Entrepreneurship Magazine – Hogeschool van Amsterdam

Page 1

ENTREPRENEURSHIP.

MAGAZINE

Ambities voor ondernemerschap De ondernemerschapsagenda 9 inspirerende ondernemerschapsverhalen



Voorwoord Geachte lezer, Als Hogeschool van en voor Amsterdam zit ondernemerschap in ons DNA. In negen treffende verhalen kunt u in deze publicatie lezen hoe studenten in het studiejaar 2014-2015 zelf ondernemingen hebben opgezet, Amsterdamse ondernemers hebben begeleid of hebben gewerkt aan een ondernemersklimaat in Amsterdam-West. Een kleine greep uit wat een groot aantal studenten, docenten en onderzoekers het afgelopen studiejaar heeft gepresteerd op het gebied van ondernemerschap. Ondernemerschap is een absolute voorwaarde om als professional te slagen, maar is ook een voorwaarde voor innovatie, duurzaamheid en sociale cohesie. Duurzaam en vernieuwend ondernemerschap is steeds meer een vereiste in Nederland, en in Amsterdam denken wij hierin te (moeten) excelleren. Ook op het gebied van zorg en welzijn ziet men dat de overheid niet meer alles kan faciliteren en dat er een beroep gedaan wordt op de eigen kracht van mensen – en dat ondernemerschap daar direct mee verbonden is. Als er in de buitenwereld volop aandacht is voor dit onderwerp en het verweven zit in ons DNA, waarom starten we dan nog een HvA-breed onderzoeks- en onderwijsprogramma Ondernemerschap? Het antwoord is gebaseerd op deze ervaring: kijk wat er gebeurt als je twee studenten, docenten of onderzoekers van verschillende ondernemerschapsinitiatieven bij elkaar zet. Ze zoeken onmiddellijk naar verbinding, naar de mogelijkheid om elkaar te helpen en op elkaars schouders te staan. Om deze energie te laten vrijkomen is er ruimte nodig. Soms fysieke ruimte, soms ruimte in regelgeving en soms gewoon vrijheid om te ondernemen. Wij willen uit volle overtuiging deze ruimte bieden en faciliteren. Naast een inkijkje in de bestaande veelzijdigheid rond het thema ondernemerschap op de Hogeschool van Amsterdam, willen we in deze publicatie onze ambitie bespreken. Een ambitie op het gebied van onderwijs en onderzoek maar ook een ambitie om het ondernemerschap in ons DNA nog beter zichtbaar te maken. En de ambitie om ons nog nadrukkelijker in en met Amsterdam te profileren op het gebied van ondernemerschap. Maar bovenal wens ik u, als docent, onderzoeker, student, ondernemer of partner van de Hogeschool, veel leesplezier – in de hoop dat dit zal resulteren in de inspiratie om elkaars kennis, netwerk en ervaringen te benutten.

Willem Baumfalk Domeinvoorzitter DEM & Stuurgroepvoorzitter programma Ondernemerschap


Ambitieus in Ondernemerschap

8

Onderzoek Onderwijs Outreach Amsterdams Ondernemerschap

Een blik op HvA Ondernemerschap 2014 - 2015

14 16 18

Zeg ken jij het Oesterwijf?

Amsterdamse Zaken

De winkelstraat als canvas

20

Pitch je ondernemingsidee op een springkussen

22

Hey ondernemer, een bedrijf ontwerp je zo!

23

Ondernemers binden... een Makkie?

24

Start-up docent in actie

26

Met zorg ondernemen

28

Ondernemerschap zichtbaar op de Amstelcampus

Save the date

32

HvA evenementenprogramma Ondernemerschap


Eilandhoppen Als je naar de projecten, opleidingen en onderzoeken kijkt waarbij in het studiejaar 2014-2015 is gewerkt aan ondernemerschap, ontstaat al snel het beeld van een eilandenrijk. Op veel kleine en grote eilandjes worden geweldige projecten of onderzoeken uitgevoerd rond ondernemerschap. En op andere eilanden worden mooie bedrijfjes gestart of ondernemers begeleid. Het zijn deze eilandjes die het fundament vormen van het programma Ondernemerschap dat in dit magazine wordt beschreven. Een programma opgebouwd uit onderzoek en onderwijs met de ambitie om de HvA onlosmakelijk te verbinden met Amsterdam als startup capital. Naast de beschrijving van dit programma gunnen wij u als lezer een blik op negen van die ondernemerschapseilanden. Het resultaat is een grote diversiteit aan eilandbewoners, ecosystemen en landschappen, die samen een bruisende archipel vormen. Tot slot sluiten we af met een vooruitblik op de evenementen die het programma Ondernemerschap het komend jaar zal aanbieden. Met bijvoorbeeld een kans om geregeld naar een van de vele ondernemerschapseilanden te hoppen.

Dit magazine is een uitgave van het programma Ondernemerschap in opdracht van de stuurgroep van het programma Ondernemerschap. Redactie en teksten: Margot Frederiks, Ditte de Graaff en Bart van Grevenhof. De opmaak en vormgeving is gedaan door HvA studentonderneemster Lisanne Binhammer. De illustraties zijn het werk van Visual Notes. Correspondentie: ondernemerschap@hva.nl Website: www.hva.nl/ondernemerschap





Ambitieus in Ondernemerschap Doel van het programma Ondernemerschap is om de nieuwe ondernemers die we opleiden zo goed mogelijk te equiperen om kansen, nu of in de toekomst, te benutten. Om dit te realiseren is het van groot belang dat we de verschillende ondernemerschapseilandjes binnen en buiten de Hogeschool van Amsterdam met elkaar verbinden. Kennis, ervaringen en netwerken met elkaar delen om zo de ontwikkeling van (student)ondernemers te ondersteunen, bestendigen en versnellen. Deze ambitie vertaalt zich voor de komende jaren in vier actiepunten. Een uitmuntend onderzoeksprogramma, ruimte - in de breedste zin van het woord - voor ondernemerschap binnen het onderwijs, het inspireren, interesseren en enthousiasmeren voor ondernemerschap en tot slot de verbinding met Amsterdam als startup capital.


10

Ambitieus in Ondernemerschap

Onderzoek In nauwe samenwerking met stakeholders heeft de HvA een ondernemerschapsprogramma ontwikkeld voor onderzoek naar de rol van ondernemerschap bij economische en maatschappelijke veranderingen in de metropoolregio Amsterdam. Daarnaast stimuleert en faciliteert het programma de opleiding van nieuwe ondernemers die responsief met nieuwe uitdagingen op het gebied van digitalisering, globalisering en duurzaamheid om kunnen gaan. Responsief wil hierbij zeggen: ondernemen met gevoel voor de omgeving. Dus een innovatief, sociaal en duurzaam ondernemerschap. De centrale onderzoeksvraag is: hoe anticiperen ondernemers op maatschappelijke ontwikkelingen en tot welke nieuwe businessmodellen leidt dit? Vanuit deze centrale vraagstelling draait het om drie thema’s:

1. De ondernemende houding en het gedrag van de ondernemer. 2. Kennis over de wijze waarop hij zijn onderneming inricht (businessmodellen). 3. Kennis, houding en gedrag in relatie tot zijn omgeving (context). Om optimaal te kunnen leren en innoveren, moeten studenten, ondernemers en onderzoekers kennis (hoofd), houding (hart) en gedrag (handen) met elkaar weten te verbinden. Daarom wordt onderzoek gedaan samen met studenten en ondernemers, opdat een optimale integratie tussen theorie en praktijk plaatsvindt.

Deze aanpak gaan we de komende jaren realiseren door vier Entrepreneurial Labs in te richten rondom vier specifieke ondernemerschapsonderwerpen. In elk lab werken lectoren van verschillende domeinen samen om deze thema’s samen met het onderwijs en de praktijk te onderzoeken. Zo ontwikkelen we specifieke kennis over:

• Het vertalen van creatieve concepten in businessmodellen voor slimme steden. • De wijze waarop de detailhandel met internettechnologieën in winkels nieuwe businessmodellen kan ontwikkelen. • Businessmodellen voor sociaal ondernemerschap en public-private partnerships. • De mogelijkheden voor professionals in de zorg en sport om innovaties te kunnen vertalen in businessmodellen.

Onderwijs De laatste jaren zijn er op de HvA de nodige initiatieven ontplooid op het gebied van ondernemerschapsonderwijs. De opleiding Sport, Management en Ondernemen (SM&O) kreeg van het NVAO zelfs het speciaal keurmerk ‘Ondernemen’ toegekend. Een ander toonaangevend voorbeeld is de minor Ondernemerschap, al tien jaar een begrip binnen de HvA. Deze minor biedt jaarlijks onderwijs aan 280 studenten vanuit alle domeinen van de HvA maar ook van daarbuiten. Komende jaren gaan we allereerst inzetten op kennisdeling tussen docenten. Er zijn tal van vormen van ondernemerschapsonderwijs en het doel is om ervaringen en kennis die hier worden ontwikkeld en ingezet met elkaar te gaan delen. Zo leefden bij veel docenten vragen over de individuele beoordeling van studenten die in groepen aan het ondernemen zijn. Hoe beoordeel je ieders individuele bijdrage en zorg je voor zuivere assessments? De oplossing kwam onlangs uit de koker van de minor Ondernemerschap die gebruik maakte van een portfoliosysteem dat speciaal door medewerkers van deze minor was ontwikkeld. Inmiddels zijn de afstudeervariant Ondernemen in de Media (van het Domein Digitale Media en Creatieve Industrie, DMCI), Startup Your Business in Technology (Domein Techniek, DT) en de afstudeerrichting Ondernemerschap Commerciële Economie (Domein Economie en Management, DEM) bezig met de implementatie van deze systematiek. In de tweede plaats gaan we ruimte bieden: fysieke ruimte, waar studenten en docenten die bezig zijn met ondernemerschap kunnen werken, vergaderen, presenteren maar vooral elkaar kunnen ontmoeten. Een ruimte die niet gebonden is aan regels, waar de deur open staat en waar - tja, essentieel voor ondernemers - goede koffie geschonken wordt en uiteraard wifi aanwezig is.


11

Tot slot gaan we ervoor zorgen dat studenten die de wens hebben om zich te ontwikkelen als ondernemer in dat streven gefaciliteerd worden. Of dit nu is bij het kiezen van de juiste minor of als de student wil afstuderen of stage lopen in de eigen onderneming. Doel van het programma Ondernemerschap is om de bestaande mogelijkheden voor studenten in kaart te brengen en programma’s en diensten die nog niet worden aangeboden, maar waarvoor wel belangstelling is, te helpen ontwikkelen en starten. Een voorbeeld is hierbij een top-ondernemersregeling: deze stelt studenten die nu al erg succesvol ondernemen in staat het ondernemerschap met de studie te blijven combineren.

Outreach Naast het realiseren van concrete zaken is het van groot belang de resultaten ook zichtbaar te maken. Het gaat daarbij niet alleen om resultaten, maar ook om het thema ondernemerschap in het algemeen. Om dit te bereiken hebben we een outreach-programma ontwikkeld, dat bestaat uit evenementen en publicaties, maar ook een radioprogramma op HvA Campus Radio omvat. Deze middelen gaan we inzetten om met voorbeelden van studentondernemingen, resultaten van onderzoek en inspirerende verhalen van succesvolle ondernemers het ondernemerschapsgevoel te verspreiden binnen de HvA.

Maar ook om deze zaken en, meer algemeen, het HvA Ondernemerschap zichtbaar te maken voor de buitenwereld.

Amsterdams Ondernemerschap Belangrijk bij alle genoemde activiteiten en doelstellingen is de verbinding met Amsterdam. Als hoofdstad van het land loopt Amsterdam voorop om van Nederland een top-3 land te maken als het gaat om ondernemerschap. Als grootste hogeronderwijsinstelling van het land willen we gebruik maken van de energie die in dit proces vrijkomt, maar tegelijkertijd ook deze ambitie ten volle ondersteunen met onze studenten, docenten en onderzoekers. Concreet betekent dit dat we nauw samenwerken met Amsterdamse ondernemerschapspartners. Samen met en via ACE (Amsterdam Center for Entrepreneurship) beschikken we over een groot netwerk van overheidsinstellingen, incubators, bedrijven en vele andere instellingen en initiatieven op het gebied van ondernemerschap. Dit netwerk zullen we komend jaar nog beter gaan benutten en bedienen.



Een blik op HvA Ondernemerschap 2014-2015 Een selectie van ondernemerschapseilandjes maken om de veelheid aan projecten te illustreren valt niet mee. Een inventarisatie bracht tal van mooie of bijzondere projecten aan het licht. De negen verhalen die nu volgen zijn illustratief voor de grote diversiteit in de ontstane archipel. Verschillende opleidingen, verschillende ambities, verschillende invalshoeken maar met ĂŠĂŠn gemene deler: ondernemerschap.


14

Een blik op HvA Ondernemerschap 2014-2015

Zeg ken jij het Oesterwijf?

De minor Ondernemerschap is de grootste minor van de HvA met een instroom van ongeveer 150 studenten per half jaar. Dit aantal geeft aan dat de belangstelling voor ondernemerschap binnen de HvA aanzienlijk is. De minor biedt studenten de ruimte om zich binnen twintig weken te ontwikkelen tot ondernemer. Studente Isabelle de Groot heeft het afgelopen half jaar deelgenomen aan deze minor en daarbij haar eigen bedrijf Oesterwijf opgezet, waarmee ze op evenementen op creatieve wijze oesters serveert. Alleen al de naam maakt ons nieuwsgierig, reden genoeg haar een aantal vragen te stellen.

H

oe ben je op dit bedrijfsconcept gekomen? Ik liep eigenlijk al een tijd rond met dit idee. Ik ben een fan van oesters. Vanuit mijn passie voor het product en de horeca-ervaring ben ik met Oesterwijf begonnen. Ik had het concept een keer gezien op een feest en dacht: dat kan allemaal wel wat stoerder en met iets meer lef! Al mijn concurrenten noemen de vrouw die de oesters open steekt het oestermeisje. Maar waarom ‘meisje’? Dat mag wel wat krachtiger! Hoe kwam je uiteindelijk tot de naam Oesterwijf? Voor de minor gingen we naar Texel om te werken aan ons businessconcept. Daar moest ik een eerste naam bedenken voor mijn concept. Tijdens een brainstorm moest ik denken aan ‘viswijf’ en zo kwam ‘oesterwijf’ tot stand. Ik heb het idee uiteindelijk gepitcht voor alle deelnemers en na afloop viel het mij op dat veel mensen de naam Oesterwijf onthielden, daarom ben ik ermee doorgegaan. Hoe zijn de reacties nu? Ik was er niet gelijk uit of ik die naam wilde gebruiken, want het is best wel een provocerende naam. Zeker in combinatie met het product - een luxe delicatesse - was ik er nog niet uit of ik het moest doen. Veel mensen vonden de naam fantastisch, maar toch werd het mij in eerste instantie afgeraden. Ik heb besloten om er toch mee door te gaan. Mensen zijn er over het algemeen gelukkig wel enthousiast over en vinden het stoer klinken. Hoe ben je uiteindelijk verder gegaan? Ik wilde het bedrijf in mijn eentje opzetten tijdens de minor maar dat werd mij afgeraden. Ik heb mijn mentor er uiteindelijk wel van kunnen overtuigen, maar hij bleef het spannend vinden. Nu snap ik wel waarom, want het is gewoon veel werk. Het gaat namelijk niet alleen om het serveren van de oesters. Alle andere activiteiten, zoals branding, de grafische vormgeving, het netwerken en de administratie komen er ook bij kijken. Ik heb de juiste mensen om mij heen verzameld die in bepaalde dingen beter zijn dan ik. Ik voel mij soms, bij wijze van spreken, een dirigent van een orkest dat ik zelf heb samengesteld.

Ik heb bijvoorbeeld een ontwerper gevonden die voor mij een pakkende outfit heeft ontworpen die past bij mijn visie en ik heb een grafisch vormgever gevraagd om de huisstijl en website te maken. Verder heb ik een kring van ondernemers om mij heen die ik om feedback kan vragen, wat enorm waardevol is. En hoe ga je straks verder na de minor? Ik doe nu een studierichting binnen Commerciële Economie waarbij ik een jaar lang de tijd heb om aan mijn bedrijfsconcept te werken. Na de minor ga ik een half jaar stage lopen in mijn bedrijf. Ik kan mij voorstellen dat, als ik een jaar verder ben, het concept dan wel staat. En hoe loopt het? Hoeveel klanten heb je nu? Ik word nu wel dagelijks gebeld voor projecten en die zijn heel verschillend. Van een strandfeest tot verjaardagen, van een culinair festival tot een vrijdagmiddagborrel. Ik kijk wel goed of het concept past bij de gelegenheden en of het publiek er op zit te wachten. Verder is het natuurlijk belangrijk dat ze genoeg afnemen zodat het voor mij interessant is. Hoe belangrijk is de minor ondernemerschap voor jou geweest? Heel belangrijk. Ik liep dus al langer rond met dit idee, maar ik vond telkens maar niet de tijd om een businessplan te schrijven. Bij de minor heerst er de visie ‘burn the business plan’, daar is het de bedoeling dat we gewoon beginnen. Dat heeft mij enorm geholpen. Ik ben dan ook heel hard gegaan met mijn ontwikkeling het afgelopen half jaar door gewoon te beginnen en te doen. Ik ben met mijn coach, die ik via de minor ken, naar netwerkbijeenkomsten gegaan en heb daar mijn bedrijf mogen pitchen. Je leert er zoveel van door dat vaak te doen. Het is ook een kwestie van doorzetten. Als je echt iets wilt en je hebt enigszins een gunfactor dan kun je alles voor elkaar krijgen. Voor mijn video voor ‘30 Seconds of Sales’, die ik voor de minor moest maken, had ik een specifiek idee dat ik erg graag wilde uitwerken.


15

“Ondernemerschap is doen. Dat is ook precies wat de minor Ondernemerschap stimuleert. En doorzetten, ook als het even niet gaat.”

Ik wilde daarvoor met een professionele filmmaker werken. Bovendien wilde ik mijn mannelijke concurrent erin laten meespelen. En ten slotte wilde ik varen op een oesterboot. Ik heb, door rond te vragen, uiteindelijk alles voor elkaar gekregen. Mijn concurrent had er zelfs een dag vrij voor genomen. Dit was zo’n gave ervaring! Waar hoop je over vijf jaar te staan? Ik wil naast Oesterwijf beginnen met het concept Wijf met ballen, om een ander hapje te serveren naast de oesters. Ik zit dan te denken aan ballen met verschillende vullingen, van garnalen tot vlees. Dit plan wil ik verder uitwerken. Ook zou ik graag op lange termijn mijn eigen oesterbar willen beginnen. Ik denk dat beide concepten, het Oesterwijf op een fysieke plek en rondlopend op locaties, elkaar goed aanvullen, ook met betrekking tot de promotie. Wat is ondernemerschap voor jou? Doen. Dat is ook precies wat de minor Ondernemerschap stimuleert. En doorzetten, ook als het even niet gaat.

Wat adviseer je beginnende ondernemers? Ik ben natuurlijk zelf nog een beginnend ondernemer. Maar het valt mij wel op dat ondernemers weinig aandacht geven aan hun huisstijl en logo. Er zijn zoveel leuke ideeën maar je moet een manier vinden om je te onderscheiden. Daarom is het belangrijk om na te gaan wat je wilt uitstralen en waar je voor staat. Kijk daarvoor ook goed naar de markt, naar wat er al is.


16

Een blik op HvA Ondernemerschap 2014-2015

Amsterdamse Zaken D

e Amsterdamse Zaak is een perfect voorbeeld van een praktijkdienst waarbij studenten hun binnen de Hogeschool van Amsterdam opgedane kennis en onderwijservaring kunnen overdragen aan mensen die deze kennis missen en wel wat hulp kunnen gebruiken. In dit geval gaat het om ondernemers, meestal ex-ondernemers, die in een problematische schuldenpositie verkeren. Om in te kunnen stromen in een schuldhulpverleningstraject moeten ze eerst belastingaangifte doen, maar aangezien ze hun financiële administratie niet op orde hebben, is dat een lastige opgave. De slogan van de Belastingdienst ‘leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker’ gaat helaas niet voor ze op. De studenten van De Amsterdamse Zaak spelen hierop in en helpen deze cliënten met hun boekhouding. Voor dit verslag is gesproken met Hannah Simonse (oud-HvA-studente Commerciële Economie en hoofd bedrijfsvoering en projectleider Lokale Gebiedsontwikkeling bij HvA BOOT) en Feline van der Burght (derdejaarsstudent Bedrijfseconomie en stagiair bij De Amsterdamse Zaak). De Amsterdamse Zaak wordt gecoördineerd door HvA BOOT, Buurtwinkel voor Onderwijs, Onderzoek en Talentontwikkeling, waar studenten van de HvA diensten leveren aan bewoners en organisaties in Amsterdamse wijken. En toen was De Amsterdamse Zaak geboren! Het eerste half jaar waren vier studenten van de minor Financieel Advies en Ondersteuning bij het project betrokken. In het eerste blok van de minor vergaarden ze kennis over de verschillende financiële producten en diensten en met deze kennis konden ze in het tweede blok aan de slag met De Amsterdamse Zaak. Sinds februari dit jaar heeft De Amsterdamse Zaak ook een stagiair, Feline van der Burght. Hij heeft het project goed draaiende weten te krijgen en het onderdeel staat inmiddels dan ook stevig binnen Dienst Werk en Inkomen. Feline zegt:

“Mijn dag bestaat uit het werken in een boekhoudprogramma, het aansturen van drie financieel geschoolde mbo-studenten die mij helpen met de boekhouding, en intake- en klantgesprekken met (ex-)ondernemers.” Maar welke cliënten worden er dan door het Team Ondersteuning doorverwezen naar De Amsterdamse Zaak? Feline vertelt over zijn ervaring met de bevlogen en impulsieve ondernemers, waaronder een automonteur die voor zichzelf wilde beginnen. Hij investeerde in heel korte termijn in een

garage, zonder alles goed uitgedacht te hebben in een businessplan. Een ander voorbeeld is een caféhoudster. Zij is naast ondernemer ook moeder en had, ondanks haar gedrevenheid in ondernemerschap, door haar persoonlijke situatie geen overzicht meer. Feline nodigt deze cliënten uit voor een intakegesprek, wat eigenlijk al een uitdaging op zich is. Soms komen ze niet opdagen of zeggen ze de afspraak af, gewoonweg omdat ze vanwege de situatie waarin ze zitten het niet kunnen opbrengen. ‘Er was zelfs een cliënt die letterlijk met al zijn spullen op straat stond en geen mobiel nummer had waarop hij was te bereiken. Probeer daar maar eens de afspraak mee te maken dat ze naast hun administratie, ook een uittreksel KvK en DigiD-codes meenemen naar het gesprek. Vervolgens krijg je dus alle bonnen en niet-betaalde rekeningen in een plastic Albert Heijn-tas of schoenendoos aangeleverd’, zegt Feline. Er komt bij dit hulptraject dus meer kijken dan alleen de boekhouding. Een vrouw met een zoontje van een paar jaar oud zou negen dagen in hechtenis moeten vanwege niet-betaalde rekeningen van de Belastingdienst. Stagiair Feline heeft vervolgens met de Belastingdienst aan de telefoon gehangen met de boodschap dat mevrouw op het moment geholpen wordt met haar belastingaangifte, dus dat ze ermee bezig zijn. Dit resulteerde gelukkig in uitstel. Inmiddels is de aangifte gedaan en kan ze instromen in het schuldsaneringstraject. ‘Op zo’n moment word je ook echt gezien als een held. Ze zijn je zo dankbaar!’ (Amsterdamse) Zaak gesloten, zou je denken, maar Feline is kritisch: ‘De Amsterdamse Zaak zit nog steeds in de pilotfase. Het project kan geïntensiveerd worden en meerdere diensten, zoals psychische hulp, kunnen eraan gekoppeld worden. Er ligt verder nog de uitdaging een expertdocent bij het project te betrekken om het tot een hoger niveau te tillen.’


17


18

Een blik op HvA Ondernemerschap 2014-2015


19

De winkelstraat als canvas

D

e Hallen in Amsterdam-West zijn in korte tijd een begrip geworden. Een plek waar de yuppen van Amsterdam zich laven aan G&T’s en waar op zondag stadsgezinnen - zonder een oppas te hoeven regelen - erop uit kunnen. Maar een verkenning van de omgeving van De Hallen geeft nog niet het gevoel van een quartier, een samenhangend geheel waar het aanbod van winkels en horeca op elkaar is afgestemd en uiteraard op de behoefte van de klant. Maar waar tegelijkertijd de afzonderlijke straten ook een unieke identiteit hebben. Hoe kan hierin verbetering gebracht worden, is er een vernieuwend concept op te stellen? Met deze opdracht werden het afgelopen studiejaar de derdejaars studenten van de opleiding Commerciële Economie op pad gestuurd. Elk city-marketingbureau, bestaande uit vijf studenten, kreeg daarbij een straat toegewezen. Elke straat met zijn eigen uitdagingen en kansen, zo bleek ook al snel voor de studententeams toen ze begonnen met een grondig onderzoek. Straten, bemind door de buurt, maar onbegrepen door toeristen of Amsterdammers uit andere buurten. Of met een eenzijdig winkelaanbod, gecombineerd met veel leegstand. Gedurende hun onderzoek verzamelden de studenten impressies die werden samengevat in een film en moodboards, ze enquêteerden bezoekers en buurtbewoners en maakten de resultaten inzichtelijk in tabellen en grafieken, en interviewden ondernemers en experts met uitgebreide stakeholderanalyses als resultaat. Al deze inspanningen en indrukken accumuleerden uiteindelijk in de ontwikkeling van een creatief concept, met een visie op de betreffende winkelstraat, dat ter afsluiting werd gepresenteerd aan vakdocenten, stakeholders en opdrachtgever Stad&Co. De twee beste teams presenteerden voor de Jan Pieter Heijestraat en de Bilderdijkstraat geheel uiteenlopende ideeën. Voor de Bilderdijkstraat werd een innovatief concept gepresenteerd waarin toekomstig ondernemers kunnen opteren voor een winkel- of horecaconcept dat bij hen past. De concepten zouden moeten worden gepresenteerd in de leegstaande panden waar ze uiteindelijk ook gerealiseerd zouden kunnen worden. Uniek aspect was dat deze concepten zouden worden ontwikkeld in co-creatie met bewoners en bezoekers. Toekomstige winkelhouders zouden dus een keuze kunnen maken uit een aantal in samenwerking met de buurt ontworpen winkelconcepten.

Het team van de Jan Pieter Heijestraat presenteerde een tweeledig plan. Om te beginnen zag het een kans voor de straat haar potentieel te benutten als horecaverbinding tussen het Hallenkwartier en het Vondelpark, vooral door semipermanente terrassen te plaatsen bij de brug over het Jacob van Lennepkanaal. Daarnaast richtte het plan zich op het uitbaten van de faam van de dichter naar wie de straat vernoemd is, door dichtteksten zichtbaar te maken op gevels, aangevuld met moderne 3D-tekeningen op straat. Zo wordt literatuur toegankelijk gemaakt en street art in het zicht van de koffiedrinkende of borrelende Amsterdammer gebracht. Twee concepten met een grote toegevoegde waarde voor opdrachtgever Stad&Co maar vooral, zo blijkt na afloop van de presentaties, voor de studenten zelf. De stad en haar ondernemers boden hen zowel een concreet onderwerp om zich in vast te bijten als een uitdaging die hen stimuleerde niet één maar vele stapjes extra te doen. Veelal woonachtig buiten Amsterdam was dit ook nog eens de eerste keer dat ze buiten het gezichtsveld van de HvA of de Kalverstraat kwamen.

Het Hallenkwartier, “waar je liever afspreekt voor je eerste date dan in het centrum van Eemnes.”


20

Een blik op HvA Ondernemerschap 2014-2015

Pitch je ondernemingsidee op een springkussen

De HvA-locatie Dr. Meurerhuis is gelegen in Amsterdam Nieuw-West achter het Sloterpark en is omringd door een vijftal groene sportvelden en verschillende sportcentra. Studenten zijn er actief aan het hardlopen, wielrennen of ze komen, bezweet en met een hockeystick in de hand, terug van hun eerste of misschien wel tweede sportles. Het is op het eerste gezicht niet te zien, maar naast het sporten zijn de studenten hier ook op het gebied van ondernemerschap heel fanatiek!

W

ilko de Graaf is coördinator Ondernemen, docent Marketing en Marktonderzoek, en docent Sport en Nieuwe Media. Hij vertelt over de ondernemerschapsactiviteiten die binnen de opleiding Sport, Management en Ondernemen worden aangeboden: ‘Ondernemend bezig zijn zit in de haarvaten van de opleiding en is in de hele studie geïntegreerd.’ Studenten komen eigenlijk al in het eerste jaar in aanraking met ondernemerschap door het organiseren van een evenement. Aangezien er voor het evenement geen groot budget beschikbaar is binnen de HvA, moeten de studenten financiering binnenhalen om het te kunnen realiseren. Het valt hem op dat studenten zich daarbij onbewust al ondernemend opstellen. Ze proberen meerwaarde te creëren door bijvoorbeeld een ledenwervingsactiviteit te koppelen aan de organisatie van een sportmiddag voor leden van de voetbalvereniging. Ook vakken als managementvaardigheden, een coachingstraject en het werken met een bepaald doel voor ogen stimuleren het ondernemend bezig zijn. ‘We bouwen het geleidelijk op’, aldus Wilko. Ondernemerschap wordt duidelijker zichtbaar vanaf het tweede en derde jaar van de opleiding. Studenten kunnen namelijk na het eerste studiejaar instromen in de SMOndernemersclub waarin zij zich tot aan het afstuderen in zes fases ontwikkelen tot ondernemer in de sportwereld. De SMOndernemersclub is twee jaar geleden opgezet en telt gemiddeld 25 tot 30 studentondernemers. In de eerste fase wordt de student een spiegel voorgehouden met de vraag: ben ik wel ondernemer? De student werkt vervolgens een creatief plan uit voor zijn of haar idee en ontwikkelt moodboards en een website. Fase twee richt zich op het opstellen van een salesplan: het vermarkten van het product of de dienst. De student realiseert dan ook de eerste duizend euro omzet. Vanaf fase drie stelt de student een businessplan op en betrekt onderzoek bij de onderneming.

De kick-off voor het opstellen van het businessplan vindt eind augustus plaats op Texel, waar ook studenten van buiten de ondernemersclub deelnemen aan een business camp. Dit is het reguliere traject Ondernemen in het derde studiejaar van de opleiding, waarin gedurende een semester 150 studenten - opgesplitst in groepen - werken aan het opstellen van een businessplan om een product of dienst te realiseren. ‘Ze komen het eiland niet af als ze geen goed idee hebben dat én met sport te maken heeft én waar ze geld mee kunnen verdienen!’, grapt Wilko. Het proces kan eigenlijk gezien worden als een snelkookpan, vervolgt de coördinator Ondernemen. In een paar dagen tijd moeten studenten tot een idee komen dat vervolgens in het semester uitgewerkt kan worden tot een volwaardig businessplan. Het business camp is interactief en sportief opgezet. Studenten fietsen het hele eiland over, voeren diverse opdrachten uit zoals het pitchen van een idee op een springkussen en krijgen advies op verschillende locaties vanuit verschillende invalshoeken. Niet alleen van docenten, waarvan 60% zelfstandig ondernemer is, maar ook vanuit de ervaringen van alumni en de kennis van de Rabobank. De tweede avond mogen de studenten hun idee pitchen en krijgen ze een go of een no go. ‘Bij no go blijven ze dus op het eiland’, grapt Wilko nogmaals. Na het driedaagse kamp worden de derdejaarsstudenten niet losgelaten. Door middel van aan ondernemerschap gerelateerde lessen en met een achterban van alumni, stageverlenende organisaties en coaches/personal trainers krijgen ze de gelegenheid om het businessplan verder uit te werken. Aan het eind van het semester presenteren ze dan ten overstaan van de Rabobank hun ondernemingsplan.


“ 21

“Ondernemend bezig zijn zit in de haarvaten van de opleiding en is in de hele studie geïntegreerd.“

Daar houdt het niet mee op. Studenten van de SMOndernemersclub kunnen vervolgens afstuderen in hun eigen onderneming. Ze worden daarbij in het hele traject begeleid en gecoacht door sportmanager/ondernemer Henri de Weerd. Verder kunnen de studentondernemers advies inwinnen bij het Amsterdam Centre for Entrepreneurship (ACE) of bij alumni tijdens het event ‘kopje koffie met AluSMO’.

Maar welke geslaagde alumni zijn er nu actief als zelfstandig ondernemer? Tijdens het business camp op Texel kwamen Menno Lambalk en Wouter Eelkman Rooda op het idee van een hockeystickslot. Een gat in de markt! Met het slot kan een hockeystick aan een tas of fiets worden vastgemaakt zodat diefstal wordt voorkomen. Linda Lee Sargeant startte Promo Extended dat sportpromotiemedewerkers aan bedrijven levert. Een unieke combinatie: modellenwerk gekoppeld aan sport, want wat nou als je tien hockeyende dames nodig hebt voor een promotie? Niels Schut verbindt met zijn bedrijf Netband tennissers, tennisverenigingen en tennistrainers.

En Pelle Baas heeft vanuit zijn studie Sport, Management en Ondernemen onderzoek gedaan naar crowdfunding en topsport en startte vervolgens een crowdfundingplatform voor nationale topsporters. Dit zijn echt succesverhalen! De opleiding Sport, Management en Ondernemen maakt zijn naam volledig waar.


22

Een blik op HvA Ondernemerschap 2014-2015

Hey ondernemer, een bedrijf ontwerp je zo!

E

en eigen bedrijf opzetten is niet makkelijk. Want waar begin je precies? En welke stappen moet je daarvoor doorlopen? Deze vragen horen bij het ontwerpproces en het zijn ook deze vragen waarmee studenten van het MediaLAB te maken krijgen. Op basis van die ervaring hebben docenten en onderzoekers van het MediaLAB een ‘ontwerptoolkit’ ontwikkeld die ondernemers en andere creatieve geesten ondersteunt bij dit proces. Gijs Gootjes is de coördinator van het MediaLAB dat, in samenwerking met partners uit de creatieve industrie, design- en onderzoeksprojecten voor creatieve en ondernemende studenten ontwikkelt. Gevestigd in Studio HvA en al druk bezocht door ondernemende studenten ontwikkelt het MediaLAB zich tot een creatieve hotspot. Het lab kenmerkt zich door een sterk iteratieve manier van werken en het opereren in multidisciplinaire teams. De teams bestaan uit drie tot vijf studenten, onder wie in ieder geval een ontwerper, een programmeur en een onderzoeker. Verder worden deze teams samengesteld uit studenten van het domein Digitale Media en Creatieve Industrie (DMCI) van de HvA, academici, en studenten uit het buitenland. Het streven is om bijvoorbeeld studenten van kunstacademies erbij te betrekken voor de artistieke component of, als specifieke kennis vereist is, een student van een op dat gebied gespecialiseerde studierichting. De projecten die worden aangeboden zijn divers, dus niet alleen gericht op technologie en design. De toolkit bestaat uit verschillende onderzoeks- en ontwerpmethodes die bijdragen aan het ontwerpproces. Deze zijn verzameld en uiteengezet op losse kaartjes. Op de kaartjes worden de diverse methoden uitgelegd en uitgesplitst naar taken en wordt aangegeven hoeveel tijd je nodig hebt om die taken te doorlopen.

De toolkit helpt studenten niet alleen om te starten met hun ontwerp, maar biedt ook uitkomst voor de verdeling van verantwoordelijkheden binnen teams en voor het managen van tijd. Gijs licht toe:

“Alle kennis is er al en alle methodes bestaan al, maar we willen de verschillende methodes kunnen aanbieden aan studenten zodat ze handvatten hebben om gestructureerd te kunnen werken binnen het ontwerpproces. Hiermee kun je veel beter inzichtelijk maken wat er precies is gebeurd en of het op de juiste manier is gedaan. Het ontwerp kan op deze manier beter worden gevalideerd en worden vergeleken met andere ontwerpen.” De expertise van het MediaLAB ligt hoofdzakelijk binnen het ontwerpproces maar het doel is om daar de businesskant meer bij te betrekken. Want hoe vermarkt je een product wanneer het eenmaal is ontwikkeld? Daar zijn methodes uit het ondernemerschap voor nodig. MediaLAB is nu bezig met de ontwikkeling van kaartjes voor het businessproces waarmee de strategie bepaald kan worden en de dagelijkse activiteiten meetbaar worden. De gebruikte methodes zijn door MediaLAB-alumnus Agnes Gunther bijeengebracht vanuit de kennis en ervaringen van experts op het gebied van ondernemerschap. Uiteindelijk hopen Gijs en zijn collega’s dat deze tool zowel binnen het onderwijs als door startups in Amsterdam wordt gebruikt om strategische en operationele bedrijfsprocessen te analyseren. Doel is om in de zomer deze tool uit te proberen zodat vanaf september studenten die een product hebben ontworpen de vervolgslag kunnen maken met het vermarkten van het product.


23

Ondernemers binden... een Makkie?

D n

e opleiding bestuurskunde leert studenten om een onderzoekende en ondernemende houding te ontwikkelen. Doel is om studenten niet alleen op te leiden voor een toekomst binnen de ambtenarij, maar ook zich te ontwikkelen tot bevlogen professionals die streven naar maatschappelijke meerwaarde. Studenten werken tijdens hun opleiding met echte opdrachtgevers, die feedback geven op hun werk. Ze leren daarmee hoe ingewikkeld het is om in een maatschappelijk bestuurlijke omgeving met veel verschillende belangen rekening te houden en met passende oplossingen te komen. Het Makkie-project is hier een concreet voorbeeld van en voor dit verslag is er gesproken met drie studentes van de opleiding Bestuurskunde: Maxime Ansems, Emese van der Weijden en Anne Vreeker. Zij hebben de afgelopen maanden samengewerkt met het Makkie-team in Amsterdam-Oost om een acquisitieplan te ontwikkelen voor ondernemers uit deze buurt. Een Makkie - oftewel een sociale valuta - wordt tot nu toe alleen gebruikt in Amsterdam-Oost. Bewoners kunnen Makkies verdienen door klussen te doen voor lokale organisaties of buurtgenoten. Doel van het Makkie-project is het vergroten van de sociale cohesie in Amsterdam-Oost, zodat mensen meer betrokken met elkaar raken, actiever worden in de buurt en zich inzetten voor de gemeenschap. Ondernemingen die meedoen aan het Makkie-project accepteren Makkies als betaalmiddel. Doel is nu om meer ondernemingen te betrekken bij dit project, zodat de sociale cohesie verder wordt vergroot. De studentes Bestuurskunde zijn gevraagd om daar een plan voor te ontwikkelen. Zij hebben met 25 ondernemers uit de Indische buurt gesproken wat veel nieuwe inzichten opleverde in de redenen waarom ondernemers al dan niet mee willen doen met het Makkie-project. Enkele weken geleden presenteerden de studentes, op de HvA BOOT-locatie in Amsterdam-Oost, hun bevindingen en conclusies aan het Makkie-team. De studentes adviseerden het team om te werken aan de naamsbekendheid van de Makkie in het algemeen. Bovendien was uit het onderzoek naar voren gekomen dat het merendeel van ondernemers graag promotie wil in ruil voor deelname aan de Makkie en dat daar meer aandacht aan gegeven zou kunnen worden.

Ten slotte hebben de studentes het Makkie-team geadviseerd op welke wijze zij de Makkie zichtbaarder kunnen maken voor ondernemers. De aanbevelingen werden door het Makkie-team zeer gewaardeerd. Zij willen graag verder aan de slag om de plannen te implementeren. Na afloop van de presentatie vroegen wij de dames wat hun idee is van ondernemerschap en hoe zij hun activiteiten combineren met hun opleiding Bestuurskunde aan de HvA. Wat was de grootste uitdaging voor jullie project? Dat het ons zou lukken om voldoende ondernemers bij het Makkie-project te betrekken, aangezien de prioriteit van ondernemers niet direct ligt bij het verhogen van de sociale cohesie van hun omgeving. Gelukkig zijn we hierin geslaagd. Ook vonden we het een uitdaging om werkelijk vernieuwend te zijn. Belangrijke vraag was hoe een organisatie als Makkie werkelijk vooruit kan komen met een beperkt budget. Hoe zien jullie ondernemerschap binnen jullie opleiding Bestuurskunde? De opleiding heeft zeker raakvlakken met ondernemerschap, waarbij de focus voornamelijk ligt op een ondernemende houding en de maatschappelijke interesse en betrokkenheid. We leren zowel vanuit het perspectief van de ondernemer als dat van de overheid naar bepaalde kwesties te kijken, zodat we verschillende mogelijkheden voor verbetering naast elkaar kunnen leggen.

“Je zou ons eigenlijk wel ‘wereldverbeteraars’ kunnen noemen. Ondernemerschap bestaat dan uit de ‘drive’ om de wereld een stukje beter te maken.” Wat deze opleiding zo leuk maakt is dat we veel aan projecten werken in de praktijk en dat we dus niet alleen in de boeken zitten. Vanaf dag één werd ons al een praktijkopdracht gegeven met de boodschap: ‘Ga maar gewoon doen!‘


24

Een blik op HvA Ondernemerschap 2014-2015


25

Start-up docent in actie S

tudenten van de HvA lerarenopleiding Bedrijfseconomie worden in hun derde studiejaar uitgedaagd om een ondernemingsplan te schrijven voor een startende sociale ondernemer. Docent Titia Boerrigter geeft aan dat de module als doel heeft dat je als docent goed weet hoe een onderneming tot stand komt en wat daarbij komt kijken. De toekomstige docenten leren bijvoorbeeld welke eigenschappen een succesvolle ondernemer in huis moet hebben en hoe een ondernemingsplan ontwikkeld wordt. De zelfstandig ondernemer, zo staat in de modulehandleiding beschreven, moet ook in staat zijn om de eigen belastingaangifte te doen. En als docent bedrijfs- en algemene economie moet je dit dus ook doceren aan leerlingen. Het project speelt in op de veranderende arbeidsmarkt, waar - door een toename van sociale ondernemers, ZZP-ers en flexwerkers die ervoor kiezen naast hun parttime baan voor zichzelf te werken - een groeiende behoefte is aan hulp bij het opstarten van een onderneming. Renata Boston, motivatie en empowerment coach, kon met haar startende onderneming ook goed de hulp gebruiken van de HvA-studenten. Ze heeft het eenmansbedrijf ‘Bureau Renata Boston’ opgericht waarbij ze jongvolwassenen door middel van coaching en empowerment (weer) op weg helpt naar een nieuw bestaan. Renata zegt:

“Ik had hulp nodig bij het schrijven van een ondernemersplan. Ik kon de inzet van studenten bij mijn idee daarom ook goed gebruiken. Hierdoor werd er een win-winsituatie gecreëerd: voor mij kosteloos advies en voor de studenten een meerwaarde ten aanzien van hun opleiding.” Via het HvA-initiatief BOOT, Buurtwinkel voor Onderzoek, Onderwijs en Talentontwikkeling, melden ondernemers als Renata zich al een paar jaar aan voor hulp vanuit dit project. Zo ook een fotograaf die van zijn hobby zijn werk

wilde maken. Een wijkondernemer die graag een kinderevenementenbureau wilde starten in AmsterdamNoord, maar haar idee op papier moest zien te krijgen om geldschieters te kunnen benaderen en subsidie aan te vragen. Of iemand die met haar Surinaamse kookkunsten graag vanuit haar eigen keuken gerechten wilde gaan verkopen. Leuke ideeën die door BOOT geselecteerd worden, waarna geschikte deelnemers de mogelijkheid krijgen middels een kort filmpje of geschreven notitie hun idee te pitchen aan de studenten van de opleiding. Tenslotte moeten studenten in teams voor ze aan het werk, dus ze moeten zich wel kunnen vinden in het ondernemingsidee van de `klant’. In november 2014 was er opnieuw een kennismaking tussen dertig studenten en de negen uitgekozen (startende) ondernemers. Een periode van regelmatig bellen, ontmoetingen en mailcontact volgde om het idee van de ondernemers goed te kunnen vertalen naar een ondernemingsplan. Volgens Boerrigter is het een uitdaging voor de student om zich goed te verplaatsen in de startende ondernemer, waarbij de eigen ideeën en opvattingen niet van belang zijn. Toch kan de frisse blik van de studenten de ondernemers wel verder helpen, aldus Marcia Sanajong, wijkondernemer in Amsterdam-Noord en een van de ondernemers die het afgelopen jaar meededen aan het project: ‘Als je een idee hebt, ben je er zelf zoveel mee bezig dat je soms vastloopt, terwijl als anderen eraan werken er meer op je pad kan komen. Het was een hele goede ervaring.’ In maart werden de ondernemingsplannen gepresenteerd en overhandigd aan de ondernemers en docenten. Marcia en Renata zijn beiden nog niet begonnen met het opzetten van hun onderneming maar ze zijn zeker op weg. Ze voelen zich in ieder geval geholpen door de studenten en zijn tevreden over het eindresultaat. Volgens Titia Boerrigter start ongeveer de helft van de deelnemers uiteindelijk daadwerkelijk met de eigen onderneming.


26

Een blik op HvA Ondernemerschap 2014-2015

Met zorg ondernemen D

e ondernemers en tevens ergotherapiedocenten Klaas Doppen en Rob Koppers werken op de HvA-locatie Nicolaes Tulphuis, gelegen naast het AMC. Het is de plek waar ze zelf vijftien jaar geleden ook hebben gestudeerd. Opmerkelijk is dat er tijdens hun studie niet of nauwelijks werd gesproken over ondernemerschap. Als er iets over werd gezegd, was het: ‘Wil je beginnen met je eigen praktijk, dan moet je wel heel veel ervaring als behandelaar hebben hoor!’ De mannen bewijzen echter het tegendeel. Inmiddels runnen ze samen met een derde compagnon een succesvolle ergotherapiepraktijk. Toen ze ruim acht jaar geleden hun bedrijf opzetten, moesten ze nog alles zelf uitvinden en leren, deels door `trial and error’, waardoor ze enige vertraging opliepen. Hun bedrijf was op dat moment net niet de honderdste praktijk in Nederland, maar inmiddels is het een van de vijfhonderd praktijken. Met vijf werknemers in dienst, een openstaande vacature en samenwerkingen met paramedische praktijken en fysiotherapeuten zijn ze een van de bekendste en grootste ondernemingen binnen deze sector. Alsof ze het nog niet druk genoeg hebben, geven ze ook al een paar jaar les aan de Hogeschool van Amsterdam. Rob en Klaas achten het steeds meer noodzakelijk dat ergotherapiestudenten een ondernemende houding ontwikkelen en nieuwe vaardigheden aanleren om te anticiperen op de ontwikkelingen in de zorg en om zichzelf te profileren. De zorg is op dit moment enorm in beweging door onder andere een toename van het zorgaanbod, de snelle opeenvolging van technologische ontwikkelingen, de verdubbeling van de vergrijzing en de stijgende zorguitgaven. Van de ergotherapiestudenten wordt daarom verwacht dat zij hun eigen diensten en producten zelf leren vorm te geven en te vermarkten. De leerlijn Ondernemen van Rob en Klaas speelt hierop in. ‘Je krijgt maar weinig kansen om jezelf te ontplooien. We willen niet allemaal dezelfde therapeut worden. Je hoeft na het project niet per se je eigen praktijk te starten of je eigen product of dienst te vermarkten. Waar het om gaat is: hoe kan ik nou ondernemend zijn of hoe kan ik mijn kwaliteit zo inzetten om meer kansen te hebben binnen de sector Zorg en Welzijn’, aldus Klaas. Het blijkt een schot in de roos. ‘Eindelijk iets anders’, zeggen de studenten tegen de docenten, ‘iets wat niet direct alleen maar met ergotherapie te maken heeft.’ Studenten vinden het volgens Rob leuk om aangezet te worden om zelf na te denken. Elk half jaar melden zich dan ook rond de veertig studenten aan voor dit

traject waar ze de volgende opdracht voorgelegd krijgen: start een nieuwe ergotherapiepraktijk, ontwikkel een nieuwe dienst of ontwerp een nieuw product of hulpmiddel. Werk dit uit in een ondernemersplan en presenteer dit aan een jury. In twintig weken krijgen ze verschillende hoor- en werkcolleges over het opzetten van een eigen bedrijf en moeten ze in teams een ondernemingsplan schrijven. Aan het einde van dit traject presenteren tien groepen hun ondernemingsplan ten overstaan van een vijfkoppige kritische jury, bestaande uit in ieder geval een zorgconceptontwikkelaar, iemand uit het onderwijs en een cliënt van de ergotherapiepraktijk. Ze maken gebruik van de PechaKucha presentatietechniek waarbij ze in twintig afbeeldingen hun verhaal moeten doen. Elke afbeelding wordt twintig seconden getoond waarna automatisch de volgende slide volgt. Je wordt dus gedwongen om in minder dan zeven minuten te vertellen wat je aan de toehoorders wilt overbrengen. Een team heeft bijvoorbeeld het concept DailyDo bedacht en uitgewerkt. ‘Door DailyDo zal het leven van de cliënt met apraxie nooit meer hetzelfde zijn.’ Bij een apraxie levert het voor iemand problemen op om handelingen op een juiste manier uit te voeren. Met behulp van een app helpt DailyDo deze mensen om op hun eigen manier activiteiten te plannen, te organiseren en uit te voeren. Geen onhandige mappen meer waarin staat hoe ze iets moeten doen, maar een applicatie die ze bijvoorbeeld vertelt hoe ze het gasfornuis moeten uitzetten. Deze app is in de app store te verkrijgen voor €19,95 en wordt gepromoot via ergotherapeuten, advertenties in het Ergotherapie Magazine en door het aanbieden van een gratis demo. Maar de winnaar van de leerlijn Ondernemen is het project Oppassend. Dit is een oppasservice voor ouders met een kind met een beperking. Voor deze doelgroep voldoet een standaard oppas namelijk niet, want hoe moet je een kind met een beperking in bed stoppen, eten geven of voorlezen? Bij Oppassend werken studenten die bezig zijn met een hbo- of wo-opleiding die gerelateerd is aan zorg of pedagogiek. Deze studenten beschikken over de juiste kennis en vaardigheden om voor kinderen met een beperking te zorgen. Doel is om ongeveer tweeduizend studenten te werven, wat ambitieus is maar wel haalbaar. Een groot bereik met een duidelijk punt op de horizon.


“Waar het om gaat is: hoe kan ik nou ondernemend zijn of hoe kan ik mijn kwaliteit zo inzetten om meer kansen te hebben binnen de sector Zorg en Welzijn.”

27


28

Een blik op HvA Ondernemerschap 2014-2015

Ondernemerschap zichtbaar op de Amstelcampus

is de startup community op de kaart te zetten en samen te brengen. Letterlijk door het realiseren van inspirerende werkplekken maar ook door het organiseren van evenementen waar studenten van verschillende ondernemende minoren elkaar ontmoeten. In studiejaar 2015–2016 zullen er meer opleidingen aanhaken om aan deze opgave te werken. te brengen. Letterlijk door het realiseren van inspirerende werkplekken maar ook door het organiseren van evenementen waar studenten van verschillende ondernemende minoren elkaar ontmoeten. In studiejaar 2015–2016 zullen er meer opleidingen aanhaken om aan deze opgave te werken.

Het project StartPad is voortgekomen uit een onderzoek dat is uitgevoerd door de ontwerpers en architecten van bureau SLA en Overtreders W in opdracht van Bureau Nieuwbouw van de HvA. Dit bureau stelde de vraag: ‘Hoe kan de Amstelcampus oe kunnen startups fysiek, visueel en virtueel de ruimte een duurzame hotspot in de stad worden?’ De architecten krijgen op de Amstelcampus? Op deze vraag wil het hebben hiervoor een brede groep studenten, medewerkers project StartPad een antwoord geven. Dit project wil op creatieve en onderzoekers binnen de HvA geïnterviewd. Zij kwamen tot wijze ondernemende studenten met elkaar verbinden door de conclusie dat er eigenlijk al een bruisende community van het creëren van een fysieke ondernemerscampus. studentondernemers bestaat, maar dat deze niet zichtbaar is, terwijl deze groep de dynamiek brengt die de Amstelcampus Suzanne Hansen is projectleider van StartPad en legt nodig heeft. Advies is dan ook om fysiek ruimte te maken uit: ‘Dit is een project gericht op het zichtbaar maken voor studentondernemers en daarbij de studenten ook zelf van studentenstartups van de HvA waarbij studenten en een leidende rol te geven. Het plan is nu om op onverwachte studentondernemers vanuit verschillende opleidingen sturend locaties, binnen en buiten, een soort ‘startup dorp’ te bouwen zijn in idee-ontwikkeling, ontwerp en realisatie.’ Ze ziet zichzelf voor en door studenten, waar zij kunnen ondernemen. Met dan ook niet zozeer als een klassieke projectleider maar als losse en verplaatsbare units kunnen er werkplekken worden kwartiermaker of procesregisseur, want studenten staan centraal. ontwikkeld rondom de Amstelcampus. Zo te horen is niks te gek, want in het startup dorp kan van alles gemaakt worden, Om inspiratie te krijgen van een bijzondere, snel variërend van bruggen en paden tot tuintjes. Waarom niet groeiende broedplaats in Amsterdam neemt Suzanne een pizzaoven in de openbare ruimte, die dan door een studenten vaak mee naar B-Amsterdam, een coworking space studentondernemer uitgebaat kan worden? Startups kunnen voor startups, gevestigd in het voormalige IBM-gebouw ook zelf investeren in hun eigen unit of daar investeerders in Amsterdam-West. Bij binnenkomst bruist het er van het voor zoeken. Studenten Bouwkunde hebben prototypes voor ondernemerschap. Overal in het gebouw zijn kleine ruimtes werkplekken ontworpen en de ontwerpers zijn op deze ideeën gebouwd en eilandjes met werkplekken gecreëerd waar gaan voortborduren. zelfstandig ondernemers samen of alleen kunnen werken. Zij zijn niet de enigen die deze plek hebben ontdekt, ook Nu is besloten om één prototype daadwerkelijk te gaan bedrijven als Heineken en IBS investeren in dit concept. ontwikkelen dat voor de opening van het schooljaar geplaatst En ontmoet je als zelfstandig ondernemer tijdens het zal worden in de centrale hal van het HvA-gebouw werken andere ondernemers en kom je samen tot een leuk Leeuwenburg. Plan is dat vanaf september de eerste bedrijfsconcept? Dan kun je hier ook doorgroeien en een startups aan het werk kunnen in de eerste unit. Suzanne legt grotere bedrijfsruimte huren. Zo blijken er al bedrijfjes van uit: ‘Door met studenten vanuit verschillende opleidingen ex-studenten actief te zijn binnen B-Amsterdam, zoals het bezig te zijn met deze opgave, ontstaan er nieuwe bedrijf Cabture dat de taxiwereld transparanter en veiliger wil mogelijkheden en gezichtspunten om studentondernemers maken. Bij binnenkomst ontmoeten we een van de co-founders een plek te geven op de Amstelcampus. Een andere goede van B-Amsterdam en worden we onmiddellijk voorgesteld mogelijkheid - door studenten aangewezen - is de plek links aan medewerkers van een universiteit in Spanje die ook bezig onder het Benno Premselahuis, de Arcadebogen. Deze zijn met een ondernemerstraject voor studenten. Het hele locatie wordt op dit moment alleen gebruikt als fietsenstalconcept van B-Amsterdam draait om netwerken en nieuwe ling terwijl er meer mee mogelijk is. Studenten stellen voor verbindingen waarbij mensen elkaar inspireren, wat de om daar letterlijk de etalage te maken voor de stad, waar samenwerking weer bevordert. Dat is ook wat StartPad wil de meest talentvolle startups van de HvA kunnen werken en bereiken en daarom is door studenten en docenten geadviseerd hun prototypes kunnen tonen. Deze locatie moet dan dag en om verder te werken onder de naam ‘Connecting Startups’. nacht en ook in het weekend open zijn en worden beheerd door studenten die bezig zijn met afstuderen of stage lopen Focus van dit project is het ondersteunen van HvA-startups, in hun eigen bedrijf. Inmiddels is er een ontwikkelteam en maar Suzannes ervaring leert dat HvA-startups ook graag een ambassadeursgroep van studenten, startups en alumni verbonden willen zijn met studentenstartups van andere van de HvA gevormd die samen verder willen werken aan de universiteiten en hogescholen. De vervolgstap van dit project planontwikkeling en realisatie.’

H


“Dit is een project gericht op het zichtbaar maken van studentenstartups van de HvA waarbij studenten en studentondernemers vanuit verschillende opleidingen sturend zijn in idee-ontwikkeling, ontwerp en realisatie.”

29





Save the date

Gedurende het komende studiejaar worden er tal van activiteiten georganiseerd om jou verder kennis te laten maken met het ondernemerschap binnen en buiten de Hogeschool van Amsterdam. In de vorm van evenementen als ‘Ondernemen met…’ en ‘Kijkje in de keuken’ worden ‘best practices’ van het ondernemen gedeeld en succes- en faalfactoren uitgewisseld. Neem een kijkje op de website www.hva.nl/ondernemerschap voor de actuele ondernemerschapskalender 2015-2016 en schrijf je in voor de nieuwsbrief om op de hoogte te blijven van de aankomende evenementen.


34

Save the date

HvA evenementenprogramma Ondernemerschap Ondernemerschapscollege Het ‘Ondernemerschapscollege’ geeft elke maand een hoofdrolspeler of een van de beste onderzoekers of analisten de ruimte voor een gastcollege om ondernemerschapstrends en -ontwikkelingen te duiden. Het betreft een ‘old school’ college voor alle studenten, docenten en onderzoekers van de HvA die behoefte hebben aan kennis over snel opeenvolgende veranderingen in de economie en op het gebied van ondernemerschap. 28 okt l 25 nov l 27 jan l 24 feb l 30 ma l 25 mei

Ondernemen met…. ‘Ondernemen met…’ werpt in een maandelijkse talkshow licht op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van (student) ondernemerschap en buigt zich met ondernemers, onderzoekers en studenten over lessen en succesverhalen. Hoe kom je van een idee tot een onderneming? Waar liggen de kansen en tegen welke obstakels loop je aan als ondernemer? 14 okt l 11 nov l 13 jan l 10 feb l 16 ma l 13 apr l 11 mei l 15 jun

Kijkje in de keuken ‘Kijkje in de keuken’ biedt elke maand de mogelijkheid aan docenten, medewerkers en studenten om bij een van de onderwijsprogramma’s op het gebied van ondernemerschap mee te kijken. Tijdens dit interne werkbezoek krijg je een inkijkje in het programma, de didactische modellen, de samenwerkingsverbanden en de resultaten van deze onderwijsprogramma’s. Tot slot worden de mogelijkheden tot samenwerking of een ontwikkelvraagstuk besproken. 21 okt l 18 nov l 20 jan l 17 feb l 23 ma l 20 apr l 18 mei l 22 jun

Campus Radio: Ondernemerschap Het programma Ondernemerschap zal vanaf september 2015 een wekelijks programma maken op HvA Campus Radio waarbij in verschillende rubrieken aandacht zal worden gegeven aan studentondernemers, ondernemerschapsprojecten, onderzoeksresultaten en de evenementen van het programma Ondernemerschap.


35


www.hva.nl/ondernemerschap


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.