Issuu on Google+

BLAD VAN DE HKU nr 20: sept 2010

.unst


debuut

Roos van Woudenberg

. inhoudsopgave

‘Is het draagbaar?’ Deze vraag stelt fashion designer Roos van Woudenberg zichzelf als zij kleding ontwerpt die de catwalk op gaat. Ze noemt zichzelf aan de ene kant commercieel, maar richt zich deels ook op experimenteel ontwerp en

4 Pyhai heeft veel geluk gehad

probeert deze twee dingen samen te brengen.‘Ik pas materialen op een nieuwe manier toe, door bijvoorbeeld te breien met gestript elektriciteitsdraad of kleding te maken van Lego.’

6 Animeren voor volwassenen

‘IK HEB MIJZELF NOOIT ECHT DOORGEBROKEN GEVOELD’

‘Opgemerkt worden is altijd goed,’ antwoordt Esther Gerritsen op de vraag wat ze het leukste vond aan succesvol debuteren. Gerritsen (1972) zegt net als ieder ander mens van aandacht te houden. De verbazing van schrijvers die succes hebben, vindt ze gespeeld. ‘Wij kunnen niet geloven dat niemand op onze stem zit te wachten.’

Roos studeerde in juni af en ontdekte in haar eindexamenjaar Het leven van Evert. In dit boek is het leven vastgelegd van een boer op de Veluwe, die volledig duurzaam leefde. Roos: ‘Ik was nooit zo bezig met duurzaamheid, maar dit boek greep me meteen.

7 De vaderlijke hand van P.F. Thomèse

tekst Lambertha Souman fotografie Pet van de Luijtgaarden

Daarom heb ik er mijn afstudeercollectie op gebaseerd, dat dezelfde naam heeft. Het boek en mijn project laten zien hoe je op een andere manier met kleding kunt omgaan. Vroeger wisten mensen welke materialen je het best voor welk soort kleding kon gebruiken. Kleding ging ook heel lang mee, omdat ze er veel zuiniger

8 Werk van Roos van Woudenberg

op waren. Ze maakten het meeste zelf en bereikten met minimale middelen een maximaal effect.’ Als het om duurzame kleding gaat, ziet Roos in de toekomst een belangrijke rol weggelegd voor de vezel tencel. Tencel bestaat uit puur natuurlijke houtcellulose

10 Wat zou jouw uurtarief zijn?

en is volledig biologisch afbreekbaar. Roos: ‘De trendleidende kleding zou daarvan gemaakt kunnen worden. Het is een goed alternatief, doordat het een milieuvriendelijk productieproces heeft en oneindig te recyclen is. H&M is bezig het te introduceren en verkoopt al kleding dat deels van tencel is gemaakt.’

11 Debuteren in Huis a/d Werf

Roos verwacht niet dat slow fashion de hele wereld zal veroveren. ‘Consumenten zullen de mode blijven volgen en veel kleding kopen die ze maar even dragen. Ik hoop wel dat mensen meer op zoek gaan naar tijdloze basisstukken van hoge kwaliteit en meer respect krijgen voor hun eigen kleding en de productie ervan.’

12 Van je hobby je werk maken

Op de middenspread van dit nummer vind je naast Het leven van Evert schetsen voor het Diesel Project en Urban Invisibility. Het coverbeeld, gefotografeerd door Jochen Arndt, komt uit haar collectie Off the wall. www.roosvanwoudenberg.com

15 Niemand kan zomaar iets bouwen

. portfolio . redactioneel Interviewmoe Mijn eerste interview als ‘popjournalist’ was geen successtory. Al een paar maanden zat ik aan teksten van ‘popjournalisten’ te sleutelen bij een inmiddels uit de wereld geholpen Hollands muziekblad, toen ik eindelijk zelf op pad mocht. Mijn helden van Ween klonken veel te alternatief voor het tijdschrift, maar toch vroeg of ik ze mocht interviewen. De hoofdredacteur zag me verpieteren achter de pc en gaf me 1000 woorden. Ween, voor de niet-kenners, is een bijzonder originele en onnavolg­ bare band van de broers Gene en Dean Ween. Van vuige rock tot stressjazz en kitscherige ballads, Ween beheerst het allemaal tot in het puntjes. Ironie en de vette knipoog zijn hun handelsmerk. Op papier ideale gesprekspartners. Vol goede moed fietste ik op een grijze herfstdag naar Amsterdam. Leeg was Paradiso nog mooier, een kathedraal met een ondergronds gangenstelsel dat door wereldberoemde muzikanten met handtekeningen was ingewijd. Al een dik uur doolde ik er rond voordat de broertjes Ween kwamen opdagen. We schudden handen en keken elkaar vragend aan. Waar zouden we het interview houden? Niet in de zaal, want de roadies waren al begonnen aan een soundcheck. Door het gangenstelsel liepen we terug naar de kleedkamer. Een goed gesprek voeren is lastig, achter elkaar lopend in een smalle gang. Dus vroeg ik maar of ze zin hadden in hun optreden en wat ze van Amsterdam vonden? Yeah en Crazy, man waren de antwoorden.

Ik schreef hun beknoptheid aan mijn open deuren toe. Ook in de kleedkamer toonden de beide heren helaas meer interesse in de koelkast met bier dan in mijn vragen over geloof, hoop, liefde en dood. Met name zanger Gene leek me volslagen interviewmoe. Of speelden ze een spelletje met me door op geen enkele vraag met meer dan drie lettergrepen te antwoorden? Met wat ik hier op tape had, kon ik die 1000 woorden op mijn buik schrijven. Nog een halfuur kabbelde het interview voort, om daarna als een nachtkaars te doven. Een illusie armer bedankte ik Ween. Thuisgekomen sloeg mijn stemming van ontnuchtering om in ont­luistering: de tape zat verkreukeld in mijn Sony. De opname: compleet onverstaanbaar. Noodgedwongen heb ik het gesprek toen in mijn eigen woorden moeten weergeven, waarbij ik besloot de werkelijkheid wat op te rekken. ‘Geniaal!,’ zei de hoofdredactrice toen ze het gelezen had. ‘Geloof, hoop, liefde, dood; alles zit erin. Volgende week Lenny Kravitz?’ Edwin Verhoeven

COLOFON

Hoofd- en eindredactie Edwin Verhoeven

Ontwerp Studio Vrijdag

Advertenties Bureau van Vliet, Postbus 20,

.unst is een uitgave van de Hogeschool voor de Kunsten

Redactie Yassin Amartib, Annet Bremen, Marcella Das,

Druk Printec Offset, Kassel

2040 AA, Zandvoort, T (023) 571 47 45

Utrecht. Het blad verschijnt vier keer per jaar en wordt

Johan Kuhlmann, Stéphanie Tillieux

Oplage 4000 ex.

Reacties Postbus 1520, 3500 BM Utrecht, T 030 233 22 56

gratis verspreid onder studenten, medewerkers en relaties

Verder werkten mee Elfie Tromp, Lambertha Souman,

edwin.verhoeven@central.hku.nl

van de HKU.

Tim Veenstra

www.hku.nl/unst

Cover/beeldspread Roos van Woudenberg

Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder

Fotografie Pet van de Luijtgaarden

voorafgaande toestemming van de HKU.

Illustraties Leon Martakis, The things we are

‘Het is niet fijn om niet gezien te worden’

In haar geval terecht. Sinds ze aan de HKU afstu­deerde in Dramaschrijven en Literaire Vorming, wórdt Gerritsen opgemerkt. In 2001 en 2008 won ze de Nederlands-Duitse Jeugd­theaterprijs voor respectievelijk Gras en Kop­voeter. Haar roman Normale Dagen werd door de lezers van Boek uitgeroepen tot het beste boek van 2005 en in datzelfde jaar won zij als eerste de Dif/BNG Prijs. Een prijs bedoeld als aanmoediging voor auteurs onder de veertig die hun literaire kwaliteit hebben bewezen, maar nog niet helemaal zijn doorgebroken. Na het verschijnen van De kleine miezerige god (2008) schreef een journalist: ‘De doorbraak van een talent.’ Hoe groot is de afstand tussen debuteren en doorbreken? Moeten schrijvers steeds opnieuw debuteren en examen doen? Gerritsen: ‘Je moet alles steeds opnieuw uitvinden. Dat is een interessant proces, géén examen. Examen doen klinkt voor mij als corvee. Over mijn debuut als prozaschrijver ben ik nog steeds tevreden. Bevoorrecht Bewustzijn was echt míjn boek. Het was goed zo. Het beste advies – als het om debuteren gaat – kreeg ik van Rob van Erkelens. Hij was redacteur van Zoetermeer, het literaire tijdschrift waarin ik echt debuteerde. Daarna kreeg ik aanbiedingen van uitgevers. Ik werd nerveus en dacht dat ik snel een boek moest schrijven. Rob vroeg: “Heb je meer materiaal liggen?” Dat had ik niet. Toen zei hij: “Als ze het nú goed vinden, vinden ze het over vier jaar óók goed.” Dat gaf rust. Ik heb een paar jaar gewacht tot ik genoeg goede verhalen had. Toen pas benaderde ik zelf weer een uitgeverij. Alles heeft zijn tijd nodig. Doe dus rustig aan als je ervan droomt om te debu­teren en schrijf gewoon een goed boek. Dat valt echt wel op!’ In het themanummer over twintig jaar HKU werd je ook geïnterviewd. Je zei toen: ‘Als ik iemand bewonder of als iemand mij inspireert is het omdat die persoon iets schaamteloos doet.’ Heb jij iets schaamteloos gedaan als het om debuteren gaat? ‘Debuteren op zich vond ik al schaamteloos genoeg. Dat mijn kijk op de wereld in druk verscheen. Maar het echt schaamteloze zit ‘m natuurlijk in je verwachting. Dat je gelooft dat je succes zult hebben. Bij succes zegt elke schrijver altijd wel braaf: “Nee, dat had ik niet verwacht...” maar ik denk dat het in feite andersom is. We kunnen niet geloven dat niemand op onze stem zit te wachten. We vinden het allemaal wel degelijk belangrijk wat we vinden. Pas als dat niet zo is, komt er een pijnlijke aanpassing aan de realiteit die wel een levenlang kan duren. Uiteindelijk wil ieder-

een een boek schrijven. Het is niet fijn om niet gezien te worden. Mensen houden van aandacht. Ik ook. Al is het ook het ergste verwijt dat je kunt krijgen: “Ze wil alleen maar aandacht ...” Ja, wie niet? En dat begint al als je anderhalf bent. Raar is dat, dat je iemand dat kunt verwijten.’

curieus Haar nieuwste boek, Superduif, is net uit. Esther Gerritsen wordt gezien! Tot mijn verbazing zegt ze: ‘Ik heb mijzelf nooit echt doorgebroken gevoeld. Dat zijn toch allemaal gênante benamingen, meestal verzonnen door de publiciteitsafdeling van de uit­geverij.’ Wie eenmaal gezien wordt, ontkomt niet aan het geven van interviews. Eén uitspraak mag op z’n minst curieus genoemd worden: “Schrijversplatforms als WEbook, waarbij de bezoeker mee kan lezen, commentaar levert en zo invloed uitoefent op het schrijfproces, dat lijkt me een hel. Schrijven is een individueel proces. Dat bevalt me er nou juist zo aan.” De vraag laat zich raden! Hoe heeft Esther de hel overleefd die schrijfopleiding heet? ‘Ja, gék hè? Toen vond ik dat helemaal niet erg. Zou mijn ego toch wat te groot geworden zijn? Recensies van mijn werk lees ik wel. Maar als ik weet dat-ie slecht is vind ik het ook genoeg om de algemene strekking te horen. Ach joh, ik heb zelf al zat kritiek op mijn werk. Die van een ander heb ik er niet bij nodig. Toen Normale Dagen werd bestempeld als het beste boek van 2005 dacht ik dat het een vergissing was. Zelf was ik niet helemaal tevreden. En Pieter Steinz schreef er de beste slechte recensie over die ik ooit kreeg. Hij legde uit waarom hij mijn boek saai vond. Ik kon er niets tegen inbrengen. Ik kon niet zeggen: “Hij snapt het niet, de lul!” Ik dacht alleen: “Ja, dat kan heel goed, dat iemand het saai vindt.”’

eerste keer Wie nog droomt van een debuut ziet in Esther Gerritsen ongetwijfeld een voorbeeld van iemand die al veel bereikt heeft. Toch volgt op de vraag waar ze het meest trots op is een onverwacht antwoord: ‘Dat ik durf te stoppen met dingen. Erop vertrouwend dat er wel wat beters voor in de plaats komt. Met het schrijven voor toneel ben ik voor onbepaalde tijd gestopt. Ik begon als toneelschrijver maar nu heb ik er juist moeite mee. Al die mensen die zich er later mee zullen bemoeien, het is alsof die al tijdens het schrijven in mijn hoofd zitten. Of natuurlijk: mijn idee over hun eventuele mening. Bij het schrijven van een roman is het (iets) stiller in mijn hoofd en dat bevalt mij een stuk beter. Ik vind het nu zenuwslopend om naar de première van een eigen stuk te gaan. Bij mijn eerste voorstelling, de afstudeersolo van Izaira Kersten, was dat anders. De eerste keer dat het werkte... In je eigen hoofd zitten dat ineens zo groot is als een theater en dat ineens ieders hoofd is. Wat ik absoluut nog wil bereiken? Dat ik het goed vind zo.’

3


tekst Yassin Amartib fotografie Pet van de Luijtgaarden

Erop of Eronder

Scènes van een nieuwe generatie toneelschrijvers

De platenspeler speelt zacht in Pyhai’s immense atelier vlakbij het Amsterdamse Bos. Tientallen papieren vliegtuigjes zweven in het gedempte zonlicht. Tegen de muur staan schilderijen en aan een wand zijn ter inspiratie ansichtkaarten en afbeeldingen ge-

plakt. Tevreden kijkt Pyhai rond. ‘Weet je, ik ben hier toevallig terechtgekomen,’ zegt ze, ‘ik had eigenlijk plannen om naar Berlijn te gaan.’ Na haar afstuderen in 2006 woont Pyhai nog een tijdje in Utrecht, waar ze parttime werkt voor een

designbureau. ‘Ik heb heel veel geluk gehad. In het laatste jaar van mijn opleiding aan de HKU kon ik al aan de slag bij Power to the Pixel, om er grafische ontwerpen, flashspelletjes en websites te maken.’ Via haar weblog krijgt ze in hetzelfde jaar ook haar eerste

4

opdracht om illustraties te maken voor het kinderboek Twinkel en Twan.

mijlpaal ‘Toen Twinkel en Twan af was, had ik voor het eerst het gevoel echt een afgerond werk de wereld in te sturen. Dat voelde wel een beetje als een mijlpaal, omdat ik ineens van alle kanten reacties kreeg op mijn werk.’ Het kinderboek valt in de smaak en levert Pyhai meer werk op. Ze maakt sindsdien ongeveer ieder jaar illustraties voor een boek van dezelfde uitgeverij. Via de mail komen steeds meer opdrachten binnen en hierdoor kan ze langzaam de overstap maken naar het voltijd tekenen en schilderen. ‘Je leert heel erg veel in die eerste tijd als kunstenaar; bijvoorbeeld goed nadenken over hoe je een expositie indeelt.’ Ook de perceptie door de mensen om haar heen verandert. ‘Door mijn debuut ging mijn omgeving mijn werk opeens meer respecteren. Iedereen was daarvoor ook al heel enthousiast en supportive; vrienden en familie hingen altijd al tekeningen van mij in hun huizen op. Maar als je dan echt boeken uitbrengt, wordt je ineens serieuzer genomen.’ ‘Ik denk nog steeds: Ik ga het rustig aan doen, mijn echte debuut komt nog.’ Hierbij denkt Pyhai bijvoorbeeld aan een expositie in een galerij met een serie tekeningen of schilderijen rondom een thema, in plaats van een verhaal in beeld zoals de tentoonstelling van De brief. ‘Ik zou er dan een soort totaalervaring van willen maken met sketches en anekdotes, zodat mensen zien wat er aan vooraf is gegaan. Het is dan duidelijker dat het werk niet op zichzelf staat.’

‘Door mijn debuut ging mijn omgeving mijn werk meer respecteren’

solo-expositie Onlangs was Pyhai’s eerste soloexpositie te zien in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Daarin exposeerde ze onder andere tekeningen uit haar kinderboek De brief, dat ze kon maken dankzij de Fiep Westendorp Stimuleringsprijs voor jonge illustratoren. ‘In 2007 heb ik gereageerd op de oproep voor deze prijs door een plan in te sturen. Ik dacht er een tijd niet meer aan en ging back-

zandbak Hoewel Pyhai veel heeft bereikt, vindt ze niet dat alles vanzelf is gegaan. ‘Na mijn afstuderen voelde ik me alsof ik in het diepe werd gegooid. De HKU was een soort speeltuin waar ik kon doen wat ik wilde. Toen kreeg ik mijn diploma en daar moest ik het mee doen. Ik weet nog dat ik destijds dacht: O, was dat het al? Ik had nog wel langer willen spelen in de zandbak.’ Ook zijn er periodes waarin geen opdrachten binnenkomen. ‘Dan voel ik me weleens verloren, of stel ik mezelf existentiële vragen als: Waar doe ik het voor?’ De ervaring heeft me inmiddels geleerd dat er altijd wel weer wat komt. Ik hoefde ook nooit van het tekenen alleen te leven, omdat ik er altijd parttime opdrachten naast deed. Zo geef ik nu bijvoorbeeld lessen Photoshop aan het Amfi (HvA). Ik denk dat de druk veel hoger zou zijn als ik wel alleen van het tekenen zou moeten rondkomen.’ In oktober 2010 komt Joya gaat op reis uit, een verhaal over een meisje met een schattige rode ballon voor kinderen vanaf 3 jaar. Het is inmiddels het zevende boek waarvoor Pyhai de illustraties maakte.

www.snagt.net

Hierin zijn theaterscènes gebundeld van net afgestudeerde schrijvers aan de opleiding Writing for Performance aan de HKU. In 144 pagina's presenteert Erop of Eronder werk van Babiche Ronday, Hanneke Hendrix, Kasper Jansen, Maaike Haneveld, Malou de Roy van Zuydewijn, Michiel Lieuwma, Nasja Covers, Rob Rombouts, Robin N. Duits en Simon Weeda. Het boek is te bestellen via www.theaterboek.nl

Tweede HKU Designroute start in oktober

.kort

Na haar studie Design for Virtual Theatre and Games heeft Pyhai Jin (1983) langzaam de overstap gemaakt van digitale producties naar illustraties en vrij werk. Hoe kijkt ze terug op de eerste jaren na haar afstuderen? ‘Ik denk nog steeds: Ik ga het rustig aan doen, mijn echte debuut komt nog.’

Erop of Eronder

Afgestudeerde productvormgevers exposeren in Utrechtse binnenstad

Utrechts Conservatorium WEER ONDERDEEL VAN Utrecht Uitfeest Mozarts opera’s Cosí fan tutte en Don Giovanni op de planken Alweer voor de derde keer presenteert het Utrechts Conservatorium zich tijdens Utrecht Uitfeest. De traditionele opening van het culturele seizoen vindt dit jaar plaats op zondag 12 september. In en om het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen aan de Mariaplaats 27 organiseert het Utrechts Conservatorium tussen 11.00 en 18.00 uur een gevarieerd programma. Op een speciaal daarvoor opgericht podium achter K&W spelen studenten scènes uit Mozarts geliefde opera’s Cosí fan tutte en Don Giovanni. Beleef het mee vanonder de kastanjebomen om 12.00 en 16.00 uur. De toegang is gratis. Het Utrechts Conservatorium tijdens Utrecht Uitfeest

Van woensdag 13 t/m woensdag 20 oktober organiseert de HKU voor de tweede keer de HKU Designroute. Op deze route is het werk van de nieuwste lichting productvormgevers te zien in etalages van bijzondere winkels in de Utrechtse binnenstad. 25 afstudeerders, afkomstig van 3D Design of Industrieel Ontwerp, tonen hun ontwerpen. Trends als duurzaamheid en transformatie komen bij veel producten terug. Een opmerkelijk verschijnsel in de eindexamen­ collectie van dit jaar zijn de vele grote objecten. De HKU Designroute maakt deel uit van Dutch Design Double. Tijdens dit evenement zijn Amsterdam en Utrecht van 1 september tot en met 31 oktober 2010 de gastheer van meer dan twintig interna­ tionaal georiënteerde design-, mode- en nieuwe media projecten. In het kader van het Rietveldjaar staat Dutch Design Double dit keer in het teken van de Utrechtse ontwerper Gerrit Rietveld. Zijn werk omvat meer dan honderd gebouwen en vele meubels en is van grote invloed geweest op de ontwikkeling van architecten en ontwerpers. De HKU Designroute is 7 dagen per week, 24 uur per dag gratis toegankelijk. Op www.hku.nl/designroute vind je de namen van alle exposanten. Daar kun je ook je eigen persoonlijke route samenstellen met behulp van Google Maps. Meer info over Dutch Design Double vind je op www.dutchdesigndouble.com.

Nieuw cursusseizoen bij Parnassos! Open Dag op 12 september biedt voorproefje

zondag 12 september 11.00 tot 18.00 uur K&W, Mariaplaats 27

Zin in een leuke cursus? Het nieuwe seizoen van Parnassos begint in de week van 20 september. De inschrijving is gestart op 23 augustus. Parnassos biedt je een veelzijdig en uitgebreid aanbod: meer dan 80 cursussen op het gebied van dans, theater, fotografie, beeldende kunst, muziek, en meer. Via de website kun je je direct inschrijven. Of ga langs bij een van de balies.

12.00 en 16.00 uur achter K&W, Mariaplaats 27 Neem een gratis abonnement op de Muziekagenda van het Utrechts Conservatorium om op de hoogte te blijven van alle – meestal gratis! – concerten en andere openbare evenementen: www.hku.nl/aanmeldenmuziekagenda

‘Groene Honden presenteert…’

.kort

SPROOKJES IN BEELD

In de reeks De Nieuwen is deze zomer het werk verschenen:

packen door Zuid-Amerika. Toen ik al vier dagen door de jungle in Peru wandelde, kreeg ik een smsje dat ik had gewonnen.’ Als ze terugkomt kan ze door de prijs, waaraan een geldbedrag van 20.000 euro is verbonden, voltijd werken aan een serie illustraties en het prentenboek De brief. De brief is een sprookjesachtig verhaal dat alleen in beelden wordt verteld. ‘De brief wordt verstuurd in een grijs, mistig land, en maakt een reis door allerlei landschappen met allemaal verschillende kleuren. Voor wie is de brief? Komt de brief aan?’ De op dieren gebaseerde personages in het boek zijn op surrealistische wijze vervormd, waarbij de vormen soms doen denken aan het werk van de Franse schilder Yves Tanguy. Door het gebruik van veel zwart, wit en grijs, met daarin details in felle kleuren hebben de tekeningen een kenmerkende dromerige stijl.

Open dag Nog niet kunnen kiezen? Op 12 september is er een Open dag. Daar kun je proeflessen volgen, sfeer proeven en vragen stellen aan docenten en de programmacoördinator. Kijk voor het volledige cursusaanbod en het programma van de Open dag op www.uu.nl/parnassos.

HKU-alumni exposeren in Stadhuis Utrecht

EJECT 2010 - Meet the Graduates Alumni van de HKU exposeren van 1 tot en met 30 september met ‘Groene honden presenteert...’ in het Stadhuis hun designproducten. Tijdens hun studie richtten deze HKU’ers in 2007 de Stichting Groene Honden op. Hun stichting had als doel een podium te creëren voor producten van jong Utrechts designtalent. De tentoonstelling in het Stadhuis laat recent werk zien van Groene Honden die nog steeds in Utrecht werken: Rosalie Bak, Jana Flohr, Jonas Samson, Lola Hesp, Manon de Bruijn, Sam van Veluw en Suzanne Rietdijk.

De expositie is gratis te bezichtigen op de begane grond van het Stadhuis, Korte Minrebroederstraat 2 te Utrecht.

Faculteit KMT trapt af met zomerfestival Op vrijdag 10 en zaterdag 11 september is KMT geen faculteit, maar een zomerfestival. Een bonte verzameling tenten en podia vormt het decor voor de laatste ontwikkelingen op het gebied van games en interactie, animatie, muziek en geluid, crossmedia-producties, documentaires en (veel) meer. Kijk, luister en beleef het werk, slenter door het gras en laat je verrassen door de draai die de studenten aan de werkelijkheid geven.

open: ma t/m vrij, 09.00 – 17.00 uur, do t/m 21.00 uur

wanneer 10 september (15.00 - 21.00 uur) &
11 september (10.00 - 20.00 uur)



info: www.groenehonden.nl

waar Oude Amersfoortseweg 131, 1212 AA Hilversum toegang gratis

.kort

5


Het begin van het Waar jij bent, is het donker. Nog nooit zag het zo zwart. Je beweegt vooruit, maar eigenlijk tast je maar wat langs muren. Je denkt maar één ding: Wanneer begint mijn begin? Tot je op een dag, na jarenlang geploeter, het licht in klimt en schreeuwt: ‘Hier ben ik dan! Dit is mijn begin!’ Opeens draait jouw film op een festival. Honderden ogen vanaf de andere kant. Maar: Was dit wel het juiste begin? Over drie dapperen die het licht in klimmen en één loerder vanaf de andere kant.

Tiddo Muda, Marlyn Spaaij & Sandra Verkaart Master Image Synthesis and Computer Animation ‘Je debuut laat zien dat jij een belofte bent. Het hoeft niet per se het beste werk te zijn dat je ooit maakte, maar is vooral dat punt in je ontwikkeling waar je nu aan toe bent. Het zijn je eerste stappen in het professionele veld. Ons afstudeerproject is het debuut van ons drieën. Het is een concept voor een animatieserie voor volwassenen dat geschikt is voor televisie en we graag aan een actualiteitenprogramma willen koppelen. Één aflevering duurt 40 seconden en daarin wordt een onderwerp uit de samenleving aangekaart. We willen mensen laten nadenken over waarom dingen nou eenmaal zo zijn in Nederland, hen uit hun comfortzone halen en met een nieuwe kijk terug de wereld insturen. Daarnaast streven we naar iets dat qua beeld opvalt binnen de grote verzameling aan bonte drukheid die al op tv te zien is. emancipatie Het gekke is dat ons individuele werk hier niet heel erg op lijkt. Het is ontstaan uit wat we alle drie kunnen, en in die zin een optelsom van onze sterkste kanten. Daar wordt het werk ook beter en completer door. Één ambitie die we alle drie hebben, is dat je werk een serieuze positie krijgt in Nederland. Daarvoor is tv natuurlijk een goed medium. Daarnaast sluit dit gedeelde debuut aan op een individuele wens: het maken van een item dat geschikt en gemaakt is voor een volwassen doel-

groep. Animatie heeft dat beetje emancipatie nodig. Dat het een medium is dat niet alleen ‘leuk’ of ‘voor kinderen’ is, maar ook voor een volwassen publiek. We studeren samen af, zijn samen bezig met de serie en die proberen we daarna samen te verkopen. Bij de VARA hebben we een gesprek gehad over onze serie, als toetsing aan het werkveld. We kregen nuttige en kritische feedback. Eerst hoopten we dat het helemaal bij hun omroep zou passen, maar nu staan we daar anders in, ook om ons zelf wat minder druk te geven. Na hun verhaal gaan we weer terug naar dat wat we zelf belangrijk vinden. Als dat wat dicht bij onszelf ligt dan als pilot goed werkt en er een omroep is die het wil hebben, dan is dat mooi, maar daar zetten we niet op in. Uiteindelijk moet je met dat debuteren ook niet te veel bezig zijn, maar vooral met het werk zelf en wat jij daar van verwacht. We gaan er nu voor zorgen dat wat we nu maken heel erg goed is. Daarna zien we wel.

‘Debuteren draait vooral om een professionele werkhouding’ Je moet zelf de touwtjes in handen nemen om je werk naar die plek brengen waar de juiste mensen zitten die iets voor jou en je werk kunnen betekenen. Daarom

begin benaderen wij actief omroepen. Debuteren is zeker niet alleen ‘het werk’, maar misschien vooral de professionele werkhouding die erbij komt kijken. Je bent geen student meer, je bent een professional; op die manier stap je het werkveld in.’ ervaring Bij die professionele houding hoort ook het symposium dat we cureren voor het Klik!-animatiefestival (15-19 september, Amsterdam). Het thema van dit jaar is ‘Wetenschap, animatie & visualisatie’. De theoretische inbreng en achterliggende gedachte van ons afstudeer­ project sluit aan bij de theorie die ten grondslag ligt aan dat symposium. We moeten nadenken over: Waar moet het over gaan? Waar moet het debat over gaan? Welke sprekers vinden we interessant? Een ervaring die je zou wensen voor na je afstuderen, maar wij hebben hem nu al. Festivals zijn sowieso een goede plekken om je gezicht te vertonen en te netwerken. Ook omdat het niet zo geforceerd is als netwerkfeestjes. Het is veel leuker en makkelijker om mensen aan te spreken. Naast het Klik! is het HAFF daarvoor een belangrijke plek. Als ze jouw film vertonen, is dat een goede binnenkomer; je raakt sneller in gesprek met andere makers, want je bent zelf één van de makers. Zo kom je ook in contact met mensen die geïnteresseerd zijn in jouw werk, en dat zijn in het gunstigste geval je toekomstige opdrachtgevers. Het mooist zou zijn als dat debuteren niet zo geforceerd hoeft te gebeuren. Dat het je overkomt, omdat jij keuzes maakt die jou gelukkig maken.’

6

Ik sprak P.F. Thomèse achter het podium van een literaire avond waar wij beiden voordroegen. Hij had mij in het laatste jaar van mijn opleiding lesgegeven en vroeg me hoe het nu met me ging. Ik vertelde hem over mijn kinderboek dat uitgegeven gaat worden en hij complimenteerde me. ‘Dat is leuk om te horen. Van de meesten hoor je nooit meer iets.’ Hij trok daarbij mistroostig zijn linkermondhoek op. Hij vertelde dat hij na het uitkomen van zijn eerste boek – dat positief werd ontvangen en de AKO-literatuurprijs won – duimendraaiend thuis zat. ‘Het water steeg me tot de lippen in die dagen, omdat ik simpelweg mijn rekeningen niet kon betalen. Ik had geen idee waar ik mijn geld als schrijver mee kon verdienen. Boeken waren het duidelijk niet.’ Sinds dit jaar hoeft P.F. geen les meer te geven om zijn huur te kunnen betalen. Hij is de zestig gepasseerd, heeft een literair oeuvre opgebouwd waar ik U tegen zeg en een spitsvondigheid waar ik jaloers op ben. Toen ik aan de kunstacademie begon, koesterde ik de droom dat ik een ongekend genie zou zijn. Mensen zouden likkebaardend op mijn volgende meesterwerk zitten te wachten. Ik zou op de voet gevolgd worden door een grote schare fans. Op school hoorde ik de schamele procentuele gemiddelden van afgestudeerden die, na het behalen van hun diploma, ook daadwerkelijk als schrijver aan de slag gingen. Ik zag de karige loonschaal die kunstenaars kregen toebedeeld, maar ergens in mij zat het geloof dat die realiteit niet voor mij zou gelden. Ik zou de uitzondering op de regel zijn, die de belofte waarmaakt. Het erkende talent.

tekst Annet Bremen beeld Studio Vrijdag

Gerben Schermer

Debutante

directeur HAFF

‘Aan debuteren gaat een lange weg vooraf, meestal op de academie. Je moet genieten van wat daar mogelijk is. De boel uitdagen. Enerzijds moet je je verdiepen in je eigen ontwikkeling en het maximale uit jezelf halen, voordat je verdwijnt in de grote massa van animatie­ filmers. Probeer te doen wat je zelf wil en je eigen stijl te houden. Anderzijds hoef je op de academie juist niet te leren hoe je kunstenaar moet zijn. Je moet juist de basistechniek leren beheersen: tekenen, schilderen, noem maar op. Daarin moet je excelleren als je er verder mee wil. En dan komt het moment van je afstudeerfilm, die je de laatste mogelijkheden biedt om echt te kunnen doen wat je zelf wil. Je moet je doel voor ogen hebben. Volg je ambities. In het beste geval resulteert dat in een film die echt van jezelf is, waarin je je kwaliteit ten volle hebt ingezet om een mooie film te maken. Dat is voor jezelf interessant, maar ook voor het werkveld. Dat je wordt gezien als een vaardig kunstenaar, als een vaardig animator, als een vaardig verhalenverteller. En dan kun je op die manier gezien worden. Want naar buiten treden is het aller­ belangrijkste.

concurreren Ons festival organiseerde tot vorig jaar een competitie voor studenten uit Nederland en België. De eerste prijs: een stipendium van 13.500 euro. Daarmee kon de winnende student zijn talent verder ontwikkelen, door bijvoorbeeld een master te volgen aan het Royal College of Arts in Groot-Brittannië of stage te lopen in New York. Nu wordt het een Europese competitie. Concurreren op internationaal niveau is nodig voor Nederlandse studenten: het niveau in Nederland is inmiddels zo hoog, dat het interessant is om dat in elkaars context te zien. Zij moeten in contact komen met buitenlandse films, om te zien wat er in de wereld gaande is en zo gestimuleerd, geïnspireerd en gemotiveerd te worden. De winnende filmmaker krijgt een uitnodiging voor het Cartoon Forum: een grote animatiefilmbeurs die in september ergens in Europa gehouden wordt. Heb je als filmmaker een idee, dan wordt dat daar aan coproducenten en tv-stations vertoond. Met een beetje mazzel krijg je je project op die manier gefinancierd. Dat is een belangrijke stap naar de toekomst omdat je in Nederland alleen geen

‘Als je debuutfilm geen succes is, betekent dat niet dat je niet goed bent’

project gefinancierd krijgt. Een festival is heel belangrijk voor studenten omdat het toch de eerste stap is naar de wereld buiten de opleiding, de professionele wereld van de animatiefilm. Het kan betekenen dat je ontdekt wordt, dat mensen je film zien en commentaar leveren, en dat je je uiteindelijk makkelijker begeeft in het werkveld. Daar ontmoet je collega-­studenten en collega-makers. Het is een netwerk­moment, een podium waar alles wordt vertoond en besproken dat met animatiefilm te maken heeft. Het is een makkelijk wereldje. Je kunt je grote idool op zo’n animatiefestival gewoon aanspreken. Best kans dat je even later een biertje met hem drinkt. risico Als je debuutfilm het goed doet op een festival, werkt dat uiteraard in je voordeel. Misschien zien buitenlandse programmeurs je film, raken ze geïnteresseerd en word je uit­genodigd. Maar laat je er niet door weerhouden als je debuutfilm het niet goed doet: dat betekent niet dat je niet goed bent. Er zijn ook mensen gedebuteerd met een fantastische film, die met hun tweede of derde film nooit meer aan de bak komen. Dat is een groot risico voor een debutant. Als je hoog start, dan verwachten mensen (en dat verwacht je ook van jezelf) dat je je debuutfilm eve-

naart. Er zijn maar een paar mensen die dat gegeven is. Iemand die dat wel overkomt, zou ik willen adviseren: Blijf in godsnaam met beide benen op de grond. grap De debuutfilm waar ik op wacht? Eentje met humor, echte humor. Wat luchtigheid. Dat is wat ik vaak mis, in het algemeen. Je ziet dat makers een heel serieus verhaal willen vertellen. Over oorlog, over politiek, of wat dan ook. Die verhalen worden dan zo zwaar neergezet, zo lang gemaakt, zo ver uitgemolken, dat ze hun doel voorbij schieten. Een soort ‘overdramatiek’. Als je er een stuk uitsnijdt wordt het al beter. Je moet bereid zijn ten gunste van je film minuten weg te gooien. Misschien geldt voor veel animatiefilmers dat ze serieus willen worden genomen. Ze willen als volwaardig kunstenaar gezien worden, met een serieus verhaal. Maar ook zonder serieus verhaal kan een film nog steeds goed zijn. Een goeie grap is immers ook een serieuze boodschap.’

Opeens zie ik mezelf naast P.F. Thomèse staan. Debutante met knikkende knieën, hoofd vol van verlangens en een hart dat bonkt van ambitie. Ik zie hoe kwetsbaar ik ben, hoe onzeker en hoe klein nog. Daar, wachtend naast één van mijn literaire voorbeelden, worden mijn dromen bijgesteld. Ik slik iets weg, maar weet niet goed wat het is; teleurstelling, angst of opluchting. Ineens hoor ik mijn naam, versterkt door een microfoon, door de ruimte galmen. De presentator kondigt me aan: ‘Dames en heren, we verwachten nog veel van dit talent te horen, geef haar een groot applaus.’ Ik schud wat zenuwachtig met mijn volgeschreven vellen zoals een vogel dat tijdens een kille windvlaag met zijn verenbos doet. Ik stap naar voren, richting podium en voel dan een warme, vaderlijke hand op mijn schouder. Ik kijk om en zie P.F. me toeknikken. ‘Succes daarbuiten’, fluistert hij. Ik knik, schokschouder wat en glimlach mistroostig terug.

Elfie Tromp

. column

7


Diesel Project

het leven van evert

urban invisibility


‘ Ook al ben

tekst Tim Veenstra fotografie Sophie van Schouwen

je debutant, onderschat je waarde nooit’

Glansrijk afgestudeerd als illustrator, maar zonder enige ondernemers­kennis de arbeids­markt op. Zo voelde Jorine Janssen (27) zich toen ze de AKV/St. Joost academie in Den Bosch had afgerond en voor zichzelf wilde beginnen. Toen ze merkte hoe moeilijk het is om te debuteren als creatief onder­ nemer, maakte ze van de nood een deugd. Voor de Kamer van Koop­handel organiseert ze binnenkort een tweede serie seminars voor startende ondernemers in de crea­t ieve industrie. De eerste serie werd met een 7,9 beoordeeld. 10

seminars Let's do it – de kunst van creatief ondernemen locatie kroonzaal KVK Midden-Nederland, Kroonstraat 50 Utrecht inschrijven www.kvk.nl/mn-letsdoit

Wat maakt deze seminars zo bijzonder? Ze zijn heel specifiek op creatieve ondernemers gericht. Sinds kort moet ook deze doelgroep zich inschrijven bij de KvK, daarvoor was er nauwelijks iets voor hen. Daarnaast beperken de reguliere seminars van de KvK zich heel plat gezegd vaak tot een marketingdeskundige met een slideshow. Ik laat ook creatieve starters uit het werkveld hun ervaringen vertellen. Nu komt bijvoorbeeld Peter ten Brinke, een copywriter die heeft deelgenomen aan de eerste serie. Hij wilde zelf graag iets met zo’n club creatieven doen op het gebied van personal branding. Met vragen als: ‘Wie ben je nu?’en ‘Hoe kun je daar effectief mee omgaan als je klanten zoekt?’. Ook krijgen deelnemers een werkmap met vragen en kunnen ze cases indienen die ze met mede­starters en -creatieven kunnen bespreken. Zo geef je meteen handen en voeten aan de droge stof die je in het eerste gedeelte voor je kiezen krijgt.

‘Blijkbaar verwacht men dat creatieven het wel even voor niks doen’

Zo’n eerste voorstelling, de eerste van velen als het even meezit, is een raar iets. Sommige schrijvers worden door zo’n voorstelling gewild, anderen vallen in een zwart niets. Ik vraag me af: wat zal er straks met mij gebeuren? Twee maanden heb ik eraan gewerkt, de tekst al een vol jaar eerder geschreven. Voor mijn afstuderen.

nu echt? Wat is belangrijk voor mij? Ik heb de antwoorden niet. Dat weet ik maar al te goed, maar na een jaar waarin ik heb moeten worstelen met mijn afgestudeerde zelf heb ik rust gevonden in het niet weten. Nee, dat lieg ik. Er is geen rust. Maar er is wel meer rust, meer rust dan ik had toen ik net een week afge­ studeerd was.

Afstuderen in de zon, met biertjes en een vol hoofd, en het idee dat de wereld open lag. Dat idee is er nog steeds, maar ik ben ook realistischer geworden. Theatermaken is vooral iets van de lange adem. Processen die in gang gezet moeten worden, geld dat gevonden dient te worden, mensen die je moet interes­ seren en uitnodigen. En doen, vooral veel doen.

Zo’n eerste voorstelling is een raar iets. Ik zal ‘m nooit over kunnen doen. Dit is het. Dit. Nu. Ik kan niet ontkennen dat ik er hard voor heb moeten werken. Geen afstudeervoorstelling gehad zoals acteurs of regisseurs, geen eigen promotie op het grote ITs Festival.

tekst Marcella Das fotografie Pet van de Luijtgaarden

Hoe ontstond je idee voor de seminars? Toen ik zelf van de academie kwam, bestond er nog geen goede module ter voorbereiding op de beroepspraktijk. Ik was dus nogal bleu als het aankwam op ondernemerschap. Een lezing van David Uijl, onder­ nemersadviseur van de Kamer van Koophandel (KvK), was voor mij de ommekeer. Hij sprak over ondernemen in hart en nieren. Het was bij wijze van spreken liefde op het eerste gezicht. Nadien vertelde ik hem een boekje te willen maken over ondernemen voor creatieven, mijn scriptie ging immers ook over de zakelijke kant van het illustreren. Toevallig was meer aandacht besteden aan creatieven net een agendapunt van de KvK; ik kreeg meteen een zak geld om zelf seminars te organiseren.

Ik weet wat ik ga zien. En toch ook niet. Er is een tweestrijd in mij gaande: Ik schreef de tekst, weet wat de voorstelling zou moeten worden. Maar ik weet ook dat die verwachting nooit klopt. En dus klopt mijn hart iets sneller nu ik de première van de voorstelling, mijn tekst, bezoek. Een stuk sneller, eigenlijk. Ik weet dat de tekst goed is, goed genoeg in ieder geval, dat de spelers en de regisseur de juiste zijn. Maar de voorstelling? Geen idee. En toch ook weer wel.

Wat moet ik me daarbij voorstellen? We stellen ze vragen als: Hoe zie jij ondernemerschap? Maak eens een strategische analyse van je product. Maak eens een urenschatting. Wat zou jouw uurtarief zijn? De bedoeling is dat ze hier op een interactieve manier mee omgaan. Zo leren ze elkaar kennen, ontstaan er samenwerkingsverbanden en na de laatste bijeenkomst kunnen ze gratis deelnemen aan het grote netwerk event van de KvK. Waardoor ze meteen in aanraking komen met het bedrijfsleven. Je hebt je behoefte geuit en daarmee dus je eigen werk gecreëerd? Ja, dat is ‘t! Ik kwam eigenlijk mijn ongenoegen uiten over een gebrek aan ondernemersskills en was niet te verlegen om op David af te stappen en hem te vertellen dat ik zo gecharmeerd was van zijn levendige lezing. Noem het de ‘kunst van het netwerken’. Nog een goed voorbeeld van eigen werk creëren is één van onze sprekers. Maja Donker deed altijd de boek­ houding van haar man, die kunstenaar is. Gezien de grote vraag uit zijn kring van creatieve kennissen, liet ze zich omscholen tot professioneel boekhoudster en is ze onlangs gestart als ZZP’er onder de naam ‘Van Knakenstein’. Haar doelgroep is het Creatief MKB. Zij is de ideale persoon om te vertellen over belasting­ zaken omdat ze ook met één been in het creatieve vak staat. Net als Peter ten Brinke. Enerzijds vertelt hij over zijn ervaringen als starter, anderzijds deelt hij zij expertise op het gebied van branding. In mijn geval is het geweldig dat ik geld verdien met het oplossen van mijn eigen probleem. In hoeverre moet je als debutant goodwill tonen voordat je volledige tarieven vraagt? Ik heb wel eens dingen voor een appel en een ei gedaan, omdat het voor een bekende was. Maar toen ik ooit 75 euro geboden kreeg voor vijf illustraties stond ik perplex. Voor één krantenillustratie krijg ik al 150 euro. Ik mailde dat ik het voor die prijs echt niet kon doen. Want je bent geen liefdadigheidsinstelling? Precies! En daarmee raak je bij mij echt een gevoelige snaar. Mijn neef is cameraman en wint prijs na prijs na prijs. Budget om hem meer te geven dan kost en inwoning tijdens het draaien op locatie is er echter nooit. Maar ook hij heeft een huis en een gas-, water- en lichtrekening. Ik ben geen rasonderhandelaar – absoluut niet – maar als ik dat soort dingen om me heen zie, komt er een Robin Hood in me naar boven. Blijkbaar verwacht men dat creatieven het allemaal wel voor niks willen doen, want ‘het is allemaal zo leuk’. Het wordt tijd dat de creatief assertiever wordt en meer leert over de zakelijke kant van zijn vak. Is een creatief dat waard dan? Uiteraard. Neem Creativity2Business als voorbeeld. Bedrijven kunnen bij deze organisatie creatieve denktanks inhuren om op een ‘out of the box’-manier bedrijfsproblemen op te lossen, zoals bijvoorbeeld ziekteverzuim. Door hun mindset kunnen creatieven uit onverwachte hoek met een oplossing komen. Daar wordt een creatief echt gewaardeerd voor wat ‘ie doet. Dus ook al ben je debutant, onderschat je waarde nooit.

Slechts een jongen met een pen en de wil om daar iets mee te doen. En stiekem ben ik daar blij om. Ik moest mijzelf leren de grote vragen opnieuw te stellen: Wie ben ik, als schrijver? Wat wil ik, als schrijver? Wat zijn mijn doelen, mijn dromen? En ja, ook de grote dromen kwamen voorbij, de eigen theatergezelschappen, de bakken met geld, de vrijheid om te doen wat je wilt – wie wil dat niet? Maar vooral de kleine dromen: een gezelschap vinden waarin ik mij thuis voel, waarvoor ik mooie teksten kan schrijven, misschien iets bij kan dragen aan het theater. Ik hoef niet langer beroemd te worden, geadoreerd, geroemd om mijn theater­vernieuwende instincten. Alle competitiedrift is er bij mij wel uitgeslagen: er is altijd wel iemand die van je wint, iemand die beter is, iemand die méér heeft. Ik heb geleerd weer naar de kern te kijken: wat wil ik

Ik sta onderaan de trap in Huis a/d Werf, loop een beetje rond, heen en weer tussen trap en ingang, kijk vanuit mijn ooghoeken of er al mensen naar boven gaan – God, laat er alstu­ blieft mensen naar boven gaan – en wacht. Ik wacht. Er rest niets anders dan dat eeuwige wachten. Vanavond de première, vijf keer spelen, mensen uitnodigen, met collega’s praten, andere makers ontmoeten, en verder gaan. Op naar een nieuwe voorstelling. Een eeuwige cyclus van jezelf bewijzen, keer op keer. Maar ook om te leven, om geld te verdienen, om de huur te kunnen betalen. Wat als ze het verschrikkelijk vinden? De tekst melodramatisch, de dialogen te uitgesponnen, de vorm pocherig en de enscenering vaag? Wat doe ik dan? — Ik doe niks. Ik laat het maar gebeuren. Laat ik het gebeuren? Ja. Ik kan nu toch niets meer veranderen. Vertrouwen hebben, in jezelf, in de acteurs, in de regisseur, dat is alles wat je kunt doen. Moet doen. Want ik weet wat ik ga zien. Ik weet wat ik ga zien. En toch ook weer niet. Verdomme. — Regels van Vasalis schieten even door mijn hoofd, “…in dit strak-gespannen niet, opeens van zeer dichtbij de regen stil slikkend langs het raamkozijn. Ontdooien van het vast verdriet en o de pijn om te bewegen om niet meer dood te mogen zijn.” — Er staan mensen om mij heen. Veel mensen. En allemaal in de rij voor mijn voorstelling. Fijn, dan kunnen de acteurs voor een volle zaal spelen. Komt de voorstelling ten goede. Ik glimlach om de gedachte. Kijk mij nou theaterschrijver zijn. Een jaar na dato. Er zal wat gaan gebeuren, hierna. Geen idee wat. Maar gelukkig weet ik wat ik zo ga zien, en de rest, tja, de rest. Dat merk ik wel.

11


Met een bemande buggy verschijnt

De afwisseling tussen het lesgeven aan volwassenen en kinderen vindt Maarten prettig.

Maarten Tros (1981, BEd in Music,

‘Bij kinderen is het meestal een kwestie van stapje voor stapje muzikale oefeningen uitbreiden. Als het hen lukt hier in mee te gaan, is de verwondering niet van hun gezichten af te slaan. Bij volwassenen vind ik hun zelfreflectie interessant. Ze zijn overigens niet kritischer dan jonge kinderen. Ze lijken zich hooguit bewuster van waar ze mee bezig zijn. Het fascineert me per individu te achterhalen hóe ze leren en taken doorgronden.’

opleiding docent muziek) in lunchroom Broodnodig voor dit interview. Maarten is begeleidend pianist, geeft pianoles aan jonge kinderen

Tussen het lesgeven in muziek en het muzikaal begeleiden van theatersport ziet Maarten een grote overeenkomst, namelijk dat beide op improvisatie en interactiviteit zijn gestoeld.

en volwassenen en verzorgt muzikale trainingen voor theatersportverenigingen. Sinds een jaar verdient hij uitsluitend hiermee zijn brood. Thijs Aarts (1985, BA Art & Tech­nology en Game Design & Development, MA/EMMA Game Design & Digital Media Design) tref ik een paar uur later bij ijssalon Roberto in Wittevrouwen. Thijs verlaat voor het interview een netwerkbarbecue van Creative Connection, een Utrechts initiatief dat het bedrijfsleven en de creatieve industrie aan elkaar koppelt.

12

‘Het was een jaar van vallen en opstaan, maar ik heb het overleefd,’ vertelt Maarten. Als vader van een anderhalf jaar oud zoontje is het voor hem ook niet bepaald makkelijk om er een regulier levensritme en sprankelend sociaal leven op na te houden. ‘Ik werk meestal als anderen het al weer voor gezien houden; in de avonduren en in het weekend. Dat vergt zowel privé als in werkverband een strakke planning. Maar ik heb mezelf iets bewezen. Al besef ik dat dit nog maar het begin is.’ Thijs: ‘Ik heb er vooral visitekaartjes gecollecteerd. Naast je eigen werk aanprijzen is het ook belangrijk om op de hoogte te blijven van dat waar anderen mee bezig zijn.’ Naast persoonlijke kunstprojecten stuurt Thijs sinds 2007 studio FAnK aan, zijn eigen interactieve media productie studio. Studio FAnK richt zich op het maken van animaties, serious games en ander grafisch werk met een accent op het kunst- en educatieaspect. Studio FAnK maakt een groeispurt door: Thijs heeft twee man extra in dienst moeten nemen om zijn atelier aan de Utrechtse Uraniumweg te bemannen. Thijs: ‘Mijn instelling is dat er elke dag opnieuw begonnen moet worden. Dat houdt me scherp en behoedt me voor zelfvoldaanheid. Aan netwerkactiviteiten deelnemen past in dat plaatje. Het zijn bovendien vaak net reünies. Je komt een hoop mensen tegen, waar je mee op de opleiding hebt gezeten.’

‘Dat zijn ook meteen de twee aspecten die ik het meest waardeer aan mijn werk. Ik stimuleer graag de onbezonnenheid en het speelse. Mijn grootste angst is, dat ik mezelf op den duur ga herhalen. Ik stel me dan ook als taak op om de diversiteit en creativiteit te bewaken. Flexibiliteit is mijn devies.’

Een jaar van vallen en opstaan tekst Stéphanie Tillieux fotografie Pet van de Luijtgaarden

‘Je kunt wel op je strepen gaan staan, maar wat heeft dat voor zin als niemand nog significant werk van je heeft gezien? Bovendien legt een ander die strepen hoogstwaarschijnlijk ergens anders. Je moet in alle opzichten out of the box kunnen blijven denken. In staat zijn zowel aan de lopende band goede ideeën te genereren, als deze zonder aarzeling af durven schieten. Als ik vandaag een goed idee heb en mijn opdrachtgever vind er niks aan, ga ik in gedachten terug naar gisteren toen dat lumineuze idee er nog niet was en bedenk ik iets nieuws. Als ik niets nieuws kan bedenken, ben ik het niet waard te doen wat ik doe. Talent hebben is noodzakelijk, maar niet voldoende. Er moet een Idee zijn. Zo probeer ik mijn beeldtaal altijd een diepere bedoeling mee te geven. Mijn streven is dat mijn werk niet alleen een waarde heeft, maar vooral een meerwaarde. En er moet een bereidheid zijn tot flexibiliteit van geest. Dat is wat een goede kunstenaar van een mindere onderscheidt. De beste crea­ tieven zijn meestal ook geen mensen die maar één trucje kunnen.’

Ook Maarten lijkt het eentonig en vooral niet zo handig om maar één kunstje te beheersen.

Maarten geeft over een paar dagen een feestje. Niet omdat hij jarig is, maar om te vieren dat hij het afgelopen jaar als zelfstandig kunst­ ondernemer het hoofd boven water heeft weten te houden.

‘Ik zou mijn werk niet kunnen doen als ik niet zowel muzikaal als didactisch onderlegd was. Maar naast kunstzinnige intuïtie misstaat een zeker zakelijk instinct ook niet. Zo kwam ik er snel achter dat ik mijn tarieven kon opschroeven, toen negen van mijn tien offertes veel te snel en enthousiast werden geaccepteerd. Praten met iemand die al in het werkveld zat was erg verhelderend. En ik heb met terugwerkende kracht ook veel gehad aan het vak Zakelijke Kanten van de Muziekberoepspraktijk, wat gedoceerd werd door representanten van Kunstenaars en Co.’

Maarten: ‘Dat is de officiële reden, maar mijn feestje is misschien vooral een goed excuus om oude vrienden die ik lang niet gesproken heb weer bij elkaar te krijgen.’ Hoewel zijn sociaal leven rustiger is geworden, is Maarten overtuigd van zijn gekozen pad en enthousiast over de bewandeling ervan. ‘Ik heb van mijn hobby mijn werk kunnen maken! Dat heeft als grootste voordeel dat mijn werkhouding altijd oprecht is en dat ik de noodzakelijke energie om anderen te enthousiasmeren kan blijven opbrengen. Vandaar misschien dat ik moeite heb met desinteresse. Zo heb ik een tijdje lesgegeven op een middelbare school. Ik sloofde me helemaal uit en kreeg er weinig voor terug. Het was een dermate slechte ervaring dat ik aan mijn eigen capaciteiten begon te twijfelen. Sindsdien geef ik liever les aan jongere kinderen en volwassen. Dat ligt me perfect.’

Thijs heeft tijdens zijn opleiding vooral iets geleerd waar hij pas achteraf de waarde van inzag. ‘De HKU heeft me getraind in procesmatig denken binnen een context van samenwerken. Al onze neuzen werden als het ware dezelfde kant op gezet. Zonder dat de verschillen overigens afge­vlakt werden. De opleiding wilde ons vooral dezelfde visuele taal laten spreken. Niet geheel toevallig werk ik tegenwoordig het liefst met collega’s die ook van de HKU afkomen.’ Maarten kijkt liever niet verder dan twee jaar vooruit. Dat weerhoudt hem echter niet dromen te koesteren.

Thijs ervaart netwerkactiviteiten niet als maskerades van valse beloftes en schijnheilig vertoon.

‘Een Twitteraccount is een extensie van je werk’

Ook Thijs vindt flexibiliteit van vitaal belang. Zowel in zijn werk als naar zijn opdrachtgevers toe.

‘Al aanvaard ik graag de realistische weg, ik moet bekennen dat er in mij een podiumbeest schuilt. Ik zou heel graag nog op conservatoriumniveau jazz piano willen leren spelen en interactieve optredens geven in de traditie van Hans Liberg. Wat vooralsnog aantrekkelijker is aan voor de klas staan dan op een podium een optreden verzorgen, is dat de muzikale dialoog concreter en directer is.’

‘Netwerken is weliswaar kunstmatig, maar het is kortzichtig te stellen dat het ludiek profileren van jezelf gebakken lucht zou zijn. Je hoeft er ook niet meer per se de deur voor uit. Sociale media zijn heel geschikt om je positie op de kunstmarkt te onderhouden. Een website, een twitteraccount… Het zijn extensies van je werk, visite­ kaartjes maar dan completer, omdat er meer (bewegend) beeld en tekstmateriaal bij kan. En het fossiliseert niet. Een tweet is up-todate. Dat wekt bij potentiële opdrachtgevers de indruk dat je dicht bij hen en paraat voor ze staat. Alternatieve uithangborden raak je in tegenstelling tot ‘analoge’ visitekaartjes ook niet kwijt. Je wint op den duur juist aan geloofwaardigheid. Ik zie het dus als een investering om mij digitaal te manifesteren.’

Toch staat Maarten al deze maand op het podium. ‘Op 19 september aanstaande speel ik mijn eerste solovoorstelling. De zaal is geboekt. Nu nog een inhoud. Het wordt een kleinkunst­ optreden met in elk geval veel liedjes en publieks­participatie.’ Ook Thijs concentreert zich liever op de nabije toekomst.

Maarten heeft investeringen van meer materiële aard gedaan.

Thijs: www.thijsaarts.nl www.fank.nl Maarten: www.4mmmm.nl

‘Ik heb een lening afgesloten voor een stagepiano en wat verster­ kers, en een auto aangeschaft, om mijn werkterritorium te doorkruisen. Bij elkaar flinke startkosten. Je moet wel een risico durven nemen, al probeer ik die zo klein mogelijk te houden.’

‘Ik moet bekennen dat er in mij een podiumbeest schuilt’

‘Ik heb nog steeds het gevoel dat ik vervangbaar ben. Zolang ik dat heb, zal ik keer op keer opnieuw moeten bewijzen wat ik waard ben. Hier in Nederland wordt mijn netwerk steeds steviger, maar in het buitenland zou ik toch weer onderaan moeten beginnen. Ik zing ook heel graag. Mijn carrière zou zo maar een andere vlucht kunnen nemen. Als ik op gelijke voet verder ga, wil ik graag een lange animatiefilm maken. Het plan hiervoor staat al in de kinderschoenen.’

13


29 augustus – 3 oktober 2010

17 oktober – 21 november 2010 Opening 16 oktober, 17.00

Future Park I: Future Park II: ‘Teach Me to ‘Reproduction Disappear’ Direct Paul Elliman & from Nature’ Nicole Zachary Macdonald Formwalt Iedereen profileert zich met zijn inrichting

Verlengd tot oktober 2011

14

‘User’s Manual: The Grand Domestic Revolution’

Casco Office for Art, Design and Theory Nieuwekade 213 – 215 3511 RW Utrecht/NL T/F +31 (0)30 2319995 www.cascoprojects.org info@cascoprojects.org

Meer dan ooit moet interieur de mens een goed gevoel geven. De vormgever van dat gevoel is de interieurarchitect. Hoe doet hij dat de komende jaren? Door zich te laten inspireren door de gebruiker. Met de nieuwe masteropleiding Towards Spatial Identity speelt de HKU op deze visie in. Onderwijskundige Paulien Oosterhuis en opleidingshoofd Arlette Kerkhof sturen eensgezind de ontwikkeling van deze master aan. ‘Om te begrijpen wat mensen in een gebouw komen doen, moet je die gebruikers begrijpen.’ tekst Johan Kuhlmann beeld Phare Tower (Parijs) van Jacques Ferrier, uit Mark #4, 2006

7 t/m 10 oktober 2010

Masterclass Paul Weiling improvisatie voor duo's en trio's I.s.m. het festival ‘FamiliJazz’ in het Noord-Franse Guise geeft saxofonist, bandleider en conservatoriumdocent Paul Weiling een Masterclass duo- en trioimprovisatie. Duo’s en trio’s die zich inschrijven werken ter plaatse intensief toe naar twee korte optredens tijdens een intiem Frans jazzfestival. Kosten: € 260,- inclusief logies en maaltijden. Incl.vervoer: € 290. Voor muziekstudenten op intermediate niveau (alle instrumenten). Max.10 deelnemers, indiv. inschrijving mogelijk. Info docent: 06-4034 6801 / www.paulweiling.info Informatie/inschrijven: 06-1647 6847 / www.studioharcigny.nl

Towards Spatial Identity is ook ingegeven door een verandering in de wet. Afgelopen voorjaar werd de nieuwe wet op de architectentitel (WAT) van kracht. Hierdoor leidt de bacheloropleiding Interior architecture met ingang van 2011-2012 niet meer tot de titel interieurarchitect. Deze titel is dan voorbehouden aan mensen met een afgeronde masteropleiding. Het bestuur van de Faculteit Beeldende Kunst en Vormgeving liet daarom een herkenbare en toekomstgerichte masteropleiding ontwikkelen. Hoe begin je dat proces? Arlette: ‘We zijn gestart met een mindmap. De interieurarchitect staat in het midden en we hebben gekeken waar die zich toe verhoudt: leefomgeving, andere spelers in het veld, bouwsectoren, regelgeving, gebruikers... In dat beeld hebben wij een aantal keuzes gemaakt en een profiel opgebouwd.’ Paulien: ‘Vanaf het begin hebben we contact gezocht met het werkveld. We hebben gepraat met architecten, interieurarchitecten, product­ designers en beroepsverenigingen. Ook het

rapport ‘Ruimte voor Verdieping’ van het Platform Interieur (hierin zijn de opleidingseisen vastgelegd – JK) was voor ons een belangrijk en noodzakelijk uitgangspunt. We zijn naar buiten toe heel open geweest over onze werkwijze en de keuze voor een opleiding met een sociaal maatschappelijk profiel. Op ons blog (http://interieurarchitectuur.hku.nl) dragen we onze ideeën uit en stimuleren we de discussie in het werkveld. Die openheid heeft veel opgeleverd. Het allerleukste is nog wel dat de opzet van de opleiding goed ontvangen wordt in het werkveld.’

Welke rol speelt een interieurarchitect in het bouwproces? Arlette: ‘De interieurarchitect is de architect van de binnenruimte. Om te begrijpen wat mensen in een bepaald gebouw komen doen, moet je weten wat daaromheen gebeurt en de gebruikers begrijpen. Met de toenemende complexiteit van opdrachten wordt het voor interieurarchitecten steeds moeilijker om het proces te doorgronden. Tegenwoordig is er in het bouwproces ook vaker sprake van gefragmenteerd opdrachtgeverschap. Een mooi voorbeeld is Schiphol. Eind jaren 60 is Kho Liang Ie gevraagd het interieur te ontwerpen voor de aankomst- en vertrekhal. Het was overzichtelijk en eenvoudig wat daar in het interieur voor nodig was en Schiphol zelf gaf de ontwerp­ opdracht. In 2010 heb je daar te maken met digitalisering, beveiliging, shopping malls. Schiphol wil een beleving creëren voor de bezoeker. De regisseurs van die beleving zijn project- en facility-managers zonder ontwerpachtergrond. De interieurarchitect is in dit proces onzichtbaar geworden. Om weer aan dit proces deel te nemen, hebben interieurarchitecten nieuwe competenties nodig.’ Is de betekenis van interieur veranderd? Arlette: ‘Iedereen profileert zich tegenwoordig met zijn gebouw en inrichting. Meer dan voorheen moet het interieur de mensen een aangenaam gevoel geven. Dat geldt voor kantoren, scholen en ziekenhuizen.
En onze manier van werken verandert. Steeds meer zzp-ers (zelfstandigen zonder personeel) zitten in Starbucks en pluggen daar in. Zij willen mensen blijven ont-

moeten. De interieurarchitect heeft inzicht nodig in deze ontwikkelingen.’

Maar het gaat toch om het creatieve antwoord van de ontwerper… Paulien: ‘Het ontwerp is voor ons zozeer het uitgangspunt dat we dat niet meer noemen. We selecteren aan de poort. Mensen zonder ontwerpervaring hebben weinig kans aangenomen te worden. In de opleiding moeten studenten zes keer tot een ontwerp komen!’ Arlette: ‘Er wordt gewerkt met zes projecten van acht tot zestien weken. Het gaat om complexe opdrachten uit de publieke of marktsector. De studenten worden begeleid door architecten, interieurarchitecten of productvormgevers. Op onderdelen vliegen zij deskundigen in, bijvoorbeeld op het gebied van bouwtechniek en visualisatie, maar ook over sociologische, filoso­ fische en psychologische kwesties. Het kan gaan om onderwerpen als klimatologische verandering of onrecht, maar ook bij de herstructurering van een industrieterrein moet de interieurarchitect een antwoord kunnen geven. In het eerste project staat het voormalige Eneco-gebouw in Utrecht centraal. Het ligt in een gebied met verdwijnende bedrijvigheid. Een inspirerende functie, vorm en binnenruimte van dat gebouw kan richting geven aan de toekomst van het gebied. De studenten oriënteren zich daarom grondig op de context voordat zij een ontwerp maken. Onderzoekend ontwerpen noemen wij dat.’ Gaat de gebruiker straks mee-ontwerpen? Paulien: ‘Sociale participatie is op allerlei maatschappelijke terreinen actueel. Niemand kan zomaar iets bouwen of veranderen. De interieur­ architect moet in staat zijn als ontwerper goed te luisteren, zich te laten inspireren en wat hij hoort vertalen in iets wat de gebruiker wil: de ontwerpende dialoog. Arlette: Opdrachtgevers zijn steeds mondiger. Mensen komen zo makkelijk aan informatie. De opdrachtgever weet soms meer dan de interieur­architect. Het is de Einstein-generatie die heel gemakkelijk informatie met elkaar deelt. Een cruciale taak van het onderwijs is om daarop voor te bereiden.’

Meer info? Masteropleiding: www.hku.nl/masterinterieurarchitectuur Platform Interieur en de Wet op de architectentitel: www.architectentitel.nl/nl/disciplines/interieurarchitect/

15


Golden Tears

tekst Yassin Amartib illustratie The Things We Are

(In de studio van radiozender *ONLY HITS FM* zitten Sjaak en Sjeng van het 80s duo GOLDEN TEARS samen voor de discjockey. De laatste tonen van hun superhit uit de jaren 80 weerklinken.) 16

Classic! Ja mensen, het blijft een briljant nummer. SJAAK Ja. SJENG Ja. DISKJOCKEY Kort daarna zijn jullie ieder je eigen gang gegaan. SJAAK Ja. SJENG Ja. DISKJOCKEY Maar jullie hielden nog wel contact? SJAAK Nee. SJENG Nee. DISKJOCKEY Waarom niet? S JAAK Tja, ik wilde onze Sjeng niet verder belemmeren in zijn ontwikkeling. En toen ik de kans kreeg om naar de States te gaan, waagde ik de gok. DISKJOCKEY Terwijl jullie samenwerking toch zo naadloos was. Wat een succes! Wat een hit! De luisteraars zijn vast echt benieuwd hoe jullie werkproces was, toen. SJENG Nou, we zaten toen altijd bij elkaar, echt onafscheidelijk waren we. We dachten dezelfde dingen, aten dezelfde dingen, luisterden naar dezelfde muziek, het was net een droom, het enige wat we niet samen deden was slapen, want hij had toen met Marie SJAAK Marie. (stilte) SJENG En toen sliep hij natuurlijk bij haar. DISKJOCKEY Tja, het is een wonder dat jullie nooit meer samen hebben gewerkt na jullie grootste hit, ik bedoel de samenwerking moet toen zó goed zijn geweest SJENG Tja, hij kreeg die kans in Nashville, en ik kon kort daarna bij de snackbar SJAAK Het leek ons gewoon goed om op het hoogtepuntDISKJOCKEY En wat een hoogtepunt. Ik krijg nog steeds rillingen als ik het refrein hoor, hoe hebben jullie dat in hemelsnaam verzonnen, zó goedDISCJOCKEY

Samen. We deden alles samen. En het voelt zo persoonlijk. SJENG We deden alles samen. DISKJOCKEY En hoe ging dat dan? SJENG Nou we zaten samen in de studio te jammen en ineens tegelijkertijd kwamen de woorden, het was magisch. SJAAK Nou ja, de vorige nacht, bij Marie had ik al S JENG Weet je, het was of we synchroon konden denken toen, we zaten te jammen, en hij zei de woorden, maar we dachten ze allebei S JAAK Tja, we waren nog jong, en de vorige nacht met Marie wasDISKJOCKEY Marie was jullie gezamenlijke muze? (stilte) SJENG Ja. SJAAK Dat zou je wel kunnen zeggenDISKJOCKEY En ging ze toen met je mee naar Nashville? SJAAK Nee. ik wilde haar niet verder belemmeren in haar ontwikkeling, weet je. Iedereen heeft z’n eigen ambities natuurlijkDISKJOCKEY Over ambities gesproken. Nu jullie hier weer bij elkaar zittenGaan jullie ‘de Tears’ weer revivenNog zo’n hit scoren? SJENG Dat zou echt een SJAAK Wordt het niet tijd voor je volgende plaatje? Al die vragen over vroegerDISKJOCKEY Ja, zo meteen heb ik nog een knaller voor jullie en de luisteraars. Ik draai natuurlijk alleen maar hits, want dit isssss ONLY HITS FM! (jingle) Shazzam! SJAAK Right. DISKJOCKEY Maar eerst nog even over jullie nummer. Waar gaat de tekst voor jullie over? En dan heb ik het met name over het geniale refreintje. (neuriet) Ik kan het niet uit mijn hoofd krijgen, SJENG

DISKJOCKEY

My My My (jingle, nu nog irritanter dan de eerste keer) Nou? SJENG Wat was de vraag ook alweer? SJAAK Waar het nummer over gaat – Is het frietvet je naar je hoofd gestegen? DISKJOCKEY Ja. SJENG Nou, over vriendschap en ambitie – hoe je samen alles kunt bereiken, weet je – DISKJOCKEY Mooi thema, en voor jou, Sjaak? SJAAK Over frietvet. (stilte) DISKJOCKEY Frietvet?!? (kijkt verward naar zijn producer) S JAAK Hoe je er dik en vadsig van wordt – en dat je dan niks meer kan bereiken, weet je – DISKJOCKEY Oh. (Gebons op de glazen deur off stage) DISKJOCKEY Wtf. Wie heeft die leipe chick hier binnengelaten? SJENG Oh dat is MarieDISKJOCKEY Natuurlijk. En muzes kan ik natuurlijk niet buiten laten wachten. (tegen producer) Laat haar maar even binnen, is leuk om haar visie ook te laten horen, nu- (kijkt boos naar Sjaak, Marie komt op) MARIE Hallo! SJENG Hoi schat. SJAAK Marie MARIE SjaakDISKJOCKEY Hallo Marie, wat brengt jou hier? MARIE Hoezo, ik heb ‘n uitnodiging gekregen. (houdt een backstagepasje omhoog) Dus heb ik de snackbar maar even dichtgedaan. DISKJOCKEY Oh. Ja. We hadden het net over je. MARIE Ja? DISKJOCKEY Dat je zo’n belangrijke rol speelde in het leven van ‘de Tears’. MARIE Ja.

En bij de totstandkoming van hun grootste hit. MARIE Ja. Hun enige hit. DISKJOCKEY Ja. Wat voel je nú als je het nummer hoort, na zoveel jaar? MARIE Ach, de jongens hebben er wel iets leuks van gemaakt. DISKJOCKEY Waar gaat het nummer voor jou over? MARIE Over de afwas. Ik was toen de afwas aan het doen en opeens, zag ik al die schuimbellen en toen moest ik ineens denken aan hoe dromen uiteenspatten tot allemaal kleine druppels, en toen heb ik de tekst in een keer bedacht. DISKJOCKEY Oh? MARIE Ja, en toen kwam Sjaak binnen en heb ik ‘t aan hem verteld, en toen hebben ze er de volgende dag het deuntje bij verzonnen. Best een aardig nummer geworden, vind je niet? DISKJOCKEY Eh, ja. MARIE Over de afwas gesproken. We moeten er weer vandoor. Sjeng moet nog een heleboel doen in de frituur. Het is vanavond Champions League, dus dat wordt volle bak. DISKJOCKEY Nou, eigenlijk MARIE Je kunt toch wel met Sjaak verder babbelen. Hij had altijd al de meeste praatjes van de twee. Kom schat, we gaan. (Sjeng staat op) Doei, Sjaak! DISKJOCKEY


.unst 20