Skip to main content

Re-enactors

Page 1

DE STANDAARD

26 REPORTAGE

ZATERDAG 20, ZONDAG 21 JUNI 2009

HET LEVEN ZOALS HET WAS: HISTORIA MUNDI

VIKING,

COWBOY,

KORPORAAL

Sommige mensen zijn zo gebiologeerd door een historische periode dat ze die weer tot leven willen wekken, met alles erop en eraan. Geschiedenis is voor hen een serieuze hobby, waarin alles moet kloppen als een bus. Jan Bosteels

DE VINNIGE VIKING

In het dagelijkse leven is Raymond Bastin een gerenommeerd Antwerps chocolatier, maar in Bastogne loopt hij rond in de gedaante van Raidur, het hoofd van de Valland-Vikingen. Zoals alle gedreven re-enactors is Bastin een belezen man, met een passie voor geschiedenis en een hoofd vol theorieën over feiten en gebruiken waarop de archeologie volgens hem een onvolledige of onjuiste visie heeft. Re-enacting is geen carnaval of toneel, maar een manier om de geschiedenis zo authentiek mogelijk te herbeleven. Een levend museum creëren, al is het maar voor een dag of twee. De interesse van Bastin voor de Vikingen sluimerde al lang. Het hielp dat zijn echtgenote Scandinavische roots heeft en dat ze hun vakanties vaak in het Noorden doorbrachten. Op een Vikingmarkt in Denemarken kreeg hij een coup de foudre. ‘Het voelde als thuiskomen’, zegt hij. ‘Van elk voorwerp wilde ik weten waarvoor het diende, ik wilde alles absorberen. Die avond wist ik dat ik een re-enactor wilde worden.’ Gevechtsdemonstraties zijn voor Raidur en zijn stamgenoten — een dertigtal — niet het belangrijkste. ‘Dat doen we omdat de mensen dat nu eenmaal willen zien. De avonden zijn het aangenaamst. Als de toeristen vertrokken zijn, zitten we met zijn allen rond een kampvuur. We eten uit dezelfde grote houten kom met één lepel, we geven die kom door en we drinken iets. Iemand begint te

Historia Mundi Dit weekend vindt in Bastogne de hoogmis plaats voor de Belgische adepten van re-enacting en living history. Bijna duizend deelnemers in historische klederdracht leven er gedurende twee dagen in hun favoriete tijdperk: de tijd van de Kelten, de Romeinen of de Vikingen, de middeleeuwen, de 18de eeuw, de renaissance of een van de wereldoorlogen. Anderen zijn uitgedost als Schotse Highlanders, indianen, cowboys of soldaten uit de Amerikaanse burgeroorlog. De bezoekers wandelen in chronologische volgorde door de geschiedenis, van de prehistorie tot de twintigste eeuw.

zingen, iemand vertelt iets. Het contact met mekaar: dat is de essentie.’ Aan zo’n nacht rond het vuur gaan vele uren en maanden van voorbereiding vooraf. De VallandVikingen vervaardigen eigenhandig hun kleren, meubels en tenten, stuk voor stuk zorgvuldige replica’s van gebruiksvoorwerpen die in musea staan uitgestald of in boeken worden beschreven. ‘Wij willen tonen dat achter het cliché van de woeste Viking een hele cultuur zit. Drie jaar zijn we bezig geweest met het vervaardigen van meubels en kleren en toen zijn we ons pas met gevechten gaan bezighouden’, zegt Raidur/Raymond. Het hoogtepunt van het jaar voor

de Valland-Vikingen is het winterkamp, waar ze zonder pottenkijkers een weekend lang leven als Vikingen, zelfs als het vriest dat het kraakt. ‘We maken vuur met vuurstenen en een tondel en zorgen dat ons vuur tot ’s morgens blijft gloeien om dan ons water — dat dan ijs is geworden — te kunnen opwarmen.’ Zou Raymond Bastin niet liever in de Vikingtijd leven? ‘Neen. De mensen werden toen gemiddeld maar veertig jaar en daar is een goede reden voor. We leven nu in een heel veilige, goed beschermde omgeving. Toen kon elke dag je laatste zijn.’ Sommige re-enactors durven wel eens van tijdperk te veranderen. Middeleeuwers worden cowboys: het is maar een kwestie van een ander kostuum. Dat is niets voor Raymond. ‘Dan doe je het niet met je hele hart, vind ik. Ik kan me niet inbeelden dat ik in een uniform van de laatste wereldoorlog zou doen alsof ik mensen beschiet vanop een afstand. Geef mij maar een bijl of een zwaard waarmee ik een stevige slag mee kan uitdelen. Dan voel ik wat ik doe. Ik ben een Viking, ik mag bot zijn.’ SOLDAATJE SPELEN

De tijd van de Vikingen ligt ver achter ons, de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog is relatief recent en vaak nog onverwerkt: gevoelige materie dus. De vijfentwintigjarige Lesley Butts, secretaris van Frontleven 40-45, is zich daarvan bewust. ‘Associeer ons alstublieft niet met mensen die pronken met SS-insignes en dwepen met het (neo)nazisme.

Wie zich bij ons aansluit, brengt de Hitlergroet niet en draagt geen Vlaams-nationale insignes. Wij distantiëren ons van elke vorm van racisme of antisemitisme.’ De toelatingsvoorwaarden voor Frontleven zijn streng. Nieuwe leden verklaren zich akkoord met het reglement, worden aan een gesprek onderworpen en draaien een jaar op proef mee. Gedurende die tijd mogen ze geen wapens dragen en worden ze door ervaren leden in het oog gehouden. Extreemrechtse elementen en wapenfreaks worden niet geduld. Ook op Historia Mundi worden verenigingen met SS-emblemen geweerd of er wordt hen gevraagd een ander uniform te dragen. ‘We hebben iedereen duidelijk gemeld dat zoiets zeker in Bastogne bijzonder gevoelig ligt’, zegt organisatrice Rosita Lefevere. Butts is een fervent verzamelaar. Hij heeft een Wehrmacht- en een Luftwaffe-uniform, uniformen van de Russische artillerie en infanterie, het Belgische Zesde Linieleger en de Rijkswacht ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Een op maat gemaakte replica van een uniform kost een paar honderd euro. Is dat niet wat duur om soldaatje te spelen? ‘Daar gaat het bij ons niet om’, zegt Butts, in het echte leven badmeester en aspirant-politieman. ‘Wij willen laten zien hoe jan modaal destijds leefde in het leger. Ook bijvoorbeeld hoe ze hun tijd verdreven buiten de gevechten.’ Frontleven werkt ook mee aan historische evocaties. Leden van de vereniging werkten ook al mee aan heel wat tv- en filmopnames. Niet voor het geld, maar omdat ze

het belangrijk vinden dat de juiste uniformen en de exacte attributen in de juiste context worden gebruikt. Butts werkte ooit mee aan een Joods toneelstuk, aangevuld met een bezoek aan het Fort van Breendonk, in het gezelschap van Holocaustoverlevenden. Een bijzondere ervaring. ‘Ze zeiden dat ze het knap vonden wat wij deden. Dat vond ik geweldig.’ Wat trekt hem aan in de Tweede Wereldoorlog? ‘Het is nog vers, je kunt de verhalen nog uit de eerste hand horen, je hoeft ze niet uit een boek te halen. Wij vinden het belangrijk om te tonen wat er gebeurd is, zodat het niet opnieuw zou gebeuren. Ik doe het ook voor mijn grootvader, een oud-strijder en verzetslid. Wat hij meemaakte, mag niet vergeten worden.’ CHERCHEZ LA FEMME

Bij de re-enactors die vooral in wapengekletter geïnteresseerd zijn, vind je bijzonder weinig vrouwen — dan zou het historische plaatje immers niet kloppen. Onder de groepen die het dagelijkse leven uitbeelden, vind je wel behoorlijk wat vrouwvolk. Gemeenteambtenaar Joke Sette maakt al jaren deel uit van de Ghentsche Ghesellen, een vereniging gespecialiseerd in het evoceren van het middeleeuwse leven van alledag, anno 1359. Was dat dan zo’n bijzonder jaar? ‘Integendeel. Wij hebben voor 1359 gekozen omdat er in dat jaar niets van enig historisch belang is gebeurd’, zegt Sette. Het historisch accuraat weergeven van de geschiedenis betekent voor vrouwen dat ze zich moeten aanpassen aan de beperkte moge-


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Re-enactors by jan bosteels - Issuu