga of the Outlaw Motorcycle Gangs, het boek dat Thompson’s naam als journalist in 1967 op de kaart zette. In dit boek is Thompson

104


duidelijk op zoek naar een stijl. Het is nog geen Gonzo, maar Thompson participeert wel nadrukkelijk in de gebeurtenissen. Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste deel beschrijft de geschiedenis van de motorbende en waar ze hun gevaarlijke reputatie vandaan hebben. In deel 2 – dat Thompson volgens zijn vrouw Anita in vier dagen en vier nachten geschreven heeft toen de deadline nabij was – beschrijft hij zijn eigen ervaringen met de Angels, inclusief een roemruchte bijeenkomst van de volledige bende in Bass Lake in de zomer van 1965.

Owl Farm, Aspen In 1969 kocht Thompson van een deel van de verdiensten van zijn boek Hell’s Angels een huis met grond in Woody Creek te Aspen, Colorado. Hij noemde het Owl Farm en zou hier de rest van zijn leven blijven wonen. Toen Thompson beroemd werd in de decennia daarna, werd Owl Farm een soort bedevaartsoord waar drommen acteurs, schrijvers, journalisten, tegencultuurfiguren, juristen, CEO’s en politici naar toe kwamen. Thompson zag zijn huis als zijn toevluchtsoord. Waar hij ook geweest was en wat hij ook gedaan had, als hij thuis kwam wist hij dat hij veilig was. Het huis lag afgelegen in een berggebied, dus Thompson kon hier naar hartenlust schieten (shotgun golf was een favoriet spel) en dingen opblazen. Wat veel mensen, mijzelf inclusief, nog wel eens verbaasd is dat Thompson al in deze tijd getrouwd was en een zoon had: Juan. Dit is verbazend omdat hij duidelijk een man was die zich altijd omringde met mooie vrouwen en hier ook zeker gebruik van maakte. Hunter Thompson was dan ook geen modelvader en echtgenoot. ‘Hij was zelden thuis en deed nooit iets met zijn zoon’, aldus zijn eerste vrouw Sondi Wright. 1970 – Kentucky Derby In zijn eerste echte Gonzo verhaal keert Thompson terug naar de woonplaats uit zijn jeugd: Kentucky. Hij heeft de opdracht verslag te doen van de lokale paardenrace ‘the Kentucky Derby’. Dit resulteert in een artikel – The Kentucky Derby is Decadent and Depraved – een artikel dat alles beschrijft behalve de race. In plaats daarvan krijgt de lezer de drinkebroers, de ‘door inteelt verwekte’ lokalen en Thompson’s escapades met de Britse illustrator Ralph Steadman, die Thompson hier voor het eerst ontmoet en met wie hij nog vaak zou samenwerken. Het is mooi hoe Thompson de artiest Steadman opvoert als personage in het verhaal en zijn uitdaging om het perfecte Kentucky Derby gezicht te tekenen uitlegt. Hierdoor komen de illustraties van Steadman maximaal tot uitdrukking.

105


Thompson zag het artikel als een mislukking, maar kreeg toen een brief van vriend en collegajournalist Bill Cardoso die schreef: ‘Hey Hunter, mooi artikel. Pure Gonzo.’ Hunter besloot toen dat dit is wat hij zou gaan doen. Vanaf dat moment begon de Gonzo-trein in volle vaart te rijden. Gonzo journalistiek ‘The time has come to get full bore into heavy Gonzo Journalism, and this time we have no choice but to push it all the way out to the limit’ -FEAR AND LOATHING: ON THE CAMPAIGN TRAIL ‘72 Gonzo Journalistiek is een stijl van rapportages maken gebaseerd op het idee van William Faulkner dat de beste fictie veel meer waarheid bevat dan welke vorm van journalistiek dan ook. De Gonzo Journalist beschrijft niet alleen de gebeurtenissen, maar participeert er ook in. Niet puur schrijven, maar optreden dus. Een analogie is een filmregisseur die zijn eigen scripts schrijft, zelf de camera bedient en zichzelf in actie weet vast te leggen als protagonist of in ieder geval als belangrijk personage in het verhaal. Thompson genoot ervan over zijn eigen belevenissen te schrijven. Sterker nog, als hij geen rol in het verhaal speelde vond hij het niet de moeite er verslag van te doen. Zo is feitelijk de nu legendarische Gonzo-stijl ontstaan. In nagenoeg al Thompson’s werken past hij deze stijl toe. Het meest extreme voorbeeld is Fear and Loathing in Las Vegas, waarin het oorspronkelijke onderwerp (een motorrace) volledig uit beeld verdwijnt en alleen nog de avonturen van Thompson’s alter ego Raoul Duke centraal staan. Ook lopen in dit boek – dat algemeen beschouwd wordt als zijn meesterwerk – fictie en werkelijkheid door elkaar, nog een element van sommige Gonzo-verhalen. Dit zou Thompson – weliswaar in beperktere mate – ook toepassen in andere verhalen, zoals The Curse of Lono.

‘My way of joking is to tell the truth. That is the funniest joke in the world.’ Volgens Thompson is deze uitspraak van legendarisch bokser Muhammad Ali de beste definitie van Gonzo journalistiek die hij ooit heeft gehoord. Dat schrijft hij in een artikel over Ali, genaamd Last Tango in Vegas: Fear and Loathing in the Far Room, waarin hij zichzelf weer eens tot hoofdpersoon bombardeert. Gonzo gaat vooral over de waarheid. De traditionele journalist verzameld feiten en meningen en voegt dit samen tot verslag. Thompson beschrijft de waarheid puur vanuit zijn eigen bevindingen. Zijn stukken zijn daarom vaak niet al te feitelijk, maar des te meer accuraat.

106


Liefde voor geweren Wie schrijft over Thompson moet ook zijn liefde voor wapens adresseren. Waar kwam die fascinatie voor geweren en explosieven vandaan? Volgens zijn vriend Ralph Steadman, die illustraties maakte voor veel van zijn boeken, houden wapens en geweld nauw verband met het produceren van goede Gonzo. Hij legt het helder uit in een interview met Nigel Finch (regisseur BBC-documentaire Fear and Loathing on the Road to Hollywood) in zijn boek The Joke’s Over: Memories of Hunter S. Thompson. Nigel: ‘What about the violent side of him – the firearms, the mace, the aggression?’ Ralph: ‘Well, as far as I know he’s never shot anyone. I think that’s all part of the Gonzo spirit. The spirit of Gonzo is in all these implements just being used, they’re all there to use and they’re all parts of the same fire and punch and intensity that his words are trying to get over. He probably needs those things but they’re all shot off into outer space. He might shoot them into the hillside. I don’t think he’s even maced anyone, except me, off course, although he’s talked about doing it. I mean, I’d be very unhappy about some of the people I have met who would tote guns and, you know, you’d feel that they were doing it with a certain malevolence, which is certainly not the case with Hunter.’ 1970 – Thompson voor sheriff In 1970 stelde Hunter S. Thompson zich kandidaat voor sheriff van zijn woonplaats Aspen, waarvan hij zelf de bekendste inwoner was. Thompson was vrijwel zeker de vreemdste kandidaat die ze ooit gekend hebben in deze lokale verkiezingen. En hij vormde met zijn 'freak power' beweging een enorme bedreiging voor de gevestigde orde. Wat voor plannen had hij voor de gemeente Aspen? Hij wilde allereerst de naam van de stad veranderen in Fat City om grote corporaties tegen te werken die het gebied wilden uitbaten als toeristische trekpleister. Ook wilde hij wekelijks een drugstribunaal organiseren voor het kantoor van de sheriff, waar mensen terecht konden met klachten over slechte drugs. Oneerlijke drugsdealers zouden voor straf in kooien op het marktplein tentoongesteld worden. Thompson wilde ook alle auto's in Aspen verbieden, behalve auto's die dienden voor noodzakelijke dienstverlening, zoals winkels bevoorraden en de post rondbrengen. Geen slechte plannen. Er werd door veel mensen dan ook positief aangekeken tegen Thompson's campagne. Een radiocommentaar: 'Hunter Thompson is een moralist die zich immoreel voordoet. Nixon is een immoralist vermomd als moralist. Dit is James Saltzer. In Aspen zie je hoe dan ook dieven en autowrakken, maar Hunter staat voor iets wat hem verschillend maakt van de anderen: ideeën en sympathie voor de jonge, vrijgevige, marihuanarokende groep, die als enige de technologische nachtmerrie onder ogen wil zien. Z'n enige minpunt is dat hij visionair is. Hij wil een te pure wereld.' Zijn eerste vrouw Sondi Wright zegt: 'Volgens mij was dat Hunter z'n glorietijd. Hij bezat de passie om mensen te motiveren en hun denken te beïnvloeden en hen tot actie aan te zetten. Ze moesten naar buiten treden. Niet om zoveel drugs te nemen als ze wilden, maar om het verschil te maken door het bestaande bestel te wijzigen en behoorlijk te laten werken, om er een goed bestel van te maken. Dat had hij in zich.' Thompson verloor de campagne van de andere kandidaat met een heel klein verschil. 1971-1972 – Creatief hoogtepunt Begin jaren 70’ was Hunter productiever dan ooit en leverde hij zijn twee beste werken af, de boeken waarmee hij definitief zou doorbreken: Fear and Loathing in Las Vegas en Fear and Loathing: On the Campaign Trial ’72. Eerst kwam het Vegas verhaal. Jann Wenner, hoofdredacteur van Rolling Stone Magazine – waar het verhaal als eerste in verscheen – herinnert zich dat Thompson hem vroeg

107


om een rode Cadillac voor Fear and Loathing in Las Vegas. Wenner zei 'nee'. Toen zei Thompson: 'Je begrijp er niks van. Ik kan de Amerikaanse droom toch niet verslaan vanuit een Volkswagen?' ‘Daar had hij natuurlijk wel weer gelijk in’, aldus Wenner. In 1972’ volgde Thompson een jaar lang de Amerikaanse presidentverkiezingen voor Rolling Stone Magazine. Zijn briljante politieke commentaren leverde hem landelijke bekendheid op.

De donkere zijde Richard Milhous Nixon (1913 – 1994), de 37e president van de Verenigde Staten van 1969 tot 1974, was Thompson’s aartsvijand zijn leven lang. In nagenoeg alle boeken van Thompson is ook een rol weggelegd voor deze vileine slechterik. Nixon stond voor alles waar Thompson tegen was. Een veelzeggende omschrijving die Thompson over Nixon deed (in Fear and Loathing: On the Campaign Trail ’72) is; ‘It is Nixon himself who represents that dark, venal and incurably violent side of the American character that almost every country in the world has learned to fear and despise.’ In de documentary Fear and Loathing on the Road to Hollywood voegt hij hier het volgende aan toe: ‘Richard Nixon represents the dark side of the American Dream. He stands for everything that I wouldn’t want to happen to myself or be or be around: Greed, treachery, stupidity, cupidity, total contempt for any set of human, constrictive political instinct. Nixon represents everything that’s wrong with this country down the line.’ Verval Ondanks zijn afkeer voor Nixon kon Thompson zich in hem inleven. Hij begreep het duistere van de Amerikaanse geest. Of het nu om politiek ging of de Amerikaanse droom, bij ieder onderwerp waar hij over hij schreef had hij oog voor het duistere en het hoopvolle. Maar tijdens zijn leven leek het wel of de duistere machten triomfeerden. In 1972 - toen Nixon president werd - begon hij gedesillusioneerd te raken, en is ook zijn verval ingetreden. Door zijn werk op de campaign trail werd Hunter zo bekend als een popster. Zijn huwelijk werd turbulent, hij dronk teveel en gebruikte teveel drugs. Zijn anonimiteit was hij kwijt en dat was zijn grootste kracht geweest in zijn journalistieke werk. Het werd voor zijn werkgever Rolling Stone dan ook steeds moeilijker om opdrachten te vinden. In 1974 stuurden ze hem naar Zaïre om de match tussen George Foreman en Muhammad Ali te verslaan. Thompson gaf de ringside kaartjes weg, belandde in het zwembad en leverde geen verhaal op. Dit terwijl de match – waarin Ali uiteindelijk

108


won door knock-out in de achtste ronde – gezien wordt als de één van de belangrijkste sportgebeurtenissen in de 20ste eeuw. Dit was Thompson’s eerste grote mislukking. Het wordt zelfs de grootste mislukking in de journalistiek ooit genoemd. Hij was zijn grip aan het verliezen. Het probleem voor Thompson was vooral dat het in zijn boeken gecreëerde personage Thompson (of Raoul Duke) bekendheid verwierf. Wanneer hij gevraagd werd te spreken op een universiteit of diner, vroegen ze eigenlijk het personage. Daar kreeg hij het moeilijk mee. De mythologie die hij zelf gecreëerd had begon de overhand te nemen en hij wist de scheidslijnen tussen zichzelf en het personage steeds moeilijker te onderscheiden. Vriend Ralph Steadman zei dat Thompson steeds moest opleven tegen het personage en dat hij op den duur het plezier daarin verloor. 1980 – Hollywood ‘It never got weird enough for me’ - ‘Where the Buffalo Roam’ (1980) Zijn hele leven zat het er al aan te komen: een Hollywood film. Art Linson, regisseur van Where the Buffalo Roam zei over Thompson; ‘He’s drugged, he’s armed. Who wouldn’t want to make a film about him?’ En er waren voldoende acteurs die hem wilde spelen. Schrijvers zijn meestal niet de traditionele helden in Hollywood, maar Thompson had in zijn boeken zo’n legendarisch personage van zichzelf gemaakt, dat het voor veel acteurs een droom was om hem te mogen spelen. De eerste film over Thompson werd dus Where the Buffalo Roam. Aan de basis van het scenario stond een overlijdensbericht dat Thompson schreef voor zijn beroemde advocaat Oscar Zeta Acosta, getiteld: Banshee Screams for Buffalo Meat (dat in 1971 verscheen in Thompson’s gebundelde journalistieke werk The Great Shark Hunt). Maar in het verhaal wordt geput uit divers werk van Thompson, zoals Fear and Loathing in Las Vegas (o.a. de vleermuizen en de lifter die ze oppikken). Het is opvallend dat de makers ervoor kozen om niet direct werk van Thompson te adapteren, maar zelf een interpretatie van zijn leven te maken en het fenomeen Thompson aan het algemene publiek proberen uit te leggen. De film is daardoor misschien wel geslaagd, of juist mislukt. Voor de hoofdrollen hadden de producenten oorspronkelijk Dan Aykroyd en John Belushi in gedachten, maar toen die The Blues Brothers gingen doen kregen Bill Murray en Peter Boyle de hoofdrollen. Murray kreeg veel positieve kritiek op de manier waarop hij in de huid van Thompson kroop. De film zelf kreeg nogal wat commentaar, maar ondanks de ‘fouten’ zette de film Thompson wel neer als legendarisch figuur voor zijn generatie. En ook was de film een ware tijdcapsule naar de jaren 70’, het tijdperk dat Thompson belichaamde. Nieuwe publicaties Thompson bleef tot vlak voor zijn dood schrijven. Zo verscheen in 1983 zijn diepzee avontuur The Curse of Lono, een prima boek, maar geen nieuwe publicaties konden de klassiekers uit zijn hoogtijdagen evenaren. Volgens zijn ex-vrouw Sondi Wright kwam dat vooral door de toestroom mensen die sinds de vroege jaren 70’ voortdurend naar Owl’s Farm afreisde om feest te vieren met Hunter. Dat maakte het lastig om de concentratie te vinden die nodig was om echt goed werk af te leveren. Toen hij overleed in 2005 zat Thompson dan ook bepaald niet aan zijn hoogtepunt, aldus Wright in de documentaire Gonzo. Integendeel zelfs. Wright zegt verder zijn zelfmoord geen moedige daad te vinden. ‘We zouden een evenwichtige Hunter goed kunnen gebruiken in deze tijd (toen Bush nog aan de macht was). Hij zou zelfs het verschil kunnen maken’, besluit ze.

109


Thompson’s geheim ‘Hunter was a different animal. He seemed to gain strength from rakish marathons. I am certain he learned the secret of maintaining a drug-racked body from an old Indian in the Appalachian mountains. He learned the balance between living out on the edge of lunacy and apparently normal discourse with everyday events’ -THE JOKE’S OVER: MEMORIES OF HUNTER S. THOMPSON (BY RALPH STEADMAN) Thompson was een rebel, een clown, een poëet, een filosoof, een legende, een uniek specimen. Hij was een anarchist die niet geloofde in instituties. Wat vooral bijzonder is, is hoe een non-fictie schrijver – op de gebieden sport, politiek en tegencultuur – zo’n grote mythe rond zichzelf wist te creëren, waarin nooit meer helemaal duidelijk wordt wat fictie is en wat werkelijkheid. ‘Over 100 jaar bestuderen ze Thompson nog en dat wist hij tijdens zijn leven al’, aldus zijn vriend Benicio del Toro. Het is dus niet gek dat ik een fascinatie voor de man heb ontwikkeld. Uit zijn levensgeschiedenis blijkt dat hij een groot talent had om ‘volgers’ aan te trekken. Hij veroorzaakte weliswaar opschudding in de politiek en journalistieke wereld, maar was ook een bijzonder charmante man. Daarom volgden zelfs serieuze journalisten en verslaggevers hem. Zij wilden iets van zijn magie meepakken. Hij had iets, wat dat ook geweest mag zijn. Mijn stelling: Het geheim van Hunter zit in zijn gedrag. Gedrag dat hem uniek maakt en dat hij omschrijft in zijn eigen journalistieke werk. Sterker nog, zijn gedrag was zijn werk. Ralph Steadman schreef over zijn eerste ontmoeting met Hunter: ‘One hand held the wheel, the other his cigarette holder and a beer can. Between his legs, or resting on the seat, he kept a tall glass full of ice and whiskey. His consumption of each was carried out in nervous progressions.’ Het is dit soort gedrag – en de beschrijvingen ervan – die Thompson tot legende hebben gemaakt. Hij was net zoveel personage als echt persoon, en de lijn tussen die twee werd steeds dunner en dunner. Was er nog verschil? Excessen in drank en drugs, geweren, dingen opblazen, aanvaringen met politie, boottochtjes door de haven en ‘fuck the pope’ op een schip schilderen. Bij ieder ander journalist zou het niet veel te betekenen hebben, maar bij Thompson kreeg het vreemde gedrag betekenis en wekte het fascinatie bij een grote groep fans. Een fascinatie die tien jaar na zijn dood nog verre van voorbij is. Del Toro had helemaal gelijk. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 20 februari 2015 door J. Kleyngeld

110


My 10 Favourite Beatles Songs

Well, this was a tough challenge. The Beatles made so many great songs, and in my life I loved them all. But I had to choose, and I did (I only cheated once). So here they are, my 10 favourites. Let it be‌ 10. Sexy Sadie Lead vocals: John Lennon Writer(s): John Lennon Album: The White Album (B-side) I just love the structure of this one with every line coming back. The history of how it came to be is amusing as well. Apparently Lennon started writing it in India where he and the boys were staying at the ashram of Maharishi Mahesh Yogi. Lennon became disillusioned after Maharishi made sexual advances towards several female group members. The song was originally called Maharishi, but George Harrison insisted they change the title. 9. Being For the Benefit of Mr. Kite Lead vocals: John Lennon Writer(s): Lennon-McCartney Album: Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band This one sounds like it was composed with a head full of acid and it probably was. The lyrics are based entirely on a circus poster from the Victorian age Lennon had at home. The final result, a combination of psychedelic rock, circus music and waltz is more an experience than a song. A truly unique sound that stimulates all senses. Brilliant. 8. The Fool on the Hill Lead vocals: Paul McCartney Writer(s): Paul McCartney Album: Magical Mystery Tour This musical power performance is full of sadness and wisdom. Makes heavy use of flutes that send shivers down my spine every time I listen to it.

111


7. Michelle Lead vocals: Paul McCartney Writer(s): Lennon-McCartney Album: Rubber Soul It a shame nobody on the talent shows like The Voice ever picks a love ballad like Michelle. Maybe it’s not allowed, but even if they did, they would never be able to sing it like Paul McCartney. Michelle is tasteful, romantic and lovely. Never fails to move me. 6. Happiness is a Warm Gun Lead vocals: John Lennon Writer(s): John Lennon Album: The White Album (A-side) Bizarre poetry from John Lennon. It is inspired by the cover of a gun magazine that read 'Happiness Is a Warm Gun’. Lennon thought it was a fantastic, insane thing to say and he wrote these lyrics that are terrific and crazy. The song rocks so much it gives me a massive hard-on whenever I play it insanely loud in my car.

5. Octopus's Garden / Norwegian Wood Lead vocals: Ringo Starr / John Lennon Writer(s): Richard Starkey / Lennon-McCartney Album: Abbey Road / Rubber Soul It is truly amazing how much atmosphere these artists could create with their songs. Octopus's Garden – by far the greatest contribution from Ringo Starr – takes you deep into the ocean for a magical experience. Norwegian Wood is extremely atmospheric as well due to the sitar played by George Harrison. The lyrics are beautiful and poetic. I love to go there any day of the week.

112


4. Because Lead vocals: John Lennon, Paul McCartney, and George Harrison Writer(s): John Lennon Album: Abbey Road I experience their final album Abbey Road as one large and beautiful opera, and Because is one of the highlights. Why? Because (it) is a powerful and astonishingly beautiful song. Can make me cry like a child. 3. In My Life Lead vocals: John Lennon Writer(s): Lennon-McCartney Album: Rubber Soul Wonderful trip down memory lane with John Lennon. It’s about love and friendship and you believe every word he so gently sings. It is ranked 23rd on Rolling Stone's ‘The 500 Greatest Songs of All Time’. Mojo Magazine named it the best song of all time in 2000. 2. She's Leaving Home Lead vocals: Paul McCartney Writer(s): Lennon-McCartney Album: Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band Besides the hallucinogenic Lucy in the Sky with Diamonds and the mood-setting Fixing a Hole, this is a song that makes me think of the love of my life. In the year that I met Loesje, I would listen to this all the time thinking about her. The lyrics are sad, but stunningly beautiful. McCartney came up with the runaway story, which he read about in a newspaper and Lennon added the Greek chorus, the parents' view: 'We gave her most of our lives, we gave her everything money could buy.' Genius teamwork. 1. Here, There and Everywhere Lead vocals: Paul McCartney Writer(s): Paul McCartney Album: Revolver This is it: my funeral song. I don’t know what McCartney thought about when he wrote this powerful masterpiece, but for me it is about love and eternity. Thanks again, Boys. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 18 april 2014 door J. Kleyngeld

113


Deel 4

114


Lucid in the Sky with Diamonds

Het is ochtend of middag. Ik ben in mijn oude vertrouwde ouderlijk huis in Heiloo. Hoe ik hier terecht ben gekomen weet ik niet. Ik loop de trap af, de woonkamer in en richting de keuken. En dan zie ik opeens door het keukenraam een gigantische komodovaraan lopen. Ik draai me om en zie dat er twee kleinere exemplaren op de paarse bank zitten - dezelfde bank waar ik het die middag met mijn vader over gehad heb, de bank die mijn ouders opnieuw gaan laten bekleden. Ik wil mijn ontdekking graag delen en begin te roepen: “Papa, mama, Loesje, Rosa!” Niemand reageert. Ik loop snel naar het halletje en zie Rosa en mijn moeder vanuit de voortuin richting het huis komen samen met een hippievrouw. Ze dragen kartonnen dozen. “Kom snel”, roep ik. Rosa komt met me mee naar de keuken en mijn vader is er ook opeens. In de keuken wijs ik door het raam naar buiten en zij zien nu ook de gigantische groene draak lopen. Dan bedenk ik me opeens in paniek dat komodo’s, wanneer ze hongerig zijn, ook mensen eten. Ik sprint naar het halletje en sluit mijn moeder en de hippievrouw op. Dan ren ik terug naar de keuken en sluit ik mezelf, Rosa en m’n vader op. Vervolgens trek ik twee messen uit het keukenblok. De adrenaline giert door m’n lijf. “Jij maakt je druk”, zegt mijn pa. “Ja, natuurlijk maak ik me druk”, roep ik. “Dat zijn komodovaranen!” Dan krijg ik een raar gevoel, er iets iets vreemds aan dit hele scenario. Hoezo zijn er komodo’s in Heiloo? En dan - in een flits - weet ik het: dit is een droom! Ik geef mezelf een knipoog. Wat nu? Eerst stabiliseren. Ik draai 360 graden en roep “stabilize!” Zo, mijn droomomgeving wordt stabiel (minder wazig). Nu kan ik mijn plan uitvoeren. Ik heb van te voren met mezelf afgesproken wat ik zou doen als ik lucide zou worden, namelijk vliegen in Schermerhorn. Ik geeft Rosa een kus op haar wang en loop de keuken uit. Ik sta nu in een soort witte gang waar verder helemaal niks is: het doet denken aan The Matrix. Aan het einde van de gang is een soort energierooster. Ik ren er op af en spring er doorheen.... Dan ben ik in Schermerhorn, het nieuwbouwgedeelte. Yes, het is gelukt. Ik ben enorm opgewonden; ik zie voetgangers lopen, allemaal creaties van mijn eigen geest. Dan begin ik met vliegen - de op één na favoriete bezigheid van lucide dromers. Maar in plaats van rustig op te stijgen, ga ik af als een raket. Hier heb ik over gelezen. Je hebt invloed over een deel van je droomomgeving als je lucide bent, maar veel dingen gebeuren ook vanzelf. Bovendien is vliegen echt een vaardigheid waarvoor je eerst op les moet. Ik zie het dorp onder me steeds kleiner worden en gil alsof ik in een achtbaan zit (ik gil alleen in mijn droom, van de buitenkant is er behalve REM-slaap niks aan lucide dromers te zien). Voor het eerst hoog vliegen is doodeng, maar ik vertel mezelf steeds; je kunt niet te pletter vallen. Ik droom. Rustig maar. Ik geniet van de rest van mijn vlucht boven het dorp en prachtige bloemenvelden. Het voelt 100 procent echt! Dan ben ik weer op de grond. Ik zweef nog een stukje over de straat en dan wordt ik wakker. “Yes, het is gelukt!”

115


Hoe word je lucide? Mijn eerste lucide droom kreeg ik spontaan nadat ik van mijn neef Quinten had gehoord over de mogelijkheid. Daarna heb ik het boek A Field Guide to Lucid Dreaming gelezen over hoe je lucide dromen kunt opwekken. Ik heb er een maand en vijf dagen over gedaan om dit resultaat te bereiken. De volgende vier technieken zijn cruciaal om lucide te dromen: 1. Dream recall: Alle dromen noteren in de dagboek en er bewust aan werken ze te onthouden. Dit doe je door niet meteen op te staan, maar even te blijven liggen na het wakker worden en alles naar boven te halen van de afgelopen nacht. Vervolgens noteer je ze zo gedetailleerd mogelijk in je droomdagboek. Na een tijdje leer je droomsignalen herkennen (mensen, symbolen en situaties die vaak in je dromen voorkomen) en die kunnen vervolgens triggers zijn van het Aha-moment. 2. Reality checks: Vraag je gedurende de dag steeds af; droom ik nu of niet? Stel vast of je je in een Newtoniaanse omgeving bevindt waar alles vast lijkt, of dat de omgeving steeds verandert. Probeer te zweven. Probeer je vinger door je handpalm te steken. Houd je adem in en kijk of dit een probleem is. Wanneer je dit 10-20 keer per dag doet, ga je het vanzelf ook in je dromen doen. 3. Visualiseren van Aha-moment: Net als een topskiër een afdaling vele malen visualiseert in zijn hoofd, doe je dat ook met lucide dromen. Gebruik al je zintuigen om in te beelden hoe je ontdekt dat je droomt en wat je vervolgens gaat doen. Je hersenen maken niet het onderscheid tussen visualiseren en de echte ervaring. 4. Wake-back-to-bed: Lucide dromen vinden uitsluitend plaats in REM-slaap, en die cycli zijn ‘s ochtend het langste. Ga twee uur voor je op moet een kwartier uit bed en maak je linker, analytische hersenhelft wakker door bijvoorbeeld wat te lezen over lucide dromen. Ga wel rustig zitten zodat je lichaam moe blijft. Ga vervolgens weer slapen. Mijn lucide droom kwam ook na een wake-back om 7:45 ‘s ochtends. Deze korte ervaring is alle moeite meer dan waard geweest, en ik ben mijn volgende expeditie al aan het plannen. Nu nog het hoofdstuk over vliegen een keer doorlezen…

Fragmenten.blog Gepubliceerd op 24 januari 2018 door J. Kleyngeld

116


De Heilooweed Crisis

Een midlife crisis nu?! Ik ben pas 33. Ik zit nog niet eens op de helft van mijn leven als het goed is. Ik ben van plan 80 jaar te worden. Niet zozeer omdat ik me verheug op een kwijlend en kreupel leven als senior, maar omdat het zo mooi zal staan op mijn grafsteen. Jeppe H. Kleyngeld 1980 – 2060 Loesje en ik herkeken laatst de film Sideways, een meesterlijk komisch drama over twee mannen van middelbare leeftijd, Miles en Jack, die op een wijntour gaan in Californië. Beide kampen met een heftige midlife crisis. Miles werkt als onderbetaalde leraar Engels en krijgt zijn zoveelste boek niet gepubliceerd. Jack gaat trouwen na zijn week met Miles en hij krijgt tijdens de reis koude voeten. Hij besluit dat hij nog tenminste één keer stevig van bil wil voordat hij het jawoord geeft. Mijn crisis lijkt vooral op die van Miles. De boventoon van mijn ‘crisis’ wordt namelijk gevoerd door: ‘wat heb ik nu helemaal bereikt in mijn leven?’ ‘Waarom ben ik nog niet beroemd?’ ‘Het moet nu toch wel eens gaan gebeuren.’ ‘Ik ben een oude lul aan het worden die niemand nog interessant vindt.’ Een beetje onaardig, aangezien ik vorig jaar een prachtige dochter heb gekregen, maar dit soort fases schijnen erbij te horen. Het leven is nu eenmaal heel vergankelijk. Iedere periode die je meemaakt is de laatste in zijn soort. En iedere keer dat je dus aan het einde van zo’n periode komt, moet je die mentaal gedag zeggen. Na je dertigste moet je daarnaast dealen met alles wat niet gelukt is in je leven, want voor sommige dingen is het dan te laat. Als je dat dan verwerkt, kun je daarna weer terug naar gelukkig zijn. Werkt dat niet voor iedereen zo? Of zijn sommige mensen gewoon hun leven lang blij en gelukkig met alles wat ze doen?

117


Ik heb het geluk me in deze periode veel onder kinderen te begeven, en hun pure geesten geven me veel inspiratie. Laatst op de kinderopvang vroeg ik aan een jongetje wat hij later wilde worden. ‘Vliegen in de ruimte’, zei hij. Geniaal antwoord. Kinderen dromen nog onbevangen van alle mogelijkheden, niet gehinderd door enige realiteitszin. Zelf wilde ik vroeger filmregisseur worden. Toepasselijk groeide ik op in het dorp Heiloo, waarvan ik me heb laten vertellen dat het ‘Heilig Bos’ betekent in Oud Hollands. Jawel: Hollywood. Ook ik was niet gehinderd door enige realiteitszin, want hoe moet een jongen uit Heiloo het schoppen tot internationaal filmtalent? Het is niet onmogelijk, bewijzen veel buitenlandse regisseurs, waaronder landgenoot Paul Verhoeven, maar het is een heel klein wereldje. Gedurende mijn pubertijd ontwikkelde ik daarnaast nogal een marihuana-gewoonte. Een van de gevolgen van dagelijks stoned zijn is dat je de tijd oprekt. Je bent niet zozeer bezig met de dag van morgen, laat staan met volgend jaar. Dromen kunnen zo lang in stand worden gehouden. In mijn geval zo’n 14 jaar. Uiteindelijk is mijn droom niet uitgekomen. Ik ben geen filmregisseur geworden, al heb ik wel een paar vette cult video’s gemaakt die nu zo goed als uit de roulatie zijn. En ik heb een eigen filmwebsite. En ik heb nog steeds de vaardigheden om nog meer vette underground video’s te produceren. Prima vulling voor YouTube, maar een carrière in Hollywood kan ik nu toch echt op mijn buik schrijven. Of kan het nog wel? Wat als ik nou een fantastisch script schrijf? Daarna zoek ik een geschikte producent in Amerika die uit zijn dak gaat als hij het leest en de rest is geschiedenis... Dat laatste stuk is voor mij een omschrijving van mijn type midlife crisis. Een ambitie nastreven die je nooit kunt realiseren, waardoor je je ongelukkig blijft vullen. Ik moet loslaten en accepteren dat dit het is en dat ik hier volop van moet genieten. Het leven wordt niet veel beter dan dit (even los van die klotige sensitisatie waar Loesje nog mee kampt). Op het gebied van kinderen zijn Loesje en ik nu klaar, dus we kunnen ons volledig gaan storten op dit leven. Nu. Alleen nog even een en ander loslaten. Gelukkig wordt ik in het loslaten ondersteund door enkele jonge vrienden wie iedere ambitie vreemd is. Guus is een jongen uit het dorp van twaalf. Een gouden gozer. Op school bakt hij er niet veel van, maar hier in de buurt vindt hij straks met zijn waarachtige persoonlijkheid zo een baan. Hij weet zelfs al waar hij later gaat werken, namelijk bij het bedrijf waar zijn vader nu werkt; een bedrijf actief in landbouwapparatuur. Voor sommige mensen is het leven lekker simpel, al zou ik daar niet direct voor tekenen. Ik heb me nooit aangetrokken gevoeld tot de makkelijkste wegen. Wat dat betreft ben ik van plan ambitieus te blijven… Tot mijn 80ste. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 27 juli 2013 door J. Kleyngeld

118


Magische Dagen – Een tweeluik door Jeppe Kleyngeld

Deel 2: Ayahuasca, een liefdesgeschiedenis ‘Love in its essence is spiritual fire.’ – LUCIUS ANNAEUS SENECA De eerste schooldag. November 2001. Ik zat in de trein op weg naar Zwolle. Na een krankzinnige zomer in Thailand was ik in eerste instantie begonnen aan een studie Nederlands in Amsterdam (Ik wilde eigenlijk journalistiek gaan doen, maar was uitgeloot). De studie beviel me voor geen meter en ik begon me al depressief te voelen. Wat moest ik nou weer gaan doen met mijn leven? Toen kwam het telefoontje: Ik was door een stom toeval toch ingeloot voor Windesheim, de school voor journalistiek in Zwolle. Oké, het was niet Utrecht, maar toch... Zou ik dan eindelijk mijn lotsbestemming gevonden hebben? Het antwoord zou ‘ja’ blijken, maar op een heel andere manier dan ik toen kon vermoeden. In de trein luisterde ik op mijn Sony walkman naar een cassettebandje van Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band, de befaamde LP van de The Beatles uit 1967 die meermalen gekozen is, door o.a. Rolling Stone Magazine, als beste album aller tijden. Ik had de genialiteit van The Beatles pas die zomer leren kennen. Daarvoor kende ik ze eerst alleen van jaren 60’ popliedjes als Love Me Do en Yesterday, maar nu ik hun studiowerk vanaf 1965 leerde kennen was ik compleet verkocht. What do I do when my love is away. (Does it worry you to be alone?) How do I feel by the end of the day. (Are you sad because you're on your own?) No, I get by with a little help from my friends. Mm, I get high with a little help from my friends. Mm, gonna try with a little help from my friends. Het eerste kwartaal van het studiejaar zat er al bijna op, dus ik zou flink wat moeten inhalen. Op Windesheim aangekomen vertelde mijn mentor me dat ze mij in één van de vier eerstejaarsgroepen journalistiek had ingedeeld. Ze waren nu bezig met het blok radiomaken. Ik zou me bij de groep voegen, nog wat laatste lessen en opdrachten uit dit onderdeel meepikken, en in het nieuwe kwartaal volledig gaan meedraaien. Toen moest ik me gaan melden in mijn klas die al een tijdje bezig was. Ik voelde me best zenuwachtig hiervoor. Ik hield er toen al niet van om in de schijnwerpers te staan en binnenlopen in deze klas was precies dat. Iedereen zou ophouden met praten, ik zou me moeten voorstellen en dan zou ik overgeleverd zijn aan de sympathie van de groep. Ik had het lokaal inmiddels gevonden, haalde diep adem, klopte en liep naar binnen. ‘Hallo, ik kom meedoen’, mompelde ik timide. En ik zag al wat grijnzen verschijnen op de gezichten in de klas. ‘Ik had al zoiets begrepen’, zei de snor dragende docent Leferink. ‘Hoe heet je?’ Ik antwoordde: ‘Jeppe Kleyngeld’, en de klas proestte het uit van het lachen. De hele klas? Nee, er was één meisje dat niet lachte. Ze was fijn gebouwd, had blond haar en het gezicht van een engeltje. Terwijl ik naar de achterkant van de klas liep keken we elkaar aan en hadden we direct een verstandhouding. Het is ongelofelijk dat ik op dat moment mijn toekomstige vrouw aankeek. Ze heette Loesje.

119


Picture yourself in a boat on a river. With tangerine trees and marmalade skies. Somebody calls you, you answer quite slowly. A girl with kaleidoscope eyes. Lucy in the sky with diamonds. Lucy in the sky with diamonds. Lucy in the sky with diamonds. Ah. Retourtje Zwollywood… Meeting a Man From the Motor Trade… L.A. Confidential… Larvas Migrans… Verdoofde zinnen… Vanaf die dag maakte ik zo’n drie keer per week de lange reis naar Zwolle. Die bestond uit twee delen. Eerst 40 minuten van mijn toenmalige woonplaats Heiloo naar Amsterdam Centraal en vervolgens de rechtstreekse verbinding naar Zwolle die er een uur over deed. Dit speelde zich af in de tijd dat er nog rookcoupés in treinen waren, dus uitgerust met een pak halfzware Van Nelle shag, koffie, krachtige hydrowiet, boeken, walkman, en cassettebandjes van The Beatles, The Doors en Bob Marley & The Wailers kon een tripje Zwolle best aangenaam zijn. In de eerste weken van de studie las ik het vuistdikke The Lord of the Rings van J.R.R. Tolkien, een klassieker waarvan de verfilming van het eerste deel later dat jaar in de bioscoop zou verschijnen. Het was nu al een legendarische productie en het belangrijkste filmevenement van het decennium. Het werd al snel duidelijk dat de studie niet liep. De voornaamste reden was dat ik niet de intentie had om journalist te worden, in ieder geval niet het soort waar de opleiding studenten op voorbereidde. Ik was toen vooral geïnspireerd door Gonzo-journalist Hunter S. Thompson en zijn escapades in Fear and Loathing in Las Vegas. Dat boek was voor 99 procent de reden van mijn aanmelding voor deze opleiding geweest (de overige 1 procent motivatie was dat ik geen beter alternatief had). Thompson’s Gonzo-stijl had ik zelf toegepast in mijn toen nog niet gemonteerde Thailand-film (De Gako’s in Thailand, red.), al stond daarin niet de zoektocht naar waarheid centraal, maar de zoektocht naar kicks. Gezien mijn beperkte interesse in het studiemateriaal bleef er veel breincapaciteit over voor mijn hobby’s films, jongleren en drugs. Ik werd in Zwolle al snel een vaste klant van coffeeshop de Tulp en beleefde gedurende dat korte schooljaar een piek in mijn toen acht jaar durende ganjaverslaving. Ik rookte dagelijks van ’s ochtends tot ’s avonds zo’n twee gram wiet en was dus bijna continu knetterstoned. Als ik ’s ochtends onderweg naar Zwolle nog niet geblowd had, kreeg ik rond twaalf uur flinke zweetreacties en spijbelde ik om de rest van de middag high als een Vlaamse gaai in de Tulp of trein door te brengen. Ik was inmiddels een vaardig amateur filmmaker geworden met een aantal geslaagde video's op mijn naam, met name de door Sam Raimi en Peter Jackson geïnspireerde A Bad Trip en Brains For Breakfast. Ook had ik een jaar eerder in India de video 30 dagen in Noord India en Nepal opgenomen, een reisfilm zoals Sergio Leone hem misschien zou maken. En nu zou mijn amateur meesterwerk volgen: De Gako's in Thailand, een Gonzo documentaire. Maar ik zag niet in hoe ik van hieruit de stap naar professioneel filmmaker zou kunnen zetten. Ik was afgewezen voor de filmacademie en het ontbrak me aan zelfvertrouwen. Bovendien speelde de filmscène in Nederland zich af in Hilversum of het hele artistieke circuit en bij beide voelde ik me niet thuis. Bovendien zou ik ooit geld moeten gaan verdienen. Ik had wat geld geërfd waar ik mijn hobby’s en verslavingen van kon bekostigen, maar dit zou niet eeuwig gaan duren. De journalistiek leek toen een uitkomst om mijn ambities te verwezenlijken, al had ik er niet over nagedacht hoe dit in de praktijk zou uitpakken.

120


I used to get mad at my school (No, I can't complain). The teachers who taught me weren't cool (No, I can't complain). You're holding me down (Oh). Turning me round (Oh). Filling me up with your rules (Foolish rules). I've got to admit it's getting better (Better). A little better all the time (It can't get much worse). I have to admit it's getting better (Better). It's getting better since you've been mine. Mijn vrije tijd bracht ik vooral door met mijn vrienden: de Gako's. We blowde veel samen, keken films, gingen zuipen in Alkmaar en deden regelmatig een paddotrip in de Schoorlse duinen. Ook was ik begonnen mijn Thailand-film te monteren op twee videorecorders en een kleine televisie op mijn zolderkamer. De professionele apparatuur op school was alleen geschikt voor korte televisie-items, en ik had een waar epos in gedachten (Ik had meer dan 13 uur aan materiaal geschoten gedurende mijn drie maanden in Zuidoost-Azië). Ik had geen relatie. Daar was ik te verdoofd voor in die tijd. Ik had er vrede mee, vertelde ik mezelf, maar de golf van eenzaamheid die soms vanuit mijn onderbewuste doordrong zei wat anders. Wiet was mijn voornaamste middel tot zelfmedicatie geworden. Wanneer je constant high bent is het gemakkelijk om je emoties in toom te houden, al werkte het niet altijd. Soms voelde ik me klote, stoned of niet. Het gemis van echte verbinding met iemand – en de stress over het kiezen van de juiste toekomstrichting – speelden me parten. Na 2001: A Thailand Odyssey kwam 2002: A Mental Odyssey. Ik probeerde mezelf met drugs zover mogelijk van de realiteit te verwijderen. Zwollywood bleek niet het carrière-platform waar ik in mijn jeugd van gedroomd had. De eerste keer dat ik met Loesje praatte was tijdens een les in radiomaken. Ik was verhalen aan het vertellen over Thailand en hier haakte ze op in. Ze was er zelf ook twee keer geweest. We hadden meteen een connectie. Ik vond haar aardig en stoer en praten met haar was bijzonder makkelijk. Ze was een beetje een hippie, maar dan eentje met het uiterlijk van Marilyn Monroe; ze had precies hetzelfde haar en dezelfde oog make-up. Het was erg sexy... Toch had ik niet direct het idee dat we wat zouden krijgen. Ze vertelde me dat ze een nieuw vriendje had, een motorrijder van school. Ze klonk wat twijfelachtig, maar ik ging er maar vanuit dat het serieus was. Bovendien had ik weinig zelfvertrouwen; ik dacht niet dat zo'n gewild meisje – want dat was ze – interesse zou hebben in El Jeppino. B.C. (zo heette haar kale boyfriend) was een compleet ander type dan ik, dus ik veronderstelde dat ze mij niet zag als potentiële liefde. Dit bleek later compleet anders te liggen. Als ik toen had doorgepakt, was het me vrijwel zeker gelukt. I'm fixing a hole where the rain gets in. And stops my mind from wandering. Where it will go. I'm filling the cracks that ran through the door. And kept my mind from wandering. Where it will go. And it really doesn't matter if I'm wrong I'm right. Where I belong I'm right. Where I belong.

121


In de trein dacht ik vaak aan Loesje wanneer ik 'Sgt. Peppers' luisterde. Met name bij de liedjes Lucy in the Sky with Diamonds (logisch), Fixing a Hole (ze was een drugsmeisje) en She's Leaving Home (ze leek me iemand die mensen, vooral mannen, bezig zou houden). Sowieso leek Loesje me wel een karakter uit een boek of een liedje met haar naam, haar stem en haar engeltjesgezicht. Haar relatie leek niet geweldig te gaan. Toen ik een keer 's ochtends met haar naar school liep vertelde ze me dat ze met BC op wintersport was geweest en dat het een ramp was geweest. 'Een ramp'. Dat zei ze. Zo praatte niemand over een wintersport. Loesje was anders. Wednesday morning at five o'clock as the day begins. Silently closing her bedroom door. Leaving the note that she hoped would say more. She goes downstairs to the kitchen clutching her handkerchief. Quietly turning the backdoor key. Stepping outside she is free. She (We gave her most of our lives). Is leaving (Sacrificed most of our lives). Home (We gave her everything money could buy). She's leaving home after living alone. For so many years (Bye bye). Ook al was ik elke avond verdoofd als een paling, 's nachts werd ik vaak wakker met een vreselijke jeuk aan mijn borst. Er zat een soort rode uitslag op mijn huid die zich leek te verplaatsen. Overdag voelde ik er niks van, maar 's nachts werd ik er compleet gestoord van. Op school had ik intussen naast Loesje wat andere vrienden gemaakt, waaronder Jesper. Die gozer was mogelijk nog koppiger dan ik en dat zegt wat. Jesper zijn eigenwijsheid leidde tot de nodige discussies. Zo was hij ervan overtuigd dat John Goodman een agent speelde in L.A. Confidential. Ik wist dat dit niet zo was. In die tijd was ik nog niet zo belezen, maar over films hoefde je mij niks te vertellen. Ik wist dat er in L.A. Confidential een dikzak speelde die met enige fantasie best op John Goodman leek, maar dat aan Jesper proberen uit te leggen bleek een onmogelijk opgave. Zulke feitjes kon je in die tijd niet even snel op internet checken. Zeker niet in Zwolle waar ze tien jaar achterliepen op de rest van Nederland. Dus sloot ik een wedje met Jesper en zochten we het beide thuis op. De volgende dag nam ik een tientje in ontvangst om mijn volgende portie super skunk van te bekostigen. Jesper rookte mee, dat sprak voor zich. Kort daarop nodigde Loesje mij en Jesper uit om een avondje in Amsterdam uit te gaan en bij haar te blijven logeren. Dat wil zeggen: wij mochten op haar kamer slapen op de Jacob Obrechtstraat en zij sliep op verzoek van haar jaloerse vriendje een straat verderop bij haar ouders. Ze deed een beetje opstandig, maar stemde er mee in. Toen gingen we naar de Paradiso en hadden een super avond vol met drank, marihuana, goede gesprekken en grappen. Loesje vertelde me later dat ze me die avond wel had willen zoenen, maar juist op dat moment had ik gezegd een meisje leuk te vinden, dus haakte ze af. Ik had zelf weer eens niks in de gaten gehad en zo ging de avond waarop het had kunnen gebeuren voorbij. De uitslag op mijn borst was ondertussen nog steeds niet over. Ik liet het aan mijn moeder zien en die zei; 'het lijken wel tunnels'. Dat bleken de magische woorden te zijn in het verhelpen van deze kwaal. Mijn moeder vertelde erover aan mijn zwager Harm, een apotheker. Hij sloeg zijn database van tropische worm- en parasietachtigen er op na met de zoekterm 'tunnel'. Daar kwam een resultaat uit dat we meenamen naar de huidarts: 'Larvas Migrans'.

122


Het bleek dat ik een souvenir uit Thailand had meegenomen. Geen SOA, maar een levend organisme. Een tunnelgravende parasiet die 's nachts actief wordt en met zijn gegraaf vreselijke jeuk veroorzaakt. Toen de huidarts had vastgesteld dat het inderdaad om een Larvas Migrans ging was het makkelijk verholpen met een dodelijke dosis vloeibare stikstof op een stokje. Wat een opluchting. The celebrated Mr. K. Performs his feat on Saturday at Bishopsgate. The Hendersons will dance and sing. As Mr. Kite flies through the ring, don't be late! Messrs. K and H assure the public. Their production will be second to none. And of course Henry the Horse dances the waltz! Het verhaal over de larf had zich snel verspreid in mijn klas. Toen ik de middag na het verwijderen ervan op school verscheen, werd ik erover ondervraagd door twee meisjes waar ik een project mee deed. Toen ik ze vertelde wat de bron van mijn kwelling was geweest, reageerden ze met uitdrukkingen van walging die ik nooit zal vergeten. Zo omstreeks april 2002 kwam er een einde aan mijn studie journalistiek. Ik had slechts zes studiepunten gehaald, dus het jaar afronden (42 punten) zou lastig worden. Bovendien was ik er wel achter dat dit niet de studie voor mij was. Met behulp van mijn moeder – die ondanks alle mislukkingen nog in me geloofde – vond ik snel een nieuwe studie: International Leisure and Recreation Management in Haarlem. Een internationale opleiding in vrijetijdskunde! Dat klonk me als muziek in de oren. Ter voorbereiding schreef ik me in voor een zesweekse cursus Spaans in Barcelona; een mooie manier om het schooljaar vol te krijgen. En dat was dat... Een afgesloten hoofdstuk. Ik weet niet meer hoe ik afscheid nam van mijn vrienden in Zwolle. Ook Loesje niet. De laatste keer dat ik haar zag, in mijn herinnering, was toen we samen van Zwolle naar Amsterdam reisde en nog wat dronken op het station van Amsterdam Centraal. Daarna ben ik waarschijnlijk op theatrale wijze van het toneel verdwenen. Absint en tapas, Barcelona… In de koeienstal… Alleen in het universum… Ik ben een steen… Het telefoontje… 3 januari 2003… Na Thailand en Zwollywood was de volgende halte Barcelona. Ik zou hier zes weken verblijven bij een Spaans vrouwtje in een buitenwijk en dagelijks de metro naar het centrum pakken voor een taalcursus. Ik verbleef in het huis met een Mexicaanse student, en had elke middag vrij om Barcelona te verkennen. Ik was gestopt met blowen en zelfs met roken, dus de meeste middagen bracht ik door in een bar langs de wereldberoemde promenade Las Ramblas waar we voetbalwedstrijden keken. Het WK voetbal speelde toen waarvoor Nederland was uitgeloot, maar Zuid-Korea had een Nederlandse bondscoach en wist de halve finale te bereiken. Verder ontdekte ik het leven van de flaneur. 'City Swalking', noemde ik het, oftewel doelloos door de stad banjeren met een walkman op mijn kop en nadenkend over het leven. Ik had verder werk van The Beatles gevonden (Rubber Soul en Abbey Road), dus aan muzikale inspiratie geen gebrek. Samen met de Absint die in Barcelona vrij verkrijgbaar was kwam ik zo, ondanks het gebrek aan ganja, toch in hogere sferen. Ik snakte wel naar de liefde. Een paar keer leek het ergens heen te gaan met een meisje, maar dan werd het toch weer niks. Het mocht niet zo zijn. Af en toe dacht ik aan Loesje. Na zes weken bezinning keerde ik terug naar Nederland voor het volgende hoofdstuk in mijn academische carrière. Maar eerst

123


was het tijd de zomervakantie groots af te sluiten. Ik had zes weken geen joint gezien en nu was het dan tijd voor een tripje naar een andere dimensie met Ayahuasca. Ik had geen ervaring met deze mysterieuze slingerplanten combinatie uit Zuid-Amerika. Mijn vrienden Frank en Jesse, waarmee ik de trip zou doen, ook niet. Het werd improvisatie en dat zou voor mij erg goed uitpakken. We hadden de plant 's middags in Amsterdam gehaald bij een gespecialiseerde smartshop en kwamen 's avonds bij Jesse thuis bij elkaar voor de trip. Jesse woonde in een oude koeienstal omgebouwd tot huis. Precies de juiste omgeving voor een mystieke trip naar jungleland. We maakte thee van de Ayahuasca en net als paddo's was de smaak niet om over naar huis te schrijven. Ook net als bij paddo's was het eerste effect een lichte misselijkheid. Ik liep naar Jesse's slaapkamer en ging op het bed liggen. Daar begon al snel een bewustzijn bevrijdende trip. Wanneer ik mijn ogen open had gebeurde er niet veel, maar zodra ik mijn ogen sloot bevond ik me in de kosmos. Letterlijk in de kosmos. Ik lag in ruimte alsof ik in een bed lag met om mij heen een uitgestrekte leegte en hier en daar een ster of kosmische wolk. Dit speelde zich niet slechts in mijn hoofd af; ik was daar echt. Ik was een ster, een quasar, een planeet, drijvend in het oneindige zwart. De dichtstbijzijnde andere ster bevond zich op 2.0. lichtjaar afstand. Ik was alleen, ongelooflijk, onvoorstelbaar alleen. Ik voelde me meer alleen dan ik me ooit gevoeld had of zelfs wist dat mogelijk was. Het was beangstigend, maar toch gaf het me geen gevoel van wanhoop.

De volgende locatie die ik bezocht was een rivier in de Amazone. Ik was geen mens meer, maar een steen die op de bodem van een rivier lag. Een steen met bewustzijn. Hoe lang lag ik daar al? Voor zolang er al stenen liggen: voor onbegrijpelijk diepe tijdsperioden, zo diep dat ze het normale tijdsbesef van het brein ver overstijgen. Maar wat ik zeker wist als steen zijnde was het volgende: Ik besta al heel, heel erg lang. Mijn bestaan heeft niks te maken met de persoon die ik vertegenwoordig: Ik besta al miljoenen jaren, misschien wel tot voor het ontstaan van de aarde. Ik ben een steen geweest en een vis. Voor eeuwig onderdeel van het universum.

124


We were talking, about the love that's gone so cold. And the people who gain the world and lose their soul. They don't know, they can't see, are you one of them? When you've seen beyond yourself. Then you may find peace of mind is waiting there. And the time will come when you see we're all one. And life flows on within you and without you. Toen ging ik pissen en ontdekte ik dat ik was veranderd in een houten indianen-beeld (inclusief mijn lul) en ik was blij toen ik weer op het bed lag. Het bed was mijn veilige zone. Ik kreeg een gevoel; een heel sterk gevoel. Er staat binnenkort iets te gebeuren. Er zou iets gebeuren dat mijn leven drastisch zou veranderen. Ik wist het zeker, en dat niet alleen; het was iets positiefs. En toen was ik was weer omringd door de eindeloze kosmos. Niet lang daarna kwam het telefoontje. Loesje gaf weer een feestje in Amsterdam voor de klasgenoten van de eerstejaars journalistiek. Of ik het leuk vond erbij te zijn. Vanaf dat allereerste telefoontje was er deze keer iets anders aan ons contact. Zou het wat gaan worden tussen ons? Opeens zag ik voor het eerst met een helder hoofd de mogelijkheid. Het feestje was gezellig. We gingen eerst bij Loesje eten en ze vertelde me dat het uit was met B.C. Dat was geen verrassing. De blik in haar ogen vertelde me dat ze me leuk vond. We gingen daarna met de hele groep van zo'n acht personen naar de Paradiso voor een avondje dansen en drinken. Ik vertelde haar over mijn nieuwe opleiding. 'Je bent gelukkig', zei Loesje. 'Ja’, antwoordde ik. Loesje had een goed afgestelde radar. Op de opleiding had ik inderdaad een plek gevonden waar ik me thuis voelde. Filmmaker is een kunstberoep, maar mijn genetisch materiaal is meer geprogrammeerd voor business. Misschien zou ik een mooie tussenvorm kunnen vinden. Op de afterparty bij Loesje’s ouders thuis (haar ouders waren op vakantie) praten we nog een tijdje na. Een meisje genaamd Marjolijn vroeg me op een gegeven moment naar de bad trip die ik ooit gehad had. Het was blijkbaar een sensatieverhaal geworden op de school voor journalistiek in Zwollywood. Ik probeerde er over te vertellen, maar ik voelde me er niet gemakkelijk bij. Loesje was toen niet in de kamer, dat weet ik zeker. Zij zou me een goed gevoel gegeven hebben. We sliepen die nacht op lange matrassen en Loesje was bij me komen liggen op nog even te praten, maar naar alle waarschijnlijkheid was ik stoned en snel vertrokken. Old habits die hard. De volgende dag gingen we met zijn allen naar Amsterdam Centraal om treinen te pakken in verschillende richtingen. Ik woonde op dat moment nog steeds bij mijn ouders in Heiloo. Toen we om wat tijd te doden nog even in een AKO-kiosk rondhingen kuste Loesje me bij wijze van afscheid op mijn mond.... Het was bijna officieel. De week daarop had ik snel weer contact met Loesje. Ik belde haar om een afspraakje te maken. Ik zou naar Amsterdam komen en haar opzoeken in haar huisje in de Jacob Obrechtstraat. In de week ernaartoe voelde ik me heel romantisch worden. Op oudejaarsavond had ik een cocaïne en champagnefeest bij mijn vriend David thuis en bijna iedereen had een partner en ik dacht; ik binnenkort ook. Ik wist eigenlijk zeker van wel. Op 3 januari 2003 was ik vrij nerveus toen ik naar haar op weg was en stond ik vlak bij haar huis in de hondenpoep. Ik probeerde het zo goed mogelijk weg te krijgen, maar toen de tijd begon te dringen was ik genoodzaakt aan te bellen en uit te leggen wat er was gebeurd. Goeie binnenkomer Jeppy, dacht ik bij mezelf.

125


Mijn zorgen bleken volledig ongegrond. Loesje was in alle opzichten een engel. En ze vond mij leuk, echt leuk. We praatte de hele avond en kwamen er niet eens meer toe ergens naar toe te gaan. We dronken samen Martini Fiero en gingen later op de avond samen de film Amores Perros (‘Love's a bitch’) kijken. Loesje vroeg of ik wilde blijven slapen en ik zei natuurlijk ja. Ze ging haar nachtjapon aantrekken en ik wachtte. Toen ze terugkwam zag ik de mooiste engel die ik me kon voorstellen op me afkomen. Ze ging naast me liggen en we kusten een tijdje. Toen gingen we slapen… In de stille Amsterdamse nacht lag ik naast Loesje en streelde ik haar blonde haren. Na een tijdje draaide ik me op mijn rug en daar was het weer: de kosmos die me op de avond van de profetie had omringd. Hij was overal om me heen en ik voelde meer liefde en dankbaarheid dan ik ooit in mijn leven had gevoeld. Ik was niet langer alleen. Nooit meer alleen.

Niet eerder gepubliceerd

126


Espresso drinkende George Clooney toch niet ontstaan uit toevallig botsende moleculen?

Vanuit onze typische Westerse opvattingen kijken we doorgaans naar het ontstaan van het leven en het universum alsof het puur materiële en toevallige aangelegenheden betreft. De oerknal: 13,7 miljard jaar geleden werd vanuit één beginpunt (de singulariteit) triljoenen triljoenen triljoenen tonnen materie gelanceerd. Maar hoe en waarom? Dat weten we niet. Evolutie: Door een toevallige samenloop van omstandigheden ontstond op een klein rotsblok (de aarde) nabij een derde generatie ster (onze zon) bij puur toeval leven. Na miljarden jaren evolutie heeft dat uiteindelijk geresulteerd in… ons. Maar hoe precies? Geen idee. De hersenen: Wat zijn wij? In essentie een stel hersenen met een (soms) fraaie verpakking eromheen, maar hoe komt het bewustzijn tot stand? Gemakshalve denkt de wetenschap dat ook dit toevallig uit moleculen is ontstaan, maar er is geen enkel bewijs voor dat dit mogelijk is, eerder het tegenovergestelde. Eeuwenoude religies en filosofen hebben altijd intuïtief geweten dat levende wezens meer zijn dan puur een fysiek, bij toeval ontstaan systeem. Hen zal het dan ook niet verbazen dat de (Westerse) wetenschap er niet in slaagt het hele universum en leven te verklaren vanuit de puur fysieke, wiskundige benadering. Er komen steeds meer scheuren in deze aannames, de ‘theory of everything’ zit op een dood spoor, maar wat voor alternatieven zijn er? Behalve het religieuze alternatief: ‘God heeft de wereld geschapen’, is er nog een alternatief vanuit de biologie. De naam van deze theorie is ‘biocentrisme’ en de bedenker is wetenschapper Robert Lanza. Het mooie van biocentrisme is dat het helemaal in lijn is met de vreemde waarnemingen uit de kwantumtheorie die traditionele wetenschap niet kan verklaren. Lanza haalt er een element bij dat in de ‘alles is toeval’ aannames ontbreekt: het bewustzijn. En daarmee komt hij een heel eind in het verklaren van het ontstaan van alles.

127


Biocentrisme in het kort Bewustzijn creëert het universum, niet andersom.

In de Westerse opvattingen bestaat het universum als grote, hoofdzakelijk lege ruimte waarin toevallig leven is ontstaan. Maar volgens deze benadering is het leven niet meer dan een bijproduct – een schimmeltje op een rotsblok – en lange tijd was er helemaal geen leven en na de ondergang van de mensheid zal er weer een lange tijd geen leven zijn. Tenminste niet in dit hoekje van het universum. Volgens biocentrisme bestaat er helemaal geen leeg en ‘dom’ universum onafhankelijk van leven. Het enige universum dat er bestaat is het universum dat we zelf waarnemen. Levende wezens met bewustzijn creëren het universum zelf. Dat betekent dat als je ’s avonds naar bed gaat, je keuken niet meer echt bestaat. Hij bestaat alleen als je hem waarneemt. De maan zou er niet zijn als we hem niet met zijn allen zouden waarnemen. En als wij er niet meer zouden zijn, zou het universum dat wij kennen oplossen in een wolk van potentie, maar niet langer bestaan als materiële werkelijkheid. Een oude filosofische vraag is; als in een leeg bos een boom omvalt, maakt dit dan geluid? Immers, niemand is in de buurt om het te horen. Volgens biocentrisme is deze vraag irrelevant. Als er niemand in het bos is om het waar te nemen, bestaat het bos niet, alleen als mogelijkheid. Tenzij planten en bomen ook bewustzijn hebben en het lijkt erop dat dit best eens zou kunnen, dus maak van het bos een stadscentrum en van de boom een omvallende toren. Ruimte en tijd bestaan niet echt Kortom, er bestaat geen objectieve wereld, maar slechts de miljarden subjectieve werelden die levende wezens waarnemen. Buiten het bewustzijn bestaat niks. De interne en externe wereld die wij ervaren zijn in feite twee kanten van dezelfde medaille en de verbinding tussen die twee kan niet verbroken worden. En onze waargenomen werelden gaan allemaal in elkaar over. In de natuur is alles één. Ruimte en tijd zijn volgens biocentrisme niets meer dan constructies van de geest. Net als zintuigen

128


helpen zij ons de wereld te begrijpen, maar ze bestaan niet echt. Ze zijn onderdeel van de mentale software van dierlijke organismen die sensaties omvormt tot multidimensionale objecten. We dragen ruimte en tijd met ons mee, zoals een schildpad het schild op zijn rug met zich meedraagt. Volgens biocentrisme is tijd slechts een mechanisme dat we gebruiken om veranderingen waar te nemen. De klok tikt verder, we worden langzaam ouder, de zon komt op en gaat weer onder, maar geen van deze dingen bewijst dat tijd echt onafhankelijk bestaat van onze waarnemingen. Als tijd en ruimte niet bestaan heeft dat nogal wat implicaties. Het betekent in de eerste plaats dat het bestaan geen echt begin en einde meer heeft. Beide woorden ‘begin’ en ‘einde’ zijn begrippen die met tijd te maken hebben. Bestaat tijd niet meer, dan verliezen die begrippen hun betekenis. Ook doodgaan is zonder tijd slechts een illusie. De sequentie waarin dingen lijken te verlopen doet er niet toe wanneer tijd slechts een instrument van de geest is. Andere mensen zien je dode lichaam, maar dat ben jij niet. Jouw bewustzijn bestaat ergens anders voort binnen het alles is één universum, al heeft ‘ergens’ ook weer geen betekenis omdat ruimte niet echt bestaat. Bewustzijn bestaat uit een 23 watt bolletje energie en zoals je misschien nog weet van de natuurkundeles: energie kan nooit verloren gaan. We zijn allemaal onlosmakelijk verbonden met het universum en hier nooit meer los van te koppelen. Biocentrisme en vooral de illusionaire natuur van ruimte en tijd zijn lastige concepten om te bevatten zolang we in ons afgebakende menszijn vastzitten. Bij doodgaan kunnen we eindelijk losbreken uit de begrenzingen van ons lichaam en buiten de tijd bestaan, dus dat is een bevrijding en niet iets om bang voor te zijn. Bewijzen voor biocentrisme: kwantumtheorie en ‘goldilocks’ universum Het proces van creatie en de rol die de observant hierin speelt is goed zichtbaar in de bekende experimenten uit de kwantummechanica. Vooral het double slit experiment laat goed zien welke rol de observant speelt. Kwantumtheorie heeft ons geleerd dat subatomaire deeltjes NIET bestaan op een definitieve plek. Ze bestaan slechts als reeks van waarschijnlijkheden die niet manifest zijn. Zodra er een observant een meting doet stort ieder van deze golffuncties in elkaar en nemen een vaste positie in. Zo ontstaat een fysieke realiteit. Het bewustzijn is krachtig genoeg om een materiële wereld te creëren. Denk aan schizofrene patiënten die hele werelden scheppen in hun hoofd (A Beautiful Mind). Voor hen is die wereld net zo echt als de echte wereld. Na 100 jaar experimenteren kunnen wetenschappers niet anders dan erkennen: de waarnemer is NIET te verwijderen uit de kwantumrealiteit. Atomen bestaan sowieso uit veel meer leegte dan vaste materie, dus zo gek is het idee niet dat de maan pas gevormd wordt als we ernaar kijken. Als bij de studie van de kleinste bouwstenen van de natuur de waarneming het gedrag van die bouwstenen verandert is die waarneming kennelijk essentieel, betoogt Lanza. Dit geldt overigens niet alleen voor de kleinste deeltjes; de experimenten zijn inmiddels ook uitgevoerd met grotere moleculen die uit honderden atomen bestaan en daaruit kwamen dezelfde resultaten: ze bestaan alleen als wolk van mogelijkheden voordat ze geobserveerd worden. Lanza’s stelling is dat wat geldt voor grote atomen en kristallen ook geldt voor flatgebouwen en planeten. In andere kwantum experimenten is aangetoond dat deeltjes die met elkaar verbonden zijn (‘entangled particles’) met elkaar kunnen blijven communiceren ongeacht hoe ver ze van elkaar verwijderd zijn. Dat kan twee dingen betekenen: ze kunnen sneller communiceren dan lichtsnelheid wat niet kan volgens Einstein’s algemene relativiteitstheorie of de ruimte tussen de deeltjes bestaat niet echt… Volgens biocentrisme bestaat ruimte inderdaad niet echt en zitten we allemaal in feite op elkaar en in elkaar verweven. Dat is in lijn met Einstein: de sterren lijken ver, maar als we met lichtsnelheid konden reizen reduceert de reisafstand tot nul (bij reizen met lichtsnelheid staat de tijd

129


stil). Zo bezien bestaan ruimte en tijd alleen in onze subjectieve ervaringen en niet als losstaande, objectieve entiteiten. Een ander belangrijk argument voor biocentrisme is het ‘goldilocks’ universum. Ons universum is te geschikt voor leven om per toeval ontstaan te zijn. Was de Big Bang een miljoenste krachtiger geweest, dan waren we er niet geweest. Als de zwaartekracht één tandje lager was geweest, dan zouden er geen sterren zijn en dus ook geen zon. En zo zijn er meer dan 200 fysieke parameters, waarvan de kleinste wijziging zou betekenen dat wij nooit zouden bestaan.

Natuurlijk kun je aanvoeren dat het logisch is dat we bij toeval zijn ontstaan omdat we ons anders deze vraag niet konden stellen, maar dat is een beetje vreemd. Een gevangene die het vuurpeloton met 100 schutters heeft overleefd denkt ook niet; ‘natuurlijk heb ik het overleefd, anders zou ik hier niet staan’. Die zou afvragen waarom 100 kogels hem niet gedood zouden hebben. Biocentrisme doet hetzelfde voor ons bestaan op aarde. In de woorden van Lanza: ‘The very structure of the universe is only explainable through biocentrism. The universe is fine-tuned for life, which makes perfect sense as life creates the universe, not the other way around. The universe is simply the complete spatiotemporal logic of self.’ Kort samengevat, creatie is het manifest worden van het non manifeste. En daar heb je een waarnemer voor nodig. En die waarnemer ben JIJ. Gefeliciteerd met het mooie universum dat je ontworpen hebt. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 10 april 2017 door J. Kleyngeld

130


Mijn top 5 Commodore 64 Games

Als kind van de jaren 80 had ik natuurlijk een Commodore 64, de beroemde 8-bit computer die in 1982 werd geïntroduceerd door Commodore International voor een prijs ver beneden die van de vergelijkbare Apple II. De naam refereert aan het fantastische RAM-geheugen van 64 kilobytes. Ik kan me niet meer precies herinneren wat je precies deed met zo’n ding behalve wellicht wat tekstverwerking. Wat ik me wel herinner zijn de spelletjes die ik speelde op het geweldige apparaat. Via een cassettebandje kon je de spelletjes laden (het duurde eindeloos). Als je na lange tijd een spel geladen had was het altijd een verassing wat je kreeg. Sommige waren nauwelijks speelbaar, maar er zaten zeker ook juweeltjes bij. Jawel, de Commodore 64 is pure nostalgie. Simpele spelletjes die verslavend en te gek waren. Mijn 5 favorieten zijn: 1. Blue Max

Fantastische oorlogsgame waarin je in een gevechtsvliegtuig diagonaal over het scherm vliegt en pakhuizen mag opblazen en vijandelijke vliegtuigen moet neerschieten. De titel refereert aan een speciale medaille die je kon halen ten tijde van de eerste wereldoorlog die je kreeg als je 20 vijandige vliegtuigen neerhaalde. De geweldige oorlogsmars als soundtrack maakt het helemaal af. 2. Aztec Challenge

Absurd moeilijk spel, alleen dat eerste level al met die speren was bijna niet om door te komen. Toch heb ik het bijna uitgespeeld, op het laatste level met de brug na. Via YouTube heb ik ontdekt wat er daarna gebeurt. Je wordt beloond met het geweldige ‘Aztec Challenge’ logo. Groovy.

131


3. Pitfall

Slangen, krokodillen, schorpioenen, valkuilen‌ Pitfall is het ultieme jungle avontuur in 50 pixels. Het doel is om je karakter (Pitfall Harry) langs de obstakels te manoeuvreren door te springen of rennen, en goud, zilver en zakken geld te verzamelen. 4. Mr. Robot

Nog een klassieker op het Commodore platform. Je dient je robot door een fabriek te sluizen en onderweg energie te verzamelen en vijanden om zeep te helpen. In latere levels loop je over lopende banden en dynamietstaafjes die onder je opblazen en je dus dwingen heel erg snel te bewegen. Verslavend en cool. 5. Lode Runner

Ik twijfelde tussen deze en Frogger of Donkey Kong, maar ben toch gegaan voor Lode Runner vanwege de soepele gameplay van deze retro classic. Het doel is schatten te verzamelen in typische platform levels die bestaan uit rode stenen. Je kunt rennen, ladders gebruiken, langs lijnen klauteren en stenen laten oplossen. Vijanden maken je intussen het leven zuur. Uitdagend spel tot op het frustrerende af. Voor wie net als ik even terug wil in de tijd, kun je via de site www.c64.com Commodore games spelen. Enjoy! Fragmenten.blog Gepubliceerd op 25 februari 2013 door J. Kleyngeld

132


What Do Gollum, Darth Vader & Agent Smith Have in Common?

You were just wondering about that, weren’t you? Well, I’ll explain. Every big epic in fantasy or science fiction, needs a legendary villain-character like Darth Vader, Gollum or Agent Smith. But these three are not normal evil doers. They are very special, because their destiny is directly tied to the resolution of the whole story. They are more like causal agents than just ordinary bad guys. Their evil is also much more nuanced than the other main villains in their holy trilogies. And their motivations are often harder to fully grasp. Take emperor Palpatine in the Star Wars movies. He is just evil to the core. There is not a single shade of grey: he is BAD. Darth Vader, on the other hand, was actually a good man before he was seduced by the dark side of the force. Luckily, for the oppressed galaxy, Vader’s son Luke Skywalker felt there was still good in him. Luke exploited this inner conflict, which lead to the death of Palpatine by Vader’s hand at the end of Return of the Jedi. The galaxy was free once again due to Vader’s destiny. Gollum and Agent Smith (especially after his supposed destruction by Neo in the first Matrix movie) don’t even belong to the villain class and are free agents, so to speak, Smith quite literally. They are just roaming around in their fantasy worlds, driven by their own insatiable desires. Gollum by his addiction to the Ring of Power, and Smith by his need to destroy his arch enemy Neo and the entire simulated computerworld the Matrix with it. But, like in Vader’s case, through their actions they enable the heroes of their stories to fulfill their appointed tasks while they would have otherwise failed. Like Frodo in The Lord of the Rings. He managed to get the ring all the way to Mount Doom, but could unavoidably no longer resist the power of the mighty precious and thus refused to destroy it. Gollum took his chance and jumped at Frodo, bit off his finger, and took the ring. But he could only enjoy it for a brief moment. As a crazed Frodo attacked him, Gollum fell to his doom taking the ring with him. The panic in Sauron’s one eye is very satisfying. His reign is over forever. Gandalf had foreseen this turn of events: ‘My heart tells me that Gollum has some part to play yet, for good or ill, before this is over.’

133


Agent Smith’s faith is similar. When Neo realises that it is inevitable that Smith – who he has destroyed before – must now destroy him in order for things to end. He allows Smith to clone him, like he has done to the entire population of the Matrix (‘me, me, me’). But since Neo is the One, the anomaly of the system, this creates a fatal chain reaction eliminating the virus Smith. By pursuing his own purposes, against the will of his masters (the machines in case of The Matrix), he ensures that the humans are set free. Do all epics have this type of causal agent? What about Harry Potter for example? Well in a way: yes, a very interesting one. When Voldemort tried to kill Harry when he was a baby, he unwillingly put a horcrux (a piece of his soul) in Harry. While Harry was growing up, he slowly discovered his connection to the Dark Lord. In the end, the only way to defeat him, was by letting Voldemort kill him. This villain created a causal agent himself that lead to his doom! Because Voldemort didn’t kill Harry, but just the horcrux. The now released Harry could return and finish off Voldemort in a final confrontation, ridding the wizard and muggle world of this ultimate baddie. The world is more complex than just good-evil. While most of the characters in these epics are either of the hero or villain archetype, these causal agents are not so easily defined. So to answer the question, what do they have in common? They are tools used by the clashing higher forces to decide the faith of the world. Apparently, free will is absent in these worlds, and we are merely instruments of the ruling powers. This makes sense, for at least two of these trilogies (Star Wars and The Matrix) are inspired by Eastern Philosophy of which some movements (Advaita Vedanta) teaches us that free will is an illusion. The Lord of the Rings seems more in tune with paganism that also suggests that greater spiritual forces can impact the course of events or the ultimate outcome. The individual destinies of these characters are thus intertwined with the destiny of the world at large. Thereby, they completely transcend a clearcut character definition. Beneath their wicked appearances, they actually become saviors, even though that was never their intention. Gandalf nailed it when he said: ‘Even the very wise cannot see all ends.’ Good, bad, everyone has their own perspective. But in the end, love and goodness will always be victorious. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 18 december 2018 door J. Kleyngeld

134


Het Tibetaanse Dodenboek

“Alles wat vorm heeft vergaat. Alles dat zich verzameld heeft valt uit elkaar. We zijn allemaal net als bijen, alleen op de wereld, gonzend en zoekend zonder een plek om uit te rusten. En dan komt de meest radicale transitie die we kunnen ervaren. Het licht van deze wereld verdwijnt. En het licht van de volgende wereld verschijnt.” We zijn in het Westen verleerd om te sterven. In onze cultuur is de dood gelijk aan falen. Een mislukking. Een fout van het universum die niet had mogen gebeuren. Deze overtuiging zorgt voor onnodige angst en verwarring. Het Tibetaanse Dodenboek werd in de achtste eeuw geschreven door de beroemde Indiase leraar Padmasambhava, dezelfde die het Boeddhisme naar Tibet bracht. Het boek dient als gids voor de stervenden. Het beschrijft het proces van het sterven als natuurlijke overgang. Het dodenboek beschrijft hoe het bewustzijn plotseling wordt gescheiden van alle omstandigheden die het dagelijks leven uitmaken. De geest ervaart zijn eigen bevrijding als een stralend zuiver wit licht.

Volgens het Bardo Thödol (Tibetaanse naam voor het Dodenboek) zijn zowel het leven als de dood een onafgebroken stroom van onzekere overgangen die de Bardo’s worden genoemd. De tekst legt uit hoe we, door de bewustzijnsstaten en het fysieke lijden te herkennen, we met onze wezenlijke aard in contact kunnen komen. Op die manier is het mogelijk om je van verwarring en angst te bevrijden. Een stervende in Tibet wordt gedurende 49 dagen elke dag het Bardo Thödol voorgelezen. Volgens deze tekst dwaalt het bewustzijn van de overledene in deze tijdsperiode tussen het ene leven en het

135


volgende. Gedurende deze tijd is hij in staat om te luisteren. Daarom wordt de tekst hardop gelezen om de gestorven persoon te begeleiden en ondersteunen. “De dood is nu gekomen en je vertrekt van deze wereld. Maar je bent niet de enige want de dood komt bij alle mensen op aarde. Probeer alles wat je aan dit leven bindt los te laten en ook de mensen waar je je mee verbonden voelt. Wees je hiervan bewust en blijf vooruitgaan wat voor angst of schrik zich ook voordoen tijdens het ervaren van de werkelijkheid van je geest. Herken dat elk beeld in je geest je eigen schepping is. Blijf dat herkennen! Dan zal je bevrijding bereiken.”

Als je geboren wordt, dan huil je, maar de hele wereld juicht. Als je dood gaat huilt de wereld, maar jij vindt misschien wel de grootste bevrijding. “Freed from boundaries of any kind. Just brilliant light.” Fragmenten.blog Gepubliceerd op 20 juli 2019 door J. Kleyngeld

136


Thinking, Fast & Slow; Dialogues on Reality (1) By J.H. Kash

I was on my way to Vegas for a conference on quantum mechanics and the nature of reality with the famous Dr. Lanza. He was driving our fire red convertible as we discussed the difference between mind and brain. “If the mind is not the brain, then what is it?” I asked. “The mind is that which experiences. That which perceives. By definition, that means it cannot perceive itself”, he answered. “But here’s the problem”, I objected. “How can it do anything if it is not physical? You say it’s some sort of super turbine creating reality as we know it.” “Right.” “Right. So if it is an engine, but it’s not made of anything, then how can it function? And this is not just me asking, but anyone being skeptical of the mind being anything other than the brain.” He took a sip of his coffee. “You ask good questions, Kash. You see, the mind is part of the non-local domain, that is powered by zero point energy. That is energy so powerful a teaspoonful could easily blow Nevada to smithereens. This mind field also possesses phenomenality. Because of this energy, of which we cannot even comprehend how powerful it is, it can create worlds without breaking a sweat. Including our world.” “You’re a fucking lunatic”, I said. “I love it.”

137


“So how do you look at this mind-at-large concept?” I continued. “That what we experience is merely a fragment of the potential mind that encapsulates the cosmos?” “It makes perfect sense. If the brain localises the consciousness to the body, it means it only uses a insignificantly small piece of the mind power that exists.” “Many people who’ve had near death experiences say they experienced this mind-at-large. When their consciousness was temporarily detached from their brain, due to say... cardiac arrest, they all of a sudden understood... quantum mechanics.” “That’s very possible. The brain slows our thought processes way down to accommodate our experience on earth. Would we be in a different dimension, our conscious experience could be entirely different. Perhaps unbounded, completely free from filters.” “Imagine that.” “We can’t. Our slow brains normally prevent us from experiencing that.” “Let’s drop some acid then.” He laughed. “Yeah, let’s.” Fragment from what might one day become a novel called ObserverWorld. Right now it merely exists in the ocean of possibilities we call the quantum realm. But it might be in the future manifested by a number of conscious agents, including me, Lanza and you dear readers. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 2 augustus 2019 door J. Kleyngeld

138


De volgende evolutiesprong: de mens als overgangsoort

Veel mensen vrezen dat de mensheid, levend in een wereld vol oorlogen, vervuiling en overbevolking, op rampspoed afstevent. En daar lijkt het ook op. Maar is het onomkeerbaar? Futuriste Barbara Marx Hubbard ziet de mogelijkheid om een doorstart te maken voor de mensheid. In de documentaire Visions of a Universal Humanity onderzoekt ze met verschillende visionairs, zoals natuurkundige Freeman Dyson, celbioloog Bruce Lipton en ruimtevaartexpert Rick Tumlinson, hoe deze positieve ommekeer eruit zou kunnen zien. Aan de basis van de transformatie staat bewustzijn. We hebben de afgelopen eeuwen geleefd in een illusie van afscheiding. Het idee van een door toeval ontstaan, materialistisch universum, onbezield, zonder doel of richting, lijkt achterhaald voor veel kosmologen die nu oog krijgen voor de uitzonderlijke coördinatie in het ontwerp van het universum. Toeval kan het enorme ordenende vermogen van het universum nooit verklaren. Celbioloog Bruce Lipton: “Evolutie is geen toeval, zoals we eerst dachten. De evolutie volgt een patroon. Dat patroon laat zien waar we nu zijn, waar we vandaan komen en waar we heen gaan. Als we de patronen kennen, kunnen we aan onze evolutie meewerken in plaats van die tegenwerken.” Mensen zijn nu nog als ontwikkelde neanderthalers. De evolutie is nog niet klaar. We zijn niet het laatste diersoort op de ladder. Marx Hubbard: “We maken allemaal deel uit van één levend, planetair lichaam als nakomelingen van een grotere kosmische intelligentie voorbestemd om de verre uithoeken van ons oneindige universum te ontdekken. De mensheid is bezig een hoger ontwikkelde versie van zichzelf voort te brengen.” Maar wat we nu om ons heen zien is veel ellende en rampspoed. De zesde en laatste massa-extinctie is nabij. Om de wereld te veranderen hebben we nieuwe culturele memes nodig. Een meme (uitgesproken als ‘miem’) is een begrip uit de memetica en betekent een idee dat zich onder informatiedragers verspreidt (tot nu toe voornamelijk menselijke hersenen en sociale netwerken), en wordt ook wel omschreven als een besmettelijk informatiepatroon. De 20ste eeuw heeft aantal van de ergste memes in de geschiedenis gekend: nazisme, communisme, Bijbels literalisme, imperialisme, globalisering, ongeremde economische groei en radicale Islam. Marx Hubbard: “Fascinerend is dat toen de nazi’s verslagen waren, het voor het Duitse volk moeilijk voorstelbaar was dat ze met hun eerdere overtuigingen meer dan zes miljoen Joden konden vermoorden. Als zo’n geloofssysteem eenmaal weg is, is zoiets moeilijk voorstelbaar.” Welke nieuwe memes gaan leiden tot een nieuwe diersoort die de huidige primitieve mens kan vervangen?

139


Evolutie in bewustzijn We leven in een mentaal universum, realiseerde celbioloog Bruce Lipton zich na het 15 jaar lang bestuderen van de cel. De programmeur van de cel zit niet in de cel, maar erbuiten. De geest is de programmeur. Wanneer we dat allemaal beseffen krijgen we een verandering in bewustzijn en kunnen we de collectieve psyche beter maken met verbondenheid, samenwerking, duurzaamheid en compassie. Radicale nieuwe technologieën Biologie is de ultieme technologie. Maar we kunnen het mogelijk verbeteren middels technologie en synthetische biologie. In plaats van grondstoffen op te gebruiken gaan we direct gebruik maken van de scheppingsenergie van het universum op kwantumniveau. Dezelfde technologie die ons kan vernietigen kan ons ook helpen een nieuwe richting in te slaan in onze evolutie. Ook kunnen we de ruimte gaan verkennen en ons als een groene golf verspreiden. Het leven verspreiden. Opkomst van de vrouw De laatste eeuwen heeft de man centraal gestaan. Vermannelijking van God, cultuur, religie en samenleving. Dit is een harde les geweest. Pas wanneer beide helften samenkomen maken we een kans. Een belangrijke kwaliteit van vrouwen is dat ze zich focussen op het proces en niet alleen het eindresultaat. Op samenhang, ontwikkeling en groei. Op gezamenlijke co-creatie van de universele mensheid. Kosmische code De orde van het universum, de aarde, het leven, de evolutie… het is het gevolg van een kosmische code. Die voorziet het hele bestaan van informatie. De aard van deze meme is steeds meer bewust leven te creëren. Complexiteit-theoreticus James N. Gardner heeft nagedacht over hoe we om kunnen gaan met de uitdagingen van onze tijd. En dat is door het idee te omhelzen dat we met zijn allen in een intelligent universum leven en dat we collectief betrokken zijn bij een missie om de kosmos te transformeren. Die volgende evolutiesprong zal niet zonder slag of stoot gaan. Dominee Michael Dowd: “Wij zijn het universum en dat is niet alleen maar lief en aardig. Er is chaos, vernietiging, instorting, geweld en uitsterving. Een universum zonder deze dingen werkt niet. Zonder de dood van de sterren zouden er geen planeten of levensvormen zijn. Zonder het uitsterven van de dinosaurussen hadden de zoogdieren zich niet verspreid. Chaos, instorting en vernietiging zijn de brandstof voor het creatieve proces. We leven in een moment van tijd dat fundamentele overgang plaatsvindt, in dezelfde orde van grootte als eencelligen die meercellige organismen werden. En wij zien het gebeuren in een heel gecomprimeerd tijdsbestek. En wij zijn zelf de architect.” Angst voor verandering leidt tot terugtrekken in godsdiensten en nationalisme, scepticisme en materialisme. Het vereist moed en wijsheid om hiervan weg te blijven. We zitten niet opgesloten in een random gokspel, zoals de selfish gene theorie zegt. We kunnen bewust keuzes maken en een verschil maken. En wanneer genoeg individuen kiezen voor een positieve toekomst, zou hij zomaar kunnen uitkomen. Alle mogelijkheden bestaan al in het oneindige informatieveld dat de basis vormt van het universum. Wij bepalen zelf welke daarvan werkelijkheid wordt. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 2 juli 2018 door J. Kleyngeld

140


City Swalking Return of the Prodigal Son . . . A Personal Account of Loss & Sorrow . . . Taking the Touristic Route . . . AK47 & Familiar Habits . . . and Finally; The Meaning of a Human Life . . . When thinking about Argentina, most people will think of famous soccer players, like Messi or Maradona. Or Maxima perhaps. Or grill & steak. Or economic crises… I think of my old pal Alejandro. I remember dropping him off at the gate of Schiphol Airport, 20 years ago. One last handshake, a big hug and watching him walk towards the departure gate… Now he is back in the Netherlands, my old friend Alejandro from Argentina. I met him at the Leidseplein in Amsterdam on 14:00 in the afternoon the day before Kings Day. He was late. I think he always was late. But that is a cultural thing he later told me. ‘Jeppe, in the Netherlands, everything is very structured. If you want to play a game of tennis with somebody, you ask him at least a week in advance even if you want to play right now.’ Therefore, he let all his Dutch contacts know well in advance that he would be coming around at this time. He learned a lot about Dutch culture and traditions when he was here in 1995. His curiosity was inspiring. In six months he learned to speak Dutch fluently, which everybody found very impressive. He made a lot of friends too. Me for example. He became one of my closest friends in just a few weeks time. This South-American monkey was pretty charming. While waiting, I was reading a New York Times article about the rats of New York City. It said that rats tend to stay in the same area their whole lives. They don’t cover a lot of ground and rarely move. Cool huh? Then I got a WhatsApp: ‘Hey Jeep, I’m there in ten minutes.’ I got a nervous feeling. What will it be like seeing him again? Will I even recognize him? And am I still a cool guy he will enjoy hanging out with? But no problemo, it turned out. From the moment he stood in front of me, we were talking as if nothing ever changed and time just… well evaporated. Or something. He was with a friend from Argentina: Fabio. His boyfriend it soon turned out. ‘I switched sides ten years ago’, he told me. He was in several relationships with woman, but something was never quite right. Then one day after his last relationship ended, he went to a large gay club in Buenos Aires and picked up a guy. The day after he kicked the guy out, and then he knew: ‘this is it for me’. Soon after he met Fabio. His coming out among friends and family members was remarkably easy. In Argentina homosexuality is very accepted nowadays. Gay marriage became legal in 2009. While Argentina got more tolerant, the Netherlands has lost some of its tolerance, I regretfully informed my friend. When he was here with the student exchange programme in 1995, it was a blissful time or so it seemed. People from all backgrounds lived together in relative peace and harmony, and there was little bitterness and resentment. Now that has changed. Was it the murder on Theo van Gogh that was the breaking point? Alejandro had heard about that shattering event off course. For centuries Amsterdam had been a free haven for all sorts of freaks & weirdos from every outskirt of the planet. A place where they could believe whatever they wanted to believe and nobody would bother them. We Dutch & international guests managed to live together so well for a long time. Have we lost that ability? Fact is, we are losing ground fast to other countries that are advancing in tolerance and acceptance. Even in a notoriously backward country like the USA, quite a few states have legalized marijuana, while suppliers in the Netherlands still have to worry getting arrested while driving their greens to the coffeeshop. But no

141


reason to get all depressed, not yet anyway. When we walked around in Amsterdam – after drinking a beer on Alejandro’s return – the vibe was good on this day preceding the second Kings Day on April 27, 2015. While walking around to check out some of the touristic sites, we talked about the year he was here – 1995 – and what came afterwards. Going back to Argentina was a real hangover for Alejandro, and he couldn’t stay in touch. I told him no hard feelings whatsoever. I knew him a little and figured back then that, despite his easy going appearance, he wasn’t a complete lightweight when it came to emotional processing. He could not take his departure from the Netherlands lightly. He came here, found home and wanted to stick, but he had outstayed his one year ticket. There was no way in sight to stay here longer. Not legally anyway. And Alejandro left a lot behind. The friendship we had developed was real, and he had adopted largely – if not completely – to the Dutch way of life: boerenkool, zuurkool, bloemkool, aardappelen, weed…. He was always good at adopting, this Argentinian. Very much one of Darwin’s own super species. His agility also became apparent from his current job: Manager Social Media for a large Argentinian company. He had obviously mastered the digital skills that have become so essential for survival in this challenging current age, constantly tapping, typing and swiping through a variety of useful apps and platforms on this oversized iphone, while swalking through the city with me and Fabio on this cold but happy day in April.

Alejandro (left) en Fazio Their style of holiday was very much like my own; just walking around and sightseeing, occasionally stopping at bars and restaurants to load up on foods and drinks. His friend Fabio is a photography freak, stopping every 20 metres or so, to take a few shots of the impressive Amsterdam architecture. We started our walking tour at the Museumplein, and then headed back towards the Dam area, stopping underway to have pancakes (pannenkoeken) and bitterballen. We tried to bring back Alejandro’s ability to speak Dutch and it did after a while. We also played the ‘remember when…’ game. How we met in 1995, when my parents offered to take Alejandro to France with us on Holiday. That decision was right; we had a terrific time there along with our other friend Boris. We talked about how we jumped from a 18 metre cliff into a lake. And I reminded him of a mini-twister that blew the stuff of a group of Dutch tourists in the water, but Alejandro can’t remember that one.

142


We also talked about the loads of marijuana we smoked during his stay in the Netherlands. And it was probably inevitable that we would smoke some on that day. Early evening, we headed over to The Doors, a small coffeeshop close to central station. The lightest weed we could get our hands on was AK47 that went for 10 euros per gram. I rolled a joint and lit it. I hadn’t smoked that stuff in ages, so it came in pretty hard. Same goes for those two Argentinian dudes. Then we were high. After about 10 minutes of indecisiveness (should we go or stay? Get a drink or shouldn’t? Leave the rest of the weed or take it?) we walked out and strolled through the Jordaan, where people were now setting up shop for Kings Day. Fabio said he enjoyed the fairy-tale like houses in the inner city, but for the rest we didn’t talk much. We just walked – stoned – and it felt great. At the boys’ apartment we watched CNN. A massive earthquake had hit Nepal and caused a devastating loss of life and history. The presenter seemed mostly concerned with promoting a special feature Facebook introduced to help those involved in the disaster, but we couldn’t figure out what was so new about it. If you’re in a disaster you can use social media, so what? The footage for the broadcast was provided by Nepalese television, which doesn’t consist of much more than one old camera held together by duct tape. ‘Man, that’s sucks’, said Alejandro. ‘You live in the poorest country in the world, you own nothing, and then on top of everything else you get hit by a gigantic fucking earthquake.’ We talked some more and noticed that our particular way of conversing and thinking from our childhood came back. That was a nice realisation; some things just exist and don’t disappear. Even if we had changed, we were still the same people in a way. Some time later, I left the boys to crash and decided to walk back to my own sleeping address, straight through many kilometres of Kings Day crowd. I bought a beer from a street bar and started marching through the crowd. I loved it. My mind was like a racetrack, moving between memories past and observations from the current moment. Walking is terrific: the ultimate existential activity.

143


I figured I would probably get an emotional hangover from this little get together. I am rather sensitive for these kinds of meetings. For the idea that meetings with friends and loved ones can be so meaningful and yet so brief. That life itself is so brief. I might see Alejandro again. Maybe I’ll visit him in Argentina sometime. I took him 20 years to get back here, so I should be able to do it. Until then I’ll try to keep on walking and living, and Alejandro will do the same. s that the point of human existence, I wondered. To collect a large number of meaningful memories with friends and lovers? To feel things? I, like other humans I suppose, have the need for some narrative in my life. I will probably see Alejandro again. He will come back some day, or I will visit him in his country, and then one day one of us will learn of the others persons death of the other side of the world. I figured there is some narrative in that, but it is not Shakespeare. It’s more like Scorsese. Not much plot, but just life. And life is often very good as well. Especially in this little country we Dutch are all so damn lucky to live in. And I wished more of my countrymen would see that as well. But by then I didn’t care. I was confidently walking towards more bliss. And there was plenty of time to worry about the future later. Fragmenten.blog Gepubliceerd op 17 mei 2015 door J. Kleyngeld

144


145


Copyright free ⤕ 2020 Fragmenten uit het Schemerland Uitgegeven in eigen beheer

Uitgever: J. Kleyngeld Straight Flush Content Westeinde 84 1636 VH, Schermerhorn jkleyngeld@gmail.com http://fragmenten.blog Alle rechten vrijgegeven. Alles uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

146


147

Profile for jkleyngeld

E-boek Fragmenten uit het Schemerland Vol. 1 | Blogs, essays en verhalen - 2010-2019  

Fragmenten uit het Schemerland (Fragmenten.blog) is de persoonlijke blog van schrijver/redacteur Jeppe Kleyngeld. In dit volume heeft de aut...

E-boek Fragmenten uit het Schemerland Vol. 1 | Blogs, essays en verhalen - 2010-2019  

Fragmenten uit het Schemerland (Fragmenten.blog) is de persoonlijke blog van schrijver/redacteur Jeppe Kleyngeld. In dit volume heeft de aut...

Advertisement