Issuu on Google+

                                           

Geloof in de wereld

 

Bijbelstudies voor kringen 2013-2014        

 


Redactie: Tom De Craene (Ichtus Vlaanderen), Wouter Van Hoof (Ichtus Vlaanderen), Judith Verduijn (student  Ichtus Gent), Naomi Apers (Ichtus Vlaanderen), Gersom Brussaard (Ichtus Vlaanderen), Nico Boven (Ichtus  Vlaanderen), Gijsbert Steenbeek (Ichtus Vlaanderen), Jeffrey Vansuyt (student Ichtus Leuven), Simon Geeraerts  (student Ichtus Hasselt), Justine Goudeseune (student Brussel), Rudina Coraj (Ichtus Vlaanderen)    Eindredactie: Tom De Craene 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 


Inhoudsopgave

 

Inleiding .............................................. 4 

6 // Prediker ...................................... 47 

Zelf een Bijbelstudie maken ............... 6 

7 // Jeremia 29:1-14 ......................... 54 

Manuscriptstudie ................................ 7 

8 // Handelingen 17: 16-32 ............... 60 

Lectio Divina..................................... 11 

9 // Matteüs 5:1-15 ........................... 67 

1 // Daniel 1 ...................................... 13 

10 // Jakobus 1:19-2:26 .................... 74 

2 // Genesis 1-2:3 ............................. 19 

11 // Micha 6: 1-8.............................. 81 

3 // Lucas 7: 36-50 ........................... 26 

12 // Johannes 17 ............................. 87 

4 // Matteüs 27: 57-28:20 ................. 34 

Gebruikte bronnen ........................... 94 

5 // Openbaring 7:1-17 ..................... 40 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 


Inleiding Tijdens het academiejaar 2013‐2014 werkt Ichtus Vlaanderen rond het thema ‘Geloof  in de  wereld’. Dit thema heeft een dubbele betekenis. Ten eerste willen we nadenken over de  vraag: ‘Is er geloof in de wereld?’. Hierin kunnen bijvoorbeeld zaken aan bod komen als:  leven in een multiculturele samenleving en wereldgodsdiensten, maar ook vragen als: ‘is er  hoop voor deze wereld?’ en ‘wat kunnen we leren van het goede dat plaatsvindt in de  maatschappij?’ en ‘hoe sluiten we ons daarbij aan?’. Ten tweede willen we nadenken over de  vraag hoe wij ons geloof uitleven in de wereld. Hierbij zullen dus o.a. vragen aan bod komen  als: Hoe zijn we christen én student? Hoe geven we ons geloof handen en voeten in onze  studentenstad? Hoe bepaalt ons geloof hoe we kijken naar de actualiteiten? Wat moeten we  met sociaal onrecht? Hoe laten we Christus en de hoop die door Hem in ons leeft zien aan de  mensen rond om ons? Doorheen heel het jaar zullen in zowel de lokale Ichtusgroepen als op  de activiteiten van Ichtus Vlaanderen verschillende facetten van ‘Geloof in de wereld’ belicht  worden. Deze bundel werd samengesteld als leidraad voor de Bijbelstudiekringen voor de  lokale Ichtusgroepen. Elke goede Bijbelstudie leidt tot toepassing en dit thema leent zich hier  uitermate toe, het is dan ook onze hoop dat veel studenten(groepen) naar aanleiding van de  studies in deze bundel en de Ichtus Vlaanderen activiteiten hun geloof handen en voeten  mogen geven. We willen echter benadrukken dat onze daden voortkomen uit een rijker  beeld van wie God is, vanuit een dieper besef van de implicaties van Jezus’ leven, lijden,  sterven en opstanding en uit dankbaarheid hiervoor.    We hebben bij de selectie van de Bijbelgedeeltes1 teksten gekozen die veel verschillende  aspecten van ‘Geloof in de wereld’ belichten, zowel vanuit het Oude als vanuit het Nieuwe  Testament. Er zijn twaalf Bijbelstudies opgenomen in deze bundel. We beseffen dat veel  Ichtusgroepen geen 12 kringstudies hebben. We hopen dat wanneer jullie een selectie  moeten maken, dat jullie ook moedig zijn en ook tekstgedeeltes nemen die jullie minder  goed kennen.                                                           1 Alle Bijbelteksten komen uit de Nieuwe Bijbelvertaling tenzij anders vermeld.    

 


Bij het voorbereiden hebben wij een beperkte selectie van commentaren op de Bijbel gebruikt.  Het is gevaarlijk om al snel te verdwalen in een grote hoeveelheid. We raden ook aan een  paar goede commentaren te zoeken en die grondig te raadplegen bij het voorbereiden van de  studie (uiteraard na zelf grondig met de tekst bezig te zijn geweest). Elke tekst is door  iemand anders voorbereid. We hebben geprobeerd enigszins eenheid te bewaren, maar  uiteraard zijn er duidelijke verschillen tussen de studies. We hopen dat dit niet als een  hindernis, maar als een rijkdom mag ervaren worden.   

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 


Zelf een Bijbelstudie maken Hieronder zijn telkens een paar opties geformuleerd om een Bijbelstudie aan te pakken, maar  je kunt hier gerust ook zelf creatief mee omgaan. Een goede manier van aanpak is: 

Bestudeer de tekst grondig In de hele IFES‐beweging (de wereldwijde koepelorganisatie waar Ichtus lid van is) staat  “inductieve” Bijbelstudie voorop als dé manier om een Bijbeltekst te benaderen. Dat betekent  dat je vanuit de tekst vertrekt om zo tot de kern te komen en niet omgekeerd. Hoewel deze  bundel al een kern lijkt te suggereren, adviseren we je toch om telkens te starten met de  Bijbeltekst en niet met ons advies/onze ideeën. Pas nadat je zelf de tekst bestudeerd hebt,  kun je gebruik maken van commentaren, bevindingen van anderen en deze bundel. Een  goeie manier om de voorbereidende studie te doen is de “manuscriptmethode” (zie verder). 

Haal de kern uit de tekst Als je goed weet wat de kern van de tekst die je zult bestuderen is, zul je veel gemakkelijker  tot die kern kunnen komen tijdens de kring. Niet alleen kun je doelgerichter werken, je kunt  ook gemakkelijker beslissen over zijsprongen die zich tijdens de avond aanbieden. 

Denk na over hoe je met je kring tot die kern kunt komen Erg veel kringleiders maken de fout te denken dat zodra de exegese (=tekstuitleg) gedaan is,  de kring geslaagd zal zijn. Dit klopt niet. Na het bepalen van de kern is het erg belangrijk na  te denken over hoe je tot die kern zult komen: welke werkvormen wil je gebruiken? Heel wat  mensen denken dat het eenvoudigst is om een onderwijsleergesprek te doen (vraag en  antwoord), maar dit is zowat de moeilijkste werkvorm die bestaat omdat het erg moeilijk is  in te schatten wat de kringleden zullen antwoorden. Vaak komen antwoorden waar je niet  op voorbereid bent en op zulke moment is het niet gemakkelijk om goede vragen te  verzinnen om alsnog tot de kern te komen. Het beste is werkvormen gebruiken waarbij je als  kringleider zelf zo weinig mogelijk aan het woord bent. 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 


Manuscriptstudie Een manier om de Bijbel te bestuderen die je voor elke passage kunt gebruiken, maar ook erg  zinvol is ter voorbereiding van het leiden van een kring, is de “manuscriptmethode” die  bestaat uit drie stappen. 

Observatie Krijg in deze fase grip op het verhaal (wat zegt de schrijver?). Druk de tekst af. Laat  voldoende witruimte rond de tekst, maar ook tussen de regels. Als je kunt, laat alle alinea‐ en  versnummers weg.    Overloop de tekst en probeer alles aan te duiden wat opvalt, wat vragen oproept, wat op  structuur duidt, wat vaak terugkeert, … Gebruik pennen, gekleurde potloden om woorden  te markeren, de structuur van het stuk in kaart te brengen, thema’s en verbindingen aan te  geven.    Hieronder volgen nog een aantal tips voor vragen.    Vraag als een journalist 

Spoor de verbindingen op 

Leef je in in de tekst 

ƒ Wie? 

ƒ Herhalingen 

ƒ Wat zie je, hoor je, ruik je, 

ƒ Wat? 

ƒ Overeenkomsten 

ƒ Waar? 

ƒ Contrasten 

ƒ Wanneer? 

ƒ Oorzaak – gevolg 

ƒ Hoe? 

ƒ Van het algemene naar het   

voel je?  ƒ Word een persoon in de  tekst 

bijzondere  ƒ Van het bijzonder naar het  algemene  ƒ Hoofdgedachten  ƒ Bijgedachten   

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 


ƒ Wat voor soort literatuur is dit? Een verhaal? Een dialoog? Poëzie? Commentaar van de  schrijver?2 Het komt voor dat er meer dan één soort in het Bijbelgedeelte voorkomt.  ƒ Markeer signaalwoorden: want, omdat, daarom, sinds, zodat, maar, dus, enz.  ƒ Markeer logische eenheden in de tekst (welke stukken horen bij elkaar?)  eenheid in thema, tijd, plaats, gedachte, actie, enz.  ƒ Noteer datgene wat je in de tekst je speciaal opvalt, dingen die onverwacht of ongewoon  zijn, of die vragen/verbazing/onbegrip/irritatie bij je oproepen.  ƒ Zijn er verwijzingen naar, of associaties met andere Bijbelteksten? Lees die teksten in hun  context (niet alleen de verzen zelf) en vraag je af waarom ze hier worden aangehaald.  ƒ Vind je iets in de tekst dat vragen oproept? Iets wat je irriteert, je verbaast of waar je  moeite mee hebt? Schrijf het op! 

Interpretatie In deze fase probeer je de volgende vraag op de lossen: wat wil deze tekst communiceren?  Wat betekenen alle observaties die je gemaakt hebt? Wat is de kerngedachte van deze tekst?    Centraal staat deze opdracht: Formuleer de betekenis van de tekst door antwoord te geven  op de vraag wat de auteur met de tekst wil zeggen.    De volgende vragen kunnen je daarbij helpen:  ƒ Formuleer vragen naar aanleiding van de dingen die je opvielen in de tekst.   ƒ Formuleer vragen over de taalkundige en inhoudelijke relaties die je hebt gevonden.  Bijvoorbeeld: waarom herhaalt de auteur dit woord? Waarom gebruikt hij dit contrast?  Handige vragen zijn “waarom (...) ?” en “wat is de betekenis van (...) ?”  ƒ Kijk nog eens naar de taalkundige en inhoudelijke relaties die je in de tekst hebt gevonden.  Wat zijn de hoofdverbindingen en de hoofdonderwerpen in het gedeelte?  ƒ Concentreer je op de cruciale vragen. Dat zijn vragen die (1) uit de tekst zelf voortkomen;  (2) over een groot deel van het gedeelte gaan; en (3) te maken hebben met de  hoofdgedachte van het tekstgedeelte.                                                          Het genre of het soort tekst bepaalt mee de manier waarop je de tekst best benadert. 

2

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 


ƒ Probeer nu de vragen te beantwoorden. Maak daarbij in de eerste plaats gebruik van de  tekst zelf, daarna van de directe context van de tekst binnen het Bijbelboek (m.a.w. de  omliggende gedeeltes), daarna van de verwijzingen naar andere Bijbelgedeelten en tot  slot van een Bijbels woordenboek, een commentaar, uitleg die in Bijbels wordt gegeven en  andere hulpmiddelen.   ƒ Stel jezelf de ‘big question’: Welke boodschap wil de auteur overdragen aan de  oorspronkelijke lezers? Wat zijn volgens jou de hoofdpunten, of hét hoofdpunt van dit  gedeelte? Waarom staat deze passage hier?   ƒ Probeer de hoofdgedachte van de tekst samen te vatten in één zin. 

Applicatie (toepassing) In de laatste fase wordt nagedacht over het belang van de Bijbeltekst en de kerngedachte  voor het ons leven. Dat kan gaan om een praktische opdracht (iets wat gedaan moet worden)  of om een transformatieve opdracht (iets wat veranderd moet worden) of om een  informatieve opdracht (kennis die toeneemt), etc. Probeer je er niet te gemakkelijk vanaf te  maken door enkel toepassingen te formuleren die je niet veel kosten. Weet dat de Bijbel  primair geschreven is aan groepen mensen (volk en kerk), dus de opdrachten zijn doorgaans  in de eerste plaats opdrachten die we samen moeten doen, de persoonlijke opdracht volgt  hier veelal uit.    Centraal staat deze opdracht: Verbindt het gedeelte met je eigen leven en de wereld waarin  wij leven.     De volgende vragen kunnen daarbij helpen:  ƒ Zie je verbindingen tussen de tekst en je eigen leven en onze wereld? (Bijvoorbeeld:  herken je je in een van de hoofdrolspelers in de tekst, waar raakt de boodschap van het  gedeelte jouw leven?)  ƒ Heb je het idee dat God specifiek jouw kring of tot jou spreekt met betrekking tot een  aspect van jullie/je leven?  ƒ Zijn er concrete geboden, beloften, voorbeelden of anti‐voorbeelden in de tekst die je iets  te zeggen hebben? 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 


Zijn er concrete stappen die als reactie op dit gedeelte moeten gezet worden? Wees daarin  eerlijk en duidelijk. (Neem zeker een agenda om zaken op te schrijven en kom hier op  terug tijdens een volgende keer dat je elkaar als kring ontmoet)  ƒ Komt hierin iets naar voren wat van belang is voor mijn relatie met andere mensen, voor  onze kring, onze gemeente of onze samenleving?  ƒ Zijn er dingen die we, individueel of als groep, concreet ter hand moeten nemen?  ƒ Wat heeft deze tekst jullie/je te zeggen over God?   ƒ Heeft deze tekst iets te zeggen hoe ik leef, denk, handel als student? Werpt deze tekst een  nieuw licht op mijn studiedomein en de vragen die daar spelen?         

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

10 


Lectio Divina Een tweede methode die erg de moeite loont en die bij elke Bijbeltekst kan gebruikt worden,  is de lectio divina. Dit is een eerder bezinnende, intuïtieve Bijbellezing. Soms benaderen we de  Bijbel te kennisgericht en laten we God te weinig tot ons hart spreken. Deze methode is erg  goed om dit tegen te gaan. Eén iemand leidt de kring. De andere hebben geen Bijbel nodig,  maar luisteren.    Stap 1: Lees de tekst een eerst keer voor. Doe dit rustig. Wees na het lezen van de tekst even  stil zodat de tekst goed kan doordringen.    Stap 2: Zeg tegen de groep: “Denk tijdens de volgende lezing na of er iets is wat opvalt. Dat  kan een woord, een zinsdeel of een zin zijn. Als er niet opvalt is dat geen probleem.3” Lees de  tekst een tweede keer hardop voor. Wees even stil en laat daarna iedereen om beurt delen  wat opviel (als er iets opviel). Wees als kringleider streng: laat de kringleden enkel kort delen  wat opvalt en niets meer (dus ook geen uitleg erbij).    Stap 3: Geef je groep bij de derde lezing de vraag mee: “Vraag je nu eens af waarom dit  opvalt. Heel vaak is dit omdat er een link is tussen de Bijbeltekst en ons leven. Is er een link  met je leven? Opnieuw is het geen probleem als je geen link vindt.” Lees de tekst een derde  keer. Wees even stil en laat daarna iedereen om beurt kort delen wat de link is. Hou als  kringleider in het oog dat de leden dit bondig doen. Grijp zo nodig in.    Stap 4: Zeg tegen de groep: “Is er iets wat God jou wil duidelijk maken met deze tekst? God  spreekt nog altijd tot ons door de Bijbel en dat doet Hij misschien nu. Soms spreekt God niet  onmiddellijk of begrijpen we Hem niet. Het is geen probleem als het (nog) niet duidelijk is of  God iets wil zeggen en wat Hij wil zeggen.” Lees de tekst een vierde keer. Wees even stil en  laat daarna iedereen om beurt kort delen wat God hen wil zeggen met deze tekst. Hou  opnieuw als kringleider in het oog dat de kringleden dit bondig doen.                                                          Benadruk dit, zodat niemand zich ongemakkelijk voelt wanneer er niets opvalt. Dat kan ook gebeuren en dat is  geen drama.  3

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

11 


Stap 5: Je kunt eerst de tekst nog een vijfde keer lezen, maar dit hoeft niet. Neem uitgebreid  de tijd om voor elkaar en wat er gezegd en gedeeld is te bidden. 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

12 


1 // Daniel 1 Bijbelgedeelte 1 In het derde regeringsjaar van Jojakim, de koning van Juda, trok Nebukadnessar, de koning van Babylonië, op naar Jeruzalem en belegerde de stad. 2 De Heer leverde Jojakim, de koning van Juda, aan hem uit en gaf hem een deel van de voorwerpen van Gods tempel in handen. Hij nam ze mee naar Sinear, naar de tempel van zijn eigen god, en liet ze daar in de schatkamer zetten. 3 De koning gaf het hoofd van zijn eunuchen, Aspenaz, opdracht een aantal Israëlieten van koninklijke en voorname afkomst naar zijn paleis te brengen. 4 Het moesten jongemannen zonder lichamelijke gebreken zijn, aantrekkelijk om te zien, rijk aan kennis, ontwikkeld en met een scherp verstand, en bovendien geschikt om aan het hof te dienen. Aspenaz moest hen onderwijzen in de geschriften en de taal van de Chaldeeën. 5 De koning wees hun een dagelijkse hoeveelheid toe van de spijzen en de wijn van zijn tafel. Na drie jaar onderricht zouden ze in dienst van de koning treden. 6 Onder hen waren enkele Judeeërs: Daniël, Chananja, Misaël en Azarja. 7 Maar de hoofdeunuch gaf hun andere namen; Daniël noemde hij Beltesassar, Chananja Sadrach, Misaël Mesach en Azarja Abednego. 8 Daniël was vastbesloten zich aan de reinheidsvoorschriften te houden en hij vroeg de hoofdeunuch toestemming zich van de spijzen en de wijn van de tafel van de koning te onthouden. 9 God zorgde ervoor dat de hoofdeunuch Daniël gunstig gezind was. 10 Toch zei de hoofdeunuch tegen hem: ‘Ik ben bang voor mijn heer, de koning; hij heeft bepaald wat jullie zullen eten en drinken, en als hij vindt dat jullie er slechter uitzien dan jullie leeftijdsgenoten zal hij mij daarvoor verantwoordelijk stellen.’ 11 Daarop richtte Daniël zich tot de kamerheer die de hoofdeunuch aan hem en aan Chananja, Misaël en Azarja had toegewezen: 12 ‘Neem de proef op de som en laat uw dienaren tien dagen alleen groente eten en water drinken. 13 Vergelijk ons uiterlijk daarna met dat van de jongemannen die de koninklijke spijzen eten, en beslis dan over uw dienaren op grond van wat u ziet.’ 14 De kamerheer ging op het voorstel in en gaf hun tien dagen. 15 Aan het eind van de tien dagen zagen zij er gezonder en beter doorvoed uit dan alle jongemannen die de koninklijke spijzen voorgezet hadden gekregen. 16 Dus diende de kamerheer hun geen koninklijke spijzen en wijn meer op, maar gaf hij hun alleen nog groente. 17 En God schonk de vier jongemannen wijsheid, kennis en verstand van alle geschriften; bovendien was Daniël bij machte alle mogelijke visioenen en dromen uit te leggen. “Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

13 


18 Toen de door de koning vastgestelde tijd verstreken was, leidde de hoofdeunuch alle jongemannen voor Nebukadnessar. 19 De koning sprak met hen, en niemand kon zich met Daniël, Chananja, Misaël en Azarja meten. Zij traden in dienst van de koning. 20 En over welke kwestie van wijsheid of inzicht de koning hen ook raadpleegde, hij vond hen tien keer zo voortreffelijk als alle magiërs en bezweerders in heel zijn rijk. 21 Daniël bleef aan het hof tot het eerste jaar van het koningschap van Cyrus.

Achtergrondinformatie4 Daniël is een moeilijk boek. Het begint al bij het genre: in de Tenach staat het gerangschikt bij  de geschriften, in onze bijbel bij de profeten. De eerste zes hoofdstukken vormen het  levensverhaal van Daniël, in dienst van de verschillende wereldrijken die aan de macht  komen. Daarin vertoont het boek overeenkomsten met andere geschriften, bv. Ester of  Nehemia. In de laatste zes hoofdstukken staan visioenen. Hierin vertoont het boek veel meer  overeenkomsten met andere profeten. Aangezien we hier het eerste hoofdstuk behandelen,  ontbreekt de ruimte om in te gaan op de visioenen.  Over het auteurschap van Daniël bestaat veel discussie. Traditioneel wordt er vanuit gegaan  dat Daniël zelf de auteur is – tijdens de visioenen hanteert hij de eerste persoon. Dan zou het  af zijn ergens tijdens de regeerperiode van Cyrus, dus 538 voor Christus of nog iets later.  Historisch‐kritische theologen gaan er echter vanuit dat het boek is toegeschreven aan Daniël,  maar lang na de ballingschap geschreven: rond 165 voor Christus.  Daniël is geschreven in twee talen: het eerste hoofdstuk en de hoofdstukken acht tot twaalf  zijn in het Hebreeuws geschreven. De hoofdstukken twee tot zeven in het Aramees, zeg  maar de volkstaal. Deze taal kon ook buiten Israël worden begrepen, want ze was de  administratieve taal van het Perzische rijk. Het lijkt er dus op dat het boek enerzijds op een  zeer brede doelgroep mikte, meer dan Israëlieten, maar anderzijds ook een gedeelte exclusief  wilde houden. Het idee bestaat ook dat de Aramese verhalen al langer in omloop waren en  dat het Hebreeuwse gedeelte eraan is toegevoegd. Dit hangt natuurlijk nauw samen met de  discussie over auteurschap. Los van wanneer het boek exact is geschreven is het wel veilig  om te stellen dat de Israëlitische lezers moesten omgaan met overheersing door een andere  mogendheid en de opgelegde wetten en gebruiken die dat met zich meenam.                                                          Chavalas, M.W., Matthews, V.H. & Walton, J.H., The IVP Bible Background Commentary. Old Testament, (Downers  Grove: Intervarsity Press, 2000), 832. 

4

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

14 


Een thema dat als een rode draad door Daniël vervlochten is, is macht: telkens opnieuw, in  de verhalen zowel als in de visioenen, staan er machthebbers op die op hun eigen macht  vertrouwen, die zich heer over hun lot wanen, die zichzelf goddelijk achten. Altijd opnieuw  wordt echter hun onvermogen en eindigheid in de verf gezet: God is degene die hun lot in  handen houdt, hij is de finale machthebber. Daarmee samenhangend benadrukt het boek  ook het belang van integriteit en onderworpenheid aan God. Er wordt ingegaan op de  spanning tussen ten volle God dienen en anderzijds onderworpen zijn aan een goddeloze  macht. Het boek houdt zijn lezer de hoop voor dat God uiteindelijk alles in handen heeft.  Bovendien toont het dat integriteit geen bruuske afwijzing van de cultuur waaraan je bent  onderworpen hoeft in te houden.  Daniël 1 introduceert deze thema’s meteen. 

Verduidelijking   1-2 Juda was geen onafhankelijk gebied (vgl. 2 Koningen 23:31 – 25:26, 2 Kronieken 36). Het was  een vazalstaat van Babylonië. Dit betekent dat ze belasting betaalden en konden worden  gevraagd troepen te leveren voor het Babylonische leger. Voorheen was Juda een Egyptische  vazalstaat en er waren nog pro‐Egyptische mensen onder de Judeërs, waaronder Jojakim.  Als Nebukadnezar Jeruzalem aanvalt is dat dus geen veroveringstocht, maar de  onderdrukking van een opstand, omdat Jeruzalem terug de kant van Egypte heeft gekozen.  Deze veldtocht zou in 605 v. Chr. hebben plaatsgevonden, toen Nebukadnezar eigenlijk  slechts generaal was en geen koning. Hij bestijgt de troon in 604 en vernietigt Jeruzalem na  een zoveelste opstand volledig in 587‐5865.    3 Sinear: andere naam voor Babylonië.    4 Jongemannen: waarschijnlijk waren Daniël en zijn vrienden in hun tienerjaren; dertien,  veertien jaar.                                                          Wallace, R.S., The Message of Daniel. The Lord is King, TBST, (Nottingham: Intervarsity Press, 1979), 13. 

5

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

15 


Chaldeeën:  oorspronkelijk een van de Babylonische stammen. Nebukadnessar is afkomstig  uit deze stam, het was al een tijd lang de meest invloedrijke groep en daarom werd de naam  inwisselbaar met Babyloniërs. Veel geleerden en bezweerders waren ook uit deze stam  afkomstig. Daardoor kan Chaldeeën drie dingen betekenen: 1) een Babylonische stam, 2) alle  Babyloniërs, 3) Babylonische wijzen en magiërs6.    5-6 De betekenis van de namen: Daniël: God is rechter, Chananja: God is genadig, Misaël: Wie is  als God?, Azarja: de Heer is mijn hulp. Beltesassar: Bel beschermt de koning, Sadrach: bevel  van Aku, Mesach: wie is als Aku?, Abednego: knecht van Nebo.   Bel, Aku en Nebo zijn Babylonische goden.    12 Groente: het woord dat hier in de grondtekst staat betekent eigenlijk “voeder”, voedsel voor  dieren. Waar Daniël om vraagt is voedsel dat niet bereid is, want elk voedsel dat bereid zou  zijn, los van of het vlees of groenten zouden zijn, zou zijn opgedragen aan een afgod7. 

  Plaats binnen ‘geloof in de wereld’ Daniël en zijn vrienden zijn studenten. Ze zoeken een manier om in een cultuur die hun  geloof niet vriendelijk gezind is – maar ook niet per se vijandig – integer God te dienen. Dat  doen ze niet door die cultuur af te wijzen, maar juist door haar goed te leren kennen. Ze  geloven dus dat het goed is – en Gods wil is – die kennis op te doen. Tegelijk zoeken ze een  manier om hun geloof te beleven, ze willen niet de eer geven aan andere goden. Hun kennis  is dankzij God, niet dankzij de Babylonische goden.  Daniël en zijn vrienden zijn een sterk voorbeeld van hoe God het goed vindt dat we onze  kennis uitbreiden en uitblinken in ons studiedomein. Kennis is op zichzelf niet verkeerd.  Ook is het goed onze cultuur – de wereld – te kennen. We tonen ons geloof in de wereld 

                                                        Chavalas, M.W., Matthews, V.H. & Walton, J.H., The IVP Bible Background Commentary. Old Testament, (Downers  Grove: Intervarsity Press, 2000), 730.  7 Ibid., 731.  6

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

16 


maar door de wereld te kennen en te dienen. Belangrijk is dat de kennis – alle kennis – niet  van onszelf komt, maar van God. 

Kerngedachte God geeft een studie en geeft de kennis. Het is goed om daarin uit te blinken en daardoor  hem de eer te geven. 

Mogelijke vragen O = observatie, I = interpretatie, A = applicatie (toepassing)    ƒ Waarin worden Daniël en zijn vrienden onderwezen? (O)  ƒ Waarom brengt Nebukadnezar voorwerpen uit de tempel naar de tempel van zijn god en  niet naar zijn paleis? (OI)  ƒ Welk genre is dit? (OI)  ƒ God maakt de hoofdeunuch “gunstig gezind”. Beïnvloedt God ons humeur? (OI)  ƒ Hoe belangrijk waren goden voor de Babyloniërs? (OI)  ƒ Waarom geeft de hoofdeunuch hen andere namen? (I)  ƒ Hadden alle dromen en visioenen betekenis voor de Babyloniërs? (I)  ƒ Wat wil Nebukadnezar bewijzen door het meenemen van de tempelvoorwerpen, het in  dienst nemen van Judeeërs, hen nieuwe namen geven? (I)  ƒ Waarom willen Daniël en zijn vrienden geen vlees en wijn? De voedselwetten verbieden  dit toch niet? (I)  ƒ Hoe staan Daniël en zijn vrienden tegenover de Babylonische cultuur en kennis? (I)  ƒ Sluiten Daniël en zijn vrienden compromissen? Waar trekken ze een lijn? (I)  ƒ Waar roept dit genre (meestal) en deze tekst toe op? (IA)  ƒ Daniël en zijn vrienden maken er geen probleem van om voor Babylonië te werken en een  naam te dragen die door de Babyloniërs is gegeven. Wiens naam draag jij, voor wie werk  jij, wie geef je macht over wat je doet? (A)  ƒ Daniël en zijn vrienden leren niet alleen de Babylonische kennis, ze blinken er ook in uit,  ze worden de beste. Waarin kan jij uitblinken als student, hoe kan je uitblinken? Hoe kan  je dat als Ichtusgroep? (A) 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

17 


Werkvormen

1) Personages: Haal bij een eerste observatie alle personages uit het verhaal. Wijs nu iedereen  (alleen of per paar mensen) een personage toe. Lees het verhaal nog een keer door of voor en   beschrijf dan de gebeurtenissen vanuit de ogen van dat personage. Vertel wat hij ziet, ervaart,  voelt, denkt, … Deze oefening kan helpen om beter te observeren. 

2) Verslag: Deel de kring op in een drietal groepjes. Laat elke groep van de gebeurtenissen in  de tekst een verslag maken, alsof het voor bv. een nieuwsuitzending zou zijn. Deze oefening  kan helpen bij zowel de observatie als de interpretatie.   

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

18 


2 // Genesis 1-2:3 Bijbelgedeelte 1:1 In het begin schiep God de hemel en de aarde. 2 De aarde was nog woest en doods, en  duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.   3 God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. 4 God zag dat het licht goed was, en hij  scheidde het licht van de duisternis; 5 het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij  nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.   6 God zei: ‘Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar  scheidt.’ 7 En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het  gewelf van het water erboven. 8 Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd  morgen. De tweede dag.   9 God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land  verschijnt.’ En zo gebeurde het. 10 Het droge noemde hij aarde, het samengestroomde water  noemde hij zee. En God zag dat het goed was.   11 God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei  bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. 12 De aarde bracht jong  groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad  erin. En God zag dat het goed was. 13 Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.   14 God zei: ‘Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de  nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, 15 en ze moeten dienen als  lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. 16 God  maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over  de nacht te heersen, en ook de sterren. 17 Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te  geven op de aarde, 18 om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van  de duisternis. En God zag dat het goed was. 19 Het werd avond en het werd morgen. De  vierde dag.   20 God zei: ‘Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het  hemelgewelf, moeten vogels vliegen.’ 21 En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten  levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En  God zag dat het goed was. 22 God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word  “Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

19 


talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’  23 Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag.   24 God zei: ‘De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en  wilde dieren.’ En zo gebeurde het. 25 God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al  het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was.   26 God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten  heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over  de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ 27 God schiep de mens als zijn  evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de  mensen. 28 Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de  aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de  hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ 29 Ook zei God: ‘Hierbij geef ik  jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn.  30 Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende  wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde  het. 31 God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was. Het werd  avond en het werd morgen. De zesde dag.     2   1 Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid. 2 Op de zevende dag had God  zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. 3 God zegende de  zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn  scheppingswerk.      

Achtergrondinformatie Genesis is het eerste boek van de Bijbel, het start met de schepping en eindigt met de dood  van Jozua. De eerste twee hoofdstukken van Genesis vertellen de ontstaansgeschiedenis van  de aarde en met name van de mens. In deze Bijbelstudie bekijken we enkel hoofdstuk 1. 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

20 


Het boek vermeldt geen schrijver. Mozes wordt gezien als de schrijver, samensteller of bron  van de tekst. Het doet er ook niet direct toe wie het boek schreef, de tekst blijft essentieel  voor Israel en voor ons als het gaat over het onze identiteit en onze relatie met God.  Walter Brueggemann herkent drie soorten van onderwijzen in het oude testament: Thora,  Profeten en Geschriften.  Thora‐onderwijs geeft ons identiteit, zekerheid over wie we zijn en  een gevoel van veiligheid door de zorg van God die was, en is, en altijd zal zijn. De profeten:  dit onderwijs vraagt ons hoe wij in het leven staan, het schudt ons wakker. De geschriften  leren ons wat wijsheid en een goed leven is. Het leert ons samen te leven in Gods wereld8.  Genesis is overduidelijk een onderdeel van het Thora‐onderwijs. Het vertelt ons waar we  vandaan komen, wie we zijn en waarom we zijn.    Genesis vertelt de ontstaansgeschiedenis van de aarde, de mensheid en met name Israel.  Andere culturen uit dezelfde regio en periode hadden ook hun versie van een  ontstaansgeschiedenis, we hebben het dan met name over Egyptische en Babylonische  verhalen. Er zijn wel opvallende verschillen aan te wijzen tussen het scheppingsverhaal in  Genesis en de ontstaansgeschiedenissen van de omliggende volken.  De belangrijkste  verschillen:  •

Het licht wordt op de eerste dag geschapen en de zon op de vierde dag. Licht en de  bron van licht worden uit elkaar gehaald hoewel men uiteraard wist dat de zon voor  het licht zorgde. Hiermee wordt benadrukt dat de zon een schepsel is en geen macht  of god zoals in omliggende volken werd gedacht. De naam van de zon en de maan  wordt zelfs niet genoemd. De tekst spreekt van een groter en een kleiner licht. De zon  en de maan zijn schepselen van God en moeten zo behandeld worden, dat gold toen  en dat geldt nu (denk bijvoorbeeld aan horoscopen. 9 

Schepping volk versus mensheid. De meeste ontstaansgeschiedenissen van de  omringende volken verklaren enkel het ontstaan van dat volk. In de Bijbel gaat het  over de schepping van de gehele mensheid. Later in het boek Genesis gaat het  specifiek over Israel, maar hier is daar nog geen sprake van. De gehele mensheid is  onderdeel van Gods plan10. 

                                                        Shortt, J. & Smith, D. I. Bible‐Shaped Teaching, 52‐55.   Peskett, H. & Ramachandra, V. The Message of Mission. TBST, (Leicester: InterVarsity Press, 2003), 35.  10 Ibid., 37.  8 9

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

21 


Schepping mens gepland versus ongelukje. De schepping van de mens is de kroon op  het scheppingswerk van de voorgaande dagen. In andere verhalen is de mens vaak  een ongelukje, ontstaan in de strijd tussen de goden. Of de mens is een aanvulling  achteraf, om voor de goden te werken11. 

Rust weg van werk versus rust genietend van werk. In andere verhalen rusten de  goden ook na het scheppen, maar daar betekent rust vaak ontkomen aan de aarde en  de mensen, in Genesis rust God juist in zijn schepping en met de mens12. 

Mensen moeten voorzien in eten goden versus God voorziet mens van eten. In het  Bijbelse scheppingsverhaal benadrukt God welk voedsel voor de mens bedoeld is. Dit  is niet zo zeer om voorschriften te geven, het geeft eerder aan dat God voorziet in  eten voor de mens. In andere verhalen is het vaak andersom, mensen moeten werken  om de goden te voorzien van eten. God heeft niets nodig volgens het  scheppingsverhaal in Genesis.  

Vruchtbaarheid door zegen en opdracht God versus door rituelen. God zegent dieren  en mensen en geeft ze de opdracht om vruchtbaar te zijn. Hier is het weer God die  voorziet en zegent en niet mensen die door rituelen en bezweringen voor  vruchtbaarheid moeten zorgen13. 

Er is een parallel te vinden tussen dag 1 en 4, 2 en 5, en 3 en 6. 

Verduidelijking   1  “In het begin”. Dit geeft geen punt in de tijd aan, eerder een periode. De initiële periode  waarin de wereld tot stand kwam14.    Het werkwoord scheppen. Het duidt op het geven van een functie aan wat geen functie en  geen doel heeft. Wanneer God herhaaldelijk zegt dat het ‘goed’ is, geeft dit aan dat de  schepping functioneert zoals het bedoeld was15.                                                          Ibid., 36.   Ibid., 44‐48.  13 Ibid., 35  14 Walton, J. H. The Lost World of Genesis One. Ancient Cosmology and  the Origin Debate, (Downers Grove, IL:  InterVarsity Press, 2009), 44‐45.  11 12

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

22 


27 God schiep de mens naar zijn evenbeeld. Het was een bekend gebruik dat een koning in zijn  koninkrijk houten of stenen afbeeldingen van zichzelf zette. Dit was een symbool van zijn  heerschappij in dat gebied16. Dit is wat God op aarde doet, Hij maakt mensen die zijn beeld  zijn, zijn vertegenwoordigers op aarde. Het idee dat koningen het beeld waren van goden  was bekend, maar hier zijn alle mensen, man en vrouw, van elk volk, elke stand, Gods  vertegenwoordiger. Hetzelfde begrip van beelddrager zie je ook terug bij de aanbidding van  afgodsbeelden. Deze beelden worden aanbeden omdat ze de essentie van de god bevatten.  Dit wil niet zeggen dat het beeld fysiek lijkt op de god of kan wat de god kan. Het wil  zeggen dat het werk van de god wordt verwezenlijkt door het beeld. In dit geval wil dat dus  zeggen dat mensen het werk van God mogen uitvoeren op aarde.    Vers 28 “Breng haar onder je gezag”. Dit betekent: de functie die de schepping kreeg uitwerken, haar  tot bloei laten komen. Heersen moet hier gezien worden in het licht van het feit dat de mens  geschapen is naar zijn evenbeeld, als Gods afgevaardigde. Het ‘heersen’ is dus zoals God  heerst, met het goede voor de schepping voor ogen17.    Vers 31: En God zag dat het zeer goed was. Dit zegt God niet over de mens, dit zegt God als  hij het geheel bekijkt van wat Hij heeft geschapen.    

Plaats binnen ‘geloof in de wereld’ Wanneer we nadenken over ‘geloof in de wereld’ kunnen we best stilstaan bij deze wereld  en de mensen die haar bevolken. Hoe God kijkt naar beiden en wat Hij als doel aan beide  meegeeft, zijn twee van de vragen waar dit gedeelte op ingaat.  

                                                                                                                                                                        Ibid., 50.   Peskett, H. & Ramachandra, V. The Message of Mission. TBST, (Leicester: InterVarsity Press, 2003), 35.  17 Carson, D. A., France, R. T., Motyer, J. A. eds. New Bible Commentary. 4rd ed, (Leicester: InterVarsity Press, 1994).  15 16

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

23 


Kerngedachte Dit is Gods schepping, waarin Hij alles een functie toewijst. Wij mensen, geschapen naar zijn  beeld, zijn geroepen om, als zijn afgevaardigden, zorg te dragen voor heel zijn schepping,  zoals Hij dat zou doen. 

Mogelijke vragen O = observatie, I = interpretatie, A = applicatie (toepassing)    ƒ Welke structuur zie je in de tekst, zoek de herhalingen in de verschillende dagen. (O)  ƒ Welke functies krijgen de verschillende zaken die geschapen worden, waarvoor zijn ze er,  wat moeten ze gaan doen? (O)  ƒ Welk genre is dit? (OI)  ƒ Welke taken krijgt de mens? (I)  ƒ Welk genre is deze tekst? (O)  ƒ Welke werkwoorden worden gebruikt om het handelen van God te omschrijven? (O)  ƒ Welke verandering in woordkeuze zie je wanneer God mensen maakt? Wat zou dit  kunnen betekenen? (OI).  ƒ Wat wil de schrijver de oorspronkelijke lezer duidelijk maken? (I)  ƒ Welk beeld van God krijg je in deze tekst? (I)  ƒ Wat houden de taken die de mens krijgt precies in? (I)  ƒ Wat is de betekenis en het belang van de verschillen tussen het scheppingsverhaal in  Genesis en andere ontstaansgeschiedenissen? (I)  ƒ Wat betekent het dat jij vertegenwoordiger van God bent op aarde? (A)  ƒ Wat betekent het feit dat alle mensen beelddrager zijn voor ons omgaan met  andersdenkenden, mensen met een beperking, mensen met een andere culturele  achtergrond? (A)  ƒ Wat betekent het voor jou om ‘de aarde onder je gezag te brengen’? (A). 

Werkvormen  

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

24 


1) Identiteit: Descartes’ gevleugelde woorden zijn: ‘Je pense, donc je suis’. Dit is een zeer  identiteitsgerelateerde uitspraak. Laat je groep, vanuit dit gedeelte en met de observaties en  interpretaties, nadenken over ‘…, dus ik ben’. Laat hen zeggen wat vanuit deze tekst dus een  goeie vervanging zou zijn voor ‘ik denk, dus ik ben’. Hierdoor laat je hen nadenken over  identiteit vanuit Genesis 1 en 2; vanuit een gedeelte dat zeer diep ingaat op die vraag: ‘wie  zijn wij?’.    2) Open brief: Prins Charles zegt dat: ‘Genesis provides a licence to exploit the environment  by implying that the world was created to be at man’s disposal.’18 Schrijf een open brief naar  een krant als reactie op zijn uitspraak.      

                                                        In een voorwoord voor het boek ‘Save the Earth’. Bron: http://creation.com/focus‐144 

18

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

25 


3 // Lucas 7: 36-50 Bijbelgedeelte 36 Een van de farizeeën nodigde hem uit voor de maaltijd, en toen hij het huis van de  farizeeër was binnengegaan, ging hij aan tafel aanliggen. 37 Een vrouw die in de stad  bekendstond als zondares had gehoord dat hij bij de farizeeër thuis zou eten, en ze ging naar  het huis met een albasten flesje met geurige olie. 38 Ze ging achter Jezus staan, aan het  voeteneinde van het aanligbed; ze huilde en zijn voeten werden nat door haar tranen. Ze  droogde ze met haar haar, kuste ze en wreef ze in met de olie. 39 Toen de farizeeër die hem  had uitgenodigd dit zag, zei hij bij zichzelf: Als hij een profeet was, zou hij weten wie de  vrouw is die hem aanraakt, dat ze een zondares is. 40 Maar Jezus zei tegen hem: ‘Simon, ik  heb je iets te zeggen.’ ‘Meester, spreek!’ zei hij. 41 ‘Er was eens een geldschieter die twee  schuldenaars had: de een was hem vijfhonderd Denarie schuldig, de ander vijftig. 42 Omdat  ze het geld niet konden terugbetalen, schold hij beiden hun schuld kwijt. Wie van de twee  zal hem de meeste liefde betonen?’ 43 Simon antwoordde: ‘Ik veronderstel degene aan wie  hij het grootste bedrag heeft kwijtgescholden.’ Hij zei tegen hem: ‘Dat is juist geoordeeld.’  44 Toen draaide hij zich om naar de vrouw en vroeg aan Simon: ‘Zie je deze vrouw? Ik ben  in jouw huis te gast, en je hebt me geen water voor mijn voeten gegeven; maar zij heeft met  haar tranen mijn voeten natgemaakt en ze met haar haar afgedroogd. 45 Je hebt me niet  begroet met een kus; maar zij heeft, sinds ik hier binnenkwam, onophoudelijk mijn voeten  gekust. 46 Je hebt mijn hoofd niet met olie ingewreven; maar zij heeft met geurige olie mijn  voeten ingewreven. 47 Daarom zeg ik je: haar zonden zijn haar vergeven, al waren het er  vele, want ze heeft veel liefde betoond; maar wie weinig wordt vergeven, betoont ook weinig  liefde.’ 48 Toen zei hij tegen haar: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’ 49 Zijn tafelgenoten dachten  bij zichzelf: Wie is hij, dat hij zelfs zonden vergeeft? 50 Hij zei tegen de vrouw: ‘Uw geloof  heeft u gered; ga in vrede.’ 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

26 


Achtergrondinformatie Genre Er is aardig wat debat over de vraag waar de evangeliën als genre thuishoren, maar het  populairste en meest verdedigbare voorstel is om hen onder te brengen bij de biografieën19.  Dit genre is niet te verwarren met ons hedendaagse concept van biografieën. Veel van de  elementen die wij erin zouden verwachten, zoals ontwikkeling & scholing van het  hoofdpersonage en chronologische weergave van gebeurtenissen zijn niet aanwezig20. In  tegenstelling tot het merendeel van de antieke biografieën, bevatten de evangeliën enkele  unieke kenmerken. Zo zijn ze doorgaans anoniem en combineren ze onderwijs en actie21.  Belangrijk te weten is dat het onderwijs niet direct tot ons komt (zoals eerder het geval is in  brieven), maar veeleer impliciet door de gesprekken, de interactie tussen de personages.  Daarom is het ook cruciaal het hele verhaal  indachtig te zijn22.    Middenin dit Bijbelgedeelte zit er ook nog een parabel. Een parabel is specifieke  verhaalvorm met meer dan 1 betekenis. Jezus gebruikt ze vaak als ‘wapen’ tegen zijn  tegenstanders en hij legt er vaak de principes van het koninkrijk van God mee uit23. Parabels  zijn vaak uit het leven gegrepen, al hebben ze ook vaak elementen die kunnen shockeren24.  Het shockerende ontgaat ons vaak omdat we de parabels kennen en omdat we de context  niet goed begrijpen25. Voor interpretatie is een goed begrijpen van de context dus cruciaal.  Parabels roepen de hoorder vaak op tot het vellen van een oordeel over de gebeurtenissen in  de parabel en daaruit volgend ook over de reële situatie, een verandering van denken is vaak  het doel26.   

Lukas

                                                        D. A. Carson & Douglas. J. Moo, An Introduction to the New Testament, 2nd ed. (Leicester: IVP, 2005), 113‐115   Ibid.  21 Ibid.  22 Darrell L. Bock, Luke, IVPNTCS, (Downers Grove, IL: IVP, 1994), 15  23 Joel B. Green, Scot McKnight & I. Howard Marshal, eds., “Parable,” in Dictionary of Jesus and the  Gospels.(Downers Grove, IL: IVP, 1992).  24 Ibid.  25 Ibid.  26 Ibid.  19 20

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

27 


Door onderzoek en historisch bewijsmateriaal kan met het auteurschap van dit evangelie  terugvoeren op Lukas27. Zijn naam is evenwel niet vermeld in het boek. Lukas is geen  ooggetuige van de zaken die hij beschrijft, maar hij beschrijft ze eerder na ze onderzocht te  hebben en gecheckt te hebben bij ooggetuigen28.    Van alle evangeliën zou men kunnen stellen dat het evangelie van Lukas het meest  pluralistisch is29 en daarom zeer passend in ons jaarthema. Lukas beschrijft namelijk hoe de  beloftes van God zich uitbreiden naar de heidenen, daarenboven legt hij uit hoe Jezus’  onderwijs zich verhoudt tot de ontwikkeling van die nieuwe gemeenschap die de kerk zou  worden30.    Dit is ook meteen een van de doelen van het evangelie: hoewel dit veel meer aanbod komt in  Handelingen, begint in Lukas reeds de theologische verdediging van het feit dat heidenen er  bij horen in Gods plan31.   

Verduidelijking   Dit verhaal vertoont vele gelijkenissen met Matteus 26, Marcus 14 en Johannes 12. De  verschillen (hoofd vs. voeten, vermelding van verkwisting in de andere gedeeltes, Simon die  aan huidvraat leidt vs. Simon de schriftgeleerde, enz.) doen vermoeden dat het hier om een  unieke gebeurtenis in het leven van Jezus gaat32.    36-37 In de gedeeltes hiervoor heeft Jezus veel wonderen verricht en wordt hij bekend.  Daarenboven krijgt hij het verwijt van Farizeeën dat hij eet en drinkt met zondaars.                                                            Bock, D.L. Luke, IVPNTCS, (Downers Grove, IL: IVP, 1994), 17.   Ibid., 17  29 Ibid., 16  30 Ibid., 16  31 Ibid., 20  32 Bock, D. L. Luke, IVPNTCS, (Downers Grove, IL: IVP, 1994), 141  27 28

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

28 


‘Een vrouw die in de stad bekendstond als zondares’. Veelal wordt deze vrouw bestempeld  als een prostitué, maar haar zonde wordt niet vermeld in de tekst. Hoewel de vrouw in dit  gedeelte in de kerkgeschiedenis en in de kunst vaak wordt vereenzelvigd met Maria  Magdalena, is het niet waarschijnlijk dat zij en deze vrouw dezelfde zijn. Maria Magdalena  wordt namelijk als nieuw personage geïntroduceerd in het volgende hoofdstuk33.    Cultureel gezien was het niet vreemd om een banket (discussiegroep of kring) waar een  geleerde was uitgenodigd34 open te stellen. Men zou hier kunnen denken aan een  binnenplaats die uitgeeft op de straat35. Misschien had de vrouw ook gehoord dat Jezus daar  zou aanliggen en was ze al aanwezig op de locatie of is ze samen met Jezus binnengekomen  en hield ze zich in het begin op de achtergrond36.    38-39 ‘Ze ging achter Jezus staan’. Dit was namelijk door de opstelling van de aanligbedden (een  U‐vorm met de hoofden naar binnen en de voeten naar buiten)37 de enige plek waar ze bij  kon. Dat ze Jezus kust is shockerend in de cultuur, maar het feit dat ze haar haar losmaakt  nog veel meer. Volgens de Talmoed was het publiekelijk losmaken van haar genoeg reden  om van een vrouw te scheiden38. Als volwassen vrouw had ze volgens de conventies  getrouwd moeten zijn, het feit dat ze haar haar losmaakt en hiermee Jezus’ voeten droogt,  geeft haar lage sociale en religieuze status aan39. Vanuit de interne monoloog van Simon  kunnen we misschien zijn ware intenties voor het uitnodigen van Jezus opmaken.    40  ‘Maar’. Ineens zijn alle ogen op Jezus gericht en Jezus wordt direct; voor de eerste keer valt  Simons naam. ‘Simon, ik heb je iets te zeggen’. Deze zin zou kunnen betekenen dat Jezus  toestemming vraagt om te spreken, maar dezelfde zin wordt nog steeds gebruikt in het 

                                                        Ibid., 141   Bailey, K. Through Peasant Eyes. (Grand Rapids: Eerdmans, 1980), 3‐4  35 Ibid., 4  36 Ibid., 7  37 Keener, C. S. The IVP Old Testament Background Commentary. (Downers Grove, IL: IVP, 1993)  38 Bailey, K. Through Peasant Eyes. (Grand Rapids: Eerdmans, 1980), 9  39 Keener, C. S. The IVP Old Testament Background Commentary. (Downers Grove, IL: IVP, 1993)  33 34

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

29 


Midden Oosten om aan te geven dat je iets gaat zeggen wat de ander niet wil horen40. En  Jezus begint aan een parabel.    41-42 Jezus vertelt een parabel van twee mensen met een schuld. De ene is 50 Denarie  verschuldigd, de ander 500. Het eerste bedrag komt ongeveer met ongeveer 2 maandlonen,  het tweede met het loon van ongeveer een jaar en half41. Beide kunnen niet terugbetalen,  beiden wordt de schuld kwijtgescholden. In alle drie zaken (schuld, onvermogen te betalen  en kwijtschelding) zijn ze dus hetzelfde, enkel de grootte van de schuld is anders42. Jezus’  verhaal draait om de emotie, hij vraagt het publiek zich voor te stellen hoe groot de liefde en  de dankbaarheid is van iemand van wie zoveel schuld kwijtgescholden is43.    43-46 Jezus legt het verhaal uit en zegt dat deze vrouw alles heeft gedaan wat Simon niet heeft  gedaan of cultureel had moeten doen44. Maar cultureel overschrijdt Jezus hier ook enkele  grenzen, is Hij ook grof. Hoe mager het welkom ook was, van gasten werd cultureel  verwacht om vol lof te zijn over het ontvangst, wat Jezus deed was ongehoord45.    Jezus richt zich tot Simon, terwijl hij naar de vrouw kijkt. Dit is een bevestiging voor haar en  moet ook invloed hebben op de toon waarmee we Jezus’ reactie aan Simon lezen, deze moet  zachter zijn, dan wanneer Hij hem had aangekeken46.    47-48 ‘Want’ in vers 47 is verwarrend. Dit doet geloven dat haar zonden haar vergeven zijn  omwille van haar daad van dankbaarheid. Maar niet alle vertalingen geven het zo weer.  Willibrord vertaalt bijvoorbeeld: ‘dat haar vele zonden vergeven zijn, getuige haar grote  liefde.’ De interne coherentie van het verhaal gebiedt ook dat de vergeving voorafgaat aan                                                          Bailey, K. Through Peasant Eyes.(Grand Rapids: Eerdmans, 1980), 12   Bock, D. L. Luke, IVPNTCS, (Downers Grove, IL: IVP, 1994), 142  42 Bailey, K. Through Peasant Eyes.(Grand Rapids: Eerdmans, 1980), 12  43 Bock, D. L. Luke, IVPNTCS, (Downers Grove, IL: IVP, 1994), 142  44 Keener, C. S. The IVP Old Testament Background Commentary. (Downers Grove, IL: IVP, 1993)  45 Bailey, K. Through Peasant Eyes.(Grand Rapids: Eerdmans, 1980), 14‐15  46 Ibid., 16  40 41

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

30 


de dankbaarheid, niet andersom. In de parabel die Jezus vertelt gaat de vergeving immers  vooraf aan de liefdevolle reactie, zo ook in vers 5047. De daden van de vrouw bevestigen de  vergeving die eraan vooraf is gegaan en Jezus weet hiervan. Jezus contrasteert hetgeen de  vrouw doet met hetgeen Simon niet doet.    49-50 De andere gasten citeren Jezus fout. Jezus stelt in vers 47 en 48 alleen dat haar zonder haar  vergeven zijn (verleden tijd, passief)48. ‘Wie is Hij?’, is wel de vraag die speelt in dit  hoofdstuk en het voorgaande. Door aan te geven dat Hij inzicht heeft in wiens zonden  vergeven zijn, beantwoordt Hij een deel van de vraag. Daarenboven geeft Hij ook aan dat Hij  Simons twijfel uit vers 39 over Jezus’ al dan niet profeet zijn ver overstijgt.    ‘Uw geloof heeft u gered’. Dit vers geeft wederom aan dat het haar geloof is dat haar redt en  niet deze daad van dankbaarheid. Deze komt hieruit voort. 

Plaats binnen ‘geloof in de wereld’ Wanneer we nadenken over ‘Geloof in de wereld’ dan is het belangrijk dat we nadenken hoe  we als groep (Ichtusgroep, kring, enz.) mensen verwelkomen, ongeacht hun status, geslacht  of huidskleur.    Daarenboven moeten we, wanneer we nadenken over geloof in de wereld, ook onszelf onder  de loep nemen. Hoe kijken we naar mensen? Is het een ‘wij’ vs. ‘zij’ verhaal? Goed vs. slecht,  christen vs. niet‐christen? Of zijn we allen zondaars in nood aan vergeving? 

Kerngedachte Jezus aanvaardt de dankbetuiging van een berouwvolle zondares en verwelkomt haar.  Hierdoor nodigt hij religieuze mensen na te denken over (hun) zonde, over heiligheid, over  hun welkom en over hun reactie op zijn aangeboden liefde en aanvaarding. 

                                                        Ibid., 17‐18   Ibid., 17 

47 48

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

31 


Mogelijke vragen O = observatie, I = interpretatie, A = applicatie (toepassing)    ƒ Wat valt jullie op in de tekst? (O)  ƒ Wat wordt herhaald? Zowel inhoudelijk, als tekstueel? (O)  ƒ Welke structuur vind je in de tekst? (O)  ƒ Wees een journalist! Wie? Wat? Waar? Waarom? En ook hoe?(O)  ƒ Wat is de context? Wat gebeurt er hiervoor? (O)  ƒ Wat roept vragen op? (O)  ƒ Welk genre is dit? (OI)  ƒ Wat zijn hoofdthema’s in dit tekstgedeelte? (I)  ƒ Waarom is het cruciaal dat Simon (en zijn gasten) begrijpen wat deze vrouw doet en  waarom Jezus zo reageert? (I)  ƒ Wat is Jezus’ doel met het vertellen van de parabel? (I)  ƒ Wat zijn Simons zonden? (I)  ƒ Hoe wordt Jezus hier voorgesteld, neergezet? Wie is Jezus volgens deze tekst? (I)  ƒ Hoe worden ‘welkom’, ‘heiligheid’ en ‘dankbaarheid’ voorgesteld in deze tekst? (I)  ƒ Wat zijn de hoofdredenen dat deze tekst hier staat? Wat hoopt de auteur te bereiken? (I)  ƒ Probeer dit stuk samen te vatten in één zin en probeer hiermee recht te doen aan de tekst,  je observaties en interpretaties. Probeer binnen je kring tot consensus te komen. (I)  ƒ Waar roept dit genre (meestal) en deze tekst toe op? (IA)  ƒ Mogen mensen jullie kring onderbreken? (A)  ƒ Hoe verwelkomend is jullie kring? (A)  ƒ Heb jij je ooit al eens geestelijk superieur gevoeld tegenover anderen? Wat heb je met deze  gevoelens en gedachten gedaan? (A)  ƒ Wat sprak je aan? Wat heb je geleerd over jezelf of over je kring? Wat ga je hiermee doen?  Wat gaan jullie hiermee doen?(A)  ƒ Wat heb je geleerd over God? Wat ga je doen hiermee? (A)  ƒ Leidt deze tekst jullie tot schuldbelijdenis? (A) Zo ja, neem hier dan tijd voor als groep.   

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

32 


Werkvormen   1) Deze werkvorm vraagt wat moed, geheimhouding en goede voorbereiding. Vraag als  kringleider(s) één van je vrienden. Het is belangrijk dat de andere kringleden deze persoon  niet kennen. Vraag je vriend/in om op het moment van je kring langs te komen. Hij/zij kan  vragen of hij/zij mag meedoen. Hij/zij kan ineens een groot probleem willen vertellen. Doel is  om de kringleden te laten nadenken over hoe verwelkomend ze zijn als individuen en als  groep.    2) Ter inleiding kan je de groep laten nadenken over de volgende vragen:    ‐ Heb je ooit onwelkom gevoeld in een groep?  ‐ Heb je ooit al het gevoel gehad dat er op je werd neergekeken?  ‐ Heb je ooit het gevoel gehad dat je niet de juiste achtergrond had voor een groep. Niet de  juiste kerkelijke achtergrond, niet de juiste opleiding, niet de juiste raciale achtergrond, niet  het juiste geslacht, …?    3) Een oefening die zich bevindt op de grens tussen observatie en interpretatie. Kies één van  de volgende liederen die te vinden zijn op YouTube (best de tekst voorzien voor de  kringleden).    ‐ ‘Beautiful to me’ door Don Francisco  ‐ ‘Maria’ door Elly en Rikkert  ‐ ‘Alabaster Box’ door CeCe Winans    Vergelijk de tekst van het lied (en ook de sfeer, de muziek van het lied) met het tekstgedeelte  uit Lucas 7. Vergelijk de twee met elkaar. Wat zijn de gelijkenissen en de verschillen? Heeft  de artist goed werk geleverd? Beargumenteer vanuit het tekstgedeelte.   

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

33 


4 // Matteüs 27: 57-28:20 Bijbelgedeelte 27:57 Toen de avond gevallen was, arriveerde er een rijke man die uit Arimatea afkomstig was. Hij heette Josef en was ook een leerling van Jezus geworden. 58 Hij meldde zich bij Pilatus en vroeg hem om het lichaam van Jezus. Hierop gaf Pilatus bevel het aan hem af te staan. 59 Josef nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver linnen 60 en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen. Toen rolde hij een grote steen voor de ingang van het graf en vertrok. 61 Maria uit Magdala en de andere Maria bleven achter, ze waren tegenover het graf gaan zitten. 62 De volgende dag, dus na de voorbereidingsdag, gingen de hogepriesters en de farizeeën samen naar Pilatus. 63 Ze zeiden tegen hem: ‘Heer, het schoot ons te binnen dat die bedrieger, toen hij nog leefde, gezegd heeft: “Na drie dagen zal ik uit de dood opstaan.” 64 Geeft u alstublieft bevel om het graf tot de derde dag te bewaken, anders komen zijn leerlingen hem heimelijk weghalen en zullen ze tegen het volk zeggen: “Hij is opgestaan uit de dood,” en die laatste leugen zal nog erger zijn dan de eerste.’ 65 Pilatus antwoordde: ‘U kunt bewaking krijgen. Ga nu en regel het zo goed als u kunt.’ 66 Ze gingen erheen en beveiligden het graf door het te verzegelen en er bewakers voor te zetten.

28 1 Na de sabbat, toen de ochtend van de eerste dag van de week gloorde, kwam Maria uit Magdala met de andere Maria naar het graf kijken. 2 Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten. 3 Hij lichtte als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw. 4 De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer. 5 De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken. 6 Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft. 7 En ga nu snel naar zijn leerlingen en zeg hun: “Hij is opgestaan uit de dood, en dit moeten jullie weten: hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zul je hem zien.” Dat is wat ik jullie te zeggen had.’ 8 Ontzet en opgetogen verlieten ze haastig het graf om het aan zijn leerlingen te gaan vertellen. 9 Op dat moment kwam Jezus hun tegemoet en groette hen. Ze liepen op hem toe,

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

34 


grepen zijn voeten vast en bewezen hem eer. 10 Daarop zei Jezus: ‘Wees niet bang. Ga mijn broeders vertellen dat ze naar Galilea moeten gaan, daar zullen ze mij zien.’ 11 Terwijl de vrouwen onderweg waren, gingen enkele van de bewakers naar de stad. Daar vertelden ze de hogepriesters alles wat er gebeurd was. 12 Die vergaderden met de oudsten en besloten de soldaten een flinke som geld te geven 13 en hun op te dragen: ‘Zeg maar: “Zijn leerlingen zijn ’s nachts gekomen en hebben hem heimelijk weggehaald terwijl wij sliepen.” 14 En mocht dit de prefect ter ore komen, dan zullen wij hem wel bepraten en ervoor zorgen dat jullie buiten schot blijven.’ 15 Ze namen het geld aan en deden zoals hun was opgedragen. En tot op de dag van vandaag doet dit verhaal onder de Joden de ronde. 16 De elf leerlingen  gingen naar Galilea, naar de berg die Jezus hun had genoemd, 17 en toen ze hem zagen  bewezen ze hem eer, al twijfelden enkelen nog. 18 Jezus kwam op hen toe en zei: ‘Mij is alle  macht gegeven in de hemel en op de aarde. 19 Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn  leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, 20 en  hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit  voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’      

Achtergrondinformatie49 Net als de andere evangeliën wordt Matteüs tot het genre bios of antieke biografie gerekend.  Dit onderscheid met een gewone biografie is van belang, omdat in de Oudheid anders werd  omgegaan met bronmateriaal. Bij Matteüs is de meest opvallende ingreep dat de  gebeurtenissen niet chronologisch zijn gerangschikt, maar volgens thema.  Wie exact de auteur is, is onduidelijk. In het evangelie zelf staan geen aanwijzingen over het  auteurschap, het is de kerkelijke traditie die het boek heeft toegewezen aan Matteüs. Wat we  wel met tamelijk grote zekerheid kunnen zeggen over de auteur, is dat hij zeer onderlegd  was in de schriften, dus een training als schriftgeleerde had gehad. Hij hanteert het OT met  veel kennis van zaken, waarbij hij steeds benadrukt hoe Jezus de schriften vervult.  Matteüs is waarschijnlijk met een dubbel doel geschreven: als handboek voor nieuwe  christenen, zowel jood als heiden, en als respons op de groeiende macht van de Farizeeën 

                                                        Keener, C. S. The IVP New Testament Background Commentary, (Downers Grove, IL: InterVarsity Press, 1993), 842. 

49

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

35 


(tijdens Jezus’ tijd waren eigenlijk voornamelijk de Sadduceeën machtig). Matteüs geeft  christenen argumenten tegenover de farizeïsche positie.  Meer dan de andere evangeliën focust Matteüs op de leer van Jezus: discipelschap, het  koninkrijk van God, ethiek en zending. Daarbij gaat hij er uitgebreid op in hoe dit in het  verlengde ligt van oudtestamentische beloften.  Gewoonlijk wordt Matteüs opgedeeld in vijf stukken, vijf verschillende thematische  gedeeltes, plus een proloog en een epiloog. Deze tekst komt uit de epiloog, die het lijden en  de opstanding omvat. Laat je niet misleiden door het woord epiloog: dit is geen gedeelte dat  er ook nog is aangeplakt om alle verhaallijnen netjes af te werken zodat het een gesloten  einde is. Integendeel, dit is het deel dat ertoe moet aanzetten al het voorgaande in praktijk  om te zetten. Dit is dus een heel activerend gedeelte. 

Verduidelijking   7, 10 Het is betekenisvol dat vrouwen hier de opdracht krijgen om het goede nieuws te gaan  vertellen aan de andere leerlingen. Het getuigenis van vrouwen werd namelijk niet  geloofwaardig geacht. In een rechtbank zou een vrouwelijke ooggetuige dus nooit worden  opgevoerd. Jezus gaat hier duidelijk in tegen deze minachting door vrouwen juist de eerste  getuigen te maken50.    14 In slaap vallen tijdens hun taak zou de wachters normaal op een zware straf komen te staan,  allicht zelfs de doodstraf. De priesters gaan hier dus ver in hun vraag51.    16 Bergen zijn in de bijbel vaak ontmoetingsplaatsen met God. Het feit dat Jezus zijn leerlingen  op een berg ontmoet, benadrukt dus zijn goddelijkheid52.    19                                                         Ibid., 130.   Ibid., 130.  52 Ibid., 130  50 51

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

36 


Een betere vertaling voor “ga dus op weg” is “waar je gaat” (of letterlijk: “gaande”). Er zit  dus niet noodzakelijk een ondertoon in van “ga ver weg”. Het gaat om “waar je bent”.  Hetzelfde geldt voor dopen en leren: er staat “hen dopende en lerende”. Het centrale bevel is  “maak leerlingen”53.    Andere rabbi’s hadden ook leerlingen. Wanneer die leerlingen dan zelfstandig werden – zelf  rabbi werden – maakten ze zelf opnieuw leerlingen. Jezus verandert deze dynamiek: de  leerlingen moeten geen leerlingen voor henzelf maken, maar leerlingen van Jezus54. 

Plaats binnen ‘geloof in de wereld’ In dit gedeelte staat de tekst die voor velen vast bekend is onder de naam “het grote  zendingsbevel”. Los van het feit dat deze naam allicht pas in de 17de eeuw is ontstaan55, valt  het niet te weerspreken dat hier de opdracht wordt gegeven geloof in de wereld te brengen  of beter nog, geloof in de wereld te belichamen, te zijn. De leerlingen krijgen hier het  mandaat het koninkrijk van God te tonen en zo meer discipelen te maken. 

Kerngedachte Jezus’ leerlingen worden opgeroepen om zijn geboden – het koninkrijk van God – zo uit te  leven, dat ze anderen ook tot leerlingen van Jezus kunnen maken. 

Mogelijke vragen O = observatie, I = interpretatie, A = applicatie (toepassing)    ƒ Waarom zijn er wel vrouwelijke leerlingen aan het graf, maar geen mannelijke? (27:61)  (O)  ƒ Wat verwachten de vrouwen als ze naar het graf gaan? (O)  ƒ Waarom vallen de wachters van schrik neer en blijven de vrouwen rustig staan? (O)  ƒ Waarom zijn er twee zendingen aan de vrouwen? (ze worden zowel door een engel als  door Jezus erop uitgestuurd om het goed nieuws te vertellen aan de anderen) (O)                                                          http://beingekklesia.wordpress.com/2008/01/24/go‐make‐disciples‐matthew‐2819‐20/   Keener, C. S. The IVP New Testament Background Commentary, (Downers Grove, IL: InterVarsity Press, 1993), 131.  55 http://en.wikipedia.org/wiki/Great_Commission#Etymology  53 54

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

37 


ƒ Waarom moeten ze terug naar Galilea? Kan Jezus hen niet in Jeruzalem ontmoeten? (O)  ƒ Waarom is de ontmoeting op een berg en niet bv. aan een meer? (O)  ƒ Welk genre is dit? (OI)  ƒ Wat is een “leerling van Jezus”? (I)  ƒ “Enkelen twijfelden”. Kan je een leerling zijn van Jezus terwijl je nog aan hem twijfelt? (I)  ƒ Wat is “alles wat ik jullie heb opgedragen”? (28:20) (cfr. achtergrond: de epiloog in  verhouding tot de rest van het evangelie) (I)  ƒ Waarom staat het verhaal van wat de priesters doen hier verweven door het verhaal van  de opstanding? (I)  ƒ Waar roept dit genre (meestal) en deze tekst toe op? (IA)    ƒ “Waar je bent, maak daar leerlingen van Jezus.” Waar ben jij, welk terrein heb jij gekregen  om het koninkrijk van God uit te dragen? Welke plaats heeft jullie Ichtusgroep gekregen  om het koninkrijk te openbaren? (A)  ƒ “Je houden aan alles wat ik je heb opgedragen.” Waarin kan je Jezus tonen, alleen en als  groep? (A) 

Werkvormen 1) Woordspin: Maak als inleiding een woordspin rond “discipel”. (Schrijf het woord op een blad  en laat je kringleden er rond schrijven waar ze aan denken bij dat woord.) Kom er later (bij de  interpretatie) op terug. Kwamen de aanvankelijke verwachtingen overeen met de tekst? Wat  hebben jullie niet opgeschreven? Wat heb je bijgeleerd? Hoe verandert dat je houding? (Wees  hierbij voorzichtig dat je je bij de interpretatie niet laat leiden door wat je al had opgeschreven,  maar door de tekst!)    2) Structuur: Geef iedereen de tekst op een blad, zonder alinea’s, zonder versnummering, zonder  tussentitels. Laat hen een structuur aanbrengen: hoe zou je deze tekst verdelen? Geef elk deel  een titel of formuleer de kern in een paar woorden.    3) Manuscriptstudie: Als je structuur aanbrengen moeilijk vindt, kan je eerst een strakke  manuscriptstudie doen: duidt de volgende dingen aan (telkens op een andere manier/met  een andere kleur): personages, emoties, uitdrukkingen van tijd, uitdrukkingen van plaats,  herhalingen, bind‐ of sleutelwoorden (dat zijn woorden zoals omdat, maar, want,…)  

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

38 


4) Bergrede: Voor de applicatie: een bekend gedeelte waarin Jezus zeer veel opdraagt (cfr.  Matteus 28: 20 ‘alles wat ik jullie opgedragen heb) aan zijn discipelen is de bergrede (Matteüs  5 – 7). Verdeel de bergrede in stukken en laat elk van je kringleden een gedeelte  voorbereiden: wat is de kern van dit gedeelte, wat vraagt Jezus van zijn leerlingen, wat  vertelt het over hoe we Gods koninkrijk kunnen tonen? Bespreek dit tijdens de toepassing.  Ga na waarin je als groep kan groeien, je kring zowel als de hele groep.   

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

39 


5 // Openbaring 7:1-17 Bijbelgedeelte 1 Hierna zag ik vier engelen bij de vier hoeken van de aarde staan. Zij hielden de vier winden van de aarde in bedwang, om te voorkomen dat er een wind over land of op zee of door de bomen zou waaien. 2 Ik zag in het oosten een andere engel opstijgen, die het zegel van de levende God had. De vier engelen die de opdracht hadden gekregen om schade toe te brengen aan het land en de zee riep hij met luide stem toe: 3 ‘Laat het land en de zee en ook de bomen nog ongemoeid! Eerst moeten wij het zegel van onze God op het voorhoofd van zijn dienaren aanbrengen.’ 4 Toen hoorde ik het aantal van hen die het zegel droegen: honderdvierenveertigduizend in totaal, afkomstig uit elke stam van Israël. 5 Twaalfduizend uit de stam Juda die het zegel droegen, twaalfduizend uit de stam Ruben, twaalfduizend uit de stam Gad, 6 twaalfduizend uit de stam Aser, twaalfduizend uit de stam Naftali, twaalfduizend uit de stam Manasse, 7 twaalfduizend uit de stam Simeon, twaalfduizend uit de stam Levi, twaalfduizend uit de stam Issachar, 8 twaalfduizend uit de stam Zebulon, twaalfduizend uit de stam Jozef en ten slotte twaalfduizend uit de stam Benjamin die het zegel droegen. 9 Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het lam. 10 Luid riepen ze: ‘De redding komt van onze God die op de troon zit en van het lam!’ 11 Alle engelen stonden om de troon en de oudsten en de vier wezens heen. Ze bogen zich diep neer voor de troon en aanbaden God 12 met de woorden: ‘Amen! Lof, majesteit en wijsheid, dank en eer en macht en kracht komen onze God toe, tot in eeuwigheid. Amen.’ 13 Een van de oudsten sprak mij aan: ‘Wie zijn dat daar in het wit, en waar komen ze vandaan?’ 14 Ik antwoordde: ‘U weet het zelf, heer.’ Hij zei tegen me: ‘Dat zijn degenen die uit de grote verschrikkingen gekomen zijn. Ze hebben hun kleren witgewassen met het bloed van het lam. 15 Daarom staan ze voor Gods troon en zijn ze dag en nacht in zijn tempel om hem te vereren. En hij die op de troon zit zal bij hen wonen. 16 Dan zullen ze geen honger meer lijden en geen dorst, de zon zal hen niet meer steken, de hitte hen niet bevangen. 17 Want het lam midden voor de troon zal hen hoeden, hen naar de waterbronnen van het leven brengen. En God zal alle tranen uit hun ogen wissen.’   “Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

40 


Achtergrondinformatie Genre Het boek Openbaring is niet zomaar als genre te classificeren56. Het boek bevat meerdere  genres en die zijn niet gescheiden van elkaar. Ten eerste is Openbaring een brief. Op. 1:4 laat  zien dat Johannes aan concrete gemeenschappen schrijft57. Het boek is dus – hoewel dit vaak  door lezers van Openbaring wordt genegeerd – sterk verankerd in een reële context58. Het is  dus belangrijk om de vraag te stellen wat Openbaring betekend heeft voor de  oorspronkelijke geadresseerden.     Ten tweede is Openbaring profetie. Bij ‘profetie’ wordt vaak onmiddellijk gedacht aan een  voorspellend karakter. Profetie is echter in de eerste plaats een cultuurkritiek die oproept tot  verandering59. Dus Openbaring kijkt kritisch naar de heersende Romeinse cultuur en roept  op tot verandering. Omdat het niet ongevaarlijk was om kritisch naar de bezetter te kijken, is  erg veel beeldrijke taal te vinden in Openbaring. Bij het zoeken naar de betekenis van de  symbolen, moet in de eerste plaats gekeken worden naar de Romeinse context: waar zouden  de beelden naar verwezen hebben60? Maar ook: tot welke verandering roept Openbaring op?  Niet enkel de eerste drie hoofdstukken, maar ook de rest van het boek.     Ten derde is Openbaring apocalyptiek. Dat betekent het “opheffen van de sluier”61.  Apocalyptiek heft als het ware de sluier van de concrete realiteit op om te tonen welke  kosmische krachten daarachter verscholen zitten. Dus Openbaring laat zien hoe het  Romeinse Rijk niet alleen door aardse, maar ook door bovennatuurlijke krachten gedreven  wordt. Apocalyptiek gaat verder en laat daarenboven zien hoe God daarboven staat.  Apocalyptiek heeft dus in de eerste plaats een bemoedigende functie. Het zegt: “Zelfs al  wordt je onderdrukt, weet dat daar verandering in komt.”                                                           deSilva, D. A. An Introduction to the New Testament: Contexts, Methods & Ministry Formation (Downers Grove, IL:  InterVarsity Press, 2004), 885–9.  57 Ibid., 886.  58 Ibid., 889.  59 Ibid.  60 Bij verwijzingen naar de zee (o.a. Op. 21:1) merkte iemand op Formación 2012 terecht op dat de Romeinen  verwezen naar de Middellandse Zee als Mare Nostrum (“onze zee”). Het is daarnaast ook wel zo dat de zee in de  hele Bijbel vaak voor bedreiging staat, maar deze Romeinse betekenis kan zeker ook een rol gespeeld hebben.  61 deSilva,D.A. An Introduction to the New Testament: Contexts, Methods & Ministry Formation (Downers Grove, IL:  InterVarsity Press, 2004), 887.  56

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

41 


Auteur/datering62 Er is geen zekerheid over de auteur. De brief zelf vermeldt (een) Johannes als auteur. Wel is  duidelijk dat de auteur de gemeenten kent die hij aanschrijft en dat hij hun situatie kan  begrijpen omdat hij er in deelt. De brief is geschreven in de eerste eeuw na Christus, wellicht  tussen 54‐68 n. Chr. (tijdens regering Keizer Nero) of tussen 81‐96 n. Chr. (tijdens regering  Keizer Dominitianus).   

Doelgroep  Een brief aan de gemeenten in Klein‐Azië; volgelingen van Christus binnen de Romeinse  context, de eerste eeuw na Christus63.   

Centrale thema’s Bijbelboek   ƒ

Uitwerking van verschillende theologische perspectieven op God / Jezus / Heilige  Geest / Volgelingen van het lam 

ƒ

Verwijzingen naar de context van christenen in de eerste eeuw.  

ƒ

Gebruik van het Oude Testament. Het hele boek staat vol met verwijzingen naar  oudere geschriften (o.m.  Jesaja, Psalmen, Ezechiël, Daniël en Exodus). 

ƒ

God als rechter: Hij velt het oordeel. 

 

 

 

Structuur Bijbelboek + plaats passage daarin   1:1‐8:    

 

 

Proloog 

Hoofdstuk 1 t/m 3:    

Visioen van Christus en de zeven gemeenten 

Hoofdstuk 4 t/m 11:   

Aanbidding in de troonzaal 

Hoofdstuk 12 t/m 16:   

Gods volk in conflict met de machten van het kwaad 

Hoofdstuk 17 t/m 19:   

Laatste oordeel 

Hoofdstuk 19 t/m 20:   De ruiter op het witte paard en de duizend jaar                                                         62 Marshall, H. I., Travis, S.  & Paul, I. Exploring the New Testament Volume 2 (Downers Grove, IL: InterVarsity  Press, 2002), 305‐328.  63 Michaels, R. J. Revelation. IVPNTCS. (Downers Grove, IL: InterVarsity Press, 1997), 108‐116. 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

42 


Hoofdstuk 21 t/m 22:  

De eindoverwinning: het nieuwe Jeruzalem 

Hoofdstuk 22:  

Epiloog 

 

Verduidelijking   Keizerverering64 In Klein‐Azië was toewijding aan de keizer belangrijk om twee redenen. Vanwege de afstand  tot Rome vormde het een waarborg dat burgers loyaal zouden blijven. Daarom werden er in  lokale tempels offers (bv. wierook) gebracht aan de keizer65. Anderzijds werden de  plaatselijke traditionele bestuursvormen (stadsbestuur) intact gehouden zolang lokale leiders  de loyaliteit aan Rome konden bewijzen. Om die reden had men in deze gebieden veel baat  bij deze vorm van keizerverering, wellicht meer dan in Rome zelf.     In hoofdstuk 7 van Openbaring zien we een aantal zaken die rechtstreeks verwijzen naar de  gekende vormen van keizerverering. Ondermeer:  •

Personages rond de troon (oudsten). 

Witte gewaden (wit was de gekende rituele kleur vanuit Griekse context). 

Het zingen/toeroepen van lof en eer, korte spreuken en lofgedichten66. 

  Getallen/aantallen In het hoofdstuk valt meteen de grote hoeveelheid aangehaalde getallen en aantallen op.  Er zit een patroon en betekenis achter deze getallen. Naast de aantallen hebben heel wat  woorden op zich namelijk ook een getalsbetekenis. Die laag zien we in de Nederlandse tekst  minder. Belangrijk is dat je weet de getallen hier veelal verwijzen naar volheid,  volmaaktheid. Het zijn meestal getallen die horen bij het goddelijke, de natuur en het  menselijke67.                                                            Meer achtergrond over keizerverering vind je op: http://openbaring.blogspot.be/p/achtergronden‐1‐opkomst‐ van‐de.html  64

 Thompson, L. L.  The Book Of Revelation, Apocalypse and Empire. (New York: Oxford University Press, Inc., 1990),  160‐167.  65

 Marshall, H. I., Travis, S.  & Paul, I. Exploring the New Testament Volume 2 (Downers Grove, IL: InterVarsity Press,  2002), 305‐328.  67 Ibid., 305‐328.  66

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

43 


Ter illustratie68:  

 

Plaats binnen ‘geloof in de wereld’ Hoofdstuk 7 van het boek Openbaring geeft twee zeer beeldende scènes die in eenzelfde  richting lijken te wijzen. Eerst: het verenigde volk van Israel dat een zegel krijgt, vervolgens  een ontelbare menigte, vanuit de hele wereld, verenigd voor de troon en het lam.  Een hoopvol beeld waarin volop plaats is voor de afkomst en achtergrond van alle  personages. God wordt aanbeden door een verscheidenheid aan culturen en talen. Geloof in  de wereld betekent hier aandacht hebben voor de rijkdom van je eigen  land/cultuur/taal/achtergrond. Het betekent ook een plaats voor tranen en wonden die we  vanuit die achtergrond meenemen. God is trouw aan Israel en trouw aan de aanbidders van  het lam. Tegelijk wordt duidelijk verwezen naar God als hoogste gezag. De verering,  aanbidding en toewijding komen niet toe aan de Romeinse keizer of enig ander aards gezag.  Gods visie op macht verschilt ook duidelijk met die van de wereld. Hij troost, Hij voedt, Hij                                                          Ibid., 305‐328. 

68

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

44 


beschermt. Hij geneest de wonden van gebrokenheid, verdrukking en machtsmisbruik. Het  is een tijdloze tekst die spreekt tot Christus’ kerk door alle eeuwen. Beelden die refereren aan  de situatie van de eerste christenen, beloften en zekerheid voor verdrukten in elke tijd en een  hoop die naar de toekomst wijst. 

Kerngedachte De menigte voor de troon van het lam aanbidt en wordt gekenmerkt door een diversiteit aan  cultuur/taal/achtergrond en wordt verbonden door aanbidding en Gods belofte van troost, genezing  en herstel.     

Mogelijke vragen O = observatie, I = interpretatie, A = applicatie (toepassing)    ƒ Welke opdeling zou je binnen dit hoofdstuk kunnen maken? (O)  ƒ Zijn er overeenkomsten tussen deze tekstdelen? (O)  ƒ Welke woorden/namen vallen op of worden herhaald? (O)  ƒ Wat voor schrijfstijl wordt er gebruikt? Welk(e) genre(s) vind je in dit hoofdstuk?(O)  ƒ Welk genre is dit? (OI)  ƒ Welke personen kun je in dit hoofdstuk onder de noemer ‘burgers’ plaatsen? (I)  ƒ Wat betekent het in deze context om burger te zijn? Wat doen ze? (I)  ƒ Wie is de leider en wat leer je over hem? (I)  ƒ Gaat dit hoofdstuk over het heden en/of de toekomst? Waaruit leid je dit af? (I)  ƒ Waarom is de diversiteit (cultuur/taal/achtergrond/…) van de menigte belangrijk in deze  tekst? (IA)  ƒ Sta je zelf in de menigte? (A)  ƒ

Waar sta je dan?  

ƒ

Welke achtergrond/cultuur/taal neem je mee? 

ƒ

Welke moeiten, tranen neem je daar van mee? 

ƒ

Hoe aanbid je het lam? 

ƒ Hoe draag je met je studie (en latere werkveld) bij aan de rijkdom/diversiteit voor de  troon? (A) 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

45 


ƒ Welke tranen, moeite en strijd zie je in je eigen land en wat kun je daar vanuit de tekst  tegenover zetten? (A)  ƒ Waar roept dit genre (meestal) en deze tekst toe op? (IA) 

Werkvormen

1) Visualiseren: Laat verschillende groepen, twee tot vier personen, (één van de) delen uit het  hoofdstuk uitbeelden met klei, verf, stift/potlood. Dit helpt om het geheel te zien en minder  bij details stil te blijven staan. Kom hier in de toepassing op terug: klei/schilder/teken er bij  wat je vanuit je eigen achtergrond (of die van de groep) voor de troon van het Lam zou  brengen. Visualiseer op die manier elementen van kunst, eigenheid, dankbaarheid en  verdriet uit je cultuur. 

2) Lied/gedicht: Kringleden schrijven een lied/gedicht gericht aan God: ‘aanbidding voor de  troon’, vanuit hun eigen achtergrond/cultuur/taal/tranen/wonden.     

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

46 


6 // Prediker Bijbelgedeelte 1 Hier volgen de woorden van Prediker, zoon van David en koning in Jeruzalem.   2 Lucht en leegte, zegt Prediker,   lucht en leegte, alles is leegte.   3 Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij heeft verworven,   al zijn moeizaam gezwoeg onder de zon?   4 Generaties gaan, generaties komen,   maar de aarde blijft altijd bestaan.   5 De zon komt op, de zon gaat onder,   en altijd snelt ze naar de plaats waar ze weer op zal gaan.   6 De wind waait naar het zuiden,   dan draait hij naar het noorden.   Hij draait en waait en draait,   en al draaiend waait de wind weer terug.   7 Alle rivieren stromen naar de zee,   toch raakt de zee niet vol.   De rivieren keren om,   ze gaan weer naar de plaats van waar ze komen,   en beginnen weer opnieuw te stromen.   8 Alles is vermoeiend,   zozeer dat er geen woorden voor te vinden zijn.   De ogen van een mens kijken, en vinden geen rust,   zijn oren horen, en ze blijven horen.   9 Wat er was, zal er altijd weer zijn,   wat er is gedaan, zal altijd weer worden gedaan.   Er is niets nieuws onder de zon.   10 Wanneer men van iets zegt: ‘Kijk, iets nieuws,’   dan is het altijd iets dat er sinds lang vervlogen tijden is geweest.   11 De vroegere generaties zijn vergeten,   “Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

47 


en ook de komende zullen weer worden vergeten.   12 Ik, Prediker, was koning van Israël in Jeruzalem. 13 Ik heb met heel mijn hart elke vorm  van wijsheid onderzocht, want ik wilde alles wat onder de hemel gebeurt doorgronden. Het  is een trieste bezigheid. Een kwelling is het, die de mens door God wordt opgelegd. 14 Ik heb  alles gezien wat onder de zon gebeurt, en vastgesteld dat het niet meer is dan lucht en  najagen van wind. 15 Wat krom is kan niet recht worden gemaakt, en wat ontbreekt kan niet  worden meegeteld. 16 Ik zei tegen mezelf: Ik heb meer en groter wijsheid verworven dan  iedereen die voor mij in Jeruzalem heeft geregeerd. Ik heb veel wijsheid en kennis opgedaan.  17 Ik heb me er met hart en ziel voor ingespannen te ontdekken wat wijs is, en wat dwaas en  onverstandig is. Maar ook dat, zo heb ik ingezien, is enkel najagen van wind. 18 Want wie  veel wijsheid heeft, heeft veel verdriet. En wie kennis vermeerdert, vermeerdert smart.   

Achtergrondinformatie Genre Het boek Prediker behoort tot de wijsheidsliteratuur, net als Job en Spreuken. De algemeen  heersende opvatting omtrent wijsheid was dat iemand die goed leefde het ook voor de wind  zou gaan. Iemand die slecht leefde werd daarvoor gestraft door God in dit leven. Deze visie  komt deels naar voren in Spreuken, maar in Job en Prediker wordt deze in vraag gesteld of  tegengesproken69.     Prediker valt direct met de deur in huis met een nogal schokkende uitspraak: ‘Lucht en  leegte, alles is leegte.’ (of ‘ijdelheid’ in een oudere vertaling.). Hij vertelt over zijn zoektocht  naar de zin of de zinloosheid van het leven. Hij vertelt wat hij zoal onderzocht heeft en wat  zijn conclusie is70.    Het boek Prediker kan op verschillende manieren beschouwd worden. Sommigen zijn van  mening dat het uiterst pessimistisch is. Dat Prediker iemand is die claimt de waarheid in  pacht te hebben, o.a. door de associatie met Salomo, maar eigenlijk is zijn manier van                                                          Bartholomew, C. G. & OʹDowd, R. P., Old Testament Wisdom Literature. A Theological Introduction. (InterVarsity  Press), 189.  70 Ibid., 194.  69

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

48 


onderzoeken dwaas. Om de zin van het leven te achterhalen gebruikt hij enkel de rede,  observatie en ervaring71.    Wat ook in Prediker naar voren komt is dat ‘de vreze des HEEREN’ het enige betrouwbare  fundament is waarop men kan bouwen (cfr. Job 28:28; Spr. 1:7)72.    De naam van het boek komt van het Hebreeuwse Qohelet. Dit is waarschijnlijk een  aanduiding voor iemand die een vergadering toespreekt en leidt. Het woord Qohelet komt  nergens dan in Prediker in de Bijbel voor en in Prediker zeven keer73.   

Auteur Het is niet Prediker zelf die het boek geschreven heeft. Zijn woorden worden gepresenteerd  door een verteller. Dit blijkt onder andere uit Prediker 1:1, 2 en uit Prediker 7:27 en uit de  epiloog: Prediker 12: 8‐1474. ‘De zoon van David, koning in Jeruzalem’. Deze opening is  bedoeld om de aandacht van de lezer op Salomo te vestigen. Traditioneel wordt  aangenomen dat Salomo de auteur is van Prediker, maar Luther is al begonnen dit in vraag  te stellen75. Argumenten tegen Salomo als auteur zijn onder andere dat uit het taalgebruik  zou blijken dat het boek later geschreven is dan de tijd dat Salomo leefde. Zo zijn er laat  Aramese invloeden te vinden76. Verder wordt Salomo niet expliciet genoemd in Prediker in  tegenstelling tot in Spreuken en Hooglied77. Volgens Tremper Longman III is het logischer  dat de bijnaam Prediker aangenomen was door de schrijver om zich te associëren met  Salomo en toch een afstand te bewaren. De associatie met Salomo werd aangegaan wegens  literaire en communicatieve doeleinden78. Daarenboven past de achtergrond van het boek  niet bij de tijd van Salomo. Er wordt een tijd van miserie en ijdelheid beschreven (1:2‐11); de  weelde van Salomo’s tijd was voorbij (1:12‐2‐26). Een tijd van dood was begonnen voor Israël                                                          Ibid., 199.   Arnold, B. T. & Beyer, B. E., In ontmoeting met het Oude Testament.  73 Ibid., 327.  74 Bartholomew, C. G. & OʹDowd, R. P., Old Testament Wisdom Literature. A Theological Introduction. (InterVarsity  Press), 190.  75 Greidanus, S., Preaching Christ from Ecclesiastes. Foundations for Expository Sermons. (Grand Rapids, MI: Eerdmans,  2010), 7.  76 Arnold, B. T. & Beyer, B. E., In ontmoeting met het Oude Testament,  328.  77 Kidner, D., The Message of Ecclesiastes. (Nottingham: InterVarsity Press, 1976), 21.  78 Greidanus, S., Preaching Christ from Ecclesiastes. Foundations for Expository Sermons. (Grand Rapids, MI: Eerdmans,  2010), 7.  71 72

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

49 


(3:1‐15); er was onrecht en geweld (4:1‐3); er was een heidense tirannie (5:7, 9:19); de dood  werd geprefereerd boven het leven (7:1); ‘er is een tijd dat de ene mens regeert over de  andere mens, hem ten kwade’ (8:9). Een datum na de ballingschap past beter, waarschijnlijk  is Prediker geschreven in de derde eeuw voor Christus79. 

Verduidelijking   2 IJdelheid der ijdelheden, het is al ijdelheid (1:2 en 12:8) of ‘lucht en leegte’ zoals deze  vertaling het vertaalt. Dit is een Hebreeuwse literaire vorm ‘X der X’, ze geeft de  overtreffende trap aan en versterkt een gedachte. Andere voorbeelden hiervan zijn ‘lied der  liederen’ (i.e. Hooglied) voor het mooiste lied en ‘heilige der heiligen’ voor de heiligste  plaats80.  

Plaats binnen ‘geloof in de wereld’ Een aspect van ‘Geloof in de wereld’ gaat over de vraag: Hebben wij geloof in de wereld?  Vragen als: Heeft de wereld zin? Is alles zinloos? Wat is de zin van het leven?     Prediker stelde zich ook zulke vragen. Hij was een wijs man, hij werd geassocieerd met  Salomo die zijn wijsheid direct van God gekregen had. Deze kring is om te zien: Wat zegt  Prediker? Wat denken wij hierover? In hoeverre kunnen we het met Prediker eens zijn?  De conclusie van het boek Prediker komt pas in het laatste hoofdstuk. Prediker 12: 13‐14: De  slotsom van al wat door u gehoord is, is dit: Vrees God,en houd u aan Zijn geboden, want dit  geldt voor alle mensen. Want God oordeelt over elke daad, ook over de verborgen daden,  zowel over de goede als de slechte.   

Kerngedachte Alles onder de zon is zinloos/ijdelheid/lucht en leegte/raadselachtig/enigmatisch/vluchtig.  

                                                        Ibid., 10‐11.   Arnold, B. T. & Beyer, B. E., In ontmoeting met het Oude Testament, 329. 

79 80

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

50 


Mogelijke vragen O = observatie, I = interpretatie, A = applicatie (toepassing)    ƒ Welke woorden/zinsdelen worden herhaald? (O)  ƒ Wat kom je over Prediker te weten? (O)  ƒ Wat kom je over God te weten in dit Bijbelgedeelte? (O)  ƒ Welk genre is dit? (OI)  ƒ Hoe en wat denkt Prediker? (OI)  ƒ Hoe verandert de conclusie, gegeven in Prediker 12:13,14, je kijk op hoofdstuk 1? (OI)  ƒ Hoe zou je zijn manier van denken omschrijven? (I)  ƒ Wat is lucht en leegte? (Vluchtigheid?/IJdelheid?) (I)  ƒ Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij heeft verworven, al zijn moeizaam  gezwoeg onder de zon (3)? (I)  ƒ Wat wordt bedoeld met ‘onder de zon’? (I)  ƒ Wat bedoelt Prediker met ‘Er is niets nieuws onder de zon’ (9)? (I)  ƒ Heeft Prediker geloof in de wereld? (I)  ƒ Hoe zou je deze tekst samenvatten? (I)  ƒ Stel Prediker leefde voor de zondeval, zou hij dan hetzelfde geobserveerd hebben? Zou hij  tot dezelfde conclusie gekomen zijn? (I)  ƒ Hoe kun je bepalen of het leven zinvol is te midden van omstandigheden waarin niets  logisch lijkt te zijn? (IA)  ƒ Waar roept dit genre (meestal) en deze tekst toe op? (IA)  ƒ Hoe kunnen we als een gemeenschap tegen deze tekst aankijken? (IA)  ƒ We lezen deze tekst nu na Jezus’ komst. Hoe verandert dat je kijk op deze tekst? (IA)  ƒ Herken je je in Prediker (in zijn gedachten? In zijn manier van denken?(A)  ƒ Wat moeten we als Ichtus of kerk met deze tekst? (A)  ƒ Hoe kunnen we als een gemeenschap mensen opvangen die twijfelen aan de zin van het  leven? (A)  ƒ Prediker onderzoekt alle dingen. Hoe kijk je hier als student tegenaan? Mag je alles  onderzoeken? (A) 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

51 


Werkvormen   1) Verschillende vertalingen: Gebruik verschillende vertalingen, eventueel in verschillende  talen. Laat de kringleden ze hardop voorlezen en zoek naar verschillen en wat die  verschillen voor implicaties hebben voor de betekenis van de tekst. (Kijk vooral hoe het  Hebreeuwse woord ‘Hebel’ verschillende vertalingen heeft: ‘lucht en leegte’, ‘ijdelheid’,  ‘vluchtigheid’.     2) Woordspin (Inleiding): Teken een cirkel op een groot papier (A3) met in het midden het  woord ‘vluchtigheid’ of ‘vanity’. Laat de kringleden hierbij hun associaties opschrijven.  Welke woorden hebben hiermee te maken? Wat denk je hierbij? Wat voel je hier bij? ( en  welke kleur?).     3) Zweedse methode (O): Om de kringleden te laten nadenken wat zij van de tekst vinden en  ook als methode om aandachtiger te lezen, kun je de Zweedse methode gebruiken. Hierbij  zet je een plusje + bij iets waar je het mee eens bent, of wat je positief vindt. Een ‘‐‘ bij iets  waar je het mee oneens bent, of wat je irriteert. Een vraagteken kun je zetten bij iets dat je  niet snapt.     4) Muziek (O & I): Laat je kringleden bijvoorbeeld luisteren naar ‘Gone’ van Switchfoot of  ‘Alles is lucht’ van Stef Bos (of een ander lied dat te maken heeft met de zin/zinloosheid van  het leven). Vraag wat ze ervan vinden. En vergelijk met Prediker 1. Wat zijn de  overeenkomsten en wat de verschillen? De liederen zijn te vinden op YouTube.  (http://www.youtube.com/watch?v=YISE0wk9XbY en  http://www.youtube.com/watch?v=boOH1g0maTQ )    5) Gedicht (O & I)    Ecclesiastes.  There is one sin: to call a green leaf grey,   Whereat the sun in heaven shuddereth. 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

52 


There is one blasphemy: for death to pray,   For God alone knoweth the praise of death.    There is one creed: ‘neath no world‐terror’s wing  Apples forget to grow on Apple‐trees.  There is one thing is needful ‐‐‐‐‐‐everything‐‐‐‐‐‐‐  The rest is vanity of vanities.   

 

 

Gilbert Keith Chesterton 

  Waar gaat dit over?   Wat zijn de overeenkomsten met de bijbeltekst?  Wat zijn de verschillen met de bijbeltekst?      6) Stellingen (I & A): Om een breder beeld te krijgen van wie Prediker is en wat er nog  gezegd wordt in het Bijbelboek. Tevens om zelf een mening te vormen of discussies te  openen, kun je een aantal uitspraken van Prediker, spreuken, als stelling poneren. Verdeel  de ruimte in tweeën. De mensen die het eens zijn met de stelling mogen aan de ene kant  gaan staan, zij die het oneens zijn aan de andere kant. Vraag nu waarom zij het eens/oneens  zijn. (Dit kan door mensen aan te wijzen of de groep in het algemeen aan te spreken en wie  wil reageren, kan dat doen.) Een andere wijze om de stellingen aan te bieden is door ze elk  afzonderlijk op een kaartje te schrijven. Laat elk kringlid omstebeurt een kaartje pakken, het  vers voorlezen, en vertellen of ze het er mee eens zijn of niet, en waarom.     7) Brief (A): Schrijf een brief aan God, waarin je Hem vertelt hoe je tegen het leven aankijkt.  Wat is volgens jou de zin is van het leven en welke rol speelt God daarin?     

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

53 


7 // Jeremia 29:1-14 Bijbelgedeelte 1 Hier volgt de brief die de profeet Jeremia vanuit Jeruzalem heeft gestuurd aan de  overgebleven oudsten onder de ballingen, aan de priesters, de profeten en alle anderen die  Nebukadnessar vanuit Jeruzalem naar Babel had gevoerd. 2 Hij schreef deze brief toen  koning Jechonja, de koningin‐moeder, de hovelingen, de leiders van Jeruzalem en Juda en de  smeden en wapenmakers al uit Jeruzalem waren weggevoerd. 3 Hij liet hem bezorgen door  Elasa, de zoon van Safan, en Gemarja, de zoon van Chilkia, de gezanten die namens koning  Sedekia van Juda naar koning Nebukadnessar in Babel reisden. De brief had de volgende  inhoud:   4 ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël, tegen de ballingen die hij  vanuit Jeruzalem naar Babel heeft laten voeren: 5 Bouw huizen en ga daarin wonen, leg  tuinen aan en eet van de opbrengst, 6 ga huwelijken aan en verwek zonen en dochters, zoek  vrouwen voor je zonen en huw je dochters uit, zodat zij zonen en dochters baren. Jullie  moeten in aantal toenemen, niet afnemen. 7 Bid tot de HEER voor de stad waarheen ik jullie  weggevoerd heb en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei.   8 Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Laat je niet misleiden door  je profeten en waarzeggers. Hecht geen geloof aan hun dromen; ze dromen slechts wat jullie  wensen. 9 Wat ze jullie in mijn naam profeteren zijn leugens. Ik heb hen niet gezonden –  spreekt de HEER.   10 Dit zegt de HEER: Als er in Babel zeventig jaar voorbij zijn, zal ik naar jullie omzien. Dan  zal ik mijn belofte gestand doen door jullie naar Jeruzalem te laten terugkeren. 11 Mijn plan  met jullie staat vast – spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik  zal je een hoopvolle toekomst geven. 12 Jullie zullen mij aanroepen en tot mij bidden, en ik  zal naar jullie luisteren. 13 Jullie zullen mij zoeken en ook vinden, als jullie mij tenminste met  hart en ziel zoeken. 14 Ik zal me door jullie laten vinden – spreekt de HEER – en ik zal in je  lot een keer brengen. Ik zal jullie samenbrengen uit alle volken en plaatsen waarheen ik je  verbannen heb – spreekt de HEER – en je laten terugkeren naar Jeruzalem, waaruit ik je heb  laten wegvoeren.  

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

54 


Achtergrondinformatie  

Genre Het boek Jeremia is ontstaan na een lang en moeilijk traceerbaar redactieproces. Onder  bijbelwetenschappers is er discussie welke bronnen samengevoegd zijn tot het uiteindelijk  werk dat wij nu kennen. De tekst die wij in deze studie bekijken was waarschijnlijk een losse  brief die zijn plek in het geheel heeft gekregen, samen met enkele andere brieven van Jeremia.  Het boek is dan ook moeilijk om in een specifiek genre in te delen. Er komen veel  verschillende genres voor. Onze tekst is een brief, die wordt ingeleid door een stuk uitleg en  contextsituering.   Jeremia (645‐580 v.Chr.) was een profeet in het koninkrijk Juda (ook het Zuidelijk Koninkrijk  of het Tweestammenrijk genoemd). Hij leefde in een tijd met grote verschuivingen in de  internationale machtsstructuren. Het Assyrische Rijk ging ten onder en het Babylonische Rijk  werd de sterkste speler. Tussendoor was ook Egypte bezig om haar positie te behouden en  versterken. De koninkrijken Israël en Juda zaten hier middenin. Israël had al een  ballingschap ondergaan bij de Assyriërs, Juda was en satellietstaat van het Babylonische Rijk  (te vergelijken met Oost‐Duitsland en Polen onder de Sovjetunie). Toen er in Juda en pro‐ Egyptische regering aan de macht kwam, nam men vanuit Babel voorzorgsmaatregelen en  werd Juda volledig ingelijfd als provincie binnen het grote rijk. Een groep, voornamelijk  prominente, Judeërs uit Jeruzalem werden gedeporteerd naar elders in het rijk. Dit wordt de  Babylonische ballingschap genoemd81.  Als profeet had Jeremia in dit alles de taak om Gods boodschap aan zijn volk te vertellen. De  taak van een profeet is niet primair om de toekomst te vertellen, of om sociale gerechtigheid  te promoten. Een profeet vertelt wat God wil zeggen, en dat kan een grote variatie aan  boodschappen opleveren. Jeremia heeft verschillende thema’s in zijn boodschappen. Een  hoofdthema in Jeremia is de hoogste macht die God heeft over zijn schepping. Hij is het die  het uiteindelijke bestuur heeft. Bovendien is God geboeid door de gebeurtenissen op aarde. 

                                                        Paul, M. J., van den Brink, G. & Bette, C., Bijbelcommentaar Jeremia | Klaagliederen. Studiebijbel Oude Testament.  (Veenendaal: Centrum voor Bijbelonderzoek, 2013), 4‐6  81

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

55 


Zo is hij teleurgesteld in zijn volk dat rebelleerden tegen God. Dit binnen een context van een  spanning tussen weggaan in ballingschap en het verlangen om naar huis te keren82. 

Verduidelijking    1‐3  Elasa en Gemarja waren ambassadeurs die kort na het begin van de ballingschap door de  Judese koning Sedekia naar Babel gestuurd werden, naar koning Nebukadnessar. Jeremia  heeft zijn brief aan de ballingen meegegeven aan de twee ambassadeurs. De brief is  geadresseerd aan de rest van de oudsten, de priesters, de profeten en alle ander mensen die  meegenomen waren. De oudsten zijn waarschijnlijk bestuurders van dorpen en steden die de  aanval van Nebukadnessar hadden overleefd. Vermoedelijk leefden deze mensen in grote  angst en verwarring83.    4 God is de god van Israël (Jakob, na zijn naamsverandering). De lezers van de brief komen uit  Juda. Na de splitsing van het koninkrijk van David en Salomo hebben de beide landen een  eigen geschiedenis ontwikkeld. Toch bleef er een zeker verbondenheid tussen de twee  landen. De term Israël werd dan ook gebruikt om de beide aan te duiden, terugwijzend op  het verbond tussen God en de aartsvaders. Deze God is degene die achter de ballingschap  staat.    Ballingschap is geen gevangenschap, de ballingen moeten weer een gewoon leven  opbouwen. Ze konden hun eigen huizen en eigen tuinen aanleggen, volgens hun eigen  gebruiken. Hun grootste straf was afzondering van Jeruzalem en de tempel. De huwelijken  die ze sluiten zijn huwelijken onderling in hun eigen gemeenschap, want met andere volken  mocht niet getrouwd worden (Ezra 9:12‐15 en Nehemia 13:23‐28). In Jeremia 28 wordt door  een profeet beloofd dat de ballingen binnen twee jaar terug zullen keren. Deze profeet kwam  snel te sterven en zijn profetie was dus niet waar. In de brief zelf wordt al over drie                                                          Bracke, J. M., Jeremiah 1‐29. Westminster Bible Companio. (Louisville: Westminster John Knox Press, 1999), 7‐8   Paul, M. J., van den Brink, G. & Bette, C., Bijbelcommentaar Jeremia | Klaagliederen. Studiebijbel Oude Testament.  (Veenendaal: Centrum voor Bijbelonderzoek, 2013), 4‐6  82 83

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

56 


generaties gesproken, ze moeten zich dus voor een lange tijd settelen. De rest van de brief  (tot en met vers 15) is ook een waarschuwing tegen profeten die anders beweren. Door te  settelen zetten de ballingen zich in voor de welzijn van de stad. Deze welzijn zal voor  henzelf ook voordelig zijn.

Plaats binnen ‘geloof in de wereld’ Geloven in de wereld. Dit gebeurt door gelovigen in de wereld. Eeuwenlang worden  christenen, door zichzelf, vergeleken met ballingen. We zijn niet thuis in deze wereld, we  verwachten ooit terug te keren naar ons echte plek, bij God. De Bijbel belooft dat Gods  volgelingen ooit samen met God zullen leven. De scheiding tussen God en mensen die nu  ervaren wordt, is er dan niet meer. God zal altijd zichtbaar worden en altijd dichtbij zijn.  Daar verlangen we naar. Studenten zitten vaak in een vergelijkbare situatie. De plek die als  ‘thuis’ ervaren wordt, is vaak niet het kot waar de studenten een groot deel van hun week  doorbrengen.  Niemand belooft dat het snel anders zal worden, zeker God zelf niet. In de  wereld, in het land, in de stad waar we nu zijn, daar moeten we ons inzetten. We moeten in  de maatschappij leven en werken. We moeten ons inzetten voor het welzijn van onze planeet,  van België, van onze (studenten)stad en niemand mag ons iets anders vertellen. We moeten  ons voorbereiden op een leven lang zijn waar we zijn. Daar heeft God ons geplaatst en daar  wilt God dat we bidden en werken voor hem en voor onze omgeving, zodat we niet  verminderen, maar ons juist uitbreiden. 

Kerngedachte God roept ons om te bidden en werken voor het welzijn van onze omgeving, waarin we  volledig participeren. 

Mogelijke vragen O = observatie, I = interpretatie, A = applicatie (toepassing)    ƒ Wie heeft de Judeërs in ballingschap geleid? (O)  ƒ Wie zijn er allemaal in ballingschap gegaan? (O)  ƒ Welke plaatsen worden genoemd? (O) 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

57 


ƒ Wat is ‘de brief’? (OI)  ƒ Welk genre is dit? (OI)  ƒ Waartoe worden de ballingen opgeroepen? (OI)  ƒ Waarvoor worden de ballingen gewaarschuwd? (OI)  ƒ Waarom zou Jeremia de brief hebben geschreven? (I)  ƒ Hoezo is de bloei van de stad ook bloei voor de ballingen? (I)  ƒ Wat wensten de ballingen? (I)  ƒ Waarom mogen de ballingen niet afnemen in aantal, maar moeten ze toenemen? (I)  ƒ Waar roept dit genre (meestal) en deze tekst toe op? (IA)  ƒ Waarin zijn parallellen te trekken tussen ballingen en studenten? (A)  ƒ Waarin zijn parallellen te trekken tussen ballingen en christenen? (A)  ƒ Hoe staat deze brief in verhouding tot de oneliner ‘christenen zijn niet van deze wereld,  maar in deze wereld’? (A)  ƒ Als je deze brief zou aanpassen om relevant te zijn voor je Ichtusgroep of kerk, hoe zou  die eruit komen te zien? (A)  ƒ Hoe kan je Ichtusgroep bidden voor de stad en inzetten voor haar bloei? (A)  ƒ Hoe kan je Ichtusgroep profiteren van de bloei van de stad? (A)  ƒ Hoe zorgt je Ichtusgroep ervoor om niet af te nemen in aantal, maar juist toe te nemen? (A) 

Werkvormen   1) Stadswandeling: Organiseer een stadswandeling. Deel je kring in 2 tot 4 groepen op, voor  evenzoveel verschillende locaties in de stad. Zo kun je op diverse plekken een deel van de  studie doen. Kies bijvoorbeeld locaties die belangrijk zijn voor de stad en/of studenten (een  stadhuis, een park, een universiteitsgebouw, enz.). Maak een gebedskaart van de stad. Neem  een kaart van de stad, duidt aan met een stift of met post‐its welke locaties belangrijk zijn  voor de stad en de kringleden. Bid vervolgens voor deze locaties.    2) Vrijwilligersproject: Zet je kring in. Spreek af om samen met de kringleden mee te doen  aan een vrijwilligersproject.   

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

58 


3) Beeldmateriaal: Als inleiding kan je je verdiepen in je omgeving. Verzamel foto‐ en  filmmateriaal die het verhaal van je stad uitleggen. Presenteer deze aan de kring.    4) Actua: Als inleiding kan je de actualiteiten bespreken. Verzamel van verschillende media  (kranten, blogs, televisie/radionieuws) informatie over de actualiteit. Belangrijke  gebeurtenissen, populaire muziek en films, enz. kunnen aan de orde komen. Deze  onderwerpen kunnen besproken en bediscussieerd worden, of er kan een quiz van gemaakt  worden. De actualiteiten kunnen verschillende gebieden beslaan, zoals de  onderwijsinstellingen, de stad, het land of de hele wereld.   

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

59 


8 // Handelingen 17: 16-32 Bijbelgedeelte 16 Terwijl Paulus in Athene op hen wachtte, raakte hij hevig verontwaardigd bij het zien van  de vele godenbeelden in de stad. 17 In de synagoge sprak hij met de Joden en met de  Grieken die God vereerden, en op het marktplein ging hij dagelijks in debat met de mensen  die hij daar aantrof. 18 Onder hen waren ook enkele Epicurische en stoïsche filosofen, van  wie sommigen zeiden: ‘Wat beweert die praatjesmaker toch?’ Anderen merkten op: ‘Hij  schijnt een boodschapper van uitheemse goden te zijn,’ omdat ze dachten dat hij predikte  over Jezus en een godin die Opstanding heette. 19 Ze namen hem mee naar de Areopagus en  zeiden: ‘Kunt u ons uitleggen wat die nieuwe leer is die door u wordt uitgedragen? 20 Want  wat u zegt, klinkt ons vreemd in de oren; we willen graag weten wat u bedoelt.’ 21 Alle  Atheners en de vreemdelingen die er wonen hebben immers voor haast niets anders tijd dan  voor het uitwisselen van de nieuwste ideeën.   22 Paulus richtte zich tot de leden van de Areopagus en zei: ‘Atheners, ik heb gezien hoe  buitengewoon godsdienstig u in ieder opzicht bent. 23 Want toen ik in de stad rondliep en  alles wat u vereert nauwlettend in ogenschouw nam, ontdekte ik ook een altaar met het  opschrift: “Aan de onbekende god”. Wat u vereert zonder het te kennen, dat kom ik u  verkondigen. 24 De God die de wereld heeft gemaakt en alles wat er leeft, hij die over hemel  en aarde heerst, woont niet in door mensenhanden gemaakte tempels. 25 Hij laat zich ook  niet bedienen door mensenhanden alsof er nog iets is dat hij nodig heeft, hij die zelf aan  iedereen leven en adem en al het andere schenkt. 26 Uit één mens heeft hij de hele mensheid  gemaakt, die hij over de hele aarde heeft verspreid; voor elk volk heeft hij een tijdperk  vastgesteld en hij heeft de grenzen van hun woongebied bepaald. 27 Het was Gods  bedoeling dat ze hem zouden zoeken en hem al tastend zouden kunnen vinden, aangezien  hij van niemand van ons ver weg is. 28 Want in hem leven wij, bewegen wij en zijn wij. Of,  zoals ook enkele van uw eigen dichters hebben gezegd: “Uit hem komen ook wij voort.”  29 Maar als wij dan uit God voortkomen, mogen we niet denken dat het goddelijke gelijk is  aan een beeld van goud of zilver of steen, het werk van een ambachtsman, door mensen  bedacht. 30 God slaat echter geen acht op de tijd waarin men hem niet kende, maar roept nu  overal de mensen op om een nieuw leven te beginnen, 31 want hij heeft bepaald dat er een  “Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

60 


dag komt waarop hij een rechtvaardig oordeel over de mensheid zal laten vellen door een  man die hij voor dat doel heeft aangewezen. Het bewijs dat het om deze man gaat, heeft hij  geleverd door hem uit de dood te doen opstaan.’   32 Toen ze hoorden van een opstanding van de doden dreven sommigen daar de spot mee,  terwijl anderen zeiden: ‘Daarover moet u ons een andere keer nog maar eens vertellen.’  33 Zo vertrok Paulus uit hun midden. 34 Toch sloten enkelen zich bij hem aan en  aanvaardden het geloof, onder wie ook een Areopagiet, Dionysius, een vrouw die Damaris  heette en nog een aantal anderen.  

Achtergrondinformatie   Nergens in Handelingen wordt er duidelijk vermeld wie de schrijver van dit boek is, maar  vaak gaat men ervan uit dat het gaat om Lucas84 en dat Handelingen samen met het boek  Lucas één geheel vormt85. Als dit inderdaad het geval was, dan dateert dit boek van de  tweede helft van de eerste eeuw86. Handelingen handelt vooral over de uitbreiding van het  evangelie naar niet‐joodse streken, waarbij hij ook veel aandacht geeft aan de eerste  gemeentes. De structuur is al volgt87:    1. De hemelvaart en de apostelen die de Heilige Geest ontvangen  2. Gemeente in Jeruzalem  3. Verbreiding van het evangelie naar Samaria  4. Optreden van Paulus en de eerste vervolgingen  5. Paulus’ zendingswerk onder de niet‐Joden, waaronder de 1ste, 2de en 3de zendingsreis  6. Paulus reist naar Rome    Handelingen  16  maakt  deel  uit  van  Paulus’  zendingswerk  onder  de  niet‐Joden.  In  vers  15  zien we dat Paulus in Athene wachtte op de komst van Silas en Timoteüs. Athene was vooral  gekend om zijn universiteiten in die tijd. Veel mensen trokken richting Athene om er te leren                                                          R. R. Hausoul, Handelingen, 17.   Het Boek. (Zevenhuizen: Stichting Living Bibles International), 927.  86 R. R. Hausoul, Handelingen, 21.  87 Het Boek. (Zevenhuizen: Stichting Living Bibles International), 927.  84 85

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

61 


over  verschillende  filosofieën,  zoals  die  van  Plato  en  Zeno.  Het  was  het  geestelijke  middelpunt van de Grieks‐Romeinse beschaving88. 

Verduidelijking   16 Volgens de Romeinse schrijver Plinius, waren er meer dan 3000 afgoden in Athene. De stad  was er vol van89.    17 Paulus trok eerst naar de synagoge om de Joden te zien, daarna ging hij naar de markt om er  te gaan discussiëren. Eigenlijk volgt hij hierbij het principe op van Socrates, die van  discussiëren op de markt, zijn dagwerk maakte90.    18 Epicereeërs. Dit zijn volgelingen van Epicurus die vooral zoeken naar genot en geluk in het  leven. Een mens moet genieten van het leven zolang het nog kan. En Stoïcijnen zijn  volgelingen van Zeno. Zij plaatsen het denken boven het gevoel en leven in volledige  harmonie met de natuur91. Deze twee groepen denken tevens ook dat Paulus het heeft over  twee nieuwe, vreemde goden, nl. Jezus en een godin die Opstanding heet92.    19 De Areopagus. Dit is de westelijke heuvel van de Acropolis. Indertijd stond er daar een  rechtbank die handelde over zware misdaden en religieuze en morele kwesties. Later werd  deze rechtbank verplaatst, maar de naam Areopagus bleeft bestaan93.    21

                                                        P. Cuijpers, Paulus in Athene. (2008), 1.   R. R. Hausoul, Handelingen, 282.  90 Ibid., 282.  91 P. Cuijpers, Paulus in Athene. (2008), 1.  92 Ibid., 1.  93 Ibid., 2.  88 89

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

62 


De Atheners waren continu op zoek naar iets nieuws. Oude verhalen maakten niemand  nieuwsgierig. Wanneer Paulus naar de stad komt en vertelt over God, zijn natuurlijk alle  oren en ogen gericht naar hem, zo ook die van de Areopagus94.    22-31 Paulus verschijnt voor de Raad van Areopagus en houdt er een redevoering. Zijn reactie is  heel bijzonder. Hij is zeer verontwaardigd van de godsbeelden in Athene (vers 16), maar  toch spreekt hij op een respectvolle manier over de mannen van Athene (vers 22).    24-25 Paulus stelt God eerst voor als de Schepper. Hij  begint met de schepping, net zoals ook de  Bijbel. Paulus maakt hierbij ook indirect duidelijk dat de tempels in de stad, geen tempels  kunnen zijn van God en daarbij maakt hij ook direct duidelijk dat God niets nodig heeft van  de mensen95.    27 Alles in de schepping wijst naar de grootheid van God. Hierdoor kan het zijn dat de mens  zoekt naar Hem. Hij laat ook de mogelijkheid open dat mensen niet zoeken naar God, maar  desalniettemin, is Hij niet ver van ons verwijderd96.    28 Hier haalt Paulus enkel Griekse dichters aan, die gezegd hebben ‘wij zijn van zijn geslacht’.  Hierbij hadden de dichters het vaak om Zeus en niet om God97.    29 Hier maakt Paulus duidelijk dat de afgodsbeelden die de Atheners vereren, geen verering  toekomen. Deze beelden werden gemaakt door de mens, terwijl de mens gemaakt is door  God en Hij komt dus de eer toe98.                                                            R. R. Hausoul, Handelingen, 285.   R. R. Hausoul, Handelingen, 286.  96 Ibid., 286.  97 P. Cuijpers, Paulus in Athene. (2008), 2.  98 R. R. Hausoul, Handelingen, 286.  94 95

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

63 


31 Hier spreekt Paulus ook over de toekomst van de mens. Er zal een dag komen waarop elk  mens geoordeeld zal worden. Hij verwijst hier ook indirect naar Jezus, door de term ‘een  man’ te gebruiken99.    32-33 Vertellen over de opstanding was voor sommige leden van de Raad ondenkbaar. Vele  Atheners geloofden in een onsterfelijk ziel na de dood, die volledig los stond van het  menselijk lichaam. Iemand die uit de dood kan opstaan, was voor hen dus onzin100. Na zijn  redevoering gaat Paulus gewoon weg, zonder verder in discussie te gaan met de leden van  de Raad. Daarom dat sommige leden zeggen: “Daar moet u ons een andere keer nog maar  eens vertellen.” En zo vertrok Paulus uit hun midden (vers 33)101 

Plaats binnen ‘geloof in de wereld’ Veel in de tekst is herkenbaar voor ons wanneer we kijken naar de maatschappij en naar  bepaalde trends. Veel mensen rondom ons beweren dat ze geloven in iets, zoals ook de  mensen in Athene een altaar hadden voor de onbekende god. We leven in een wereld waar  God niet meer op de eerste plaats komt, maar vele andere afgoden, ook wel idolen genoemd.  Voor de huidige maatschappij bestaat er geen absolute waarheid meer, maar worden  verschillende godsdiensten en religies aanvaard. Als christenen moeten we rekening houden  met deze context. We kunnen niet zomaar naar buiten gaan en proclameren dat al de rest het  mis heeft. We moeten naar andere meningen luisteren en vanuit respect kunnen we andere  mensen vertellen over Jezus. 

Kerngedachte Paulus gaat naar Athene, een stad vol afgodsbeelden en houdt er voor de Areopagus een  redevoering over God en dit met alle respect voor hen, ook al vindt hij dat ze verkeerd bezig  zijn.    

                                                        Ibid., 286.   Ibid., 286.  101 P. Cuijpers, Paulus in Athene. (2008), 4.  99

100

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

64 


Mogelijke vragen O = observatie, I = interpretatie, A = applicatie (toepassing)    ƒ Wie zijn de Epicureeërs en de Stoïcijnen en wat geloven ze? (O)  ƒ Wat is de Areopagus? (O)  ƒ Wat bedoelden de dichters met “uit hem komen wij voort’? (O)  ƒ Wat is de toon van Paulus? (O)  ƒ Duid de woorden ‘u’, ‘ik’ en ‘wij’ aan en zie hoe en wanneer ze gebruikt worden. (O)  ƒ Wat is de reactie van de toehoorders? Verandert deze doorheen Paulus’ betoog? (OI)  ƒ Hoe bouwt Paulus zijn redevoering op? Welke argumenten gebruikt hij? (OI)  ƒ Waarom zegt Paulus “een man” en niet “Jezus”? (I)  ƒ Probeer deze tekst samen te vatten in 1 zin. Probeer consensus te bereiken met je kring.  Toets je zin aan de tekst. (I)  ƒ Waarom staat deze tekst hier? Wat was de bedoeling van de auteur? Toets steeds aan de  tekst. (I)  ƒ Wat denk je dat de eerste toehoorders van deze tekst vonden? Waarom? Toets steeds aan  de bredere context van Handelingen. (I)   ƒ Wat zijn de hedendaagse afgodsbeelden? (A)  ƒ Roept deze tekst jullie ergens toe op? (A)  ƒ Welke techniek en/of ingesteldheid kunnen we leren uit Paulus’ betoog rond het  verkondigen van het evangelie aan anders‐ en niet‐gelovigen? (A)  ƒ Uit Paulus’ redevoering kunnen we afleiden dat hij de cultuur van zijn toehoorders goed  kende. Waarin willen jullie – in het licht hiervan – groeien en hoe ga je dit aanpakken? (A) 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

65 


Werkvormen

1) Filmpje: Ter inleiding kan je als kringleider(s) kan het volgend filmpje tonen: ‘What is  religious pluralism?’ http://www.youtube.com/watch?v=XcRamsHWPwE 

De spreker in dit filmpje heeft duidelijk uitleg over wat het pluralisme is en toont aan hoe  een pluralist denkt over Jezus en hoe wij, als christenen, dat doen. Dit kan helpen om het  thema van deze studie te openen of je kan het gebruiken om de discussie rond de toepassing  open te trekken 

2) Groepsdiscussie: Laat je groep eerst de tekst individueel lezen. Laat ze aanmerkingen  maken over de inhoud en moeilijke woorden. Deel daarna de kring in groepjes van twee,  zodat ze samen kunnen nadenken over hun bevindingen en de andere eventueel kunnen  helpen met het beantwoorden van vragen. Nadien kunnen alle groepen hun bevindingen  delen met de ganse kring. Dit kan aanleiding geven tot een discussie over de interpretatie  van de tekst. Let er als kringleider op hoe jouw kring reageert op verschillende meningen en  verwijs constant terug naar de tekst.  

3) Opschrift: Veelal zijn we zelf onze grootste afgod. Mijn geluk, mijn carrière, mijn uiterlijk,  mijn prestaties, …. Geef je kring de opdracht om een opschrift te maken voor het standbeeld  van hen als afgod. Bespreek dit met elkaar. Dit kan leiden tot gebed en schuldbelijdenis.    4) Gebed: Je kan eindigen in gebed en bidden voor de zaken die je als kring geleerd hebt uit  deze tekst. Bid voor de context waarin je als student leeft, studeert, woont, voor de cultuur  waar je deel van uit maakt. 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

66 


9 // Matteüs 5:1-15 Bijbelgedeelte 1 Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen  om zich heen. 2 Hij nam het woord en onderrichtte hen:   3 ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn,   want voor hen is het koninkrijk van de hemel.   4 Gelukkig de treurenden,   want zij zullen getroost worden.   5 Gelukkig de zachtmoedigen,   want zij zullen het land bezitten.   6 Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid,   want zij zullen verzadigd worden.   7 Gelukkig de barmhartigen,   want zij zullen barmhartigheid ondervinden.   8 Gelukkig wie zuiver van hart zijn,   want zij zullen God zien.   9 Gelukkig de vredestichters,   want zij zullen kinderen van God genoemd worden.   10 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden,   want voor hen is het koninkrijk van de hemel.   11 Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei  kwaad betichten. 12 Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel;  zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten.   13 Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan  weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en  vertrapt.   14 Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen  blijven. 15 Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te  zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

67 


16 Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer  bewijzen aan jullie Vader in de hemel.    

Achtergrondinformatie Auteur De schrijver van dit Evangelie is Matteüs. Hij was een accountant, in de belastingen, in  Kapernaüm. Dit is waarschijnlijk een van de redenen waarom het Evangelie van Matteüs,  een mooie, duidelijke structuur heeft102.   

Doelgroep Het Evangelie van Matteüs is niet enkel voor niet‐Joodse christenen geschreven. Het heeft  een sterk Joods karakter met vermeldingen en verwijzingen naar de stamboom van Jezus,  het Oude Testament, de wet. Ook zijn woordgebruik (hij spreekt over “koninkrijk der  hemelen”) en het feit dat hij het zeer duidelijk maakt dat Jezus, de Messias, onschuldig is,  duidt erop dat Matteüs schreef met Joodse tradities in het achterhoofd. Hij had namelijk een  groot verlangen dat ook de Joden tot geloof zouden komen, hij wou de deur voor de Joden  open houden103.   

Centrale thema’s in Matteüs Dit Bijbelboek was zeer geliefd bij de eerste generatie christenen en christengemeenschappen.  Zij waren op zoek naar manieren waarop ze de boodschap die Jezus gaf uit te dragen naar  andere volkeren om van hen discipelen te maken. In het Evangelie komen naast de verhalen  over de geboorte, doop, verzoeking, dood en opstanding van Jezus vijf redevoeringen aan  bod. Tijdens deze onderwijzingen leert Jezus zijn discipelen hoe je in het Koninkrijk hoort te  leven. Verder komen doorheen het boek nog 2 fundamenteel belangrijke thema’s aan bod104.    Geloof: 

                                                        D. Pawson, Sleutel tot de Bijbel. (London: HarperCollinsPublishers, 2003), 945   Pawson, D., Sleutel tot de Bijbel. (London: HarperCollinsPublishers, 2003), 952‐957  104 Ibid., 967‐970  102 103

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

68 


In  zijn  Evangelie  maakt  Matteüs  duidelijk  dat  geloof  zeer  belangrijk  is.  In  het  boek  lees  je  vaak de vraag van Jezus: “Geloof je in wat Ik je heb verteld? Geloof je dat Ik dit kan doen?”.  Jezus zoekt naar een blijvend vertrouwen in Hem en in  Zijn Woord105.     Gerechtigheid/Rechtvaardigheid:   Jezus zegt dat we gered worden tot gerechtigheid. Dit wil zeggen dat nadat je tot geloof bent  gekomen en vergeving van je zonden hebt ontvangen, er van je verwacht wordt, dat je in je  leven de gerechtigheid laat zien106, door goed te doen, goed te leven. Hoe je dit kan doen  wordt beschreven in het Evangelie van Matteüs.   

Structuur Bijbelboek Het Evangelie van Matteüs heeft, zoals eerder aangehaald, een zeer duidelijk, overzichtelijke  structuur.  Matteüs  start  met  een  inleiding  met  als  hoofdthema’s  de  geboorte,  dood  en  verzoeking  van  Jezus.  Vervolgens  komen  (hoofdstuk  5‐25)  de  verschillende  redevoeringen  aan bod. Deze worden telkens afgewisseld met verslagen over de daden van Jezus, die zijn  onderwijzingen praktisch ondersteunde. Hiermee wou Matteüs de lezer duidelijk maken dat  Jezus niet enkel sprak maar ook zijn daden als voorbeeld  voor ons heeft achtergelaten. Tot  slot  bevat  het  Evangelie  nog  een  afsluiting  over  de  dood  en  opstanding  van  Jezus107.  De  Bijbelpassage  die  we  tijdens  deze  studie  bekijken  kunnen  we  terug  vinden  in  Jezus’  eerste  redevoering, beter gekend als de Bergrede. 

Verduidelijking   3 In Engelstalige (en ook sommige Nederlandstalige) vertalingen leest vers 3 als volgt: ‘Blessed  are the poor in spirit, ...’  (zalig zijn de armen van geest). Er kunnen verschillende  interpretaties aan ‘de armen van geest’ gegeven worden. Het kan verstaan worden als  mensen met een beperkte verstandelijke capaciteit. Anderzijds kunnen we het begrijpen als                                                          Ibid., 967   Ibid., 967  107 Ibid., 949‐950  105 106

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

69 


mensen die het financieel niet breed hebben.  Beide interpretaties zijn gebaseerd op hoe we  zijn in de wereld. Echter om de werkelijke betekenis achter ‘armen van geest’ te achterhalen  moeten we kijken naar hoe we geestelijke arm zijn. In de Grieks vertaling kunnen we het  woord ”ptochoi” terugvinden, wat bedelaar betekent. We moeten ons geestelijk als een  bedelaar opstellen, hongerig naar Gods woord en genade en dankbaar telkens we iets  ontvangen van Hem108.  3-12 Eerder in het Evangelie van Matteüs vertelt Jezus dat het koninkrijk der Hemelen nabij was  (Matteüs 4:17). Vele mensen die dit hoorde wilden daarom ook weten wat ze moesten doen  om in Gods koninkrijk te komen. In deze verzen krijgen we hierop een antwoord en wordt  het ook duidelijk dat Gods koninkrijk zeer sterk verschilt dan de koninkrijken op aarde109.    11-12 Jezus zegt ‘verheug je en juich’ omdat je uitgescholden en vervolgd wordt in Zijn naam, dit  klikt op het eerste zich tegenstrijdig. Toch kan vervolging ook goed zijn, onder andere omdat  het je geloof versterk als je volhardt, we kunnen een voorbeeld en bemoediging zijn voor  anderen.  Het feit dat we vervolgd worden kunnen we als teken zien dat we weldegelijk  geloven en op God blijven vertrouwen ondanks alles. Hiervoor zullen we later in Gods  koninkrijk beloond worden. 

Plaats binnen ‘geloof in de wereld’ Het  jaarthema  ‘geloof  in  de  wereld’  kunnen  we  op  twee  manieren  interpreteren.  Enerzijds  kunnen we dit interpreteren als: geloof, gelovige personen in de wereld. Hoe moeten we ons  als christen gedragen in de wereld, hoe moeten we zijn in de omgang met elkaar?   Anderzijds kan het de vraag inhouden: geloven wij in de wereld? Zijn we ervan overtuigd  dat we als Jezus’ collega’s mogen bijdragen aan het goede in deze wereld?     

                                                        Saret, De Bergrede studie, 1‐2   The life Application Study Bible. (Wheaton, IL: Tyndale House Publishers/Youth for Christ, 1993), 1096 

108 109

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

70 


Op  de  eerste  interpretatie  geeft  deze  tekst  een  zeer  duidelijk  antwoord.  In  deze  passage  vertelt Jezus hoe we moeten leven in deze wereld, ons opstellen ten opzichte van andere. Hij  geeft ons de boodschap mee een licht in de wereld te zijn en deze wereld smaak te geven.     Moeten wij geloven in de wereld? Jazeker! ‘...opdat ze (de mensen van de wereld) jullie  goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.’(vers 16) . Door te leven zoals  Jezus ons vertelde en voordeed zullen de mensen om ons heen dit opmerken en hierdoor  God eren. 

Kerngedachte Het Koninkrijk der Hemelen is totaal verschillend van de wereldse koninkrijken. Om bij dit  Koninkrijk te horen zullen we ons dus ook anders moeten gedragen. Jezus roept ons op om  barmhartig, zachtmoedig, nederig, ... te zijn. Het is ook belangrijk dat we deze  eigenschappen uitdragen naar de wereld, zodat anderen de grootsheid en goedheid van  Gods Koninkrijk kunnen aanschouwen. 

Mogelijke vragen O = observatie, I = interpretatie, A = applicatie (toepassing)    ƒ Wat valt op als je de tekst leest? Zijn er contrasten, kan je te tekst onderverdelen? Kan je  een titel plakken op de verschillende onderdelen? (O)  ƒ Zijn er passages die eruit springen voor jullie, je persoonlijk aanspreken? (O)  ƒ Kun je de verschillende ‘gelukssprekingen’ uit de tekst halen? (O)  ƒ Wat is Gods beloning voor elk van deze ‘gelukssprekingen’? (O)  ƒ Met wat vergelijkt Jezus ons in deze Bijbelpassage? (O)  ƒ Wat kan je uit deze tekst halen over hoe we moeten leven? (OI)  ƒ Wat zijn de contradicties tussen de ‘gelukssprekingen’ en de hedendaagse waarden? (OI)  ƒ Wat wordt er juist bedoeld met vredestichters? (I)  ƒ Wat houdt ‘het zout van de aarde zijn’ in? (I)  ƒ Wat houdt ‘het licht in de wereld zijn’ in? (I) 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

71 


ƒ Is het voldoende om te voldoen aan enkele van de opgesomde items? Waarom wel/niet?  (I)  ƒ Kan je deze passage in 1 à 2 zinnen samenvatten, wat is voor jou het belangrijkste? (I)   ƒ Hoe zouden jullie deze tekst toepassen binnen jullie leefomgeving, school, vriendenkring,  familie? (A)  ƒ Welke aspecten uit de tekst kunnen in jou leven nog verbeterd worden? (A)  ƒ Waarvoor zou je voor willen bidden na het lezen van deze tekst? (A) 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

72 


Werkvormen

1) Associatie: Neem een groot blad papier een schrijf één van de ‘gelukssprekingen’ uit de  tekst op. Laat de groep alle woorden die ze associëren met dit woord op het papier schrijven.  Later kan je de bevindingen aftoetsen aan de betekenis die ze in de tekst hebben.  Dit kan  gebeuren na de observatie, als inleiding op de interpretatie vragen.  

2) Reconstructie: Verdeel de groep in twee. Geef de ene helft de bijbel tekst waar de  ‘gelukssprekingen’ zijn uit weggelaten, de andere groep krijgt de tekst waar de beloningen  zijn uit weggelaten. Is de groep in staat deze bekende tekst te reconstrueren? (zie bijlage)   

3) Groepswerk: Deel de kring op in groepjes van twee of drie personen. Laat elke groep apart  de observatievragen voorbereiden, deel de antwoorden met de rest van de kring, vergelijk en  bespreek. Je kan dit eventueel ook doen voor de interpretatie en applicatie vragen. Hierdoor  geef je de kringleden de tijd om de vragen diepgaand en op hun eigen tempo te  beantwoorden.

4) Creatief: Verdeel de verschillende ‘geluksprekingen’ onder de personen in de kring. Laat  ieder op een creatieve manier zijn/haar interpretatie van het woord uitbeelden, tekenen,  zingen,...  

5) Brainstorm: Neem een groot blad papier bij het bespreken van de vraag:”Hoe zou je deze  tekst toepassen binnen je leefomgeving, school, vrienden, familie?”. Brainstorm met de groep  hoe ze deze toepassingen kunnen realiseren. Hou dit papier achteraf bij, tijdens één van de  volgende kringen kan je hierop terugkomen om te kijken hoever de leden staan met het  realiseren ervan. 

6) Gebed: Vorm na de studie groepjes van twee en bid voor mekaar, in het bijzonder voor  dingen die je na het lezen en bestuderen van deze tekst zou willen zien veranderen.    

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

73 


10 // Jakobus 1:19-2:26 Bijbelgedeelte 1: 19 Geliefde broeders en zusters, onthoud dit goed: ieder mens moet zich haasten om te  luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden. 20 Want de woede  van een mens brengt niets voort dat in Gods ogen rechtvaardig is. 21 Wees daarom  zachtmoedig en leg alle verdorvenheid en elk denkbaar wangedrag af. En aanvaard zo de  boodschap die in u is geplant en die u kan redden. 22 Vergis u niet: alleen horen is niet  genoeg, u moet wat u gehoord hebt ook doen. 23 Want wie de boodschap hoort maar er niets  mee doet, is net als iemand die het gezicht waarmee hij is geboren in de spiegel bekijkt: 24 hij  ziet zichzelf, maar zodra hij wegloopt is hij vergeten hoe hij eruitzag. 25 Wie zich  daarentegen spiegelt in de volmaakte wet die vrijheid brengt, en dat blijft doen, niet als  iemand die hoort en vergeet, maar als iemand die ernaar handelt – hem valt geluk ten deel,  juist om wat hij doet. 26 Wie meent dat hij God dient, terwijl hij zijn tong niet kan  beteugelen, zit op een dwaalspoor, en heel zijn godsdienst is vergeefse moeite. 27 Voor God,  de Vader, is alleen dit reine, zuivere godsdienst: weduwen en wezen bijstaan in hun nood,  en je in acht nemen voor de wereld en onberispelijk blijven.     2   1 Broeders en zusters, het geloof in Jezus Christus, onze glorierijke Heer, staat niet toe dat u  mensen op hun uiterlijk beoordeelt. 2 Stel dat uw samenkomst wordt bezocht door iemand  die prachtige kleren en gouden ringen draagt, en tegelijkertijd door een arme in vodden.  3 Als u dan de eerste met alle zorg omringt en tegen hem zegt: ‘Neemt u plaats, hier zit u  goed,’ terwijl u tegen de tweede zegt: ‘Ga daar maar staan, of ga maar bij mijn voetenbank  op de grond zitten,’ 4 maakt u dan geen ongeoorloofd onderscheid en wordt uw oordeel niet  door verkeerde overwegingen bepaald? 5 Luister, geliefde broeders en zusters: heeft God  niet juist hen die naar wereldse maatstaven arm zijn, uitgekozen om rijk te zijn door het  geloof en deel te krijgen aan het koninkrijk dat hij heeft beloofd aan wie hem liefhebben?  6 Maar u behandelt arme mensen met minachting. Zijn het dan niet de rijken die u  onderdrukken en u voor de rechter slepen? 7 Zijn zij het niet die de voortreffelijke naam die  over u is uitgesproken, door het slijk halen? 8 Wanneer u echter het koninklijke gebod  “Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

74 


volbrengt dat de Schrift geeft: ‘Heb uw naaste lief als uzelf,’ dan handelt u juist. 9 Maar als u  op het uiterlijk afgaat, begaat u een zonde en bestempelt de wet u als overtreders. 10 Wie de  hele wet onderhoudt maar op één punt struikelt, blijft ten aanzien van alle geboden in  gebreke. 11 Want hij die gezegd heeft: ‘Pleeg geen overspel,’ heeft ook gezegd: ‘Pleeg geen  moord.’ Als u geen overspel pleegt maar wel een moord, overtreedt u toch de wet. 12 Zorg  ervoor dat uw spreken en uw handelen de toets kunnen doorstaan van de wet die vrijheid  brengt. 13 Onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie geen barmhartigheid heeft bewezen;  maar de barmhartigheid overwint het oordeel.   14 Broeders en zusters, wat heeft het voor zin als iemand zegt te geloven, maar hij handelt er  niet naar? Zou dat geloof hem soms kunnen redden? 15 Als een broeder of zuster nauwelijks  kleren heeft en elke dag eten tekortkomt, 16 en een van u zegt dan: ‘Het ga je goed! Kleed je  warm en eet smakelijk!’ zonder de ander te voorzien van de eerste levensbehoeften – wat  heeft dat voor zin? 17 Zo is het ook met geloof: als het zich niet daadwerkelijk bewijst, is het  dood. 18 Maar dan zegt iemand: ‘De een gelooft, de ander doet.’ Laat mij maar eens zien dat  je kunt geloven zonder daden; ik zal u door mijn daden tonen dat ik geloof. 19 U gelooft dat  God de enige is? Daar doet u goed aan. Maar de demonen geloven dat ook, en ze sidderen.  20 Dwaas, wilt u het bewijs dat geloof zonder daden nutteloos is? 21 Werd het onze  voorvader Abraham niet als een rechtvaardige daad toegerekend dat hij zijn zoon Isaak op  het altaar wilde offeren? 22 U ziet hoe geloof en handelen daar hand in hand gaan, en hoe  het geloof vervolmaakt wordt door daden. 23 Zo ging in vervulling wat de Schrift zegt:  ‘Abraham vertrouwde op God, en dat werd hem toegerekend als een rechtvaardige daad.’  Hij wordt zelfs Gods vriend genoemd. 24 U ziet dus dat iemand rechtvaardig wordt  verklaard om wat hij doet, en niet alleen om zijn geloof. 25 Werd niet ook Rachab, de hoer,  rechtvaardig verklaard om wat ze deed, toen ze de verkenners ontving en langs een andere  weg liet vertrekken? 26 Zoals het lichaam dood is zonder de ziel, zo is ook geloof zonder  daden dood.  

Achtergrondinformatie   Dit  Bijbelboek  is  een  brief  (waarschijnlijk)  geschreven  door  Jakobus,  de  broer  van  Jezus.  Jakobus  was  een  tegenstander  geweest  van  Jezus  en  alles  waarvoor  Hij  stond,  tot  aan  zijn 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

75 


dood en verrijzenis. Hij bekeerde zich na een verschijning van Jezus aan hem persoonlijk (1  Korintiërs  15:7).  Hij  was  daarna  zijn  dienstknecht  als  leider  van  de  kerk  in  Jeruzalem.  Zijn  grote  doel  was  het tot Christus  brengen  van  het  Joodse  volk110.  Deze  brief  is  aan  die  Joden  gericht  die  zich  als  christenen  in  het  buiteland  gevestigd  hadden,  de  zogenaamde  ‘twaalf  stammen  in  de  verstrooiing’.  Wat  Jakobus  schrijft  kan  echter  heel  gemakkelijk  als  relevant  beschouwd worden voor onze eigen tijd: vele zaken in de brief zijn universeel en praktisch  in het leven toepasbaar.    De brief staat kan gelezen worden als een praktische gids voor christenleven en ‐gedrag111.  Ze  bevat  vele  morele  voorschriften  en  christelijke  ethiek.  Voorgaand  aan  deze  passage,  schrijft  Jakobus  over  hoe  een  christen  kan  omgaan  met  verzoekingen  ,  nl.  door  te  bidden  voor wijsheid en de verzoeking te zien als een mogelijkheid of uitdaging om het geloof uit te  werken  en  te  verdiepen.  Jakobus  besefte  dat  de  nieuwe  christenen  die  als  vreemdeling  leefden, het moeilijk zouden hebben altijd bij hun geloof te blijven112. Hij ziet een actief geloof  als  dé  oplossing  om  met  deze  uitdagingen  om  te  gaan.  Over  de  uitwerking  van  dit  geloof  gaat hij verder in ons gedeelte.    Onze tekst bevat als het ware drie grote paragrafen die elk een aspect tonen van dit actieve  geloof113:   a) 1:19‐27  over  ‘Horen  en  doen’  of  hoe  deze  wijsheid  waarvoor  je  bidt,  samen  met  het  uitwerken van je geloof, resulteert in een bepaalde houding of levensstijl. Jakobus roept  op niet slechts te horen, maar ook te doen. Enkel ‘horen’ maakt het allemaal een beetje  vergeefs (vers 24);   b) 2:1‐13 over ‘Geen ongeoorloofd onderscheid’ of hoe dit uitgewerkte geloof bij het uitreiken  op geen enkele manier onderscheid maakt onder mensen. In dit geloof verandert je kijk  op mensen en je relatie tot deze mensen;    

                                                        Mears, H. C. What the Bible Is All About, part II: The New Testament, (Ventura, CA: Regal Books, 1997), 299‐306.   Ibid.  112 Keener, C. S. The IVP New Testament Background Commentary, (Downers Grove, IL: InterVarsity Press, 1993),  686‐704; Stulac, G. M. James, IVPNTCS, (Downers Grove, IL: IVP, 1993), 60‐120.  113 Ibid.  110 111

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

76 


c) 2:14‐26 over ‘Nutteloos geloof’ of hoe dit uitgewerkte geloof intrinsiek en principieel leidt  tot handelen en dus niet ‘non‐actief’ of ‘dood’ kan zijn. Je geloof voor jezelf houden is uit  zichzelf nutteloos, want dit geloof is een die wil actief zijn omwille van zijn aard.        In de laatste paragraaf verwijst Jakobus naar twee praktische voorbeelden van personen uit  het Oude Testament die hun geloof door hun daden deden blijken. Het verhaal van Abraham  die zijn zoon op het altaar legde, vind je in Genesis 22:1‐19, terwijl de geloofsdaad van Rachab  te lezen staat in Jozua 2:1‐24. Abraham bleef geloven dat God hem een oneindig groot  nageslacht zou geven, terwijl Rachab geloofde dat de spionnen door God gezonden waren  en dat het land hen toebehoorde. Beide mensen hebben bewust duidelijk gemaakt wat ze  geloofden door wat ze deden. Dit ziet Jakobus als iets werkelijk noodzakelijk, zowel in  dagelijkse aangelegenheden als in moeilijke situaties vol uitdagingen. 

Verduidelijking   2:21 ‘Rechtvaardige daad’. De daad of handeling wordt als juist of recht gezien omwille van het  achterliggende geloof of principe dat geleid heeft tot het handelen. 

Plaats binnen ‘geloof in de wereld’   Net  zoals  de  christenen  aan  wie  Jakobus  zich  richt,  leven  wij  als  christelijke  studenten  als  ‘vreemdelingen’ in een stad/wereld vol van beproevingen. De oproep van Jakobus naar ons  toe  is  dezelfde:  houd  vast  aan  je  geloof,  niet  door  het  te  verbergen  of  op  non‐actief  te  plaatsen,  maar  door  te  anticiperen  en  uit  te  reiken.  Doorheen  deze  tekst  wil  Jakobus  oproepen  tot  een  actief  geloof  dat  niet  alleen  anderen,  maar  ook  jezelf  ten  goede  komt;  je  ervan overtuigen dat geloof en handelen hand in hand gaan.      ‘Geloof in de wereld’ wordt in deze Bijbelpassage een actief begrip. De gelovige student  wordt opgeroepen effectief dit geloof, te gaan uitdragen door een bedachtzame levensstijl en 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

77 


door daden die de natuur van Jezus tonen. De student die zijn geloof koestert, maar niet  uitdraagt, beschikt over een geloof dat van weinig nut is. 

Kerngedachte   Werk  je  geloof  actief  uit  en  laat  het  resulteren  in  een  bedachtzame  levensstijl  die  uitreikt  zonder  onderscheid  te  maken  tussen  mensen,  en  in  een  mentaliteit  die  handelen  boven  spreken plaatst.  

Mogelijke vragen O = observatie, I = interpretatie, A = applicatie (toepassing)    ƒ Welk genre is dit? (O)  ƒ Wie is de verteller en wat vertelt hij? (O)  ƒ Welke woorden en zinsstructuren vallen je op? (O)  ƒ Wat legt de schrijver op aan de lezers? Hoe moet je zijn en wat moet je doen? (OI)   ƒ Wat is de houding van de schrijver tot zijn lezers? Hoe noemt hij hen? (OI)   ƒ Welk gevoel creëert de schrijver? Uit welke woorden of zinsstructuren leid je dat af?  (OI)  ƒ Welke soort vragen stelt de schrijver? Waarom? Wat is de toon van deze vragen? (OI)  ƒ Welke vergelijkingen maakt Jakobus in de tekst? (OI)   ƒ Waaruit leid je de ernst van zijn boodschap af? (I)   ƒ Waarom zou Jakobus herhaaldelijk spreken over ‘mijn broeders’? (I)   ƒ Op welke manier(en) maakt de schrijver zijn punt(en) duidelijk? Bekijk dit vers per vers.  (I)  ƒ Welke argumenten en voorbeelden gebruikt hij hiervoor? Gebruikt hij ze door elkaar?  Waarom? (OI)  ƒ Wat is de kern van elke paragraaf? Waarom zie je dit als kern? (I)   ƒ Leid je een analogie af tussen de verschillende paragrafen? Welke? Verbind de paragrafen  inhoudelijk met elkaar. (I)    ƒ Vergelijk 2:17 en 2:20 met elkaar. Wat is er verschillend? (I)  

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

78 


ƒ In 2:14 stelt Jakobus twee vragen. Wat zijn de verschillen in inhoud, doel en antwoord van  de vragen? (IA)  ƒ Waar roept dit genre (meestal) en deze tekst toe op? (IA)  ƒ Welke vragen roept de tekst bij je op? (IA)   ƒ Definieer ‘ongeoorloofd onderscheid’ in jouw leven (IA)   ƒ Hoe zou jij de opgedragen zaken effectief maken in je leven? (IA)  ƒ Link aan elke vraag die gesteld wordt een (mogelijk) antwoord van Jakobus uit de tekst.  Beantwoord de vragen ook voor je eigen leven. (IA)   ƒ Is de tekst relevant voor je eigen leven als student en erbuiten? (A)  ƒ Over welke aspecten van jouw leven heeft Jakobus het in de laatste paragraaf? (A) 

Werkvormen   1)  Ongeoorloofd  onderscheid:  Vooraleer  je  als  kringleider  de  Bijbelstudie  aanvangt,  kan  je  het volgende experiment uitvoeren. Het experiment heeft betrekking tot het tweede deel van  de  studie,  over  ‘ongeoorloofd  onderscheid’.  Creëer  een  situatie  waarbij  het  volgende  zich  voordoet. Voorzie na de maaltijd te weinig desserts en geef zeer duidelijk enkele mensen een  dessert en anderen niet. Let wel op dat iedereen aanwezig is bij het uitdelen van de desserts,  want  het  is  net  de  bedoeling  een  (slecht)  gevoel  te  creëren.  Vergeet  dan  ook  vooral  niet  je  experiment  te  verantwoorden  na  de  observatie  en  interpretatie  van  de  tekst.  Andere  mogelijkheden: specifiek slechts enkele mensen een extra portie geven, enkele pennen geven  voor het analyseren, de mooiste plaatsen verdelen om te zitten … Wees creatief!    2)  Analyseer:  Analyseer  de  structuur  van  de  tekst.  Doe  dit  in  drie  groepen,  waarbij  elke  groep  een  paragraaf  voor  zijn  rekening  neemt.  Maak  gebruik  van  verschillende  kleuren.  Analyseer de zinsbouw en duidt volgende zaken aan: soort zin (bevel, (in)directe vraag,…),  toon (markeer woorden die betrekking hebben op de toon waarop de schrijver zich naar de  lezer richt), maak verbindingen tussen oorzaak en gevolg, tussen vraag en antwoord, tussen  stelling en argument…   

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

79 


3)  Actualiteit:  ‘Ongeoorloofd  onderscheid’  kan  zich  op  meer  vlakken  voordoen  dan  op  het  financiële.  Neem  een  krant  en  geef  iedereen  enkele  pagina’s.  Zoek  enkele  vormen  van  ‘ongeoorloofd onderscheid’ en enkele problemen die hierdoor ontstaan. Link het ook aan je  eigen leven als student en de manieren waarop jij ermee geconfronteerd wordt.       4) Martin Luther King Jr.: Beluister bij aanvang van de toepassing de ‘I have a dream’ speech  van  Martin  Luther  King  Jr.  in  1963.  Deze  is  te  vinden  op  YouTube  en  op  het  net.  Je  kan  kiezen voor de volledige versie (17 minuten) of de verkorte versie (laatste 6 minuten). Neem  de tekst van de speech bij je en vergelijk wat Jakobus wil dat je doet met wat Martin Luther  King Jr. doet en verkondigt.      5) Louis Theroux: Bekijk een fragment uit de spraakmakende documentaire ‘The Most hated  family  in  America’  van  Louis  Theroux.  Fragmenten  zijn  veelvuldig  te  vinden  op  YouTube  (hou het best bij de eerste documentaire). Vergelijk de zaken die Jakobus oproept te zijn en te  doen met hun acties en houdingen. Bespreek zonder in oordeel te vervallen.    6) Brief: Laat de kringleden een brief schrijven naar zichzelf. Deze wordt dan in een envelop  gestoken  en  voor  een  bepaalde  tijd  bewaard  door  de  kringleider.  Deze  zal  de  brief  aan  de  kringleden binnen enkele weken/maanden terug overhandigen. In deze brief stel je jezelf een  opdracht die verband houdt met het thema ‘Geloof en werken’. Gebruik als template voor de  brief  de  structuur  die  Jakobus  gebruikt  in  de  paragraaf  van  vers  14  tot  26  in  het  tweede  hoofdstuk. Blijf bij het thema, maar gebruik de zinsstructuren die Jakobus gebruikt: stel jezelf  vragen (een doel), toets het met een voorbeeld uit de realiteit en verder ook met voorbeelden  van mensen die je inspireren tot dit doel. Word door jezelf uitgedaagd!     

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

80 


11 // Micha 6: 1-8 Bijbelgedeelte 1 Hoor toch wat de HEER zegt!   Sta op, laat de bergen uw rechtsgeding horen,   laat de heuvels getuige zijn.   2 Luister, bergen, naar het pleidooi van de HEER,   hoor toe, onwrikbare fundamenten van de aarde.   De HEER heeft een geschil met zijn volk,   hij klaagt Israël aan:   3 ‘Mijn volk, wat heb ik je misdaan?   Waarmee heb ik je gekweld? Antwoord mij!   4 Ik heb je weggeleid,   bevrijd uit de slavernij in Egypte.   Ik zond Mozes, Aäron en Mirjam   om jullie voor te gaan.   5 Ben je dan vergeten, mijn volk,   wat Balak besloot, de koning van Moab,   wat Bileam, de zoon van Beor, hem antwoordde?   Ben je vergeten wat er gebeurde tussen Sittim en Gilgal?   Ken je de gerechtigheid van de HEER niet meer?’   6 ‘Wat kan ik de HEER aanbieden,   waarmee hulde brengen aan de verheven God?   Moet ik hem tegemoet treden met brandoffers,   zou hij eenjarige stieren aanvaarden?   7 Kan ik hem gunstig stemmen met duizenden rammen,   met olie, stromend in tienduizend beken?   Moet ik mijn oudste kind geven voor wat ik heb misdaan,   de vrucht van mijn schoot voor mijn zondig leven?’   8 Er is jou, mens, gezegd wat goed is,   je weet wat de HEER van je wil:   “Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

81 


niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten   en nederig de weg te gaan van je God.  

Achtergrondinformatie114 Micha profeteerde in Juda, tussen ongeveer 742 en 696 voor Christus. Tijdens zijn bediening  – in 722 voor Christus – werd Israël, de tien noordelijke stammen, veroverd door de  Assyriërs. Dit wordt voorspeld in Micha’s eerste orakel (1:2‐7). Micha waarschuwde Juda dat  hen hetzelfde lot zou beschoren zijn als ze niet terugkeerden tot God. Hij profeteerde vooral  buiten Jeruzalem, voor de gewone  man.    Micha focust vooral op de idee van echte godsdienst als sociale rechtvaardigheid. Daarnaast  heeft hij opvallend veel aandacht voor het aankondigen van de Messias en het herstel van  Israël. De twee thema’s raken elkaar in zijn aanklacht tegen de heersers die hun – door God  gegeven – macht misbruiken en zijn vooruitwijzing naar de Messias als de heerser die zijn  titel correct zal dragen.    Micha is opgedeeld in drie orakels, die telkens openen met een oproep om te luisteren: 1:2 –  2:13, 3:1 – 5:14, 6:1 – 7:20. Ze zijn alle drie opgebouwd uit een gedeelte oordeel en een  gedeelte herstel. Onze passage is een gedeelte oordeel, opgevat als een rechtszaak van God  tegen Israël. 

Verduidelijking   1 De hele schepping wordt opgeroepen om getuige te zijn in een rechtszaak tussen God en zijn  volk, dat het verbond heeft geschonden. Deze literaire vorm komt bij verschillende profeten  terug115.                                                           114 Chavalas, M.W., Matthews, V.H. & Walton, J.H., The IVP Bible Background Commentary. Old Testament,  (Downers Grove: Intervarsity Press, 2000), 832; Constable, Dr. Constable’s Notes on Micah, 42.      Chavalas, M.W., Matthews, V.H. & Walton, J.H., The IVP Bible Background Commentary. Old Testament,  (Downers Grove: Intervarsity Press, 2000), 785. 

115

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

82 


5 Balak probeerde Bileam Israël te laten vervloeken, maar die zegende hen door Gods  ingrijpen (Num. 22‐24).    Sittim was de laatste plaats waar de Israëlieten stonden voor ze de Jordaan overstaken met  Gods hulp, Gilgal de eerste waar ze daarna stonden (Joz. 3‐4).    6-7 Een kalf van een jaar oud zou een grotere financiële aderlating zijn dan een pasgeboren kalf  en dus een groter offer116. De offers worden almaar groter, veel groter dan wie dan ook zou  kunnen brengen, tot het uitkomt bij een kinderoffer, wat een gruwel was. De nadruk is dat  geen offer groot genoeg kan zijn117.    8 De aanspreking “mens” maakt Micha’s publiek duidelijk dat dit voor iedereen geldt, niet  slechts voor de leiders van het volk. Bovendien benadrukt het de onderworpenheid aan  God118. 

Plaats binnen ‘geloof in de wereld’ ‘Geloof in de wereld’ betekent geloof brengen in de wereld waarin we leven, maar ook  geloven dat de wereld aan zich goed is en wij kunnen verder aan die goedheid werken door  te handelen naar Gods wil: “niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten   en nederig de weg te gaan van je God”. 

Kerngedachte Gods verwachtingen verschillen van onze verwachtingen. We denken vaak dat we van alles  moet doen om hem ‘gunstig te stemmen’, maar Hij vraagt om veel minder: “niets anders dan  recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God”. 

                                                        Ibid., 786.   Ibid., 786.  118 Constable, Dr. Constable’s Notes on Micah, 34.  116 117

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

83 


Mogelijke vragen O = observatie, I = interpretatie, A = applicatie (toepassing)    ƒ Wat valt op als je de tekst leest? Zijn er contrasten, kan je te tekst onderverdelen? Kan je  een titel plakken op de verschillende onderdelen? (O)  ƒ Wie is er aan het woord? Bestudeer de ‘personages’. (O)  ƒ Wat kom je over God te weten in dit Bijbelgedeelte? (O)  ƒ Wat kom je over de mens te weten ? (O)  ƒ Zijn er passages die eruit springen voor jullie, je persoonlijk aanspreken? (O)  ƒ Wat kan je uit deze tekst halen over hoe we moeten leven? (OI)  ƒ Welk genre is dit? (OI)  ƒ Wat  zijn  de  contradicties  tussen  de  wat  God  vraagt  en  wat  de  mens  doet?  Hoe  is  het  vandaag de dag? (OI)  ƒ Wat wordt er juist bedoeld met ‘nederig de weg te gaan van je God’? (I)  ƒ Wat houdt ‘trouw betrachten’ in? (I)  ƒ Wat houdt ‘recht doen’ in? (I)  ƒ Is het voldoende om te voldoen aan de items in het laatste vers (v8)? Waarom wel/niet? (I)  ƒ Kan je deze passage in 1 à 2 zinnen samenvatten, wat is voor jou het belangrijkste? (I)   ƒ Waar roept dit genre (meestal) en deze tekst toe op? (IA)  ƒ Hoe kunnen we als een gemeenschap tegen deze tekst aankijken? (IA)  ƒ We lezen deze tekst nu na Jezus’ komst. Verandert dat je kijk op deze tekst? Zo ja, hoe?  (IA)  ƒ Hoe  zouden  jullie  deze  tekst  toepassen  binnen  jullie  leefomgeving,  school,  Ichtusgroep,  vriendenkring, familie? Denk specifiek aan het vullen van noden rondom jullie. (A)  ƒ Welke aspecten uit de tekst kunnen in jou leven nog verbeterd worden? (A)  ƒ Waarvoor zou je voor willen bidden na het lezen van deze tekst? (A)   

Werkvormen   Observatie 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

84 


1) Verschillende vertalingen: Gebruik verschillende vertalingen, eventueel in  verschillende talen. Laat de kringleden ze hardop voorlezen en zoek naar verschillen  en wat die verschillen voor implicaties hebben voor de betekenis van de tekst.   2) Theaterstuk: Deze tekst kan als een theaterstuk gelezen worden. Duid 2 studenten  aan die het willen voordragen. Is er een verteller nodig? Expressief voorlezen! Deze  werkvorm kan gebruikt worden na de observatievragen, om die vragenronde af te  sluiten en over te gaan naar interpretatie.   3) Woorden weglaten: Druk de tekst af en deel die uit. Het is wel belangrijk om enkele  woorden uit de tekst weg te laten. Hier kan je bv de zintuiglijke werkwoorden  weglaten: luister, hoor, zie, enz. Verdeel de groep in subgroepen en laat ze samen de  missende woorden invullen. Doel van deze werkvorm is om woordkeuze goed te  observeren. We gaan er soms van uit dat we weten wat er in een tekst staat omdat we  die tekst zo vaak hebben gelezen. Maar klopt dat wel? Weten we wat er werkelijk in  staat? Deze werkvorm kan dienen als inleiding.  4) Tekst ordenen: Druk de tekst af in groot formaat. Per A4 mogen er maar 2 regels op  staan. Laat de groep de tekst in elkaar steken door de regels in de juiste volgorde te  plaatsen. Deze werkvorm kan dienen als inleiding.    Interpretatie  5) Woordspin: Teken een cirkel op een groot papier (A3) met in het midden het woord  ‘recht doen’ of ‘trouw betrachten’ of ‘nederig de weg van je God gaan’. Laat de  kringleden hierbij hun associaties opschrijven. Welke woorden hebben hiermee te  maken? Wat denk je hierbij? Wat voel je hier bij?  6) Lied: Luister naar ‘Brood van het leven’ door Trinity:  http://www.youtube.com/watch?v=FYKUG4YvbDw De strofe is gebaseerd op onze  Bijbeltekst. Je��kan je groep de vraag voorleggen wat ze van lied vinden in het licht  van de tekst uit Micha. Is dit een goede interpretatie qua tekst en qua muziek/gevoel?    Applicatie  7) Collage: Neem verschillende kranten mee en deel ze aan de groep. Laat iedereen  artikels zoeken over noden in de wereld (onrechtvaardigheid). Laat ze samen een 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

85 


collage maken op een grote vel papier. Laat ze 3 rubrieken maken: wereld, België,  eigen stad. Stel daarna vragen rond hun inzet in al die rubrieken.    

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

86 


12 // Johannes 17 Bijbelgedeelte 1 Zo sprak hij. Daarna sloeg Jezus zijn ogen op naar de hemel en zei: ‘Vader, nu is de tijd  gekomen, toon nu de grootheid van uw Zoon, dan zal de Zoon uw grootheid tonen. 2 Hij  heeft van u macht over alle mensen ontvangen, de macht om iedereen die u hem gegeven  hebt het eeuwige leven te schenken. 3 Het eeuwige leven, dat is dat zij u kennen, de enige  ware God, en hem die u gezonden hebt, Jezus Christus. 4 Ik heb op aarde uw grootheid  getoond door het werk te volbrengen dat u mij opgedragen hebt. 5 Vader, verhef mij nu tot  uw majesteit, tot de grootheid die ik bij u had voordat de wereld bestond.   6 Ik heb aan de mensen die u mij uit de wereld gegeven hebt uw naam bekendgemaakt. Zij  waren van u, maar u hebt hen aan mij gegeven. Ze hebben uw woord bewaard, 7 en nu  begrijpen ze dat alles wat u mij hebt gegeven, van u komt. 8 Ik heb de woorden die ik van u  ontvangen heb aan hen doorgegeven, zij hebben ze aanvaard en nu weten ze echt dat ik van  u gekomen ben, en ze geloven dat u mij hebt gezonden.   9 Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor de mensen die u mij hebt gegeven,  omdat zij van u zijn 10 – alles wat van mij is, is van u, en alles wat van u is, is van mij – en  omdat in hen mijn grootheid zichtbaar geworden is. 11 Ik ben al niet meer in de wereld, ik ga  naar u toe, maar zij blijven wel in de wereld. Heilige Vader, bewaar hen door uw naam, de  naam die u ook aan mij gegeven hebt, zodat zij één zijn zoals wij één zijn. 12 Zolang ik bij  hen was heb ik hen door uw naam, die u mij gegeven hebt, bewaard en over hen gewaakt:  geen van hen is verloren gegaan behalve hij die verloren moest gaan, opdat de Schrift in  vervulling ging. 13 Nu kom ik naar u toe, en ik zeg dit terwijl ik nog in de wereld ben, opdat  zij vervuld worden van mijn vreugde. 14 Ik heb hun uw woord gegeven. De wereld haat  hen, omdat ze niet bij de wereld horen, zoals ook ik niet bij de wereld hoor. 15 Ik vraag niet  of u hen uit de wereld weg wilt nemen, maar of u hen wilt beschermen tegen de duivel.  16 Ze horen niet bij de wereld, zoals ik niet bij de wereld hoor. 17 Heilig hen dan door de  waarheid. Uw woord is de waarheid. 18 Ik zend hen naar de wereld, zoals u mij naar de  wereld hebt gezonden. 19 Ik heb mij geheiligd omwille van hen, zo zullen ook zij door de  waarheid geheiligd zijn.  

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

87 


20 Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven.  21 Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn,  opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden. 22 Ik heb hen laten delen in de grootheid  die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: 23 ik in hen en u in mij. Dan zullen zij  volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad  zoals u mij liefhad.   24 Vader, u hebt hen aan mij geschonken, laat hen dan zijn waar ik ben. Dan zullen zij de  grootheid zien die u mij gegeven hebt omdat u mij al liefhad voordat de wereld gegrondvest  werd. 25 Rechtvaardige Vader, de wereld kent u niet, maar ik ken u, en zij weten dat u mij  hebt gezonden. 26 Ik heb hun uw naam bekendgemaakt en dat zal ik blijven doen, zodat de  liefde waarmee u mij liefhad in hen zal zijn en ik in hen.’

Achtergrondinformatie Al vanaf de eerste kerkvaders wordt ervan uitgegaan dat Johannes, de zoon van Zebedeus  en een van de 12 discipelen, de auteur is van het Johannes evangelie119. Johannes heeft de  preken en daden van Jezus van zeer dichtbij meegemaakt als een van de discipelen.  Sommige commentaren gaan er van uit dat Johannes de lievelingsleerling was van Jezus120.  Zij twee hadden een nauwe relatie en Johannes was samen met de andere evangelisten één  van de mensen die de verhalen en preken persoonlijk had meegemaakt. Toch verschilt het  Johannes evangelie veel van de andere 3 evangeliën die we in het Nieuwe Testament vinden.  Het laat verhalen weg die de andere drie wel hebben en vertelt verhalen die we bij de andere  3 niet vinden.  Johannes komt uit een Joodse familie en hij snijdt in zijn evangelie veel joodse thema’s aan.  Na het verhaal over de roeping van de discipelen begint Johannes met de beschrijving van  Jezus’ werk. Dit deel (1‐12) bestaat hoofdzakelijk uit wonderverhalen en beschrijvingen van  Joodse feesten. Deze aanloop van 12 hoofdstukken leidt het volgende deel in. Hoofdstuk 13‐ 17 staan volledig in het teken van het laatste Pesachmaal dat Jezus eet met zijn discipelen. Hij  geeft hen onderwijs over de dingen die in de tijd ervoor zijn gebeurd en de laatste instructies  voor het moment dat hij er niet meer is. Deze laatste onderwijzing eindigt Jezus met een                                                          P.H.R. Van Houwelingen, Johannes Het evangelie van het Woord. Commentaar op het Nieuwe Testament, (Kampen,  Kok, 1997), 23  120 Ibid., 19  119

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

88 


gebed (Johannes 17). Het gebed van Jezus wordt wel het Hogepriesterlijk of afscheidsgebed  genoemd121. Jezus heeft het Pesachmaal met de leerlingen gevierd (Joh 13‐17) en weet dat zijn  gevangenneming en sterven er aan zitten te komen. Hij bidt nog eenmaal in het bijzijn van  zijn leerlingen. Het eerste deel van het gebed is voor zichzelf (1‐5) daarna bidt hij voor zijn  leerlingen (6‐19) en tenslotte voor alle gelovigen (20‐26). 

Verduidelijking   1a ‘Zo sprak hij. Daarna sloeg Jezus’. Deze zin hoort door te lopen. Een letterlijke vertaling zou  het volgende opleveren: Dit sprak Jezus en hij sloeg zijn ogen op naar de hemel. Door deze  toevoeging wordt het duidelijk dat Jezus een voor de Joden gebruikelijke gebedshouding  aanneemt (vlg. Joh 11:41) en dat hetgeen gesproken wordt als een gebed gelezen moet  worden122.    1b-5 Het werk van Jezus is bijna volbracht. Hij heeft door de wonderen en zijn prediking al een  deel van Gods macht en grootheid laten zien. Nu breekt het moment aan voor de laatste slag.  Het overwinnen van de dood en daardoor het eeuwige leven schenken aan de mensen die in  hem geloven.    6-8 Jezus heeft de discipelen alles verteld wat ze moeten weten. Ze zijn er van overtuigd dat Jezus de  zoon van God is en door hem is gezonden.    9 ‘Ik bid niet voor de wereld’. In het hoofdstuk komt het woord ‘wereld’ 18 keer voor maar op  dit punt is het misschien het moeilijkst te begrijpen. De betekenis van ‘wereld’ is hier de  mensen die niet in Jezus geloven. In eerste instantie lijkt dat raar omdat deze mensen dan                                                          Ibid., 331   F.W. Grosheide, Het Heilig Evangelie volgens Johannes II Hoofdstukken 8‐21. Kommentaar op het Nieuwe Testament,  (Kampen, Kok, 1950), 398   J.C. Bette, G. van den Brink, H. Courtz, et al, Het evangelie naar Johannes. Studiebijbel v.5, (Zaltbommel, Koninklijke  Van de Garde, 2001), 699  121 122

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

89 


min of meer afgeschreven lijken voor het eeuwig leven. Dat is niet helemaal waar want Jezus  bidt in vers 20 voor alle mensen die door de verkondiging tot geloof komen. Jezus bidt in  vers 9 specifiek voor de mensen die al wel in hem geloven. Zij hebben het gebed voor  eenheid en kracht nodig omdat ze op een later moment getest en beproeft zullen worden.    11-13 Is Jezus nu wel of niet in de wereld? Hier kan er sprake zijn van twee verschillende  werelden. In vers 11 de wereld als de mensen die niet is Jezus geloven. Jezus heeft zijn  prediking op de aarde afgerond en hij zal niet meer in het openbaar spreken. In die zin is hij  niet meer in de wereld. Fysiek is hij nog wel op aarde (vers 13). Wanneer zijn werk volledig  is afgerond zal hij de aarde ook lichamelijk verlaten.    ‘Geen van hen is verloren gegaan behalve hij die verloren moest gaan, opdat de Schrift in  vervulling ging.’ In Johannes 6:70‐71 wordt het verraad door Judas al aangekondigd.    21-23 Door de eenheid van de christenen zullen de mensen kunnen zien dat God de Vader en de  Zoon één zijn. Die eenheid is een getuige van de liefde van God.    26 Door Jezus die in ons is, kan hij zijn werk via ons voortzetten. Wij zijn getuigen van Jezus’  liefde. Zijn naam wordt bekend wanneer wij die liefde aan onze omgeving tonen.   

Plaats binnen ‘geloof in de wereld’ Jezus is naar de wereld gekomen (gezonden) met een duidelijke missie; de mensen eeuwig  leven aanbieden. Gedurende zijn leven heeft hij de mensen onderwezen en erop gewezen  dat ze een redder nodig hadden. Hij was de beloofde Messias. In de tekst uit Johannes 17  lezen we een gebed van Jezus aan zijn Vader uitgesproken ten midden van zijn discipelen en  volgelingen. Zij zijn het die zijn boodschap geloven en hem volgen als de Zoon van God. Zijn  taak zit er bijna op. In hoofdstuk 18 wordt Jezus gevangen genomen en begint de strijd  waarin Jezus uiteindelijk de dood zal overwinnen. Wanneer dat gebeurd is zal hij niet lang 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

90 


meer op aarde blijven en zullen de discipelen de taak hebben dit evangelie te verspreiden.  De missie van Jezus houdt niet op bij de opstanding of Hemelvaart maar hij gaat door met  zijn discipelen en uiteindelijk al zijn volgelingen. Jezus geloofde in de wereld. Een wereld  met mensen die te mooi zijn om verloren te laten gaan.   

Kerngedachte Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: ik  in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt  gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad. 

Mogelijke vragen O = observatie, I = interpretatie, A = applicatie (toepassing)    ƒ Welk genre is dit? (OI)  ƒ Lees de tekst een keer door en markeer de terugkerende woorden. Wat valt je op? (O)  ƒ Er worden verschillende soorten wereld genoemd. Welke? (OI)  ƒ Voor wie bidt Jezus en waar bidt hij voor? (OI)  ƒ Wat wordt bedoeld met ‘Uw woord is de waarheid’ (vers 17)? In de tijd van het Johannes  evangelie bestond er nog geen canon van het Nieuwe Testament. (I)  ƒ Wat is de verhouding tussen vers 11, 13 en 25‐6? (I)  ƒ Wat wordt er in vers 12 bedoeld met ‘geen van hen is verloren gegaan behalve hij die  verloren moest gaan, opdat de Schrift in vervulling ging.’?(I)  ƒ Jezus’ taak in de wereld zit er in dit gedeelte bijna op. Welke opdracht geeft hij zijn  toehoorders? (IA)  ƒ Hoe kun je zelf de missie van Jezus in jouw leven toepassen?(A)  ƒ Ervaar je weerstand tegen het christendom tijdens je studie? Zo ja, hoe ga je daarmee om?  (A)  ƒ Hoe kun je de liefde van God tonen aan je studie/kotgenoten?(A)  ƒ Aan het einde van het gebed bidt Jezus voor eenheid onder Christenen. Hoe kunnen we  daar als kring vorm aangeven? (A) 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

91 


ƒ Hoe kan je als Ichtusgroep in je stad helpen om een glimp van Gods liefde te laten zien?  Denk bijvoorbeeld aan; helpen in een voedselbank, buurthuis, restaurant voor  minderbedeelden, etc. (A) 

Werkvormen   1) Gebedswandeling: De studie gaat erover dat wij als Ichtus Gods liefde aan de wereld  kunnen tonen. In deze werkvorm is het de bedoeling dat we de wereld om ons heen beter  leren kennen, er gerichter kunnen bidden en getuigen. Besteed als Bijbelstudieleider  ongeveer een halfuur aan de Bijbeltekst zelf op de kringavond. Benadruk het belang van  eenheid binnen ichtus en tussen alle christenen.     Ga na de studie met de kring naar buiten en loop in een groep door de buurt waar je kring  hebt. Op plaatsen waar gebed nodig is (scholen, cafés, kerken, gebedshuizen, hangplekken  etc.) kan je stilstaan om kort te bidden of wanneer je je daar niet prettig bij voelt, schrijf je de  punten op en bid je er later voor wanneer je weer op de plaats bent waar de kring doorgaat.  Probeer na de wandeling één ding uit te kiezen waar in je persoonlijk een verschil kunt  maken in de komende weken. Schrijf dit op en kom er over een paar weken op terug.    2) Collage: In de tekst komt 18 keer het woord ‘wereld’ voor. Het heeft echter niet op elke  plek dezelfde betekenis. Neem voor deze werkvorm een A4 mee voor elk kringlid, scharen,  lijm en een stapel oude kranten een tijdschriften. Laat ieder kringlid 20‐30 min zijn/haar  beeld maken van wat wereld kan betekenen, waar zij aan denken bij het woord ‘wereld’.  Aan de hand van de collages kun je de verschillende werelden uit de tekst bespreken en zo  de tekst beter begrijpen.    

 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

92 


Bijlage 1: Reconstructie    1 Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen  om zich heen. 2 Hij nam het woord en onderrichtte hen:  3 ‘Gelukkig wie ________________ zijn,  want voor hen is het koninkrijk van de hemel.  4 Gelukkig de ________________,  want zij zullen getroost worden.  5 Gelukkig de ________________,  want zij zullen het land bezitten.  6 Gelukkig wie hongeren en dorsten ______________________,  want zij zullen verzadigd worden.  7 Gelukkig de ________________,  want zij zullen barmhartigheid ondervinden.  8 Gelukkig wie zuiver _______________ zijn,  want zij zullen God zien.  9 Gelukkig de ________________,  want zij zullen kinderen van God genoemd worden.  10 Gelukkig wie _________________ vervolgd worden,  want voor hen is het koninkrijk van de hemel.  11 Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij  __________________________________________.   12 Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers  vervolgden ze vóór jullie de profeten.  13 Jullie  zijn  het  zout  van  de  aarde. Maar  als  het  zout  zijn  smaak  verliest,  hoe  kan het  dan  weer  zout  gemaakt  worden?  Het  dient  nergens  meer  voor,  het  wordt  weggegooid  en  vertrapt.  14 Jullie  zijn  het  licht  in  de  wereld.  Een  stad  die  boven  op  een  berg  ligt,  kan  niet  verborgen  blijven. 15 Men  steekt  ook  geen  lamp  aan  om  hem  vervolgens  onder  een  korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder  die  in  huis  is. 16 Zo  moet  jullie  licht  schijnen  voor  de  mensen,  opdat  ze  jullie  goede  daden  zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel. 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

93 


Gebruikte bronnen Arnold, B. T. & Beyer, B. E. In ontmoeting met het Oude Testament. Groen    Bartholomew, C. G., & O’Dowd R. P. Old Testament Wisdom Literature. A Theological  Introduction. InterVarsity Press.    Bette, J. C., van den Brink, G., Courtz, H. & van Veelen, G. A. Het evangelie naar Johannes.  Studiebijbel v.5. Zaltbommel: Koninklijke Van de Garde, 2001.    Bock, D. L. Luke. IVPNTCS. Downer Grove, IL: InterVarsity Press, 1994.   

Bracke, J. M. Jeremiah 1‐29. Westminster Bible Companio., Louisville: Westminster John  Knox Press, 1999.    Carson, D. A., France, R. T., Motyer, J. A. eds. New Bible Commentary. 4rd ed. Leicester:  InterVarsity Press, 1994.    Carson, D. A. & Moo, D. J. An Introduction to the New Testament. 2nd ed. Leicester:  InterVarsity Press, 2005.    Chavalas, M. W., Matthews, V. H & Walton, J. H. eds. The IVP Old Testament Background  Commentary. Downers Grove, IL: InterVarsity Press, 2000.    Cuijpers, P. Paulus in Athene. 2008.    deSilva, D. A. An Introduction to the New Testament: Contexts, Methods & Ministry Formation.  Downers Grove, IL: InterVarsity Press, 2004.   

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

94 


Green, J. B., McKnight, S. & Marshall, I. H. eds. “Parable.” In Dictionary of Jesus and the  Gospels. Downers Grove, IL: InterVarsity Press, 1992.    Greidanus, S. Preacing Christ from Ecclesiastes. Foundations for Expository Sermons. Grand  Rapids, MI: Eerdmans, 2010.    Grosheide, F. W. Het Heilig Evangelie volgens Johannes II Hoofdstukken 8‐21. Kommentaar op het  Nieuwe Testament. Kampen: Kok, 1950.    Het Boek. Zevenhuizen: Stichting Living Bibles International.    Keener, C. S. Matthew. IVPNTCS. Downer Grove, IL: InterVarsity Press, 1997.    ―. The IVP New Testament Background Commentary. Downers Grove, IL: InterVarsity Press,  1993.    Kidner, D. The Message of Ecclesiastes. TBST. Nottingham: InterVarsity Press, 1976.    Life application study Bible. Wheaton, IL: Tyndale House Publishers/Youth for Christ, 1993.    Maers, H. C. What the Bible Is All About, part II: The New Testament. Venture, CA: Regal Books,  1997.    Marshall, H. I., Travis, S. & Paul, I. Exploring the New Testament Volume 2. Downers Grove, IL:  InterVarsity Press, 2002.    Michaels, R. J. Revelation. IVPNTCS. Downers Grove, IL: InterVarsity Press, 1997.    Paul, M. J., van den Brink, G. & Bette, C. Bijbelcommentaar Jeremia | Klaagliederen. Studiebijbel  Oude Testament. Veenendaal: Centrum voor Bijbelonderzoek, 2013.   

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

95 


Pawson, D. Sleutel tot de Bijbel. London: HarperCollinsPublishers, 2003.    Peskett, H. & Ramachandra, V. The Message of Mission. TBST. Leicester: InterVarsity Press,  2003.    Shortt, J. & Smith, D. I. Bible‐Shaped Teaching. (in overleg met de auteur)    Stulac, G. D. James. IVPNTCS. Downer Grove, IL: InterVarsity Press, 1993.    Thompson, L. L. The Book Of Revelation, Apocalypse and Empire. New York: Oxford University  Press, Inc., 1990.    Van Houwelingen, P. H. R. Johannes: Het evangelie van het Woord. Commentaar op het Nieuwe  Testament. Kampen: Kok, 1997.    Wallace, R.S. The Message of Daniel. The Lord is King. TBST. Nottingham: Intervarsity Press,  1979.    Walton, J. H. The Lost World of Genesis One. Ancient Cosmology and the Origins Debate. Downers  Grove, IL: InterVarsity Press, 2009.        Constable, T. L., Dr. Constable’s Notes on Micah. Opgeroepen november 2013:  http://soniclight.com/constable/notes/pdf/micah.pdf    Hausoul, R. R. Handelingen. Opgeroepen november 2013:  http://issuu.com/raymond_hausoul/docs/44‐handelingen    Saret. (sd). De bergrede studie. Opgeroepen september 2013, van Saret‐studies voor de  gemeente: www.saret.nl 

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

96 


Being Church. Opgeroepen november 2013:  http://beingekklesia.wordpress.com/2008/01/24/go‐make‐disciples‐matthew‐2819‐20/    Wikipedia. Opgeroepen november 2013:  http://en.wikipedia.org/wiki/Great_Commission#Etymology           

“Geloof in de wereld” – 2013 © Ichtus Vlaanderen 

 

97 


Geloof in de wereld kringenbundel 2013 2014