Issuu on Google+


Op zoek naar Mir贸 in de bibliotheek Jacqueline Krans

Voorpagina Fig. 0.00: Joan Mir贸 - Daybreak

1e druk: juni 2012 2e druk: juni 2012 Auteur: Jacqueline Krans Stagebegeleider Saxion: John van de Pas Stagebegeleider de Bibliotheek Deventer: Jos Debeij Lettertype lopende tekst: Calibri Lettertype koppen: Bauhaus Omslag: 250 g/m虏 MC silk Binnenwerk: 130 g/m虏 MC silk Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van een afstudeeropdracht. Het stagebedrijf waarvoor het onderzoek is uitgevoerd, is de Bibliotheek Deventer. De stagaire is afgestudeerd aan de studie Human Information Design & Strategy aan Saxion in Deventer.


Ceci n’est pas une thèse.


Voorwoord Als sinds ik de vaardigheid beheers om iets met mijn vingers vast te houden, ben ik bezig met kunst. Hoewel het in mijn kindertijd geen kunst werd genoemd, maar knutselen en in mijn tienertijd tekenen, schaar ik het tegenwoordig toch onder de noemer kunst. Halverwege de basisschool was ik er van overtuigd dat ik zou gaan studeren aan de kunstacademie om kunstenares te worden. ‘Helaas’ moest ik eerst nog naar de middelbare school waar ik gelukkig gemakkelijk doorheen kwam. Ik kon VWO doen, maar zag (en zie nog steeds) het nut er niet van in als ik daarna toch een HBO-studie zou gaan doen. In de lessen was ik altijd aan het tekenen. Ik maakte wel netjes de opdrachten - of raffelde ze af - en mijn huiswerk deed ik ook wel, maar zo minimaal mogelijk. De enige les waarin ik niet zoveel tekende, was tekenen. Dit kwam, doordat de leraar altijd ont-zet-tend eentonig en sloom de kunstgeschiedenis oplas uit een boekje. Ik vond de tekenles geen bal aan. Pas toen het tegen mijn eindexamen aanliep en de leraar vernam dat ik een voorstudie van een half jaar bij de kunstacademie in Kampen had afgerond en mij aan het voorbereiden was op het toelatingsexamen, werd hij wat geïnteresseerder in waar ik mij mee bezig hield. Ik begon de lessen weer leuk te vinden en haalde hoge cijfers. Ik deed één toelatingsexamen bij één kunstacademie (wat achteraf natuurlijk helemaal niet slim was) en ik werd aangenomen. Mijn eindexamen van de HAVO moest ik ook nog ‘even’ doen en ik kon aan een studie beginnen die bij mijn passie aansloot. Tijdens mijn kunstacademieperiode heb ik onnoemelijk veel lopen vloeken op de docenten, de werkdruk en dat ene hele vervelende meisje uit mijn klas die hoge cijfers haalde door precies het werk te maken wat de docenten van haar vroegen. Ik ging mijn eigen gang, ontwikkelde mijn eigen stijl en vulde de opdrachten op mijn eigen manier in en dat werd me door de meeste docenten niet in dank afgenomen. Ik had drie docenten waar ik heel goed mee overweg kon, maar twee ervan gingen helaas met pensioen. Er bleef er nog één over waar niemand mee overweg kon, behalve ik. Hij begreep en steunde mij, terwijl de anderen mij vooral tegenwerkten. Toen mijn laatste beoordeling in zicht kwam - die de weg naar mijn eindexamen zou openen - waarschuwde die ene docent mij voor de andere docenten. Ik legde dat naast me neer, want ik geloofde niet dat ze me oneerlijk zouden beoordelen. Hoewel die ene docent, mijn klasgenoten, vrienden en ik zelf het erover eens waren dat ik enorm was gegroeid in mijn werk, boorden de andere docenten alles finaal de grond in. Dit was het einde van mijn kunstacademiecarrière. Ik was er behoorlijk kapot van. Na vier jaar ploeteren had ik ineens geen opleiding meer en had ik geen idee wat ik met mijn leven moest. Als ik een andere opleiding zou vinden, zou ik zes jaar hebben om deze af te ronden om zodoende niet met een studieschuld te blijven zitten. Ik kon echter niets vinden en was er nog niet klaar voor om een andere kunstacademie binnen te stappen. Toen kwam HIDS op mijn pad. Het leek me een leuke, creatieve opleiding, het was in Deventer (ik woonde toendertijd in Arnhem) én ik kreeg er een baan bij in de bibliotheek. Tijd om opnieuw te beginnen. Ik begon aan een nieuwe studie, ging bij de Bibliotheek Deventer werken en verhuisde een paar maanden later ook naar een studentenhuis in Deventer. Wat viel die nieuwe studie eerst tegen. Het was lang niet zo creatief als ik had gehoopt of als de flyer mij had doen geloven.

7


Pas in het derde jaar werd HIDS echt leuk. Dit was het jaar waarin je je eigen studie ging vormgeven. Ik ging meer samenwerken met mijn docent John van de Pas, kwam in het Innovatielab terecht en leerde Mark Deckers kennen. Op dat moment is het idee voor dit onderzoek ontstaan. Dit onderzoek was geweldig voor mij. Het was HIDS en kunstacademie tegelijk. De timing was alleen niet goed en ik heb het na een tijdje aan de kant. In overleg met de docenten ging ik het rustiger aandoen, liep wat studiepunten mis en bewaarde dit onderzoek voor mijn afstuderen. Hoewel ik het erg tof vond dat het derde jaar zo vrij was, werd het me iets teveel van het goede. Ik had het helemaal gehad met de vele onderzoeken. Ik ben een praktisch ingesteld mens en onderzoek is mij te theoretisch. Toch kwam ik toen weer op het spoor van iets wat ik op de kunstacademie veel deed: concepting! Achter bijna elk werk dat ik ooit gemaakt heb, zit een concept. Dat was ik even vergeten, tot ik samen met een studiegenootje het project De bibliotheek zonder subsidie ging doen. Dit was voor mij het perfecte project, omdat mijn partner het grootste deel van het onderzoek voor haar rekening zou nemen. Op basis van haar bevindingen mocht ik een vijftal concepten gaan bedenken die als aanbeveling dienden voor de opdrachtgever. Ik ontdekte iets over mezelf. Ik was hier goed in en vond het geweldig om te doen. Langzaamaan begon ik weer lol te krijgen in mijn studie. In het vierde jaar moest ik 15 studiepunten inhalen. Dit deed ik door een specialisatie in webdesign te volgen en een onderzoek te doen voor de Bibliotheek Enschede. In dit onderzoek mocht ik een vijftal concepten aandragen die konden dienen als alternatief voor de Boekenbus van de Bibliotheek Enschede. Om het leuk te houden volgde ik daarnaast de minor Media, Design & Technology aan Saxion Enschede. Dit was voor mij een soort herbeleving van de kunstacademie, want de minor had veel te maken met grafisch ontwerpen - de richting die ik aan de kunstacademie studeerde. Eindelijk was het dan zover. Ik had alle studiepunten gehaald en ingehaald en kon gaan afstuderen. Mijn eerste keus qua afstudeerplek was de Bibliotheek Deventer, omdat ik deze organisatie kende en ik dacht dat het onderzoek dat ik nog op de plank had liggen interessant kon zijn voor de nieuwbouw waar de Bibliotheek Deventer mee bezig was. Toevalligerwijs had de directeur van de Bibliotheek Deventer; Jos Debeij, een zelfde soort idee als waar ik mee bezig was, namelijk het inrichten van een belevingsruimte. Ik kon dus bij de Bibliotheek Deventer terecht. De laaste fase van mijn studie was aangebroken. Ik had een leuke afstudeerplek en kreeg de vrijheid om mijn scriptie zo gek te maken als ik wilde. Daar heb ik dan ook gretig gebruik van gemaakt. Ik heb verscheidene musea bezocht, ben op bezoek gegaan bij een bureau dat belevingsruimtes inricht en zat helemaal in mijn element. Hoewel onderzoek nog altijd niet mijn ding was, ontdekte ik dat er ook leuke kanten aan zitten. Er zijn blijkbaar andere onderzoeksmethoden dan alleen met je neus in de boeken of op internet te zitten. Heel stiekem durf ik nu toe te geven dat onderzoek best tof kan zijn, net zoals sporks en zeekoeien. Blz. 6 Fig. 0.01: Zeekoe Huidige blz. Fig. 0.02: Spork - combinatie van een lepel en een vork

8

9


Inhoudsopgave Inleiding Projectkader Samenvatting Begrippenlijst/lijst van afkortingen

10

13 14 16 19

1/ Situering

20

20 20 20 20

Organisatie Missie Kernfuncties Visie

2/ Vraagstelling en randvoorwaarden

22

22

Doelstelling

3/ Aanpak

23

23 23 23 24 25 26 27

Invalshoek Vooronderzoek Onderzoeksvragen Onderzoeksmethode Moodboard Mindmap Connecties

4/ Vooronderzoek

28

28

5/ Hoofdonderzoek

30

Onderzoeksvragen

11/ Belevingsexposities

63

63 63 64 66

Stad van Nederland Architectuur Beeldende kunst Filosofie

12/ Het interbellum

68

69 69 69

“De ware dadaïst is tegen dada.” De geboren anarchist Surrealisme

13/ Surrealistische kunstenaars

73

73 73 75 77 78

14/ Conclusie

82

85

Breton (1896-1966) Freud (1856-1939) Dalí (1904-1989) Miró (1893-1983) Margritte (1898-1987)

Checklist

15/ Aanbeveling

86

Leesruimte Studeerruimte Themaruimte bibliotheek Themaruimte artistiek

86 89 93 94

Inleiding Projectkader Begrippenlijst/lijst van afkortingen 1/ Situering 6/ Doelgroepen 7/ Soorten bibliotheken 8/ Toekomstscenario 9/ Beleving in de samenleving 10/ Beleveniseconomie 11/ Belevenisexposities 12/ Interbellum 13/ Surrealistische kunstenaars 14/ Conclusie Bijlage B/ Excursie Rotterdam Bijlage C/ Excursie Utrecht Bijlage G/ Experience Design Inspiratiebronnen Personen Beeld

98 98 98 98 99 99 101 101 102 102 102 104 104 103 103 103 105 106 106

Bijlage A/ Literatuurlijst

7/ Soorten bibliotheken

36

36 36 36 37 37 37 38 38 38 39 39

8/ Toekomstscenario

40

41 41

Bijlage B/ Excursie Rotterdam

112

6/ Doelgroepen

31

31 32

De klant is koningin Centrum

Openbare Bibliotheek Wetenschappelijke bibliotheek Digitale bibliotheek Strandbibliotheek Erfgoedbibliotheek Koninklijke of nationale bibliotheek Privé-bibliotheek Blindenbibliotheek Muziekbibliotheek Schoolbibliotheek Beleefbibliotheek

Programma Nieuwbouw Centrum

Nederland Architectuur Instituut Boijmans van Beuningen Kunsthal

112 116 120

Pop-up Expo Utrecht God save the Queen - kunst, kraak, punk 1977-1984

122 126

Bijlage D/ Interview Bureau Tinker

134

9/ Beleving in de samenleving

42

42

Bijlage C/ Excursie Utrecht

10/ Beleveniseconomie

56

57 59 60

Prakijkvoorbeelden belevingsruimtes

Maslow Apple The Golden Circle

11


142

Inleiding

Bijlage F/ Klant is koningin - profielen

144

144 146 147 149 151 152 154

bi路bli路o路theek de; v -theken 1 boekenverzameling 2 instelling die boeken uitleent: de openbare ~

Bijlage G/ Experience Design

156

Bijlage H/ Onderzoeksmethode

160

160 162

Bijlage E/ Dromen als vorm van Denken Studenten en Starters Jonge Stedelingen Gepensioneerde Gezelligheidszoekers Cultuurgenieters Dynamische Gezinnen Traditionele Gezinnen Welvarende Genieters

Systematische methode Sneeuwbalmethode

Hoewel volgens de Dikke van Dale de bibliotheek nog steeds een boekenverzameling/instelling die boeken uitleent is, is de bibliotheek altijd meer geweest dan dat. Een instelling die slechts dingen bewaart, heet namelijk een archief. De meerwaarde van de bibliotheek ten opzichte van het archief is dat de bibliotheek de collectie beschrijft, zorgt dat de materialen binnen de collectie vindbaar zijn en deze uitleent aan haar klanten. De bibliotheeksector is aan het veranderen. De traditionele businessmodellen sluiten niet langer aan bij de behoeften van de samenleving van overmorgen. Tegelijkertijd weet de harde kern van de klanten van de bibliotheek hen op het aanbod van gisteren nog te vinden. De bibliotheek is niet langer een leeszaal waar een beperkte collectie aanwezig is. Het is een informatiewinkel. Klanten kunnen er terecht voor allerhande informatie over duizenden uiteenlopende onderwerpen. De leeszaalfunctie is daarnaast altijd blijven bestaan en uitgebreid met studieruimtes, ruimte om te internetten en in steeds meer gevallen een ruimte waar een kopje koffie gedronken kan worden. De volgende stap in de ontwikkeling van bibliotheken is zich te richten op de beleving van de klant. In het geval van de Bibliotheek Deventer zal dit plaatsvinden in de vorm van een belevingsruimte. Dit is een ruimte waar klanten heen kunnen gaan om te ontdekken, informatie tot zich te nemen door ervaringen op te doen en waar al hun zintuigen worden geprikkeld door bepaalde belevenissen te ondergaan en deze te delen met elkaar. Voor deze scriptie is onderzocht hoe moderne kunst kan helpen bij het inrichten van belevingsruimtes die de verbeelding van de bezoekers van de Bibliotheek Deventer prikkelen en hen verrassen, vermaken, inspireren en uitdagen. Allereerst zal in het projectkader het onderzoek in een context geplaatst worden. Daarna volgen er een samenvatting van de bevindingen van het onderzoek en een begrippenlijst. In het eerste hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de organisatie waar de stage wordt gelopen, in dit geval de Bibliotheek Deventer, om vervolgens in het tweede hoofdstuk de globale en specifieke doelstelling uiteen te zetten. De aanpak en onderzoeksvragen komen in het derde hoofdstuk aan bod, gevolgd door de resultaten van het vooronderzoek in het vierde hoofdstuk. Deze eerste vier hoofdstukken behoren tot het vooronderzoek, vanaf hoofdstuk vijf worden de resultaten van het hoofdonderzoek beschreven. Dit is verreweg het grootste hoofdstuk van de scriptie. Hoofdstuk zes en zeven zijn opeenvolgend de conclusie van het onderzoek en de aanbeveling naar aanleiding van deze conclusie. Hierna volgen de bijlages waarin onder anderen de literatuurlijst en het plan van aanpak verwerkt zijn.

12

13


Projectkader Joan Miró was een modernistische kunstenaar uit de 20e eeuw. Als zoon van een horlogemaker en een goudsmid, kwam Miró al op jonge leeftijd in aanraking met kunst. Hij genoot zijn opleiding aan de kunstacademie van zijn geboortestad Barcelona. Na zijn academietijd produceerde Miró werk dat vooral werd beïnvloed door het kleurgebruik van het fauvisme, vormen uit het kubisme en folkloristische invloeden van Catalaanse kunst en Romeinse fresco’s uit kerken. Op 27-jarige leeftijd vertrok Miró naar Parijs. Hier leerde hij enkele surrealistische kunstenaars kennen, en kwam zo in aanraking met surrealistische kunst. Toen hij op 44-jarige leeftijd weer terugkeerde naar Barcelona, was zijn schilderstijl erg veranderd. Tegenwoordig wordt Miró’s stijl gekenmerkt als bio-morfische schilderkunst. Miró was uniek in zijn stijl. In een poëtische droomwereld koppelde Miró technische objecten los van hun oorspronkelijke functie om ze in zijn organische figurenwereld te integreren. Deze organische figurenwereld werd gedomineerd door de seksuele problematiek, de natuur, de maan, de ster of de vrouw. Spontaan opwellende poëzie is de hoofdtoon. Bio-morfische schilderkunst werd nooit een beweging, noch een school, noch een groep. Joan Miró, Salvador Dalí, Pablo Picasso en Antoní Gaudí worden tegenwoordig gezien als de ‘dragers’ van het 20e eeuwse modernisme. Kenmerken van het modernisme zijn: experimenteel, radicaal, readymade, primitief, internationaal, expressieve waarheid, kunst en kunstnijverheid en het onderbewustzijn. Avant-garde bewegingen binnen het modernisme waren het: expressionisme, dadaïsme, futurisme en surrealisme. Hoewel Miró en het surrealisme bijna altijd in één zin genoemd worden, vond Miró zich geen surrealist. Hij zag zichzelf als een poëet. Naast schilderijen werkte hij ook met 3d-objecten en heeft hij zich een tijd toegelegd op de architectuur.

Geef de bibliotheek zo vorm, dat je bezoekers een leuke dag bezorgdt, ook al hebben ze niet de dvd kunnen vinden die ze zochten. In dit onderzoeksontwerp worden doelstelling, onderzoeksmodel en vraagstelling van het onderzoek ‘Op zoek naar Miró in de bibliotheek’ uiteengezet. Het onderzoek zal antwoord geven op de vraag, hoe door middel van vormgeving en architectuur, het bibliotheekbezoek tot een ervaring kan worden gemaakt.

Kortom

Tegenwoordig sluit de rol van de bibliotheek als ‘instelling die boeken uitleent’ niet meer volledig aan op de behoeften uit de maatschappij. Ook de nieuwere functie van bibliotheek als informatiewinkel kan niet in alle behoeften voorzien. Bibliotheken proberen in te spelen op de behoeften van bezoekers door ze Blu-ray discs, eReaders en iPads aan te bieden. Dit zijn echter slechts tijdelijke oplossingen, want - zoals met elk digitaal medium - zullen ook de nu zo hippe iPads en Blu-rays over enkele jaren niet meer voldoen aan de groeiende eisen die men eraan stelt. Vergelijkbaar met de huidige status van bibliotheken is de vroegere status van musea. Vroeger hingen in musea schilderijen allemaal netjes uitgelijnd naast elkaar aan de muur. Het imago van musea was toen stoffig, en het museumpubliek bestond bijna uitsluitend uit échte kunstliefhebbers. Tegenwoordig zijn er meer musea die op beleving inspelen door de volledige ruimte te benutten voor bijvoorbeeld het bouwen van installaties. Een voorbeeld hiervan is Tate Modern in Londen. Bezoekers worden bij de kunstwerken betrokken. Ze ervaren kunst door er doorheen te lopen, het te voelen, te ruiken. In feite wanen ze zich in een schilderij, een andere wereld. Of eenzelfde soort strategie voor bibliotheken zou kunnen werken, wordt in het onderzoek ‘Op zoek naar Miró in de bibliotheek.’, uitgezocht. Kan dit werken, en hoe kan dit bewerkstelligd worden? Welke rol spelen vormgeving en architectuur hierin? Waar zit het publiek op te wachten? Wat gaat er mis in huidige bibliotheken, waardoor hun bestaansrecht wordt bedreigd?

Maar wat heeft dit onderzoek met Miró te maken? In de huidige belevingseconomie willen mensen informatie tot zich nemen door het zelf te ervaren. Denk hierbij aan 3d-films en games, de experience in Beeld en Geluid, de desert in Burger’s Zoo. Artis is saai vergeleken bij Burger’s Zoo, omdat in Artis de dieren in hokjes zitten. In enkele afdelingen van Burger’s Zoo zitten de mensen in hokjes, zij wanen zich in de (geënsceneerde) natuurlijke omgeving van de dierentuindieren. Er vindt een vorm van vervreemding plaats. Hier zit de overeenkomst met Joan Miró. Ook hij was ontwerper van vervreemdende werelden. Hij zag zichzelf niet als surrealist, maar al zijn werk wijst erop dat hij het wel was. Misschien is dat nog wel het meest surrealistische van het geheel. Hoe kan vervreemding toegespitst worden op de rol van de bibliotheek in de samenleving? De bibliotheek kan bijdragen aan - en aansluiten op - de belevingseconomie. Laat bezoekers de bibliotheek ervaren, zonder ze boeken aan te bieden.

14

15


Samenvatting De Bibliotheek Deventer is een openbare bibliotheek die bestaat uit een centrale vestiging in het centrum van Deventer en kleinere vestigingen in Bathmen, Colmschate, Diepenveen, Keizerslanden, Okkenbroek, Schalkhaar en Lettele. In 2015 gaat de centrale vestiging verhuizen naar een nog te bouwen pand aan de Stromarkt in de binnenstad van Deventer. Dit nieuwe pand biedt ruimte om te experimenteren met nieuwe samenwerkingsverbanden (Deventer Televisie) en diensten. Zo wordt er met de mogelijkheid gespeeld om een bibliotheekbelevingruimte in te richten. Beleving speelt een steeds grotere rol in de samenleving. Het gaat in de beleveniseconomie niet langer om het product op zich, maar ook om de beleving rondom het product en/of de dienst. “De beleveniseconomie is de productie en dienstverlening die gericht is op de leniging van emotionele behoeftes van mensen als groep of als individu. Geluk is maakbaar. Emotionele behoeften vertalen zich in markten van veiligheid, romantiek, identiteit, betekenis en authenticiteit.” De Efteling en Burgers’ Bush zijn gelegenheden waarbin beleving een grote rol speelt. De Efteling is verdeeld in verschillende ‘rijken’, zoals Ruigrijk en Reizenrijk. Elk rijk heeft zijn eigen attracties welke geïnspireerd zijn door sprookjes. Het sprookjesbos is hiervan de bekendste, maar zo is er bijvoorbeeld ook Droomvlucht: een achtbaan die de bezoekers meeneemt door een rijk van elfjes. In Burgers’ Bush zijn verschillende ecodisplays ingericht, zoals de Ocean en de Desert. In deze ruimtes zijn de natuurlijk habitats van zeedieren en woestijndieren nagebouwd. In de Bush lopen er zelfs dieren los rond. De bezoekers bevinden zich hier in de leefomgeving van de dieren in plaats van andersom, zoals in de meeste dierentuinen het geval is. Bij belevingsruimtes spelen verschillende aspecten een rol. Zo is er het esthetische aspect wat ervoor zorgt dat bezoekers worden uitgenodigd om een ruimte te betreden, er plaats te nemen en er te blijven. Ook is er het onstsnappingseffect, wat bezoekers de mogelijkheid geeft om dingen te ondernemen als ze eenmaal in de ruimte zijn. Het is belangrijk om bezoekers wat mee te geven dat ertoe zal bijdragen dat de gasten zich bij het verwerven van kennis en vaardigheden betrokken gaan voelen. De belevenis moet ook leuk en plezierig zijn, zodat bezoekers bij de les worden gehouden. Beleving speelde in het begin van de twintigste eeuw een grote rol in de kunstwereld. Dadaïsten en surrealisten herbeleefden hun dromen om tot beeldende kunst te komen. Veel surrealisten volgden de psychoanalystische theoriën van Sigmund Freud over dromen en het onderbewustzijn. Ze experimenteerden met geestverruimende middelen en slaapgebrek om zo dicht mogelijk bij hun onderbewustzijn te komen, en gebruikten schilderkunst om de beelden die dit opleverde vast te leggen.

16

De indrukken die we via onze zintuigen opdoen, leiden tot emoties die we als individu nodig hebben om met de buitenwereld om te leren gaan. Deze emoties zorgen ervoor dat de waarneming op een bepaalde manier beleeft wordt, wat leidt tot een belevenis. Belevenissen bestaan vaak uit meerdere emoties die zich tegelijkertijd of opeenvolgend voordoen. Ervaringen gaan nog verder dan belevenissen. Zij staan aan het eind van het ervaringsproces en hebben te maken met de som van onze interacties en met onze omgeving en de lering die we daaruit trekken. Apple is een bedrijf dat inspeelt op de beleving van de bezoeker. In tegenstelling tot veel andere bedrijven verkopen zij hun producten vanuit hun schoonheid en idealen. Eerst maken ze duidelijk dat ze het beste met de klant voor hebben, vervolgens hoe belangrijk ze het vinden dat hun producten er mooi uitzien tot slot dat ze goede computers verkopen. Andere bedrijven laten de eerste twee punten vaak achterwege en proberen meteen duidelijk te maken dat hun product het beste is. Dit is de reden waarom Apple geen klanten heeft, maar trouwe volgers. Het doet consumenten geloven dat er om hun gegeven wordt en wij trappen daar maar al te graag in. In de beleveniseconomie draait het om emoties, anders denken en patroondoorbreking. Eerlijkheid en authenticiteit moeten leidraad zijn bij de belevenis. De belevenis is de doorslaggevende factor bij het consumeren en tegelijkertijd het kersje op de taart. Met belevenissen worden klanten niet per definitie geamuseerd, maar eerder aangesproken. Een belevenis kan gasten op meerdere manieren ergens bij betrekken.

“Wie wij denken te zijn, bepaalt wat we kopen. En wat wij kopen, zegt iets over wie wij zijn” - Wim Schuurmans, Experientis B.V., lerenenmotiveren.nl (blz. 52)

“Klanten moeten zich met een product of dienst kunnen identificeren.” - Wim Schuurmans, Experientis B.V., lerenenmotiveren.nl (blz. 52)

“Het nadeel van beleving is, dat je het nooit helemaal kunt regisseren, want je moet de beleving van de bezoeker ook altijd de ruimte geven. Het enige wat je kan doen is triggeren en zorgen dat er bepaalde impulsen of ingrediënten in zitten, die de mensen in een bepaalde sfeer brengen.” - Wendy Rommers, Bureau Tinker (blz. 135)

“Bedenk niet dat je de hele Efteling gaat bouwen, maar dat het echt gaat over effecten.” - Wendy Rommers, Bureau Tinker (blz. 140)

17


Begrippenlijst/lijst van afkortingen Term

18

Blz. Betekenis

Animatronic

52

Artificieel Cash Cow

43 40

Stars

40

Questionmarks

40

Dogs

40

Commodity Cost leadership

59 61

Infobesitas

56

Interbellum Narrowminded

68 79

Outdoorgear

84

Out of the box

71

Podcatcher

63 136

Query/queries

23

Rabbithole

238

Ready-mades

69

Een animatronic is een pop die techniek bevat om te kunnen bewegen. Meestal hebben ze een voorgeprogrammeerde volgorde van bewegingen. Zonder aankleding lijken ze op robots. Kunstmatig, gemaakt, onecht. Onderdeel van de BCG-matrix. Minimaal positie vasthouden, ervoor zorgen dat het product niet aan populariteit verliest en de levensduur trachten te verlengen. Onderdeel van de BCG-matrix. De positie van de Stars moet minimaal worden vastgehouden, maar het liefst worden uitbreid door investeringen. Stars moeten uitgroeien tot Cash Cows. Onderdeel van de BCG-matrix. Sommige Questionmarks kunnen uitgebouwd worden tot Stars, anderen zullen waarschijnlijk nooit winstgevend worden en dienen afgestoten te worden. Onderdeel van de BCG-matrix. Het product is (nog) winstgevend en heeft een redelijke omvang. Dit is het moment om het ‘uit te melken’, voordat het geld gaat kosten. Grondstoffen. Zoveel mogelijk bereiken met zo weinig mogelijk financiële investering. Een beleggingsklasse die betrekking heeft op grondstoffen en bulkgoederen. Periode tussen twee oorlogen. Zwart/wit denken, niet openstaan voor andere inzichten. Kleding en accessoires die nodig zijn bij het beoefenen van (extreme) buitensporten. Buiten kaders denken, omdenken, anders denken dan anderen. Kleine apparaatjes waarop audio te horen is. Bijvoorbeeld een uitleg bij objecten van een expositie in een museum. Zoekterm(en), woorden die gebruikt zijn om bronnen te zoeken. Term uit de wereld van het tentoonstellingsontwerpen. Een rabbithole is een soort intermezzo tussen twee totaal verschillende ruimtes of werelden. Alledaagse fabrieksproducten die tot kunstwerken werden verheven.

19


1/ Situering Organisatie

De Bibliotheek Deventer is een openbare bibliotheek die bestaat uit een centrale vestiging in het centrum van Deventer en kleinere vestigingen in Bathmen, Colmschate, Diepenveen, Keizerslanden, Okkenbroek, Schalkhaar en Lettele. Daarnaast zijn er zeven zorg- wooncentra uitgerust met een wisselcollectie.

Visie

In het Meerjarenplan 2012-2015 wordt gesproken over bezuinigingen, nieuwbouw en beleving. Er zal een drieslag moeten worden gemaakt: Consolideren: vanuit het behoud van bestaande klanten zal op basis van hun binding met de huidige dienstverlening de groei in het bereik en het gebruik van de Bibliotheek geconsolideerd worden.

Missie

Krimpen: Frontoffice -> meer open tegen lagere kosten. Backoffice -> kwaliteit en ontwikkeling borgen tegen lagere kosten in de Provinciale Backoffice van Overijsselse Bibliotheken op een aantal gebieden: collectie, educatie en digitale bibliotheek.

Kennis: laagdrempelige toegang tot bronnen van informatie en de mogelijkheden om zich te bekwamen in het omzetten van informatie naar kennis.

Ontwikkelen: blijven investeren in vernieuwing van de functies die van belang zijn voor het toekomstig functioneren. De ontwikkeling richt zich op de Digitale Bibliotheek, de activiteitenprogramma’s van de beleefbibliotheek en op specifieke bibliotheekdiensten voor educatieve en maatschappelijk doelgroepen.

De missie van de Bibliotheek Deventer is samengevat in drie kernwoorden: Kennis, Ontwikkeling en Verbeelding voor individu en samenleving.

Ontwikkeling: stimuleer de groei van individu en samenleving. Voor een goede participatie in onze huidige kennismaatschappij is het nodig dat burgers continu doorleren en zichzelf en hun eigen omgeving proberen te verbeteren. Verbeelding: omvat de toegang tot een rijk scala aan bronnen op het gebied van kunst, cultuur en ontspanning. Ook omvat het inspiratie en het scheppen van nieuwe vormen van cultuur.

Kernfuncties

De Bibliotheek Deventer ondersteunt drie kerntaken, deze bepalen de inhoud van de dienstverlening: • informatie & lezen • educatie • podium en cultuur Hiermee zijn de vijf landelijk geformuleerde kerntaken samengevoegd tot drie. De landelijke kerntaken zijn als volgt: • informatie • educatie • cultuur • lezen en literatuur • ontmoeting en debat

20

21


2/ Vraagstelling en randvoorwaarden

3/ Aanpak

De naderende nieuwbouw van de Bibliotheek Deventer biedt ruimte om te experimenteren met de inrichting van de bibliotheek. Tijdens de stageperiode zal onderzoek gedaan worden naar beleving in de bibliotheek. Wat is beleving, hoe breng je het tot stand en welke vorm moet het aan nemen? De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in dit afstudeerrapport. Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten zal in de aanbeveling een viertal concepten voor bibliotheekbelevingsruimtes worden aangedragen.

In dit hoofdstuk wordt de invalshoek van het onderzoek beschreven. Ook wordt er uiteengezet hoe het vooronderzoek eruit heeft gezien dat geleid heeft tot de onderzoeksvragen en van welke methodes gebruik zal worden gemaakt om deze vragen te beantwoorden.

Aan het eind van de stageperiode zullen de resultaten gepresenteerd worden in een openbare verdediging voor de examencommissie.

Doelstelling

Op basis van onderzoek worden vier concepten aangedragen die ter inspiratie kunnen dienen bij het inrichten van een bibliotheekbelevingsruimte. Het onderzoek wordt vastgelegd in een adviesrapport, welke begin juni opgeleverd zal worden.

Invalshoek

Het project zal benaderd worden vanuit de artistieke hoek. Beeldende kunst is beleving. Het brengt bepaalde emoties en ervaringen met zich mee en iedereen kan er een mening over hebben. Bij de ene persoon gaat deze mening niet verder dan ‘mooi’ of ‘lelijk’, bij de andere persoon wordt er bijvoorbeeld dieper ingegaan op compositie, kleurgebruik en gevoel. Beeldende kunst kan aantrekken of afstoten en is daarmee een krachtig medium om te gebruiken bij het inrichten van ‘belevingsruimtes’.

Vooronderzoek

Om tot de onderzoeksvragen te komen is er eerst een grote hoeveelheid beelden verzameld. Op basis van deze verzameling van inspiratie zijn een moodboard en een mindmap gemaakt, welke te zien zijn op pagina’s 25 t/m 37. Vervolgens is er gebruik gemaakt van de systematische methode om bronnen te zoeken waarvan verwacht werd, dat ze zouden helpen bij het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Hierover wordt meer verteld in de paragraaf ‘Onderzoeksmethode’ op de volgende pagina. In Bijlage H is een tabel te vinden met de gebruikte queries en de daarbij horende resultaten.

Onderzoeksvragen

De centrale vraag van het onderzoek is: Hoe kan moderne kunst helpen bij het inrichten van belevingsruimtes die de verbeelding van de bezoekers van de Bibliotheek Deventer prikkelen en hen verrassen, vermaken, inspireren en uitdagen? Deze vraag zal beantwoord worden aan de hand van deelvragen. De deelvragen zijn opgedeeld in ‘gebruikers’, ‘organisatie’ en ‘informatie’. Gebruikers • Wat zijn de eigenschappen van de doelgroepen van de bibliotheek? • Wat zijn de behoeftes van de doelgroepen van de bibliotheek? • Wat zijn de interesses van de doelgroepen van de bibliotheek? Organisatie • Wat voor soorten bibliotheken zijn er? • Hoe past het project binnen de toekomstvisie van openbare bibliotheken? • Hoe ziet de toekomstvisie van de Bibliotheek Deventer eruit? • Wat zal de Bibliotheek Deventer in de toekomst aanbieden?

Fig. 3.01: Koppeling tussen gebruikers, informatie en organisatie

Informatie • Wat voor rol speelt beleving in onze huidige samenleving? • Wat houdt de ‘experience economy’ in? • Hoe gaat het inrichten van belevingsexposities in zijn werk? • Welke rol spelen concepten bij het inrichten van exposities? • Welke kunstenaars houden zich bezig met het creëren van

22

23


droomwerelden en welke disciplines beoefenden deze kunstenaars? Waar halen zij hun inspiratie vandaan? • Welke vormen nemen droomwerelden aan in de beeldende kunst? • Welke rol speelt ‘beleving’ in de beeldende kunst?

A.

Onderzoeksmethode

Voor de deskresearch zal gebruik gemaakt worden van twee verschillende onderzoeksmethoden: de systematische- en de sneeuwbalmethode. De systematische methode houdt in dat er van te voren een aantal zoektermen en media worden vastgelegd en er aan de hand daarvan bruikbare bronnen voor het onderzoek worden gezocht. Deze methode wordt veelal voorafgaand aan het onderzoek gebruikt. De sneeuwbalmethode is een manier om in korte tijd veel informatie te zoeken. Als startpunt wordt er gebruik gemaakt van een boek of andere bron die naar een daaraan gerelateerde bron linkt. Deze nieuwe bron kan weer leiden tot andere bronnen etcetera. Naar de bronnen zal gezocht worden via bibliotheekcatalogi, archieven van vakbladen, internet en de boekenkasten in de bibliotheek. Tijdens de fieldresearch zullen er vraaggesprekken met professionals plaatsvinden. Deze professionals worden gevonden door middel van internet of door gebruik te maken van het zakelijke netwerk van de stagiaire of de andere betrokkenen bij het project. Ook zullen er excursies plaatsvinden naar ‘inspirerende ruimtes’ en zal er veel naar beelden in boeken en op het internet gekeken worden om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de mogelijkheden van het inrichten van ruimtes.

B.

Moodboard

Om tot de onderzoeksvragen te komen is er een moodboard gemaakt. De beelden die hierin verwerkt zijn zijn van artistieke aard. De richtlijnen die gebruikt zijn, zijn surrealisme, land-art, vervreemding en modernisme. Er zijn afbeeldingen van beeldende en toegepaste kunst gebruikt. Het beeld van de boomstammen (A) die omgedoopt zijn tot potloden heeft te maken met omdenken. De beelden van de levende schilderijen (B) gaan over het verplaatsen van objecten naar een andere context. In het linker beeld lijkt de beschilderde man op zijn plek in de beschilderde achtergrond, het levende schilderij. In het rechter beeld loopt de beschilderde man door de metro, hier vindt vervreemding plaats. Het beeld van de smeltende digitale klok (C) is een moderne variant op een schilderij van Salvador Dalí (pagina 74). Dit heeft te maken met het zien van dingen en deze vervormen naar een andere opvatting. Het achterliggende doel van het moodboard is om de ogen te openen. Kijk om je heen, vind dingen leuk en maak hier iets eigens van. Deze gedachte zal een rol gaan spelen in de bibliotheekbelevingsruimte.

Blz. 25 Fig. 3.02: Moodboard

24

C.


Mindmap

Aan de hand van het moodboard, het kijken naar beeld en het praten met de afstudeerbegeleiders is een mindmap opgesteld. Net als het moodboard, zal ook deze helpen bij het formuleren van de onderzoeksvragen. In de mindmap staat beleving in de bibliotheek centraal. Daar omheen zijn allerlei termen neergezet die in verband staan met het centrale begrip. Op deze termen is voortgeborduurd en er zijn verbanden tussen de termen gelegd. Uit het geheel zijn een aantal connecties ontstaan.

Connecties

De connecties die tijdens het mindmappen ontstaan zijn, zijn gebruikt bij het formuleren van de onderzoeksvragen.

Blz. 26 Fig. 3.03: Mindmap Huidige blz. Fig. 3.04: Connecties uit mindmap

26

27


4/ Vooronderzoek Voorafgaand aan het onderzoek zijn bronnen gezocht die van dienst kunnen zijn bij het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Dit is op de klassieke manier gedaan door vooraf zoektermen en media vast te stellen waarmee naar de bronnen gevonden konden worden. Deze bronnen dienen als startpunt om aan het onderzoek te kunnen beginnen en naar andere bronnen te zoeken. De overige bronnen worden gezocht door vanuit de gevonden stof verder te associëren en redeneren. Een overzicht van de gebruikte zoektermen en de daarbij gevonden bronnen, is in te zien in bijlage H. Naast dat er schriftelijke bronnen (deskresearch) worden gebruikt, zal er ook fieldresearch gedaan worden. Dit houdt in dat er vraaggesprekken met professionals zullen plaatsvinden. Ook zullen er een aantal excursies georganiseerd worden.

Onderzoeksvragen

In deze paragraaf zijn de onderzoeksvragen gekoppeld aan de bronnen die volgens klassiek literatuuronderzoek zijn gevonden. Wat zijn de eigenschappen van de doelgroepen van de bibliotheek? Wat zijn de behoeftes van de doelgroepen van de bibliotheek? Wat zijn de interesses van de doelgroepen van de bibliotheek? • Vereniging Openbare Bibliotheken (2006) Klantsegmentatie, http://www. bibliotheekonderzoek.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 • Openbare Bibliotheek Amsterdam (2012) Doelgroepen, http://www.oba. nl, URL bezocht op 6 februari 2012 • Brabants Netwerk Bibliotheek (2010), De klant is koningin, http://www. bnbibliotheek.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 Wat voor soorten bibliotheken zijn er? • Strandbibliotheek (2010) Standbibliotheek zomer 2012, http://www. strandbibliotheek.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 • Bibliotheek Zoetermeer (2008), Opsomming van een aantal soorten bibliotheken, http://bibliotheekzoetermeer.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 Hoe past het project binnen de toekomstvisie van openbare bibliotheken? • Bruijnzeels, R., Van Tiggelen, N., 2001, Bibliotheken 2040, Biblion Uitgeverij: Den Haag • Huysmans, R., Hillebrink, C., Bais, K., 2008, De openbare bibliotheek tien jaar van nu, SCP: Den Haag • Koomans, L.P., 2003, Marktgericht denken in en vanuit de bibliotheek: Positionering, vernieuwing en profilering van een branche, Biblion: Den Haag • Sandt, van de, C.H.C. et al, 1985, Onderzoek hostfunctie openbare bibliotheken, Spits en co: Bakkenist Hoe ziet de toekomstvisie van de Bibliotheek Deventer eruit? • Debeij, J.P.A. (2012) Meerjarenplan 2012-2015: Persoonlijke ontplooiing én maatschappelijke deelname voor velen, Deventer: de Bibliotheek Deventer

28

• De Bibliotheek Deventer (2012), Vestigingen en openingstijden, http:// www.bibliotheekdeventer.nl, URL bezocht op 8 februari 2012 • Groot, de, M.E. (2008) Visie Bibliotheekwerk 2008-2012, Zevenbergen: Gemeente Moerdijk Wat voor rol speelt beleving in onze huidige samenleving? • Joseph, B. et al, 2010, De beleveniseconomie, Academic Service: Den Haag • Van Stratum, R., 2001, Nix is wat het lijkt maar dat maakt het juist zo mooi!: over strijd en cultuur in de postmoderne beleveniseconomie, Eburon: Delft • Gilmore, J.H., Pine, J.B., Zijlemaker, C., 2008, Authenticiteit: Wat consumenten echt willen, Academic Service: Den Haag • Piët, S., 2003, De emotiemarkt: De toekomst van de beleveniseconomie, FT Prentice Hall Financial Times: Amsterdam Wat houdt de ‘experience economy’ in? • Boswijk, A., Peelen, E., 2008, Een nieuwe kijk op de experience economy: betekenisvolle belevenissen, Pearson Prentice Hall: Amsterdam • Kelley, T. (2005), The ten faces of innovation, Profile Book Ltd: Londen Wat houdt ‘experience design’ in? • Buxton, B. (2005), Experience Design v.s Interface Design, (n.d.) Rotman Magazine • Wallace, P. (2009), The architect of experience: conversation with a service designer (31 augustus) • Garret, J.J. (2000), The elements of user experience, http://www.jjg.net, URL bezocht op 6 februari 2012 • Instituut voor Informatie Architectuur (2000), User Experience Design Process: Critical Path, http://www.aiga.org, URL bezocht op 6 februari 2012 • Smashing Magazine (2010) What is user experience design?, http://www. smashingmagazine.com, URL bezocht op 6 februari 2012 Hoe gaat het inrichten van belevingsexposities in zijn werk? Welke rol spelen concepten bij het inrichten van exposities? • Boijmans van Beuningen (2009) Nieuwsbrief: tentoonstellingsontwerp, http://www.boijmans.nl, URL bezocht op 13 februari 2012 • Boijmans van Beuningen (2009) De conservator vertelt, http://www. boijmans.nl, URL bezocht op 13 februari 2012 • Teunissen, J. (2009), The art of fashion: installing allusions, Rotterdam: Boijmans van Beuningen Welke kunstenaars houden zich bezig met het creëren van droomwerelden en welke disciplines beoefenden deze kunstenaars? Waar halen zij hun inspiratie vandaan? Welke vormen nemen droomwerelden aan in de beeldende kunst? • Hoven, van den, G. (2011) De droomwereld van Chris Berens, Brabant Dagblad (30 augustus) • Honour H., Fleming, J., (2007, 13e druk), Algemene kunstgeschiedenis, Meulenhoff Boekerij: Amsterdam • Fundació Miró, 2010, Fundació Joan Miró: Barcelona, http://www. fundaciomiro-bcn.org, URL bezocht op 6 februari 2012 • www.JoanMiro.com, 2010, Joan Miro Art, 13 december 2010, http:// joanmiro.com/, URL bezocht op 7 februari 2012

29


• Ernst, B. (2007), De toverspiegel van M.C. Escher, Librero b.v.: Kerkdriel • Tolosa, L. (2002), Barcelona: Gaudí en de modernisten, Librero b.v.: Kerkdriel Welke rol speelt ‘beleving’ in de beeldende kunst? • Bruin, de L., (1998) De druk van de beleving: Filosofie en kunst in een domein van overgang en ondergang, Uitgeverij Boom: Amsterdam

5/ Hoofdonderzoek In de hierna volgende hoofdstukken volgen de resulaten van het hoofdonderzoek. De onderzoeksvragen zullen beantwoord worden en gevolgd worden door een conclusie. Aan het begin van elke hoofdstuk zal een korte inleiding worden gegeven van de inhoud van het hoofdstuk. Naar aanleiding van de conclusie zal een aanbeveling worden gedaan. In deze aanbeveling worden concepten voor vier bibliotheekbelevingsruimtes gepresenteerd, te weten een leesruimte, een studeerruimte en twee themaruimtes. De aanbeveling zal leidend zijn bij de daadwerkelijke fysieke inrichting van de bibliotheekbelevingsruimte.

30

6/ Doelgroepen De Bibliotheek Deventer heeft haar doelgroepen ingedeeld in dertien categorieën en subcategorieën. De verdeling van de doelgroepen verschilt per vestiging.

De klant is koningin

In het kader van het project `Wie is de klant?’, is er in 2008 een gezamenlijk onderzoek gestart door de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB), Van Spaendonck Management Consultants en een groep marketing-professionals van verschillende Nederlandse bibliotheekorganisaties. De VOB heeft laten onderzoeken wie de volwassen betalende klanten van de bibliotheek zijn, wat voor levensstijl deze mensen hebben, hoe zij zich gedragen in de bibliotheek en wat hun behoeften zijn. Ook is er een beeld geschetst van hoe deze klanten de bibliotheek waarderen en welk imago de bibliotheek bij hen heeft. Van het project is een handboek gemaakt: De klant is koningin. In dit handboek zijn de zeven belangrijkste klantsegmenten van openbare bibliotheken beschreven: • Jonge Stedelingen: • Studenten en Starters; • Stedelingen. • Gepensioneerde Gezelligheidszoekers; • Cultuurgenieters: • Stedelijk; Eliteaire Cultuurgenieters; • Ontwikkelde Medioren en Senioren. • Dynamische Gezinnen; • Traditionele Gezinnen: • Behouden Medioren; • Bescheiden Burgers; • Niet-stedelijk; Agrarische Gezinnen. • Welvarende Genieters.  Onderstaande grafiek verbeeldt de omvang van de segmenten in de landelijke steekproef van 1,1 miljoen volwassen leden. Samen vormen de segmenten 98% van de leden.

Fig. 6.01 - Verdeling doelgroepen volgens De klant is koningin

31


2011

2008

Jonge Stedelingen

23,7%

30,9%

Gepensioneerde Gezelligheidszoekers

4,6%

3,8%

Cultuurgenieters

13,3%

11,9%

Dynamische Gezinnen

28,5%

30,8%

Traditionele Gezinnen

22,1%

21,5%

Welvarende Genieters

6,0%

1,1%

Overig

1,7%

Fig. 6.02: Verdeling doelgroepen 2011 ten opzichte van 2008

Centrum

Daar de bibliotheekbelevingsruimte in de vestiging Centrum gevestigd zal worden, is voor dit onderzoek vooral de klantsegmentatie van die vestiging van belang. Uit het schema op de vorige pagine (figuur 6.01) kan worden geconcludeerd dat de groepen Dynamische Gezinnen en Jonge Stedelingen het grootst zijn. Bij beide is echter een daling te zien. De groepen Cultuurgenieters, Gepensioneerde Gezelligheidszoekers, Traditionele Gezinnen en Welvarende Genieters zijn gegroeid. Er zijn nog niet genoeg gegevens beschikbaar om te kunnen spreken van een verschuiving in de doelgroepen. Het is echter wel iets om in te gaten te houden. Worden beide grafieken met elkaar vergeleken, dan zijn er redelijk grote verschillen tussen de landelijke klantsegmentatie en de klantsegmentatie van de vestiging Centrum van de Bibliotheek Deventer te zien:

Jonge Stedelingen Gepensioneerde Gezelligheidszoekers Cultuurgenieters Dynamische Gezinnen Traditionele Gezinnen Welvarende Genieters

Landelijk

Centrum

12% 5% 25% 14% 31% 11%

23,7% 4,6% 13,3% 28,5% 22,1% 6,0%

Zijn bij de landelijke klantsegmentatie de Traditionele Gezinnen het grootst, bij de vestiging Centrum zijn dit de Dynamische Gezinnen. De kleinste groep - Gepensioneerde Gezelligheidszoekers - komt wel overeen. In de vestiging Centrum is deze groep ten opzichte van 2008 gestegen, wellicht omdat er in de bibliotheek meer aandacht besteed wordt aan gezelligheid door de samenwerking met het Volkshuis, waardoor bezoekers koffie en broodjes kunnen nuttigen in de achterzaal van de bibliotheek terwijl ze een krant, tijdschrift of boek lezen. Dit trekt veelal ouderen aan. In het Meerjarenplan 2012-2015 staat vermeld, dat de brede dienstverlening van de Bibliotheek Deventer zowel marktgericht als vraaggestuurd is. Bij de marktgerichte organisatie wordt gekeken naar de doelgroepen van de Klant is Koningin en naar educatieve en maatschappelijke doelgroepen. De vraagsturing wordt georganiseerd op basis van gerichte communicatie met klantgroepen, individuen en alliantiepartners. Omdat de Dynamische Gezinnen en Jonge Stedelingen de grootste doelgroepen zijn van de vestiging Centrum, wordt hun profiel hier beschreven. De profielen van de andere doelgroepen zijn in te zien in bijlage F.

Dynamische Gezinnen

Dynamische Gezinnen wonen veelal in het westen van het land, zijn hoog opgeleid en hebben een huurwoning of starterswoning. Hun kinderen zijn meestal tussen de 0 en 12 jaar. De ouders combineren werk, zorg, hobby’s en ambities.

32

In de bibliotheek De vrouw van het Dynamische Gezin gebruikt de bibliotheek vooral voor haar ontspanning en voor de kinderen. Ze is geïnteresseerd in activiteiten voor de kinderen en raadpleegt vaak online informatiebronnen. Lezen is voor haar ontspanning, daarnaast leert ze ervan. Het lenen van materialen is goedkoper dan ze te kopen en in de bibliotheek krijgt ze inspiratie om eens iets anders te lezen dan ze normaal doet. Behoeftes • Fictie: • Spannende boeken; • Jeugdboeken; • Literaire romans; • Psychologische romans; • Luisterboeken. • Non-fictie: • Waargebeurde verhalen; • Psychologie; • Opvoeding/onderwijs; • Koken. • Tijdschriften: • Psychologie; • Tuinbladen; • Woonbladen. • Dvd’s; • Knutsel- en kinderactiviteiten; • Interactie met andere bezoekers; • Multimediale ondersteuning. Materialen Spannende boeken Boeken over reizen/vakantie Actuele Nederlandse Literatuur Romantische boeken Nieuw uitgekomen boeken Streek- en familieromans

69% 45% 44% 37% 30% 27%

Ze heeft weinig behoefte aan andere materialen dan boeken. Wensen • Alles over een onderwerp bij elkaar; • Kinderwagenvriendelijk; • Dicht bij huis; • Gratis parkeren; • Inleverattentie; • Zaterdag- en zondagopening; • Open, benaderbaar personeel; • Overzichtelijke indeling en bewegwijzering. Bezoek • Lidmaatschap langer dan 10 jaar; • Eens per twee/drie weken in de bieb; • Kwartier tot drie kwartier per bezoek; • Vooral ‘s middags;

33


• Leent drie tot vijf materialen; • Leent meer dan gemiddeld jeugdboeken en boeken over onderwijs. Digitale dienstverlening Verlengt meer dan gemiddeld materialen via internet; Multimediale ondersteuning: e-mail. Betalen • Abonnement: geld speelt geen rol; • Parkeerkosten: liever niet; • Gevoelig voor kortingen en aanbiedingen. Wil niet • Betalen voor reserveren en verlengen; • Hoge boetes. Voelt zich goed bij • Ruimtelijke, overzichtelijke, goed verlichte inrichting; • Grote tafels, open kasten; • Een schone omgeving; • Interactie met andere lezers; • Toegankelijk personeel. Voelt zich niet goed bij • Onoverzichtelijke ruimte; • Te stille omgeving; • Veel bibliotheekregels.

Jonge Stedelingen

De Jonge Stedelingen zijn veelal tussen de 25 en 45 jaar en hebben een lage tot middelbare opleiding gevolgd, sommigen een hogere opleiding. Ruim tweederde (68%) is vrouw. De functies die zij vervullen zijn veelal middenkader-functies. Soms doen zij zware lichamelijke arbeid of leven zij van een uitkering. Jonge Stedelingen maken veel gebruik van internet. In de bibliotheek De Jonge Stedeling komt vooral voor ontspanning naar de bibliotheek, daarvoor leent ze graag Nederlandse fictieve boeken. Ook verzamelt ze informatie voor haar persoonlijke interesses en algemene ontwikkeling en leent daarvoor veel informatieve boeken. Van tijd tot tijd gebruikt ze de bibliotheek om te studeren. Lenen is goedkoper dan kopen en zij waardeert weekendopenstellingen. Georganiseerde activiteiten interesseren hen niet zo. Behoeftes • Actueel aanbod: • Thrillers; • Chicklit; • Waargebeurde verhalen; • Films. • Overzichtelijke en duidelijke presentatie: • Inspiratie. • Internet; • Ruime openingstijden ‘s avonds en in weekends;

34

• Een leescafé; • Goede bereikbaarheid met OV en fiets; • Klantgericht en deskundig personeel. Materialen Spannende boeken Actuele Nederlandse literatuur Boeken over reizen/vakantie Buitenlandse literatuur Romantische boeken Nieuw uitgekomen boeken

58% 44% 37% 31% 29% 27%

Wensen • Zoveel mogelijk digitaal; • Overzichtelijke en aantrekkelijke presentatie; • Snelle levering bij reserveringen. Bezoek • Kort lidmaatschap; • Sterk wisselend aantal bezoeken; • Blijft lang in de bibliotheek om zich te laten inspireren; • Meer dan gemiddeld bezoekt zij de bibliotheek in het weekend; • Komt meestal alleen; • Leent meestal vijf materialen, waaronder voornamelijk spannende boeken. Digitale dienstverlening • Maakt meer dan gemiddeld gebruik van internet; • Verlengen en reserveren via internet. Betalen • Lage abonnementskosten; • Internetvoorzieningen; • Lagere boetegelden. Wil niet • Wachten; • Extra moeite doen om een product te krijgen. Voelt zich goed bij • Een bibliotheek die ontspannend en leuk is; • Prettige zitjes; • Koffie; • Rustige, overzichtelijke ruimte. Voelt zich niet goed bij • Drukke omgeving; • Schreeuwende, rennende kinderen; • Niet-behulpzaam, onbekwaam personeel.

35


7/ Soorten bibliotheken Voordat er gekeken wordt naar de inrichting van de bibliotheekbelevingsruimte, zal er uiteengezet worden welke bibliotheken Nederland kent. Dit, omdat er zo geen zaken dubbel gedaan worden en om te kijken of de bibliotheekbelevingsruimte wellicht in meerdere bibliotheken kan worden toegepast. De opsomming van bibliotheken is tot stand gekomen door via internet op te zoeken welke soorten bibliotheken er zijn. De bibliotheken die in dit hoofdstuk aan bod komen, zijn de meest bekende en meest gebruikte bibliotheken in Nederland.

Openbare Bibliotheek

Volgens de Richtlijn voor Basisbibliotheken (2005), is de openbare bibliotheek een: • warenhuis van kennis en informatie; • centrum voor ontwikkeling en educatie; • encyclopedie van kunst en cultuur; • inspiratiebron van lezen en literatuur; • podium voor ontmoeting en debat; De definitie van de openbare bibliotheek volgens de Bibliotheek Nederland: “De openbare bibliotheek is de plaatselijke toegangspoort tot kennis, die een essentiële voorwaarde schept voor levenslang leren, onafhankelijke besluitvorming en de culturele ontwikkeling van individuen en maatschappelijke groeperingen.” Als bovenstaande definities samengevoegd worden, kan er gesteld worden dat de openbare bibliotheek een plek is om te leren. Iedereen is er welkom om te lezen en kennis te maken met kunst en cultuur, en daarnaast is het een plek voor ontmoeting en debat. Het is dus een sociale gelegenheid waar mensen de interactie met elkaar kunnen aangaan, maar tegelijkertijd kunnen mensen zich er terugtrekken met een boek of een computer om aan hun eigen ontwikkeling te werken.

Wetenschappelijke bibliotheek

Universiteitsbibliotheken en researchbibliotheken van bedrijven en instellingen worden tot wetenschappelijke bibliotheken gerekend. De bibliotheken bezitten specialistische verzamelingen ten dienste van onderzoek. Ook kloosterbibliotheken worden vaak tot de wetenschappelijke bibliotheken gerekend, omdat ook zij specialistische collecties beheren.

Digitale bibliotheek

Een digitale bibliotheek is een bibliotheek waarvan de content bestaat uit digitale informatiebronnen. Een digitale bibliotheek kan onderdeel zijn van een grotere ‘bibliotheek’ die zelf een hybride karakter heeft (zowel analoog als digitaal). Volgens de website van de Universiteit van Leiden is het volgende mogelijk in een digitale bibliotheek: • E-journals of databases op een bepaald vakgebied vinden en raadplegen; • Zoeken naar literatuur over een bepaald onderwerp in een of meerdere databases;

36

• Vanuit een lijst met gevonden titels, gelijk doorklikken naar de digitale versie van een publicatie; • Vanuit een lijst met gevonden titels, de bibliotheeklocatie van de betreffende publicaties achterhalen; • Persoonlijke selecties (bestandenlijsten, zoekacties, treffers) bewaren voor later gebruik.

Strandbibliotheek

In de strandbibliotheek kunnen badgasten gratis boeken, tijdschriften en strips lezen. Hiervoor is geen pasje nodig, maar slechts een opgave van naam, adres en telefoonnummer. Aan het eind van de stranddag kunnen de materialen weer ingeleverd worden. In de strandbibliotheek zijn ruim 1.000 boeken aanwezig. Voor de kinderen worden er regelmatig activiteiten georganiseerd. Met de landelijke bezuinigingen zijn een aantal strandbibliotheken verdwenen. In Noordwijk is een strandtenteigenaar opgestaan om de strandbibliotheek te redden. In ruil voor het lenen van de collectie betaalt het strandpaviljoen de kosten van een activiteit van de bibliotheek op het strand. Ook in Den Haag bestaat de strandbibliotheek nog, doordat deze is ondergebracht in een hotel op de boulevard van Kijkduin. Een deel van de collectie staat in de bar, een ander deel op het terras. De strandbibliotheken in IJmuiden en Katwijk hebben een eigen gebouw en ook in Makkum is nog genoeg support om de strandbibliotheek te laten voortbestaan. In 2011 waren er nog zes strandbibliotheken open van de veertien die in 2008 zijn opgericht.

Erfgoedbibliotheek

“Erfgoed Delft heeft als doel alles wat ooit in gedrukte vorm over Delft verschenen is, te verzamelen en beschikbaar te maken voor het publiek. Erfgoed Delft beschikt over een archief met een collectie boeken, tijdschriften, artikelen en periodieken, die (op aanvraag) ter inzage beschikbaar zijn. Ook is er een uitgebreide verzameling boeken over de museale collecties van Museum Het Prinsenhof, Museum Nusantara en Museum Lambert van Meerten, en zijn er publicaties over archeologische opgravingen in de stad in te zien.” De Stedelijke Erfgoedbibliotheek in Mechelen is opgedeeld in de Mechelse Bibliotheek en de Algemene Bibliotheek. In de Mechelse Bibliotheek worden boeken, drukwerken en handschriften verzameld die te maken hebben met de geschiedenis van Mechelen en omstreken. De Algemene Bibliotheek richt zich meer op de geschiedenis van Nederland en België. Uit bovenstaande voorbeelden valt te concluderen dat een erfgoedbibliotheek zich vooral richt op het bewaren van historische documenten. Deze bibliotheken hebben meer een archieffunctie dan een uitleenfunctie.

Koninklijke of Nationale Bibliotheek

De Koninklijke Bibliotheek (KB) bevindt zich in Den Haag, dit is de nationale bibliotheek van Nederland. De missie van de KB is om mensen en informatie te koppelen. De kernwaarden daarbij zijn toegankelijkheid, duurzaamheid, innovatie en samenwerking.

37


De strategische prioriteiten van de KB zijn voor de periode 2010-2013 als volgt geformuleerd: • Wij verschaffen iedereen, toegang tot alles wat in en over Nederland is gepubliceerd; • Wij verbeteren de nationale informatie-infrastructuur; • Wij garanderen duurzame opslag van digitale informatie; • Wij onderhouden, presenteren en versterken onze collecties; • Wij ontwikkelen de KB tot een uitdagende organisatie waar mensen graag voor willen werken; De KB bezit allerhande collecties die van belang zijn voor Nederland. Daarnaast is de KB zich aan het ontwikkelen tot digitale bibliotheek door een groot deel van deze collecties te digitaliseren.

Privé-bibliotheek

Een privé-bibliotheek is een particuliere bibliotheek. Van vroeger uit waren het vooral geleerden, hoogleraren, beoefenaars van academische beroepen, kooplieden, regenten en ambtenaren die zo’n bibliotheek aan huis hadden. Sommigen hadden boeken nodig voor hun beroep die ze niet uit andere bibliotheken konden halen. Een privé-bibliotheek was een statussymbool. De meeste bezitters van privé-bibliotheken hadden daarom veel meer boeken dan ze nodig hadden om hun beroep uit te kunnen oefenen.

Schoolbibliotheek

Vaak hebben scholen een kleine collectie boeken die de leerlingen kunnen lezen en soms bezoeken ze daarnaast een bibliotheek of boekenbus. Sinds een aantal jaren bestaat er het project ‘de Bibliotheek op School’. Dit is een grootschalig samenwerkingsverband tussen het primair en voortgezet onderwijs, MBO’s en de bibliotheek. In sommige gevallen worden de leerlingen benaderd via een elektronische leeromgeving, in andere gevallen worden er volwaardige bibliotheken op de scholen ingericht.

Beleefbibliotheek

Beleefbibliotheken zijn bibliotheken die meer te bieden hebben dan een uitleenfunctie. De ruimte is verdeeld in ‘werelden’ die ingericht zijn naar verschillende thema’s. De uitleen- en inleverapparatuur werkt op basis van zelfbediening, waardoor het personeel beschikbaar is om meer aandacht aan de klanten te besteden. Klanten in beleefbibliotheken komen niet meer slechts om materialen te lenen; ze komen ook om te gamen, de krant te lezen, te studeren, te ontspannen of om een cursus te volgen. Er worden veel evenementen georganiseerd in dit soort bibliotheken.

Blindenbibliotheek

Blindenbibliotheken bieden collecties aan in braille en Daisy-roms. Hierbij gaat het vooral om leesboeken, tijdschriften en studieboeken. Er zijn vier blindenbibliotheken in Nederland, die allemaal hun eigen expertise hebben. Dit gaat van algemene lectuur in aangepaste vorm, zoals romans, jeugdboeken en populaire wetenschappelijke boeken, tot kranten en tijdschriften in aangepaste leesvorm. Onder de noemer Loket aangepast-lezen zijn er afdelingen in openbare bibliotheken, die ingericht zijn voor mensen met een leeshandicap. Binnen dit Loket kunnen brailleboeken, gesproken boeken, kranten en tijdschriften in aangepaste leesvorm en reliëfwerk worden aangeboden.

Muziekbibliotheek

Veel (grotere) bibliotheken in Nederland hebben een muziekafdeling; de muziekbibliotheek. Deze afdelingen zijn voorzien van cd’s, dvd’s, bladmuziek en muziektijdschriften. Er zijn ook bibliotheken die uitsluitend muziek aanbieden, zoals de Centrale Discotheek in Rotterdam (CDR). CDR heeft een website ingericht - Muziekweb - waarop bibliotheekleden informatie over muziek kunnen vinden en dragers van muziek, zoals cd’s, lp’s en dvd’s kunnen aanvragen. Een andere muziekbibliotheek is de Muziekbibliotheek van de Omroep. Deze bibliotheek beheert één van de grootste bladmuziekcollecties van Europa. De collectie is vooral gebaseerd op klassieke muziek en wordt beschikbaar gesteld aan het koor en de orkesten van de Omroep en de omroepmedewerkers. Via de online catalogus is de collectie echter voor iedereen beschikbaar. Naast cd’s worden er ook boeken aangeboden en cd’s, lp’s en dvd’s met opnamen van de omroepenensembles vanaf 1945.

38

39


8/ Toekomstscenario Net als alle andere bibliotheken, heeft ook de openbare bibliotheek in Deventer te maken met bezuinigingen. Met de nieuwbouw op komst zullen er manieren gezocht moeten worden om de bibliotheek te financieren. In het Meerjarenplan 2012-2015 wordt gesproken over een drieslag van consolideren, krimpen en ontwikkelen. Fig. 8.01: BCG-matrix uit het meerjarenplan van de Bibliotheek Deventer

De Bibliotheek Deventer wil de uitleenfunctie behouden, omdat deze voor een groot deel van de doelgroep van belang is. Daarnaast zal er geïnvesteerd worden in vernieuwing van de functies, die van belang zijn voor het toekomstig functioneren van de bibliotheek. Hierbij wordt gedacht aan de Digitale Bibliotheek, de specifieke bibliotheekdiensten voor educatieve en maatschappelijke doelgroepen en de activiteitenprogramma’s van de Beleefbibliotheek Ook in het toekomstscenario van het Directie Overleg Bibliotheken Overijssel (DOBO) wordt gesproken over de Beleefbibliotheek. Er wordt gesteld, dat de fysieke beleving van de bibliotheek vergroot moet worden. Met andere woorden: het bibliotheekbezoek moet leuker gemaakt worden. Het DOBO stelt zichzelf de vraag: “Hoe kan de bibliotheek meer beleving creëren, waardoor de bibliotheek meer uitnodigend wordt?” Enkele antwoorden op deze vraag heeft het DOBO zelf gegeven: • Het ‘gezamenlijk’ informatie verwerken/delen zal geherdefinieerd moeten worden. • Informatie moet leuker/interactief worden gemaakt door het stimuleren van de zintuigen. • Laat klanten zelf ontdekken, maak dit ook fysiek mogelijk door een fysieke ruimte te creëren waar (gezamenlijk) ontdekt kan worden.

Consolideren De uitleenfunctie is de cash cow van de bibliotheek. Vanuit het behoud van bestaande klanten op basis van hun binding met de huidige dienstverlening zal de groei in het bereik en het gebruik van de Bibliotheek geconsolideerd worden. De goed gespreide bibliotheekwinkel, waarbij uitlenen van waarde is voor grote groepen mensen, blijft de komende jaren belangrijk. Krimpen Frontoffice: meer open tegen lagere kosten. Het doorvoeren van de vergaande zelfbedieningsconcepten en de huisvesting in multi-functionele accommodaties zorgt dat de vestigingen meer open zijn tegen lagere (formatie) kosten. Backoffice: kwaliteit en ontwikkeling borgen tegen lagere kosten in de Provinciale Backoffice van Overijsselse Bibliotheken op een aantal gebieden: collectie, educatie en digitale bibliotheek. Het digitaliseren van facilitaire processen zorgt voor beperking van de eigen formatie. Ontwikkelen De Bibliotheek zal blijven investeren in vernieuwing van die functies die van belang zijn voor het toekomstig functioneren. De ontwikkeling richt zich op de Digitale Bibliotheek, de activiteitenprogramma’s van de Beleefbibliotheek en op specifieke bibliotheekdiensten voor educatieve en maatschappelijke doelgroepen. Van belang, is dat deze diensten een substantieel bereik hebben, waardoor de waarde van de lidmaatschapspas verschuift van ‘uitleenpas’ naar ‘bibliotheekpas’. Naast de ontwikkeling van nieuwe diensten is de vernieuwing van de huisvesting van Bibliotheek Centrum, Diepenveen en Bathmen noodzakelijk.

40

Het sleutelwoord wat in het toekomstscenario van het DOBO vaak terugkomt, is ‘leuk’. Ook Jos Debeij (directeur van de Bibliotheek Deventer) heeft dit in een personeelsbijeenkomst over het meerjarenplan onderstreept. De bibliotheek moet weer leuk worden.

Programma

De komende jaren zal de Bibliotheek Deventer streven naar het handhaven van het zelfbedieningsconcept om allerlei media te lenen, bronnen te raadplegen, om er te werken of te studeren en in toenemende mate ook om aan beleefbibliotheekprogramma’s deel te nemen. De groei van de uitleenfunctie en de kernfunctie Informatie & Lezen wordt doorgezet, terwijl de kernfuncties Educatie en Podium & Cultuur worden ontwikkeld. Ook wordt er voorbereid op de vernieuwingen van de vestigingen Bathmen en Diepenveen en voor de nieuwbouw van de Centrumbibliotheek in 2015.

Nieuwbouw Centrum

De stedelijke Beleefbibliotheek zal de centrale basis vormen voor het bibliotheeknetwerk van Deventer. De nieuwbouw zal plaatsvinden op de Stromarkt en het pand zal gedeeld worden met Deventer Radio & Televisie (DRTV). De Bibliotheek Deventer zal samenwerken met stedelijke en regionale partners om de Beleefbibliotheek te realiseren. Er zullen bijvoorbeeld cursussen rond lezen en literatuur worden georganiseerd, activiteitenprogramma’s worden samengesteld in samenwerking met het Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek, Saxion en Architectuurcentrum Rondeel, films worden vertoond en digitale dossiers worden bijgehouden.

41


9/ Beleving in de samenleving

Of de Bush een natuurgetrouwe nabootsing van het tropische regenwoud is, kunnen maar weinig mensen zeggen

Beleving speelt een steeds grotere rol in de samenleving, zoals later in deze scriptie aan de hand van wetenschappelijke en filosofische theorieën zal worden uitgelegd. Er zal onder andere naar de piramide van Maslow worden gekeken om de ontwikkelingen van de beleveniseconomie in context te plaatsen.

Wat ik aan tropisch regenwoud op televisie heb gezien, is dat het er warm, vochtig en vooral gevaarlijk is. Overdag schijnt het nogal mee te vallen, als je niet per ongeluk in het web van een tarantula loopt of gewurgd wordt door een slang. ‘s Nachts echter kun je er beter niet komen, want dan gaan de roofdieren op pad.

Om te laten zien dat belevingsruimtes al langer worden toegepast, zijn er een aantal praktijkvoorbeelden onderzocht. De voorbeelden zullen bondig beschreven worden, en voorzien worden van beeldmateriaal en een persoonlijke visie. Deze persoonlijke visie zal vooral kritisch en analytisch van aard zijn.

Prakijkvoorbeelden belevingsruimtes

Burgers’ Zoo - Arnhem Een organisatie die zich veel bezighoudt met beleving is Burgers’ Zoo in Arnhem. In deze dierentuin worden dierenverblijven zo natuurlijk mogelijk nagebouwd. In 1913 bouwde de oprichter van Burgers‘ Zoo - Johan Burgers al dierenverblijven zonder tralies. Ook plaatste hij rotspartijen en valleien om de dieren in een natuurlijker omgeving aan bezoekers te tonen.

Naar mijn mening was het ook interessant geweest als Burgers’ Zoo af en toe het licht uitdoet in de Bush en de minder gezellige kant van het tropisch regenwoud laat zien. De ecodisplays zijn goed voor het welzijn van de dieren, waar ik helemaal achter sta, maar ik denk dat bezoekers op deze manier geen realistisch beeld van het regenwoud te zien krijgen.

In 1968 opende Burgers’ Zoo het eerste Safaripark van Europa. Later, in de zeventiger jaren, kreeg het dierenpark grote bekendheid met zijn chimpanseekolonie, het wolvenbos en later ook het gorilla-eiland. Telkens stonden ruimte en vrijheid voor het dier centraal. Maar Burgers’ Zoo ging verder. Zij gingen ecodisplays bouwen; nu zouden de bezoekers de leefomgeving van de dieren betreden, in plaats van andersom. Ecodisplay Doordat de leefgebieden van de dieren zo natuurlijk mogelijk worden nagebouwd, is het mogelijk om meerdere diersoorten bij elkaar te zetten, wat een nog natuurlijker effect geeft. De dieren kunnen interactie met elkaar aangaan, op rotsen of in bomen klimmen, van de planten eten, terwijl het menselijk ingrijpen beperkt is. Hoewel dieren zich beter voelen in de ecodisplays en bezoekers het leuker vinden om de dieren te bezoeken, zitten er ook nadelen aan. Niet alle diersoorten kunnen namelijk bij elkaar in een hok, zoals roofdieren en prooidieren. Ook kunnen sommige dieren gevaarlijk zijn voor bezoekers. Zo zijn bijvoorbeeld de ‘probleemdieren’, die niet vrij in de Bush kunnen rondlopen, in een aparte wereld geplaatst: de Rimba. Zowel in de Bush als in de Rimba is een tropisch regenwoud nagebouwd, echter leven de dieren in de Bush in vrijheid, maar zijn ze bij de Rimba ingesloten.  Bush De bush is een artificieel tropisch regenwoud. In deze overdekte ruimte is het vochtig en warm, er groeien veel planten en het ruikt en klinkt er als een echt regenwoud. Alle dieren wonen hier in vrijheid. Er zijn veel zandpaden, trappen en bruggen waar de bezoekers overheen kunnen lopen en kunnen ontdekken. Er vliegen vogels en vliegende honden rond, er zitten hagedissen in de boom en de zeekoeien, capibara’s en aardvarkens hebben een stukje privéhabitat om in rond te lopen.

Blz. 42 Fig. 9.01: Capibara’s in Burgers’ Zoo Huidige blz. links boven Fig. 9.02: Een eetgelegenheid in de Bush Huidige blz. Rechts midden Fig. 9.03: Een brug en waterval in de Bush Blz. 44 boven Fig. 9.04: De Desert Blz. 44 links onder Fig. 9.05: Dikhoornschapen in de Desert Blz. 44 rechts onder Fig. 9.06: Een krokodil in de Mangrove

42

43


Rimba De Rimba biedt onderdak aan verschillende apen, zoals siamangs, laponders, langoeren en gibbons. Ook wonen er Maleise beren, herten, bantengs, Aziatische runderen, en tijgers. Onder de grond bevindt zich een ruimte waar pythons en varanen wonen. In dit gebied is het Maleisische tropische regenwoud gesimuleerd.

Net als een echte woestijn, is de Desert geen fijne plek om te vertoeven. Het is er droog, muf, benauwd en het stinkt. Ik ben nooit diep in een woestijn geweest, slechts aan de rand ervan in Australië, maar volgens mij is het nooit heel erg benauwd in de woestijn, aangezien het daar haast nooit regent en er ook weinig wolken zijn... op televisie zijn woestijnen altijd voorzien van een strak blauwe lucht. Dit discussiepunt terzijde, vind ik de Desert zeer geslaagd. Ik bedoel, ze hadden er ook een lege zandvlakte van kunnen maken. Het geeft een bepaalde meerwaarde dat je naar de dieren moet zoeken, in plaats van dat ze pal voor je neus staan, uitzonderingen daargelaten.

Desert In de Desert zijn de Sonara- en Mojavewoestijn van Arizona en het noorden van Mexico nagebouwd. ‘s Zomers is het hier heet en ‘s winters koud. Er groeien cactussen, agaves, yucca’s en kleinbladige bomen en struiken. Het is een rotsachtig landschap met veel zand, waar vogels en kalkoengieren wonen, alsmede pekari’s, dikhoornschapen en bobcats. Ook zijn er droge rivierbeddingen, puinhellingen en donkere spelonken te zien en is er een grot waar ratelslangen, schorpioenen en gilamonsters wonen. Mangrove De bomen en planten die in de mangrove leven, wortelen in brak water en hebben de eigenschap om in deze situatie te overleven. Tussen de wortels zwemmen veel verschillende vissoorten en ongewervelde dieren. Er wonen ook slangenhalsvogels, mangrovereigers, rivierschildpadden en zeilhagedissen.

Huidige blz. midden boven Fig. 9.07: Maleise beer in de Rimba van Burgers’ Zoo Huidgie blz. rechts midden Fig. 9.08: Dieren in de Safari van Burgers’ Zoo

Safari In de Safari wonen jachtluipaarden en leeuwen die vanuit een observatiehut bekeken kunnen worden. Ook is er een savanne waar neushoorn, giraffen, zebra’s, waterbokken, koedoes en gnoes leven. Voor de bezoekers is er een terras aangelegd op een rotspartij, vanaf waar zij een uitzicht hebben over de savanne, terwijl ze genieten van Afrikaanse gerechten en drankjes.

In het computerspel Zoo Tycoon, waar je zelf een dierentuin moet opbouwen en runnen, maak je de bezoekers extra blij door verschillende diersoorten bij elkaar in een habitat te gooien. De makers van Zoo Tycoon hebben dit niet uit de lucht gegrepen, want ik wordt ook zo blij als een kind als ik in de Safari de giraffen, gnoes en zebra’s door elkaar zie scharrelen. Dit is wat mij betreft een van de leukste ecodisplays, omdat de dieren ontzettend veel ruimte hebben en je de interactie ziet tussen de verschillende diersoorten. Het terras dat uitkijkt op de Savanne is een heerlijke plek om een hapje te eten en de wijde omtrek te bekijken.


Ocean De Ocean is een grote onderwaterwereld waar honderden vissen en andere zeewezens te zien zijn. Er is een koraalrif waartussen de koralen, sponzen, zeeanemonen, zee-egels en zeekomkommers, murenen, diklipvissen en rifbaarzen wonen. Ook is er een groot aquarium waar haaien zwemmen en een tunnel waar roggen over de bezoekers heen zwemmen.

De Ocean is mijn insziens de mooiste ecodisplay die Burgers’ Zoo aanbiedt. Het is tevens een grote inspiratiebron geweest bij het vormgeven van het idee achter dit onderzoek. Als je door de Ocean loopt, krijg je het idee dat je als mens maar nietig bent. Je stelt niet zoveel voor. En dat is zo. De mens is in mijn ogen maar een arrogant wezen dat denkt de baas te zijn over de hele wereld. In de Ocean zijn niet de dieren opgesloten, maar de mensen. Hier betreed je bijna letterlijk hun wereld. Ik zeg bijna, want je zwemt nog net niet tussen de vissen. Dit is wat mij betreft een belevenisruimte ten top. Je ervaart bijna hoe het is om in de zee te leven.

Dierenpark Buiten de ecodisplays bevinden zich ook ‘normale’ dierenverblijven. Ook hier is moeite gedaan om de dieren zo gelukkig mogelijk te maken door ze veel ruimte te bieden en zoveel mogelijk hun natuurlijke leefomgeving na te bootsen. Er woont bijvoorbeeld een grote gorillafamilie op een bosrijk eiland en er is een jungle waar panters wonen. Ook is er een wereldberoemde chimpanseekolonie van ruim twintig dieren die vanuit observatieposten te bekijken zijn.

Net als bij de Safari leven hier ook verschillende diersoorten door elkaar heen. Zo zwemmen de schildpadden bijvoorbeeld op hun dooie gemakje tussen de haaien door. Dit kan ook alleen doordat de dieren in Burgers’ Zoo zo goed verzorgd worden en voldoende ruimte en voldoende te eten krijgen. Qua belevenisruimtes loopt Burgers’ Zoo denk ik voorop in Nederland, vooral omdat ze zowel uit het oogpunt van de klant denken, als van het dier. Dieren worden naar mijn mening iets te vaak vergeten in dierentuinen, maar Burgers’ Zoo heeft het goed begrepen.

Blz. 45 Fig. 9.09: Uitzicht vanaf het terras op de Safari Blz. 46 Fig. 9.10: Haaien in de Ocean Huidige blz. links boven Fig. 9.11: De tunnel in de Ocean Huidige blz. links onder Fig. 9.12: Pinguïns in het regulieren dierenparkgedeelte van Burgers’ Bush

46

5147


Corpus - Oegstgeest Corpus is een museum, dat gebouwd is in de vorm van een menselijk lichaam. Tijdens deze ‘reis door de mens’ kunnen de bezoekers zien, voelen en horen hoe het menselijk lichaam werkt en welke rol gezond eten, leven en veel bewegen daarbij spelen. Corpus speelt een educatieve, informatieve en preventieve rol op het gebied van gezond leven en welzijn. Er wordt in de vorm van tastbare, zichtbare en hoorbare verbeelding uitleg gegeven over vragen als waarom mensen moeten slapen, of hoe haar groeit. Voor het presenteren van de informatie worden de nieuwste technieken op het gebied van animatie, geluid en 3d-effecten gebruikt.

Beeld en Geluid - Hilversum Beeld en Geluid is hét media-archief van Nederland. Hier is meer dan 700.000 uur aan bewegend beeld- en geluidsmateriaal opgeslagen. Het archief - de Beeld en Geluid Experience - is toegankelijk gemaakt voor bezoekers die tijdens hun tocht geholpen worden door virtuele gidsen. Bezoekers krijgen bij binnenkomst een ring die ze kunnen scannen. Vervolgens kiezen ze uit vijftien bekende Nederlanders hun begeleider. Tijdens de interactieve Experience kan er meegespeeld worden in een quiz of in animatiefilms. Ook wordt er veel informatie gegeven over de geschiedenis van Nederland. Bij alles wat Beeld enGeluid aanbiedt staan interactie en zelfredzaamheid hoog in het vaandel. Blz. 48 Links boven Fig. 9.13: Corpus exterieur Blz. 48 midden Fig. 9.14: Bezoekers in Corpus Blz. 48 midden onder Fig. 9.15: Corpus interieur Huidige blz. rechts boven Fig. 9.16: Beeld en Geluid exterieur Huidige blz. links midden Fig. 9.17: Quiz in Beeld en Geluid Huidige blz. rechts midden Fig. 9.18: Nemo exterieur Huidige blz. links onder Fig. 9.19: Kinderen spelen in Nemo Huidige blz. rechts onder Fig. 9.20: Kinderen spelen in Nemo

Nemo - Amsterdam In 1997 opende Koningin Beatrix het grootste science center van Nederland. Zij opende daarmee een unieke plek in Amsterdam die bestaat uit vijf verdiepingen vol wetenschappelijke en technologische doe- en ontdekdingen. NEMO bewijst dat science boeiend en fascinerend is. Science Center NEMO is dè plek om spelenderwijs bezig te zijn met wetenschap en technologie.

48

49


De Efteling heeft op mij hetzelfde effect als Nieuw Zeeland: ik ben er pas één keer geweest, maar ik heb een paar keer per maand een moment van heimwee met daaropvolgend een moment van teleurstelling omdat het zo duur is om er te komen. Hoewel je het niet zou zeggen, ervaar ik dit als uitermate positief.

Efteling De Efteling is opgebouwd uit: het attractiepark, vakantiepark Bosrijk, het Efteling Hotel, het Efteling Theater en het Efteling Golfpark. Daarnaast worden er ook radio en tv-shows vanuit de Efteling uitgezonden. ‘s Winters is er de Winterefteling, dan zijn niet alle attracties geopend, maar hiervoor komen dan onder anderen een langlaufbaan, een snowtubebaan en een schaatsbaan in de plaats.

Bezoekers van deze attractie leggen eerst een pad af door het huis van de hoofdrolspeler in de sage: Willem van der Decken. Dit huis lijkt mooi van buiten, maar van binnen is het verbrand, wat ook te ruiken is. Via een door de brand verwoest schilderij komen de bezoekers in een smokkelgang uit waar schatten verborgen liggen. Elke vier minuten raast echter de geest van Van der Decken door de gang en zet daarbij de hele gang in brand.

Het attractiepark van de Efteling is opgebouwd uit vier rijken, te weten Ruigrijk, Reizenrijk, Marerijk en Anderrijk.

Uit het huis gekomen staat de bezoeker in een haventje. Hier zijn opstapplaatsen voor de achtbaan. De achtbaan neemt de bezoeker mee naar open zee, nacht, duisternis, mistbanken en watervallen. De achtbaan eindigt weer in het havendorpje waar het begonnen is.

Ruigrijk In Ruigrijk staan de ruigere attracties, zoals de Halve Maen; het grootste schommelschip ter wereld.

Reizenrijk Reizenrijk heeft allerhande attracties die met reizen/transport te maken hebben, zoals de Carnaval Festival, Monsieur Cannibale en de Vogelrok;

Ik weet nog, dat ik kotsmisselijk de bus uit struikelde op de parkeerplaats van de Efteling (bussen zijn niet mijn ding). In de verte zag ik een raarvormig gebouw wat wel eens de entree van de Efteling zou kunnen zijn. Ik zette drie stappen en mijn misselijkheid ging spontaan over in vreugde. Wat zag dat er ontzettend vet uit! Al zou ik alleen al de hele dag in en om dit gebouw hebben heen gedwaald, dan zou ik alsnog de Efteling de hemel in prijzen. Zij hebben hun shizzle goed onder de knie. Het blije gevoel bleef de hele dag aanhouden en ik voelde me net een klein kind in een snoepwinkel. In de Efteling was zoveel te zien en te beleven, en alles was zo ontzettend mooi vormgegeven! In de Efteling kijk of luister je niet naar sprookjes, je belééfd ze. Zelfs als je niet van attracties houdt, zul je blij zijn dat je dit pretpark hebt mogen ervaren.

Huidige blz. boven Fig. 9.21: Entree van de Efteling Huidige blz.onder Fig. 9.22: Het grootste schommelschip ter wereld; de Halve Maen Blz. 51 rechts boven Fig. 9.23: Fata Pardoes Blz. 51 links midden Fig. 9.24: De Vliegende Hollander Blz. 51 rechts midden Fig. 9.25: Monsieur Cannibale Blz. 51 links onder Fig. 9.26: Achterbaan de Vogelrok

50

Ook staat er de Vliegende Hollander, welke in 2007 is geopend. Deze attractie is gethematiseerd rond de sage van de Vliegende Hollander. Er is een 17e eeuws havenstadje nagebouwd, inclusief vuurtoren en een pleintje met huisjes en horecagelegenheden.

51


Huidige blz.links onder Fig. 9.27: Droomvlucht Huidige blz. rechts midden Fig. 9.28: Droomvlucht exterieur Huidige blz. rechts onder Fig. 9.29: Elfjes in de Droomvlucht Blz. 53 Links boven Fig. 9.30: Sprookjesboom Blz. 53 Links midden Fig. 9.31: Koekhuisje in het Sprookjesbos Blz. 53 midden boven Fig. 9.32: Villa Volta exterieur Blz. 53 midden Fig. 9.33: Villa Volta interieur Blz. 53 Rechts boven Fig. 9.34: Spookslot exterieur Blz. 53 Rechst midden Fig. 9.35: Spookslot spook

Marenrijk In het Marenrijk bevinden zich de rustiger attracties, zoals draaimolens, maar ook de beroemde attracties Droomvlucht, Villa Volta en het Sprookjesbos. Het idee achter Droomvlucht is dat bezoekers zich als elfjes door het Wonderwoud bewegen, waar ze andere elfjes en trollen ontmoeten. Ze dromen met hun ogen open. In Droomvlucht is alles mogelijk. Villa Volta is een huis waarin de illusie wordt gewekt dat het over de kop rolt terwijl je erin zit. Al tijdens de wachtrij is er vermaak in de vorm van audio. Hierna komen de bezoekers een ruimte binnen waar ze een hoorspel over de Bokkenrijders te horen krijgen. In de tweede ruimte wordt er een verhaal verteld door een animatronic. In de derde ruimte - de huiskamer - nemen de bezoekers plaats op banken, alwaar ze met beugels wordt vastgezet. Doordat de banken bewegen en de kamer er omheen beweegt, wordt de illusie gewekt, dat het huis over de kop rolt. Het Sprookjesbos bestaat al sinds 1952. De Nederlandse kunstschilder Anton Pieck heeft de ontwerpen voor deze zes hectare grote attractie gemaakt. Het bos staat vol sprookjesfiguren. Een wandelroute leidt de bezoekers langs 27 sprookjes.

Anderrijk Anderrijk neemt de bezoeker mee naar andere werelden, zoals die van de Fata Morgana, het Spookslot of de Bobsleebaan.

52

53


Tijdens mijn excursie naar NAI Rotterdam heb ik in de eerste plaats de exposities bekeken als bezoeker om een zo objectief mogelijke indruk te krijgen. Vervolgens ben ik de exposities gaan analyseren op sterke en zwakke punten en heb ik gekeken hoe de exposities zijn opgebouwd, en waarom dit zo is gedaan. Het volledige verslag van deze excursie is te lezen in Bijlage B.

Nederlands Architectuur Instituut - Rotterdam Het Nederlands Architectuur Instituut (NAI) heeft de laatste jaren een wijziging in zijn strategie doorgevoerd. Tegenwoordig wil het NAI toegankelijker en laagdrempeliger zijn voor het ‘gewone volk’ in plaats van slechts een soort archieffunctie te vervullen voor architecten. Naast dat er nog steeds een ruimte is waar maquettes worden getoond (de Schatkamer), zijn er ook exposities die meer op de beleving van de bezoekers inspelen.

Hoewel het uiterlijk van pleinen en straten door de jaren heen verandert, blijven ze steeds herkenbaar. Overal zijn winkelketens, terrasmeubilair en stoepborden. Het meubilair kan worden besteld uit een catalogus waarin modern vormgegeven zitbanken, boomroosters, fietsenrekken of prullenbakken netjes op een rij staan. Elke gemeente probeert zich te onderscheiden door een andere uitstraling, maar door de overeenkomst tussen de ontwerpen gaat alles toch weer op elkaar lijken.

Blz. 55 midden Fig. 9.39: Stad van Nederland Blz. 55 midden onder Fig. 9.40: Stad van Nederland

Stad van Nederland De belevingstentoonstelling Stad van Nederland slingert bezoekers heen en weer tussen allerlei tegenstrijdige gevoelens. De mooie kanten van de stad worden getoond, maar ook de sombere, lelijke kanten. Steden bepalen hoe mensen zich voelen. De tentoonstelling voert de bezoekers door de aspecten van Nederlandse steden, zoals historische centra, bedrijventerreinen en VINEX-wijken. Zes bewoners vertellen hun visie op de stad. De ene is vol bewondering waar de andere vol afschuw is. Op deze manier dwingt de tentoonstelling de bezoekers om zelf een mening te vormen over wat ze zien. De tentoonstelling laat zien dat architectuur overal is en iedereen ermee te maken heeft. Nederland uit voorraad leverbaar De expositie ‘Nederland uit voorraad leverbaar’ gaat over de winkelstraten en pleinen van Nederlandse binnensteden. Fotograaaf Hans van der Meer maakte foto’s van winkelstraten in Boskoop, Raalte en Winschoten, omdat het karakter juist daar het beste naar voren komt. Doodgewoon lijkende straten zijn vaak het resultaat van jarenlang plannen, herontwerpen, discussiëren en compromissen sluiten.

Blz. 53 midden onder Fig. 9.36: Fata Morgana Blz. 54 rechts midden Fig. 9.37: Nederland uit voorraad leverbaar Blz. 54 midden onder Fig. 9.38: Nederland uit voorraad leverbaar

54

55


10/ Beleveniseconomie

in verschillende contexten van zijn leven. Een ervaring zorgt ervoor dat het individu een ander beeld van de wereld en/of zichzelf krijgt.

Artikel

Prijs

De prijs van een koffieboon. Een zelfgemaakt kopje koffie van een pak koffie uit de supermarkt. Een kop koffie in een café. Een kop koffie bij Starbucks. Een café bij een sterrenrestaurant. Een espresso of cappuccino bij Café Florian op het Piazza San Marco in Venetië.

Verwaarloosbaar € 0,10 - € 0,20

“Commodities zijn inwisselbaar, goederen tastbaar en diensten immaterieel, maar diensten zijn gedenkwaardig.” - Pine, J.B. & Gilmore, J.H. (2009)

Maslow

€ 1,50 - € 2,00 € 3,00 - € 5,00 € 10,00 € 17,00

Bij de beleveniseconomie gaat het niet alleen om het product op zich, maar ook om de beleving rondom het product en/of de dienst. In deze tijd van infobesitas wordt het steeds moeilijker om de aandacht van de consument te trekken. Niet de ervaring moet hierbij centraal gesteld worden, maar de emotie. “De beleveniseconomie is de productie en dienstverlening die gericht is op de leniging van emotionele behoeftes van mensen als groep of als individu. Geluk is maakbaar. Emotionele behoeften vertalen zich in markten van veiligheid, romantiek, identiteit, betekenis en authenticiteit.” zintuiglijk waarnemen

emotie

beleven

ervaren

zingeven

Het ervaringsproces begint bij zintuiglijke waarneming. De indrukken, die we via onze zintuigen opdoen, leiden tot emoties, die we als individu nodig hebben om met de buitenwereld te leren omgaan. Deze emoties leiden vervolgens tot een belevenis; zij zorgen ervoor dat de waarneming op een bepaalde manier beleefd wordt. Belevenissen bestaan vaak uit meerdere emoties die zich tegelijkertijd of opeenvolgend voordoen. Ervaringen gaan nog verder dan belevenissen. Zij staan aan het eind van het ervaringsproces en hebben te maken met de som van onze interacties en met onze omgeving en de lering die we daaruit trekken. Emotie Emoties hebben een affectieve en een cognitieve component en zijn een manier om informatie te verwerken. Belangen en drijfveren liggen eraan ten grondslag. Emoties bepalen de zin van verandering en de actiebereidheid van het individu. Ze kunnen zich manifesteren door middel van gevoelens, expressief gedrag, gemotiveerd gedrag en fysiologische veranderingen. Beleving Een beleving is een onmiddellijke, relatief geïsoleerde gebeurtenis met een complex aan emoties die indruk maken, en een bepaalde waarde vertegenwoordigen voor het individu binnen de context van een specifieke situatie. Ervaring Ervaren is een continu interactief proces van doen en ondergaan, van actie en reflectie, van oorzaak en gevolg, die een betekenis hebben voor het individu

56

In de motivatiehiërarchie van Maslow worden vijf niveaus van behoeften gehanteerd, welke weergegeven worden in de vorm van een piramide: de Piramide van Maslow. Iedereen begint onderaan de piramide. Is er aan de behoeftes van dit niveau voldaan, dan wordt men gemotiveerd door de behoeften van het volgende niveau. Mensen voelen zich pas goed als ze hun potentieel zoveel mogelijk hebben kunnen realiseren. Iemand die honger heeft, zal alleen bezig zijn met het stillen van deze honger en bijvoorbeeld niet met het nastreven van hogere intellectuele prestaties. De meningen van wetenschappers over deze theorie zijn verdeeld. De theorie is veralgemeniserend en gaat niet voor iedereen op. Het belang van een motief neemt namelijk niet altijd af als aan dat motief tegemoet gekomen wordt. Bij verslavingen blijven mensen behoefte houden aan een bepaalde voldoening. Ook zijn de niveaus niet voor iedereen gelijk; mensen geven soms een veilige situatie op om aan iets gewaagds te beginnen. Ondanks dat wetenschappers verschillende visies op de Piramide van Maslow nahouden, sluit hij aan bij de huidige beleveniseconomie. Over het algemeen is de westerse wereld de overlevingsmaatschappij voorbij; er hoeft niet meer geknokt te worden voor werk, gezondheid, liefde, voedsel en veiligheid. Het enige waar we ons druk om hoeven maken is of we wel of niet gelukkig zijn. Als de Piramide van Maslow een flatgebouw zou zijn, zou zich op de begane grond de behoefte aan voedsel - oftewel stillen van honger en dorst - plaatsvinden. Is hieraan voldaan, dan kan op de tweede verdieping bescherming tegen gevaar worden gevonden. Is dit gevaar geweken, dan bevinden zich op de derde verdieping het sociale contact en op de vierde verdieping het domein van respect. Op de vijfde verdieping - het penthouse - bevindt zich de zelfontplooiing; de optimale verwezenlijking van potenties, het samenvallen van zijn en kunnen, oftewel het vinden van een balans. Het penthouse is pas te bereiken als de onderliggende behoeften zijn vervuld. Zit je in het penthouse, dan kun je je afvragen of je gelukkig bent. Iedereen vindt dat zij het recht hebben om gelukkig te zijn, wat stress kan opleveren. Deze vraag zorgt ervoor dat mensen zich ongelukkig voelen en naar middelen gaan zoeken om hun gemoedstoestand op te vrolijken. Het zoeken naar prikkels kan extreme vormen aannemen. Er zit een tegenstelling tussen overleving en beleving. Een voorbeeld is het filmgenre nouvelle violence. Deze hyperrealistische films bevatten zeer gewelddadige scènes, zoals bijvoorbeeld in de film Irréversible, waarin langdurig en in close-up een verkrachtingsscène te zien is. Uitzonderingen daargelaten, zullen de meeste mensen zo’n situatie niet in het echt willen meemaken, maar de kijkcijfers vertellen dat ze er toch nieuwsgierig naar zijn. De realistische geënsceneerde setting, maakt dat mensen gevaarlijke situaties kunnen beleven in een veilige omgeving. Het is mogelijk, dat deze mensen die prikkels nodig hebben voor hun overleving. Een ander ‘onschuldiger’ voorbeeld is bungyjumpen. Niemand wil honderd meter naar beneden vallen van een brug, tenzij ze in de wetenschap zijn dat ze het zullen overleven.

Blz. 56 links boven Fig. 10.01: Koffiebonen Blz. 56 links boven het midden Fig. 10.02: Kopje koffie Blz. 56 rechts midden Fig. 10.03: Ervaringsproces schematisch weergegeven Blz. 56 links onder het midden Fig. 10.04: Starbucks Blz. 56 Links onder Fig. 10.05: Café Florian in Venetië Huidige blz. Fig. 10.06: Pyramide van Maslow

57


Als er veel prikkels in de markt zijn, is het mogelijk dat er gewenning en uiteindelijk verveling toetreedt. Dit verklaart deels de behoefte aan steeds heftiger prikkels. Een andere verklaring is de angst voor verveling en de daaruit voortkomende onrust. Extreme prikkels kunnen een uitlaadklep bieden voor opgehoopte energie.

In Nederland besteed de outdoor sportwinkelketen Bever Zwerfsport ook veel aandacht aan de beleving van de bezoeker in van het interieur van de winkel. In vrijwel elke vestiging is een rotspartij met een watertje met vissen te vinden. In sommige vestigingen is er zelfs een schuine brug over het water geplaatst waarop klanten bergschoenen kunnen testen.

Met spannende en erotische films en tv-programma’s zoals Big Brother, Expeditie Robinson of Idols kan nieuwsgierigheid en behoefte aan leedvermaak bevredigd worden, en kunnen mensen erover meepraten. Je kunt met anderen ervaringen delen (Maslow’s derde verdieping) en erover oordelen. Wat hierbij belangrijk is, is dat ongeveer dezelfde gevoelens op hetzelfde moment worden gedeeld, wat zowel (positieve of negatieve) opwinding oplevert als het delen van een ervaring. Een voorbeeld hierbij is het WK voetbal. Dit evenement is leuk voor voetballiefhebbers, maar ook niet-voetballiefhebbers vinden het leuk, omdat er een groot saamhorigheidsgevoel onder het volk leeft.

De achterliggende gedachte van de hierboven besproken winkels, is dat fabrikanten hun producten met opzet zo zouden moeten ontwerpen, dat de belevenis van de gebruiker erdoor wordt versterkt. In feite moeten ze de producten beleveniswaarde geven, ook voor de klanten die niet zulke avontuurlijke ambities hebben. Autofabrikanten concentreren zich bijvoorbeeld op het versterken van de rijbelevenis. Voor andere fabrikanten, zoals een ventieltjesfabrikant, wordt het moeilijker. Wat moet deze doen om de pompbelevenis te versterken? Wat moet een meubelfabrikant doen om de zitbelevenis te versterken, of de uitgever om de leesbelevenis te versterken? Hoe versterk je een was-, droog- of kookbelevenis?

Wil een onderneming zich manifesteren als belevenissenregisseur, dan volstaat deze niet met het uitsluitend leveren van goederen en diensten. De onderneming zorgt voor belevenissen die gewaarwordingen bij de klant teweegbrengen. Elke belevenis is het gevolg van de interactie tussen het evenement en de geestelijke- en lichamelijke toestand, waarin de persoon, die de belevenis ondergaat, verkeert. Een voorbeeld: Recreational Equipment Inc. (REI) is een outdoor kledingwinkelketen in Canada en de Verenigde Staten. In een van de vestigingen van deze keten is een achttien meter hoge berg gebouwd waarop bergbeklimmers hun materiaal kunnen testen (figuur 10.07). Een andere outdoor kledingwinkel uit de Verenigde Staten, Cabela’s, bouwde een twaalf meter hoge berg in een diorama vol opgezette wilde dieren (figuur 10.10).

Apple

Fig. 10.07: Achttien meter hoge berg in een filiaal van Recreational Equipment Inc.

58

Een fabrikant die zich erg bezig houdt met het creëren van belevenis, is Apple. De ‘Think Different’- campagne van Apple uit de jaren ’90 zette het bedrijf opnieuw op de kaart. Ook zorgde het ervoor dat Apple zich profileerde als een organisatie die gelooft in het verleggen van grenzen, in anders durven denken en het uitdagen van de status quo. De allergrootste sterkte van Apple is echter dat het bedrijf deze visie perfect van binnen naar buiten wist te vertalen. Door te vertrekken van ‘waarom’ en dit vervolgens te vertalen naar Apple-producten (‘hoe’) en nog concreter, naar het Appleaanbod (‘wat’), kreeg het bedrijf fans in plaats van klanten. Die fans zijn loyaal en bereid elke prijs te betalen die Apple voor zijn producten vraagt. Dit komt volgens Wim Schuurmans (Experientis B.V., lerenenmotiveren.nl), doordat er van een commodity een belevenis wordt gemaakt.

Huidige blz. rechts boven Fig. 10.08: Interieur Bever Zwerfsport Huidige blz. rechts midden Fig. 10.09: Interieur Cabela Huidige blz. rechts midden Fig. 10.10: Twaalf meter hoge berg met opgezette dieren in een vestiging van Cabela’s.

59


dachten zoals elk ander merk, dan zou hun slogan iets zijn in de trant van: “We maken mooi vormgegeven computers die gemakkelijk te bedienen en gebruiksvriendelijk zijn. Wil je er een kopen?”. Apple’s boodschap is echter: “We geloven in het uitdagen van de status quo bij alles wat we doen. We geloven in anders denken. De manier waarop we de status quo uitdagen is door onze producten mooi vorm te geven, gemakkelijk te bedienen en gebruiksvriendelijk te maken. Toevallig maken we ook nog geweldige computers, wil je er een kopen?”

Fig.10.11: Think different campagne van Apple met Apple logo.

Schuurmans stelt, dat ondernemers zichzelf moeten afvragen waar hun klanten blij van worden. Prijs en kwaliteit zijn niet langer bepalend voor de keuze van de klant, beleving is dit wel. De belevingswaarde verklaart waarom iemand € 17,00 voor een kop koffie betaalt op een terras in Venetë. Mensen zijn geneigd eerder voor veiligheid dan voor verandering te kiezen; het vraagt moed om het vertrouwde los te laten. In de ‘Think different’-clip van Apple zijn mensen als Albert Einstein, Bob Dylan, Martin Luther King, Richard Branson, John Lennon en Yoko Ono, Thomas Edison, Muhammed Ali, Maria Callas, Mahatma Gandhi, Amelia Earhart, Alfred Hitchcock, Martha Graham, Jim Henson, Frank Lloyd Wright en Pablo Picasso te zien. Dit zijn stuk voor stuk mensen die het lef hadden om buiten de lijnen te kleuren. Ze werden als gek of geniaal bestempeld, maar waren allemaal eigenzinnig genoeg om te doen waar ze in geloofden. Deze mensen hebben de wereld veranderd. De tekst uit de Think Different clip luid als volgt: “Here’s to the crazy ones. The misfits. The rebels. The troublemakers. The round pegs in the square holes. The ones who see things differently. They’re not fond of rules. And they have no respect for the status quo. You can quote them, disagree with them, glorify or vilify them. About the only thing you can’t do is ignore them. Because they change things. They push the human race forward. While some may see them as the crazy ones, we see genius. Because the people who are crazy enough to think they can change the world, are the ones who do.” - Apple Inc. Fig.10.12: The Golden Circle

The Golden Circle

why how what 60

De meeste bedrijven houden vast aan wat zij maken en hoe zij dit maken. De klant wil echter slechts weten waarom het product de prijs waard is die ervoor gevraagd wordt. The Golden Circle-theorie van Simon Sinek verschaft inzicht in hoe een idee veranderd kan worden in een sociale beweging. Het verklaart waarom sommige mensen en organisaties innovatiever en invloedrijker zijn dan anderen, en waarom hun klanten of volgers loyaler zijn dan die van andere mensen en organisaties. Ook verklaart het waarom het succes van deze mensen en organisaties eindeloos lijkt te zijn. De meeste bedrijven formuleren hun boodschap van buiten naar binnen; van ‘wat’ naar ‘hoe’ naar ‘waarom’. Mensen kopen echter niet wat bedrijven doen, maar waarom zij het doen. Apple heeft dit feilloos door. Als zij

Met de eerder aangehaalde ‘Think Different’ clip zette Apple zich in de jaren ’90 opnieuw op de kaart. Zij hadden toen al door dat de hamvraag ‘waarom’ is. De clip zorgde ervoor dat Apple zich profileerde als een organisatie, die gelooft in het verleggen van grenzen, in anders durven denken en het uitdagen van de status quo. De grootste sterkte is echter dat Apple deze visie perfect volgens het principe van The Golden Circle wist te vertalen. Ze begonnen bij ‘waarom’ en vertaalden dit naar de Apple producten - het ‘hoe’ -, welke ze toen doorvertaalden naar het Apple aanbod, het ‘wat’. Op deze manier kreeg Apple meer de status van superheld, dan van bedrijf, en kreeg het bedrijf fans in plaats van klanten. Behalve dat de fans loyaal zijn, zijn ze ook bereid een hoge prijs te betalen voor producten van Apple. Bedrijven hebben tegenwoordig twee keuzes; gaan ze voor cost leadership of voor differentiatie? Bij differentiatie gaat het erom dat er van een commodity een belevenis gemaakt wordt. Eén koffieboon kost haast niets, een kop koffie - een product van meerdere koffiebonen - kost al meer. Wordt deze kop koffie in een café gedronken, dan wordt de prijs nog hoger opgedreven. Staat dit café op een unieke locatie zoals Café Florian op het Piazza San Marco in Venetië, dan worden niet alleen de kosten van de grondstoffen, het personeel en het pand erin doorberekend, maar ook de belevenis van de locatie waar de kop koffie wordt gedronken. In de beleveniseconomie draait het om emoties, anders denken en patroondoorbreking. Eerlijkheid en authenticiteit moeten leidraad zijn bij de belevenis. De belevenis is de doorslaggevende factor bij het consumeren en tegelijkertijd het kersje op de taart. “Wie wij denken te zijn, bepaalt wat we kopen. En wat wij kopen, zegt iets over wie wij zijn”, aldus Wim Schuurmans. “Klanten moeten zich met een product of dienst kunnen identificeren.” Bij veel producten is er differentiatie mogelijk, omdat zij ruimte bieden voor meer dan één belevenisaspect. Fabrikanten van huishoudelijke apparatuur zouden zich kunnen concentreren op de draagbelevenis, de schrobbelevenis, of de roerbelevenis. Andere bedrijfstakken kunnen zich richten op de aansteekbelevenis, de dichtritsbelevenis, of de vouwbelevenis. Om hun producten een gedenkwaardig karakter te geven, moeten fabrikanten ze een beleveniswaarde meegeven. Met belevenissen worden klanten niet per definitie geamuseerd, maar eerder aangesproken. Een belevenis kan gasten op meerdere manieren ergens bij betrekken, zoals is weergegeven in figuur 10.13 op de volgende pagina. De twee belangrijkste manieren om gasten ergens bij te betrekken, zijn de mate van deelname van de gast (passief of actief) en de aard van de relatie of verhouding tot de omgeving die de bezoekers van het evenement of de belevenis bijeenbrengt. Aan de bovenkant van het schema staat de term absorptie, wat inhoudt dat iemand zo aandachtig wordt vastgehouden, dat hij de belevenis in zich opneemt. Aan de andere kant staat onderdompeling,

61


hierbij gaat de betrokkene fysiek of virtueel deel uitmaken van de belevenis. De rijkste belevenissen bevatten aspecten van alle vier de domeinen, en zouden dus in het midden van het schema geplaatst kunnen worden. Fig. 10.13: Schema waaraan de rijkheid van een belevenis kan worden getoetst.

11/ Belevingsexposities Om uit te zoeken hoe het inrichten van belevingsexposities in zijn werk gaat, is er een bezoek gebracht aan Bureau Tinker in Utrecht. Dit bureau heeft onder andere de Stad van Nederland in het Nederlands Architectuur Instituut (NAI) ingericht. Het interview dat met Wendy Rommers - ruimtelijk en grafisch ontwerper bij Bureau Tinker - is gehouden, is te lezen in bijlage D. Het verslag van het bezoek aan de Stad van Nederland in het NAI is te lezen in bijlage B.

Stad van Nederland

Bij het inrichten van belevingsexposities is het meestal zo, dat een instelling een bureau hiervoor benadert. De instelling heeft dan in de meeste gevallen slechts het plan opgevat om een belevingsexpositie in te richten, maar soms - en dit was ook het geval bij het NAI - bedenkt de instelling zelf het hele concept van de expositie en benadert dan een bureau om dit bij te schaven en uit te voeren.

Blz. 63 rechts boven Fig. 11.01: Wendy Rommers - ontwerper bij Bureau Tinker Fig. 63 rechts boven het midden Fig. 11.02: Rabbithole bij de Stad van Nederland Blz. 63 rechts midden Fig. 11.03: Onderdeel van de Stad van Nederland Blz. 63 rechts onder het midden Fig.11.04: Onderdeel van de Stad van Nederland Blz. 63 rechts onder Fig. 11.05: Onderdeel van de Stad van Nederland

Bij het bedenken van een belevenis moet over de volgende vragen worden nagedacht: • Hoe worden klanten uitgenodigd om naar binnen te gaan, plaats te nemen en te blijven? Dit heeft te maken met esthetiek. • Het ontsnappingsaspect: wat moeten gasten doen als ze binnen zijn? Dit aspect betrekt klanten bij de belevenis en dompelt ze onder. • Wat wil je de gasten meegeven? Wat zal ertoe bijdragen dat de gasten zich bij het verwerven van kennis en vaardigheden betrokken gaan voelen? • Hoe kan de belevenis zo leuk en plezierig zijn dat de gasten bij de les blijven? Worden de gasten onderhoudend beziggehouden, dan doen ze eigenlijk niet meer dan op de belevenis reageren.

Het NAI was vroeger een instituut dat vooral voor architecten interessant was. Er werden maquettes tentoongesteld, wat het instituut een soort archieffunctie gaf. De laatste jaren wil het NAI echter toegankelijker zijn voor publiek en de bezoekers laten beleven dat architectuur er ook voor hen is en dat zij ermee te maken hebben. Met deze gedachte in het achterhoofd is de Stad van Nederland ingericht. Deze expositie is verdeeld over een aantal ruimtes die de bezoeker steeds een ander gevoel geven. Gedurende de hele route kunnen de bezoekers door middel van een podcatchers worden begeleid door een karakter, zoals bijvoorbeeld de burgervader, de fashionista of de oude vrouw achter de geraniums. Deze gidsen hebben allemaal een eigen mening over wat er te zien is, waardoor de bezoeker uigedaagd wordt om na te denken over wat hij ziet en om zelf ook een mening te vormen. In de Stad van Nederland speelt de tegenstelling tussen de prachtige schoonheid en positieve sfeer, en het irritante, lelijke en vieze van de stad. Via een lange gang benadert de bezoeker de stad vanuit de polder. Hierna komt de bezoeker in een kleine ruimte waar de geuren, geluiden en beelden van de stad in snel tempo op hem afkomen, dit wordt de shaker genoemd. De chaos van de stad wordt op de bezoeker losgelaten. Verlaat de bezoeker deze ruimte, dan komt hij in een ruimte met maquettes. Hierin zit een verloop van goed gelukte architectonische projecten, zoals de kubuswoningen, tot mislukte architectonische projecten, zoals de Bijlmer. Bezoekers verlaten deze ruimte door een witte gang die leidt naar de stad van de toekomst. Deze laatste witte ruimte is gevuld met witte volumes waarop beelden gebeamd worden. De bezoeker wordt hier uitgedaagd om zelf na te denken over hoe de stad van de toekomst eruit kan zien. De hele expositie heeft te maken met hoe de bezoeker de stad beleeft. Door de tegenstellingen tussen mooi en lelijk, dag en nacht, prettig en irritant en de ondersteuning van de verhalen en meningen van de gids, wordt de bezoeker gedwongen zich een mening te vormen over wat hij ziet. Er is getracht de beleving van de stad in al zijn aspecten na te bootsen.

Architectuur

Ook bij architectuur speelt beleving een rol, al dan niet in de letterlijke zin van het woord ‘belevingsexpositie’. De Nederlandse architect Herman

62

63


Fig. 11.06: Theater Epidauros

Fig. 11.07: Egyptische pyramide

Herzberger zegt over architectuur het volgende: “Voor mij laat het theater in het algemeen - en het theater in Epidauros in het bijzonder - zien wat architectuur behoort te zijn, wat de kern van de architectuur uitmaakt: het omvattend vermogen om mensen tijdelijk een gemeenschap te laten vormen. Het theater is een oervorm van architectuur. In mijn boek ‘De ruimte van de architect’ heb ik Epidauros afgezet tegen de Egyptische piramide, die je het ultieme monument zou kunnen noemen, die slechts buitenkant is, een sterke vorm die wél opvalt, maar geen aandacht heeft voor het gebruik. Theater en piramide verhouden zich tot elkaar als plein tot gebouw. Mij gaat het erom pleinen te maken, theaters. Eigenlijk zie ik het als mijn opgave om van elk gebouw een theater te maken. Ook daarom heb ik een zwak voor de scholenbouw. Scholen vragen om die theatrale aanpak. De bruisende activiteit die er toch altijd is, laat zich op een prachtige wijze dramatiseren. Je kunt het leven er intensiveren, de interactie tussen mensen zichtbaar maken. Wat in het gewone leven opgekropt is, vindt in het theater een dramatische uitweg; gewone gevoelens, zoals verliefdheid, worden uitvergroot. Die intensivering is waar het me om gaat.”

op de tijd lette. Dalí schilderde zijn dromen, omdat Freud geloofde dat in dromen het onderbewustzijn naar boven kwam. Dalí herbeleefde ze en ontdekte zo waar zijn dromen symbool voor stonden. De techniek die Dalí en andere surrealisten gebruikten in hun werk, wordt de Trompe l’oeil- techniek genoemd, maar soms ook de Droomtechniek. Een voorbeeld van deze droomtechniek is het werk Onzichtbare Afghaan van Dalí (figuur 11.08). Dit beeldt een verschijning op het strand uit van het gezicht van Garcia Lorca in de vorm van een fruitschaal.

Fig. 11.08: Onzichtbare Afghaan - Dalí

Anna-Nicole Zische is een beeldend kunstenaar die met beleving werkt. In haar film Childhood Storage is een replica te zien van haar vroegere kinderkamer. De film is geïnspireerd op het feit dat moeders vaak de slaapkamer van hun kind intact laten als deze het huis uit gaat, om er daardoor een soort fysieke opslag van hun kindertijd van te maken.

Beeldende kunst

Het uitgangspunt van veel surrealistische kunstenaars is de psychoanalyse van Sigmund Freud. Freud geloofde dat je iemand kon genezen door naar zijn onderbewustzijn te kijken. Buitenstaanders, of zelfs de persoon in kwestie, hebben geen weet van wat zich daar allemaal afspeelt. Het onderbewustzijn komt vaak in dromen naar voren en kan alle mogelijke vormen aannemen. De surrealisten wilden het onderbewustzijn beter leren kennen, of in ieder geval naar voren halen. Om dit te bereiken schilderden ze vaak droombeelden. Salvador Dalí probeerde bijvoorbeeld zijn eigen angsten en fantasieën te verkennen en legde dit vast met symbolische beelden. Dalí schildert vaak klokken en (onherkenbare) zelfportretten. In La persistencia de la memoría (De halsstarrigheid der herinnering- figuur 13.03, blz. 74) beelden de smeltende klokken uit dat tijd irrelevant is. Dalí vertelde dat als hij met zijn vrouw Gala aan het schilderen was, hij niet of nauwelijks

64

In de film worden verschillende verhaallijnen bijeengebracht, maar een steeds terugkerend motief is de letterlijke omkering van de kinderkamer. Een spel dat Zische als kind veel speelde, was: op de grond gaan liggen met de benen omhoog en zich voorstellen dat het plafond de vloer was. Op deze wijze verandert letterlijk de manier waarop men naar de wereld kijkt en wordt deze bekeken vanuit het perspectief van het kind, en vanuit de kijk van volwassenen op het perspectief van het kind. De vraag naar aanleiding van de film is of de volwassene een kind op de kop is, of dat volwassenheid symmetrisch is aan de kindertijd. In de modernistische kunststroming, en dan vooral de dada en het surrealisme, speelde beleving een grote rol. Zo hield de Duitse schilder Max Ernst (1891-1976) in 1920 een beruchte tentoonstelling in Keulen, die via een openbaar toilet betreden diende te worden. De bezoekers van de surrealistische tentoonstelling werden ontvangen door een jong meisje in een communiejurk dat obscene gedichten voordroeg en ontvingen vervolgens een bijl om het tentoongestelde werk kapot te slaan.

65


Dada was ook een stroming die protesteerde tegen het hoogdravende fatsoen van de samenleving. Alles wat ernstig werd genomen werd belachelijk gemaakt, vooral alles wat als ‘kunst’ en ‘cultuur’ in aanzien stond. De dadaïsten maken de indruk dat ze een weg hebben willen banen voor een nieuwe maatschappelijke, intellectuele en artistieke orde. Weinigen van hen hadden echter zulke politieke bedoelingen. Dat gold echter wel voor hun opvolgers, de surrealisten. Zij voelden zich nauw betrokken bij politieke omwentelingen.

verstaan mag worden, dat het ook een gebeuren aan kan duiden dat zich onbewust voltrekt. Nietzsche heeft het in elk geval zo ingezet, en hetzelfde zien we naderhand gebeuren in de traditie van de psychoanalyse, de studie waar Sigmund Freud zich mee bezig hield (blz. 70).

Fig. 11.09: Ocell de Foc - Max Ernst

Filosofie

Het woord Erlebnis ontstaat in de eerste helft van de negentiende eeuw als substantivering van erleben, wat beleven betekent in het Duits. Erleben betekent in de eerste plaats; nog in leven zijn als iets gebeurt. Zo willen mensen na een tijd van schijnbaar vruchteloos zwoegen en afzien nog weleens zeggen: “Dat ik dit nog mag beleven!” Bij de vorming van een Erlebnis komen verschillende aspecten kijken. Zo is er ten eerste het motief van de onmiddelijkheid, het er zelf bij zijn. Beleef je iets, dan is het niet verzonnen of geconstrueerd, je bent er zelf bij en staat zo borg voor de onmiddelijke en tastbare werkelijkheid ervan. Ten tweede duidt het beleefde op een zekere duurzaamheid, het heeft betekenis in iemands leven. “Dat ik dat nog mag beleven.” impliceert dat de persoon die de uitspraak doet zelf bij de belevenis aanwezig was én dat het gehalte van het beleefde een bijzondere betekenis voor hem of haar had. Tot slot is het onmogelijk om het gehalte van het beleefde met rationele middelen uit te putten. “Waartoe men vanuit beleving geen toegang heeft, daar heeft men ook geen oor voor.” - Nietzsche, Ecce Homo Bij een Erlebnis gaat het volgens Nietzsche om het unieke, het onherleidbare individuele van de gewaarwording. Om het gegeven dat zelfs het kleinste dat zicht voordoet nooit door twee mensen op precies dezelfde manier zal worden ervaren. Iedereen kent zijn eigen geschiedenis en levensachtergrond. “Elke handeling bouwt verder aan onszelf, ze weeft ons bont gewaad. Elke handeling is vrij, maar het gewaad is noodzakelijk. Onze beleving -dat is ons gewaad.” - Nietzsche Erlebnis geeft te kennen dat een Empfindung (sensatie) pas iets zegt wanneer ze zich kan voegen in het weefsel van een leven. Erlebnis staat bij Nietzsche dus niet voor het verband van het organische (onbewust werktuiglijke) leven, dat een gewaarwording de unieke gewaarwording laat zijn in dit organisme. “Een gewaarwording is altijd niet neutraal, maar altijd mijn gewaarwording. Dit betekent niet alleen dat ik haar voel, maar eveneens dat ik haar onomstotelijk voel.” Nietzsche hechtte aan het woord Erlebnis, omdat dit woord het levende van de gewaarwording aanduidt. Dit ‘levende’ houdt het lijfelijke van de ervaring in, het aan den lijve ondervinden. Het houdt ook het gegeven in, dat het merendeel van wat iemand ondervindt zich onbewust voltrekt. Mensen zijn geneigd het bewustzijn te beschouwen als het subject van de gewaarwording. Erlebnis geeft daarentegen aan dat het subject van de gewaarwording - of welke handeling dan ook - het organisme het organische leven is en niet de bewuste ik. Het is de vraag of ‘Erlebnis’ inderdaad zo ruim

66

67


12/ Het interbellum De Eerste Wereldoorlog betekende het eind van een lange periode van materiële vooruitgang en welvaart in Europa en kapte de enorme uitbarsting van creatief talent omstreeks de eeuwwisseling abrupt af. Gedurfde en innovatieve kunstuitingen moesten plaats maken voor veilige onderwerpen zoals vruchten, zonnige landschappen en bloemen. Tegelijkertijd kwamen er andere manieren op om de werkelijkheid mee weer te geven, zoals fotografie en film. Daarmee begon het belang van realistische schilderkunst af te nemen. Hoewel Parijs haar belangrijkste positie op veel culturele en maatschappelijke gebieden begon te verliezen, bleef de stad in de hele periode tussen de twee wereldoorlogen de hoofdstad van de westerse kunst en de mode. Dada en het surrealisme waren twee verwante stromingen die de jaren van het interbellum bepaalden.

“De ware dadaïst is tegen dada.”

Toen in het begin van 1916 de Duitsers en de geallieerden zich ingegraven hadden in de loopgraven van Verdun, maakt dada zijn entree in de kunstwereld. Volgens de Roemeense dichter Tristan Tzara (1886-1963) was dada meer een geestesinstelling dan een literaire of artistieke beweging. Het was anarchistisch, nihilistisch en ontwrichtend. De dadaïsten bedreven de spot met alle gevestigde waarden: traditionele opvattingen van goede smaak in kunst en literatuur, die zij beschouwden als de culturele symbolen van een samenleving die berustte op hebzucht en materialisme en nu in de laatste fase van haar doodstrijd verkeerde. Dada ontkende zelfs dat kunst waarde had, vanwaar de naam anti-kunst, en ontkende uiteindelijk zelfs zichzelf. Het dadaïsme schokte de kunstwereld met de volledige ommekeer die zij teweegbrachten in het denken over kunst en literatuur. Het toeval ging in deze stroming een grotere rol spelen dan het bij eerdere kunststromingen had gedaan. Door het dadaïsme werden veel kunstenaars beïnvloed, waaronder de eerste surrealisten. Er wordt dan ook gesteld dat het surrealisme voortkwam uit het dadaïsme. Waar de anti-kunst was bedoeld om de grenzen van de interpretatie van de kunst verder te leggen, had surrealisme meer het positieve doel om het fantasierijke element toegankelijker te maken. Eigenlijk maakt het surrealisme het abnormale toegankelijker, in tegenstelling tot dada of anti-kunst.

De geboren anarchist

De Franse kunstenaar Marcel Duchamp verbleef het grootste deel van de Eerste Wereldoorlog in New York, net als vele andere intellectuelen in die tijd. De Verenigde Staten bleven tot 1917 neutraal en boden de intellectuelen een veilige haven om van daaruit te protesteren tegen een samenleving die een dergelijke oorlog had ontketend. Zij werkten daar verder, organiseerden tentoonstellingen en andere openbare manifestaties, betrokken andere kunstenaars bij de beweging en hielpen zo de weg te bereiden voor naoorlogse Amerikaanse artistieke stromingen, met name voor het abstract expressionisme. Duchamp maakte radicale anti-kunst en gebruikte hierbij ready-mades, dit zijn alledaagse fabrieksproducten die tot kunstwerken werden verheven. Duchamp veranderde niets aan de voorwerpen, hij maakte ze niet eens zelf, hij stelde ze ‘slechts’ ten toon aan publiek. Dit was het gebaar van totale afwijzing en opstand tegen de geldende artistieke regels, want door de creatieve daad te reduceren tot het kiezen van ready-mades, worden het ‘kunstwerk’ in de traditionele zin en alle goede smaak, vakmanschap en het talent dat daarin belichaamd werd is in één klap belachelijk gemaakt. Dada was voor Duchamp een extreem protest tegen de visuele benadering van de schilderkunst geweest.

Surrealisme

Het surrealisme zou in het interbellum een belangrijke rol gaan spelen in de kunstwereld, waarbij ideeën van wetenschap en kunst verenigd werden in een positief denkbeeld tegen het paradigma waarin de westerse wereld verkeerde en die, volgens de surrealisten, de Eerste Wereldoorlog had veroorzaakt. Het was evenzeer gericht tegen alles wat burgerlijk was en streefde in dezelfde mate naar ontwrichting als het dadaïsme, maar het had

Fig. 12.02: Fountain - Duchamp “Of Mr. Mutt de fontein eigenhandig heeft gemaakt of niet is van geen enkel belang, hij koos haar. Hij nam een alledaags voorwerp, zette het zo neer dat de zinvolle functie ervan verdween onder nieuwe titel en gezichtshoek - creëerde een nieuwe gedachte voor dat voorwerp.” - Anoniem, maar vermoedelijk door Marcel Duchamp.

Fig. 12.01: Bicycle wheel - Duchamp

68

69


niet de anarchistische spontaniteit van dada. Het had een theorie en een programma en werd uiteindelijk bijna tot een dogmatische leer. Niettemin sloten de meeste dadaïsten zich erbij aan toen de dichter André Breton (1896-1966), die de leider en theoreticus van de beweging zou worden, in 1924 zijn eerste surrealistische manifest publiceerde. In zijn Manifeste du Surrealisme schreef Breton een onderbouwing van het surrealisme. Hij stelde hierin dat het surrealisme zich wijdde aan het onderbewuste als ‘de wezenlijke bron van alle kunst’. Op deze manier probeerden kunstenaars een volledige herziening van alle waarden tot stand te brengen. Het doel was de wereld van de psyche, door Freud en het psychoanalytisch onderzoek toegankelijk gemaakt, te verkennen en ‘die twee ogenschijnlijke tegenstrijdige toestanden, droom en werkelijkheid om te smeden tot een soort absolute realiteit, een surrealiteit…’ De ideologische oorsprong van het surrealisme ligt in de theorieën van Freud en zijn methoden werden voor schrijvers en beeldend kunstenaars het model om het onbewuste te verkennen. Hoewel Breton later meende dat zijn vroege definitie van het surrealisme te beperkt was geweest, zijn de hoofdpunten niettemin het vermelden waard: “zuiver psychisch automatisme: waardoor wij het werkelijke denkproces in woord, in geschrift of met welke andere middelen dan ook willen weergeven… Het surrealisme is gebaseerd op het geloof in de hogere realiteit van bepaalde associatievormen die tot nu toe veronachtzaamd zijn, in de almacht van de droom, in het belangeloos gedachtenspel.” Omdat schilderen een bewuste daad was, werd er gesteld dat zoiets als surrealistische schilderkunst niet kon bestaan. In 1925 herzag Breton zijn eerdere definitie en raakte ervan overtuigd dat kunst een middel tot ontdekking kon zijn. De surrealisten wisten al eerder dat het automatisme de zwakke plek van de definitie was. Zij zagen dit als gevaar voor monotonie en herhaling bij gebrek aan bewuste controle.

Volgens de psychiater Sigmund Freud waren dromen een deur naar het onderbewustzijn. Hij wist surrealistische schilders, zoals Dalí te bereiken met zijn kennis over het onderbewustzijn. De schilders werden hierdoor aan het denken gezet, waar ze hun inspiratie uit konden halen. Het onderbewustzijn is in feite een onuitputtelijke bron van inspiratie. Het resultaat van deze inspiratiebron was vaak de exacte weergave van droombeelden of volledig willekeurige objecten in een ruimte geplaatst, met als doel schrikreacties, verbazing of opwinding bij het publiek teweeg te brengen. Alleen door dergelijke heftige reacties en ervaringen willen mensen overwegen hetgeen zij geloven los te laten. Dat is precies wat de surrealisten voor ogen hadden bij hun streven naar totale vernieuwing van alle maatschappelijke en culturele waarden en normen. De eerste surrealistische tentoonstelling werd in 1925 in Parijs georganiseerd. In deze tentoonstelling was werk van de vroegere dadaïsten Hans Arp en Max Ernst te zien. Ook werd het werk van Joan Miró en andere surrealisten vertoond. Opvallend afwezig waren René Margritte en Salvador Dalí, zij sloten zich pas later bij de surrealistische beweging aan. Het dromerige van het surrealisme is van grote invloed geweest op de kunst en de manier van kijken in het algemeen. Het helpt mensen een persoonlijker interpretatie van de problemen in de wereld te vormen, ook helpt het mensen om creatiever met problemen om te gaan. Men denkt immers niet meer in vaste kaders, maar out of the box.

Huidige blz. Fig. 12.03: Le Viol- Dalí Blz. 72 Fig. 12.04: Giraffe on fire - Dalí

De Spaanse schilder Salvador Dalí was het eens met het gebruik van een vorm van vrije expressie die door dromen geïnspireerd werd. Hij zag echter ook dat de vreemde en vaak gewelddadige beelden die in hem opkwamen alleen volledig bewust uitgewerkt konden worden. Hij gaf er een concrete werkelijkheid aan, door er zijn artistieke vaardigheden op los te laten. Door de interpretatie van Dalí op het surrealisme ontstond er een tweedeling; de richting van het psychisch automatisme, wat leidde tot het abstract surrealisme, en de richting van het vastleggen van dromen en de uiting van gedachten, wat leidde tot het figuratief surrealisme. De eerste richting kenmerkt zich door het gebruik van organische, vloeiende vormen die veelal samengaan met poëtische titels. In deze kalligrafische richting werd vooral het toeval gebruikt voor de beeldvorming. Joan Miró en André Masson waren kunstenaars die deze richting vertegenwoordigden. De tweede - figuratieve - richting kenmerkt zich vooral door het naast elkaar plaatsen van gewoonlijk niet te combineren objecten. Onderwerpen worden hierdoor in een andere context geplaatst. Tot de vertegenwoordigers van deze richting behoren Salvador Dalí, Paul Delvaux, René Margritte en Hans Richard Giger. Hoewel laatstgenoemde kunstenaar van een ander tijdperk was, namelijk de jaren ’60 tot het heden, kan zijn werk het best gerekend worden door de surrealistische kunst.

70

71


13/ Surrealistische kunstenaars Het surrealisme kende veel grote kunstenaars. Over enkele daarvan zal in dit hoofdstuk een stukje worden geschreven. Er zal over hun leven worden verteld, hun werk en hun werkwijze.

Breton (1896-1966)

André Breton werd in 1896 geboren in Tinchebray, Frankrijk. Hij studeerde medicijnen, maar werd schrijver. Via het werk van de schrijvers Paul Valéry en Apollinaire en de schilder Gustave Moreau kreeg hij belangstelling voor het symbolisme. Via Apollinaire kwam Breton in contact met de schilders Giorgio de Chirico, André Derain en Pablo Picasso. Hij richtte met twee andere schrijvers het tijdschrift Littéraire op, wat bijdroeg aan het succes van (onder andere) de kunstenaars Max Ernst, Marcel Duchamp en Man Ray. In 1921 organiseerde Breton in Parijs een symposium over dada. André Breton wordt gezien als de leider van het surrealisme. Hij gaf er in zijn Manifeste du Surrealisme de theoretische basis voor. Door het werk van Sigmund Freud te lezen, leerde Breton over het belang van het onderbewuste. Net als Freud, ging Breton zich bezig houden met experimenten op het gebied van hypnose en psychoanalyse. Volgens Breton moest een schilderij meer verbeelden dan wat men op het eerste gezicht waarnam.

Fig. 13.01: Portret van André Breton

In 1928 verscheen de belangrijkste roman van André Breton: Nadja. Het was een surrealistisch geschrift in dagboekvorm. Dit boek werd door sommigen geprezen, maar door velen verworpen. In 1929 beschreef Breton in zijn tweede manifest Le Second Manifeste du surréalisme dat elk creatief individu op zoek is naar een gemoedstoestand, waarin ogenschijnlijke tegenstellingen van leven en dood, heden en verleden, realiteit en fantasie toch in harmonie zijn. In 1941 ging Breton naar de VS, waar hij medestanders voor zijn ideeën vond. Na de Tweede Wereldoorlog keerde hij weer terug naar Frankrijk, waar hij de laatste jaren van zijn leven gebruikte voor het schrijven van een publicatie waarin hij het magische in de kunst beschreef. In 1966 overleed hij in Parijs.

Freud (1856-1939)

Sigmund Freud werd op 6 mei 1856 geboren in Oostenrijk. Vier jaar later, als de wolzaak van zijn vader failliet gaat, verhuist de familie Freud naar Wenen. Freud slaagt cum laude op het gymnasium en in 1873 besluit hij medicijnen te gaan studeren. Hij is erg geïnteresseerd in het werk van Goethe en Darwin. Tijdens zijn studie volgt Freud colleges in filosofie, psychiatrie en doet onderzoek naar het geslachtsorgaan van de paling. Na zijn studie is hij werkzaam op de afdeling interne geneeskunde van het iekenhuis in Wenen. In 1885 krijgt Freud een beurs om een studiereis te maken en besluit naar Parijs te vertrekken, waar hij gevallen van hysterie en de gevolgen van hypnose onderzoekt. Na Parijs bezoekt Freud Berlijn, waar in de kliniek voor kindergeneeskunde zijn belangstelling wordt gewekt voor de neuropathologie van het kind. Al snel hierna opent Freud zijn privékliniek waar hij hypnose op patiënten toepast om hun een traumatische ervaring te laten herbeleven. Ook doet hij meer onderzoek naar hysterie en traumatische verleiding. In 1897 ontdekt Freud het Oedipus complex.

Fig. 13.02: Portret van Sigmund Freud

73


In 1900 publiceert Freud De Droomduiding, waarin hij zijn ontdekking over dromen beschrijft. Dromen zouden een product zijn van onbewuste impulsen en conflicten. Freud maakt hierin het onderscheid tussen primaire en secundaire denkprocessen, het lustprincipe en het realiteitsprincipe. In de jaren daarna zal Freud (onder andere) naar Rome, Napels, Salzburg, de Verenigde Staten, Nederland en Boedapest reizen en een grote groep medestanders zal zich rondom hem vormen. Hij wordt benoemd tot buitengewoon hoogleraar, publiceert diverse onderzoeken en organiseert congressen over zijn vakgebied. Op 28 augustus 1930 ontvangt Freud de Goethe-prijs. Zijn dochter Anna leest de dankrede voor, omdat Freud kaakkanker heeft en niet in staat is het zelf te doen. Ondanks zijn ziekte blijft Freud publiceren. In 1935 wordt hij erelid van The Royal Society of Medicine en in 1935 - op zijn tachtigste verjaardag - ontvangt hij van Thomas Mann en Stefan Zweig een felicitatie met handtekeningen van 191 kunstenaars uit de hele wereld. Kort hierna, rond het begin van de Tweede Wereldoorlog, vlucht Freud - die Jood was - met zijn gezin naar Londen. Hier werd hij triomfantelijk onthaald, In 1939 bracht Stefan Zweig Freud in contact met Salvador Dalí. Ook wordt hij bezocht door Herbert George Wells, Virginia Woolf en andere beroemdheden. Later dat jaar overlijdt hij in zijn huis in London. Fig. 13.03: La persistencia de la memoria - Dalí

Dalí (1904-1989)

Salvador Dalí werd op 11 mei 1904 geboren in Figueres, Spanje. Hij begon al vroeg met schilderen; op zijn zesde maakte hij zijn eerste schilderij. Toen hij dertien was begon hij op een privé-school met schilderlessen. Hij verdiepte zich vooral in de werking van licht en donker en het werk van de impressionisten. Nog drukker was hij eigenlijk met het opbouwen van zijn imago. Hij wilde bekend worden, dus nam hij een opvallend uiterlijk aan. Hij had lang haar en bakkebaarden, droeg een lange cape en bont gekleurde vlinderjas, en hij liet zijn snor staan met een krul aan beide kanten.

Fig. 13.04 Het raadsel van Wilhelm Tell - Dalí

Van kleins af aan leed Dalí aan grootheidswaan en had een uitzonderlijke fantasie. Hij trachtte de hallucinatoire helderheid van dromen vast te leggen in zijn zogenaamde ‘handgeschilderde droomfoto’s’. Toen Dalí veertien was, maakte hij een aantal moderne schilderijen die hij met groot succes tentoonstelde. Later ging hij naar de kunstacademie in Madrid, waar hij verder werkte aan zijn repertoire. Hij leerde hier Luis Buñuel kennen, die groot tegenstander was van religie en de maatschappij. Buñuel probeerde mensen te choqueren met de boeken die hij schreef en de films die hij maakte. Samen maakten ze Un chien Adanlou en L’Âge d’Or, twee vrij scandaleuze films. Het leven in de grote stad was heel anders dan het plattelandsleven dat Dalí gewend was. Hij kwam een aantal keren met de politie in aanraking, werd

74

75


geschorst door de academie en belandde zelfs een keer in de gevangenis. Ondertussen schilderde hij veel en liet zich daarbij inspireren door het kubisme. In 1927 ging Dalí naar Parijs, waar hij in aanraking kwam met het surrealisme. Hij leerde hier Pablo Picasso kennen en werd door Joan Miró geïntroduceerd bij de surrealisten. In 1929 sloot Dalí zich aan bij de surrealistische beweging in Parijs. Hij haalde zijn inspiratie uit de psychoanalyse van Freud. Al snel ontmoette Dalí zijn toekomstige vrouw Gala, welke een nog grotere inspiratiebron - en vaak het onderwerp van zijn schilderijen - was. Eind 1929 verhuisden Gala en Dalí naar Spanje waar ze trouwden met elkaar. Terug in Spanje schilderde Dalí een van zijn bekendere schilderijen La persistencia de la memoría (de halsstarrigheid der herinnering). Op dit schilderij staat de tijd stil in de geest van de dromer, net als in Freud’s tijdloze onderbewustzijn, zodat in Dalí’s dorre, benauwde landschap de metalen horloges slap hangen en voor altijd stilstaan. De schilderijen die Dalí maakte, verbeeldden merkwaardige voorstellingen die op een realistische manier zijn afgebeeld. Dalí zei over zijn eigen stijl: “Ik geloof dat het ogenblik nadert, waarop het via een proces van actief paranoïde denken mogelijk zal zijn, verwarring te systematiseren en zo bij te dragen tot het volledig ondergraven van de wereld van de werkelijkheid.” Dalí’s obsessie voor Hitler, zijn ‘politieke opvattingen’ en zijn monarchistische sympathieën zorgden in 1934 voor een breuk tussen Dalí en de andere surrealisten. De publicatie van zijn schilderij Het raadsel van Wilhelm Tell, waarop Lenin zonder broek wordt afgebeeld, maakte de breuk nog groter. Vlak na de breuk vertrokken Dalí en Gala naar de Verenigde Staten. Hier exposeerde Dalí veel van zijn werk en verkocht er ook veel van. Hij kreeg zoveel nieuwe opdrachten dat hij zelfs opdrachten moest afwijzen. Hij raakte overwerkt en depressief. Naast schilderijen en beelden is Dalí films en decors gaan maken, en gedichten, essays en boeken gaan schrijven. I948 besloten Dalí en Gala terug te gaan naar hun huis in Port-Lligat, Spanje. Dalí kreeg interesse voor religie , wat terug te zien was in zijn schilderkunst. Deze was vanaf nu vooral mystiek/religieus getint. Doordat Dalí houvast had aan religie, werd zijn chaotische leven gestructureerder en georganiseerder. Hij reisde tussen Port-Lligat, Parijs en New York. In zijn werk werd hij gedwongen om constant te vernieuwen, zodat hij de wereld kon blijven choqueren en de mensen kon laten luisteren. Dalí was nog meer geïnteresseerd in zijn dromen, dan in het onderbewustzijn. Hij voelde zich een soort held boven alle mensen en werd daardoor vaak als krankzinnig gezien. In zijn droomwereld kon hij zichzelf zijn. Toen Dalí in aanraking kwam met Freud, was dit een bevestiging dat zijn droomwereld de echte wereld was in zijn onderbewustzijn. Hij begon zijn dromen vast te leggen in schilderijen, omdat hij zijn droomwereld aan de rest van de wereld wilde laten zien. In zijn schilderij Jirafa en llamas (Giraffe on fire - pagina 72) zijn twee vrouwen in een landschap te zien. Van boven naar beneden zijn in het lichaam van deze vrouwen halfopen lades geplaatst. Er wordt gedacht dat deze lades de verschillende niveaus van het onderbewustzijn representeren, welke Dalí probeerde te ontdekken volgens Freud’s psychoanalyse-theorie.

76

Miró (1893-1983)

Miró werd in 1893 geboren in Barcelona, Spanje. In zijn jonge jaren schilderde hij graag landschappen en putte inspiratie uit het Catalaanse boerenleven. Voordat Miró zich aansloot bij het dadaïsme, had hij zich eerst laten beïnvloeden door het fauvisme, daarna - toen hij Picasso ontmoette door het kubisme en vervolgens door het dadaïsme. Breton dacht dat Miró “het meest surrealistische van ons allen” zou worden.

Fig. 13.05 Mosaic door Miró aan de Las Ramblas in Barcelona

In de jaren ’20 woonde Miró in Parijs, waar hij met andere kunsten veel inspiratie putte uit teksten en poëzie. Op zijn schilderijen waren steeds vaker, steeds vreemdere wezens te zien. Volgens Miró kwamen deze uit zijn geest tevoorschijn tijdens de vele hongerhallucinaties die hij had in die tijd. Miró ontwikkelde een nieuwe techniek, het ‘zuiver psychisch automatisme’; hij liet het onderbewuste vrij spel bij het schilderen van half abstracte vormen. “Ik begin te schilderen en terwijl ik schilder, begint het werk zich onder mijn penseel te manifesteren of op te doemen. De vorm wordt een teken voor een vrouw of vogel tijdens het schilderen.” Uit de vroege werken van Miró spreek een soort kinderlijke fantasie en plezier, maar dit veranderde bij het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog en de Tweede Wereldoorlog. Miró heeft zich nooit officieel aangesloten bij de groep surrealistische kunstenaars in Parijs. Wel werd hij door ze beïnvloed, omdat hij veel met ze omging. Er zijn zowel kubistische als surrealistische kenmerken te herkennen in Miró’s werk. Een typisch surrealistisch kenmerk dat in zijn werk naar voren komt, is de referentie aan de droomwereld.

77


In 1940 - toen Miró inmiddels weer in Barcelona woonde met zijn gezin brak de Spaanse Burgeroorlog uit. Deze periode werd omschreven als Miró’s ‘wilde periode’. Hij schilderde duistere figuren, gebruikte donkere kleuren en de pijn die hij voelde, was bijna zichtbaar op het doek. Zijn werk werd ‘biomorfisch’ genoemd; de ‘amoeben’ zweven in een immateriële ruimte als medische specimina op sterk water. Met zijn werk probeerde Miró statements te maken tegen de burgeroorlog. Nog datzelfde jaar vluchtte hij terug naar Parijs, waar hij zich liet beïnvloeden door klassieke muziek en de sterrenhemel. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, werd Miró gedwongen om terug te gaan naar Spanje. Omdat bepaalde materialen in de oorlog schaars waren, breidde Miró zijn disciplines uit. Hij vond andere materialen om op te schilderen, zoals schuurpapier. Ook begon hij met keramiek te experimenteren, te beeldhouwen en grafische technieken te gebruiken. Fig. 13.06: Ceci n’est pas une pipe - Margritte

Margritte’s werk tart alle uitgangspunten die ten aanzien van kunst en werkelijkheid werden gehanteerd. Bovendien ontbreekt elke zin of betekenis, daar het slechts vatbaar is voor speculaties en niet voor nadere uitleg. De titels zijn opmerkelijk, maar houden niet altijd verband met het afgebeelde. In andere gevallen is dit verband dubbelzinnig. Met zijn werk probeert Margritte duidelijk te maken dat de denkbeelden van de toeschouwers narrowminded zijn. Hij probeert ze daarom te verbreden. Margritte beschouwt het als taak van iedere kunstenaar om de realiteit uit te dagen en in ander perspectief te plaatsen, in plaats van deze gewoonweg uit te beelden. Hierdoor wordt het bestaande paradigma uitgedaagd en ontstaat er een gezondere manier van denken. Er is meer vrijheid. Margritte’s Le Viol laat een versmelting van een hoofd en een vrouwenlichaam zien, gedragen door een suggestief gevormde nek die doet denken aan het mannelijke geslachtsdeel. Door het schilderij Le Viol te noemen, wat te vertalen is als de verkrachting, ontstaat er een verwarring tussen de titel en een beeld dat eigenlijk niet te zien is, maar eventueel wel gesuggereerd zou kunnen worden. Le Viol wordt door de surrealisten gezien als een krachtige beginselverklaring en Breton gebruikte een tekening ervan als omslag voor zijn Qu’est-ce que le surréalisme uit 1934. Breton beschouwde Margritte als “een kunstenaar die ontdekte wat kon voortkomen uit het verbinden van concrete woorden met een grote resonantie… met vormen die deze woorden loochenen, of er in elk geval geen rationele relatie mee hebben.”

Huidige blz. Fig. 13.07: Golconde - Margritte Blz. 80 Fig. 13.08: Le fils de l’homme - Margritte Blz. 81 Fig. 13.09: Woman and bird - Miró

Margritte (1898-1967)

René Margritte werd in 1898 in België geboren. Toen hij dertien was, pleegde zijn moeder zelfmoord. Zij sprong in de rivier de Samber en had daarbij haar gezicht bedekt. Dit bedekte gezicht komt vaak terug in het werk van Margritte. Met zijn werk probeerde hij bestaande opvattingen constant uit te dagen en vragen op te roepen bij de toeschouwers. Zijn uitspraak Ceci n’est pas une pipe wordt nog vaak gebruikt. Net als veel andere surrealistische kunstenaars, heeft ook Margritte zijn invloeden gehaald uit het kubisme. Hij is echter een van de weinigen die zijn inspiratie niet haalt uit dromen. Al snel na het verlaten van de kunstacademie in 1922, kwam Margritte in aanraking met het surrealisme. Hij ontmoette André Breton en zijn groep surrealisten. Net als Dalí, behoort Margritte tot de figuratieve surrealisten. Hij schildert de surrealistische voorstellingen erg realistisch. Waar Dalí gebruik maakt van droomvoorstellingen met niet-bestaande objecten, plaatst Margritte bestaande objecten in een andere context. In vergelijking met Dalí’s verontrustende werken, werd het werk van Margritte als diep schokkend gezien, vooral omdat Margritte ze bewust uitvoerde in een banale techniek die hij ontleende aan zijn werk als ontwerper van affiches, advertenties en behang.

78

79


14/ Conclusie “The Experience Architect is that person relentlessly focused on creating remarkable individual experiences. This person facilitates positive encounters with your organization through products, services, digital interactions, spaces, or events. Whether an architect or a sushi chef, the Experience Architect maps out how to turn something ordinary into something distinctive—even delightful—every chance they get.” - T. Kelley, IDEO. In het onderzoek is gekeken naar de doelgroepen van de bibliotheek, en de Bibliotheek Deventer in het bijzonder. Ook is er gekeken naar welke soorten bibliotheken er bestaan, wat de toekomstvisie van de openbare bibliotheken is en hoe een belevingsruimte hierin past.

Fig. 14.01Schema waaraan de rijkheid van een belevenis kan worden getoetst.

Uit het onderzoek is gebleken dat er bij een beleving het esthetisch aspect en het ontsnappingsaspect een rol spelen. Het esthetische aspect zorgt ervoor dat bezoekers worden uitgenodigd om de ruimte te betreden, er plaats te nemen en er te blijven. Het ontsnappingsaspect geeft de bezoekers wat te doen als ze binnen zijn. Het betrekt gasten bij de belevenis en dompelt ze onder. Wat ook belangrijk is, is dat de gasten iets meegegeven wordt. Iets wat ertoe zal bijdragen dat de gasten zich bij het verwerven van kennis en vaardigheden betrokken gaan voelen. Daarnaast moet de belevenis leuk en plezierig zijn, zodat de bezoekers bij de les worden gehouden. Worden ze onderhoudend beziggehouden, dan zullen ze op de belevenis reageren. Aan de hand van deze voorwaarden kunnen belevenisruimtes in onderstaand schema worden geplaatst.

In figuur 14.01 op de vorige pagina, is van links naar rechts de mate van deelname aangegeven. Van boven naar beneden wordt aangegeven wat de mate van deelname van de gast aan de belevenis is. Is dat via absorbtie, dan wordt de betrokkene zo aandachtig door de belevenis vastgehouden, dat deze de beleving in zich opneemt. Bij onderdompeling gaat de betrokkene fysiek of digitaal deel uitmaken van de belevenis. Alle belevenisruimtes die in het onderzoek zijn besproken, zijn genummerd en in het schema geplaatst. De rijkste belevenissen bevatten aspecten uit alle vier de domeinen en zouden in het midden van het schema moeten staan.

Nr. Ruimte 1

Burgers’ Zoo: • Ecodisplays

2

• Dierenpark.

De passieve deelname is hoog, omdat er door de bezoekers vooral rondgekeken wordt. De onderdompeling is laag, omdat er vrijwel geen interactie is tussen de belevenis en de bezoekers.

3

Corpus;

De absorbtie is redelijk hoog, omdat de bezoekers de belevenis vooral in zich opnemen. Ze gaan er maar in beperkte mate deel van uitmaken. De actieve en passieve deelname is in balans.

4

Beeld en Geluid;

De actieve deelname is hoog. Vrijwel elk aspect van de belevenis is interactief. Hierdoor is ook de onderdompeling hoog.

5

Nemo;

De onderdompeling in Nemo is erg hoog, omdat er veel interactieve elementen in de belevenis zitten. Deze interactieve elementen maken dat de actieve deelname ook hoog is.

6

Efteling;

Bij de Efteling is de mate van actieve deelname en onderdompeling erg groot. Dit is dan ook geen ‘echte’ belevenisruimte, maar een pretpak.

7

82

Redenering

Nederlands Architectuur Instituut: • Nederland uit voorraad leverbaar;

De deelname is meer passief dan actief, omdat bezoekers vooral ‘gewoon’ er doorheen lopen en rondkijken. Absorbtie en onderdompeling zijn in balans, omdat er wel wat interactie plaatsvindt, maar niet alleen maar.

De absorbtie bij deze ruimte is groter dan de onderdompeling, omdat de bezoekers vooral zullen waarnemen tijdens de expositie. De wijze waarop ze worden ongedompeld, is doordat er in de stellages van de expo kan worden geklommen. De actieve deelname is daarom ook niet zo groot.

8

• Schatkamer;

In de schatkamer is de absorbtie erg groot. Het is een expositie waar vooral naar gekeken wordt. De deelname van de bezoekers an de expositie is dan ook erg passief.

9

• Stad van Nederland;

Bij de stad van Nederland worden bezoekers ondergedompeld in de ruimte. Veel interactie is er niet, vandaar dat de expositie links in het schema is geplaatst. De beleving bij deze expositie is groot.

10

Boijmans van Beuningen: • Vaste collectie;

De vaste collectie bestaat voornamelijk uit schilderijen die aan de muur hangen. De deelname van de bezoekers is passief en de absorbtie hoog.

83


Nr. Ruimte 11

Boijmans van Beuningen: • Mary-go-round;

12

• Let your hair down.

13 14

Kunsthal: • Jasper Krabbé; • Warhol’s World.

15

Pop-up Expo Utrecht;

16

Centraal Museum: • God Save the Queen.

17 18 19

Redenering Mary-go-round staat aan de tegenovergestelde kant van de vaste collectie van Boijmans van Beuningen. Dit kunstwerk nodigt bezoekers uit om zelf ermee aan de slag te gaan. Deze expositie staat bijna in het midden van het schema. De onderdompeling is wat hoger dan de absorbtie en de passieve en actieve deelname zijn in balans. Dit komt omdat bezoekers plaatsnemen in het kunstwerk en eenmaal ze dat gedaan hebben, liggen ze een film te kijken. Deze twee exposities hebben weinig beleving in zich. De bezoekers staan erbij en kijken ernaar. De actieve deelname bij deze pop-up expo is hoog, omdat bezoekers iets moeten doen voordat ze naar de expositie kunnen kijken. Tegelijkertijd is de interactie vrij klein, waardoor de absorbtie hoog is. Het blijft een ‘klassieke’ expositie waarbij bezoekers vooral kijken. De passieve deelname en absorbtie van deze expositie zijn hoog. Hoewel het over punk gaat, is de expositie erg klassiek ingericht.

Outdoorwinkels: • Recreational Equipment Inc; Cabela en REI zijn vergelijkbaar. De outdoorobjecten die zij in de winkels hebben geplaatst nodigen de bezoekers uit om actief te zijn. Dit is echter • Cabela; alleen van belang voor bezoekers die hun outdoorgear willen testen. • Bever Zwerfsport. Bever Zwerfsport heeft wel outdoorobjecten in hun winkels staan, maar hier kunnen bezoekers niet actief mee aan de slag. Deze objecten staan er slechts ter decoratie. De ecodisplays van Burgers’ Zoo, Corpus, Nemo, de exposities ‘Nederland uit voorraad leverbaar’ en ‘Stad van Nederland’ van het NAI, ‘Let your hair down’ in Boijmans van Beuningen en de Pop-up Expo in Utrecht staan verdeeld rondom het midden van het schema. Dit wil niet zeggen dat het geen leuke bezienswaardigheden zijn. Het zegt slechts iets over de rijkheid (of het gebrek daaraan) van de belevenis. “Het makkelijkste is hoe je het ruimtelijk vormgeeft, maar het meest subtiele - zoals het geluid, de geur, het licht of de temperatuur - zijn eigenlijk veel bepalender voor je gevoel van de ruimte en een eventuele herinnering aan een andere plek in de stad of aan een andere gebeurtenis. De impact van die aspecten is veel groter dan de ruimtelijke opstelling die je maakt.” - Wendy Rommers, Bureau Tinker (blz. 135)

84

Checklist

Aan de hand van de eigenschappen van de hierboven beschreven belevenisruimtes die rondom het midden van het schema (figuur 14.01, blz. 82) zijn geplaatst, en de overige onderzoeksresultaten is een checklist opgesteld met punten waaraan de bibliotheekbelevingsruimte zou moeten voldoen:

Check De ruimte nodigt bezoekers uit om binnen te komen en plaats te nemen. De ruimte is uitdagend genoeg om bezoekers te laten blijven. Er zijn activiteiten voor de bezoekers. Er zijn rustmomenten in de ruimte. Bezoekers gaan de interactie met alkaar aan. Bezoekers gaan de interactie met de ruimte aan. De ruimte is amusant. De bezoekers verwerven kennis. De bezoekers verwerven vaardigheden. Voldoet de ruimte aan al deze aspecten, dan zou hij in principe op het midden van het schema (figuur 14.01, blz. 82) geplaatst moeten kunnen worden. “Je kunt een enorm bouwwerk neerzetten, maar soms heeft één dingetje dat heel goed is aangelicht of eigenlijk heel simpel is, dan veel meer impact.” Wendy Rommers, Bureau Tinker (blz. 137) Het lastige van belevingen, is dat ze zich maar in bepaalde mate laten sturen. Belevingsruimtes gaan over gevoel. Om een voorbeeld te noemen: als iemand een spin dood maakt, dan zal de ene persoon hierom juichen, de andere persoon zal de ‘moordenaar’ aanmoedigen en weer een ander zal hem zeggen dat het dieronterend is en dat hij het nooit weer mag doen. Iedereen heeft bepaalde opvattingen die hun gevoel bepalen bij bepaalde belevingen. De hierboven opgestelde checklist kan fungeren als basis voor een belevingsruimte, maar zijn alle punten afgetikt, dan zal de ruimte niet per definitie geslaagd zijn. “Het nadeel van beleving is, dat je het nooit helemaal kunt regisseren, want je moet de beleving van de bezoeker ook altijd de ruimte geven. Het enige wat je kan doen is triggeren en zorgen dat er bepaalde impulsen of ingrediënten in zitten, die de mensen een bepaalde sfeer brengen.” - Wendy Rommers, Bureau Tinker (blz. 135)

85


15/ Aanbeveling In de aanbeveling zullen een viertal concepten worden aangedragen die de Bibliotheek Deventer als inspiratie kan gebruiken bij het inrichten van de bibliotheekbelevingsruimte. Het eerste concept zal voor een leesruimte zijn, het tweede voor een studeerruimte en de laatste twee zullen themaruimtes zijn zonder verdere functie dan beleving. De ene belevingsruimte is een ruimte die past in het plaatje van een bibliotheek, de andere zal artistieker van aard zijn. De centrale vraag van dit onderzoek was: Hoe kan moderne kunst helpen bij het inrichten van belevingsruimtes die de verbeelding van de bezoekers van de Bibliotheek Deventer prikkelen en hen verrassen, vermaken, inspireren en uitdagen? Als antwoord op de centrale vraag worden vier concepten aangedragen. Deze concepten zijn voorbeelden van hoe de Bibliotheek Deventer een bibliotheekbelevingsruimte kan inrichten. De concepten zijn niet gericht op bepaalde doelgroepen, omdat de ruimtes in principe voor iedereen toegankelijk moeten zijn, net zoals de bibliotheek. Worden de ruimtes toegespitst op doelgroepen, dan zullen ten eerste mensen bewust buitengesloten worden waardoor de bibliotheek zijn publieke functie verliest, ten tweede zullen er mensen naar de bibliotheek worden getrokken die er normaal niet zo snel zouden komen, en tot slot krijgen de bestaande doelgroepen nieuwe ervaringen aangeboden. Iedereen moet de kans krijgen om uitgedaagd te worden door de bibliotheekbelevingsruimte. Natuurlijk zijn er grenzen; een vierjarig kind hoeft bijvoorbeeld niet aan dezelfde beleving bloot gesteld te worden als iemand van twintig, of iemand van vijfenzestig. De kunst is om de specificatie van de doelgroepen in het midden te laten liggen. Belangrijk bij het inrichten van een bibliotheek belevingsruimte, is om dit met een team te doen. De teamleden hebben allemaal hun eigen visie op dingen en op deze manier wordt de balans in tact gehouden tussen goed en fout, of dingen die wel en niet kunnen in het kader van bibliotheken.

Leesruimte

In en leesruimte is het van belang dat bezoekers in alle rust een krant, boek of tijdschrift kunnen lezen, wellicht in combinatie met een kopje koffie of wat te eten. Uitgangspunt bij dit concept is om situaties te creëren waarin mensen zin krijgen om te lezen. Redenering Om mensen in alle rust van hun boek, tijdschrift of krant te laten genieten, is het in de eerste plaats belangrijk dat ze lekker kunnen zitten. Kranten worden vaak aan de keukentafel gelezen, omdat het door het formaat en materiaal van de kranten gemakkelijk is om deze plat op een grote oppervlakte te leggen. Boeken en tijdschriften daarentegen zijn een stuk handzamer en

kunnen vanuit een luie stoel worden gelezen. Er zal in de ruimte dus een gedeelte voor het lezen van kranten en een gedeelte voor het lezen van boeken en tijdschriften moeten zijn. Boeken Om de beleving compleet te maken, kan er met de algehele sfeer in de ruimte worden gespeeld. Er zijn bepaalde weersomstandigheden die uitnodigen om te lezen, zoals storm en regen, of een lekker warm zonnetje. Veel mensen verlangen ‘s winters weer terug naar de zomer. Voor deze mensen kan de zomer worden nagebootst in de leesruimte. Door warmte in temperatuur en belichting, en de geur van bloemen of zee naar binnen te halen, komt het zomerse gevoel tot leven. Ook kunnen de wanden, de vloer en het plafond zomers aangekleed worden. Er kunnen verschillende thema’s worden gehandhaafd.

Strand

Picknick

Terras

• • • • • • •

• • • • • • •

• • • • • • • • •

Zand op de vloer Voetenbadjes Luchtbedden Strandstoelen IJs Cocktails Longdrink met ijsblokjes en een rietje • De geur van zee • Zon • Briesje

Blote voeten Kleden Sandwiches Mieren Blauwe lucht De geur van bomen Rust

Pratende mensen IJsthee Bier Bittergarnituur Stoelen en tafels Zonnebril Zon Vrienden Gezelligheid

Naast dat ‘s winters de zomer kan worden nagebootst, kan ‘s zomers ook de winter worden nagebootst. Als het buiten hard stormt en regent en het zo’n dag is waarop mensen blij zijn dat ze lekker binnen kunnen blijven, grijpen veel mensen naar een goed boek. “To curl up with a good book”, zouden de Engelsen zeggen.


Onweer

Storm

Winter

• • • •

• • • • •

• Warme chocolademelk • Kachel • Warme trui • Kruik • Sloffen • Sneeuw

Luie stoel Muziek Eigen wereld Donder en bliksem

Kachel Thee Koekjes Bank Voetjes omhoog

Voor zowel de zomerse alsook de winterse sferen zijn drie thema’s aangedragen. Bij alle thema’s zijn trefwoorden gegeven die kunnen helpen bij het bewerkstelligen van de ruimte. Bij bepaalde thema’s zit ook een kleine overlap. Het belangrijkste bij deze thema’s is, dat er een tegenstelling tussen het weer en de sfeer buiten, en het weer en de sfeer die binnen tot stand komt. Kranten Kranten worden vaak ‘s ochtends, ‘s middags of ‘s avonds aan de eettafel gelezen. In het gedeelte van de leesruimte waar kranten kunnen worden gelezen, zullen dan ook leestafels staan. Tijdens het lezen van een krant, nuttigen mensen graag een kopje koffie of een broodje. Ook willen ze weleens puzzels in de krant maken of artikelen bewaren. Het voorstel is om de krantenruimte een huiskamer/bruin café-gevoel mee te geven. De bar bevindt zich in het midden van de ruimte, hier kan eten en drinken besteld worden. Rondom de bar zijn in een cirkelvorm de leestafels geplaatst. Lezers kunnen langs de buitenkant van deze cirkel plaatsnemen en hoeven niet op te staan om iets te bestellen. Voor de lezers die iets meer privacy willen, zullen er tafels los van de bar worden neergezet. Koffie wordt automatisch bijgevuld. Naast normale tafels zullen er ook een aantal grote multitouchtafels worden neergezet. Deze tafels kunnen gebruikt worden om digitale kranten te lezen met PressDisplay, een service die de Bibliotheek Deventer nu aanbiedt op normale pc’s, en er kan gegoogled worden als mensen meer informatie over bepaalde onderwerpen uit het nieuws wil weten. Wederom wordt er gedacht aan mensen die de krant liever in hun eentje lezen, voor deze mensen komen er kleine ‘eenpersoons’ multitouch tafels. Voor de mensen die het niet erg, of juist leuk, vinden om samen aan een tafel de krant te lezen, komen er multitouchtafels voor 2 of meerdere personen. Dit geeft ze meteen de gelegenheid voor een praatje of om over het nieuws te discussiëren.

Studeerruimte

De bibliotheek is de perfecte plek om te studeren: duizenden informatieve boeken zijn binnen handbereik en de boeken die er niet zijn, die kunnen worden aangevraagd. Daarnaast zijn er vaak ook pc’s waarop gewerkt en geïnternet kan worden. Redenering Net als in een leesruimte is het belangrijk dat bezoekers van een studeerruimte in alle rust kunnen studeren. Daarnaast moet er ruimte zijn om te brainstormen en te overleggen. Bij de studeerruimte is het dus van belang om een soort afscheiding te maken tussen een stil en een lawaaiig gedeelte. Stilte In het stille gedeelte van de studeerruimte zal alleen het gerammel van typende studenten op toetsenborden te horen zijn. Uiteraard zijn dit toetsenborden waarbij het geluid wordt gedempt. Af en toe zullen er een paar mensen fluisterend overleggen, maar afgezien van deze twee dingen heerst er een doodse stilte. Voor de mensen die liever werken met muziek op de achtergrond, zijn er koptelefoons beschikbaar.

Blz. 86 links boven Fig. 15.01: Lezen in de herfst Blz. 86 links onder Fig. 15.02: Lezen in de zomer Blz. 87 rechts boven Fig. 15.03: Lezen in de winter Blz. 87 rechts onder Fig. 15.04: Lekker knus op de bank met een goed boek Blz. 88 links boven Figuur 15.05: Leescafé in huiskamersfeer Blz. 88 links onder Fig. 15.06: Huiskamercafé Huidige blz. links boven Fig. 15.07: Leescafé Huidige blz. rechts boven Fig. 15.08: Kopje koffie en een krant Huidige blz. links onder Fig. 15.09: Smart glass helder en troebel

88

89


Er zijn werkplekken voor studenten die achter hun eigen laptop werken, maar er zijn ook werkplekken voor studenten die liever achter een computer van de bibliotheek zitten. Er is gratis WIFI, zodat iedereen met hun smartphones en computers gebruik kan maken van internet. De dienst Eduroam kan worden aangeschaft, waarmee verschillende groepen mensen bepaalde privileges kunnen krijgen op het WIFI-netwerk. Zo kunnen er speciale diensten worden ingesteld voor studenten die op het netwerk inloggen, bijvoorbeeld dat zij tegen een gereduceerd tarief kunnen printen. Er zijn werkplekken in de vorm van bureaus, maar ook in de vorm van loungestoelen; voor ieder wat wils. Lawaai Het stille gedeelte en het lawaaiige gedeelte zijn gescheiden door panelen van Smart glass. Dit is een soort glas dat met een druk op de knop van helder naar mat kan worden veranderd, en vice versa. Tijdens brainstormsessies kan er met whiteboardmarkers op de glazen wand geschreven worden. De panelen kunnen gekanteld en aan de kant geschoven worden om meer ruimte te creëeren. Op een andere (witte) wand van de ruimte staat een beamer gericht. Hierop kunnen de studenten een laptop of iPad aansluiten. In het midden van de ruimte staat een grote ronde tafel met stoelen eromheen. Aan deze tafel kan samengewerkt worden. Andere tafels staan langs de rand. Aan deze tafels kunnen studenten even voor zichzelf aan de gang, maar er staat bijvoorbeeld ook een snijmachine om papier mee te snijden en een printer om documenten te printen. Uitwaaien Tussen het studeren door is het weleens fijn om even ergens uit te waaien. Dit kan buiten, maar ook binnen kan zo’n plek gerealiseerd worden. In de uitwaairuimte staat een pingpongtafel, een sjoelbak, een playstation, en er kan gegeten en gedronken worden. Beleving De studeerruimte is geen spectaculaire, interactieve belevingsruimte vol beeld, geluid en geuren. De kunst van deze ruimte is om de sfeer van het studeren te bevorderen. Dit kan door voor elke vorm van studeren een plek te creëren, zodat elke soort student zich er thuisvoelt. Op deze manier wordt de ruimte erg laagdrempelig gemaakt en zullen meer studenten de ruimte gaan gebruiken. Hoe meer mensen er aan het studeren zijn, hoe beter de sfeer tot zijn recht komt. Om de beleving dus zo rijk mogelijk te laten zijn, dient de ruimte van allerlei faciliteiten te worden voorzien, zodat elke student er zijn ding kan doen. Studenten zullen de bieb boven hun huis verkiezen als studeerplek, omdat het tegelijk een ontmoetingsplek is. In de bieb kunnen ze studeren, overleggen en samenwerken met studiegenoten, maar ze kunnen er ook samen ontspannen. Alle faciliteiten die ze nodig hebben zijn aanwezig en als ze specifieke dingen nodig hebben, dan kunnen ze het bibliotheekpersoneel hiernaar vragen.

Blz. 90 links boven Fig. 15.10: Studeerruimte Blz. 90 rechts boven Fig. 15.11: Gamen Blz. 90 links midden Fig. 15.12: Fußball - ontspanning Blz. 90 rechts midden Fig. 15.13: Brainstormen Blz. 90 links onder Fig. 15.14: Onspanning/werkruimte Blz. 90 rechts onder Fig. 15.15: Brainstorm-ruimte Blz. 92 Fig. 15.16: Feest in Spanje, de piñata wordt geslagen Blz. 93 rechts boven Fig. 15.17: Flamenco-dans Blz. 93 rechts midden Fig. 15.18: Spaanse tapas Blz. 93 links onder Fig. 15.19: Spaans landschap Blz. 93 rechts onder Fig. 15.20: Sangria - traditionele Spaanse drank

90

91


Themaruimte bibliotheek

De Bibliotheek Deventer volgt een displaykalender waarop aangegeven wordt welke thematafels er in de bibliotheek zullen worden ingericht. Deze thema’s kunnen varieren van ‘Het maand van het spannende boek’ tot ‘Barbecuen’ tot ‘Op vakantie’. Ook worden er elk jaar thema-evenementen georganiseerd, zoals de flamenco-week of het Huis van Zwarte Piet. Dit concept geeft aan hoe een biblbiotheekbelevingsruimte tijdens zo’n thema-evenement zou kunnen worden ingericht. Het evenement dat hiervoor is gekozen, is de flamenco-week. Redenering Tijdens de flamenco-week worden er films gedraaid die met het thema te maken hebben. Er worden workshops voor kinderen en volwassenen gegeven in flamencodans en cajon spelen en er zijn optredens van dansers, danseressen en muzikanten. Daarnaast worden er ook displaytafels ingericht met materialen die aan flamenco gelieerd zijn. Het enige wat er eigenlijk ontbreekt, is een aankleding in het interieur van de bibliotheek. Cultuur Spanje is het land van het lekkere eten, de palmbomen en de sangria. Als er gedanst wordt zijn de mensen vrolijk. Buiten is het vaak lekker weer, wat er voor zorgt dat iedereen graag buiten is. De mensen zijn sociaal en gastvrij en iedereen is welkom. Sfeer De bezoekers van de flamencoweek in de bibliotheek moeten al vrolijk worden bij de eerste stap die ze binnen de deur zetten. Voor de kinderen zullen er piñata’s zijn en limonade, voor de volwassenen is er sangria en tapas. Ze stappen niet de bibliotheek binnen, ze stappen Spanje binnen. Op de wanden rondom worden beelden van Spanje geprojecteerd, zodat het net lijkt alsof de bezoekers er zelf zijn. Er waait een koel briesje en de zon schijnt. De mensen die niet willen dansen, kunnen plaatsnemen in de hangmatten die tussen de palmbomen hangen.

93


Universeel Bij elke themaweek die in de bibliotheek georganiseerd wordt, zit het met de activiteiten wel goed. De beleving zit hem in de aankleding. Een paar punten waarmee de beleving bij activiteiten kan worden vergroot zijn: • Geur: • Lekker eten; • Spray. • Geluid: • Film; • Audio; • Gasten. • Aankleding aan wanden: • Beamen; • Doeken/vlaggen; • Fotobehang. • Temperatuur; • Belichting.

Themaruimte artistiek

In het onderzoek (blz. 65) is een kunstwerk aangehaald van Anna-Nicole Zische. In haar film heeft zij een replica van de kinderkamer uit haar jeugd nagebouwd, maar dan op de kop. Dit omdat zij als kind vaak op de grond van haar kamer ging liggen met haar benen omhoog en zich voorstelde dat het plafond de vloer was. In attractieparken, zoals bijvoorbeeld de Efteling en het Avonturenpark, staan soms huizen die over de kop lijken te draaien. Nou is het niet de bedoeling dat de Bibliotheek Deventer een draaiende ruimte gaat bouwen, het is slechts ter inspiratie. Het voorstel voor een artistieke themaruimte voor de Bibliotheek Deventer is gebaseerd op het werk van Anna-Nicole Zische en Villa Volta, een attractie in de Efteling (blz. 52). Redenering De ruimte is een surrealistische kamer die op het eerste gezicht helemaal niet lijkt te kloppen. De kamer zal een vervreemdend effect hebben op de bezoekers, tot ze erachter komen dat alles op de kop is. Aanwijzingen hiervoor zijn een film die op de kop geprojecteerd wordt, de blauwe lucht met wolken en zon op de vloer en het gras aan het plafond. De opdekop-kamer Aan de wanden van de opdekop-kamer kan fotobehang worden aangebracht, of er worden beelden gebeamd. De vloer kan bedekt worden met blauw zijl. De witte zitzakken die hierop liggen stellen wolken voor. In het midden van de ruimte is een grote, ronde, warme, gele lichtbron: dit is de zon. Een van de wanden is wit, hierop wordt een film gedraaid. Op de kop uiteraard. Wanneer de bezoekers plaatsnemen op de zitzak en de ruimte van de andere kant bekijken, valt alles ineens op zijn plaats. Blz. 95 boven Fig. 15.21: Een fragment uit de film Upside Down Blz. 95 onder Fig. 15.22: Swans reflecting elephants - Dalí Blz. 96 en 97 Fig. 15.23: Een kamer op de kop

94

De ruimte kan flexibel worden ingericht, zodat de thema’s regelmatig kunnen wisselen. Wordt de ruimte specifiek voor kinderen gemaakt, dan zou er bijvoorbeeld iedere maand een ander prentenboek kunnen worden gevisualiseerd waar ze doorheen kunnen lopen en de avonturen van de hoofdpersoon kunnen meebeleven.

95


96

97


Bijlage A/ Literatuurlijst Inleiding

MacKenzie Owen, J. (n.d), De bibliotheken van de nieuwe eeuw, Universiteit van Amsterdam: Amsterdam Netwerk van Overijsselse bibliotheken (28 oktober 2010) Overijsselse bibliotheken en Saxion Hogeschool richten Innovatielab op, <http://www. overijsselsebibliotheken.nl, URL bezocht op 7 februari 2012 Saxion (15 november 2010) Innovatielab voor Openbare Bibliotheek Deventer, http://www.saxion.nl, URL bezocht op 6 februari 2012

Projectkader

Deckers, M., Management Consultant Innovatie en R&D-beleid bij de Blauwe Brug Fundació Miró (2010) Fundació Joan Miró: Barcelona, http://www. fundaciomiro-bcn.org, URL bezocht op 6 februari 2012 Bezoek Fundació Miró: Barcelona (2010) Honour H., Fleming, J., (2007, 13e druk), Algemene kunstgeschiedenis, Meulenhoff Boekerij: Amsterdam Pas, van de, J., docent Saxion Deventer www.JoanMiro.com (2010) Joan Miro Art, 13 december 2010, http:// joanmiro.com/, URL bezocht op 7 februari 2012

Brabants Netwerk Bibliotheek (2010), De klant is koningin, http://www. bnbibliotheek.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 De Bbliotheek Deventer (2012) Klantsegmentatie: cijfers en grafiek, De Bibliotheek Deventer: Deventer De Bbliotheek Deventer (2012) Klantsegmentatie: kaartjes per vestiging, De Bibliotheek Deventer: Deventer Openbare Bibliotheek Amsterdam (2012) Doelgroepen, http://www.oba.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 Vereniging Openbare Bibliotheken (2006) Klantsegmentatie, http://www. bibliotheekonderzoek.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 Vereniging Openbare Bibliotheken (2008) Wie is de koningin?, VOB: Den Haag

7/ Soorten bibliotheken

Openbare bibliotheek de Bibliotheek Nederland (2012) Organisatie de Bibliotheek Nederland: Missie, www.debibliotheeknederland.nl, URL bezocht op 27 maart 2012 Huysmans, F. (2006) De betere bibliotheek, Universiteit van Amsterdam: Amsterdam Vereniging voor Openbare Bibliotheken (2005) Richtlijn voor basisbibliotheken, http://www.debibliotheken.nl, URL bezocht op 27 maart 2012

Begrippenlijst/lijst van afkortingen

Wetenschappelijke bibliotheek NRC Handelsblad (1998) Bibliotheken: Historie, http://retro.nrc.nl, URL bezocht op 27 maart 2012

Intemarketing.nl (2012) BCG-matrix, http://www.intemarketing.nl, URL bezocht op 8 mei 2012

Digitale bibliotheek Helvoort, van, J. (2006), De digitale bibliotheek, josvanhelvoort.blogspot.com, URL bezocht op 26 maart 2012

VanDaleOnline (2012) Home, http://www.vandale.nl, URL bezocht op 8 mei 2012

Universiteit Leiden (n.d.) De Digitale Bibliotheek, media.leidenuniv.nl, URL bezocht op 26 maart 2012

Verreijt, M. (2009) Wat is een affordance?, http://www.affordance.nl, 11 juni, URL bezocht op 8 mei 2012

Strandbibliotheek Deckers, J. (18 september 2011) Hoe is het eigenlijk afgelopen met de strandbibliotheken?, tenaanval.wordpress.com, URL bezocht op 26 maart 2012

In1woord (2012) Vind steeds het juiste woord, http://www.synoniemen.net, URL bezocht op 8 mei 2012

1/ Situering

Debeij, J.P.A. (2012) Meerjarenplan 2012-2015: Persoonlijke ontplooiing én maatschappelijke deelname voor velen, Deventer: de Bibliotheek Deventer De Bibliotheek Deventer (2012), Vestigingen en openingstijden, http://www. bibliotheekdeventer.nl, URL bezocht op 8 februari 2012 Groot, de, M.E. (2008) Visie Bibliotheekwerk 2008-2012, Zevenbergen: Gemeente Moerdijk

98

6/ Doelgroepen

Strandbibliotheek (2010) Standbibliotheek zomer 2012, http://www. strandbibliotheek.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 Erfgoedbibliotheek Erfgoed Delft (2010), Erfgoedbibliotheek, www.erfgoed-delft.nl, URL bezocht op 26 maart 2012 Stadsbestuur Mechelen (2012), Stedelijke Erfgoedbibliotheek Mechelen, www.erfgoed-delft.nl, URL bezocht op 26 maart 2012

99


Koninklijke/nationale bibliotheek Bibliotheek Zoetermeer nl (2008), Koninklijke Bibliotheek, www. bibliotheekzoetermeer.nl, URL bezocht op 24 maart 2012

Beleefbibliotheek Bibliotheekblad (2011) Bibliotheek Beersel wordt beleefbibliotheek, http:// www.bibliotheekblad.nl, URL bezocht op 20 februari 2012

Koninklijke Bibliotheek (2012a), Collectieplan 2010-2013, www.kb.nl, URL bezocht op 27 maart 2012

Bibliotheek Dalfsen (2011) Activiteitenprogramma Beleefbibliotheek, http:// www.bibliotheekdalfsen.blogspot.com, URL bezocht op 2 februari 2012

Koninklijke Bibliotheek (2012b), Beleidsplan 2010-2013: Het weten waard, www.kb.nl, URL bezocht op 27 maart 2012

Bibliotheek Smallingerland (n.d.) Home, http://www.beleefbibliotheek.nl, URL bezocht op 20 februari 2012

Koninklijke Bibliotheek (2012c), Missie en visie, www.kb.nl, URL bezocht op 27 maart 2012

de Bibliotheek West-Achterhoek (n.d.) Beleefbibliotheek, http://www. bibliotheekwestachterhoek.nl, URL bezocht op 20 februari 2012

Trier, van, G. (2010), Organisatie en taken van de Koninklijke Bibliotheek 1945-2009, Koninklijke Bibliotheek: Den Haag

8/ Toekomstscenario

Privébibliotheek Gruys, J.A. (n.d.) Overzicht van de geschiedenis van het gedrukte boek in Nederland: 1585-1725 Particuliere bibliotheken, www.bibliopolis.nl, URL bezocht op 27 maart 2012 Blindenbibliotheek CBB (n.d.), De CBB, Christelijke bibliotheek voor blinden en slechtzienden, www.cbb.nl, URL bezocht op 28 maart 2012 Dedicon (n.d.), Grenzeloos lezen, www.dedicon.nl, URL bezocht op 28 maart 2012 Infor Library and Information Solutions (2012), Over Infor, www.vubis-smart. com, URL bezocht op 28 maart 2012 Loket Aangepast Lezen (2012), Lezen kan altijd, www.aangepast-lezen.nl, URL bezocht op 28 maart 2012 NLBB (2012), Welkom bij NLBB Vereniging voor Leesgehandicapten, www. nlbb.nl, URL bezocht op 28 maart 2012 Muziekbibliotheek CDR (2012), Muziekweb, www.muziekweb.nl, URL bezocht op 28 maart 2012 de Bibliotheek Utrecht (2012), Een schat aan muziek, www. bibliotheekutrecht.nl, URL bezocht op 28 maart 2012 Muziekcentrum van de Omroep (2011a), Introductie, www. muziekbibliotheekvandeomroep.nl, URL bezocht op 28 maart 2012 Muziekcentrum van de Omroep (2011b), MCO Discografie, www. muziekbibliotheekvandeomroep.nl, URL bezocht op 28 maart 2012 Schoolbibliotheek Biebsearch (2012), De bibliotheek op school, www.biebsearch.nl, URL bezocht op 28 maart 2012

Debeij, J.P.A. (2012) Meerjarenplan 2012-2015: Persoonlijke ontplooiing én maatschappelijke deelname voor velen, Deventer: de Bibliotheek Deventer Directie Overleg Biblbiotheken Overijssel (2012) Strategisch einddocument bibliotheken, 10 februari 2012

9/ Beleving in de samenleving

Burgers’ Zoo Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays: Dierenpark, http://www.burgerszoo.com, URL bezocht op 20 april 2012 Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays: Rimba, http://www.burgerszoo.com, URL bezocht op 20 april 2012 Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays: Safari, http://www.burgerszoo.com, URL bezocht op 20 april 2012 Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays: Ocean, http://www.burgerszoo.com, URL bezocht op 20 april 2012 Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays: Mangrove, http://www.burgerszoo.com, URL bezocht op 20 april 2012 Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays: Desert, http://www.burgerszoo.com, URL bezocht op 20 april 2012 Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays: Bush, http://www.burgerszoo.com, URL bezocht op 20 april 2012 Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays: Mangrove, http://www.burgerszoo.com, URL bezocht op 20 april 2012 Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays, http://www.burgerszoo.com, URL bezocht op 20 april 2012 Corpus Corpus (2012) Reis door de mens, http://www.corpus-experience.nl, URL bezocht op 22 april 2012

Oberon (n.d.), Bibliotheek op de basisschool, www.oberon.nl, URL bezocht op 28 maart 2012

100

101


Beeld en Geluid Beeld en Geluid (2012), Experience: Bezoekersinformatie, http://experience.beeldengeluid.nl, URL bezocht op 22 april 2012 Nemo Science Centre Nemo (n.d.) Nemo is..., http://www.e-nemo.nl, URL bekeken op 24 april 2012

Simon Sinek (2012), The Golden Circle, http://startwithwhy.com, URL bezocht op 12 april 2012

11/ Belevenisexposities

Arts, J. et al (2009) The art of fashion: Installing Allusions, Idea Books: Rotterdam

Efteling Bezoek Efteling: Kaatsheuvel (juli 2011)

Honour H., Fleming, J., (2007, 13e druk), Algemene kunstgeschiedenis, Meulenhoff Boekerij: Amsterdam

Efteling (2012), Golfpark, http://www.efteling.com, URL bekeken op 24 april 2012

InfoNu.nl (n.d.) Werkstuk over Salvador Dalí, http://educatie-en-school. infonu.nl, URL bezocht op 13 april 2012

Efteling (2012), Park, http://www.efteling.com, URL bekeken op 24 april 2012

NAI (2012) Stad van Nederland, http://www.nai.nl, URL bezocht op 27 april 2012

InfoNU (2012), De Efteling; een wonderrijk sprookjesland, http://reizen-enrecreatie.infonu.nl, URL bekeken op 24 april 2012

Tinker (2012) Ruimtes, http://www.tinker.nl, URL bezocht op 20 april 2012

NAI NAI (2012), Nederland uit voorraad leverbaar, http://www.nai.nl, URL bezocht op 27 april 2012

Tinker (2012) Over ons, http://www.tinker.nl, URL bezocht op 20 april 2012

NAI (2012), Schatkamer, http://www.nai.nl, URL bezocht op 27 april 2012

Worthman, A. (2005) De theaters van Herman Hertzberger, 010 Publishers: Rotterdam

NAI (2012), Stad van Nederland, http://www.nai.nl, URL bezocht op 27 april 2012

10/ Beleveniseconomie

Apple Inc. (2007), Think Different Commercial, http://youtu.be, URL bezocht op 12 april 2012 Boswijk, A. (2006) Een nieuwe kijk op de experience economy, Pearson Education Benelux B.V.: Amsterdam Brysbaert, M. (2006) Psychologie, Academie Press: Gent Hornby, T. (2007) ‘Think Different’, the ad campagne that restored Apple’s reputation, http://www.lowandmac.com, URL bezocht op 13 april 2012 Piët, S. (2004) De emotiemarkt: de toekomst van de beleveniseconomie, Pearson Education Benelux: Amsterdam Pine, J.B. & Gilmore, J.H. (2009) De beleveniseconomie: Werk is theater en iedere onderneming creëert zijn eigen podium, Academic service: Den Haag Public Broadcasting Service (2011) Steve Jobs: One last thing, http://www.pbs. org, URL bezocht op 13 april 2012 Regio Business (2011) Het tijdperk van de beleveniseconomie: Interview met Wim Schuurmans, mei/juni 2011

Tinker (2012) Team, http://www.tinker.nl, URL bezocht op 20 april 2012

Visser, G. (1999) De druk van beleving: Filosofie en kunst in een domein van overgang en ondergang, SUN: NIjmegen

12/ Interbellum

Honour H., Fleming, J., (2007, 13e druk), Algemene kunstgeschiedenis, Meulenhoff Boekerij: Amsterdam InfoNU (2012a) Surrealisme; antwoord van het paradigma op het interbellum, http://kunst-en-cultuur.infonu.nl, URL bezocht op 5 maart 2012 InfoNU (2012b) Kunst: surrealisme, http://kunst-en-cultuur.infonu.nl, URL bezocht op 5 maart 2012 InfoNU (2012c) Salvador Dali; een biografie, http://kunst-en-cultuur.infonu. nl, URL bezocht op 5 maart 2012 InfoNU (2012d) Joan Miró; een van de drie grote surrealisten, http://kunsten-cultuur.infonu.nl, URL bezocht op 6 maart 2012 InfoNU (2012e) De Spaanse schilder Joan Miró, http://kunst-en-cultuur. infonu.nl, URL bezocht op 6 maart 2012 InfoNU (2012f) René Margritte; het uitdagen van de denkwijzen over kunst, http://kunst-en-cultuur.infonu.nl, URL bezocht op 6 maart 2012

Shorspeak L.C.C. (2011) What is you why?, http://shorespeak.com/, december 2012, URL bezocht op 12 april 2012

102

103


13/ Surrealistische kunstenaars

Breton Cultuurarchief (2012) André Breton: biografie, www.cultuurarchief.nl, URL bezocht op 12 maart 2012 Honour H., Fleming, J., (2007, 13e druk), Algemene kunstgeschiedenis, Meulenhoff Boekerij: Amsterdam Freud Honour H., Fleming, J., (2007, 13e druk), Algemene kunstgeschiedenis, Meulenhoff Boekerij: Amsterdam Uitgeverij Boom (2012) Sigmund Freud; biografie, www.uitgeverijboom.nl URL bezocht op 7 maart 2012

Bijlage B/ Excursie Rotterdam

Bezoek Kunsthal: Rotterdam (februari 2012) Bezoek Museum Boijmans van Beuningen: Rotterdam (februari 2012) Bezoek Nederlands Architectuur Instituut: Rotterdam (februari 2012)

Bijlage C/ Excursie Utrecht

Bezoek Centraal Museum: Utrecht (April 2012) Bezoek Pop-up Expo: Utrecht (April 2012) Musea Utrecht (2012) Nu te zien, http://www.museautrecht.nl, URL bezocht op 1 mei 2012

Dalí BBC (2012) Modern Masters; Dalí, http://www.bbc.co.uk, URL bezocht op 12 maart 2012

Het Utrechts Archief (2012) Stereofotografie, http://www.hetutrechtsarchief. nl, URL bezocht op 1 mei 2012

Brand, E. (2009a) Surrealisme, www.salvador-dali.nl, URL bezocht op 5 maart 2012

Schaake, M. (2012), God Save The Queen voedt geen woede of ontevredenheid, 14 maart 2012, http://3voor12.vpro.nl, URL bezocht op 1 mei 2012

Brand, E. (2009b) Biografie, www.salvador-dali.nl, URL bezocht op 12 maart 2012 Honour H., Fleming, J., (2007, 13e druk), Algemene kunstgeschiedenis, Meulenhoff Boekerij: Amsterdam InfoNU (2012c) Salvador Dali; een biografie, http://kunst-en-cultuur.infonu. nl, URL bezocht op 5 maart 2012 Miró Honour H., Fleming, J., (2007, 13e druk), Algemene kunstgeschiedenis, Meulenhoff Boekerij: Amsterdam InfoNU (2012d) Joan Miró; een van de drie grote surrealisten, http://kunsten-cultuur.infonu.nl, URL bezocht op 6 maart 2012 InfoNU (2012e) De Spaanse schilder Joan Miró, http://kunst-en-cultuur. infonu.nl, URL bezocht op 6 maart 2012 Margritte Honour H., Fleming, J., (2007, 13e druk), Algemene kunstgeschiedenis, Meulenhoff Boekerij: Amsterdam InfoNU (2012f) René Margritte; het uitdagen van de denkwijzen over kunst, http://kunst-en-cultuur.infonu.nl, URL bezocht op 6 maart 2012

Spoorwegmuseum (2012), Home, http://www.spoorwegmuseum.nl, URL bezocht op 1 mei 2012

Bijlage G/ Experience Design

Buxton, B. (2005), Experience Design v.s Interface Design, (n.d.) Rotman Magazine Wallace, P. (2009), The architect of experience: conversation with a service designer (31 augustus) Instituut voor Informatie Architectuur (2000), User Experience Design Isaacson, W. (2011) Steve Jobs: de biografie, Spectrum: Houten Smashing Magazine (2010) What is user experience design?, http://www. smashingmagazine.com, URL bezocht op 6 februari 2012

Inspiratiebronnen

Alexander, E. & Krogt, van der, N. (2010) Openluchttheaters in Nederland: vermaak onder heldere hemel, Walburg Pers: Zutphen Bruijnzeels, R., Van Tiggelen, N. (2001) Bibliotheken 2040, Biblion Uitgeverij: Den Haag Ernst, B. (2007), De toverspiegel van M.C. Escher, Librero b.v.: Kerkdriel

14/ Conclusie

Kelly, T. (2008) Ten faces of innovation: Strategies for heightening creativity, Profile Books, Ltd: Londen Kelly, T. (2008) Ten faces of innovation: About the ten faces, http://www. tenfacesofinnovation.com, URL bezocht op 15 april 2012

104

Kuijpers, E. (2004), En/of: over TEGENspraak in het werk van Jan van Toorn, Roosbeek Books: Nuth Lijklema, H. (2009),Pictographic index 1: graphic design/illustration/lettering, The Pepin Press BV: Amsterdam

105


Menkhoff, I. (2008), Optische illusies: zie je echt wat je ziet?, Parragon Books Ltd: Bath (UK)

Figuur Blz. Titel

Bron

9.06

44

http://www.ningyonomori.de/16.html

9.07

45

Burgers’ Mangrove: krokodil Burgers’ Rimba: beer

9.08

45

Burgers’ Safari: giraffen

9.09

45

Burgers’ Safari: terras

http://www.recreatief.nl/trips/dierentuin/burgers___zoo_familie_uitje. php http://www.panoramio.com/photo/12941006

9.10

46

Burgers’ Ocean: haaien

9.11 9.12 9.13 9.14 9.15

47 47 48 48 48

Burgers’ Ocean: tunnel Burgers’ Zoo: pinguïns Corpus: exterieur Corpus: interieur Corpus: interieur

Rommers, W., grafisch en ruimtelijk ontwerper bij Bureau Tinker

9.16

49

Beeld

9.17 9.18 9.19

49 49 49

Beeld en Geluid: exterieur Beeld en Geluid: quiz Nemo: exterieur Nemo: interieur

9.20

49

Nemo: interieur

9.21 9.22

50 50

Efteling: entree Efteling: schommelschip

9.23 9.24

51 51

9.25

51

9.26 9.27 9.28

51 52 52

Efteling; Fata Pardoes Efteling: De Vliegende Hollander Efteling: Monsieur Cannibale Efteling: Vogelrok Efteling: Droomvlucht Efteling: Droomvlucht

9.29

52

Efteling: Droomvlucht

9.30 9.31

53 53

Efteling: Sprookjesbos Efteling: Sprookjesbos

9.32 9.33 9.34 9.35

53 53 53 53

Efteling: Villa Volta Efteling: Villa Volta Efteling: Spookslot Efteling: Spookslot

Tolosa, L. (2002), Barcelona: Gaudí en de modernisten, Librero b.v.: Kerkdriel Twents Volksblad (2012) Belevingsgangen, 8 mei 2012, pagina 10 Verschuren, P. & Doorewaard, H. (2007), Ontwerpen van een onderzoek, 4e druk, Lemma: Den Haag

Personen

Debeij, J., directeur de Bibliotheek Deventer/stagebegeleider Deckers, M., interim-directeur de Bibliotheek Hengelo Mierlo, van, H., Oegema, J., Consulent collectiebeheer Pas, van de, J., docent communicatie HIDS/stagebegeleider

Figuur Blz. Titel

Bron

0.00

-

Miró:

0.01 0.02 3.01 3.02 3.03 3.04 6.01

6 9 23 25 26 27 31

Zeekoe Spork Koppeling Moodboard Mindmap Mindmap: connecties Doelgroepen: verdeling

6.02

32

8.01

40

Doelgroepen: 2008 - 2011 Strategie marketing financiën, BCG-matrix

9.01 9.02

42 43

9.03 9.04 9.05

43 44 44

http://doartimagineexplorecreate.blogspot.com/2011/01/joan-miroart-project.html http://zoom.nl/foto/1343637/dieren/zeekoe.html http://butikenniddynoddy.blogspot.com/2010_04_01_archive.html Eigen beeld Samenstelling van beelden Eigen beeld Eigen beeld De Bbliotheek Deventer (2012) Klantsegmentatie: kaartjes per vestiging, De Bibliotheek Deventer: Deventer De Bbliotheek Deventer (2012) Klantsegmentatie: cijfers en grafiek, De Bibliotheek Deventer: Deventer Debeij, J.P.A. (2012) Meerjarenplan 2012-2015: Persoonlijke ontplooiing én maatschappelijke deelname voor velen, Deventer: de Bibliotheek Deventer http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Capybara_3,_Zoo_Prague.jpg http://www.zoochat.com/162/burgers-bush-restaurant-burgers-zooarnhem-175473/ http://www.dagjeuitmetkids.net/dieren/541-2/ http://www.larsvandenbrink.nl/documentair/echt-niet-nodig#1 http://commons.wikimedia.org/wiki/File:Burgers_Zoo_Desert_ Overzicht1.jpg

106

Burgers’ Zoo: capibara’s Burgers’ Bush: eetgelegenheid Burgers’ Bush: waterval Burgers’ Desert Burgers’ Desert: dikhoornschapen

http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Burgers_Zoo_Rimba_Maleise_ Beer.jpg

http://www.groepsaccommodaties-veluwe.nl/nl/ toeristischeinformatie.lp?ID=1006 http://www.flickr.com/photos/35110249@N05/4158150516/ http://fotoalbums.marcovonk.nl/uitjes/burgerszoo-2004/ http://www.lekkerweg.nl/nl/toerisme/Artikel/corpus-10.htm http://www.lekkerweg.nl/nl/toerisme/Artikel/corpus-10.htm http://travel.spotcoolstuff.com/unusual-museum/amsterdam/corpushuman-body http://www.aletta.nl/aletta/bericht.php?school_id=4&id=1311 http://www.beeldengeluid.nl/radio-en-televisie-quiz http://www.clubvan30.nl/2011/02/11/iedereen-elektrisch-in-nemo/ http://www.versvrdepers.nl/2012/01/wetenschappelijk-wachten-metnemo-op.html http://my.opera.com/ectrigger/albums/showpic.dml?album=431980& picture=6043471 http://www.pardoes.net/fotos/141908271 http://www.flickr.com/photos/tvanardenne/3504711244/sizes/z/in/ photostream/ http://www.pardoes.net/fotos/3780912180 http://www.brabantsdagblad.nl/regios/tilburg/6685913/Eftelinglanger-open-door-drukte.ece http://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Monsieur_Cannibale_Efteling.JPG http://www.degroot-ede.com/grdagt5.htm http://zoom.nl/foto/1097763/architectuur/droomvlucht-efteling.html http://www.themeparkreview.com/parks/photo. php?pageid=132&linkid=3604 http://www.themeparkreview.com/parks/photo. php?pageid=132&linkid=3604 http://www.vijfzintuigen.nl/Forum/index.php?topic=3666.1400 http://straatkaart.nl/5171KW-Europalaan/media_fotos/eftelingsprookjesbos-hans-grietje-EiJ/ http://es.wikipedia.org/wiki/Archivo:VillaVolta2.JPG http://www.vijfzintuigen.nl/Forum/index.php?topic=12399.10 http://foto.vijfzintuigen.nl/index.tpl?page=foto&id=87246&view=detail http://th.bestpicturesof.com/spookslot

107


Figuur Blz. Titel

Bron

Figuur Blz. Titel

Bron

9.36 9.37

http://foto.vijfzintuigen.nl/index.tpl?page=foto&id=67031&view=detail Eigen beeld

12.04

72

Dalí: Giraffe on fire

http://www.passion-estampes.com/deco/dali-girafe-en-feu-eng.html

13.01 13.02

73 73

Portret: Breton Portret: Freud

13.03

74

13.04

75

13.05

77

13.06

78

13.07 13.08

79 80

13.09

81

La persistencia de la memoría - Dalí Het raadsel van Wilhelm Tell - Dalí Mosaic aan de Las Ramblas - Miró Margritte: Ceci n’est pas une pipe Golconde - Margritte Le fils de l’homme Margritte Woman and Bird - Miró

http://donavanhall.net/books/frenchletters/?p=4 http://spinoza.blogse.nl/log/sigmund-freud-1856-1939-had-niets-metspinoza.html http://www.arthistoryguide.com/salvador_dali.aspx

14.01

82

Schema: belevenis

15.01 15.02 15.03

86 86 87

15.04 15.05

87 88

15.06 15.07

88 89

15.08 15.09 15.10 15.11 15.12 15.13 15.14

89 89 90 90 90 90 90

15.15 15.16 15.17 15.18 15.19

90 92 93 93 93

53 54

Efteling: Fata Morgana NAI: Nederland uit voorraad leverbaar NAI: Nederland uit voorraad leverbaar NAI: Stad van Nederland NAI: Stad van Nederland Koffiebonen Kopje koffie Schema: ervaringsproces

9.38

54

9.39 9.40 10.01 10.02 10.03

55 55 56 56 56

10.04 10.05

56 56

10.06 10.07 10.08

57 58 59

Starbucks: interieur Venetië: Piazza San Marco Pyramide van Maslow REI Bever Zwersport

10.09

59

Cabela

10.10 10.11

59 60

Cabela Apple: Think different

10.12 10.13

60 62

Schema: Golden Circle Schema: Beleving

11.01 11.02 11.03 11.04 11.05 11.06 11.07

63 63 63 63 63 68 64

11.08

65

11.09

67

12.01

68

12.02 12.03

69 71

108

Eigen beeld Eigen beeld http://highpotech.blogspot.com/2012/02/nai-12.html http://www.zita.be/users_error/ http://www.borst-prothese.nl/werkwijze-op-afspraak/ Piët, S. (2004) De emotiemarkt: de toekomst van de beleveniseconomie, Pearson Education Benelux: Amsterdam http://lilyincanada.wordpress.com/tag/studying-at-starbucks/ http://www.pathisa.com.br/site/?p=5210 Brysbaert, M. (2006) Psychologie, Academie Press: Gent http://observationallyinclined.wordpress.com/tag/rei/ http://www.brandwachtenmeijer.nl/Tentoonstellingen/tabid/62/ lgid/14/Default.aspx http://blog.oregonlive.com/breakingnews/2007/11/cabelas_outdoor_ store_its_ikea.html http://www.city-data.com/picfilesv/picv33463.php CABELA http://en.wikipedia.org/wiki/File:Apple_logo_Think_Different.png

Simon Sinek (2012), The Golden Circle, http://startwithwhy.com Pine, J.B. & Gilmore, J.H. (2009) De beleveniseconomie: Werk is theater en iedere onderneming creëert zijn eigen podium, Academic service: Den Haag Portret: Wendy Rommers http://www.architizer.com/en_us/people/profile/wendy_rommers/ NAI: Stad van Nederland Eigen beeld NAI: Stad van Nederland Eigen beeld NAI: Stad van Nederland Eigen beeld NAI: Stad van Nederland Eigen beeld Theater: Epidauros http://www.kennislink.nl/publicaties/griekse-akoestiek-verklaard Egypte: Pyramides http://s654.photobucket.com/albums/uu269/Ban1960a/?action=view &current=piramide-giza-egipat.jpg&sort=ascending Onzichtbare Afghaan http://carmenferreiroesteban.wordpress.com/2011/07/11/anotherDalí portrait-of-lorca-by-dali/ Max Ernst: Ocell de Foc http://artesvisuaispt.wordpress.com/2009/08/08/rubricapinturasurrealismo-1/ Duchamp: http://sleepingunderstatues.tumblr.com/post/2670644699/i-loveBicycle wheel marcel-duchamp Duchamp: Fountain http://maartensteenhagen.stofvorm.nl/?page_id=64 Dalí: Le Viol http://asiancha.blogspot.com/2011/03/virgin-with-no-legs-to-leaveme-no-arms.html

http://whatinspiresmehh.blogspot.com/2010_04_01_archive.html http://members.virtualtourist.com/m/p/m/1d0837/ http://3.bp.blogspot.com/_3arGy2XhI38/TDz6V-uVvHI/ AAAAAAAACwo/rLBmWE5Xdlg/s1600/modern31.jpg http://hellasxg.blogspot.com/2011/03/blog-post_5351.html http://flavorwire.com/217046/cover-art-surprising-recreations-offamous-paintings?all=1 http://avnerd.tv/abislone/?page_id=901

Pine, J.B. & Gilmore, J.H. (2009) De beleveniseconomie: Werk is theater en iedere onderneming creëert zijn eigen podium, Academic service: Den Haag Lezen in de herfst http://booksidetable.wordpress.com/tag/toronto/ Lezen in de zomer http://littlepeak.blogspot.com/2010/07/curl-up-with-good-book.html Lezen in de winter http://addisonlibrarycs.wordpress.com/2012/01/10/50-years-of-chillinwith-a-good-book/ Lekker knus op de bank http://www.wpl.ca/readers-corner/ Leescafé in http://tasteforbologna.blogspot.com/2011/07/join-cool-literaryhuiskamersfeer society.html Huiskamercafé http://www.thorn-kapelhuis.nl/fotos/huiskamer-cafe/ Leescafé http://thevanwinkleproject.blogspot.com/2010/09/cascade-of-lasts. html Kopje koffie en een krant http://blandforddailyphoto.blogspot.com/2011_03_01_archive.html Smart glass http://www.prodisplay.com/intelligent-glass.html Studeerruimte http://cathysandeen.wordpress.com/tag/disruptive-innovation/ Gamen http://www.combimouse.com/Applications.htm Fußball http://www.floridafree.org/student-life/ Brainstormen http://www.paccar.ethz.ch/history/index Onstpanning/werkruimte http://barretthonors.asu.edu/student-life/barrett-residential-life/ housing/ Brainstorm-ruimte http://www.techprnibbles.com/tag/technology-pr/ Piñata http://en.wikipedia.org/wiki/File:Pi%C3%B1ata.jpg Flamenco http://news.uns.purdue.edu/x/2008a/080214NasonFlamenca.html Tapas http://www.volksuniversiteit.nl/denhelder/Culinair/tapas.html Spaans landschap http://www.dvd-ppt-slideshow.com/blog/download-the-free-spainlandscape-wallpapers/

109


Figuur Blz. Titel

Bron

Figuur Blz. Titel

Bron

15.20

93

Sangria

B.28

120

15.21

95

15.22

95

13.23

B.29 C.01 C.02 C.03 C.04

121 123 124 125 126

C.05 C.06

126 127

C.07 C.08 C.09 C.10

128 128 129 129

C.11 C.12 C.13 C.14

130 130 131 131

C.15 C.16

132 132

B.16 B.17

117 117

B.18

117

C.17 D.01 E.01 E.02 G.01

133 134 142 142 156

B.19

118

Urban Augmented Reality Urban Augmented Reality NL uit voorraad leverbaar NL uit voorraad leverbaar NL uit voorraad leverbaar Schatkamer Schatkamer Schatkamer Doorkijkwand Doorkijk Projecties Rabbithole Projecties Beamers aan het plafond The lobster and the telephone - Dalí An egg is an egg - Miró Boijmans van Beuningen: interieur Boijmans van Beuningen: interieur Absalon

B.20

118

Absalon

G.02 G.03

156 157

B.21

118

B.22

119

G.04 G.05

157 158

B.23

119

G.06 I.01

159 166

Steve Jobs 1955-2011 Ballerina II - Miró

B.24

119

I.02

170

B.25 B.26

119 120

Mary-go-round Wieki Somers Pipilotti Rist: Let your Hair Down Let your Hair Down Pipilotti Rist Let your Hair Down Pipilotti Rist Baroque Egg- Jeff Koons Kunsthal: exterieur

Closer to you Jasper Krabbé Warhol’s World Pop-up Expo Pop-up Expo Pop-up Expo Close-up van entreehal Punk expo Tekenen op de muren Tekenen op de muren in entreehal Punk expo Vitrines Punk kleding Schilderstape Langspeelplaat als kunstwerk Hal met kunstwerken Hal met kunstwerken Hal met kunstwerken Kunstwerken op de eerste verdieping Audiostation Platenhoezen aan de muur Close-up audiostation Portret: Wendy Rommers Affiche lezing Portret: Nanske Kuiken CitrusMate Electronic Juicer OrangeX Manual Juicer The Mighty OJ Manual Juicer Posche 928 Macintosch II

http://dorpsspot.blogspot.com/2012/03/dagje-cultuur-gesnoven-inrotterdam.html http://cultuurgids.avro.nl/front/archiefkunst.html?trefwoord=Kunsthal Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld

B.01 B.02 B.03 B.04 B.05 B.06 B.07 B.08 B.09 B.10 B.11 B.12 B.13 B.14 B.15

96/ 97 112 112 112 112 113 113 113 113 114 115 116 116 116 116 117

Dalí: Swans reflecting elephants Screenshot uit de film Upside Down Een ruimte op de kop

http://weblogs.nrc.nl/hoebenhamersma/2011/10/20/het-sangriaarrangement/ http://10awesome.com/wp-content/uploads/2012/04/Dali-artsalvador-dali-459218_1024_.jpg http://www.filmtotaal.nl/artikel.php?id=20264

Schema strategie marketing en financiën

I.03

174

B.27

120

I.04

179

Koppeling gebruikers, informatie en organisatie Mijlpalenschema

110

Closer to you Jasper Krabbé

http://churchoffacebook.wordpress.com/2011/11/28/merry-upsidedown-christmas/ Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld http://www.flickr.com/photos/blackchampagne/4755282877/ Onbekend http://www.boijmans.nl/nl/7/kalender/calendaritem/697/de-collectieverrijkt http://www.boijmans.nl/nl/7/kalender/calendaritem/697/de-collectieverrijkt http://frankrijk.blog.nl/mode/2012/02/09/expositie-absalon-inmuseum-boijmans-van-beuningen http://frankrijk.blog.nl/mode/2012/02/09/expositie-absalon-inmuseum-boijmans-van-beuningen Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld http://www.boijmans.nl/nl/116/nieuwsbrief/newsletter/69 http://www.strabrecht.nl/sectie/ckv/10/Postmodern/Architectuur/ Deconstr/CKV-f0033.htm http://femkevanderstoep.nl/portfolio/closer-to-you-kunsthal/

Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld Eigen beeld http://www.architizer.com/en_us/people/profile/wendy_rommers/ Eigen beeld http://nl-nl.facebook.com/people/Nanske-Kuiken/100002532109219 http://www.cooking.com/guestassist/international.asp?returnUrl=/ products/shprodde.asp?SKU%3D580470 http://www.ukjuicers.com/orange-x-mid-size-citrus-juicer-black http://www.amazon.com/Metrokane-Mighty-OJ-Manual-Citrus/dp/ B000E4C58C http://www.adriancrawford.co.uk/2011/porsche-928-s4-auto/ http://www.topspeed.com/cars/car-news/steve-jobs-used-theporsche-928-as-inspiration-for-mac-design-ar117731.html http://www.insideline.com/car-news/steve-jobs-planned-an-icar.html http://www.allposters.com/-sp/Ballerina-II-c-1925-Posters_i324074_. htm Debeij, J.P.A. (2012) Meerjarenplan 2012-2015: Persoonlijke ontplooiing én maatschappelijke deelname voor velen, Deventer: de Bibliotheek Deventer Eigen beeld Eigen beeld

111


Bijlage B/ Excursie Rotterdam Datum Doel

Musea

29 februari 2012 Musea bezoeken Exposities bekijken Inspiratie opdoen Nederlands Architectuur Instituut Boijmans van Beuningen Kunsthal

Tijdens deze excursie heb ik in eerste instantie geprobeerd de exposities te bekijken als bezoeker en pas daarna als onderzoeker. Op deze manier beleef ik eerst de expositie op de manier waarop het museum het bedoeld heeft. Daarna kijk ik naar de opbouw en de achtergrond van de expositie, hoe dit samen gaat en of dit te gebruiken zou kunnen zijn bij het inrichten van de bibliotheekbelevingsruimte.

Nederlands Architectuur Instituut

Vroeger was ik al eens naar het NAI geweest, een keer met de HAVO en een paar keer met de kunstacademie. Toen vond ik er niet veel aan. Wat ik er nog van weet is dat er ergens een grote maquette stond en daaromheen kleine maquettes en dat er wat dingen aan de wand hingen. Dit kon mij toen niet erg bekoren, vandaar dat ik sceptisch was om het NAI nog een keer te bezoeken.

Schatkamer Na de eerste zaal was er een trap naar beneden, naar de ‘schatkamer’. Onderaan de trap was een deur met een luikje. Het leek alsof je er niet door mocht, maar na een snelle blik door het luikje, bleken er toch toeschouwers in de ruimte te lopen. We trokken de deur open en stonden in een donkere ruimte die opgedeeld werd door middel van ‘flappen’.

Bij binnenkomst viel mijn oog op een soort glazen piramide waarin een soort lampjes schenen. Ik stapte wat dichterbij en het bleek een hologram te zijn. Deze hologram kwam uit een iPhone, of dat leek in ieder geval zo. Het was een reclame-uiting voor de app Urban Augmented Reality dat het NAI samen met Layar had ontwikkeld. Ik heb de app ondertussen gedownload, maar mijn telefoon schiet helaas geen hologrammen af.

In het midden van de schatkamer was een grote ronde ruimte afgebakend met flappen. Je kon tussen de flappen door lopen om de tentoonstelling te zien. Aan de zijkanten van de schatkamer waren eenpersoons-hokjes afgebakend met flappen. Ik vond de manier waarop er met de ruimte om gegaan is heel creatief. Het schiep echter een soort sfeer waarvan ik niet weet of ik het bij de tentoonstelling vond passen. Daarnaast verwacht je iets spectaculairs als je een paar flappen aan de kant duwt om te kijken wat erachter zit. Dit waren in de meeste gevallen ‘slechts’ maquettes. De tentoonstelling an sich was wel mooi, het ging over de Nederlandse architectuurgeschiedenis.

Wat erg aangenaam was bij het NAI, was dat er een balie was waar je entreekaarten kon kopen, maar er stonden ook automaten. Omdat ik ‘zelf doen’ hoog in het vaandel heb staan, heb ik meteen zo’n automaat geprobeerd. Dit ging sneller dan aan de balie en we hoefden onze studentenkaarten niet te laten zien. In de eerste zaal werd ik meteen verrast door een grote poster met allerlei soorten prullenbakken. Deze ruimte ging over het ontwerpen van objecten in de openbare ruimte/de straat. Op de foto hieronder is links de poster met prullenbakken te zien en op de achtergrond een poster met wipkippen.

Concluderend kan ik zeggen dat ik de manier van tentoonstellen en het tentoongestelde los van elkaar erg interessant vond, alleen paste het niet bij elkaar, waardoor het één afbreuk deed aan het ander. We waren dan ook vrij snel uitgekeken in deze ruimte en gingen door naar de volgende.

In de ruimte was een soort houten bouwwerk gebouwd met trappen. Op de begane grond waren de posters te zien en daarboven (op de verdieping) hingen grote foto’s van straatbeelden.

113


De ruimte is dus ingericht op basis van beleving. Deze beleving moet verschillende emoties bij je teweeg brengen. De witte objecten stellen flatgebouwen, plantsoenen, wolken enzovoorts voor; allerlei dingen die je in de stad tegenkomt. Er zijn echter geen mensen te zien, wat raar is in een stad. Het lijkt daarom meer op een spookstad. Bovenin de projectieruimte zijn beamers opgehangen. Deze projecteren de beelden op de witte objecten. Ook is er een geluidsinstallatie die een soort new wave/sfeermuziek afspeelt. Zowel in de schatkamer als de projectieruimte was een wand met spiegels aangebracht. Dit kan gedaan zijn om de ruimte groter te laten lijken, maar in het geval van de projectieruimte is het, denk ik ook zo, dat je jezelf en de andere bezoekers in de ruimte ziet. De ruimte lijkt ‘drukker’, net als de stad.

Blz. 112 links boven Fig. B.01: Reclame Urban Augmented Reality-app Blz. 112 links midden Fig. B.02: Hologram Urban Augmented Reality Blz. 112 Links onder midden Fig. B.03: Nederland uit voorraad leverbaar Blz. 112 Links onder Fig. B.04: Nederland uit voorraad leverbaar Blz 113 boven Fig. B.05: Nederland uit voorraad leverbaar

* Toen ik een aantal weken later op bezoek ging bij het bureau dat de Stad van Nederland heeft gebouwd, bleek dat ik via de verkeerde ingang de expositie binnengekomen ben. Hierdoor heb ik het eerste deel van de expositie gemist en daarbij ook een deel van de ervaring die zij voor ogen hadden.

114

Blz. 113 rechts midden Fig. B.06: Klein hokje in de Schatkamer Blz. 113 links onder Fig. B.07: Middenstuk van de Schatkamer Blz. 113 rechts onder Fig. B.08: Klein hokje in de schatkamer Blz. 114 Fig. B.09: Doorkijkwand bij de Stad van Nederland Blz. 115 midden Fig. B.10: Doorkijk bij de Stad van Nederland

Stad van Nederland De volgende ruimte bevond zich op de eerste verdieping van het NAI. Deze kon je bereiken door een brandtrap op te gaan, iets wat niet heel uitnodigend was.* Na wat aarzelen zijn we toch gegaan en werden we aangenaam verrast door een muur met lichtgevende huisjes. In deze huisjes waren kijkgaten gemaakt, waarachter delen van het Nederlandse landschap te zien waren. Leuk detail was, dat er achter enkele raampjes ook mensjes waren geplakt. Een ander leuk detail was dat de opstapjes voor kleine mensen in de vorm van Nederlandse putdeksels waren gemaakt. De ruimte met de lichtgevende huisjes leidde ons via een Startrek-achtige gang naar een grote, witte projectieruimte vol ronde en vierkante - maar vooral witte - objecten. In de deuropening staand, wist ik nog niet precies wat het voorstelde, maar ik vond het leuk. Op de website van het NAI staat het volgende over de projectieruimte beschreven: “De tentoonstelling Stad van Nederland is een belevenis die je heen en weer slingert tussen allerlei tegenstrijdige gevoelens. De stad is op zijn allermooist te zien, maar ook op zijn allersomberst. Kom naar het NAi en voel zelf wat de stad met je doet.”

115


Boijmans van Beuningen

In een groot deel van dit museum is het verboden om foto’s te maken. Gelukkig was dit alleen in het ‘saaie’ deel waar de oude schilderijen hangen. Het grootste deel van Boijmans bestaat uit exposities van schilderijen; deze zijn ingedeeld op basis van stromingen uit de kunstgeschiedenis. Gelukkig is er een duidelijke bewegwijzering, zodat je precies weet waar je heen moet lopen om te zien wat je wil en te ontwijken wat je niet wil zien. Omdat het modernisme tot mijn favoriete kunststroming behoort, ben ik meteen de bordjes richting Dalí, Margritte en consorten gevolgd. Tot mijn verrassing stond hier ook nog een werk van Miró. Zulke 3d objecten vind ik leuk. Hier kun je omheen lopen, je kunt er doorheen kijken en het object vanuit verschillende hoeken bekijken. De beroemde ‘kreefttelefoon’ van Dalí stond er ook. Als je langs een wand met vijf schilderijen loopt en je staat ineens oog in oog met een kreeft, dan is dat een welkome afwisseling. Hoe mooi de schilderijen ook zijn. Wat de rest van de collectie interessant maakte, was in mijn ogen vooral het mooie gebouw. De ruimtes zien er mooi uit, de belichting is goed en er staat een bankje van waaruit je alle kunstwerken kunt bekijken. Na de modernistische schilders te hebben bekeken en wat te hebben rondgedwaald op zoek naar Van Gogh, kwamen we ineens in een grote ruimte vol witte objecten terecht. 

Klimmen in kunst Naast de ogenschijnlijk willekeurige verzameling van objecten, waren er ook een soort witte minihuisjes gebouwd waar je in kon klimmen. Klimmen in kunst! Gaaf! De huisjes waren uitgerust met een keukentje, een badkamer met douche en een bed. Erg leuk om te zien! Een beetje jammer dat de kunstenaar niet zo goed was in timmeren en zagen, want qua bouw zagen de huisjes er wat kneuterig uit. Ook de verzameling witte objecten was erg slecht in elkaar gezet, wat het een stuk minder interessant maakte om naar te kijken. Lichtelijk teleurgesteld gingen we op zoek naar de uitgang van het museum. We kwamen in een ruimte op de begane grond terecht. Hier werden we

116

Blz. 116 links Fig. B.11: Projecties in de Stad van Nederland Blz. 116 rechts boven Fig. B.12: Rabbithole Stad van Nederland Blz. 116 rechts midden Fig. B.13: Projecties in de Stad van Nederland Blz. 116 rechts onder Fig. B.14: Beamers aan het plafond bij de Stad van Nederland

117


verwelkomd door een groot oranje paasei van Jeff Koons. Nu vind ik Jeff Koons een verschrikkelijke kerel, maar af en toe maakt hij wel leuke dingen. Zo ook dit gigantische paasei. Garderobe Even voorbij het paasei was de garderobe. Hier heb ik me wel vijf minuten staan verwonderen. Wat een geweldige manier van jassen ophangen! De garderobe was een kunstwerk van Wieki Somers en heette de Mary-goround. De Mary-go-round is een soort carrousel waar je je jassen aan op kunt hangen. Vanuit de grote pilaar in het midden gaan touwen naar boven die eindigen in de vorm van een kleerhanger. De touwen kunnen ontgrendeld worden met een sleutel. Wordt er een sleutel uit de pilaar getrokken, dan komt de kleerhanger, die daaraan verbonden is, naar beneden en kun je je jas ophangen. Ben je klaar, dan hijs je de kleerhanger weer omhoog en vergrendel je hem weer. De sleutel neem je mee. Naast dat dit een geweldige manier is om je jas op te hangen, werkt het ook goed tegen diefstal.

Blz. 117 rechts boven Fig. B.15: The lobster and the telephone - Dalí Blz. 117 rechts boven midden Fig. B.16: An egg is an egg - Miró Blz. 117 links midden Fig. B.17: Museum Boijmans van Beuningen interieur

Toen ik klaar was met het bewonderen van de garderobe, zag ik in een hoek van de hal een opening naar een nieuwe ruimte. Hier hing de moderne kunst. De kunst an sich vond ik niet heel erg boeiend en wederom was het gewoon aan de wand gehangen of in de ruimte gezet. Nu snap ik dat de meeste kunstvormen ook weinig anders gepresenteerd kunnen worden en als de kunst mij aanspreekt, dan kan ik er ook nog wel van kunnen genieten, maar dit is niet waar ik in geïnteresseerd ben in het kader van mijn onderzoek. Bijna wilden we de moed opgeven, toen we geluid uit een donkere hoek hoorden komen. We liepen erheen en kwamen bij een trap. Terwijl we ons afvroegen wat dit voor iets kon zijn, zagen we een groot net boven ons hoofd. Dit was gaaf.

Haar Het kunstwerk heette ‘Let your hair down’ en was gemaakt door Pipilotti Rist, een Zwitserse videokunstenares. Op de website van Boijmans van Beuningen is het volgende over de installatie te lezen: “In opdracht van het H+F Mecenaat en Museum Boijmans Van Beuningen realiseert Pipilotti Rist een permanente video-installatie naar aanleiding van de succesvolle tentoonstelling ‘Elixir: het video-organisme van Pipilotti Rist’. De video-installatie ‘Laat je haar neer’ is te zien in het trappenhuis van het gratis entreegebied. Bezoekers kunnen in een groot uitgespannen kleurrijk net van dik touw klimmen en de nieuwste video van Pipilotti Rist bekijken. De video bij ‘Laat je haar neer’ begeeft zich tussen ratio en droom, en zweeft net als de installatie tussen aarde en hemel. Vijf jaar lang is ‘Laat je haar neer’ in Museum Boijmans Van Beuningen te zien. Zappen naar andere videokunst van Karin van Dam, John Bock, Yu-Chin Tseng, Joost Conijn en Fischli & Weiss uit de museumcollectie is ook mogelijk.”  ‘Laat je haar neer’ is een installatie die voor veel mensen toegankelijk is. Kinderen en jongeren zullen het leuk vinden om in het net te klimmen en naar beneden te glijden. Oudere mensen zullen hier wellicht meer moeite mee hebben. Het mooie is, dat je niet in het net hóeft te klimmen om het kunstwerk te beleven, hoewel het wel helpt en het een stuk leuker maakt. Ik verwacht dat jongere mensen eerder in het net zullen klimmen, maar ik denk dat ouderen de film meer kunnen waarderen. Al met al is er in dit werk voor ieder wat wils en dat bij is een expositie denk ik heel belangrijk.

118

119


Kunsthal

Bij de Kunsthal was ik al eens eerder geweest en wat ik me ervan kon herinneren, was, dat ik het gebouw heel tof vond en dat er toen ergens in het gebouw een hele muur vol met knuffels hing. Mijn eerdere ervaringen met de Kunsthal waren dus positief en ik had er zin in om er weer heen te gaan, zeker aangezien ze een expositie van Andy Warhol zouden hebben. De kunsthal is gebouwd in de vorm van een soort catamaran. Het zijn eigenlijk twee gedeeltes die door middel van een soort brug aan elkaar zijn gebouwd. De entree bevind zich onder die brug. Als je daar onderdoor loopt, wordt je meteen geconfronteerd met een glazen wand waarachter kunst te zien is, in dit geval grote Afrikaanse illustraties. Dit werkt zeer uitnodigend. Ben je binnen, dan sta je in een soort collegezaal. Het museum dat in eerste instantie zo leuk en uitnodigend leek, is ineens veranderd in een schoolachtig gebeuren. Een anticlimax. Gelukkig wist ik dit ook nog van mijn eerdere bezoek en was ik er dus op voorbereid. We liepen verder en waren eigenlijk nergens echt van onder de indruk.

Jasper Krabbé Er was een expositie van Jasper Krabbé van illustraties die hij van zijn vrouw (en muze) had gemaakt. Het leuke was, dat we de achtergronden van de werken niet kenden en er hele verhalen bij hadden bedacht. Ook al waren dit ‘slechts’ werken die ‘gewoon’ aan de muur hingen, ze waren erg interessant. Op elke afbeelding was dezelfde vrouw getekend, maar op een andere manier, vanuit een andere hoek en met een ander materiaal op een andere ondergrond.

Blz. 117 rechs midden Fig. B.18: Museum Boijmans van Beuningen interieur Blz. 118 links boven Fig. B.19: Absalon Blz. 118 links midden Fig. B.20: Absalon

120

Na het werk van Jasper Krabbé te hebben bekeken, kwamen we bij een expositie van Chuck Close. Dit was schijnbaar een belangrijke expositie, want hij nam veel ruimte in beslag. Hoewel er wel een paar werken waren die ons aanspraken, vonden we het over het algemeen maar niets. We baalden een beetje dat we hier entree voor hadden betaald, totdat we een gordijn zagen waar ‘Warhol’s World’ op stond. Dit werd leuk! Warhol’s World Voorbij het gordijn was een ruimte van zo’n 2 bij 8 meter waar foto’s aan de wand hingen. Dit waren veelal mooie foto’s, die een beeld gaven van het leven van Andy Warhol. Ik dacht dat dit de inleiding op de expositie zou zijn, maar na alle foto’s uitvoerig bekeken te hebben bleek dat dit alles was.

Helaas. Nog harder teleurgesteld zijn we onze jassen maar gaan halen en hielden we het bij de Kunsthal voor gezien.

Conclusie

Van het NAI kan gezegd worden dat het op innovatieve manieren met het ontwerpen en inrichten van tentoonstellingen bezig is. Dit vond ik erg inspirerend om te zien. Aan de andere kant was het bij bijvoorbeeld de Schatkamer het geval, dat het ontwerp van de tentoonstelling me meer aansprak dan de inhoud. Dit vond ik jammer. Aan de hand hiervan zou je bijna zeggen dat je ‘saaie’ objecten op een ‘saaie’ manier tentoon moet stellen. Pas als de inhoud van een tentoonstelling om een opmerkelijk ontwerp vraagt - en dan niet om de inhoud op te leuken - dan is het in mijn ogen interessant om op een innovatieve manier met het ontwerpen van de tentoonstelling bezig te gaan. Als je mensen nieuwsgierig maakt, moet je ze wel belonen met iets verrassends.

Bij Museum Boijmans van Beuningen vond ik de combinatie van de moderne en de klassieke tentoonstellingen erg interessant. Als er tien ruimtes zijn waarbij schilderijen aan de muur hangen, dan ben ik snel uitgekeken. Worden die ruimtes echter afgewisseld met interactieve of dynamische kunst, dan neem ik de oninteressante ruimtes voor lief. De Kunsthal is heel goed in het naar binnen lokken van bezoekers, omdat het gebouw deels transparant is. Ze plaatsen aanlokkelijk werk op een van buiten zichtbare plaats. Dat dit zo gebeurt kan ik waarderen, maar zorg dan dat het binnen wel waar wordt gemaakt en bezoekers ook waar voor hun geld krijgen.

Blz. 118 onder Fig. B.21: Mary-go-round - Wieki Somers Blz. 119 links boven Fig. B.22: Let your hair down - Pipilotti Rist Blz. 119 rechts boven Fig. B.23: Let your hair down - Pipilotti Rist Blz. 119 midden Fig. B.24: Let your hair down - Pipilotti Rist Blz 119 rechts onder Fig. B.25: Baroque Egg - Jeff Koons Blz. 120 links boven Fig. B.26: Kunsthal - exterieur Blz. 120 midden Fig. B.27: Closer to you - Jasper Krabbé Blz. 120 links onder Fig. B.28: Closer to you - Jasper Krabbé Blz. 121 midden Fig. B.29: Warhol’s World

121


Bijlage C/ Excursie Utrecht Datum Doel

Museum

Blz. 123 Fig. C.01: Pop-up Expo Utrecht Blz. 124 Fig. C.02: Pop-up Expo Utrecht 3d fotografie Blz. 125 Fig. C.03: Pop-up Expo Utrecht 3d brillen Blz. 126 boven Fig. C.04: Close-up van entreehal Punk expo Blz. 126 onder Fig. C.05: Tekenen op de muren Blz. 1297 Fig. C.06: Tekenen op de muren in entreehal Punk expo Blz 128 boven Fig. C.07: Vitrines Blz. 128 onder Fig. C.08: Punk kleding Blz. 129 rechts Fig. C.09: Schilderstape Blz. 129 links Fig. C.10: Langspeelplaat als kunstwerk Blz. 130 boven Fig. C.11: Hal met kunstwerken Blz. 130 onder Fig. C.12: Hal met kunstwerken Blz. 131 boven Fig. C.13: Hal met kunstwerken Blz. 131 onder Fig. C.14: Kunstwerken op eerste verdieping Blz. 132 boven Fig. C.15: Audiostation Blz. 132 onder Fig. C.16: Plantenhoezen aan de muur Blz. 133 Fig. C.17: CLose-up audiostation

122

25 april 2012 Expositie bekijken Expositie analyseren Inspiratie opdoen Interview bij Bureau Tinker Centraal Museum Utrecht

In eerste instantie ging ik naar Utrecht om een interview te houden met Wendy Rommers van Bureau Tinker, het bureau dat de belevingstentoonstelling de Stad van Nederland bij het Nederlands Architectuur Instituut had gebouwd. Omdat ik toch in de buurt was, ging ik tijdens de voorbereiding op dat interview eens kijken of er nog interessante exposities waren om te bezoeken. Er zou een expositie in het Centraal Museum zijn over de punkcultuur in Nederland in de jaren ‘70 en ‘80. Ook zou er een expositie over 3d fotografie zijn in het Utrechts Archief en een expositie over treingraffiti in het Spoorwegmuseum. Bij nader inzien ging de expo over treingraffiti niet over ondergekalkte treinen, waar ik op hoopte, maar over met spuitbussen gemaakte schilderijen waar treinen een rol in speelden. Deze expositie viel dus af.

iedereen een 3d-bril bij zich, dus dit vond ik een erg creatieve oplossing die er ook nog eens leuk uit zag. Het werkte niet echt, maar het idee was zo leuk! Tot slot vond ik het gewoon tof! Ook al was ik met vijf minuten uitgekeken, het was dan ook niet zo’n hele grote expositie, ik had wel vijf minuten plezier. Al was het alleen maar omdat het zo lastig was om met het juiste oog door het juiste glas te kijken van die abnormaal grote plakbrillen. Ik denk ook dat zo’n pop-up expositie op een station zoiets nodig heeft. Je kunt niet gewoon wat leuke schilderijen ophangen; er moet iets te doen zijn. Interactie is, denk ik, van groot belang bij zo’n expositie als deze. Ookal ben je met vijf minuten klaar, je wordt er wel blij van en dat is, denk ik, heel belangrijk bij het tentoonstellen van iets.

Na een treinrit van een klein uurtje waarin ik een mooi begin kon maken met de biografie van Steve Jobs, kwam ik aan in Utrecht. Al lopende naar de uitgang van het station werd ik op de hoogte gebracht van de pop-up expo: een mini-expositie van 3d fotografie die op het station zou zijn ingericht. Dit kwam mij goed uit, want dan zou ik niet meer naar het Utrechts Archief hoeven en had ik meer tijd voor het Centraal Museum.

Pop-up Expo Utrecht

De expositie bestond uit een aantal etalages met raar uitziende foto’s. Het waren niet persé mooie foto’s, ze zagen er gewoon apart uit. Dit kwam doordat het 3d (stereo) foto’s waren. Een stereofoto is opgebouwd uit twee foto’s die uit een ander perspectief zijn genomen en over elkaar zijn geplaatst. De ene foto is rood en de andere blauw, beide zijn semitransparant. Kijk je zonder 3d-bril naar een stereofoto, dan krijg je hoofdpijn. Kijk je er mét een 3d-bril naar, dan is het de bedoeling dat de foto diepte krijgt. Helaas was dat bij deze expositie niet helemaal het geval. De grote 3d-bril-stickers die op de etalageruiten waren geplakt, waren eigenlijk te groot om het gewenste effect te bereiken. Keek je door zo’n bril, dan zat je meer tegen het zwarte middenstuk aan te kijken, dan door de glazen. Pas als je het voor elkaar kreeg om je ogen om het middenstuk heen te manouvreren, kon je met een beetje fantasie de foto’s in 3d zien. Hierbij moest je dan wel je hoofd doodstil houden, anders was het 3d effect weer weg. Er waren een aantal dingen die ik interessant vond aan de expositie. Ten eeste was het een pop-up expo! Wat heerlijk laagdrempelig! Een beetje jammer dat de expositie ergens in een uithoek van het station was ingericht, waar niet veel mensen langskwamen, maar dat mocht de pret niet drukken. Ten tweede kon ik het waarderen dat er grote 3d-brillen op de ruiten waren geplakt waar bezoekers doorheen konden kijken. Natuurlijk heeft niet

123


God save the Queen - kunst, kraak, punk 1977-1984

Toen ik zag dat er een expositie over punk in het Centraal Museum was, móest ik erheen! Je ziet het niet aan mij, maar punk is echt mijn ding. Ik heb het dan wel over de oude punk uit de jaren ‘70 en ‘80 en niet over de pretpunk uit de jaren ‘90 en later. Die laatste stroming kan ik met vlagen ook wel waarderen, maar die is totaal niet te vergelijken met de échte punk. Punk klinkt als vrijheid. Alsof alles mogelijk is. Als ik punk luister wil het nog weleens gebeuren dat ik het gevoel krijg alsof ik de hele wereld aan kan. En dat is een fijn gevoel. En daarom hou ik van punk. Ik moest dus koste wat kost die expositie bezoeken en dat is een hele goede keus geweest. Blij als een kind had ik mijn entreekaart voor het Centraal Museum net in mijn zak gestoken, toen er een jongeman op mij af kwam. Hij vertelde mij dat ik met dat kaartje gratis naar Springdance of iets dergelijks kon. Dit was een soort dance/performance/artsyfartsy-happening. “Donder op”, dacht ik, “ik ben een punker!” De expositie begon in een lange gang. De linkerkant van deze gang was helemaal beplakt met affiches uit de punk-periode, er was graffiti op aangebracht en... je kon erop schrijven! Over de lengte van de hele muur hingen her en der stiften en rollen schilderstape, zodat bezoekers zelf de muur konden aanvullen met kreten, tekeningen, affiches, enzovoort. Aan de rechterkant van de gang waren vitrines geplaatst. In deze vitrines waren kledingstukken tentoongesteld, zoals afgetrapte kisten en versleten leren jassen waar met typ-ex kreten op gekalkt waren. Het leuke van deze vitrines was, dat het glas wit geschilderd was. Er waren wel een soort kijkgaten uit de verf gekrast, zodat de tentoongestelde objecten zichtbaar waren. Of de bezoekers of de mensen van het museum dit gedaan hebben, weet ik niet. Hoewel de activiteiten in de gang geregisseerd waren, voelde het toch anarchistisch aan om zomaar op de muur van het museum te tekenen. Wat ik misschien nog wel het leukst vond, waren de tekstbordjes met uitleg. Deze waren met plakplak op de muur aangebracht. Dit paste prachtig in het geheel. Ook niet geheel ontevreden was ik over het feit dat er muziek van The Ramones door de gang klonk, een van mijn favoriete punkbands. De tunnel leidde tot een grote ruimte met een gigantische kunstwerk van Keith Haring. Aan de andere kant van de ruimte waren ook wat schilderijen tentoongesteld, geloof ik, maar ik was afgeleid door de video’s die vertoond werden in een soort onderdoorgangetje naar weer zo’n grote ruimte. De

126

127


video’s lieten muzikanten en archiefbeelden zien van het straatbeeld uit de punkperiode. Toen ik in de tweede grote ruimte stond, viel mijn oog op een kunstwerk op een sokkel midden in de ruimte (figuur C.10). Eigenlijk was het niet meer dan een langspeelplaat met een goedkope kwast erdoor, maar het vatte op de een of andere manier heel erg de essentie van de tentoonstelling. Muziek - of in dit geval punk - en kunst gaan hand in hand. Muziek - of in dit geval punk - is een cultuur, een manier van leven. Tenminste, als je het goed doet. Zo ook kunst. Een échte kunstenaar is geen kunstenaar van 9 tot 17 uur. Een échte kunstenaar is dag en nacht een kunstenaar. Punk, muziek, kunst... het zijn allemaal levensstijlen en dat zat allemaal in dit bescheiden knutselwerkje. Ook in deze zaal heb ik niet van de kunstwerken aan de muur kunnen genieten, want de platenhoezen die ik op de eerste etage aan de muur zag hangen, trokken mijn aandacht. Daar aangekomen hingen er niet alleen platenhoezen, maar ook posters van The Buzzcocks, The Sex Pistols en The B52’s. Volgens mij was het in die tijd hip om je bandnaam met ‘The’ te laten beginnen. Ook hier waren de tekstbordjes aan de muur geplakplakt. Tussen de platenhoezen was een soort audiostation waarbij een stuk of vier koptelefoons hingen. Bij elke koptelefoon was een playlist geplaatst en een forward-, backward- en reset-knop. Nadat ik uitgebreid alle muziek geluisterd heb, heb ik foto’s gemaakt van de playlists. Hiermee heb ik thuis meteen een playlist in Spotify aangemaakt. Naar mijn weten was dit de hele expositie. Aanvankelijk dacht ik dat het alleen de lange gang uit het begin was, tot ik aangenaam verrast werd met nog meer ruimtes. Toen ik eenmaal op dreef was, kon ik geen nieuwe ruimtes meer ontdekken en was ik toch een beetje teleurgesteld over het formaat van de expositie, of het gebrek daaraan. In een recensie op 3voor12 wordt gesproken over een druminstallatie en als martelwerktuig ogende werkbanken. Deze objecten heb ik niet gezien. Er werd wel negatief over gesproken en de recensie is in maart geschreven, dus misschien zijn de objecten inmiddels weggehaald.

Conclusie

Al met al vond ik het een erg geslaagde expositie. Het was deels interactief en deels statisch, maar de balans hiertussen was goed. Ik kreeg van de expositie niet hetzelfde gevoel als van de punkmuziek, maar dat hoeft denk ik ook niet. Het is fijn om punk eens te beleven zonder chaos en anarchie en om in alle rust de ingrediënten van de kunstbeweging te kunnen bestuderen. Ik vind dat het Centraal Museum een tentoonstelling heeft neergezet, die voor iedereen interessant kan zijn. Er zit wat interactie in, wat statische/klassiek gepresenteerde kunstwerken en wat audiovisuele media. Hoewel punk normaal niet een cultuur is die iedereen aanspreekt, is deze expositie toch toegankelijk voor iedereen. Het maakt de drempel lager voor mensen om zich in de cultuur te verdiepen... ook als zij niet anarchistisch en rebels zijn, zoals ik.

128

129


130

131


132

133


Bijlage D/ Interview Bureau Tinker Via het Nederlands Architectuur Instituut (NAI) ben ik in aanraking gekomen met Bureau Tinker. De medewerkers van dit bureau hebben in het NAI de Stad van Nederland ingericht, een interactieve belevingsvoorstelling over architectuur in Nederland. Op 25 april om half 5 ‘s middags had ik een afspraak met ruimtelijk en grafisch ontwerper Wendy Rommers.

Fig. D.01: Portret Wendy Rommers - ruimtelijk en grafisch ontwerper bij Bureau Tinker

“Met Koninginnedag loop je op een andere manier door de stad dan dat je er ‘s avonds nog naar de trein moet lopen en alleen op het perron staat.”

Voorafgaand aan het interview hebben we een klein voorstelrondje gedaan. Ik vertelde dat ik aan het afstuderen ben, wat ik zoal doe en gedaan heb en hoe ik hierbij ben gekomen. Vervolgens zijn we in gesprek gegaan over de Stad van Nederland. De cursief gedrukte teksten zijn mijn woorden en de Romeins gedrukte teksten zijn van Wendy. Mijn eerste vraag was, hoe het proces verloopt bij het inrichten van zo’n expositie als die van de Stad van Nederland. Bij de Stad van Nederland was het zo, dat er vanuit de instelling ideeën waren om een bepaalde boodschap te verkondigen. Het NAI verkeert in een positie waarbij zij een instituut zijn voor architecten waar maquettes worden opgeslagen en tegelijkertijd heeft het de museale functie om tentoonstellingen en een collectie te beheren. Zij willen veel meer een open platform worden, een onderdeel van de stad. Dat is ook een tendens binnen de architectuur, maar zij vonden dat zij dat ook zelf moesten gaan uitstralen. Het gebouw zou daarbij een hele belangrijke rol gaan spelen en ze vonden dat het gebouw, zoals het al 10-15 jaar bestond niet meer bij de nieuwe strategie paste. Het gebouw is openbaar toegankelijker gemaakt, opener en meer een onderdeel van de stad. Ik was er jaren geleden eens geweest toen ik nog aan de kunstacademie studeerde en toen vond ik het vooral heel erg saai. Er stonden wat maquettes waar je omheen kon lopen, en dat was het. Daarom was ik ook wel sceptisch om er weer heen te gaan, maar nu vond ik het geweldig! Die grote ruimte met houten blokken waar je op kon klimmen en de Schatkamer en de beamerruimte. De bezoekers worden er zo veel meer bij betrokken, wat een bezoek aan het NAI leuker en toegankelijker maakt. Dat is inderdaad de tendens die zij hebben gevolgd, en waar we het hier op het Bureau veel over hebben, omdat we denken dat veel culturele instellingen, zoals bibliotheken en musea, veel meer de functie zullen gaan krijgen van het doortrekken van de openbare ruimte in hun theater, hun gebied. Daar is ook een heel leuk boekje van Beyond the black box and the white cube. Dat is geschreven door iemand die nu hoofd-presentatie is bij het NAI: Johan Idema. Het boekje is een soort betoog voor het feit dat dat soort gebouwen opener moet zijn, meer naar buiten moet treden, en hij geeft daar hele mooie voorbeelden van. In Amerika zijn architecten er al veel meer mee bezig, bijvoorbeeld bij concertgebouwen die bijna volledig transparante ramen hebben en die bij wijze van spreken hun ramen open kunnen zetten ‘s middags tijdens de repetities, zodat mensen eigenlijk een soort sneak preview hebben van de voorstelling die gaat komen. Zo zie je dat het inmengen, de publieke functie en de waarde die je hebt als cultureel platform veel breder wordt. Dat zie je in de bibliotheekwereld ook terug. Ergens in de VS, volgens mij in New York of Florida, is een bibliotheek die de boeken gewoon buiten op het terras heeft staan, zodat mensen lekker in het zonnetje op het terras met een drankje erbij een boek kunnen lezen.

134

Klopt ja, ik geloof dat dat in Seattle is. Daar zie je dat... het is net of je in een park zit. Een bibliotheekpark! De OBA in Amsterdam bijvoorbeeld is heel fijn en dynamisch en eigenlijk bijna een stad met allerlei pleintjes en ontmoetingsplekken en plekken waar je je kunt afzonderen. Almere is ook een heel goed voorbeeld, waarbij ze eigenlijk veel meer kijken naar hoe retail werkt. Dat zijn allemaal voorbeelden die jij natuurlijk ook kent, waarbij je ziet dat het NAI die trend ook is gaan volgen en heeft gezegd, dat zij zich breder willen opstellen.

“Wil je er wel of niet wonen, voel je je er veilig of niet, vind je het mooi, wil je graag ergens zitten of wil je er zo snel mogelijk weer vandaan.”

Wat het NAI toen bedacht, is eigenlijk, dat ze als instelling ook iets moesten doen met het feit dat architectuur voor iedereen is. Ze hebben zalen die de tijdelijke programmering behelsen, maar hebben ook een vaste opstelling - vaak op de eerste verdieping - waarbij je niet een grote zaal hebt, maar rond de benedenzaal loopt, dus dat zijn vier lange gangen. Daar hebben ze vaak een soort overzicht van de architectuur in Nederland. Ze wilden dat nu anders. Ze wilden iets maken wat de niet-architectuurkenner iets verteld over wie het NAI is en wat ze doen. Ze hebben daarbij toen het concept bedacht van de stad, omdat iedereen daar een gevoel bij heeft, en zijn in de extremen gaan zitten, in de haat/liefde-verhouding. Wij vonden dat een interessant uitgangspunt. Zij hadden dat concept zelf bedacht en hebben Bureau Tinker toen gevraagd om daarin mee te denken en daar een ontwerp voor te maken. Zo is het tot stand gekomen, maar zo werken we niet altijd. Vaak werken we vanuit het feit dat er eerder een soort probleemstelling of opgave is, waarbij wij dan aan de voedingsbodem van het concept staan, maar we konden ons hier prima in vinden. We hebben het nog wel wat bijgeschaafd hier en daar en er vooral op doorgevraagd, maar vanuit die kiem is wel de tentoonstelling ontstaan. Tentoonstelling is eigenlijk niet het goede woord, want het NAI wilde heel duidelijk iets anders maken dan dat ze tot dan toe altijd maakten. Ze wilden echt heel laagdrempelig mensen iets laten beleven en vooral laten voelen, in de zin van dat iedereen een gevoel heeft bij de stad; je voelt je er prettig of onprettig. Met Koninginnedag loop je er op een andere manier doorheen dan dat je er ‘s avonds nog naar de trein moet lopen en alleen op het perron staat. Met die extremen van de stad wilden ze eigenlijk spelen en ze wilden dan ook laten zien wat de rol is van architectuur en stedenbouw. Gebouwen en de manier waarop de stad gebouwd is, of hoe openbare ruimte daarin is vormgegeven, is heel bepalend voor hoe jij een stad ervaart. Wil je er wel of niet wonen, voel je je er veilig of niet, vind je het mooi, wil je graag ergens zitten of wil je er zo snel mogelijk weer vandaan. Dat waren allemaal aspecten die meespeelden. Het NAI had al een soort scenario bedacht, want beleven is heel vaak gebaseerd op het feit dat je een aantal dingen wilt bewerkstelligen. Je wilt een aantal situaties of omgevingen creëren, waarvan je hoopt dat het een bepaalde impact heeft. Het nadeel van beleving is, dat je het nooit helemaal kunt regisseren, want je moet de beleving van de bezoeker ook altijd de ruimte geven. Het enige wat je kan doen is triggeren en zorgen dat er bepaalde impulsen of ingrediënten in zitten, die de mensen een bepaalde sfeer brengen. Het makkelijkste daarbij is hoe je het ruimtelijk vormgeeft, maar het meest subtiele - zoals het geluid, de geur, het licht of de temperatuur - zijn eigenlijk veel bepalender voor je gevoel van de ruimte en een eventuele herinnering aan een andere plek in de stad of aan een andere gebeurtenis. De impact van die aspecten is veel groter dan de ruimtelijke opstelling die je maakt.

“We wilden de dynamiek laten zien van de stad, maar daarmee konden we de mensen ook meenemen in bepaalde emoties of verstilling of dreiging of vrolijkheid o.i.d.”

135


“Als de burgervader iets zegt over een gebouw, dan weet je dat hij dat zegt omdat hij de burgervader is. En de fashionista zal over datzelfde gebouw weer wat anders zeggen. De burgerdame achter de geraniums zit gewoon altijd te zeuren.”

Wij documenteren altijd de foto’s van ons werk en dan merk je inderdaad dat je toch uiteindelijk nooit heel erg de sfeer kan pakken van hoe het is als je daar zit of loopt. Wat we met name hebben willen doen is elke gang die we tot een soort van ruimte hebben gedefinieerd een verandering mee te geven. We wilden de dynamiek laten zien van de stad, maar daarmee konden we de mensen ook meenemen in bepaalde emoties of verstilling of dreiging of vrolijkheid o.i.d. Het NAI had dus al een scenario gemaakt, waarbij ze hadden bepaald dat er in de polder begonnen zou worden. Buiten de stad dus. Want het is makkelijker om de stad te bekijken door er eerst afstand van te nemen. De stad is natuurlijk ontstaan vanuit het feit dat er verdichting is gekomen vanuit het platteland, in de noodzaak om naar te stad te gaan en je daar te verenigen. Dus we beginnen in de lange gang die de polder heet. Dat is die ruimte met al die huisjes waar je doorheen kon kijken? Nee, dat is halverwege. Het NAI wilde absoluut geen tekstbordjes en ingewikkelde lange teksten. Tekstbordjes zijn er uiteindelijk toch gekomen om een duiding te geven van de spullen die er staan, maar er wordt gewerkt met podcatchers. Dat zijn apparaatjes, een soort kleine afstandsbedieninkjes, waarop audio te horen is. Je komt dus binnen in die lange gang en wat daar eigenlijk is gedaan, is dat er zes personages zijn uit de stad die je meenemen door de stad. Ze hebben namelijk allemaal een mening, zo heb je bijvoorbeeld de burgervader, de fashionista, de vrijbuiter, de nieuwkomer, de dame die vanuit een ander land hier naartoe komt en de dame achter de geraniums. Is dat afgeleid van de experience bij Beeld & Geluid waar je kunt kiezen uit vijftien bekende Nederlanders om je rond te leiden? Daar hebben ze het inderdaad ook gedaan, maar ware het niet dat het daar meer voor de vorm is, naar mijn idee. Als de burgervader iets zegt over een gebouw, dan weet je dat hij dat zegt omdat hij de burgervader is. En de fashionista zal over datzelfde gebouw weer wat anders zeggen. De burgerdame achter de geraniums zit gewoon altijd te zeuren. Soms weet je ook een beetje wat hun mening zal zijn, maar dat wilde het NAI ook expliciet om te laten merken dat iedereen een idee heeft bij de stad, en dus ook jij. Je mag dus best wel je eigen mening vormen. Natuurlijk vertellen die mensen toch stiekem ook wel wat over het project, er is wel informatie in verstopt. Dat kan ook niet anders. Maar het is wat anders dan dat het echt een voiceover is, die alle toeters en bellen gaat vertellen. Het is gewoon hun eigen mening en daardoor heel erg gekleurd. Je pakt dus dat apparaatje dat je in allerlei talen kan instellen. Daarna kom je in de eerste gang, wat dus de polder is. Wij zijn via de eerste verdieping via een lange nooduitgangtrap naar binnen gekomen, dus die polder heb ik helemaal niet gezien... Dat klopt inderdaad, dat konden we niet afsluiten. Dat is nou eenmaal de structuur van het gebouw. Dat is inderdaad jammer, dan ben je vanuit de Schatkamer naar boven gegaan.

136

Je begint dus in de polder, waar we een leeg Nederlands landschap hebben neergezet, wat eigenlijk eindigt in een soort tunneltje, waarbij je in de verte al een beetje de skyline van de stad ziet. Er zit ook een verloop in waarin het langzaam nacht wordt. Hierdoor ga je eigenlijk in de 24 uur van de dag mee. Wanneer je achteraan komt, kom je bij een dichte deur. Als je die binnengaat, dan kom je bij de shaker. Dat is een heel kleine, bijna lift-achtige, ruimte waar je met een aantal mensen in staat. Daar wordt je eigenlijk heel erg overdonderd in alle aspecten van de stad. Je komt er ook de personages tegen. De fashionista zie je bijvoorbeeld in de Bijenkorf lopen, maar ondertussen wordt daar weer gebouwd, en de vrijbuiter is op een achterafplaats waar gespoten wordt. Je zit dus echt even helemaal in de hectiek van de stad. Het komt heel erg op je af, het is een hele kleine ruimte waar heel hoog geprojecteerd wordt, en een heel indringend geluid is. Soms is het even heel fijn, want dan heb je even dat er zo’n straatartiest een heel fijn deuntje speelt. Meteen komt er dan weer een houseparty in. Het geeft precies aan wat we daar wilden doen, namelijk je shaken. Even helemaal wakker shaken. En je even helemaal meenemen door het Vondelpark waar het heel relaxed is, maar ook de trein die langs raast, maar ook dit en ook dat. Dus dat je echt de indrukken van een stad opdoet. Het is superleuk, maar ook heel irritant.

“Het is superleuk, maar ook heel irritant.”

Vanuit de shaker kom je in een stukje dat veel meer op de collectie gericht is en dat heet: Cosmopolis. Daarin hebben we door middel van mooi gebouwde maquettes geprobeerd de stad na te bootsen. Je moet tussen de sokkels door waar de maquettes op staan. We hebben ze wat hoger gezet, zodat je bijna op straatniveau erdoor heen kijkt. Ook de karakters hebben hierin een plek gekregen. Als hun ballonnetje zichtbaar is, dan vertellen ze wat over dit gebied of de plannen hiervoor. Op de muren is glow in the dark tape aangebracht wat oplicht als het nacht is. Het gaat van de hele mooie projecten naar de ‘mislukte’ projecten, zoals de Bijlmer en de Zwarte Madonna. Het begint met een mooie skyline, maar hier wordt het steeds dreigender. De wolkenkrabbers komen over je heen en de flats worden steeds eentoniger, het wordt vervelender, zeker als het licht dimt en de glow in the dark tape oplicht. In het begin is het nog heel gezellig en mooi, maar ineens sta je in een steeg met van die dichtgetimmerde huizen. Weer is er dat controversiële tussen de pracht van de stad en de dingen die mislukt zijn. Weer is er met objecten, kleur, sfeer en belichting geprobeerd de bezoekers het intuïtiever te laten ervaren. De maquettes zijn heel mooi uitgelicht met hele kleine spotjes, waardoor die dingen heel erg gaan spreken. Dat zijn allemaal budgetkwesties, maar zulke dingen maken belevingen gewoon veel completer. Je kunt een enorm bouwwerk neerzetten, maar soms heeft één dingetje dat heel goed is aangelicht of eigenlijk heel simpel is, dan veel meer impact.

“Wanneer we dat eindeloos blijven doorzetten in de stad, krijg je een soort uniformiteit wat aan ieders eisen voldoet, maar wat helemaal geen interessant beeld meer oplevert.”

In de volgende gang, waar jij dus binnen was gekomen, gaat het veel meer over de gezelligheid: de woningbouwprojecten die echt vanuit het ideaal zijn opgebouwd, het dorpse wat mensen hebben. Met woonerfjes en dat soort dingen. Daar zitten een aantal heel geslaagde bij, zoals de kubuswoningen in Rotterdam en dat soort dingen. Het grappig is dat dit dan ook weer langzaam overgaat en dat het is doorgeslagen naar de VINEX-wijken en de flats en repetitiewoningen. Uiteindelijk is die woningbouw gerealiseerd vanuit het feit dat iedereen zijn eigen stekje wilde. Wanneer we dat eindeloos blijven doorzetten in de stad, krijg je een soort uniformiteit wat aan ieders eisen voldoet, maar wat helemaal geen interessant beeld meer oplevert. Ook daarin zag je dus weer dat schrikbeeld. We hebben eigenlijk twee gangen,

137


“Je moet altijd wel weten waar de originaliteit zit van je concept en wat je ermee wilt bereiken en hoe dicht je daarbij blijft.”

waarin je zegt: “Ooh kijk, dit is hartstikke mooi, en dit is dan een beetje de keerzijde. Dit is hartstikke mooi en dit is ook weer de keerzijde.” Dat leek ons dan ook wel weer genoeg. Het was eigenlijk de vraag om te eindigen in een soort van wereld met toekomstplannen, want uiteindelijk wil je iets vertellen aan mensen die niets van architectuur weten. Kijk eens goed naar de stad en kijk eens hoe architecten dat zien. Daarna wil je natuurlijk dat mensen zich gaan afvragen hoe de toekomst eruit gaat zien, of wat ze om zich heen zien, en waar dat heen gaat. Je wilt dat mensen zich er een mening over vormen, ook om ze klaar te maken om vaker naar tentoonstellingen te gaan, om ze te interesseren voor het onderwerp. Hoeveel impact heeft dat in je leven? Daarvoor hadden we wel een bruggetje nodig tussen iets waar een verhaal en een boodschap achter zit en het feit dat we daarna een wereld wilden creëren die echt héél belevingsvol is, bijna theater. We zijn ook ter inspiratie naar een theatervoorstelling gegaan die over de stad ging. Die voorstelling was alleen maar opgebouwd uit kartonnen dozen. Het enige wat die mensen deden was met miniatuurdingetjes acteren: een brood met twee koplampen was een bus, iemand die zelfmoord pleegde vanaf een grote ijskast-doos. Maar het zat zo goed in elkaar. De belichting was heel goed en iedereen snapte dat het de stad was, zonder dat je het letterlijk liet zien. Dus dat was een beetje inspiratie.

Wat voor aansluiting heeft dit op je ideeën voor beleving in de bibliotheek? Want dat is heel anders, omdat je het elke keer wilt wisselen.

We hadden eerst een rabbithole nodig, zo noemden we dat, om van deze wereld in die nieuwe wereld te komen. Dat is dan wel echt vormgeving. Soms heb je dat allemaal niet nodig, maar in deze gang vonden we wel dat we even wat moesten doen. Dit is weer bijna architectonisch, vandaar dat het erbij paste. Daarna kom je in die bijzondere, utopische wereld.

Is het idee daarachter, dat je zegt: je bent in de bibliotheek, het centrum van de letter, maar ook van de fantasie en van de andere wereld. We willen je er letterlijk in onderdompelen o.i.d.? Het lastige met beleving is, dat hebben we hier intern ook, beleving is een beetje een besmet woord geworden, omdat het heel erg gaat over effectbejag. Je moet altijd wel weten waar de originaliteit zit van je concept en wat je ermee wilt bereiken en hoe dicht je daarbij blijft. In de Stad van Nederland zitten ook effecten, maar heel minimaal. Je kunt er twee- of drieduizend doen maar probeer juist degene eruit te kiezen die je concept versterkt. Heb jij een idee hoe je dat met de bibliotheek zou willen doen, behalve dat je thema’s zou willen accentueren?

We wilden hierbij een soort theaterdecor maken waarbij er wel educatief wordt begonnen met laagbouw, met het feit dat we dingen kunnen overzien. Daarna moet je door een wereld, die veel meer kruip en sluip door is met hogere gebouwen, wat al een beetje onaangenaam voelt, omdat het niet meer echt in proportie is. Het eindigt in een wereld waarvan je denkt dat het helemaal niets meer met architectuur te maken heeft. Maar dat heeft het wel, want als je ziet welke plannenmakerij erop geprojecteerd wordt, dan is dit wel een beetje hoe architecten denken dat de wereld er over een bepaalde tijd uit gaat zien. Dingen gaan drijven en we gaan in de lucht bouwen en dingen krijgen andere vormen dan we altijd dachten dat ze moesten hebben. Doordat we dit echt een beetje als een decor hebben gebruikt en daar overheen hebben geprojecteerd, zie je dat de volumes elke keer een ander perspectief krijgen, een andere schaal. We hebben wel geprobeerd, door er licht in te zetten, dat het de ene keer een enorm flatgebouw is en het volgende moment iets is dat gewoon al ergens zou kunnen bestaan. Het laat ook weer de dynamiek van de stad zien. Hoe ziet zoiets er ‘s avonds uit? Maar ook weer hoe het overdag zou kunnen zijn. Dit is echt een belevingsvolle wereld, waar je dan lekker doorheen loopt. Je eindigt dan met het blanco geheel waarin blijkt dat de toekomst nog open ligt. Loop je uit de ruimte dan kom je in een doe-het-zelf-bouwdek voor kinderen. Eigenlijk wordt je daar aangemoedigd om het hierna zelf te doen. Ook jij hebt ideeën over wat je zou willen. Je wordt uitgedaagd om verder in het NAI te gaan struinen naar dingen die je aanspreken. De personages nemen afscheid van je en je kunt je podcatcher weer inleveren. In die zin is het een heel compleet scenario over wat je daar te beleven krijgt. Je bent er in twintig minuutjes doorheen, maar er zit een gelaagdheid in waardoor je er langer over kunt doen als je wilt. Dit is, zoals wij de beleving hier hebben gerealiseerd en opgezet.

138

Ik wil een themaruimte doen, een studeerruimte en een leesruimte. Gewoon een paar concepten, niet persé om drie ruimtes in te richten. De themaruimte zou wisselen, maar de studeerruimte en leesruimte zouden veel minder flexibel zijn. Ja, omdat je dan meer de functie van het studeren en lezen benadrukt. Dan moet je inderdaad een soort rust gaan creëren en ook wel een bepaalde sfeer. Stel, dat het buiten enorm rotweer is, dan is het fijn om te lezen in een lekkere zonnige ruimte. Of, als het buiten heel mooi weer is en je daardoor niet aan het werk geraakt, dat het in de studeerruimte lijkt alsof het rotweer is. De themaruimte zou met beamers zijn. Ik benader het vanuit de artistieke hoek... vanuit het surrealisme. Mijn eerste idee was om een soort op-de-kopruimte te maken, dus als je binnenkomt dat je op je rug gaat liggen en dat de ruimte dan klopt. En bijvoorbeeld ook een film op de kop draaien. “Als je iets uit de context haalt of als iets vervreemdend is - zoals je al zei - werkt het vaak heel goed om mensen nieuwgierig te maken. Het geeft ook een beetje houvast, het teased.”

Waar ik nu vooral tegenaan loop, is dat ikzelf vanuit de kunst-hoek kom en de bibliotheek is geen museum, dus ik moet ergens een soort van combinatie maken van een toffe expositie/belevingsruimte waar je mensen in laat lopen. Het heeft met surrealisme te maken, dus het moet vervreemdend zijn en een heel andere wereld zijn, maar het moet nog wel iets met de bibliotheek te maken hebben. Ken je de tentoonstelling in het Letterkundig Museum, het Kinderboekenmuseum? Dat is een goed voorbeeld van wat jij zoekt. Zij zaten in eenzelfde soort spagaat. Ze moesten een kindertentoonstelling maken over literatuur en kinderboeken, maar omdat kinderen vanuit een hele andere wereld komen, hebben zij echt een fantasiewereld neergezet. Daarvoor hebben ze een drager, een verhaal dat heet De Veelvraat. Dat zou een soort monster zijn, die alle letters aantast in de boeken. De kinderen worden aangejaagd om die Veelvraat te zoeken. Ze krijgen een slurper, dat is een soort armband, waarmee ze allerlei opdrachten kunnen doen. Hoe beter ze dat doen, hoe meer ze die Veelvraat in de tang hebben. Door al die opgaves komen ze in aanraking met de verschillende vormen van een verhaal, wat is een plot, wat is fantasie. Het is educatief en ligt heel dicht bij de boekenwereld en de beleving daarvan. Er zijn installaties gebouwd uit boeken, wat heel mooi is.

139


“Bedenk niet dat je de hele Efteling gaat bouwen, maar dat het echt gaat over effecten.”

Hebben jullie de tentoonstelling in het Letterkundig Museum ook gemaakt? Dit is gebouwd door een concurrerend bureau. Ik was vorige week bij een presentatie en ben er zelf geweest en ik vind dat ze het heel goed hebben gedaan. Wat zij hebben gedaan ligt heel dicht tegen de wereld van de boeken en de beleving daarvan aan. Als je beleving aan een bibliotheek toevoegt, dan kom je hier in de buurt. Het bureau dat dit gedaan heeft heet Platvorm. Er zijn projecties gedaan met licht. Alles is puur uit boeken gekomen. Bedenk dat je op een hele mooie bron zit.

Een schaduw is zo gemaakt en een beamer is ook niet meer heel duur. Met een paar lampjes en dingetjes ben je al een heel eind. Zet ergens een bakje met geur neer en een radio, en je hebt beleving. Bedenk niet dat je de hele Efteling gaat bouwen, maar dat het echt gaat over effecten. En zoals je al aangaf, ben je met een iets verduisterde ruimte ook al een heel eind. Als je nog vragen hebt of iets, dan weet je me te vinden. Ik ben heel benieuwd naar wat het uiteindelijk wordt en zou graag je scriptie inzien als deze klaar is.

Als je iets uit de context haalt of als iets vervreemdend is - zoals je al zei werkt het vaak heel goed om mensen nieuwgierig te maken. Het geeft ook een beetje houvast, het teased. Andere belevingsruimtes in bibliotheken zijn er eigenlijk niet, he? Nee, die zijn er niet. Wij zijn eigenlijk de eerste die hier op deze manier mee bezig gaan. Deze ruimte zal vooral voor de nieuwbouw zijn, maar eind juni willen we eigenlijk al een prototyperuimte ingericht hebben. We werken daarbij samen met Henk van Mierlo, hij is graficus maar doet ook veel met tentoonstellingsontwerpen en het inrichten van beamerruimtes. We willen kijken of we op basis van mijn onderzoek en zijn expertise wat kunnen bouwen in juni. Het gaat wel steeds meer leven in bibliotheken. Wordt het een seperate ruimte of heeft het ook binding met het gebouw en de collectie... hoe gaat het er precies uitzien? Er is nog niet precies bekend hoe het gebouw er uit gaat zien. Er wordt nog met architecten gepraat. Er is over gesproken om de ruimte in de kelder te plaatsen... Wel jammer dat het dan zo afgesloten is van de rest van het gebouw. Dat is inderdaad jammer. Aan de andere kant is het goed af te sluiten voor licht, dus wel mooi om te beamen. Maar eigenlijk is er nog niets over bekend. De prototyperuimte zou misschien bij ons in de Landenkamer komen, dat is een ruimte die ongeveer zo groot is als deze kelder, maar dan met rechte muren. Op zich vind ik dat er wel wat voor te zeggen is om het te integreren in de bibliotheek, anders lijkt het alsof je nog een filmzaal of zo... Nou ja, Deventer Televisie komt ook bij het nieuwe gebouw in, en we hebben een klein minibioscoopje, een ruimte voor voorstellingen en lezingen, dus het kan ook zomaar zijn dat de ruimte naast de leeszaal of een andere culturele ruimte wordt geplaatst. Ik kan er eigenlijk nog niets over zeggen. Ik neem aan dat je dat ook in je onderzoek meeneemt dat je een advies geeft waar de ruimte zich moet bevinden. Of een soort programma van eisen waaraan de ruimte moet voldoen om de meeste kans van slagen te hebben. Er komt inderdaad een soort checklist van dingen waar de ruimte aan moet voldoen. In ieder geval voor de uiteindelijke ruimte, het prototype hoeft nog niet helemaal perfect te zijn. Nee, dat is ook zo, en om zo’n ruimte te realiseren heb je ook niet veel nodig.

140

141


Bijlage E/ Dromen als vorm van Denken Datum Doel

9 mei 2012 Informatie opdoen voor mijn scriptie

Gelegenheid

Studium Generale Saxion

Op 9 mei jongstleden werd er door de mensen van de minor ‘Spirit’ van Saxion een lezing georganiseerd over dromen. De persoon die de lezing gaf, was Ir. Nanske Kuiken. Zij vertelde over de reden waarom we dromen, wat dromen zijn en of we er iets mee kunnen. De lezing ging “over het nut van dromen voor zelfkennis en analyse van je dagelijks bestaan.” Van de website van de Studium Generale: “Dromen fascineren, hoe dan ook. Lang geleden werden dromen gezien als spreekbuis voor goden en profeten. In de moderne tijd, sinds Freud, worden ze beschouwd als de weg tot je onderbewuste en diepste verlangens. In de postmoderne tijd is de wetenschap nog steeds in kampen verdeeld. Het ene kamp beweert dat dromen betekenisloze informatieverwerking van het brein in slaapstand is. Anderen hangen de overtuiging aan dat het brein via de droom op verschillende niveaus en manieren aan een probleem werkt.

Fig. E.01: Affiche lezing Dromen als vorm van Denken

Bedrijfskundig Ingenieur Nanske Kuiken hoort tot het laatste kamp en beschouwt dromen als een tegenlicht op problemen en persoonlijke gedrag. Het begint ermee dromen te leren onthouden. Kuiken legt uit hoe dat werkt met als doel met hulp van een 5- stappenplan op te stomen tot het leren analyseren en betekenis geven van je dromen tot nut en plezier van alledag. Tot welk kamp je ook behoort, voel je uitgenodigd je nieuwsgierigheid hoe dan ook bot te komen vieren.” Verslag Dromen gebeurd in de REM-slaap. REM staat hierbij voor Rapid Eye Movement. Tijdens de remslaap bewegen je ogen heel snel heen en weer en op en neer. In deze slaapfase is er veel hersenactiviteit en maximale spierontspanning. Als mensen 2 maanden geen REM-slaap hebben, dan gaan ze dood.

Fig. E.02: Portret Ir. Nanske Kuiken

symbolisch vormgegeven zijn. Jung werkte lang samen met Freud, maar door verschillende visies gingen zijn op een gegeven moment uit elkaar. Jung en Freud waren het eens over de rol van het onbewuste bij neurosen. Jung vond ook dat de functie van dromen was: het blootleggen van de wortels van onbewuste problemen. Hij zag dromen als een mythische laag van alle psychische leven. Jung was het niet met Freud eens dat levensenergie in wezen sexueel van aard is. Ook vond Jung dat collectieve symbolen geen verwijzing naar individuele verlangens waren, maar een toegangspoort naar een mythische wereld, een historische laag van het menselijk ras. Freud vond dat symbolen vaste betekenissen hadden, terwijl Jung van mening was dat symbolen meerdere betekenissen en facetten konden hebben. Jung was op zoek naar en directe associatie met het droombeeld, in plaats van een vrije. Om de betekenis van dromen te achterhalen, heeft Nanske vijf sleutels ontwikkeld. De eerste sleutel is het delen van jezelf. Je haalt de persoon of het dier uit je droom voor de geest en noemt hiervan drie typerende eigenschappen. Betrek deze eigenschappen op jezelf en ervaar wat het met je doet. De tweede sleutel is het benoemen van symbolen uit je droom. Vervolgens geef je dit symbool een gevoel en associaties. Bij de derde sleutel is het de bedoeling dat je de situatie uit je droom terug haalt en nadenkt over welk moment daaruit je het meest geraakt heeft, wat er gebeurde, hoe dat voelt, en in welke situaties uit je leven je hetzelfde voelt en wat je dan daarmee doet. In de vierde sleutel moet je de droom samenvatten in een titel. Vervolgens ga je je gevoel hierbij definiëren, nadenken over het gevoel dat je had toen je wakker werd en tenslotte link je dit aan dingen die er in je dagelijkse leven spelen. De vijfde sleutel zegt dat je je droom moet opschrijven en moet meenemen in je dag. Als je je de hele dag van deze droom bewust bent, kun je hier inzichten uithalen. Conclusie Ik was blij dat er iets uit de lezing bruikbaar was voor mijn scriptie, namelijk dat deel van Jung en Freud. Mijn verhaal over dromen was al compleet, maar dit onderstreept het geheel nog eens. In het duiden van dromen was ik niet erg geïnteresseerd, maar ik vond het wel interessant dat er mensen zijn die zich ermee bezighouden en hun brood er in kunnen verdienen.

Er zijn verschillende theoriën over wat dromen zijn. Zo zegt de activatiesynthese-theorie van Hobson dat “neurologische golven worden afgevuurd vanuit de hersenstam naar het visuele deel van de hersenen en onsamenhangende beelden vormen.” Een andere theorie - de geheugenconsolidatie-theorie - zegt dat er tijdens de REM-slaap herinneringen in ‘hokjes’ worden geplaatst. Nieuwe herinneringen krijgen zo verbinding met oudere zenuwbanen. In de geschiedenis zijn een aantal uitvindingen gedaan waarbij de uitvinder de oplossing via een droom aangedragen had gekregen. Zo heeft Elias Howe in 1845 de naaimachine gebouwd op basis van een droom. Ook de benzeenring van Kekule en het lied Yesterday van Paul McCartney zijn gebaseerd op dromen. De filosofen Freud en Jung baseerden hele theorieën op dromen. Volgens Freud speelde het onbewuste een grote rol in ons geestelijke en psychische leven. In het wakende leven zouden de primitieve driften beteugeld worden door het ego, en het rationele deel van de geest met moraal besef. In slaapstand verslapt echter de controle en zou onze ware identiteit naar boven komen. Deze ware identiteit zou

142

143


Bijlage F/ Klant is Koningin - profielen Studenten en Starters

Studenten en starters weten zich goed een weg te banen door de consumptiemaatschappij. Zij weten hoe ze zuinig moetne leven, dat hebben hun ouders hen geleerd. Als ze veel geld uitgeven dan is dit aan leuke dngen, zoals uitgaan, een concert of een avond in de kroeg. Over het algemeen wonen studenten en starters alleen. Vaak delen ze een huis met vriendinnen, soms in studentenwijken en soms in huurhuizen met een groot verloop. Het merendeel van de Studenten en Starters zijn vrouwen tussen 21 en 29 jaar. Een derde is alleenstaand en een derde woont samen. Deze groep heeft een laag inkomen en beweegd zich in de hogere sociale klasse. Ze maken veel gebruik van internet en doen daarnaast veel aan sport. In de bibliotheek Studenten en starters komen zowel naar de bibliotheekom te onstpannen, als om informatie te verzamelen en studieboeken te halen. Ze zijn niet zo erg geïnteresseerd in georganiseerde activiteiten. Studenten en starters hebben niet veel geld te besteden en komen naar de bibliotheek omdat lenen goedkoper is dan aanschaffen. Naast dat ze komen om materialen te lenen voor ontspanning, persoonlijke interesses of hun studie, gebruiken ze de bibliotheek ook om te studeren of te werken. Behoeftes • Fictie: • Actuele literatuur; • Thrillers; • Buitenlandse romans. • Informatief: • Boeken over persoonlijke interesses, algemene ontwikkeling; • Boeken over studie en werk, psychologie, new age/esoterie, poëzie, kunst en cultuur, reizen. • Kranten: de Volkskrant, nrc.next, gratis bladen; • Tijdschriften: populaire vrouwenbladen; • Bladmuziek; • Films; • Internet; • Databanken; • Werkplekken (zowel in stilte, samen, als onder andere mensen); • Muziek: Nederpop, pop, 80’s, 90’s, jazz, soul, funk, alternatief, klassiek • Georganiseerde activiteiten: • Lezingen en debatten; • Cursussen; • Workshops; • Theatervoorstellingen en films. Materialen Actuele Nederlandse literatuur Spannende boeken Boeken over reizen/vakantie Buitenlandse literatuur

144

51% 51% 41% 42%

Nederlandse literatuur klassiek Boeken over psychologie Boeken over kunst en cultuur Nieuw uitgekomen boeken Cd’s en dvd’s

28% 27% 25% 24% 34%

Wensen • Goed vindbare informatie; • Voldoende stilteplekken; • Plekken waar gegeten en zacht gepraat mag worden; • Vriendelijk, hulpvaardig personeel; • Muziek: totaaloverzicht van de collectie en mogelijkheid van zoeken op genre; • Snelle afhandeling; • Avond- en weekendopenstelling; • Inforamtie via website. Bezoek • Meer dan gemiddeld lid van de bibliotheek; • Relatief kort lidmaatschap; • Bezoekt de bibliotheek eens per week óf minder dan eens per maand; • Is meestal langer dan een half uur in de bibliotheek, doordeweeks, in de middag; • Bezoekt de bibliotheek het meest van alle groepen alleen; • Leent het minste aantal materialen per keer; • Maakt het meest gebruik van de zelfbedieningsbalie. Digitale dienstverlening • Verlengt het meest van alles segmenten via internet; • Is het best bekend met de digitale dienstverlening. Betalen • Huidige tarieven zijn goed tot aan de hoge kant; • Leenprijs dvd’s is aan de hoge kant; • Ze is gevoelig voor kortingen; • Per maand betalen kan interessant zijn; • Lenen moet goedkoper blijven dan aanschaffen. Wil niet • Een hogere abonnementsprijs; • Lang wachten; • Extra betalen voor producten/diensten; • Van het kastje naar de muur gestuurd worden; • Identificeren. Voelt zich goed bij • Rustige zitplekken; • Omringd zijn door mensen die ieder voor zich bezig zijn; • Zelf kunnen kiezen tussen stilte of drukte; • Omring zijn door boeken; • Je eigen gang kunnen gaan; • Frisse en niet gestylede inrichting; • Je thuis voelen; • Kunst aan muren;

145


• Aangenaam klimaat. Voelt zich niet goed bij • Muziek of lawaai; • Op de vingers gekeken worden; • Luide en langdurige (telefoon)gesprekken; • Sfeerloze omgeving; • Onvoldoende bewegingsruimte.

Jonge Stedelingen

De Jonge Stedelingen zijn veelal tussen de 25 en 45 jaar en hebben een lage tot middelbare opleiding gevolgd. Sommigen een hogere opleiding. Ruim tweederde 68% is vrouw. De functies die zij vervullen zijn veelal middenkader-functies. Soms doen zij zware lichamelijke arbeid of leven zij vn een uitkering. Jonge Stedelingen maken veel gebruik van internet. In de bibliotheek De Jonge Stedeling komt vooral voor onstpanning naar de bibliotheek, daarvoor leent ze graag Nederlandse fictieve boeken. Ook verzamelt ze informatie voor haar persoonlijke interesses en algemene ontwikkeling en leent daarvoor veel informatieve boeken. Van tijd tot tijd gebruikt ze de bibliotheek om te studeren. Lenen is goedkoper dan kopen en zij waardeert weekendopenstellingen. Georganiseerde activiteiten interesseren hun niet zo. Behoeftes • Actueel aanbod; • Thrillers; • Chicklit; • Waargebeurde verhalen; • Films; • Overzichtelijke en duidelijke presentatie; • Inspiratie; • Internet; • Ruime openingstijden ‘s avonds en in weekends; • Een leescafé; • Goede bereikbaarheid met ov en fiets; • Klantgericht en deskundig personeel. Materialen Spannende boeken Actuele Nederlandse literatuur Boeken over reizen/vakantie Buitenlandse literatuur Romantische boeken Nieuw uitgekomen boeken

58% 44% 37% 31% 29% 27%

Wensen • Zoveel mogelijk digitaal; • Overzichtelijke en aantrekkelijke presentatie; • Snelle levering bij reserveringen.

146

Bezoek • Kort lidmaatschap; • Sterk wisselend aantal bezoeken; • Blijft lang in de bibliotheek om zich te laten inspireren; • Meer dan gemiddeld bezoekt zij de bibliotheek in het weekend; • Komt meestal alleen; • Leent meestal vijf materialen, waaronder voornamelijk spannende boeken. Digitale dienstverlening • Maakt meer dan gemiddeld gebruik van internet; • Verlengen en reserveren via internet. Betalen • Lage abonnementskosten; • Internetvoorzieningen; • Lagere boetegelden. Wil niet • Wachten; • Extra moeite doen om een product te krijgen. Voelt zich goed bij • Een bibliotheek die ontspannend en leuk is; • Prettige zitjes; • Koffie; • Rustige, overzichtelijke ruimte. Voelt zich niet goed bij • Drukke omgeving; • Schreeuwende, rennende kinderen; • Niet-behulpzaam, onbekwaam personeel.

Gepensioneerde Gezelligheidszoekers

Gepensioneerde Gezelligheidszoekers zijn met weinig te vreden. Ze wonen in een klein huis, maar het is wel afbetaald. Hun werkende bestaan hebben ze achtig zich gelaten. Van hun pensioen kunnen ze zich een auto veroorloven, zodat ze zelfstandig en onafhankelijk blijven. Daarnaast is er ook een groep Gepensioneerde Gezelligheidszoekers die geen of weinig aanvullend pensioen heeft en elke maand de eindjes aan elkaar moet zien te knopen. In de bibliotheek Deze groep komt naar de bibliotheek om te ontspannen en informatie te verzamelen voor persoonlijke interesses. Ze mogen dan wel oud zijn, maar ze werken nog wel aan hun persoonlijke ontwikkeling. Naast dat zij materialen mee naar huis nemen, lezen ze graag kranten en tijdschriften in de bibliotheek. Behoeftes • Fictie: • Spannende boeken; • Streek- en familieromans; • Actuele Nederlandse literatuur; • Romantische boeken; • Groteletterboeken.

147


• Te grote/moeilijk bereisbare reisafstand.

• Informatief: • Boeken over reizen en vakantie; • Kookworkshop; • Educatieve programma’s; • Cursussen. • Tijdschriften en kranten; • Leescafé; • Georganiseerde activiteiten; • Ontmoetingsplek; Materialen Spannende boeken Actuele Nederlandse literatuur Boeken over reizen/vakantie Streek- en familieromans Romantische boeken Nieuw uitgekomen boeken

Voelt zich goed bij • Gelegenheid en ruimte voor een rustig gesprek; • Opgeruimd, schoon, netjes; • Steeds nieuwe ontwikkelingen; • Oude waarden en normen; • Gezellig en betaalbaar vermaak; • Vriendelijke, beleefde mensen; • Hulp krijgen zonder zich oud te voelen. 60% 41% 37% 34% 33% 26%

Wensen • Bestaande, mogelijk verouderde diensten; • Toegankelijkheid met rolstoel of rollator; • Bereikbaarheid dicht bij huis; • Parkeergelegenheid; • Advies/service; • Voldoende op voorraad; • Klantvriendelijkheid; • Klantgerichtheid; • Klantsturing; • Zitgelegenheid; • Koffiecorner; • Hulp krijgen, servicegericht personeel. Bezoek • Lang lidmaatschap (71% >10 jaar); • Een kwart van de groep bezoekt de bibliotheek eens per week of vaker; • Duur van het bezoek is een kwartier tot een half uur; • Bezoek de bibliotheek doordeweeks in de middag; • Bezoekt de bibliotheek meer dan gemiddeld alleen; • Leent bij vrijwel ieder bezoek drie tot vijf materialen. Digitale dienstverlening • Maakt van alle segmenten het minst gebruik van het verlengen van materialen via nternet. Betalen • Abonnement en boetes zijn duur; • Lid zijn heeft een meerwaarde; • Gevoelig voor kortingen en aanbiedingen; • Neemt graag deel aan activiteiten; • Lenen is goedkoper dan aanschaffen. Wil niet • Extra diensten; • Teveel veranderingen op het gebied van internet;

148

Voelt zich niet goed bij • Gebrek aan persoonlijke aandacht; • Onbeleefdheid; • Snel weer weg moeten/haast; • Gebrek aan normen en waarden; • Gebrek aan ruimte; • Rommel, onveiligheid, harde muziek.

Cultuurgenieters

Een deel van de Cultuurgenieters staat hoog op de maatschappelijke ladder en heeft het financieel goed voor elkaar. De meesten hebben geld genoeg om uitgebreid van het leven te genieten. Daar horen kunst en cultuur bij, maar ook lekker eten en drinken, een mooie auto en een comfortabele woonomgeving. In de bibliotheek Cultuurgenieters komen deels gericht naar de bibliotheek en deels om inspiratie op te doen. Ze hebben behoorlijke interesse in exposities, lezingen en debatten. Deze groep leest ter ontspanning. Zij komen naar de bibliotheek om informatie te verzamelen voor persoonlijke interesses, hun algemene ontwikkeling en om geïnspireerd te worden om iets anders te lezen. Ook lezen ze kranten in de bibliotheek en bezoeken ze de informatiebalie. Behoeftes • Fictie: • Actuele Nederlandse literatuur; • Spannende boeken; • Romantische boeken; • Streekromans en familieromans; • Informatief: • Boeken over reizen en vakantie. • Algemene ontwikkeling: • Tijdschriften en kranten; • Informatie online zoeken; • Inspiratie opdoen; • Meer inhoud geven aan; zingevingsonderwerpen; • Cultuurgerelateerde producten: • Kunstuitleen; • Theater; • Lezingen

149


Dynamische Gezinnen

Materialen Rijke Elite

Ontwikkelde Medioren

65% 53% 51% 42% 35% 28% 14%

53% 53% 63% 30% 26% 29% 24%

Actuele Nederlandse literatuur Boeken over reizen/vakantie Spannende boeken Buitenlandse literatuur Nederlandse literatuur klassiek Nieuw uigekomen boeken Streek- en familieromans Wensen • Toegankelijkeheid; • Bereikbaarheid per auto, fiets of bus; • Parkeergelegenheid; • Advies/service; • Voldoende op voorraad; • Boeken in goede staat.

Bezoek • Lang lidmaatschap (78% > 10 jaar); • Bezoekt de bibliotheek eens per twee tot drie weken; • Bezoekt de bibliotheek een kwartier tot een half uur; • Komt meestal ‘s middags doordeweeks; • Bezoekt de bibliotheek meer dan gemiddeld alleen; • Leent bij vrijwel ieder bezoek drie tot vijf materialen. Digitale dienstverlening • Verlengt haar materialen iets meer dan gemiddeld via internet. Betalen • Geld speelt in mindere mate een rol; • Voldoende (actueel) aanbod; • Niet gevoelig voor kortingen/aanbiedingen; • Kopen van boeken is ook een optie. Wil niet • Meer betalen voor extra diensten; • Titels die niet of zelden beschikbaar zijn; • Te veel gestuurd worden; • Te veel moeite doen, dan liever kopen! Voelt zich goed bij • Op de hoogte blijven van ontwikkelingen; • Rust en ruimte voor verdieping en spiritualiteit; • De bibliotheek moet afgestemd zijn op de gebruiker; • Gevoel bezig te zijn met zelfonstikkelinge/zelfontplooiing; • Beleefde, vriendelijke mensen, bij voorkeur met kennis van zaken; • Moderne/verzorgde omgeving. Voelt zich niet goed bij • Gebrek aan actueel aanbod; • Lange wachttijden; • Teveel regels;

150

Dynamische Gezinnen wonen veelal in het westen van het land, zijn hoog opgeleid en hebben een huurwoning of starterswoning. Hun kinderen zijn meestal tussen de 0 en 12 jaar. De ouders combineren werk, zorg, hobby’s en ambities. In de bibliotheek De vrouw van het Dynamische Gezin gebruikt de bibliotheek vooral voor haar ontspanning en voor de kinderen. Ze is geïnteresseerd in activiteiten voor de kinderen en raadpleegt vaak online informatiebronnen. Lezen is voor haar ontspanning, daarnaast leert ze ervan. Het lenen van materialen is goedkoper dan ze te kopen en in de bibliotheek krijgt ze inspiratie om eens iets anders te lezen dan ze normaal doet. Behoeftes • Fictie: • Spannende boeken; • Jeugdboeken; • Literaire romans; • Psychologische romans; • Luisterboeken. • Non-fictie: • Waargebeurde verhalen; • Psychologie; • Opvoeding/onderwijs; • Koken. • Tijdschriften: • Psychologie; • Tuinbladen; • Woonbladen. • Dvd’s; • Knutsel- en kinderactiviteiten; • Interactie met andere bezoekers; • Multimediale ondersteuning. Materialen Spannende boeken Boeken over reizen/vakantie Actuele Nederlandse Literatuur Romantische boeken Nieuw uitgekomen boeken Streek- en familieromans

69% 45% 44% 37% 30% 27%

Ze heeft weinig behoefte aan andere materialen dan boeken. Wensen • Alles over een onderwerp bij elkaar; • Kinderwagenvriendelijk; • Dicht bij huis; • Gratis parkeren; • Inleverattentie; • Zaterdag- en zondagopening; • Open, benaderbaar personeel; • Overzichtlijke indelinge en bewegwijzering.

151


Bezoek • Lidmaatschap langer dan 10 jaar; • Eens per twee/drie weken in de bieb; • Kwartier tot drie kwartier per bezoek; • Vooral ‘s middags; • Leent drie tot vijf materialen; • Leent meer dan gemiddeld jeugdboeken en boeken over onderwijs. Digitale dienstverlening Verlengt meer dan gemiddeld materialen via internet; Multimediale ondersteuning: e-mail. Betalen • Abonnement: geld speelt geen rol; • Parkeerkosten: liever niet; • Gevoelige voor kortingen en aanbiedingen. Wil niet • Betalen voor reserveren en verlengen; • Hoge boetes. Voelt zich goed bij • Ruimtelijke, overzichtelijke, goed verlichte inrichting; • Grote tafels, open kasten; • Een schone omgeving; • Interactie met andere lezers; • Toegankelijk personeel. Voelt zich niet goed bij • Onoverzichtelijke ruimte; • Te stille omgeving; • Veel bibliotheekregels.

Traditionele Gezinnen

Deze Gezinnen voelen zich goed in een veilige wereld. Familie en werk zijn erg belangrijk voor hun. Traditionele Gezinnen komen zowel op het platteland, als in de stedelijke omgeving voor. Het zijn harde werkers en plichtsgetrouwe dorspgenoten. Ze zijn eerlijk en vriendelijk, en gesteld op gezelligheid en rust. Ookal gaat het financieel goed, toch leven ze zuinig. Wie wat bewaard, die heeft wat. In de bibliotheek De Traditionele Gezinsvrouw leest puur om te ontspannen, en af en toe omdat zij informatie zoekt over bijvoorbeeld tuinieren of wonen. Ze is ook geïnteresseerd in reisboeken en boeken en tijdschriften over gezondheid. Ze is minder geïnteresseerd in georganiseerde activiteiten. Behoeftes • Fictie: • Actuele en nieuwe boeken; • Spannende en romantische boeken; • Voorleesboeken, kinderboeken en tienerboeken; • Grootletterboeken; • Luisterboeken. • Non-fictie:

152

• Waargebeurde verhalen. • Tijdschriften; • Thuis reserveren en verlengen. Materialen Spannende boeken Boeken over reizen/vakantie Actuele Nederlandse Literatuur Romantische boeken Streek- en familieromans Nieuw uitgekomen boeken

64-67% 40-48% 40-45% 32-40% 29-34% 29-31%

Wensen • ‘s Avonds en in het weekend open; • Overzichtelijke indeling en collectie; • reserveren en verlengen vanuit huis; • Inspiratie; • Behulpzaam personeel; • Goede sfeer; • Snel vinden wat ze zoekt. Bezoek • Meer dan 74% is langer dan 10 jaar lid van de bibliotheek; • Bezoekt de bibliotheeks eens per twee tot drie weken, vaker als de kinderen nog thuis wonen; • Is meestal een kwartier tot half uur in de bibliotheek en laat zich inspireren; • Bezoekt de bibliotheek ‘s middags; • Leen drie tot vijf materialen per bezoek; • Leent meer dan gemiddeld romantische boeken en boeken over huis, tuin, hobby’s en gezondheid; • Leent minder dan gemiddeld literatuur. Digitale dienstverlening Gebruikt internet vooral voor het verlengen van materialen. Betalen De bibliotheek is nu betaalbaar. Wil niet • Leengeld voor boeken • Parkeergeld Voelt zich goed bij • Ontspanning; • Vertrouwde, gezellige omgeving; • Gemak; • Behulpzaam personeel. Voelt zich niet goed bij • Ingewikkelde zoeksystemen; • Beperkingen op leengebied; • Leengeld; • Beperkte openingstijden.

153


Welvarende Genieters

Deze groep is weinig materialistisch ingesteld. Ze hebben eigenlijk alles wat ze zich kunnen wensen en hoeven zich niet tot nauwelijks zorgen te maken over geld. Toch vinden veel Welvarende Genieters duren spullen en luxe niet zo belangrijk. Er zijn bijvoorbeeld Groene Genieters: lager opgeleiden met een eigen bedrijf. Zij zijn en blijven zuinig, ookal is hun inkomen boven modaal. Ze hebben veel tijd voor zichzelf, omdat hun kinderen zelfstandig zijn of het huis al uit zijn. In de bibliotheek Welvarende Genieters lezen om te ontspannen of omdat zij op zoek zijn naar informatie. Ze hebben matige interesse in culturele activiteiten, maar bezoeken wel graag workshops of cursussen. Ook nemen ze deel aan leesclubs. Een deel van de Welvarende Genieters komt voor de gezelligheid en de koffie naar de bibliotheek. Behoeftes Fictie: • Spannende boeken; • Jeugdboeken; • Literaire romans; • Psychologische romans; • Luisterboeken. • Non-fictie: • Waargebeurde verhalen; • Psychologie; • Opvoeding/onderwijs; • Koken. • Tijdschriften: • Psychologie; • Tuinbladen; • Woonbladen. • Dvd’s; • Knutsel- en kinderactiviteiten; • Interactie met andere bezoekers; • Multimediale ondersteuning. Materialen Spannende boeken Boeken over reizen/vakantie Actuele Nederlandse Literatuur Romantische boeken Nieuw uitgekomen boeken Streek- en familieromans

Bezoek • Lengte lidmaatschap is lang (78% > 10 jaar); • Bezoekt de bibliotheek eens per twee tot drie weken; • Lengte bezoek: een kwartier tot een halfuur; • Bezoekt de bibliotheek in de middag doordeweeks; • Bezoekt de bibliotheek meer dan gemiddeld alleen; • Leent bij vrijwel ieder bezoek drie tot vijf materialen. Digitale dienstverlening Gebruikt internet voor het verlengen van materialen. Betalen • Abonnement mag maximaal 50 euro kosten; • Een bescheiden boete voor te laat inleveren van materialen; • Bijkomende kosten voor bijvoorbeeld reserveren; • Tot 25 euro betalen voor een workshop, los van de benodigde materialen; • (Tweedehands) boekverkoop; • Niet gevoelig voor aanbiedingen en kortingen. Wil niet • Betalen voor reserveren en verlengen; • Hoge boetes. Voelt zich goed bij • Pesoonlijke aandacht; • Een goed verlichte plek om te zitten lezen; • Gezelligheid, open sfeer, niet te hip; • Behulpzame medewerkers die tips geven. Voelt zich niet goed bij • Lang moeten zoeken; • Teveel zelfbediening; • Geluidsoverlast, voornamelijk van kinderen; • Rommel, armoedige uitstraling; • Onvriendelijk, niet-behulpzaam personeel; • Met de auto moeten komen.

65% 48% 47% 37% 31% 30%

Wensen • Goede koffie en een koffiehoek; • Bereikbaarheid per fiets/te voet; • Gemak; • Persoonlijk advies; • Volop keuze en voorselectie; • Ruime openingstijden; • Mogelijkheid tot reserveren van materiaal uit andere bibliotheken.

154

155


Bijlage G/ Experience design Dit deel van het onderzoek is in een bijlage geplaatst, omdat het niet binnen het verhaal paste. Er werd wel een onderzoeksvraag over experience design gesteld, vandaar dat het niet geschrapt is.

ene pers elektrisch is en de andere handmatig, verschilt ook de interface met elkaar. Iets wat Buxton vooral tegenstond aan de elektrische pers, is dat deze zoveel lawaai maakt. Hij heeft hem daarom vervangen door een handmatige design-sinaasappelpers die ontworpen is door Smart Design of New York: de OrangeX Manual Citrus Juicer (figuur G.03). Bij beide handmatige persen dient er een halve sinaasappel in de pers gelegd te worden, om vervolgens de hendel over te halen en de sinaasappel uit te persen. Het sap stroomt in het glas dat onder de pers is geplaatst. Hoewel de persen op dezelfde manier werken, zit er volgens Buxton toch een wereld van verschil in de ervaring van het gebruiken van de persen: “It’s all about the feel of the action when pulling the lever down: there is a cadence to it that is almost musical. This is something that no drawing can capture. It has to do with feel, and it takes place over time. And I just can’t use it without a smile.” Het verschil in beleving tussen de twee handmatige sinaasappelpersen heeft niets met usability te maken. Het heeft te maken met gevoel. Belangrijk is dat het verschil niet toevallig ontstaan is, maar bewust ontworpen.

In het verlengde van de beleveniseconomie, ligt experience design. Deze tak van design richt zich op de beleving van de gebruiker bij het gebruiken van een product. Een goed voorbeeld van experience design wordt door Bill Buxton - Hoofd Onderzoek bij Microsoft Research - gegeven in een paper dat hij schreef over zijn ervaringen met sinaasappelpersen.

Een hard- en softwarefabrikant die veel bezig is met de ‘computerbelevenis’, is Apple. Apple wordt dan ook wel belevenisfabrikant genoemd, want de soft- en hardware die zij fabriceren, dragen bij aan het creëren van een algehele beleving. Dit statement kan onderbouwd worden met een aantal voorbeelden uit de biografie van Steve Jobs, geschreven door Walter Isaacson: “In Jef Raskins’ (Interface-ontwerper bij Apple) visioen had de Macintosh eruit moeten zien als een stevig koffertje, waarvan het toetsenbord als het deksel tegen het scherm geklapt kon worden. Toen Jobs het project overnam, besloot hij die draagbaarheid op te offeren voor en opvallend design dat op een bureau niet al teveel plaats in zou nemen. Hij liet een telefoonboek op zijn bureau vallen en zei, tot grote ergernis van de ontwerpers, dat het niet meer plaats mocht innemen dan dat. En dus begonnen designteamleider Jerry Manock en Terry Oyama, een talentvolle designer die hij had aangenomen, te werken met ideeën waarbij het scherm boven de eigenlijke computer zat, die een afneembaar toetsenbord had. Op een dag in maart 1981 kwam Andy Herzfeld (softwareontwikkelaar) na het avondeten het kantoor binnen en trof daar Jobs aan die rond het enige prototype van de Mac liep terwijl hij in een discussie gewikkeld was met James Ferris, het hoofd van de creatieve

Blz. 156 rechts boven Fig. G.01: The Citrusmate Electronic Juicer Blz. 156 links onder Fig. G.02: The Mighty OJ Manual Juicer Blz. 157 rechts boven Fig. G.03: The OrangeX Manual Citrus Juicer Blz. 157 onder Fig. G.04: Porsche 928 Blz. 158 Fig. G.05: Steve Jobs met de MacIntosch II Blz. 159 Fig. G.06: Portret Steve Jobs

“Fysieke objecten zijn vaak de meest tastbare en zichtbare resultaten van design, maar hun primaire functie is om ons te betrekken in een ervaring. Een ervaring die grotendeels wordt gevormd door de affordance en het karakter van het product zelf. Uiteraard, esthetiek en functionaliteit spelen een belangrijke rol in dit alles omdat zij de aantrekkingskracht voor deze ervaring leveren. Maar de ervaring is het ultieme - en al te vaak verwaarloosde doel van de oefening. Als we alleen focussen op de esthetiek, belanden we in het beste geval met kunst en in het ergste geval met decoratie die uiteindelijk teleurstelt. En als we slechts focussen op functionaliteit, hebben we uiteindelijk niet het opvoeden van onze bezienswaardigheden hoger dan utilitaire vragen zoals bruikbaarheid en interface design..“ In zijn huis in de stad maakte Buxton gebruik van de elektrische sinaasappelpers, genaamd The CitrusMate Electronic Juicer, zoals afgebeeld in figuur G.01. In zijn buitenhuis had Buxton echter een handmatige pers, zoals afgebeeld in figuur G.02: The Mighty OJ Manual Juicer. Naast dat de

156

157


afdeling. “We willen hem een klassiek uiterlijk geven dat nooit ouderwets wordt, net als de Kever van Volkswagen,” zei Jobs. Van zijn vader had hij geleerd te houden van de contouren van klassieke auto’s. “Nee, nee, dat is niet goed,” antwoordde Ferris. “De lijnen moeten juist sensueel zijn, zoals van een Ferrari.” “Geen Ferrari, dat is ook niet goed,” ging Jobs daar tegenin. “Hij moet eerder zijn zoals een Porsche!” Het zal niet verbazen dat Jobs in die tijd een Porsche 928 bezat. (Later zou Ferris bij Porsche gaan werken als reclamemanager.) Toen Bill Atkinson (graphics ontwerper) tijdens een weekeinde bij hem op bezoek was, nam Jobs hem mee naar buiten om de Porsche te laten zien. “Grote kunst verruimt de smaak, ze volgt de smaak niet,” zei hij tegen Atkinson. Ook bewonderde hij het design van Mercedes. “In de loop der jaren hebben ze de lijnen wat ronder gemaakt, maar de details juist opvallender,” zei hij eens toen hij over de parkeerplaats liep. “Dat is precies was we bij de Macintosh moeten doen.”

158

Het ontwerp van de Macintosh werd dus vergeleken met automerken. Eerder werd al aangegeven dat automerken zich richten op de rijbelevenis. Zij proberen de producten beleveniswaarde mee te geven, net zoals Apple de Macintosh beleveniswaarde wilde meegeven. Er zijn meerdere aanpassingen aan het ontwerp van de Macintosh gedaan, voordat Jobs hem goedkeurde. Herzfeld zag zelf niet eens verschil tussen het derde en vierde (definitieve) ontwerp. Experience design heeft zowel met de schoonheid van het ontwerp van een voorwerp te maken, als met het gevoel dat de gebruiker krijgt van het gebruiken van het voorwerp. Deze experience is voor iedereen anders. Er kan gesteld worden dat gebruikers een prettige experience hebben als het voorwerp goed werkt. Werkt het niet goed, dan levert dat immers frustratie op. De mate van ‘prettigheid’ is afhankelijk van de overige gevoelens die het gebruik van een voorwerp bij de gebruiker oproept, de ‘bonusgevoelens’ als het ware.

159


Bijlage H/ Onderzoeksmethoden Systematische methode Query

Resultaat

Doelgroep bibliotheken

• Vereniging Openbare Bibliotheken (2006) Klantsegmentatie, http:// www.bibliotheekonderzoek.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 • Openbare Bibliotheek Amsterdam (2012) Doelgroepen, http://www. oba.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 • Brabants Netwerk Bibliotheek (2010), De klant is koningin, http://www. bnbibliotheek.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 • Bruijnzeels, R., Van Tiggelen, N., 2001, Bibliotheken 2040, Biblion Uitgeverij: Den Haag • Huysmans, R., Hillebrink, C., Bais, K., 2008, De openbare bibliotheek tien jaar van nu, SCP: Den Haag • Koomans, L.P., 2003, Marktgericht denken in en vanuit de bibliotheek: Positionering, vernieuwing en profilering van een branche, Biblion: Den Haag • Sandt, van de, C.H.C. et al, 1985, Onderzoek hostfunctie openbare bibliotheken, Spits en co: Bakkenist • Strandbibliotheek (2010) Standbibliotheek zomer 2012, http://www. strandbibliotheek.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 • Bibliotheek Zoetermeer (2008), Opsomming van een aantal soorten bibliotheken, http://bibliotheekzoetermeer.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 • Bibliotheekblad (2011) Bibliotheek Beersel wordt beleefbibliotheek, http://www.bibliotheekblad.nl, URL bezocht op 20 februari 2012 • Bibliotheek Dalfsen (2011) Activiteitenprogramma Beleefbibliotheek, http://www.bibliotheekdalfsen.blogspot.com, URL bezocht op 2 februari 2012 • Bibliotheek Smallingerland (n.d.) Home, http://www.beleefbibliotheek.

Klanten bibliotheek Toekomst bibliotheek

Soorten bibliotheken

Beleefbibliotheek

Openbare bibliotheek

Belevingseconomie

Experience economy

160

Query

Resultaat

Experience design

• Buxton, B. (2005), Experience Design v.s Interface Design, (n.d.) Rotman Magazine • Wallace, P. (2009), The architect of experience: conversation with a service designer (31 augustus) • Garret, J.J. (2000), The elements of user experience, http://www.jjg.net, URL bezocht op 6 februari 2012 • Instituut voor Informatie Architectuur (2000), User Experience Design Process: Critical Path, http://www.aiga.org, URL bezocht op 6 februari 2012 • Smashing Magazine (2010) What is user experience design?, http:// www.smashingmagazine.com, URL bezocht op 6 februari 2012 • Boijmans van Beuningen (2009) Nieuwsbrief: tentoonstellingsontwerp, http://www.boijmans.nl, URL bezocht op 13 februari 2012 • Boijmans van Beuningen (2009) De conservator vertelt, http://www. boijmans.nl, URL bezocht op 13 februari 2012 • Arts, J. et al (2009) The art of fashion: Installing Allusions, Idea Books: Rotterdam; • Hoven, van den, G. (2011) De droomwereld van Chris Berens, Brabant Dagblad (30 augustus) • Langmans, B. (2006) Historische wortels van het post-modernisme, thesie: Vrije Universiteit Brussel • Bruin, de L., (1998) De druk van de beleving: Filosofie en kunst in een domein van overgang en ondergang, Uitgeverij Boom: Amsterdam

User experience

Tentoonstellingsontwerp

Droomwerelden beeldende kunst Droomwerelden modernisme Beleving beeldende kunst

nl, URL bezocht op 20 februari 2012 • de Bibliotheek West-Achterhoek (n.d.) Beleefbibliotheek, http://www. bibliotheekwestachterhoek.nl, URL bezocht op 20 februari 2012 • Middelveld, H., Schoonebeek, C., Ooitman, E., 2003, De nieuwe openbare bibliotheek: Herpositionering van de meest gebruikte culturele voorziening in Nederland, Kluwer: Alphen aan de Rijn • Gruys, J.A. (n.d.) Overzicht van de geschiedenis van het gedrukte boek in Nederland, http://www.bibliopolis.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 • Joseph, B. et al, 2010, De beleveniseconomie, Academic Service: Den Haag • Van Stratum, R., 2001, Nix is wat het lijkt maar dat maakt het juist zo mooi!: over strijd en cultuur in de postmoderne beleveniseconomie, Eburon: Delft • Gilmore, J.H., Pine, J.B., Zijlemaker, C., 2008, Authenticiteit: Wat consumenten echt willen, Academic Service: Den Haag • Piët, S., 2003, De emotiemarkt: De toekomst van de beleveniseconomie, FT Prentice Hall Financial Times: Amsterdam • Boswijk, A., Peelen, E., 2008, Een nieuwe kijk op de experience economy: betekenisvolle belevenissen, Pearson Prentice Hall: Amsterdam • Kelley, T. (2005), The ten faces of innovation, Profile Book Ltd: Londen

161


Sneeuwbalmethode Query

Resultaat

De nieuwe bibliotheek

• MacKenzie Owen, J. (n.d), De bibliotheken van de nieuwe eeuw, Universiteit van Amsterdam: Amsterdam; • Netwerk van Overijsselse bibliotheken (28 oktober 2010) Overijsselse bibliotheken en Saxion Hogeschool richten Innovatielab op, <http:// www.overijsselsebibliotheken.nl; • Saxion (15 november 2010) Innovatielab voor Openbare Bibliotheek Deventer, http://www.saxion.nl. • Fundació Miró (2010) Fundació Joan Miró: Barcelona, http://www. fundaciomiro-bcn.org. • www.JoanMiro.com (2010) Joan Miro Art, 13 december 2010, http:// joanmiro.com. • Intemarketing.nl (2012) BCG-matrix, http://www.intemarketing.nl.

Innovatielab Deventer

Fundacio Miro Miró Cash cow Questionmark Dogs Stars matrix Synoniemen Van Dale Affordance Meerjarenplan

Kerntaken bibliotheken Vestigingen de Bibliotheek Deventer Klantsegmentatie

Klant is koningin Missie openbare bibliotheken Openbare bibliotheken

Wetenschappelijke bibliotheek Digitale bibliotheek

Strandbibliotheek Erfgoedbibliotheek

162

• In1woord (2012) Vind steeds het juiste woord, http://www. synoniemen.net. • VanDaleOnline (2012) Home, http://www.vandale.nl. • Verreijt, M. (2009) Wat is een affordance?, http://www.affordance.nl, 11 juni. • Debeij, J.P.A. (2012) Meerjarenplan 2012-2015: Persoonlijke ontplooiing én maatschappelijke deelname voor velen, Deventer: de Bibliotheek Deventer. • Groot, de, M.E. (2008) Visie Bibliotheekwerk 2008-2012, Zevenbergen: Gemeente Moerdijk. • De Bibliotheek Deventer (2012), Vestigingen en openingstijden, http:// www.bibliotheekdeventer.nl. • De Bbliotheek Deventer (2012) Klantsegmentatie: cijfers en grafiek, De Bibliotheek Deventer: Deventer; • De Bbliotheek Deventer (2012) Klantsegmentatie: kaartjes per vestiging, De Bibliotheek Deventer: Deventer. • Vereniging Openbare Bibliotheken (2008) Wie is de koningin?, VOB: Den Haag. • De Bibliotheek Nederland (2012) Organisatie de Bibliotheek Nederland: Missie, www.debibliotheeknederland.nl. • Huysmans, F. (2006) De betere bibliotheek, Universiteit van Amsterdam: Amsterdam; • Vereniging voor Openbare Bibliotheken (2005) Richtlijn voor basisbibliotheken, http://www.debibliotheken.nl. • NRC Handelsblad (1998) Bibliotheken: Historie, http://retro.nrc.nl. • Helvoort, van, J. (2006), De digitale bibliotheek, josvanhelvoort. blogspot.com; • Universiteit Leiden (n.d.) De Digitale Bibliotheek, media.leidenuniv.nl. • Deckers, J. (18 september 2011) Hoe is het eigenlijk afgelopen met de strandbibliotheken?, tenaanval.wordpress.com; • Erfgoed Delft (2010), Erfgoedbibliotheek, www.erfgoed-delft.nl; • Stadsbestuur Mechelen (2012), Stedelijke Erfgoedbibliotheek Mechelen, www.erfgoed-delft.nl.

Query

Resultaat

Koninklijke bibliotheektt

• Koninklijke Bibliotheek (2012a), Collectieplan 2010-2013, www.kb.nl; • Koninklijke Bibliotheek (2012b), Beleidsplan 2010-2013: Het weten waard, www.kb.nl; • Koninklijke Bibliotheek (2012c), Missie en visie, www.kb.nl. • Bibliotheek Zoetermeer nl (2008), Koninklijke Bibliotheek, www. bibliotheekzoetermeer.nl; • Trier, van, G. (2010), Organisatie en taken van de Koninklijke Bibliotheek 1945-2009, Koninklijke Bibliotheek: Den Haag. • Loket Aangepast Lezen (2012), Lezen kan altijd, www.aangepast-lezen. nl; • NLBB (2012), Welkom bij NLBB Vereniging voor Leesgehandicapten, www.nlbb.nl; • Infor Library and Information Solutions (2012), Over Infor, www.vubissmart.com. • CBB (n.d.), De CBB, Christelijke bibliotheek voor blinden en slechtzienden, www.cbb.nl. • Dedicon (n.d.), Grenzeloos lezen, www.dedicon.nl. • De Bibliotheek Utrecht (2012), Een schat aan muziek, www. bibliotheekutrecht.nl; • Muziekcentrum van de Omroep (2011a), Introductie, www. muziekbibliotheekvandeomroep.nl; • Muziekcentrum van de Omroep (2011b), MCO Discografie, www. muziekbibliotheekvandeomroep.nl. • CDR (2012), Muziekweb, www.muziekweb.nl, URL bezocht op 28 maart 2012 • Biebsearch (2012), De bibliotheek op school, www.biebsearch.nl; • Oberon (n.d.), Bibliotheek op de basisschool, www.oberon.nl. • Debeij, J.P.A. (2012) Meerjarenplan 2012-2015: Persoonlijke ontplooiing én maatschappelijke deelname voor velen, Deventer: de Bibliotheek Deventer; • Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays: Dierenpark, http://www.burgerszoo. com; • Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays: Rimba, http://www.burgerszoo.com; • Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays: Safari, http://www.burgerszoo.com; • Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays: Ocean, http://www.burgerszoo.com; • Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays: Mangrove, http://www.burgerszoo. com; • Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays: Desert, http://www.burgerszoo.com; • Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays: Bush, http://www.burgerszoo.com; • Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays: Mangrove, http://www.burgerszoo. com; • Burgers’ Zoo (2012) Ecodisplays, http://www.burgerszoo.com. • Corpus (2012) Reis door de mens, http://www.corpus-experience.nl. • Beeld en Geluid (2012), Experience: Bezoekersinformatie, • http://experience.beeldengeluid.nl. • Science Centre Nemo (n.d.) Nemo is..., http://www.e-nemo.n. • Efteling (2012), Golfpark, http://www.efteling.com; • Efteling (2012), Park, http://www.efteling.com. • InfoNU (2012), De Efteling; een wonderrijk sprookjesland, http://reizenen-recreatie.infonu.nl.

Nationale bibliotheek

Blindenbibliotheek

Christelijke bibliotheek voor blinden en slechtzienden Dedicon Muziekbibliotheek

Centrale Discotheek Rotterdam Bibliotheek op school Meerjarenplan

Burgers’ Zoo

Corpus Beeld en Geluid Nemo Amsterdam Efteling Efteling rijken

163


Query

Resultaat

Query

Resultaat

NAI Rotterdam

• • • •

Miro

• InfoNU (2012d) Joan Miró; een van de drie grote surrealisten, http:// kunst-en-cultuur.infonu.nl; • InfoNU (2012e) De Spaanse schilder Joan Miró, http://kunst-en-cultuur. infonu.nl; • InfoNU (2012d) Joan Miró; een van de drie grote surrealisten, http:// kunst-en-cultuur.infonu.nl; • InfoNU (2012e) De Spaanse schilder Joan Miró, http://kunst-en-cultuur. infonu.nl. • InfoNU (2012f) René Margritte; het uitdagen van de denkwijzen over kunst, http://kunst-en-cultuur.infonu.nl; • Honour H., Fleming, J., (2007, 13e druk), Algemene kunstgeschiedenis, Meulenhoff Boekerij: Amsterdam; • InfoNU (2012f) René Margritte; het uitdagen van de denkwijzen over kunst, http://kunst-en-cultuur.infonu.nl. • Uitgeverij Boom (2012) Sigmund Freud; biografie, www.uitgeverijboom. nl; • Cultuurarchief (2012) André Breton: biografie, www.cultuurarchief.nl. • Musea Utrecht (2012) Nu te zien, http://www.museautrecht.nl, URL bezocht op 1 mei 2012; • Het Utrechts Archief (2012) Stereofotografie, http://www. hetutrechtsarchief.nl; • Schaake, M. (2012), God Save The Queen voedt geen woede of ontevredenheid, 14 maart 2012, http://3voor12.vpro.nl; • Spoorwegmuseum (2012), Home, http://www.spoorwegmuseum.nl.

Belevenisecocnomie

• • Apple Think different

• • • •

The golden circle Brysbaart psychologie Belevenisexposities Tentoonstellingsontwerp

• • • • •

Beleving tentoonstelling

• •

Beleving beeldende kunst

• • • • • •

Surrealisme

Salvador Dali

• • • • • • •

164

NAI (2012), Nederland uit voorraad leverbaar, http://www.nai.nl; NAI (2012), Schatkamer, http://www.nai.nl; NAI (2012), Stad van Nederland, http://www.nai.nl. Regio Business (2011) Het tijdperk van de beleveniseconomie: Interview met Wim Schuurmans, mei/juni 2011; Shorspeak L.C.C. (2011) What is you why?, http://shorespeak.com/, december 2012; Kelly, T. (2008) Ten faces of innovation: About the ten faces, http:// www.tenfacesofinnovation.com. Isaacson, W. (2011) Steve Jobs: de biografie, Spectrum: Houten; Apple Inc. (2007), Think Different Commercial, http://youtu.be; Hornby, T. (2007) ‘Think Different’, the ad campagne that restored Appe’s reputation, http://www.lowandmac.com; Public Broadcasting Service (2011) Steve Jobs: One last thing, http:// www.pbs.org. Simon Sinek (2012), The Golden Circle, http://startwithwhy.com. Brysbaert, M. (2006) Psychologie, Academie Press: Gent. NAI (2012) Stad van Nederland, http://www.nai.nl; Tinker (2012) Ruimtes, http://www.tinker.nl. Kuijpers, E. (2004), En/of: over TEGENspraak in het werk van Jan van Toorn, Roosbeek Books: Nuth. Worthman, A. (2005) De theaters van Herman Hertzberger, 010 Publishers: Rotterdam; Alexander, E. & Krogt, van der, N. (2010) Openluchttheaters in Nederland: vermaak onder heldere hemel, Walburg Pers: Zutphen. InfoNu.nl (n.d.) Werkstuk over Salvador Dalí, http://educatie-en-school. infonu.nl; Honour H., Fleming, J., (2007, 13e druk), Algemene kunstgeschiedenis, Meulenhoff Boekerij: Amsterdam; Ernst, B. (2007), De toverspiegel van M.C. Escher, Librero b.v.: Kerkdriel; Lijklema, H. (2009),Pictographic index 1: graphic design/illustration/ lettering, The Pepin Press BV: Amsterdam; Menkhoff, I. (2008), Optische illusies: zie je echt wat je ziet?, Parragon Books Ltd: Bath (UK); Tolosa, L. (2002), Barcelona: Gaudí en de modernisten, Librero b.v.: Kerkdriel. InfoNU (2012a) Surrealisme; antwoord van het paradigma op het interbellum, http://kunst-en-cultuur.infonu.nl; InfoNU (2012b) Kunst: surrealisme, http://kunst-en-cultuur.infonu.nl. InfoNU (2012c) Salvador Dali; een biografie, http://kunst-en-cultuur. infonu.nl; BBC (2012) Modern Masters; Dalí, http://www.bbc.co.uk; Brand, E. (2009a) Surrealisme, www.salvador-dali.nl; Brand, E. (2009b) Biografie, www.salvador-dali.nl; Honour H., Fleming, J., (2007, 13e druk), Algemene kunstgeschiedenis, Meulenhoff Boekerij: Amsterdam; InfoNU (2012c) Salvador Dali; een biografie, http://kunst-en-cultuur. infonu.nl.

Margritte

Breton Freud

Musea Utrecht

165


Bijlage I/ Plan van aanpak

Op zoek naar Miró in de bibliotheek

Inhoudsopgave Projectkader

168

Achtergronden

170

170 170 170 171

Betrokkenen

172

Organisatie Missie Kernfuncties Visie

Projectopdracht

173

173

Onderzoeksvragen

174

175

Projectactiviteiten

178

180 180

Producten

181

Kwaliteit

182

182 182 182 182

Doelstelling

Onderzoeksmethode

Benodigdheden Excursies

Kwaliteit eindproduct Terugkoppeling en contactmomenten Feedback Beschikbaarheid

Projectorganisatie

183

183 183

Organisatie Informatie

Planning

184

184 187 188

Kosten, baten, risico’s

189

189 189 189

Literatuurlijst

190

Activiteiten vooraf aan stage Strokenplanning Deadlines

Kosten Baten Risico’s

Voorpagina Fig. I.01: Ballerina II - Miro

166

167


Projectkader

Joan Miró was een modernistische kunstenaar uit de 20e eeuw. Als zoon van een horlogemaker en goudsmid, kwam Miró al op jonge leeftijd in aanraking met kunst. Hij genoot zijn opleiding aan de kunstacademie van zijn geboortestad Barcelona. Na zijn academietijd produceerde Miró werk dat vooral werd beïnvloed door het kleurgebruik van het fauvisme, vormen uit het kubisme en folkloristische invloeden van Catalaanse kunst en Romeinse fresco’s uit kerken. Op 27-jarige leeftijd vertrok Miró naar Parijs. Hier leerde hij enkele surrealistische kunstenaars kennen en kwam zo in aanraking met surrealistische kunst. Toen hij op 44 jarige leeftijd weer terugkeerde naar Barcelona, was zijn schilderstijl erg veranderd. Tegenwoordig wordt Miró’s stijl gekenmerkt als bio-morfische schilderkunst. Miró was uniek in zijn stijl. In een poëtische droomwereld koppelde Miró technische objecten los van hun oorspronkelijke functie, om ze in zijn organische figurenwereld te integreren. Deze organische figurenwereld werd gedomineerd door de seksuele problematiek, de natuur, de maan, de ster of de vrouw. Spontaan opwellende poëzie is de hoofdtoon. Bio-morfische schilderkunst werd nooit een beweging, noch een school, noch een groep. Joan Miró, Salvador Dalí, Pablo Picasso en Antoní Gaudí worden tegenwoordig gezien als de ‘dragers’ van het 20e eeuwse modernisme. Kenmerken van het modernisme zijn: experimenteel, radicaal, ready-made, primitief, internationaal, expressieve waarheid, kunst en kunstnijverheid en het onderbewustzijn. Avant-garde bewegingen binnen het modernisme, waren het expressionisme, dadaïsme, futurisme en surrealisme. Hoewel Miró en het surrealisme bijna altijd in één zin genoemd worden, vond Miró zich geen surrealist. Hij zag zichzelf als een poëet. Naast schilderijen werkte hij ook met 3d-objecten en heeft hij zich een tijd toegelegd op de architectuur. Maar wat heeft dit onderzoek met Miró te maken?

Laat bezoekers de bibliotheek ervaren, zonder ze boeken aan te bieden. Geef de bibliotheek zo vorm, dat je bezoekers een leuke dag bezorgt, ookal hebben ze niet de dvd kunnen vinden die ze zochten. In dit onderzoeksontwerp worden doelstelling, onderzoeksmodel en vraagstelling van het onderzoek ‘Op zoek naar Miró in de bibliotheek’ uiteengezet. Het onderzoek zal antwoord geven op de vraag, hoe, door middel van vormgeving en architectuur, het bibliotheekbezoek tot een ervaring kan worden gemaakt.

Kortom

Tegenwoordig sluit de rol van bibliotheek als ‘instelling die boeken uitleent’ niet meer volledig aan op de behoeften uit de maatschappij. Ook de nieuwere functie van bibliotheek als informatiewinkel, kan niet in alle behoeften voorzien. Bibliotheken proberen in te spelen op de behoeften van bezoekers door ze Blu-ray discs, eReaders en iPads aan te bieden. Dit zijn echter slechts tijdelijke oplossingen, want -zoals met elk digitaal medium - zullen ook de nu zo hippe iPads en Blu-rays over enkele jaren niet meer voldoen aan de groeiende eisen die men eraan stelt. Vergelijkbaar met de huidige status van bibliotheken, is de vroegere status van musea. Vroeger hingen in musea schilderijen allemaal netjes uitgelijnd naast elkaar aan de muur. Het imago van musea was toen stoffig, en het museumpubliek bestond bijna uitsluitend uit échte kunstliefhebbers. Tegenwoordig zijn er meer musea die op beleving inspelen, door de volledige ruimte te benutten voor bijvoorbeeld het bouwen van installaties. Een voorbeeld hiervan is Tate Modern in Londen. Bezoekers worden bij de kunstwerken betrokken. Ze ervaren kunst door er doorheen te lopen, het te voelen, te ruiken. In feite wanen ze zich in een schilderij, een andere wereld. Of eenzelfde soort strategie voor bibliotheken zou kunnen werken, wordt in het onderzoek ‘Op zoek naar Miró in de bibliotheek.’, uitgezocht. Kan dit werken en hoe kan dit bewerkstelligd worden? Welke rol spelen vormgeving en architectuur hierin? Waar zit het publiek op te wachten? Wat gaat er mis in huidige bibliotheken, waardoor hun bestaansrecht wordt bedreigd? Achtergronden

In de huidige belevingseconomie willen mensen informatie tot zich nemen door het zelf te ervaren. Denk hierbij aan 3d-films en games, de experience in Beeld en geluid, de desert in Burger’s Zoo. Artis is saai vergeleken bij Burger’s Zoo, omdat in Artis de dieren in hokjes zitten. In enkele afdelingen van Burger’s Zoo zitten de mensen in hokjes, zij wanen zich in de (geënsceneerde) natuurlijke omgeving van de dierentuindieren. Er vindt een vorm van vervreemding plaats. Hier zit de overeenkomst met Joan Miró. Ook hij was ontwerper van vervreemdende werelden. Hij zag zichzelf niet als surrealist, maar al zijn werk wijst erop dat hij het wel was. Misschien is dat nog wel het meest surrealistische van het geheel. Hoe kan vervreemding toegespitst worden op de rol van de bibliotheek in de samenleving? De bibliotheek kan bijdragen aan - en aansluiten op - de belevingseconomie.

168

169


Organisatie De Bibliotheek Deventer is een openbare bibliotheek die bestaat uit een centrale vestiging in het centrum van Deventer en kleinere vestigingen in Bathmen, Colmschate, Diepenveen, Keizerslanden, Okkenbroek, Schalkhaar en Lettele. Daarnaast zijn er zeven zorg- wooncentra uitgerust met een wisselcollectie.

Missie

De missie van de Bibliotheek Deventer is samengevat in drie kernwoorden: Kennis, Ontwikkeling en Verbeelding voor individu en samenleving. Kennis; laagdrempelige toegang tot bronnen van informatie en de mogelijkheden om zich te bekwamen in het omzetten van informatie naar kennis. Ontwikkeling; stimuleer de groei van individu en samenleving. Voor een goede participatie in onze huidige kennismaatschappij is het nodig dat burgers continu doorleren en zichzelf en hun eigen omgeving proberen te verbeteren. Verbeelding; omvat de toegang tot een rijk scala aan bronnen op het gebied van kunst, cultuur en ontspanning. Ook omvat het inspiratie en het scheppen van nieuwe vormen van cultuur. Debeij, J.P.A. (2012)

• cultuur • lezen en literatuur • ontmoeting en debat

Visie

In het Meerjarenplan 2012-2015 wordt gesproken over bezuinigingen, nieuwbouw en beleving. Er zal een drieslag moeten worden gemaakt: Consolideren; vanuit het behoud van bestaande klanten op basis van hun binding met de huidige dienstverlening zal de groei in het bereik en het gebruik van de Bibliotheek geconsolideerd worden. Krimpen; Frontoffice -> meer open tegen lagere kosten. Backoffice -> kwaliteit en ontwikkeling borgen tegen lagere kosten in de Provinciale Backoffice van Overijsselse Bibliotheken op een aantal gebieden: collectie, educatie en digitale bibliotheek. Ontwikkelen; blijven investeren in vernieuwing van de functies die van belang zijn voor het toekomstig functioneren. De ontwikkeling richt zich op de Digitale Bibliotheek, de activiteitenprogramma’s van de beleefbibliotheek en op specifieke bibliotheekdiensten voor educatieve en maatschappelijk doelgroepen.

Fig. I.02: Schema strategie marketing en financiën

Kernfuncties

De Bibliotheek Deventer ondersteunt drie kerntaken, deze bepalen de inhoud van de dienstverlening: • informatie & lezen • educatie • podium en cultuur Hiermee zijn de vijf landelijk geformuleerde kerntaken samengevoegd tot drie. De landelijke kerntaken zijn als volgt: • informatie • educatie

170

171


Betrokkenen

Projectopdracht

Stagiaire

De naderende nieuwbouw van de Bibliotheek Deventer biedt ruimte om te experimenteren met de inrichting van de bibliotheek. Tijdens de stageperiode zal onderzoek gedaan worden naar beleving in de bibliotheek. Wat is beleving, hoe breng je het tot stand en welke vorm moet het aannemen. De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd worden in dit afstudeerrapport.

Jacqueline Krans: vierdejaars student Human Information Design & Strategy. Studeert af bij de Bibliotheek Deventer.

Begeleiders vanuit de Bibliotheek Deventer Een commissie bestaande uit: Jos Debeij: directeur de Bibliotheek Deventer Jos Oegema: consulent collectiebeheer Babette Granberg: teamleider Centrum

Bij wijze van experiment zal er een ruimte worden ingericht op basis van beleving. Aan de hand van dit prototype zal getest worden of ‘het publiek’ interesse heeft in dit soort bibliotheekbezoek.

De bedrijfsbegeleider tijdens de stage is Jos Debeij.

Begeleiders vanuit Saxion

Afstudeercoach en -coördinator is John van de Pas, docent communicatie Human Information Design & Strategy/Informatiedienstverlening en -Management.

Extern

Voor expertise bij het bouwen aan het prototype zal de hulp ingeschakeld worden van Henk van Mierlo. Van Mierlo is een professional op het gebied van vormgeving, film en fotografie. Hij heeft o.a. gewerkt voor KLM, Auping en Philips.

Contactgegevens Naam Functie Jos Debeij Jos Oegema Babette Granberg John van de Pas Jacqueline Krans

172

Directeur de Bibliotheek Deventer Consulent collectiebeheer Teamleider Centrum Afstudeercoach en coördinator Stagiaire

E-mail jdebeij@obdeventer.nl

Het project zal benaderd worden vanuit de artistieke hoek; beeldende kunst is beleving. Het brengt bepaalde emoties en ervaringen met zich mee en iedereen heeft er een mening over. Bij de ene persoon gaat deze mening niet verder dan ‘mooi’ of ‘lelijk’, bij de andere persoon wordt er bijvoorbeeld dieper ingegaan op compositie, kleurgebruik en gevoel. Beeldende kunst kan aantrekken of afstoten en is daarmee een krachtig medium om te gebruiken bij het inrichten van ‘belevingsruimtes’. Aan het eind van de stageperiode zullen de resultaten gepresenteerd worden in een openbare verdediging voor de examencommissie.

Doelstelling

Er wordt een prototype bibliotheekbelevingsruimte ingericht op basis van de bevindingen van het onderzoek. Deze ruimte zal toegankelijk zijn voor publiek. Het onderzoek wordt vastgelegd in een adviesrapport, welke tezamen met de ruimte op 1 juli zal zijn in te zien.

joegema@obdeventer.nl bgranberg@obdeventer.nl j.h.vandepas@saxion.nl 2424583@student.saxion.nl jkrans@obdeventer.nl

173


Onderzoeksvragen

Onderzoeksmethode

De centrale vraag van het onderzoek is:

Vooraf aan het onderzoek zijn bronnen gezocht die van dienst kunnen zijn bij het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Er is gebruik gemaakt van bibliotheekcatalogi, archieven van vakbladen, internet en de boekenkasten in de bibliotheek om de bronnen te vinden.

Hoe kan moderne kunst helpen bij het inrichten van belevingsruimtes die de verbeelding van de bezoekers van de Bibliotheek Deventer prikkelen en hen verrassen, vermaken, inspireren en uitdagen? Deze vraag zal beantwoord worden aan de hand van deelvragen. De deelvragen zijn opgedeeld in ‘gebruikers’, ‘organisatie’ en ‘informatie’. Gebruikers • Wat zijn de eigenschappen van de doelgroepen van de bibliotheek? • Wat zijn de behoeftes van de doelgroepen van de bibliotheek? • Wat zijn de interesses van de doelgroepen van de bibliotheek? Organisatie • Wat voor soorten bibliotheken zijn er? • Hoe past het project binnen de toekomstvisie van openbare bibliotheken? • Hoe ziet de toekomstvisie van de Bibliotheek Deventer eruit? • Wat zal de Bibliotheek Deventer in de toekomst aanbieden?

Fig. I.03: Koppeling gebruikers, informatie en organisatie

Informatie • Wat voor rol speelt beleving in onze huidige samenleving? • Wat houdt de ‘experience economy’ in? • Wat houdt ‘experience design’ in? • Hoe gaat het inrichten van belevingsexposities in zijn werk? • Welke rol spelen concepten bij het inrichten van exposities? • Welke kunstenaars houden zich bezig met het creëren van droomwerelden en welke disciplines beoefenden deze kunstenaars? Waar halen zij hun inspiratie vandaan? • Welke vormen nemen droomwerelden aan in de beeldende kunst? • Welke rol speelt ‘beleving’ in de beeldende kunst?

Naast dat er schriftelijke bronnen (deskresearch) worden gebruikt, zal er ook fieldresearch gedaan worden. Dit houdt in dat er vraaggesprekken en brainstorms met professionals zullen plaatsvinden. Ook zullen er een aantal excursies georganiseerd worden. Er zijn gesprekken met professionals en begeleiders gevoerd om het idee achter dit onderzoek vorm te geven. Vervolgens zijn er een moodboard en een mindmap gemaakt van associaties met het onderwerp; het inrichten van een bibliotheekbelevingsruimte. Deze methodes hebben geleidt tot het formuleren van de onderzoeksvragen.

Onderzoeksvragen

Wat zijn de eigenschappen van de doelgroepen van de bibliotheek? Wat zijn de behoeftes van de doelgroepen van de bibliotheek? Wat zijn de interesses van de doelgroepen van de bibliotheek? • Vereniging Openbare Bibliotheken (2006) Klantsegmentatie, http://www. bibliotheekonderzoek.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 • Openbare Bibliotheek Amsterdam (2012) Doelgroepen, http://www.oba. nl, URL bezocht op 6 februari 2012 • Brabants Netwerk Bibliotheek (2010), De klant is koningin, http://www. bnbibliotheek.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 Wat voor soorten bibliotheken zijn er? • Strandbibliotheek (2010) Standbibliotheek zomer 2012, http://www. strandbibliotheek.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 • Bibliotheek Zoetermeer (2008), Opsomming van een aantal soorten bibliotheken, http://bibliotheekzoetermeer.nl, URL bezocht op 6 februari 2012 Hoe past het project binnen de toekomstvisie van openbare bibliotheken? • Bruijnzeels, R., Van Tiggelen, N., 2001, Bibliotheken 2040, Biblion Uitgeverij: Den Haag • Huysmans, R., Hillebrink, C., Bais, K., 2008, De openbare bibliotheek tien jaar van nu, SCP: Den Haag • Koomans, L.P., 2003, Marktgericht denken in en vanuit de bibliotheek: Positionering, vernieuwing en profilering van een branche, Biblion: Den Haag • Sandt, van de, C.H.C. et al, 1985, Onderzoek hostfunctie openbare bibliotheken, Spits en co: Bakkenist Hoe ziet de toekomstvisie van de Bibliotheek Deventer eruit? • Debeij, J.P.A. (2012) Meerjarenplan 2012-2015: Persoonlijke ontplooiing én maatschappelijke deelname voor velen, Deventer: de Bibliotheek Deventer • De Bibliotheek Deventer (2012), Vestigingen en openingstijden, http:// www.bibliotheekdeventer.nl, URL bezocht op 8 februari 2012

174

175


• Groot, de, M.E. (2008) Visie Bibliotheekwerk 2008-2012, Zevenbergen: Gemeente Moerdijk Wat voor rol speelt beleving in onze huidige samenleving? • Joseph, B. et al, 2010, De beleveniseconomie, Academic Service: Den Haag • Van Stratum, R., 2001, Nix is wat het lijkt maar dat maakt het juist zo mooi!: over strijd en cultuur in de postmoderne beleveniseconomie, Eburon: Delft • Gilmore, J.H., Pine, J.B., Zijlemaker, C., 2008, Authenticiteit: Wat consumenten echt willen, Academic Service: Den Haag • Piët, S., 2003, De emotiemarkt: De toekomst van de beleveniseconomie, FT Prentice Hall Financial Times: Amsterdam Wat houdt de ‘experience economy’ in? • Boswijk, A., Peelen, E., 2008, Een nieuwe kijk op de experience economy: betekenisvolle belevenissen, Pearson Prentice Hall: Amsterdam • Kelley, T. (2005), The ten faces of innovation, Profile Book Ltd: Londen

Welke kunstenaars houden zich bezig met het creëren van droomwerelden en welke disciplines beoefenden deze kunstenaars? Waar halen zij hun inspiratie vandaan? • Welke vormen nemen droomwerelden aan in de beeldende kunst? • Hoven, van den, G. (2011) De droomwereld van Chris Berens, Brabant Dagblad (30 augustus) • Honour H., Fleming, J., (2007, 13e druk), Algemene kunstgeschiedenis, Meulenhoff Boekerij: Amsterdam • Fundació Miró, 2010, Fundació Joan Miró: Barcelona, http://www. fundaciomiro-bcn.org, URL bezocht op 6 februari 2012 • www.JoanMiro.com, 2010, Joan Miro Art, 13 december 2010, http:// joanmiro.com/, URL bezocht op 7 februari 2012 • Ernst, B. (2007), De toverspiegel van M.C. Escher, Librero b.v.: Kerkdriel • Tolosa, L. (2002), Barcelona: Gaudí en de modernisten, Librero b.v.: Kerkdriel Welke rol speelt ‘beleving’ in de beeldende kunst? • Bruin, de L., (1998) De druk van de beleving: Filosofie en kunst in een domein van overgang en ondergang, Uitgeverij Boom: Amsterdam

Wat houdt ‘experience design’ in? • Buxton, B. (2005), Experience Design v.s Interface Design, (n.d.) Rotman Magazine • Wallace, P. (2009), The architect of experience: conversation with a service designer (31 augustus) • Garret, J.J. (2000), The elements of user experience, http://www.jjg.net, URL bezocht op 6 februari 2012 • Instituut voor Informatie Architectuur (2000), User Experience Design Process: Critical Path, http://www.aiga.org, URL bezocht op 6 februari 2012 • Smashing Magazine (2010) What is user experience design?, http://www. smashingmagazine.com, URL bezocht op 6 februari 2012 Hoe gaat het inrichten van belevingsexposities in zijn werk? Welke rol spelen concepten bij het inrichten van exposities? • Boijmans van Beuningen (2009) Nieuwsbrief: tentoonstellingsontwerp, http://www.boijmans.nl, URL bezocht op 13 februari 2012 • Boijmans van Beuningen (2009) De conservator vertelt, http://www. boijmans.nl, URL bezocht op 13 februari 2012 • Teunissen, J. (2009), The art of fashion: installing allusions, Rotterdam: Boijmans van Beuningen

176

177


Projectactiviteiten

Aan het eind van de stage wordt een prototype bibliotheekbelevingsruimte opgericht die gebaseerd is op de resultaten van het onderzoek. In onderstaand schema zijn de activiteiten opgesomd die leiden tot het eindproduct. Het eerste deel is een algemene voorbereiden op de stage, hierin wordt het plan van aanpak geschreven. Daarna worden de activiteiten opgedeeld in twee stromen; het afstudeerrapport en het prototype. Tot slot komen de stromen bij elkaar en worden in een eindpresentatie de onderzoeksresultaten gepresenteerd die geleid hebben tot de bibliotheekbelevingsruimte. De ruimte is hierbij ook te bezichtigen.

Blz. 169 Fig. I.04: Mijlpalenschema

178

179


Benodigdheden

De benodigdheden die nodig zijn om de projectactiviteiten te kunnen uitvoeren, zijn: • Werkplek • Computer • Internetverbinding • Gesprekspartners • Begeleiding in onderzoek • Begeleiding in vormgeving prototype • Materialen voor prototype (beamer, computer, ...) • Budget voor prototype

Excursies

Om inspiratie op te doen, een kijkje in de praktijk te nemen en te praten met professionals zullen er een aantal excursies naar musea georganiseerd worden: • Breda; • Museum of Image (graphic design museum) • Lokaal01 (Nederlands-Vlaamse ruimte voor actuele kunst) • KOP (exposities op het grensgebied van entertainment en musea) • Rotterdam; • Nederlands Architectuur Instituut • Museum Boijmans van Beuningen • Kunsthal

180

Producten

Tijdens en na afloop van de stage zullen een aantal producten worden opgeleverd. Dit zijn: Plan van aanpak Eerste opzet afstudeerrapport Eerste hoofdstuk afstudeerrapport Hoofdstuk bevindingen afstudeerrapport Concept afstudeerrapport Definitief afstudeerrapport Eindpresentatie

Prototype

• • • • • • • • • • • • • •

Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Afstudeerbegeleider Afstudeerbegeleider Afstudeerbegeleider Afstudeerbegeleider Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Andere genodigden Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Andere genodigden

181


Wk BedrijfsAfstudeerbegeleider coach 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

Kwaliteit

Projectorganisatie

Kwaliteit eindproduct

Binnen de Bibliotheek Deventer is een commissie samengesteld die zich bezighoudt met de nieuwbouw van de bibliotheek. Deze commissie bestaat uit: • Jos Debeij: directeur de Bibliotheek Deventer • Jos Oegema: consulent collectiebeheer • Babette Granberg: teamleider Centrum

x

De kwaliteit van het eindproduct wordt gewaarborgd doordat er regelmatig terugkoppeling met de begeleiders plaatsvindt. Daarnaast wordt er samengewerkt met professionals uit het werkveld en zullen er betrouwbare bronnen gebruikt worden bij het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Naar bronnen is gezocht in bibliotheek catalogi, vakbladen, op het internet en in de bibliotheek zelf. De betrouwbaarheid van deze bronnen zal o.a. getoetst worden aan de kennis van de professionals.

x

Terugkoppeling en contactmomenten

x x x x x x x

Er zal elke week een terugkoppeling plaatsvinden. Dit gebeurt eens per twee weken tussen de stagebegeleider en de stagiaire (de Bibliotheek Deventer) en eens per twee weken met de afstudeercoach (Saxion) en de stagiaire.

De stagiaire zal meelopen in het project en daarnaast een onderzoek uitvoeren dat betrekking heeft op het project en aan de eisen van Saxion voldoet.

x

Daarnaast zal er elke week een e-mail naar de afstudeercoach gestuurd worden met een beknopt verslag van de stagiaire over de voortgang in haar stage.

x

Feedback

Informatie

x x x x x x

Het schrijven van het plan van aanpak en het afstudeerrapport gaat volgens een iteratief proces; tijdens de terugkoppelingsmoment zal feedback gegeven worden door de begeleiders. Deze feedback zal worden verwerkt, bij het volgende contactmoment zal er weer nieuwe feedback worden gegeven etc.

x

Beschikbaarheid Jacqueline Krans Jos Debeij John van de Pas

182

Jos Debeij is projectleider en projecteigenaar.

Extern Voor expertise bij het bouwen aan het prototype zal de hulp ingeschakeld worden van Henk van Mierlo. Van Mierlo is een professional op het gebied van vormgeving, film en fotografie. Hij heeft o.a. gewerkt voor KLM, Auping en Philips.

x

x

Organisatie

Op afspraak Op afspraak Op afspraak

De agenda’s van alle betrokkenen zijn in te zien via het mailprogramma van de Bibliotheek Deventer. Ook kunnen er via deze weg afspraken worden gepland. De communicatie zal veelal via e-mail verlopen. De commissie komt 2-wekelijks bij elkaar. De stagiaire zal enkele bijeenkomsten bijwonen om de voortgang van de stage te presenteren. Elke week zal de stagiaire een boos/blij/balen-mail naar de afstudeercoach van Saxion sturen. Hierin wordt een kort verslag gedaan van de stageweek en of de stagiaire ergens tegen aanloopt. Afspraken zullen ook via de e-mail gepland worden.

183


Planning

Week Datum

Activiteiten vooraf aan stage • • • •

Goedkeuring afstuderen verkrijgen Controle op vereiste studiepunten Goedkeuring opdracht Opsturen ingevulde afstudeerovereenkomst

8

Activiteiten tijdens stage/planning Week Datum 1

2

Activiteit

06-02-’12 Plan van aanpak schrijven Organiseren onderzoek Voortgangsgesprek 13-02-’12 Plan van aanpak concept opleveren Oriëntatie onderzoek Voortgangsgesprek

3

20-02-’12 Feedback plan van aanpak verwerken Start onderzoek - deskresearch Definitief plan van aanpak opleveren

Voortgangsgesprek 4

27-02-’12 Excursie Breda - fieldresearch Beeldverslag excursie Mogelijkheid bedrijfsbezoek

Opzet afstudeerrapport opleveren 5

05-03-’12 Excursie Rotterdam - fieldresearch Beeldverslag excursie Feedback opzet afstudeerrapport Mogelijkheid bedrijfsbezoek

6

12-03-’12 Moodboard prototype Tussenpresentatie vorderingen

Desk- en fieldresearch rapport Mogelijkheid bedrijfsbezoek

7

184

19-03-’12 Schetsen prototype

Betrokkenen Stagiaire Stagiaire Stagiaire Afstudeerbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Stagiaire Stagiaire Bedrijfsbegeleider Stagiaire Stagiaire Stagiaire Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Stagiaire Stagiaire Stagiaire Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Stagiaire Stagiaire Stagiaire Stagiaire Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Stagiaire Stagiaire Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Stagiaire Stagiaire Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Stagiaire

9

3 4 -

10

3 12

!

11

4 6

Betrokkenen

Desk- en fieldresearch rapport Feedback tussenpresentatie verwerken Voortgangsgesprek

Stagiaire Stagiaire Stagiaire Afstudeerbegeleider Stagiaire

12 -

Stagiaire Stagiaire Bedrijfsbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Klankbord Stagiaire Stagiaire Stagiaire Stagiaire Stagiaire Bedrijfsbegeleider Stagiaire Stagiaire

12 -

26-03-’12 Schetsontwerp prototype Desk- en fieldresearch rapport Voortgangsgesprek

Deadline week 3 4 -

Activiteit

12

02-04-’12 Desk- en fieldresearch rapport Tussenpresentatie

Ontwerp prototype 09-04-’12 Werkplan prototype Ontwerp prototype finetunen Rapport schrijven Voortgangsgesprek 16-04-’12 Ontwerp prototype finetunen Werkplan prototype Rapport schrijven

Stagiaire

Voortgangsgesprek

Stagiaire Afstudeerbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Klankbord Stagiaire Stagiaire Stagiaire Stagiaire Afstudeerbegeleider Stagiaire Stagiaire Stagiaire Stagiaire Bedrijfsbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Klankbord

23-04-’12 Grove versie rapport opleveren Tussenpresentatie prototype

! 5 12 6

!

13

30-04-’12 Feedback rapport verwerken Feedback tussenpresentatie verwerken Concept prototype omschrijven Voortgangsgesprek

14

07-05-’12 Concept rapport afronden Concept prototype omschrijven Voorbereiden bouw prototype Voortgangsgesprek

15

14-05-’12 Concept rapport opleveren

-

12 6

8

Mogelijkheid bedrijfsbezoek

Deadline week

! 12

!

12 11 12 12 12

! ! -

! ! 15 15 15 17 -

! 16

185


Week Datum 16

17

18

Activiteit

Voorbereiden bouw prototype 21-05-’12 Mogelijkheid bedrijfsbezoek

Feedback rapport verwerken Feedback concept prototype verwerken 28-05-’12 Definitief rapport afronden Prototype bouwen Voortgangsgesprek 04-06-’12 Definitief rapport opleveren Prototype bouwen Voortgangsgesprek

19

20

21

22 23

11-06-’12 Eindpresentatie maken Feedback scriptie verwerken Prototype verbeteren Voortgangsgesprek 18-06-’12 Mogelijkheid eindpresentatie

Prototype verbeteren 25-06-’12 Mogelijkheid eindpresentatie

02-07-’12 09-07-’12 Diploma uitreiking

! = mijlpaal ! = deadline

186

Betrokkenen Stagiaire Stagiaire Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Klankbord Stagiaire Stagiaire Stagiaire Stagiaire Stagiaire Afstudeerbegeleider Stagiaire Stagiaire Stagiaire Bedrijfsbegeleider Stagiaire Stagiaire Stagiaire Stagiaire Afstudeerbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Klankbord Stagiaire Stagiaire Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Genodigden Stagiaire

Deadline week 16 16

Strokenplanning

! 19 20/21 20 -

!

2

3

4

5

6

7

8

9

10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21

Plan van aanpak Vooronderzoek

18 19 18 19 -

1

Orientatie deskresearch Interviews fieldresearch Hoofdonderzoek prototype

Moodboard Schetsontwerp Ontwerp Werkplan Concept Voorbereiden bouw Bouwen Verbeteren Hoofdonderzoek rapport

Opzet rapport Deskresearch Fieldresearch

20/21

! -

!

Rapport schrijven Begeleiding

Bedrijfsbezoek Voortgangsgesprek afstudeerbegeleider Voortgangsgesprek bedrijfsbegeleider Tussenpresentatie rapport Tussenpresentatie prototype Feedback Eindpresentatie

187


Kosten, baten, risico’s

Deadlines Week 3

20-03-’12

Week 4

27-02-’12

Week 4/6

27-02-’12

Week 9

02-04-’12

Week 12

23-04-’12

Week 15

14-05-’12

Week 15/16 14-05-’12

188

Plan van aanpak

Eerste opzet afstudeerrapport Eerste bedrijfsbezoek

Eerste hoofdstuk afstudeerrapport Hoofdstuk bevindingen afstudeerrapport Concept afstudeerrapport Tweede/telefonisch bedrijfsbezoek

Week 18

04-06-’12

Definitief afstudeerrapport

Week 21

25-06-’12

Eindpresentatie

Week 21

25-06-’12

Prototype

Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Stagiaire Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Stagiaire Andere genodigden Afstudeerbegeleider Bedrijfsbegeleider Stagiaire Andere genodigden

Kosten

Stagevergoeding; de stagiaire ontvangt elke maand €200,-- bruto. Prototype; hiervoor zal budget beschikbaar moeten worden gesteld. Excursies: treinvervoer en eventuele entreeprijzen.

Baten

De Bibliotheek Deventer ontvangt het afstudeerrapport en er zal een (prototype) bibliotheekbelevingsruimte ingericht worden.

Risico’s

Dat er meerdere mensen bij het project betrokken zijn, kan als gevolg hebben dat het project vertraging oploopt. Met het oog op de bezuinigen bestaat de kans dat er onvoldoende budget is om het prototype aan de gewenste eisen te laten voldoen.

189


Literatuurlijst Projectkader

Deckers, M., Management Consultant Innovatie en R&D-beleid bij de Blauwe Brug. Pas, van de, J., docent Communicatie Saxion ACT Honour H., Fleming, J., (2007, 13e druk), Algemene kunstgeschiedenis, Meulenhoff Boekerij: Amsterdam www.JoanMiro.com (2010) Joan Miro Art, 13 december 2010, http:// joanmiro.com/, URL bezocht op 7 februari 2012 Fundació Miró (2010) Fundació Joan Miró: Barcelona, http://www. fundaciomiro-bcn.org, URL bezocht op 6 februari 2012

Organisatie

Debeij, J.P.A. (2012) Meerjarenplan 2012-2015: Persoonlijke ontplooiing én maatschappelijke deelname voor velen, Deventer: de Bibliotheek Deventer De Bibliotheek Deventer (2012), Vestigingen en openingstijden, http://www. bibliotheekdeventer.nl, URL bezocht op 8 februari 2012 Groot, de, M.E. (2008) Visie Bibliotheekwerk 2008-2012, Zevenbergen: Gemeente Moerdijk

190

191


Bachelorscriptie: Op zoek naar Miró in de bibliotheek