Page 1

NUMMER 27 — MEI 2013


3


«

Lees het interview met JASPER & RUBEN op pagina 4

Werk Maker Opleiding

DATADOX JASPER VAN DEN ELSHOUT & RUBEN HULZEBOS DIGITAL VIDEO DESIGN

5


«

Lees het interview met SANNY op pagina 2

Werk WERKPROCES Maker SANNY VAN LOON Opleiding ILLUSTRATION WEB WWW.SANNYVANLOON.COM


Olivia ontwaakte en voor een moment lag ze stil, zonder ook maar ergens aan te denken. Het was alsof haar gedachten nog sliepen maar haar zintuigen al werkten. Gedachteloos keek ze naar de muur. Het was een van de meest miraculeuze gevoelens die ze ooit had gehad. De zon kroop door de kieren van het gordijn en verwarmde het voeteneinde waar Bernard, de kat, languit lag te slapen. Olivia sloot haar ogen en bleef stil liggen. Haar armen over elkaar als een dode farao. Denkend aan het niet denken. Pas toen ze zich na een tijdje op haar zij draaide en in het slapende gezicht van Julian keek, zag ze de jongen weer voor zich. De zon op zijn borst. Zijn hoofd gezwollen en geschaafd. Zijn ene blauwe oog op haar gericht. Zonder Julian te wekken stond Olivia op en liep op haar tenen naar de badkamer. Ze waste haar gezicht met ijskoud water en wreef met haar vingers over de donkere kringen onder haar ogen. Toen ze de handdoek van het rek greep zag ze het liggen. Naast de wasmand lag haar witte ondergoed, doordrongen met het bloed van de vorige dag. Ze bukte en pakte het tussen duim en wijsvinger. Boven de wasmand hield ze het stil en keek ernaar. Het zag er luguber uit. Een witte onderbroek doordrenkt met donker, inmiddels min of meer bruin uitgeslagen bloed. En toch. Het was het enige wat ze van hem had.

ÂŤ

Lees het interview met STEF op pagina 6

Werk BLESSING AND HONOUR, GLORY AND POWER MakerS STEF VELDHUIS DENNIS BORDEAUX LISANNE VERMEULEN NINA VAN DER LEEST REMCO JACOBS SOPHIE JURRJENS PIM TEN HAVE GYDO KEIZER WEB WWW.STEFVELDHUIS30.TUMBLR.COM

Ze bracht de onderbroek dichterbij haar gezicht en drukte de stof heel voorzichtig tegen haar neus. Ze snoof. De metaalachtige geur was ver weggezakt maar nog aanwezig in de vezels. Ze sloot haar ogen en rook nogmaals, haar vingers nu steviger om de stof geklemd. Ze luisterde, maar hoorde geen geluid uit de slaapkamer komen. Uiterst voorzichtig bracht ze het puntje van haar tong naar buiten. Heel langzaam ging haar mond een beetje verder naar voren. Ze hield haar adem in. Het puntje van haar tong raakte de stof en het bloed mengde zich met het speeksel. Een vonk sloeg over. De roestige smaak gleed over haar tong en verdween met een warme vloedgolf richtig haar buik. Haar vingers verstijfden. Ze hoorde Julian de gang op komen. Snel vouwde ze de onderbroek tot een prop en hield deze in haar vuist. Toen Julian binnen kwam liep ze op hem af. Hij keek haar slaperig aan. Ze kuste hem lang.


«

Lees het interview met TOM op pagina 18

Werk FRAGMENT UIT OLIVIA Maker TOM HOFLAND Opleiding WRITING FOR PERFORMANCE WEB WWW.TOMHOFLAND.NL


«

Lees het interview met LISELOT op pagina 10

Werk LIVING DOLLS Maker LISELOT PLUISTER Opleiding THEATRE AND EDUCATION WEB HTTP://WWW.BEHANCE.NET/PLUISTER


«

Lees het interview met TIM op pagina 16

Werk BAKKER NIXVAN Maker TIM DE HAAN Opleiding ANIMATION WEB HTTPS://WWW.FACEBOOK.COM/BAKKERNIXVAN


«

Lees het interview met STEFAN op pagina 20

Werk MEI 1940 Maker STEFAN ROPS Opleiding AUDIOVISUAL MEDIA WEB WWW.MEI1940DEFILM.NL


‘IK HEB LIEVER DAT IEMAND ME IETS TOEGOOIT’

SANNY VAN LOON ........................................................................................................................... 02

‘ALS HET TE MOOI IS OM WAAR TE ZIJN, NIET DOEN!’

JASPER TOELI................................................................................................................................. 04

‘HIJ IS ZO BREED BEZIG, ECHT EEN INTERDISCIPLINAIRE KUNSTENAAR’ STEF VELDHUIS............................................................................................................................... 06

‘IK BEN NIET BANG VOOR DAT ZAKELIJKE ASPECT’

LISELOT PLUISTER ........................................................................................................................... 10

‘IK WIL GEEN DRAMATISCH VERHAAL VERTELLEN’

SANNE VAN HEMERT........................................................................................................................ 12

‘WE ZOUDEN OOK 250 DOLLAR PRIJZENGELD KRIJGEN’

TIM DE HAAN.................................................................................................................................... 16

‘DAT HELPT, DAN KAN IK BETER BEOORDELEN’

TOM HOFLAND ................................................................................................................................. 18

«

Lees het interview met SANNE op pagina 12

Werk Makers Opleiding WEB

ANNO - SANNE SANNE VAN HEMERT PHOTOGRAPHY WWW.SANNEVANHEMERT.NL

‘LEG EENS UIT, MISSCHIEN IS HET INTERESSANT’

STEFAN ROPS ................................................................................................................................. 20


Urenlang staren, een asbak die steeds voller wordt en een chocoladereep die krimpt. Dat is doorgaans het werkproces van Sanny van Loon (24), derdejaars Illustration. Als de ingeving niet komt wordt het proces zelf het eindproduct, zoals het mini-stripje Werkproces. ‘Ik heb liever dat iemand me iets toegooit.’ tekst Marcella Das beeld Sanny van Loon

Dus het gaat vaker zoals in het stripje? Het is eigenlijk een grapje, maar wel eentje met een kern van waarheid. Ik haal heel veel inspiratie uit mijn directe omgeving. Het is een momentje van wanhoop, ik had echt geen ideeën meer. Ik zat daar ook letterlijk met lege vellen, chocola en sigaretten. Heel waarheidsgetrouw dus. En letterlijk wit papier dus. Teken je altijd met de hand? Ja. Ik ben heel blij met computerprogramma’s om dingen mee te bewerken, maar kan niet begrijpen dat mensen beeld ook digitaal laten ontstaan. Op mijn opleiding werken weinig mensen met computers; we krijgen wel les in Illustrator, maar niet uitgebreid. We hebben veel schildercursussen en juist dat ambachtelijke en de werkplekken vind ik leuk. Als je met de hand tekent, zie je ook letterlijk iemands handschrift. Dat maakt het werk nog persoonlijker. Hoe verloopt jouw werkproces van A tot Z? Bij mij begint het puur vanuit de opdracht. Een vak waarbij je helemaal zelf mag weten wat je gaat doen, vind ik vaak lastig. Ik heb liever dat iemand me iets toegooit. 

2

Wat is lastig aan het zelf mogen bepalen? Bang om het verkeerde te kiezen. Vastlopen in het onderwerp. Als iemand anders de opdracht geeft, kan ik mijn associaties de vrije loop laten, maar draag ik niet de verantwoordelijkheid voor het onderwerp an sich. Het komt wel angstig over, of niet? Het overwinnen van die angst is trouwens wel te gek. In de afgelopen drie jaar heb ik al veel angst overwonnen en ben ik minder onzeker over het onderwerp dat ik kies.

‘ IK HEB OOK VAAK GEHOORD: Wanneer is een keuze verkeerd? Want daar heb je blijkbaar een beeld bij? Hmm... dat vind ik moeilijk te zeggen. Het is eigenlijk een irreële angst. In feite bestaat de optie van een verkeerde keuze niet. Ook als je vastloopt en daardoor gefrustreerd raakt; er is altijd een zijtakje waardoor je verder komt. Jouw visie als illustrator, daar gaat het juist om. Ik heb ook vaak gehoord: durf eens wat meer.

.UNST N° 27 2013

Waarom ben je toch aangenomen? In eerste instantie was ik niet aangenomen. Ik heb nooit gehoord waarom, maar ik denk dat ze die eigenheid misten. Na de afwijzing ben ik de vooropleiding gaan doen en hebben docenten mijn werkproces richting het eindproduct kunnen zien. Ik was heel blij dat ik alsnog werd aangenomen, want dit is een hele goede opleiding om van die angst af te komen. Docenten zijn heel scherp in het onderscheiden van ‘mooie’ beelden van beelden die echt iets willen zeggen.

DURF EENS WAT MEER’ Wat heb je nu vooral geleerd? Om mijn inspiratie meer uit mijn omgeving te halen. De plekken waar ik kom. Mensen en hun leven. Festivals. De manier waarop ik zelf ben opgegroeid: ik heb geen vader maar vijf moeders. Ik ben opgegroeid in de krakersscene, vriendinnen van mijn moeder zorgden ook voor me. ‘Dit is een van mijn moeders’, zeg ik als ik hen voorstel. Mensen vinden het altijd heel leuk. Ik weet niet wie mijn vader is, maar vind het fijn om daarover te fantaseren. Ik denk dat het een open minded persoon is, want anders word je geen donor.

En hoe vertaalt zich dat naar je werk? Ik kan me zo verbazen over rare aandoeningen, waar die vandaan komen, de oorsprong van die dingen. Het begon met een fascinatie voor portretten die iets vertellen over iemand. Wanneer vertelt een portret nou iets? Ben je je ervaring of hoe je eruit ziet, wat je denkt of wat je voelt? Ik vind het zo mooi als mensen net wakker worden: nog geen verplichtingen, niet te veel gedachten, nog slechts de warmte van je bed. Je stelt je scherp en je voelt wel, maar denkt nog niet zoveel. Je hebt nog geen masker op. Zo puur jezelf, zo mooi. Kinderen hebben dat ook, die zijn ook niet bezig met wat mensen van ze vinden. In mijn werk probeer ik dat ‘echte’ met beeld vast te leggen. Juist een foto waar iemand lelijk op staat, op zijn eten kauwt of net iets zegt: dat pure toont iemands karakter.

MEER WERK VAN SANNY WWW.SANNYVANLOON.COM

9 DECEMBER 2012 — 29 MAART 2013

3


tekst Johan Kuhlmann beeld Jasper Toeli

DATADOX: een enorme, meer dan manshoge, zich wellustig naar buiten stulpende, uit houten latjes bestaande hoorn des overvloeds. In de binnenkant worden, onder een harde, elektronische sound, razendsnel honderden beelden geprojecteerd die refereren aan het wereldwijde web. Jasper Toeli en Ruben Hulzebos winden er geen doekjes om: het internet is overbevolkt, vervuild en onbetrouwbaar. Jasper en Ruben zijn het roerend met elkaar eens: het internet is een zooitje! Je weet niet waar je dingen moet zoeken en als je iets vindt, is de waarde ervan nooit zeker. Hun hoorn des overvloeds wil laten zien hoe overbevolkt, vervuild en onbetrouwbaar onze informatieomgeving is geworden. Jasper: ‘Je kunt ongecontroleerd van alles op Wikipedia zetten, en de volgende zet daar weer bij wat ie maar wil.’ Kun je tegenwoordig nog onderscheid maken tussen alle informatie en spam? ‘Eigenlijk is alles spam,’ zegt Ruben. ‘Ik zocht laatst naar een anti-kraakkamer, maar die is absoluut niet te vinden. Er is geen betrouwbare site. Alle informatie die je vindt, is van anderen of door anderen verstrekt. Wie zegt jou dat die informatie klopt? Uiteindelijk kom je uit bij een of andere mainstream-site als Kamernet, waar je helemaal niet wilt zijn.’

4

.UNST N° 27 2013

paradox De overdaad aan informatie op het internet en de ermee gepaard gaande onbetrouwbaarheid zorgt volgens Jasper en Ruben voor de grote paradox van het informatietijdperk: uren zoeken zonder zekerheid. Wat vinden ze dat er moet gebeuren? Moet het internet worden gereset? Dat vindt Ruben geen gek idee. ‘Ja, compleet resetten, opnieuw laden en dan de boel eens netjes opbergen. Er zijn meer regels nodig voor de structuur en het gebruik van het internet. Veel gebruikers gaan overal ondoordacht op in.’ Jasper: ‘Ik zeg altijd tegen mijn neefje: “Als het te mooi is om waar te zijn: niet doen!” Ruben voegt er aan toe dat het vooral belangrijk is dat we allemaal beter leren omgaan met het internet. ‘Bijvoorbeeld door kinderen op de lagere school al te leren hoe ze het internet moeten gebruiken. Misschien ontstaat er dan geleidelijk aan meer structuur in die gigantische berg onbetrouwbare informatie.’ plankje voor plankje Jasper en Ruben studeren beide Digital Video Design. Ze noemen zichzelf kunstenaar in wording, maar zien zichzelf toch wat anders. Ruben, die hiervoor een jaar Bouwkunde studeerde, bouwde Datadox plankje voor plankje op uit hout dat hij op straat en in containers vond. ‘Ik hou ervan om dingen te construeren en te kijken hoe ik iets heel moois kan maken, dat past bij wat ik wil uitdrukken. Net als Jasper werk ik graag vanuit een irritatie. Bijvoorbeeld het verdwalen op internet, of dat mensen tegenwoordig alleen maar met hun smartphone bezig zijn. Zo’n ergernis vormt dan de aanleiding om iets te maken.’

Jasper ziet zichzelf meer als onderzoeker en filosoof. ‘De vorm komt daarna. Voor mij zijn de media, kunst, animaties, foto’s, muziek en computers allemaal vorm. Het gaat mij om wat ik te vertellen heb. Ik vind het belangrijk om iets goed te onderzoeken voordat ik ergens een uitspraak over doe.

‘ Ik vind het belangrijk om het beeld uit het vierkantje te halen ’ Het liefst werk ik vanuit een probleem. Zo benader ik een opdrachtgever ook. Je moet weten wat zijn probleem is, maar dat zegt hij meestal niet. Is zijn bedrijf niet zichtbaar en heeft hij een logo nodig? Is het logo dat hij nu heeft crap? kritiek Als je vanuit een probleem kunt werken, ben je echt gericht op een verbetering. Momenteel vind ik installaties interessant. Het levert interactie op, waardoor de boodschap beter aan komt. Een installatie staat in de openbare ruimte, zodat de kijker niet passief achter een beeldscherm zit. Ik vind het belangrijk om het beeld uit het vierkantje te halen. Het is niet zo dat ik nu de rest van mijn leven installaties ga bedenken die kritiek leveren op technologische ontwikkelingen. Dit is blijkbaar wat me momenteel bezighoudt. Maar we worden nu toch niet als techniekhaters neergezet hè?’

9 DECEMBER 2012 — 29 MAART 2013

BEKIJK DATADOX http://unst.hku.nl/401

5


‘Een prettige klas en een prettige omgeving. Goede lessen en goede docenten, zo uit het werkveld geplukt. Ik ben heel erg blij dat ik hier zit.’ Geen wervende tekst voor een nieuwe opleiding, maar interview-uitspraken van Stef Veldhuis. Ontevreden over zijn opleiding aan het Utrechts Conservatorium is hij bepaald niet. ‘We zouden nog meer naar buiten moeten treden, maar verder vind ik dit de beste studie die er is.’

tekst Edwin Verhoeven STILLS Blessing and honour, glory and power

6

.UNST N° 27 2013

Maker, performer en communicator. Dat is wat Stef naar eigen zeggen wordt tijdens zijn opleiding aan het Utrechts Conservatorium. De naam van die opleiding: Musician 3.0. Stef: ‘Waar in andere conservatoriumstudies een grote focus ligt op het perfect naspelen van andermans composities, draait het bij ons om het maken en om creativiteit. Kijk, qua techniek doe ik onder voor een toetsenist bij Jazz&Pop. Zij studeren uren per dag op de beheersing van hun instrument. Na de opleiding zijn zij een meester op hun instrument en komen bijvoorbeeld in een koor of ensemble terecht. Zelf ben ik te wispelturig om me op één stijl of zelfs één discipline te richten. Bij Musician 3.0 bepalen we onze eigen lijn en met die autonomie ben ik heel gelukkig. Voor mij bevat deze opleiding alle aspecten om mezelf als autonoom muzikant kenbaar te maken.’

9 DECEMBER 2012 — 29 MAART 2013

7


essentieel Bij Musician 3.0 krijgt Stef onder andere communicatielessen waarin het creëren van een eigen professionele identiteit en merk centraal staan. ‘Van onze docent moesten we direct een Facebookpagina aanmaken en gaan twitteren. Dat werkt echt: je bereikt in korte tijd heel veel mensen. De lessen focussen op bewustwording van je identiteit. Dat gaat over het werk dat je maakt en over je persoonlijkheid, tot aan je favoriete kleur, geur en eten toe. Door daar heel gericht over na te denken, ontstaat een heel duidelijk beeld van jezelf. Op basis daarvan kies je de elementen voor de identiteit waarmee je jezelf in de markt zet. Het belang ervan kun je niet onderschatten, want ik zie in mijn omgeving behoorlijk wat afgestudeerden in een zwart gat vallen. Toch wordt het vak over personal branding hier volgens mij alleen bij Musician 3.0 gegeven.’

‘ Muziek is tegenwoordig echt meer dan klank ‘ voorsprong Een muzikant met eigen composities moet iets ontwikkelen waarmee hij opvalt. Voor Stef hoort een bijzondere presentatie bij elk aspect van zijn performance. Denkt hij door zijn opleiding een voorsprong te hebben op andere muzikanten? ‘Ja, want in de huidige muzieksector is veel vraag naar breed opgeleide mensen. Mensen willen dat een concert tegenwoordig meer is dan luisteren naar een groep die op een podium staat. Dat ‘meer’ kunnen wij bedenken. Wij hebben ook de vaardigheden en de persoonlijkheid om ons te onderscheiden in die enorme zee van makers. Als je met succes je eigen kindje aan de man wilt brengen, moet je behoorlijk eigenwijs en extravert zijn.’

8

.UNST N° 27 2013

toeters en bellen Bij zijn eigen band staat een zo opvallend mogelijke performance ook hoog op de verlanglijst. Een bijzondere aankleding van het podium en aanvullende videoprojecties zijn volgens Stef daarom onontbeerlijk. ‘Op het Sziget Festival zag ik de band Bonaparte. Muzikaal niet per se geweldig, maar visueel en qua show ontzettend sterk. Een van de beste live-acts die ik ooit zag. Zo’n sfeer op het podium neerzetten, dat willen wij ook. Op zich kan ik jou best volgen, wanneer je het nut van al die toeters en bellen ter discussie stelt. Je kunt die aankleding als een soort vangnet zien, maar ik vind het zelf gewoon prettig om veel op me af te krijgen. En ik vind dat je met een videoprojectie nog meer jouw stempel aan een compositie geeft. Muziek is tegenwoordig echt meer dan klank. Het hele plaatje is wat een artiest bijzonder maakt. Als Kyteman statisch op het podium zou staan, was zijn project nooit zo groot geworden. Zijn podiumact en band zijn zo dynamisch – iedereen is druk bezig, lacht en vindt het leuk - dat valt meteen op.’ In Spinvis ziet Stef het prototype voor de Musician 3.0. ‘Op Spinvis zou ik wel willen lijken. Hij is zo breed bezig, echt een interdisciplinaire kunstenaar. Techniek en ambacht zijn bij hem ondergeschikt aan de creativiteit. Dat is het soort muzikant waar ik doorgaans sowieso het meest naar luister. Bob Dylan bijvoorbeeld heeft nou niet bepaald een esthetisch stemgeluid. Hij is echter zo ongelooflijk goed als schrijver en maker van liedjes, dat ik liever naar hem luister dan naar welke virtuoze muzikant dan ook.’

Bekijk de CLIP op http://unst.hku.nl/399

9 DECEMBER 2012 — 29 MAART 2013

9


tekst Pim Leeuwenkamp beeld Liselot Pluister

Voor Liselot Pluister heeft etalagetheater de toekomst. NA De voorstelling die zij voor de rode winkel maakte, werd ander werk van haar geselecteerd voor de Culturele Zondag Kijken, Kijken, Kopen. Als vierdejaarsstudent Theatre and Education beseft Liselot maar al te goed dat kunst ook een commerciële kant heeft. ‘Je moet je artistieke ei kwijt kunnen, maar dat ei moet ook verkocht worden.’

dat de Rode Winkel opdrachtgever was, moest de voorstelling aansluiten bij de identiteit van die winkel. Dat is behoorlijk goed gelukt. In Living Dolls komen twee paspoppen langzaamaan tot leven en dansen ze daarna een tango, om op een beeldende manier uiting te geven aan hun liefde. Het was een geweldige uitdaging om een etalagevoorstelling te maken. Met name het verrassingseffect sprak me heel erg aan. In de schouwburg koop je een kaartje voor een bepaalde voorstelling en weet je precies wanneer die begint. Nu kwamen mensen voor een spijkerbroek en kregen ze er een tango bij.’

mede door de culturele kaalslag van de afgelopen tijd. Maar ik wil sowieso niet afhankelijk zijn van een commissie of van crowdfunding om een voorstelling te maken. Ik wil theatermaken, linksom of rechtsom, en blijkbaar gaat dat op dit moment het beste met etalagetheater. Niet dat het een vooropgezet plan was, integendeel zelfs. Ik ben er ingerold en toen het beviel ben ik gaan nadenken over hoe ik het kon uitbouwen. Momenteel gaat dat goed; ook of misschien juist - omdat er geld mee te verdienen valt. Ik kan er nog niet van leven hoor, stel mij die vraag over een paar jaar nog maar eens.’

Theatermaken zit er bij Liselot Pluister al vanaf kindsaf aan in. Als kind bracht ze namelijk hele weekenden door met het herinrichten van de kamers in haar poppenhuis, het aankleden van de poppen en het verzinnen van verhalen. Liselot: ‘De ruimtes binnen het poppenhuis speelden een grote rol in de verhalen die ik voor de poppen verzon. Dat zie je ook bij mijn voorstelling Living Dolls die ik dit jaar voor de Rode Winkel. Bij Living Dolls was ruimte, in de breedste zin van het woord, de belangrijkste factor. Het speelde zich af in een etalage van een kledingwinkel, voor een winkelend publiek dat totaal niet was voorbereid op de voorstelling. Om-

oneerbiedig Winkels zetten steeds vaker kunstenaars in om hun producten aantrekkelijker te presenteren. Door de opkomst van webshops is het voor retailbedrijven een stuk minder vanzelfsprekend dat mensen bij hen kopen. Liselot: ‘Kunst kan, een beetje oneerbiedig gezegd, als lokmiddel werken. Zo’n voorstelling als Living Dolls geeft het shoppen iets extra’s. We leven immers in een beleveniscultuur. Als ik met mijn voorstelling het shoppen tot een exclusieve beleving kan maken, help ik zowel mezelf als de winkel. Ik krijg een podium en de winkel zijn klanten.’ ‘Dit is de kant die ik op wil. Natuurlijk komt dit

‘ Ik wil sowieso niet afhankelijk zijn van een commissie of van crowdfunding’

10

.UNST N° 27 2013

Het concept van Living Dolls heeft nog een bijkomend voordeel. Het is een reproduceerbare voorstelling die relatief goedkoop is omdat er geen lang repetitieproces aan vooraf gaat. Liselot: ‘Vanuit festivals is daar veel vraag naar. Zo sta ik met Living Dolls mogelijk op De Cultuurnacht, De Dansnacht en het Cultuurpodium. Toevalligerwijs drie festivals in Noord-Brabant.’

Liselot beseft dat zodra je je als kunstenaar in de commerciële wereld begeeft, het snel over cijfers en geld gaat. ‘Je moet je artistieke ei erin kwijt kunnen, maar dat ei moet ook verkocht worden. Ik denk dat dit een proces van vallen en opstaan is. Persoonlijk ben ik niet bang voor dat zakelijke aspect; het is een andere manier van kijken. Ik sta er positief tegenover. Misschien ook wel doordat ik tot nu toe nog geen artistieke concessies heb hoeven doen.’ massa-identiteit Momenteel werkt ze hard aan haar afstudeervoorstelling Factotum. Liselot: ‘Het centrale thema is identiteit. Die wordt steeds meer bepaald door wat we consumeren: de kleding die we dragen, de spullen die we in huis halen en de vakanties die we boeken zijn uitingen van onze persoonlijkheid. Doordat er ook steeds vaker op massale wijze geproduceerd wordt, krijg je een soort massa-identiteit. Fac. verwijst dan ook naar factory, naar massaproductie. Het wordt een muzikaal slapstick-drama over identiteit, maar meer wil ik er nog niet over prijsgeven.’

VOOR MEER WERK www.BEHANCE-NET/PLUISTER

9 DECEMBER 2012 — 29 MAART 2013

11


tekst Marcella Das beeld Sanne van Hemert

Ze was 14 toen ze las over Anno, een jongen met een verbrand gezicht. Via e-mail kwam Sanne van Hemert, vierdejaars Photography, in contact met hem. Na zeven maanden verstomde de mailwisseling met Anno. Nu, 6 jaar later, vormt hij de inspiratiebron voor haar boek Anno - Sanne. ‘Het gaat om het vastleggen van de dingen die ik niét weet’. Weet Anno dat je dit boek maakt? Nee. Ik heb ook bewust niet opnieuw contact gezocht, want het gaat me juist om het onbekende. Ik heb hem nooit gezien, dus voor mij heeft hij nog steeds geen gezicht. Ik was destijds 14 en het gaat mij vooral om wat er gebeurt als zo’n contact stopt. Je vormt een beeld van iemand en die invulling vind ik interessant. Omdat ik Anno nooit heb gezien en waarschijnlijk nooit ga zien, heb ik voor mijn boek gezocht naar beelden die menselijke aanwezigheid uitbeelden of suggereren, ook al is er geen mens in beeld. Zo heb ik een foto van een stuk stof in een berm; het roept bijna iets lugubers op, ook al zie je feitelijk niets. Of lakens op een stoel waar iemand verstopt onder zou kunnen zitten. Anderzijds heb ik willekeurig pasfoto’s van internet geplukt. Die beelden zijn weer heel concreet. Zo probeer ik afwisseling aan te brengen tussen het zoeken enerzijds en de confrontatie anderzijds. Hoe zit het dan met de privacy? Ik heb de achternaam van Anno achterwege gelaten en het mailadres veranderd. De mailwisseling staat wel bijna letterlijk in het boek. Mijn project gaat niet om de persoon, maar meer om het verhaal. Dat gaat een heel nieuw leven leiden, omdat ik buiten de mailtjes niks van hem heb. Ik wil geen dramatisch verhaal vertellen; dit boek gaat veel meer over mijzelf dan over hem.

12

.UNST N° 27 2013

9 DECEMBER 2012 — 29 MAART 2013

13


‘ EEN FOTO IS SLECHTS EEN PLAT VLAK, Waarom zocht je contact met hem? Vooral uit nieuwsgierigheid. Ik kan me nog herinneren dat het een rare tijd was, de puberteit. Omdat het juist dan zo belangrijk is hoe je eruitziet, leek het me interessant hoe hij daarmee omging. Ik heb erbij stilgestaan dat ik hem misschien kon kwetsen, maar hij reageerde heel positief. Is nieuwsgierigheid jouw belangrijkste drijfveer? Ja, ik denk het wel. Maar ik probeer dingen wel op zo’n manier te vragen dat het bij de ander ligt om daar antwoord op te geven. Bovendien is het oprechte interesse. Weet je waarom je op de HKU bent toegelaten? Nee, echt niet! Ik had vooral heel veel portretten ingeleverd, terwijl dit project veel verhalender is. Dat waren die portretten nog niet: ik maakte enkel mooie beelden. Volgens mij had ik al wel die nieuwsgierigheid had naar dingen. We moesten ook beelden uit kranten verzamelen en in de begeleidende teksten kwam dat wellicht naar voren. Ik ben vooral nieuwsgierig naar het onmogelijke. Vragen waar ik geen antwoord op krijg. Wat vind je daar zo fascinerend aan? Mensen willen alles weten en verklaren en doen dat vanuit de dingen die voor hen bekend zijn. Het is heel menselijk om het onbekende eng te vinden, maar ook te willen vangen.

Hoe verklaar je dat veel mensen het onzekere toch niet opzoeken? Omdat het eng is. Wat zijn jouw angsten? Ook wel het verliezen van controle. Het is heel tegenstrijdig eigenlijk. Het Anno-project gaat ook over angst, maar die tegelijkertijd willen vangen. Dat gebeurt ook als je naar de sterren kijkt: het maakt je enerzijds klein, maar anderzijds wil je het begrijpen. Daarnaast ben ik best wel bang om afgestudeerd te zijn, want wat dan? Helemaal niets om handen hebben lijkt me ook eng, ik moet wel een doel hebben. Als jij een gastles mocht geven op de HKU, wat zou je dan mee willen geven aan jonge kunstenaars? Subjectiviteit. Dat er geen waarheid is: dat er duizend verschillende manieren zijn om iets te doen en dat geen enkele manier fout zou zijn. Een zoektocht is een oneindig proces. Juist het niet krijgen van antwoorden is interessant, want dan blijf je bezig. Wat zou je zelf graag nog willen doen en leren? Ik heb gemerkt dat ik fotografie wat beperkend vind; het wordt interessanter als je verschillende kunstvormen gaat combineren. Bijvoorbeeld met wetenschap of technologie. Een foto is slechts een plat vlak, zonder tijd en geluid. Dit boek heeft nu enkel fotografie en tekst. Ik zou willen experimenteren met verschillende media om nog dichter bij de essentie te komen van wat ik wil vertellen. Maar dan vul je toch juist ook weer heel veel in? Dat hoeft niet, je hoeft het niet helemaal ‘dicht’ te maken. De kunst is om het niet te concreet te maken, maar juist meer opties voor interpretatie te creëren.

BEKIJK MEER WERK WWW.SANNEVANHEMERT.NL

14

.UNST N° 27 2013

9 DECEMBER 2012 — 29 MAART 2013

15


ALLROUND ANIMATOR

MIKT OP MTV

Tim de Haan maakt zijn films het liefst van begin tot eind helemaal zelf. Voor Bakker Nixvan verzorgde de derdejaars Animation de regie, edit en sound effects. Ooit wil Tim een kinderfilm maken voor de publieke omroep. ‘Wie die film zou gaan regisseren? Ikzelf natuurlijk!’

‘ Elke film begint natuurlijk bij het script. Dat van Bakker Nixvan schreef Tim voor een schoolopdracht. ‘Iedereen moest een verhaal schrijven en drie daarvan zouden in productie gaan. Ik denk dat Bakker Nixvan werd gekozen omdat het een duidelijk verhaal is. Een van de criteria was dat het niet al te moeilijk moest zijn om te maken: in een 3d-animatie gaat namelijk al snel heel veel tijd zitten. Bakker Nixvan is daarnaast prima in een kort filmpje te vertellen. Bij elkaar hebben deze elementen er denk ik voor gezorgd dat mijn script werd geselecteerd.’ prijzengeld Het bijhouden van een webblog was onderdeel van de opdracht. Hierop werden de vorderingen van het project gedeeld met de buitenwereld en het aanmaken van een Facebookpagina was daarom een logische vervolgstap. Tim: ‘Meestal doe ik niet zoveel aan promotie, maar bij Bakker Nixvan heb ik me daar wel op gestort. Zo ontving ik al snel tips over festivals en websites met wedstrijden voor korte animatiefilmpjes. Op de site van Reel 13 werd Bakker Nixvan uitgeroepen tot filmpje van de week. Dit zorgde ervoor dat de film twee keer was te zien op een regionale tv-zender in New York. We zouden ook nog 250 dollar prijzengeld krijgen, maar daar heb ik nog steeds niks van gezien.’

specialisatie Zijn Vimeo-pagina gebruikt Tim als digitaal portfolio. Voor de filmpjes die erop staan, vervulde hij verschillende rollen; van acteur tot editor. Het liefst zou Tim zich met alle aspecten bezighouden, zelfs met de muziek. ‘Daar heb ik ook een mening over en dus wil ik er ook een bijdrage aan leveren.’

‘ Ik wil kinderen graag wat posItiefs bijbrengen over de wereld ’ Hoewel veel van zijn klasgenoten al een specialisatie kozen, vindt Tim het geen probleem dat hij dit nog niet heeft gedaan. ‘Ik vind het niet erg, maar wil wel graag een specialisatie hebben. Volgens mij kom je sneller bij een klein bedrijf terecht als je geen specialisatie hebt, en die ambitie heb ik niet. Als je wel gespecialiseerd bent, vergroot dit de kans op een baan bij een groot bedrijf. Daar werken nu eenmaal veel mensen met een specifieke taak.’

droombaan Tim heeft wel een voorbeeld van een groot bedrijf waar hij zou willen werken. ‘Het liefst zou ik voor MTV leaders maken. Je werkt in opdracht, maar hebt tegelijkertijd veel artistieke vrijheid. Als ik de reclame kan combineren met wat ik leuk vind om te maken, dan heb ik mijn droombaan. De MTV-leaders zijn ook vaak hele absurde filmpjes en daar hou ik wel van.’ De baan bij MTV is maar een deel van Tims toekomstdroom. ‘Ik hoop ooit een kinderfilm of serie te kunnen maken, voor de publieke omroep. Ik wil kinderen graag wat positiefs bijbrengen over de wereld. Wie die film zou gaan regisseren? Ikzelf natuurlijk!’

BEKIJK BAKKER NIXVAN HTTP://UNST.HKU.NL/400

tekst Ayden Dijkstra beeld Tim de Haan

16

.UNST N° 27 2013

9 DECEMBER 2012 — 29 MAART 2013

17


‘SOMS WERKT MAAR EEN DING: VAKANTIE’

om alles nog als geheel te zien. Soms vind ik het materiaal slecht omdat ik constant fouten aan het opsporen ben. Het is lastig om te beoordelen of alles klopt. Ik heb daar nu iets voor bedacht: ik laat, als het ware, een acteur in mijn hoofd de tekst voorlezen. Klinkt dat vaag?’ Ja. ‘Nou, ik hoor een andere stem in mijn hoofd het verhaal voorlezen. Zo klinkt het alsof iemand anders het mij voorleest. Het helpt me om mijn tekst beter te beoordelen.’

tekst Yvo Nafzger beeld Tom Hofland

Tom Hofland, geboren en getogen in Apeldoorn, wilde graag Steven Spielberg worden. Hij knutselde op de middelbare school veelvuldig filmpjes in elkaar, die volgens hem in de categorie ‘slechte actiefilmpjes’ vielen. Toen er geen tweede Spielberg in hem school, besloot Tom zijn horizon te verbreden. De filmpjes bleken slechts het medium; een verhaal vertellen, dat is waarvoor hij echt gemaakt is. ‘Er zit veel van mijzelf in, dat klopt.’ Een tijdje geleden publiceerde je een fragment uit je in-eigen-beheer-novelle Olivia op .UNST. Hoe is het met de verkoop? ‘Bijna alle exemplaren zijn inmiddels verkocht, ik heb er nog twee in de boekenkast staan.’ Het geplaatste fragment is erg beeldend. Is dat je schrijfstijl? ‘Het is in Olivia zeker mijn schrijfstijl. Toch heb ik hele pagina’s beeldende teksten moeten schrappen, omdat het anders onleesbaar werd. Ik hou absoluut niet van die ellenlange beeldende zinnen waarbij ik als lezer niet eens meer weet waar het over gaat.’

18

Hoe weet je wat geschrapt moet worden? ‘We kregen voor het vak prozaschrijven les van Frans Thomése. Ik leerde dat je alleen moet behouden wat absoluut noodzakelijk is. Het beeldende in dienst stellen van de handeling. Ik schrijf eerst alles op en lees het daarna terug. Alles wat niet in dienst staat van het verhaal, gaat eruit. Tegelijkertijd vind ik dat het lastigste van prozaschrijven. Als je aan een novelle of boek werkt, wordt de spanningsboog zo lang dat je het overzicht kunt kwijtraken. Zit de tekst nog in het ritme? Klopt de verhaallijn nog? Daarna volgt het proces van herschrijven. Dat doe ik niet graag. Je bent eindeloos aan het puzzelen en het is moeilijk

.UNST N° 27 2013

Heb je die afstand nodig omdat de teksten over jezelf gaan? ‘Dat hangt ervan af. Voor Olivia heb ik heel veel gebeurtenissen uit mijn eigen leven gebruikt. Mensen herkenden zich in de novelle. Zij wisten dat een bepaalde gebeurtenis uit de tekst eigenlijk over hen ging, of van hen afkomstig was. Er zit veel van mijzelf in, dat klopt. Het is toch een soort van wereldbeeld dat je vertolkt en de wereld in stuurt.’

Nooit gedacht om Olivia naar een uitgever te sturen? ‘Een docent kende iemand bij een uitgeverij van formaat. Ik heb een mailadres gekregen en gemaild. Een novelle wilden ze helaas niet uitgeven als debuut. Wel kreeg ik een hele stapel boeken en mocht ik nadenken over een roman. Daar ben ik nu druk mee in de weer, en ik heb af en toe mailcontact met de uitgever.’ Ligt je roman na de zomer in de boekhandel? ‘Dat durf ik niet te zeggen. Sterker nog, ik vind het een beetje eng. Niets is zeker. Misschien gaat het wel helemaal niet door. Als je een roman schrijft en ze nemen die in beheer, wil dat nog niet zeggen dat ie wordt uitgegeven. Je wilt het eigenlijk aan iedereen vertellen, maar ook niemand teleurstellen. Dat is het lastige van dit vak. Je weet pas of het werkt als je alle tijd en energie er al in hebt gestoken. Het liefste zou ik alles tegelijk willen doen. Toneelschrijven, poëzieschrijven, prozaschrijven. Maar dat kan niet, want je hebt tijd nodig om verhalen te bedenken. Dan werkt soms maar één ding: vakantie.’

Zoals? ‘Olivia gaat in feite over opoffering; voor elkaar, voor de liefde. Ik heb het gevoel dat dit helemaal niet meer bestaat in de wereld van nu. Het is tegenwoordig heel hip om open driehoeksrelaties aan te gaan. In onze wereld mag je alles kiezen. In alles ben je vrij. Daardoor denk ik dat mensen minder moeite doen voor iets; ze mogen altijd switchen. Als je toch kunt scheiden, waarom dan niet binnen een jaar? Misschien is dat een beetje cynisch, maar het heeft wel tot gevolg dat ik nog geloof in de ware liefde. En dat wil ik graag overbrengen, zoals in Olivia. Aan het einde sterft een van de hoofdpersonages. Veel lezers vonden dat hard. Ik vond het mooi.Echte liefde!’

MEER WERK VAN TOM MEER WERK VAN TOM JA,WWW.TOMHOFLAND.NL WAAR EIGENLIJK?

9 DECEMBER 2012 — 29 MAART 2013

19


Vijf dagen oorlog, geen schot gelost. Dat is de tagline van Mei 1940. Na een aantal films over in fysiek geweld uitmondende conflicten, legt Stefan Rops zich in zijn eindexamenfilm toe op een mentale oorlog. ‘Mei 1940 leunt op de interactie tussen de personages, de onderlinge verhoudingen, de oplopende spanning.’ tekst EDWIN VERHOEVEN beeld STEFAN ROPS

20

.UNST N° 27 2013

9 DECEMBER 2012 — 29 MAART 2013

21


Volgens Stefan zit die spanning niet zozeer in de dialogen, maar meer in de sfeer van de film. ‘Het gaat om de emoties van de soldaten, die op hun gezicht zijn af te lezen. Ze hadden goede vrienden kunnen zijn, maar door de situatie waarin ze zich bevinden gaan ze elkaar steeds meer naar het leven staan. Ze zoeken bij elkaar de dreiging op, misschien juist doordat de echte confrontatie met de vijand uitblijft.’ ongegeneerd Stefans fascinatie voor geweld werd in zijn jeugd onder andere gevoed door de films van Quentin Tarantino. Toen Stefan op zijn zeventiende zelf films ging maken, wilde hij dat element er ook in. ‘Ik vond de films van Tarantino heel vet. Ongegeneerd bracht hij geweld in beeld, en ik dacht toen dat dat een film beter maakte. Vooral na mijn eerste jaar aan de HKU ontdekte ik dat geweld uiteraard een film niet draagt, maar een goede film goed is door allerlei andere subtiele aspecten. Ik kon dat in mijn tweede en derde jaar niet direct in praktijk brengen, omdat ik vooral werkte met scripts van anderen. Met mijn eindexamenfilm Mei 1940 ben ik me helemaal gaan richten op een script zonder fysiek geweld. dramaturgisch jasje Het schrijven van een scenario bestaat voor Stefan uit twee elementen. ‘Het eerste is research doen. Met research breng ik historisch de periode in kaart waarin de film zich afspeelt: wat gebeurde er precies, hoe besteedden mensen hun tijd, hoe werd er gesproken? Het tweede deel is het eigenlijke schrijven van het scenario. Je moet het verhaal dat je wil vertellen in een dramaturgisch jasje gieten. Wie zijn de antagonist en de protagonist? Wat zijn de botsende belangen in je verhaal, hoe geef je vorm aan de emoties? Ja, dat leer je op de HKU, in lessen scenarioschrijven. Ik heb er zelf inmiddels ook les in gegeven.’

‘Het gaat trouwens niet altijd hand in hand: de research afstemmen op het verhaal van je film. Soms is een historische plek heel interessant voor een scène, maar kun je als crew niet op de werkelijke locatie terecht. Daar moet je slim mee omgaan. Zo speelt zich in Mei 1940 een scène af op de Grebbeberg. Toestemming krijgen om daar te filmen is lastig en met mensen in Duitse uniformen al helemaal onmogelijk. Daarom hebben we gekozen voor een bebosd terrein elders.’ haaks Ook het regisseursvak heeft voor Stefan twee kanten. Hij is enerzijds iemand die openstaat voor de invloeden van anderen, maar moet tegelijkertijd heel vastberaden zijn. ‘Ik ben geen dictator. Als de cameraman een bepaalde invalshoek interessant vindt en ik zie het niet, vraag ik hem om het uit te leggen. Ik keur dingen die niet in mijn visie passen nooit bij voorbaat af. Ook een productieassistent die met een idee rondloopt, zal ik aanmoedigen: Leg eens uit, zeg het gewoon, misschien is het interessant. Juist een idee dat haaks staat op wat ik wil, zorgt er bij mij voor dat mijn visie helderder wordt. Ik moet die dan namelijk zo scherp mogelijk verwoorden. Door te motiveren wat ik niet wil, zie ik steeds beter wat ik wel voor ogen heb. Anderzijds moet een regisseur naast die open mind iets heel vastberadens hebben. Ik heb als regisseur sterk het gevoel: dit wil ik, dit ga ik bereiken. Bij tegenslag, als er bijvoorbeeld productioneel te weinig geld is, kan ik stand houden of een concessie doen. Ik ben wel iemand van de concessies, maar de film gaat er hoe dan ook komen.’

‘Ik keur dingen die niet in mijn visie passen nooit bij voorbaat af ’ Bekijk DE TRAILER http://unst.hku.nl/404

22

.UNST N° 27 2013

9 DECEMBER 2012 — 29 MAART 2013

23


DE REDACTIE IN DRIE RUBRIEKEN REVIEW DAG 62 Kim Bos is journalist en schrijft over beeldende kunst, cultuur en meer. Ze pendelt tussen Utrecht en Berlijn. Eerder beschreef ze voor .UNST haar Berlijnse leven in de onvolprezen serie Grüsse aus Berlin. Voor de rubriek REVIEW recenseert ze wekelijks een zinnenprikkelende, afgrijselijke of belangrijke expositie. 

De muze van N.F. Zarogyev DAG 100 De muze van N.F. Zarogyev begint met een enigszins opmerkelijke zin uit de media. De rest van de tekst is verzonnen en geschreven door Yvo Nafzger, tweedejaars Writing for Performance. Zonder vooropgezet idee schrijft hij zich elk weekend zijn onderbewuste in. Het resultaat daarvan lees je wekelijks op .UNST.

TIEN minuten met... DAG 81 Voor de rubriek Tien minuten met... interviewt Edwin Verhoeven HKU-alumni en de actualiteit. In deze aflevering Thomas J. Papa, game designer in Denemarken. Eind februari was de officiële release van zijn artistieke game Leaving.

24

.UNST N° 27 2013

9 DECEMBER 2012 — 29 MAART 2013

25


SECRET UNIVERSE III tekst KIM BOS beeld KRIS BORGERINK

George Widener stelt zichzelf voor in één van zijn werken: ‘Ik ben geboren op de tweede donderdag van de tweede maand van het tweede jaar van het tweede decennium van de tweede helft van de vorige eeuw. Ik heb geen behoefte aan een second opinion, maar ik zou het niet erg vinden om een tweede kans te krijgen.’ De meeste mensen die zich aan mij hebben voorgesteld, waren minder specifiek, of misschien is het specifiek op een andere manier. Ze zeiden bijvoorbeeld: ‘Ik ben Annie, 56, ik ben schoonmaakster en ik houd van breien en boerenkool met worst én spek.’

autistisch Wat is het verschil? Het gros van de mensheid, namelijk ongeveer 999 van de duizend, kiest voor de tweede variant en vertelt over de dingen die hij leuk vindt en graag doet. Widener niet, want hij is autistisch. Leuk of graag bestaat voor hem vaak niet, want dat is subjectief en voor veel autisten niet te vatten omdat ze moeite hebben in het toekennen van een betekenis aan woorden. De hersenen van mensen met autisme functioneren anders. Hierdoor bestaan hun waarnemingen uit losse fragmenten met weinig verband.

26

.UNST N° 27 2013

Als kind had de nu 51-jarige Widener gedragsproblemen, als student kraakte hij spionagecodes voor de luchtmacht. Later sliep hij op bankjes in het park en bracht hij de dagen door in bibliotheken, met zijn neus in de boeken. Tegenwoordig is hij een bekend kunstenaar en heeft hij een solo-expositie in Hamburger Bahnhof. Het kan verkeren. Het verkeren gebeurde nadat hij de diagnose gesteld kreeg en eindelijk begreep dat hij niet gek maar anders was dan de rest. Widener bleek behalve autisme ook een bijzondere gave voor het onthouden van getallen te hebben. Jij zegt ‘1 juni 2047’, hij vertelt je de dag. Jij zegt ‘pincet’, hij vertelt je wanneer het is uitgevonden. Dat werk. George Widener bloeide ervan op en begon zijn wereld te vatten in tekeningen met kleurrijke gecodeerde boodschappen. oogstrelend Overal cijfers, schijnbaar lukrake woorden zijn omcirkeld. Het lijken minutieuze berekeningen, her en der illustraties. De alpha-hersens die musea normaliter betreden kunnen er geen chocola van maken. Niet dat het alleen fascinerend is voor degene die het meteen doorheeft. De aan elkaar geplakte servetten met raadselachtige codes, soms ook voorzien van illustraties, zijn oogstrelend. In zijn werk onderzoekt Widener onder meer wanneer bepaalde gebeurtenissen hebben plaatsgevonden en wat dat kan betekenen voor de toekomst. Bijvoorbeeld hoe vaak er een vliegtuig is neergestort op zondag. Hij waarschuwt vast om niet te vliegen op onder meer 18 januari 2065, 25 oktober 2071 en 13 maart 2050. In zijn werk gebruikt hij vaak tekst waarin hij stelling neemt. ‘Sommige mensen gaan op zondag naar de kerk, anderen stappen in een vliegtuig. Soms bidden ze uiteindelijk allebei op precies hetzelfde moment omdat het vliegtuig neerstort.’ Je gelooft het meteen. Die bijna kinderlijke logica komt vaker terug en is uitermate verhelderend. In Disasters on Friday: ‘Rampspoed kan iedereen op elk moment overkomen. Het maakt niets uit of je rijk en groot of arm en hongerig bent.’ normaal Widener ordent het leven met cijfers in een poging grip te krijgen op wat voor ons als vanzelf lijkt te gaan. Voor hem gaat juist dat ordenen en spelen met wiskundige codes als vanzelf. Een stap in zijn leven, tijdens de expositie in het Hamburger Bahnhof, is voor de ‘normale’ mens net zo overweldigend en verwarrend als een dag op deze wereld voor een autist. De moraal van het verhaal? Normaal is subjectief.

9 DECEMBER 2012 — 29 MAART 2013

27


tekst Yvo Nafzger beeld THE THINGS WE ARE

AFLEVERING 3 Open haard De bibliotheek verhuist de boeken van Armstrong naar de afdeling fictie. Daar voelen de boeken zich beter op hun gemak. Het ruikt er lekkerder en er is meer zonlicht. Nu steeds meer boeken niet meer worden gelezen, krijgen de meeste literaire werken last van depressies. Volgens de Winkler Prins Encyclopedie zijn die te wijten aan het feit dat de mensen steeds meer televisie kijken. Ook de Dikke Van Dale heeft het er moeilijk mee. Naar eigen zeggen is hij al anderhalf jaar niet meer uitgeleend. Hij wacht nog altijd op zijn transfer naar de lichte, zuurstofrijke fictieafdeling. Het is een treurig gezicht, zeker in het geval van de Dikke van Dale. Zijn pagina’s beginnen te rafelen en ter hoogte van het woord “Differentiatiecoalitie” en “Difterieaanval” heeft hij een dik stuk kauwgom aan zijn bladzijde kleven. Nooit meer kunnen die woorden op hun betekenis worden geraadpleegd. Volgens De Dikke betekent dit dan ook het onherroepelijke uitsterven van die woorden. De enige bezoeker van de bibliotheek, meneer De Vries uit Kudelstaart, beaamt de crisis. Als trouwe klant kan hij onmogelijk alle boeken tegelijk lenen; hij mag maximaal vijf exemplaren per week mee naar huis nemen. De Dikke Van Dale heeft hij anderhalf jaar geleden al een maand geleend. De beste man kwam er naar eigen zeggen ‘niet doorheen’. Meneer

28

De Vries is het helemaal eens met de Winkler Prins. Ook volgens hem is het bibliotheekprobleem te wijten aan het eindeloze gezap van de mensen thuis. Hij denkt dat de mensen voor de tv zitten omdat boeken nauwelijks plaatjes bevatten, en dat mensen tegenwoordig duizelig worden van al die kleine lettertjes die op ze afkomen. Meneer De Vries heeft in zijn Kudelstaartse woning geen televisietoestel staan. Hij is niet geïnteresseerd in bekende Nederlanders die van een schans danwel een duikplank springen. Helaas lijken er voor de boeken nog duisterder tijden op komst. De trouwste en oudste bezoeker van de bieb kreeg een halfjaar geleden namelijk slecht nieuws. Zijn oncoloog kwam tot de conclusie dat meneer De Vries een zeer agressieve vorm van alvleesklierkanker in zijn lichaam heeft, met uitzaaiingen naar de longen en darmen. Chemo- en radiotherapie zijn niet aangeslagen. Meneer de Vries probeert er alles uit te halen wat erin zit. Volgens de artsen heeft hij nog ongeveer drie maanden. De Vries heeft dit de boeken nog niet verteld. Dat vindt hij momenteel nog te moeilijk. Hij wil dat de boeken nog optimaal van hem kunnen genieten, en andersom. De oude baas denkt dat vooral Moord in de Oriënt-expres het er erg moeilijk mee gaat hebben. Dit is het favoriete boek van meneer De Vries dat minstens één keer per kwartaal het recht heeft om in de boekenkast van de oude boekenwurm te prijken.

.UNST N° 27 2013

Wat er met de boeken, fictieafdeling of niet, precies gaat gebeuren na het overlijden van meneer De Vries is nog niet helemaal duidelijk. Sommige mogen misschien mee zijn doodskist in, maar dat moet nog overlegd worden met de bibliothecaresse. De overige boeken hopen op onderdak in musea, maar welk museum de boeken uiteindelijk wil kopen is nog onduidelijk. Als er echt nergens plek is, neemt de bibliothecaresse alle boeken mee naar huis. Volgens haar zijn de boeken uitermate geschikt voor in de open haard. Iets wat haar goed uitkomt. Ze heeft het, naar eigen zeggen, vaak koud als ze ’s avonds televisie kijkt.

9 DECEMBER 2012 — 29 MAART 2013

29


Thomas J. Papa behaalde zijn bachelor Game Design & Development op de HKU en vertrok naar Japan. Momenteel studeert, woont en werkt hij in Kopenhagen. Zijn bedrijfje Mimicry Games beleefde EIND FEBRUARI de release van Leaving.

‘ In games is niets ondenkbaar’

tekst Edwin Verhoeven STILLS LEAVING

30

.UNST N° 27 2013

Waarom is Leaving een artistieke game? Leaving bevindt zich in het grensgebied van wat men in de traditionele zin onder een game verstaat. De game is vooral gericht op het overbrengen van een specifieke ervaring, in plaats van het behalen van een specifiek speldoel, zoals een score of een competitief element. In Leaving speel je het afscheid nemen van je familie, op een vliegveld, ondersteund door gevoelige muziek en een gedicht.’ Hoe heb je de release gevierd en welke reacties kreeg je? Ik heb de release gevierd in het bijzijn van een vrij grote groep internationale studenten hier op de universiteit van Kopenhagen, waar ik momenteel mijn Master in Games afrondt. Van hen kreeg ik vooral te horen dat Leaving hen raakte, omdat ze werden teruggevoerd naar het moment waarop ze zelf afscheid namen van hun geliefden. In de media word er verschillend gereageerd. Een Brits muziekblad noemde het een reflectieve reis met subtiele finesse, die niet voor iedereen zal werken. Terwijl het in een column op een Deense site over kunst leidde tot sociologische overpeinzingen. Je richt je op het potentieel dat games hebben om betekenisvolle ervaringen op te roepen. In welke aspecten zit dat potentieel? In de rol van de speler en de vrijheid van het medium. Dat komt allereerst door het participerende aspect van games. Zoals een acteur zich inleeft om een personage zo goed mogelijk over te brengen, maak ik gebruik van het feit dat in dit interactieve medium het spel niet bestaat als de speler het niet speelt. We kunnen aan alles betekenis geven, maar iets krijgt vooral betekenis als het persoonlijk wordt.

De investering van de speler, de actieve rol, is wat een game zo sterk maakt. Daarnaast is het mogelijk om in een game iedere mogelijke situatie te scheppen die de speler specifieke keuzes en afwegingen laat maken. In games is niets ondenkbaar: de situatie kan abstract zijn of natuurgetrouw, fantasievol of realistisch - het medium is in zekere zin grenzeloos. Met welke doelstelling heb je je bedrijf Mimicry Games opgezet? Met het doel interactieve situaties te scheppen die de kracht, schoonheid en unieke eigenschappen van videogame-technologie gebruiken. En dit te doen zonder afhankelijk te zijn van de speluitdagingen die vereist zijn in traditionele games, maar mij juist te richten op de algehele ervaring. Ik richt me op mensen die nieuwsgierig worden als ze horen over het bestaan van een interactieve poëtische ervaring als Leaving en probeer dan ook zowel gamers als non-gamers te bereiken. Krijg je royalties van Apple, nu de game voor iPad is verschenen? Ah, de geldvraag. De eeuwige vraag waar menig kunstenaar liever niet aan denkt. Leaving is een zelf gefinancierd project. Ik zit momenteel nog in het vangnet van het academische leven, met een bijbaan als docentassistent voor het vak Game Design. In Leaving heb ik vooral mijn eigen tijd en geld geïnvesteerd. De samenwerking met anderen is bijna geheel op royalty fee basis; we delen de opbrengst. Apple betaalt helaas geen voorschot uit aan zijn developers. Geen slecht idee trouwens, mits er voldoende artistieke vrijheid mogelijk is. Ik vrees namelijk dat we anders vooral apps gaan zien waarin kuisheid troef is.

9 DECEMBER 2012 — 29 MAART 2013

31


COLOFON .UNST is een uitgave van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. .UNST verschijnt drie keer per jaar in een oplage van 1500 stuks.

Contact .UNST Postbus 1520 3500 BM Utrecht Mail edwin.verhoeven@central.hku.nl BLOG HTTP://unst.hku.nl Hoofd- en eindredactie Edwin Verhoeven Art direction Leon Martakis

Welke rol speelt de uiteindelijke opbrengst? Leaving is in de eerste plaats een artistiek project, en daarna pas een commercieel product. De markt voor art games is jong, klein, maar groeiende. Voor mij is het een experiment om te kijken of ik via de toegankelijke App Store - toegankelijk wat betreft gebruikersgemak - voldoende mensen kan bereiken om er van te kunnen leven. Hoe meer het besef groeit dat games ook om andere dingen kunnen draaien dan schieten en springen, hoe groter de kans dat dat uiteindelijk lukt. Waar komt je internationale focus vandaan? Al tijdens mijn middelbare schooltijd heb ik bij uitwisselingsgezinnen in Engeland en Ierland gewoond. De bachelor op de HKU gaf me de mogelijkheid om in het buitenland te studeren. Daar, aan de Rhode Island School of Design, maakte ik mijn grootste groei als kunstenaar door. Ik veranderde van een designer in een kunstenaar, realiserend dat kunst

32

maken met games een designachtergrond vereist. Nadat ik op de HKU mijn bachelor Game Design & Development behaalde, ging ik een jaar naar Japan. Een half jaar in Tokio en een half jaar in Fukuoka... ik zou zo weer terug willen. Deze ervaringen hebben me vooral een open, wereldse blik gegeven, waarbij ik aan den lijve ondervond dat je je leven op zo veel verschillende manieren kunt inrichten. Bovenal, ik leerde dat liefde geen grenzen kent... Wat is je advies aan game designers die in het buitenland willen werken? Zorg ervoor dat de plek waar je naartoe gaat in de eerste plaats inspirerend is en denk daarna pas na of het ook faciliteert. Waarom overweeg je de stap te maken? Waar ben je naar op zoek? Probeer er achter te komen wat de mentaliteit is van je omgeving daar. Past deze bij jou? Als dat allemaal goed zit en je hebt talent en doorzettingsvermogen, dan komen de games vanzelf.

.UNST N째 27 2013

Redactionele medewerkers Kim Bos MARCELLA DAS Ayden Dijkstra HELENA HOOGENKAMP Johan Kuhlmann YVO NAFZGER Pim Leeuwenkamp Joost Stokhof Grafisch ontwerp Hoax Druk Libertas

.UNST is CO2-neutraal geproduceerd Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder voorafgaande toestemming van de HKU.


HTTP://UNST.HKU.NL 52

.UNST N째 25 2012

.UNST n°27  

.UNST, onafhankelijk platform van HKU

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you