DE STANDAARD
20 WEEKEND
ZATERDAG 2, ZONDAG 3 FEBRUARI 2008
MENSELIJK DECOR: VAN GEACHT PUBLIEK
MIJN MOEDER P H A R A D E AG U I R R E
Studiopub
HERMAN VAN DE VELDE – LIVINE VAN DER WEE Toeval of niet, de dag dat we Herman Van de Velde en z’n moeder interviewen, zit Schellebelle in het ochtendnieuws op de radio. In het Oost-Vlaamse dorp aan de Schelde heeft de storm van de voorbije nacht een puntgevel naar beneden geblazen. Wind en regen, het zal de rest van de dag zo blijven. Schellebelle, of all places. Het was voor moeder Livine, die in het stedelijke Lier was opgegroeid, een kleine cultuurschok. Maar keuze was er niet, de man van haar leven werkte in het korsettenatelier dat zijn ouders na de eerste Wereldoorlog hadden opgericht. Vrouw volgt man, zo ging dat in die tijd, en dus kwam Livine in Schellebelle terecht, waar ze de eerste vrouw was die met een auto reed en de slager haar vreemd aankeek toen ze 250 gram filet américain bestelde. Het dorp was wennen, de schoonouders ook, al wil ze dat niet met zoveel woorden gezegd hebben. Livine is mild voor anderen, maar tussen de regels hoor je dat het ‘altijd werken, werken, werken’ van de schoonfamilie niet haar levensmotto was. Thuis zitten was echter ook niets voor haar. Dus stapte ze mee in het bedrijf en vormde samen met haar man de perfecte tandem: hij het ontwerpen, zij de relaties. Voor of na de vele uren ontwierpen ze samen vijf kinderen. Herman, die nu de zaak leidt, is nummer twee in de rij. We nemen beelden van moeder en zoon in het atelier waar de korsetten intussen vervangen zijn door modieuze en kleurrijke beha’s. Tussen de vele naaisters die met precisie en geduld van kantjes en reepjes een beha maken, zit de dochter van Herman. Wie in het bedrijf wil, moet van nul beginnen. De familie geeft geen cadeaus aan eigen volk. Kroost en kantoor combineren, de dubbele dagtaak bestond al voor ze een naam kreeg. Er zat voor Livine niets anders op dan de kinderen op internaat te sturen. Herman herinnert zich nog het verdriet van de eerste jaren. ‘Ik zou het niet meer doen’, zegt Livine, ‘maar het kon in die tijd niet anders. De zaak ging voor.’ Het verdriet van Herman sleet met de jaren en wat overbleef was trots, trots voor die dynamische vrouw met stijl die samen met z’n vader een bedrijf runde. Een familiebedrijf, het heeft charmes, maar ook schaduwkanten. Probeer werk en gezin maar eens te scheiden als het werk familie is. Of probeer maar eens groot te worden met vader of moeder als werkgever. Een eigen leven vraagt afstand. Herman zocht die afstand in Afrika, maar keerde na twee jaar tot grote vreugde van Livine terug naar Schellebelle om te worden wat ze van jongs af in hem gezien had, een bedrijfsleider. De zaak draait goed, denk ik als we in de stijlvol ingerichte villa van Herman zitten. Maar het is ooit anders geweest. Toen de Dolle Mina’s hun beha’s verbrandden, zagen ze in Schellebelle de productie krimpen. Het zal ongetwijfeld spanningen met zich meegebracht hebben ten huize Van de Velde, maar Livine is de perfecte zakenvrouw. Over moeilijkheden praat je niet. Ook over emoties krijgt Livine weinig gezegd. De tra- Probeer maar eens groot nen zitten de woorden in de te worden met vader of weg. Haar man en zussen moeder als werkgever krijgen haar binnenkant wel te zien, haar kinderen niet. Op professioneel vlak staat Herman op gelijke voet, op emotioneel vlak blijft hij haar kleine jongen die ze niet wil belasten met haar emoties. Zo was haar moeder, zo is zij.
Hebt u zich weleens afgevraagd waar ze de mensen vinden die als opvulpubliek dienen bij de vele praatprogramma’s op tv? Mensen die op commando klappen of aandachtig meeluisteren, zijn niet altijd makkelijk te vinden. JAN BOSTEELS, FOTO’S MICHIEL HENDRYCKX
Afgelopen dinsdagavond bij De Laatste Show. In de studio van Videohouse is plaats voor 115 toeschouwers. Meestal komt er maar een tachtigtal opdagen, zoals vanavond. Productiemedewerkster Lien Vandereycken houdt zich samen met twee stagiairs bezig met de constante zoektocht naar publiek. Onlangs hebben ze mensen gebeld die in de buurt van de studio wonen om hen uit te nodigen voor een opname. Wie in de buurt woont, wordt namelijk niet gehinderd door de files die het andere mensen zo moeilijk maken om rond 17 uur, het uur van opname, aanwezig te zijn. Als er bij De Laatste Show onverwacht te weinig publiek komt opdagen, is er nog altijd een laatste redmiddel: de habitués. Opwarmer en applausmeester Sven de Leijer monstert het publiek. Er zitten nogal wat nieuwkomers op de bankjes. Anderen zijn voor Sven, en misschien zelfs voor sommige kijkers, bekende gezichten. ‘Die meneer zit hier vier dagen per week. En die zie ik vaker dan mijn eigen moeder’, grapt Sven tegen het publiek. Niet alle habitués komen elke dag, blijkt als we ze even voor de
opname aanspreken. Gustaaf en Marcella Costers en Levin en Suzanne Stels zijn er al bij van toen Bruno Wyndaele de show nog presenteerde. Sinds ze gepensioneerd zijn, woont het clubje van vier geregeld de opnames van een studioprogramma bij. Wat trekt hen daarin aan? ‘We doen het vooral om onder de mensen te komen’, zegt Levin Stels. ‘Intussen kennen we hier al heel wat volk.’ Het plezier om jezelf op tv te zien, speelt dat een rol? ‘In het begin deden we het daarvoor, maar die tijd is voorbij’, zegt Gustaaf. Bij het betreden van de studio blijkt nochtans dat de habitués maar al te goed weten waar ze moeten zitten om in beeld te komen. ‘In de familie zeggen ze weleens: “Als ik de tv aanzet, zie ik jou” ‘, lacht Suzanne. Voor deze habitués volgt na de opname van het programma nog het nagenieten thuis. ‘We nemen het programma op en bekijken het dan opnieuw. Dan kijken we hoe we eruitzien op tv’, zegt Marcella. Op tv komen: het is een hobby als een andere. Soms spelen Levin en Gustaaf ook een actievere rol op het scherm. Beide mannen zijn niet alleen bekend van praatshows, ze figureren ook in fictieseries. De Laatste Show is trou-
Phara de Aguirre schrijft elke week een voorbeschouwing bij de programmareeks ‘Mijn Moeder.’ Canvas, zondag 3 februari, 20.55 uur
De habitués weten perfect waar ze moeten gaan zitten om in beeld te komen.
© vrt
wens maar hun eerste programma vanavond. Straks trekken beide paren nog naar Phara. Om 17.30 uur in De Laatste Show, om 20.30 uur bij Phara: het lijkt wel de agenda van een minister, of van een BV die een nieuw plaatje heeft uitgebracht. Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. Hoe hard ze ook proberen, deze trouwe studiokijkers raken nooit binnen bij grote shows als Debby en Nancy’s Happy Hour. ‘Ze vragen onze leeftijd als we ons willen inschrijven, ik denk dat we te oud zijn’, klaagt Gustaaf. ‘Ook bij VT4 han-
DE STANDAARD
WEEKEND 21
ZATERDAG 2, ZONDAG 3 FEBRUARI 2008
TOT BETAALD KLAPVEE
liek gezocht
‘De Laatste Show is maar ons eerste programma vanavond. Straks trekken we nog naar Phara.’
teren ze een leeftijdsgrens. Ze willen dat er alleen jong publiek in beeld komt.’ Soms worden de vier zelfs te elfder ure nog afgebeld, zoals die keer toen Sven Nys twee bussen supporters had meegebracht naar De Laatste Show. ‘We kennen hem nochtans: hij woont bij ons in de buurt’, zucht Suzanne. Ook Erik Vanhaecht is een trouwe bezoeker van televisie-opnames: maandag en dinsdag zijn z’n De Laatste Show-dagen. Met zijn grijzende haren is hij niet overal even welkom. ‘Bij De Laatste Show valt de vleeskeuring nog
goed mee’, zegt hij. ‘Bij Het Swingpaleis en De Notenclub werden van tevoren briefjes uitgedeeld. De mensen die er een kregen, mochten het eerst binnen. De rest moest achteraan staan.’ Erik geeft de voorkeur aan humoristische programma’s. ‘Die zijn vaak leuker in de studio dan op tv, omdat je er meer bij betrokken bent. Ook bij De Laatste Show is dat het geval. Wat je straks op tv ziet, is een bondige samenvatting van wat wij hier vandaag beleefd hebben.’ Van een opname van anderhalf uur komt inderdaad maar drie
kwartier op tv. Niet alleen de versprekingen van Frieda, de hernemingen voor de camera en de twee extra takes van de eindsong zitten er niet meer in. Er sneuvelt ook weleens een goede grap of een hele flard gesprek. ‘Live is het veel leuker om mee te maken’, vindt Erik. ‘Soms vallen er filmpjes weg. Jammer, want daar is toch een hele dag aan gewerkt.’ De camerajongens en -meisjes nemen plaats achter hun toestel, opwarmer Sven De Leijer legt even uit waar we aan toe zijn. ‘Jullie zitten achter Frieda en jullie zijn allemaal zot van Frieda.’
Behalve aandachtig enthousiast in beeld zitten – geen eenvoudige opgave, met al die camera’s op je gericht – heeft het studiopubliek nog een veel belangrijker functie: applaudisseren. Dat heeft niet noodzakelijk met spontaniteit te maken. Het is veel simpeler dan dat: als Sven applaudisseert, applaudisseert iedereen. En als hij zijn handen langzaam laat zakken, is het afgelopen. Er wordt geoefend. ‘Dat is al een goed applaus voor in De Zevende Dag, maar hier verwachten we wel wat meer,’ grapt Sven, wellicht niet voor de eerste keer.
I N D E FA M I L I E Z EG G E N Z E W E L E E N S : ‘A LS I K D E T V A A N Z E T, Z I E I K J O U ’
x x
DE STANDAARD
22 WEEKEND
ZATERDAG 2, ZONDAG 3 FEBRUARI 2008
Je hebt een publiek van minstens vijftig mensen nodig, anders ontstaat er geen groepsgevoel.
Het De Zevende Dag-arrangement
Hoe moeilijk is het om op een zondagochtend mensen naar de Reyerslaan te krijgen? Redactrice Jenny Willems houdt zich al twintig jaar deeltijds bezig met publiekswerving voor De Zevende Dag. ‘De enige moeilijke periodes zijn januari en begin september. Januari vanwege de vele feesten en recepties. Voor ons geen probleem, want wij kunnen dan terugvallen op onze habitués.’ De Zevende Dag heeft ook een ander geheim wapen: een gesubsidieerd arrangement, waarbij het studiopubliek achteraf getrakteerd wordt op een wijkwandeling van de gidsenvereniging Brukselbinnenstebuiten. Afgelopen zondag was de studio volledig gevuld met mensen die voor deze formule waren ingeschreven. Jo de Clercq, beter bekend als Jo met de Banjo, is de meest ervaren publieksopwarmer en applausmeester van het land. Waarom hebben zoveel programma’s per se een studiopubliek nodig? ‘Als regisseurs me die vraag stellen, pleit ik altijd voor publiek. Ik zal u zeggen waarom. Met een publiek in de studio krijg je een temperatuur van actie en reactie tussen presentatoren en geïnterviewde, iets wat je niet hebt bij koud camerawerk. In De Zevende
‘WE NEMEN HET PROGRAMMA OP EN BEKIJKEN THUIS HOE WE ERUITZIEN OP TV’ Dag gedragen ministers zich anders. Ze willen scoren tegenover hun directe kijkers, die rondom hen zitten. De spanning is groter omdat het publiek in de studio luistert en reageert. Bij de opwarming laat ik ook voelen dat we willen dat mensen reageren. Als Ben Crabbé in Blokken een mopje tapt ook: het is ontzettend belangrijk dat mensen snel reageren op woordspelingen – en Ben kan zo ongelukkig kijken als de lach te laat komt. Die interactie is de magic van Blokken.’ Hoeveel mensen heb je nodig om dat warme effect te bereiken? ‘Minstens vijftig. Anders klinkt het als decor, plastic. Dan zitten de mensen te ver van elkaar en ontstaat er geen groepsgevoel. Het is zoals een café dat vol zit,
‘Met publiek in de studio krijg je een wisselwerking tussen presentator en gast die je met koud camerawerk nooit hebt.’
dat is leuk. Als er te veel volk komt opdagen voor een opname, ben ik blij: Yes! De kijker voelt het trouwens als een programma niet volloopt, dan scheelt er iets. Zo ontstaat een sneeuwbaleffect, want dan krijgen ze ook geen zin om naar de studio te komen. Weet u, soms heeft men te weinig oog voor het studiopubliek. Je moet ze verzorgen, dan komen ze terug. In Nederland spreekt men botweg over klapvee. Maar als je mensen zo gaat behandelen, dan komen ze maar één keer.’ De Phara-affaire
Ook bij het jonge Canvas-programma Phara laat het tekort aan studiopubliek zich voelen. Eindredactrice Greet Nagels vertelt: ‘Onze publiekstribunes zijn wat
groot uitgevallen. Soms komen er te weinig mensen opdagen, maar gewoonlijk zitten we wel rond de vijftig. Het is moeilijk om mensen naar de VRT-gebouwen te lokken. We verzorgen het publiek anders goed, met gratis drankjes, hapjes en een dj, maar toch. Ons programma wordt gekenmerkt door een steedse sfeer en zou volgens mij meer publiek lokken als we midden in de stad konden opnemen, waar een geïnteresseerd publiek spontaan zou binnenlopen.’ Bij gebrek daaraan doet het programma een beroep op een extern bureau, Kimcasting, dat tegen betaling publiek levert. Waar rekruteren zij hun mensen? Kim Deschacht vertelt: ‘Wij casten in de eerste plaats modellen en acteurs, maar beschikken ook over
bouwmeesters
10 weken lang op
OB34512
Hilde De Baerdemaeker in gesprek met spraakmakende Vlaamse architecten. Een bezoek aan 10 toonaangevende woningen.
een bestand van 4.000 personen die worden ingezet als figuranten voor film, televisie en publiciteit. Als zij via ons een goedbetaalde shoot of figuratie achter de rug hebben, vragen we hen weleens om iets voor ons terug te doen: voor geen of zeer weinig geld in het publiek van een programma zitten. Voor Phara bel ik mensen met een verstandige uitstraling, die rustig en geïnteresseerd op hun stoel kunnen zitten, voor Het Swingpaleis natuurlijk een heel ander type.’ Mensen die via het castingbureau worden ingeschakeld om naar Phara te komen, krijgen een vergoeding van 10 euro, al ziet Kim dat niet zo. ‘Publiek wordt niet betaald, daarom is het zo moeilijk te vinden. Wat wij doen, is een
DE STANDAARD ZATERDAG 2, ZONDAG 3 FEBRUARI 2008
WEEKEND 23 DOKTER PULP F I L I P H U YS E G E M S
RAMBO VIER
deel van onze fee afstaan aan de mensen. Het dient vooral om de benzine terug te betalen en het is een manier om hen te bedanken omdat we zo goed op hen kunnen rekenen.’ Bij Phara zit men een beetje verveeld met het feit dat de figuranten van Kimcasting een vergoeding krijgen en het eigen publiek niet. ‘We hebben het ook nog maar pas gehoord. Voorlopig hebben we besloten het zo te laten’, zegt Nagels. ‘We hebben niet genoeg mankracht om zelf actief naar publiek te zoeken.’ Jo de Clercq vindt het geen goede evolutie. ‘Betaald publiek, daar heb ik moeite mee. Ik ben ervan overtuigd dat er voor elk programma potentieel genoeg studiopubliek te vinden is. Alleen
moet je de juiste kanalen aanboren. Publieksregie is een vak apart geworden. Je moet er werk van maken. Voor een programma als Phara denk ik aan leden van politieke partijen, jeugdafdelingen, noem maar op. Het lijkt me nuttiger om mensen te betalen om publiek te vinden dan om figuranten te betalen. Anders blijf je bezig.’ Vast studiopubliek dat denkt alsnog een centje mee te pikken door zich via Kimcasting aan te melden, komt van een koude kermis thuis. Kim Deschacht: ‘Het zijn alleen de mensen die al langer bij ons ingeschreven zijn, die we hiervoor inschakelen. Mensen die zich zelf bij een productie aanmelden, weten van tevoren dat ze geen vergoeding ontvangen.’
Volgende week komt de film John Rambo in roulatie. De intussen 61-jarige Rambo, werkzaam als smidje smee in Thailand, krijgt bezoek van christelijke missionarissen. Ze willen stiekem de Birmese grens over en vragen Rambo om hen te gidsen. Nadien verneemt hij dat ze gevangengenomen werden. Slechts één man kan hen redden uit de klauwen van de wrede militairen. John Rambo. Enzovoort. Even ieders kennis opfrissen. Dit is de vierde Rambofilm. In First Blood (1982) wordt de Vietnamveteraan Rambo door een sherrif op stang gejaagd tot zijn stoppen doorslaan. Rambo vlucht de bossen in en past op zijn belagers zijn jungletechnieken uit Zuid-Oost-Azië toe. In Rambo II (1985) gaat hij terug naar Vietnam, om er achtergebleven Amerikaanse krijgsgevangenen te bevrijden. Rambo III is opgedragen aan ‘the gallant people of Afghanistan’. Met dat ‘dappere volk’ zijn de moedjahedien bedoeld, die ons later de taliban schonken. Samen met deze moslimrebellen bestrijdt Rambo de buitenlandse bezetter. Dat was in 1988. Hoog tijd dat die film nog eens op tv komt. Nu is er dus John Rambo. Vijand en locatie zijn, politiek gezien, goed gekozen. Een onsmakelijke junta die zichzelf de SLORK noemt, dat is erom vragen. Het loont de moeite om de trailer op internet alvast te bekijken. Rambo deel vier is, u weze gewaarschuwd, gewelddadig, goor en regenachtig. Zoals een echte oorlog, maar dan verpakt als entertainment. Het bijzondere is dat je nadien het gevoel hebt dat je de hele film gezien hebt. De trailer balt het verhaal samen in een paar minuten, ontdaan van ballast zoals dialogen en contexten. Toch begrijp je moeiteloos waar het om draait. Dat komt doordat Rambo IV gebouwd is op de ‘monomythe’. Alle scenaristen kennen de monomythe. Alle filmkijkers ook. De monomythe is een volgorde van vaste verwikkelingen die het grondplan vormen van alle succesvolle avonturen- en actiefilms. Ik zal u niet vervelen door dat schema van a tot z te ontvouwen. Laat ik volstaan met aan te geven hoe een avontuur typisch begint. (1) Een gebeurtenis haalt de hoofdpersoon uit zijn gewone doen – dit is ‘de oproep tot avontuur’. (2) De held stribbelt tegen. (3) Iemand met morele autoriteit geeft duiding. (4) Een schokkend voorval duwt de held over de drempel. (5) Het avontuur schiet in gang. De taak van scenaristen is om met dit schema te spelen en het tegelijk intact te laten. In het bijzonder in cowboy-, oorlogs- en sciencefictionfilms kun je er, als kijker, een spelletje van maken om de herkenningspunten af te vinken. De morele autoriteit (3) bijvoorbeeld, wordt in de eerste Star Wars ingevuld door Obi Wan Kenobi, in The Matrix door Morpheus, in Alien door de boordcomputer Mother. Laten we nu hoog spel spelen. Als Rambo IV berust op de monomythe, moet het doenbaar zijn over de film beweringen te doen zonder hem gezien te hebben. Voorspelling 1: Rambo zal pijn lijden. De monomythe schrijft voor dat de held in de loop van het avontuur fysiek op de proef wordt gesteld, en mogelijks zwaar gewond raakt. In First blood herstelt Rambo zichzelf met naald en draad. In Rambo II wordt hij elektrisch gefolterd. In Rambo III schroeit hij eigenhandig een blessure dicht. We mogen iets soortgelijks verwachten in Rambo IV. Voorspelling 2: Rambo zal beschikking krijgen over een wonderwapen. Dat overkomt helden altijd. Dat kan gaan van een toverspreuk, een magisch zwaard, een puike sixshooter, tot een hitech gadget. In Rambo II was het een boog met exploderende pijlen. Voorspelling 3: een held, zelfs een eenzaat als Rambo, heeft recht op een helper. In de trailer is daar geen spoor van te bekennen. Toch durf ik te beweren dat Rambo zal kunnen rekenen op een medestander. De monomythe werkt. Maar waar komt ze vandaan? Waarom is het publiek dol op verhalen over iemand die bereid is te lijden om zijn volk naar verlossing te leiden? Dat klinkt heel messiaans, maar de monomythe is ouder dan het christendom. Ze schraagt ook legenden en mythen van oude volkeren in andere uithoeken van de wereld. Wellicht is de monomythe het bezinksel van duizenden jaren vertellingen rond het kampvuur. Entertainers gooiden aangedikte verhalen over voorvaderen in de groep. Ze behielden wat werkte, gooiden weg wat niet aansloeg. Daaruit kristalliseerde zich de monomythe, tegelijk een cataloog van eigenschappen die de stam ten goede komen. Twijfels overwinnen. Pijn kunnen lijden. Autoriteit aanvaarden. Beslissingen durven nemen. We mogen Rambo gerust een militaristische, gestoorde zak vinden. Maar de waarheid en kracht van de monomythe zijn onmiskenbaar. Om de twee weken peilt Filip Huysegems naar de diepere betekenis van trends, reclame, kledinghypes, popsongs, tv-verschijnselen en überkitsch. - ONLINE www.standaard.be/rambo