

![]()


MASTERMILO PREDIKT OP TECHNISHOW DE SCHOONHEID VAN TECHNIEK

DE
Sta aan de top van de keten –word de haai in jouw markt.
Slimme oplossingen voor minder stilstand, minder zoektijd, maximale efficiëntie.

Tijdens de TechniShow van 10 t/m 13 maart zal Hoffmann Group je helemaal onderdompelen in de (toekomstige) cockpit van jouw productievloer.

Met haaienprecisie weet je exact waar elk gereedschap zich bevindt. Digitaal gereedschapsbeheer geeft je volledige controle met NFCtracking, spindelurenregistratie en automatische bevoorrading.
Zoals een haai alles in zijn omgeving feilloos aanvoelt, heb jij altijd volledig overzicht.
Met Connected Manufacturing heb je realtime inzicht in machines, ERP en gereedschappen in één open platform.
Een haai blijft altijd in beweging. Jouw productie ook.
Automatische beladingssystemen die jouw uptime verhoogt – snel inzetbaar en zonder complexe koppelingen.
“Techneuten worden geboren naast de crossbaan”, zegt MasterMilo in dit nummer. De vlogger met een voorliefde van het opknappen van oude tanks en auto’s hoopt dat mensen zich gaan realiseren dat kinderen techniek om zich heen moeten zien om een liefde voor techniek te kunnen krijgen. Zijn voorbeeld van het schrappen van een amfibie-event in Amsterdam zal ik zelf nog wel een paar keer aanhalen. In het kort: een jaarlijks festijn in de Amsterdamse grachten met kekke drijvende auto’s is geschrapt, omdat het centrum autovrij moet worden. Het zou te vervuilend zijn. Gun de Amsterdamse grachtengordeljeugd toch een blik op varende auto’s. Misschien inspireert het ze wel om achter de PlayStation vandaan te komen en te gaan sleutelen.
Ander punt van MasterMilo: techniek kan vervuilend zijn en dat is niet altijd goed voor het milieu. Maar je hebt diezelfde techniek nodig om minder vervuilende machines te kunnen maken. Dus kantoorklerken, toetsenbordambtenaren, procedurepatsers: schrap techniek niet uit onze samenleving. Techniek is een onderdeel van de oplossing.
De oplossingen kan je vinden op de tweejaarlijkse TechniShow. Het staat voor de deur. Het wordt mijn negende editie en ik heb er zin in. MasterMilo zal er ook zijn, op de dinsdag en de donderdag. Hij staat er op een stand met kleinere technische gebbetjes. Maar hij loopt vooral rond, zei hij tegen me. Hij wil namelijk de mensen spreken en nieuwe technieken zien en ervaren. En een wandeling maken door memory lane. Want ook hij ging als mts’ er en hts’ er naar de Utrechtse Jaarbeurs vroeger. Met de hele klas in de bus naar TechniShow.
Techneuten worden misschien ook een beetje geboren op de TechniShow
Thema
MasterMilo
Slimmer lassen: hoe sensoren en AI het vakmanschap van de maakindustrie veranderen 14
TechniShow zet vol in op samenwerking en digitalisering 17
Fabriek van de Toekomst toont geïntegreerde productie als antwoord op druk op Nederlandse maakindustrie 18
Henk van Beek
redactie@technishow.nl

Afscheid Robert Nefkens: Samen leren van vroeger en kijken naar morgen 21

• Ruime opslagcapaciteit voor diverse plaatvolumes

• Gelijktijdig laden en lossen zonder stilstand
• Te koppelen aan iedere lasersnijmachine
• Onbemande productie 24/7 mogelijk

• Modulair, schaalbaar en toekomstgericht



























Te koppelen aan iedere lasersnijmachine


Wisseltijd van max. 120 seconden
Laserbed vrij toegangelijk
Slimme afleglade met uitneembaar deel

Tot 55 opslagplekken bij een enkele opslagtoren



Bezoek onze website en vraag een vrijblijvende offerte aan!





Het Limburgse machinebouwbedrijf Machine-Metaal-Industrie (MMI) uit Venray is door de rechtbank failliet verklaard. De uitspraak betekent het einde van een onderneming die ruim 75 jaar actief was en een vaste plek had in de regionale maakindustrie.
Op vrijdag 30 januari 2026 is MMI, dat sinds 2022 onderdeel was van BIES Group uit Marum (Groningen), officieel failliet verklaard. Het bedrijf had op dat moment 51 medewerkers in dienst, die door het faillissement hun baan verliezen.
De Venrayse vestiging opereerde binnen BIES Group onder de naam BIES Venray, maar bleef zelfstandig actief in de markt. BIES Group telt volgens publieke berichtgeving ongeveer 175 medewerkers, verspreid over verschillende locaties. Het is nog onduidelijk of het faillissement van MMI gevolgen heeft voor andere onderdelen binnen de groep en of deze afzonderlijke vestigingen uit de problemen blijven.
MAATWERK
Machine-Metaal-Industrie was een degelijk en technisch georiënteerd bedrijf met een focus
op maatwerk in de machinebouw. Oorspronkelijk opgericht in 1948, richtte het zich op het ontwerpen, produceren, monteren en reviseren van machines en mechanische installaties. Dat betrof onder meer verspanende machines en mechanische componenten voor klanten in sectoren zoals de hydraulische industrie, de transportsector en de elektronica. Het machinepark van MMI stond bekend als modern en grotendeels geautomatiseerd. Toepassing van Flexible Manufacturing Systems en automatiseringsoplossingen van leveranciers zoals Okuma en Fastems waren onderdeel van de strategie om kwalitatief hoogwaardige producten te leveren.
OVERNAME
In 2022 werd MMI overgenomen door BIES Group, een specialist in de verspanende industrie en machineonderdelen. De overname
maakte onderdeel uit van een bredere strategie van BIES om zijn positie in de metaalindustrie te versterken via schaalvergroting en integratie van complementaire productielocaties.
Destijds stelde BIES Group dat de extra productiecapaciteit, gecombineerde expertise en gedeelde machineparken de groep in staat zouden stellen klanten sneller en flexibeler te bedienen. De Venrayse locatie stond daarmee symbool voor groei en versterking van de Limburgse maakindustrie. Uit recente jaarverslagen van BIES Group bleek dat de groep als geheel verlies leed, wat mogelijk heeft bijgedragen aan de financiële problemen rond de Venrayse vestiging. Voor de 51 medewerkers van MMI is de toekomst voorlopig onzeker. De curatoren van het faillissement zullen in de komende weken en maanden bekijken of (delen van) het bedrijf verkocht kunnen worden, of dat er andere mogelijkheden zijn om de activiteiten in aangepaste vorm voort te zetten.
De Nederlandse maakindustrie wil verduurzamen en elektrificeren, maar wordt steeds vaker afgeremd door een overvol elektriciteitsnet. Uit het nieuwe ABN AMRO-rapport ‘Netcongestie: Op zoek naar de grens’ blijkt dat inmiddels zo’n 14.000 bedrijven wachten op een nieuwe of zwaardere stroomaansluiting. Vooral industriële bedrijventerreinen zitten op slot. Investeringen worden uitgesteld, uitbreidingen geschrapt, en verduurzamingsplannen bevroren. Wat jarenlang een technisch knelpunt leek, is volgens de bank uitgegroeid tot een structureel economisch probleem. “Het weigeren van aansluitingen is geen uitzondering meer, maar de norm”, stelt ABN AMRO vast.
Juist de maakindustrie wordt hard geraakt. Bedrijven stappen massaal over op elektrische ovens, warmtepompen, CNC-machines en geautomatiseerde productielijnen. Die elektrificatie is noodzakelijk om klimaatdoelen te halen, maar vraagt fors meer vermogen, vaak precies op momenten dat het net al maximaal belast is.
Daar komt bij dat productieprocessen grilliger zijn geworden. Pieken ontstaan door poedercoatinstallaties, koelinstallaties of het gelijktijdig laden van elektrisch materieel. Regionale netten, vooral op oudere bedrijventerreinen, zijn daar niet op berekend. Opvallend is dat het totale Nederlandse stroomverbruik al jaren rond de 120 terawattuur schommelt. Het probleem zit dus niet in de hoeveelheid stroom, maar in de verdeling ervan: waar, wanneer en door wie hij wordt gebruikt.
PAPIEREN PROBLEEM
Volgens ABN AMRO bestaat netcongestie niet alleen uit volle kabels en transformatoren. Voor een groot deel is het probleem administratief van aard. In het verleden is capaciteit ruimhartig gecontracteerd door bedrijven die die ruimte nooit volledig benutten. Toch houden zij die vast, uit angst later geen groei meer te kunnen realiseren.
Voor bedrijven die nu willen uitbreiden, pakt dat slecht uit. Zij lopen vast in wachtrijen, terwijl er lokaal soms wel degelijk ongebruikte ruimte op het net aanwezig is. De nieuwe Energiewet geeft netbeheerders meer mogelijkheden om die capaciteit terug te halen of flexibel te verdelen, maar in de praktijk verloopt dat traag en complex.
VESTIGINGSFACTOR
Voor maakbedrijven verandert energie daarmee van een randvoorwaarde in een strategische vestigingsfactor. De beschikbaarheid van netcapaciteit weegt inmiddels net zo zwaar als ruimte, personeel of bereikbaarheid.
Dat raakt ook investeringsbeslissingen. Nieuwe machines worden niet meer alleen geselecteerd op precisie of productiviteit, maar ook op piekbelasting. Sommige bedrijven passen hun productieplanning aan om binnen bestaande contracten te blijven. Andere zien zich genoodzaakt groei uit te stellen of naar alternatieve locaties te kijken.
Een belangrijk deel van de oplossingen ligt volgens ABN AMRO niet bij individuele bedrij-
kwartiermakers die bedrijven, netbeheerders en overheden bij elkaar brengen. Op bedrijventerreinen waar zo’n regisseur actief is, lukt het vaker om vastgelopen dossiers los te trekken.
Omdat structurele netuitbreiding jaren duurt, zoeken maakbedrijven naar oplossingen binnen de eigen poort. Batterijsystemen winnen snel terrein. Ze worden ingezet om pieken af te vlakken, eigen zonnestroom op te slaan, of productie door te laten draaien binnen een beperkt contract.
Volgens ABN AMRO is die ontwikkeling begrijpelijk, maar ook symptomatisch. Batterijen zijn geen structurele oplossing voor een tekort aan infrastructuur, maar vooral een manier om tijd te kopen. Bovendien zijn ze kapitaalinten-

ven, maar bij collectieve aanpakken op bedrijventerreinen. Energiehubs, waarbij meerdere bedrijven gezamenlijk hun stroomgebruik afstemmen en één contract afsluiten met de netbeheerder, kunnen snel ruimte opleveren. In theorie is het een logische oplossing. In de praktijk blijkt samenwerking echter weerbarstig. Bedrijven verschillen in productieprofiel, belangen en investeringshorizon. Zonder duidelijke regie komt een energiehub zelden van de grond.
Daarom wijst ABN AMRO op het belang van zogeheten stroomkoppelaars: onafhankelijke
sief en niet voor elk productieproces geschikt. De echte oplossing – uitbreiding van het elektriciteitsnet – laat nog jaren op zich wachten. Nieuwe onderstations en hoogspanningsverbindingen kennen doorlooptijden van tien jaar of meer, mede door vergunningstrajecten, bezwaarprocedures en een tekort aan technisch personeel. In regio’s als Utrecht, Flevoland en Gelderland is de situatie inmiddels nijpend. Bedrijventerreinen zitten volledig op slot, terwijl woningbouw en industrie met elkaar concurreren om schaarse capaciteit.
De Metaalunie Economische Barometer over het vierde kwartaal van 2025 laat zien dat de afkoeling van de mkb-maakindustrie aanhoudt, maar wel met een gemengd economisch beeld. Naast een voorzichtig herstel van de binnenlandse orderpositie is de buitenlandse vraag met 11 procent gedaald ten opzichte van het vorige kwartaal. Tegelijkertijd is de groei van het personeelsbestand tot stilstand gekomen. De bereidheid om te investeren in het eigen machinepark neemt verder af, naar per saldo 26 procent. Deze combinatie van ontwikkelingen tekent een periode waarin lichte verbeteringen en aanhoudende terughoudendheid naast elkaar bestaan.
De barometercijfers laten zien dat bedrijven zich aanpassen aan een uitdagende omgeving. Binnenlandse orders stabiliseren enigszins, maar prijsstijgingen bieden daarbij enige verlichting. Daar staat tegenover dat buitenlandse markten zwak blijven en ondernemers voorzichtig zijn in hun verwachtingen voor de korte termijn.
De binnenlandse orderpositie blijft in het vierde kwartaal 2025 per saldo negatief, net als in het voorafgaande kwartaal. Het saldo komt uit op -2 procent, een lichte verbetering vergeleken met het saldo van -7 procent in het derde kwartaal. Deze verbetering wijst op een voorzichtig herstel van de binnenlandse vraag. De verwachting bij ondernemers is wel dat het saldo van de orderpositie weer terugvalt naar -7 procent. De waardering van de orderportefeuille laat daarentegen een positiever beeld zien, met een saldo van +9 procent.

De actuele buitenlandse orderpositie is in het vierde kwartaal duidelijk verslechterd. Daarnaast verwachten ondernemers een negatief saldo van 11 procent in het aantal toekomstige buitenlandse orders. Hiermee komt een einde aan de opwaartse trend sinds het derde kwartaal van 2024. Ook de exportverwachtingen blijven negatief. Het saldo van stijgende en dalende verwachtingen resulteert in -8 procent. Dit saldo ligt vrijwel op hetzelfde niveau als in het vorige kwartaal. De algemene waardering van de buitenlandse orderpositie kent een licht negatief saldo van -2 procent. Dit bevestigt het beeld van aanhoudende terughoudendheid op internationale markten.
De verhouding tussen vast en flexibel personeel blijft stabiel. Het aandeel vast personeel ligt rond de 90 procent, tegenover 10 procent personeel met een flexibel contract. De groei van het vaste personeelsbestand is – met een groeisaldo van 0 procent in het vierde kwartaal – volledig tot stilstand gekomen. De inzet van flexibel perso-

neel neemt zelfs verder af. Na een daling van 4 procent in het vorige kwartaal was in het vierde kwartaal sprake van een daling van 5 procent. Het aandeel bedrijven met openstaande vacatures is gedaald van 54 procent in het derde kwartaal naar 44 procent in het vierde kwartaal. Tegelijkertijd neemt het gemiddeld aantal vacatures per bedrijf licht toe, van 2,21 naar 2,31. Dit betekent dat minder bedrijven actief werven, maar de wervende bedrijven een iets grotere personeelsbehoefte hebben.
Het bedrijfsresultaat ontwikkelt zich iets positiever dan in het derde kwartaal. Het aantal bedrijven met een stijgend resultaat en het aantal bedrijven met een dalend resultaat is vrijwel in balans. Het aandeel winstgevende bedrijven blijft voor het derde kwartaal op rij stabiel op 45 procent. Daarnaast draait 37 procent van de bedrijven break-even. Het aandeel van bedrijven dat met verlies draait, blijft ongewijzigd op 18 procent. Daarmee opereert ruim vier op de vijf mkb-maakbedrijven winstgevend of kostendekkend.
De investeringsverwachtingen blijven negatief. 41 procent van de ondernemers verwacht dalende investeringen in het eigen machinepark, terwijl 14 procent rekent op een toename. Deze terughoudendheid onderstreept het voorzichtige sentiment dat leeft onder de ondernemers, ondanks stijgende prijzen en een stabiel financieel beeld. Koninklijke Metaalunie hoopt dat het nieuwe kabinet ruimte maakt voor investeringen. Metaalunie pleit voor toegesneden mkb-stimuleringsmaatregelen voor innovatie, waarmee ondernemers worden geholpen te investeren in bijvoorbeeld robotisering, digitalisering en AI.
Krachtige machines, slimme gereedschappen en innovatieve oplossingen –dát is Laagland! Al sinds 1931 helpen wij bedrijven in de metaalindustrie om sneller, efficiënter en preciezer te werken.
Kies je voor topkwaliteit precisie technologie, innovatie en ervaring? Dan kies je voor Laagland!


• Tool Management Solutions (TMS)
• Werkstuk Opspannen
• 3D Metaalprinten
Gereedschap Kasten
Bezoek ons op de TechniShow hal 10 en hal 11
Meer informatie vind je op onze website.

• Automatiseren




Leading innovation in manufacturing intelligence and metrology.

Na twee jaar van krimp verwachten Duitse machinebouwers in 2026 weer voorzichtig groei te laten zien. De productie zal naar verwachting met 1 procent toenemen, tot 13,7 miljard euro. Dat maakte Franz-Xaver Bernhard, voorzitter van de VDW, bekend tijdens de jaarlijkse persconferentie van de brancheorganisatie.
Volgens Bernhard is het verwachte herstel vooral te danken aan een aantrekkende binnenlandse vraag. In 2025 werden investeringen nog geremd door hoge kosten, gebrek aan voorspelbaarheid en het uitblijven van structurele economische hervormingen. Voor 2026 rekent de sector op een beperkt positief effect van de zogeheten ‘speciale fondsen’ van de Duitse overheid, bedoeld voor investeringen in infrastructuur, defensie, klimaat, digitalisering en mobiliteit.
FORSE TERUGVAL SINDS PIEKJAAR 2018
In 2025 daalde de productie met 8 procent. Vergeleken met recordjaar 2018 is het produc-
export. Chinese leveranciers winnen terrein in onder meer de Asean-regio, Brazilië, het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Ook binnen Europa neemt de import uit China toe, onder andere in Duitsland, Polen en Italië, ondanks een dalende totale import in die landen.
CAPACITEITSAANPASSINGEN ONVERMIJDELIJK
De structurele veranderingen dwingen Duitse fabrikanten tot ingrepen. Tot oktober 2025 daalde het aantal werknemers bij bedrijven met meer dan 50 medewerkers met 3,9 procent, tot circa 63.300. “Geen goed nieuws,” aldus Bernhard, “maar we benutten alle beschikbare opties om ons aan te passen aan de nieuwe realiteit.” Naast herstructurering noemt hij buitenlandse productie, marktdiversificatie, intensievere R&D en het aantrekken van hooggekwalificeerd personeel als cruciale hefbomen.

tieniveau circa 20 procent lager; gecorrigeerd voor prijsstijgingen zelfs 35 procent. Zowel de export als de binnenlandse afzet stonden onder druk. In vrijwel alle belangrijke exportregio’s liep de vraag terug, met groei in slechts enkele van de vijftien grootste afzetmarkten. Een belangrijke zorg blijft de internationale concurrentie, met name uit China. Dat land vergrootte zijn export van werktuigmachines in 2025 met maar liefst 18 procent, in lijn met de nationale industriestrategie. Door een zwakke binnenlandse vraag zoeken Chinese producenten nadrukkelijker hun weg naar buitenlandse markten. Daardoor verloor Duitsland zijn leidende positie in de mondiale
Twaalf grote Duitse werktuigmachinebouwers produceren inmiddels ook buiten Duitsland. Buitenlandse productie is goed voor ruim 20 procent van de totale output: 45 procent daarvan in Europa, 32 procent in China en 20 procent in de Verenigde Staten. Deze strategie compenseert deels de dalende export en maakt het mogelijk dichter bij de klant te produceren, handelsbarrières te omzeilen en kostenvoordelen te realiseren.
De Europese thuismarkt is inmiddels de belangrijkste afzetregio en vertegenwoordigt ongeveer de helft van de export. Inclusief Duitsland zelf wordt meer dan 60 procent van de omzet in Europa gerealiseerd. Kansrijke sectoren zijn onder meer defensie, luchtvaart, elektronica, energie en medische technologie.
Investeringen in kritische infrastructuur - zoals batterij- en chipproductie, waterstoftechnologie, digitalisering en datacenters - bieden nieuwe impulsen, al zullen zij het belang van de auto-industrie niet volledig vervangen.
Met een wereldwijd exportaandeel van 17 procent blijft Duitsland de tweede leverancier van werktuigmachines ter wereld. Die positie is volgens Bernhard te danken aan technologische voorsprong. Duitse bedrijven leveren zowel maatwerkmachines als complete productiesystemen, en lopen voorop in automatisering, efficiënt materiaal- en energiegebruik, digitalisering en toepassing van kunstmatige intelligentie. Ook service en retrofitting winnen aan belang, nu er terughoudender wordt omgegaan met investeringen in nieuwe machines.
De Duitse werktuigmachine-industrie investeert meer dan 4 procent van zijn omzet in onderzoek en ontwikkeling; circa 15 procent van de omzet komt voort uit productinnovaties. Internationaal staat Duitsland vierde qua patentaanvragen. De zogeheten onderzoekstoeslag heeft vooral mkb-bedrijven geholpen, maar kan volgens de sector eenvoudiger en sneller worden ingericht.
Daarnaast blijft de beschikbaarheid van technisch talent cruciaal. Uit een recente enquête van de VDMA blijkt dat meer dan 60 procent van de bedrijven het aantal ingenieurs op peil wil houden of zelfs wil uitbreiden. De sector pleit daarom voor betere technische opleidingen, verplichte technologie-onderwijsmodules op scholen, en een versnelde uitvoering van het Digital Pact.
OPROEP TOT SNELLE HERVORMINGEN Bernhard besluit met een duidelijke oproep aan de politiek: “De sector werkt hard aan alles waar zij zelf invloed op heeft. Maar nu is het aan de overheid om de zelf veroorzaakte knelpunten van de vestigingsplaats aan te pakken.” Vooral middelgrote bedrijven zijn sterk aan Duitsland gebonden en hebben behoefte aan beleid dat groei en investeringen stimuleert. “We verwachten economische hervormingen met duidelijke prioriteiten - en vooral met urgentie.”
Peters Groep gaat Akker Metaal overnemen. Het Brabants familiebedrijf uit Oss wordt daarmee onderdeel van de Peters Groep en blijft onder eigen naam zelfstandig opereren. De identiteit, werkwijze en het vestigingsadres van Akker Metaal blijven ongewijzigd. Akker Metaal werd opgericht in 1973 en is in ruim vijftig jaar uitgegroeid tot een metaalbedrijf met een sterke reputatie in vakmanschap, betrouwbaarheid en langdurige klantrelaties. Het bedrijf wordt geleid door Arno en Monique van den Akker.
Arno en Monique van den Akker waren de afgelopen periode op zoek naar een duurzame en toekomstbestendige voortzetting van hun bedrijf. Omdat er geen opvolging binnen de familie was, zochten zij een partner die past bij de cultuur, waarden en manier van werken van Akker Metaal.
“De samenwerking met Peters Groep bestaat al jaren en voelt vertrouwd,” zegt Arno van den Akker. “We hebben bewust gekozen voor een partner die respect heeft voor onze identiteit, onze mensen en ons vakmanschap, en die perspectief biedt voor de toekomst.”
Akker Metaal blijft zelfstandig opereren, met
een eigen identiteit, klanten en medewerkers. Dat sluit aan bij de manier waarop de Peters Groep is georganiseerd: bedrijven behouden hun eigen karakter en werken samen waar dat sterker maakt. De Peters Groep bestaat uit Peters Machinale Timmerwerken, Wopal, Constru, Bouwbedrijf Peter Peters, N-Neas en Peters Real Estate.
Boris Kwantes, directeur van de Peters Groep: “Akker Metaal is een familiebedrijf met een sterke identiteit en een solide basis. Dat willen we behouden. Binnen de Peters Groep krijgen bedrijven de ruimte om zelfstandig te blijven ondernemen, terwijl we elkaar versterken waar
dat waarde toevoegt. In Akker Metaal zien we een partner die past bij onze manier van werken: nuchter, vakgericht en gebouwd op vertrouwen.”
CONTINUÏTEIT EN BETROKKENHEID
Arno van den Akker blijft de komende periode actief betrokken bij Akker Metaal. Samen met het huidige management team wordt verder gebouwd op de bestaande kracht van het bedrijf. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een toekomstbestendige invulling van de dagelijkse aansturing, met behoud van cultuur en identiteit.
Voor klanten en relaties verandert er niets in de dagelijkse praktijk. De vertrouwde werkwijze, mensen en kwaliteit blijven. Tegelijkertijd biedt de aansluiting bij de Peters Groep nieuwe mogelijkheden voor samenwerking, kennisdeling en verdere ontwikkeling.
Halter Group is onderdeel geworden van Gibas Groep uit Nijkerk. Met deze stap bundelen beide organisaties hun complementaire expertise binnen industriële automatisering. Het doel is om productontwikkeling te versnellen en geïntegreerde automatiseringsoplossingen aan te bieden voor de internationale markt.
Halter staat bekend om zijn gespecialiseerde CNC-automatiseringsoplossingen en internationale verkoopnetwerk. Gibas brengt diepgaande ervaring in CNC-machines en tooling mee, met een sterke focus op het optimaliseren van het maakproces. In combinatie met brede engineeringscapaciteit en expertise in robotica en lijnintegratie ontstaat een technologisch portfolio waarmee klanten worden ondersteund - van losse CNC- automatisering tot volledig geïntegreerde productielijnen. Volgens Stefaan Poppe, CEO van Gibas Groep, ligt de meerwaarde vooral in de combinatie van markttoegang en ontwikkelkracht: “De toevoeging van Halter versterkt Gibas op meerdere niveaus. We kunnen het Halter-portfolio verder uitbouwen in onze thuismarkten Nederland en België, terwijl het internationale netwerk van Halter ons directe toegang biedt tot nieuwe markten. Dankzij onze engineeringscapaciteit kunnen we bovendien sneller nieuwe oplossingen ontwikkelen en ze breder in de markt zetten.” Voor Halter betekent de stap vooral schaal
en focus. Guido Leeflang, CEO van Halter Group: “Door onderdeel te worden van Gibas kunnen wij ons sterker richten op onze kern: het bedienen van onze internationale klanten en het verder uitbouwen van ons portfolio.
De aanvullende engineeringscapaciteit en automatiseringskennis van Gibas maken het mogelijk om sneller in te spelen op toenemende complexiteit en klantvragen.”
Door versterking van de operationele structuur wordt de continuïteit voor bestaande klanten en partners gewaarborgd, terwijl op groepsniveau wordt gewerkt aan verdere integratie en gezamenlijke productontwikkeling.

Voor Nederlandse mkb-maakbedrijven wordt ERP steeds minder een administratief systeem en steeds meer het operationele hart van de onderneming. Dat blijkt uit het rapport Trends in de maakindustrie 2026 van ECI Software Solutions, gebaseerd op onderzoek onder ruim 300 Europese maakbedrijven, waaronder veel Nederlandse mkb’ers.
De timing is geen toeval. De sector beweegt richting 2026 in een ongemakkelijke balans van licht economisch herstel en aanhoudende structurele knelpunten. Orderposities stabiliseren voorzichtig, maar personeel blijft schaars en kosten blijven hoog. In die context zoeken maakbedrijven vooral naar grip: op planning, bezetting en marges. Grote, risicovolle digitaliseringssprongen passen daar zelden bij.
Uit het onderzoek komt een consistent beeld naar voren. Digitalisering is in het mkb geen hype meer, maar volledige optimalisatie blijft uitzonderlijk. De meeste bedrijven bevinden zich in een tussenfase, waarin processen deels zijn verbonden en data beschikbaar is, maar nog niet structureel wordt benut. Juist daar neemt ERP een steeds centralere rol in. Bedrijven gebruiken het systeem vooral voor kostprijsberekening, planning en voorraadbeheer — precies de plekken waar fouten direct voelbaar zijn
Die ontwikkeling verklaart ook de terughoudendheid rond AI. Hoewel kunstmatige intelligentie door veel bedrijven wordt gezien als belangrijk voor de toekomstige concurrentiekracht, blijven toepassingen voorlopig

vooral beperkt tot ondersteunende functies zoals analyse en rapportage. Voor productie en logistiek ontbreekt vaak nog de stabiele datagrondslag. ERP fungeert daarmee als noodzakelijke voorwaarde, niet als bijzaak.
Ook duurzaamheid en automatisering sluiten aan op die pragmatische lijn. Veel mkb’ers werken al aan energiereductie en afvalbeperking, maar zonder formeel programma. Net als bij digitalisering geldt: eerst praktisch ver-
beteren, later structureren. De conclusie van het rapport is duidelijk. Richting 2026 winnen niet de maakbedrijven met de grootste technologieambities, maar de bedrijven die hun kernprocessen op orde hebben. ERP is daarbij steeds vaker het stuur van de operatie. Wie dat stuur niet stevig in handen heeft, zal moeite krijgen om personeelstekorten, kostenstijgingen en klantverwachtingen tegelijk het hoofd te bieden.


MasterMilo, de bekende tech-vlogger, komt naar TechniShow 2026. Hij wil vooral zijn liefde voor techniek delen met de bezoekers. En hij hoopt dat niet-techneuten ook eens de ogen openen. Vooral ouders en scholen zouden wat meer aandacht mogen besteden aan technische vaardigheden. “Het is veel leuker om met de kinderen aan de slag te gaan en te experimenteren met techniek.”
Het kan wat lawaaierig zijn”, waarschuwt MasterMilo. “We zitten in een auto op weg naar Papendrecht, waar we het motorblok van een 12-cilinder Churchill-tank uit de Tweede Wereldoorlog in een ultrasoon bad gaan leggen. De afgelopen weken hebben we het blok helemaal uit elkaar gehaald. Nu gaan we het schoonmaken en onderzoeken.”
Hij vertelt het alsof het de normaalste zaak is om een 80 jaar oud motorblok van een gebruikte tank op te knappen. En in zekere zin is dat ook zo, voor MasterMilo en zijn team. In 2018 kocht hij in Engeland een Chinese Type 69-II tank uit Irakese dienst en knapte hem op. “Die tank hebben we nu geruild voor deze Churchill-tank. En ja, dat motorblok heeft de afgelopen tachtig jaar liggen roesten.” MasterMilo is Emile Luijben. Hij is bekend geworden als vlogger-YouTuber op het gebied van techniek, vaak gerelateerd aan auto's. Hij begon in 2006 vooral met beelden van speedway-races en het aanpassen van sloopauto's om te kunnen racen. Later werden de projecten wat meer bijzonder. Zoals de RollGolf: een ingekorte Volkswagen Golf II met een externe rolbeugel, zodat de wagen bij hard remmen voorwaarts over de kop rolde en terug op zijn wielen terechtkwam. In 2018 kwam dus de stunt met de Chinese tank. Met deze aankoop genereerde hij veel media-aandacht en nieuwe kijkers voor zijn kanaal. Na het arriveren van de tank werd ook een tweede YouTube-kanaal opgericht – werkplaatsvlog - waarop dagelijkse video's van het team in de werkplaats worden geplaatst.
CREATIVITEIT
Tijdens TechniShow 2026 zal MasterMilo/Luijben twee dagen rondlopen. Hij zal er vooral zijn liefde voor techniek en klussen delen met de bezoekers. “Waarom is techniek en het klussen eraan zo mooi? Het is spannend. Je weet nooit wat je gaat tegenkomen als je een apparaat openmaakt. Het is een manier om je creativiteit goed kwijt te kunnen.”

Vrijwel iedere jongere vindt het inderdaad prachtig om spullen uit elkaar te halen en weer in elkaar te zetten. Maar ergens tijdens het opgroeien verdwijnt dat. Daar baalt Luijben duidelijk van. “Waar gaat het mis? Op school. Het is gemakkelijk om leerlingen een schriftje te geven en opdrachten te laten maken. Maar het is veel leuker om met de kinderen aan de slag te gaan en te experimenteren met techniek. Dat zit er helaas niet in. En ook thuis niet. Veel ouders vinden het wel makkelijk: geef het kind een iPad of een Nintendo en het is de hele dag onder de pannen.” Luijben heeft geen panklare oplossing om dat te veranderen. Maar het begint met een andere houding ten opzichte van techniek. “Nu ligt de focus ofwel op het gevaar ofwel op het milieu. Neem zaken als motorcross of tractorpulling. Dat zijn gemakkelijk toegankelijke evenementen, maar daar krijg je tegenwoordig bijna geen vergunning meer voor. Ze

kijken naar de uitstoot, maar niet naar de techniek. Ze vergeten dat de enige manier om milieuvervuiling tegen te gaan, technische vooruitgang is. Dus verzorgd door techneuten die worden geboren langs de crossbaan. Mensen weigeren dat te begrijpen.”
Het milieu is volgens Luijben terecht heel belangrijk, maar de mensen zijn te zwart-wit in hun oordeel. Alles met een motor is fout. Hij haalt een voorbeeld aan uit Amsterdam. Daar trokken één dag per jaar amfibievoertuigen door de grachten. Deelnemers van de tour kwamen vanuit verschillende landen, allemaal met hun eigen amfibievoertuig, dus een auto die op het water blijft drijven. Sinds 2025 mogen deze voertuigen niet meer in de Amsterdamse wateren komen, want alles moet uitstootvrij zijn. “Dan ben je als gemeenschap toch de weg kwijt? Dit is een moge-
lijkheid om de stadskinderen achter hun spelcomputer vandaan te krijgen en in contact te brengen met techniek.”
BEGIN
Hij staat dit jaar met een aantal werkende machines op TechniShow. Daarbij gaat het om kleiner materiaal en vooral statische apparaten, omdat bijvoorbeeld een tank Jaarbeurs niet in mag. Hij kijkt ernaar uit om mensen te ontmoeten en praatjes te maken. Zelf was hij als mts’er en hts’er wel al eens op TechniShow geweest. En een klein decennium geleden werd hij ingehuurd bij een standhouder. “Wat zo leuk is aan TechniShow, zijn de nieuwe technieken en ontwikkelingen die je er vindt. En dat is mooi. Techniek is er namelijk voor iedereen. Begin er vandaag mee, zou ik adviseren. Want niks kan zonder techniek.”
Lassen is een van die onmisbare processen waar de maakindustrie op draait, maar die tegelijk berucht zijn om hun complexiteit. Warmte, materiaal, geometrie en timing moeten precies samenkomen. Jarenlang was het succes van een las sterk afhankelijk van de ervaring van de lasser of van zorgvuldig geprogrammeerde robots die vooral goed waren in herhaling. Maar die wereld verandert snel. Sensoren en kunstmatige intelligentie zijn bezig het lassen te transformeren van een grotendeels reactief proces naar een zelflerend, adaptief systeem.

In moderne fabrieken ontstaat een nieuw type lassysteem: intelligent, datagedreven en steeds autonomer. Niet omdat vakmanschap overbodig wordt, maar omdat het wordt versterkt met technologie die kan zien, horen en voelen wat er tijdens het lassen gebeurt. Veel lasrobots in de maakindustrie werken nog volgens het klassieke principe van teach & playback. Een operator leert de robot een vaste route en vaste parameters, waarna die cyclus eindeloos wordt herhaald. Dat werkt prima zolang materialen, toleranties en omstandigheden constant blijven. Maar in de praktijk is dat zelden zo. Denk aan kleine variaties in plaatdikte, vervorming door warmte, veranderende naadgeometrie of wisselende materiaalsamenstellingen. Zulke afwijkingen kunnen leiden tot porositeit, spatvorming of onvoldoende doorlassing. Het gevolg: nabehandeling, inspectie, herstelkosten en in het slechtste geval afkeur. Intelligente lassystemen proberen dit patroon te doorbreken. Door real-time sensoren te koppelen aan AI-algoritmen kunnen lasrobots tijdens het proces bijsturen. Niet achteraf controleren, maar onderweg corrigeren.
SENSOREN ALS ZINTUIGEN
De basis van deze ontwikkeling ligt bij sensortechnologie. Moderne lassystemen beschikken steeds vaker over meerdere ‘zintuigen’, elk met een eigen rol. Optische sensoren, zoals camera’s en lasersystemen, volgen de lasnaad en het smeltbad. Ze herkennen de exacte positie van de naad, meten de vorm van de lasrups en detecteren afwijkingen in geometrie. Dankzij slimme beeldverwerking kunnen deze systemen ook omgaan met lastige omstandigheden zoals fel booglicht of spatvorming.
Akoestische sensoren luisteren letterlijk naar het lassen. Elk lasproces heeft een karakteristiek geluidspatroon. Afwijkingen daarin kunnen wijzen op instabiliteit, porositeit of slechte hechting. Door geluidssignalen te analyseren met AI ontstaat een verrassend betrouwbare methode om lasfouten vroegtijdig te herkennen. Thermische camera’s meten temperatuurverdelingen in en rond het smeltbad. Ze geven inzicht in warmte-inbreng, koelsnelheid en penetratiediepte. Dat is cruciale informatie, vooral bij hoogwaardige materialen of dunwandige constructies waar thermische vervorming snel optreedt.
Daarnaast zijn er plasma- en arcsensoren die elektrische signalen en emissies analyseren om de stabiliteit van de boog te bewaken. Elk type sensor vertelt een deel van het verhaal; samen vormen ze een rijk beeld van wat er echt gebeurt tijdens het lassen.
DE STAP VAN DATA NAAR INZICHT
Sensoren alleen maken een systeem nog niet intelligent. De echte sprong zit in de manier waarop de enorme hoeveelheid data wordt verwerkt. Dat is waar kunstmatige intelligentie het verschil maakt. Beelddata, geluidsfragmenten, temperatuurcurves en elektrische signalen worden door AI-modellen vertaald naar betekenisvolle informatie. Deep learning-algoritmen herkennen patronen die voor mensen nauwelijks zichtbaar zijn. Attention-mechanismen zorgen ervoor dat het systeem zich richt op de relevante signalen, en ruis negeert. In plaats van vaste drempelwaarden leert het systeem wat ‘goed lassen’ betekent onder verschillende omstandigheden. Dat maakt het mogelijk om parameters zoals stroomsterkte, draadsnelheid of voortloopsnelheid automatisch aan te passen, terwijl het proces gaande is. Een belangrijke trend is het combineren van meerdere sensoren in één beslissingssysteem. Dat heet multi-sensor fusion. Waar een ca-
mera bijvoorbeeld een vervormde naad ziet, kan een thermische sensor bevestigen dat de warmte-inbreng afwijkt. Akoestische signalen kunnen daar weer een extra laag zekerheid aan toevoegen. Voor de maakindustrie is dit cruciaal. Productieomgevingen zijn zelden ideaal: stof, rook, reflecties en elektromagnetische storingen zijn aan de orde van de dag. Door meerdere sensoren slim te combineren, wordt het systeem robuuster en betrouwbaarder. Het resultaat is geen ‘black box’, maar een steeds beter onderbouwde beslissing over wat er tijdens het lassen moet gebeuren.
De impact van deze technologie is al zichtbaar in verschillende sectoren van de maakindustrie. In de automotive productie wordt intelligente lastechnologie ingezet om hoge volumes met constante kwaliteit te realiseren, zelfs bij lichte carrosseriedelen en nieuwe staal- en aluminiumlegeringen.
In de scheepsbouw, waar lasnaden vaak lang, complex en lastig toegankelijk zijn, helpen sensorgestuurde robots om kwaliteit te borgen onder wisselende omstandigheden. Ook in de luchtvaart, waar toleranties extreem klein zijn en materialen kostbaar, biedt real-time monitoring een manier om fouten vroeg te detecteren en faalkosten te beperken. Wat deze sectoren gemeen hebben, is de behoefte aan voorspelbaarheid. Niet achteraf inspecteren, maar tijdens het proces zekerheid creëren.
Toch is de belofte van intelligent lassen geen vanzelfsprekend succesverhaal. Er zijn stevige uitdagingen. Een daarvan is de beschikbaarheid van goede data. Veel AI-modellen worden getraind op bedrijfsspecifieke datasets die niet openbaar zijn. Dat maakt het lastig om modellen breed inzetbaar te maken. Ook de robuustheid van sensoren blijft een aandachtspunt. Lassen creëert een extreme omgeving: hitte, trillingen en vervuiling eisen hun tol. Sensoren moeten betrouwbaar blijven functioneren zonder voortdurend onderhoud of herkalibratie. Daarnaast is er het vraagstuk van generalisatie. Een AI-model dat uitstekend werkt op aluminium kan moeite hebben met staal of titanium. Variaties in laspositie, materiaal en geometrie vragen om adaptieve systemen die kunnen blijven leren.
EDGE COMPUTING EN AUTONOME CELLEN
Een belangrijke stap richting volwassen toepassing is edge computing: het verwerken van data direct in of nabij de lascel. Daarmee wordt vertraging beperkt en kunnen beslissingen razendsnel worden genomen, zonder afhankelijk te zijn van cloudverbindingen. De combinatie van edge computing, compacte sensoren en zelflerende algoritmen maakt de weg vrij voor steeds autonomere lascellen. Denk daarbij aan systemen die niet alleen corrigeren, maar ook begrijpen waarom iets misgaat en daarvan leren voor volgende cycli. Voor veel maakbedrijven betekent dit een verschuiving in rollen. Minder handmatig bijsturen, meer procesregie. Minder afhankelijkheid van individuele ervaring, meer geborgde kennis in systemen.
Wat betekent dit alles voor de maakindustrie? De opkomst van intelligente lassystemen past in een bredere beweging binnen de maakindustrie: van reactief naar voorspellend, van handmatig naar adaptief. Het is geen vervanging van vakmanschap, maar een digitalisering ervan.
Voor bedrijven biedt dit kansen om kwaliteit consistenter te maken, faalkosten te verlagen en schaarse vakmensen effectiever in te zetten. Tegelijk vraagt het om investeringen, nieuwe vaardigheden en een andere kijk op data en procesbeheersing.




















































Zet de stap naar lasersnijden in eigen werkplaats











Traditioneel









10 minuten zelf zagen











Bezoek ons op de TechniShow


Profiellaser

Hal 7 - Stand A040








10 t/m 13 maart Jaarbeurs Utrecht 45 seconden laseren
profiellaser 10 profiellaser Scan de QR-code voor meer beursinfo















Een van de meest in het oog springende vernieuwingen is het grote Factory of the Future-plein, waar 22 deelnemers gezamenlijk laten zien hoe moderne productie eruitziet. Niet met losse machines, maar met complete productielijnen en gekoppelde systemen. “We bouwen voort op wat we in 2024 hebben laten zien, maar dan groter, breder en concreter”, zegt Cammeraat. “Het gaat niet meer om één oplossing, maar om het samenspel tussen techniek, software en samenwerking.”
Die integrale benadering sluit aan bij het profiel van de hedendaagse beursbezoeker. Die heeft minder tijd dan vroeger en wil doelgericht kijken, relaties ontmoeten en vooral innovaties zien die direct toepasbaar zijn. “De traditionele beurs bestaat nog steeds,” erkent Cammeraat, “maar daarnaast moet je inspelen op een bezoeker die snel wil begrijpen waar de toegevoegde waarde zit.”
Volgens de FPT-voorzitter raakt dat direct aan de kern van de Nederlandse maakindustrie. Die bestaat voor een groot deel uit kleinere en
De Nederlandse maakindustrie kan alleen toekomstbestendig blijven als bedrijven intensiever samenwerken. Dat is de overtuiging van Eddo Cammeraat, voorzitter van FPT, in aanloop naar de komende editie van TechniShow. De vakbeurs ondergaat volgens hem een duidelijke moderniseringsslag, gericht op de veranderende wensen van de bezoeker én op de noodzaak van ketensamenwerking in de industrie.
middelgrote bedrijven: toeleveranciers, verspaners en plaatwerkers, die individueel bescheiden zijn, maar samen een enorme kracht vormen. “Ze zijn groot als ze samenwerken. Maar samenwerken ontstaat niet vanzelf. Daar heb je een fysiek ontmoetingspunt voor nodig. Niet via een website of een telefoongids, maar door elkaar te ontmoeten, kennis te delen en elkaars oplossingen te zien.”
TechniShow positioneert zich daarmee nadrukkelijk als ketenplatform. Dat geldt niet alleen voor klassieke machinebouw, maar ook voor sectoren als defensie en semicon. Cammeraat wijst erop dat Nederland veel meer is dan één grote speler. “ASML is de grootste machinebouwer van het land, maar daarachter zit een enorme groep bedrijven die wereldwijd concurrerende onderdelen en systemen levert. Dat is deels mechanisch, deels IT en software. Die combinatie maakt onze industrie sterk.”
De nadruk op ‘stampende machines’ verschuift daarbij. Die zullen er nog steeds zijn, maar het echte onderscheid zit in automatisering, robotisering en digitalisering. “Software op machines, meetapparatuur die processen inzichtelijk maakt, en vooral het koppelen van systemen. Dat ís digitalisering. Die processtappen kun je alleen digitaal met elkaar verbinden.”
Samenwerking is ook organisatorisch zichtbaar. FPT werkt daarbij nadrukkelijk samen met NEVAT en andere partners. “Practice what you preach”, noemt Cammeraat dat. “Wat we op de beurs laten zien, proberen we ook in de keten te organiseren.”
Voor jonge technici wil TechniShow bovendien een inspirerende plek zijn. “Als je 21 bent en net van het mbo komt, dan zie je hier hoe breed en aantrekkelijk de industrie is. Je ziet geen losse stands, maar een eiland waar bedrijven samen een proces laten draaien. Daar word je als techneut gewoon enthousiast van.”
Tot slot richt Cammeraat zich ook op Den Haag. De industrie verdient politieke aandacht, vindt hij. “Het is chefsache. We maken in Nederland prachtige dingen – van schepen en chipmachines tot transportsystemen. We zijn te bescheiden. Dit is een ondernemend land, vol vakmanschap en lef. Dat mogen we best laten zien.” Het credo van de beurs vat hij kernachtig samen: samenwerken om mooie dingen te maken. “En dat willen we behouden.”
De Nederlandse maakindustrie staat onder toenemende druk. Het tekort aan vakmensen neemt toe, marges worden kleiner en klanteisen op het gebied van levertijd, kwaliteit, flexibiliteit en transparantie blijven toenemen. Tegelijkertijd moeten bedrijven voldoen aan strengere duurzaamheids- en rapportageverplichtingen. In deze context wordt voorspelbaarheid in productie een kritische succesfactor.
Tijdens TechniShow 2026 laten 22 technologiebedrijven, verenigd binnen FPT, zien hoe maakbedrijven vandaag al voorspelbaar kunnen produceren in een onvoorspelbare omgeving. Op de beurs presenteren zij een volledig werkende Fabriek van de Toekomst: een geïntegreerde shopfloor waarin twee productiebedrijven en hun toeleveranciers samenkomen in één samenhangende productieomgeving.
INTEGRATIE ALS ONTBREKENDE SCHAKEL
Veel maakbedrijven investeren afzonderlijk in machines, automatisering en software. Deze investeringen leveren vaak lokaal rendement op, maar blijven zonder onderlinge samenhang beperkt in hun effect. De Fabriek van de Toekomst laat zien hoe integratie over de volledige keten - van orderontvangst tot uitlevering - leidt tot structureel betere prestaties.
In de demonstratie zijn bestaande technologieën, machines, IT-systemen en vakmensen met elkaar verbonden. Data stroomt realtime door de organisatie en wordt direct benut voor planning, uitvoering, kwaliteitsborging en onderhoud. Het resultaat is een productieomgeving die minder foutgevoelig is, beter voorspelbaar presteert en eenvoudiger schaalbaar is.
DRIE UITGANGSPUNTEN
De Fabriek van de Toekomst is opgebouwd rond drie praktische uitgangspunten:
1. Volledig geïntegreerde productie Het complete proces is zichtbaar en operationeel: van digitale orderverwerking en werkvoorbereiding tot autonome productie, meten in het proces, kwaliteitscontrole en uitlevering. Gereedschapsbeheer, meetmiddelen en onderhoud zijn volledig geïntegreerd in de productieketen.
2. Stapsgewijs en modulair
De Fabriek van de Toekomst is geschikt voor maakbedrijven van verschillende omvang en volwassenheidsniveaus. Implementatie hoeft niet in één keer te gebeuren. Bedrijven kunnen beginnen waar de meeste waarde wordt behaald, bijvoorbeeld door het digitaliseren van werkbonnen, autonome belading, meten in het proces, centraal gereed-
schapsbeheer, smeringsautomatisatie, of de overgang van reactief naar voorspelbaar onderhoud. Vanuit deze basis kan de productieomgeving stap voor stap verder worden uitgebreid en geoptimaliseerd.
3. Werkende ketenintegratie
De demonstratie is het resultaat van samenwerking tussen 22 technologiebedrijven, over merken en disciplines heen. Daarmee wordt aangetoond dat ketenintegratie in de praktijk realiseerbaar is en direct bijdraagt aan betrouwbaarheid, continuïteit en flexibiliteit.

Geïntegreerd produceren leidt aantoonbaar tot hogere leverbetrouwbaarheid, kortere doorlooptijden en stabiele kwaliteit. Door minder verstoringen en betere procesbeheersing neemt de voorspelbaarheid van output toe. Tegelijkertijd worden vakmensen ontlast van repetitieve en administratieve taken. Hierdoor kunnen zij zich richten op werk waar hun kennis en ervaring daadwerkelijk waarde toevoegen. Ook op het gebied van duurzaamheid biedt de aanpak concrete voordelen, zoals efficiënter gebruik van materiaal en energie, minder verspilling, en beter inzicht in CO₂-impact en compliance met actuele regelgeving.
Kenmerkend voor de Fabriek van de Toekomst is dat de regie bij het maakbedrijf blijft. Het tempo van verandering wordt bepaald door de organisatie zelf. Leveranciers opereren niet als losse aanbieders, maar als partners die gezamenlijk bouwen aan een toekomstbestendige productieomgeving. Voorspelbaar produceren in onvoorspelbare omstandigheden is daarmee geen visie meer, maar een bewezen realiteit.
De Fabriek van de Toekomst is te bezoeken van 10 tot en met 13 maart 2026 tijdens TechniShow in hal 10 van de Jaarbeurs Utrecht. Deelnemende bedrijven: Cadmes, Cellro, DMG MORI, ECI Software Solutions, ENCY, FANUC, FUCHS, Gühring, HEIDENHAIN, Hoffmann Group, HTM Nederland, Laagland, Mitutoyo, MKG, MP Solutions, Okuma, Renishaw, SCHUNK, Supplydrive, Telko, TRUMPF, Voortman Steel Machinery



Altijd en overal inzicht in productie, voorraad en financiën
+ Automatische voor- en nacalculatie voor optimale marges
+ Registreer uren, materialen en voorraad vanaf de werkvloer
+ Naadloze koppeling met 220+ apps in de gehele keten
Bezoek onze stand Hal 11 – Stand D35


"Mijn plan? Ik heb geen grote plannen”, zegt Robert Nefkens bescheiden. Het is duidelijk dat hij dit interview goed heeft voorbereid. De belangrijke informatie als het gaat om Hembrug, Cecimo, FPT-Vimag (meer specifiek: GFM) heeft hij bij de hand. Data kan hij zo oplepelen. Maar zijn eigen rol benoemt hij zelden. Toch heeft Nefkens sinds hij directeur van Hembrug is geworden een flinke rol gespeeld in de productietechnologie, zowel in Nederland als
Het nu is niet los te zien van de vroeger. Als Robert Nefkens tijdens zijn afscheidsreceptie het gehoor toespreekt, zal hij de geschiedenis voor het voetlicht brengen. Dat wat achter ons ligt, is wat hem betreft de basis voor nu en de toekomst. “Waar we nu staan, is niet vanzelfsprekend. Het is een reis, en ik hoop dat we behalve vooruit- ook achteruit kijken”. Een gesprek over Hembrug, elkaar helpen, en vertrouwen op elkaar.
ver daarbuiten. Zijn rol begint toch inderdaad bij de geschiedenis. En dan specifiek bij zijn vader. Die heeft Hembrug in 1982 overgenomen van de Nederlandse Staat. Van origine was de overheid namelijk de eigenaar, sinds de oprichting in 1679. Het bedrijf moest toen – onder de naam Artillerie Inrichtingen (AI) – zorgen voor de productie van munitie. Na de uitvinding van de stoommachine begon AI zelf werktuigmachines te ontwikkelen en te produceren, zoals specifieke draaibanken die nodig waren voor de munitieproductie. Het werd dus ook een machinebouwer, en in 1972 werd het een zelfstandig bedrijf, Hembrug.
VERSPANINGSKRACHTEN
In begin jaren tachtig was Nederland in crisis, en Hembrug was vanaf het begin verlieslatend. Er waren al een paar reorganisaties geweest. Er werkten nog maar vijftig mensen en het bedrijf was in surseance van betaling. Dat was het moment waarop de vader van Nefkens in beeld kwam: hij nam het in 1982 over van de Nederlandse staat. “Mijn vader heeft het daarna overgebracht naar Haarlem en is met een kleiner clubje doorgegaan. We waren te klein om qua prijs te kunnen concurreren met de destijds opkomende Japanse bedrijven. We hadden wel de techniek om zeer nauwkeurige machines te maken. Dat maakte ons uniek.”
Die technische kennis heeft het bedrijf eind jaren 60 toegepast op de nieuwe productlijn, de Mikroturns. De Mikroturn is een ultra-precisie CNC-draaimachine voor harddraaien van werkstukken tot circa 70 HRC (Rockwell Hardness C). Dankzij hydrostatische lagering van de spil en geleidingen bewegen de machineonderdelen op een oliefilm, waardoor
slijtage wordt voorkomen en de nauwkeurigheid behouden blijft. Dit maakt blijvende positioneer- en rondloopnauwkeurigheden op micronniveau mogelijk, met toleranties kleiner dan 0,1 µm. Nefkens: “Een mooie machine. Het nadeel was dat er weinig toepassingen waren in de markt. Bij Philips werden ze gebruikt om koppen te maken voor VHS-systemen. Toen we in 1992 een machine verkochten aan het Fraunhofer instituut, speciaal voor het draaien van gehard staal met CBN-beitels, kwam voorzichtig de omslag. Het was toen nog een technologie die in de kinderschoenen stond. We wisten dat we goede producten hadden. We hadden met dat harddraaiproces echt iets moois in handen. We hadden echter als nadeel dat we speciaalmachines bouwden. We konden een machine pas engineeren en assembleren nadat we een order hadden gekregen. Daarom zijn we een standaardmachine gaan ontwikkelen die in serie kon worden gebouwd. Hij kwam in 1995 op de markt. Het was het begin van ons commerciële succesverhaal.”
Het was ook het begin van Nefkens bij Hembrug. “We moesten nog steeds op de kosten letten. Het product was goed, maar we hadden soms moeite om het uit te leveren. Het was een spannende tijd. Sterker, het eerste jaar dat ik er werkte, was de orderintake ronduit slecht. Het hoofd verkoop liet doorschemeren dat hij bang was dat we met onze harddraaimachine een doodgeboren kindje hadden gebaard. Ik was er echter van overtuigd dat het goed zou komen. Daar heb ik later nog aan gedacht; ik heb destijds geleerd dat je soms een lange adem nodig hebt.” Het product sloeg niet direct aan, omdat met het harddraaien Hembrug een proces verkocht dat een ander proces vervangt, namelijk het slijpen. En voor veel potentiële klanten is dat eng. Het slijpen is bekend en zit in hun genen. Ondanks dat Hembrug een flexibelere, goedkopere en milieuvriendelijkere oplossing had, was er weerstand. Het was volgens Nefkens een kwestie van volhouden tot er bij klanten iemand kwam met lef, die het aandurfde om te veranderen en vertrouwen had in Hembrug.
“Ons geduld was goed. We zijn consequent doorgegaan, zeker wetend dat ons product goed was. Er was een markt. Wat we wel hebben veranderd, is onze klantondersteuning. In 1996 hadden we maar één persoon daarvoor. Dat moesten er meer worden, het moest groter worden opgezet. En we oriënteerden ons meer internationaal, met agenten in Duitsland, de rest van Europa en in Amerika. We hadden daar iets unieks te bieden.”
Die internationalisering werd versterkt door de crisis van 2008. De orderportefeuille was gelukkig goed gevuld, dus door de leveringen uit te smeren, kwam het bedrijf de slechte tijd goed door. Maar het gaf ook het besef dat internationalisering de sleutel is om marktschommelingen tegen te kunnen gaan. Er kwam een distributeur bij in China, de Amerikaanse markt werd serieuzer benaderd. En er kwam een aantal nieuwe producten uit. Hembrug ging juist anticyclisch investeren. “Harddraaien is een niche. En finish-harddraaien is een niche in een niche”, zegt Nefkens. “Mondiaal gezien blijf je een kleine speler. Dat maakt het lastig om bijvoorbeeld lokaal teams te hebben voor service en onderhoud. Of om mee te doen met een lokale beurs. Dus vond ik het verstandig om met een partner in zee te gaan. Maar dat moest wel een partner zijn die de identiteit van Hembrug intact wilde houden en kon garanderen dat de productie in Haarlem zou blijven. Voor de mensen.”
In de ogen van Nefkens had het Spaanse Danobat met de overname van Overbeck al bewezen dat het zorgvuldig handelt en geduld heeft. Het bedrijf doet wat het zegt en gaat goed met de mensen om. Zelf bleef Nefkens uiteindelijk zesenhalf jaar onder de nieuwe eigenaar verbonden aan ‘zijn’ bedrijf. Om te helpen de transitie in goede banen te krijgen. Het was

daarnaast ook een leerzame periode; hij zag hoe Danobat de bedrijfsprocessen inricht, hoe ze marketing doen, en op welke manier ze de verkoop aanpakten.
Tijdens zijn werk heeft Nefkens veel tijd gestopt in vrijwilligerswerk. Zo was hij 13 jaar lid van de Raad van Toezicht van de Leidse instrumentmaker School (LiS). De LiS is een vakopleiding op mbo-niveau die zich richt op het opleiden van hooggekwalificeerde (research)instrumentmakers. LiS levert vakbekwame technici aan toonaangevende onderzoeksinstituten, universiteiten en hightechbedrijven, zowel in Nederland als internationaal.
“De LiS levert hele goede afgestudeerden af. En als ik ze kan helpen bij hun opleiding, dan vind ik dat heel zinvol. Wat deed ik? Kritisch meedenken, een suggestie meegeven, en soms controleren. Maar veruit het belangrijkste is meedenken. Het is een kleine school, waardoor er ruimte is voor persoonlijk onderwijs. Ik vond het fantastisch om daar een heel klein onderdeel van te mogen zijn.”
Naast zijn vrijwilligerswerk bij de LiS was hij voorzitter bij de zogeheten GFM. Dat staat voor de Groep Fabrikanten van Machines en werkt onder de vlag van FPT-VIMAG. Hierin zijn Nederlandse machinebouwers

met een eigen productielocatie in Nederland vertegenwoordigd. “Dat is een plek waar je in een open sfeer met elkaar kunt praten met mensen die jou snappen. Dat kan gaan over economische onderdelen als exporteren naar China of proceszaken als lean manufacturing. Maar je kan ook bij elkaar in de keuken kijken. De Europese organisaties van brancheverenigingen in de productietechnologie zijn verzameld in Cecimo. Dat is de Europese brancheorganisatie die de belangen behartigt van machinegereedschapfabrikanten, en de sector vertegenwoordigt richting Brussel en de wereld. Ze komen dus op voor de belangen van machinetool-bouwers in Europees verband. Maar ze leveren ook statistieken en prognoses. Dat helpt om te kijken waar je heen kan gaan. Wat ervaren mijn concullega's? Hoe zien zij dat de machinebouw zich ontwikkelt? Dat kon ik peilen in de GFM. Dat was een soort hulpkompas.”
Bij Cecimo – GFM op Europees niveau dus – heeft Nefkens in het bestuur gezeten. Volgens hem vond hij er de oren en ogen in Europa als het gaat om machines. Hij leerde er over onderwijs, economie en lobbyen op Europees niveau. Maar hij bouwde er ook contacten op, vooral omdat er een informele sfeer heerst. Uiteindelijk leidde dat ook de overname van Hembrug door Danobat een beetje in. Tijdens een bijeenkomst sprak hij een afgevaardigde van Danobat Italië. Die bracht hem in contact met Danobat Spanje, en zo ging het overnameballetje rollen.
TEAM
En nu? Hij herhaalt: “Mijn plan? Ik heb geen concreet ingevuld groot plan”. Misschien wil hij wat doen met scale-ups, als investeerder en betrokken adviseur. En als de gelegenheid zich voordoet mogelijk ook als ondernemer, maar wel met een goed team. Wat hij zeker gaat doen, is vrijwilligerswerk. “Aandacht voor goede doelen zit er bij onze familie ingebakken. Mijn vader heeft een stichting opgericht in 1972, toen mijn moeder was overleden aan kanker. Daar ben ik en een zus van mij nog steeds bij betrokken. Twee van m'n broers hebben ook bijzondere goededoelenprojecten: de ene heeft te maken met dierenopvang, de andere met videokunst. Zelf heb ik in september 2024 een stichting opgezet om baanbrekend onderzoek naar bijnierschorscarcinoom mogelijk te maken. We zijn begonnen met het beschikbaar stellen van twee onderzoeksbeurzen voor klinisch en translationeel onderzoek. Het hoort bij mijn persoonlijke betrokkenheid bij het onderwerp, maar ik doe het ook vanwege de maatschappij in zijn geheel. We moeten het namelijk samen doen. Dat hebben we bij Hembrug gedaan, dat doen we bij Danobat, dat doen we bij de LiS, GFM en Cecimo. Als team kom je verder, daar geloof ik heilig in.”
Lumixz is sinds drie jaar distributeur van de plaaten buislasermachines van ACME. Het metaalbewerkingsbedrijf heeft zulke goede ervaringen met het Chinese merk opgedaan, dat het overtuigd is van de kwaliteit en de prijs van de machines. Lumixz-eigenaar Theo van Hierden verwacht dat hij op TechniShow het publiek kan overtuigen van de kwaliteit en het gebruiksgemak. “Het werkt intuïtief, zodat je snel aan de slag kunt”.
Als je als maakbedrijf blijft boren en zagen, ga je offertes verliezen”, zegt Theo van Hierden. Hij is mede-eigenaar van Lumixz, gespecialiseerd in plaat- en buislasermachines. Het bedrijf uit Barneveld timmert flink sinds kort aan de weg met toegankelijke lasersnijmachines. Ze hebben het zelf uitgezocht: één werknemer gebruikte een buislaser, een andere deed het manueel. Het ging om een simpel productje dat haaks moest worden gesneden en waar drie gaten in moesten. Wat zou sneller gaan? Het resultaat verraste Theo van Hierden ook. Met een buislaser duurde het 6 minuten, inclusief het programmeren aan de machine. Op de traditionele manier nam het 32 minuten in beslag. “Als je gaat zagen en boren, heb je meer ruimte en meer tijd nodig. Vijf keer zoveel. Dat is de praktijk”, zegt Van Hierden.
TOEGANKELIJK
Lumixz werd min of meer toevallig distributeur van het Chinese bedrijf ACME. Van Hierden was mede-eigenaar van Van Hierden Metaal, dat zich richt op schoorsteenkappen, stalen deuren en stalen trappen. Daar zochten ze zeven jaar geleden naar een plaatlaser en een buislaser. “Ik moet eerlijk zijn; aan de reguliere merken hing een flink prijskaartje”, geeft Van Hierden aan. “En dus moesten we verder zoeken. Zo kwamen we in China terecht, bij ACME. Ongezien hebben we een machine van ze gekocht en zelf geïnstalleerd. Dat ging fantastisch. En omdat we de machine goed leerden kennen, wilden we meer dan alleen gebruiker zijn. We wilden distributeur worden.”
In 2023 waren de contracten rond en mochten Van Hierden en zijn broer zich officieel leverancier van buis- en plaatlasermachines noemen. Op het moment van schrijven zijn circa zestig machines van ACME in Nederland geïnstalleerd. “Het zijn goede machines, maar er is ook nagedacht over de bediening. Die omvat geen ingewikkelde menu’s of lange inwerktrajecten. Het werkt allemaal intuïtief, zodat je snel aan de slag kunt. Het is een toegankelijke lasersnijmachine. En we weten uit eigen

ervaring hoe lastig het kan zijn om de juiste machine te vinden. Je wilt iets dat betrouwbaar is, niet te duur, en waar je snel mee kunt werken, zonder gedoe.”
Rond Chinese machines is jarenlang gediscussieerd over de vermeende mindere kwaliteit. Een achterhoedegevecht, vindt Van Hierden. “China is veranderd. Kijk om je heen. Chinese auto’s? Kwalitatief goed, en mooi ook. En je iPhone komt ook gewoon uit Azië. Chinese bedrijven zetten alle zeilen bij om de kwaliteit goed te krijgen en te houden. En ze worden steeds beter.”
Een van de kritiekpunten is de mindere voorspelbaarheid van de gelaserde stukken. “Geen probleem, de kwaliteit is consistent. Ik heb bijvoorbeeld een loonsnijbedrijf als klant. Het wilde nooit Chinese producten, juist omdat zijn klanten betrouwbare en voorspelbare producten willen. Die klant is om. Hij zegt dat de snijkwaliteit gelijkwaardig of zelfs beter

is dan de reguliere merken.”
Van Hierden wil ACME niet vergelijken met bedrijven als Trumpf, Amada of Bystronic. Het grote verschil is dat zij veel verder zijn in de integratie van machines in het bedrijfssysteem. De Chinese markt is meer gericht op stand-alone machines. Een steeds belangrijker element van machines is de software. Kan ACME concurreren op dat gebied? “De Chinese markt wordt gevoed door twee grote merken softwarepakketten. Die zijn goed, maar de implementatie met een eigen ERP-pakket is anders. Daar helpen we in de praktijk onze klanten mee. Die praktijk kennen we, want we zijn in 2019 zelf zo begonnen met onze eerste machine.”
DEMOWERKPLAATS
Op EMO van vorig jaar stonden veel Chinese aanbieders. Nu komt Lumixz ook met een Aziatische lasermachine. Gaan de traditionele bouwers het afleggen? “Nog niet. Maar Chinese machines zijn een in-
teressant alternatief voor iemand die voor een redelijke prijs een goede machine zoekt die snel kan worden geleverd. Wij hebben het materiaal op voorraad, en een demowerkplaats met 1.600 vierkante meter, waar twaalf machines draaien. We hebben een storingsdienst, en genoeg monteurs in dienst.”
Lumixz lijkt klaar voor de Benelux-markt. Waar liggen nog uitdagingen? Van Hierden: “Die liggen bij de grotere machines, vooral bedoeld voor constructiebedrijven. Daar ligt nog een interessante markt voor machines met 18 meter in- en uitvoer. We hebben er al vier van verkocht en er staat er binnenkort eentje in onze demowerkplaats in Barneveld.” Dat soort grote machines toont Lumixz niet tijdens TechniShow, waar het bedrijf is te vinden in hal 7, stand A040. Het staat er onder andere met een grote en een kleine buislasersnijmachine uit de T- en V-serie. “We gaan op de beurs draaien, zodat we de mensen kunnen laten zien hoe simpel de ACME-machines zijn te bedienen. Want ik meen het: als een maakbedrijf blijft boren en zagen, gaat het offertes verliezen.”
Verduurzaming is in de maakindustrie allang geen belofte meer voor 2030. Het is dagelijkse praktijk, of in elk geval dagelijkse noodzaak. Wie tijdens de ESEF Maakindustrie door Hal 10 loopt, kan er niet omheen. Midden op de beursvloer staat het Green Manufacturing Plein, waar duurzame productieprocessen niet als marketingverhaal worden gepresenteerd, maar als concrete opgave voor de hele keten.
Van groen staal tot digitale meetoplossingen: het plein laat zien hoe bedrijven vandaag al stappen zetten. Niet alleen omdat het moet van Brussel, maar ook omdat klanten het eisen en de concurrentiepositie het vereist. Europese regelgeving zoals het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) en steeds scherpere duurzaamheidscriteria van OEM’s zetten de keten onder druk. Tegelijkertijd ontstaan juist daar nieuwe kansen voor innovatie, kostenbeheersing en onderscheidend vermogen. Op het plein tonen voorlopers uit verschillende schakels van de keten hun aanpak. Zo laten Joop van Zanten B.V., Van Oers, Fabory, MCB, ArcelorMittal, Jansen Recycling Group BV en MTL Materials zien hoe materiaalkeuze, recyclingstromen, bevestigingstechniek en datagedreven procesoptimalisatie samenkomen in één verhaal: verduurzaming begint bij échte keuzes. Groen staal is daarvan een zichtbaar voorbeeld. Door te kiezen voor
WETGEVING ALS VERSNELLER
Wat op het Green Manufacturing Plein duidelijk wordt, is dat regelgeving niet louter een last is. Compliance vraagt investeringen en kennis. Maar bedrijven die vroegtijdig inspelen op nieuwe normen, positioneren zich sterker richting OEM’s en internationale klanten. Transparantie over materiaalstromen, CO₂-data en herkomst wordt steeds vaker een voorwaarde om überhaupt aan tafel te komen. Het plein fungeert daarom nadrukkelijk als activatiepunt. Bezoekers – van productie- en operations managers tot R&D-professionals en engineers – krijgen praktijkvoorbeelden te zien van duurzame productieprocessen. Geen abstracte beleidsnota’s, maar demo’s, materialen en cases die laten zien wat wél kan.
KENNISDELING IN HET KENNISTHEATER
De inhoud stopt niet bij de stands. In het Kennistheater in Hal 10 wordt het programma van het Green Manufacturing Plein verdiept met bijdragen die samenhang brengen tussen technologie, wetgeving en businesscases. Daarmee wordt verduurzaming niet gefragmenteerd gepresenteerd, maar als integraal thema dat materiaalkeuze, ontwerp, productie en logistiek verbindt.

staal met een lagere CO₂-voetafdruk verschuift de impact al aan het begin van de keten. Maar minstens zo belangrijk zijn digitale tools en meetoplossingen die verspilling reduceren, energiegebruik monitoren en processen slimmer aansturen. Duurzaam produceren blijkt daarmee niet alleen een milieuvraagstuk, maar ook een data- en efficiëntievraagstuk.
De centrale boodschap is helder: de maakindustrie verduurzamen doe je niet alleen. Het is een ketensamenwerkingsplicht. Leveranciers, verwerkers en OEM’s moeten elkaar vinden in gedeelde standaarden, data-uitwisseling en investeringen. Wie wacht tot de markt dwingt, loopt achter de feiten aan. Wie samen experimenteert en kennis deelt, bouwt aan een toekomstbestendige industrie.
Het Green Manufacturing Plein staat daarom niet aan de rand, maar midden op de beursvloer. Als statement. Echte duurzaamheid moet zichtbaar zijn, tastbaar en bespreekbaar. En misschien nog belangrijker: schaalbaar. De oproep aan de sector is dan ook duidelijk. Naast de voorlopers zijn meer disruptors en vernieuwers nodig die willen laten zien hoe processen daadwerkelijk verduurzamen – van grondstof tot eindproduct. Want de grootste uitdagingen van morgen vragen meer dan goede intenties. Ze vragen concrete keuzes, gedeelde verantwoordelijkheid en vooral: gezamenlijke actie.
De maakindustrie verandert. Digitalisering, automatisering en energietransitie herschikken het speelveld. Maar minstens zo belangrijk is een andere beweging: die van vrouwen die hun plek opeisen – en zichtbaar maken – in een sector die traditioneel door mannen wordt gedomineerd. Tijdens de TechniShow staat daarom op donderdagochtend 12 maart het programma Vrouwen in de Maak centraal: een inspirerende bijeenkomst voor vrouwen die actief zijn in de maaken productietechnologie.
De opzet is helder: inspireren, verbinden en zichtbaar maken. Of het nu gaat om ervaren professionals, jonge talenten, zij-instromers of studenten met interesse in techniek – de ochtend biedt ruimte voor ontmoeting en herkenning. De onderliggende boodschap: je staat er niet alleen voor.
Het programma start om 9 uur met een zogenoemd Empower Breakfast Welcome. In een informele setting met een gezamenlijk ontbijt ontmoeten deelnemers elkaar buiten de hectiek van de beursvloer. Een fotomoment bij de wand ‘This is what a leader in tech looks like’ onderstreept het doel van de ochtend: leiderschap in techniek een gezicht geven.
Daarna verschuift de focus naar inhoud. In de keynote ‘Leading the Future of Smart Manufacturing’ staat de vraag centraal hoe leiderschap eruitziet in een tijd van slimme productie en digital manufacturing. Wie geeft richting aan innovatie? En hoe combineer je technologische vooruitgang met inclusiviteit en teamontwikkeling?
De aansluitende paneldiscussie zoomt in op de dagelijkse praktijk. Vrouwen uit verschillende hoeken van de sector delen hun ervaringen over teamdynamiek, persoonlijk leiderschap en werk-privébalans. Ook thema’s als ketenoptimalisatie en innovatie komen aan bod. Niet als abstracte beleidsbegrippen, maar als concrete vraagstukken waar professionals dagelijks mee te maken hebben.
MEER DAN EEN NETWERKBIJEENKOMST
Na het inhoudelijke programma volgt een informeel netwerkmoment. Daar ontstaan vaak de gesprekken die verder gaan dan functietitels of visitekaartjes: over loopbaankeuzes, twijfels, ambities en praktische tips. Het doel is niet alleen inspiratie, maar ook versterking van onderlinge verbinding. Wie elkaar kent, weet elkaar ook sneller te vinden bij nieuwe projecten of carrièrestappen. Vrouwen in de Maak is daarmee meer dan een side-event. Het is een signaal dat de sector beseft dat diversiteit geen bijzaak is, maar een voorwaarde voor innovatiekracht. Onderzoek laat zien dat diverse teams beter presteren en creatiever zijn in het oplossen van complexe vraagstukken; precies wat de maakindustrie nodig heeft in een tijd van snelle technologische verandering.
SAMEN STERK IN
Het initiatief is een samenwerking tussen FPT-VIMAG, NEVAT, Vrouwen in de Techniek, FME (via Women in Tech), TechniShow en diverse exposanten van ESEF Maakindustrie. Samen willen zij vrouwen in de maak- en productietechnologie een podium geven – en tegelijk de

sector zelf vooruithelpen. Want uiteindelijk draait het niet alleen om zichtbaarheid, maar om cultuurverandering. Om teams waarin talent leidend is, niet gender. Om leiderschap dat ruimte maakt voor verschillende perspectieven. En om jonge vrouwen die op de beursvloer zien: hier is plek voor mij.
Wie op 12 maart aanschuift bij het ontbijt, stapt dus niet alleen een netwerkbijeenkomst binnen, maar een beweging die de maakindustrie toekomstbestendiger wil maken. Door te inspireren. Door te verbinden. En vooral: door samen sterker te staan.
De Nederlandse maakindustrie bruist van innovatie. Om die vernieuwingskracht zichtbaar te maken, nodigt FPT – Federatie Productietechnologie bedrijven en ontwikkelteams uit om hun innovatie in te dienen voor de TechniShow Innovatie Award 2026. De award wordt tweejaarlijks uitgereikt tijdens de TechniShow en biedt een podium aan technologieën en oplossingen die bijdragen aan de toekomst van produceren. Op het moment van schrijven zijn er veertien inzendingen. Wie ontvangt uit handen van juryvoorzitter Nienke Vergeer op donderdag 12 maart 2026 om 15.30 uur in het Theater (Hal 10) van de Jaarbeurs Utrecht tijdens de TechniShow de begeerde prijs?
De vergrijzing en het tekort aan vakmensen zetten de industrie en de bouw structureel onder druk. Digital Walter van Rimon Technologies adresseert dit fundamentele probleem door kritische vakkennis schaalbaar, overdraagbaar en toekomstbestendig te maken. Met Digital Walter leggen bedrijven praktijkkennis vast via korte on-the-job video’s die automatisch worden omgezet naar doorzoekbare, meertalige werkinstructies en SOP’s, direct inzetbaar op de werkvloer. Op de lange termijn verschuift kennisoverdracht hiermee van een persoonsafhankelijk ‘meester-gezel’-model naar een digitaal, herbruikbaar kennisfundament. Dit verkort inwerktijden (aantoonbaar tot 30%), verhoogt de productkwaliteit, en maakt organisaties minder kwetsbaar voor personeelsverloop. De innovatie draagt zo bij aan productiviteitsgroei, schaalbaarheid van vakmanschap en het toekomstbestendig maken van sectoren waarin menselijke kennis de bottleneck is.
De innovatie voorkomt kennisverlies door pensionering en reduceert verspilling in tijd, training en fouten op de werkvloer. Digitale instructies vervangen papieren handleidingen en inefficiënte fysieke trainingsmomenten, wat leidt tot minder materiaalgebruik, minder faalkosten en minder reisbewegingen. Door kennis modulair en continu te verbeteren, ontstaat een circulair kennissysteem waarin leren en werken samenkomen en bestaande expertise maximaal wordt benut.
Digital Walter is vernieuwend doordat het bestaande technologieën (video, AI en taalmodellen) combineert tot één geïntegreerde oplossing voor een oud, onopgelost probleem: het schaalbaar overdragen van praktijkkennis. De toegevoegde waarde van morgen zit in het structureel verhogen van productiviteit en inzetbaarheid van vakmensen in de industrie.
Met het zogenoemde RWAAS-systeem krijgt iedereen, zonder grote investeringen, toegang tot robotlastechniek. RWAAS staat voor Robot Welding As A Service en is Valk Welding’s all-in serviceaanbod. Voor een voorspelbaar maandelijks bedrag heb je een lasrobotsysteem in productie, zonder investering of intensief lang traject. Hierbij zijn alle slijtdelen en zelfs onbeperkt lasdraad voor het RWAAS-robotsysteem inclusief. Of het nu gaat om de groei van de onderneming, het verlagen van de footprint of het maken van het best mogelijke product, met RWAAS is innovatie binnen handbereik. Daarbij is direct duidelijk of het product van de klant gelast kan worden met een robot. Zo ja, dan kan het binnen een week in productie zijn, want ook het programma wordt voor de klant aangemaakt.

Het product is product-market ready en bewezen toepasbaar: het wordt al gebruikt in meer dan tien productieomgevingen, en een academische studie toont een reductie van 30% in onboardingtijd aan. Toegankelijkheid staat centraal: medewerkers hebben geen technische kennis nodig en gebruiken het systeem in hun eigen taal, direct op de werkvloer. Circulariteit is geborgd doordat kennis herbruikbaar, updatebaar en onafhankelijk van individuele medewerkers wordt vastgelegd. Tot slot speelt nog de factor dat met Oekraïners, Eritreeërs, Syriërs, Spanjaarden, Polen en meer nationaliteiten de shopfloor steeds internationaler wordt, en bedrijven hebben vaak ook fabrieken in verschillende landen. De kans op misverstanden op basis van taal neemt daardoor toe. Juist daarom is een oplossing die zich richt op beeld in plaats van tekst, en die automatische vertalingen aanbiedt, zo actueel.

Het RWAAS-systeem gebruik je zolang je hem nodig hebt. Is de klus klaar, dan haalt Valk Welding de cel weer op en gaat hij naar een andere klant. De klant betaalt een vast bedrag voor het gebruik, waarbij lasdraad en slijtdelen zijn inbegrepen. RWAAS staat hiermee los van het idee dat ieder bedrijf eigen machines koopt. De RWAAS-cel wordt steeds opnieuw gebruikt. Tussen de klanten door krijgt de cel steeds een upgrade, zodat iedere klant steeds een up-to-date machine krijgt. Daarbij is de stilstand van de machine tot een minimum beperkt, aangezien de cel inclusief lasprogramma wordt geleverd.
RWAAS is een primeur in de markt. Ieder bedrijf krijgt per direct toegang tot robottechniek voor een toegankelijke prijs. Het project loopt zeer goed en Valk Welding heeft al veel klanten kunnen helpen; inmiddels beschikt het bedrijf over een vloot van twintig RWAAS-machines.

MTL Materials is een digitaal handelsplatform waarop metaalbewerkers hun reststukken, overtollige of incourante materialen aanbieden en inkopen bij andere bedrijven. Het platform brengt vraag en aanbod direct samen en maakt industriële materialen transparant, vindbaar en verhandelbaar binnen één digitaal ecosysteem. Waarom een handelslengte bestellen als er maar 2 meter nodig is? Waarom ver gaan halen als een reststuk bij een collegabedrijf om de hoek ligt te verstoffen?
De toegevoegde waarde van MTL Materials ligt in het structureel ontsluiten van bestaande materiaalvoorraden als economische waarde. Waar duurzaamheid en circulariteit in de industrie vaak gepaard gaan met extra kosten, maakt MTL Materials hergebruik direct financieel aantrekkelijk, zowel voor de inkopende als de verkopende partij. Inkopers die via het platform materialen inkopen, besparen op materiaalkosten, levertijd en logistiek, doordat zij materialen lokaal kunnen inkopen bij andere bedrijven in de regio. Verkopers zetten stilstaande voorraad direct om in geld, verkleinen hun voorraad en voorkomen afschrijving van materialen. Tegelijkertijd reduceren zowel inkoper als verkoper de CO2-uitstoot. Het doel van MTL Materials is om samen met alle metaalbewerkers de grootste gezamenlijke, decentrale materiaalvoorraad van Europa te creëren. Door deze voorraad digitaal inzichtelijk te maken, ontstaat een schaalbaar ecosysteem waarin inkopers standaard eerst op MTL zoeken voordat zij nieuw materiaal inkopen. Naarmate meer bedrijven deelnemen, groeit de waarde exponentieel voor alle gebruikers en ontstaat een toekomstbestendige, veerkrachtige industrie met minder verspilling en lagere kosten.
MTL Materials faciliteert hergebruik van rest- en overtollige materialen door ze direct beschikbaar te maken voor andere bedrijven binnen de keten. In plaats van materialen af te voeren, krijgen zij via MTL Materials een nieuwe toepassing binnen andere productieprocessen. Door slim te kunnen filteren op materiaalsoort, specificaties, kwaliteit én locatie, wordt lokaal hergebruik gestimuleerd. Dit verlaagt transportbewegingen, vermindert afvalstromen en reduceert CO₂-uitstoot. Uniek aan MTL Materials is dat circulariteit geen extra inspanning vraagt van de gebruiker. Duurzaam handelen valt hier samen met economisch voordeel: bedrijven besparen kosten en dragen tegelijkertijd bij aan een circulaire industrie.
MTL Materials introduceert een digitaal handelsplatform dat industriële rest- en overtollige materialen omzet in direct verhandelbare waarde. Het combineert marktplaatsprincipes met circulaire materiaalstromen en doorbreekt daarmee het traditionele lineaire model van inkopen en afvoeren. De innovatie verlaagt structureel materiaalkosten, stimuleert lokale inkoop en vermindert afhankelijkheid van primaire grondstoffen. Door te sturen op hergebruik vóór nieuwe inkoop, ontstaat een duurzamer en economisch sterker industrieel ecosysteem.
MTL Materials staat en bevindt zich begin 2026 in een pilotfase waarin het met enkele partijen test. Binnenkort wordt de pilotfase afgerond en zal het platform in de markt worden geïntroduceerd. Het platform sluit aan op bestaande werkprocessen en vereist geen investeringen in machines of aanpassing van productielijnen. Bedrijven kunnen laagdrempelig starten via een gratis abonnement (er wordt dan een kleine transactie-fee doorberekend) en doorgroeien naar een vast maandbedrag zodra het handelsvolume toeneemt. Het platform is intuïtief, transparant en direct inzetbaar. Circulariteit is fundamenteel geïntegreerd. MTL Materials maakt hergebruik financieel aantrekkelijk en schaalbaar, waardoor circulair gedrag vanzelfsprekend wordt binnen de dagelijkse bedrijfsvoering. Een vervolgstap voor het platform is om gevalideerde CO2-reductiecertificaten bij de transacties te verhandelen, zodat bedrijven deze certificaten kunnen gebruiken voor hun ESF- en SCRD-doelstelling om zo aantoonbaar aan de klimaatdoelstellingen te kunnen werken.
Tectonic-3D heeft in opdracht van Defensie een filament (3D-printing) ontwikkeld dat qua sterkte in bepaalde toepassingen metaal kan vervangen. De vorm van dit filament is uniek en kan gevuld worden met tot 50-60% glas en/of carbonvezel. Dit filament is met een kleine aanpassing te verwerken op standaard desktopprinters. 3D-printen levert vaak veel minder afval op dan bijvoorbeeld CNC-bewerkingen. Tectonic-3D maakt ook gebruik van bio-based grondstoffen (plastics).

Het is een Nederlandse ontwikkeling, met Europese grondstoffen, geproduceerd in Nederland. De eerste producten zijn succesvol geprint en in het veld geplaatst. Ze zijn gemaakt van PARA 50% glasgevuld: supersterk, 50% lichter dan metaal, met vergelijkbare sterkte.

De lokale maakindustrie differentieert zich steeds meer door precisie (bijvoorbeeld gekoppeld aan de semicon-industrie). Daardoor schuift metrologie ook steeds meer op van de geconditioneerde meetkamer naar de productievloer, om (inline) de verschillende productieprocessen te monitoren. Hierdoor worden afwijkingen vroegtijdig vastgesteld en afkeur - en dus verlies van dure materialen - vermeden. De QM Fit kan hiervoor perfect worden ingezet op de werkvloer. Het systeem heeft een energiezuinig ontwerp en zorgt voor besparing op grondstoffen door miniaturisatie van producten (frame, printplaat). Het kan materiaalnamen op kunststof spuitgietonderdelen etiketteren (recyclebaarheid), en gebruikt verpakkingen voor het afdichten van componenten (recyclebaarheid en biologische afbreekbaarheid). Verder voldoet het aan de regelgeving inzake chemische stoffen, RoHS (EU) 2015/863. De nieuwe Mitutoyo QM-Fit is een smart vision-systeem; een compact all-in-one meetsysteem dat zeer gebruiksvriendelijk, mede dankzij zijn grote touchscreen. Hij detecteert automatisch te meten features op producten en geeft een duidelijke pass/ fail-beoordeling weer.













De DNX2100SB speelt direct in op de toenemende vraag naar kortere levertijden, kleinere series en hogere productcomplexiteit. Door procesintegratie en automatisering helpt de DNX2100SB maakbedrijven toekomstbestendig te opereren in een krappe arbeidsmarkt. Circulariteit staat centraal, zowel in het ontwerp van de DNX2100SB als in de manier waarop Dormac deze machine in de markt zet. Door meerdere bewerkingen in één machine te combineren, wordt het aantal machines, opspanningen en interne transportbewegingen aanzienlijk gereduceerd. Dit leidt tot een lager energiegebruik per geproduceerd onderdeel, en tot minder materiaalverlies. De machine is gebouwd met duurzame, hoogwaardige componenten en ontworpen voor een lange levensduur en hoge restwaarde. Daarnaast zijn onderdelen modulair opgebouwd, wat onderhoud, revisie en hergebruik vereenvoudigt. Dormac draagt hieraan bij door lifecycle-ondersteuning, revisiemogelijkheden en het stimuleren van efficiënte productieprocessen bij klanten.
De DNX2100SB vertegenwoordigt een nieuwe generatie multitask-machines waarin precisie, flexibiliteit en automatisering samenkomen. De combinatie van hoge draainauwkeurigheid, krachtige freesprestaties en subspil-functionaliteit maakt het mogelijk om complexe onderdelen in één processtap te produceren.
De machine speelt direct in op de toenemende vraag naar kortere levertijden, kleinere series en hogere productcomplexiteit. Door pro-
Deze innovatie draagt sterk bij aan de waarde van morgen. Steeds meer draait het om data en digitalisatie. Werkplaatsen en productielocaties zullen veel efficiënter kunnen werken dankzij deze data en digitalisatie. Processen worden versneld; dit zorgt voor grotere output bij klanten.
Deze oplossing maakt het mogelijk om onnodig laswerk en materiaalverbruik vroegtijdig te onderscheppen. Gebruikers kunnen snel en uiterst nauwkeurig hun werk controleren op meerdere momenten tijdens het productieproces. Hierdoor wordt wereldwijd verspilling van grondstoffen en energie aanzienlijk verminderd. De kans dat fouten


cesintegratie en automatisering helpt de DNX2100SB maakbedrijven toekomstbestendig te opereren in een krappe arbeidsmarkt. De DNX2100SB is een bewezen oplossing die wereldwijd succesvol wordt ingezet in sectoren zoals machinebouw, hightech en toelevering.
Dormac heeft ruime ervaring met implementatie en ondersteuning in de Nederlandse markt. Gebruiksgemak, betrouwbaarheid en uitgebreide ondersteuning maken de machine breed inzetbaar, van middelgrote maakbedrijven tot geavanceerde productieomgevingen. Door efficiënter materiaalgebruik, lager energiegebruik, lange levensduur en herbruikbare componenten draagt de DNX2100SB aantoonbaar bij aan duurzamere productieprocessen.
tijdens inspecties onopgemerkt blijven is vrijwel nihil. Dit voorkomt kostbare en milieubelastende recalls, zoals extra transportkilometers en bijbehorende CO₂-uitstoot wanneer fouten pas op de bouwplaats aan het licht zouden komen. Daarnaast is het niet langer nodig om grote hoeveelheden A2-werktekeningen te printen of papieren formulieren mee te nemen voor het vastleggen van inspectieresultaten. Alle informatie en inspecties worden volledig digitaal en direct vanuit de headset uitgevoerd. Dit leidt tot een drastische vermindering van papierverbruik en printcartridges. Waar normaal gesproken jarenlange training nodig is om technische tekeningen correct te kunnen lezen, kan met deze oplossing vrijwel iedereen direct aan de slag. Dit verhoogt niet alleen de toegankelijkheid, maar draagt ook bij aan een efficiënter, duurzamer en toekomstbestendig productieproces.
Het is totaal vernieuwend ten opzichte van hoe het nu gaat in de staalwereld. Constructies worden met de hand gecontroleerd met een 2D-werktekening en rolmaat. Nu hebben we de tekening in de headset en kunnen we binnen de headset het hele proces van begin tot eind doorlopen. Dit versnelt het proces en maakt de kans op fouten nihil. Er wordt veel meer gebruikgemaakt van de data en ook worden hele processen gedigitaliseerd.
Het product is helemaal klaar voor de markt, en wereldwijd al bij klanten in gebruik. De toegankelijkheid voor de klant is heel laag. Iedereen kan na een aantal keer proberen een constructie controleren op fouten, binnen één oogopslag. De software zorgt ervoor dat fouten eerder ontdekt zullen worden; daardoor wordt materiaalverbuik tegengegaan. Ook scheelt het in papiergebruik (werktekeningen), transportkosten na een gemaakte fout, en in het aantal uren dat iemand getraind zou moeten worden om tekeningen goed te kunnen lezen zonder fouten te maken.

Petrofill Brix Control draagt bij aan de toekomstige waarde in de industrie door automatische en continue controle van koelmiddelkwaliteit. Dit zorgt voor constante productkwaliteit, minder procesafwijkingen en hogere betrouwbaarheid in productie. De innovatie verlaagt operationele kosten door minder verspilling van koelmiddelen, langere standtijd van gereedschappen en minder stilstand. Tegelijkertijd verhoogt het de arbeidsproductiviteit, omdat handmatige controles overbodig worden. Daarnaast sluit Petrofill Brix Control aan bij Industrie 4.0, dankzij datagedreven monitoring en integratiemogelijkheden, en ondersteunt het duurzame productie door efficiënter gebruik van grondstoffen. Kortom: de innovatie versterkt kwaliteit, efficiëntie, digitalisering en duurzaamheid, en maakt industriële productie toekomstbestendig. Het bedrijf integreert circulariteit in de innovatie door duurzaamheid, herbruikbaarheid en levensduurverlenging centraal te stellen in zowel productontwerp als gebruik. Door slimme, automatische dosering worden koelmiddelen alleen gebruikt wanneer en waar nodig. Dit voorkomt verspilling en vermindert het verbruik van grondstoffen en chemicaliën. Constante en juiste koelmiddelcondities zorgen voor minder slijtage aan gereedschappen en machines, en een langere inzetbaarheid van emulsies. Hierdoor hoeven materialen minder vaak te worden vervangen.
Doordat koelmiddelen langer in goede conditie blijven, hoeven ze minder vaak te worden afgevoerd en vervangen. Dit verlaagt afvalstromen en ondersteunt hergebruik binnen het productieproces. Systemen zijn modulair opgebouwd, waardoor onderdelen eenvoudig kunnen worden onderhouden, vervangen of hergebruikt. Dit voorkomt volledige vervanging en verlengt de levenscyclus van het systeem. Monitoring en data-analyse maken continue optimalisatie mogelijk, wat leidt tot lagere milieu-impact en betere naleving van duurzaamheidsdoelstellingen. De innovatie combineert realtime Brix-meting, monitoring en automatische bijsturing in één geïntegreerd systeem. Hiermee wordt handmatig koelmiddelbeheer vervangen door slimme, datagedreven automatisering. Door hogere procesbetrouwbaarheid, lagere kosten en aansluiting op Industrie 4.0 ondersteunt de innovatie toekomstbestendige, efficiënte en duurzame productieomgevingen. Het systeem wordt al succesvol toegepast in industriële productieomgevingen en is direct inzetbaar zonder ingrijpende aanpassingen aan bestaande machines. De oplossing is gebruiksvriendelijk, schaalbaar en eenvoudig te integreren in bestaande processen. Dit maakt adoptie laagdrempelig, zowel voor kleine als grote productiebedrijven. Door nauwkeurige dosering en constante kwaliteit van koelmiddelen worden verspilling en afval verminderd en wordt de levensduur van middelen, gereedschappen en machines verlengd. Hiermee draagt de innovatie bij aan duurzame en circulaire productie.
De industrie kan beter werken door zowel de efficiency als kwaliteit significant te verbeteren - en dat op een zeer laagdrempelige manier. Met apps (gespecialiseerde applicaties) voor alle apparaten, dus naast computers ook voor tablets en mobiele telefoons. De klant kan eenvoudig ineens de stap maken van een ‘paperless office’ naar een ‘paperless productie’. De ConstruSteel-apps zijn specifiek ontworpen voor de staalbouwmarkt, dus voor constructie- en staalbouwbedrijven die voornamelijk toeleveren aan de bouwbranche. Dit zijn projectmatig werkende bedrijven waarbij het qua planning veelal hollen of stilstaan is en waarbij wijzigingen in de bouwconstructie vaak ook nog op het laatste moment moeten worden verwerkt. De combinatie van planning, wijzigingen en deadlines in deze projectmatig werkende industrie vraagt om gespecialiseerde functionaliteit om de uitdagingen goed te kunnen structureren. Ook op het gebied van tekeningrevisies/-wijzigingen biedt een digitale werkwijze veel voordelen - niet enkel qua kosten, maar zeker op het gebied van ‘tijdigheid’ of ‘beschikbaarheid’; wijzigingen kunnen eenvoudig en snel worden doorgevoerd, ook als alles al in productie is genomen! En veel sneller dan op welke andere manier dan ook! ConstruSteel biedt met de Digitale Fabriek een ideale oplossing voor zowel kleine als grote staalbouwbedrijven. De staalbouwindustrie kan zich op deze manier beter onderscheiden ten opzichte van de concurrerende beton- en houtindustrie. Deze ConstruSteel-innovatie draagt veel waarde bij voor zowel de Nederlandse als internationale markt. De impact op klimaat en duurzaamheid is enorm. Los van het overbodig print- en reprowerk voor tekeningen, productielijsten, etc. is de besparing op (ook overbodige) energie door het voorkomen van herstelwerkzaamheden enorm. Door de kwaliteitsverhoging is ‘rework’ (herstellen van fouten) minimaal; dit voorkomt onder andere transportbewegingen (van fabriek naar conserveringsbedrijf en bouwplaats) en afval. Daarnaast kan de klant door de stap van ‘paperless office’ naar ‘paperless productie’ ook alles beter vastleggen voor toekomstig hergebruik van de constructie-onderdelen. Per onderdeel is bekend waar het gekocht is, met welke materiaalcertificaten/attesten, en wie er aan heeft gewerkt. Juist stalen constructies kunnen toekomstig (als een mecano-constructie) eenvoudig gedemonteerd en hergebruikt worden, mits alle informatie goed is vastgelegd.
De ConstruSteel-innovatie ‘Digitale Fabriek’ - ook wel ‘Digitale Werkplaats’ genoemd - is vernieuwend, aangezien de combinatie van functionaliteit voor productie-opdrachten, tekeningen (op assembly-/merkniveau én posnummer-/onderdeelniveau), automatische tijdregistratie (medewerker, bewerking, project) inclusief een 3D BIM-viewer wereldwijd uniek is. Dankzij de samenwerking met het interne innovatieteam (incl. klanten) is dit tot stand gekomen in Nederland en wordt dit inmiddels stapsgewijs wereldwijd verspreid. Dit alles voorkomt faalkosten, herstelwerkzaamheden, kortom energieverspilling; dit maakt de staalbouw-industrie competitiever en toekomstbestendiger.

Imnoo levert een verandering in de manier waarop kostencalculatie en offertes in de maakindustrie worden opgesteld. Waar traditionele oplossingen sterk afhankelijk zijn van individuele kennis, Excel-modellen of vaste regels, introduceert Imnoo een zelflerend, bedrijfsspecifiek AI-model dat continu verbetert op basis van echte productiedata. Op lange termijn zorgt dit voor hogere marges, minder foutcalculaties en een structurele borging van productieknowhow binnen organisaties. In combinatie met partners zoals SmartFactory, MKG, ARKONI en koppelingen met andere ERP-, MES- en PPS-systemen ontstaat een volledig digitaal, data-gedreven besluitvormingsproces. Met Imnoo ontstaat een volledig datagedreven, end-to-end proces: Van en aanvraag via en eige Webshop, over en offerte/bestelling tot productie en nacalculatie. Dit maakt bedrijven schaalbaar, toekomstbestendig en minder afhankelijk van schaarse vakmensen. Imnoo draagt bij aan circulariteit door efficiënter gebruik van middelen in het productieproces. Dankzij nauwkeurige calculaties en voorspelbare machinebelastingen worden materiaalverspilling, foutproducties en herbewerkingen sterk verminderd. Door integratie met ERP-systemen zoals MKG of andere systemen zoals SmartFactory wordt data hergebruikt over de volledige levenscyclus van een product – van offerte tot productie en nacalculatie. Daarnaast ondersteunt Imnoo duurzame besluitvorming door inzicht te geven in kosten, doorlooptijden en productie-efficiëntie, wat leidt tot bewuster plannen en minder verspilling van energie en grondstoffen. Daarnaast stimuleert Imnoo hergebruik van bestaande productiedata en kennis, waardoor historische data een blijvende waarde

krijgt in plaats van verloren te gaan in losse bestanden of individuele expertise. Digitale processen vervangen papierstromen en inefficiënte handmatige stappen, wat leidt tot een duurzamer en efficiënter productie-ecosysteem. Imnoo combineert kunstmatige intelligentie, maakindustrie-expertise en systeemconnectiviteit tot een unieke oplossing voor kostencalculatie en offerteprocessen. De innovatie is vernieuwend doordat zij niet werkt met statische regels, maar met een zelflerend AI-model dat specifiek wordt getraind op bedrijfsdata. Imnoo automatiseert het calculatie- en offerteproces voor productiebedrijven, van de aanvraag via een eigen webshop, via de automatische berekening van productietijden en werkplannen tot de automatische nacalculatie via de rest-api. De toegevoegde waarde van morgen zit in het schaalbaar maken van kennis, het verlagen van afhankelijkheid van individuen en het verhogen van marges door nauwkeurige, realtime calculaties. Imnoo is bewezen in de praktijk met meer dan 11 miljoen berekende onderdelen en meer dan 1500 actieve gebruikers in meer dan 17 landen. Gemiddeld werken bedrijven met Imnoo circa 70% sneller, besparen zij honderden arbeidsuren per jaar, centraliseren zij hun knowhow en berekenen zij productietijden tot wel 95% nauwkeurig, waardoor foutcalculaties drastisch worden verminderd. Dankzij de intuïtieve webapplicatie is de oplossing zeer toegankelijk en snel te implementeren. Via open REST-API’s integreert Imnoo naadloos met ERP-, MES- en PPS-systemen, waardoor een end-to-end digitaal proces ontstaat. Door het reduceren van faalkosten, materiaalverspilling en inefficiënte workflows draagt Imnoo bovendien bij aan een duurzamere en circulaire maakindustrie.

De »micBox« is het volledig automatische ZOLLER-systeem voor het monteren, draaien, keren en wisselen van snijplaatjes op freesgereedschappen – onbemand en dus absoluut betrouwbaar. Processen die voorheen met de hand werden uitgevoerd, kunnen nauwkeurig en foutloos worden uitgevoerd, waardoor de "micBox" een gamechanger is in de maakindustrie. Deze innovatie heeft dus een aanzienlijke toegevoegde waarde voor de maakindustrie. Deze innovatie draagt bij aan het verbeteren van de circulariteit omdat het het gebruik/verbruik aan snijplaatjes gereduceerd kan worden wat niet alleen een kostenbesparing is maar ook leidt tot minder afval. Er is nog geen vergelijkbare (werkende en bewezen) oplossing op de markt en uit de eerste reacties van potentiële gebruikers, gaat dit leiden tot een reductie aan manuren en het verhogen van de kwaliteit van de montage van de gereedschappen. Verder zal het ook leiden tot een betere procesbeheersing en uiteindelijk ook tot een reductie van afval (minder verbruik aan snijplaatjes). Het product is zover doorontwikkeld dat het op de markt geïntroduceerd kan worden. De officiële introductie was op de EMO en Laagland heeft op de TechniShow heeft nu de primeur voor de Benelux-markt.

Cadmes maakt de Virtual Twin, een technologie die normaal alleen bereikbaar is voor grote enterprises, eindelijk laagdrempelig, betaalbaar en toepasbaar voor het mkb in de maakindustrie. Waar digital twins vaak vastlopen op hoge kosten, complexe integratie en langdurige implementaties, introduceert Cadmes een oplossing die juist eenvoud, snelheid en directe praktische waarde centraal stelt. De innovatie ligt in een geïntegreerde propositie van Cadmes (in samenwerking met Omron). Door software, sensoren, aandrijftechniek en PLC-aansturing vooraf volledig op elkaar af te stemmen, ontstaat een kant-en-klare Virtual Twin-omgeving. Mkb-bedrijven hoeven dus niet langer zelf te puzzelen met hardware/software-integraties of te investeren in kostbare testopstellingen: alles werkt vanaf de start als één geheel.
Het innovatiegat tussen mkb en grote industrie verkleint. Mkb-bedrijven kunnen dezelfde digitaliserings- en automatiseringsstappen zetten als marktleiders. Foutreductie en voorspelbaarheid nemen toe. Door vooraf te simuleren en virtueel te testen, worden risico’s en faalkosten drastisch verlaagd. Virtuele commissioning verkort doorlooptijden en maakt experimenteren veilig, snel en betaalbaar. Bedrijven reduceren materiaalverspilling en energiegebruik door optimalisaties eerst digitaal door te rekenen. Door deze technologie breed toegankelijk te maken, versterken we de wendbaarheid, productiviteit en concurrentiekracht van de gehele sector. Kortom: Cadmes democratiseert de Virtual Twin. Hierdoor ontstaat een innovatiesprong die het mkb structureel versterkt en direct bijdraagt aan een duurzame, slimme en wereldwijd concurrerende maakindustrie. Cadmes integreert circulariteit direct in de Virtual Twin-innovatie door het slimmer, efficiënter en duurzamer maken van het volledige levenscyclusbeheer van machines. De aanpak vermindert verspilling, verlaagt energie- en materiaalgebruik en verlengt de levensduur van apparatuur. Dankzij de Virtual Twin kunnen wijzigingen en optimalisaties op afstand worden gevalideerd en getest. Hierdoor hoeven engineers veel minder vaak fysiek naar de klantlocatie te reizen. Dit reduceert CO₂-uitstoot en voorkomt onnodige stilstand. Daarnaast zorgt de virtuele verificatie ervoor dat machines correct functioneren voordat fysieke aanpassingen plaatsvinden. Dit leidt tot minder productafkeur bij de klant, en daarmee tot aanzienlijk minder materiaalverspilling.
Door continu inzicht te hebben in realtime data uit de machine, kunnen bedrijven onderhoud baseren op de werkelijke staat van onderdelen in plaats van op vaste intervallen. Dat betekent: minder vroegtijdige vervanging van onderdelen, langer gebruik van bestaande componenten, en lagere materiaal- en grondstoffenimpact. De Virtual Twin maakt het mogelijk om slijtage te voorspellen, instellingen te optimaliseren en processen te verbeteren zonder fysieke ingrepen. Hierdoor functioneren machines efficiënter en gaan ze langer mee; een directe bijdrage aan circulariteit.
Door inzicht in gebruik, energiegebruik en prestaties helpt de innovatie bedrijven om duurzame keuzes te maken over reparatie, optimalisatie of hergebruik van onderdelen. Kortom: de Virtual Twin voorkomt verspilling, minimaliseert reizen, reduceert afkeur, voorkomt onnodige materiaalvervanging en verlengt de levensduur van machines. Zo maakt Cadmes circulariteit tastbaar, meetbaar en direct toepasbaar in de dagelijkse praktijk van het mkb.
De Virtual Twin verkleint het innovatiedeel tussen mkb en grote spelers, en helpt bedrijven om sneller, slimmer en duurzamer te opereren. Hierdoor groeit niet alleen hun concurrentiekracht, maar ook de toekomstbestendigheid van de Nederlandse maakindustrie. De oplossing is volledig werkend, getest en toepasbaar in real life productie- en engineeringsscenario’s. De technologie sluit aan op bestaande workflows, is inzetbaar voor diverse machineconfiguraties en kan door mkb-bedrijven direct worden gebruikt zonder complexe integratieprojecten.

Met de Precitemp-uitrusting van de nieuwe RPT-machineserie slaagt machinefabrikant Röders uit Duitsland erin machines voor precisiebewerking (frezen, slijpen en meten) aan te bieden die ook onder ongunstige omgevingsomstandigheden, bijvoorbeeld bij schommelende temperaturen, de hoogste bewerkingsnauwkeurigheden in het bereik van enkele micrometers bereiken. Tot nu toe was daarvoor altijd een nauwkeurige klimaatbeheersing van de opstellocatie vereist, omdat zowel de machine als het bewerkte werkstuk bij temperatuurveranderingen hun afmetingen veranderen. Hierdoor is het voor gebruikers mogelijk om met aanzienlijk minder inspanning zeer nauwkeurige componenten te produceren. Door de daarmee gerealiseerde kostenbesparing ontstaat een duidelijke toename van de economische efficiëntie. Doordat in veel gevallen kan worden afgezien van klimaatbeheersing, kunnen enerzijds de kosten hiervoor worden bespaard en anderzijds ook de energie voor het in bedrijf houden van deze klimaatregeling. Hierdoor ontstaat niet alleen een toename van de economische efficiëntie, maar ook een reductie van de CO₂-emissie overeenkomstig de bespaarde energie. De machines zijn ontworpen voor een lange levensduur en zijn universeel inzetbaar, en daarmee ook voorbereid op veranderingen in de te produceren componenten.
Met deze innovatie is voor het eerst een industrieel beschikbare techniek gepresenteerd die eenvoudig in gebruik is, geen specifieke kennis in de toepassing vereist, en met hoge processtabiliteit in staat is componenten van de hoogste kwaliteit, met name op het gebied van geometrische nauwkeurigheid, te produceren. Voorheen was hiervoor, naast een geschikte machine, een complexe, kostbare en energie-intensieve klimaatbeheersing van de opstel locatie noodzakelijk. Doordat dit vervalt, kunnen kosten en energie worden bespaard. Bovendien wordt de invoering van hoog-precisie-productie eenvoudiger mogelijk, omdat geen ingrijpende bouwkundige maatregelen nodig zijn en de opstel locatie relatief vrij kan worden gekozen. Na de eerste uitleveringen van deze techniek aan gebruikers kon in de praktijk de geschiktheid van de techniek worden aangetoond. Conclusie: Met Precitemp introduceert Röders een baanbrekende innovatie die precisiebewerking aanzienlijk eenvoudiger, economischer en duurzamer maakt, en zo direct bijdraagt aan de toekomstwaarde van de maakindustrie.
De Gühring Tool Circle is een innovatief concept dat gericht is op het optimaliseren van gereedschapbeheer binnen productieomgevingen. Het systeem biedt een geïntegreerde oplossing voor het beheren, uitgeven, onderhouden en recyclen van snijgereedschappen, waarbij efficiëntie en kostenbesparing centraal staan. Door gebruik te maken van geavanceerde software in combinatie met geautomatiseerde opslag-, uitgifte- en logistieke systemen, zorgt de Tool Circle ervoor dat gereedschappen altijd beschikbaar zijn wanneer ze nodig zijn, en bij einde levenscyclus volledig gerecycled worden. Hierbij vindt optimalisatie en registratie van zowel het verbruik en afgevoerde gereedschappen nauwkeurig plaats. Een belangrijk voordeel van de Gühring Tool Circle is de volledige traceerbaarheid van de gereedschappen dankzij unieke identificatiecodes. Elk snijgereedschap krijgt een eigen code, waardoor precies zichtbaar is waar en wanneer het is gebruikt, uitgegeven of onderhouden en ter recycling aangeboden is. Naast de levensduurmonitoring worden ook de (klantspecifieke) specificaties vastgelegd zodat deze onder identieke condities als nieuw in automatische productiecellen kunnen worden ingezet. Een bijkomend voordeel is dat Guhring alle stappen van het Tool Circle-concept volledig in eigen regie uitvoert. Hierdoor kan de klant rekenen op één aanspreekpunt, ontvangt het complete concept uit één hand en wordt met specifieke klantwensen rekening gehouden. Dit zorgt voor korte communicatielijnen, heldere afspraken en optimale betrouwbaarheid gedurende het hele proces. Dit gehele concept is verregaand gedigitaliseerd waarbij beschikbare data via interfaces zowel aan klant- als leverancierszijde kunnen worden uitgewisseld. Naast het technisch/kwalitatieve aspect wordt ook vooral ook in het logistieke proces rond het reconditioneren van gereedschap zowel bij aan- als retour leveren een forse efficiency slag gemaakt door volledige integratie in het gereedschap beheerproces. Bij het aanleveren van de te reconditioneren gereedschappen kan de stap van voorsorteren op reconditioneringsmogelijkheid volledig bij het slijpcentrum neergelegd worden. Indien economisch/technisch niet meer verantwoord kan direct het gereedschap geregistreerd ter recycling worden aangeboden. Last but not least wordende gereconditioneerde gereedschappen retour geleverd, in nieuwe van gerecycled materiaal geproduceerde speciale gereedschap verpakkingen voorzien van unieke productcodes. Op deze wijze worden beschadigingen tijdens transport (hardmetaal is bros) voorkomen en kunnen de gereedschappen, middels scannen van de code op de verpakking, door logistieke medewerkers terug in de daarvoor bestemde opslaglocatie worden ingevoerd. Hierdoor kunnen diverse werkzaamheden welke normaliter door vakmensen in de productie en/of toolpresetruimte worden uitgevoerd nu achterwege gelaten worden of door niet vaktechnisch onderlegd personeel uitgevoerd worden.

De SCOPE-technologie (Smart Control for Optimized Performance and Efficiency) die in Pero-machines wordt gebruikt, controleert continu de toestand van het reinigingsmiddel – bijvoorbeeld vervuiling en schuimvorming – en regelt automatisch het destillatie- en verwarmingsvermogen van de proceskamer. Deze technologie maakt een efficiëntere en milieuvriendelijkere reiniging mogelijk. Het bespaart kosten en vermindert de ecologische voetafdruk. Bij reiniging met oplosmiddelen is er nog steeds geen manier om de kwaliteit van het reinigingsmiddel te beoordelen en deze informatie te gebruiken om het systeem optimaal aan te passen aan de eisen van de klant. Het systeem past zich voortdurend aan en zorgt voor een constant hoge reinigingskwaliteit met een zo laag mogelijk energieverbruik. Een zeer innovatief systeem. Pero SCOPE kan eenvoudig worden geactiveerd in de systeeminstellingen. Het systeem regelt vervolgens al het andere. Dit betekent dat er geen speciale kennis of training nodig is en dat alle processen volledig geautomatiseerd zijn. Voor handmatige processen (bijvoorbeeld het vullen van het systeem) helpt een ‘digitale assistent’ de operator bij deze zeldzame taak. Door het gebruik van deze SCOPE-technologie kan de machine nog optimaler worden benut.. SCOPE (Smart Control for Optimized Performance and Efficiency) controleert automatisch het solventbad en garandeert dat het reinigingsmiddel altijd in optimale conditie is. Het verwarmingsvermogen en de destillatie worden naar behoefte geregeld, wat een grote hoeveelheid energie bespaart. Dit verlaagt de bedrijfskosten en verbetert de milieuprestaties van uw bedrijf. Pero-oplosmiddelsystemen met SCOPE-technologie geven een nieuwe definitie aan efficiëntie: tot 59% minder energieverbruik (gemeten bij 80% capaciteit) leidt tot kostenbesparingen tot wel 9%. En dat zonder concessies te doen aan de prestaties – onderdelen die met Pero worden gereinigd, bereiken betrouwbaar de gedefinieerde technische reinheid. Zelfs de witte waas wordt voorkomen. Ontwikkeld en geoptimaliseerd in de praktijk. Het product is sinds 2025 klaar voor de markt en is verkrijgbaar in de meest gangbare Pero-systemen. SCOPE-technologie is momenteel beschikbaar voor de R1- en N2-systemen. De R0-serie volgt binnenkort.
Versastore introduceert een dynamisch, hoog-efficiënt transport- en opslagconcept. Doordat het transport op hoogte plaats vindt en de opslagdichtheid wordt aangepast aan de hoogte van de producten op de ladingsdragers ontstaat een uniek concept met grote impact op de inrichting en efficiëntie van productiebedrijven. De combinatie van slimme software, high throughput shuttles en modulaire opbouw maakt het systeem een duidelijke stap vooruit binnen intralogistieke automatisering van productiebedrijven.
Versastore is ontworpen voor de Smart Factory van de toekomst: flexibel, schaalbaar en volledig data gedreven. Het systeem ondersteunt hogere productiviteit, kortere doorlooptijden en een kleinere fysieke footprint. Hierdoor helpt het bedrijven om toekomstbestendig te opereren in een markt waar snelheid, flexibiliteit en duurzaamheid steeds belangrijker worden. De Versastore is een getest prototype en wordt op dit moment klaar gemaakt voor marktintroductie. Tijdens de LogiMAT 2026 in Stuttgart (23-26 Maart) wordt Versastore geïntroduceerd aan de markt. De technologie is gebaseerd op jarenlange ervaring in shuttle systemen en wordt ondersteund door Gebhardt’s eigen engineering, service en lifecycle management. Het is direct inzetbaar en schaalbaar voor uiteenlopende toepassingen.
Dankzij de modulaire opbouw kan de Versastore eenvoudig worden afgestemd op de grootte, het budget en de groeifase van de klant. Het systeem kan klein beginnen en later worden uitgebreid zonder ingrijpende verbouwingen. De intuïtieve software en gebruiksvriendelijke interfaces maken het toegankelijk voor operators en onderhoudsteams.

Dat is de centrale boodschap van de white paper ‘Robotisering in het MKB – Van pilot naar praktijk’, die zich expliciet richt op de mkb-maakindustrie. Het document laat zien dat robotisering niet langer is voorbehouden aan high-volume productielijnen en multinationals, maar steeds vaker past bij de realiteit van kleinere series, wisselende producten en een in omvang beperkte technische staf. Juist dat maakt het onderwerp relevant voor verspaners, plaatbewerkers, lassers en assemblagebedrijven die hun productie in Nederland willen houden. De druk is voelbaar op vrijwel elke productievloer. Technisch personeel is schaars en duur, terwijl de complexiteit van producten toeneemt. Veel mkb-bedrijven draaien op vakmensen die meerdere taken combineren: instellen, produceren, controleren, en soms zelfs programmeren. Dat maakt organisaties kwetsbaar. Als één sleutelpersoon uitvalt, stokt de productie. Robotisering wordt in die context minder gezien als vervanging van arbeid, en meer als borging van continuïteit.
Daarbij speelt mee dat de aard van maakwerk is veranderd. Waar vroeger lange series de norm waren, domineren nu kleinere batches, klantspecifieke varianten en korte levertijden. Dat vraagt om flexibiliteit in plaats van pure snelheid. Moderne robots sluiten daar beter op aan dan vaak wordt gedacht. Dankzij snelle omsteltijden, modulaire tooling en intuïtieve bediening zijn robots steeds beter inzetbaar in omgevingen waar vandaag tien stuks worden gemaakt en morgen vijftig van een andere variant.
In veel maakbedrijven begint robotisering daarom niet met een complete productielijn, maar met één afgebakende cel. Een cobot die repeterende assemblagehandelingen overneemt, een lasrobot die constant kwaliteit levert bij seriewerk, of een autonome mobiele robot die intern transport verzorgt tussen machines. Zulke toepassingen
In de Nederlandse maakindustrie wordt steeds duidelijker dat het klassieke productiemodel onder druk staat. Machinebouwers, toeleveranciers en metaalverwerkers kampen met structurele personeelstekorten, terwijl klanten tegelijkertijd hogere eisen stellen aan kwaliteit, leveringsbetrouwbaarheid en flexibiliteit. Waar bedrijven jarenlang probeerden die spanning op te lossen met overwerk, uitzendkrachten of het uitstellen van orders, komt robotisering nu nadrukkelijk in beeld als structurele oplossing. Niet als toekomstvisie, maar als concrete ingreep op de werkvloer.
verlichten de druk op operators en maken capaciteit vrij voor taken waarbij menselijke kennis en ervaring echt het verschil maken, zoals procesoptimalisatie en kwaliteitsbewaking.
Wat de white paper nadrukkelijk laat zien, is dat robotisering in de maakindustrie zelden een puur technische beslissing is. De grootste winst zit vaak in de manier waarop processen opnieuw worden ingericht. Bedrijven die succesvol robotiseren, kijken niet alleen naar de handeling die geautomatiseerd wordt, maar naar de hele keten eromheen: hoe onderdelen worden aangevoerd, hoe toleranties zijn gekozen, hoe producten zijn ontworpen en hoe kwaliteit wordt gecontroleerd. Door al in de engineeringfase rekening te houden met automatisering, kunnen veel latere knelpunten worden voorkomen. Dat vraagt om een andere rol voor werkvoorbereiders en engineers. In plaats van uitsluitend te plannen rondom handmatige bewerkingen, verschuift de aandacht naar offline programmering, simulatie en het ontwerpen van slimme opspanningen en grijpers. Digitale modellen maken het mogelijk om cyclustijden, bereik en botsingen vooraf te testen. Voor maakbedrijven betekent dit minder verrassingen bij de ingebruikname, en snellere opschaling zodra een pilot zich heeft bewezen.
HANGEN
Toch blijkt in de praktijk juist die stap van pilot naar structurele inzet lastig. Veel mkb’ers blijven hangen bij een proefopstelling die technisch werkt, maar organisatorisch nog geen onderdeel is van het reguliere productieproces. De white paper is daar kritisch over. Zonder duidelijke doelen, meetbare resultaten en een plan voor opschaling verdampt de impact. Robotisering wordt dan een interessant experiment, maar geen strategisch instrument. Een belangrijke verklaring is te vinden bij de menselijke kant van de maakindustrie. Operators en vakmensen zijn gewend om problemen zelf op te lossen en processen ‘op gevoel’ te optimaliseren. Roboti-
sering vraagt om standaardisatie, documentatie en discipline. Dat kan wringen, zeker als medewerkers het idee hebben dat beslissingen over hun werk worden genomen zonder dat ze erbij zijn betrokken. Succesvolle maakbedrijven pakken het daarom anders aan. Zij betrekken operators vroeg, laten hen meedenken over de opstelling, en investeren in training. De robot wordt zo een verlengstuk van het vakmanschap, in plaats van een bedreiging ervan.
Economisch gezien verschuift daarmee ook de businesscase. Waar robotisering vroeger vooral werd doorgerekend op basis van arbeidsbesparing, kijken maakbedrijven nu breder. Minder afkeur, stabielere kwaliteit, kortere doorlooptijden en hogere leverbetrouwbaarheid blijken vaak minstens zo waardevol. Zeker in markten waar reputatie en langdurige klantrelaties belangrijk zijn, wegen die factoren zwaar mee in de beslissing om te investeren. De white paper plaatst deze ontwikkeling nadrukkelijk in een bredere industriële context. Robotisering is geen losstaand project, maar
onderdeel van een structurele modernisering van de maakindustrie. Bedrijven die nu investeren in kennis, ervaring en schaalbare oplossingen, bouwen een voorsprong op die moeilijk is in te halen. Daarbij hoeven ze het niet alleen te doen. Nederland beschikt over fieldlabs, kennisinstellingen en ondersteuningsprogramma’s die specifiek zijn ingericht om maakbedrijven te helpen bij deze transitie. De boodschap richting de sector is helder en tegelijkertijd nuchter: robotisering is geen wondermiddel, maar uitstel is geen optie. De maakindustrie staat voor de keuze om stap voor stap te investeren in flexibelere, robuustere productieprocessen, of om vast te houden aan een model dat steeds kwetsbaarder wordt. Wie robotisering benadert als leerproces, ingebed in de dagelijkse praktijk van de werkvloer, vergroot niet alleen zijn productiviteit, maar ook zijn toekomstbestendigheid. Wat zich daarmee aftekent, is geen radicale breuk met het verleden, maar een verschuiving in hoe maakbedrijven hun vak uitoefenen. Mens en machine werken steeds nauwer samen, waarbij robots het monotone en belastende werk overnemen en vakmensen zich richten op waar zij het verschil maken.

De nieuwe Voortman V210-plaatbewerkingsmachine breidt de V353-vezellaseropstelling uit, door de snelheid en precisie van lasersnijden te combineren met de veelzijdigheid van bewerking. De V210-uitbreiding voegt boren, tappen en frezen toe aan de V353 om volledige plaatbewerking mogelijk te maken. Deze hybride oplossing is ideaal voor staalservicecentra en machinebouwers die productieklare producten willen leveren, terwijl ze profiteren van maximale efficiëntie en volledige automatisering voor snellere doorvoer.
De V353 is een grootschalige vezellaser die hoge snelheid, precisie en uitstekende snijkwaliteit biedt. Uitgebreid met de V210 zorgt hij voor perfecte uitlijning tussen lasergesneden en bewerkte kenmerken. Stef Rohaan, productmanager bij Voortman, legt uit: “Als een aparte brug werkend, loopt de V210 gelijktijdig op hetzelfde bed, zonder de laserkwaliteit te beïnvloeden, waardoor de flexibiliteit van de V353 wordt vergroot en een geïntegreerde plaatbewerkingsoplossing wordt geboden.”
De V210 verwerkt platen tot 75 mm dik (3 inch) en boort hoog-
waardige gaten tot 50 mm (2 inch), met draad tot M30. Hij beschikt over 28 gereedschappen voor maximale flexibiliteit, ondersteund door een bruggemonteerde gereedschapswisselaar met 8 posities, voor snelle wisselingen dicht bij de boorkop, en een optionele stationaire wisselaar met 20 posities voor volledig geautomatiseerde gereedschapswissels. De zeer stabiele boorklemmen onderdrukken trillingen, waardoor de spil met hoog koppel zijn volledige kracht kan leveren voor betere gatkwaliteit, langere gereedschapslevensduur en geen puntbeschadiging.

Het proces is volledig geautomatiseerd; alleen het laden van platen en het verwijderen van het eindproduct gebeurt handmatig. Rohaan voegt toe: “Deze opstelling maakt zowel highmix, low-volume als seriematige productie mogelijk in één werkstroom. Men kan naadloos schakelen tussen snijden en bewerken zonder de plaat te ver-
plaatsen. Het resultaat: snellere doorvoer, minder kraantijd, en minder werk in uitvoering.” Terwijl de meeste bewerkingen door de laser worden uitgevoerd, voegt de V210 hoogwaardige geboorde gaten, getapte draden, verzinkingen en gefreesde uitsparingen toe om productieklare onderdelen te leveren. “Dit stelt staalservicecentra en machinebouwers in staat te opereren als een echte one-stopshop”, besluit Rohaan.
Bezoekers van TechniShow 2026 kunnen bij Promatt rekenen op live demonstraties van twee hoogwaardige zaagmachines voor de maakindustrie. Op de stand van Promatt staan onder meer de Behringer HBM 540 lintzaagmachine en de Eisele HCS 150 cirkelzaagmachine centraal. Beide zijn gericht op maximale precisie, betrouwbaarheid en productiviteit.
De Behringer HBM 540 is een krachtige bandzaagmachine voor het nauwkeurig en efficiënt zagen van massief materiaal en bundels. De machine staat bekend om zijn robuuste constructie, hoge zaagnauwkeurigheid en automatiseringsmogelijkheden. Dankzij een stabiel zaagframe en slimme materiaaldoorvoer is de HBM 540 bijzonder geschikt voor productieomgevingen waar continuïteit en herhaalnauwkeurigheid essentieel zijn.
Voor maakbedrijven waarvoor vooral snelheid en seriematig werken belangrijk zijn, laat Promatt de Eisele HCS 150 in actie zien. Deze hoogwaardige cirkelzaagmachine is ontworpen voor het snel en haaks afkorten van profielen en massief materiaal. De HCS 150 combineert hoge snijsnelheden met een zeer nette zaagsnede, wat hem aantrekkelijk maakt voor bedrijven die korte cyclustijden willen combineren met constante kwaliteit.
Door beide machines live te demonstreren op TechniShow 2026 laat Promatt zien hoe moderne zaagtechnologie bijdraagt aan efficiëntere productieprocessen in de maakindustrie. Bezoekers
krijgen niet alleen een goed beeld van de technische mogelijkheden, maar kunnen ook in gesprek met specialisten over de inzet van deze machines binnen hun eigen productieomgeving.







ZIJN
Bezoek
Bezoek
Bezoek onze website of neem contact op en informeer naar de
Bezoek onze website of neem contact op en informeer naar de mogelijkheden.








Ontmoet ons op de TechniShow in Utrecht van 11 tot 14 maart.
Ontmoet ons op de TechniShow in Utrecht van 11 tot 14 maart.
Ontmoet ons op de TechniShow in Utrecht van 11 tot 14 maart.
Ontmoet ons op de TechniShow
Hal 12 B096
Hal 12 B096
Hal 12 B096


Hal 12 B096
Hal 12 B096
Hal 12 B096 Hal 12 B096
Hal 12 B096






Tijdens TechniShow 2026, van 10 tot en met 13 maart in Jaarbeurs Utrecht, presenteert Kobout zich als meer dan alleen leverancier van bouten en moeren. Op stand 07.E044 laat het familiebedrijf zien hoe verbindingstechniek een sleutelrol speelt in kwaliteit, efficiëntie en duurzaamheid binnen moderne productieprocessen.
De komende editie van TechniShow staat in het teken van 75 jaar innovatie in de maakindustrie. Voor Kobout, dat sinds 1979 actief is in bevestigingsmaterialen, is de beurs een logisch podium om te laten zien hoe betrouwbare verbindingen het fundament vormen van industriële productie. Met een assortiment van meer dan 120.000 artikelen, grotendeels direct uit voorraad leverbaar, ondersteunt het bedrijf maakbedrijven bij continuïteit en leveringszekerheid.
Behalve op bulk en logistieke slagkracht legt Kobout op de beurs nadrukkelijk de focus op maatwerk. Veel technische toepassingen vragen om specifieke oplossingen die niet in een standaardcatalogus zijn te vinden. Denk aan afwijkende draadsoorten, hoge sterkteklassen, speciale rvs-uitvoeringen of volledig klantspecifieke onderdelen. Wanneer een product nog niet bestaat, investeert Kobout desnoods in nieuwe machines om het onderdeel zelf te ontwikkelen en te produceren. “Onze kracht zit niet alleen in de voorraad, maar vooral in het meedenken”, aldus Joost Kunst. “Juist bij bijzondere technische vragen kunnen we echt het verschil maken.”
Ook duurzaamheid krijgt een prominente plek op de stand. Kobout gaat met bezoekers in gesprek over actuele ontwikkelingen zoals CBAMhet Europese Carbon Border Adjustment Mechanism. Deze regelgeving heeft directe gevolgen voor de inkoop en prijsstelling van geïmporteerde bevestigingsmaterialen en roept bij veel bedrijven vragen op over herkomst, CO₂-uitstoot en toekomstbestendige keuzes. Een opvallende innovatie op de stand betreft de samenwerking met Lindapter. Met de klemsystemen hiervan kunnen staalconstructies worden opgebouwd zonder boren of lassen, wat snelle montage en eenvoudige demontage mogelijk maakt. De oplossingen sluiten aan bij circulair bouwen en het re-use-principe, en zijn interessant voor zowel tijdelijke als permanente constructies.
Verder toont Kobout dat het aanbod verder reikt dan fasteners alleen, met onder meer Wily-ringen, het Mr. Martin-programma en logistieke

oplossingen die tot diep in de supply chain en zelfs tot aan de productielijn reiken. TechniShow 2026 omvat daarmee voor Kobout niet alleen een productpresentatie, maar vooral een podium om te laten zien hoe slimme verbindingen bijdragen aan innovatie in de maakindustrie.
Op de stand van Dormac CNC Solutions vormt de gloednieuwe Tower EVO dé blikvanger. Deze volledig vernieuwde automatiseringsoplossing wordt tijdens Technishow voor het eerst aan het Nederlandse publiek voorgesteld; een absolute primeur. De Tower EVO wordt gekoppeld aan een DN Solutions DVF5000 freesmachine en uitgerust met de Bonertz Hybridspanner en de nieuwe EGrip servogrijper. Dankzij deze lichtgewicht, krachtige grijper en de flexibele Hybridspanner biedt deze opstelling een ongeëvenaard niveau van autonomie, flexibiliteit en efficiëntie. Een geavanceerde automatisering die perfect inspeelt op de hoge verwachtingen van de Nederlandse markt, waar CNCautomatisering al stevig ingeburgerd is.
Daarnaast is RoboJob ook aanwezig bij Okuma, waar een TurnAssist 200 i wordt gedemonstreerd aan een Okuma LB3000 draaibank. Deze beproefde combinatie toont hoe eenvoudig en flexibel robots kunnen worden ingezet om productiecapaciteit te vergroten, zonder complexiteit toe te voegen aan het werk van de operator. Met inmiddels meer dan 2.000 geïnstalleerde systemen wereldwijd is RoboJob uitgegroeid tot dé referentie in CNCautomatisering. Sinds de oprichting blijft het bedrijf trouw aan zijn missie: de maakindustrie helpen competitiever, efficiënter en winstgevender te produceren. De lancering van de nieuwe Tower EVO bevestigt opnieuw de leidende rol van RoboJob als innovator en trendsetter. En dat allemaal met een stevige verankering in de Benelux, de thuismarkt van waaruit RoboJob zijn internationale parcours verder uitbouwt.
Helmut De Roovere, CEO van RoboJob: “We kijken erg uit naar onze aanwezigheid op Technishow. Deze beurs is hét ontmoetingspunt voor iedereen die met verspaning en automatisering bezig is. Samen met onze partners Dormac en Okuma tonen we er met trots onze nieuwe Tower EVO, uitgerust met de EGrip en Bonertz Hybridspanner. De Nederlandse markt staat bekend om haar open houding tegenover innovatie, en wij zijn ervan overtuigd dat deze primeur er enorm goede reacties zal uitlokken. Voor RoboJob is het opnieuw een kans om te tonen waarom wij wereldwijd de norm zetten in CNCautomatisering.”
Bezoekers van Technishow vinden de RoboJobinnovaties dus bij Dormac CNC Solutions en Okuma. Mis deze kans niet om van dichtbij te ontdekken hoe RoboJob de toekomst van CNCautomatisering vandaag al vormgeeft.

De nieuwe veelzijdige EROWA beladingsrobot voor diverse productietechnologieën. Een maximaal transfergewicht van 150 kg en een grote magazijncapaciteit. Flexibel in te richten voor zowel kleine pallets ITS 50-148mm. als grote MTS 400mm. De robot kan 1 of 2 machines bedienen en is uit te breiden met een extra magazijn (rack of rotary).
* Vraag vrijblijvend een prijsopgave voor een installatie aan uw machine: benelux@erowa.com
EROWA Benelux B.V.
085 - 800 1250 Duiven - NL www.erowa.com
EMPOWERING YOUR PRODUCTION














Met regelmaat hoor ik managers zeggen: ‘Ik mis eigenaarschap bij de medewerker.’ Soms met een oprechte teleurstelling in de stem, maar regelmatig ook op een toon van ergernis en geïrriteerdheid. ‘Ik mag toch verwachten dat een medewerker…!?’
Gelukkig is het hebben van verwachtingen niet verboden. Ook niet voor leidinggevenden. Het wordt natuurlijk interessant wanneer je denkt dat verwachtingen die je hebt op magische wijze in vervulling worden gebracht. En wanneer dit dan niet gebeurdt er vervolgens wordt geconcludeerd dat er iets aan eigenaarschap bij de medewerker mist.
Eigenaarschap wordt vaak gebruikt als een ‘buzzword’, maar wat betekent dit nu precies? Jon L. Pierce omschrijft psychologisch eigenaarschap (Pierce, 2003) als de toestand waarin mensen het gevoel hebben dat iets van hen is: “Dit is van mij.” Het gaat hierbij niet om juridisch bezit, maar om een mentaal en emotioneel gevoel van eigendom. Mensen voelen zich hierdoor echte ‘eigenaren’ van bijvoorbeeld hun rol of functie, een project of opdracht, een team, een afdeling of zelfs de organisatie als geheel.
Pierce ontkracht in zijn onderzoek dat het een persoonlijkheidskenmerk is: ‘Je hebt het of je hebt het niet.’ Nee, hij toont aan dat het een dynamisch psychologisch proces is dat ontstaat door de juiste context, maar ook door het juiste leiderschap. Geef een medewerker meer invloed op beslissingen, zodat hij ook iets van controle ervaart in zijn werk. Daarnaast geef je hem inzichten in hoe het systeem werkt, het een plaatje van het grotere geheel. Zeker zo belangrijk is dat iemand veel tijd en energie stopt in bijvoorbeeld een project, of zelfs een stukje van ‘zichzelf’. Dan zal hij of zij zich meer en meer eigenaar gaan voelen.
Met andere woorden, als een leidinggevende weinig invloed, ruimte, tijd en inzicht geeft en vooral taken delegeert, zal het eigenaarschap verschrompelen. Uiteindelijk zal een medewerker, als je geluk hebt, ongeveer doen wat je zegt, maar zeker niet meer dan dat. Dus kijk vooral als leidinggevende, wanneer je jezelf herkent in ‘ik mis eigenaarschap bij mijn medewerker’, eerst naar jezelf. Waarin weerhoud jij hem van het nemen van psychologisch eigenaarschap?
Thema
COLOFON

Chris Meijnen
Learning and Development Specialist bij Orbit Loopbaanadvies
TechniShow|Magazine 3 is: Nabeschouwing + Productieautomatisering
TechniShow Magazine is hét vakblad voor de metaalindustrie en (inter) nationale maakindustrie. Het behandelt productietechnologie in al zijn facetten en is een uitgave van branchevereniging FPT.
jaargang 21 | editie 2 | maart 2026
TechniShow verschijnt vier maal per jaar. Toezending geschiedt op abonnementbasis en controlled circulation.
Uitgever
Verbinding Uitgeverij Henk van Beek, Uitgever Telefoon: 06 284 17 073
E-mail: info@verbinding.nl
Hoofdredacteur Henk van Beek
Eindredactie Bas Roestenberg
Redactie Verbinding Uitgeverij Indra Waardenburg
FPT
Jolanda Bredewoud Ires Veerman
Email: redactie@technishow.nl
Vormgeving
Wim Rossen 06 53 37 42 28
Druk PreVision Gashouder 36D 5613 CR Eindhoven
Postadres Verbinding Uitgeverij Ampèrestraat 7 2316 DG Leiden
Advertentie-exploitatie Jetvertising Tiendweg 12 2671 SB Naaldwijk T 070 399 00 00 F 070 390 24 88 E info@jetvertising.nl
Abonnementen E-mail: info@verbinding.nl








Bij Kobout draait het om meer dan bevestigingsmaterialen. Het draait om mensen die oprecht en eerlijk verbinden. Al sinds 1979 ondersteunen wij technische professionals in West Europa met betrouwbare oplossingen voor elke verbinding.
Met diepgaande kennis, een breed assortiment en een betrokken team van ruim 140 medewerkers werken wij dagelijks samen met klanten aan de beste oplossingen. Op de TechniShow laten we zien hoe expertise, praktijk en persoonlijk contact samenkomen. Van productoplossingen tot advies en demonstraties.





Onze kracht zit in kwaliteit en service. Met ruim 25.000 verschillende bevestigingsmaterialen op voorraad leveren wij snel en gericht vanuit ons magazijn in Hendrik Ido Ambacht. Altijd afgestemd op de toepassing en de praktijk van de klant.
Scan de QR code en ontdek wat Kobout voor u kan betekenen. Bezoek ons op de TechniShow en maak persoonlijk kennis met ons team.
Stand nr 07.E044
Scan voor meer info: