Issuu on Google+

InterConnect IMEC Nieuwsbrief

Nr. 5, halfjaarlijks / april 1999

De chips van de toekomst Nieuw spin-off-bedrijf 3E Innovatie doet kost productontwikkeling met 80% dalen IMEC en Alcatel Bell Space ontwikkelen samen chip Oprichting trainingscentrum door IMEC


In de voorbije drie jaar na Flanders Technology International ‘96 is er heel wat weg afgelegd. Vlaanderen doet het uitstekend. En ook IMEC heeft de voorbije jaren niet stilgezeten. Het is geëvolueerd tot het grootste onafhankelijke onderzoekscentrum in micro-elektronica in Europa. Meer dan 800 werknemers, een totaal budget van bijna 3 miljard BEF en wereldwijde samenwerking met meer dan 600 bedrijven en onderzoeksinstituten.

woord vooraf Tevens werd de volgende stap in IMEC’s strategie duidelijk zichtbaar: het valoriseren van IMEC’s wereldpositie in onderzoek en ontwikkeling naar Vlaanderen toe. Dat dit geen holle woorden zijn, bewijzen de vele getuigen. Zoals de 8 nieuwe bedrijven die in de periode ‘96-’99 werden opgericht. Of de 100 Vlaamse bedrijven waarmee IMEC in de voorbije jaren samenwerkte. Of het nieuwe KMO-IT Centrum, een initiatief van FabrimetalVlaanderen, WTCM en IMEC om Vlaamse KMO’s te helpen bij de innovatie van hun producten en productieprocessen. En natuurlijk de uitbouw van een nieuw micro-elektronica trainingscentrum om tegemoet te komen aan de tekorten aan geschoold personeel in de sector. In dit FTI’99 nummer kan u meer lezen over deze initiatieven. Aan de vooravond van het millennium worden de resultaten van de opbouw van een nieuw industrieel weefsel meer en meer duidelijk. IMEC draagt zeker haar steentje bij. Zo werd in de voorbije 12 maanden niet minder dan 4 miljard BEF geïnvesteerd in Vlaanderen, mede omwille van IMEC. En dit is nog maar het begin.

Jan Wauters Wetenschappelijk redacteur

2 InterConnect april 1999

woord vooraf


Het laat u misschien koud wat er in uw elektronische apparatuur zit. Nochtans krioelt het in ons dagelijks leven van chips. Daarom trachten we in deze bijdrage toch een tipje van de sluier op te lichten van de uitdagingen waar chipontwerpers vandaag de dag mee geconfronteerd worden.

De chips van de toekomst

Wat zit er morgen in uw GSM? Bijna 40 jaar geleden verkondigde Moore, één van de oprichters van het micro-elektronicabedrijf Intel, dat de minimum afmetingen van transistoren elk jaar met 13% afnemen, of dat het aantal transistoren per eenheid oppervlak van een geïntegreerde schakeling (de ‘IC’) ruwweg elke 2 jaar verdubbelt. Ondertussen is dit naar alle waarschijnlijkheid de industriële wetmatigheid die het langst meegaat, en nog lijkt er geen eind in zicht. Of toch? Steeds meer transistoren per eenheid oppervlak houdt ook in dat de totale afmetingen van de chip afnemen. Bovendien daalt de prijs. In de voorbije 50 jaar daalde de prijs per component met een factor 100 miljoen, en de afmetingen van de component met een factor miljard.

De consument eist… Deze snelle evolutie van IC’s heeft veel te maken met de steeds zwaardere eisen die de consument stelt (denk maar aan GSM’s, draagbare PC’s): hoge snelheden, kleinere afmetingen, lager gewicht, minder verbruik en op de koop toe alles aan lagere prijs. Zeg nu zelf…En dus moet de technologie geavanceerder.

SIA Roadmap De Semiconductor Industry Association (SIA), een vereniging die de belangen van de microelektronicaindustrie vertegenwoordigt, brengt om de paar jaar een zogenaamde “roadmap” uit. Deze roadmap voorspelt het pad dat de industrie zal volgen bij de introductie van nieuwe generaties technologieën, en de uitdagingen die hiermee gepaard zullen gaan. Zo werd bij het uitbrengen van

technologie

de laatste roadmap de tijd tussen de introductie van nieuwe generaties van drie naar twee jaar teruggebracht. Met andere woorden, er is minder tijd om nieuwe technologieën te ontwikkelen.

Onder een kwart micron Ruim een derde van de totale kost van een IC gaat naar de processtap die optische lithografie genoemd wordt. Dit is een techniek waarbij een patroon van het ontwerp aangebracht wordt op de siliciumschijf. Dit gebeurt door belichting van een fotogevoelige laag bovenop het silicium doorheen een op-

april 1999

InterConnect

3


tisch masker. De belichte delen krijgen een andere chemische samenstelling en via etsen kan het patroon van het masker op de schijf verkregen worden. De grootste uitdaMet een golflengte van 193 nm ging zit in het belichtingstoekunnen lijntjes getekend worden stel. Kleinere die amper 0,10 µm, of 1/100.000 ste afmetingen vervan een centimeter zijn. gen namelijk kleinere golflengtes van het licht; vergelijk het met het tekenen van dunne lijntjes: daar heb je ook een dun potlood voor nodig. En dat is precies het moeilijke, om kleinere en kleinere golflengtes te gebruiken. Eind vorig jaar introduceerde de industrie IC’s met minimum interne afmetingen van een kwart micron (“0,25 micron technologie”). Dit vereist golflengtes van 365 nm (0,365 µm) of 248 nm (0,248 µm), d.i. diep ultraviolet. Via speciale technieken kan een optisch lithografietoestel ook aangewend worden voor lijnbreedtes kleiner dan de golflengte. Zo kan 248 nm lithografie lijntjes tekenen die Roadmap (bron: SIA).

slechts 0,18 µm breed zijn. Maar de volgende generatie, 0,13 µm, zal weer een aanpassing van de golflengte eisen. En dit is geen eenvoudige stap. De Nederlandse firma ASML heeft als eerste in de wereld een dergelijk toestel ontwikkeld in een internationaal consortium geleid door IMEC. Met een golflengte van 193 nm kunnen lijntjes getekend worden die amper 0,10 µm, of 1/100.000ste van een centimeter zijn. Een van de eerste toestellen wordt binnenkort in IMEC geïnstalleerd.

Hoe klein kan een transistor zijn? Bij miniaturisatie duiken steeds nieuwe uitdagingen op. Vandaag bereikt men door die doorgedreven schaling belangrijke limieten. Zo ontstaat er het probleem van het poortoxide (d.i. de isolatielaag tussen de poort en de rest van de transistor (zie kader)). Indien dat oxide te dun wordt, kan het doorslaan, en de transistor faalt. Eind vorig jaar ontdekten onderzoekers van IMEC en tegelijkertijd ook van IBM dat het standaard gebruikte poortoxide niet meer betrouwbaar blijft indien het dunner wordt dan 2,5 nm. Momenteel onderzoekt men alternatieve materialen en structuren.

Laag na laag Misschien wel de grootste uitdaging is die van de metallisatie. Elke transistor moet immers verbonden worden om tot een volledige schakeling te komen.

4 InterConnect april 1999

technologie

Hoe meer transistoren op een kleine oppervlakte, hoe dichter de geleidingsbaantjes tussen de transistoren dienen te liggen. Concreet wordt op elk actief element van de transistor eerst een silicidelaagje gelegd om een goede geleiding te verzekeren tussen transistorelement en geleider. Tot nu toe was dit TiSi2 maar dit materiaal schaalt heel moeilijk onder 0,35 µm afmetingen. Daarom schakelt de industrie nu over naar CoSi2. IMEC ontwikkelde in dit verband een heel betrouwbare en reproduceerbare techniek om CoSi2 te deponeren. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een titaan beschermlaagje. De grote transistordichtheden dwingen ingenieurs tot het aanbrengen van geleidende verbindingen in verschillende lagen boven elkaar, gescheiden door isolatielagen: “multilaag metallisatie”. IMEC’s 0,35 µm proces telt niet minder dan 5 aluminiumlagen telkens gescheiden door een oxidelaag. Ook hier rijst het probleem van schaling. Bij steeds fijnere metaalbaantjes wordt de vertraging van het signaal groter door de grotere weerstand en capaciteit, en voor heel kleine afmetingen zelfs vergelijkbaar of groter dan de inherente vertraging in de transistor. Daarom schakelt men nu meer en meer over naar het gebruik van koper i.p.v. aluminium, omwille van haar 30% lagere weerstand. Alleen, dit is niet zo eenvoudig als het lijkt. Heel wat problemen duiken hier op. Koper is immers


een grote vervuiler in de toestellen van het productieproces. Bovendien diffundeert het gemakkelijk. Tenslotte is het heel moeilijk te etsen, wat het aanmaken van fijne metaalbaantjes erg moeilijk maakt. Last but not least wil men overschakelen naar nieuwe isolatiematerialen met kleinere diëlektrische constante, om dezelfde geleiding te kunnen garanderen. Al deze uitdagingen worden nu volop aangepakt in onderzoekscentra, en de eerste processen met koper zijn reeds in de pers aangekondigd. Ook hier heeft de micro-elektronicaindustrie weer een antwoord gevonden. De uitdagingen zijn niet een-

voudig, maar de micro-elektronicasector heeft in de voorbije 40 jaar op een opmerkelijke wijze met een verrassende snelheid nieuwe en risicovolle technologische oplossingen gevonden EN geïmplementeerd in haar productieprocessen. Geen enkele andere industrie doet haar dat na, zeker als men kijkt naar het prijskaartje van elke nieuwe technologiegeneratie. Zelfs voor een onderzoeksinstelling als IMEC vereist dit elk jaar grote financiële inspanningen. Maar dankzij de steun van de Vlaamse regering en de steeds toenemende inkomsten uit samenwerkingen met bedrijven uit de ganse wereld, kan

Meer dan 95% van moderne geïntegreerde schakelingen worden gefabriceerd in het zogenaamde CMOS-proces. CMOS staat voor complementary metal oxide silicon. Basis is de MOSFET-transistor, of MOS field effect transistor, waarin een elektrische stroom doorheen een kanaal van bron (“source”) naar afvoer (“drain”) vloeit. Deze stroom doorheen het kanaal wordt gecontroleerd door de poort (“gate”), die elektrisch geïsoleerd is van het kanaal. Karakteristieke lijnbreedtes verwijzen naar de poortlengte. In IMEC’s prototypelijn is dit 0,35 micron, maar via speciale schrijftechnieken kunnen reeds lijnbreedtes van amper 0,08 micron bereikt worden. De elementen bron en afvoer worden

verkregen door dopering van zones silicium met atomen die een elektron teveel (n-type silicium) of te weinig (p-type) Oxide bezitten. De aanduiding p++ of n++ TiSi2 verwijst naar sterke dopering. Elke component dient elektrisch geïsoleerd te worden van andere componenten. Isolatie is dus vereist. Traditioneel gebeurt dit door oxideren van kleine gebiedjes, maar voor heel kleine afmetingen dient men nu over te gaan naar zogenaamde “shallow trench isolation”, waarin een aantal diepe putjes naast elkaar gemaakt worden in het silicium, die dan vervolgens opgevuld worden met isolatiemateriaal. Bovenop de actieve elementen

technologie

IMEC aan de spits van O&O in micro-elektronica staan. In een volgend nummer gaan we dieper in op een aantal verschillen tussen de evolutie van IC productieprocessen, de evolutie van ontwerp en van IC verpakkingen. En om te eindigen dit: is er een eind in zicht aan de wet van Moore? Stopt de introductie van nieuwe generaties processen ergens? Wel, experts zijn het er niet over eens. Feit is dat onderzoekers er de voorbije jaren steeds in slagen om op een inventieve manier nieuwe oplossingen aan te reiken. En dit zal in de komende jaren ook wel het geval zijn.

Al

Oxide

Oxide

n+

Bron

W contact

n+

Poort

wordt een silicidelaag aangebracht, waarna geleiders bevestigd worden (“het back-end proces”). Dit laatste is vandaag een set alternerende lagen metaal/isolatie. Momenteel gaat de industrie langzaam over naar koper i.p.v. aluminium (zie tekst).

Poortoxide

Afvoer

Dwarsdoorsnede van een MOSFET-transistor

april 1999

InterConnect

5


Nieuw spin-off bedrijf 3E ziet de zon schijnen in de sector van duurzame energie Tijdens deze Flanders Technology International ziet een nieuw bedrijfje het levenslicht, 3E. Deze IMEC spin-off, een joint venture met de Nederlandse firma Ecofys, is een ingenieurs- en projectbureau gericht op de ontwikkeling van innovatieve energiesystemen en producten, en de kwalitatieve, betrouwbare en economisch verantwoorde toepassing ervan. Het initiatief is afkomstig van drie enthousiaste ingenieurs die actief zijn in de sector van duurzame energie, en ruime ervaring bezitten in onderzoek, ontwikkeling en management. Zij zagen dat er een duidelijk gebrek was aan dergelijke diensten op de markt. In België zijn zij alleszins uniek. Er bestaan namelijk wel studiebureaus die gelijkaardige diensten aanbieden, maar dan alleen als nevenactiviteit. Ook sommige toeleveranciers vallen onder deze noemer. Datgene wat 3E differentieert van dergelijke bedrijven is het onafhankelijke karak-

6 InterConnect april 1999

ter. 3E is namelijk het enige bureau dat onafhankelijk opereert, los van één of meer fabrikanten. Bovendien kunnen zij als onafhankelijk bureau beleidsadvies verstrekken aan overheidsinstanties, of aan energiebedrijven. Dat zij een gat in de markt gevonden hebben, is dus wel duidelijk. Het bedrijf start met drie werknemers, waarvan één pas

eind juni. Volgens het 3E-team is uitbreiding in de nabije toekomst zeker mogelijk. Er ligt immers een grote hoeveelheid concrete ideeën op tafel. Momenteel wordt gezocht naar een vestiging in het Brusselse. Het bedrijf gaat deze maand van start. Voor meer informatie, tel. 016-281281

Activiteiten in onderzoek, productontwikkeling, projectontwikkeling, technisch en beleidsadvies in: • Fotovoltaïsche zonneënergie • Zonneboilers & -verwarming • Windenergie • Energie in gebouwen • Duurzame energievoorziening • Energie- & milieubeleid

Vlaamse interactie


De firma Unitron besliste onlangs simulatiesoftware te introduceren in de ontwikkeling van RF-producten zoals videoschakelaars en antenneversterkers. Dit is een gevolg van een project dat gecofinancierd werd door de Europese Commissie in het ESPRIT project Electronic System Design Best Practice Action. IMEC begeleidde het project. Unitron is een KMO met 27 werknemers. Hun producten worden veelal speciaal aangepast aan de noden van de klant, en worden in kleine volumes verkocht. Momenteel beschikt Unitron over 700 verschillende producten. Omdat de gemiddelde levensduur van een product vrij kort is, is productontwikkeling enorm belangrijk voor het bedrijf. Dat is ook te merken, niet minder dan 5 van de 27 mensen, of 20% van de staf, houdt zich hier full time mee bezig.

KMO’s De aanzet tot het project was de vraag of het aanwenden van simulatiesoftware bij de productontwikkeling significant kon bijdragen en bovendien financieel aantrekkelijk kon zijn. Unitron koos voor Hewlett Packard’s EESOF dat speciaal ontwikkeld werd voor dit type van toepassingen en sinds kort ook beschikbaar is voor KMO’s omdat het nu niet alleen op UNIX workstations draait

Kost productontwikkeling daalt met 80% door gebruik van simulatiesoftware maar tevens op Windows-gebaseerde PC’s.

Iteraties Zonder simulaties vergde de ontwikkeling van een product heel wat inspanningen. Gemiddeld waren zo’n 5 iteraties nodig, soms zelfs 10. En dit betekende telkens de ontwikkeling van het elektronisch bord, het monteren van de componenten en het testen van het prototype.

bordproductie een stuk goedkoper en sneller. En het verbetert ook de kwaliteit door de verbeterde controle van de toleranties.Andere voordelen zijn o.m. de automatische generatie van documentatie en de mogelijkheid van hergebruik van ontwerpblokken. Voor 1999 verwacht het bedrijf een stijging van de omzet van minstens 50%, misschien zelfs 100%.

Voordelen Introductie van simulatiesoftware heeft duidelijk een aantal voordelen opgeleverd. Zoals bvb. dat slechts één enkele iteratie nodig is. Het resultaat is een sterke reductie van de ontwerptijd en een besparing van 60 en zelfs 80%. Unitron kan nu producten ontwerpen die qua complexiteit vroeger niet haalbaar waren via de oude methode van prototype en iteratie. Via de nieuwe ontwerpomgeving worden toestellen tevens computergestuurd. Dit maakt

Vlaamse interactie

april 1999

InterConnect

7


IMEC en Alcatel Bell Space ontwikkelen samen seriële bus interface De implementatie van dunnefilm multi-chip module technologie in een nieuwe seriële bus interface resulteerde in een gevoelige vermindering van de ontwikkelingskosten en in minder gewicht, belangrijk voor ruimtemissies.

Het bedrijf besliste om met de steun van FUSE (First User programma van de Europese Unie, zie vorige InterConnect nummers) een geavanceerde en meer concurrentiële oscillator te ontwikkelen die gebruikt kan worden in o.m. demodulators en frequentie-synthesizers. De kern is een meer geavanceerde seriële bus interface (SBI).

MCM-D

Seriële bus interface-chip: 16-bits bidirectionele serieel naar parallel convertor, deel van een communicatiesatelliet.

Voor meer informatie over FUSE projecten, Bart De Mey IMEC Kapeldreef 75, 3001 Leuven Tel. 016/281 249 Fax 016/281 584 e-mail: demey@imec.be

8 InterConnect april 1999

Alcatel Bell Space & Defense is een bedrijf dat 80 werknemers telt. Het ontwikkelt en fabriceert apparatuur voor de ruimtevaart, zoals telemetriestations, controle- en datadistributienetwerken, elektrisch grondtransport, user stations en multimedia gateways. Klanten zijn het Europese ruimtevaartagentschap ESA en commerciële luchtvaart.

Dunne-film MCM-D technologie is een techniek waarin meerdere geïntegreerde schakelingen op één substraat, bestaande uit meerdere dunne lagen, met elkaar verbonden worden en dan samen in één enkele verpakking gestopt worden. Alcatel Bell Space (ABS) stapte als enige in dit marktsegment over van standaard “surface mount” technologie naar dunne-film multi-chip modules (MCM-D) omwille van de voordelen die MCM-D biedt voor hun producten. Zo is er de besparing op componenten, de grotere dichtheid van de verpakking (de SBI wordt verpakt in één enkele keramische behuizing), de fijne lijndichtheid

Vlaamse interactie

en de gevoelige vermindering van vermogen.

Economische voordelen Het resultaat is een gevoelige verbetering van ABS’s concurrentiële positie door de sterke kostreducties. Zo is er de besparing op de eenmalige ontwikkelingskost van 50.000 EURO per missie, de reductie van het aantal componenten van 4.000 EURO en de besparing in gewicht van 750 gram per frequentiegeneratoreenheid.

FUSE en IMEC ABS voerde het project uit als een FUSE experiment met de actieve ondersteuning van IMEC in alle stappen van het project. IMEC was namelijk niet alleen Technology Transfer Node voor FUSE, maar heeft ook sinds jaar en dag wereldexpertise op het vlak van MCM-D technologie. Onderzoekers van IMEC ontworpen het MCMsubstraat, zorgden voor de assemblage en verpakking, en gaven training aan mensen van ABS.


KMO-IT Centrum zet veldbussen op een rijtje Antwerpen, 4 maart 1999 ...Vandaag ging het derde seminarie van het KMO-IT Centrum, “Van veldbus tot industrieel communicatienetwerk”, door in de gebouwen van Fabrimetal/ALM in Berchem. Onderwerp was de veldbus en haar toepassingsmogelijkheden. KMO-IT wou met een aantal voordrachten en infostands KMO’s concrete antwoorden geven op een aantal vragen in deze materie. Zoals welke veldbus voor welke toepassing meest geschikt is. Of hoe open zijn de verschillende veldbussen en protocollen. Deze namiddag kwamen de meest gebruikte types veldbussen voor machinebesturing en procesindustrie overzichtelijk aan bod: Profibus, CANbus, DeviceNet, AS-Interface en Interbus. Deelnemende bedrijven waren EPT, Promatic-B, Phoenix Contact, Pepperl & Fuchs, Rockwell Automation, Omron, ABB, EIA en Getronics. Dat een goede keuze van industrieel netwerk belangrijk

kan zijn, werd onder meer aangegeven door Eric Claesen (Katholieke Hogeschool Limburg): “De totale traditionele bedrading in een wagen bedraagt al gauw 1 a 2 km. Door een juiste keuze aan netwerk kan dit gereduceerd worden tot een paar honderd meter.” Opvallende spreker was zonder twijfel Hugo Goris (Rockwell Automation) die met ControlNet sterk de nadruk legde op het belang van een goed communicatiemodel. Hij beantwoordde meteen ook de vraag waarom een eenvoudig doch geavanceerd model pas nu op de markt is: “We hebben lang op de technologie moeten wachten om het model te vertalen in chips, zeg maar silicium. Nu is die technologie er.“ Het slotwoord werd gegeven door de nieuwe directeur van het KMO-IT Centrum, Geert Klewais. Het volgende seminarie van het KMO-IT Centrum tracht een helder inzicht te geven in industriële besturingen, zowel hard-

Vlaamse interactie

ware oplossingen als via een software-gebaseerde aanpak.

“We hebben lang op de technologie moeten wachten om het model te vertalen in chips, zeg maar silicium. Nu is die technologie er.“ Het seminarie zal trachten te verduidelijken hoe geautomatiseerde besturingen de efficiëntie van een productieproces en het succes van producten verhogen. Voor meer informatie over het programma of hoe het KMO-IT Centrum contacteren, zie “Agenda”.

april 1999

InterConnect

9


Een gesprek met Geert Klewais, directeur van het KMO-IT Centrum IMEC : “Wat is IT voor het KMO-IT Centrum?” Geert : “De IT benadering van het centrum is eigenlijk een buitenbeentje. IT is typisch software, programmatie, softwarepakketten voor gegevensbeheer e.d. Dit is niet het eigenlijke doel

10 InterConnect april 1999

van het KMO-IT Centrum. Wij denken meer aan het gebruik van IT in de producten zelf, of in hun productieproces, zowel hardware als software. Dus ook hardware, zoals sensoren en sturingen, automatisatie in zekere zin. Een andere topic waar we willen aan werken is bvb. de penetratie van KMO’s in de wereld van het Internet, zoals productcatalogi op het net.”

IMEC : “Zijn jullie dan helemaal geen concurrenten van consultancy bureau’s?” Geert : “Neen, wij zijn drempelverlagers omwille van onze gesubsidieerde korte-termijn projecten. We willen vooral een barrière overbruggen tussen KMO en leverancier. Uiteindelijk brengt de leverancier de oplossing aan.”

IMEC : “Kennen jullie adviseurs de sector door en door, of zijn jullie gewoon een doorgeefluik van informatie?” Geert : “Dat laatste mag helemaal niet de bedoeling zijn. Onze functie is tweeërlei. Ten eerste is het onze taak om snel te kunnen filteren en focuseren waar het op IT-vlak meest interessant is om te investeren in middelen. Zo winnen KMO’s tijd en geld. Maar vergeet niet dat wij geen commerciële consultants zijn. Daarnaast zitten wij temidden van een rijk informatienetwerk zodat we snel kunnen doorgeven of snel tot een conclusie kunnen komen. Het centrum heeft trouwens zeker niet tot doel om lange-termijn projecten uit te werken.”

IMEC : “Even naar het seminarie van vandaag. Wat is uw reactie? Bent u een tevreden man?” Geert : (denkt even na) “Ik vond het vooral interessant te observeren hoe verschillende spelers in de wereld van veldbussen een mooie waaier aan toepassingen naar voor brachten, elk met hun eigen sterke punten. Maar KMO’s willen verder gaan, zoals workshops per type veldbus. Zo groeien nieuwe ideeën om meer gerichte en vrij praktische seminaries te houden, samen met KMO’s en leveranciers.” IMEC : “Hoe wordt de keuze van de onderwerpen bepaald? Wordt op voorhand een lijst samengesteld?”

Vlaamse interactie


Geert : “Dit seminarie is een onderdeel van een serie. Het volgende gaat over PLC’s. Veldbussen duiken zowel in fabriekshallen als grote machines meer en meer op. Heel dikwijls worden zij geplaatst door de leverancier. Daarom plannen wij om op dit onderwerp verder te gaan, met vooral praktische sessies.” IMEC :“Hier komen we dan op het terrein van opleiding?” Geert : “Nog niet nee. We moeten inderdaad heel gericht werken. Sensibiliseren. Hoe breder het onderwerp, hoe meer mensen aangesproken worden. Bij engere onderwerpen spreek je minder mensen aan, maar die steken er wellicht meer bij op. Nu zijn we vooral bezig met te luisteren, naar wat bedrijven beweegt, interesseert. We willen ons aanpassen naar die noden. Dit vergt wat tijd. Er is bovendien een grote verscheidenheid aan KMO’s. Sommige staan heel veraf van het meer academische, van technologische ontwikkelingen. Andere hebben daar heel wat affiniteit mee. De vraag is, kunnen wij onze

KMO’s thema’s aanbieden zodat zij het de moeite vinden om zich te verplaatsen naar ons? Tot op vandaag is dit nog niet volledig zo, en we hebben nog altijd geen thema’s gevonden waarin het zeker is dat bij elk thema een 50-tal KMO’s zullen opdagen. Trouwens, je kan dat echt niet voor alle KMO’s doen.” IMEC : “Zal dit niet naar boven komen bij jullie audits?” Geert : “Ja, natuurlijk. We moeten bij audits ook durven vragen: als we iets organiseren, wat beweegt u dan, waar wil ik een namiddag aan spenderen. Sommige KMO’s zijn zelfs verrast als we die vraag stellen.We willen zo veel mogelijk een band creëren waarin interactie mogelijk is, i.p.v. ex-cathedra stellingen te gaan verkondigen. We mogen niet de pretentie hebben dat wij weten wat KMO’s bezighoudt. Dat is nu juist ook onze taak om dat uit vissen.” IMEC :“Alvast veel succes!”

Vlaamse interactie

april 1999

InterConnect

11


Oprichting micro-elektronica trainingscentrum door IMEC Nijpend tekort

Met dit nieuwe initiatief wil IMEC haar rol van industriële training naar een nieuwe dimensie brengen. Naast de goed uitgebouwde trainingsprogramma’s op het gebied van ontwerp van geïntegreerde schakelingen, zal IMEC nu ook gerichte training verzorgen van operatoren, technici en procesingenieurs uit de micro-elektronicasector, en korte trainingsprogramma’s in IC technologie voor aanverwante sectoren.

12 InterConnect april 1999

Complementair aan onderwijs

Een recente enquête bij de groVlaanderen staat wereldwijd te halfgeleiderfabrikanten toonbekend om haar uitstekend onde aan dat alhoewel financiële derwijs. Op Vlaamse bodem, steun van de overheid cruciaal slechts 13.512 km2, vinden we is bij nieuwe investeringen, de niet minder dan 6 universiteibeslissende factor vandaag het al dan niet aanwezig zijn van een goede MTC wil antwoord bieden aan tekort opleidingsinfrastrucgoed-geschoold personeel in de sector tuur is. We kunnen er niet meer onderten en 29 industriële hogeschouit. Er is een enorm tekort aan len terug. Door de snel veranjuist geschoolde mensen. En ik derende maatschappij naar een leg de nadruk op “juist”, want informatiemaatschappij moeten de high-tech industrie geeft niet mensen op korte termijn nieualleen werk voor hoog gewe vaardigheden en kennis aanschoolden. Neen, een belangrijk leren. Vaak wordt dan ook krideel van het personeel zijn tiek geuit op het onderwijssysmensen met een opleiding seteem als zou dit niet snel gecundair onderwijs, niveau A3 en noeg aanpassen aan die nieuwe A2. Dat hoeft in feite niet te noden. Nochtans moeten we verwonderen, want productie hiermee sterk oppassen. Deze van IC’s is net als in een autofalange-termijn studieprogrambriek het doorlopen van een ma’s zijn noodzakelijk omwille groot aantal productiestappen. van hun algemene vorming, de Dit betekent dat ruim twee stevige theoretische fundamenderde van een productieëenten, het aanleren van hoe een heid operatoren en technici probleem aan te pakken en op zijn. En die zijn vandaag de dag te lossen en het aanleren van al even moeilijk te vinden als ineen groot aantal basisvaardigformatici of secretariaat.

training


heden. Korte-termijn opleidingen kunnen veel beter georiënteerd zijn naar de industrie toe, kunnen sneller aangepast worden en leren gerichte vaardigheden aan. Beide types programma’s zijn dus noodzakelijk. IMEC’s industriële training is precies gericht op het tweede type.

MTC Naast de trainingsprogramma’s op het gebied van IC ontwerp (zie ook onze website www.imec.be/training), nam IMEC onlangs het initiatief om industriële training te verzorgen voor procesoperatoren, onderhoudstechnici en procesingenieurs in de halfgeleiderindustrie. Dit betekent dat IMEC training organiseert voor het ganse gamma van procesoperatoren tot ontwerpingenieurs: - Projecttraining met industriële partners - Training van proces- en ontwerpingenieurs - Specialisatiecursussen voorproces- en ontwerpingenieurs - Inleiding tot IC technologie

Projecttraining Door de groeiende high-tech industrie in Vlaanderen hebben meer en meer bedrijven nood aan procesoperatoren en onderhoudstechnici. De sector doet het immers goed, en bedrijven plannen bijkomende investeringen. Voorbeelden hier-

van zijn CS2, een IC-verpakkingsbedrijf uit Zaventem, Alcatel Microelectronics uit Oudenaarde en Heraeus, actief in sensoren voor de autoindustrie (Haasrode). De eerste projecten zijn reeds geïdentificeerd. Samen met het bedrijf en de VDAB wordt dan een trainingsprogramma voor operatoren en/of technici uitgewerkt. Het MTC zal zich in een latere fase ook richten tot het geven van cursussen voor mensen die willen doorgroeien in een bedrijf, naar een nieuwe functie die zij zouden kunnen vervullen indien zij de juiste opleiding daarvoor krijgen.

Ingenieurs Afgestudeerde ingenieurs hebben doorgaans weinig kaas gegeten van IC technologie. Daarom start IMEC eind dit jaar met een volledig programma dat hierop ingaat: diep-submicron procestechnologie, geavanceerde elektronische componenten en IC-productietechnieken. Bovendien wordt het gamma cursussen in IC-ontwerp uitgebreid. Tenslotte zullen kort-lopende gespecialiseerde cursussen gegeven worden voor ervaren ingenieurs die zich wensen bij te scholen in de meest recente technologieën.

Inleiding tot IC technologie

meer de vraag naar het inrichten van cursussen in IC technologie voor ingenieurs die niet werkzaam zijn in de microelektronica-industrie, maar wel te maken krijgen met deze technologieën. Voorbeeld is Proton World International (zie InterConnect 4), waarvoor IMEC een cursus inrichtte voor hun sales mensen om meer gewapend te zijn bij hun contacten met IC-toeleveranciers. Dergelijke cursussen zullen regelmatig - en op vraag - gegeven worden voor bedrijven uit sectoren zoals telecommunicatie, software en ontwerp. Bovendien plant IMEC ook één-daagse cursussen waarin een inleiding gegeven wordt tot de wereld van IC-technologie voor niet-technologen. Onderwerpen zijn: het vakjargon, basiskennis IC-technologie, de ICmarkt en de spelers. De doelgroep hiervoor is managers uit niet-technologische disciplines zoals economen, accountants, juristen, enz.

Voor meer informatie omtrent het MTC en haar opleidingsprogramma’s: Jan Wauters Micro-elektronica Trainings Centrum IMEC/BDU Kapeldreef 75 B-3001 Leuven Tel. 016-281687 Fax 016-281576 e-mail jan.wauters@imec.be www.imec.be/mtc

Tenslotte krijgt IMEC meer en

training

april 1999

InterConnect

13


Agenda Seminaries De volgende seminaries gaan door in het auditorium in IMEC, Kapeldreef 75, 3001 Heverlee (Leuven), duren ongeveer 1 uur en worden in het Engels gegeven. U kan zich via het antwoordkaartje laten inschrijven op de e-mail circulaire waardoor u steeds op de hoogte gehouden wordt van nieuwe seminaries. De lijst is ook terug te vinden op onze Internet site: www.imec.be/seminars/. De titels tussen vierkante haakjes geven het onderwerp weer waar de preciese titel niet bekend was bij het ter perse gaan. Mogelijkerwijze kan een seminarie onderhevig zijn aan late wijzingen.

datum

uur

spreker

titel

26 april 1999

11u

Bert Brijs

RBS ? Up to the limits!

03 mei 1999

11u

Reiner Windisch

The worlds highest efficiencies in light-emitting diodes

10 mei 1999

11u

Brice De Jaeger

Development of HDP PMD stack

17 mei 1999

11u

Laura Fe

Specular reflection infrared spectroscopy studies of sol-gel prepared ferroelectric Pb(Zr,Ti)O3 thin films

31 mei 1999

11u

Martin Creusen

Plasma Process-Induced Damage (P2ID): an overview

07 juni 1999

11u

Hans Boeve

Spin-dependent transport and its implementation in non volatile memory elements.

14 juni 1999

11u

Patrick Mercken

Hybridization of IR detector arrays using In Bump Bonding

Seminarie KMO-IT Centrum “Trends in industriële automatiseringen” 6 mei 1999, Salons Georges, Leuven

Voor meer informatie: Katrien Pollefeyt, KMO-IT Centrum Kapeldreef 75, 3001 Leuven Tel. 016-297231 Fax 016-297233 e-mail katrien.pollefeyt@kmo-it.be www.kmo-it.be

Programma: 13 u 00 13 u 20 13 u 50 14 u 30 15 u 30 16 u 10 16 u 50 17 u 30

Automatisering van besturingen (Eric Claesen, Katholieke Hogeschool Limburg) FPGA gecontroleerde stepping motoren: een kostbesparing van 34% ! (Christian Van Hautte, Gilbos) Van PLC/SCADA naar geïntegreerde besturingen (Ron De Keersmaeker, ABB) Demonstraties aan de infostands Windows CE in de visualisering (Siemens) De impact van Internet op automatiseringen (Johan Cools, Groupe Schneider) Soft-PLC vindt zijn doorbraak in de machinebesturing (Ludwig Wijns,Telerex) Slotbeschouwing en receptie

Infostands: ABB, EIA, Getronics, Groupe Schneider, Omron, Phoenix Contact, Promatic-B, Siemens,Telerex,…

Voor meer informatie: Franciska Vanheusden IMEC Kapeldreef 75, 3001 Leuven Tel. 016-281804 Fax 016-281576 e-mail: vheusden@imec.be

14 InterConnect april 1999

IMEC Vlaamse Bedrijvendag - editie 1999 8 juni 1999, Flanders Expo, Gent Ook dit jaar organiseert IMEC haar Vlaamse bedrijvendag voor de Vlaamse industrie. Tijdens deze dag wordt IMEC’s technologie en expertise in micro-elektronica en informatie- en communicatietechnologie (ICT) voorgesteld via concrete toepassingen. Dit jaar gaat de IVB’99 door in Flanders Expo Gent. De bedrijvendag wordt opgevat als een beurs met diverse standen, opgedeeld volgens de marktsectoren waarin de bedrijven opereren en waarin IMEC O&O-activiteiten heeft.

agenda


Xilinx Technical Application Symposium 17 mei 1999, IMEC, Leuven Dit seminarie geeft een introductie tot de nieuwe generatie FPGA’s (field programmable gate array). Door de sterke evolutie in snelheid, densiteit, prijs en functionaliteit wordt programmeerbare logica niet enkel meer gebruikt voor “glue logic” of als “prototype tool”. Vandaag de dag hebben de programmeerbare logica componenten hun weg gevonden in zowel ASIC (application specific integrated circuit) als discrete componentenapplicaties.

Door gebruik te maken van grondig uitgewerkte voorbeelden en real-time demonstraties zal op dit symposium een duidelijk overzicht gegeven worden over voordelen van ontwerp inherent aan de laatste generatie van programmeerbare logica componenten van Xilinx.

• Hoge-densiteit, hoog-perfor-

De deelnemer zal begeleid worden doorheen het gamma van productoplossingen:

Ook krijgt men tussen de sessies ruim de mogelijkheid om kennis te maken met de software-, core- en ontwerp partners van Xilinx.

• Laag geprijsde, gemakkelijke

mante FPGA’s; • Multi-development systeem-

software ontwikkeld om aan specifieke ontwerpcriteria te voldoen; • CORE’s voor programmeerbare logica, die toelaten “top down” te werken en systeemniveau ontwerp te doen.

Voor meer informatie en inschrijving betreffende dit seminarie, gelieve u te wenden tot onze website : www.sei-benelux .com

te gebruiken en hoog productie volume componenten;

Nieuws HERMES: nieuw Europees netwerk van onderzoeksinstituten actief in telecommunicatie

Onlangs werd een nieuw initiatief gelanceerd dat telecommunicatie technologie wil promoten in Europa.Vijf topinstituten, CSEM (Zwitzerland), EURECOM (Frankrijk), National Technical University Athene (Griekenland), VTT (Finland) en IMEC bundelen hun krachten in een nieuw Europees telecommunicatienetwerk, HER-

MES, genoemd naar de boodschapper in de Griekse mythologie. De dagelijkse coördinatie ligt bij IMEC. HERMES zal als een enkele entiteit functioneren in de interactie met de industrie en met activiteiten als globale marketing, training en disseminatie. Het netwerk tracht de snelle en efficiente uitwisseling van in-

opleidingen

formatie tussen de partners te bevorderen. Het initiatief zal de Europese leidersrol in de wereld van de telecommunicatie verder versterken. Later zullen andere onderzoeksinstituten wellicht aansluiten bij HERMES.

Voor meer informatie: Marc Engels IMEC Kapeldreef 75, 3001 Leuven Tel. 016-281617 Fax 016-281515 e-mail marc.engels@imec.be

april 1999

InterConnect

15


Grafische vormgeving : Vierkant grafisch / Roger Vande Wiele

InterConnect Colofon Verantwoordelijk uitgever: Prof. Roger Van Overstraeten Redactie: Jan Wauters Public Relations: Marianne Van den Broeck Voor meer informatie: Jan Wauters, IMEC Kapeldreef 75 B-3001 Leuven tel. 016 - 28.14.90 fax 016 - 28.15.76 e-mail: wautersj@imec.be www.imec.be


imec InterConnect 5 (april 1999)