
Circulaire inzet van koelwater is de juiste route
Jaargang 4 | Editie 1 | maar t 2026

Goede anti-schuimstrategie bij proceswater voorkomt vervuiling, slijtage en veiligheidsrisico’s
![]()

Circulaire inzet van koelwater is de juiste route
Jaargang 4 | Editie 1 | maar t 2026

Goede anti-schuimstrategie bij proceswater voorkomt vervuiling, slijtage en veiligheidsrisico’s


Wa te rschaarste als productiekiller:
Slimme optimalisatie van industriële afvalwaterzuivering met minimale inspanning




De evolutie van digitale trends in maintenance en asset management


Digitalisering onder de knie krijgen is als rallyrijden. Met een proac tieve partner neemt u elke bocht op volle snelheid.
Digitale transfor matie in de procesindustrie is niet alleen een uitdaging, maar ook een kans om te groeien. Het vraagt zelfs van de kleinste teams om opnieuw te bedenken wat mogelijk is, om complexiteit om te zetten in duidelijkheid en om doelgericht te handelen. Met Endress+Hauser als partner wordt digitalisering een gezamenlijke reis. Samen veranderen we data in richting, infrastructuur in inzicht en dagelijkse werkzaamheden in tastbare vooruitgang. Je staat niet alleen op dit pad. Met de juiste partner wordt transfor matie haalbaar, en wordt momentum jouw voordeel. #TeamUpToImprove!











Industrie & Utilit y rie & Util
Industrie & Utility is een print en online uitgave van Jetvertising b.v. onder redactie van Nederlandse Bouw Documentatie, De HandelsCourant en De Industriële Databank.
Uitgever
Jetver tising b.v
Tiendweg 12
2671 SB Naaldwijk
Tel. +31 (0)70 - 399 00 00 directie@jetver tising.nl
Wie wil ons ‘niet zo schone’ hemelwater hebben?
Slimme optimalisatie van industriële afvalwaterzuivering met minimale inspanning
De evolutie van digitale trends in maintenance en asset management 20
Preventie handletsel bij hijswerk vraagt om meer dan ‘handsfree’
Aqua Nederland 2026 verstevigt rol als inhoudelijk kennisplatform voor de watersector
Atlas Copco Rental integreer t Delta-Temp in zijn activiteiten
duurzame, betrouwbare producten in (afval) waterbehandeling 35 “Circulaire inzet van koelwater is de juiste route naar bedrijfscontinuïteit en vergunningszekerheid”
43
Goede anti-schuimstrategie bij proceswater voorkomt vervuiling, slijtage en veiligheidsrisico’s
47 ‘Waterschaarste als productiekiller: wie niet schakelt, betaalt’
Redactie
Gebouwde omgeving Nederlandse Bouw Documentatie (NBDOnline)
Industrie
De HandelsCourant De Industriële Databank (DID-Online)
Contact redactie@jetver tising.nl
Vormgeving Wim Rossen 0653374228
Advertenties
Jetver tising b.v Tiendweg 12
2671 SB Naaldwijk
Tel. +31 (0)70 - 399 00 00 robbin@jetver tising.nl
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen, gekopieerd of hergebruikt zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever.

Betrouwbare anti-foam oplossingen op maat

Overmatige schu imvorming kan productie verstoren en kosten verhogen. In sectoren waar betrouwbaarheid, hygiëne en continu ïteit cruciaal zijn, is een standaardoplossing niet voldoende.
Bij Van Meeuwen Additives leveren we anti-foam oplossingen die specifiek zijn afgestemd op jouw proces. Of het nu gaat om afvalwaterzu ivering , biogasproductie, mestver werking , kunststofrecycling of de voedselver werkende industrie: We analyseren de oorzaak van het schuim en adviseren een oplossing die e ectief is en rekening houdt met regelgeving , biologische a reekbaarheid en procesimpact
Met passie voor ons specialisme leveren wij maatwerk dat zorgt voor minder stilstand , stabielere processen en maximale e ciëntie. Alleen als alles klopt , zijn wij tevreden.

Voor het gebru ik van



Na het gebruik van Van Meeuwen anti-foam
Van Meeuwen A dditives
More impact with less


Met realisatie van de benodigde vergunningen, projectcontractenkeltraject van zeven jaar tot een succesvolle afronding gekomen. De SAF-fabriek in Delfzijl krijgt een capaciteit van 100.000 ton biokerosine per jaar.
Tijdens de beoordeling van de milieuvergunning voor de duurzame kerosinefabriek DSL-01 in Delfzijl hebben SkyNRG en milieuorganisatie MOB in goed overleg afspraken gemaakt over emissiewaarden. Deze afspraken maken het mogelijk om de milieueffecten van de fabriek verder te beperken.
Aanleiding voor het overleg was het beroep dat MOB had ingesteld tegen -
maakte afspraken leiden tot aanpassingen in het fabrieksontwerp, met name op het gebied van indirecte afvalwaterlozingen. Al het proceswater wordt voor taan op locatie gezuiverd en zoveel mogelijk hergebruikt binnen de fabriek. Daardoor komen er geen schadelijke stoffen meer terecht in het milieu, waaronder de Waddenzee.
Beide par tijen kijken positief terug op zowel het proces als het resultaat. Door open en constructief in gesprek te gaan over inhoudelijke zorgen en verbetermogelijkheden, is binnen kor te tijd een oplossing gevonden die de milieubelangen versterkt én de voor tgang van het project waarborgt, zonder tussenkomst van de rechtbank.
inmiddels rond, waarmee het project naar bouwfase. Naar verwachting wordt de installatie in de loop van 2028 in gebruik genomen.



ABB versterkt adviescapaciteiten op het gebied van elektrotechniek met overname
ABB heeft een overeenkomst gesloten voor de overname van Premium Power, een Iers adviesbureau voor elektrotechniek. De overname versterkt het vermogen van ABB om op grote schaal advies op systeemniveau te leveren en zo kritieke sectoren te helpen bij het beheren van steeds complexere elektrische infrastructuren en het waarborgen van energiezekerheid
Daar wordt het aanbodcation Service van ABB versterkt, op het gebied van energiesysteemstudies, netwerkmodellering en elektrisch risicomanagement voor datacenters, farmaceutische bedrijven en andere kritieke sectoren. ABB verstevigt zo zijn positie op het niveau van elektrische systemen en integreer t ver trouwde adviesexper tise op het punt waar operationele risico’s, veerkracht en prestaties


In het World Port Center de samenwerkingsovereenkomst getekend tussen Havenbedrijf Rotterdam en VOTOB (Vereniging van Nederlandse tankopslagbedrijven) voor de voor tzetting en uitbreiding van
Beide par tijen geven daarmee een signaal af naar internationale fraudeurs die de haven van Rotterdam en andere zeehavens als doelwit zien voor deze hardnekkige vorm van oplichting. Ook TCT The Commodity Traders en Politie zijn onderdeel van de werkgroep.

de verzamelterm voor alle vormen van verkoop van niet-bestaande opslagcapaciteiten en voorraden van grondstoffen en materialen in terminals in – met name – het Rotterdamse havengebied. Bij deze vorm van internetfraude bieden criminelen via nagemaakte websites van bekende tankopslagbedrijven hun handel aan. Slachtoffers zijn enerzijds internationale traders die misleid worden en aanzienlijke bedragen kwijtraken aan niet-bestaande deals, en anderzijds de legitieme bedrijven in het havengebied wiens gegevens
misbruikt worden, en waar in sommige gevallen zelfs tankwagens voor de deur komen om product op te halen.
De jaarlijkse schadepost voor traders wordt geschat op ten minste 10 miljoen euro, als ondergrens op basis van inzicht in betaalde bedragen (lees: alleen de bedragen die bekend zijn). In 2025 is voor 2,5 miljard euro aan aangeboden deals bij de werkgroep gemeld. Daarnaast is er een aanzienlijke schadepost voor bedrijven wiens naam en gegevens misbruikt worden, en is er sprake van imagoschade voor de haven(s) als geheel.
“Verschillende van onze leden hebben hier al jaren last van”, zegt Willem-Henk Streekstra, directeur van VOTOB. “Met deze samenwerking bieden we professionele hulp om
is goed om er op deze manier met het Havenbedrijf en andere par tners bovenop te zitten. Samen kunnen we meer doen dan ieder voor zich. Het is en blijft vervelend dat je bedrijfsnaam wordt misbruikt en mensen veel geld kwijtraken.”
Er is een nieuwe Service Level Agreement (SLA) getekend tussen Avantium, Delamine, DGR, JPB, J.Wildeman, Lubrizol, Methanex, Nobian, Nouryon en Teijin Aramid.
“Dit is een overeenkomst over de site services die wij als Nobian coördineren, regelen of uitvoeren en over de verdeling van de gemaakte kosten. We hebben nu de beschikking over een uniform, gemeenschappelijk en toekomstbestendig contract”, vindt Winfred Meijer, Site Controller van Nobian. Hij coördineerde het proces. De nieuwe SLA heeft een looptijd tot en met 2030.
Belangrijk onderdeel van de SLA worden de kosten onder de bedrijven verdeeld? Winfred hierover: “De hoogte van de bijdrage van een bedrijf wordt bepaald door de waarde van installaties, oppervlakte, aantal medewerkers en het hebben van een brandweeraanwijzing. Veel oude discussies gingen over de waarde van installaties, bijvoor-
beeld bij afschaling van onderdelen. We hebben dat nu veel duidelijker vastgelegd.”
Inzake de te leveren gemeenschappelijke diensten, zoals de Belbus, brandweer, security, sitemanagement en infrastructuur, zijn er geen grote wijzigingen. “Anders is wel hoe wij de bedrijven hierbij betrekken” stelt Winfred. “Bedrijven zijn nu op de hoogte van de contractuele afspraken over de brandweer en beveiliging. Nobian biedt hierin veel meer openheid en transparantie.”


In 2025 zijn 180 investeringsprojecten van buitenlandse bedrijven ondersteund door het Invest in Holland netwerk. Voor het eerst vormt onderzoek en ontwikkeling (R&D) de grootste categorie: 30 procent (53 van de 180 projecten) had R&D als primaire activiteit. Dit laat zien dat Nederland, ondanks druk op het vestigingsklimaat en een complexe internationale context voor buitenlandse investeringen, aantrekkelijk blijft voor bedrijven die bijdragen aan innovatie en toekomstbestendige economische groei.
De minister van Economische Zaken schrijft dit, mede namens de staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, aan de Tweede Kamer bij de aanbieding van de jaarresultaten van de Netherlands Foreign Investment Agency (NFIA) en het Invest in Holland netwerk.
Focus op wat Nederland nodig heeft De resultaten over 2025 moeten worden gezien tegen de achtergrond van een uitdagend ondernemingsklimaat. Wereldwijd zijn bedrijven terughoudender met investeringen door geopolitieke spanningen en onzekerheid in de wereldeconomie. Ook in Nederland spelen knelpunten zoals schaarste aan ruimte, arbeidskrachten en netcapaciteit een rol.
Tegen deze achtergrond is het aantrekken van buitenlandse investeringen steeds meer vraaggestuurd geworden. Niet alleen wat de markt wil, maar ook: wat heeft Nederland nodig en waar is ruimte en energie voor. Door gerichter te kiezen, kan het Invest in Holland netwerk de inzet richten op investeringen die aansluiten bij de strategische prioriteiten van Nederland. In 2025 droegen alle 180 ondersteunde projecten daaraan bij.
ECOSYSTEMEN VERSTERKEN
De ondersteunde investeringen laten zien hoe buitenlandse bedrijven bijdragen aan het versterken van Nederlandse ecosystemen. Zo breidde het Brits-Zweedse farmaceutische bedrijf AstraZeneca zijn productielocatie in Nijmegen uit, waarmee het Nederlandse life sciences & health-ecosysteem
wordt versterkt. Op de High Tech Campus Eindhoven opende het Japanse Dai Nippon Printing zijn eerste R&Dhub buiten Japan, gericht op nieuwe technologieën voor de halfgeleiderin-
dustrie. En in Rotterdam vestigde het Canadese climate tech bedrijf CoeusAI zijn wereldwijde hoofdkantoor, van waaruit het werkt aan AI-oplossingen voor de versnelling van de energietransitie.
Ook de komende jaren blijft het Invest in Holland netwerk zich richten op investeringen met hoge toegevoegde waarde voor Nederland. Dit alles in aansluiting op het industrie- en innovatiebeleid, en met oog voor kansen in sectoren zoals defensie en grondstoffen.
De in Geleen gevestigde star t-up ETB Global heeft een gepatenteerd proces ontwikkeld waarmee bio-ethanol in één stap wordt omgezet in butadieen. Deze stof is een essentiële grondstof voor onder meer synthetisch rubber, kunststoffen en diverse andere chemische producten.
Centraal in de innovatie staat een nieuwe katalysator, waarmee bioethanol in één reactor wordt omgezet in 1,3-butadieen. Deze verbinding vormt een belangrijk bouwblok binnen de chemische industrie. In tal van alledaagse producten – van autobanden en schoenzolen tot afdichtingen, speelgoed en auto-onderdelen – zijn materialen verwerkt die zijn afgeleid van butadieen. Door de grondstof op biobasis te produceren, wil ETB Global bijdragen aan het verkleinen van de ecologische voetafdruk van sectoren die sterk afhankelijk zijn van synthetische rubber- en kunststofmaterialen.
L AGERE UITST OOT EN MINDER ENERGIEVERBRUIK
Volgens het bedrijf verloopt het nieuwe proces bij aanzienlijk lagere
temperaturen dan conventionele productiemethoden. Daardoor wordt meer dan drie keer minder
derde van de gebruikelijke hoeveelheid energie nodig. Tegelijker tijd blijven de selectiviteit en opbrengst op een hoog niveau.
Het geproduceerde biogebaseerde butadieen is chemisch identiek aan de fossiele variant en kan zonder aanpassingen worden ingezet in bestaande productieprocessen. Ook de bijproducten, waaronder bio-waterstof en ethyleen, zijn geschikt voor verdere industriële toepassing. Met de ontwikkeling zet ETB Global een stap richting een duurzamere productie van een van de belangrijkste bouwstenen in de chemische industrie.
Door: Hilde Niezen
In de jaren zestig en zeventig waren de rioleur en de zuiveraar het eens: Nederland moet worden gerioleerd. Al het water van huishoudens en straatkolken moest de buis in en naar de zuivering. In een bewonderenswaardig tempo werd gemengde riolering aangelegd. Zo lukte het Nederlandse gemeenten om 99,6% van Nederland via de riolering aan te sluiten op een afvalwaterzuivering van een van onze waterschappen. Nederland is daarmee een wereldwijde koploper.
Maar de inzichten zijn veranderd. Al minstens veer tig jaar zijn we bezig met het uitfaseren van gemengde riolering en het aanleggen van gescheiden stelsels. Het uitgangspunt: schoon hemelwater hoeft niet naar de zuivering. Sterker nog, onder het motto “hoe dikker het water, hoe beter het zuiveringsproces” wil je dat regenwater juist niet verdunt.
Bovendien hebben we hemelwater hard nodig in bodem en oppervlaktewater, als buffer in droge tijden. Hemelwater moet je dus afkoppelen. Dat vraagt om een systeemverandering in wijken waarvan we dachten dat ze nog vele jaren mee zouden gaan. In veel gemeenten wordt daar hard aan gewerkt. Bedrijven ontwik-
we moeten hemelwater vasthouden druppel. Over die grondgedachte zijn de rioleur en de zuiveraar het nog steeds eens, maar er ontstaan barstjes in de samenwerking. Ook anderen melden zich. De peilbeheerder zit namelijk niet altijd te wachten op grote hoeveelheden afgekoppeld

hemelwater. Beheerders van poldergemalen in West-Nederland willen al dat extra regenwater uit de stad er niet altijd bij hebben. Zij vinden dat de stad niet mag afwentelen op het landelijk gebied.
En het wordt nóg ingewikkelder, want het ogenschijnlijk logische principe “schoon water hoef je niet te zuiveren” klopt in de praktijk niet altijd.
O NDERWEG VIES
Afstromend hemelwater komt in bebouwd gebied van alles tegen: microplastics van autobanden, vogelpoep, blad, peuken en alles wat verder op straat belandt. Daarbovenop gaan er in de praktijk dingen mis. Eén foute aansluiting, ergens in een bijkeuken op privéterrein, kan zorgen voor een onopgemerkte stroom afvalwater in een hemelwaterriool. Door dit soor t factoren is hemelwater tegen de tijd dat het oppervlakbereikt soms helemaal niet zo schoon meer
Dat “te vieze” hemelwater wil de waterkwaliteitsbeheerder niet in het oppervlaktewater hebben. Het schaadt mens en milieu. En de oppervlaktewaterkwaliteit staat in Nederland al onder grote druk, onder meer door vervuiling vanuit industrie en landbouw. Ook in bodem en grondwater willen we geen viezigheid, en terecht. We hebben schoon grondwater hard nodig voor drinkwatervoorziening, industrie en bewatering. Ook de kwaliteit van onze grondwaterbronnen staat onder druk.
DUBBEL INVESTEREN DOO R EEN
TE SMALLE AFWEGING
Als je niet alleen naar kwantiteit, maar óók naar waterkwaliteit kijkt, voorkom je dat afgekoppeld hemelwater later alsnog voor veel geld naar de zuivering moet. Dit gebeur t helaas in de praktijk: een wijk wordt voor veel geld afgekoppeld, daarna blijkt het hemelwaterriool een negatief effect te hebben op het ontvangende oppervlaktewater, en
vervolgens wordt de uitlaat alsnog teruggeleid naar de zuivering. Dat is dubbel investeren: eerst afkoppelen en dan toch weer terug naar de zuivering brengen. Terwijlweest om het gemengde stelsel te handhaven en te verbeteren.
KNOOP ?
Gelukkig kunnen we veel. Het begint bij preventie: hoe zorgen we dat we het water minder vies maken? Denk aan het aan banden leggen van ongewenste bestrijdingsmiddelen voor par ticulier gebruik, of het niet langer toestaan van zinken dakgoten. En er is meer
Daarnaast komen er steeds meer mogelijkheden om ingezameld hemelwater voor te zuiveren voordat het naar oppervlaktewater of bodem gaat. Met nieuwe geotextielen kunnen we steeds meer vervuiling uit het water adsorberen. We kunnen ook winst boeken door foutaansluitingen op te sporen en door kolken regelmatig leeg te zuigen. Daar verzamelt zich veel vuil dat zich hecht aan zand. Een logische plek om het gericht te verwijderen.
De kern is dat we niet alleen moeten kijken naar de hoeveelheid “schoon” hemelwater die bij de zuivering wegblijft, maar ook moeten inschatten hoe schoon dat water in werkelijkheid is. Daarna volgt de afweging: kun je de kwaliteit verbeteren, en wat is de beste plek om te lozen of te behandelen?
Dat vraagt om een integrale afweging waarin zowel kwantiteit als kwaliteit worden meegenomen. Als kennisinstelling zien we graag dat oplossingen worden gekozen op basis van feiten, met een waardengestuurde analyse die over grenzen
en doelmatige keuze.
VERK O KERING STAAT DIE
ANALYS E IN DE WEG
Mijn indruk is dat zo’n analyse wordt bemoeilijkt door verkokering in de


Hilde Niezen is directeur-bestuurder van Stichting RIONED, de kennisautoriteit en koepelorganisatie voor stedelijk waterbeheer: afvalwater, hemelwater en grondwater in steden en dorpen. Sinds 1 januari 2022 geeft zij leiding aan RIONED en werkt zij aan kennisontwikkeling, standaarden en onderzoek dat gemeenten en par tners helpt om hun water taken doelmatig en uitvoerbaar te organiseren.
Stichting RIONED is de koepelorganisatie voor stedelijk waterbeheer in Nederland. Wij zijn er voor en door alle relevante overheden en bedrijven. Inspelend op nieuwe opgaven en mogelijkheden komen wij op voor het belang van stedelijk waterbeheer: goed zorgen voor afval-, hemel- en grondwater in de steden en dorpen. Wij begrijpen en ondersteunen de vakwereld.
Bestel een gratis ticket voor Aqua Nederland
watersector. Binnen waterschappen, tussen zuiveraars, peilbeheerders en waterkwaliteitsbeheerders. Binnen gemeenten, waar iedereen wensen heeft voor de openbare ruimte en de stedelijk waterbeheerder niet altijd aan het langste eind trekt. En tussen waterschappen en gemeen-
meespeelt.
Want degene die het “niet zo schone hemelwater” ontvangt, betaalt. In proceskosten, in aanlegkosten, of in waterkwaliteits- en milieukosten. Het zou goed zijn als de afweging die belangen kan overstijgen en we het belang van de waterketen als geheel centraal zetten. Dan kun je een weloverwogen keuze maken voor de beste oplossing.






Het verbeteren van industriële afvalwaterzuiveringsinstallaties (awzi) door middel van realtime datamanagement en automatische chemie dosering. Dat is de missie van Otter Intelligence, een afvalwatertechnologiebedrijf gevestigd in Delft en Amsterdam, ondersteund door KWR en de TU Delft. Oprichters Gijs Vermeij en Joris van Aken leggen uit hoe ze hun missie willen omzetten in realiteit.
“Ons initiële doel was om een sensor te ontwikkelen om in industrieel afvalwater realtime stoffen zoals zware metalen en organische microverontreinigingen te kunnen
immers een groeiende behoefte aan kosteneffectieve detectie en
bepaalde stoffen zodat je vroegtijdig de juiste maatregelen kunt nemen. Hiervoor werkten we onder de naam Hypersoniq samen met TU Delft en KWR”, begint Gijs Vermeij, co-founder en CTO van Otter Intelligence (voorheen Hypersoniq).
VA
Het ontwikkelen van een realtime betrouwbare meetoplossing kost tijd. “We hebben in 2024 en begin 2025 goede resultaten behaald op laboratoriumschaal, maar om een betrouwbare innovatieve elektrochemische sensor voor watermonitoring in de industrie te introduceren is er nog een aantal jaar onderzoek nodig. De TU Delft zal dit onderzoek voor tzetten. Tegelijker tijd hebben wij besloten om ons te richten op slimme software.”
Co-founder en CEO Joris van Aken hierover: “In ons dataplatform hebben we de afgelopen jaren naast de data afkomstig van de elektrochemische sensor die we ontwikkelden ook alle andere data die afvalwaterzuiveringsinstallaties al beschikbaar

hadden, verzameld: data met betrekking tot bijvoorbeeld pH, troebelheid
en soms ook data over welke batch van welke bron wanneer wordt
behandeld. Uit onze analyses bleek dat we ook zonder onze innovatieve sensor al veel waardevolle informatie ter beschikking hadden. Daarom hebben we het over een andere boeg
gegooid om slimme datamodellen te schrijven voor de al beschikbare data, met als doel om op basis daarvan realtime te kunnen sturen. We zagen immers dankzij gesprekken met klanten en potentiële klanten uit de industrie dat er nog maar weinig met de beschikbare data gebeur t. Na negen maanden lukte het ons om een betrouwbaar gebruiksvriendelijk dataplatform te lanceren om waterzuiveringen te optimaliseren met minimale inspanning.”
Op dit moment vindt er vaak een constante dosering van chemicaliën plaats om vervuiling uit afvalwater te halen. Vermeij: “Een te hoge dosering leidt tot verspilling van chemie, suboptimale verwijdering van vuilvracht en overmatige slibproductie met verstopping en hogere verwijder- en afvoerkosten. Bij onderdosering is er sprake van verminderde vuilvracht verwijdering met hogere lozingskosten en onder meer een risico op over tredingen. Kun je echter geautomatiseerd de juiste hoeveelheid chemicaliën doseren op basis van de actuele situatie, dan biedt dit enorme voordelen. Je proces wordt stabieler, je voldoet aan wet- en re-
gelgeving, je bent niet langer afhankelijk van handmatige monitoring die veel tijd kost terwijl menselijke fouten worden uitgesloten. Je kunt op chemie besparen, er is een lager energieverbruik, minder slibvorming en er zijn minder slib afvoerkosten. Kortom, je krijgt beter grip op je proces en je voorkomt overtredingen door betere prestaties. Om de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water te behalen is een innovatie zoals die van ons onmisbaar.”
In een eerste pilot en inmiddels ook bij een eerste klant zijn veelbelovende resultaten behaald met de beschikbare data. Van Aken: “Bij Aquaworks die de awzi beheer t bij Plaza Foods, een kant-en-klare Aziatische gerechtenfabriek, hebben we aantoonbaar 60% chemiebesparing kunnen realiseren ten opzichte van de oude situatie. Daarmee kon ook 33% minder slibvorming worden bereikt en het verminder t verstoppingen.”
Om een project succesvol te maken is betrouwbare data nodig. Vermeij: “Als de kwaliteit van de beschikbare data bij een bedrijf niet optimaal is,


zien we erop toe dat er maatregelen worden genomen om de kwaliteit van de data te verbeteren. We doen bijvoorbeeld een controle of alles goed is geïnstalleerd, dat periodiek onderhoud is ingepland en we geven advies over kalibratie mocht dat nodig zijn. Zijn er geen sensoren aanwezig, dan kan onze hardware-par tner deze installeren.”
GROEIEN
De eerste successen zijn geboekt, nu is het tijd om te groeien. Van Aken: “We hopen dat over vijf jaar ons systeem de standaard zal zijn voor slimme controle van afvalwa-



terzuiveringsinstallaties. Dankzij machine learning worden onze modellen steeds nauwkeuriger en schaalbarer. Daarnaast zetten we de data om in een Smar t Digital Operator die alle mogelijke variabelen in een afvalwaterzuiveringsinstallatie inzichtelijk maakt en waardevolle automatische dosering kan plaatsvinden. Daarmee onderscheiden we ons van anderen.”
Vermeij vult aan: “Om de marktintroductie te laten slagen, werken we met een model zonder initiële investering. Geïnteresseerden betalen naast een eenmalige kleine instal-
latievergoeding maandelijks een bedrag om de software te mogen gebruiken waarbij ze de eerste drie maanden een aanzienlijke kor ting krijgen. Zijn er geen sensoren aanwezig, dan kunnen ze deze gratis gedurende deze eerste periode lenen. Na drie maanden kan al een goed beeld ontstaan welke besparingen onze aanpak kan opleveren. Mocht de klant toch niet tevreden zijn, dan is ons abonnement gewoon elke maand opzegbaar. We kiezen bewust voor deze opzet omdat we veel ver trouwen hebben in ons product en omdat we de instap zo laagdrempelig mogelijk willen maken.”
NIEUWE NAAM
Aangezien de software het core product is geworden hebben de oprichters besloten om vanaf januari 2026 als Otter Intelligence verder te gaan. Van Aken: “Een otter leeft alleen in erg schoon water en kan heel goed aanvoelen of water vervuild is en past zijn gedrag daarop aan. Dat doen wij ook. Wij proberen vervuiling in het water te analyseren waardoor meteen op basis daarvan maatregelen kunnen worden genomen met optimale chemiedosering.”


Geschikt voor een breed scala aan chemische toepassingen:
• Opbrengsten tot 60 0 l/u en een drukcapaciteit tot 7 bar
• Eén gemeenschappelijke aandrijving met verschillende pompkopopties
• Eenvoudige dro p- ininst allatie maak t aanv ullende apparatuur overbodig















Nieuw: de Qdos Pressure Sensing Kit voor real -time drukbewaking van Qdos slangenpompen.









Bezoek ons op Aqua Nederland, stand A29, 17–19 Maar t 2026
wmfts.com/nl-be | sales.be@wmf ts.com














Mainnovation, adviesbureau op het gebied van Maintenance & Asset Management viert haar 25-jarig jubileum. Mark Haarman, één van de oprichters, blikt terug op de evolutie van digitale trends in maintenance en asset management en wat we in de toekomst nog meer mogen verwachten.
“In de jaren negentig en begin 2000 gebruikte de industrie al diverse digitale oplossingen. Het was de periode van de ERP-implementaties, de Enterprise Resource Planning systemen. De onderhoudsorganisaties installeerden ook IT-pakketten: een module van ERP of een best of breed pakket volledig gespecialiseerd op onderhoud”, trapt Haarman af.
Terwijl dit volop speelde, werd Mainnovation opgericht. “Het vakgebied onderhoud was zich aan het professionaliseren. Maintenance managers werden aangesteld en onderhoud werd steeds serieuzer genomen. Het werd wel sterk beschouwd als kostenpost, als een noodzakelijk kwaad. Daar star tte onze missie.”
Mainnovation lanceerde in 2003
haar visie – en boek – Value Driven Maintenance (VDM) met één duidelijke boodschap: Maintenance is geen kostenpost maar biedt toegevoegde waarde. “Dat uitgangspunt hebben we naar de industrie gebracht en dit heeft veel bedrijven sindsdien geholpen bij de bewustwording. Niet alleen bij de maintenance community maar ook in het topmanagement. Onderhoud is


geen noodzakelijk kwaad, maar een belangrijke economische factor voor het bedrijf. Toch hebben nog niet alle topmanagers dit begrepen. Als het echt spannend wordt, zien ze het nog steeds als een kostenpost. We zijn
daarom nog lang niet klaar met het verkondigen van deze boodschap.”
SLIMME KEUZES
Waarde creëren met maintenance betekent slimme keuzes maken. “Met
VDM kun je economische waarde toevoegen aan een fabriek, vloot of infrastructuur door te focussen op betere uptime, lagere kosten, verbeterde veiligheid of een langere levensduur van de assets. Vervolgens moet de



onderhoudsorganisatie hierop worden afgestemd op vijf dimensies. (1) Eerst ga je na of verbetering mogelijk is in de werkprocessen. Hoe lopen de processen, wie heeft welke rol en waar liggen de verantwoordelijkheden?

Best-practices van andere bedrijven kunnen helpen bij deze professionaliseringsslag. (2) Vervolgens zorg je ervoor dat de juiste data wordt verzameld en dat benodigde documenten beschikbaar en op orde zijn (3) en dat de nieuwe werkwijze wordt voorzien van de juiste IT-ondersteuning, veelal het Enterprise Asset Management-systeem (EAM). (4) Ook kan de invoering van nieuwe werkwijzen impact hebben op de wijze waarop de organisatie is ingericht. Dit betekent soms het creëren van nieuwe rollen of functies, het meer centraliseren of decentraliseren van de organisatie en zaken uit- of inbesteden. (5) Als laatste dimensie zorg je voor een goede prestatiesturing.”
De vijf dimensies die Haarman benoemt, zijn met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar. IT en digitalisering spelen een centrale rol.
MOBIELE TO EPASSINGEN
Tot ongeveer tien jaar geleden lag de focus van bedrijven vooral op de implementatie van IT-systemen en het beter gebruiken ervan. Vanaf 2016 kwam een aantal nieuwe ontwikkelingen op de markt zoals Mobile. “Mobiele toepassingen en applicaties bestonden al in de jaren negentig, maar de eerste toepassingen waren allesbehalve gebruiksvriendelijk waardoor
bijna niemand ze implementeerde. Na de opkomst van de smar t phones en tablets groeide het gebruiksgemak, maar het was pas tijdens en na de coronaperiode dat mobiele toepassingen een enorme vlucht namen. Onderhoudsorganisaties leken ineens te beseffen dat mobiele oplossingen hun technische diensten veel voordelen konden opleveren. De functionaliteiten die beschikbaar komen op de mobiele applicaties breiden eveneens uit. Het EAM-systeem werd tot voor kor t voornamelijk gebruikt als elektronische kaar tenbak en digitaal werkordersysteem, maar er is tegenwoordig veel meer mogelijk. Je kunt voorraden en tekeningen bekijken en je kunt ter plekke een exper t mee laten kijken om een storing op te lossen.”
PREDIC TIVE MAINTENANCE
Een tweede belangrijke ontwikkeling van de afgelopen jaren is predictive maintenance. “In 2011 woonde ik een groot event van IBM bij waar ze de Watson computer lanceerden en lieten zien wat er mogelijk was. Meteen zag ik de link met maintenance: hoe je met data en het gebruik van slimme algoritmes storingsgedrag van machines zou kunnen voorspellen. Ook hier zien we dat de markt langzaam de mogelijkheden verkent, vooralsnog veel in pilot toepassingen. We kunnen








de komende jaren een structurele, bredere uitrol verwachten, mede door (AI).”
AI vindt razendsnel zijn weg. “In 2022/2023 deden we onderzoek naar de digitale trends in maintenance en asset management. AI werd hier nog niet beschouwd als een technologie die impact zou hebben. Zo zie je maar hoe snel het kan gaan. We merken dat de aanbieders van EAM-systemen in hun pakketten tegenwoordig modules met steeds meer functionaliteiten aanbieden waardoor de implementatie ervan eenvoudiger is. Organisaties kunnen eenvoudiger experimenteren met predictive maintenance en de mogelijkheden die AI biedt om te verbeteren. Wij zijn erg blij met deze ontwikkeling. In 2015 lanceerden we waarbij we de stap maken van maintenance naar asset management. Maintenance legt de focus vooral op de kor te termijn terwijl Asset Management zich meer richt op life cycle management en einde-levensduur-vraagstukken. Wil je de levensduur van je assets verlengen, dan vergt dat een
langetermijnvisie, waarbij je ook het ontwerp en de bouw meeneemt in je beslissingen terwijl het continu verbeteren van het onderhoud nodig is. Daar heb je dergelijke modules voor nodig. De professionaliseringsslag om van maintenance naar asset management te gaan is eenvoudiger te realiseren met de functionaliteiten die tegenwoordig in EAM-systemen beschikbaar zijn.”
Het verder digitaliseren van je organisatie is een duidelijke trend binnen de industrie. Een andere trend is verduurzaming. “Dit is momenteel iets meer naar de achtergrond verschoven door de geopolitieke situatie, maar de industrie zal hier in de toekomst zeker veel aandacht aan besteden. Maintenance en asset management kunnen een bijdrage leveren aan de sustainability goals van bedrijven. Ook hierin kan AI een rol spelen. Mijn verwachting is dat AI in eerste instantie voor predictive maintenance een meerwaarde biedt om te gaan voorspellen wanneer in machines storingen zullen optreden, maar het kan ook worden ingezet in andere werkprocessen zoals voorraadoptimalisatie, kostenop-




In november 2000 star tten Guy Delahay en Mark Haarman, twee jonge heren met een technische achtergrond en een voorliefde voor onderhoud Mainnovation. Inmiddels is het adviesbureau uitgegroeid tot een bedrijf met vijftig professionals op het gebied van maintenance en asset management. “Onze missie is om de industrie concurrerend te
Driven Maintenance & Asset Management) heeft zich inmiddels bewezen als integrale verbeteraanpak om meerwaarde te creëren, niet alleen bij bedrijven in Nederland, België en Frankrijk, maar ook in de rest van de wereld. Grote en kleine bedrijven in industrie,armd.”
timalisatie, forecasting, complexe planningsvraagstukken, verduurzamingstrajecten, enzovoor t.”
Data zijn een integraal onderdeel geworden van de assets. “Als je je assets moet beheren, moet je ook je data beheren en veiligstellen. Die bewustwording groeit de laatste jaren sterk. Er zullen daarom andere methodes op de markt komen die veel meer datagedreven zijn. Het gaat niet langer om onderhoud van machines of de hardware, maar ook de software moet goed worden beheerd. Daarbij groeit het besef dat IT en OT met elkaar zijn verbonden. Bedrijven zullen hun processen hierop moeten inrichten en er blijvend aandacht aan besteden”, besluit Haarman.
Hand- en vingerletsel bij hijswerkzaamheden blijft één van de meest hardnekkige risico’s in industrie, bouw, infra, onderhoud en offshore. Dat is opvallend, want materieel, opleidingen en werkvoorbereiding zijn de afgelopen jaren sterk verbeterd. Toch zien we in de praktijk nog steeds incidenten waarbij medewerkers bekneld raken, met de hand tussen last en constructie komen of letsel oplopen door onverwachte lastbewegingen. Juist omdat hijswerk vaak plaatsvindt in complexe omstandigheden, zoals onderhoud, revisies, shutdowns en installatiewerk, blijft de kans op ongecontroleerd contact groot.


ganisaties kiezen is het principe van handsfree lifting: geen handen aan de last. De intentie is logisch en goed te begrijpen. Wie geen handcontact heeft, kan immers ook niet bekneld raken. Maar in de dagelijkse hijspraktijk blijkt handsfree lifting vaak nauwelijks werkbaar. Veel werkzaamheden zijn simpelweg niet uitvoerbaar zonder enige vorm van handcontact. Dat roept de vraag op: als handsfree in de praktijk niet haalbaar is, wat werkt dan wel?
Peter Verhoef, directeur van het onafhankelijke adviesbureau Cranes for You, stelt dat de kern van het probleem niet ligt in het gebruik van handen op zich, maar in het moment en de plaats waar handcontact plaatsvindt. “De intentie van hijsen zonder handcontact is begrijpelijk en terecht,” zegt Verhoef. “Maar de praktijk is weerbarstig. De kernvraag is niet of we handen volledig moeten elimineren, maar of we handletsel daadwerkelijk weten te voorkomen. Dat vraagt om een realistischer en risicogestuurde benadering.”
Cranes for You is gespecialiseerd in hijswerkzaamheden, wet- en regelgeving en het opleiden van Verantwoordelijk Personen voor het hijsen. Vanuit praktijkervaring in de heavy-liftsector adviseer t het bureau bedrijven in heel Europa over veilig en wettelijk verantwoord hijswerk. In dat kader ontwikkelde Verhoef een


aanpak die steeds vaker wordt aangeduid als Safe Hands Lifting: een methode die erkent dat handcontact soms nodig is, maar die tegelijker tijd strikte grenzen stelt aan wanneer dit veilig is.
De kern van Safe Hands Lifting is eenvoudig: handcontact is alleen toegestaan wanneer dit beheerst en aantoonbaar veilig kan plaatsvinden. Medewerkers houden hun handen standaard buiten gevaarzones en vermijden iedere situatie waarin beknelling of impact mogelijk is. Tegelijker tijd erkent de methode dat er fasen zijn waarin handcontact noodzakelijk is, bijvoorbeeld bij het aanslaan of losmaken van hijsmiddelen, het begeleiden van taglines of het exact positioneren van een last. In die gevallen geldt echter één harde eis: de risico’s moeten vooraf beoordeeld zijn, de omstandigheden moeten onder controle zijn en de werkwijze moet expliciet zijn vastgelegd in werkvoorbereiding en hijsplan.
Waar handsfree lifting vaak als absoluut verbod wordt gecommuniceerd, biedt Safe Hands Lifting duidelijke grenswaarden en praktische instructies. Dat voorkomt dat medewerkers gaan improviseren of risicovol gedrag gaan ver tonen om een onrealistische regel toch na te leven. In de praktijk blijkt namelijk dat een dogmatisch handsfree-beleid juist kan leiden tot ongewenste effecten. Wanneer medewerkers bijvoorbeeld een last toch moeten positioneren, maar handcontact “niet mag”, ontstaan omwegen en improvisaties die niet altijd veiliger zijn. Soms wordt een last bijvoorbeeld onnodig lang in de lucht gehouden of wordt er met ongeschikte hulpmiddelen gewerkt.
Volgens Verhoef is de cruciale factor niet of handen wel of niet gebruikt worden, maar of gevarenzones consequent worden herkend en beheerst. “Het probleem is niet de aanwezigheid van handen,” stelt hij. “Het probleem is dat handen in zones terechtkomen waar onverwachte

lastbewegingen kunnen leiden tot beknelling of impact. Het gaat erom dat we die zones als sector beter leren
Safe Hands Lifting sluit daarom nauw aan op taak-risicoanalyses, hijsplannen en duidelijke werkinstructies. Het is geen abstract concept, maar een praktische methodiek die toepasbaar is in dagelijkse hijssituaties. De aanpak combineer t gedragsprincipes met technische maatregelen. Zo is er veel aandacht voor de juiste toepassing van taglines, zodat lasten gecontroleerd kunnen worden begeleid zonder dat medewerkers dicht bij de last hoeven te komen. Ook wordt het gebruik van hulpmiddelen gestimuleerd om direct handcontact te vermijden waar dat mogelijk is. Denk aan duwstokken, afstandhouders of aangepaste rigging-oplossingen.
Een belangrijk principe binnen Safe Hands Lifting is dat handen nooit aan of tegen een last mogen komen wanneer de onderzijde van de last zich boven heuphoogte bevindt. In die fase kan een onverwachte beweging direct leiden tot ernstig letsel, omdat een medewerker niet meer snel genoeg kan wegstappen of loslaten. Door dit soor t duidelijke grenzen vast te leggen, ontstaat een werkwijze die zowel praktisch als controleerbaar is.
Safe Hands Lifting is daarmee
vooral een kwestie van discipline en mindset. Medewerkers moeten ervan doordrongen zijn dat lasten altijd onverwacht kunnen bewegen, ook als alles “stabiel” lijkt. Dat vraagt om consequente aandacht tijdens de werkvoorbereiding én tijdens de uitvoering. Safe Hands Lifting is nadrukkelijk bedoeld als onafhankelijke kennisbijdrage aan veilig werken: niet als marketingconcept, maar als praktische methode die helpt om hand- en vingerletsel aantoonbaar te reduceren. Meer informatie en de volledige richtlijn zijn beschikbaar via www.cranesforyou.com

Peter Verhoef is directeur van Cranes for You, een onafhankelijk adviesbureau dat is gespecialiseerd in hijswerkzaamheden, wet- en regelgeving en de opleiding van Appointed Persons. Hij adviseer t bedrijven in heel Europa over veilig en wettelijk conform hijswerk en ontwikkelt technische richtlijnen voor de hijs- en heavy-liftsector

Na een succesvolle proefperiode lever teel duurzame warmte aan ondernemers in het Westland. De ingebruikname is een belangrijke mijlpaal binnen de warmtetransitie in de regio, waar aardwarmte een steeds grotere rol speelt. In april 2025 werden de expansievaten, de ontgasser en het balansvat op hun plek gezet.
Tijdens de voorbereidingen en testen is vastgesteld dat het doublet, twee putten op 2,3 km diepte, van Polanen ongeveer 22,5 MWth aan warmte kan leveren, vergelijkbaar met het gemiddeld warmteverbruik van zo’n 24.000 huishoudens. Dit sluit aan bij de contractaanvragen van ondernemers, samen goed voor een aangesloten vermogen van rond de 18 MWth. De warmte wordt via het regionale warmtenet aan de aangesloten bedrijven geleverd. Polanen maakt deel uit van het bredere netwerk van aardwarmteprojecten in het Westland, dat richting 2030 moet groeien naar een warmtesysteem van circa 500 MWth.

BETROKKEN PA RTIJEN
Aardwarmte Polanen is een samenwerking tussen HVC, Warmte Netwerk Westland en Warmtecoöperatie Polanen. De warmtecoöperatie bestaat uit 50 glastuinbouwbedrijven, gelegen in het gebied tussen Monster, ‘s Gravenzande en Naaldwijk. Bijna de helft van de leden van de warmtecorporatie, 23 bedrijven, worden gefaseerd aangesloten op het warmtenet. Zo kunnen steeds meer bedrijven gebruik maken van lokale, duurzame warmte.
Foto’s: door HVC



Dat lijkt de omgekeerde wereld maar is precies waar het om draait. Een pomp kun je overal kopen. Je wilt vooral wat niet te koop is: de kennis, de exper tise, de er var ing. Die is geld waard. De pomp kr ijg je er van ons bij. Verder. Vloeiend van A tot Z. verderliquids.nl


De Nederlandse watersector staat voor een samenloop van urgente opgaven rond waterkwaliteit, beschikbaarheid, klimaatadaptatie en verduurzaming. Tegen deze achtergrond positioneer t Aqua Nederland zich in 2026 nadrukkelijk als inhoudelijk kennis- en netwerkplatform waar beleid, uitvoering, industrie en kennisinstellingen elkaar ontmoeten. Aqua Nederland 2026 vindt plaats op 17, 18 en 19 maar t in Evenementenhal Gorinchem.
De aangescherpte positionering van Aqua Nederland bouwt voor t op de succesvolle editie van maart 2025. Toen bracht de vakbeurs in Gorinchem 6.116 unieke professionals uit de Nederlandse watersector samen. De beursvloer groeide naar 307 exposanten en het kennisprogramma omvatte meer dan 65 inhoudelijke kennissessies, verspreid over de volledige waterketen. Bezoekers waardeerden de editie met een 8,2, terwijl exposanten een 7,6 gaven. Daarmee bevestigde Aqua Nederland zijn rol als relevant kennis- en ontmoetingsmoment voor de sector
INHOUD EN PRAKTIJK-
RELEVANTIE CENTRAAL IN 2026
Voor de editie van 2026 ligt de nadruk nadrukkelijk op inhoudelijke verdieping en toepasbaarheid in de praktijk. Drie centrale thema’s vormen de ruggengraat van het programma. Zoals Innovatie en digitalisering in de waterketen, met aandacht voor data, sensoring en slimme netwerken als ondersteuning voor beter beheer en onderbouwde besluitvorming. Daarnaast de circulaire en energieneutrale waterketen, met onderwerpen als energieterugwinning, grondstoffenterugwinning uit afvalwater en hergebruik van waterstromen. Tot slot voldoende en schoon water, met focus op waterkwaliteit, beschikbaarheid en systeemrobuustheid onder druk van klimaatverandering en aangescherpte regelgeving.
Deze thema’s worden uitgewerkt bin-
nen vier herkenbare watersubsegmenten: afvalwater en afvalwaterzuivering, drinkwaterproductie en distributie, proceswater voor de industrie en stedelijk water, rioolbeheer en klimaatadaptatie. Daarmee sluit het programma aan op de dagelijkse praktijk van uiteenlopende professionele doelgroepen binnen de watersector
BETROKKENHEID VA N MARKT EN KENNISINSTELLINGEN
De inhoudelijke koers van Aqua Nederland 2026 wordt ondersteund door de betrokkenheid van toonaangevende markt- en kennispar tijen. Onder de bevestigde par tners bevinden zich Endress+Hauser, Noardling,
Koninklijk Nederlands Waternetwerk. Hun deelname onderstreept de focus op kennisdeling, praktijkervaring en sectorbrede samenwerking.
SIDE - EVENT S EN INHOUDELIJKE VERDIEPING
Tijdens Aqua Nederland 2026 vinden diverse side-events plaats die verdieping en verbreding van het programma bieden. Zo organiseren Deltares en Bouwend Nederland eigen sessies rond respectievelijk toegepast onderzoek en de rol van de bouwsector binnen wateropgaven. Daarnaast verzorgt Koninklijk Nederlands Waternetwerk een studentenprogramma, gericht op het verbinden van jong talent aan de watersector


Met deze opzet wil Aqua Nederland 2026 professionals uit de watersector een inhoudelijk sterk en praktijkgericht platform bieden voor kennisdeling, uitwisseling van ervaringen en het verkennen van strategische keuzes. Aqua Nederland 2026 vindt plaats op 17, 18 en 19 maar t in Evenementenhal Gorinchem.





• Meer dan 90 jaar ervaring in ontwerp, aanleg, reparatie en onderhoud.
• Uitvoeren van grondwerkzaamheden en gas- en drinkwaterleidingen. BLUSSYSTEMEN
• Specialist in de industrie, petrochemie, logistiek en infrastructuur.


Vanaf 1 januari 2026 opereer t Delta-Temp Nederland volledig onder de naam Atlas Copco Rental. Daarmee rondt Atlas Copco Rental de integratie af die star tte in 2024, toen de Atlas Copco Group de koelspecialist overnam. Industriële koeling wordt zo structureel onderdeel van het verhuuraanbod in Nederland.
Industriële koeling maakt nu deel uit van de verhuuroplossingen
Met de integratie breidt Atlas Copco Rental zijn vloot uit met een uitgebreid gamma aan proceskoel- en klimaatoplossingen. Industriële chillers, mobiele luchtbehandelingsunits, airco’s en lage temperatuurunits vullen het bestaande aanbod van perslucht, stikstof, stoom, verwarming en energieoplossingen aan. Voor industriële klanten betekent dit één aanspreekpunt voor complete nutsvoorzieningen volledig geïntegreerd binnen hetzelfde servicemodel.
Koeling speelt een cruciale rol in sectoren zoals chemie, farma, voeding, productie en datacenters. Stilstand door temperatuurschommelingen of procesverstoringen is vaak geen optie. Door de exper tise van Delta-Temp te combineren met de internationale slagkracht en veiligheidsstandaarden van Atlas Copco Rental, kunnen klanten rekenen op snelle interventies, schaalbare oplossingen en ondersteuning op Europese schaal. De ver trouwde Delta-Temp-teams blijven actief, maar worden ondersteund door een breder netwerk van depots en technische specialisten. Volgens Mar tijn De Haan, Product Manager Koeling in Nederland, zit de meerwaarde vooral in de combinatie van wendbaarheid en schaal. “Koe-


ling is geen standaardproduct dat je zomaar plaatst. Je moet technisch meedenken, ter plaatse gaan kijken en zorgen dat alles correct geïntegreerd wordt. Dankzij de integratie kunnen
Atlas Copco Rental, opgericht in 1873, is een internationale leverancier van tijdelijke industriële nutsvoorzieningen. Het bedrijf bedient klanten met huurmateriaal en verhuurdiensten voor perslucht, stikstof, stoom, energie en koeling. Atlas Copco Rental maakt deel uit van de Atlas Copco Group, met hoofdzetel in Stockholm, Zweden.
we nu snelheid combineren met schaal.”
In de praktijk betekent dat meer capaciteit tijdens piekperiodes en ruimte voor technisch complexere projecten. Tijdelijke of seizoensgebonden klimaatregeling, zoals comfor tkoeling in de zomer of back-up proceskoeling tijdens turnarounds, kan indien nodig worden aangevuld met andere tijdelijke nutsvoorzieningen binnen hetzelfde projectkader
Met de volledige integratie van Delta-Temp onderstreept Atlas Copco Rental dat koeling een volwaardig onderdeel is van kritische industriële infrastructuur. Niet als losse dienst, maar als geïntegreerde oplossing binnen één servicemodel en met één aanspreekpunt voor de klant.
Veel producten van AVK zijn geïnstalleerd onder de grond, dus je ziet ze niet vaak. Tegelijker tijd maken deze producten deel uit van vitale infrastructuren zoals watervoorziening, afvalwaterzuivering en energievoorziening. Samen dragen ze bij aan duurzame ontwikkeling en een beter milieu. Hans Bos en Sinan Topalak, accountmanagers bij AVK Nederland gaan dieper in op een aantal blikvangers in AVK’s productaanbod en waarom ze zo waardevol zijn voor de installaties waarin ze worden geplaatst.
“Zodra je even naar buiten loopt, in een willekeurige straat in Nederland, kom je hoogstwaarschijnlijk een product van AVK Nederland tegen: een straatpot. Deze vormen de toegang tot (en bescherming voor) afsluiters van ondergrondse water- en gasleidingen, brandkranen en andere ondergrondse infra. Ze zijn slechts een fractie van het enorme productaanbod dat we leveren”, ver telt Sinan
Topalak, accountmanager bij AVK Nederland. Het bedrijf is onderdeel van de AVK Groep, opgericht in 1941 in Denemarken. In 1980 werd AVK Nederland als eerste verkoopkantoor buiten Denemarken opgericht. Sindsdien groeide het Deense bedrijf uit tot multinational met meer dan honderd bedrijven in de groep wereldwijd. In het assor timent vind je onder meer afsluiters, brandkranen,
straatpotten, koppelingen, reparatieklemmen en toebehoren voor in de segmenten drinkwater, afvalwater, brandbestrijding, gas en industrie.
O NTZ O RGEN
Sinan Topalak en collega Hans Bos, eveneens accountmanager bij AVK Nederland zoomen in op een aantal oplossingen voor afvalwaterbehandeling. Bos: “Een eerste stap in



afvalwaterbehandeling is afvalwaterinzameling. Het afvalwater bestaat onder andere uit huishoudelijk- en industrieel afvalwater. Dit afvalwater wordt via vrijverval- en persleidingen naar rioolgemalen getranspor teerd en via deze rioolgemalen naar de rioolwaterzuiveringen gepompt. Bij afvalwaterzuiveringsinstallaties verwijder t een vet-en zandvanger vet en zand om apparatuur in de volgende processen te beschermen tegen beschadiging. In een volgende stap wordt het afvalwater gereinigd, vaak door middel van een combinatie van mechanische en biologische behandeling.”
Topalak vult aan: “Afvalwater kan vervuild zijn en mag daarom niet zomaar in sloten of meren worden geloosd. Daarom wordt afvalwater eerst grondig gezuiverd zodat het aan de wettelijke eisen voldoet voor de uitstroom.”
Voor het hele afvalwaterbehandelingsproces, van inzameling, behandeling tot uitstroom biedt AVK diverse componenten aan: schuifafsluiters, terugslagkleppen, vlinderkleppen, plaatafsluiters, ontluchters, koppelingen, gietijzeren hulpstukken, reparatieklemmen, rioolspindelschuiven, gietijzeren hulpstukken en accessoires. “We zijn een one-stopshop. Met ons complete aanbod kunnen we onze klanten ontzorgen. Zo bezochten we onlangs een rioolwaterzuivering in het zuiden van Nederland. Samen met de aannemer namen we de plannen en tekeningen door. Ongeveer 95% van alle appendages en aanvullende componenten kunnen we voor deze afvalwaterbehandeling leveren. Dit leidt tot veel
KEUZE V OOR DUURZAME PRODUC TEN
Oplossingen voor afvalwaterbehandeling moeten bestand zijn tegen de zwaarste omstandigheden en moeten tientallen jaren betrouwbaar dienst kunnen leveren. “De keuze voor duurzame producten is daar-








om heel belangrijk, het leidt immers
stelt Bos: “In afvalwater heb je te maken met onder meer H2S-gassen die vrij agressief zijn. Je moet je componenten daarom te allen tijde voldoende beschermen. Neem onze schuifafsluiters. Het AVK schuifontwerp heeft een vaste, geïntegreerde schuifmoer. Dit voorkomt trillingen waardoor er geen corrosie en storingen ontstaan. Daarnaast is de kwaliteit van de rubberen afdichtingen cruciaal voor de duurzame werking. Onze schuiven zijn daarom volledig gevulkaniseerd met onze eigen rubbersamenstelling. Het dubbel bindende vulkanisatieproces zorgt voor een maximale hechting van het rubber aan de gietijzeren kern en voorkomt kruipcorrosie.”
Topalak vult aan: “Het rubber wordt ontwikkeld en geproduceerd in onze eigen rubberfabriek AVK GUMMI, in Denemarken. Hier worden al bijna 50 jaar rubberen onderdelen voor de water-, aardgas-, gezondheids- en voedingsmiddelenindustrie geproduceerd. Doordat we het in eigen beheer kunnen produceren, kunnen we rubbersamenstellingen van uitzonderlijke kwaliteit en uniformiteit garanderen.”
De verwachte levensduur van schuifafsluiters is vijftig jaar Topalak: “Dat is vrij uniek. Wel is het belangrijk dat er een onderhoudsbeheerplan aanwezig is, waarbij de afsluiter minimaal twee keer per jaar wordt bediend. Het is namelijk beter voor de levensduur van een afsluiter om deze af en toe te bedienen in plaats van deze jarenlang stil te laten staan.”
De AVK schuifafsluiter is slechts één voorbeeld uit het uitgebreide assor timent. Topalak: “Plaatafsluiters – ze worden ook wel meskantafsluiters genoemd - zijn eveneens een veelgevraagd product. Ze zijn hoofdzakelijk ontworpen voor open/ dicht toepassingen om bepaalde delen in leidingen te isoleren, echter zijn ze ook geschikt om te regelen.







Ook deze zijn ontworpen om goed te functioneren onder zware omstandigheden, onder meer door het gebruik van beschermde afdichtingen en hoogwaardige materialen. De plaatafsluiters zijn bovendien onder
aan: “Elke component is tot in detail doorontwikkeld met het oog op een lange levensduur. Ons kwaliteitssys-
9001. We hechten er veel belang aan dat we voor elke stap in het proces van onze klanten kwalitatieve componenten kunnen bieden.”
INDUSTRIE
AVK is niet alleen in de afvalwaterbehandeling actief. Bos: “We bedienen inmiddels al enige jaren via AVK
Industrial Nederland de Nederlandse industrie, zo ook diverse klanten binnen het industrieel afvalwater. Industriële processen vereisen uiterst betrouwbare en duurzame materialen. Afsluiters dienen bestand te hoge druk en hoge temperaturen. We hebben inmiddels een uitgebreid assor timent van producten



waarmee we veel segmenten in de industrie kunnen bedienen. Niet alleen wat betreft industriële (afval) waterbehandeling, maar ook op het gebied van olie& gas, energie, chemische industrie, maritiem, life sciense, en brandbestrijding.”
Topalak vult aan met een voorbeeld. “AVK Industrial Nederland heeft in een nieuwe chemische installatie in
de Europoor t, Rotterdam een reeks plaatafsluiters en koppelingen geleverd voor een rioolwater toepassing. De plaatafsluiters zijn uitermate geschikt voor slib, viscose, corrosieve en abrasieve media. De afsluiters hebben een minimale drukval in een volledig open positie, zijn eenvoudig te bedienen, laag in gewicht en kosteneffectief. Ze zijn ontworpen
AVK Industrial Nederland ver tegenwoordigt een breed scala aan fabrikanten waaronder Cyl, DTL, InterApp, TEC Ar tec, INDOIL, Repico®, Wouter Witzel en het eigen AVK-por tfolio. Binnen industriëel afvalwater worden de onderstaande drie fabrikanten veelvuldig toegepast:
• InterApp (onderdeel van AVK Group) wordt veelvuldig toegepast binnen Industrieel afvalwater, hoogzuiver water, gedemineraliseerd water en ontziltingsprocessen, waaronder thermische processen, omgekeerde osmose en het EDR-proces.
•Wouter Witzel, eveneens onderdeel AVK Group, wordt toegepast binnen afvalwaterzuivering in onder andere onbehandeld en behandeld water en lucht.
• Repico® koppelingen bieden een snelle, betrouwbare en duurzame oplossing voor het verbinden of repareren van leidingen in elke sector Binnen de waterzuivering wordt Repico® onder andere toegepast als buiskoppeling.
om in de meest zware en agressieve omstandigheden te werken, en de plaat werkt als een mes dat door dikke media snijdt.”
Naast het plaatontwerp dat geoptimaliseerd is voor slurry-media/ slib, verminder t de zuurbestendige r vs-plaat het risico op schades door corrosie, wat de frequentie van onderhoud verminder t en vervanging
“Alle afsluiters hebben we functioneel getest voor levering aan de eindgebruiker. Het was een prachtig project voor zowel de opdrachtgever als voor AVK Industrial Nederland.” Bos besluit: “We verwachten dat onze industriële tak de komende jaren nog sterk zal groeien. Van origine zijn we bekend in de watermarkt, maar ook voor de industriële segmenten kunnen we veel betekenen.”






Door: Evi Husson


“Koelwater is niet langer vanzelfsprekend, het is een kritische productiefactor voor de industrie’. Daarom is circulaire koelwaterinzet de juiste route naar bedrijfscontinuïteit en vergunningszekerheid. Bedrijven zijn zich hier steeds meer van bewust”, stelt Mark Boeren, directeur van Pathema, gespecialiseerd in koelwater technologie. Hij gaat dieper in op water transitie die volop aan de gang is. “Het moment om te schakelen is niet morgen, maar nu.’’
“Circulaire inzet van koelwater is de juiste route naar bedrijfscontinuïteit



“Het is altijd een aanname geweest dat bedrijven koelwater onbeperkt kunnen blijven innemen en het, na chemische behandeling, weer weg kunnen laten stromen naar het oppervlaktewater of riool. Die aanname staat steeds vaker onder druk. Door een groeiend water tekor t zullen we anders moeten omgaan met water Het is een strategische grondstof”, stelt Boeren.
In de voedingsmiddelen- en procesindustrie is koelwater van cruciaal belang. Zonder koelwater kunnen hun processen immers niet draaien. “Tegenwoordig krijgen steeds meer bedrijven te horen dat een uitbreiding op hun drinkwateraansluiting of innamevergunning niet langer mogelijk is. Dat raakt direct aan de continuïteit van hun productie,” aldus Boeren. “Wanneer processen afhankelijk zijn van een constante beschikbaarheid en kwaliteit van water, ontstaat een



kwetsbaarheid. Een logische stap is om koelwater niet langer uitsluitend te voeden met kostbaar drink- of industriewater, maar alternatieve bronnen te benutten en die technisch geschikt te maken. Door regen-, afval-, oppervlakte- of grondwater zelf te behandelen en op te waarderen, kan het water circulair worden ingezet. “Dat verlaagt niet alleen de waterfootprint, maar verminder t ook de afhankelijkheid.”
DRIJFVEREN
Ook andere factoren zijn een stimulans voor circulaire koelwaterinzet. “Denk aan een hogere kostprijs voor drinkwater en chemicaliën voor de behandeling van koelwater, lozingshef-
vergunningszekerheid en de Kaderrichtlijn Water (KRW). Dit zijn naast bedrijfscontinuïteit allemaal drijfveren die de industrie dwingen om op een andere manier over de koelwatervoorziening na te denken. Het positieve nieuws is dat op technologisch gebied
al heel veel mogelijk is. De early adopters hebben de handschoen inmiddels al opgepakt, circulariteit geïmplementeerd en laten zien dat dit in de praktijk goed haalbaar is.”
ANDERE BENADERING
Twee aspecten zijn essentieel om je koelwaterhuishouding circulair te maken. “Koelwater wordt vaak gezien als een utiliteit,” legt Boeren uit. “Men is gewend om daarvoor drink- of oppervlaktewater in te nemen, het standaard lineair chemisch te doseren om het vervolgens weer te lozen. Daardoor valt koelwaterexploitatie intionele kostenpost beschouwd, terwijl het in werkelijkheid een strategisch en kritisch bedrijfsonderdeel is. Een
budgetten niet worden voorzien om in circulaire koelwaterinzet te investeren. Bovendien behoor t het koelwatersysteem niet tot het primaire proces waardoor het minder aandacht krijgt.
“Die beperkte aandacht staat haaks op de impact die koelwater heeft op de waterfootprint en op de kwetsbaarheid van productieprocessen,” stelt Boeren. “Juist daarom is een andere manier van kijken nodig. Niet vanuit routine, maar vanuit risico en zekerheid.”
Wanneer bedrijven die andere benadering volgen, wordt investeren in een circulair koelwatersysteem een logische stap. “Een circulair systeem vraagt een investering in technologie,” zegt Boeren, “maar die investering leidt direct tot besparingen op water, lozing en chemicaliën. In veel gevallen ligt de terugverdientijd tussen de twee en vijf jaar.” Belangrijker nog is volgens Boeren het effect op bedrijfszekerheid. “Als een koeltoren door water tekor t niet kan draaien, komt de productie stil te liggen. De kosten daarvan overstijgen de investering in circulaire koelwaterbehandeling vele

malen.” Circulaire koelwatersystemen dragen daarmee bij aan zowel duurzaamheid als zekerheid. “Je investeer t niet alleen in milieu, maar ook in continuïteit.”
Het tweede aspect dat essentieel is om koelwater circulair te maken, is
technologie. “De oplossing die wij hebben ontwikkeld wordt steeds meer door de industrie omarmd. Het is een heel nieuwe benadering van koelwaterbehandelingen. We benaderen het proces in drie stappen: Reduce, Re-use en Recycle. (1) Door het gebruik van een duurzame waterbron zoals oppervlaktewater, regenwater
en afvalwater in combinatie met een
voor een betere waterkwaliteit van het koelwater. In deze fase worden vaste deeltjes en, afhankelijk van de
van de opgeloste stoffen uit het water verwijderd. Daarbij maken we gebruik


zich op de behandeling van het koelwater zelf. In traditionele processen zorgt het toevoegen van chemicaliën aan koelwater ervoor dat onder meer kalk, corrosie en microbiologische groei worden voorkomen. Met onze gepatenteerde vor textechnologie (zie kader) kunnen we water ontgassen en maken we het chemiearm tot chemievrij zodat circulair koelen mogelijk wordt. (3) Tot slot willen we zoveel mogelijk koelwater hergebruiken zodat er een lagere lozing plaatsvindt die bovendien minder schadelijk is. Het spui- en afvalwater van de site
derde stap zeer grondig zodat we minimaal 85% kunnen terugwinnen voor hergebruik. Deze circulaire drietrapsraket is succesvol en wordt door de industrie omarmd zodra oude denkpatronen worden doorbroken. Het blijkt technisch, ecologisch en economisch zeer interessant en effectief.”
BB T’ S
De vor textechnologie evenals een aantal andere technieken van Pathema zijn inmiddels ook BBT’s (best beschikbare technieken). “Dit is een mooie erkenning. Het geeft aan dat
onze oplossingen inmiddels bewezen technologieën zijn die doeltreffend verduurzamen. Daarnaast zien steeds meer bedrijven ons als een kennispar tner die hen kan meenemen in het gehele verduurzamingsproces van koelwater. Met de Kaderrichtlijn Water (KRW) in zicht en toenemende aandacht voor emissiereductie, staat de traditionele chemische koelwaterbehandeling onder druk. We zien een sterke toename in de informatiebehoefte rondom onze specialisatie: circulaire koelwaterbehandeling. Mooi om te zien dat dit onderwerp zo leeft binnen de industrie.”
SLIMME KEUZES
Pathema zet zich in voor zowel grote als kleine bedrijven. “Alle kleine bedrijven bij elkaar kunnen veel verschil maken, maar krijg je de grote bedrijven mee, dan kun je echt grote stappen voorwaar ts zetten. We richten ons daarom ook op de grote industriële koeltorens bij bedrijven die een enorme impact hebben op de waterkwaliteit met hun lozingen. Het is mooi dat we de kans krijgen om ook voor deze bedrijven een oplossing te bieden.” De industrie heeft het op dit moment niet gemakkelijk. “Industriële bedrijven



Mark Boeren legt uit hoe de Vor tex-technologie van Pathema werkt. “We persen het water door een vorm waardoor het naar de buitenkant wordt geslingerd en in het midden van de vor tex of draaikolk een vacuümkolom ontstaat. Het vacuüm onttrekt door cavitatie-
ontgassing heeft meerdere effecten. Doordat gassen worden verwijderd, verbeter t de warmteoverdracht in het koelwater en kan
aldus Boeren. Daarnaast ontstaan stabiele kalkkristallen die eenvoudig uit het water
de noodzaak voor chemische conditionering sterk af. De combinatie van ontgassing, kristallisatie en verbeterde warmteoverdracht
stabieler en duurzamer kunnen opereren,” vat Boeren samen. “Het is precies die combinatie die circulair en chemiearm koelen in de praktijk zeer effectief maakt.”

hebben te maken met hoge energieprijzen, een instabiel geopolitiek klimaat en strenge wet- en regelgeving, waardoor de concurrentiepositie onder druk staat. “Maar doorgaan zoals voorheen is geen optie meer,” besluit Boeren. “Bedrijven die vooruitkijken, maken nu keuzes die hun productie ook over tien of twintig jaar zeker stellen. In dat licht is circulaire inzet van koelwater geen idealistische keuze, maar een rationele route naar bedrijfscontinuïteit en vergunnings- en waterzekerheid.”

















































Nederland BV
Voor informatie over samenwerking met Industrie & Utility kunt u contact opnemen met Robbin Hofman van Jetver tising b.v T +31(0)70 399 00 00 E robbin@jetver tising.nl







Door: Bas Roestenberg


Onder andere bij voedselverwerking en plasticrecycling kan schuim in het proceswater grote problemen veroorzaken. Leidingen en machineonderdelen raken vervuild, pompinstallaties kunnen slijten, en de werkvloer kan gevaarlijk glad worden. Om zulke problemen te voorkomen, is toepassing van een geschikt anti-foam-additief cruciaal. “We staan soms letterlijk aan de productielijn, om mee te denken over de best mogelijke oplossing”, aldus Rober t Huizenga, Technical Director bij leverancier Van Meeuwen Additives.






Schuim in proceswater wordt veroorzaakt door zogeheten ‘foaming media’. Bij aardappelverwerking gaat het bijvoorbeeld om zetmeel dat vrijkomt, in visverwerking kan schuim ontstaan door eiwitten, en ook bij het fermenteren van graan tot alcohol of bio-ethanol komen schuimvormende stoffen vrij. Een ander bekend voorbeeld is de recycling van
grote volumes kan door de agitatie van het proceswater een enorme hoeveelheid schuim ontstaan. “Als dat niet goed wordt bestreden, kan het voor grote problemen zorgen”, ver telt Rober t Huizenga. “Een vloer vol schuim kan gevaarlijke werksituaties voor operators opleveren. Daarnaast raken bedieningspanelen en machines vervuild, en als schuim in een centrifugaalpomp komt, kan het schade veroorzaken aan de schoepen en het pomphuis.” Ook in de waterzuivering van fabrieken kan schuim problemen veroorzaken. “Zonder anti-foamstrategie bestaat de kans dat de hele installatie onder het schuim komt, dat vervolgens alle kanten opwaait. Door een dikke schuimlaag komt er bovendien onvoldoende zuurstof in het afvalwater, met negatieve impact op het zuiveringsproces.”
Om dergelijke problemen te voorkomen, lever t Van Meeuwen Additives verschillende anti-foam-additieven. “Schuim bestaat eigenlijk uit niks

anders dan drijvende gasbellen”, legt Huizenga uit. “Door op de juiste hoogte in het proceswater anti-foam toe te voegen, zorgen de hydrofobe deeltjes daarin - bijvoorbeeld van olie of silica - dat de bellen worden doorgeprikt en uit elkaar springen. Uiteindelijk klapt de hele schuimlaag in elkaar; wij spreken dan van een ‘foam knockdown’”.
De anti-foammiddelen die Van Meeuwen Additives lever t, kunnen worden onderverdeeld in verschillende categorieën, zoals concentraten, siliconen-emulsies en biologische producten met een EU Ecolabel. Bij voedselverwerkende bedrijven moet een anti-foam aan de voedselveiligheidseisen voldoen. Verder hangt de selectie van het juiste additief af van de temperatuur van het proceswater. Desgewenst kan Van Meeuwen Additives een bestaand anti-foamop maat maken voor het beste resultaat. “Het gebeur t weleens dat een productieproces een aangepast middel vergt. In zo’n geval kunnen we een testproduct aanbieden dat met een toevoeging op maat is geselecteerd. Het komt regelmatig voor dat een aangepaste anti-foam die tot tevredenheid presteert, wordt opgenomen in ons productenprogramma. ”
Bij het gebruik van anti-foam wordt
altijd uitgegaan van een zo laag mogelijke dosering. Huizenga: “De additieven die we leveren, zijn dan ook sterk geconcentreerd. Bij het toevoegen aan het proceswater moet je denken aan een ordergrootte van par ts per million. Voor de beeldvorming: de gemiddelde fabriek voor plastic recycling gebruikt tot een paar duizend kilo anti-foam per jaar.” Overigens richt Van Meeuwen Additives zich niet op hele grote bedrijven waarbij anti-foam als commodity per tankauto wordt geleverd. Huizenga: “Onze focus ligt op de wat kleinere afnemers. Deels omdat het veel capaciteit vergt om anti-foam in bulk te transpor teren, maar vooral omdat we ons liever concentreren op - en specialiseren in – de levering van maatwerk.”
Maatwerk is volgens Huizenga dan ook het belangrijkste onderscheidende vermogen van Van Meeuwen.
V OOR EEN BREED
Een belangrijke klant van Van Meeuwen Additives heeft zich gespecialiseerd in de verwerking van verse, gekoelde aardappelproducten.
unieke eigenschap heeft: het presteer t binnen een breed temperatuurbereik, terwijl veel andere anti-schuimadditieven in de markt alleen in een beperkte temperatuurrange kunnen worden ingezet. “Een product zoals aardappelen komt koud bij de productielijn binnen, waar het proceswater bij de eerste verwerkingsstappen soms maar 10 graden Celsius is”, legt Rober t Huizenga uit. “Bij het blancheren van de aardappelen, verderop in het proces, loopt die temperatuur op tot 80 graden Celsius. Uiteindelijk komt het proceswater in een zuiveringsinstallatie waar het weer een veel lagere temperatuur heeft. Bij de meeste anti-foam-additieven moet je door die uiteenlopende temperaturen twee of drie verschillende middelen inzetten. Bij
in alle verwerkingsfasen, ongeacht de temperatuur Dat maakt foam control veel eenvoudiger.”

“Onze benadering is heel persoonlijk. We staan soms letterlijk ‘aan de productielijn’ om mee te denken over de best mogelijke oplossing. Daarbij kan het bijvoorbeeld om de dosering gaan, maar we onderzoeken soms bijvoorbeeld ook of we een bepaalde anti-foam speciaal voor
optimaliseren.” Daarnaast lever t Van Meeuwen Additives maatwerk door zelf doseerinstallaties te bouwen, variërend van relatief eenvoudig met een instelbare verdringerpomp, tot geavanceerde systemen met PLC-gestuurde membraanpompen.
“Onze doseerinstallaties kunnen we ook volledig geautomatiseerd laten werken. Dan hoeft de eindgebruiker er niet naar om te kijken, en je maakt een optimalisatieslag mogelijk waar-
mee 20 tot 50 procent aan anti-foam wordt bespaard.”
AFBREKEN OF FILTEREN
Tot slot rest de vraag wat er aan het eind van het proces gebeurt met het anti-schuim in het gebruikte proceswater. Dat water wordt aan het einde van de productielijn naar een waterzuiveringsinstallatie verpompt – waarbij grote fabrikanten in de voedselverwerking vaak over een eigen installatie beschikken. Hier worden de op vetzuuresters gebaseerde anti-schuimmiddelen volledig afgebroken door micro-organismen, terwijl op silica gebaseerde additieven – die iner t zijn en niet worden afgebroken – eenvoudig kunnen proceswater wordt daarna terugge-
Van Meeuwen Additives is een van de twee business units van het in 1934 opgerichte familiebedrijf Van Meeuwen Industries. Waar de andere unit - Van Meeuwen Lubrication – is gespecialiseerd in smeermiddelen en smeer technisch onderhoud, kent Van Meeuwen Additives twee verschillende takken. Enerzijds lever t het additieven voor de productie van plastic verpakkingen voor de (food)industrie, bijvoorbeeld om ze anti-statisch te maken of te voorkomen dat ze beslaan, en anderzijds anti-foam-additieven voor proceswater Bij die tweede tak richt Van Meeuwen zich op bedrijven in onder andere de afvalwaterzuivering, voedselverwerking, plastic recycling, biogasproductie en mestverwerking.
pompt voor circulair hergebruik in de fabriek, of geloosd in oppervlaktewater
In dat laatste geval moet Van Meeuwen Additives tegenwoordig rekening houden met de eisen die waterschappen stellen rond de ‘waterbezwaarlijkheid’, oftewel de impact van een product op het waterleven. “Tien jaar geleden kon je bij een nieuw project vlot star ten met het testen van een anti-foam”, ver telt Huizenga. “Maar tegenwoordig krijg je bij je plannen voor een test direct de vraag hoe waterbezwaarlijk het middel is. Die ‘bezwaarlijkheid’ wordt bepaald aan de hand van ABM-klassen (Algemene BeoordelingsMethodiek, red.). Als een stof een A-classihet aquatisch milieu, geeft dat problemen met de lozingsvergunning. Voor ons als leverancier betekent het in ieder geval dat we bij nieuwe projecten vaak te maken krijgen met het betreffende waterschap.” Tot problemen leidt dat laatste echter nooit, sluit Huizenga af. “De producten die wij leveren, hebben altijd een schadelijk voor in water levend organisme’ en ‘goed afbreekbaar door micro-organismen’.”



Water is niet altijd een vanzelfsprekende grondstof. Een globale transitie naar een circulair en duurzamer (her-)gebruik van water- en reststoffen is daarom noodzakelijk, maar helaas niet altijd even eenvoudig. André Mepschen, business development manager bij Water Alliance geeft aan wat bedrijven kunnen doen om hun waterhuishouding te verbeteren. Technologisch is (bijna) alles mogelijk!
“Er wordt wel eens geroepen dat in de toekomst het dreigend tekor t aan drink- en oppervlaktewater de volgende ‘netcongestieproblematiek’ wordt. Anderen vinden deze uitspraak zwaar overroepen. Enige nuance is wellicht op z’n plaats. De waterbeschikbaarheid is sterk afhankelijk van de regio en ondergrond in Nederland. Neem drinkwater. Als een industrieel bedrijf zich in Groningen wil vestigen, dan wordt een grote aansluiting mogelijk geweigerd. Hetzelfde geldt voor bedrijven die in deze regio willen uitbreiden.
Ook in Twente, Utrecht en Den Haag waarschuwen drinkwaterbedrijven dat aansluitingen niet automatisch zijn gegarandeerd. In het westen of zuidwesten van Nederland nemen bedrijven vaak grond- of oppervlaktewater in. Hier zijn mogelijk extra maatregelen nodig om aan de steeds strengere eisen te voldoen die in de Kaderrichtlijn Water en andere richtlijnen worden gesteld. Hoe je het ook wendt of keer t, een globale transitie naar een circulair en duurzamer (her-)gebruik van water- en reststoffen is noodzakelijk”,
stelt André Mepschen, inmiddels zes jaar in dienst bij Water Alliance als business development manager Water Alliance is onderdeel van de WaterCampus Leeuwarden, een samenwerkingsverband tussen overheid, kennisinstellingen én het bedrijfsleven. Het heeft drie managing par tners: Wetsus, het Europees exper tisecentrum voor duurzame water technologie, waar fundamenteel onderzoek plaatsvindt, CEW, het werk- en leercentrum voor toegepast onderzoek naar vraagstukken uit de hele waterketen en Water Alliance,
dé netwerk- en brancheorganisatie voor de Nederlandse water- en milieutechnologiesector. “Wij ver tegenwoordigen als Water Alliance, samen met onze ruim 200 leden, de Nederlandse water- en milieutechnologie zowel nationaal als internationaal en ondersteunen onze leden op het gebied van (inter)nationale matchmaking, marketing, netwerkvorming en business development. Zelf richt ik mij daarbij op business development in Nederland.”
“Volgens het Nationaal Plan van Aanpak Drinkwaterbesparing moeten grootverbruikers hun drinkwatergebruik tegen 2035 met twintig procent verlagen”, vervolgt Mepschen. “Ook het huishoudelijk drinkwatergebruik moet omlaag, naar 100 liter per persoon per dag in 2035. Daarnaast is het streven om laagwaardig gebruik van drinkwater zoveel mogelijk te beperken, zowel bij de zakelijke gebruikers als bij huishoudens zodat de juiste kwaliteit voor de juiste toepassing wordt gebruikt.” Technisch is (bijna) alles mogelijk, maar tegen welke kosten? “Uitsluitend naar de business case kijken, is wellicht niet de beste strategie. Ben je uitsluitend afhankelijk van extern drinkwater, dan ben je kwetsbaar Met een duurzamere aanpak kun je ervoor zorgen dat je fabriek ook in droge, waterschaarse periodes kan blijven produceren. Deze aanpak leidt met andere woorden tot een robuuste, weerbare, toekomstbestendige bedrijfsvoering.”
Om daar toe te komen, is het aan te bevelen om een waterscan uit te (laten) voeren. “Hiermee maak je je waterverbruik tot in detail inzichtelijk. Je weet op welke plek welke kwaliteit water nodig is, waar en wanneer van piekverbruik sprake is, hoe je hergebruikstromen lopen, waar welke kwaliteit beschikbaar is enzovoor t. Een goede analyse leidt vaak tot bijzondere inzichten. Als je weet
welke kwaliteit je waar in welke hoeveelheid nodig hebt, dan dicteer t dat al gauw welke maatregelen noodzakelijk zijn. Stoom vereist bijvoorbeeld heel zacht water om kalkaanslag in je ketel te voorkomen. Maar om een vloer schoon te maken, is niet dezelfde hoge kwaliteit water van belang. Zo is mogelijk een bepaalde waterstroom in je fabriek al geschikt voor een bepaald proces terwijl andere processen andere vereisten vergen. Met een waterscan kun je veel beter bepalen welke techniek waar het meest rendabel is. De eerste twintig procent waterbesparing is over het algemeen erg eenvoudig te realiseren. Waterbesparing volgt immers een hockeystickcurve. Wil je meer besparen, dan is meer inspanning nodig.”
BREDE BLIK
Alleen een focus op waterverbruik is dan niet voldoende. “Neem ook je processen onder de loep. In afvalwater zit mogelijk nog restwarmte of het bevat andere waardevolle producten die je kunt terugwinnen. Misschien wordt door een ander type reinigingsmiddel circulariteit een optie. Veel wegen leiden naar Rome. De complexiteit schuilt in het feit dat elke casus een unieke oplossing vraagt. Bovendien heeft niet elk bedrijf dezelfde exper tise waardoor het soms lastig is om te beginnen of om de juiste contacten te leggen. Grote bedrijven hebben vaak een R&D-afdeling of exper t die zich in dergelijke materie kan verdiepen, maar middelgrote of kleine bedrijven hebben dit vaak niet.”
Water Alliance verbindt bedrijven met elkaar. “We voeren regelmatig in opdracht marktconsultaties uit, waarbij we eindgebruikers concreet helpen met hun vraagstukken, door hen te verbinden met leden of niet-leden.” Mepschen geeft een concreet voorbeeld. “Vanuit de provincie Flevoland is in WaterLab Circulair Water een pilot gestar t bij Schaap Holland, een aardappelver-

werkingsbedrijf met een intensief watergebruik. Doel was om de grote waterstromen in de fabriek circulair te maken, onder meer door gebruik te maken van alternatieve waterbronnen zoals regenwater en door de inzet van een innovatieve technologie om zetmeel uit water terug te winnen en te gebruiken als hulpmiddel in het zuiveringsproces.”
Hij geeft nog een voorbeeld. “Het bedrijventerrein Lelystad Airpor t Businesspark voer t water niet af



via een traditioneel, maar via een vacuümriool. De technologie maakt gebruik van lucht in plaats van water om toiletten door te spoelen wat leidt tot een enorme waterbesparing. Het waterschap zuiver t vervolgens het afvalwater (zwar t water). Het schonere grijs water van onder meer wastafels en douches wordt in de zuivering van Waterlab Circulair Water opgewaardeerd met
gevolgd door een technische zuivering tot zeer schoon proceswater
Dit water kan binnen het bedrijventerrein dienst doen als bluswater
Wij beslissen als Water Alliance niet welke technologie in welke case geschikt is, maar brengen wel de juiste mensen aan tafel. Het is mooi om te zien dat de pilots een succesvol bleken.”
Water Alliance is betrokken bij veel projecten en is ook één van de par tners van het project Uppwater, gericht op het versnellen van de ont-
wikkeling en toepassing van slimme technologieën die bijdragen aan schoon, voldoende en betrouwbaar water – in Nederland én daarbuiten. “Hier is het opnieuw onze taak om de juiste par tners met elkaar te verbinden zodat we de ontwikkeling, toepassing en marktintroductie van slimme technologieën kunnen versnellen. Door de koppen bij elkaar te steken kunnen we samen de transitie naar een circulair en duurzamer (her-)gebruik van water- en reststoffen waarmaken.”


17 t/m 19 maar t
De Nederlandse watersector staat voor een samenloop van urgente opgaven rond waterkwaliteit, beschikbaarheid, klimaatadaptatie en verduurzaming. Tegen deze achtergrond positioneer t Aqua Nederland zich in 2026 nadrukkelijk als inhoudelijk kennis- en netwerkplatform waar beleid, uitvoering, industrie en kennisinstellingen elkaar ontmoeten.
De aangescherpte positionering van Aqua Nederland bouwt voor t op de succesvolle editie van maar t 2025. Toen bracht de vakbeurs in Gorinchem 6.116 unieke professionals uit de Nederlandse watersector samen. De beursvloer groeide naar 307 exposanten en het kennisprogramma omvatte meer dan 65 inhoudelijke kennissessies, verspreid over de volledige waterketen. Bezoekers waardeerden de editie met een 8,2, terwijl exposanten een 7,6 gaven. Daarmee bevestigde Aqua Nederland zijn rol als relevant kennis- en ontmoetingsmoment voor de sector
Locatie: Evenementenhal Gorinchem
25 en 26 maar t
Vakevent voor industriële vloeistof- en gastechnologieën. Op twee dynamische beursdagen komt u rechtstreeks in contact met professionals uit diverse sectoren. Een unieke kans om niet alleen te observeren, maar ook om gezien te worden. Presenteer uw compleet bedrijfsaanbod en blijf voor zowel nieuwe als bestaande relaties onuitwisbaar top-of-mind en verstevig zo uw marktpositie.
Bezoekers van Pumps & Valves zijn een combinatie van belangrijke besluitvormers en exper ts. Ze zijn op zoek naar oplossingen, nieuwe technologieën, innovaties. Hun doel is om te vergelijken en nieuwe zakelijke connecties te leggen, met als uiteindelijk streven het sluiten van waardevolle deals.
Locatie: Antwerp Expo
20 en 21 mei
De vakbeurs voor professionals in de voedings- en drankenindustrie. Ontdek innovatieve oplossingen op het gebied van automatisering, digitalisering, voedselveiligheid, kwaliteitscontrole, verwerking en verpakkingen.
Locatie: Brabanthallen, Den Bosch
27 juni – 3 juli
sentiële rol in de duurzame ontwikkeling van de economie en de effectieve bescherming van het natuurlijke milieu, dat wordt geconfronteerd met verschillende technologische uitdagingen. Zoals hoge concentraties gevaarlijke organische stoffen en zoutgehalte, de en materialen, enz.
De uitdagingen worden nog complexer in het kader van het terugdringen van de CO2-uitstoot. Onderzoekers en ingenieurs moeten nauwer samenwerken om innovatieve technologieën en beheersinstrumenten te ontwikkelen. De IWA-conferentie “Water in Industry” is opgezet om de huidige behoeften op het gebied
aandacht te brengen en de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van onderzoek te bespreken. Er zullen verschillende watergerelateerde thema’s aan bod komen, zoals voorbehandeling, alternatieve waterbronnen, voorbehandeling met membranen, ontzilting, terugwinning van waardevolle stoffen en warmte,
slim beheer en verwijdering van zware metalen. Locatie: Aula Conference Centre, TU Delft
24 november
Hét ontmoetingspunt voor de procesindustrie en industrieel onderhoud in Franstalig België. Ontdek technologische oplossingen en nieuwe trends op Industrie & Onderhoud, hét platform voor de Franstalige industrie! Alle brancheverenigingen en opleidingsinstituten nemen actief deel door conferenties en bijeenkomsten te organiseren. De cijfers spreken voor zich: de sector groeit en bloeit. Wallonië is een regio met een groot potentieel en een aantrekkelijke vestigingsplaats voor (inter)nationale bedrijven. Het is daarom hoog tijd voor een commercieel platform voor de regio: “Industrie & Onderhoud”. Bezoekers van Industrie & Onderhoud zijn een mix van besluitvormers en exper ts. Zij zijn op zoek naar oplossingen, nieuwe technologieën en innovaties. Ze willen producten vergelijken en contacten leggen om deals te sluiten.
Locatie: Namur Expo









