Issuu on Google+


Slim maar ... Pubereditie Help adolescenten hun talenten benutten door hun executieve functies te versterken

Richard Guare, Peg Dawson en Colin Guare


Copyright © 2013 Hogrefe Uitgevers, Amsterdam Oorspronkelijke titel: Smart but Scattered Teens. The “Executive Skills” Program for Helping Teens Reach Their Potential. Copyright © 2012 by Richard Guare, Peg Dawson and Colin Guare, The Guilford Press, A Division of Guilford Publications, Inc. Dit werk is auteursrechtelijk beschermd. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever verleent de koper van dit boek toestemming om de formulieren uit de hoofdstukken van deel 3 van dit boek te kopiëren voor eigen gebruik. Dit gebruik is beperkt tot eigen gebruik en gebruik met individuele cliënten. Het materiaal mag op geen andere manier worden gebruikt, vermenigvuldigd, verkocht of verspreid. Voor al het andere gebruik is schriftelijke toestemming nodig van de uitgever. Hoewel dit boek met zorg is samengesteld, aanvaarden schrijver(s) noch uitgever enige aansprakelijkheid voor schade ontstaan door eventuele fouten en/of onvolkomenheden in dit boek. Vertaling: Wouter Scheen, Amsterdam Vormgeving omslag: Nanja Toebak, ‘s-Hertogenbosch Vormgeving binnenwerk: Annelies Bast, Amsterdam Grafische productie: Graficonnect, Son ISBN 978-90-79729-77-7 NUR 770 www.hogrefe.nl


Inhoud

Opmerking van de auteurs

7

Inleiding

9

Deel 1 Hoe het komt dat je slimme tiener zwakke executieve functies heeft 1 Executieve functies en het puberbrein

17

2 De sterke en zwakke executieve functies van je kind bepalen

43

3 Evalueer je eigen executieve functies en opvoedstijl

55

Deel 2 Het leggen van een bruikbaar fundament 4 Tien principes voor het verbeteren van de executieve functies

van je tiener

71

5 Je tiener motiveren om executieve functies te gebruiken

85

6 Aanpassen van de omgeving

99

7 Aanleren van executieve functies

117

Deel 3 Aan de slag 8 Voorbereiding

147

9 Responsinhibitie opbouwen

153

10 Werkgeheugen versterken

163

11 Emotieregulatie verbeteren

173


12 Flexibiliteit aanmoedigen

185

13 Volgehouden aandacht versterken

195

14 Taakinitiatie aanleren

201

15 Planning en prioritisering stimuleren

211

16 Organisatievaardigheden bevorderen

221

17 Timemanagement verbeteren

231

18 Doelgericht gedrag versterken

241

19 Metacognitie opbouwen

251

20 Coaching

263

21 Transities

277

Literatuur

287


Opmerking van de auteurs

In dit boek wisselen we de mannelijke en vrouwelijke voornaamwoorden af om seksistisch taalgebruik te vermijden – alle informatie, anekdotes en adviezen zijn van toepassing op beide geslachten. Alle voorbeelden en verhalen in dit boek zijn gebaseerd op de problemen en oplossingen die we in ons werk en persoonlijke leven zijn tegengekomen. Alle namen en persoonlijke details zijn verzonnen. Verschillende pubers zijn zo vriendelijk geweest om advies en commentaar te geven met betrekking tot hoofdstuk 9 tot en met 19. We hebben de woorden van de tieners gebruikt, maar hun namen omwille van de privacy veranderd.




Inleiding

Met het opvoeden komen de zorgen over onze pubers. We hopen er maar het beste van als ze op een vrijdagavond gedag zeggen en zich het huis uit haasten, voelen hun frustraties als ze met een frons over hun huiswerk gebogen zitten, vragen ons vertwijfeld af of ze het ooit alleen zullen redden als we hun rugzak bij de deur zien liggen, achtergelaten en vol met huiswerkopdrachten die nooit op tijd worden ingeleverd zonder ouderlijke bezorgservice. Het opvoeden van een adolescent kan ook in de beste omstandigheden een zware klus zijn. Voor sommige ouders zijn de tienerjaren echter dubbel zo moeilijk. Als je tiener niet in staat lijkt om de dagelijkse klussen uit te voeren of zelfs kleine problemen op te lossen, zul je je waarschijnlijk vaker dan andere ouders zorgen maken. De worsteling om de voortdurende problemen van je puber te overwinnen, om een zelfstandige, verantwoordelijke volwassene af te leveren, kan dan aanvoelen als een eindeloze, niet te winnen strijd. Je weet dat je tiener slim genoeg is en soms sta je te kijken hoe ongelooflijk intelligent en creatief je zoon of dochter kan zijn. Kijk toch eens wat je kind presteert! Waarom is het ’s morgens dan zo’n chaos in huis? Waarom kan je puber zijn spullen niet opruimen en ordenen, of onthouden wat hij naar school, een sporttraining of een sollicitatiegesprek voor een vakantiebaan moet meenemen? Waarom levert hij alle werkstukken stelselmatig te laat in, mist hij alle afspraken (of heeft hij ze helemaal niet genoteerd) of verkeert zijn kamer voortdurend in een toestand van totale chaos? Waarom houd je je adem in als je puber je auto leent of zonder enig plan met vrienden op stap gaat? Je puber doet waarschijnlijk hard zijn best om alles te doen wat van hem verwacht wordt als hij volwassener wordt en meer verantwoordelijkheden krijgt. 


Maar het wordt een dagelijkse strijd als de puber problemen heeft met executieve functies, de functies van onze hersenen en denkprocessen die ons helpen bij het reguleren van ons gedrag, het stellen en verwezenlijken van doelen, het in evenwicht houden van eisen en wensen, behoeften en plichten. We hebben dit boek geschreven om uit te leggen waarom je puber het ene moment zo vaardig lijkt en zich het volgende geen raad met zichzelf lijkt te weten – om je duidelijk te maken dat het geen gebrek aan intelligentie is, of bewuste opstandigheid of gewoon puberaal gedrag. We hebben dit boek bovendien geschreven om je strategieën aan de hand te doen – methoden die je puber kunnen helpen met het versterken van zwakke vaardigheden en tactieken waarmee hij een zwak punt kan compenseren door zijn sterke kanten in te zetten. Waarschijnlijk is dit niet de eerste keer dat je te maken hebt met het geworstel van je kind. Misschien moest je er toen je tiener jonger was ook voortdurend bovenop zitten om van alles voor hem te regelen. Als dat het geval is, heb je misschien al veel gehad aan de praktische adviezen uit onze eerste boek, Slim maar ... Uit de grote hoeveelheid reacties op dat boek is gebleken dat de methoden die daarin zijn beschreven effectief zijn, of ze nu door ouders worden gebruikt, op scholen of in privépraktijken. Die uitkomst vormde een belangrijke stimulans om dit boek te schrijven. Of je kind nu al jaren worstelt of het op de basisschool best goed deed, het is nu een puber, die zelfstandig wil zijn en bijna volwassen is. Je dochter staat erop haar eigen beslissingen te nemen en heeft duidelijk aangeven dat ze niet wil dat je je met haar zaken bemoeit. Je zoon wil zelf bepalen hoe hij zijn leven leidt. Als je tiener dat niet kan, wat gebeurt er dan? Wordt hij gekwetst? Zal hij falen? Moet je je zoon of dochter de rest van je leven bijstaan? Dit boek biedt dezelfde soort hulp en steun als ons eerste boek, maar de nadruk ligt nu op de adolescentie. Met toenemende verantwoordelijkheden, een niet-aflatende drang om onafhankelijk te worden en een veel grotere invloed van de buitenwereld, in het bijzonder leeftijdgenoten, kan je tiener niet langer op jou steunen. En jij mag niet langer verwachten dat hij jouw steun accepteert op de gebieden waarop je die graag aanbiedt. De adolescentie komt met nieuwe uitdagingen, zoals je maar al te goed weet. Neurowetenschappers vertellen ons dat zelfs pubers met goede executieve functies af en toe worstelen met het gedrag dat wordt aangestuurd door executieve functies. Hun hersenen zitten in een kritische fase van hun ontwikkeling en hun executieve functies zijn nog niet stevig verankerd. Dat verklaart het Jekyll en Hyde-gedrag van je puber. De ene minuut is hij koel, kalm en rationeel, en de volgende is hij een krijsende, irrationele en emotionele stoomtrein. Als deze omschrijving het beeld oproept van een typische puber, dan kun je je voorstellen wat het betekent als die puber ook nog zwakke executieve functies heeft – hij

10

.

Slim maar ... Pubereditie


kan niets vinden (‘Mam, waar heb je mijn rugzak gelaten?’), kijkt niet uit op straat, heeft geen notie van enige deadline en doet blindelings alles wat zijn leeftijdgenoten doen. Als je tiener problemen met executieve functies heeft, heb je een typische puber bij wie het volume voluit staat – alles is harder en intenser. In het verleden heb je je kind misschien geholpen door je eigen executieve functies te gebruiken, je eigen uitontwikkelde frontale hersenkwabben, om haar te helpen bij het leren en compenseren. Je hebt geholpen bij het ordenen van haar spullen en haar gewezen waar ze zou kunnen kijken als ze haar jas kwijt was. Je hebt samen met haar aan haar boekverslag gewerkt en haar er (herhaaldelijk!) op gewezen dat ze de tv uit moet zetten om haar huiswerk te doen. Maar nu moet je bedenken hoe je je puber kunt helpen zonder voortdurend in conflict te raken; hoe je kind je hulp accepteert en toch het gevoel heeft dat ze het heft in eigen hand heeft. Neurowetenschappelijk onderzoek toont aan dat de adolescente hersenen zijn geprepareerd voor het verwerven van nieuwe vaardigheden. Tieners hebben een drang naar nieuwe ervaringen, intensere sociale en emotionele relaties, en, of je het nu leuk vindt of niet, nieuwe risico’s. Hoewel deze zucht naar onafhankelijkheid aanleiding kan vormen voor ongerustheid, krijgen tieners zo wel dagelijks de gelegenheid om executieve functies te gebruiken. En jij krijgt de kans om je tiener te helpen met het verbeteren van die functies. Maar als je wilt dat je tiener executieve functies ontwikkelt en onafhankelijk wordt, dan verandert jouw rol als opvoeder. Je puber wil de kans krijgen om haar ideeën te toetsen, haar eigen beslissingen te nemen. Een van jouw taken is dus om over te schakelen van leiden naar volgen. Nu gaat het om onderhandelen, compromissen sluiten en positieve communicatie. Je moedigt haar aan om doelen te stellen en te verwezenlijken, en biedt je hulp aan als ze daar behoefte aan heeft, zelfs als haar doelen niet stroken met die van jou. Voor je in paniek raakt, willen we iets duidelijk maken. Het is niet zo dat je je rol als ouder moet opgeven. Je stelt nog steeds eisen en hebt verwachtingen ten aanzien van gedrag op school en thuis (op tijd thuis zijn, gedrag onder vrienden, drugs- en alcoholgebruik, autorijden, enzovoort). En boven alles is het jouw taak om je tiener ‘in de race’ te houden, hem te beschermen tegen rampzalig grote risico’s en mislukkingen. Als deze zich voordoen, help je je tiener overeind en moedig je hem aan om het nog eens te proberen. Je hebt nu de rol van facilitator of katalysator, en niet die van tijgermoeder of -vader. Soms zou je willen dat er een wondermiddel bestond – een pil, een toverformule, een specifiek dieet – dat je tiener in één klap van alle mogelijke gewenste executieve functies zou voorzien. Zou het niet geweldig zijn als hiervoor een nieuw product op de markt zou verschijnen? ‘Execu-spray!’, schreeuwt een advertentie je toe in je dromen. ‘Spuit dit wondermiddel elke morgen op je tiener

Inleiding

.

11


en kijk hoe snel hij zijn huiswerk af heeft, uit zichzelf met de hond gaat lopen, conflicten op een diplomatieke wijze oplost en zijn kamer blinkend schoon houdt – en nog veel en veel meer!’ Voor zo’n middel, waarmee onze zorgen verdwijnen en het leven van onze pubers veel gemakkelijker wordt, hebben we allemaal veel geld over. We weten dat ze het ver kunnen schoppen en het liefst helpen we hen daarbij. Daar gaat dit boek over. Het zal inspanning en een grote betrokkenheid vergen, maar we zullen je talloze tips geven om onze strategieën te laten slagen, doordat je de zwakke en sterke punten van je tiener en van jezelf kent, weet hoe jullie communiceren en jullie persoonlijkheidstrekken kent. Je zult ups en downs meemaken (gegarandeerd!), maar houd voor ogen wat je wilt bereiken – je wilt dat je tiener zelfstandig wordt en het helemaal alleen kan redden. Dat lukt haar niet als jij voortdurend om haar heen hangt, haar stuurt of haar beslissingen neemt. Je kunt haar steunen en zelfs op verzoek suggesties geven. Laat het haar zelf proberen, tenzij ze zichzelf in lichamelijke of psychische zin schade berokkent (een onvoldoende op een tentamen valt daar niet onder). En als dat tot onverwachte of onverhoopte resultaten leidt, accepteer dat dan en denk na over wat je de volgende keer anders kunt doen. Gebruik de missers van je puber niet als excuus om in te grijpen of om ‘Ik zei het toch!’ te zeggen.

Hoe je dit boek gebruikt In deel 1 worden vragen beantwoord over de reden waarom pubers slim en toch zo ongefocust kunnen zijn. In hoofdstuk 1 geven we een definitie van executieve functies en leggen we uit hoe ze door je tiener worden gebruikt, of juist niet worden gebruikt. In dit hoofdstuk vind je ook wetenschappelijke informatie over de ontwikkeling van de adolescente hersenen en hoe die ontwikkeling de mysteries van het pubergedrag kunnen helpen verklaren. Hoofdstuk 2 en 3 stellen je in de gelegenheid om de profielen van executieve functies van je tiener en jezelf nader te onderzoeken. Als je je tiener wilt helpen met het versterken van zijn executieve functies, zal je dat gemakkelijker afgaan als je weet hoe jullie wat betreft executieve functies bij elkaar passen en van elkaar verschillen. Hebben jullie beiden moeite om een taak helemaal af te maken? Zo ja, dan kun je je begrip voor de problemen van je puber gebruiken om hem te bemoedigen en de middelen aan te reiken die jou hebben geholpen om je klussen te klaren. Of je kunt vaststellen dat je op dit vlak maar weinig te bieden hebt en hulp inschakelen van iemand die wel tot het einde geconcentreerd bezig kan zijn – misschien de andere ouder van je kind of een andere volwassene die je tiener vertrouwt. De wetenschap waar jullie respectievelijke sterke en zwakke punten liggen, vormt

12

.

Slim maar ... Pubereditie


een goed uitgangspunt voor het versterken van executieve functies. Omdat het lastig kan zijn om onafhankelijkheid en steun in evenwicht te houden, helpen we je ook met het bepalen van de gedragsstijl van je puber in hoofdstuk 2 en jouw opvoedstijl in hoofdstuk 3. Je krijgt nieuwe inzichten in de mate waarin je tiener hulp behoeft en jouw wijze van interacteren, zodat duidelijk wordt welke veranderingen in jullie relatie de ontwikkeling van executieve functies kan bevorderen. Deel 2 legt de basis voor het verbeteren en verstevigen van de ontwikkeling en het gebruik van executieve functies. In hoofdstuk 4 wordt een aantal principes beschreven waarmee je kunt bepalen hoe je de zwakke executieve functies van je tiener kunt aanpakken. Gaat het bijvoorbeeld om een functie die hij zelf kan leren of heeft hij daarbij jouw hulp nodig? Als hij jouw hulp nodig heeft, hoe zorg je dan voor evenwicht tussen de hoeveelheid steun die je biedt en je wens om hem zelfstandig te maken? Welke factoren bepalen of je puber jouw suggesties en steun wil accepteren? Hoeveel steun heeft hij nodig, hoelang heeft hij die nodig en hoe trek je je terug zonder dat hij faalt? De antwoorden op deze vragen stellen je in staat om te bepalen hoe je je puber het beste kunt benaderen. In hoofdstuk 5 tot en met 7 presenteren we verschillende uitgangspunten voor strategieën die je samen met je puber kunt gebruiken om zwakke executieve functies aan te pakken. Deze hebben we onderverdeeld in drie interventiecategorieën: 1) de omgeving zodanig aanpassen dat er een optimaal evenwicht ontstaat tussen jouw tiener en de situatie of problemen waarmee ze kampt; 2) je tiener steunen bij het leren van executieve functies; 3) strategieën om je tiener te motiveren om de executieve functies te gebruiken die tot haar repertoire behoren. Als je Slim maar … hebt gelezen, ben je bekend met deze uitgangspunten. Bij pubers zullen de strategieën echter aanzienlijk aangepast moeten worden. Zo betreft een belangrijke omgevingsaanpassing jouw benadering van je kind en je communicatiestijl. Wat betreft leren verandert jouw rol van het geven van instructies en het superviseren in die van hulp bij het doen. Je vertrouwt meer op de deskundigheid van anderen die met je kind werken. Om je puber te motiveren laten we zien hoe je de dingen die zij wil (telefoon, geld, enzovoort), kunt gebruiken om haar te helpen bij het gebruik van haar executieve functies. In deel 3 beschrijven we strategieën gericht op specifieke executieve functies. Hoofdstuk 8 gaat vooraf aan de hoofdstukken die ingaan op elke afzonderlijke executieve functie en bevat een verzameling richtlijnen om te bepalen waar en hoe je begint. Daarmee kun je bijvoorbeeld vaststellen of je met een specifiek probleem moet beginnen, als de oplossing een positief effect kan hebben op het leven van je tiener en mogelijk dat van je gezin. (Een voorbeeld is een soepeler verlopende ochtendroutine.) Dit hoofdstuk helpt je ook bepalen welk soort steun je je puber aanbiedt en op welk gebied je dat het beste kunt doen.

Inleiding

.

13


Hoofdstuk 9 tot en met 19 gaan in op de afzonderlijke executieve functies. We beschrijven om welke vaardigheid het gaat, hoe deze tot uiting komt in pubergedrag en hoe je een gedetailleerder beeld kunt krijgen van de sterke en zwakke punten binnen die executieve functie dan je op basis van de vragenlijst in hoofdstuk 2 hebt verkregen. We beschrijven veelvoorkomende situaties die samenhangen met bepaalde zwakke executieve functies. Dat doen we in de vorm van casussen die een beeld geven van het probleem, de interacties tussen puber en ouders en hun reacties. Daarop volgt een kort deel met vragen en antwoorden die de suggesties en oplossingen uit de casussen uitwerken en ingaat op andere mogelijke uitingen van zwakke executieve functies. Deze hoofdstukken bevatten ook openhartige citaten van tieners die hun mening geven over hoe bepaalde problemen het beste aangepakt kunnen worden. Ze vertellen hoe ze op de ‘interventies’ in de casussen zouden reageren en herinneren ons aan hoe het voelt om een puber te zijn die worstelt met de uitdagingen van het volwassen worden. In hoofdstuk 20 gaan we dieper in op coaching, een interventiestrategie die heel geschikt is voor de ontwikkeling van executieve functies bij tieners die bereid zijn om mee te werken. De coach is meestal een vertrouwde volwassene of leeftijdgenoot op school die is uitgekozen door de tiener. Samen werken ze aan strategieën om leervaardigheden te verbeteren en het gedrag te beheersen dat de verwezenlijking van doelen in de weg kan staan. Coaching kan het aantal conflicten tussen tiener en ouder verminderen doordat de ouder de puber niet langer voortdurend in de gaten hoeft te houden. Daardoor wordt de puber zelfstandiger en is hij beter in staat om te voldoen aan de eisen die de school stelt. Hoofdstuk 21 gaat in op belangrijke overgangen die je tiener zal meemaken – een vervolgopleiding en/of een baan, en een zelfstandiger leven, of dat nu in een eigen appartement is of in een studentenhuis. We beschrijven de potentiële valkuilen, strategieën en vragen die je voor ogen moet houden als je toekijkt hoe je puber deze grote stap naar zelfstandigheid zet. We zouden graag willen dat we je een gemaksproduct als ‘Execu-spray’ konden aanbieden. We hopen dat we je met dit boek het een na beste middel geven. Er is geen sluiproute om achterblijvende of afwezige executieve functies te verwerven. De ontwikkeling van executieve functies vereist veel tijd en inspanning van je tiener en jouzelf. Bovendien vereist het, vooral in de adolescentie, begrip van jou voor het pubergedrag en inzicht in de meest effectieve strategieën. Om je puber zo goed mogelijk te helpen, moet je weten hoe je hem kunt motiveren om deze executieve functies te gebruiken, hoe hij een omgeving kan creëren die gunstig is voor de ontwikkeling van deze functies en hoe je met hem kunt samenwerken om deze vaardigheden te leren. Jouw doel – en dat van ons – is niets minder dan een succesvolle, zelfstandige, volwassen wordende tiener.

14

.

Slim maar ... Pubereditie



Slim maar... Pubereditie