Page 1

BLAD VAN DE HKU nummer 14: mrt 2009

.unst


LE F T RT G H

RT G H RG HT

LE F BT RE C

LE F RTLE T FT G H

S TLE C F K T

LE BFT RE C RT G H

LE FT

SB TRE RG S CC HTSQ SQT K RE REC LE KRGSQFT HT RESSQ TRE RG CSQ HT KRE SB TRE B CC RES SQ C T K C SQ LE RE K RE FT B RTRE G C H

TetrisParty

wie Bram Schouw wat alumnus Audiovisuele Media waarom winnaar NFTVM Prijs 2009

. inhoudsopgave

A taste of Typography

‘Eigenlijk is de manier waarop ik met mijn korte film IMPASSE verzeild raakte tussen filmmakers die ik al jaren bewonder een beetje een jongensboek. Hany Abu-Assad, regisseur van Paradise Now, was in Nederland om zijn korte film af te maken die zou worden vertoond in Cannes. Samen met twintig andere cineasten was hij door de Verenigde Naties uitgenodigd om een korte film te maken over een van de mensen­ rechten. Hany zie ik een beetje als mijn mentor, hij bezit een combinatie van engagement en talent waar ik oneindig veel van kan leren. Ik was dan ook best zenuwachtig toen ik hem de film liet zien waarvan ik op dat moment de montage net had afgerond. Hany reageerde heel enthousiast op de film en heeft deze vervolgens voor­gedragen voor het filmproject van de Verenigde Naties. Zo werd IMPASSE een van de tweeëntwintig Stories On Human Rights die werden gemaakt ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.’

26 eerstejaarsstudenten Image & Media Technology van de Faculteit Kunst, Media & Technologie proefden een blok lang aan het vak typografie. Een aantal van hun zelf gecreëerde fonts is gepubliceerd op de middenpagina’s

4

Kunst die ophef veroorzaakt

6

Met de billen bloot tijdens

van deze .unst. De lessen werden gegeven door gastdocent en grafisch ontwerper Paul Wolterink en omschreven als A taste of Typography. ‘Image & Media Technology is een crossmediale opleiding,’ aldus Paul. ‘Het werk ligt op het vlak

je toelating

van de nieuwe media: vormgeving van ondermeer commercials, film en televisie. Typografie is daar altijd een onderdeel van, maar vaak nog een ondergeschoven kindje. Vandaar dat de studenten IMT de basis van

typografie leren en de Faculteit KMT ze daarbinnen wil inspireren. Ik ken de

10

klassiekers en heb in mijn lessen een doorsnede gegeven van wat er aan typografie

De laatste woorden van Hubert Roza

gaande is, onder andere door veel werk van anderen te bekijken en hierover te discussiëren. Daarnaast hebben de studenten een opdracht gekregen zelf een (digitaal bruikbaar) font te bouwen.’ Student Alain Mertens maakte de cover, met het font ‘Don’t be square’. ‘Het was best lastig om lef uit te drukken in een typografisch portret. Vanuit mijn

12

persoonlijke interesse in lucht- en ruimtevaart heb ik gekozen voor Gagarin.

‘ H OE KUNNEN WE EEN VERHAAL ZODANIG UITKLEDEN DAT ALLEEN DE KERN OVERBLIJFT?’

Hoeveel musici zitten er aan de medicijnen?

Hoewel Yuri Gagarin altijd wat in de schaduw staat van eerste mens op de maan Neil Armstrong, vind ik zijn ruimtereis van groter belang voor de mensheid. Naar

vragen ‘Het idee voor de film is ontstaan in een gesprek met Jasper Wolf, mijn vaste cameraman. De drang om een film te maken stond daarin centraal. We hadden geen zin om te wachten op de spaarzame kansjes die door de omroepen en het Filmfonds worden geboden. Omdat er nauwelijks budget beschikbaar was, stelden we onszelf de vraag hoe we van onze beperkingen onze kracht zouden kunnen maken: Hoe kunnen we een verhaal zodanig uitkleden dat alleen de kern overblijft? Onze brainstorm begon dan ook met een aantal dogma’s: één locatie, twee acteurs, geen dialoog. De behoefte om een verhaal te vertellen met een zekere importantie bracht ons bij de vraag: Zou liefde op het eerste gezicht bestaan tussen een Afrikaans meisje en een neo-nazi? Een klein, compact gegeven waarin enkele grote complexe thema’s schuilgaan. Zo zie ik film het liefst: klein vertelde grote verhalen.’

mijn idee is hij een enorme lefgozer: in een tijd dat de techniek lang niet zo ontwikkeld was als nu, heeft hij als eerste deze levensgevaarlijke stap in de geschiedenis van de mensheid durven zetten.’

15

Don Quichot als rolmodel

16

En toen kwam het geld...

www.ohlalalatypography.blogspot.com

. portfolio . redactioneel Pink

Documentaire op Discovery Channel. Jongen uit Sydney (17) overleeft aanval van twee witte mensenhaaien. Sterker nog, hij raakt alleen gewond aan zijn rechterpink. Die is er wel half af, zien we op video-opnamen vlak na de shark attack. Met een blik of hij de zee heeft zien branden, komt de jongen in de richting van de camera lopen. Linkerhand ondersteunt rechterarm. Pink van rechterhand hangt er bij als geknakte tulp. In slow motion nu, herhaling van de aanval. Het gebeurt echt: net als de jongen het hoogste punt van de golf bereikt, verschijnen links en rechts van hem twee monsterlijke haaienkoppen. De jongen wordt van zijn plank gekatapulteerd. De golf rolt het beeld in. Daarachter niets, alleen de horizon. Na een paar minuten het wonder: de jongen loopt verbijsterd maar vrijwel ongedeerd het strand op. Twee maanden later. Beelden van de jongen, ontspannen peddelend op de plek des onheils. Of hij bang is? Nee, hij is niet bang. De haai heeft hem per ongeluk voor prooi aangezien, zegt hij achteloos. Zogauw zijn pink was genezen, zocht hij zijn favoriete surfstek weer op. Die golven betekenen veel voor hem. Het interview krijgt een staartje op het strand. Daar vertelt de jongen dat hij nog wel vaak aan het voorval denkt. Met rechts wijst hij naar waar het precies gebeurde; in beeld zijn hand waaraan het grootste deel van

lef beloond met tienduizend euro

zijn pink ontbreekt. Hoe kan het in godsnaam, denk ik, dat hij zich na die aanval zonder in zijn broek te pissen opnieuw in het territorium van de mensenhaai waagt? De jongen geeft zelf het antwoord. Hij voelt zich beschermd door God: door zijn geloof durfde hij meteen de zee weer in. Ik vind zijn lef zeer indrukwekkend, maar twijfel aan zijn motivering. De jongen blijft onbewogen als hij over zijn beschermheer praat. Als ik de twinkelende ogen zie waarmee hij naar de golven kijkt, weet ik het zeker: zijn motief weer in zee te gaan heeft een aardser karakter. Surfen is zijn lust en zijn leven en die passie wint het van de angst. Ook zonder pink.

Edwin Verhoeven

COLOFON

Hoofd- en eindredactie Edwin Verhoeven

Cover Alain Mertens

Advertenties Bureau van Vliet, Postbus 20,

.unst is een uitgave van de Hogeschool voor de Kunsten

Redactie Johan Kuhlmann, Maud Lazaroms,

Beeldspread studenten Image & Media Technology

2040 AA, Zandvoort, T (023) 571 47 45

Utrecht. Het blad verschijnt vier keer per jaar en wordt

Fanny de Ruiter, Rick Steggerda, Elfie Tromp, Tim Veenstra

Fotografie Patrick van de Luijtgaarden

Reacties Postbus 1520, 3500 BM Utrecht, T 030 233 22 56

gratis verspreid onder studenten, medewerkers en relaties

Verder werkten mee Rob Rombouts, Lambertha Souman

Illustraties Ashkan Honarvar, Leon Martakis

edwin.verhoeven@central.hku.nl

Ontwerp Studio Vrijdag

www.hku.nl/unst

Druk Printec Offset, Kassel

Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder

Oplage 4000 ex.

voorafgaande toestemming van de HKU.

van de HKU.

‘Eerlijk gezegd vind ik het niet op zijn plaats om over “lef” en “durf” te praten terwijl ik, laten we eerlijk zijn, een extreem comfortabel leven leid. Ik maak filmpjes, kan daar mijn huur van betalen, ga ‘s avonds iets leuks doen met mijn vriendinnetje en droom over een mooie toekomst. Dapper zijn mensen die in een bootje de zee oversteken om elders een beter bestaan op te bouwen. Lef hebben degenen die zich uit durven spreken tegen een regime terwijl ze weten dat dit hun het leven kan kosten...’ Woorden van Bram Schouw, die in 2005 cum laude afstudeerde in Audiovisuele Media aan de Faculteit Kunst, Media & Technologie. Tóch staat hij in dit thema­nummer over lef... tekst Lambertha Souman fotografie Patrick van de Luijtgaarden

noodzaak ‘Kleine films als La Silence de Lorna, Entre Les Murs en This is England bewijzen dat grote budgetten geen vereiste zijn om iets te maken dat beklijft. Het zijn films met een ongelooflijke noodzaak en extreem doeltreffend in hun eenvoud. Om over La Haine, Gegen die Wand en Paradise Now nog maar te zwijgen. Het is tijd voor een Nederlandse film die ik zonder problemen in deze opsomming zou kunnen noemen. Het filmproject van de Verenigde Naties over mensenrechten is óók noodzakelijk. Het westen presenteert zichzelf als “personificatie van de mensenrechten en democratie,” maar negeert de Verenigde Naties – de organisatie die juist in het leven is geroepen om deze waarden te beschermen – als dat van pas komt. Bij de oorlog in Irak en de gruwelijkheden in Gaza werd de VN genegeerd. Die hypocrisie is stuitend en angstaanjagend. Mensenrechten gaan uiteindelijk veel meer over hoe je zelf met je omgeving omgaat dan over politieke instanties. Ik hoop dan ook dat Stories On Human Rights, waar IMPASSE deel van uitmaakt, uiteindelijk “gewone mensen” bereikt in plaats van de hoogwaardigheids­be­kleders die nu de officiële vertoningen op VN-congressen bijwonen.’ onderbuik ‘IMPASSE ging in oktober in première op het Tokyo International Film Festival en kreeg een Special Mention op het International Amsterdam Film Festival. Op 6 februari jongstleden werd de film bovendien bekroond met de NFTVM Vers Prijs 2009, een aanmoediging voor jonge filmmakers van €10.000,-. Ik had natuurlijk nooit verwacht dat IMPASSE zo’n groot bereik zou hebben. Eigen initiatief loont, daar ben ik van overtuigd. Je moet als jonge filmmaker je eigen kansen creëren. Niemand zit op je te wachten tot je zelf het tegendeel bewijst. Daarom zou ik tegen alle aanstaande jonge filmmakers willen zeggen: schrijf, verzin en maak. Zolang je trouw blijft aan je onderbuik kan het niet mislukken.'

Werk van Bram Schouw is te zien op www.hazazah.nl

3


Lef is

Zolang er kunst bestaat, bestaat er kunst die ophef veroor­ zaakt. De documentaire Enjoy your poverty van beeldend kunstenaar Renzo Martens is daarvan een recent voorbeeld. Door zichzelf 'schietschijf' te noemen toont Martens dat hij commotie verwacht. Getuigt hij van lef met zijn kritische benadering van de armoedebestrijdingsindustrie? Denkt een kunstenaar überhaupt van tevoren: 'Kom, laat ik eens lef gaan hebben?' Kunst en lef schijnen iets met elkaar te hebben. Maar wat?

4

‘Afgelopen week opende het International Documentary Filmfestival Amsterdam met een van de controversieelste films uit z'n geschiedenis’, meldt de Filmkrant in december 2008. Het sleutelwoord is hier natuurlijk ‘controversieelste’. In de kunst staat controverse vaak garant voor ophef. En ophef betekent media-aandacht. Sommige kunstenaars maken handig gebruik van dit mechanisme. In een artikel over de tentoonstelling Contem­ porary Voices (New York Museum of Modern Art, 4 februari – 25 april 2005) constateert Michele Leight: ‘Damien Hirst has been so controversial in the past that he frequently made the evening news in Britain. Like many young artists, perhaps Hirst was well aware of the advertising potential of controversy.’ Lef? Of gewoon handig bekeken?

‘ Heeft een kunstenaar belang bij het hebben van lef?’ Van Dale meldt als herkomst van ‘lef ’: ‘Hebreeuws: lebh (hart, moed).’ En bij ‘lef ’ vinden we achtereenvolgens: ‘moed, durf; drukte, branie schoppen; risico nemen, iets gewaagds doen’. Dit roept onmiddellijk de volgende vraag op. Wie bepaalt of iemand risico neemt of iets gewaagds doet: de kunstenaar of degene die de kunst consumeert? Vervang ‘gewaagds’ door ‘controversieels’ en je komt bij het antwoord dat Gilbert & George – two people, one artist – hebben gegeven: Controversy is in the mind of the beholder. Heeft een kunstenaar, afgezien van het feit dat controverse aandacht en daarmee publiek genereert, belang bij het hebben van lef? Van Dale definieert een kunstenaar als ‘iemand die het vermogen bezit kunstwerken te scheppen, die een der schone kunsten beoefent’. Hier geen woord over lef. Onder ‘kunst’ dan misschien? ‘Kunst (g.mv.) het vermogen van de kunstenaar, het vermogen dat wat in geest of gemoed leeft of daarin gewekt is tot uiting of voorstelling te brengen op een wijze die schoonheidsontroering kan veroorzaken.’ De geschiedenis

een manier van kijken tekst Lambertha Souman illustratie Ashkan Honarvar

leert echter dat wanneer een kunstuiting commotie veroorzaakt, dit meestal niet het gevolg is van schoonheidsontroering, maar eerder van het tegenovergestelde.

agressie Tijdens de uitvaart van Jan Wolkers memoreerde Robert Ammerlaan, directeur van de Bezige Bij: ‘Alle grote literatuur roept agressie op. De ene helft keerde zich vol walging van Wolkers af, de andere helft ontdekte een nieuwe literatuur vrij van schuld en schaamte, loflied op schoon­heid en genot en tegelijkertijd doordrenkt van een diep besef van vergankelijkheid en dood. Het is niet te veel gezegd dat hij een hele generatie de ogen heeft geopend.’ Is dat de taak van de kunstenaar: zijn publiek de ogen openen? In discussie met een zaal vol toehoorders van streng gereformeerde huize over de moderne literatuur anno 1967 doet Wolkers dit als volgt: ‘Mensen, als je kinderen de bijbel laat lezen, waarom dan geen boeken van mij? Ik werd op twaalfjarige leeftijd al geconfronteerd met incest van Lot met zijn dochters, met de smerige intriges van koning David die een ander naar het front stuurt om met de vrouw daarvan te trouwen. Zo bont is het in mijn boeken nooit gemaakt. En toch is het een verschrikkelijk goed boek, de bijbel...’ Lef? Nee, gewoon Wolkers. vooroordeel Zijn de ogen eenmaal geopend, dan kun je altijd nog proberen om die ogen op een andere manier naar iets te laten kijken dan ze gewend zijn. Dat beoogde Rolf van Eijk met zijn film Hemel boven Holland, over de moordenaar van Theo van Gogh, waarvoor hij in 2007 de HKU-award kreeg. Controversieel? Zeker! Er waren juryleden die Rolfs inzending aanvankelijk niet eens wilden bekijken. Ik vermoed dat deze houding werd gevoed door het volgende vooroordeel: met een film over een dader probeer je automatisch een zeker begrip te kweken voor diens daad. En hoe kun je nou begrip hebben voor iemand die het uiten van een bepaalde mening reden genoeg vindt om iemand

te vermoorden? Mag je daar überhaupt begrip voor hebben? Dat de film uit zou zijn op het kweken van begrip is ‘in the mind of the beholder’. Hemel boven Holland wordt meteen minder (tot niet) controversieel als de kijker niet focust op ‘begrip’ maar op ‘verandering’. Dit werpt totaal andere vragen op. Wat betekent het eigenlijk dat een mens zo radicaal kan veranderen? Moeten we indoctrinatie – door wie dan ook – niet beschouwen als de grootste bedreiging voor ieder weldenkend mens? De metamorfose van Mohammed B. is beangstigend en geeft me – met dank aan Van Eijk – ernstig te denken. Maar daarmee heb ik absoluut nog geen begrip gekregen voor daad en dader. Lef? Of gewoon Van Eijk?

vandalisme Dat kunst niet alleen controversieel kan zijn qua inhoud maar ook qua vorm toont Gerard Jan van Bladeren als hij in 1986 Who's afraid of Red, Yellow and Blue III van Barnett Newman bewerkt met een mes en dat kunstje elf jaar later nog eens herhaalt bij Cathedra. Lef? Nee, vandalisme. Voor Van Bladeren gold zeker wat Donald Marron (vice-voorzitter van de Raad van Commissarissen New York Museum of Modern Art) opmerkte bij de opening van Contemporary Voices: ‘Art is in the mind of the beholder’. Marron duidt hier op ‘kunst’ in de betekenis van: ‘(g.mv.) (verzameln.) voortbrengselen van kunst of een kunst’. De link met lef ligt hier enorm voor de hand: ‘Je moet wel lef hebben om dit kunst te noemen...’ Moderne kunst wordt volgens Michele Leight vaak als controversieel ervaren omdat er geen pasklare regels bestaan voor de manier waarop je dergelijke kunst moet waarderen: ze laat zich niet consumeren als een kant-en-klaarmaaltijd. Moderne kunst vraagt creativiteit van haar consument: de mogelijkheden zijn oneindig.

‘ Wat is er beschaafd aan beledigen?’

Over het antwoord op de vraag of de mogelijkheden van moderne kunst wel oneindig moeten zijn, lopen de meningen uiteen. Van: ‘Controversieel, ja. Kunst moet sowieso op de een of andere manier confronterend zijn. Anders mag – en kan – het niet subliem genoemd worden’ tot: ‘Kunst is prima, maar mag nooit beledigend zijn’. Nooit? Wanneer kunst als controversieel wordt ervaren, blijkt er altijd wel een bepaalde groep of ver­tegenwoordiger daarvan op een of andere manier beledigd te zijn. Wie een kijkje neemt bij het Virtuele Museum voor Kwetsende Kunst’ (verlichtings­ humanisten.web-log.nl > Quilt van kwetsende kunst) kan daar lezen dat ‘De Kus’ van Rodin in 1997(!) buiten een grote reizende tentoonstelling is gehouden wegens ‘gebrek aan waardigheid’. De oprichters van het museum, Floris van den Berg en Joep Schrijvers, beschouwen beledigende kunst als een teken van beschaving. Dat lijkt raar. Wat is er beschaafd aan beledigen? Wie iets langer doordenkt kan alleen maar tot de conclusie komen dat de heren gelijk hebben.

hedendaagse beeldenstorm In dictatoriale en totalitaire regimes is de vrijheid van meningsuiting en daarmee de vrijheid van de kunstenaar vaak het eerste slachtoffer. De boekverbrandingen en de grote uittocht van kunstenaars tijdens het nazi-regime associeer je niet met beschaving. Het grote aantal als kwetsend ervaren kunstwerken dat het virtuele museum inmiddels telt, laat zien dat de vrijheid van de kunstenaar ook hier en nu onder druk staat. De ‘intimidatie van museumdirecteuren en galeriehouders’ wordt in het persbericht gekarakteriseerd als ‘de hedendaagse beeldenstorm’. Cabaretrecensent Henk van Gelder schrijft, naar aanleiding van protesten tegen een voorstelling van De Bloeiende Maagden, in maart 2001 in NRC: ‘Maar nu leven we in een tijd waarin de ene na de andere kunstuiting onder vuur wordt genomen.’ Of er bij een maker van zogenoemde kwetsende kunst sprake is

(geweest) van lef, is maar zeer de vraag. We weten niet of hij van tevoren heeft gedacht: ‘Ik ga iets durven, ik ga branie schoppen, ik neem risico.’ Wel kun je stellen dat er bij museumdirecteuren en galeriehouders die kunstwerken weigeren te exposeren sprake is van gebrek aan lef. Moderne kunst vraagt niet alleen een open houding van de individuele toeschouwer maar ook van de samen­ leving. Michele Leight: ‘Contemporary art is not for those whose minds have been vacuum-sealed’.

verantwoording Op 16 maart 2008 is Renzo Martens te gast in het NPS-programma ‘De Kunst’. Aanleiding: een (voor)vertoning van twaalf minuten uit zijn documentaire in De Appel. Martens betoogt dat ‘een modernistisch kunstwerk – vóór het ook maar enige uitspraak doet over de wereld buiten – eerst z'n eigen bestaan probeert te vatten en daar verantwoording over aflegt’. Vertaal je dat naar ‘lef ’, dan zou een kunstenaar zich dus moeten afvragen: ‘Blijft het bij branie schoppen of neem ik risico omdat ik een belangrijke uitspraak wil doen over de wereld?’ En de kunstconsument zou zich moeten afvragen: ‘Vind ik dit getuigen van lef? Zo ja, waarom? En als ik me gekwetst voel, heb ik dan het lef om het debat open aan te gaan in plaats van te schreeuwen om een verbod?’ Wanneer lef synoniem is geworden voor openheid, kan kunst absoluut niet zonder lef. Verder ben ik geneigd – na deze exercitie naar de verhouding tussen ‘kunst’ en ‘lef ’ – in aansluiting op Gilbert & George te zeggen: ‘Lef is geen manier van doen maar een manier van kijken’.

Bronnen: Artikel Marcia Luyten in Dagkrant IDFA 2008

www.thecityreview.com/momaubs.html

Website artcrimes: http://www.artcrimes.net

http://www.idfa.nl/nl/nieuws/achtergrond2008/

San Francisco Chronicle, 16 februari 2008

weblog: crimejazz.wordpress.com/category/

economie-van-de-zieligheid.aspx

NOS actueel, 24 oktober 2007,

whos-afraid-of-red-yellow-and-blue

Filmkrant, december 2008, nr. 305: 'Renzo

uitvaart Jan Wolkers

website over cabaret:

Martens heeft altijd gelijk'; Dana Linssen

De onverbiddelijke tijd, documentaire

www.zwartekat.nl, Bloeiende Maagden

Michele Leight, Contemporary Voices: Works

van Jan Louter over Jan Wolkers

NPS, De Kunst, 16 maart 2008

from the USB Art Collection, Museum of

Artikel over HKU Award 2007 in .unst nr. 9,

Modern Art, February 4 to April 25, 2005; http://

december 2007

5


RS – Daar stapt Freek het podium op, gestoken in een krijtstreeppak en rood overhemd. De tribune van het Akademietheater kraakt onder het gewicht van de aan­ wezige studenten. Toch werd pas drie dagen eerder een mail verstuurd waarin de komst van Freek de Jonge is verkondigd. En preekt deze man al niet heel lang voor een eigen, kleine parochie? zo vraagt hij ook zichzelf af. Freek de Jonge is te gast op de HKU om (nogmaals) de Frans Kellendonklezing uit te spreken, een week na de officiële lezing in Nijmegen. Centraal stelt hij het grootste der mysteries: wat is het doel van het leven? En specifieker: wat is het doel van het lijden van de mens? Om daar een antwoord op te vinden, neemt De Jonge ons mee naar een wereld waarin geloof nog onomstreden was. De mens probeerde middels het geloof antwoorden te vinden op het mysterie, op vragen als: waarom ik, waarom hier, waarom nu? Nu we in een

sChOOL Voices:

wereld leven waarin het atheïsme de boventoon voert, worden deze vragen echter niet meer gesteld. Tegen­ woordig luidt het credo: ik, hier, nu. Het gebrek aan mysterie – in feite het gebrek aan de zoektocht, het zich bewust worden – breekt de mens op. Als De Jonge na een zeer somber wereldbeeld geschetst te hebben, in een verhaal aan een Chinese meester de ingewikkelde vragen van het leven stelt, krijgt hij stee­ vast het antwoord: ‘Komt u volgend jaar maar terug.’ Uiteindelijk predikt Freek de Jonge geduld. Geduld om te leren. Geduld om het leven te bevragen. Geduld om na te denken waarom we hier met z’n allen zijn. En waar we heen willen. Een vraag die in elk geval – zo bleek uit de discussie achteraf – de studenten dermate bezig houdt. De HKU als nieuwe parochie voor Freek? Het leek er haast op.

Igee Babette

6

Igee (17) heeft in Amsterdam al een voorbereidend jaar gitaar gedaan. Hij wil op de HKU auditie doen om zich zowel muzikaal als geestelijk te verruimen: het Utrechts Conservatorium ziet hij als een plek waar hij veel kennis over muziek en het leven kan opdoen. ‘Tijdens de auditie zal ik me onderscheiden door intellect en bravoure. Mijn zwakke plek is mijn theoretische kennis.’ ‘Een kunstenaar moet sterk achter zijn eigen mening durven staan, doen wat hij het liefst doet en zich daar comfortabel bij voelen. Als artiest werk je voor jezelf.’

Babette (23) wil auditie doen bij de opleiding Docent Drama. ‘Ik speel al sinds mijn vijfde toneel. Op de middelbare school was er een docent drama die me veel over zijn vak vertelde. Ik wilde aanvankelijk lerares worden, vind het leuk om met mensen samen te werken en ze te helpen ontwikkelen. Als dramadocent zou ik die twee passies kunnen combineren. ‘ ‘Tijdens mijn auditie zal ik me enthousiast en zo eerlijk mogelijk opstellen. Ik ga niks plannen of bedenken, dan wordt het nep. Als kunstenaar moet je durven zoeken naar mogelijkheden. Niet te snel in hokjes denken en niet rigide worden in je overtuigingen.’

Henke (21) wil zich tijdens de auditie voor de Acteurs­ opleiding onderscheiden door haar dynamische opstelling: durven, geven en incasseren. ‘Vorig jaar deed ik auditie omdat ik geen auditie durfde te doen en ik een hekel heb aan dingen die ik niet durf. Iets niet durven is ook een soort zelfbescherming: hoe liever je iets wilt, hoe groter de teleurstelling als dat niet lukt. Ik werd vorig jaar niet toegelaten, maar heb wel de voltijd vooropleiding gedaan en ben daardoor elke dag met theater bezig geweest. Mijn wil is daardoor veel groter geworden. Nu ga ik auditie doen omdat ik gekozen wil worden. Je moet die stap durven nemen, anders leef je maar half. ‘

Lynn

AdlF – sChOOL Voices is een project waarin 300 leerlingen van ruim 30 scholen in de provincie Utrecht zich klassikaal 3 maanden lang voorbereiden op een optreden in Vredenburg Leidsche Rijn. Op 20, 21 en 22 april 2009 laten ze in de voorstelling Muze Gezocht zien en horen waar dat harde werken toe heeft geleid. Muze Gezocht is lichtvoetig muziektheater op muziek van Carlijn Metselaar, studente Compositie aan het Utrechts Conservatorium. Nina Moelker, studente Writing for Performance aan de HKU, schreef de tekst. Studenten van de HKU-docentenopleidingen studeren het stuk met de kinderen in de klas in. De kinderen treden samen op met de bekende zangeres Izaline Calister, de rapper Blaxtar en Merel Koman, HKUstudente zang Jazz & Pop. Het instrumentaal ensemble

Op zondag 19 april organiseert de HKU in samen­werking met de Universiteit Utrecht de Culturele Zondag Dagelijkse Kost. Met voorstellingen, optredens, workshops, debatten en lezingen zullen studenten, docenten en alumni van de HKU en de UU laten zien hoe elk aspect van ons dagelijks leven is doorgedrongen van kunst en wetenschap. Op het programma staan een modeshow in de Domkerk (gebaseerd op ochtenden avondrituelen), theatervoorstellingen in het Akademietheater, liefdesmuziek van conservatorium­ studenten, een workshop ‘trommel op rommel’ en een speciale urban game van studenten Design for Virtual Theatre and Games van de HKU.

Kijk voor het actuele programma op www.culturelezondagen.nl

www.hku.nl voor alumni

muziektheater van Utrechtse scholieren en HKU-studenten Henke

Kunst en wetenschap: dagelijkse kost

dat de zangers begeleidt bestaat uit studenten van het Utrechts Conservatorium en staat onder leiding van Jacco Nefs.

concerten: maandag 20, dinsdag 21 en woensdag 22 april 2009 aanvang: 19.00 uur, Vredenburg Leidsche Rijn www.hku.nl/agendamuziek www.europacantatutrecht.nl www.vredenburg.nl/agenda

sChOOL Voices is een initiatief van Stichting Europa Cantat Utrecht in samen­ werking met Kunst Centraal, HKU-Faculteiten Theater, Beeldende Kunst en

Op www.hku.nl/alumni vind je het laatste nieuws over prijswinnaars, nominaties en exposities van HKU-afgestudeerden. Alumni kunnen hun eigen stek in dit nieuwsoverzicht veroveren door hun wapenfeit te mailen naar: webredactie@central.hku.nl Nieuw op de site is de alumni linklijst. Wil je als HKU-alumnus je werk laten zien of je bedrijf presenteren? Mail dan de url van je homepage naar de webredactie.

Piano Marathon

op Utrechts Conservatorium

Vorm­geving en het Utrechts Conservatorium, Utrechts Centrum voor de Kunsten, YO! ZIMIHC en Muziek­centrum Vredenburg.

Docent Drama omgedoopt in Docent Theater

Deeltijdopleiding Docent Theater op komst

De opleiding Docent Drama heet voortaan Docent Theater. De HBO-raad gaf aan een voorkeur te hebben voor een naamswijziging in lijn met de naamgeving van overige opleidingen in dit domein.  De naam docent wordt daar gevolgd door de discipline: docent Beeldende kunst en vormgeving, docent Muziek, docent Dans, et cetera. Het is momenteel nog onduidelijk wat de consequentie is voor de Engelstalige benaming op het diploma. 

In september 2009 start de HKU met de nieuwe deeltijd­opleiding Docent Theater. De tweejarige deel­ tijdopleiding is bedoeld voor acteurs, (docerend) theatermakers en regisseurs met een hbo-theater­ diploma die een eerstegraads onderwijsbevoegdheid willen halen. Voorwaarde voor toelating is dat zij al enige tijd in het onderwijs werkzaam zijn in de vorm van een langdurige stage of aanstelling. Het onderwijs wordt een dag per week gegeven.

Giel

www.hku.nl/docenttheater-dt

AdlF – Op 25 april leveren studenten klassiek piano van 10.00 tot 17.00 uur een sportief-muzikale prestatie in een Piano Marathon. De pianisten doen in juni allemaal eindexamen in de bachelor- of master­ opleiding en spelen tijdens de marathon allen een stuk dat ook op hun eindexamenprogramma staat. De Piano Marathon opent met een wat oneigenlijk ensemble, bestaande uit een strijkkwartet met pianosolist in een klavierconcert van Bach. Daarna zijn acht pianisten te beluisteren in werken van onder andere Beethoven en Debussy. Om 14.30 uur geven docent Alan Weiss en zijn Amerikaanse collega en componist Daniel Abrams samen een recital met werken van Mozart en van Abrams zelf. 

zaterdag 25 april, aanvang 10.00 uur J.M. Fentener van Vlissingenzaal Gebouw voor Kunsten & Wetenschappen Het Utrechts Conservatorium Mariaplaats 27, Utrecht www.hku.nl/agendamuziek

Safira

HKU-lector sticht opvanghuis voor robots

Lynn (16) wil zichzelf tijdens de auditie voor de voor­ opleiding theater (voltijd) helemaal laten zien. ‘Ik ken verhalen over mensen die van de zenuwen helemaal dicht­klappen. Ik zou het vreselijk zonde vinden als mij dat ook gebeurt. Voor toneelstukken heb ik weleens auditie gedaan, voor een opleiding nog nooit. Heel spannend, maar als kunstenaar moet je over je grenzen durven gaan en niet verlegen zijn.’

Op het Conservatorium twijfelt Safira (28) nog een beetje of ze auditie wil doen. ‘Het moet wel nut hebben. Ik zou het doen om te ontdekken wat voor kans ik maak op het Conservatorium te worden toegelaten. Als daarna blijkt dat ik het nog te druk met andere dingen heb, kan ik misschien op een andere manier met zang verder.’ ‘Ik weet niet wat ze op zo’n auditie van me verwachten. Ik zou bang zijn het verkeerde repertoire te kiezen of te veel focus te leggen op techniek in plaats van presentatie. Opvallen zou ik door cultureel divers te zijn: ik voel me thuis bij verschillende invloeden en stijlen, van blues tot opera en pop.’

Giel (18) heeft zijn zinnen gezet op de Schrijf­opleiding (Writing for Performance). ‘Ik wil van schrijven mijn werk maken. Na het vwo heb ik een jaar Psychologie gestudeerd, maar ik werd van al die theorie niet gelukkiger. Ik wil toch iets van mijzelf laten zien.’ ‘Het is lastig dat je niet weet wat de audities precies inhouden en daarom niet op iets concreets kunt oefenen. Daarom hoop ik op te vallen door mijn ervaring: ik heb al voor de schoolkrant en een studieblad geschreven.’

tekst Fanny de Ruiter & Elfie Tromp fotografie Patrick van de Luijtgaarden & Jeanine van Vonno

RS – Studenten Kunst en Economie van de HKU vangen vanaf 1 januari verlaten robots op. Lector Kunst en Economie Giep Hagoort, initiatiefnemer van het Shelter for Abandoned Robots (SFAR), wil de studenten zo voorbereiden op een beroepspraktijk waarin robots een grote rol spelen. Hagoort verwacht dat robots over een jaar of vijf door culturele organisaties worden ingezet voor het uitvoeren van veiligheidsfuncties, administratief werk en schoon­maaktaken. Opleidingen zijn volgens Hagoort nauwelijks op deze toekomst voorbereid. De eerste opgevangen robot is de op Marktplaats ge­kochte Robosapien VI. De eigenaar was ermee uit­­ge­speeld. Studenten kunnen deze robot nu bestuderen en uitzoeken hoe ze voor nieuwe taken te programmeren zijn. ‘De robot die we nu hebben heeft bijvoorbeeld 76 functies, waarvan nauwelijks iets gebruikt is,’ aldus Hagoort. Ook wil hij erachter komen waarom mensen de robot op straat zetten.

‘Sommige collega’s zeggen: Moet je je niet met serieu­ zere zaken bezig houden? Anderen zeggen: Daar heb ik nou nooit over nagedacht! En wat mij zeer verrast heeft, zijn de vele reacties op internet vanuit het buitenland.’ Hagoort hoopt van het SFAR op langere termijn een kenniscentrum voor sociale en creatieve robots te maken. Deze kennis kan worden ingezet in de creatieve industrie ter ondersteuning van het cultureel ondernemerschap. Daarnaast moet het centrum educatieve kennis omtrent robots voor zowel docenten als studenten toegankelijk maken. In 2015 moet het SFAR een autoriteit en denktank zijn voor de creatieve industrie over het gebruik van robots in de creatieve economie. Op 18 maart hoopt Hagoort tijdens de conferentie Een kritische relatie tien bewoners van het opvangcentrum te kunnen presenteren. ‘Al dan niet met dansjes en klusjes.’

Bron: de Weekkrant – Stadsblad Utrecht, 14 januari 2009)

Theatervormgevers

.kort

‘Ik wil toch iets van mijzelf laten zien’

Freek de Jonge predikt geduld

.kort

Iedereen die een kunstopleiding wil gaan volgen, moet met de billen bloot tijdens de toelating. Op de Faculteit Theater en het Conservatorium van de HKU wordt de potentie van aankomend studenten beoordeeld tijdens audities. Hét moment om lef te tonen en je te onder­scheiden van de rest. Zes kunstenaars in spé vertellen tijdens de Open Dag hoe ze zich dat moment voorstellen.

maken installaties voor jubilerend Springdance Elk jaar in april brengt Springdance de wereld van de internationale hedendaagse dans naar Utrecht. Dit jaar vindt de 25e editie plaats en pakt Springdance vanwege dit jubileum groot uit. De organisatie heeft studenten Theatre Design van de Faculteit Theater van de HKU gevraagd om opvallende objecten en installaties te maken. Deze zijn te bewonderen op de verschillende festivallocaties, waaronder de Stadsschouwburg, Theater Kikker en de Neude.

Springdance Festival, 16 – 26 april 2009 www.springdance.nl Jussi Jaatinen

7


LE F T RT G H

RT G H RG HT

LE F BT RE C

LE F RTLE T FT G H

S TLE C F K T

LE BFT RE C RT G H

LE FT

SB TRE RG S CC HTSQ RE SQT K REC LE KRGSQFT HT RESSQ TRE RG CSQ HT KRE SB TRE B CC RES SQ C T K C SQ LE RE K RE FT B RTRE G C H

TetrisParty

Manne Heijman, IMT1B. Font: Spelfabet

Marthijn Westhuis, IMT1B. Font: Circles

Marijn Herder, IMT1A. Font: Aranzi

Alain Mertens, IMT1A. Font: Don’t be square

8

9

Faris Dalila, IMT1A. Font: Da_ava

Hanh Vu Hoang, IMT1A. Font: Directions

Ho Kei Pang, IMT1A. Font: Tall

Cas Prins, IMT1B. Font: Shadow_v2


‘programmeurs: ga de barricade op!’

Hubert Roza zwaait af

Harm van Geel (1969) is acteur en theatermaker. Op dit moment is hij vervangend hoofd van de Acteursopleiding van de HKU, die hij zelf in 1995 afrondde. Na 13 jaar in het werkveld aan Van Geel de vraag: hoe is het gesteld met het program­ meringslef van de Nederlands schouwburgen?

tekst Edwin Verhoeven fotografie Patrick van de Luijtgaarden

Na een 15-jarig dienstverband aan de Faculteit Theater verruilt Hubert Roza de HKU voor de Hogeschool Utrecht. Zijn nieuwe functie daar: Opleidings­manager Journalistiek aan het Instituut voor Media. Hij hoopt dat de HKU in de toekomst een Faculteit Taal krijgt. ‘Taal zou erkend moeten worden als zesde kunstdiscipline.’

10

Op de HKU leidde Roza de afgelopen 8 jaar de opleiding Writing for Performance, de vroegere opleiding Dramaschrijven/Literaire Vorming. Tot die naamsverandering en koerswijziging werd zes jaar geleden besloten: de afstudeerrichting Docentschap Literaire Vorming verdween om van Writing for Performance een bredere dramaschrijfopleiding te kunnen maken. Roza: ‘Een van de moeilijkste beslissingen tijdens mijn HKUloopbaan. Samen met mijn recente keuze om deze geweldige werkplek uiteindelijk toch te verruilen voor een nieuwe baan. Die eerste beslissing heeft goed

uitgepakt; de tweede moet nog blijken...’ Zijn opvolgers zijn Don Duyns en Paulien Dankers. Duyns doceert al jaren bij Writing for Performance, Dankers was daar het afgelopen jaar managements­ assistent. ‘Ik heb een groot vertrouwen in dit duo,’ vertelt Roza, ‘en steek veel tijd in een goede overdracht. De opleiding gaat me erg aan het hart, wat absoluut niet betekent dat ze maar niets moeten veranderen. Integendeel, zij kunnen met een relatief frisse blik bekijken wat nodig is voor de toekomst.’ literatuur Vlak voor zijn vertrek droomt Roza nog een keer hardop. ‘Taal zou erkend moeten worden als zesde kunstdiscipline. Dat zou een Faculteit Taal rechtvaardigen. We zouden kunnen uitbreiden met opleidingen in proza, poëzie, en docent schrijven – ook in deeltijd en in masters. Het Nederlandse theater moet véél meer Nederlandstalig repertoire ontwikkelen en met jonge schrijvers werken. Dramateksten moeten, zoals in veel landen om ons heen, als literatuur beschouwd en gewaardeerd worden. Verder zou het goed zijn als onze schrijfopleiding een stevige samenwerking met regieopleidingen in andere steden aangaat. Ook de faculteiten van de HKU kunnen

Pianist en musicoloog Ralph van Raat (1978) studeerde cum laude af aan het Conser­v a­to­r ium van Amsterdam en in Muziekwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is docent hedendaagse muziek op het Utrechts Conservatorium en het Conservatorium van Amsterdam. ‘De muziek is engel en monster tegelijk.’

Verlokt door een sirene Je bent zeer geïnteresseerd in hedendaagse klassieke muziek en daarvan zelfs een pleitbezorger. Heb je daar lef voor nodig? De hedendaagse muziek is nog niet zo ‘geaccepteerd’ in de wereld van klassieke muziek; daardoor kost het net wat meer overtuigingskracht om zowel publiek en concert­organisatoren, als ook musici en muziek­studenten open te laten staan voor deze muziek. Het instuderen en uitvoeren van nieuwere composities is een ontdekkingsreis; er zijn vaak minder of geen opnames beschikbaar, minder tot geen voorgangers die het hebben gespeeld, en er is nog geen uitvoeringstraditie van zo’n werk opgebouwd. Om deze redenen heb je denk ik als musicus wel wat wilskracht en lef nodig, in verhouding tot de uitvoering van de bekende canon. Anderzijds is er vóóral een grote dosis enthousiasme, liefde, interesse en door­zettingsvermogen nodig, die nog doorslaggevender zijn dan lef.    Wanneer heb jij jezelf op het spel gezet? Eigenlijk al zodra ik mijn keuze maakte om musicus te worden, zo rond mijn vijftiende. De muziek is een soort Sirene: engel en monster tegelijkertijd – voordat je het weet slurpt ze je op met huid en haar! Dat wil zeggen: al je tijd, met alle consequenties voor je sociale leven. De muziek verlokt je tot een levensstijl die erg druk en soms ongezond is. Maar als je haar weet te bedwingen, dan geeft ze je al het moois dat je je maar kunt wensen. Heb je wel eens gegokt en verloren? En gewonnen? De grootste verliesmomenten vonden vooral plaats toen ik als conservatoriumstudent begon. Ik gokte dat er een grote interesse en openheid zou zijn onder musici (zowel studenten als docenten) voor het repertoire van mijn passie, maar ik kwam van een koude kermis thuis. Doordat ik steevast mijn eigen weg door het curriculum bewandelde, heb ik behoorlijk wat demotiverende opmerkingen en adviezen moeten slikken. Dat voelde soms wel als een verlies ten opzichte van mijn veilige wereldje van daarvoor. Later kreeg ik steeds meer het gevoel aan de winkant de staan, en het voelt vandaag de dag als ‘gewonnen’. Hedendaagse muziek is een verplicht tentamenonderdeel op veel conservatoria. Er klinkt ook steeds meer hedendaagse muziek in de concertzalen. Het is een niet meer weg te denken onderdeel van het standaard curriculum geworden van vooruitstrevende, moderne conservatoria zoals het Utrechts Conservatorium.

tekst Rick Steggerda fotografie Patrick van de Luijtgaarden

ongelooflijk meer aan elkaar hebben dan nu het geval is. En er zouden meer schrijfstudenten mogen afstuderen, en vooral ook wat sneller. Ik geef mijn opvolgers nou wel een loodzware agenda mee...’ veilig Met name op het laatste studiejaar kijkt Roza met trots terug. ‘Hele goede resultaten tijdens de accreditatie, een bijzonder getalenteerde afstudeerlichting en een fantastisch Interplay festival, waarbij we met schrijvers, regisseurs en dramaturgen uit 18 landen werkten. Het klinkt misschien pathetisch, maar het is wel wat me in de meest drukke tijden bleef motiveren: iedere keer dat het werk van een student me verrast, ontroert, verwart of doet lachen.’ Roza vindt ook dat er oneindig veel meer lef nodig is om een opleiding te volgen dan om er eentje te leiden. ‘Een student moet veel van zichzelf laten zien, persoon­lijk materiaal inzetten, we vragen hem regelmatig zich aan de les of docent over te geven, te experimenteren, zelfs opzettelijk te falen. Daarbij vergeleken was mijn positie veilig en comfortabel; óók een reden om eens een nieuwe weg in te slaan overigens.’

11

tekst Rick Steggerda fotografie Patrick van de Luijtgaarden Je hebt gewerkt bij diverse grote en kleine gezel­­ schappen (Toneelgroep Amsterdam, Growing up in Public, Onafhankelijk Toneel, Kassys), je hebt ervaring met theater vol volwassenen en jeugd (Stella Den Haag, theatergroep Max), je bent zowel acteur als theatermaker en je hebt ervaring met schouwburgen en productiehuizen. Leg jij eens uit hoe de programmering van een schouwburg tot stand komt. Bij mijn weten krijgen programmeurs voortijdig alle info van de grote gezelschappen zowel van toneel, opera en dansgezelschappen als de commerciële producties (cabaret, musical en vrije producties). Aangevuld met internationaal werk, wat men meestal bekijkt op festivals of op invitatie van een gezelschap. Voor de kleine zaal ligt dit weer iets anders. Een gezelschap heeft een band met een zaal en wordt omdat hun werk ‘goed loopt’ of aansluit bij de smaak of voorkeur van een programmeur per seizoen geboekt. Er moeten ook bezoekersaantallen gehaald worden, dat bepaald ook de kleur van de programmering. Zou een programmering van jouw hand hiervan verschillen? En zo ja, hoe? Hier kan ik kort over zijn; ik zou meer aandacht geven aan de experimentele kunst, deze is zowat uit ons landschap verdwenen. Dat is heel erg, zowel voor de komende generaties theatermakers als voor het publiek; het wordt hen onthouden. Er is een grote hang naar amusement. Kunst in Nederland ‘vercabbaret’. Het moet vermakelijk zijn en makkelijk te begrijpen. Net zoals alle programma’s op TV. In de Volkskrant van 10 maart 2008 staat een artikel over de Rotterdam Connectie, een initiatief van acteur John Buijsman. Hij pleit voor meer artistiek lef in de schouwburg en noemt de directeuren laf. Buijsman

heeft gelijk: de experimentele kunst heeft de schouwburg verlaten. Er wordt minder risicovol geprogrammeerd, niet alleen in de schouwburg maar ook in het vlakke vloer-circuit. Het lijkt wel alsof er op safe wordt gespeeld en het alleen maar gaat over publieksaantallen en of het publiek er wat aan heeft. Het publiek kan best tegen een stootje en begrijpt meer dan je denkt, ook als ze het niet direct na de voorstelling weten te vertalen in woorden. Ik snap de ‘spagaat’ waarin de programmeurs zich bevinden tussen het financiële plaatje en hun persoonlijke visie, maar het is ook een keuze die je maakt en waar je je mee uitspreekt. Je kan je niet achter dat financiële verhaal blijven verschuilen.

'Het lijkt wel alsof programmeurs bang zijn voor hun publiek‘ Een programmeur moet zijn publiek opvoeden en in contact brengen met nieuwe, gedurfde initiatieven. Het lijkt wel alsof programmeurs bang zijn voor hun publiek. Ik heb meegemaakt dat publiek na afloop van de voorstelling meedeelde dat ze het niet begrepen, of nog niet wisten wat ze er van vonden. De volgende dag werd de maker aangesproken op zijn voorstelling: of het mogelijk was om een voorgesprek te houden, zodat de inhoud van de voorstelling uitgelegd kon worden. Dat is de teneur heden ten dage. Er is geen veld meer voor autonome makers die zich echt ergens over uit­spreken, zonder er een vermakelijke of interessantdoenerige saus overheen te gieten. Het publiek in het ongewisse laten en zelf laten ervaren wat het voelt of begrijpt mag niet meer. De kwaliteit wordt tegenwoordig afgemeten aan het bezoekcijfer. Daarmee wordt de

trend gezet dat iets pas goed is als het volk trekt. Veel matige, ongevaarlijke voorstellingen in Nederland scoren dan het hoogst. Is theater niet passé? Dat wil zeggen: niet aan alle kanten ingehaald door film, games, musical & cabaret? Zou jij je studenten meer voor deze genres op moeten leiden? Daar is tenslotte markt voor. Via die weg kunnen zij hun artistieke boodschap aan de man brengen. Nu leid je eigenlijk op tot werkloosheid. Wat vind je van deze stelling? Studenten moeten in contact komen met hun eigen drijfveer en engagement, dit in verbinding met de wereld zoals deze nu is. Hoe verhoudt een kunstenaar zich hiertoe en in welke vorm vertaalt hij dit. Dat doe ik ook. Het basale vertellen van een verhaal aan een publiek dat er naar wil luisteren verandert niet, alleen de vorm verandert. Onze studenten moeten luisteren naar wat ze zelf willen, en niet meelopen met een trend of dat wat iedereen al leuk vindt. Heeft het zin om als John Buijsman te strijden voor meer artistiek lef in de schouwburg? Moeten theater­ makers zich bij hem aansluiten en op de barricade gaan staan? Of is het een gepasseerd station en is er een definitieve splitsing in programmering tussen schouwburgen en vlakke vloer-theaters? Schouwburg en vlakke vloer-theaters kleuren naar elkaar, zij zijn niet zo verschillend meer. De vlakke vloer programmeert ook veilig. Zij spelen de laatste tijd voor ‘schouwburgje’ door leuke, goedlopende succesjes te laten zien. Zij doen nog maar gedeeltelijk van wat ze vroeger deden; bijzonder klein (experimenteel) werk laten zien, ook al was dat voor 5 man en een paardenkop. Ook hier slaat de versaaiing toe. Ik zou zeggen: makers en programmeurs, de barricade op!


De angst van de muzikant 32% van de orkestmusici gebruikt bètablokkers

vaak effectief blijkt, is dat bij podiumangst toch anders: het positieve effect van gedragstherapie laat daar langer op zich wachten of komt soms helemaal niet. De behandeling van podiumangst wordt bij musici bemoei­lijkt door de opvallend sterke identificatie met het instrument en met het vak. Van der Loo: ‘Musici raken al jong verweven met hun instrument en zijn er bezeten van. Er is een enorme passie. Het is prettig als je je persoonlijk kunt scheiden van je instrument en de uitoefening van het vak.’ Het is deze sterke identificatie die het incasseren van kritiek zo moeilijk maakt. Doordat persoonlijkheid en prestatie zo verweven zijn geraakt, kan kritiek hard aankomen. Ook Maria Hopman constateert in haar boek: ‘Voor sommige studenten betekenen beoordelingen een confrontatie met zichzelf in plaats van met hun “kunnen”.’ Deze studenten kunnen hun ‘zijn’ moeilijk of niet scheiden van hun ‘kunnen’. Podiumangst vergt dus een andere benadering.

‘ S chaamte vormt een groot struikelblok voor een effectieve behandeling’

12

Gemiddeld 56% van de wereldbevolking zet een muziekje op om te ontspannen. Daarmee is muziek de nummer één ‘ontstresser’, nog vóór de televisie, een bad, sociale activiteiten, eten, lezen en bewegen. Menig musicus denkt daar anders over: 20 tot 50% van de podiummusici lijdt aan podiumangst en 30% heeft chronisch pijn, al dan niet veroorzaakt door psychologische stress. Hoe zit het met muziekstudenten? Toen ik aan het Utrechts Conservatorium klassiek zang studeerde, vatten we met een clubje eerstejaars het plan op een voorzingavond te organiseren. We kozen een datum, reserveerden de concertzaal en stuurden een brief rond aan alle eerstejaars klassieke zangers. Op een invulstrookje konden ze een van de volgende opties aankruisen: 1. ik kan op die datum en doe graag mee, 2. ik doe graag mee maar ik kan niet op die datum, 3. ik heb liever niet dat iemand mij hoort. Hilariteit alom over die laatste optie. Toch zijn er veel muziek­studenten die zo’n gedachte (en nog veel negatievere) regelmatig hebben.

tekst Astrid de la Fuente illustratie Leon Martakis

strenge meester Negatieve gedachten zijn enorme stoorzenders. Ze hebben een grote invloed op emoties en gedrag en verstoren de concentratie. Over het algemeen zien onderzoekers negatieve gedachten als de grote boos­ doeners bij podiumangst. De belangrijkste stappen om podiumangst te over­winnen zijn volgens hen dan ook het leren ombuigen van negatieve tot positieve – of op z’n minst neutrale – gedachten en het leren richten

van de aandacht. Overigens leiden die stappen lang niet altijd tot het compleet verdwijnen van de klachten. In de meeste gevallen leer je die te reduceren tot een hanteerbaar niveau. De aanpak van podiumangst begint bij het opsporen van de negatieve gedachten die de angst in stand houden. Dat is niet makkelijk: negatief denken is vaak een diep ingesleten en onbewuste gewoonte. Verstorende gedachten hebben te maken met perfectionisme en faalangst en staan meestal ver af van de werkelijkheid: ‘Als ik ook maar één fout maak is het hele optreden mislukt’, ‘Ik moet alles onder controle hebben’, ‘Hij complimenteerde me alleen maar om aardig te zijn’. De menselijke geest kan zich een strenge meester tonen.

‘ Het is deze sterke identifi catie die het incasseren van kritiek zo moeilijk maakt’

taakconcentratietraining Speciaal voor musici ontwikkelde Van der Loo zo’n andere benadering: de taakconcentratietraining. Deze training komt oorspronkelijk uit de sport – waar psychologische begeleiding volkomen geaccepteerd is – en wordt gebruikt in de behandeling van mensen met een sociale fobie. Van der Loo herschreef het protocol van de training en paste deze aan voor de behandeling van musici. In deze training leren de musici geconcentreerd te blijven op hun taak – muziek maken – en zich bewust te worden van hun aandacht. De meeste afleiding komt van binnenuit: negatieve gedachten en angsten. De training leert musici om hun aandacht telkens weer terug te brengen bij de uitvoering van de taak. Van der Loo gaf de training in Den Haag en Utrecht aan in totaal 70 studenten. Deze waren na de training aanmerkelijk beter in staat hun aandacht te verplaatsen van zichzelf en/of de omgeving naar het musiceren. De training is dus een succes. Onderzoekster Van der Loo stelt dat podiumangst nog steeds haast onbespreekbaar is, een taboe, en de schaamte erover groot. Uit anonieme onderzoeken onder professionele musici blijkt dat maar 25% van de podiumangstigen professionele hulp zoekt. Bovendien is schaamte een groot struikelblok voor een effectieve behandeling. Van der Loo pakt het probleem liever aan ‘de basis’ aan en dat is volgens haar de muziekvakstudie. Het was een bewuste keuze haar onderzoek uit te voeren aan conservatoria en daar studenten te trainen. Met haar onderzoek hoopt Van der Loo bij te dragen aan een grotere openheid over podiumangst. Die open­-

heid strekt zich, zo hoopt ze, ook uit tot het gebruik van medicijnen tegen (de verschijnselen van) podiumangst. Van de orkestmusici, zo bleek uit onderzoek, gebruikt 32% bètablokkers om de verschijnselen van podiumangst te verminderen. Van der Loo ondervroeg hierover 150 Haagse muziekstudenten en 60 Utrechtse studenten. Van de Haagse studenten gebruikten 50% en van de Utrechtse 19% medicijnen. In vele gevallen geven studenten de medicijnen aan elkaar door en ontbreekt dus de noodzakelijke medische begeleiding: een gevaarlijke ontwikkeling. overwinnen Van der Loo heeft het bestuur van het Utrechts Conser­ vatorium geadviseerd specifiek aandacht te besteden aan het fenomeen podiumangst, middels een speciale training. Jeroen Goldsteen, lid van het faculteitsbestuur en hoofd van de Bachelor of Music, heeft ‘grote waardering voor het onderzoek en het therapeutische werk van Martine van der Loo’. Daarnaast benadrukt hij: ‘Je moet aandacht voor podiumangst niet alleen apart zetten maar ook inbedden in het onderwijs. Opener lesvormen en veel voorspeelgelegenheden kunnen ervoor zorgen dat studenten het veel gewoner gaan vinden om te spelen in de aanwezigheid van andere luisteraars dan de eigen docent.’ Van der Loo beaamt dit. Ze ontwikkelt momenteel een groepstraining, waarbij groepen muziekstudenten de training krijgen in aanwezigheid van hun docenten. ‘De studenten blijven zo gebruik maken van de vakspecifieke kennis van hun docent, krijgen tegelijkertijd psychologische ondersteuning én de gelegenheid hun angst te overwinnen door telkens voor elkaar voor te spelen.’ Met een dergelijke aanpak is, net als in de sport, de samen­werking tussen student (sporter), docent (trainer) en psycholoog een feit. Wat in de sport kan, kan in de muziek – en andere podiumkunsten – toch ook?

Bronnen: Green, B. en T. Gallwey. Innerlijk musiceren: psychologie in de muziek, voor musici en luisteraars. Baarn: De Kern, 1988. Hopman, M. Creativiteit onder druk. Omgaan met faalangst en kritiek in kunst en kunstonderwijs. Assen: Van Gorcum, 1999 Loo, M. van der. Live interview met fluitist en psycholoog Martine van der Loo, 8 december 2008. Voor meer informatie over taakconcentratietraining: martinevanderloo@casema.nl Susan, H. “Mentale vaardigheidstraining voor betere muziek­prestaties.” Oktaaf, jan. 1997. Wippoo, P. en L. Citroen. Podiumangst. Amsterdam: Boom, 1998.

Podiumangst: wat is het? Volgens de zogenaamde wet van Yerkes en Dodson bestaat er een verband tussen fysiologische spanning en de kwaliteit van een prestatie. Te weinig spanning/adrenaline leidt tot verveling en desinteresse, te veel tot te sterke

Patronen Stel je voor: een groot treinstation, zeg in New York. Het is er hoog, met stalen bogen in de nok. Mensen komen en gaan. Er wordt gewacht, gegeten, er moeten mensen nodig plassen. In deze drukte lopen 200 personen met een stille afspraak. Als de klok naar het hele uur verspringt, zal iedereen ‘bevriezen’. Te midden van de beweging staken ze hun voortgang en blijven met de arm geheven, iemand kussend of een ijsje etend staan. Vijf minuten lang een enorm tableau vivant, waar geen ander mens in het station weet van heeft. Eerst valt het niet op, maar al snel gaan de andere reizigers op onderzoek uit. Ze lopen om de standbeelden heen, prikken wat, een man met een schoon­maakkar meldt op zijn portofoon dat hij hulp nodig heeft, omdat hem de weg versperd wordt. Het gaat hier om een performance van Improv Everywhere. Voor mij heeft de performance als kunstvorm veel met lef te maken. Mijn gedachten gaan terug naar de jaren ’70, toen de shock-jock nog niet bestond en kunstenaars voor controverse zorgden door met glas, geladen pistolen of naakt­ lopen de aandacht te trekken. Nu staat niemand ergens meer van te kijken. Hoe dan nog wel lef te tonen? In ieder geval niet door het doorbreken van aloude taboes als religie, minderheden of seksualiteit. Kunst die zich daar mee bezighoudt, wordt al snel als blasé gezien. Kunst is – net als het werkelijke leven – indivi­ dueler geworden. Daar bedoel ik mee: kunst adresseert meer persoonlijke dan maatschappelijke thema’s. In de vorige .unst confronteerde LA Raeven mensen met hun persoonlijke lichaamsbeeld. In dit nummer verklaart filmmaker Rolf van Eijk zijn nieuwsgierigheid naar de mens Mohammed B.. Hij is bewust de islam als thema uit de weg gegaan en appeleert veel meer aan de menselijke emoties van zijn publiek. De socioloog Rudi Laermans vindt dat ‘de rigoureuze systemen [van – RS] het verleden hun failliet voldoende bewezen hebben, juist omdat ze de uniciteit van de mens ontkennen en geweld aan­ gedaan hebben.’ Kunst is niet meer nodig om deze systemen onderuit te halen. Zij moet worden in­ge­zet om de systemen van de unieke mens aan te vallen. Wij ontwikkelen allen patronen, tegenwoordig veelal gevormd door marketing en media. Ons bewust maken van deze patronen, dat is wat kunst kan doen. Dat is waar kunstenaars zich druk om maken; ze missen zelfbewustzijn bij het publiek. De stilstand die Improv Everywhere creëert in een grote gemeenschappelijk ruimte, doorbreekt het patroon van haast met een vorm die in eerste instantie enkel amusant lijkt. De performers zullen daar zelf anders over denken: zij geven zich over op een plek waar iedereen hen kan zien. Ze worden aangeraakt, bevraagd, er wordt gelachen in hun gezicht; alsof ze er niet bij zijn. Maar ze zijn er wél bij. Ze zetten hun lichaam en hun persoonlijkheid in om anderen wakker te schudden. LA Raeven en Rolf van Eijk doen hetzelfde. Ze signaleren bij zichzelf een frustratie, interesse of verontwaardiging. Vanuit deze persoonlijke fascinatie – en niet vanuit effectbejag – maken deze kunstenaars hun werk. De consequenties en het commentaar nemen zij voor lief. Kunst gemaakt vanuit een persoonlijke verontrusting, waarbij de kunstenaar zichzelf op het spel zet: dát is lef.

lichamelijke reacties en angst. Bij een (muzikaal) optreden gaat het dus om de juiste mate van spanning die de prestatie ten goede komt. Een te hoge spanning vermindert de prestatie en belemmert het creatieve proces.

bezeten Martine van der Loo, solo-fluitist in het Residentie-orkest en tevens psycholoog, rondde in december 2008 aan de conservatoria van Utrecht en Den Haag een onderzoek naar podiumangst bij musici af. Als kenmerken van podiumangst noemt zij angst voor een negatief oordeel van anderen, een verhoogd zelfbewustzijn en de angst onvoldoende te presteren. Deze kenmerken gelden in feite voor alle vormen van sociale fobie. Binnen de sociale fobieën neemt podiumangst echter een aparte plek in. Terwijl gedragstherapie bij een sociale fobie

Als dat gebeurt is er sprake van podiumangst.

Rick Steggerda

Podiumangst is niet hetzelfde als plankenkoorts. In zijn artikel laat Hans Susan er geen misverstand over

Het citaat van Rudi Laermans is afkomstig uit Schimmenspel.

bestaan: ‘Hieronder versta ik niet de toestand van ‘buikvlinders’ voor een optreden. (...) Nee, podiumangst is

Essays over de hedendaagse onwerkelijkheid.

een verlammende negatieve energie die al lang voor het optreden plaatsvindt.’ Angst in relatie tot muziek maken uit zich in lichamelijke reacties als trillen, zweten, een droge mond, en in negatieve gedachten en een gebrek aan werkdiscipline. De persoonlijkheid van de musicus speelt een rol bij het al dan niet ontstaan van podiumangst. Persoonlijkheidsfactoren worden risicofactoren zodra ze de overhand krijgen of doorslaan naar de verkeerde kant: perfectionisme, ambitie, behoefte aan controle, frustatietolerantie, zelfwaardering en identificatie met het vak. Dan ontstaan sluipenderwijs negatieve gedachten over het eigen kunnen.

. column

13


Even dat rationele harnas uitdoen

An Atlas of Radical Cartography 15 februari – 22 maart 2009

The Antagonistic Link Een project van Electric Palm Tree 29 maart – 17 mei 2009 Opening 28 maart 2009, 17:00 In samenwerking met Stedelijk Museum Bureau Amsterdam Zoek je een interessante plek om meer ervaring op te doen in de kunstwereld? Casco zoekt vrijwilligers en stagiaires voor uiteenlopende taken. Interesse? Kom langs of bel! Casco Office for Art, Design and Theory

Nieuwekade 213–215 3511 RW Utrecht The Netherlands T/F: +31 (0)30 231 9995 info@cascoprojects.org www.cascoprojects.org

14 Naamloos-2 1

20-02-2009 11:15:02

Don Quichot is één van de moedigste mannen die ik ken. Een edelman die door het lezen van te veel ridderromans zijn verstand verloor en geloofde dat hij zelf een ridder was. Een man met een missie: mensen in nood te hulp schieten en het kwaad – rovers, reuzen en legers – bestrijden. Ondanks de hem omringende rationele wereld bleef hij geloven in zijn eigen ideeën, en juist door dat onverwoestbare geloof bereikte hij zijn doel. Nog altijd kunnen kunstenaars veel van hem leren. tekst Rob Rombouts illustratie Leon Martakis

Naamloos-1 1

20-02-2009 11:13:02

Ons huidig geloof in de ratio komt misschien wel het sterkst tot uiting in het geloof in de wetenschap. Miljarden worden gespendeerd aan onderzoeken die ons meer inzicht in onszelf moeten geven. Het belang van weten­schap is onomstotelijk. Als ik tegen de buurman zeg: ‘Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat…’, dan krijgt mijn uitspraak waarheidsgehalte en een bepaalde autoriteit, en zal mijn buurman mij snel geloven. Ook in de politiek kent rationaliteit zijn uitweg. In meningen die worden gepresenteerd als feiten omdat ze door deductie tot stand komen. Als ik naar een politicus kijk die zijn pleidooi onderbouwt met ‘feiten’ (door onderzoek bewezen), ben ik snel geneigd hem te geloven. Hoor ik vijf minuten later een andere politicus, op dezelfde wijze, voor het tegengestelde pleiten, denk ik ‘Ja, daar zit ook wel wat in.’ Wat moet ik nog geloven? Wat moet ik vinden? Zelfs de kunstwereld wordt beheerst door rationaliteit. Om subsidie te krijgen is het niet de vraag of ik tot een kunstwerk kom, maar wat die kunst oplevert.

‘ Langzaam verdwijnt het historisch besef’ De behoefte aan rationaliteit wordt onder andere gevoed door globalisatie. De onbeperkte toegang tot meningen vanuit de hele wereld maakt dat eigen waarheden eenvoudig kunnen worden gecreëerd en onderbouwd. Als dat op een logische manier gebeurt, het liefst met steun van een of ander wetenschappelijk onderzoek, geeft me dat vertrouwen om daarin te geloven. Meningen zijn handelswaar geworden. De gevolgen van de rationaliteitscultus zijn enorm. Het eigenbelang wordt bepaald door het wetenschappelijk belang. Uit onderzoek blijkt dat melk ongezond is, dus moet ik minder melk drinken. Terwijl het psycho­logische effect van het drinken van melk wellicht vele malen sterker is dan het feitelijke effect. Als ik melk drink, voel ik mij gezond en daardoor beter. Een ander gevolg is dat we steeds meer op elkaar beginnen te lijken. Door globalisatie, het kleiner worden van afstanden tussen mensen, putten we allemaal uit dezelfde pot met waarheden (kennis) – of ik nu uit Indonesië kom of uit Alaska. In het onderwijs, bijvoorbeeld, leer je meer om je aan te passen aan de wereld die al bestaat dan dat je zelf leert denken. Het onderwijs wordt steeds praktischer, beroepsgerichter en specialistischer. Langzaam verdwijnt de algemene ontwikkeling en het historisch besef. Parate kennis is immers niet noodzakelijk, omdat je het zo op internet kunt opzoeken. Tegelijkertijd creëert de rationaliteit de behoefte te ontsnappen aan die over­dosis werkelijkheid. Vandaar de populariteit

van Harry Potter, Lord of the Rings, The Matrix of The X-files. Stuk voor stuk werelden die juist niet door rationaliteit beheerst worden. Kunst is bij uitstek de plaats waar we dat rationele harnas even kunnen afleggen. Kunst draait niet om feiten, maar om emoties. Kunst laat ons zien wat ook (of: vooral) belangrijk is, namelijk de niet-rationele kant van de mens. Een kunstenaar handelt in emoties, maar om de interesse van een publiek te wekken moet zij iets toe te voegen hebben. Een ander perspectief; kunst die te veel overeenkomsten vertoont met wat wij al kennen, prikkelt onze nieuwsgierigheid niet meer. De schrijver van Don Quichot, Miguel de Cervantes Saavedra, heeft ons zo’n ander perspectief geboden. Hij gebruikte alle kracht van de fantasie, liet zijn hoofdpersoon erdoor meegevoerd worden en bewijzen dat het irrationele ons tot ongekende hoogten laat stijgen. Zijn verhaal laat zien dat in de fantasie een veel krachtiger waarheid kan schuilen dan in de ratio. Had Don Quichot zijn verstand niet verloren, dan was hij La Mancha hoogstwaarschijnlijk nooit uitgekomen.

‘ E en kunstenaar handelt in emoties’ Het durven volgen van je fantasie in een rationele wereld als de onze vereist lef. Je plaatst jezelf buiten de groep; dat kan je kwetsbaar maken. Maar de fantasie maakt veel meer mogelijk dan dat de werkelijkheid toelaat. Zij leidt ons van de gebaande paden en geeft ons nieuwe inzichten. Door de fantasie stelt de kunstenaar zichzelf in staat om de indrukken en ‘waarheden’ over deze wereld in heroverweging te nemen. Hij dwingt zichzelf om zelf na te denken. Wanneer hij dat ook bij zijn publiek bewerkstelligt, wordt zijn kunst waardevol. Zulke kunst kan mij leren op een andere manier te denken. Zij voorziet mij niet van antwoorden, zoals de wetenschap doet, maar biedt mij vragen. Vragen die ik na het dichtslaan van De vernunftige edelman Don Quichote de la Mancha alleen zelf kan beantwoorden.

15


tekst Rick Steggerda & Edwin Verhoeven fotografie Patrick van de Luijtgaarden

Omgaan met de media moet je leren

Met zijn film Hemel boven Holland wint Rolf van Eijk eind 2007 de HKU Award. De weg van idee naar prijs was lang: vanaf het begin is zijn project – vanwege het onderwerp Mohammed B. – door docenten met argus­ogen bekeken. Na het winnen van de HKU Award belandt de film pas echt in een onbeheersbaar krachtenveld: die van de Nederlandse pers.

16 Dat zijn film de HKU Award wint, is voor Rolf een beves­tiging: ‘Mijn film was het meest vernieuwende werk; zowel inhoudelijk als qua stijlkeuze en verteltrant. Als je het toch over lef hebt, dan heb ik het meeste lef getoond. Niet alleen binnen mijn opleiding Audiovisual Media, maar ook binnen de Nederlandse filmwereld. Filmmakers vonden dat ze iets moesten met Mohammed B., maar niemand durfde het aan. Ook docenten op de HKU raadden het af. Weet wat je je op de hals haalt, doe het niet! Het Hans en Grietje-gehalte op mijn opleiding was groot. Dat kun je niet, zeiden ze. Ik heb toen gesprekken gevoerd met het opleidingshoofd en met mijn vuist op tafel geslagen: We zijn toch een kunstopleiding die een visie moet hebben? Waarom doen we dit niet? En toen kwam het geld. Maar ik heb het zelf moeten produceren. Het onderwerp en de benadering waren vrij uniek, waardoor niemand met mij wilde samenwerken. Wel zijn docenten mij inhoudelijk gaan begeleiden; mijn doorzettingsvermogen heeft voor vertrouwen gezorgd.’ Fitna Met Hemel boven Holland wilde Van Eijk een genuan­ ceerder beeld geven van Mohammed B. dan de reguliere media deed. ‘Zijn motieven en achtergrond zijn steeds op een bepaalde manier belicht. Ik wilde daar achter kijken. Niet om begrip te kweken, maar om te tonen hoe het is gegaan. Iemand heeft problemen met zijn identiteit, en loopt net als veel anderen tegen de bureaucratie op. Wat kan dat met een mens doen?’ Het maken van de film was een delicaat proces, ook omdat het samenviel met de aankondiging van Fitna. Rolf: ‘Het grote zwart-wit denken had plaats. Islam, moslims: mannen met baarden waren allemaal eng en gevaarlijk. Ik koos ervoor mij open te stellen en probeerde me in te leven in de ander. De kijkers geef ik die mogelijkheid ook, gekoppeld aan hun eigen achtergrondinformatie. Door mijn benadering van de thematiek gaan ze opnieuw nadenken en vervolgens wellicht hun standpunten heroverwegen en nuanceren.’

‘Ik probeer tussen het zwart-wit denken te gaan zitten, want de Hollandse kijker denkt vooral in orthodoxe termen over de islam. In mijn film heb ik de islam er bewust vrijwel buiten gelaten; om die negatieve associaties niet op te roepen. Zo ontnam ik de islam schuld en boete. Vanuit islamitische hoek waren de reacties heel positief. Marokkanen konden zich identificeren. Dat is een normaal gesproken het grote probleem. Hun reacties gaven mij veel voldoening. Ze vonden dat mijn research naar hun cultuur heel goed was. Wat ik in mijn film laat zien, contrasteert met de gangbare beeldvorming. Het publiek raakt daardoor ook betrokken bij de film. Negen van de tien mensen dacht: Goh, dat wist ik niet. Zo had ik het nog nooit bekeken.’ bullshit In de media stuitte Rolf op kortzichtigheid. Kort na het winnen van de HKU Award zat hij bij Omroep Hilversum en RTV Utrecht in de studio. Rolf: ‘Die interviews waren bullshit: ze hadden de film niet eens gezien. Op en top amateurisme. Ik moest antwoord geven op de vraag: Wat vind je van de islam? Want je praat het goed. Ik werd ontzettend kwaad. Ik zat daar live, voor het blok gezet op televisie. Als het zo moet houdt het voor mij op, dacht ik.’ En dus bedankte hij voor een VPRO-interview, waarop de omroep de hoofdrolspeler uitnodigde. Rolf: ‘De eerste opmerking van Twan Huys tegen hem was: Je lijkt wel erg op Mohammed B. Wat moet je dan op live-televisie? Die jongen was daar niet op voorbereid. Op een gegeven moment zei hij: Alle Marokkanen hebben problemen met identiteit. Dat bedoelde hij niet, maar hij zei het wel. Ik had daar moeten zitten, maar wilde dat niet. Nu zou ik het hem verbieden en het hele interview afblazen.’ ‘Ik heb nooit mediatraining gehad. Omgaan met de media, vooral in een dialoog als deze, moet je leren. Ik vraag me af waarom daar op de HKU geen aandacht voor was. Je bent autistisch bezig met je kunst, maar daarvan is het doel de ander te bereiken. Onder andere via de media. Jezelf uitdrukken in de veilige omgeving van school is totaal anders dan tegenover een ervaren en scherpe interviewer van een krant of televisieprogramma.’

‘Ik ben lang positief geweest, maar de media proberen je in een hoek te zetten en je op morele integriteit te testen. Ik ben hypersensitief over de morele vraagstukken van de film – over wat wel en niet kan, over links en rechts, over goed en kwaad. Maar zij willen dat je dingen zegt die niet door de beugel kunnen. Daar azen ze op, dat is voor hun interessante berichtgeving. Zo zitten de Nederlandse media in elkaar en dat heb ik als onplezierig ervaren. Je moet uitkijken met wat je zegt.’

‘ Ze willen dat je dingen zegt die niet door de beugel kunnen’ Spijt van Hemel boven Holland heeft Rolf zeker niet. Hij aarzelt wel even als we vragen of hij het allemaal nog eens zou willen overdoen. ‘Weet ik niet... ja... toch wel. Ik heb ontzettend veel beleefd en grote sprongen gemaakt als mens. Ik heb solo een film gemaakt die maatschappelijk relevant is en mij in een stroomver­snelling bracht. Ik heb de HKU Award gewonnen, ben uitgenodigd voor het Rotterdam Film Festival. Vorige week heb ik een tweede prijs gewonnen in Spanje: 3000 euro en een beker die ik zo ga ophalen. Amnesty heeft me benaderd, ze willen de film als educatiemate­ riaal. En ik ben in de race voor een film bij de publieke omroep in de reeks One Night Stand. Het is heel goed geweest voor mijn cv.’ Onlangs bezocht Rolf Servië, waar zijn film werd gedraaid. ‘Alles betaald en verzorgd, vijf dagen lang. Groot doek, volle zaal. Na afloop de eerste vraag: Wat vind je van het werk van Ayaan Hirsi Ali? Dat geeft aan waar ik nu sta: ik word gezien als woordvoerder en opinie­ maker. Terwijl ik bang zou zijn dat ze in Servië niets van mijn film en de Nederlandse situatie zouden snappen, bleken de mensen met mij in gesprek te willen over het geweld in hun land. Ze begrepen alles.’


.unst 14  

.unst 14, blad van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you